Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026
Cinder Well - A Blooming Body (2026) 4,5
vandaag om 15:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cinder Well - A Blooming Body - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cinder Well - A Blooming Body
Cinder Well staat ook op A Blooming Body weer garant voor behoorlijk sober en donker klinkende folksongs, maar het zijn wederom folksongs vol bijzondere details en bijzonder mooie en indringende zang
Ik ken de muziek van Cinder Well inmiddels al een jaar of tien, maar ik was pas drie jaar geleden echt onder de indruk van de muziek van Amelia Baker. Cadence is nog altijd een prachtig album, maar het deze week verschenen A Blooming Body vind ik nog wat mooier. Het is wederom een sober maar zeer smaakvol ingekleurd album en ook dit keer is het een album met een wat donkere sfeer. Het is op hetzelfde moment ook een wonderschoon album en dat is ook zeker de verdienste van de bijzonder mooie stem van Amelia Baker, die zich ook dit keer weet te onderscheiden met zang die van alles met je doet. Het zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar als dit album je raakt, raakt het je ook stevig.
Het deze week verschenen A Blooming Body is alweer het vijfde album van Cinder Well. Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Amelia Baker maakt inmiddels al meer dan tien jaar uitstekende albums, maar ik was vooral onder de indruk van haar vorige album, het in 2023 uitgebrachte Cadence.
Op dit album sloeg Cinder Well op fraaie en bijzondere wijze een brug tussen Amerikaanse en Ierse folk. Het sober maar ook spannend ingekleurde album moest bij mij even indalen, maar vervolgens kon ik geen genoeg krijgen van de bezwerende songs op het album. Dat was voor een belangrijk deel de verdienste van de zang van Amelia Baker, die op Cadence betoverde met haar stem.
Ik heb het album deze week weer eens beluisterd en was direct weer onder de indruk van de bijzondere klanken, de intieme songs en de geweldige vocalen op het album. Alle reden dus om met hoge verwachtingen te beginnen aan het nieuwe album van Cinder Well en ook A Blooming Body is weer een prachtig album.
Ook het vijfde album van de muzikante uit Los Angeles is weer behoorlijk sober ingekleurd. Toch komen er behoorlijk wat instrumenten voorbij op het album, waarvan Amelia Baker er zelf een handvol bespeelt. A Blooming Body klinkt het grootste deel van de tijd misschien behoorlijk sober, maar er is absoluut aandacht besteed aan de arrangementen, die zeker bij beluistering met de koptelefoon oorstrelend mooi zijn.
Net als het vorige album van Cinder Well is ook A Blooming Body weer een stemmig, melancholisch of zelfs donker klinkend album, zeker als de viool een voorname rol speelt in de instrumentatie, wat vaak het geval is. Ondanks de relatief sobere klanken weet Cinder Well een hele bijzondere sfeer te creëren met de muziek op het album en het is een sfeer die zich vrijwel onmiddellijk opdringt.
Het relatief lage tempo van de songs versterkt de bezwerende uitwerking die het album heeft en het effect dat A Blooming Body heeft wordt sterker naarmate je het album vaker beluistert. De muziek op het nieuwe album van Cinder Well is echt prachtig, maar ook dit keer ben ik het meest onder de indruk van de stem van Amelia Baker. Het is een karakteristieke stem die af en toe doet denken aan die van Natalie Merchant en het is net als de stem van deze Amerikaanse grootheid een stem met veel gevoel.
Amelia Baker werd ooit verliefd op Ierland en op Ierse muziek en dat is ook weer te horen op haar nieuwe album, al vind ik de Ierse invloeden dit keer subtiel. Ik zou A Blooming Body zelf omschrijven als folk-noir, maar het label folk volstaat wat mij betreft ook. Net als de vorige albums van Cinder Well is ook A Blooming Body weer een sober en intiem album, maar waar ik drie jaar geleden nog erg moest wennen aan Cadence, maakte het vijfde album van de Amerikaanse muzikante direct een onuitwisbare indruk.
A Blooming Body past misschien niet heel goed in het seizoen, want dit is een album voor de donkere en koude seizoenen van het jaar, maar ook in de relatieve koelte van het moment komt het album uitstekend tot zijn recht. Liefhebbers van uiterst ingetogen folkalbums vol emotie vallen waarschijnlijk als een blok voor het nieuwe album van Cinder Well, maar ook liefhebbers van andere genres zouden zomaar kunnen vallen voor de charmes van dit mooie en fascinerende album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lily Meola - Lucky to Be (2026) 4,0
gisteren om 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lily Meola - Lucky to Be - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lily Meola - Lucky to Be
Ook midden in de zomer verschijnen er nog flink wat countryalbums, waaronder deze week het debuutalbum van Lily Meola, dat echt alles heeft wat een mooi en interessant countryalbum moet hebben
Liefhebbers van countrymuziek uit de jaren 70 gaan vast als een blok vallen voor het debuutalbum van de op Hawaii opgegroeide muzikante Lily Meola. Dat betekent niet dat Lucky to Be een standaard jaren 70 countryalbum is, want dat is het zeker niet. De muziek van Lily Meola kan af en toe behoorlijk eigentijds klinken, maar ze sleept er net zo makkelijk lastig te plaatsen invloeden bij en experimenteert met bijzondere klanken. Als deze klanken genoegen nemen met een plekje op de achtergrond is de stem van Lily Meola echt betoverend mooi en dat geldt ook voor de songs op het album, die steeds subtiel van kleur verschieten. Met een beetje geluk wordt Lily Meola een hele grote.
Bij Hawaii denk ik niet direct aan countrymuziek, maar het is wel de plek waar de wieg van Lily Meola stond. De Amerikaanse muzikante, die opgroeide op het eiland Maui, heeft deze week haar debuutalbum Lucky to Be uitgebracht en dat is toch echt een onvervalst countryalbum.
Maui is overigens ook het eiland waarop levende legende Willie Nelson al decennia een huis heeft. Willie Nelson nam Lily Meola dan ook onder zijn hoede en wist haar te overtuigen het muzikale geluk in Nashville, Tennessee, te zoeken. Ook Jackson Browne schijnt zich ontfermd te hebben over Lily Meola, waardoor ze niet te klagen heeft over beroemde vrienden.
Op haar deze week verschenen debuutalbum komen ook de zonen van Willie Nelson en Jamey Johnson nog voorbij, maar Lily Meola doet het meeste op eigen kracht. Lucky to Be werd mij aangeprezen als een countrypop album, maar ik zou het zelf eerder een countryalbum noemen.
Het is geen doorsnee countryalbum, want het album heeft een bijzonder geluid, al vind ik het lastig om te omschrijven wat het eerste album van Lily Meola nu precies zo bijzonder maakt. Het zit hem in eerste instantie in de muziek op het album. Het is muziek die zich meer heeft laten inspireren door invloeden uit het verleden dan door invloeden uit het heden, waardoor ik het in iedere geval geen countrypop album vind.
Veel songs op het album doen wat nostalgisch aan, maar het zijn niet alleen invloeden uit de countrymuziek die Lily Meola verwerkt. Ik ben zeker geen kenner van Hawaïaanse muziek, maar een song als Tumbleweeds and Chewing Gum, een duet met Willie Nelson, lijkt toch beïnvloed door de plek waar Lily Meola opgroeide en Willie Nelson al zo lang met veel plezier verblijft.
Ook de countrymuziek die decennia geleden en met name in de jaren 70 in Nashville werd gemaakt heeft echter flinke invloed gehad op een aantal songs op Lucky to Be. Ik heb helaas weinig informatie over het album, maar weet dat het is geproduceerd door Nick Lobel. Die heeft vooral een stevige reputatie als studiotechnicus, maar ook het produceren van een album kun je hem wel toevertrouwen.
Hij heeft er in ieder geval voor gezorgd dat Lucky to Be van Lily Meola anders klinkt dan de meeste andere country(pop)albums die momenteel worden gemaakt in Nashville, al is het maar door voor de countrymuziek atypische instrumenten als de mellotron en de theremin in te zetten, al is uiteraard ook de pedal steel van de partij. Het zijn steeds kleine dingen die ervoor zorgen dat het debuutalbum van Lily Meola subtiel of minder subtiel anders klinkt dan countryalbums uit het verleden en het heden, maar deze kleine dingen hebben soms een groot effect.
Ondertussen doet de Amerikaanse muzikante ook gewoon alles goed. Haar muziek klinkt bijzonder maar ook warm en hetzelfde geldt voor haar stem, die na enige gewenning alleen maar meer indruk maakt. Het is een stem die alles heeft wat een stem binnen de countrymuziek moet hebben en die zomaar kan uitgroeien tot een van de betere stemmen in het genre.
Ik wist in eerste instantie misschien niet zo goed wat ik aan moest met Lucky to Be van Lily Meola, maar inmiddels vind ik het een fantastisch countryalbum. De op Hawaii opgegroeide muzikante gaat het in de Verenigde Staten wel redden, maar ik hoop dat Lily Meola ook in Nederland op de sympathie van liefhebbers van countrymuziek mag rekenen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Luluc - Sweet Thief (2026) 4,0
afgelopen maandag om 16:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Luluc - Sweet Thief - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Luluc - Sweet Thief
Sweet Thief is alweer het zesde album van het Australische duo Luluc en het is net als de vorige vijf albums van Zoë Randell en Steve Hassett een album dat nog veel mooier wordt wanneer je het wat vaker hebt gehoord
Er zijn albums waar ik vooral onrustig van word, maar er zijn ook albums die goed zijn voor totale ontspanning. Sweet Thief van Luluc valt absoluut in de laatste categorie. De folky songs van het Australische duo waren altijd al ontspannen en ingetogen, maar op het in Australië opgenomen Sweet Thief doen Zoë Randell en Steve Hassett er nog een schepje bovenop. Luluc laat je met haar nieuwe album makkelijk wegdromen, maar als je de tijd neemt om te luisteren, wordt het zesde album van het tweetal alleen maar mooier. Ook Sweet Thief is weer een tijdloos klinkend album, maar het is er ook een die betovert en benevelt zoals alleen de muziek van Luluc dit inmiddels al meer dan vijftien jaar kan.
Van de vorige vijf albums van het Australische duo Luluc heb ik er drie besproken op De Krenten uit de Pop, maar ook de twee albums die ik niet heb besproken heb ik hoog zitten. Vorige week verscheen het zesde album van Zoë Randell en Steve Hassett en ook Sweet Thief is weer een prachtig album van het tweetal.
Het gekke met de muziek van Luluc is dat ik bij eerste beluistering nooit heel erg onder de indruk ben. Ook mijn eerste kennismaking met Sweet Thief was op zich positief, maar ik werd niet direct van mijn sokken geblazen. Het overkwam me ook met de vorige albums van het duo, waardoor ik het nieuwe album even liet liggen om vervolgens alsnog voor de bijl te gaan voor Sweet Thief.
Dat de muziek van Luluc op mij niet meteen een onuitwisbare indruk maakt heeft deels te maken met de tijdloze muziek van Zoë Randell en Steve Hassett, want ook Sweet Thief is weer een album dat ook decennia oud zou kunnen zijn en bovendien een album dat je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Daarnaast maakt Luluc muziek die zich niet heel stevig opdringt.
De songs van Zoë Randell en Steve Hassett zijn vooral ingetogen, moeten het niet hebben van aanstekelijke refreinen of muzikaal vuurwerk en hebben over het algemeen een laag tempo. Ook de zang van Zoë Randell en Steve Hassett eist niet direct de aandacht op, waardoor ook Sweet Thief in eerste instantie weer aangenaam voortkabbelt maar je niet direct in vuur en vlam zet.
Dat doet het zesde album van Luluc uiteindelijk wel, want ook het zesde album van het duo uit Melbourne, dat overigens de afgelopen tien jaar vooral Brooklyn, New York, als thuisbasis had, is weer een pareltje. De muziek van Luluc is ook op Sweet Thief weer te beschrijven als folk en het is folk van het tijdloze soort.
De songs van Luluc zijn ook dit keer laidback of zelfs dromerig en het zijn songs die in de basis genoeg hebben aan een akoestische gitaar en de stem van Zoë Randell. Het zijn songs die uitnodigen tot dagdromen of luieren, maar het zijn ook songs die mooier worden wanneer je er met volledige aandacht naar luistert.
De muziek op Sweet Thief is zoals gezegd ingetogen en redelijk sober, maar de akoestische gitaar krijgt op de achtergrond vaak gezelschap van allerlei subtiele versiersels, die het geluid van het duo flink optillen. Het geldt ook voor de zang van Zoë Randell, die niet alleen fraai wordt bijgestaan door Steve Hassett, maar die ook veel mooier klinkt wanneer je er goed naar luistert. Het heeft af en toe wat van Margo Timmins van Cowboy Junkies, maar die vergelijking gaat slechts een deel van de tijd op.
Wat Sweet Thief nog wat interessanter maakt is het ontspannen karakter van de songs op het album. Zoë Randell en Steve Hassett schreven de songs op het nieuwe album in Brooklyn, maar vertrokken op de dag dat Trump werd geïnaugureerd als president naar Australië en bleven daar een jaar. Dat hoor je, want je merkt dat Luluc de tijd heeft genomen voor het nieuwe album en tijdens de opnames ver verwijderd was van de dynamiek en hectiek van The Big Apple.
Sweet Thief heeft geregeld een Amerikaanse westkust sfeer, maar heeft zich ook laten beïnvloeden door de eindeloze ruimte in het moederland van Zoë Randell en Steve Hassett. Ik moest het ook dit keer even laten landen, maar wat vind ik Sweet Thief van Luluc inmiddels een geweldig album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sari Lightman - The Way I Saw You (2026) 4,0
afgelopen zondag om 10:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sari Lightman - The Way I Saw You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sari Lightman - The Way I Saw You
De Canadese muzikante Sari Lightman maakt op The Way I Saw You folkmuziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 en 70, maar stiekem geeft ze toch ook een bijzondere draai aan de invloeden uit het verre verleden
The Way I Saw You van Sari Lightman heeft tot dusver niet veel aandacht gekregen, maar het is een bijzonder album. De Canadese muzikante, die de afgelopen jaren vooral muziek maakte met haar tweelingzus, laat zich op haar eerste soloalbum inspireren door folk uit het verleden en vooral door de folk die in de jaren 60 en 70 rond San Francisco werd gemaakt. Sari Lightman beschikt over een stem die goed past bij dit soort folk, maar ze is zeker niet blijven steken in het verleden. The Way I Saw You kleurt op subtiele wijze buiten de lijntjes van de folk van weleer en vindt op knappe wijze aansluiting bij de indiefolk van het moment. Het debuutalbum van Sari Lightman lijkt een vrij sober album, maar er gebeurt echt van alles op dit knappe album.
Het Britse muziektijdschrift Uncut was eerder deze maand heel positief over het album The Way I Saw You van Sari Lightman. Uncut noemt het album een experimenteel folkalbum, waardoor ik met enige reserves begon aan het beluisteren van het album, want experimentele folk hoeft van mij meestal niet.
The Way I Saw You bevat acht tracks en duurt maar net iets meer dan 30 minuten, maar in die 30 minuten maakt Sari Lightman wel indruk. Het vorige maand verschenen album is het solodebuut van Sari Lightman, maar de Canadese muzikante die tegenwoordig in Los Angeles woont is zeker geen nieuwkomer.
Zo maakte ze, samen met haar tweelingzus Romy, achtereenvolgens muziek onder de namen Ghost Bees, Tasseomancy en Lightman & Lightman en Lightman Sisters. Het leverde een drietal dromerige folkalbums op, die best een plekje op De Krenten uit de Pop hadden verdiend, maar ik hoorde ze pas deze week voor het eerst.
Vergeleken met de albums die Sari Lightman met haar zus maakte klinkt haar solodebuut wat soberder en wat traditioneler. Bij beluistering van de eerste minuut van de openingstrack van het album begreep ik niet waarom Uncut de muziek van Sari Lightman experimentele folk noemt, maar na een minuut behoorlijk traditioneel klinkende folk, die zo uit de jaren 60 of 70 lijkt weggelopen, sluipt er inderdaad wel iets van experiment in het geluid van Sari Lightman.
Dat betekent niet dat haar muziek opeens ontoegankelijk is, want het experiment is subtiel en het in meerdere lagen opnemen van haar stem en het net wat voller inkleuren van de songs is vooral heel mooi. Ondanks de uitstapjes buiten de gebaande paden klinkt The Way I Saw You nog altijd als een folkalbum dat ook vele decennia oud zou kunnen zijn.
Dat heeft deels te maken met de stem van Sari Lightman, die herinnert aan meerdere roemruchte folkies uit het verleden, waaronder in ieder geval Judee Sill. Ook in muzikaal opzicht hoor ik de nodige raakvlakken met de folkmuziek zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt aan de Amerikaanse westkust.
Sari Lightman maakte haar eerste soloalbum samen met Meg Duffy, die we ook kennen als Hand Habits. Meg Duffy is ook verantwoordelijk voor de mooie gitaarakkoorden die de muziek van Sari Lightman af en toe voorzien van een psychedelisch maar ook eigentijds tintje. Ook de andere muzikanten die op het album zijn te horen verfraaien het geluid van Sari Lightman op bijzondere wijze.
Het levert een album op dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van traditionele folk uit de jaren 60 en 70, maar dat ook zal worden gewaardeerd door de liefhebbers van de indiefolk van het moment. Het album was mij bij eerste beluistering wat te sober en ook iets te traditioneel, maar ook dit is weer een album dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon.
Dan hoor je immers hoe smaakvol The Way I Saw You is ingekleurd en hoe mooi de stem van Sari Lightman is. De Canadese muzikante is ook nog eens goed voor teksten die over de nodige diepgang beschikken, wat nog een extra dimensie toevoegt aan dit bijzondere album.
Het is een album waar ik verder helemaal niets over heb gelezen, maar Uncut is al jaren een goede tipgever, zeker als het gaat om folk- en rootsalbums. Ik heb het eerdere werk van Sari Lightman er ook direct bij gepakt, maar het fraaie The Way I Saw You is wat mij betreft de mooiste van het stel. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Gracie Abrams - Daughter from Hell (2026) 4,5
afgelopen zaterdag om 10:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Gracie Abrams - Daughter from Hell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gracie Abrams - Daughter from Hell
Gracie Abrams werd in een paar jaar tijd een wereldster en bevestigt die status met haar derde album Daughter from Hell, waarop ze deels terugkeert naar de singer-songwriter pop van haar debuutalbum Good Riddance
De Amerikaanse muzikante Gracie Abrams lijkt alles goed voor elkaar te hebben in haar leven, maar dat is niet te merken in de teksten van de songs op haar nieuwe album Daughter from Hell. Het is een album met zeer persoonlijke songs waarin de donkere wolken het overtuigend winnen van de zonnestralen. Gracie Abrams heeft wederom gekozen voor de samenwerking met Aaron Dessner en dat levert een prachtig klinkend album op. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikante doet waar ze goed in is, maar af en toe ook net wat buiten de lijntjes kleurt. Daughter from Hell valt vooralsnog niet erg in de smaak bij de critici, maar voor mij is dit een van de beste albums van 2026 en Daughter from Hell groeit nog wel even door.
Gisteren verscheen Daughter from Hell, het derde album van de Amerikaanse muzikante Gracie Abrams. Het is een album dat tot dusver gemengde, maar toch overwegend negatieve reacties oproept. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het album zelfs bloedeloos en geeft het een dikke onvoldoende, maar ook een aantal Amerikaanse muziekwebsites die ik hoog heb zitten komen niet verder dan een magere voldoende voor Daughter from Hell.
Ik heb het album zelf inmiddels meerdere keren beluisterd en ervaar het nieuwe album van Gracie Abrams echt totaal anders. Nu ben ik ook wel een fan van de muzikante uit Los Angeles, die met haar eerste twee albums mijn jaarlijstje haalde. Ik was twee jaar geleden erg enthousiast over The Secret of Us, maar het debuutalbum van Gracie Abrams, het in 2023 uitgebrachte Good Riddance, vind ik nog veel beter en is wat mij betreft een van de beste popalbums van dit decennium.
Het is voor mij dan ook goed nieuws dat Gracie Abrams na het wat richting pop opgeschoven The Secret of Us op Daughter from Hell weer kiest voor het geluid van haar debuutalbum. Ook het derde album van de Amerikaanse muzikante is een popalbum, maar op Daughter from Hell horen we toch weer vooral de singer-songwriter Gracie Abrams.
Het is een behoorlijk donker album geworden, want vrijwel alle teksten op het album gaan over thema’s als kwetsbaarheid, onzekerheid, liefdesverdriet en het lastige pad naar volwassenheid. Het voegt wat mij betreft flink wat emotionele lading toe aan het album, waardoor ik het album persoonlijk verre van bloedeloos vind.
Gracie Abrams maakte ook haar derde album weer met producer Aaron Dessner, in een aantal tracks bijgestaan door Justin Vernon (Bon Iver). Aaron Dessner schreef ook mee aan de songs en ook dit keer is er een beperkte bijdrage van Audrey Hobert, die zo’n belangrijke rol speelde op The Secret of Us, maar inmiddels zelf als muzikante aan de weg timmert (check haar geweldige album Who’s The Clown? uit 2025).
Daughter from Hell is een vooral ingetogen album, maar bevat ook een aantal uptempo songs. In deze songs, zoals bijvoorbeeld Look at My Life, zit de muziek van Gracie Abrams heel dicht tegen die van Taylor Swift op albums als Midnights en The Tortured Poets Department aan. Ik heb zelf dan ook een duidelijke voorkeur voor de meer ingetogen singer-songwriter songs op Daughter from Hell, waarop Gracie Abrams een meer eigen geluid laat horen.
Het is een geluid waarin de vrij zachte, maar bijzonder mooie en ook karakteristieke stem van Gracie Abrams centraal staat. Mij raakt ze keer op keer met de zestien songs op haar nieuwe album, waarop ze wat mij betreft nog beter en met meer gevoel zingt dan op haar eerste twee albums.
In muzikaal opzicht is Daughter from Hell misschien een vrij veilig album, maar de chemie tussen Gracie Abrams en Aaron Dessner werkt wat mij betreft nog steeds. Het spannendst zijn wat mij betreft de songs waarop Gracie Abrams zich net iets buiten de gebaande paden beweegt, zoals in de met gruizige gitaren gevulde titeltrack of het juist minimalistisch ingekleurde Cold Goodbyes, maar ook de vintage Gracie Abrams songs zijn van een hoog niveau.
Ik ben voorlopig nog lang niet uitgekeken op het bijna een uur durende en bezielde Daughter from Hell, dat ik hoger inschat dan het zo succesvolle The Secret of Us en dat niet onderdoet voor het geweldige Good Riddance. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
sura sol - i will be dead (2026) 4,0
afgelopen vrijdag om 15:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: sura sol - i will be dead - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: sura sol - i will be dead
De Belgische muzikante Rachel Solomon bracht begin dit jaar onder de naam sura sol het helaas nauwelijks opgemerkte album i will be dead uit, maar gelukkig krijgt het prachtige album nog een tweede kans
Luister naar i will be dead van sura sol en de wereld draait opeens een stuk minder snel. Het alter ego van de Brusselse wereldburger Rachel Solomon maakt sobere en zich langzaam voortslepende muziek, maar de klanken op i will be dead zijn ook loom en dromerig. Het past prachtig bij de bijzondere stem van de Belgische muzikante en de eigenzinnige manier van zingen. Ik moest zelf even wennen aan i will be dead van sura sol, maar toen ik het album wat vaker hoorde drongen de bijzondere songs van Rachel Solomon zich steeds nadrukkelijker op. Het album krijgt vooralsnog niet heel veel aandacht, maar dit is een album dat je al snel gaat koesteren.
Onlangs wees iemand me op het album i will be dead van sura sol (geen hoofdletters). Het begin dit jaar verschenen album zou volgens de tipgever perfect aansluiten op mijn muzieksmaak, wat me uiteraard nieuwsgierig maakte. Ik had de naam sura sol nog niet eerder gehoord, maar het blijkt het alter ego van de Belgische muzikante Rachel Solomon, die eerder deel uitmaakte van de band Las Lloronas, die ik overigens ook niet ken.
Het debuutalbum van sura sol, het eind 2022 verschenen roar, werd in België goed ontvangen, maar ik kan me niet herinneren dat ik het album heb beluisterd. Helaas sneeuwde het tweede album van sura sol, mede door de geboorte van het zoontje van Rachel Solomon, eerder dit jaar compleet onder, maar gelukkig krijgt het album nu een tweede kans en dat is volkomen terecht.
Het tweede album van de muzikante uit Brussel kreeg in eigen land al een aantal uitstekende recensies en ik hoop dat het album ook in Nederland nu snel wordt opgepikt. In een aantal van deze recensies wordt benoemd dat de muziek van sura sol lastig te beschrijven is en tijd vraagt van de luisteraar en dat zijn twee observaties die ik volledig onderschrijf.
Het zorgt vooralsnog ook voor wat cryptische en ook wat wollige recensies en dat is jammer, want de muziek van sura sol kan ook worden omschreven als fantasierijk en wonderschoon. De songs van de Belgische muzikante zijn over het algemeen sober ingekleurd, waardoor de stem van Rachel Solomon centraal staat. Het is een mooie stem die makkelijk verleidt, maar de zang op i will be dead is ook veelkleurig en het is zang die af en toe kiest voor bijzondere wendingen.
Dat doet sura sol ook met de muziek op het album, wat ervoor zorgt dat i will be dead, in ieder geval voor mij, geen album is dat zich onmiddellijk genadeloos opdringt. Toen ik het album voor het eerst beluisterde, zocht ik vooral naar houvast en die had ik niet direct gevonden.
De muziek van sura sol klinkt soms als de psychedelische folkalbums van vele decennia geleden, maar op andere momenten ook weer helemaal niet. Invloeden uit de folk spelen een belangrijke rol op het tweede album van sura sol, maar ook invloeden uit de jazz en wereldmuziek zijn hoorbaar. De laatste invloeden zijn deels het gevolg van de wortels van Rachel Solomon, die op meerdere continenten liggen.
De meeste songs op i will be dead zijn zoals gezegd behoorlijk sober, hebben een intiem karakter en gebruiken stilte als instrument, maar desondanks gebeurt er van alles in de songs en zijn er steeds weer opvallende wendingen die je op het puntje van de stoel houden en die ervoor zorgen dat het album steeds mooier en interessanter wordt. Die opvallende wendingen in de zang en in de muziek zijn meestal uiterst subtiel, maar dit komt het bijzondere karakter van de muziek van sura sol alleen maar ten goede.
Zeker de songs met vooral akoestische gitaar, een vleugje bossa nova en de stem van Rachel Solomon, die haar teksten soms (bijna) uitspreekt, hebben een loom en dromerig karakter en zijn gemaakt voor het huidige seizoen en dan vooral voor de vroege en late uurtjes, maar i will be dead is ook een album dat het verdient om met volledige aandacht beluisterd en uitgeplozen te worden. Het duurde bij mij even voor ik om was, maar sindsdien komt i will be dead van sura sol met grote regelmaat voorbij en wordt het album wat mij betreft steeds mooier en interessanter. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kelela - New Avatar (2026) 4,0
16 juli, 21:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kelela - new avatar - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kelela - new avatar
De Amerikaanse muzikante Kelela maakte wat mij betreft twee van de betere R&B albums van de afgelopen tien jaar en ook op het deze week verschenen album new avatar maakt ze weer avontuurlijke R&B van een zeer hoog niveau
Take Me Apart van Kelela was voor mij niet alleen het beste R&B album van 2017, maar ook een van de betere albums van het jaar. Het is een kunstje dat de Amerikaanse muzikante in 2022 herhaalde met Raven en deze week flikt ze het opnieuw. Ook haar nieuwe album new avatar is weer een album waarop invloeden uit de R&B een voorname rol spelen, maar de muziek van Kelela klinkt anders dan de standaard R&B albums. Op new avatar gebeurt er van alles in de muziek, die subtieler is dan die op de vorige albums. Het wordt fraai gecombineerd met de stem van Kelela, die beschikt over veel soul, maar ook zingt met veel precisie. Het zou me niet verbazen als new avatar het beste R&B album van 2026 is.
Ik heb over het algemeen genomen niet zo heel veel met het genre R&B, maar ik heb wel wat met R&B die de grenzen van het genre of liever nog het avontuur opzoekt. Het heeft me de afgelopen jaren een aantal geweldige R&B albums opgeleverd, waaronder albums van onder andere Solange, Janelle Monáe, Tirzah, Cleo Sol, Amel Larrieux, Fana Hues, Victoria Monét, Yaya Beye en Amber Mark.
Het zijn albums die in een aantal gevallen zelfs mijn jaarlijstje wisten te halen, waardoor het lastig vol te houden is dat ik niet zo veel met R&B heb. In het bovengenoemde lijstje hoort ook zeker de naam van Kelela thuis. Kelela (Mizanekristos) haalde in 2017 mijn jaarlijstje met het fantastische Take Me Apart, dat ik reken tot mijn favoriete R&B albums aller tijden. Het is een album met een afwisselend broeierig en zweverig geluid en de prachtige stem van Kelela die een dosis soul toevoegt aan het album.
Ook het in 2022 verschenen Raven haalde mijn jaarlijstje en dit album schat ik misschien nog wel hoger in dan Take Me Apart, vooral omdat Kelela op het album nog beter zingt. Vorig jaar verscheen het live opgenomen album In the Blue Light, waarop Kelela unplugged versies van de songs van Take Me Apart en Raven liet horen. Het is een mooi album, waarop het vocale talent van de Amerikaanse muzikante duidelijk hoorbaar is, maar persoonlijk miste ik de spanning van de elektronisch ingekleurde albums.
Ik beschouw In the Blue Light dan ook maar als een tussendoortje, dat deze week wordt gevolgd door de officiële opvolger van Raven. Met new avatar (geen hoofdletters) laat Kelela een geluid horen dat weer wat dichter bij het geluid ligt dat we van haar kennen, maar het album borduurt zeker niet fantasieloos voort op de albums uit 2017 en 2022.
Het nieuwe album van Kelela opent met vrij ingetogen klanken, maar in de openingstrack duiken ook af en toe behoorlijk stevige gitaren op, wat weer een dimensie toevoegt aan de muziek van de muzikante die een groot deel van haar tijd in Londen doorbrengt. In de meeste tracks op new avatar kiest Kelela voor bijzonder klinkende elektronica en bijzondere ritmes, al zijn beide meer ingetogen dan in het verleden. Ook gitaren spelen een grotere rol dan in het verleden.
Het is muziek die absoluut R&B genoemd kan worden, maar het is wel spannende en avontuurlijke R&B. Zeker als ik het album met de koptelefoon beluister is het genieten van de bijzondere klanken op het album. De muziek op het album vult makkelijk de ruimte, maar Kelela heeft ook veel ruimte opengelaten in de bijzondere klanken op new avatar. Het is ruimte die de Amerikaanse muzikante ook dit keer invult met haar stem, die nog altijd lekker soulvol klinkt, maar die ook anders klinkt dan die van de meeste R&B zangeressen.
Er is ook zeker niet alleen R&B te horen op het album, want Kelela slaat continu bruggen naar andere genres, al zijn de invloeden die ze verwerkt in haar muziek lang niet altijd makkelijk te benoemen. Enige liefde voor R&B is wel een voorwaarde om te kunnen genieten van de muziek van Kelela, maar new avatar is zeker niet alleen geschikt voor liefhebbers van R&B.
Na Take Me Apart en Raven bevalt ook new avatar mij uitstekend en ik vind het nieuwe album nog wat veelzijdiger en spannender dan de twee voorgangers. En de lome en broeierige klanken doen het ook nog eens uitstekend bij de zomerse temperaturen van het moment. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Allison Russell - In the Hour of Chaos (2026) 4,0
15 juli, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Allison Russell - In the Hour of Chaos - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Allison Russell - In the Hour of Chaos
Allison Russell heeft al een mooie carrière in de muziek opgebouwd, maar ook met haar solowerk maakt ze indruk, zoals deze week met het knappe, buitengewoon veelzijdige maar ook aangename In the Hour of Chaos
De Canadese muzikante Allison Russell is uit hetzelfde hout gesneden als muzikanten als Rhiannon Giddens en Leyla McCalla, maar is nog net wat minder bekend. Daar moet maar eens verandering in komen, want ook het derde album van de Canadese muzikante is weer een topalbum. Het is een album dat makkelijk schakelt tussen genres, dat continu betovert met bijzondere klanken en dat nooit voor de makkelijkste weg kiest. Ik moest er weer even aan wennen, maar de prachtige stem van Allison Russell trok me ook dit keer weer snel over de streep. In the Hour of Chaos werd gemaakt met een heel legioen aan gastmuzikanten, maar klinkt uiteindelijk vooral als een Allison Russell album.
De Canadese muzikante Allison Russell is al sinds de jaren 90 actief in de muziek. Ze maakte deel uit van de helaas wat onderschatte band Po’ Girl, maakte samen met JT Nero prachtige albums onder de naam Birds of Chicago en maakte samen met Rhiannon Giddens, Leyla McCalla en Amythyst Kiah deel uit van de ‘supergroep’ Our Native Daughters.
En dan zijn er ook nog de soloalbums Outside Child uit 2021 en The Returner uit 2023, die ik allebei erg goed vind. Het zijn albums waarop Allison Russell laat horen dat ze in flink wat genres uit de voeten kan en dat ze beschikt over een mooie en soulvolle stem. Het zijn ook albums die ik meerdere keren moest beluisteren voor ik viel voor de muzikale charmes van de Canadese muzikante.
Ik maakte me dan ook geen zorgen toen ik na de eerste beluistering van het deze week verschenen derde album van Allison Russell nog niet volledig overtuigd was. Ook In the Hour of Chaos is weer een album dat bol staat van de invloeden en dat is gevuld met enigszins complexe songs.
Het is een album dat in muzikaal opzicht meerdere kanten op schiet en de diversiteit van het album wordt versterkt door de waslijst aan gasten die hebben bijgedragen aan het album. Op de gastenlijst prijken bekende namen als Joy Oladokun, Kara Jackson, Brittney Spencer, Norah Jones, Kyshona en Sara Watkins, maar ook de mij onbekende namen van Julie Williams, Denitia, Explore! Pop Choir, Ruby Amanfu, Devon Gilfillian, Kashus Culpepper, Chibueze Ihuoma en Ahya Simone worden vermeld in de tracklist op Spotify.
Allison Russell maakte hiernaast gebruik van meerdere gastmuzikanten, onder wie de van Prince bekende Wendy Melvoin die ook op het vorige album was te horen. Allison Russell maakt al haar hele muzikale leven muziek die zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden en ook bij beluistering van In the Hour of Chaos vliegen de stijlen je om de oren.
De Canadese maar al jaren in Nashville woonachtige muzikante heeft een stem vol soul en het is dan ook niet zo gek dat invloeden uit de soul een belangrijke rol spelen op het album. Het wordt aangevuld met invloeden uit de jazz, folk, country, blues, R&B en gospel en volgens mij vergeet ik er nog een paar.
De songs van Allison Russell kiezen bijna nooit voor de makkelijkste weg, maar dat betekent niet dat haar songs ontoegankelijk zijn. Het zijn wel songs die in muzikaal opzicht steeds weer weten te verrassen en de fantasie prikkelen. Dat laatste doet In the Hour of Chaos ook in vocaal opzicht, want door het grote aantal gastmuzikanten klinkt de zang op het album steeds iets anders.
Ondanks de hoge kwaliteit van de muziek, de torenhoge kwaliteit van de zang en de diepgang van de songs, moest ik weer even wennen aan de nieuwe muziek van Allison Russell, maar toen ik het album een paar keer had gehoord was ik alleen maar onder de indruk van de bijzondere klanken van uiteenlopende instrumenten, de fraai opgebouwde songs en de fantastische vocalen van de gastzangeressen en vooral Allison Russell zelf.
