Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Free Range - Lost & Found (2025) 4,0
31 maart 2025, 17:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Free Range - Lost & Found - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Free Range - Lost & Found
Free Range, een project van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen, debuteerde twee jaar geleden heel knap met het fraaie Practice, maar laat op Lost & Found een voller, mooier en ook interessanter geluid horen
Het duurde even voor ik twee jaar geleden onder de indruk raakte van Practice van Free Range, maar vervolgens was mijn liefde voor het debuutalbum van het project van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen ook onvoorwaardelijk. Vergeleken met het behoorlijk ruw klinkende Practice klinkt het deze week verschenen Lost & Found een stuk mooier, maar gepolijst klinken de songs van Sofia Jensen zeker niet. Het zijn songs met invloeden uit meerdere genres en het zijn songs die met veel gevoel worden vertolkt, waarbij opvalt dat de stem van Sofia Jensen alleen maar mooier is geworden. Free Range is in Nederland volslagen onbekend, maar check dit uitstekende album zeker eens.
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork zette me net iets meer dan twee jaar geleden op het spoor van Practice, het debuutalbum van Free Range. Het is een album dat ik bij eerste beluistering absoluut mooi maar niet heel erg bijzonder vond, maar langzaam maar zeker ben ik enorm gaan houden van het album.
Free Range is een project van Sofia Jensen uit Chicago, Illinois, die zichzelf ziet als een non-binair persoon, wat in het huidige en bizarre politieke klimaat in de Verenigde Staten vast niet eenvoudig is. Sofia Jensen was tijdens het opnemen van Practice pas 18 jaar oud, maar het debuutalbum van Free Range bleek een opvallend volwassen album.
Sofia Jensen balanceerde op het debuutalbum van Free Range op het snijvlak van folk, Americana en indierock en maakte indruk met songs die op het eerste gehoor misschien niet heel bijzonder klonken, maar steeds mooier en indringender werden. De Amerikaanse muzikant maakte bovendien indruk met een mooie stem, die ouder klonk dan de achttien jaar die Sofia Jensen tijdens het opnemen van het album oud was.
Pitchfork heeft het deze week verschenen tweede album van Free Range helaas niet opgenomen in de lijst met nieuwe albums die je zeker moet beluisteren, maar gelukkig kwam ik Lost & Found zelf tegen in een lijstje met nieuwe releases en bovendien was dit keer de Amerikaanse muziekwebsite Paste bij de les.
Free Range leek twee jaar geleden nog een soloproject van Sofia Jensen, maar wordt inmiddels gepresenteerd als een band. Dat hoor je ook wel op het tweede album van Free Range dat voller klinkt dan het debuutalbum. Er zijn wat extra instrumenten toegevoegd aan het geluid, wat in ieder geval zorgt voor iets warmere klanken. Met name de rol van de piano is flink toegenomen, wat zorgt voor een sfeervoller geluid.
De muziek van Free Range is nog altijd redelijk sober, maar Lost & Found klinkt rijker dan zijn wat Spartaanse voorganger en dat vind ik persoonlijk een verbetering. Sofia Jensen, inmiddels 21, heeft dit keer ook meer oog gehad voor de productie, want het tweede album van Free Range klinkt veel mooier dan het debuutalbum. Nu voorzag het ruwe en Spartaanse karakter van Practice het album wel van een bepaalde charme, maar ik heb toch een duidelijke voorkeur voor het geluid op Lost & Found.
Ook de zang komt veel mooier uit de speakers, wat deels de verdienste zal zijn van de fraaie productie, maar Sofia Jensen is ook beter gaan zingen. Net als op Practice zit de zang van de muzikant uit Chicago, Illinois, vol emotie, waardoor de songs op Lost & Found makkelijk indruk maken.
Ik twijfelde bij eerste beluistering van het debuutalbum van Free Range nog wel wat over het onderscheidend vermogen van de muziek van Free Range, maar bij eerste beluistering van Lost & Found maakte ik me hier geen zorgen over. De songs van Sofia Jensen klinken teder en intiem, maar kunnen ook een aangenaam ruw randje hebben.
Bovendien slaagt Free Range er ook dit keer in om op het snijvlak van meerdere genres te opereren, met dit keer indiefolk, Americana en een subtiel vleugje indierock als belangrijkste ingrediënten. Elliott Smith is de muzikale held van Sofia Jensen en ook dat hoor je op het album, dat hier en daar wel wat heeft van de muziek die Elliott Smith maakte voor hij, deels tegen wil en dank, doorbrak naar een groter publiek. Lost & Found van Free Range is geen album dat veel aandacht trekt, maar verdient deze aandacht absoluut. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lola Young - My Mind Wanders and Sometimes Leaves Completely (2023) 4,5
30 maart 2025, 20:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lola Young - My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely (2023) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lola Young - My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely (2023)
Lola Young is absoluut een van de sensaties van 2025, maar dat de jonge Britse muzikante niet uit de lucht komt vallen hoor je op haar geweldige debuutalbum My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely uit 2023
Met Messy maakte Lola Young uit Londen vorig jaar een oorwurm die met geen mogelijkheid uit je hoofd is te krijgen. De single is afkomstig van het album This Wasn’t Meant For You Anyway, waarmee Lola Young momenteel hoge ogen gooit. Veel minder bekend is haar debuutalbum My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely uit 2023. Het debuutalbum van Lola Young is wat mij betreft nog veel beter dan haar doorbraakalbum. Het album klinkt door de inzet van elektronica origineler en ook de zang op het album spreekt me net wat meer aan. Het is een album dat ik in 2023, ondanks heel veel lovende recensies, niet heb opgemerkt, maar inmiddels heb ik het omarmd.
De Britse muzikante Lola Young timmert momenteel stevig aan de weg met haar album This Wasn’t Meant For You Anyway, dat vorig jaar verscheen. Ook ik was eerder dit jaar diep onder de indruk van de geweldige single Messy, die je echt met geen mogelijkheid uit je hoofd krijgt, maar de rest van het album maakte op mij vorig jaar helaas veel minder indruk, waardoor ik het album niet selecteerde voor een recensie op de krenten uit de pop.
Inmiddels durf ik wel te concluderen dat ik het album van Lola Young vorig jaar flink heb onderschat, want This Wasn’t Meant For You Anyway is een uitstekend album, dat laat horen dat Lola Young niet de zoveelste jonge Britse zangeres is die een poging doet om in de voetsporen van Amy Winehouse te treden, maar niet beschikt over het benodigde talent. Lola Young beschikt zeker over dit talent en laat dat horen in flink wat songs op haar vorig jaar verschenen album.
Ik was daarom van plan om alsnog aandacht te besteden aan This Wasn’t Meant For You Anyway, tot ik op Spotify ook het debuutalbum van Lola Young tegen kwam. De muzikante uit Londen bracht al in 2019, op slechts 18-jarige leeftijd, het mini-album Intro uit en kwam, mede door de coronapandemie, pas in 2023 op de proppen met My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely. Het is een album dat ik nog veel beter vind dan het vorig jaar verschenen This Wasn’t Meant For You Anyway, waarmee Lola Young doorbrak naar een groot publiek.
Op My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely laat Lola Young een net wat ander en wat mij betreft origineler geluid horen. Dat het geluid me zo aanspreekt is overigens best bijzonder, want My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely ligt op zich verder buiten mijn muzikale comfort zone dan het meest recente album van Lola Young.
De Britse muzikante draagt haar teksten in een aantal gevallen en zeker aan het begin van het album bijna voor en omringt zich bovendien met flink wat elektronica. Dat zou ik normaal minder moeten waarderen dan de soulvolle strot en de meer organische klanken waarmee Lola Young zich momenteel omringt, maar My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely heeft iets bijzonders of zelfs unieks.
Vooral met elektronica ingekleurde albums klinken vaak wat kil, maar het debuutalbum van Lola Young klinkt warm en avontuurlijk. De jonge Britse muzikante draagt op My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely inderdaad een deel van haar teksten voor, maar ze zingt zeker op het tweede deel van het album echt prachtig en laat ook, meer dan op haar vorig jaar verschenen album, een eigenzinnig geluid horen. Bij beluistering van My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely denk ik niet of nauwelijks aan Amy Winehouse, wat ik bij beluistering van This Wasn’t Meant For You Anyway wel doe.
Lola Young maakt op haar debuutalbum muziek die me normaal gesproken niet erg aanspreekt, maar het album heeft iets. Het heeft vast te maken met het zeer karakteristieke stemgeluid van de jonge muzikante uit Londen, maar ook in muzikaal opzicht prikkelt het album makkelijk de fantasie. Ik begrijp dan ook volkomen dat de Britse muziekpers in 2023 laaiend enthousiast was over het album, al heb ik daar toen niets van mee gekregen. Zelf ben ik inmiddels ook overtuigd van de kwaliteiten van Lola Young, die vooral op haar debuutalbum behoorlijk imponeert. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maya Delilah - The Long Way Round (2025) 4,5
30 maart 2025, 09:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maya Delilah - The Long Way Round - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maya Delilah - The Long Way Round
De jonge Britse muzikante Maya Delilah laat op haar debuutalbum The Long Way Round horen dat ze bulkt van het talent en maakt indruk als zangeres en als gitarist op een bijzonder smaakvol en gevarieerd album
Maya Delilah uit Londen beschikt over een stem die je heerlijk kan bedwelmen. Het is een warme stem met veel soul en jazz, waardoor de jonge Britse muzikante inmiddels is vergeleken met een aantal grote zangeressen. Maya Delilah kan niet alleen geweldig zingen, maar maakt op haar debuutalbum ook indruk als gitarist, zeker wanneer ze melodieuze solo’s uit haar gitaar tovert. The Long Way Round staat ook nog eens vol met uitstekende songs en het zijn songs die zich makkelijk over de grenzen van meerdere genres bewegen. Alle reden voor met name de Britse muziekpers om Maya Delilah een supertalent te noemen, wat ik na beluistering van haar debuutalbum zeker niet overdreven vind.
De Britse muzikante Maya Delilah, een voormalig leerling van de inmiddels fameuze BRIT school, die deze week debuteert met het album The Long Way Round, heeft het perfecte album gemaakt voor een mooie lentezondag. Het is een album met lome en soulvolle klanken en een stem die de ruimte vult met warmte. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en het wordt meer dan aangenaam wanneer Maya Delilah ook nog bijzonder fraai gitaarwerk toevoegt aan haar songs.
De pas 24 jaar oude muzikante uit Londen wordt inmiddels al een tijdje geprezen als zangeres, als songwriter en als gitarist en laat op haar debuutalbum horen dat dit niet overdreven is. The Long Way Round is verschenen op het prestigieuze Blue Note label, dat niet over één nacht ijs gaat en dat met Maya Delilah een supertalent heeft binnengehaald.
De Britse muzikante wordt meer dan eens vergeleken met Norah Jones en dat is een vergelijking die ik begrijp. Net als Norah Jones beschikt Maya Delilah over een bijzonder mooi en warm stemgeluid en ook de stem van de Britse muzikante gedijt uitstekend in songs met vooral invloeden uit de soul en de jazz. Invloeden uit de jazz spelen op The Long Way Round overigens een meer bescheiden rol dan op een aantal van de albums van Norah Jones, want invloeden uit de soul, de R&B en de pop domineren op het album.
The Long Way Round klinkt voor een belangrijk deel vertrouwd, tot Maya Delilah interessante gitaarakkoorden en gitaarsolo’s toevoegt aan haar songs en de Eric Clapton in zichzelf naar boven haalt. Met name de solo’s verwacht je niet in de muziek van Maya Delilah, maar op een of andere manier past het prachtig. Echt ontsporen doet het overigens nergens, waardoor het debuutalbum van de Britse muzikante vooral een loom en wat zwoel karakter houdt.
Daar is niets mis mee en zeker niet wanneer de songs zo smaakvol zijn als die op The Long Way Round. Er wordt met veel smaak en gevoel gespeeld op het album, waarvoor gelouterde muzikanten en producers werden ingeschakeld. De muzikanten die zijn te horen op het album zijn van hoog niveau en ook de zang van Maya Delilah is zeer smaakvol.
Ze beschikt over een stem die vooral wanneer de Britse muzikante wat zachter zingt vol schoonheid en verleidingskracht zit, maar het is ook een stem die in uiteenlopende genres uit de voeten kan en zowel soulvol, jazzy, folky, bluesy als funky kan klinken. Wanneer invloeden uit de funk worden toegevoegd klinkt Maya Delilah opeens als een protegé van Prince, overigens een van haar muzikale helden, maar zelf hoor ik haar toch liefst in de wat broeierige songs met vooral invloeden uit de soul, blues en de jazz, die domineren op het album. Maya Delilah zingt in deze songs niet alleen heel erg mooi, maar zingt bovendien met veel precisie en gevoel.
De jonge Britse muzikante schakelt bijna achteloos tussen genres, wat een uiterst veelzijdig album oplevert. Het is een album dat het zoals gezegd uitstekend doet een mooie zondag in de lente, maar The Long Way Round doet ook later op de avond wonderen en lijkt me een album voor alle seizoenen. Maya Delilah is op meerdere plekken genoemd als een van de muzikanten die we in de gaten moeten houden in 2025 en na beluistering van haar uitstekende debuutalbum begrijp ik dat helemaal. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lucy Dacus - Forever Is a Feeling (2025) 4,5
Alternatieve titel: Forever Is a Feeling: The Archives, 29 maart 2025, 10:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Dacus - Forever Is A Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Dacus - Forever Is A Feeling
Lucy Dacus levert na het prachtalbum van boygenius met Forever Is A Feeling alweer haar vierde soloalbum af en het prachtig geproduceerde, zeer persoonlijke en uiterst veelzijdige album is haar beste tot dusver
Direct vanaf de eerste noten van Forever Is A Feeling is duidelijk dat Lucy Dacus op haar vierde album nieuwe wegen in slaat. Het geluid op het album is meer gelaagd en veelzijdiger, de songs zijn persoonlijker en intiemer en de stem van Lucy Dacus klinkt mooier. Samen met topproducer Blake Mills tekent de Amerikaanse muzikante voor een prachtig geluid, dat haar songs voorziet van nog wat meer glans. Bijgestaan door een aantal gasten van naam en faam, onder wie uiteraard haar boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers, heeft Lucy Dacus een prachtalbum gemaakt, dat de lat hoog legt voor de andere vrouwelijke muzikanten uit de indie scene van het moment.
Lucy Dacus stond lange tijd wat in de schaduw van haar boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar met het deze week verschenen Forever Is A Feeling stapt de Amerikaanse muzikante wat mij betreft definitief uit de schaduw van haar medebandleden. Lucy Dacus heeft na de release van haar nieuwe album niet alleen meer soloalbums op haar naam staan dan Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar heeft bovendien een album afgeleverd waarop menig indie muzikant dit jaar de tanden stuk zal bijten.
Dat Lucy Dacus een geweldig album heeft gemaakt is op zich natuurlijk geen verrassing, want met No Burden (2016), Historian (2018) en Home Video (2021) leverde ze al drie geweldige albums af. Het zijn albums waarop ze zowel uit de voeten kon met ingetogen folksongs als met lekker stevige indierock, wat de albums voorzag van flink wat dynamiek.
De muziek van Lucy Dacus klonk in het verleden redelijk basic, maar op Forever Is A Feeling laat ze een wat voller en rijker geluid horen. Lucy Dacus produceerde haar nieuwe album samen met de geweldige muzikant en producer Blake Mills (Feist, Laura Marling, Jesca Hoop), die ook al schitterde op het vorige week verschenen album van Japanese Breakfast. Blake Mills heeft het album voorzien van een mooi maar ook avontuurlijk geluid, waarin steeds bijzondere klanken opduiken en waaraan af en toe fraaie strijkersarrangementen zijn toegevoegd.
De naam van Blake Mills is niet de enige grote naam op de gastenlijst, want ook Madison Cunningham, Phoenix Rousiamanis, Bartees Strange, Hozier en Melina Duterte (Jay Som) zijn te horen en uiteraard zijn ook boygenius collega’s Julien Baker en Phoebe Bridgers van de partij.
In muzikaal opzicht is Forever Is A Feeling wat mij betreft een stuk interessanter dan de vorige drie albums van Lucy Dacus en ook haar zang vind ik nog een stuk overtuigender. De stem van Lucy Dacus vond ik in het verleden minder dan die van Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar de zang op haar nieuwe album is echt heel mooi.
Lucy Dacus worstelde op haar eerste drie 'coming of age' albums nog vooral met het volwassen worden, maar op Forever Is A Feeling omarmt ze de liefde, die ze inmiddels deelt met haar boygenius collega Julien Baker, wat een aantal zeer persoonlijke beschouwingen oplevert.
Lucy Dacus werkte op haar vorige album Home Video al aan een meer eigen geluid en dit heeft ze gevonden op haar vierde album. Het album bevat een aantal behoorlijk vol klinkende songs, maar met een intieme folksong als For Keeps maakt de Amerikaanse muzikante net zo makkelijk indruk.
Lucy Dacus maakt ook op Forever Is A Feeling de indiepop en indierock van het moment, maar meer dan op haar vorige albums kunnen haar songs dit keer ook nostalgisch klinken. Het levert een verrassend veelkleurig album op, maar alle songs bevatten de karakteristieke handtekening van Lucy Dacus, die zich nog wat meer bloot geeft dan op haar vorige albums, wat van Forever Is A Feeling een intiem album maakt.
Het is een album dat enorm profiteert van het vakwerk van Blake Mills, die weer eens laat horen hoe belangrijk een goede producer is. Ik was al zeer gecharmeerd van de eerste drie albums van Lucy Dacus en zeker van haar vorige album Home Video, maar op Forever Is A Feeling zet de Amerikaanse muzikante wat mij betreft een enorme stap. Wat een prachtalbum. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lola Kirke - Trailblazer (2025) 4,5
28 maart 2025, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lola Kirke - Trailblazer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lola Kirke - Trailblazer
Lola Kirke klinkt iedere keer als ze nieuwe muziek uitbrengt weer net wat anders, maar op het prachtige Trailblazer heeft ze samen met topproducer Daniel Tashian haar wat mij betreft ultieme geluid gevonden
Als groot fan van Kacey Musgraves valt me op dat haar unieke geluid tot dusver nauwelijks invloed heeft op andere muzikanten. Dat verandert deze week met Trailblazer van Lola Kirke, die haar nieuwe album opnam met Kacey Musgraves producer Daniel Tashian en dat hoor je. Trailblazer heeft de aangename vibe die ook de albums van Kacey Musgraves kenmerkt en Lola Kirke is een uitstekende zangeres. Trailblazer omarmt nog wel wat steviger invloeden uit de country en dat klinkt echt bijzonder lekker. Ik was al erg enthousiast over de vorige albums van Lola Kirke, maar met dit geweldige album zou ze toch moeten kunnen doorbreken naar een veel groter publiek
Lola Kirke, de dochter van Simon Kirke, de drummer van 70s iconen Free en Bad Company, debuteerde in het voorjaar van 2018 met het uitstekende Heart Head West. Het is een album waarop Lola Kirke me meer dan eens deed denken aan Aimee Mann en dat is een van mijn favoriete singer-songwriters aller tijden. Vergeleken met Aimee Mann verwerkte Lola Kirke op haar debuutalbum flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, wat het album alleen maar aangenamer maakte.
Toen vier jaar later Lady For Sale verscheen hoopte ik op meer van hetzelfde, maar op haar tweede album maakte Lola Kirke muziek die deed denken aan de countrypop uit de jaren 90. Daar had ik in de jaren 90 echt niets mee, maar Lady For Sale vond ik uiteindelijk een geweldig album, al was het maar vanwege de krachtige stem van Lola Kirke, die gemaakt leek voor de countrypop op het album.
Vorig jaar verscheen de bijzonder aangename EP Country Curious, waarop Lola Kirke opeens weer klonk als een countryzangeres uit de jaren 70, compleet met een fraaie snik. Het kan dus alle kanten op bij de Amerikaanse muzikante, die deze week terugkeert met haar derde volwaardige album.
Als ik moet kiezen tussen de twee albums en de EP die Lola Kirke de afgelopen jaren maakte, kies ik uiteindelijk toch voor haar debuutalbum Heart Head West. Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat het deze week verschenen Trailblazer me meer doet denken aan het debuutalbum van Lola Kirke dan aan het countrypop album en de country EP die volgden.
Lola Kirke slaat echter ook dit keer weer andere wegen in, maar is zeker niet vergeten welke uitstapjes ze de afgelopen jaren heeft gemaakt. Trailblazer heeft een duidelijke country vibe, maar het is geen traditioneel countryalbum en geen puur countrypop album. Die country vibe hoor je terug in het geweldige snarenwerk op het album, maar ook de zang van Lola Kirke heeft een country feel.
Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal bijzonder lekker, maar het zit ook knap in elkaar, wat je goed hoort wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Met Trailblazer vindt Lola Kirke aansluiting bij de grote countryzangeressen van het moment en vooral bij degenen die niet vies zijn van uitstapjes naar omliggende genres.
Het doet me meer dan eens denken aan de muziek van Kacey Musgraves en dat is geen toeval, want Lola Kirke vertrouwde voor de productie van haar nieuwe album op de kunsten van Kacey Musgraves producer Daniel Tashian. Het zorgt er voor dat Trailblazer ook in productioneel opzicht een razend knap album is, maar de ster van het album is wat mij betreft Lola Kirke zelf.
De tegenwoordig in Nashville woonachtige muzikante zingt nog een stuk beter dan op haar vorige albums en is ook als songwriter gegroeid. Ze schrijft inmiddels prima teksten met de nodige humor, verbeeldingskracht en diepgang en tekent op Trailblazer voor tien direct memorabele songs, hier en daar geholpen door de beste songwriters uit Nashville.
Met Trailblazer schaart Lola Kirke zich wat mij betreft onder de smaakmakers in het genre en maakt ze de belofte van haar vorige albums meer dan waar. We zullen het dit jaar zeer waarschijnlijk zonder een nieuw Kacey Musgraves album moeten doen, maar Trailblazer van Lola Kirke is wat mij betreft een prima alternatief. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Liz Longley - New Life (2025) 4,0
28 maart 2025, 12:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Liz Longley - New Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Liz Longley - New Life
Voor een talentvolle singer-songwriter als Liz Longley zouden de platenmaatschappijen in de rij moeten staan, maar ook dit keer moest de Amerikaanse muzikante zelf haar boontjes doppen, wat wederom een prima album oplevert
Ik mis helaas zo af en toe een album van Liz Longley, die echt veel te weinig aandacht krijgt, maar New Life stond de afgelopen week gelukkig wel op de lijsten met nieuwe albums. Het is een album waarop de muzikante uit Nashville zowel met pop en rock als met Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan en in alles genres maakt ze indruk met uitstekende songs, fraaie klanken en een hele mooie stem. Net als het vorige album van Liz Longley is ook New Life een zeer veelzijdig album, maar het zit me geen moment in de weg, al vind ik de wat meer roots georiënteerde songs uiteindelijk het mooist. Hoogste tijd dat het talent van Liz Longley in bredere kring wordt opgemerkt.
Bijna precies tien jaar geleden ontdekte ik het titelloze album van de Amerikaanse muzikante Liz Longley. Het bleek een album van een verrassend hoge kwaliteit. Het in Nashville gemaakte album liet flink wat invloeden uit de countrymuziek horen, maar verwerkte ook absoluut invloeden uit de folk en de pop.
Liz Longley kon in Nashville een beroep doen op een aantal uitstekende muzikanten, waardoor het album prachtig klonk. De Amerikaanse muzikante maakte echter nog veel meer indruk met de kwaliteit van haar songs en vooral met haar bijzonder mooie stem. Vanwege het ontbreken van een titel ging ik er van uit dat het in 2015 verschenen album het debuutalbum van Liz Longley was, maar de aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston opgeleide muzikante bleek al een aantal albums op haar naam te hebben staan.
