MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026

Michael Kiwanuka - Fudge (2026) 4,5

vandaag om 11:55 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Michael Kiwanuka - FUDGE - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Michael Kiwanuka - FUDGE
De Britse muzikant Michael Kiwanuka nam vrijwel gelijk met zijn geweldige vorige album Small Changes uit 2024 nog een album op en het is een album dat wat ruwer en soberder klinkt, maar dat nog altijd diepe indruk maakt.

FUDGE van Michael Kiwanuka stond op de releasekalender voor 2025, maar werd uitgesteld vanwege zijn ernstige gezondheidsproblemen. Het album is deze week alsnog verschenen en het is een prachtalbum. FUDGE doet het zonder het productionele vakwerk van Danger Mouse en Inflo, wat een wat kaler en ruwer, maar ook een intiemer album oplevert. Het is een album waarop Michael Kiwanuka laat horen dat hij een groot soulzanger is, maar ook in muzikaal opzicht is FUDGE weer een schitterend album en het is een album dat wederom iets toevoegt aan het inmiddels fascinerende oeuvre van de Britse muzikant, die je een uur lang in zijn greep houdt met betoverend mooie songs.

Als ik kijk naar mijn jaarlijstje over 2012 begrijp ik nog steeds niet dat er geen plek was voor Home Again, het debuutalbum van de Britse muzikant Michael Kiwanuka. Ik heb het album niet eens gerecenseerd, terwijl ik het inmiddels schaar onder de memorabele albums van de afgelopen vijftien jaar.

In dat lijstje krijgt Home Again gezelschap van Love & Hate (2016), Kiwanuka (2019) en Small Changes (2024), de drie albums die Michael Kiwanuka maakte met producers Danger Mouse en Inflo, de man achter het project Sault.

Nog meer dan het debuutalbum van de Britse muzikant, klinken zijn tweede, derde en vierde albums als vergeten soulklassiekers uit de jaren 60 en 70 met onder andere Marvin Gaye en Curtis Mayfield als ijkpunten. Het zijn albums die soms zo lijken weggelopen uit de hoogtijdagen van de psychedelische soul, maar Michael Kiwanuka, zijn twee topproducers en flink wat geweldige muzikanten slaan ook bruggen naar andere genres en naar het heden.

Vrijwel gelijktijdig met Small Changes nam Michael Kiwanuka nog een album op. Dit keer zonder Danger Mouse en Inflo, zonder gerenommeerde sessiemuzikanten en niet in een blinkende studio, maar in zijn eigen sobere studio in Southampton. FUDGE had vorig jaar moeten verschijnen en werd zelfs al gerecenseerd in enkele Britse muziektijdschriften, maar het noodlot sloeg toe voor Michael Kiwanuka. Hij werd getroffen door een zware hersenbloeding, waarvan hij nog steeds herstellende is.

FUDGE is deze week alsnog verschenen en het is het vijfde prachtige album van de Britse muzikant met Oegandese wortels. FUDGE wordt vergeleken met het debuutalbum Home Again en daar zit wat in. Het nieuwe album moet het doen zonder de prachtige productie van Danger Mouse en Inflo en klinkt wat soberder en ook wat rommeliger, dat laatste overigens in de positieve zin van het woord.

Toch zijn er ook wel verschillen tussen Home Again en FUDGE. Het debuutalbum was een authentiek klinkend soulalbum, dat redelijk netjes binnen de lijnen kleurde. Op FUDGE hoor je het experiment dat de volgende albums van Michael Kiwanuka typeerde en ook in vocaal opzicht ligt het nieuwe album dichter bij zijn voorgangers dan bij Home Again.

FUDGE klinkt soms ruw en bijna lo-fi en in een aantal songs uiterst ingetogen, maar het album bevat ook prachtige strijkersarrangementen en meer psychedelische passages. Het album opent met een citaat van jazzpianist Chick Corea, die stelt dat je muziek moet maken die je zelf mooi vindt en niet de muziek die anderen van je verwachten. Dat doet Michael Kiwanuka, die naar verluidt ook inspiratie vond bij klassiekers uit het verleden, waaronder Neil Young’s On The Beach.

De vorige drie albums van de Britse muzikant ontleenden een deel van hun kracht aan de productie van Danger Mouse en Inflo, maar ik mis de producers niet op FUDGE. Het nieuwe album klinkt wat losser en geïmproviseerd en dat voorziet het album van een ontspannen en ongedwongen sfeer.

Ook in een dergelijke sfeer is Michael Kiwanuka in staat tot grootse daden, want ook FUDGE klinkt als een vergeten soulklassieker uit de jaren 60 of 70, alleen is het dit keer een album van een soort die destijds niet gemaakt werd. Het is een album dat prachtige muziek bevat, maar het is ook dit keer de soulstem van de Britse muzikant die het meest schittert. Of we ooit nog nieuwe muziek van Michael Kiwanuka gaan horen is de vraag, maar gelukkig is het wonderschone FUDGE nu wel verschenen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Angèle - Instinct (2026) 3,5

gisteren om 20:27 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Angèle - Instinct - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Angèle - Instinct
Ik was uiteindelijk zeer gecharmeerd van het vorige album van de Belgische muzikante Angèle en moet nog altijd wat wennen aan haar nieuwe album Instinct, maar weet zeker dat het ook dit keer goed gaat komen met de Brusselse muzikante.

Ik heb geen volledig overzicht, maar ik heb het idee dat de Franstalige popmuziek bloeit op het moment. Ik heb bovendien het idee dat de Franstalige popmuziek veelzijdiger is dan ooit tevoren. Frankrijk blijft de hofleverancier van Franstalige popmuziek, maar ook onze zuiderburen hebben een sterke troef in handen. Met haar vorige album trok Angèle al de aandacht buiten de Belgische landsgrenzen en dat doet ze nog wat nadrukkelijker met haar nieuwe album Instinct. Het is een album dat flirt met de elektronische popmuziek van het moment, maar ook Instinct bevat het unieke stempel van de Brusselse muzikante. Niet helemaal mijn muziek, maar het intrigeert absoluut.

Ik heb een enorm zwak voor Franstalige popmuziek, maar Nonante-Cinq, het tweede album van de Belgische muzikante Angèle (Van Laeken), pakte me vijf jaar geleden zeker niet onmiddellijk en drie jaar eerder viel ik ook niet voor de charmes van haar debuutalbum Brol, en dit ondanks zeer lovende recensies bij onze zuiderburen.

De muziek van Angèle was me in eerste instantie iets te veel lichtvoetige pop en veel te weinig weemoedig Frans chanson, waardoor het album niet kon tippen aan albums van smaakmakers binnen de Franse popmuziek als onder andere Zaz en Zaho de Sagazan. Na een aantal pogingen veranderde mijn mening over de muziek van Angèle echter en hoorde ik meer diepgang op Nonante-Cinq, dat zeker geen lichtvoetig doorsnee Frans popalbum is.

Ook het deze week verschenen Instinct is een album dat je makkelijk op het verkeerde been zet. Het album beweegt zich af en toe flink buiten mijn muzikale comfort zone met zwaar aangezette electropop of met songs die het vooral goed doen op de dansvloer, maar ook dit keer is het raadzaam om de muziek van Angèle een paar keer te beluisteren voor je een definitief oordeel velt.

Instinct sluit absoluut minder goed aan op mijn muzieksmaak dan het vorige album van Angèle, al is het maar omdat ze in een aantal tracks kiest voor het Engels in plaats van het Frans, maar ik ben na een paar keer horen veel positiever over Instinct dan bij eerste beluistering.

Het is af en toe even doorbijten, zeker als de elektronica voluit gaat, maar een track als On verra, die heel dicht tegen het Franse chanson aanschuurt, is echt wonderschoon. In tracks als On verra hoor je dat Angèle absoluut kan zingen en haar liefde voor de Franse popmuziek niet vergeten is. Ondanks de samenwerking met buitenlandse producers als SebastiAn, een wereldster als Caroline Polachek en onder andere Soulwax en Justice, heeft Angèle het vizier nog altijd meer op Parijs gericht dan op Los Angeles en dat siert haar.

Zeker als de Brusselse muzikante kiest voor het Frans en de elektronica in toom houdt, is Instinct een mooi album, maar ook in de wat overweldigender klinkende songs op het album, die absoluut in de meerderheid zijn, hoor ik steeds meer interessants en moois. Angèle is al vele jaren wereldberoemd in België, maar met Instinct kan ze zomaar uitgroeien tot een wereldster.

De Britse kwaliteitskrant The Guardian is vol lof over het eigen geluid dat de Belgische muzikante laat horen op haar nieuwe album en dat is terecht. Instinct zoekt hier en daar aansluiting bij de grote popsterren van het moment en zeker de grote popsterren met een voorkeur voor elektronische popmuziek, maar Angèle heeft nog altijd haar eigen stijl.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik me in eerste instantie beperkte tot de net wat meer ingetogen klinkende songs op Instinct, maar inmiddels heb ik ook wel wat met de energieke flow van de uptempo tracks op het album. Ik zal waarschijnlijk negen van de tien keer luisteren naar andersoortige zangeressen wanneer ik zin heb in Franstalige popmuziek, maar de tiende keer kies ik toch voor Angèle, die misschien net wat minder indruk maakt dan op haar vorige album, maar op Instinct wel laat horen dat ze klaar is voor de status van wereldster en dat is knap. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mary Bragg - Secrets to Strangers (2026) 4,0

gisteren om 19:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mary Bragg - Secrets to Strangers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mary Bragg - Secrets to Strangers
Mary Bragg is helaas nog niet heel bekend, maar Secrets to Strangers is al het vijfde album van de Amerikaanse muzikante en het is wat mij betreft een zeer indrukwekkend album, dat in alle opzichten kwaliteit ademt.

Luister naar Secrets to Strangers, het nieuwe album van Mary Bragg en een aantal dingen vallen op. Iedereen die haar vorige album kent weet dat ze een uitstekende zangeres is, maar op het nieuwe album vind ik de zang nog wat mooier en indringender. Ook in muzikaal en productioneel opzicht is Secrets to Strangers een bijzonder mooi album en het is een album dat twaalf prima songs bevat. Het meest bijzondere heb ik nog niet benoemd en dat is dat Mary Bragg soepel kan schakelen tussen genres en even soepel beweegt door de tijd. Secrets to Strangers is hierdoor niet in een hokje te duwen, wat verder bijdraagt aan het onderscheidende karakter van dit opvallende album.

Ik ken de Amerikaanse muzikante Mary Bragg van haar inmiddels alweer vier jaar geleden verschenen titelloze album. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek fraai wordt gecombineerd met invloeden uit de pop en rock. Het is ook een album waarop Mary Bragg indruk maakt met aansprekende songs en een hele mooie stem.

Het in 2022 verschenen album leek door het ontbreken van een titel misschien een debuutalbum, maar klonk zeker niet zo. Het was ook niet het debuutalbum van Mary Bragg, maar al haar vierde album. Deze week is haar vijfde album verschenen en ook Secrets to Strangers is een uitstekend album.

Mary Bragg heeft volgens mij Nashville, Tennessee, als thuisbasis, maar voor haar nieuwe album trok ze naar de heilige grond van de FAME Studios in Muscle Shoals, Alabama, waar nogal wat soulklassiekers werden opgenomen. In de legendarische studio kreeg ze gezelschap van twee gelouterde producers, Ben Tanner en John Paul White.

Eerstgenoemde maakt ook deel uit van Alabama Shakes en produceerde albums van onder andere Lera Lynn, Maggie Rose en The Secret Sisters. John Paul White werkte op een deel van deze albums samen met Ben Tanner en we kennen hem bovendien van het duo The Civil Wars, dat het helaas maar een paar albums volhield.

Er kwamen ook nog een aantal uitstekende muzikanten naar de studio in Alabama, waarmee aan de randvoorwaarden voor het maken van een mooi klinkend album was voldaan. Mary Bragg maakt er vervolgens op indrukwekkende wijze een prachtalbum van.

Ze droeg bij aan de productie van het album, wat ze leerde tijdens haar opleiding aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, schreef een dozijn bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en overtuigt nog wat meer als zangeres dan op haar vorige albums.

Op basis van de keuze voor de studio in Muscle Shoals had ik een soulvol album verwacht van Mary Bragg, maar Secrets to Strangers ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van haar vorige album. Ook op haar vijfde album weet de Amerikaanse muzikante op bijzondere wijze een brug te slaan tussen Amerikaanse rootsmuziek en pop en rock met een vleugje indie.

Secrets to Strangers klinkt soms als een rootsalbum, soms als een modern pop en rock album en soms als een pop en rock album dat stamt uit de hoogtijdagen van de studio’s in Muscle Shoals. Meestal klinkt Secrets to Strangers als al deze albums tegelijk en dat is knap.

Mary Bragg draait al even mee en dat hoor je op haar nieuwe album. Er is veel zorg besteed aan de songs op het album, die bijzonder aangenaam klinken maar ook interessant en avontuurlijk zijn. Evenveel zorg besteed is aan de muziek op en de productie van het album en ook de zang van Mary Bragg is van een hoog niveau. Secrets to Strangers is een album waarvan je direct gaat houden, maar vervolgens duurt het nog even voor je het album goed kunt plaatsen en duiden, wat precies is wat het vijfde album van Mary Bragg zo interessant maakt.

Het is jammer dat er, zeker in Nederland, nauwelijks aandacht is voor de muziek van de Amerikaanse muzikante, want ik weet zeker dat de muziek van Mary Bragg hier in de smaak moet kunnen vallen, zeker voor liefhebbers van muziek die zich niet vastpint op één enkel genre. Echt een aanrader dit album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ashe - The Girl of Your Dreams (2026) 4,0

afgelopen donderdag om 22:19 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ashe - The Girl of Your Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ashe - The Girl of Your Dreams
Na twee geweldige albums verloor ik de Amerikaanse muzikante Ashe helaas uit het oog, maar na beluistering van haar nieuwe en wederom uitstekende album The Girl of Your Dreams, was ik direct weer bij de les en onder de indruk.

Als je de muziek van Ashe niet kent is het absoluut even wennen aan haar muziek. Het is muziek met een aangename jaren 70 vibe, maar het is ook muziek die op zijn zachtst gezegd nogal uitbundig klinkt. Ashe houdt wel van stevig aangezette arrangementen en manoeuvreert soms op het randje van kunst en kitsch, maar haar songs blijken na enige gewenning razend knap en onweerstaanbaar lekker. Dat heeft ook alles te maken met haar stem, die zich soepel beweegt door de soms bijna overdadig ingekleurde songs. Ik had er in eerste instantie niets mee in 2021, maar inmiddels weet ik dat Ashe drie geweldige albums heeft gemaakt en album nummer vier doet daar absoluut niet voor onder.

In het voorjaar van 2021 verscheen het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Ashlyn Rae Willson, die we vanaf dat moment kennen als Ashe. Met Ashlyn leverde de muzikante uit San José wat mij betreft een bijzonder fascinerend album af. Het is een album dat ik bij eerste beluistering echt compleet ‘over the top’ vond, maar waarvan ik uiteindelijk enorm ben gaan houden.

De muziek van Ashe begint op Ashlyn in de jaren 70, maar stapt vervolgens met zevenmijlslaarzen door de tijd. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante is voorzien van soms behoorlijk pompeuze arrangementen, maar het is ook een album dat overloopt van de goede ideeën, dat de ene na de andere memorabele popsong laat horen en dat ook nog eens indruk maakt met de stem van Ashe.

Het in 2022 verschenen tweede album Rae sprong net wat minder van de hak op de tak, maar was minstens net zo fascinerend en net zo goed als het debuutalbum van Ashe. Het is een album waarvan ik nog altijd heel vrolijk word, maar ondertussen is ook Rae een album met ongelooflijk knappe songs.

Na Rae verloor ik Ashe uit het oog, waardoor ik haar derde album uit 2024 in eerste instantie heb gemist. Ik hoorde het album, waarvan de titel zich laat raden (… inderdaad, Wilson), pas deze week voor het eerst en het is een album dat in het verlengde ligt van zijn voorgangers en net als de eerste twee albums van Ashe vol staat met songs die in eerste instantie misschien wat te veel van alles zijn, maar waarvan je uiteindelijk alleen maar kunt houden.

Vorig jaar dook Ashe op als helft van het duo The Favors, dat ze samen vormt met FINNEAS. Ik vind de broer van Billie Eilish een geweldige producer, maar ik heb minder met zijn muziek en ook het album van The Favors wist me niet te overtuigen. Dit jaar is het gelukkig weer tijd voor een nieuw album van Ashe, die voor het eerst moest nadenken over de titel van haar album.

Het is The Girl of Your Dreams geworden en dat past wel bij de zelfverzekerde Ashe, die er nog maar eens een prachtalbum tegenaan gooit. Iedereen die de vorige albums van de muzikante uit San José veel te bombastisch vond, kan ook niet uit de voeten met haar vierde album, want ook op The Girl of Your Dreams is ze niet vies van pompeuze arrangementen.

Openingstrack Stop the Wedding! zet direct de toon, maar net als op haar vorige albums vind ik de zwaar aangezette arrangementen in de songs van Ashe functioneel. Ze zijn bovendien razend knap geproduceerd door Noah Conrad, die eerder werkte met Ashe, maar ook met Olivia Rodrigo en Chappell Roan.

Ook op haar vierde album begint Ashe bij jaren 70 popmuziek, maar het is zeker geen retro album geworden. De muziek op The Girl of Your Dreams is vaak zwaar aangezet, maar klinkt ook aangenaam en smaakvol. Dat geldt ook voor de stem van Ashe, die makkelijk overeind blijft in het volle geluid en imponeert wanneer er gas wordt teruggenomen zoals in het nostalgisch klinkende Sunburn.

Ook op haar vierde album maakt Ashe een soort muziek waarop ik normaal gesproken niet gek ben, maar op de een of andere manier valt alles op zijn plek in haar songs. Na vier albums kennen we de stijl van Ashe wel, maar ik vind haar muziek nog altijd bijzonder klinken. Op hetzelfde moment zijn ook de songs op The Girl of Your Dreams weer bijzonder toegankelijk. Het zijn songs die gloednieuw zijn, maar die je desondanks al decennia lijkt te kennen. Ik moest in 2021 en 2022 echt enorm wennen aan de muziek van Ashe, maar The Girl of Your Dreams voelt direct aan als een heerlijk warm bad. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Kids with Buns - Bell Jar (2026) 4,0

afgelopen woensdag om 19:57 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kids With Buns - bell jar - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kids With Buns - bell jar
Het Belgische duo Kids With Buns maakte indruk met een in meerdere opzichten opvallend klinkend debuutalbum en laat op het deze week verschenen album bell jar horen dat het eerste album geen toevalstreffer was.

Ik moest absoluut wennen aan het debuutalbum van het Belgische duo Kids With Buns en vooral vanwege de bijzonder klinkende stem van Marie Van Uytvanck. Die stem klinkt ook op het deze week verschenen album bell jar weer bijzonder, maar ik vind de zang op het nieuwe album beter en toegankelijker. Ook in muzikaal opzicht klinkt de muziek van Kids With Buns net wat beter. Door te werken met een aansprekende producer hebben de songs van het tweetal wat meer body gekregen en dat past goed bij de zang. Het klinkt allemaal wat grootser en zelfverzekerder, maar Kids With Buns heeft op het tweede album ook absoluut haar eigen geluid behouden.

Ik had eerlijk gezegd het idee dat het debuutalbum van het Belgische duo Kids With Buns nog niet zo heel lang geleden was verschenen, maar tot mijn verbazing is out of place deze maand alweer drie jaar oud. Hoogste tijd dus voor het lastige tweede album dat volgt op een succesvol debuut en dat album is deze week verschenen.

Terug naar de herfst van 2023, waarin het debuutalbum van Kids With Buns verscheen. Marie Van Uytvanck en Amber Piddington waren elkaar een paar jaar eerder bij toeval tegen het lijf gelopen, maakten in eerste instantie bedroom pop, maar kozen al snel voor een gevarieerder klinkend geluid met invloeden uit de indiefolk, indiepop en indierock.

De muziek van de twee werd opgemerkt door de Belgische muziekmedia, die ook out of place onmiddellijk omarmden. Dat deed ik zelf ook, want out of place is een aangenaam en ook onderscheidend album. Kids With Buns is op haar debuutalbum goed voor lekker in het gehoor liggende songs, die meerdere kanten op kunnen gaan. Het onderscheidende zit vooral in de stem van Marie Van Uytvanck, die beschikt over een niet alledaags stemgeluid.

Ik moest flink wennen aan de lage stem van de Belgische muzikante, maar uiteindelijk vond ik de zang op out of place een van de belangrijkste troeven van het album. Dat was drie jaar geleden. Deze week keert Kids With Buns terug met bell jar (wederom geen hoofdletters) en laat het horen dat het lastige tweede album voor het Belgische duo geen enkel probleem was.

Drie jaar is een lange tijd in de nog prille carrière van Marie Van Uytvanck en Amber Piddington en het is dan ook niet zo gek dat Kids With Buns flinke stappen heeft kunnen zetten op haar tweede album. Twee dingen vallen op bell jar, de titel verwijst overigens naar een roman van Sylvia Plath, direct op en het zijn dingen die we kennen van het debuutalbum van het duo.

Ook op bell jar is er een belangrijke rol weggelegd voor het mooie en veelzijdige gitaarspel van Amber Piddington en ook dit keer valt direct de stem van Marie Van Uytvanck op. Het gitaarspel op het nieuwe album is nog wat veelkleuriger en ook de zang klinkt gevarieerder dan op het debuutalbum. Marie Van Uytvanck beschikt nog altijd over een zeer karakteristieke stem en ze zet hem op het nieuwe album op meerdere manieren in.

Op bell jar klinkt de muziek van Kids With Buns deels herkenbaar, maar ook anders. Het tweetal liep op een festival producer Jacob Blizard tegen het lijf en werd door hem uitgenodigd om naar zijn studio in Philadelphia te komen. Jacob Blizard speelde een voorname rol op de albums van zijn jeugdvriendin Lucy Dacus en hij drukt ook zijn stempel op het tweede album van Kids With Buns.

Het album is voorzien van wat vollere arrangementen en een wat duidelijkere productie en dat past goed bij de songs van Marie Van Uytvanck en Amber Piddington, die wat opschuiven richting indierock, zonder andere genres uit het oog te verliezen, want de muziek van het Belgische duo kan ook nog altijd klein en intiem klinken.

De songs op bell jar klinken in veel gevallen grootser dan op het terecht zo geprezen debuutalbum, maar er is ook nog altijd ruimte voor persoonlijke thema’s, waarvan terugkerende relatiebreuken een belangrijk onderdeel uit maken. Kids With Buns heeft al met al een zeer geslaagd tweede album afgeleverd. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende muzikale verrichtingen van het tweetal. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sadurn - The Underworld (2026) 4,5

afgelopen dinsdag om 20:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sadurn - The Underworld - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sadurn - The Underworld
De Amerikaanse band Sadurn kreeg in 2022 terecht goede recensies voor haar debuutalbum Radiator en laat op haar deze week verschenen tweede album The Underworld horen dat de band de afgelopen jaren doorgegroeid is.

Bandjes die folk en country vermengen met wat ruwere indierock zijn er momenteel in overvloed, maar ze zijn lang niet allemaal zo goed als Sadurn. De band uit Philadelphia is ondanks een uitstekend debuutalbum nog een goed bewaard geheim, maar dat moet wat mij betreft gaan veranderen nu het tweede album van de band is verschenen. Het debuutalbum van Sadurn was heel goed, maar het deze week verschenen The Underworld is nog veel beter. Het gitaargeluid is nog wat mooier en de stem van Genevieve DeGroot komt, mede door het nodige persoonlijke leed in de afgelopen jaren, nog wat harder binnen. The Underworld is een prachtalbum, mis het niet.

De naam Sadurn, die de afgelopen week opdook in de lijsten met de nieuwe albums van deze week, is, zeker in Nederland, helaas nog niet erg bekend. Ik ontdekte de band ruim vier jaar geleden na een aantal zeer positieve recensies op met name Amerikaanse muziekwebsites. In die recensies kon ik mij helemaal vinden, want ik vond Radiator, het debuutalbum van Sadurn, een erg sterk album.

Op het album schakelde de band uit Philadelphia, Pennsylvania, gemakkelijk tussen indierock en folk en in beide genres zocht de band de grenzen op. Ik was zeer gecharmeerd van het gitaargeluid op Radiator, maar ik was nog meer onder de indruk van de zang van Genevieve DeGroot, die me in eerste instantie aan Edie Brickell deed denken, maar die ook wel iets van Adrianne Lenker liet horen in de zang op Radiator.

Er zijn de afgelopen jaren, onder aanvoering van bands als Big Thief en Wednesday, heel veel bands als Sadurn opgedoken, maar met het sterke debuutalbum steeg de band uit Philadelphia wat mij betreft ruimschoots boven de middelmaat uit.

In vier jaar tijd is er heel veel nieuwe muziek bij gekomen en ik moest daarom weer even in het geheugen graven toen ik de naam Sadurn zag opduiken in de releaselijsten van deze week. De Amerikaanse muziekwebsites zijn wat minder alert dan vier jaar geleden, maar zoals zo vaak was Paste Magazine wel bij de les. Paste geeft ook wat achtergrond bij het album en dat is maar goed ook, want de Bandcamp pagina van de band geeft helaas geen extra informatie over The Underworld.

Het nieuwe album van Sadurn heeft lang op zich laten wachten en was er bijna niet gekomen. Vrij snel na de release van het debuutalbum kreeg Genevieve DeGroot ernstige medische klachten, die uiteindelijk praten en ook zingen onmogelijk maakten. Gelukkig is het met de stem uiteindelijk goed gekomen, want ook The Underworld moet het voor een belangrijk deel hebben van de mooie zang van Genevieve DeGroot.

Alle persoonlijke misère heeft zijn weerslag gehad op de songs van Sadurn, die nog wat donkerder klinken dan op het debuutalbum en waarin Genevieve DeGroot geen blad voor de mond neemt. In muzikaal opzicht ligt The Underworld in het verlengde van het debuutalbum van Sadurn.

Ook op het tweede album schakelt de band uit Philadelphia tussen folky songs en meer naar indierock neigende songs, al zijn ook de laatste songs voorzien van een stevige rootsinjectie, die extra glans krijgt door de inzet van de pedal steel. The Underworld is, net als Radiator, een album met mooi gitaarwerk, maar het nieuwe album klinkt wat mij betreft nog wat mooier en gevarieerder dan het debuutalbum.

Ook de persoonlijke songs van Genevieve DeGroot maken nog net wat meer indruk en hetzelfde geldt voor de zang op het album. Door de persoonlijke teksten en het wat donkere geluid is The Underworld een behoorlijk intens album. Het is een album dat het bij mij vooral goed doet wanneer de zon onder is, maar dat is een persoonlijke voorkeur.

Vier jaar geleden bleef het debuutalbum in Nederland zoals gezegd zo goed als onopgemerkt, maar ik hoop dat Sadurn met The Underworld wel weet op te vallen binnen het ruime aanbod van het moment. Het nieuwe album van de band uit Philadelphia is daar absoluut goed genoeg voor. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mariecke Borger - Unravel (2026) 4,5

afgelopen maandag om 20:41 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mariecke Borger - Unravel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mariecke Borger - Unravel
Mariecke Borger had al twee prachtige albums op haar naam staan, maar ze maakt nog wat meer indruk met haar deze week verschenen derde album Unravel, dat de concurrentie met de beste rootsalbums van het moment makkelijk aan kan.

Ik heb de eerste twee albums van de Nederlandse singer-songwriter Mariecke Borger heel hoog zitten, waardoor ik heel benieuwd was naar haar deze week verschenen derde album. Unravel vond ik bij eerste beluistering minstens net zo mooi als de eerste twee albums van de muzikante uit Kampen en nu ik het album wat vaker heb gehoord vind ik Unravel nog een stuk beter dan Through My Eyes en Bright Sky. De songs op het nieuwe album van Mariecke Borger zijn sterk, de muziek is prachtig, de invloeden uit de folk en country klinken zeer authentiek en haar zang is nog wat indrukwekkender dan op de vorige albums. Op Unravel doet Mariecke Borger echt alles goed, wat een prachtig album vol internationale allure oplevert.

De Nederlandse singer-songwriter Mariecke Borger debuteerde aan het begin van 2013 met het album Through My Eyes. Het was voor mij een van de allermooiste albums van dat jaar en ik vind het debuutalbum van de Nederlandse muzikante nog altijd een bijzonder mooi en exceptioneel goed album. Het is een album met intieme songs die zijn ingekleurd met bijzonder mooie en veelzijdige arrangementen en die nog wat mooier worden door de prachtige stem van Mariecke Borger, die op Through My Eyes imponeert met haar zang.

Ze nam vervolgens de tijd voor het tweede album, dat pas in het voorjaar van 2020 zou verschijnen. Ook op het helaas nog geen half uur durende Bright Sky maakte Mariecke Borger weer diepe indruk met smaakvol ingekleurde rootssongs en haar nog wat mooier klinkende stem. We zijn inmiddels alweer zes en een half jaar verder, maar gelukkig is deze week het derde album van Mariecke Borger verschenen.

Ik was haar na al die jaren stilte eerlijk gezegd wat uit het oog verloren, maar direct bij de eerste noten van openingstrack The Shore werd ik weer gegrepen door de schoonheid van haar muziek. Ook op haar nieuwe album Unravel maakt Mariecke Borger in eerste instantie indruk met haar stem. Het is een wat zachte, maar ook zuivere en gevoelige stem, die mij weer onmiddellijk wist te betoveren.

De stem van de muzikante uit Kampen imponeerde op haar eerste twee albums, maar ik vind de zang op het nieuwe album nog net wat indrukwekkender. Zeker bij beluistering met de koptelefoon komt iedere noot die Mariecke Borger zingt binnen en steekt ze ook de grote folk- en countryzangeressen van het moment naar de kroon. De zang op Unravel is niet het enige dat er uitspringt, want ook in muzikaal en productioneel opzicht doet het album niet onder voor de beste rootsalbums van het moment.

Mariecke Borger had hier geen dure studio in Nashville voor nodig en ook geen producer van naam en faam, want Unravel werd opgenomen in de huisstudio van Mariecke Borger en haar echtgenoot Floris de Vries in Kampen en de twee tekenden ook voor de productie van het album.

Unravel klinkt prachtig en dat is ook de verdienste van de uitstekende muzikanten die op het album zijn te horen. Van deze muzikanten ken ik eerlijk gezegd alleen Bertolf Lentink, die tekent voor de bijdragen van de dobro, maar ook de klanken van de pedal steel, de elektrische gitaar, de banjo, de viool en de mandoline zijn echt prachtig en dat geldt ook voor de overige instrumenten die zijn te horen op het album.

Unravel is voorzien van een warm en vaak lekker vol klinkend geluid met vooral invloeden uit de folk en de country, maar het is een geluid dat wel in dienst staat van de stem van Mariecke Borger, die elf songs lang schittert. De muzikante uit Kampen kent haar klassiekers uit onder andere de Laurel Canyon folk, maar ze sluit ook aan bij de authentiek klinkende rootsmuziek van het moment.

Dat doet ze met knap in elkaar zittende en veelzijdige songs, die zich ook dit keer verrassend makkelijk opdringen en je vervolgens dierbaar blijven. Ik heb de vorige twee albums van Mariecke Borger ook nog eens beluisterd, maar ik vind alles op Unravel nog net wat mooier. Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek kunnen echt niet om dit album heen, maar ik hoop er stiekem op dat een platenbaas in Nashville het album in handen krijgt en waarschijnlijk van zijn stoel valt na het horen van alle pracht op Unravel. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

June McDoom - Follow the Light (2026) 4,0

afgelopen maandag om 15:51 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: June McDoom - Follow The Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: June McDoom - Follow The Light
June McDoom heeft met Follow The Light een bijzonder klinkend folkalbum gemaakt, dat je op het verkeerde been zet maar ook heerlijk laat wegdromen, maar dat vooral hopeloos intrigeert met een uniek geluid en een bijzondere mix van invloeden.

Op basis van de eerste recensies van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante June McDoom wist ik echt niet wat ik moest verwachten van het album. Het was in ieder geval niet wat ik te horen kreeg, want wat heeft de muzikante uit New York een bijzonder debuut afgeleverd. Het is een debuut dat deels in het hokje folk past, maar June McDoom voegt er net zo makkelijk invloeden uit de reggae en dub als invloeden uit de new age en dreampop aan toe. Met haar al even bijzondere stem maakt ze van Follow The Light een nog wat unieker album. Niet zo gek dus dat Follow The Light tot dusver kan rekenen op uiterst positieve recensies. Ik kan ze alleen maar onderschrijven.

Het is niet zo eenvoudig om in 2026 nog een folkalbum te maken dat in meerdere opzichten onderscheidend klinkt, maar June McDoom heeft zo’n album gemaakt. Het deze week verschenen debuutalbum Follow The Light is mijn eerste kennismaking met haar muziek en het was direct vanaf de eerste noten een even aangename als interessante kennismaking.

June McDoom groeide op in Florida in een Jamaicaans gezin. De muziek die ze thuis met de paplepel kreeg ingegoten, is ze niet helemaal vergeten, want direct in de openingstrack hoor je subtiele accenten uit de Jamaicaanse dubmuziek en later op het album komen ook nog wat subtiele invloeden uit de reggae voorbij.

Ik noemde Follow The Light eerder een folkalbum en dat is het wat mij betreft, maar het is een folkalbum dat totaal anders klinkt dan andere albums in het genre. Dat heeft alles te maken met de muziek op het debuutalbum van June McDoom, want deze wordt niet gedomineerd door de akoestische gitaar, maar door de harp en flink wat strijkers.

Zeker wanneer de harp en de violen op de voorgrond treden heeft de muziek van June McDoom een wat zweverig of zelfs new age karakter, maar de songs van de muzikante uit New York zweven niet te ver weg en vervliegen niet.

June McDoom noemt in een interview met de Britse muziekwebsite onder andere de muziek van Cocteau Twins als inspiratiebron en dat hoor je op haar debuutalbum. Ik hoor vanwege de harp ook wel iets van Joanna Newsom, die ook een eigen draai gaf aan haar folksongs.

Ik moest eerlijk gezegd wel even wennen aan de muziek op Follow The Light, maar er viel veel op zijn plek toen ik het album met volledige aandacht had beluisterd. Dan hoor je hoe knap de muziek van de Amerikaanse muzikante in elkaar zit. Dat hoor je vooral wanneer invloeden uit de Jamaicaanse muziek hun intrede doen en ijle klanken en een stevige basis van bas en drums op bijzondere wijze samenvloeien.

Bij aandachtige beluistering van Follow The Light hoor je sowieso hoeveel bijzondere accenten June McDoom heeft toegevoegd aan haar muziek en hoe ze uiteindelijk een geheel eigen geluid creëert. De muziek op haar debuutalbum is sprookjesachtig mooi, maar ook hopeloos intrigerend, maar ondanks de bijzondere mix van invloeden klinkt het ook verrassend toegankelijk.

Wanneer de akoestische gitaar het voortouw neemt hoor je de folkie in June McDoom, al is ze ook in vocaal opzicht geen typische folkie. De muzikante uit New York beschikt over een prachtige stem, die is gemaakt voor het soort muziek dat ze maakt. Het is een stem die het zweverige aspect van de muziek op Follow The Light kan versterken, maar het is ook een pure en zuivere stem, die de songs op het album groots en meeslepend maar ook klein en intiem kan maken.

June McDoom maakte haar debuutalbum samen met Evan Wright en de twee hebben hoorbaar veel aandacht besteed aan de arrangementen op en de productie van het album. Follow The Light is het mooist als je alle subtiele details kunt opmerken en ondertussen verdwaalt in de vele lagen van de muziek van June McDoom.

Ik ben zeker niet altijd in de stemming voor de songs van de Amerikaanse muzikante, maar zeker als je op zoek bent naar een moment van rust en ontspanning is Follow The Light een intrigerend maar ook bijzonder mooi album. In de eerste recensies van het album wordt ze een grote belofte voor de toekomst genoemd en daar kan ik me wel in vinden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sorcha Richardson - Draw the Outline (2026) 4,5

afgelopen zondag om 20:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sorcha Richardson - Draw the Outline - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sorcha Richardson - Draw the Outline
De Ierse muzikante Sorcha Richardson ontsnapte tot dusver steeds aan mijn aandacht, maar wat ben ik blij met haar vorige album en met haar in alle opzichten echt prachtige nieuwe album Draw the Outline, dat vorige maand is verschenen.

Sorcha Richardson koos op haar vorige album Smiling Like an Idiot voor een vol en bij vlagen lekker stevig geluid, maar neemt op haar nieuwe album Draw the Outline flink gas terug. Ondanks de akoestische basis klinkt het album afwisselend als een indiefolk, indiepop en indierock album, maar de muziek van de Ierse muzikante klinkt wel anders dan gebruikelijk in deze genres. Ik viel als een blok voor het album door de prachtige stem van Sorcha Richardson, maar vervolgens werden ook de fraai ingekleurde songs op haar nieuwe album me steeds dierbaarder. Ik heb zitten slapen vorige week, maar inmiddels koester ik het prachtige Draw the Outline, waarop Sorcha Richardson echt alles goed doet.

De zondagavond reserveer ik op De Krenten uit de Pop voor albums uit het verleden, waarbij het kan gaan om persoonlijke favorieten of erkende klassiekers of juist om vergeten of miskende albums. Deze week gaat het om een vergeten en miskend album en het is een album dat pas een week of vijf oud is.

Draw the Outline van Sorcha Richardson stond zo te zien gewoon in de releaselijsten die ik raadpleeg voor mijn eerste selectie van nieuwe albums, maar het album van de Ierse muzikante is vreemd genoeg volledig aan mijn aandacht ontsnapt. Dat gebeurde overigens ook met haar debuutalbum First Price Bravery uit 2019 en opvolger Smiling Like an Idiot uit 2022.

Dat ik drie albums van de muzikante uit Dublin heb gemist is best bijzonder, want de muziek die Sorcha Richardson op haar albums maakt past nagenoeg perfect in mijn muzikale straatje. Smiling Like an Idiot vind ik inmiddels een geweldig album en ook Draw the Outline had niet veel tijd nodig om me te overtuigen.

Sorcha Richardson maakt muziek die niet heel Iers klinkt, maar aansluiting vindt bij de indiefolk, indiepop en indierock van het moment. Dat doet ze op Smiling Like an Idiot met lekker in het gehoor liggende en soms wat stevigere of met veel synths ingekleurde songs, maar op Draw the Outline kiest Sorcha Richardson vooral voor organische klanken en ingetogen songs.

Het zijn songs met de akoestische gitaar als basis en de mooie stem van de Ierse muzikante als belangrijkste versiering. Het is een stem met een duidelijk eigen geluid en ik vind het een heel mooi geluid. Bij songs met een akoestische gitaar als basis denk ik in eerste instantie aan folksongs, maar ik vind Draw the Outline zeker geen standaard folkalbum.

Dat heeft alles te maken met de accenten en spanningsbogen die de Ierse muzikante heeft toegevoegd aan haar songs. De spanning wordt opgebouwd met vollere maar nog steeds subtiele klanken, die de muziek van Sorcha Richardson ook voorzien van een bijzondere sfeer. Wanneer de gitaarakkoorden net wat steviger zijn aangezet neigt het album naar indierock, maar echt stevig klinkt het nergens.

Ierse muzikanten verwerken vaak op een of andere manier invloeden uit de rijke Ierse muziekcultuur in hun muziek, maar op Draw the Outline hoor ik ze eerlijk gezegd niet. Ik vind het album eerder Amerikaans dan Iers klinken en dat is misschien ook niet zo gek, want Sorcha Richardson keerde pas onlangs terug naar haar vaderland, na een lang verblijf in New York.

Ik ben zoals gezegd zeer gecharmeerd van haar vorige album dat wat dynamischer klinkt, maar de vooral ingetogen songs op haar nieuwe album zijn me inmiddels enorm dierbaar en winnen nog steeds aan schoonheid en kracht. Sorcha Richardson raakt met haar karakteristieke stem steeds weer de juiste snaar en ook in de muziek op het album valt steeds meer op zijn plek. Het in West Kerry opgenomen album is ook nog eens prachtig geproduceerd door Chris W. Ryan, die ik verder alleen ken van de Ierse band Just Mustard.

Ik kan nog steeds niet begrijpen dat ik Draw the Outline bijna had gemist, want het is een album van een niveau dat binnen het enorme aanbod van het moment zeker niet gangbaar is. Het is bovendien een album dat zoveel met me doet dat ik het absoluut jaarlijstjeswaardig durf te noemen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mariecke Borger - Through My Eyes (2013) 4,5

17 oktober, 17:07 uur

stem geplaatst

» details  

Kara Cole - In the Garden (2026) 4,0

17 oktober, 11:31 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kara Cole - In The Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kara Cole - In The Garden
De vijver van de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel echt overvol, maar als er nog ruimte is voor een album van een startende muzikante in het genre, zou ik het uitstekende In The Garden van Kara Cole er zeker uit vissen.

Talloze muzikanten dromen van een mooie toekomst in Nashville, Tennessee, maar die mooie toekomst is niet voor iedereen weggelegd. Het vraagt flink wat moed om de stap naar Nashville pas op je veertigste te zetten, maar het heeft in het verleden wel eens gewerkt. Ik hoop dat het Kara Cole ook gaat lukken, want ze heeft met In The Garden een interessant debuutalbum afgeleverd. Het is een album dat zich niet in het strakke Nashville keurslijf heeft laten persen en hierdoor anders klinkt dan het gemiddelde album uit de Amerikaanse muziekhoofdstad. In The Garden heeft verder in muzikaal opzicht veel te bieden en Kara Cole beschikt over een uitstekende stem. Ik zou er zeker eens naar luisteren.

Een mij tot dusver onbekende promotor van Amerikaanse rootsmuziek uit Nashville tipte mij onlangs het album In The Garden van Kara Cole. Nu worden mij vrijwel dagelijks nieuwe albums in het genre aangeboden en ik heb inmiddels ook een enorme lijst met persoonlijke favorieten, waardoor er niet veel ruimte meer is voor nieuwe spelers in het genre, maar het album van Kara Cole sprong er wat mij betreft uit in het zeer ruime aanbod van het moment.

Uit de bij het album geleverde informatie weet ik dat Kara Cole opgroeide in Indianapolis, maar inmiddels deel uitmaakt van het legioen muzikanten dat het geluk zoekt in Nashville, Tennessee. Ik begrijp uit een bericht op haar Facebook-pagina dat ze pas op haar veertigste besloot om haar muzikale dromen te gaan verwezenlijken en naar Nashville verhuisde, waarmee ze in de categorie van de interessante laatbloeiers valt.