Ook de productie van het album, waarvoor de Canadese muzikante deels zelf tekende, is overigens van een bijzondere schoonheid. Allison Russell kan hele mooie en sobere muziek maken, maar ook als ze flink uitpakt, zoals ze doet op haar nieuwe album, maakt ze indruk met een uniek eigen geluid. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lemoncello - Perfect Place (2026) 4,0
14 juli, 17:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lemoncello - Perfect Place - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lemoncello - Perfect Place
Het Ierse duo Lemoncello trok ruim twee jaar geleden flink wat aandacht met een prachtig debuutalbum, maar het is helaas vrij stil gebleven rond de eerder dit jaar verschenen opvolger Perfect Place, die zeker niet minder mooi is
De Ierse band Lankum gaf de Ierse folk een paar jaar geleden een flinke impuls met albums waarop een bijzondere draai werd gegeven aan traditionele folk. Het leverde albums op met duistere en bezwerende folk die je genadeloos bij de strot greep. Zo meedogenloos was de muziek van Laura Quirke en Claire Kinsella niet, maar ook het debuutalbum van Lemoncello was er een die in de smaak viel bij liefhebbers van de door Lankum en ØXN gemaakte folk met een twist. Het is het afgelopen jaar wat stil in het genre, waardoor het tweede album van Lemoncello minder is opgevallen, maar het is wederom een bijzonder fraai album, met een hoofdrol voor de mooie stemmen van de twee Ierse muzikanten.
Het Ierse platenlabel Claddagh Records bestaat al sinds de jaren 50 en was lange tijd vooral gericht op het uitbrengen van nogal traditionele Ierse folk. In 2023 bracht het label echter het briljante CYRM van ØXN uit en dat vond en vind ik nog steeds een van de allerbeste albums van 2023. Ik besloot om het label vanaf dat moment wat beter in de gaten te houden en dat leverde me in 2024 het bijzonder fraaie Yellow Roses van Niamh Bury op en niet veel later het titelloze debuutalbum van Lemoncello, dat ik misschien nog wel mooier vond.
Lemoncello is een Iers duo dat bestaat uit Laura Quirke en Claire Kinsella, die allebei beschikken over een hele mooie stem en hun songs verder inkleuren met gitaar en cello. De stemmen van de twee lijken op het debuutalbum van Lemoncello niet alleen gemaakt voor Ierse folk, maar bovendien voor het soort donkere en bezwerende folk waarmee ØXN in 2023 een verpletterende indruk maakte.
De muziek van Lemoncello was niet zo duister en beklemmend als de muziek van ØXN en een band als Lankum, maar het debuutalbum van het Ierse tweetal was ook niet op zijn plek in het hokje traditionele Ierse folk. Het debuutalbum van Lemoncello bleek ook nog eens een eersteklas groeialbum, waardoor ik het album nu veel hoger aansla dan twee jaar geleden.
Mijn aandacht voor Claddagh Records verslapte wat toen er lange tijd geen albums verschenen die mij net zo wisten te raken als de albums van ØXN, Niamh Bury en Lemoncello. Dat is jammer, want in mei verscheen het tweede album van Lemoncello. Perfect Place heeft volgens mij wat minder aandacht gekregen dan het debuutalbum van Laura Quirke en Claire Kinsella, want ook muziektijdschriften als Mojo en Uncut wezen me niet of onvoldoende duidelijk op het tweede album van het duo.
Het heeft echt niets te maken met de kwaliteit van het album, want ik vind Perfect Place nog beter dan het eerste album van Lemoncello. Ik heb weinig informatie over het nieuwe album van het Ierse tweetal, want zelfs op de bandcamp pagina van Lemoncello is niets te vinden.
Volgens de informatie van Spotify produceerden Laura Quirke en Claire Kinsella samen met Ruth O’Mahony Brady het nieuwe album en tekenen ze ook voor het grootste deel van de muziek op Perfect Place, met hier en daar uiterst subtiele toevoegingen van keyboards, bas en drums. Ook dit keer zijn de bijdragen van de cello sfeerbepalend, maar de meeste indruk maken de stemmen van Laura Quirke en Claire Kinsella, zeker als ze gecombineerd worden.
Ook op Perfect Place maken de twee indruk met ingetogen vocalen die makkelijk onder de huid kruipen. Dat doen ook de songs van Lemoncello, die net als op het debuutalbum flink wat invloeden uit de (Ierse) folk bevatten, maar ook een duidelijk eigen geluid hebben.
Het is net als op het eerste album een bij vlagen behoorlijk donker geluid, maar nog meer dan op het debutalbum staan Laura Quirke en Claire Kinsella op Perfect Place garant voor fraaie spanningsbogen, die de songs van Lemoncello voorzien van een hele bijzondere sfeer. Er is tot dusver weinig geschreven over Perfect Place van Lemoncello, maar Laura Quirke en Claire Kinsella hebben na hun zo mooie debuutalbum wederom een betoverend mooi folkalbum gemaakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Suki Waterhouse - Loveland (2026) 4,0
13 juli, 21:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Suki Waterhouse - Loveland - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Suki Waterhouse - Loveland
Suki Waterhouse moet vanwege haar carrière als model en actrice opboksen tegen flink wat vooroordelen, maar ook op haar derde album Loveland laat ze weer horen dat ze ook als muzikante veel te bieden heeft
Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van de Britse muzikante Suki Waterhouse. Het zijn goed gemaakte popalbums, waarop ook voldoende invloeden uit de indiepop en indierock zijn te horen. Op haar derde album, het deze week verschenen Loveland, kiest Suki Waterhouse voor een ander geluid. Het wederom met meerdere topproducers gemaakte Loveland heeft zich wat steviger laten beïnvloeden door popmuziek uit het verleden en met name invloeden uit de jaren 70 klinken met enige regelmaat door. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar net als op haar vorige albums laat Suki Waterhouse horen dat haar songs ook over inhoud en diepgang beschikken.
Suki Waterhouse is een succesvol model en ook als actrice heeft ze haar sporen inmiddels verdiend (onder andere met een prima rol in Daisy Jones & The Six). Toen ze ook nog eens muziek ging maken slepen de critici bij voorbaat de messen, maar Suki Waterhouse snoerde haar criticasters de mond met het uitstekende debuutalbum I Can't Let Go, dat in het voorjaar van 2022 verscheen.
Op haar door niemand minder dan Brad Cook geproduceerde debuutalbum liet de Britse muzikante horen dat ze uit de voeten kan met lekker in het gehoor liggende popsongs, maar I Can’t Let Go bleef ook niet ver verwijderd van de indiepop en indierock van dat moment. Dat ze nog meer in huis heeft liet Suki Waterhouse horen op het in de herfst van 2024 uitgebrachte Memoir of a Sparklemuffin, waarop ze nog wat makkelijker overtuigde als zangeres.
Voor het tweede album werd een blik aansprekende producers geopend, maar Memoir of a Sparklemuffin klonk zeker niet als een gepolijst popalbum, maar liet juist een nog wat duidelijkere voorliefde voor indiepop en met name indierock horen. Helaas moest Suki Waterhouse ook na de release van haar tweede album nog opboksen tegen vooroordelen, maar wat mij betreft schaarde ze zich met Memoir of a Sparklemuffin onder de smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment.
De Britse muzikante, die inmiddels Los Angeles als thuisbasis heeft, komt deze week met haar derde album op de proppen en ook Loveland had weer niet veel tijd nodig om me te overtuigen. De Britse muzikante werkte op haar vorige album met meerdere producers en songwriters en dat heeft ze opnieuw gedaan. Persoonlijk heb ik geen voorkeur voor het werken met meerdere producers omdat het wel eens erg bonte lappendekens oplevert, maar de veelkleurige productie van Loveland zit me niet in de weg.
Suki Waterhouse werkte dit keer met Amy Allen, Joel Little en Dan Wilson en dat zijn allemaal producers die hun sporen hebben verdiend in de mainstream pop. Daar is ook The National's Aaron Dessner, die ook een deel van de productie van Loveland voor zijn rekening nam, soms niet vies van, maar ik sla hem net wat hoger aan.
Op basis van de keuze voor de producers had ik verwacht dat Loveland op zou schuiven richting de mainstream pop van nu, maar dat valt erg mee. De invloeden uit de indierock, die zijn te horen op I Can’t Let Go en Memoir of a Sparklemuffin, zijn nauwelijks meer te horen op Loveland en ook invloeden uit de indiepop hebben wat aan terrein verloren. Op Loveland kiest Suki Waterhouse voor de pop, maar het is vooral pop uit het verleden, met flink wat uitstapjes naar de singer-songwriter muziek uit het verleden.
Het klinkt direct vanaf de eerste noten aangenaam en bij vlagen echt onweerstaanbaar lekker, zeker als Suki Waterhouse een jaren 70 vibe omarmt en dat doet ze in een groot deel van de songs, maar Suki Waterhouse levert op Loveland ook kwaliteit en blijft niet hangen in nostalgie.
De zang van de Britse muzikante klinkt nog wat beter dan op de vorige albums en ook de songs spreken nog net wat meer aan. Er zijn vast nog steeds critici die niets van Suki Waterhouse moeten hebben, maar dat heeft inmiddels niets meer te maken met de kwaliteit van haar albums. Ik vind dit de perfecte soundtrack voor een heerlijke zomer. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Overcoats - The Ghost (2026) 4,0
13 juli, 07:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Overcoats - the ghost - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Overcoats - the ghost
Het is dringen binnen de indiepop van het moment waardoor albums makkelijk tussen wal en schip vallen, maar het vorige maand verschenen the ghost van Overcoats is een album dat zich echt op alle mogelijke manieren weet te onderscheiden
Hana Elion en JJ Mitchell maken inmiddels al meer dan tien jaar muziek als Overcoats en brachten vorige maand hun vierde album uit. Het tweetal uit New York maakt wat mij betreft indruk met the ghost, want het is een sterk album dat ook nog eens anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Dat hoor je vooral in de zang, want Hana Elion en JJ Mitchell combineren het grootste deel van de tijd hun stemmen en dat klinkt bijzonder mooi. Ook op andere terreinen kiezen de twee een eigen weg, want the ghost is een veelzijdig album dat zich niet laat beperken tot een bepaald genre. De songs op the ghost zijn stuk voor stuk aanstekelijk, maar het zijn ook songs met voldoende diepgang, waardoor the ghost van Overcoats alleen maar leuker en interessanter wordt.
Gezien de huidige kwaliteit van algoritmes zou je verwachten dat streamingplatforms als Spotify inmiddels nagenoeg perfecte luistertips zouden moeten kunnen geven, zeker aan luisteraars die per week tientallen uren gebruik maken van het platform. In de praktijk valt dit erg tegen.
Van de tips die ik van Spotify krijg voorgeschoteld heb ik een aanzienlijk deel al lang op het platform zelf beluisterd en een ander deel van de tips slaat de plank volledig mis. Vooralsnog zal ik dus zelf intensief moeten speuren naar interessante nieuwe muziek, maar heel af en toe krijg ik wel een tip voorgeschoteld waar ik blij van word.
Zo tipte Spotify me een paar dagen geleden het vorige maand verschenen album the ghost van Overcoats. Het is het vierde album van het Amerikaanse duo, dat inmiddels al ruim tien jaar muziek maakt. Ik moet nog eens luisteren naar het eerdere werk van Hana Elion en JJ Mitchell, die elkaar na omzwervingen over de wereld tegen het lijf liepen op een universiteit in Middletown, Connecticut, maar met the ghost heeft het duo uit New York echt een uitstekend album afgeleverd en een album dat nagenoeg perfect aansluit op mijn smaak.
Hana Elion en JJ Mitchell beschikken allebei over een mooie stem, maar de zang op the ghost wordt nog wat mooier wanneer de twee hun stemmen combineren en dat doen ze een groot deel van de tijd. De tweestemmige zang geeft de muziek van Overcoats al een duidelijk eigen geluid, maar Hana Elion en JJ Mitchell weten zich ook op andere terreinen te onderscheiden.
Op het vierde album van Overcoats maken ze muziek die aansluit bij de indiepop van het moment, maar binnen dit genre laten ze zich niet vastpinnen. Het is knap hoe the ghost steeds weer van kleur verschiet. Hana Elion en JJ Mitchell kunnen uit de voeten met folky songs, maar zijn ook niet vies van indierock of synthpop en zo kan ik nog wel wat invloeden noemen die zijn te horen in de songs van het tweetal.
Het zijn invloeden die zijn geïntegreerd in een geluid dat veelkleurig maar ook consistent klinkt en ook dat is knap. De muziek van Overcoats klinkt avontuurlijk, maar het tweetal uit New York heeft ook een goed gevoel voor bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs. Het zijn popsongs waarvan ik alleen maar heel vrolijk kan worden, want the ghost is zo’n album dat zich direct opdringt, maar dat ook interessanter wordt wanneer je het vaker hoort.
Hana Elion en JJ Mitchell hebben the ghost voor het overgrote deel zelf gemaakt en ze hebben knap werk geleverd. Het album is in muzikaal opzicht veelkleurig, maar de muziek is ook aansprekend en is mooi opgenomen, waarbij de muziek en de zang fraai in balans zijn.
Als ik luister naar the ghost begrijp ik niet dat het vorige maand behoorlijk stil is gebleven rond het album. Natuurlijk verschijnen er heel veel albums in dit genre en gaat de aandacht al snel uit naar de grote namen, maar Hana Elion en JJ Mitchell beschikken absoluut over de potentie om zich te scharen onder deze grote namen.
Op the ghost staan nogal wat popsongs die in de smaak moeten kunnen vallen bij een heel groot publiek, maar ook de liefhebber van wat eigenzinnigere popsongs vindt op the ghost voldoende songs die de fantasie prikkelen. En als bonus zijn er steeds de twee prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Hana Elion en JJ Mitchell, die mij in ieder geval genadeloos in weten te pakken. De tips van Spotify vallen vaak tegen, maar dit was echt een gouden tip. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Nick Drake - Pink Moon (1972) 4,5
12 juli, 19:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nick Drake - Pink Moon (1972) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Nick Drake - Pink Moon (1972)
Nick Drake is al meer dan 50 jaar niet meer onder ons, maar zijn prachtige albums en zeker Pink Moon uit 1972 hebben tot op de dag van vandaag flink wat invloed op een heel legioen aan jonge folkmuzikanten
Nick Drake was tijdens zijn korte leven niet heel populair, maar sinds zijn dood in 1974 wordt zijn muziek om de zoveel jaar weer opgepikt door een nieuwe generatie folkmuzikanten. Ik heb me eerlijk gezegd nooit zo verdiept in zijn muziek, tot de release van een box-set een paar weken geleden en sindsdien ben ik vooral onder de indruk van Pink Moon uit 1972. Het is het derde en meest sobere album van Nick Drake en het was helaas ook de zwanenzang van de muzikant die slechts 26 jaar oud werd. Pink Moon is een sober folkalbum met vooral akoestische gitaar en zang, maar het album heeft een bijzondere sfeer en de zang van Nick Drake is echt wonderschoon.
De naam Nick Drake wordt op De Krenten uit de Pop talloze keren genoemd als inspiratiebron voor met name folkmuzikanten, maar ik besprak nog niet eerder een van zijn albums. Dat heeft deels te maken met mijn beperkte liefde voor Britse folk, maar ook mijn voorliefde voor vrouwenstemmen en het feit dat Nick Drake al heel lang niet meer onder ons is zullen een rol hebben gespeeld.
Nick Drake maakte tijdens zijn veel te korte leven slechts drie albums: Five Leaves Left (1969), Bryter Layter (1971) en Pink Moon (1972). In 1974 overleed hij op slechts 26-jarige leeftijd aan een al dan niet bewust genomen overdosis medicijnen. De Britse muzikant trok tijdens zijn leven niet heel veel aandacht met zijn muziek, maar groeide later alsnog uit tot een cultfiguur. Ik had me tot voor kort nooit echt verdiept in de albums van Nick Drake, al had ik ze alle drie wel eens gehoord. Ik ben de laatste tijd wat dieper in het beperkte oeuvre van Nick Drake gedoken en vind het lastig om te kiezen tussen de drie albums.
Het debuutalbum Five Leaves Left maakt indruk met prachtige arrangementen van strijkers en blazers, het gitaarwerk van Richard Thompson en de trefzekere productie van Joe Boyd. Bryter Layter ligt in het verlengde van het debuutalbum, maar laat nog wat uitbundigere arrangementen en orkestraties horen en is bovendien verrijkt met invloeden uit de jazz. En dan is er Pink Moon, dat vooral een zeer spaarzaam ingekleurd folkalbum is.
Als ik echt moet kiezen, kies ik toch voor het laatste album en vooral omdat de songs van Nick Drake me op Pink Moon het meest raken. Pink Moon werd net als Five Leaves Left en Bryter Layter geproduceerd door Joe Boyd, die in de jaren 60 en 70 de belangrijkste Britse folk(rock) albums produceerde. De Britse producer versierde de muziek van Nick Drake op de eerste twee albums rijkelijk met strijkers en soms blazers, maar op Pink Moon hoor je vooral een akoestische gitaar en de stem van de Britse muzikant.
Pink Moon laat goed horen dat ook albums die genoeg hebben aan een akoestische gitaar en een stem warm en vol kunnen klinken. Het gitaarspel op het album is vooral ingetogen, maar is ook fantasierijk met soms complexe akkoorden of opvallende klanken. Het biedt een prachtige basis voor de stem van Nick Drake, die ik op Pink Moon een stuk mooier vind klinken dan op de eerste twee albums.
Pink Moon wordt door heel veel folkies die na het overlijden van Nick Drake opdoken genoemd als belangrijke inspiratiebron en dat is wat mij betreft ook goed te horen in met name de alternatieve folkalbums die de afgelopen 25 jaar zijn verschenen. Jeff Buckley, Bon Iver, Damien Jurado en Mark Kozelek zijn vier muzikanten die hoorbaar zijn beïnvloed door het werk van Nick Drake en met name door Pink Moon, maar ik kan hier een bijna eindeloze rij namen aan toevoegen.
Ik ben persoonlijk niet zo gek op dit soort wat ouderwets klinkende folkalbums, maar zeker wanneer je met volledige aandacht naar Pink Moon luistert en dit bij voorkeur doet met de koptelefoon, hoor je de magie van het album. Pink Moon zou helaas de zwanenzang zijn van Nick Drake, maar met zijn drie albums zou hij meer invloed hebben op de popmuziek dan hij aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 kon vermoeden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Houndmouth - Lordy (2026) 4,0
12 juli, 10:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Houndmouth - Lordy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Houndmouth - Lordy
De Amerikaanse band Houndmouth maakte elf jaar geleden een album dat overliep van de belofte, ging vervolgens door diepe dalen, maar keert deze week terug met het fraaie Lordy, dat vol kiest voor de Amerikaanse rootsmuziek
Ik geef eerlijk toe dat ik Houndmouth helemaal ben vergeten nadat de band met Little Neon Limelight in 2015 zo’n goed album afleverde. Voorman Matt Myers kon gelukkig nog wel rekenen op producer Brad Cook, die hem inspireerde tot het schrijven van nieuwe songs, hem in contact bracht met een aantal geweldige muzikanten en het deze week verschenen Lordy vervolgens prachtig produceerde. Vergeleken met Little Neon Limelight is Lordy een vrij sober album en het is er een waarop Matt Myers de Amerikaanse rootsmuziek omarmt. Dat is een genre waarin het heel erg druk is, maar de even ruwe als intieme rootssongs op Lordy spreken makkelijk tot de verbeelding.
Net iets meer dan 11 jaar geleden besprak ik het album Little Neon Limelight van de band Houndmouth. Het is het tweede album van de band uit New Albany, Indiana, en het is een album waarover ik destijds behoorlijk enthousiast was. Houndmouth maakt op haar debuutalbum vooral door folkrock en countryrock beïnvloede muziek en het is muziek die opvalt door uitstekend gitaarwerk en door prachtige harmonieën.
Ik kwam Houndmouth op het spoor omdat de band werd vergeleken met The Lumineers en dat is een band waar ik al heel lang een enorm zwak voor heb. De vergelijking met The Lumineers gaat op voor een deel van de track op Little Neon Limelight, want Houndmouth kiest op het album ook met grote regelmaat voor lekker ruwe Amerikaanse rootsmuziek.
Ik noemde Little Neon Limelight in het voorjaar van 2015 een van de beste rootsalbums van dat moment, maar vergat het album helaas in mijn jaarlijstje. Houndmouth keerde in 2018 terug met Golden Age en dat vond en vind ik echt een draak van een album, zeker wanneer de band flirt met 80s synthpop.
Door Golden Age ging er een streep door de naam Houndmouth, waardoor ik het in 2021 uitgebrachte Good For You, naar nu blijkt ten onrechte, negeerde. De vieze smaak van Golden Age is inmiddels kennelijk weggespoeld, want toen ik de naam Houndmouth deze week tegenkwam in de lijsten met nieuwe albums, overheersten de goede herinneringen aan Little Neon Limelight.
Houndmouth is inmiddels een soloproject van voorman Matt Myers, die na de release van het vorige album te maken kreeg met een liefdesbreuk en een nieuwe liefde. Dat zijn over het algemeen genomen allebei goede inspiratiebronnen voor nieuwe songs, maar Matt Myers was de inspiratie lange tijd kwijt.
Hij werd weer op het goede spoor gezet door topproducer Brad Cook, die hem weer aan het schrijven kreeg. Het levert deze week het album Lordy op en dat is een album dat anders klinkt dan het album waarmee ik Houndmouth elf jaar geleden leerde kennen. Op Lordy heeft Matt Myers de Amerikaanse rootsmuziek weer volledig omarmd en dat levert een uitstekend album op.
Werken met een topproducer als Brad Cook betekent een grotere kans op muzikanten van naam en faam in de studio en dat gaat ook op voor het nieuwe album van Houndmouth. Matt Myers en Brad Cook kregen in de studio in North Carolina immers gezelschap van onder andere Sam Beam (Iron & Wine), MJ Lenderman (Wednesday) en Brad Cook’s broer Phil.
Lordy bevat een aantal vooral ingetogen maar soms ook wat uitbundigere rootssongs, maar het zijn songs die ook iets ruws hebben. Dat hoor je vooral wanneer het gitaarwerk wat steviger is, maar je hoort het ook continu in de stem van Matt Myers, die met veel gevoel zingt en beschikt over een karakteristieke stem.
Ik heb Little Neon Limelight van Houndmouth ook weer eens opgezet en dat is door de harmonieën, het meer uitgesproken gitaarwerk en de grootser klinkende songs een flink ander album dan Lordy, maar Matt Myers heeft met Lordy wel een album gemaakt dat qua niveau niet onderdoet voor Little Neon Limelight uit 2015. Hopelijk weet het de weg naar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek te vinden, want in die kringen zal het uitstekende Lordy absoluut in de smaak vallen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rolling Stones - Foreign Tongues (2026) 4,0
11 juli, 11:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rolling Stones - Foreign Tongues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rolling Stones - Foreign Tongues
The Rolling Stones begonnen drie jaar geleden aan hun zoveelste jeugd met het verrassend goede album Hackney Diamonds en die jeugd duurt voort op het wederom zeer geïnspireerd klinkende en nog betere Foreign Tongues
In het voorjaar van 1962 werd in Londen een band geformeerd en die band is er nog steeds. De carrière van The Rolling Stones kent hoge pieken en ook de nodige dalen en leek lange tijd een beetje als een nachtkaars uit te gaan. De band dacht daar zelf anders over, want het bluesalbum Blue & Lonesome was een aangename verrassing en dat gold in nog sterkere mate voor Hackney Diamonds uit 2023. Dat dit album geen toevalstreffer was, is te horen op het deze week verschenen Foreign Tongues, dat vanaf de eerste noten overtuigt en dit blijft doen. Foreign Tongues klinkt in alle opzichten als een goed Rolling Stones album en het is er een die wat mij betreft best memorabel mag worden genoemd.
Tattoo You uit 1981 was 35 jaar lang het laatste echt memorabele album van (The) Rolling Stones, maar toen kwam in 2016 uit het niets Blue & Lonesome. Het met stokoude bluessongs gevulde album klonk energiek en geïnspireerd en liet horen dat het heilige vuur nog niet was gedoofd bij de legendarische Britse band.
Het leek een mooi slottakkoord, maar drie jaar geleden verraste de band nogmaals met het onverwacht sterke Hackney Diamonds, dat liet horen dat Mick Jagger en Keith Richards ook nog altijd memorabele songs kunnen schrijven. Hackney Diamonds is niet te vergelijken met onbetwiste Stones-klassiekers als Beggars Banquet, Let It Bleed, Sticky Fingers en Exile on Main St., maar het album deed wat mij betreft niet onder voor een album als Tattoo You.
Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het deze week verschenen Foreign Tongues. De band bestaat na de dood van drummer Charlie Watts uit Mick Jagger, Keith Richards en Ron Wood, maar kreeg in de studio gezelschap van flink wat gastmuzikanten, onder wie bassist Darryl Jones, die inmiddels al heel wat jaren op de albums van de band is te horen. Naast drummer Steve Jordan valt vooral de naam van levende legende Steve Winwood op, die tekent voor de keyboards op het album. Daarnaast zijn er gastbijdragen van onder andere Paul McCartney en Robert Smith, maar het is speuren naar hun bijdrage.
De band koos na het succes van Hackney Diamonds wederom voor de gewilde Andrew Watt als producer en dat is wat mij betreft een prima keuze. Er is wel wat kritiek op de wat veilige producties van Andrew Watt, maar hij weet wel hoe een Rolling Stones album moet klinken en levert ook met Foreign Tongues vakwerk.
Mick Jagger en Keith Richards zijn de 80 inmiddels gepasseerd en Ron Wood blijft niet ver achter, maar op Foreign Tongues klinken de drie als een stel jonge honden. Het is misschien nog wat te vroeg om Foreign Tongues goed te kunnen vergelijken met Hackney Diamonds, maar ik vind het nieuwe album vooralsnog zeker niet minder en vaak een stuk beter.
Ook het nieuwe album biedt alles wat je van een goed Rolling Stones album verwacht. Er zijn een aantal lekker ruwe rocksongs, songs met een flinke dosis country en blues, een aantal memorabele popsongs en ook de falsetstem van Mick Jagger komt een keer voorbij. De eigen songs worden aangevuld met covers van You Know I'm No Good van Amy Winehouse en Beautiful Delilah van Chuck Berry en die klinken net zo geïnspireerd als de andere songs op het album. De kwaliteit van de songs liet op veel albums die de band na 1981 maakte flink te wensen over, maar Foreign Tongues laat horen dat Jagger en Richards het nog niet verleerd zijn.
Op het podium was de laatste keer goed te horen dat de jaren beginnen te tellen voor de band, maar op Foreign Tongues klinkt het allemaal fantastisch. De zang van Mick Jagger is verrassend goed en ook het gitaarwerk van Keith Richards en Ron Wood laat nergens horen dat de vingers inmiddels wat stram zijn. Er is vast flink aan gesleuteld in de studio, maar dat is op albums van veel jongere muzikanten niet anders.
Foreign Tongues klinkt 14 songs en ruim een uur lang als een heel goed Rolling Stones album en wat klinkt dat lekker. Hackney Diamonds werd drie jaar geleden gezien als een mooi slotakkoord van de legendarische band, maar Foreign Tongues doet er nog een schepje bovenop. Op naar het volgende album dan maar. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Your Smith - The Rub (2025) 4,0
10 juli, 18:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Your Smith - The Rub - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Your Smith - The Rub
Caroline To maakt inmiddels al heel wat jaren muziek, maar met het vorig jaar verschenen debuutalbum The Rub heeft ze een album gemaakt dat hoge ogen had moeten gooien en hopelijk nog doet
The Rub van Your Smith is een album dat direct vanaf de eerste noten goed is voor nostalgische gevoelens. Veel songs op het album hebben een duidelijke jaren 70 vibe met hier en daar uitstapjes naar de jaren 80. De invloeden uit het verleden zijn verpakt in warm klinkende songs die zich hebben laten beïnvloeden door meerdere genres. Ook de prima stem van Caroline To, de vrouw achter Your Smith, draagt bij aan de kwaliteit van het album, maar het knapste aan The Rub vind ik de wijze waarop het album bruggen slaat tussen muziek uit het verleden en het heden. The Rub van Your Smith verscheen afgelopen herfst, maar bij de zomerse temperaturen van het moment klinkt dit album nog veel lekkerder.
Ik heb geprobeerd om me de afgelopen week, bij een gebrek aan heel veel nieuwe albums, wat meer te laten leiden door de suggesties van Spotify. Het resultaat is me zeker niet meegevallen, al ben ik heel blij met het vorige maand verschenen album van Overcoats, dat ik gisteren heb besproken.
De spoeling was verder uiterst dun, maar ook het album van Your Smith mag niet onvermeld blijven. The Rub verscheen in de herfst van 2025 en is het debuutalbum van Your Smith, wat weer een project is van de Amerikaanse muzikante Caroline To. Deze Caroline To werd geboren als Caroline Smith en onder die naam maakte ze deel uit van de mij verder onbekende band Caroline Smith and the Good Night Sleeps.
Volgens de informatie op het internet maakt Caroline To al sinds 2018 muziek onder de naam Your Smith. Dat deed ze lange tijd vanuit Los Angeles, maar volgens haar bandcamp pagina heeft ze de Californische stad inmiddels achter zich gelaten en is ze teruggekeerd naar Minnesota, waar ze opgroeide. Het alter ego Your Smith bestaat kennelijk al sinds 2018, maar op Spotify vind ik alleen The Rub en dat is ook het enige album dat op bandcamp te vinden is.
Het is een album waar niet heel veel over is geschreven sinds de release vorig jaar herfst, maar The Rub is een leuk en interessant album, dat absoluut een beter lot had verdiend. De meeste albums van vrouwelijke muzikanten die ik beluister passen in het hokje singer-songwriter, roots, indie of pop, maar de muziek van Your Smith laat zich niet zo makkelijk voorzien van een etiket.
The Rub is in ieder geval ver verwijderd van de pop en indiepop van het moment en het is, een enkele song daargelaten, ook zeker geen rootsalbum. Caroline To laat zich op The Rub beïnvloeden door singer-songwriter muziek en is ook zeker niet vies van pop, maar ook invloeden uit de soul hebben hun weg gevonden naar het album.
Wanneer de Amerikaanse muzikante kiest voor soul met een vleugje funk en disco, zoals in het aanstekelijke Telephone Line (Hanging Up All My Hopes), heeft haar muziek een hoog jaren 70 gehalte. Het is niet het soort muziek uit de jaren 70 dat mijn voorkeur heeft, maar lekker klinkt het wel. The Rub laat wel vaker invloeden uit de jaren 70 horen, want ook de zowel jazzy als soulvolle songs op het album klinken op een bepaalde manier nostalgisch.
Het knappe van de songs van Your Smith is dat ze aan de ene kant zo weggelopen lijken uit de jaren 70, maar aan de andere kant, via een tussenstop in de jaren 80 en 90, ook wel iets eigentijds hebben. The Rub is in de meeste songs voorzien van een loom en wat broeierig geluid, dat het veel beter doet in de zomer dan in de herfst, waarin het album is verschenen.
Niet alleen de muziek op The Rub klinkt aangenaam, want ook de stem van Caroline To valt makkelijk in de smaak en draagt ook nog eens bij aan het duidelijk eigen geluid van de muzikante uit Minnesota. Ook met de kwaliteit van de songs op het debuutalbum van Your Smith is niets mis. Het zijn songs die je bij eerste beluistering al decennia lijkt te kennen en die niet gaan vervelen wanneer je ze vaker hoort.
The Rub van Your Smith is een album dat het in de jaren 70 vast geweldig zou hebben gedaan, maar ook in 2026 is dit een album waarvoor een voldoende groot publiek moet zijn te vinden. In de pop en indie, maar ook in de rootsmuziek van het moment, is het aanbod momenteel zo groot dat verzadiging op de loer ligt, maar voor deze aangename jaren 70 blend van Your Smith reserveer ik absoluut een plekje. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sumie - Stardust in Valleys (2026) 4,0
9 juli, 20:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sumie - Stardust In Valleys - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sumie - Stardust In Valleys
Sumie maakte een aantal jaren geleden twee prachtige albums en keert na lange afwezigheid terug met haar derde album, waarop ze het uiterst sobere maar bijzonder mooie geluid verder heeft doorontwikkeld
Als iemand me vorige week niet had gewezen op de release van het derde album van Sumie vorige maand, had ik het album waarschijnlijk nooit ontdekt. De eerste twee albums van Sumie verschenen immers in 2013 en 2017, waardoor ik haar muziek eerlijk gezegd alweer vergeten was. Ik ben blij met de hernieuwde kennismaking met haar muziek, want ook Stardust In Valleys is weer een prachtig album. Het is een album dat zich heeft laten beïnvloeden door folkmuziek van vele decennia geleden, maar Sumie geeft een eigen draai aan alle invloeden uit het verleden en betovert met intieme songs, met zeer sfeervolle klanken en met een echt prachtige stem.
Eind 2013 en eind 2017 besprak ik op De Krenten uit de Pop de eerste twee albums van de Japans-Zweedse muzikante Sumie. Ik was zeer positief over de twee albums van het alter ego van de vanuit het Zweedse Göteborg opererende Sandra Sumie Nagano, die op haar titelloze debuutalbum en opvolger Lost in Light een wat mij betreft bijzonder geluid liet horen.
Het is een op het eerste gehoor uiterst sober maar ook zeer smaakvol geluid, dat vooral bij beluistering met de koptelefoon op fraaie wijze tot leven komt. Op het eerste gehoor lijkt er, zeker op het debuutalbum van Sumie, niet veel meer te zijn dan de akoestische gitaar en de stem van de Japans-Zweedse muzikante, maar dankzij topkrachten als Dustin O’Halloran en Nils Frahm (Sumie) en Peter Broderick (Lost in Light) gebeurt er stiekem toch van alles in de muziek op de albums van Sumie. Het klinkt allemaal zo mooi dat ik alleen maar ademloos kan luisteren naar beide albums.
De stem van Sumie spreekt wat mij betreft het meest tot de verbeelding, maar ook de net buiten de lijntjes van de standaard folk kleurende songs vol echo’s van de folk uit de jaren 60 maakten van haar eerste twee albums bijzondere en aansprekende albums. Het is lang stil geweest rond Sumie, maar vorige maand bracht ze dan eindelijk haar derde album uit. Het is een album dat ik zelf in geen enkele releaselijst ben tegengekomen, maar gelukkig werd het album me vorige week getipt.
Ik geef eerlijk toe dat ik geen enkele herinnering meer had aan de muziek van de singer-songwriter uit Göteborg, maar Stardust In Valleys raakte bij mij onmiddellijk de juiste snaar, waarna de herinnering aan de eerste twee albums snel terug kwam. Het derde album van Sumie laat veel ingrediënten horen die we kennen van haar eerste twee albums.
Ook Stardust In Valleys is voorzien van sobere tot uiterst sobere klanken, met een hoofdrol voor de akoestische gitaar. Het wordt gecombineerd met de eveneens ingetogen stem van de Japans-Zweedse muzikante, die in de loop der jaren alleen maar mooier is geworden.
Sumie wist op haar eerste twee albums grote namen aan zich te binden voor het verder inkleuren van de songs, wat bijdroeg aan de bijzondere sfeer op beide albums. Voor Stardust In Valleys heeft ze een beroep gedaan op een aantal mij onbekende Zweedse muzikanten, maar ook dit keer zijn de subtiele arrangementen en de bijdragen van onder andere piano, trompet en strijkers van een bijzondere schoonheid.