De muziek van Liz Longley krijgt tot dusver helaas niet heel veel aandacht, zeker niet in Nederland, waardoor ik een in 2016 verschenen album en een vorig jaar verschenen mini-album helaas heb gemist, maar ik was in 2020 wel zeer onder de indruk van het album Funeral For My Past, waarop Liz Longley haar vleugels uitsloeg. Het album kon binnen de Americana op een breed terrein uit de voeten, maar verwerkte ook flink wat invloeden uit de pop en de rock, waarmee de inmiddels in Nashville woonachtige muzikante zich definitief ontworstelde aan het predicaat countryzangeres.
De lijn van Funeral For My Past wordt doorgetrokken op het deze week verschenen New Life, waarop Liz Longley wederom laat horen dat ze met meerdere invloeden uit de voeten kan. New Life is bij vlagen, nog meer dan Funeral For My Past, een popalbum, maar het is een popalbum waarop Liz Longley haar muzikale verleden zeker niet verloochent.
New Life bevat een aantal 100% popsongs, maar het album biedt ook zeker ruimte aan de singer-songwriter Liz Longley. Ook bij beluistering van New Life valt op dat Liz Longley een uitstekende zangeres is, die net zo makkelijk indruk maakt met een ingetogen folksong als met een uptempo popsong.
Liefhebbers van Americana zullen New Life bij vlagen net wat teveel pop vinden, maar vinden op het album ook zeker een aantal songs die stevig in de smaak zullen vallen. Zelf kan ik zowel met pop als met roots uit de voeten en ook de afslag richting pop levert wat mij betreft een aantal prima songs op. Liz Longley is wat ouder dan de populaire popzangeressen van het moment en bezingt ook wat andere thema's, maar haar songs en haar zang zijn absoluut goed genoeg om ook een wat meer pop georiënteerd publiek aan te spreken.
Ik ga New Life niet vergelijken met het inmiddels tien jaar oude titelloze album van Liz Longley, want het zijn in meerdere opzichten en in ieder geval een deel van de songs twee flink verschillende albums. Wat de albums met elkaar gemeen hebben zijn de hoge kwaliteit van de songs, de prachtige instrumentatie en de geweldige zang. Ik vind de stem van Liz Longley persoonlijk het mooist in de net wat meer ingetogen en aan Amerikaanse rootsmuziek rakende songs, waarin ze echt excelleert, maar ook op de rest van het album is de zang echt heel goed.
Het blijft voor mij onbegrijpelijk en ook doodzonde dat een singer-songwriter met de kwaliteiten van Liz Longley steeds maar weer moet afwachten of iemand haar album wil uitbrengen en in de meeste gevallen zelf het benodigde geld bij elkaar moet krijgen. Het is gelukkig ook voor New Life weer gelukt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lilian Hak - RESET (2025) 4,0
27 maart 2025, 20:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lilian Hak - RESET - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lilian Hak - RESET
Het is heel lang stil geweest rond de Nederlandse muzikante Lilian Hak, maar deze week keert ze terug met RESET dat een veelkleurig en avontuurlijk geluid laat horen dat iets toevoegt aan alle muziek die er al is
De Nederlandse muzikante Lilian Hak maakte twintig jaar geleden twee uitstekende albums met toegankelijke maar ook spannende elektronische popmuziek. Hierna verloor ik haar uit het oog waardoor ik twee interessante albums heb gemist. Het deze week verschenen RESET heb ik gelukkig niet gemist, want ook het vijfde album van Lilian Hak is een hele mooie. Ook dit keer verwerkt de Nederlandse muzikante uiteenlopende invloeden in haar songs, die soms nostalgisch en filmisch klinken. In muzikaal opzicht zit het allemaal weer razend knap in elkaar en ook de zang van Lilian Hak is weer van hoog niveau. We hebben lang op RESET moeten wachten, maar het is wederom een indrukwekkend album.
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik RESET van Lilian Hak tegen. Het is een naam waarvoor ik even terug in de tijd moest, want in 2004 en 2006 was ik zeer te spreken over de eerste twee albums van de Nederlandse muzikante. Op Silence Feels Safe (2004) en Love's Victory March (2006) maakte Lilian Hak aanstekelijke maar ook avontuurlijke of zelfs experimentele elektronische popmuziek, die niet onder deed voor de muziek die in het buitenland in dit genre werd gemaakt.
Na deze twee albums kwam ik Lilian Hak alleen nog tegen op een album van de eveneens Nederlandse muzikante iET, die ik helaas ook wat uit het oog ben verloren. Ik had wat beter op moeten letten, want zowel van iET als van Lilian Hak verschenen sindsdien nog twee albums. Het zijn albums waar ik niet eens naar heb geluisterd en dat is zonde, want Lilian Hak maakte met Old Powder New Guns (2010) en Lust Guns & Dust (2013) twee interessante albums (naar die van iET ga ik nog luisteren).
Het zijn albums waarop de elektronica een stapje terug deed ten gunste van een filmisch geluid dat bij vlagen zeer nostalgisch klonk en hier en daar invloeden van soundtracks van Spaghetti westerns liet horen. Het zijn twee albums die een veel beter lot hadden verdiend. De kans op eerherstel komt met het deze week verschenen RESET, dat na een stilte van twaalf jaar is verschenen.
Het is goed dat Lilian Hak terug is, want ze heeft nog altijd veel te bieden. Ook op RESET laat ze een wat nostalgisch en met enige regelmaat ook filmisch geluid horen. Het is een geluid met in de openingstrack flink wat blazers, wat het album voorziet van soul. Het is slechts een van de vele invloeden die is te horen op het album, want ook invloeden uit de jazz, triphop en zeker ook de filmmuziek hebben hun weg gevonden naar het vijfde album van Lilian Hak en dat is nog lang niet alles.
De Utrechtse muzikante werkt op RESET met meerdere producers en flink wat gastmuzikanten en dat is te horen. Het album klinkt fantastisch en laat een spannend en veelkleurig geluid horen, dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen. Het is een persoonlijk album geworden waarop Lilian Hak zoekt naar rust in een chaotische wereld, waarin we op persoonlijk niveau wel een reset kunnen gebruiken (overigens niet de great reset uit onzinnige complottheorieën).
Het doet me af en toe denken aan de muziek van Portishead, zeker wanneer de ritmes belangrijk zijn, wat ook direct een compliment is voor de zang van Lilian Hak op het abum. De Nederlandse muzikante zingt vooral ingetogen, maar echt bijzonder mooi en met veel gevoel, hier en daar bijgestaan door de eerder genoemde iET.
Zeker in de meest ingetogen tracks, die vaak een kosmisch soulgeluid laten horen, is de stem van Lilian Hak bijzonder mooi en verdient overigens ook de muziek een groot compliment, want wat wordt er met veel precisie gespeeld op het album. Het organisch en vaak soulvolle klinkende RESET is echt mijlenver verwijderd van de muziek die ik zo’n twintig jaar geleden van Lilian Hak leerde kennen, maar ook dit keer hoor je haar talent en klasse. RESET is ook nog eens een album dat anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment, wat het nieuwe album van Lilian Hak nog wat knapper en bijzonderder maakt. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself (2025) 4,0
27 maart 2025, 15:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself
Het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Olivia Ellen Lloyd kreeg in 2021 helaas niet heel veel aandacht, maar de nog net wat betere opvolger Do It Myself verdient absoluut een beter lot
Het is nog altijd dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, waarin muzikanten uit Nashville net wat makkelijker de aandacht trekken. Olivia Ellen Lloyd komt uit New York en was ook voor het maken van haar tweede album op zichzelf aangewezen. Het levert wederom een uitstekend album op, want na Loose Cannon weet ook Do It Myself zich te onderscheiden binnen het enorme aanbod van het moment. Ook Do It Myself is weer een knap gemaakt rootsalbum met vooral invloeden uit de folk en de country, een aansprekend rootsgeluid, interessante en persoonlijke songs en een stem die alles nog een beetje verder optilt. Echt een talent deze muzikante uit New York.
Aan het begin van 2021 verscheen Loose Cannon, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Olivia Ellen Lloyd. Midden in de coronapandemie konden muzikanten niet veel anders doen dan albums uitbrengen, waardoor het aanbod destijds overweldigend was. Loose Cannon sneeuwde daarom helaas wat onder, maar zelf kwam ik het album in de zomer van 2021 alsnog tegen en raakte ik snel gecharmeerd van het album.
Olivia Ellen Lloyd kwam voor de afwisseling eens niet uit Nashville, maar uit New York, wat een net wat ander soort rootsalbum opleverde. De folk en country van Olivia Ellen Lloyd klonk op Loose Cannon zowel traditioneel als eigentijds en vooral de stem van de Amerikaanse muzikante sprak me enorm aan. Alle reden dus om enthousiast op te veren toen ik deze week de naam van Olivia Ellen Lloyd tegen kwam in de lijst met nieuwe albums.
Do It Myself is de opvolger van het debuutalbum van 2021 en het is wederom een uitstekend rootsalbum geworden. Het is een album dat gelukkig de aandacht heeft getrokken van de Amerikaanse muziekwebsite No Depression, een begrip onder liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, want verder lees ik helaas nog maar heel weinig over dit uitstekende album.
Do It Myself ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van het debuutalbum van Olivia Ellen Lloyd. De Amerikaanse muzikante integreert net wat traditioneler aandoende klanken uit de folk en de country met een wat eigentijdser geluid, waardoor het album zowel authentiek als fris klinkt.
Snareninstrumenten, waaronder de pedal steel, de viool en de mandoline, domineren in het geluid op het album, dat zowel ingetogen als wat steviger kan klinken. Ik heb ook dit keer weinig informatie over de muzikanten die zijn te horen op het album, maar het klinkt allemaal uitstekend.
Olivia Ellen Lloyd liet op haar debuutalbum al horen dat ze een uitstekend songwriter is en dat hoor je ook op haar nieuwe album. De songs op Do It Myself dringen zich makkelijk op en klinken vaak als songs die je al langer lijkt te kennen, wat iets zegt over het tijdloze karakter van de songs van de Amerikaanse muzikante.
Met de muziek en de songs is Do It Myself al een prima album, maar Olivia Ellen Lloyd schrijft ook teksten die ergens over gaan, met wederom een verloren liefde als centraal thema. Boven alles is Olivia Ellen Lloyd een geweldige zangeres. Ze beschikt over een mooi en zeker ook karakteristiek stemgeluid en het is een stemgeluid dat in ieder geval met mij iets doet.
De muzikante uit New York kan zowel krachtig als ingetogen zingen en zingt ook altijd met veel gevoel, wat goed past bij haar wat melancholische folk- en countrysongs. Er zit ook lekker veel vaart in haar songs en ook in de wat meer uptempo songs valt de zang van Olivia Ellen Lloyd in positieve zin op.
Ook dit keer heeft de Amerikaanse muzikante haar album zelf uitgebracht, wat het er allemaal niet makkelijker op maakt, maar het resultaat mag er zijn en verdient echt de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Olivia Ellen Lloyd moet het doen zonder de hulp van de machtige muziekindustrie in Nashville, maar ook op het uitstekende Do It Myself laat ze de muziek weer spreken en overtreft ze haar al zo goede debuutalbum. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Men I Trust - Equus Asinus (2025) 4,0
26 maart 2025, 11:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Men I Trust - Equus Asinus - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Men I Trust - Equus Asinus
De Canadese band Men I Trust heeft met haar nieuwe album Equus Asinus een zwoel, dromerig en verleidelijk album gemaakt dat zomaar de soundtrack kan worden van hele mooie en zorgeloze lentedagen
Men I Trust uit Montreal heeft al een aantal albums op haar naam staan, maar slaat op het deze week verschenen Equus Asinus een wat andere weg in. Het tempo ligt wat lager en de muziek van de Canadese band klinkt ook wat minder elektronisch. Invloeden uit de folk en de dreampop hebben aan terrein gewonnen en wat lome en dromerige klanken domineren. Het past uitstekend bij de stem van zangeres Emma Proulx, die het verleidelijke karakter van de muziek van Men I Trust nog wat verder versterkt. Ik had nog niet eerder geluisterd naar muziek van Men I Trust, maar Equus Asinus klinkt heerlijk, zeker in de aangename lentezon van het moment.
Op basis van de covert art zou ik Equus Asinus (de wetenschappelijke naam van de ezel) van Men I Trust zeker niet geselecteerd hebben voor een plekje op de krenten uit de pop, maar als de Amerikaanse muziekwebsite Paste enthousiast is over een album, moet ik toch op zijn minst even luisteren.
Het is sowieso niet de week van de mooie cover art, want ik heb deze week maar weinig covers gezien die ik ingelijst aan de muur zou willen hebben en een heleboel waar ik absoluut niet tegenaan zou willen kijken. Het is stiekem ook wel een voordeel van muziek luisteren via de streaming media platforms en toen ik het album via Spotify beluisterde beviel het me wel. Op datzelfde Spotify zag ik trouwens een kleine handvol albums van Men I Trust, een naam die bij mij echt geen belletje deed rinkelen.
Het heeft er vast mee te maken dat de andere albums van Men I Trust een stuk elektronischer en een stuk meer uptempo klinken dan het deze week verschenen Equus Asinus en zelfs in het hokje electropop worden geduwd. Dat is een hokje waarin het nieuwe album van Men I Trust zeker niet thuis hoort. In welk hokje het album wel thuis hoort is niet zo makkelijk te zeggen. De muziek van Men I Trust bevat hier en daar invloeden uit de dreampop, maar ook invloeden uit de zwoele softpop en de folk hebben hun weg gevonden naar het geluid van de band.
Men I Trust is overigens een drietal uit het Canadese Montreal dat bestaat uit Jessy Caron, Dragos Chiriac en Emmanuelle "Emma" Proulx. Ik heb de vorige albums van de band ook beluisterd en die klinken bij vlagen best aangenaam, maar het deze week verschenen nieuwe album van de band bevalt me een flink stuk beter. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Emma Proulx, die zacht en verleidelijk zingt. Het voorziet de muziek van Men I Trust van iets aangenaam zacht en lieflijks, wat het uitstekend doet in de inmiddels losgebarsten lente.
Nu zijn er momenteel wel heel veel zangeressen die zacht en lieflijk zingen, maar de stem van Emma Proulx is mooier dan gemiddeld en deed mij onmiddellijk smelten. De zang is een van de belangrijkste sterke punten van Equus Asinus, maar er valt absoluut meer te genieten op het album. In muzikaal opzicht maakt de Canadese band makkelijk indruk met dromerige klanken, die de stem van Emma Proulx nog net wat mooier uit laten komen.
Het zijn deels organische en deels elektronische klanken, maar het combineert allemaal prachtig. Het veelkleurige geluid van de synths valt op, maar ik heb ook wel wat met de mooie en zeer trefzekere baslijnen in de songs van Men I Trust. Het heeft af en toe een randje dreampop, maar Men I Trust laat zich door meerdere genres beïnvloeden en vermengt al deze invloeden in een bijzonder mooi geluid.
Het is een geluid dat ook wel wat Frans aandoet en een aantal decennia geleden zomaar door Serge Gainsbourg geproduceerd had kunnen zijn. Serge Gainsbourg had overigens ook wel raad geweten met de stem van Emma Proulx, zeker als ze in de track Girl (2025) uiteindelijk kiest voor het Frans, dat haar stem nog wat zwoeler en verleidelijker maakt. Equus Asinus van Men I Trust komt nog wat beter tot zijn recht wanneer je op een mooie lentedag in het gras gaat liggen met dit album door de koptelefoon. De wereld ziet er vervolgens opeens een flink stuk mooier uit. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cross Record - Crush Me (2025) 4,0
25 maart 2025, 17:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cross Record - Crush Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cross Record - Crush Me
Emily Cross heeft na het vorig jaar verschenen album van Loma haar project Cross Record weer opgepakt en heeft met Crush Me een wat experimenteel en ongrijpbaar, maar ook mooi en interessant album afgeleverd
Cross Record was in het verleden een project van Emily Cross en Dan Duszynski, die ook zijn toegetreden tot de band Loma, maar is op het deze week verschenen Crush Me alleen een project van Emily Cross. We kennen haar van de zang op de albums van Loma en ook op het nieuwe album van Cross Record maakt ze indruk met haar stem. Crush Me is een behoorlijk experimenteel album, dat absoluut tijd vraagt van de luisteraar. Emily Cross doet met haar project Cross Record nadrukkelijk haar eigen ding en dat levert sfeervolle maar ook ongrijpbare muziek op. Cross Record zal de populariteit van Loma niet gaan benaderen, maar Crush Me is zeker de moeite waard.
De naam Cross Record ken ik eigenlijk alleen dankzij de verhalen rond de albums van de Amerikaanse gelegenheidsband Loma. De albums van Cross Record vielen een jaar of vijf geleden zeer in de smaak bij Shearwater voorman Jonathan Meiburg. Hij was zo onder de indruk van de muziek van het toenmalige echtpaar Emily Cross en Dan Duszynski dat hij ze meenam op tournee met Shearwater en niet veel later de gelegenheidsband Loma formeerde.
Loma heeft inmiddels drie uitstekende albums op haar naam staan en lijkt momenteel actiever dan Shearwater en Cross Record. Deze week verscheen echter het vierde album van Cross Record, dat sinds het huwelijk van Emily Cross en Dan Duszynski op de klippen is gelopen alleen nog een project van eerstgenoemde is. Crush Me is voorzien van wat mij betreft weinig aansprekende cover art, maar de muziek van Cross Record, die ik volgens mij nog niet eerder had gehoord, valt me zeker niet tegen.
De mooie stem van Emily Cross kennen we van de albums van Loma en bepaalt voor een belangrijk deel ook het geluid van Cross Record. Met haar eigen project maakt Emily Cross wel muziek die een stuk experimenteler is dan de muziek van Loma. Het is muziek die niet makkelijk is te slijten aan een breed publiek en het realiseren van het album bleek dan ook een flinke worsteling.
De Amerikaanse muzikante verruilde Austin, Texas, voor het Britse Dorset en huurde vervolgens een appartement in Berlijn voor het opnemen van het album. Het proces verliep door een gebrek aan middelen uitermate moeizaam en toen het album eindelijk af was, leek het er op dat niemand het uit wilde brengen. Ik ben blij dat het uiteindelijk toch gelukt is, want Crush Me van Cross Record is een bijzonder album.
Ik begrijp overigens wel dat de platenmaatschappijen niet stonden te springen, want Crush Me is zeker geen makkelijk album. Emily Cross heeft lak aan de conventies van de toegankelijke popsong en laat de muzikanten die meewerkten aan het album flink experimenteren en improviseren. De muziek op het album is mooi en interessant, maar het valt niet altijd mee om de structuur te ontdekken.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van Emily Cross. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie en vaak fluisterzachte stem, maar net als de muziek op het album doet ook de stem van Emily Cross vooral haar eigen ding. Toch is Crush Me van Cross Record zeker geen ontoegankelijk album. De spannende en soms voorzichtig ontsporende klanken op het album zorgen voor een bijzondere sfeer en prikkelen uitvoerig de fantasie.
Het is absoluut zoeken naar een song met een kop en een staart, maar door de mooie zang van Emily Cross wordt deze song nooit helemaal uit het oog verloren. Door het lage tempo en de zachte zang is Crush Me van Cross Record een album waarbij het op een of andere manier makkelijk ontspannen is, al gebeurt er in muzikaal opzicht ook zo veel op het album dat je net zo makkelijk op het puntje van de stoel kunt blijven zitten.
Emily Cross zal met Loma ongetwijfeld succesvoller zijn dan met haar eigen project, maar Crush Me van Cross Record is een album dat het absoluut verdiend om gehoord te worden. En hou het niet bij één keer, want pas nu ik het album meerdere keren heb gehoord begin ik het langzaam maar zeker op de juiste waarde te schatten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ebba Åsman - When You Know (2025) 4,0
24 maart 2025, 20:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ebba Åsman - When You Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ebba Åsman - When You Know
Ebba Åsman is een Zweedse muzikante, die dankzij haar trombonespel inmiddels bekend is in de jazzwereld, maar die op haar nieuwe album When You Know laat horen dat ze ook in andere genres uit de voeten kan
Zonder een NTR documentaire die ik op een zondagmiddag tijdens het zappen toevallig tegen kwam had ik waarschijnlijk nooit gehoord van de Zweedse muzikante Ebba Åsman. Dankzij deze documentaire raakte ik verknocht aan haar debuutalbum en sindsdien volg ik haar. Het levert deze week met When You Know weer een nieuw album op. Ebba Åsman beperkte zich op haar debuutalbum tot haar trombone, maar op When You Know zingt ze ook en dat doet ze zeer verdienstelijk. Ebba Åsman vermengt op haar nieuwe album invloeden uit de jazz, soul, R&B en hiphop en vermengt deze invloeden in eigenzinnige maar ook zeer toegankelijke songs. Een mooie stap weer van deze talentvolle Zweedse muzikante.
Een jaar of zes geleden zag ik een documentaire over een piepjonge Zweedse muzikante, die aan de Rotterdamse muziekopleiding Codarts studeerde. De documentaire (overigens nog steeds te zien op NPO Start) vertelde niet alleen een mooi verhaal over een jonge ambitieuze muzikante, maar trok ook de aandacht met prachtige muziek, waarin de trombone van Ebba Åsman, want dat was de hoofdpersoon in de documentaire, centraal stond.
De muziek in de documentaire kwam van haar in 2019 verschenen debuutalbum Zoom Out, dat ik nog altijd met enige regelmaat beluister. Het is een instrumentaal jazzalbum en dat is zeker niet het soort album waar ik vaak naar luister, maar het prachtige trombonespel op het album doet iets met me en Zoom Out blijkt bovendien een album voor vele gelegenheden.
Ik ben Ebba Åsman sindsdien blijven volgen, wat in het voorjaar van 2023 het (mini-)album Be Free opleverde. Het is een album dat wat meer buiten de lijntjes van de jazz kleurde, een wat voller geluid liet horen en ook invloeden uit de soul en R&B bevatte. Het trombonespel van Ebba Åsman, inmiddels een professioneel muzikante, was ook op Be Free weer sfeerbepalend.
De Zweedse muzikante, die zich inmiddels weer in Zweden heeft gevestigd, keert deze week terug met When You Know, waarop ze volgende stappen zet. Ebba Åsman had van mij eindeloos albums als Zoom Out blijven maken, want dat is een album dat ik nog altijd intens koester, maar ook haar nieuwe stappen in de muziek zijn zeker interessant.
Ook op When You Know speelt de trombone een belangrijke rol, maar waar zang op Zoom Out geen rol van betekenis speelde en op Be Free slechts een zeer beperkte rol, laat Ebba Åsman op When You Know horen dat ze zich ook als zangeres heeft ontwikkeld. When You Know is een veelzijdig album, waarop invloeden uit de jazz worden gecombineerd met invloeden uit de soul, R&B en hiphop. Ebba Åsman verrast op haar derde album met lome beats, soulvolle klanken en zeer overtuigende vocalen en verrast bovendien met lekker in het gehoor liggende popsongs, die ook durven te experimenteren.
De Zweedse muzikante nam haar nieuwe album op in een cabin op het Zweedse platteland, terwijl de temperatuur buiten tot -30 daalde. Daar is niets van te merken op het album, want When You Know heeft een warm en soms zelfs wat broeierig geluid. De stem van Ebba Åsman speelt op haar nieuwe album een belangrijkere rol dan haar trombone, maar als ze haar trombone er bij pakt hoor je toch ook weer wat van de zo aangename en wat mij betreft magische sfeer op Zoom Out en Be Free.
De Zweedse muzikante was pas 18 jaar oud toen ze haar debuutalbum opnam en is de afgelopen zes jaar enorm gegroeid. When You Know laat een zelfverzekerde muzikante horen, die nadrukkelijk haar eigen ding doet en een geluid heeft ontwikkeld dat eigenzinnig klinkt, maar dat ook een groot publiek aan moet kunnen spreken.
Dat ik een enorm zwak heb voor het debuutalbum van Ebba Åsman zal inmiddels duidelijk zijn, maar ook When You Know bevalt me zeer, ook al is ook dit een album in een genre waar ik normaal gesproken niet vaak naar luister. Het was zes jaar geleden puur toeval dat ik aanraking kwam met de muziek van de Zweedse muzikante, maar Ebba Åsman is echt een groot talent, wat ook weer is te horen op het uitstekende When You Know, dat zich bij mij echt steeds meer opdringt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tamino - Every Dawn's a Mountain (2025) 4,5
24 maart 2025, 16:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tamino - Every Dawn's A Mountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tamino - Every Dawn's A Mountain
Every Dawn's A Mountain is vreemd genoeg mijn eerste kennismaking met de muziek van Tamino, maar het derde album van de Belgisch-Egyptische muzikant heeft een verpletterende indruk gemaakt
Tamino dook een paar jaar geleden op met de prachtige single Habibi en is sindsdien de wereld aan het veroveren. Het was me helemaal ontgaan, maar na eerste beluistering van zijn derde album Every Dawn's A Mountain ben ik helemaal bij de les. Het derde album van Tamino klinkt soms als een singer-songwriter album van een hele tijd geleden, maar het is ook een uniek klinkend album, al is het maar vanwege het veelvuldig gebruik van de oed op het album. Every Dawn's A Mountain wordt een volkomen uniek album door de stem van de Belgisch-Egyptische muzikant. Het is een stem die van alles met je doet en die, zeker ook in combinatie met de prachtige muziek, tien songs lang schittert.
Ook als je denkt dat je de ontwikkelingen in de popmuziek heel goed bij houdt mis je helaas wel eens wat. Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot deze week echt nog nooit van Tamino had gehoord. Dat is best bijzonder, want de Belgisch-Egyptische muzikant debuteerde een jaar of negen geleden, bracht met Amir (2018) en Sahar (2022) twee uitvoerig geprezen albums uit en werd vergeleken met muzikanten die ik echt heel hoog heb zitten, onder wie Jeff Buckley en Radiohead.
Ook het deze week verschenen Every Dawn's A Mountain stond oorspronkelijk niet op mijn lijstje en kwam er pas op nadat ik het album bij toeval hoorde in een lokale platenzaak. Inmiddels heb ik alle drie de albums van Tamino beluisterd en ben ik diep onder de indruk van zijn muziek. Amir en Sahar zijn in muzikaal opzicht fascinerende albums, staan vol met prachtige songs en worden vervolgens mijlenver opgetild door de geweldige stem van de Belgisch-Egyptische muzikant.
Op Amir en Sahar moet ik misschien later nog eens terug komen, want deze week gaat alle aandacht uit naar Every Dawn's A Mountain. Tamino verruilde Antwerpen een paar jaar geleden voor Amsterdam, maar heeft zich inmiddels gevestigd in New York. Zijn nieuwe album werd opgenomen in Brussel, New Orleans en New York, maar kwam vooral ‘on the road’ tot stand.
Tamino schreef de songs voor zijn nieuwe album met de oed, een twaalfsnarig instrument dat uit het Midden-Oosten stamt, en het geluid van dit bijzondere instrument speelt ook een centrale rol op Every Dawn's A Mountain. Het zorgt er voor dat het album anders klinkt dan andere albums in het genre.
De muziek van Tamino is in het verleden zoals gezegd vergeleken met de muziek van Jeff Buckley en dat begrijp ik wanneer ik luister naar de songs op het nieuwe album van de Belgisch-Egyptische muzikant. De songs van Tamino hebben een verrassende intimiteit, maar het zijn ook meeslepende songs. Het zijn songs die worden gedragen door een stem die je teder omarmt maar ook ruw bij de strot kan grijpen. Wat mij betreft hebben de songs van Tamino echter een uniek karakter en doe je hem met geen enkele vergelijking recht.
Every Dawn's A Mountain bevat een aantal sobere songs met de oed als basis, maar de songs van Tamino kunnen ook worden verrijkt met stevig aangezette strijkers, wat zijn songs voorziet van vaart en dramatiek. Atmosferische klanken, fraaie koortjes en een prachtig duet met Mitski voegen nog wat extra glans toe aan de fraaie klanken op het album.
De muziek is echt prachtig, maar ik vind de stem van Tamino nog een stuk indrukwekkender. De zang op Every Dawn's A Mountain varieert in kracht en tempo en steeds als je denkt dat de grenzen van het enorme bereik van de stem van Tamino wel zijn bereikt doet hij er nog een schepje bovenop. De muzikant uit New York klinkt af en toe als een singer-songwriter uit een ver verleden, maar Every Dawn's A Mountain is ook een album dat overloopt van hedendaagse urgentie.
Tien songs lang maakt Tamino diepe indruk met prachtige persoonlijke songs, met muziek die zich als een warme deken om je heen slaat en met een stem die je voorgoed wilt koesteren. Ik schaam me diep dat ik de muziek van Tamino tot dusver niet had opgemerkt, maar het voordeel is dat ik er opeens drie fantastische albums bij heb. Van deze albums vind ik het zeer sfeervolle Every Dawn's A Mountain vooralsnog het mooist, maar ook Amir en Sahar zullen zonder enige twijfel uitgroeien tot persoonlijke favorieten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cat Power - Moon Pix (1998) 4,5
23 maart 2025, 21:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cat Power - Moon Pix (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cat Power - Moon Pix (1998)
Cat Power maakte in 1995 en 1996 drie albums die nauwelijks werden opgemerkt, maar met het ruwe en intense Moon Pix zette zichzelf in 1998 op de kaart als een bijzondere en zeer talentvolle singer-songwriter
Halverwege de jaren 90 raakte ik langzaam maar zeker steeds meer geïnteresseerd in vrouwelijke singer-songwriters. Tussen mijn favoriete albums van vrouwelijke singer-songwriters uit dit decennium zit zeker Moon Pix van Cat Power. Het was het eerste album van het alter ego van Chan Marshall dat ik beluisterde en ik vind het nog altijd haar beste album. Moon Pix is ongepolijst en soms wat stekelig, maar het is ook een intiem en emotievol album, waarop Chan Marshall op bijzondere wijze de singer-songwriter in zichzelf ontdekt. Het oeuvre van de Amerikaanse muzikante is helaas wat wispelturig, maar het intense en indringende Moon Pix is en blijft een prachtig album.
De Amerikaanse muzikante Chan Marshall, beter bekend onder de naam Cat Power, leverde in 2018 met Wanderer een van haar beste albums tot dat moment af. Het is een album dat verscheen na een stilte van zes jaar en dat volgde op twee net wat mindere albums.
Sindsdien ben ik helaas niet volledig overtuigd van de productie van Chan Marshall, want sinds Wanderer hebben we het moeten doen met een aardig tussendoortje met covers en een remake van het legendarische concert dat Bob Dylan in 1966 gaf in de Londense Royal Albert Hall. Het is het concert dat de boeken in is gegaan als het concert waarin Bob Dylan door iemand in het publiek Judas werd genoemd, al was dat feitelijk een paar dagen eerder in Manchester. Chan Marshall eert de oude meester op zich op fraaie wijze, maar uiteindelijk heb ik maar één keer geluisterd naar het meest recente album van Cat Power.
Hoe anders was het in 1998, toen ik haar album Moon Pix ontdekte. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van Cat Power, maar het was al haar vierde album. Moon Pix was wel het album waarmee Chan Marshall doorbrak naar een groter publiek en waarop ze zich voor het eerst als folky singer-songwriter manifesteerde. Ik vind het nog altijd haar beste album, al heb ik ook wel wat met het eerder genoemde Wanderer en met het soulvolle en wat meer gladgestreken The Greatest uit 2006.
Op Moon Pix klinken de songs van Cat Power nog een stuk ruwer en stekeliger en hoewel ik dat niet altijd aansprekend vind pakt het op het vierde album van Cat Power echt geweldig uit. Chan Marshall nam haar vierde album op in Australië en werd onder andere bijgestaan door twee leden van The Dirty Three (gitarist Mick Turner en drummer Jim White).
Moon Pix is een album zonder opsmuk. Je hoort vooral de akoestische of elektrische gitaar, een subtiele ritmesectie en hier en daar een fluit. De sobere instrumentatie staat volledig in dienst van de zang van Chan Marshall. Het is een zang die in 1998 ook wel gemengde reacties opriep en in mijn omgeving had destijds echt niemand iets met de stem van Chan Marshall.
Zelf was ik direct gecharmeerd van de wat ongepolijste maar ook mooie en emotievolle zang van Chan Marshall, die ook perfect past bij de even ongepolijste muziek op het album. Ook de songs van Cat Power op Moon Pix spraken me in 1998 onmiddellijk aan en zijn me nog steeds dierbaar.
Het verhaal achter het album is ook mooi. Chan Marshall schreef de meeste songs voor het album in één nacht, nadat ze was ontwaakt uit een buitengewoon heftige en zeer beangstigende nachtmerrie. Het heeft gezorgd voor een serie zeer intense songs. Het zijn songs die zoals gezegd wat ongepolijst kunnen klinken, maar de songs op Moon Pix hebben ook een bijzondere ruwe schoonheid.
Ik had om onduidelijke redenen al lang niet meer naar Moon Pix geluisterd, maar ben sinds kort weer helemaal in de ban van het album dat in 1998 zoveel impact had en dat een van de albums was die mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters hebben aangewakkerd. De laatste jaren valt de muziek van Cat Power me toch wat tegen, maar ze heeft ook een aantal geweldige albums op haar naam staan, met wat mij betreft het beangstigend intense Moon Pix als onbetwist hoogtepunt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women) (2025) 5,0
22 maart 2025, 10:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women)
Michelle Zauner’s Japanese Breakfast keert bijna vier jaar na het prachtige Jubilee terug met For Melancholy Brunettes (& sad women), dat een duidelijk ander, maar wederom wonderschoon geluid laat horen
Ik vond het in 2021 verschenen Jubilee van Japanese Breakfast in eerste instantie een wat tegenvallend album, maar uiteindelijk groeide het uit tot een van mijn favoriete albums van dat jaar. Het deze week verschenen For Melancholy Brunettes (& sad women) wist me daarentegen onmiddellijk te betoveren. Michelle Zauner kiest op het nieuwe album van Japanese Breakfast voor een meer ingetogen geluid dat op bijzondere wijze is versierd met weelderige arrangementen die soms sprookjesachtig aan doen. Het is een geluid waarin de stem van Michelle Zauner nog wat beter tot zijn recht komt. De bijzonder mooie productie van topproducer Blake Mills is de kers op de taart. Prachtalbum.
Met Jubilee maakte Japanese Breakfast in de zomer van 2021 wat mij betreft een van de allerbeste albums van dat jaar, wat een top 3 notering in mijn jaarlijstje opleverde. Het derde album van Michelle Zauner leek op het eerste gehoor misschien vooral een feelgood popalbum, dat wat minder avontuurlijk klonk dan de twee albums die er aan vooraf gingen, maar de songs van de muzikante met zowel Amerikaanse als Zuid-Koreaanse wortels bleken over te lopen van de goede ideeën en verrassende invloeden.
Ik raakte nog wat meer onder de indruk van Michelle Zauner toen ik haar boek Crying in H Mart: A Memoir had gelezen, waarin ze fraai uiting geeft aan de worstelingen die ze heeft gehad met haar deels Amerikaanse en deels Zuid-Koreaanse identiteit. Michelle Zauner heeft ons geduld sinds de zomer van 2021 helaas stevig op de proef gesteld, maar deze week keert ze terug met For Melancholy Brunettes (& sad women).
Met tien songs en maar net een half uur muziek is het album aan de korte kant, maar de muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania, heeft wederom vakwerk afgeleverd. Waar Jubilee bijna vier jaar geleden vooral koos voor pop, opent For Melancholy Brunettes (& sad women) voor een meer ingetogen geluid. Opener Here Is Someone is een folky track, maar het is wel een folky track die rijkelijk is versierd met orkestraties.
Het levert een wat sprookjesachtig geluid op en het is een geluid dat uitstekend past bij de mooie stem van Michelle Zauner, die wat meer ingetogen zingt dan op haar vorige albums. Het geluid van de openingstrack wordt doorgetrokken in het eveneens prachtige Orlando In Love, dat ook opvalt door prachtige klanken van onder andere flink wat strijkers. Het is een geluid dat terugkeert in de meeste tracks op het album.
Wat direct opvalt bij beluistering van For Melancholy Brunettes (& sad women) is dat Michelle Zauner, die voor het eerst koos voor een professionele studio, dit keer veel meer aandacht heeft besteed aan de productie. Het album klinkt niet alleen bijzonder mooi, maar laat ook een gelaagd geluid horen vol bijzondere details. Het verraadt de hand van een producer van naam en faam en dat blijkt ook te kloppen, want niemand minder dan Blake Mills (Feist, Laura Marling, Jesca Hoop) produceerde het nieuwe album van Japanese Breakfast.
For Melancholy Brunettes (& sad women) laat net als de vorige albums van Japanese Breakfast invloeden uit de jaren 80 horen en is niet vies van hier en daar wat donkere klanken, maar door de weelderige arrangementen klinkt de muziek van Michelle Zauner soms wat weemoedig maar geen moment deprimerend.
Michelle Zauner en Blake Mills tekenen voor het grootse deel van de muziek op het album, maar de gelouterde producers wist ook werelddrummers als Matt Chamberlain en Jim Keltner naar de studio in Los Angeles te halen, wat nog wat extra glans toevoegt aan het zo mooie geluid.
For Melancholy Brunettes (& sad women) klinkt totaal anders dan de terecht zo bejubelde voorganger Jubilee, maar ik vind het meer ingetogen en prachtig ingekleurde geluid van Japanese Breakfast, dat op zich net wat beter in mijn muzikale straatje past, minstens net zo mooi als de aanstekelijke en avontuurlijke pop op het vorige album.
Michelle Zauner bewees met Crying in H Mart: A Memoir al dat ze uitstekend kan schrijven en ook de teksten op For Melancholy Brunettes (& sad women) zijn van hoog niveau. Michelle Zauner heeft ons lang laten wachten op de opvolger van Jubilee, maar maakt ook met haar vierde album weer diepe indruk. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Toria Wooff - Toria Wooff (2025) 4,5
21 maart 2025, 15:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Toria Wooff - Toria Wooff - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Toria Wooff - Toria Wooff
Er zijn momenteel zoveel jonge vrouwelijke singer-songwriters dat een nieuw album makkelijk tussen wal en schip valt, maar dat mag wat mij betreft niet gebeuren met het wonderschone debuutalbum van Toria Wooff
Luister naar het debuutalbum van de Britse muzikante Toria Wooff en je waant je zo af en toe in de jaren 70, al is het niet direct duidelijk of je op het Britse platteland, in de Laurel Canyon bij Los Angeles of in Nashville bent. Toria Wooff kan uitstekend uit de voeten met ingetogen Britse folk, maar ze kan ook in andere genres uit de voeten en beschikt bovendien over het vermogen om genres te blenden. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en ook de songs van Toria Wooff zijn uitstekend, maar de meeste indruk maakt ze wat mij betreft toch met haar stem. De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters is overvol, maar Toria Wooff zou ik niet laten zitten.
Ik denk vaak dat ik wel even genoeg albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters heb gehoord, maar dan duikt er toch weer een album op dat onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt. Het gebeurde me deze week met het titelloze debuutalbum van de Britse muzikante Toria Wooff.
Het is een album dat opent met muziek die herinnert aan de Britse folk uit de jaren 70, maar naarmate de openingstrack vordert verschiet de muziek van Toria Wooff van kleur. De sobere klanken waarmee deze openingstrack opent worden verruild voor een veel voller klinkend geluid en ook de stem van Toria Wooff klinkt opeens anders, tot de track weer klein en folky eindigt.
Toria Wooff begint op haar album wel vaker met stemmige akoestische gitaarakkoorden en een mooie stem die gemaakt lijkt voor ingetogen folksongs, maar de Britse muzikante uit Lancashire laat zich niet beperken door de conventies van de folk van lang geleden. Het is knap hoe ze haart songs steeds weer op subtiele wijze een andere kant op weet te duwen. Wanneer een pedal steel opduikt maakt Toria Wooff opeens countrymuziek, met zang die bij dit genre past, maar het kan ook andere kanten op.
De Britse muzikante blijft ver verwijderd van de indiepop van dit moment, want er zitten altijd wel wat invloeden uit de folk of de country in haar songs. Het zijn songs die altijd opvallen door bijzonder mooie muziek. In deze muziek vallen de prachtige bijdragen van gitaren op, maar ook de pedal steel, de trompet en de strijkers zorgen er voor dat het debuutalbum van Toria Wooff song na song de aandacht trekt met bijzonder mooie klanken, waarbij ook de bijdragen van keyboards en orgels niet mogen worden vergeten.
Ik heb wel wat met de uiterst ingetogen klanken op het album, maar ook als het geluid langzaam maar zeker voller wordt, valt de muziek op het album in positieve zin op. Het is knap hoe Toria Wooff haar stem laat aansluiten op de muziek, want ze kan echt prachtig ingetogen zingen, maar ook als de vollere klanken meer kracht van haar stem vragen blijft ze makkelijk overeind.
Soms klinkt het debuutalbum van Toria Wooff typisch Brits, maar het kan ook veel Amerikaanser klinken, waarbij het zowel de kant van de Laurel Canyon als de kant van Nashville op kan gaan. Toria Wooff schakelt op intrigerende wijze tussen uiterst ingetogen en net wat vollere klanken en tussen verschillende genres, maar de Britse muzikante beweegt zich ook op fascinerende wijze door de tijd. Haar debuutalbum heeft meer dan eens een duidelijke jaren 70 feel, maar kan ook verrassend eigentijds klinken.
Het nadeel van deze diversiteit in de songs van Toria Wooff kan zijn dat haar muziek bij liefhebbers van alle genres die ze bestrijkt tussen wal en schip valt. Zelf denk ik dat het debuutalbum van Toria Wooff bij al deze groepen in de smaak moet kunnen vallen. Het eerste album van Toria Wooff is een prachtig ingetogen folkalbum, een sfeervol countryalbum en een tijdloos singer-songwriter album.
Het is een album dat hier en daar het etiket (indie)pop opgeplakt heeft gekregen, maar dat is niet terecht. Ik zou het album zelf een folkalbum of een rootsalbum noemen, maar met slechts één etiket doe je dit uitstekende debuutalbum tekort. Ik lees nog bedroevend weinig over het debuutalbum van Toria Wooff, maar dit is echt een hele mooie. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Weaving - Webs (2025) 4,0
21 maart 2025, 13:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Weaving - Webs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Weaving - Webs
Het ene moment waan je je in een film van David Lynch, het volgende moment in de jaren 50, in de jaren 80 of toch weer in het heden, wat van Webs van Weaving een interessant en bijzonder album maakt
Webs is mijn eerste kennismaking met de muziek die de Amerikaanse Derek Weaving maakt onder de naam Weaving en het is een kennismaking die naar meer smaakt. De muziek van de muzikant uit Brooklyn is niet eens zo makkelijk te omschrijven. Het is muziek die deels past in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar die er vervolgens invloeden uit een aantal decennia popmuziek bij sleept. Die invloeden gaan terug tot de jaren 50, maar toch klinkt Webs zeker niet gedateerd. Webs is een album dat anders klinkt, maar het is ook een album met een serie uitstekende songs, die ook nog eens prachtig worden uitgevoerd. Een interessante ontdekking wat mij betreft.
Weaving is een project van de Amerikaanse muzikant Derek Weaving, die deze week debuteert met het album Webs. Mijn eerste kennismaking met de muziek van Weaving was de single Moon en dat is een single die makkelijk de aandacht trekt. De muzikant uit Brooklyn maakt in Moon muziek die vooral lijkt geïnspireerd door muziek uit de jaren 50 en 60. Dat zit hem vooral in de muziek, maar ook de zang van Derek Weaving doet wat nostalgisch aan.
De single krijgt een uniek eigen karakter door de bijzondere vrouwenstemmen die worden toegevoegd. Het is een single die perfect gepast zou hebben op de soundtrack van de eerste seizoenen van Twin Peaks, maar ook in iedere andere film of serie van David Lynch zou Moon niet hebben misstaan. Het heeft af en toe ook wel wat van de muziek van The Handsome Family en dat is een naam die vaker opkomt bij beluistering van Webs.
Op het debuutalbum van Weaving maakt Derek Weaving muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar net als de muziek van The Handsome Family maakt Weaving muziek die op een of andere manier uit een andere tijd lijkt te komen. Dat heeft alles te maken met de wat nostalgisch aandoende klanken op het album, al is Webs in veel opzichten niet eens zo heel ver verwijderd van veel eigentijdser klinkende singer-songwriter albums.
Zeker wanneer de pedal steel een voorname rol speelt, en dat is in flink wat tracks het geval, is Webs een heerlijk klinkend Amerikaans rootsalbum, dat door de inzet van net wat meer keyboards, accenten van vrouwenstemmen en een liefde voor muziek uit de jaren 50 en 60 ook een origineel geluid laat horen. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan de vroege albums van M. Ward, maar als je me zou vertellen dat Webs een obscure parel uit de jaren 50 is zou ik het ook geloven.
Derek Weaving is niet vies van flink wat melancholie in zijn songs en die melancholie past ook wel bij zijn stem, die niet is gemaakt voor vrolijke meezingers. Zeker wat later op de avond doet Webs wonderen en zeker wanneer de zangeressen invallen waan je je in een andere tijd.
Ik luister niet heel vaak naar het soort muziek dat wordt gemaakt op Webs van Weaving, maar sinds ik het album voor het eerst hoorde ben ik stiekem wel een beetje verslaafd geraakt aan de nostalgische en melancholische songs van de muzikant uit Brooklyn. Het is een album dat interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. Dan hoor je dat zowel de muziek op het album, met een hoofdrol voor gitaren en de pedal steel, en de zang op Webs heel mooi zijn. Je hoort bovendien dat Derek Weaving mooie en interessante songs schrijft.
Het zijn songs die in eerste instantie vooral uit de jaren 50 en 60 leken te komen, maar Webs heeft ook zeker een jaren 80 vibe en misstaat bovendien niet in het heden. Webs is een sfeervol en stemmig album dat het uitstekend doet op de nog koude en donkere avonden van het moment, maar ook in de lentezon doet het album het verrassend goed.
Webs van Weaving klinkt af en toe als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het album klinkt ook verrassend consistent. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet bang zijn voor een bijzondere twist hebben er met Webs van Weaving een interessant album bij. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Moreish Idols - All in the Game (2025) 4,0
20 maart 2025, 15:46 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Moreish Idols - All In The Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Moreish Idols - All In The Game
Moreish Idols is het zoveelste nieuwe Britse bandje dat een link heeft met producer Dan Carey, maar op haar debuutalbum All In The Game laat de band een origineel geluid met een aantal verrassende invloeden horen
De Britse band Moreish Idols heeft zich op haar debuutalbum onder andere laten beïnvloeden door invloeden uit de Canterbury scene en dat zijn invloeden die niet al te vaak meer te horen zijn. Het zorgt er voor dat All In The Game anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De Britse band laat zich door veel meer beïnvloeden en laat een geluid horen dat zowel opwindend als rustgevend kan klinken. Het is een mooie tegenstelling die er voor zorgt dat het debuut van Moreish Idols het ene moment muziek bevat waarbij het heerlijk wegdromen is, waarna je het volgende moment weer op het puntje van je stoel zit. Het is een album waar wat mij betreft best wel wat drukker over gedaan mag worden.