Ik weet verder dat ze het afgelopen jaar veel op het podium heeft gestaan en flink wat moeite heeft moeten doen om de droom van het uitbrengen van een debuutalbum te kunnen realiseren. In The Garden is er uiteindelijk gekomen en het is een album dat is geproduceerd door Kevin Nolan, die gitaar en keyboards speelt in de band van Lainey Wilson, wiens album Whirlwind uit 2024 ik echt een geweldig album vind.

Ik weet niet hoeveel ervaring Kevin Nolan had als producer, maar ik ben zeer te spreken over de productie van het debuutalbum van Kara Cole en overigens ook van zijn geweldige gitaarwerk op het album. In The Garden is voorzien van een smaakvol rootsgeluid en het is een geluid waarin de gitaren domineren. Binnen de Amerikaanse rootsmuziek kan het op In The Garden meerdere kanten op, maar Kara Cole draait ook haar hand niet om voor een portie ruwe rock ’n roll.

Het is knap hoe ze kan schakelen tussen relatief sober ingekleurde songs en songs met een lekker vol en veelkleurig bandgeluid. In The Garden klinkt in muzikaal opzicht anders dan de meeste andere albums binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment en bovendien een stuk veelzijdiger. Het debuutalbum van Kara Cole laat zich niet heel makkelijk in een hokje duwen en springt bovendien makkelijk door de tijd, met hier en daar een jaren 70 vibe, maar ook raakvlakken met de rootsmuziek van het moment.

In een track als het indrukwekkende Don’t Give In komen alle kanten van de muziek van de Amerikaanse muzikante naar boven en hoor je bovendien goed hoe krachtig de stem van Kara Cole is. De meeste aandacht gaat in Nashville momenteel uit naar de jonge stemmen van countrypopzangeressen en vergeleken met deze zangeressen klinkt de stem van Kara Cole duidelijk ruwer en doorleefder. De muzikante uit Nashville weet zich niet alleen te onderscheiden met haar muziek, maar ook met haar stem, die een zeer karakteristiek en wat mij betreft aangenaam geluid heeft.

Het duurde even voordat Kara Cole besloot om de sprong naar Nashville te wagen, maar ik ben blij dat ze dit gedaan heeft. Ook met haar songs voegt ze immers iets toe aan alles dat er al is en alles dat momenteel in ruime mate wordt gemaakt in Nashville. Het zal binnen het enorme aanbod van het moment niet meevallen om op te vallen als startende muzikante, maar ik hoop dat de promotor van de muziek van Kara Cole niet alleen mij heeft weten te bereiken met dit uitstekende album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Fontaines D.C. - Dopamine Chamber (2026) 4,0

17 oktober, 11:27 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Fontaines D.C. - Dopamine Chamber - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Fontaines D.C. - Dopamine Chamber
Dopamine Chamber is alweer het vijfde album van de Ierse band Fontaines D.C. en laat een koerswijziging richting een wat toegankelijker en meer door synths gedomineerd, maar nog altijd interessant geluid horen.

Vergelijk het deze week verschenen Dopamine Chamber met het pas zes jaar oude Dogrel en je hoort goed hoe Fontaines D.C. zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. De Ierse band zette zes jaar geleden de zoveelste postpunk golf in gang, maar was de postpunk ook al deels voorbij. Dat liet de band nog duidelijker horen op de albums die volgden. Op het twee jaar geleden verschenen Romance was Fontaines D.C. uitgegroeid tot een veelzijdige rockband en die band hoor je ook op Dopamine Chamber, dat kiest voor een nog wat toegankelijker en ook wat meer door synths bepaald geluid. Af en toe mis ik de ruwe spanning van de eerdere albums, maar uiteindelijk ging ik ook dit keer weer genadeloos voor de bijl.

Er verschijnen nog altijd flink wat postpunk albums die, wat mij betreft, redelijk fantasieloos voortborduren op de postpunk die sinds het eind van de jaren 70 wordt gemaakt. Het zijn albums die verrassend vaak kunnen rekenen op zeer positieve recensies, maar persoonlijk hoor ik liever postpunk bands die de grenzen blijven verleggen, zoals bijvoorbeeld Protomartyr dat al jaren doet.

De Ierse band Fontaines D.C. bleef op haar debuutalbum Dogrel uit 2019 nog redelijk dicht bij de postpunk uit de jaren 70 en 80 en omarmde die invloeden nog wat nadrukkelijker op A Hero’s Death uit 2020. Toch vond ik Fontaines D.C. vanaf het debuutalbum van de Ierse band al veel interessanter dan de meeste andere bands die het etiket postpunk kregen opgeplakt.

Op Skinty Fia uit 2022 liet Fontaines D.C. de postpunk al deels achter zich en dat deed de band nog wat nadrukkelijker op Romance uit 2024, dat vooral een indierock album met hier en daar wat invloeden uit de postpunk is. Met Dopamine Chamber levert de band uit Dublin alweer haar vijfde album af en het is wederom een album waarop Fontaines D.C. interessante stappen zet.

In de openingstrack Six Shot Morning valt naast het stevig aangezette ritme vooral het gebruik van elektronica op. De stem van zanger Grian Chatten wordt omringd door een batterij aan synths, wat weer een nieuwe dimensie toevoegt aan het geluid van de band. De stem van Grian Chatten heeft zich de afgelopen jaren overigens minstens net zo veel ontwikkeld als de muziek van de band. Op het debuutalbum van Fontaines D.C. was hij bij vlagen nog een vrij irritante praatzanger, maar zijn mooie zang draagt nu nadrukkelijk bij aan het onderscheidend vermogen van de band.

Elektronica speelt niet alleen in de openingstrack een voorname rol, want redelijk zwaar aangezette synths zijn in veel tracks op het album dominant. De muziek van de Ierse band bevat nog altijd invloeden uit de postpunk, maar ook onder andere 80s synthpop en zeker ook Britpop voegen nieuwe ingrediënten toe aan het geluid van de band.

Fontaines D.C. is inmiddels een grote band die een breed publiek aan zich heeft weten te binden en grote zalen vult en zo klinkt de band ook op Dopamine Chamber. Het klinkt allemaal wat minder ruw en eerlijk gezegd ook wel wat minder spannend dan in het verleden, zeker wanneer de band wel heel opzichtig flirt met Britpop en 80s synthpop of bijna klinkt als New Order, zoals in Mimesis, maar ik ben toch weer onder de indruk van hetgeen dat Fontaines D.C. laat horen.

Waar veel bands die zes jaar geleden opkwamen met de zoveelste postpunk golf nog altijd klinken als op hun debuutalbum, laat Dopamine Chamber de zoveelste metamorfose van de band uit Dublin horen. Het is misschien wat minder spannend, maar wat klinkt het allemaal lekker en aanstekelijk. En uiteindelijk wordt het ook weer spannend, bijvoorbeeld wanneer de band flink gas terug neemt of juist experimenteert met elektronica of wanneer niemand minder dan Rosalía opduikt voor een fraai en broeierig duet.

Wanneer je Dopamine Chamber meerdere keren hebt beluisterd, hoor je naast de groots aangezette songs ook de subtiele accenten die laten horen dat Fontaines D.C. op het nieuwe album niet alleen songs heeft gemaakt die de band een nog groter publiek moeten kunnen opleveren, maar zichzelf ook wel degelijk blijft vernieuwen. Het oeuvre van de band bestaat inmiddels uit vijf albums en ik vind het een steeds indrukwekkender oeuvre. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

@ - Autosmile (2026) 4,0

16 oktober, 21:41 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: @ - Autosmile - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: @ - Autosmile
Dat een duo dat zichzelf @ noemt, bijzondere muziek maakt, is bijna vanzelfsprekend, maar het muzikale universum van de Amerikaanse muzikanten Victoria Rose en Stone Filipczak blijkt nog een stuk interessanter dan verwacht.

Autosmile van @ heeft deze week niet over aandacht te klagen. Dat is maar goed ook, want op eigen kracht is het album door de niet te googelen bandnaam mogelijk lastig te vinden. De bandnaam is niet het enige opvallende, want @ maakt op haar tweede album muziek die grenzen verlegt. Het duo uit Philadelphia begint bij de psychedelische folk van weleer, maar sleept deze op fascinerende wijze het heden in. De muziek van het tweetal klinkt het ene moment ruw en bijna lo-fi, maar bijzondere arrangementen en wonderschone harmonieën zijn nooit ver weg. Op basis van de eerste recensies twijfelde ik of Autosmile van @ iets voor mij zou zijn, maar dat is het zeker.

Googelen op “@” zal je niet snel bij het album van de gelijknamige band brengen en ook Bandcamp kan (nog) niet overweg met de naam van het duo dat oorspronkelijk uit Baltimore, Maryland, komt, maar inmiddels Philadelphia, Pennsylvania, als thuisbasis heeft. Het is dan ook verstandig dat @ (uit te spreken als At) niet heeft gekozen voor een titelloos album, want dat zou het album grotendeels onvindbaar maken. Dat zou doodzonde zijn, want Victoria Rose en Stone Filipczak hebben veel te bieden.

Autosmile is verschenen op het roemruchte Britse 4AD-label en is het tweede album van het duo na het nauwelijks opgemerkte Mind Palace Music uit 2023. Volgens de Bandcamp-pagina van @ hebben Victoria Rose en Stone Filipczak de psychedelische folk opnieuw bedacht voor een nieuwe generatie. Dat zijn grote woorden, maar er zit wel wat in. Autosmile is een album dat inderdaad het etiket psychedelische folk verdient, maar het album klinkt flink anders dan de psychedelische folkalbums die ik ken uit het verleden.

Ook voor hun tweede album hebben Victoria Rose en Stone Filipczak een bijzondere methode gekozen voor het opnemen van hun muziek, een methode die overigens goed heeft gewerkt bij het opnemen van het debuutalbum van @. De twee namen hun bijdragen individueel op en plakten deze later in elkaar, waarna bevriende muzikanten nog wat extra instrumenten toevoegden.

Dit alles werd gedaan met bescheiden middelen, waardoor Autosmile soms wat lo-fi klinkt. Het lo-fi karakter van de muziek van @ wordt versterkt door het af en toe van de hak op de tak springen in de songs van het tweetal, wat van Autosmile een lekker ongrijpbaar album maakt. De muziek van Victoria Rose en Stone Filipczak klinkt soms ruw en elementair, maar de twee zijn ook niet vies van behoorlijk volle, mooie en avontuurlijke arrangementen, die eerder vakkundig geproduceerd dan lo-fi klinken.

Folk vormt de basis van de songs van @ en dat hoor je het best wanneer de akoestische gitaar domineert in de songs. Het zijn soms verrassend melodieuze en toegankelijke songs, maar een bijzondere twist van met name de cello is nooit ver weg in de muziek van het tweetal uit Philadelphia. Deze muziek wordt gecombineerd met de stemmen van Victoria Rose en Stone Filipczak, die mooi bij elkaar passen. Ik heb een voorkeur voor de stem van Victoria Rose, maar ook de zang van haar kompaan in @ mag er best zijn.

Zeker wanneer ook nog blazers worden toegevoegd klinkt de muziek op het album behoorlijk psychedelisch, maar de muziek van @ is te eigenzinnig en te eigentijds om heel lang aan te sluiten bij de psychedelische folk uit een ver verleden. Het is knap hoe de songs op Autosmile soms behoorlijk stevig tegen de haren in kunnen strijken, maar zomaar om kunnen slaan in songs die je direct wilt koesteren.

Autosmile van @ wist me eigenlijk direct te betoveren en sindsdien blijf ik nieuwe dingen horen in de intrigerende songs van het Amerikaanse duo en wordt het album steeds leuker en interessanter. Tegelijkertijd vraag ik me af of er een moment komt wanneer ik alles gehoord heb en het album te veel van alles ga vinden, maar dat is iets dat de tijd gaat leren. Vooralsnog ben ik zeer gecharmeerd van het album van @ en ben ik nog lang niet uitgeluisterd. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jane Kramer - Moon & Mother (2026) 4,0

16 oktober, 21:07 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jane Kramer - Moon & Mother - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jane Kramer - Moon & Mother
De Amerikaanse singer-songwriter Jane Kramer maakte tussen 2013 en 2019 drie uitstekende albums die haar naam vestigden, maar vervolgens werd het stil, tot deze week dan, waarin het prachtige Moon & Mother is verschenen.

Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is zo groot dat je er als singer-songwriter in het genre niet zomaar een jaartje tussenuit kan gaan. Jane Kramer is er na het fraaie Valley of the Bones ruim zevenenhalf jaar tussenuit geweest, maar gelukkig is het haar toch nog gelukt om een vierde album op te nemen. Haar eerste drie albums sprongen eruit met persoonlijke songs, mooie klanken en vooral de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante en dat zijn drie ingrediënten die terugkeren op het deze week verschenen Moon & Mother, dat zeker niet onderdoet voor zijn drie geweldige voorgangers. We hebben er lang op moeten wachten, maar Moon & Mother stelt zeker niet teleur.

Ik ken de Amerikaanse singer-songwriter Jane Kramer sinds 2014, toen haar oorspronkelijk in 2013 verschenen debuutalbum Break & Bloom terecht een tweede kans kreeg. Het is een album dat in eerste instantie vooral mijn aandacht trok met de bijzondere stem van Jane Kramer, die me afwisselend aan de stemmen van Natalie Merchant en Norah Jones deed denken. Break & Bloom had echter veel meer te bieden, want het is een album vol mooie en interessante en fraai ingekleurde songs, die zowel invloeden uit de folk en country als uit de jazz verwerken.

Met Carnival of Hopes en Valley of the Bones uit respectievelijk 2016 en 2019 maakte Jane Kramer nog twee uitstekende albums en het zijn wat mij betreft allebei rootsalbums die anders klinken dan het gemiddelde album in het genre. Vooral Valley of the Bones beluister ik nog met enige regelmaat. Het is een album waarop Jane Kramer wat opschuift richting folk en country en waarop haar stem op zijn mooist klinkt.

Na 2019 werd het helaas stil rond de Amerikaanse muzikante, die haar oorspronkelijke thuisbasis Asheville, North Carolina, inmiddels had verruild voor Portland, Oregon. Na 2019 veranderde er echter veel in het leven van Jane Kramer. De orkaan Helene verwoestte de gemeenschap waarin ze was opgegroeid, ze ging aan de slag als sociaal werker, ze keerde terug naar North Carolina en werd moeder.

Valley of the Bones had hierdoor zomaar haar laatste album kunnen zijn, maar gelukkig was ze de liefde voor de muziek niet verloren en bleef ze songs schrijven. Ze had zelf eigenlijk niet verwacht dat dit nog tot een album zou leiden, maar het is er toch van gekomen want deze week verscheen haar vierde album, Moon & Mother. Het is een album over het moederschap, maar ook een album over een dochter die naar haar eigen moeder kijkt. Het is een album met persoonlijke songs, die Jane Kramer met veel gevoel vertolkt.

Haar eerste drie albums werden wat mij betreft vooral opgetild door de mooie en emotievolle stem van de Amerikaanse muzikante en die stem is alleen maar mooier geworden in de loop der jaren. Bij beluistering van het debuutalbum van Jane Kramer had ik associaties met de stemmen van Norah Jones en Natalie Merchant, maar op haar tweede en derde album hoorde ik alleen nog iets van Natalie Merchant. Ook op Moon & Mother hoor ik af en toe nog wel wat van de zo karakteristieke stem van Natalie Merchant, maar Jane Kramer klinkt inmiddels vooral als zichzelf.

De zang op Moon & Mother is echt prachtig, maar ook dit keer valt er meer te genieten op het album van de Amerikaanse muzikante. Moon & Mother verwerkt vooral invloeden uit de folk en de country, maar heeft een duidelijk eigen geluid. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de inkleuring van de songs die zeer smaakvol en gevarieerd is en ook de songs op het album zijn stuk voor stuk van hoog niveau.

Door de zeven jaren die zijn verstreken sinds het vorige album van Jane Kramer, moet ze haar fanbase zo ongeveer opnieuw opbouwen, al moet ik zeggen dat de herinneringen aan Break & Bloom, Carnival of Hopes en Valley of the Bones bij mij weer snel naar boven kwamen. Het zijn drie uitstekende albums die deze week met Moon & Mother een misschien nog wel mooiere opvolger hebben gekregen en dat is goed nieuws voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Claire Cronin - The Bruise (2026) 4,5

16 oktober, 15:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Claire Cronin - The Bruise - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Claire Cronin - The Bruise
De Amerikaanse muzikante Claire Cronin heeft met het zich langzaam voortslepende, subtiele en wonderschone album The Bruise een indringende soundtrack voor de koudste, guurste en donkerste herfst- en winteravonden afgeleverd.

Ik was uiteindelijk zeer onder de indruk van het eind 2021 verschenen album Bloodless van de Amerikaanse muzikante Claire Cronin, maar dat ging niet vanzelf. Het ging de afgelopen week een stuk gemakkelijker met haar nieuwe album The Bruise, want wat is dit een prachtig album. Claire Cronin maakt indruk met zich buitengewoon langzaam voortslepende songs met invloeden uit de folk en de slowcore. Het zijn songs die in de basis genoeg hebben aan haar sobere gitaarspel, maar de songs op The Bruise bestaan uit vele lagen en zijn prachtig versierd. Ook de zang van de Amerikaanse muzikante klinkt sober, maar wat zingt ze dit keer mooi. The Bruise zal helaas een wat obscuur album blijven, maar wat is het prachtig.

In de eerste dagen van 2022 besprak ik het album Bloodless van Claire Cronin, dat een paar maanden eerder was verschenen. Het is een album dat in de week van de release een aantal zeer positieve recensies had gekregen, maar ik kon niet direct iets met de muziek van de Amerikaanse muzikante. Bloodless, overigens al het derde album van Claire Cronin, is dan ook een bijzonder klinkend album.

Het is een album dat uit verschillende lagen is opgebouwd. Op de voorgrond hoor je mooie, ruwe, elementaire en repetitieve gitaarlijnen, op de achtergrond domineren donkere en wat beklemmende klanken en dan zijn er ook nog de fraaie en vaak subtiele accenten van andere instrumenten en de bezwerende zang van de muzikante uit Berkeley, California.

Claire Cronin maakt op Bloodless muziek om bang van te worden, maar toen ik eenmaal was gegrepen door de ruwe en donkere schoonheid van het album vond ik Bloodless steeds mooier en indrukwekkender. Bijna vijf jaar na Bloodless is Claire Cronin terug met een nieuw album, The Bruise, en ook dit is weer een bijzonder album.

Op haar bandcamp pagina heeft ze me alvast geholpen met het in een hokje duwen van haar muziek door een flinke selectie relevante trefwoorden aan te leveren: “folk horror / American spiritual dread / heavy music / slowcore / nocturnal mothers / uncanny atmospheres / transcendence / hauntology / family curses / sincerity / diabolus in musica / experimental doom / negative theology / childbirth / hymns”.

Slowcore vind ik niet eens zo’n gekke omschrijving, want het tempo op The Bruise ligt laag en de muziek van Claire Cronin doet me in de openingstrack van het album wel wat denken aan de muziek die Low maakte in de jaren 90. Ook op The Bruise wordt de basis voor de songs gelegd met sobere maar ook bijzonder mooie gitaarakkoorden van de hand van Claire Cronin en met haar mooie stem, die vaak in meerdere lagen is opgenomen.

Haar echtgenoot Ezra Buchla voegt strijkers toe, terwijl een aantal gastmuzikanten tekenen voor de wederom wat donkere en bezwerende onderlaag die is opgebouwd met harmonium, de zingende zaag en synths. Het klinkt allemaal nog wat subtieler dan op het vorige album, maar waar ik moest wennen aan Bloodless, werd ik direct gegrepen door de schoonheid van The Bruise.

In muzikaal opzicht klinkt The Bruise wat subtieler dan het vorige album, maar de klanken op het album zijn ook veelzijdiger. Ook The Bruise is weer zo’n album dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon. Met de koptelefoon hoor je de schoonheid van alle subtiele klanken, die op prachtige wijze één geheel vormen.

Op Bloodless klonk de muziek van Claire Cronin nog wel eens ruw, maar alles op haar nieuwe album klinkt even mooi. Dat gaat ook zeker op voor haar stem, waaraan ik vijf jaar geleden moest wennen, maar die me dit keer direct wist te raken. Claire Cronin schuwt in haar teksten de persoonlijke misere niet, maar er is ook ruimte voor mooie momenten in het leven, waaronder het moederschap en ook voor een kerstliedje is Claire Cronin niet bang.

Ik heb The Bruise inmiddels meerdere keren beluisterd en het album blijft maar aan me trekken. Het is een album dat de afgelopen week uitvoerig geprezen had moeten worden, maar het is vooralsnog helaas behoorlijk stil rond dit in alle opzichten echt wonderschone album, dat mijn jaarlijstje zeker gaat halen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Remi Wolf - Mud (2026) 4,0

15 oktober, 18:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Remi Wolf - Mud - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Remi Wolf - Mud
De Amerikaanse muzikante Remi Wolf bleef met haar vorige albums flink achter bij de grote popzangeressen van het moment, maar zet een reuzenstap met haar nieuwe album Mud, dat in alle opzichten overtuigt en van Remi Wolf een ster moet maken.

Ik heb de toekomst van een aantal jonge popzangeressen de afgelopen jaren heel goed voorspeld op De Krenten uit de Pop. Bij Remi Wolf zat ik echter fout. Ik heb wel geluisterd naar haar vorige album Big Ideas, maar hoorde niet de belofte ervan. Die belofte moet er vast geweest zijn, want de fanbase van de Amerikaanse muzikante groeide snel de afgelopen jaren. Remi Wolf is de belofte inmiddels voorbij op haar nieuwe album Mud, dat echt veel beter is dan het vorige album. In muzikaal opzicht is het nieuwe album aansprekender, de songs zijn zowel aanstekelijker als interessanter en Remi Wolf is echt veel beter gaan zingen. Mud is een uitstekend popalbum geworden, dat ook nog eens anders durft te klinken.

Remi Wolf zag ik ooit in het voorprogramma, ik weet niet meer bij wie, en dat vond ik toen best oké. Ik heb vervolgens naar haar album Big Ideas geluisterd, maar daar vond ik niet veel aan. Op het album maakt de Amerikaanse muzikante lekker in het gehoor liggende pop met af en toe invloeden uit de soul en de funk, maar het album pakte mij niet. Dat had deels te maken met de zang van Remi Wolf, die mij in ieder geval op Big Ideas niet aansprak.

Ik ging er daarom van uit dat ik afgelopen week alleen voor de vorm moest luisteren naar haar nieuwe album Mud. Dat er mogelijk toch wat meer aandacht nodig was voor het nieuwe album van Remi Wolf bleek al uit het feit dat een aantal alternatieve Amerikaanse muziekwebsites behoorlijk positief was over het album en Mud is inderdaad een stuk beter dan het vorige album van de Amerikaanse muzikante.

Ook op Mud valt de stem van Remi Wolf op en het is ook dit keer zang die best stevig is aangezet. De zang stond me op het vorige album tegen, maar op Mud vind ik de zang prima. Het is soms wat schreeuwerig, maar Remi Wolf is sinds haar vorige album veel beter gaan zingen. Er zijn nog altijd flink wat popzangeressen met een in technisch opzicht mooiere of betere stem, maar Mud laat in vocaal opzicht wel een net wat ander geluid horen en dat is welkom in een tijd waarin veel popalbums sprekend op elkaar lijken.

De zang was voor mij het zwakke punt van het album uit 2024, maar zorgt er twee jaar later voor dat Mud zich in positief opzicht weet te onderscheiden. Dat doet Remi Wolf ook met de muziek en de songs op haar album. Vergeleken met haar vorige album kruipt ze wat dichter tegen de populaire pop, indiepop en indierock van het moment aan, maar ze legt wat andere accenten in de muziek, in de invloeden die ze verwerkt en in haar songs, waardoor Mud fris en eigenzinnig klinkt.

Mud volgt op een aantal hele heftige jaren in het leven van de muzikante uit Los Angeles, die begin dit jaar haar dertigste verjaardag vierde. Ze raakte verlost van haar verslaving aan alcohol, werd mentaal en lichamelijk uitgeput door de tour die volgde op Big Ideas en zag een relatie op de klippen lopen. Ze kwam tot rust in Nashville, waar ze de persoonlijke songs schreef die zijn terecht gekomen op Mud.

Na beluistering van het vorige album van Remi Wolf trok ik de conclusie dat ze bij lange na niet goed genoeg was om aanspraak te maken op een plekje tussen de grote popzangeressen van het moment, maar na beluistering van Mud denk ik daar anders over. Het album staat vol met aansprekende songs die een groot publiek moeten kunnen aanspreken, maar het zijn ook songs met het eigenzinnige stempel van Remi Wolf, die in alle opzichten enorme groei laat horen op haar derde album (haar debuutalbum Juno stamt uit 2021).

Mud volgt voor de afwisseling eens niet het vaste stramien van de grote popalbums van het moment, maar kiest voor lekker veel variatie en af en toe een stap terug in de tijd. Het levert een album op dat mij bij de eerste beluistering enorm wist te verrassen, zeker gezien het kwaliteitsverschil met het vorige album, maar ik vind Mud ook na een paar keer horen nog een bijzonder leuk album, dat steeds meer bijzondere kanten van Remi Wolf laat horen en dat eigenlijk steeds meer indruk maakt met de stem die me twee jaar geleden nog zo tegenstond. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Caro - Returning to Innocence (2026) 3,5

14 oktober, 16:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caro - Returning to Innocence - dekrentenuitdepop.blogspot.com


14 OKTOBER 2026

Review: Caro - Returning to Innocence
Na een geslaagd album onder de naam The Jordan laat de Nederlandse muzikante Caroline van der Leeuw op het uitstekende en onder de naam Caro uitgebrachte Returning to Innocence nogmaals horen dat er leven is na Caro Emerald.

Ik heb het album Returning to Innocence beluisterd voordat ik wist wie er schuilgaat achter de naam Caro. Ik heb het album hierdoor onbevooroordeeld kunnen beluisteren en mijn oordeel over het album was positief. Caro heeft een fris klinkend popalbum gemaakt, dat af en toe aansluiting zoekt bij de grote popalbums van het moment, maar dat ook zijn eigen weg durft te kiezen. De songs zitten goed in elkaar, in muzikaal en productioneel opzicht klinkt Returning to Innocence uitstekend en Caro is een prima zangeres. Dat ze in het verleden met heel veel succes aan de weg timmerde met totaal andere muziek zit haar niet in de weg en geeft het eerste album van Caro hopelijk het zetje in de rug dat nodig is om op te vallen.

Ik had echt helemaal niets met de muziek die de Nederlandse muzikante Caroline van der Leeuw maakte onder de naam Caro Emerald. Het was ongetwijfeld knap gemaakt en vast terecht zeer succesvol, maar mij raakte het niet en ook in muzikaal opzicht sprak de mix van muziek uit de jaren 40 en 50 met een eigentijds laagje mij totaal niet aan.

Caroline van der Leeuw liet haar alter ego Caro Emerald, ondanks het enorme succes, uiteindelijk helemaal los. Dat was een moedige stap van de Nederlandse muzikante, die vervolgens helemaal opnieuw begon. Ze leverde begin 2023 onder de naam The Jordan het album Nowhere Near the Sky af en dat was zeker geen slecht album. Ik heb er zelf destijds overigens niet naar geluisterd en ik was zeker niet de enige, want opnieuw beginnen en een krachtige merknaam overboord gooien is zeker geen garantie op succes.

Caroline van der Leeuw begint nu nog een keer opnieuw onder de naam Caro. Dat spreekt mogelijk een deel van de fans aan die ze verloor na het afscheid van Caro Emerald, al zullen die op het deze week verschenen album Returning to Innocence niet veel bekends horen.

In muzikaal opzicht heeft de muziek van Caro namelijk niets te maken met die van Caro Emerald. Returning to Innocence is een modern klinkend popalbum dat nergens ruimte biedt aan de retro van Caro Emerald. Ik las inmiddels een aantal wat zure recensies over het album, maar ik heb er zelf onbevangen naar geluisterd en vind het eigenlijk best een lekker album.

Het album van Caro bevat lekker in het gehoor liggende maar ook knap gemaakte popsongs. Het zijn songs die absoluut zijn geïnspireerd door de songs van de grote popsterren van het moment, maar Caro voegt ook iets van zichzelf toe. Ik hoor de eigen sound van de Nederlandse muzikante in de ritmes en met name in de baslijnen, maar Caro trekt ook de aandacht met haar zang en de songs.

Ik hoorde in de muziek van Caro Emerald persoonlijk nooit een hele goede of zelfs onderscheidende zangeres, maar de zang op Returning to Innocence vind ik echt uitstekend. Bij Nederlandse muzikanten duikt altijd op een gegeven moment de Nederlandse tongval op, maar die hoor ik niet op Returning to Innocence van Caro.

De Nederlandse muzikante kan met haar stem uitstekend uit de voeten in de gloedvolle ballads op het album en ook de zang in de wat meer uptempo tracks is prima. Ik vind de stem van Caroline van der Leeuw het meest onderscheidend in de songs die wat meer experimenteren en waarin de zang volledig centraal staat, zoals bijvoorbeeld in het hele mooie The Only One.

Ook in muzikaal en productioneel opzicht doet Returning to Innocence van Caro niet onder voor andere popalbums van het moment en ik vind de songs van de Nederlandse muzikante veelzijdiger dan op de meeste van deze albums. Caro maakt zeker niet altijd het soort popmuziek waar ik gek op ben, bijvoorbeeld wanneer ze kiest voor bombast, maar de meeste songs op Returning to Innocence vind ik prima en het album bevat ook een aantal songs die ik echt heel goed vind.

Het siert Caroline van der Leeuw dat ze het alter ego dat ze nog jaren met veel succes had kunnen uitmelken aan de kant heeft gezet en heeft gekozen voor een nieuwe start. Het is een nieuwe start die laat horen dat de Nederlandse muzikante ook in een totaal ander genre een geslaagd album af kan leveren en dat is knap. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jess Williamson - A Mile South of Heaven (2026) 4,5

12 oktober, 16:07 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jess Williamson - A Mile South of Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jess Williamson - A Mile South of Heaven
De Amerikaanse muzikante Jess Williamson maakte de afgelopen jaren een aantal geweldige albums en ook het deze week verschenen en wat meer tegen de countrymuziek aanleunende A Mile South of Heaven is er weer een.

Cosmic Wink van Jess Williamson is inmiddels alweer acht jaar oud, maar het is een album waar ik nog vaak naar luister. Ook haar andere albums komen nog met enige regelmaat voorbij, want ik vind het oeuvre van de muzikante uit Los Angeles vooralsnog indrukwekkend mooi en ze voegt er deze week weer een interessant hoofdstuk aan toe. Alle albums van Jess Williamson klinken tot dusver anders en dat geldt ook weer voor A Mile South of Heaven. De keuze voor Shooter Jennings als producer is hierin bepalend geweest, want hij heeft de muziek van Jess Williamson voorzien van een stevige countryimpuls. Het past uitstekend bij de stem van de Amerikaanse muzikante, die wat mij betreft nog wat mooier uit de speakers komt.

De eerste twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter Jess Williamson heb ik gemist, maar wat was ik in 2018 onder de indruk van haar derde album Cosmic Wink. Op het album hoorde ik invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook uit de psychedelica, de Westcoast pop, de Laurel Canyon folk en nog veel meer. Ik heb van de week nog eens naar Cosmic Wink geluisterd en het album klinkt misschien nog wel het meest als Patti Smith die halverwege de jaren 70 niet in het harde en donkere stadsleven van New York is terechtgekomen, maar in de Californische zon.

Cosmic Wink haalde in 2018 mijn jaarlijstje, maar ik vind het in 2020 verschenen album Sorceress nog beter. Sorceress is een logisch vervolg op Cosmic Wink, maar invloeden uit de folk en country hebben een net wat grotere rol gekregen, zonder dat dit ten koste gaat van het bijzondere geluid van de muzikante uit Los Angeles. Samen met Katie Crutchfield, beter bekend als Waxahatchee, maakte Jess Williamson, tijdens de coronapandemie, een uitstekend album onder de naam Plains, dat in 2022 verscheen.

Ook in 2023 liet Jess Williamson van zich horen en maakte ze het bijzonder mooie en indringende breakup-album Time Ain’t Accidental, dat ook mijn jaarlijstje haalde, net als het album van Plains overigens. Ook het vijfde album van Jess Williamson is weer prachtig, al is het maar vanwege haar aansprekende zang en de productie van de gewilde Brad Cook, die ook achter de knoppen zat voor het album van Plains.

Deze week is het zesde album van Jess Williamson verschenen en dit keer koos ze voor Shooter Jennings als producer. De zoon van countrylegendes Waylon Jennings en Jessi Colter heeft de muziek van Jess Williamson een flinke countryinjectie gegeven. Het zorgt ervoor dat A Mile South of Heaven op het eerste gehoor wat minder veelzijdig en misschien ook wel wat gewoner klinkt dan met name Cosmic Wink.

Dat is jammer, maar het betekent wat mij betreft niet dat het nieuwe album van Jess Williamson tegenvalt. Ik ben zelf juist zeer gecharmeerd van het geluid op A Mile South of Heaven, dat door Shooter Jennings is voorzien van fraaie snarenklanken en een ruimtelijk geluid dat is gevuld met wolken pedal steel. Jess Williamson schuift op haar nieuwe album wat op richting countrymuziek, maar ze heeft zeker geen doorsnee countryalbum gemaakt.

Ook op A Mile South of Heaven weet de muzikante uit Los Angeles zich wat mij betreft te onderscheiden met haar zang. Ze zingt op haar nieuwe album met veel expressie en gevoel, maar de songs op het album klinken ook urgent. De invloeden uit andere genres zijn wat subtieler dan op de vorige albums, maar het zwak dat Jess Williamson heeft voor Laurel Canyon folk is nog steeds hoorbaar.

Op Cosmic Wink klonk haar muziek soms overvol, maar op A Mile South of Heaven zijn de klanken soms behoorlijk subtiel, waardoor de bijzondere stem van Jess Williamson alleen maar beter tot zijn recht komt. Luister naar tracks als Country Mile en Tracking the Tropics en je begrijpt wat ik bedoel.

Shooter Jennings haalde geweldige muzikanten naar de studio en heeft A Mile South of Heaven voorzien van een warm en organisch geluid waarvan ik heel veel plezier ga hebben tijdens de herfst- en winteravonden die eraan komen. En dat Jess Williamson ook dit jaar weer mijn jaarlijstje gaat halen, is wat mij betreft nu al een zekerheid. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Nanci Griffith - Other Voices, Other Rooms (1993) 5,0

11 oktober, 20:53 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nanci Griffith - Other Voices, Other Rooms (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Nanci Griffith - Other Voices, Other Rooms (1993)
De Amerikaanse muzikante Nanci Griffith bleef altijd wat achter bij de allergrootste namen binnen de folk en country, maar dat ze een echt exceptioneel goede zangeres was, is goed te horen op het in alle opzichten prachtige Other Voices, Other Rooms.

In de jaren dat Nanci Griffith haar beste albums maakte, was mijn liefde voor folk- en countryzangeressen nog niet heel groot. Ik kocht ooit, op basis van heel positieve recensies, een album van haar, maar heb er destijds niet veel naar geluisterd. Inmiddels schat ik de muziek van de in 2021 overleden muzikante veel hoger in. Nanci Griffith was niet alleen een van de beste zangeressen in het genre, maar ze wist haar songs, of songs van anderen, ook op bijzondere wijze te vertolken. Het is misschien wel het best te horen op het prachtige album dat ik in 1993 kocht, maar vervolgens vooral in de kast liet staan. En het is slechts de start van de ontdekking van een bijzonder oeuvre.

Ik heb absoluut een blinde vlek voor het werk van de Amerikaanse singer-songwriter Nanci Griffith. Ik heb van de muzikante, die vijf jaar geleden op 68-jarige leeftijd overleed, precies één album in mijn bezit en eerlijk gezegd ken ik de rest van haar oeuvre nauwelijks of eigenlijk niet. Het is een behoorlijk omvangrijk oeuvre, want Nanci Griffith maakte meer dan twintig albums.

De muzikante die werd geboren in Texas, maar zich uiteindelijk in Nashville vestigde, maakte haar beste albums in de jaren 80 en 90, maar ook hierna was er nog af en toe een positieve uitschieter. Ze bleef gedurende haar carrière in de muziek altijd wat in de schaduw van de onbetwiste grootheden binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar Nanci Griffith was zowel bij de critici als bij haar collega muzikanten zeer geliefd.

Dat ze qua populariteit wat achterbleef bij de grote namen in het genre heeft niets te maken met de kwaliteit van haar albums, want zeker de beste albums van Nanci Griffith zijn van hoog niveau en verdienen inmiddels het predicaat klassieker. Ik heb zoals gezegd maar één album van de Amerikaanse muzikante en dat is volgens velen ook haar beste album, al zijn er ook veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die het album Once in a Very Blue Moon uit 1984 hoger inschatten.

Het enige album dat ik van Nanci Griffith heb verscheen in 1993 en is misschien wel haar bekendste en volgens mij ook haar meest succesvolle album. Other Voices, Other Rooms, dat haar ook een Grammy opleverde, laat echter niet horen dat Nanci Griffith een zeer getalenteerde songwriter was, want op het album vertolkt ze uitsluitend songs van anderen.

Het zijn allemaal persoonlijke favorieten van de Amerikaanse muzikante en vooral songs van legendarische muzikanten, onder wie Townes van Zandt, Bob Dylan, John Prine, Woody Guthrie en Gordon Lightfoot. Nanci Griffith werd bij het opnemen van Other Voices, Other Rooms niet alleen geholpen door songs van muzikanten van naam en faam, maar kreeg in de studio ook gezelschap van grote namen als Emmylou Harris, Bob Dylan, Béla Fleck, Odetta, Guy Clark, Alison Krauss en John Prine, om maar een paar namen te noemen.

Ook de muzikanten die op het album te horen zijn, zijn van wereldklasse, waardoor het geen verbazing wekt dat Other Voices, Other Rooms echt fantastisch klinkt. Het album bevat vooral folk- en countrysongs en ze dragen stuk voor stuk het unieke stempel van Nanci Griffith. Als ik Other Voices, Other Rooms vergelijk met rootsalbums van het moment valt me vooral op hoe ontspannen het album uit 1993 klinkt. Er is hoorbaar veel tijd genomen voor het album dat bovendien werd gemaakt in rustigere tijden.

De songs op Other Voices, Other Rooms zijn van wereldklasse en dat geldt ook voor de muziek op het album en voor de productie van Jim Rooney, die er terecht een Grammy voor kreeg, maar de grote ster op het album is Nanci Griffith zelf. De Amerikaanse muzikante moet worden gerekend tot de beste zangeressen uit de folk en country van de jaren 80 en 90 en waarom dat zo is, hoor je uitstekend op Other Voices, Other Rooms.

De stem van Nanci Griffith is vaak vergeleken met die van Emmylou Harris en kleurt in de openingstrack Across the Great Divide ook prachtig bij die van de Amerikaanse grootheid, zonder achter te blijven in schoonheid en gevoel. Ik heb eigenlijk geen idee waarom ik het album in 1993 kocht, maar vind het nu echt een parel in de platenkast. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Margo Cilker - Little White Cross (2026) 4,5

11 oktober, 09:34 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Margo Cilker - Little White Cross - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Margo Cilker - Little White Cross
De Amerikaanse muzikante Margo Cilker maakte met Pohorylle en Valley of Heart’s Delight een van de mooiste rootsalbums van 2021 en 2023 en legt de lat in 2026 hoog met het wederom ijzersterke nieuwe album Little White Cross.
Iedereen die de eerste twee albums van Margo Cilker kent, zal met hoge verwachtingen hebben uitgekeken naar haar deze week verschenen derde album. Dat deed ik ook en Little White Cross heeft me zeker niet teleurgesteld. De muzikante uit Goldendale, Washington, levert ook dit keer kwaliteit en heeft een album gemaakt dat liefhebbers van authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek zeer zal aanspreken. Ook op Little White Cross imponeert Margo Cilker met haar stem, maar ook in muzikaal opzicht is het een aansprekend album. Het album werd gemaakt in Texas en voegt nog wat zuidelijke ingrediënten en echt geweldig gitaarwerk toe aan de muziek van Margo Cilker, die inmiddels niet voor niets “the future Lucinda Williams of the West” wordt genoemd.

De aantrekkingskracht van Nashville, Tennessee, is nog altijd groot voor muzikanten met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Vrijwel alle rootsalbums die ik bespreek op De Krenten uit de Pop zijn in de Amerikaanse muziekhoofdstad gemaakt en zeker voor jonge muzikanten zijn de gouden bergen die in Nashville worden beloofd nauwelijks te weerstaan, al is inmiddels al lang bekend dat overleven in de Amerikaanse muziekhoofdstad niet zo makkelijk is.

Margo Cilker blijft voor de afwisseling eens ver weg van Nashville. Ze leverde in 2021 haar prachtige debuutalbum Pohorylle af vanuit Enterprise, Oregon, en verhuisde na de release van dit album naar Goldendale, Washington, van waaruit ze twee jaar later haar minstens even mooie tweede album Valley of Heart’s Delight uitbracht.

Het debuutalbum van Margo Cilker schaarde haar wat mij betreft onder de grote beloften van de Amerikaanse rootsmuziek en die belofte maakte ze waar op haar tweede album. Beide albums werden overigens geproduceerd door Sera Cahoone, die ook zelf prachtige albums maakt, en opgenomen met aansprekende muzikanten uit de muziekscenes van Oregon en Washington State.

Margo Cilker was inmiddels waarschijnlijk bekender geweest als ze zich wel had gevestigd in Nashville, maar het siert haar dat ze haar eigen weg blijft gaan. Die weg vervolgt ze op haar derde album Little White Cross, waarop Sera Cahoone geen rol speelt als producer, maar wel tekende voor een van de songs.

Voor Little White Cross trok Margo Cilker naar het zuiden van de Verenigde Staten en naar Texas om precies te zijn. In Texas werkte ze samen met de mij onbekende producer Bruce Robison, die ook een aantal geweldige Texaanse muzikanten naar de studio haalde.

Voor het geluid van Margo Cilker maakt het niet zo veel uit, want ook op Little White Cross maakt ze vanaf de eerste noten indruk. Ook op haar derde album maakt de Amerikaanse muzikante pure rootsmuziek met vooral invloeden uit de countrymuziek en blijft ze ver weg van de met pop doordrenkte countrymuziek die in Nashville wordt gemaakt.

Little White Cross is een authentiek klinkend album dat zeer smaakvol is geproduceerd. In het geluid van Margo Cilker is veel ruimte voor geweldig gitaarwerk en uiteraard voor de pedal steel, maar ook de andere instrumenten, waaronder de viool en de piano, hebben een prominente plek gekregen in de mix. De muziek op het nieuwe album van Margo Cilker is warm en smaakvol en kleurt de achtergrond prachtig in.

De voorgrond is terecht gereserveerd voor de stem van Margo Cilker, die ook op haar derde album weer prachtig zingt. Ze beschikt over een stem die herinnert aan grote zangeressen uit het verleden en het is een stem die het uitstekend doet in de pure rootsmuziek die ze maakt.

Little White Cross bevat een aantal nieuwe songs van de Amerikaanse muzikante, maar ze deed ook een beroep op een aantal andere songwriters. Het zorgt voor een serie songs van hoog niveau en het zijn songs die nog maar eens laten horen hoe goed Margo Cilker is.

Little White Cross voelde direct vanaf de eerste noten als een warm bad en doet niet onder voor zijn twee geweldige voorgangers. De muzikante uit Washington State is misschien nog niet heel bekend, maar haar nieuwe album kan de concurrentie met de beste rootsalbums van het moment makkelijk aan. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

marguerite - Guérir (2026) 4,5

10 oktober, 12:34 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: marguerite - guérir - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: marguerite - guérir
In Frankrijk wordt marguerite al een tijdje gerekend tot de allergrootste talenten van de Franse popmuziek en op haar debuutalbum guérir laat de muzikante uit Parijs horen dat daar echt helemaal niets op valt af te dingen.

Natuurlijk was het de muziekblog Filles Sourires die me op het spoor zette van het debuutalbum van marguerite. Het was niet de eerste goede tip van Guuz Hoogaerts, maar wel een van de beste, want wat ben ik onder de indruk van de muziek van marguerite. De Franse muzikante beschikt over een stem waarvoor je alleen maar kunt smelten, maar ook de songs op guérir zijn van een bijzonder hoog niveau. Het is naar mijn smaak soms misschien net wat te veel pop, maar de pop van marguerite is niet alleen aanstekelijk maar ook avontuurlijk. Met guérir zet marguerite je steeds weer op het verkeerde been, maar haar songs zitten ook vol bijzondere verleidingen. Wat mij betreft een van de beste Franse popalbums van de laatste jaren.

De Krenten uit de Pop viert volgend jaar alweer de achttiende verjaardag, maar er zijn blogs die nog langer meegaan. De muziekblog Filles Sourires bestaat inmiddels al meer dan 21 jaar en is nog altijd zeer actief. De Nederlandse journalist Guuz Hoogaerts, ook bekend als Guuzbourg, begon Filles Sourires ooit als ode aan de Franse zuchtmeisjes, die aan het begin van dit millennium een nieuw genre op de kaart wisten te zetten. Inmiddels richt de muziekblog zich op “Girls, singing in French” en daar zijn er gelukkig nog altijd heel veel van.

Mijn liefde voor zangeressen met een voorkeur voor de Franse taal blijft uiteraard wat achter bij die van Guuzbourg, maar Filles Sourires is voor mij al heel lang een bron van hele interessante muziektips. Guuz Hoogaerts was me de afgelopen week net voor, want voordat ik op zijn muziekblog kon kijken tipte hij me al het deze week verschenen album van marguerite.

Achter marguerite gaat de Franse muzikante Marguerite Dedeyan schuil en guérir is haar debuutalbum. In Frankrijk wordt marguerite, die overigens bekend is geworden via de Franse tv-talentenjacht Star Academy, gezien als een van de grootste talenten van de Franse muziekscene van het moment en als ik naar guérir luister, begrijp ik waarom.

Direct vanaf de openingstrack van guérir maakt de muzikante uit Parijs indruk met haar stem en dat blijft ze vervolgens een album lang doen. Het is een stem vol zoete verleiding, maar marguerite zingt ook met veel expressie en gevoel. Frankrijk heeft de afgelopen jaren niet te klagen over goede zangeressen en ook marguerite is er een. Zaz, Zaho de Sagazan, Pomme en Louane zijn mijn favoriete Franse zangeressen van het moment en krijgen wat mij betreft gezelschap van marguerite.

Dat ligt deels aan de mooie stem op guérir, maar ook in muzikaal opzicht spreekt het album me aan. De bovengenoemde smaakmakers binnen de Franse popmuziek van het moment geven allemaal een eigen draai aan invloeden van het traditionele Franse chanson en dat doet ook marguerite.

De invloed van het Franse chanson hoor je het best in de wat soberder ingekleurde songs op het debuutalbum van marguerite, zoals in de prachtige openingstrack cartable. Op haar debuutalbum raakt de Franse muzikante echter ook redelijk ver verwijderd van de tradities van het Franse chanson en gaat ze vol voor de Franse pop.

Net als Zaho de Sagazan verwerkt ze flink wat elektronica in haar muziek, maar het klinkt totaal anders. De songs op guérir zijn in de meeste gevallen voorzien van een wat broeierig geluid waarin de ritmesectie een voorname rol speelt. De Franse popmuziek van het moment is me vaak wat te bombastisch of lichtvoetig, maar de songs van marguerite hebben inhoud.

De muziek op het album heeft zich breed laten beïnvloeden, zit vol bijzondere wendingen en slaagt er bovendien constant in om de mooie stem van marguerite fraai te ondersteunen. De stem van de Parijse muzikante is niet alleen bijzonder mooi, maar heeft ook wat te melden, waardoor marguerite eigenzinniger klinkt dan de wat meer mainstream popzangeressen uit Frankrijk.

Ik ben nog steeds diep onder de indruk van La Symphonie des Éclairs van Zaho de Sagazan, dat ik een van de beste albums van de laatste jaren vind, maar ook guérir van marguerite wordt me echt steeds dierbaarder en de rek is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sarah Julia - The Fear That This Is Real (2026) 4,5

10 oktober, 12:32 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sarah Julia - The Fear That This Is Real - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sarah Julia - The Fear That This Is Real
Met The Fear That This Is Real levert het Nederlandse duo Sarah Julia een razendknap debuutalbum af dat opvalt door fraaie en stemmige klanken, eigenzinnige songs en vooral twee prachtig bij elkaar kleurende stemmen.

Het debuutalbum van het duo Sarah Julia duurt helaas maar net 30 minuten, maar in die 30 minuten komt er heel veel moois voorbij. De Nederlandse zussen maken muziek met zowel invloeden uit de traditionele folk uit het verleden als de indiefolk van het moment, wisten een Amerikaanse topproducer te strikken en tekenen voor eigenzinnige songs, maar de meeste indruk maken de twee met hun stemmen. Het zijn stemmen die individueel prachtig klinken, maar die nog wat mooier worden wanneer ze worden gecombineerd in wonderschone harmonieën. Het is flink dringen binnen de folkmuziek van het moment, maar om een hoogstaand album als The Fear That This Is Real kan niemand heen.

De naam Sarah Julia zingt inmiddels al een tijdje rond, maar ik had nog niet eerder naar de muziek achter de naam Sarah Julia geluisterd. Ik had eerlijk gezegd het idee dat het om één persoon ging, maar het is een duo dat bestaat uit de zussen Sarah en Julia Nauta. Ik heb echt niet goed opgelet de afgelopen twee jaar, want de Nederlandse zussen brachten in 2024 en 2025 twee goed ontvangen EP’s uit en tekenden een platencontract bij het gerenommeerde Nettwerk label.

Ze wisten niemand minder dan de van Adrianne Lenker bekende Philip Weinrobe te strikken voor de productie van hun debuutalbum. Het deze week verschenen album The Fear That This Is Real werd opgenomen in Woodstock, New York en naar verluidt waren er slechts zes dagen nodig om de tien tracks van het album live op te nemen.

Het debuutalbum van Sarah Julia is een ingetogen folkalbum en daar zijn er op het moment echt heel veel van en misschien wel te veel. Probeer dan als twee Nederlandse zussen maar eens op te vallen, maar met The Fear That This Is Real hebben Sarah en Julia Nauta wat mij betreft een onderscheidend album gemaakt en bovendien een album dat zich kan meten met alles wat de laatste tijd in het genre is verschenen.

We hebben momenteel geen gebrek aan goede folkzangeressen en ook mooie harmonieën zijn in ruime mate beschikbaar. De stemmen van Sarah en Julia zijn echter mooier dan de meeste andere stemmen in de folk van het moment. In de stemmen van de twee hoor je echo’s van de grote folkzangeressen uit het verleden en het zijn stemmen die op elkaar lijken, maar ook net wat van elkaar verschillen.

Wanneer Sarah en Julia hun stemmen combineren in harmonieën, gebeurt er iets bijzonders en dat is iets dat eigenlijk alleen zingende zussen lukt. De stemmen van de twee vloeien samen in harmonieën van een bijna onwerkelijke schoonheid en die zijn bij mij keer op keer goed voor kippenvel. De stemmen van Sarah en Julia zijn niet alleen heel mooi, maar de zussen gebruiken hun stemmen ook op bijzondere wijze, wat een geheel eigen geluid oplevert.

Dat eigen geluid hoor je ook terug in de muziek op The Fear That This Is Real. De songs van Sarah Julia zijn in een aantal gevallen sober en stemmig ingekleurd, maar het album bevat ook een wat uitbundiger ingekleurde track, waarin ook de zang wat steviger is aangezet. Ik vind de meest ingetogen songs op The Fear That This Is Real het mooist, maar de net wat voller klinkende songs zorgen wel voor variatie en dragen ook zeker bij aan het eigen geluid van de Nederlandse zussen.

Het is pas het debuutalbum van Sarah Julia, maar The Fear That This Is Real klinkt geen moment als een debuutalbum. De songs van Sarah en Julia zitten knap in elkaar, zijn keer op keer prachtig en origineel ingekleurd en worden prachtsongs door de bijzondere stemmen van de twee, die het beste in elkaar naar boven halen. Wat The Fear That This Is Real nog wat knapper maakt, is dat Sarah en Julia durven te experimenteren, wat een album oplevert dat je meerdere keren moet horen voordat alles op zijn plek valt.

Het is jammer dat muziekwebsites als Paste en Pitchfork het debuutalbum van Sarah Julia nog niet op het netvlies hebben, want The Fear That This Is Real had zeker niet misstaan tussen hun aanbevelingen voor deze week. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Frankie Rose - Hila (2026) 4,0

9 oktober, 20:07 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Frankie Rose - Hila - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Frankie Rose - Hila
Frankie Rose heeft een enorme staat van dienst met indierockbands die ik hoog heb zitten, maar haar solowerk vind ik niet altijd goed, al zet ze met haar uitstekende nieuwe album Hila wel een aantal hele interessante stappen.

Ik heb Hila van Frankie Rose niet direct opgepikt. Het album ging bij een eerste, vluchtige beluistering wat langs me heen, een ervaring die ik in het verleden wel vaker heb gehad met de albums van de Amerikaanse muzikante. Hila is geen album dat je op de achtergrond moet laten voortkabbelen want dan blijft er inderdaad niet veel van over. Bij aandachtige beluistering blijkt het echter een heel mooi album met bijzondere klankentapijten, maar ook interessante songs. Het klinkt flink anders dan de wat tegen de synthpop aanleunende voorganger, maar Frankie Rose verwerkt ook absoluut invloeden van haar vorige albums op het bijzondere Hila, dat op fraaie wijze uiteenlopende invloeden combineert op een donker maar ook sfeervol album.

De Amerikaanse muzikante Frankie Rose heeft haar sporen in de popmuziek inmiddels ruimschoots verdiend. Ze maakte deel uit van roemruchte bands als Fine Place, Beverly, Crystal Stilts en vooral Dum Dum Girls en Vivian Girls, maar maakt inmiddels ook al meer dan vijftien jaar soloalbums.

Met haar solowerk komt Frankie Rose er tot dusver bekaaid van af op De Krenten uit de Pop, want van haar zes eerder verschenen soloalbums besprak ik er maar twee. Ik was in 2017 behoorlijk enthousiast over het album Cage Tropical, waarop Frankie Rose makkelijk schakelde tussen zeer verschillende genres, en ook het in 2023 verschenen en vooral met lichtvoetige synthpop gevulde Love as Projection viel zeker in de smaak.

Het zijn ook allebei albums die niet helemaal in mijn muzikale straatje passen en dat was de reden voor het laten liggen van de andere soloalbums van de Amerikaanse muzikante. Onlangs verscheen haar nieuwe album Hila en ook dat is een album dat niet helemaal aansluit op mijn muzieksmaak.

Ook op Hila heeft Frankie Rose de elektronica stevig omarmd. Haar vorige album werd in het hokje synthpop geduwd en ook Hila bevat een beperkt aantal songs die met enige fantasie als synthpop zijn te bestempelen. Die zijn vooral aan het begin van het album te vinden en daarmee zet Frankie Rose de luisteraar ook wel wat op het verkeerde been. Op haar nieuwe album slaat Frankie Rose immers vooral andere wegen in.

Elektronica speelt ook op Hila een belangrijke rol, maar waar die elektronica op Love as Projection vooral werd gebruikt voor aanstekelijke en redelijk rechttoe rechtaan songs, domineren op het nieuwe album de bijzondere klankentapijten. Met behulp van elektronica creëert Frankie Rose op Hila bedwelmende, atmosferische en wat zweverige klanken, die soms aansluiten bij de dreampop, maar ook een ambient karakter kunnen hebben.

Het zijn klanken die hier en daar breed uit mogen waaien, maar het nieuwe album van Frankie Rose bevat ook nog steeds een aantal wat toegankelijkere en compactere songs. In die laatste songs zorgt de stem van de Amerikaanse muzikante voor houvast, maar ik heb persoonlijk een duidelijke voorkeur voor de wat donkere en minder toegankelijke songs op het album.

In die songs hoor ik ook weer de invloeden uit de postpunk die op Cage Tropical nog een belangrijke rol speelden en ook de liefde voor de muziek van The Cocteau Twins is weer hoorbaar. Het combineert verrassend goed met de incidentele impulsen uit de synthpop, die ervoor zorgen dat de muziek van Frankie Rose op Hila aangenaam wegzweeft, maar ook niet te ver van de vaste grond verwijderd raakt.

Ik kreeg niet direct vat op het album, maar inmiddels vind ik Hila helemaal niet meer zo ver verwijderd van mijn muzikale straatje. Frankie Rose zorgt met haar nieuwe album voor frisse impulsen in dit straatje en deze impulsen krijgen nog wat extra glans wanneer ze ook een saxofoon inzet.

Hila is een donker en persoonlijk album over verlies en rouw, maar het is ook een album vol prachtige klanken. Ik ben lang niet altijd gek op het solowerk van Frankie Rose, maar de weg die ze is ingeslagen op Hila smaakt wat mij betreft naar meer. Zeker als ik het album met de koptelefoon beluister is het van een bijzondere schoonheid en die komt in de herfst en winter alleen maar beter tot zijn recht. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Libby Dale - Freehand (2026) 4,0

9 oktober, 16:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Libby Dale - Freehand - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Libby Dale - Freehand
Er zijn rootsalbums die je vrijwel onmiddellijk overtuigen, maar er zijn ook albums in het genre die meer tijd nodig hebben maar uiteindelijk wonderschoon blijken, zoals bijvoorbeeld Freehand van de Amerikaanse muzikante Libby Dale.

Er was al geen gebrek aan bijzondere stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek (en popmuziek) van het moment, maar Libby Dale voegt er nog een aan toe. Het is een stem die ik niet direct mooi vond, maar de zang op het solodebuut van de Amerikaanse muzikante blijkt al snel wonderen te kunnen verrichten. Haar album Freehand groeit vervolgens snel uit tot een tijdloos maar ook eigenzinnig klinkend rootsalbum en het is wat mij betreft een rootsalbum dat alleen maar beter wordt. Het is al een tijd dringen in het genre, maar Freehand van Libby Dale is een rootsalbum dat ik zeker niet zou laten liggen. Het is even wennen misschien, maar wat is het uiteindelijk mooi.

Met name in rootskringen was er de afgelopen week aandacht voor het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Libby Dale, maar ook een deel van de alternatieve Amerikaanse muziekpers was alert. Libby Dale is het alter ego van Libby Weitnauer, die tot dusver vooral aan de weg heeft getimmerd als violiste. Ze maakte deel uit van de bands Dallas Ugly en Tui en dat zijn bands die ik niet ken, maar ze tourde ook met onder andere Kelsey Waldon en Margo Price.

Ik heb haar vioolspel vast gehoord op de nodige rootsalbums, maar het deze week verschenen album Freehand is mijn eerste kennismaking met de singer-songwriter Libby Weitnauer of in dit geval Libby Dale. Ik begrijp goed dat muziekwebsites die vooral zijn gericht op Amerikaanse rootsmuziek goed uit de voeten kunnen met het album van Libby Dale, want zeker bij oppervlakkige beluistering hoor je vooral traditioneel klinkende Amerikaanse rootsmuziek op het album.

Freehand klinkt met grote regelmaat als een album dat vele decennia oud zou kunnen zijn, zeker als Libby Dale haar voorkeur voor traditionele countrymuziek laat horen. Ik hoor echter ook wel een eigenzinnige twist in een deel van de songs en die uitstapjes hebben waarschijnlijk de alternatieve Amerikaanse muziekmedia op het spoor gezet van de muzikante uit Nashville, Tennessee.

Mijn aandacht werd in eerste instantie vooral getrokken door de zang op Freehand. De zang van Libby Dale zit voor mij op het randje van wat ik mooi en niet meer mooi vind. In de meest zuivere passages hoor ik iets van de geweldige Laura Cantrell, maar net als bijvoorbeeld Kassi Valazza en Sierra Ferrell beschikt ook Libby Dale wat mij betreft over een stem die ook wel eens wat tegen de haren instrijkt.

Ik moet zeggen dat ik daar bij mijn eerste beluisteringen van Freehand meer last van had dan nu, want als je eenmaal gewend bent aan de zang op het album, wint de stem van de Amerikaanse muzikante snel aan schoonheid en overtuiging. Natuurlijk haalt ze af en toe ook haar viool tevoorschijn, maar heel prominent is de rol voor het instrument niet. Freehand is voorzien van een authentiek klinkend rootsgeluid met een hoofdrol voor gitaren en incidenteel de in het genre onmisbare pedal steel of een fraai orgel.

Het klinkt allemaal redelijk sober, maar ik vind het geluid op het debuutalbum van Libby Dale ook zeer smaakvol. Dat kan ook bijna niet anders, want voor het album werden maar liefst drie producers ingezet. Thomas Bryan Eaton ken ik niet, maar Andrija Tokic en Will Johnson zijn zeer aansprekende namen. Het is misschien even wennen aan de zang, maar in muzikaal en productioneel opzicht maakt Freehand gemakkelijk indruk.

Dat doet Libby Dale ook met aansprekende songs. Het zijn songs die klinken als tijdloze country- en folksongs, maar de muzikante uit Nashville kleurt zeker niet uitsluitend binnen de lijntjes. Ze heeft bovendien zeer persoonlijke teksten geschreven over mentale problemen en spaart zichzelf in deze teksten zeker niet.

Meestal weet ik na één keer luisteren wel wat ik heb aan een album, maar dat was anders bij Freehand van Libby Dale, waaraan ik erg heb moeten wennen, maar dat me inmiddels steeds meedogenlozer weet te verleiden. Oordeel vooral niet te snel over dit album, dat je na een tijdje wel eens enorm kan verrassen. Ik ben echt helemaal om. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Rachel Bochner - I Guess a Sure Thing Couldn't Go Down Gently (2026) 4,5

8 oktober, 20:57 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rachel Bochner - I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rachel Bochner - I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently
Ik ontdekte I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently van Rachel Bochner door puur toeval, maar wat heeft de muzikante uit Brooklyn, New York, een leuk, interessant en aanstekelijk popalbum gemaakt en het wordt alleen maar beter.

Het is dringen in de popmuziek van het moment, maar ik merk zelf dat ik pure popalbums steeds vaker laat liggen. Veel recent uitgebrachte popalbums klinken wat mij betreft hetzelfde en ik vind het geluid vaak te elektronisch en bombastisch. Soms verschijnt er echter een popalbum van een mij onbekende muzikante dat me wel direct overtuigt. Het gaat om I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently van de Amerikaanse muzikante Rachel Bochner. Het is een album dat direct aangenaam en op een of andere manier ook wel bekend klinkt, maar de songs van de muzikante uit New York blijken ook verrassend veelzijdig en zijn ook nog eens interessant. Wat mij betreft een enorme ontdekking.

Eind vorige maand verscheen het album I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently van Rachel Bochner. Het is een album dat ik tegenkwam in een van de vele releaselijsten die ik wekelijks check en dat me eigenlijk alleen opviel door de lange titel. Het is een album waar tot dusver nog niet veel woorden over zijn opgeschreven, maar ik vind het een heel interessant album. Het is bovendien een album dat volgens mij over de potentie beschikt om uit te groeien tot een van de memorabele popalbums van 2026, waardoor het me extra verbaast dat er zo weinig aandacht is voor het debuutalbum van de muzikante uit Brooklyn, New York.

Rachel Bochner debuteerde in 2024 met het mini-album Lovergirl, dat vorig jaar met wat extra tracks werd uitgebreid tot een album. Ik zie zelf I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently als het debuutalbum van Rachel Bochner en het is een album dat me eigenlijk direct enorm aansprak.

Dat heb ik zeker niet met alle popalbums, want veel popalbums van het moment vind ik door de inzet van wat mij betreft te veel elektronica bombastisch en overgeproduceerd klinken. Veel popalbums van het moment missen bovendien de echt goede songs of hebben te weinig van dit soort songs.

Op I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently van Rachel Bochner hoor ik heel veel goede songs en de Amerikaanse muzikante heeft bovendien gekozen voor een geluid dat nergens omslaat in holle bombast. Toen ik voor de eerste keer luisterde naar I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently werd ik direct blij van het album.

Het debuutalbum van Rachel Bochner klinkt niet alleen als een album dat uit kan groeien tot een van de memorabele popalbums van 2026, maar klinkt ook als de grote popalbums van dit jaar (en de afgelopen jaren). Een aantal songs op het album doen me aan de interessantere songs van Taylor Swift denken, maar wanneer Rachel Bochner het tempo opvoert en de gitaren de ruimte geeft of juist flink gas terugneemt, hoor ik opeens niets meer van Taylor Swift.

De vergelijking met een van de grootste popsterren van het moment is wat mij betreft overigens niet iets om je voor te schamen en als ik eerlijk ben vind ik I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently beter en interessanter dan het laatste album van Taylor Swift. De raakvlakken met Taylor Swift hoor ik vooral in de zang en met name in de eerste tracks, maar ook de opbouw van de songs doet wel wat denken aan met name de vorige twee albums van de Amerikaanse superster.

Aan de andere kant verwerkt Rachel Bochner ook invloeden van wat langer geleden in haar songs, die steeds weer net wat anders klinken en die ik ook absoluut eigenzinnig vind klinken. Ik heb bij beluistering van I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently van Rachel Bochner hetzelfde gevoel als ik had bij het beluisteren van het debuutalbum van Chappell Roan in de herfst van 2023. Ook dat album kreeg in eerste instantie nauwelijks aandacht, maar ik hoorde direct de belofte.

Ik hoop dat ik het ook bij het juiste eind heb wanneer het gaat om het debuutalbum van Rachel Bochner, want het is een popalbum waar ik alleen maar heel vrolijk van kan worden en waarom zou dat alleen voor mij gelden? Ik weet bijna niets van Rachel Bochner, maar ik weet wel dat ze interessante en zeer persoonlijke songs schrijft. Het zijn songs die me inmiddels allemaal dierbaar zijn en I Guess A Sure Thing Couldn't Go Down Gently heel ver boven de middelmaat uitgetild hebben. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lily Seabird - Lightspheres on Their Way (2026) 4,0

7 oktober, 21:29 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lily Seabird - Lightspheres on Their Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lily Seabird - Lightspheres on Their Way
De Amerikaanse muzikante Lily Seabird maakt op haar nieuwe album Lightspheres on Their Way Amerikaanse rootsmuziek, maar slaagt erin om net anders te klinken dan al haar concurrenten in dit momenteel overvolle genre.

Ik denk dat ik me in het verleden nog wel eens liet afschrikken door de stem van Lily Seabird, maar mijn tolerantie voor stemmen die buiten de lijntjes kleuren wordt steeds groter. Op haar nieuwe album Lightspheres on Their Way vind ik de stem van de Amerikaanse muzikante alleen maar heel mooi en dat geldt ook voor haar songs die variëren van ingetogen folksongs tot behoorlijk stevige rootsrocksongs. Het album klinkt lekker ruw en ook dat zorgt ervoor dat de muziek van Lily Seabird makkelijk opvalt binnen het aanbod van het moment. Ik twijfelde vorig jaar over haar vorige album, maar Lightspheres on Their Way is geen moment een twijfelgevalletje.

Een paar weken geleden verscheen het nieuwe album van Lily Seabird al in de Verenigde Staten, maar deze week is het album ook in Nederland verschenen. Ik noteerde het album een paar weken geleden al eens, want Lily Seabird was in mijn beleving een muzikante die verzekerd is van een plekje op De Krenten uit de Pop bij de release van een nieuw album.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing bleek ik echter nog nooit een album van de Amerikaanse muzikante te hebben besproken, terwijl ik zeker haar vorige album, het vorig jaar verschenen album Trash Mountain, meerdere keren heb beluisterd en er in mijn herinnering enthousiast over was. Ik zal het album later nog eens beluisteren, maar op dit moment gaat al mijn aandacht uit naar het deze week verschenen nieuwe album van de muzikante uit Burlington, Vermont.

Op haar nieuwe album Lightspheres on Their Way voldoet Lily Seabird wel volledig aan het beeld dat ik van haar had toen haar nieuwe album werd aangekondigd, want ze heeft een heerlijk rootsalbum afgeleverd. Het is een album waarop de stem van Lily Seabird centraal staat. Het is een stem die niet door iedereen gewaardeerd zal worden, maar ik heb wel wat met haar hoge, ruwe en soms wat onvaste zang.

Het is een stem die het geweldig doet wanneer Lily Seabird zich omringt met stevige gitaren, zoals in het prachtige Election Day, waarin ze gezelschap lijkt te hebben gekregen van Neil Young’s Crazy Horse. De stem van Lily Seabird doet het echter niet alleen goed in rauwe rootsrock, want ook als ze kiest voor behoorlijk ingetogen folksongs, is haar zang niet alleen karakteristiek maar ook trefzeker.

Door uiterst ingetogen folksongs een paar keer af te wisselen met stevigere rocksongs zorgt de Amerikaanse muzikante voor flink wat dynamiek op haar album en houdt ze de luisteraar bovendien bij de les. Maar ook in de wat meer ingetogen songs, die domineren op het album, weet Lily Seabird te verrassen, bijvoorbeeld met impulsen van extra instrumenten, waaronder strijkers en blazers.

Het zijn songs die aan de ene kant goed aansluiten bij de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek, maar op Lightspheres on Their Way gaat Lily Seabird ook haar eigen weg. Dat doet ze zoals gezegd met haar stem, die soms bijzondere afslagen neemt, maar ze doet het ook met haar songs, die in de meeste gevallen behoorlijk intens klinken.

Het album werd in een paar koude winterdagen opgenomen in het huis van co-producer Garrett Linck in Morrill, Maine, en is hoorbaar met bescheiden middelen gemaakt. De ruwe klanken op het album en de eveneens wat ruwe zang voorzien de songs op Lightspheres on Their Way wel van een bijzondere sfeer en wat mij betreft ook van urgentie.

Ik denk eerlijk gezegd dat ik in het verleden vaak gestruikeld ben over de stem van Lily Seabird, maar de zang op haar nieuwe album overtuigt mij volledig. Ik ben vooral gecharmeerd van de net wat stevigere songs op het album waarin zowel de muziek als de zang af en toe uit de bocht mogen vliegen, maar ook als Lily Seabird gas terugneemt, overtuigt ze mij heel makkelijk.

Dat doet ze overigens steeds gemakkelijker naarmate ik het album vaker hoor, want Lightspheres on Their Way heeft wel iets waaraan je moet wennen. Eenmaal gewend grijpt Lily Seabird je echter steeds steviger bij de strot met dit intense album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Nessa Barrett - Tough Love (2026) 4,0

7 oktober, 17:56 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nessa Barrett - Tough Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Nessa Barrett - Tough Love
Nessa Barrett heeft het TikTok publiek al lang voor zich gewonnen, maar met haar uitstekende nieuwe album Tough Love heeft de Amerikaanse muzikante een album gemaakt dat een veel breder publiek moet kunnen aanspreken.

Er zijn de afgelopen weken veel popalbums verschenen die zich op papier wat buiten mijn comfort zone bevinden. Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om papier maar om de wijze waarop je een album ervaart en Tough Love, het nieuwe album van Nessa Barrett, is wat mij betreft een aangename verrassing. Nessa Barrett doet het tot dusver goed bij een jong en mainstream poppubliek, maar op haar nieuwe album laat ze horen dat ze meer te bieden heeft. De Amerikaanse muzikante heeft zich breed laten beïnvloeden en integreert alle inspiratie in een wat dromerig klinkend popgeluid. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de songs van Nessa Barrett hebben ook inhoud.

Ik had de naam Nessa Barrett tot vorige week nog niet eerder gehoord. Dat heeft alles te maken met mijn bubbel, want ik begrijp dat de Amerikaanse muzikante op TikTok al een tijd zo’n 20 miljoen volgers heeft en ook op Spotify worden haar songs inmiddels door een miljoenenpubliek beluisterd.

Ze begon ooit op TikTok met het playbacken van songs van anderen, wat je kennelijk heel veel volgers op kan leveren, maar ze maakt inmiddels ook al een aantal jaren zelf muziek, die volgens de informatie op het internet inmiddels door een heel breed publiek is omarmd. Dat brede publiek strekte zich tot voor kort nog niet uit tot mijn bubbel, want ik heb de eerste twee albums van Nessa Barrett volledig gemist en ook het onlangs verschenen nieuwe album Tough Love stond niet op mijn lijstje met te beluisteren albums.

Spotify schotelde me het album op een gegeven moment toch voor en het album beviel me eigenlijk wel. Op basis van de informatie op het internet had ik de muziek van de Amerikaanse muzikante met Puerto-Ricaanse wortels volkomen verkeerd ingeschat, want eerlijk gezegd ging ik ervan uit dat Nessa Barrett wat mainstream en niet bijster interessante popmuziek zou maken.

Dat blijkt niet direct uit het lijstje met namen dat ze zelf noemt als inspiratiebronnen voor haar nieuwe album, want daar had ik op basis van mijn onterechte verwachtingen niet de namen van Arctic Monkeys, Lana Del Rey, Portishead, Eagles, Fleetwood Mac en Alice in Chains verwacht. Nu hoor ik de meeste van deze namen ook niet terug op Tough Love, maar dat Nessa Barrett uiteenlopende invloeden heeft verwerkt op haar nieuwe album is zeker.

Als ik één naam uit het bovenstaande lijstje moet kiezen, kies ik zonder enige twijfel voor de naam van Lana Del Rey. Op Tough Love maakt Nessa Barrett sfeervolle en wat dromerige popmuziek, waarin een melancholisch randje nooit ver weg is. Met name qua sfeer heeft het wel wat van de muziek van Lana Del Rey, maar Nessa Barrett is zeker geen copycat.

Ik had haar zoals gezegd verwacht in het hokje mainstream popmuziek, maar de songs op Tough Love klinken wat mij betreft ook zeker indie. Nessa Barrett beschikt over een zachte stem die het goed doet in wat dromerig klinkende popmuziek, maar ook als ze wat krachtiger zingt blijft haar stem makkelijk overeind.

Tough Love is geproduceerd door CJ Baran en Arthur Besna. Dat zijn twee namen die ik niet ken, maar ik ben zeker te spreken over de productie van het album. Door eens niet te kiezen voor de gangbare producers binnen de popmuziek van het moment klinkt Tough Love anders dan het gemiddelde album in het genre en dat zorgt er voor dat Nessa Barrett zich wat mij betreft weet te onderscheiden van veel van haar collega’s.

Zeker met de wat broeierige en vaak beeldende songs op het album levert de Amerikaanse muzikante vakwerk af, maar ook als ze net wat meer neigt naar mainstream pop hoor ik haar talent, al is het maar in haar teksten waarin ze zich kwetsbaar durft op te stellen.

Het is in mijn bubbel makkelijk maar helaas ook gebruikelijk om TikTok sterren direct af te serveren, maar in het geval van Nessa Barrett is dat niet terecht. Tough Love heeft me echt aangenaam verrast en ik heb het idee dat het ook nog eens een album is dat interessant blijft wanneer je het vaker hoort. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Stef Chura - Dancing Alone on the Concrete (2026) 4,5

5 oktober, 20:24 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Stef Chura - Dancing Alone on the Concrete - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Stef Chura - Dancing Alone on the Concrete
De Amerikaanse muzikante Stef Chura leverde iets meer dan zeven jaar geleden met Midnight een geweldig gitaaralbum af en komt nu op de proppen met een album dat echt alle kanten op kan, maar song na song grenzeloos vermaakt.

Dancing Alone on the Concrete van Stef Chura wordt deze week warm onthaald door de wat alternatievere Amerikaanse muziekpers en gelijk hebben ze. De muzikante uit Detroit heeft heel lang gewerkt aan de opvolger van het zeven jaar oude Midnight, dat in 2019 indruk maakte. Midnight was vooral een ruw en wat lo-fi gitaaralbum, maar op Dancing Alone on the Concrete laat Stef Chura horen dat ze van alles kan. Ik heb wel wat met haar stem, maar ook met haar songs en haar muziek laat ze horen dat ze anders klinkt dan de bulk van haar collega’s in de indierock van het moment. Aan Midnight had ik geen hele actieve herinnering, maar Dancing Alone on the Concrete gaat me zeker bijblijven.

Ik geef eerlijk toe dat ik geen enkele herinnering meer had aan Midnight, het tweede album van de Amerikaanse muzikante Stef Chura, die deze week een nieuw album heeft uitgebracht. Ik was wel heel positief over het vorige album van de muzikante uit Detroit, want ik schreef op De Krenten uit de Pop onder andere het volgende:

“Na een aardig maar niet opzienbarend debuut keert Stef Chura terug met Midnight. De singer-songwriter laat op haar tweede album flinke groei horen. Dat is mede de verdienste van Car Seat Headrest voorman Will Toledo, die het album produceerde, maar Stef Chura kan er zelf ook wat van. Het levert een verrassend veelzijdige gitaarplaat op, die het ene moment heerlijk uit de bocht vliegt met veel gitaargeweld, maar ook in de meer ingetogen passages uitstekend uit de verf komt. En als Stef Chura dan ook nog eens een song van good old Billy Idol volledig naar haar hand zet weet je zeker dat ze echt een prima album heeft afgeleverd.”

Het zijn niet eens de meeste lovende woorden uit de recensie, dus het is best bijzonder dat ik zelfs de naam van Stef Chura vergeten was. Er zijn wel wat verzachtende omstandigheden. Het aanbod in het genre is al jaren enorm groot en Midnight is bovendien alweer meer dan zeven jaar oud.

Gelukkig zijn mijn belangrijke tipgevers Paste en Pitchfork Stef Chura niet vergeten, want beiden scharen haar nieuwe album Dancing Alone on the Concrete onder de meest interessante albums van deze week en inmiddels weet ik dat daar niets op valt af te dingen.

Stef Chura heeft zeven jaar de tijd gehad om nieuwe muziek te maken, maar desondanks bevat haar nieuwe album slechts iets meer dan 27 minuten muziek. Er gebeurde ook veel in het leven van de Amerikaanse muzikante. Ze verruilde Detroit voor New Orleans en later Louisville en toch weer Detroit, ze zag een relatie op de klippen lopen, kreeg haar eerste kind, werd gevangen door de coronapandemie en probeerde ondanks alles veel te daten.

Alle ervaringen slaan neer op Dancing Alone on the Concrete, dat in eerste instantie verder gaat waar haar vorige album in de zomer van 2019 ophield. Stef Chura kan nog altijd uit de voeten met lekker ruwe en wat rammelende gitaarmuziek en had mij eigenlijk direct weer te pakken met de openingstrack van haar nieuwe album.

De concurrentie is misschien moordend binnen de indierock van het moment, maar de songs van Stef Chura klinken op een of andere manier anders. Dat heeft voor een deel te maken met haar bijzondere zang, maar ook het wat lo-fi karakter van haar muziek en haar songs geeft Dancing Alone on the Concrete een eigen gezicht.

Dat eigen karakter wordt flink versterkt door de variatie die Stef Chura heeft aangebracht op haar nieuwe album. Naast wat stevigere songs kiest de Amerikaanse muzikante ook voor wat meer ingehouden songs, waarin ze af en toe kiest voor de piano die ze afgelopen jaren heeft leren bespelen, en ook hierin klinkt haar stem onderscheidend.

Het vorige album van Stef Chura viel uiteindelijk ook op door uitstekende songs en ook de songs op Dancing Alone on the Concrete zijn stuk voor stuk geweldig, waarbij het niet zoveel uitmaakt of ze kiest voor gruizige gitaren of voor wat tegendraadse elektronica. En als in Danny zowel Peter Buck als Mike Mills aanschuiven is ze ook nog eens goed voor de perfecte R.E.M. song, terwijl ze met Babydoll een heerlijke oorwurm aflevert.

Dancing Alone on the Concrete duurt helaas maar 27 minuten, maar wat komt er in dat kleine half uur veel moois en bijzonders voorbij. Ik ga de naam van Stef Chura in ieder geval niet meer vergeten en schrijf Dancing Alone on the Concrete stiekem alvast op als outsider voor mijn jaartlijstje. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Maggie Bell - Suicide Sal (1975) 4,0

4 oktober, 20:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maggie Bell - Suicide Sal (1975) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Maggie Bell - Suicide Sal (1975)
Maggie Bell gaat al vele decennia mee in de muziek, maar ze was het meest succesvol met haar debuutalbum Queen of the Night uit 1974 en het nog wat betere Suicide Sal uit 1975, dat tien songs lang uit de speakers knalt.

Ik dacht de klassiekers uit de jaren 70 zo langzamerhand wel te kennen, maar onlangs maakte ik voor het eerst kennis met Maggie Bell. De Schotse zangeres was in de jaren 70 redelijk succesvol, maar verdween al snel uit beeld. Haar eerste twee albums zijn wat mij betreft pareltjes, of misschien eerder ruwe diamanten. Het zijn albums die vooral indruk maken met de geweldige stem van Maggie Bell, die beschikt over een flinke dosis soul. Met name haar tweede album Suicide Sal uit 1975 vind ik ook in muzikaal opzicht interessant en kan wat mij betreft de vergelijking met een aantal inmiddels tot klassiekers uitgegroeide albums uit dezelfde periode makkelijk aan.

Toen mijn liefde voor de muziek in mijn tienerjaren begon te groeien, spelde ik de popencyclopedie van Oor, op zoek naar interessante muziek uit het verleden. Dat gaat tegenwoordig dankzij het internet en de streamingplatforms een stuk makkelijker, maar ik vind het nog altijd leuk om te speuren naar voor mij onbekende maar wel interessante albums uit de rijke geschiedenis van de popmuziek.

Onlangs kwam ik in een lijstje met vergeten albums uit de jaren 70 het album Queen of the Night van Maggie Bell tegen. Het album maakte me in ieder geval nieuwsgierig en ik kwam er al snel achter dat ze aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 deel uitmaakte van de Schotse band Stone The Crows. De band maakte tussen 1970 en 1972 vier wat mij betreft niet heel opvallende albums, waarna Maggie Bell koos voor een solocarrière.

Haar debuutalbum Queen of the Night was volgens mij redelijk succesvol en het is wat mij betreft een uitstekend album. Op het album maakt Maggie Bell muziek met invloeden uit de blues, soul en Southern rock. Dat klinkt in muzikaal opzicht bijzonder lekker, maar de meeste indruk maakt Maggie Bell met haar rauwe en soulvolle strot, die uit de speakers knalt en niet onderdoet voor de grote bluesy soulzangeressen van dat moment.

Maggie Bell maakte in de jaren 70 drie albums, trok zich terug uit de muziek en keerde overigens weer terug, zij het zonder heel veel succes. Fun fact is dat ze meer dan 20 jaar in Nederland heeft gewoond en hier vaak op de podia was te zien. Haar debuutalbum Queen of the Night is volgens velen haar beste album en het is in ieder geval het bekendste album van de Schotse zangeres.

Ik kwam na het ontdekken van Maggie Bell in eerste instantie ook niet verder dan het uitstekende album uit 1974, maar besloot om toch ook de rest van haar oeuvre te checken. Dat is voor het grootste deel inderdaad minder interessant dan Queen of the Night, maar ik raakte wel direct gecharmeerd van haar tweede album, het in 1975 verschenen Suicide Sal.

Het tweede album van Maggie Bell ligt in het verlengde van haar debuutalbum, maar ik vind het in muzikaal opzicht net wat origineler en ook de zang is op Suicide Sal nog net wat indrukwekkender. De eerste track die ik van het album hoorde, was Comin’ on Strong, en hierin valt het fantastische gitaarwerk op. Dat is ook niet zo gek, want niemand minder dan Led Zeppelin gitarist Jimmy Page is te horen in de track. Maggie Bell had in de jaren 70 de excentrieke Peter Grant als manager en dat was ook de manager van Led Zeppelin, waardoor de link met Jimmy Page snel was gelegd.

De Led Zeppelin gitarist is in minimaal twee tracks te horen, maar ook in de andere tracks vind ik het gitaarspel geweldig. Suicide Sal bevat de soulvolle bluesrock die ook is te horen op het debuutalbum van Maggie Bell, maar het album maakt ook uitstapjes naar andere genres. Meer dan vijftig jaar later klinkt het album hier en daar wat gedateerd, maar de stem van Maggie Bell komt nog altijd hard binnen.

De band speelt echt geweldig op Suicide Sal, maar de Schotse zangeres zingt met haar rauwe strot de pannen van het dak. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Janis Joplin, maar ik vind zowel de muziek als de stem van Maggie Bell indrukwekkender. Ze is de tachtig inmiddels gepasseerd, maar schijnt nog steeds op het podium te staan. Ik hou het even bij haar eerste twee albums en die zijn echt heel goed. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Joy Oladokun - Proof of Life (2023) 5,0

4 oktober, 10:00 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Joy Oladokun - In Defense of My Own Happiness (2021) 4,0

4 oktober, 10:00 uur

stem geplaatst

» details  

Joy Oladokun - Hope Is a Heavy Thing (2026) 4,0

4 oktober, 09:58 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joy Oladokun - Hope Is a Heavy Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Joy Oladokun - Hope Is a Heavy Thing
De Amerikaanse muzikante Joy Oladokun is, zeker in Nederland, nog niet heel bekend en dat is verbazingwekkend gezien de kwaliteit van haar albums en die kwaliteit is ook weer dik in orde op haar onlangs verschenen album Hope Is a Heavy Thing.