Net als de twee vorige albums bevat ook het derde album van Sumie nogal wat invloeden uit de folk van weleer en vooral invloeden van de psychedelische folk zoals deze aan het eind van de jaren 60 in San Francisco werd gemaakt. Dat zijn invloeden die je vaker hoort, maar de muziek van Sumie heeft ook altijd wel iets Scandinavisch, al kan ik niet precies omschrijven wat dat nu is.
Ik kan me voorstellen dat Stardust In Valleys het uitstekend doet op donkere en koude Scandinavische winteravonden, maar de ingetogen en sfeervolle folksongs doen het ook prima op de warme dagen van het moment en nodigen uit tot het verlagen van het tempo, wat bij zomerse temperaturen niet zo gek is. Ik heb geen idee wat Sumie de afgelopen negen jaar heeft gedaan, maar luisterend naar Stardust In Valleys kan ik alleen maar concluderen dat het heel goed nieuws is dat ze terug is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sienna Spiro - Visitor (2026) 3,0
8 juli, 11:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sienna Spiro - Visitor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sienna Spiro - Visitor
Dat Sienna Spiro een wereldster gaat worden, lijkt me wel bijna zeker en op haar debuutalbum Visitor laat ze horen dat dit ook absoluut de verdienste is van haar muzikale en vocale talent, dat met enige regelmaat aan de oppervlakte komt
Als ik de alternatieve muziekpers moet geloven moet ik bij voorkeur met een hele grote boog om het debuutalbum van Sienna Spiro heen lopen. Dat begrijp ik ook wel, want de Britse zangeres maakt niet het soort muziek waarvoor je bij de alternatieve muziekpers de handen op elkaar krijgt. Ik heb zelf ook lang niet altijd wat met de songs op Visitor en evenmin met de soms wat overdadig klinkende orkestraties en de voluit zingende stem van de Britse muzikante. Toch biedt Visitor ook volop momenten waarop Sienna Spiro wel overtuigt met haar songs en met haar zang. Het is een album dat me meer dan eens de gordijnen injaagt, maar dat in een aantal gevallen ook respect afdwingt.
Ik had tot deze week in mijn bubbel nog nooit van Sienna Spiro gehoord. Dat is in andere bubbels echt totaal anders, want de Britse zangeres heeft op de streamingplatforms en op de sociale media inmiddels een miljoenenpubliek. Het maakte me stiekem toch wel nieuwsgierig naar het deze week verschenen Visitor, het debuutalbum van Sienna Spiro.
Ik concludeerde vervolgens heel snel dat Sienna Spiro niets voor mij is. Ze zingt op haar debuutalbum een groot deel van de tijd voluit en dat is meestal niet aan mij besteed. Ook de songs van de Britse muzikante vond ik bij eerste beluistering niet heel aansprekend. Het zijn nogal zwaar aangezette songs met flink wat drama in zowel de muziek als de zang en bij eerste beluistering vond ik dat te veel van het goede. Het deed me wel wat denken aan het latere werk van Adele en ook dat is muziek die mij niet raakt.
Sienna Spiro leek daarom weer net zo snel uit mijn bubbel te verdwijnen als ze gekomen was, maar op een of andere manier bleef een deel van de songs op Visitor toch hangen. Nu ik Visitor wat vaker heb gehoord, begrijp ik volledig dat Sienna Spiro een groot publiek aan zich weet te binden.
Visitor bevat vooral soulvolle of jazzy piano-ballads die in veel gevallen zijn versierd met flink wat strijkers. Het zijn songs die makkelijk in het gehoor liggen en die het ook lekker doen op de achtergrond. Sienna Spiro is verder echt een prima zangeres, al moet je houden van haar manier van zingen. Ze beschikt over een krachtige stem en het is een stem waar absoluut soul in zit.
De kracht in de stem van de Britse muzikante wordt optimaal benut, want meestal zingt ze voluit. Het werk van Adele is zinvol vergelijkingsmateriaal, maar Sienna Spiro zit ook niet zo heel ver van Olivia Dean, al spreekt die me qua zang veel meer aan, en zo komen nog wel wat namen bij me op wanneer ik luister naar Visitor, waaronder die van Amy Winehouse, al zong die wel wat ruwer en gepassioneerder.
Het is me vaak net wat te veel van alles, maar als ze net wat gas terugneemt in haar zang en kiest voor wat minder zwaar aangezette klanken weet Sienna Spiro me opeens wel te overtuigen en hoor ik haar talent als zangeres. Ook in muzikaal opzicht heeft Visitor zijn goede of zelfs hele goede momenten. In de wat jazzy klinkende songs hoor je een andere Sienna Spiro en laat ze horen dat we haar niet te makkelijk in een hokje moeten duwen. Ook in productioneel opzicht weet Visitor me af en toe wel te raken, bijvoorbeeld wanneer de arrangeur alles uit de kast trekt met bakken strijkers en een flinke dosis melancholie.
Ik ben het meestal helemaal eens met de recensies van de Britse kwaliteitskrant The Guardian, maar ik vind dat Sienna Spiro meer talent laat horen dan de Britse krant in haar hoort in een recensie waarin weinig heel wordt gelaten van Visitor. Gelukkig voor Sienna Spiro staan er talloze recensies tegenover waarin haar een geweldige toekomst en het sterrendom worden beloofd en met name haar vocale prestaties uitvoerig worden geprezen.
Wat mij betreft ligt de waarheid in het midden. Sienna Spiro laat wat mij betreft horen dat ze wat kan, zeker als zangeres. Als ze in muzikaal opzicht de juiste keuzes maakt en in haar zang nog wat meer leert doseren, kan haar volgende album zomaar een wereldalbum zijn, maar het wordt net zo makkelijk helemaal niets. Haar debuutalbum Visitor blijft voor mij vooral een album van momenten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Georgia Gets By - Heavy Meadow (2026) 4,0
8 juli, 11:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Georgia Gets By - Heavy Meadow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Georgia Gets By - Heavy Meadow
Georgia Gets By is een project van de Nieuw-Zeelandse muzikante Georgia Nott, die op haar debuutalbum betovert met soms sobere en soms fraai georkestreerde folksongs en vooral met haar werkelijk wonderschone stem
Georgia Nott maakte samen met haar broer Caleb een aantal interessante albums onder de naam Broods, maar het album dat ze in haar eentje heeft gemaakt onder de naam Georgia Gets By vind ik nog veel mooier. Op Heavy Meadow heeft Georgia Nott de indiepop verruild voor folk en singer-songwriter muziek, die soms sober is ingekleurd en soms is voorzien van uitbundigere arrangementen met veel strijkers. Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal prachtig, maar het is de prachtige stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante die van een mooi album een opzienbarend album maakt. Muziek uit Nieuw-Zeeland weet Nederland niet altijd te bereiken, maar dit prachtige album wil je echt niet missen.
Tot voor kort kreeg ik iedere vrijdag de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records in de mailbox. Het was een nieuwsbrief die me de afgelopen jaren heel veel interessante Nieuw-Zeelandse muziektips heeft opgeleverd, waardoor ik iedere week weer reikhalzend uitkeek naar het nieuws en de tips van Flying Out Records.
Een paar weken geleden bleef het opeens stil vanuit Nieuw-Zeeland en vorige week vond ik uit dat de muziekwinkel uit Auckland er na de nodige tegenslagen mee is gestopt. Dat is doodzonde voor de muziekscene van Auckland, maar ik ga zelf de nieuwsbrief echt enorm missen. Ik denk dat de wekelijkse nieuwsbrief van Flying Out Records me vast op het spoor zou hebben gezet van Heavy Meadow, het debuutalbum van Georgia Gets By, dat gelukkig ook in de Verenigde Staten is opgepikt.
Georgia Gets By is een project van de Nieuw-Zeelandse muzikante Georgia Nott en dat is voor mij een bekende naam. Samen met haar broer Caleb vormde Georgia Nott immers het duo Broods, dat de afgelopen jaren een aantal albums uitbracht. Het zijn albums die werden geprezen door Flying Out Records en dat begreep ik wel. Broods maakte misschien niet het soort muziek waar ik van houd, maar ik hoorde wel het talent van Georgia en Caleb Nott.
Georgia Nott dook onlangs op met het debuutalbum van Georgia Gets By en met haar nieuwe project maakt ze wel het soort muziek die volledig in mijn straatje past. Broods was niet vies van flink wat elektronica, maar Heavy Meadow van Georgia Gets By is voorzien van organische en grotendeels akoestische klanken. Het album is bovendien voorzien van zeer sfeervolle klanken, waardoor het album het uitstekend doet op een lome zondagochtend.
Op het debuutalbum van Georgia Gets By maakt Georgia Nott stemmige muziek, die vooral folky klinkt, maar die ook kan opschuiven richting chamber pop. De sfeervolle klanken, waarvoor ook flink wat strijkers zijn ingezet, passen echt prachtig bij de zachte stem van Georgia Nott. De Nieuw-Zeelandse muzikante maakte op de albums van Broods al indruk met haar stem, maar op Heavy Meadow komt de zachte, heldere en zuivere stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante nog veel beter tot zijn recht.
Het debuutalbum van Georgia Gets By bevat invloeden uit de Britse en Amerikaanse folk van weleer, maar het album klinkt ook net wat anders. Van songs als het prachtige Monarch kon ik vanwege de sobere klanken en de werkelijk prachtige zang al direct geen genoeg krijgen, maar ook de andere songs op Heavy Meadow blijken stuk voor stuk pareltjes.
Ik heb helaas maar heel weinig informatie over het album, dat ook nog niet op de bandcamp pagina van Georgia Gets By is te vinden, maar ik ben echt onder de indruk van de prachtige muziek op het album, van de heldere productie, van de fraaie, vaak klassiek aandoende, arrangementen en van de zich langzaam voortslepende songs van de Nieuw-Zeelandse muzikante.
Het mooist is en blijft echter de stem van Georgia Nott, die Heavy Meadow heeft voorzien van betoverend mooie zang. Het klinkt zoals gezegd allemaal fantastisch op een rustige zondagochtend of in de kleine uurtjes, maar nu ik wat vaker naar het debuutalbum van Georgia Gets By heb geluisterd komt het eigenlijk op alle uren van de dag tot zijn recht en Heavy Meadow wordt alleen maar mooier en sfeervoller. Prachtalbum. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
River Shook - River Shook (2026) 4,0
8 juli, 11:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: River Shook - River Shook - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: River Shook - River Shook
Na een aantal geweldige albums van Sarah Shook & the Disarmers gaat Sarah Shook verder als River Shook, wat een indrukwekkend mooi debuutalbum oplevert, dat het talent van de Amerikaanse muzikant nog eens onderstreept
Het eerste soloalbum van River Shook sneeuwde vorige week wat onder, maar gelukkig wordt het album langzaam maar zeker toch nog in brede kring opgepikt. Dat is volkomen terecht, want de Amerikaanse muzikant heeft wederom een prachtalbum gemaakt. Het klinkt wat meer ingetogen dan de muziek van de band die River Shook de afgelopen jaren aanvoerde, maar het klinkt nog altijd ruw en eerlijk. De stem van River Shook is er een die van alles met je doet, waarna de indringende teksten, de geweldige songs en een fraai gitaargeoriënteerd geluid de rest doen. Na de prachtalbums van Sarah Shook & the Disarmers en het onderschatte project Mightmare is ook het eerste album van River Shook er weer een om te koesteren.
In het voorjaar van 2018 stuurde een promotor van Amerikaanse rootsmuziek uit Nashville me een album van de mij onbekende Amerikaanse band Sarah Shook & the Disarmers. Years bleek het tweede album van de band uit North Carolina en ik vond het direct een verpletterend mooi album.
Sarah Shook groeide op in een streng religieus gezin op het platteland van North Carolina en kreeg in haar jeugd geen enkele vrijheid. Toen ze die vrijheid eenmaal had veroverd koos ze voor een ruig en zeker niet gemakkelijk leven, waarin alcohol vaak troost bracht. Ook muziek bleek een goede uitlaadklep en dat komt er allemaal uit op Years, waarop Sarah Shook en haar band op gepassioneerde wijze traditionele Amerikaanse countrymuziek vermengen met rock ’n roll en honky tonk.
Years eindigde in 2018 op de derde plaats in mijn jaarlijstje en dat vind ik nog steeds volkomen terecht. Met Nightroamer uit 2022 en Revelations uit 2024 volgden nog twee uitstekende albums, waarop de band af en toe wat opschoof richting indierock, maar ook de traditionele countrymuziek niet werd vergeten. Tussendoor maakte Sarah Shook onder de naam Mightmare het flink afwijkende, met elektronica gevulde en totaal onbegrepen Cruel Liars, maar dat album is beter dan ik vier jaar geleden dacht.
Sarah Shook gaat inmiddels als River Shook en als non-binair persoon door het leven en leverde vorige week een soloalbum onder deze naam af. Ik heb inmiddels al acht jaar een enorm zwak voor de Amerikaanse muzikant, die het allemaal niet voor niets heeft gekregen in het leven, maar zich knap staande heeft gehouden en was daarom heel nieuwsgierig naar het nieuwe album.
Na vier (in 2017 verscheen het ook uitstekende debuutalbum Sidelong) fantastische albums van Sarah Shook & the Disarmers ligt de lat hoog voor River Shook, maar de Amerikaanse muzikant stelt wederom niet teleur. Het eerste album van River Shook klinkt wat meer ingetogen en wat minder stevig dan de muziek van de band, maar de verschillen moeten ook niet overdreven worden.
De stem van River Shook is er nog altijd een die direct iets met je doet en ook de persoonlijke en indringende teksten vol ellende herinneren aan de albums van Sarah Shook & the Disarmers. Ook in muzikaal opzicht hoor ik veel overeenkomsten, zeker wanneer de gitaren wat ruwer klinken. Het debuutalbum van River Shook leunt weer wat dichter tegen de traditionele countrymuziek aan, maar de rock ’n roll is zeker niet verdwenen.
Zeker de wat meer ingetogen countrysongs laten horen hoe mooi en doorleefd de stem van de muzikant uit Chapel Hill, North Carolina, is. River Shook werkte op het album van Mightmare en op het laatste album van Sarah Shook & the Disarmers samen met gitarist Blake Talent en hij speelt ook een voorname rol op dit album. River Shook en Blake Talent zijn verantwoordelijk voor de productie van het album en voor het overgrote deel van de muziek, waarin het fraaie gitaarspel van Blake Talent een belangrijke rol speelt.
Ik luister nog altijd regelmatig naar de albums van de voormalige band van River Shook, die wat mij betreft moeten worden gerekend tot het allerbeste dat de Amerikaanse rootsmuziek de afgelopen tien jaar te bieden had. Het eerste soloalbum van River Shook voegt iets toe aan deze geweldige albums en doet er zeker niet voor onder. Knap werk weer. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
mary in the junkyard - Role Model Hermit (2026) 4,0
7 juli, 17:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: mary in the junkyard - Role Model Hermit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: mary in the junkyard - Role Model Hermit
Het debuutalbum van de Britse band mary in the junkyard komt voor mij echt uit het niets, maar wat hebben deze jonge honden uit Londen een bijzonder klinkend, veelzijdig en aansprekend album afgeleverd
Bij het beluisteren van de openingstrack van Role Model Hermit van mary in the junkyard twijfelde ik nog wat, maar hierna had de band uit Londen me snel te pakken. De leden van de Britse band zijn nog piepjong, maar ze slagen erin om een origineel geluid te creëren en het is een geluid dat de fantasie uitvoerig prikkelt. Het is misschien even wennen aan de stem van Clari Freeman-Taylor en ook de mix van invloeden op het album is zeker niet alledaags, maar mary in the junkyard heeft een album gemaakt dat je blijft verrassen en dat zich ondertussen steeds genadelozer opdringt. Midden in de zomer een album uitbrengen is misschien niet heel handig, maar deze band is een blijvertje.
Er verschijnen momenteel niet heel veel nieuwe albums en dat heeft ook voordelen. Ook albums van wat minder bekende bands en muzikanten maken nu een redelijke kans om ontdekt te worden en hetzelfde geldt voor albums die je bij voorkeur een paar keer moet horen voor je ze op de juiste waarde kunt schatten. Het gaat allebei op voor Role Model Hermit van de Britse band mary in the junkyard (geen hoofdletters).
De basis voor de Britse band werd gelegd toen gitariste en zangeres Clari Freeman-Taylor en violiste en bassiste Saya Barbaglia elkaar op 14-jarige leeftijd tegen het lijf liepen tijdens een zomerkamp voor jongeren met interesse in het spelen van klassieke muziek. Later werd drummer David Addison toegevoegd en was mary in the junkyard compleet. De leden van de band zijn volgens mij nog altijd onder de twintig, maar met Role Model Hermit ligt er een knap debuutalbum.
Ik liet hierboven al doorschemeren dat het een album is dat je eigenlijk een paar keer moet horen voor je er een goed oordeel over kunt vormen. Dat zal niet voor iedereen gelden, maar ik moest zelf wennen aan de muziek van de band uit Londen. Dat ligt voor een deel aan de jonge en soms ook wat onvaste stem van Clari Freeman-Taylor, maar ook in muzikaal opzicht maakt mary in the junkyard muziek die wat mij betreft om enige gewenning vraagt.
Zeker in de openingstrack van het debuutalbum van de Britse band wist de stem van Clari Freeman-Taylor me niet direct te overtuigen. Sinds de albums van Big Thief ben ik wel gewend aan dit soort stemmen, maar de zang op Role Model Hermit vond ik bij de eerste kennismaking wel erg meisjesachtig.
De openingstrack is ook in muzikaal opzicht overigens van het uitdagende soort. Atypisch drumwerk wordt gecombineerd met complexe gitaarlijnen en nogal onconventioneel gitaarspel, wat een bijzondere track oplevert. Het is een track die ervoor kan zorgen dat luisteraars afhaken, maar dat zou zonde zijn.
De muziek van mary in the junkyard klinkt in de tweede track, het sterke Blood, een stuk conventioneler met spannende gitaarlijnen en een mooie basis van bas en drums. Ook de zang van Clari Freeman-Taylor vind ik in de tweede track een stuk sterker, al geeft haar stem de muziek van de band absoluut een bijzonder geluid.
Je hoort goed dat de leden van de band al op jonge leeftijd zijn begonnen met het bespelen van een instrument, want de muziek op Role Model Hermit is vaak complexer dan die van de meeste startende bands. De muziek van mary in the junkyard is bovendien verrassend veelzijdig.
De songs van de band passen met enige fantasie allemaal in het hokje indierock, maar de band uit Londen bestrijkt binnen dit hokje een breed palet en schuift ook op richting folk(rock), postrock en psychedelica en daar blijft het niet bij. De veelzijdigheid hoor je ook in de stem van Clari Freeman-Taylor, die goed tot zijn recht komt in zang die neigt naar spoken word, maar ook ruw uit kan halen of lieflijk kan klinken.
Role Model Hermit bevat een aantal wat lastiger te doorgronden songs, maar de band kan ook overweg met lekker toegankelijk klinkende songs. Het zijn songs die zijn te plaatsen binnen het kwadrant Big Thief – Wolf Alice – Wet Leg – Black Country, New Road, maar met vergelijken doe je de bijzondere muziek van de band te kort.
Het album klinkt bij vlagen overigens behoorlijk lo-fi, maar bij beluistering met de koptelefoon hoor je dat de onder andere van Olivia Dean bekende Oli Bayston wel degelijk veel aandacht heeft besteed aan de productie van dit bijzondere album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lorde - XRAYS (2026) 4,0
6 juli, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lorde - XRAYS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lorde - XRAYS
Lorde heeft met XRAYS een zeer omvangrijke collectie demo’s van de songs op haar vorig jaar verschenen album Virgin beschikbaar gemaakt en dat is echt veel interessanter dan het waarschijnlijk klinkt
Virgin was wat mij betreft het beste album van 2025 en ik vind het ook het beste album van Lorde. De Nieuw-Zeelandse muzikante gaf zich op de cover van het album bloot en doet daar nu nog een schepje bovenop. Op het deze week via haar website beschikbare XRAYS hoor je immers de ruwe demo’s van de songs op Virgin en hoor je hoe de songs tot stand kwamen en werden aangekleed. De demo’s laten in een aantal gevallen subtiele verschillen horen met de uiteindelijke versies van de songs, maar de verschillen zijn in een aantal andere gevallen best substantieel. XRAYS lijkt alleen interessant voor de echte fans, maar hoe vaker ik naar de 49 demo’s luister, hoe mooier en interessanter ik ze vind.
Tussen de nieuwe releases van deze week vond ik een hele bijzondere. XRAYS van Lorde is geen nieuw album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar een flinke verzameling ruwe demo’s van de songs die uiteindelijk op haar vorig jaar verschenen album Virgin terecht zouden komen. Lorde heeft er voor de liefhebber ook nog een stapel foto’s bij gedaan, maar mijn interesse ging in eerste instantie uit naar de muziek.
Nu zijn er weinig muzikanten die mij blij kunnen maken met 49 demo’s van eerder uitgebrachte songs, maar van XRAYS word ik wel blij. Heel blij zelfs. Allereerst omdat Virgin van Lorde mijn favoriete album uit 2025 is, maar ook omdat Lorde een eigenzinnige muzikante is die continu sleutelt aan een nieuw geluid, zoals ook is te horen op XRAYS.
Ik ben zelf uitermate tevreden met de versies van de songs die vorig jaar op Virgin terecht zijn gekomen en waarop de Nieuw-Zeelandse muzikante kiest voor een behoorlijk zwaar gezet elektronisch geluid. Het is het geluid dat ze eind vorig jaar op geweldige wijze naar het podium bracht, maar de songs op Virgin hadden ook anders kunnen klinken, zoals is te horen op XRAYS.
De 49 tracks laten meerdere versies van de songs of flarden van de songs op Virgin horen en dat klinkt soms heel bekend en soms net wat of juist flink anders. Als ik luister naar XRAYS hoor ik misschien wel drie versies van Virgin en het zijn drie versies met bekende songs maar verschillende accenten, die best veel effect kunnen hebben.
Het maakt nogal wat uit of Lorde kiest voor een refrein met zwaar aangezette en vervormde elektronica of juist voor wat dromerige synths en een kabbelende piano en ook het verschil tussen strakke ritmes en wat avontuurlijkere ritmes is levensgroot. Het knappe van XRAYS is dat alle varianten fantastisch klinken en nieuwe dimensies toevoegen aan de songs van Virgin die me zo dierbaar zijn.
Door meerdere demo’s van dezelfde song te beluisteren hoor je goed hoe de songs van Lorde vorm hebben gekregen tijdens het opnameproces en hoor je hoe bepaalde keuzes terugkeren in meerdere demo’s of juist na één keer alweer verdwijnen. Om beluistering van XRAYS nog wat interessanter te maken is het aan te raden om na het beluisteren van een handvol demo’s van een song ook te luisteren naar de versie die uiteindelijk op het album is terechtgekomen om te horen welke ingrediënten Lorde heeft meegenomen en welke niet.
Het beluisteren van de demo’s op XRAYS is interessant vanwege het proces dat de Nieuw-Zeelandse muzikante heeft doorgemaakt tijdens het opnemen, maar ik vind de verzameling demo’s ook heel erg goed. Virgin klinkt uiteindelijk wat koel en afstandelijk en soms ook wat ruw en hard. Dat is ook de kracht van het album, maar het is bijzonder hoe de demo’s van dezelfde songs ook warm en intiem kunnen klinken. De zang van Lorde klinkt over de hele linie zachter en gevoeliger dan op het album, maar ook de batterij synths die op het album is te horen neemt geregeld flink gas terug, wat iets doet met de songs.
Natuurlijk is een collectie van 49 demo’s heel veel en voor veel luisteraars waarschijnlijk te veel, maar ik vind XRAYS echt een schatkist vol moois of op zijn minst een koektrommel vol lekkers. En op een of andere manier is mijn waardering voor Virgin alleen maar gegroeid door dit inzicht in het opnameproces en is het album me nu nog wat dierbaarder dan het al was. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rozzi - Fig Tree (2026) 4,0
5 juli, 09:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rozzi - Fig Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rozzi - Fig Tree
Fig Tree van de Amerikaanse Rozzi doet voorlopig niet heel veel, maar het is een knap album waarop de muzikante uit Los Angeles eigenlijk alles goed doet en ook nog eens tekent voor een heerlijke zomersoundtrack
Soms hoor je een album en weet je bijna zeker dat het de maker van het album heel groot gaat maken. Fig Tree van Rozzi is wat mij betreft zo’n album. De Amerikaanse muzikante beschikt over een uitstekende stem met veel soul, schrijft aansprekende songs vol hitpotentie en heeft een producer gestrikt die haar album heeft voorzien van een warm geluid dat is gemaakt voor aangename zomerdagen. Fig Tree van Rozzi is vanaf de eerste noten een bijzonder aangenaam album en blijft dit veertien songs lang. Of het Rozzi heel groot gaat maken is de vraag, want Fig Tree is al even uit en het is al het derde album van de Amerikaanse muzikante, die op mij flinke indruk heeft gemaakt.
Ik weet niet meer precies waar ik de naam Rozzi onlangs tegenkwam of wat over haar werd geschreven, maar ik vond het kennelijk interessant genoeg om haar naam op te schrijven. Rozzi is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Rosalind Elizabeth Crane, die een maand of twee geleden het album Fig Tree uitbracht.
Het is tot mijn verbazing al het derde album van de Amerikaanse muzikante, die al in 2018 haar debuutalbum uitbracht. Ik weet inmiddels dat ze op 19-jarige leeftijd werd ontdekt door Maroon 5 zanger Adam Levine, die haar meenam met een aantal tours van zijn band en vervolgens een platencontract aanbood bij zijn label. Ik moet nog eens luisteren naar de eerste twee albums van Rozzi, maar vooralsnog gaat al mijn aandacht uit naar het dit voorjaar verschenen Fig Tree.
Ik had zelf zoals gezegd nog nooit van Rozzi gehoord, maar ook in andere bubbels lijkt ze gezien het relatief bescheiden aantal volgers en likes op bijvoorbeeld TikTok vooralsnog niet heel erg bekend. Het verbaast me echt, want als ik luister naar Fig Tree hoor ik een album dat bij een heel groot publiek in de smaak moet kunnen vallen en een muzikante die over de potentie beschikt om grote zalen te vullen.
De soulvolle pop van Rozzi is niet zo heel ver verwijderd van de wel zeer succesvolle soulvolle pop van Olivia Dean, die vorige maand nog indruk maakte in de Amsterdamse Ziggo Dome. Waar Olivia Dean momenteel niet over aandacht heeft te klagen, heeft Rozzi dat wel. Fig Tree verscheen twee maanden geleden en heeft tot dusver nauwelijks aandacht gekregen.
Het heeft niets te maken met de kwaliteit van het album, want die is hoog. Het begint bij de stem van de muzikante uit Los Angeles en die stem overtuigt makkelijk. Rozzi zingt om te beginnen met heel veel soul, maar ze varieert ook flink met haar stem en verstaat bovendien de kunst van het doseren.
In de uptempo songs kan de Amerikaanse muzikante met veel kracht zingen, maar ze zingt ook verrassend vaak ingetogen. Er zijn veel zangeressen met een soulvolle stem, maar ik vind de stem van Rozzi mooier dan de meeste andere stemmen in het genre en het is ook nog eens een karakteristieke stem.
Fig Tree heeft meer te bieden, want ook de productie van Mocky mag er zijn. De Amerikaanse producer werkte in het verleden vaak met Feist, maar hij produceerde ook het fraaie Take Me Apart van Kelela, dat ik in 2017 schaarde onder de beste R&B albums. Mocky heeft Fig Tree voorzien van een mooi en organisch klinkend geluid en het is een geluid dat alle ruimte biedt aan de mooie stem van Rozzi.
Vaak klinken dit soort soulvolle popalbums wat overgeproduceerd, maar het geluid van Mocky is zeer smaakvol. Het is een geluid met flarden soulmuziek uit het verleden, maar Fig Tree klinkt ook fris, zeker wanneer de instrumentatie vrij sober is en de ritmesectie de hoofdrol opeist.
Fig Tree is een heerlijk zomeralbum met lome, zwoele en aanstekelijke soulsongs, maar het is ook een album dat vol staat met uitstekende songs. Het zijn songs die zoals gezegd in de smaak moeten kunnen vallen bij een breed publiek, maar het zijn ook songs die in alle opzichten kwaliteit ademen.
Fig Tree is zo’n album dat eindeloos aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar het is ook een album dat het verdient om uitgeplozen te worden, om vervolgens te concluderen dat Rozzi een topalbum heeft gemaakt, dat alleen maar leuker wordt als je het vaker hoort. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Harmony Tividad - Lifetime (2026) 3,5
5 juli, 09:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Harmony Tividad - Lifetime - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Harmony Tividad - Lifetime
Na het wat mij betreft afgrijselijke Gossip, neemt de van Girlpool bekende Harmony Tividad revanche met Lifetime, waarop ze folky songs combineert met een aangename dosis zonnige popmuziek
Ik had wel wat met de albums van het Amerikaanse duo Girlpool en was twee jaar geleden dan ook benieuwd naar de verrichtingen van Harmony Tividad, die na het einde van Girlpool was begonnen aan een solocarrière. Ik kon helaas helemaal niets met haar solodebuut, waardoor ik met lage verwachtingen begon aan het deze week verschenen tweede album van de Amerikaanse muzikante. Lifetime klinkt gelukkig totaal anders dan het eendimensionale solodebuut en laat horen dat Harmony Tividad ook uit de voeten kan met folksongs. Het zijn fraai geproduceerde folksongs die uiteindelijk toch vooral popsongs moeten worden genoemd en het zijn goede popsongs.
Harmony Tividad maakte tussen 2013 en 2022 deel uit van het uit Los Angeles afkomstige duo Girlpool, dat ze al in haar tienerjaren vormde met Cleo Tucker. Girlpool maakte uiteindelijk vier albums, waarvan ik het in 2017 verschenen Powerplant het interessantst vind. Het is een album dat zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden en vol staat met eigenzinnige indiepopsongs.
Cleo Tucker werd uiteindelijk Avery Tucker, wat in 2019 het persoonlijke en nog steeds interessante album What Chaos Is Imaginary opleverde. Forgiveness uit 2022, het slotakkoord van Girlpool, leunde wat zwaarder tegen de elektronische popmuziek aan, maar ik vind ook het vierde album van het duo een interessant album.
Dat kan ik niet zeggen van Gossip, het album waarmee Harmony Tividad in 2024 haar solodebuut maakte. Het album is gevuld met nogal pompeuze elektronische popsongs, ook wel hyperpop genoemd, die bij mij in ieder geval totaal niet in de smaak vielen en ik heb het vanwege mijn zwak voor de muziek van Girlpool echt heel vaak geprobeerd.
Na het uiterst zwakke Gossip had ik Harmony Tividad eerlijk gezegd al afgeschreven, tot met name de alternatieve Amerikaanse muziekwebsites eind vorige week uiterst positief schreven over het tweede soloalbum van de muzikante uit Los Angeles, dat deze week is verschenen.
Ook Lifetime is vooral een popalbum, maar het klinkt echt totaal anders dan Gossip twee jaar geleden. De te zwaar aangezette en wat goedkoop klinkende elektronica van het eerste soloalbum van Harmony Tividad is vervangen door een bijzonder aangenaam organisch klinkend geluid. Het is een geluid dat de singer-songwriter in Harmony Tividad laat horen en dit keer hoor ik weer wel haar talent.
De op zich niet heel krachtige stem van de Amerikaanse muzikante verzoop volledig in het pompeuze geluid op Gossip, maar komt goed tot zijn recht in het meer open en ingetogen en aangenaam warme geluid op Lifetime. Het is een geluid dat zich heeft laten beïnvloeden door de zonnige Californische pop van alle tijden en dat hier en daar vleugjes van de folk die in het verleden in de Amerikaanse stad werd gemaakt laat horen.
Op Lifetime maakt Harmony Tividad echter vooral de popmuziek van deze tijd. Dat hoor je als subtiel de autotune wordt ingezet, maar je hoort het ook in de wat minder geproduceerd klinkende songs, waarin invloeden uit de folk worden verpakt in een mooi opgepoetst laagje pop en in songs die verrassend makkelijk blijven hangen.
Op haar solodebuut hoorde ik echt niets meer van de interessante muziek van Girlpool, maar op Lifetime hoor ik weer wel echo’s van de muziek van het duo waarvan Harmony Tividad bijna tien jaar deel uitmaakte. Het album bevat een serie persoonlijke songs, die fraai zijn geproduceerd door Yves Rothman, die ik vooral ken van zijn werk voor Blondshell.
De productie van Lifetime is over het algemeen redelijk licht, al kan de Amerikaanse producer af en toe ook uitpakken, waardoor de songs van Harmony Tividad redelijk puur klinken. Het album klinkt door alle Californische invloeden ook aangenaam zomers, wat momenteel goed van pas komt.
Bij eerste beluistering van Lifetime vroeg ik me nog wel af hoe lang de songs van Harmony Tividad leuk zouden blijven, maar na een paar keer horen bevalt het album me eigenlijk alleen maar beter. Wat mij betreft een mooie comeback van Harmony Tividad. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tift Merritt - Sugar (2026)
2 juli, 20:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tift Merritt - Sugar - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tift Merritt - Sugar
Tift Merritt debuteerde bijna vijfentwintig jaar geleden en was de afgelopen negen jaar niet heel productief, maar met het uitstekende Sugar laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze nog altijd veel te bieden heeft
Een nieuw album van Tift Merritt is een goede reden om weer eens te luisteren naar haar oudere werk. Met name haar eerste twee albums zijn nog altijd van een bijzonder hoog niveau, maar ook het album dat tot voor kort haar laatste album was, Stitch of the World uit 2017, mag er zijn. Het zijn albums die nauwelijks te overtreffen zijn en dat doet het deze week verschenen Sugar dan ook niet, maar ook het nieuwe album van Tift Merritt is een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de beste albums mee kan. De stem van de Amerikaanse muzikante klinkt wat ruwer dan in het verleden, maar het is nog altijd een stem die je weet te raken.
Zeg Tift Merritt en ik zeg Bramble Rose. Het in de zomer van 2002 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante maakte destijds een verpletterende indruk en ik vind het nog altijd haar beste album. Bramble Rose is nog altijd een geweldig album en het is wat mij betreft een van de beste rootsalbums van de afgelopen vijfentwintig jaar.
Het is de verdienste van de werkelijk fabelachtige productie van Ethan Johns en van de geweldige muzikanten op het album, maar Tift Merritt is met haar fantastische stem zelf de ster op Bramble Rose, dat ook nog eens vol staat met direct memorabele songs. Het debuutalbum van Tift Merritt is nauwelijks te overtreffen, maar de Amerikaanse muzikante deed in 2004 een serieuze poging met haar tweede album Tambourine.
Tambourine is een album dat net wat soulvoller klinkt dan het debuutalbum en laat horen dat de stem van Tift Merritt zeker niet minder is geworden sinds haar debuut. Na Bramble Rose en Tambourine volgde tussen 2008 en 2013 een respectabel stapeltje albums. Het zijn allemaal albums die wat mij betreft bovengemiddeld goed zijn, maar ik vind ze allemaal net wat minder goed dan de eerste twee albums van de muzikante uit Raleigh, North Carolina, die overigens ook een aantal jaren New York als thuisbasis had.
Aan het begin van 2017 verscheen Stitch of the World en dat album kan wat mij betreft de concurrentie met de eerste twee albums aan. Stitch of the World knalt uit de speakers met het geweldige drumwerk van Jay Bellarose en het inventieve gitaarwerk van Marc Ribot, maar Tift Merritt steelt zelf de show met spannende songs en met nog altijd geweldige zang.
Na Stitch of the World is meer dan negen jaar lang, buiten de reissue van Tambourine en een album met restopnamen vorig jaar, niets vernomen van Tift Merritt, die begon aan een academische carrière, maar deze week keert ze terug met een nieuw album. Sugar is de opvolger van het meer dan uitstekende Stitch of the World, dat de lat hoog heeft gelegd, maar het nieuwe album van Tift Merritt laat direct vanaf de eerste noten horen dat ze het nog steeds kan.
De Amerikaanse muzikante trekt bij eerste beluistering van Sugar vooral de aandacht met haar stem. Het is een stem die iets rijper en ook iets ruwer klinkt, maar het is ook een stem die mij nog steeds makkelijk inpakt. Sugar is geproduceerd door muzikant en producer Lawrence Rothman, die eerder muziek van onder andere Margo Price, Bartees Strange en Amanda Shires produceerde.
Lawrence Rothman heeft het nieuwe album van Tift Merritt voorzien van een tijdloos en warm geluid met hier en daar flink wat strijkers. Het is een geluid dat makkelijk wat zoetsappig kan klinken, maar in combinatie met de krachtige stem van Tift Merritt klinkt het prachtig.
Sugar is een album dat niet onder doet voor de albums die Tift Merritt maakte tussen 2008 en 2013, maar dat het net aflegt tegen Bramble Rose, Tambourine en Stitch of the World. Dat zijn ook excellente albums, maar ook de mix van country, folk en soul op Sugar mag er zijn.
Tift Merritt houdt zich tegenwoordig vooral met andere dingen bezig, maar ik ben blij dat ze ook weer eens de tijd heeft genomen voor het maken van muziek. Met Sugar heeft ze immers een rootsalbum gemaakt waar heel wat muzikanten in het genre best jaloers op mogen zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tasha - You Are Spring! (2026) 4,5
1 juli, 20:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tasha - You Are Spring! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tasha - You Are Spring!
Iedereen die de Amerikaanse muzikante Tasha niet kent, heeft inmiddels drie bijzondere albums gemist, waarvan ik het deze week verschenen You Are Spring! nog net wat mooier en indrukwekkender vind
De Amerikaanse muzikante Tasha werd na de release van haar debuutalbum een folkie genoemd, maar ze was ook op haar eerste album al veel meer dan dat. Sindsdien is haar muziek alleen maar mooier, rijker en spannender geworden. Op You Are Spring! zijn vooral redelijk ingetogen songs te horen, maar het zijn songs die zijn voorzien van een bijzonder smaakvolle instrumentatie. Het is muziek die uitstekend past bij de mooie stem van Tasha, die ook beschikt over veel soul. De muzikante uit New York wist zich met haar vorige albums al te onderscheiden van de concurrentie en doet dit nog wat nadrukkelijker op het bijzonder mooie en interessante You Are Spring!.
De Amerikaanse muzikante Tasha (Viets-VanLear) bracht in 2018 het mini-album Alone at Last uit. De zeven tracks op het album spraken me niet allemaal aan, maar ik hoorde wel de enorme belofte van de muzikante uit New York.
Het verbaasde me dan ook niet dat ze in 2021 met Tell Me What You Miss the Most een uitstekend debuutalbum uitbracht. Het is ook een opvallend album, want de muziek van Tasha is zowel in muzikaal als vocaal opzicht behoorlijk ongrijpbaar.
Ook qua genre is het debuutalbum van Tasha lastig in te delen. Tell Me What You Miss the Most werd uiteindelijk vooral een folkalbum genoemd en daar is wat voor te zeggen, maar het album klinkt anders dan het gemiddelde folkalbum, al is het maar vanwege de soulvolle stem van Tasha en de invloeden uit andere genres die ze in haar muziek verwerkt.
Het in de herfst van 2024 verschenen All This and So Much More vond ik nog wat indrukwekkender dan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Op haar tweede album maakt Tasha muziek die zich breder heeft laten beïnvloeden en voller is ingekleurd. De folk van het debuutalbum is in een aantal tracks verruild voor indierock, maar ook invloeden uit de folk, jazz, indiepop en R&B hebben hun weg gevonden naar haar songs.
Beide albums konden rekenen op uitstekende recensies, maar ze zijn volgens mij niet in heel brede kring opgepikt. Het deze week verschenen derde album van Tasha is vooralsnog zeker niet overladen met aandacht, maar ik vind ook You Are Spring! weer een erg goed album.
Het is een album dat over het algemeen weer in het hokje folk wordt gestopt. Daar is wat voor te zeggen, want vergeleken met het vorige album bevat You Are Spring! net wat meer ingetogen folk, maar voor pure folk ben je bij Tasha wat mij betreft echt niet aan het juiste adres.
Ook You Are Spring! is voorzien van fraaie klanken en bouwt verder waar All This and So Much More bijna twee jaar geleden ophield. You Are Spring! is net als het vorige album geproduceerd door Gregory Uhlmann, die er wederom een mooi klinkend album van heeft gemaakt. Dat is ook deels de verdienste van Tasha zelf, want ze neemt op haar nieuwe album niet alleen de zang voor haar rekening maar ook een deel van de instrumenten die zijn te horen.
Ondanks het feit dat het nieuwe album van Tasha zeker geen standaard folkalbum is, spelen invloeden uit de folk wel een belangrijke rol op het album, dat ook invloeden uit de chamber pop, indiepop en jazz bevat. Op het vorige album waren ook een aantal flirts met indierock te horen, maar die hoor ik op You Are Spring! eigenlijk maar in één van de tracks.
De stem van Tasha viel op haar vorige twee albums al in positieve zin op, maar de zang op haar nieuwe album klinkt nog net wat mooier en intiemer. Het nieuwe album van Tasha ademt in alle opzichten kwaliteit en wat valt er veel te ontdekken in de songs van de Amerikaanse muzikante.
You Are Spring! is wat mij betreft een album dat zomaar kan uitgroeien tot een van de betere albums van 2026, maar het is wel een album dat de tijd moet krijgen om te groeien en dat om te beginnen maar eens ontdekt moet worden door een grotere groep liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters die fantasierijke en tegelijkertijd wonderschone muziek maken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ibeyi - Offering (2026) 4,0
30 juni, 16:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ibeyi - Offering - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ibeyi - Offering
De in Parijs woonachtige zussen Lisa-Kaindé en Naomi Diaz maken als Ibeyi muziek die iedere keer weer net iets toegankelijker klinkt, maar ook op hun vierde album Offering hebben ze weer een unieke sound
Offering is alweer het vierde album van Ibeyi en het is wederom een bijzonder klinkend album. Het is knap hoe het duo uit Parijs op ieder album weer anders weet te klinken en dat is ook op het nieuwe album weer gelukt. Lisa-Kaindé en Naomi Diaz verwerken steeds meer pop in hun songs, maar Offering is een totaal ander album dan alle andere popalbums van dit moment. Offering bevat een aantal songs waarin de muziek stevig is aangezet, maar er is ook ruimte voor meer ingetogen songs, waarin de mooie stemmen van de zussen het moeten doen. Ibeyi zit wel wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar ook hun vierde album heeft me weer verrassend makkelijk overtuigd.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van Ibeyi, al is het muziek die behoorlijk ver is verwijderd van de soorten muziek waar ik normaal gesproken naar luister. Ibeyi is een duo dat bestaat uit de zussen Lisa-Kaindé en Naomi Diaz, die zijn opgegroeid in Parijs, maar Cubaanse wortels hebben.
De zussen debuteerden in 2015 als Ibeyi met een titelloos album waarop ze de Afrikaanse wortels van hun vader, die overigens deel uitmaakte van de legendarische bezetting van de Buena Vista Social Club, eerden. Het leverde een bijzondere mix op van traditionele Afrikaanse muziek en de moderne elektronica van de zussen uit Parijs, die ook nog eens bleken te beschikken over prachtige stemmen.
Het debuutalbum van Ibeyi was met geen mogelijkheid in een hokje te duwen, maar het was desondanks een verrassend toegankelijk album vol bijzondere momenten. Op het in 2017 verschenen Ash perfectioneerde het tweetal het unieke geluid van het debuutalbum en werden onder andere zwaar aangezette beats toegevoegd.
Vier jaar geleden verscheen Spell 31, waarop de muziek van Lisa-Kaindé en Naomi Diaz wat opschoof richting pop. Het wederom razend knappe album klonk wat toegankelijker dan de eerste twee albums van Ibeyi, al is toegankelijk in het geval van het duo uit Parijs een zeer relatief begrip.
Ibeyi keert deze week terug met het vierde album van het duo en ook Offering is zeker geen alledaags album. Offering ligt af en toe in het verlengde van Spell 31, maar Lisa-Kaindé en Naomi Diaz slaan ook op hun nieuwe album weer nieuwe wegen in. Offering is net als Spell 31 een wat kort album met net geen half uur muziek, maar in dat half uur gebeurt er van alles.
Offering is een album dat nog wat meer invloeden uit de pop en de R&B verwerkt, maar Lisa-Kaindé en Naomi Diaz geven wel een eigen draai aan hun popmuziek. Dat doen de zussen ook dit keer met invloeden uit de wereldmuziek, die al lang niet meer uitsluitend uit de eigen kring komen.
Ik moet bij beluistering van Offering af en toe aan de Koerdisch-Nederlandse muzikante Naaz denken, maar er is een andere naam die veel vaker opkomt bij beluistering van het vierde album van Ibeyi. De combinatie van invloeden uit de wereldmuziek, zwaar aangezette beats, veel elektronica en de expressieve stemmen van Lisa-Kaindé en Naomi Diaz doet geregeld aan Rosalía denken en dan niet direct de Rosalía van Lux, maar eerder die van MOTOMAMI.
Het is een vergelijking die lang niet altijd opgaat, want zeker in de meer ingetogen songs op het album hebben Lisa-Kaindé en Naomi Diaz een duidelijk eigen geluid en klinken ze weer totaal anders.
Wat ik persoonlijk jammer vind is dat af en toe wordt gekozen voor het vervormen van de prachtige stemmen van de Parijse zussen, maar gelukkig gebeurt dit niet heel vaak. Ik was ook bang dat de keuze voor het Engels in flink wat songs ten koste zou gaan van het eigen karakter van de muziek van Ibeyi, maar dat valt in de praktijk erg mee.
De muziek van Lisa-Kaindé en Naomi Diaz was een paar jaar geleden nog veel te eigenzinnig om een groot publiek aan te spreken, maar met het uitstekende Offering hebben de zussen wat mij betreft wel een album in handen dat in brede kring de aandacht kan trekken en dat zonder veel concessies te doen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Beth Orton - The Ground Above (2026) 4,0
29 juni, 15:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Beth Orton - The Ground Above - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Beth Orton - The Ground Above
Beth Orton brengt niet veel albums uit, maar alles dat ze uitbrengt is goed, wat ook weer geldt voor het relatief sobere maar prachtig ingekleurde The Ground Above, waarop de Britse muzikante je bij de strot grijpt met haar doorleefde stem
De Britse muzikante Beth Orton sloeg een nieuwe weg in op haar bijna vier jaar oude vorige album. Op dit album koos ze voor een wat organischer en jazzy geluid en liet ze horen dat haar stem ruwer en doorleefder klinkt dan in het verleden. De lijn van het vorige album wordt doorgetrokken op het deze week verschenen album The Ground Above, dat nog wat subtieler en tegelijkertijd ruwer klinkt. Het klinkt totaal anders dan de muziek waarmee de Britse muzikante ooit doorbrak, maar er valt veel moois te ontdekken in de muziek op het nieuwe album. De stem van Beth Orton weet mij bovendien zeker te raken op het album dat ik nog net wat mooier vind dan Weather Alive vier jaar geleden.
Het is voor mijn gevoel heel lang stil geweest rond de Britse muzikante Beth Orton. Dat valt op zich wel mee, want ze bracht nog geen vier jaar geleden het uitstekende Weather Alive uit, maar dat album kwam ruim zes jaar na het volgens velen niet erg geslaagde Kidsticks.
Heel productief is Beth Orton nooit geweest, want sinds haar officiële debuutalbum Trailer Park uit 1996 (in 1993 verscheen het alleen in Japan uitgebrachte en met William Orbit gemaakte Superpinkymandy) heeft ze slechts zes albums uitgebracht. Daar wordt deze week een zevende album aan toegevoegd, want met The Ground Above laat de Britse muzikante weer van zich horen.
Op Weather Alive verlegde Beth Orton vier jaar geleden haar grenzen met een wat jazzy geluid dat werd verrijkt met atmosferische elektronische klanken. Het meest opvallend vond ik echter de stem van de Britse muzikante, die nog wat rauwer en doorleefder klonk dan op haar vroege albums. Het is een stem waar je van moet houden en dat heb ik niet altijd gedaan, maar op het soms wat aan het late werk van Talk Talk herinnerende Weather Alive vind ik de stem van Beth Orton heel mooi.
De Britse muzikante produceerde haar vorige album zelf en dat heeft ze ook dit keer gedaan. Ook voor haar nieuwe album rekruteerde ze een aantal hele goede muzikanten, onder wie multi-instrumentalist Shahzad Ismaily. Weather Alive deed me zoals gezegd af en toe denken aan het late werk van Talk Talk en dat is een naam die ook bij beluistering van The Ground Above naar boven komt.
Talk Talk koos gedurende haar bestaan voor een steeds subtieler geluid en Beth Orton lijkt dezelfde keuze te maken. The Ground Above klinkt nog wat subtieler en ook intenser dan het vorige album. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de stem van Beth Orton, die nog wat rauwer klinkt dan op Weather Alive. De Britse muzikante heeft een stem die ik niet altijd mooi vind, maar de zang op The Ground Above komt keihard binnen.
De stem van Beth Orton klinkt ruw en doorleefd, maar ze zingt ook met heel veel gevoel en legt bovendien heel veel urgentie in haar vocalen. De muziek op het album is minstens even mooi. Het geluid op The Ground Above is vaak behoorlijk subtiel, maar door alle fraaie bijdragen is het zeker geen kaal album. Ik vind het soms wat experimentele gitaarwerk echt heel mooi, terwijl de bijdragen van de trompet veel sfeer toevoegen aan het geluid op het album.
The Ground Above bevat slechts acht tracks, waaronder twee tracks van meer dan zes en één track van meer dan acht minuten. Het zijn songs die de tijd nemen voor het opbouwen van een bijzondere spanning en het creëren van een sfeer die ver verwijderd is van de sfeer op een gemiddeld popalbum. Het doet me af en toe ook wat denken aan de muziek van Marianne Faithfull, maar de stem van Beth Orton is nog zeker niet versleten.
Beth Orton verwerkte op haar vorige album voor het eerst invloeden uit de jazz in haar songs en die invloeden omarmt ze dit keer nog wat steviger, waardoor The Ground Above echt mijlenver verwijderd is van een album als Trailer Park, dat inmiddels ook alweer 30 jaar oud is. Het is op het eerste gehoor niet echt een album voor de zomer, maar zeker wat later op de avond doet het prachtige The Ground Above wonderen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Don McLean - American Pie (1971) 4,0
28 juni, 19:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Don McLean - American Pie (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Don McLean - American Pie (1971)
Don McLean scoorde met de single American Pie met afstand zijn grootste hit, maar ook het gelijknamige album uit 1971 is zeer de moeite waard en klinkt inmiddels als een volstrekt tijdloos singer-songwriter album
Het is bijzonder hoe kleine gebeurtenissen de ervaring met een album positief of juist negatief kunnen kleuren. American Pie leerde ik kennen op een moment dat ik niet zo veel had met het soort singer-songwriter muziek dat Don McLean maakt en dat zorgde ervoor dat ik het album sindsdien altijd heb laten liggen. Kort geleden luisterde ik er nog eens naar en mijn ervaring was nu heel anders dan een aantal decennia geleden. Don McLean beschikt over een mooie stem, heeft zijn album sfeervol ingekleurd en heeft bovendien een serie prima songs geschreven. Vergelijkbare albums uit de vroege jaren 70 heb ik heel lang geleden al omarmd, maar eindelijk weet ik ook American Pie van Don McLean op de juiste waarde te schatten.
Als ik de single American Pie van Don McLean hoor moet ik altijd direct denken aan klassenavonden op de middelbare school. Een van mijn klasgenoten had de gelijknamige LP in zijn of haar bezit en om onduidelijke redenen was dit zo ongeveer de enige muziek die gedraaid werd, al kan mijn herinnering wat vertroebeld zijn.
Ik had zelf niets met de muziek van Don McLean, want ik hield destijds van hardrock en symfonische rock en niet van destijds in mijn ogen wat belegen singer-songwriters. Zo belegen was Don McLean overigens niet, want toen het album American Pie in 1971 verscheen was hij pas 26 jaar oud. Feit is wel dat ik door de paar (overigens verder prima) klassenavonden heel lang echt niets van de muziek van Don McLean moest hebben, ook toen ik ergens in de jaren 90 alsnog geïnteresseerd raakte in de muziek van singer-songwriters uit de jaren 70.
Dat American Pie een prima song is moest ik erkennen toen Madonna in de jaren 90 haar versie van de song uitbracht, maar het album van Don McLean liet ik nog altijd liggen. De laatste paar weken luister ik tijdens het wandelen vaak naar een playlist met vooral Amerikaanse muziek uit de jaren 70 en ook Don McLean komt voorbij en uiteraard met zijn grootste hit American Pie. En zo heb ik, decennia na de klassenavonden, toch nog eens geluisterd naar het tweede en volgens mij ook met afstand beste album van de muzikant uit New York, die nog steeds actief is.
American Pie uit 1971 opent met de titeltrack en bevat met de meer ingetogen ballad Vincent nog een tweede hitsingle. De andere songs op het album kwamen me niet bekend voor, al moet ik ze dus wel meerdere malen gehoord hebben. Het zijn vooral folky en ingetogen songs met een enkele keer een net wat uitbundiger klinkende uitschieter. Het zijn songs die het moeten doen zonder de hitgevoeligheid van American Pie en Vincent, maar ik vind American Pie inmiddels een mooi album.
Het is een album met songs zoals die aan het begin van de jaren 70 door meerdere singer-songwriters werden gemaakt, maar het album van Don McLean heeft wel wat. De muziek op het album is vooral ingetogen met voornamelijk een akoestische gitaar en hier en daar wat aanzwellende strijkers, maar het is muziek die warm en sfeervol klinkt.
De belangrijkste kracht van American Pie zit wat mij betreft in de stem van Don McLean. De Amerikaanse muzikant beschikt over een uit duizenden herkenbare stem, maar het is ook een mooie stem, die kleur geeft aan de songs op het album. Bij eerste beluistering sprongen voor mij vooral American Pie en Vincent eruit, maar het album bevat meer uitstekende songs en naarmate je het album vaker beluistert, groeit het aantal memorabele songs, waarvan Empty Chairs en de protestsong The Grave mijn favorieten zijn.
Don McLean brak door met het album waarvan er uiteindelijk meer dan twee miljoen werden verkocht (van de single werden er meer dan 6 miljoen verkocht), maar hij wist het succes van American Pie nooit meer te evenaren. Met American Pie maakte de Amerikaanse muzikant wel een album dat niet misstaat tussen de grote singer-songwriter albums uit de vroege jaren 70 en dat ook goed aansluit op deze albums. Ik moest er heel lang niets van hebben, maar ik ben blij dat ik het beste album van Don McLean toch nog in het hart heb gesloten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Willow Avalon - Pink Pocket Pistol (2026) 4,0
28 juni, 11:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Willow Avalon - Pink Pocket Pistol - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Willow Avalon - Pink Pocket Pistol
Willow Avalon keert redelijk snel na haar debuutalbum Southern Belle Raisin' Hell terug met een nieuw album en laat op Pink Pocket Pistol flinke groei horen in zowel haar songs als met haar bijzondere stem
Liefhebbers van countrymuziek zoals die in het verleden werd gemaakt door onder andere Dolly Parton, Tammy Wynette, Loretta Lynn en Lynn Anderson kunnen waarschijnlijk goed uit de voeten met het nieuwe album van Willow Avalon. Countrymuziek uit de jaren 70 is een belangrijke inspiratiebron voor de in Georgia geboren muzikante, die met haar nieuwe album ver weg blijft van de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt. De karakteristieke stem van Willow Avalon zal voor velen even wennen zijn, maar het is een stem die perfect past bij de wat traditioneel klinkende countrymuziek die ze maakt en die op Pink Pocket Pistol echt perfect wordt uitgevoerd.
Ik herinner me mijn eerste kennismaking met de muziek van Willow Avalon nog heel goed. Het is ook nog niet zo lang geleden, want haar debuutalbum Southern Belle Raisin' Hell verscheen aan het begin van 2025. Bij eerste beluistering van het album had ik grote moeite met de stem van de Amerikaanse muzikante, zeker als die wat bibberde, en het duurde even voor ik gewend was aan de zang van Willow Avalon.
Uiteindelijk vond ik de stem van Willow Avalon, overigens de dochter van de eigenzinnige muzikant Jim White, misschien wel het sterkste punt van Southern Belle Raisin' Hell. Het album had meer aansprekende punten, want de muzikante uit Nashville stopte lekker veel traditionele country in haar songs en combineerde in haar teksten de nodige clichés uit de countrymuziek met heel veel humor.
Southern Belle Raisin' Hell zat dichter tegen de albums van de grote countryzangeressen uit de jaren 70 aan dan tegen de countrypop van het moment, maar Willow Avalon was zeker niet vies van pop, waardoor haar songs zich makkelijk opdrongen. Southern Belle Raisin' Hell krijgt redelijk snel een vervolg, want anderhalf jaar na het verschijnen van haar debuutalbum verscheen deze week Pink Pocket Pistol.
Iedereen die de muziek van Willow Avalon niet kent, zal waarschijnlijk even moeten wennen aan de stem van de Amerikaanse muzikante. Ik wist wat ik kon verwachten, waardoor het nieuwe album van Willow Avalon me direct beviel. Ik vind de zang op Pink Pocket Pistol overigens wel een stuk beter dan op het vorige album en denk daarom dat de drempel dit keer minder hoog is.
Willow Avalon zingt net wat meer ingetogen dan op haar debuutalbum, waardoor haar stem wat minder schel klinkt en ook wat minder bibbert, al heeft ze de countrysnik niet helemaal afgezworen. Gebleven is de heerlijke zuidelijke tongval, die haar songs voorziet van iets extra’s.
Pink Pocket Pistol opent prachtig met de titeltrack, waarin de stem van Willow Avalon wordt gecombineerd met beeldende klanken, die niet zouden hebben misstaan in een Amerikaanse western uit de jaren 50. In Easy on the Eyes worden de beeldende klanken vervangen door blazers en een pedal steel en keert Willow Avalon terug naar de countrymuziek van weleer.
Het lijkt af en toe wel wat op de muziek die Sierra Ferrell maakt, maar ook vergelijkingsmateriaal uit een veel verder verleden is relevant. Ook Pink Pocket Pistol raakt in muzikaal opzicht aan de grote countryzangeressen uit de jaren 60 en 70, maar ook in tekstueel opzicht sluit het album makkelijk aan bij countryalbums uit het verleden, al neemt Willow Avalon zeker geen blad voor de mond. Op Pink Pocket Pistol zijn gastrollen weggelegd voor Midland, Kaitlin Butts en Jason Isbell, die alle drie laten horen dat de stem van Willow Avalon zich uitstekend leent voor een duet.
Er verschijnen de laatste jaren heel veel country- en countrypop albums, waardoor verzadiging, zelfs bij mij, op de loer ligt, maar vergeleken met de meeste van haar concurrenten heeft Willow Avalon iets eigenzinnigs en voegt ze iets toe aan alle muziek die verschijnt in deze genres. Het is ook de verdienste van de mij onbekende, maar echt uitstekend spelende muzikanten op het album, die Pink Pocket Pistol hebben voorzien van een veelkleurig geluid dat zowel nostalgisch als eigentijds kan klinken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Chanel Beads - Your Day Will Come (2026) 4,0
Alternatieve titel: Your Day Will Come 2, 27 juni, 15:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review - Chanel Beads - Your Day Will Come - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review - Chanel Beads - Your Day Will Come
Chanel Beads maakte in 2024 met Your Day Will Come een ongrijpbaar en uniek klinkend popalbum en herhaalt dit kunstje met deze week verschenen en wederom Your Day Will Come getitelde nieuwe album
De New Yorkse band Chanel Beads is op haar tweede album Your Day Will Come goed voor flarden van nagenoeg perfecte popsongs, maar het zijn popsongs die zich niet in een keurslijf laten dwingen en volop experimenteren met prachtige en vaak wat zweverige klanken. Ontoegankelijk is de muziek van Chanel Beads zeker niet, maar de songs van de band uit New York lijken niet op de songs van andere bands. Het zijn songs met hier en daar duidelijke echo’s uit de jaren 80 en 90, maar Chanel Beads maakt ook de indiepop van het moment en ook alvast die van de toekomst. Het debuutalbum van de band was al indrukwekkend, maar het tweede album is nog een stuk mooier en interessanter.
In het voorjaar van 2024 wees de Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork me op het debuutalbum van de Amerikaanse band Chanel Beads. Pitchfork omschreef Your Day Will Come als “a dreamy and druggy pop album” en dat was een mooie en rake omschrijving van het debuutalbum van de New Yorkse band. Chanel Beads kan op haar debuutalbum niet kiezen tussen dromerige popsongs vol invloeden uit de jaren 80 en 90 en behoorlijk zweverige klanken en geluidstapijten en dat levert een fascinerend album op.
Ik was het album zelf al lang weer vergeten toen ik aan het eind van 2024 mijn jaarlijstje samenstelde, maar toen ik deze week weer eens luisterde naar Your Day Will Come was ik direct weer onder de indruk van de bijzondere sfeer op het album, van de prachtige klanken, van de mooie combinatie van een mannen- en een vrouwenstem en van de songs die zo makkelijk schakelen tussen benevelende klanken en wonderschone popsongs.
Your Day Will Come van Chanel Beads werd in 2024 niet heel breed opgepikt volgens mij, maar de band heeft destijds wel de zaadjes geplant die er, mede dankzij de steun van onder andere Billie Eilish, Rosalía en Lorde, voor hebben gezorgd dat er deze week veel aandacht is voor het tweede album van de band uit New York.
Dat tweede album heeft dezelfde titel gekregen als het vorige album, Your Day Will Come. Het betekent niet dat de band ook in muzikaal opzicht uit precies hetzelfde vaatje tapt, want het tweede album klinkt toch weer net wat anders dan het debuutalbum van de band.
Gebleven is de eigenzinnigheid en de onvoorspelbaarheid van de muziek van Chanel Beads en ook de liefde voor wat zweverige klanken is gebleven. In de sfeervolle openingstrack blijft de band ver verwijderd van de toegankelijke popsong en domineren sprookjesachtige klanken, maar in de tweede track, Song for the Messenger, komt Chanel Beads direct weer met een memorabele popsong op de proppen, al krijgen ook de atmosferische klanken alle ruimte.
De muziek van de band liet twee jaar geleden flink wat echo’s uit de jaren 80 en 90 horen. Die hoor ik ook zeker op het tweede album van de band, dat flarden bevat van de muziek van bands die me dierbaar zijn, maar ik ken geen band uit de jaren 80 of 90 muziek maakte die klinkt als de muziek van Chanel Beads.
Chanel Beads is een project van de Amerikaanse muzikant Shane Lavers, die op het tweede album van zijn band nog wat nadrukkelijker zijn talent laat horen. Het tweede album van Chanel Beads bevat nog altijd wel wat lekker in het gehoor liggende popsongs, maar over de hele linie is er meer ruimte voor experiment of voor wat complexere songs.
Het doet me in muzikaal opzicht af en toe wel wat denken aan The Blue Nile en ook Prefab Sprout is af en toe relevant vergelijkingsmateriaal, maar Chanel Beads klinkt uiteindelijk vooral als zichzelf, waarmee het zich onderscheidt val al die andere bands die de inspiratie vinden in de jaren 80 en 90.
Your Day Will Come is vaak behoorlijk stemmig ingekleurd, wat uitstekend past bij de stemmen van Shane Lavers en Maya McGrory, die ook dit keer worden ondersteund door de fraaie klankentapijten van violist Zachary Paul. Chanel Beads begeeft zich op haar nieuwe album continu buiten de gebaande paden van de popmuziek, maar toch staat Your Day Will Come vol met songs waar je onmiddellijk van houdt. Wat een fascinerend album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Charlie Marie - Signs (2026) 4,0
26 juni, 16:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Charlie Marie - Signs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Charlie Marie - Signs
De Amerikaanse muzikante Charlie Marie woont tegenwoordig ver weg van Nashville, maar heeft met Signs een geweldig album gemaakt, dat zeker moet worden opgepikt in de Amerikaanse muziekhoofdstad
Het eerste dat opvalt bij beluistering van het album Signs van Charlie Marie is haar stem. Het is een stem met heel veel kracht, maar de Amerikaanse muzikante zingt ook met veel gevoel en souplesse. Het is een stem die is gemaakt voor countrymuziek en die maakt Charlie Marie dan ook, al is het geen countrymuziek die makkelijk in een hokje is te plaatsen. Signs bevat invloeden uit de traditionele countrymuziek uit het verleden, kan af en toe lekker stevig klinken, maar het album klinkt ook eigentijds. Het is de stem van Charlie Marie die de meeste indruk maakt, maar in muzikaal opzicht staat het album als een huis en ook de songs zijn van hoog niveau. Mis dit geweldige album niet.
Ik was ruim vijf jaar geleden heel enthousiast over Ramble On, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Charlie Marie. Het is een album dat vaak klinkt als een wat traditioneel countryalbum van vele decennia geleden, maar je hoort ook wel dat het een album van deze tijd is. Charlie Marie laat zich op haar debuutalbum begeleiden door een fantastische band en maakt indruk met prima songs, maar ze imponeert met haar buitengewoon krachtige stem, die af en toe met orkaankracht uit de speakers komt, maar ook fraai kan doseren.
Ondanks mijn goede ervaringen met het debuutalbum van Charlie Marie, viel het begin deze maand verschenen Signs bijna tussen wal en schip. Dat was een misser van jewelste geweest, want het tweede album van Charlie Marie is nog een stuk beter dan haar debuutalbum en misstaat zeker niet tussen de beste rootsalbums van het moment.
De muzikante uit Warren, Rhode Island, heeft de tijd genomen voor de opvolger van Ramble On. Na de release van haar debuutalbum reisde ze lange tijd door de Verenigde Staten, waarbij ze werd omringd met heel muziek uit het verleden en het heden. Het leverde heel veel inspiratie op voor haar tweede album, dat voortborduurt op haar debuutalbum, maar ook stappen zet.
Charlie Marie maakte haar tweede album met een compacte band, maar ook Signs klinkt weer geweldig. De ritmesectie speelt degelijk, de steel gitaar zorgt voor mooie accenten, maar het geluid op het album wordt vooral bepaald door de geweldig spelende gitarist Nick Mercado.
Net als Ramble On is ook Signs een album dat ver verwijderd blijft van de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt. Ook op haar nieuwe album laat Charlie Marie zich beïnvloeden door countrymuziek uit het verleden, maar het klinkt geen moment als retro. De Amerikaanse muzikante beweert op haar bandcamp pagina dat ze “classic country music for the modern world” maakt en dat is een mooie omschrijving.
Het is muziek die anders klinkt dan de gepolijste countrypop van het moment, maar ik hoor ook niet meer dan wat invloeden van de traditionele countrymuziek uit het verleden. De muziek is soms lekker stevig, maar de band van Charlie Marie laat ook veel ruimte over. Die ruimte vult de Amerikaanse muzikante ook dit keer met haar imposante stem.
Ook op Signs valt op hoe krachtig de stem van Charlie Marie is. Ze kan stevig uithalen met haar stem, maar ik vind de zang op Signs nergens over de top. De zang knalt af en toe uit de speakers, maar Charlie Marie kan ook meer ingetogen en met veel gevoel zingen. Het is knap hoe ze binnen een paar noten kan doseren van orkaankracht naar een subtiel briesje, zonder dat het gekunsteld klinkt. Ook als ze vol uithaalt is de zang van Charlie Marie zuiver en dat is knap. Het is een stem die is gemaakt voor wat traditioneler klinkende countrymuziek en voor wat stevigere countryrock en honky tonk, maar ook als Charlie Marie gas terugneemt met haar stem, maakt ze makkelijk indruk.
Ik kan er nog steeds niet bij dat ik dit album bijna over het hoofd heb gezien en begrijp ook niet dat er tot dusver vrij weinig aandacht is voor Signs, want wat is dit een topalbum. Charlie Marie opereert ver van de spotlights in Nashville, maar ze verdient haar plekje in deze spotlights absoluut. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Alex Amen - Sun of Amen (2026) 4,0
26 juni, 16:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alex Amen - Sun of Amen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alex Amen - Sun of Amen
De Amerikaanse muzikant Alex Amen heeft een laidback singer-songwriter album gemaakt dat je onmiddellijk mee terugneemt naar de jaren 60 en 70, maar dat ook uitstekend tot zijn recht komt bij de tropische temperaturen van nu
Alex Amen heeft de pech dat ik echt een enorme voorkeur heb voor vrouwelijke singer-songwriters, waardoor zijn debuutalbum Sun of Amen twee weken geleden buiten de boot viel. Ten onrechte, want het debuutalbum van de muzikant uit Los Angeles is een bijzonder aangenaam album. Het is ook een heel goed album, want de laidback songs op het album zijn bijzonder fraai ingekleurd en Alex Amen beschikt over een mooie stem. Het heeft allemaal een hoog jaren 60 en 70 gehalte, maar Sun of Amen roept zo veel associaties op dat ik niet direct een klassieker uit het verleden opzet. Sun of Amen is de perfecte soundtrack voor tropische dagen, maar ook hierna gaat dit album het prima doen.
Het weer heeft absoluut invloed op de muziek waar ik bij voorkeur naar luister. Er is muziek die voor mij het best tot zijn recht komt op koude en donkere winteravonden, er is muziek die uitstekend gedijt bij een voorzichtige lentezon of een aangename zomerzon en er is muziek die de perfecte soundtrack biedt voor een stevige herfststorm. De tropische temperaturen van het moment vragen voor mij weer om hele andere muziek, want het is snel te veel.
Ik heb de afgelopen dagen veel geluisterd naar singer-songwriters uit de jaren 70, want die maakten vaak het soort laidback en zorgeloze muziek die past bij de extreme temperaturen van het moment. Op een gegeven moment vond Spotify kennelijk dat ik lang genoeg in het verre verleden had vertoefd, want het streamingplatform adviseerde me het pas twee weken geleden verschenen Sun of Amen van Alex Amen.
Het is een naam die ik twee weken geleden wel ben tegengekomen, maar ik kwam er toen niet toe om te luisteren naar het debuutalbum van de muzikant uit Los Angeles, California. Inmiddels ben ik behoorlijk gehecht geraakt aan het album, dat het echt geweldig doet bij de code rood van vandaag.
Sun of Amen verscheen zoals gezegd precies twee weken geleden, maar het album klinkt alsof het aan het einde van de jaren 60 of aan het begin van de jaren 70 is gemaakt. Ik denk dat Alex Amen het destijds goed zou hebben gedaan en een geduchte concurrent zou zijn geweest van Jim Croce, Harry Nilsson en Don McLean.
Het zijn drie vrij willekeurig gekozen namen, want Sun of Amen van Alex Amen roept bij mij associaties op met talloze singer-songwriter albums uit deze periode en ook zeker met de eerste albums van The Eagles. Het zijn albums waar ik nog vaak naar luister, maar ook het debuutalbum van de muzikant uit Los Angeles gaat hier nog vaak voorbij komen.
Sun of Amen streelt immers op allerlei manieren het oor en toen ik het album één keer had gehoord was ik verkocht. Alex Amen heeft zijn debuutalbum voorzien van een laidback geluid, maar het is ook een warm en gloedvol geluid. De Amerikaanse muzikant heeft vooral snareninstrumenten ingezet op zijn debuutalbum, dat een fraai gitaargeluid laat horen, verrijkt met bijdragen van onder andere de pedal steel, banjo, mandoline en hier en daar wat violen.
Alex Amen heeft zijn album zelf geproduceerd en dat heeft hij knap gedaan. Sun of Amen klinkt immers als een verloren gewaande klassieker uit de jaren 70 en het is er een die met name bij beluistering met de koptelefoon prachtig klinkt. In muzikaal en productioneel opzicht trok Sun of Amen onmiddellijk mijn aandacht, maar ik was ook direct gecharmeerd van de stem van Alex Amen.
Hij beschikt over het soort stem dat in de jaren 60 en 70 gangbaar was en het is er een die het laidback karakter van zijn muziek versterkt. Ik heb normaal gesproken een enorme voorkeur voor vrouwenstemmen, maar de zang op Sun of Amen is uitstekend en lijkt bij de temperaturen van het moment nog net wat mooier, zeker als op de achtergrond toch nog wat vrouwenstemmen worden toegevoegd.
De jaren 60 en 70 vibe die je hoort in de zang, de muziek en de productie wordt nog wat versterkt door de songs, die volstrekt tijdloos klinken en het debuutalbum van Alex Amen nog wat verder optillen. Echt een heel mooi album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Johnny Blue Skies & the Dark Clouds - Mutiny After Midnight (2026) 4,0
25 juni, 20:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Johnny Blue Skies - Mutiny After Midnight - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Johnny Blue Skies - Mutiny After Midnight
De Amerikaanse muzikant Sturgill Simpson kon niet kiezen op de albums die hij onder zijn eigen naam uitbracht en dat kan hij ook niet op het tweede album van zijn project Johnny Blue Skies, maar wat klinkt het weer lekker
Luister naar Mutiny After Midnight van Johnny Blue Skies & The Dark Clouds en je zou zomaar kunnen vermoeden dat je luistert naar een obscure verzamelaar uit de jaren 70. Dat Sturgill Simpson, de man achter Johnny Blue Skies, een groot liefhebber is van muziek uit de jaren 70 is bekend, maar hij klonk nog niet eerder zo veelzijdig als op zijn nieuwe album. Country, blues, rock, soul, disco, funk, het komt allemaal voorbij op Mutiny After Midnight en alles klinkt even lekker. Het is een bijzonder oeuvre dat Sturgill Simpson de afgelopen vijftien jaar heeft opgebouwd en het fraaie Mutiny After Midnight valt in dat bijzondere oeuvre zeker niet uit de toon.
Mutiny After Midnight, het tweede album van Johnny Blue Skies, verscheen in eerste instantie alleen fysiek en niet op de streamingplatforms, maar daar dook het album eerder deze maand gelukkig alsnog op. Het wachten op het tweede album van het project van de Amerikaanse muzikant Sturgill Simpson is beloond, want Mutiny After Midnight bevat op de streamingplatforms drie extra tracks en heeft een speelduur van ruim 57 minuten. Op de albumcover staat overigens niet alleen de naam van Johnny Blue Skies maar ook die van zijn band The Dark Clouds.
Mutiny After Midnight is de opvolger van het bijna twee jaar geleden verschenen Passage Du Désir, het debuutalbum van Johnny Blue Skies. Voordat Sturgill Simpson opdook met zijn nieuwe project Johnny Blue Skies, maakte hij tussen 2013 en 2021 een aantal opvallende albums onder zijn eigen naam, waarvan ik vooral Metamodern Sounds in Country Music (2014) en A Sailor's Guide to Earth (2016) erg goed vind.
Het zijn albums die laten horen dat Sturgill Simpson muziek maakt die niet in een hokje is te duwen, want tussen maar ook op zijn albums is een enorme variëteit te horen. Dat gold ook weer voor het debuutalbum van Johnny Blue Skies, dat weer wat dichter tegen de countryrock van Metamodern Sounds in Country Music aan zat, maar zich ook in alle richtingen bewoog.
Het is niet anders op Mutiny After Midnight, dat door Sturgill Simpson zijn dansalbum is genoemd. Dat dat niet voor niets is hoor je in de openingstrack Make America Fuk Again, dat is voorzien van een funky beat. Persoonlijk vind ik de muziek van Sturgill Simpson best vaak op het randje, maar hij slaat altijd precies op tijd weer een juiste weg in. Zo verandert de wat mij betreft niet heel overtuigende openingstrack net op tijd in een ZZ Top achtige rocksong, die in muzikaal opzicht niet had misstaan op de albums waarop ZZ Top een hitmachine bleek.
Johnny Blue Skies kan ook op Mutiny After Midnight nog rocken, want na de openingstrack volgt een bluesy rocksong die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Het wordt gevolgd door een met blazers verrijkte countrysong uit dezelfde periode, waardoor Sturgill Simpson meteen in de eerste drie tracks van het nieuwe album zijn liefde voor muziek uit de jaren 70 weer eens etaleert. Het is niet anders in de tracks die volgen, waarbij het niet zoveel uitmaakt of funk, blues, disco, country, soul of rock ’n roll de basis is.
Het nadeel van de muziek die Johnny Blue Skies maakt is dat het zoveel kanten op schiet dat het een allegaartje wordt en mede hierdoor vond ik Mutiny After Midnight in eerste instantie best lekker klinken, maar deed het album me verder niet zo veel. Dat veranderde toen ik het album meerdere keren had beluisterd, want wat zijn de songs goed en wat is Sturgill Simpson in vorm op het tweede album van Johnny Blue Skies.
De bonustrack A Whiter Shade of Pale leek me op voorhand een vrij overbodige versie van de klassieker van Procol Harum, maar wat is het een goede versie. Dat geldt voor alle songs op het album, dat zich aan de ene kant laat beluisteren als een verzamelalbum met vergeten songs uit de jaren 70, maar dat aan de andere kant ook een typisch Sturgill Simpson album is. Ook voor liefhebbers van bijzondere teksten heeft Mutiny After Midnight nog het een en ander te bieden, maar ik hou het dit keer op de muziek. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Natalie Jane Hill - Hopeful Woman (2026) 4,0
24 juni, 19:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Natalie Jane Hill - Hopeful Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Natalie Jane Hill - Hopeful Woman
Ik dacht met Hopeful Woman van Natalie Jane Hill een wat obscuur rootsalbum te hebben ontdekt, maar het album van de Amerikaanse singer-songwriter ligt hier gewoon in de winkel en dat is volkomen terecht
Zonder het halfjaarlijstje van een mij tot voor kort onbekende muziekwebsite was ik nooit op het spoor gekomen van het derde album van de Amerikaanse muzikante Natalie Jane Hill, maar gelukkig heb ik Hopeful Woman toch nog ontdekt. Het is een rootsalbum met mooi verzorgde songs met vooral invloeden uit de folk. Van dit soort albums zijn er heel veel, maar Natalie Jane Hill is de concurrentie in alle opzichten een stap voor. Het album is bijzonder mooi ingekleurd met een tijdloos geluid, haar songs houden de aandacht makkelijk vast en prikkelen de fantasie en Natalie Jane Hill beschikt ook nog eens over een bijzonder mooie stem. Echt een heel mooi rootsalbum.
Bij gebrek aan gloednieuwe albums laat ik me deze weken flink inspireren door de vele halfjaarlijstjes die momenteel worden gepubliceerd. De lijstjes met de beste albums van 2026 tot dusver, die worden gepubliceerd door de bekende en vooral Amerikaanse muziekwebsites, zijn verrassend consistent, maar leveren me eerlijk gezegd niet heel veel interessante nieuwe albums op. De meest interessante ontdekkingen deed ik in de halfjaarlijst van de voor mij tot voor kort onbekende Amerikaanse blog No Expectations, waarop ik een aantal uitstekende recente albums vond.
Een van deze albums is Hopeful Woman van Natalie Jane Hill. Op de streamingplatforms kwam ik nog twee albums van deze Amerikaanse muzikante tegen en ik was er vrij zeker van dat ik haar vorige album, het in 2021 verschenen Solely, had besproken op De Krenten uit de Pop. Dat blijkt niet het geval, maar ik weet wel dat ik het album destijds meerdere keren heb overwogen.
Hopeful Woman, het derde album van de muzikante uit Asheville, North Carolina, heb ik eerder dit jaar niet opgemerkt, maar het is wederom een prima album. Dat ik het vorige album van Natalie Jane Hill niet heb besproken heeft alles te maken met het genre waarin de Amerikaanse muzikante opereert. Natalie Jane Hill maakte op haar tweede album mooi klinkende Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook rootsmuziek van het soort dat momenteel heel veel wordt gemaakt.
Nu ik Solely nog eens heb beluisterd denk ik dat het album zeker een plekje op De Krenten uit de Pop had verdiend en dat geldt ook zeker voor het in het voorjaar verschenen Hopeful Woman, dat ik nog wat hoger aansla. Hopeful Woman is een album dat opvalt door een aangename en wat laidback sfeer. De songs van de Amerikaanse muzikante hebben in de meeste gevallen een laag tempo en zijn voorzien van wat lome klanken en dat klinkt heerlijk bij de temperaturen van het moment.
Natalie Jane Hill nam haar nieuwe album deels op in haar thuisstaat Texas en deels in North Carolina, waar ze momenteel woont. Ze deed dit samen met een aantal prima muzikanten, onder wie haar partner en multi-instrumentalist Mat Davidson, die de muziek op het album voorziet van allerlei fraaie accenten, waaronder bijdragen van de pedal steel en de viool.
De songs van Natalie Jane Hill hebben in de basis genoeg aan haar akoestische gitaar en haar stem, maar de extra inkleuring van de songs zorgt voor een warm en tijdloos geluid. Het begrip tijdloos is ook van toepassing op de songs op Hopeful Woman, dat ook flink wat jaren oud had kunnen zijn, wat overigens zeker niet betekent dat het album ouderwets klinkt.
Ik begrijp inmiddels waarom de blog uit Chicago zo hoog opgeeft over het derde album van Natalie Jane Hill, want de songs zijn aansprekend en de muziek klinkt echt prachtig. Het wordt nog wat mooier door de stem van de Amerikaanse muzikante. Ook de zang van Natalie Jane Hill voorziet haar album van een tijdloos karakter, maar het is ook een mooie, warme en karakteristieke stem, die zich ook makkelijk weet te onderscheiden in de overvolle vijver van de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Alle reden dus om de muzikante uit North Carolina vanaf nu nauwlettend in de gaten te houden, want ook haar eerste twee albums zijn absoluut de moeite waard. Het zijn net als het nieuwe album allebei albums zonder opsmuk, maar alles dat Natalie Jane Hill toevoegt is raak. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Veils - Fragile World (2026) 4,0
24 juni, 11:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Veils - Fragile World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Veils - Fragile World
The Veils is inmiddels al een tijdje een soloproject van zanger Finn Andrews, maar ook het wat minder donker en wat voller klinkende Fragile World is weer een uitstekend album van de Nieuw-Zeelandse muzikant
Maar net iets meer dan een jaar na het behoorlijk donkere Asphodels is er alweer een nieuw album van The Veils verschenen. Finn Andrews werkt op dit nieuwe album samen met producer Tom Healy, die Fragile World heeft voorzien van een wat toegankelijker en wat minder donker geluid. De strijkers van het vorige album zijn vervangen door pianoklanken, waardoor de muziek van The Veils nog altijd stemmig klinkt. Dat hoor je vooral in de wat meer ingetogen songs op het album, die aan Nick Cave doen denken, maar Fragile World bevat ook een aantal wat voller klinkende songs, die weer een net wat andere kant van The Veils, of eigenlijk Finn Andrews, laten horen.
De in eerste instantie vanuit Nieuw-Zeeland opererende band The Veils debuteerde in 2004 met het album The Runaway Found, dat in 2006 werd gevolgd door het minstens even goede Nux Vomica. Het zijn volgens de critici en ook wat mij betreft nog altijd de twee beste albums van The Veils, maar ik heb altijd een zwak gehouden voor de band, die inmiddels acht albums heeft gemaakt.
Zanger Finn Andrews, de zoon van XTC en Shriekback toetsenist Barry Andrews, was altijd al het belangrijkste lid van The Veils, maar de laatste albums van de band zijn feitelijk meer soloalbums van Finn Andrews dan albums van een band. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Fragile World, de opvolger van het vorig jaar verschenen Asphodels.
Finn Andrews maakte het in Nieuw-Zeeland opgenomen Fragile World voor een belangrijk deel samen met producer Tom Healy, die onder andere albums van Tiny Ruins, The Chills en Folk Bitch Trio op zijn cv heeft staan. De twee maakten ook vrijwel alle muziek op het album, waarvoor verder alleen drummer Joseph McCallum werd ingeschakeld voor een aantal tracks.
Finn Andrews komt vrij snel op de proppen met de opvolger van het pas vorig jaar verschenen Asphodels en wilde naar verluidt een wat opgewekter album maken na het behoorlijk donkere vorige album. Dat is wat mij betreft gelukt, al is ook Fragile World een album dat het, in ieder geval voor mij, het beste doet wanneer de zon onder is. Zeker in de meer ingetogen songs op het album vind ik het verschil met het vorige album niet eens zo heel groot, maar Fragile World bevat ook een aantal wat voller ingekleurde en meer uptempo songs.
In de ingetogen songs domineert de stem van Finn Andrews en die kan af en toe wat opschuiven in de richting van Nick Cave en daar ben ik persoonlijk geen fan van. Ik vind de muziek van The Veils wel wat minder dramatisch dan die van Nick Cave en de stem van Finn Andrews is de afgelopen twintig jaar mooier geworden.
De net wat voller klinkende songs op Fragile World hebben echter mijn voorkeur en voegen bovendien wat toe aan het oeuvre van The Veils. Het schuift wat op richting een band als The National, maar ik hoor af en toe ook wel wat subtiels van Roxy Music en dat bevalt me wel.
De muziek op Fragile World is warm en sfeervol, maar Finn Andrews en Tom Healy hebben ook een mooi geluid vol fraaie details in elkaar geknutseld, dat van Fragile World ook zeker een koptelefoon album maakt, want met de koptelefoon komen de songs op het album net wat makkelijker tot leven.
De critici zijn dit keer wat verdeeld in hun oordeel over het nieuwe album van The Veils, maar ik ben zelf zeer te spreken over het net wat luchtigere geluid van de band en ook de flirts met toegankelijkere pop en rock spreken me aan, net als de hier en daar toegevoegde dynamiek in de songs waarin drums zijn toegevoegd.
Als ik mijn favoriete albums van The Veils moet kiezen, kom ik nog altijd uit bij de eerste twee albums, maar ook Fragile World is weer een album dat aardig in de buurt komt en iets toevoegt aan de vorige zeven albums van de band. Als ik mag kiezen, schuift het volgende album weer wat meer op richting een wat steviger geluid, maar ook de stemmige klanken op de afgelopen albums laten het talent van Finn Andrews horen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Celina Cairo - Panacea (2026) 4,5
24 juni, 07:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Celine Cairo - Panacea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Celine Cairo - Panacea
Panacea van Celine Cairo is niet het album dat deze week de meeste aandacht krijgt, maar wat heeft de Amsterdamse singer-songwriter weer een prachtig album gemaakt en wat maakt ze weer indruk met haar wonderschone stem
Met haar vorige album Overflow was Celine Cairo behoorlijk succesvol en daar viel niets op af te dingen. Het album was prachtig geproduceerd en voorzien van fraaie klanken en dan was er ook nog eens de geweldige stem van Celine Cairo. Op het deze week verschenen nieuwe album Panacea klinkt de stem van de Nederlandse muzikante nog wat mooier en ook in muzikaal en productioneel opzicht is het album minstens net zo goed als zijn voorganger. De songs op Panacea kregen vorm nadat Celine Cairo de tijd voor zichzelf had genomen en dat hoor je, want het album heeft een rustgevende sfeer. Ik vond Overflow vijf jaar geleden alleen maar mooier worden naarmate ik het album vaker hoorde en dat is dit keer niet anders. Wat een prachtig album!
Bijna vijf jaar geleden verscheen Overflow, het derde album van de tot dat moment voor mij onbekende Nederlandse singer-songwriter Celine Cairo. Het is een album dat op mij een verpletterende indruk maakte en dat was ik niet vergeten toen ik een paar maanden later mijn jaarlijstje opstelde, al had Overflow achteraf bezien wel een wat hogere plek verdiend.
Toen ik Overflow voor het eerst beluisterde dacht ik nieuw werk van het destijds buitengewoon populaire London Grammar te horen. Dat was deels de verdienste van de kunsten van producer Tim Bran, die ook met de Britse band werkte, maar het was vooral de stem van Celine Cairo die me betoverde en die ik persoonlijk misschien nog wel mooier vond dan die van de stevige bewierookte London Grammar zangeres Hannah Reid.
Celine Cairo heeft de afgelopen jaren de tijd voor zichzelf genomen, maar deze week is haar nieuwe album Panacea verschenen. De Amsterdamse muzikante werkte op Overflow met een buitenlandse producer van naam en faam en dat deed ze ook op haar eerste twee albums, maar Panacea produceerde ze samen met de Amsterdamse muzikant Benjamin Rheinländer.
Het is wat mij betreft een verstandige keuze, want Panacea heeft een meer eigen sound dan Overflow, dat duidelijk het stempel bevatte van Tim Bran. Het betekent overigens niet dat het nieuwe album van Celine Cairo heel anders klinkt dan de succesvolle voorganger. Ook Panacea is voorzien van een sfeervol en vaak sprookjesachtig mooi geluid, waarin een folky basis wordt gecombineerd met fraaie bijdragen van onder andere strijkers.
Het is een geluid dat zich ergens tussen folk en pop beweegt, maar Panacea klinkt anders dan de meeste albums die het etiket folkpop opgeplakt krijgen. Tim Bran speelde dit keer geen rol, maar de van hem bekende spanningsbogen en tempowisselingen die ook de muziek van London Grammar zo bijzonder maken, zijn ook te horen op Panacea.
Het nieuwe album van Celine Cairo is echt bijzonder mooi geproduceerd en ook in muzikaal opzicht is het vakwerk, maar ik word ook dit keer vooral betoverd door de zang op het album. Celine Cairo beschikt over een hele mooie en veelzijdige stem. Het is een stem die echt prachtig klinkt in de wat soberder ingekleurde songs op Panacea.
Het zijn songs die me af en toe wel wat doen denken aan de vroege albums van Sarah McLachlan, maar ook de vergelijking met London Grammar zangeres Hannah Reid is nog steeds relevant, al vind ik de stem van Celine Cairo inmiddels mooier dan die van de Britse zangeres. Nog meer dan op Overflow imponeert de Amsterdamse muzikante met haar stem, die ook prachtig klinkt wanneer het tempo wordt opgevoerd en de muziek wat voller klinkt.
De stem van Celine Cairo voorziet de songs van de Amsterdamse muzikante van een bijzondere en zeker ook intieme sfeer en ze zingt niet alleen mooi, maar ook met veel gevoel. Het komt allemaal samen in een serie geweldige songs, die stuk voor stuk van internationale allure zijn.
Panacea is een album dat je direct bij de eerste kennismaking al eindeloos wilt koesteren, maar de songs van Celine Cairo worden mooier en interessanter wanneer je ze vaker hoort. De Nederlandse muzikante heeft ons lang laten wachten, maar levert wederom een prachtalbum af, dat niet onder doet voor de beste albums van 2026. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Star Moles - Highway to Hell (2026) 4,0
23 juni, 15:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Star Moles - Highway to Hell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Star Moles - Highway to Hell
Volgens met name de alternatieve Amerikaanse muziekpers is Highway to Hell van Star Moles een van de beste albums van 2026 tot dusver en na een paar keer luisteren, hoor ik er inderdaad wel wat bijzonders in
Star Moles is een project van de Amerikaanse muzikante Emily Moanes, die de afgelopen jaren veel albums heeft uitgebracht. Ik heb er niets van meegekregen, maar ik zie het laatste album van Star Moles wel opduiken in de lijstjes met de beste albums van 2026 tot dusver. Dat zijn lijstjes die flink afwijken van mijn eigen lijstje, maar ik heb wel wat met Highway to Hell van Star Moles. Het is aan de ene kant een album dat teruggrijpt op de singer-songwriter muziek uit het verleden, maar het is ook een indie-album met een randje lo-fi. Het is een album waaraan ik moest wennen, maar inmiddels ben ik gecharmeerd van de bijzondere songs van Emily Moanes en haar al even bijzondere zang.
Er verschijnen deze week niet zo heel veel interessante nieuwe albums meer en daarom ben ik eens gaan kijken in de lijstjes met de volgens een aantal muziekwebsites beste albums van 2026 tot dusver. Ondanks het feit dat het in de meeste gevallen gaat om muziekwebsites die ik met grote regelmaat volg, ben ik nog flink wat verrassingen tegengekomen in deze lijstjes.
Highway to Hell van Star Moles is zo’n verrassing. De naam Star Moles is echt nieuw voor mij, maar tot mijn verbazing zag ik al een enorme rij albums op de streamingplatforms. Ik ben niet de enige die al deze albums heeft gemist, want ook voor een aantal van de websites die het album bejubelen is Highway to Hell de eerste kennismaking met de muziek van Star Moles.
Star Moles is een project van de Amerikaanse muzikante Emily Moanes, die op haar bandcamp pagina nog meer releases aanbiedt dan op de streamingplatforms. De muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania, maakte haar nieuwe album samen met producer Kevin Basko. Met z’n tweeën bespelen ze de meeste instrumenten die zijn te horen op het album, maar in ongeveer de helft van de tracks wordt ook nog een elektrische gitaar toegevoegd.
Bij de albumtitel Highway to Hell heb ik natuurlijk direct associaties met de legendarische song van AC/DC, maar die verdwijnen onmiddellijk wanneer de eerste noten van de openingstrack The End uit de speakers komen. The End moet het in eerste instantie doen met de piano en de stem van Emily Moanes. Het geluid van de piano doet wat denken aan singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar de zang van Emily Moanes is een stuk eigenzinniger.
Op het eerste gehoor vond ik de zang wat onvast klinken en hier en daar op het randje, maar uiteindelijk heeft de stem van de Amerikaanse wel wat bijzonders en zingt ze beter dan ik in eerste instantie dacht. Halverwege de openingstrack duikt een elektrische gitaar op, maar ook dan steekt Star Moles AC/DC niet naar de kroon.
De eerste track op Highway to Hell eindigt na tweeënhalve minuut wat plotseling, wat de muziek van Star Moles een lo-fi randje geeft, maar het draagt ook bij aan zowel de charme als de eigenzinnigheid van de muziek van Emily Moanes. Ik hoorde niet direct wat met name de Amerikaanse muziekmedia zo goed vinden aan het nieuwe album van Star Moles, maar na een paar keer horen heb ik wel wat met dit album.
Emily Moanes slaat op Highway to Hell op knappe wijze een brug tussen de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en de indie van het moment. Naarmate ik het album meerdere keren hoorde, raakte ik meer onder de indruk van de stem van de Amerikaanse muzikante en ook de inkleuring van de songs, met hier en daar wat accenten van de saxofoon, spreekt me steeds meer aan.
De gerenommeerde Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork noemt onder andere Weyes Blood en Fiona Apple als vergelijkingsmateriaal en met name de vergelijking met Weyes Blood begrijp ik wel en in plaats van Fiona Apple denk ik eerder aan Tori Amos. Het is op het eerste gehoor wel de lo-fi variant van Weyes Blood en Tori Amos, maar niet alleen de zang en de muziek op Highway to Hell worden steeds aansprekender, want ook de tien songs op het album winnen nog lange tijd aan kracht. Ik ben blij dat dit bijzondere album toch nog op mijn weg is gekomen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Hollie Cook - Shy Girl in Dub! (2026) 4,0
22 juni, 17:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hollie Cook - Shy Girl in Dub - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hollie Cook - Shy Girl in Dub
Hollie Cook wordt nog altijd ‘de dochter van Sex Pistols drummer Paul Cook’ genoemd, maar ze heeft inmiddels zelf ook een oeuvre om trots op te zijn, zeker na de release van het uitstekende Shy Girl in Dub!
Hollie Cook maakt muziek die zich redelijk ver buiten mijn muzikale comfort zone begeeft, maar wanneer de temperaturen tot onaangename hoogten stijgen, groeit mijn liefde voor de reggae die Hollie Cook maakt. Ik vond de dub-versie van haar vorige album Happy Hour een stuk leuker dan het origineel en dat geldt misschien nog wel in sterkere mate voor de dub-versie van haar vorig jaar verschenen album Shy Girl. Shy Girl in Dub is precies wat je van een dub-album verwacht, misschien buiten de zang van Hollie Cook, die haar songs wat mij betreft juist extra aangenaam maakt. Hollie Cook heeft in ieder geval de soundtrack voor een mooie zomer gemaakt en misschien nog wel meer dan dat.
De Britse muzikante Hollie Cook bracht vijftien jaar geleden, nadat ze enige tijd deel had uitgemaakt van de legendarische Britse band The Slits, haar debuutalbum uit en heeft inmiddels acht albums op haar naam staan. De dochter van Sex Pistols drummer Paul Cook heeft een duidelijke voorliefde voor reggae en dat is een genre waar ik niet zo heel vaak naar luister.
Nu doet reggae het bij mij wel een flink stuk beter wanneer de buitentemperatuur boven de 25 graden komt, waarmee het deze week verschenen nieuwe album van Hollie Cook goed getimed is. De Britse muzikante maakte in het verleden al twee keer een dub-versie van een eerder uitgebracht album en de in 2023 verschenen dub-versie van het uit 2022 stammende Happy Hour kwam in een warme zomerweek drie jaar geleden precies op het juiste moment.
Deze week herhaalt de geschiedenis zich, want het vorig jaar uitgebrachte Shy Girl verschijnt deze week in een dub-versie en valt samen met dagen met extreem hoge temperaturen. Ik luister zoals gezegd vrijwel nooit naar reggae en nog minder naar dub, maar Shy Girl in Dub! bevalt me echt uitstekend.
Ik vond de dub-versie van Happy Hour drie jaar geleden leuker dan het originele album en ook Shy Girl in Dub! wint het wat mij betreft van de originele versie van het album. Ik ben zeker geen kenner van het genre, maar het nieuwe album van Hollie Cook klinkt echt fantastisch.
De geweldig spelende ritmesectie zit lekker vooraan in de mix met lome en diepe baslijnen en fantastisch drumwerk. Dit wordt gecombineerd met de voor de reggae en dub zo karakteristieke gitaarakkoorden, maar de gitaren mogen ook af en toe soleren. Het geluid op Shy Girl in Dub! wordt nog wat zompiger door de subtiel ingezette keyboards en krijgt een funky injectie door de inzet van blazers.
Zoals het hoort op een goed dub-album zijn de songs lang uitgesponnen, wordt er veel herhaald in de instrumentatie en is er uiteraard nog flink wat galm, vertraging, echo en vervorming toegevoegd. Het is de perfecte muziek voor een warme zomerdag, maar wat wordt er ook geweldig gespeeld op het nieuwe album van Hollie Cook.
Producer Ben McKone tekende ook voor de productie van het originele album en is geen typische dub-producer, maar hij levert vakwerk met het fantastische geluid op Shy Girl in Dub!, dat op de zomerdagen van het moment echt vrijwel onweerstaanbaar is en de hitte aangenaam in plaats van ondraaglijk maakt.
Het wordt nog wat onweerstaanbaarder door de mooie en soepele stem van Hollie Cook, die zich prachtig om alle muzikale hoogstandjes op het album heen draait. Ik heb voor de zekerheid toch ook nog even naar het vorig jaar uitgebrachte Shy Girl geluisterd, maar ik heb kennelijk toch meer met dub dan met de wat toegankelijker klinkende reggae en rock van het originele album.
Ik ga ervan uit dat het nieuwe album van Hollie Cook het bij mij minder goed gaat doen wanneer de temperaturen weer gaan dalen, maar ik vind het album nu zo geweldig klinken dat ik me daar nog niets bij voor kan stellen. Wie weet wordt het zo’n reggae- of dub-album dat ik wel met enige regelmaat beluister, zoals Tribute to the Martyrs van Steel Pulse, Sinsemilla en Red van Black Uhuru en natuurlijk The Dub Factor van laatstgenoemde band uit 1983. Hoogste tijd dat ik een wat recenter album toevoeg aan dit lijstje. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tommy Bolin - Teaser (1975) 4,0
21 juni, 20:47 uur
Recensie op de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tommy Bolin - Teaser (1975) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tommy Bolin - Teaser (1975)
De Amerikaanse gitarist Tommy Bolin werd slechts 25 jaar oud, maar maakte in de laatste twee jaar van zijn leven twee uitstekende albums, die laten horen dat hij veel meer was dan een uitzonderlijk goede gitarist
Ik kocht het album Teaser van Tommy Bolin heel lang geleden in de uitverkoop, maar het album sloot destijds niet aan op mijn smaak en verdween in de kast. Toen ik pas eens naar het album luisterde op de streamingplatforms was ik wel onder de indruk van het debuutalbum van de Amerikaanse gitarist, die op 25-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne. Op Teaser hoor je vooral een geweldige gitarist, maar ook een prima zanger, een getalenteerde songwriter en een muzikant die openstaat voor invloeden uit zeer uiteenlopende genres. Teaser is bovendien een album vol belofte voor de toekomst, maar hoe goed Tommy Bolin zou kunnen worden kwamen we helaas nooit te weten.
Het ontdekken van nieuwe muziek is tegenwoordig zoveel makkelijker dan in mijn jeugd. Voor nieuwe albums vertrouwde ik destijds uitsluitend op Muziekkrant OOR en voor het ontdekken van de parels uit de muziekgeschiedenis had ik de popencyclopedie van dezelfde uitgever.
Die parels uit de geschiedenis van de popmuziek kon je vaak redelijk goedkoop te pakken krijgen in de uitverkoop, bijvoorbeeld bij winkels waar geluidsapparatuur werd verkocht. De goedkope uitgaven waren te herkennen aan het knipje in de albumhoes en vaak was luisteren naar albums niet of nauwelijks mogelijk.
Ik heb op basis van het met behulp van de popencyclopedie samengestelde lijstje min of meer blind stapels goedkoop vinyl gekocht en dat was niet altijd een succes. Ik vond de albums van mijn favoriete bands meestal toch beter, waarna ik de goedkoop aangeschafte albums weer verkocht (meestal bij Elpee) of ze op de stapel verdwenen.
Bij het verplaatsen van vinyl dat ik al decennia niet meer had aangeraakt, kwam ik een tijdje geleden het album Teaser van Tommy Bolin tegen. De naam zei me eerlijk gezegd niets, maar naast Teaser bleek ik ook het album Private Eyes nog in de kast te hebben staan. De in 1975 en 1976 uitgebrachte albums zijn de enige twee albums van de Amerikaanse muzikant, die aan het eind van 1976 zou overlijden aan een overdosis heroïne en slechts 25 jaar oud zou worden.
Ik denk dat ik bij aanschaf van de albums rechttoe rechtaan hardrock verwachtte, maar dat is niet het soort muziek dat is te horen op Teaser, dat ik net wat interessanter vind dan Private Eyes. Die associatie met hardrock is niet zo gek, want Led Zeppelin gitarist Jimmy Page was een fan van Tommy Bolin en nam hem enkele keren mee op tournee. Tommy Bolin maakte bovendien kort deel uit van Deep Purple, dat hem op het spoor kwam nadat drummer Billy Cobham Tommy Bolin had gerekruteerd voor zijn succesvolle solodebuutalbum Spectrum.
De Amerikaanse gitarist maakte in zijn veel te korte leven vaak stevige rockmuziek, maar hij vertoefde ook graag in jazzrock-kringen. Op het in 1975 verschenen Teaser is goed te horen hoe veelzijdig Tommy Bolin was. Teaser is een album met echt geweldig gitaarwerk, maar in muzikaal opzicht kan het alle kanten op. Het album bevat een aantal uptempo bluesrock songs, maar ook volop flirts met jazzrock, funk, radiovriendelijke rockmuziek en zelfs een beetje reggae.
Zeker als Tommy Bolin losgaat op zijn gitaren klinkt Teaser fantastisch, maar ook de complexe stukken met invloeden uit de jazzrock spreken 50 jaar later nog steeds tot de verbeelding. De Amerikaanse muzikant is ook nog eens een prima zanger, waardoor met name de wat compactere songs een breed publiek hadden moeten kunnen aanspreken in 1975.
Tommy Bolin dankte zijn status vooral aan zijn bijdragen aan het solodebuut van Billy Cobham, maar die status ging snel rond in de muziekwereld, wat te merken is aan de goed gevulde gastenlijst met de namen van onder andere Phil Collins, David Foster, Jan Hammer, Glenn Hughes, Jeff Porcaro en David Sanborn. Ik vond Teaser van Tommy Bolin na aanschaf heel lang geleden een flinke tegenvaller, maar met de kennis van nu hoor ik een prima album van een echt geweldige gitarist, van wie we waarschijnlijk veel zouden hebben gehoord als hij de heroïne had laten staan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Dagmar Zuniga - In Filth Your Mystery Is Kingdom / Far Smile Peasant in Yellow Music (2025) 3,5
21 juni, 10:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dagmar Zuniga - in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dagmar Zuniga - in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music
Dagmar Zuniga haalt met in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music de lijstjes met de beste albums van 2026 tot dusver en doet dit met hele wonderlijke maar ook mooie en bezwerende songs
Ik geef eerlijk toe dat ik in eerste instantie dacht dat de Amerikaanse muziekcritici die het debuutalbum van Dagmar Zuniga de hemel in hebben geprezen door de hitte waren bevangen, maar op de een of andere manier raakte ook ik in de ban van in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music. Het is een album dat echt aan alle kanten rammelt, dat zeer matig klinkt en dat in muzikaal opzicht behoorlijk eenvoudig en minimalistisch is, maar het album heeft ook wat. Het is een album dat vele decennia oud zou kunnen zijn en niet past in het heden, maar de songs van Dagmar Zuniga dringen zich op een of andere manier toch op en laten vervolgens hun bijzondere schoonheid horen.
Ik kan me eerlijk gezegd niet herinneren dat ik eerder dit jaar ook maar iets heb gelezen over het album in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music van Dagmar Zuniga, maar ik zie het album de afgelopen weken wel opduiken in meerdere lijstjes met de beste albums van de eerste zes maanden van 2026. Paste Magazine vindt het album zelfs het op één na beste album van de eerste helft van 2026, waardoor mijn interesse definitief was gewekt.
Op basis van de recensies van het album wist ik eerlijk gezegd nog niet wat ik moest verwachten van de muziek van Dagmar Zuniga, maar luisteren naar in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music bleek al snel een unieke luisterervaring. Het debuutalbum van de muzikante uit New York verscheen vorig jaar al eens, maar kreeg eerder dit jaar een nieuwe release.
Het debuutalbum van Dagmar Zuniga zou ook net zo goed een album uit de vroege jaren 60 kunnen zijn, want in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music lijkt meer op de psychedelische folkalbums die aan het eind van de jaren 60 werden gemaakt dan op de folkalbums van dit moment. Er zijn maar weinig muzikanten die in 2026 een album als dit durven maken, maar Dagmar Zuniga heeft het gedaan.
Je kunt tegenwoordig met relatief eenvoudige apparatuur behoorlijk professioneel klinkende opnames maken, maar het eerste album van Dagmar Zuniga klinkt af en toe alsof het met een stokoude cassetterecorder is opgenomen (het is overigens opgenomen met een behoorlijk professionele Tascam tape recorder).
Het album opent met eenvoudige gitaarakkoorden, die ook wel eens mis zitten, en de in meerdere lagen opgenomen stem van de New Yorkse muzikante. Wanneer een fluit wordt toegevoegd klinkt het allemaal nog wat psychedelischer, maar in de tweede track doet Dagmar Zuniga er nog een schepje bovenop en is in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music helemaal niet meer van deze tijd.
Ik kan me goed voorstellen dat het debuutalbum van Dagmar Zuniga negen van de tien keer teveel van het goede is, en dat is bij mij niet anders, maar het album heeft ook wat. In muzikaal opzicht stelt het allemaal niet heel veel voor en ik denk zelfs dat er mensen zijn die pijn aan hun oren krijgen van de eenvoudige klanken op het album, maar het album intrigeert ook.
Bij eerste beluistering werd het debuutalbum van Dagmar Zuniga wat mij betreft gered door de stem van de Amerikaanse muzikante. Ook de zang op het album zit er wel eens naast, maar over het algemeen genomen hou ik wel van de bezwerende vocalen van de Amerikaanse muzikante. Die stem hoor je soms in redelijk toegankelijke folksongs, maar het album is ook vaak ver verwijderd van de song met een kop en een staart.
Het debuutalbum van Dagmar Zuniga is een album waar je even aan moet wennen en vervolgens vind je het verschrikkelijk of doet het album wat met je. Ik kwam al snel terecht in de tweede categorie, al vraag ik mezelf nog met grote regelmaat af wat ik aan moet met dit rare album, dat eigenlijk best beroerd klinkt en in muzikaal en vocaal opzicht geen echte hoogvlieger is en dat qua songs ook maar weinig houvast biedt.
Maar het is ook een album dat iets met me doet en dat me niet alleen blijft verbazen, maar me ook hopeloos intrigeert. Dat in filth your mystery is kingdom / far smile peasant in yellow music een van de beste albums van 2026 tot dusver is vind ik overdreven, maar het is wel een van de meest bijzondere albums van 2026 tot dusver en een album dat je het ene moment de gordijnen in kan jagen met een brei van klanken en je het volgende moment raakt met prachtige zang of een bijzondere melodie. Fascinerende muziek. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Joan As Police Woman - Real Life Evolution (2026) 4,0
19 juni, 20:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joan As Police Woman - Real Life Evolution - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Joan As Police Woman - Real Life Evolution
Er zijn wel wat dipjes te vinden in het oeuvre van de Amerikaanse muzikante Joan Wasser, beter bekend als Joan As Police Woman, maar Real Life Evolution, dat nieuwe versies bevat van de songs van haar debuutalbum, is weer uitstekend
Als ik naar de muziek van Joan As Police Woman luister, valt meestal als eerste de stem van de Amerikaanse muzikante me op. Het is een stem die ik niet per se mooi vind, maar het is wel een stem die wat met me doet. Ik was, met name door de zang van Joan Wasser, twee jaar geleden zeer gecharmeerd van het album Lemons, Limes and Orchids en ik ben ook gecharmeerd van het deze week verschenen Real Life Evolution en dat ondanks het feit dat Joan Wasser op haar nieuwe album de songs van haar twintig jaar oude debuutalbum nog eens vertolkt. Het is niet veel muzikanten gegeven om weg te komen met nieuwe versies van oude songs, maar Joan As Police Woman doet het.
Ik had in 2024 al flink wat jaren niet meer geluisterd naar de muziek van Joan As Police Woman, maar met het twee jaar geleden verschenen Lemons, Limes and Orchids wist het alter ego van de Amerikaanse muzikante Joan Wasser toch weer mijn aandacht te trekken. Lemons, Limes and Orchids is in alle opzichten een uitstekend album van Joan As Police Woman en wat mij betreft is het ook haar beste album.
Alle reden dus om met hoge verwachtingen te beginnen aan haar deze week verschenen nieuwe album. De hoge verwachtingen sloegen in eerste instantie direct om in teleurstelling, toen ik erachter kwam dat het deze week verschenen Real Life Evolution nieuwe versies bevat van de songs op het debuutalbum van Joan As Police Woman, het dit jaar precies twintig jaar oude Real Life.
Het opnieuw opnemen van de songs van een eigen album uit het verleden is maar zelden een goed idee en in de meeste gevallen is het zelfs een heel slecht idee. Desondanks laten veel muzikanten zich verleiden tot het opnieuw opnemen van hun oude songs en in veel gevallen gaat het ook nog eens om de songs van het meest populaire album van een muzikant of band.
Het levert regelmatig draken van albums op, zoals de volgende week uitgebrachte remake van het debuutalbum van Placebo laat horen, maar het kan natuurlijk ook wel eens goed gaan. Het gaat wat mij betreft goed op Real Life Evolution, dat ik absoluut een waardevolle aanvulling op het debuutalbum uit 2006 vind.
Als ik beide albums met elkaar vergelijk, hoor ik direct dat ik het geluid op Real Life Evolution veel mooier vind dan het geluid op het debuutalbum van Joan As Police Woman. Toch heeft ook het wat ruwer klinkende debuutalbum wel wat, waardoor het lastig kiezen is tussen beide albums. Kiezen hoeft gelukkig niet, want in veel gevallen klinken de songs zo verschillend, dat je als je het niet zou weten je niet direct door zou hebben dat het om dezelfde songs gaat.
Bijzonder is dat de songs op Real Life in een andere volgorde staan dan op Real Life Evolution, maar dat versterkt ook het gevoel dat het om twee verschillende albums gaat. Ik heb in de meeste gevallen een voorkeur voor de nieuwe versies die Joan As Police Woman heeft opgenomen van haar songs uit 2006, al is het kwaliteitsverschil zeer beperkt.
Van Real Life Evolution hoeft alleen het samen met Iggy Pop vertolkte Save Me van mij niet, maar alle andere songs op het album klinken echt heel mooi. De muzikanten die op het album te horen zijn, hebben de songs van Joan Wasser voorzien van een mooi en sfeervol geluid, maar het is vooral de stem van de Amerikaanse muzikante die ervoor zorgt dat de songs van Joan As Police Woman opvallen. Net als op haar vorige album maakt Joan Wasser makkelijk indruk met haar karakteristieke stem, die op een bijzondere manier mooi is.
Ik had zoals gezegd voor 2024 heel lang niet naar de muziek van Joan As Police Woman geluisterd, waardoor ik de songs van haar debuutalbum niet zo goed meer kende. Real Life Evolution voelt daarom voor mij toch vooral als een nieuw Joan As Police Woman album. Het is een album dat ik niet zo goed vind als het twee jaar oude Lemons, Limes and Orchids, maar de vergelijking met de andere nieuwe albums van deze week kan het album makkelijk doorstaan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Courtney Hartman - With You: From the Garden Shed (2026) 4,0
19 juni, 14:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Courtney Hartman - With You: From the Garden Shed - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Courtney Hartman - With You: From the Garden Shed
De Amerikaanse muzikante Courtney Hartman maakte vorig jaar indruk met het bijzonder klinkende album With You, maar ook de sobere versies van de songs van dat album zijn mooi en interessant
Het is dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en ook aan goede zangeressen is er geen gebrek. Courtney Hartman trok daarom helaas weinig aandacht met het vorig jaar verschenen album With You, maar het was zeker een interessant album, al was het maar vanwege de vele gastzangeressen op het album. Op With You: From the Garden Shed worden de songs van With You nog eens uitgevoerd, maar nu zonder de gastzangeressen van vorig jaar. Ook de muziek en de zang klinken meer ingetogen en soberder dan vorig jaar, maar ook de nieuwe versies van de songs op With You: From the Garden Shed hebben wat mij betreft wat. Interessante muzikante deze Courtney Hartman.
With You, het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Courtney Hartman, viel vorig jaar helaas wat tussen wal en schip, maar ik ben blij dat ik het album zelf uiteindelijk toch nog oppikte. With You is immers een behoorlijk ingetogen maar ook zeer ambitieus en interessant album.
Courtney Hartman schreef de songs voor het album samen met zeer ervaren songwriters als Saran Siskind, Tift Merritt, Ana Egge, Emily Frantz en Dawn Landes en benaderde ook voor de extra vocalen op haar album zangeressen van naam en faam onder wie Tift Merritt, Michaela Anne, Emily Frantz, Phoebe Hunt, Watchhouse en Rachel Sermanni.
With You is een redelijk sober maar ook zeer smaakvol ingekleurd album, dat zich wat mij betreft makkelijk wist te onderscheiden van de meeste andere rootsalbums van dat moment. Courtney Hartman profiteerde flink van de andere vrouwenstemmen die waren te horen op het album, wat zeker voor liefhebbers van vrouwenstemmen als ik een ware traktatie was, maar maakte ook zelf flink wat indruk met haar mooie en emotievolle stem.
Mijn interesse was direct gewekt toen ik de naam van Courtney Hartman zag opduiken in de releaselijsten van deze week. Ik had niet zo goed op de titel van het nieuwe album gelet, maar toen ik de titel zag wist ik direct dat With You: From the Garden Shed niet de volwaardige opvolger van het album van vorig jaar is. Op het deze week verschenen nieuww album komen alle songs van With You nogmaals voorbij, alleen dit keer zonder de extra vrouwenstemmen van vorig jaar en met een duidelijk sober klinkende muzikale begeleiding.
Voordat Courtney Hartman begon aan de tour die volgde op haar vorige album speelde ze de songs van het album in het tuinhuisje bij haar huis voor haar dochter. Het was de plek waar de songs ooit waren ontstaan en het klonk zo mooi dat het idee ontstond voor een album met nieuwe versies van de songs.
De songs klinken maar net een half jaar na de release van With You natuurlijk nog bekend in de oren, maar ze klinken ook duidelijk anders. De smaakvolle instrumentatie van de songs op het originele album heeft plaatsgemaakt voor de akoestische gitaar van Courtney Hartman en de Amerikaanse muzikante zingt ook net wat anders dan op haar vorige album.
Net als de muziek is ook de zang op het album wat meer ingetogen, wat zorgt voor een duidelijk andere sfeer. Een ding is niet veranderd en dat is de hoge kwaliteit van de songs van With You. Bij eerste beluistering van With You: From the Garden Shed vond ik het album wel iets minder sterk dan het album van vorig jaar, maar na een tijdje raakte ik gehecht aan de uiterst sobere vertolkingen van de songs die vorig jaar zoveel indruk maakten.
De songs blijven met de sobere klanken van de akoestische gitaar makkelijk overeind en ook de meer ingetogen zang van Courtney Hartman wist me na enige gewenning weer te raken. De Amerikaanse muzikante is er in geslaagd om twee totaal verschillende albums met dezelfde songs te maken en het zijn albums die allebei hun sterke punten hebben. Iedereen die het album van vorig jaar niet kent, adviseer ik om te beginnen met With You, maar als dat album je eenmaal heeft veroverd zou ik ook zeker With You: From the Garden Shed erbij pakken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Jess Klein - Dreaming Aloud (2026) 4,0
18 juni, 22:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jess Klein - Dream Aloud - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jess Klein - Dream Aloud
Ondanks tien uitstekende albums is de Amerikaanse singer-songwriter Jess Klein nog redelijk onbekend, wat vast niet gaat veranderen met het deze week verschenen Dream Aloud, maar dat zou wel verdiend zijn
De naam Jess Klein had ik op een of andere manier opgeslagen en dit ondanks het feit dat ik al heel lang niet meer naar haar muziek had geluisterd. De Amerikaanse muzikante maakt inmiddels meer dan 25 jaar muziek en heeft een fraai oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre dat deze week is uitgebreid met Dream Aloud en het is een album dat niet onder doet voor de beste albums van Jess Klein. Het is een album dat werd gemaakt met een redelijk beperkt budget, maar dat is niet te horen. Het album klinkt in muzikaal en productioneel opzicht prachtig en de stem van Jess Klein klinkt na al die jaren alleen maar mooier. Iedereen die nog nooit van haar gehoord heeft, heeft heel wat te ontdekken.
Ik zag vorige week op de Amerikaanse muziekwebsite No Depression een artikel over het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Jess Klein en vond het direct vanzelfsprekend om haar naam op te schrijven voor een recensie op De Krenten uit de Pop. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet, want van de zes albums die ze sinds het bestaan van De Krenten uit de Pop uitbracht besprak ik er niet één.
Dat ik direct enthousiast werd toen ik de naam Jess Klein zag, heeft alles te maken met de albums die ze aan het begin van haar carrière uitbracht. City Garden uit 2006, Strawberry Lover uit 2005 en vooral het geweldige Draw Them Near uit 2000 zijn albums die ik heel hoog heb zitten. Het zijn albums die Jess Klein op de kaart hadden moeten zetten als een van de betere singer-songwriters van deze tijd, maar op een of andere manier verloor ik haar na het album City Garden uit het oog, terwijl ik de verrichtingen van vrouwelijke singer-songwriters toch scherp in de gaten houd.
Ik heb inmiddels naar de vorige albums van de Amerikaanse muzikante geluisterd en ook dat zijn albums die ruimschoots boven het maaiveld uitsteken. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Dream Aloud, dat gerealiseerd kon worden na een geslaagde crowdfundingcampagne. Het is een redelijk bescheiden bedrag dat Jess Klein wist op te halen voor haar nieuwe album, maar dat is niet te horen. Dream Aloud is immers een prachtig klinkend rootsalbum van een hoog niveau.
Voor het opnemen van haar nieuwe album toog Jess Klein naar Austin, Texas, waar ze werkte met producer Mark Addison, ook bekend onder de naam Professor Feathers. De producer nam ook een groot deel van de instrumentatie voor zijn rekening en dat deed ook Jess Klein zelf met haar gitaren, maar ook de geweldige gitarist Luke Leverett werd nog aan de line-up toegevoegd, waarna het geluid op Dream Aloud ook nog werd verrijkt met klanken van de pedal steel en de cello.
Naar verluidt gaf Jess Klein Professor Feathers de opdracht om Dream Aloud te laten klinken als iets tussen Astral Weeks (Van Morrison) en Led Zeppelin II. Dat hoor ik er nog niet direct in, maar ik heb absoluut wat met de sound van Dream Aloud. Met alle instrumenten die te horen zijn op het album en Austin, Texas, als basis voor de opnamen had ik een lekker stevig rootsalbum verwacht, maar de meeste nieuwe songs van Jess Klein zijn warm en niet al te uitbundig ingekleurd.
Dream Aloud is voorzien van een verzorgd en gloedvol rootsgeluid en het is een geluid dat prachtig kleurt bij de stem van Jess Klein. Het is een stem die vergeleken met het alweer ruim 25 jaar oude Draw Them Near net wat ruwer en doorleefder klinkt, maar persoonlijk vind ik de stem van de Amerikaanse muzikante alleen maar mooier worden.
Dat geldt ook voor de songs op het album, die lekker in het gehoor liggen, maar zeker niet klinken als dertien in een dozijn rootssongs. Het zijn songs die zijn voorzien van persoonlijke teksten, die zowel over vreugde als over verdriet kunnen gaan.
Jess Klein heeft met Dream Aloud een album gemaakt dat het wederom zal moeten doen met aandacht in redelijk beperkte kring, maar met het album verdient ze veel meer aandacht. Ik heb vooral het debuutalbum van Jess Klein heel vaak beluisterd, maar ook haar deze week verschenen tiende album gaat hier nog vaak voorbij komen. Luisteren naar Dream Aloud is overigens niet zonder risico, want voor je het weet heb je er tien geweldige albums bij. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maureens - Don't Give Up (2026) 4,0
17 juni, 20:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Maureens - Don't Give Up - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Maureens - Don't Give Up
De Nederlandse band The Maureens gaat inmiddels vijftien jaar mee en levert met haar vijfde album Don’t Give Up wederom een album af met nagenoeg perfecte popsongs die de zon uitbundig laten schijnen
De ene band heeft wat meer geluk dan de andere. De Utrechtse band The Maureens heeft het geluk niet altijd aan haar zijde, want anders was het al lang een hele grote band geweest. Het onlangs verschenen nieuwe album van de band kan gelukkig rekenen op goede recensies en daar valt niets op af te dingen. De songs van de band roepen associaties op met muziek uit een ver en minder ver verleden, maar Don’t Give Up klinkt op hetzelfde moment fris. The Maureens staat ook op haar vijfde album weer garant voor heerlijke gitaarsongs met mooie harmonieën en melodieën die je voorgoed wilt koesteren. Nu de zomer echt gaat beginnen is er behoefte aan de ultieme soundtrack en die is gemaakt door The Maureens.
Onlangs verscheen Don’t Give Up, het vijfde album van de Nederlandse band The Maureens. Het is een band die tot dusver nog niet veel aandacht heeft gekregen op De Krenten uit de Pop, want ik besprak alleen het in 2013 uitgebrachte debuutalbum van de band. Ook Don’t Give Up liet ik in eerste instantie liggen en niet omdat de muziek van de Utrechtse band me niet aanspreekt.
Bij The Maureens denk ik eigenlijk al sinds het verschijnen van het debuutalbum aan een band die 15 tot 20 jaar te laat is geboren. Het is een gedachte die ook direct weer opkwam bij beluistering van Don’t Give Up. Het is een album dat in de jaren 90 niet had misstaan tussen de geweldige gitaarplaten van het Excelsior label van bijvoorbeeld Johan of Daryll-Ann.
Het is ook een album dat een paar jaar eerder had kunnen concurreren met albums van alt-country pioniers als The Jayhawks en zo kan ik nog wel wat bands van naam en faam noemen die de strijd met The Maureens in de jaren 90 niet zomaar zouden hebben gewonnen, waarbij ik de naam van een Britse band als The La’s nog wel wil noemen.
Dat ik de muziek van The Maureens afreken op de te late geboorte van de band is niet alleen oneerlijk, maar ook best bijzonder. Ik bespreek vrijwel dagelijks albums die teruggrijpen op muziek uit het verleden en vind dat meestal geen enkel probleem. Het is kennelijk het lot van The Maureens, want ik ben zeker niet de enige die de muziek van de band de afgelopen vijftien jaar grotendeels heeft genegeerd.
Ook de grote platenmaatschappijen stonden niet te dringen, waardoor de band voor haar vijfde album is uitgeweken naar een Spaans label. Dat label heeft met Don’t Give Up wel goud in handen, want wat is het een heerlijk album. Het vijfde album van The Maureens is ook precies wat we op dit moment nodig hebben.
Zodra de eerste noten van het album uit de speakers komen begint de zon te schijnen en is de wereld een beetje mooier en zorgelozer dan hij in werkelijkheid is. Ook Don’t Give Up herinnert aan de geweldige gitaarplaten van het Excelsior label en aan de hoogtijdagen van The Jayhawks, zonder onder te doen voor deze albums.
De muziek van The Maureens begint qua invloeden ergens in de jaren 60, is absoluut schatplichtig aan de muziek van The Beatles, maar bezoekt ook met grote regelmaat de Amerikaanse westkust. De band is echter niet blijven hangen in de jaren 60 en 70, maar voegt ook het scherpe randje van de gitaarpop uit de jaren 90 toe aan haar songs.
Don’t Give Up is een album vol sprankelende songs, geweldige harmonieën, prachtig gitaarwerk en heel veel zonnestralen. De ingrediënten zijn in de meeste songs hetzelfde, maar de Utrechtse band varieert meer dan voldoende om de aandacht vast te houden. Toen ik eenmaal werd gegrepen door de schoonheid van en het plezier in de songs hoorde ik echt de ene na de andere 24-karaat popsong en hoe vaker ik ze beluister, hoe dierbaarder ze me worden.
Ik vroeg me wel direct af of The Maureens opeens een enorme sprong heeft gemaakt, maar ook de vorige albums van de band blijken vol te staan met songs die je direct wilt koesteren. The Maureens bestaat inmiddels vijftien jaar, maar de leden van de band timmerden hiervoor ook al aan de weg met bands als Silence Is Sexy en Brown Feather Sparrow. Ook dat zijn bands die uiteindelijk niet de waardering kregen die ze verdienden, maar voor The Maureens is er nog een kans op eerherstel. Luister naar het geweldige album Don’t Give Up en je hebt absoluut een heerlijke zomer. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Conrad Freling - Through the Glass of a Radiostore (2026) 4,0
16 juni, 19:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Conrad Freling - Through the Glass of a Radiostore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Conrad Freling - Through the Glass of a Radiostore
Conrad Freling bracht vier jaar geleden met Never Gonna Change the World een mooi en bijzonder album uit en overtreft dit album deze week met het nog wat indrukwekkendere Through the Glass of a Radiostore
De Nederlandse muzikant Conrad Freling maakt muziek die niet helemaal in mijn muzikale straatje past, maar het deze week verschenen Through the Glass of a Radiostore wist me toch makkelijk te overtuigen. Net als het debuutalbum is ook Through the Glass of a Radiostore een album dat sfeervol en avontuurlijk is ingekleurd. De mooie klanken worden gecombineerd met de karakteristieke stem van Conrad Freling, die zijn muziek een eigen karakter geeft met zijn stem, die prachtig wordt bijgestaan door de achtergrondzang van Bette Schindler. Liefhebbers van rijk georkestreerde pop komen volledig aan hun trekken met dit fraaie album, maar ook als dit niet precies jouw smaak is zou ik zeker eens luisteren.
De Nederlandse muzikant Conrad Freling bracht bijna vier jaar geleden het album Never Gonna Change the World uit. Het is een album dat zich wat buiten mijn muzikale comfort zone bevond, al is het maar omdat ik een hele duidelijke voorkeur heb voor vrouwenstemmen. Verder maakte Conrad Freling op het eerste onder zijn eigen naam uitgebrachte album (met de band Seven Stars over Sicily maakte hij eerder al twee fraaie albums) rijk georkestreerde en soms wat theatraal aandoende muziek en dat is muziek die ik niet altijd kan waarderen.
In mijn recensie van Never Gonna Change the World noemde ik echter Marc Almond en Gavin Friday als vergelijkingsmateriaal en hoorde ik af en toe ook nog iets van Radiohead, wat iets zegt over de kwaliteit van het album van Conrad Freling. De Nederlandse muzikant, die ook deel uitmaakt van de Nederlandse band The Bullfight, heeft sindsdien hard gewerkt aan de opvolger van Never Gonna Change the World en die opvolger is deze week verschenen.
Aan mijn voorkeuren is de afgelopen jaren niets veranderd. Ik hoor nog altijd veel liever vrouwenstemmen dan mannenstemmen en rijk georkestreerde muziek vind ik maar af en toe mooi. Conrad Freling beschikt over een stem die af en toe wat kan schuren, maar de zang op het album staat me zeker niet tegen. Integendeel zelfs, want de zang op Through the Glass of a Radiostore is voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de bijzondere sfeer op het album.
De stem van Conrad Freling geeft Through the Glass of a Radiostore een wat nostalgisch tintje, maar heeft ook het licht theatrale maar tegelijkertijd kwetsbare van de stemmen van Gavin Friday, Marc Almond en Thom Yorke, waardoor ik ook bij beluistering van het nieuwe album van Conrad Freling weer uitkwam bij het vergelijkingsmateriaal dat ik ook bijna vier jaar geleden noemde.
Het is nog altijd vergelijkingsmateriaal dat slechts ten dele zinnig is, want de muziek van de Nederlandse muzikant heeft een duidelijk eigen sound, met af en toe ook nog een randje David Sylvian. Mijn voorkeur voor vrouwenstemmen wordt overigens niet helemaal genegeerd op Through the Glass of a Radiostore, want in veel songs duikt de prachtige stem van Bette Schindler op als tweede stem.
Conrad Freling heeft ook zijn tweede album grotendeels in zijn eentje in elkaar geknutseld en levert knap werk. Naast de zeer rijke orkestraties van Theo Olsthoorn in twee tracks heeft Conrad Freling zijn songs voorzien van fantasierijke en sfeervolle klanken. Through the Glass of a Radiostore is niet vies van weidse klankentapijten, maar er gebeurt ook altijd wel iets spannends in de muziek op het album.
De songs op het album klinken af en toe voorzichtig theatraal, maar het slaat wat mij betreft nergens door in de richting van holle bombast. De songs van Conrad Freling klinken soms groots en meeslepend, maar hebben ook altijd iets kwetsbaars. Vergeleken met het debuutalbum hebben de songs wat mij betreft aan kracht gewonnen. Ze zijn mooier en spannender ingekleurd, maar het zijn ook songs die zich makkelijker opdringen en die de competitie met de internationale concurrentie makkelijk aan kunnen.
Conrad Freling promoot zijn muziek enthousiast op het Nederlandse muziekplatform MusicMeter, maar Through the Glass of a Radiostore verdient het ook om veel breder opgepikt te worden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kelsey Lu - So Help Me God (2026) 4,0
15 juni, 17:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kelsey Lu - So Help Me God - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kelsey Lu - So Help Me God
Kelsey Lu debuteerde zeven jaar geleden met het buitengewoon fascinerende album Blood en komt nu op de proppen met een nieuw album dat wat toegankelijker klinkt, maar je ook blijft verrassen met bijzondere muziek
Blood van Kelsey Lu kreeg in het voorjaar van 2019 een aantal lyrische recensies, maar al snel was iedereen het album alweer vergeten. Ik ontdekte het album zelf pas aan het eind van 2019 en was diep onder de indruk. Dat ben ik ook weer van het deze week dan eindelijk verschenen tweede album van Kelsey Lu. So Help me God lijkt een stuk toegankelijker dan Blood, maar schijn bedriegt. Ook de songs op het nieuwe album van Kelsey Lu zitten weer vol bijzondere klanken en wendingen en ook de zang van de Amerikaanse muzikant weet te verrassen. So Help Me God is een album waarover je niet te snel moet oordelen, want daarmee doe je dit fascinerende album waarschijnlijk tekort.
Blood, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Kelsey Lu, die zichzelf identificeert als non-binair persoon, besprak ik op de allerlaatste dag van 2019 op De Krenten uit de Pop. Het is een album dat ik met het nodige geluk uit een wat obscuur R&B jaarlijstje had gehaald en dat me vervolgens onmiddellijk betoverde.
Blood bevat inderdaad wel wat invloeden uit de R&B, maar met alleen het etiket R&B doe je het debuutalbum van Kelsey Lu echt flink tekort. Kelsey Lu is een klassiek geschoolde cellist die allerlei invloeden verwerkt. Ik noemde in mijn recensie invloeden uit de chamber pop, R&B, folk, avant-garde, ambient en elektronica, maar dat was zeker geen uitputtende lijst.
Op 31 december was mijn jaarlijstje over 2019 al lang gepubliceerd, maar met de kennis van nu had Blood van Kelsey Lu absoluut een plek in de top 10 van mijn jaarlijstje verdiend. De Amerikaanse muzikant maakte de afgelopen jaren twee filmsoundtracks, maar met So Help Me God is deze week de echte opvolger van Blood verschenen.
Met het debuutalbum wist Kelsey Lu flink de aandacht op zich te vestigen, waardoor er dit keer voor een deel van de productie van het nieuwe album een beroep kon worden gedaan op niemand minder dan Jack Antonoff en gastmuzikanten als Sampha, Kamasi Washington en Kim Gordon konden worden uitgenodigd in de studio.
Op bandcamp heeft Kelsey Lu zelf een mooie omschrijving bedacht van het nieuwe album: “Across the record, Lu blends distorted guitars, choral swells and dark electronic pulses into a sonic landscape that moves between devotional intensity and cinematic scale. So Help Me God expands Lu’s singular creative universe - where music, visual art and performance converge into one multidisciplinary project.”
Dat klinkt behoorlijk pretentieus, maar ik vind So Help Me God zelf een verrassend toegankelijk album. Het tweede album klinkt wat voller en warmer dan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant en is ook wat minder zweverig. De openingstrack Reaper klinkt als een soulsong uit de jaren 60 of 70 en dat is een associatie die vaker terugkomt, maar in Portrait Of A Lady On Fire duiken ook de orkestraties van het vorige album weer op en hoor ik ook weer wat van het zweverige van Blood.
So Help Me God klinkt wat conventioneler dan het debuutalbum van Kelsey Lu, maar de tegenwoordig vanuit Londen opererende muzikant maakt nog altijd bijzondere muziek, zeker wanneer wordt geëxperimenteerd met ritmes en invloeden uit de jazz. Het grootste verschil met Blood hoor ik in de zang, die een stuk ijler en atmosferischer klonk op het debuutalbum.
In de muziek op het album is nog altijd ruimte voor experiment en voor invloeden uit verschillende genres, maar Kelsey Lu heeft op So Help Me God ook nadrukkelijker gekozen voor popsongs met een kop en een staart. Ik vond So Help Me God daarom in eerste instantie een minder bijzonder album dan Blood, maar nu ik het album meerdere keren heb gehoord ben ik toch weer onder de indruk van de muzikaliteit van Kelsey Lu, die overigens ook in tekstueel opzicht diep graaft op het album.
Hoe vaker je naar het nieuwe album van Kelsey Lu luistert, hoe mooier en interessanter het wordt en hoe meer dimensies je ontdekt in de bijzondere songs en ik heb het idee dat So Help Me God nog heel lang blijft doorgroeien. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ryan Adams - The Suicide Handbook (2026)
15 juni, 10:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ryan Adams - The Suicide Handbook (2001) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ryan Adams - The Suicide Handbook (2001)
Ryan Adams nam na zijn fantastische debuutalbum Heartbreaker een aantal zeer ingetogen en melancholische songs op, die helaas op de plank bleven liggen, maar deze week alsnog zijn uitgebracht als The Suicide Handbook
De Amerikaanse muzikant Ryan Adams heeft de afgelopen vijf jaar een enorme stapel albums uitgebracht. Ik heb ze allemaal laten liggen. Deels omdat de kwantiteit het wint van de kwaliteit en deels omdat Ryan Adams een paar jaar geleden in opspraak is geraakt. Hoe goed hij 25 jaar geleden was is te horen op het deze week uitgebrachte The Suicide Handbook. Het is een album dat werd opgenomen na Heartbreaker, het solodebuut van de Amerikaanse muzikant. De uiterst sobere songs op The Suicide Handbook konden niet rekenen op de sympathie van de platenmaatschappij, maar 25 jaar later is te horen dat de platenbazen van Ryan Adams het in 2001 bij het verkeerde eind hadden.
Er kan veel veranderen in 25 jaar tijd. De Amerikaanse muzikant Ryan Adams werd 25 jaar geleden een muzikaal wonderkind genoemd en groeide snel uit tot de lieveling van zowel de critici als een grote groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. 25 jaar later weten we dat ook een wonderkind te veel muziek kan uitbrengen en dan een gewoon mens blijkt te zijn. Ryan Adams werd bovendien door meerdere vrouwen beschuldigd van seksueel wangedrag, wat tot de dag van vandaag een flinke smet op zijn reputatie is.
Terug naar het begin van deze eeuw. Ryan Adams had een aantal jaren aan de weg getimmerd met de alt-country band Whiskeytown, maar koos aan het eind van de jaren 90 voor een solocarrière. Dat leverde in de herfst van 2000 het werkelijk prachtige Heartbreaker op.
Voor zijn eerste soloalbum dook de Amerikaanse muzikant de studio in met Gillian Welch en David Rawling en met producer Ethan Johns, die op dat moment vooral bekend was als de zoon van de legendarische producer Glyn Johns, maar snel zou uitgroeien tot een zeer gewilde producer. Heartbreaker is wat mij betreft een van de mooiste rootsalbums van dit millennium. Het is een album met vooral ingetogen folk- en countrysongs en het wonderschone duet met Emmylou Harris (Oh My Sweet Carolina) als hoogtepunt.
Ryan Adams begon na Heartbreaker aan het opnemen van nieuwe songs en koos in eerste instantie voor een serie uiterst ingetogen songs. Zijn platenmaatschappij zag echter geen heil in het sobere en wat sombere album, waarna Ryan Adams samen met Ethan Johns voller ingekleurde versies van een aantal van de songs opnam. Deze songs vormden uiteindelijk het in 2001 uitgebrachte en ambitieuze Gold, dat net als Heartbreaker warm werd onthaald door de critici.
De sobere songs van de eerdere sessie kwamen op de plank terecht en belandden deels in een nieuwe versie op Gold en op het teleurstellende derde soloalbum Demolition. De opnames die op de plank terecht kwamen werden bekend onder de naam The Suicide Handbook. De opnames uit 2001 circuleren al vele jaren op het internet, maar deze week is het verloren album alsnog officieel uitgebracht.
The Suicide Handbook neemt je mee terug naar de jaren waarin Ryan Adams nog werd gezien als wonderkind en terecht. Ik kan me voorstellen dat de platenmaatschappij van de Amerikaanse muzikant niet direct de commerciële potentie van The Suicide Handbook zag, maar in artistiek opzicht is het album prachtig.
Naar verluidt werden de songs vooral in de nachtelijke uren opgenomen en daar kan ik me iets bij voorstellen. De songs op het album zijn sober ingekleurd met de akoestische gitaar van Ryan Adams en hier en daar de pedal steel van Bucky Baxter en daarnaast is er de weemoedig klinkende stem van de Amerikaanse muzikant.
Een aantal songs van The Suicide Handbook kwam zoals gezegd terecht op de albums Gold en Demolition, maar ik vind de sobere akoestische versies veel mooier en indringender. Ik heb Ryan Adams zelf ook gecanceld de afgelopen jaren, want de beschuldigingen tegen hem zijn heftig, maar met The Suicide Handbook keer ik nog even terug naar de jaren waarin de Amerikaanse muzikant niet stuk kon en bovendien zijn beste werk afleverde. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Zoh Amba - Eyes Full (2026) 4,0
14 juni, 10:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Zoh Amba - Eyes Full - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Zoh Amba - Eyes Full
Zoh Amba timmert al een aantal jaren aan de weg als jazzsaxofonist, maar kiest op het deze week verschenen Eyes Full voor een totaal andere weg met ruwe folksongs vol stevig gitaarwerk en bijzondere zang
Ik heb het vorige week even geprobeerd met Eyes Full van Zoh Amba, maar het was niet het juiste moment voor het album. Het is een album dat ver is verwijderd van de muziek die Zoh Amba tot dusver heeft gemaakt. Samen met gitarist Kevin Hyland en drummer Jim White maakt Zoh Amba ruwe songs met een mix van folk en rock. Het zijn songs die associaties oproepen met de muziek van Big Thief of de albums van frontvrouw Adrianne Lenker, maar Eyes Full is rauwer en intenser. Toen ik er een paar dagen geleden naar luisterde was het wel het juiste moment voor de nieuwe muziek van Zoh Amba en kwam het album wel binnen. Vervolgens begreep ik opeens alle superlatieven die de Amerikaanse muziekpers erover heeft opgeschreven.
De albums van de Amerikaanse muzikant Zoh Amba, die zichzelf overigens identificeert als non-binair persoon, zijn me in het verleden meer dan eens aangeprezen, maar na even luisteren was ik er snel uit dat het niets voor mij was. Op deze albums maakt de muzikant uit New York jazz en ook nog eens het soort jazz waar ik vooral heel erg nerveus van word.
Het vorige week verschenen Eyes Full is een heel ander soort album, maar wederom waren de Amerikaanse muziekcritici eensgezind en waren de superlatieven niet van de lucht. Het nieuwe album van Zoh Amba opent met een folky song en het is er een die me niet direct overtuigde. De nerveuze jazz is in de openingstrack OCD verruild voor stevig aangezet en wat eclectisch akoestisch gitaarspel en de stem van Zoh Amba en ik werd er wederom wat nerveus van.
Het is een stem waar ik een paar jaar geleden waarschijnlijk enorm aan had moeten wennen, maar de stem van Zoh Amba lijkt nogal op die van Big Thief zangeres Adrianne Lenker en ook de manier van zingen is vrijwel identiek. Daar moet je tegen kunnen, maar sinds Big Thief me van mijn sokken blies met haar eerste paar albums heb ik wel wat met het soort zang op Eyes Full van Zoh Amba.
Na de wat onrustige openingstrack gooit de muzikant uit New York er ook nog wat invloeden uit de indierock tegenaan en worden de associaties met de muziek van Big Thief alleen maar sterker. Zowel de zang als de gitaren klinken wel wat ruwer en compromislozer dan in de muziek van Big Thief, wat Eyes Full een wat lo-fi karakter geeft.
Het nieuwe album van Zoh Amba is een album dat je na een paar tracks snel opzij schuift en nooit meer beluistert of het is een album dat je maar blijft intrigeren. Net als de Amerikaanse muziekcritici was ik direct onder de indruk van het album en pakte ik het album er steeds weer bij.
In muzikaal opzicht rammelt het behoorlijk en ook op de onvaste zang van Zoh Amba kun je heel veel aanmerken, maar op een of andere manier klopt het. Wanneer je vervolgens vaker naar het album luistert worden de songs van de muzikant uit New York beter en grijpen ze je nog wat steviger bij de strot met de ruwe zang. Ook het gitaarwerk op het album overtuigt dan nog wat makkelijker, zeker in de meest rauwe passages.
Zoh Amba keerde voor het nieuwe album terug naar het platteland van Tennessee, waar de wortels van de Amerikaanse muzikant liggen en waar Zoh Amba niet paste, en dat hoor je in de songs, die worden gedomineerd door invloeden uit de folk, met hier en daar een randje blues en country. Het is ver verwijderd van de muziek die Zoh Amba als saxofonist maakt, maar geef mij maar Eyes Full.
Als Big Thief niet had bestaan en Adrianne Lenker een ander beroep had gekozen zou Eyes Full uit kunnen groeien tot een sensationeel album, maar nu klinkt het uiteindelijk vooral als het album dat Adrianne Lenker nog niet heeft gemaakt. Dat doet niets af aan de prestatie die Zoh Amba levert, want als ik moet kiezen tussen de soloalbums van Adrianne Lenker en dit album kies ik met veel overtuiging voor Eyes Full.
Ook de muzikanten die Zoh Amba begeleiden zijn overigens geen koekenbakkers, want gitarist Kevin Hyland speelde in de band van MJ Lenderman en drummer Jim White behoeft geen nadere introductie. Het levert een album op dat je verafschuwt of dat je grijpt en als het je grijpt houdt het je voorlopig in een stevige wurggreep. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Olivia Rodrigo - You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love (2026) 4,0
13 juni, 11:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Olivia Rodrigo - You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Olivia Rodrigo - You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love
Olivia Rodrigo schaarde zich met Sour en Guts onder de grootste popsterren van het moment en die status bevestigt ze met You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love dat nieuwe dimensies toevoegt aan haar herkenbare geluid
Olivia Rodrigo verkocht onlangs in een vloek en een zucht vier keer de Ziggo Dome uit en brengt deze week het album dat hoort bij haar wereldtour uit. You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love laat deels het inmiddels bekende Olivia Rodrigo geluid horen, maar de Amerikaanse muzikante legt ook andere accenten en heeft nieuwe muzikale helden ontdekt. De invloeden uit de indierock zijn verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor een vleugje jaren 80 hier en daar, maar Olivia Rodrigo maakt ook nog altijd de popsongs en ballads van deze tijd. Op You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love klinkt ze volwassener dan op haar eerste twee albums en bevestigt ze haar status als een van de grootste popsterren van het moment.
Olivia Rodrigo is nog altijd pas 23 jaar oud, maar heeft met het deze week verschenen album You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love alweer haar derde album uitgebracht. De Amerikaanse popster is actief in een genre waarin de concurrentie moordend is en de waan van de dag soms regeert, maar ze liet op haar debuutalbum Sour uit 2021 direct al horen dat ze iets speciaals heeft.
Sour is nog altijd een bijzonder knap popalbum, zeker als je je bedenkt dat Olivia Rodrigo de meeste songs voor het album schreef toen ze pas 17 jaar oud was. De belofte van Sour werd in 2023 volledig ingelost met Guts, waarna de jonge popster liet zien dat ze ook op het podium goed uit de voeten kan. En nu is er dus You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love, dat extra punten verdient voor de titel van het album.
Olivia Rodrigo schakelde op haar vorige albums tussen aanstekelijke popsongs, mooie ballads en wat flirts met indierock en dat leek een inmiddels beproefd recept. Ook dit keer werkte ze met haar vaste producer Dan Nigro, die ook tekent voor een groot deel van de muziek op het album, terwijl voor het schrijven van de songs wederom een beroep werd gedaan op de hulp van Amy Allen.
Alle reden dus om te veronderstellen dat You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love in het verlengde zou liggen van Sour en Guts, maar dat is slechts ten dele het geval. Veel songs op het derde album van Olivia Rodrigo zijn verrassend sober en ingetogen en invloeden uit de indierock zijn vrijwel verdwenen uit het geluid van de Amerikaanse popster.
De invloeden uit het verleden komen dit keer vooral uit de jaren 80 met subtiele vleugjes new wave en postpunk. Olivia Rodrigo stond vorig jaar op het Britse festival Glastonbury op het podium met Robert Smith en The Cure zanger duikt ook op in What’s Wrong with Me. Ook op Sour en Guts eerde Olivia Rodrigo zo af en toe haar muzikale helden en dat doet ze ook op You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love, dat meerdere verwijzingen bevat naar de muziek van The Cure.
Dat betekent niet dat ze opeens een new wave of postpunk album heeft gemaakt, want ook het derde album is weer een 100% popalbum. Het is wel een popalbum van een muzikante die inmiddels haar tienerjaren achter zich heeft gelaten en zich knap staande houdt in een harde wereld, al is er wel een gebroken hart bij gekomen, wat je terug ziet in de teksten van de songs.
Ik vind You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love in muzikaal opzicht interessanter dan Sour en Guts en ook de songs vind ik beter. Ik heb vooral een zwak voor de ingetogen en sober ingekleurde songs op het album als Stupid Song, Honeybee, The Cure, Begged, Less en Cigarette Smoke, maar ook de uptempo songs op het album met vaak een jaren 80 vibe mogen er zijn.
Zeker in de wat meer ingetogen songs op het album hoor je dat Olivia Rodrigo beter is gaan zingen. Haar stem klinkt warmer en volwassener dan op haar eerste twee albums en heeft bovendien een groter bereik, maar heeft nog altijd een karakteristiek en herkenbaar geluid.
Olivia Rodrigo heeft er de afgelopen jaren nog flink wat grote popsterren als concurrent bij gekregen, maar ze kiest op You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love voor haar eigen weg. Het siert haar dat ze niet kiest voor de wat eendimensionale elektronische pop die momenteel zo succesvol is en ze heeft in Dan Nigro een geweldige producer gevonden.
De Amerikaanse producer, die ook werkt met Chappell Roan, heeft You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love voorzien van een mooi geluid, waaraan af en toe strijkers zijn toegevoegd en waarin de stem van Olivia Rodrigo soms in meerdere lagen is opgenomen. Het is een geluid zonder opsmuk, wat de kracht van de songs versterkt Iedereen die nog twijfelde aan het talent van de Amerikaanse muzikante moet echt eens naar dit album luisteren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Liz Lawrence - Vespers (2026) 4,0
13 juni, 08:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Liz Lawrence - Vespers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Liz Lawrence - Vespers
Liz Lawrence maakte op haar vorige albums grotendeels elektronisch ingekleurde en lekker in het gehoor liggende popmuziek, maar verwerkt op Vespers de dood van haar zus met ruwe, ingetogen en emotievolle folksongs
Iedereen die de eerste vier albums van Liz Lawrence kent zal verrast worden door het nieuwe album van de Britse singer-songwriter. In mijn geval is het een aangename verrassing, want ik kon niet zo heel goed uit de voeten met haar vooral met elektronische popmuziek gevulde vorige albums, al heb ik die albums niet helemaal op de juiste waarde geschat. Het deze week verschenen album Vespers is een album dat is getekend door verlies en rouw. Liz Lawrence geeft op het album de dood van haar zus een plek en doet dit met uiterst ingetogen en ruwe folksongs. Het zijn sober ingekleurde songs die het vooral moeten hebben van de stem van Liz Lawrence en die stem is op Vespers echt prachtig.
De Britse muzikante Liz Lawrence brengt inmiddels een kleine 15 jaar albums uit. Het zijn albums waarvan ik er in het verleden drie (van de vier) heb beluisterd en dat zijn alle drie albums die ik in eerste instantie had geselecteerd voor een plekje op de krenten uit de pop, maar die uiteindelijk toch afvielen. Het zijn alle drie albums die ik wel interessant vond, maar bij herhaalde beluistering toch niet goed genoeg vond voor een recensie.
Pity Party uit 2020 vond ik uiteindelijk net wat te wisselvallig, The Avalanche uit 2021 wat te veel catchy elektronische pop en Peanuts uit 2024 wat te eentonig. Ik heb de albums deze week nog eens vluchtig beluisterd en denk dat Liz Lawrence ook gewoon pech heeft gehad met mijn oordeel, want ik hoorde deze week wel degelijk het talent van de Britse muzikante op alle drie de albums.
Het is deze week tijd voor eerherstel, want Liz Lawrence levert met Vespers een album af dat ik nog veel beter vind dan zijn voorgangers. De Britse muzikante was in het verleden niet vies van lichtvoetige elektronische popmuziek, maar Vespers ligt flink zwaarder op de maag. Liz Lawrence pakte op haar vorige albums vaak uit met elektronica en een vol geluid, maar kiest op haar nieuwe album voor behoorlijk sobere en vooral akoestische klanken.
In de openingstrack Mt. Nephin hoor je alleen een subtiel laagje elektronica en de stem van Liz Lawrence, die vervolgens in de tweede track Where Did You Go vooral door de akoestische gitaar wordt begeleid. De akoestische gitaar domineert ook in de tracks die volgen, waarna de slottrack met strijkers afsluit.
Op het nieuwe album van Liz Lawrence vallen me een aantal dingen op. Het eerste dat opvalt is dat ze de pop van haar vorige albums heeft verruild voor muziek met flink wat invloeden uit de folk, al is Vespers zeker geen dertien in een dozijn folkalbum. Het tweede dat opvalt is hoe mooi de stem van Liz Lawrence is op haar nieuwe album.
Haar stem viel me op haar vorige albums niet zo op, maar op Vespers is de zang echt prachtig. Het is zang met een behoorlijk bezwerend karakter, wat ervoor zorgt dat de songs van de Britse muzikante best stevig binnenkomen. Vespers is zoals gezegd een wat zwaar album. Dat hoor je in de teksten waarin vooral de dood van haar zus centraal staat, maar je hoort het ook zeker in de stem van Liz Lawrence, die haar zang soms redelijk zwaar aanzet en heel veel gevoel heeft gelegd in haar zang.
Dat is ook niet zo gek, want de Britse muzikante schreef de songs voor haar nieuwe album slechts een paar maanden nadat haar zus was overleden na een noodlottig ongeval. Het zorgt ervoor dat Vespers doet wat de vorige albums van Liz Lawrence bij mij niet lukte. De songs op het nieuwe album van Liz Lawrence weten me te raken met al het gevoel dat er in zit en met de schoonheid van de zang.
De songs op Vespers werden in een korte periode geschreven en opgenomen en dat hoor je. De Britse muzikante sleutelde in het verleden flink aan haar songs, maar de songs op Vespers zijn ruw en hebben een wat lo-fi karakter. Het siert Liz Lawrence dat ze iedere keer weer een andere weg inslaat op haar albums, die ik inmiddels hoger aansla dan in het verleden, maar de weg die ze heeft gekozen op Vespers bevalt me duidelijk het best. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
zzzahara - Distant Lands (2026) 4,0
11 juni, 15:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: zzzahara - Distant Lands - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: zzzahara - Distant Lands
De Amerikaanse muzikante Zahara Jaime, oftewel zzzahara, heeft al een aantal albums op haar naam staan die me stuk voor stuk zijn ontgaan, maar het deze week verschenen Distant Lands is echt een geweldig indiepopalbum
Het nieuwe album van zzzahara laat flarden uit de jaren 80 horen, maar bevat veel meer invloeden uit de lo-fi en dreampop uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want het project van Zahara Jaime vindt ook makkelijk aansluiting bij de indiepop en indierock van het moment. De songs van de muzikante uit Los Angeles zijn lekker eigenzinnig en voldoende stekelig, maar het zijn ook songs die zich genadeloos opdringen. Voor liefhebbers van pure pop is de muziek van zzzahara waarschijnlijk wat te ruw, maar liefhebbers van even eigenwijze als eigenzinnige popmuziek vol invloeden uit het verleden en het heden hebben er met Distant Lands een heerlijk album bij.
Alternatieve Amerikaanse muziekwebsites als Paste en Pitchfork waren de afgelopen week zeer te spreken over het album Distant Lands van zzzahara. Dat verbaast me niets, want dit is nou typisch zo’n album dat zeer in de smaak valt bij twee van mijn favoriete tipgevers. Het is ook het soort tip dat bij mij in de smaak valt, want zzzahara doet op Distant Lands zo ongeveer alles dat ik leuk vind.
Het project van de uit Los Angeles afkomstige Zahara Jaime, die zowel Filippijns als Mexicaans bloed heeft, strooit op haar vierde album in vier jaar tijd met popliedjes waarvan ik alleen maar heel vrolijk kan worden. Het zijn popliedjes die lekker eigenwijs zijn en aangenaam rammelen, maar ondertussen verleiden ze meedogenloos en blijven ze ook nog eens makkelijk hangen. De vorige drie albums van zzzahara moet ik nog eens beluisteren, maar als ze net zo goed zijn als Distant Lands heb ik iets gemist de afgelopen jaren.
Zahara Jaime vond de inspiratie voor haar nieuwe album in het werk van David Lynch, wiens oeuvre ze pas na zijn overlijden leerde kennen. Ik zeg met enige regelmaat over albums dat ze goed zouden kunnen dienen als soundtrack bij een vergeten David Lynch film, maar bij Distant Lands van zzzahara kan ik nog niet direct een David Lynch film bedenken.
De muzikante uit Los Angeles maakt op haar nieuwe album muziek die past in de hokjes indiepop en indierock, maar het is indiepop en indierock met veel echo’s uit de jaren 80 en 90. Af en toe hoor ik duidelijke invloeden uit de dreampop, maar het is wel betrekkelijk ruwe dreampop, die makkelijk buiten de lijntjes van het genre kleurt.
Het nieuwe album van het project van Zahara Jaime verdient ook zeker het etiket lo-fi, al zijn de songs op Distant Lands wel wat beter uitgewerkt en wat langer dan op een gemiddeld lo-fi album. Ik vond het nieuwe album van zzzahara bij eerste beluistering nog wel behoorlijk rammelen, maar inmiddels hoor ik een selectie geweldige popsongs, die op bijzondere wijze zijn geproduceerd door Casey Lagos, die in het verleden onder andere werkte met Cold War Kids.
De popsongs van zzzahara zijn allemaal redelijk rechttoe rechtaan, maar ze zijn mooi ingekleurd met zowel gitaren als synths. De muzikante uit Los Angeles beschikt niet over een hele bijzondere stem, maar het is wel een stem die uitstekend past bij de aanstekelijke popsongs op Distant Lands. Het zijn songs waarin steeds weer wat anders opvalt en het is bijna altijd onweerstaanbaar lekker.
De ene keer is het heerlijk basloopje, de volgende keer zijn het wonderschone gitaarakkoorden of catchy synths, of toch weer de stem van Zahara Jaime, die af en toe met haar zang en muziek ook op kan schuiven richting de muziek van Beach House. Distant Lands bevat 13 songs en hoe vaker ik ze hoor, hoe verslavender ze worden.
Ik kan er nog altijd geen David Lynch film bij bedenken, maar ik vind Distant Lands van zzzahara inmiddels zo goed dat het album wat mij betreft een David Lynch film verdient. In de tussentijd kan het album ook zomaar uitgroeien tot de indiesoundtrack van de zomer van 2026, want als de songs van zzzahara eenmaal in je hoofd zitten krijg je ze niet meer uit je hoofd. Ik denk soms dat ik wat minder moet vertrouwen op Pitchfork en Paste, want veel tips komen ook niet aan, maar Distant Lands van zzzahara is absoluut een voltreffer. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
A.A. Williams - Solstice (2026) 4,0
10 juni, 16:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: A.A. Williams - Solstice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: A.A. Williams - Solstice
Solstice is alweer het vierde album van de Britse muzikante A.A. Williams en het is net als haar eerste en derde album een album vol flinke spanningsbogen, af en toe hoge gitaarmuren en een echt bijzonder mooie stem
De muziek van A.A. Williams was in 2020 moeilijk te plaatsen. De klassiek geschoolde muzikante was goed voor prachtig opgebouwde songs en klassiek aandoende klanken, maar ze kon ook overweg met gruizige gitaarmuren en een vleugje metal en postrock. Het is inmiddels een beproefd recept, maar het is ook een recept dat nog steeds werkt. Op het deze week verschenen album Solstice, het vierde album van A.A. Williams, heeft ze het geluid van de geweldige voorganger As the Moon Rests uit 2022 nog wat verder geperfectioneerd. De songs zijn nog wat mooier opgebouwd, het contrast tussen ingetogen passages en gitaargeweld is nog wat groter en A.A. Williams zingt echt prachtig. Een bijzonder album weer.
Zes jaar geleden debuteerde de Britse muzikante A.A. Williams met een album dat absoluut een vat vol tegenstrijdigheden mag worden genoemd. De klassiek geschoolde muzikante uit Londen verloochent haar opleiding als celliste en pianiste niet op haar debuutalbum, maar laat ook een onverwachte voorkeur voor totaal andere genres horen, waaronder metal.
Het zorgde ervoor dat Forever Blue werd voorzien van het etiket “death gospel”, maar dat bleek een behoorlijk onzinnig label. Op Forever Blue kan de muziek van A.A. Williams af en toe uitbarsten, maar ik hoorde zelf vooral invloeden uit de postrock en nauwelijks metal en al helemaal geen gospel.
Forever Blue is een album dat invloeden uit de neoklassieke muziek vermengd met rockmuziek en doet dit in songs waarin de spanning steeds weer prachtig wordt opgebouwd en waarin van alles gebeurt. De spanningsbogen op Forever Blue zijn bij vlagen torenhoog, zeker wanneer ingetogen passages uitmonden in hoge gitaarmuren.
Die spanningsbogen hoor je ook in de stem van A.A. Williams, die ingetogen en bezwerend kan klinken, maar ook flink kan uithalen. Het geweldige debuutalbum van de Britse muzikante werd in 2021 gevolgd door het uiterst sobere pandemiealbum Songs from Isolation, waarop de muzikante uit Londen op uiterst sobere wijze songs van anderen vertolkte.
Het album miste de magie van het debuutalbum, maar die magie was gelukkig weer helemaal terug op het in 2022 uitgebrachte en echt geweldige As the Moon Rests, waarop A.A. Williams het geluid van haar debuutalbum verder perfectioneerde. Op haar derde album zoekt de Britse muzikante de uitersten nog wat meer op, waardoor het album aan de ene kant subtieler, maar aan de andere kant grootser klinkt dan het debuutalbum.
As the Moon Rests, dat mijn jaarlijstje haalde, krijgt deze week een vervolg met Solstice. Het is een ambitieus album met 11 tracks en bijna een uur muziek. De ingrediënten in de muziek van A.A. Williams zijn inmiddels bekend. Je hoort nog altijd haar klassieke achtergrond, maar ook de liefde voor gruizige gitaarmuren is gebleven.
Ook op Solstice bouwt A.A. Williams haar songs weer prachtig op, waarbij ze dit keer nog meer aandacht heeft besteed aan contrast en dynamiek. Het klinkt bij vlagen behoorlijk bombastisch, maar A.A. Williams schakelt makkelijk van hoge gitaarmuren naar ingetogen passages, waarin alles aankomt op haar stem en wat piano- of gitaarakkoorden.
De stem van de Britse muzikante klinkt ook op haar nieuwe album weer prachtig, zeker in de meer ingetogen passages op het album. Het knappe van de muziek van A.A. Williams is dat het, ondanks het feit dat de combinatie van een mooie vrouwenstem en veel gitaargeweld een beproefde combinatie is, muziek is die anders klinkt dan andere muziek die zich in de genres beweegt waarin A.A. Williams actief is.
Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van haar stem en met haar muzikaliteit. Die muzikaliteit zorgt er ook voor dat Solstice makkelijk een uur kan boeien en dit ondanks het feit dat je de spanningsbogen in de muziek van A.A. Williams na een paar tracks wel kent. Het is muziek die inmiddels vooral postrock wordt genoemd en dat is een label dat misschien niet helemaal op zijn plaats is, maar beter past bij de muziek van A.A. Williams dan het label ‘death gospel’ dat ooit werd bedacht voor haar debuutalbum. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Alyssa Bonagura - America's Backroads (2026) 4,0
10 juni, 15:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alyssa Bonagura - America’s Backroads - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alyssa Bonagura - America’s Backroads
Alyssa Bonagura is een grote naam in Nashville, Tennessee, maar ik had nog niet eerder kennisgemaakt met haar muziek tot het deze week verschenen album America’s Backroads, dat in alle opzichten kwaliteit ademt
Ik heb al een aantal jaren een zwak voor countrypop en heb inmiddels een enorme stapel favoriete albums in het genre. Het is een stapel waar America’s Backroads van Alyssa Bonagura wel eens op terecht zou kunnen komen, want de Amerikaanse muzikante doet alles goed. Ze beschikt over een aansprekende stem en schrijft songs waarin country en pop fraai in balans zijn. Het klinkt af en toe als de countrypop uit de jaren 90, maar niet veel later als de countrypop zoals die momenteel in Nashville veel wordt gemaakt. Het klinkt soms wat gepolijst, maar America’s Backroads heeft ook zeker ruwere momenten. In Nashville weten ze het al lang, maar ook hier verdient Alyssa Bonagura de aandacht.
Ik hou de ontwikkelingen binnen de countrypop inmiddels enkele jaren goed bij, maar de naam Alyssa Bonagura was ik nog niet eerder tegengekomen. Dat kan op zich kloppen, want haar vorige album is inmiddels tien jaar oud. Een nieuwkomer is Alyssa Bonagura zeker niet, want ze bracht tussen 2010 en 2016 al drie albums uit.
Ze was al veel eerder actief in de muziek, want volgens haar biografie zingt ze al vanaf haar kleuterjaren en kon ze op hele jonge leeftijd uit de voeten op onder andere de gitaar. Alyssa Bonagura groeide op in een muzikantengezin en nam op haar tiende een duet op met Kenny Rogers.
Ook in Nashville ging het haar voor de wind, want naast haar drie soloalbums schreef ze ook flink wat songs voor anderen in de Amerikaanse muziekhoofdstad, waaronder een aantal hits. Waarom ze de afgelopen tien jaar zelf geen muziek uitbracht weet ik niet, maar met America’s Backroads heeft Alyssa Bonagura een prima album afgeleverd.
Het is een album dat ze zelf produceerde en waarop ze ook zelf als muzikante is te horen, maar voor het schrijven van de songs deed ze ook deels een beroep op een aantal gelouterde songwriters uit Nashville. Naast een aantal prima vaste muzikanten zijn er ook een aantal gasten te horen op het album, van wie stergitarist Joe Bonamassa, die in een van de tracks opduikt, de bekendste is.
Het levert een kwalitatief hoogstaand album op, dat in de smaak moet vallen bij liefhebbers van goed gemaakte countrypop. Het is het soort countrypop waar ik van hou, wat betekent dat de country het net wint van de pop. America’s Backroads opent met lekker veel stevige gitaren, maar Alyssa Bonagura laat ook direct horen dat ze niet vies is van pop.
Ze schrijft zoals gezegd al jaren songs voor anderen en dat hoor je op haar nieuwe album, dat vol staat met aansprekende popsongs. Het zijn popsongs die soms behoorlijk stevig klinken, maar de Amerikaanse muzikante kan ook duidelijk kiezen voor de pop of juist richting de wat traditioneler klinkende countrymuziek bewegen.
Alyssa Bonagura weet hoe een countrypop album uit Nashville moet klinken en maakt wat mij betreft indruk met een even smaakvolle als hitgevoelig klinkende productie. Het doet me af en toe wel wat denken aan de countrypop die Shania Twain in de jaren 90 op de kaart zette en die sindsdien een blauwdruk is geweest voor talloze albums in het genre, maar de Amerikaanse muzikante vindt ook aansluiting bij de countrypop van het moment.
Voor liefhebbers van pure traditionele rootsmuziek klinkt het allemaal vast veel te geproduceerd en is het popgehalte waarschijnlijk ook aan de hoge kant, maar voor liefhebbers van goed gemaakte countrypop, en daar reken ik mezelf ook toe, is America’s Backroads een prima album.
Ik ben zelf zeer te spreken over de songs op het nieuwe album van Alyssa Bonagura en ook de muziek en de productie van het album bevallen me uitstekend. De muzikante uit Nashville beschikt ook nog eens over een prima stem en het is het soort stem dat het goed doet in de countrypop uit de Amerikaanse muziekhoofdstad.
Alyssa Bonagura doet nog niet hetzelfde met me als persoonlijke favorieten als Megan Moroney, Ella Langley, Morgan Wade en Carly Pierce, maar America’s Backroads is wel een album dat me steeds net wat beter bevalt en de rek is er volgens mij nog niet uit. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Haylie Davis - Wandering Star (2026) 4,0
9 juni, 16:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Haylie Davis - Wandering Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Haylie Davis - Wandering Star
De Amerikaanse singer-songwriter Haylie Davis klinkt op haar debuutalbum Wandering Star als een aantal grote vrouwelijke singer-songwriters uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar wat klinkt het ook in 2026 lekker
Bij beluistering van Wandering Star vallen een aantal dingen op. Haylie Davis combineert op haar debuutalbum meerdere genres, waaronder de Laurel Canyon folk, de countrymuziek en de singer-songwriter muziek uit de vroege jaren 70. In muzikaal en productioneel opzicht weet de muzikante uit Los Angeles de sfeer van deze tijd goed te vangen. Dat doet ze ook met haar stem, die ook zo lijkt weggelopen uit een ver verleden. De zang op Wandering Star klinkt anders dan die op de meeste andere singer-songwriter en rootsalbums van het moment, maar als je vatbaar bent voor de stem van Haylie Davis pakt ze je met haar debuutalbum genadeloos in. Wat is dit een geweldig album.
Wandering Star is het deze week verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Haylie Davis. Als iemand me had verteld dat Wandering Star een vergeten album is uit de late jaren 60 of vroege jaren 70 had ik het echter ook direct geloofd. Wandering Star deed me immers direct vanaf de eerste noten aan Tapestry van Carole King denken.
Dat is wat mij betreft een van de beste vrouwelijke singer-songwriter albums aller tijden en misschien zelfs wel het beste album ooit door een vrouwelijke singer-songwriter gemaakt. Het uit 1971 stammende album heeft tot op de dag van vandaag invloed op vrouwelijke muzikanten, maar ik hoorde nog niet zo vaak echo’s van het album als bij beluistering van Wandering Star van Haylie Davis. Dat is nogal een vergelijking voor een debuutalbum, maar Haylie Davis kan de vergelijking wat mij betreft aan.
De muzikante uit Los Angeles beschrijft haar debuutalbum op haar bandcamp-pagina als volgt: “Los Angeles–based singer-songwriter Haylie Davis presents Wandering Star, a coming-of-age debut that unfolds like a Townes Van Zandt tale set in a deserted diner off a re-routed interchange: intimate, cinematic and quietly fearless”. Dat is ook een mooie omschrijving, maar ik zou zelf eerder een mooi citaat met een hoofdrol voor de klassieker van Carole King hebben bedacht.
Dat Wandering Star klinkt als een vergeten klassieker uit de jaren 60 of 70 heeft alles te maken met de muziek op en de productie van het album. Het door piano en gitaren gedomineerde geluid op het album ademt de sfeer van de jaren 60 en 70 en klinkt totaal anders dan singer-songwriter albums van het moment, zeker als de gitaren mogen soleren.
Haylie Davis kan op haar debuutalbum uit de voeten met de tijdloze singer-songwriter muziek van Carole King uit de vroege jaren 70, maar ik hoor ook veel raakvlakken met de Laurel Canyon folk van Joni Mitchell uit dezelfde periode. Hier blijft het niet bij, want Wandering Star bevat ook een aantal pure countrysongs, die ook afkomstig lijken uit een ver verleden.
De productie van het album, waarvoor naast Haylie Davis zelf ook Sam Burton tekent, is echt een kunststukje, want wat weet het album de sfeer van de jaren 60 en 70 goed te vangen. Als Wandering Star in 1971 zou zijn verschenen had het de geschiedenis van de popmuziek kunnen veranderen, want de songs van Haylie Davis zijn absoluut aansprekend net als het geluid op het album.
Nog wat aansprekender vind ik haar stem, die anders klinkt dan alle andere vrouwenstemmen van het moment. Het is een stem met flarden Carole King, Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Joni Mitchell, maar Haylie Davis heeft ook een bijzonder eigen geluid. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen de stem van de muzikante uit Los Angeles mooi vindt, maar ik vind het echt een geweldige stem. Het is voor mij vooral de zang van Haylie Davis die van Wandering Star zo’n bijzonder album maakt, al doet de Amerikaanse muzikante op haar debuutalbum ook verder alles goed.
Op basis van alle omschrijvingen wist ik niet zo goed wat ik moest verwachten van Wandering Star, maar ik werd eigenlijk direct weggeblazen door het album, dat ik zelf zou omschrijven als een imponerend country-getint singer-songwriter album dat in 1971 mee had gekund met de beste singer-songwriter en rootsalbums van dat moment en dat ook in 2026 nog fris en urgent klinkt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Widowspeak - Roses (2026) 4,0
9 juni, 16:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Widowspeak - Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Widowspeak - Roses
De Amerikaanse band Widowspeak is met Roses alweer toe aan album nummer zeven en het is een album dat dankzij het prachtige gitaarwerk van Robert Earl Thomas en de bedwelmende zang van Molly Hamilton tot grote hoogten stijgt
Luister naar de muziek van Widowspeak en associaties met de muziek van Cowboy Junkies en met name Mazzy Star zijn nauwelijks te onderdrukken. Wat mij betreft is dat geen probleem, want ik kan slechtere voorbeelden bedenken. Widowspeak maakt geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar werkt ook steeds nadrukkelijker aan een eigen geluid. Het is een geluid dat op Roses is verrijkt met nog wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en dat zijn invloeden die prachtig kleuren bij de lome stem van Molly Hamilton. Ik ben zeer gecharmeerd van de vorige albums van de Amerikaanse band, maar het sfeervolle en veelzijdige Roses bevalt me nog net wat beter.
Het deze week verschenen album Roses is alweer het zevende album van de Amerikaanse band Widowspeak. Ik ontdekte de band uit New York zelf pas in 2017, toen het vierde album van de band verscheen. Ik vergeleek Expect the Best, dat in 2017 mijn jaarlijstje haalde, afwisselend met Mazzy Star en Cowboy Junkies en dat zijn twee van mijn favoriete bands aller tijden.
Sinds Expect the Best kan ik ook de nieuwe muziek van Widowspeak zeer waarderen, maar op een of andere manier is het ook een band die ik telkens weer vergeet, tot een nieuw album opduikt. Na Expect the Best was ik ook zeer positief over Plum uit 2020 en The Jacket uit 2022 en ook deze albums hadden zeker een plekje in mijn jaarlijstje verdiend. Maar ik vergeet Widowspeak zoals gezegd snel helaas.
Ook Plum en The Jacket vergeleek ik trouwens met zowel Mazzy Star als Cowboy Junkies, maar ik hoorde ook een steeds duidelijker eigen geluid van Widowspeak. Deze week verscheen zoals gezegd het zevende album van de New Yorkse band, die in de basis bestaat uit Molly Hamilton en Robert Earl Thomas.
Ook bij beluistering van Roses kwamen de namen van twee van mijn favoriete bands aller tijden weer op. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de stem van Molly Hamilton, die met haar verleidelijke vocalen ergens tussen Mazzy Star zangeres Hope Sandoval en Cowboy Junkies zangeres Margo Timmins in zit. Ook het gitaarwerk van Robert Earl Thomas draagt overigens bij aan de vergelijking met Mazzy Star en Cowboy Junkies, maar het is toch vooral de zang die zorgt voor de meeste associaties.
Op haar vorige album liet Widospeak wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek toe in haar muziek en dat is een lijn die wordt doorgetrokken op Roses, dat in het verlengde van het uitstekende The Jacket ligt. De invloeden uit de folk en de country combineren prachtig met de lome en zwoele vocalen van Molly Hamilton, die steeds beter gaat zingen en hier en daar de genoemde inspiratiebronnen naar de kroon steekt.
In het verleden was de muziek van Widowspeak net wat steviger en dat is de band uit New York niet helemaal vergeten. In een aantal songs op het album klinkt het gitaarwerk net wat gruiziger, maar Robert Earl Thomas kan ook prachig akkoorden uit de jangle pop spelen, waarbij het bijna lijkt of R.E.M.’s Peter Buck is aangeschoven in de studio.
Soms schuift Widowspeak juist weer wat dichter tegen de muziek van Mazzy Star of Cowboy Junkies aan, zoals in het werkelijk prachtige Wondering, dat niet had misstaan op een van de albums van Mazzy Star. De combinatie van de extreem dromerige zang van Molly Hamilton en de wat psychedelisch aandoende gitaarakkoorden van Robert Earl Thomas tillen mijn favoriete track van Roses flink op, maar het is zeker niet de enige prachtige track op het zevende album van Widowspeak, dat wederom laat horen dat het nog niet is uitgegroeid.
Roses werd trouwens opgenomen op het Griekse eiland Hydra, waar Leonard Cohen ooit een tijd lang woonde. De locatie heeft zeker bijgedragen aan de ontspannen sfeer op het album, dat van de juiste mix werd voorzien van Alex Farrar, die de muziek van Widowspeak heeft voorzien van een subtiel ruw randje. Ik verloor Widowspeak in het verleden vaak snel weer uit het oog, maar Roses is een album dat ik vanaf nu koester en niet zomaar ga vergeten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Linda Ronstadt - Heart Like a Wheel (1974) 4,5
7 juni, 22:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Linda Ronstadt - Heart Like a Wheel (1974) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Linda Ronstadt - Heart Like a Wheel (1974)
Ik had tot voor kort een blinde vlek voor het oeuvre van Linda Ronstadt, die ook heel veel matige albums heeft gemaakt, maar ook een aantal hele goede, met wat mij betreft Heart Like a Wheel uit 1974 als uitschieter
Linda Ronstadt kondigde ruim 15 jaar geleden haar pensioen aan, maar maakte in de decennia dat ze actief was in de muziek een flinke stapel albums. Halverwege de jaren 70 maakte ze haar beste albums en van deze albums springt Heart Like a Wheel er wat mij betreft uit. Het album werd gemaakt met een ware sterrencast en bevat een serie fraaie songs van anderen. Toch is Linda Ronstadt zelf de ster op het album, want ze zingt echt geweldig op Heart Like a Wheel. Het is een album dat ontbreekt in de meeste lijstjes met de beste singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar ik ben aangenaam verrast door het album, dat Linda Ronstadt voor mij alsnog op de kaart heeft gezet als interessante muzikante.
Ik had me tot voor kort nog nooit verdiept in de muziek van Linda Ronstadt. Ik kende hooguit een paar singles van de in Tucson, Arizona, geboren singer-songwriter, maar dat was het dan ook wel. Ik ben me op een gegeven moment gaan verdiepen in flink wat tijdgenoten van Linda Ronstadt, maar ik liet haar albums tot voor kort altijd liggen. Ten onrechte, want het rijke oeuvre van de Amerikaanse muzikante bevat een aantal prima albums.
Linda Ronstadt studeerde nog toen ze haar eerste stappen in de muziek zette met de band The Stone Poneys, maar aan het eind van de jaren 60 begon ze aan een solocarrière. In eerste instantie liet Linda Ronstadt zich vooral door traditionele countrymuziek beïnvloeden, maar het succes kwam met het in 1971 verschenen titelloze album, waarop naast country ook wat West Coast pop invloeden zijn te horen. Fun fact is dat de band die op het album is te horen niet veel later zou doorbreken onder de naam The Eagles.
Linda Ronstadt maakte tussen 1967 en 2006 ruim 25 albums. Ik heb er inmiddels flink wat beluisterd en ben eigenlijk alleen gecharmeerd van de albums die ze in de jaren 70 maakte. In de jaren 80 maakte ze overigens wel een prima album als onderdeel van het trio dat ze vormde met Dolly Parton en Emmylou Harris, maar de meeste soloalbums uit de jaren 80 en 90 zijn wat mij betreft albums om snel te vergeten.
Dat geldt zoals gezegd niet voor haar albums uit de jaren 70 en van deze albums vind ik het in 1974 uitgebrachte Heart Like a Wheel met afstand het beste album. Het is het album dat opent met de single You’re No Good, een van de weinige songs van Linda Ronstadt die ik voor mijn ontdekking van haar oeuvre kende.
Het is overigens een song die ze niet zelf schreef en dat geldt ook voor alle andere songs op Heart Like a Wheel. Het album bevat songs van onder andere Phil Everly, James Taylor, Lowell George, Anna McGarrigle en J.D. Souther, maar Linda Ronstadt maakt er op het album haar eigen songs van.
Het zijn songs die zich bewegen tussen aan de ene kant Amerikaanse rootsmuziek en aan de andere kant de pop en rock die in de eerste helft van de jaren 70 in Los Angeles werd gemaakt. Het album bevat een aantal songs die niet eens zo ver verwijderd zijn van de muziek die Fleetwood Mac een paar jaar later op Rumours zou maken, maar Linda Ronstadt blijft ook de country en de folk van haar eerdere albums trouw en laat horen dat ze ook uit de voeten kan met soul.
In de credits van het album duiken bekende namen op als Andrew Gold, David Lindley, Cissy Houston, Don Henley, Emmylou Harris, Glenn Frey, J.D. Souther, Sneaky Pete Kleinow en Timothy B. Schmit, waardoor het geen verbazing wekt dat het album in muzikaal opzicht makkelijk indruk maakt.
Heart Like a Wheel maakt echter vooral indruk met de stem van Linda Ronstadt. Ik had op voorhand geen idee dat Linda Ronstadt zo’n goede zangeres was, maar de zang op Heart Like a Wheel is echt geweldig. De Amerikaanse muzikante beschikt over een hele krachtige stem die flink kan uithalen, maar die ook meer ingetogen kan klinken. Het is een stem die het goed doet in het country-getinte repertoire op het album, maar ook in de wat stevigere songs en in de songs met een randje soul imponeert Linda Ronstadt als zangeres.
Ik dacht eerlijk gezegd dat ik de beste singer-songwriter albums uit de jaren 70 zo langzamerhand wel kende, maar Heart Like a Wheel van Linda Ronstadt hoort daar wat mij betreft zeker bij. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Bella White - A Sign in the Weather (2026) 4,5
7 juni, 09:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bella White - A Sign in the Weather - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bella White - A Sign in the Weather
De Canadese muzikante Bella White maakte een onuitwisbare indruk met haar vorige album Among Other Things, maar imponeert als zangeres en songwriter op het werkelijk prachtig klinkende A Sign in the Weather
Bella White is pas 25 jaar oud, maar haar stem klinkt veel ouder. Het is een stem met heel veel emotie en doorleving, waardoor ieder woord dat ze zingt hard binnenkomt. Dat was ook al zo op haar vorige album, dat terecht werd geprezen door de critici. Ik vind Among Other Things nog altijd een geweldig album, maar het deze week verschenen A Sign in the Weather is wat mij betreft nog wat beter. Bella White maakte haar album in New Orleans met lokale muzikanten, die tekenen voor een tijdloos folk- en countrygeluid. Het is een geluid dat heel goed past bij de stem van Bella White, die laat horen dat ze sinds haar zo bejubelde vorige album alleen maar beter is geworden.
Just Like Leaving, het debuutalbum van de Canadese singer-songwriter Bella White, sneeuwde in de eerste herfst van de coronapandemie helaas wat onder, maar haar in het voorjaar van 2023 verschenen tweede album kreeg gelukkig wel flink de aandacht die het verdiende.
Bella White was pas 22 jaar oud toen Among Other Things verscheen, maar het album maakte wat mij betreft een verpletterende indruk. Dat Bella White voor de productie van haar album niemand minder dan Jonathan Wilson had weten te strikken en ook nog onder andere Buck Meek en Drew Erickson naar de studio haalde hielp zeker, maar ze maakte vooral zelf indruk met haar songs en haar stem.
In mijn recensie van Among Other Things noemde ik Bella White een van de beste zangeressen binnen de rootsmuziek van dat moment en dat was zeker niet overdreven. De zang op Among Other Things is echt bijzonder mooi, maar ook het brede palet aan invloeden en de fraaie klanken en productie tillen het album ver boven het maaiveld uit.
Bella White heeft de lat hoog gelegd met haar tweede album, waardoor ik met hoge verwachtingen begon aan de beluistering van haar deze week verschenen nieuwe album. Bella White kreeg na de release van haar tweede album te maken met pieken en dalen in haar leven en verruilde Canada na een verbroken relatie voor de Verenigde Staten.
Voor het opnemen van haar nieuwe album A Sign in the Weather streek ze neer in New Orleans, Louisiana, waar ze samen met producer en muzikant Ross Farbe haar nieuwe album produceerde. Ik ken Ross Farbe eigenlijk alleen van de albums van Esther Rose, maar A Sign in the Weather is net als het vorige album een prachtig klinkend album.
Bella White deed voor haar vorige album een beroep op een aantal grote namen, maar op haar nieuwe album zijn vooral lokale muzikanten te horen. Het zijn muzikanten die overigens prima spelen en onder andere sfeervolle bijdragen van de viool en de pedal steel toevoegen aan het geluid van Bella White.
De Canadese muzikante maakte op haar debuutalbum nog Appalachen folk, maar op A Sign in the Weather hoor ik vooral invloeden uit de folk en de country, met hier en daar uitstapjes naar de kosmische country. Zeker als de pedal steel invalt klinkt de muziek op het album echt prachtig, waardoor ik A Sign in the Weather in muzikaal opzicht nog interessanter vind dan het vorige album.
Bella White heeft indringende songs geschreven over de voorspoed en tegenspoed in haar leven en het zijn stuk voor stuk aansprekende songs. Het mooist op A Sign in the Weather is echter de stem van Bella White, die nog maar eens laat horen dat ze een van de beste zangeressen in het genre is. De Canadese muzikante is nog altijd piepjong, maar heeft een stem die overloopt van gevoel en doorleving.
Het is een stem die je op A Sign in the Weather song na song bij de strot grijpt en die alleen maar mooier wordt wanneer je het album vaker hoort. Het is ook een stem die prachtig past bij de sfeervolle rootsklanken op het album en die de meeste indruk maakt wanneer de muziek behoorlijk sober is.
Zeker in de meest melancholische momenten op het album snijdt de stem van Bella White dwars door de ziel en klinkt ze niet als een jonge singer-songwriter, maar als een oude ziel. Het vorige album van Bella White was prachtig, maar A Sign in the Weather is als je het mij vraagt nog wat indrukwekkender. Wat een talent deze Bella White. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Bedouine - Neon Summer Skin (2026) 4,0
6 juni, 17:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bedouine - Neon Summer Skin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bedouine - Neon Summer Skin
Het was de afgelopen jaren stil rond Bedouine, maar deze week keert het alter ego van Azniv Korkejian terug met Neon Summer Skin, waarop haar prachtige stem wordt gecombineerd met weelderige arrangementen
De eerste drie albums van Bedouine leken zo weggelopen uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70. Het deze week verschenen vierde album van de muzikante uit Los Angeles laat wederom veel echo’s uit het verleden horen, wat ook dit keer herinneringen oproept aan de Laurel Canyon folk. Op het nieuwe album springen echter ook de al even nostalgische arrangementen in het oor, die de muziek van Bedouine wat richting Burt Bacharach of The Carpenters duwen. Het klinkt allemaal prachtig, maar het sterkste wapen van Bedouine blijft de prachtige stem van Azniv Korkejian, die dit keer niet alleen nostalgie maar ook melancholie in haar songs heeft gestopt.
Bedouine, het alter ego van de in het Syrische Aleppo geboren muzikante Azniv Korkejian, leverde tussen 2017 en 2021 drie uitstekende albums af. Na een stilte van vijf jaar keert ze terug met een nieuw album en ook Neon Summer Skin is weer een album om te koesteren.
Azniv Korkejian heeft Armeense wortels en groeide deels op in Saoedie-Arabië, maar toen haar ouders via een loterij een green card wisten te bemachtigen, kwam ze terecht in de Verenigde Staten en uiteindelijk in de stad waarvan ze als kind droomde, Los Angeles.
De liefde voor de Californische stad hoorde je ook terug op de eerste drie albums van Bedouine, waarop invloeden uit de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70 duidelijk hoorbaar waren. Je hoort ze ook weer op het nieuwe album van Bedouine, maar op Neon Summer Skin heeft Azniv Korkejian haar geluid ook aangepast.
Haar nieuwe album klinkt misschien nog wel nostalgischer dan de eerste drie albums en neemt je mee langs de plekken waar Azniv Korkejian opgroeide. Een ding is niet veranderd en dat is de prachtige stem van de muzikante uit Los Angeles. Ook de zang op Neon Summer Skin slaat zich direct weer als een warme deken om je heen en is goed voor totale ontspanning.
Ik vergeleek de zachte maar ook warme stem van Azniv Korkejian in mijn bespreking van haar eerste albums vooral met folkies uit het verleden, maar in mijn recensie van haar derde album Waysides noemde ik voor het eerst Karen Carpenter als vergelijkingsmateriaal. Dat is een naam die ook direct opkwam bij beluistering van het nieuwe album van Bedouine. De muziek van The Carpenters verafschuwde ik als kind, maar inmiddels heb ik met name de stem van Karen Carpenter hoog zitten. De stem van Azniv Korkejian doet er niet voor onder en verwarmt de ruimte op wonderschone wijze.
Dat ik bij beluistering van Neon Summer Skin associaties heb met de muziek van The Carpenters ligt niet alleen aan de zang, want in muzikaal opzicht klinkt het vierde album van Bedouine anders dan zijn voorgangers. Invloeden uit de Laurel Canyon folk spelen nog altijd een rol op het album, maar de nieuwe songs van Bedouine zijn ook rijker georkestreerd.
Het roept associaties op met de zoete pop van Burt Bacharach en zeker ook The Carpenters, maar Azniv Korkejian blijft ook een folkie. Ook op Neon Summer Skin werkt de muzikante uit Los Angeles weer samen met producer Gus Seyffert, die precies weet wat haar stem nodig heeft. De prachtige arrangementen van strijkers komen van Drew Erickson, die eerder prachtige dingen deed voor Mitski, Angel Olsen en Lana Del Rey.
De muziek op Neon Summer Skin klinkt echt prachtig en past uitstekend bij de warme stem van Azniv Korkejian, die heerlijk laid-back zingt. Neon Summer Skin is het perfecte album voor een warme zomeravond, zeker als ook nog wat blazers opduiken in de fraaie arrangementen op het album, maar de songs van Bedouine zijn ook intiem en hier en daar niet alleen nostalgisch maar ook melancholisch, zeker als ze terugkijkt op de plekken waar ze opgroeide en op de reis die haar ouders moesten afleggen om haar een goede toekomst te bieden.
Azniv Korkejian slaagt er op haar vierde album bovendien in om haar inmiddels bekende sound te vernieuwen en te verrijken, waardoor ik Neon Summer Skin minstens net zo interessant vind als de drie prachtige voorgangers, die me behoorlijk dierbaar zijn geworden de afgelopen jaren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Francis of Delirium - Run, Run Pure Beauty (2026) 4,0
5 juni, 17:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Francis of Delirium - Run, Run Pure Beauty - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Francis of Delirium - Run, Run Pure Beauty
Er komt niet veel muziek uit Luxemburg, maar met Francis of Delirium heeft het Groothertogdom een sterke troef in handen, wat goed is te horen op het bijzonder klinkende nieuwe album Run, Run Pure Beauty
Lighthouse, het debuutalbum van de Luxemburgse muzikante Francis of Delirium deed in 2024 volgens mij niet zo heel veel, maar ik vond het een bijzonder album. Dat vond ik vooral vanwege de stem van Jana Bahrich, de vrouw achter Francis of Delirium, die imponeerde met haar stem. Die stem klinkt op Run, Run Pure Beauty nog veel mooier dan op het debuutalbum. De zang is niet het enige dat opvalt bij beluistering van het nieuwe album van Francis of Delirium, want ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album. Jana Bahrich kiest af en toe voor bombast en sleept er van alles bij. Het is soms zwaar aangezet en behoorlijk heftig, maar het is ook van een bijzondere schoonheid.
Achter de bijzondere naam Francis of Delirium gaat de Luxemburgse muzikante Jana Bahrich schuil. Jana Bahrich debuteerde ruim twee jaar geleden met het album Lighthouse, dat kon rekenen op goede recensies. Lighthouse was volgens mij het eerste album van een Luxemburgse muzikant dat ik ooit heb beluisterd en het was tot deze week ook het laatste Luxemburgse album dat ik heb gehoord.
Daar komt deze week verandering in, want Francis of Delirium heeft met Run, Run Pure Beauty haar tweede album uitgebracht. Ik heb voor de beluistering van het nieuwe album het debuutalbum van de Luxemburgse muzikante weer eens beluisterd en mijn recensie van dat album opgedoken.
Ik beschreef Lighthouse ruim twee jaar geleden als een album dat zich vooral laat inspireren door 90s indierock, maar dat zich weet te onderscheiden van de talloze albums in dit genre met het fraaie gitaarwerk op het album en vooral met de sensationele stem van Jana Bahrich, die de twintig nog maar net gepasseerd was toen ze haar debuutalbum opnam.
Alle reden dus om met hooggespannen verwachtingen uit te kijken naar het tweede album van Francis of Delirium. Ook Run, Run Pure Beauty is een album waarop invloeden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt een rol spelen en het is wederom een album met fraai gitaarwerk en geweldige zang. Run, Run Pure Beauty zet echter ook flinke stappen, waardoor het album nog een stuk interessanter is dan zijn voorganger.
Die stappen hoor je op alle terreinen, maar om te beginnen in de muziek op het album. Francis of Delirium heeft incidenteel nog altijd een zwak voor 90s indierock, maar Run, Run Pure Beauty is in muzikaal opzicht een stuk veelzijdiger dan het debuutalbum van de Luxemburgse muzikante en kiest in veel songs voor een gevarieerder en soms uitbudiger en soms meer ingetogen geluid, dat zich zelfs richting Laurel Canyon folk kan bewegen.
Jana Bahrich sleept er van alles bij op haar tweede album, waardoor het album de aandacht makkelijk weet vast te houden. Ook als Jana Bahrich zich beperkt tot indierock klinken haar songs nog interessanter dan op het vorige album. Het is de verdienste van het wederom geweldige gitaarwerk, maar ook de songs mogen er weer zijn.
Run, Run Pure Beauty voegt echter nog wat extra dynamiek toe aan de muziek van Francis of Delirium en ook wat meer drama en bombast, wat overigens prachtig contrasteert met de meer ingetogen passages op het album. Veel tracks zijn voorzien van fascinerende en soms georkestreerde arrangementen, die een nieuwe dimensie toevoegen aan het geluid van Francis of Delirium.
De Luxemburgse muzikante deed voor twee tracks een beroep op boygenius producer Catherine Marks, maar de meeste tracks op het album produceerde ze gewoon zelf. Het is allemaal prachtig gedaan, want zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich een fascinerend en wonderschoon geluid, dat vaak mijlenver is verwijderd van de indierock die nog domineerde op Lighthouse.
Run, Run Pure Beauty is niet alleen in muzikaal opzicht nog een stuk beter dan het debuutalbum van Francis of Delirium, want ook de zang van Jana Bahrich is nog mooier dan op Lighthouse. De Luxemburgse muzikante beschikt over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die zich makkelijk staande houdt in het vaak zwaar aangezette geluid op dit bijzondere album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Alana Springsteen - I Hope This Helps (2026) 4,5
4 juni, 15:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: REVIEW: Alana Springsteen - I HOPE THIS HELPS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
REVIEW: Alana Springsteen - I HOPE THIS HELPS
Na het uitstekende debuutalbum TWENTY SOMETHING laat Alana Springsteen met haar tweede en net iets meer tegen de pop aanleunende album I HOPE THIS HELPS horen dat ze nog veel beter kan
Met haar achternaam trekt Alana Springsteen direct de aandacht, maar de jonge Amerikaanse muzikante heeft geen beroemde vader. Ze probeert al vanaf haar veertiende aan de bak te komen in de muziekscene van Nashville en dat lukte een paar jaar geleden. Haar debuutalbum TWENTY SOMETHING was een uitstekend countrypopalbum, maar haar tweede album I HOPE THIS HELPS is nog een stuk beter. Het is een countrypopalbum zoals er wel meer gemaakt worden, maar Alana Springsteen doet alles beter dan de concurrentie. Op haar tweede album schuift ze af en toe wat op richting pop, maar ze is ook de countrymuziek trouw gebleven op dit uitstekende tweede album.
Alana Springsteen (geen familie van) dook in de zomer van 2023 op in de overvolle vijver van de Nashville countrypop. De jonge Amerikaanse muzikante kleurde op zich keurig binnen de lijntjes van het genre, maar toch vond ik TWENTY SOMETHING een memorabel debuutalbum. Alana Springsteen is al vanaf jonge leeftijd actief in de muziekscene van Nashville, Tennessee, en bracht meerdere EP’s uit voordat haar debuutalbum verscheen.
Er wordt de afgelopen jaren heel veel goede countrypop gemaakt, maar Alana Springsteen doet op haar eerste album alles goed. De songs op het album liggen lekker in het gehoor, de muziek en de productie zijn mooi en de Amerikaanse muzikante beschikt over een aansprekende stem. TWENTY SOMETHING was ook nog eens een persoonlijk ‘coming of age’ album, wat de songs van Alana Springsteen nog wat verder optilde.
Ik voorspelde haar dan ook een hele grote toekomst in de countrypop en ging ervan uit dat ze een aantal grote sterren in het genre voorbij zou streven. Of dat gelukt is weet ik eigenlijk niet zo goed, want het is niet altijd even makkelijk te zien of een countrymuzikante het heeft gemaakt in Nashville of niet. Ze wordt in ieder geval nog altijd een ‘rising countrystar’ genoemd, dus ik ga ervan uit dat Alana Springsteen nog wordt gerekend tot de beloften in Nashville.
De belofte van haar debuutalbum maakt de Amerikaanse muzikante wat mij betreft meer dan waar met haar deze week verschenen tweede album. I HOPE THIS HELPS (Alana Springsteen houdt kennelijk van hoofdletters) is een nog wat persoonlijker album over alle pieken en zeker ook dalen die de muzikante uit Nashville tegenkwam bij het volwassen worden. Alana Springsteen spaart zichzelf zeker niet op haar tweede album, wat haar songs van heel veel emotionele lading voorziet.
TWENTY SOMETHING vergeleek ik drie jaar geleden met de countrypop die een jonge Taylor Swift maakte en dat is nog altijd de blauwdruk voor de betere Nashville countrypop. Ook op I HOPE THIS HELPS kan Alana Springsteen uit de voeten met countrypop, maar ze laat in een aantal songs ook meer invloeden uit de pop toe.
Zeker de eerste tracks op het album doen wederom aan Taylor Swift denken, maar dit keer aan de Taylor Swift van Midnights en The Tortured Poets Department en dat zijn naast folklore en evermore mijn favoriete Taylor Swift albums. I HOPE THIS HELPS klinkt af en toe als een album dat door Jack Antonoff geproduceerd zou kunnen zijn, maar Alana Springsteen vertrouwde voor haar tweede album op topkrachten uit Nashville en nam ook zelf een deel van de productie van haar nieuwe album voor haar rekening.
Door de inzet van topkrachten uit Nashville klinkt het nieuwe album van Alana Springsteen echt geweldig en ook de kwaliteit van de songs, waaraan werd meegewerkt door een aantal gelouterde songwriters uit Nashville, is hoog. Alana Springsteen maakt zelf ook indruk met haar stem, die duidelijk aan diepte en kracht heeft gewonnen.
Liefhebbers van pure countrymuziek zullen I HOPE THIS HELPS wat te veel pop vinden, maar wat mij betreft is de balans tussen country en pop dik in orde. Op haar tweede album laat Alana Springsteen niet alleen horen dat ze sinds haar debuutalbum enorm is gegroeid, maar maakt ze ook duidelijk dat ze binnen de Nashville countrypop van het moment met de allerbesten mee kan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Greg Mendez - Beauty Land (2026) 4,0
3 juni, 21:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Greg Mendez - Beauty Land - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Greg Mendez - Beauty Land
Ook met Beauty Land heeft de Amerikaanse muzikant Greg Mendez weer een album gemaakt dat onmiddellijk aan Elliott Smith doet denken, maar het is ook een wonderschoon album van een zeer getalenteerde muzikant
Ik had drie jaar geleden wel wat met het doorbraakalbum van Greg Mendez. Het is een album dat in iedere recensie werd vergeleken met de muziek van Elliott Smith en dat kon ook bijna niet anders, want het album zou niet hebben misstaan in het oeuvre van de betreurde muzikant. Het zal niet anders zijn in de recensies van het deze week verschenen nieuwe album van Greg Mendez, want ook Beauty Land roept associaties op met de muziek van Elliott Smith, of je dat nu wilt of niet. Erg is dat niet, want de muziek van Elliott Smith is nog altijd prachtig en hetzelfde kan gezegd worden van de muziek van Greg Mendez, die overtuigt met intieme en persoonlijke songs.
De Amerikaanse muzikant Greg Mendez zette in 2009 zijn eerste muziek op MySpace, destijds het platform waar je als startende (alternatieve) muzikant moest zijn. Ik keek zelf niet al te vaak op het inmiddels in een andere vorm actieve platform en ontdekte de muziek van Greg Mendez pas veel later. Ik was zeker niet de enige die de muziek van de Amerikaanse muzikant pas later ontdekte, want het in 2023 uitgebrachte titelloze album wordt het doorbraakalbum van Greg Mendez genoemd.
Ik vind het nog altijd een erg mooi album en het is ook nog altijd een album dat me inspireert om weer eens een album van Elliott Smith uit de kast te trekken. Het titelloze album van Greg Mendez klinkt immers in alle opzichten als een verloren gewaand Elliott Smith album, wat de muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, ook wel wat kritiek opleverde.
Ik had en heb persoonlijk geen moeite met het hoge Elliott Smith gehalte op het album. Elliott Smith is door zijn veel te vroege dood blijven steken op een beperkt aantal albums en Greg Mendez vulde met zijn vorige album de enorme leegte die Elliott Smith in 2003 achterliet.
Deze week is de opvolger van het titelloze album van Greg Mendez verschenen en ook Beauty Land is weer een erg mooi album. Ook Beauty Land roept weer associaties op met de muziek van Elliott Smith, maar ik hoor ook wel wat echo’s uit de folkmuziek van de jaren 60 en 70, die overigens ook te horen zijn op de albums van Elliott Smith.
Greg Mendez nam Beauty Land grotendeels in zijn eentje op, waardoor het album behoorlijk Spartaans klinkt. In een van de tracks tekent Veronica Mendez voor achtergrondzang en in een andere track bespeelt Jarret Nathan de “ride bell”, maar verder hoor je alleen Greg Mendez op het album. In de meeste gevallen hoor je niet meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant, maar op een of andere manier hebben de songs van Greg Mendez ook niet meer nodig.
Beauty Land duurt slechts 26 minuten, maar bevat desondanks 14 tracks. Het zijn zoals gezegd tracks met invloeden uit de folk uit de jaren 60 en 70en een flinke dosis Elliott Smith, maar ik hoor ook hier en daar een vleugje van The Beatles. Het zijn songs zonder al te veel opsmuk, maar het zijn ook mooie en sfeervolle songs. Het zijn bovendien songs met een behoorlijk intiem en ook wel wat melancholisch karakter.
Ik heb wel wat met de songs van Greg Mendez, die absoluut bedreven is in het schrijven van songs die wat met je doen en die ook blijven hangen. Ook bij beluistering van Beauty Land heb ik de behoefte om weer eens te luisteren naar Either/Or of XO, mijn favoriete Elliott Smith albums, maar Beauty Land wakkert ook het verlangen naar albums van oude folkies aan.
Al deze albums zullen even geduld moeten hebben, want ik ben na een paar keer horen ook zeer gehecht geraakt aan het nieuwe album van Greg Mendez. Nog meer dan op zijn vorige album overtuigt de Amerikaanse muzikant met persoonlijke songs, wat weemoedige teksten, sobere maar ook sfeervolle muziek en een mooie stem.
Het siert de Amerikaanse muzikant dat hij een album als Beauty Land heeft gemaakt, want hoeveel muzikanten durven nog een album als dit te maken. Ik vraag me ook af hoeveel muzikanten zouden weten te overtuigen met een album als Beauty Land, maar denk dat het er niet veel zijn. Greg Mendez doet het wel en dat is echt heel knap. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
feeble little horse - bitknot (2026) 4,0
3 juni, 20:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: feeble little horse - bitknot - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: feeble little horse - bitknot
De Amerikaanse band feeble little horse groeide drie jaar geleden uit tot de lievelingen van de Amerikaanse muziekcritici en de band uit Pittsburgh bevestigt deze status met het deze week verschenen en nog interessantere album bitknot
Ik heb na de zomer van 2023 niet veel meer geluisterd naar Girl with Fish van feeble little horse, maar toen ik de eerste lovende recensies las over het deze week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse band begon het weer te dagen. Drie jaar geleden hoorde ik vooral 90s indierock in de muziek van feeble little horse, maar op bitknot klinkt de band zachter en melodieuzer, al kunnen de gitaren af en toe nog wel ontsporen op het album. De dromerige popsongs van feeble little horse klinken aangenaam, maar de band is gelukkig nog altijd lekker eigenzinnig, waardoor je steeds weer wordt verrast. Het nieuwe album bevat elf ruwe diamanten van gemiddeld net iets meer dan twee minuten en je mag ze zelf slijpen.
Alternatieve Amerikaanse muziekwebsites als Paste en Pitchfork waren in de zomer van 2023 razend enthousiast over het album Girl with Fish van de Amerikaanse band feeble little horse. Dat het album werd geschaard onder de beste albums van de eerste helft van 2023 vond ik wat overdreven, want toen ik voor de eerste keer naar het album luisterde hoorde ik vooral indierock zoals die in de jaren 90 wel vaker werd gemaakt, waar wat mij betreft overigens niets mis mee is.
Uiteindelijk maakte feeble little horse ook op mij meer indruk met het nog geen half uur durende Girl with Fish, want naast indierock hoorde ik ook invloeden uit de lo-fi, slowcore, folk en psychedelica. De twee gitaristen van de band lieten ook nog eens fraaie patronen horen en de band beschikte in persoon van Lydia Slocum bovendien over een prima zangeres.
Het tweede album van de band uit Pittsburgh, Pennsylvania, deed in Nederland niet veel en eerlijk gezegd was ik feeble little horse zelf ook alweer vergeten. Deze week herhaalt de geschiedenis zich. In Nederland is het stil rond het derde album van de Amerikaanse band, maar Paste en Pitchfork namen bitknot op in hun lijstje met de beste albums van deze week. Ik kan de Amerikaanse muziekwebsites alleen maar gelijk geven, want feeble little horse heeft wederom een uitstekend album gemaakt.
Je ziet vaak dat bands na een goed ontvangen album kiezen voor een net wat toegankelijker geluid om een breder publiek aan te kunnen spreken, maar daar doet feeble little horse niet aan mee. Op bitknot kiest de band uit Pittsburgh nog altijd voor een zeer eigenzinnig geluid en het is een geluid dat anders klinkt dan op het vorige album drie jaar geleden.
In de openingstrack Doorway knallen de gitaren uit de speakers, wat wordt gecombineerd met gesproken woord van Lydia Slocum. Het is een behoorlijk heftige openingstrack, maar vanaf de tweede track Poison kiest de Amerikaanse band juist voor bijna lieflijke klanken en hele mooie zang van Lydia Slocum. Op bitknot heeft feeble little horse het geluid van haar vorige album doorontwikkeld en dat schiet vooral de kant op van mooie en wat dromerig klinkende songs, al duikt af en toe nog een gitaarexplosie op.
Met elf songs in maar net iets meer dan 25 minuten heeft de muziek van de band nog altijd een lo-fi karakter, maar de korte songs van de band zijn wat mij betreft af. Veel songs op bitknot klinken zachter en melodieuzer dan we van de band gewend zijn, maar feeble little horse klinkt nooit doorsnee. Vergeleken met het vorige album klinkt de band meer als een band van deze tijd en minder als een band uit de jaren 90 en dat vind ik persoonlijk in het voordeel spreken van de band.
Waar de muziek van feeble little horse me drie jaar geleden vooral intrigeerde, ben ik dit keer geraakt door de ruwe schoonheid van de muziek van de Amerikaanse band. Lydia Slocum zingt prachtig, het gitaarwerk is subtiel en de dromerige klanken voegen iets zachts toe aan de nog altijd ruwe muziek van de band.
Ik denk niet dat feeble little horse de wereld gaat veroveren met dit nieuwe album, maar liefhebbers van eigenzinnige popmuziek met zowel zachte als ruwe randjes horen op bitknot veel moois. Ik ben in ieder geval onder de indruk van dit nieuwe album en het zou ook wel eens een album met heel veel groeipotentie kunnen zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Eleni Mandell - Tailspin (2026) 4,0
2 juni, 20:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eleni Mandell - Tailspin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eleni Mandell - Tailspin
De muziek van Eleni Mandell is helaas voor velen nog altijd een goed bewaard geheim, maar haar albums zijn stuk voor stuk serieuze aanraders en dat geldt ook weer voor het deze week verschenen album Tailspin
De Amerikaanse muzikante Eleni Mandell heeft inmiddels een dozijn albums op haar naam staan en ze zijn allemaal goed. Met het in 2019 verschenen Wake Up Again leverde ze wat mij betreft haar meesterwerk af, maar deze week keert ze na een stilte van zeven jaar gelukkig weer terug met een nieuw album. Tailspin klinkt weer anders dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, maar gebleven zijn de uitstekende songs en de bijzonder mooie stem. Tailspin is een behoorlijk veelzijdig album geworden, dat makkelijk schakelt tussen genres, maar het is wat mij betreft ook een typisch Eleni Mandell album. Het is veel te lang stil geweest, maar gelukkig is ze terug met wederom een uitstekend album.
De muziek van de Amerikaanse muzikante Eleni Mandell ken ik inmiddels al meer dan 25 jaar en het is muziek die ik bijzonder hoog heb zitten. Eleni Mandell maakte in 1998 direct een verpletterende indruk met haar door Jon Brion geproduceerde debuutalbum Wishbone en sindsdien levert ze het ene na het andere prachtalbum af. De muzikante uit Los Angeles maakte tussen 2000 en 2019 maar liefst tien albums en ze zijn allemaal van torenhoge kwaliteit.
Ik noemde de albums in mijn recensie van het in 2019 verschenen Wake Up Again een serie klassiekers en daar sta ik nog steeds achter. Als ik in het oeuvre van Eleni Mandell de onbetwiste klassieker moet kiezen kom ik zonder enige twijfel uit bij Wake Up Again uit 2019, want dat is inmiddels een van mijn favoriete albums aller tijden. Ik luisterde deze week weer eens naar het album en was direct weer in katzwijm door de geweldige songs, door de uitstekende stem van Eleni Mandell en vooral door het prachtige gitaarspel op het album van gitarist Milo Jones, die de sterren van de hemel speelt.
Wake Up Again haalde in 2019 de top 10 van mijn jaarlijstje, maar achteraf bezien had het album mijn jaarlijstje moeten aanvoeren. Ik luisterde weer eens naar Wake Up Again vanwege het verschijnen van een nieuw album van Eleni Mandell deze week. De Amerikaanse muzikante was in de eerste jaren van haar carrière uitermate productief, maar tussen Wake Up Again en het deze week verschenen Tailspin zit een gat van maar liefst zeven jaar.
Iedereen die het oeuvre van Eleni Mandell kent weet dat ze op ieder album weer net wat anders klinkt, waardoor het op zich geen verrassing is dat Tailspin anders klinkt dan zijn voorganger. Dat is in dit geval wel jammer, want het geluid van Wake Up Again zal me waarschijnlijk nooit vervelen en had nog best een extra album meegekund. Heel lang hoef ik er niet over te treuren, want Wake Up Again neemt niemand me meer af en ook op Tailspin maakt Eleni Mandell weer indruk met haar songs.
Het vorige album van Eleni Mandell werd gedomineerd door bijzonder mooi gitaarspel, maar op Tailspin kiest ze voor een voller en vooral ook gevarieerder geluid. Een aantal songs op het album is opvallend rijk georkestreerd, maar Tailspin bevat ook een aantal behoorlijk soberder ingekleurde songs. De muziek van Eleni Mandell is bijna nooit in een hokje te duwen en ook Tailspin laat zich weer beïnvloeden door uiteenlopende genres, al past het grootste deel van het album wel onder de noemer van Amerikaanse rootsmuziek.
Ook Tailspin is weer een album dat af en toe herinnert aan muziek uit een ver verleden, maar de songs van Eleni Mandell klinken ook altijd fris. Het doet me soms denken aan de songs van Aimee Mann, maar dat kan een song later weer een totaal onzinnige vergelijking zijn. Tailspin heeft ook wat meer jazzy momenten en ook dat kan Eleni Mandell goed aan met haar stem.
Met haar stem maakte de muzikante uit Los Angeles ruim 25 jaar geleden al heel veel indruk en haar stem is gedurende de jaren zeker niet minder geworden en maakt misschien zelfs nog wel meer indruk dan op de vroege albums van Eleni Mandell.
Na zeven jaar stilte was de muziek van Eleni Mandell bij mij weer wat naar de achtergrond gedrongen, maar dankzij het uitstekende Tailspin staat ze weer in het middelpunt van mijn belangstelling en ga ik ook al die andere prachtalbums er weer eens bij pakken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Guided by Voices - Crawlspace of the Pantheon (2026) 4,0
1 juni, 17:19 uur
stem geplaatst
» details