De Britse producer Dan Carey begon ongeveer tien jaar geleden met de nodige ambitie het platenlabel Speedy Wunderground, dat sindsdien aardig aan de weg timmerde. Dan Carey timmerde nog veel steviger aan de weg als producer van albums van onder andere Kae Tempest, Bat For Lahes, Goat Girl, Fontaines D.C., Caroline Polachek, Wet Leg en Squid en is inmiddels een van de meest gevraagde producers van het moment.
De producer is ook van de partij op het debuutalbum van de Britse band Moreish Idols, die onderdak heeft gevonden bij het Speedy Wunderground label. Ik kwam de naam van de band tegen in de week van de release van All In The Game, dat op de website waarvan ik de naam ben vergeten het label postpunk kreeg opgeplakt. Omdat ik ben uitgekeken op alles dat de huidige postpunk golf heeft voortgebracht liet ik het album liggen, maar het debuutalbum van Moreish Idols heeft maar zeer zelden iets met postpunk te maken.
De muziek van de band uit Londen bevat in een enkele track misschien wel wat invloeden uit de postpunk, maar invloeden uit het genre spelen op All In The Game zeker geen voorname rol. Het is niet eens zo makkelijk om aan te geven welke invloeden dan wel een belangrijke rol spelen op het album.
Af en toe heeft het wel wat van de muziek die in de jaren 70 in de Canterbury scene werd gemaakt door bands als Caravan. In deze Canterbury scene werden invloeden uit de jazz, (prog-)rock en psychedelica vermengd tot een uniek geluid. Het is een geluid dat invloed heeft gehad op het geluid van Moreish Idols, dat echter ook wel raakt aan het geluid van bands van het moment als Black Country, New Road en Black Midi.
De muziek van Moreish Idols klinkt het opwindendst wanneer wat tegendraadse bijdragen van de saxofoon een voorname rol spelen, maar de muziek van de band uit Londen kan ook verrassend gezapig klinken. Aangenaam gezapig overigens, want ik ben zeer gecharmeerd van All In The Game.
Zeker wanneer de band een redelijk ingetogen en wat loom geluid neerzet zijn invloeden uit de jaren 70 belangrijker dan invloeden uit het heden. In dit geluid domineren fraaie gitaarakkoorden, die de muziek van de band ook een folky karakter geven. Het wordt gecombineerd met een wat psychedelisch spelende ritmesectie, jazzy saxofoonspel en synths die juist weer doen denken aan de progrock uit vervlogen tijden met hier en daar een vleugje uit de Berlijnse periode van Bowie. Het vloeit fraai samen met wat dromerige zang en op zijn tijd mooie harmonieën.
Omdat ik hectische postpunk met een irritante praatzanger had verwacht werd ik totaal verrast door de ingetogen en vaak wat dromerige klanken van Moreish Idols. All In The Game is sindsdien een graag geziene gast in de cd speler, zeker als ik even behoefte heb aan rust. Het betekent overigens zeker niet dat de muziek van de Britse band saai is, want het tempo wordt ook wel degelijk opgevoerd op het album, dat zich dan opeens beweegt richting de hoogtijdagen van een band als Pavement.
All In The Game heeft er overigens ook voor gezorgd dat ik me weer wat verdiept heb in de muziek van de inmiddels bijna vergeten Canterbury scene, wat een bonus is. Alles waar Dan Carey zijn naam onder zet wordt momenteel groot en wat mij betreft gebeurt dit ook met Moreish Idols, dat een aangenaam maar ook interessant klinkend album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Caylee Hammack - Bed of Roses (2025) 3,5
19 maart 2025, 15:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caylee Hammack - Bed Of Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caylee Hammack - Bed Of Roses
De Amerikaanse muzikante Caylee Hammack vertelt op haar tweede album Bed Of Roses mooie verhalen en vertolkt ze met hart en ziel met een krachtige stem en muziek die ook buiten de lijntjes van de countrypop kleurt
Bed Of Roses klinkt op het eerste gehoor een beetje als de country(pop) albums die in de jaren 90 of aan het begin van dit millennium werden gemaakt. Daar was ik niet altijd gek op, maar het tweede album van Caylee Hammack is ook een album waarover je niet te snel moet oordelen. De zang op het album is soms wat zwaar aangezet, maar Caylee Hammack is ook een prima zangeres. In muzikaal opzicht klinkt het soms wat mainstream, maar de muzikanten op het album leveren ook vakwerk. Caylee Hammack toont zich bovendien een prima songwriter, die de hoofdstukken uit haar gelijktijdig verschenen boek heeft vertaald naar een serie aansprekende songs.
Bed Of Roses van Caylee Hammack krijgt vooral zeer positieve recensies, maar zelf was ik niet direct overtuigd van het album. Het is een album dat ik zelf zou omschrijven als countrypop en daar ben ik zeker niet vies van. Het is bovendien countrypop die bestaat uit meer country dan pop, dus ook in dat opzicht zou het album me aan moeten spreken. Bij eerste beluistering vond ik Bed Of Roses echter wat mainstream klinken en bovendien had ik wat moeite met de krachtige stem van Caylee Hammack.
Het zijn twee dingen waar ik kennelijk aan moest wennen, want nu ik het tweede album van Caylee Hammack meerdere keren heb gehoord vind ik het mainstream gehalte van Bed Of Roses wel meevallen en ook de stem van de Amerikaanse muzikante bevalt me inmiddels een stuk beter.
Bed Of Roses is een wat ander countrypop album dan de albums die ik de afgelopen twee jaar heb omarmd in het genre en zit wat dichter aan tegen de albums die in de jaren 90 en 00 werden gemaakt in het genre. Bed Of Roses is een typisch Nashville countrypop album, maar het is er een die ook liefhebbers van wat traditioneler aandoende country varianten zal bevallen.
Bed Of Roses is een bijzonder album, want het verscheen samen met een boek dat Caylee Hammack schreef met de Amerikaanse schrijfster Carolyn Brown. Het is een boek dat ‘coming of age’ als centraal thema heeft en dat is een thema dat het goed doet binnen de countrymuziek. Het album volgt de hoofdstukken van het boek en kan met een beetje worden gezien als de soundtrack bij het boek.
Ik had eerlijk gezegd nog niet eerder van Caylee Hammack gehoord, maar er is hoorbaar veel geld gestoken in Bed Of Roses. De Amerikaanse muzikante kon een beroep doen op een dozijn songwriters en wist bovendien prima muzikanten en ervaren producers (Dann Huff en John Osborne) te strikken voor haar tweede album.
Bed Of Roses klinkt met enge regelmaat als een typisch Nashville countrypop album, maar Caylee Hammack doet ook haar eigen ding. In muzikaal opzicht kan het meerdere kanten op, waardoor het album zich ook met enige regelmaat ver buiten de vaste kaders van de Nashville countrypop beweegt. Zeker in de wat meer ingehouden tracks klinkt het allemaal bijzonder smaakvol en maakt Caylee Hammack muziek die ook zal worden gewaardeerd door country liefhebbers die niet veel op hebben met countrypop.
Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang van de Amerikaanse muzikante. Ik hou persoonlijk niet zo heel erg van de hele krachtige uithalen die Caylee Hammack in huis heeft, maar ze weet ook uitstekend te doseren en gaat slechts bij uitzondering vol op het orgel.
Bed Of Roses van Caylee Hammack wist me niet zo makkelijk te overtuigen als een aantal andere recent verschenen countrypop albums, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik overtuig raak van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante. Bed Of Roses gaat het in de Verenigde Staten ongetwijfeld heel goed doen, maar ook hier zouden liefhebbers van countrymuziek die niet vies zijn van een beetje pop best wel eens kunnen vallen voor de muzikale charmes van Caylee Hammack, die laat horen dat ze flink gegroeid is sinds de release van haar debuutalbum in 2020. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sierra Hull - A Tip Toe High Wire (2025) 3,5
19 maart 2025, 13:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sierra Hull - A Tip Toe High Wire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sierra Hull - A Tip Toe High Wire
Sierra Hull kiest haar eigen weg op haar nieuwe album A Tip Toe High Wire, dat de bluegrass die haar zo dierbaar is trouw blijft, maar ook andere wegen binnen de Amerikaanse rootsmuziek verkent
Het oeuvre van Sierra Hull was me tot dusver grotendeels onbekend, maar haar nieuwe album A Tip Toe High Wire bevalt me wel. De Amerikaanse muzikante maakte in het verleden vooral bluegrass en invloeden uit dit genre spelen ook op haar nieuwe album een belangrijke rol. Je hoort het in het virtuoze snarenwerk van Sierra Hull en haar medemuzikanten en je hoort het in de mooie heldere stem van de Amerikaanse muzikante. Het is echter zeker niet alleen bluegrass dat is te horen op het album, waardoor het album voor een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek interessant is. Een aangename verrassing wat mij betreft dit nieuwe album van Sierra Hull.
Ik heb in het verleden meer dan eens geluisterd naar de albums van de Amerikaanse muzikante Sierra Hull. Ik heb dat waarschijnlijk vooral gedaan op momenten dat ik niet erg vatbaar was voor de verleidingen van door bluegrass gedomineerde Amerikaanse rootsmuziek, want ik besprak nog niet eerder een album van Sierra Hull.
Zeker op haar eerste albums maakte ze muziek met vooral invloeden uit de bluegrass, maar op de wat recentere albums van de Amerikaanse muzikante hoor je ook andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het is niet anders op het onlangs verschenen A Tip Toe High Wire, dat ik bij eerste beluistering liet liggen omdat ik toen kennelijk ook niet in de stemming was voor bluegrass.
Ook op haar nieuwe album maakt Sierra Hull zeker geen geheim van haar liefde voor het genre. Je hoort het in de songs die worden gedomineerd door virtuoos en razendsnel snarenwerk, maar het nieuwe album van Sierra Hull kan meerdere kanten op. Ook met de door invloeden uit de bluegrass gedomineerde songs op A Tip Toe High Wire is overigens helemaal niets mis, want het snarenwerk in deze songs is echt prachtig en hetzelfde kan gezegd worden van de heldere stem van Sierra Hull, die af en toe wel wat doet denken aan die van Alison Krauss.
De Amerikaanse muzikante kan zelf uitstekend uit de voeten op de gitaar en de mandoline, terwijl de leden van haar band, met wie ze het album opnam, ook onder andere extra gitaren en viool toevoegen. Zeker als het snarenwerk de snelheidsrecords breekt en het de kant op gaat van muzikaal spierballenvertoon verlies ik de songs wat uit het oog, maar over het algemeen genomen zijn de songs van Sierra Hull op A Tip Toe High Wire van hoog niveau.
Ook op haar nieuwe album laat Sierra Hull, die ook nog wordt bijgestaan door legendarische muzikanten als Béla Fleck en Tim O’Brien, horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breder terrein uit de voeten kan dan in het verleden, waardoor het album ook interessant is voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die bluegrass bij voorkeur gedoseerd tot zich nemen.
Ik reken mezelf ook tot deze groep, maar ik merk dat ik steeds enthousiaster wordt van het nieuwe album van Sierra Hull. Stiekem raak ik toch wel onder de indruk voor het hoogstaande snarenwerk op het album, maar het zijn vooral de songs van Sierra Hull en haar stem die mij steeds nadrukkelijker overtuigen van de kwaliteit van haar nieuwe album.
Het is een album waar ik overigens naar ging luisteren nadat ik op meerdere websites de kop “Sierra Hull goes indie” was tegengekomen. Ik dacht even dat dit met de muziek op het album te maken had, maar het betekent alleen dat de Amerikaanse muzikante haar nieuwe album zelf heeft uitgebracht, wat overigens wel respect afdwingt.
Met haar vorige album sloeg de Amerikaanse muzikante al een brug naar een breder publiek binnen de Amerikaanse rootsmuziek en dit doet ze nog wat nadrukkelijker op A Tip Toe High Wire, overigens zonder zich te vervreemden van de liefhebbers van bluegrass. Ik liet de albums van Sierra Hull tot dusver liggen, maar dat heeft het voordeel dat ik nu opeens een handvol prima albums heb ontdekt, want ook de pure bluegrass albums van de Amerikaanse muzikante zijn echt prima. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Bianca Steck - The Joy of Coincidences (2025) 4,0
18 maart 2025, 20:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bianca Steck - The Joy Of Coincidences - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bianca Steck - The Joy Of Coincidences
De vanuit Brussel opererende Bianca Steck heeft een prachtig album met fraai ingekleurde en bijzonder intieme songs gemaakt, waarmee je even kunt ontsnappen aan de hectische wereld waarin we leven
The Joy Of Coincidences van Bianca Steck is een album waarvoor je makkelijk kunt vallen, zeker wanneer je van folksongs houdt en niet vies bent van klassiek aandoende arrangementen. De songs van de Brits-Duitse muzikante zijn absoluut folky te noemen, maar de muziek op The Joy Of Coincidences klinkt anders. Met een flink aantal instrumenten wordt een stemmig en wat klassiek aandoend geluid gecreëerd, dat de folky songs van Bianca Steck voorziet van een onderscheidend karakter. Dat onderscheidende karakter wordt versterkt door de bijzondere stem van de Brusselse muzikante en door de aangename sfeer op het album, die onze haastige wereld even stil zet.
Bianca Steck, van wie deze week het debuutalbum The Joy Of Coincidences is verschenen, is een echte wereldburger. Ze heeft zowel Britse als Duitse wortels, werd geboren en bracht haar jeugd door in Barcelona en woont momenteel in Brussel. Met The Joy Of Coincidences heeft Bianca Steck een uitstekend debuutalbum afgeleverd. Het is een album dat aanvoelt als een baken van rust in een wereld die af en toe krankzinnig lijkt geworden.
Op haar bandcamp pagina wordt het debuutalbum van de Brusselse muzikante omschreven als een mix van klassieke muziek, folk en pop. Dat is een omschrijving waar ik me wel in kan vinden, al zou ik zelf ook een subtiel snufje jazz toevoegen aan het rijtje genres dat Bianca Steck voorbij laat komen op haar eerste album.
Bianca Steck zocht in haar woonplaats Brussel naar oases van rust en vond deze ook nog in de toch wat hectische stad. De sfeer van deze oasis heeft ze gevangen in de songs op het album, die de rust weten over te dragen op de luisteraar.
De Brusselse muzikante nam de ruwe demo’s voor de songs op The Joy Of Coincidences met eenvoudige middelen op in haar appartement in de Belgische hoofdstad, maar werkte ze later uit in een Catalaanse studio. Ik kan op de bandcamp pagina niet goed vinden welke muzikanten hebben bijgedragen op het album, maar het lijkt er op dat Bianca Steck zelf op flink wat instrumenten uit de voeten kan.
Op haar debuutalbum werkt de Brits-Duitse muzikante samen met de Catalaanse pianist en componist Nil Ciuró en ook niemand minder dan Hania Rania, met wie Bianca Steck tourde, is te horen op het album. Het begon misschien met ruwe demo’s, maar daar is niets meer van te horen op het album, dat echt bijzonder mooi klinkt.
Bianca Steck kiest voor de songs op haar debuutalbum voor een basis van harp, cello, piano, bas en bugel, maar ze heeft het geluid vervolgens verder verrijkt met synths, de fascinerende omnichord en extra strijkers. De arrangementen op The Joy Of Coincidences doen soms neoklassiek aan, maar de songs van Bianca Steck klinken ook nadrukkelijk folky.
Het klinkt zoals gezegd rustgevend, maar zowel de instrumentatie als de arrangementen op het album zijn bijzonder mooi en sfeervol, met vaak een hoofdrol voor de bugel. Het kleurt op bijzondere wijze bij de stem van Bianca Steck, die een wat eigenzinnig geluid heeft.
Zeker wanneer de zang op The Joy Of Coincidences wat meisjesachtig klinkt heeft het wel wat van Emiliana Torrini, maar Bianca Steck blijft gelukkig niet hangen in dit soort zang. De Brits-Duitse zangeres beschikt over een mooie en karakteristieke stem, die prachtig past bij de zeer sfeervolle klanken op haar debuutalbum.
Het is een debuutalbum vol met mooie en intieme songs, die je aan de ene kant tot rust brengen, maar die je aan de andere kant ook prikkelen met steeds weer andere instrumenten, sprookjesachtige klanken, bijzondere arrangementen en een stem die zich steeds wat meer opdringt.
Er verschijnen momenteel heel veel albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters en misschien zelfs wel wat teveel, maar Bianca Steck heeft op The Joy Of Coincidences niet alleen een eigen geluid gevonden, maar heeft bovendien een album gemaakt, dat mooier en mooier wordt, hoe vaak je er ook naar luistert. Vind ook je eigen oase van rust met dit bijzonder mooie album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rose Cousins - Conditions of Love - Vol 1 (2025) 4,0
18 maart 2025, 20:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rose Cousins - Conditions Of Love Vol. 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rose Cousins - Conditions Of Love Vol. 1
De Canadese muzikante Rose Cousins gaat al een tijdje mee, maar het deze week verschenen Conditions Of Love Vol. 1 is mijn eerste kennismaking met haar muziek en het is een kennismaking die naar meer smaakt
Rose Cousins vertrouwt op haar nieuwe album vooral op haar piano en haar stem, wat een wat nostalgisch klinkend singer-songwriter album oplevert. Het is een stemmig klinkend album wat wordt versterkt door de inzet van flink wat strijkers. Het klinkt allemaal prachtig, zeker omdat de Canadese muzikante een uitstekende zangeres is, die met veel precisie en gevoel zingt. Het komt allemaal samen in een serie persoonlijke en zeer aansprekende songs, die laten horen dat Rose Cousins al een tijdje mee draait in de muziek. Ik had nog nooit van Rose Cousins gehoord, maar Conditions Of Love Vol. 1 is een uitstekend singer-songwriter album, dat anders klinkt dan de meeste andere albums die momenteel in het genre verschijnen.
Ik kwam de naam Rose Cousins vorige week pas voor het eerst tegen. De Canadese muzikante is te horen op het uitstekende nieuwe album van Kris Delmhorst, waarop meerdere gastvocalisten zijn te horen. Rose Cousins is te horen in de openingstrack en de slottrack van Ghost In The Garden van Kris Delmhorst en maakt wat mij betreft twee keer indruk. Toen ik haar naam zag opduiken in de lijsten met de nieuwe albums van deze week was mijn interesse voor het nieuwe album van Rose Cousins direct gewekt.
Ik was de naam Rose Cousins misschien nog nooit eerder tegen gekomen, maar het is zeker geen nieuwkomer in de muziek. Op Spotify kwam ik een ruime handvol albums tegen, die me overigens geen van allen bekend voor komen. Het is best bijzonder, want mijn antenne staat al jaren afgesteld op vrouwelijke muzikanten en Rose Cousins maakt het soort muziek waar ik van hou.
Het deze week verschenen Conditions Of Love Vol. 1 is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Canadese muzikante en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt. Het album opent een anderhalve minuut durende piano ouverture en ook op de rest van het album staat de piano centraal.
Rose Cousins maakt op Conditions Of Love Vol. 1 door piano gedomineerde singer-songwriter pop en het is singer-songwriter pop van het tijdloze soort. De Canadese muzikante laat op haar nieuwe album prachtige en zeer sfeervolle pianoakkoorden horen. Het zijn klanken die zorgen voor een bijzondere sfeer en die sfeer wordt nog wat versterkt door al even mooie en stemmige strijkersarrangementen.
Door de combinatie van zwaar aangezette pianoakkoorden en al even stevig aangezette strijkers heeft Conditions Of Love Vol. 1 een duidelijke jaren 70 vibe, maar het album klinkt zeker niet gedateerd. De pianoklanken op het album worden in een aantal tracks gecombineerd met de klanken van een competent spelende band en ook als het geluid van Rose Cousins wat voller klinkt heb ik vooral associaties met muziek uit de jaren 70, wat tegenwoordig overigens zeer populaire invloeden zijn.
In muzikaal opzicht kan ik wel wat met de muziek van Rose Cousins, maar de Canadese muzikante maakt ook zeker indruk als songwriter. De songs op Conditions Of Love Vol. 1 laten stuk voor stuk horen dat we te maken hebben met een gelouterde songwriter en het zijn songs die zich niet alleen makkelijk opdringen, maar zich vervolgens ook makkelijk in het geheugen nestelen.
Het nieuwe album van Rose Cousins is een album dat tien tracks lang zorgt voor een goed gevoel, waardoor je bijna vergeet om heel goed te luisteren naar haar songs. Als je dit wel doet hoor je hoe goed Rose Cousins is op haar nieuwe album, want alles op dit album ademt kwaliteit.
Over de songs en de muziek heb ik al wat gezegd en ook de productie is prachtig, maar het is de stem van Rose Cousins die de meeste indruk maakt. De zang op Conditions Of Love Vol. 1 is echt bijzonder mooi en combineert kracht met souplesse en emotie. Het wordt allemaal versterkt door de prachtige pianoklanken en de al even mooie strijkers.
Conditions Of Love Vol. 1 is mijn eerste kennismaking met de muziek van Rose Cousins. Ik ga zeker ook haar andere werk beluisteren de komende tijd, maar ik verheug me ook al enorm op Vol. 2. en wat mij betreft komen er nog aantal delen bij. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ichiko Aoba - Luminescent Creatures (2025) 4,0
16 maart 2025, 14:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ichiko Aoba - Luminescent Creatures - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ichiko Aoba - Luminescent Creatures
De Japanse muzikante Ichiko Aoba maakt muziek die deels in de hokjes folk, neoklassiek en ambient past, maar haar zang, muziek en songs hebben ook een uniek eigen karakter, dat bijzondere dingen met je doet
Ik heb het meerdere keren moeten proberen met Luminescent Creatures van de Japanse muzikante Ichiko Aoba, maar dit is muziek waar je even de tijd voor moet nemen. Het is muziek die door de taal en de zang anders klinkt dan je waarschijnlijk gewend bent, maar de songs van Ichiko Aoba zijn ook songs met een bijzondere mix van invloeden, waarvan invloeden uit de folk, de (neo-)klassieke muziek en de ambient de belangrijkste zijn. Luminescent Creatures kan het ene moment klinken als muziek uit een andere wereld, maar het volgende moment dringen de fraai georkestreerde en sereen klinkende songs van de Japanse muzikant zich toch opeens makkelijk op.
Ik was de naam van Ichiko Aoba tot voor kort nog nooit tegen gekomen, terwijl de Japanse muzikante inmiddels al heel wat albums op haar naam heeft staan. Het vorige maand verschenen Luminescent Creatures werd me echter aangeraden door zowel Pitchfork als Paste en beide Amerikaanse muziekwebsites zijn tipgevers die ik serieus neem.
Het nieuwe album van Ichiko Aoba intrigeerde me wel, maar uiteindelijk vond ik het album toch te ver buiten mijn muzikale comfort zone liggen en koos ik voor andere albums op de krenten uit de pop. Op een of andere manier bleef het album echter wel steeds terug komen in mijn gedachten en opeens was er een moment waarop alles wel op zijn plek viel.
Dat Luminescent Creatures in eerste instantie buiten mijn muzikale comfort zone leek te liggen heeft in eerste instantie vooral te maken met het feit dat Ichiko Aoba in het Japans zingt. De Japanse taal is mooi en melodieus en past op zich prima bij de muziek die Ichiko Aoba maakt, maar ik blijf het toch lastig vinden om helemaal niets te verstaan van de woorden die voorbij komen.
Ook de stem van de Japanse muzikante vond ik in eerste instantie niet heel mooi, want ze zingt opvallend hoog en daar ben ik niet altijd fan van. Toen ik wel begon te vallen voor de muzikale charmes van Luminescent Creatures zaten zowel de stem van Ichiko Aoba en de taal waarin ze zingt me niet meer in de weg en droegen beiden vooral bij aan het unieke karakter van haar muziek.
Ook in muzikaal opzicht is Luminescent Creatures van Ichiko Aoba geen alledaags album. De muziek van de Japanse muzikante wordt in de meeste recensies omschreven als folk, maar het is zeker geen dertien in een dozijn folk. De muziek van de Japanse muzikante bevat wel elementen uit de folk, zeker wanneer de muzikante uit Tokyo vooral vertrouwt op de akoestische gitaar en haar stem.
In de meeste tracks klinkt haar geluid echter een stuk voller. Veel songs op Luminescent Creatures zijn voorzien van fraaie orkestraties met onder andere flink wat strijkers. Zeker wanneer de fraaie orkestraties de hoofdrol opeisen zit het nieuwe album van Ichiko Aoba dichter tegen de (neo-)klassieke muziek dan tegen de folk aan. Ook invloeden uit de ambient en de jazz hebben overigens hun weg gevonden naar de uniek klinkende muziek van Ichiko Aoba.
Ik moest absoluut wennen aan Luminescent Creatures en het is voor mij ook zeker geen muziek voor alle momenten, maar bijvoorbeeld op een lome zondagochtend doen de mooie klanken en de bijzondere zang van de Japanse muzikante het prima. Het album doet het dan prima op de achtergrond, maar ik vind het album nog een stuk beter wanneer je er met volledige aandacht naar luistert en hoort hoeveel moois en bijzonders Ichiko Aoba in haar zang, muziek en songs heeft gestopt.
Het is muziek uit een andere wereld en het is muziek waaraan ik echt enorm moest wennen, maar als je eenmaal gewend bent aan de muziek van Ichiko Aoba strijkt deze muziek echt geen moment meer tegen de haren in. Ik ben blij dat ik Luminescent Creatures een kans ben blijven geven, want uiteindelijk prikkelt haar interessante muziek steeds intensiever de fantasie. Ik heb me ook wat verdiept in de rest van haar oeuvre, maar haar meest recente album lijkt me het meest interessante startpunt voor het verkennen van haar bijzondere muzikale universum. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Womb - One Is Always Heading Somewhere (2025) 5,0
15 maart 2025, 10:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Womb - One Is Always Heading Somewhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Womb - One Is Always Heading Somewhere
De Nieuw-Zeelandse band Womb maakte al twee prachtige maar helaas nauwelijks opgemerkte albums, maar levert deze week met One Is Always Heading Somewhere een album van een bijna onwerkelijke schoonheid af
Muziek uit Nieuw-Zeeland krijgt hier over het algemeen toch wat minder aandacht dan muziek uit Europa en de Verenigde Staten. Dat is soms jammer, maar het is in het geval van Womb doodzonde. De Nieuw-Zeelandse band maakte al twee prachtige albums en voegt er deze week een album aan toe dat nog wat mooier is. One Is Always Heading Somewhere staat vol met sprookjesachtig mooie en vooral door gitaren ingekleurde klanken, waarna de prachtige stem van Cello Forrester er nog een schepje bovenop doet. Ik was een paar jaar geleden enorm onder de indruk van het debuutalbum van Womb, maar One Is Always Heading Somewhere zorgt vanaf de eerste tot en met de laatste noot voor kippenvel.
In de lijsten met de nieuwe albums van deze week kwam ik de naam Womb tegen. Het is een naam die me vaag bekend voor kwam, maar ook niet meer dan dat. Het archief van de krenten uit de pop bracht gelukkig uitkomst, want op 3 januari (mijn verjaardag) 2019 besprak ik het album Like Splitting The Head From The Body van Womb.
Het is een album dat ik aan het begin van 2019 alsnog uitriep tot een van de allermooiste albums van 2018 en dat ik omschreef als “Cocteau Twins on speed, Lush on Valium of als een aardse en ingetogen variant van Beach House”. Om mijn jubelstemming compleet te maken noemde ik ook nog Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden, als vergelijkingsmateriaal.
Het album deed helaas niet veel en mijn recensie veranderde daar helemaal niets aan, want zelfs op het zeer actieve platform MusicMeter kwam er geen enkele reactie op mijn zeer lovende woorden. Ik verloor Womb helaas zelf ook snel uit het oog, want het in 2022 verschenen en ook echt prachtige Dreaming Of The Future Again heb ik niet eens beluisterd. Gelukkig had ik deze week wel associaties bij de naam Womb, waardoor ik het nieuwe album van de band voor de afwisseling eens direct bij de release heb opgepakt.
Womb is een band uit het Nieuw-Zeelandse Wellington en was oorspronkelijk een soloproject van muzikante Cello Forrester. Toen het debuutalbum van Womb verscheen was het een trio dat naast Cello Forrester bestond uit haar broer Haz Forrester en haar zus Georgette Brown en dat is nog steeds de samenstelling van Womb. De inmiddels naar het in muzikaal opzicht bruisendere Auckland uitgeweken band heeft deze week met One Is Always Heading Somewhere haar derde album afgeleverd en ook album nummer drie is weer van een bijzondere schoonheid.
Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat de Nieuw-Zeelandse band niet veel heeft veranderd aan haar geluid. Ook op One Is Always Heading Somewhere wordt het geluid van de band bepaald door breed uitwaaiende en aangenaam zweverige gitaarakkoorden, subtiele drums en atmosferische synths. Het wordt gecombineerd met de zachte en dromerige stem van Cello Forrester, die nog wat mooier zingt dan op het album dat me aan het begin van 2019 zo wist te overrompelen.
De muziek van Womb doet nog altijd denken aan de bedwelmende muziek die de Britse band Cocteau Twins lang geleden maakte, maar ook invloeden uit de dreampop zijn duidelijk hoorbaar in de muziek van Womb. One Is Always Heading Somewhere had maar een paar noten nodig om me te overtuigen en na een paar keer horen koester ik iedere noot op dit werkelijk wonderschone album.
Zet de koptelefoon op, doe je ogen dicht en Womb neemt je mee naar een andere wereld. De muziek op het album is loom en dromerig, maar er zit ook wel degelijk dynamiek in het geluid van de Nieuw-Zeelandse band. Het klinkt allemaal prachtig, maar als Cello Forrester gaat zingen ben ik definitief in dromenland. Het is zeker niet de eerste zangeres die fluisterzacht en dromerig zingt, maar alles is raak in de zang op One Is Always Heading Somewhere, die onderkoeld kan klinken maar ook zeer emotioneel.
Het nieuwe album van Womb is een album dat ik alleen maar met kippenvel kan beluisteren en het wordt alleen maar mooier en indrukwekkender, zeker als de zon ook nog een beetje gaat schijnen. One Is Always Heading Somewhere van Womb is om te janken zo mooi en verdient echt ieders aandacht. ik liep tot dusver wat achter de feiten aan wanneer het ging om Womb, maar ik ben nu echt helemaal bij de les. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kris Delmhorst - Ghosts in the Garden (2025)
14 maart 2025, 15:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kris Delmhorst - Ghost In The Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kris Delmhorst - Ghost In The Garden
Kris Delmhorst timmert inmiddels al heel wat jaren aan de weg en ook met Ghost In The Garden heeft de Amerikaanse singer-songwriter weer een mooi en sfeervol Amerikaans rootsalbum afgeleverd
Voor haar nieuwe album sloot Kris Delmhorst zich samen met haar band op in een oude boerderij. Uiteindelijk kwamen ook nog flink wat bevriende muzikanten opdraven en werd vrijwel live een prachtig album opgenomen. In muzikaal opzicht klinkt het album al bijzonder sfeervol, maar de sfeer wordt nog wat extra verhoogd door het uitnodigen van een aantal aansprekende gastvocalisten, die de stem van Kris Delmhorst alleen maar verder optillen. De Amerikaanse muzikante heeft al meerdere prachtige albums op haar naam staan, maar met Ghost In The Garden voegt ze nog een hele mooie toe aan haar inmiddels indrukwekkende oeuvre.
De Amerikaanse singer-songwriter Kris Delmhorst maakt sinds het eind van de jaren 90 albums en heeft inmiddels een aardig stapeltje op haar naam staan. Het zijn albums waarvan ik er op een of andere manier helaas heel wat mis, maar als ik een album van Kris Delmhorst beluister ben ik eigenlijk altijd onder de indruk. De muzikante uit New England liet deze week weer van zich horen en met Ghost In The Garden heeft ze echt een geweldig album gemaakt.
Voor het opnemen van haar nieuwe album huurde ze een oude boerderij in Maine af, waar in alle rust kon worden gewerkt aan nieuwe songs. De songs voor het nieuwe album werden opgenomen met een compacte band, die tekent voor sfeervolle gitaarakkoorden, subtiele bijdragen van keyboards, bas en drums en prachtige accenten van de pedal steel.
Kris Delmhorst is een uitstekende zangeres, maar voor de songs op Ghost In The Garden deed ze ook een beroep op een aantal gastvocalisten. Op het album zijn onder andere Rose Cousins, Rachel Baiman, Anna Tivel, Ana Egge, Anaïs Mitchell en Jeffrey Foucault te horen en dat zijn allemaal persoonlijke favorieten. De stem van Kris Delmhorst heeft het op zich niet nodig om ondersteund te worden, maar de keuze voor het inschakelen van gastvocalisten pakt uitstekend uit.
Het zijn zeer uiteenlopende stemmen die zijn toegevoegd aan de zang van Kris Delmhorst, maar alle stemmen blenden fraai met de stem van de Amerikaanse muzikante en dragen bij aan fraaie harmonieën. De zang op Ghost In The Garden is hierdoor nog wat mooier dan die op de vorige albums van Kris Delmhorst, maar de zang is zeker niet het enige dat in positieve zin opvalt bij beluistering van het album.
De band die is te horen op het album speelt echt fantastisch en omdat de songs uiteindelijk live werden opgenomen is het geluid op Ghost In The Garden niet alleen mooi, maar ook dynamisch en energiek. Zeker de bijdragen van de pedal steel zijn van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid, maar ook de andere muzikanten leveren vakwerk af.
Ook in productioneel opzicht heeft Kris Delmhorst een bijzonder mooi album afgeleverd. Ondanks het feit dat de tracks live werden opgenomen klinkt de muziek wat broeierig en soms wat atmosferisch, waardoor het af en toe wel lijkt alsof Daniel Lanois achter de knoppen heeft gezeten, wart ik persoonlijk een enorme aanbeveling vind. Kris Delmhorst is bovendien een uitstekende songwriter, die niet alleen aansprekende songs schrijft, maar ook mooie teksten, die zowel persoonlijk als beschouwend kunnen zijn.
Ghost In The Garden klinkt als een authentiek Amerikaans rootsalbum waarvan er veel meer worden gemaakt, maar luister net wat beter naar het album en je hoort dat Kris Delmhorst in alle opzichten net wat meer indruk maakt dan de meeste van haar collega’s.
Ook Ghost In The Garden is weer een album dat het verdient om met de koptelefoon te worden beluisterd, want er zijn zoveel mooie details te horen in de muziek en in de zang op het album. Het is hierdoor ook een album dat steeds mooier wordt. Ik mis zoals gezegd helaas best vaak een album van Kris Delmhorst, maar dit prachtige nieuwe album was ik niet graag misgelopen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Fust - Big Ugly (2025) 4,0
14 maart 2025, 13:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Fust - Big Ugly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Fust - Big Ugly
Fust uit North Caroline liet al eerder horen dat het alt-country horen kan maken die zowel authentiek als eigentijds klinkt en dat doet de band ook weer op het uitstekende Big Ugly, dat ook andere genres verkent
Als ik naar alt-country wil luisteren kies ik meestal voor de klassiekers uit de vroege jaren 90 en meestal voor de beste albums van The Jayhawks, maar ook in 2025 wordt er gelukkig nog prima alt-country gemaakt. Bijvoorbeeld door het uit North Carolina afkomstige Fust, dat een paar jaar geleden met Genevieve ook al een prima album afleverde. De band beperkt zich overigens zeker niet tot de alt-country, want Fust weet ook het moet rocken of hoe het zich kan ontworstelen aan genres. De band bestaat uit een flink aantal prima muzikanten, wist een uitstekende producer te rekruteren, maar heeft vooral het patent op uitstekende songs die met veel passie en kunde worden vertolkt.
Genevieve, het tweede album van de Amerikaanse band Fust, wist me in de zomer van 2023 makkelijk te overtuigen met een alt-country geluid dat zowel herinnerde aan het geluid van de bands die in de jaren 70 de countryrock omarmden als aan dat van de pioniers in het genre uit de jaren 90. Op hetzelfde moment hoorde ik op het album ook de alt-country van dat moment, waardoor het album zich wist te onderscheiden van de meeste andere alt-country albums uit deze periode.
Genevieve werd vorig jaar gevolgd door een hele ruime selectie vroeg materiaal van de plank en dat sprak me net wat minder aan dan de meer afgewogen selectie songs op Genevieve. Dat album krijgt deze week met Big Ugly een echte opvolger en het is een opvolger die me minstens net zo goed bevalt als Genevieve bijna twee jaar geleden.
De band uit Durham, North Carolina, werkt op haar nieuwe album wederom samen met producer Alex Farrar (Wednesday, MJ Lenderman), die in een aantal songs ook gitaar speelt. Het maakt het geluid van Fust, dat op Big Ugly een uit de kluiten gewassen band is, nog wat rijker.
Ook op haar nieuwe album maakt de band uit North Carolina weer muziek die herinnert aan de pioniersdagen van de alt-country uit het begin van de jaren 90, met The Jayhawks en Uncle Tupelo als relevant vergelijkingsmateriaal. Het is ook dit keer zeker geen vintage 90s alt-country, want Fust kan ook terug grijpen op de countryrock van vroegere datum. Als de gitaren wat steviger worden aangezet past Big Ugly echter ook in het hokje indierock en het album bevat ook een aantal tracks die minder makkelijk in een hokje zijn te duwen.
Met name op de vorig jaar verschenen verzamelaar met restmateriaal vond ik de muziek van Fust nog behoorlijk rammelen, maar op Big Ugly wordt echt prachtig gespeeld. De band bestaat volgens de bandcamp pagina van Fust inmiddels uit zes personen, waarvan er drie gitaarspelen en ook de pedal steel er af en toe bij pakken.
Naast een subtiel en smaakvol spelende ritmesectie staat ook Libby Rodenbough vermeld tussen de bandleden. Deze Libby Rodenbough maakte in het verleden deel uit van de ook uit North Caroline afkomstige band Mipso, maar ze maakte ook twee fantastische soloalbums. Op Big Ugly is ze te horen als violiste en zangeres.
Voorman Aaron Dowdy tekent over het algemeen voor de leadzang en hij schreef bovendien alle songs. Het is een prima zanger, maar als songwriter schat ik hem nog net wat hoger in. De songs op Big Ugly zijn nog wat overtuigender dan op Genevieve en tillen het niveau van het album flink op. Het zijn songs die prachtig stemmig kunnen klinken met een pedal steel, een piano, een pedal steel en de prachtige stem van Libby Rodenbough op de achtergrond, maar de gitaren mogen af en toe ook lekker ontsporen en laten de muziek van Fust dan ruw en gruizig klinken.
Het zorgt er voor dat ik Big Ugly uiteindelijk nog een stukje beter vind dan het vorige album van de band uit North Carolina en ik vind het album bovendien steeds beter worden. Zeker in muzikaal opzicht valt er veel te ontdekken op het album, dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon, maar ook alle andere ingrediënten op Big Ugly zijn dik in orde. In mijn beleving wordt er momenteel niet heel veel memorabele alt-country gemaakt, maar Fust laat op haar nieuwe album horen dat het met de besten mee kan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Will Stratton - Points of Origin (2025) 4,5
13 maart 2025, 17:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Will Stratton - Points Of Origin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Will Stratton - Points Of Origin
Changing Wilderness was bijna vier jaar geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van Will Stratton, die deze week met het prachtige Points Of Origin nogmaals laat horen dat hij een groot singer-songwriter is
Luister naar de muziek van Will Stratton en je waant je even in de jaren 70. Ook zijn nieuwe album doet weer denken aan een aantal grote singer-songwriters uit deze periode, maar de Amerikaanse muzikant is zeker niet blijven steken in het verleden. Wat opvalt bij beluistering van Points Of Origin is dat de muziek van Will Stratton aan de ene kant een tijdloos karakter heeft, maar zijn songs misstaan ook zeker niet in het heden. Ook Points Of Origin is weer voorzien van werkelijk prachtige klanken, staat vol met ijzersterke songs en mooie verhalen en dan is er ook nog eens de stem van Will Stratton, die je definitief de wereld om je heen even laat vergeten. Wat een prachtalbum weer van deze Amerikaanse muzikant.
De Amerikaanse muzikant Will Stratton bracht tot 2017 zes albums uit, maar ik ken hem alleen van het in de zomer van 2021 verschenen The Changing Wilderness, zijn zevende album, dat ik echt een prachtig album vond. Het is een album dat het geweldig deed in een zomer die werd getekend door de covidpandemie en die deze wat troosteloze zomer voorzag van mooie en vooral ook zorgeloze klanken.
The Changing Wilderness van Will Stratton werd in 2021 in het hokje folkje geduwd, maar ik vond het zeker geen typisch folkalbum. Bij folk denk ik aan vrij sober ingekleurde songs, maar Will Stratton kleurde zijn songs op The Changing Wilderness echt prachtig in. De Amerikaanse muzikant combineerde dit met een prachtige stem, die de songs op het album voorzag van heel veel warmte.
Nick Drake werd meer dan eens aangedragen als vergelijkingsmateriaal voor het album van Will Stratton, maar zelf hoorde ik wel wat van Don Mclean, wiens album American Pie op een of andere manier de klassenavonden op mijn middelbare school domineerde en dat ik ondanks het feit dat ik er hierna nooit meer naar heb geluisterd noot voor noot ken.
Will Stratton keert deze week terug met zijn nieuwe album Points Of Origin en ook dit is een album dat zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om me heen sloeg. Het album klonk ook direct vertrouwd, want Will Stratton vertrouwt op zijn achtste album op dezelfde sterke punten als op The Changing Wilderness.
Ook Points Of Origin is een album dat een folkalbum kan worden genoemd, al vind ik singer-songwriter pop persoonlijk net zo treffend. Het is wederom een album dat veel voller en smaakvoller is ingekleurd dan een standaard folkalbum. De Amerikaanse muzikant kan zelf op flink wat instrumenten uit de voeten, maar heeft ook nog flink wat gastmuzikanten uitgenodigd, die het klankenpalet op het album nog wat verder verrijken met onder anders blazers, strijker, extra gitaren en de pedal steel.
Het klinkt allemaal zo aangenaam dat je direct tot rust komt wanneer je het album hoort. Die rustgevende werking van Points Of Origin wordt versterkt door de bijzonder mooie stem van Will Stratton. Ook dit keer komt de stem die ik ken van de klassenavonden voorbij en hoor ik meer Don McLean dan Nick Drake in de zang van Will Stratton, wat ik zelf zeker geen minpunt vind.
De muziek van Will Stratton heeft absoluut een jaren 70 vibe, maar ik vind Points Of Origin ook absoluut een album van deze tijd. Zowel de muziek als de zang op het nieuwe album van Will Stratton zijn van een bijzonder hoog niveau, maar de Amerikaanse muzikant maakt wat mij betreft de meeste indruk als songwriter. Ook het nieuwe album van Will Stratton staat weer vol met songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en ook al jaren lijkt te koesteren.
Het zijn niet alleen songs die bijzonder aangenaam klinken, maar het zit ook allemaal knap in elkaar, waardoor Points Of Origin me vooralsnog bij iedere nieuwe beluistering weet te verrassen, zeker ook met de prachtige verhalen die worden verteld.
Ik ken Will Stratton pas sinds zijn zevende album, maar dat albums was zo goed dat zijn nieuwe album voor mij verplichte kost was. Het leek me op voorhand niet zo eenvoudig om in de buurt te komen van het prachtige The Changing Wilderness, maar Points Of Origin doet er echt niet voor onder. Een van de mooiste soundtracks van de lente van 2025. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Nagasaki Swim - The View from Up There (2025) 4,5
12 maart 2025, 17:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nagasaki Swim - The View From Up There - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Nagasaki Swim - The View From Up There
Ik was twee jaar geleden zeer gecharmeerd van Everything Grows van Nagasaki Swim, maar het deze week verschenen The View From Up There vind ik nog veel beter en zorgt onmiddellijk voor het lentegevoel
Als Nagasaki Swim een Amerikaans bandje was geweest, was het nieuwe album van de band rond de Nederlandse muzikant Jasper Boogaard ongetwijfeld opgepikt door Amerikaanse muziekmedia als Paste en Pitchfork. Met The View From Up There heeft Nagasaki Swim immers een onweerstaanbaar lekker en ook verschrikkelijk goed album afgeleverd. Het is een album met invloeden uit de pop en de rock, maar ook uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het is een album met een duidelijke jaren 80 vibe, maar de muziek van Nagasaki Swim klinkt ook heerlijk eigentijds. The View From Up There is een album waar je alleen maar heel vrolijk van kunt worden, maar het is ondertussen ook echt heel erg goed.
Bijna op de dag af twee jaar geleden verscheen het album Everything Grows van Nagasaki Swim. Het is een album dat ik omschreef met de volgende oneliner: “Wanneer Everything Grows van Nagasaki Swim uit de speakers komt is de lente definitief begonnen en deze lente wordt alleen maar mooier en aangenamer door de knappe songs op dit album van eigen bodem”. Het is een omschrijving die ik ongewijzigd kan gebruiken voor het deze week verschenen nieuwe album van het project van de Nederlandse muzikant Jasper Boogaard.
The View From Up There is het derde album van Nagasaki Swim, want in 2021 verscheen het debuutalbum The Mirror, dat ik destijds niet heb opgemerkt. Ik moet er nog eens naar luisteren, maar voorlopig ben ik compleet verslaafd aan The View From Up There. Everything Grows was twee jaar geleden aan de korte kant met nog geen half uur muziek, maar dit keer heeft Jasper Boogaard bijna veertig minuten muziek opgenomen.
Het is muziek die voortbouwt op het geluid van zijn voorganger, maar ook anders klinkt. Everything Grows was al heel erg goed, maar het nieuwe album van Nagasaki Swims vind ik nog veel beter. Nagasaki Swim is een project van Jasper Boogaard, maar de Rotterdamse muzikant heeft dit keer een aantal muzikanten om zich heen verzameld, die tekenen voor een wat voller geluid met wat meer invloeden uit de pop en de rock. The View From Up There bevat hiernaast invloeden uit de folk en de Amerikaanse rootsmuziek.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder mooi. Jasper Boogaard en de andere muzikanten die zijn te horen op het album hebben het nieuwe album voorzien van een lekker vol en bijzonder aangenaam geluid. Het is een opvallend melodieus geluid vol zonnestralen, maar het is ook een geluid vol fraaie details en accenten. Het is een geluid waarvan ik alleen maar zielsgelukkig kan worden, want wat streelt het veelzijdige maar altijd wonderschone geluid op The View From Up There genadeloos het oor.
Het is een geluid dat ook wel wat nostalgische gevoelens oproept, want meerdere songs op het album doen me denken aan de geniale songs van Prefab Sprout, terwijl nog veel meeer songs me doen denken aan de muziek van The Dream Academy, waar ik ook alleen maar goede herinneringen aan heb.
De muzikanten die zijn te horen op het album voegen met flink wat instrumenten nog heel veel moois toe aan de instrumentatie, waardoor The View From Up There steeds mooier wordt. De muziek vloeit prachtig wat samen met de wat dromerige stem van Jasper Boogaard, die het lome lentegevoel op het album nog wat versterkt.
Het komt allemaal samen in songs die niet alleen melodieus en zorgeloos klinken, maar die ook interessant zijn. The View From Up There is een album dat naadloos aansluit bij de parels uit de catalogus van het Excelsior label waarop het album is verschenen, maar voegt ook iets toe aan deze parels.