Ik moest wennen aan een aantal songs op het nieuwe album van Joy Oladokun, maar het album bevat ook een aantal songs die je direct voorgoed wilt koesteren. Op die songs heeft de Amerikaanse muzikante inmiddels al een aantal jaren het patent en met name haar vierde album is er een van wereldklasse. Aan album nummer zes moest ik net wat langer wennen, maar uiteindelijk raakte ik toch weer snel overtuigd van het enorme talent van de muzikante uit Nashville, die ook dit keer uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek vermengt met een goed gevoel voor aansprekende popsongs. In muzikaal opzicht is het interessant, waarna de stem van Joy Oladokun je volledig inpakt.

Het album Proof of Life was in 2023 mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Joy Oladokun. Het is een album dat bij mij insloeg als een bom, want Proof of Life is in alle opzichten een geweldig of zelfs sensationeel goed album.

Ik was meteen verliefd op de stem van Joy Oladokun, die me heel af en toe aan Tracy Chapman deed denken, en ook haar songs wisten me onmiddellijk te verleiden en bleken vervolgens alleen maar beter te worden. Proof of Life is een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed terrein bestrijkt, maar de songs van Joy Oladokun klinken ook stuk voor stuk als zeer aansprekende popsongs.

De singer-songwriter die via Casa Grande, Arizona, in Los Angeles was terechtgekomen, wist voor het album niet alleen een flink aantal gelouterde muzikanten te strikken, maar werkte bovendien samen met een aantal producers van naam en faam. De productie van onder andere Mike Elizondo (Fiona Apple), Ian Fetchuk (Kacey Musgraves) en Dan Wilson (Taylor Swift) leverde een prachtig klinkend album op, waarop Joy Oladokun volop kon schitteren.

Proof of Life klonk wat mij betreft als een album van een grote popster, maar dat was Joy Oladokun in 2023 nog niet. Het was overigens al haar vierde album na Carry uit 2016, In Defense of My Own Happiness (The Beginnings) uit 2020 en In Defense of My Own Happiness uit 2021 en ook het laatstgenoemde album vond ik direct heel erg goed.

Proof of Life vind ik nog steeds het beste album van Joy Oladokun en het is een album dat ik met terugwerkende kracht schaar onder de beste albums van de afgelopen jaren. Ook het in 2024 verschenen vijfde album Observations From A Crowded Room vind ik overigens een prima album, maar vergeleken met Proof of Life is het wat mij betreft wat minder veelzijdig, en het is bovendien een album met een aantal wat mindere songs, terwijl op Proof of Life echt alles raak is.

Vorige week verscheen het zesde album van Joy Oladokun en ook Hope Is a Heavy Thing is weer een album dat moet opboksen tegen het nagenoeg perfecte voorlopige meesterwerk uit 2023 van de muzikante die inmiddels Nashville, Tennessee, als thuisbasis heeft.

Het album opent fantastisch met het prachtig ingekleurde Raised by the Radio (A Reintroduction), dat vervolgens imponeert met de stem van Joy Oladokun. Het nieuwe album bevat meer tracks die me direct van mijn sokken blazen, maar ook flink wat songs waaraan ik moest wennen.

Bij mijn eerste beluisteringen van Hope Is a Heavy Thing vond ik een aantal van de songs wat te vol en te druk en miste ik de pure magie van Proof of Life. Joy Oladokun heeft Nigeriaanse wortels en werkt op haar nieuwe album met muzikanten en een co-producer uit Nigeria. Het levert een net iets ander geluid op dan op de vorige albums, maar naarmate ik Hope Is a Heavy Thing vaker hoorde, viel er steeds meer op zijn plek.

Ook op haar nieuwe album kan Joy Oladokun uit de voeten met uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, die vervolgens worden vermengd met invloeden uit de pop en een vleugje Afrobeat. Volgens mij is ze nog altijd geen hele bekende popster, maar haar nieuwe album klinkt weer wel als het album van een grote popster. Zo goed als Proof of Life vind ik het nog niet, maar binnen het aanbod van het moment springt ook dit album er weer makkelijk uit. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Reds, Pinks & Purples - True Love Daydream (2026) 4,0

3 oktober, 14:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Reds, Pinks & Purples - True Love Daydream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Reds, Pinks & Purples - True Love Daydream
Glenn Donaldson bracht eerder dit jaar met Acknowledge Kindness het zoveelste prachtalbum van zijn band The Reds, Pinks & Purples uit en ook de EP True Love Daydream voegt weer iets toe aan het unieke oeuvre van de Amerikaanse muzikant.

Iedere keer als ik luister naar de muziek van de Amerikaanse band The Reds, Pinks & Purples lijkt de zon wat feller te gaan schijnen. Tegelijkertijd neemt de muziek van Glenn Donaldson me mee terug naar met name de jaren 80 en naar de albums die ik destijds koesterde. De Amerikaanse muzikant strooit de laatste jaren met albums, maar ieder album is weer betoverend mooi en voegt iets toe aan het inmiddels imposante oeuvre van The Reds, Pinks & Purples. Dat doet ook de onlangs verschenen EP True Love Daydream, die anders klinkt dan het eerder dit jaar verschenen album, maar ik was direct bij de eerste noten weer verkocht. Op naar het volgende album.

De Amerikaanse band The Reds, Pinks & Purples heeft in zeven jaar tijd een indrukwekkend stapeltje albums uitgebracht. De band rond de uit San Francisco afkomstige muzikant Glenn Donaldson maakt op deze albums muziek die me herinnert aan de albums die ik in de jaren 80 en 90 het meest intens koesterde. Het zijn albums die klinken als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en in het geval van The Reds, Pinks & Purples is het mijn platenkast uit de jaren 80 en 90.

Glenn Donaldson maakt al zijn albums volgens een inmiddels beproefd concept en verpakt ze vervolgens in mooie kleurige hoezen. De muziek van The Reds, Pinks & Purples is op al deze albums vooral zonnig, al hoor je ook altijd wel een laagje melancholie in de muziek van de band en in de zo mooie stem van Glenn Donaldson. Ondanks het inmiddels bekende recept geniet ik van ieder nieuw album van de band, al is het maar omdat er ook altijd wel subtiele nieuwe ingrediënten zijn te horen.

Naast negen albums leverde Glenn Donaldson ook nog een aantal EP’s af, maar die laat ik meestal liggen, al is het maar omdat het vorige album van The Reds, Pinks & Purples nooit heel oud kan zijn en een nieuw album niet ver weg. Ook het vorige week verschenen True Love Daydream heb ik in eerste instantie op de stapel laten liggen. Met Acknowledge Kindness leverde de muzikant uit San Francisco immers slechts een paar maanden geleden nog een geweldig album af.

Het is een album waarop het geluid van The Reds, Pinks & Purples nog wat verder is geperfectioneerd, waardoor ik voor het eerst durfde te beweren dat als de band in de jaren 80 had bestaan het destijds absoluut mijn favoriete band zou zijn geweest. Omdat de spoeling deze week wat dunner is dan de afgelopen weken, heb ik toch True Love Daydream er maar eens bij gepakt en inmiddels ben ik in de ban van de vorige week verschenen EP.

Ik vind het zelf overigens meer dan een EP, want met bijna 29 minuten muziek is het op zijn minst een mini-album. True Love Daydream moet volgens Glenn Donaldson worden gezien als een ‘companion record’ bij Acknowledge Kindness en het voegt wat mij betreft flink wat toe aan het zo geweldige album van eerder dit jaar.

True Love Daydream bevat zes tracks, waaronder het uit drie delen bestaande en volledig instrumentale Shakespeare Garden. Ik ben meestal niet zo gek op instrumentale songs, maar Glenn Donaldson creëert een bijzondere sfeer, die enerzijds klinkt als vintage The Reds, Pinks & Purples, maar ook wat donkerder en dreigender klinkt dan we van de Amerikaanse muzikant gewend zijn.

De drie songs waarin wel de stem van Glenn Donaldson is te horen klinken direct bekend, maar ook deze songs zijn wat melancholischer dan de meeste songs op de andere albums van de band. Het contrasteert prachtig met de herfstzon van het moment en dat maakt de nieuwe songs op True Love Daydream nog wat mooier. De track Heaven of Love was al bekend van het album Acknowledge Kindness, maar keert nu terug in een langzamere uitvoering en die is betoverend mooi.

Ik dacht altijd dat ik de EP’s van de band wel kon laten liggen, maar True Love Daydream laat horen dat ook de ‘tussendoortjes’ van Glenn Donaldson van een bijzondere schoonheid zijn en absoluut het checken waard zijn. Mijn liefde voor The Reds, Pinks & Purples groeit maar door en is inmiddels van onmetelijke proporties. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Meg Lui - Instant Validation (2026) 4,5

2 oktober, 18:53 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Meg Lui - Instant Validation - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Meg Lui - Instant Validation
Meg Lui wist niemand minder dan Sufjan Stevens te strikken voor haar debuutalbum Instant Validation, maar laat uiteindelijk vooral horen dat ze zelf een zeer getalenteerd songwriter en een geweldige zangeres is.

Ik kwam het eerste album van Meg Lui vorige week bij toeval tegen en eigenlijk vooral omdat er aandacht aan werd besteed vanwege de rol van Sufjan Stevens, maar wat ben ik inmiddels verknocht aan dit bijzondere album. Op Instant Validation neemt Meg Lui je vaak mee terug naar de jaren 60 en 70, maar ze is hier zeker niet blijven hangen. Ik vind het album het mooist wanneer het klinkt als een folky en wat minder gepolijste versie van Fleetwood Mac, maar ook de meer tegen intieme folk aanleunende songs op het album zijn echt prachtig. In muzikaal en productioneel opzicht klinkt Instant Validation geweldig, maar door de mooie zang van Meg Lui schat ik het album nog flink wat hoger in.

Deze week verscheen Instant Validation, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Meg Lui. Bij het bestuderen van de credits valt de naam van Sufjan Stevens op. Instant Validation verscheen niet alleen op zijn label Asthmatic Kitty Records, maar hij tekende ook voor de productie van het album, bespeelde een deel van de instrumenten en droeg bij aan de achtergrondzang.

Meg Lui werd geboren in Californië, maar heeft inmiddels al geruime tijd Kingston, New York, als thuisbasis. Als ik luister naar haar debuutalbum hoor ik wel haar geboortegrond, want Instant Validation heeft een sfeer die herinnert aan de muziek die een aantal decennia geleden aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. Die sfeer komt deels van de muziek op het album, maar ook de stem van Meg Lui herinnert me aan de muziek die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt aan de Amerikaanse westkust.

Er wordt de laatste heel veel muziek gemaakt met echo’s uit deze periode, maar het debuutalbum van Meg Lui klinkt anders. Instant Validation herinnert deels aan de folk die zowel rond Los Angeles als rond San Francisco werd gemaakt, maar invloeden uit de pop spelen ook een rol op het album, dat af en toe klinkt als het album dat Fleetwood Mac halverwege de jaren 70 had kunnen maken als het net wat verder weg was gebleven dan de pop.

Er zijn veel mensen die enthousiast opveren wanneer de naam Sufjan Stevens wordt genoemd. Ik reken me niet tot deze groep, want ik luister vrijwel nooit naar zijn muziek, maar de link met Sufjan Stevens heeft er wel voor gezorgd dat de muziek van Meg Lui wat sneller mijn aandacht trok. Vervolgens duurde het maar heel even voor ik Instant Validation een fantastisch album vond.

Meg Lui maakt muziek met een duidelijke 70s Fleetwood Mac vibe, maar dit is zeker niet haar enige inspiratiebron geweest. Ik hoor op het album allerlei dingen die me enigszins bekend voorkomen, maar het totaalgeluid van Meg Lui vind ik origineel. Ik vind Instant Validation ook een spannend album, want in haar songs en in de muziek kiest Meg Lui niet altijd voor de makkelijkste weg en bovendien slaagt ze erin om flink wat variatie aan te brengen in haar songs.

De jaren 60 en 70 domineren misschien op het album, maar Instant Validation stapt ook met zevenmijlslaarzen door de tijd en door genres. Het is een deels gitaar georiënteerd album, maar door het toevoegen van strijkers, blazers en keyboards is het ook een vol klinkend album, dat door Sufjan Stevens vakkundig is geproduceerd.

De muziek op het album is prachtig en de songs, variërend van intiem tot uitbundig, zijn allemaal even aansprekend, maar het mooist vind ik de stem van Meg Lui. Het is een warme stem die op een of andere manier wat nostalgisch aandoet, maar ik vind de stem van de Amerikaanse muzikante ook zeer karakteristiek en boven alles bijzonder mooi. Het is een stem die je bijna drie kwartier meevoert langs een serie indrukwekkende songs, die je makkelijk meenemen op een reis door de tijd.

Gezien de rol van Sufjan Stevens had ik eerlijk gezegd verwacht dat het debuut van Meg Lui wat meer aandacht zou krijgen. Die aandacht verdient het album op basis van de geleverde kwaliteit absoluut en ik merk zelf dat Instant Validation ook nog eens een album vol groeipotentie is. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Blondshell - Violins (2026) 3,5

2 oktober, 18:48 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Blondshell - Violins - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Blondshell - Violins
Violins, het derde album van Blondshell, roept nogal uiteenlopende reacties op en dat begrijp ik want het is een album dat van alles goed doet, maar tegelijkertijd geen duidelijke keuzes maakt, wat mij minder in de weg zit overigens.

Ik vond de eerste twee albums van Blondshell echt heel goed en bij eerste beluistering van Violins was ik ook best te spreken over het derde album van de Amerikaanse muzikante Sabrina Teitelbaum. Het is ook een album dat me wel wat in verwarring brengt, waarbij ik stiekem toch beïnvloed word door een aantal veel minder positieve recensies. Blondshell omarmde op haar debuutalbum vooral de 90s indierock, maar sleept er op Violins van alles bij. Dat is goed voor de variëteit, maar het zorgt er ook voor dat het album wat minder makkelijk en in ieder geval een minder intense indruk maakt. Mijn overall indruk is positief, maar ik begrijp de critici eerlijk gezegd ook wel.

Na haar titelloze debuutalbum uit het voorjaar van 2023 kwam Blondshell al snel met een tweede album. Voor de opvolger daarvan heeft Sabrina Teitelbaum zelfs nog minder tijd genomen. Nog geen anderhalf jaar na het uitstekende If You Asked For A Picture is immers deze week haar derde album Violins verschenen.

Op Spotify zie ik ook nog het eind vorig jaar verschenen album Another Picture, dat een luxe editie is van If You Asked For A Picture met heel veel extra tracks. Dat album ken ik niet, maar ik was zeer te spreken over de eerste twee albums van Blondshell. Op deze albums maakt het alter ego van de Amerikaanse muzikante Sabrina Teitelbaum muziek met flink wat invloeden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt.

Met name het debuutalbum van Blondshell werd warm onthaald door de critici, waarvan een aantal de muziek van Sabrina Teitelbaum zelfs vergeleek met de muziek van een jonge PJ Harvey. Ik vond If You Asked For A Picture persoonlijk nog wat beter dan het titelloze debuutalbum, onder andere omdat Sabrina Teitelbaum op dit album wat opschuift richting de indierock van het moment.

Over het deze week verschenen Violins lees ik vooralsnog wat wisselende recensies. Een deel van de recensenten hoort de ontwikkeling die Sabrina Teitelbaum sinds haar debuutalbum heeft doorgemaakt, maar ik lees ook wel recensies waarin Violins wat gewoontjes, weinig onderscheidend of zelfs oppervlakkig of nep wordt genoemd. Het gekke is dat ik beide soorten recensies deels herken bij het beluisteren van Violins.

Ook op Violins werkt Sabrina Teitelbaum weer samen met producer Yves Rothman, die ik eigenlijk alleen van de albums van Blondshell ken. Vergeleken met de vorige twee albums hebben de invloeden uit de 90s indierock een stapje terug gedaan op Violins. Op het derde album zoekt de Amerikaanse muzikante nog meer toenadering tot de indierock van het moment, met uitstapjes naar indiepop en singer-songwriter muziek.

Het geluid op het album is wat steviger aangezet en klinkt soms wat ruwer, al begrijp ik ook de recensenten die juist klagen over een wat gepolijst geluid. Het is een geluid dat mij wel aanspreekt, vooral omdat Blondshell makkelijk schakelt tussen verschillende klanken, wat dynamiek toevoegt aan het album.

Het is aan de ene kant jammer dat Blondshell de invloeden uit de jaren 90 wat heeft losgelaten, maar ze is op Violins wel een kind van deze tijd en levert kwaliteit. Het is misschien allemaal wat netjes binnen de lijntjes gekleurd, maar het zit me zeker niet in de weg.

Ik heb ook wel wat met de stem van Sabrina Teitelbaum en hoor haar op Violins wel degelijk persoonlijke teksten vertolken. Het komt op mij oprecht over, waardoor ik het nieuwe album van Blondshell zeker geen oppervlakkige plaat vind. De muzikante uit Los Angeles eet op Violins van meerdere walletjes, wat ten koste gaat van de consistentie van haar geluid, al vind ik de variatie ook wel aangenaam.

Ik geef eerlijk toe dat er ook wel momenten zijn waarop de nieuwe muziek van Blondshell volkomen langs me heen gaat, maar het album kan ook vermaken met makkelijk in het gehoor liggende songs met lekker veel gitaren en prima zang. Ik ben wel benieuwd welke kant het op gaat met Blondshell. Van mij mag Sabrina Teitelbaum net wat meer tijd nemen voor album nummer vier. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lauren Watkins - If I'm Being Honest (2026) 4,5

1 oktober, 22:05 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lauren Watkins - If I'm being Honest - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lauren Watkins - If I'm being Honest
De Amerikaanse muzikante Lauren Watkins houdt het tempo er flink in met haar derde album in drie jaar tijd, maar ook op If I’m Being Honest maakt ze weer makkelijk indruk met fraai klinkende countrypop, ijzersterke songs en een heerlijke stem.

Er verschijnen momenteel heel veel countrypop albums, waardoor het lastig kiezen is voor liefhebbers van het genre. Ik koos met veel overtuiging voor de eerste twee albums van Lauren Watkins en ook album nummer drie is weer van hoge kwaliteit. If I’m Being Honest is een 100% countrypop album, maar het is wel een countrypop album waarop de liefde voor countrymuziek centraal staat. Het randje pop maakt de songs van Lauren Watkins net wat aanstekelijker, waardoor ook haar derde album weer garant staat voor een bijzonder aangename luistertrip. En ook op If I’m Being Honest is de bijzonder aangename maar ook mooie stem van Lauren Watkins de kers op een bijzonder smakelijke taart.

Het is de afgelopen jaren flink dringen binnen de countrypop, waardoor het niet zo makkelijk is om op te vallen. Lauren Watkins slaagde daar wat mij betreft twee keer in. Ik was in 2025 zeer gecharmeerd van haar debuutalbum The Heartbroken Record. Het is een album met countrypopsongs die bijzonder makkelijk verleiden, maar die ook na veelvuldig beluisteren nog leuk zijn.

The Heartbroken Record is bovendien een album waarin country en pop met de juiste verhouding zijn gemengd, wat voor mij betekent dat de hoeveelheid country net wat groter is dan de hoeveelheid pop. Lauren Watkins beschikt ook nog eens over een stem die gemaakt lijkt voor countrypop. The Heartbroken Record deed me vooral denken aan de muziek van Megan Moroney, maar deed me ook met enige regelmaat denken aan de country-getinte songs van Kacey Musgraves, waarmee ik twee van mijn favoriete zangeressen te pakken heb.

Lauren Watkins hield de goede vorm van haar debuutalbum vast op het in 2025 verschenen tweede album In a Perfect World. Het is een album waarop de verhouding tussen country en pop net wat meer opschuift richting pop, maar de hoeveelheid country is ook op In a Perfect World nog ruim voldoende. Ik hoorde op het tweede album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, wat meer Kacey Musgraves en wat minder Megan Moroney, al heeft Lauren Watkins net als Megan Moroney een zwak voor de country-clichés in haar teksten.

Lauren Watkins houdt de vaart er lekker in, want ze brengt voor het derde jaar op rij een album uit. Ook If I’m Being Honest is weer een album waarop het label countrypop niet misstaat en ook bij beluistering van het derde album van Lauren Watkins komen de namen van Megan Moroney en Kacey Musgraves weer op.

Net als het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante doet If I’m Being Honest me in eerste instantie vooral aan Megan Moroney denken, al is een song als Convenient bijna vintage Kacey Musgraves. Het zijn vergelijkingen waar Lauren Watkins zich zeker niet voor hoeft te schamen, maar ik hoor op If I’m Being Honest ook voldoende haar eigen sound.

Ook op haar derde album schudt Lauren Watkins de aanstekelijke popsongs weer uit haar mouw en het zijn ook dit keer songs met een mooie mix van country en pop. Het zijn songs die degelijk maar ook smaakvol zijn ingekleurd en ik vind zelf het geluid op het nieuwe album nog wat mooier dan op de twee al zo aangenaam klinkende voorgangers. Ook de stem van Lauren Watkins lijkt alleen maar beter te worden, al is het maar omdat ze het rauwe randje in haar stem steeds beter uitbuit.

Mijn zwak voor countrypop houdt inmiddels al flink wat jaren aan en ik moet toegeven dat ik soms wel het idee heb dat ik wat verzadigd begin te raken. Van verzadiging is echter zeker geen sprake wanneer ik luister naar de muziek van Lauren Watkins. Beter dan op If I’m Being Honest kan Nashville countrypop wat mij betreft niet klinken en aanstekelijker en verslavender evenmin.

Liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek zullen het soms wat te veel pop vinden, al schuift Lauren Watkins in een aantal songs behoorlijk ver op richting authentiek klinkende countrymuziek, zeker als de pedal steel zorgt voor een extra country-injectie. Als ik mijn favoriete countrypop album mag uittekenen kom ik niet heel ver van If I’m Being Honest van Lauren Watkins af denk ik. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Protomartyr - Hotel Usona (2026) 4,5

1 oktober, 14:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Protomartyr - Hotel Usona - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Protomartyr - Hotel Usona
De Amerikaanse band Protomartyr geeft inmiddels al zeven albums een unieke draai aan postpunk uit het verleden en doet dat op het deze week verschenen album Hotel Usona met werkelijk weergaloze blazersarrangementen.

Ik denk bij de Amerikaanse band Protomartyr altijd dat ik nu wel weet wat ik kan verwachten van de band uit Detroit, maar bij ieder nieuw album volgt weer een sensationele verrassing. De band koos dit keer voor topproducer Dave Fridmann voor wie je bij een verrassing altijd aan het juiste adres bent. Die verrassing komt dit keer vooral van zijn zoon Jon Fridmann, die de muziek van Protomartyr heeft voorzien van behoorlijk uitbundige blazersarrangementen. Dat lijkt een wonderlijke combinatie met de postpunk van Protomartyr, maar deze postpunk was altijd al eigenzinnig en doet er op Hotel Usona nog een schepje bovenop. Ik heb niet zo gek veel meer met postpunk, maar dit album is weer sensationeel goed.

Ik ben maar zelden enthousiast over postpunk albums van het moment. Ik vind ze vaak te schreeuwerig en als er wordt gekozen voor nerveuze praatzang haak ik nog wat sneller af. Hiernaast zijn er de postpunkalbums die me op zich wel bevallen, maar die eigenlijk niets toevoegen aan de postpunk die in de late jaren 70 en vroege jaren 80 werd gemaakt.

Er is echter één band die me album na album weet te verrassen en dat is de Amerikaanse band Protomartyr. De band uit Detroit, Michigan, maakt sinds 2012 albums die absoluut zijn te karakteriseren als postpunk albums, maar de band voegt keer op keer iets toe aan alles dat er al is in het genre.

Het leverde een aantal geweldige albums op, waarvan The Agent Intellect (2015), Relatives in Descent (2017) en Ultimate Success Today (2020) mijn favorieten zijn, maar de andere albums doen er nauwelijks voor onder. Deze week verscheen het zevende album van Protomartyr en ook Hotel Usona is weer een geweldig album.

Het is wederom een album dat deels klinkt als een postpunk album, maar dat ook een unieke wending geeft aan de postpunk die we sinds de late jaren 70 kennen. Met name in het baswerk en in de zang hoor je invloeden uit de klassieke postpunk. De basloopjes zijn zwaar aangezet en dat geldt ook voor de zang, die in de meest heftige momenten op het album met veel venijn wordt uitgespuugd.

Ook in het gitaarwerk hoor ik wel wat ingrediënten die we kennen uit de postpunk, maar je hoort ook dat de gitarist van de band er allerlei invloeden bij sleept. Nog opvallender is het fantastische drumwerk, dat bijdraagt aan de solide basis, maar ook continu een bijzondere draai geeft aan de songs van Protomartyr.

Het zijn songs waarin soms ook wordt gekozen voor stemmige pianoklanken en zo zijn er nog wel meer verrassingen te horen in het geluid van de band, die op haar vorige album nog met enige regelmaat de pedal steel inzette. Het levert soms complexe songs op, die in een aantal gevallen niet zouden misstaan in de soundtrack van een film.

Op de vorige albums van Protomartyr was er al vaak een prominente rol voor de saxofoon, ook al geen instrument dat je vaak tegenkomt op postpunk albums. Op Hotel Usona duiken nog veel meer blazers op, waardoor het postpunk geluid van de Amerikaanse band nog wat unieker klinkt dan in het verleden. Luister naar een weergaloze track als The Knife Dream en je begrijpt precies wat ik bedoel. Het klinkt af en toe zo anders dan de postpunk die werd uitgevonden in de late jaren 70 dat je Hotel Usona met alleen het label postpunk wat te kort doet.

De weergaloze blazersarrangementen houden je continu op het puntje van de stoel, maar ook de productie van het album is sensationeel. Voor deze productie deed de band uit Detroit een beroep op niemand minder dan Dave Fridmann, die geweldige dingen deed voor The Flaming Lips. De Amerikaanse topproducer heeft het album voorzien van een heftig geluid, maar het is ook een sfeervol geluid, met name door de fascinerende blazers, waarvoor zijn zoon Jon tekent.

De zang is me af en toe wat te heftig, maar waar de meeste zang op postpunk albums me tegenstaat, weet de zang op Hotel Usona me wel altijd te raken. Ik weet sinds een jaar of tien dat ik de albums van Protomartyr maar beter niet kan missen, maar Hotel Usona heeft me desondanks weer zeer aangenaam verrast. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Penelope Isles - 3 (2026) 4,5

30 september, 21:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Penelope Isles - 3 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Penelope Isles - 3
De eerste twee albums van het Britse duo Penelope Isles sneeuwden helaas wat onder, maar de zonnige maar ook interessante songs op het derde album van Jack en Lily Wolter verdienen echt alle aandacht, zeker in de nazomer van het moment.

Ik ontdekte het in 2019 verschenen debuutalbum van Penelope Isles min of meer bij toeval, maar ik was zo onder de indruk van de muziek van het tweetal uit Brighton dat ik Jack en Lily Wolter ben blijven volgen. Het tweede album van Penelope Isles was misschien nog wel beter, maar sindsdien bleef het lang stil, al was er wel de productie van het geweldige maar helaas door haar dood overschaduwde album van Nell Smith. Nog niet eens zo heel lang geleden verscheen er ook nog een soloalbum van Lily Wolter, maar gelukkig had ze ook nog tijd voor een nieuw album van het duo dat ze met haar broer Jack vormt. En 3 valt zeker niet tegen, want ook dit keer zijn de songs van de twee behoorlijk onweerstaanbaar.

Het Britse duo Penelope Isles leverde met Until the Tide Creeps In uit 2019 en Which Way to Happy uit 2021 twee bijzonder aangename albums af. Het duo dat bestaat uit broer en zus Jack en Lily Wolter vermaakt op deze albums met zonnig klinkende popsongs, al drijft er af en toe ook een donkere wolk over.

Het zijn niet de enige wapenfeiten van de twee, want Lily Wolter leverde pas een paar maanden geleden een soloalbum af onder de naam My Precious Bunny (A Moment In My Eyes) en Jack en Lily Wolter ontfermden zich over en produceerden het debuutalbum van de pas 17 jaar oude Nell Smith, die vlak voordat het album werd uitgebracht verongelukte.

Deze week keert Penelope Isles na een afwezigheid van vijf jaar terug met het derde album van het duo uit Brighton en het is wederom een bijzonder aangenaam klinkend album. Het album heeft de eenvoudige titel 3 meegekregen, maar verder kiest Penelope Isles nergens voor de makkelijkste weg.

3 ligt qua invloeden in het verlengde van de vorige twee albums, want ook op het nieuwe album van Jack en Lily Wolter klinkt de muziek van Penelope Isles vaak licht en zomers, maar is er ook ruimte voor wat donkerdere en gruizige momenten. Ook de mix van invloeden op de albums van het Britse duo klinkt inmiddels bekend. Ook het nieuwe album bevat onmiskenbaar invloeden uit de dreampop, maar ook invloeden uit de psychedelica spelen een belangrijke rol in de muziek van Penelope Isles.

Dat de songs op 3 zonnig en ontspannen klinken is niet zo gek. Jack en Lily Wolter zijn gek op surfen en schreven de songs voor het nieuwe album tijdens een surftrip in Portugal. Dat er af en toe een donkere wolk overdrijft is ook niet zo gek, want het album werd uiteindelijk opgenomen in Schotland.

In mijn recensie van Which Way to Happy gaf ik aan dat ik het album bij eerste beluistering een muzikale suikerspin vond. Het was heerlijk zoet, maar het was ook zo weg als je je tanden er in zette. Toen ik het album vaker had gehoord verdween de suikerspin associatie als sneeuw voor de zon, want de songs van Penelope Isles zijn niet alleen heel aangenaam, maar zitten ook knap in elkaar. Het is niet anders op 3 dat vol staat met songs die onmiddellijk verleiden, maar ook steeds mooier en interessanter worden. Het zijn tegelijkertijd ook tijdloos klinkende popsongs die nog veel meer invloeden bevatten dan je bij eerste beluistering hoort.

Zeker in de uitbundig schijnende herfstzon van het moment zijn de nieuwe songs van Penelope Isles nauwelijks te weerstaan, maar net als zijn twee voorgangers is ook 3 een album dat langer mee gaat dan een paar zomerse dagen. Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van het duo uit Brighton, maar ik vind 3 nog wat overtuigender dan Until the Tide Creeps en Which Way to Happy.

De stemmen van Jack en met name Lily Wolter klinken nog wat lomer en verleidelijker en met name het soms wat stevigere gitaarwerk zorgt voor mooie contrasten met de zoete vocalen. Met name in de wat meer psychedelisch klinkende songs op het album heeft 3 een heerlijk bedwelmende werking. Het is veel te lang stil geweest rond Penelope Isles, maar op hun nieuwe album laat het Britse duo horen dat de muzikale chemie tussen Jack en Lily Wolter gelukkig nog niet is verdwenen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Julia Jacklin - The Gem (2026) 4,5

29 september, 20:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Julia Jacklin - The Gem - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Julia Jacklin - The Gem
The Gem is alweer het vierde album van de Australische muzikante Julia Jacklin en net als zijn voorgangers blinkt het uit door kwalitatief hoogstaande songs die zowel muzikaal als vocaal verrassend veelzijdig zijn.

Julia Jacklin vult nog niet de grote concertzalen en heeft ook niet de streamingaantallen van de grote namen in de indiemuziek van het moment, maar in kwalitatief opzicht doet ze niet onder voor de besten in het genre. Dat liet ze horen op haar vorige twee albums Crushing en PRE PLEASURE, die terecht opdoken in menig jaarlijstje. Het deze week verschenen album The Gem werd opgenomen met bescheiden middelen en rammelt net wat meer dan het vorige album, maar dat heeft zijn charme. Aan de kwaliteit van de songs van Julia Jacklin is niets veranderd en ook haar stem klinkt weer onweerstaanbaar mooi op The Gem, dat uiteraard ook zo veelzijdig klinkt als we inmiddels van Julia Jacklin verwachten.

Vanuit het verre Australië trek je misschien net wat minder makkelijk de aandacht dan vanuit Europa of de Verenigde Staten, maar de drie albums die de Australische muzikante Julia Jacklin de afgelopen jaren maakte, horen wat mij betreft tot het allerbeste dat de indierock en indiepop momenteel te bieden hebben.

Op haar debuutalbum Don’t Let the Kids Win laat Julia Jacklin direct al horen hoe goed ze is. De songs op het album bestrijken het hele spectrum van verstilde folksongs tot gruizige rocksongs en het zijn songs die zich stuk voor stuk direct opdringen. De muzikante uit Sydney en later Melbourne beschikt ook nog eens over een zeer aansprekende stem, die haar songs nog wat mooier en verslavender maakt.

Het debuutalbum van Julia Jacklin stond bol van de belofte, maar die belofte maakt ze meer dan waar op het in 2019 uitgebrachte album Crushing. Het is een indringend breakup album, maar ook op Crushing klinken de songs van Julia Jacklin weer zeer veelzijdig en het zijn bovendien songs waarin de Australische muzikante haar geluid verder heeft geperfectioneerd.

Crushing haalde mijn jaarlijstje en hierin dook in 2022 ook haar derde album PRE PLEASURE op. Het in Canada opgenomen derde album van Julia Jacklin kiest vooral voor ingetogen songs en laat bovendien wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen, een volgend genre dat ze makkelijk naar haar hand zet. Door de inzet van topproducer Marcus Paquin, muzikanten van The Weather Station en arrangeur Owen Pallett klinkt het derde album van Julia Jacklin prachtig, maar ze heeft ook haar unieke eigen geluid behouden.

Ondanks de geweldige eerste drie albums zat Julia Jacklin na haar derde album even zonder platencontract. Er was dit keer daarom geen geld voor dure studiotijd en een producer van naam en faam, waardoor het deze week verschenen nieuwe album The Gem werd opgenomen in een studio boven een club in Melbourne, waar naast haar band ook co-producer Robert Muinos, toevallig ook de eigenaar van de studio, aanschoof.

Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen, want The Gem is verschenen op het roemruchte 4AD label, maar je hoort op The Gem wel hoe het album is opgenomen. Het klinkt allemaal wat losser en spontaner en soms ook wat ruwer en net wat meer lo-fi. Aan de andere kant is ook The Gem weer een typisch Julia Jacklin album, want ook dit keer hoor je uiterst ingetogen folksongs en songs die meer de kant van de indierock op gaan en songs die genoeg hebben aan spaarzame arrangementen en songs die rijkelijker zijn versierd. Het zijn songs die soms bijzonder makkelijk in het gehoor liggen, maar zeker de wat meer ingetogen songs vragen wat meer aandacht van de luisteraar.

The Gem klinkt misschien wat minder mooi en verzorgd dan het vorige album van Julia Jacklin, maar een aantal dingen zijn niet veranderd. Ook The Gem is weer een lekker veelzijdig album met aansprekende songs en met een hoofdrol voor de bijzonder aangename stem van de Australische muzikante.

Julia Jacklin laat ook op The Gem weer horen dat ze mee kan met de besten binnen de indiefolk, indiepop en indierock van het moment en ze heeft een album gemaakt dat over een paar maanden, en net als haar vorige albums, zeker niet misstaat in de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

CHARLOT - Evenings Are for Falling in Love (2026) 4,5

29 september, 20:04 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: CHARLOT - Evenings are for Falling in Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: CHARLOT - Evenings are for Falling in Love
De Nederlandse muzikante Lotte Mulder maakte in 2024 onder de naam CHARLOT een prachtig debuutalbum en laat met haar deze week verschenen tweede album Evenings are for Falling in Love horen dat het fraaie debuut geen toevalstreffer was.

Luister naar Evenings are for Falling in Love en je hoort een album dat anders klinkt dan alle andere albums van het moment. CHARLOT maakte al indruk met haar inmiddels bijna twee jaar oude debuutalbum, maar heeft het bijzondere geluid van dat album verrijkt met nieuwe impulsen. Het klinkt af en toe wat toegankelijker dan op het debuutalbum, maar CHARLOT graaft nog altijd dieper dan de meeste andere muzikanten van het moment. Evenings are for Falling in Love klinkt aangenaam maar prikkelt ook continu de fantasie met bijzondere muziek en met de mooie stem van de Nederlandse muzikante, die ook in haar teksten diepgang laat horen. Wat een talent deze CHARLOT.

In de laatste maand van 2024 besprak ik het ruim een maand eerder verschenen debuutalbum van CHARLOT. Het alter ego van de Nederlandse muzikante Lotte Mulder liet zich voor haar album Lost Like Alice naar verluidt inspireren door het boek Alice's Adventures in Wonderland. Dat hoor je ook wel, want het debuutalbum van CHARLOT klinkt vaak beeldend en sprookjesachtig.

CHARLOT maakt op haar debuutalbum indruk met een bijzonder geluid, waarin klassiek aandoende klanken worden gecombineerd met flink wat elektronica en een goed gevoel voor aanstekelijke popsongs. Ook de stem van de Nederlandse muzikante sprak mij direct aan en hetzelfde gold voor de interessante maar ook aanstekelijke songs op Lost Like Alice.

Ik vond het niet makkelijk om de muziek van CHARLOT te vergelijken met de muziek van anderen, maar in mijn recensie noemde ik de namen van Zaho de Sagazan, Agnes Obel en Billie Eilish. Dat zijn drie namen die slechts in beperkte mate relevant vergelijkingsmateriaal aanreiken, maar het zijn wel namen die iets zeggen over de kwaliteiten van CHARLOT.

De Nederlandse muzikante heeft deze week haar nieuwe album uitgebracht en ook Evenings are for Falling in Love is een album van hoge kwaliteit. Lotte Mulder vond voor haar debuutalbum de inspiratie in een sprookjesachtig boek uit de 19e eeuw, maar op haar nieuwe album blijft ze in het heden en dichter bij zichzelf. De inspiratie kwam dit keer van een boek over zelfacceptatie, waarna filosofen uit heden en verleden en afkomstig uit alle windstreken de teksten van Lotte Mulder verder verrijkten.

Evenings are for Falling in Love opent met de uptempo track The City. Het is een track met een duidelijke 80s vibe en flirts met de dansvloer. Het is een catchy track, maar bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi de track is opgebouwd uit verschillende lagen.

Evenings are for Falling in Love klinkt een deel van de tijd voller dan het debuutalbum van CHARLOT en gaat meerdere malen de kant op van door elektronica gedomineerde muziek die niet bang is voor de dansvloer. Het album bevat echter ook meerdere door piano gedomineerde tracks die dichter tegen de tracks op Lost Like Alice aan zitten.

CHARLOT nam haar nieuwe album op met haar hele band, wat een voller, veelkleuriger en warmer geluid oplevert. Het klinkt op het eerste gehoor allemaal misschien wat toegankelijker dan op het debuutalbum, maar schijn bedriegt, want hoe vaker ik naar Evenings are for Falling in Love luister, hoe meer bijzondere dingen ik hoor.

Ook dit keer maakt CHARLOT muziek die zich nauwelijks laat vergelijken met de muziek van anderen en dat is knap. Ik vind de ingetogen en organisch klinkende songs op Evenings are for Falling in Love het mooist, maar ook de songs met meer elektronica maken makkelijk indruk. Dat doet Lotte Mulder ook met haar stem, die nog mooier klinkt dan op haar debuutalbum.

Het album krijgt in de eerste dagen na de release nog niet veel aandacht in Nederland, maar wat mij betreft is dit een album dat ook ver buiten onze landsgrenzen de hemel in geprezen moet worden. Daarvoor heeft CHARLOT wat geluk nodig, maar als dat geluk er eenmaal is, doet de enorm hoge kwaliteit van het in alle opzichten mooie, aanstekelijke en fantasierijke Evenings are for Falling in Love de rest. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Géonne Hartman - Once More (2026) 4,0

29 september, 07:44 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Géonne Hartman - Once More - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Géonne Hartman - Once More
We hebben momenteel in Nederland nogal wat vrouwelijk singer-songwriter talent en de Utrechtse muzikante Géonne Hartman laat ook op haar bijzonder mooie tweede album Once More weer horen dat ze hier zeker bij hoort.

Ik ontdekte het debuutalbum van Géonne Hartman pas een klein jaar na de release, maar was wel direct onder de indruk van de mooie maar ook avontuurlijke folksongs van de Utrechtse singer-songwriter. He Went To The Sea kreeg een aantal mooie recensies, maar werd helaas niet heel breed opgepikt. Hopelijk gebeurt dat wel met het nieuwe album Once More, dat deze week is verschenen, want het is een opvallend mooi album. Géonne Hartman heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album en dat hoor je, want alles zit even knap in elkaar. Once More bevat in de basis redelijk sobere folksongs, maar het zijn songs waarin ook dit keer van alles gebeurt en waarin je nog lang nieuwe dingen blijft horen.

De Nederlandse singer-songwriter Géonne Hartman bracht in het voorjaar van 2022 haar debuutalbum He Went To The Sea uit. Het is wat mij betreft een van de allermooiste albums van dat jaar, maar daar kwam ik zelf helaas pas aan het begin van 2023 achter. Het debuutalbum van Géonne Hartman betoverde me direct bij de eerste beluistering en het album is sindsdien alleen maar mooier en interessanter geworden.

De Utrechtse muzikante maakt op haar debuutalbum, dat ze overigens samen met Tessa Rose Jackson produceerde, vooral ingetogen folksongs, maar het zijn absoluut geen standaard folksongs. Het begint allemaal met fantasierijk akoestisch gitaarspel en een hele mooie stem, maar de songs op He Went To The Sea zijn verrijkt met allerlei bijzondere toevoegingen en verrassende wendingen, waardoor het debuutalbum van Géonne Hartman niet alleen betoverend mooi maar ook razend spannend is.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik de naam van Géonne Hartman inmiddels alweer vergeten was, maar toen een paar weken geleden haar nieuwe album werd aangekondigd was ik direct weer bij de les. Voor Once More sloot de Nederlandse muzikante zich op in een kleine studio in een tuinhuisje in Amsterdam, waar de basis werd gelegd voor de songs op het nieuwe album. Géonne Hartman deed vrijwel alles zelf en levert in alle opzichten vakwerk af.

Bij de eerste beluistering van Once More kwamen direct weer herinneringen aan het geweldige debuutalbum van de Nederlandse muzikante naar boven. Het nieuwe album van Géonne Hartman laat immers een aantal bekende ingrediënten horen. Natuurlijk is er ook dit keer een hoofdrol voor de mooie stem van Géonne Hartman. Het is een zachte en heldere stem die er goed in slaagt om veel gevoel over te brengen.

