Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Amanda Bergman - embraced for a second as we die (2026) 4,0
vandaag om 18:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amanda Bergman - embraced for a second as we die - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Amanda Bergman - embraced for a second as we die
Amanda Bergman had al twee uitstekende albums op haar naam staan, maar levert met het deze week verschenen embraced for a second as we die een zowel in muzikaal als in vocaal opzicht nog wat indrukwekkender album af
Laat embraced for a second as we die van de Zweedse muzikante Amanda Bergman door de speakers komen en je waant je even in de jaren 70. Dat duurt niet heel lang, want het album verwerkt absoluut invloeden uit de jaren 70, maar blijft hier zeker niet in steken. Amanda Bergman maakt op haar derde album vooral tijdloze popmuziek en het is popmuziek van het warme soort. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de muziek op het album die naast warm ook subtiel en smaakvol is. Hetzelfde geldt voor de zang, die in het verleden wat ruwer klonk, maar aan souplesse en schoonheid heeft gewonnen. Amanda Bergman trekt vanaf het Zweedse platteland misschien wat minder makkelijk de aandacht, maar heeft echt een heel mooi album gemaakt.
Toen ik vorige week een nieuw album van de Zweedse muzikante Amanda Bergman in de lijst met nieuwe releases zag staan wist ik nog wel dat ik eerder albums van haar had besproken, maar ik had geen duidelijke herinnering meer aan haar muziek. Nu is haar debuutalbum Docks inmiddels bijna tien jaar oud, maar haar vorige album Your Hand Forever Checking On My Fever is nog geen twee jaar oud.
Het zal aan het enorme aanbod aan nieuwe muziek liggen, want ik heb het laatste album van Amanda Bergman na het typen van mijn recensie inderdaad niet vaak meer beluisterd. Ik heb mijn recensies van de vorige twee albums van Amanda Bergman er nog eens bij gepakt en in deze recensies besteed ik veel aandacht aan de wat ruwe stem van de Zweedse muzikante, die ik onder andere vergeleek met Marianne Faithfull, Nico en Amanda Lear (!).
Dat zijn geen stemmen die me altijd kunnen bekoren, maar de zang op het deze week verschenen embraced for a second as we die (geen hoofdletters) vond ik direct heel erg mooi en blijf ik ook mooi vinden. Ik heb daarom toch ook nog even naar het tien jaar oude Docks geluisterd en hierop klinkt de stem van Amanda Bergman inderdaad net iets anders, al hoor ik de bovenstaande namen er eerlijk gezegd niet meer in terug.
Op embraced for a second as we die klinkt de stem van de Zweedse muzikante, die ook een boerderij runt, wat warmer en wat minder ruw en dat vind ik persoonlijk een verbetering. Ook in muzikaal opzicht slaat het derde album van de Zweedse muzikante een net wat andere weg in en ook deze bevalt me zeer.
Op embraced for a second as we die verwerkt Amanda Bergman, die ook deel uitmaakt van de Zweedse band Amason, invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar het album klinkt ook als een tijdloos popalbum. Ik hoor wat invloeden uit de jazzy softpop van de jaren 70, maar af en toe hebben de songs van de Zweedse muzikante ook een jaren 80 vibe of sluiten ze aan bij een aantal decennia Californische popmuziek.
Ik heb niet veel informatie over het album, maar hoor wel dat het met heel veel zorg is gemaakt. De muziek op het album klinkt opvallend warm, maar is ook zeer smaakvol. Het is muziek die de perfecte ondergrond biedt voor de stem van Amanda Bergman. Het is een stem die in het verleden misschien subtiel tegen de haren in streek, maar de zang op embraced for a second as we die is echt bijzonder mooi. Amanda Bergman zingt met veel precisie, maar legt ook veel gevoel in haar stem, die misschien wat minder ruw klinkt dan in het verleden, maar wel voldoende doorleefd.
In muzikaal opzicht is embraced for a second as we die een warme deken in een ijskoude Zweedse winter en de stem van Amanda Bergman voegt er nog wat extra warmte aan toe. Ik hoor af en toe wel wat van de muziek die Joni Mitchell maakte aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80, maar de stem van de Zweedse muzikante werpt wat minder hoge drempels op.
Ik heb de vorige albums van Amanda Bergman er ook nog eens bij gepakt en ook die bevallen me erg goed, maar ik sla embraced for a second as we die nog net wat hoger aan. Op het derde album van Amanda Bergman klinkt alles nog net wat mooier en ook de songs zitten net wat knapper in elkaar. De Zweedse muzikante verdeelt haar tijd tussen haar boerenbedrijf en het maken van muziek, maar wat mij betreft mag ze nog wat vaker muziek maken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic (2026) 3,5
vandaag om 12:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic
De Amerikaanse muzikanten Julianna Barwick en Mary Lattimore streken neer in Parijs en maakten daar met elektronica en harpen uit een ver of zelfs heel ver verleden een even rustgevend als betoverend album
Een album waarop vooral klanken van de harp zijn te horen, aangevuld met wat analoge synths en lagen engelachtige vocalen kunnen normaal gesproken niet direct op mijn sympathie rekenen, maar ik was direct onder de indruk van Tragic Magic van Julianna Barwick en Mary Lattimore. Het is een album waarop in muzikaal opzicht van alles gebeurd, maar toch zorgen de bijzondere klanken op het album voor totale ontspanning. Het is een album dat zich niet heel makkelijk laat classificeren en dat ver weg blijft van standaard popsongs, maar op een of andere manier klinkt het toch verrassend toegankelijk en is Tragic Magic keer op keer goed voor een fascinerende luistertrip.
Julianna Barwick en Mary Lattimore zijn twee Amerikaanse muzikanten die al heel wat jaren aan de weg timmeren en in het verleden ook al meerdere keren samenwerkten. Tot een gezamenlijk album kwam het tot dit jaar nog niet, maar deze week verscheen Tragic Magic. Op basis van de omschrijvingen van het album leek het me niet direct een album voor mij, maar de eerste recensies van het album waren zo positief dat ik toch ben gaan luisteren.
Tragic Magic van Julianna Barwick en Mary Lattimore is inderdaad redelijk ver verwijderd van de albums waar ik normaal gesproken naar luister en zeker van albums die ik normaal gesproken goed vind, maar het album heeft wat, waardoor ik na eerste aarzelingen toch viel voor Tragic Magic.
Julianna Barwick en Mary Lattimore gingen voor het opnemen van hun eerste gezamenlijke album naar Parijs en streken uiteindelijk neer in de Philharmonie de Paris, waar ze konden beschikken over de unieke verzameling instrumenten uit het Musée de la Musique’s uit de Franse hoofdstad. Zo kreeg Mary Lattimore de beschikking over een aantal harpen uit de 18e en 19e eeuw, terwijl Julianna Barwick zich omringde met elektronica uit de 20e eeuw en met name met analoge synths uit de jaren 70 en 80.
Het levert een album op dat totaal anders klinkt dan andere albums die ik de laatste tijd, of gedurende een hele lange tijd, heb beluisterd. Bij de harp denk ik vooral aan de Zwitserse muzikant Andreas Vollenweider, die in de jaren 80 even heel populair was, maar het harpspel van Mary Lattimore klinkt anders. Julianna Barwick ken ik vooral van atmosferische elektronische klankentapijten en die zijn ook te horen op Tragic Magic. Ze combineert deze klankentapijten met lagen vocalen die ook vooral als instrument worden ingezet.
De muziek van de twee muzikanten uit Los Angeles, die hun thuisbasis tijdelijk achter zich lieten toen de stad werd geteisterd door alles verwoestende branden, wordt hier en daar voorzien van het etiket avant-garde, maar dat past niet echt. De muziek van de twee is inderdaad niet alledaags, maar ik vind Tragic Magic een stuk toegankelijker en aangenamer dan het gemiddelde avant-garde album.
Julianna Barwick en Mary Lattimore maken misschien geen popsongs met een kop en een staart, maar de lange tracks op het album zijn bijzonder mooi en aangenaam. Ik hoor wel wat invloeden uit de ambient en de new age, al gebeurt er in muzikaal opzicht meer dan gebruikelijk in deze genres.
Het harpspel van Mary Lattimore staat centraal op Tragic Magic en voorziet het album van een wat sprookjesachtig en ook opvallend rustgevend karakter. Dat betekent zeker niet dat de harpen van de Amerikaanse muzikante maar wat voortkabbelen, want het vaak wat repeterende spel is bijzonder knap. Julianna Barwick treedt vooral op de voorgrond met lagen van haar vocalen en voegt afwisselen dunne en wat dikkere lagen elektronica toe.
De vijf eigen tracks op het album worden aangevuld met een track van Brian Eno en een van Vangelis en alles is fraai geproduceerd door Trevor Spencer, die eerder werkte met Beach House. Ik raak normaal gesproken snel verveeld bij het beluisteren van het soort muziek dat Mary Lattimore en Julianna Barwick maken, maar op een of andere manier wist Tragic Magic me direct te overtuigen en verlang ik sindsdien met enige regelmaat terug naar het bijzondere muzikale universum van de twee, dat alleen maar interessanter wordt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lucy Mellenfield - Tell the Water, She Will Listen (2026) 4,5
gisteren om 20:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Mellenfield - Tell The Water, She Will Listen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Mellenfield - Tell The Water, She Will Listen
De Britse muzikante Lucy Mellenfield is pas 24 jaar oud, maar heeft met Tell The Water, She Will Listen een buitengewoon knap en interessant album afgeleverd, dat klinkt als een album van een gelouterde muzikante
De naam van Lucy Mellenfield was nieuw voor mij, maar het is een naam die ik niet meer ga vergeten. Het debuutalbum van de muzikante uit Birmingham is immers een razend knap album. Lucy Mellenfield komt van het conservatorium en dat hoor je, want alles op Tell The Water, She Will Listen ademt muzikaliteit. Ook de zang van de jonge Britse muzikante is hoogstaand en hetzelfde geldt voor haar songs. Alles is ook nog eens bijzonder mooi geproduceerd door Chris Hyson van Snowpoet, waardoor je bij beluistering van het debuutalbum van Lucy Mellenfield 75 minuten lang op het puntje van je stoel zit. Wat een debuut!
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik een album van Lucy Mellenfield tegen. Het is een naam die ik nog niet eerder had gezien en dat is ook niet zo gek, want Tell The Water, She Will Listen is het debuutalbum van de muzikante uit het Britse Birmingham. In het Verenigd Koninkrijk is Lucy Mellenfield inmiddels wat bekender, want de op het conservatorium van Birmingham geschoolde muzikante geldt daar als een van de grote beloften van de folk en de jazz.
Grote kans dus dat de naam van Lucy Mellenfield dit jaar flink gaat rondzingen en dat verdient ze ook, want Tell The Water, She Will Listen is een opmerkelijk debuutalbum. Het is om te beginnen een zeer ambitieus debuutalbum met ruim 75 minuten muziek. Het is bovendien een debuutalbum waar de muzikaliteit en de creativiteit van af spatten.
Lucy Mellenfield speelt zelf piano en keyboards en beschikt over een geschoolde stem, die ook nog eens mooi en warm klinkt. De Britse muzikante laat zich op haar debuutalbum begeleiden door een aantal uitstekende muzikanten, die onder andere bas, drums en blazers toevoegen aan het bijzondere geluid op Tell The Water, She Will Listen.
Een van deze muzikanten is Chris Hyson en hij produceerde het album ook. Chris Hyson is de helft van het bijzondere duo Snowpoet, dat de afgelopen jaren een aantal hoogstaande albums heeft gemaakt. De muziek van Lucy Mellenfield is minstens net zo hoogstaand.
Het is muziek die invloeden uit de folk en de jazz bevat, maar ik zou Tell The Water, She Will Listen zelf geen folkalbum noemen en ook geen jazzalbum. Net als de muziek die producer Chris Hyson maakt met zijn band Snowpoet, is ook de muziek van Lucy Mellenfield muziek die zich niet zomaar een etiket laat opplakken.
Het is muziek die niet alleen invloeden uit de folk en de jazz bevat, maar ook invloeden uit de pop en de klassieke muziek. Het is muziek die uitnodigt tot aandachtig luisteren en vraagt het oordelen even uit te stellen. Bij eerste beluistering vond ik de zang van de Britse muzikante wat plechtig klinken, maar na een paar keer horen vond ik de stem van Lucy Mellenfield alleen maar heel mooi.
Je hoort direct bij eerste beluistering van Tell The Water, She Will Listen dat er geweldige muzikanten op het album te horen zijn, maar het zijn ook muzikanten die met veel passie spelen. Zeker de bijdragen van de blazers knallen af en toe uit de speakers, maar ook als de muzikanten op het album redelijk ingehouden spelen, word je keer op keer betoverd door prachtige klanken.
De songs van Lucy Mellenfield klinken af en toe als Britse folksongs uit een ver verleden, maar het kan bij de muzikante uit Birmingham meerdere kanten op. Tell The Water, She Will Listen is een debuutalbum, maar klinkt als het album van een gelouterde muzikante, die het recht op volledige artistieke vrijheid inmiddels heeft verkregen. Dat recht benut Lucy Mellenfield 75 minuten lang en dat doet ze op indrukwekkende wijze.
Ondanks het feit dat de songs van de Britse muzikante behoorlijk diep graven en zowel de muziek als de zang op het album verre van alledaags zijn, weet Tell The Water, She Will Listen de aandacht moeiteloos 75 minuten lang vast te houden. Soms doet het me denken aan Kate Bush, maar een paar noten later weer helemaal niet. Tell The Water, She Will Listen is samenvattend een fascinerend album van een enorm talent. Ga dat horen! Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Imarhan - Essam (2026) 4,0
afgelopen maandag om 15:38 uur
stem geplaatst
» details
Lisa Germano - Geek the Girl (1994) 4,5
afgelopen zondag om 20:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lisa Germano - Geek The Girl (1994) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lisa Germano - Geek The Girl (1994)
Vrouwelijke singer-songwriters timmerden in de jaren 90 behoorlijk aan de weg, maar er verschenen niet veel albums die zo mooi, indringend en bijzonder zijn als Geek The Girl van de Amerikaanse muzikante Lisa Germano
Het is moeilijk te geloven, maar Geek The Girl van Lisa Germano is alweer meer dan 30 jaar oud. Het is een album dat in 1994 werd overladen met superlatieven, maar inmiddels helaas wat vergeten is. Het is een album dat nog net zo spannend en urgent klinkt als meer dan 30 jaar geleden, maar Geek The Girl klinkt ook nog altijd even mooi en indrukwekkend. Het is een album dat opvalt door de fantastische productie van Malcolm Burn, maar ook door de bijzondere songs van Lisa Germano en haar eigenzinnige zang. Het is een album dat in commercieel opzicht niet zoveel deed, maar in artistiek opzicht bleef Lisa Germano de concurrentie ver voor.
In lijstjes met de beste vrouwelijke singer-songwriter albums aller tijden domineren albums uit de late jaren 60 en uit de jaren 70. In deze periode werden inderdaad heel veel goede albums gemaakt, maar dat was ook zeker het geval in de jaren 90, waarin ik mijn grote voorkeur voor vrouwenstemmen ontwikkelde.
Een van mijn favoriete vrouwelijke singer-songwriter albums uit de jaren 90 is een wat vergeten album, want hoe vaak hoor je nog iets over Geek The Girl van Lisa Germano? Het in 1994 verschenen album is wat mij betreft het beste album van de Amerikaanse muzikante, maar het is zeker niet haar enige wapenfeit.
Lisa Germano dook in de jaren 80 op als violiste in de band van John Mellencamp en was als violiste ook te horen op flink wat andere albums. Aan het begin van de jaren 90 probeerde ze een solocarrière van de grond te krijgen. Ze maakte twee heel behoorlijke albums, maar met haar derde album Geek The Girl leverde ze in 1994 haar meesterwerk af.
Er volgde nog een handvol prima albums en een glansrol op het album van de gelegenheidsband OP 8, maar sinds 2013 is het helaas stil rond de muzikante uit Mishawaka, Indiana, die recent wel weer tourde met John Mellencamp en aan nieuw materiaal schijnt te werken.
Terug naar 1994, het jaar waarin Geek The Girl verscheen. Op het album werkt Lisa Germano samen met producer Malcolm Burn, die destijds veel met Daniel Lanois werkte en een paar jaar eerder het briljante Living With The Law van Chris Whitley had geproduceerd. De hand van Malcolm Burn is hoorbaar op het vaak wat broeierig en mysterieus klinkende Geek The Girl.
Lisa Germano speelt echter zelf de hoofdrol op een album, dat iets meer dan 30 jaar later is uitgegroeid tot een cultalbum. Dat het meesterwerk van Lisa Germano nooit verder is gekomen dan de cultstatus is op zich niet verbazingwekkend, want het is niet het makkelijkste album. Het is op hetzelfde moment een wonderschoon album, want Lisa Germano stijgt op haar derde album boven zichzelf uit.
Geek The Girl is in muzikaal opzicht een fascinerend maar ook betoverend mooi album. Lisa Germano en Malcolm Burn hebben het album voorzien van een donker en mysterieus geluid, waarin prachtige klanken worden gecombineerd met een bijna en soms echt spookachtige onderlaag.
De prachtige klanken bestaan vooral uit fraaie gitaarakkoorden en incidenteel het vioolspel van Lisa Germano, maar op de achtergrond gebeurt er van alles. Het voorziet het album van een bijzondere sfeer en het geeft de songs van Lisa Germano iets ongrijpbaars.
Net als de muziek op Geek The Girl is ook de zang op het album wonderschoon. Lisa Germano is misschien niet de beste zangeres, maar het is wel een zangeres die haar songs alle kanten op kan sturen en je het ene moment zachtjes in slaap sust en het volgende moment wakker laat worden in een nachtmerrie. Ook de songs van de Amerikaanse muzikante doen niet erg hun best om de luisteraar te verleiden met memorabele refreinen, maar het zijn wel songs die je bij je strot grijpen en niet denken aan los laten.
Ik had Geek The Girl, waarvan vorig jaar een fraai geremasterde versie met extra tracks van een EP verscheen, echt al heel lang niet meer beluisterd, maar ik was direct weer onder de indruk van dit wat donkere en beklemmende maar net zo goed intieme en sprookjesachtig mooie album, dat het predicaat klassieker absoluut verdient. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Courtney Marie Andrews - Valentine (2026) 4,0
afgelopen zondag om 10:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Courtney Marie Andrews - Valentine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Courtney Marie Andrews - Valentine
De Amerikaanse muzikante Courtney Marie Andrews beschikt over een van de mooiste stemmen uit de Amerikaanse rootsmuziek en heeft ook met Valentine weer een indrukwekkend mooi album afgeleverd
Met het eind 2022 verschenen Loose Future had Courtney Marie Andrews de lat wel erg hoog gelegd voor zichzelf. Ze heeft daarom de tijd genomen voor Valentine, dat deze week is verschenen. Het is een album dat wederom werd gemaakt met een klein team en dat, net als zijn voorgangers, indruk maakt met mooie en bijzondere klanken en een vakkundige productie. Ook de songs van de Amerikaanse muzikante zijn weer van hoog niveau en het zijn ook dit keer zeer persoonlijke songs. Het mooist van alles blijft echter de stem van Courtney Marie Andrews, die ook op Valentine weer prachtig zingt. Loose Future blijft een werkelijk fantastisch album, maar Valentine komt zeker in de buurt.
Courtney Marie Andrews had al meer dan een handvol albums op haar naam staan toen ik tien jaar geleden voor het eerst een album van haar hoorde. Met Honest Life trok de Amerikaanse muzikante overigens niet alleen mijn aandacht, want het album kon zowel in de Verenigde Staten als in Europa rekenen op zeer positieve recensies en werd in rootskringen liefdevol omarmd.
Sindsdien mag Courtney Marie Andrews worden gerekend tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Die status dankt ze aan haar vermogen om zeer aansprekende songs te schrijven, maar vooral aan haar bijzondere mooie en gevoelige stem en aan haar zeer persoonlijke teksten.
Na Honest Life kon ik ook May Your Kindness Remain uit 2018 en Old Flowers uit 2020 zeer waarderen, maar mijn favoriete album van Courtney Marie Andrews is het in de herfst van 2022 verschenen Loose Future. Op Loose Future werkte de muzikante uit Phoenix, Arizona, samen met producer en multi-instrumentalist Sam Evian en met muzikanten Josh Kaufman (Bonny Light Horseman) en Chris Bear (Grizzly Bear), wat een verrassend origineel klinkend rootsalbum opleverde.
Loose Future haalde in 2022 de top 10 van mijn jaarlijstje, maar inmiddels schat ik het album nog wat hoger in. Ik was dan ook al maanden benieuwd naar het afgelopen herfst aangekondigde nieuwe album van Courtney Marie Andrews, dat deze week is verschenen.
Op Valentine werkt de Amerikaanse muzikante samen met producer Jerry Bernhardt en dat is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen. Ik had na het zo succesvolle Loose Future en de twee albums die er aan vooraf gingen eigenlijk weer een producer van naam en faam verwacht, maar Jerry Bernhardt heeft prima werk geleverd. Ook Valentine is een album dat anders klinkt dan de meeste andere rootsalbums van het moment. Net als op Loose Future varieert Courtney Marie Andrews er ook op haar nieuwe album flink op los.
De muzikante uit Phoenix, Arizona, had op haar vorige albums vaak een zwak voor folk, country en pop uit de jaren 70 en dat zijn invloeden die ook op Valentine een belangrijke rol spelen. Dat kon in het verleden nog wel eens een album opleveren dat zo was weggelopen uit de Laurel Canyon Scene van de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar op haar nieuwe album wandelt Courtney Marie Andrews met zevenmijlslaarzen door de tijd.
Ik ben echt zeer gecharmeerd van het geluid op Loose Future, maar ook Valentine klinkt prachtig. De songs van Courtney Marie Andrews zijn ook dit keer zeer persoonlijk en vaak behoorlijk melancholisch, maar het is geen album om somber van te worden. Valentine is over het algemeen niet zo heel ver verwijderd van zijn voorganger, al is het maar omdat de stem van de Amerikaanse muzikante de meeste aandacht trekt bij beluistering van het album.
Courtney Marie Andrews beschikt over een uit duizenden herkenbare stem en het is een stem die ook op Valentine weer met grote regelmaat goed is voor kippenvel. Het doet me af en toe wel wat denken aan de stem van Maria McKee, maar Courtney Marie Andrews heeft absoluut een eigen geluid. Ik begon met onwaarschijnlijk hoge verwachtingen aan Valentine, maar ze zijn verrassend makkelijk waargemaakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Jana Horn - Jana Horn (2026) 4,5
afgelopen zaterdag om 11:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jana Horn - Jana Horn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jana Horn - Jana Horn
De Amerikaanse singer-songwriter Jana Horn maakte behoorlijk wat indruk met haar eerste twee albums en ook op haar derde titelloze album imponeert ze weer met een prachtige stem en een bijzonder eigen geluid
Het is knap hoe Jana Horn direct met de eerste noten van haar derde album een bijzondere sfeer weet op te roepen. Er zijn meer singer-songwriters met een mooie en heldere stem en er zijn meer muzikanten die de muziek in hun songs terug weten te brengen tot de essentie, maar toch klink Jana Horn anders dan vrijwel al haar collega muzikanten. De combinatie van instrumenten, het lage tempo en het verwerken van onder andere invloeden uit de folk, jazz en psychedelica geven ook het derde album van de muzikante uit Austin, Texas, een uniek eigen karakter. Ook het nieuwe album van Jana Horn is weer wonderschoon en geeft de start van het muziekjaar 2026 direct glans.
Ik was helemaal aan het begin van 2022 diep onder de indruk van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Jana Horn. Op Optimism betoverde de singer-songwriter uit Austin, Texas, met haar zachte maar bijzonder mooie en heldere stem en met een relatief sober geluid. Het is een geluid dat af en toe herinnerde aan de Laurel Canyon folk van heel lang geleden, maar Jana Horn kon op Optimism ook verrassend eigentijds klinken en ver buiten de lijntjes van de folk kleuren.
Het debuutalbum van Jana Horn werd net iets meer dan een jaar na het verschijnen van Optimism gevolgd door het wederom prachtige en misschien nog wel mooiere The Window Is The Dream. Het is een album dat nog wat spannender en veelzijdiger klonk dan zijn voorganger en jazzy accenten toevoegde aan het fascinerende geluid van Jana Horn.
Het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter heeft helaas wat langer op zich laten wachten, maar is deze week verschenen. Op haar titelloze derde album klinkt de muziek van Jana Horn direct vertrouwd, al heeft ze wederom stappen gezet. Ook dit keer wordt de aandacht in eerste instantie vooral getrokken door haar mooie stem en de bijzondere klanken.
De eerste twee albums van de singer-songwriter uit Austin deden me wel wat denken aan de vroege albums van de Britse folkie Kathryn Williams en dat is een naam die ook opkomt bij beluistering van het derde album van Jana Horn, al heeft de Amerikaanse muzikante wat mij betreft ook een uniek eigen geluid.
Net als op de vorige twee albums ligt het tempo vrij laag en is de muziek relatief sober, maar de songs op het nieuwe album klinken ook avontuurlijk en zeer smaakvol. Wanneer het tempo laag ligt spreekt Jana Horn haar teksten bijna uit, maar ze blijft wat mij betreft zingen.
De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind de zang op album nummer drie weer erg mooi. De stem van Jana Horn is over het algemeen genomen fluisterzacht, maar wel voorzien van veel diepte en gevoel, waardoor ze mij makkelijk weet te raken.
Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek op het album, die zeker niet alledaags is. De instrumenten die zijn te horen op het album worden redelijk spaarzaam ingezet, maar iedere noot die wordt gespeeld is wat mij betreft raak. De muziek op het nieuwe album van Jana Horn klinkt ook bijzonder, waardoor ze zich weer makkelijk weet te onderscheiden.
De ritmesectie speelt een voorname rol in de muziek op het album met diepe bassen en jazzy drumwerk, waarna klarinet en fluit en piano en synths subtiele lagen toevoegen aan de songs van Jana Horn. De zowel folky als psychedelisch aandoende klanken hebben een bezwerende uitwerking op de luisteraar en dat heeft wat mij betreft ook de stem van Jana Horn.
De muziek van Jana Horn is niet altijd even toegankelijk en zal daarom niet snel een groot publiek aanspreken, maar in kleinere kring zal ook van het derde album weer gesmuld worden. Het is immers een album waarop alles bijzonder klinkt, maar alles ook makkelijk op zijn plek valt.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe knap er wordt gespeeld op het album, hoe inventief de songs van Jana Horn zijn en hoe mooi haar stem is. Optimism en The Windows Is The Dream werden me de afgelopen jaren zeer dierbaar, maar ook het derde album van Jana Horn is er wat mij betreft een om liefdevol te omarmen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Westside Cowboy - So Much Country ‘Till We Get There (2026) 4,0
afgelopen vrijdag om 21:00 uur
stem geplaatst
» details
Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven (2026) 3,5
afgelopen vrijdag om 17:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Euphoria Again & Dogwood Tales - Destination Heaven
Ik ken de muziek van de Amerikaanse bands Euphoria Again en Dogwood Tales niet, maar de samenwerking van de bands op het deze week verschenen Destination Heaven is absoluut de moeite waard
Wat krijg je als twee alt-country bands de krachten bundelen? Alt-country zou je zeggen, maar op Destination Heaven van de bands Euphoria Again en Dogwood Tales hoor ik naast invloeden uit de alt-country nog veel meer, wat een tijdloos en aantrekkelijk album oplevert. Vooral in muzikaal opzicht is het smullen van ruimtelijke en beeldende klanken, die nog wat meer glans krijgen door het lage tempo op het album. Destination Heaven is hierdoor een album om heerlijk bij weg te dromen, maar vergeet tijdens het wegdromen niet te luisteren naar al het moois dat op het album te horen is. Euphoria Again en Dogwood Tales zijn wat mij betreft twee namen om in de gaten te houden.
De Amerikaanse muziekwebsite Paste schaart Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales onder de beste albums van deze week. Het zijn twee namen die me eerlijk gezegd helemaal niets zeiden en de toevoeging van Paste dat Euphoria Again weer bestaat uit leden van de band Knifeplay veranderde daar niets aan.
AllMusic.com geeft dan meestal wel wat relevante informatie, maar de Amerikaanse muziekwebsite komt met de bovenstaande namen ook niet heel ver. Ook de bandcamp pagina’s van Euphoria Again en Dogwood Tales lopen niet over van informatie, zodat ik inmiddels weet dat eerstgenoemde band uit Philadelphia, Pennsylvania, komt en de tweede uit Harrisonburg, Virginia.
Verder weet ik inmiddels dat beide bands alt-country bands worden genoemd, maar dat had ik ook kunnen horen op Destination Heaven. Voor mijn gevoel wordt er de laatste jaren niet zo heel veel alt-country meer gemaakt, zeker vergeleken met de gloriejaren van het genre in met name de jaren 90, maar het kan ook zijn dat er minder albums uit het genre op mijn pad komen.
Ook Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales was zonder de tip van Paste zeer waarschijnlijk aan mijn aandacht ontsnapt, maar ik vind het een prima album. Ik ken beide bands zoals gezegd niet, maar de samenwerking tussen Euphoria Again en Dogwood Tales smaakt naar meer. Destination Heaven is immers een album dat iets toevoegt aan alles dat er al is in het alt-country genre.
Het album opent met een zeer sfeervolle instrumentale track, waarin wolken pedal steel worden gecombineerd met atmosferische klanken. Het raakt absoluut aan alt-country, maar het is zeker geen doorsnee alt-country. Wanneer vocalen worden toegevoegd kruipen Euphoria Again en Dogwood Tales wat dichter tegen het bekende alt-country geluid aan, maar zeker in muzikaal opzicht weet de band ook in de tracks met zang op te vallen.
Het klinkt allemaal lekker vol, wat natuurlijk ook niet anders kan met muzikanten van twee bands, maar de muziek op Destination Heaven klinkt ook ruimtelijk. Het doet me ook wel wat denken aan uiteenlopende soorten rockmuziek uit de jaren 70, al is het lastig om de vinger er precies op te leggen. Ondertussen klinkt het allemaal lekker toegankelijk en tijdloos, waardoor het album van Euphoria Again & Dogwood Tales me makkelijk wist te overtuigen.
Door het tijdloze karakter, de makkelijk in het gehoor liggende songs en de echo’s uit het verleden vroeg ik me wel af of ik Destination Heaven na een paar keer horen nog bijzonder genoeg zou vinden, maar dat blijkt het geval. Zeker in muzikaal opzicht vind ik het album van Euphoria Again & Dogwood Tales erg mooi, zeker wanneer de pedal steel de hoofdrol opeist en dat is in de meeste tracks het geval.
De zang op het album is op het eerste gehoor misschien wat vlak, maar kleurt uiteindelijk wel heel erg mooi bij de ruimtelijke klanken. Het zorgt er voor dat ik Destination Heaven alleen maar beter en interessanter vind worden. Ik ben op zich ook wel benieuwd naar de individuele verrichtingen van Euphoria Again en Dogwood Tales, maar de samenwerking tussen de bands smaakt op het zeer fraaie Destination Heaven zeker naar meer. Direct aan het begin van het jaar dus weer een mooie tip van Paste. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
RAMAN. - I do (2026) 4,5
afgelopen vrijdag om 16:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: RAMAN. - I Do - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: RAMAN. - I Do
Het muziekjaar 2026 is behoorlijk rustig gestart, waardoor er nog niet heel veel aandacht is voor het debuutalbum van de Belgische muzikant RAMAN., die met I Do echter wel een sensationeel goed album heeft afgeleverd
De naam RAMAN. zong de afgelopen jaren wel eens rond, maar zijn debuutalbum I Do had ik niet aan zien komen. Het is een album dat eigenlijk in alle opzichten indruk maakt. Bijvoorbeeld met de fraaie productie en zeker ook met de spannende maar ook bijzonder mooie klanken op het album. Maar RAMAN. maakt nog wat meer indruk met zijn complexe maar ook aansprekende songs en met zijn prachtige stem. I Do van RAMAN. houdt je 45 minuten lang in een wurggreep en blijft maar verrassen met bijzondere wendingen en indrukwekkende spanningsbogen. Het levert een debuutalbum af dat de lat in het muziekjaar 2026 direct bijzonder hoog legt.
In de bioscoop draait momenteel een prachtige film/documentaire (It’s Never Over, Jeff Buckley) over het veel te korte leven van de Amerikaanse muzikant Jeff Buckley. Het heeft er voor gezorgd dat er momenteel weer wat meer aandacht is voor de man’s werkelijk briljante debuutalbum Grace, dat ook hier weer enkele keren voorbij is gekomen en dat nog altijd aan komt als de spreekwoordelijke mokerslag.
Het is een album waaraan ik vaak moet denken bij beluistering van het vorige week verschenen I Do van RAMAN. (met een punt). RAMAN. Is het alter ego van de Belgische muzikant Simon Raman, die in 2019 al eens een minialbum uitbracht, maar het vroeg in 2026 tijd vond voor het uitbrengen van zijn debuutalbum.
Dat ik bij beluistering van I Do moet denken aan het glorieuze debuutalbum van Jeff Buckley is een enorm groot compliment voor de muzikant uit Gent, die wel pech heeft dat de belangstelling voor Grace net weer oplaait op het moment dat zijn debuutalbum is verschenen. Grace is immers een album dat wat mij betreft moet worden geschaard onder de beste albums aller tijden en daarmee is het lastig concurreren.
I Do van RAMAN. moet je daarom niet willen vergelijken met het meesterwerk van Jeff Buckley, maar associaties met het album zijn lastig te onderdrukken. Ik ga de vergelijking met Grace toch los laten, want het debuutalbum van RAMAN. is een verbijsterend mooi album.
De Belgische muzikant beschikt om te beginnen over een geweldige stem. Het is een stem die meerdere kanten op kan, maar die je altijd weet te raken en die een album lang loepzuiver uit de speakers komt. Het is een stem die veel gevoel en lading toevoegt aan de songs op het album en die flink bijdraagt aan de schoonheid van I Do.
In muzikaal opzicht is het album al even mooi en bijzonder. Het album is voorzien van een organisch en wat broeierig geluid, dat je eerder plaatst aan de oevers van de Mississippi dan in Gent. Het is een geluid dat bijzonder mooi kleurt bij de prachtige stem van RAMAN. en dat deze stem voldoende ruimte biedt. De muziek op I Do is niet alleen mooi, maar ook spannend, waardoor het debuutalbum van RAMAN. je elf songs en 45 minuten lang op het puntje van de stoel houdt.
Het is muziek vol bijzondere spanningsbogen en het is bovendien een geluid waarin muzikaal vakmanschap en ruimte voor experiment hand in hand gaan. Het vraagt wat van een producer om zoveel moois in goede banen te leiden, maar de Belgische producer Koen Gisen heeft vakwerk geleverd.
Hiermee hebben we nog niet alles gehad, want ook de songs van de muzikant uit Gent zijn echt prachtig. Het zijn songs die soms wat onnavolgbaar zijn, maar net zo makkelijk verrassend toegankelijk kunnen klinken. Het zijn bovendien songs die zich niet laten beperken door de grenzen van genres en hierdoor niet zo makkelijk te typeren zijn.
De persoonlijke teksten van de Belgische muzikant tillen dit bijzondere album nog wat verder op. I Do is een album dat direct een verpletterende indruk op mij maakte, maar het is ook een album waarop nog heel veel te ontdekken valt. Ik hoop van harte dat I Do van RAMAN. veel meer aandacht gaat krijgen in België en Nederland en ver daarbuiten, want de muzikant uit Gent kan zomaar een jaarlijstjesalbum hebben gemaakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Jenny on Holiday - Quicksand Heart (2026) 4,5
afgelopen donderdag om 15:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jenny on Holiday - Quicksand Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jenny on Holiday - Quicksand Heart
De Britse muzikante Jenny Hollingworth timmert al tien jaar aan de weg als helft van het duo Let’s Eat Grandma, maar levert nu als Jenny on Holiday met Quicksand Heart een werkelijk geweldig popalbum af
Het Britse duo Let’s Eat Grandma is niet heel bekend, maar heeft inmiddels drie prima albums op haar naam staan. Het zijn albums waarop Rosa Walton en Jenny Hollingworth indruk maken met avontuurlijke elektronische popmuziek. Let’s Eat Grandma oogstte met name in kleine kring veel lof voor haar albums, maar Jenny Hollingworth zet maar haar eerste soloalbum onder de naam Jenny on Holiday een flinke stap richting een veel groter publiek. Quicksand Heart is immers een geweldig popalbum met onweerstaanbaar lekkere songs. Het zijn songs waarin de Britse muzikante indruk maakt als zangeres, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht klopt alles op het ijzersterke debuutalbum van Jenny on Holiday.
Jenny on Holiday is een project van de Britse muzikante Jenny Hollingworth en dat is een naam die bij mij direct een belletje deed rinkelen. Jenny Hollingworth formeerde immers op haar zeventiende samen met Rosa Walton de band met de geweldige naam Let’s Eat Grandma en dat is een band die ik volg.
De band heeft met I, Gemini (2016), I'm All Ears (2018) en Two Ribbons (2022) drie prima albums op haar naam staan. Het zijn albums die niet alleen de aandacht trokken met de naam van de band, maar ook met een serie bijzondere popsongs. Het zijn vooral elektronisch ingekleurde popsongs en het zijn popsongs die zich zowel laten inspireren door de pioniers van de elektronische popmuziek als door de dansvloer georiënteerde elektronische popmuziek van het moment.
De songs van Let’s Eat Grandma liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar lopen ook nog eens over van avontuur, wat een extra reden is om de band in de gaten te houden. In mijn recensies van de albums van Let’s Eat Grandma zeg ik eigenlijk niet zoveel over de stemmen van Rosa Walton en Jenny Hollingworth, die zeker op het debuutalbum van de band nog wel erg jong klonken en natuurlijk ook waren.
Bij eerste beluistering van het debuutalbum van Jenny on Holiday was het echter vooral de stem van Jenny Hollingworth die mijn aandacht trok. De Britse muzikante gaat inmiddels bijna tien jaar mee in de muziek en heeft een heftige roller coaster ride achter de rug. Naast de successen van Let’s Eat Grandma was er de dood van haar vriend, die ook impact had op het derde album van de band.
Hiernaast worstelt Jenny Hollingworth net als iedere andere twintiger met het proces van volwassen worden, wat niet eenvoudiger is met het leven dat de Britse muzikante de afgelopen tien jaar heeft geleefd. Het land allemaal op Quicksand Heart, dat in het teken staat van verlies en ‘coming of age’.
Ik had Jenny Hollingworth al hoog zitten, maar met haar eerste soloalbum maakt ze nog net wat meer indruk. Dat doet ze in eerste instantie vooral met haar stem, die zich enorm heeft ontwikkeld de afgelopen tien jaar. Het is een stem waarin ik flarden van meerdere grote popzangeressen uit het verleden hoor, maar de stem van Jenny Hollingworth klinkt ook kwetsbaar en emotioneel en heeft een duidelijk eigen sound.
Het is een stem waar ik eigenlijk direct verliefd op was, maar Quicksand Heart van Jenny on Holiday heeft nog veel meer te bieden. Zo heeft de muzikante uit Norwich een serie geweldige popsongs geschreven. Het zijn popsongs die fris en eigentijds klinken, maar het zijn ook popsongs die herinneren aan popsongs uit het verleden.
Het is allemaal prachtig geproduceerd door Steph Marziano, die eerder al prachtig werk leverde voor onder andere Hayley Williams, Jay Som en Bartees Strange. Het levert een popalbum op dat over de potentie beschikt om uit te groeien tot de beste popalbums van het nog heel prille muziekjaar 2026.
Dat had ik op voorhand ook weer niet verwacht van Jenny Hollingworth, maar iedere keer als ik naar Quicksand Heart luister ben ik nog wat meer onder de indruk van het album en vind ik de popsongs van de Britse muzikante nog wat indrukwekkender. Met name de Britse muziekpers is behoorlijk enthousiast over het debuutalbum van Jenny on Holiday en daar valt niets, maar dan ook helemaal niets op af te dingen. Wat een aangename verrassing in de eerste weken van het jaar. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Khushi - Love Songs & Other Lies (2026) 3,5
14 januari, 21:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Khushi - Love Songs & Other Lies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Khushi - Love Songs & Other Lies
De Britse muzikant Khushi is tot dusver vooral bekend als de producer van albums van James Blake, maar met zijn prima tweede album Love Songs & Other Lies eist hij ook zelf zijn plekje in de spotlights op
Khushi bracht helemaal aan het begin van het jaar zijn tweede album uit, waardoor het nog niet heel veel aandacht heeft gekregen, maar Love Songs & Other Lies is een knap gemaakt album. Het is een album dat op het eerste gehoor misschien wat zoet en glad klinkt, maar de productie van het album is echt prachtig en ook de muziek op het album is mooi en veelzijdig. Als de muziek en de songs op het album eenmaal op hun plek vallen, groeit ook de waardering voor de zang op Love Songs & Other Lies. Het is een album dat ook nog eens lastig in een hokje is te duwen, wat uiteindelijk zeer in het voordeel spreekt van het tweede album van deze Britse muzikant en producer.
Khushi is het Hindi woord voor geluk, maar het is ook de artiestennaam van de uit Londen afkomstige singer-songwriter en producer Kalim Patel. Het helemaal aan het begin van het jaar verschenen album Love Songs & Other Lies is de eerste muziek van Khushi die ik hoor, maar het is het tweede album van de Britse muzikant, die vijf jaar geleden debuteerde met het album Strange Seasons, dat mij toen niet is opgevallen.
Khushi was de afgelopen jaren vooral bekend als producer en sleepte een Grammy nominatie in de wacht voor zijn werk voor James Blake. Dat hij een vinger in de pap had bij de albums van James Blake hoor je ook wel, maar ik ben er nog niet uit of ik dat echt een pre vind.
Ik was in eerste instantie ook niet zo heel enthousiast over Love Songs & Other Lies. Het is direct vanaf de openingstrack een bijzonder sfeervol en stemmig album en ook de zang van Khushi is in orde, maar ik werd bij eerste beluistering wel wat week van de muziek en de zang.
Zeker wanneer zowel de muziek als de zang wat zwaar worden aangezet is het allemaal wat aan de zoete kant en dat kan ik van zangeressen beter hebben dan van zangers. De prachtige duetten met de mij onbekende zangeressen Monica Martin en Ruti wisten me dan ook net wat makkelijker te overtuigen dan de songs waarin Khushi er alleen voor staat.
Love Songs & Other Lies deed het ondertussen wel opvallend goed tijdens de koude winteravonden van de afgelopen week en langzaam maar zeker ben ik het album meer gaan waarderen. Love Songs & Other Lies is om te beginnen bijzonder mooi geproduceerd. Alles komt even helder door de speakers en alle instrumenten passen even goed bij elkaar en combineren bovendien prachtig met de zang.
Het klinkt op het eerste gehoor misschien wat braaf en zoet, maar Khushi is echt een prima zanger, die ook nog eens fraai kan variëren net zijn stem. Ook in muzikaal opzicht is Love Songs & Other Lies een album dat steeds beter wordt. Het klinkt allemaal mooi verzorgd, maar de muziek op het album is ook voldoende vaak spannend en bovendien zeer veelzijdig.
Ik heb het minst met de wat stevig aangezette klanken, die ik het minst onderscheidend vind en ook het minst goed vind passen bij de zang, maar gelukkig is Khushi op zijn tweede album niet vies van meer ingetogen en dromerige klanken. Het past allemaal in het hokje pop, maar Love Songs & Other Lies bevat ook zeker invloeden uit andere genres.
Ik ben blij dat het album is verschenen in de eerste week van het nieuwe jaar, want in een week met heel veel releases had ik het album waarschijnlijk niet de kans gegeven die het wel verdient. Juist toen ik het album meerdere keren voorbij had horen komen raakte ik onder de indruk van al hetgeen dat Khushi te bieden heeft.
Een release vroeg in het jaar betekent ook vaak dat er nog niet heel veel aandacht voor is en dat is in het geval van Khushi jammer. De Britse muzikant en producer is tot dusver vooral bekend als een van de mensen achter het geluid van James Blake, maar Khushi laat op Love Songs & Other Lies met grote regelmaat horen dat hij ook zelf een plekje in de spotlights verdient. Het is een album dat zich net wat buiten mijn muzikale comfort zone bevindt, maar ik geniet eigenlijk steeds meer van de muziek van Khushi. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
ISE - Suitcase Child (2026) 4,0
13 januari, 16:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: ISE - Suitcase Child - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: ISE - Suitcase Child
Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de stem van de pas 19 jaar oude Belgische muzikante Ise Smeets, maar als je vatbaar bent voor de vocale uitbarstingen op het debuutalbum van ISE is het een imponerend album
Ise Smeets won in 2024 de muziekwedstrijd De Nieuwe Lichting en wordt sindsdien gezien als een van de aanstormende talenten van de Belgische muziekscene. Dat talent komt er uit op het deze week verschenen debuutalbum van ISE. Ise Smeets is pas 19 jaar oud, maar beschikt over een verrassend rauwe stem. Het is een stem die ze ook nog eens met veel kracht en emotie gebruikt, wat van Suitcase Child een behoorlijk heftig album maakt, wat het overigens ook in tekstueel opzicht is. De jonge Belgische muzikante beschikt over een stem waar je van moet houden, maar als je vatbaar bent voor de heftige zang op haar debuutalbum, is het een album dat behoorlijk wat indruk maakt.
ISE, hier en daar ook geschreven als ise, is het alter ego van de Belgische singer-songwriter Ise Smeets. De pas 19 jaar oude muzikante uit het Belgische Bree dook twee jaar geleden op en maakte direct een onuitwisbare indruk met haar wat rauwe en emotievolle stem. Deze week verscheen haar debuutalbum Suitcase Child, waarvan de titel verwijst naar het heen en weer worden geslingerd tussen de huizen van haar gescheiden ouders.
Ise Smeets is misschien pas 19 jaar oud, maar ze weet precies wat ze wil. Suitcase Child is in eigen beheer uitgebracht en op het album heeft de Belgische singer-songwriter zich omringd met door haar zelf geselecteerde muzikanten, waaronder een aantal leden van The Haunted Youth, en de ook van Selah Sue bekende producer Dries Henderickx.
Op haar debuutalbum staat Ise Smeets stil bij haar jeugd, waarin de scheiding van haar ouders een belangrijke rol speelde. Het is een persoonlijk en vaak behoorlijk heftig album geworden en het is wat mij betreft een album dat diepe indruk maakt of dat je absoluut niet trekt.
Dat heeft alles te maken met de stem van de Belgische muzikante. In de eerste reacties die op het Internet zijn verschenen wordt de stem van Ise Smeets met veel superlatieven geprezen of juist met veel kracht verafschuwt, een tussenweg lijkt er bijna niet te zijn. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, want de Belgische singer-songwriter beschikt over een behoorlijk heftige stem en zingt bovendien zeer expressief.
Voor iemand van slechts 19 jaar oud beschikt Ise Smeets over een verrassend ruwe en doorleefd klinkende stem en het is bovendien een stem met veel emotie. Het is een stem die over het algemeen met veel kracht wordt gebruikt en bovendien is voorzien van een snik, die het geheel nog wat expressiever maakt.
Ik kan me goed voorstellen dat de stem van de Ise Smeets flink tegen de haren instrijkt, maar zelf vind ik de zang op Suitcase Child mooi en indrukwekkend. Dat is op zich bijzonder, want ik hou meestal van zangeressen die goed weten te doseren en vooral kiezen voor ingetogen zang. Dat laatste doet ISE maar af en toe, want het grootste deel van haar tijd zingt ze met veel power.
Ook als ze ingetogen zingt is de zang op Suitcase Child best heftig, maar het deed eigenlijk direct wat met mij en na enige gewenning vind ik de stem van ISE nog wat mooier. De stevig aangezette zang en de flinke dosis emotie in de zang voorzien Suitcase Child van een eigen gezicht en voorzien de songs van de jonge muzikante van een bijzondere lading.
Het zijn songs die niet in alle gevallen even opzienbarend zijn, maar door de karakteristieke zang maakt ISE er iets bijzonders van. De muzikanten die haar omringen sluiten fraai aan bij de stem van de Belgische muzikante door ook de instrumentatie op het album af en toe stevig aan te zetten en bovendien te zorgen voor flink wat dynamiek in de muziek.
ISE werd geboren in het huidige millennium, maar in muzikaal opzicht is ze vooral een kind van de jaren 90, waarin de wijze waarop ze haar stem gebruikt vaker voor kwam. Suitcase Child is zeker geen perfect debuut, maar voor een 19-jarige muzikante vind ik het een bijzonder knap debuut en met een stem als die van Ise Smeets zit er nog veel meer in. Het muziekjaar 2026 opent met een kleine handvol uitstekende albums en Suitcase Child van ISE is er wat mij betreft een van. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ruby Gill - Some Kind of Control (2025) 4,5
13 januari, 08:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ruby Gill - Some Kind Of Control - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ruby Gill - Some Kind Of Control
Some Kind Of Control van Ruby Gill is een album dat begin vorig jaar helaas nauwelijks is opgemerkt, maar het is een album van een bijna onwerkelijke schoonheid, waar je alleen maar ademloos naar kunt luisteren
Ruby Gill werd geboren in Zuid-Afrika, maar werkt tegenwoordig vanuit het Australische Melbourne. Daar maakte ze het bijna een jaar geleden verschenen Some Kind Of Control. Het is een indrukwekkend mooi album met vooral ingetogen songs, die worden gedragen door piano of gitaar. De muziek is sober, maar ook indringend en intens en dat geldt ook voor de zang van Ruby Gill, die beschikt over een prachtige stem. Some Kind Of Control is geen album dat via TikTok de wereld gaat veroveren, maar in andere bubbels verdient Ruby Gill echt alle aandacht. Bij eerste beluistering was ik geroerd door de intieme songs en sindsdien is Some Kind Of Control me extreem dierbaar geworden.
Ik weet niet eens meer waar ik het album precies tegen kwam, maar in een persoonlijk jaarlijstje dat ik vond op het Internet zag ik negen albums die ook hoog genoteerd staan in mijn eigen lijstje en Some Kind Of Control van Ruby Gill. Inmiddels weet ik dat het mij tot voor kort totaal onbekende album ook niet had misstaan in mijn jaarlijstje, want Ruby Gill heeft een fascinerend album gemaakt.
Het is tweede album van de singer-songwriter die werd geboren in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg, maar inmiddels Melbourne in Australië als thuisbasis heeft. Some Kind Of Control is de opvolger van het in 2022 verschenen debuutalbum I'm Gonna Die With This Frown On My Face, dat alleen met de titel al de aandacht had moeten trekken.
Die aandacht trekt Ruby Gill ook met de bijzondere titels van de songs op haar tweede album. Titels als How Chimpanzees Reassure Each Other en Room Full Of Human Male Politicians maakten me op voorhand al heel nieuwsgierig naar de muziek van Ruby Gill en ze heeft me zeker niet teleur gesteld.
De muzikante uit Melbourne kan uit de voeten met de piano en de gitaar en dat zijn de twee instrumenten die centraal staan in de meeste songs op Some Kind Of Control. Het zijn songs die redelijk sober tot bijna minimalistisch zijn ingekleurd, wat de songs voorziet van een bijzondere sfeer.
Het is een sfeer die niet direct is te koppelen aan een bepaald genre, want Ruby Gill slaagt er in om steeds anders te klinken. In een aantal songs maakt de Zuid-Afrikaanse muzikante folk zoals deze meerdere decennia geleden in de heuvels rond Los Angeles of in San Francisco werd gemaakt, maar Some Kind Of Control kan ook ruw en rafelig klinken, wat af en toe doet denken aan de muziek van PJ Harvey.
De muziek op het tweede album van Ruby Gill is redelijk sober, maar met beperkte middelen wordt een maximaal effect verkregen. Zowel de piano als de gitaren kunnen donker of zelfs beklemmend klinken en voorzien de songs van Ruby Gill van een bijzondere onderhuidse spanning.
Het kleurt prachtig bij de stem van de muzikante uit Melbourne, die ook alle kanten op kan. In de meer folky songs op het album hoor ik flarden van folkies uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar de zang van Ruby Gill doet me af en toe ook denken aan Fiona Apple, wat overigens niet betekent dat de stemmen van de twee op elkaar lijken.
De vergelijking met Fiona Apple heeft vooral te maken met het wat donkere en vooral zeer intense geluid van Ruby Gill, die direct vanaf de eerste noten van Some Kind Of Control alle aandacht opeist. De songs op het album zijn sober en intens, maar ook rauw en puur en het zijn songs die zich behoorlijk stevig opdringen.
Bij eerste beluistering van het tweede album van Ruby Gill was ik diep onder de indruk van haar songs en inmiddels een week of twee verder is mijn liefde voor het album alleen maar gegroeid. Ruby Gill heeft een singer-songwriter album gemaakt van een soort dat tegenwoordig nauwelijks meer wordt gemaakt.
Het is een album met een intimiteit en intensiteit die je bij de strot grijpt, maar de Zuid-Afrikaanse muzikante weet je ook steeds weer te verrassen, bijvoorbeeld met de bijzondere koortjes op het album, die af en toe herinneren aan haar geboortegrond, maar ook door binnen haar songs met grote stappen door genres en door de tijd te stappen. Luister naar Some Kind Of Control van Ruby Gill en je bent verkocht. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Dry Cleaning - Secret Love (2026) 4,0
12 januari, 15:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dry Cleaning - Secret Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dry Cleaning - Secret Love
Dry Cleaning heeft de tijd genomen voor haar derde album en heeft samen met producer Cate Le Bon nieuwe accenten toegevoegd aan haar geluid, dat door het gesproken woord van Florence Shaw nog altijd uniek klinkt
Met Stumpwork leverde de Britse band Dry Cleaning in 2022 een van de betere albums van het jaar af. Het is een album dat invloeden uit de postpunk niet uit de weg ging, maar ook andere invloeden een kans gaf. De Britse band doet dat nog wat meer op het deze week verschenen Secret Love, dat is geproduceerd door niemand minder dan Cate Le Bon. Het album klinkt door de voordracht van Florence Shaw absoluut als Dry Cleaning, maar in muzikaal opzicht zet de band een aantal subtiele maar mooie stappen. De band uit Londen maakte de belofte van haar debuutalbum meer dan waar op Stumpwork, maar is met het echt prachtige Secret Love de belofte ver voorbij.
Er doken de afgelopen jaren nogal wat Britse en Ierse postpunk bands op met meer pratende dan zingende frontmannen en ik kan daar toch niet heel goed tegen. Op een gegeven moment gaat al dat gepraat me enorm tegen staan, zeker als het allemaal ook nog eens bozig of hyperactief klinkt. Ook de Britse band Dry Cleaning liet zich op haar in 2021 verschenen debuutalbum New Long Leg stevig beïnvloeden door de postpunk van weleer, maar de band uit Londen had vergeleken met de meeste andere bands in het genre twee sterke troeven.
Allereerst wist het topproducer John Parish (PJ Harvey) te strikken voor het album en hiernaast was de praatzang van frontvrouw Florence Shaw niet te vergelijken met die van de meeste van haar mannelijke collega’s. Waar ik vooral nerveus werd van de meeste mannelijke praatzangers, was de voordracht van Florence Shaw verrassend mooi en rustgevend. Het maakte van New Long Leg een origineel en wat mij betreft ook erg goed album.
Het in 2022 verschenen en wederom door John Parish geproduceerde Stumpwork vond ik nog een stuk beter. Op het album liet Dry Cleaning zich nog steeds beïnvloeden door postpunk uit het verleden, maar de band sleepte er ook invloeden uit onder andere de jazz en de psychedelica bij. Het leverde een album op dat terecht opdook in de nodige jaarlijstjes.
Dry Cleaning heeft de tijd genomen voor haar derde album, maar is er in 2026 vroeg bij. Na twee albums met John Parish heeft de Britse band wederom een producer van naam en faam weten te strikken, want zo mogen we Cate Le Bon inmiddels wel noemen. Dry Cleaning nam eerder wat songs op met onder andere Wilco’s Jeff Tweedy, maar begon uiteindelijk opnieuw met Cate Le Bon aan het roer.
Cate Le Bon is op haar eigen albums zeer eigenzinnig en vernieuwend, maar ze heeft het inmiddels bekende geluid van Dry Cleaning grotendeels in stand gehouden. Secret Love klinkt het grootste deel van de tijd als de logische opvolger van Stumpwork. Invloeden uit de postpunk zijn nog altijd niet verdwenen uit het geluid van Dry Cleaning, maar de band uit Londen laat inmiddels een geluid horen dat bol staat van de invloeden.
In de openingstrack hoor je een verrassend funky basloopje en gitaarwerk dat herinnert aan het gitaarwerk van Adrian Belew op de Berlijnse albums van Bowie. Het zijn klanken die veel vaker zijn te horen op het album, dat in muzikaal opzicht nog wat dieper graaft dan Stumpwork.
Dat Dry Cleaning nog altijd klinkt als Dry Cleaning is vooral de verdienste van de praatzang van Florence Shaw. De Britse muzikante draagt haar teksten nog altijd prachtig voor, met hier en daar voorzichtig naar zang neigende voordracht of zelfs echte zang. Het klinkt nog altijd wat onderkoeld, maar wel een stuk melodieuzer dan de praatzang op het debuutalbum van de band.
In muzikaal opzicht is Dry Cleaning vergeleken met het debuutalbum flink gegroeid. Het gitaarwerk op Secret Love is echt prachtig en ook het baswerk mag er zijn. Het is allemaal prachtig geproduceerd door Cate Le Bon, die misschien geen groot stempel op het geluid van Dry Cleaning drukt, maar allerlei subtiele verbeteringen heeft doorgevoerd. Ik heb met name Stumpwork heel hoog zitten, maar na een paar keer horen durf ik de conclusie wel aan dat Dry Cleaning met Secret Love haar beste album tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Zach Bryan - With Heaven on Top (2026) 4,5
12 januari, 12:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Zach Bryan - With Heaven On Top - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Zach Bryan - With Heaven On Top
Het zou een EP met maar een paar songs worden, maar de Amerikaanse muzikant Zach Bryan verrast met een album met maar liefst 25 tracks en het zijn tracks waarmee de muzikant uit Oklahoma de lat nog wat hoger legt
Zach Bryan werd, met name in de Verenigde Staten, een ster met zijn vorige twee albums, maar dat het nog wat beter kan laat de Amerikaanse muzikant horen op zijn zesde studioalbum With Heaven On Top. Zach Bryan beschikt over een uit duizenden herkenbare stem en het is een stem die dwars door de ziel snijdt. Dat doen ook de indringende verhalen op het album, dat 80 minuten lang imponeert met songs die op meerdere terreinen binnen de Americana uit de voeten kunnen. Het zijn prachtig ingekleurde songs, die met hart en ziel worden vertolkt. Iedereen die nog twijfelde over Zach Bryan moet maar eens snel gaan luisteren naar het bijzonder indrukwekkende With Heaven On Top.
Ruim een maand geleden werd een concert van de Amerikaanse countrymuzikant Zach Bryan in het Philips Stadion in Eindhoven aangekondigd. Ik kon me, mede gezien de behoorlijk stevige ticketprijzen, niet voorstellen dat de in Oklahoma geboren muzikant in Nederland een stadion zou uitverkopen en er zijn inderdaad nog flink wat kaarten beschikbaar voor het concert volgend jaar zomer.
Het doet niets af aan de status die Zach Bryan momenteel heeft als een van de grootheden binnen de Amerikaanse countrymuziek. Die status dankt Zach Bryan met name aan zijn albums Zach Bryan uit 2023 en The Great American Bar Scene uit 2024. Het zijn albums die ik, ondanks mijn grote voorkeur voor vrouwenstemmen, zeer kan waarderen en het titelloze album uit 2023 haalde, mede dankzij gastbijdragen van onder andere The War & Treaty, Sierra Ferrell, The Lumineers en Kacey Musgraves, zelfs mijn jaarlijstje.
De Amerikaanse muzikant kondigde onlangs een nieuwe EP aan met de titel With Heaven On Top, maar dit bleek bij de release gisteren een compleet album te zijn. En wat voor album, want With Heaven On Top bevat maar liefst 25 tracks en bijna 80 minuten muziek. Hiermee is de koek nog niet op, want Zach Bryan heeft inmiddels ook nog een akoestische versie van het album aangekondigd.
Dat akoestische album wachten we rustig af, want voorlopig valt er meer dan genoeg te genieten op het deze week verschenen album. With Heaven On Top opent met twee minuten gesproken woord, maar hierna gaat het los. Na twee geweldige albums hoeven we niet meer te twijfelen aan het talent van de Amerikaanse muzikant en ook het nieuwe album van Zach Bryan is weer van een zeer hoog niveau.
With Heaven On Top is een album van een geweldige songwriter en verhalenverteller. De verhalen die Zach Bryan vertelt op zijn nieuwe album zijn door een liefdesbreuk deels zeer persoonlijk van aard, maar de muzikant uit Oklahoma schuwt ook de politiek niet en is met zijn track over de politiedienst ICE wel heel actueel.
In muzikaal opzicht keert Zach Bryan meer dan eens terug naar het verleden. De muziek van de Amerikaanse muzikant wordt vooral countrymuziek genoemd, maar ik hoor ook volop invloeden uit de folk en zou With Heaven On Top eerder een tijdloos Americana album noemen, dat soms ook meerdere decennia oud zou kunnen zijn.
Het is een album dat zich in een aantal opzichten laat vergelijken met Springsteen’s Nebraska, maar het is wel de Nebraska van deze tijd. 80 minuten muziek is veel en meestal teveel, maar Zach Bryan weet op zijn nieuwe album een hoog niveau vast te houden. De mooie verhalen van de Amerikaanse muzikant zijn verpakt in aansprekende songs, die fraai worden uitgevoerd. Er hebben flink wat muzikanten meegewerkt aan het album, dat desondanks redelijk ingetogen klinkt.
With Heaven On Top bevat zowel ingetogen als wat stevigere songs en ook in de wat stevigere songs hoor ik de invloeden van Bruce Springsteen, maar zeker ook invloeden van Tom Petty. Wat keer op keer opvalt bij beluistering van het album is de bijzondere maar ook prachtige inkleuring van de songs. De accenten van onder andere blazers, strijkers en de pedal steel zijn bijzonder trefzeker, maar zitten de sobere basis van de songs van Zach Bryan nooit in de weg.
De mooie, karakteristieke en emotievolle stem van Zach Bryan maakt de euforie die je voelt bij beluistering van With Heaven On Top compleet. Ik was al overtuigd van de kwaliteiten van Zach Bryan, maar met zijn nieuwe album blaast hij me toch weer van mijn sokken. Wat een prachtige en indrukwekkende start van het muziekjaar 2026. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Flower Face - Girl Prometheus (2024) 4,5
11 januari, 20:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Flower Face - Girl Prometheus (2024) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Flower Face - Girl Prometheus (2024)
Min of meer bij toeval ontdekte ik deze week het eind 2024 al verschenen Girl Prometheus van Flower Face en sindsdien ben ik compleet in de ban van dit in alle opzichten betoverend mooie album uit Canada
De Canadese muzikante Ruby McKinnon timmert vanuit Montreal inmiddels al heel wat jaren aan de weg met haar project Flower Face. Dat heeft haar nog niet wereldberoemd gemaakt, maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van haar muziek. Zo is het eind 2024 verschenen Girl Prometheus echt een prachtig album. De teksten zijn mooi, de songs zijn wonderschoon maar ook spannend, in muzikaal opzicht is het prachtig en Ruby McKinnon beschikt ook nog eens over een engelenstem, die echt met geen mogelijkheid is te weerstaan. Ik had tot een paar dagen geleden nog nooit van Flower Face gehoord, maar Girl Prometheus is een album dat ik vanaf nu intens koester.
Ik kijk vaak rond op het Nederlandse muziekplatform MusicMeter.nl, waar iedereen zijn of haar mening over albums kan geven. Het platform bevat mooie discussies over albums, maar het levert me ook met grote regelmaat interessante tips op. De tip die heeft geleid tot deze recensie kwam op hele bijzondere wijze tot stand, maar wat is het een mooie tip.
In een bericht over het album Deeper Well van Kacey Musgraves, met afstand mijn favoriete album van 2024, gaf de schrijver van het bericht aan dat het ook zijn favoriete album was tot in de een na laatste maand van het jaar het album Girl Prometheus van Flower Face verscheen. Ik kon vervolgens niet wachten om naar dit album te luisteren, waarna het album me echt binnen een paar minuten inpakte.
Girl Prometheus van Flower Face had het in 2024 voor mij waarschijnlijk niet gewonnen van het album van Kacey Musgraves, dat ik schaar onder mijn favoriete albums aller tijden, maar het was absoluut in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje terecht gekomen.
Ik had echt nog nooit van Flower Face gehoord, maar het blijkt het alter ego van de Canadese muzikante Ruby McKinnon. Girl Prometheus, waarvan later ook nog een instrumentale versie is verschenen, is niet het eerste album van de muzikante uit Montreal. Op Spotify staan nog drie eerdere albums van Flower Face en op de bandcamp pagina van de Canadese muzikante zie ik er nog twee.
Ik hoopte op voorhand natuurlijk op muziek die verwant is aan de muziek van Kacey Musgraves en die hoop is uitgekomen. Girl Prometheus van Flower Face doet in meerdere opzichten denken aan het meest recente album van Kacey Musgraves. De muziek op beide albums is oorstrelend en verleidelijk mooi en net als Kacey Musgraves beschikt ook Ruby McKinnon over een engelenstem, die je onmiddellijk in katzwijm brengt.
De stem van Ruby McKinnon is wat breekbaarder en wat melancholischer dan die van Kacey Musgraves en het is een stem die Girl Prometheus van Flower Face tot angstige hoogten optilt. Net als Deeper Well is ook Girl Prometheus een album waarop invloeden uit de folk een belangrijke rol spelen, maar waar Kacey Musgraves vooral kiest voor de ultieme verleiding, is de muziek van Flower Face wat spannender en heel af en toe ook licht ontvlambaar.
Op beide albums zijn op de achtergrond atmosferische klankentapijten toegevoegd, maar die op Girl Prometheus van Flower Face zijn wat zwaarder aangezet en worden versterkt door prachtig pianospel. Het combineert allemaal bijzonder mooi met de onweerstaanbaar aangename stem van Ruby McKinnon en haar poëtische en persoonlijke teksten.
Ik laat de vergelijking met het album van Kacey Musgraves vanaf nu los, want het album van Flower Face is veel te mooi en bijzonder om te worden vergelijken met een ander album. Ik kan nauwelijks stoppen met luisteren naar het wonderschone Girl Prometheus en hoor steeds weer nieuwe dingen die het album van Flower Face nog wat mooier en unieker maken.
Ik heb inmiddels stapels tips gekregen op MusicMeter.nl, maar Girl Prometheus van Flower Face is met afstand de mooiste. Het is een tip die het muziekjaar 2024 voor mij heeft herschreven, want Ruby McKinnon heeft een album gemaakt dat thuis hoort tussen de allermooiste albums van het betreffende jaar. En ik heb zomaar het idee dat het album nog lang niet is uitgegroeid. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Niia - V (2025) 4,0
9 januari, 17:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Niia - V - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Niia - V
De Amerikaans-Italiaanse muzikante Niia bouwt gestaag aan een interessant oeuvre waarop ze jazz combineert met allerlei andere invloeden, wat ook op het vorig jaar verschenen V weer zeer fraai uitpakt
Niia heeft over fans niet te klagen, maar haar vijfde album V is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is muziek waarin invloeden uit de jazz een zeer voorname rol spelen, maar Niia maakt zeker niet alleen maar jazz. Op haar nieuwe album zijn invloeden uit de jazz wel weer wat prominenter aanwezig, maar ook invloeden uit onder andere de R&B en de pop hebben hun weg gevonden naar het album. Het is een album waarop Niia makkelijk indruk maakt met haar mooie en veelzijdige stem, maar ook in muzikaal opzicht is het vijfde album van de muzikante uit Los Angeles een mooi en interessant album. Helaas wat genegeerd vorig jaar maar absoluut de moeite waard.
Ik kan me niet herinneren dat ik de naam Niia ooit eerder had gehoord en ik had zeker nog nooit naar haar muziek geluisterd. Het in oktober verschenen V werd me onlangs aangeraden en het is een album dat me uitstekend bevalt. Dat ik nog niet eerder van Niia had gehoord ligt alleen aan mij, want de Amerikaanse muzikante met ook Italiaanse wortels timmert inmiddels een kleine tien jaar aan de weg, is behoorlijk succesvol en kan bovendien rekenen op zeer lovende woorden van de critici.
Met V leverde Niia (Bertino) afgelopen herfst haar vijfde album af en het is een bijzonder album. Dat ik nog niet eerder op het spoor van Niia ben gekomen heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ze over het algemeen het etiket jazz krijgt opgeplakt. Dat is niet mijn favoriete genre, want vooral jazz van het nerveuze en van de hak op de tak springende soort kan ik maar moeilijk verdragen.
Dat soort jazz maakt Niia gelukkig niet. De Amerikaanse muzikante maakt vooral ingetogen en zich langzaam voortslepende jazz, die het uitstekend doet in de kleine uurtjes. Af en toe hoor ik raakvlakken met het soort muziek dat bijvoorbeeld Norah Jones en Madeleine Peyroux ook wel eens maken, maar Niia laat zich niet in een enkel hokje duwen en klinkt ook met enige regelmaat als Sade.
Op haar vorige albums liet de Amerikaanse muzikante ook invloeden uit de R&B, soul, elektronica en indie horen en ook V is een album dat vaak van kleur verschiet. V bevat een aantal songs die je meenemen naar een duistere nachtclub waar de jazz regeert, maar Niia kan ook uit de voeten met broeierige R&B of veelkleurige pop vol invloeden.
V is weer wat jazzier dan haar vorige album, dat overigens geproduceerd werd door Jonathan Wilson. Voor haar nieuwe album deed Niia een beroep op Spencer Zahn en Lawrence Rothman, die ook vooral buiten de jazz actief zijn. Het zorgt er voor dat de jazzimpulsen van Niia zelf worden verrijkt met allerlei andere invloeden, wat van V een spannend album maakt.
In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal zeer verzorgd. Zeker de wat meer jazzy stukken lopen over van muzikaliteit en met name wanneer wordt gekozen voor ingetogen en beeldende klanken is de muziek op V bijzonder mooi. Het wordt spannender wanneer de muzikante uit Los Angeles wat meer buiten de lijntjes van de jazz kleurt en vooral wanneer ze de grenzen tussen de verschillende genres laat vervagen.
Ook in vocaal opzicht maakt Niia makkelijk indruk en ook met haar stem schakelt ze makkelijk tussen genres. Ze is een uitstekende jazzzangeres, maar ook in het wat meer naar R&B en pop neigende repertoire maakt Niia makkelijk indruk als zangeres. V begeeft zich een redelijk deel van de tijd net wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar het album heeft zoveel moois te bieden dat ik er toch naar blijf luisteren.
Niia timmert vooral in de Verenigde Staten met flink wat succes aan de weg, maar in Nederland lees ik verrassend weinig over haar albums. Ook V heeft in Nederland niet veel aandacht gekregen, maar het is een album dat zowel binnen als buiten de jazzkringen aandacht verdient. Zelf heb ik me inmiddels nog wat meer verdiept en met name haar vierde album Bobby Deerfield vind ik nog wat interessanter dan het ook uitstekende V. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Annie & The Caldwells - Can't Lose My (Soul) (2025) 4,0
8 januari, 17:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annie and The Caldwells - Can't Lose My (Soul) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annie and The Caldwells - Can't Lose My (Soul)
Annie Caldwell maakt al decennia lang muziek, maar het samen met haar band The Caldwells gemaakte Can't Lose My (Soul) is het eerste album dat de aandacht van een breed publiek weet te trekken en terecht
Annie Caldwell draait al heel lang mee in de muziek en zal waarschijnlijk niet verwacht hebben dat haar dit jaar verschenen album met haar band The Caldwells zo succesvol zou zijn. De Amerikaanse muzikante doet immers geen moment een poging om aan te sluiten bij de trends van dit moment. De mix van soul, gospel, funk en disco die is te horen op Can't Lose My (Soul) zou ook heel veel jaren geleden gemaakt kunnen zijn, maar komt als geroepen. Annie Caldwell is een geweldige soulzangeres en haar band weet haar prachtig te ondersteunen met geweldige koortjes en soulvolle klanken. Dit alles in soms hele lange tracks, die alle ruimte bieden aan de zangeres en haar band. Heerlijk album.
Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells is vaste prik in de jaarlijstjes van 2025. Dat is best bijzonder, want Annie Caldwell draait als sinds de jaren 70 mee en maakte tot dusver vooral muziek die lang niet zo uitvoerig werd bejubeld door de critici als het laatste album van de Amerikaanse soul- en gospelzangeres en haar band.
Toen het album begin vorig jaar opdook hoorde ik op het eerste gehoor eerlijk gezegd ook niet zo veel bijzonders. Een geweldige soulstem, fraaie koortjes, een authentiek klinkend soulgeluid en flink wat invloeden uit de gospelmuziek. Het is natuurlijk niet niks, maar het is allemaal eerder gedaan, waardoor ik niet direct overeind sprong bij eerste beluistering van het album en het uiteindelijk zelfs liet liggen.
Dat laatste was een flinke misser moet ik nu toegeven. Er is misschien niet veel nieuws te horen op Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells, maar het niveau op het album ligt wel hoog. Heel hoog zelfs. Annie Caldwell is om te beginnen een geweldige zangeres. De Amerikaanse zangeres timmerde decennia geleden al aan de weg met de Staples Jr Singers en heeft de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels bereikt, maar wat klinkt haar ruwe maar ook zuivere stem nog geweldig.
Het is een stem die de vloer aanveegt met een heel legioen aan jonge soulzangeressen, die minder soul in hun hele lijf hebben dan Annie Caldwell in haar pink. Ik ben normaal gesproken niet zo gek op vocale acrobatiek, maar de vele stembuigingen van Annie Caldwell komen met zoveel gevoel en passie uit de speakers dat ze nauwelijks of eigenlijk niet te weerstaan zijn.
Gelukkig weet ze ook te doseren, waardoor niet alles op orkaankracht uit de speakers komt, al had ik persoonlijk liever nog net wat meer ingetogen passages gehoord. De stem van Annie Caldwell krijgt alle ruimte op Can't Lose My (Soul), dat maar zes tracks bevat, maar toch bijna 36 minuten duurt.
De zang op het album is echt weergaloos en dat geldt ook voor de koortjes. The Caldwells bestaat uit een aantal familieleden van Annie Caldwell en de dochters van de Amerikaanse muzikante tekenen voor de koortjes, die de stem van Annie Caldwell fraai ondersteunen. Het zijn koortjes die meerdere kanten op kunnen. In een aantal tracks gaan de koortjes de kant van de gospel op, maar de jongere Caldwell telgen kunnen ook uit de voeten met soul en disco.
Het wordt allemaal fraai ondersteund door de band, waarin ook flink wat leden van de familie Caldwell een rol hebben. De lange tracks op het album worden vooral gedragen door de soulvolle strot van de frontvrouw, maar de muzikanten op het album zorgen voor een zeer solide basis. Het is een basis waarin invloeden uit de soul centraal staan, maar ook in muzikaal opzicht worden de omliggende genres en zeker de disco en de funk niet vergeten. Heerlijke baslijnen, uitstekend gitaarspel, ook in muzikaal opzicht is Can't Lose My (Soul) van Annie and The Caldwells dik in orde.
Het levert een album op dat wat mij betreft terecht in zoveel jaarlijstjes is opgedoken. Niet alleen vanwege de vocale en muzikale kwaliteiten, maar zeker ook vanwege het spelplezier dat echt van het album af spat. Ik ben er met name door de vocale krachtpatserij niet altijd voor in de stemming, maar zo op zijn tijd is dit een heerlijk album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Dijon - Baby (2025) 4,0
7 januari, 14:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dijon - Baby - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dijon - Baby
Baby van de Amerikaanse muzikant Dijon staat in heel veel jaarlijstjes en wordt veelvuldig vergeleken met de muziek die Prince maakte en dat blijken twee hele goede redenen om eens naar het album te luisteren
Baby, het tweede album van de Amerikaanse muzikant Dijon was wat mij betreft een van de grote verrassingen in de afgelopen maand gepubliceerde jaarlijstjes. Vooral omdat ik nog nooit van de Amerikaanse muzikant en zijn album had gehoord, terwijl Baby vooral wordt vergeleken met Prince, die behoort tot mijn persoonlijke favorieten. Inmiddels begrijp ik wel dat Dijon zoveel jaarlijstjes heeft gehaald, want Baby is inderdaad een bijzonder album. Het is een album dat inderdaad flink wat invloeden van Prince laat horen, maar hier blijft het zeker niet bij. Baby is zeker geen makkelijk album en het is bovendien lastig te classificeren, maar hoe vaker ik er naar luister hoe beter het wordt.
Baby van Dijon deed het niet alleen goed in de R&B jaarlijstjes, maar dook ook op in heel veel algemene jaarlijstjes en meer dan eens op een flink hoge positie. Het tweede album van de Amerikaanse muzikant verscheen midden in de zomer en is me toen totaal niet opgevallen.
Ik weet niet hoe het album van Dijon afgelopen zomer is beschreven, maar bij de noteringen in de jaarlijstjes wordt vaak de naam van Prince genoemd en dat maakte me direct nieuwsgierig naar de muziek op Baby. De vergelijking met Prince wordt vaak en makkelijk gemaakt, maar bij beluistering van het tweede album van Dijon hoor ik inderdaad wel wat van de muziek die Prince maakte. Het is wel de muziek die Prince zou kunnen hebben gemaakt in het decennium na zijn veel te vroege dood, want de muziek van Dijon staat met minstens één been in het heden.
De naam Dijon kwam voor mij uit de lucht vallen, maar zonder enige faam zou hij er niet in zijn geslaagd als topproducers als Mk.gee, BJ Burton, en Andrew Sarlo en wereldbassist Pino Palladino te strikken voor zijn album. En dat zijn niet de enige topmuzikanten die zijn te horen op het album.
Dijon maakt misschien deels muziek van het moment, maar dat betekent niet dat er geen echo’s van de muziek die Prince heeft gemaakt zijn te horen. Ik hoor vooral invloeden van de muziek die Prince in de jaren 80 maakte en dat is het decennium waarin de muzikant uit Minneapolis op zijn best was. Ik hoor deze invloeden in de productie, in de zang en in het verwerken van nogal verschillende invloeden.
Baby is soms een duidelijk R&B album, maar Dijon kan ook uit de voeten met soul, psychedelica en funk en maakt bovendien met grote regelmaat muziek die zich niet zo makkelijk in hokjes laat vangen, net zoals Prince dat zo vaak deed. Het maakt van het beluisteren van Baby een interessante ervaring, die de fantasie flink prikkelt.
De muziek van Dijon blijft redelijk ver verwijderd van het standaard R&B repertoire en zoekt hier en daar flink het experiment, maar ontoegankelijk is de muziek van de Amerikaan niet. Zelf vind ik Baby het mooist wanneer de gitaren lekker ruw klinken en Dijon met veel expressie en emotie zingt. Het doet dan flink denken aan Prince in topvorm, maar het is ook niet ver verwijderd van de muziek die Mk.gee, die ook heeft meegewerkt aan Baby, maakt. Ook het album van Frank Ocean, dat ik pas recent heb ontdekt, heeft zeker invloed gehad op het tweede album van Dijon, met name in de zang.
Baby is, zeker bij eerste beluisteringen, zeker geen makkelijk album. De songs van Dijon doen bij eerste beluistering wat fragmentarisch aan, waardoor het wat zoeken is naar de popsongs met een kop en een staart. De bijzondere songstructuren op Baby maken eerste beluistering van het album misschien wat lastiger, maar het is ook de kracht van de songs van de Amerikaanse muzikant, die song na song weet te verrassen met misschien lastig te plaatsen, maar ook wonderschone passages. Het zijn passages met de psychedelica die Prince af en toe omarmde, maar de songs van Dijon zijn ook altijd schatplichtig aan de R&B en de soul.
Bij eerste beluistering intrigeerde het album me vooral, maar inmiddels kan ik me iets voorstellen bij het predicaat ‘meesterwerk’ dat Baby inmiddels met grote regelmaat krijgt opgeplakt. Dijon begeeft zich hiervoor misschien net wat te vaak buiten mijn muzikale comfort zone, maar ik schaar hem inmiddels wel onder de muzikanten die de muzikale erfenis van Prince op zeer eervolle wijze bewaken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Amber Mark - Pretty Idea (2025) 4,0
7 januari, 12:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amber Mark - Pretty Idea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Amber Mark - Pretty Idea
Naar aanleiding van haar debuutalbum Three Dimensions Deep werd de Amerikaanse muzikante Amber Mark al een mooie toekomst voorspeld en die moet na de release van Pretty Idea alleen maar rooskleuriger worden
Ik heb geen idee waarom ik het tweede album van Amber Mark een paar maanden geleden heb laten liggen, want ik was vorige week bij eerste beluistering eigenlijk direct enthousiast. Amber Mark maakt het soort R&B dat een heel groot publiek moet kunnen aanspreken. Ze beschikt over een mooie stem, schrijft aansprekende songs en heeft zich kunnen omringen met flink wat getalenteerde muzikanten en producers. Pretty Idea klinkt daarom fantastisch en bevat een aantrekkelijke mix van R&B en pop. Desondanks is het, zeker in Nederland, behoorlijk stil gebleven rond het album. Daar begrijp ik eerlijk gezegd niets van en ik ben niet eens een groot R&B liefhebber.
In de zomer van 2022 besprak ik Three Dimensions Deep van de Amerikaanse muzikante Amber Mark. Ik bespreek maar zo af en toe R&B albums, maar het album van Amber Mark sprong er voor mij makkelijk uit drieënhalf jaar geleden. Ik kies meestal voor R&B albums die het experiment opzoeken en ver weg blijven van het standaard R&B geluid, maar dat deed Amber Mark, zeker op het eerste gehoor, niet.
Three Dimensions Deep klonk als een R&B album zoals deze in de jaren 90 veel werden gemaakt. Verder leken de songs van Amber Mark hier en daar geïnspireerd door de soulvolle pop van Sade. Van die soulvolle pop ben ik zeker gecharmeerd, maar buiten de lijntjes kleurt het natuurlijk niet en dat geldt ook voor het grootte deel van de populaire R&B.
Voor een min of meer standaard R&B album was het debuutalbum van Amber Mark wel een heel goed gemaakt album. De Amerikaanse muzikante met Duits en Jamaicaans bloed klonk op haar debuutalbum zeker niet als een startende muzikante. Three Dimensions Deep klonk eigenlijk continu als het album van een gelouterde R&B ster en dat klonk vooral heel lekker, al viel er ook zeker genoeg bijzonders te ontdekken op het album.
Wat drieënhalf jaar geleden gold voor Three Dimensions Deep, gold een maand of drie geleden ook voor opvolger Pretty Idea, al had ik er dit keer helaas geen oor voor. Het tweede album van Amber Mark kreeg ook wat minder aandacht dan haar debuutalbum, maar dook wel op in het R&B jaarlijstje van AllMusic.com, dat, toch wel enigszins verrassend, mijn belangrijkste tipgever is deze week.
Pretty Idea ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van het debuutalbum van Amber Mark. Ook op haar tweede album sluit de Amerikaanse muzikante aan bij de R&B zoals die de afgelopen decennia is gemaakt, maar ook uitstapjes richting pop zijn bij Amber Mark in goede handen.
Amber Mark draait inmiddels even mee, maar net als op haar debuutalbum klinkt ze een paar albums verder dan ze daadwerkelijk is. Pretty Idea is een album waarmee Amber Mark moet kunnen doorbreken naar een groot publiek, al moet ze dan wel wat meer aandacht krijgen dan vooralsnog het geval is.
Aan de productie van het album zal het niet liggen, want voor de productie van Pretty Idea werd een flink blik ervaren producers open getrokken, waaronder de mensen achter de successen van onder andere Olivia Dean en Gracie Abrams. Pretty Idea klinkt dan ook geweldig en moet in staat worden geacht niet alleen een groot, maar ook een breed publiek aan te spreken.
Amber Mark gaat op haar tweede album vol voor het sterrendom, maar ze levert wat mij betreft ook zeker kwaliteit. In muzikaal en productioneel opzicht blinkt het allemaal zeer fraai, maar de Amerikaanse muzikante overtuigt ook makkelijk als zangeres en ook op de kwaliteit van de songs heb ik niets aan te merken.
Op Pretty Idea komen de ups en downs van de liefde voorbij, maar alle songs op het album klinken warm en aangenaam. Vergeleken met haar debuutalbum voegt Amber Mark hier en daar nog wat invloeden uit de funk en de disco toe, maar dat maakt haar muziek eigenlijk alleen maar aangenamer. Ik hoor af en toe wel wat van Aaliyah op het nieuwe album van Amber Mark en dat is een extra aanbeveling om eens naar Pretty Idea te luisteren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lola Young - I'm Only F**king Myself (2025) 3,5
6 januari, 17:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lola Young - I'm Only F**king Myself - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lola Young - I'm Only F**king Myself
De Britse muzikante Lola Young maakte met I'm Only F**king Myself een paar maanden geleden een eigenzinnig popalbum, dat echt alle kanten op gaat, maar dat langzaam maar zeker steeds indrukwekkender wordt
Lola Young werd in 2025 definitief een wereldster, wat ze mede dankt aan haar tweede album This Wasn't Meant For You Anyway. Wereldsterren worden in muzikaal opzicht vaak wat voorzichtiger, maar daar doet Lola Young niet aan mee. Op haar derde album I'm Only F**king Myself klinkt ze nog wat veelzijdiger dan op haar eerste twee albums en in tekstueel opzicht is het album nog wat explicieter dan zijn twee voorgangers. Lola Young maakt van haar hart geen moordkuil en doet in muzikaal opzicht waar ze zelf zin in heeft. Dat siert de Britse muzikante, die er op haar derde album in slaagt om geen concessies te doen en een volgende stap te zetten in de richting van een uniek eigen geluid.
Begin vorig jaar maakte ik dankzij de geweldige single Messy voor het eerst kennis met de muziek van de Britse muzikante Lola Young. Messy is niet alleen een onweerstaanbaar lekkere oorwurm, maar het is ook een single die laat horen dat Lola Young beschikt over een unieke stem en een bijzondere eigen stijl, die haar inmiddels terecht heel groot hebben gemaakt.
Messy is afkomstig van het in de zomer van 2024 verschenen This Wasn't Meant For You Anyway, dat ik een leuk album vond en vind. Ik was echter veel meer onder de indruk van het debuutalbum van Lola Young. Op het uit 2023 stammende My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely laat de Britse muzikante een origineler geluid horen. Het is een geluid dat is volgestopt met elektronica, maar dat desondanks verrassend warm klinkt.
Afgelopen herfst verscheen de opvolger van het zo succesvolle This Wasn't Meant For You Anyway. Ik heb het een paar keer geprobeerd met I'm Only F**king Myself, maar ook het derde album van Lola Young vond ik minder goed dan haar debuutalbum. Ik vond het nieuwe album op het eerste gehoor wat gewoontjes en miste het unieke van haar debuutalbum.
ik vind ik I'm Only F**king Myself nog steeds minder goed dan het debuut van Lola Young, maar ik ben het derde album van de Britse muzikante inmiddels wel wat meer gaan waarderen. Ik waardeer I'm Only F**king Myself inmiddels als een goed gemaakt maar ook verrassend veelzijdig en puur popalbum.
De meeste grote popzangeressen van het moment beperken zich niet tot één genre, maar slagen er in om te variëren op hun albums. Lola Young doet dit op haar derde album in extreme mate en dat is knap. Ze flirt op I'm Only F**king Myself nadrukkelijk met de dansvloer, maar kan ook uit de voeten met stevige rocksongs. En zo schiet de Britse muzikante alle kanten op, zonder dat haar album een bij elkaar geraapt zooitje wordt.
Het betekent niet dat ik alles goed vind op I'm Only F**king Myself, want het album bevat ook een aantal songs die niet in mijn straatje passen. Hiertegenover staat een geweldige en vol dynamiek zittende rocksong als SPIDERS, waarin Lola Young weer een andere kant van zichzelf laat horen en wat mij betreft indruk maakt.
De Britse muzikante is in het verleden vooral vergeleken met Adele en Amy Winehouse, maar op haar nieuwe album laat ze horen dat ook andere smaakmakers uit de Britse popmuziek van dit millennium, onder wie zeker Lily Allen, invloed hebben gehad op haar geluid.
Ik vind het geluid van Lola Young ook een uniek geluid, want ze beschikt over een lekker ruwe stem met een duidelijk eigen sound en dan zijn er ook nog eens de behoorlijk expliciete teksten, die op I'm Only F**king Myself nog wat minder rekening houden met fatsoenridders die de cultuursector steeds meer willen beperken.
Lola Young is pas 24 jaar oud, maar ze heeft inmiddels drie uitstekende albums op haar naam staan. Het zijn albums waarop ze de strijd aan gaat met haar eigen demonen, maar waarop ze ook precies doet waar ze zelf zin in heeft. Het levert met I'm Only F**king Myself een bont gekleurd album op, waarop echt niet alles raak is, maar waarop ook een ruime handvol geweldige songs staat.
En ook als Lola Young muziek maakt die ik minder kan waarderen weet ze me te raken, want alles aan de Britse muzikante is echt. Zo echt dat ze haar tour inmiddels heeft moeten annuleren omdat het allemaal wat teveel werd. Hopelijk krabbelt ze snel weer overeind. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Peyton - Au (2025) 4,0
5 januari, 16:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Peyton - Au - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Peyton - Au
Au van de Amerikaanse muzikante Peyton heeft in september niet heel veel aandacht gekregen, maar het album hoort dankzij een geweldige productie en een bijzonder geluid zeker bij de beste R&B albums van 2025
Eigenlijk direct vanaf de eerste noten intrigeerde Au van Peyton me hopeloos. De muzikante uit Houston, Texas, citeert nadrukkelijk uit een aantal decennia zwarte muziek, maar ze smeedt al deze invloeden aan elkaar in een geluid dat deels vertrouwd maar ook deels uniek klinkt. Het klankentapijt van producer Shafiq Husayn is weergaloos, de stem van Peyton doet alles smelten en de songs op Au zijn stuk voor stuk uitstekend. Au is een geweldig album voor een broeierige zomeravond, maar het is ook een album dat het uitstekend doet bij beluistering met de koptelefoon. Ik kwam het album tegen in welgeteld één jaarlijstje, maar wat heeft dat lijstje het bij het juiste eind.
Ook Au van Peyton haalde ik uit het R&B jaarlijstje van AllMusic.com en ook voor deze tip ben ik de Amerikaanse muziekwebsite dankbaar. Au is al het tweede album van de muzikante uit Houston, Texas, die ook al twee mini-albums uitbracht. Haar vorige releases ken ik niet, maar het artwork van deze (mini-)albums zou me niet direct nieuwsgierig hebben gemaakt naar de muziek van de Amerikaanse muzikante.
Het artwork van Au is een stuk smaakvoller en past wat mij betreft uitstekend bij de muziek op het album. De cover van het album doet wat denken aan soulalbums van lang geleden en dat is muziek die zeker invloed heeft gehad op de songs op Au. Peyton (Booker) laat zich echter nog meer beïnvloeden door de muziek die de afgelopen decennia in de R&B is gemaakt.
Dat laatste hoor je vooral in de stevig aangezette ritmes op het album. Peyton laat op haar tweede album vooral redelijk ingetogen en lekker dromerige R&B songs horen, maar de zware baslijnen en de redelijk minimalistische drums zijn behoorlijk dominant opgenomen in de mix. Het voorziet Au wat mij betreft van een bijzonder karakter, want Peyton slaat zo op zeer fraaie wijze een brug tussen soulmuziek uit het verre verleden en R&B van recentere datum.
De ritmes zijn in de meeste tracks weliswaar behoorlijk zwaar en dominant, maar op een of andere manier verstoren ze het zwoele en dromerige karakter van de songs van Peyton niet. Dat heeft ook alles te maken met de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een wat hoge maar zeer aangename stem die vooral aansluit bij die van grote R&B zangeressen.
De combinatie van stuwende ritmes en wat lome zang voorziet Au van een aangenaam broeierige sfeer. Het is een sfeer die redelijk gangbaar is in de R&B, maar ik vind de songs van Peyton interessanter dan die op het gemiddelde R&B album. Dat ligt voor een deel aan de bijzondere ritmes, die buiten de lijntjes van de standaard R&B kleuren, maar ook de productie van Au vind ik heel bijzonder.
Voor deze productie tekende de Amerikaanse producer Shafiq Husayn, die onder andere werkte met Erykah Badu, John Legend en Jill Scott. Shafiq Husayn heeft de songs van Peyton voorzien van een bijzonder geluid met de diepe baslijnen en drums vooraan in de mix en een heel scala aan bijzondere accenten van keyboards en af en toe blazers op de achtergrond.
De soepele stem van Peyton draait hier op melodieuze wijze tussendoor en voorziet haar songs van iets lichtvoetigs. Het levert een serie songs op die het geweldig doen in de kleine uurtjes en die niet alleen makkelijk vermaken, maar door de bijzondere klanken en productie ook uitnodigen tot verder uitpluizen.
Het knappe van Au is dat Peyton op soepele wijze door de tijd wandelt. Soms hoor je wat vintage soul, soms wat neo-soul of soulpop uit de jaren 90, stiekem ook wat van Prince, maar ook een flink deel van de geschiedenis van de R&B komt voorbij in de songs van de muzikante uit Houston, Texas.
Au klinkt hierdoor elf songs lang vertrouwd, maar Peyton voegt wat mij betreft ook zeker iets toe aan alles dat er al is. Buiten de jaarlijstjes vermelding van AllMusic.com ben ik afgelopen herfst niet veel tegen gekomen over Au van Peyton, maar het album had absoluut een beter lot verdiend. Ik ben lang niet altijd gek op R&B, maar op dit album klopt wat mij betreft alles. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Frank Ocean - Blonde (2016) 4,0
Alternatieve titel: Blond, 4 januari, 20:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Frank Ocean - Blonde (2016) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Frank Ocean - Blonde (2016)
Blonde van Frank Ocean uit 2016 is nog altijd het laatste album van de Amerikaanse muzikant en het is een album dat sinds de release zo’n negenenhalf jaar geleden alleen maar interessanter en baanbrekender is geworden
Toen Blonde van Frank Ocean eind 2016 in talloze jaarlijstjes opdook leek het album me op basis van de omschrijvingen in de recensies niet interessant. Dat heb ik volgehouden tot vorige week toen ik me wat meer ging verdiepen in de geschiedenis van de R&B. Blonde van Frank Ocean is niet alleen een totaal ander album dan ik had verwacht, maar het is ook een veel beter album dan ik had verwacht. Het is een album dat best een R&B album mag worden genoemd, maar Frank Ocean weet zich makkelijk te onderscheiden van het gemiddelde album in het genre. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe knap het allemaal in elkaar zit en hoe bijzonder Blonde is.
Nu ik me de afgelopen dagen heb ondergedompeld in de R&B van 2025, lag het voor de hand om ook voor een greep uit het verleden te kiezen voor een album in het genre. Via een aantal lijstjes met de beste R&B albums aller tijden ben ik uitgekomen bij Blonde van Frank Ocean (als Blond geschreven op de cover van het album).
Het in 2016 verschenen album stond negen jaar geleden hoog in vrijwel alle jaarlijstjes, maar ik heb volgens mij nooit naar het album geluisterd. Dat heb ik inmiddels wel gedaan en ik begrijp nu waarom de critici eind 2016 zo enthousiast waren over het tweede album van de Amerikaanse muzikant.
Frank Ocean trok in 2012 voor het eerst in brede kring de aandacht met zijn officiële debuutalbum Channel Orange, maar met Blonde wist hij een nog veel groter publiek te bereiken. Het is overigens nog altijd het laatste wapenfeit van Frank Ocean, die sinds Blonde alleen nog een paar singles heeft uitgebracht.
Dat Blonde zo werd geprezen door de critici is ook wel bijzonder, want een makkelijk album is het zeker niet. Het is een album dat in 2016 en sindsdien vooral een R&B album is genoemd en daar is wat voor te zeggen. Blonde bevat absoluut invloeden uit de R&B, maar het is zeker geen standaard R&B album. Frank Ocean beperkt zich bovendien zeker niet tot de R&B, maar verwerkt ook invloeden uit de soul, gospel en hiphop. Het album bevat bovendien een aantal tracks die ook invloeden uit de folk en de blues bevatten.
In min of meer standaard R&B albums speelt de ritmesectie een cruciale rol, maar de rol van bas en drums is op Blonde vaak redelijk bescheiden en in meer dan de helft van de songs ontbreken drums helemaal. In veel songs op het album worden de songs van Frank Ocean zeer spaarzaam ingekleurd met gitaar of keyboards en is verder vooral zijn stem te horen. Wanneer er al sprake is van ritmes zijn deze vaak subtiel en niet zo loom en dominant als in de R&B gangbaar is.
Ook qua songs is Blonde van Frank Ocean zeker geen standaard R&B album. De songs op het album blijven ver verwijderd van de toegankelijke R&B song met een kop en een staart en zijn in veel gevallen behoorlijk onnavolgbaar. Toch vind ik Blonde geen heel ontoegankelijk album. Door de zanglijnen klinken de songs redelijk melodieus en door de ingrediënten uit de soul, R&B en gospel klinkt Blonde over het algemeen genomen best vertrouwd, al slaat het experiment ook wel een enkele keer toe.
Frank Ocean maakt muziek die slechts in zeer beperkte mate vergelijkbaar is met de muziek van Prince, maar toch heb ik bij beluistering van Blonde wel af en toe associaties met de muziek van de muzikant uit Minneapolis, die ook constant grenzen aan het verleggen was binnen de genres waarin hij opereerde.
Ik moet toegeven dat ik bij de eerste keer horen van Blonde veel minder positief was over het album en slechts een deel van de songs kon waarderen. Blonde van Frank Ocean is dan ook een album dat tijd en aandacht vraagt. Het is bovendien een album dat het best tot zijn recht komt bij beluistering met de koptelefoon. Dan immers hoor je pas goed hoeveel subtiele accenten de Amerikaanse muzikant in zijn songs heeft verstopt.
De Britse krant The Guardian noemde het in 2016 “a baffling and brilliant five-star triumph” en een album waarop textuur langzaam maar zeker verandert in songs. Het maakte me in 2016 niet nieuwsgierig naar het album, maar The Guardian had zoals zo vaak gelijk. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Michi - Dirty Talk (2025) 4,0
4 januari, 11:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Michi - Dirty Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Michi - Dirty Talk
Michi debuteerde in 2025 fraai met een zwoel en verleidelijk album waarop ze invloeden uit de hedendaagse R&B en invloeden uit de soulmuziek van lang geleden combineert in een loom en broeierig geluid dat naar veel meer smaakt
Ik hou normaal gesproken niet zo van het soort R&B dat Michi maakt, maar op een of andere manier vind ik haar debuutalbum Dirty Talk een bijzonder lekker album. Het is een album dat de inspiratie vooral zoekt in de R&B van de jaren 90 tot en met nu, maar ook invloeden uit de soul hebben hun weg gevonden naar het album en hier blijft het niet bij. Dirty Talk verdrijft de winterse temperaturen van het moment met speels gemak en slaat zich als een warme deken om je heen. Het klinkt allemaal behoorlijk gepolijst, maar zowel in muzikaal opzicht als met haar stem weet Michi wat mij betreft makkelijk te overtuigen. Niet zo gek dus dat het album opduikt in meerdere R&B jaarlijstjes.
Ik ben momenteel zeer gecharmeerd van Cover Girl van Lady Wray, dat ik uit het R&B jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com haalde. Uit datzelfde lijstje komt Dirty Talk van Michi, dat al even lekker klinkt en dat er minstens even goed in slaagt om de gure winterdagen en winteravonden van het moment te verwarmen.
Dirty Talk is het debuutalbum van Michi, het alter ego van de vanuit Los Angeles opererende Michelle Guerrero. Het debuutalbum van Michi heeft absoluut raakvlakken met het meest recente album van Lady Wray. Op beide albums worden invloeden uit de soulmuziek zoals die in de jaren 70 werd gemaakt vermengd met invloeden uit de R&B van het moment.
Waar Lady Wray haar meest recente album een flinke gospelinjectie gaf, zoekt Michi het meer in de zwoele en verleidelijke klanken. De loom spelende ritmesectie duwt Dirty Talk flink de kant van de R&B van het moment op, maar het eerste album van Michi klinkt net zo makkelijk als een vintage soulalbum, zeker wanneer strijkers worden ingezet.
Michi werkte voor een aantal van haar vroege singles met de onder andere van Miley Cyrus en Caroline Polachek bekende Jacob Munk, maar Dirty Talk werd geproduceerd door Blake Rhein en Paul Cherry, die Michi weg hebben getrokken van de pop en in de richting van de R&B en retro-soul hebben geduwd.
De songs van Michi klinken soms als songs die al enkele decennia oud zijn, maar ook geregeld als songs van het moment, met hier tussenin uitstapjes richting de R&B en pop uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want Michi maakt op haar debuutalbum ook nog een uitstapje richting Braziliaanse bossa nova, wat nog wat zonniger klinkt dan de andere songs op het album, en is ook niet bang voor een jazzy song.
Het doet het allemaal fantastisch bij de temperaturen van het moment, want Dirty Talk van Michi zorgt voor de zomer in je kop en verwarmt de ruimte tot broeierige proporties. Blake Rhein en Paul Cherry hebben het album voorzien van een warm en zeer smaakvol geluid en het is een geluid waarin de soepele stem van Michi uitstekend gedijt.
De zang van de Amerikaanse muzikante zit dichter tegen de R&B dan tegen de soul aan, maar het is zang die wat mij betreft bijzonder aangenaam klinkt. De stem van Michi komt het best tot zijn recht in de wat dromerige songs met zwoele en broeierige klanken dan dat zijn de klanken die domineren op Dirty Talk. Ik moet zelf wel in de stemming zijn voor de muziek van Michi, want het klinkt ook makkelijk te zoet en te gepolijst, maar op het juiste moment is de muzikante uit Los Angeles keer op keer goed voor zoete en wat mij betreft ultieme verleiding.
Binnen de R&B heb ik normaal gesproken een voorkeur voor albums die de grenzen van het genre en het avontuur opzoeken. Dat doet Michi niet, want Dirty Talk kleurt vooral binnen de lijntjes, maar desondanks kan ik het album op het moment maar moeilijk weerstaan.
Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het debuutalbum van Michi en dat is het feit dat Dirty Talk nog geen half uur duurt. Na dat half uur ben je nog lang niet toe aan het ontsnappen aan de verleidelijke klanken van de Amerikaanse muzikante en kun je niet veel anders doen dan het album nogmaals op zetten. Gelukkig is het dan nog even lekker. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lady Wray - Cover Girl (2025) 4,0
3 januari, 12:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lady Wray - Cover Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lady Wray - Cover Girl
Cover Girl van Lady Wray doet het de afgelopen weken goed in de R&B jaarlijstjes en daar is wat voor te zeggen, al klinkt het album misschien nog wel vaker als een klassiek soulalbum uit de jaren 60 of 70
Het derde album van de Amerikaanse muzikante Lady Wray wist me een paar maanden geleden niet te pakken. Daar begrijp ik inmiddels niets meer van, want Cover Girl klinkt vanaf de eerste noten als een vergeten soulklassieker van heel lang geleden. Dat ligt deels aan de muziek op het album, maar vooral aan de zang en de gospelkoortjes. Lady Wray is echter zeker niet alleen goed voor authentiek klinkende soul, want ze sluit ook moeiteloos aan bij de R&B van het moment en kan ook nog eens uit de voeten met funk en disco. Laat Cover Girl uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt tot zomerse waarden en de zomer van Lady Wray laat zich niet zomaar verdrijven.
Ik heb me de afgelopen maand weer flink laten inspireren door de jaarlijstjes van anderen en de meeste inspiratie kwam opvallend genoeg uit het R&B jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com. Ik heb over het algemeen niet zo heel veel met R&B, maar de liefde voor het genre komt in golven. Dit jaar was het een ware vloedgolf, die de komende dagen de krenten uit de pop zal domineren.
Het eerste album dat ik heb opgepikt uit de R&B jaarlijst van AllMusic.com is Cover Girl van Lady Wray. Het is een album dat ik het afgelopen jaar een paar keer heb geprobeerd, maar zonder resultaat. Op een koude decemberdag kwam het album echter wel binnen en sindsdien bevalt Cover Girl me steeds beter.
Nicole Wray, de vrouw achter Lady Wray, scoorde aan het eind van de jaren 90 als tiener al een flinke hit met de single Make It Hot, maar het zou vervolgend een kleine vijftien jaar duren voordat ze als helft van het duo Lady een album uitbracht. Het debuut van Lady Wray verscheen in 2016, waarna in 2022 het goed ontvangen Piece Of Me verscheen.
Ik vind het afgelopen herfst verschenen Cover Girl nog een stuk beter. Net als op haar vorige twee albums werkt Lady Wray op Cover Girl samen met producer Leon Michels, die bekend is van El Michels Affair, maar die ik vooral ken van de albums die hij produceerde voor Norah Jones, Kali Uchis en Clairo. Charm van Clairo vind ik een van de mooist geproduceerde albums van de laatste jaren en ook voor Lady Wray heeft Leon Michels vakwerk geleverd.
Cover Girl klinkt echt fantastisch en overtuigt met een geluid dat zowel aansluit bij muziek uit een ver verleden als bij de R&B van het moment. Het is een geluid waarin piano, orgels en keyboards domineren, maar let ook zeker op de fantastische baslijnen Het is niet heel onlogisch om de muziek van Lady Wray in het hokje R&B te duwen, maar de Amerikaanse muzikante verwerkt minstens net zo veel invloeden uit de soul van weleer en is bovendien niet vies van gospel, disco en funk.
De muziek op het album klinkt vooral bekend in de oren en blijft ver verwijderd van vernieuwende stromingen binnen de R&B, maar wat klinkt het album tijdloos en vooral ongelooflijk lekker.
In muzikaal opzicht krijgt Cover Girl van Lady Wray al een prima rapportcijfer, maar dat wordt nog wat verder opgetild door de zang van Nicole Wray, die beschikt over een bijzondere stem, maar ook over een geweldige soulstem. Het is een stem met subtiele echo’s van soulzangeressen uit het verleden, maar het is een stem die het ook uitstekend doet in de R&B van het moment.
Het mooie van de stem van Nicole Wray is dat ze beschikt over een duidelijk eigen geluid, waardoor Cover Girl toch net anders klinkt dan de bulk van de soulalbums uit het verleden en de R&B albums uit het heden. Het is een stem die prachtig wordt ondersteund met gospelkoortjes, die het album weer wat verder het verleden in duwen.
Het vintage karakter van de soulmuziek van Lady Wray hoor je ook in de songs waarin ze een vleugje disco toevoegt aan haar songs, maar de songs op Cover Girl kunnen ook makkelijk opschuiven van de jaren 60 en 70 naar het hier en nu. Cover Girl is een heerlijk en verwarmend album voor de winterdagen van het moment, maar ondertussen is het in productioneel, muzikaal en vocaal opzicht ook een bijzonder knap album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Dakota - Here's the 101 on How to Disappear (2019) 5,0
3 januari, 09:41 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Emily Ulman - Severe Clear (2025) 4,0
2 januari, 21:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Emily Ulman - Severe Clear - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Emily Ulman - Severe Clear
De algoritmes van Spotify leveren me meestal albums op die ik al ken of minder interessant vind, maar met Severe Clear van de Australische muzikante Emily Ulman heeft het streaming media platform me een heerlijk album getipt
De uit het Australische Melbourne afkomstige Emily Ulman bracht tien jaar geleden haar debuutalbum uit. Pas dit jaar verscheen de opvolger van dat album en Severe Clear is een album dat mij uitstekend bevalt. Emily Ulman schrijft songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen en ook makkelijk blijven hangen. Het zijn songs met meestal een folky basis, maar de Australische muzikante maakt ook uitstapjes richting pop en rock. Met het album vindt Emily Ulman aansluiting bij een heel legioen aan vrouwelijke singer-songwriters, maar ik vind Severe Clear absoluut onderscheidend genoeg om de concurrentie aan te kunnen. Nu nog aandacht voor dit album, want die valt vooralsnog vies tegen.
Severe Clear van Emily Ulman werd me onlangs geadviseerd door Spotify. Het is pas het tweede album van de Australische muzikante, die iets meer dan tien jaar geleden debuteerde met het album Wear It Well. De algoritmes van Spotify blijven ondoorgrondelijk en zijn zeker niet altijd trefzeker, maar het album van Emily Ulman is wat mij betreft een uitstekende tip.
De muzikante uit Melbourne heeft in eigen land wel wat aandacht gekregen voor haar een maand of drie geleden verschenen album, maar het houdt niet over. Dat is jammer, want Emily Ulman heeft een album gemaakt dat in het genre of in de genres waarin ze opereert zeker op zou moeten kunnen vallen.
De Australische muzikante maakte haar tweede album samen met producer Bonnie Knight, die eerder werkte voor Amyl And The Sniffers en Angie McMahon en het album heeft voorzien van een mooi geluid. De songs van Emily Ulman doen vaak wat folky aan, maar de muzikante uit Melbourne kan ook uit de voeten met pop en rock. Die laatste invloeden hoor je wanneer de songs op Severe Clear wat voller zijn ingekleurd, terwijl je de folk in de songs van Emily Ulman vooral hoort in de wat soberder klinkende songs.
Emily Ulman werd op haar tweede album bijgestaan door een drietal muzikanten uit de Australische muziekscene, maar eist zelf de hoofdrol op. Severe Clear is in muzikaal opzicht misschien niet heel vernieuwend, maar de songs op het album klinken mede door het verwerken van meerdere invloeden voldoende afwisselend. Het album klinkt bovendien aangenaam en dat geldt zowel voor de songs die het vooral moeten doen met alleen gitaren als voor de songs die wat voller klinken.
Emily Ulman laat zich in vocaal opzicht bijstaan door mannenstemmen, maar haar eigen stem trekt de meeste aandacht. Het is een stem die misschien niet direct opvalt, maar het is ook een stem die lekker in het gehoor ligt en die de songs op het tweede album van Emily Ulman duidelijk beter maakt.
Die songs springen wat mij betreft het meest in het oor, want de muzikante heeft een goed gevoel voor het schrijven van aansprekende popsongs. Het zijn popsongs die soms aansluiten bij de indiefolk van het moment, maar Severe Clear heeft ook raakvlakken met de indiepop en indierock van het moment en heeft bovendien af en toe een jaren 90 sfeer.
Wanneer het aanbod zo groot is als het gedurende het grootste deel van 2025 is geweest. krijgt een nieuw album en zeker een album van een onbekende muzikante, die ook nog eens vanaf de andere kant van de wereld opereert, niet heel veel kansen, maar ik was direct zeer gecharmeerd van Severe Clear van Emily Ulman.
De Australische muzikante vindt aansluiting bij landgenoten als Julia Jacklin, maar ze heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat wat mij betreft bijzonder genoeg is om op te vallen binnen het enorme aanbod van het moment, al profiteert ze in mijn geval wel van de wat rustigere weken rond de jaarwisseling.
Ik ben heel blij dat Spotify me heeft gewezen op het tweede album van de Australische muzikante, want nadat ik Severe Clear eenmaal had opgepikt, bleek het een album dat nog lange tijd beter wordt. Inmiddels ben ik zeer gesteld op de uitstekende songs van Emily Ulman, die hopelijk niet tien jaar wacht voor ze haar derde album gaat uitbrengen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Eloïz - Les Grands Espaces (2025) 3,5
2 januari, 18:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eloïz - Les Grands Espaces - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eloïz - Les Grands Espaces
Ik heb de Franse popmuziek het afgelopen jaar niet heel intensief gevolgd, maar op de valreep van 2025 kreeg ik er met Les Grands Espaces van Eloïz toch nog een Frans album bij dat absoluut de moeite waard is
Het afgelopen herfst verschenen Les Grands Espaces is het tweede album van de Franse zangeres Eloïz, maar mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een kennismaking die naar meer smaakt, want Eloïz heeft veel te bieden. Ze beschikt over een mooie en aangename, maar ook krachtige en emotievolle stem, die in verschillende stromingen binnen de Franse popmuziek uit de voeten kan. Ze kan uit de voeten met eigentijds klinkende Franse popmuziek, maar heeft ook hoorbaar veel respect voor de tradities van het Franse chanson. Eloïz op haar best is echt heel erg goed, maar Les Grands Espaces is niet altijd even consistent, zodat er nog wat te wensen over blijft voor haar volgende album.
De Franse popmuziek volg ik zo af en toe, waardoor ik soms geweldige albums ontdek, maar er ook wel wat laat liggen. Het afgelopen jaar heb ik vooral de muziek van Zaho de Sagazan en Zaz gekoesterd, maar in een jaarlijstje kwam ik vorige week ook Les Grands Espaces van Eloïz nog tegen. Het is een album waar ik maar heel weinig informatie over kan vinden, maar ik zie op Spotify wel dat het het tweede album is van Eloïz. Als ik Les Grands Espaces vergelijk met de twee Franse albums die ik het afgelopen jaar heb gekoesterd, ligt het album van Eloïz dichter bij het album van Zaz dan bij dat van Zaho de Sagazan.
Laatstgenoemde komt op het baanbrekende La Symphonie des Éclairs met een geluid dat we nog niet eerder hoorden in de Franse popmuziek, terwijl Zaz invloeden van een aantal decennia Franse popmuziek combineert. Dat laatste doet ook Eloïz op haar tweede album. De Franse muzikante citeert uit de archieven van het Franse chanson, sluit aan bij de Franse popmuziek van het moment, flirt met invloeden uit de gypsy muziek en vindt hier en daar ook nog aansluiting bij de Amerikaanse rootsmuziek, zoals Françoiz Breut dat op haar eerste albums deed.
Ik typeerde het laatste album van Zaz een paar maanden geleden als degelijk en dat is een omschrijving die ook van toepassing is op Les Grands Espaces van Eloïz. Waar de muziek van Zaho de Sagazan de grond onder mijn voeten vandaan sloeg vond ik het laatste album van Zaz vooral aangenaam en dat geldt ook voor een aantal tracks op Les Grands Espaces van Eloïz. Het album bevat echter ook een aantal tracks die misschien niet zo vernieuwend zijn als die van Zaho de Sagazan, maar die ik wel bovengemiddeld goed vind, waardoor ik Les Grands Espaces uiteindelijk toch wat hoger aan sla dan het laatste album van Zaz.
Ik vind Eloïz om te beginnen een geweldige zangeres. Ze zingt met veel expressie, maar ook met veel emotie, waardoor met name de songs die wat verder weg blijven van een blinkend popgeluid stevig binnen komen. Zeker als Eloïz het Franse chanson omarmt maakt ze makkelijk indruk als zangeres en dat doet ze ook wanneer ze aansluit bij Amerikaanse rootsmuziek en gypsy.
Als Eloïz een album lang had gekozen voor songs die direct onder de huid kruipen had ze wat mij betreft een onbetwist jaarlijstjes album gemaakt, maar Les Grands Espaces bevat ook een aantal mindere tracks. De Franse muzikante maakt dan opeens weinig onderscheidende muziek of muziek die niet zou misstaan op het Eurovisie songfestival en dat is jammer.
Het aantal uitstekende songs is op het tweede album van Eloïz wel een stuk groter dan het aantal songs die niet boven het maaiveld uit steken en de songs die dit wel doen, doen dat meestal met veel overtuiging. Bij beluistering van Les Grands Espaces ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van de stem van Eloïz. Het is een stem waarmee de Franse muzikante een adembenemend mooi album moet kunnen maken.
Dat is Les Grands Espaces wat mij betreft maar een deel van de tijd, maar het album is absoluut goed genoeg om mee te kunnen met het beste dat de Franse popmuziek in 2025 te bieden had. Het is bovendien een album dat forse groei laat horen vergeleken met het debuutalbum van Eloïz, dus dat belooft wat voor album nummer drie. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Nancy Brick - Porcelain (2025) 4,0
2 januari, 11:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nancy Brick - Porcelain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Nancy Brick - Porcelain
Niet meer verwacht, maar toch nog gekomen, een album met maar liefst dertien niet eerder uitgebrachte songs van het Nederlandse duo Nancy Brick en wat is ook Porcelain weer mooi, intiem en bijzonder
Ruim dertien jaar geleden wist Nancy Brick me te betoveren met een werkelijk prachtig debuutalbum. Het is een album dat anders klonk dan alle andere albums van dat moment. Het is een album waarop geen noot teveel wordt gespeeld en gezongen en waarop ook stilte een krachtig instrument is. Lange tijd leek er geen opvolger van het debuutalbum van Nancy Brick meer te komen, maar nu is er Porcelain. Het is een album met vooral ruwe demo’s van songs die het debuutalbum van Nancy Brick en de geplande opvolger niet haalden, maar het is ook een album met prachtige Nancy Brick songs. Hopelijk is Porcelain de voorbode van een nieuw Nancy Brick album, maar ook met het nu verschenen album met demo’s ben ik heel blij.
In de herfst van 2012 verscheen het debuutalbum van het Nederlandse duo Nancy Brick. Het album kreeg op zich redelijk wat aandacht, maar werd wat mij betreft in veel te kleine kring op de juiste waarde geschat. Ik nam het eerste album van het duo dat bestaat uit zangeres Rieneke Batelaan en gitarist en pianist Ron Valeri op in de middenmoot van mijn jaarlijstje, maar met de kennis van nu schaar ik het titelloze debuutalbum van Nancy Brick onder de allermooiste albums van het betreffende jaar.
In een jaar waarin in alle opzichten vol klinkende popmuziek domineerde, imponeerde Nancy Brick met zachte, subtiele en zich langzaam voortslepende muziek en al even zachte en subtiele zang. De songs van het Nederlandse duo zijn op het debuutalbum ontdaan van alle opsmuk, waardoor alleen de essentie en hier en daar stilte overblijft.
Het debuutalbum van Nancy Brick deed uitzien naar veel en veel meer, maar Rieneke Batelaan en Ron Valeri hebben het geduld van een ieder die hun debuutalbum in 2012 omarmde flink op de proef gesteld. In 2016 verscheen een titelloze EP met slechts 15 minuten muziek. De songs op de EP deden niet onder voor de songs op het debuutalbum en wakkerden de hoop op een tweede album van Nancy Brick aan.
Na 2016 werd het echter stil rond het duo, dat een sabbatical aankondigde. Rieneke Batelaan en Ron Valeri gingen andere dingen doen, waardoor de aangekondigde sabbatical een periode van ruim negen jaar werd. Afgelopen zomer kreeg ik opeens een e-mail van het duo, waarin een nieuw album werd aangekondigd en dat album is vlak voor het einde van 2025 verschenen.
Porcelain bevat geen nieuwe muziek van Nancy Brick, want het dertien songs tellende album is gevuld met demo’s die tussen 2009 en 2016 werden opgenomen. In de meeste gevallen thuis met eenvoudige middelen, maar Porcelain bevat ook twee tracks die in een studio werden opgenomen. Het zijn allemaal songs die niet eerder zijn uitgebracht, waardoor Porcelain wel een beetje aanvoelt als een nieuw Nancy Brick album.
De openingstrack van Porcelain, het bijzonder mooie Its Wings & Ways, klinkt wat voller dan we van Rieneke Batelaan en Ron Valeri gewend zijn, maar het album bevat verder vooral sobere en wat ruw klinkende demo’s van songs. Het past wel bij Nancy Brick, want de ruwe versies van songs die nooit werden uitgebracht, bevatten nog wat minder opsmuk en komen nog wat dichter bij de essentie van de songs.
Ik luister nog geregeld naar de muziek die Nancy Brick in 2012 en 2016 uitbracht en ben blij met de nieuwe songs van het Nederlandse tweetal. Porcelain staat vol met songs die van een tweede Nancy Brick album een prachtig Nancy Brick album zouden hebben gemaakt en ik koester Porcelain inmiddels dan ook als het album waarop ik ruim negen jaar geleden hoopte.
Niet alleen de songs op Porcelain zijn goed, wat ook de uitvoering is weer fantastisch. Ron Valeri heeft de songs op het album voorzien van sobere maar zeer smaakvolle klanken, terwijl Rieneke Batelaan echt prachtig zingt. Een aantal tracks zijn opgenomen met een eenvoudige 4-sporen recorder en dat hoor je, maar het voorziet de songs ook van een ruwe charme. Het leek er de afgelopen jaren op dat Nancy Brick het zou houden op een album en een EP, maar met Porcelain is het oeuvre van het duo nog wat indrukwekkender en hopelijk blijft het hier niet bij. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cœur de Pirate - Cavale (2025) 3,5
1 januari, 17:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cœur de Pirate - Cavale - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cœur de Pirate - Cavale
De Canadese muzikante Béatrice Martin heeft onder de naam Cœur de Pirate inmiddels een flink stapeltje albums op haar naam staan, waar een paar maanden geleden het steeds beter wordende Cavale aan werd toegevoegd
Cavale van Cœur de Pirate vond ik bij eerste beluistering zo tegenvallen dat ik het album direct opzij heb gelegd. Ik kom daar nu toch wat op terug. De Canadese muzikante laat zich op haar nieuwe album, in ieder geval naar mijn smaak, wat teveel beïnvloeden door Franse popmuziek van het moment en door 80s synthpop, maar ze is ook niet vergeten wat op haar vorige albums de inspiratiebronnen waren. Cavale klinkt soms lichtvoetig en lekker, maar Béatrice Martin graaft in een aantal andere songs ook dieper. Cavale overtuigt misschien wat minder makkelijk dan de vroege albums van de Canadese muzikante, maar het is een album dat niet te makkelijk onderschat moet worden.
Ik volg de muziek die de Canadese muzikante Béatrice Martin maakt onder de naam Cœur de Pirate inmiddels al heel wat jaren. Al sinds haar titelloze debuutalbum ben ik zeer gecharmeerd van de wijze waarop ze invloeden uit het Franse chanson combineert met uiteenlopende andere inspiratiebronnen. Het heeft een serie uitstekende albums opgeleverd, waarvan ik het in 2011 verschenen Blonde de beste vind.
Op haar vorige album, het in 2021 uitgebrachte Impossible à Aimer, flirtte Béatrice Martin wat mij betreft net wat te opzichtig met elektronica en zelfs de dansvloer, maar ik vond het een enkele track daargelaten nog altijd een prima album. Ik begon daarom een maand of drie geleden met redelijk hoge verwachtingen aan Cavale, maar het album viel me tegen.
Op haar nieuwe album neemt Cœur de Pirate nog wat nadrukkelijker de afslag richting de popmuziek die in Frankrijk momenteel gemeengoed is, waardoor haar onderscheidend vermogen als sneeuw voor de zon verdwenen leek. Ik was Cavale dan ook min of meer vergeten toen ik het album tegenkwam in een jaarlijstje, waarin werd aangegeven dat het album beter wordt wanneer je er vaker naar luistert en dat heb ik vervolgens gedaan.
Béatrice Martin koos na Impossible à Aimer voor het moederschap en maakte twee jaar lang geen muziek. Met Cavale wilde ze een frisse nieuwe start maken, waarvoor ze onder andere de van Zaho de Sagazan bekende Nicolas Subrechicot benaderde. Het zorgt er voor dat Cavale anders klinkt dan de vorige albums van de Canadese muzikante, al liet ze ook op haar vorige album al flirts met elektronische popmuziek en de dansvloer horen.
In tekstueel opzicht is Cavale een zeer persoonlijk album, waarop Béatrice Martin afrekent met een giftige relatie en open is over haar twijfels over een volgende stap in haar leven en carrière in de muziek. Het zijn donkere thema’s, maar in muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van Cœur de Pirate vooral opgewekt.
De Canadese muzikante, die heen en weer pendelt tussen Parijs en Montreal heeft flink wat elektronica toegevoegd aan haar songs en flirt niet alleen met de hitgevoelige Franse popmuziek voor de dansvloer van het moment, maar ook met synthpop uit de jaren 80. Het klinkt absoluut lekker, maar ik mis toch wat de ruwe emotie die vroeger zo kenmerkend was voor de muziek van Cœur de Pirate.
Het is even wennen misschien, want nu ik Cavale meerdere keren heb gehoord dringt het album zich makkelijker op dan bij de eerste kennismaking een paar maanden geleden. Bovendien is Cavale een album dat je niet alleen moet beoordelen op de aanstekelijk klinkende elektronische popsongs op het album.
Wanneer het tempo wat omlaag gaat, krijgen de elektronische klankentapijten een voorzichtige postpunk vibe en het album bevat halverwege de tracklist ook een aantal songs waarin de piano domineert en Béatrice Martin toch weer wat dichter tegen het Franse chanson aan kruipt. Het zijn deze songs die herinneren aan de muziek die de Canadese muzikante in het verleden maakte, maar ze kijkt ook vooruit en dat siert haar.
Ik vind Cavale nog altijd minder indrukwekkend dan een aantal vroege albums van Cœur de Pirate, maar het album is veel beter dan ik een paar maanden geleden bij vluchtige beluistering kon vermoeden. Niet te snel oordelen dus. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Shannon Wright - Reservoir of Love (2025) 4,0
31 december 2025, 16:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shannon Wright - Reservoir Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Shannon Wright - Reservoir Of Love
Shannon Wright is al zo’n 30 jaar een cultheld en het is er een die maar bijzondere albums blijft maken, want ook het na een stilte van zes jaar gemaakte Reservoir Of Love is er wat mij betreft weer een om in te lijsten
Het is een inmiddels vrij omvangrijk maar helaas ook redelijk onbekend oeuvre dat de Amerikaanse muzikante Shannon Wright op haar naam heeft staan. Het begon dertig jaar geleden met twee albums van haar band Crowsdell en inmiddels zijn er ook elf soloalbums. Alles dat Shannon Wright maakt is goed en dat geldt ook weer voor het eerder dit jaar verschenen Reservoir Of Love, dat helaas nauwelijks werd opgemerkt. Met de kwaliteit van het album heeft het niets te maken, want ook op haar nieuwe album maakt Shannon Wright weer indruk met songs die haar unieke stempel bevatten. Ik had het album zelf ook gemist, maar ook Reservoir Of Love is er weer een om te koesteren.
Ik kwam er nota bene via een jaarlijstje achter dat Shannon Wright het afgelopen jaar een nieuw album heeft uitgebracht. En dat terwijl ik haar inmiddels al zo’n 30 jaar volg en zo ongeveer alles dat ze heeft gemaakt koester. Dat begon in 1995 toen het debuutalbum van Shannon Wright’s band Crowsdell verscheen.
Het door Stephen Malkmus van Pavement geproduceerde Dreamette hoort wat mij betreft bij de beste albums uit de jaren 90 en als ik een lijstje met mijn favoriete albums aller tijden zou maken, zou ik het debuutalbum van Crowsdell ook zeker overwegen. Het is een album dat volgens mij in 1995 kon rekenen op positieve recensies, maar de muziek van Crowsdell werd snel vergeten, waardoor het in 1997 uitgebrachte Within The Curve Of An Arm helemaal niet werd opgemerkt.
Het zijn albums die tot op de dag van vandaag niet zijn te vinden op de streaming media platforms en dat is echt doodzonde. Na het uit elkaar vallen van Crowsdell begon Shannon Wright aan het eind van de jaren 90 aan een solocarrière. Het leverde tussen 1999 en 2019 tien albums op en ik vind ze echt allemaal goed.
Het zijn albums met songs die variëren van rock tot folk en van psychedelica tot pop en het zijn allemaal albums die opvallen door een wat donker karakter en de nodige eigenzinnigheid. Het zijn albums die in eerste instantie konden rekenen op de sympathie van de critici, zeker toen Shannon Wright werkte met producer Steve Albini, maar ook die zijn de Amerikaanse muzikante langzaam maar zeker vergeten.
Dat ik het dit jaar verschenen Reservoir Of Love niet tegen ben gekomen is dus niet zo gek. Het is bovendien een album dat is verschenen na een aantal jaren van afwezigheid, want het in 2019 verschenen Providence, dat ik overigens ook ontdekte via een jaarlijstje, was tot het begin van dit jaar het laatste wapenfeit van de muzikante die volgens mij momenteel Atlanta, Georgia, als thuisbasis heeft.
Ook het aan het begin van dit jaar verschenen Reservoir Of Love is weer uitgebracht op het kleine Franse label Vicious Circle, dat gelukkig nog steeds heil ziet in het uitbrengen van de muziek van Shannon Wright. En terecht, want Shannon Wright heeft veel te bieden.
De Amerikaanse muzikante deed op haar nieuwe album vrijwel alles zelf en vertrouwde alleen voor de drums en strijkers op Kevin Ratterman. Op Providence hoorden we zes jaar geleden alleen het pianospel en de stem van Shannon Wright, maar op haar meest recente album kiest ze weer wat vaker voor een meer gitaar georiënteerd geluid.
In de openingstrack en titeltrack hoor je de beproefde combinatie van gruizige gitaren en de karakteristieke stem van Shannon Wright. Het lijkt wat op de indierock die ze maakte op de albums die door Steve Albini werden geproduceerd, maar het is geen moment doorsnee indierock.
Shannon Wright is een meester in het creëren van fraaie spanningsbogen in haar songs en slaagt er ook dit keer weer in om een eigen draai te geven aan uiteenlopende invloeden uit het verleden. Ik was zeer gecharmeerd van het vorige album van de muzikante uit Georgia, maar op Reservoir Of Love hoor ik de Shannon Wright die ik het liefst hoor.
Ze maakt ook op haar nieuwe album weer muziek die bol staat van de klasse en het is ook muziek die een uniek eigen geluid laat horen. Het is soms ingetogen en sfeervol en soms wat ruwer en gruizig, maar het is ook altijd bijzonder. Shannon Wright maakte 30 jaar geleden een wereldalbum met haar band Crowsdell, maar ook 30 jaar later is alles dat ze maakt goed. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
School Fair - Bird the Kid (2025) 4,0
31 december 2025, 11:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: School Fair - bird the kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: School Fair - bird the kid
Praatzang is helaas weer helemaal terug de afgelopen jaren, maar op het fascinerende en bijzonder mooie debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band School Fair zit het me voor de afwisseling eens totaal niet in de weg
Er is het afgelopen jaar niet veel geschreven over het helemaal aan het begin van 2025 verschenen album van School Fair. Dat is bijzonder, want met bird the kid heeft de band een origineel klinkend en wat mij betreft hoogstaand album afgeleverd. Het is een album waarop poëtische praatzang wordt gecombineerd met een verrassend veelkleurig geluid, dat bol staat van de invloeden. De songs van School Fair schieten alle kanten op en zijn niet bang voor het experiment, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse band zijn ook melodieus en bedwelmend. Je zou verwachten dat bird the kid zeker in eigen land stevig zou zijn bewierookt, maar dat is vreemd genoeg niet het geval. Zeer ten onrechte.
Ik hou de Nieuw-Zeelandse muziekscene behoorlijk goed in de gaten via twee fantastische nieuwsbrieven, maar heb toch een geweldig album gemist het afgelopen jaar. Het gaat om bird the kid (geen hoofdletters) van de Nieuw-Zeelandse band School Fair. Dat ik het album heb gemist is niet zo gek want het album komt vreemd genoeg niet voor in de catalogus van Flying Out Records en Flying Nun Records, die normaal gesproken toch vrijwel het gehele Nieuw-Zeelandse muzieklandschap bestrijken.
Als het album wel aan bod was gekomen in de nieuwsbrieven uit Auckland die ik wekelijks uitpluis, was de kans absoluut aanwezig geweest dat ik niet had geluisterd naar het tweede album van de band uit ÅŒtepoti, ook bekend als Dunedin. Op bird the kid wordt immers weinig gezongen en veel gesproken en praatzang is normaal gesproken niet iets waar ik gek op ben.
Op het album van School Fair zit de praatzang me echter niet in de weg. Waar de praatzang bij de gemiddelde postpunk band behoorlijk opgefokt klinkt, komt de praatzang op het album van School Fair ontspannen of zelfs dromerig over. Bovendien wordt er ook wel degelijk gezongen op bird the kid, dat hier en daar ook nog is voorzien van een subtiele vrouwenstem, die zich ook vooral beperkt tot voordragen.
De gesproken teksten klinken voor de afwisseling ook nog eens niet boos, maar zijn fraai poëtisch, waardoor ik me er geen moment door heb laten afschrikken bij beluistering van het tweede album van School Fair. De band nam haar tweede album op in een studio, waardoor het album een stuk beter klinkt dan het wel erg ruw klinkende debuutalbum uit 2021.
De bijzondere zang voorziet bird the kid ook nog eens van onderscheidend vermogen, want ik ken geen andere albums die zo klinken als dit album. Dat heeft ook alles te maken met de muziek van School Fair, want die kan alle kanten op. Het album opent met een track waarin de gitaren even gruizig als rootsy klinken. Het doet wat denken aan de muziek die werd gemaakt binnen de stroming American Underground, maar in de tweede track op bird the kid hoor je toch ook weer invloeden uit de postpunk die ik associeer met gesproken zang.
Via een gitaarsong die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 komt School Fair in de vierde track met zeer subtiele klanken, die de song voorzien van een beeldend karakter. En zo weet de Nieuw-Zeelandse band song na song te verrassen met steeds weer een net wat ander geluid. Het is een geluid dat ook absoluut invloeden uit de postrock en de indierock bevat en het experiment zeker niet schuwt, maar de muziek van School Fair heeft ook iets rustgevends.
Ik vind de songs van de Nieuw-Zeelandse band het mooist wanneer wordt ingezet op dromerige en melodieuze klanken met prachtige wolken gitaren en een gruizige onderlaag en dat doet de band met grote regelmaat. Ik begrijp er eerlijk gezegd dan ook niets van dat mijn vaste tipgevers uit Auckland nooit iets hebben geschreven over het bijzondere album van School Fair, dat het vooralsnog moet doen met een cultstatus.
Dat moet wat mij betreft gaan veranderen, want de Nieuw-Zeelandse band klinkt niet alleen anders dan andere bands, maar weet ook nog eens een bijzonder hoog niveau aan te tikken op het bijzondere bird the kid. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Divorce - Drive to Goldenhammer (2025) 4,0
31 december 2025, 11:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Divorce - Drive To Goldenhammer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Divorce - Drive To Goldenhammer
Het debuutalbum van de Britse band Divorce is op een of andere manier compleet langs me heen gegaan eerder dit jaar, maar Drive To Goldenhammer is een album dat in alle opzichten veel te bieden heeft
De muziek van de Britse band Divorce is lastig in een hokje te duwen en dat maakt van Drive To Goldenhammer al een leuk album. Ik hoor vooral invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band sleept er nog veel meer bij. Divorce verdient ook nog eens complimenten voor de uitvoering, want het debuutalbum van de band klinkt fris en sprankelend. De zang van de frontvrouw en frontman van de band is uitstekend en in muzikaal opzicht gebeurt er steeds weer iets dat je niet verwacht. En omdat Divorce ook nog eens goed is voor lekker in het gehoor liggende maar ook verrassende songs is het niet zo gek dat de band door een deel van de Britse muziekpers is uitgeroepen tot grote belofte voor de toekomst.
Drive To Goldenhammer van Divorce kwam ik onlangs tegen in een persoonlijk jaarlijstje, waarin ik verder uitsluitend albums tegen kwam die ik ook hoog heb zitten, waardoor ik absoluut naar het album moest luisteren. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Divorce gehoord, maar het blijkt een band uit het Britse Nottingham die inmiddels een paar jaar bestaat.
Drive To Goldenhammer is het begin dit jaar verschenen debuutalbum van de band, die op Wikipedia een alt-country band wordt genoemd. Dat label zou ik zelf niet op de muziek van Divorce plakken, al verwerkt de Britse band wel wat invloeden uit de alt-country. Ik hoor zelf meer invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band uit Nottingham is ook niet vies van chamber pop en shoegaze om nog maar wat genres te noemen.
De Britse muziekpers vond het begin dit jaar allemaal prachtig, maar op een of andere manier heb ik het debuutalbum van Divorce niet opgepakt. Toen ik dat wel had gedaan vond ik Drive To Goldenhammer op het eerste gehoor wat aan de brave kant en ook het wat theatrale aspect van de muziek van de band trok me niet direct aan. Aan de andere kant intrigeerde het album me ook, want Divorce heeft voor haar debuutalbum een aantal geweldige songs geschreven.
Het zijn van die songs die je direct een goed gevoel geven en die verrassend makkelijk in het geheugen blijven hangen. De tegenstrijdige gevoelens die ik had bij eerste beluistering van het eerste album van Divorce hielden relatief lang aan, want ik heb Drive To Goldenhammer vaak weggelegd en er toch weer bij gepakt de afgelopen weken.
Ik had wel direct wat met de combinatie van de mannenstem en de vrouwenstem die zijn te horen op het album en ik had en heb ook wel wat met het volle geluid van Divorce, dat ook wel wat doet denken aan de muziek van The Last Dinner Party, zeker wanneer zangeres Tiger Cohen-Towell de belangrijkste leadvocalen voor haar rekening mee.
Tiger Cohen-Towell tekent samen met zanger Felix Mackenzie-Barrow voor de songs op het album en de songs van de twee zijn duidelijk verschillend en niet alleen vanwege de zang. Het zijn songs die je keer op keer weten te verrassen, want het kan bij Divorce echt alle kanten op.
Een bijna lieflijke folksong kan zomaar omslaan in een shoegaze song vol ruwe gitaaruitbarstingen en zo zijn er heel veel bijzondere wendingen te horen op Drive To Goldenhammer. Het zijn songs waarin mooie verhalen worden verteld, wat Divorce extra bonuspunten oplevert.
Zeker wanneer de muziek op het album wat steviger of theatraler klinkt blijft er niets meer over van mijn eerste ervaringen met het album, die nog werd gekenmerkt door een typering als braaf, maar ook de meer ingetogen songs op het album zou ik niet langer typeren als braaf.
Hoe vaker ik naar Drive To Goldenhammer luister, hoe meer ik gecharmeerd raak van het veelzijdige geluid van de Britse band en het vermogen van Tiger Cohen-Towell en Felix Mackenzie-Barrow om zeer aansprekende songs te schrijven. De Britse kwaliteitskrant riep de band uit tot belofte voor de toekomst en ook die aanprijzing heb ik gemist eerder dit jaar. Het is een aanprijzing waarin ik me inmiddels volledig kan vinden, want Divorce uit Nottingham heeft veel te bieden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sandy Denny - Sandy (1972) 4,5
28 december 2025, 20:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sandy Denny - Sandy (1972) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sandy Denny - Sandy (1972)
Het solowerk van de Britse zangeres Sandy Denny is vijf decennia na haar dood helaas wat vergeten, maar wat is het in 1972 verschenen Sandy een prachtig album en wat had Sandy Denny een fabelachtige stem
Sandy Denny werd slechts 31 jaar oud en was maar zo’n tien jaar actief in de muziek, maar in die tien jaar haalde ze de geschiedenisboeken met een van de mooiste stemmen uit de Britse (folk)rock. Ze is misschien wel het meest bekend als de zangeres van de Britse band The Fairport Convention, maar ook haar soloalbums mogen er zijn. Van deze soloalbums vind ik Sandy uit 1972 het meest indrukwekkend. Het is een album waarop de Britse zangeres meerdere genres verkent en zich heeft omringd met geweldige muzikanten. In alle songs zingt Sandy Denny de sterren van de hemel en laat ze nog maar eens horen dat ze niet voor niets wordt gerekend tot de mooiste stemmen uit de muziekgeschiedenis.
Ik noem Sandy Denny vaak als vergelijkingsmateriaal bij het bespreken van albums van jonge Britse folkies. Het is een oneerlijke vergelijking, want de stem van Sandy Denny moet worden gerekend tot de allermooiste stemmen uit de geschiedenis van de Britse folk en misschien is het zelfs wel de mooiste.
Het is een stem die ik overigens vooral ken van de albums van de Britse folkband The Fairport Convention en met name van het prachtige Liege And Lief uit 1969. Met haar soloalbums, die ze maakte na haar vertrek uit The Fairport Convention, was ik tot voor kort eigenlijk niet bekend. De Britse zangeres maakte uiteindelijk niet eens een handvol soloalbums, voordat ze in 1978 op slechts 31-jarige leeftijd overleed na een val van de trap.
Dat ik me nog niet eerder had verdiept in het oeuvre van Sandy Denny heeft alles te maken met het feit dat ik geen heel groot liefhebber ben van hele traditionele Britse folk en dat is het hokje waarin ik Sandy Denny op voorhand stopte. Dat dit niet helemaal terecht is, is te horen op het uit 1972 stammende Sandy, dat ik vooralsnog het beste soloalbum vind van de Britse muzikante.
Sandy, geproduceerd door haar latere echtgenoot Trevor Lucas, is een verrassend veelzijdig album, waarop Britse folk absoluut een rol van betekenis speelt, maar zeker niet de hoofdrol heeft gekregen. Het album werd opgenomen in Londen, maar Sandy klinkt in veel tracks verrassend Amerikaans.
Dat klinkt het album zeker wanneer invloeden uit de country een prominente rol spelen in de songs van Sandy Denny en dat is meer dan eens het geval. Ook wanneer de Britse muzikante opschuift richting folkrock klinkt haar muziek niet per se Brits en dat is ook niet het geval wanneer soulvolle blazers opduiken.
Sandy werd gemaakt met een aantal muzikanten van naam en faam, onder wie Richard en Linda Thompson, Sneaky Pete Kleinow en Allen Toussaint, maar er is maar één echte ster op het album en dat is Sandy Denny zelf. De stem van de Britse zangeres is op haar tweede soloalbum niet alleen verrassend veelzijdig maar vooral betoverend mooi.
Luister maar eens naar het grotendeels a capella gezongen Quiet Joys Of Brotherhood en je begrijpt wat ik bedoel. In een traditionele folksong klinkt de stem van Sandy Denny het meest bekend, want ze blijft toch in het geheugen gegrift als een Britse folkie, maar ook wanneer ze andere genres verkent vind ik de zang op Sandy van een bijzondere schoonheid.
Sandy is een album dat overduidelijk stamt uit de vroege jaren 70, want albums als dit album worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Het is een album dat flink wordt opgetild door de fantastische stem van Sandy Denny, maar ook in muzikaal opzicht vind ik het vooral door het gitaarspel van Richard Thompson en de pedal steel van Sneaky Pete Kleinow een interessant album en het is bovendien een album met zeer aansprekende songs.
Sandy Denny wordt nog altijd in één adem genoemd met Fairport Convention, maar ook haar solowerk verdient alle lof. In lijstjes met de beste vrouwelijke singer-songwriter albums uit de jaren 70 kom ik Sandy van Sandy Denny over het algemeen niet tegen, maar wat mij betreft hoort het album wel thuis in deze lijstjes. Het blijft doodzonde dat Sandy Denny slechts 31 jaar oud is geworden, maar haar muzikale erfenis is prachtig. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Florence + the Machine - Everybody Scream (2025) 4,0
28 december 2025, 09:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Florence + The Machine - Everybody Scream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Florence + The Machine - Everybody Scream
Ook op Everybody Scream zijn de muziek en de zang weer behoorlijk bombastisch en intens, maar Florence Welch neemt ook een enkele keer fraai gas terug op dit uitermate persoonlijke en behoorlijk donkere album
Het kan aardig stormen op de albums van de Britse band Florence + The Machine en daar moet je tegen kunnen. Ik was er vlak na de release van Everybody Scream niet voor in de stemming, maar langzaam maar zeker wist Florence Welch me toch weer te overtuigen. Veel tracks op het album komen aan als de spreekwoordelijke mokerslag, maar de Britse muzikante verrast dit keer ook met meer ingetogen songs, die vooral op het tweede deel van het album zijn te vinden. Ik vind de net wat meer ingetogen tracks persoonlijk aangenamer dan de meest bombastische tracks op Everybody Screams, al heeft het ook wel wat als Florence + The Machine vol op het orgel gaat.
Ik heb tot dusver bijna alle albums van Florence + The Machine positief besproken, maar met het twee maanden geleden verschenen Everybody Scream wilde het in eerste instantie niet echt lukken. Op een of andere manier vond ik zowel de muziek als de zang op het nieuwe album van de Britse muzikante te intens en te zwaar aangezet.
Dat is op zich bijzonder, want Florence Welch doet op Everybody Scream geen hele andere dingen op haar vorige albums en in muzikaal opzicht is het album zelfs minder bombastisch dan zijn voorgangers. Ik hou het er maar op dat het de afgelopen twee maanden niet het juiste moment was voor muziek van Florence + The Machine.
Dat is het inmiddels wel, want de afgelopen week ben ik toch gaan houden van het nieuwe album van de band van Florence Welch. Dat lukte in eerste instantie door het beluisteren van de Chamber Version van Everybody Scream, waarop vier songs op het album een chamber pop arrangement hebben gekregen.
Het is wat mij betreft in muzikaal opzicht een interessant experiment, dat laat horen dat de stem van Florence Welch ook in een veel minder bombastische muzikale setting makkelijk overeind blijft. De reguliere versies van de songs op het album zijn niet vies van het nodige bombast, maar het komt een stuk minder zwaar over dan bij mijn eerste kennismaking met het album.
Dat geldt ook voor de zang van de Britse muzikante, die nog altijd kan uithalen als een misthoorn, maar in tegenstelling tot twee maanden geleden vind ik de zang op Everybody Scream inmiddels mooi. De meeste songs op het nieuwe album van Florence + The Machine zijn behoorlijk bombastisch en theatraal, maar het zijn ook songs met een hele bijzondere sfeer.
De songs op Everybody Scream klinken voor het overgrote deel donker, duister of zelfs spookachtig. Het heeft wat van de psychedelica uit de late jaren 60 van bijvoorbeeld Jefferson Airplane, maar ik hoor ook nog steeds raakvlakken met de muziek van Siouxsie And The Banshees. Florence Welch en haar band hebben de invloeden uit het verre verleden het heden in gesleept en doen er wat betreft bombast en theater nog een schepje bovenop.
De donkere klanken en de wat duistere sfeer op het album passen perfect bij de stem van Florence Welch, die flink kan uithalen, maar ook best vaak meer ingetogen zingt, zoals bijvoorbeeld in het prachtige en verrassend subtiel ingekleurde Buckle. Het is nog altijd heftige muziek en een stem om soms bang van te worden, maar eenmaal gewend aan Everybody Scream vind ik het een indrukwekkend album.
Het is ook een zeer persoonlijk album, want Florence Welch ging door een aantal diepe dalen, wat flink wat melancholie heeft toegevoegd aan haar toch al niet erg zonnige geluid. Ook in productioneel opzicht is Everybody Scream een indrukwekkend album, wat ook haast niet anders kan met producers als Mark Bowen, Aaron Dessner, James Ford en Mitski in de credits.
Het zorgt voor een gevarieerd geluid dat bijzonder zwaar kan zijn aangezet, maar ook bijna klassiek kan klinken of juist verrassend ingetogen. Er komt een hoop op je af bij beluistering van Everybody Scream en bij eerste beluistering vond ik het te overweldigend, maar eenmaal gewend aan het bombast van Florence + The Machine valt er veel op zijn plek. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kirsten Adamson - Dreamviewer (2025) 4,0
27 december 2025, 21:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kirsten Adamson - Dreamviewer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kirsten Adamson - Dreamviewer
De Schotse muzikante Kirsten Adamson kreeg de muzikale genen van haar vader, maar laat op haar nieuwe album Dreamviewer ook een voorliefde en een gave voor het maken van countrymuziek horen
Dreamviewer, het derde of zelfs vierde album van de Schotse muzikante Kirsten Adamson wordt vooralsnog nauwelijks opgemerkt. Dat is jammer, want het is echt een uitstekend album. Het is een album waarop Kirsten Adamson de Amerikaanse rootsmuziek en met name de countrymuziek omarmt, maar het is wel countrymuziek met een Britse twist en een Schotse tongval. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en verrassend tijdloos, maar het is vooral de zang van de Schotse muzikante die indruk maakt. Het zorgt er voor dat Dreamviewer zich wat mij betreft makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere singer-songwriter albums van het moment. Hopelijk krijgt het album daarom alsnog de erkenning die het zo verdient.
Dreamviewer van Kirsten Adamson verscheen een maand of drie geleden, maar heeft vooralsnog helaas slechts in zeer kleine kring aandacht gekregen. Ik kwam het album tegen in een recente editie van de Mojo of de Uncut en die recensie was positief genoeg om te luisteren naar het album. Daar heb ik zeker geen spijt van gekregen, want Dreamviewer is een mooi album, dat veel meer aandacht verdient dan het album tot dusver heeft gekregen.
Het blijkt al het derde album van de Schotse muzikante, die samen met ene Dave Burn ook nog een album maakte onder de naam The Marriage. Ik was de naam van Kirsten Adamson zelf nog niet eerder tegen gekomen, maar weet inmiddels dat ze de dochter is van de Schotse muzikant Stuart Adamson, die aan de basis van de Britse band The Skids en Big Country stond.
De Schotse muzikant zocht aan het eind van de jaren 90 zijn geluk in Nashville, waar hij de countrymuziek ontdekte, maar in 2001 op slechts 43-jarige leeftijd een einde maakte aan zijn leven. Kirsten Adamson bleef na het einde van het eerste huwelijk van haar ouders achter in het Verenigd Koninkrijk, maar bracht ook een aantal zomers in Nashville door.
De hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek heeft zeker invloed gehad op de muzikale keuzes die ze maakt op Dreamviewer. Ik ga niet zo ver om Dreamviewer een countryalbum te noemen, maar invloeden uit de countrymuziek spelen absoluut een rol op het nieuwe album van Kirsten Adamson.
De Schotse muzikante beschikt om te beginnen over een stem die het goed doet in countrymuziek en die haar songs een country vibe geeft. Door de invloeden uit de countrymuziek in de zang klinkt Dreamviewer eerder Amerikaans dan Brits, maar het is zeker geen typisch Amerikaans rootsalbum geworden.
De stem van Kirsten Adamson heeft een lichte country snik, maar ik vind het ook een mooie en warme stem en ik heb bovendien wel wat met de manier van zingen van de Schotse muzikante en haar Schotse tongval. Kirsten Adamson zingt met veel gevoel en af en toe veel expressie, maar ze zingt ook vaak redelijk ingehouden, wat van Dreamviewer een intiem klinkend album maakt.
Door de zang van Kirsten Adamson klinkt Dreamviewer geregeld als een countryalbum, maar ook de muziek op het album draagt hier aan bij, zeker wanneer de in het genre onmisbare pedal steel opduikt. Kirsten Adamson is haar Schotse wortels echter niet helemaal vergeten, want haar nieuwe album bevat ook invloeden uit de Britse folk, zeker wanneer strijkers opduiken.
Kirsten Adamson is als ik goed geïnformeerd ben inmiddels 40 jaar oud en dat hoor je. Dreamviewer klinkt een stuk doorleefder dan alle albums van hele jonge vrouwelijke singer-songwriters die dit jaar zijn verschenen en klinkt bovendien een stuk tijdlozer. De Schotse muzikante heeft geen poging gedaan om invloeden uit de indiepop, indiefolk of countrypop toe te voegen aan haar songs en heeft met Dreamviewer een album gemaakt dat inmiddels ook een aantal decennia oud zou kunnen zijn.
Het is zoals gezegd een album dat flink te klagen heeft over de aandacht die het heeft gekregen en dat is echt doodzonde. Het is immers een album dat me direct wist te overrompelen en dat wat mij betreft ook iets toevoegt aan alle albums die dit jaar in het genre zijn verschenen. Het maakt me nieuwsgierig naar het oudere werk van Kirsten Adamson en nodigt me ook uit om weer eens werk van haar vader uit de kast te trekken, maar voorlopig ben ik nog lang niet klaar met het buitengewoon fraaie Dreamviewer. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Trousdale - Growing Pains (2025) 4,0
26 december 2025, 20:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Trousdale - Growing Pains - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Trousdale - Growing Pains
Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea treden met Trousdale in de voetsporen van onder andere Wilson Phillips en betoveren met drie mooie stemmen en vooral met werkelijk prachtige harmonieën
Countrypop is me al snel wat te glad en dat geldt ook voor de countrypop die Trousdale maakt op haar tweede album. Het is countrypop met meer pop dan country en het is countrypop met invloeden uit de popmuziek zoals die in Los Angeles wordt gemaakt, maar Trousdale weet wat mij betreft toch te overtuigen. Dat doet het drietal met lekker in het gehoor liggende songs, maar vooral met de stemmen en met name de harmonieën van Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea, die herinneren aan de betoverend mooie Californische harmonieën uit het verleden.
Nog meer countrypop. Ik zie op de sociale media al een tijdje reclame voorbij komen voor een concert van de Amerikaanse band Trousdale in Utrecht volgend jaar. Volgens deze reclame zou Trousdale een ware countrypop sensatie zijn en dat triggerde bij mij in ieder geval iets van nieuwsgierigheid. Het is immers een genre dat ik volgens mij redelijk goed volg, maar het in 2023 verschenen debuutalbum van Trousdale heb ik gemist en hetzelfde geldt voor het afgelopen voorjaar verschenen Growing Pains.
Misschien heb ik mijn blik wat teveel op Nashville gericht, want Trousdale komt voor de afwisseling eens uit Los Angeles. Nu is countrypop uit Los Angeles meestal nog wat gepolijster dan de muziek die in Nashville in het genre wordt gemaakt, maar Growing Pains van Trousdale had mijn aandacht zeker verdiend het afgelopen voorjaar.
Trousdale is een trio dat bestaat uit Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea en dat twee klassiek geschoolde pianisten in de gelederen heeft. De drie vertolkten in eerste instantie vooral songs van anderen en trokken de aandacht met covers van onder andere ABBA, waarna ze doorbraken met een versie van Wouldn’t It Be Nice van The Beach Boys, wat in ieder geval getuigt van goede smaak.
Het debuutalbum van het drietal was in de Verenigde Staten volgens mij behoorlijk succesvol en ook over Growing Pains lees ik een aantal positieve recensies, al zijn het er niet zoveel als je bij een succesvolle countrypop act zou verwachten. Countrypop is het hokje waar ook ik het tweede album van Trousdale in zou stoppen, al maken Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea niet het soort countrypop dat in Nashville wordt gemaakt.
Ik hou over het algemeen van countrypop waarin de country het ruimschoots wint van de pop en dat is op Growing Pains van Trousdale niet het geval. Het trio uit Los Angeles verwerkt absoluut invloeden uit de country in haar muziek, maar het aandeel van invloeden uit de pop is groter.
Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea opereren zoals gezegd vanuit Los Angeles en dat hoor je, want invloeden uit de Californische popmuziek spelen een voorname rol op het album. Dat hoor je in het goede gevoel voor aansprekende popsongs, maar je hoort het vooral in de muzikale en de vocale arrangementen op het album.
In muzikaal opzicht vind ik Growing Pains wat aan de brave kant en ook de songs van Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea kleuren vooral binnen de lijntjes, maar de drie maken veel goed met hun stemmen. Trousdale beschikt over drie uitstekende zangeressen, die alle drie in staat zijn om een song net dat beetje op te tillen om op te vallen, maar de magie ontstaat wanneer de stemmen van de drie samenvloeien in prachtige harmonieën.
Het doet me meer dan eens denken aan de muziek die Wilson Phillips aan het begin van de jaren 90 maakte. Ook die muziek was enorm gepolijst of zelfs glad, maar de harmonieën van Wilson Phillips kon ik niet weerstaan en deden me keer op keer smelten. Wilson Phillips beschikte over de genen van Brian Wilson en John en Michelle Phillips, maar Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea komen absoluut in de buurt met uitstekende zang en betoverend mooie harmonieën. Alle reden dus om Growing Pains van Trousdale een kans te geven. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Georgia Knight - Beanpole (2025) 4,5
26 december 2025, 10:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Georgia Knight - Beanpole - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Georgia Knight - Beanpole
Georgia Knight heeft met Beanpole niet het makkelijkste album gemaakt, maar het is wel een interessant album dat de fantasie uitvoerig prikkelt en dat uiteindelijk flink wat memorabele songs blijkt te bevatten
Ik heb een zwak voor muziek die in Australië en Nieuw-Zeeland wordt gemaakt, want de muziek die aan de andere kant van de wereld wordt gemaakt klinkt vaak net wat anders. In het geval van Georgia Knight zelfs flink anders, want de muziek van de Australische muzikante is behoorlijk eigenzinnig. Haar debuutalbum Beanpole is ook nog eens behoorlijk divers, waardoor het in eerste instantie wat zoeken naar aanknopingspunten is, maar als je die eenmaal hebt gevonden wordt het debuutalbum van Georgia Knight steeds interessanter. Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het gaat wat mij betreft zeker op voor het fascinerende Beanpole.
Het waren de Nieuw-Zeelandse muziekmedia die me onlangs wezen op Beanpole van Georgia Knight. Dat is niet zo gek, want de Australische muzikante heeft niet alleen Melbourne maar ook het Nieuw-Zeelandse Lyttelton als uitvalsbasis, waardoor ze ook een streepje voor heeft bij de Nieuw-Zeelandse pers.
De informatie die ik bij het aanprijzen van het album mee kreeg was helaas zeer spaarzaam, maar op de bandcamp pagina van Georgia Knight kwam ik het volgende interessante citaat tegen. “Georgia Knight is an Australian singer, songwriter and musician. Primarily composing and performing her songs on an autoharp, she meanders through elements of folk, trip-hop, noise, synth soundscapes, dusty loops and samples, as songs bloom into a collage of pop music heavily entwined with the avant-garde”.
Het maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar de muziek op Beanpole, al vroeg ik me op voorhand ook zeker af of het album wel wat voor mij zou zijn. Ik kom de autoharp wel vaker tegen op vooral wat psychedelisch aandoende albums, maar echt gangbaar is het instrument niet, waardoor ik uitging van een bijzondere luisterervaring.
Op basis van de omschrijving van het debuutalbum van Georgia Knight was ik een beetje bang dat Beanpole niet veel meer zou zijn dan wat getokkel op de autoharp en zang, maar dat valt reuze mee. Beanpole bevat een beperkt aantal ingetogen songs waarin de autoharp en de stem van Georgia Knight domineren, maar er gebeurt altijd wel iets bijzonders in de songs van de Australische muzikante.
Dat kan zich beperkten tot wat achtergrondgeluiden (van een tv?) en wat percussie, maar Beanpole kan ook behoorlijk vol klinken met fraaie klankentapijten die de muziek van Georgia Knight opeens verrassend toegankelijk maken of met uitbundige ritmes die het album de kant van de triphop op duwen.
Zeker de wat toegankelijkere songs op het album dringen zich vrij makkelijk op, maar ze zorgen ook voor het geduld dat nodig is om de wat meer ingetogen en wat experimentelere songs op het album te kunnen waarderen. Overigens varieert Georgia Knight niet alleen flink tussen de songs, maar ook binnen de songs op Beanpole, waardoor je 35 minuten lang op het puntje van de stoel zit.
Zeker in de ingetogen songs hoor je dat Georgia Knight een uitstekende zangeres is. Ze beschikt over een mooi maar ook expressief stemgeluid en zingt bovendien met veel gevoel. De stem van de Australische muzikante kan op Beanpole alle kanten op, want net als ze je heeft betoverd met een uiterst ingetogen en gevoelige song, kan ze uitpakken met een uitbundigere en wat experimentelere song.
Het maakt van Beanpole een soms wat lastig te doorgronden, maar op hetzelfde moment ook zeer interessant album. Ik geef direct toe dat ik niet altijd in de stemming ben voor de muziek van Georgia Knight, maar op een of andere manier heeft het album ook een grote aantrekkingskracht op mij en maakt de muzikante uit Melbourne en Lyttelton me steeds weer nieuwsgierig naar alles dat komen gaat.
De verrassing blijft ook na meerdere keren horen, want Beanpole is anders dan de andere albums die dit jaar zijn verschenen en zet me ondanks de gewenning toch steeds weer op het verkeerde been. Ik heb dit jaar veel interessante muziek uit Nieuw-Zeeland ontdekt en er komt ook nog wat aan, maar het debuutalbum van Georgia Knight is echt heel bijzonder. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Brianna Kelly - Cloud of Nothingness (2025) 4,0
26 december 2025, 10:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brianna Kelly - Cloud Of Nothingness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Brianna Kelly - Cloud Of Nothingness
De release van het eerste album van Brianna Kelly is ruim een maand geleden vrijwel geruisloos gepasseerd, maar wat heeft de Amerikaanse singer-songwriter een mooi, knap, gevarieerd en ook nog eens tijdloos album gemaakt
Het is puur toeval dat Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly op mijn pad is gekomen, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan het album. Het is een singer-songwriter album en daar zijn er het afgelopen jaar nogal wat van verschenen, maar het debuutalbum van Brianna Kelly is zeker geen dertien in een dozijn singer-songwriter album. Samen met haar medemuzikanten varieert de Amerikaanse muzikante er flink op los en ze maakt nog eens songs die zijn volgestopt met bijzondere ingrediënten. Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal prachtig, maar Brianna Kelly beschikt ook nog eens over een stem die je wilt koesteren. Echt veel te goed om onder te sneeuwen dit album.
Er gebeurt helaas nog niet zo heel veel op het platform Bluesky, dat het afgelopen jaar een veilige haven bood voor een ieder die niet meer uit de voeten kon met de berichten die op Elon Musk’s X werden gepromoot. Onlangs kreeg ik op het platform echter wel mijn eerste muziektip en het is wat mij betreft een hele mooie tip. Het gaat om Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly.
Het is het debuutalbum van een singer-songwriter uit Cincinnati, Ohio, die wat mij betreft een album heeft gemaakt dat anders klinkt dan het gemiddelde singer-songwriter album van het moment. Cloud Of Nothingness werd gemaakt met multi-instrumentalist en co-producer Stephen Patota en drummer Tom Buckley. Brianna Kelly tekende zelf ook voor een belangrijk deel van de productie van haar debuutalbum, schreef alle songs op het album, nam een deel van de instrumentatie voor haar rekening, verzorgde het artwork en was ook nog eens verantwoordelijk voor de zang.
Uiteindelijk werden nog wat strijkers toegevoegd aan een aantal songs op Cloud Of Nothingness, dat ondanks het ongetwijfeld beperkte budget echt prachtig klinkt. Zowel Brianna Kelly als Stephen Patota kunnen op flink wat instrumenten uit de voeten en dat heeft er voor gezorgd dat Cloud Of Nothingness niet alleen heel mooi en verzorgd klinkt, maar ook verrassend rijk en veelzijdig.
De muziek op het eerste album van Brianna Kelly is over het algemeen genomen warm en zeer sfeervol. Het geluid van de Amerikaanse muzikante is ook behoorlijk subtiel, want de vele instrumenten die op het album zijn te horen worden gedoseerd ingezet. Ik vind vooral het elektrische gitaarspel op het album bijzonder mooi, maar ook de bijdragen van strijkers voorzien de songs op het album van een bijzondere sfeer en hetzelfde geldt voor het pianospel.
Het debuutalbum van Brianna Kelly klinkt zoals gezegd anders dan de meeste andere singer-songwriters van het moment. Dat ligt deels aan de wat nostalgische sfeer in veel songs, die herinnert aan muziek uit de jaren 60 en 70, maar het knappe van Cloud Of Nothingness is dat het ook een album van deze tijd is.
Je hoort goed dat Brianna Kelly en haar medemuzikanten de tijd hebben genomen voor het opnemen van het album, want alles klinkt even mooi en trefzeker. Dat geldt niet alleen voor de muziek op het album, maar ook voor de songs van Brianna Kelly, die aan de ene kant complex zijn, maar aan de andere kant ook makkelijk in het gehoor liggen.
Het is knap hoe Brianna Kelly en haar medemuzikanten steeds weer bijzondere accenten weten toe te voegen aan de songs, waardoor het songs zijn die de ruimte verwarmen maar ook de fantasie prikkelen. Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is wat mij betreft de stem van Brianna Kelly. De Amerikaanse muzikante over een prettig en warm stemgeluid, maar ze zingt ook met veel precisie en variatie.
Cloud Of Nothingness is het debuutalbum van de muzikante uit Cincinnati, Ohio, maar het klinkt echt geen moment als een eerste album. Het is daarom extra jammer dat albums als het debuutalbum van Brianna Kelly maar moeten afwachten of iemand er aandacht aan besteed en meestal zal deze aandacht beperkt zijn. Dankzij een tip op Bluesky heb ik het album gelukkig ontdekt en ik weet zeker dat het nog vaak voorbij gaat komen in de weken en maanden die volgen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maddie & Tae - Love & Light (2025) 3,5
26 december 2025, 10:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maddie & Tae - Love & Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maddie & Tae - Love & Light
Maddie & Tae debuteerden tien jaar geleden en worden in de Verenigde Staten geschaard onder de smaakmakers binnen de countrypop en na het een paar keer geprobeerd te hebben met Love & Light begrijp ik waarom
Alles op de cover van het nieuwe album van Maddie & Tae ademt mainstream Nashville countrypop en dat doen ook de songs, de muziek en de stemmen van de twee, maar het is allemaal wel heel goed gemaakt en is ook weer niet zo gek ver verwijderd van de countrypop die ook buiten de Verenigde Staten wordt gewaardeerd. Ik vond het bij eerste beluistering wat aan de gladde kant, maar ik hoor inmiddels ook veel moois in de muziek van het tweetal dat in Nashville niet voor niets al zo’n tien jaar aan de weg timmert. Luister onbevooroordeeld naar Love & Light van Maddie & Tae en je hoort het ook, zeker als je een zwak hebt voor goed gemaakte countrypop.
Deze tweede kerstdag staat voor mij in het teken van de countrypop. Het is countrypop die in de Verenigde Staten eerder dit jaar behoorlijk positief is ontvangen, maar die ik bij eerste beluisteringen wat aan de gladde kant vond. Ik heb het album van Maddie & Tae, want dat is het eerste album dat ik vandaag bespreek, er toch nog eens bij gepakt omdat ik het album zie opduiken in meerdere Amerikaanse jaarlijstjes met een hart voor countrypop en tussen albums in het genre die me wel dierbaar zijn.
Love & Light is niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Maddie & Tae, want precies tien jaar geleden besprak ik hun album Start Here, dat destijds door de Britse kwaliteitskrant The Guardian werd geschaard onder de beste countryalbums van het betreffende jaar. Start Here was in 2015 het debuutalbum van Maddie Marlow en Taylor Dye en het is een album dat direct succesvol was in Nashville.
De prille twintigers van toen zijn inmiddels prille dertigers en volgens mij zijn Maddie & Tae in de Verenigde Staten al tien jaar behoorlijk succesvol. In Europa is het nog wat stiller rond de twee zangeressen en dat heeft alles te maken met het feit dat de countrypop van Maddie & Tae zich binnen de countrypop aan de meer gepolijste kant van het spectrum bevindt.
Je ziet het direct aan de cover van het album, die uitstekend past bij alle clichés uit de Nashville countrypop. Maddie & Tae kleuren ook op hun vierde album (het kerstalbum uit 2022 niet meegeteld) vooral binnen de lijntjes van de countrypop die in Nashville wordt gemaakt, maar dat doet iemand als Megan Moroney ook en die schaar ik desondanks onder mijn favoriete countryzangeressen van het moment.
Nu ik Love & Light inmiddels een paar keer heb beluisterd hoor ik toch ook veel moois op het album. Om van de muziek van Maddie & Tae te kunnen genieten moet je wel een flink zwak voor countrypop hebben, want de twee muzikanten uit Nashville maken 100% countrypop. In muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van Maddie Marlow en Taylor Dye vooral degelijk, maar de twee hebben zich er niet makkelijk van af gemaakt.
In een aantal songs op het album klinkt de countrypop van Maddie & Tae lekker stevig, maar Love & Light biedt voldoende variatie. Het is ook een album met prima songs, want tussen de zestien (!) songs op het album zitten de nodige songs die na één keer horen blijven hangen. Het zijn ook nog eens songs die zorgen voor een goed gevoel, want de muziek van Maddie & Tae heeft iets warms.
Het is af en toe niet eens zo heel ver verwijderd van de countrypop albums die ik eerder deze maand in mijn jaarlijstje heb gezet, waardoor ik inmiddels moet toegeven dat de Amerikaanse critici het eerder dit jaar bij het juiste eind hadden en ik niet. Maddie & Tae bieden ook nog een beetje extra, want ze zijn allebei voorzien van een stem waarmee je eigenlijk alleen countrymuziek kunt maken. Het zijn stemmen die erg op elkaar lijken, maar het zijn ook stemmen die elkaar prachtig aanvullen en versterken.
Wanneer je geen zwak hebt voor countrypop kun je met een brede boog om Love & Light heen lopen, maar als je net als ik wel een zwak hebt voor het genre, kan het nieuwe album van Maddie & Tae zomaar uitgroeien tot een ‘guilty pleasure’ en al snel tot veel meer dan dat. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Haley Heynderickx & Max García Conover - What of Our Nature (2025) 4,0
25 december 2025, 11:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Haley Heynderickx en Max García Conover - What Of Our Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Haley Heynderickx en Max García Conover - What Of Our Nature
What Of Our Nature vond ik bij eerste beluistering echt veel te traditioneel en ook te sober, maar de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover wisten me uiteindelijk toch vrij makkelijk te overtuigen
Ik heb de soloalbums van de Amerikaanse muzikante Haley Heynderickx heel hoog zitten, maar over het album dat ze vorige maand uitbracht met Max García Conover was ik in eerste instantie minder enthousiast. Deels omdat ze de leadvocalen op het album moet delen, maar ook omdat het album wel erg klinkt als een folkalbum van heel lang geleden. Dat laatste is uiteindelijk de kracht van What Of Our Nature en ook de stem van Max García Conover bevalt me inmiddels wel wat beter, al blijf ik een voorkeur houden voor de echt prachtige stem van Haley Heynderickx, die wat mij betreft ook weer heel snel met een nieuwe soloalbum op de proppen mag komen.
Ik ben dit jaar echt geen enkel interessant kerstalbum tegengekomen, al moet ik wel toegeven dat ik er ook niet echt naar heb gezocht. Mijn kerstmuziek bestaat dit jaar uit folk en country en voor vandaag heb ik een album uitgezocht dat ik in eerste instantie eigenlijk wat te traditioneel vond, maar dat me langzaam maar zeker heeft veroverd. Het gaat om What Of Our Nature van Haley Heynderickx en Max García Conover.
Het is een album dat op voorhand kon rekenen op mijn warme sympathie, want ik was zeer gecharmeerd van de albums die Haley Heynderickx de afgelopen jaren uitbracht. Op I Need To Start A Garden uit 2018 en Seed Of A Seed uit 2024 maakte de Amerikaanse singer-songwriter vooral indruk met haar stem, die de songs op haar albums mijlenver optilde.
Het zijn albums met folksongs die vaak lijken weggelopen uit de jaren 60 en 70 en zowel herinneren aan de Laurel Canyon folk als aan de psychedelische folk die op hetzelfde moment in de Verenigde Staten werd gemaakt. Ook op het samen met Max García Conover gemaakte What Of Our Nature maakt Haley Heynderickx folk die ook vele decennia geleden had kunnen zijn gemaakt.
Verschil met de soloalbums van de Amerikaanse muzikante is dat op What Of Our Nature ook haar mannelijke medemuzikant de zang voor zijn rekening neemt en het aandeel van Max García Conover is behoorlijk groot. Ik heb absoluut een voorkeur voor vrouwenstemmen en veer dan ook vooral op wanneer Haley Heynderickx plaats neemt achter de microfoon, maar met de zang van Max García Conover is niet veel mis.
De Amerikaanse muzikant beschikt net als Haley Heynderickx over een stem die gemaakt is voor traditioneel klinkende folk en de stemmen van de twee passen ook nog eens goed bij elkaar. Op What Of Our Nature vertolken de twee songs die zijn geïnspireerd door het leven en het werk van folklegende Woody Guthrie. Het zijn songs die zomaar van de hand van de Amerikaanse folkmuzikant zouden kunnen zijn, want als je mij zou hebben verteld dat What Of Our Nature zestig jaar geleden was gemaakt had ik het zeker geloofd. Zeker Max García Conover herinnert aan folkies uit vervlogen tijden, maar ook Haley Heynderickx zou niet hebben misstaan in de folkscene van de jaren 60.
What Of Our Nature is een album zonder enige opsmuk. Akoestische gitaar en twee stemmen, veel meer is het niet. Ik moest er wel wat aan wennen, maar zeker de songs die worden gezongen door Haley Heynderickx wisten me relatief snel te overtuigen, al is het niet altijd het juiste moment voor de Spartaans klinkende folksongs op het album.
What Of Our Nature is wat mij betreft geen album dat je kunt beoordelen na één keer beluisteren. Ik vond er bij de eerste keer luisteren niet veel aan, maar ontdekte pas bij herhaalde beluistering de ruwe schoonheid van de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover.
De songs waarin eerstgenoemde de leadzang voor haar rekening neemt komen bij mij nog altijd harder binnen dan de songs van haar mannelijke metgezel, al waardeer ik de stem en de zang van Max García Conover inmiddels veel meer dan bij eerste beluisteringen van het album. Een kerstalbum is What Of Our Nature zeker niet, maar op een of andere manier vind ik het album goed passen vandaag en ook na vandaag gaat het album nog geregeld terug komen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Annie DiRusso - Super Pedestrian (2025) 4,0
23 december 2025, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian
Het was weer dringen in de (indie)pop en (indie)rock het afgelopen jaar, maar het aanstekelijke Super Pedestrian van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso zou ik uiteindelijk toch niet laten liggen
Ik denk niet dat ik eerder dit jaar heb geluisterd naar het debuutalbum van Anni DiRusso uit Nashville, maar haar debuutalbum is wat mij betreft goed genoeg voor een plekje op de krenten uit de pop. Anni DiRusso beschikt om te beginnen over een prima stem en ze schrijft ook nog eens prima songs. Het zijn lekker in het gehoor liggende songs die passen in de huidige tijd, maar het zijn ook songs die zich hebben laten beïnvloeden door de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt. Dat zijn invloeden die je momenteel veel vaker hoort, maar na een paar keer horen vind ik de songs van Anni DiRusso er zeker uit springen en volgens mij kan ze nog veel beter.
Super Pedestrian is het eerder dit jaar verschenen debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso. Het is een album dat met name in de Verenigde Staten goed is ontvangen, maar in Nederland heb ik er niet veel over gelezen. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com in het hokje Social Media Pop wordt gestopt. Dat is een hokje dat ik nog niet eerder ben tegengekomen, maar ik kan me goed voorstellen dat de songs van Annie DiRusso het goed doen op de sociale media platforms.
Zelfs vind ik Super Pedestrian overigens prima passen in de hokjes indiepop en indierock, die ik net wat respectvoller vind klinken dan het door Allmusic.com verzonnen label. De Amerikaanse muzikante weet beide hokjes overigens goed te combineren, want ze maakt op haar debuutalbum bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs met een subtiel ruw randje.
Ik ben momenteel de jaarlijstjes met popalbums aan het uitpluizen en hierin kwam ik Super Pedestrian van Annie DiRusso ook een paar keer tegen. Eerlijk gezegd vind ik de oogst aan popalbums dit jaar wat tegenvallen, want ik heb nogal wat popalbums beluisterd die ik weinig onderscheidend en ook niet overdreven aanstekelijk vond. Ik was ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van Super Pedestrian, maar uiteindelijk vind ik dit toch een album dat de grauwe middelmaat makkelijk ontstijgt.
Dat dankt Anni DiRusso aan een serie bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en aan een prima stem, die makkelijk overeind blijft in de vaak wat stevige songs op haar debuutalbum. Het is een debuutalbum dat deels aansluit bij de alternatieve pop- en rockmuziek van het moment, maar Anni DiRusso is ook zeker schatplichtig aan de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands die door vrouwen werden aangevoerd. Super Pedestrian neemt je makkelijk mee terug naar een aantal albums van persoonlijke favorieten uit de jaren 90, variërend van Veruca Salt tot Liz Phair in haar wilde jaren.
Annie DiRusso werd geboren in New York, maar woont en werkt tegenwoordig in Nashville. Buiten een duet met Ruston Kelly hoor ik nog niet veel Nashville in haar geluid, maar dat maakt het misschien wel makkelijker om zich te onderscheiden in de Amerikaanse muziekhoofdstad. Het duet met Ruston Kelly laat overigens wel horen dat Annie DiRusso beschikt over het nodige singer-songwriter talent, want ook wanneer de gruizige gitaren in de koffer blijven maakt ze makkelijk indruk met haar muziek.
Er waren het afgelopen jaar ongetwijfeld momenten waarop ik Super Pedestrian van Annie DiRusso zou hebben laten liggen vanwege het overweldigende aanbod aan meer onderscheidende albums, maar nu ik wat vaker heb geluisterd naar het debuutalbum van de muzikante uit Nashville ben ik een stuk positiever over het album.
Zeker de tracks met voorzichtige invloeden uit de punk waaien bij mij redelijk snel over, maar als Annie DiRusso wat gas terugneemt heeft ze me keer op keer te pakken. Als ik luister naar Super Pedestrian denk ik dat de Amerikaanse muzikante nog veel beter kan en denk ik dat het verstandig is om haar in de gaten te gaan houden, maar ook dit debuutalbum verdient wat mij betreft een hele ruime voldoende. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
All Seeing Dolls - Parallel (2025) 4,5
22 december 2025, 17:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: All Seeing Dolls - Parallel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: All Seeing Dolls - Parallel
De Schotse muzikante Allison Dot en de Amerikaanse muzikant Anton Newcombe zochten de samenwerking tijdens de coronapandemie, wat begin dit jaar het bijzonder interessante debuutalbum van All Seeing Dolls opleverde
Anton Newcombe en Dot Allison draaien allebei al een tijdje mee in de muziek, maar desondanks kreeg hun samenwerking onder de naam All Seeing Dolls begin dit jaar niet veel aandacht. Dat is niet alleen opmerkelijk, maar ook jammer, want Parallel is een mooi en interessant album. Het is een album dat flink psychedelisch klinkt en zich langzaam voortsleept, maar het is ook een album dat betovert met de mooie stem van Dot Allison, die de samenwerking van Anton Newcombe met Tess Parks even doet vergeten. Iedereen die Parallel van All Seeing Dolls heeft laten liggen mist een fascinerende luistertrip die mooier en mooier wordt.
Parallel van All Seeing Dolls verscheen aan het begin van dit jaar, maar is me toen niet opgevallen. Dat was waarschijnlijk zo gebleven als het album me vorige week niet was getipt door een medewerker van een lokale platenzaak, want het album is nu niet bepaald overladen met aandacht. Dat is jammer want Parallel is niet alleen een uitstekend album, maar bovendien een album dat volgens mij een breed publiek moet kunnen aanspreken.
Het is ook nog eens een album waarop twee redelijk bekende muzikanten de krachten bundelen, want zowel Dot Allison als Anton Newcombe lieten al eerder van zich horen. Laatstgenoemde is al sinds het begin van de jaren 90 de drijvende kracht achter de Amerikaanse band The Brian Jonestown Massacre, maar ik ken Anton Newcombe vooral van de albums die hij maakte met de Amerikaanse zangeres Tess Parks en dat zijn albums die stuk voor stuk mijn jaarlijstjes hebben gehaald.
Ook de Schotse muzikante Dot Allison is geen onbekende, want ook zij draait al sinds de jaren 90 mee. Eerst als lid van de band One Dove en sinds het eind van de jaren 90 als solomuzikante, wat inmiddels een handvol wat onderschatte maar echt bijzonder mooie albums heeft opgeleverd.
Tess Parks leverde vorig jaar een fraai album zonder Anton Newcombe af, maar de Amerikaanse muzikant heeft in de persoon van Dot Allison wederom een interessante muzikale metgezel gevonden. Parallel van All Seeing Dolls raakt slechts in beperkte mate aan de muziek die Anton Newcombe samen met Tess Parks maakte. Ook de muziek die hij maakt met Dot Allison klinkt wat psychedelisch of zelfs zweverig, maar wel minder gruizig.
De basis voor Parallel werd gelegd tijdens de coronapandemie en dat hoor je. De muziek van All Seeing Dolls klinkt leeg en wat melancholisch, maar het is vooral muziek die eindeloos de tijd lijkt te hebben. De negen songs op het eerste album van All Seeing Dolls slepen zich langzaam voort en klinken weids. Dat weidse karakter wordt versterkt door de bijzondere stem van Dit Allison. Het is een stem die hier en daar spookachtig wordt genoemd, maar ik vind zelf bezwerend beter passen bij de wat onderkoelde maar bijzonder mooie stem van de Schotse muzikante.
De corona lockdowns hebben inmiddels vooral een negatieve lading al hadden de zeeën van tijd ook wel iets positiefs. Je hebt deze tijd ook nodig om echt te kunnen genieten van het debuutalbum van All Seeing Dolls. Het is geen album waarbij je makkelijk andere dingen doet en bovendien hoor je de schoonheid van zowel de muziek als de zang op het album duidelijker wanneer je je volledig overgeeft aan de muziek van Dot Allison en Anton Newcombe. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Mazzy Star, maar het is wel Mazzy Star met nog wat extra valium en Mazzy Star met onderkoelde in plaats van zwoele vocalen.
Het blijft bijzonder dat er zo weinig aandacht is besteed aan het debuutalbum van All Seeing Dolls en het is ook bijzonder dat ik het album op basis van de recensies in onder andere Mojo en Uncut, die wel bij de les waren en die ik toch nauwgezet volg, niet heb opgepikt, maar gelukkig kwam het album alsnog voorbij. Net als de samenwerking tussen Anton Newcombe en Tess Parks, smaakt ook de samenwerking tussen de Amerikaanse muzikant en Dot Allison naar veel meer. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Bob Dylan - Desire (1976) 4,5
21 december 2025, 21:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bob Dylan - Desire (1976) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Dylan - Desire (1976)
Blood On The Tracks wordt terecht gezien als het beste album dat Bob Dylan gedurende de jaren 70 maakte, maar het in 1976 verschenen Desire vind ik persoonlijk niet zo heel veel minder
Ik leerde Desire van Bob Dylan pas kennen nadat ik de stapel geweldige albums die hij in de jaren 60 maakte had leren kennen, maar ik was direct gecharmeerd van het album dat een wat voller en elektrischer geluid laat horen dan de meeste Dylan albums uit de jaren 60. Desire vind ik ook een wat atypisch album in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, wat alles te maken heeft met het geweldige vioolspel van Scarlet Rivera, die door puur toeval bij Dylan in de studio was beland. Desire is een album met vooral lange tracks, die Bob Dylan alle kans bieden om zijn kunsten als verhalenverteller te etaleren. Het stapeltje met de beste Bob Dylans albums is een flinke stapel, maar Desire hoort er wat mij betreft zeker bij.
Begin november zag ik Bob Dylan in de AFAS Live. Het is een concert dat met gemengde gevoelens werd ontvangen, maar mijn oordeel was positief. De setlist van de huidige tour is zo ongeveer in beton gegoten, dus ik wist wat ik kon verwachten en dat viel me niet tegen. Het betekent ook dat ik voor het oudere werk van Bob Dylan vertrouw op zijn inmiddels immense oeuvre en niet op zijn optredens.
Ik las van de week een mooi artikel op de Amerikaanse muziekwebsite Paste over de albums die Bob Dylan maakte nadat hij aan het eind van de jaren 70 het geloof had omarmd. Ik heb de albums nog eens beluisterd en ben inmiddels iets positiever over Slow Train Coming, maar met de opvolgers heb ik veel minder. Dylan was in de jaren 80 sowieso de weg behoorlijk kwijt en maakte pas aan het eind van de jaren 90 weer een album dat in de schaduw mocht staan van zijn klassiekers.
In de jaren 70 leverde de Amerikaanse muzikant met Blood On The Tracks wat mij betreft zijn meesterwerk af, maar ik heb ook altijd wel wat gehad met de opvolger van dat album (het album met The Band niet meegerekend). Het in 1976 verschenen Desire is in meerdere opzichten de tegenpool van het een jaar eerder verschenen Blood On The Tracks.
Blood On The Tracks is een uiterst ingetogen, uitsluitend akoestisch en behoorlijk consistent album. Desire klinkt een stuk uitbundiger en elektrischer en is bovendien een veelkleurig en hier en daar wat wispelturig album. Blood On The Tracks wordt door velen beschouwd als een zeer persoonlijk breakup album, iets wat Bob Dylan zelf overigens altijd heeft ontkend, maar op Desire is hij weer vooral een verhalenverteller.
Desire kwam er overigens niet zonder slag of stoot. Bob Dylan was in de zomer van 1975 de studio ingedoken met een flinke groep muzikanten, onder wie stergitarist Eric Clapton, maar de sessies verliepen, mede door het grote aantal muzikanten, chaotisch. In de herfst probeerde de Amerikaanse muzikant het daarom opnieuw met een kleinere groep muzikanten, onder wie violiste Scarlet Rivera, die hij op straat tegen het lijf was gelopen, en Emmylou Harris, die op Desire tekent voor de achtergrondvocalen.
Er was op Desire verder een belangrijke rol weggelegd voor producer Don DeVito en voor songwriter Jacques Levy, die meeschreef aan de meeste songs op het album. Desire opent met het geweldige en ruim acht minuten durende Hurricane, waarin de viool van Scarlet Rivera de show steelt, maar Dylan ook geweldig zingt. Hurricane is niet eens de langste track op Desire, want Joey is met ruim 11 minuten nog langer.
Desire is sowieso een album met vooral lange tracks, want van de negen tracks op het ruim 56 minuten durende album zijn er zes langer dan vijf minuten. Op Desire experimenteert Bob Dylan met het volle geluid waarmee hij ook zijn Rolling Thunder Revue tour vulde en dat levert een dynamisch en energiek geluid op.
Desire is door de uit duizenden herkenbare zang van de Amerikaanse muzikant een typisch Bob Dylan album, maar door de grote rol voor de viool van Scarlet Rivera, die het hele album de hoofdrol opeist, en de tweede stem van Emmylou Harris, die de stem van Dylan meerdere keren fraai ondersteunt, is het ook een bijzonder klinkend album, dat een unieke plek heeft in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, zeker omdat Dylan ook nog eens goed bij stem is op Desire en fraai mondharmonica speelt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Serebii - Dime (2025) 4,0
21 december 2025, 10:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Serebii - Dime - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Serebii - Dime
De Nieuw-Zeelandse muziekscene is er een vol bijzondere verrassingen, wat ook weer blijkt bij beluistering van het heerlijk lome en dromerige maar ook bijzonder interessante Dime van Serebii
Ik volg de popmuziek uit Nieuw-Zeeland behoorlijk goed, maar mijn tipgevers van Flying Out en Flying Nun waren in het begin van het jaar kennelijk niet enthousiast genoeg over de muziek die Callum Joshua Mower maakt onder de naam Serebii. De muzikant uit Auckland kreeg de erkenning wel in een aantal jaarlijstjes en dat begrijp ik wel. Met Dime heeft Serebii immers een heel aangenaam maar ook interessant album gedaan. Het is een album waar ik niet direct een label op kan plakken, maar het is een album dat het uitstekend doet op koude winteravonden. Dime slaat zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen, maar blijkt vervolgens in alle opzichten een uitstekend album.
Serebii is een project van de Nieuw-Zeelandse muzikant Callum Joshua Mower, die in de eerste maanden van het jaar met Dime het derde album van zijn project afleverde. Het is een album dat opdook in een aantal jaarlijstjes die ik de afgelopen week tegen kwam en het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat het Nieuw-Zeelandse jaarlijstjes waren.
Op basis van de omschrijvingen in deze jaarlijstjes had ik echt nog geen idee hoe de muziek van Serebii klinkt, maar op basis van de omschrijvingen klonk het wel aangenaam. Inmiddels weet ik dat Dime een album is dat het met name wat later op de avond uitstekend doet en het is een album dat me absoluut dierbaar is geworden.
Ik vind het nog steeds lastig om de muziek van Serebii te omschrijven, want het album past niet goed in een van de gangbare hokjes. Ik ben niet de enige die het lastig vindt om de muziek van Callum Joshua Mower goed te omschrijven, want ook in de recensies die ik tot dusver heb gelezen worstelt de schrijver met de labels die op Dime kunnen worden geplakt.
In een aantal gevallen worden deze labels angstvallig vermeden, maar er is ook een criticus die het niet in een hokje kunnen duwen van het album uitvoerig benoemt. Ik ga maar niet proberen om Dime van Serebii in een hokje te duwen, maar kan de muziek van de singer-songwriter uit Auckland wel beschrijven.
Dime is naar verluidt het eerste album van Callum Joshua Mower waarop hij zelf zingt. In het verleden vertrouwde hij vooral op zangeressen, die ook nog wel opduiken op Dime, maar de Nieuw-Zeelandse muzikant zingt dit keer vooral zelf. Dat is geen onverstandig besluit, want Callum Joshua Mower beschikt over een aangename stem, die zijn songs voorziet van een aangenaam laidback geluid, dat vaak loom en dromerig klinkt.
In een aantal tracks duikt een zangeres op en ook die beschikken over stemmen die rust brengen. Dat brengen van rust doet de muzikant uit Auckland ook met de muziek op Dime. De muziek van Serebii is over het algemeen net zo laidback als de zang op het album. Het is muziek die over het algemeen dromerig en organisch klinkt, maar Callum Joshua Mower kan ook opeens elektronica tevoorschijn halen.
Wanneer de muziek op Dime vooral ingetogen en akoestisch is, klinken de popsongs van Serebii voorzichtig jazzy, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse muzikant hebben ook iets eigenzinnigs. Het klinkt op het eerste gehoor door de wat dromerige klanken vooral aangenaam, maar de muziek van Serebii bestaat uit een aantal lagen die met veel gevoel en precisie zijn ingespeeld.
Hier en daar klinkt het onweerstaanbaar zwoel en zomers en zo af en toe hoor ik zelfs een Zuid-Amerikaanse vibe, maar de songs van de muzikant uit Auckland kunnen ook wat onderkoelder en atmosferischer klinken. Ik krijg het niet in een hokje gepropt, maar het is ook nog eens muziek van een soort waar ik niet heel vaak of eigenlijk nooit naar luister.
Desondanks was ik direct gecharmeerd van de muziek van Serebii en was het eigenlijk meteen muziek waar ik naar wilde blijven luisteren. Een van de tracks op Dime spreekt me niet aan, maar de andere negen tracks op het album voorzien met name de avond van een zeer aangenaam rustpunt. In Nieuw-Zeeland weten ze de muziek van Serebii inmiddels op de juiste waarde te schatten, maar Dime kan volgens mij ook hier wonderen verrichten, zeker op koude en donkere avonden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cleo Reed - Cuntry (2025) 4,5
20 december 2025, 10:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cleo Reed - Cuntry - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cleo Reed - Cuntry
Op Cuntry vermengt de Amerikaanse muzikant Cleo Reed op fascinerende wijze uiteenlopende invloeden, waaronder country en soul, folk en R&B en hiphop en jazz, wat een sensationeel goed album oplevert
Ik heb afgelopen zomer niet heel veel gelezen over het debuutalbum van Cleo Reed, maar wat is Cuntry een indrukwekkend album. De muzikant uit New York krijgt vaak het etiket R&B opgeplakt, maar R&B is slechts een van de vele invloeden die zijn te horen op Cuntry. In vocaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, zeker wanneer fraaie gospelkoortjes worden ingezet, maar in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Cleo Reed minstens even indrukwekkend. Een album als Cuntry had afgelopen zomer moeten worden overladen met superlatieven, maar het bleef angstvallig stil en ook in de jaarlijstje ontbreekt het album. Het is echt doodzonde. Cuntry van Cleo Reed is echt een geweldig album.
Toen Beyoncé vorig jaar haar countryalbum Cowboy Carter uitbracht verschenen er nogal wat verhalen in de media waarin de Amerikaanse superster een pionier werd genoemd. Ook een aantal muziekjournalisten van naam en faam sloegen de plank volkomen mis met hun bewering dat Beyoncé iets deed dat nog niet eerder was gedaan.
Country en soul werden echter vele decennia geleden al vermengd door zwarte muzikanten en ook in het recente verleden waren er de nodige zwarte muzikanten die invloeden uit de country verwerkten in hun muziek. Dat deden ze bovendien een stuk beter dan Beyoncé, want persoonlijk vond en vind ik Cowboy Carter maar een slap album.
In een jaarlijstje kwam ik vorige week een album tegen dat in alle opzichten klassen beter is dan Cowboy Carter, maar dat het helaas moest doen met een fractie van de aandacht die het album van Beyoncé kreeg. Het gaat om Cuntry van Cleo Reed. Het is het tweede album van de muzikant uit New York, die in 2023 debuteerde met het mini-album Root Cause en zichzelf ziet als noin-binair persoon en queer.
Het is een mini-album dat nog wel enigszins in het hokje R&B past, maar Cleo Reed, overigens het alter ego van Ella Moore, zoekt al wel de grenzen van het genre op. Dat gebeurt nog een stuk nadrukkelijker op het afgelopen zomer verschenen Cuntry, dat wat mij betreft in alle jaarlijstjes had moeten staan, maar dat helaas niet veel of zelfs verbijsterend weinig aandacht kreeg.
Cuntry opent direct imponerend met het ruim acht minuten durende Salt N' Lime, waarin Cleo Reed me direct bij de strot grijpt. Het is een track waarin de Amerikaanse muzikant in eerste indruk maakt met een stem die zwoel en soulvol, maar ook karakteristiek klinkt, maar in muzikaal opzicht is de openingstrack van Cuntry misschien nog wel indrukwekkender.
Het is een track met invloeden uit de R&B en de soul, maar stiekem sleept Cleo Reed er nog een breed palet aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bij. Het klinkt direct bijzonder, maar het klinkt ook bijzonder lekker, want de muziek van de muzikant uit New York heeft een aangename flow, zeker als aan het eind van de track het tempo nog wat wordt opgevoerd met drumwerk met invloeden uit de jazz en de hiphop.
Na de indrukwekkende eerste track verslapt Cleo Reed niet, want Cuntry is een album dat indruk blijft maken. Het ene moment betovert de Amerikaanse muzikant met een soulvolle strot en fraaie a capella gospel koortjes, maar ook wanneer folk en rap prachtig samenvloeien of als Cleo Reed toch kiest voor broeierige R&B zit je op het puntje van de stoel.
Als Beyoncé vorig jaar een album als Cuntry zou hebben gemaakt had ik iets begrepen van alle superlatieven, maar Cowboy Carter mag niet eens in de schaduw staan van het weergaloze debuutalbum van Cleo Reed, die je track na track weet te verrassen met weer net wat andere wendingen en muzikale impulsen.
Na de lange openingstrack volgen ook flink wat korte songs waarin de spanningsbogen minder hoog zijn, maar er altijd wel iets gebeurt dat je raakt. Cuntry wordt helaas nog vaak in het hokje R&B geduwd, maar voor een R&B album is de muziek op het album echt veel te subtiel en divers en ook qua zang blijft Cleo Reed flink uit de buurt van de gemiddelde R&B zangeres. 48 minuten en 5 seconden houdt Cleo Reed je in een wurggreep. Wat een indrukwekkend album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Crushed - No Scope (2025) 3,5
19 december 2025, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: crushed - no scope - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: crushed - no scope
Het debuutalbum van het Amerikaanse duo crushed kreeg in de Verenigde Staten over het algemeen goede recensies en daar is wat voor te zeggen, want no scope is een knapper album dan je bij eerste beluistering door hebt
Ook no scope van crushed is weer een album dat ik heb ontdekt via een aantal Amerikaanse jaarlijstjes. Het duo dat bestaat uit Bre Morell en Shaun Durkan viel me een paar maanden geleden niet zo op. Het debuutalbum van crushed klonk in eerste instantie wat mainstream en weinig onderscheidend, maar inmiddels begrijp ik beter waarom de Amerikaanse muziekmedia best enthousiast zijn over het album. Bre Morell en Shaun Durkan combineren op het album lekker in het gehoor liggende songs met een geluid dat zich door meerdere genres heeft laten beïnvloeden en dat veel leuker en interessanter wordt wanneer je het wat vaker hebt gehoord.
crushed is een Amerikaans duo dat bestaat uit zangeres Bre Morell en zanger, multi-instrumentalist en producer Shaun Durkan. Het tweetal uit Los Angeles debuteerde vorig jaar met een mini-album en bracht in september met no scope haar officiële debuutalbum uit. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Paste wordt geschaard onder de beste debuutalbums van het afgelopen jaar en Paste is niet de enige die hoog opgeeft over de muzikale verrichtingen van Bre Morell en Shaun Durkan.
Ik heb een paar maanden geleden hooguit vluchtig geluisterd naar no scope, maar het album maakte toen geen onuitwisbare indruk. Inmiddels ben ik een stuk positiever over het album, dat veel interessanter is dan ik bij oppervlakkige beluistering hoorde. Op het eerste gehoor vond ik de muziek van crushed weinig onderscheidend en wat vlak klinken, maar beide observaties hielden geen stand toen ik wat dieper in het album dook.
Het debuutalbum van Bre Morell en Shaun Durkan is om te beginnen knap geproduceerd. Producer Jorge Elbrecht, die vorige maand ook indruk maakte met het geluid op het nieuwe album van Hatchie, heeft no scope voorzien van een geluid dat uit meerdere lagen bestaat. Op het eerste gehoor klinkt het bekend en hierdoor misschien weinig onderscheidend, maar wanneer je het geluid op het album ontleedt, hoor ik wel iets bijzonders.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van Bre Morell en de ondersteunende vocalen van Shaun Durkan. Ook de zang op no scope vond ik bij eerste beluistering een paar maanden geleden niet heel bijzonder, maar met name de stem van Bre Morell heeft wat en vind ik alleen maar mooier worden.
Het is een wat eentonig verhaal, maar ook de muziek en de songs op no scope vond ik in september weinig opzienbarend. Ook daar ben ik op terug gekomen, want de muziek van Bre Morell en Shaun Durkan is niet zo heel makkelijk in een hokje te duwen. Het tweetal uit Los Angeles wordt vaak in het hokje dreampop en door het verleden van de twee ook wel in het hokje shoegaze geduwd, maar dat is wat mij betreft te kort door de bocht.
De songs van het duo laten ook zeker invloeden uit de triphop horen en ook invloeden uit de indiepop zijn nooit ver weg. Het klinkt op een of andere manier direct bekend, maar dat zegt ook wat over de kwaliteit van de songs van crushed. Inmiddels vind ik echt alle onderdelen van no scope goed en interessant en de productie, de muziek, de zang en de songs weten elkaar ook nog eens te versterken.
Zeker als je het album wat laat voortkabbelen op de achtergrond verdwijnt de energie op een gegeven moment, maar bij beluistering met wat meer aandacht houdt crushed de aandacht makkelijk vast. Zeker de makkelijk in het gehoor liggende songs beschikken volgens mij over de potentie om een breed publiek aan te spreken, maar ik vind de songs van crushed persoonlijk interessanter wanneer het Amerikaanse tweetal wat eigenzinniger klinkt, wat gelukkig vaak het geval is.
Het debuutalbum van crushed heeft in Nederland volgens mij heel weinig aandacht gekregen, maar no scope is een album dat ook hier in de smaak moet kunnen vallen. Ik ben zelf blij dat ik het album nog een tweede kans heb gegeven. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Leith Ross - I Can See the Future (2025) 4,0
18 december 2025, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Leith Ross - I Can See The Future - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Leith Ross - I Can See The Future
De Canadese muzikant Leith Ross heeft met I Can See The Future een album gemaakt dat in eerste instantie misschien niet direct opvalt, maar dat mooier en zeker ook bijzonderder wordt naarmate je het vaker hoort
Probeer in de overvolle release maand september maar eens op te vallen met een album. Het lukte Leith Ross bij mij niet, maar gelukkig kreeg I Can See The Future door een jaarlijstje een tweede kans. Leith Ross maakte in het verleden vooral ingetogen folk, maar I Can See The Future laat een veelzijdiger geluid horen, dat ook uit de voeten kan met indiepop. De songs van de Canadese muzikant smeken er om meerdere keren gehoord te worden, want dan pas hoor je dat Leith Ross een verassend eigenzinnig geluid heeft. Het is een geluid dat de intieme en persoonlijke songs van de muzikant uit Winnipeg nog net wat verder optilt. Echt veel te mooi om te laten liggen dit album.
Wat verschenen er het afgelopen jaar ontzettend veel albums van met name jonge (vrouwelijke) singer-songwriters. Het is een genre dat me aan het hart ligt, maar het aanbod was af en toe zo groot dat ik op basis van hele vluchtige beluistering mijn oordeel moest bepalen.
Dat ging niet altijd goed, want ik hoorde in september bij snelle beluistering te weinig bijzonders op I Can See The Future van Leith Ross, waarna ik het album opzij legde. Gelukkig dook het album op in een enkel jaarlijstje, waarna ik het volgens mij derde album van Leith Ross toch nog een kans heb gegeven. Daar ben ik blij mee, want bij de hernieuwde kennismaking met I Can See The Future van Leith Ross hoorde ik meer dan voldoende bijzonders om het album tot krent uit de pop te bestempelen.
Leith Ross is overigens een singer-songwriter uit het Canadese Winnipeg, die zichzelf ziet als non-binair persoon en queer. Identiteit speelt een belangrijke rol in de teksten van de Canadese muzikant, die hiermee aansluit bij nogal wat andere dit jaar verschenen albums.
Ook in muzikaal opzicht sluit I Can See The Future aan bij andere dit jaar verschenen albums, maar als je het album als geheel beluistert, hoor je dat Leith Ross iets bijzonders doet. Het nieuwe album van de Canadese muzikant bevat een aantal songs met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de folk, maar I Can See The Future vindt ook aansluiting bij de indiepop van het moment en bevat ook een aantal popsongs die het zouden verdienen om grote hits te worden.
Het makkelijk schakelen tussen verschillende genres is niet het enige knappe op I Can See The Future. Leith Ross slaagt er immers bovendien in om lekker in het gehoor liggende popsongs af te wisselen met zeer intieme songs en schuwt bovendien het experiment niet. Wat op het eerste gehoor weinig bijzonder klonk een paar maanden geleden, blijkt inmiddels heel bijzonder.
Leith Ross slaat op I Can See The Future steeds weer bijzondere wegen in en kan het ene moment als Phoebe Bridgers en het volgende moment als een folkie klinken om vervolgens een geheel eigen geluid op te zoeken in een track als Stay, die met een beetje fantasie ook door Prince gemaakt zou kunnen zijn.
Het ene moment zoekt Leith Ross een sober en intiem geluid, maar niet veel later klinkt de muziek van de Canadese muzikant juist uitbundig en hitgevoelig. I Can See The Future is een album dat het verdient om vaker te worden beluisterd, want ik vind het album bij iedere nieuwe luisterbeurt interessanter en kan me inmiddels niet meer voorstellen dat ik het album een paar maanden geleden niet goed genoeg vond voor een plekje op de krenten uit de pop.
Ik heb inmiddels ook naar de vorige twee albums van de muzikant uit Winnipeg geluisterd en dat zijn albums waarop ingetogen folky songs een belangrijkere rol spelen dan op I Can See The Future. Ook het nieuwe album van Leith Ross bevat een aantal meer ingetogen songs. Het zijn de songs die me zeker in eerste instantie het meest dierbaar waren, maar uiteindelijk maakt de veelzijdigheid een bijzonder album van I Can See The Future.
Het nieuwe album van Leith Ross is uiteindelijk een album waarover je vooral niet te snel moet oordelen. Dan kom je immers waarschijnlijk uit bij mijn eerste oordeel van drie maanden geleden en daarmee doe je het talent van Leith Ross echt geen recht. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tristen - Unpopular Music (2025) 4,0
17 december 2025, 17:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tristen - Unpopular Music - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tristen - Unpopular Music
Bij het doorspitten van stapels jaarlijstjes kwam ik precies één keer Unpopular Music van Tristen tegen en wat is het een mooi en lekker album met hier en daar bijzonder aangename Kacey Musgraves vibes
Direct bij de eerste keer horen wist ik dat ik Unpopular Music van Tristen ga koesteren de komende tijd en sindsdien is het album alleen maar beter geworden. Jaarlijstjeswaardig wat mij betreft, maar mijn lijstje stond helaas al online toen ik het album ontdekte. Tristen maakt warme en tijdloze popmuziek waarin uiteenlopende invloeden zijn verwerkt. Door de muziek, de sfeer en de stem van Tristen doet Unpopular Music af en toe denken aan Kacey Musgraves, maar Tristen heeft absoluut een eigen geluid en het is een geluid waarvan ik nog heel vaak ga genieten de komende tijd. De Amerikaanse muzikante draait al lang mee, maar verdient met haar nieuwe album alle aandacht en lof.
Het overkomt me echt ieder jaar dat ik een paar dagen na het publiceren van mijn jaarlijstje nog een album tegenkom dat absoluut in dit jaarlijstje thuis had gehoord. Het was dit jaar niet anders, want slechts één dag na de publicatie van mijn lijstje over 2025 kwam ik Unpopular Music van Tristen tegen in een lijstje met vergeten popalbums van het afgelopen jaar.
Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van Tristen, die tot mijn verbazing al een ruime handvol albums op haar naam heeft staan en inmiddels al zo’n 20 jaar muziek uitbrengt. Ik ken vooralsnog alleen het vorige maand verschenen Unpopular Music en vind het echt een bijzonder lekker, maar ook erg mooi album dat naar veel meer smaakt.
Bij eerste beluistering van het album kwam er direct één naam opzetten en dat is de naam van Kacey Musgraves. Vooral in muzikaal opzicht heeft het nieuwe album van Tristen wel iets van de muziek van Kacey Musgraves, maar ook de stemmen van de twee hebben iets met elkaar gemeen, zonder dat het me in de weg zit.
Tristen is overigens de artiestennaam van de Amerikaanse muzikante Tristen Gaspadarek, die inmiddels al flink wat jaren Nashville, Tennessee, als thuisbasis heeft. Op haar nieuwe album Unpopular Music maakt ze muziek die deels aansluit bij de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt, maar op hetzelfde moment zijn de invloeden uit de countrymuziek behoorlijk subtiel in de muziek van Tristen en hoor je muziek die misschien nog wel het best is te omschrijven als tijdloze popmuziek met meestal een vleugje en soms een flinke vleug Amerikaanse rootsmuziek.
Het is muziek die zoals gezegd wel wat doet denken aan de muziek van Kacey Musgraves en dan met name de muziek die ze maakte op haar crossover albums Golden Hour en Deeper Well. Ook Tristen maakt muziek die even lichtvoetig als warm klinkt en het is muziek die zich, in ieder geval bij mij, direct genadeloos opdrong.
Vergeleken met Kacey Musgraves kiest Tristen voor een nog wat breder palet, waarin ook ruimte is voor janglepop, Beatlesque songs en invloeden uit de new wave. De Amerikaanse muzikante is naar eigen zeggen zeer bedreven in het maken van ‘unpopular music’, maar de songs op haar nieuwe album hebben alles dat nodig is om bij een veel breder publiek in de smaak te vallen.
De songs van Tristen liggen niet alleen lekker in het gehoor, maar zitten ook vernuftig in elkaar en zijn zeer gevarieerd ingekleurd. Het maakt van Unpopular Music een heerlijk album, dat nog wat aan kracht wint door de stem van Tristen. Ze beschikt misschien niet over een engelenstem met de allure van die van Kacey Musgraves, maar de zang op Unpopular Music is mooi en heeft wel het bijzondere effect dat ook de stem van Kacey Musgraves op me heeft.
Ik noemde de songs van Tristen eerder tijdloos en dat is wat mij betreft een van de sterke punten van Unpopular Music. Het nieuwe album van de muzikante uit Nashville sluit zoals gezegd soms aan op de countrypop van het moment, maar ik hoor ook veel invloeden uit de jaren 70 in de muziek van Tristen.
Ik begrijp inmiddels waarom Unpopular Music van Tristen in ieder geval één jaarlijstje wordt genoemd, maar ik begrijp niet waarom het album zo weinig aandacht heeft gekregen vorige maand. Alles op het nieuwe album van Tristen ademt wat mij betreft kwaliteit en wat is het een heerlijke album om je mee op te sluiten op een koude en donkere avond. Kacey Musgraves bracht het afgelopen jaar geen album uit, maar Unpopular Music van Tristen komt het dichtst bij haar zo karakteristieke sound. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Erika de Casier - Lifetime (2025) 4,0
17 december 2025, 12:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Erika de Casier - Lifetime - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Erika de Casier - Lifetime
Ik begreep in eerste instantie niet zo heel veel van alle zeer lovende woorden voor Lifetime van Erika de Casier, maar inmiddels hoor ik wat zo goed is aan het stevig door muziek uit de jaren 90 beïnvloede album
Lifetime is het vierde album van de Deense muzikante Erika de Casier en ook het vierde album dat een aantal respectabele critici goed genoeg vinden voor hun jaarlijstje. De muzikante uit Kopenhagen duikt dit keer ook op in een aantal prestigieuze jaarlijstjes en ik begrijp inmiddels waarom. Wanneer je wat tijd steekt in het album verandert Lifetime van een aangenaam in een aansprekend album. De Deense muzikante heeft lome en dromerige, maar ook avontuurlijke klankentapijten in elkaar gesleuteld en deze combineren fraai met haar al even lome en dromerige stem. Het heeft een hoog jaren 90 gehalte, maar Erika de Casier maakt ook muziek van deze tijd. Knap album.
De Deense muzikante Erika de Casier had de afgelopen jaren de volledige steun van de critici, die haar albums stuk voor stuk stevig bewierookten. Ik heb zelf ook best vaak geluisterd naar haar muziek, zeker toen ze een contract had getekend bij het zeer aansprekende 4AD label en de recensies nog wat positiever werden.
Op een of andere manier raakte ik echter niet overtuigd van de kwaliteiten van de muzikante uit Kopenhagen. Bij beluistering van haar vorige drie albums was ik in eerste instantie enthousiast over de lekker lome sfeer, de wat broeierige klanken en de absoluut aangename stem van Erika de Casier, maar veel meer dan aangenaam vond ik het uiteindelijk niet.
Dat was ook mijn conclusie nadat ik het meerdere malen had geprobeerd met het afgelopen voorjaar verschenen Lifetime. Het is een album dat heel vaak op mijn lijstje heeft gestaan het afgelopen jaar, maar er telkens van af viel als er keuzes moesten worden gemaakt.
Het vierde album van Erika de Casier kwam een paar weken geleden weer op mijn lijstje terecht, want flink wat critici vinden het album goed genoeg voor hun jaarlijstjes. Ik heb het daarom toch weer geprobeerd met de muziek van de Deense muzikante, die haar nieuwe album zelf produceerde. Mijn ervaring was in eerste instantie hetzelfde. Bij eerste beluistering vond ik Lifetime bijzonder lekker klinken, maar op een gegeven moment verdween de muziek ook wel wat naar de achtergrond, om vervolgens wat anoniem voort te kabbelen.
Ik heb het album vervolgens niet teruggelegd op de stapel, maar ben er juist wat dieper in gedoken. Juist bij beluistering met de koptelefoon en met volledige aandacht komt de muziek van Erika de Casier pas echt tot leven. De Deense muzikante laat zich op Lifetime vooral inspireren door muziek uit de jaren 90, zonder direct aan te haken bij een bepaalde inspiratiebron.
De wat ijle synths, de wat broeierige maar ook onderkoelde sfeer, de wat naar de achtergrond gemixte maar ook verleidelijke vocalen en de wat triphop achtige ritmes herinneren onmiddellijk aan muziek uit de jaren 90 en manoeuvreren zich ergens tussen de belangrijke triphop albums en de grote popalbums uit dit decennium.
Het is allemaal knap gemaakt, want zowel in muzikaal als in vocaal opzicht doet Erika de Casier mooie dingen. Zeker bij de eerste beluisteringen van het album klinkt de stem van de muzikante uit Kopenhagen wat anoniem, maar nu ik gewend ben aan het album vind ik de zang op Lifetime mooier en mooier. En dat geldt ook voor de muziek op het album, die zorgt voor een aangename flow.
Erika de Casier schrijft bovendien prima songs, die ook beter worden wanneer je ze vaker hoort. Ik begrijp inmiddels dan ook wel waarom de critici zo enthousiast zijn over de muziek van de Deense muzikante. Het is muziek die niet helemaal in mijn straatje past en waarvoor ik in de stemming moet zijn, maar als ik dat ben hoor ik steeds meer de schoonheid van de songs, de muziek en de stem van Erika de Casier.
4AD heeft zo te zien alweer afscheid genomen van Erika de Casier, maar gezien het niveau van en alle positieve aandacht voor het album kan het Britse label hier wel eens spijt van gaan krijgen, zeker als muziekliefhebbers voor wie Lifetime wat buiten de comfort zone ligt ook gaan vallen voor de vele charmes van dit album, net als bij mij is gebeurd. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rocket - R Is for Rocket (2025) 3,5
16 december 2025, 22:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rocket - R Is For Rocket - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rocket - R Is For Rocket
De Amerikaanse band Rocket kon met name in de Verenigde Staten rekenen op verrassend positieve recensies voor haar debuutalbum R Is For Rocket en daar kan ik me na een paar keer horen eigenlijk wel in vinden
Rocket is een band uit Los Angeles, die bestaat uit een aantal jeugdvrienden. Op het debuutalbum van de band maken deze jeugdvrienden geen geheim van hun muzikale helden, die vooral uit de jaren 90 lijken te komen. R Is For Rocket klinkt hierdoor op een of andere manier bekend in de oren, maar Rocket doet absoluut meer dan het reproduceren van de muziek van de muzikale helden van de band. R Is For Rocket is een gevarieerd en knap gemaakt album, dat misschien geen muzikale aardverschuiving gaat veroorzaken, maar dat zich wel makkelijk opdringt en dan stiekem steeds wat beter wordt. Het debuut van Rocket is vooral in de VS opgepikt, maar verdiend ook hier aandacht.
R Is For Rocket is het debuutalbum van de Amerikaanse band Rocket. Het is een album dat opduikt in flink wat lijstjes met de memorabele debuutalbums van 2025 en door deze lijstjes trok het album ook mijn aandacht. Door de omschrijvingen van het album dacht ik eigenlijk te maken hebben met nogal mainstream rockmuziek, maar dat is een etiket dat wat mij betreft niet helemaal past op de muziek van Rocket.
De band uit Los Angeles beschikt om te beginnen over een zangeres, wat de band natuurlijk niet onderscheidt van alle rockbands van het moment, maar het voorziet de muziek van Rocket wat mij betreft wel van een geluid dat anders klinkt dan het gemiddelde rockgeluid. De band heeft er bovendien voor gekozen om alles in eigen hand te houden, wat er voor zorgt dat Rocket precies doet waar het zelf zin in heeft en zich niet in een keurslijf laat persen.
Gitarist Desi Scaglione heeft het debuutalbum van zijn band vakkundig geproduceerd en heeft R Is For Rocket voorzien van een mooie en dynamische productie, wat knap is. In het geluid van Rocket spelen gitaren een belangrijke rol, maar de ruimte die is open gelaten wordt fraai gevuld met synths, terwijl ook de ritmesectie het geluid van Rocket op degelijke maar ook fantasierijke wijze vult. Het gitaarwerk is ook nog eens verrassend veelzijdig, waardoor het geluid van de Amerikaanse band zeker niet eenvormig klinkt. Met bassiste en zangeres Alithea Tuttle beschikt Rocket ook nog eens over een aansprekend boegbeeld en een prima zangeres.
De leden van Rocket zijn jeugdvrienden en hebben waarschijnlijk samen heel veel van hun favoriete albums beluisterd. Een aantal van deze albums klinkt door op het debuutalbum van de band uit Los Angeles. Wanneer je luistert naar R Is For Rocket wordt snel duidelijk dat The Smashing Pumpkins zeker behoren tot de favoriete bands van de leden van Rocket.
Invloeden van de band rond Billy Corgan zijn vooral te horen in het gitaarwerk op het debuutalbum van Rocket, maar ook de dynamiek in de songs en de soms wat bombastische spanningsbogen herinneren aan het werk van The Smashing Pumpkins. De stem van Alithea Tuttle klinkt wel wat aangenamer dan die van Billy Corgan en ook de songs van Rocket zijn wat toegankelijker dan die van The Smashing Pumpkins.
Rocket heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door indierock uit de jaren 90 en vooral de indierock die werd gemaakt door bands met een zangeres, maar hier blijft het niet bij. Ook invloeden uit de shoegaze hebben immers hun weg gevonden naar R Is For Rocket, dat ook verrassend makkelijk aansluiting vindt bij de indierock van het moment.
Ik luister eigenlijk nauwelijks naar dit soort rockmuziek, maar het debuutalbum van Rocket wist mijn aandacht eigenlijk direct vast te houden en doet dit nog steeds. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van dit soort rockmuziek het album van Rocket wat minder interessant vinden, want echt iets nieuws doet de band niet, maar ik heb wel wat met dit album.
Het is een album dat ook wel wat heeft van de wat mij betreft beste rockband uit de jaren 90, Sunny Day Real Estate, en dat is een compliment dat ik maar zelden uit. En zeker als Rocket zich wat verder buiten de gebaande paden beweegt hoor je dat de band uit Los Angeles nog wel even door kan groeien ook. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
John Lennon - Imagine (1971) 4,5
15 december 2025, 19:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: John Lennon - Imagine (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: John Lennon - Imagine (1971)
John Lennon had het einde van The Beatles nog lang niet verwerkt toen hij in 1971 zijn tweede soloalbum Imagine afleverde, wat inmiddels in de boeken staat als zijn meest toegankelijke en beste soloalbum
Imagine is misschien niet het bestverkochte John Lennon album, dat is het vlak voor zijn dood verschenen Double Fantasy, maar het is wel zijn meest succesvolle soloalbum en wat mij betreft ook zijn beste. Het is een behoorlijk toegankelijk album met een aantal ballads en een aantal wat uitbundiger klinkende songs, maar het is ook een zeer persoonlijk album met indringende teksten. Het einde van The Beatles was nog vers in 1971 en dat hoor je op het album, waarop John Lennon ook laat horen dat hij zich in muzikaal opzicht nog altijd ontwikkelde. Ik heb door de loop van de geschiedenis altijd meer met McCartney dan met Lennon gehad, maar Imagine is een mooi en indrukwekkend album.
Ik was tot voor kort echt nauwelijks bekend met het solowerk van John Lennon. Dat lijkt bijzonder, maar de Britse muzikant was al niet meer onder ons toen ik begon aan het ontdekken van het oeuvre van The Beatles, waardoor het logisch was om me hierna in eerste instantie te richten op het solowerk van de andere voormalige Beatles. Hierbij richtte ik me met name op het werk van Paul McCartney, dat ik wel volledig ken en koester.
Mijn eerste serieuze kennismaking met de muziek die John Lennon na het uit elkaar vallen van The Beatles maakte, is het samen met Yoko Ono gemaakte en wat mij betreft uitstekende Double Fantasy, dat door het noodlot dat hem trof helaas ook zijn zwanenzang werd. Vervolgens kwam ik niet veel verder dan een verzamelaar, maar de afgelopen maanden ben ik alsnog wat dieper in het oeuvre van de Britse muzikant gedoken.
Het oeuvre van John Lennon is door zijn vroege dood, deze maand alweer 45 jaar geleden, helaas beperkt van omvang en ik vind ook niet al zijn albums even goed. Als ik mijn favoriete John Lennon album moet kiezen twijfel ik tussen het wat experimentele Plastic Ono Band uit 1970 of voor het wat toegankelijkere Imagine uit 1971 (en ook Double Fantasy doet vanwege de herinneringen mee).
Imagine is natuurlijk vooral bekend van de inmiddels behoorlijk doodgedraaide maar nog steeds mooie en bijzondere titeltrack, maar het album heeft meer te bieden en wordt over het algemeen beschouwd als het beste soloalbum van John Lennon Daar kan ik me wel in vinden.
Het is een album met een aantal ballads en een aantal net wat stevigere songs en het is een album dat vergeleken met Plastic Ono Band wat toegankelijker klinkt, maar beide albums zijn behoorlijk heftige albums. Dat zijn ze zeker in tekstueel opzicht, want John Lennon ging na het uit elkaar vallen van The Beatles door diepe dalen en dat hoor je op Imagine.
De Britse muzikant maakt van zijn hart geen moordkuil en zingt over de therapie die hem verder moest helpen (How?, Oh My Love) en over de ontstane vete tussen Paul McCartney en hem (How Do You Sleep?), maar in de titeltrack fantaseert hij ook over wereldvrede en dat thema keert terug in I Don't Wanna Be A Soldier Mama).
Het album bevat met Imagine, Jealous Guy en Oh My Love een aantal piano ballads die goed aansluiten bij de singer-songwriter muziek van de vroege jaren 70, maar met Crippled Inside, It’s So Hard, I Don’t Wanna Be A Soldier Mama en How Do You Sleep? bevat het album ook een aantal stevigere tracks met invloeden uit de blues en een Beatlesque tintje. Gimme Some Truth is nog wat steviger en schuurt tegen de glamrock van de vroege jaren 70 aan, terwijl ik slottrack Oh Yoko nog altijd wat koddig vind.
Imagine werd geproduceerd door John Lennon, Yoko Ono (die echt een microfoonverbod had moeten krijgen) en Phil Spector, die slechts ten dele zijn stempel op het album kon drukken. Lennon zou later zeggen dat hij niet meer achter het wat commerciële geluid van Imagine stond, maar ik vind het geluid op het album mooi. Ook over goede muzikanten had John Lennon niet te klagen, want onder andere George Harrison, Nicky Hopkins, Klaus Voormann en drummers Alan White en Jim Keltner zijn te horen op het album, waaraan ook nog strijkers zijn toegevoegd.
Het blijft doodzonde dat John Lennon maar een beperkt aantal albums heeft kunnen maken. Wie weet wat voor bijzonders hij de afgelopen 45 jaar nog had afgeleverd, we zullen het nooit weten helaas. De paar albums die hij heeft gemaakt zijn het ontdekken echter zeker waard, met Imagine voorop. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Emmy d'Arc - Braving Fears (2025) 5,0
15 december 2025, 19:54 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Juliana Hatfield - Lightning Might Strike (2025) 4,0
15 december 2025, 19:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike
Juliana Hatfield brak door in de jaren 90, maar gaat naarmate de jaren vorderen steeds betere albums maken, wat ook weer op gaat voor het deze week verschenen en echt uitstekende Lightning Might Strike
Concurrentie heeft Juliana Hatfield deze week niet, want bijna niemand brengt twee weken voor het eind van het jaar een nieuw album uit. Het is goed nieuws voor de fans van de Amerikaanse muzikante en dat is een groep waar ik mezelf zeker toe reken. Juliana Hatfield had ooit het patent op gruizige indierock, maar ze verwerkt inmiddels wat meer invloeden uit de pop. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, zeker als de Amerikaanse muzikante ook nog harmonieën toevoegt, maar wat zijn de songs van Juliana Hatfield op Lightning Might Strike ook goed. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels een imposante stapel albums op haar naam staan en dit nieuwe album hoort absoluut bij de betere albums.
Ik had eerlijk gezegd geen interessante nieuwe releases meer verwacht nu het einde van het jaar snel nadert, maar een album van de Amerikaanse muzikante Juliana Hatfield is altijd iets om naar uit te kijken. Mijn eerste kennismaking met Juliana Hatfield stamt uit de late jaren 80, toen ze de band Blake Babies aanvoerde, maar mijn liefde voor haar muziek werd pas echt groot toen ze in de jaren 90 soloalbums ging maken.
Juliana Hatfield was in de jaren 90 niet de enige muzikante die stevige gitaren combineerde met bijna lieflijke zang, maar ze behoort wat mij betreft tot het allerbeste dat de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 heeft voortgebracht. Objectief maakte ze haar beste albums overigens in het huidige millennium, met In Exile Deo (2004), Made In China (2005) en het onder de naam The Juliana Hatfield Three gemaakte Whatever, My Love (2015) als persoonlijke favorieten.
Niet alles dat de Amerikaanse muzikante de afgelopen 25 jaar heeft uitgebracht was raak, zo heb ik wat minder met de albums die ze uitbracht met songs van Olivia Newton-John, The Police en E.L.O, maar albums met eigen en nogal politiek getinte songs als Weird uit 2019 en Blood (tot mijn grote verbazing niet besproken op de krenten uit de pop) uit 2021 waren juist erg sterk en moeten ook worden gerekend tot haar beste werk.
Heel veel jonge vrouwelijke muzikanten uit de indierock van het moment hebben zich stevig laten beïnvloeden door de muziek die Juliana Hatfield met name in de jaren 90 maakte, maar zelf is ze de afgelopen jaren wat opgeschoven in de richting van een meer pop en rock georiënteerd geluid dat eerder aansluit bij muziek uit een verder verleden dan bij de indierock van het moment.
De muzikante uit Massachusetts, die haar voormalige thuisbasis Boston inmiddels heeft verruild voor een plekje op het platteland, werkte twee jaar aan het deze week verschenen Lightning Might Strike, waarbij ze werd geholpen door een bassist en een drummer, die van afstand hun bijdragen aanleverden. De rest deed Juliana Hatfield zelf, inclusief de harmonieën.
Lightning Might Strike is getekend door de ziekte en het overlijden van dierbaren van Juliana Hatfield en is een album met het (nood)lot als centraal thema. In tekstueel opzicht is Lightning Might Strike (de broer van haar moeder werd op jonge leeftijd door de bliksem getroffen) een wat somber album, maar de songs van Juliana Hatfield klinken meestal behoorlijk opgewekt en dat is dit keer niet anders.
Zeker op haar vroege albums klonk de stem van de Amerikaanse muzikante nog erg meisjesachtig, maar de zang op Lightning Might Strike is echt uitstekend en heeft nog altijd het uit duizenden herkenbare geluid van Juliana Hatfield. Hier en daar hoor je nog flink wat flarden van de muziek die Juliana Hatfield in de jaren 90 maakte, maar Lightning Might Strike klinkt wat minder gruizig en sluit bovendien wat meer aan bij de popmuziek die vanaf de jaren 70 wordt gemaakt.
De muzikante uit Massachusetts liet op al haar recente albums horen dat ze een gelouterde en uitstekende songwriter is en ook op haar nieuwe album schudt ze de ene na de andere memorabele popsong uit de mouw. Ik gaf eerder al aan dat Juliana Hatfield in het huidige millennium haar beste albums heeft afgeleverd en Lightning Might Strike past qua niveau prima bij haar andere recente albums. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lily Talmers - It Is Cyclical, Missing You (2025)
12 december 2025, 19:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lily Talmers - It Is Cyclical, Missing You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lily Talmers - It Is Cyclical, Missing You
Lily Talmers maakt inmiddels al een aantal jaren albums en het zijn albums die wat tijd vragen van de luisteraar, maar uiteindelijk van hoge kwaliteit blijken, wat ook geldt voor het dit jaar verschenen It Is Cyclical, Missing You
De naam Lily Talmers deed niet direct een belletje rinkelen toen Spotify me It Is Cyclical, Missing You tipte, maar haar albums zagen er bekend uit. Ik heb in het verleden zeker geluisterd naar de albums van de Amerikaanse muzikante, maar ik kon niet zo goed uit de voeten met haar stem. Die weerhield me er in eerste instantie ook van om wat dieper in haar meest recente album te duiken, maar ik ben blij dat ik dat wel heb gedaan. Lily Talmers beschikt over een stem waaraan je even moet wennen, maar uiteindelijk ademt alles op It Is Cyclical, Missing You kwaliteit. En de stem is inderdaad slechts wennen, want inmiddels draagt ook deze voor mij bij aan de kwaliteit van het album.
De Amerikaanse singer-songwriter Lily Talmers had al drie albums en een mini-album op haar naam staan en voegde hier helemaal aan het begin van dit jaar nog een album aan toe. Ik heb de meeste albums van de muzikante uit Ann Arbor, Michigan, beluisterd, maar kwam er nooit goed uit wat ik nu precies vind van haar muziek.
Lily Talmers heeft absoluut veel te bieden. Ze schrijft aansprekende songs met vooral invloeden uit de folk en het zijn bijna altijd zeer persoonlijke en intieme songs die met veel gevoel worden vertolkt. Het zijn songs die sober maar zeer smaakvol zijn ingekleurd en die ondanks het sobere karakter veel moois laten horen.
Tot zover klinkt het allemaal zeer positief, maar Lily Talmers beschikt over een stem waarvan je moet houden en zingt op een manier die je moet aanspreken. Ik had, zeker in het verleden, associaties met de zang van Joni Mitchell, die ik lang niet altijd mooi vind, waardoor ik de albums van de Amerikaanse muzikante uiteindelijk liet liggen.
Ik heb het begin dit jaar verschenen album van Lily Talmers om dezelfde reden ook laten liggen, maar vorige week kwam It Is Cyclical, Missing You toch nog eens voorbij en dit keer raakte de Amerikaanse muzikante me wel met haar zang. Lily Talmers beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en varieert flink met de toonhoogte, wat ik niet altijd mooi vind.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de zang van Adrianne Lenker van Big Thief en dat is zang die ik langzaam maar zeker steeds meer ben gaan waarderen. Dat heeft ook vast geholpen bij het leren waarderen van de zang van Lily Talmers, die overigens wel minder onvast klinkt dan de zangeres van Big Thief.
De bijzondere zang van de muzikante uit Michigan zorgt er misschien voor dat haar songs zich niet heel makkelijk opdringen, maar de stem van Lily Talmers zorgt wel voor een duidelijk eigen geluid en het is een geluid waar het gevoel en de emotie van af spatten. Dat past uitstekend bij de songs op het album, die ook wat melancholisch of zelfs wat weemoedig van aard zijn.
Het klinkt af en toe behoorlijk heftig of minstens zwaar aangezet en dat effect wordt versterkt door de muziek op het album. Het is muziek die over het algemeen genomen ingetogen en folky is, maar zeker wanneer strijkers worden ingezet, wordt de nodige dramatiek toegevoegd aan het geluid op It Is Cyclical, Missing You.
Het is een verrassend veelzijdig geluid, want op subtiele wijze verkent Lily Talmers verschillende uithoeken van de folk, variërend van wat psychedelische folk uit de jaren 60 tot de folkrock georiënteerde songs van Adrianne Lenker en haar band.
Ik ben er inmiddels ook achter dat je even moet wennen aan de songs op It Is Cyclical, Missing You. Nu ik vaker heb geluisterd naar het album zit de stem van Lily Talmers me minder in de weg en ik vind de zang op haar nieuwe album nu zelfs mooi. Ze is bovendien een getalenteerd songwriter en slaagt er in om een geluid te creëren dat anders klinkt dan alles dat er al is en dat is knap in dit overvolle genre.
Het is dan ook jammer dat er relatief weinig aandacht is voor de albums van de singer-songwriter uit Ann Arbor, want ook haar vorige albums steken in kwalitatief opzicht absoluut boven het maaiveld uit. Mijn advies: neem even de tijd voor de muziek van Lily Talmers. Uiteindelijk gaat ze je overtuigen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lera Lynn - Comic Book Cowboy (2025) 5,0
11 december 2025, 21:59 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women) (2025) 5,0
11 december 2025, 21:59 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Marta Arpini - Tender Superpower (2025) 5,0
11 december 2025, 21:59 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Lorde - Virgin (2025) 5,0
11 december 2025, 21:58 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Audrey Hobert - Who's the Clown? (2025) 4,5
11 december 2025, 21:11 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Hatchie - Liquorice (2025) 3,5
11 december 2025, 20:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hatchie - Liquorice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hatchie - Liquorice
De Australische muzikante Hatchie leek op haar vorige album nog vooral te kiezen voor de pop, maar slaat op haar nieuwe album Liquorice weer net wat andere wegen in met een fraai album als resultaat
Er zijn popzangeressen die me met iedere nieuwe song moeiteloos inpakken, maar er zijn er ook waarvoor ik veel meer tijd nodig heb. Hatchie valt in de laatste categorie. De Australische muzikante maakte twee prima albums die me op een of andere manier maar niet wisten te overtuigen en met Liquorice leek hetzelfde te gebeuren. Gelukkig draaide het op het juiste moment om, want het derde album van de Australische muzikante is echt een uitstekend album. Het is een album met een mix van invloeden uit de jaren 80 en 90 en invloeden uit het heden en het is een album vol aansprekende songs. Het duurde even voor ik het door had, maar Hatchie kan absoluut wat.
Het was de afgelopen vier weken steeds hetzelfde album dat als allerlaatste afviel voor een plekje op de krenten uit de pop. Het gaat om Liquorice van de Australische popster Hatchie, dat deze week dan alsnog mijn selectie haalde en zeker niet met de hakken over de sloot. Het was niet de eerste keer dat ik lang twijfelde over de muziek van de Australische muzikante, want ruim drie jaar geleden twijfelde ik ook al weken over Giving The World Away, het tweede album van Hatchie.
Op dat album twijfelde Hatchie misschien net wat teveel tussen pop en dreampop met een vleugje shoegaze, al was er niet veel aan te merken op de productie van de van Olivia Rodrigo en Chappell Roan bekende Daniel Nigro en Jorge Elbrecht, die onder andere werkte met Caroline Polachek, Japanese Breakfast en Sky Ferreira. Ook de songs en de zang van Hatchie waren op Giving The World Away overigens dik in orde.
Ik begrijp wel nog steeds waarom ik twijfelde over het vorige album van Hatchie, overigens het alter ego van Harriette Pilbeam, maar ik begrijp niet zo goed waarom haar nieuwe album de afgelopen weken steeds buiten de boot viel. Ook op Liquorice verwerkt de muzikante uit Melbourne invloeden uit de pop en invloeden uit de dreampop en shoegaze, maar het nieuwe album van Hatchie hinkt wat mij betreft niet op twee gedachten en is in muzikaal opzicht een stuk interessanter dan het vorige album.
De Australische muzikante koos dit keer voor Melina Duterte, beter bekend onder de naam Jay Som, als producer. Het zorgt er voor dat invloeden uit de pop wat aan terrein hebben verloren, maar Liquorice klinkt ook zeker niet als een doorsnee dreampop album.
Het overigens door Alex Farrar (Wednesday) gemixte album sluit hier en daar aan bij de indiepop en indierock van het moment, maar ik hoor ook flarden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt en het album heeft af en toe ook een bijzondere jaren 80 vibe, waarin onder andere invloeden van Cocteau Twins zijn te horen.
Hatchie probeerde met haar vorige album nog aansluiting te vinden bij de grote popsterren van dat moment, maar kiest op Liquorice voor een andere en wat eigenzinnigere weg. Op hetzelfde moment maakt Hatchie ook op haar nieuwe album lekker in het gehoor liggende popsongs, die een breed publiek moeten kunnen aanspreken.
Ik probeer nog steeds te achterhalen waarom ik in eerste instantie toch wat twijfelde over het album, maar kom daar niet goed achter. Het heerlijk volle geluid op het album spreekt me absoluut aan, zeker wanneer het lekker galmt, en ook de invloeden die Hatchie verwerkt passen goed in mijn muzikale straatje. De muzikante uit Melbourne is bovendien een prima zangeres en heeft in Jay Som een interessante muzikale metgezel gevonden.
Het album slaat ook nog eens op fraaie wijze een brug tussen enerzijds muziek uit de jaren 80 en 90 en anderzijds muziek uit het heden. Het is hierdoor misschien wat minder makkelijk om de muziek van Hatchie te plaatsen, maar voor liefhebbers van alle genoemde genres is Liquorice een aangename en interessante cocktail, die maar moeilijk is te weerstaan. En het is ook nog eens een album dat steeds beter wordt, waardoor mijn oorspronkelijke twijfel echt als sneeuw voor de zon is verdwenen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lotte Kestner - Covers Vol. 3 (2025) 4,0
10 december 2025, 19:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lotte Kestner - Covers Vol. 3 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lotte Kestner - Covers Vol. 3
Lotte Kestner, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Anna-Lynne Williams, heeft de afgelopen jaren een voorkeur voor het vertolken van songs van anderen en dat doet ze ook op het derde deel van Covers weer prachtig
Albums met uitsluitend covers, ik ben er meestal niet gek op en ook als ik ze wel mooi vind luister ik er maar zelden naar. Momenteel ben ik echter behoorlijk in de ban van het nieuwe album van Lotte Kestner. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels drie albums met uitsluitend songs van anderen afgeleverd en de derde is nog wat mooier en indrukwekkender dat zijn twee voorgangers. Het vertolken van songs van anderen leidt vaak tot versies die me uiteindelijk minder dierbaar zijn dan de originelen, maar Lotte Kestner slaagt er in om eigen songs te maken van de songs van anderen. Het zijn versies om te koesteren en dat is een waanzinnig knappe prestatie.
De Amerikaanse muzikante Anna-Lynne Williams maakt sinds het uit elkaar vallen van haar vorige band Trespassers William muziek onder de naam Lotte Kestner en dat doet ze inmiddels al geruime tijd. De muzikante uit Seattle heeft een aantal prachtige albums op haar naam staan, waarvan ik met name The Bluebird Of Happiness uit 2013 en Off White uit 2017 koester.
Dat laatste album is ook meteen haar laatste min of meer reguliere album, maar dat betekent niet dat Anna-Lynne Williams de afgelopen jaren stil heeft gezeten. Er verscheen de afgelopen jaren een imposant stapeltje albums, maar het waren allemaal albums die bij andere muzikanten als ‘tussendoortjes’ zouden worden beschouwd.
Zo werd het werk van Trespassers William deels opnieuw uitgevonden en verscheen een album met verloren songs. Het was allebei prachtig, maar nog wat indrukwekkender vind ik de albums met songs van anderen die de afgelopen jaren zijn verschenen. Afgelopen week verscheen Covers Vol. 3, nadat in 2020 Covers Vol. 2 was verschenen en in 2015 Covers. Dat laatste album kwam ik pas tegen toen in 2017 Off White verscheen, maar het tweede deel in de serie heb ik gemist.
Nu moet ik wel direct zeggen dat ik over het algemeen genomen geen groot fan ben van albums met uitsluitend songs van anderen. Zeker als het gaat om relatief bekende songs zijn de originele versies in de meeste gevallen beter of zijn ze me in ieder geval dierbaarder dan de nieuwe interpretaties. Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van Covers Vol. 3, maar wat is het een prachtig album.
Lotte Kestner vertolkt op het album een aantal van haar favoriete songs en het kan alle kanten op. Ze vertolkt songs uit de alternatieve hoek van onder andere Elliott Smith, Beirut, Cigarettes After Sex en Damien Jurado, maar is ook niet vies van songs van grote namen als Kate Bush, The Hollies, Simon & Garfunkel, Radiohead en The Weeknd.
Van songs als Wuthering Heights van Kate Bush, The First Time Ever I Saw Your Face van Roberta Flack en The Air That I Breathe van The Hollies kun je inmiddels misschien maar beter afblijven, maar het is knap hoe Lotte Kestner haar eigen songs maakt van songs die onlosmakelijk zijn verbonden met de vertolkers van het origineel.
De Amerikaanse muzikante doet dit in de meeste gevallen door de songs terug te brengen tot de essentie en vervolgens te voorzien van sobere maar zeer smaakvolle arrangementen en klanken. Het zorgt er al voor dat het origineel in de meeste gevallen ver weg is en dat wordt nog wat meer benadrukt door de zang, die echt bijzonder mooi is. Anna-Lynne Williams zingt met heel veel gevoel, waardoor de songs op Covers Vol. 3 nog meer haar eigen songs worden.
Na Covers Vol. 3 heb ik ook de vorige twee delen er nog eens bij gepakt en ook die zijn zeer de moeite waard. Het is knap hoe uitgekauwde songs als onder andere Dreams van Fleetwood Mac, Enjoy The Silence van Depeche Mode en Dancing In The Dark van Bruce Springsteen wonderschone Lotte Kestner songs worden. En geweldig hoe ze een songs als Eyes Without A Face van Billy Idol omtovert tot de fraaie folksong die er in zit en dat is maar een van talloze voorbeelden.
Natuurlijk zou ik graag weer eens nieuwe muziek van Lotte Kestner horen, maar het vertolken van songs van anderen is ook een kunst en het is een kunst die de Amerikaanse muzikante echt tot in de perfectie beheerst. Ook Covers Vol. 4 kan daarom bij voorbaat op mijn warme sympathie rekenen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Smerz - Big City Life (2025) 4,5
9 december 2025, 17:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Smerz - Big city life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Smerz - Big city life
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork maakt dit jaar hele bijzondere keuzes in haar jaarlijstje, maar met het eigenzinnige popalbum van het Noorse duo Smerz heeft de eigenzinnige website het bij het juiste eind
Big city life van Smerz deed het afgelopen voorjaar volgens mij niet heel veel in Nederland, maar met name in de Verenigde Staten kon het Noorse duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt rekenen op positieve recensies. Pitchfork was haar recensie nog niet vergeten en riep het album van Smerz vorige week uit tot het popalbum van 2025. Ik hoorde het in eerste instantie niet, maar als je de tijd neemt voor de muziek van het tweetal uit Oslo valt er veel op zijn plek. Smerz maakt eigenzinnige en soms bijna minimalistische popmuziek, maar de songs van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt hebben ook iets aanstekelijks. Ik had tot deze week nog nooit van Smerz gehoord, maar ik heb wel wat met dit album.
Het is december en dus worden we momenteel overspoeld door een vloedgolf aan jaarlijstjes. Er zijn altijd een paar jaarlijstjes waar ik met speciale belangstelling naar uitkijk en het jaarlijstje van Pitchfork is er een van. De Amerikaanse muziekwebsite heeft er dit jaar een bijzonder lijstje van gemaakt met een top 10 waarin maar liefst zeven albums staan die ik niet ken, wat enigszins oncomfortabel voelt, maar ook de fantasie prikkelt.
Pitchfork heeft ook een lijst gemaakt met uitsluitend popalbums, maar ook hierin kom ik nogal wat onbekende albums tegen. Het is ook een wat wonderlijke lijst, want de rangorde in de lijst met popalbums is niet consistent met de lijst waarin alle genres zijn vertegenwoordigd. Het zorgt voor een, in ieder geval voor mij, hele bijzondere nummer één, want Pitchfork kiest het voor mij totaal onbekende Big city life van Smerz als beste popalbum van 2025.
Pitchfork opent haar aanprijzing van het album met de volgende zin: “Possibility, aspiration, fantasy: These are the currencies of pop music, and Smerz are making their own mint.” Hierna volgen nog een aantal alinea’s tekst waar ik geen touw aan vast kan knopen, maar dat Smerz geen dertien in een dozijn popmuziek maakt was me vervolgens wel duidelijk.
Smerz is een Noors duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt. De twee schreven de songs op Big city life en tekenden ook voor de uitvoering en de productie. Het is zo ongeveer alle info die is te vinden op de bandcamp pagina van het tweetal uit Oslo, dat naar verluidt een groot deel van de tijd in Kopenhagen doorbrengt.
Big city life doet het goed op een aantal eigenzinnige muziekwebsites, waaronder die van Pitchfork, maar heeft verder niet heel veel aandacht gekregen. Het is dan ook geen album dat in één adem kan en zal worden genoemd met de grote popalbums van 2025. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt maken niet de makkelijkste muziek en maken bovendien muziek die constant van kleur verandert, waardoor de muziek van Smerz weinig houvast biedt.
Het album opent met minimalistische elektronica en de wat onderkoelde zang van de twee, waarna een piano wordt toegevoegd. In de tweede track wordt een bijzonder ritme en wat ruis op de achtergrond gecombineerd met zang en wederom klinkt het wat minimalistisch. Toch begrijp ik wel dat Pitchfork het album van Smerz als pop bestempeld, want de songs van het Noorse tweetal klinken misschien bijzonder, maar zijn zeker niet ontoegankelijk.
Ik moest absoluut wennen aan de songs van Smerz, die deels met elektronica en deels met organische instrumenten zijn ingekleurd, maar eenmaal gewend aan de bijzondere klanken, de bijzondere songstructuren en de zang van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt begon ik te horen wat Pitchfork hoort in Big city life.
Het is knap hoe het tweetal met beperkte middelen maximaal effect weet te sorteren en het is minstens even knap hoe ritmes, elektronica piano een geheel vormen en prachtig samenvloeien met de zang. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt gaan met dit album niet de wereld veroveren, maar liefhebbers van popmuziek die anders klinkt dan de mainstream popmuziek van het moment vinden veel van hun gading op dit bijzondere album.
Luister net een keer meer dan je eigenlijk van plan bent en alles valt op zijn plek, waarna de bijzondere songs van Smerz opeens hopeloos verslavend kunnen zijn. Dat heeft Pitchfork toch weer knap gehoord, zoals zo vaak. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Dove Ellis - Blizzard (2025) 4,5
9 december 2025, 07:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dove Ellis - Blizzard - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dove Ellis - Blizzard
Blizzard van de Ierse muzikant Dove Ellis staat door een wat onhandig getimede release nog in geen enkel jaarlijstje, maar daar hoort het in muzikaal maar vooral in vocaal opzicht opzienbarende album zeker in thuis
Zonder een bijzonder lovende recensie van The Guardian zou het debuutalbum van de Ierse muzikant Dove Ellis waarschijnlijk aan mijn aandacht zijn ontsnapt. Voor nu dan, want Blizzard moet bedolven gaan worden onder de jubelrecensies. Dove Ellis maakt op zijn debuutalbum muziek die varieert van ingetogen folk tot rock en het is muziek die fraai is ingekleurd met invloeden die met zevenmijlslaarzen door de tijd stappen. Het album wordt vervolgens mijlenver opgetild door de opzienbarende stem van de Ierse muzikant. Het is een stem die allerlei associaties oproept en al deze associaties vervolgens combineert in een geluid dat je compleet van je sokken blaast.
Ik was de naam Dove Ellis nog niet eerder tegen gekomen, maar er doken de afgelopen dagen een aantal bijzonder positieve recensies op van zijn debuutalbum Blizzard. In deze recensies wordt de muziek van de Ierse muzikant onder andere vergeleken met die van Tim Buckley, Jeff Buckley, Nick Drake, Van Morrison, Thom Yorke en Rufus Wainwright. Het maakte me absoluut nieuwsgierig naar het eerste album van Dove Ellis en die nieuwsgierigheid werd verder aangewakkerd door een vijfsterren recensie van de Britse kwaliteitskrant The Guardian, die Blizzard een glorieus debuut noemt.
Ik had niet veel tijd nodig om tot dezelfde conclusie te komen als de Britse krant, want Blizzard van Dove Ellis is in meerdere opzichten een fascinerend album. Zeker wanneer je het album voor het eerst hoort gaat alle aandacht uit naar de unieke stem van de Ierse singer-songwriter. De stem van Dove Ellis doet in eerste instantie vooral denken aan die van Jeff Buckley, maar ook Tim Buckley, Rufus Wainwright en Thom Yorke zijn nooit ver weg.
De stem van de Ierse muzikant treedt nadrukkelijk op de voorgrond en voorziet zijn songs van het nodige drama. Het zorgt voor een sfeer die af en toe wel wat doet denken aan die op Jeff Buckley’s meesterwerk Grace, maar Dove Ellis heeft ook een duidelijk eigen geluid. In een aantal van de wat zwaarder aangezette koortjes heb ik voorzichtige associaties met Queen, maar de wat meer ingetogen songs hebben ook wel wat van Nick Drake, wat iets zegt over de veelzijdigheid van de zang.
Ik vind de zang van Dove Ellis hier en daar op het randje, zeker wanneer ik naar mijn smaak net wat teveel pathos en bombast hoor, maar de Ierse muzikant beschikt absoluut over een geweldige stem, die het grootste deel van de 34 minuten die Blizzard bijzonder makkelijk overtuigt.
Het is de zang die het eerst in het oor springt bij beluistering van het debuutalbum van Dove Ellis, maar ook in muzikaal opzicht heeft de Ierse muzikant een bijzonder intrigerend album afgeleverd. Blizzard grijpt in flink wat songs terug op invloeden uit de jaren 70, maar slaat ook makkelijk een brug naar de jaren 90, waarbij hij makkelijk schakelt tussen Jeff Buckley, Radiohead en Rufus Wainwright.
Dove Ellis kan overweg met ingetogen folk, maar gaat ook moeiteloos aan de haal met invloeden uit de Keltische muziek (wat de vergelijking met Van Morrison oplevert), tijdloze singer-songwriter muziek of indierock. Blizzard is voorzien van een redelijk vol geluid, waarin de nodige instrumenten voorbij komen. Het is een geluid dat is voorzien van veel bijzondere wendingen en steeds weer iets nieuws laat horen.
Het is een geluid dat vaak tijdloos klinkt, tot de waanzinnige stem van Dove Ellis zijn debuutalbum voorziet van een unieke handtekening. Het levert wat mij betreft terecht een aantal jubelrecensies, maar het is ook nog veel te stil rond een album dat inderdaad en glorieus debuutalbum moet worden genoemd.
De timing van Blizzard is natuurlijk zeer ongelukkig. De jaarlijstjes domineren momenteel de muziekmedia, waardoor er weinig aandacht is voor nieuwe albums. Hopelijk wordt het debuutalbum van Dove Ellis de komende maanden nog wel opgepikt, want Blizzard zou de start kunnen zijn van een prachtige carrière, wanneer deze niet al in de knop wordt gebroken. Ik heb mijn jaarlijstje gelukkig nog niet gemaakt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Melody's Echo Chamber - Unclouded (2025) 4,0
8 december 2025, 20:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Melody's Echo Chamber - Unclouded - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Melody's Echo Chamber - Unclouded
De Franse band Melody’s Echo Chamber overtuigt ook op haar nieuwe album Unclouded weer met psychedelische klanken die herinneren aan de muziek die Serge Gainsbourg in een inmiddels ver verleden maakte
Iedere keer als ik luister naar Unclouded van Melody’s Echo Chamber ben ik even vergeten dat het buiten guur en donker is. De band rond boegbeeld Melody Prochet maakte op haar vorige albums al zoete en verleidelijke muziek, maar doet er op Unclouded nog een schepje bovenop. De heerlijke gitaarloopjes die we kennen van de band worden gecombineerd met zweverige elektronica, stemmige strijkers en een stevige aangezette ritmesectie, die de muziek van de band voorziet van jazzy impulsen. Hier boven op komt de buitengewoon verleidelijke stem van Melody Prochet, wiens stem de muziek van Melody’s Echo Chamber voorziet van een onweerstaanbaar lekkere zweverigheid.
Melody’s Echo Chamber ontstond in 2012 nadat de Franse muzikante Melody Prochet met haar band Bee’s Garden in het voorprogramma had gestaan van de Australische band Tame Impala. Tame Impala voorman Kevin Parket ontfermde zich over de Franse muzikante en had een flinke vinger in de pap op het in 2012 verschenen titelloze debuutalbum van Melody’s Echo Chamber. Sindsdien heb ik wel wat met de muziek van de Franse band, die deze week met Unclouded haar vierde album heeft uitgebracht (het vorig jaar verschenen Unfolded tel ik vanwege de speelduur van slechts 20 minuten niet mee als album).
De Franse band maakte op haar debuutalbum muziek die was te omschrijven als psychedelische dreampop, met onder andere Lush en Beach House als vergelijkingsmateriaal. Het tweede album liet door een ongeval van Melody Prochet lang op zich wachten, maar het in 2018 verschenen Bon Voyage overtrof wat mij betreft het debuutalbum met een spannend en veelkleurig geluid.
Op het in 2022 verschenen Emotional Eternal klonk Melody’s Echo Chamber weer net wat anders en liet het zich ondanks de grotendeels Engelstalige songs duidelijker beïnvloeden door de Franse popmuziek uit het verleden, met het fantastische oeuvre van Serge Gainsbourg voorop.
De band uit Parijs voegt met Unclouded nog een half uur prachtige muziek toe aan haar oeuvre en het is wederom muziek die net wat anders klinkt dan we van de band gewend zijn. Ik vind een album van een half uur persoonlijk aan de korte kant, maar het is tegenwoordig zeker geen uitzondering meer en bovendien is Unclouded wel een half uur bijzonder mooi.
In de openingstrack The House That Doesn’t Exist hoor je direct weer de invloeden van Serge Gainsbourg, die op het vorige album ook al opdoken. Ik denk dat de Franse grootheid het nieuwe album van Melody’s Echo Chamber zeker had kunnen waarderen en Melody Prochet graag als muze had gehad.
Als ik het nieuwe album van Melody’s Echo Chamber vergelijk met de drie vorige albums hoor ik absoluut raakvlakken, maar Unclouded klinkt wel wat zoeter en verleidelijker dan zijn voorgangers. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat minder ruw, wat je vooral hoort in de gitaarlijnen, en zijn hier en daar strijkers toegevoegd.
De muziek van de Franse band is nog altijd psychedelisch en af en toe hoor ik ook wel wat invloeden uit de dreampop, maar de muziek op Unclouded is ook eigenzinnig. Wat vooral opvalt zijn de wat springerige en stevig aangezette ritmes in een deel van de songs. Het geeft de songs van Melody’s Echo Chamber een jazzy touch, die ook weer herinnert aan de muziek die Serge Gainsbourg in de jaren 60 en 70 maakte.
In de muziek wordt al flink met stroop gesmeerd met fraaie gitaarloopjes en sfeervolle strijkers, maar Melody Prochet doet er nog een schepje bovenop met werkelijk honingzoete zang. Het had net wat zoeter en verleidelijker geklonken wanneer ze alleen in het Frans had gezongen, maar goed. Het neigt nu af en toe al naar net wat te zoete klanken, maar wat doet het ook lekker op de donkere en grauwe dagen van het moment. Op de achtergrond kabbelt Unclouded bijzonder aangenaam voort, maar het is ook een album dat tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Wat is dit toch een leuke band. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Xan Tyler & Dusty Stray - Home (2025) 4,0
Alternatieve titel: 2025, 8 december 2025, 07:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home
De Amerikaanse muzikant Jonathan Brown maakt al heel wat jaren uitstekende albums onder de naam Dusty Stray en werkt op het nieuwe album Home samen met Xan Tyler, wat een sober maar mooi album oplevert
Ik moet iedere keer weer gewezen worden op nieuwe muziek van de in Amsterdam wonende Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, maar de albums die hij maakt onder de naam Dusty Stray stellen me nooit teleur. Op het vorige maand verschenen Home werkt Jonathan Brown als Dusty Stray samen met de Schotse muzikante Xan Tyler en dat levert een fraai album op. Het is een sober of zelfs Spartaans klinkend album, waarop naast de stemmen van de twee vooral een akoestische gitaar is te horen. Home klinkt hierdoor als een folkalbum en het is een folkalbum van het intieme en spaarzaam ingekleurde soort. Er zijn niet veel muzikanten die een album als Home durven te maken, maar Dusty Stray en Xan Tyler doen het op zeer geslaagde wijze.
Dusty Stray is inmiddels al heel wat jaren een vaste gast op de krenten uit de pop. Het project van de Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, die overigens al vele jaren in Amsterdam woont, maakte de afgelopen zestien jaar zes uitstekende albums, met Estranged uit 2018 en Fire Place uit 2023 als mijn favoriete albums, maar de andere albums van Dusty Stray doen er nauwelijks voor onder.
De muziek van Dusty Stray is over het algemeen folky en vaak wat melancholisch van aard, maar Jonathan Brown voorziet zijn songs ook altijd van fraaie arrangementen, die ik in mijn recensie van zijn vorige album omschreef als afwisselend Dylanesque en Beatlesque. De albums van Dusty Stray worden helaas nog altijd niet in brede kring opgemerkt, maar als ze worden opgepikt krijgt de Amerikaanse muzikant lovende recensies en terecht.
Omdat de muziek van Dusty Stray ook na zes albums nog relatief onbekend is, zie ik nieuwe albums makkelijk over het hoofd, maar gelukkig houdt Jonathan Brown me sinds jaar en dag op de hoogte van zijn muzikale verrichtingen. Niet zo lang geleden kwam hij weer op de lijn vanwege de release van het zevende album van Dusty Stray. Home verscheen een maand geleden en is een album dat weer iets moois toevoegt aan het fraaie oeuvre van de Amerikaanse muzikant.
Het is overigens geen album van Dusty Stray alleen, want de van oorsprong Texaanse muzikant maakte zijn nieuwe album samen met de Schotse muzikante Xan Tyler, die ook met haar naam op de cover staat. Jonathan Brown en Xan Tyler begonnen met het gezamenlijk muziek maken tijdens de coronapandemie, toen ze elkaar muziek stuurden en dit combineerden tot songs.
Home ligt door de samenwerking met Xan Tyler maar deels in het verlengde van de vorige albums van Dusty Stray. Dat hoor je natuurlijk in de zang, waarin de stemmen van de twee muzikanten worden gecombineerd. De stemmen van Xan Tyler en Jonathan Brown passen prachtig bij elkaar en weten elkaar te versterken.
Veel meer dan hun stem hebben de twee niet nodig, want Home is uiterst spaarzaam ingekleurd met het grootste deel van de tijd alleen een akoestische gitaar. Ik hou zelf wel van een wat voller geluid en een uit meerdere lagen bestaande productie, maar ik ben desondanks zeer gecharmeerd van het album van Xan Tyler en Dusty Stray.
Het is niet zo eenvoudig om met slechts een akoestische gitaar en twee stemmen indruk te maken, maar de Schotse muzikante en de Amerikaanse muzikant doen het. Ondanks het sobere en pure karakter van de songs op Home is het album bovendien zeker niet eenvormig en het is ook absoluut geen album dat je na één keer beluisteren wel gehoord hebt.
Jonathan Brown vermaakte op het vorige album van Dusty Stray nog met mooie arrangementen, maar heeft de songs op Home samen met zijn Schotse metgezel teruggebracht tot de essentie. Het levert een puur en intiem album op, dat misschien niet heel makkelijk de aandacht trekt, maar dat absoluut de moeite waard is.
Ik ben heel benieuwd hoe de stemmen van de twee het doen in wat voller gekleurde songs, zoals die op het vorige album van Dusty Stray, maar dit sobere uitstapje misstaat absoluut niet in het oeuvre van Dusty Stray en het is een oeuvre dat zo langzamerhand wel wat meer bekendheid verdient. Misschien handig om als nieuwkomer eerst naar de vorige twee albums te luisteren, maar vergeet Home vervolgens zeker niet. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Robert Wyatt - Rock Bottom (1974) 4,5
7 december 2025, 20:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robert Wyatt - Rock Bottom (1974) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Robert Wyatt - Rock Bottom (1974)
De Britse muzikant en voormalig Soft Machine drummer Robert Wyatt kwam in 1973 in een rolstoel terecht na een ongeval, maar zat niet bij de pakken neer en maakte het lastig te doorgronden maar ook mooie Rock Bottom
Toen ik Rock Bottom heel lang geleden voor de eerste keer hoorde kon ik er echt niets mee. Dat is heel lang zo gebleven, maar uiteindelijk is het kwartje toch nog gevallen. Robert Wyatt maakte het album na een zwaar ongeval, dat op Rock Bottom deels wordt verwerkt. Het album bevat invloeden uit de Canterbury scene, progrock, jazzrock, psychedelica en avant-garde en verwerkt al deze invloeden in een bijzonder geluid dat soms ontroerend mooi is, maar ook behoorlijk experimenteel kan zijn. Het tweede soloalbum van Robert Wyatt is zeker geen makkelijk album, maar neem er de tijd voor en de bijzondere schoonheid komt langzaam maar zeker aan de oppervlakte.
Er is een tijd geweest dat ik gek was op progrock, of symfonische rock zoals het toen werd genoemd. Het is een jeugdliefde, of jeugdzonde, waar ik veel tijd in heb gestoken, want toen ik alle grote albums in het genre had beluisterd, ging ik op zoek naar albums die raakten aan het genre. Dat deed ik in het pre-Internet tijdperk allemaal met behulp van OOR’s popencyclopedie en een Brits boekwerk waarvan ik de naam ben vergeten.
Een van de albums die ik op deze manier ontdekte was Rock Bottom van de Britse muzikant Robert Wyatt. Het is een album dat ik naar verluidt blind kon kopen en dat deed ik dan ook. Het album verdween echter al snel in de kast, want ik kon er ondanks een aantal pogingen geen chocola van maken. Ik kwam het album een paar weken geleden weer tegen in een lijstje met de beste albums van 1974 en was nieuwsgierig of ik nu wel uit de voeten zou kunnen met het meesterwerk van Robert Wyatt.
Robert Wyatt werd overigens bekend als drummer van de Britse band Soft Machine, maar begon aan het begin van de jaren 70 aan een solocarrière. Na de release van zijn eerste soloalbum viel hij tijdens een feestje uit een raam en sindsdien zit de Britse muzikant in een rolstoel. Drummen zat er niet echt meer in, maar dat hij nog steeds bijzondere muziek kon maken, liet hij horen op Rock Bottom.
Ik kon er inmiddels heel wat jaren geleden zoals gezegd echt niet mee uit de voeten, maar inmiddels hoor ik de schoonheid van het album, al gaat dat nog altijd niet vanzelf. Rock Bottom bevat zes lange tracks en werd geproduceerd door Pink Floyd drummer Nick Mason. Robert Wyatt haalde ook een aantal muzikale vrienden naar de Britse studio’s waar het album werd opgenomen, onder wie Richard Sinclair, Mike Oldfield en Fred Frith.
Als ik nu luister naar Rock Bottom hoor ik waarom het album halverwege de jaren 70 werd gelinkt aan symfonische rock, want hier en daar hoor je duidelijke overeenkomsten met de wat complexere progrock. Het is zeker niet het enige genre dat ik hoor op het album. Rock Bottom werd misschien nog wel steviger beïnvloed door muziek uit de Canterbury scene en bevat bovendien invloeden uit de psychedelica, de avant-garde en de jazzrock, zeker wanneer blazers worden toegevoegd.
Rock Bottom is bij vlagen een wonderschoon album met betoverend mooie klanken en bezwerende zang van Robert Wyatt. Het doet dan af en toe wel wat denken aan de muziek die Peter Gabriel maakte op zijn eerste soloalbum, maar Rock Bottom heeft ook een andere kant. De lange tracks op het album bieden ook flink wat ruimte aan het experiment en aan lange passages waarin het vooral om de textuur gaat en de standaard popsong heel ver uit het oog is verloren.
Ik vond het in eerste instantie oneerbiedig gezegd vooral een hoop gepiel, maar Rock Bottom komt beter tot zijn recht wanneer je de aandacht volledig op het album richt en de muziek van Robert Wyatt met enig geduld beluistert. Ik begrijp inmiddels volledig waarom ik lang geleden niets kon met het album, maar ik begrijp inmiddels ook waarom het album in 1974 kon rekenen op zeer positieve recensies en nog altijd wordt gezien als een meesterwerk of in ieder geval als een cultalbum. Het is bovendien een album dat meer dan 50 jaar na de release door de critici nog steeds hoog zou worden gewaardeerd, als het nu zou worden uitgebracht, wat op zijn minst bijzonder is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Alexandra Alden - When Is It Too Late? (2025) 4,0
7 december 2025, 12:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alexandra Alden - when is it too late? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alexandra Alden - when is it too late?
De muziek van de Maltese singer-songwriter Alexandra Alden is helaas nog altijd een goed bewaard geheim, maar haar nieuwe en echt prachtige album when is it too late? moet daar verandering in gaan brengen
Vier jaar geleden maakte ik kennis met de muziek van Alexandra Alden en het was liefde op het eerste gehoor. De Maltese maar destijds in Nederland woonachtige muzikante verraste met tijdloos klinkende songs met vooral invloeden uit de folk en imponeerde met haar bijzonder mooie stem. Het zijn ingrediënten die terugkeren op haar nieuwe album when is it too late?, dat minstens net zo mooi is als voorganger Leads To Love. De songs van Alexandra Alden klinken nog altijd tijdloos, maar ook absoluut eigentijds. De songs zijn sterk, de muziek prachtig, maar zodra Alexandra gaat zingen ben je definitief verkocht. Het is een nog wat anonieme release helaas, maar ach wat is het weer mooi.
Alexandra Alden werd geboren op Malta, maar studeerde een paar jaar geleden in Rotterdam aan het prestigieuze CODARTS. Ze debuteerde in 2018 met het album Wild Honey, maar ik maakte kennis met haar muziek toen ze in 2021 het met Nederlandse muzikanten gemaakte Leads To Love uitbracht. Het is een album dat volgens mij niet heel veel deed, maar het blijft een fantastisch album vol tijdloze popsongs.
Het zijn popsongs die zich absoluut hebben laten beïnvloeden door de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar Leads To Love bevat ook invloeden uit de jaren 80, zeker wanneer de songs op het album wat steviger klinken. Met de uitstekende songs en de fraaie inkleuring heeft Leads To Love al veel om van te houden, maar de meeste indruk maakt de waanzinnig mooie en zeer karakteristieke stem van de Maltese muzikante.
Leads To Love dook eind 2021 dan ook volkomen terecht op in mijn jaarlijstje en sindsdien heb ik nog vaak genoten van een album dat niet alleen zorgt voor totale ontspanning, maar ook voor heel veel muzikaal genot. Ik weet eigenlijk niet of Alexandra Alden nog steeds in Rotterdam woont en heb ook niet heel veel informatie over haar vorige week verschenen nieuwe album, maar gelukkig spreekt de muziek ook dit keer voor zich.
Het derde album van Alexandra Alden luistert naar de titel when is it too late? en het is net als zijn voorganger een album dat veel te bieden heeft. Misschien niet in kwantitatief opzicht, want het album bevat helaas slechts acht tracks en net iets meer dan een half uur muziek, maar in kwalitatief opzicht blinkt Alexandra opnieuw uit.
Openingstrack stone fruit (de Maltese muzikante houdt kennelijk niet van hoofdletters) is direct van een betoverende schoonheid. Het is in eerste instantie een betrekkelijk sober maar zeer smaakvol ingekleurde song met vooral invloeden uit de folk, maar de muziek klinkt naarmate de track vordert steeds wat voller.
Alexandra Alden slaagt er direct in om de aandacht te trekken met haar muziek, maar natuurlijk is er ook de stem die vier jaar geleden zoveel indruk maakte. Ook de zang op when is it too late? is weer bijzonder mooi en wist mij in ieder geval onmiddellijk te verleiden. Alexandra Alden zingt zacht, maar ook met veel expressie. Haar zuivere stem klinkt geschoold en is dat ook, maar de zang op het derde album van Alexandra Alden klinkt ook puur en oprecht.
De Maltese muzikante beschikt over een stem die er uit springt, maar ook haar songs zijn van hoog niveau. Het zijn, net als op het vorige album, songs die vaak herinneren aan singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar Alexandra geeft ook een eigen draai aan haar songs. Het zijn songs die mij heel makkelijk wisten te veroveren, want wat klinkt when is it too late? lekker, maar de songs van Alexandra Alden zijn ook knap in elkaar zittende pareltjes, die prachtig zijn ingekleurd door getalenteerde muzikanten.
Het album duurt misschien maar iets meer dan een half uur, maar blijft maar verrassen met prachtige muziek, fraaie vondsten en de wonderschone stem van de Maltese muzikante. Ik was meteen zeer gesteld op de nieuwe songs van Alexandra Alden, maar haar songs zijn ook songs die alleen maar beter worden wanneer je ze vaker hoort. Ze is eind januari te zien op een drietal kleine Nederlandse podia, maar een prachtalbum als when is it too late? verdient echt een veel groter podium. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Mavis Staples - Sad and Beautiful World (2025) 4,5
6 december 2025, 11:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World
Van de grote soulzangeressen uit het verleden zijn er inmiddels niet veel meer over, maar de inmiddels 86 jaar oude Mavis Staples heeft met Sad And Beautiful World een album voor de jaarlijstjes gemaakt
Mavis Staples stond al op haar tiende op het podium en is inmiddels dus al meer dan 75 jaar actief in de muziek. Het heeft een flinke stapel albums opgeleverd met The Staples Singers en als solomuzikant en het is een stapel die de afgelopen vijftien jaar is aangevuld met veel moois. Het vorige maand verschenen Sad And Beautiful World is misschien wel het mooiste recente album van de Amerikaanse zangeres. Dat is ook niet zo gek met een geweldige producer, een waslijst aan topmuzikanten en een prachtige selectie songs, maar Mavis Staples moest alles nog wel even inzingen. Dat doet de soulzangeres op leeftijd op prachtige wijze. Voor de uithalen ben je bij Mavis Staples inmiddels aan het verkeerde adres, maar wat heeft ze nog veel soul.
Mavis Staples vierde afgelopen zomer haar 86e verjaardag, maar gooide er vorige maand toch nog maar een album tegenaan. Sad And Beautiful World is de opvolger van het inmiddels zes jaar oude We Get By, dat ik destijds erg mooi vond. Mavis Staples, die vele decennia geleden al aan de weg timmerde met The Staple Singers, was toen ze haar vorige album uitbracht pas 79, maar inmiddels gaan de jaren tellen voor de Amerikaanse zangeres.
Ik heb Sad And Beautiful World vorige maand wel beluisterd, maar het album pakte me of een of andere manier niet. Ik vraag me echt af wat er met mijn oren aan de hand was of dat ik wel het goede album heb beluisterd, want toen ik Sad And Beautiful World naar aanleiding van de notering in meerdere jaarlijstjes deze week nogmaals beluisterde vond ik het album direct verpletterend mooi.
Mavis Staples is inmiddels misschien 86 jaar, maar haar stem is nog altijd prachtig. Natuurlijk heeft ze niet meer de power die ze in haar jonge jaren had, maar haar stem klinkt zeker niet versleten. Waar de meeste tachtigers piepen en kraken en hun teksten meer voordragen dan zingen, zingt Mavis Staples nog altijd fantastisch. Haar stem klinkt fraai doorleefd, maar er zit ook nog altijd veel soul in de stem van de Amerikaanse zangeres.
Meer dan de sterren van hemel zingen hoeft ze op haar nieuwe album niet, want al het andere is op Sad And Beautiful World in goede handen van topkrachten. Mavis Staples heeft een serie geweldige songs geselecteerd voor haar nieuwe album, waaronder songs van oude helden als Tom Waits, Leonard Cohen, Curtis Mayfield, maar ook helden van recentere datum als Gillian Welch, Kevin Morby en Allison Russell.
De meest opvallende track is wat mij betreft het titelnummer van het album, dat werd geschreven door Mark Linkous, de vijftien jaar geleden overleden voorman van Sparklehorse. Mavis Staples maakt er een indringende soulsong van en dat doet ze met alle songs op het album. De stem van de Amerikaanse muzikante is inmiddels behoorlijk laag geworden, maar raakt keer op keer een gevoelige snaar.
Met de zang van Mavis Staples zit het wel goed op het album en hetzelfde geldt voor de songs, maar ook in productioneel en muzikaal opzicht is Sad And Beautiful World een geweldig album. De productie van meesterproducer Brad Cook klinkt tijdloos, maar klinkt ook warm en past bovendien perfect bij de soulstem van Mavis Staples. Het laat nog maar eens horen dat hij een van de meest talentvolle producers van het moment is.
Ik denk dat er geen muzikant is die zou weigeren om op een door Brad Cook geproduceerd album van Mavis Staples te spelen en dat verklaart de zeer indrukkende lijst muzikanten die is te horen op het album. Met muzikanten als Buddy Guy, Derek Trucks, MJ Lenderman en Spencer Tweedy en gastvocalisten als Tré Burt, Sam Beam, Patterson Hood, Nathaniel Rateliff, Kara Jackson en Bonnie Raitt kan een album alleen maar fantastisch klinken en dat doet Sad And Beautiful World dan ook.
Mavis Staples heeft in de nadagen van haar carrière een serie uitstekende albums gemaakt en Sad And Beautiful World zou zomaar de mooiste van het stel kunnen zijn. Gezien het niveau van het album hoop ik dat het niet het laatste album van Mavis Staples is, want de meeste jonge soulzangeressen van het moment verbleken bij hetgeen dat Mavis Staples op haar 86e laat horen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maria Rodés - Lo Que Me Pasa (2025) 4,0
5 december 2025, 14:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa
ROSALÍA trekt momenteel wereldwijd de aandacht met haar album LUX, maar er wordt meer mooie en interessante muziek gemaakt in Spanje, zoals het zeer aangename, maar ook absoluut interessante Lo Que Me Pasa van Maria Rodés
Lo Que Me Pasa van Maria Rodés zou ik normaal gesproken nooit hebben beluisterd, maar het album werd me vanuit drie verschillende hoeken aangeraden. Ik was direct vatbaar voor de warme sfeer op het album en voor de zeer toegankelijke songs van de Spaanse muzikante, maar Maria Rodés heeft veel meer te bieden dan zonnige of zoete verleiding. Lo Que Me Pasa is een veelzijdig album met veel invloeden uit de Spaanse muziek, maar ook invloeden van buiten de Spaanse landsgrenzen hebben hun weg gevonden naar het album. De songs van Maria Rodés zijn toegankelijk, maar ook interessant. De zeer aangename stem van de Spaanse muzikante doet de rest.
Ik heb de afgelopen weken heel vaak naar de recent verschenen albums van ROSALÍA en Juana Molina geluisterd en dat zorgt er voor dat de algoritmes van de verschillende muziekdiensten en muziekwebsites me opeens opvallend veel Spaanstalige albums aanraden.
Nu bevinden de albums van ROSALÍA en Juana Molina zich al enigszins buiten mijn muzikale comfort zone en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de andere Spaanstalige albums die me de laatste tijd worden geadviseerd. Dat geldt op zich ook wel voor Lo Que Me Pasa van Maria Rodés, maar op een of andere manier ben ik verslingerd geraakt aan dit album.
Maria Rodés komt net als ROSALÍA uit Barcelona. Ze heeft al een stapeltje albums op haar naam staan en maakte voor ze begon aan haar solocarrière deel uit van een Spaanse folkband. Maria Rodés is dus zeker geen nieuwkomer, maar ik kan niet goed inschatten hoe populair ze in Spanje is, al weet ik zeker dat ze nog niet dezelfde status heeft als haar stadgenote ROSALÍA, die momenteel de hele wereld aan haar voeten heeft liggen.
Dat ligt voor Maria Rodés waarschijnlijk nog niet direct binnen bereik, maar dat de Spaanse muzikante ook buiten de landsgrenzen aandacht verdient is wat mij betreft zeker. Lo Que Me Pasa van Maria Rodés is immers een interessant en ook nog eens zeer aangenaam album.
Dat aangename zit hem in het warme karakter van de songs van de Spaanse muzikante. Laat Lo Que Me Pasa uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt met minstens enkele graden en in de meeste gevallen tot zomerse temperaturen. Vitamine D moet momenteel vooral uit een potje komen, maar volgens mij helpt het album van Maria Rodés ook. De Spaanse taal zorgt al voor extra zonnestralen, maat ook de vaak wat broeierige muziek op het album draagt bij aan de warmte en het gelukzalige gevoel dat Lo Que Me Pasa uitstraalt.
Een album uit Barcelona ontsnapt momenteel niet aan de vergelijking met ROSALÍA, maar Maria Rodés heeft zeker geen LUX gemaakt. In een van de tracks op haar nieuwe album zet ze wat meer strijkers en klassiek aandoende arrangementen in en is het laatste album van ROSALÍA in de buurt, maar over het algemeen genomen is Lo Que Me Pasa een popalbum.
Het is echter zeker geen doorsnee Spaans popalbum, want Maria Rodés laat op haar nieuwe album flink wat variatie horen. In een aantal songs schuurt ze dicht tegen de wat traditionelere Spaanse muziek aan, maar andere songs hebben een meer folky karakter of flirten met elektronische popmuziek en een vleugje R&B. Op het eind van het album gooit de muzikante uit Barcelona er ook nog een flinke dosis invloeden uit de Braziliaanse muziek bij, wat Lo Que Me Pasa nog wat veelzijdiger maakt.
Het nieuwe album van Maria Rodés klinkt veertien songs lang bijzonder aangenaam, maar er valt ook veel bijzonders te ontdekken in haar songs. Onder de zonnestralen zitten vaak bijzondere arrangementen en fraaie accenten verstopt en dan is er ook nog eens de vaak wat zachte maar ook warm klinkende stem van Maria Rodés, die de verleiding van haar nieuwe album compleet maakt. Ook de komende weken krijg ik vast handige algoritmes langs die me Spaanstalige muziek aanraden, maar een album van het hoge niveau van Lo Que Me Pasa van Maria Rodés verwacht ik niet. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Iona Zajac - Bang (2025) 4,5
4 december 2025, 21:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Iona Zajac - Bang - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Iona Zajac - Bang
De Schotse muzikante Iona Zajac speelde eerder met The Pogues, maar levert nu met Bang een buitengewoon indrukwekkend, indringend en bloedstollend mooi visitekaartje als solomuzikante af
Bang van Iona Zajac zou ik zonder een tip van Spotify waarschijnlijk nooit hebben ontdekt, maar het is in zeer korte tijd uitgegroeid tot een album dat ik wil koesteren en de rek is er nog lang niet uit. Bang is een overwegend donker klinkend album, maar het is een album vol dynamiek. De muziek van de Schotse muzikante kan hier en daar uitbarsten, maar ze is ook niet bang voor zeer ingetogen folk. Het past allemaal prachtig bij haar stem, die niet alleen mooi en bijzonder is, maar ook over heel veel zeggingskracht beschikt. Het voorziet de songs op Bang van een bijzondere sfeer en lading, die alleen maar bijzonderder wordt wanneer je het album vaker hoort. Wat een droomdebuut.
Eerder deze week werd ik zeer aangenaam verrast door een aantal bijzonder trefzekere tips van de tot op dat moment teleurstellende algoritmes van Spotify. Het zorgde ervoor dat ik mijn selectie voor deze week heb omgegooid en ook de komende week komen nog een aantal van de tips van Spotify voorbij.
Eerder deze week besprak ik het werkelijk prachtige This Might Effect You van het Britse St. Catherine’s Child en vandaag is het de beurt aan Bang, het debuutalbum van Iona Zajac, dat minstens net zo mooi en bijzonder is. Iona Zajac is een Schotse muzikante, die in het verleden op het podium stond met The Pogues, maar met Bang haar eigen plek in de Spotlights opeist.
Het debuutalbum van de muzikante uit Glasgow intrigeert vanaf de eerste noten. De openingstrack Bowls opent met een langzame maar diepe percussie, waarna de stem van Iona Zajac invalt. Het is een mooie en ook wat donkere stem, die mede opvalt door de bijzondere zanglijnen. Langzaam maar zeker worden gitaren en synths toegevoegd en doet de Schotse muzikante er steeds een schepje bovenop in haar zang, wat een bezwerende track met een heftig slot oplevert.
Bang heeft gedurende elf tracks een bijzonder geluid en houdt je een kleine drie kwartier aan de speakers gekluisterd. In muzikaal opzicht klinkt Bang vaak wat donker en dat wordt versterkt door de stem van Iona Zajac. Het doet me af en toe wel wat denken aan PJ Harvey, maar deze vergelijking gaat zeker niet altijd op.
Bang is het debuutalbum van de Schotse muzikante, maar het album klinkt niet als een debuutalbum. Iona Zajac laat op Bang een eigenzinnig geluid horen en het is een geluid dat in alle opzichten kwaliteit ademt. De muziek op het album heeft vaak iets beklemmends, maar de vaak subtiele maar ook af en toen uitbarstende klanken op het album zijn ook bijzonder mooi en laten wat mij betreft een zeer onderscheidend geluid horen.
Het is een geluid dat prachtig past bij de stem van Iona Zajac, die zowel ingetogen als wat expressiever kan zingen en de bijzondere sfeer van de muziek op het album versterkt. De intense zang van de muzikante uit Glasgow voorziet haar songs van een bijzondere lading en die wordt nog wat versterkt door de persoonlijke teksten, die hier en daar dwars door de ziel snijden.
Bang is door de vaak wat donkere klanken en de intense zang af en toe best een heftig album, totdat Iona Zajac op de proppen komt met een uiterst ingetogen folky song en vervolgens nog wat meer indruk maakt met haar stem. Door de grote verschillen in de muziek en de zang is Bang een album vol dynamiek en een album met hier en daar flinke spanningsbogen, maar het debuutalbum van Iona Zajac is ook bloedstollend mooi en angstaanjagend intiem.
Ik heb het album een week of twee geleden niet opgemerkt in de releaselijsten, maar een deel van de Britse muziekpers vond het album wel en strooit terecht met superlatieven voor een album dat als een mokerslag aan komt. Ik was altijd wat sceptisch over de tips van Spotify, maar met Bang van Iona Zajac heeft het een album getipt dat zonder enige twijfel in mijn jaarlijstje gaat terecht komen over iets meer dan twee weken. En ik weet zeker dat ik dit groeialbum dan nog wat mooier en indrukwekkender zal vinden dan nu al het geval is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Agnesz Anna - Agnesz Anna (2025) 4,0
4 december 2025, 15:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Agnesz Anna - Agnesz Anna - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Agnesz Anna - Agnesz Anna
De Nederlandse muzikante Agnesz Anna maakte tien jaar geleden indruk met een eigenzinnige EP en dat doet ze op nog veel overtuigendere wijze met een nieuw album, dat flink anders klinkt dan alle andere muziek van het moment
Als Agnesz Anna haar nieuwe album niet persoonlijk had gepromoot naar aanleiding van een recensie die ik tien jaar geleden schreef, was ik haar vorige maand verschenen titelloze album waarschijnlijk nooit tegen gekomen. Ik ben blij dat ik het album wel heb ontdekt, want ik word echt heel vrolijk van de nieuwe muziek van Agnesz Anna. Dat word ik omdat haar muziek duidelijk anders klinkt dan de andere popmuziek van dit moment. Ik word het ook omdat de songs van de Rotterdamse muzikante bijzonder lekker klinken en dan hebben ze ook nog eens een zeer aangename jaren 70 vibe. De muziek van Agnesz Anna laat zich niet zomaar in een hokje duwen, maar als je er vatbaar voor bent laat dit album je voorlopig niet meer los.
Net iets meer dan tien jaar geleden besprak ik de EP Cruel World van de Nederlandse muzikante Agnesz Anna. Ook destijds liet ik EP’s standaard links liggen, maar Agnesz Anna liet wat mij betreft een bijzonder eigen geluid horen dat een recensie rechtvaardigde. Hoe bijzonder dat geluid was bleek ook wel uit mijn recensie, waarin ik achtereenvolgens Throwing Muses en Belly, Joni Mitchell en PJ Harvey aandroeg als vergelijkingsmateriaal.
Dat is een bijzonder rijtje namen met muzikanten die heel weinig of zelfs niets gemeen hebben, maar ik hoorde ze kennelijk allemaal terug op Cruel World van Agnesz Anna. Ik heb de EP eerder deze week nog eens beluisterd, maar eerlijk gezegd hoorde ik niets meer van de namen die ik tien jaar geleden noemde. Ik vind Cruel World nog altijd wel een hele bijzondere EP, met een geluid dat afwijkt van andere muziek die destijds werd gemaakt.
Ik ben ook onder de indruk van het album dat Agnesz Anna vorige maand heeft uitgebracht en ook op dit album maakt ze muziek die anders klinkt dan de meeste andere muziek van het moment. Ik ga dit keer geen poging doen om relevant vergelijkingsmateriaal aan te dragen, want dat is ook bij beluistering van het nieuwe en titelloze album van Agnesz Anna een bijna onmogelijke opgave.
Als ik naar relevant vergelijkingsmateriaal zou zoeken zou ik dat waarschijnlijk doen in de jaren 70, want de nieuwe songs van de Rotterdamse muzikante herinneren me op een of andere manier aan de muziek die ik als kind hoorde, zonder dat de songs van Agnesz Anna ergens op lijken. (al heb ik heel af en toe een echt hele subtiele associaties met de beste songs van de bijzondere Schotse band Middle Of The Road).
Als ik het album in een hokje moet duwen, kom ik absoluut uit bij pop, maar ik hoor eigenlijk geen raakvlakken met de popmuziek van dit moment. Dat zit hem deels in de muziek, waarin gitaren domineren en moderne elektronica geen rol van betekenis speelt. Het gitaarwerk duwt de songs van Agnesz Anna wat de kant van de rock op en soms duiken er opeens meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op, maar het blijft wat mij betreft uiteindelijk toch pure pop, wat ik overigens een aanbeveling vind.
Zeker door het gitaarwerk, dat sons ook bluesy klinkt, krijg ik jaren 70 vibes bij beluistering van het titelloze album van Agnesz Anna, maar het zit hem zeker niet alleen in de muziek. Ook de zang van de Rotterdamse muzikante en zeker de heerlijke koortjes herinneren aan muziek uit een ver verleden, zeker als ook nog een wolkje psychedelica overdrijft.
Als je mij van tevoren zou hebben verteld dat het nieuwe album van Agnesz Anna een vergeten album uit de jaren 70 was, zou ik het zeker hebben geloofd. Het is een compliment voor Agnesz Anna en haar muzikale metgezel Tim van Elten, die naar verluidt lang hebben gesleuteld aan de nieuwe songs van de Nederlandse muzikante en dat is te horen.
Het levert een album op dat wat lastig is te plaatsen in het heden en niet aansluit op de meeste popmuziek van het moment, maar ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van het bijzondere geluid op het album, van de originele songs van Agnesz Anna en zeker ook van haar aangename stem, die het bijzondere geluid op haar nieuwe album nog wat unieker maakt.
De Rotterdamse muzikante maakt haar nieuwe muziek in eerste instantie uitsluitend beschikbaar via bandcamp, wat een sympathiek platform is, maar niet de reikwijdte heeft van de grote streaming media platforms. Het maakt de kans dat dit album in brede kring wordt opgepikt nog wat kleiner, maar iedereen die het album wel gaat ontdekken gaat er vast heel vrolijk van worden, net als ik. En luister nog wat vaker en je hoort ook nog eens hoe goed het allemaal in elkaar zit. Klasse. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater (2025) 4,0
4 december 2025, 15:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop;
De krenten uit de pop: Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater
Gemma Laurence maakte drie jaar geleden een slechts in kleine kring opgepikt maar verbluffend mooi album en dat kunstje herhaalt ze met het nog minder breed opgemerkte maar prachtige We Were Bodies Underwater
We Were Bodies Underwater van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence is een album met meerdere gezichten. Een groot deel van de tijd is het een sober folkalbum met zelfs wat invloeden uit de Appalachen folk, maar de muzikante uit Brooklyn, New York, kan razendsnel naar het heden springen. Sober folky snarenwerk van de banjo wordt moeiteloos afgewisseld met een jankende pedal steel of met een gitaarsolo die je normaal alleen in rockmuziek hoort. Het maakt allemaal niet uit voor de intensiteit en schoonheid waarmee Gemma Laurence haar persoonlijke songs vertolkt. 99 van de 100 keer zou ik dit album hebben gemist, maar die ene keer gooit Gemma Laurence wederom hoge ogen.
Deze week bladerde ik weer eens door mijn jaarlijstjes van de afgelopen jaren. Ik kwam veel bekende namen tegen, waaronder een aantal namen die ook dit jaar zullen opduiken in mijn jaarlijstje, maar ik kwam ook namen tegen die ik eerlijk gezegd al lang weer was vergeten. De meest opvallende naam in dit rijtje is de naam van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence.
De muzikante uit Brooklyn, New York, bereikte in 2022 de top drie van mijn jaarlijstje met haar tweede album Lavender en moest alleen Ethel Cain en Lera Lynn voor zich dulden. Ik was benieuwd of de Amerikaanse muzikante sinds 2022 nog van zich had laten horen en tot mijn verbazing en vreugde vond ik het deze zomer verschenen We Were Bodies Underwater.
Voor ik in ga op dit album ga ik eerst even terug naar de november 2022, toen Lavender verscheen. Op haar tweede album imponeert Gemma Laurence met zeer persoonlijke songs die vaak beginnen als akoestische folksongs, maar zich langzaam maar zeker ontworstelen aan het strakke keurslijf van de folk. De songs van de Amerikaanse muzikante lopen op Lavender over van zeggingskracht en imponeren door de emotievolle zang van Gemma Laurence.
Ik heb na het opstellen van mijn jaarlijstje in 2022 veel te weinig geluisterd naar Lavender, maar toen ik het album deze week weer eens beluisterde vond ik het direct weer prachtig. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het eerder dit jaar verschenen derde album van Gemma Laurence. We Were Bodies Underwater is net als Lavender aan de korte kant met dit keer net iets meer dan een half uur muziek, maar het is wel net iets meer dan een half uur bijzonder mooi.
Heel veel veranderd is er niet. De songs van Gemma Laurence bestaan nog altijd voor een deel uit ingrediënten die herinneren aan traditioneel aandoende folk uit het verleden, zeker wanneer de banjo haar geluid bepaalt, maar hiernaast bevatten de songs van de Amerikaanse muzikante ook invloeden uit totaal andere genres, waardoor We Were Bodies Underwater razendsnel kan schakelen tussen sobere folk en vrij stevige rock, inclusief een gitaarsolo waarvoor menig hardrock gitarist zich niet zou hebben geschaamd.
Het combineren van uiteenlopende invloeden deed Gemma Laurence ook al op Lavender, maar de uitersten liggen op haar nieuwe album nog wat verder uit elkaar. Het is knap hoe Gemma Laurence een brug slaat tussen folk uit het verleden en indiefolk uit het heden en van hieruit en soms met een beetje country de connectie zoekt en vindt met indiepop en indierock. We Were Bodies Under Water is soms een puur rootsalbum, maar soms ook helemaal niet en dat is bijzonder.
Wat is gebleven is de gevoelige zang van de Amerikaanse muzikante, die ook dit keer de persoonlijke thema’s niet schuwt en af en toe tekent voor behoorlijk donkere teksten. We Were Bodies Underwater sluit hiermee goed aan op een aantal andere indie albums van jonge vrouwelijke muzikanten die het leven niet alleen door een roze bril bekijken en hun ziel graag bloot leggen.
Lavender pakte me na een paar keer horen volledig in en groeide binnen een maand uit tot een van mijn favoriete albums van het jaar en ook het nieuwe album van Gemma Laurence is hard op weg om uit te groeien tot een persoonlijke favoriet en de rek is er nog lang niet uit. Het is puur toeval dat ik het album alsnog heb ontdekt, maar wat ben ik er blij mee. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
St. Catherine's Child - This Might Affect You (2025) 4,5
2 december 2025, 16:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You
Zonder een toevallig opgemerkte tip van Spotify had ik This Might Affect You van de Britse band St. Catherine’s Child waarschijnlijk nooit ontdekt en was ik een intiem en werkelijk wonderschoon album misgelopen
Het debuutalbum van de Britse band St. Catherine’s Child verscheen in de zomer. Dat is misschien niet de beste tijd voor de release van een debuutalbum, maar je verwacht dat de grote Britse muziektijdschriften en muziekwebsites blijven opletten. Dat hebben ze maar in beperkte mate gedaan, waardoor This Might Affect You niet de aandacht heeft gekregen die het album zo verdient. De band rond zangeres Ilana Zsigmond heeft een donker en melancholisch, maar ook bijzonder mooi album gemaakt met invloeden uit de Britse folk, Amerikaanse rootsmuziek en de pop. Het klinkt allemaal prachtig en dan is er ook nog eens de geweldige stem van Ilana Zsigmond, die keer op keer goed is voor kippenvel.
Ik was tot dusver nog niet zo onder de indruk van de algoritmes van Spotify, dat me in de meeste gevallen albums tipt die ik al eerder op het platform heb beluisterd of komt met albums waar ik echt niets aan vind. De algoritmes hebben kennelijk een update gehad, want vorige week kwam Spotify in één keer met een ruime handvol tips die eigenlijk allemaal raak waren.
Het zijn stuk voor stuk albums die ik niet eerder ben tegen gekomen, terwijl ik wekelijks toch een aardig stapeltje releaselijsten doorneem. De meeste albums die Spotify me tipte verschenen deze maand, maar er zat ook een album tussen dat net wat ouder is en dus prima past op de zondagavond van de krenten uit de pop. Heel oud is het album overigens niet, want This Might Affect You van St. Catherine’s Child verscheen afgelopen zomer.
St. Catherine’s Child is een band uit het Britse Liverpool en is gevormd rond zangeres en boegbeeld Ilana Zsigmond. Het is echt verbazingwekkend dat ik eerder dit jaar niets over het album heb gelezen, want dit is nu echt zo’n album dat ik normaal gesproken zou ontdekken via Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut., die over het algemeen een zwak hebben voor albums als This Might Affect You van St. Catherine’s Child.
De Britse band verwerkt op haar debuutalbum zowel invloeden uit de Britse folk als de Amerikaanse rootsmuziek en verwerkt alle invloeden in een wat donker en beeldend geluid. Dat This Might Affect You een wat donker album is, is niet zo gek, want het album staat in het teken van het overlijden van de vader van Ilana Zsigmond.
De eerste helft van het album staat stil bij het ziekteproces en het overlijden van haar vader, terwijl op het tweede deel van het album plaats is voor verdriet en rouw. Het zorgt voor flink wat melancholie in de teksten, maar in muzikaal opzicht klinkt het debuutalbum van St. Catherine’s Child niet altijd donker.
Een aantal songs op het album blijven dicht bij de kaders van de Britse folk en de Amerikaanse rootsmuziek, maar This Might Affect You bevat ook een aantal meer pop georiënteerd songs, waarin de donkere teksten worden gecombineerd met lekker in het gehoor liggende invloeden uit de pop, wat zorgt voor een bijzonder contrast. Het album schuift een enkele keer ook nog op richting rock, wat het album nog wat veelzijdiger maakt.
Ik had nog niet eerder van Ilana Zsigmond gehoord en ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album ken ik niet, maar This Might Affect You klinkt eigenlijk geen moment als een debuutalbum. Ilana Zsigmond schrijft zeer aansprekende songs en het zijn songs die zijn voorzien van zeer smaakvolle klanken, die vooral van gitaren en synths komen.
Door de verschillende invloeden schiet de muziek meerdere kanten op, maar het debuutalbum van St. Catherine’s Child heeft vaak een jaren 70 vibe. Het klinkt bijzonder aangenaam, maar in combinatie met de aansprekende songs en de indringende teksten is This Might Affect You al snel veel meer dan aangenaam.
Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is de stem van Ilana Zsigmond. De Britse muzikant zingt, mede door de zeer persoonlijke teksten, met heel veel emotie, maar de zang op het debuutalbum van St. Catherine’s Child is ook heel mooi en ook de zang op This Might Affect You maakt het moeilijk te geloven dat het gaat om een debuutalbum. Doodzonde dus als dit wonderschone en intieme album onopgemerkt zou passeren. Wat mij betreft jaarlijstjesmateriaal. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tulpa - Monster of the Week (2025) 4,0
1 december 2025, 20:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tulpa - Monster Of The Week - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tulpa - Monster Of The Week
Het deze week verschenen debuutalbum van de Britse band Tulpa krijgt nog niet heel veel aandacht, maar de frisse indiepop songs met een beetje postpunk op Monster Of The Week verdienen deze aandacht absoluut
Tulpa is een band uit het Britse Leeds die het wel eens ver kan gaan schoppen, als gerechtigheid bestaat tenminste. De band vermengt een aantal bekend klinkende invloeden uit met name de postpunk en de indierock, maar maakt er, mede door de zang van frontvrouw Josie Kirk, frisse indiepop songs van. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de Britse band durft ook buiten de lijntjes te kleuren met gevarieerd gitaarwerk en hier en daar het nodige experiment. Monster Of The Week is zeker geen perfect debuutalbum, maar de beste songs op het album zijn echt heel goed en smaken naar veel meer. Het debuutalbum van Tulpa verschijnt misschien niet op het handigste moment, maar dit leuke album mag echt niet ondersneeuwen.
Monster Of The Week is het debuutalbum van de Britse band Tulpa. Het is een band die wordt aangeprezen met het feit dat drie leden van de band een verleden hebben in de Britse postpunk bands Mush en Drahla. Dat zijn namen die mij eerlijk gezegd helemaal niets zeggen, maar ik ben over het algemeen ook niet zo gek op postpunk en zeker niet op postpunk uit het heden.
De band uit Leeds heeft voor haar debuutalbum een beroep gedaan op producer Jamie Lockhart, die ook vooral postpunk albums heeft geproduceerd. Met twee gitaristen, een drummer en een producer met flink wat ervaring in de postpunk, kan het debuutalbum van Tulpa eigenlijk ook alleen maar een postpunk album zijn, maar de Britse band beschikt over een geheim wapen dat het album toch een net wat andere kant op duwt.
Dat geheime wapen is zangeres en bassiste Josie Kirk, die het geluid van Tulpa een frisse popinjectie geeft. Het betekent niet dat Monster Of The Week zich niet heeft laten beïnvloeden door postpunk. Zeker het gitaarwerk op het album duwt de muziek van de band uit Leeds de kant van de postpunk op en ook het drumwerk is beïnvloed door de muziek die de drummer van de band in het verleden maakte.
Josie Kirk is zelf ook niet vies van een postpunk achtig basloopje met een vleugje New Order hier en daar, maar ze voorziet het geluid van Tulpa vooral van zonnestralen. Monster Of The Week staat vol met frisse popsongs met naast invloeden uit de postpunk ook invloeden uit de indiepop en de indierock. Het zijn heerlijke melodieuze popsongs die profiteren van de enigszins onderkoelde maar ook fris klinkende zang van Josie Kirk.
Het doet wel wat denken aan de indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld uit de jaren 90 als Throwing Muses en Belly, maar ik hoor af en toe ook zeker wat van een band als The Sundays, zeker als de gitaristen van de band tekenen voor bijzonder lekkere en melodieuze gitaarlijnen. Tulpa komt uit Leeds, maar het debuutalbum van de band doet me ook denken aan een aantal bandjes die in de jaren 90 Glasgow als thuisbasis hadden.
Monster Of The Week klonk eigenlijk direct bij eerste beluistering vertrouwd, maar de combinatie van invloeden op het debuutalbum van Tulpa is best bijzonder, waardoor de Britse band een album heeft gemaakt dat er voor mij uit springt deze week. Het is vooral de verdienste van Josie Kirk, want op het moment dat ze de leadzang in twee tracks aan een van de mannelijke leden van de band laat, is de magie in ieder geval voor mij direct helemaal weg.
Verstandig dus als de mannelijke leden van de band zich beperken tot strakke drums en afwisselend jengelend en gruizig gitaarwerk en de frontvrouw van de band laten schitteren met een stem die de soms wat ruwe songs van de band voorziet van zonnestralen en plezier.
Zeker in de eerste tracks van het album vermaakt Tulpa bijzonder makkelijk, maar ook als de band wat later op het album kiest voor net wat minder licht verteerbare songs en invloeden uit de psychedelica toevoegt aan haar muziek, overtuigt de band uit Leeds me bijzonder makkelijk.
Het debuutalbum van Tulpa is het soort album dat Pitchfork wekelijks oppakt, maar de Amerikaanse muzieksite doet deze week een weinig aansprekende greep uit het aanbod. En ook Paste geeft niet thuis helaas. Ik pik zelf Monster Of The Week van Tulpa er wel uit, want wat is dit een leuk album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Loupe - Oh, to Be Home (2025) 4,5
1 december 2025, 15:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Loupe - Oh, To Be Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Loupe - Oh, To Be Home
De Amsterdamse band Loupe debuteerde in de zomer van 2023 prachtig met het album Do You Ever Wonder What Comes Next? en overtreft dat album met het wat mij betreft nog veel betere Oh, To Be Home
Lana Kooper, Annemarie van den Born en Abel van der Waals beschikken over de nodige veerkracht, want het zat ze de afgelopen jaren niet mee met hun bands Dakota en Loupe. Met de komst van zangeres Nina Ouattara ziet de toekomst van Loupe er gelukkig toch nog prachtig uit, want met Oh, To Be Home heeft de Amsterdamse band een uitstekend album afgeleverd. Het is een album vol frisse indiepop songs, maar het zijn ook songs die razend knap in elkaar zitten en je blijven verrassen. Het debuutalbum van Loupe was al heel erg goed, maar het tweede album van Loupe is nog een stuk beter en schaart het viertal onder het beste dat de Nederlandse popmuziek momenteel te bieden heeft.
Soms zit het mee en soms zit het tegen, maar voor drie van de Nederlandse band Loupe zat het de afgelopen jaren wel heel vaak tegen. Ze maakten deel uit van de Amsterdamse band Dakota, die in 2019 aan de vooravond van een nationale en mogelijk internationale doorbraak stond, maar door het vertrek van de zangeres vanwege gezondheidsproblemen, noodgedwongen moest stoppen voor het echt geweldige en achteraf bezien profetisch getitelde debuutalbum Here's The 101 On How To Disappear goed en wel was verschenen.
De overgebleven leden van de band gingen na een periode van bezinning en met een nieuwe zangeres verder als Loupe, maar de geschiedenis herhaalde zich. Ook Loupe leverde met het in 2023 verschenen Do You Ever Wonder What Comes Next? een geweldig debuutalbum af, maar het album was nog niet uit of de nieuwe zangeres van de band stopte er mee, waarmee de albumtitel wederom treffend bleek.
Bassiste Lana Kooper, drumster Annemarie van den Born en gitariste Abel van der Waals vonden in de persoon van Nina Ouattara dit keer snel een nieuwe zangeres en sindsdien is de bezetting van Loupe gelukkig constant gebleven. In tegenstelling tot Dakota kon Loupe daarom wel beginnen aan een tweede album en dat is deze week verschenen.
Loupe werd na de release van Do You Ever Wonder What Comes Next? al geschaard onder de leukste Nederlandse bands van het moment en die status bevestigd de Amsterdamse band met het deze week verschenen Oh, To Be Home, dat ik persoonlijk nog een stuk beter vind dan het debuutalbum.
Het tweede album van Loupe werd op bijzondere wijze opgenomen. Nadat de band een serie nieuwe songs had geschreven werden deze live en in één take opgenomen in de Amsterdamse Tolhuistuin, in bijzijn van publiek. Oh, To Be Home klinkt niet als een livealbum, al heeft Loupe wel de energie van een liveoptreden weten te vangen op haar tweede album.
Oh, To Be Home is een album dat in het teken staat van de zoektocht van zangeres Nina Ouattara naar haar identiteit, die deels in Ivoorkust, deels in België en deels in Amsterdam vorm kreeg. De nieuwe zangeres van de band is een aanwinst voor Loupe, want ze beschikt niet alleen over een mooie en bijzondere stem, maar zingt ook met veel expressie.
Wat vergeleken met het debuutalbum van Dakota en het eerste album van Loupe niet is veranderd is dat de Amsterdamse band bijzonder lekker klinkende popsongs maakt, maar het zijn ook nog altijd popsongs met een dubbele bodem. De band bestaat uit een aantal geweldige muzikanten, die niet vies zijn van catchy popsongs, maar deze ook vol stoppen met bijzonder mooie muziek en avontuurlijke accenten.
Veel songs op het nieuwe album van Loupe sluiten aan bij de indiepop en indierock van het moment, maar ik hoor ook met enige regelmaat invloeden uit de 80s new wave. Nog knapper is hoe Loupe Afrikaanse ritmes en gitaarloopjes verwerkt in haar songs, zonder dat deze echt Afrikaans klinken.
Oh, To Be Home is een album om uit te pluizen, wanneer je pas goed hoort hoe geweldig de baslijnen en het drumwerk zijn, hoe ruimtelijk de gitaarlijnen en hoe mooi de zang en de koortjes. Lagen synths tillen het bijzondere eigen geluid van Loupe nog wat verder op. Oh, To Be Home is een geweldig album en als ik één band dat gun is het Loupe wel. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