Als Pitchfork of Paste lucht krijgt van dit album ligt de wereld straks aan de voeten van Nagasaki Swim, maar laten we eens beginnen met het in Nederland op de juiste waarde schatten van dit album. The View From Up There is zeker niet het meest besproken album deze week, maar het is een album dat je humeur een enorme boost geeft en je de boze buitenwereld even doet vergeten en wie wil dat nou niet ervaren? Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Mackenzie Carpenter - Hey Country Queen (2025) 4,0
12 maart 2025, 11:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mackenzie Carpenter - Hey Country Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mackenzie Carpenter - Hey Country Queen
Countrypop is de afgelopen jaren booming met flink wat aanstormende talenten, maar gezien de kwaliteit van Hey Country Queen moet er nog zeker ruimte zijn voor de talenten van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Carpenter
Ik begon vanwege de wat cheesy cover met enige argwaan aan de beluistering van Hey Country Queen, het debuutalbum van de uit Georgia afkomstige Mackenzie Carpenter, maar ze heeft een overtuigend album afgeleverd. Het is een album dat past in het hokje countrypop, maar country wint het van de pop op Hey Country Queen. Het album is voorzien van een aangenaam geluid met vooral snareninstrumenten, staat vol met sterke songs die alle ingrediënten bevat die je verwacht in de countrypop en Mackenzie Carpenter is ook nog eens voorzien van een aansprekend stemgeluid. Iedereen die gek is op Megan Moroney gaat ook dit album zeker waarderen.
Een snelle blik op de cover van Hey Country Queen van Mackenzie Carpenter verraadt direct met welk genre we te maken hebben, want alles op deze cover ademt countrypop. Het is een genre dat een paar jaar geleden mijn aandacht kreeg en dat de status van ‘guilty pleasure’ voor mij inmiddels ruimschoots is ontgroeid, wat er voor heeft gezorgd dat countrypop albums een prominente plek innemen in mijn jaarlijstjes de afgelopen jaren.
Nu gaat mijn voorkeur wel uit naar countrypop met meer country dan pop en ik was op voorhand wel een beetje bang dat Mackenzie Carpenter me in dat opzicht teleur zou gaan stellen. Het blijkt erg mee te vallen, want Hey Country Queen is een countrypop album dat bij mij dit jaar wel eens heel vaak voorbij kan gaan komen.
Openingstrack Dozen Red Flags doet me zowel in muzikaal, vocaal als tekstueel opzicht sterk denken aan de muziek van Megan Moroney en dat is een van mijn favorieten binnen de countrypop van het moment. Mackenzie Carpenter verwerkt absoluut invloeden uit de pop in haar songs, maar ik hoor meer dan genoeg country om enorm gecharmeerd te raken van dit album.
Dat ik wat van Megan Moroney hoor in de songs van Mackenzie Carpenter is overigens niet zo gek. Zo werden beiden geboren in Georgia, maar Mackenzie Carpenter schreef ook mee aan een aantal songs van Megan Moroney. Ook de stemmen van de twee lijken overigens erg op elkaar, wat ook bijdraagt aan de kwaliteit van Hey Country Queen, want net als de inmiddels doorgebroken Megan Moroney beschikt ook Mackenzie Carpenter over een stem die niet alleen gemaakt is voor de countrypop, maar het is ook een stem die de songs op haar album een enorm stuk optilt.
De songs van de Amerikaanse muzikante blijven redelijk dicht bij de conventies van de countrypop en schuwen in tekstueel opzicht de geijkte thema’s in het genre niet, wat betekent dat in de songs de nodige foute mannen, mislukte liefdes en flessen whisky voorbij komen. Hey Country Queen is voorzien van een zeer aangenaam maar ook zeer smaakvol geluid met zoals gezegd flink wat invloeden uit de country. Het is een geluid met lekker veel snareninstrumenten, waaronder uiteraard de pedal steel en lekker veel gitaren, die in een aantal songs lekker ruw klinken, wat het rootsy karakter van Hey Country Queen versterkt.
Het debuutalbum van Mackenzie Carpenter laat zich prima vergelijken met de twee albums die Megan Moroney de afgelopen twee jaar op de kaart hebben gezet als countrypop ster, maar Hey Country Queen laat zich, nog meer dan de albums van Megan Moroney, beïnvloeden door de countrypop die in de jaren 90 populair was. Ik had destijds helemaal niets met het genre, maar de succesalbums van bijvoorbeeld Shania Twain zijn absoluut van invloed geweest op de songs van Mackenzie Carpenter.
De Amerikaanse muzikante is in Nashville en omstreken al bekend als songwriter, maar gezien de kwaliteit van haar stem en de songs op haar debuutalbum lijkt het me een kwestie van tijd voordat ze zich schaart onder de countrypop sterren van het moment. Het is een genre waarop in Nederland helaas altijd nog wat wordt neergekeken, maar gezien de kwaliteit van de albums en ook de recente optredens in Nederland van een aantal nieuwe sterren in het genre moet dat echt maar eens veranderen. Ik ben alvast fan van deze Mackenzie Carpenter. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cari Cari - One More Trip Around the Sun (2025) 4,5
11 maart 2025, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cari Cari - One More Trip Around The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cari Cari - One More Trip Around The Sun
Cari Cari is in Nederland helaas niet heel bekend, maar het Oostenrijkse duo laat ook op haar derde album One More Trip Around The Sun weer horen dat het elders wel wordt onthaald als een sensatie, en terecht
Bij Cari Cari denk ook ik altijd nog in eerste instantie aan het geweldige debuutalbum ANAANA uit 2018, dat ik reken tot de allerbeste albums van dat jaar. Ook het tweede album van het duo uit Wenen was echter bovengemiddeld goed en ook over het deze week verschenen derde album van Cari Cari ben ik weer zeer te spreken. One More Trip Around The Sun is wat aan de korte kant, maar wat gebeurt er veel. Stephanie Widmer en Alexander Köck gaan op het derde album verder waar het tweede album ophield, maar het Oostenrijkse duo verlegt ook dit keer haar grenzen en verbreedt haar muzikale horizon. Iedereen die Cari Car niet kent mist inmiddels drie fantastische albums.
Het Oostenrijkse duo Cari Cari leverde aan het eind van 2018 een ware wereldplaat af met haar debuutalbum ANAANA. Stephanie Widmer en Alexander Köck lieten op hun debuutalbum een fascinerend geluid horen, dat zeer uiteenlopende invloeden wist te combineren in een geluid dat in ieder geval mijn wereld op zijn kop zette.
ANAANA van Cari Cari blies me van mijn sokken aan het eind van 2018 met bluesy gitaarakkoorden en surfgitaren, stuwende ritmes en hier en daar een didgeridoo. Hier en daar leek het wel wat op de muziek die My Baby in haar begindagen maakte, maar Cari Cari voegde genoeg bijzondere ingrediënten toe om te spreken van een uniek eigen geluid.
Het tweetal uit Wenen wist met ANAANA de top 10 van mijn jaarlijstje te halen en vanaf dat moment volgde ik de muzikale verrichtingen van Stephanie Widmer en Alexander Köck nauwgezet. ANAANA werd in de herfst van 2022 gevolgd door Welcome To Kookoo Island. Natuurlijk kon Cari Cari met haar tweede album niet zo verrassen als met het sensationele debuutalbum, maar in muzikaal opzicht was Welcome To Kookoo Island nog wat veelzijdiger dan zijn voorganger, bijvoorbeeld door ook nog wat invloeden uit de woestijnblues toe te voegen aan het al zo bezwerende geluid van het Oostenrijkse duo.
De twee uitstekende albums hebben Cari Cari helaas nog niet wereldberoemd gemaakt, al was de band naar verluidt wel een sensatie op het Primavera Sound Festival in Barcelona, waardoor ook het deze week verschenen derde album van het Weense tweetal in ieder geval in Nederland een vrij anonieme plek inneemt in de releaselijsten van deze week.
Zelf had ik natuurlijk wel direct aandacht voor One More Trip Around The Sun, wat een treffende titel is voor een album van Cari Cari, want een trip is het absoluut en zonnestralen zijn nooit ver weg. Voor een ieder die de muziek van Stephanie Widmer en Alexander Köck kent voelt het derde album direct vertrouwd. Direct in de openingstracks duikt de didgeridoo weer op en ook de wat bluesy gitaarakkoorden laten niet lang op zich wachten.
Invloeden uit de psychedelica nemen een wat voornamere plek in op het album, wat de muziek van Cari Cari ook een jaren 60 hippie vibe geeft, tot de stuwende ritmes de muziek van het Oostenrijkse duo toch weer het heden in duwen. De wat dromerige zang versterkt het lome en bezwerende karakter van het album, dat mij weer direct te pakken had.
Omdat One More Trip Around The Sun, net als voorganger Welcome To Kookoo Island, direct bekend in de oren klinkt voor iedereen die het debuutalbum van het tweetal kent, ontbreekt ook dit keer de totale verrassing van dit debuutalbum, maar ook op haar derde album klinkt Cari Cari weer lekker eigenzinnig en vooral ook bijzonder aangenaam. One More Trip Around The Sun lijkt gemaakt voor broeierige zomerdagen en haalt deze dagen alvast binnen met lome en meer dan eens bedwelmende of hypnotiserende klanken.
“An ethereal, hypnotic sonic kaleidoscope that floats in the ether like a delicate silken veil” lees ik in een van de schaarse recensies van het album en mooier kan ik het niet zeggen. Bij Oostenrijk denk je misschien niet direct aan goede popmuziek en al helemaal niet aan vernieuwende popmuziek, maar het Weense duo Cari Cari laat ook op album nummer drie weer horen dat het echt verschrikkelijk goed is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Arny Margret - I Miss You, I Do (2025) 4,5
10 maart 2025, 16:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Arny Margret - I Miss You, I Do - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Arny Margret - I Miss You, I Do
De IJslandse muzikante Arny Margret verrijkt de intieme folk van haar debuutalbum met een vleugje Americana en wat IJslandse sfeer, wat wederom een zeer sfeervol en bijzonder mooi album oplevert
Arny Margret was de twintig pas net voorbij toen ze in de herfst van 2022 haar bijzonder mooie debuutalbum afleverde. Touren en reizen hebben de wereld van de IJslandse muzikante een stuk groter gemaakt en dat hoor je op het deze week verschenen I Miss You, I Do. Arny Margret werkt op dit album met een aantal Americana producers van naam en faam waardoor de ingetogen folk van haar debuutalbum is verrijkt met invloeden uit de Americana. I Miss You, I Do heeft echter ook nog altijd iets karakteristieks IJslands, waardoor het album anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment. De bijzonder mooie stem van Arny Margret doet ook dit keer de rest. Prachtig.
Een paar weken nadat ik in de herfst van 2022 vooral rode vlekken had gekregen van het op dat moment net verschenen nieuwe album van Björk, werd mijn vertrouwen in de IJslandse popmuziek gelukkig weer helemaal hersteld door het debuutalbum van Arny Margret. Met they only talk about the weather (geen hoofdletters) leverde de jonge muzikante uit Reykjavík een bijzonder intiem folkalbum af, dat door een aantal bijzondere details in de muziek toch nog een IJslands tintje kreeg.
Mijn liefde voor de IJslandse popmuziek werd vorig jaar verder aangewakkerd door een mooie reis over dit fascinerende eiland, waardoor ik het deze week verschenen tweede album van Arny Margret direct opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop. Dat dit terecht was bleek voor mij eigenlijk al toen de openingstrack van I Miss You, I Do door de speakers kwam, want was is het weer mooi.
Ook op haar tweede album maakt Arny Margret, officieel Árný Margrét Sævarsdóttir, muziek die is te omschrijven als folk en het is ook nog altijd folk van het intieme soort. Vergeleken met haar debuutalbum heeft de muzikante haar geluid op haar tweede album wel wat voller ingekleurd. De IJslandse muzikante maakte na de tour die volgde op haar debuutalbum een reis door de Verenigde Staten en werd verliefd op de muziek die op Americana albums is te horen.
Arny Margret is pas 23, maar ze ging zeker niet lichtvoetig om met het opnemen van haar tweede album. De muzikante uit Reykjavík deed in de Verenigde Staten een beroep op topproducers Josh Kaufman, Andrew Berlin en Brad Cook, waarvan met name de eerste en de laatste de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan een groot aantal albums die binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de beste albums mee kunnen.
I Miss You, I Do klinkt hierdoor inderdaad wel wat Amerikaanser dan they only talk about the weather, dat invloeden uit de Britse folk vermengde met een IJslandse sfeer. Door het toevoegen van alle in de Americana gangbare snareninstrumenten is het tweede album van Arny Margret in muzikaal opzicht niet heel ver verwijderd van de albums van andere vrouwelijke singer-songwriters in het genre, maar ze is haar IJslandse identiteit zeker niet vergeten.
I Miss You, I Do werd afgemaakt op IJsland, waarbij producer “Kiddi” Kristinn Jónsson aanschoof. Het tweede album van Arny Margret heeft hierdoor niet alleen een Americana kant, maar heeft ook nog altijd het atmosferische en licht mysterieuze dat muziek uit IJsland heeft. Het wordt versterkt door de bijzondere mooie stem van Arny Margret die nog wat mooier en rijker klinkt dan op haar debuutalbum. De IJslandse muzikante is zoals gezegd pas 23 jaar oud, maar als zangeres klinkt ze verrassend gelouterd en laat ze opvallend veel gevoel en precisie horen.
Ik schrijf deze recensie op een zonnige zondagochtend en dat is een uitstekend moment voor de weldadige klanken en de prachtige stem op het tweede album van Arny Margret. De muzikante uit Reykjavík had van mij best een album mogen maken dat naadloos aansluit op haar debuutalbum, en dat doet I Miss You, I Do zeker een aantal keer, maar het siert haar dat ze ook nieuwe wegen verkent. Het pakt allemaal prachtig uit, want het vleugje Americana maakt haar folky songs met een IJslandse touch alleen maar mooier. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Judee Sill - Judee Sill (1971) 5,0
9 maart 2025, 19:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Judee Sill - Judee Sill (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Judee Sill - Judee Sill (1971)
Het levensverhaal van de Amerikaanse singer-songwriter Judee Sill behoort tot de triestere verhalen uit de geschiedenis van de popmuziek, maar wat maakte ze mooie muziek, zoals op haar debuutalbum uit 1971
De naam van Judee Sill komt nog met enige regelmaat voorbij wanneer wordt gesproken over de grote folkzangeressen uit de vroege jaren 70 en met name die uit de Laurel Canyon scene, maar haar muziek is, zeker in de huidige tijd, nauwelijks bekend. Het is zonde, want het titelloze debuutalbum van Judee Sill uit 1971 is echt prachtig. Het is een album met mooie songs, wat spirituele teksten, fraaie orkestraties van strijkers en blazers, maar het is de prachtige heldere stem van Judee Sill die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse muzikante had een behoorlijk heftige levenswandel, maar ze zingt op haar debuutalbum als een engel. Het is voor mij een onbetwiste klassieker.
Ik heb deze week relatief veel aandacht voor singer-songwriters op de krenten uit de pop en dus is het leuk om de wekelijkse greep uit de oude doos ook te richten op dit genre. Ik ben uitgekomen in de lente van 1971, want toen verscheen het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Judee Sill. Het is een naam die, ook op de krenten uit de pop, met enige regelmaat opduikt als vergelijkingsmateriaal in recensies van wat traditioneel aandoende folkalbums, maar de muziek van Judee Sill is helaas relatief onbekend.
Dat is ook niet zo gek, want ze maakte slechts twee albums. Na het titelloze debuutalbum uit 1971 verscheen in 1973 nog het album Heart Food, dat niet onder doet voor het debuut, al vind ik het debuut persoonlijk net wat indrukwekkender. Het zijn de twee hoogtepunten in de korte carrière van Judee Sill, die verder vooral te maken kreeg met diepe dalen.
Haar vader en broer overleden op jonge leeftijd, wat de interesse van Judee Sill in zowel religie en spiritualiteit als in meer occulte zaken versterkte. Ze kreeg al op jonge leeftijd te maken met een ernstige heroïneverslaving en zat zelfs even in de gevangenis. Desondanks kreeg ze een platencontract bij het label van David Geffen en lachte het succes haar kort toe. Judee Sill kon de heroïne even laten staan, maar toen de verslaving aanwakkerde en ze ook andere drugs ging nemen verslechterde haar situatie snel. Judee Sill overleed in 1979 aan een overdosis drugs en werd slechts 35 jaar oud.
Terug naar haar debuutalbum uit 1971, dat anders klinkt dan haar levensverhaal doet vermoeden. Op haar debuutalbum maakt Judee Sill het soort folk dat aan het begin van de jaren 70 veel vaker werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles. Judee Sill was nog onbekend toen ze haar debuutalbum opnam, maar het klinkt als een album waar flink wat geld in is gestoken.
Het is een album met een typisch jaren 70 geluid, dat af en toe wel wat doet denken aan het geluid op de albums van Carole King uit die tijd, zeker wanneer de piano domineert. Het debuutalbum van Judee Sill is echter ook voorzien van behoorlijk uitbundige orkestraties waarvoor strijkers en blazers zijn ingezet. Het klinkt bijna 55 jaar later wel wat gedateerd, maar ik vind de muziek op het album echt heel mooi, zeker wanneer Judee Sill er ook nog wat soul en gospel tegenaan gooit of een pedal steel opduikt.
Op basis van haar levenswandel zou je een ruwe en doorleefde stem verwachten, maar Judee Sill beschikt op haar debuutalbum over een engelachtige stem, die meer dan eens doet denken aan de zoetgevooisde zang van Karen Carpenter. De zang op het titelloze debuutalbum van Judee Sill is echt heel erg mooi en rechtvaardigt het feit dat ze ook al die jaren na haar trieste dood nog wordt genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal voor de folkies van deze tijd.
Het is overigens ook razendknap hoe de stem van Judee Sill in meerdere lagen uit de speakers komt, wat met de opnamemiddelen die in 1971 beschikbaar waren een hele kunst was. Judee Sill was niet alleen een geweldige zangeres, maar ze schreef ook prima songs en interessante teksten. Ik geef direct toe dat ik zelf ook nog niet heel vaak naar Judee Sill had geluisterd, maar wat is dit een mooi, bijzonder en zeker ook invloedrijk album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Reb Fountain - How Love Bends (2025) 4,5
9 maart 2025, 10:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Reb Fountain - How Love Bends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Reb Fountain - How Love Bends
Vijf jaar geleden ontdekte ik de muziek van Reb Fountain en het was liefde op het eerste gezicht, die deze week nog eens wordt bevestigd door How Love Bends, dat zeker niet onder doet voor de twee wonderschone voorgangers
Voor de muziek van Reb Fountain gaat het gezegde “wat je van ver haalt is lekker” zeker op. Ik was diep onder de indruk van de vorige twee albums van de Nieuw-Zeelandse muzikante en ook het deze week verschenen How Love Bends imponeerde direct bij eerste beluistering. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de echt prachtige stem van de muzikante uit Auckland, maar ook de muziek op haar nieuwe album is echt bijzonder mooi. Reb Fountain schrijft ook nog eens prachtige songs, waardoor ook How Love Bends zich weer met gemak kan meten met de beste albums in het genre. Iedereen die de muziek van Reb Fountain niet kent adviseer ik om zo snel mogelijk te gaan luisteren.
Een jaar of zes geleden begon ik de Nieuw-Zeelandse muziekscene wat intensiever te volgen, onder andere via de nieuwsbrief van de muziekwinkel Flying Out uit Auckland en de nieuwsbrief van het fameuze Flying Nun Records uit dezelfde stad. Het waren deze nieuwsbrieven die me in het voorjaar van 2020 op het spoor hebben gezet van de muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Reb Fountain, die werd geboren in San Francisco, maar via Lyttelton en Christchurch in Auckland was beland.
Het tijdens de eerste maanden van de covidpandemie verschenen album bleek al het vierde album van de Nieuw-Zeelandse muzikante en het bleek een prachtalbum. Reb Fountain maakte indruk met sfeervolle songs, wat stemmige klanken en vooral met een betoverend mooie stem. Het titelloze album van Reb Fountain haalde aan het eind van 2020 mijn jaarlijstje en een jaar later deed het in de herfst van 2021 verschenen IRIS hetzelfde.
Met de kennis van nu zouden beide albums overigens de hoogste regionen van mijn jaarlijstjes hebben gehaald, want de muziek van Reb Fountain werd me in de jaren na de release van beide albums nog een flink stuk dierbaarder. De singer-songwriter uit Auckland heeft het geduld sindsdien helaas flink op de proef gesteld, maar deze week is dan eindelijk de opvolger van IRIS verschenen.
Voor het ontdekken van How Love Bends had ik de Nieuw-Zeelandse nieuwsbrieven niet nodig, want ik volg de socials van Reb Fountain en bovendien hebben haar geweldige albums er voor gezorgd dat ze ook in Europa voet aan de grond heeft gekregen. Door mijn enorme liefde voor de vorige twee albums begon ik met onredelijk hoge verwachtingen aan de beluistering van How Love Bends, maar wat heeft Reb Fountain weer een indrukwekkend album afgeleverd.
Ook op haar nieuwe album maakt de muzikante uit Auckland weer heel veel indruk met haar zang. Ze beschikt over een van de mooiste stemmen die ik ken en omdat het nieuwe album ook nog eens prachtig klinkt is de zang op How Love Bends voor mij een kleine drie kwartier lang goed voor kippenvel en volledige betovering. Zeker wanneer Reb Fountain wat zachter en met wat meer emotie zingt komt haar stem echt keihard binnen en ben ik echt volledig van de wereld.
De prachtige stem van Reb Fountain wordt ook op How Love Bends weer omringd door sfeervolle en soms wat stemmige klanken, waarin organische klanken en elektronica fraai worden gecombineerd en strijkers zorgen voor extra sfeer en versiering. How Love Bands werd gemaakt met de vaste band van Reb Fountain, die tekent voor een bijzonder mooi maar ook ruimtelijk geluid, waarin bovendien meer dan voldoende ruimte is vrij gehouden voor de stem van Reb Fountain.
How Love Bends is geproduceerd door Dave Khan en Simon Gooding en ook de productie van het album is een kunststukje. Alle instrumenten komen even mooi uit de speakers en wanneer Reb Fountain zingt breekt haar stem op prachtige wijze door de muziek heen, wat zowel de kracht van de muziek als die van de zang versterkt.
Gezien mijn enorme liefde voor de vorige twee albums van Reb Fountain en het feit dat deze liefde na de release van de albums nog lang door groeide, durf ik How Love Bends nog goed niet te vergelijken met deze albums, maar als ik het album vergelijk met de andere albums van vrouwelijke singer-songwriters die in de eerste twee maanden van dit jaar zijn verschenen kan ik alleen maar concluderen dat Reb Fountain een album van een bijna onwaarschijnlijke schoonheid heeft gemaakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Jason Isbell - Foxes in the Snow (2025) 4,0
8 maart 2025, 11:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jason Isbell - Foxes In The Snow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jason Isbell - Foxes In The Snow
Na een aantal albums met zijn band The 400 Unit moeten we het op Foxes In The Snow doen met alleen de akoestische gitaar en de stem van Jason Isbell, maar het resultaat is ook dit keer bijzonder mooi
Het is een prachtig stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikant Jason Isbell, al dan niet begeleid door zijn band The 400 Unit, op zijn naam heeft staan. Na het einde van zijn huwelijk met muzikante Amanda Shires dook hij in zijn eentje een fameuze studio in New York in om Foxes In The Snow op te nemen. Het is het meest sobere album dat Jason Isbell tot dusver heeft uitgebracht, want meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant is er niet te horen. Het is knap om met deze bescheiden middelen indruk te maken, maar Jason Isbell doet het. De Amerikaanse muzikant behoort tot de beste songwriters van het moment en vertolkt de songs op Foxes In The Snow met veel gevoel. Indrukwekkend.
Jason Isbell verliet in 2007 de Amerikaanse band Drive-By Truckers om aan een solocarrière te beginnen. Het werd een ware zegetocht, die Jason Isbell inmiddels heeft geschaard onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het heeft de afgelopen achttien jaar een stapeltje uitstekende albums opgeleverd, waarvan de meerderheid werd gemaakt met zijn band The 400 Unit, waar ook zijn inmiddels ex-vrouw Amanda Shires deel van uit maakte.
The 400 Unit schittert door afwezigheid op het deze week verschenen Foxes In The Snow, dat volgt op een korte Europese tour, die de Amerikaanse muzikant onder andere in de hoofdstedelijke poptempel Paradiso bracht. Op het podium was Jason Isbell in zijn uppie te zien en ook op Foxes In The Snow moeten we het doen met slechts zijn gitaarspel en stem.
Foxes In The Snow werd samen met co-producer Gena Johnson in slechts vijf dagen opgenomen in de legendarische Electric Lady Studios in New York, waar Jason Isbell slechts een stokoude akoestische gitaar en een microfoon nodig had. Het levert een album op van een soort dat tegenwoordig niet al te veel meer wordt gemaakt, want hoeveel muzikanten durven nog te vertrouwen op wat akoestische gitaarakkoorden en hun stem?
Ik ben zelf eerlijk gezegd meestal ook niet zo enthousiast over dit soort albums, want er zijn niet veel muzikanten die met een akoestische gitaar en een stem mijn aandacht vast kunnen houden. Jason Isbell kan het wel op Foxes In The Snow en maakt wat mij betreft indruk.
Het is deels de verdienste van het fraaie akoestische gitaarspel, dat op zich niet heel gevarieerd is, zeker niet binnen de songs, maar wel zeer trefzeker. Dat laatste geldt in nog veel sterkere mate voor de zang van de Amerikaanse muzikant, die beschikt over een mooie maar ook emotievolle stem en die bovendien verschillende klankkleuren laat horen.
Foxes In The Snow volgt op het einde van het huwelijk van Jason Isbell en Amanda Shares en dat is een thema dat een enkele keer terug komt op het album. Toch is het zeker geen standaard breakup album, want Jason Isbell heeft de ergste pijn inmiddels achter zich gelaten en kijkt ook alweer vooruit en lijkt al een nieuwe liefde te hebben gevonden. Bij dit soort akoestische albums moet ik altijd aan Nebraska van Bruce Springsteen denken. Foxes In The Snow is de Nebraska in het oeuvre van Jason Isbell, maar de albums zijn slechts ten dele vergelijkbaar.
Na mijn eerste beluistering van het nieuwe album van Jason Isbell was ik best onder de indruk, maar ook wel wat bang dat het album me snel zou gaan vervelen, maar dat is niet gebeurd. De songs op Foxes In The Snow worden zeker niet minder wanneer je het album vaker hoort, wat iets zegt over de kwaliteit van het gitaarspel, de zang en zeker ook de songs op het album.
Jason Isbell heeft de afgelopen achttien jaar laten horen dat hij behoort bij de beste verhalenvertellers en songwriters van zijn generatie en dat laat hij ook weer horen op zijn nieuwe album. Na Foxes In The Snow mag Jason Isbell van mij best weer een album met The 400 Unit maken, maar ook dit akoestische en behoorlijk sobere uitstapje verdient absoluut navolging. De lat ligt hoog binnen het oeuvre van Jason Isbell, maar ook Foxes In The Snow is weer een album dat deze hoogte aan kan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Hachiku - The Joys of Being Pure at Heart (2025) 4,0
7 maart 2025, 16:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hachiku - The Joys Of Being Pure At Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hachiku - The Joys Of Being Pure At Heart
Er is helaas bijna niets over geschreven, maar Hachiku heeft met The Joys Of Being Pure At Heart een album gemaakt dat het uitstekend doet als soundtrack voor de mooie lentedagen van het moment
Ik had nog niet eerder van Hachiku gehoord, maar het project van de Australisch-Duitse muzikante Anika Ostendorf heeft een interessant album gemaakt. Het is een album dat uitstekend past bij de lentezon van het moment, maar de aanstekelijke popsongs van Hachiku prikkelen ook zeker de fantasie. In muzikaal opzicht kan het op The Joys Of Being Pure At Heart meerdere kanten op en ook qua invloeden is de muziek van Hachiku zeker niet eenkennig. Het levert een album op dat aan de ene kant direct vertrouwd klinkt, maar dat toch ook wat ongrijpbaar is. Het was natuurlijk Paste dat er de afgelopen week over schreef en wat hadden ze het weer bij het juiste eind.
Paste Magazine wees me de afgelopen week op The Joys Of Being Pure At Heart van Hachiku. Het is een album waarvan ik de cover wel voorbij had zien komen in de overzichten met nieuwe albums, maar op basis van deze cover had ik niet direct het idee dat dit een interessant album zou kunnen zijn. Het gezegde “Never Judge A Book By Its Cover” bleek echter weer eens op te gaan, want Hachiku heeft een bijzonder klinkend album gemaakt.
Hachiku is een project van de van oorsprong Duitse muzikante en producer Anika Ostendorf, die momenteel het Australische Melbourne als thuisbasis heeft. Ze debuteerde aan het eind van 2020 met het album I’ll Probably Be Asleep, dat in kleine kring geweldige recensies kreeg, maar dat mij destijds niet is opgevallen. The Joys Of Being Pure At Heart is me dankzij de inspanningen van Paste Magazine wel opgevallen en dat is maar goed ook, want Hachiku heeft echt een bijzonder klinkend album gemaakt.
Wat opvalt bij beluistering van het album is dat Anika Ostendorf een goed gevoel heeft voor lekker in het gehoor liggende popsongs. Het tweede album van de Duitse muzikante staat vol met songs die zich vrijwel onmiddellijk opdringen en die op een of andere manier direct bekend klinken. Het zijn songs die op zich passen in het hokje indiepop, maar de muziek van Hachiku klinkt anders dan de indiepop die in de Verenigde Staten wordt gemaakt.
Voor haar songs maakt Anika Ostendorf gebruik van flink wat elektronica, maar The Joys Of Being Pure At Heart is niet alleen een elektronisch popalbum. In de meer uptempo songs op het album is de muziek van Hachiku met enige fantasie nog wel te omschrijven als synthpop, maar wanneer de muzikante uit Melbourne wat gas terug neemt, klinkt haar muziek een stuk organischer, met hier en daar ook klassiek aandoende orkestraties. Het heeft af en toe wel wat van de dreampop die in de jaren 90 werd gemaakt, maar het is zeker niet zo dat de invloeden uit de 90s dreampop er heel dik bovenop liggen.
Wat The Joys Of Being Pure At Heart zo leuk maakt is de combinatie van lekker in het gehoor liggende en opvallend melodieuze en toegankelijke popsongs en het subtiele experiment dat Anika Ostendorf in haar songs heeft verstopt. Constante factor in de songs op The Joys Of Being Pure At Heart is de aangename stem van de Duitse muzikante, maar in muzikaal opzicht kan het echt alle kanten op. Het is daarom best lastig om de muziek van Hachiku te karakteriseren, want in geen van de eerder genoemde hokjes is het album volledig op zijn plaats.
Het tweede album van Hachiku is een album dat direct bij eerste beluistering erg lekker klinkt, maar je hoort pas echt hoe goed dit album is wanneer je er meerdere keren met volledige aandacht naar hebt geluisterd en je ook alle bijzondere details en wendingen hebt opgepikt. Ik vind The Joys Of Being Pure At Heart persoonlijk een echt koptelefoonalbum, want juist met de koptelefoon hoor je de subtiele accenten en de meerdere lagen in de muziek van Anika Ostendorf.
Paste Magazine vergelijkt het met The Beths, Kate Nash en Magdalena Bay. Dat hoor ik niet direct, maar met de conclusie van Paste dat The Joys Of Being Pure At Heart van Hachiku voorlopig het feelgood album van 2025 is kan ik me best vinden. Ik lees er verder helaas helemaal niets over, maar dit is echt een leuk en interessant album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cornelia Murr - Run to the Center (2025) 4,5
7 maart 2025, 14:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cornelia Murr - Run To The Center - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cornelia Murr - Run To The Center
Het debuutalbum van Cornelia Murr werd in 2018 helaas slechts in kleine kring opgemerkt, maar dat dit album zeker geen toevalstreffer was laat de muzikante uit Los Angeles horen op het nog betere Run To The Center
Het is veel te lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikante Cornelia Murr. Gelukkig was ik haar naam niet vergeten, want dan had ik het deze week verschenen Run To The Center zomaar kunnen missen. Ook het tweede album van Cornelia Murr is zeer de moeite waard. Het is een album dat wat voller en minder elektronisch klinkt dan haar debuutalbum, maar gebleven zijn de bijzondere mix van invloeden uit het verleden en het heden en vooral de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante. Cornelia Murr maakte op mij behoorlijk wat indruk met haar opvallende debuutalbum en doet dat opnieuw met haar nieuwe album, dat ik nog net wat hoger inschat.
In de zomer van 2018 verscheen Lake Tear Of The Clouds van de Amerikaanse muzikante Cornelia Murr. Het album bevatte slechts acht tracks en duurde maar net iets meer dan een half uur, maar het is een debuutalbum dat mij altijd is bij gebleven.
De muzikante uit Los Angeles verraste op haar debuutalbum met fascinerende elektronische klanken en bijdragen van onder andere de mellotron en de omnichord, die het album voorzagen van een bijzonder geluid. Het door My Morning Jacket zanger Jim James geproduceerde album viel misschien nog wel meer op door de geschoolde stem van Cornelia Murr, die het album zowel een tijdloos als eigentijds karakter gaf.
De afgelopen jaren was het helaas stil rond Cornelia Murr, maar deze week verscheen dan eindelijk de opvolger van Lake Tear Of The Clouds. Het duurde even voordat Cornelia Murr weer de middelen had om een nieuw album te maken, maar het proces kwam in een stroomversnelling toen ze in contact kwam met muzikant en producer Luke Temple, onder andere bekend van Adrianne Lenker, die ook de nodige muzikanten aandroeg voor het tweede album van Cornelia Murr.
Sinds Run To The Center een paar weken geleden werd aangekondigd, was ik weer aardig in de ban van het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles. Het tweede album van Cornelia Murr klinkt anders dan het bijna zeven jaar oude Lake Tear Of The Clouds, maar toch voelde Run To The Center ook direct vertrouwd.
Dat heeft vooral te maken met de stem van Cornelia Murr, die ook dit keer prachtig zingt. De Amerikaanse muzikante beschikt zoals gezegd over een geschoolde stem, die vooral zacht klinkt, maar ook zeker soulvol is. Het was de stem van Cornelia Murr die in 2018 mijn liefde voor haar debuutalbum aanwakkerde en ook op Run To The Center vind ik de zang echt geweldig.
De stem van de Amerikaanse muzikante is niet het enige dat herinnert aan haar debuutalbum. Ook qua sfeer is het deze week verschenen album niet heel verschillend van zijn voorganger. De muziek van Cornelia Murr klinkt soms wat nostalgisch, met duidelijke echo’s uit de singer-songwriter muziek die in de jaren 70 werd gemaakt, maar Run To The Center is ook een eigentijds klinkend album.
Het grootste verschil tussen Lake Tear Of The Clouds en Run To The Center hoor je in de muziek op het album. Op het debuutalbum van Cornelia Murr hoorde je vooral elektronica, maar op het nieuwe album klinkt haar muziek voller en ook organischer, al is de rol van elektronica zeker niet uitgespeeld. Het is een zwoel en wat psychedelisch aandoend geluid dat de ruimte prachtig vult.Het is allemaal vaardig geproduceerd door Luke Temple die het album heeft voorzien van een warm en sfeervol geluid. Het is een geluid met een bijna rustgevende uitwerking en het is een geluid dat prachtig past bij de bijzondere stem van Cornelia Murr.
Ik had na al die jaren stilte bijna de hoop opgegeven dat we nog iets zouden horen van de Amerikaanse muzikante, maar gelukkig heeft ze de middelen gevonden om dit tweede album te maken. Lake Tear Of The Clouds moest het in 2018 helaas doen met bescheiden aandacht en ook over het nieuwe album lees ik helaas niet veel, maar Run To The Center is echt veel te mooi om onder te sneeuwen, al is het maar omdat het album het ook fantastisch doet in de lentezon van het moment. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Lathums - Matter Does Not Define (2025) 4,0
6 maart 2025, 16:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Lathums - Matter Does Not Define - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Lathums - Matter Does Not Define
De Britse band The Lathums dook vier jaar geleden op met een prima gitaaralbum, zakte vervolgens helaas wat in, maar revancheert zich op knappe wijze met het uitstekende Matter Does Not Define
Matter Does Not Define, het derde album van de Britse band The Lathums, klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast die vooral is gevuld met Britse gitaaralbums. De band uit Wigan combineert al deze invloeden in aansprekende songs, die lekker in het gehoor liggen en een hoog feelgood gehalte hebben. Het had allemaal best wat ruwer en eigenzinniger gemogen, maar als je zin hebt in een authentiek en tijdloos klinkende Britse gitaarplaat komt dit album lekker binnen en stelt het zeker niet teleur. Het debuut van de band vond ik geweldig, album nummer twee matig, maar Matter Does Not Define is weer prima. Leuke band.
Ik was erg enthousiast over de eerste EP’s van de Britse band The Lathums en ook het in 2021 verschenen debuutalbum How Beautiful Life Can Be sprak me zeer aan. De band uit het Britse Wigan liet zich op dit album inspireren door een aantal decennia Britse gitaarmuziek, wat een heerlijke gitaarplaat opleverde. Het is een gitaarplaat die me afwisselend deed denken aan de muziek van The La’s en The Smiths, maar stiekem kwam bijna de hele geschiedenis van de Britse gitaarmuziek voorbij.
De songs van The Lathums lieten de zon schijnen met heerlijk gitaarwerk en met typisch Britse songs met een hoog jonge honden gehalte. Het door James Skelly van The Coral geproduceerde album klonk ook nog eens fantastisch, wat het feel good gevoel van het album nog wat verder versterkte.
Ik was na How Beautiful Life Can Be fan van The Lathums, maar de band stelde me teleur met het in 2023 verschenen From Nothing To A Little Bit More. Het tweede album van The Lathums liet niet de groei horen waarop ik had gehoopt of die ik eigenlijk had verwacht, waardoor het tweede album van de Britse band wat mat en ongeïnspireerd klonk.
De torenhoge verwachtingen met betrekking tot het tweede album van de band liepen uit op een teleurstelling, waardoor ik eigenlijk geen verwachtingen had met betrekking tot het derde album dat onlangs werd aangekondigd voor de komende week. Tot mijn verbazing lag het album echter al een week eerder in de winkel en ging ik er eerlijk gezegd van uit dat The Lathums geen deuk zouden slaan in mijn al gemaakte selectie.
Matter Does Not Define bevalt me echter wel. Ook op het derde album laat de band uit Wigan zich breed inspireren, want ook Matter Does Not Define is een zoekplaatje waarop je heel veel bekends tegen komt. Nu kan ik een hele waslijst namen gaan noemen, en het zijn grotendeels dezelfde namen als de namen die voorbij kwamen bij beluistering van de eerste twee albums, maar het derde album van de band klinkt ook als een The Lathums album.
Het is een album dat je op meerdere manieren kunt beluisteren. De criticus zal beweren dat de Britse band zich wel heel nadrukkelijk laat inspireren door een aantal grote bands uit het Britse muziekverleden en dat The Lathums op Matter Does Not Define bovendien wel erg netjes binnen de lijnen kleurt.
Ik kan het niet ontkennen, maar het derde album van The Lathums is ook een album waarop alles klopt. Het gitaarwerk is prachtig, de karakteristieke zang met onder andere een vleugje Morrissey is aansprekend, de productie is trefzeker en het geluid van de band is lekker veelzijdig. Het sterkste punt van het derde album van The Lathums is echter dat de band de ene na de andere memorabele song voorbij laat komen.
Natuurlijk had het best wat ruwer en origineler gekund, maar ondertussen luistert het album bijzonder lekker weg en hoor je de ene na de andere prima song voorbij komen, en heb je uiteindelijk het hele album beluisterd zonder je ook maar een moment te vervelen.
Liefhebbers van gitaarbands als The Lathums komen er de afgelopen jaren helaas wat bekaaid van af, maar waar ik het tweede album van de Britse band wat mat en ongeïnspireerd vond klinken, zit er wat mij betreft genoeg vuur en passie en een beetje van The Strokes in hun beste dagen op Matter Does Not Define. Het levert een album op waarmee de Britse band zich wat mij betreft revancheert voor de wat zwakke voorganger. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Matilda Mann - Roxwell (2025) 4,0
5 maart 2025, 20:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Matilda Mann - Roxwell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Matilda Mann - Roxwell
De Britse muzikante Matilda Mann zit met haar debuutalbum Roxwell in de werkelijk overvolle vijver van de indiepop van het moment, maar dit persoonlijke en zeer aangename album zou ik er zeker uit vissen
Matilda Mann doet op Roxwell af en toe precies wat je verwacht van een muzikante met het label indiepop, maar de jonge Britse muzikante laat op haar debuutalbum horen dat ze ook allerlei andere kanten op kan. Het levert een veelzijdig album op dat makkelijk overtuigt met invloeden uit verschillende genres, een warm en aangenaam geluid, de mooie fluisterstem van de Britse muzikante en haar persoonlijke teksten waarin het volwassen worden centraal staan. Ik raak af en toe ook wel eens uitgekeken op al die jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop van het moment, maar Matilda Mann laat horen dat er nog altijd ruimte is voor net wat anders klinkende albums in het zo volle genre.
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik ook Roxwell van Matilda Mann tegen. Het is een naam die ik niet eerder was tegen gekomen, maar bij hele snelle beluistering sprak haar muziek mij zeker aan. De naam Matilda Mann klinkt Duits, maar ze is geboren en getogen in Londen en heeft de Britse nationaliteit.
De Britse muziekpers heeft de jonge Britse muzikante, die afstudeerde aan de fameuze BRIT School, de afgelopen jaren jaar al meerdere malen toegevoegd aan de muzikanten die we in de gaten moeten houden en dat begrijp ik wel. Met Roxwell (vernoemd naar het deel van Londen waarin ze opgroeide) heeft Matilda Mann immers een zeer aansprekend indiepop album afgeleverd, dat volgt op een aantal al even aansprekende EP’s.
Het is een indiepop album dat in een aantal opzichten naadloos aansluit bij de betere indiepop albums die de afgelopen jaren met name in de Verenigde Staten zijn gemaakt. Zo heeft Matilda Mann een persoonlijk album gemaakt dat in tekstueel opzicht kan worden gezien als een ‘coming of age album’, wat redelijk gebruikelijk is in het genre. Ook de vooral fluisterzachte zang is binnen de indiepop van het moment behoorlijk gangbaar en ook het incidenteel opschuiven richting indiefolk en indierock heb ik vaker gehoord.
Toch weet de Britse muzikante zich ook zeker te onderscheiden van de bulk van de albums in het genre. Om te beginnen heeft Matilda Mann voor haar debuutalbum een aantal zeer aansprekende songs geschreven. Het zijn indie popsongs die zich heel makkelijk opdringen en die eigenlijk direct bijzonder aangenaam klinken, maar de songs van Matilda Mann zitten ook knap in elkaar, zijn verrassend gevarieerd en prikkelen ook zeker de fantasie.
De Britse muzikante schakelde een drietal mij onbekende producers in voor haar eerste album en die hebben Roxwell voorzien van een lekker vol en aansprekend geluid. Matilda Mann zingt vooral fluisterzacht, maar ze doet dit op fraaie wijze. De zang op Roxwell kan zwoel en verleidelijk klinken, maar de zang klinkt ook puur en oprecht, mede door de persoonlijke teksten.
De grootste kracht van het debuutalbum van Matilda Mann schuilt wat mij betreft in de grote veelzijdigheid van het album. Matilda Mann maakt soms typische en wat Amerikaans aandoende indiepop, maar ze kan ook folky klinken of juist opschuiven richting de dansvloer met soulvolle tracks met vleugjes triphop en R&B. Het zorgt er voor dat de uitersten op Roxwell redelijk ver uit elkaar liggen en Matilda Mann steeds weer raakt aan net wat andere indiepop grootheden, maar het debuutalbum van de Britse muzikante klinkt, met name door de zang, ook voldoende consistent.
Matilda Mann heeft de pech dat ze opereert in een genre waarin het al jaren enorm dringen is en waarin wekelijks meerdere interessante albums verschijnen, maar met Roxwell heeft ze een album gemaakt dat ik persoonlijk beter vind dan het gemiddelde album in het genre.
Ik hoop daarom dat ik haar met deze recensie een zetje in de rug kan geven, al werkt het maken van een aansprekend filmpje op TikTok waarschijnlijk veel beter. Ik denk dat de TikTok bubble de songs van de jonge Britse muzikante wel zal weten te waarderen, maar ook liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters buiten deze bubble moeten dit album zeker eens checken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Chills - Spring Board (2025) 4,0
Alternatieve titel: The Early Unrecorded Songs, 5 maart 2025, 12:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Chills - Spring Board: The Early Unrecorded Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Chills - Spring Board: The Early Unrecorded Songs
Met het overlijden van Martin Phillips kwam na bijna 35 jaar een einde aan zijn band The Chills, maar met Spring Board: The Early Unrecorded Songs levert de Nieuw-Zeelandse muzikant nog een zeer fraaie zwanenzang af
De Nieuw-Zeelandse band The Chills was sinds haar oprichting een meester in het schrijven van songs die de zon uitbundig laten schijnen, maar die ook niet bang zijn voor wat melancholie. De albums van de band zijn stuk voor stuk uitstekend en doen niet onder voor de albums van de net wat bekendere Australische band The Go-Betweens. Met het overlijden van de voorman viel vorig jaar helaas het doek voor de band, maar Martin Phillips werkte vlak voor zijn dood aan het opnemen van oude songs. Het zijn songs die nu zijn terecht gekomen op Spring Board: The Early Unrecorded Songs, dat een wat atypische maar bijzonder mooie zwanenzang van de Nieuw-Zeelandse band is geworden.
Vorig jaar overleed Martin Phillips, de voorman van de Nieuw-Zeelandse band The Chills op slechts 61-jarige leeftijd. De band werd in 1980 geformeerd in het Nieuw-Zeelandse Dunedin en maakte vanaf de tweede helft van de jaren 80 geweldige albums, met Submarine Bells uit 1990 als mijn persoonlijke favoriet. Het zijn albums met onweerstaanbaar lekkere popsongs met een uniek Nieuw-Zeelands stempel.
De band was in de eerste jaar van het huidige millennium wat minder actief, maar met Silver Bullets (2015), Snow Bound (2018) en Scatterbrain (2021) leverde The Chills de afgelopen tien jaar nog drie albums af die niet onder deden voor de beste albums van de Nieuw-Zeelandse band.
Met de vroege dood van Martin Phillips komt helaas een einde aan een van de leukste bands die Nieuw-Zeeland rijk was, maar deze week verscheen nog een nieuw album van de band. Spring Board: The Early Unrecorded Songs leek me op voorhand niet zo interessant, omdat ik er van uit ging dat het een verzameling stokoude restjes betrof, maar dat blijkt niet het geval.
Vlak voor zijn dood werkte Martin Phillips aan het opnemen van songs die hij schreef voordat zijn band haar debuutalbum uitbracht. Deze nieuwe opnamen vormen de basis van Spring Board: The Early Unrecorded Songs, dat door de rest van de band werd afgemaakt.
Het album laat aan de ene kant horen dat Martin Phillips ook in zijn jonge jaren al een uitstekend songwriter was, maar Spring Board: The Early Unrecorded Songs laat bovendien horen dat de vroege songs van The Chills ook een aantal decennia later nog fris en urgent klinken.
De muziek van The Chills sloot in eigen land aan bij de muziek van onder andere The Clean en The Bats, maar de songs van Martin Phillips hebben bij mij altijd vooral associaties opgeroepen met de muziek van de Australische band The Go-Betweens. Net als de muziek van The Go-Betweens staat de muziek van The Chills garant voor een bijzondere mix van zonnestralen en melancholie, waarvoor het prachtige woord bitterzoet is verzonnen.
De songs op Spring Board: The Early Unrecorded Songs zijn misschien stokoud, maar het album klinkt wat mij betreft als een nieuw album van The Chills. Het zijn wat stevigere en vooral wat meer ingetogen en heerlijk melodieuze songs en het zijn stuk voor stuk songs die de zon hier uitbundig laten schijnen, ook al heeft Martin Phillips ook de nodige melancholie in zijn songs verstopt.
Spring Board: The Early Unrecorded Songs is een prachtig album, maar het is ook een pijnlijk album. Het album laat immers niet alleen horen hoeveel prachtsongs Martin Phillips waarschijnlijk nog in zijn archieven heeft nagelaten, maar maakt ook pijnlijk duidelijk hoeveel we missen door het toch wat voortijdige einde van The Chills.
De Nieuw-Zeelandse band stak de afgelopen tien jaar in een uitstekende vorm en deze vorm wordt doorgetrokken op Spring Board: The Early Unrecorded Songs, dat echt veel meer is dan een verzameling restjes van de plank. Martin Phillips is al ruim een half jaar niet meer onder ons en Spring Board: The Early Unrecorded Songs laat twintig songs en zeventig minuten lang horen wat een groot gemis dit is. Het is ook zeventig minuten en twintig songs intens genieten overigens. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Andy Bell - Pinball Wanderer (2025) 4,0
4 maart 2025, 19:47 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Andy Bell - Pinball Wanderer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Andy Bell - Pinball Wanderer
Andy Bell maakte 35 jaar geleden een niet te overtreffen klassieker met zijn band Ride, maar doet op zijn soloalbums nu al voor de derde keer op rij wat op de albums van zijn band na 1990 niet meer wilde lukken
Andy Bell bracht vijf jaar geleden zijn eerste soloalbum uit en The View From Halfway Down bleek een enorme verrassing. Opvolger Flicker was misschien nog wel beter en ook met het deze week verschenen Pinball Wanderer heeft de voorman van de band Ride een uitstekend soloalbum afgeleverd. Het is een album dat opvalt door een psychedelisch sfeertje, dat wordt versterkt door de geweldige baslijnen en ritmes, en het is een album waarop vooral de elektronica de hoofdrol opeist, al is Andy Bell zeker niet vergeten dat hij een geweldige gitarist is. Acht tracks lang maakt Andy Bell indruk, waardoor zijn solocarrière inmiddels meer moois heeft opgeleverd dan de carrière van zijn band, al blijft Nowhere van Ride natuurlijk onovertroffen.
Andy Bell, niet te verwarren met zijn naamgenoot die zanger van de synthpop band Erasure was, is nog altijd vooral bekend vanwege zijn eerste wapenfeit. Het in 1990 verschenen debuutalbum van zijn band Ride is de boeken in gegaan als een shoegaze en indierock klassieker. Het inmiddels 35 jaar oude Nowhere is nog altijd een fantastisch album, maar het hing ook als een molensteen om de nek van Andy Bell.
Het tweede album van de band was nog best redelijk, maar hierna kwam de band nooit meer ook maar enigszins in de buurt van het niveau van Nowhere en dat deed Ride ook niet op het vorig jaar verschenen Interplay, dat ik wederom teleurstellend vond. Het lukte Andy Bell evenmin met zijn nieuwe band Hurricane #1, waardoor hij uiteindelijk zijn geluk zocht in Oasis en Liam Gallagher’s Beady Eye.
Een paar jaar geleden begon Andy Bell met het maken van soloalbums en op deze albums kon hij zich wel ontworstelen aan de erfenis van het debuutalbum van Ride. The View From Halfway Down (2020) en Flicker (2022) zijn uitstekende albums. Het zijn albums waarop Andy Bell af en toe teruggrijpt op de muziek die hij in het verleden maakte, maar de Britse muzikant flirt op zijn soloalbums vooral met psychedelische pop en kiest, zeker vergeleken met het debuutalbum van Ride, voor een veel minder gruizig geluid met zowel een rol voor gitaren als voor synths.
Deze week verscheen het derde soloalbum van Andy Bell en ook Pinball Wanderer bevalt me uitstekend. Ook op Pinball Wanderer hoor je af en toe voorzichtige flarden van de muziek van Ride, maar ook op zijn nieuwe soloalbum kiest Andy Bell vooral voor een wat trippy geluid, waarin elektronica meestal een grotere rol speelt dan de gitaren en de muziek opvallend melodieus is.
Prijsnummer is wat mij betreft de door Dot Allison gezongen versie van de jaren 80 culthit I’m In Love With A German Film Star van de vergeten Britse postpunk band The Passions. Andy Bell en Dot Allison maken er een prachtige versie van met de titel I’m In Love … en verdrijven de 80s doom met wat zonnestralen en ook nog wat gitaarwerk van NEU gitarist Michael Rother.
Op de rest van het album doet Andy Bell eigenlijk alles samen met Oasis lid Gem Archer en dat doen ze zonder de druk die sinds Nowhere op de album van Ride zit. Door de invloeden uit de psychedelica zit er een geweldige flow in de songs op Pinball Wanderer en het is een flow die wordt versterkt door de geweldige ritmes, die soms ook wel wat doen denken aan de muziek die in de Madchester scene werd gemaakt door onder andere The Stone Roses, maar het heeft soms ook wel wat van de Afrobeat.
Zeker de wat langere tracks op het album hebben een geestverruimend effect en het wordt allemaal nog wat mooier wanneer Andy Bell er wat gruizig gitaarwerk tegenaan legt. Het klinkt allemaal heerlijk ontspannend, maar de songs op Pinball Wanderer zijn uitstekend en ook op de zang van Andy Bell valt niets aan te merken. Nog meer dan op zijn vorige soloalbums maakt Andy Bell vooral indruk met de muziek. Het album schiet meerdere kanten op en alles klinkt even lekker, zeker wanneer je in de stemming bent voor een psychedelische luistertrip als deze.
Het blijft bijzonder dat Andy Bell er met Ride nooit echt in is geslaagd om in de buurt te komen van het legendarische debuutalbum van de band, maar dat nu op zijn soloalbums al voor de derde keer op rij doet. Mij hoor je hier niet over klagen, zeker niet als het uitstekende albums als deze oplevert. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Miya Folick - Erotica Veronica (2025) 4,0
3 maart 2025, 15:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Miya Folick - Erotica Veronica - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Miya Folick - Erotica Veronica
Miya Folick maakte met Premonitions en ROACH al twee uitstekende popalbums, maar de Amerikaanse muzikante laat op Erotica Veronica horen dat ze ook binnen de indierock met de besten mee kan
Ik moest bij de naam Miya Folick diep graven in het geheugen, maar kwam uiteindelijk terecht bij haar uitstekende debuutalbum uit 2018. Dat debuutalbum was een mooi en eigenzinnig popalbum, dat zeker hier in Nederland wat onderbelicht is gebleven. Na opvolger ROACH uit 2023 keert Miya Folick deze week terug met Erotica Veronica dat vooralsnog ook nog niet is overladen met aandacht. Dat verdient het album wel, want de Amerikaanse muzikante heeft een indierock album gemaakt dat niet onder doet voor de beste albums in het genre. De songs van Miya Folick klinken organischer dan in het verleden en liggen nog altijd lekker in het gehoor, maar zijn ook zeker voldoende eigenzinnig. Echt een uitstekend album.
Ik was helemaal aan het eind van 2018 heel positief over Premonitions, het een paar maanden daarvoor verschenen debuutalbum van de Amerikaanse Miya Folick. Ik noemde haar in mijn recensie van het album wat oneerbiedig een popprinses, maar wel een heerlijk eigenwijze popprinses. Ik moet eerlijk toegeven dat ik na het typen van mijn recensie nooit meer naar de muziek van Miya Folick heb geluisterd, maar toen ik Premonitions vorige week weer eens beluisterde, was ik nog altijd onder de indruk van het album.
Het is een album waarop de muzikante uit Los Angeles makkelijk overtuigt met haar mooie stem, maar ook de muziek op Premonitions is fascinerend, zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Ik noemde het in 2018 een popalbum dat een stuk beter was dan de mainstream popalbums van dat moment en dat bovendien overliep van de belofte en dat zijn woorden waar ik nog steeds achter kan staan.
Het is dan ook jammer dat ik Miya Folick in de jaren die volgden heb genegeerd, want het in 2023 verschenen ROACH heb ik niet eens beluisterd. Ik heb het album inmiddels wel beluisterd en hoewel ik het minder interessant vind dan het debuutalbum van Miya Folick is ook ROACH een popalbum dat in 2023 zeker mijn aandacht had verdiend.
De muzikante uit Los Angeles heeft deze week met Erotica Veronica haar derde album afgeleverd en voor het eerst ben ik bij de release van een Miya Folick album direct bij de les. Dat is ook volkomen terecht, want met Erotica Veronica heeft de Amerikaanse muzikante een album gemaakt dat goed aansluit op mijn muzieksmaak en dat me nog beter bevalt dan haar eerste twee albums.
Waar de eerste twee albums van Miya Folick werden gedomineerd door synths, staan op Erotica Veronica de gitaren centraal. Het derde album van de muzikante uit Los Angeles is daarom meer een indierock album dan een popalbum, al is ze de pop zeker niet helemaal vergeten. Het is een koerswijziging die niet zonder risico is, want het aanbod binnen de indierock van het moment is enorm en de lat ligt al angstig hoog. Desondanks denk ik dat Miya Folick met haar nieuwe album hoge ogen kan gaan gooien.
De Amerikaanse muzikante bulkt immers in muzikaal en vocaal opzicht van het talent en beheerst bovendien de kunst van het schrijven van lekker in het gehoor liggende maar ook persoonlijke en eigenzinnige popsongs, waarin haar queer identiteit nadrukkelijk tot uitdrukking komt. Miya Folick produceerde haar nieuwe album samen met drummer Sam KS, die de afgelopen jaren een belangrijke rol speelde op de albums van onder andere Lizzy McAlpine, Youth Lagoon en Hozier.
Erotica Veronica is voorzien van een veel organischer geluid dan de eerste twee albums van Miya Folick en het is een geluid dat uitstekend past bij haar stem. De Amerikaanse muzikante kruipt af en toe dicht tegen de muziek van Phoebe Bridgers aan, maar heeft gelukkig ook haar eigenzinnige geluid behouden.
Ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van het nieuwe album van Miya Folick, die haar positie als eigenzinnige popzangeres heeft verruild voor die van een van de smaakmakers binnen de indierock van het moment, wat een bijzonder knappe prestatie is. Erotica Veronica is al met al een album dat echt veel te goed is om tussen wal en schip te vallen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Muireann Bradley - I Kept These Old Blues (2023) 4,0
2 maart 2025, 20:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Muireann Bradley - I Kept These Old Blues
De Ierse muzikante Muireann Bradley is pas 18 jaar oud, maar vertolkt op haar debuutalbum I Kept These Old Blues stokoude bluessongs met werkelijk prachtig gitaarwerk en de doorleefde stem van een oude ziel
Muireann Bradley kwam de coronapandemie door met het luisteren naar stokoude bluessongs en het leren spelen van deze songs op haar gitaar. Op haar zestiende vertolkte ze een aantal van deze songs op haar debuutalbum, dat helaas niet de aandacht kreeg die het album verdiende. De opgepoetste versie van I Kept These Old Blues krijgt deze week een nieuwe kans en verdient absoluut een plekje in de spotlights. Muireann Bradley trekt de aandacht met fraai fingerpicking gitaarspel en met het gevoel dat ze in haar songs legt. De vertolkingen van de bluessongs uit het verre verleden zijn behoorlijk sober, maar I Kept These Old Blues verveelt echt geen moment en maakt steeds meer indruk.
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik I Kept These Old Blues van Muireann Bradley tegen. Het is geen echt nieuw album, want het debuutalbum van de Ierse muzikante verscheen oorspronkelijk aan het eind van 2023, vlak voor haar zeventiende verjaardag, bij een klein Amerikaans label. Muireann Bradley maakte vervolgens indruk tijdens de jaarlijkse Hootenanny Nieuwjaar show van Jools Holland, maar echt breed opgepakt werd I Kept These Old Blues destijds niet.
Ik was eind 2023 zelf ook niet heel erg onder de indruk van het album, maar weet niet meer precies waarom de bijzondere songs van Muireann Bradley me destijds niet wisten te raken. Mogelijk had het te maken met de geluidskwaliteit, want het is waarschijnlijk niet voor niets dat het album deze week in een geremasterde versie is uitgebracht.
Muireann Bradley komt uit het Ierse County Donegal en is nog altijd pas achttien jaar oud. Ze perfectioneerde haar gitaarspel tijdens de coronapandemie en dit gitaarspel is een van de sterke punten van I Kept These Old Blues. Op het album moeten we het doen met de stem en het gitaarspel van de Ierse muzikante, maar beiden zijn prachtig. Muireann Bradley tekent op haar debuutalbum voor fraai akoestisch fingerpicking gitaarspel, dat zeker in de geremasterde versie de ruimte prachtig vult.
De Ierse muzikante heeft een zwak voor bluessongs zoals deze ruim honderd jaar geleden werden gemaakt. De oude blues op haar debuutalbum valt niet alleen op door het uitstekende gitaarspel van Muireann Bradley, maar ook door haar bijzondere stem. De Ierse muzikante was pas 16 jaar oud toen ze de songs op I Kept These Old Blues opnam. Dat hoor je met enige regelmaat, want de stem van Muireann Bradley kan behoorlijk jong klinken, maar aan de andere kant is de Ierse muzikante ook een oude ziel, die de stokoude bluessongs op het album met veel gevoel en doorleving vertolkt.
Het doet me met grote regelmaat denken aan de vroege albums van Gillian Welch, die weliswaar songs uit een andere genre vertolkte, maar wel songs uit dezelfde tijd en dit bovendien deed met ongeveer dezelfde middelen. De stemmen van de twee lijken ook wel wat op elkaar, zeker wanneer de stem wat overslaat.
Muireann Bradley maakt op haar debuutalbum vijftig minuten muziek met slechts haar gitaar en haar stem, maar I Kept These Old Blues houdt de aandacht verrassend makkelijk vast en verslapt eigenlijk geen moment. Het album krijgt deze week een tweede kans met een geremasterde versie op de streaming media diensten en op vinyl en cd en wat mij betreft wordt het debuutalbum van de Ierse muzikante dit keer breed opgepakt.
I Kept These Old Blues blaast nieuw leven in honderd jaar oude songs en maakt dankzij het fraaie gitaarwerk en de overtuigende stem van Muireann Bradley makkelijk indruk. Ik ben lang niet altijd gek op dit soort akoestische blues en het fingerpicking gitaarwerk dat is te horen op I Kept These Old Blues, maar het album heeft wat mij betreft een bijzondere uitwerking op de luisteraar, zeker wanneer deze terecht komt in de ontspannende flow die het debuutalbum van Muireann Bradley heeft. Het is een album dat nog wat meer glans krijgt wanneer je je bedenkt dat de Ierse muzikante nog altijd pas 18 jaar oud is. We gaan nog veel van haar horen, dat is zeker. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Racyne Parker - Will You Go with Me? (2025) 4,0
2 maart 2025, 09:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Racyne Parker - Will You Go With Me?
Het is dringen binnen de Nashville countrypop van het moment, maar Racyne Parker laat op haar debuutalbum Will You Go With Me? horen dat ze geschaard moet worden onder de beloften in het genre
Ik heb de afgelopen jaren een enorm zwak voor countrypop, wat me een flinke stapel albums heeft opgeleverd die ik eindeloos wil koesteren. Of het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Racyne Parker ook zo’n album gaat worden zal de tijd leren, maar ik ben nu al wel zeer gecharmeerd van Will You Go With Me?, het debuutalbum van de muzikante uit Seattle. Het is een album met meer country en folk dan pop, met een fraai klinkend geluid dat vooral bestaat uit snareninstrumenten, met een mooie stem die is gemaakt voor het genre en met een serie aansprekende songs. Voorspellen blijft lastig, maar met een beetje geluk gaat Racyne Parker het zeker maken.
Werp een blik op de cover van Will You Go With Me? van Racyne Parker en je kunt met een hoge mate van zekerheid concluderen dat het gaat om een countrypop album. Dat is voor menigeen een reden om het album terzijde te leggen, maar het is voor mij een aanmoediging om het te beluisteren.
Nu wordt er op het moment heel veel countrypop gemaakt en helaas ook flink wat hele slechte countrypop, maar zo af en toe zit er een album tussen waar ik wel heel enthousiast over wordt. Will You Go With Me? van Racyne Parker is wat mij betreft zo’n album.
Iedereen die mijn favoriete countrypop albums kent weet dat dit betekent dat er op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante meer country (en folk) dan pop te horen is, dat het album zowel in muzikaal als in vocaal opzicht aansprekend is en dat de vele clichés uit de countrypop in bescheiden mate worden ingezet. Het zijn voorwaarden waaraan het debuutalbum van Racyne Parker zeker voldoet.
De songs van de singer-songwriter die opgroeide op het platteland in Oregon, bevatten vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de country en folk in het bijzonder en als er al invloeden uit de pop worden toegevoegd zijn het over het algemeen subtiele invloeden. De songs op Will You Go With Me? zijn wel stuk voor stuk van het toegankelijke en aanstekelijke soort, waardoor het etiket countrypop niet misstaat.
Racyne Parker heeft volgens de informatie op het Internet na Denver, Colorado, nu Seattle, Washington, als thuisbasis, maar haar debuutalbum werd opgenomen in Nashville, Tennessee, waar de meeste en de beste countrypop van het moment wordt gemaakt. Het opnemen van een album in de hoofdstad van de Amerikaanse country(pop) heeft natuurlijk ook voordelen, want Racyne Parker kon als debuterend muzikante beschikken over een stel uitstekende muzikanten.
Het zijn muzikanten die vooral een breed assortiment aan snareninstrumenten inzetten op het album, waaronder naast gitaren de pedal steel, de banjo en de mandoline. Het levert een gloedvol geluid op dat ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zonder invloeden uit de pop aan zal spreken.
Het is bovendien een geluid dat de stem van Racyne Parker fraai ondersteunt. De Amerikaanse muzikante beschikt over het soort stem dat je vaker hoort in de countrypop van het moment, maar ondanks het feit dat Racyne Parker er op de cover van haar album nog behoorlijk jong uitziet beschikt ze over een stem met een ruw en doorleefd randje.
De mooie snarenklanken en de trefzekere zang van Racyne Parker zijn verpakt in lekker in het gehoor liggende songs. Het zijn songs die zich makkelijk opdringen en het zijn bovendien songs die zuinig om gaan met het verwerken van de talloze clichés uit het genre.
Will You Go With Me? is een aansprekend countrypop album en dat dankt het album ook aan de veelzijdigheid van de songs op het album. Racyne Parker schakelt makkelijk tussen lekker in het gehoor liggende countrypop songs en songs die wat dichter tegen de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek aan liggen en ook dat is een pré.
Ik lees tot dusver helaas nog bedroevend weinig over het album, maar Racyne Parker heeft met Will You Go With Me? een countrypop album afgeleverd dat wat mij betreft alles heeft wat een aansprekend album in het genre nodig heeft. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Constant Follower - The Smile You Send Out Returns to You (2025)
1 maart 2025, 11:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Constant Follower - The Smile You Send Out Returns To You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Constant Follower - The Smile You Send Out Returns To You
De Schotse band Constant Follower maakte in 2021 diepe indruk met het album Neither Is, Nor Ever Was, dat deze week wordt gevolgd door het nog mooiere en indrukwekkendere The Smile You Send Out Returns To You
Direct vanaf de eerste noten betovert de Schotse band Constant Follower op haar tweede album The Smile You Send Out Returns To You met prachtige klanken en met twee bijzonder mooi bij elkaar kleurende stemmen. Het is de tweede keer dat de band uit Glasgow zoveel indruk maakt, want het in 2021 verschenen Neither Is, Nor Ever Was hoorde bij de mooiste albums van het betreffende jaar. Op het tweede album gaat Constant Follower verder waar het in 2021 ophield, maar alles klinkt nog net wat mooier. De van melancholie overlopende songs zijn van een bijzondere schoonheid en die wordt alleen maar indrukwekkender door de prachtige muziek en de stemmen van Stephen McAll en Amy Campbell.
De Schotse band Constant Follower kleurde de herfst van 2021 echt prachtig in met haar debuutalbum Neither Is, Nor Ever Was, dat uiteindelijk de dertiende plek in mijn jaarlijstje wist te halen. Neither Is, Nor Ever Was betoverde tien songs lang met wonderschone en zeer stemmige klanken, met de fraaie productie van de legendarische Kramer en zeker ook met de prachtige stemmen van voorman Stephen McAll en zangeres Amy Campbell, die elkaar op indrukwekkende wijze wisten te versterken.
Het debuutalbum van Constant Follower kreeg vooral het label folk opgeplakt, maar Neither Is, Nor Ever Was herinnerde me op een of andere manier en waarschijnlijk vooral door de combinatie de stemmen van Stephen McAll en Amy Campbell ook aan de muziek van mijn jaren 80 helden The Dream Academy en vooral Prefab Sprout.
Een paar weken geleden stond het nieuwe album van Constant Follower al in de lijsten met nieuwe albums, maar deze week is het album dan echt verschenen. In de tussentijd heb ik Neither Is, Nor Ever Was herontdekt en is het debuutalbum van de Schotse band me nog wat dierbaarder geworden dan het al was.
Op Spotify kwam ik overigens ook het prima album tegen dat Constant Follower vorig jaar maakte met de Schotse gitarist Scott William Urquhart, maar het deze week verschenen The Smile You Send Out Returns To You is de echte opvolger van het geweldige debuutalbum uit 2021.
Het is een album dat in meerdere opzichten in het verlengde ligt van het debuutalbum van de band uit Glasgow. Ook op The Smile You Send Out Returns To You maakt Constant Follower folky songs, maar bedwelmt het de luisteraar ook met zeer sfeervolle klanken. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog wat mooier en stemmiger dan op het debuutalbum van de band.
Bijzonder fraai gitaarspel wordt gecombineerd met vooral weidse klanken die de ruimte vullen met warmte. The Smile You Send Out Returns To You is niet alleen in muzikaal opzicht nog beter dan het debuutalbum van de band, want ook de zang van Stephen McAll en Amy Campbell komt nog wat harder binnen.
Constant Follower wist voor haar debuutalbum met Kramer een producer van naam en faam te strikken en dat is ook gelukt voor het tweede album. The Smile You Send Out Returns To You werd opgenomen in Austin, Texas, in de studio van Dan Duszynski, die we kennen van de bands Gold Motel, Cross Record en vooral Loma en als producer van de albums van Jess Williamson. Dan Duszynski heeft het unieke geluid van Constant Follower onaangetast gelaten en alleen nog net wat mooier gemaakt.
De melancholie druipt er ook dit keer van af, waardoor het album het uitstekend doet tijdens de winteravonden van het moment, die worden gekleurd door steeds absurder wereldnieuws. De wonderschone songs van Constant Follower voorzien deze winteravonden van warmte en hoop en dat kunnen we momenteel goed gebruiken.
Het debuutalbum van de band uit Glasgow maakte drieënhalf jaar geleden een onuitwisbare indruk en zorgde voor onrealistisch hoge verwachtingen met betrekking tot The Smile You Send Out Returns To You, maar na een paar keer horen kan ik alleen maar concluderen dat de Schotse band deze verwachtingen zelfs heeft overtroffen. Constant Follower heeft een van de mooiste albums van 2025 gemaakt, dat is zeker. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