Het is een stem die ook dit keer wordt begeleid door mooi akoestisch gitaarspel en net als op He Went To The Sea zijn fraaie en bijzondere accenten van dit keer onder andere strijkers en blazers toegevoegd aan de sobere klanken en is de zang af en toe in meerdere lagen opgenomen.

Vergeleken met het debuutalbum van Géonne Hartman is haar tweede album wel wat soberder. De arrangementen zijn ook dit keer fraai, maar ze zijn een stuk minder uitbundig dan op het debuutalbum, dat af en toe de grenzen van de (indie-)folk opzocht. Once More is een wat subtieler ingekleurd album, maar zeker wanneer je het met de koptelefoon beluistert, hoor je hoeveel moois er is toegevoegd aan de akoestische gitaar en de zang en hoe trefzeker deze accenten zijn.

Ik vind He Went To The Sea wel wat spannender dan Once More, maar ik vind het nieuwe album van de Utrechtse singer-songwriter zeker niet minder mooi. De songs op het album zijn echt wonderschoon en dat geldt ook voor de subtiele maar nog altijd fantasierijke inkleuring en voor de bijzonder mooie stem van Géonne Hartman.

Je hoort dat er lang gewerkt is aan het album, want alles klinkt even mooi en subtiel. Er verschijnen de laatste tijd wel meer van dit soort intieme folkalbums, maar Once More steekt er wat mij betreft momenteel flink bovenuit en dat is een knappe prestatie. Once More is ook nog eens een album dat mooier wordt wanneer je het vaker hoort, wat de conclusie rechtvaardigt dat Géonne Hartman een jaarlijstjesalbum heeft gemaakt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Emma Ruth Rundle - These Killing Times (2026) 4,0

27 september, 20:15 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Emma Ruth Rundle - These Killing Times - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Emma Ruth Rundle - These Killing Times
Emma Ruth Rundle slingert je inmiddels al meer dan tien jaar heen en weer tussen uiterst ingetogen en juist opvallend stevige passages, maar dat deed ze nog niet eerder zo mooi en veelzijdig als op haar nieuwe album These Killing Times.

De zon schijnt deze dagen weer even uitbundig, maar laat zich niet zien op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Emma Ruth Rundle. Ze staat ook dit keer garant voor donkere klanken met hier en daar flinke gitaaruitbarstingen, maar de muziek op These Killing Times is ook bijzonder mooi en veelzijdig. Dat geldt ook voor de stem van de muzikante uit Portland, die met These Killing Times een donker en indringend maar ook fascinerend mooi album heeft gemaakt. Het is een album dat voortborduurt op een aantal geweldige albums die ze eerder maakte, maar op het nieuwe album ligt de lat wat mij betreft in alle opzichten weer net iets hoger. De soundtrack voor een gure en donkere herfst en winter ligt alvast klaar.

Deze week is er geen ruimte voor een vergeten album uit een ver verleden, want er is wat mij betreft een vorige week verschenen album dat om aandacht schreeuwt. Dat doet het album letterlijk en figuurlijk, want het is een album dat uiterst ingetogen passages afwisselt met ruwe uitbarstingen. Het gaat om het nieuwe album van Emma Ruth Rundle, dat ik vorige week volkomen ten onrechte liet liggen.

Ik ontdekte Emma Ruth Rundle in 2014, toen haar tweede album Some Heavy Ocean werd uitgebracht. Het is een album dat op mij een verpletterende indruk maakte en dat ik op De Krenten uit de Pop als volgt omschreef: “Some Heavy Ocean heeft het zwoele en psychedelische van Mazzy Star, het zweverige en mystieke van The Cocteau Twins, de ingetogen schoonheid van Marissa Nadler, de woede van Sinéad O’Connor en de duistere onderkoeling van Chelsea Wolfe”.

Ik heb het album er van de week weer eens bij gepakt en was direct weer onder de indruk van de schoonheid, de dynamiek en de spanningsbogen op het album. Emma Ruth Rundle schakelde ook op de albums die volgden makkelijk tussen intieme en folky songs en songs met aardedonkere klanken en beangstigend hoge gitaarmuren, waardoor ik ook Marked for Death (2016), On Dark Horses (2018) en Engine of Hell (2021) hoog heb zitten.

Sindsdien bracht de Amerikaanse muzikante twee aanzienlijk experimentelere albums uit, waardoor ik het vorige week verschenen These Killing Times niet direct op de radar had. Dat is zonde, want Emma Ruth Rundle heeft wederom een geweldig album gemaakt en misschien zelfs wel haar mooiste album tot nu toe.

Het is een album dat opent met pianoklanken en de stem van de Amerikaanse muzikante, maar net als je denkt dat ze een singer-songwriter album heeft gemaakt doemen de eerste gitaarmuren op. De muzikante uit Portland, Oregon, was op de meeste van de eerder genoemde albums een meester in het schakelen tussen uiterst ingetogen en juist bijzonder zwaar aangezette muzikale passages en deze kunst beheerst ze ook op These Killing Times weer in de perfectie.

Na een aantal wat minder toegankelijke albums klinkt de muziek van Emma Ruth Rundle op haar nieuwe album weer wat toegankelijker, al is het af en toe nog steeds zware kost. Alle albums van de Amerikaanse muzikante zijn behoorlijk donker en These Killing Times is geen uitzondering, want de songs van Emma Ruth Rundle kunnen het daglicht nauwelijks verdragen.

Emma Ruth Rundle maakte op haar vorige albums van haar hart geen moordkuil en ook de songs op het nieuwe album zijn vooral donker getint. De muzikante uit Portland richt de aandacht dit keer vooral op de wereld om haar heen en ook daarin is genoeg ellende en misère te vinden.

Hier en daar mogen de gitaren los gaan zoals we van Emma Ruth Rundle gewend zijn, maar op These Killing Times worden de gitaarmuren afgewisseld met juist subtiele en bijzonder mooie bijdragen van piano, blazers en strijkers. Het levert muziek op die niet meer in een hokje is te duwen en het is muziek die prachtig past bij de stem van Emma Ruth Rundle, die ook in haar zang kan schakelen tussen uiterst ingetogen en lieflijke en juist ruwe en donkere passages en hier en daar fraai wordt ondersteund.

Het is me ontgaan vorige week, maar inmiddels schaar ik These Killing Times van Emma Ruth Rundle onder de mooiste, meest bijzondere en heftigste albums van het moment. Ga dit vooral horen, maar misschien goed om even te wachten tot na de nazomer van de komende week. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Humbird - Morning When It Comes (2026) 4,5

26 september, 11:38 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Humbird - Morning When it Comes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Humbird - Morning When it Comes
Siri Undlin maakt als Humbird inmiddels al een jaar of zeven bijzonder mooie albums en het deze week verschenen Morning When it Comes vind ik nog wat mooier, indringender en indrukwekkender dan zijn drie voorgangers.

Na het geweldige concert eerder dit jaar verwachtte ik heel veel van het nieuwe album van Humbird, maar Morning When it Comes weet de hoge verwachtingen makkelijk te overtreffen. Siri Undlin staat ook op het nieuwe album van Humbird weer garant voor intieme en persoonlijke songs. Het zijn songs die zeer smaakvol zijn ingekleurd, maar in de mooie en heldere productie van het album is er alle ruimte voor de mooie en gevoelige stem van de Amerikaanse muzikante. Humbird is helaas nog altijd een redelijk goed bewaard geheim, maar de band uit Minneapolis heeft inmiddels vier prachtige albums op haar naam staan en Morning When it Comes doet zeker niet onder voor de andere drie.

Begin dit jaar stond de Amerikaanse band Humbird in de Leidse Qbus. Het concert vond plaats in de week dat de Amerikaanse immigratiepolitie ICE onschuldige burgers vermoordde in Minneapolis, Minnesota, de thuisbasis van de band. De gebeurtenissen in Minneapolis voorzagen het concert van een bijzondere lading, waardoor de songs van Humbird nog wat meer indruk maakten dan op de albums van de band.

Humbird is helaas nog behoorlijk onbekend, maar heeft met Pharmakon uit 2019, Still Life uit 2021 en Right On uit 2024 inmiddels drie uitstekende albums op haar naam staan. Ik had de band rond singer-songwriter Siri Undlin zelf ook lang niet altijd op het netvlies, want Still Life zag ik helemaal over het hoofd, terwijl ik Pharmakon en Right On pas weken of zelfs maanden na de release van deze albums besprak.

Sinds het indrukwekkende concert in mijn eigen woonplaats hou ik de verrichtingen van Humbird echter nauwlettend in de gaten, waardoor ik het deze week verschenen vierde album van de band als eerste noteerde voor een plekje op De Krenten uit de Pop. Ook op Morning When it Comes stelt Siri Undlin weer niet teleur.

Ze beschikt om te beginnen over een hele mooie stem. Het is een warme en gevoelige stem die in ieder geval bij mij onmiddellijk de aandacht trekt en die vervolgens moeiteloos vasthoudt. De stem van Siri Undlin klinkt niet alleen warm maar ook ontspannend, waardoor ook Morning When it Comes weer bijzonder aangenaam aanvoelt. De stem van Siri Undlin is gemaakt voor ingetogen songs en die domineren dan ook op het album.

De muziek van Humbird sluit naadloos aan op de zang van de frontvrouw. Ook Morning When it Comes is voorzien van een ingetogen, maar ook sfeervol en gloedvol klinkend geluid. Siri Undlin heeft in de basis genoeg aan een akoestische gitaar en haar stem, maar het geluid van Humbird is ook op het nieuwe album weer verrijkt met smaakvolle accenten van onder andere keyboards en pedal steel.

Het is allemaal fraai geproduceerd door Siri Undlin en Shane Leonard, die ook bijdroeg aan het vorige album van Humbird en eerder fraaie dingen deed voor Anna Tivel en Mipso. De twee hebben het album voorzien van een ruimtelijk geluid waarin de mooie stem van Siri Undlin prachtig kan rondzweven.

Ook op Morning When it Comes maakt Humbird weer muziek die kan worden omschreven als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is geen traditionele Amerikaanse rootsmuziek en het album klinkt ook anders dan de rootsmuziek die momenteel in Nashville wordt gemaakt.

Ik hoor ook wel wat Californische pop uit de jaren 70 in de muziek van Humbird en de stem van Siri Undlin lijkt af en toe wel wat op die van de door mij zeer bewonderde Aimee Mann, maar ik vind het geluid van Humbird ook eigenzinnig, waardoor Morning When it Comes toch makkelijk op zou moeten vallen binnen het aanbod van het moment.

Het album klinkt prachtig maar de songs van Siri Undlin klinken niet alleen mooi maar ook bijzonder. Bovendien schrijft de Amerikaanse muzikante indringende en zeer persoonlijke songs over fysieke en mentale problemen, die de songs de lading geven die ook het concert eerder dit jaar zo indrukwekkend maakten. Luisteren naar Morning When it Comes is niet zonder risico, want voor je het weet heb je er vier eindeloos te koesteren albums bij. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Carly Rae Jepsen - Day and Night (2026) 4,0

25 september, 21:53 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Carly Rae Jepsen - Day and Night - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Carly Rae Jepsen - Day and Night
Voor nagenoeg perfecte popmuziek ben je bij Carly Rae Jepsen inmiddels al meer dan tien jaar aan het juiste adres en ook op het bijna anderhalf uur durende Day and Night is ze weer goed voor de ene onweerstaanbare popsong na de andere.

Zeker op de tracks voor de dansvloer op het tweede deel van Day and Night begeeft Carly Rae Jepsen zich redelijk ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar toch kan ik haar perfecte popsongs niet of nauwelijks weerstaan. Het geldt in nog veel sterkere mate voor de songs op het eerste deel van het album, die dit keer een aangename jaren 70 of 80 vibe hebben. Ik kan zelf niet goed verklaren waarom ik de songs van Carly Rae Jepsen zo goed vind, maar het stapeltje geweldige albums van haar hand blijft weer groeien en ook Day and Night is er weer een die ik veel beter vind dan het gemiddelde popalbum van het moment. Luister maar eens en grote kans dat je voor de bijl gaat.

Als ik denk aan nagenoeg perfecte popalbums kom ik onder andere uit bij de albums van de Canadese muzikante Carly Rae Jepsen. Haar debuutalbum uit 2008 heb ik, zoals bijna iedereen, gemist, maar sinds Kiss uit 2012 heb ik alles dat ze heeft uitgebracht besproken op De Krenten uit de Pop en in steeds positievere woorden.

Kiss met de oorwurm Call Me Maybe was misschien nog niet heel indrukwekkend, maar E·MO·TION (2015), Dedicated (2019), Dedicated Side B (2020), The Loneliest Time (2022) en The Loveliest Time (2023) vind ik allemaal vijfsterren popalbums. Dat is best bijzonder, want Carly Rae Jepsen maakt op haar albums pure pop en dat is lang niet altijd het soort popmuziek waar ik gek op ben.

De albums van de Canadese muzikante hebben echter iets speciaals, al kan ik er na al die jaren nog altijd niet precies de vinger op leggen. Wat het ook is, het recept van Carly Rae Jepsen is voor mij nog altijd niet uitgewerkt, want ook het deze week verschenen Day and Night vind ik weer een bijzonder lekker popalbum. Het is wederom een album dat niet helemaal aansluit op mijn muzieksmaak, maar ik kan het met geen mogelijkheid weerstaan.

Day and Night is een ambitieus album dat bestaat uit twee delen, Day en Night. Het is een album met maar liefst 24 songs en voor beluistering van het hele album moet je bijna anderhalf uur uittrekken. Dat het album in twee delen is verdeeld is niet voor niets, want Day en Night verschillen van elkaar als dag en nacht.

Het eerste deel van het album draait de popkraan in een aantal songs wat minder ver open dan we van Carly Rae Jepsen gewend zijn, maar er komen absoluut 24-karaat popsongs voorbij. In een aantal andere songs flirt de Canadese muzikante met jaren 80 pop of jaren 70 singer-songwriter muziek, maar het klinkt altijd als Carly Rae Jepsen.

Liefhebbers van sober geproduceerde albums kunnen met een grote boog om Day and Night heen lopen, want de trukendoos gaat helemaal open. Een heel legioen producers en muzikanten werkte mee aan het album en dat hoor je, want alles klinkt even mooi. Dat geldt ook voor de zang van Carly Rae Jepsen, die niet alleen het patent heeft op perfecte popsongs, maar ook een uitstekende zangeres is. Day and Night doet me vaak denken aan de muziek van Taylor Swift, maar Carly Rae Jepsen is wat mij betreft een veel betere zangeres.

Zeker de songs met 70s vibes sluiten behoorlijk goed aan op mijn muzieksmaak, ook als ze voorzichtig de dansvloer opzoeken. Dat doet Carly Rae Jepsen pas echt op het tweede deel van het album, want Night is gemaakt voor de dansvloer. Waar Day vaak redelijk organisch klinkt, gaat de elektronica los op het tweede deel van het album. Het is de elektronische popmuziek voor de dansvloer uit de jeugd van Carly Rae Jepsen, die inmiddels de veertig is gepasseerd.

Night sluit nauwelijks aan op mijn muzieksmaak, maar ik kan ook de songs die de Canadese muzikante maakte voor de dansvloer nauwelijks weerstaan. Het is allemaal bijzonder knap gemaakt, maar het is vooral zo aanstekelijk dat niet vrolijk worden van het nieuwe album van Carly Rae Jepsen bijna onmogelijk is. Mijn voorkeur gaat het grootste deel van de tijd uit naar het eerste deel van het album, maar zo op zijn tijd is ook het tweede deel verslavend lekker. Ik weet nog steeds niet wat nu precies het geheim is van Carly Rae Jepsen, maar het werkt nog steeds. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Kristin Hersh - Sugar on Blackstone (2026) 4,0

25 september, 19:57 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kristin Hersh - Sugar on Blackstone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kristin Hersh - Sugar on Blackstone
Kristin Hersh formeerde 45 jaar geleden samen met Tanya Donelly de band Throwing Muses, maar ze maakt ook als solomuzikant nog altijd geweldige albums, zoals weer te horen is op het deze week verschenen album Sugar on Blackstone.

Iedereen die de muziek van Throwing Muses of het solowerk van Kristin Hersh kent, heeft maar een paar seconden nodig om het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante te identificeren als werk van haar hand. Dat ligt voor een belangrijk deel aan het karakteristieke en eigenzinnige stemgeluid van Kristin Hersh, maar ook haar songs en arrangementen dragen bij aan haar herkenbare stempel. Sugar on Blackstone is een behoorlijk donker album en het is een album met flink wat invloeden uit de psychedelica. Het gitaarwerk bevat flarden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt, maar de gitaren waaien ook breed uit op een album dat nog wat unieker wordt door de bijzondere stem van Kristin Hersh.

De afgelopen week verscheen een nieuw album van Kristin Hersh. Het is al haar twaalfde soloalbum, maar bij de naam Kristin Hersh denk ik nog altijd in eerste instantie aan haar band Throwing Muses, die uiteindelijk tot elf studioalbums kwam, waaronder klassiekers als The Real Ramona (1991), University (1995) en Purgatory/Paradise (2013).

Throwing Muses wordt vooral geassocieerd met de indierock uit de jaren 90, maar de Amerikaanse band is veel meer dan een van de vele door een vrouw aangevoerde indierockbands uit de jaren 90. Het solowerk van Kristin Hersh is minder bekend dan dat van haar band, maar haar solodebuut Hips and Makers mag inmiddels ook best een klassieker worden genoemd.

De meeste andere soloalbums van Kristin Hersh doen hier nauwelijks voor onder, maar ik besprak er tot dusver pas één op De Krenten uit de Pop. Ik was bijna op de dag af drie jaar geleden wel heel enthousiast over het album Clear Pond Road, dat wat mij betreft niet onderdeed voor Hips and Makers. Ook over het deze week verschenen nieuwe album van Kristin Hersh ben ik weer zeer te spreken.

Ook Sugar on Blackstone is weer een typisch Kristin Hersh album en dat is het in eerste instantie vooral zo door de uit duizenden herkenbare stem van de Amerikaanse muzikante. Op Sugar on Blackstone klinkt de stem van Kristin Hersh nog wat ruwer en gruiziger dan in het verleden en het is een stem waar je van moet houden. Zelf heb ik altijd een zwak gehad voor haar stem, die ook in de jaren 90 al minder zoet klonk dan die van de meeste andere vrouwelijke muzikanten uit de indierock.

De stem van Kristin Hersh klinkt niet alleen wat ruw en gruizig, maar ook zeer karakteristiek en expressief, wat haar songs voorziet van een uniek geluid. Het is een geluid dat ook op Sugar on Blackstone varieert van zeer ingetogen tot behoorlijk rauw en stevig. Kristin Hersh is haar verleden in de indierock zeker niet vergeten op haar nieuwe album, maar net als op de meeste van haar andere soloalbums laat ze horen dat ze niet in de jaren 90 is blijven hangen.

Veel songs op het nieuwe album klinken behoorlijk psychedelisch, met lang uitgesponnen gitaarwerk en een wat benevelende sfeer. Het klinkt in combinatie met de stem van Kristin Hersh soms behoorlijk heftig en soms wat lo-fi, maar ik ben ook echt onder de indruk van het bijzondere geluid op Sugar on Blackstone.

Ook op haar nieuwe album klinkt Kristin Hersh weer totaal anders dan alle andere (vrouwelijke) muzikanten van het moment en dat is een groot goed. Ik vind met name het gitaarwerk van Kristin Hersh zelf bijzonder mooi, maar ook de bijdragen van drummer Rob Ahlers (50 Foot Wave) en cellist Pete Harvey (Throwing Muses) dragen bij aan de bijzondere en vaak wat donkere sfeer op het album, dat verder wordt getekend door persoonlijke misère en de nodige ellende in de wereld.

Dankzij Sugar on Blackstone heb ik ook weer wat meer aandacht voor het oeuvre van Throwing Muses en het andere solowerk van Kristin Hersh en er zit toch veel moois tegen. Om al dat moois te ontdekken is het deze week verschenen nieuwe soloalbum van Kristin Hersh een prima startpunt, want het is een album dat de vergelijking met al die andere mooie en interessante albums uit het verleden prima aan kan. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Katie Pruitt - Fools for the Fleeting (2026) 4,0

24 september, 21:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Katie Pruitt - Fools for the Fleeting - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Katie Pruitt - Fools for the Fleeting
Na het geweldige debuutalbum van Katie Pruitt viel haar tweede album me twee jaar geleden toch wat tegen, maar op haar deze week verschenen album Fools for the Fleeting haalt de muzikante uit Nashville, Tennessee, weer een bijzonder hoog niveau.

De songs van Katie Pruitt liggen zo lekker in het gehoor dat het niet eens zo eenvoudig is om te beschrijven wat er zo goed is aan haar albums. Buiten de zang op het album dan, want ook op haar nieuwe album Fools for the Fleeting maakt Katie Pruitt makkelijk indruk als zangeres. De songs van de Amerikaanse muzikante liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar luister wat beter en je hoort hoe mooi en veelkleurig de muziek op het album is. Het zijn bovendien songs die uitblinken door scherpzinnige teksten en songs die dieper graven dan je in eerste instantie hoort. Fools for the Fleeting is veel beter dan het vorige album van Katie Pruitt en doet wat mij betreft niet onder voor haar geweldige debuutalbum. Aanrader dus.

De Amerikaanse muzikante Katie Pruitt, die deze week een nieuw album heeft uitgebracht, is nog niet heel bekend. Dat is jammer, want op haar eerdere albums maakte ze wat mij betreft indruk. Dat deed ze met name op haar debuutalbum Expectations, dat aan het begin van 2020 verscheen.

Expectations is een zeer persoonlijk album waarop Katie Pruitt stilstaat bij haar jeugd in Georgia. Ze groeide op in een streng katholieke gemeenschap waarin ze niet werd geaccepteerd vanwege haar seksuele geaardheid, wat haar jeugd niet makkelijk maakte. Dat hoor je in haar stem, die veel emotie laat horen.

Expectations is al een prachtalbum door de fantastische zang, maar het door Katie Pruitt zelf geproduceerde album laat ook een aansprekend geluid horen en valt verder op door songs die makkelijk schakelen tussen ingetogen Amerikaanse rootsmuziek en wat voller ingekleurde songs met subtiele invloeden uit de soul en de pop.

Het in het voorjaar van 2024 verschenen Mantras vond ik, zeker in eerste instantie, minder sterk dan het debuutalbum van Katie Pruitt. Zeker in de eerste tracks van het album kiest de Amerikaanse muzikante voor lekker in het gehoor liggende, maar ook wat doorsnee klinkende pop en rock. Ik miste vooral de intimiteit en het gevoel die de songs op haar debuutalbum zo bijzonder maakten.

Ook Mantras bevat echter een aantal sterke songs, die vooral op het tweede deel van het album zijn te vinden. In deze songs schuift Katie Pruitt op richting de Amerikaanse rootsmuziek en daar ligt wat mij betreft haar kracht en onderscheidend vermogen. Ik was dan ook erg benieuwd welke weg de muzikante uit Nashville, Tennessee, in zou slaan op haar deze week verschenen derde album.

Fools for the Fleeting heeft wat mij betreft wat van Expectations en wat van Mantras, maar de balans slaat door richting het debuutalbum van Katie Pruitt. Ook haar derde album is een persoonlijk album geworden, wat het album voorziet van emotionele lading. Op Fools for the Fleeting kijkt Katie Pruitt naar de wereld om haar heen en het is een wereld in verandering.

Er gebeurt van alles op het gebied van klimaat, technologie, politiek en cultuur en dan zijn er ook nog persoonlijke beslommeringen in het leven van de Amerikaanse muzikante. De teksten voorzien de songs van urgentie, maar het zijn ook in andere opzichten zeer aansprekende songs.

Ook op Fools for the Fleeting vind ik de stem van Katie Pruitt echt bijzonder mooi. Het is een stem die prachtig zacht kan klinken, maar die ook krachtig is en altijd vol gevoel zit. Zeker de meer ingetogen zang is echt betoverend mooi en tilt het album ver boven de middelmaat uit.

Het samen met Isaiah Beard geproduceerde album is verder zeer smaakvol ingekleurd. Er hebben flink wat muzikanten bijgedragen aan het album, dat warm en aangenaam vol klinkt, al is er ook zeker ruimte voor meer ingetogen passages. Amerikaanse rootsmuziek vormt de basis van de meeste songs op het derde album van Katie Pruitt, maar ook op Fools for the Fleeting is ze niet vies van accenten die haar songs wat meer richting pop duwen.

Dat laatste stond me op haar vorige album in een aantal songs net wat tegen, maar op het nieuwe album klinkt alles even mooi en verzorgd en slaan de songs van Katie Pruitt voor mij nergens te veel door richting pop. Katie Pruitt is zoals gezegd nog niet heel bekend, maar laat op haar nieuwe album horen dat ze met haar stem, haar muziek en haar songs een niveau haalt dat voor de meeste van haar concurrenten in het overvolle genre buiten bereik blijft. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Agnes Obel - The Meaning of Flowers (2026) 4,5

23 september, 18:05 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Agnes Obel - The Meaning of Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Agnes Obel - The Meaning of Flowers
De Deense muzikante Agnes Obel heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album, maar ook op The Meaning of Flowers creëert ze weer haar eigen en volkomen unieke muzikale universum, dat mooier en mooier wordt naarmate je het album vaker hoort.

Ik geef eerlijk toe dat ik met enige scepsis begon aan beluistering van het nieuwe album van Agnes Obel. Ik heb haar absoluut hoog zitten, maar na enige tijd vind ik haar muziek ook altijd wel wat vaag en zweverig, waardoor mijn aandacht verslapt. Op The Meaning of Flowers laat Agnes Obel dit niet zomaar gebeuren. Ze heeft haar akoestische en vaak wat neo-klassiek aandoende geluid ook dit keer verrijkt met elektronische impulsen, waardoor er van alles gebeurt op haar nieuwe album. Zeker bij beluistering met de koptelefoon valt er veel op zijn plek en imponeert Agnes Obel met fascinerende klanken en haar bijzondere zang. Inmiddels is alle scepsis verdwenen en ben ik diep onder de indruk van dit fascinerende album.

Ik heb inmiddels al zestien jaar een enigszins moeizame relatie met de muziek van Agnes Obel. Het begon in 2010 met Philharmonics, het debuutalbum van de Deense muzikante. Het is een album dat ik een groot deel van de tijd echt betoverend mooi vind, maar op een gegeven moment wordt het me ook te zweverig en gaat het me tegenstaan.

Ik had soortgelijke ervaringen met de albums die volgden. Ook op Aventine uit 2013, Citizen of Glass uit 2016 en Myopia uit 2020 maakt Agnes Obel muziek die ik een groot deel van de tijd echt prachtig vind, tot het moment komt dat ik er een beetje kriegel van word.

Deze week is na een stilte van zes jaar een nieuw album verschenen van de Deense muzikante en The Meaning of Flowers is in meerdere opzichten een typisch Agnes Obel album. Dat betekent dat het bij vlagen echt betoverend mooi en razend spannend is, maar het zweverige aspect van de muziek van Agnes Obel wordt me ook dit keer wel eens wat te veel.

Nu ontdekte ik met name bij het luisteren naar Myopia uit 2020 dat het helpt wanneer je met volledige aandacht luistert naar de muziek van de inmiddels al een tijd in Berlijn woonachtige muzikante. Myopia vergeleek ik in mijn recensie op De Krenten uit de Pop met het werk van Kate Bush en omschreef ik als het album dat Kate Bush had kunnen maken wanneer ze in de jaren 70 en 80 de beschikking had gehad over de technologie waarover Agnes Obel kan beschikken op haar albums. Een mooiere aanbeveling voor de muziek van Agnes Obel kan ik niet bedenken.

Ook bij beluistering van The Meaning of Flowers maakt het nogal uit hoe ik naar het album luister. Bij beluistering op de achtergrond of zonder volledige aandacht ben ik de Deense muzikante op een gegeven moment kwijt en vervliegt alles dat ik hoor. Het is totaal anders wanneer ik met de koptelefoon luister naar het nieuwe album van Agnes Obel en mijn aandacht echt volledig richt op haar muziek. Dan hoor je hoe mooi en bijzonder haar muziek is, want wat valt er veel te ontdekken op The Meaning of Flowers.

De muziek van Agnes Obel was op haar debuutalbum nog wel te omschrijven met labels als neo-klassiek en ‘chamber pop’, maar klassiek aandoende klanken worden op het nieuwe album moeiteloos gecombineerd met soms licht schurende elektronica. De vaak in meerdere lagen opgenomen zang maakt de geluidstapijten van de Deense muzikante nog wat dikker en veelkleuriger, maar wat het ene moment zwaar en experimenteel klinkt, klinkt het volgende moment juist vederlicht en bijna minimalistisch.

Zeker laatstgenoemde passages vond ik in het verleden vaak wat te zweverig, maar in het muzikale universum van Agnes Obel zijn ze absoluut functioneel. Ook de zang van de Deense muzikante beviel me in het verleden niet altijd even goed, maar op The Meaning of Flowers klinkt het allemaal prachtig.

Agnes Obel heeft een album gemaakt waarbij het bijzonder aangenaam wegdromen is en dat af en toe zorgt voor totale ontspanning, maar aan de andere kant is het ook een album dat is volgestopt met bijzondere wendingen en geniale vondsten. De flirts met elektronica werden zes jaar geleden niet door iedereen op prijs gesteld en dat zal dit keer niet anders zijn, maar ik vind de muziek op The Meaning of Flowers ruim vijftig minuten lang fascinerend.

Zeker nu ik weet wat ik nodig heb om optimaal te kunnen genieten van de muziek van Agnes Obel grijp ik steeds vaker naar haar nieuwe album en The Meaning of Flowers intrigeert en betovert me steeds meer. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Kelly Hunt - Requiem for a Sleepless Night (2026) 4,0

23 september, 17:50 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kelly Hunt - Requiem for a Sleepless Night - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kelly Hunt - Requiem for a Sleepless Night
De Amerikaanse muzikante Kelly Hunt maakte twee albums waarop haar geweldige banjospel centraal stond, maar op het deze week verschenen album Requiem for a Sleepless Night kiest ze voor een ander, meer gitaargeoriënteerd geluid.

De muziek van de vanuit New Orleans opererende singer-songwriter Kelly Hunt klinkt behoorlijk traditioneel, waardoor ik met name bij haar debuutalbum over een drempel heen moest. Uiteindelijk werd ik echter toch gegrepen door de bijzondere songs van Kelly Hunt, haar fraaie banjospel en haar mooie stem. De Amerikaanse muzikante maakt het me steeds iets makkelijker, want na het wat toegankelijker klinkende album uit 2023 zet ze nu de banjo grotendeels opzij en kiest ze voor de akoestische gitaar. Requiem for a Sleepless Night klinkt nog altijd wat traditioneel, maar het is net zo goed een tijdloos klinkend folkalbum, waarop heel veel moois te horen is.

Even the Sparrow, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Kelly Hunt uit 2019, besprak ik pas toen ik het album, vele maanden na de release, zag opduiken in een aantal op Amerikaanse rootsmuziek gerichte jaarlijstjes. Ook toen was ik niet onmiddellijk overtuigd, want Kelly Hunt maakt op haar debuutalbum muziek die zich net buiten mijn muzikale comfort zone bevindt.

Centraal in de muziek op Even the Sparrow staat haar bijna honderd jaar oude banjo, waarvan Kelly Hunt ondanks de leeftijd van het instrument veel vergt. De Amerikaanse muzikante maakt met haar banjo vooral traditioneel klinkende rootsmuziek met veel invloeden uit de Appalachen folk en daar val ik over het algemeen wat minder makkelijk voor dan voor moderner klinkende rootsmuziek met een vleugje pop.

Even the Sparrow bleek echter een prachtalbum vol muzikaal vuurwerk en met een hoofdrol voor de bijzonder mooie stem van Kelly Hunt en haar poëtische teksten. Het in de herfst van 2023 verschenen album Ozark Symphony overtuigde me nog een stuk makkelijker. Naast invloeden uit de Appalachen folk waren er op het tweede album van Kelly Hunt veel meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek te horen, waardoor Ozark Symphony wat toegankelijker klonk dan het debuutalbum van Kelly Hunt.

Deze week is het derde album verschenen van de muzikante die werd geboren in Memphis, Tennessee, lange tijd Kansas City, Missouri, als thuisbasis had en nu opereert vanuit New Orleans, Louisiana. Ook op haar nieuwe album Requiem for a Sleepless Night maakt Kelly Hunt muziek die als traditionele Amerikaanse rootsmuziek zal worden omschreven, maar sinds het vorige album van de Amerikaanse muzikante is er veel veranderd.

Wat direct opvalt bij beluistering van Requiem for a Sleepless Night is dat Kelly Hunt veel minder vertrouwt op de banjo dan op haar eerste twee albums. De meeste songs op het album hebben haar akoestische gitaarspel als belangrijkste ingrediënt en dat klinkt duidelijk anders dan het virtuoze banjospel van de Amerikaanse muzikante. Ik ben er zelf niet rouwig om, want ik vind de banjo op zijn tijd best mooi, maar ik vind door banjo’s gedomineerde albums ook altijd wat gejaagd klinken.

De muziek van Kelly Hunt klinkt op haar nieuwe album een stuk minder gejaagd en wat mij betreft komt haar stem in dit nieuwe geluid nog beter tot zijn recht. Door de stem van Kelly Hunt doet ook Requiem for a Sleepless Night wat traditioneler aan dan het gemiddelde rootsalbum, maar het album valt wat mij betreft wel op in het aanbod van het moment.

Kelly Hunt trekt op haar derde album de aandacht met tijdloos klinkende folksongs, die ze met veel expressie en gevoel vertolkt. Ik vind de zang op Requiem for a Sleepless Night echt heel mooi, maar ook de muziek op het album spreekt me aan. Het akoestische gitaarspel van de muzikante uit New Orleans klinkt warm, terwijl accenten van met name de viool ervoor zorgen dat er van alles gebeurt in de songs van Kelly Hunt, die ze overigens samen met producer Dirk Powell en zijn dochter Amelia, die tekent voor de achtergrondzang, opnam.

Requiem for a Sleepless Night klinkt vaak als een folkalbum van een flink aantal decennia geleden, maar de Amerikaanse muzikante geeft ook een eigen draai aan de invloeden uit het verleden op dit fraaie, opvallende en bijzonder knappe album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Laci Kaye Booth - Love Ain't For The Faint Of Heart (2026) 4,0

23 september, 07:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Laci Kaye Booth - Love Ain’t For The Faint Of Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Laci Kaye Booth - Love Ain’t For The Faint Of Heart
Het blijft vooralsnog behoorlijk stil rond het nieuwe album van Laci Kaye Booth, terwijl ze op Love Ain’t For The Faint Of Heart laat horen dat ze sinds haar geweldige debuutalbum uit 2024 alleen maar beter is geworden.

Sinds mijn liefde voor countrypop een paar jaar geleden aan de oppervlakte kwam, heb ik talloze albums omarmd, maar The Loneliest Girl In The World van Laci Kaye Booth uit 2024 vind ik een van de mooiste. De Amerikaanse muzikante heeft deze week haar nieuwe album uitgebracht en ook Love Ain’t For The Faint Of Heart wist me onmiddellijk te verleiden, zoals bijvoorbeeld ook de albums van Kacey Musgraves dat kunnen. Laci Kaye Booth blijft de countrypop deels trouw op haar nieuwe album, maar ze kiest ook voor een wat veelzijdiger geluid dat de grenzen van het genre opzoekt. Gebleven is haar bijzonder mooie stem, die je ook dit keer weer makkelijk doet smelten. Love Ain’t For The Faint Of Heart is een prachtig album.

De Amerikaanse muzikante Laci Kaye Booth bracht in 2017 het mini-album Something New uit. Ik hoorde het deze week voor het eerst en was eigenlijk best onder de indruk van de eerste muziek die de in Livingston, Texas, geboren muzikante uitbracht. Het mini-album bevat authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek met veel invloeden uit de country en valt vooral op door de mooie en warme stem van Laci Kaye Booth.

Het mini-album was een opstapje naar deelname aan de Amerikaanse tv-talentenjacht American Idol, waarin ze uiteindelijk bij de laatste vijf eindigde. Het was haar ticket voor een mooie carrière in Nashville, waar ze in 2021 een titelloos mini-album uitbracht, dat wat meer naar pop neigde. Toen het succes uitbleef, zette haar platenmaatschappij haar echter direct weer aan de kant en leek het gedaan met de carrière van Laci Kaye Booth.

Het liep gelukkig anders. Mijn eerste kennismaking met de muziek van Laci Kaye Booth stamt uit het voorjaar van 2024 toen haar debuutalbum The Loneliest Girl in The World verscheen. The Loneliest Girl in The World vond en vind ik een van de beste countrypop albums van 2024. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de mooie en karakteristieke stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook de songs op het album en de mooie mix van veel countrymuziek en een klein beetje pop spraken zeer tot de verbeelding.

Ik had eigenlijk verwacht dat Laci Kaye Booth zich met The Loneliest Girl in The World zou scharen onder de meest succesvolle muzikanten binnen de countrypop van het moment, maar dat valt vooralsnog tegen. Ik ben haar nieuwe album Love Ain’t For The Faint Of Heart deze week in de meeste releaselijsten niet tegengekomen en dat verbaast me echt.

Direct in de openingssong Ride or Die laat Laci Kaye Booth horen dat ze beschikt over een van de mooiste stemmen in de country(pop) van het moment. Het samen met producer Ben West, die eerder werkte met onder andere Carly Pearce en Ella Langley, gemaakte Love Ain’t For The Faint Of Heart bevalt me echt uitstekend. Ik vond de stem van de Amerikaanse muzikante op haar vorige album al prachtig, maar op Love Ain’t For The Faint Of Heart klinkt haar stem nog wat meer ontspannen en wat warmer.

Op The Loneliest Girl in The World sloot de muziek van Laci Kaye Booth nog goed aan op de countrypop van dat moment, maar op haar nieuwe album laat ze zich breder beïnvloeden. Ook Love Ain’t For The Faint Of Heart past met enige fantasie nog wel in het hokje countrypop, maar het album klinkt, mede door de af en toe flinke inzet van strijkers, anders dan de meeste andere albums in het genre. Het wat lome, aangename en gloedvolle geluid op het album bevat ook invloeden uit de singer-songwriter muziek in bredere zin, maar het gehalte Amerikaanse rootsmuziek in de songs van Laci Kaye Booth is ook dit keer ruim voldoende.

Ik was echt direct vanaf de eerste noten van het album verslaafd aan de stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook het bijzonder aangename geluid op het album en de aansprekende songs hebben ervoor gezorgd dat ik Love Ain’t For The Faint Of Heart inmiddels koester. Na het geweldige The Loneliest Girl in The World hoefde ik al niet meer overtuigd te worden van het talent van Laci Kaye Booth, maar hopelijk wint ze er met het fraaie Love Ain’t For The Faint Of Heart nog flink wat zieltjes bij. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

beabadoobee - Pylon (2026) 4,0

22 september, 20:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: beabadoobee - Pylon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: beabadoobee - Pylon
De liefde voor (90’s) indierock leek op het vorige album van beabadoobee helaas wat bekoeld, maar ze heeft deze liefde gelukkig weer helemaal hervonden op haar nieuwe album Pylon, dat weer ouderwets gruizig klinkt.

Met haar vorige drie albums groeide beabadoobee uit tot een van de smaakmakers van de indiepop en indierock van het moment. Ze heeft op de sociale media flinke aantallen fanatieke fans, vult inmiddels grote zalen en haar albums doen het goed bij zowel haar fans als de critici. Ze leek zich op haar vorige album wat af te keren van de 90s indierock die op met name haar debuutalbum zo aangenaam klonk, maar bijgestaan door een aantal van haar muzikale helden omarmt ze de indierock weer volledig op haar nieuwe album Pylon, dat steviger klinkt dan zijn voorganger. De Brits-Filipijnse muzikante schuwt de aanstekelijke indierocksongs niet, maar op Pylon graaft ze vooral dieper, wat een interessant album oplevert.

Ik was op De Krenten uit de Pop behoorlijk enthousiast over de eerste drie albums van beabadoobee, het alter ego van de van oorsprong Filipijnse muzikante Beatrice Kristi Ilejay Laus, vaak afgekort als Bea Kristi. Fake It Flowers (2020), Beatopia (2022) en This Is How Tomorrow Moves (2024) wisten zich alle drie makkelijk te onderscheiden binnen het enorme aanbod van indiepop en indierock albums en beabadoobee liet op haar albums ook nog eens iedere keer groei horen.

Eind 2024 stond de Brits-Filipijnse muzikante twee keer in een uitverkocht Paradiso en later dit jaar staat ze twee keer in de AFAS Live. Ik was erbij in Paradiso en vond er eerlijk gezegd niet veel aan. Dat is blijven hangen, want ik begon met lage verwachtingen aan mijn beluistering van haar nieuwe album, wat misschien meer over mij zegt dan over beabadoobee.

This Is How Tomorrow Moves werd twee jaar geleden geproduceerd door de legendarische rockproducer Rick Rubin, die de Brits-Filipijnse muzikante opvallend genoeg wat verder wegtrok van de indierock die op haar eerste twee albums een veel prominentere rol speelde.

Op het deze week verschenen album Pylon werkt beabadoobee met een team van wat minder bekende producers en de productie van het album is ook deels van haar eigen hand. Op het vorige album leek haar liefde voor 90s indierock wat bekoeld, maar deze liefde is weer helemaal opgebloeid op Pylon.

Op haar nieuwe album werkt ze samen met een aantal jeugdhelden, onder wie Hayley Williams van Paramore en leden van bands als Turnstile, Deftones en Pinegrove, allemaal persoonlijke favorieten van Bea Kristi. De invloeden uit de pop die de afgelopen jaren aan terrein wonnen op de albums van beabadoobee, zijn op Pylon naar de achtergrond verdwenen en hebben plaats gemaakt voor invloeden uit de indierock.

Het zijn deels invloeden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt, maar Pylon past ook uitstekend binnen het aanbod aan indierock van het moment. Het klinkt allemaal lekker gruizig en uiteraard wordt er gespeeld met hard-zacht dynamiek, maar beabadoobee laat zich niet volledig in het stramien van de 90s indierock duwen.

De songs op Pylon laten horen dat de Brits-Filipijnse muzikante is gegroeid als songwriter. Haar nieuwe songs zitten knap in elkaar, bevatten fraaie spanningsbogen en bijzondere wendingen en bieden ook nog eens flink wat variatie, waardoor er ook plaats is voor meer ingetogen songs. Mijn lage verwachtingen maakten dan ook al snel plaats voor bewondering voor het nieuwe album van beabadoobee, die op haar nieuwe album ook beter en zelfverzekerder zingt en beschikt over een stem die is gemaakt voor dit soort indierock.

De rechttoe rechtaan songs op Pylon overtuigen in eerste instantie het makkelijkst, maar de songs waarin Bea Kristi wat meer experimenteert met andere klanken en songstructuren vind ik uiteindelijk het interessantst, waardoor Pylon absoluut een groeialbum is.

Het is misschien wel wat druk in dit genre, waardoor het steeds lastiger wordt om je te onderscheiden, maar beabadoobee laat op haar nieuwe album horen dat ze behoort tot het kleine groepje muzikanten dat er net wat uitspringt. Na mijn ervaring in Paradiso laat ik de concerten van beabadoobee in de AFAS Live zitten, maar naar Pylon ga ik nog vaak luisteren. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lizzy McAlpine - Angel (2026) 4,5

21 september, 16:48 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lizzy McAlpine - Angel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lizzy McAlpine - Angel
De Amerikaanse muzikante Lizzy McAlpine maakte twee jaar geleden met Older een prachtig album en legt de lat nog wat hoger op het wat meer naar Laurel Canyon folk neigende en verrassend ingetogen nieuwe album Angel.

Ik was twee jaar geleden enorm onder de indruk van de talenten van Lizzy McAlpine, die met Older een helaas wat onderschat album afleverde. Op Older liet ze al horen dat ze in muzikaal opzicht en met haar stem meer had te bieden dan de meeste van haar concurrenten en dat is nog wat duidelijker te horen op haar nieuwe album Angel. Lizzy McAlpine neemt wat meer afstand van de pop van het moment en laat zich hoorbaar beïnvloeden door folk uit het verleden. Haar nieuwe songs zijn van een bijzondere schoonheid en die wordt versterkt door het subtiele maar bijzonder mooie geluid op het album en door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, die nog mooier is gaan zingen. Ik vind Angel echt een enorme verrassing.

Older van Lizzy McAlpine is wat mij betreft een van de beste albums van 2024. Het is een album dat niet onder doet voor de beste popalbums van dat jaar, maar ook de vergelijking met de meeste singer-songwriter albums uit 2024 valt uit in het voordeel van Lizzy McAlpine. Na Older ontdekte ik ook de eerste twee albums van de aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston opgeleide muzikante en werd duidelijk dat Older zeker geen toevalstreffer was.

Older verraste met afwisselend ingetogen en intieme folksongs en wat rijker georkestreerde popsongs en ze waren allemaal even mooi. Dankzij topkrachten als Jon Brion, Pino Palladino, Matt Chamberlain en Rob Moose klonk Older in muzikaal opzicht fantastisch, maar ook de stem van Lizzy McAlpine sprong eruit in het aanbod van 2024.

Omdat de songs op Older ook nog eens beschikken over diepgang werd het album eigenlijk alleen maar beter en met de kennis van nu zou ik het derde album van Lizzy McAlpine misschien wel in de top 5 van mijn jaarlijstje over 2024 zetten. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar de deze week verschenen opvolger van Older.

Lizzy McAlpine maakte sinds de release van haar vorige album haar theater- en filmdebuut en tourde uitgebreid, maar tussendoor vond ze ook de tijd voor het schrijven en opnemen van nieuwe songs. De Amerikaanse muzikante werkte net als op Older samen met producers Taylor Mackall en Mason Stoops en ook dit keer was de lijst met gastmuzikanten goed gevuld.

Op Older schakelde Lizzy McAlpine makkelijk tussen singer-songwriter muziek en meer pop-georiënteerde songs, maar op haar nieuwe album Angel hoor je vooral de singer-songwriter Lizzy McAlpine aan het werk. De meeste songs op Angel zijn behoorlijk ingetogen en verrassend sober ingekleurd. De nadruk ligt op de stem van de Amerikaanse muzikante en die stem klinkt op Angel zachter maar ook mooier en gevoeliger dan op Older.

Laurel Canyon folk was naar verluidt een belangrijke inspiratiebron voor het nieuwe album en dat hoor je. Veel songs op het album doen qua sfeer denken aan de muziek die decennia geleden werd gemaakt in de heuvels rond Los Angeles, wat overigens niet betekent dat Angel gedateerd klinkt.

Met Angel verliest Lizzy McAlpine mogelijk de connectie met de liefhebbers van pure pop, maar liefhebbers van singer-songwriter muziek die Older net te veel pop vonden zullen aangenaam verrast worden door het nieuwe album. Ik was, zoals gezegd, zeer gecharmeerd van Older, maar het nieuwe album van Lizzy McAlpine vind ik misschien nog wel mooier, wat nog wordt versterkt door de zeer persoonlijke songs en teksten.

De zang op het album is echt prachtig, terwijl de muziek op het album in eerste instantie sober lijkt, maar bij beluistering met de koptelefoon blijkt te zijn voorzien van heel veel prachtige details. Angel is wat mij betreft niet alleen een wonderschoon album, maar ook een moedig album. Lizzy McAlpine had met een doorsnee popalbum kunnen aansluiten bij de grote popsterren van het moment, maar ze kiest voor een andere weg.

Bij eerste beluistering verlangde ik nog wel even naar het wat lichtvoetigere popgeluid van Older, maar nu ik Angel een paar keer heb gehoord, raak ik langzaam maar zeker in de ban van het nieuwe album, dat veertien tracks en een uur lang van een ontzettend hoog niveau is en het enorme talent van Lizzy McAlpine nog eens met nadruk onderstreept. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mary McCaslin - Way Out West (1973) 4,0

20 september, 21:03 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mary McCaslin - Way Out West (1974) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mary McCaslin - Way Out West (1974)
Mary McCaslin behoorde in de jaren 70 niet tot de bekendste singer-songwriters binnen de Californische folkscene, maar leverde met het in 1974 uitgebrachte Way Out West wel een album af dat het verdient om herinnerd te worden.

Op een Amerikaanse website kwam ik een lijstje tegen met tien vergeten folkalbums uit de jaren 70. Er zat één album tussen dat me direct aansprak en dat album is me inmiddels dierbaar. Het gaat om Way Out West van de Amerikaanse muzikante Mary McCaslin. De muzikante uit Californië had het geluk niet altijd aan haar zijde en moest bovendien concurreren met een aantal hele grote tijdgenoten. Way Out West deed het in 1974 best aardig, maar raakte in de vergetelheid, net als de andere albums van Mary McCaslin en de Amerikaanse muzikante zelf. Way Out West heeft de tand des tijds niet volledig doorstaan, maar na enige gewenning hoor je absoluut het talent van deze vergeten singer-songwriter.

Op zondagavond sta ik op De Krenten uit de Pop meestal stil bij een album uit het verleden, wat varieert van een vergeten album van een jaar geleden tot albums die vele decennia oud zijn. Meestal vind ik deze albums tussen mijn persoonlijke favorieten, maar ik speur ook graag naar pagina’s op het internet met wat obscuurdere albums of vergeten klassiekers.

Op zo’n pagina kwam ik Way Out West van Mary McCaslin tegen. Het is een naam die ik nog nooit was tegengekomen en dat is ook niet zo gek, want ze stond in de jaren 70 in de schaduw van de groten in de folkscene en was hierna nauwelijks meer actief. Mary McCaslin werd geboren in Indianapolis, Indiana, maar groeide op in Californië, waar ze uiteindelijk haar geluk zocht in de muziek.

In 1969 bracht ze een nauwelijks opgemerkt album met covers uit, waaronder twee Beatles covers, maar met het in 1974 verschenen Way Out West wist de Amerikaanse muzikante wel de aandacht op zich te vestigen. Way Out West bevat met Randy Newman’s Livin' Without You en het oorspronkelijk door Gilbert Bécaud maar door The Everly Brothers bekend geworden Let It Be Me ook twee covers, maar alle andere songs werden geschreven door Mary McCaslin zelf.

Way Out West is een typisch jaren 70 folk album en sluit aan bij de grote Amerikaanse folkalbums uit dit decennium. Het album laat echo’s van de Laurel Canyon folk horen, maar ook echo’s van de folk die in San Francisco werd gemaakt klinken door. Het is een album dat in 2026 misschien wat gedateerd klinkt, maar wanneer je je onderdompelt in de songs op het album en in je hoofd de tijdreis naar 1974 maakt, hoor je dat Mary McCaslin veel te bieden heeft op haar album.

De twee covers op het album klinken natuurlijk het bekendst, maar de andere songs op het album laten horen dat Mary McCaslin het schrijven van songs in 1974 uitstekend beheerste. De Amerikaanse muzikante neemt naast de zang ook de bijdragen van de banjo en de akoestische gitaar voor haar rekening. Deze snareninstrumenten staan centraal in het geluid op Way Out West, maar het album klinkt niet zo sober als veel andere albums uit deze periode.

Mary McCaslin wordt bijgestaan door flink wat andere muzikanten, die onder andere tekenen voor fraai pianospel, nog wat extra snareninstrumenten en af en toe strijkers. De muziek op het album is smaakvol en sfeervol, maar staat in dienst van de stem van Mary McCaslin.

Ook aan de zang moet je misschien even wennen, want ook vocaal gezien is Way Out West een typisch jaren 70 album. Ik vind de stem van de Amerikaanse muzikante inmiddels alleen maar mooier en gevoeliger klinken en Way Out West is uitgegroeid tot een album dat zeker vaker voorbij zal komen.

Mary McCaslin maakte in de jaren 70 nog een aantal albums, maar ze waren niet zo succesvol en ook niet zo goed als het album uit 1974. In de jaren 80 verdween ze uit beeld toen haar echtgenoot ernstig ziek werd. In 1994 verscheen nog een album en ook in 2006 liet Mary McCaslin nog een keer van zich horen, maar het niveau van Way Out West wist ze niet meer te bereiken. Ze overleed een paar jaar geleden op 76-jarige leeftijd, maar zal herinnerd worden door de albums die op de streamingplatforms zijn te vinden, waaronder haar meesterwerk Way Out West uit 1974. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Babehoven - I See Them, I See Me (2026) 4,5

19 september, 12:00 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Babehoven - I See Them, I See Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Babehoven - I See Them, I See Me
Het Amerikaanse duo Babehoven maakte de afgelopen jaren twee prachtige albums die ook door mij veel te snel zijn vergeten, maar Maya Bon en Ryan Albert leveren deze week met I See Them, I See Me een album af dat een onuitwisbare indruk maakt.

Het blijft bijzonder hoe sommige door alternatieve Amerikaanse muziekwebsites bewierookte albums in Nederland direct worden opgepikt, maar andere albums vrijwel onmiddellijk in de vergetelheid raken. Het laatste gebeurde met de prachtige eerste twee albums van het Amerikaanse duo Babehoven, die ik zelf wel bejubelde maar vervolgens ook snel vergat. Het deze week verschenen album I See Them, I See Me ontsnapte daarom bijna aan mijn aandacht, maar gelukkig heb ik het voor mij mooiste album van deze week niet gemist. Babehoven maakt ook op I See Them, I See Me indruk met betoverend mooie popsongs en ze klinken nog net wat mooier en interessanter dan op de eerste twee albums van het duo.

Op een of andere manier blijft de naam Babehoven bij mij niet goed hangen. De naam was me niet echt opgevallen in de releaselijsten van deze week en pas toen de Amerikaanse muziekwebsite Paste het album opnam in de lijst met de beste albums van deze week, begon het weer een beetje te dagen.

Het verklaart misschien waarom de eerste twee albums van het Amerikaanse duo niet zijn te vinden in mijn jaarlijstjes uit 2022 en 2024, terwijl ik eerder in deze jaren in mijn recensies van deze albums superlatieven tekort kwam bij het beschrijven van de schoonheid van de songs.

Ik heb deze week weer eens geluisterd naar de albums Light Moving Time (2022) en Water's Here in You (2024) en was direct weer onder de indruk van de wonderschone popsongs van het duo uit Hudson, New York. Maya Bon en Ryan Albert maken op hun eerste twee albums muziek die meestal wordt omschreven als indiefolk, maar ik hoor ook invloeden uit met name de indierock, folkrock en psychedelica in hun zeer smaakvol ingekleurde songs, die stuk voor stuk prachtsongs worden door de bijzonder mooie stem van Maya Bon.

Ik ben volgens mij niet de enige bij wie de naam Babehoven niet blijft hangen, want op het muziekplatform MusicMeter, waar ook obscure parels over het algemeen warm worden ontvangen, staan alleen mijn recensies bij de twee albums van het duo. Ik ga vanaf nu mijn uiterste best doen om de naam Babehoven te onthouden en hoop bovendien dat het deze week verschenen derde album wat meer aandacht gaat krijgen.

Ook I See Them, I See Me is weer een prachtig album en het is wat mij betreft een album waarop Maya Bon en Ryan Albert nog net wat meer indruk maken. Het duo uit Hudson deed op de eerste twee albums vrijwel alles zelf, maar op het nieuwe album worden de credits voor de productie gedeeld met Phil Weinrobe.

De producer van onder andere Big Thief, Adrianne Lenker, Tomberlin en Cass McCombs staat bekend om zijn sobere en intieme maar tegelijkertijd ook ruwe producties en zijn hand is ook op I See Them, I See Me duidelijk hoorbaar. Het is een album dat in het verlengde ligt van de vorige twee albums van Babehoven, want ook dit keer betovert Babehoven met prachtige popsongs en de wonderschone zang van Maya Bon.

Het tweetal zoekt wel nog wat nadrukkelijker de grenzen van de indiefolk op. I See Them, I See Me bevat een aantal vooral folky songs, maar de muziek van Babehoven klinkt af en toe ook wat steviger, luister bijvoorbeeld naar When You Look at Me en flirt ook net wat meer met country, zoals in het prachtige Something True. Maya Bon en Ryan Albert nemen ook dit keer een groot deel van de muziek voor hun rekening, maar door de bijdragen van meerdere gastmuzikanten klinken de songs op I See Them, I See Me wel wat voller en gevarieerder dan die op de eerste twee albums.

De eenvoud van de songs droeg zeker bij aan de schoonheid van Light Moving Time en Water's Here in You, maar ondanks het wat vollere geluid hebben de songs van Babehoven hun intieme karakter behouden. De eerste twee albums van het Amerikaanse duo verdienden veel meer aandacht dan ze uiteindelijk kregen, maar het zou me echt verbazen als I See Them, I See Me niet veel breder wordt opgepikt. Ik ga Babehoven dit jaar zeker niet vergeten in mijn jaarlijstje en het derde album van het tweetal zou wel eens verrassend hoog kunnen eindigen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Asher White - Love Aggregates (2026) 4,0

18 september, 18:38 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Asher White - Love Aggregates - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Asher White - Love Aggregates
Love Aggregates is al het tweede album van de Amerikaanse muzikante Asher White dit jaar en het is een album dat je continu op het verkeerde been zet, maar dat ook verrast met prachtige melodieën en echo’s uit het verleden.

Asher White is pas 25 jaar oud en maakt al tien jaar muziek. Dat doet ze ook nog eens in flinke hoeveelheden, want ze heeft inmiddels een aardig stapeltje albums op haar naam staan en na Jessica Pratt is Love Aggregates al haar tweede album dit jaar. Als je luistert naar de muziek van Asher White hoor je muziek die alle kanten op schiet, die wat stekelig kan zijn en niet altijd makkelijk is te doorgronden, maar op een of andere manier zijn haar songs ook toegankelijk. Je moet misschien even wennen aan het bijzondere geluid van de Amerikaanse muzikante, maar hierna valt alles op zijn plek en wordt het bijzondere Love Aggregates alleen maar leuker en interessanter.

De Amerikaanse muzikante Asher White verraste eerder dit jaar met haar album Jessica Pratt. Zoals de titel en de cover van het album al deden vermoeden, bleek het album van Asher White inderdaad een integrale uitvoering van het debuutalbum van Jessica Pratt uit 2013.

Integrale uitvoeringen van albums uit het verleden zijn meestal voorbehouden aan de onbetwiste klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek, waar het debuutalbum van Jessica Pratt nog niet tot wordt gerekend, al is het een uitstekend album. Die nieuwe versies van albums uit het verleden vind ik ook maar zelden een succes, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de nieuwe versie is gemaakt door de originele vertolkers of door iemand anders.

Ook wat dat betreft was het album van Asher White atypisch, want het album beviel me uitstekend. Asher White deed ook zeker niet haar best om het album van Jessica Pratt nauwgezet te reproduceren, maar ondanks de andere instrumentatie en de andere zang deden beide versies van het album me denken aan de psychedelische folk die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt.

Asher White bleek al een enorme stapel albums op haar naam te hebben staan, wat knap is gezien het feit dat ze pas 25 jaar oud is, en het zijn allemaal albums die laten horen dat ze een talentvolle en eigenzinnige muzikante is. Dat betekent nog niet dat haar albums zich makkelijk opdringen, want dat deden de vroegere albums van Asher White bij mij in ieder geval niet.

Het was niet anders met het vorige maand verschenen Love Aggregates, dat in eerste instantie flinke barrières opwierp. Er zijn niet zo veel albums die ik zo vaak heb weggelegd en er toch weer heb bij gepakt als het nieuwe album van Asher White, maar langzaam maar zeker werd mijn oordeel steeds positiever en inmiddels heb ik wel wat met het album.

Op Jessica Pratt koos de muzikante uit Providence, Rhode Island, voor een redelijk consistent geluid, maar op Love Aggregates kan het alle kanten op. Ook op haar nieuwe album doet Asher White heel veel zelf. Ze heeft een heel arsenaal aan instrumenten uit de kast getrokken en vult het veelkleurige geluid op het album ook nog eens aan met samples en ‘field recordings’, terwijl gastmuzikanten nog strijkers en blazers toevoegen.

Het levert muziek op die nauwelijks in een hokje is te duwen, maar ik heb vaak associaties met singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Asher White geeft wel een heel eigen draai aan die jaren 70 singer-songwriter muziek, al kan Love Aggregates ook verrassend toegankelijk, rijk georkestreerd en aangenaam klinken, maar net zo makkelijk ruw en licht tegendraads.

Ook de zang van de Amerikaanse muzikante is op het eerste gehoor bijzonder en niet altijd per definitie mooi, maar ook hier valt na enige gewenning steeds meer op zijn plek. Wat opvalt bij beluistering van het album is hoe melodieus de songs van Asher White zijn. Melodieën vormen de basis van alle songs op het album en de zang en veelzijdige instrumentatie draaien hier omheen.

Af en toe verliest Asher White zich in het experiment, maar het is knap hoe ze uiteindelijk altijd weer weet terug te keren naar de popsong met een kop en een staart. Oordeel vooral niet te snel over dit album, want ik had er de eerste keren echt niets mee, terwijl ik Love Aggregates van Asher White inmiddels een fascinerend maar ook mooi album vind. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mama's Broke - Reunion (2026) 4,0

18 september, 17:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mama's Broke - Reunion - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mama's Broke - Reunion
Amy Lou Keeler en Lisa Maria sleepten bijna tien jaar geleden al een prestigieuze Canadese folkprijs in de wacht en maken ook op hun onlangs verschenen derde album Reunion indruk met indringende folksongs vol invloeden.

Ik zeg wel vaker dat ik niet gek ben op traditioneel klinkende folk, maar ik was eigenlijk direct onder de indruk van Reunion, het derde album van het Canadese duo Mama’s Broke. De muziek van Amy Lou Keeler en Lisa Maria is absoluut traditioneel te noemen en invloeden uit de folk domineren op het album. Dat traditionele hoor je in de muziek op het album, maar ook in de songs en in de zang. Die zang is net als de muziek bijzonder mooi, want de stemmen van Amy Lou Keeler en Lisa Maria versterken elkaar prachtig. Reunion heeft door het lage tempo en de precisie waarmee wordt gezongen en gespeeld ook nog eens een onthaastend karakter. Ook voor de niet-folkies onder ons een aanrader.

Reunion van Mama’s Broke doet het deze maand heel goed in de EuroAmericana Chart (https://www.euroamericanachart.eu/euroamericanachart). Het lijstje dat ik zelf aanlever voor deze ranglijst wijkt meestal flink af van de top van de lijst, maar ik ga toch altijd even luisteren naar de hoog geklasseerde albums. Het zorgde er deze maand voor dat ik het nieuwe album van The Jayhawks terecht een nieuwe kans gaf, maar ik kwam ook uit bij Reunion van Mama’s Broke.

Mama’s Broke is een duo uit Halifax, Nova Scotia, en bestaat uit Amy Lou Keeler en Lisa Maria. Het Canadese duo gaat al even mee, want ze wonnen in 2017 al eens de Canadian Folk Music Award. Dat deden ze met hun debuutalbum Count the Wicked, dat in 2022 werd gevolgd door het album Narrow Line.

De twee nemen de tijd voor hun albums, want het vorige maand verschenen Reunion is pas het derde album van Mama’s Broke in een kleine tien jaar tijd. Zonder de EuroAmericana Chart zou ik het album waarschijnlijk niet hebben ontdekt, want het stond niet op mijn lijstjes en ook de vorige twee albums wisten me niet te bereiken.

Het heeft waarschijnlijk alles te maken met het feit dat de muziek van Amy Lou Keeler en Lisa Maria vooral het etiket ‘traditionele folk’ krijgt opgeplakt en dat is niet het genre waar mijn eerste voorkeur naar uit gaat. Het etiket dat op Reunion is geplakt is overigens volkomen terecht, maar ik werd eigenlijk direct gegrepen door de muziek van het Canadese duo.

De folk van Mama’s Broke doet me vaak denken aan de Appalachen folk, die onder andere door de geweldige film O Brother, Where Art Thou? van de Coen Brothers uit 2000 weer op de kaart werd gezet. Maar Amy Lou Keeler en Lisa Maria kunnen ook uit de voeten met traditionele folk uit andere oorden en raken hier en daar ook wel aan de spookachtige Ierse folk die de afgelopen jaren in Ierland wordt gemaakt en aan de bluegrass.

Centraal op Reunion staan de stemmen van de twee Canadese muzikanten. Het zijn stemmen die individueel sterk zijn, maar de zang op het album is het sterkst wanneer Amy Lou Keeler en Lisa Maria hun stemmen combineren in harmonieën. Het klinkt allemaal wat traditioneel, maar dat doen de albums uit de Appalachen folk en de Ierse folk die ik koester ook.

De mooie stemmen van de twee worden gecombineerd met vooral snareninstrumenten, die het traditionele karakter van het album versterken. Amy Lou Keeler tekent voor gitaar en banjo (en de shruti box), terwijl Lisa Maria viool, mandoline en banjo toevoegt aan het geluid van Mama’s Broke. Gastmuzikanten voegen nog bas en in een van de tracks ook pedal steel toe aan het akoestische en over het algemeen genomen behoorlijk sobere geluid op het album.

Het is een album waarop af en toe flink de tijd wordt genomen voor de muziek, waardoor de muziek van Mama’s Broke een bezwerend effect heeft. Het zorgt ervoor dat de twaalf songs op Reunion makkelijk mijn aandacht vast houden, wat in dit genre zeker niet vanzelfsprekend is.

Het derde album van Mama’s Broke is bovendien een album dat aan kracht wint wanneer je het vaker hoort en meer aandacht hebt voor de details in de muziek en de schoonheid van de stemmen van Amy Lou Keeler en Lisa Maria. Dat het album de hoogste regionen van de EuroAmericana Chart heeft gehaald, begrijp ik inmiddels helemaal. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

This Is Lorelei - The Singer in My Band (2026) 4,0

17 september, 20:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: This is Lorelei - The Singer in My Band - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: This is Lorelei - The Singer in My Band
Na het onverwachte succes van Box for Buddy, Box for Star krijgt de Amerikaanse muzikant Nate Amos deze week heel veel aandacht voor het nieuwe album van This is Lorelei, waarop een wat consistenter maar ook wat minder spannend geluid is te horen.

Ik heb best lang moeten wennen aan het in 2024 zo goed ontvangen album van This is Lorelei, maar het deze week verschenen The Singer in My Band voelde direct aan als het spreekwoordelijke warme bad. Na het veelzijdige en af en toe tegendraadse geluid van Box for Buddy, Box for Star klinkt het nieuwe album van This is Lorelei een stuk conventioneler, maar het schrijven van memorabele popsongs is Nate Amos zeker niet verleerd. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant schuift wat op richting Amerikaanse rootsmuziek en bevat songs vol mooie verhalen en memorabele melodieën. Het is misschien wat minder avontuurlijk dan in het verleden, maar ook als singer-songwriter maakt Nate Amos makkelijk indruk.

Ik heb in 2024 een paar keer geluisterd naar het album Box for Buddy, Box for Star van de Amerikaanse band This is Lorelei, zeker toen ik het album aan het einde van dat jaar in flink wat jaarlijstjes zag opduiken. Ik hoorde op dat moment niet wat de critici in het album hoorden en liet het album liggen.

Achteraf bezien heb ik Box for Buddy, Box for Star niet op de juiste waarde geschat, want ik ben inmiddels veel enthousiaster over het album. De muziek van This is Lorelei springt misschien wat van de hak op de tak en slaat de plank ook wel eens flink mis, maar de band rond de Amerikaanse muzikant Nate Amos vermaakt ook met minstens een handvol geweldige popsongs. Ik moet inmiddels dan ook toegeven dat met name de Amerikaanse muziekcritici het in 2024 een stuk beter hebben gehoord dan ik.

Box for Buddy, Box for Star werd vorig jaar gevolgd door het album Holo Boy, waarop Nate Amos eerder werk opnieuw uitvond. De Amerikaanse muzikant maakte voor Box for Buddy, Box for Star al een handvol nauwelijks opgemerkte albums, waarvan een aantal songs opnieuw werd opgenomen. Nate Amos is daarnaast bekend van zijn band Water from Your Eyes, waar ik overigens ook nooit goed naar geluisterd heb.

This is Lorelei keert deze week terug met een nieuw album en The Singer in My Band moet worden gezien als de echte opvolger van het inmiddels ruim twee jaar oude Box for Buddy, Box for Star. Er is inmiddels veel veranderd voor Nate Amos. This is Lorelei was twee jaar geleden nog een redelijk obscuur project, maar met zijn nieuwe album staat de Amerikaanse muzikant in het middelpunt van de belangstelling. Het op het roemruchte Matador label uitgebrachte The Singer in My Band wordt deze week geschaard onder de grote releases en kan rekenen op heel veel aandacht.

Net als zijn vorige albums nam Nate Amos ook zijn nieuwe album thuis op, maar het album klinkt voller en meer geproduceerd dan Box for Buddy, Box for Star. The Singer in My Band klinkt ook wat consistenter dan zijn voorganger, die nog alle kanten op schoot. Dat is aan de ene kant jammer, want de scherpe kantjes en ruwe randjes zijn er wel wat af op het nieuwe album, maar Nate Amos doet op The Singer in My Band wel waar hij heel goed in is en dat is het maken van aanstekelijke popsongs met vooral invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek.

Iedereen die met name gecharmeerd was van de meer avontuurlijke uitspattingen op Box for Buddy, Box for Star, zal het nieuwe album misschien wat gezapig of zelfs saai vinden, maar voor liefhebbers van lekker in het gehoor liggende popsongs met vooral rootsinvloeden valt er op het nieuwe album van This is Lorelei veel te genieten. De songs op het album klinken eenvoudig en de inkleuring is er een zonder opsmuk, maar Nate Amos vertelt op zijn nieuwe album mooie verhalen en overtuigt wat mij betreft met songs die direct vermaken en vervolgens lekker blijven hangen.

Als je wat beter naar het album luistert vallen de subtiele details op, waarvoor de Amerikaanse muzikant onder andere een aantal familieleden inschakelde. Deze details zorgen ervoor dat de op het eerste gehoor mooie maar misschien niet heel spannende songs op The Singer in My Band steeds interessanter worden. Ik ben met terugwerkende kracht behoorlijk enthousiast over het terecht bewierookte Box for Buddy, Box for Star, maar ook met het nieuwe album van This is Lorelei kan ik uitstekend uit de voeten. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ciska Ciska - Page of Cups (Reversed) (2026) 4,5

16 september, 20:56 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ciska Ciska - Page Of Cups (Reversed) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ciska Ciska - Page Of Cups (Reversed)
Ik was de naam Ciska Ciska nog niet eerder tegengekomen, maar wat het project van de Belgische muzikante Ciska Dhaenens laat horen op haar debuutalbum Page Of Cups (Reversed) is buitengewoon indrukwekkend.

Het stapeltje albums van Belgische vrouwelijke muzikanten dat ik koester is de afgelopen jaren echt enorm gegroeid. Er zit nog meer in het vat, want ook het debuutalbum van Ciska Ciska is er een die direct opvalt in het aanbod van het moment. De muzikante uit Gent kan ontroeren met intieme en uiterst ingetogen songs, maar ze kan je ook bij de strot grijpen met stevigere en indringende songs. Het zijn songs met een duidelijk eigen geluid, maar Ciska Ciska staat ook garant voor songs die direct memorabel en verrassend toegankelijk zijn. De tien songs op Page Of Cups (Reversed) schieten echt alle kanten op, maar bij elke song veer je weer enthousiast op, al is het maar vanwege de bijzondere zang. Wat een talent deze muzikante uit Gent.

Net als Nederland heeft ook België de afgelopen jaren absoluut niet te klagen over vrouwelijk singer-songwriter talent. Vorig jaar maakte vooral het prachtige album van Emmy d’Arc diepe indruk, maar ook de albums van onder andere ISE, Naima Joris, Head On Stone, Few Bits, Benni, BLUAI, Lili Grace, Camille Camille, Meskerem Mees, Alderson, Kids With Buns, Valerie and the Rain, Ivy Falls, Bobbi Lu en sura sol deden de afgelopen jaren niet onder voor die van de internationale concurrentie.

En dan waren er ook nog eens de prachtige albums van volkomen unieke Belgische talenten als Isolde Lasoen, Sylvie Kreusch, Camille Yembe, Melanie De Biasio en Angèle. Het is niet eens een uitputtend overzicht, wat alles zegt over het vrouwelijke muzikale talent dat momenteel in België aan de weg timmert. Deze week kan nog een fraai album worden toegevoegd aan de bovenstaande lijst, want ook het debuutalbum van Ciska Ciska is er een om te koesteren.

Ik vind omschrijvingen op bandcamp maar zelden informatief, maar de tekst op de pagina van Ciska Ciska is dat wel. “Ciska Ciska is the project of Ghent-based Ciska Dhaenens, a singer-songwriter with the ability to wrap fragile strength in beautiful songs. With subtle guitar, piano and a golden voice, Dhaenens draws the listener into her inner world, where she stands both vulnerably and fearlessly”. Het is een treffende beschrijving van de Belgische muzikante en haar muziek.

Net als zoveel van haar leeftijdgenoten in de muziek kiest de muzikante uit Gent voor zeer persoonlijke teksten en is ‘coming of age’ het centrale thema. Ciska Dhaenens heeft niet de makkelijkste periode achter zich en dat merk je in haar teksten en in de kleur van haar songs, die vaak wat donker getint zijn.

Page Of Cups (Reversed) valt in meerdere opzichten op. Allereerst is er de mooie en bijzondere stem van de Belgische muzikante. Ciska Dhaenens tekent op haar debuutalbum zoals gezegd voor zeer persoonlijke songs waarin het nodige leed voorbij komt en dat hoor je in haar stem, die overloopt van gevoel en wat melancholisch klinkt.

Ik ben echt onder de indruk van de schoonheid van de zang op Page Of Cups (Reversed), maar de emotievolle zang van de Belgische muzikante zorgt er ook voor dat het album je makkelijk vastgrijpt. Dat doet Ciska Ciska vooral met de intieme en ingetogen songs op het album, maar Page Of Cups (Reversed) is een behoorlijk gevarieerd album. Naast de ingetogen en melancholische songs is er ook ruimte voor wat meer uptempo songs, die ook kunnen rocken. In deze songs komen af en toe ook wat zonnestralen voorbij, tot de donkere wolken het toch weer overnemen.

Net als veel van de bovengenoemde vrouwelijke muzikanten of bands waarin vrouwelijke muzikanten het geluid bepalen, slaagt ook Ciska Ciska erin om anders te klinken dan de mainstream vrouwelijke singer-songwriters binnen en buiten de indie-scene. Het zorgt ervoor dat Page Of Cups (Reversed) eigenzinnig klinkt, maar op hetzelfde moment zijn de popsongs van de muzikante uit Gent ook verrassend toegankelijk.

Het zijn popsongs zonder opsmuk, maar ieder accent dat is toegevoegd aan de songs, waaronder fraaie gitaarlijnen, tilt deze songs net wat verder op. Emmy d’Arc haalde vorig jaar de top 10 van mijn jaarlijstje en ik sluit niet uit dat Ciska Ciska dit jaar een vergelijkbare plek gaat halen met het bijzonder fraaie en zeer indrukwekkende Page Of Cups (Reversed). Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Dottie Andersson - Andersson Funeral Home (2026) 4,0

16 september, 11:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dottie Andersson - Andersson Funeral Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dottie Andersson - Andersson Funeral Home
Er verschijnen de afgelopen weken zo veel albums dat alles wat niet mainstream is makkelijk tussen wal en schip valt, maar dat mag wat mij betreft niet gebeuren met het eigenzinnige debuutalbum van de Zweedse muzikante Dottie Andersson.

Ik heb nog niet veel gelezen over het debuutalbum van Dottie Andersson, terwijl Andersson Funeral Home zeker een interessant album is. Dottie Andersson komt echter niet uit het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten maar uit Zweden en dan trek je net wat minder makkelijk de aandacht. Ik ben blij dat ik het album wel heb ontdekt, want Andersson Funeral Home is een aangenaam maar ook interessant album. De songs van Dottie Andersson raken aan de indiepop van het moment, maar gaan ook hun eigen weg. Andersson Funeral Home is bovendien een veelzijdig album, dat steeds weer net wat anders klinkt. Ik heb zeker wat met Zweden en ook met dit interessante Zweedse album.

Andersson Funeral Home, het debuutalbum van de Zweedse muzikante Dottie Andersson, ligt inmiddels een week op twee op de stapel met albums die ik interessant genoeg vind voor een plekje op De Krenten uit de Pop. Het is een album dat me ook wel wat heen en weer slingert en waar ik niet zo makkelijk een mening over kan vormen, al ben ik inmiddels uitsluitend positief over het album.

Op de bandcamp pagina van Dottie Andersson is niet heel veel informatie te vinden over de Zweedse muzikante en over haar eerste album. Ze omschrijft zichzelf met de trefwoorden ‘Swedish songwriter, drummer vampire, born at Ikea, garage pop’. Het laatste zegt iets over haar muziek, die ik zelf eerder zou omschrijven als lo-fi pop of toch gewoon als indiepop.

Dottie Andersson maakte haar album samen met de Britse producer en muzikant Ben Jackson-Cook. Samen schreven ze de songs en met zijn tweeën zijn ze verantwoordelijk voor de muziek op en de productie van Andersson Funeral Home. Ik noemde de muziek op het album hierboven voorzichtig lo-fi pop. Dat heeft alles te maken met het rammelende karakter van de songs op het album en het feit dat niet alle songs volledig uitgewerkt lijken.

Aan de andere kant zijn de songs op Andersson Funeral Home voorzien van een rijk en interessant instrumentarium en staan er ook flink wat wel volledig uitgewerkte songs op het album. Ik hou het dus toch maar op indiepop, maar binnen de indiepop van het moment is Dottie Andersson wel een bijzonder geval.

Andersson Funeral Home raakt soms aan de indiepop zoals die wordt gemaakt door een aantal van de smaakmakers in het genre. Denk aan Phoebe Bridgers, maar vooral aan de muzikanten die zich door haar hebben laten beïnvloeden. De raakvlakken met de indiepop van het moment zitten vooral in de zang, de sfeer en een deel van de muziek op het album.

Een song als Babycake klinkt direct vertrouwd, maar het debuutalbum van Dottie Andersson bevat ook flink wat songs die wat verder buiten de lijntjes van de standaard indiepop kleuren. Het maakt van Andersson Funeral Home een lekker eigenzinnig album en daar hou ik wel van.

Door het eigenzinnige karakter van de songs van de Zweedse muzikante landt het album misschien wat minder snel dan de wat toegankelijker klinkende albums in het genre, maar uiteindelijk dringen haar songs zich wel makkelijk op. Dat geldt in eerste instantie voor de redelijk vertrouwd klinkende songs op het album, waaronder de single I Love Being Sad, maar ook de songs waarop Dottie Andersson wat meer de randen opzoekt zijn me inmiddels dierbaar.

Dat is mede de verdienste van het veelkleurige geluid op het album, waarvoor ook wat minder gangbare instrumenten zijn ingezet, maar ook de stem van de Zweedse muzikante spreekt absoluut tot de verbeelding. Hetzelfde geldt voor de arrangementen die knapper blijken dan je bij oppervlakkige beluistering hoort.

En als Dottie Andersson het Engels verruilt voor het Zweeds bevindt haar muziek zich opeens in een duidelijk ander muzikaal universum. Ze heeft de pech dat haar album is uitgebracht in een overvolle releaseweek, maar bij mij kwam Andersson Funeral Home uiteindelijk toch bovendrijven en ik hoop dat dit niet alleen bij mij gebeurt, want dit is echt een leuk album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Alabama Shakes - I Must Be Dreaming (2026) 4,0

15 september, 15:52 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alabama Shakes - I Must Be Dreaming - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alabama Shakes - I Must Be Dreaming
De Amerikaanse band Alabama Shakes deelde in 2012 een mokerslag uit met haar debuutalbum Boys & Girls, maar kiest op haar onlangs verschenen album I Must Be Dreaming voor een geluid dat zich wat minder makkelijk opdringt (... maar dat uiteindelijk wel doet).

Ik heb echt even de tijd moeten nemen voor het nieuwe album van Alabama Shakes. I Must Be Dreaming is een album waarop van alles gebeurt, zowel in de muziek als in de zang van de imponerende frontvrouw Brittany Howard. Dat je de tijd moet nemen om het album te doorgronden, was al bekend van de soloalbums van de zangeres van de band en ook in het geval van I Must Be Dreaming loont het. Het nieuwe album van Alabama Shakes staat bol van de invloeden, bevat knap in elkaar stekende songs vol muzikaal vuurwerk en dan is er ook nog eens de imposante strot van Brittany Howard, die nog wat veelzijdiger klinkt dan op haar soloalbums. Geen heel makkelijk album, maar wat is het goed.

Ik was in 2012 direct onder de indruk van Boys & Girls, het debuutalbum van de Amerikaanse band Alabama Shakes. De band uit Athens, Alabama, imponeerde met een rauwe mix van (Southern) soul, blues en rock ’n roll en overrompelde de luisteraar met de ruwe en soulvolle strot van frontvrouw Brittany Howard. Op het podium bleek Alabama Shakes een ware sensatie, maar ook het debuutalbum van de band stond als een huis.

Bijna exact drie jaar na Boys & Girls verscheen in 2015 het tweede album van Alabama Shakes en ook Sound & Color overtuigde mij onmiddellijk. Alabama Shakes gaf op haar debuutalbum vooral gas, maar de band liet op Sound & Color een subtieler en wat psychedelischer geluid horen, waarin ook de zang van Brittany Howard wat meer ingehouden klonk. Sound & Color was een wat complexer album dan zijn voorganger, maar ook op het tweede album van Alabama Shakes viel alles direct op zijn plek.

Na 2015 werd het al snel redelijk stil rond de band uit Alabama en begon Brittany Howard al snel aan een solocarrière. Ik heb haar soloalbums Jaime uit 2019 en What Now uit 2024 inmiddels hoog zitten, maar dat ging zeker niet vanzelf. Zeker Jaime vond ik bij eerste beluisteringen een loodzwaar en dodelijk vermoeiend album waar ik maar geen grip op kreeg en ook What Now had vele luisterbeurten nodig voor ik gecharmeerd raakte van het album.

Na een stilte van elf jaar verscheen onlangs het derde album van Alabama Shakes en op voorhand was ik vooral benieuwd of het album me zou overrompelen zoals de eerste twee albums van de band dat deden of me pas na meerdere keren zou overtuigen, zoals dat gebeurde met de soloalbums van Brittany Howard. Het laatste was het geval.

Bij eerste beluistering van I Must Be Dreaming vond ik het nieuwe album van Alabama Shakes interessant, maar het album verpletterde me niet. Dat veranderde ook niet snel, want bij de eerste beluisteringen van het album bleef er helemaal niets hangen en ik kreeg ook maar geen grip op de songs van de band.

I Must Be Dreaming zit dichter bij de soloalbums van Brittany Howard dan bij de twee albums waarmee Alabama Shakes zichzelf meer dan tien jaar geleden op de kaart zette. Gezien mijn ervaringen met die soloalbums wist ik dat ik de tijd moest nemen voor I Must Be Dreaming en dat heb ik ook gedaan. Het bleef een lastig proces.

Het nieuwe album van Alabama Shakes heeft veel om van te houden. In muzikaal opzicht is het album interessant met zowel flarden uit het verleden als invloeden uit het heden. Het is muziek die soms verrassend toegankelijk klinkt, maar ook vaak wat ongrijpbaar blijft. Dat geldt ook voor de zang van Brittany Howard die soms uithaalt zoals ze dat op het debuutalbum van Alabama Shakes deed, maar ook meer ingehouden kan zingen.

Ik vind I Must Be Dreaming op zijn best wanneer de band vol gaat voor psychedelische soul, maar ook de songs die zich wat minder makkelijk opdringen worden steeds beter. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het album, dat is volgestopt met mooie details en subtiele wendingen, en Brittany Howard zingt op verschillende manieren de sterren van de hemel.

Ik liet het album in eerste instantie liggen omdat het me niet pakte, maar daar kan ik me inmiddels niets meer bij voorstellen. Neem de tijd voor I Must Be Dreaming en er openbaart zich langzaam maar zeker een meesterwerk. Wat een bijzondere band is dit toch. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Buddy Miller - Buddy Miller (2026) 4,0

14 september, 20:25 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Buddy Miller - Buddy Miller - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Buddy Miller - Buddy Miller
Na twee geweldige albums met zijn vrouw Julie komt oude rot Buddy Miller weer eens op de proppen met een soloalbum, waarop hij, bijgestaan door flink wat gasten van naam en faam, weer makkelijk indruk maakt.

De Amerikaanse muzikant Buddy Miller draait inmiddels al een aantal decennia mee en is als gitarist te horen op talloze albums. Ook als solomuzikant timmert hij al heel wat jaren aan de weg en dan zijn er ook nog de indringende albums die hij maakte met zijn vrouw Julie Miller. Deze week is weer eens een soloalbum van Buddy Miller verschenen, maar hij stond er zeker niet alleen voor. Een heel legioen gastvocalisten is op komen draven in de studio en dat levert een serie mooie en interessante duetten op. Op zijn nieuwe album verwerkt Buddy Miller vooral invloeden uit de country en de soul en dat klinkt zowel muzikaal als vocaal uitstekend, met zijn gitaarwerk als kers op de taart.

Ik heb de Amerikaanse muzikant Buddy Miller heel hoog zitten als gitarist en ook als producer wist hij me meerdere malen te overtuigen. Buddy Miller maakte hiernaast een aantal prima soloalbums, maar als ik kijk naar zijn oeuvre springen voor mij de vijf albums die hij maakte met zijn vrouw Julie Miller eruit. De albums van het echtpaar snijden stuk voor stuk dwars door de ziel en dat ligt vooral aan de mooie en ontroerende stem van Julie Miller.

De afgelopen tien jaar verscheen er geen soloalbum van Buddy Miller, maar werden we wel verwend met twee albums van Buddy en Julie Miller, Breakdown on 20th Ave. South uit 2019 en In the Throes uit 2023, waarvan met name de eerste verpletterend mooi is. Deze week keert Buddy Miller terug met een nieuw soloalbum, de opvolger van het in 2016 verschenen Cayamo Sessions at Sea. Dat is een album dat ik niet heb besproken op De Krenten uit de Pop, maar dat had het album wel verdiend, al is het maar vanwege het duet met Kacey Musgraves.

Cayamo Sessions at Sea was overigens nauwelijks een soloalbum van Buddy Miller te noemen, want in iedere track dook een gastmuzikant van naam en faam op. Het is niet heel anders op het deze week verschenen nieuwe album, dat geen titel heeft meegekregen. Ook het nieuwe album van Buddy Miller valt op door een goed gevulde gastenlijst, waarop dit keer de namen van onder andere Shawn Colvin, Jim Lauderdale, Dan Penn, Lee Ann Womack, The War and Treaty, Ashley Monroe, Elizabeth Cook, Emmylou Harris, Larry Campbell en Teresa Williams prijken.

De Amerikaanse muzikant heeft dit keer niet alleen voor duetten gekozen, maar gastvocalisten spelen absoluut een grote rol op het album. Buddy Miller laat zich verder begeleiden door een competent spelende band en maakt gebruik van The McCrary Sisters voor nog wat extra vocalen. Met zoveel geweldige muzikanten aan boord wekt het geen verbazing dat het nieuwe album van Buddy Miller geweldig klinkt.

In muzikaal opzicht klinkt het vooral degelijk, maar zeker als Buddy Miller wat extra ruimte krijgt voor zijn gitaarspel zit je op het puntje van de stoel. De Amerikaanse muzikant weet me met zijn stem niet zo te ontroeren als zijn echtgenote Julie, maar hij is een zeer verdienstelijk zanger met een mooi stemgeluid. Het vocale vuurwerk komt in een deel van de tracks van gastvocalisten van naam en faam, maar ook de bijdragen van The McCrary Sisters zijn prachtig.

Net als de muziek klinken ook de songs op het nieuwe album van Buddy Miller vooral degelijk, maar ik heb inmiddels de nodige favorieten op het album. Het zijn vooral de stemmige en wat ingetogen songs op het album die me weten te raken, maar ook als Buddy Miller en zijn medemuzikanten wat meer gas geven overtuigt het album makkelijk.

Buddy Miller speelde de afgelopen decennia met alles en iedereen in de Amerikaanse rootsmuziek en ook op zijn eigen album kan hij op een breed terrein uit de voeten. De Amerikaanse muzikant wilde naar eigen zeggen een countrysoul album maken en dat is aardig gelukt, want country en soul zijn net wat prominenter aanwezig dan andere genres uit de Amerikaanse rootsmuziek. Natuurlijk doet ook dit album weer uitzien naar een nieuw album van Buddy en Julie Miller, maar het soloalbum van Buddy Miller valt me zeker niet tegen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Martine Haugen - Hardships and Hope (2026) 4,0

14 september, 12:55 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Martine Haugen - Hardships and Hopes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Martine Haugen - Hardships and Hopes
Het debuutalbum van Martine Haugen verscheen begin deze maand en iedereen die het hoort zal onder de indruk zijn van het bijzonder fraaie rootsgeluid op het album en van haar in alle opzichten imponerend mooie stem.

Ik ben niet altijd te porren voor traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de country en de bluegrass, maar een exceptioneel goede zangeres trekt me altijd over de streep. Martine Haugen is wat mij betreft een exceptioneel goede zangeres. Ze beschikt over een stem vol gevoel en doorleving en het is een stem die is gemaakt voor de muziek op Hardships and Hopes. Ook in muzikaal en productioneel opzicht wordt vakwerk geleverd op het debuutalbum van Martine Haugen. Het snarenwerk op het album is wonderschoon en het heldere en open geluid op het album geeft de stem van Martine Haugen alle ruimte. Het levert een album op dat overloopt van de belofte en deze belofte af en toe ook al ver voorbij is.

Vorige week tipte iemand me Hardships and Hopes, het debuutalbum van Martine Haugen. Ik vond het al na een paar noten een geweldige tip en met ‘geweldig’ doe ik de tipgever tekort. In de openingstrack Border Affair wordt prachtig subtiel gespeeld met een hoofdrol voor fraaie gitaarakkoorden en benevelende wolken van de pedal steel. Het wordt nog mooier wanneer Martine Haugen gaat zingen, want ze beschikt over een fantastische stem.

Het is een stem die is gemaakt voor traditionele countrymuziek en die direct vanaf de eerste noten imponeert. Martine Haugen herinnert met haar stem aan een aantal grote countryzangeressen uit het verleden, maar ze kan ook de concurrentie met de beste countryzangeressen van het moment aan.

Hardships and Hopes klinkt prachtig, zeker voor liefhebbers van wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek. Het album is zeer fraai geproduceerd en je hoort direct dat er een aantal ervaren muzikanten naar de studio zijn gehaald. Ik was er eerlijk gezegd vrij zeker van dat die studio in Nashville, Tennessee, stond, want alles op Hardships and Hopes ademt de kwaliteit van het beste dat de Amerikaanse muziekhoofdstad te bieden heeft. Ook Martine Haugen moest wel haast uit Nashville komen en door al het gevoel en de doorleving in haar stem ging ik ervan uit dat ze niet heel jong is.

Het blijkt allemaal totaal anders te liggen. Martine Haugen komt uit het kleine bergdorp Dombås in het midden van Noorwegen en is pas 26 jaar oud. Ze nam haar debuutalbum op in de Farm Studio in Høland in het zuiden van het prachtige Scandinavische land. In deze studio liet ze zich niet bijstaan door een producer en muzikanten van naam en faam uit Nashville, maar door muzikanten van de mij onbekende Noorse band Country Heroes.

Dat is misschien niet wat je verwacht wanneer je voor het eerst luistert naar Hardships and Hopes, maar het resultaat mag er zijn. Het debuutalbum van Martine Haugen klinkt als een countryalbum van een flink aantal decennia geleden, maar ik hoor af en toe ook wel wat invloeden uit de Appalachen folk van weleer en echo’s van de bluegrass muziek van het moment.

Ik ben zeker niet vies van moderne countrypop en luister daar eerlijk gezegd vaker naar dan naar traditionele country zoals die is te horen op het debuutalbum van Martine Haugen. Hardships and Hopes wist me echter direct in te pakken en doet dat iedere keer als ik naar het album luister.

Dat ligt vooral aan de echt prachtige stem van de Noorse muzikante, die me af en toe wel wat aan Emmylou Harris doet denken. Het is ook een stem die een stuk doorleefder klinkt dan die van de gemiddelde 26-jarige, wat de vocale prestaties van Martine Haugen nog wat knapper maakt.

Ook de muziek op het album is echter van een bijzondere schoonheid. Je hoort rootsmuziek zoals die al vele decennia wordt gemaakt, maar alles klinkt net wat subtieler dan in de gemiddelde Nashville productie. Dat klinkt niet alleen zeer aangenaam, maar het is ook een geluid dat de stem van Martine Haugen alle ruimte geeft.

Hardships and Hopes bevat twee covers, maar de negen eigen songs laten horen dat de jonge Noorse muzikante ook het schrijven van tijdloze rootssongs beheerst. In Nashville willen ze het vast niet horen dat een jonge muzikante uit Noorwegen de gevestigde orde in Nashville uitdaagt, maar Martine Haugen doet het op indrukwekkende wijze. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Benjamin Biolay - Le Disque Bleu (2025)

13 september, 19:42 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Benjamin Biolay - L'Ultrableu - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Benjamin Biolay - L'Ultrableu
Benjamin Biolay wordt vaak in één adem genoemd met zijn legendarische landgenoot Serge Gainsbourg, wat misschien iets te veel eer is, maar hij laat op het deze week verschenen album L'Ultrableu wel horen dat hij bulkt van het talent.

Het vorig jaar verschenen album Le Disque Bleu heb ik destijds helemaal gemist, en dat geldt voor de meeste albums van Benjamin Biolay, maar het deze week verschenen L'Ultrableu wist me onmiddellijk te boeien. Het is een heruitgave van het album van vorig jaar, maar er zijn flink wat tracks toegevoegd aan het album, dat nu een kleine twee uur muziek bevat. Het is muziek die bol staat van de invloeden, maar één naam komt continu op bij beluistering van het album en dat is de naam van Serge Gainsbourg. Dat zegt genoeg over de hoge kwaliteit van de muziek van Benjamin Biolay, die ik persoonlijk enorm heb onderschat de afgelopen vijfentwintig jaar. Inmiddels weet ik beter.

Ik had echt een enorme blinde vlek voor het werk van de Franse muzikant Benjamin Biolay. Zijn naam wordt op De Krenten uit de Pop meerdere malen genoemd als producer van een aantal aansprekende Franse zangeressen, maar ik besprak nog nooit een van zijn albums en dat is best bijzonder.

Het heeft alles te maken met de genoemde Franse zangeressen, want mijn voorkeur voor vrouwenstemmen gaat ten koste van de aandacht voor mannelijke muzikanten. Dat vind ik meestal prima te verdedigen, maar met het negeren van het werk van Benjamin Biolay kom ik niet weg.

De Franse muzikant maakte de afgelopen 25 jaar een dozijn albums en het zijn stuk voor stuk albums van een bijzonder hoog niveau. Benjamin Biolay wordt daarom wel de Serge Gainsbourg van deze tijd genoemd en daar is wat voor te zeggen, al moet je ook voorzichtig zijn met dit soort vergelijkingen.

Een paar maanden geleden ben ik me wat meer gaan verdiepen in het werk van Benjamin Biolay en inmiddels ken ik zijn meeste albums. Na het beluisteren van een groot deel van het oeuvre van de Franse muzikant onderschrijf ik inmiddels ook de hoge kwaliteit van zijn werk en de genialiteit ervan.

Deze week heb ik een hele goede aanleiding om aandacht te besteden aan het werk van Benjamin Biolay, want deze week verscheen het album L'Ultrableu. Het is een album met maar liefst 30 songs en een kleine twee uur muziek. Van die 30 tracks is het merendeel bekend, want L'Ultrableu is een heruitgave van het ruim een jaar geleden verschenen Le Disque Bleu, dat ook al anderhalf uur muziek bevatte.

L'Ultrableu laat goed horen waartoe Benjamin Biolay in staat is. Het album bevat een aantal funky en dansbare songs die misschien niet de genialiteit van de Franse muzikant laten horen, maar wel bijzonder lekker klinken. Daarnaast zijn er wat jazzy songs en songs waarin bijzondere strijkerspartijen opduiken. De belangrijkste invloeden op L'Ultrableu komen echter uit de rijke geschiedenis van het Franse chanson en uit Zuid-Amerikaanse muziek.

Het klinkt allemaal loom en zwoel, waardoor veel songs op L'Ultrableu het uitstekend doen op de achtergrond, zeker wanneer ook nog invloeden uit de Franse filmmuziek worden toegevoegd. Het zijn songs die aan diepgang winnen wanneer je er met meer aandacht naar luistert. Dan hoor je hoe knap het allemaal in elkaar zit en hoe mooi het is geproduceerd. Ook de teksten van de Franse muzikant schijnen overigens zeer de moeite waard te zijn.

De muziek van Benjamin Biolay roept met grote regelmaat associaties op met het werk van Serge Gainsbourg. De songs en arrangementen hebben zich absoluut laten beïnvloeden door het werk van de legendarische Franse muzikant en ook de sfeer doet meer dan eens denken aan de muziek van Serge Gainsbourg, zeker wanneer vrouwenstemmen opduiken.

Ik vind het ook lastig om de muziek van Benjamin Biolay te vergelijken met die van de Franse legende. Serge Gainsbourg reken ik tot de grootste muzikanten aller tijden en hij opereerde bovendien in een totaal andere tijd. Benjamin Biolay kan op zijn albums beschikken over flink wat elektronica en kan bovendien veel verder buiten de Franse landsgrenzen kijken, waardoor hij het door Serge Gainsbourg geïnspireerde geluid verrijkt met een veelheid aan klanken.

L'Ultrableu kan echter prima los van de muziek van Serge Gainsbourg worden beluisterd en verleidt je dan met de ene na de andere geweldige popsong, met prachtige arrangementen van strijkers en blazers en met de mooie en warme stem van Benjamin Biolay, die zeker niet onvermeld mag blijven.

Ik blijf een voorkeur houden voor vrouwenstemmen, zeker in de Franse taal, maar L'Ultrableu van Benjamin Biolay houdt me moeiteloos 30 tracks aan de speakers gekluisterd en dan zijn er nog ruim tien prachtige albums te gaan. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Angela Autumn - Believer (2026) 4,0

12 september, 13:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Angela Autumn - Believer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Angela Autumn - Believer
De Amerikaanse muzikante Angela Autumn maakte vijf jaar geleden een prachtig mini-album vol belofte, maar slaat op haar deze week verschenen album Believer allerlei nieuwe wegen in en doet dat ook met haar stem.

Na een paar keer horen ben ik behoorlijk onder de indruk van Believer, het eerste volwaardige album van Angela Autumn, en begrijp ik alle lovende woorden van met name de Amerikaanse muziekpers. Het duurde wel even, want wat heb ik moeten wennen aan de zang op het album. Angela Autumn gebruikt haar stem anders dan in het verleden en streek bij mij in eerste instantie nogal tegen de haren in. Het is een kwestie van wennen, want inmiddels hou ik van de songs, de invloeden, de muziek en de zang op Believer, dat soms wat tegendraads klinkt, maar ook verpletterend mooi is. Believer had ik na één keer horen zomaar aan de kant kunnen schuiven, maar wat blij dat ik dat niet gedaan heb.

Believer, het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Angela Autumn, wordt deze week uitvoerig geprezen op Amerikaanse muziekwebsites met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar ook muziekmedia met een voorliefde voor indiepop en indierock als Pitchfork en Paste zijn heel enthousiast over het album van de muzikante uit Nashville, Tennessee.

Ik begon daarom met hooggespannen verwachtingen aan de beluistering van het album en was direct onder de indruk van de sterke songs, de mooie mix van invloeden en het gloedvolle en veelkleurige geluid. Ik was in eerste instantie minder enthousiast over de stem van Angela Autumn, die op haar nieuwe album nogal bijzonder zingt.

Het gekke is dat ik Angela Autumn ken van haar in 2021 verschenen debuutalbum of eigenlijk mini-album Frontiers Woman. Het is een mini-album dat vijf jaar geleden overliep van de belofte en dat op mij vreemd genoeg vooral indruk maakte met de mooie stem van de Amerikaanse muzikante, die overigens werd geboren in de Appalachen.

Ik weet niet wat er de afgelopen vijf jaar is gebeurd, maar de stem van Angela Autumn klinkt totaal anders. Ik vond de stem van Angela Autumn bij eerste beluistering van Believer nogal ruw en onvast klinken en ik was ook niet direct blij met haar expressievere manier van zingen, waarbij ze de noten lang vast houdt.

Ik weet inmiddels wel dat je aan bijzondere stemmen moet wennen. Bijna alle stemmen van de vrouwelijke psychedelische folkies uit de jaren 60 en 70 vond ik bij de eerste kennismaking niet mooi en dat gold ook voor de stem van Joni Mitchell en minder lang geleden voor de stem van Big Thief zangeres Adrienne Lenker en alle zangeressen die zich door haar hebben laten inspireren.

Ik vond het in het geval van Angela Autumn wel wat doorbijten, maar opeens was er het moment dat haar stem me wel raakte en ik de ruwe schoonheid en de emotie in haar stem wel hoorde. Vervolgens begon het echte genieten van Believer, want wat is het een goed album.

Angela Autumn werd zoals gezegd geboren in de Appalachen en dat hoor je in een aantal songs, die spaarzaam en akoestisch zijn ingekleurd, zoals het door banjo gedomineerde Mountain Stream. Angela Autumn laat op haar nieuwe album horen dat ze meerdere invloeden kan verwerken, wat een fascinerend album oplevert.

Helemaal aan de ene kant van het spectrum staan de songs waarin Appalachen folk de belangrijkste inspiratiebron was, maar via wat donkere en psychedelische folk en country maakt de muzikante uit Nashville helemaal aan de andere kant van het spectrum muziek die tegen de indierock aan schuurt, zoals in de titeltrack. De meeste songs op het album passen in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar door steeds te kiezen voor andere klanken en invloeden, zoekt Angela Autumn de grenzen continu op.

Ik kan me inmiddels niet meer voorstellen dat de stem van Angela Autumn bij eerste beluistering van Believer eerst de kat maar niet veel later ook mij de gordijnen injoeg, want zelfs in de meest expressieve momenten raakt de Amerikaanse muzikante me met haar zang. Ik zal niet de enige zijn die niet direct gecharmeerd is van de zang op Believer, maar probeer het even vol te houden en dit album kruipt langzaam maar zeer zeker onder de huid. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Matilda Mann - Kismet (2026) 4,0

11 september, 15:30 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Matilda Mann - Kismet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Matilda Mann - Kismet
Matilda Mann maakt op haar tweede album Kismet vooral zonnige en zorgeloos klinkende popmuziek, maar de Britse muzikante zingt nog beter dan op haar eerste album en maakt wel degelijk muziek met inhoud en diepgang.

Ik was vorig jaar enthousiast over het debuutalbum van de uit Londen afkomstige Matilda Mann. Het is een album dat aansluit bij de indiepop van het moment, maar dat door een soul- en R&B-injectie ook net wat anders klinkt dan al die andere albums in het genre. Op haar deze week verschenen tweede album schuift Matilda Mann wat op richting pop en het is pop van het lome en zonnige soort. Toch is Matilda Mann ook haar liefde voor indie niet vergeten, wat haar songs iets bijzonders geeft. De Britse muzikante leverde vorig jaar een prima album af, maar op Kismet doet ze alles een stuk beter. Het levert een album op dat van Matilda Mann zomaar een ster kan maken.

De Britse muzikante Matilda Mann debuteerde begin vorig jaar met het album Roxwell. De jonge muzikante uit Londen moest met haar eerste album concurreren met hordes jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop, maar ze viel wat mij betreft voldoende op met Roxwell.

Dat deed het album vooral door de grote variëteit aan stijlen. Roxwell bevat een aantal intieme en fluisterzacht gezongen indiepopsongs zoals die momenteel heel vaak gemaakt worden, maar Matilda Mann flirt ook op geslaagde wijze met invloeden uit de soul en de R&B. Het zorgt ervoor dat Roxwell als geheel anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre en dat is wat mij betreft een pre.

Roxwell werd redelijk positief ontvangen door de critici en was ook behoorlijk succesvol, waardoor het deze week verschenen tweede album van Matilda Mann prominent wordt vermeld op de verschillende releaselijsten. Dat vertaalt zich nog niet in veel recensies en dat verbaast me, want ook Kismet is een album dat wat mij betreft opvalt en het is bovendien een album dat door een groot publiek kan worden omarmd.

Roxwell was anderhalf jaar geleden een echt ‘coming of age’ album, waarop Matilda Mann zich zeer kwetsbaar op durfde te stellen. Ook Kismet is een persoonlijk album, maar in de teksten is de Britse muzikante een stuk zelfverzekerder. Die zelfverzekerdheid hoor je ook op andere manieren terug op het album. De stem van de muzikante uit Londen klinkt wat minder zacht dan op haar debuutalbum en heeft aan kracht en souplesse gewonnen. Ook de songs op Kismet klinken krachtiger en zelfverzekerder.

Op haar debuutalbum schakelde Matilda Mann makkelijk tussen ingetogen folksongs en veel voller klinkende popsongs en ook op haar nieuwe album kan ze meerdere kanten op. Veel songs op het album passen in het hokje pop en zijn voorzien van een zonnige en soulvolle vibe. Kismet past niet altijd even goed in het hokje indie, maar dat maakt mij niet zo veel uit.

Matilda Mann maakt op haar tweede album tijdloos klinkende popsongs die aangenaam klinken maar ook interessant zijn. Het heeft af en toe wel wat van de muziek van Clairo, al zijn de songs van Matilda Mann wat lichtvoetiger en nog wat meer pop georiënteerd. Het album verschijnt misschien net iets te laat, want als ik luister naar Kismet verlang ik naar lange zomerdagen en lome zomeravonden en die hebben we net achter ons gelaten.

Matilda Mann maakte haar nieuwe album voor een belangrijk deel met songwriter, muzikant en producer Jonah Summerfield, die ik verder alleen ken van Holly Humberstone. De Britse producer heeft Kismet voorzien van een lekker broeierig geluid met af en toe wat blazers. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan de muziek van Olivia Dean, al heeft die meer soul dan Matilda Mann.

Het klinkt allemaal behoorlijk gelikt en soms wat aan de gladde kant, maar alles op Kismet zit goed in elkaar en de stem van de Britse muzikante is meer dan eens onweerstaanbaar lekker. Het zal misschien net wat minder in de smaak vallen bij het indie-publiek dat enthousiast was over haar debuutalbum, maar ook met Kismet moet Matilda Mann het nodige succes kunnen oogsten. Ik vind het soms net wat te gepolijst en te veel pop, maar zo op zijn tijd klinkt het ook ongelooflijk lekker. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Haroula Rose - Works and Days (2026) 4,0

11 september, 14:49 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Haroula Rose - Works and Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Haroula Rose - Works and Days
Haroula Rose is een Amerikaanse singer-songwriter die al een aantal albums op haar naam heeft staan, maar vooralsnog helaas behoorlijk onbekend is, wat echt eens moet gaan veranderen met haar nieuwe album.

Er zijn albums die worden overladen met aandacht, maar er zijn ook albums die eigenlijk al direct in de week van de release ondersneeuwen. Het heeft meestal niet zo veel te maken met de kwaliteit van deze albums, maar vooral met geluk. Haroula Rose had dat geluk een paar jaar geleden wel, maar rond haar nieuwe album blijft het helaas angstvallig stil. Dat is zonde, want Works and Days is een heel mooi album. Dat is het in eerste instantie door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook de songs op het album en de inkleuring van deze songs zijn van hoge kwaliteit. Haroula Rose laat op Works and Days ook nog eens horen dat ze van meerdere markten thuis is, wat het album nog wat knapper maakt.

De naam Haroula Rose, die deze week het album Works and Days heeft uitgebracht, deed bij mij niet direct een belletje rinkelen. Ruim vier jaar geleden was ik echter behoorlijk enthousiast over het album Catch the Light, het vierde album van de singer-songwriter uit Los Angeles.

Catch the Light was mijn eerste kennismaking met de muziek van Haroula Rose en het album maakte indruk met vooral fluisterzachte folksongs met een snufje country. Het was met name de mooie stem van de Amerikaanse muzikante die me overtuigde, maar Catch the Light viel ook op door aansprekende songs en door de bijdragen van een aantal geweldige muzikanten, onder wie pedal steel virtuoos Greg Leisz.

Vorig jaar verscheen het samen met Oliver Hill gemaakte album Cycles, maar hierop speelde de stem van Haroula Rose helaas een ondergeschikte rol. Die stem is gelukkig wel weer prominent aanwezig op Works and Days, dat moet worden gezien als de echte opvolger van Catch the Light uit 2022.

Het is een album waar ik helaas maar weinig informatie over kan vinden en Works and Days is ook nog niet te vinden op de bandcamp pagina van Haroula Rose. Ik weet wel dat ze op haar nieuwe album samenwerkt met een aantal muzikanten, die ook bijdroegen aan de productie van en het schrijven van songs voor het album. Van deze namen zijn die van Matt Sweeney en Will Oldham, die meeschreven aan de track I Gave You, de bekendste.

Door de samenwerking met verschillende muzikanten is Works and Days een wat gevarieerder album dan Catch the Light. Het album opent met een door Laurel Canyon folk geïnspireerde song en daar zijn er meer van te horen op Works and Days, maar Haroula Rose maakt op haar nieuwe album ook moderner klinkende folkpop, wat donkerder getinte indiefolk en een song met wat meer invloeden uit de country. Ik heb een lichte voorkeur voor het wat consistentere geluid van Catch the Light, maar Works and Days vliegt nergens uit de bocht en houdt wat mij betreft een hoog niveau vast.

Het vorige album van Haroula Rose profiteerde van de bijdragen van een aantal geweldige muzikanten en ook het nieuwe album van de muzikante uit Los Angeles klinkt prachtig. De muziek op Works and Days klinkt verzorgd en sfeervol en is in de meeste tracks goed voor warme klanken. Het zijn klanken die goed passen bij de stem van Haroula Rose, die op Works and Days ook in vocaal opzicht een wat veelzijdiger geluid laat horen.

Waar ik de muziek op het album liever iets eenvormiger had gehad, bevalt de variatie in de zang me uitstekend. De zang is nog altijd vooral zacht, maar bevat wel verschillende klankkleuren. Als ik naar Works and Days luister hoor ik meerdere versies van Haroula Rose en het zijn wat mij betreft allemaal versies die aandacht van een breder publiek rechtvaardigen.

Het is dan ook zonde dat dit uitstekende album in de week van de release vooral is genegeerd, maar hopelijk wordt het met enige vertraging alsnog opgepikt. Ik heb het album zelf alvast kunnen testen op wat killere en regenachtige avonden waarop de zon weer wat eerder onder gaat en kan alvast voorspellen dat Works and Days het uitstekend gaat doen in de twee seizoenen die eraan komen. Het is een fraai oeuvre dat Haroula Rose inmiddels op haar naam heeft staan en ook haar nieuwe album mag er zijn. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Page Plaisance - Swampwater (2026) 4,5

10 september, 20:46 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Page Plaisance - Swampwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Page Plaisance - Swampwater
Het duurde even voordat het debuutalbum van Page Plaisance de aandacht kreeg die het album verdiende, maar sindsdien wordt de Amerikaanse muzikante terecht bewierookt voor haar muziek, die ook op haar nieuwe album weer prachtig is.

Liefhebbers van wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek vol invloeden smulden twee jaar geleden van het debuutalbum van Page Plaisance, die imponeerde als zangeres. De muzikante uit Austin, Texas, keert deze week terug met een nieuw album en ook Swampwater klinkt weer heerlijk. De mix van country, blues, soul en honky tonk klinkt gloedvol en de stem van Page Plaisance maakt ook dit keer weer makkelijk indruk. Swampwater klinkt als een album dat ook decennia oud zou kunnen zijn, maar het album klinkt ook fris. Rootsmuziek uit Austin klinkt net wat anders dan de muziek uit Nashville, waardoor Page Plaisance zich makkelijk onderscheidt binnen het enorme aanbod van het moment.

Louisiana Lonely, het in de zomer van 2024 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Page Plaisance, ontdekte ik zelf pas aan het begin van 2025, toen het album opnieuw onder de aandacht werd gebracht. De hernieuwde aandacht voor het album was volkomen terecht, want met Louisiana Lonely leverde Page Plaisance een geweldig rootsalbum af.

De Amerikaanse muzikante had op dat moment Austin, Texas, als thuisbasis, maar op haar debuutalbum was duidelijk te horen dat ze is opgegroeid aan de modderige oevers van de Mississippi op het platteland van Louisiana. Louisiana Lonely is een wat traditioneel klinkend rootsalbum met vooral invloeden uit de country, soul, blues en honky tonk, maar ondanks mijn voorliefde voor wat moderner klinkende Amerikaanse rootsmuziek viel ik onmiddellijk voor de muzikale charmes van het album.

Het is een album dat is voorzien van een lekker vol en warm geluid en dat is een geluid waarin de soulvolle stem van Page Plaisance het echt geweldig doet. De muzikante uit Austin keert deze week terug met een nieuw album en ook Swampwater klinkt direct vanaf de eerste noten fantastisch. Swampwater ligt in het verlengde van het debuutalbum van Page Plaisance en is net als dit album een wat traditioneel aandoend rootsalbum.

Het album werd opgenomen in Austin, maar ook Swampwater klinkt alsof het in Memphis of elders aan de oevers van de Mississippi werd opgenomen en dat kan zowel in het heden als in een ver verleden zijn. Page Plaisance nam het album op met haar band The Yeah You Right Boys en die pakken flink uit. Ook Swampwater is voorzien van een behoorlijk vol geluid met veel snareninstrumenten, waaronder uiteraard de pedal steel en de viool, maar ook de piano en incidenteel blazers spelen een voorname rol op het album.

Het is een wat broeierig (of swampy) geluid en dat past uitstekend bij de mix van country, soul, blues en honky tonk die Swampwater laat horen. In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar net als op haar debuutalbum zingt Page Plaisance ook op haar tweede album de sterren van de hemel. Ze beschikt over een wat rauwe en soulvolle stem, maar het is ook een mooie stem, die gemaakt is voor het repertoire op het album. Ik vind de zang op Swampwater misschien nog wel beter dan op Louisiana Lonely, waarop Page Plaisance imponeerde met haar stem.

Ook Swampwater is weer een tijdloos klinkend album, wat alles heeft te maken met de muziek op het album en de invloeden die worden verwerkt, maar ook de songs op het album hebben iets nostalgisch, ook in de teksten. Het zijn bovendien songs die direct vertrouwd klinken, waardoor Swampwater zich als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat.

Naast moderne countrypop wordt er in Nashville op het moment ook weer steeds meer wat traditioneler klinkende rootsmuziek gemaakt. De muziek van Page Plaisance klinkt door haar thuisbasis in Texas en haar achtergrond in Louisiana net wat anders dan de muziek die in Nashville wordt gemaakt, waardoor Swampwater op zou moeten vallen in het enorme aanbod van het moment. Dat is bij mij in ieder geval gelukt en iedere keer als ik naar Swampwater luister, word ik weer net wat gelukkiger van het album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Stella Lefty - Long Way Home (2026) 3,5

10 september, 20:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Stella Lefty - Long Way Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Stella Lefty - Long Way Home
De jonge Amerikaanse muzikante Stella Lefty wordt deze week van alle kanten aangevallen en is het mikpunt van spot of zelfs haat, maar ze laat op haar debuutalbum Long Way Home absoluut horen dat ze wel degelijk wat te bieden heeft.

Ik kan me niet herinneren dat ik vorige maand ook maar iets heb gelezen over het debuutalbum van Stella Lefty, maar de afgelopen week was de muzikante uit Los Angeles volop in het nieuws en niet op een erg positieve manier. Je kunt van alles tegen Stella Lefty hebben, maar er is ook echt wel wat positiefs te zeggen over de jonge Amerikaanse muzikante en haar debuutalbum Long Way Home. Zelf vond ik het album in de nazomerse dagen van de afgelopen week bijzonder lekker klinken en volgens mij zit er nog wel meer in het vat voor Stella Lefty, die misschien is geboren met een zilveren lepel in de mond, maar ook wel degelijk beschikt over het nodige muzikale talent.

Ik had tot voor kort nog nooit van Stella Lefty gehoord, want in mijn bubbel is er nauwelijks aandacht geweest voor haar vorige maand verschenen debuutalbum Long Way Home. De jonge Amerikaanse singer-songwriter zit momenteel echter in de hoek waar de klappen vallen, waardoor haar naam opeens overal opduikt.

Ze is inmiddels drie keer beschuldigd van plagiaat, of op zijn minst het niet vermelden van de juiste credits en vorige week was er ook nog eens veel ophef over haar optreden in de gerenommeerde radioshow Grand Ole Opry in Nashville, waarin ze niet thuis zou horen omdat ze geen echte countrymuzikante is. Stella Lefty, overigens de artiestennaam van Stella Lefkosky, heeft de schijn ook nog eens tegen als dochter van een miljardair, waardoor ze het etiket ‘nepo baby’ opgeplakt heeft gekregen.

In de plagiaatzaken heeft Stella Lefty misschien niet heel handig gehandeld, maar haar direct wegzetten als nepo baby die zelf niets kan is wel heel makkelijk, terwijl het haar willen uitsluiten van een radioprogramma omdat ze niet voldoende country zou zijn wel heel elitair klinkt. Ook de wel heel zure recensies hebben weinig te maken met een objectief oordeel helaas. Ik ben daarom toch gaan luisteren naar het debuutalbum van Stella Lefty, dat op TikTok een stuk populairder is dan in mijn bubbel.

Laat ik eens beginnen met het countrygehalte van de jonge Amerikaanse muzikante die werd geboren in Chicago, maar momenteel Los Angeles als thuisbasis heeft. Op haar debuutalbum Long Way Home hoor ik flink wat pop, maar ook zeker invloeden uit de country. Als ik de muziek van Stella Lefty zelf in een hokje zou moeten duwen, zou ik absoluut kiezen voor countrypop.

Het is wat mij betreft countrypop met voldoende country, waardoor Stella Lefty niet zo heel ver verwijderd is van flink wat countrypopzangeressen die met alle egards worden ontvangen in Grand Ole Opry, zonder dat dit enige ophef veroorzaakt. Het is het soort countrypop dat mij wel bevalt overigens.

Met een miljardair als vader is het leven vast een stuk makkelijker dan het leven van alle countryzangeressen die met vallen en opstaan proberen te overleven in Nashville, maar dat betekent niet dat alles te koop is en Stella Lefty niets kan. Ze schreef mee aan alle songs op haar debuutalbum en beschikt over een aansprekende stem met een aangenaam ruw randje. Ook op het podium blijft ze overeind als zangeres, wat de bewering dat ze zelf niets kan logenstraft.

Ik ben zelf eigenlijk best enthousiast over het in mijn bubbel verguisde debuutalbum van Stella Lefty. Ik vind haar stem beter dan die van veel andere (country)popzangeressen en de muziek op het album bevat een mooie mix van pop en country en folk. Het album zou vast anders zijn ontvangen als Stella Lefty eerst jaren in de marge van de countryscene van Nashville zou hebben geopereerd, maar dat ze is geboren als dochter van een miljardair kunnen we haar lastig aanrekenen.

Er is natuurlijk veel kritiek op de songs van Stella Lefty, die in drie gevallen misschien erg veel geleend hebben van songs van anderen zonder dit goed te vermelden, maar buiten dit smetje valt Long Way Home op door songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen en songs die je bij eerste beluistering al lijkt te kennen (wat soms dus ook echt zo is). Ik kan me goed voorstellen dat de songs van Stella Lefty het uitstekend doen op platforms als TikTok, maar ik neem haar persoonlijk ook serieus en kan op zijn tijd best genieten van dit album en niet alleen als ‘guilty pleasure’. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Hannah Cole - Switchbacks (2026) 4,0

9 september, 20:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hannah Cole - Switchbacks - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Hannah Cole - Switchbacks
De Amerikaanse muzikante Hannah Cole maakt op haar debuutalbum Switchbacks muziek die invloeden uit de indierock en shoegaze uit de jaren 90 en de indierock van het moment op fraaie en sfeervolle wijze combineert.

Er was de afgelopen week nog niet veel aandacht voor het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Hannah Cole, maar zoals altijd was de Amerikaanse muziekwebsite Paste wel bij de les. Paste heeft wel wat met muziek die zich heeft laten beïnvloeden door de indierock en shoegaze die in de jaren 90 werd gemaakt en ik begrijp wel waarom de Amerikaanse website zo positief is over het album. Zelf ben ik ook zeer te spreken over het album dat indrukwekkende gitaarmuren afwisselt met ingetogen passages. Het gruizige gitaarwerk op het album is zeer aansprekend en hetzelfde geldt voor de mooie stem van Hannah Cole. De muzikante uit Nashville zingt zacht, maar blijft fraai overeind tussen al het gitaargeweld op dit mooie album.

De Amerikaanse muzikante Hannah Cole werd geboren in Covington, Louisiana, en verhuisde een jaar of zeven geleden naar Nashville, Tennessee. Op basis van deze twee gegevens had ik bepaalde verwachtingen van haar deze week verschenen debuutalbum Switchbacks, maar direct wanneer de eerste noten van het album uit de speakers komen is duidelijk dat deze verwachtingen niet uitkomen.

Hannah Cole maakt op haar debuutalbum immers geen verstilde Amerikaanse rootsmuziek en ook geen traditioneel aandoende country of juist moderne countrypop. Hannah Cole kwam in eerste instantie ook niet voor de muziek naar Nashville, maar voor haar studie, maar kwam uiteindelijk toch in de grimmige muziekindustrie van de Amerikaanse muziekhoofdstad terecht.

Haar debuutalbum Switchbacks wordt gedomineerd door gruizige gitaarmuren en stevige riffs, die het album afwisselend de kant van de indierock en de shoegaze op sturen. De muziek van Hannah Cole bevat absoluut echo’s uit de jaren 90, maar sluit ook zeker aan bij de indierock van het moment. Dat laatste doet de muzikante uit Nashville bijvoorbeeld met haar stem, die vooral fluisterzacht maar ook erg mooi is.

De zachte en heldere stem van Hannah Cole staat lijnrecht tegenover het vaak behoorlijk stevige en gruizige gitaarwerk, wat zorgt voor fraaie contrasten in de muziek op Switchbacks. Het zijn contrasten die we kennen uit de jaren 90 en uit het heden, maar zo mooi als op het debuutalbum van Hannah Cole hoor ik ze niet vaak.

Switchbacks is een album vol contrast en dynamiek, maar Hannah Cole varieert flink met de intensiteit ervan. Ze is niet vies van hoge gitaarmuren zoals we die kennen uit de indierock uit de jaren 90, maar in een aantal songs is het contrast tussen hard en zacht een stuk minder groot en hoor je goed dat ze in haar jongere jaren intieme bedroom pop maakte.

Het gitaarwerk op het album komt in een aantal gevallen in meerdere lagen uit de speakers en varieert dan van een gruizige onderlaag tot inventieve en melodieuze akkoorden, wat prachtig klinkt. Hannah Cole kan er stevig tegenaan gaan op haar debuutalbum met meedogenloze riffs en hoge gitaarmuren, maar ze verwerkt ook invloeden uit de pop in haar songs. Switchbacks is hierdoor, en ondanks al het gitaargeweld, redelijk licht verteerbaar.

Ik moest mijn verwachtingen misschien wat bijstellen, maar ik was vrijwel direct onder de indruk van het debuutalbum van Hannah Cole. Ik heb nog altijd een enorm zwak voor de indierock en shoegaze uit de jaren 90 en ben ook nog lang niet verzadigd wanneer het gaat om de indierock van het moment, maar ik heb nog niet zo vaak een album gehoord dat zo mooi een brug slaat tussen deze genres en periodes als Switchbacks van Hannah Cole.

Zeker wanneer je het album in zijn geheel beluistert en dit bij voorkeur doet met de koptelefoon, is het een fascinerende en bijzonder mooie luistertrip. De gitaarwolken op het album hebben een bijna bedwelmende werking en het bezwerende effect van Switchbacks wordt nog wat verder versterkt door de mooie stem van Hannah Cole, waarbij het ook nog eens heerlijk wegdromen is.

Ik heb stapels albums met gruizige gitaren en zachte en verleidelijke vrouwenstemmen, maar Hannah Cole slaagt er wat mij betreft in om iets toe te voegen aan alles dat er al is. Het blijft grappig dat ze dit doet vanuit Nashville, want ik kan me echt niets voorstellen bij het gitaargeweld van Hannah Cole in het gemiddelde muziekcafé op de Honky Tonk Highway. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Elley Duhé - Wounded Angel (2026) 3,5

9 september, 12:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Elley Duhé - Wounded Angel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Elley Duhé - Wounded Angel
Iedereen die de afgelopen tien jaar naar de muziek van Elley Duhé heeft geluisterd, zal vooral vrij stevige aangezette electropop hebben gehoord, wat mijlenver is verwijderd van de countrypop die ze maakt op haar nieuwe album Wounded Angel.

Wounded Angel van de Amerikaanse muzikante Elley Duhé wordt deze week vooral genoemd in releaselijsten die zich focussen op Amerikaanse rootsmuziek, waardoor het album mijn aandacht trok. Het is mijn eerste kennismaking met haar muziek en het is een kennismaking die me goed is bevallen. De countrypop van Elley Duhé bevat naar mijn smaak misschien net te veel pop, maar het is veel minder pop dan de Amerikaanse muzikante tot dusver maakte. Ze zet op Wounded Angel flinke stappen in een andere richting en dat is moedig. Liefhebbers van de electropop die Elley Duhé in het verleden maakte zullen waarschijnlijk niets horen in de muziek op het nieuwe album, maar liefhebbers van countrypop, als ik, kunnen er goed mee uit de voeten.

De Amerikaanse muzikante Elley Duhé timmerde de afgelopen tien jaar met behoorlijk veel succes aan de weg met een aantal singles, het mini-album DRAGON MENTALITY en haar debuutalbum PHOENIX. Ik heb er zelf niets van meegekregen, want de muzikante uit Los Angeles maakte de afgelopen tien jaar vooral elektronisch ingekleurde en nogal zwaar aangezette popmuziek en daar ben ik niet gek op.

Ik kwam haar naam de afgelopen week voor het eerst tegen op een aantal Amerikaanse muziekwebsites die zich vooral richten op Amerikaanse rootsmuziek en haar nieuwe album Wounded Angel hebben opgenomen in de lijst met de interessante nieuwe albums van deze week.

Elley Duhé groeide op in Mobile, Alabama, en keert op Wounded Angel naar eigen zeggen terug naar haar muzikale wortels. Voordat ze zich vestigde in Los Angeles en begon aan een succesvolle carrière als popmuzikante was ze al actief in de muziekscenes van Mississippi, New Orleans en Austin en dat hoor je op haar nieuwe album, dat overigens is uitgebracht op haar eigen label.

Ik heb ook geluisterd naar het debuutalbum van Elley Duhé en naar het mini-album dat er aan vooraf ging, maar een enkele track daargelaten kan ik maar heel weinig met de electropop die ze in het verleden maakte. Het is me te veel pop, te elektronisch, te onpersoonlijk en te bombastisch.

Wounded Angel is voor het eerst een albumtitel die niet volledig uit hoofdletters bestaat, maar het album laat ook een ingrijpende muzikale koerswijziging horen. Ik ben benieuwd hoe de fans van de muziek die ze de afgelopen tien jaar maakte zullen reageren op Wounded Angel, maar ik ben zelf wel gecharmeerd van het album. Op haar nieuwe album omarmt Elley Duhé de Amerikaanse rootsmuziek en verwerkt ze flink wat invloeden uit de folk en met name de country in haar songs.

De muzikante uit Los Angeles is haar verleden in de pop niet helemaal vergeten, waardoor haar nieuwe album perfect in het hokje countrypop past. Het is countrypop met in de meeste tracks iets meer pop dan country, maar de twee genres zijn wat mij betreft voldoende in balans. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prima en de productie van het album is fris en eigentijds.

De Amerikaanse muzikante beschikt verder over een stem die het goed doet in de countrypop die ze maakt op haar nieuwe album. Het is een stem met een eigen geluid, die de persoonlijke teksten op het album met voldoende gevoel vertolkt. Het is een stem die hier en daar vervormd wordt, wat van mij niet had gehoeven, maar het stoort me niet echt.

Het is nog wel wat zoeken naar consistentie op het album, want de songs op Wounded Angel schieten meerdere kanten op. Soms neigt het naar redelijk traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar het album bevat ook twee tracks die flink doorslaan richting pure pop en raken aan songs op haar vorige album. Hiernaast zijn er songs met een aangenaam vleugje Fleetwood Mac. Het maakt van Wounded Angel soms een wat wispelturig album, al zorgt de diversiteit er ook voor dat het nieuwe album van Elley Duhé zich wat makkelijker weet te onderscheiden van de andere countrypop albums van het moment.

Met haar nieuwe album kiest de muzikante uit Los Angeles voor een genre waarin de concurrentie moordend is en laat ze het succes als electropop muzikante achter zich. Het is een moedige stap die respect afdwingt, maar het is wat mij betreft ook een stap die goed uitpakt. Wounded Angel misstaat niet tussen de andere countrypop albums van het moment en laat ook een net wat ander geluid horen, wat in dit genre een groot goed is. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Syd Matters - A Gospel of Some Sort (2026) 4,5

7 september, 15:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Syd Matters - A Gospel of Some Sort - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Syd Matters - A Gospel of Some Sort
A Whisper and a Sigh, het debuutalbum van de Franse band Syd Matters, bleef ruim twintig jaar geleden helaas een goed bewaard geheim, maar het deze week verschenen, en nog mooiere, nieuwe album verdient absoluut een beter lot.

Het is lang stil geweest rond de Parijse band Syd Matters. Zo lang dat bijna iedereen het debuutalbum van de band zal zijn vergeten. Dat debuutalbum trok, in tegenstelling tot de drie albums die volgden, nog enige aandacht. Ik hoop dat het na een stilte van zestien jaar verschenen nieuwe album van Syd Matters veel meer aandacht trekt, want A Gospel of Some Sort is een bijzonder mooi album. De band uit Parijs verwerkt meerdere invloeden in haar songs en maakt indruk met een subtiel maar ook veelkleurig geluid en met een bijzondere sfeer. De muziek van Syd Matters zal niet in brede kring worden opgepikt, maar iedereen die dit album wel ontdekt heeft iets bijzonders in handen.

Op het muziekplatform MusicMeter.nl tipte iemand me het deze week verschenen album van Syd Matters. Dat was direct een bekende naam, maar ik moest wel even flink graven in het geheugen. Met enige hulp van Google kwam ik vervolgens uit in 2003, toen het debuutalbum van Syd Matters verscheen. Ik bejubelde A Whisper and a Sigh destijds stevig in de Plato.NL nieuwsbrief en raakte ook zelf verknocht aan het geweldige album, dat in 2003 ongetwijfeld mijn jaarlijstje zal hebben gehaald.

Het debuutalbum van Syd Matters bleef helaas een redelijk obscuur album, waardoor de albums die volgden nog wat minder aandacht kregen. Ik heb Someday We Will Foresee Obstacles (2005), Ghost Days (2008) en Brotherocean (2010) hierdoor nooit opgemerkt, maar de albums zijn wel te vinden op de streamingplatforms en op de bandcamp pagina van het label van de band. Na een stilte van zestien jaar keert de band uit Parijs nu terug met een nieuw album, dat ik zonder de tip op MusicMeter waarschijnlijk zou hebben gemist.

Syd Matters is een band rond de Franse muzikant Jonathan Morali, die naast Syd Matters nog een passie had, namelijk het componeren van muziek voor games. Dat deed hij de afgelopen zestien jaar in ruime mate en met veel succes, maar gelukkig bleef ook de waakvlam van Syd Matters branden. Het levert deze week het album A Gospel of Some Sort op en het is een album dat alle aandacht verdient.

Natuurlijk heb ik ook nog even geluisterd naar A Whisper and a Sigh, dat een wonderlijke mix van folk, elektronica, psychedelica en een beetje avant-garde laat horen. Het is een geluid dat in 2003 werd omschreven als een mix van Nick Drake en Radiohead en dat is een omschrijving die met een beetje fantasie ook op het nieuwe album van Syd Matters kan worden geplakt.

A Gospel of Some Sort ligt immers in het verlengde van het destijds terecht geprezen album, al hoor je wel dat we inmiddels meer dan twintig jaar verder zijn. Vergeleken met A Whisper and a Sigh klinkt het nieuwe album van Syd Matters wat minder experimenteel en ook wat minder fragmentarisch. Er is op A Gospel of Some Sort meer aandacht besteed aan de songs, die in een aantal gevallen behoorlijk lang zijn.

De songs van Syd Matters zijn in de basis folksongs en het zijn vooral ingetogen folksongs met een redelijk laag tempo. De Franse band voegt vervolgens allerlei invloeden toe aan haar folksongs, waaronder invloeden uit de chamber pop, de psychedelica en de indierock. Het album klinkt vol en warm, maar de muziek van Syd Matters is vooral subtiel. Het is muziek met een hang naar het verleden, maar de band uit Parijs gooit ook lijntjes naar het heden uit.

De mooie en vaak wat atmosferische klanken op A Gospel of Some Sort voorzien het album van een hele bijzondere en vaak wat weemoedige sfeer. Die sfeer wordt versterkt door de zang die wat rustgevends maar ook wat melancholisch heeft. De combinatie van deze ingrediënten maakt van het nieuwe album van Syd Matters een bijzonder mooi en ook intrigerend album, dat zich door alles tussen Nick Drake en Radiohead laat beïnvloeden en uiteraard Syd Barrett niet vergeet. Het is een album waarbij het direct bij de eerste kennismaking heerlijk ontspannen en wegdromen is, maar A Gospel of Some Sort is ook een album waarvan je geen enkele noot of wending wilt missen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Shawn Colvin - A Few Small Repairs (1996) 4,0

6 september, 19:49 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shawn Colvin - A Few Small Repairs (1996) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Shawn Colvin - A Few Small Repairs (1996)
Shawn Colvin was in de tweede helft van de jaren 90 een van de vaandeldragers van de vrouwelijke popmuziek en leverde in 1996 met A Few Small Repairs haar meest succesvolle en wat mij betreft ook beste album af.

Er zijn albums uit de jaren 90 die ik nog met enige regelmaat beluister, maar er zijn voor mij ook flink wat vergeten albums uit het decennium. Ik had al zeker 25 jaar niet meer geluisterd naar A Few Small Repairs van Shawn Colvin, maar direct bij de hernieuwde kennismaking met het album merkte ik hoe dierbaar het album mij was en nog altijd is. Het is een album dat onderdeel uitmaakte van een golf albums van vrouwelijke muzikanten en van die albums vind ik A Few Small Repairs een van de beste. Shawn Colvin maakte meer mooie muziek, maar op A Few Small Repairs komt alles samen. Het is een breakup album vol geweldige songs en het zijn ook nog eens intieme en emotionele songs.

Voor mijn gevoel heb ik al heel lang een voorkeur voor vrouwenstemmen in de muziek, maar die voorkeur is er eigenlijk pas sinds de tweede helft van de jaren 90. Het is een periode waarin vrouwelijke muzikanten wat nadrukkelijker de aandacht opeisten en er ook in de media meer aandacht werd besteed aan de vrouwen in de popmuziek. Dat werd nog eens benadrukt tijdens het rondreizende festival Lilith Fair, waarop alleen vrouwelijke muzikanten optraden.

Een van de albums die ik destijds omarmde is A Few Small Repairs van de Amerikaanse muzikante Shawn Colvin. Toen ik het album deze week weer eens beluisterde bleek ik het nog zo ongeveer noot voor noot te kennen en begreep ik bovendien direct waarom ik in de tweede helft van de jaren 90 zo enthousiast was over het album.

Tegenwoordig duik ik na het beluisteren van een nieuw album ook altijd even in de rest van het oeuvre van een muzikant of band, maar dat was in de jaren 90 een stuk lastiger. Het gekke is dan ook dat ik buiten A Few Small Repairs eigenlijk niets van Shawn Colvin ken, al heb ik Whole New You uit 2001 volgens mij wel eens beluisterd.

A Few Small Repairs is het vierde en ook met afstand meest succesvolle album van Shawn Colvin, in ieder geval in commercieel opzicht. Het album bevat met Sunny Came Home een behoorlijk grote hit en leverde haar bovendien een Grammy-nominatie op. Die Grammy kreeg ze overigens niet voor A Few Small Repairs, maar wel voor de single Sunny Came Home en voor haar debuutalbum Steady On, dat een meer folk-georiënteerd geluid laat horen.

Na A Few Small Repairs maakte Shawn Colvin nog zeven albums, waaronder een album met Steve Earle (Colvin & Earle). Ik ben inmiddels wel in het oeuvre van de Amerikaanse muzikante gedoken en het is een oeuvre met veel moois, maar A Few Small Repairs springt er voor mij nog wel duidelijk uit.

Veel albums van Shawn Colvin leunen tegen de folk aan, maar op A Few Small Repairs verwerkt ze ook invloeden uit de pop en rock. Het album past hierdoor perfect in de tweede helft van de jaren 90 en sluit goed aan bij de muziek van alle andere vrouwelijke muzikanten die destijds succesvol waren in de muziek.

A Few Small Repairs is een zeer toegankelijk album met bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, maar het is ook een intens album. Shawn Colvin schreef de songs voor het album terwijl haar huwelijk op de klippen liep, wat een onvervalst breakup-album oplevert. Het is een album met zowel woede als verdriet, wat afwisselend stevigere en meer ingetogen songs oplevert.

\Producer John Leventhal heeft het album voorzien van een mooi vol geluid, waarna Bob Clearmountain zorgde voor een typische jaren 90 mix. A Few Small Repairs is niet ver verwijderd van de albums van bijvoorbeeld Sheryl Crow, maar ik hoor ook flarden van onder andere Patty Griffin, Sarah McLachlan en Suzanne Vega in de songs op A Few Small Repairs, terwijl Shawn Colvin gedurende haar carrière nooit een geheim heeft gemaakt van haar bewondering voor Joni Mitchell.

A Few Small Repairs was in 1996 en 1997 behoorlijk succesvol, maar het is verder een helaas wat vergeten album. Ook Shawn Colvin is wat in de vergetelheid geraakt, wat ook zeker is veroorzaakt door het feit dat ze niet altijd even productief was en er de afgelopen tien jaar niet veel meer van haar is vernomen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Jayhawks - Sanctuary Park (2026) 4,0

6 september, 11:30 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Jayhawks - Sanctuary Park - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Jayhawks - Sanctuary Park
Bij The Jayhawks denk ik nog altijd onmiddellijk aan de twee prachtalbums die de band in 1992 en 1995 maakte, maar sindsdien weet de band een behoorlijk hoog niveau vast te houden, zoals het ook weer te horen is op het nieuwe album Sanctuary Park.

Het is redelijk lang stil geweest rond The Jayhawks, maar de band rond Gary Louris viert dit jaar zijn veertigjarig bestaan met een tour en een nieuw album. De band zette ooit het nieuwe genre alt-country op de kaart, maar verwerkt inmiddels ook invloeden uit de 70’s countryrock en omliggende genres. De band kende na het vertrek van Mark Olson in 1995 mindere jaren, maar de meeste albums van de band uit Minneapolis zijn goed. Het geldt ook weer voor het vorige week verschenen Sanctuary Park, dat misschien net wat lichtvoetiger klinkt dan het beste werk van de band, maar ook absoluut het zo herkenbare Jayhawks-geluid laat horen. De band gaat inmiddels 40 jaar mee, maar steekt nog in een uitstekende vorm.

De Amerikaanse band The Jayhawks maakte met de albums Hollywood Town Hall uit 1992 en Tomorrow the Green Grass uit 1995 twee albums die moeten worden gerekend tot de kroonjuwelen van de alt-country. Het zijn albums die optimaal profiteren van de schrijverskunsten en de harmonieën van Gary Louris en Mark Olson, de twee voormannen van de band.

Mark Olson verliet de band vrij snel na de release van Tomorrow the Green Grass en dat was een serieuze aderlating, maar de band uit Minneapolis, Minnesota, bleef goede albums maken, waarvan met name Rainy Day Music uit 2003, Paging Mr. Proust uit 2016 en Back Roads and Abandoned Motels uit 2018 niet eens zo heel veel onder deden voor de twee beste albums van de band. De door George Drakoulias ook nog eens prachtig geproduceerde klassiekers uit de eerste helft van de jaren 90 bleven echter onovertroffen.

Dit jaar staat in het teken van het veertigjarig bestaan van The Jayhawks, ter ere waarvan de band later deze maand Paradiso aandoet, maar vorige week verscheen ook een nieuw album van de band. Sanctuary Park is de opvolger van het zes jaar oude XOXO, dat ik overigens een prima album vond.

Het nieuwe album van de band uit Minneapolis opent wat gezapig met “O O O”- en “Do Do Do Do Do”-refreintjes in de eerste twee tracks en in een week met heel veel releases schoof ik het album daarom aan de kant, overigens wel met het idee om het later nog eens te proberen. Sanctuary Park bereikte de afgelopen week de eerste plek in de EuroAmericana chart en wist na de valse start ook mij te overtuigen.

Het is een album dat goed aansluit op nagenoeg alle andere albums die de band sinds het vertrek van Mark Olson heeft gemaakt. De pure magie van Hollywood Town Hall en Tomorrow the Green Grass ontbreekt misschien, maar de band heeft het vertrek van Mark Olson uitstekend opgevangen en tekent nog altijd voor fraaie harmonieën in prima songs.

Ook Sanctuary Park verdient het etiket “alt-country”, maar de band verwerkt ook andere invloeden, waaronder invloeden uit de 70s countryrock en flarden van The Beatles, die ook op het nieuwe album weer opduiken. Het nieuwe album van The Jayhawks werd geproduceerd door de legendarische producer Bob Ezrin, die onder andere Berlin van Lou Reed en The Wall van Pink Floyd produceerde en met wie de band eerder werkte op het album Smile.

Het is een producer die wel raad weet met een tijdloos geluid en dat is te horen op Sanctuary Park, dat ook uit de jaren 70 had kunnen stammen. Het klinkt wat lichtvoetiger dan het meer alt-country getinte werk van de band, maar naarmate het album vordert wordt Sanctuary Park steeds beter. De bezetting met Gary Louris, Marc Perlman, Tim O'Reagan en Karen Grotberg gaat inmiddels behoorlijk lang mee en dat hoor je op het nieuwe album dat hecht en geïnspireerd klinkt.

Ik mis af en toe de scherpe kantjes, maar het luistert allemaal wel bijzonder lekker weg en het is vakkundig en hoorbaar met veel plezier gemaakt, wat doet uitzien naar de aankomende tour van de band. Sanctuary Park is zo een typisch Jayhawks-album, dat niet onderdoet voor alles dat de band na 1995 heeft gemaakt. Ik liet me even op het verkeerde been zetten door de refreintjes in de eerste songs, maar inmiddels kan ik zeker genieten van het zoveelste album van The Jayhawks. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sofie Royer - Harlequin (2022) 4,5

5 september, 11:36 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Sofie - Cult Survivor (2020) 5,0

5 september, 11:36 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Sofie Royer - Before/After (2026) 4,0

5 september, 11:35 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sofie Royer - before/after - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sofie Royer - before/after
Het deze week verschenen before/after is alweer het vierde album van de Oostenrijkse muzikante Sofie Royer die inmiddels vol gaat voor de pop, al hoor ik ook nog flarden van haar in alle opzichten briljante debuutalbum.

Als ik mijn jaarlijstje over 2020 bekijk begrijp ik er helemaal niets van dat Cult Survivor van Sofie ontbreekt. Ik vind het achteraf bezien echt een van de mooiste albums van het jaar, al is het ook een album dat de beklemmende sfeer van de coronapandemie perfect vangt. Geen van de albums van de Oostenrijkse muzikante haalde mijn jaarlijstje, maar ik heb Sofie Royer wel degelijk hoog zitten. Ook op haar nieuwe album before/after maakt ze op het eerste gehoor weer popmuziek waarop wel wat aan te merken valt, maar de popsongs van Sofie Royer hebben een dubbele bodem. Ook before/after is weer niet zo indrukwekkend als het weergaloze Cult Survivor, maar laat wel weer vakwerk van een eigenzinnige muzikante horen.

Cult Survivor, het debuutalbum van de Oostenrijkse muzikante Sofie Royer, is voor mij nog altijd de soundtrack van de coronapandemie of in ieder geval de soundtrack van de eerste zomer van de pandemie. Het onder de naam Sofie uitgebrachte album gaat niet over de periode waarin een virus het openbare leven lam legde, maar werd wel gemaakt in een zelfverkozen isolement, waardoor het album de beklemmende sfeer van de zomer van 2020 perfect vangt.

Sofie Royer is een klassiek geschoolde violiste en was voor 2020 bovendien een succesvolle DJ, maar op Cult Survivor regeerde de eenvoud en de imperfectie. Nog altijd als ik een eenvoudige, rammelende maar ook perfecte song als Asleep hoor ben ik direct weer in de zomer van 2020 beland, maar Cult Survivor van Sofie is desondanks een album dat me enorm dierbaar is.

Na Cult Survivor maakte Sofie nog twee albums onder de naam Sofie Royer en ook Harlequin uit 2022, dat verscheen toen de coronapandemie langzaam maar zeker was uitgedoofd, en het in 2024 uitgebrachte Young-Girl Forever vind ik geweldige albums. De Oostenrijkse muzikante houdt kennelijk wel van regelmaat, want twee jaar na het weergaloze popalbum Young-Girl Forever is er weer een nieuw album van haar hand verschenen.

Op haar vorige album koos Sofie Royer voor een wat minder donker en ook wat voller geluid en ging ze vol voor de pop. Het pakte wat mij betreft prachtig uit, al heb ik een voorkeur voor de donkere en sobere songs van Cult Survivor. Op het deze week verschenen before/after trekt de Oostenrijkse muzikante de lijn van haar vorige album door, al hoor ik net wat meer raakvlakken met de eerste twee albums.

Ik vind het best lastig om te beschrijven wat ik zo goed vind aan de muziek van Sofie Royer. Ik ga niet beweren dat ze een geweldige zangeres is, want dat is ze niet. Ook op before/after zit de zang er met grote regelmaat naast, maar op een of andere manier vind ik de stem van Sofie Royer prachtig. Ook in muzikaal opzicht is before/after geen opzienbarend album, al zitten de songs van de Oostenrijkse muzikante stiekem knap in elkaar.

De muziek op de albums van Sofie Royer is wel bijzonder, want ook haar nieuwe album klinkt weer anders dan andere popalbums van het moment. Het wat weemoedige geluid van Cult Survivor is grotendeels verdwenen, want net als Young-Girl Forever klinkt ook before/after wat opgewekter, al hangt er ook altijd een donkere sluier boven de muziek van de muzikante uit Wenen.

Ook before/after flirt weer wat met de dansvloer en is een 100% popalbum, maar ook als Sofie Royer vol gaat voor de pop houdt haar muziek een indie vibe en is er van alles te ontdekken in haar songs die misschien eenvoudig klinken, maar dat zeker niet zijn. Pas wanneer je het album meerdere keren hebt gehoord wordt duidelijk hoe interessant en hoe knap het is.

Ik vind before/after het mooist wanneer het album me herinnert aan Cult Survivor en dat gebeurt ondanks het duidelijk andere geluid best vaak. Ook na eerste beluistering van before/after greep ik weer direct naar het debuutalbum van Sofie Royer en had het album me weer direct in een wurggreep, maar ik keer toch ook steeds terug naar before/after, dat inmiddels ook van alles met me doet. Ik kan misschien niet goed beschrijven wat zo goed is aan de muziek van Sofie Royer, maar op een of andere manier klopt voor mij alles. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Alicia Blue - Country Desire (2026) 4,0

4 september, 21:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alicia Blue - Country Desire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alicia Blue - Country Desire
Liefhebbers van wat traditioneel aandoende countrymuziek vinden veel van hun gading op het deze week verschenen debuutalbum van Alicia Blue, die de tijd heeft genomen voor haar eerste album, en dat hoor je.

Na een aantal uitstekende singles werd al een tijdje uitgekeken naar het debuutalbum van Alicia Blue en dat album is nu eindelijk verschenen. De Amerikaanse muzikante werkte twee jaar geleden nog samen met Lucinda Williams en heeft zich nu verzekerd van de diensten van producer Shooter Jennings. Het levert een mooi klinkend album op, dat hoorbaar is geïnspireerd door countrymuziek uit het verleden. De songs op Country Desire zijn prima, de muziek is mooi, de productie uitstekend, maar Alicia Blue trekt zelf de meeste aandacht met haar stem, die is gemaakt voor de countrymuziek die ze maakt op haar debuutalbum. Het is dringen in het genre, maar dit album zou ik niet laten liggen.

De Amerikaanse muzikante Alicia Blue brengt deze week haar debuutalbum uit, maar is zeker geen nieuwkomer. Ze maakt inmiddels al zo’n 15 jaar muziek en bracht een aantal succesvolle singles uit, waaronder de single Tennessee uit 2024, waarop ze samenwerkt met Lucinda Williams en John Paul White (The Civil Wars).

De muzikante die Los Angeles een aantal jaren geleden heeft verruild voor Nashville, Tennessee, heeft een lange aanloop genomen, maar vorige week verscheen dan eindelijk haar debuutalbum Country Desire. Het is een album dat goed laat horen dat Alicia Blue geen groentje meer is, want haar debuutalbum klinkt als een album van een gelouterde muzikante.

Country Desire krijgt het etiket “country” opgeplakt en daar valt helemaal niets of af te dingen. Alicia Blue maakt pure countrymuziek en moet niets hebben van de momenteel in Nashville razend populaire countrypop. Het is countrymuziek met een hang naar het verleden en dan met name naar de grote countryzangeressen uit de jaren 70. De ons vorige week ontvallen Dolly Parton moet zeker worden genoemd als inspiratiebron, maar denk ook absoluut aan Loretta Lynn en zo kan ik nog wel wat namen van grootheden uit het verleden noemen.

De associaties met countryzangeressen uit de jaren 70 zijn grotendeels het resultaat van de stem van Alicia Blue. De muzikante uit Nashville beschikt over een wat ruwe stem en het is een stem met een aangename snik. Alicia Blue zingt ook nog eens vol overgave en met veel emotie, waardoor haar songs makkelijk binnenkomen.

Ik hou niet altijd van een klassieke countrystem zoals die van Alicia Blue, maar ik vind de zang op Country Desire echt prachtig. De Amerikaanse muzikante kan de kracht in haar stem mooi doseren en raakt hier en daar aan de geweldige Sierra Ferrell, misschien wel de beste countryzangeres van het moment.

De muziek op het album is al even aansprekend. Country Desire heeft een authentiek klinkend countrygeluid met een hoofdrol voor snareninstrumenten, maar het album beperkt zich niet tot pure country. In een aantal songs klinken de gitaren net wat steviger en voegt Alicia Blue een snufje rock toe aan haar geluid, terwijl een aantal andere songs juist invloeden uit de bluegrass verwerken.

Ik hou wel van moderne countrypop en vaak prefereer ik dit genre boven de traditionele countrymuziek, maar zo af en toe maak ik een uitzondering en dat doe ik ook voor Country Desire van Alicia Blue. Het is de verdienste van haar geweldige stem, van al het gevoel dat ze in haar songs stopt en van het authentieke maar ook veelzijdig klinkende geluid op het album, maar ook de productie van het album valt in positieve zin op.

Voor deze productie werkte Alicia Blue samen met Shooter Jennings en dat is een verstandige keuze. De Amerikaanse producer en muzikant eert nog altijd de muziek die zijn vader Waylon Jennings maakte en voegt een nostalgisch tintje toe aan zijn producties. Het past uitstekend bij de stem van Alicia Blue en bij haar songs, die ook wat nostalgisch aandoen.

Misschien zal niet iedereen gecharmeerd zijn van de zang van Alicia Blue en van het wat traditionele geluid, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en countrymuziek in het bijzonder en die niet al te veel op hebben met pop, krijgen met Country Desire van Alicia Blue een uitstekend album in handen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tiny Habits - Keepers (2026) 4,0

4 september, 17:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tiny Habits - Keepers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tiny Habits - Keepers
Het debuutalbum van het Amerikaanse drietal Tiny Habits deed hier helaas niet veel en het zal waarschijnlijk niet anders gaan voor het nieuwe album Keepers, maar er zijn niet veel albums met even mooie zang als op dit album.

Het is jammer dat de openingstrack van het nieuwe album van Tiny Habits waarschijnlijk veel luisteraars op het verkeerde been zal zetten, want van disco moet je houden. Keepers bevat meer invloeden uit met name de soul en R&B dan het debuutalbum van Tiny Habits, maar de verschillen zijn niet zo groot als de openingstrack suggereert. Luister vooral verder, want ook op Keepers staan Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae garant voor wonderschone zang en nog mooiere harmonieën. Zeker als de drie hun stemmen combineren staat het kippenvel direct op je armen. Het debuutalbum van Tiny Habits beviel me in muzikaal opzicht net wat beter, maar ook Keepers is een uitstekend album.

Ruim twee jaar geleden verscheen All For Something, het debuutalbum van de Amerikaanse band Tiny Habits. Het uit twee vrouwen en een man bestaande trio uit Boston, Massachusetts, streelde met haar eerste album op bijzonder aangename wijze het oor. Dat was vooral de verdienste van de stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae, die alle drie indruk maakten met hun zang, maar naar grote hoogten stegen wanneer ze hun stemmen combineerden in wonderschone harmonieën.

All For Something bevatte vooral songs met invloeden uit de folkpop, folkrock en indiefolk, waardoor het debuutalbum van Tiny Habits af en toe niet eens zo ver was verwijderd van het debuutalbum van boygenius, ook een album dat betoverde met harmonieën van een bijzondere schoonheid.

Niet zo gek dus dat ik twee weken geleden enthousiast opveerde toen ik een nieuw album van Tiny Habits vond tussen de nieuwe albums. Keepers viel me in eerste instantie echter enorm tegen. Dat had niets te maken met de stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae, want die zijn ook op Keepers weer prachtig en hetzelfde geldt voor de harmonieën, waarmee nog altijd driftig wordt gestrooid. In muzikaal opzicht laat het tweede album van Tiny Habits echter een flinke koerswijziging horen.

Keepers opent met onvervalste disco en ook invloeden uit de R&B spelen een voorname rol op het album. Ik bleef luisteren naar Keepers omdat het Amerikaanse drietal de folk van het debuutalbum gelukkig niet helemaal vergeten is. De folky songs op het album passen nog altijd perfect in mijn muzikale straatje en het zijn ook dit keer songs van hoge kwaliteit.

De stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae zijn alleen maar mooier geworden en hun harmonieën nog wat smaakvoller en trefzekerder. De zang op Keepers hield me aan de speakers gekluisterd, waarna ik de koerswijziging op het album langzaam maar zeker meer ben gaan waarderen.

De folky songs op het album zijn absoluut mijn favoriete songs op het album, maar ook de songs met een R&B- of soulinjectie bevallen me steeds beter, terwijl disco na de openingstrack niet meer opduikt. De stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae lenen zich ook uitstekend voor deze genres en geven Keepers wel een wat meer eigen smoel dan het debuutalbum.

Dat debuutalbum vind ik achteraf bezien een van de beste albums van de afgelopen jaren. Zo goed vind ik Keepers nog niet, maar het is inmiddels wel een album waar ik met heel veel plezier naar luister. Dat ligt vooral aan de stemmen van de drie, maar Keepers is ook in muzikaal en compositorisch opzicht een knap album.

Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae hebben alle drie de opleiding van het prestigieuze Berklee College of Music doorlopen en dat hoor je in de fraaie klanken en de sterke songs. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan het debuutalbum van Wilson Phillips dat aan het begin van de jaren 90 een van mijn ‘guilty pleasures’ was, maar ook gewoon een heel goed album met zang om van te watertanden.

Die zang hoor je ook op Keepers van Tiny Habits, dat me ondanks de muzikale koerswijziging toch steeds dierbaarder wordt. Het album sneeuwde helaas onder in het releasegeweld van de afgelopen weken, maar staat echt garant voor kippenvel, zeker in de folky songs. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

LAKSHMI - Here, I Am Alone with You (2026) 4,5

3 september, 18:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: LAKSHMI - Here, I Am Alone With You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: LAKSHMI - Here, I Am Alone With You
Ik ken de muziek van LAKSHMI nog niet heel lang, maar met het deze week verschenen album Here, I Am Alone With You maakt de Nederlandse muzikante een verpletterende indruk met een eigenzinnig en wonderschoon geluid.

Direct bij eerste beluistering van Here, I Am Alone With You, het deze week verschenen album van LAKSHMI, intrigeert de Nederlandse muzikante met haar songs, haar muziek en haar stem. LAKSHMI maakte een kleine tien jaar geleden al twee prima albums, maar Here, I Am Alone With You is van een andere orde. De Nederlandse muzikante heeft een toegankelijk maar ook avontuurlijk popalbum gemaakt en het is een album dat op alle mogelijke manieren verrast. De productie van het album is van een bijzondere schoonheid en dat geldt ook voor het uit meerdere lagen bestaande geluid en voor de prachtige zang. Here, I Am Alone With You verleidt direct meedogenloos, maar vervolgens is er nog van alles te ontdekken op dit geweldige album.

De Nederlandse muzikante LAKSHMI bracht in 2017 en 2018 met LAKSHMI en Siren twee albums uit. Op basis van deze albums werd ze hier en daar uitgeroepen tot een van de grote beloften van de Nederlandse popmuziek en trad ze toe tot het legioen BN’ers, wat haar onder andere een plekje in het tv-programma Wie is de Mol? opleverde. Nu ken ik de meeste BN’ers (gelukkig) niet en ook LAKSHMI kwam bij mij pas recent op de radar.

Ik hoor absoluut de belofte op haar eerste twee albums, maar op het deze week verschenen album Here, I Am Alone With You is de Nederlandse muzikante de belofte heel ver voorbij. Er zijn dit jaar al veel geweldige popalbums verschenen, maar het nieuwe album van LAKSHMI hoort wat mij betreft thuis in het rijtje memorabele popalbums van 2026.

Er zijn weliswaar acht jaren verstreken sinds haar vorige album, maar de groei die is te horen op Here, I Am Alone With You is bijzonder indrukwekkend. Het eerste dat opvalt bij beluistering van het album is de zang. LAKSHMI zingt op haar nieuwe album vooral zacht en op het eerste gehoor misschien wat meisjesachtig, maar ik vind de zang alleen maar mooier worden naarmate ik het album vaker beluister.

De stem van LAKSHMI laat naarmate je het album vaker hoort steeds meer diepgang horen en inmiddels vind ik de zang op Here, I Am Alone With You echt bedwelmend mooi. De stem van LAKSHMI is opvallend zuiver, maar ik hoor ook steeds meer gevoel in de zang, waardoor haar songs zich steeds makkelijker opdringen.

De zang zorgt voor een bijzondere sfeer en die wordt versterkt door de muziek op het album. Here, I Am Alone With You is voorzien van sfeervolle en vaak wat lome en dromerige klanken. Het zijn klanken waarin organische instrumenten en elektronica op fraaie wijze worden gecombineerd en zorgen voor een geluid dat makkelijk overtuigt, maar dat wat mij betreft ook continu spannend en verrassend is.

Het is bovendien een veelkleurig geluid dat varieert van de wat zwoele ballads waar Lana Del Rey het patent op heeft tot de uptempo popsongs zoals de grote popzangeressen van het moment die maken. Door de grote veelzijdigheid houdt Here, I Am Alone With You de aandacht makkelijk bijna drie kwartier vast en in die drie kwartier maakt LAKSHMI steeds meer indruk.

In muzikaal en vocaal opzicht is het allemaal bijzonder indrukwekkend, maar ook de productie van het album, die volgens niet geverifieerde informatie op het internet van de hand van LAKSHMI zelf is, is indrukwekkend mooi. Here, I Am Alone With You is voorzien van een beeldend en ruimtelijk geluid dat de fantasie eindeloos prikkelt. Het is een vaak wat donker geluid, waardoor LAKSHMI makkelijk in het hokje pop-noir wordt geduwd, maar het album staat ook vol met betoverend mooie klanken, die de zon ook laten schijnen.

Met een mooi geproduceerd geluid en bijzonder mooie zang heeft Here, I Am Alone With You al veel te bieden, maar ook als songwriter heeft de Nederlandse muzikante een reuzensprong gemaakt. LAKSHMI heeft songs geschreven die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs vol subtiele bijzondere wendingen en songs die steeds weer net wat andere invloeden verwerken.

Ik heb dit jaar zo mijn favorieten wanneer het gaat om popalbums en die komen vrijwel allemaal van de grote popsterren van het moment of van popzangeressen die internationaal worden gezien als de beloften voor de toekomst. Hiermee vergeleken is de status van LAKSHMI nog bescheiden, maar haar album kan absoluut mee met de allerbeste popalbums van het moment. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Dogwood Tales - Every Star in Rockingham County (2026) 4,5

2 september, 15:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dogwood Tales - Every Star in Rockingham County - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dogwood Tales - Every Star in Rockingham County
De Amerikaanse band Dogwood Tales heeft met Every Star in Rockingham County een geweldige gitaarplaat gemaakt die continu schakelt tussen indierock en rootsmuziek en in beide genres overtuigt.

Dogwood Tales leverde eerder dit jaar nog een album af met een andere Amerikaanse band, maar staat met het deze week verschenen album Every Star in Rockingham County weer op eigen benen. Het is het derde album van de band uit Virginia en het is wat mij betreft een indrukwekkend album. Dogwood Tales kan op haar nieuwe album uit de voeten met lekker stevige gitaarmuziek, maar maakt ook geen geheim van haar liefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Het levert een album af dat makkelijk vermaakt, maar dat ook beter en interessanter wordt naarmate je er vaker naar luistert. Voor mij een van de grootste verrassingen van deze week.

Ik had voor deze week een aantal op voorhand interessante gitaaralbums op mijn lijstje staan voor een plekje op De Krenten uit de Pop, maar ze haalden het uiteindelijk allemaal niet. Het gitaaralbum dat me het meest wist te overtuigen kwam immers van een mij tot voor kort onbekende band.

Dat dacht ik althans, want in de eerste maand van 2026 besprak ik het album Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales. Het album kan ik me nog wel herinneren, maar de namen van de bands was ik alweer vergeten. Dogwood Tales heeft deze week met Every Star in Rockingham County echter een prima gitaarplaat gemaakt en troefde wat mij betreft een aantal gerenommeerde bands en muzikanten af. Het is overigens al het derde album van de band uit Harrisonburg, Virginia, het album met Euphoria Again niet meegerekend.

Dogwood Tales opent haar nieuwe album prachtig met de track Soundcheck Infinity, die begint met gruizige gitaren en vervormde zang en halverwege ook nog eens een fraaie tempowisseling in petto heeft. Met de openingstrack van Every Star in Rockingham County gaf Dogwood Tales wat mij betreft de andere gitaaralbums van deze week het nakijken, maar dat doet de band uit Virginia met een track die niet helemaal representatief is voor het album.

Er staan meer tracks op het album die het stevige gitaarwerk niet schuwen, maar Dogwood Tales kiest vooral voor toegankelijke songs en voegt ook flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek toe aan deze songs. Het zijn die songs die me het makkelijkst wisten te overtuigen bij mijn eerste beluistering van het album, want Every Star in Rockingham County klonk wat mij betreft direct memorabel en dat geldt zowel voor de stevigere als voor de wat meer ingetogen songs op het album.

Het zijn songs die niet direct opvallen door de zang, al is die op zich prima. Het meest onderscheidend in de zang vind ik de af en toe ingezette harmonieën, maar ook op de leadzang heb ik niets aan te merken. Ik vind Every Star in Rockingham County in muzikaal opzicht wel interessanter dan in vocaal opzicht. Het stevigere gitaarwerk klinkt geweldig, maar ook als de band meer ingehouden of wat dromerig speelt zijn de gitaarakkoorden mooi en trefzeker. En als dan ook nog eens een pedal steel opduikt is het geluk compleet.

Met Every Star in Rockingham County heeft Dogwood Tales een album gemaakt waarop indierock en Amerikaanse rootsmuziek prachtig in evenwicht zijn. Dat is een evenwicht dat op het moment vaak wordt gezocht, maar de muziek van de band uit Harrisonburg is wat mij betreft voldoende onderscheidend. Het is muziek die ook bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de smaak zal vallen, zeker als op Every Star in Rockingham County gas wordt teruggenomen.

Wat mij betreft won Dogwood Tales het deze week dan ook niet alleen van de andere gitaaralbums die zijn verschenen, maar ook van de rootsalbums en alt-country albums van deze week en ook die kwamen van gerenommeerde bands. Wat Dogwood Tales eerder dit jaar liet horen op het album dat werd gemaakt met Euphoria Again was prima, maar op Every Star in Rockingham County stijgt de band boven zichzelf uit. Het album krijgt schandalig weinig aandacht, maar is wat mij betreft het beste gitaaralbum en het beste rootsalbum van deze week. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Le Ren - Don't Be Funny Without Me (2026) 4,5

1 september, 18:03 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Le Ren - Don't Be Funny Without Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Le Ren - Don't Be Funny Without Me
Het debuutalbum van de Canadese muzikante Le Ren kreeg in 2021 uitstekende recensies, maar werd niet heel breed opgepikt en snel weer vergeten, wat hopelijk niet het lot is van het deze week verschenen, en nog betere, Don’t Be Funny Without Me.

Er zijn veel folkzangeressen die ingetogen folksongs combineren met een mooie stem, maar ik vond het debuutalbum van Le Ren indrukwekkender dan de meeste andere albums in het genre. Ook met haar nieuwe album Don’t Be Funny Without Me maakt het alter ego van de uit Montreal afkomstige muzikante Lauren Spear weer makkelijk indruk. Het is een album met ingetogen maar ook bijzonder mooi ingekleurde songs en dan is er ook nog de prachtige stem van de Canadese muzikante, die haar songs voorziet van veel gevoel en doorleving. Iedereen die het debuut van Le Ren kent, weet genoeg en anders zijn er twee prachtalbums om te ontdekken.

Bijna vijf jaar geleden besprak ik het album Leftovers van Le Ren. Het is het debuutalbum van de Canadese muzikante Lauren Spear en Leftovers is zeker geen verzameling restjes. Op haar debuutalbum laat de muzikante uit Montreal vooral uiterst ingetogen en meestal sober ingekleurde songs horen.

Het zijn folky songs die herinneren aan de Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70 en het zijn songs die worden gedragen door de doorleefde stem van de Canadese muzikante. Ik noemde in 2021 folkies uit een ver verleden als Karen Dalton, Judee Sill, Linda Perhacs en Joni Mitchell als vergelijkingsmateriaal, maar het debuutalbum van Le Ren doet ook wel wat denken aan folkies van recentere datum als Jessica Pratt en Haley Heynderickx.

Leftovers is een echt koptelefoonalbum, want bij beluistering met de koptelefoon hoor je pas goed hoe smaakvol en verrassend rijk het sobere geluid op het album is en komt ook de schoonheid van de stem van Lauren Spear nog wat duidelijker naar voren. Ondanks mijn lovende woorden van bijna vijf jaar geleden heb ik niet vaak meer naar het debuutalbum van Le Ren geluisterd, maar toen ik er een paar dagen geleden weer eens naar luisterde was ik direct weer onder de indruk van de schoonheid en intimiteit van het album.

Ik schreef het nieuwe album van de Canadese muzikante daarom direct op voor een plekje op De Krenten uit de Pop en dat bleek een terechte keuze. Le Ren keert deze week terug met haar tweede album en ook Don’t Be Funny Without Me is weer een album om te koesteren.

In de openingstrack A Song Can Love You Back gaat Lauren Spear verder waar Leftovers bijna vijf jaar geleden ophield. Het is een uiterst sober ingekleurde track waarin alles draait om de stem van de muzikante uit Montreal. Die stem klinkt nog wat mooier en doorleefder dan op het debuutalbum van Le Ren, waardoor ik na de openingstrack al overtuigd was van de kwaliteit van het nieuwe album.

Don’t Be Funny Without Me is, net als Leftovers, een album met vooral ingetogen songs, maar veel songs zijn voorzien van net tot flink wat vollere klanken dan op het debuutalbum. Ook bij beluistering van het tweede album van Le Ren valt op hoe smaakvol het album is ingekleurd en hoe mooi de ook nog eens verrassend veelzijdige klanken aansluiten bij de prachtige stem van Lauren Spear.

Leftovers was fraai geproduceerd door Chris Cohen en ook de productie van Don’t Be Funny Without Me is bijzonder mooi. Voor deze productie tekenen Lauren Spear en twee muzikanten die een prominente rol spelen op het album en ze hebben wat mij betreft fraai werk geleverd. In de instrumentatie valt naast het prachtige gitaarwerk vooral de prominente rol voor de viool op, maar het is ook dit keer de stem van Lauren Spear die de meeste indruk maakt.

De Canadese muzikante heeft voor haar tweede album flink wat achtergrondzangeressen naar de studio gehaald en die versterken haar stem steeds op mooie en zeer trefzekere wijze. Vergeleken met het debuutalbum klinkt het tweede album van Le Ren wat voller, maar de nieuwe songs klinken ook veelzijdiger en variëren van uiterst ingetogen folksongs tot songs die zich langzaam bewegen richting rock. Ook Don’t Be Funny Without Me is weer een album dat tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert en het album je betovert met fraaie klanken en de wonderschone zang. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer