MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

Katherine Priddy - These Frightening Machines (2026) 4,5

vandaag om 11:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Katherine Priddy - These Frightening Machines - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Katherine Priddy - These Frightening Machines
De Britse muzikante Katherine Priddy maakte met The Eternal Rocks Beneath en The Pendulum Swing al twee sensationeel goede albums, maar het deze week verschenen These Frightening Machines is nog wat mooier en indrukwekkender

Katherine Priddy is in een paar jaar tijd van een veelbelovende folkie uitgegroeid tot een van de meest aansprekende Britse singer-songwriters van het moment. Ze maakt nog altijd makkelijk indruk met haar wonderschone en veelzijdige stem, maar ook in muzikaal opzicht is het deze week verschenen These Frightening Machines een imponerend album. Katherine Priddy laat op haar derde album ook nog eens horen dat ze is gegroeid als songwriter en het is een songwriter die zich niet meer laat beperken door de kaders van de Britse folk. These Frightening Machines is absoluut een prachtig Brits folkalbum, maar het is door de grote variëteit aan stijlen ook veel meer dan dat.

Aan het begin van 2021 werd Katherine Priddy door een aantal aansprekende Britse muziektijdschriften geschaard onder de grote beloften van de Britse folk. We zijn inmiddels vijf jaar verder en ik kan alleen maar concluderen dat de Britse muzikante de belofte inmiddels meer dan waar heeft gemaakt.

Dat deed ze eigenlijk direct al in de zomer van 2021 met haar debuutalbum The Eternal Rocks Beneath, dat dankzij de prachtige stem van Katherine Priddy, maar ook door de muziek op het album uitgroeide tot een van de mooiste albums van dat jaar. The Eternal Rocks Beneath ademde Britse folk, maar Katherine Priddy zocht ook op fraaie wijze de grenzen van het genre op.

Dat deed ze op nog wat indrukwekkendere wijze op het aan het begin van 2024 verschenen The Pendulum Swing, dat was voorzien van een voller en veelzijdiger geluid. Op haar tweede album maakte de muzikante uit Birmingham nog wat meer indruk met haar prachtige stem en was ze de drie jaar eerder voorspelde belofte inmiddels ver voorbij.

Katherine Priddy werkte op haar eerste twee albums samen met producer Simon Weever, die twee bijzonder mooi klinkende albums afleverde. Voor haar deze week verschenen derde album heeft Katherine Priddy gekozen voor een producer van naam en faam. These Frightening Machines is immers geproduceerd door de vooral van PJ Harvey bekende Rob Ellis, die het geluid van Katherine Priddy nog wat verder optilt.

Op These Frightening Machines zet de Britse muzikante de lijn van The Pendulum Swing door. Invloeden uit de Britse folk spelen nog altijd een belangrijke rol op haar derde album, maar nog meer dan op haar vorige albums zoekt Katherine Priddy de grenzen van het genre op en begeeft ze zich ook met grote regelmaat buiten de grenzen van de Britse folk.

These Frightening Machines werd gemaakt met een flink aantal muzikanten, onder wie multi-instrumentalist Ben Cristophers, en klinkt nog wat mooier en veelzijdiger dan de vorige twee albums. In de openingstrack Matches hoor je een flirt met de spookachtige Keltische folk van een band als Lankum, maar de titeltrack die volgt is juist weer ontspannen en oorstrelend mooi.

Katherine Priddy probeerde zich op haar debuutalbum al te ontworstelen aan het strakke keurslijf van de Britse folk, maar heeft zichzelf hier inmiddels echt volledig van bevrijd, waardoor folk, pop, Amerikaanse rootsmuziek en tijdloze singer-songwriter muziek op fraaie wijze samen komen op het album.

Het was de stem van Katherine Priddy die uiteindelijk de meeste indruk maakte op haar eerste twee albums en die stem is alleen maar mooier en rijker geworden. Hier en daar hoor je nog een typische Britse folkie, met echo’s van grote folkzangeressen uit het verleden, maar de stem van de Britse muzikante kan op These Frightening Machines meerdere kanten op en klinkt nog rijker en warmer dan op haar vorige albums. Katherine Priddy is de dertig inmiddels gepasseerd en dat zorgt ook nog eens voor net wat meer doorleving in haar stem.

Na twee prachtige albums lag de lat al heel hoog voor Katherine Priddy, maar met These Frightening Machines weet ze me met een serie prachtige en fantasierijke songs toch weer te verrassen en behoort ze niet alleen tot het beste dat de Britse folk momenteel te bieden heeft, maar ook tot het beste dat de Britse popmuziek momenteel voor ons in petto heeft. Dit gaat een van de mooiste albums van 2026 worden, let maar op. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Heavenly - Highway to Heavenly (2026) 4,0

gisteren om 19:44 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Heavenly - Highway To Heavenly - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Heavenly - Highway To Heavenly
De Britse band Heavenly bracht meer dan 30 jaar geleden een aantal albums uit op een inmiddels bijna vergeten label, maar laat na afwezigheid van 30 jaar horen dat de erfenis van dat bijzondere label nog altijd springlevend is

Iedereen die Heavenly niet kent uit de jaren 90 zal enthousiast opveren bij de aanstekelijke en energieke klanken op Highway To Heavenly. Iedereen die Heavenly kent uit de jaren 90 zal nog wat enthousiaster opveren, want de Britse band is na lange afwezigheid terug. Dat Heavenly zo lang is weg geweest is overigens niet te horen, want op Highway To Heavenly lijkt de tijd te hebben stil gestaan. De gitaren jengelen nog net zo lekker en ook de koortjes zijn nog net zo onweerstaanbaar als destijds. Heavenly verstaat bovendien nog altijd de kunst van het schrijven van bijzonder aanstekelijke songs waarin de ruwe randjes en de scherpe kantjes niet zijn vergeten. Wat een aangename comeback.

Het Britse en inmiddels legendarische platenlabel Sarah Records bestond van 1987 tot en met 1995. Het label bestaat al meer dan 30 jaar niet meer, maar heeft nog altijd een cultstatus. Sarah Records is bovendien een synoniem geworden voor opvallend frisse en aanstekelijke Britse popmuziek.

De albums die werden uitgebracht via Sarah Records zijn tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor vele bands en ook het label zelf wordt vaak genoemd als inspiratiebron. Dat is op zich best bijzonder, want als je kijkt naar de catalogus van het label uit Brighton kom je geen hele grote namen tegen.

The Field Mice zijn waarschijnlijk de bekendste band van het label, maar ook Heavenly timmerde in de eerste helft van de jaren 90 met enig succes aan de weg. Het is een band waarvan ik zowaar twee albums in mijn bezit blijk te hebben, maar dertig jaar na dato had ik geen actieve herinnering meer aan de muziek van de Britse band. De naam van de band deed bij mij dan ook niet direct een belletje rinkelen toen ik alweer enige tijd geleden het nieuwe album van Heavenly kreeg toegestuurd.

Heavenly ontstond aan het eind van de jaren 80 uit de restanten van de cultband Talulah Gosh en debuteerde in 1991 op Sarah Records. De ondergang van het label zorgde ook voor het einde van Heavenly, al verscheen er in 1996 nog een album op een ander label. Precies 30 jaar later is Heavenly echter terug met Highway To Heavenly.

De leden van de band zijn inmiddels van middelbare leeftijd, maar de jaren hebben geen vat gehad op de muzikale energie van de band. Highway To Heavenly is een album dat in de jaren 90 niet had misstaan in de catalogus van Sarah Records en dat is een knappe prestatie.

De Britse band maakt nog altijd frisse en aanstekelijke, maar soms ook voorzichtig stekelige popsongs. Het zijn popsongs die worden gedomineerd door de stemmen van de twee zangeressen van de band. Amelia Fletcher en Cathy Rogers beschikken over stemmen die het goed deden in de catalogus van Sarah Records, maar ook herinneren aan de heerlijk eigenwijze popmuziek die in de jaren 90 in Glasgow werd gemaakt.

De twee kunnen de songs van de band afzonderlijk dragen, maar ze tekenen ook voor heerlijk aanstekelijke maar ook eigenwijze koortjes. Het verleidt, ook na al die jaren, nog bijzonder makkelijk en dat doet niet alleen de zang op Highway To Heavenly. Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Heavenly een feest van herkenning en een bron van ultieme verleiding.

Centraal staan de heerlijk jengelende gitaren van Heavenly, die worden gecombineerd met al even lekker klinkende synths. Heavenly maakte in de jaren 90 de ultieme indiepop en dat doet de band na een afwezigheid van 30 jaar nog steeds. Het is indiepop die niet is te vergelijken met de indiepop van het moment, maar wat klinkt het nog altijd lekker.

Ik heb zoals gezegd geen herinnering meer aan de albums die Heavenly meer dan 30 jaar geleden maakte, maar voorlopig kan ik ook nog wel uit de voeten met Highway To Heavenly. Het is een album dat vooralsnog goede recensies krijgt. Dat verdient het album alleen al om nostalgische redenen, maar Heavenly heeft op haar comeback album ook meer dan genoeg te bieden. En zo is de magie van Sarah Records na al die jaren stiekem nog steeds springlevend. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Iron and Wine - Hen's Teeth (2026) 4,0

gisteren om 16:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Iron & Wine - Hen's Teeth - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Iron & Wine - Hen's Teeth
Sam Beam is met zijn band Iron & Wine goed voor een echt prachtig oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het bijzonder mooie en zeer sfeervolle Hen’s Teeth, dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70

Hen’s Teeth van Iron & Wine klinkt eigenlijk direct als een album van de Amerikaanse band, die inmiddels een ruime handvol fraaie albums op haar naam heeft staan. Toch klinkt het album ook wel anders dan de albums waarmee de band ooit opdook. Op Hen’s Teeth vallen vooral de vocale bijdragen van I’m With Her en Sam Beam’s dochter Arden op, maar de band klinkt ook in muzikaal opzicht anders dan in het verleden. Hen’s Teeth is voorzien van een redelijk sober, maar ook smaakvol en veelzijdig geluid. Het is een geluid dat herinnert aan de Laurel Canyon folk uit de jaren 70, maar Hen’s Teeth klinkt zeker niet gedateerd. Echt een heerlijk album om even mee weg te dromen naar zorgeloze tijden.

Ik heb in het verleden meerdere albums van Iron & Wine, het project van de Amerikaanse muzikant Sam Beam, besproken en in de periode voor het bestaan van de krenten uit de pop koesterde ik zelfs een aantal albums van de band. De laatste jaren was ik om onduidelijke redenen wat afgehaakt.

Heel veel heb ik niet gemist, want Iron & Wine was de afgelopen jaren niet overdreven productief. Eerlijk gezegd trok het nieuwe album van de band van Sam Beam in eerste instantie alleen mijn aandacht door het opduiken van het trio I’m With Her in twee songs, maar Hen’s Teeth wist me al snel aangenaam te verrassen.

Dat betekent niet dat het album in muzikaal opzicht heel verrassend is, want Sam Beam maakt op Hen’s Teeth het soort muziek dat we inmiddels al bijna 25 jaar kennen van Iron & Wine. Het is muziek die vaak wat nostalgisch aan doet en je vooral mee terug neemt naar de jaren 70. De muziek van Iron & Wine verwerkt nog altijd vooral invloeden uit de folk, maar schuwt ook invloeden uit de country en de jazz niet.

Ook Hen’s Teeth is weer een album waarbij het heerlijk relaxen is. De aangename jaren 70 vibe klinkt niet alleen heel lekker, maar heeft ook iets looms en zorgeloos. Precies wat we nodig hebben op het moment. Sam Beam en zijn medemuzikanten hebben de songs op het nieuwe album van Iron & Wine meestal ingetogen ingekleurd met vooral organische klanken. Het zijn klanken die de jaren 70 sfeer op het album nog wat verder versterken.

Hen’s Teeth werd overigens op hetzelfde moment opgenomen als de in 2024 verschenen voorganger Light Verse, die ik destijds heb laten liggen. Beide albums werden opgenomen in een studio in de Laurel Canyon bij Los Angeles. In die studio stond kennelijk ook een tijdmachine, want Hen’s Teeth had met een beetje fantasie ook tijdens de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk gemaakt kunnen zijn.

Dat ligt deels aan de muziek en de productie, maar ook aan de zang en de songs op het album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, maar de kracht van Iron & Wine zat in het verleden vaak in de zang en dat is dit keer niet anders. Sam Beam is een prima zanger met een stem die niet snel gaat vervelen en die ook makkelijk kan schakelen tussen verschillende klanken.

Wanneer Sara Watkins, Aoife O'Donovan en Sarah Jarosz van I’m With Her opduiken wordt de vocale kracht nog wat verder opgevoerd, maar ook de achtergrond vocalen van Arden Beam, de dochter van de voorman van Iron & Wine, mogen er zeker zijn. De combinaties van stemmen draagt nog wat bij aan de jaren 70 sfeer op het album, maar ook in het hier en nu klinkt het onweerstaanbaar lekker.

Ik heb bij het soort muziek dat Iron & Wine maakt vaak last van het feit dat het na een paar tracks of na een paar keer horen wat gezapig gaat klinken, maar bij beluistering van Hen’s Teeth heb ik daar nog geen last van, wat iets zegt over de kwaliteit van de songs, de muziek en de zang op het album.

Ik heb inmiddels ook voorganger Light Verse beluisterd en ook dat album is mooi, al vind ik het net wat meer ingetogen en naar binnen gekeerde Hen’s Teeth net wat mooier. Ik was wat uitgekeken op Iron & Wine, maar na beluistering van het echt uitstekende nieuwe album van Sam Beam ben ik weer helemaal bij de les. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Bill Callahan - My Days of 58 (2026)

afgelopen donderdag om 21:39 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bill Callahan - My Days Of 58 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bill Callahan - My Days Of 58
Bill Callahan heeft onder zijn eigen naam en als Smog inmiddels een enorme stapel albums uitgebracht, maar ook op het deze week verschenen My Days Of 58 klinkt de Amerikaanse muzikant weer verrassend geïnspireerd

Je moet houden van de donkere stem van Bill Callahan en zeker ook van zijn manier van zingen, want de Amerikaanse muzikant draagt zijn teksten soms meer voor dan dat hij ze zingt. Het album dreigt hierdoor wat voort te kabbelen, maar de muziek op My Days Of 58 doet veel. Bill Callahan laat zich begeleiden door een aantal uitstekende muzikanten, die zorgen voor een vol en spannend geluid met een hoofdrol voor gitaren en blazers. Bill Callahan mijmert af en toe wat over ouder worden, maar de Amerikaanse muzikant klinkt ondertussen ook zeer geïnspireerd. Ik heb niet altijd wat met de muziek van Bill Callahan, maar My Days Of 58 bevalt me verrassend goed, zeker op een kille en donkere avond.

Er zijn albums die het vooral op bepaalde delen van de dag goed doen en die zich in het ene seizoen makkelijker opdringen dan in het andere. Als ik My Days Of 58 van Bill Callahan moet scoren langs deze lat kom ik er vrij makkelijk op uit dat het een album is dat het goed doet als de zon onder is en vooral tot zijn recht komt in de koude en donkere seizoenen van het jaar.

We zitten momenteel wat op de grens van winter en lente, maar de avonden van het moment zijn nog even koud en donker genoeg voor de muziek van Bill Callahan. De Amerikaanse muzikant begon in 2007 met het uitbrengen van albums onder zijn eigen naam en heeft er inmiddels negen gemaakt. Het zijn albums die ik niet allemaal besproken heb, want ik ben niet altijd gek op de muziek die Bill Callahan onder zijn eigen naam maakt.

Bill Callahan had er overigens al een heel muzikaal leven op zitten toen hij in 2007 het eerste album onder zijn eigen naam uitbracht, want tussen 1990 en 2005 maakte hij elf albums onder de naam Smog, waaronder een aantal albums die inmiddels terecht zijn uitgeroepen tot klassieker.

Bill Callahan viert deze zomer zijn zestigste verjaardag, maar op My Days Of 58 staat hij nog even stil bij zijn 58e levensjaar. Het was voor de Amerikaanse muzikant kennelijk de leeftijd om na te denken over zijn eigen sterfelijkheid, wat af en toe sombere, maar ook zeker humoristische teksten oplevert.

Ik hou, zoals bekend, vooral van vrouwenstemmen, maar de donkere stem van Bill Callahan kan ik ook verrassend goed hebben. Verrassend goed omdat de muzikant, die tegenwoordig in Austin, Texas, bivakkeert, zijn teksten soms bijna voordraagt en daar ben ik meestal niet zo gek op.

Het soms bijna gesproken woord zorgt wel voor een bijzondere sfeer op My Days Of 58, dat af en toe aan Lou Reed, af en toe aan Leonard Cohen, maar vooral aan Bill Callahan doet denken. Als liefhebbers van vrouwenstemmen kom ik overigens wel enigszins aan mijn trekken, want zangeres Eve Searls staat Bill Callahan hier en daar bij.

In vocaal opzicht is My Days Of 58 een wat laidback album, maar in muzikaal opzicht gebeurt er van alles. Bill Callahan laat zich begeleiden door de band waarmee hij een aantal jaren geleden tourde, wat betekent dat gitarist Matt Kinsey, drummer Jim White en saxofonist Dustin Laurenzi van de partij zijn, maar er schoven ook nog wat andere muzikanten aan, die onder andere fraaie bijdragen van andere blazers, viool en pedal steel toevoegen aan het mooie geluid op het album.

Ik vind de zang van Bill Callahan altijd wat monotoon, niet op een vervelende manier overigens, maar de muziek op My Days Of 58 is behoorlijk opwindend. Er is vast goed over nagedacht, maar het album klinkt hier en daar ook als een jazzalbum waarop de muzikanten vrij mogen improviseren. Het levert geweldige blazerspartijen op, maar het mooist vind ik het gitaarwerk dat varieert van subtiel ondersteunend tot licht explosief.

De bijzondere combinatie van de wat onderkoelde en laidback zang van Bill Callahan en de spannende en dynamische muziek maakt van My Days Of 58 een bijzonder album, dat mij niet alleen makkelijk wist te overtuigen, maar dat sindsdien ook goed was voor groeiend luisterplezier. En zo heeft Bill Callahan weer een album gemaakt dat ik erg goed vind en dat de aandacht makkelijk een uur lang vast houdt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lucy Kitchen - In the Low Light (2026) 4,5

afgelopen woensdag om 21:16 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Kitchen - In The Low Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lucy Kitchen - In The Low Light
Door persoonlijke omstandigheden was het jaren stil rond de Britse singer-songwriter Lucy Kitchen, maar met het deze week verschenen In The Low Light keert de talentvolle folkie op zeer indrukwekkende wijze terug

In The Low Light van Lucy Kitchen heeft niet veel tijd nodig om je te overtuigen van de kwaliteiten van de Britse muzikante Lucy Kitchen. Ze beschikt om te beginnen over een prachtige stem, die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel vertolkt. Het is een album dat bijzonder fraai is ingekleurd met vooral invloeden uit de Britse folk en af en toe een vleugje Amerikaanse rootsmuziek. En Lucy Kitchen schrijft ook nog eens songs die zich makkelijk opdringen, maar ook dieper graven dan de gemiddelde popsong. De Britse folk scene heeft momenteel meerdere grote talenten rondlopen en Lucy Kitchen is er dankzij In The Low Light absoluut een van.

De uit het Britse Southampton afkomstige singer-songwriter Lucy Kitchen bracht in 2014 haar debuutalbum Walking uit, dat in 2017 werd gevolgd door een tweede album, Sun To My Moon. Het zijn albums die ik nooit heb beluisterd en waarover ik volgens mij ook nooit iets gelezen hebben de in de Britse lijfbladen Mojo en Uncut.

De afgelopen jaren stonden voor Lucy Kitchen in het teken van de ziekte en uiteindelijk de dood van haar echtgenoot, maar negen jaar na haar vorige album keert de Britse singer-songwriter deze week gelukkig terug met haar derde album, dat wel direct mijn aandacht wist te trekken.

Dat doet In The Low Light eigenlijk direct met de stem van de Britse muzikante, die beschikt over een stem die gemaakt is voor Britse folk. Lucy Kitchen klinkt als de legendarische Britse folkies uit het verleden, maar sluit nog makkelijker aan bij de meest interessante Britse folkies van dit moment. Van deze folkies reken ik Kathryn Williams, Katherine Priddy en Josiene Clarke tot de smaakmakers en Lucy Kitchen misstaat met In The Low Light zeker niet in dat rijtje.

Het predicaat folkie verdient de Britse muzikante vooral met haar stem die helder en warm, maar ook wat pastoraal klinkt. Ik ben lang niet altijd gek op Britse folkzangeressen, maar net als de drie bovengenoemde zangeressen beschikt Lucy Kitchen over een stem waarvoor ik onmiddellijk smelt. De zang op In The Low Light is loepzuiver, maar waar ik de zang binnen de Britse folk wel eens wat steriel vind klinken, zit de zang van Lucy Kitchen vol gevoel.

Door de stem van de muzikante uit Southampton was ik eigenlijk direct gecharmeerd van In The Low Light, maar het album heeft meer te bieden. Ook in muzikaal opzicht is het een bijzonder mooi en ook zeer sfeervol album. Lucy Kitchen kan op de gitaar en de fluit uit de voeten en heeft in Tali Trow een zeer muzikale metgezel gevonden.

De twee tekenen samen voor de productie, terwijl Tali Trow ook nog gitaar, piano en de mellotron toevoegt aan het smaakvolle geluid op het album. Ik associeerde de mellotron lang met de symfonische rock uit de jaren 70 waaraan ik ooit verslingerd was, maar het instrument past ook uitstekend in muziek met invloeden uit de Britse folk.

Een aantal andere muzikanten voegt niet alleen bas en drums, maar ook strijkers, blazers en de pedal steel toe aan het geluid van Lucy Kitchen. Dat laatste instrument zorgt er voor dat In The Low Light af en toe flirt met Amerikaanse rootsmuziek, maar invloeden uit de Britse folk domineren op het album.

Ik ken de namen van de muzikanten die zijn te horen op het album niet, maar het zijn stuk voor stuk uitstekende muzikanten, die goed zijn voor een zeer smaakvol en sfeervol, maar ook voldoende gevarieerd geluid. Het is een geluid dat altijd in dienst staat van de stem van Lucy Kitchen, die een album lang indruk maakt.

Dat doet de Britse muzikante niet alleen met de echt betoverend mooie zang, maar ook met haar songs, die aan de ene kant klinken als traditionele Britse folksongs, maar ook aansluiten bij de meer eigentijds klinkende songs die worden gemaakt in het genre. Het zijn licht melancholische songs die makkelijk aanspreken, maar het zijn ook songs die voldoende te bieden hebben om ook na meerdere keren horen nog interessant te zijn. Ik ben al met al echt behoorlijk onder de indruk van In The Low Light van Lucy Kitchen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sally Seltmann - Art School Reverie (2026) 4,0

afgelopen woensdag om 11:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sally Seltmann - Art School Reverie - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sally Seltmann - Art School Reverie
De naam Sally Seltmann zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de Australische muzikante draait al heel wat jaren mee en heeft met het prachtige Art School Reverie een bijzonder klinkend album afgeleverd

Luister naar Art School Reverie van Sally Seltmann en je hoort muziek die soms verrassend bekend in de oren klinkt en op het andere moment totaal anders klinkt dan alle andere muziek van het moment. Sally Seltmann heeft haar nieuwe album voorzien van een bijzonder geluid dat wordt gedomineerd door wat ouderwets klinkende synths. Ze voorzien de songs van de Australische muzikante van een verrassend warm geluid en dat geluid kleurt prachtig bij de mooie stem van Sally Seltmann. De Australische muzikante beschikt over het vermogen om tijdloze songs te schrijven, maar het zijn ook bijzondere songs die je keer op keer nieuwsgierig maken.

Als ik kijk naar het stapeltje soloalbums dat Sally Seltmann inmiddels op haar naam heeft staan, komt alleen de cover van haar in 2010 verschenen debuutalbum Heart That’s Pounding me enigszins bekend voor. Aan de muziek op het album heb ik daarentegen echt geen enkele herinnering, maar het klinkt zeker niet onaangenaam.

Reden om me te verdiepen in het oeuvre van de Australische muzikante is het deze week verschenen Art School Reverie, dat me de afgelopen week door meerdere mensen werd getipt. Het is het vierde soloalbum van Sally Seltmann en zelfs haar vijfde als ik de soundtrack bij de tv-serie The Letdown, die ze maakte met haar van The Avalanches bekende echtgenoot Darren Seltmann, mee tel.

Art School Reverie is een album met negen songs en ruim een half uur muziek. Dat is wat aan de korte kant, maar de muzikante uit Sydney heeft wel negen hele mooie songs geschreven. Ik heb verder alleen kort naar haar debuutalbum geluisterd, maar vergeleken met haar eerste soloalbum heeft Sally Seltmann op haar nieuwe album flinke stappen gezet.

Op Art School Reverie staat de Australische muzikante stil bij de tijd die ze in de jaren 90 op de kunstacademie doorbracht en die haar vormde. Sally Seltmann draait dus al even mee en ik blijk haar ook al veel langer te kennen. Een jaar of twintig geleden maakte ze immers muziek onder de naam New Buffalo en ik was destijds zeer gecharmeerd van The Last Beautiful Day en Somewhere, Anywhere, de twee albums die Sally Seltmann onder deze naam maakte.

Hier blijft het niet bij, want ze maakte ook nog twee albums met Seeker Lover Keeper, het trio dat ze vormde met Holly Throsby en Sarah Blasko. Ze schreef bovendien met 1234 een van de bekendste songs van Feist. Sally Seltmann is inmiddels een zeer ervaren muzikante en dat hoor je op Art School Reverie.

Het is een album dat is te typeren als een singer-songwriter album en het is wat mij betreft een singer-songwriter album met een geheel eigen sound. Het bijzondere geluid op het album wordt volgens de credits gecreëerd door Sally Seltmann en Judy Seltmann terwijl Daren Seltmann tekende voor de productie.

Het is een geluid dat wordt gedomineerd door keyboards, met hier en daar wat gitaren en percussie, en het is een opvallend geluid. In veel tracks op het album heeft Sally Seltmann genoeg aan relatief eenvoudige keyboard akkoorden, maar hier en daar voegt ze ook lagen toe aan haar geluid. Dat lijken af en toe strijkers en blazers, maar omdat deze ontbreken in de credits ga ik er van uit dat die ook met synths zijn gecreëerd.

De hele mooie stem van de Australische muzikante draait fraai om alle klanken heen en maakt het geluid op Art School Reverie compleet. Het bijzondere van het nieuwe album van Sally Seltmann is dat het een deel van de tijd klinkt als een wat nostalgisch singer-songwriter album, maar minstens net zo vaak ver verwijderd is van gangbare albums in het genre.

Het zorgt er voor dat de avontuurlijk ingekleurde songs van de Australische muzikante de fantasie makkelijk prikkelen, maar op hetzelfde moment ook makkelijk vermaken. Art School Reverie is tot dusver helaas nog nauwelijks opgemerkt, maar het is een album dat niet alleen kwaliteit ademt, maar ook nog eens anders klinkt. Echt veel te mooi om tussen wal en schip te vallen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Maria BC - Marathon (2026) 4,0

afgelopen dinsdag om 16:46 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maria BC - Marathon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Maria BC - Marathon
De Amerikaanse muzikant Maria BC maakte met Hyaline en Spike Field al twee bijzonder mooie albums, maar het deze week verschenen Marathon is dankzij betere songs nog net wat mooier en indrukwekkender

Luister met volledige aandacht naar de muziek van Maria BC en er gaat een wereld voor je open. De muziek op het album is subtiel, maar ook voorzien van heel veel fraaie details. De stem van Maria BC is zacht, maar ook de zang op Marathon is veel mooier bij beluistering met volledige aandacht. Maria BC maakte al indruk met Hyaline en Spike Field, maar op Marathon ligt de nadruk wat meer op de songs, die aan kracht hebben gewonnen. Gebleven zijn de beeldende, bezwerende en vaak donkere klankentapijten die ook van Marathon weer een bijzondere luistertrip maken. Het is absoluut even wennen aan de muziek van Maria BC, maar wat is het weer mooi.

In 2022 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Maria BC en was ik enorm onder de indruk van de muziek van de Amerikaanse muzikant, die zichzelf ziet als non-binair persoon. Ik prees Hyaline aan met de volgende woorden en dat moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het album: “Hyaline is een album dat echt alle aandacht verdient. In eerste instantie door de klassiek geschoolde stem van Maria BC, die het beste van Liz Harris (Grouper), Elizabeth Fraser (Cocteau Twins) en Kate Bush verenigt, maar ook door de even mooie als spannende klanken op het album en de prachtig opgebouwde songs, die hun geheimen maar langzaam prijs geven. Hyaline is een filmisch album dat de fantasie maximaal prikkelt en dat je meeneemt naar surrealistische landschappen. Neem er de tijd voor, maar vervolgens is het echt betoverend mooi”.

Het zijn woorden die ook van toepassing zijn op het in 2023 verschenen tweede album van Maria BC, want Spike Field lag in het verlengde van het debuutalbum en was minstens even mooi. De Amerikaanse muzikant heeft wat meer tijd genomen voor het derde album, dat deze week is verschenen. Veel veranderd is er niet, want Marathon ligt in het verlengde van Hyaline en Spike Field.

Ook op Marathon schakelt Maria BC makkelijk tussen aardedonkere en sprookjesachtig mooie klanken. Het album opent met de titeltrack die wordt gedomineerd door gruizige gitaarmuren en wolken, maar er is ook de prachtige stem, die op de vorige twee albums al zoveel indruk maakte.

Liz Harris, Elizabeth Fraser en Kate Bush noemde ik een paar jaar geleden als vergelijkingsmateriaal, maar dit keer hoor ik ook zeker Beth Gibbons (Portishead) en dan met name in de sober klinkende songs op het album. Ook in muzikaal opzicht doet het album me af en toe wel wat aan Portishead denken, zeker wanneer de muziek wat bezwerender en experimenteler is.

Marathon opent behoorlijk heftig, maar Maria BC kiest al snel voor een wat meer ingetogen en subtieler klinkend geluid. Het is een geluid dat over de hele linie behoorlijk donker blijft en niet heel goed past bij de uitbundig schijnende zon, maar zodra de zon onder is komt Marathon fraai tot leven.

Met name in de songs die het moeten doen met spaarzame en vaak repeterende gitaarakkoorden draait alles om de stem van Maria BC en die stem is ook op Marathon weer prachtig. Het is een vooral zachte stem, maar het is ook een stem vol diepte en detail.

Hyaline en Spike Field zijn albums die het best tot zijn recht komen bij beluistering met de koptelefoon en dat geldt ook weer voor Marathon. Dan immers hoor je hoe subtiel maar ook hoe smaakvol de muziek op het album is en hoor je bovendien de schoonheid van de stem van de muzikant uit Oakland.

Marathon ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van de vorige twee albums van Maria BC, maar ik vind de wat ruwe productie van het nieuwe album nog net wat mooier en ik vind de songs zelfs een stuk beter. Ik heb net wat minder met de korte intermezzo’s, die de bijzondere sfeer van het album wat doorbreken, maar ze zitten me ook niet in de weg.

Je moet absoluut in de stemming zijn voor de muziek van Maria BC want het is niet alleen donker, maar ook lang niet altijd even makkelijk, maar als je in de stemming bent voor de bijzondere muziek van Maria BC is Marathon een fascinerend album dat steeds weer nieuwe dingen laat horen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Rosie Carney - Bare (2019) 5,0

afgelopen maandag om 15:40 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Rosie Carney - The Bends (2020) 4,5

afgelopen maandag om 15:40 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Rosie Carney - i wanna feel happy (2022) 4,0

afgelopen maandag om 15:40 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here (2026) 4,0

afgelopen maandag om 15:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here
De Britse singer-songwriter Rosie Carney bouwt inmiddels een jaar of zeven aan een indrukwekkend oeuvre, dat begon met uiterst sobere folksongs en is geëvolueerd in een groots klinkend popgeluid

Rosie Carney beschikt over een werkelijk prachtige stem, die van haar debuutalbum Bare een album van een bijna onwerkelijke schoonheid en intimiteit maakte. Op haar vorige album koos de Britse muzikante voor een wat voller geluid en die lijn wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Doomsday...Don't Leave Me Here. De uiterst sobere klanken van Bare hebben plaatsgemaakt voor een even groots als atmosferisch klinkend popgeluid. Dat is even wennen, maar de songs op het album zijn interessant en de stem van Rosie Carney is ook op haar vierde album weer prachtig. De muziek van Rosie Carney blijft vooralsnog wat onderbelicht, maar verdient absoluut een plekje in de spotlights.

Ik ben tot dusver zeer gecharmeerd van de albums van Rosie Carney, die deze week haar vierde album heeft uitgebracht. De Britse singer-songwriter kreeg al op haar zestiende een platencontract, maar dat werd ontbonden voor ze haar eerste album had uitgebracht. Dat album kwam er uiteindelijk toch, want helemaal aan het begin van 2019 debuteerde Rosie Carney, inmiddels 21 jaar oud, met het werkelijk wonderschone Bare.

Het is een album dat aan het eind van dat jaar, tot mijn verrassing of zelfs verbijstering, niet opdook in mijn jaarlijstje, maar met de kennis van nu vind ik het debuutalbum van Rosie Carney een van de allermooiste albums van het betreffende jaar. Bare is een zeer persoonlijk album met vooral intieme en sober ingekleurde folksongs en het zijn songs waarin de indrukwekkende stem van Rosie Carney centraal staat.

De Britse muzikante was zoals gezegd pas 21 jaar oud toen haar debuutalbum verscheen, maar het is een album dat dwars door de ziel snijdt en op hetzelfde moment betovert met wonderschone songs. Bare werd eind 2020 gevolgd door Rosie Carney’s integrale vertolking van Radiohead’s The Bends. Op voorhand een kansloze missie, maar het pakte prachtig uit.

Op het in het voorjaar van 2022 verschenen i wanna feel happy omringde de Britse muzikante, die overigens in Ierland opgroeide, zich in een aantal tracks met elektronica of met wat stevigere gitaren. Rosie Carney had het wat vollere geluid op haar derde album met haar geweldige stem absoluut niet nodig, maar ook i wanna feel happy wist me makkelijk te overtuigen en onderstreepte wat mij betreft haar grote talent.

Deze week is album vier verschenen en ook Doomsday...Don't Leave Me Here is weer een sterk album. Als ik heel eerlijk ben zou ik het liefst een sober en intiem folkalbum hebben gekregen, maar net als i wanna feel happy is ook het vierde album van de muzikante uit Londen behoorlijk vol ingekleurd.

Doomsday...Don't Leave Me Here klinkt nog wat voller dan het vorige album van de Britse muzikante en schuift ook wat meer op richting pop. Dat is voor iemand die het debuutalbum van Rosie Carney of haar vertolking van The Bends koestert niet direct goed nieuws, maar Doomsday...Don't Leave Me Here is een album dat veel te bieden heeft.

Het behoorlijk volle geluid op het album is zeer smaakvol en is ook spannender dan je bij vluchtige eerste beluistering ervaart. Het is een geluid vol dynamiek en flinke spanningsbogen en het is een geluid dat Rosie Carney de kant van de groots aangezette en wat theatrale pop op duwt. Dat is af en toe jammer, maar ook op Doomsday...Don't Leave Me Here maakt de Britse muzikante makkelijk indruk met haar stem, die optimaal gebruik maakt van de spanningsbogen in de songs.

Het derde en vierde album van Rosie Carney laten zich nauwelijks vergelijken met de eerste twee albums, maar de eerste drie albums vond ik geweldig en ook album nummer vier overtuigde me onmiddellijk. Het is een album met een bijzonder fraaie en wat atmosferische productie en ondanks het grootse geluid is er alle ruimte voor de fascinerende stem van Rosie Carney. Ik zet binnenkort ook het betoverend mooie Bare weer eens op, maar ook op Doomsday...Don't Leave Me Here heeft Rosie Carney veel te bieden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

runo plum - patching (2025) 4,5

afgelopen zondag om 19:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: runo plum - patching (2025) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: runo plum - patching (2025)
De Amerikaanse muzikante runo plum bleef eind vorig jaar helaas wat onder de radar met haar debuutalbum patching, dat ik zelf achteraf bezien schaar onder de betere of zelfs de beste albums van het afgelopen jaar

Je hebt van die album waar je meteen bij eerste beluistering verliefd op bent en patching van runo plum is wat mij betreft zo’n album. Het album verscheen een paar maanden geleden en kwam vorige week door puur toeval op mijn weg. Het album is zo goed door de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook de muziek op patching, die zowel kan opschuiven richting indiefolk als indierock, spreekt zeer tot de verbeelding. De muzikante uit Minneapolis schrijft ook nog eens zeer aansprekende songs, die aan de ene kant overlopen van melancholie, maar op hetzelfde moment van een betoverende schoonheid en een bedwelmende intimiteit zijn. Wat een prachtig album!

Op zondagavond bespreek ik op de krenten pop persoonlijke favorieten of vergeten albums uit een ver verleden. Ook vandaag bespreek ik een persoonlijke favoriet en bovendien een helaas alweer vergeten album, maar voor de afwisseling betreft het dit keer een album van recente datum. Van zeer recente datum zelfs, want patching van runo plum (twee keer geen hoofdletters) verscheen medio november, net iets meer dan drie maanden geleden.

Het is een album dat ik zelf pas vorige week heb ontdekt en direct bij eerste beluistering was ik ondersteboven van patching. Ik wist in eerste instantie bijna niets over runo plum, buiten het feit dat ze uit Minneapolis, Minnesota, komt, een stad die vorige maand het nieuws domineerde. Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse singer-songwriter is net wat meer informatie te vinden.

De muziek van runo plum, het is volgens mij haar echte naam, dook op toen ze tijdens de coronapandemie muziek maakte vanuit haar slaapkamer en beschikbaar maakte via het Internet. Volgens diezelfde bandcamp pagina ging de muzikante uit Minneapolis door diepe dalen na een onverwachte liefdesbreuk, die haar wereld op zijn kop zette.

De afgelopen jaren uit het leven van runo plum zijn goed terug te horen op haar debuutalbum patching. Je hoort goed dat de Amerikaanse muzikante ooit is begonnen met het maken van bedroom pop, want haar songs klinken nog altijd intiem, wat wordt versterkt door haar vooral zachte stem. Ook de dalen in haar persoonlijke leven hebben sporen nagelaten op patching, dat een groot deel van de tijd een nogal melancholisch klinkend album is.

Op patching werkt runo plum samen met een beperkt aantal muzikanten en de mij onbekende producer Lutalo Jones, met wie ze het album produceerde. Het album is voorzien van een behoorlijk sober geluid, dat voornamelijk bestaat uit gitaar, bas en drums en op de achtergrond soms wat keyboards.

De muziek op patching klinkt vaak ingetogen, wat de songs van runo plum een folky karakter geeft, maar ze flirt hier en daar ook voorzichtig met invloeden uit de indierock en levert een album af dat met enige fantasie zowel in het hokje indiefolk als in het hokje indierock past. De muziek op patching is vooral sober, maar ik vind de inkleuring van het album ook mooi, zeker ook wanneer heel subtiel wordt gespeeld.

De muziek op het debuutalbum van runo plum past bovendien echt heel goed bij haar stem. Ik heb hierboven al verklapt dat de muzikante uit Minneapolis vooral zacht zingt en fluisterzacht is misschien nog wel een betere omschrijving. Hiermee begeeft runo plum zich in een druk speelveld, maar ik vind haar stem echt uitzonderlijk mooi. Het is een stem waar je de melancholie in bakken af kunt scheppen, maar het is ook een stem die de songs op patching voorziet van een opvallend intiem karakter.

Het kabbelt allemaal zeer aangenaam voort op de late avond, maar de ware kracht van het debuutalbum van runo plum ontdek je pas wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en de muziek en de zang prachtig samensmelten. Ik begrijp er echt niets van dat het debuutalbum van runo plum in november zo weinig aandacht kreeg, maar wat ben ik blij dat ik het album, dat in 2025 hoog in mijn jaarlijstje had moeten staan, alsnog heb ontdekt. Ik zou zeker eens luisteren. Grote kans dat je, net als ik, genadeloos voor de bijl gaat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Annabelle Dinda - Some Things Never Leave (2026) 4,0

afgelopen zondag om 14:11 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annabelle Dinda - Some Things Never Leave - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Annabelle Dinda - Some Things Never Leave
Some Things Never Leave van Annabelle Dinda trok eerder dit jaar niet heel veel aandacht, maar het is een mooi en bijzonder album dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment

Ik kwam bij toeval op het spoor van de Amerikaanse muzikante Annabelle Dinda, maar haar nieuwe album, het blijkt overigens al haar vierde, is een album dat ik niet graag had gemist. Het is een album dat makkelijk schakelt tussen tijdloze singer-songwriter muziek en eigentijdse indiefolk en het is een album dat wat meer lo-fi klinkt dan vergelijkbare albums. In muzikaal opzicht klinkt Some Things Never Leave vrij basic, waardoor de stem van Annabelle Dinda alle aandacht krijgt. De muzikante uit New York beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en zingt met veel gevoel, waardoor de songs op haar nieuwe album makkelijk de aandacht trekken en zich vervolgens snel opdringen.

Er zijn flink wat met name Amerikaanse websites die op basis van de waardering van zowel critici als muziekliefhebbers lijsten maken met de best beoordeelde albums van het moment. De website Album of the Year houdt ook een lijstje bij met de beste singer-songwriter albums van het moment. Op het lijstje van AOTY kwam ik flink wat albums tegen die ik de afgelopen weken heb besproken, maar ik zag ook een aantal nieuwe namen.

Een aantal door AOTY genoemde albums konden mij niet bekoren, maar Some Things Never Leave van Annabelle Dinda sprak me wel direct aan. Het is een naam die ik nog niet eerder had gehoord, waardoor ik uitging van een debuutalbum, maar de muzikante uit New York blijkt al vier albums op haar naam te hebben staan. De eerste drie moet ik nog eens beluisteren, maar voorlopig gaat alle aandacht uit naar Some Things Never Leave.

Het is een album dat moet concurreren met stapels hele goede singer-songwriter albums, want over het aanbod heb ik in de eerste weken van 2026 echt niets te klagen. Bij een aanbod van deze omvang moet een album er wel echt uit springen om de aandacht te trekken en vervolgens ook vast te houden, maar dat doet het album van Annabelle Dinda wat mij betreft.

Het is een album dat hier en daar een indiefolk album wordt genoemd, maar op andere plekken een indierock of indiepop album. Voor beide is wat te zeggen, maar ik zou zelf ook zeker het etiket lo-fi op het album plakken, dat overigens ook kan klinken als een tijdloos singer-songwriter album.

De muziek van Annabelle Dinda klinkt immers ruwer en rommeliger dan het gemiddelde indiepop album en steviger dan de meeste albums in het hokje indiefolk. Ook aan het etiket lo-fi kleven wel wat nadelen, want ik associeer het genre ook met half afgemaakte songs en extreem korte songs, maar beiden vind je niet op het vierde album van Annabelle Dinda.

De muzikante uit New York kiest voor een wat ruw geluid, maar ze heeft wel degelijk aandacht besteed aan de inkleuring van haar songs, bijvoorbeeld door het toevoegen van fraaie bijdragen van de viool. Op hetzelfde moment is Some Things Never Leave ook voorzien van een geluid zonder opsmuk. Het is een geluid dat charmant rammelt en dat past wel bij de stem van Annabelle Dinda.

Haar zang is soms wat rommelig, maar de karakteristieke stem van de Amerikaanse muzikante maakt van Some Things Never Leave wel een bijzonder album. Het is een album met meer gevoel en expressie dan het gemiddelde wat voortkabbelende indiefolk album en het is een album met iets scherpere randjes en ruwere kantjes dan het gemiddelde indiepop album.

Heel af en toe doet het me denken aan de debuutalbums van Tori Amos en Alanis Morissette, maar dan zonder de hysterie van de eerste en zonder de blinkende popsongs en fraaie productie van de tweede. Het betekent niet dat Annabelle Dinda niet af en toe de grenzen opzoekt met haar stem en het betekent ook zeker niet dat de songs van de muzikante uit New York niet af zijn.

Some Things Never Leave van Annabelle Dinda is een album dat af en toe wat kan schuren, maar het is ook een album dat relatief makkelijk overtuigt, zeker als je van wat minder gepolijste producties houdt. Voor mij is het vooral een album dat me weet te raken en dat is een groot goed. Het nieuwe album van Annabelle Dinda komt op de website Album of the Year tot een verrassend hoge gemiddelde score en daar valt wat mij betreft echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jackie West - Silent Century (2026) 4,0

afgelopen zondag om 10:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jackie West - Silent Century
Jackie West maakte twee jaar geleden op haar debuutalbum diepe indruk met een mooie stem en wat nostalgische klanken en beiden sleept ze nu het heden in op het bijzondere en nog altijd uniek klinkende Silent Century

Het debuutalbum van Jackie West had twee jaar geleden een beter lot verdiend, want het bleef bij een aantal zeer positieve recensies. Die positieve recensies verdient de Amerikaanse muzikante ook voor haar tweede album. Ook op Silent Century zingt Jackie West echt prachtig en ook nog eens met veel gevoel. Het kleurde twee jaar geleden prachtig bij een geluid vol invloeden uit een heel ver verleden, maar ook in het wat moderner klinkende geluid op het tweede album van Jackie West klinkt haar stem prachtig. Silent Century is een album dat je even de tijd moet gunnen, maar zodra alles op zijn plek valt is ook het tweede album van Jackie West echt wonderschoon.

Bijna twee jaar geleden besprak ik Close To The Mystery, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Jackie West. Het is een album dat kon rekenen op een aantal geweldige recensies, waarin Jackie West onder andere werd vergeleken met Peggy Lee, Mazzy Star, Cowboy Junkies en Lana Del Rey. In mijn recensie gaf ik aan dat ik deze namen soms allemaal tegelijk hoorde maar minstens net zo vaak geen van allen, waarmee ik uiteindelijk vooral wilde aangeven dat Jackie West op haar debuutalbum een bijzonder eigen geluid liet horen.

Het is een geluid dat op Close To The Mystery bestond uit vaak wat nostalgisch aandoende maar ook bijzonder mooie en trefzekere klanken, waarvoor onder andere multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sarah Pedinotti tekenden. Minstens even belangrijk was de mooie maar eveneens wat nostalgisch aandoende stem van de muzikante uit Brooklyn, New York.

Het debuutalbum van Jackie West deed ondanks een aantal zeer positieve recensies helaas niet veel, maar deze week krijgt de Amerikaanse muzikante een nieuwe kans met haar tweede album Silent Century. Het album werd volgens de bandcamp pagina van Jackie West in slechts een week opgenomen, maar Silent Century klinkt net als zijn voorganger zeer verzorgd.

Jackie West maakte haar nieuwe album met een handvol muzikanten, maar het zijn zeker niet de minsten. Naast de van Adeline Hotel bekende Dan Knishkowy en Katie von Scheicher duiken ook Nico Osborne, Sean Mullins en Nate Mendelsohn op en dat zijn allemaal namen die ik al vaker ben tegengekomen.

Silent Century is zeker niet mijlenver verwijderd van Close To The Mystery, maar Jackie West kiest op haar tweede album wel voor een iets andere weg. Op haar debuutalbum klonk de muziek van de muzikante uit Brooklyn, New York, met grot regelmaat zeer nostalgisch en hierbij dacht ik eerder aan de jaren 50 en 60 dan aan wat dichterbij gelegen decennia.

Ook op haar tweede album is Jackie West niet vies van nostalgie, maar invloeden uit een ver verleden zijn veel minder prominent aanwezig en zijn vervangen door licht psychedelische klanken. Het geluid op Silent Century schuift hier en daar ook op richting wat stevigere klanken, maar ook als de muziek van Jackie West zwoel en verleidelijk klinkt heeft het album vooral een eigentijds geluid, met vaak een hoofdrol voor fraai gitaarspel.

Het is net als op het debuutalbum een zeer smaakvol geluid en het is wederom een geluid waarin veel mooie en bijzondere accenten zijn verstopt. Het geluid van de New Yorkse muzikante klinkt op Silent Century niet alleen wat eigentijdser, maar het is ook wat spannender. Wat is gebleven is de mooie stem van Jackie West, die ook op haar tweede album met veel precisie zingt. Het is een stem die niet direct lijkt op die van andere zangeressen, wat verder bijdraagt aan het eigen geluid van Jackie West.

Door het wat eigentijdsere geluid op haar tweede album kruipt Jackie West wat dichter tegen andere wat alternatieve singer-songwriters van het moment aan, maar echt heel duidelijk vergelijkingsmateriaal blijft wat mij betreft uit. Het is hierdoor misschien even wennen aan het karakteristieke geluid van Jackie West en haar bijzondere stem, maar inmiddels vind ik Silent Century al indrukwekkender dan Close To The Mystery en de rek is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mitski - Nothing's About to Happen to Me (2026) 4,5

28 februari, 11:44 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mitski - Nothing's About To Happen To Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mitski - Nothing's About To Happen To Me
Mitski lijkt op ieder nieuw album alleen maar beter te worden en dat is ook weer het geval op het deze week verschenen Nothing's About To Happen To Me, dat deels bekend, maar toch ook weer anders klinkt

Mitski eindigt met haar albums steeds net wat hoger in mijn jaarlijstjes en die lijn kan ze wel eens door gaan trekken met haar nieuwe album. The Land Is Inhospitable And So Are We haalde in 2023 de top 10 van mijn jaarlijstje, maar het deze week verschenen Nothing's About To Happen To Me vind ik nog wat beter. De zang is echt prachtig, de muziek verschiet keer op keer fraai van kleur en de songs zijn reuze spannend. Het klinkt onmiskenbaar als Mitski, maar de muzikante uit New York verlegt ook dit keer haar grenzen met een combinatie van sfeervolle country, rijk georkestreerde pop en een vleugje indierock. En Nothing's About To Happen To Me wordt voorlopig alleen maar beter.

De eerste drie albums van Mitski (Miyawaki) trokken nog niet heel veel aandacht en ontsnapten ook aan mijn aandacht, maar sinds Puberty 2 uit 2016 bouwt de muzikante met Amerikaanse en Japanse wortels succesvol aan een indrukwekkend oeuvre. Puberty 2 vond ik goed genoeg voor mijn jaarlijstje en ook Be The Cowboy (2018), Laurel Hell (2022) en The Land Is Inhospitable And So Are We (2023) schaarde ik onder de beste albums van de betreffende jaren.

Het zijn albums waarop de muzikante uit New York steeds weer een andere kant van zichzelf laat horen en net zo makkelijk indruk maakt met Amerikaanse rootsmuziek of toegankelijke pop als met stekelige indierock of synthpop. In het voorjaar van 2024 zag ik Mitski in Carré en liet ze horen en zien dat ze ook op het podium een fascinerende muzikante is.

Alle reden dus om met hele hoge verwachtingen uit te kijken naar haar achtste album dat deze week is verschenen. Nothing's About To Happen To Me gaat in de eerste track verder waar The Land Is Inhospitable And So Are We in de herfst van 2023 ophield. Het is een track die wordt gedragen door invloeden uit de countrymuziek en die opvalt door zeer sfeervolle pedal steel klanken en door de mooie stem van Mitski.

Aan het einde van de track worden de ingetogen klanken vervangen door rijke orkestraties en weet je weer dat de muziek van Mitski net zo vaak van kleur kan verschieten als een hyperactieve kameleon. Dat blijkt direct weer als ze in de tweede track opschuift richting in de indierock waarmee ze ooit doorbrak, maar ook deze track eindigt met bombastische klanken.

Ik vind Nothing's About To Happen To Me op zijn mooist wanneer Mitski ingetogen zingt en zich omringt met sfeervolle klanken een vleugje country, zoals in de derde track en in veel tracks die volgen. Haar stem klonk wat mij betreft nog niet eerder zo mooi als op haar nieuwe album, maar ook in muzikaal opzicht is Nothing's About To Happen To Me van Mitski een prachtig album.

Het is knap hoe de muzikante uit New York haar geluid steeds verder verfijnt, want nog niet eerder klonk een album van Mitski zo mooi en zo veelzijdig. Het is prachtig hoe het album steeds weer schakelt tussen door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede klanken, fraaie orkestraties en opeens aanzwellende gitaren en bij Mitski klinkt het altijd logisch en functioneel.

De band waarmee ze inmiddels een aantal jaren tourt tekent voor de muziek op het nieuwe album, terwijl Drew Erickson, met wie Mitski al eerder werkte, de orkestraties voor zijn rekening nam. Ook voor de productie kiest de Amerikaans-Japanse muzikante voor de inmiddels bekende weg, want ook Nothing's About To Happen To Me werd weer geproduceerd door Patrick Hyland.

Het vertrouwen op vaste waarden zorgt er voor dat de muziek van Mitski op het nieuwe album vertrouwd en ontspannen klinkt, maar ik hoor ook dit keer groei in de muziek, de zang, de songs en de fantasierijke teksten. Nothing's About To Happen To Me is een album dat de ruimte elf songs lang op aangename wijze verwarmt, maar het is ook een album waarop veel valt te ontdekken.

Ik begon met hoge verwachtingen aan het nieuwe album van Mitski, maar deze werden direct meer dan waar gemaakt. Ik ken de muziek van Mitski inmiddels een jaar of tien, maar ik was nog niet eerder zo onder de indruk van haar muziek als bij beluistering van het geïnspireerd klinkende Nothing's About To Happen To Me en dat is een indrukwekkende prestatie. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Caroline Jones - Good Omen (2026) 4,0

26 februari, 15:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caroline Jones - Good Omen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Caroline Jones - Good Omen
Caroline Jones gaat al even mee, maar de singer-songwriter uit Nashville zet een flinke stap op haar vierde album Good Omen, dat niet alleen overtuigt in vocaal en muzikaal opzicht, maar ook vol staat met sprankelende songs

Het is momenteel dringen in Nashville en zeker voor de liefhebbers van countrypop valt er veel te genieten. Good Omen van Caroline Jones past wel in het hokje countrypop, maar de Amerikaanse muzikante maakt zeker geen dertien in een dozijn Nashville countrypop. Caroline Jones liet op haar vorige albums al horen dat ze een prima muzikante en een uitstekende zangeres is, maar dankzij een aantal gelouterde songwriters uit de Amerikaanse hoofdstad van de countrymuziek, komen de talenten van Caroline Jones op Good Omen beter uit de verf. Good Omen is een fris en aanstekelijk countrypop album, maar de Amerikaanse muzikante is ook haar meer traditionele wortels niet vergeten. Knap album!

Ik heb de drie albums die de Amerikaanse muzikante Caroline Jones de afgelopen jaren heeft uitgebracht allemaal laten liggen. Ik was drie keer onder de indruk van de stem van de muzikante uit Nashville, die ook deel uitmaakt van de band van Zac Brown, en ook in muzikaal opzicht was het allemaal dik in orde, maar op een of andere manier spraken de albums me onvoldoende aan.


Het klonk me allemaal net wat te braaf en gewoontjes en dit ondanks de muzikaliteit en de goede stem van de Amerikaanse muzikante. Ook het vorige week verschenen vierde album van Caroline Jones heb ik in eerste instantie laten liggen, maar Good Omen bleef op een of andere manier toch ook hoog op de stapel liggen.

Op haar vierde album maakt Caroline Jones nog steeds makkelijk indruk met haar stem en ook in muzikaal opzicht zit het direct goed, maar deze keer heeft de muzikante uit Nashville ook een stap gezet wanneer het gaat om de kwaliteit van haar songs. Ze laat zich op Good Omen bijstaan door een aantal topkrachten uit Nashville en dat geeft haar songs de boost die ze nodig hadden.

Het nieuwe album van Caroline Jones bevat songs die er direct uit springen, waardoor het album zich makkelijker opdringt dan zijn voorgangers. Good Omen klinkt als de betere albums die momenteel in Nashville worden gemaakt en daar hou ik wel van. Het knappe van het nieuwe album van Caroline Jones is dat het aan de ene kant aansluit bij de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt, maar aan de andere kant ook authentiek klinkt.

Caroline Jones verwerkte ook op haar vorige albums zowel eigentijdse als meer traditionele invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar dat doet ze nog wat beter op Good Omen. Het album bevat absoluut invloeden uit de wat traditioneler klinkende countrymuziek en de bluegrass, maar Good Omen heeft ook een fris popgeluid. Het zorgt er voor dat de nieuwe songs van Caroline Jones bijzonder lekker in het gehoor liggen en makkelijk overtuigen, maar het zijn ook songs die voldoende authentiek klinken voor de liefhebber van wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek.

Vergeleken met de meeste albums die het etiket countrypop opgeplakt krijgen schakelt Caroline Jones makkelijk tussen meer pop georiënteerde en traditioneler klinkende songs en dat is bijzonder in het genre. De songs op Good Omen zijn wat mij betreft een stuk aansprekender dan die op de vorige albums van Caroline Jones en dat tilt ook de sterke punten van deze albums verder op.

Ik vond Caroline Jones op haar vorige albums al een prima zangeres, maar in het gloedvolle en aansprekende geluid van Good Omen komt haar krachtige stem beter tot zijn recht. Het is een stem die het goed doet in de meer uptempo songs op het album, maar ook in de meer ingetogen songs overtuigt de muzikante uit Nashville makkelijk als zangeres.

Ook de muziek op het nieuwe album spreekt me meer aan dan het geluid op de vorige albums. Enige liefde voor pop is noodzakelijk om te kunnen houden van Good Omen, maar als aan deze voorwaarde is voldaan, is het nieuwe album van Caroline Jones ook in muzikaal opzicht een prima album. Het is behoorlijk druk binnen de countrypop van het moment, maar Caroline Jones laat op haar vierde album wat mij betreft meer dan genoeg kwaliteit horen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Hilary Duff - luck... or something (2026) 4,0

25 februari, 20:24 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hilary Duff - luck… or something - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Hilary Duff - luck… or something
Tienersterren slagen er maar zelden in om langer dan een paar jaar mee te gaan, maar Hilary Duff (Lizzy McGuire) keert elf jaar na haar laatste wapenfeit terug met het verrassend goede luck… or something

Bij de naam Hilary Duff dacht ik tot voor kort aan een Disney tienerster die op een gegeven moment ook zo nodig muziek moest gaan maken. Tot meer dan een enkele aardige single kwam ze in mijn herinnering niet, waardoor ik haar deze week verschenen comebackalbum niet direct opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop. Toch wel tot mijn verbazing waren de alternatieve Amerikaanse muziekwebsites opvallend positief over het album, waardoor ik luck… or something toch heb beluisterd. Bijna niemand had het verwacht, maar Hilary Duff heeft een opvallend leuk popalbum gemaakt, dat hier en daar stiekem zaagt aan de stoelpoten van de grote popzangeressen van het moment. Een onverwacht geslaagde comeback.

Hilary Duff ambieerde op hele jonge leeftijd een carrière als actrice en kreeg al op haar tiende haar eerste filmrol. Ze werd wereldberoemd toen ze de hoofdrol kreeg in de Disney-serie Lizzie McGuire, die aan het begin van dit millennium ook in Nederland heel populair was. Hilary Duff besloot vervolgens dat ze ook wilde zingen en maakte een aantal albums, die het heel goed deden.

Ook in Nederland bracht ze een aantal succesvolle singles uit, waaronder een enkele oorwurm, en precies twintig jaar geleden wist ze zelfs de Heineken Music Hall (nu AFAS Live) uit te verkopen. Na een aantal succesvolle jaren ging de carrière van Hilary Duff echter als een nachtkaars uit en werd zowel in de muziek als in de film weinig meer van haar vernomen.

De Amerikaanse muzikante en actrice heeft inmiddels vier kinderen, is 38 jaar oud en keert deze week terug in de muziek. luck… or something is het eerste album van Hilary Duff in elf jaar tijd en ik ging er eerlijk gezegd van uit dat het een album zou worden waar je maar het beste met een hele wijde boog omheen kan lopen.

Mijn vooroordelen over de muzikale kwaliteiten van de voormalige tienerster werden echter verrassend snel gelogenstraft, want het comeback album van Hilary Duff is zeker geen slecht album, sterker nog, ik vind het eigenlijk een heel leuk album. Dat vind ik niet als enige, want de recensies die tot dusver zijn geschreven over luck… or something zijn overwegend positief tot zeer positief. Ik kan deze recensies alleen maar onderschrijven, want nadat ik met de nodige scepsis was begonnen aan het album, moest ik al snel concluderen dat er flink wat uitstekende popsongs zijn te vinden op luck… or something.

Bij eerste beluistering van het album ging ik er van uit dat Hilary Duff een producer van naam en faam had weten te strikken voor haar comeback album, maar dat blijkt niet het geval. De productie van het album had zomaar van de hand van meesterproducer Jack Antonoff kunnen zijn, maar Hilary Duff maakte het album samen met haar echtgenoot Matthew Koma, die meeschreef aan de songs en het album produceerde.

Ze leveren samen knap werk, want na een stilte van elf jaar is luck… or something een verrassend fris en eigentijds popalbum geworden. Hilary Duff was in haar tienerjaren niet de beste zangeres van haar tijd en dat is ze nog steeds niet, maar de zang op het album is wat mij betreft oké.

Meer dan oké zijn de songs op luck… or something, want Hilary Duff komt niet alleen met haar beste songs tot dusver op de proppen, maar vindt ook aansluiting bij de grote popzangeressen van dit moment. Als ik de nieuwe muziek van de voormalige tienerster moet vergelijken met die van anderen kom ik bij Taylor Swift uit.

luck… or something bevat een aantal songs die dicht tegen songs van Taylor Swift aan schuren (en Roommates doet dat wel erg opzichtig), maar ik vind de songs van Hilary Duff eerlijk gezegd frisser en aansprekender dan die op het laatste album van Taylor Swift, dat bij mij maar niet wil landen.

Het is dan altijd even afwachten of een album leuk blijft of niet, maar na een paar keer horen bevalt het nieuwe album van Hilary Duff me alleen maar beter. De grote popzangeressen van het moment hebben vast geen rekening gehouden met de inmiddels 38 jaar oude muzikante, maar ze hebben er een geduchte concurrent bij. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Claire Rosinkranz - My Lover (2026) 3,5

25 februari, 11:37 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Claire Rosinkranz - My Lover - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Claire Rosinkranz - My Lover
My Lover van Claire Rosinkranz is op het eerste gehoor misschien geen heel opzienbarend popalbum, maar de jonge Amerikaanse muzikante kiest wel haar eigen weg en overtuigt steeds iets meer

Het tweede album van Claire Rosinkranz had ik zomaar aan de kant kunnen schuiven, want de eerste songs vond ik niet zoveel. Ik herinnerde me echter haar debuutalbum, dat ook wel iets leuks en eigenzinnigs had. Dat leuke en eigenzinnige komt ook naar boven als My Lover vordert. Het tweede album van Claire Rosinkranz is geen album dat ik ga koesteren als een groot popalbum, maar ik hoor genoeg leuks op My Lover om haar naam te blijven onthouden. Als Claire Rosinkranz de groei die is te horen op haar tweede album meeneemt naar haar derde album zou ze zomaar tot grootse dingen in staat kunnen zijn. Je hoort het af en toe al op het lekker eigenwijze My Lover.

Ik vond Just Because van Claire Rosinkranz in 2023 eigenlijk best een grappig album. Je hoorde dat de Amerikaanse muzikante nog piepjong (18) was toen ze album opnam en je hoorde bovendien dat ze wel erg in de richting van de dansbare en wat eendimensionale popmuziek van dat moment werd geduwd, maar Just Because had ook iets fris en eigenwijs.

Ik vond Just Because uiteindelijk lang niet onderscheidend genoeg tussen alle geweldige popalbums van dat moment, maar het debuutalbum van Claire Rosinkranz was wat mij betreft wel net interessant en eigenzinnig genoeg om haar naam in het achterhoofd te houden.

Ik was haar naam inmiddels natuurlijk al lang weer vergeten, net als haar debuutalbum, maar haar deze week verschenen tweede album stond wel op mijn lijstje met te beluisteren albums. Claire Rosinkranz is nog altijd pas 22 jaar oud, maar ze klinkt op haar tweede album een stuk volwassener dan op haar debuutalbum.

Op My Lover zet de Californische muzikante een flinke stap vooruit, maar zeker op het eerste gehoor bevond de muziek van Claire Rosinkranz zich behoorlijk ver buiten mijn muzikale comfort zone. Ik heb absoluut iets met pop en met de grote popsterren van dit moment, maar ze raken me wel of ze raken me niet.

Ik hoor weinig of niets op Brat van Charli xcx en ik hoor niets op de albums van Sabrina Carpenter en Dua Lipa, om maar een paar namen te noemen. Op hetzelfde moment hoor ik wel van alles op de albums van Billie Eilish, Olivia Rodrigo, Chappell Roan en recent nog August Ponthier. Waar de scheidslijn precies ligt is niet zo makkelijk aan te geven, maar meestal weet ik het direct als ik naar een nieuw popalbum luister.

Bij My Lover van Claire Rosinkranz vind ik het op een of andere manier niet zo makkelijk. Het tweede album van de muzikante uit Malibu, California, bevat een aantal popsongs van het soort waar ik niet zoveel mee heb, maar na een paar wat doorsnee popsongs komt de jonge Amerikaanse muzikante op de proppen met een aantal songs die ik wel zeer kan waarderen, waardoor ik het album niet zomaar afschrijf.

Claire Rosinkranz werkt op haar nieuwe album samen met songwriter Oliver Frid, die onder andere songs schreef voor Dua Lipa en Ariana Grande en met producer Ragnar Rosinkranz, ook haar vader. Beiden zitten vooral in de hoek van de mainstream pop en dat is niet het subgenre dat ik het interessantst vind binnen de pop.

Ik noemde het debuutalbum van Claire Rosinkranz eerder grappig, fris en eigenwijs en het zijn termen die wat mij betreft ook opgaan voor haar tweede album. Naarmate het album vordert slaat Claire Rosinkranz steeds weer net wat andere wegen in. Het ene moment is het weinig onderscheidend en nogal mainstream, maar het volgende moment gaat de Amerikaanse muzikante haar eigen weg en weet ze zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden van de bulk van de popzangeressen van het moment.

Zeker als Claire Rosinkranz wat invloeden uit de R&B toevoegt aan haar songs of kiest voor sober ingekleurde songs hoor je haar eigenzinnigheid maar ook haar talent. Claire Rosinkranz is volgens mij al behoorlijk succesvol, maar in artistiek opzicht kan ze volgens mij nog veel beter. Ik blijf haar ook na het prima My Lover in de gaten houden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Hemi Hemingway - Wings of Desire (2026) 4,0

24 februari, 15:50 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hemi Hemingway - Wings Of Desire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Hemi Hemingway - Wings Of Desire
De Nieuw-Zeelandse muzikant Hemi Hemingway heeft met Wings Of Desire een album gemaakt dat drie kwartier lang klinkt als een jaren 80 playlist en het is nog een hele goede en aangename 80s playlist ook

Tips van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out neem ik heel serieus en ik luisterde vrijdag daarom zo ongeveer als eerste naar het album van de Nieuw-Zeelandse muzikant Shaun Blackwell, die muziek maakt onder de naam Hemi Hemingway. Het is muziek die anders klinkt dan de vrouwelijke singer-songwriter die Flying Out me normaal gesproken adviseert, maar Wings Of Desire overtuigde me snel. Hemi Hemingway maakt op zijn tweede album geen geheim van zijn belangrijkste inspiratiebronnen, want luister naar Wings Of Desire en je waant je midden in de jaren 80. De songs van de Nieuw-Zeelandse muzikant zijn wat theatraal, maar wat klinkt het allemaal lekker. Wat kan nostalgie toch fijn zijn.

Uiteraard gaf de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records de afgelopen week hoog op over het nieuwe album van de eveneens Nieuw-Zeelandse muzikant Hemi Hemingway, maar ook de muziekpers in de Verenigde Staten was behoorlijk enthousiast over het tweede album van de muzikant uit de Nieuw-Zeelandse hoofdstad Wellington.

Hemi Hemingway, het alter ego van Shaun Blackwell, is onlangs weer teruggekeerd naar zijn vaderland, na een lang verblijf in het Verenigd Koninkrijk. Dat verblijf hoor je terug in zijn muziek die met enige regelmaat behoorlijk Brits klinkt. Bij mijn eerste beluistering van Wings Of Desire had ik vooral associaties met Britse muziek waar ik in de jaren 80 naar luisterde. Marc Almond, The The, ABC en Gavin Friday waren de eerste namen die bij me opkwamen, maar ik hoorde ook wel wat van David Bowie en Roxy Music.

Daar kan ik inmiddels nog een heleboel namen aan toevoegen, maar dat maakt deze recensie niet direct beter. Laat ik het er maar op houden dat de muziek van Hemi Hemingway zich heel stevig heeft laten beïnvloeden door muziek uit de jaren 80 en dat de Nieuw-Zeelandse muzikant hierbij een duidelijke voorkeur had voor muziek met veel expressie, drama en pathos.

Nu luister ik nog met enige regelmaat naar de muzikanten die ik hierboven wel noem, waardoor ik muziek die hier op voortborduurt meestal overbodig vind, maar het tweede album van Hemi Hemingway heeft wat, waardoor ik bij beluistering steeds enthousiaster werd over Wings Of Desire.

Zo is het album in muzikaal opzicht smaakvol en zeer gevarieerd ingekleurd. Het geluid van Hemi Hemingway is een gelaagd geluid dat bestaat uit een organische laag en een laag die vooral met elektronica is gevuld. Wanneer de elektronica overheerst zit je echt midden in de jaren 80, maar de organische klanken met hier en daar fraai saxofoon bijdragen hebben ook wel een jaren 70 sfeertje.

Wings Of Desire herinnert zoals gezegd aan een flink stapeltje albums uit de jaren 80, waaronder een aantal van mijn persoonlijke favorieten, maar de muziek van Hemi Hemingway klinkt niet oubollig of achterhaald, waardoor het album prima in het heden past.

Bij het over het algemeen volle geluid past een vol stemgeluid en daarover beschikt de Nieuw-Zeelandse muzikant zeker. Ook de stem van Hemi Hemingway zet aan tot associëren, maar uiteindelijk hoor ik een eigen geluid en het is een wat mij betreft een zeer aangenaam geluid, zeker als hij zich laat ondersteunen door vrouwenstemmen. De Nieuw-Zeelandse muzikant zingt met veel expressie en de nodige dramatiek, maar de zang op Wings Of Desire is ook mooi en veelzijdig.

Ik luister niet zo heel vaak naar nieuwe albums vol jaren 80 nostalgie en glam, maar Hemi Hemingway tekent op zijn tweede albums niet alleen voor een geluid vol herinneringen en een mooie stem, maar heeft ook een serie prima songs geschreven, die beter worden wanneer je ze vaker hoort.

Ik wandel vaak met een alternatieve jaren 80 playlist door de oortjes en Wings Of Desire blijkt een prima alternatief voor deze playlist en profiteert van de wat modernere productie van het album.

Bij eerste beluistering omarmde ik het album uit Nieuw-Zeeland nog als een ‘guilty pleasure’, maar inmiddels vind ik de songs, de muziek en de stem van Hemi Hemingway daar veel te goed voor. Ik laat albums als Wings Of Desire meestal liggen ten gunste van mijn eigen jaren 80 herinneringen, maar ik ben blij dat ik de muziek van Hemi Hemingway wel heb opgepikt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mirah - Dedication (2026) 4,0

23 februari, 16:32 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mirah - Dedication - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mirah - Dedication
Het is heel lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikante Mirah, maar met Dedication voegt de muzikante uit Brooklyn, New York weer een fraai en zeer interessant album toe aan haar zo bijzondere oeuvre

Ik heb al heel wat jaren een zwak voor de muziek van singer-songwriter Mirah, die inmiddels al meer dan 25 jaar haar eigen weg kiest. Ze heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album, dat voor het eerst vorm kreeg tijdens de coronapandemie en waarop ze onder andere wordt bijgestaan door Jenn Wasner (Wye Oak) en Meg Duffy (Hand Habits). Dedication is binnen het oeuvre van Mirah een behoorlijk toegankelijk album, maar de Amerikaanse muzikante graaft nog altijd dieper dan de meeste van haar collega’s en schrijft lekker eigenzinnige songs. Neem even de tijd voor het nieuwe album van Mirah en je hebt echt een heel mooi en overtuigend album in handen en het is een album waar de spotlights best even op gericht mogen worden.

De Amerikaanse muzikante Mirah Yom Tov Zeitlyn, beter bekend als Mirah, maakt inmiddels al meer dan 25 jaar muziek. Heel bekend is ze er tot dusver helaas niet mee geworden, maar iedereen die het werk van Mirah kent weet dat de muzikante uit Brooklyn, New York, hele interessante albums maakt.

Van deze albums vind ik C'mon Miracle uit 2004 duidelijk de beste, maar ook de andere albums van de Amerikaanse muzikante zijn zeker de moeite waard. Het zijn albums die meestal etiketten als indiefolk, indierock en lo-fi krijgen opgeplakt, maar ook het label singer-songwriter past wat mij betreft bij de muziek van Mirah.

De laatste jaren was het stil rond Mirah, waardoor het uit 2018 stammende en zeer overtuigende Understanding tot voor kort haar laatste wapenfeit was. Sindsdien kreeg de Amerikaanse muzikante te maken met het overlijden van haar vader, met de coronapandemie die haar stevig raakte in haar bestaan als muzikante en met het moederschap.

De aandacht voor de muziek verdween even naar de achtergrond, maar deze week keert Mirah gelukkig terug met een nieuw album. Dedication is in alle opzichten een typisch Mirah album en het is er een waar ik persoonlijk blij van word. Mirah is altijd een eigenzinnige muzikante geweest en dat is ze nog steeds. Het betekent zeker niet dat haar songs ontoegankelijk zijn, maar het zijn wel songs die een eigen weg zoeken, die wat stekeliger zijn dan gemiddeld in het genre en die zich niet laten vastpinnen op een genre.

Een aantal ingrijpende gebeurtenissen stonden de afgelopen jaren centraal in het leven van Mirah en deze krijgen een plek op Dedication, dat wederom een persoonlijk album is. Het is een album dat, net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, opvalt door de grote variëteit aan stijlen.

Mirah kan op Dedication uit de voeten met intieme folksongs, maar haar songs kunnen ook ruwer en gruiziger klinken of juist opschuiven richting behoorlijk toegankelijke pop of lastiger te doorgronden jazz. Het nieuwe album van de muzikante uit Brooklyn verwerkt ook dit keer bovendien invloeden uit heden en verleden. In een aantal songs klinkt Mirah als de indie folkies van het moment, maar ze schuwt ook een jaren 80 of 90 vibe niet.

Een intieme popsong als After The Rain met fraaie atmosferische klanken en hele mooie zang zou Mirah zomaar een groot publiek op kunnen leveren als het achter het juiste TikTok filmpje wordt geplakt, maar Dedication bevat ook een aantal net wat minder aanstekelijke songs, die weer minder in de smaak zullen vallen bij het TikTok publiek. Ik ben zelf niet vies van toegankelijke popsongs, maar juist als Mirah wat dieper graaft en net wat meer tegen de haren in strijkt vind ik haar songs zeer aansprekend.

Net als alle vorige albums van Mirah is Dedication een album dat je bij voorkeur een paar keer moet horen voor je een oordeel velt. Bij eerste beluistering valt lang niet alles op zijn plek en ik moet ook zelf altijd even wennen aan de zang van Mirah. Als liefhebber van haar muziek ben ik inmiddels een aantal keer horen verder en Dedication bevalt me uitstekend.

Mirah heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album dat hierdoor wat minder lo-fi klinkt dan een aantal van zijn voorgangers en bovendien een voorkeur heeft voor wat meer ingetogen songs. Een groot publiek gaat Mirah ook met Dedication vast niet bereiken, maar de liefhebber van eigenzinnige vrouwelijke muzikanten weet genoeg. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Daniel Lanois - Acadie (1989) 4,5

22 februari, 19:27 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Daniel Lanois - Acadie (1989) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Daniel Lanois - Acadie (1989)
Daniel Lanois is vooral bekend als producer, maar zijn eerste soloalbum uit 1989 mag er ook zijn, want ook Acadie heeft de mooie en unieke sfeer die ook het productiewerk van de Canadese muzikant en producer kenmerkt

Toen Daniel Lanois in 1989 zijn soloalbum Acadie uitbracht was hij een van de meest gevraagde producers van het moment. Die status dankte hij aan een stapeltje inmiddels tot klassiekers uitgegroeide albums. Zijn eigen albums zijn veel minder bekend, maar het in 1989 verschenen debuutalbum Acadie is misschien wel een van de mooiste producties van de Canadese producer. Acadie is een prachtig klinkend album, maar op zijn solodebuut laat Daniel Lanois horen dat hij ook aansprekende songs kan schrijven en vertolken en bovendien een getalenteerd gitarist is. Ik vind het nog altijd het beste soloalbum van Daniel Lanois en het past wat mij betreft tussen zijn grote producties uit die tijd.

De naam van de Canadese muzikant Daniel Lanois komt op deze website vaak voorbij. Ik besprak een aantal van zijn albums en ook als producer wordt hij een enkele keer genoemd. In de meeste gevallen noem ik de naam van Daniel Lanois echter als een album de sfeer van zijn legendarische producties heeft en dat gebeurt nogal eens.

Voor een grote muzikant en legendarisch producer is het cv van de Canadese muzikant eigenlijk redelijk beperkt. Hij maakte sinds het einde van de jaren 80 ongeveer tien albums, die lang niet allemaal in brede kring werden opgepikt, en ook het aantal albums dat hij produceerde is niet overdreven groot. Het dozijn onbetwiste klassiekers dat hij produceerde stamt bovendien uit een inmiddels redelijk ver verleden.

Ook het laatste album dat ik van Daniel Lanois oppikte, het overigens uitstekende Heavy Sun, is alweer vijf jaar oud. Naast Heavy Sun reken ik Shine uit 2003 tot mijn favoriete albums van Daniel Lanois, maar als ik mijn favoriete album moet kiezen, kom ik uit bij Acadie uit 1989.

Daniel Lanois was in de vijf jaar die vooraf gingen aan zij debuutalbum een veelgevraagd producer geworden. Hij begon in 1983 met het album van de Canadese band Martha & The Muffins, die ik alleen ken van hun single Echo Beach, maar via albums van onder andere Jon Hassell, Harold Budd en Brian Eno versterkte Daniel Lanois zijn reputatie.

Brian Eno vroeg hem voor de productie van The Unforgettable Fire van U2, waarna een fraai stapeltje albums met onder andere So van Peter Gabriel, The Joshua Tree van U2, het titelloze album van Robbie Robertson, Oh Mercy van Bob Dylan en Yellow Moon van The Neville Brothers volgde.

Op al deze albums hoor je dat Daniel Lanois begon in de ambient hoek, want al zijn albums hebben een bijzonder geluid en een al even bijzondere sfeer. Het is een sfeer die ook is te horen op het in 1989 verschenen solodebuut van Daniel Lanois, Acadie.

Daniel Lanois had U2 een flinke boost gegeven en mede hierom is de ritmesectie van de Ierse band te horen op het debuutalbum van de Canadese muzikant. Ook Brian Eno, Aaron Neville en rechterhand Malcom Burn zijn te horen op Acadie, dat in 1989 kon rekenen op uitstekende recensies.

Ook op Acadie hoor je het bijzondere geluid dat zo karakteristiek zou worden voor Daniel Lanois. Het is het geluid dat is te horen op de albums die hij voor Acadie maakte, maar je hoort het misschien nog wel beter op wat mij betreft zijn beste productie, Wrecking Ball van Emylou Harris.

Op Acadie laat Daniel Lanois niet alleen horen dat hij een uitstekende producer is, maar ook een geweldige gitarist en een competente zanger en songwriter. Ik luister nog wel met enige regelmaat naar de producties van Daniel Lanois, maar eigenlijk maar zelden naar zijn albums. Acadie blijft echter een uitstekend album en het is een album dat echt fantastisch klinkt.

Het geluid op het album is nog altijd de blauwdruk voor het unieke Daniel Lanois geluid, maar songs als Still Water, The Maker en Where the Hawkwind Kills blijven prachtsongs en ook sfeervolle en door Brian Eno beïnvloede tracks als White Mustang II blijven na al die al jaren makkelijk overeind., net als het prachtige, door Aaron Neville gezongen, Amazing Grace.

Daniel Lanois geeft ook een eigen en Canadese draai aan zijn soloalbum door een deel van de songs in het Frans te zingen. Op Spotify staat inmiddels een flink uitgebreide versie van het album, die laat horen dat Daniel Lanois bij het opnemen van zijn solodebuut niet over inspiratie te klagen had. Uiteindelijk toch redelijk onmisbaar dit eerste album van de Canadese muzikant. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tim Easton - fIREHORSE (2026) 4,0

22 februari, 16:04 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tim Easton - fIREHORSE - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tim Easton - fIREHORSE
De Amerikaanse muzikant Tim Easton heeft inmiddels een stuk of 15 albums op zijn naam staan, maar is nog steeds goed voor uitstekende albums, zoals hij ook weer laat horen op het deze week verschenen fIREHORSE

Ik had echt alk een flinke tijd niet meer naar een album van Tim Easton geluisterd, maar een aantal positieve recensies hebben me toch weer op het spoor gezet van de Amerikaanse muzikant. Met fIREHORSE heeft Tim Easton inderdaad een uitstekend album gemaakt. Samen met een aantal muzikanten uit de band van countryster Lainey Wilson tekent de gelouterde Amerikaanse muzikant voor een verrassend veelzijdig geluid, dat varieert van rauwe blues tot meer ingetogen folk. De band speelt geweldig, met een hoofdrol voor fraai gitaarwerk, en Tim Easton laat nog maar eens horen dat hij een getalenteerd zanger, songwriter en verhalenverteller is. Prima album.

Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van de Amerikaanse muzikant Tim Easton. Ik ken wel een aantal van zijn albums, maar die stammen uit 2001, 2003 en 2006 en zijn dus van voor het bestaan van deze website. Sindsdien had Tim Easton de pech dat mijn voorkeur voor vrouwelijke muzikanten binnen de Amerikaanse rootsmuziek steeds sterker werd, wat ten koste ging van de mannelijke muzikanten.

Gisteren las ik op de op Amerikaanse rootsmuziek gespecialiseerde website No Depression een mooi verhaal over het nieuwe album van Tim Easton en was mijn nieuwsgierigheid naar fIREHORSE gewekt. De afgelopen 20 jaar heb ik volgens mij niet naar muziek van Tim Easton geluisterd, maar zijn nieuwe album beviel me eigenlijk direct.

fIREHORSE, overigens gestoken in een werkelijk prachtige hoes, werd geproduceerd door multi-instrumentalist en producer Kevin Nolan uit Nashville, Tennessee. Deze Kevin Nolan speelt ook in de band van de fantastische Lainey Wilson (check haar album Whirlwind uit 2024) en rekruteerde direct ook de ritmesectie van haar band voor het nieuwe album van Tim Easton.

fIREHORSE opent prachtig met River, dat een donker en bluesy geluid laat horen. Het is een geluid dat zomaar van de hand van Daniel Lanois zou kunnen zijn en het is een track die niet zou hebben misstaan op een van de latere en wat bluesy albums van Bob Dylan. De ritmesectie speelt subtiel, maar alle aandacht gaat uit naar het lekker rauwe gitaarspel en de doorleefde stem van Tim Easton, die zich laat bijstaan door een vrouwenstem.

De Amerikaanse muzikant had van mij een heel album met dit soort bluesy tracks kunnen maken, maar net als de albums die ik van hem ken is ook fIREHORSE een album dat binnen de Americana op een breed terrein uit de voeten kan. De tweede track is een stuk lichtvoetiger dan de openingstrack en bevat meer invloeden uit de folk dan uit de blues. En ook op de rest van het album kan Tim Easton meerdere kanten op.

fIREHORSE bevat ingetogen songs met invloeden uit de folk en de country en wat ruwere songs met invloeden uit de blues en de rock. In alle songs laat Tim Easton horen dat hij een uitstekend songwriter is en bovendien een prima zanger. Ik heb nog altijd een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen, maar de stem van Tim Easton, die af en toe wat aan John Hiatt doet denken, bevalt me wel.

Het is een stem die ook goed past bij het snarenrijke geluid op fIREHORSE, dat werd opgenomen met een compacte band, die niet meer speelt dan nodig is. De ritmesectie speelt echt uitstekend, maar het veelkleurige gitaarspel op het album eist de meeste aandacht op en incidenteel zijn er de keyboards van Kevin Nolan.

Op het eerste gehoor klinkt het allemaal mooi maar ook oerdegelijk, want Tim Easton doet geen nieuwe dingen op zijn zoveelste album. fIREHORSE is echter wel een album dat het verdient om wat vaker beluisterd te worden. Dan hoor je beter hoe veelzijdig de songs op het album zijn en is er ook de tijd om te luisteren naar de verhalen die Tim Easton vertelt in zijn songs.

Albums als fIREHORSE van Tim Easton laat ik meestal liggen ten gunste van nieuw en vrouwelijk talent, maar ik heb het album inmiddels enkele malen met veel plezier beluisterd en daar gaat het zeker niet bij blijven. fIREHORSE is een prima album van de gelouterde Amerikaanse muzikant. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Delaney Bailey - Concave (2026) 4,0

22 februari, 16:03 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Delaney Bailey - Concave - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Delaney Bailey - Concave
Net als zoveel indiepop zangeressen zingt Delaney Bailey fluisterzacht, maar haar debuutalbum Concave valt in het genre op met betoverend mooie klanken, fantasierijke songs en een hele bijzondere sfeer

De Amerikaanse muzikante Delaney Bailey debuteerde vorige maand met Concave. Het is een album dat wat is ondergesneeuwd en dat is jammer, want de Amerikaanse muzikante tekent op haar eerste album voor een serie bijzondere songs. Het zijn songs die opvallen door fraaie klanken, een laag tempo en een wat bedwelmende sfeer. Het past perfect bij de zachte stem van Delaney Bailey, maar ze heeft ook een hele mooie stem. Hier en daar schuurt de muzikante uit Chicago tegen de indiepop van het moment aan, maar veel vaker is ze goed voor beeldende songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. Concave is echt veel te mooi om direct weer vergeten te worden.

Ik weet niet eens meer waar ik het precies tegen kwam, maar op een van de socal media platforms kwam ik een post tegen over het een maand geleden verschenen album van Delaney Bailey. Ik weet ook niet meer wat precies de inhoud was van de betreffende post, maar het maakte me direct nieuwsgierig naar het album, dat ik een maand geleden niet tegen ben gekomen in de lijsten met nieuwe albums.

Die nieuwsgierigheid bleek terecht, want Delaney Bailey maakt het soort muziek waar ik gek op ben. Concave is het debuutalbum van Delaney Bailey, die in 2022 een mini-album uitbracht. Ik weet inmiddels dat de Amerikaanse muzikante, die opgroeide in Indiana en inmiddels Chicago als thuisbasis heeft, na dit mini-album ook nog twee EP’s uitbracht en dat haar muziek in kleine kring kon rekenen op zeer positieve recensies.

Haar single j’s lullaby (darlin’i’d wait for you) haalde zelfs een lijst van de New York Times met de beste songs van 2022 en werd inmiddels bijna 150 miljoen keer gestreamd. De aantallen voor de tracks op haar debuutalbum zijn vooralsnog bescheiden, maar ik weet zeker dat het goed gaat komen met het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, als gerechtigheid bestaat tenminste.

Delaney Bailey dook tijdens de coronapandemie op het intieme bedroom pop, maar inmiddels klinkt haar muziek een stuk voller. De muziek op Concave duwt de Amerikaanse muzikante direct richting een eigen geluid. Het album is voorzien van een redelijk vol maar ook ruimtelijk geluid, dat zowel vertrouwt op organische als op elektronische klanken en dat een uitbarsting niet schuwt.

Het is een toegankelijk geluid dat zich heeft laten beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek en dat zowel invloeden uit de jaren 80 en 90 als invloeden uit het heden bevat. Bij eerste beluistering viel Concave me in muzikaal opzicht niet direct op, al vond ik het album wel direct aangenaam klinken. Het debuutalbum van Delaney Bailey wint in muzikaal opzicht wel snel aan kracht.

Het klinkt allemaal verzorgd en aantrekkelijk, maar de muziek van Concave voorziet de songs van de Amerikaanse muzikante ook van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die wordt versterkt door het over het algemeen genomen wat lage tempo op het album. Het is een wat donkere en licht broeierige sfeer, maar Delaney Bailey grijpt af en toe ook nog wel terug op de intieme bedroom pop van haar eerste releases.

Intiem zijn ook de teksten van de Amerikaanse muzikante, die in de meeste gevallen gaan over ingrijpende gebeurtenissen in haar leven. Zeker de wat atmosferisch klinkende songs op het album hebben een behoorlijk bezwerend karakter en dit wordt weer versterkt door de zang van Delaney Bailey.

Het is de stem van de Amerikaanse muzikante die van een goed album een uitstekend album maakt. De zang van Delaney Bailey is over het algemeen zacht en dromerig, maar ik vind haar stem ook verleidelijk, zeker wanneer je een subtiel ruw randje hoort.

Het is allemaal op zijn mooist wanneer het tempo in zowel de zang als de muziek nog wat verder omlaag gaat en het geluid op Concave nog wat onderscheidender wordt. Bij beluistering met de koptelefoon wordt het allemaal nog wat mooier, want dan hoor je pas goed hoe mooi de stem van Delaney Bailey is en hoe subtiel maar ook trefzeker de muziek op dit prachtige album is. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Megan Moroney - Cloud 9 (2026) 4,5

21 februari, 12:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Megan Moroney - Cloud 9 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Megan Moroney - Cloud 9
De Amerikaanse muzikante Megan Moroney maakte de afgelopen jaren twee fantastische countrypop albums en ook het deze week verschenen en nog wat betere Cloud 9 kan ik echt met geen mogelijkheid weerstaan

Lucky en Am I Okay? van Megan Moroney zijn van die countrypop albums waarop echt alles klopt. Het zijn albums vol aansprekende popsongs met ruim voldoende country, albums met een warm en gloedvol geluid en albums met een stem waarvoor je alleen maar kunt smelten. Het zijn ingrediënten die allemaal terugkeren op Cloud 9, waarop de muzikante uit Nashville, Tennessee, haar geluid heeft geperfectioneerd, maar zonder concessies te doen. Cloud 9 klinkt vanaf de eerste noten vertrouwd en houdt 15 songs een zeer hoog niveau vast. Megan Moroney is inmiddels groot in de Verenigde Staten en verdient dezelfde status in Nederland, want countrypop hoor je echt niet beter dan dit.

Megan Moroney maakte met Lucky uit 2023 en Am I Okay? uit 2024 wat mij betreft twee van de allerbeste countrypop albums van de afgelopen jaren. De uit Savannah, Georgia, afkomstige muzikante ambieerde al op jonge leeftijd een carrière in de muziek, maar maakte eerst haar opleiding af, voordat ze in 2020 naar Nashville verhuisde. Daar ging het vervolgens snel en een paar jaar later is Megan Moroney een van de grote sterren van de Nashville countrypop.

Dat is volkomen terecht, want Megan Moroney heeft veel te bieden. Ze schrijft het soort songs dat je na één keer horen niet meer kunt vergeten en het zijn songs waarin invloeden uit de country en pop in nagenoeg perfecte verhoudingen worden gemengd. Invloeden uit de country domineren in de muziek van Megan Moroney, maar de Amerikaanse muzikante verwerkt deze invloeden in perfecte songs.

Het sterkste wapen van Megan Moroney is nog niet benoemd, want dat is haar onweerstaanbaar lekkere stem. Het is een stem die is gemaakt voor de countrypop die ze maakt, maar het is ook een stem met een prachtig ruw randje. Dat haar teksten vooral over foute mannen gaan en alle clichés uit de countrymuziek aanraken maakt mij niet zoveel uit.

Ik viel als een blok voor Lucky en vond Am I Okay? nog beter. Beide albums haalden met gemak de top 5 van mijn jaarlijstje, maar grappig genoeg duiken ze ook allebei op in de top 10 van de meest bezochte recensies aller tijden op de krenten uit de pop. Vorig jaar verscheen een livealbum van de tour die haar ook naar de Amsterdamse Melkweg bracht, maar het deze week verschenen Cloud 9 is het echte derde album van Megan Moroney.

De muzikante uit Nashville heeft wederom gekozen voor artwork waarvan het glazuur van je tanden springt en ook verder is er niet zo veel veranderd op het derde album van Megan Moroney. Ook Cloud 9 voelt direct vanaf de eerste noten aan als een warm bad. Het album bevat misschien een vleugje meer pop dan zijn twee voorgangers, maar de hoeveelheid country in de muziek van Megan Moroney is nog altijd dik in orde.

Je hoort goed dat de muzikante uit Nashville een wat ruimer budget heeft voor het opnemen van haar muziek dan een paar jaar geleden, want wat klinkt Cloud 9 fantastisch. Het wederom door Kristian Bush geproduceerde album is voorzien van een warm en zeer smaakvol geluid, dat aansluit bij de conventies van de Nashville pop van het moment, maar dat ook voldoende authentiek klinkt.

Nog meer dan op de vorige twee albums staat de stem van Megan Moroney centraal op Cloud 9 en wat heb ik veel met deze stem. Ik was weer direct in katzwijm toen de eerste noten uit de speakers kwamen en dat bleef 15 songs en ruim vijftig minuten zo. De stem van Megan Moroney heeft op mij hetzelfde effect als de stem van Kacey Musgraves en laat die nou opduiken voor een fraai duet.

Het album bevat overigens ook een duet met Ed Sheeran, maar op duetten met de Britse muzikant moet wat mij betreft zo snel mogelijk een verbod worden ingesteld. Het zorgt voor het enige minpuntje op het uitstekende Cloud 9. De muziek op Cloud 9 klinkt prachtig en de stem van Megan Moroney is echt fantastisch op haar nieuwe album, maar ze tekent ook wederom voor een flinke serie 24-karaat popsongs.

Het zijn songs waarin wederom een blik foute mannen wordt opengetrokken, maar het zijn ook songs die na één keer horen voorgoed in het geheugen zitten. De lat lag na Lucky en Am I Okay? extreem hoog voor Megan Moroney, maar ze gaat er weer met gemak overheen. Wat een onweerstaanbaar lekker album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Morgan Myles - Laced (2026) 4,0

19 februari, 20:52 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morgan Myles - Laced - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Morgan Myles - Laced
Morgan Myles is, zeker in Europa, nog niet heel bekend, maar met haar tweede album Laced heeft de muzikante uit Nashville een in kwalitatief opzicht hoogstaand album gemaakt met veel country, een vleugje pop en een geweldige stem

Het valt niet mee om bij te blijven in de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, want wekelijks verschijnen stapels nieuwe albums. Albums in het genre vallen daarom makkelijk tussen wal en schip en er zitten albums tussen die echt veel te mooi zijn om direct weer vergeten te worden. Laced van Morgan Myles is absoluut zo’n album. Het is een album dat in muzikaal en productioneel opzicht staat als een huis en dat vol staat met songs die zich direct in het geheugen nestelen. Het zijn songs met veel Amerikaanse rootsmuziek en een beetje pop en het zijn songs die worden gedragen door de heerlijke stem van Morgan Myles, die met Laced echt een fantastisch album heeft gemaakt.

Ik heb de afgelopen jaren een stevig zwak ontwikkeld voor countrypop en ook in 2026 laat ik me vooralsnog makkelijk verleiden door albums in het genre. Morgen verschijnt het nieuwe album van Megan Moroney en dat is wat mij betreft een van de smaakmakers in het genre, maar gelukkig dient zich ook continu nieuw talent aan.

Het is dringen binnen de countrypop van het moment, maar ik ben wel redelijk kieskeurig in het genre. Ik hoor graag wat meer country dan pop (minimaal een verhouding 60-40), heb een zwak voor lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs en heb verder een voorkeur voor de meer karakteristieke en vaak wat ruwere stemmen. Dat er in tekstueel opzicht met clichés wordt gestrooid, en dat is redelijk gangbaar in het genre, maakt me dan weer niet zoveel uit.

Door deze criteria heb ik dit jaar al flink wat countrypop albums opzij gelegd, maar ik ben wel zeer gecharmeerd van Laced van Morgan Myles. Ik was haar naam nog niet eerder tegengekomen en omdat ik de ontwikkelingen binnen de countrypop redelijk goed volg ging ik uit van nieuw talent. Dat blijkt niet te kloppen, want Morgan Myles draait naar verluidt al een kleine twintig jaar mee en debuteerde in 2020 met het album Therapy.

Het is een album dat werd geïnspireerd door een aantal heftige gebeurtenissen in het leven van Morgan Myles, die opgroeide in Williamsport, Pennsylvania, maar inmiddels Nashville, Tennessee als thuisbasis heeft. De Amerikaanse muzikante, die eerder de aandacht trok met haar deelname aan de Amerikaanse versie van The Voice, gebruikte muziek als therapie, wat de titel van haar debuutalbum verklaart.

Ik heb Therapy in 2020 niet opgemerkt, maar met de kennis van nu zou ik Morgan Myles waarschijnlijk een grote belofte voor de toekomst hebben genoemd. Die belofte komt er uit op het deze week verschenen Laced, dat nog een stuk beter is dan het destijds in Europa nauwelijks opgemerkte debuutalbum.

Laced heeft wat mij betreft alles dat een goed countrypop album moet hebben. Het is een album met flink meer country dan pop, een album met aansprekende songs en Morgan Myles beschikt ook nog eens over een fantastischee stem, die niet lijkt op het gros van de stemmen in het genre. Dat haar teksten ook nog eens ergens over gaan is goed voor bonuspunten.

Laced is een album dat zich zeker niet beperkt tot de countrypop. Morgan Myles is niet vies van een wat steviger rockgeluid, maar voegt ook jazzy en andere accenten toe aan haar geluid. De competente muzikanten die haar begeleiden zetten een fraai geluid neer waarin de pop het echt verkiest van de country (en de rock) en dat klinkt geweldig, zeker als de gitaren het voortouw nemen.

Het mooist aan Laced van Morgan Myles vind ik echter de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die lekker ruw klinkt, maar ook voldoende emotie laat horen. Het is een behoorlijk krachtige stem, maar de Amerikaanse muzikante kan gelukkig ook doseren.

Ze doet dit in zeer aansprekende songs, die makkelijk blijven hangen en die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Morgan Myles is zeker geen nieuwkomer en dat blijkt ook wel uit de uitstekende muzikanten en songwriters die ze om zich heen heeft verzameld, waaronder een aantal van naam en faam. De gloedvolle productie van de met een Grammy beloonde Ross Hogarth is de kers op de taart. Ik lees, zeker in Nederland, nog nauwelijksiets over Laced van Morgan Myles, maar dit is echt een uitstekend rootsalbum met veel rock en een subtiel randje pop. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

U2 - Days of Ash EP (2026) 3,5

18 februari, 21:24 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: U2 - Days Of Ash - EP - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: U2 - Days Of Ash - EP
De laatste keer dat U2 me wist te verrassen met goede muziek kan ik me nauwelijks herinneren, maar met de vandaag uit het niets verschenen EP Days Of Ash raakt de Ierse band wat mij betreft de juiste snaar

Het vandaag verschenen Days Of Ash bevat zes, of eigenlijk vijf, nieuwe songs van U2. Ik ga niet beweren dat de Ierse band in de buurt komt van haar allerbeste werk, want dat is niet zo, maar Days Of Ash is wat mij betreft het beste dat U2 in vele, vele jaren heeft gemaakt. De EP bevat voor mij vier prima songs en het zijn songs die zich uitspreken over het onrecht in de wereld van het moment. Alleen dat al levert bonuspunten op voor U2, maar voor het eerst in lange tijd heb ik weer eens met plezier naar nieuwe muziek van U2 geluisterd. Respect dus.

Ik ben al een jaar of vijfentwintig of zelfs nog tien jaar langer niet meer geïnteresseerd in nieuwe muziek van U2. De Ierse band maakte vooral met Boy, War, The Unforgettable Fire, The Joshua Tree en Achtung Baby albums die ik hoog heb zitten of zelfs reken tot mijn 100 favoriete albums aller tijden, maar zeker de album die de Ierse band de afgelopen 25 jaar maakte konden mij totaal niet boeien.

Slappe en ongeïnspireerde albums die wat mij betreft niet eens in de buurt kwamen van de grauwe middelmaat. Ik had er niet op gerekend dat dit nog ooit zou veranderen, maar vandaag is uit het niets een nieuwe EP van de band verschenen met zes nieuwe songs en het bevalt me eigenlijk wel.

Days Of Ash is een EP met een aantal politiek getinte songs. U2 spreekt zich met veel vuur uit over oorlogsmisdadigers als Putin en Netanyahu en ook de malloot die momenteel zetelt in het Witte Huis krijgt een verdiende veeg uit de pan voor het ondermijnen van de democratie en het schenden van mensenrechten.

Ik werd in het verleden wel eens moe van wereldverbeteraar met Messias-neigingen Bono, maar op het moment is wat politiek activisme in de muziek wel op zijn plaats. In tekstueel opzicht is het nieuwe werk van U2 dan ook dik in orde, maar toch wel enigszins tot mijn verbazing is Days Of Ash ook in muzikaal opzicht helemaal niet zo slecht.

Daarmee doe ik de Ierse band zelfs nog wat tekort, want eerlijk gezegd vind ik minstens een aantal van de nieuwe songs van U2 best te pruimen. Dat geldt zeker voor opener American Obituary dat qua ruwe energie wel wat doet denken aan de band in haar jonge jaren en dat ook in muzikaal opzicht lekker stevig klinkt. Het heeft een beetje een Achtung Baby vibe en daar is niets mis mee.

The Tears Of Things is juist verrassend ingetogen, maar wederom weet U2 te overtuigen, zeker wanneer de akoestische gitaren worden vervangen door fantasierijk gitaarspel van The Edge en gloedvolle vocalen van Bono. Songs Of The Future is weer wat minder opvallend, maar wel lekker aanstekelijk, met wederom een prima rol voor The Edge, die de tweede helft van de track optilt.

Wildpeach is meer een intermezzo met gesproken woord, maar met One Life At A Time pakt de Ierse band de goede vorm weer op met een song die past bij het album dat U2 helemaal aan het begin van dit millennium maakte. Afsluiter Yours Eternally met onder andere Ed Sheeran hoeft van mij dan weer niet, al is wederom het gitaarwerk van The Edge dik in orde.

Met vier prima songs laat U2 wat mij betreft wel horen dat er nog leven in de band zit en het was een tijd geleden dat ik dat op de plaat gehoord had. Veel te veel muzikanten houden zich op het moment stil en spreken zich niet uit tegen de groep heren op leeftijd die democratieën ondermijnen en verantwoordelijk zijn voor talloze onschuldige doden. U2 spreekt zich gelukkig wel uit en doet het met haar beste muziek in jaren. Ik vind Days Of Ash een groot deel van de tijd een flinke verrassing. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ão - Malandra (2026) 4,0

18 februari, 16:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ão - Malandra - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ão - Malandra
De Belgische band Ão baarde in 2023 opzien met een bijzonder fraai klinkend debuutalbum en zet een volgende stap op Malandra, waarop het bijzondere of zelfs unieke geluid van de band nog wat spannender klinkt

Ao Mar van Ão kreeg tot mijn eigen verbazing geen plek in mijn jaarlijstje over 2023, maar ik vind het toch echt een van de meest bijzondere albums van het betreffende jaar. De Belgische band liet op haar debuutalbum een veelkleurig geluid horen waarin invloeden uit de Portugese en Braziliaanse muziek centraal stonden, maar er van alles bij werd gesleept. Het is muziek die werd gedragen door de stem van zangeres Brenda Corijn, die ook weer schittert op het deze week verschenen tweede album van Ão. Dat doen ook haar medemuzikanten, die het geluid van de band uit Brussel nog wat eigenzinniger hebben gemaakt met bijzondere elektronische en ritmische impulsen.

In de herfst van 2023 besprak ik het debuutalbum van de Belgische band Ão en in mijn recensie van Ao Mar was ik behoorlijk lovend over de muziek van de band uit Brussel. Het is een album dat moeilijk was te verenigen met de toch wat grauwe Belgische hoofdstad, want de muziek van Ão klonk zwoel en zomers en riep eerder associaties op met tropische palmenstranden dan met een grote Noord-Europese stad in de herfst.

Ão omschreef haar muziek zelf als een mix van saudade (dat weer een mix van Portugese en Braziliaanse muziek is), indie, elektronica en folk en dat was een prima omschrijving. Het door de band aangedragen vergelijkingsmateriaal dat bestond uit Madredeus, Lhasa De Sela, FKA Twigs, Arooj Aftab en James Blake vond ik niet allemaal even treffend, al is het maar omdat Ão op haar debuutalbum muziek maakte die anders klonk dan alle andere muziek van dat moment.

Het is even verleidelijke als subtiele en avontuurlijke muziek, waarop bijzondere klanken en arrangementen in dienst staan van de bijzonder mooie stem van zangeres Brenda Corijn die op het debuutalbum van Ão soms in het Engels maar vooral in het Portugees zingt en meedogenloos verleidt met zwoele klanken.

De Belgische band keert deze week terug met haar tweede album Malandra. Het is een album dat in eerste instantie verder gaat waar het fraaie debuutalbum tweeënhalf jaar geleden ophield. Direct van af de eerste noten is er de bijzonder mooie stem van Brenda Corijn, die zacht maar met veel gevoel zingt.

De Belgische muzikante met Portugese en Mozambikaanse wortels kiest ook op het tweede album van de band uit Brussel vooral voor het Portugees, maar ook Malandra bevat een Engelstalige track. Door de zang klinkt het tweede album van Ão direct vertrouwd, maar ook in muzikaal opzicht laat de Belgische band een deels bekend geluid horen.

Door het gebruik van de Portugese taal heeft ook Malandra weer veel raakvlakken met genres als saudade en fado, maar de band verwerkt ook dit keer meerdere invloeden in haar muziek. Op het eerste gehoor lijkt de muziek van Ão vooral subtiel en volledig in dienst te staan van de stem van Brenda Corijn, maar luister wat beter naar het album en je hoort, net als op het debuutalbum, veel fraaie accenten en bijzondere wendingen.

Ik luister niet al te vaak naar muziek als die op Malandra en het is muziek die zich wel wat buiten mijn muzikale comfort zone begeeft, maar net als tweeënhalf jaar geleden was ik direct gecharmeerd van de muziek van de Brusselse band. Ão is in die tweeënhalf jaar zeker niet stil blijven staan, want ik vind Malandra nog net wat mooier en spannender dan zijn voorganger.

Zeker als de Belgische band speelt met ritmes en elektronica krijgt hun muziek een nog wat bezwerender effect en is fantaseren over een warme en onbezorgde zomer bijna niet te voorkomen. Net als het debuutalbum van Ão is ook album nummer twee een album vol tegenstellingen. De muziek van de band kan je het ene moment zwoel laten meewaaien op een tropisch briesje, om het volgende moment toch weer verrassend avontuurlijk of zelfs tegendraads te klinken.

De stem van Brenda Corijn heb ik al enkele malen geroemd, maar ook de muzikale bijdragen van Jolan Decaestecker, Siebe Chau en Bert Peyffers mogen niet onvermeld blijven. Eerstgenoemde tekende ook nog eens voor de fraaie productie van dit ijzersterke tweede album van Ão. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Charli XCX - Wuthering Heights (2026) 4,0

18 februari, 12:24 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Charli xcx - Wuthering Heights - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Charli xcx - Wuthering Heights
Charli xcx veroverde in 2024 de wereld met haar grootse popalbum Brat, maar keert nu terug met een donkere, bij vlagen experimentele, maar ook fascinerende soundtrack bij de film Wuthering Heights

Bij een verfilming van een boek uit 1847 denk je niet snel aan een soundtrack die is gemaakt door de Britse popster Charli xcx, maar haar naam prijkt wel degelijk op de cover van de soundtrack van de film Wuthering Heights. Het is een soundtrack met een aantal redelijk toegankelijke popsongs, maar Charli xcx graaft ook verrassend diep op het deze week verschenen album. Het is een donker album dat uiteraard met enige regelmaat kiest voor filmische klanken met veel strijkers, maar het kan op Wuthering Heights alle kanten op. Ik had persoonlijk echt helemaal niets met Brat, maar deze soundtrack spreekt me in alle opzichten aan.

Ik heb het echt talloze keren geprobeerd, maar ik had in 2024 maar geen ‘Brat summer’. Ik ben zeker niet vies van pop, sterker nog, ik hou zielsveel van pop, maar Brat van Charli xcx wilde mij in de zomer van 2024 maar niet overtuigen. Toen het album aan het eind van 2024 zo ongeveer alle jaarlijstjes aanvoerde heb ik het nog heel vaak geprobeerd, want een aantal gerespecteerde critici konden het toch niet zo mis hebben, maar ook aan het eind van 2024 viel ik niet voor het album van de Britse muzikante, wiens andere albums ik overigens niet ken.

Charli xcx duikt deze week op met de opvolger van Brat, al is het waarschijnlijk niet de reguliere opvolger van het zo succesvolle album. Wuthering Heights is immers de soundtrack bij de gelijknamige film, maar heeft wel de naam van Charli xcx op de cover staan.

De verfilming van het legendarische boek van Emily Brontë krijgt tot dusver niet al te goede recensies en na mijn mindere ervaringen met Brat had ik ook van de soundtrack geen hoge verwachtingen. Ten onrechte, want ik heb wel wat met de door Charli xcx gemaakte soundtrack bij de verfilming van Wuthering Heights.

Het is een soundtrack die op bijzondere wijze opent met House, een track waarin het gesproken woord van de legendarische John Cale domineert en wordt begeleid door spookachtige klanken. Charli xcx luisterde naar verluidt maanden lang naar de muziek van The Velvet Underground en kon vervolgens alleen John Cale vragen voor de openingstrack van de soundtrack.

De rol van de Britse muzikante is bescheiden in de openingstrack, maar in de tweede track eist ze de vocale hoofdrol op. Het is een stemmige en tegelijkertijd ook duistere track, waarin de violen aanzwellen en Charli xcx overtuigt met haar stem.

In de derde track horen we voor het eerst de van haar bekende pop, maar waar de songs op Brat mij niet wisten te pakken is het dit keer direct raak. De met wat flink wat elektronica ingekleurde popsong is buitengewoon catchy, maar is door de bijzondere sfeer ook interessant.

Waar Charli xcx op Brat vooral koos voor de zomerse klanken, is de soundtrack van Wuthering Heights behoorlijk donker. Het is een soundtrack met een aantal popsongs, maar ook een aantal behoorlijk ingetogen ballads. Het zijn ballads waarin de stem van Charli xcx wordt ondersteund met flink wat elektronica en filters, maar ze overtuigt me dit keer wel als zangeres.

Vergeleken met Brat valt vooral de kwaliteit van de songs me op. Ik ken Charli xcx toch vooral van de stampers, maar op het nieuwe album graaft ze meer dan eens verrassend diep. Het album is op hetzelfde moment ook een typische soundtrack, wat je hoort in de vele violen die zijn ingezet en zorgen voor de muzikale begeleiding van de heftige passages in de film.

Vergeleken met Brat zijn de songs op Wuthering Heights behoorlijk experimenteel. Dat hoor je in de muziek en in de arrangementen, maar ook op haar soundtrack kan Charli xcx makkelijk overschakelen naar popsongs. Die kan ik vooralsnog niet rijmen met een film die ergens in de 19e eeuw speelt, maar misschien moet ik de film toch maar gaan zien.

Hoogtepunt van het album is wat mij betreft het duet met Sky Ferreira (we wachten inmiddels al dertien jaar op haar tweede album), een track met een intensiteit om bang van te worden. Het is de kroon op een album dat me echt in positieve zin heeft verrast en dat me alsnog fan maakt van Charli xcx, die ik tot dusver misschien toch niet op de juiste waarde heb geschat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Momoko Gill - Momoko (2026) 4,5

17 februari, 18:04 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Momoko Gill - Momoko - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Momoko Gill - Momoko
Momoko Gill is een zeer getalenteerde muzikante en een geweldige zangeres en levert na het vorig jaar verschenen Clay, dat ze maakte met Matthew Herbert, nu met Momoko een bijzonder knap en wonderschoon solodebuut af

Bij eerste beluistering van Momoko van Momoko Gill was ik vooral onder de indruk van de stem van de Britse muzikante. Het is een jazzy stem, maar ook een stem met veel soul. Alleen door de stem van Momoko Gill vond ik haar solodebuut al een topalbum, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album dat zich beweegt tussen jazz, R&B en soul en elektronische muziek. Het is muziek vol hoogstandjes, maar op een of andere manier klinken de songs van Momoko Gill ook toegankelijk. De Britse muzikante beweegt zich op zich wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar op een of andere manier intrigeert het debuutalbum van Momoko Gill me hopeloos.

De Britse componist, multi-instrumentalist en zangeres Momoko Gill maakte vorig jaar met de Britse muzikant en producer Matthew Herbert het album Clay. Het in de zomer van 2025 verschenen Clay is een bijzonder indrukwekkend album met muziek die zich niet in een hokje laat duwen. Het is in muzikaal opzicht een razend spannend en knap album, maar het is ook een album waarop Momoko Gill diepe indruk maakt als zangeres.

Er is eigenlijk maar één ding jammer aan het album van Momoko Gill en Matthew Herbert en dat is het feit dat ik dit bijzondere album pas deze week heb ontdekt. Ik kwam Clay op het spoor dankzij het deze week verschenen solodebuut van Momoko Gill, dat door Matthew Herbert werd opgenomen, maar door de Britse muzikante zelf werd geproduceerd.

Clay en het deze week verschenen Momoko hebben één ding gemeen en dat is de echt prachtige stem van Momoko Gill, die zich in één klap schaart onder de beste Britse zangeressen van het moment. In de openingstrack, eigenlijk meer een ouverture, lijkt de Britse muzikante nog even verder te gaan waar haar samenwerking met Matthew Herbert vorig jaar ophield, maar Momoko begeeft zich al snel op andere terreinen, al gaat de vergelijking met Clay zeker niet altijd mank.

De Britse muzikante was de afgelopen jaren als multi-instrumentalist en zeker als drummer te horen op een aantal aansprekende Britse jazzalbums en ook haar debuutalbum staat vol muzikaal vuurwerk. De namen die opduiken in de imposante lijst met credits zeggen me eerlijk gezegd niet zoveel, maar ik volg de Britse jazz ook zeker niet op de voet. Uit een aantal recensies begrijp ik dat Momoko Gill zich op haar debuutalbum heeft omringd met de crème de la crème van de Britse jazzscene en dat is te horen.

De muziek op Momoko is echt prachtig en is het grootste deel van de tijd gelukkig niet het soort jazz waar ik nerveus van word. Veel songs op het debuutalbum van Momoko Gill vallen in de categorie lome jazz met uitstapjes richting soul, R&B en psychedelica. Het blijft jazz, wat betekent dat er wel heel veel noten tegelijk worden gespeeld, maar het zit me in tegenstelling tot veel andere jazzmuziek niet in de weg.

Bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe geweldig bijvoorbeeld het drumwerk is, maar ook alle andere instrumenten klinken echt prachtig en bouwen samen een even spannend als gloedvol geluid op. Wanneer Momoko Gill de organische klanken verruilt voor elektronica doen de invloeden uit de jazz een stapje terug en komt Portishead in beeld als vergelijkingsmateriaal, wat minstens even fascinerend klinkt.

De songs van Momoko Gill zitten knap in elkaar en zijn vaak behoorlijk complex, maar ik vind de songs van de Britse muzikante over het algemeen genomen ook toegankelijk. In muzikaal opzicht vraagt Momoko flink wat aandacht en energie en ook de songs van de Britse muzikante vereisen aandachtige beluistering, maar uiteindelijk draait wat mij betreft alles om de stem van Momoko Gill.

Het is een stem die vorig jaar opzien baarde op het album dat ze samen met Matthew Herbert maakte, maar op Momoko vind ik de zang van de muzikante uit Londen nog net wat mooier. Momoko Gill zingt niet alleen loepzuiver, maar beschikt ook over een warme stem, die nog een prachtige laag toevoegt aan haar fascinerende muziek, die iedere keer als je denkt te weten waar je aan toe bent nog een keer van kleur verschiet. Wat een album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Steph Strings - Feel Alive (2026) 4,0

17 februari, 07:40 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Steph Strings - Feel Alive - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Steph Strings - Feel Alive
De Australische muzikante Steph Strings heeft de afgelopen jaren een stevige live-reputatie opgebouwd en levert nu met Feel Alive een ijzersterk debuutalbum af met zowel rootsmuziek als pop en rock

Ik zag de naam Steph Strings een paar weken geleden voor het eerst opduiken in de nieuwsbrief van een Amerikaanse muziekpromotor en ging er eerlijk gezegd van uit dat het een singer-songwriter uit Nashville betrof. Steph Strings komt echter uit het Australische Melbourne en heeft in eigen land en in de Verenigde Staten inmiddels een uitstekende reputatie. Met haar debuutalbum Feel Alive kan ze ook Europa aan haar zegekar binden, want het debuutalbum van Steph Strings is een zeer aansprekend debuutalbum. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek centraal staat, maar de Australische muzikante geeft ook een frisse draai aan haar uitstekende songs.

Ik luister iedere week naar flink wat nieuwe albums, maar in geen enkel genre is het aantal nieuwe albums voor mij zo groot als binnen de (Amerikaanse) rootsmuziek. Nu is het natuurlijk een behoorlijk breed genre, maar ik heb ook relatief veel volgers die het genre een warm hart toe dragen, wat wekelijks zorgt voor de nodige aanbevelingen.

Hiertussen zitten flink wat albums die ik zelf waarschijnlijk nooit zou hebben opgemerkt, maar die ik gelukkig toch heb ontdekt. Feel Alive van Steph Strings is zo’n album. Het album kwam bij mij op de radar via een Amerikaanse promotor van rootsmuziek, maar Steph Strings blijkt een Australische muzikante.

Ik hoorde haar naam onlangs pas voor het eerst, maar ze is bekender dan ik dacht. Zo staat ze in april in de grote zaal van Paradiso, wat voor de meeste rootsmuzikanten te hoog gegrepen is en zeker voor debuterende rootsmuzikanten, die het meestal moeten doen met de kleinere zalen.

Feel Alive is misschien het debuutalbum van Steph Strings, maar ze staat al meer dan tien jaar met veel succes op het podium en heeft lang gewerkt aan haar eerste album. Ik begrijp inmiddels wel waarom Steph Strings een wat breder publiek weet aan te spreken dan de meeste van haar collega’s. Met Feel Alive heeft ze immers een aansprekend album gemaakt, dat binnen de rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan.

Toen ik het album vluchtig beluisterde hoorde ik bij vlagen behoorlijk traditioneel klinkende rootsmuziek met vooral invloeden uit de folk en de country en volop aansprekend snarenwerk, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord weet ik dat Steph Strings ook uit de voeten kan met pop en rock.

Voor het echt geweldige snarenwerk tekent de muzikante uit Melbourne overigens zelf, waardoor ze op het Internet volkomen terecht singer-songwriter en gitariste of zelfs multi-instrumentaliste wordt genoemd. Haar gitaarwerk is keer op keer bijzonder knap, maar ook veelkleurig.

In een aantal tracks op Feel Alive laat Steph Strings (mooie achternaam voor een gitariste trouwens) soms lekker ruw gitaarwerk vol twang horen, maar ze speelt ook virtuoze of opvallend subtiele akkoorden. Ook als het gitaarwerk achterwege blijft en de Australische muzikante kiest voor de piano, is de muziek op het debuutalbum van de Australische muzikante zeer trefzeker.

Feel Alive laat goed horen waarom Steph Strings in eigen land en in de Verenigde Staten al enige tijd een gerespecteerd muzikante is. In muzikaal opzicht klinkt Feel Alive degelijk, maar bijzondere accenten zijn nooit ver weg op het album en meestal komen ze van de gitaren van Steph Strings zelf.

Nu ik het album wat vaker heb gehoord vind ik het geluid van de muzikante uit Melbourne zeker onderscheidend en dat geldt vooral voor de songs die wat buiten de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek kleuren. Ook in de songs hoor je dat de Australische muzikante al langer muziek maakt, want de songs klinken niet alleen mooi maar blijven ook makkelijk hangen en zitten goed in elkaar.

Steph Strings heeft niet alleen een serie uitstekende en vaak persoonlijke songs geschreven, maar ze vertolkt ze ook op overtuigende wijze. De Australische muzikante beschikt over een mooie en interessante stem, die niet al te standaard klinkt en die ook voldoende gevoel bevat. Al met al een uitstekend debuutalbum van deze Australische muzikante. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Howling Bells - Strange Life (2026)

16 februari, 17:16 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Howling bells - Strange Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Howling bells - Strange Life
Juanita Stein richtte de afgelopen jaren alle aandacht op haar solocarrière, maar na twaalf jaar stilte verschijnt er gelukkig toch nog een nieuw album van haar band Howling Bells en het is een uitstekend album geworden

De Australische band Howling Bells maakte de afgelopen twintig jaar vier albums, waarvan met name het eerste album erg goed was. Na twaalf jaar stilte en vier soloalbums van frontvrouw Juanita Stein keert Howling Bells toch weer terug met een nieuw album. Het is een geïnspireerd klinkend album dat wat steviger klinkt dan een aantal van de andere albums van de band, maar het klinkt erg goed. Juanita Stein trekt ook dit keer de meeste aandacht met haar geweldige stem, maar ook haar twee medemuzikanten laten nadrukkelijk van zich horen op het werkelijk uitstekende Strange Life, dat laat horen dat het zo herkenbare Howling Bells geluid er nog steeds toe doet.

De Australische band Howling Bells debuteerde bijna twintig jaar geleden met een geweldig titelloos album. Het is een album waarop de band een mooi en veelzijdig geluid vol invloeden liet horen. Al deze invloeden werden verpakt in toegankelijke maar ook avontuurlijke songs, die het talent van de band onderstreepten. Howling Bells maakte echter de meeste indruk met de stem van frontvrouw Juanita Stein, die zich soepel meebewoog met het gevarieerde geluid van de Australische band.

Ik omschreef het destijds overigens een stuk mooier in de Plato.NL nieuwsbrief: “Het titelloze debuut van Howling Bells staat vol met even zwoele als duistere muziek, die het beste van Slowdive, Mazzy Star, My Bloody Valentine en The Velvet Underground lijkt te verenigen en net zo makkelijk uit de voeten kan met slowcore, shoegaze en dreampop als met country-noir, psychedelica en indierock. Het debuut van Howling Bells is een plaat vol invloeden uit een ver verleden, maar klinkt desondanks eigentijds en bij vlagen zelfs vernieuwend, wat de plaat alleen maar extra kracht en magie geeft”.

Het titelloze debuutalbum uit 2006 werd in 2009 gevolgd door Radio Wars, dat wat doorsloeg richting pop. Ik vond en vind Radio Wars een redelijk album, maar vergeleken met het debuutalbum van Howling Bells was het een flinke tegenvaller. Het was psychedelischer klinkende The Loudest Engine uit 2011 was net wat beter, maar het eerherstel kwam met Heartstrings uit 2014, waarop de inmiddels naar Engeland uitgeweken bands de invloeden van de eerste drie albums combineerde in een aansprekend rockgeluid.

De afgelopen twaalf jaar hebben we het moeten doen met de vier, overigens uitstekende, soloalbums van frontvrouw Juanita Stein, die op deze albums koos voor singer-songwriter muziek, Americana en 70s pop. Twaalf jaar na het vierde album van Howling Bells keert de nog altijd vanuit het Verenigd Koninkrijk opererende band terug met Strange Life. Het is een geïnspireerd klinkend album, waarop de tot een trio uitgedunde band verder gaat waar het vorige album in 2014 ophield.

Ook Strange Life is weer een vooral rock georiënteerd album, waarop invloeden uit de shoegaze en indierock centraal staan. Juanita Stein verwerkte op haar soloalbums flink wat invloeden uit de Americana, maar deze zijn niet terug te horen op het nieuwe album van Howling Bells. De band riep in het verleden altijd associaties op met de muziek van Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden, en die hoor ik nog altijd, al zijn ze wel wat minder prominent dan op de wat psychedelischer getinte albums.

Strange Life is vergeleken met deze albums wat ruwer en gruiziger en ook dat geluid past uitstekend bij de stem van Juanita Stein, die dit keer wel wat aan Lana Del Rey doet denken. Juanita Stein tilt het geluid van haar band nog altijd flink op met gloedvolle vocalen en voegt met grote regelmaat een zwoel tintje toe aan de gruizige songs van de band.

Hier en daar hoor ik ook nog wel wat van dat glorieuze en inmiddels twintig jaar oude debuutalbum, al laat Strange Life ook horen dat Howling Bells in muzikaal opzicht flink is gegroeid. Ik had na al die jaren stilte niet meer gerekend op een terugkeer van de van oorsprong Australische band, maar Strange Life is echt geen moment een overbodige herhalingsoefening. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Chris Whitley - Living with the Law (1991) 4,5

16 februari, 10:16 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Chris Whitley - Living With The Law - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Chris Whitley - Living With The Law
De Amerikaanse muzikant Chris Whitley kwam na de nodige omzwervingen Daniel Lanois tegen, die hem in staat stelde om aan het begin van de jaren 90 het verpletterend mooie Living With The Law te maken

Chris Whitley kwam tijdens zijn te korte leven nog tot een respectabel aantal albums, maar het hoogtepunt in zijn oeuvre blijft toch zijn officiële debuutalbum Living With The Law uit 1991. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikant indruk maakt met zijn doorleefde stem, imponeert met geweldig gitaarwerk en overtuigt met een serie geweldige songs. Living With The Law is ook nog eens een album dat prachtig is geproduceerd door Malcom Burn, de rechterhand van Daniel Lanois. Het album is alweer 35 jaar oud en mag inmiddels best een klassieker worden genoemd. Iedereen die het album niet kent maar wel een zwak heeft voor bluesy rootsrock moet absoluut eens gaan luisteren.

De Amerikaanse muzikant Chris Whitley overleed in het najaar van 2005 op slechts 45-jarige leeftijd. Hij had er op dat moment al zo’n 30 jaar in de muziek op zitten, want vanaf zijn vijftiende probeerde de oorspronkelijk vanuit Texas afkomstige muzikant te overleven als muzikant. Dat deed hij in eerste instantie als straatmuzikant in New York, tot een Belgische promotor hem overhaalde om zijn geluk in België te beproeven.

Chris Whitley bracht een groot deel van de jaren 80 door in Gent en maakte daar muziek die het lokaal goed deed. Aan het eind van de jaren 80 keerde hij terug naar New York, waar hij producer Daniel Lanois tegen het lijf liep. De Canadese muzikant en producer was onder de indruk van het gitaarspel en de stem van Chris Whitley en hielp hem aan een platencontract.

Daniel Lanois was uiteindelijk nauw betrokken bij het album waarmee de wereld kennis maakte met de muziek van Chris Whitley, al werd Living With The Law uiteindelijk geproduceerd door zijn rechterhand Malcolm Burn. Living With The Law verscheen in 1991 en werd terecht warm onthaald door zowel de critici als door liefhebbers van ruwe Amerikaanse rootsmuziek.

Chris Whitley zou na Living With The Law nog acht albums maken, waarvan de laatste na zijn dood zou verschijnen. Het zijn albums van een behoorlijk constante kwaliteit, maar Living With The Law bleef niet alleen het meest succesvolle album van de Amerikaanse muzikant, maar wat mij betreft ook zijn beste.

De naam van Daniel Lanois wordt vaak genoemd in verhalen over Living With The Law en dat is terecht. Het album werd weliswaar geproduceerd door Malcolm Burn, maar klinkt als een album waarop Daniel Lanois zijn stempel heeft gedrukt. Het in New Orleans, Louisiana, opgenomen doorbraakalbum van Chris Whitley bevat het zompige geluid dat we kennen van Daniel Lanois.

Het is een geluid dat de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten ademt en dat aangenaam broeierig klinkt. In het geluid van Chris Whitley staan de gitaren centraal en dat is niet zo gek want de Texaanse muzikant is een geweldige gitarist. In het gitaarspel op Living With The Law is een belangrijke rol weggelegd voor het slide gitaarspel van Chris Whitley, dat zowel ruw als subtiel kan zijn.

Alleen vanwege het gitaarspel is Living With The Law al een geweldig album, maar er is veel meer moois te horen. De ritmesectie valt misschien wat weg tussen al het gitaargeweld, dat vaak in meerdere lagen uit de speakers komt, en waaraan ook Daniel Lanois bijdraagt, maar de bassisten (onder wie Darryl Johnson) en de drummer die op het album zijn te horen spelen geweldig.

Invloeden uit de blues staan centraal op Living With The Law, maar Chris Whitley verwerkt ook bredere invloeden uit de Americana en de rock op het album waarmee hij in 1991 doorbrak. Het was best even geleden dat ik voor het laatst naar de muziek van Chris Whitley had geluisterd, maar Living With The Law imponeerde direct weer net zo als 35 jaar geleden.

Dat heeft ook alles te maken met de stem van Chris Whitley, die er hoorbaar een ruig leven op had zitten in 1991 en zingt met een lekkere rauwe strot vol doorleving. De Amerikaanse muzikant maakte uiteindelijk nog een aardig stapeltje albums en gaf zijn talent door aan dochter Trixie, die inmiddels ook al heel wat jaren bouwt aan een fraai oeuvre, maar Living With The Law blijft toch het hoogtepunt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

August Ponthier - Everywhere Isn't Texas (2026) 4,5

15 februari, 12:07 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: August Ponthier - Everywhere Isn't Texas - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: August Ponthier - Everywhere Isn't Texas
August Ponthier is een non-binaire muzikant uit Brooklyn, New York, die met Everywhere Isn’t Texas een groots debuutalbum heeft afgeleverd, dat niet alleen een briljant popalbum is, maar ook een fraai singer-songwriter album

Ik had de naam August Ponthier tot gisteren nog nooit gehoord, maar wat ben ik onder de indruk van het deze week verschenen Everywhere Isn’t Texas. De Amerikaanse muzikant uit Brooklyn schaart zich met dit debuutalbum wat mij betreft in één klap onder de grote beloften van de popmuziek van het moment. De muziek van August Ponthier heeft raakvlakken met de muziek van Chappell Roan en ik hoor ook veel van Taylor Swift, maar Everywhere Isn’t Texas laat ook een fris popgeluid horen met veel invloeden uit de country en de folk. Je hebt soms van die albums met songs die je onmiddellijk koestert en Everywhere Isn’t Texas van August Ponthier is zo’n album. Hier gaan we nog veel van horen.

Ik weet nog dat ik in de herfst van 2023 voor het eerst naar het net verschenen debuutalbum van Chappell Roan luisterde. Na één keer horen wist ik niet alleen dat het een sensationeel goed popalbum was, maar wist ik ook zeker dat Chappell Roan een wereldster zou gaan worden. Ik had gisteren een vergelijkbaar gevoel bij beluistering van Everywhere Isn’t Texas van August Ponthier.

Het is een album dat deze week eigenlijk alleen door de alternatieve Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork wordt gepromoot als een van de memorabele nieuwe albums van deze week, maar ik weet zeker dat het debuutalbum van August Ponthier dit jaar hoge ogen gaat gooien en de popmuziek er zeer binnenkort een grote ster bij heeft.

August Ponthier groeide op in Texas en had in de Amerikaanse Bible Belt een jeugd waarin worstelingen met gender en seksualiteit centraal stonden. De Amerikaanse muzikant verruilde een voorstad van Dallas uiteindelijk voor Brooklyn, New York, en identificeerde zichzelf als non-binair persoon en queer.

In tekstueel opzicht heeft Everywhere Isn’t Texas wel wat raakvlakken met het debuutalbum van Chappell Roan, al zijn haar teksten een stuk explicieter dan die van August Ponthier, die voor slechts één van de songs op het album een waarschuwing voor expliciete teksten heeft gekregen op Spotify.

In muzikaal opzicht maakt August Ponthier andere keuzes dan Chappell Roan. Beiden maken pure pop, maar August Ponthier laat ook een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek horen. Veel songs op Everywhere Isn’t Texas laten invloeden uit de folk en de country horen, maar August Ponthier maakt er uiteindelijk wel popsongs van.

Als ik vergelijkingsmateriaal moet aandragen kom ik vooral bij Taylor Swift uit. Niet eens zozeer vanwege het countrypop verleden van Taylor Swift, want ik hoor vooral invloeden uit de meer pop georiënteerde songs van de Amerikaanse superster, die ook over het vermogen beschikt om songs te schrijven die je na één keer horen niet meer vergeet.

Ik had de naam August Ponthier (voorheen Allison Ponthier) echt nog nooit gehoord, maar de Amerikaanse muzikant timmert al even aan de weg op TikTok, dat zich buiten mijn muzikale universum bevindt. Het verklaart dat een aantal aansprekende songwriters uit Nashville en Los Angeles hebben bijgedragen aan de songs op het album.

Everywhere Isn’t Texas is geproduceerd door Matthew Neighbour, die niet dezelfde status heeft als de grote popproducers van het moment, maar al wel fraai werk afleverde voor onder andere Lord Huron, Soccer Mommy en Julia Stone. Het levert een album vol lekker in het gehoor liggende songs op en het zijn in de meeste gevallen ook aansprekende songs, die ook na meerdere keren horen nog leuk blijven.

August Ponthier trekt zelf de meeste aandacht met een aantal persoonlijke songs over een ingewikkelde jeugd en een mooie stem, die makkelijk verleidt, maar die ook over voldoende diepgang en gevoel beschikt. Het levert een geweldig popalbum op, maar het knappe van Everywhere Isn’t Texas is wat mij betreft dat het debuutalbum van August Ponthier zich ook laat beluisteren als een knap singer-songwriter album met voldoende invloeden uit de folk en de country.

Het debuutalbum van August Ponthier kwam, net als het debuutalbum van Chappell Roan tweeënhalf jaar geleden, voor mij compleet uit de lucht vallen, maar wat heb ik nu al een zwak voor dit album en de rek is er nog lang niet uit. August Ponthier wordt een ster, let maar op! Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Alice Costelloe - Move On with the Year (2026) 4,0

13 februari, 17:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alice Costelloe - Move On With The Year - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alice Costelloe - Move On With The Year
Ik moest even wennen aan de wat zweverige klanken op Move On With The Year en zeker aan de bijzondere zang van Alice Costelloe, maar inmiddels vind ik het debuutalbum van de Britse muzikante een heerlijke luistertrip

Alice Costelloe kon vorige maand al rekenen op zeer positieve recensies in een aantal Britse muziektijdschriften en ik kan me inmiddels volledig vinden in deze recensies. Alice Costelloe slaagt er immers in om iets toe te voegen aan alles dat er al is. Dat doet ze aan de ene kant met een veelzijdig geluid dat zowel psychedelisch als elektronisch kan klinken en dat subtiele accenten combineert met weidse klankentapijten. Het is een geluid dat is gevangen in een serie uitstekende songs, die aan kracht winnen door de bijzonder mooie stem van Alice Costelloe, die haar teksten af en toe bijna voordraagt, maar wat mij nergens vervalt in monotone praatzang. En Move On With The Year wordt alleen maar mooier en interessanter.

Alice Costelloe is een Britse muzikante die in het verleden in de shoegaze band Big Deal speelde. Die naam zegt me eerlijk gezegd niets, maar ik ben ook vrij selectief wanneer het gaat om shoegaze die werd gemaakt na de hoogtijdagen van het genre in de jaren 90. Op Move On With The Year, het solodebuut van Alice Costelloe is niets meer te horen van haar shoegaze verleden, want de Britse muzikante slaat op haar eerste soloalbum andere wegen in.

Het zijn wegen die door de Britse muziekmedia worden omschreven als art-pop, maar persoonlijk vind ik indiepop ook een prima en wat meer gangbare omschrijving. Het is indiepop met een psychedelisch of zelfs proggy tintje, wat wordt verkregen door gebruik te maken van instrumenten als de fluit en de mellotron.

Het album is knap geproduceerd door de Britse producer Mike Lindsay, die in het verleden samen met Laura Marling muziek maakte onder de naam LUMP en bovendien een van de oprichters is van de band Tunng. Van Tunng hoor ik hier en daar wel wat terug in de muziek van Alice Costelloe, maar de muzikante uit Londen is er ook in geslaagd om een interessant eigen geluid neer te zetten.

Het is een geluid dat deels wordt bepaald door de bijzondere muziek op het album en deels door de stem en de manier van zingen van de Britse muzikante. De muziek doet zoals gezegd soms wat psychedelisch of zelfs proggy aan en hebben een deel van de tijd ook een wat Beatlesque karakter. Wanneer de elektronica wat aan terrein wint heeft het debuutalbum van Alice Costelloe een aangename jaren 80 of jaren 90 vibe, maar ze maakt ook muziek van deze tijd.

Door de bijzondere combinatie van klanken is Move On With The Year een album met een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat, mede door de grote diversiteit, lastig in een hokje is te duwen. Ik vind het persoonlijk een bijzonder mooi geluid, maar ik vind het ook een spannend geluid, dat me steeds weer nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat.

Alice Costelloe heeft een voorkeur voor zich langzaam voortslepende klanken, die hier en daar aan het eind van de song breed mogen uitwaaien, maar ze zet ook puntige accenten, die haar songs ontdoen van net wat teveel zweverigheid. De muziek op Move On With The Year is bijzonder, maar de zang van Alice Costelloe trekt nog net wat meer aandacht.

De Britse muzikante beschikt over een karakteristieke maar ook heldere en wat mij betreft mooie stem. Het is een stem die uitstekend past bij het bijzondere geluid op het debuutalbum van Alice Costelloe, dat fraai om haar stem hem draait. Wat direct opvalt bij beluistering van Move On With The Year is de bijzondere manier van zingen van de Britse muzikante. Alice Costelloe draagt haar teksten een groot deel van de tijd bijna voor, wat haar songs voorziet van een bijzondere sfeer.

Ik ben zeker geen liefhebber van praatzang, maar hier blijft Alice Costelloe wat mij betreft ook voldoende bij uit de buurt. Ze blijft immers het hele album lang zingen, al is het wat andere zang dan gebruikelijk.

Het is enorm druk in het land van de vrouwelijke muzikanten met een zwak voor indiepop, maar Alice Costelloe weet zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden met fraaie klanken, bijzondere zang en ook nog eens een serie songs die mij steeds makkelijker weten te verleiden en te betoveren. Heerlijk album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ye Vagabonds - All Tied Together (2026) 4,5

13 februari, 17:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ye Vagabonds - All Tied Together - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ye Vagabonds - All Tied Together
Er is de afgelopen jaren veel mooie en ook spannende Ierse folk gemaakt en ook de band Ye Vagabonds geeft op haar nieuwe album All Tied Together een mooie en bijzondere draai aan de invloeden uit het verleden

In deze roerige tijden doen albums die zorgen voor rust en ontspanning het erg goed en dat geldt ook zeker voor All Tied Together van Ye Vagabonds. De Ierse band wordt geschaard onder de nieuwe lichting binnen de Ierse folk, maar de muziek van de broers Diarmuid en Brían Mac Gloinn is niet te vergelijken met die van bands als Lankum en ØXN, die de afgelopen jaren imponeerden met spookachtige folk. De folk van Ye Vagabonds is een stuk subtieler en zoekt het eerder in dromerige klankentapijten dan in beangstigende klanken en hoge spanningsbogen. Het zorgt voor een album waarbij het heerlijk dagdromen is, maar vergeet ondertussen niet te luisteren naar al het moois op dit fascinerende album.

Ik heb over het algemeen niet zo heel veel met vooral traditioneel klinkende Ierse folk, maar ik werd de afgelopen jaren van mijn sokken geblazen door de albums van met name Lankum en ØXN, waarvan het album van de laatstgenoemde band in 2023 zelfs de top 10 van mijn jaarlijstje haalde.

Beide bands begonnen bij de traditionele Ierse folk, maar voegden aardedonkere of zelfs spookachtige lagen toe aan hun muziek, waardoor hun albums bol stonden van de onderhuidse spanning. Ook Ye Vagabonds wordt geschaard onder de Ierse bands die traditionele Ierse folk voorzien van frisse impulsen, waardoor ik heel nieuwsgierig was naar het onlangs verschenen nieuwe album van de band uit Dublin, die me tot dusver nog niet was opgevallen.

Ik rekende of hoopte eerlijk gezegd op een album dat in de voetsporen zou treden van de prachtalbums van Lankum en ØXN, maar All Tied Together voorziet de Ierse folk van weleer op totaal andere wijze van frisse impulsen. Op het album van Ye Vagabonds ontbreken de beangstigend donkere lagen en de band uit Dublin doet het ook zonder de hoge spanningsbogen en de dynamiek van hun landgenoten.

Ye Vagabonds, overigens een band rond de broers Diarmuid en Brían Mac Gloinn, zoekt het eerder in verstilling, waardoor All Tied Together een totaal ander album is dan ik had verwacht. Wanneer je met verkeerde verwachtingen begint aan een album is het meestal even wennen, maar de muziek van Ye Vagabonds wist me al snel te overtuigen.

De Ierse broers trokken voor het opnemen van het nieuwe album van hun band naar het Ierse Galway, waar ze werden bijgestaan door de onder andere van Adrianne Lenker, Florist, Billie Marten en Indiogo Space bekende producer Philip Weinrobe en multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sam Amidon.

All Tied Together is een album dat aan de ene kant aansluit bij de wat meer traditionele Ierse folk, maar het album bevat ook zeker invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de folk. De muziek van Ye Vagabonds bestaat in de basis uit de akoestische gitaren en de stemmen van Brian en Diarmuid Mac Gloinn.

Het is niet moeilijk om de twee voor te stellen in een Ierse pub waarin de traditionele Ierse muziek floreert, maar op het album worden de folksongs van de twee op bijzonder fraaie wijze verrijkt. De accenten die Ye Vagabonds toevoegt aan haar muziek zijn subtiel, maar hebben veel effect.

Veel songs worden op de achtergrond voorzien van atmosferische en zeker ook beeldende klanken, die van All Tied Together een bijzonder album maken. Het is een album dat heerlijk ontspannen klinkt, maar het nieuwe album van Ye Vagabonds is ook een echt koptelefoon album. Bij beluistering met de koptelefoon (of met wat meer volume) hoor je hoe knap de productie van Philip Weinrobe is en hoe mooi en avontuurlijk er wordt gespeeld op het album.

Bij eerste beluistering was ik bang dat ik de muziek van Ye Vagabonds snel saai zou vinden, maar die angst bleek al snel ongegrond. De spanning die Ye Vagabonds opbouwt op All Tied Together is niet te vergelijken met de manier waarop Lankum en ØXN dit deden op hun albums, maar ook All Tied Together is een album dat je op een of andere manier in een wurggreep kan houden. Weer een fraai staaltje moderne Ierse folk wat mij betreft. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tyler Ballgame - For the First Time, Again (2026) 4,5

12 februari, 18:50 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tyler Ballgame - For The First Time, Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tyler Ballgame - For The First Time, Again
Tyler Ballgame laat op zijn debuutalbum For The First Time, Again horen dat hij een groot zanger is, maar ook de songs en de muziek zijn op het album dat is gevuld met tal van echo’s uit de jaren 70 echt dik in orde

De Amerikaanse muzikant Tyler Ballgame kreeg het niet voor niets, maar na een aantal hele zware jaren krijgt hij toch nog de erkenning die hij al langer verdient. Die erkenning verdient hij als zanger, want een muzikant die met zijn stem herinnert aan minstens een handvol grootheden uit de jaren 70 is ook zelf een hele grote. Het is de stem van Tyler Ballgame die zijn debuutalbum mijlenver optilt, maar For The First Time, Again is ook in alle andere opzichten een uitstekend album. Het is een album dat momenteel overladen wordt met positieve recensies en daar valt echt niets op af te dingen. Het is momenteel druk in het singer-songwriter genre, maar dit album zou ik echt niet laten liggen.

We hebben momenteel absoluut geen gebrek aan interessante singer-songwriter albums, want er verschenen de afgelopen weken nogal wat interessante albums in het genre. De albums van vrouwelijke singer-songwriters heb ik er natuurlijk als eerste uit gepikt, maar ook hun mannelijke collega’s laten nadrukkelijk van zich horen de laatste weken.

Het gaat in veel gevallen om albums met een duidelijke hang naar het verleden en die hang naar het verleden is ook te horen op For The First Time, Again van Tyler Ballgame. De Amerikaanse muzikant, echte naam Tyler D. Perry, opereert volgens zijn bandcamp pagina vanuit de kleinste staat van de Verenigde Staten (Rhode Island), maar laat op zijn debuutalbum horen dat hij in staat is tot grootse daden.

Net als een aantal andere singer-songwriter albums van het moment is het album van Tyler Ballgame een album dat zich vooral heeft laten inspireren door de muziek die in de jaren 70 in het genre werd gemaakt. For The First Time, Again laat zich beluisteren als een typisch jaren 70 singer-songwriter album en het is er een die uitnodigt tot associëren met de grote singer-songwriter albums uit dit decennium.

Raakvlakken met roemruchte albums uit de jaren 70 zijn te horen in de sfeervolle maar ook tijdloze klanken op For The First Time, Again, maar bij eerste beluistering van het album valt de stem van Tyler Ballgame het meest op. De Amerikaanse muzikant herinnert in de openingstrack in eerste instantie aan Roy Orbison, maar klinkt niet veel later precies als John Lennon of is het toch meer Paul McCartney.

In de tracks die volgen keren ze alle drie terug, maar gooit Tyler Ballgame er ook nog Elvis Presley en Harry Nilsson tegenaan. Ik kan nog veel namen noemen, naast David Bowie die ik echt nog moet noemen, want Tyler Ballgame is een fascinerende zanger, die in elke song weer net wat anders klinkt.

Dat de Amerikaanse muzikant een bijzondere zanger is liet hij al horen tijdens zijn studie aan het prestigieuze Berklee College Of Music, maar zijn carrière in de muziek kwam in eerste instantie zeer moeizaam van de grond. Gelukkig wordt zijn muziek nu alsnog op de juiste waarde geschat, want For The First Time, Again is een album dat veel te goed is om tussen wal en schip te vallen.

Het is de fascinerende stem van Tyler Ballgame die zijn debuutalbum enorm ver optilt, maar het album heeft meer te bieden. Zo is er het zeer smaakvolle en trefzekere jaren 70 geluid, dat prachtig is vastgelegd door producers Jonathan Rado (Foxygen, Miley Cyrus, Father John Misty) en Ryan Pollie (Los Angeles Police Department) en dat naar verluidt met vintage apparatuur uit de jaren 70 is gemaakt.

Het is genoeg om van For The First Time, Again een interessant album te maken, maar Tyler Ballgame schrijft ook uitstekende songs, die aan de ene kant herinneren aan de hoogtijdagen van singer-songwriters uit de jaren 70, maar die ook interessant genoeg zijn om vele decennia later de fantasie te prikkelen.

Wat het debuutalbum van Tyler Ballgame nog wat knapper maakt is dat alle songs op het album binnen een maand werden geschreven en naar verluidt in een vloek en een zucht op de band stonden. En het zijn ook nog eens songs die de variatie zoeken en vinden. Ik had het album in eerste instantie laten liggen, maar dat was echt volkomen onterecht. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ellur - At Home in My Mind (2026) 4,0

11 februari, 16:01 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ellur - At Home In My Mind - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ellur - At Home In My Mind
Het debuutalbum van de Britse Ellur moet nog even breed worden opgepikt, maar als dat gebeurt is kan At Home In My Mind wel eens een prominente rol gaan spelen binnen de grote popalbums van 2026

Ellur, het alter ego van Ella Megan McNamara, is pas 25 jaar oud, maar op haar deze week verschenen debuutalbum klinkt ze een stuk ouder. Haar stem klinkt rijp en doorleefd, in muzikaal opzicht kent ze haar klassiekers en ze schrijft ook nog eens uitstekende songs, die zowel meedogenloos aanstekelijk als in artistiek opzicht interessant zijn. De aandacht die Ellur vorig jaar kreeg is me eerlijk gezegd ontgaan, maar dat de jonge Britse muzikante vorig jaar werd uitgeroepen tot een van de grote beloften voor 2026 verbaast me niet. Enige liefde voor pop is noodzakelijk om te kunnen houden van het debuut van Ellur, maar als deze liefde er is, is dit een prima album.

Ik had eigenlijk wel wat meer aandacht verwacht voor het debuutalbum van Ellur, maar vind het vooralsnog verrassend stil. Dat is bijzonder, want de Britse muzikante dook vorig jaar met grote regelmaat op in de lijstjes met de grote beloften voor 2026, zeker toen haar eerste EP was verschenen. Met haar debuutalbum At Home In My Mind maakt Ellur de belofte wat mij betreft meer dan waar, waardoor aandacht voor het album absoluut op zijn plaats is.

Ellur is het alter ego van de Britse muzikante Ella Megan McNamara. Ze vierde eind vorig jaar haar 25e verjaardag en hiermee ook haar 25-jarig jubileum in de muziek. Ellur kreeg de muziek immers met de paplepel ingegoten van haar vader Richard McNamara, die als gitarist actief was of nog altijd is in de Britse band Embrace. Na haar vader eist nu ook Ella Megan McNamara als Ellur haar plek op in de spotlights.

De muzikante uit het Britse Halifax doet dit met een in alle opzichten heerlijk popalbum. Het is een popalbum dat anders klinkt dan de popalbums die momenteel in Los Angeles worden gemaakt en ik heb wel wat met het popgeluid van Ellur. Ze kiest op At Home In My Mind voor een vooral gitaar georiënteerd geluid, dat wat warmer klinkt dan het door elektronica gedomineerde popgeluid van het moment.

Het is een popgeluid met voorzichtige uitstapjes richting zowel rock als R&B en dat klinkt lekker. Dat kan ook gezegd worden van de stem van Ellur, die beschikt over een lekker in het gehoor liggende stem en een stem die het uitstekend doet in het soort popmuziek dat ze maakt. Het is ook een krachtige stem en een stem met een eigen sound, waardoor At Home In My Mind zich nog wat makkelijker opdringt.

Ook in muzikaal opzicht staat het debuutalbum van Ellur als een huis. Gelukkig is voor de afwisseling eens niet gekozen voor een eenvormig popgeluid, maar klinkt iedere song op het debuutalbum van de Britse muzikante weer net wat anders. De ene keer ingetogen en grotendeels akoestisch, de volgende keer uitbundig en lekker vol of voorzichtig stevig.

Pop is de gemene deler op At Home In My Mind, maar het kan binnen dit genre meerdere kanten op. Wanneer Ellur vooral flirt met pop hoor ik heel af en toe iets van Taylor Swift in haar songs, maar ze kan net zo makkelijk de kant aan een aantal aansprekende rockchicks op.

Voor een debuutalbum klinkt het eerste album van Ellur verassend volwassen, want zowel de zang als de muziek vallen me in positieve zin op. Alleen op basis hiervan sla ik At Home In My Mind al hoger aan dan een aantal recent verschenen Amerikaanse popalbums. De grootste kracht van het debuutalbum van Ellur schuilt echter in haar songs.

De jonge Britse muzikante is er in geslaagd om een serie songs te schrijven die onmiddellijk overtuigen en vervolgens eindeloos in het hoofd blijven zitten en dat is knap. Ook qua songs klinkt At Home In My Mind volwassener dan het gemiddelde debuutalbum, waardoor ik inmiddels volledig begrijp dat de Britse muziekpers vorig jaar hoog opgaf over de kwaliteiten van Ella Megan McNamara.

Ik heb de muziek van Ellur pas een paar dagen geleden voor het eerst gehoord en ben onder de indruk. At Home In My Mind van Ellur is wat mij betreft goed genoeg om uit te groeien tot de betere popalbums van het jaar en dat ondanks de moordende concurrentie van het moment. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Asher White - Jessica Pratt (2026) 4,0

11 februari, 12:10 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Asher White - Jessica Pratt - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Asher White - Jessica Pratt
Een album uit het verleden integraal vertolken is meestal voorbehouden aan klassiekers uit een ver verleden, maar Asher White doet het met een prachtalbum van recentere datum en slaagt wat mij betreft glansrijk

Asher White heeft al heel wat albums op haar naam staan, maar mijn aandacht voor haar muziek werd deze week voor het eerst getrokken. Een album met de titel Jessica Pratt valt op en dat is ook de Amerikaanse muziekmedia niet ontgaan. Asher White heeft haar eigen versie gemaakt van het debuutalbum van Jessica Pratt en heeft er haar op bijzondere wijze haar eigen album van gemaakt. Ik had niet verwacht dat ik het zo geslaagd zou vinden, want het eerste album van Jessica Pratt is me zeer dierbaar, maar Asher White slaagt er in om de sfeer van de songs van de Amerikaanse folkie te behouden, maar er tegelijkertijd ook andere en veel voller ingekleurde songs van te maken. Knap.

Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante Asher White staat echt een enorme stapel releases en ook op Spotify tel ik meer dan tien albums van de singer-songwriter uit Providence, Rhode Island. Ik kan me niet herinneren dat ik haar naam voor deze week eerder had gehoord, maar het deze week verschenen nieuwe album van Asher White krijgt met name in de Verenigde Staten flink wat aandacht.

Het is dan ook een opvallend album, dat luistert naar de nog wat opvallendere titel Jessica Pratt. Dat is op zich niet zo gek, want op haar nieuwe album vertolkt Asher White alle songs van het titelloze debuutalbum van Jessica Pratt. Ook de cover art van het nieuwe album van Asher White is stevig geïnspireerd door het inmiddels ruim dertien jaar oude debuutalbum van Jessica Pratt.

Mede hierdoor verwachte ik een min of meer exacte kopie van het debuutalbum van de singer-songwriter uit Los Angeles, dat ik sinds de dag van de release hoog heb zitten. Zo’n exacte kopie zou ik behoorlijk overbodig hebben gevonden, want Jessica Pratt is gelukkig nog gewoon onder ons en zo oud is haar debuutalbum nu ook weer niet. Asher White dacht er waarschijnlijk hetzelfde over, want haar versie van het titelloze debuut van Jessica Pratt klinkt flink of zelfs totaal anders dan het origineel.

Terug naar het debuutalbum van Jessica Pratt uit 2013. Het is een album dat ik destijds vergeleek met de albums die door de psychedelische Amerikaanse folkies uit de jaren 60 werden gemaakt, waarbij ik dacht aan singer-songwriters als Karen Dalton, Joni Mitchell, Vashti Bunyan en Linda Perhacs. Het is een album dat genoeg heeft aan relatief sober akoestisch gitaarspel en de zeer karakteristieke stem van Jessica Pratt.

Eenvoud is wat mij betreft de kracht van het album, dat vol staat met songs die me inmiddels al heel wat jaren dierbaar zijn. Asher White kiest niet voor de eenvoud, want de Amerikaanse muzikante heeft flink wat instrumenten uit de kast getrokken voor haar remake van het eerste album van Jessica Pratt. Ze kan uit de voeten met akoestische en elektrische gitaren, banjo, bas, drums, percussie, piano, geprogrammeerde strijkers en synths en voegt dit allemaal toe aan de van origine zo sobere songs van Jessica Pratt.

Net als Jessica Pratt beschikt ook Asher White over een karakteristieke stem, maar het is een stem die in een aantal gevallen in meerdere lagen is opgenomen, waardoor ook de zang flink anders klinkt dan op het originele album. Asher White heeft een bij vlagen behoorlijk ruwe versie van het debuutalbum van Jessica Pratt gemaakt en dat hoor je vooral wanneer ze naar haar elektrische gitaar grijpt en zeker wanneer het snarenwerk flink gruizig mag klinken of zelfs mag ontsporen.

Op hetzelfde moment zou ook de versie van Asher White met enige fantasie uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse psychedelische folk kunnen stammen, waardoor de twee versies van het album toch net iets meer met elkaar gemeen hebben dan alleen de songs en de album cover.

De verschillen overheersen echter, waardoor Asher White er wat mij betreft in is geslaagd om haar eigen versies te maken van de songs van de muzikante die ze bewondert. Ik vind zelfs dat ze hier glansrijk in is geslaagd, want inmiddels vind ik een paar songs op het album van Asher White zelfs interessanter dan die op het glorieuze debuut van Jessica Pratt en dat is best bijzonder. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

John Craigie - I Swam Here (2026) 4,5

10 februari, 17:56 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: John Craigie - I Swam Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: John Craigie - I Swam Here
Ik was John Craigie na zijn geweldige albums uit 2020 en 2022 weer even uit het oog verloren, maar met I Swam Here heeft hij wederom een album gemaakt dat zich laat beluisteren als een verloren gewaande klassieker

Laat I Swam Here uit de speakers komen en je waant je in het California van de jaren 60 of 70. John Craigie maakt muziek die uitnodigt tot luieren in de zon tijdens een zorgeloze zomer. Die zomer moet je er vooralsnog even zelf bij verzinnen, maar verder klopt alles op I Swam Here. De stem van de Amerikaanse muzikant brengt je niet alleen tot rust, maar past ook prachtig bij de zeer smaakvolle klanken op het album, dat in New Orleans werd opgenomen met onder andere leden van The Deslondes. John Craigie maakte een paar jaar geleden twee geweldige albums, maar ik vind I Swam Here door de prachtige klanken en de tijdloze songs nog net wat mooier en indrukwekkender.

Het is leuk om te fantaseren over een fantastisch singer-songwriter album dat al sinds de jaren 60 of 70 ergens op een plank ligt en echt helemaal is vergeten, tot het bij toeval wordt ontdekt en de muziekwereld op zijn kop zet. Je zou verwachten dat er nog wel wat van dit soort albums moeten zijn op vergeten planken, maar ze duiken vooralsnog helaas maar zelden op.

Zo’n album zou best eens kunnen klinken als I Swam Here van John Craigie. I Swam Here ligt echter niet al decennia op de plank, maar is een gloednieuw album. Ook John Craigie is geen grote onbekende, want hij maakte al eerder albums die zich lieten beluisteren als vergeten klassiekers uit de jaren 60 of 70.

Het in 2020 verschenen Asterisk The Universe was bijvoorbeeld zo’n album. Het is een album dat je in de zomer van 2020 even de coronapandemie uit sleepte en mee terug nam naar zorgeloze tijden ergens halverwege de jaren 70. Ook op het in 2022 uitgebrachte Mermaid Salt liet John Craigie zich beïnvloeden door singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar dit keer klonk zijn muziek ook net wat moderner, wat overigens niet ten koste ging van de kwaliteit van het album.

Ik heb sindsdien minstens één album van de Amerikaanse muzikante gemist, maar I Swam Here vond ik na een paar noten al verslavend mooi en sindsdien koester ik het tiende album van John Craigie. De muzikant uit Portland, Oregon, werd geboren in 1980, maar maakt muziek die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 niet had misstaan en die zelfs een uitstapje naar de jaren 50 niet schuwt. Met I Swam Here heeft John Craigie wat mij betreft een album gemaakt dat destijds opzien had gebaard, want het is een album van een zeer hoog niveau.

Het nostalgische karakter van het nieuwe album van John Craigie komt voor een belangrijk deel van zijn stem en de manier van zingen. Ik kan er niet precies de vinger op leggen, maar wanneer ik de zang van de Amerikaanse muzikant hoor denk ik aan de jaren 60 en 70 en niet aan het heden. Het betekent niet dat de zang op I Swam Here ouderwets of zelfs oubollig klinkt, want de stem van John Craigie doet het ook in het hier en nu uitstekend en voorziet zijn songs van een wat nostalgisch maar ook bijzonder mooi geluid.

Ook de muziek op het nieuwe album van de muzikant uit Portland klinkt zowel nostalgisch als wonderschoon. Het is zeer sfeervolle muziek met invloeden uit onder de folk, country en de jazz. Het is muziek waarin prachtig melodieuze gitaarlijnen een belangrijke rol spelen, maar waarin de pedal steel vaak sfeerbepalend is met wonderschone bijdragen.

I Swam Here werd opgenomen in New Orleans, waar Sam Doores van The Deslondes de muzikanten voor het album bij elkaar zocht. New Orleans heeft zijn sporen nagelaten op het nieuwe album van John Craigie, dat zich ook zeker heeft laten beïnvloeden door de muziek die een aantal decennia geleden in zijn geboortestaat California werd gemaakt.

En als de Amerikaanse muzikant er aan het eind van het album ook nog wat lome blazers tegenaan gooit laat hij horen dat het nog wat warmer en zorgelozer kan. I Swam Here van John Craigie is een album om je een aantal uur mee op te sluiten. De verwarming een paar graden hoger, de telefoon even opzij leggen en het genieten van dit echt bijzonder aangename album kan beginnen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ratboys - Singin' to an Empty Chair (2026) 4,5

9 februari, 15:52 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ratboys - Singin’ To An Empty Chair - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ratboys - Singin’ To An Empty Chair
De Amerikaanse band Ratboys haalde terecht maar ook wel wat verrassend de jaarlijstjes met haar vorige album The Window, maar legt de lat op haar nieuwe album Singin’ To An Empty Chair nog een flink stuk hoger

Ik had op basis van het vorige album van Ratboys hoge verwachtingen rond het deze week verschenen Singin’ To An Empty Chair, maar deze werden bij beluistering van de openingstrack al ruimschoots overtroffen. Op haar nieuwe album zet de band uit Chicago reuzenstappen. In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar de songs van de band zitten ook vol dynamiek en bijzondere spanningsbogen. Frontvrouw Julia Steiner heeft voor het nieuwe album van Ratboys zeer persoonlijke teksten geschreven en ze vertolkt ze met heel veel gevoel. De songs van de band liggen nog altijd lekker in het gehoor, maar wat gebeurt er ook veel op dit geweldige nieuwe album van Ratboys.

Bij de naam Ratboys dacht ik op een of andere manier altijd aan een al dan niet belegen punkband, waardoor ik de albums van de Amerikaanse band zonder verder te luisteren opzij schoof. Pas toen het vijfde album van de band, het in de zomer van 2023 verschenen The Window, aan het eind van dat jaar flink wat jaarlijstjes haalde, waaronder een aantal gerenommeerde jaarlijstjes, kreeg ik door dat Ratboys veel meer is dan een al dan niet belegen punkband.

Het album kwam nog net op tijd voor mijn eigen jaarlijstje, maar met de kennis van nu zou ik het album een veel hogere positie hebben gegeven. Op The Window kan Ratboys zowel uit de voeten met Amerikaanse rootsmuziek als met indierock, trekt het de aandacht met de bijzondere zang van frontvrouw Julia Steiner en doet het ook in muzikaal en productioneel opzicht alles goed.

Niet zo gek dus dat ik het nieuwe album van Ratboys, het deze week verschenen Singin’ To An Empty Chair, als eerste opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop. Met het door de van Death Cab For Cutie bekende Chris Walla geproduceerde The Window leverde Ratboys een uitstekend album af, maar het nieuwe album van de band uit Chicago, Illinois, is wat mij betreft in alle opzichten beter.

The Window vergeleek ik ruim twee jaar geleden met de albums van Big Thief, maar met Singin’ To An Empty Chair ontworstelt Ratboys zich wat mij betreft aan deze vergelijking. Dat betekent niet dat er in muzikaal opzicht veel is veranderd, want ook op haar zesde album verwerkt de band zowel invloeden uit de indierock als uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het is een weg waar Big Thief op haar laatste album wat van af is gestapt, maar Ratboys heeft haar geluid verder geperfectioneerd.

De band zocht ook voor haar zesde samenwerking de samenwerking met Chris Walla, die de band in eerste instantie meenam naar een plek op het platteland van Wisconsin, voordat ze de roemruchte studio van de veel te vroeg overleden legendarische producer Steve Albini in Chicago in doken.

Singin’ To An Empty Chair vind ik in alle opzichten beter dan het vorige albums van Ratboys en dat begint bij de teksten. Zangeres Julia Steiner heeft een aantal zeer persoonlijke teksten geschreven over persoonlijke demonen en gestrande relaties en deze teksten voorzien de songs van de band van een bijzondere lading. De stem van Julia Steiner deed me op het vorige album wel wat denken aan die van Big Thief’s Adrianne Lenker, maar op Singin’ To An Empty Chair is ze haar voorbeeld wat mij betreft ver voorbij.

Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van de band uit Chicago een fantastisch album. De drummer speelt wat mij betreft de sterren van de hemel op de degelijke basis die de bassist neerlegt, maar ook het gitaarwerk op het album is fantastisch. Het is gitaarwerk dat varieert van gruizige gitaarmuren tot meedogenloze riffs tot jankende gitaarsolo’s en alles is even mooi.

Ook de nieuwe songs van Ratboys zijn bijzonder indrukwekkend. Het zijn songs met enorm veel dynamiek, die kunnen beginnen als emotievolle ballads, maar uiteindelijk kunnen eindigen in meedogenloos gitaargeweld, zoals in het werkelijk prachtige en ruim acht minuten imponerende Just Want You To Know The Truth.

De songs van Ratboys zijn ook dit keer aanstekelijk en toegankelijk, maar ze zitten ook vol bijzondere wendingen. Ik ben echt enorm onder de indruk van dit nieuwe album van Ratboys, maar het is volgens mij nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Leonard Cohen - I'm Your Man (1988) 4,5

8 februari, 19:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Leonard Cohen - I'm Your Man (1988) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Leonard Cohen - I'm Your Man (1988)
Leonard Cohen was in de jaren 80 en 90 niet erg productief, maar de drie albums die hij maakte zijn zeker de moeite waard en van die drie albums is het in 1988 uitgebrachte I’m Your Man nog altijd mijn favoriete album

I’m Your Man bevond zich in 1988 wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar ik was onmiddellijk onder de indruk van het album. Op het album haalde Leonard Cohen zijn jaren 70 geluid de jaren 80 in. Dat deed hij onder andere door synths toe te voegen aan zijn geluid, maar ook de grote rol voor een heel contingent aan achtergrondzangeressen viel op. Het klinkt een aantal decennia later misschien ietwat gedateerd, maar ik vind I’m Your Man nog altijd prachtig. Dat ligt ook aan de songs, want I’m Your Man bevat achteraf bezien een groot aantal klassiekers uit het oeuvre van de Canadese muzikant, die vele jaren na I’m Your Man nog een indrukwekkende comeback zou maken.

Ik had in de jaren 80, buiten John Lennon, Paul McCartney en Harry Nilsson, nog niet zo heel veel met de grote singer-songwriters uit de jaren 70. Leonard Cohen kende ik alleen van Suzanne, maar mijn eerste echte kennismaking met de muziek van de Canadese muzikant stamt uit 1988, toen het album I’m Your Man verscheen. Het is een album waar ik nog steeds een enorm zwak voor heb, al valt er ook wel wat op het album aan te merken.

Met de oren van nu hoor je een album dat deels klinkt als een typisch jaren 80 album. Dat hoor je vooral in de soms wat cheesy synths op het album en ook het gebruik van de fade out hoor je tegenwoordig gelukkig niet vaak meer. Aan de synths stoor ik me persoonlijk overigens niet, want ze slagen er in om het geluid van Leonard Cohen te vernieuwen en wat mij betreft klinken ze functioneel. Leonard Cohen vertrouwt op I’m Your Man overigens niet alleen op 80s synths, want er zijn op het album nogal wat topmuzikanten te horen, die het album verrijken met strijkers en blazers en heel mooi gitaarwerk en bijdragen van de pedal steel.

Ik stoor me ook niet aan de rijke of zelfs overdadige achtergrondkoortjes op het album. De stem van Leonard Cohen is op I’m Your Man al wat monotoon, al zingt de Canadese muzikant nog veel meer dan op de albums die hij in de laatste jaren van zijn carrière zou maken. De stem van Leonard Cohen wordt op I’m Your Man ondersteund en opgetild door flink wat achtergrondzangeressen, onder wie Jude Johnstone, Anjani Thomas en vooral Jennifer Warnes, die in veel tracks een hoofdrol opeist.

I’m Your Man krijgt hier en daar het etiket synthpop opgeplakt, maar dat vind ik persoonlijk nergens op slaan. Op het album bouwt Leonard Cohen verder aan het geluid dat hij ook op voorganger Various Positions liet horen en verrijkt hij dit geluid met de synths van dat moment. Ze klinken heel af en toe inderdaad wel wat cheesy, maar over het algemeen genomen vind ik de synths op I’m Your Man zeker niet misplaatst.

Ik heb de laatste dagen weer wat vaker naar het album geluisterd en merk dat het album me sinds de late jaren 80 alleen maar dierbaarder is geworden. Op I’m Your Man is de stem van de Canadese muzikant misschien wel op zijn mooist en ook de achtergrondkoortjes werden niet mooier dan op het album uit 1988. En uiteraard zijn ook de teksten weer geweldig.

Ook qua arrangementen is I’m Your Man wat mij betreft een van de hoogtepunten in het oeuvre van Leonard Cohen. Het is een album vol memorabele melodieën en een album met heel veel mooie muziek, met de synths als extra laag. Natuurlijk is mijn liefde voor I’m Your Man wat gekleurd door de herinneringen die ik heb aan het album en door het feit dat het album mijn eerste echte kennismaking met de muziek van de legendarische singer-songwriter was, maar ook de songs op I’m Your man liegen niet.

De setlist van de laatste en eindeloze tour van Leonard Cohen bevatte flink wat songs van I’m Your Man en dat is begrijpelijk. Songs als First We Take Manhattan, Ain't No Cure For Love, Everybody Knows, I'm Your Man, Take This Waltz en Tower of Song doen niet onder voor de beste songs van Leonard Cohen en deden het ook met aangepaste arrangementen met wat minder synths uitstekend. Het is lastig kiezen in het unieke oeuvre van een van de grootste singer-songwriters aller tijden, maar ik kies nog steeds voor I’m Your Man. Erwin Zijleman(reactie op ander bericht)

» details   » naar bericht  » reageer  

Queen Esther - Blackbirding (2026) 4,0

8 februari, 11:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Queen Esther - Blackbirding - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Queen Esther - Blackbirding
De Amerikaanse muzikante Queen Esther heeft een buitengewoon ambitieus conceptalbum gemaakt, maar het is ook een verrassend veelzijdig rootsalbum, dat in muzikaal en zeker ook in vocaal opzicht indruk maakt

Queen Esther is een compleet nieuwe naam voor mij, maar het is een naam die ik vanaf nu in de gaten ga houden. De New Yorkse muzikante heeft inmiddels een zeer gevarieerde loopbaan achter zich, maar op Blackbirding omarmt ze de Amerikaanse rootsmuziek. Het is Amerikaanse rootsmuziek die op een opvallend breed terrein uit de voeten kan en dat kan ook de stem van de Amerikaanse muzikante. Queen Esther heeft ook nog eens gekozen voor een bijzonder conceptalbum, dat enige kennis van de Amerikaanse burgeroorlog vereist, wat haar nieuwe album nog wat interessanter maakt, al is het ook een album met songs die makkelijk overtuigen. Knap album.

Het is kennelijk de week van de verpletterende openingstracks, want na de openingstrack van het album van Jay Buchanan wist ook Queen Esther me direct te overrompelen met de eerste track van haar nieuwe album Blackbirding, dat ik ontdekte via de nieuwsbrief van promotor Angela Backstrom.

Het is een track die in muzikaal opzicht de fantasie prikkelt, maar dat doet Queen Esther vooral met haar geschoolde stem. Ik had echt nog nooit van Queen Esther gehoord, maar ze draait al even mee en heeft inmiddels een ruime handvol albums op haar naam staan. Het zijn albums die in muzikaal opzicht een breed palet bestrijken en muziek is naar verluidt slechts een van de vele terreinen waarop Queen Esther actief is.

De openingstrack van haar nieuwe album wist direct mijn aandacht te trekken en vast te houden en ook de andere tracks op het album zijn van hoog niveau. Amerikaanse rootsmuziek staat centraal op Blackbirding, maar het kan vervolgens alle kanten op. De muzikante uit New York heeft ook nog eens een bijzonder ambitieus album gemaakt.

Dat zit hem deels in de thematiek, want Blackbirding is een conceptalbum over de slag bij Gettysburg, een van de beslissende momenten in de Amerikaanse burgeroorlog. Queen Esther beschrijft de slag bij Gettysburg vanuit het perspectief van de zwarte Amerikaan en een feministisch perspectief, wat interessante perspectieven zijn.

Ook in muzikaal opzicht is Blackbirding een interessant album, want Queen Esther verwerkt steeds weer andere invloeden in haar songs. Het ene moment maakt ze pure countrysoul met een prachtige rol voor de pedal steel, maar het album bevat ook jazzy songs en songs die opschuiven richting vintage soul en gospel of richting R&B en pop. Blackbirding schakelt niet alleen makkelijk tussen genres, maar stapt ook door de tijd met songs die verrassend eigentijds klinken en songs die vele decennia oud zouden kunnen zijn.

De Amerikaanse muzikante heeft haar album zelf geproduceerd, tekent voor de songs en is verantwoordelijk voor de leadzang. Die zang is indrukwekkend en tilt het album song na song flink op. De muzikante uit New York beschikt over een rauwe soulstem, maar ze kan ook flink variëren met haar stem en fraai doseren. Het is een stem die makkelijk overtuigt, maar die ook zeer eigenzinnig is. Het is een stem die het verhaal van haar album op indringende wijze vertelt, waardoor je met volle aandacht blijft luisteren naar Blackbirding.

Ik kan me goed voorstellen dat het album de basis kan vormen voor een interessante theatervoorstelling, maar ook als album maakt Blackbirding makkelijk indruk. Voor de muziek op het album vertrouwt Queen Esther op een aantal zeer competente muzikanten. Met name het gitaarwerk op het album vind ik bijzonder mooi, maar ook de andere muzikanten die zijn te horen op Blackbirding voorzien het album van een zeer smaakvol geluid.

Het is een geluid dat altijd in dienst staat van de stem van Queen Esther, maar dat ook is volgestopt met fraaie accenten van met name snareninstrumenten. Het knappe van Blackbirding van Queen Esther is dat het een album is dat ambitieuzer en eigenzinniger klinkt dan het gemiddelde Amerikaanse rootsalbum, maar zeker geen album is dat vol staat met moeilijkdoenerij. Ik had nog nooit van Queen Esther gehoord, maar haar nieuwe album is zeer interessant. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jay Buchanan - Weapons of Beauty (2026) 4,5

7 februari, 10:04 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jay Buchanan - Weapons Of Beauty - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jay Buchanan - Weapons Of Beauty
Jay Buchanan blaast je direct in de openingstrack van Weapons Of Beauty van je sokken en blijft dat vervolgens vijftig minuten lang doen met zijn fantastische stem en de prachtige klanken op dit indrukwekkende album

Weapons Of Beauty van Jay Buchanan was pas een paar seconden onderweg, maar ik was al verkocht. Dat de Amerikaanse muzikant een groot zanger is laat hij al heel wat jaren horen in zijn band Rival Sons, maar zijn stem snijdt op zijn eerste soloalbum dwars door de ziel. De Amerikaanse muzikant imponeert op Weapons Of Beauty niet alleen met zijn geweldige stem, maar ook met een fraaie mix van invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Die Amerikaanse rootsmuziek is ook nog eens bijzonder mooi ingekleurd en prachtig geproduceerd door de gelouterde Dave Cobb. Ik had meteen kippenvel toen ik begon aan het eerste soloalbum van Jay Buchanan en dat heb ik na meerdere keren horen nog steeds. Wat een album!

De afgelopen week besprak ik op de krenten uit de pop alleen albums van vrouwelijke muzikanten en ook deze week luisterde ik in eerste instantie vooral naar de nieuwe albums van vrouwelijke singer-songwriters. Bij mijn eerste rondje langs de nieuwe albums van deze week werd ik uiteindelijk echter met afstand het meest geraakt door het debuutalbum van Jay Buchanan.

Weapons Of Beauty opent echt bijzonder mooi met de krachtige maar ook ruwe en doorleefde stem van de Amerikaanse muzikant, die zich laat omringen door een ruimtelijk geluid met prachtig gitaarwerk. Caroline is zo’n track die onmiddellijk onder de huid kruipt, maar die ook alleen maar indrukwekkender wordt wanneer je hem vaker hoort.

Ik (her)kende de naam Jay Buchanan niet, maar Weapons Of Beauty is misschien zijn eerste soloalbum, maar zeker niet zijn eerste wapenfeit. De Amerikaanse muzikant maakt immers al een kleine twintig jaar deel uit van de Californische band Rival Sons, die inmiddels een flinke stapel albums op haar naam heeft staan. Het zijn albums waarop de band geen geheim maakt van de bewondering voor Led Zeppelin. Die bewondering deel ik, maar ik luister uiteindelijk toch liever naar Led Zeppelin dan naar Rival Sons.

Op zijn eerste soloalbum neemt Jay Buchanan de afslag richting de Amerikaanse rootsmuziek en levert hij een album af dat zomaar kan uitgroeien tot een klassieker in het genre. Op de albums van zijn band liet Jay Buchanan al horen dat hij een geweldige zanger is, maar in het rootsgeluid op Weapons Of Beauty komt zijn stem wat mij betreft nog veel beter tot zijn recht.

Ik werd echt compleet van mijn sokken geblazen door het in alle opzichten fantastische Caroline, dat er aan het einde van de track nog een schepje bovenop doet en een van de meest indrukwekkende breakup songs is die ik de laatste tijd heb gehoord. Het legt de lat hoog voor de rest van het album, maar Jay Buchanan slaagt er in om een hoog niveau vast te houden.

De Amerikaanse muzikant koos voor het schrijven van de songs voor zijn soloalbum voor het isolement van de Mojave woestijn, maar het album werd uiteindelijk opgenomen met een compacte band . In deze band vallen vooral de twee gitaristen op, maar ook het pianowerk op het album is bijzonder fraai, terwijl de basis van de ritmesectie niet moet worden onderschat.

De muziek op het album is sfeervol en vooral verrassend ruimtelijk en dat laatste biedt alle ruimte aan de stem van Jay Buchanan. De Amerikaanse muzikant imponeert direct in de openingstrack van het album en blijft dit vervolgens doen. Het is behoorlijk expressieve of zelfs heftige zang, maar wat mij betreft is iedere noot die Jay Buchanan zingt raak.

Dat is bijzonder, want ik hou normaal gesproken van wat meer ingetogen zang, maar de ruwe strot van Jay Buchanan blijft maar voor kippenvel zorgen. Dat ligt deels aan het feit dat Weapons Of Beauty echt fantastisch klinkt, wat ook niet anders kan met een topproducer als Dave Cobb achter de knoppen.

Weapons Of Beauty bevat ook nog eens een dampende mix van blues, country, soul en Southern rock, die nog wat extra passie en energie toevoegt aan het soloalbum van Jay Buchanan, dat af en toe ook wel wat gas terug neemt en dan minstens net zo imponeert met de geweldige stem van de Amerikaanse muzikant. Wat een verrassing. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

MARO - So Much Has Changed (2026) 4,0

6 februari, 17:04 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: MARO - SO MUCH HAS CHANGED - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: MARO - SO MUCH HAS CHANGED
MARO is een Portugese muzikante, maar op haar nieuwe album SO MUCH HAS CHANGED maakt ze vooral Amerikaans aandoende popmuziek, al geeft ze hier wel een bijzondere en zeer aangename draai aan

De Portugese muzikante MARO draait inmiddels al een aantal jaren mee en schijnt in andere bubbels redelijk populair te zijn. In mijn bubbel was ik haar nog niet tegengekomen, maar mijn eerste kennismaking met haar muziek bevalt me uitstekend. MARO heeft de typisch Portugese muziek inmiddels achter zich gelaten, maar haar pop met een vleugje R&B klinkt door het toevoegen van uiteenlopende invloeden anders dan doorsnee R&B pop. Dat doet het zeker ook door de stem van MARO die mooi is, maar ook zwoel en verleidelijk. SO MUCH HAS CHANGED is een album met een bijzondere sfeer en het is een sfeer waarin ik momenteel graag vertoef. Mijn eerste kennismaking met de muziek van MARO smaakt echt naar veel meer.

Ik ben de naam MARO de afgelopen jaren wel een paar keer tegengekomen, maar ik had tot deze week nog nooit naar haar muziek geluisterd. Ook het deze week verschenen album SO MUCH HAS CHANGED (MARO houdt kennelijk van hoofdletters) kwam alleen maar op mijn pad omdat Spotify me het album voorschotelde, maar het album beviel me eigenlijk direct.

MARO is de artiestennaam van de Portugese muzikante Mariana Brito da Cruz Forjaz Secca (ik begrijp haar keuze voor een artiestennaam). Heel veel meer informatie staat er niet op haar Wikipedia pagina, buiten het feit dat ze in 2022 Portugal vertegenwoordigde op het Eurovisie Songfestival met de song Saudade, saudade. Dat festival volg ik zeker niet op de voet, waardoor SO MUCH HAS CHANGED echt mijn eerste kennismaking met de muziek van MARO is.

De Portugese maakte in het verleden muziek in het Portugees, maar koos snel voor een combinatie van Portugees en Engels. Na een studie aan het roemruchte Berklee College of Music vestigde ze zich in Los Angeles en begon ze te werken aan een internationale carrière. Het Portugees is daarom langzaam maar zeker uit beeld verdwenen in de muziek van MARO, die met SO MUCH HAS CHANGED een volledig Engelstalig album heeft gemaakt.

Niet alleen in de taal verwerkt MARO andere invloeden dan in het verleden, want ook in de muziek op het nieuwe album van MARO is weinig meer te horen van de Portugese invloeden die ik in haar inmiddels beluisterde vroegere werk wel hoorde. Toch klinkt SO MUCH HAS CHANGED ook niet hetzelfde als de popmuziek die momenteel in Los Angeles in grote hoeveelheden wordt gemaakt.

De songs van MARO hebben iets zwoels en warms en hoewel de meeste songs ver zijn verwijderd van bijvoorbeeld de Portugese fado, hoor ik toch nog wel wat invloeden die de Portugese muzikante in haar jeugd heeft opgepikt. Wat vooral opvalt bij beluistering van SO MUCH HAS CHANGED is het direct ontspannende karakter van de muziek van MARO.

Dat heeft alles te maken met haar stem, die zacht maar ook loom en verleidelijk klinkt. Het is een stem die wat anders klinkt dan alle andere stemmen in de pop, waardoor ik de sound van MARO direct origineel vond klinken. Het bijzondere is dat het ontspannen karakter van de muziek van de Portugese muzikante blijft wanneer in de muziek het tempo wat wordt opgevoerd.

Ook wanneer MARO kiest voor wat springerige of zelfs nerveuze ritmes, blijven de songs op SO MUCH HAS CHANGED rustgevend. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor de songs waarin MARO zich laat begeleiden door ingetogen, warme en zeer sfeervolle klanken en haar songs hetzelfde weldadige effect hebben als een warm bad.

Het was vooral de mooie maar ook bijzondere stem van MARO die me overtuigde van de kwaliteiten van haar nieuwe album, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord ben ik ook steeds meer onder de indruk van het mooie, warme en ook verrassend tijdloze geluid op het nieuwe album van de Portugese muzikante en van haar interessante songs, die deels aansluiten bij de popmuziek van het moment, maar toch ook heel veel muzikaliteit en originaliteit verraden. Ik lees in Nederland nog veel te weinig over dit album dat echt veel te bieden heeft. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Natalie Del Carmen - Pastures (2026) 4,0

5 februari, 20:40 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Natalie Del Carmen - Pastures - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Natalie Del Carmen - Pastures
De Amerikaanse muzikante Natalie Del Carmen kon een paar jaar geleden niet kiezen tussen authentieke Amerikaanse rootsmuziek en hitgevoelige (country)pop, maar kiest op Pastures voor de rootsmuziek en dat pakt echt prachtig uit

Ik weet niet zeker hoeveel Bloodline van Natalie Del Carmen drie jaar geleden heeft gedaan, maar als ik kijk naar de aantal keren dat het album is beluisterd op Spotify, vermoed ik niet heel veel. Bloodline kon niet goed kiezen tussen (country)pop en wat authentieker klinkende Amerikaanse rootsmuziek en viel hierdoor waarschijnlijk tussen wal en schip. Natalie Del Carmen kon allebei op haar debuutalbum, maar ik ben blij dat ze heeft gekozen voor de Amerikaanse rootsmuziek. Pastures is een zeer aansprekend album, dat in muzikaal opzicht mooi en degelijk klinkt en dat indruk maakt met de mooie stem en de songwriting skills van de jonge muzikante uit Los Angeles. Een mooie verrassing wat mij betreft.

Natalie Del Carmen genoot haar opleiding aan het zeer prestigieuze Berklee College of Music, maar streek hierna neer in Los Angeles, waar ze ook was opgegroeid. Drie jaar geleden verscheen haar debuutalbum Bloodline en dat is een album dat ik aan de ene kant heel mooi vond, maar dat me op een of andere manier ook wat tegen stond.

Op Bloodline liet Natalie Del Carmen absoluut horen dat ze een uitstekende zangeres is. Ze beschikt over een warme stem met veel soul en het is stem die over de potentie beschikt om een groot publiek aan te spreken. Bloodline was bovendien een album dat overliep van muzikaliteit. Het is een album dat zeer smaakvol en vaak origineel is ingekleurd en dat ook nog eens laat horen dat Natalie Del Carmen een getalenteerde songwriter is.

Bloodline had veel om van te houden, zeker als het koos voor redelijk puur klinkende Amerikaanse rootsmuziek, maar Natalie Del Carmen liet zich op haar debuutalbum ook met zeer grote regelmaat verleiden tot het maken van wat mij betreft veel minder onderscheidende pop en countrypop.

Het album hinkte daarom wat mij betreft te veel en te vaak op twee gedachten en kon maar niet kiezen tussen aan de ene kant smaakvolle Amerikaanse rootsmuziek en aan de andere kant wat richting mainstream doorslaande Nashville countrypop en Los Angeles pop. Ik koos er uiteindelijk voor om Bloodline te laten liggen, maar er waren ook zeker momenten dat ik het album wel het voordeel van de twijfel wilde geven.

Ik begon daarom met gemengde gevoelens aan het deze week verschenen Pastures, maar direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Natalie Del Carmen op haar tweede album totaal andere keuzes heeft gemaakt. Pastures opent met snel en rootsy snarenwerk, waarna een viool invalt. Rootsmuziek heeft het dit keer duidelijk gewonnen van de countrypop en de pop en het is nog wat traditioneel klinkende Amerikaanse rootsmuziek ook.

Als de stem van Natalie Del Carmen invalt hoor je de stem die op het debuutalbum van drie jaar geleden indruk maakte, maar ook de zang op Pastures schuift duidelijk op richting Amerikaanse rootsmuziek en het is een stem die wat mij betreft aan kracht en souplesse heeft gewonnen.

Ik was bij eerste beluistering van het tweede album van Natalie Del Carmen steeds bang dat ze weer zou vervallen in de meer naar pop en countrypop leunende muziek van haar debuutalbum, maar dat gebeurt niet. Pastures is een zeer smaakvol gemaakt rootsalbum, dat de voorzichtige en incidentele belofte van het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles meer dan waar maakt.

Natalie Del Carmen was piepjong toen ze haar debuutalbum maakte en is nog altijd pas 24 jaar oud. Op Pastures klinkt ze minstens een paar jaar ouder, want het tweede album van de Amerikaanse muzikante is een knap gemaakt en volwassen klinkend rootsalbum, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van de pure en authentiek klinkende variant van het genre.

De jonge Amerikaanse muzikante heeft zich op haar tweede album omringd met een aantal uitstekende muzikanten, die tekenen voor een zeer smaakvol rootsgeluid met een hoofdrol voor de organische klanken die gebruikelijk zijn in het genre. Natalie Del Carmen maakt zelf echter de meeste indruk met een bijzonder mooie stem, die ondanks haar jonge leeftijd verrassend rijp en doorleefd klinkt.

Na Bloodline had ik niet verwacht dat de muzikante uit Los Angeles zich zou richten op dit soort rootsmuziek, maar ze doet het op indrukwekkende wijze en schaart zich wat mij betreft onder de jonge smaakmakers binnen het genre. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ailbhe Reddy - Kiss Big (2026) 4,0

4 februari, 20:07 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ailbhe Reddy - Kiss Big - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ailbhe Reddy - Kiss Big
De Ierse muzikante Ailbhe Reddy was voor mij wat uit beeld verdwenen na haar opvallende debuutalbum, maar met Kiss Big trekt de tegenwoordig in Londen woonachtige muzikante weer nadrukkelijk de aandacht

Op haar debuutalbum Personal History moest de Ierse muzikante Ailbhe Reddy het vooral van haar stem hebben, al hadden haar wat ruwe en onconventionele songs ook wel wat. De stem van Ailbhe Reddy klinkt op haar deze week verschenen nieuwe album Kiss Big mooier en verzorgder en dat geldt ook voor de muziek op het album, waaraan dit keer vooral elektronica is toegevoegd. Het levert een interessant album op, waarop de Ierse muzikante makkelijk schakelt tussen avontuurlijke songs en wat meer pop georiënteerde songs. Het zijn songs die vooral inzoomen op de donkere kanten van een liefdesrelatie, waardoor Kiss Big een echt breakup album is.

Personal History, het debuutalbum van de jonge Ierse singer-songwriter Ailbhe Reddy, vond ik in 2020 een behoorlijk indrukwekkend album. Het is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een behoorlijk ruw en stekelig album, maar de muzikante uit Dublin maakt ook indruk met aansprekende songs, die zowel ingetogen en folky als rauw en stevig kunnen klinken.

Personal History valt echter vooral op door de expressieve en bijzonder klinkende stem van Ailbhe Reddy, die af en toe wel wat aan een jonge Sinéad O'Connor doet denken, maar dat is zeker niet de enige interessante naam die opkomt bij beluistering van het album.

Alle reden dus om de muziek van Ailbhe Reddy in de gaten te houden, maar dat deed ik vervolgens toch niet. Het in 2023 verschenen Endless Affair is me destijds niet opgevallen en toen ik de naam Ailbhe Reddy vorige week tegen kwam in de lijst met nieuwe albums deed dit bij mij ook geen belletje rinkelen.

Het tweede album van de Ierse muzikante, die volgens haar bandcamp pagina momenteel Londen als uitvalsbasis heeft, ligt in het verlengde van het debuutalbum waar ik zo enthousiast over was en doet er niet voor onder. Ook het tweede album van Ailbhe Reddy klinkt vaak ruw en wederom maakt ze indruk met haar zeer herkenbare stem.

Op het deze week verschenen Kiss Big kiest de Ierse muzikante voor een flink ander geluid. Op de eerste twee albums van Ailbhe Reddy stonden gitaren centraal, maar op Kiss Big draait in het merendeel van de songs om elektronica. Het is bijzonder klinkende elektronica, die de songs van de Ierse muzikante voorziet van een totaal ander geluid.

Dat andere geluid hoor je vooral in de songs die relatief sober zijn ingekleurd met elektronica, maar ook als de Ierse muzikante kiest voor een veel voller geluid waaraan ook gitaren zijn toegevoegd, hoor je weinig terug van de muziek die Ailbhe Reddy maakte op haar vorige twee albums.

Kiss Big is, meer dan Personal History en Endless Affair, een popalbum, maar folky ingrediënten zijn zeker niet helemaal verdwenen uit de muziek van de muzikante uit Londen. Kiss Big bevat immers ook een aantal ingetogen en gitaar georiënteerd songs, die zorgen voor een interessante draai op het album.

In muzikaal opzicht is Kiss Big een verrassend album, maar ook de zang van Ailbhe Reddy klinkt net wat anders dan ik van haar gewend was. De naam van Sinéad O'Connor komt bij mij in ieder geval geen enkele keer meer op en dat was met name bij beluistering van het debuutalbum wel anders.

Vooral in de wat meer ingetogen vocale passages klinkt de stem van Ailbhe Reddy mooier en zuiverder dan in het verleden en ook als ze wat meer uithaalt met haar stem hoor je dat ze beter is gaan zingen. Dat gaat misschien wat ten koste van het ruwe dat haar stem zo bijzonder maakte, maar het gaat niet ten koste van de emotie in de zang. Die emotie is volop aanwezig op Kiss Big, dat een onvervalst breakup album is.

Ik vind vooral de wat subtieler en avontuurlijker klinkende songs op Kiss Big erg mooi en interessant, maar ook als het album kiest voor grootse en meeslepende pop hoor ik genoeg interessants in de muziek van Ailbhe Reddy, die zich niet alleen als muzikante en zangeres, maar ook als songwriter heeft ontwikkeld op haar uitstekende nieuwe album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Joseph - Closer to Happy (2026) 4,0

4 februari, 16:03 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joseph - Closer To Happy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Joseph - Closer To Happy
Het Amerikaanse trio Joseph trok een jaar of zes geleden de aandacht met een briljante Tom Waits cover, is inmiddels uitgedund tot een duo, maar maakt ook op Closer To Happy weer indruk met prachtige stemmen

Ik luister niet zo heel vaak naar albums met covers, maar als een aantal van mijn favoriete zangeressen aan de haal gaan met het werk van Tom Waits, ben ik bij de les. Het zette me op het spoor van het Amerikaanse trio Joseph, waarvan ik vervolgens twee uitstekende albums leren kennen. De zussen Closner zijn inmiddels met zijn tweeën en kiezen voor een net wat ander en wat mij betreft interessant geluid. Het levert een aantal even persoonlijke als avontuurlijke songs op, maar ook op Closer To Happy zijn het vooral de stemmen van Meegan en Natalie Closner die indruk maken, zeker als ze hun stemmen verschillend gebruiken of juist goed zijn voor bijzonder mooie harmonieën.

In het najaar van 2019 ontdekte ik het Amerikaanse trio Joseph. Het drietal tekende voor de openingstrack en titeltrack van het onder de naam Women Sing Waits uitgebrachte Come On Up To The House en maakte wat mij betreft een verpletterende indruk. De stemmen van de zussen Allison, Meegan en Natalie Closner kleurden echt prachtig bij elkaar en waren op het verzamelalbum met songs van Tom Waits direct goed voor kippenvel.

Dankzij dit album kwam ik op het spoor van het eerder dat jaar verschenen tweede album van Joseph en ook op Good Luck, Kid maakten de drie zussen uit Portland, Oregon, diepe indruk met hun prachtige stemmen en betoverend mooie harmonieën. Good Luck, Kid werd in het voorjaar van 2023 gevolgd door The Sun dat ik nog wat beter vind dan zijn voorganger.

Op The Sun hebben invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek deels plaatsgemaakt voor invloeden uit de pop, maar de zang op het album is weer van een bijzondere schoonheid, terwijl het album echt heel mooi is geproduceerd door de gelouterde topproducer Tucker Martine.

Joseph keert deze week terug met een nieuw album en wat direct opvalt bij het bekijken van de cover van Closer To Happy is dat er nog maar twee vrouwen zijn te zien. Joseph is op haar nieuwe album een duo, want Allison Closner heeft de band inmiddels verlaten om tijd te hebben voor andere doelen in het leven.

Dat is jammer, want harmonieën met drie prachtig bij elkaar passende stemmen zijn indrukwekkender dan harmonieën waarin slechts twee stemmen zijn te horen, al laat bijvoorbeeld het Zweedse duo First Aid Kit inmiddels al heel wat jaren horen dat het niet minder mooi hoeft te zijn.

Meegan en Natalie Closner staan er nu met zijn tweeën voor en doen er in vocaal opzicht een schepje bovenop. Closer To Happy opent met betrekkelijk sobere gitaarakkoorden en de direct prachtige stemmen van de twee overgebleven zussen. Het zijn stemmen die in eerste instantie vooral ingetogen klinken, maar fraai meebewegen met de muziek, die ook wat stevigere uitbarstingen laat horen. Natuurlijk wordt de derde stem van Allison gemist, maar zowel de elkaar versterkende stemmen als de harmonieën maken ook dit keer indruk.

Ook op Closer To Happy verwerkt Joseph zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de pop, met hier en daar wat stevigere gitaren dan we van de zussen gewend zijn, maar ook enkele uitstapjes naar andere hoeken van de pop. Joseph vertrouwt ook op Closer To Happy op vocaal vuurwerk en dat blijkt wederom een krachtig wapen. Het tweetal verlegt ook de koers met niet alleen een wat ruwer geluid maar ook behoorlijk donkere en intieme songs, die een persoonlijk tintje, diepgang, kwetsbaarheid en emotie toevoegen aan het geluid van Joseph.

Ik vind het persoonlijk jammer dat Joseph een zus is kwijtgeraakt en dat, mede hierdoor, harmonieën een wat minder prominente rol spelen dan op de vorige albums, maar het siert Meegan en Natalie Closner dat ze niet fantasieloos doorgaan op de eerder ingeslagen weg, maar experimenten met nieuwe klanken en andere vocalen. Wat niet is veranderd is dat ik ook Closer To Happy weer een indrukwekkend album vind van een in Nederland vooralsnog vrij onbekende band. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lande Hekt - Lucky Now (2026) 4,0

3 februari, 16:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lande Hekt - Lucky Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lande Hekt - Lucky Now
Lande Hekt maakte al twee uitstekende albums, maar zet een volgende stap op haar nieuwe album Lucky Now, waarop invloeden uit de jaren 80 en 90 op onweerstaanbaar lekkere wijze worden samengesmeed in een fris geluid

De naam Lande Hekt klinkt niet echt Brits, maar de tongval van de muzikante uit Bristol laat geen ruimte voor twijfel. Lande Hekt trok de aandacht met haar stem toen haar debuutalbum vijf jaar geleden verscheen, maar op het deze week verschenen Lucky Now trekt ze met veel meer de aandacht. De zang is ook dit keer aansprekend, maar ook het gitaarwerk is van een betoverende schoonheid. Het komt allemaal samen in songs die op een of andere manier bekend in de oren klinken door alle echo’s uit het verleden, maar Lucky Now van Lande Hekt klinkt ook zeker fris en eigentijds. Het is een album dat meer aandacht krijgt dan de twee uitstekende voorgangers en dat is echt volkomen terecht.

De Britse muzikante met de bijzondere naam Lande Hekt maakte de afgelopen jaren in kleine kring indruk met twee prima albums. Mijn kennismaking met de muziek van Lande Hekt is precies vijf jaar oud, want aan het begin van 2021 verscheen haar debuutalbum Going To Hell. Dat album werd vooraf gegaan door het mini-album Gigantic Disappointment uit 2019 en de jaren daarvoor maakte de Britse muzikante deel uit van de punky rockband Muncie Girls.

Op Going To Hell schoof de muzikante uit Bristol wat op richting singer-songwriter muziek, overigens zonder haar liefde voor lekker ruwe indierock te verliezen. Going To Hell bevat songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden, ook als de teksten wat donkerder zijn. Lande Hekt laat op haar debuutalbum echter ook horen dat ze veel te bieden heeft. Ze schrijft aansprekende songs en beschikt over een zeer karakteristieke maar wat mij betreft ook zeer aangename stem, die haar songs voorziet van een herkenbare eigen sound.

Ik was daarom zeer te spreken over Going To Hell en ook de anderhalf jaar later verschenen opvolger House Without A View vond ik een uitstekend album. Op haar tweede album experimenteerde Lande Hekt met een wat voller geluid met ook wat invloeden uit de shoegaze, dreampop en postpunk, maar ook de folk en indierock van haar debuutalbum keerden terug op House Without A View.

Lande Hekt keert deze week terug met haar derde album Lucky Now en het is een album dat in wat bredere kring de aandacht lijkt te trekken. Paste en Pitchfork schaarden het album onder de meest interessante albums van deze week en ook de Britse muziekpers is enthousiast over de nieuwe muziek van Lande Hekt. Die aandacht verdiende de Britse muzikante ook al met haar vorige twee albums, maar het is goed nieuws dat Lucky Now een plekje in de spotlights heeft gekregen.

Lande Hekt laat sinds haar mini-album uit 2019 op al haar volgende albums ontwikkeling horen en dat doet ze ook weer op Lucky Now. Het album opent met het wat vollere geluid dat we kennen van House Without A View, maar de Britse muzikante heeft weer wat invloeden toegevoegd aan haar geluid.

Lucky Now is een album dat vrijwel continu associaties oproept met de muziek uit de jaren 80 en 90. Het zijn in mijn geval associaties met zo ongeveer alles dat ik in muzikaal opzicht leuk vond in deze twee decennia. Lucky Now viel bij mij direct op door het geweldige gitaarwerk dat niet alleen mooi maar ook veelzijdig is. Lucky Now bevat in een aantal songs melodieuze, breed uitwaaiende en dromerige gitaarakkoorden, maar is ook niet bang voor wat gruiziger gitaarwerk of voor de onweerstaanbare gitaarlijnen die we kennen uit de jangle pop.

Het heerlijke gitaarwerk duikt op in songs die bijzonder makkelijk verleiden en die mij direct een goed gevoel geven. Het wordt nog wat aangenamer door de stem van Lande Hekt, die vergeleken met de zang op Going To Hell wat melodieuzer is, maar die nog steeds opvalt. Lucky Now van Lande Hekt klinkt voor mij als een omgevallen platenkast met heel veel persoonlijke favorieten uit de jaren 80 en 90, maar door de eigen draai die Lande Hekt geeft aan alle invloeden uit het verleden ook als een album dat het prille muziekjaar 2026 voorziet van glans en plezier. Ik word er in ieder geval heel blij van. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Marta Del Grandi - Dream Life (2026) 4,5

2 februari, 17:41 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Marta Del Grandi - Dream Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Marta Del Grandi - Dream Life
Marta Del Grandi maakte al twee vooral positief besproken albums, maar met het deze week verschenen Dream Life maakt de Italiaanse nog wat meer indruk met een bijzonder fris en avontuurlijk eigen geluid

Het is fascinerend hoe de Italiaanse muzikante Marta Del Grandi haar songs continu van kleur laat verschieten. Het zijn songs die bol staan van avontuur, maar het zijn ook songs die zich makkelijk opdringen wat een bijzondere combinatie is. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles op Dream Life, dat lastig in een hokje is te duwen, en ook met haar mooie stem kan Marta Del Grandi meerdere kanten op. De voormalige jazzzangeres klinkt met haar stem niet langer jazzy, maar in de muziek spelen invloeden uit het genre zeker invloed. De Italiaanse muzikante voegt hier uiteenlopende invloeden aan toe, waardoor Dream Life tien songs lang vermaakt maar ook intrigeert.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing heb ik op de krenten uit de pop geen enkele aandacht besteed aan de eerste twee albums van de Italiaanse muzikante Marta Del Grandi. Nu zijn Until We Fossilize uit het najaar van 2021 en Selva uit het najaar van 2023 ook zeker geen heel makkelijk te doorgronden albums, maar het zijn wel heerlijk avontuurlijke albums waarop echt van alles gebeurt.

Marta Del Grandi begeeft zich op deze albums zo af en toe redelijk ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar veel vaker maakt ze muziek waar ik wel heel enthousiast over ben. Toen ik vorige week nog eens luisterde naar Until We Fossilize en Selva was ik eigenlijk best onder de indruk van de muziek van Marta Del Grandi en met de kennis van nu zou ik beide albums zonder spoor van twijfel uitroepen tot krent uit de pop.

Reden om te luisteren naar het oude werk van Marta Del Grandi is het nieuwe album van de muzikante uit Milaan, dat deze week is verschenen. Na de goede ervaringen met Until We Fossilize en Selva beviel ook het deze week verschenen Dream Life me direct en over het nieuwe album van Marta Del Grandi ben ik nog wat enthousiaster dan over zijn twee voorgangers.

Marta Del Grandi is een Italiaanse muzikante, maar ze had lange tijd het Belgische Gent als thuisbasis. Ze was van oorsprong jazzzangeres, maar omarmde zo’n tien jaar geleden de popmuziek. Haar Italiaanse afkomt en haar verleden als jazzzangeres spelen geen rol van betekenis op Dream Life, dat vooral klinkt als een aantrekkelijk maar ook avontuurlijk popalbum.

In de eerste recensies van Dream Life worden meerdere keren David Byrne en St. Vincent genoemd als vergelijkingsmateriaal. Dat is deels elkaar napraten, maar dat juist deze namen opduiken begrijp ik ook wel. De songs van Marta Del Grandi verspringen net zo makkelijk van kleur als die van St. Vincent en met name in ritmes hoor ik wel wat van de muziek die David Byrne gedurende zijn carrière heeft gemaakt.

De muziek van Marta Del Grandi wordt vooral art-pop genoemd en dat is een vrij nietszeggend label. Veel beter kan ik het echter niet verzinnen, want de Italiaanse muzikante heeft een heel bijzonder eigen geluid dat lak heeft aan genres. Af en toe hoor ik in de muziek van invloeden uit de jazz, maar Dream Life bevat ook invloeden uit de elektronische popmuziek en kan ook opschuiven richting wat donkere popmuziek met een vleugje 80s. Hier blijft het niet bij, want Marta Del Grandi kan ook tijdloze jaren 70 pop maken, zoals in de titeltrack van haar nieuwe album.

Heel veel houvast biedt Dream Life niet, want de bijzondere wendingen en ingrediënten liggen altijd op de loer. Het knappe van het derde album van Marta Del Grandi is dat het een groot deel van de tijd verrassend toegankelijk klinkt, maar je desondanks keer op keer op het verkeerde been wordt gezet.

In de muziek valt vooral de inzet van zowel blazers als elektronica op, maar ook de stem van de muzikante uit Milaan voorziet de songs op Dream Life van een uniek eigen karakter. Je hoort goed dat de Italiaanse muzikante beschikt over een uitstekende stem, maar ook deze durft ze op allerlei manieren te gebruiken.

Ik had het geluk dat ik de vorige albums van Marta Del Grandi nog in mijn hoofd had bij eerste beluistering van Dream Life, want het is echt wel even wennen, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe vrolijker ik er van word en hoe interessanter de muziek van Marta Del Grandi wordt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Prince - HitnRun: Phase Two (2015) 4,5

1 februari, 19:15 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Prince - HITnRUN Phase Two (2015) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Prince - HITnRUN Phase Two (2015)
Prince was in 2015 lang niet meer zo populair als in zijn hoogtijdagen, maar met HITnRUN Phase Two maakte hij aan het eind van 2015 onverwacht een van zijn beste albums en helaas ook zijn zwanenzang

De aandacht voor de albums van Prince nam in het huidige millennium flink af. Ik bleef de Amerikaanse muzikant zelf trouw, maar moest ook concluderen dat veel van zijn latere albums echt een heel stuk minder waren dan de albums die hij met name in de jaren 80 maakte. Aan het eind van 2025 wist HITnRUN Phase Two me echter direct te overtuigen. Prince strooide in 2014 en 2015 met albums en liet weer mooie dingen horen, maar op HITnRUN Phase Two klopte opeens alles. Tien jaar later krijgt het album toch nog een fatsoenlijke release en is HITnRUN Phase Two de officiële zwanenzang van de Amerikaanse grootheid. Het is een zeer waardig slotakkoord.

Aan het eind van 2015 verscheen HITnRUN Phase Two van Prince. Het was de opvolger van het een paar maanden eerder verschenen HITnRUN Phase One, waarvan ik niet heel erg onder de indruk was, maar waarop ik wel een aantal lichtpuntjes hoorde. Die hoorde ik volop op HITnRUN Phase Two, dat ik in mijn recensie het beste Prince album in 25 jaar of misschien zelfs wel langer noemde.

HITnRUN Phase Two was aan het eind van 2015 slecht verkrijgbaar en alleen te beluisteren via Tidal en te bestellen via de website van Paisley Park. Het album deed dan ook niet zo heel veel, maar zelf hoopte ik en had ik het volste vertrouwen in een wederopstanding van een van de grootste muzikanten aller tijden.

Ik kon aan het eind van 2025 natuurlijk niet vermoeden dat Prince een paar maanden later zou overlijden en dat HITnRUN Phase Two zijn zwanenzang zou zijn. Het oeuvre van Prince is sindsdien aangevuld met een aantal albums uit de archieven van de Paisley Park Studios, maar HITnRUN Phase Two blijft het officiële slotakkoord in het oeuvre van Prince.

Het album dat werd gemaakt met The New Power Generation krijgt deze week een reissue op cd en vinyl, maar staat sinds een aantal jaren ook op alle streaming media platforms. Ik noemde HITnRUN Phase Two net iets meer dan tien jaar geleden het beste Prince album in minstens 25 jaar, maar inmiddels is het een van mijn favoriete Prince albums en staat het album wat mij betreft tussen een aantal Prince klassiekers uit de jaren 80 in.

De vele albums die Prince heeft gemaakt hebben in muzikaal opzicht allemaal meer dan voldoende te bieden, maar het ontbrak de Amerikaanse muzikant wel eens aan echt goede songs. HITnRUN Phase Two staat wat mij betreft vol met goede songs en past daarom wat mij betreft tussen zijn beste albums. Het album is inmiddels misschien tien jaar oud, maar klinkt nog opvallend fris en urgent. openingstrack Baltimore over politiegeweld in de Verenigde Staten is bovendien angstig actueel.

In muzikaal opzicht is HITnRUN Phase Two een vintage Prince album. Met een mix van soul, funk, jazz, pop en rock sluit het goed aan op veel eerdere Prince albums. Het is een album met een lekker vet geluid met veel blazers, maar ook de bijdragen van bas, drums, keyboards en gitaren dragen bij aan het echt bijzonder lekker klinkende geluid op HITnRUN Phase Two, waarop Prince wat mij betreft nog iets vaker naar zijn gitaar had mogen grijpen.

Veel tracks op HITnRUN Phase Two hadden niet misstaan in de setlist van de weergaloze tours van Prince in de tweede helft van de jaren 80 en dat zegt wat. Veel van de latere albums van Prince missen de songs die na een paar keer horen memorabel zijn, maar HITnRUN Phase Two bevat een hele serie van deze songs. Het album sluit aan bij de albums die Prince in de jaren 80 maakte, maar klinkt net wat warmer en vooral moderner, waardoor ik HITnRUN Phase Two vaak prefereer boven de erkende klassiekers van de Amerikaanse muzikant.

Met Baltimore geeft Prince een krachtig statement af en ik weet zeker dat dit er ook was gekomen na de recente gebeurtenissen in zijn Minneapolis. Het is een extra reden om nog altijd te treuren over het veel te vroege overlijden van de Amerikaanse muzikant, maar HITnRUN Phase Two laat vooral horen hoeveel er nog in het vat had kunnen zitten. Het was tien jaar geleden een wat genegeerd album, maar het verdient echt een nieuwe kans. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Malena Zavala - If This Life Could Start Again (2026) 4,0

1 februari, 19:10 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Malena Zavala - If This Life Could Start Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Malena Zavala - If This Life Could Start Again
Iedereen die de muziek van Malena Zavala kent weet dat de van oorsprong Argentijnse muzikante fascinerende muziek maakt en dat doet ze nog wat mooier op het deze week verschenen If This Life Could Start Again

De naam van Malena Zavala zal niet bij iedereen direct een belletje doen rinkelen, maar ik dacht direct aan haar debuutalbum Aliso, dat helaas een zeer goed bewaard geheim is gebleven. Na het net wat mindere tweede album uit 2020 keert de muzikante uit Londen deze week terug met haar derde album en If This Life Could Start Again mag zeker geen goed bewaard geheim blijven. Malena Zavala heeft immers een bijzonder knap, origineel en eigenzinnig album gemaakt, dat je maar blijft verrassen. Het betekent niet dat If This Life Could Start Again een ontoegankelijk album is, want de songs, de muziek en de stem van de Argentijnse muzikante zijn echt wonderschoon. Prachtalbum.

Bijna zes jaar geleden besprak ik het album La Yarará van de in Argentinië geboren maar vanuit Londen opererende muzikante Malena Zavala. Via La Yarará kwam ik ook op het spoor van haar in 2018 verschenen debuutalbum Aliso, waarvan inmiddels drie versies zijn verschenen. Op haar debuutalbum maakt Malena Zavala dromerige en bijzonder fascinerende muziek met invloeden uit de folk, maar ook iets bijzonder eigenzinnigs. Ik luister nog vaak naar het album dat het vooral in de kleine uurtjes geweldig doet en ik persoonlijk mooier en interessanter vind dan het tweede album van Malena Zavala, waarop invloeden uit de pop en de Latijns Amerikaanse muziek een grotere rol speelden.

Door mijn grote liefde voor het destijds helaas nauwelijks opgepikte Aliso was ik al een tijd heel nieuwsgierig naar het nieuwe album van Malena Zavala en dat album is deze week verschenen. Ik heb het inmiddels meerdere keren beluisterd en kan wel alvast verklappen dat Malena Zavala een bijzonder mooi album heeft gemaakt, dat de vergelijking met haar geweldige debuutalbum zeker aan kan.

De flirts met pop en Latijns Amerikaanse muziek, die het vorige album van de van oorsprong Argentijnse muzikante leuk en aangenaam maar uiteindelijk ook minder interessant maakten, zijn op If This Life Could Start Again niet helemaal verdwenen, maar spelen een minder belangrijke rol en maken onderdeel uit van een bont palet aan invloeden. Malena Zavala is niet alleen muzikant, maar ook producer en filmmaker en combineert al haar talenten op If This Life Could Start Again.

Net als op haar debuutalbum slaagt ze er in om beeldende muziek te maken, zeker als ze kiest voor wat ongrijpbare en breed uitwaaiende klankentapijten. Het is muziek die de fantasie stevig prikkelt, maar het is ook muziek die tijdelijk zorgt voor totale ontspanning. Tijdelijk, want er gebeurt zoveel op If This Life Could Start Again dat het je soms aangenaam duizelt.

Het derde album van Malena Zavala is ook een productioneel hoogstandje. Het is een album dat verrassend ruimtelijk klinkt en waarop alle instrumenten die zijn te horen van elkaar zijn te onderscheiden en prachtig om de stem van Malena Zavala heen cirkelen. De vorige twee albums van de muzikante uit Londen waren al behoorlijk veelzijdig en lastig te classificeren en dat is er niet makkelijker op geworden.

Malena Zavala heeft lak aan genres en stort een veelheid aan invloeden over je uit. Haar muziek klinkt af en toe verrassend toegankelijk, maar schuwt ook het experiment niet, waardoor het album steeds weer andere kanten op wordt geduwd. Folk is soms de basis van de songs van Malena Zavala, maar ze maakt totaal andere folk dan andere muzikanten en het is folk die ook zomaar kan opschuiven richting R&B, psychedelica of de muziek uit het vaderland van Malena Zavala.

In muzikaal opzicht is If This Life Could Start Again met een bijzondere mix van organische klanken en elektronica een fascinerend album en dat is het ook in vocaal opzicht. Malena Zavala beschikt over een hele mooie stem die zacht, zwoel en dromerig kan klinken, maar alle kanten op kan en je steeds weer weet te raken.

If This Life Could Start Again is, zeker als je de muziek van Malena Zavala niet kent, geen album dat je na één keer horen kunt beoordelen, want daarvoor is het album te eigenzinnig. Neem dus de tijd voor If This Life Could Start Again en luister ook zeker eens naar het alweer acht jaar oude Aliso. Grote kans dat je er twee favoriete albums bij hebt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Immaterialize - Perfect (2026) 3,5

1 februari, 19:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Immaterialize - Perfect - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Immaterialize - Perfect
Immaterialize is een duo uit Chicago dat volgens de Amerikaanse muziekwebsite Paste het popalbum van het prille muziekjaar 2026 heeft gemaakt en in ieder geval de aandacht trekt met bijzondere muziek

We hebben al een tijdje niets meer van Beach House gehoord, maar gelukkig is Perfect van het Amerikaanse duo Immaterialize een goed alternatief. Dat betekent niet dat Immaterialize heel dicht tegen Beach House aankruipt. Ik hoor wel wat raakvlakken in de muziek en in de zang, maar Immaterialize klinkt ook duidelijk anders. Perfect duurt maar 26 minuten en is in die 26 minuten een wat dromerige en benevelende luistertrip. Ik begrijp het enthousiasme van Paste inmiddels wel, maar had op basis van de woorden van de muziekwebsite een heel ander album verwacht. Uiteindelijk ben ik echter vooral blij met de zoveelste interessante tip van een van mijn meest waardevolle tipgevers.

Tips van de Amerikaanse muziekwebsite Paste neem ik altijd heel serieus, dus ik was direct getriggerd door de woorden van Paste over Perfect van het Amerikaanse duo Immaterialize. Paste noemde het debuutalbum van het tweetal vorige week het beste popalbum van dit jaar. Dat zegt natuurlijk niet heel veel, want het jaar is pas net begonnen, en ik vind het ook wel grote woorden, want er zijn dit jaar al een aantal albums verschenen die ik zeker niet te makkelijk opzij wil schuiven.

Ik onderschrijf de grote woorden van Paste dan ook niet, maar Perfect van Immaterialize is wel een interessant en opvallend album. Immaterialize is een duo uit Chicago, Illinois, dat bestaat uit DJ Immaterial and Lipsticism. Dat zijn namen die bij associaties oproepen met een rap duo, maar dat is Immaterialize zeker niet. Het duo uit Chicago laat op het thuis opgenomen Perfect vooral invloeden uit de dreampop horen, maar het album schuurt af en toe ook tegen bedroom pop aan.

Zeker wanneer de vrouwelijke helft van Immaterialize verantwoordelijk is voor de zang lijkt de muziek van het Amerikaanse duo wel wat op die van Beach House. De muziek van Immaterialize is wat minder zwaar aangezet dan die van Beach House en ook de zang is net wat minder intens, maar de combinatie van benevelende klanken en zwoele verleiding is zeker aanwezig. Die verleiding komt deels van de fraaie combinatie van melodieuze gitaarlijnen en zweverige synths, maar vooral van de zachte en ook aangenaam zweverige stem van Lipsticism, wat overigens weer een project is van Alana Schachtel.

Ik zou het persoonlijk geen probleem vinden om de muziek van Immaterialize in het hokje dreampop te duwen, maar het tweetal uit Chicago flirt ook absoluut met invloeden uit omliggende genres, waaronder indiepop, postpunk en 80s pop. Perfect van Immaterialize past prima in mijn muzikale straatje, al had het album wat mij betreft ook niet veel langer moeten duren dan de 26 minuten muziek die het nu bevat. Na een tijdje word je immers wel wat week en slap van de zweverige klanken en de onderkoelde zang, die in gedoseerde porties wel het juiste effect hebben.

Ik noemde Perfect van Immaterialize eerder ook een album met invloeden uit de bedroom pop, maar vergeleken met de meeste albums in dit genre voegt het tweetal uit Chicago wel heel veel galm en subtiele vervorming toe aan haar muziek. Ik ben er ook nog niet uit of ik Perfect, net als Paste, een popalbum zou noemen.

Bij popalbums denk ik toch vooral aan albums met aanstekelijke songs met een duidelijke kop en staart, catchy refreinen en duidelijk herkenbare melodieën, maar dat zijn niet direct de dingen die ik hoor op het debuutalbum van Immaterialize. De songs van de band blijven wat mij betreft ook niet heel makkelijk hangen, wat als voordeel heeft dat de songs op Perfect interessant blijven, maar niet direct passen bij de omschrijving popalbum.

Ik vind Perfect vooral een album om lekker bij weg te dromen, Dat lukt uitstekend en ondertussen wordt de fantasie uitvoerig geprikkeld door de fraaie gitaarlijnen en de mooie lagen in de muziek van het tweetal. De verleidelijke zang van Lipsticism en de dromerige zang van DJ Immaterial, aka Eric Fur, doen de rest. Al met al zeker een interessante tip van Paste derhalve. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Emily Scott Robinson - Appalachia (2026) 4,0

1 februari, 16:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Emily Scott Robinson - Appalachia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Emily Scott Robinson - Appalachia
Emily Scott Robinson maakte bijna vijf jaar geleden een helaas wat ondergesneeuwd maar erg goed rootsalbum en maakt deze week nog wat meer indruk op Appalachia, dat zich laat inspireren door stokoude folk

Luister naar Appalachia van Emily Scott Robinson en je hoort in eerste instantie vooral een prachtige stem. Het is een stem die uitstekend past bij de Appalachen folk die centraal staat op het album, maar iedereen die Emily Scott Robinson al wat langer volgt weet dat ze in meerdere genres uit de voeten kan. De oude folk die centraal staat op Appalachia is zeer smaakvol ingekleurd met gitaren en af en toe strijkers en fraai geproduceerd door topproducer Josh Kaufman. De grootste ster op het album is Emily Scott Robinson zelf, want wat zingt ze op haar nieuwe album prachtig. De stem van de muzikante is keer op keer goed voor kippenvel, hoe vaak je Appalachia ook hoort.

De Amerikaanse muzikant Emily Scott Robinson duikt deze week op in de lijsten met nieuwe albums. Ik was haar naam eerlijk gezegd vergeten, maar haar vorige album, het in 2021 uitgebrachte American Siren, was ik zeker niet vergeten. Het is een zowel tijdloos als eigentijds rootsalbum, dat opvalt door mooie sfeervolle klanken en imponeert met de weergaloze stem van de muzikante uit Nashville, Tennessee.

Het is een album dat ik de afgelopen jaren met enige regelmaat heb beluisterd, kennelijk zonder dit direct te koppelen aan de naam Emily Scott Robinson. Ik ga haar naam vanaf nu wel onthouden, want ook het deze week verschenen Appalachia is weer een erg mooi en krachtig album.

Het is een album dat wat anders klinkt dan het vooral met folk en country gevulde American Siren. De titel van het nieuwe album verraadt al welke kant het op gaat, want op Appalachia grijpt Emily Scott Robinson inderdaad terug op de folk zoals deze in het begin van de vorige eeuw al werd gemaakt in de Appalachen.

In muzikaal opzicht sluit Appalachia misschien wat minder aan op mijn muzieksmaak, dan American Siren, maar zo op zijn tijd kan ik Appalachen folk best waarderen. Appalachia van Emily Scott Robinson kan ik zeker waarderen, want het is in meerdere opzichten een uitstekend album.

American Siren maakte in 2021 vooral indruk met de stem van de Amerikaanse muzikante en ook op Appalachia valt de stem van Emily Scott Robinson het meest op. Het is een stem die op het vorige album prachtig kleurde bij een geluid met vooral invloeden uit de folk, country en pop en het is een stem die het op Appalachia uitstekend doet bij het behoorlijk traditioneel klinkende folkgeluid.

Het is ook een stem die zich aanpast aan de muziek, want de stem van de muzikante uit Nashville klinkt op Appalachia net zo mooi en krachtig als op American Siren, maar wel wat anders. Ik heb bij de bespreking van het vorige album Alison Krauss niet genoemd als vergelijkingsmateriaal, maar dat is wel een naam die opkomt bij beluistering van het nieuwe album.

Emily Scott Robinson wist voor Appalachia niemand minder dan Josh Kaufman te strikken als producer en die levert zoals gebruikelijk vakwerk. De zang op Appalachia klinkt anders dan op American Siren en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de muziek op het album. Het geluid op het nieuwe album van Emily Scott Robinson wordt gedomineerd door (akoestische) gitaren, terwijl de viool en de cello zorgen voor de meeste andere accenten in de muziek.

De muziek op het album heeft zich misschien laten beïnvloeden door folkmuziek van lang geleden, maar in de persoonlijke teksten staat Emily Scott Robinson met beide benen in het heden en weet te ze te ontroeren met bijvoorbeeld teksten over de dementie van haar oma. Zeker als ze wat meer emotie in haar stem stopt hoor je goed hoe mooi en bijzonder de stem van Emily Scott Robinson is.

Ik moest er door het wel erg traditionele geluid even in komen, maar toen ik er eenmaal aan gewend was hoorde ik alleen nog maar de schoonheid van de muziek en de songs en de overrompelend mooie stem van de Amerikaanse muzikante, die het ook prachtig doet in een duet met John Paul White of wanneer vrouwelijke achtergrondvocalen worden toegevoegd, zoals in het duet met Lizzy Ross. Ik heb rootsmuziek bij voorkeur iets moderner, maar voor Appalachia maak ik graag een uitzondering. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer