MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026

Syd Matters - A Gospel of Some Sort (2026) 4,5

vandaag om 15:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Syd Matters - A Gospel of Some Sort - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Syd Matters - A Gospel of Some Sort
A Whisper and a Sigh, het debuutalbum van de Franse band Syd Matters, bleef ruim twintig jaar geleden helaas een goed bewaard geheim, maar het deze week verschenen, en nog mooiere, nieuwe album verdient absoluut een beter lot.

Het is lang stil geweest rond de Parijse band Syd Matters. Zo lang dat bijna iedereen het debuutalbum van de band zal zijn vergeten. Dat debuutalbum trok, in tegenstelling tot de drie albums die volgden, nog enige aandacht. Ik hoop dat het na een stilte van zestien jaar verschenen nieuwe album van Syd Matters veel meer aandacht trekt, want A Gospel of Some Sort is een bijzonder mooi album. De band uit Parijs verwerkt meerdere invloeden in haar songs en maakt indruk met een subtiel maar ook veelkleurig geluid en met een bijzondere sfeer. De muziek van Syd Matters zal niet in brede kring worden opgepikt, maar iedereen die dit album wel ontdekt heeft iets bijzonders in handen.

Op het muziekplatform MusicMeter.nl tipte iemand me het deze week verschenen album van Syd Matters. Dat was direct een bekende naam, maar ik moest wel even flink graven in het geheugen. Met enige hulp van Google kwam ik vervolgens uit in 2003, toen het debuutalbum van Syd Matters verscheen. Ik bejubelde A Whisper and a Sigh destijds stevig in de Plato.NL nieuwsbrief en raakte ook zelf verknocht aan het geweldige album, dat in 2003 ongetwijfeld mijn jaarlijstje zal hebben gehaald.

Het debuutalbum van Syd Matters bleef helaas een redelijk obscuur album, waardoor de albums die volgden nog wat minder aandacht kregen. Ik heb Someday We Will Foresee Obstacles (2005), Ghost Days (2008) en Brotherocean (2010) hierdoor nooit opgemerkt, maar de albums zijn wel te vinden op de streamingplatforms en op de bandcamp pagina van het label van de band. Na een stilte van zestien jaar keert de band uit Parijs nu terug met een nieuw album, dat ik zonder de tip op MusicMeter waarschijnlijk zou hebben gemist.

Syd Matters is een band rond de Franse muzikant Jonathan Morali, die naast Syd Matters nog een passie had, namelijk het componeren van muziek voor games. Dat deed hij de afgelopen zestien jaar in ruime mate en met veel succes, maar gelukkig bleef ook de waakvlam van Syd Matters branden. Het levert deze week het album A Gospel of Some Sort op en het is een album dat alle aandacht verdient.

Natuurlijk heb ik ook nog even geluisterd naar A Whisper and a Sigh, dat een wonderlijke mix van folk, elektronica, psychedelica en een beetje avant-garde laat horen. Het is een geluid dat in 2003 werd omschreven als een mix van Nick Drake en Radiohead en dat is een omschrijving die met een beetje fantasie ook op het nieuwe album van Syd Matters kan worden geplakt.

A Gospel of Some Sort ligt immers in het verlengde van het destijds terecht geprezen album, al hoor je wel dat we inmiddels meer dan twintig jaar verder zijn. Vergeleken met A Whisper and a Sigh klinkt het nieuwe album van Syd Matters wat minder experimenteel en ook wat minder fragmentarisch. Er is op A Gospel of Some Sort meer aandacht besteed aan de songs, die in een aantal gevallen behoorlijk lang zijn.

De songs van Syd Matters zijn in de basis folksongs en het zijn vooral ingetogen folksongs met een redelijk laag tempo. De Franse band voegt vervolgens allerlei invloeden toe aan haar folksongs, waaronder invloeden uit de chamber pop, de psychedelica en de indierock. Het album klinkt vol en warm, maar de muziek van Syd Matters is vooral subtiel. Het is muziek met een hang naar het verleden, maar de band uit Parijs gooit ook lijntjes naar het heden uit.

De mooie en vaak wat atmosferische klanken op A Gospel of Some Sort voorzien het album van een hele bijzondere en vaak wat weemoedige sfeer. Die sfeer wordt versterkt door de zang die wat rustgevends maar ook wat melancholisch heeft. De combinatie van deze ingrediënten maakt van het nieuwe album van Syd Matters een bijzonder mooi en ook intrigerend album, dat zich door alles tussen Nick Drake en Radiohead laat beïnvloeden en uiteraard Syd Barrett niet vergeet. Het is een album waarbij het direct bij de eerste kennismaking heerlijk ontspannen en wegdromen is, maar A Gospel of Some Sort is ook een album waarvan je geen enkele noot of wending wilt missen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Shawn Colvin - A Few Small Repairs (1996) 4,0

gisteren om 19:49 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shawn Colvin - A Few Small Repairs (1996) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Shawn Colvin - A Few Small Repairs (1996)
Shawn Colvin was in de tweede helft van de jaren 90 een van de vaandeldragers van de vrouwelijke popmuziek en leverde in 1996 met A Few Small Repairs haar meest succesvolle en wat mij betreft ook beste album af.

Er zijn albums uit de jaren 90 die ik nog met enige regelmaat beluister, maar er zijn voor mij ook flink wat vergeten albums uit het decennium. Ik had al zeker 25 jaar niet meer geluisterd naar A Few Small Repairs van Shawn Colvin, maar direct bij de hernieuwde kennismaking met het album merkte ik hoe dierbaar het album mij was en nog altijd is. Het is een album dat onderdeel uitmaakte van een golf albums van vrouwelijke muzikanten en van die albums vind ik A Few Small Repairs een van de beste. Shawn Colvin maakte meer mooie muziek, maar op A Few Small Repairs komt alles samen. Het is een breakup album vol geweldige songs en het zijn ook nog eens intieme en emotionele songs.

Voor mijn gevoel heb ik al heel lang een voorkeur voor vrouwenstemmen in de muziek, maar die voorkeur is er eigenlijk pas sinds de tweede helft van de jaren 90. Het is een periode waarin vrouwelijke muzikanten wat nadrukkelijker de aandacht opeisten en er ook in de media meer aandacht werd besteed aan de vrouwen in de popmuziek. Dat werd nog eens benadrukt tijdens het rondreizende festival Lilith Fair, waarop alleen vrouwelijke muzikanten optraden.

Een van de albums die ik destijds omarmde is A Few Small Repairs van de Amerikaanse muzikante Shawn Colvin. Toen ik het album deze week weer eens beluisterde bleek ik het nog zo ongeveer noot voor noot te kennen en begreep ik bovendien direct waarom ik in de tweede helft van de jaren 90 zo enthousiast was over het album.

Tegenwoordig duik ik na het beluisteren van een nieuw album ook altijd even in de rest van het oeuvre van een muzikant of band, maar dat was in de jaren 90 een stuk lastiger. Het gekke is dan ook dat ik buiten A Few Small Repairs eigenlijk niets van Shawn Colvin ken, al heb ik Whole New You uit 2001 volgens mij wel eens beluisterd.

A Few Small Repairs is het vierde en ook met afstand meest succesvolle album van Shawn Colvin, in ieder geval in commercieel opzicht. Het album bevat met Sunny Came Home een behoorlijk grote hit en leverde haar bovendien een Grammy-nominatie op. Die Grammy kreeg ze overigens niet voor A Few Small Repairs, maar wel voor de single Sunny Came Home en voor haar debuutalbum Steady On, dat een meer folk-georiënteerd geluid laat horen.

Na A Few Small Repairs maakte Shawn Colvin nog zeven albums, waaronder een album met Steve Earle (Colvin & Earle). Ik ben inmiddels wel in het oeuvre van de Amerikaanse muzikante gedoken en het is een oeuvre met veel moois, maar A Few Small Repairs springt er voor mij nog wel duidelijk uit.

Veel albums van Shawn Colvin leunen tegen de folk aan, maar op A Few Small Repairs verwerkt ze ook invloeden uit de pop en rock. Het album past hierdoor perfect in de tweede helft van de jaren 90 en sluit goed aan bij de muziek van alle andere vrouwelijke muzikanten die destijds succesvol waren in de muziek.

A Few Small Repairs is een zeer toegankelijk album met bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, maar het is ook een intens album. Shawn Colvin schreef de songs voor het album terwijl haar huwelijk op de klippen liep, wat een onvervalst breakup-album oplevert. Het is een album met zowel woede als verdriet, wat afwisselend stevigere en meer ingetogen songs oplevert.

\Producer John Leventhal heeft het album voorzien van een mooi vol geluid, waarna Bob Clearmountain zorgde voor een typische jaren 90 mix. A Few Small Repairs is niet ver verwijderd van de albums van bijvoorbeeld Sheryl Crow, maar ik hoor ook flarden van onder andere Patty Griffin, Sarah McLachlan en Suzanne Vega in de songs op A Few Small Repairs, terwijl Shawn Colvin gedurende haar carrière nooit een geheim heeft gemaakt van haar bewondering voor Joni Mitchell.

A Few Small Repairs was in 1996 en 1997 behoorlijk succesvol, maar het is verder een helaas wat vergeten album. Ook Shawn Colvin is wat in de vergetelheid geraakt, wat ook zeker is veroorzaakt door het feit dat ze niet altijd even productief was en er de afgelopen tien jaar niet veel meer van haar is vernomen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Jayhawks - Sanctuary Park (2026) 4,0

gisteren om 11:30 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Jayhawks - Sanctuary Park - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Jayhawks - Sanctuary Park
Bij The Jayhawks denk ik nog altijd onmiddellijk aan de twee prachtalbums die de band in 1992 en 1995 maakte, maar sindsdien weet de band een behoorlijk hoog niveau vast te houden, zoals het ook weer te horen is op het nieuwe album Sanctuary Park.

Het is redelijk lang stil geweest rond The Jayhawks, maar de band rond Gary Louris viert dit jaar zijn veertigjarig bestaan met een tour en een nieuw album. De band zette ooit het nieuwe genre alt-country op de kaart, maar verwerkt inmiddels ook invloeden uit de 70’s countryrock en omliggende genres. De band kende na het vertrek van Mark Olson in 1995 mindere jaren, maar de meeste albums van de band uit Minneapolis zijn goed. Het geldt ook weer voor het vorige week verschenen Sanctuary Park, dat misschien net wat lichtvoetiger klinkt dan het beste werk van de band, maar ook absoluut het zo herkenbare Jayhawks-geluid laat horen. De band gaat inmiddels 40 jaar mee, maar steekt nog in een uitstekende vorm.

De Amerikaanse band The Jayhawks maakte met de albums Hollywood Town Hall uit 1992 en Tomorrow the Green Grass uit 1995 twee albums die moeten worden gerekend tot de kroonjuwelen van de alt-country. Het zijn albums die optimaal profiteren van de schrijverskunsten en de harmonieën van Gary Louris en Mark Olson, de twee voormannen van de band.

Mark Olson verliet de band vrij snel na de release van Tomorrow the Green Grass en dat was een serieuze aderlating, maar de band uit Minneapolis, Minnesota, bleef goede albums maken, waarvan met name Rainy Day Music uit 2003, Paging Mr. Proust uit 2016 en Back Roads and Abandoned Motels uit 2018 niet eens zo heel veel onder deden voor de twee beste albums van de band. De door George Drakoulias ook nog eens prachtig geproduceerde klassiekers uit de eerste helft van de jaren 90 bleven echter onovertroffen.

Dit jaar staat in het teken van het veertigjarig bestaan van The Jayhawks, ter ere waarvan de band later deze maand Paradiso aandoet, maar vorige week verscheen ook een nieuw album van de band. Sanctuary Park is de opvolger van het zes jaar oude XOXO, dat ik overigens een prima album vond.

Het nieuwe album van de band uit Minneapolis opent wat gezapig met “O O O”- en “Do Do Do Do Do”-refreintjes in de eerste twee tracks en in een week met heel veel releases schoof ik het album daarom aan de kant, overigens wel met het idee om het later nog eens te proberen. Sanctuary Park bereikte de afgelopen week de eerste plek in de EuroAmericana chart en wist na de valse start ook mij te overtuigen.

Het is een album dat goed aansluit op nagenoeg alle andere albums die de band sinds het vertrek van Mark Olson heeft gemaakt. De pure magie van Hollywood Town Hall en Tomorrow the Green Grass ontbreekt misschien, maar de band heeft het vertrek van Mark Olson uitstekend opgevangen en tekent nog altijd voor fraaie harmonieën in prima songs.

Ook Sanctuary Park verdient het etiket “alt-country”, maar de band verwerkt ook andere invloeden, waaronder invloeden uit de 70s countryrock en flarden van The Beatles, die ook op het nieuwe album weer opduiken. Het nieuwe album van The Jayhawks werd geproduceerd door de legendarische producer Bob Ezrin, die onder andere Berlin van Lou Reed en The Wall van Pink Floyd produceerde en met wie de band eerder werkte op het album Smile.

Het is een producer die wel raad weet met een tijdloos geluid en dat is te horen op Sanctuary Park, dat ook uit de jaren 70 had kunnen stammen. Het klinkt wat lichtvoetiger dan het meer alt-country getinte werk van de band, maar naarmate het album vordert wordt Sanctuary Park steeds beter. De bezetting met Gary Louris, Marc Perlman, Tim O'Reagan en Karen Grotberg gaat inmiddels behoorlijk lang mee en dat hoor je op het nieuwe album dat hecht en geïnspireerd klinkt.

Ik mis af en toe de scherpe kantjes, maar het luistert allemaal wel bijzonder lekker weg en het is vakkundig en hoorbaar met veel plezier gemaakt, wat doet uitzien naar de aankomende tour van de band. Sanctuary Park is zo een typisch Jayhawks-album, dat niet onderdoet voor alles dat de band na 1995 heeft gemaakt. Ik liet me even op het verkeerde been zetten door de refreintjes in de eerste songs, maar inmiddels kan ik zeker genieten van het zoveelste album van The Jayhawks. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sofie Royer - Harlequin (2022) 4,5

afgelopen zaterdag om 11:36 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Sofie - Cult Survivor (2020) 5,0

afgelopen zaterdag om 11:36 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Sofie Royer - Before/After (2026) 4,0

afgelopen zaterdag om 11:35 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sofie Royer - before/after - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sofie Royer - before/after
Het deze week verschenen before/after is alweer het vierde album van de Oostenrijkse muzikante Sofie Royer die inmiddels vol gaat voor de pop, al hoor ik ook nog flarden van haar in alle opzichten briljante debuutalbum.

Als ik mijn jaarlijstje over 2020 bekijk begrijp ik er helemaal niets van dat Cult Survivor van Sofie ontbreekt. Ik vind het achteraf bezien echt een van de mooiste albums van het jaar, al is het ook een album dat de beklemmende sfeer van de coronapandemie perfect vangt. Geen van de albums van de Oostenrijkse muzikante haalde mijn jaarlijstje, maar ik heb Sofie Royer wel degelijk hoog zitten. Ook op haar nieuwe album before/after maakt ze op het eerste gehoor weer popmuziek waarop wel wat aan te merken valt, maar de popsongs van Sofie Royer hebben een dubbele bodem. Ook before/after is weer niet zo indrukwekkend als het weergaloze Cult Survivor, maar laat wel weer vakwerk van een eigenzinnige muzikante horen.

Cult Survivor, het debuutalbum van de Oostenrijkse muzikante Sofie Royer, is voor mij nog altijd de soundtrack van de coronapandemie of in ieder geval de soundtrack van de eerste zomer van de pandemie. Het onder de naam Sofie uitgebrachte album gaat niet over de periode waarin een virus het openbare leven lam legde, maar werd wel gemaakt in een zelfverkozen isolement, waardoor het album de beklemmende sfeer van de zomer van 2020 perfect vangt.

Sofie Royer is een klassiek geschoolde violiste en was voor 2020 bovendien een succesvolle DJ, maar op Cult Survivor regeerde de eenvoud en de imperfectie. Nog altijd als ik een eenvoudige, rammelende maar ook perfecte song als Asleep hoor ben ik direct weer in de zomer van 2020 beland, maar Cult Survivor van Sofie is desondanks een album dat me enorm dierbaar is.

Na Cult Survivor maakte Sofie nog twee albums onder de naam Sofie Royer en ook Harlequin uit 2022, dat verscheen toen de coronapandemie langzaam maar zeker was uitgedoofd, en het in 2024 uitgebrachte Young-Girl Forever vind ik geweldige albums. De Oostenrijkse muzikante houdt kennelijk wel van regelmaat, want twee jaar na het weergaloze popalbum Young-Girl Forever is er weer een nieuw album van haar hand verschenen.

Op haar vorige album koos Sofie Royer voor een wat minder donker en ook wat voller geluid en ging ze vol voor de pop. Het pakte wat mij betreft prachtig uit, al heb ik een voorkeur voor de donkere en sobere songs van Cult Survivor. Op het deze week verschenen before/after trekt de Oostenrijkse muzikante de lijn van haar vorige album door, al hoor ik net wat meer raakvlakken met de eerste twee albums.

Ik vind het best lastig om te beschrijven wat ik zo goed vind aan de muziek van Sofie Royer. Ik ga niet beweren dat ze een geweldige zangeres is, want dat is ze niet. Ook op before/after zit de zang er met grote regelmaat naast, maar op een of andere manier vind ik de stem van Sofie Royer prachtig. Ook in muzikaal opzicht is before/after geen opzienbarend album, al zitten de songs van de Oostenrijkse muzikante stiekem knap in elkaar.

De muziek op de albums van Sofie Royer is wel bijzonder, want ook haar nieuwe album klinkt weer anders dan andere popalbums van het moment. Het wat weemoedige geluid van Cult Survivor is grotendeels verdwenen, want net als Young-Girl Forever klinkt ook before/after wat opgewekter, al hangt er ook altijd een donkere sluier boven de muziek van de muzikante uit Wenen.

Ook before/after flirt weer wat met de dansvloer en is een 100% popalbum, maar ook als Sofie Royer vol gaat voor de pop houdt haar muziek een indie vibe en is er van alles te ontdekken in haar songs die misschien eenvoudig klinken, maar dat zeker niet zijn. Pas wanneer je het album meerdere keren hebt gehoord wordt duidelijk hoe interessant en hoe knap het is.

Ik vind before/after het mooist wanneer het album me herinnert aan Cult Survivor en dat gebeurt ondanks het duidelijk andere geluid best vaak. Ook na eerste beluistering van before/after greep ik weer direct naar het debuutalbum van Sofie Royer en had het album me weer direct in een wurggreep, maar ik keer toch ook steeds terug naar before/after, dat inmiddels ook van alles met me doet. Ik kan misschien niet goed beschrijven wat zo goed is aan de muziek van Sofie Royer, maar op een of andere manier klopt voor mij alles. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Alicia Blue - Country Desire (2026) 4,0

afgelopen vrijdag om 21:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alicia Blue - Country Desire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alicia Blue - Country Desire
Liefhebbers van wat traditioneel aandoende countrymuziek vinden veel van hun gading op het deze week verschenen debuutalbum van Alicia Blue, die de tijd heeft genomen voor haar eerste album, en dat hoor je.

Na een aantal uitstekende singles werd al een tijdje uitgekeken naar het debuutalbum van Alicia Blue en dat album is nu eindelijk verschenen. De Amerikaanse muzikante werkte twee jaar geleden nog samen met Lucinda Williams en heeft zich nu verzekerd van de diensten van producer Shooter Jennings. Het levert een mooi klinkend album op, dat hoorbaar is geïnspireerd door countrymuziek uit het verleden. De songs op Country Desire zijn prima, de muziek is mooi, de productie uitstekend, maar Alicia Blue trekt zelf de meeste aandacht met haar stem, die is gemaakt voor de countrymuziek die ze maakt op haar debuutalbum. Het is dringen in het genre, maar dit album zou ik niet laten liggen.

De Amerikaanse muzikante Alicia Blue brengt deze week haar debuutalbum uit, maar is zeker geen nieuwkomer. Ze maakt inmiddels al zo’n 15 jaar muziek en bracht een aantal succesvolle singles uit, waaronder de single Tennessee uit 2024, waarop ze samenwerkt met Lucinda Williams en John Paul White (The Civil Wars).

De muzikante die Los Angeles een aantal jaren geleden heeft verruild voor Nashville, Tennessee, heeft een lange aanloop genomen, maar vorige week verscheen dan eindelijk haar debuutalbum Country Desire. Het is een album dat goed laat horen dat Alicia Blue geen groentje meer is, want haar debuutalbum klinkt als een album van een gelouterde muzikante.

Country Desire krijgt het etiket “country” opgeplakt en daar valt helemaal niets of af te dingen. Alicia Blue maakt pure countrymuziek en moet niets hebben van de momenteel in Nashville razend populaire countrypop. Het is countrymuziek met een hang naar het verleden en dan met name naar de grote countryzangeressen uit de jaren 70. De ons vorige week ontvallen Dolly Parton moet zeker worden genoemd als inspiratiebron, maar denk ook absoluut aan Loretta Lynn en zo kan ik nog wel wat namen van grootheden uit het verleden noemen.

De associaties met countryzangeressen uit de jaren 70 zijn grotendeels het resultaat van de stem van Alicia Blue. De muzikante uit Nashville beschikt over een wat ruwe stem en het is een stem met een aangename snik. Alicia Blue zingt ook nog eens vol overgave en met veel emotie, waardoor haar songs makkelijk binnenkomen.

Ik hou niet altijd van een klassieke countrystem zoals die van Alicia Blue, maar ik vind de zang op Country Desire echt prachtig. De Amerikaanse muzikante kan de kracht in haar stem mooi doseren en raakt hier en daar aan de geweldige Sierra Ferrell, misschien wel de beste countryzangeres van het moment.

De muziek op het album is al even aansprekend. Country Desire heeft een authentiek klinkend countrygeluid met een hoofdrol voor snareninstrumenten, maar het album beperkt zich niet tot pure country. In een aantal songs klinken de gitaren net wat steviger en voegt Alicia Blue een snufje rock toe aan haar geluid, terwijl een aantal andere songs juist invloeden uit de bluegrass verwerken.

Ik hou wel van moderne countrypop en vaak prefereer ik dit genre boven de traditionele countrymuziek, maar zo af en toe maak ik een uitzondering en dat doe ik ook voor Country Desire van Alicia Blue. Het is de verdienste van haar geweldige stem, van al het gevoel dat ze in haar songs stopt en van het authentieke maar ook veelzijdig klinkende geluid op het album, maar ook de productie van het album valt in positieve zin op.

Voor deze productie werkte Alicia Blue samen met Shooter Jennings en dat is een verstandige keuze. De Amerikaanse producer en muzikant eert nog altijd de muziek die zijn vader Waylon Jennings maakte en voegt een nostalgisch tintje toe aan zijn producties. Het past uitstekend bij de stem van Alicia Blue en bij haar songs, die ook wat nostalgisch aandoen.

Misschien zal niet iedereen gecharmeerd zijn van de zang van Alicia Blue en van het wat traditionele geluid, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en countrymuziek in het bijzonder en die niet al te veel op hebben met pop, krijgen met Country Desire van Alicia Blue een uitstekend album in handen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tiny Habits - Keepers (2026) 4,0

afgelopen vrijdag om 17:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tiny Habits - Keepers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tiny Habits - Keepers
Het debuutalbum van het Amerikaanse drietal Tiny Habits deed hier helaas niet veel en het zal waarschijnlijk niet anders gaan voor het nieuwe album Keepers, maar er zijn niet veel albums met even mooie zang als op dit album.

Het is jammer dat de openingstrack van het nieuwe album van Tiny Habits waarschijnlijk veel luisteraars op het verkeerde been zal zetten, want van disco moet je houden. Keepers bevat meer invloeden uit met name de soul en R&B dan het debuutalbum van Tiny Habits, maar de verschillen zijn niet zo groot als de openingstrack suggereert. Luister vooral verder, want ook op Keepers staan Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae garant voor wonderschone zang en nog mooiere harmonieën. Zeker als de drie hun stemmen combineren staat het kippenvel direct op je armen. Het debuutalbum van Tiny Habits beviel me in muzikaal opzicht net wat beter, maar ook Keepers is een uitstekend album.

Ruim twee jaar geleden verscheen All For Something, het debuutalbum van de Amerikaanse band Tiny Habits. Het uit twee vrouwen en een man bestaande trio uit Boston, Massachusetts, streelde met haar eerste album op bijzonder aangename wijze het oor. Dat was vooral de verdienste van de stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae, die alle drie indruk maakten met hun zang, maar naar grote hoogten stegen wanneer ze hun stemmen combineerden in wonderschone harmonieën.

All For Something bevatte vooral songs met invloeden uit de folkpop, folkrock en indiefolk, waardoor het debuutalbum van Tiny Habits af en toe niet eens zo ver was verwijderd van het debuutalbum van boygenius, ook een album dat betoverde met harmonieën van een bijzondere schoonheid.

Niet zo gek dus dat ik twee weken geleden enthousiast opveerde toen ik een nieuw album van Tiny Habits vond tussen de nieuwe albums. Keepers viel me in eerste instantie echter enorm tegen. Dat had niets te maken met de stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae, want die zijn ook op Keepers weer prachtig en hetzelfde geldt voor de harmonieën, waarmee nog altijd driftig wordt gestrooid. In muzikaal opzicht laat het tweede album van Tiny Habits echter een flinke koerswijziging horen.

Keepers opent met onvervalste disco en ook invloeden uit de R&B spelen een voorname rol op het album. Ik bleef luisteren naar Keepers omdat het Amerikaanse drietal de folk van het debuutalbum gelukkig niet helemaal vergeten is. De folky songs op het album passen nog altijd perfect in mijn muzikale straatje en het zijn ook dit keer songs van hoge kwaliteit.

De stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae zijn alleen maar mooier geworden en hun harmonieën nog wat smaakvoller en trefzekerder. De zang op Keepers hield me aan de speakers gekluisterd, waarna ik de koerswijziging op het album langzaam maar zeker meer ben gaan waarderen.

De folky songs op het album zijn absoluut mijn favoriete songs op het album, maar ook de songs met een R&B- of soulinjectie bevallen me steeds beter, terwijl disco na de openingstrack niet meer opduikt. De stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae lenen zich ook uitstekend voor deze genres en geven Keepers wel een wat meer eigen smoel dan het debuutalbum.

Dat debuutalbum vind ik achteraf bezien een van de beste albums van de afgelopen jaren. Zo goed vind ik Keepers nog niet, maar het is inmiddels wel een album waar ik met heel veel plezier naar luister. Dat ligt vooral aan de stemmen van de drie, maar Keepers is ook in muzikaal en compositorisch opzicht een knap album.

Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae hebben alle drie de opleiding van het prestigieuze Berklee College of Music doorlopen en dat hoor je in de fraaie klanken en de sterke songs. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan het debuutalbum van Wilson Phillips dat aan het begin van de jaren 90 een van mijn ‘guilty pleasures’ was, maar ook gewoon een heel goed album met zang om van te watertanden.

Die zang hoor je ook op Keepers van Tiny Habits, dat me ondanks de muzikale koerswijziging toch steeds dierbaarder wordt. Het album sneeuwde helaas onder in het releasegeweld van de afgelopen weken, maar staat echt garant voor kippenvel, zeker in de folky songs. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

LAKSHMI - Here, I Am Alone with You (2026) 4,5

afgelopen donderdag om 18:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: LAKSHMI - Here, I Am Alone With You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: LAKSHMI - Here, I Am Alone With You
Ik ken de muziek van LAKSHMI nog niet heel lang, maar met het deze week verschenen album Here, I Am Alone With You maakt de Nederlandse muzikante een verpletterende indruk met een eigenzinnig en wonderschoon geluid.

Direct bij eerste beluistering van Here, I Am Alone With You, het deze week verschenen album van LAKSHMI, intrigeert de Nederlandse muzikante met haar songs, haar muziek en haar stem. LAKSHMI maakte een kleine tien jaar geleden al twee prima albums, maar Here, I Am Alone With You is van een andere orde. De Nederlandse muzikante heeft een toegankelijk maar ook avontuurlijk popalbum gemaakt en het is een album dat op alle mogelijke manieren verrast. De productie van het album is van een bijzondere schoonheid en dat geldt ook voor het uit meerdere lagen bestaande geluid en voor de prachtige zang. Here, I Am Alone With You verleidt direct meedogenloos, maar vervolgens is er nog van alles te ontdekken op dit geweldige album.

De Nederlandse muzikante LAKSHMI bracht in 2017 en 2018 met LAKSHMI en Siren twee albums uit. Op basis van deze albums werd ze hier en daar uitgeroepen tot een van de grote beloften van de Nederlandse popmuziek en trad ze toe tot het legioen BN’ers, wat haar onder andere een plekje in het tv-programma Wie is de Mol? opleverde. Nu ken ik de meeste BN’ers (gelukkig) niet en ook LAKSHMI kwam bij mij pas recent op de radar.

Ik hoor absoluut de belofte op haar eerste twee albums, maar op het deze week verschenen album Here, I Am Alone With You is de Nederlandse muzikante de belofte heel ver voorbij. Er zijn dit jaar al veel geweldige popalbums verschenen, maar het nieuwe album van LAKSHMI hoort wat mij betreft thuis in het rijtje memorabele popalbums van 2026.

Er zijn weliswaar acht jaren verstreken sinds haar vorige album, maar de groei die is te horen op Here, I Am Alone With You is bijzonder indrukwekkend. Het eerste dat opvalt bij beluistering van het album is de zang. LAKSHMI zingt op haar nieuwe album vooral zacht en op het eerste gehoor misschien wat meisjesachtig, maar ik vind de zang alleen maar mooier worden naarmate ik het album vaker beluister.

De stem van LAKSHMI laat naarmate je het album vaker hoort steeds meer diepgang horen en inmiddels vind ik de zang op Here, I Am Alone With You echt bedwelmend mooi. De stem van LAKSHMI is opvallend zuiver, maar ik hoor ook steeds meer gevoel in de zang, waardoor haar songs zich steeds makkelijker opdringen.

De zang zorgt voor een bijzondere sfeer en die wordt versterkt door de muziek op het album. Here, I Am Alone With You is voorzien van sfeervolle en vaak wat lome en dromerige klanken. Het zijn klanken waarin organische instrumenten en elektronica op fraaie wijze worden gecombineerd en zorgen voor een geluid dat makkelijk overtuigt, maar dat wat mij betreft ook continu spannend en verrassend is.

Het is bovendien een veelkleurig geluid dat varieert van de wat zwoele ballads waar Lana Del Rey het patent op heeft tot de uptempo popsongs zoals de grote popzangeressen van het moment die maken. Door de grote veelzijdigheid houdt Here, I Am Alone With You de aandacht makkelijk bijna drie kwartier vast en in die drie kwartier maakt LAKSHMI steeds meer indruk.

In muzikaal en vocaal opzicht is het allemaal bijzonder indrukwekkend, maar ook de productie van het album, die volgens niet geverifieerde informatie op het internet van de hand van LAKSHMI zelf is, is indrukwekkend mooi. Here, I Am Alone With You is voorzien van een beeldend en ruimtelijk geluid dat de fantasie eindeloos prikkelt. Het is een vaak wat donker geluid, waardoor LAKSHMI makkelijk in het hokje pop-noir wordt geduwd, maar het album staat ook vol met betoverend mooie klanken, die de zon ook laten schijnen.

Met een mooi geproduceerd geluid en bijzonder mooie zang heeft Here, I Am Alone With You al veel te bieden, maar ook als songwriter heeft de Nederlandse muzikante een reuzensprong gemaakt. LAKSHMI heeft songs geschreven die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs vol subtiele bijzondere wendingen en songs die steeds weer net wat andere invloeden verwerken.

Ik heb dit jaar zo mijn favorieten wanneer het gaat om popalbums en die komen vrijwel allemaal van de grote popsterren van het moment of van popzangeressen die internationaal worden gezien als de beloften voor de toekomst. Hiermee vergeleken is de status van LAKSHMI nog bescheiden, maar haar album kan absoluut mee met de allerbeste popalbums van het moment. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Dogwood Tales - Every Star in Rockingham County (2026) 4,5

afgelopen woensdag om 15:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dogwood Tales - Every Star in Rockingham County - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dogwood Tales - Every Star in Rockingham County
De Amerikaanse band Dogwood Tales heeft met Every Star in Rockingham County een geweldige gitaarplaat gemaakt die continu schakelt tussen indierock en rootsmuziek en in beide genres overtuigt.

Dogwood Tales leverde eerder dit jaar nog een album af met een andere Amerikaanse band, maar staat met het deze week verschenen album Every Star in Rockingham County weer op eigen benen. Het is het derde album van de band uit Virginia en het is wat mij betreft een indrukwekkend album. Dogwood Tales kan op haar nieuwe album uit de voeten met lekker stevige gitaarmuziek, maar maakt ook geen geheim van haar liefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Het levert een album af dat makkelijk vermaakt, maar dat ook beter en interessanter wordt naarmate je er vaker naar luistert. Voor mij een van de grootste verrassingen van deze week.

Ik had voor deze week een aantal op voorhand interessante gitaaralbums op mijn lijstje staan voor een plekje op De Krenten uit de Pop, maar ze haalden het uiteindelijk allemaal niet. Het gitaaralbum dat me het meest wist te overtuigen kwam immers van een mij tot voor kort onbekende band.

Dat dacht ik althans, want in de eerste maand van 2026 besprak ik het album Destination Heaven van Euphoria Again & Dogwood Tales. Het album kan ik me nog wel herinneren, maar de namen van de bands was ik alweer vergeten. Dogwood Tales heeft deze week met Every Star in Rockingham County echter een prima gitaarplaat gemaakt en troefde wat mij betreft een aantal gerenommeerde bands en muzikanten af. Het is overigens al het derde album van de band uit Harrisonburg, Virginia, het album met Euphoria Again niet meegerekend.

Dogwood Tales opent haar nieuwe album prachtig met de track Soundcheck Infinity, die begint met gruizige gitaren en vervormde zang en halverwege ook nog eens een fraaie tempowisseling in petto heeft. Met de openingstrack van Every Star in Rockingham County gaf Dogwood Tales wat mij betreft de andere gitaaralbums van deze week het nakijken, maar dat doet de band uit Virginia met een track die niet helemaal representatief is voor het album.

Er staan meer tracks op het album die het stevige gitaarwerk niet schuwen, maar Dogwood Tales kiest vooral voor toegankelijke songs en voegt ook flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek toe aan deze songs. Het zijn die songs die me het makkelijkst wisten te overtuigen bij mijn eerste beluistering van het album, want Every Star in Rockingham County klonk wat mij betreft direct memorabel en dat geldt zowel voor de stevigere als voor de wat meer ingetogen songs op het album.

Het zijn songs die niet direct opvallen door de zang, al is die op zich prima. Het meest onderscheidend in de zang vind ik de af en toe ingezette harmonieën, maar ook op de leadzang heb ik niets aan te merken. Ik vind Every Star in Rockingham County in muzikaal opzicht wel interessanter dan in vocaal opzicht. Het stevigere gitaarwerk klinkt geweldig, maar ook als de band meer ingehouden of wat dromerig speelt zijn de gitaarakkoorden mooi en trefzeker. En als dan ook nog eens een pedal steel opduikt is het geluk compleet.

Met Every Star in Rockingham County heeft Dogwood Tales een album gemaakt waarop indierock en Amerikaanse rootsmuziek prachtig in evenwicht zijn. Dat is een evenwicht dat op het moment vaak wordt gezocht, maar de muziek van de band uit Harrisonburg is wat mij betreft voldoende onderscheidend. Het is muziek die ook bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de smaak zal vallen, zeker als op Every Star in Rockingham County gas wordt teruggenomen.

Wat mij betreft won Dogwood Tales het deze week dan ook niet alleen van de andere gitaaralbums die zijn verschenen, maar ook van de rootsalbums en alt-country albums van deze week en ook die kwamen van gerenommeerde bands. Wat Dogwood Tales eerder dit jaar liet horen op het album dat werd gemaakt met Euphoria Again was prima, maar op Every Star in Rockingham County stijgt de band boven zichzelf uit. Het album krijgt schandalig weinig aandacht, maar is wat mij betreft het beste gitaaralbum en het beste rootsalbum van deze week. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Le Ren - Don't Be Funny Without Me (2026) 4,5

afgelopen dinsdag om 18:03 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Le Ren - Don't Be Funny Without Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Le Ren - Don't Be Funny Without Me
Het debuutalbum van de Canadese muzikante Le Ren kreeg in 2021 uitstekende recensies, maar werd niet heel breed opgepikt en snel weer vergeten, wat hopelijk niet het lot is van het deze week verschenen, en nog betere, Don’t Be Funny Without Me.

Er zijn veel folkzangeressen die ingetogen folksongs combineren met een mooie stem, maar ik vond het debuutalbum van Le Ren indrukwekkender dan de meeste andere albums in het genre. Ook met haar nieuwe album Don’t Be Funny Without Me maakt het alter ego van de uit Montreal afkomstige muzikante Lauren Spear weer makkelijk indruk. Het is een album met ingetogen maar ook bijzonder mooi ingekleurde songs en dan is er ook nog de prachtige stem van de Canadese muzikante, die haar songs voorziet van veel gevoel en doorleving. Iedereen die het debuut van Le Ren kent, weet genoeg en anders zijn er twee prachtalbums om te ontdekken.

Bijna vijf jaar geleden besprak ik het album Leftovers van Le Ren. Het is het debuutalbum van de Canadese muzikante Lauren Spear en Leftovers is zeker geen verzameling restjes. Op haar debuutalbum laat de muzikante uit Montreal vooral uiterst ingetogen en meestal sober ingekleurde songs horen.

Het zijn folky songs die herinneren aan de Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70 en het zijn songs die worden gedragen door de doorleefde stem van de Canadese muzikante. Ik noemde in 2021 folkies uit een ver verleden als Karen Dalton, Judee Sill, Linda Perhacs en Joni Mitchell als vergelijkingsmateriaal, maar het debuutalbum van Le Ren doet ook wel wat denken aan folkies van recentere datum als Jessica Pratt en Haley Heynderickx.

Leftovers is een echt koptelefoonalbum, want bij beluistering met de koptelefoon hoor je pas goed hoe smaakvol en verrassend rijk het sobere geluid op het album is en komt ook de schoonheid van de stem van Lauren Spear nog wat duidelijker naar voren. Ondanks mijn lovende woorden van bijna vijf jaar geleden heb ik niet vaak meer naar het debuutalbum van Le Ren geluisterd, maar toen ik er een paar dagen geleden weer eens naar luisterde was ik direct weer onder de indruk van de schoonheid en intimiteit van het album.

Ik schreef het nieuwe album van de Canadese muzikante daarom direct op voor een plekje op De Krenten uit de Pop en dat bleek een terechte keuze. Le Ren keert deze week terug met haar tweede album en ook Don’t Be Funny Without Me is weer een album om te koesteren.

In de openingstrack A Song Can Love You Back gaat Lauren Spear verder waar Leftovers bijna vijf jaar geleden ophield. Het is een uiterst sober ingekleurde track waarin alles draait om de stem van de muzikante uit Montreal. Die stem klinkt nog wat mooier en doorleefder dan op het debuutalbum van Le Ren, waardoor ik na de openingstrack al overtuigd was van de kwaliteit van het nieuwe album.

Don’t Be Funny Without Me is, net als Leftovers, een album met vooral ingetogen songs, maar veel songs zijn voorzien van net tot flink wat vollere klanken dan op het debuutalbum. Ook bij beluistering van het tweede album van Le Ren valt op hoe smaakvol het album is ingekleurd en hoe mooi de ook nog eens verrassend veelzijdige klanken aansluiten bij de prachtige stem van Lauren Spear.

Leftovers was fraai geproduceerd door Chris Cohen en ook de productie van Don’t Be Funny Without Me is bijzonder mooi. Voor deze productie tekenen Lauren Spear en twee muzikanten die een prominente rol spelen op het album en ze hebben wat mij betreft fraai werk geleverd. In de instrumentatie valt naast het prachtige gitaarwerk vooral de prominente rol voor de viool op, maar het is ook dit keer de stem van Lauren Spear die de meeste indruk maakt.

De Canadese muzikante heeft voor haar tweede album flink wat achtergrondzangeressen naar de studio gehaald en die versterken haar stem steeds op mooie en zeer trefzekere wijze. Vergeleken met het debuutalbum klinkt het tweede album van Le Ren wat voller, maar de nieuwe songs klinken ook veelzijdiger en variëren van uiterst ingetogen folksongs tot songs die zich langzaam bewegen richting rock. Ook Don’t Be Funny Without Me is weer een album dat tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert en het album je betovert met fraaie klanken en de wonderschone zang. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sera Cahoone - I've Missed You All These Years (2026) 4,0

31 augustus, 18:30 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sera Cahoone - I've Missed You All These Years - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sera Cahoone - I've Missed You All These Years
Sera Cahoone nam al eerder de tijd voor haar albums, maar heeft ons dit keer wel erg lang laten wachten op haar nieuwe album I’ve Missed You All These Years, dat het lange wachten gelukkig meer dan waard is.

De Amerikaanse muzikante Sera Cahoone heb ik hoog zitten sinds haar tweede album Only As The Day Is Long uit 2008. Sindsdien neemt ze de tijd voor haar albums en ook het deze week verschenen album I’ve Missed You All These Years kwam er niet zomaar. Sera Cahoone staat echter wel garant voor kwaliteit en dat hoor je ook weer op haar nieuwe album. Ze schrijft zeer aansprekende songs, waarin folk en country domineren, kleurt haar songs bijzonder mooi in en beschikt ook nog eens over een bijzonder mooie stem. Het levert ook dit keer een fraai rootsalbum met een subtiel maar zeer aangenaam randje pop op. Wat mij betreft verplichte kost voor liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment.

De albums van de Amerikaanse singer-songwriter Sera Cahoone vallen tot dusver helaas wat tussen wal en schip. Dat is jammer, want de muzikante uit Seattle, Washington, levert kwaliteit en dat doet ze inmiddels al meer dan twintig jaar. Het debuutalbum van Sera Cahoone ken ik niet, maar ik was persoonlijk zeer te spreken over de albums die volgden. Only As The Day Is Long uit 2008, Deer Creek Canyon uit 2012 en From Where I Started uit 2017 zijn alle drie uitstekende albums en Deer Creek Canyon was voor mij zelfs een onbetwist jaarlijstjesalbum.

Het zijn albums waarop Sera Cahoone vooral invloeden uit de folk en country verwerkt. Deze invloeden komen samen in bijzonder lekker in het gehoor liggende songs met een aangenaam randje pop. Sera Cahoone is bovendien een getalenteerde muzikante en beschikt over een mooie en prettig klinkende stem. Na 2017 werd het helaas stil rond Sera Cahoone, al verscheen in 2018 nog wel een EP.

Het deze week verschenen I’ve Missed You All These Years is volgens mij het eerste wapenfeit sinds deze EP. Dat betekent niet dat Sera Cahoone stil heeft gezeten de afgelopen jaren. Ze sloot zich direct na haar vorige album op in een blokhut in Washington State en begon te werken aan nieuwe songs. De Amerikaanse muzikante nam al eerder de tijd voor het maken van een nieuw album, maar dit keer duurde het allemaal wat langer.

Sera Cahoone kreeg te maken met het wegvallen van geliefden, ging aan de slag als producer voor onder andere Margo Cilker (wat met Pohorylle en Valley Of Heart’s Delight twee fantastische albums opleverde) en bekwaamde zich in het drummen. Deze week keert ze gelukkig terug met een nieuw album en ook I’ve Missed You All These Years is een album dat veel te goed is om onder te sneeuwen.

Sera Cahoone heeft de pech dat haar nieuwe album is verschenen in een week met idioot veel nieuwe albums, waardoor er vooralsnog niet heel veel aandacht is voor het album, maar voor mij was het album een no-brainer. Er zijn weliswaar flink wat jaren verstreken sinds het vorige album van de muzikante uit Seattle, maar I’ve Missed You All These Years klinkt direct vertrouwd.

Sera Cahoone is nog altijd goed voor mooie en intieme songs met vooral invloeden uit de folk en de country en ook het subtiele randje pop is niet verdwenen uit haar muziek. Ze heeft zoals gezegd de tijd genomen voor haar nieuwe album en dat hoor je in de inkleuring van de songs. Er zijn veel smaakvolle accenten toegevoegd aan de songs op I’ve Missed You All These Years, dat fraai, warm en verzorgd klinkt.

Het levert een album op dat het goed zal doen tijdens lange winteravonden, maar ook op een regenachtige zomeravond doet het album wonderen. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de bijzonder mooie stem van Sera Cahoone, die ook op haar nieuwe album weer indruk maakt als zangeres.

I’ve Missed You All These Years is een album dat niet direct opvalt met muzikale frivoliteiten of uitstapjes buiten de gebaande paden. Ook het nieuwe album van Sera Cahoone klinkt daarom op het eerste gehoor vooral degelijk, maar het is een album dat zich langzaam maar uiteindelijk meedogenloos opdringt. Sera Cahoone heeft ons gemist de afgelopen jaren, maar dat gevoel was wat mij betreft wederzijds. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Prince - Timeless (2026) 3,5

30 augustus, 19:28 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Prince - Timeless - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Prince - Timeless
Ik verwacht geen wonderen meer uit de kluizen van de Paisley Park Studios van Prince, hooguit af en toe een aardige verzamelaar met wat prima restmateriaal en dat is ook precies wat het deze week verschenen Timeless is.

Ik kijk eerlijk gezegd erg uit naar de reissue van het Prince album Parade, die voor later dit jaar is aangekondigd, maar had geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen Timeless. De nieuwe worp uit de kluizen van de studio’s van de grootheid die helaas al tien jaar niet meer onder ons is, is wat oneerbiedig gezegd een verzameling restjes. Het zijn restjes die de hele carrière van Prince bestrijken en in de meeste gevallen ook prima terecht hadden kunnen komen op een van zijn albums, maar echt memorabele tracks, die de vergelijking met zijn allerbeste werk aan kunnen, heb ik niet gehoord. Timeless is wat mij betreft prima, maar ook niet meer dan dat.

Decennia lang is er stevig gespeculeerd over al het moois dat in de kluizen van de Paisley Park Studios in Minneapolis, Minnesota, zou liggen. Na de dood van Prince in het voorjaar van 2016 werd al vrij snel gesproken over het openen van de kluizen, ook wel The Vault genoemd, waarin mogelijk tientallen nog niet bekende Prince albums zouden liggen opgeslagen.

De afgelopen tien jaar viel de oogst eerlijk gezegd flink tegen. Twee albums met demo’s (Originals en Piano & A Microphone 1983), een handvol reissues met bonusmateriaal en precies één vergeten album (Welcome 2 America) is alles wat uit de geheimzinnige kluizen in Minneapolis kwam. Werk van Prince is altijd interessant, maar niets van het na zijn dood verschenen werk kwam wat mij betreft in de buurt van het allerbeste werk van de Amerikaanse muzikant.

Na een lange periode van stilte, waarin een reissue van het prachtalbum Around the World in a Day, maar helaas zonder echt nieuw bonusmateriaal, het belangrijkste wapenfeit was, krijgen we deze week weer eens een inkijkje in het materiaal dat de afgelopen decennia op de plank lag.

Het deze week verschenen Timeless is helaas niet een van de verloren gewaande meesterwerken van Prince, maar een verzamelaar met songs die werden opgenomen gedurende de hele carrière van de geniale muzikant. De oudste song op Timeless stamt uit 1977, terwijl de afsluitende live-track werd opgenomen in het jaar van zijn dood. Dit alles verpakt met een nogal goedkoop uitziende cover.

Het slechte nieuws is dat er voor de echt fanatieke Prince-fan wederom niet heel veel nieuws is te horen, want alle songs op Timeless waren op de een of andere manier al eerder te horen, overigens niet altijd in dezelfde versie als op Timeless. Ook Timeless is derhalve niet het album dat het oeuvre van Prince op zijn kop zet, maar zoals eerder gezegd is een nieuw album van Prince altijd interessant, ook als het een verzameling restjes betreft.

Een hele ruime verzameling restjes is het overigens niet, want Timeless bevat slechts tien songs, waaronder een live-track. De openingstrack I Am You stamt uit de beginjaren van de carrière van Prince en zou niet hebben misstaan op een van zijn vroege albums. Tick, Tick, Bang uit de vroege jaren 80 kennen we in een andere versie van het album Graffiti Bridge en heeft lekker stevig gitaarwerk als belangrijkste pluspunt.

Heaven komt uit 1985 en dus uit de beste jaren van Prince en had niet misstaan op Parade, waarvan overigens ook een reissue is aangekondigd, zonder op dit album tot de uitschieters te hebben behoord. Het geldt ook voor I Wonder, dat wel goed had gepast op de albums die Prince aan het begin van de jaren 90 uitbracht, net als With This Tear, dat de muzikant uit Minneapolis echter cadeau deed aan Celine Dion.

Hierna is Timeless al terecht gekomen in het huidige millennium, waarin Prince de grootse vorm uit de jaren 80 en vroege jaren 90 niet vaak meer benaderde, maar nog zeker een aantal interessante albums uitbracht. Het zijn albums waarop de resterende songs op Timeless een plekje hadden verdiend, zonder echt op te vallen.

En zo is Timeless net iets meer dan 40 minuten een prima album, zonder dat je echt op het puntje van de stoel komt te zitten. Ook van Timeless had ik weer meer verwacht, maar misschien is het zo langzamerhand tijd om te accepteren dat Prince zijn beste werk gewoon uitbracht tijdens zijn leven, wat een aantal onbetwiste klassiekers heeft opgeleverd. Alles wat er bij komt is een leuke bonus, maar ook niet meer dan dat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Isolde Lasoen - My Kind of Drama (2026) 4,5

30 augustus, 10:22 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Isolde Lasoen - My Kind of Drama - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Isolde Lasoen - My Kind of Drama
De Belgische muzikante Isolde Lasoen maakte al twee geweldige albums met een uniek eigen geluid en vervolmaakt dit geluid op het fascinerende album My Kind of Drama, dat tien songs betovert, bezweert, verleidt en benevelt.

Iedereen die de vorige twee albums van Isolde Lasoen kent weet dat je ook haar deze week verschenen derde album zonder enige twijfel uit de enorme stapel nieuwe albums van deze week kunt plukken. Daar krijg je geen spijt van, want de muzikante uit Gent heeft je vanaf de eerste noten te pakken en sleept je vervolgens een fascinerend muzikaal landschap in. Ook My Kind of Drama bevat invloeden uit de Franse popmuziek van lang geleden, maar Isolde Lasoen voegt er dit keer nog meer van haar eigen geluid aan toe. My Kind of Drama is een album voor de dansvloer, maar het is ook een album om bij weg te dromen. Het album verleidt tien songs lang meedogenloos en hierna wil je alleen maar heel veel meer.

Bijna negen jaar geleden verscheen het album Cartes Postales van Isolde. Het is het solodebuut van de Belgische muzikante Isolde Lasoen en ik vind het nog altijd een fantastisch album. Op Cartes Postales begint Isolde Lasoen bij de rijke tradities van het Franse chanson en bij de zwoele Franse filmmuziek uit de jaren 70, maar ze geeft vervolgens een geheel eigen draai aan deze invloeden, zeker wanneer ze halverwege het album het Frans verruilt voor het Engels.

Cartes Postales bleef in 2017, zeker in Nederland, helaas een wat miskend meesterwerk, maar gelukkig werd het ruim drie jaar geleden en onder de naam Isolde Lasoen uitgebrachte Oh Dear wel warm onthaald. Ook op haar tweede album laat de muzikante uit Gent zich nadrukkelijk inspireren door Franse popmuziek en filmmuziek, maar ze sleept er ook allerlei andere invloeden bij, wat een uniek klinkend album oplevert.

Oh Dear is een album vol honingzoete verleiding en het is een album waar Serge Gainsbourg waarschijnlijk wel raad mee had geweten. Het knappe van Oh Dear is dat het klinkt als een album dat zo lijkt weggelopen uit het Parijs van de jaren 60 of 70, maar op hetzelfde moment subtiel anders klinkt dan de Franse popmuziek uit deze periode.

Ik schaarde Oh Dear van Isolde Lasoen uiteindelijk onder de beste albums van 2023 en met de kennis van nu zou ik het album nog een flink hogere plek in de lijst hebben gegeven. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het derde album van de Belgische muzikante en dat album is deze week verschenen.

Voor iedereen die de vorige twee albums van Isolde Lasoen kent zal My Kind of Drama direct aanvoelen als het spreekwoordelijke warme bad. Ook op haar derde album is de muzikante uit Gent goed voor aanstekelijke popsongs vol verleiding en bezwering. Qua sfeer ligt het nieuwe album in het verlengde van de twee vorige albums van Isolde Lasoen, want de muziek klinkt wederom zwoel, donker, beeldend en mysterieus, maar in muzikaal opzicht is het toch wel een wat ander album.

De muziek op My Kind of Drama roept nog altijd nostalgische gevoelens op. Die gevoelens namen je op de vorige twee albums vooral mee terug naar het Parijs van de jaren 60 en 70, maar op het derde album word je ook meegenomen naar andere oorden, al vind ik het best lastig om te bepalen welke oorden dit zijn.

Op My Kind of Drama wordt vooral gekozen voor het Engels en klinken invloeden uit de 80s synthpop en hier en daar een beetje psychedelische progrock door, maar het album klinkt toch duidelijk anders dan de synthpop albums waar ik destijds naar luisterde. Laat ik het er maar op houden dat Isolde Lasoen je op haar nieuwe album meeneemt naar haar eigen muzikale universum, waar zich dit ook bevindt.

Het is een muzikaal universum waar het goed toeven is, want ook het nieuwe album van Isolde Lasoen is weer een album waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden, ook al zijn donkere wolken nooit ver weg. De songs op My Kind of Drama zijn zonder uitzondering aanstekelijk, maar het zijn ook beeldende songs die de fantasie prikkelen.

Het zijn songs die nog wat aan kracht winnen door de mooie en verleidelijke vocalen van de Belgische muzikante, die weer schittert als zangeres. My Kind of Drama trekt je meer dan eens de dansvloer op en doet af en toe toch weer even Parijs aan wanneer op het door de Fransman Michael Declerck geproduceerde album heel incidenteel wordt gekozen voor het Frans. De lat lag extreem hoog na Oh Dear, maar Isolde Lasoen stelt wederom niet teleur. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Carly Pearce - Honest Woman (2026) 4,5

29 augustus, 11:41 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Carly Pearce - Honest Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Carly Pearce - Honest Woman
Ik heb Carly Pearce heel hoog zitten sinds de inmiddels vijf jaar oude EP 29 en met haar nieuwe album Honest Woman bevestigt de muzikante uit Nashville nogmaals dat ze behoort tot het beste dat de country(pop) momenteel te bieden heeft.

Het is enorm dringen binnen de countrymuziek van het moment en zeker binnen de countrypop. Carly Pearce maakte indruk in het genre met haar vorige twee albums en doet dat opnieuw met het deze week verschenen album Honest Woman. De muzikante uit Nashville past met haar albums in het hokje countrypop, maar ook Honest Woman is meer country dan pop. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten uit Nashville zet Carly Pearce een warm en authentiek klinkend geluid neer, waarin haar mooie stem uitstekend gedijt. De Amerikaanse muzikante overtuigt ook dit keer makkelijk met aansprekende en persoonlijke songs en levert wederom een topalbum af.

De biografie van de Amerikaanse muzikante Carly Pearce leest als een filmscript. Ze groeide op in een muzikaal gezin op het Amerikaanse platteland in Kentucky, speelde al op heel jonge leeftijd in een bluegrass band, zocht op haar zestiende haar geluk in Tennessee en kreeg een baantje als zangeres in het themapark Dollywood en vertrok op haar negentiende naar Nashville, waar ze kennismaakte met de harde en meedogenloze muziekindustrie van de Amerikaanse muziekhoofdstad.

Lange tijd leek het er niet op dat Carly Pearce het zou gaan maken in Nashville, maar de kennismaking met de talentvolle producer Busbee veranderde alles en na zeven zware jaren in Nashville lachte het succes haar eindelijk toe. Dat was in 2017, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van Carly Pearce stamt uit 2021, toen ze eerst de EP 29 en later het album 29: Written in Stone uitbracht.

Ook het huwelijk van Carly Pearce zou niet misstaan in het bovengenoemde filmscript en resulteerde in een indrukwekkend breakup album. 29: Written in Stone was ook in muzikaal opzicht een indrukwekkend album. Het album klonk door een flink aantal zwaargewichten uit de muziekscene van Nashville fantastisch, maar ook Carly Pearce zelf maakte indruk met een mooie stem en een goed gevoel voor songs die zowel liefhebbers van authentiek klinkende countrymuziek als liefhebbers van countrypop aanspreken.

Met het album hummingbird schaarde Carly Pearce zich in 2024 definitief onder de smaakmakers binnen de country(pop) en kreeg ze ook in Nederland voet aan de grond. Van hummingbird verscheen vorig jaar nog een luxe-editie met extra songs, maar deze week is het alweer tijd voor een nieuw album van Carly Pearce. Honest Woman voegt nog eens zestien songs en ruim vijftig minuten muziek toe aan het werk van de muzikante uit Nashville en ook op haar nieuwe album maakt Carly Pearce weer makkelijk indruk.

Ook Honest Woman bevat weer zeer persoonlijke songs, die met veel gevoel worden vertolkt. Carly Pearce beschikt wat mij betreft over een van de mooiste stemmen binnen de countrymuziek van het moment en haar stem heeft sinds haar vorige album alleen maar aan kracht, souplesse en gevoel gewonnen.

Net als op 29: Written in Stone en hummingbird maakt Carly Pearce muziek die aansluit bij de countrypop van het moment, maar het is countrypop waarin de country het ruimschoots wint van de pop. De Amerikaanse muzikante is haar wortels in de traditionele country en bluegrass niet vergeten en ook de countrypop die in de jaren 90 op de kaart werd gezet door Shania Twain heeft absoluut invloed gehad op de songs op Honest Woman.

Het nieuwe album van Carly Pearce zal ook zeker in de smaak vallen bij de liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek, want het album bevat flink wat songs waarin de invloeden uit de pop minimaal zijn. Net als op haar vorige albums heeft Carly Pearce een aantal fantastische muzikanten om zich heen verzameld, wat een vol, warm en authentiek klinkend countrygeluid oplevert.

Het is een geluid dat verder wordt opgetild door de geweldige stem van de muzikante uit Nashville en door de persoonlijke verhalen die ze vertelt in de zeer aansprekende songs op het album. Carly Pearce kreeg het misschien niet voor niets in Nashville, maar met Honest Woman bevestigt ze nog eens dat ze inmiddels de ster is die ze al op jonge leeftijd wilde zijn. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Chelsea Wolfe - The Dark (2026) 4,0

28 augustus, 16:35 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Chelsea Wolfe - The Dark - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Chelsea Wolfe - The Dark
Chelsea Wolfe maakt inmiddels twintig jaar muziek die varieerde van mooi en breekbaar tot donker en dreigend en ook op haar deze week verschenen album The Dark laat de Amerikaanse muzikante weer nieuwe dingen horen.

Ik was benieuwd welke kant Chelsea Wolfe op zou gaan na haar prachtige album She Reaches Out to She Reaches Out to She uit 2024, waarop ze een soort dwarsdoorsnede uit haar complete oeuvre liet horen. Het antwoord op de vraag krijgen we deze week met The Dark. Het is een album dat nog altijd varieert van uiterst ingetogen tot zeer zwaar aangezet, maar zo toegankelijk klonk de muziek van Chelsea Wolfe nog niet eerder. Van muzikale uitverkoop is echter geen sprake, want ook op The Dark zingt ze de sterren van de hemel en laat ze in muzikaal opzicht nog altijd muziek met haar uit duizenden herkenbare stempel horen. Wederom een prachtalbum van Chelsea Wolfe derhalve.

De Amerikaanse muzikante Chelsea Wolfe heeft de afgelopen twintig jaar een fraai en inmiddels behoorlijk omvangrijk oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre waarin ze net zo makkelijk donkere en dreigende muziek om heel bang van te worden maakt, maar ze kan ook uit de voeten met betoverend mooie klanken die het oor zacht strelen. Het zijn twee uitersten die soms worden verdeeld over albums, maar ook samen kunnen komen op een album.

Ik leerde Chelsea Wolfe zelf kennen in 2012 toen ze het album Unknown Rooms met akoestische songs uitbracht, maar vervolgens maakte ik ook kennis met haar door donkere gitaarmuren gekenmerkte muziek. Ruim twee jaar geleden verscheen het album She Reaches Out to She Reaches Out to She, waarop Chelsea Wolfe haar hele oeuvre samenvatte en haar meest veelzijdige album tot dusver maakte. Deze week is de Amerikaanse muzikante terug met The Dark en voegt ze een volgend fascinerend album toe aan haar werk.

Op She Reaches Out to She Reaches Out to She werkte de Californische zangeres samen met TV On The Radio’s Dave Sitek als producer en die samenwerking smaakte wat mij betreft naar veel meer. Daar dacht de Californische muzikante zelf kennelijk anders over, want op The Dark werkt ze samen met producer Jennifer Decilveo, die onder andere werkte met Bat for Lashes, Porridge Radio, Miley Cyrus en Angelique Kidjo.

Het zorgt ervoor dat The Dark toch weer anders klinkt dan het vorige album van Chelsea Wolfe. The Dark is net als She Reaches Out to She Reaches Out to She een veelzijdig album, maar waar het vorige album klonk als een dwarsdoorsnede van alle eerder albums, hoor ik op het nieuwe album ook nieuwe wegen. Als ik moet omschrijven wat er anders is op The Dark kom ik vooral uit bij de toegankelijkheid van de songs.

Waar de muziek van Chelsea Wolfe in het verleden best zwaar en ontoegankelijk kon zijn, klinken de songs op het nieuwe album een stuk lichter en toegankelijker, wat niet betekent dat Chelsea Wolfe opeens lichtvoetige popmuziek maakt. Haar songs hadden in het verleden wel vaker een folky karakter en dat is ook te horen op The Dark. Een aantal songs is voorzien van vooral organische en sfeervolle klanken, maar de wat dreigende klankentapijten die we van haar kennen zijn nooit ver weg.

Zoals de titel van het album al doet vermoeden is ook The Dark een album met vooral donkere tinten, maar zo dreigend en beangstigend als in het verleden is het niet. Producer Jennifer Decilveo heeft de scherpe randjes en ruwe kantjes er wat afgevijld, maar The Dark is nog altijd een typisch Chelsea Wolfe album.

Het is een album waarop de mooie en veelzijdige stem van de Amerikaanse muzikante overigens prachtig klinkt en dat geldt zowel voor de ingetogen passages als voor de passages waarin de gitaarmuren toch weer opduiken. Het is niet alleen een mooi, maar ook uniek stemgeluid.

Op The Dark krijgt Chelsea Wolfe gezelschap van een aantal aansprekende muzikale gasten, onder wie Tori Amos en leden van Nine Inch Nails, Queens of the Stone Age en Air, maar hun bijdragen hebben niet heel veel invloed op het zo karakteristieke geluid van Chelsea Wolfe. Bij de eerste beluistering van The Dark vroeg ik me af of de muziek van de Amerikaanse muzikante dit keer niet te weinig onderscheidend is, maar inmiddels kan ik concluderen dat ze nog altijd unieke en bijzonder mooie muziek maakt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ok Cowgirl - Rhinestone Cowgirl (2026) 4,0

28 augustus, 16:13 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ok Cowgirl - Rhinestone Cowgirl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ok Cowgirl - Rhinestone Cowgirl
De Amerikaanse topproducer Alex Farrar heeft het maar druk met al die gruizige gitaarbands met een liefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar met Rhinestone Cowgirl van Ok Cowgirl heeft hij een prachtalbum geproduceerd.

Invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek, gruizige gitaren en een mooie en opvallende vrouwenstem, die persoonlijke teksten vertolkt, zijn de belangrijkste ingrediënten van flink wat albums op het moment. De beste van deze albums zijn ook nog eens geproduceerd door Alex Farrar en die nam ook de productie van Rhinestone Cowgirl van Ok Cowgirl voor zijn rekening. Het is een album dat een inmiddels bekend geluid laat horen, maar de band uit Brooklyn, New York, tikt wat mij betreft een hoog niveau aan en voegt wat toe aan alles dat er al is. Rhinestone Cowgirl is bovendien een album dat mooier en interessanter wordt wanneer je het vaker hoort.

Deze week verscheen het tweede album van de Amerikaanse band Ok Cowgirl, die in 2024 debuteerde met het album Couldn't Save Us From My Gut. Het debuutalbum van de band uit Brooklyn, New York, heeft volgens mij niet heel veel aandacht gekregen, terwijl het album werd geproduceerd door Alex Farrar, die dankzij zijn werk voor onder andere Wednesday, MJ Lenderman, Indigo De Souza, Snail Mail, Waxahatchee en Squirrel Flower behoort tot de meest gevraagde producers van het moment en bijna alles dat hij aanraakt in goud laat veranderen.

Ook voor het tweede album verruilde Ok Cowgirl de thuisbasis in Brooklyn tijdelijk voor de studio van Alex Farrar in Asheville, North Carolina. Ok Cowgirl is een vijfkoppige band, maar de belangrijkste schakel van de band is frontvrouw Leah Lavigne. Ze tekende voor alle songs op het nieuwe album van haar band, nam de zang voor haar rekening en droeg bij aan zowel het gitaarwerk als de keyboards op Rhinestone Cowgirl.

Een deel van de Amerikaanse muziekpers heeft het tweede album van de band uit New York opgepikt de afgelopen week, en dat begrijp ik wel. Ok Cowgirl heeft een album gemaakt met de momenteel populaire mix van indierock en Amerikaanse rootsmuziek en beschikt over een aantal sterke troefkaarten.

Leah Lavigne laat op het tweede album van haar band horen dat ze een uitstekende songwriter is en ik vind haar ook een prima zangeres. Ze beschikt over een stem die op een aangename wijze onvast klinkt, zoals ook Adrianne Lenker dat heeft, maar ik vind haar een betere zangeres dan de Big Thief zangeres. De zang van Leah Lavigne past goed bij het ruwe en gruizige geluid van Ok Cowgirl, maar doet het ook uitstekend in de songs die opschuiven richting Americana.

Er hebben maar liefst vijf gitaristen bijgedragen aan Rhinestone Cowgirl, onder wie Alex Farrar. Het wekt daarom geen verbazing dat het tweede album van Ok Cowgirl beschikt over een lekker vol gitaargeluid. Het is een gitaargeluid dat de songs van de Amerikaanse band steeds net wat anders inkleurt, waardoor Rhinestone Cowgirl de aandacht makkelijk vasthoudt.

Ik geloof zelf zeer in de meerwaarde van een goede producer en hoor die meerwaarde in de productie van Alex Farrar, die het album heeft voorzien van een gloedvol geluid. Het zit af en toe redelijk dicht in de buurt bij een band als Wednesday, maar het tweede album van Ok Cowgirl heeft absoluut bestaansrecht.

Ik hou van de gruizige en wat stevigere songs op Rhinestone Cowgirl, maar ook als de band gas terugneemt klinkt het allemaal erg mooi en is de stem van Leah Lavigne zelfs nog wat mooier. In de meer ingetogen songs op het album is het geluid van de band bovendien wat eigenzinniger.

Het wordt langzaam maar zeker wel wat druk in dit segment, dat een paar jaar geleden Big Thief als belangrijkste representant had, maar Ok Cowgirl verdient op basis van de kwaliteit van Rhinestone Cowgirl absoluut een plekje tussen de bands die we in de gaten moeten houden. Ik had het album zelf een tijdje op de reservelijst staan, maar nu ik het vaker heb gehoord ben ik best gehecht geraakt aan dit aangename gitaaralbum en aan de stem en de songs van de talentvolle Leah Lavigne. Zeker fans van Wednesday moeten hier eens naar luisteren. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Elanor Moss - The Knife, the Needle (2026) 4,5

27 augustus, 20:38 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Elanor Moss - The Knife, The Needle - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Elanor Moss - The Knife, The Needle
Fluisterzachte albums als The Knife, The Needle trekken wat minder makkelijk de aandacht, maar het debuutalbum van de Britse muzikante Elanor Moss blijkt een album van een bijzondere intimiteit en schoonheid.

Met name de Amerikaanse muziekpers was de afgelopen week lovend over het debuutalbum van Elanor Moss. Dat is bijzonder, want de muziek van de muzikante uit Londen klinkt vooral Brits. Haar debuutalbum The Knife, The Needle bevat flink wat invloeden uit de traditionele Britse folk, maar het is ook een album dat in het hier en nu opvalt. Dat doet het album allereerst met de bijzondere stem van Elanor Moss, maar ook de muziek op The Knife, The Needle maakt indruk met zeer subtiele en ook bijzonder fraaie details van strijkers en blazers. Het is een album waar je even voor moet gaan zitten, maar vervolgens openbaart zich een in alle opzichten wonderschoon album.

Je hebt albums die overdag nauwelijks opvallen, maar die tot leven komen wanneer de zon onder is. The Knife, The Needle van Elanor Moss is zo’n album. De songs van de Britse muzikante vervliegen makkelijk wanneer ze op de achtergrond klinken, maar luister met volledige aandacht naar het debuutalbum van de muzikante uit Londen en het blijkt een album van een bijzondere schoonheid en die schoonheid komt nog wat beter tot zijn recht wanneer het daglicht is verdwenen.

Elanor Moss maakte de afgelopen jaren twee EP’s, maar The Knife, The Needle is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is muziek die past in het hokje folk en het is wat traditioneel aandoende folk. Daar ben ik lang niet altijd gek op, maar ik vind het debuutalbum van Elanor Moss in alle opzichten een opzienbarend en wonderschoon album.

Het eerste wat opvalt bij beluistering van The Knife, The Needle is de stem van Elanor Moss. De Britse muzikante zingt zacht en ingetogen, maar ze zingt ook met veel gevoel en precisie. Het doet wel wat denken aan de grote Britse folkies van weleer, maar de zang van Elanor Moss heeft een duidelijk eigen geluid, wat deels wordt bepaald door het feit dat ze geen noot te veel zingt.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi en intiem de zang is op The Knife, The Needle. Het is zang die je makkelijk weet te raken, want de Britse muzikante legt zoals gezegd veel emotie in haar stem. Het is een stem die het goed doet in een sobere muzikale setting, want de zachte zang wordt makkelijk overstemd.

The Knife, The Needle is aan de ene kant voorzien van een relatief sobere instrumentatie, want ook de klanken op het album zijn over het algemeen zacht en ingetogen. Het is aan de andere kant ook een instrumentatie met een uniek eigen karakter en schoonheid. De songs van Elanor Moss hebben in de basis genoeg aan haar akoestische gitaar en haar stem, maar de muziek op het album is vervolgens verrijkt met een flink assortiment strijkers en blazers, die het album voorzien van een uniek karakter. Ook de bijdragen van de strijkers en blazers zijn vooral zacht, waardoor muziek en zang fraai in balans zijn. Ook de muziek op het album hoor je het best via de koptelefoon, want veel bijdragen zijn uiterst subtiel.

The Knife, The Needle trekt niet alleen de aandacht met de prachtige muziek en de even mooie stem van Elanor Moss, maar ook met haar songs. Het zijn songs met mooie, soms poëtische en soms persoonlijke teksten en het zijn zonder uitzondering songs die zich in een laag tempo voortslepen. Het zijn intieme songs die zich, zeker wanneer de liefde voor traditionele folk niet heel groot is, langzaam opdringen, maar wanneer je eenmaal wordt gegrepen door het debuutalbum van Elanor Moss, laat het album je niet meer los.

Het doet me af en toe wel wat denken aan Little Black Numbers, het doorbraakalbum van de Britse folkie Kathryn Williams, al klonk dat album niet zo verstild als The Knife, The Needle. De songs van Elanor Moss houden je een ruim half uur in een wurggreep en dat is ook genoeg, want de songs op haar debuutalbum vragen om aandachtige beluistering en dat kost energie, zeker als je niets wilt missen van alle subtiele versieringen op het album. Misschien meer een album voor de herfst of de winter, maar wacht even tot het donker is en dit album doet wonderen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Brennan Wedl - Brennan Wedl (2026) 4,0

27 augustus, 15:48 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brennan Wedl - Brennan Wedl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Brennan Wedl - Brennan Wedl
De Amerikaanse muzikante Brennan Wedl begint op haar debuutalbum bij indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt, maar het album ontwikkelt zich vervolgens tot een potentiële klassieker binnen de Amerikaanse rootsmuziek.

Met name de Amerikaanse muziekpers is razend enthousiast over het deze week verschenen debuutalbum van Brennan Wedl. Dat hoorde ik er bij beluistering van de eerste tracks op het album, die dicht tegen de 90s indierock aanzitten, nog niet direct aan af, maar wanneer de Amerikaanse rootsmuziek de overhand krijgt op het album overtuigt Brennan Wedl steeds meer en begrijp ik de superlatieven. De Amerikaanse muzikante maakt indruk met mooi gitaarwerk en een geweldige stem, waarna de lekker in het gehoor liggende songs en de fraaie productie van Brad Cook en Katie Crutchfield de rest doen. Blijf vooral luisteren, want dit album wordt steeds beter.

Het deze week verschenen titelloze debuutalbum van Brennan Wedl heb ik de afgelopen dagen een paar keer opgepakt, weggelegd en weer opgepakt. Toen ik het album vorige week voor het eerst kort beluisterde vond ik het aardig maar niet heel onderscheidend, maar door de zeer positieve recensies van met name de Amerikaanse muziekmedia werd ik toch weer op het spoor gezet van het album.

Sindsdien werd ik wat heen en weer geslingerd en dat had niet zo veel te maken met de kwaliteit van het album, maar lag meer aan het genre waarin Brennan Wedl lijkt te opereren. Op haar debuutalbum hoor je op het eerste gehoor en zeker in de eerste paar tracks vooral songs die zijn geïnspireerd door de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt. Het zijn songs die lekker klinken en hoorbaar vakkundig zijn gemaakt, maar er is de laatste jaren zoveel door 90s indierock beïnvloede muziek gemaakt dat ik wat verzadigd ben geraakt.

Ik ben blij dat ik het ben blijven proberen en vooral langer ben blijven luisteren, want het debuutalbum van Brennan Wedl wordt niet alleen overtuigender maar vooral ook veelzijdiger wanneer je er vaker naar luistert. De muzikante uit Nashville, Tennessee, bracht in 2019 haar eerste EP uit, maar heeft lang gewacht met het uitbrengen van haar debuutalbum. Ze heeft in de tussenliggende jaren kennelijk wel een stevige reputatie opgebouwd, want er zijn niet veel startende muzikanten die Brad Cook en Katie Crutchfield (Waxahatchee) weten te strikken als producers.

Het zijn producers die wel raad weten met een lekker stevig gitaargeluid en het debuutalbum van Brennan Wedl klinkt dan ook fantastisch. Dat geldt ook voor de stem van Brennan Wedl, die krachtig genoeg is om overeind te blijven in het gitaargeweld, maar ook kan doseren en gevoel kan laten horen.

Zeker toen ik het album wat vaker had gehoord raakte ik steeds meer gehecht aan het uitstekende gitaarwerk op het album, dat niet alleen aansluit bij de indierock uit de jaren 90, maar ook bij de mix van Amerikaanse rootsmuziek en indierock, die de afgelopen jaren, bijvoorbeeld door een band als Wednesday flink aan populariteit heeft gewonnen en bij wat meer ingetogen Amerikaanse rootsmuziek.

Producers Brad Cook en Katie Crutchfield hebben iets moois gemaakt van het gitaargeluid op het album, maar duwen de songs van Brennan Wedl naarmate het album vordert veel vaker de kant op van de Amerikaanse rootsmuziek. De invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hoor je het duidelijkst wanneer smaakvolle accenten van de dobro en de pedal steel zijn toegevoegd, maar ook het gitaarwerk is verrassend veelkleurig en schakelt makkelijk tussen 70s hardrock, 90s indierock en ruwe Amerikaanse rootsmuziek van dit moment.

Zeker met de meer roots georiënteerde songs schuift Brennan Wedl op richting de muziek die haar producer Katie Crutchfield maakt onder de naam Waxahatchee, maar ook richting de muziek van bijvoorbeeld Lucinda Williams, en dat vind ik de beste songs op het album.

Het is een album dat je makkelijk op het verkeerde been zet bij snelle beluistering, want op basis van de eerste drie tracks plak je makkelijk het etiket “90s indierock” op het album, terwijl het uiteindelijk meer een rootsalbum is. In de rootssongs vind ik de stem van Brennan Wedl nog wat overtuigender en vind ik ook haar geluid mooier. Maak dus niet dezelfde fout als ik, maar begin eens bij track 4. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tony Hannah - Love It or Leave It (2026) 4,0

26 augustus, 21:02 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tony Hannah - Love It Or Leave It - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tony Hannah - Love It Or Leave It
De Amerikaanse muzikante Tony Hannah zoekt op haar debuutalbum onder andere de inspiratie bij de countrymuziek van de jaren 70 en eert op Love It Or Leave It op fraaie en overtuigende wijze haar muzikale helden.

Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is nog altijd zo groot dat het ondoenlijk is om alles te beluisteren. Gelukkig heb ik meerdere tipgevers, die me af en toe ook buiten de gebaande paden op het juiste spoor zetten. Love It Or Leave It van Tony Hannah zou ik zonder deze tipgevers waarschijnlijk nooit hebben ontdekt, maar ik ben blij met dit album. Het biedt een mooie mix van nostalgische en eigentijdse countrymuziek, staat in muzikaal opzicht als een huis en Tony Hannah beschikt ook nog eens over een hele mooie stem. Ik luister niet vaak naar dit soort albums en moest er even in komen, maar inmiddels heb ik wel wat met dit uitstekende debuutalbum.

De promotor van Amerikaanse rootsmuziek die me de afgelopen weken op het spoor zette van onder andere Bronwyn en Stephanie Sammons, heeft ook de komende weken veel moois te bieden, maar tussen de releases van deze week vond ik ook nog een interessant album.

Op basis van de cover zou ik Love It Or Leave It van Tony Hannah waarschijnlijk niet uitgekozen hebben voor beluistering, maar het Engelse gezegde “don’t judge a book by its cover” is er niet voor niets. De cover van het debuutalbum van Tony Hannah roept bij mij associaties op met popalbums uit de jaren 70 en niet met de beste popalbums, maar met pop heeft de muziek van Tony Hannah niets te maken. De jaren 70 hoor ik wel met enige regelmaat terug in haar muziek, maar ze blijft hier zeker niet in steken.

Er is op het internet niet zo gek veel te vinden over Tony Hannah en haar muziek. Op haar bandcamp pagina staan een paar mooie uitspraken, maar deze pagina is al een aantal jaren niet meer bijgewerkt en lijkt daarom niet heel relevant. Ik doe normaal gesproken niets met persberichten bij albums, maar nood breekt wet voor het verschaffen van net wat meer achtergrond.

Uit het persbericht bij Love It Or Leave It weet ik dat Tony Hannah grote countryzangeressen als Loretta Lynn, Dolly Parton en Linda Ronstadt bewondert, dat ze opgroeide als dochter van een dominee in Tennessee en dat ze de afgelopen jaren overal en nergens woonde en de meest uiteenlopende banen had, variërend van fabrieksarbeider tot model. Ik vermoed dat ze momenteel in Nashville is neergestreken, waar ze in ieder geval samenwerkte met producer Elijah Ocean en songwriter Brennen Leigh.

Het is niet veel informatie, maar gelukkig spreekt de muziek van Tony Hannah voor zich. Op Love It Or Leave It maakt de Amerikaanse muzikante geen geheim van haar muzikale helden, want countrymuziek uit de jaren 70 speelt een zeer voorname rol op het album. Dat hoor je zeker in de muziek, die warm, authentiek en smaakvol klinkt. Het is muziek met hier en daar wat zoete accenten, precies zoals dat hoort in countrymuziek uit de jaren 70.

Zeker wanneer strijkers worden ingezet dreigt overdaad, maar Tony Hannah blijft altijd aan de goede kant van de streep tussen goede smaak en kitsch. Ik had vroeger niet veel met countrymuziek uit de jaren 70, maar Love It Or Leave It klinkt niet alleen nostalgisch maar ook zeer aangenaam, zeker wanneer de snareninstrumenten het voortouw nemen en lekker mogen soleren.

Bij countrymuziek uit de jaren 70 hoort een stem met een stevige snik en daar laat Tony Hannah het afweten. Daar ben ik persoonlijk blij mee, want die snik heb ik meestal snel gehoord, terwijl de mooie en warme stem van Tony Hannah makkelijk een album lang vermaakt en overtuigt. Love It Or Leave It is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, maar de zang op het album doet vermoeden dat Tony Hannah al heel wat vlieguren heeft gemaakt als zangeres.

Haar mooie stem zorgt ervoor dat Love It Or Leave It de concurrentie met andere albums die de inspiratie zoeken bij countrymuziek uit de jaren 70 makkelijk aankan en ook binnen het aanbod van Amerikaanse rootsmuziek in bredere zin springt het debuutalbum van Tony Hannah er wat mij betreft makkelijk uit. En die cover heeft uiteindelijk ook wel wat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Squirrel Flower - Say a Prayer to the Gods of Getting Going (2026) 4,5

25 augustus, 18:25 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Squirrel Flower - Say a Prayer to the Gods of Getting Going - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Squirrel Flower - Say a Prayer to the Gods of Getting Going
Squirrel Flower leverde de afgelopen jaren drie hele mooie albums af, maar de rek is er nog niet uit, zoals is te horen op het deze week verschenen album Say a Prayer to the Gods of Getting Going, dat de lat nog wat hoger legt.

Iedereen die de muziek van Ella O’Connor Williams kent, weet dat ze als Squirrel Flower met I Was Born Swimming, Planet (i) en Tomorrow’s Fire al drie hele mooie albums maakte. Het deze week verschenen Say a Prayer to the Gods of Getting Going vind ik nog wat mooier. Naast de gruizige kant is ook de wat meer ingetogen kant van de muziek van Squirrel Flower wat meer uitgewerkt, wat prachtig klinkende songs oplevert. Het zijn songs die zich qua sfeer, muziek en zang makkelijk weten te onderscheiden binnen de indiescene van het moment, waardoor het alleen maar een kwestie van tijd is voordat Squirrel Flower in één adem wordt genoemd met de grote namen in het genre.

Haar mini-album Early Winter Songs from Middle America uit 2015 heb ik niet opgemerkt, maar sinds het begin van 2020 volg ik de muzikale verrichtingen van de Amerikaanse muzikante Ella O’Connor Williams op de voet. In de eerste maand van 2020 verscheen immers, aan de vooravond van de coronapandemie, het debuutalbum van de muzikante die destijds Boston, Massachusetts, als thuisbasis had.

Onder de naam Squirrel Flower leverde Ella O’Connor Williams met I Was Born Swimming een prachtig debuutalbum af. Het is een album met een donkere of zelfs wat desolate sfeer, waarin verstilde passages worden afgewisseld met gruizige gitaren en de muziek vaak wat psychedelisch, maar soms ook folky klinkt. De fraaie klanken worden gecombineerd met de zeer overtuigende stem van Ella O’Connor Williams, die de dynamiek in de muziek doortrekt in haar geweldige zang.

Ik noemde in 2020 Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lera Lynn als vergelijkingsmateriaal en dat zijn alle drie persoonlijke favorieten. Met Planet (i) en Tomorrow’s Fire leverde Squirrel Flower in 2021 en 2023 nog twee uitstekende albums af, waarop ze af en toe opschoof richting indierock, maar ook de meer ingetogen songs en een zwak voor psychedelica niet vergat.

De Amerikaanse muzikante erkende op haar eerste drie albums het belang van een goede producer en werkte achtereenvolgens met Gabe Wax, Ali Chant en de zeer gewilde Alex Farrar, die haar albums nog wat verder optilden. Ik vind de eerste drie albums van Squirrel Flower zo goed dat ik vorig jaar ook stilstond bij het live-album Live At Top Note Theatre, dat toch vooral als een tussendoortje moet worden gezien, maar door de uiterst sobere setting een extra dimensie toevoegde aan de songs van Squirrel Flower.

Ella O’Connor Williams heeft inmiddels al een tijd Chicago, Illinois, als thuisbasis, maar nam ook haar nieuwe album weer op in Asheville, North Carolina, al werd de ruwe basis voor het album gelegd in Wisconsin. Ook op het deze week verschenen album Say a Prayer to the Gods of Getting Going is er een rol weggelegd voor Alex Farrar, die heeft bijgedragen aan de productie, maar ook een deel van de instrumentatie voor zijn rekening heeft genomen.

Het nieuwe album van Squirrel Flower werd opgenomen met een redelijk compacte band en ligt grotendeels in het verlengde van de uitstekende voorganger Tomorrow’s Fire. Ook op haar nieuwe album wisselt Squirrel Flower wat stevigere en gruizige songs af met zeer ingetogen folky songs en ook dit keer zijn invloeden uit de psychedelica niet heel ver weg. De balans slaat dit keer wel overtuigend door in de richting van meer ingetogen en vaak bezwerende songs, die door Alex Farrar prachtig zijn opgenomen.

Ik was zes jaar geleden al zeer gecharmeerd van de stem van Ella O’Connor Williams, maar de zang op Say a Prayer to the Gods of Getting Going klinkt nog wat mooier dan die op de vorige albums. Het nieuwe album ligt zoals gezegd in het verlengde van zijn voorganger, maar ik hoor toch ook weer groei in de songs, die net als op de vorige albums zijn voorzien van een wat nevelige en vooral donkere sfeer.

Squirrel Flower heeft nog niet dezelfde status als de grote namen in de indiescene van het moment, maar op basis van de kwaliteit van haar albums moet ze zeker worden gerekend tot de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Stephanie Sammons - Head Noise (2026) 4,0

25 augustus, 07:34 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Stephanie Sammons - Head Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Stephanie Sammons - Head Noise
Stephanie Sammons had er al een hele carrière op zitten toen ze naar Nashville trok om muziek te maken en laat op haar tweede album Head Noise horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek absoluut een aanwinst is.

Head Noise van de uit Dallas, Texas, afkomstige singer-songwriter Stephanie Sammons is een album dat zich bijzonder makkelijk opdringt. Het tweede album van de Amerikaanse muzikante klinkt dankzij de inzet van een stel gelouterde muzikanten prachtig en ook de productie van het album verdient louter complimenten. Stephanie Sammons laat op haar tweede album horen dat ze niet voor niets een aantal prijzen in de wacht heeft gesleept, want ze schrijft uitstekende songs en beschikt over een hele mooie stem. Het mooie van Head Noise is dat het album een bijzondere rust uitstraalt, waardoor het album zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. Aanrader!

Er zijn nogal wat muziekwebsites die de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedragen en daarnaast is er een heel leger aan promotoren, die me wekelijks of zelfs dagelijks op de hoogte houden van nieuwe releases in het genre. Het zijn releases die lang niet altijd in mijn muzikale straatje passen, want ik heb een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen en ik hou over het algemeen niet van hele traditionele rootsmuziek.

Het overkomt me dan ook niet vaak dat ik een handvol interessante nieuwe rootsalbums uit één nieuwsbrief haal, maar dit overkwam onlangs. Een van de albums die in deze nieuwsbrief werd aangeprezen is het album Head Noise van Stephanie Sammons. Het is het tweede album van de Amerikaanse muzikante, want in 2024 verscheen haar debuutalbum Time And Evolution, dat me destijds helaas niet is opgevallen, maar dat een mooi album is.

De meeste muzikanten die hun geluk zoeken in Nashville zijn jong, maar Stephanie Sammons had er al een lange carrière op zitten toen ze twee jaar geleden haar debuutalbum uitbracht. Ze bouwde een succesvol eigen bedrijf op in de financiële sector, maar vergat haar liefde voor de muziek niet en koos voor een carrièreswitch. Stephanie Sammons is niet de eerste muzikante die op latere leeftijd een debuutalbum uitbracht, maar er zijn er niet veel die vervolgens ook succesvol zijn.

Het debuutalbum van de muzikante uit Dallas, Texas, werd in 2024 echter goed ontvangen en uiteindelijk wist ze zelfs een aantal prijzen in de wacht te slepen, waaronder de prestigieuze New Folk award van het Kerrville Folk Festival. Het zorgt ervoor dat haar deze week verschenen tweede album net wat makkelijker de aandacht trekt dan haar debuutalbum en dat is volkomen terecht.

Toen ik de achtergrondinformatie op haar website nog niet had bestudeerd, ging ik er al van uit dat Stephanie Sammons wat ouder is dan de meeste andere starters, want haar stem klinkt fraai doorleefd en het is bovendien een stem die rust uitstraalt. Stephanie Sammons zingt met veel gevoel en met veel souplesse, maar ik vind haar stem ook echt heel erg mooi, zeker wanneer ze varieert met klanken en doseert met kracht. Het is een stem die je kan meenemen of zelfs meeslepen in de songs van de Amerikaanse muzikante en een stem die is gemaakt voor sfeervol en stemmig ingekleurde rootssongs.

Stephanie Sammons trok voor het opnemen van haar tweede album naar Nashville, waar ze de samenwerking zocht met producer Mary Bragg, die zelf ook een respectabel aantal albums op haar naam heeft staan. In de studio in Nashville kregen de twee gezelschap van een aantal ervaren muzikanten uit de Amerikaanse muziekhoofdstad, die naast bas, drums, piano en keyboards vooral gitaren en de pedal steel toevoegen aan het geluid van Stephanie Sammons.

Het is een geluid dat vaak redelijk sober en ingetogen is, maar in een aantal songs klinken de gitaren net wat steviger en ook dit past bij de mooie stem van Stephanie Sammons. Ik was eigenlijk direct onder de indruk van de tijdloze rootsmuziek op Head Noise en van de mooie en emotievolle stem van Stephanie Sammons, maar ik merk dat het album me steeds dierbaarder wordt naarmate ik het vaker hoor.

De Texaanse muzikante is in de muziek misschien een laatbloeier, maar ze laat op haar nieuwe album een niveau horen dat zeker niet standaard is binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het is een album dat naar veel meer smaakt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Anna Graves - America's Greatest Burnout (2026) 4,0

24 augustus, 20:57 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Anna Graves - America’s Greatest Burnout - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Anna Graves - America’s Greatest Burnout
Ik kende de muziek van Anna Graves tot voor kort niet, maar haar mini-album uit 2024 en haar deze week verschenen debuutalbum America’s Greatest Burnout hebben daar op zeer aangename wijze verandering in gebracht.

Een enkele muziekwebsite noemde vorige week het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Anna Graves in de lijst met de nieuwe albums van deze week en een nog kleiner aantal muziekwebsites ging inhoudelijk in op het album. De beperkte aandacht voor America’s Greatest Burnout verbaast me, want dit zou een album moeten zijn dat het goed gaat doen de komende tijd. Anna Graves schrijft aantrekkelijke songs, heeft een even aantrekkelijk geluid en beschikt ook nog eens over een mooie stem. Zeker voor liefhebbers van een mix van country, folk en pop valt er heel veel te genieten op het debuutalbum van Anna Graves, die we absoluut in de gaten moeten gaan houden.

De Amerikaanse singer-songwriter Anna Graves bracht ruim twee jaar geleden het mini-album Solstice uit. Het mini-album van de muzikante uit Minnesota werd volgens mij niet heel breed opgepikt en ik vind er op het internet ook niet zo veel over terug, maar toen ik vorige week luisterde naar Solstice was ik eigenlijk best onder de indruk.

Het mini-album van Anna Graves bevat zeven songs en het zijn allemaal songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen. Het zijn songs op het snijvlak van folk, country en pop en het zijn songs die opvallen door de mooie inkleuring en vooral door de stem van Anna Graves. Het is een stem die, net als de songs en de muziek op Solstice, lekker in het gehoor ligt, maar de Amerikaanse muzikante weet me ook te raken met haar even mooie als gevoelige stem.

Dat ik luisterde naar het inmiddels twee jaar oude mini-album van Anna Graves heeft alles te maken met de release van haar debuutalbum deze week. Op America’s Greatest Burnout laat Anna Graves horen dat ze zich de afgelopen twee jaar verder heeft ontwikkeld, want ik vind haar debuutalbum nog een stuk beter dan het op zijn minst veelbelovende mini-album uit 2024.

De muzikante uit Minnesota profiteert zeker van de muzikanten en de producer waarover ze kon beschikken bij het opnemen van haar debuutalbum. Ik heb zowel de naam van producer Davis Naish als die van de muzikanten die zijn te horen op het album moeten googelen, maar het zijn stuk voor stuk zeer ervaren krachten in Nashville en dat hoor je op America’s Greatest Burnout. Op Solstice maakte Anna Graves twee jaar geleden indruk met haar songs, haar muziek en haar stem, maar op haar debuutalbum doet ze er nog op alle fronten een schepje bovenop.

De zang op America’s Greatest Burnout klinkt net wat minder ruw dan op zijn voorganger, maar de stem van Anna Graves maakt nog altijd makkelijk indruk. De zang op het album is mooi en aangenaam, maar de muzikante uit Minnesota legt ook nog altijd veel gevoel in haar stem. Dat heeft vast alles te maken met het persoonlijke karakter van haar songs, die stilstaan bij de afgelopen tien jaar van haar leven en de roller coaster ride van de stappen die ze heeft gezet in de muziek en in haar leven als twintiger.

De muziek op America’s Greatest Burnout klinkt wat voller, maar het is nog altijd muziek die zowel put uit de folk en de country als uit de pop. Het klinkt bijzonder aangenaam, zeker als de zon ook nog begint te schijnen en de pedal steel invalt, maar het is ook knap gemaakt. Je hoort op America’s Greatest Burnout dat Anna Graves is gegroeid als songwriter, want het album staat vol met songs die zich direct opdringen.

Op een of andere manier doet America’s Greatest Burnout me wel wat denken aan de albums van Kacey Musgraves. De stem van Anna Graves lijkt niet op die van Kacey Musgraves, maar de twee delen wel het vermogen om flink wat pop toe te voegen aan hun songs, maar nog altijd muziek te maken die toch vooral zal worden geclassificeerd als Amerikaanse rootsmuziek.

Door het grote aanbod in het genre is het altijd even afwachten welk album wordt opgepikt en welk album niet, maar als het gaat om kwaliteit is het oppikken van America’s Greatest Burnout van Anna Graves wat mij betreft een no-brainer. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Northern Belle - Even Cowgirls Get Sad (2026) 4,0

24 augustus, 13:29 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Northern Belle - Even Cowgirls Get Sad - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Northern Belle - Even Cowgirls Get Sad
De Noorse band The Northern Belle heeft inmiddels een stapeltje fraaie albums gemaakt waarop Amerikaanse rootsmuziek wordt vermengd met pop en ook op Even Cowgirls Get Sad klinkt dat weer bijzonder aangenaam.

De albums van de uit het Noorse Oslo afkomstige band The Northern Belle staan inmiddels al een aantal jaren garant voor songs vol zonnestralen, maar het zijn ook songs met inhoud. Voor liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek is het misschien net wat te veel pop, terwijl liefhebbers van pure pop het waarschijnlijk net wat te veel rootsmuziek vinden, maar voor iedereen die houdt van de combinatie van de twee genres is het smullen. Dat is niet anders bij beluistering van het deze week verschenen album Even Cowgirls Get Sad, waarop The Northern Belle weer een aantal uitstekende songs toevoegt aan haar oeuvre en ons ook nog eens een opmerkelijke cover voorschotelt.

Aan het eind van 2020 haalde ik het album We Wither, We Bloom van de Noorse band The Northern Belle uit een jaarlijstje met vooral rootsmuziek. De band uit Oslo had vervolgens maar heel weinig tijd nodig om me te overtuigen van haar kwaliteiten. Noorse bands die rootsmuziek maken kiezen meestal voor wat donkere klanken en voor een flinke dosis melancholie, maar de muziek van The Northern Belle strooide ook driftig met zonnestralen.

Nu was We Wither, We Bloom oorspronkelijk ook verschenen in de zomer, maar het album leek eerder gemaakt in Californië dan in Noorwegen. We Wither, We Bloom bleek al het derde album van The Northern Belle en ook voorgangers The Northern Belle uit 2015 en Blinding Blue Neon uit 2018 bleken uitstekende albums.

We Wither, We Bloom werd in 2021 gevolgd door het album The Women in Me, dat ik vanwege de lengte van slechts 29 minuten aanzag voor een tussendoortje en bovendien voor een mini-album en daarom niet besprak op De Krenten uit de Pop. Daar kreeg ik later spijt van, want ook The Women in Me schudde de Noorse band de ene na de andere memorabele popsong uit de mouw.

In 2024 was ik wel weer bij de les toen het zeer fraaie Bats in the Attic verscheen. Op dit album perfectioneerde de Noorse band haar bijzondere eigen geluid nog wat verder en wist het wat mij betreft genadeloos te verleiden met een mix van Amerikaanse rootsmuziek, Britse folk en Californische popmuziek, met songs die de zon lieten schijnen en met de geweldige stem van Stine Andreassen, die ook was te horen op de albums van de Noorse bands The Silver Lining en Darling West.

Het is muziek waarvoor het hokje Nordicana werd bedacht en dat hokje werd me na Bats in the Attic nog wat dierbaarder. Deze week is een nieuw album van The Northern Belle verschenen en ook Even Cowgirls Get Sad is weer een album vol onweerstaanbaar lekkere Nordicana.

Vijf jaar geleden maakte ik de fout om een wat korter album van de Noorse band te laten liggen, maar het nieuwe album van de band uit Oslo heb ik ondanks de beperkte speelduur van een kleine 28 minuten direct opgepikt. Ook op Even Cowgirls Get Sad steelt frontvrouw Stine Andreassen de show met haar bijzonder aangenaam klinkende stem, maar ook met de songs zit het dit keer weer goed.

Ook op haar nieuwe album vermengt The Northern Belle invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de pop. Het zijn ook dit keer invloeden uit de Californische pop van weleer, maar de Noorse band verwerkt dit keer ook wat meer eigentijdse invloeden uit de pop.

Liefhebbers van traditionele of pure Amerikaanse rootsmuziek zullen de songs op Even Cowgirls Get Sad waarschijnlijk te veel pop vinden, maar wat mij betreft zijn pop en roots op het nieuwe album van The Northern Belle voldoende in balans. Samen met een aantal gastmuzikanten zijn een aantal prima nieuwe songs opgenomen en die klinken stuk voor stuk bijzonder aangenaam.

De meest bijzondere track op Even Cowgirls Get Sad is echter The Subway. De song van Chappell Roan is wat mij betreft een van de meest memorabele popsongs van 2025, maar ook de versie van The Northern Belle mag er zijn, al is het maar omdat de mooie stem van Stine Andreassen rust toevoegt aan de song en het vleugje rootsmuziek laat horen hoe knap de song van Chappell Roan is. Het is de kers op een wederom zeer smakelijke taart. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Dog Shaped - Reason (2026)

23 augustus, 19:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dog Shaped - Reason - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dog Shaped - Reason
Dog Shaped uit New York debuteerde vorige maand met een EP die niet veel aandacht heeft gekregen, maar ik ben behoorlijk onder de indruk van het eigen geluid van de band en de bijzondere stem van Emily Cabarle.

Ik hoor niet vaak EP’s die zoveel belofte laten horen als de afgelopen maand verschenen EP Reason van Dog Shaped. Het project van singer-songwriter Emily Cabarle en de indierockband Sue Your Landlord heeft slechts zes tracks en zo’n twintig minuten nodig om een onuitwisbare indruk te maken. In die zes tracks verschiet het geluid van Dog Shaped meerdere keren van kleur en wordt het hele palet van ingetogen indiefolk tot lekker gruizige indierock bestreken. De band speelt prachtig, maar het is de stem van Emily Cabarle die op mij de meeste indruk maakt. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen in de indiescene van het moment en het is een stem vol gevoel. Ik kijk nu al uit naar volgend werk van Dog Shaped of solowerk van Emily Cabarle.

Onlangs werd ik op het muziekplatform MusicMeter.nl getagd met de tekst “mocht je echt jong nieuw talent een kans willen geven is dit een bijzondere debuut-EP”. Nu besteed ik op De Krenten uit de Pop meestal geen aandacht aan EP’s, want er zijn al meer dan genoeg albums waar ik uit kan kiezen. Ik maak nog wel eens een uitzondering voor een mini-album, maar een totale speelduur van 20 minuten vind ik normaal gesproken echt te kort.

Een aanbeveling op MusicMeter neem ik echter altijd serieus en ik heb absoluut een zwak voor nieuw talent, zeker als het vrouwelijke singer-songwriters betreft. Ik ben daarom toch gaan luisteren naar Reason van Dog Shaped, waarbij de opmerking van de tipgever dat de vrouw achter Dog Shaped livestreams organiseert waar vaak maar een handjevol bezoekers op afkomen, me nog wat extra motiveerde om naar haar muziek te luisteren.

Dog Shaped is een project van de Amerikaanse muzikante Emily Cabarle, die begin dit jaar haar eerste twee singles op Spotify zette en een maand geleden haar eerste EP uitbracht. Reason duurt inderdaad maar twintig minuten, maar bevat wel zes songs, wat wel weer een respectabel aantal is.

Er is op het internet maar heel weinig te vinden over Dog Shaped en nog minder over Emily Cabarle, maar ik vond op Spotify ook nog een viertal songs onder haar eigen naam, waarvan Callie ook terug te vinden is op de EP van Dog Shaped. Het solowerk van Emily Cabarle is vooral folky van aard en betrekkelijk sober ingekleurd. De songs van de muzikante uit Brooklyn, New York, vallen wel op door haar stem, die voor de afwisseling eens niet fluisterzacht is en lekker expressief klinkt.

Het solowerk van Emily Cabarle is ruw, maar laat wat mij betreft wel de belofte van de Amerikaanse muzikante horen. Die belofte is ze voorbij op de EP van Dog Shaped, die een voller geluid en meer uitgewerkte songs laat horen. Het is zoals gezegd lastig om meer informatie te vinden over de EP van Dog Shaped, maar uit het enige artikel dat ik vond begrijp ik dat Emily Cabarle op Reason samenwerkt met de indierockband Sue Your Landlord.

Het is een naam die ik nog niet eerder ben tegengekomen, wat niet gek is, want de band uit New York heeft tot dusver slechts een aantal singles uitgebracht. De band levert op Reason fraai werk af, want de songs van Dog Shaped zijn voorzien van mooie en zeer gevarieerde klanken. Het zijn klanken die niet al te makkelijk in een hokje zijn te duwen, want Reason schakelt makkelijk tussen indierock, indiefolk, indiepop, folkrock en rockmuziek uit de jaren 90.

Het dynamische geluid van Sue Your Landlord vraagt wat meer van de stem van Emily Cabarle dan in haar ingetogen solowerk, maar dat is geen probleem voor de muzikante uit Brooklyn. De zang op Reason is zeer karakteristiek en hoe vaker ik naar Reason luister, hoe groter mijn zwak voor de stem van Emily Cabarle wordt.

In muzikaal opzicht doet Dog Shaped af en toe wel wat denken aan Crowsdell, het miskende project van Shannon Wright, maar ik heb ook af en toe associaties met Bettie Serveert, al heeft Dog Shaped een duidelijk eigen sound. Het is een sound die zes songs lang indruk maakt en hopelijk de voorbode is van een debuutalbum dat in brede kring geprezen wordt. En zo was MusicMeter weer eens goed voor een geweldige tip. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Westside Cowboy - It Goes On (2026) 4,5

22 augustus, 13:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Westside Cowboy - It Goes On - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Westside Cowboy - It Goes On
De Britse band Westside Cowboy leverde ruim een half jaar geleden een opvallend goede EP af en laat op haar deze week verschenen debuutalbum It Goes On horen dat de hype die sindsdien is ontstaan volkomen terecht is.

Mijn muzikale radar is over het algemeen niet specifiek gericht op gitaarbands, maar als er iets bijzonders voorbij komt heeft het zeker mijn aandacht. De naam Westside Cowboy schreef ik begin dit jaar al eens op en nu is er het debuutalbum van de band, die zeker niet te klagen heeft over aandacht. Die aandacht is volkomen terecht, want It Goes On is een uitstekend album geworden. Westside Cowboy begint bij The Velvet Underground maar sleept er vervolgens een aantal decennia gitaarbands bij en voegt ook nog wat folk en country toe. Het geluid van de band is lekker energiek en valt op door de vaak meerstemmige zang en de stuwende ritmesectie, die het gitaargeluid van de band een extra impuls geven. Wat een heerlijk debuutalbum.

Helemaal aan het begin van dit jaar werd mijn aandacht getrokken door de EP So Much Country 'Till We Get There van de Britse band Westside Cowboy. De songs op deze 14 minuten durende EP waren niet allemaal even sterk, maar met name de openingstrack Strange Taxidermy vond ik behoorlijk indrukwekkend en maakte me nieuwsgierig naar de volgende verrichtingen van de band uit Manchester.

Strange Taxidermy zou met een beetje fantasie van de hand van een band als Lankum of ØXN kunnen zijn, maar Westside Cowboy kon op de EP ook uit de voeten met country of met de erfenis van Britse en Amerikaanse gitaarbands uit de jaren 60, 70, 80 en 90. So Much Country 'Till We Get There trok een paar maanden geleden meer aandacht, waardoor de band mocht openen tijdens de tour van het als een komeet omhoog geschoten Geese.

De afgelopen weken werd het vuurtje rond de band weer wat verder aangewakkerd, waardoor een bescheiden hype is ontstaan rond de release van het debuutalbum van Westside Cowboy. Die hype is volkomen terecht, want It Goes On is een album dat de hooggespannen verwachtingen wat mij betreft makkelijk waarmaakt. De band uit Manchester omschrijft haar muziek zelf als Britainicana en dat doet recht aan het verwerken van zowel Britse als Amerikaanse invloeden in de songs op het album.

It Goes On is een album dat invloeden bevat van allerlei bands uit het verleden, maar de muziek van de Britse band doet me het vaakst denken aan The Velvet Underground. Dat is een band die de afgelopen decennia wel vaker een belangrijke inspiratiebron was, maar Westside Cowboy slaagt er wat mij betreft in om een eigen draai te geven aan de inspiratie uit het verleden. De albumtitel It Goes On zou overigens zomaar een verwijzing kunnen zijn naar het album What Goes On van The Velvet Underground.

It Goes On verwerkt subtiel invloeden uit de countrymuziek, maar refereert ook aan de muziek van talloze leuke Britse gitaarbands en dat zijn er zo veel dat het noemen van namen niet eens zo makkelijk is. Ook een Amerikaanse gitaarband als Pavement is overigens relevant vergelijkingsmateriaal.

Westside Cowboy grossiert in songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook eigenzinnig klinken en hier en daar ontsporen. Gitaren spelen een voorname rol in het geluid van de Britse band, maar ook de prominente rol voor de ritmesectie valt op. Deze ritmesectie stuwt het tempo vaak lekker op, waardoor er veel vaart in de muziek van Westside Cowboy zit, maar ook als er gas wordt teruggenomen zijn de bijdragen van bas en drums belangrijk.

Het gitaarspel van de twee gitaristen van de band is voldoende veelkleurig om Westside Cowboy een veelzijdig geluid te geven en dat wordt versterkt door het feit dat alle leden van de band bijdragen aan de zang. Gitarist Reuben Haycock neemt meestal het voortouw in de zang, maar ook de prachtige bijdragen van Aoife Anson O’Connell mogen niet onvermeld blijven.

In een paar songs op It Goes On klinkt Westside Cowboy als het zoveelste leuke gitaarbandje, maar de meeste songs laten een band horen die iets toevoegt aan alles dat er al is. Alles is ook nog eens vakkundig geproduceerd door Loren Humphrey, die ik eigenlijk alleen ken als een van de vele producers van Blue Banisters van Lana del Rey, maar laat horen dat hij ook wel raad weet met een gitaarband. Een gitaarband die wel eens heel groot kan gaan worden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Grace Cummings - Bloodhorse! (2026) 4,0

21 augustus, 21:25 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Grace Cummings - Bloodhorse! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Grace Cummings - Bloodhorse!
Het is misschien even wennen aan het imposante stemgeluid van Grace Cummings en de volle productie, maar na enige gewenning heeft ook het deze week verschenen album Bloodhorse! weer heel veel te bieden.

Grace Cummings laat er vanaf de eerste noten van haar vierde album geen gras over groeien. De muziek klinkt vol, de productie is uitbundig en de stem van de Australische muzikante knalt weer uit de speakers. Het lijkt overdadig, maar de songs op Bloodhorse! zitten knap in elkaar en naast bombast is er ook ruimte voor subtielere klanken. Bloodhorse! is een album dat je wat vaker moet horen, maar als alles op zijn plek valt is er veel te ontdekken op het album. Vergeleken met de vorige albums van Grace Cummings is Bloodhorse wat veelzijdiger en ook complexer, maar de zang vind ik net wat toegankelijker klinken. Het levert wederom een album met een uniek eigen geluid op.

De Australische muzikante Grace Cummings bracht de afgelopen jaren met Refuge Cove (2019), Storm Queen (2022) en Ramona (2024) drie bijzondere albums uit. Het zijn albums die me in muzikaal opzicht onmiddellijk wisten te overtuigen en ook van de songs was ik onmiddellijk onder de indruk, maar ik moest wel wennen aan de stem van de muzikante uit Melbourne.

Haar tweede album Storm Queen had wat dat betreft een toepasselijke titel, want de imposante stem van Grace Cummings komt af en toe met orkaankracht uit de speakers en ook als ze behoorlijk ingetogen zingt is haar stem opvallend krachtig. Toen ik eenmaal gewend was aan de bijzondere stem van Grace Cummings en haar al even bijzondere manier van zingen, wist ze me ook snel te overtuigen met haar stem en omarmde ik Refuge Cove, Storm Queen en Ramona.

De Australische muzikante heeft deze week haar vierde album uitgebracht en ook Bloodhorse! is weer een heftig album. Ik wist na drie albums natuurlijk wat ik kon verwachten, maar toch was het weer even wennen aan de krachtige stem van Grace Cummings.

Het is een stem die in de openingstrack wordt gecombineerd met behoorlijk zwaar aangezette muziek, wat de song nog wat imposanter maakt. Grace Cummings was nooit vies van bombastische klanken, maar ze begint haar album bijna pompeus met bakken vol strijkers en blazers (al dan niet van synths), zwaar aangezette baslijnen en stevige drums en gitaren.

De meeste muzikanten zouden niet wegkomen met dit soort klanken, al is het maar omdat hun stem zou verzuipen in de muur van geluid, maar de imposante strot van Grace Cummings kan het aan. Ik hou normaal gesproken niet zo van rijk georkestreerde albums die vol gaan voor het bombast en drama, maar het past bij de stem van Grace Cummings.

Bloodhorse! weet steeds de aandacht te trekken met bijzondere muziek, de ene keer met zwaar aangezette ritmes en elektronica, de andere keer met fraaie pianoklanken en heel veel strijkers. Het is muziek die je even moet laten landen, maar inmiddels vind ik Bloodhorse! in muzikaal opzicht een fantastisch album.

Dat het ondanks de muzikale overdaad zo fantastisch klinkt is de verdienste van producer Jonathan Wilson, die ook het vorige album van Grace Cummings produceerde en inmiddels een indrukwekkende staat van dienst heeft als producer (Father John Misty, Angel Olsen, Margo Price), al ben ik de uitstekende albums die hij zelf maakte ook niet vergeten.

Het knappe van de productie van het in de studio van Jonathan Wilson in Topanga, California, opgenomen Bloodhorse! is dat het album ondanks het volle geluid makkelijk schakelt tussen bombast en stilte, wat het album voorziet van een bijzondere dynamiek. De zang van Grace Cummings is nog altijd bijzonder, maar ze weet veel beter te doseren met de kracht in haar stem, waardoor ik de zang op Bloodhorse! mooier en toegankelijker vind dan de zang op haar vorige albums.

De Australische muzikante valt ook op haar nieuwe album weer op met haar bijzondere en vaak persoonlijke en donkere teksten, maar wat ook opvalt is de grote variëteit op het album, dat niet zo makkelijk in een hokje is te duwen. Iedereen die de muziek van Grace Cummings kent, zal ook met Bloodhorse! uit de voeten kunnen. Iedereen die haar muziek niet kent adviseer ik om niet te snel te oordelen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Laura Veirs - Temple Songs (2026) 4,0

21 augustus, 20:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Laura Veirs - Temple Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Laura Veirs - Temple Songs
Ik raakte zo langzamerhand wat uitgekeken op de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Laura Veirs, maar met haar geïnspireerd klinkende nieuwe album Temple Songs weet ze me toch weer te verrassen.

Laura Veirs kon lang rekenen op de diensten van topproducer Tucker Martine, maar het einde van hun huwelijk maakte ook een einde aan de geslaagde samenwerking. Sindsdien doet Laura Veirs alles in haar eentje en dat is moedig, maar niet altijd verstandig. Dat het ook goed kan uitpakken is te horen op haar deze week verschenen nieuwe album Temple Songs. Het is vaak een wat sober album met de folksongs die we van Laura Veirs kennen, maar het album vliegt ook subtiel en soms minder subtiel uit de bocht, wat Temple Songs interessanter maakt dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikante. Ik had het niet verwacht, maar Temple Songs is een mooi en interessant album.

Bij Laura Veirs denk ik in eerste instantie aan haar in 2001 verschenen tweede album The Triumphs & Travails of Orphan Mae. Ik vind het nog altijd het met afstand beste album van de Amerikaanse muzikante, maar het blijft ook een wat atypisch album in het inmiddels behoorlijk uitgedijde oeuvre van Laura Veirs.

The Triumphs & Travails of Orphan Mae springt er voor mij duidelijk bovenuit in dit oeuvre, maar dat betekent zeker niet dat de andere albums van de muzikante uit Portland, Oregon, tegenvallen. Ik koester meerdere albums van Laura Veirs, waaronder zeker Carbon Glacier uit 2004, Year of Meteors uit 2005 en het breakup album My Echo uit 2020 en eigenlijk vind ik bijna alle albums die ze tot nu toe maakte op zijn minst goed.

Toch raakte ik de afgelopen jaren steeds meer uitgekeken op haar muziek en het in 2023 verschenen Phone Organs heb ik niet eens meer besproken op De Krenten uit de Pop en daar vind ik nog steeds veel voor te zeggen. Het deze week verschenen Temple Songs stond daarom niet hoog op mijn lijstje, maar gezien het verleden van Laura Veirs kon ik het album natuurlijk niet onbeluisterd laten.

Na het typen van de bovenstaande tekst heb ik weer eens geluisterd naar The Triumphs & Travails of Orphan Mae, want ik had het album al een tijd niet meer gehoord en was bang dat ik het album ten onrechte een mythische status had gegeven. Dat bleek niet het geval, want The Triumphs & Travails of Orphan Mae is nog altijd een fantastisch album, waarop Laura Veirs wat ruwer klinkt en durft te experimenteren.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Temple Songs, na de wederom verpletterende ervaring met het 25 jaar oude album, in eerste instantie wat vond tegenvallen, want ook het nieuwe album klinkt, vergeleken met The Triumphs & Travails of Orphan Mae, wat gezapig. Dat is een relatief begrip, want hoewel het tempo laag ligt op het album en zowel de muziek als de zang over het algemeen genomen ingetogen klinken, gebeurt er op Temple Songs genoeg.

Laura Veirs werkte op de meeste van haar albums met producer en echtgenoot Tucker Martine, maar sinds hun huwelijk op de klippen liep, maakt ze haar albums grotendeels alleen. Ook Temple Songs produceerde ze weer zelf en het is een behoorlijk sober album geworden.

Laura Veirs nam haar nieuwe album op in de studio in haar achtertuin en had in de basis genoeg aan haar gitaren en haar stem. Het album werd opgenomen met relatief eenvoudige apparatuur (twee microfoons en een laptop), maar dat hoor je er niet aan af, mede omdat de gelouterde Phil Weinrobe tekende voor de mix.

Temple Songs bevat veel relatief sobere folksongs, maar een enkele keer gaat Laura Veirs ook flink los, zoals in het bijzondere Pulse, waarin een scheurende saxofoon opduikt en de muziek van de Amerikaanse muzikante opeens verrassend jazzy klinkt. Zeker als je Temple Songs meerdere keren hebt beluisterd, hoor je dat er veel extra’s zijn toegevoegd aan het geluid, waarbij Laura Veirs niet bang is om ruw en experimenteel te klinken.

Het is nog geen The Triumphs & Travails of Orphan Mae, maar ik vind Temple Songs wel een van de betere albums van Laura Veirs, mede omdat ze zacht, maar echt heel mooi zingt en vaker buiten de lijntjes kleurt dan je op het eerste gehoor zou denken. Laura Veirs weet na al die jaren en zo veel albums toch weer te verrassen en dat is knap. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Reb Fountain - Water for Gasoline (2026) 4,5

20 augustus, 15:52 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Reb Fountain - Water for Gasoline - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Reb Fountain - Water for Gasoline
Ik weet inmiddels een jaar of zes dat de Nieuw-Zeelandse muzikante Reb Fountain bijzonder mooie albums maakt, maar met haar nieuwe album Water for Gasoline grijpt ze me nog net wat steviger bij de strot met haar geweldige stem.

Het vorige album van Reb Fountain is pas ruim een jaar oud, maar deze week verschijnt er alweer een nieuw album van de muzikante uit Auckland. Je hoort mij er niet over klagen, want Reb Fountain staat garant voor kwaliteit. Het in haar garage opgenomen Water for Gasoline klinkt net wat intiemer dan haar vorige albums, maar ook dit keer is de muziek zeer sfeervol. Het past prachtig bij de stem van Reb Fountain, die ik reken tot mijn favoriete zangeressen. De Nieuw-Zeelandse muzikante zingt op haar nieuwe album echt prachtig en voorziet de al trefzekere songs op het album van wat extra zeggingskracht en gevoel. Muziek uit Nieuw-Zeeland krijgt hier niet altijd de aandacht die het verdient, maar dit album zou ik zeker niet laten liggen.

Ik ontdekte de Nieuw-Zeelandse muzikante Reb Fountain in 2020 toen ze een titelloos album uitbracht. Het bleek niet het debuutalbum van de muzikante uit Auckland, want ze bracht tussen 2006 en 2017 al drie albums uit. Het album uit 2020 was wel het eerste album op het roemruchte label Flying Nun Records, dat me, samen met de nieuwsbrief van Flying Out Records, op het spoor zette van de muziek van Reb Fountain.

Het titelloze album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, die overigens werd geboren in de Verenigde Staten, maakte op mij een verpletterende indruk en verdiende uiteindelijk een plek in mijn jaarlijst. Ook IRIS uit 2021 en het vorig jaar uitgebrachte How Love Bends vond ik goed genoeg voor mijn jaarlijst, waardoor Reb Fountain voor mij inmiddels een vaste waarde is. Ik was dan ook zeer aangenaam verrast toen ik haar naam, verrassend snel na de release van haar vorige album, zag opduiken in de lijsten met de nieuwe albums van deze week.

Wanneer ik kijk naar mijn jaarlijsten over 2020, 2021 en 2025 valt op dat de albums van Reb Fountain genoegen moeten nemen met bescheiden posities in deze lijsten, terwijl ik Reb Fountain, IRIS en How Love Bends inmiddels veel hoger inschat. Ik heb de afgelopen week alle drie de albums nog eens beluisterd en vond ze nog veel mooier dan in mijn beleving.

Ook het deze week verschenen Water for Gasoline zal waarschijnlijk nog even moeten rijpen, maar ook bij eerste beluistering van het album imponeerde Reb Fountain onmiddellijk. Iedereen die de vorige albums van Reb Fountain kent, weet dat ze beschikt over een geweldige stem. Het is een mooie en warme stem, maar het is ook een stem vol gevoel en zeggingskracht, die de teksten van de songs voorziet van veel urgentie. Net als bijvoorbeeld Patti Smith beschikt Reb Fountain over het vermogen om haar songs via de zang te voorzien van heel veel lading, waardoor ook Water for Gasoline zich weer genadeloos opdringt.

In muzikaal opzicht ligt het nieuwe album van de muzikante uit Auckland in het verlengde van haar vorige albums. Ook op Water for Gasoline staat de muziek in dienst van de geweldige stem van Reb Fountain, maar ook dit keer zijn de klanken die haar stem omringen zeer smaakvol en sfeervol. Het grotendeels organisch klinkende geluid is warm en bevat zowel flarden uit het verleden als invloeden van het moment.

De muziek van Reb Fountain bevat flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook invloeden uit de Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70, variërend van de Laurel Canyon folk tot de psychedelische folk die in San Francisco werd gemaakt, spelen een rol op het album. In mijn recensie van het titelloze album uit 2020 noemde ik de naam van Patti Smith en dat is een naam die bij beluistering van Water for Gasoline regelmatig opkomt, vooral vanwege de sfeer op het album en de urgentie van de songs.

Ik was altijd al onder de indruk van de stem van Reb Fountain, maar op haar nieuwe album vind ik de zang nog wat mooier. De stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante komt nog wat harder binnen en is op hetzelfde moment betoverend mooi. De vorige albums van Reb Fountain waren stuk voor stuk prachtig en Water for Gasoline doet er zeker niet voor onder. Integendeel zelfs.

Absoluut jaarlijstjesmateriaal, maar het zou me niet verbazen als dit album wat hoger in de lijst gaat opduiken. De Nieuw-Zeelandse muziekscene heeft veel te bieden en Reb Fountain is absoluut een van de smaakmakers. Ga dat horen! Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Johanna Samuels - Sorry, Kid (2026) 4,5

19 augustus, 20:10 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Johanna Samuels - Sorry, Kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Johanna Samuels - Sorry, Kid
Johanna Samuels is nog niet heel bekend, maar de muzikante uit Los Angeles leverde de afgelopen jaren al twee uitstekende albums af, die deze week worden overtroffen door het in alle opzichten prachtige nieuwe album Sorry, Kid.

De Amerikaanse muzikante Johanna Samuels is niet vies van flink wat melancholie in haar songs, maar laat haar nieuwe album Sorry, Kid uit de speakers komen en de donkere wolken van het moment maken onmiddellijk plaats voor uitbundige zonnestralen. Die zonnestralen komen van de fraaie klanken op het album, die vakkundig zijn vastgelegd door producer Jonathan Rado. Het zijn klanken vol referenties naar muziek uit een ver verleden, maar het nieuwe album van Johanna Samuels klinkt ook fris en eigentijds. De muzikante uit Los Angeles is een uitstekende songwriter, maar ze overtuigt ook op haar nieuwe album weer als zangeres. Johanna Samuels is nog niet heel bekend, maar is op Sorry, Kid echt heel erg goed.

De Amerikaanse muzikante Johanna Samuels debuteerde in 2021 met het album Excelsior!, dat volgde op twee hele aardige EP’s. De EP’s hadden me zeker nieuwsgierig gemaakt naar het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles, maar Excelsior! overtrof mijn verwachtingen ruimschoots.

Johanna Samuels combineert op haar eerste album invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met zonnige en wat psychedelische Californische pop en dat klinkt bijzonder aangenaam. Excelsior! bevat bovendien sterke en fraai melancholische songs, is zeer smaakvol ingekleurd en prachtig geproduceerd door Sam Evian en Johanna Samuels beschikt ook nog eens over een mooie en karakteristieke stem.

Na haar memorabele debuutalbum werd Johanna Samuels opnieuw geplaagd door de lockdowns van de coronapandemie, die een vliegende start van haar carrière wederom in de weg zaten. Desondanks was ook het in 2023 verschenen en door niemand minder dan Josh Kaufman geproduceerde Bystander een sterk album. Ook op haar tweede album combineert de Amerikaanse muzikante op bijzondere wijze behoorlijk melancholische songs met verrassend zonnige klanken, waarin wederom echo’s uit de psychedelische Californische pop van weleer te horen zijn.

Drie jaar na Bystander is deze week het derde album van Johanna Samuels verschenen en na twee albums die overliepen van de belofte, laat de muzikante uit Los Angeles op haar nieuwe album horen dat ze de belofte inmiddels ver voorbij is. Na Sam Evian en Josh Kaufman wist Johanna Samuels wederom een vooraanstaande producer te strikken, want Sorry, Kid is geproduceerd door de onder andere van Weyes Blood, Father John Misty, The Lemon Twigs en zijn eigen band Foxygen bekende Jonathan Rado.

Ook op Sorry, Kid laat de muzikante uit Los Angeles de inmiddels van haar bekende mix van invloeden horen, maar ze heeft haar geluid wel verder geperfectioneerd. Dat deed ze deels in de studio waar Elliott Smith, een van haar muzikale helden, zijn muziek opnam. Ook Sorry, Kid laat direct vanaf de eerste noten echo’s uit een ver verleden horen en het zijn wederom fraaie echo's.

In de openingstrack hoor ik Beatlesque arrangementen en ook gitaarwerk dat herinnert aan de fameuze Britse band, maar in de meeste tracks die volgen is het vizier weer gericht op de thuisbasis van Johanna Samuels en klinken met enige regelmaat invloeden van The Beach Boys door. Ook op Sorry, Kid worden zonnige en psychedelische Californische klanken uit het verleden gecombineerd met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, met hier en daar uitstapjes richting indierock.

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal nog net wat mooier en interessanter dan op de eerste twee albums en ook de stem van Johanna Samuels spreekt me nog net wat meer aan. Het is een stem die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel en zeggingskracht vertolkt en bijdraagt aan het karakteristieke geluid van de Amerikaanse muzikante.

Johanna Samuels is bij het grote publiek nog behoorlijk onbekend, maar uit de producers die ze weet te strikken blijkt dat ze in de muziekscene van Los Angeles zeer wordt gewaardeerd, hetgeen verder wordt onderstreept door de gastbijdragen van onder andere Erin Rae, Madison Cunningham en Tyler Ballgame, die Sorry, Kid nog wat mooier maken.

Ik heb wel wat met de eerste twee albums van Johanna Samuels, die ik nog met enige regelmaat beluister, maar met het in alle opzichten even indrukwekkende als prachtige Sorry, Kid zet ze wat mij betreft een reuzenstap. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Avi Engel - Seedhead (2026) 4,5

19 augustus, 15:00 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Avi Engel - Seedhead - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Avi Engel - Seedhead
Iedereen die de muziek van Avi Engel (vroeger Clara Engel) kent, weet dat de muziek van de Canadese muzikant totaal anders klinkt dan andere muziek en dat is ook weer het geval op het deze week verschenen album Seedhead.

Op de bandcamp pagina van Avi Engel is inmiddels een enorme hoeveelheid muziek te vinden. Het is bijzonder hoe de Canadese muzikant er steeds weer in slaagt om de middelen te vinden om albums uit te brengen en het zijn albums die alleen maar mooier worden. Het vorig jaar verschenen album Mote reken ik tot de beste albums van Avi Engel, maar het deze week verschenen Seedhead schat ik nog wat hoger in. Ook op Seedhead hoor je de bijzondere klanken die het unieke geluid van Avi Engel bepalen en dan is er ook nog de prachtige zang, die het beeldende en bezwerende effect van de muziek van de Canadese muzikant nog wat groter maakt. Wederom een uniek album van deze eigenzinnige muzikant uit Toronto.

De Amerikaanse muzikante Ani DiFranco baarde aan het begin van de jaren 90 opzien door volledig onafhankelijk van de machtige platenmaatschappijen haar muziek uit te brengen. De vele albums die Ani DiFranco maakte waren niet alleen erg goed en eigenzinnig, maar dwongen ook respect af omdat de muzikante uit New York en later New Orleans echt alles zelf deed, wat in die tijd zeker niet gebruikelijk was.

Met de komst van het internet is het wel iets makkelijker geworden om als muzikant volledig onafhankelijk van platenmaatschappijen en streamingplatforms te opereren, maar eenvoudig is het nog steeds niet. De Canadese muzikant Avi Engel slaagt er inmiddels al wel ruim twintig jaar in, wat inmiddels een even omvangrijk als fascinerend oeuvre heeft opgeleverd.

De albums van de muzikant uit Toronto werden in eerste instantie uitgebracht onder de naam Clara Engel, maar een paar jaar geleden besloot de Canadese muzikant om als non-binair persoon door het leven te gaan en werd Clara eerst Avi C. en later Avi Engel. Ik heb de afgelopen 15 jaar veel aandacht besteed aan de bijzondere muziek van Clara Engel en sinds ik Avi Engel op het netvlies heb kunnen ook de onder deze naam uitgebrachte albums op mijn sympathie en belangstelling rekenen.

De albums van de muzikant uit Toronto waren in het verleden vaak behoorlijk sober en soms zeer experimenteel, maar op het vorig jaar verschenen album Mote klonk de muziek van Avi Engel, mede door het wat vollere geluid, verrassend toegankelijk maar nog altijd verre van alledaags. Mote had wat mij betreft veel meer aandacht verdiend dan het album heeft gekregen, maar iedere nieuwe liefhebber van de bijzondere muziek van Avi Engel is er één.

In het verleden volgden de albums en EP’s elkaar soms in rap tempo op, maar voor het deze week verschenen Seedhead heeft Avi Engel net wat meer tijd genomen. Wat direct opvalt bij het beluisteren van Seedhead is dat het album echt fantastisch klinkt. Dat is een knappe prestatie, want het album is met bescheiden middelen opgenomen.

De muziek op het album vult de hele ruimte en is zoals we van Avi Engel gewend zijn geen alledaagse muziek. Seedhead werd gemaakt met zeven gastmuzikanten, die allemaal hun eigen instrumenten toevoegen aan het fascinerende geluid op het album. Avi Engel maakte in het verleden vaak gebruik van bijzondere instrumenten uit alle windstreken, maar Seedhead is vooral gevuld met redelijk gangbare klanken, al is er nog altijd een prominente rol voor de bijzonder klinkende viersnarige gitaar.

Seedhead opent wonderschoon met het acht minuten durende Gaia Makes Soup, waarin stemmige klanken breed uitwaaien en een hypnotiserende uitwerking hebben op de luisteraar, wat nog eens wordt versterkt door de langzame en bezwerende zang van Avi Engel, die op het nieuwe album prachtig en met veel gevoel zingt.

Seedhead bevat acht tracks en ze zijn allemaal even mooi. De muziek van de Canadese muzikant is beeldend en door de repeterende gitaarakkoorden enigszins bedwelmend, maar de uit vele lagen bestaande muziek verdient het om tot in de kleinste details beluisterd te worden.

Seedhead is een typisch Avi Engel album, maar van de vele albums die inmiddels zijn afgeleverd, vind ik dit nu al een van de mooiste en de meeste songs op het album moet ik nog wel een paar keer beluisteren voor ik de schoonheid volledig heb opgenomen. Ik zou iedereen adviseren om eens te luisteren naar de muziek van Avi Engel en Seedhead is een prima startpunt. Helemaal zonder risico is het niet, want als het bevalt ligt er een behoorlijk omvangrijk en echt prachtig oeuvre op je te wachten. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Bronwyn - Rattlin' Bones (2026) 4,0

19 augustus, 14:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bronwyn - Rattlin' Bones - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bronwyn - Rattlin' Bones
Liefhebbers van traditioneel klinkende bluegrass vol muzikaal vuurwerk zijn bij Bronwyn aan het juiste adres, maar de Amerikaanse muzikante slaat ook bruggen naar andere genres en overtuigt makkelijk met haar stem en songs.

Bluegrass albums laat ik meestal links liggen, maar ik had wel wat met het vorige album van Bronwyn Keith-Hynes, waarop zeer aansprekende songs waren te vinden. De muzikante uit Nashville heeft haar achternaam inmiddels laten vallen, maar gaat op Rattlin' Bones verder waar haar vorige album ophield. Het is wederom een album met heel veel invloeden uit de bluegrass, maar ook liefhebbers van omliggende genres kunnen waarschijnlijk wel uit de voeten met dit album, waarop Bronwyn Keith-Hynes indruk maakt als zangeres en songwriter. Een aantal gelouterde snarenwonders doen de rest op dit ook in muzikaal opzicht hoogstaande album.

Ik ben geen groot liefhebber van traditionele bluegrass, maar zo af en toe zit er een album in het genre tussen dat ik wel kan waarderen. Zo was ik in het voorjaar van 2024 zeer te spreken over I Built A World van de Amerikaanse muzikante Bronwyn Keith-Hynes. De muzikante uit Nashville, Tennessee, liet op haar debuutalbum Fiddler's Pastime vooral horen dat ze een geweldige violiste is, maar op I Built A World hoorde ik ook een hele mooie stem en een serie aansprekende songs.

Ook op haar tweede album maakt Bronwyn Keith-Hynes onmiskenbaar bluegrass en het is bluegrass die diep is geworteld in de tradities van het genre, maar het is het soort bluegrass album dat ook bij liefhebbers van folk en country in de smaak kan vallen en dus ook bij mij. Ik heb nog altijd een enorm zwak voor de zang van Bronwyn Keith-Hynes op het album, maar ook meerdere songs op I Built A World zijn me inmiddels dierbaar.

Bronwyn Keith-Hynes laat haar geweldige vioolspel onder andere horen in de band van de inmiddels tot een ster uitgegroeide Molly Tuttle, maar op haar nieuwe album manifesteert ze zich vooral als singer-songwriter. Rattlin' Bones is uitgebracht onder de naam Bronwyn, wat een nieuwe start suggereert, maar het album ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van de uitstekende voorganger.

Ook op Rattlin' Bones maakt Bronwyn muziek met veel ingrediënten uit de traditionele bluegrass. Het betekent dat snareninstrumenten domineren in de muziek op het album en dat de nodige snelheidsrecords worden gebroken in het snarenwerk. Het vioolspel van Bronwyn Keith-Hynes speelt een voorname rol op het album, maar de bijdragen van dobro, mandoline, gitaar en banjo zijn minstens even belangrijk en even virtuoos.

Toch is Rattlin' Bones zeker geen bluegrass album waarop alles draait om muzikaal vuurwerk. Er wordt echt fantastisch gespeeld door de gelouterde muzikanten op het album en het tempo ligt hoog, maar net als en misschien zelfs nog wel meer dan op I Built A World staan de songs centraal.

Het zijn songs waarin Bronwyn Keith-Hynes wederom laat horen dat ze een uitstekende zangeres is. Haar stem deed me op het vorige album afwisselend denken aan Alison Krauss en Gillian Welch en dat zijn twee namen die ook opkomen bij beluistering van Rattlin' Bones, waarop ik de zang zelfs nog wat mooier vind.

Het biedt ook in muzikaal opzicht relevant vergelijkingsmateriaal, want de Appalachen folk van Gillian Welch en de bluegrass van Bronwyn liggen soms dicht bij elkaar en ook Alison Krauss zoekt de grenzen van de bluegrass graag op.

Rattlin' Bones bevat een aantal tracks die voor 100% in het hokje bluegrass passen, maar het album schuift ook een enkele keer op richting folk en country, wat het album interessant maakt voor een bredere groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Ik moest het album zelf vooral een paar keer horen om gewend te raken aan de wat traditionele klanken op het album, maar vervolgens hoorde ik alleen maar veel moois in de songs, in de muziek en in de zang op het nieuwe album van Bronwyn.

Rattlin' Bones ligt zoals gezegd in het verlengde van het vorige album van Bronwyn, maar de Amerikaanse muzikante is wel gegroeid door het spelen in de band van Molly Tuttle en het touren na haar vorige album. Ik zou me zeker niet laten afschrikken door het etiket bluegrass, want Rattlin' Bones is een prima rootsalbum. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ashley Cooke - ashley cooke (2026) 4,0

18 augustus, 15:58 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ashley Cooke - ashley cooke - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ashley Cooke - ashley cooke
Ashley Cooke schaarde zich drie jaar geleden met haar album shot in the dark tussen de grote beloften van de Nashville countrypop en maakt de belofte volledig waar op haar deze week verschenen titelloze album.

Megan Moroney groeide de afgelopen jaren uit tot mijn favoriete countrypopzangeres, maar in haar kielzog verschenen een heleboel prima volgelingen. Ashley Cooke is er een van en levert deze week met haar nieuwe album een album af dat mee kan met het beste dat de countrypop in 2026 te bieden heeft. De muzikante uit Nashville beschikt over een stem die het geweldig doet in het genre, maar ook haar songs en veelzijdigheid dragen stevig bij aan de kwaliteit van haar nieuwe album. Eind vorig jaar bracht ze met Ace nog een geweldig mini-album uit, maar op haar nieuwe album legt Ashley Cooke de lat nog net wat hoger en komt ze heel dicht in de buurt van bijvoorbeeld Megan Moroney.

Er zijn op het moment wel heel countrypopzangeressen, maar Ashley Cooke viel me in 2022 op met haar debuutalbum of eigenlijk mini-album Already Drank That Beer. De Amerikaanse muzikante wist zich wat mij te onderscheiden met haar stem en met haar muziek, waarin country en pop op een goede wijze in balans waren, De wat clichématige teksten deden hier niets aan af.

Het in 2023 verschenen shot in the dark vond ik nog een stuk beter en met haar eerste volwaardige album schaarde Ashley Cooke zich wat mij betreft onder de grote beloften van de countrypop, samen met onder andere Megan Moroney, die inmiddels moet worden gerekend tot een van de smaakmakers en sterren in het genre.

Eind vorig jaar liet Ashley Cooke weer van zich horen met het album Ace, al was dat met negen tracks en bijna 27 minuten muziek eigenlijk meer een mini-album. Mini-album of niet, met Ace maakte de Amerikaanse muzikante wat mij betreft wel indruk en liet zo horen dat het geweldige shot in the dark geen toevalstreffer was.

In muzikaal opzicht lag Ace in het verlengde van shot in the dark, maar in tekstueel opzicht was Ashley Cooke duidelijk gegroeid, hierbij gevoed door de nodige misère in haar familie en haar persoonlijke leven. Ruim een half jaar na Ace is Ashley Cooke terug met een nieuw album, dat geen titel heeft meegekregen buiten haar naam in kleine letters.

Na het wat korte Ace heeft de muzikante uit Nashville, Tennessee, met ashley cooke weer een volwaardig album afgeleverd met 15 tracks en een kleine 50 minuten muziek. Het is een behoorlijk ambitieus album geworden, waarmee de Amerikaanse muzikante zich zomaar zou kunnen scharen tussen de groten binnen de countrypop van het moment.

Ook ashley cooke is een album dat het etiket countrypop verdient en Ashley Cooke maakt nog altijd countrypop met een flinke dosis pop, maar nog net wat meer invloeden uit de countrymuziek. In een aantal songs kruipt het nieuwe album van Ashley Cooke dicht tegen de muziek van Megan Moroney aan en dat vind ik persoonlijk geen probleem, maar de muzikante uit Nashville heeft ook een veelzijdig album gemaakt.

Het is een album dat deels is gevuld met lekker in het gehoor liggende countrypop, maar er zijn ook een aantal wat intiemere songs, die dichter tegen de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek aan zitten. In een track als high school sweetheart hoor ik opeens heel veel raakvlekken met de muziek van Kacey Musgraves en zelfs zoveel dat ik even het idee had dat Ashley Cooke had gekozen voor de samenwerking met producers Daniel Tashian en Ian Fitchuk, wat overigens niet het geval is.

Het album schuift hier en daar ook op richting de countrypop die in de jaren 90 werd uitgevonden door Shania Twain, maar het grootste deel van de tijd hoor ik de lekker vol geproduceerde countrypop die momenteel populair is in Nashville. Het is een genre waarin de concurrentie momenteel enorm is, maar Ashley Cooke beschikt over de perfecte stem voor dit soort muziek en blinkt uit met haar songs.

Ik vind de meer ingetogen songs op ashley cooke het mooist, maar ook als ze een flinke draai geeft aan de slinger met popinvloeden of kiest voor een net wat steviger gitaargeluid overtuigt Ashley Cooke mij makkelijk. De groten in het genre hebben er met Ashley Cooke een serieuze concurrent bij. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

L'Rain - Fata Morgana (2026) 4,0

16 augustus, 10:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review - L'Rain - fata morgana - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review - L'Rain - fata morgana
Ook op haar derde album maakt de Amerikaanse muzikante Taja Cheek onder de naam L’Rain ongrijpbare muziek, maar hoe vaker je naar de fascinerende songs op fata morgana luistert, hoe meer er op zijn plek valt.

Toen ik een paar jaar geleden voor het eerst kennis maakte met de muziek van L’Rain kon ik niet zo veel met de behoorlijk experimentele muziek van de New Yorkse muzikante Taja Cheek. Eenmaal gewend aan de bonte mix van invloeden en de bijzondere songstructuren hoorde ik echter steeds meer in de songs van L’Rain. Het deze week verschenen fata morgana is de opvolger van het drie jaar geleden verschenen I Killed Your Dog, dat net als voorganger Fatigue heel wat jaarlijstjes wist te bereiken. Taja Cheek heeft wederom een bijzonder album afgeleverd en het is een album dat is te beluisteren als een serie songs, maar dat wat mij betreft beter tot zijn recht komt als een lange en wederom bijzondere luistertrip.

Toen ik helemaal aan het eind van 2021 een enorme stapel jaarlijstjes bestudeerde, kwam ik opvallend vaak het album Fatigue van L’Rain tegen en dat zei me op dat moment echt helemaal niets. Dat de critici zo lovend waren over het album van de Amerikaanse muzikante Taja Cheek begreep ik na de eerste keer luisteren direct, maar het duurde vervolgens nog wel even voor ik ook zelf enthousiast werd over de muziek van L’Rain.

De critici deden hun uiterste best om de muziek op Fatigue in een hokje te duwen, maar mij lukte het niet. Ik hoorde soul, gospel, jazz, psychedelica, avant-garde, elektronica en nog veel meer. In muzikaal opzicht gebeurt er echt van alles in de muziek van L’Rain, maar de muzikante uit Brooklyn, New York, beschikt ook nog eens over een fascinerende stem met veel soul.

Toen in 2023 het derde album van L’Rain verscheen (in 2017 verscheen haar titelloze debuutalbum) wist ik wat ik ongeveer moest verwachten, maar de muziek van Taja Cheek bleef behoorlijk ongrijpbaar. I Killed Your Dog is misschien net iets toegankelijker dan Fatigue, maar toegankelijk is in het geval van L’Rain een zeer relatief begrip. Ik heb heel vaak naar het album moeten luisteren voor het begon te landen, maar uiteindelijk vond ik I Killed Your Dog een onbetwist jaarlijstjesalbum.

Taja Cheek heeft deze week het vierde album van haar project L’Rain uitgebracht en ook fata morgana is weer een fascinerend album. Ook dit keer worden er vele pogingen gedaan om het album in een hokje te duwen, maar ik begin er niet eens aan. Op fata morgana verwerkt de Amerikaanse muzikante zeer uiteenlopende invloeden in haar muziek en al deze invloeden worden samengesmeed in een uniek geluid.

fata morgana is op het eerste gehoor iets toegankelijker dan het nog altijd ongrijpbare Fatigue, maar het duurde bij mij toch weer even voordat alles op zijn plek viel. Delen van de muziek en zeker de stem van Taja Cheek verleiden makkelijk, maar de songs van L’Rain gaan zo veel kanten op dat je verkregen houvast ook snel weer kwijt bent.

Dromerige klankentapijten spelen op de achtergrond een belangrijke rol op fata morgana, maar op de voorgrond gebeurt er zo veel dat het je met grote regelmaat duizelt, zeker wanneer het album heel af en toe explodeert, zoals in het tegendraadse soulles cycle.

Het album bevat flarden van popsongs met een kop en een staart, maar fata morgana laat zich het best beluisteren als een bijna veertig minuten durende luistertrip. Het is weer een net wat andere luistertrip dan op de vorige twee albums, want naast alle al genoemde invloeden hoor ik dit keer ook meer invloeden uit de ambient, hiphop en triphop, om nog maar eens drie extra genres te noemen.

fata morgana van L’Rain is in muzikaal en vocaal opzicht een fascinerend album, maar het door Taja Cheek, Ben Chapoteau-Katz en Andrew Lappin gemaakte album is ook een productioneel hoogstandje, waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort.

Ik heb lang niet altijd zin in de muziek van L’Rain en de songs van de muzikante uit Brooklyn komen ook niet op ieder moment tot zijn recht, maar als je er even voor gaat zitten en fata morgana van de eerste tot en met de laatste noot ondergaat kom je terecht in een bijzonder muzikaal universum, waarin het goed toeven is. fata morgana is het derde uitstekende album van L’Rain en het proberen zeker waard. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

boygenius - The Record (2023) 4,5

15 augustus, 11:55 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren

» details  

Phoebe Bridgers - Lost Weekend (2026) 4,5

15 augustus, 11:55 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Phoebe Bridgers - Lost Weekend - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Phoebe Bridgers - Lost Weekend
Phoebe Bridgers dook negen jaar geleden op met een uniek eigen geluid en dat geluid laat ze ook weer horen op haar deze week verschenen derde album Lost Weekend, dat vijftig minuten lang betovert en bedwelmt.

Het is bijna niet te geloven dat er zes jaar zijn verstreken sinds de release van Punisher, het tweede album van Phoebe Bridgers, en zelfs negen jaar sinds haar debuutalbum Stranger in the Alps verscheen. In die jaren is de Amerikaanse muzikante uitgegroeid tot een van de allergrootsten binnen de indiescene en op haar deze week verschenen derde album Lost Weekend laat Phoebe Bridgers horen dat dat niet voor niets is. Het is vanaf de eerste noten een typisch Phoebe Bridgers album, maar ze zet op subtiele wijze ook stappen in uiteenlopende richtingen, bijvoorbeeld in de arrangementen en in de teksten. Lost Weekend is heel goed, maar zal nog wel verder groeien de komende tijd, net als de vorige albums van Phoebe Bridgers dat deden.

Bijna negen jaar geleden schreef ik het volgende over Stranger in the Alps, het debuutalbum van Phoebe Bridgers: “Direct bij eerste beluistering werd ik gegrepen door de bijna desolate sfeer op Stranger in the Alps en onder de indruk van de ruwe schoonheid en enorme impact van de songs van Phoebe Bridgers. Luister naar Stranger in the Alps en je voelt de pijn van een jonge vrouw die een beroerde jeugd achter zich heeft gelaten, luister nog een paar keer en je hoort een plaat die overloopt van talent, zeggingskracht en bijzondere schoonheid. Phoebe Bridgers heeft een album gemaakt dat van alles met je doet. Het is een album dat vanwege alle melancholie en ellende pijn kan doen, maar het is ook een album dat betovert met songs die je voor altijd wilt koesteren.”

Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta. Stranger in the Alps hoort bij de mooiste albums die ik ken en ondanks het feit dat ik het album al heel vaak heb beluisterd, raakt het me iedere keer als ik het hoor weer diep, waardoor het debuutalbum van Phoebe Bridgers me steeds dierbaarder wordt.

Ook na Stranger in the Alps maakte Phoebe Bridgers volop mooie muziek. Er was de samenwerking met Conor Oberst op het album van Better Oblivion Community Center uit 2019, er was in 2020 haar geweldige tweede album Punisher en er was natuurlijk het debuutalbum van boygenius in 2023. Allemaal prachtig, maar Stranger in the Alps steekt er voor mij nog altijd bovenuit.

En nu is er dan, na zes jaar wachten, het derde soloalbum van Phoebe Bridgers, die inmiddels is uitgegroeid tot een van de grote sterren binnen de indiepop en indierock van het moment. Dat dit terecht is hoor je op haar nieuwe album Lost Weekend, dat zich niet zomaar laat vergelijken met haar debuutalbum, dat ze op jonge leeftijd maakte.

Het betekent niet dat het geluid van Phoebe Bridgers volledig is veranderd sinds Stranger in the Alps. Ook op Lost Weekend zingt de Amerikaanse muzikante vooral fluisterzacht en haar songs hebben ook nog altijd een wat donkere sfeer die varieert van melancholisch tot desolaat. Lost Weekend is wel een stuk veelzijdiger dan het debuutalbum, want het kan dit keer meerdere kanten op.

Een aantal tracks op Lost Weekend is voorzien van behoorlijk uitbundige arrangementen, maar ik vind de muziek van Phoebe Bridgers nog altijd het mooist wanneer ze genoeg heeft aan een akoestische gitaar en wat wolken met atmosferische, donkere en soms unheimische klanken van synths en de strijkers van Rob Moose. Zeker in de meest ingetogen songs op Lost Weekend zingt Phoebe Bridgers fluisterzacht en dan vind ik ook haar stem op zijn mooist.

Lost Weekend bevat zestien tracks en meer dan vijftig minuten muziek en in die vijftig minuten domineren de ingetogen songs. Het levert een groot deel van de tijd een intiem album op en dat is best bijzonder, zeker als je kijkt naar de enorm lange lijst met gastmuzikanten van naam en faam en de extra producers die zijn ingeschakeld voor het album, onder wie ook Jack Antonoff.

De songs met wat zwaarder aangezette arrangementen en een wat voller en soms wat steviger geluid zijn zeker de moeite waard. In deze tracks laat Phoebe Bridgers horen dat ze meer in huis heeft dan het geluid dat we van haar kennen, maar persoonlijk ben ik juist gehecht aan dat geluid, waardoor ik bekend klinkende tracks op Lost Weekend het mooist vind.

Lost Weekend is een prachtig album, dat nog maar eens laat horen dat Phoebe Bridgers beschikt over een uniek eigen geluid en over het vermogen om songs te schrijven die betoveren, verwonderen en diep onder de huid kruipen. Net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante zal ook Lost Weekend nog moeten groeien, maar dat ik ook dit album ga koesteren, is zeker.

Ik vind Lost Weekend minstens zo goed als Punisher en ook niet minder dan het album van boygenius en dus een meer dan uitstekend album, maar haar debuutalbum Stranger in the Alps blijft voor mij ook dit keer onaantastbaar. Dat gaat ook niet meer veranderen en dat is prima. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Phoebe Bridgers - Punisher (2020) 4,5

15 augustus, 11:54 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren

» details  

Margaret Glaspy - I Am Both (2026) 4,5

14 augustus, 15:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Margaret Glaspy - I Am Both - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Margaret Glaspy - I Am Both
Margaret Glaspy staat inmiddels al tien jaar garant voor bijzonder mooie albums, maar op het deze week verschenen album I Am Both doet de Amerikaanse muzikante er nog een schepje bovenop qua schoonheid en intensiteit.

Met topproducer Joe Henry en geweldige muzikanten als Patrick Warren, Ross Gallagher en Jay Bellerose heb je de basis voor een prachtalbum te pakken, maar op I Am Both is Margaret Glaspy zelf de ster. Ze speelt prachtig en veelkleurig gitaar, heeft mooie teksten geschreven, is goed voor aansprekende songs vol invloeden en ze zingt ook nog eens prachtig op haar nieuwe album. Met haar vorige albums bleef de muzikante uit Brooklyn helaas een goed bewaard geheim, maar met I Am Both heeft ze een album gemaakt waar liefhebbers van (vrouwelijke) singer-songwriters niet omheen kunnen. De vorige albums van Margaret Glaspy waren heel erg goed, I Am Both is nog beter.

De Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy bracht een jaar geleden het mini-album The Golden Heart Protector uit. Ik maakte in een hele drukke releaseweek geen plekje vrij voor het ruim 25 minuten durende mini-album, dat ik vooral zag als een tussendoortje, maar achteraf bezien heb ik vaker geluisterd naar het mini-album dan naar de drie volwaardige albums van Margaret Glaspy.

Op The Golden Heart Protector vertolkt de muzikante uit Brooklyn, New York, uitsluitend songs van anderen en dat doet ze samen met gastmuzikanten van naam en faam, onder wie Madison Cunningham, Norah Jones, Andrew Bird en James Bay en dat levert een serie memorabele songs op.

Dat ik het tussendoortje van Margaret Glaspy vaker heb beluisterd dan haar reguliere albums zegt overigens niets over de kwaliteit van die albums, want ook over Emotions and Math (2016), Devotion (2020) en Echo the Diamond (2023) was ik zeer positief, maar vreemd genoeg haalde geen van de albums mijn jaarlijstje, wat overigens zeker terecht was geweest.

Op haar debuutalbum deed Margaret Glaspy af en toe denken aan Fiona Apple, misschien wel de muzikante die ik het meest bewonder, maar op haar tweede album koos ze voor de elektronica, terwijl ze op haar derde album juist koos voor een steviger maar nog altijd onderscheidend gitaargeluid. Bij Margaret Glaspy weet je nooit waar je aan toe bent en dat maakt haar muziek interessant en onderscheidend.

Gezien de albums uit het verleden is het geen verrassing dat de muzikante uit Brooklyn op haar deze week verschenen vierde album I Am Both weer kiest voor een ander geluid. I Am Both opent met redelijk ingetogen klanken van de akoestische gitaar en een fraai orgeltje, waarna de stem van Margaret Glaspy het voortouw mag nemen. Het is een stem die op het nieuwe album echt prachtig doorleefd klinkt, met een aangenaam ruw randje als bonus.

Michigan, de indringende openingstrack van het nieuwe album van Margaret Glaspy, zou afkomstig kunnen zijn uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk en dat is een kant die ik nog niet van haar kende. Het is een kant van Margaret Glaspy die me wel bevalt, want ik vind de openingstrack van I Am Both imponerend mooi. Het album verslapt vervolgens niet, want alle songs op I Am Both zijn even mooi en intiem.

Invloeden uit de Laurel Canyon folk blijven een belangrijke rol spelen op het album, maar Margaret Glaspy beweegt zich langzaam maar zeker naar het heden en schuwt ook het net wat stevigere werk niet. De zang op het album is van een bijzondere schoonheid, intensiteit en intimiteit en met name door de zang werd ik direct verpletterd door I Am Both.

Er wordt echter ook fantastisch gespeeld op het album, wat ook niet anders kan met een band die bestaat uit topmuzikanten. Patrick Warren bespeelt de keyboards, Ross Gallagher de bas, terwijl Jay Bellerose de drumpartijen voor zijn rekening neemt. Dat klinkt fantastisch, maar ook het akoestische en elektrische gitaarspel valt in positieve zin op en dat is van de hand van Margaret Glaspy zelf.

Een topproducer kan een album als I Am Both nog wat verder optillen en ook daar is aan gedacht, want niemand minder dan Joe Henry tekende voor de productie van het album en zorgt voor een intiem en organisch geluid. Margaret Glaspy werkte de afgelopen tien jaar aan een bijzonder oeuvre, maar met I Am Both heeft ze haar voorlopige meesterwerk gemaakt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mountain Boy - The Nights (2026) 3,5

14 augustus, 12:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mountain Boy - The Nights - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mountain Boy - The Nights
Het is in Nieuw-Zeeland nu winter en dat hoor je op het deze week verschenen album The Nights van Mountain Boy, dat gemaakt lijkt voor donkere winteravonden, maar het ook verrassend goed doet bij de zomerse temperaturen van het moment.

Op het eerste gehoor kabbelde The Nights van Mountain Boy wat mij betreft wat voort en vond ik het ook wat zoetsappig klinken, maar na enige gewenning viel bij mij alles op zijn plek. Het alter ego van de Nieuw-Zeelandse muzikant Aaron Clarke maakt muziek met invloeden uit de countryrock, folkrock en softrock. Het is muziek met een duidelijke jaren 70 Westcoast vibe, maar The Nights sluit ook aan bij indiefolk albums van dit moment. Het zijn intieme en vooral ingetogen songs, maar het zijn ook songs die zijn volgestopt met mooie details, die ervoor zorgen dat The Nights steeds interessanter wordt. Ook de stem van Aaron Clarke vraagt om enige gewenning, maar draagt uiteindelijk bij aan de kwaliteit van het album.

Zonder de geweldige nieuwsbrief van de onlangs helaas ter ziele gegane muziekwinkel Flying Out is het wat lastiger om de Nieuw-Zeelandse muziekscene goed te volgen, maar gelukkig is er deze week ook in de rest van de wereld enige aandacht voor de muziek van Mountain Boy. Het is het alter ego van de (in Australië geboren) Nieuw-Zeelandse muzikant Aaron Clarke, die in 2024 het album The Days uitbracht. Dat album ken ik niet, waardoor het deze week verschenen The Nights mijn eerste kennismaking is met de muziek van Mountain Boy.

De songs van Mountain Boy bevonden zich, zeker bij eerste beluistering van The Nights, niet helemaal binnen mijn muzikale comfort zone. Ik heb om te beginnen een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen, maar ik vond The Nights bij eerste beluistering ook wel wat zoetsappig en als ik ergens moeite mee heb is het wel zoetsappige muziek van mannelijke singer-songwriters.

Ik ben blij dat ik ben blijven luisteren naar het album, want nu ik The Nights vaker heb beluisterd vind ik zowel de songs als de stem van Aaron Clarke helemaal niet zo zoetsappig. Ik heb inmiddels ook naar het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikant geluisterd, maar de uiterst sobere songs op The Days vind ik een stuk minder mooi dan de voller klinkende songs op The Nights.

Aaron Clarke nam zijn nieuwe album op met een handvol extra muzikanten, wat een vol klinkend bandgeluid oplevert. Ik vind het een mooi en zeer smaakvol bandgeluid, dat onder andere is verrijkt met bijdragen van gitaren, banjo, keyboards en de fraaie klanken van de pedal steel. The Nights is een ingetogen klinkend album, maar zeker als je het album met de koptelefoon beluistert, hoor je hoe mooi alle instrumenten bijdragen aan het warme totaalgeluid.

Aaron Clarke heeft het nieuwe album van Mountain Boy niet voor niets The Nights genoemd, want de muziek op het album is uitermate geschikt voor de kleine uurtjes. Ik denk dat het album uitstekend tot zijn recht gaat komen tijdens lange, koude en donkere winteravonden, maar ook op de snikhete zomerdagen van het moment doet The Nights het verrassend goed.

De muziek van Mountain Boy heeft zich duidelijk laten inspireren door muziek die de afgelopen decennia aan de Amerikaanse westkust is gemaakt, waarbij zowel invloeden uit de countryrock en folkrock als uit de softrock en softpop uit met name de jaren 70 doorklinken. The Nights klinkt echter niet alleen Amerikaans, want het album klinkt ook anders, zoals vrijwel alle albums uit Nieuw-Zeeland op een of andere manier anders klinken dan albums van elders, al is het lastig om te duiden wat dit anders nu precies is.

De Nieuw-Zeelandse muziekpers hoort duidelijke invloeden van Luke Buda en Edmund Cake, maar deze namen ken ik zelf niet. Ik hoor wel het laidback gevoel dat ook veel andere Nieuw-Zeelandse popmuziek kenmerkt en dat gevoel maakt van The Nights een heel aantrekkelijk album.

Ik had bij eerste beluistering van het album nog wat moeite met de stem van Aaron Clarke, maar inmiddels ben ik ook overtuigd van de zang, die het intieme en laidback gevoel van de songs op het album versterkt. Met The Nights heeft Mountain Boy een album gemaakt waar ik nog veel plezier van ga hebben de komende seizoenen en het is een album dat me sterkt in mijn overtuiging dat het verstandig is om de Nieuw-Zeelandse muziekscene in de gaten te houden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Mountain Goats - Days (2026) 4,0

13 augustus, 15:29 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Mountain Goats - Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Mountain Goats - Days
De Amerikaanse band The Mountain Goats staat al enkele decennia garant voor kwaliteit en strooit ook op het deze week verschenen album Days weer met genadeloos aantrekkelijke songs en prachtige verhalen.

Ik heb misschien een blinde vlek voor de muziek van The Mountain Goats, maar heb inmiddels ook een aardig stapeltje albums van de band dat ik koester. Vorig jaar heb ik even niet goed opgelet, maar op een nieuw album van The Mountain Goats hoef je gelukkig nooit heel lang te wachten. Het deze week verschenen Days is weer een typisch Mountain Goats album. Voorman John Darnielle vertelt de mooiste verhalen, het album staat vol met songs waar je blij van wordt maar die ook inhoud hebben en de Amerikaanse band heeft een duidelijk eigen geluid. Ik moet met enige regelmaat aan de muziek van The Go-Betweens denken bij beluistering van Days en veel hoger kan ik de lat echt niet leggen.

De Amerikaanse band The Mountain Goats heeft inmiddels al meer dan 25 albums uitgebracht. De band rond voorman John Darnielle werd aan het begin van de jaren 90 opgericht in Californië en levert sindsdien met grote regelmaat uitstekende albums af. Ik heb helaas heel lang een blinde vlek gehad voor de muziek van de band, die ik pas ontdekte toen in 2002 het indringende breakup album Tallahassee, het tiende album van The Mountain Goats, verscheen.

Ondanks het feit dat ik Tallahassee een briljant album vond, verloor ik The Mountain Goats na de release van het minstens even mooie The Sunset Tree uit 2005 weer uit het oog en dat veranderde pas in 2020 met het album Getting Into Knives. Ik was vervolgens nog meer onder de indruk van Dark in Here uit 2021, Bleed Out uit 2022 en Jenny from Thebes uit 2023. Het zijn albums die ik vergeleek met het allerbeste van The Waterboys en met de briljante albums van de Australische band The Go-Betweens en dat is vergelijkingsmateriaal dat maar heel weinig bands verdienen.

Het was toch niet genoeg om de blinde vlek voor de muziek van The Mountain Goats volledig weg te nemen, want het vorig jaar verschenen Through This Fire Across from Peter Balkan heb ik toch weer laten liggen. Deze week was ik gelukkig wel bij de les, want het nieuwe album van de tegenwoordig in Durham, North Carolina, gevestigde band kon direct op mijn aandacht rekenen.

Met Days heeft de band wederom een prima album afgeleverd, dat niet onderdoet voor de serie albums waar ik een paar jaar geleden zo enthousiast over was. John Darnielle blinkt op alle albums van The Mountain Goats uit als verhalenverteller en dat doet hij ook weer op Days. Veel albums van de Amerikaanse band zijn conceptalbums en ook Days lijkt met de dood een centraal thema te hebben.

John Darnielle vertelt niet alleen prachtige verhalen, maar verpakt ze ook dit keer in geweldige songs. De songs van The Mountain Goats zijn songs die zich onmiddellijk opdringen, maar het zijn ook songs die je keer op keer weten te verrassen en de fantasie blijven prikkelen.

Ook bij het beluisteren van Days heb ik weer met grote regelmaat associaties met de muziek van The Go-Betweens. De Australische band stond garant voor songs vol diepgang, maar tegelijkertijd ook songs die je na één keer horen niet meer uit het hoofd kon krijgen. Ook op Days van The Mountain Goats zijn flink wat van dit soort songs te vinden en het zijn er nog meer dan op de vorige albums.

Days is een behoorlijk toegankelijk album, maar John Darnielle heeft zich er zeker niet makkelijk van af gemaakt. De band varieert er flink op los met songs die uiteenlopen van stevig tot ingetogen en die variëren van roots tot folk tot rock. Het geluid is lekker vol, maar er is ook nog alle ruimte voor de zo herkenbare stem van John Darnielle, die ook op Days weer zijn unieke stempel drukt.

Days is een album dat direct vermaakt, maar de songs van The Mountain Goats worden over het algemeen beter wanneer je ze vaker hebt gehoord. Dat geldt ook voor de songs op het nieuwe album, die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar ook vol spitsvondigheden en bijzondere wendingen zitten.

Het is knap hoe een band die inmiddels 35 jaar bestaat en een enorme stapel albums heeft uitgebracht er keer op keer in slaagt om albums uit te brengen die ertoe doen. De eerder genoemde band The Go-Betweens maakte uiteindelijk nog geen tien albums, de band van John Darnielle heeft er inmiddels 25 en er mogen er van mij nog heel wat volgen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mel Parsons - Castle Hill (2026) 4,0

13 augustus, 10:02 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mel Parsons - Castle Hill - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mel Parsons - Castle Hill
Iedereen die de Nieuw-Zeelandse muziekscene in de gaten houdt, kent waarschijnlijk de talenten van singer-songwriter Mel Parsons, die met haar nieuwe album Castle Hill weer fraai werk toevoegt aan haar bijzondere oeuvre.

Mel Parsons en haar band en producer stapten zonder songs een Nieuw-Zeelandse studio in, waar onder hoge druk toch het een en ander in elkaar werd gesmeed. Het levert deze week een nieuw album op van de talentvolle muzikante uit Christchurch. Mel Parsons maakte indruk met haar vorige albums, waarop ze vooral imponeerde met haar stem. Die stem staat ook centraal op haar nieuwe album, waarop de muziek net wat ruwer klinkt. De tijdsdruk in de studio heeft ook een positief effect gehad, want Castle Hill is een energiek klinkend album. Het is ook een album met zeer persoonlijke songs, die met veel gevoel worden vertolkt door de wederom prachtig zingende Mel Parsons.

Natuurlijk was het de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out die me een paar jaar geleden wees op de muziek van Mel Parsons. Ik keek wekelijks uit naar de nieuwsbrief van de muziekwinkel uit Auckland, die me de afgelopen jaren een enorme stapel interessante tips heeft opgeleverd. Flying Out sloot twee maanden geleden helaas voorgoed haar deuren, maar de muziek van Mel Parsons weet me inmiddels gelukkig op eigen kracht te bereiken.

Het deze week verschenen Castle Hill is het zevende album van de muzikante uit Christchurch en de opvolger van het iets meer dan twee jaar geleden verschenen Sabotage. Ik leerde de muziek van Mel Parsons kennen in 2018 toen haar vierde album Glass Heart verscheen. Het is een album dat direct indruk maakt met de prachtige stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar Glass Heart valt ook op door de zeer fraaie productie van de gelouterde Mitchell Froom, die het album heeft voorzien van een mooi en sfeervol geluid.

Sindsdien werkt Mel Parsons met producer Josh Rogan, die ook twee keer fraai werk leverde. Sabotage was twee jaar geleden met nog geen 29 minuten muziek aan de korte kant, maar Mel Parsons leverde wel kwaliteit. Dat doet ze ook met Castle Hill, dat gelukkig wel weer een wat langere speelduur heeft.

Het nieuwe album van Mel Parsons werd opgenomen in Castle Hill Village, in een nationaal park op ruim een uur rijden van Christchurch. Ook op haar zevende album werkt Mel Parsons samen met producer Josh Rogan, die net als de leden van haar band zonder voorbereiding afreisde naar de studio in Castle Hill Village.

In de kleine studio was maar net genoeg ruimte voor de Nieuw-Zeelandse muzikante en haar band en dat hoor je. De songs op Castle Hill werden noodgedwongen live in de studio opgenomen en dat pakt goed uit. Het album klinkt net wat ruwer en minder geproduceerd dan zijn voorgangers en ook wat energieker. Gitaren staan ook dit keer centraal in het geluid van Mel Parsons, die meestal het etiket rootsmuziek opgeplakt krijgt. Dat etiket vind ik niet altijd van toepassing op haar muziek, maar Castle Hill past redelijk goed in het hokje rootsmuziek.

Er is hoorbaar minder gesleuteld aan het geluid van Mel Parsons dan op bijvoorbeeld Glass Heart, dat duidelijk het stempel bevat van Mitchell Froom, die overigens is te horen in een van de songs op het nieuwe album. Castle Hill klinkt wat minder opgepoetst en daar is niets mis mee. Het geluid op het album is warm en sfeervol en vormt een mooie basis voor de zang van Mel Parsons.

De Nieuw-Zeelandse muzikante liet op haar vorige albums horen dat ze beschikt over een hele mooie stem en die stem schittert ook op haar nieuwe album. Het is een album met persoonlijke songs, waarin ook een zwaar thema als misbruik en emotionele mishandeling niet uit de weg wordt gegaan en Mel Parsons zichzelf zeker niet spaart.

Met het net wat ruwer en directer klinkende Castle Hill heeft Mel Parsons een album afgeleverd dat iets toevoegt aan haar mooie oeuvre en het is wederom een album dat haar klasse onderstreept. Alleen al vanwege de stem van de muzikante uit Christchurch is Castle Hill al een goed album, maar de lekker ruwe en hoorbaar met veel plezier gemaakte muziek op het album en de uitstekende songs tillen ook Castle Hill weer flink boven de middelmaat uit. Flying Out is helaas niet meer, maar de mooie muziek uit Nieuw-Zeeland is gelukkig gebleven. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

ROLE MODEL - Chuck Timely & the Hourglass (2026) 4,0

12 augustus, 20:34 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: ROLE MODEL - Chuck Timely & The Hourglass - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: ROLE MODEL - Chuck Timely & The Hourglass
Ik had tot dusver niets met de muziek van ROLE MODEL, maar het deze week verschenen Chuck Timely & The Hourglass is een album vol aangenaam zonnige en volstrekt zorgeloze songs en een onweerstaanbaar lekkere jaren 70 vibe.

Tucker Pillsbury wil heel graag een grote popster worden, maar met de eerste twee albums die hij maakte als ROLE MODEL kwam hij wat mij betreft kwaliteit tekort. Op zijn derde album kiest de Amerikaanse muzikant weer voor een ander geluid en dit keer heeft hij een geluid te pakken waarmee hij zich wel weet te onderscheiden. Chuck Timely & The Hourglass lijkt zo weggelopen uit de jaren 70 en lijkt vol te kiezen voor het vermaak, maar de songs van Tucker Pillsbury zitten dit keer ook knap in elkaar. De songs op Chuck Timely & The Hourglass zijn zwaar aangezet en neigen soms naar kitsch, maar zo ver laat de Amerikaanse muzikant het niet komen. Het levert een mooie zomerse soundtrack op en waarschijnlijk nog veel meer dan dat.

ROLE MODEL is het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Tucker Pillsbury, die deze week zijn derde album heeft uitgebracht. Ik heb zijn eerste twee albums wel eens beluisterd en vond er eerlijk gezegd niet zo veel aan. Op zijn debuutalbum maakt de Amerikaanse muzikant nogal doorsnee pop met invloeden uit de R&B, terwijl hij het op zijn tweede album over een andere boeg gooit en kiest voor singer-songwriter muziek met veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook een flinke dosis weinig inspirerende pop.

Op beide albums hoorde ik wel de grenzeloze ambitie van Tucker Pillsbury om uit te groeien tot een grote popster, maar de daden bleven wat mij betreft flink achter bij de ambities, want echt onderscheiden kon hij zich wat mij betreft niet. Ik had dan ook hele lage verwachtingen van zijn deze week verschenen derde album, maar Chuck Timely & The Hourglass heeft wel wat, al wist ik niet direct wat.

Bij eerste beluistering van het album ging ik ervan uit dat Chuck Timely & The Hourglass wel eens uit zou kunnen groeien tot een hele fijne ‘guilty pleasure’, maar inmiddels schat ik het nieuwe album van ROLE MODEL hoger in. Na de eerste twee pogingen om een grote popster te worden, kiest Tucker Pillsbury op zijn derde album weer voor een ander geluid en wat mij betreft heeft hij dit keer beet.

Op zijn nieuwe album kruipt Tucker Pillsbury in de huid van het personage Chuck Timely. Deze Chuck Timely beschikt over het vermogen om door de tijd te reizen en gebruikt deze vaardigheid om door de geschiedenis van de popmuziek te reizen. Bij beluistering van het album is direct duidelijk dat Chuck Timely in eerste instantie in de jaren 70 is neergestreken.

De songs waarmee het album opent herinneren aan zorgeloze popsongs uit de jaren 70, zoals bijvoorbeeld die van Elton John, maar ook zeker Michael Franks. Ik was zoals gezegd niet zo onder de indruk van de muzikale keuzes die ROLE MODEL op de eerste twee albums maakte, maar op Chuck Timely & The Hourglass heeft de Amerikaanse muzikant zijn geluid gevonden.

Het album is voorzien van een lekker broeierig en vol geluid en is knap geproduceerd. Zeker met de koortjes ligt overdaad op de loer, maar de koortjes hebben ook een aangename David Bowie ten tijde van Young Americans vibe. Er is een enorme bak instrumenten gebruikt voor het rijk ingekleurde geluid op Chuck Timely & The Hourglass. Het neigt af en toe naar kitsch, maar Tucker Pillsbury blijft wat mij betreft altijd aan de juiste kant van de streep.

Ik vond hem op zijn vorige albums geen geweldige zanger, maar het geluid op het nieuwe album is hem op het lijf geschreven. Zeker als je het album wat vaker beluistert, wordt het een zoekplaatje met tal van bedoelde of onbedoelde verwijzingen naar hits uit de jaren 70, wat van Chuck Timely & The Hourglass ook een ongelooflijk feelgood album maakt.

Of Tucker Pillsbury met dit album gaat uitgroeien tot een grote popster durf ik niet te voorspellen, maar ik hoor voor het eerst de potentie van de Amerikaanse muzikant. Over één ding maak ik me wel zorgen en dat is over de tijdmachine van Chuck Timely. Deze brengt hem aan het begin van het album weliswaar feilloos naar de jaren 70, maar blijft hier vervolgens ook steken, wat ik persoonlijk trouwens helemaal niet erg vind. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Alanna Matty - Epilogue (2026) 4,0

12 augustus, 12:50 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alanna Matty - Epilogue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alanna Matty - Epilogue
Alanna Matty bracht vorige maand nog een interessante EP uit, maar heeft die deze maand uitgebreid tot een volwaardig album, waarop de nog relatief onbekende Canadese muzikante laat horen dat ze werk van hoge kwaliteit aflevert.

Er verschijnen momenteel heel veel albums van vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiefolk en indiepop. Het zijn er zo veel dat verzadiging op de loer ligt, zelfs bij een liefhebber van het genre als ik. Soms hoor ik echter een nieuw album dat de dreigende verzadiging direct wegneemt. Epilogue van de Canadese singer-songwriter Alanna Matty is zo’n album. Het is een album met lekker in het gehoor liggende songs, bijzonder mooie klanken en een mooie en warme stem. Alanna Matty heeft ook nog eens wat te melden, wat haar nieuwe album nog wat verder optilt binnen het enorme aanbod van de laatste tijd. Dit album schreeuwt om aandacht en verdient die absoluut.

De Canadese singer-songwriter Alanna Matty staat met vier albums en een aantal singles en EP’s op de verschillende streamingplatforms en op haar bandcamp pagina staan nog een aantal extra releases. Ik heb ze bijna allemaal gemist, want ik maakte pas dit jaar kennis met de muziek van de singer-songwriter uit Halifax, Nova Scotia. Vorige maand om precies te zijn, want toen verscheen de EP Or Something, die bij toeval op mijn weg kwam en me vervolgens nieuwsgierig maakte naar het deze week verschenen nieuwe album van de Canadese muzikante.

De vijf songs van de EP zijn ook terug te vinden op het album Epilogue, dat hiernaast nog zes nieuwe tracks bevat. Epilogue is volgens Alanna Matty een album dat hoort bij haar vorige album Subject to Change uit 2024, het verhaal van dat album afmaakt en een periode afsluit. Het is een periode waarin een relatie op de klippen liep en een nieuwe relatie werd gestart, wat zorgde voor een rollercoaster van emoties. Ik moet Subject to Change nog beluisteren, maar voorlopig kan ik prima uit de voeten met Epilogue.

Alanna Matty is van oorsprong een folkie en dat hoor je ook nog op haar nieuwe album. Epilogue bevat een aantal vooral ingetogen songs, waarin de muziek sober is en de stem van de Canadese muzikante centraal staat. De stem van Alanna Matty is mooi en warm en beschikt over het vermogen om iets te doen met de luisteraar. De muzikante uit Halifax zou een prima album met alleen ingetogen folksongs kunnen maken, maar ze kiest op haar nieuwe album voor een veelzijdiger geluid.

Veel songs op het album flirten subtiel met indiepop en een enkele keer indierock en dat gaat Alanna Matty goed af. De Canadese muzikante begeeft zich met haar nieuwe album echter ook op zeer druk terrein, want de concurrentie in de indiefolk en indiepop is momenteel moordend. Ze moet dus een beetje geluk hebben en dat is haar gezien de kwaliteit van Epilogue zeer gegund.

Het uitbrengen van een album in de rustige zomerperiode kan een nadeel maar ook een voordeel zijn, maar vooralsnog is er helaas maar heel weinig aandacht voor het nieuwe album van Alanna Matty en de meeste aandacht komt van haarzelf. Dat is jammer, want Epilogue is echt een heel goed album. Het doet me af en toe denken aan Sarah McLachlan in haar beste dagen en dat is wat mij betreft een groot compliment.

Ik heb helaas nauwelijks informatie over het album, maar Epilogue is eigenlijk in alle opzichten goed. Ik heb absoluut een zwak voor de stem van Alanna Matty en het is een stem die het zowel goed doet in het folky als in het meer popgeoriënteerde repertoire. De songs op Epilogue zijn voorzien van aangename en zeer gevarieerde klanken, die de perfecte balans vinden tussen folk en pop en vaak zijn voorzien van gloedvolle gitaarakkoorden en mooi toetsenwerk.

Alanna Matty verstaat ook nog eens de kunst van het schrijven van goede songs. De songs op Epilogue liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar beschikken ook over avontuur en diepgang en dat laatste wordt versterkt door het persoonlijke karakter van de teksten van de songs.

Ik ben ervan overtuigd dat de Canadese muzikante met haar muziek een breed publiek moet kunnen aanspreken en genoeg heeft te bieden om zich te onderscheiden in de genres waarin ze opereert. Ik hoop dan ook dat Epilogue de komende tijd meer aandacht gaat trekken. Zelf ga ik Alanna Matty vanaf dit moment nauwlettend in de gaten houden, want op Epilogue laat ze horen dat ze beschikt over veel talent. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Man/Woman/Chainsaw - Cannonball (2026) 4,0

11 augustus, 16:52 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Man/Woman/Chainsaw - Cannonball - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Man/Woman/Chainsaw - Cannonball
De Britse band Man/Woman/Chainsaw klinkt op haar debuutalbum Cannonball bij vlagen behoorlijk eigenzinnig, maar na een paar keer horen vind ik het toch vooral een album met een serie geweldige popsongs.

De naam Man/Woman/Chainsaw zingt inmiddels een tijdje rond in de Britse muziekpers, die hoog opgeeft over de band uit Londen. Deze week is het debuutalbum van de band verschenen en het is, zeker in deze rustige tijden, een zeer opvallend debuutalbum. Man/Woman/Chainsaw wordt vooral gezien als een band die de grenzen van de popmuziek opzoekt, maar ik hoor op Cannonball toch voornamelijk lekker in het gehoor liggende of zelfs aanstekelijke popsongs. Het zijn popsongs met een eigenzinnig randje, die door de flinke variatie in de zang alle kanten op kunnen en variëren van rock tot folk. Al met al een interessant album van deze nieuwe Britse band.

Het deze week verschenen debuutalbum van de Britse band Man/Woman/Chainsaw zorgt momenteel voor een bescheiden hype en dat midden in de zomer. Die hype begrijp ik overigens volledig, want de band uit Londen heeft echt alles wat nodig is om uit te groeien tot een grote band in het alternatieve circuit.

Man/Woman/Chainsaw komt uit de zogenaamde Windmill scene, rond het alternatieve poppodium The Windmill pub in de Londense wijk Brixton. De Windmill scene heeft de afgelopen jaren bands als Black Midi, Black Country, New Road, Squid, Shame, The Last Dinner Party, Heartworms en Goat Girl opgeleverd en dat zijn stuk voor stuk bijzondere bands.

Het zijn bands die er in de meeste gevallen flink op los experimenteren of op zijn minst een afwijkend geluid hebben. Dat afwijkende geluid laat Man/Woman/Chainsaw direct horen in de openingstrack van het debuutalbum Cannonball, waarin stevig aangezette vioolklanken door de melodie en het refrein heen fietsen.

Heel tegendraads is dit nu ook weer niet en ook op de rest van het album is Man/Woman/Chainsaw een stuk minder experimenteel dan een aantal van de andere bands, misschien met uitzondering van The Last Dinner Party, waarmee ik af en toe wel wat raakvlakken hoor.

De vioolklanken op het album geven de muziek van Man/Woman/Chainsaw soms iets eigenzinnigs en zorgen absoluut voor dynamiek, maar ik hoor af en toe ook zeker iets uit de folk, de progrock en de muziek uit de Canterbury scene van lang geleden. Het zorgt ervoor dat het debuutalbum van de band uit Londen direct opvalt, en persoonlijk hoor ik veel liever Cannonball dan de albums vol nerveuze postpunk met praatzang, die in de Windmill scene ook behoorlijk gangbaar zijn.

Man/Woman/Chainsaw vertrouwt voor de zang op zangeressen Vera Leppänen en Emmie-Mae Avery en zanger Billy Ward, wat zorgt voor de nodige variatie op het album. De zang van Billy Ward doet me af en toe denken aan Nick Cave in jongere jaren, maar ik hoor liever de vrouwenstemmen op het album, die Cannonball wat in de richting van de folk en de pop duwen.

Veel songs op Cannonball klinken verrassend toegankelijk en lijken in weinig op de vaak wat ruwe en onvoorspelbare muziek uit de Windmill scene, maar ik vind het persoonlijk eigenzinnig en onvoorspelbaar genoeg, al is het maar omdat Man/Woman/Chainsaw in iedere track weer een andere kant op kan gaan en een ruwe rocksong kan laten volgen door een bijna zoete popsong. De viool van Clio Starwood snijdt er steeds prachtig doorheen en weet keer op keer de juiste klanken te vinden.

Bij eerste beluistering vond ik de muziek van Man/Woman/Chainsaw nog wel eigenzinnig klinken, maar na enige gewenning hoor ik een behoorlijk toegankelijk album met zowel invloeden uit de indiepop als de indierock. Daar zijn er heel veel van, maar de band uit Londen komt op de proppen met een aantal songs die je niet meer uit je hoofd krijgt en is door het subtiele buiten de lijntjes kleuren net wat eigenzinniger dan de meeste andere bands in deze genres.

Na het succes van The Last Dinner Party zie ik ook Man/Woman/Chainsaw wel flinke zalen vullen en floreren op festivals De huidige hype rond Cannonball is misschien wat overdreven, maar het is ondertussen wel een bijzonder lekker en ook zeker interessant album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lush - Spooky (1992) 5,0

9 augustus, 20:15 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lush - Spooky (1992) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lush - Spooky (1992)
De Britse band Lush kwam uiteindelijk maar tot drie albums, maar het zijn wel drie van de betere, zo niet de beste, dreampop albums aller tijden, met het bedwelmende debuutalbum Spooky uit 1992 als uitschieter.

De Britse band Lush behoorde in de jaren 90, mede door een aantal tegenslagen, niet tot de grootste bands, maar de albums die de band maakte blijken de afgelopen 30 jaar wel zeer invloedrijk. Het geluid van Lush wordt tot op de dag van vandaag gekopieerd, maar blijft ook uniek. Het is vooral de verdienste van Miki Berenyi en Emma Anderson, die de muziek van Lush niet alleen voorzien van fraai en dromerig gitaarwerk, maar ook van de mooiste stemmen uit de dreampop. De Britse band behoorde tot de pioniers van het genre en persoonlijk vind ik het ook de beste dreampop band. De drie albums van de band zijn prachtig en zijn ook drie decennia later nog albums om te koesteren.

Er wordt tot op de dag van vandaag veel mooie en interessante muziek gemaakt die past in de hokjes shoegaze en dreampop, maar voor de pioniers in de genres moeten we terug naar de jaren 90. Ik had destijds meerdere favoriete bands in de nauw aan elkaar verwante genres, maar één band stak er voor mij duidelijk bovenuit.

Aan het begin van 1992 verscheen Spooky, het debuutalbum van de Britse band Lush. Het is een album waar ik op dat moment al bijna twee jaar naar uitkeek, want ik had Lush in 1990 al gezien tijdens de gezamenlijke tour met de bands Pale Saints en was toen onder de indruk van de muziek van de band. Spooky stelde zeker niet teleur en liet horen dat Lush in die twee jaar alleen maar beter was geworden.

Het debuutalbum van Lush maakte op mij een verpletterende indruk en ik vind het nog altijd een van de beste dreampop albums aller tijden. Lush was aan het begin van de jaren 90 zeker niet de enige band die vorm gaf aan de nieuwe genres shoegaze en dreampop, maar de band viel wat mij betreft op met een bijzonder geluid.

Dat geluid wordt vooral bepaald door de fascinerende stemmen van Miki Berenyi en Emma Anderson, maar ook hun gitaarwerk klonk anders dan dat van de meeste andere pioniers van de dreampop en de shoegaze. Door de zang en het gitaarwerk heb ik Lush altijd meer een dreampop band dan een shoegaze band gevonden, maar de scheidslijn tussen de twee genres is niet altijd duidelijk.

Lush is achteraf bezien een belangrijke band en een van de meest interessante pioniers in de destijds nieuwe genres, maar het zat de band vaak tegen. Het debuutalbum kreeg geen geweldige recensies, het tweede album moest opboksen tegen de opkomende Britpop giganten in het Verenigd Koninkrijk en toen het de band eindelijk voor de wind leek te gaan na de release van het derde album in 1996 maakte de drummer van de band een einde aan zijn leven. Het is een tegenslag die de band niet te boven kwam, waardoor na drie albums het doek viel voor Lush.

Miki Berenyi en Emma Anderson gingen hun eigen weg, wat de afgelopen decennia zeker interessante muziek op heeft geleverd, maar de roep om een reünie van Lush verstomde niet. Die reünie kwam er uiteindelijk in 2015, maar na een EP, een mooie box-set en een tour viel wederom het doek voor de band.

Ik vind alle drie de albums van Lush geweldig, maar als ik moet kiezen tussen Spooky uit 1992, Split uit 1994 en Lovelife uit 1996, kies ik voor het debuutalbum van de band. Het is het album waarop het geluid van Lush vorm kreeg, maar ik vind het ook het meest bedwelmende en bezwerende album van de Britse band.

Spooky is geproduceerd door Robin Guthrie van de band Cocteau Twins en met name de productie van het album kreeg in 1992 de nodige kritiek te verduren. Spooky is voorzien van flink wat galm en herinnert meer dan eens aan de albums van de band van Robin Guthrie.

Zelf heb ik geen moeite met de productie van Spooky, integendeel zelfs, ik vind het album echt fantastisch klinken. De gitaarakkoorden waaien uit in alle richtingen en zorgen voor een wat psychedelisch aandoend geluid, waarin de engelenstemmen van Miki Berenyi en Emma Anderson genadeloos verleiden en wolken synths zorgen voor nog wat meer nevel.

De ritmesectie van Lush trok altijd wat minder aandacht dan de twee frontvrouwen, maar de bassist en de drummer zorgen wel voor de stabiele basis die ervoor zorgt dat de muziek van Lush niet onmiddellijk vervliegt.

De dreampop van Lush had een zwak voor de tijdloze popsong en daar bevat het album er meerdere van. For Love vind ik een van de beste popsongs uit de jaren 90 en Spooky bevat meer geweldige songs. Ik luister er niet heel vaak meer naar, maar Spooky van Lush blijft voor mij een onbetwiste klassieker en een van de beste albums uit de jaren 90. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Rowena Wise - Bad Things Feel Good* (2026) 4,5

8 augustus, 10:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rowena Wise - Bad Things Feel Good* - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rowena Wise - Bad Things Feel Good*
Iedereen die twee jaar geleden luisterde naar het debuutalbum van Rowena Wise weet waartoe ze in staat is, maar op haar deze week verschenen tweede album Bad Things Feel Good* maakt de Australische muzikante nog meer indruk.

Rowena Wise beschikt over een stem die iets met me doet, waardoor ze me twee jaar geleden direct te pakken had met haar debuutalbum Senseless Acts of Beauty. Haar stem klinkt nog veel mooier op het deze week verschenen tweede album Bad Things Feel Good*, waarop Rowena Wise opnieuw folksongs met een indierock vibe maakt. Ook het nieuwe album werd in korte tijd en live opgenomen, wat de songs van Rowena Wise iets ruws geeft. Tegelijkertijd zijn het songs van een bijzondere schoonheid en intimiteit. Die schoonheid komt vooral van de stem van de Australische muzikante, maar ook in muzikaal opzicht maakt Bad Things Feel Good* makkelijk indruk en dat doen ook de zeer persoonlijke songs op dit prachtige album.

De Australische muzikante Rowena Wise bracht net iets meer dan twee jaar geleden haar debuutalbum Senseless Acts of Beauty uit. Het is een album dat in Nederland helaas nauwelijks werd opgemerkt, maar ik vind het nog altijd een erg mooi album. Op haar debuutalbum maakt Rowena Wise indruk met songs die zowel invloeden uit de folk als de indierock bevatten.

Het zijn songs die live werden ingespeeld in de studio, waardoor de muziek op het album lekker ruw klinkt. De inkleuring van de songs op het album is in de meeste songs vrij elementair, wat het bijzondere karakter van Senseless Acts of Beauty verder versterkt en dan is er ook nog eens de mooie en karakteristieke stem van de muzikante uit Melbourne.

Ik hoorde op het debuutalbum van Rowena Wise af en toe wel wat van een jonge PJ Harvey, waardoor Senseless Acts of Beauty nog wat meer indruk maakte. Desondanks heb ik het album de afgelopen twee jaar nauwelijks meer beluisterd en dat is jammer, want het debuutalbum van Rowena Wise is echt een heel goed album. Deze week is haar tweede album verschenen en op Bad Things Feel Good* (de * is geen typo) heeft Rowena Wise het bijzondere geluid van haar eerste album nog wat verder geperfectioneerd.

Ook op Bad Things Feel Good* staat de stem van de Australische muzikante centraal en ik heb echt een enorm zwak voor deze stem. Rowena Wise zingt, net zoals zoveel van haar collega’s in de indierock, zacht, maar ze beschikt over een hele mooie en bijzondere stem en stopt veel gevoel in haar zang. Dat hoor je in de net wat stevigere songs op het album, maar je hoort het nog veel beter in de uiterst ingetogen songs, waarin de zang, in ieder geval voor mij, goed is voor kippenvel.

Bad Things Feel Good* is een heel persoonlijk album over de demonen waarmee Rowena Wise vecht, wat het album voorziet van een wat melancholische sfeer. Op haar debuutalbum slaagde de Australische muzikante erin om een eigen geluid te creëren door de songs live op te nemen en te voorzien van een wat ruw geluid en dat recept is ook gevolgd bij het opnemen van het nieuwe album.

Het zorgt ervoor dat Bad Things Feel Good* klinkt als een indierock album, terwijl veel songs op het album betrekkelijk ingetogen zijn en absoluut kunnen worden getypeerd als folksongs. Rowena Wise nam de songs op haar nieuwe album in drie dagen op met een ritmesectie en voegde uiteindelijk bijdragen van een beperkt aantal gastmuzikanten toe, waarna producer Rob Muinos, die ook al haar andere muziek produceerde en daarnaast werkte met Julia Jacklin, het album een klein beetje oppoetste.

Het is de stem van Rowena Wise die in eerste instantie de aandacht trekt, maar ook het gitaarwerk op het album is bijzonder mooi en hetzelfde geldt voor alle subtiele accenten die het geluid op Bad Things Feel Good* verder hebben verrijkt. Op Senseless Acts of Beauty hoorde ik vooral de belofte van Rowena Wise, maar op haar nieuwe album is ze de belofte ver voorbij.

De songs op Bad Things Feel Good* dringen zich stuk voor stuk genadeloos op en zijn me inmiddels allemaal dierbaar. Objectief bezien doet het tweede album van de muzikante uit Melbourne niet onder voor de beste indie-albums van 2026, maar Australië is ver weg, waardoor het album niet zo makkelijk de aandacht trekt. We zijn de afgelopen weken al enorm verwend met geweldige albums van vrouwelijke muzikanten, maar Bad Things Feel Good* doet er zeker niet voor onder. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Family Stereo - The Thread (2026) 4,0

7 augustus, 18:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Family Stereo - The Thread - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Family Stereo - The Thread
Blake Watt treedt met het debuutalbum van zijn project Family Stereo in de voetsporen van zijn ouders Tracey Thorn en Ben Watt (Everything but the Girl), maar kiest voor een duidelijk eigen en zeer interessant geluid.

De laidback en soms atmosferische klanken op het debuutalbum van Family Stereo doen het uitstekend op de warme zomeravonden van het moment, maar het album maakt ook indruk. The Thread van Family Stereo valt op door de mooie stem van Blake Watt, door de warme en fantasierijke klanken en de fraaie combinatie van indiefolk van het moment en invloeden uit de singer-songwriter muziek van de jaren 70. Blake Watt zal worden vergeleken met zijn ouders die roem vergaarden met hun project Everything but the Girl, maar de jonge Watt-telg laat horen dat de muzikale genen van zijn ouders ook bij hem zijn terechtgekomen. Het levert een mooi en interessant debuut op.

Het is grappig hoe dingen soms samenkomen. Eerder deze week besprak ik het album The Thread van WILLOW, het alter ego van Willow Smith. Het is een album dat gemengde reacties oplevert en dat heeft deels te maken met het feit dat Willow Smith een kind is van beroemde ouders. Kinderen van beroemde ouders die zelf ook een carrière in bijvoorbeeld de muziek ambiëren worden vroeg of laat met de nodige scepsis ontvangen en dat is bij Willow Smith niet anders.

Er verscheen deze week nog een album met de titel The Thread en dat album is gemaakt door Family Stereo. Het is een naam die me niets zei, maar het blijkt een project van de Britse muzikant Blake Watt. Ook die naam zei me niets, maar hij blijkt de zoon van Tracey Thorn en Ben Watt, die we kennen als het duo Everything but the Girl. Nu wekt de status van Tracey Thorn en Ben Watt misschien wat minder weerstand op dan die van Will Smith, maar ik lees in een aantal recensies wel wat zure opmerkingen over de afkomst van Blake Watt.

Ik had zelf het voordeel dat ik het debuutalbum van Family Stereo al had beluisterd voor ik wist wie er achter zat, zodat ik onbevooroordeeld heb kunnen luisteren naar het debuutalbum van het project van Blake Watt, die zijn naam in ieder geval niet heeft gebruikt om de aandacht te trekken. Dat probeert hij ook niet met zijn muziek, want de muziek van Family Stereo klinkt zeker niet als Everything but the Girl 2.0.

The Thread opent buitengewoon sfeervol met de stemmige track Remedy, waarin de stem van Blake Watt wordt omringd door atmosferische klanken. Het is die stem die in eerste instantie de meeste aandacht trekt. Het is een stem die wel wat lijkt op die van vader Ben Watt, maar verder hoor ik vooral de vocale genen van moeder Tracey Thorn, die met haar stem de muziek van Everything but the Girl een enorme kwaliteitsimpuls gaf.

De band van de ouders van Blake Watt maakte in eerste instantie organische laidback jazzy popmuziek, om uiteindelijk te zwichten voor elektronica en de dansvloer. Ook de muziek van Family Stereo is laidback en gevuld met organische klanken, maar op The Thread hoor ik vooral invloeden uit de folk, de country en de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70. De muziek van Blake Watt klinkt hierdoor ouder dan de muziek van zijn ouders, wat grappig is.

Er wordt momenteel heel veel muziek met een hang naar de jaren 70 gemaakt, maar het debuutalbum van Family Stereo heeft in kwalitatief opzicht genoeg te bieden om zich te onderscheiden. Dat doet Blake Watt met zijn mooie stem, maar ook zeker met de fraaie klanken en arrangementen op The Thread. De Britse muzikant heeft verder voldoende variatie aangebracht in zijn songs. Een aantal songs op het album hebben een McCartney jaren 70 vibe, maar The Thread bevat ook songs die prima passen binnen de indiefolk van het moment, zeker wanneer atmosferische klankentapijten worden toegevoegd aan de songs.

De Britse muzikant doet zijn best om niet in de voetsporen van zijn ouders te treden, maar heel af en toe en vooral in de koortjes zijn er opeens echo’s uit de hoogtijdagen van Everything but the Girl. Hoogtijdagen die voor mij overigens samenvallen met het album Amplified Heart uit 1994. Het blijft een gedoe met die kinderen van beroemde ouders, maar Blake Watt verdient absoluut het voordeel van de twijfel. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Bywater Call - Broken Souvenirs (2026) 4,0

6 augustus, 15:50 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bywater Call - Broken Souvenirs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bywater Call - Broken Souvenirs
Bywater Call uit Toronto heeft de afgelopen jaren op het podium met veel succes gewerkt aan haar reputatie, maar het deze week verschenen album Broken Souvenirs laat horen dat de band ook in de studio tot grootse dingen in staat is.

Broken Souvenirs is het vierde album van Bywater Call, maar het eerste album van de band dat ik heb beluisterd. Ik zag de band al wel op het podium en dat leek me de plek waar de muziek van de Canadese band het best tot zijn recht komt. Dat is misschien zo, maar ook het nieuwe album van de band mag er zijn en ik vind Broken Souvenirs alleen maar beter worden. Het nieuwe album van Bywater Call laat een opwindende mix van met name soul, blues, gospel en rock horen. Het is een mix die opvalt door veel muzikaal vuurwerk, maar het meeste vuurwerk komt van zangeres Meghan Parnell die echt geweldig zingt. Het levert een buitengewoon overtuigend album op, dat doet uitzien naar volgende optredens van de band, maar ook als album overtuigt.

De Canadese band Bywater Call zag ik een paar maanden geleden in de Leidse Qbus en dat was een zeer indrukwekkend of misschien zelfs wel verpletterend optreden. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Toronto, maar het smaakte naar veel meer.

Blikvanger van de band is zangeres Meghan Parnell, die beschikt over een geweldige soulstem, maar ook in muzikaal opzicht heeft de zevenkoppige band veel te bieden met onder andere een uitstekende gitarist en twee geweldige blazers, die samen trompet, trombone en saxofoon voor hun rekening nemen.

Deze week is een nieuw album van Bywater Call verschenen en dat herinnerde me direct weer aan het concert van dit voorjaar. De Canadese band leek me op voorhand een band die op het podium tot grote hoogten stijgt, maar op een album niet helemaal uit de verf komt.

Dat vooroordeel kon echter vrij snel van tafel bij beluistering van het album. Broken Souvenirs is het vierde studioalbum van Bywater Call en het is een album dat goed laat horen wat de band te bieden heeft. De band heeft de passie en de energie van haar optredens perfect weten te vangen op Broken Souvenirs, dat uit de speakers knalt en zorgt voor een flinke energieboost.

Ook op Broken Souvenirs imponeert de Canadese band met de stem van Meghan Parnell, die echt geweldig zingt. Het is een stem die is gemaakt voor soulvol repertoire, maar ook in omliggende genres maakt Meghan Parnell indruk met haar stem, die flink kan uithalen, maar ook kan doseren. Het is een stem die hier en daar wordt ondersteund door al even mooie en krachtige stemmen op de achtergrond, wat de zang op het album nog wat mooier en trefzekerder maakt.

Ook de muzikanten die Meghan Parnell omringen leveren vakwerk op het nieuwe album van Bywater Call. De ritmesectie speelt subtiel, het gitaarwerk en het toetsenwerk zijn fraai, waarna de bijdragen van de blazers het geluid van de band voorzien van nog wat extra vuur en strijkers incidenteel zorgen voor extra sfeer.

Broken Souvenirs is in muzikaal en vocaal opzicht een topalbum, maar het is ook een buitengewoon veelzijdig album. De Canadese band is uitstekend op dreef in de soulvolle songs op het album, maar kan ook uit de voeten met blues, (Southern) rock, gospel en nog veel meer. Hoe veelzijdig de band is hoor je in het prachtige Clutter, waarin al het muzikale vuurwerk wordt vervangen door een banjo en je hoort dat de band ook heel ingetogen kan spelen.

Op het podium maakte Bywater Call zoals gezegd diepe indruk, maar luisteren naar Broken Souvenirs is een waardig alternatief. Ik ken de andere albums van de band niet, maar ik ben onder de indruk van de songs op het nieuwe album. Het zijn songs die zich hebben laten inspireren door muziek uit vervlogen tijden, wat Broken Souvenirs voorziet van een nostalgisch tintje, maar de nieuwe songs van de Canadese band klinken ook fris.

Het knappe van Broken Souvenirs is dat Bywater Call de ruwe energie van haar optredens heeft weten te vangen in de in de studio opgenomen songs, maar ook diepgang en verfijning heeft toegevoegd. Het album is ook nog eens prachtig geproduceerd, wat geen eenvoudige klus is bij zo veel muzikaal en vocaal vuurwerk.

Begin volgend jaar is de band weer te zien op de Nederlandse podia, maar met het uitstekende Broken Souvenirs haal je Bywater Call ook nu al in huis. Liefhebbers van dampende rootsmuziek in de breedste zin van het woord moeten hier zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Trashcan Sinatras - Ever the Optimist (2026) 4,0

5 augustus, 20:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Trashcan Sinatras - Ever The Optimist - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Trashcan Sinatras - Ever The Optimist
De naam Trashcan Sinatras deed dit voorjaar bij mij geen belletje rinkelen, maar ik ben zeer gecharmeerd van het nieuwe album van de Schotse band, dat deze week na een stilte van tien jaar is verschenen.

De muziekscene van het Schotse Glasgow heeft in de jaren 80 en 90 heel veel interessante bands opgeleverd. Het heeft me ook een stapel albums opgeleverd die ik koester, maar ik mis ook wel eens wat. Het stapeltje albums dat de Schotse band Trashcan Sinatras heeft gemaakt, is me tot dusver ontgaan, maar door het inmiddels alweer bijna vergeten album van Fellow Mortals heb ik de band eindelijk op het netvlies. Daar ben ik blij mee, want Ever The Optimist is een aangenaam album. Trashcan Sinatras maakt muziek die zich onmiddellijk opdringt en het is muziek die niet alleen aangenaam is maar ook interessant. Het is muziek waarbij het heerlijk ontspannen is, maar vergeet niet om te luisteren hoe knap het in elkaar zit.

Ik had tot dit voorjaar nog nooit van de band Trashcan Sinatras gehoord, tot AllMusic.com me wees op het album Stella's Birth-day van de gelegenheidsband Fellow Mortals. Dat album is helaas tussen wal en schip gevallen dit voorjaar, maar het is een mooi en bijzonder album met een bijzondere mix van chamber pop en 80s pop en een album dat een veel beter lot had verdiend.

Fellow Mortals bestaat uit muzikant en producer Simon Dine, die eerder muziek maakte met de band Noonday Underground, en Francis Reader, de zanger van de band Trashcan Sinatras. Zonder het album van Fellow Mortals zou ik waarschijnlijk nooit naar het deze week verschenen nieuwe album van Trashcan Sinatras hebben geluisterd, maar nu was ik toch nieuwsgierig, al is het maar omdat Francis Reader een fraaie vocale bijdrage leverde aan Stella's Birth-day.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing blijkt Trashcan Sinatras al flink wat albums op haar naam te hebben staan, want het deze week verschenen Ever The Optimist is al het zevende studioalbum van de Schotse band, die ook nog een live-album en twee verzamelaars heeft uitgebracht. Het debuutalbum van Trashcan Sinatras verscheen in 1990 en de band bestaat al een paar jaar langer, wat betekent dat Trashcan Sinatras, ook wel eens geschreven als The Trash Can Sinatras, inmiddels zo’n 40 jaar meegaat.

Ever The Optimist is overigens verschenen na een stilte van tien jaar, dus het is niet zo gek dat ik het afgelopen decennium niet van de band heb gehoord. Het is wel opvallend dat ik de band niet eerder ben tegengekomen, want Trashcan Sinatras komt uit de muziekscene van Glasgow, die ik de afgelopen decennia met veel interesse heb gevolgd. Francis Reader is overigens de broer van Eddi Reader, die een briljant album maakte met haar band Fairground Attraction en ook een flinke stapel mooie soloalbums op haar naam heeft staan.

Als ik luister naar Ever The Optimist van Trashcan Sinatras hoor ik wel wat raakvlakken met bands uit de muziekscene van Glasgow, al heb ik niet direct namen paraat. Ever The Optimist is verder een album vol nostalgie, want veel songs op het album nemen je mee terug naar de jaren 80 en 90. Uit de jaren 80 levert icoon Green Gartside (Scritti Politti) in een van de songs een bijdrage aan het album, terwijl uit de jaren 90 zangeres Tracyanne Campbell van Camera Obscura in een andere song opduikt.

Ook zonder gastmuzikanten slaagt Trashcan Sinatras erin om te overtuigen met songs die je onmiddellijk een goed gevoel geven. Dat komt deels door het nostalgische tintje in de songs van de Schotse band, maar het zijn ook hele goede songs en bovendien songs die makkelijk verleiden. Het zijn deels songs vol zonnestralen, maar er zijn ook songs die de nodige donkere wolken en melancholie over je uitstorten.

Het zijn bijna allemaal songs die je bij de eerste keer horen al decennia lijkt te kennen, waardoor Ever The Optimist eigenlijk direct aanvoelt als een warm bad en dat is knap. Het is ook knap hoe de muziek van Trashcan Sinatras misschien direct bekend klinkt, maar het toch niet meevalt om het album in een hokje te duwen. De muziek van de Schotse band put uit meerdere genres, maar alle songs op Ever The Optimist klinken even mooi en tijdloos, zeker op een wat broeierige zomeravond. Heerlijk album. En ik heb nog wat te ontdekken in het oeuvre van de band. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Margo Price - Days of Unrest (2026) 3,5

5 augustus, 19:51 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Margo Price - Days Of Unrest - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Margo Price - Days Of Unrest
Margo Price kon al het onrecht in de Verenigde Staten niet langer aanzien en gooit er met Days Of Unrest een heus protestalbum tegenaan, dat moet worden gezien als een tussendoortje, maar het is wel een interessant tussendoortje.

Margo Price sleepte vorig jaar terecht een Grammy-nominatie in de wacht voor haar album Hard Headed Woman, maar ze won hem helaas niet. Er is veel groter onrecht in de wereld op het moment en daar verzet Margo Price zich tegen op het vorige maand verschenen Days Of Unrest. Het is een album met protestsongs die zich uitspreken tegen het immigratiebeleid in de VS en de toenemende ongelijkheid in het land. Het is natuurlijk niet de echte opvolger van Hard Headed Woman, maar het is een interessant album met eigen songs en songs van anderen, die worden vertolkt door Margo Price, haar band en een aantal interessante gasten. Het album heeft niet veel aandacht gekregen, maar is absoluut de moeite waard.

Vorige maand verscheen vrijwel uit het niets een nieuw album van de Amerikaanse muzikante Margo Price. Zo uit het niets dat ik het album in eerste instantie heb gemist en ook in de meeste releaselijsten ben ik het album vorige maand niet tegengekomen. Ik had ook nog geen nieuw album van Margo Price verwacht, want haar vorige album, het terecht uitvoerig geprezen Hard Headed Woman, verscheen nog geen jaar geleden.

Days Of Unrest is misschien ook meer een tussendoortje, want het is een (mini-)album dat nog geen half uur duurt. Het is wel een bijzonder tussendoortje, want het bevat alleen protestsongs en een aantal opvallende samenwerkingen met anderen. De opbrengst van het album komt ten goede aan The Florence Project, dat uiteenlopende diensten verleent aan immigranten.

Tussendoortje of niet, nieuwe muziek van Margo Price is altijd interessant, dus gelukkig kwam ik Days Of Unrest toch nog tegen. De activistische kant van de muzikante uit Nashville, Tennessee, is zeker niet nieuw, maar op Days Of Unrest doet Margo Price er nog een schepje bovenop.

Daar is ook alle reden toe, want de wijze waarop in de Verenigde Staten momenteel wordt omgegaan met immigranten roept niet alleen bij Margo Price vragen en verzet op en hetzelfde geldt voor thema’s als de toenemende ongelijkheid in de Verenigde Staten (en de rest van de wereld) en de verslechterende positie van arbeiders.

Het heeft Margo Price geïnspireerd tot het opnemen van negen songs, waarvan ze er vier schreef met haar partner Jeremy Ivey. Songs van Woody Guthrie, Blaze Foley, Charlie Daniels en Bob Dylan en een traditional maken het album compleet. Grappig overigens hoe de song Oval Office van Blaze Foley over Ronald Reagan ook moeiteloos kan worden toegepast op de zittende president, al was Ronald Reagan vergeleken met deze president een heilige.

Margo Price werd in de studio bijgestaan door een aantal muzikanten uit haar band en producer Matt Ross-Spang. Daarnaast zijn er op Days Of Unrest gastbijdragen te horen van Joan Baez, Billy Swan en de muzikanten van Memphis Mariachi, die een aantal songs op het album voorzien van een Mexicaans tintje, dat fraai combineert met de countrymuziek van Margo Price.

In de Spaanstalige songs is Days Of Unrest redelijk ver verwijderd van het album dat de muzikante uit Nashville vorig jaar afleverde, maar ik vind het mini-album ook een mooie toevoeging aan het oeuvre van Margo Price, al vind ik het wel een echt tussendoortje, waar natuurlijk niets mis mee is.

Days Of Unrest overtuigt mij het meest wanneer de Mariachi trompetten en strijkers achterwege worden gelaten en Margo Price doet waar ze goed in is. Dat is wat mij betreft zingen, dus ook de drie instrumentale tracks op het album zijn wat minder aan mij besteed. De activistische teksten zijn wat mij betreft een mooi alternatief voor het gebruikelijke repertoire binnen de countrymuziek, waarin drank en foute mannen nog altijd dankbare thema’s zijn.

Met slechts negen songs, waarvan drie instrumentaal en twee die worden gedomineerd door Mariachi klanken, is de spoeling voor mij wat dun, maar ik ken minder interessante tussendoortjes. Met Days Of Unrest laat Margo Price vooral horen dat haar hart op de juiste plek zit, maar als het vuur eenmaal ontbrandt op het nieuwe album, brandt het ook hevig. Reden genoeg om blij te zijn met dit album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mallory Hawk - Chinook (2026) 4,0

4 augustus, 15:37 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mallory Hawke - Chinook - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mallory Hawke - Chinook
De vijver van de indierock zit op het moment echt propvol, maar Chinook, het met lekker veel ruwe gitaren gevulde debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Mallory Hawke, zou ik er absoluut uit vissen

Chinook van Mallory Hawke kwam ik de afgelopen week bij toeval tegen in een van de releaselijsten die ik raadpleeg, maar na oppervlakkige beluistering was ik direct overtuigd van het album van de muzikante uit Philadelphia. Chinook is het debuutalbum van Mallory Hawke en het is een zeer persoonlijk album. Het is ook een in muzikaal opzicht interessant album, want Mallory Hawke schakelt makkelijk tussen genres en weet in alle genres het juiste gitaargeluid te vinden. Het levert een zeer aangename gitaarplaat op, maar het is ook een gitaarplaat met aansprekende songs en een album dat zich uiteindelijk gemakkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere releases in het genre.

Mallory Hawke wordt vanwege haar naam waarschijnlijk makkelijk verward met Maya Hawke, maar in muzikaal opzicht verschillen de twee flink van elkaar. Zowel Maya als Mallory doken op vanuit de muziekscene van New York, maar Mallory Hawke heeft New York inmiddels verruild voor Philadelphia, Pennsylvania.

De Amerikaanse muzikante heeft deze week met Chinook haar debuutalbum uitgebracht. Het is een album dat ze samen maakte met producer Samuel Acchione, die vooral bekend is als gitarist in de band van Alex G, maar die ik als producer ken van het uitstekende album Projections van Tomberlin, van wie we helaas al een tijd niets meer hebben vernomen.

Als gitarist heeft Samuel Acchione zijn hart op kunnen halen tijdens het opnemen van het eerste album van Mallory Hawke, want gitaren, die voor een deel van de hand van de producer zelf zijn, spelen een zeer voorname rol op Chinook. Vanwege de prominente rol voor gitaren is Chinook een album dat niet misstaat in het hokje indierock, al is Mallory Hawke ook niet vies van pop en hoor ik af en toe ook een subtiel vleugje roots en psychedelica in haar songs.

Het opvallend veelkleurige gitaarwerk op het album zorgt er ook voor dat Chinook wat anders klinkt dan de meeste andere indiepop en indierock albums van het moment, waardoor het album bij mij direct in de smaak viel. Mallory Hawke heeft met Chinook ook nog eens een zeer persoonlijk album gemaakt waarin ze trauma’s uit haar jeugd een plek probeert te geven.

Ze groeide op in Fayetteville, North Carolina, in een gezin en een omgeving waarin het Amerikaanse leger een zeer dominante rol speelde. Dat ze opgroeide in een periode waarin de “war on terror” centraal stond maakte haar jeugd niet prettiger. Haar vader vertelde haar in haar jeugd over de Chinook CH-47 helikopter, die aan de ene kant het toonbeeld van kracht is, maar die ook in staat is om zichzelf te vernietigen wanneer de twee rotoren van de helikopter elkaar raken.

Mallory Hawke heeft de eigenschappen van de Chinook helikopter vertaald naar haar eigen leven waarin zorgzaamheid en zelfbehoud vaak met elkaar conflicteerden. Ook haar muziek zit vol contrasten, want Chinook bevat een aantal meer ingehouden en zeer melodieuze songs, maar ook een aantal meer uitgesproken en vooral ruwe en gruizige songs.

Het gitaarwerk past zich steeds prachtig aan en dat doet ook de stem van Mallory Hawke, die zowel ingetogen als rauw kan klinken. Het knappe van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante zit niet alleen in de verscheidenheid en de dynamiek, maar ook in de songs op Chinook, die een duidelijk eigen karakter hebben.

Chinook van Mallory Hawke moet concurreren met stapels indie-albums, want het aanbod in het genre is echt enorm groot, maar het debuutalbum van de muzikante uit Philadelphia heeft wat mij betreft genoeg om op te vallen.

Toen ik Chinook voor het eerst hoorde, was ik voorzichtig aangenaam verrast, maar inmiddels heb ik een zwak voor een groot deel van de songs op het album en dat geldt zowel voor de stevige songs als voor de subtieler ingekleurde songs. Ik hoop dan ook dat Mallory Hawke, ondanks een release midden in de zomer, de aandacht weet te trekken met haar in alle opzichten zeer geslaagde debuutalbum. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Taylor Bickett - Nothing I Can't Undo (2026) 4,0

3 augustus, 16:22 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Taylor Bickett - Nothing I Can't Undo - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Taylor Bickett - Nothing I Can't Undo
Ook midden in de zomer verschijnen er nog flink wat interessante countrypopalbums, waarvan Nothing I Can’t Undo van Taylor Bickett er wat mij betreft uitspringt met aanstekelijke maar ook persoonlijke songs

Ik moest even wennen aan het debuutalbum van Taylor Bickett. Op het eerste gehoor vond ik het wat te veel pop en te weinig country, maar naarmate het album vordert verschuift de balans tussen country en pop meerdere malen. Taylor Bickett laat bovendien horen dat ze beschikt over veel talent, waardoor Nothing I Can’t Undo interessanter is dan het gemiddelde countrypopalbum uit Nashville. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante is bovendien een groeialbum, want onder de vaak aanstekelijke en makkelijk in het gehoor liggende countrypopsongs van Taylor Bickett zit ook een persoonlijke laag. De uitstekende stem van de muzikante uit Nashville doet de rest.

Ik heb sinds een aantal jaren een enorm zwak voor countrypop en wordt sindsdien rijkelijk getrakteerd op albums in het populaire genre. Als ik moet kiezen uit het enorme aanbod in het genre, kies ik over het algemeen voor countrypopalbums met net wat meer country dan pop en ook in dit deel van de countrypop valt er meer dan genoeg te kiezen.

Als ik luister naar Nothing I Can’t Undo, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Taylor Bickett, hoor ik meer pop dan country en soms zelfs flink meer pop dan country. Toch had ik direct een zwak voor het eerste album van de jonge muzikante, die uiteraard haar thuis heeft gevonden in Nashville, Tennessee.

De popliedjes van Taylor Bickett liggen bijzonder lekker in het gehoor en ook als ze vol gaat voor de pop, hoor ik nog wel iets van een countryvibe in haar muziek. Taylor Bickett beschikt bovendien over een mooie stem, die perfect past bij de muziek die ze maakt. Nothing I Can’t Undo is een album dat is gemaakt voor een groot publiek, want Taylor Bickett heeft alles wat nodig is om een ster te worden. Desondanks hebben haar songs ook iets intiems en persoonlijks, zeker als de country het even wint van de pop.

Ik bleef daarom luisteren naar het album, ook al was het me af en toe net wat te glad. Ik ben blij dat ik ben blijven luisteren, want Taylor Bickett heeft veel te bieden op haar debuutalbum. Ze maakt misschien popsongs die door een heel groot publiek kunnen worden omarmd, maar het zijn ook popsongs met inhoud.

De meeste countrypopzangeressen van het moment schrijven songs over foute mannen, hele foute mannen en nog foutere mannen en de drank die nodig is om de herinnering aan deze mannen weg te spoelen, maar de teksten van Taylor Bickett laten meer diepgang horen, wat haar songs een stuk persoonlijker en interessanter maakt.

Als ik Nothing I Can’t Undo moet omschrijven kan ik een heleboel namen noemen, want de muziek van Taylor Bickett bevat onmiskenbaar ingrediënten uit de muziek van onder andere Kacey Musgraves, Taylor Swift, HAIM, Olivia Rodrigo en Phoebe Bridgers en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het zijn ingrediënten die Taylor Bickett verwerkt in een geluid dat haar eigen stempel bevat.

Nothing I Can’t Undo is misschien nog wel het best te omschrijven als het countrypopalbum dat Taylor Swift zou hebben gemaakt als ze Fearless niet in 2008 maar in 2026 had gemaakt. Van alle namen die ik hierboven heb genoemd, komt de naam van Taylor Swift waarschijnlijk het vaakst op bij beluistering van Nothing I Can’t Undo, maar het zit me geen moment in de weg.

Toen ik het album voor het eerst hoorde liet ik me nog even afschrikken door het hoge popgehalte van de muziek van Taylor Bickett, maar de schrik is inmiddels helemaal verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor liefde voor het eerste album van de Amerikaanse muzikante.

Ik weet bijna zeker dat Taylor Bickett binnen de kortste keren heel groot gaat worden en dat is volkomen terecht, want ze doet op Nothing I Can’t Undo eigenlijk alles goed. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek horen op het album waarschijnlijk teveel pop naar hun smaak, maar liefhebbers van goed gemaakte countrypop horen op het debuutalbum van de talentvolle Taylor Bickett echt veel moois. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Josaleigh Pollett - If I Let It Quiet (2026) 4,0

3 augustus, 16:21 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Josaleigh Pollett - If I Let It Quiet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Josaleigh Pollett - If I Let It Quiet
Josaleigh Pollett maakt vanuit Salt Lake City inmiddels al flink wat jaren bijzondere muziek, maar ze legt de lat nog wat hoger op haar nieuwe album If I Let It Quiet, dat de balans vindt tussen experiment en aangename popsongs

Ik ken de muziekscene van Salt Lake City eerlijk gezegd niet. De stad bracht ons ooit The Osmonds, maar verder ken ik geen muzikanten uit de hoofdstad van Utah. Tot deze week dan, want dankzij een tip maakte ik kennis met de muziek van Josaleigh Pollett, die laat horen dat er in Salt Lake City wel degelijk interessante muziek wordt gemaakt. If I Let It Quiet kan worden getypeerd als een singer-songwriter album, maar het is wel een singer-songwriter album vol verrassingen en vol uitstapjes buiten de gebaande paden. Josaleigh Pollett zet je soms op het verkeerde been, maar ze schrijft ook popsongs die je alleen maar wilt koesteren. Interessant album.

De Amerikaanse muziekwebsite Paste zette me vorige week op het spoor van de Amerikaanse muzikant Josaleigh Pollett. De non-binaire muzikant uit Salt Lake City, Utah, heeft de afgelopen tien jaar al heel wat muziek uitgebracht, maar ook voor Paste kwam het vorige week verschenen album If I Let It Quiet kennelijk als een verrassing. Paste noemt Josaleigh Pollett immers in de introductie van het album “a hidden treasure”.

Daar kan ik me wel in vinden, want If I Let It Quiet is een fascinerend album en ook de vorige albums van de Amerikaanse muzikant zijn op zijn minst bijzonder en absoluut de moeite waard. Van deze albums vind ik If I Let It Quiet het meest toegankelijk en het album is wat mij betreft toegankelijk genoeg om in de smaak te vallen bij een grote groep liefhebbers van singer-songwriter muziek.

Het nieuwe album van Josaleigh Pollett is absoluut te beschrijven als een singer-songwriter album, maar het is zeker geen doorsnee album in het genre. Het is een album dat flarden bevat van mooie en tijdloze folksongs, die makkelijk verleiden met mooie klanken en de zeer aangename stem van Josaleigh Pollett, maar de muzikant uit Salt Lake City maakt ook muziek die heel makkelijk van kleur verschiet en je minstens net zo makkelijk op het verkeerde been zet.

De songs op het album klinken deels organisch, maar er wordt ook regelmatig elektronica ingezet, waardoor de muziek van Josaleigh Pollett ook kan opschuiven richting indiepop. Niet alleen de muziek op het album verschiet makkelijk van kleur, want ook de stem van Josaleigh Pollett kan meerdere kanten op, wat nog wat extra contrast toevoegt aan het album.

Het zorgt voor een serie aansprekende maar ook lekker eigenzinnige songs, die anders klinken dan die op de meeste andere albums die worden gemaakt in de genres die Josaleigh Pollett bestrijkt. Nu opereert de Amerikaanse muzikant ook vanuit een andere scene, want Salt Lake City is in meerdere opzichten ver verwijderd van Nashville of Los Angeles.

Het album klinkt nog wat eigenzinniger door de productie van Jordan Watko, die in het Japanse Osaka woont, waardoor het album op bijzondere wijze werd opgenomen. De afstand tussen Salt Lake City en Osaka zorgt voor een bijzondere sfeer, waarin de tijd af en toe lijkt te verspringen. Jordan Watko maakte overigens een bijzonder album onder de naam Crowd Shy, maar dit album ben ik nooit tegengekomen.

Ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album, ken ik niet, maar If I Let It Quiet is in muzikaal opzicht een spannend album, waarop van alles te ontdekken valt. Toen ik het album voor het eerst beluisterde, boden de songs van Josaleigh Pollett betrekkelijk weinig houvast, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek en worden de bijzondere songs op het album stuk voor stuk memorabel.

Ook de vorige albums van de Amerikaanse muzikant staan vol bijzondere songs, waardoor ik er opeens een interessant stapeltje albums bij heb. If I Let It Quiet is wat mij betreft het meest geschikte album om in te stappen, maar het album maakt je zeer waarschijnlijk nieuwsgierig naar het andere werk van Josaleigh Pollett, die af en toe stevig experimenteert, maar de toegankelijke popsong ook nooit helemaal uit het oog verliest. Wederom een hele interessante tip van Paste dus. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sam and Louise Sullivan - Love & Devotion (2026) 4,0

3 augustus, 16:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sam and Louise Sullivan - Love & Devotion - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sam and Louise Sullivan - Love & Devotion
Luister naar Love & Devotion van Sam en Louise Sullivan en je denkt naar een verloren gewaande parel uit de jaren 60 of 70 te luisteren, maar het album is echt gloednieuw en klinkt geen moment gedateerd

Ik had nog nooit van broer en zus Sam en Louise Sullivan gehoord, totdat Paste me wees op hun deze week verschenen derde album, Love & Devotion. Het is een album dat vrijwel onmiddellijk verleidt met bijzonder aangename songs, met fraaie gitaarlijnen en met mooie zang. Het zijn songs die makkelijk 50 jaar oud zouden kunnen zijn, tot je hoort dat Sam en Louise Sullivan wel degelijk bruggen slaan naar het heden. Op een warme zomerdag dringen de tijdloze popsongs op Love & Devotion zich genadeloos op, maar het zijn ook songs die beter worden wanneer je ze vaker hoort. Het is even misschien wennen aan het hoge retrogehalte van Love & Devotion, totdat het kwartje valt.

Alleen de Amerikaanse muziekwebsite Paste wees me de afgelopen week op het album Love & Devotion van Sam en Louise Sullivan. Ik beluister de tips van Paste over het algemeen zonder de aanbeveling van de Amerikaanse website gelezen te hebben en ging er bij mijn eerste kennismaking met Love & Devotion van uit dat het een reissue betrof.

Een reissue van een album uit de tweede helft van de jaren 60 of de eerste helft van de jaren 70 om precies te zijn, want zeker bij eerste beluistering lijkt het album van Sam en Louise Sullivan niet van deze tijd. Love & Devotion deed me in eerste instantie denken aan het album dat Stevie Nicks en Lindsey Buckingham maakten voordat ze toetraden tot Fleetwood Mac (Buckingham Nicks uit 1973).

Bij de tweede beluistering hoorde ik ook wel wat van Fleetwood Mac’s Tusk en met name de wat experimentelere tracks van dit album, maar toen ik het album voor de derde keer beluisterde, hoorde ik nog veel meer en begon Love & Devotion te klinken als de omgevallen platenkast met obscure en minder obscure albums uit de late jaren 60 en vroege jaren 70.

Paste had vergelijkbare associaties, want het omschrijft het album als volgt: “But if comparison really is king, then Love & Devotion is this decade’s Tusk, just without the millions of dollars Lindsey Buckingham spent to sound like Talking Heads.” De vergelijking met Talking Heads haal ik er zelf nog steeds helemaal niet uit, want naast 70s Fleetwood Mac en Buckingham Nicks, hoor ik vooral invloeden uit de folkrock en psychedelica uit de jaren 60 en 70 op het album van Sam en Louise Sullivan.

Ik had nog niet eerder van het duo gehoord, maar Sam en Louise zijn broer en zus en opereren vanuit Philadelphia, Pennsylvania. Love & Devotion is al het derde album van het duo, dat gemakkelijk in het hokje ‘retro’ zal worden geduwd. Dat doet ook Paste, al voegt het wel de bijzin “but never in a dated way” toe.

Daar kan ik me deels in vinden. Aan de ene kant hoor ik een album dat absoluut in de eerste helft van de jaren 70 zou kunnen zijn gemaakt of op zijn minst sterk doet denken aan albums uit deze periode. Aan de andere kant heeft de muziek van Sam en Louise Sullivan een tijdloos karakter en bovendien doet het tweetal af en toe dingen die in de jaren 70 niet gangbaar waren, al is het lastig om hier precies de vinger op te leggen.

Het gitaarwerk klinkt vaak bijzonder en dit is misschien wel waar de associatie van Paste met de muziek van Talking Heads vandaan komt, maar de zang haalt de inspiratie onmiskenbaar bij Lindsey Buckingham en Stevie Nicks. Nu kan ik natuurlijk gewoon Buckingham Nicks of Tusk opzetten, maar het album van Sam en Louise Sullivan heeft iets bijzonders, dat mij steeds weer naar dit album trekt.

De songs van het duo uit Philadelphia hebben het ruwe dat ook veel lo-fi albums hebben, maar Love & Devotion staat ook vol met goed uitgewerkte popsongs waarvan je alleen maar kunt houden. Het zijn wat nostalgisch ingekleurde songs, maar met name het gitaarwerk op het album is prachtig. De zang vind ik nog veel mooier, want met name de stem van Louise is bijzonder mooi. Love & Devotion is ook nog eens een heerlijk album voor warme zomerdagen en komt dus precies op het juiste moment. Weer een mooie tip van Paste! Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Willow - The Thread (2026) 4,0

3 augustus, 16:15 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: WILLOW - The Thread - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: WILLOW - The Thread
Willow Smith, de dochter van Will Smith, maakt onder de naam WILLOW aan de lopende band albums van een bijzonder hoog niveau, maar het zijn helaas stuk voor stuk albums die veel minder aandacht krijgen dan ze verdienen

Ook ik vraag me af waarom kinderen van beroemde ouders ook zo nodig een carrière in de film of muziek ambiëren. Vaak kunnen de kinderen immers qua talent niet tippen aan hun ouders, maar er zijn uitzonderingen. Ik heb geen hoge pet op van de muzikale verrichtingen van Will Smith, maar zijn dochter Willow laat op haar onder de naam WILLOW uitgebrachte albums horen dat ze zeer getalenteerd is. Het leverde deze week alweer een volgend album op en ook The Thread is een eigenzinnig album, dat zich weet te onderscheiden van de meeste andere albums. De muziek van WILLOW staat bol van de invloeden, kiest in muzikaal opzicht niet voor de makkelijkste weg en ze is ook nog eens een prima zangeres. Luister er eens onbevooroordeeld naar.

Kinderen van beroemde ouders krijgen het in eerste instantie vaak voor niks, maar worden uiteindelijk ruw afgerekend op de carrière en status van hun ouders. Willow Smith is de dochter van Jada Koren Pinkett-Smith en Will Smith en kreeg haar eerste filmrol toen ze nog op de basisschool zat. Op haar tiende koos ze voor de muziek en dat leverde haar snel een platencontract op bij het label van Jay-Z.

Het succes lachte Willow Smith in eerste instantie toe, maar op een gegeven moment kreeg ze last van haar beroemde ouders en verloor ze in ieder geval de gunfactor. Ik geef toe dat ik ook direct afhaak als ik iets lees over de kinderen van Will Smith (of Will Smith zelf) en ook om de albums van WILLOW ben ik tot voor kort met een grote boog heen gelopen.

De nog altijd pas vijfentwintig jaar oude muzikante bracht vorige week een nieuw album uit en dat is al haar tweede album dit jaar. De muzikante uit Los Angeles is sowieso opvallend productief, want ze heeft inmiddels maar liefst negen (!) albums op haar naam staan. Ik ken ze geen van allen, maar daar ga ik zeker verandering in brengen. Het vorige week verschenen The Thread vind ik namelijk een interessant album en het is een album dat laat horen dat Willow Smith niet alleen een kind is van beroemde ouders, maar ook beschikt over het nodige talent.

The Thread krijgt vooralsnog verrassend weinig aandacht, maar ik weet zeker dat het album veel meer aandacht zou hebben gekregen als het album niet door Willow Smith zou zijn gemaakt maar door een R&B muzikante met een minder fortuinlijke achtergrond. Er zijn de afgelopen tijd immers nogal wat R&B albums bejubeld die ik een stuk lager inschat dan het nieuwe album van WILLOW.

Met alleen het label R&B doe je de muziek van de Amerikaanse muzikante wel flink te kort, want The Thread past in meerdere hokjes. Op het album dat WILLOW samen heeft gemaakt met producer Chris Greatti worden allerlei stijlen met elkaar vermengd en dit varieert van soul en R&B tot rock en jazz en hier blijft het niet bij.

The Thread is een conceptalbum over het archetype van de Goddelijke moeder, maar het is ook een album over spiritualiteit en persoonlijke groei en transformatie. Dat klinkt misschien wat zweverig, maar dat is de muziek op het album niet. De muziek op The Thread is vooral loom en broeierig en klinkt het grootste deel van de tijd bijzonder aangenaam.

Zonder te luisteren naar de muziek van Willow Smith had ik haar waarschijnlijk ingeschat als een rapper, maar ze blijkt een uitstekende zangeres, die vooral ingetogen en afwisselend soulvol en jazzy zingt. Bij beluistering van The Thread heb ik vooral associaties met Prince en met de beste van zijn protégées, zoals Jill Jones, zonder dat de muziek van WILLOW hele duidelijke Prince vibes heeft.

Het album doet me ook niet direct denken aan de wat minder conventionele R&B albums die ik koester, maar The Thread is wel van een vergelijkbaar niveau. Ik hoor niet echt duidelijke singles op The Thread, maar wel een serie songs die met elkaar samenhangen en elkaar versterken.

Het is zoals gezegd in vocaal opzicht een album dat ik op voorhand niet van Willow Smith had verwacht en dat is het ook in muzikaal opzicht niet. De muziek en de songstructuren op het album zijn vrij complex, maar desondanks is The Thread een gemakkelijk in het hoor liggend album. Wat voor de songstructuren en de muziek geldt, geldt ook voor de vocale arrangementen die The Thread nog wat verder optillen. WILLOW heeft me eigenlijk in alle opzichten verrast. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mark Hollis - Mark Hollis (1998) 4,0

2 augustus, 19:25 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mark Hollis - Mark Hollis (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mark Hollis - Mark Hollis (1998)
Het laatste album van de Britse band Talk Talk was zware kost en dat geldt in nog veel sterkere mate voor het eerste soloalbum van zanger Mark Hollis, maar neem de tijd voor het album en je hoort de schoonheid

The Colour of Spring is een van mijn favoriete albums uit de jaren 80, dus ik moest een paar keer slikken toen ik de opvolger van het album hoorde. Na Spirit of Eden gaf ik het op en pas heel veel jaren later luisterde ik naar de zwanenzang van Talk Talk en naar het eerste en direct ook laatste soloalbum van zanger Mark Hollis. Het soloalbum van Mark Hollis verkocht voor geen meter, maar het is een album dat naarmate de jaren vorderden steeds beter op de juiste waarde werd geschat, net als de laatste twee albums van zijn band. Het titelloze debuutalbum van Mark Hollis is niet geschikt voor alle momenten, maar op zijn tijd is het een intiem, breekbaar en wonderschoon album.

Het verhaal van de Britse band Talk Talk blijft een bijzonder verhaal. De band uit Londen dook aan het begin van de jaren 80 op met een niet heel opvallend debuutalbum, waarop het niet kon kiezen tussen de genres new romantic, new wave en synthpop. De Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com beschrijft het eerste album van Talk Talk als een Duran Duran rip-off en dat is zeker geen compliment.

Met het album It’s My Life uit 1984 liet Talk Talk echter horen dat het wel degelijk een interessante band was en dankzij een aantal geweldige singles bleef het succes niet uit. Met The Colour of Spring leverde de Britse band vervolgens wat mij betreft een van de allerbeste albums van de jaren 80 af, waarmee Talk Talk leek uit te groeien tot een van de grootste bands van het betreffende decennium.

De band gooide vervolgens in 1988 haar eigen glazen in met het onbegrepen en pas veel later op de juiste waarde geschatte Spirit of Eden, waarop de band koos voor een totaal ander geluid, dat in bijna niets leek op het zo succesvolle geluid van The Colour of Spring. Het was uiteindelijk ook de nekslag voor de een paar jaar eerder nog zo bejubelde band, al verscheen in 1991 nog wel het door zanger Mark Hollis en een aantal sessiemuzikanten gemaakte album Laughing Stock, waarop de popsong met een kop en een staart definitief uit het oog was verloren.

Ook Laughing Stock werd uiteindelijk geprezen en dat geldt ook voor het soloalbum van Mark Hollis dat in 1998 zou verschijnen. De Britse muzikant was een aantal jaren uit beeld verdwenen, maar ging op zijn titelloze soloalbum verder waar Talk Talk in 1991 was gestopt.

Ook het soloalbum van Mark Hollis lijkt, buiten zijn uit duizenden herkenbare stem, in niets op de muziek uit de hoogtijdagen van zijn band. Laughing Stock was al een uiterst sober album, maar op zijn soloalbum kiest Mark Hollis voor bijna verstilde klanken. Soms heeft hij genoeg aan een piano of een gitaar, maar een aantal songs zijn ook wat voller ingekleurd met onder andere fraaie en zeer subtiele bijdragen van blazers.

Er zijn in 1998 meerdere pogingen gedaan om de muziek van Mark Hollis van een etiket te voorzien, maar met het etiket avant garde doe je het album wat mij betreft geen recht, want het is geen album dat er maar wat op los experimenteert. De songs op het album bevatten invloeden uit de folk en de jazz, terwijl in de muziek invloeden uit de ambient doorklinken.

Het tempo ligt laag, de muziek is sober en de zang van Mark Hollis klinkt gekweld of op zijn minst weemoedig. Niet echt muziek voor een broeierige zomeravond, maar als de zon onder is komt het debuutalbum van Mark Hollis tot leven en hoor je de schoonheid van het album.

Als je jezelf openstelt voor de bijzondere muziek op het album en even vergeet hoe Talk Talk in haar meest succesvolle jaren en wat mij betreft toch ook beste jaren klonk, hoor je hoe knap de songs van Mark Hollis in elkaar zitten en met hoeveel gevoel hij ze zingt. Ik kon in 1998 niets met het aardedonkere album van Mark Hollis, net als ik ook Laughing Stock pas decennia na de originele release kon waarderen, maar inmiddels is het een album dat ik af en toe tevoorschijn haal.

Mark Hollis trok zich na 1998 nog wat meer terug uit de muziek, al nam hij nog wel een aantal tracks op voor films en tv-series, overigens zonder al te veel succes. Zijn solodebuut uit 1998 zou helaas ook zijn zwanenzang zijn, want Mark Hollis overleed in 2019. Hij zal worden herinnerd als een bijzondere muzikant, maar vooral als een popster tegen wil en dank. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Shearwater - The New World (2026) 4,5

2 augustus, 11:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shearwater - The New World - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Shearwater - The New World
Shearwater is door de andere projecten van voorman Jonathan Meiburg wat minder productief dan in het verleden, maar levert met het deze week verschenen The New World een bijzonder mooi en indrukwekkend album af

De Amerikaanse band Shearwater heeft inmiddels een stapeltje bijzondere albums uitgebracht, waarvan ik het vier jaar geleden verschenen The Great Awakening misschien wel de beste vind. Tot deze week dan, want op The New World doet de band uit Austin, Texas, er nog een schepje bovenop. Er is lang gewerkt aan het nieuwe album van Shearwater en er werden flink wat muzikanten voor ingeschakeld. Dat hoor je, want The New World is een album dat in muzikaal opzicht indruk maakt met een veelheid aan klanken en bijzonder mooie arrangementen. Van de stem van Jonathan Meiburg moet je houden, maar hij zingt met veel gevoel en heeft prachtige teksten geschreven voor het zoveelste prachtalbum van zijn band.

Shearwater begon meer dan 25 jaar geleden als een project van muzikanten en songwriters Will Sheff en Jonathan Meiburg. Jonathan Meiburg was toegetreden tot de band van Will Sheff, Okkervil River, en er was nog ruimte voor een tweede band en dat werd Shearwater. Uiteindelijk gingen de twee weer hun eigen weg en timmerde Will Sheff stevig aan de weg met Okkervil River en werd Shearwater de band van Jonathan Meiburg.

Dat is inmiddels zo’n 20 jaar geleden en in die 20 jaar heeft Shearwater een bijzonder oeuvre opgebouwd. De laatste jaren was Shearwater wat minder productief, wat alles te maken had met een andere band van Jonathan Meiburg, Loma, en met de schrijversambities van de Amerikaanse muzikant.

Met The Great Awakening leverde Shearwater vier jaar geleden een prachtig album af, dat ik inmiddels schaar onder de beste albums van de band uit Austin, Texas. The Great Awakening is een behoorlijk ambitieus album, maar het deze week verschenen The New World is nog een stuk ambitieuzer.

Jonathan Meiburg en de twee andere vaste leden van de band, Dan Duszynski en Emily Lee, werkten vier jaar aan het nieuwe album, waarvoor een flink aantal gastmuzikanten werd ingeschakeld, onder wie de befaamde multi-instrumentalist Shahzad Ismaily, gitarist Leo Abrams en leden van de Malinese band Ngoni Ba.

Jonathan Meiburg is niet alleen muzikant maar ook bioloog en maakt zich al vele jaren grote zorgen over de destructieve wijze waarop we met onze kwetsbare planeet omgaan en de klimaatverandering die het gevolg is, wat neerslaat in de teksten op het nieuwe album van zijn band.

Ik vergeleek The Great Awakening vier jaar geleden met het latere werk van Talk Talk en dat is een vergelijking die ook opgaat voor The New World, al slaat de Amerikaanse band op het nieuwe album wel de vleugels uit. Door de bijdragen van Ngoni Ba voegt Shearwater invloeden uit de wereldmuziek toe aan het geluid van de band, wat wordt versterkt door een flinke selectie ‘field recordings’ met natuurgeluiden.

The New World is voorzien van een voornamelijk ingetogen en smaakvol geluid, maar het is ook een geluid waarin van alles gebeurt. Er is een enorme berg instrumenten gebruikt voor het opnemen van het nieuwe album, inclusief blazers en strijkers, maar ook de arrangementen kunnen alle kanten op. En omdat de muziek van Shearwater op The New World af en toe uitbarst, is het ook een album vol dynamiek.

Het doet me af en toe denken aan Spirit of Eden van Talk Talk, maar ook de geweldige albums die Peter Gabriel aan het begin van de jaren 80 maakte hebben hun sporen nagelaten op het nieuwe album van Shearwater en dat zijn wat mij betreft zeer welkome invloeden.

Ik was direct enthousiast over de songs en de muziek op The New World, maar moest wel weer even wennen aan de stem van Jonathan Meiburg. Het is een stem die ik niet per se mooi vind, wat overigens puur een kwestie van persoonlijke smaak is. Na enige gewenning voegt ook de stem van Jonathan Meiburg alleen maar schoonheid toe aan het rijke en fascinerende geluid op The New World, dat ik nog een stuk indrukwekkender vind dan het vorige album van Shearwater.

The New World blaast je direct van je sokken met alle muzikale schoonheid, maar in de vele lagen zit ook zoveel moois verstopt dat je maar nieuwe dingen blijft horen. En zo laat Shearwater horen dat het 25 jaar na het debuutalbum nog altijd beter kan. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ariana Grande - petal (2026) 4,0

1 augustus, 11:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ariana Grande - petal - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ariana Grande - petal
Ariana Grande heeft met petal een album gemaakt met de grandeur van een groots popalbum, maar het is ook een album dat anders klikt dan de bulk van de albums in dit genre en imponeert met een fraaie productie

Ik heb nog nooit een album van Ariana Grande besproken op De Krenten uit de Pop en ging ervan uit dat het deze week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse popster daar niets aan zou gaan veranderen, maar petal heeft wat. Het album is om te beginnen een productioneel hoogstandje, maar ik vind het in muzikaal opzicht ook een spannend album, zeker als de elektronica net wat minder mainstream klinkt en de ritmes wat eigenzinniger zijn. Ariana Grande zingt verder geweldig op haar nieuwe album en heeft een aangenaam geluid in elkaar gesmeed, waarin pop en R&B prachtig in balans zijn. De recensies zijn vooral zuur en soms heel zuur, maar ik vind petal een knap en aangenaam album.

Ik had eigenlijk nog nooit goed naar de muziek van Ariana Grande geluisterd. Ik heb absoluut een zwak voor pop, maar de pop van Ariana Grande leek me vooral geschikt voor meisjes van twaalf en voor mij weinig interessant. De paar singles van de Amerikaanse muzikante die ik wel ken bevestigden dit vooroordeel.

Als ik het merendeel van de recensies van haar deze week verschenen nieuwe album petal lees, zou ik probleemloos verder kunnen gaan met het negeren van Ariana Grande, want de meeste recensies zijn aan de zure kant, maar een enkele recensie maakte me toch ook nieuwsgierig naar het album.

Vanaf het moment dat ik petal voor het eerst hoorde heb ik een zwak voor het album. De tijd zal moeten uitwijzen of het een ‘guilty pleasure’ is of meer, maar vooralsnog is mijn beeld van Ariana Grande flink bijgesteld en hoewel ik petal inmiddels meerdere keren heb beluisterd neemt mijn waardering voor het album nog steeds toe.

Met petal heeft Ariana Grande om te beginnen een knap popalbum gemaakt. Het is een album dat vol staat met songs die je na één keer horen gaat onthouden en het zijn songs die in geen enkel opzicht tegen de haren in strijken. Met petal heeft Ariana Grande een licht verteerbaar popalbum gemaakt, dat direct aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad. Alles klinkt even lekker en dit geldt wat mij betreft zowel bij aandachtige beluistering als bij het op de achtergrond laten voortkabbelen van het album.

Ariana Grande was in het verleden volgens mij niet vies van heel veel irritante stembuiginkjes, maar op petal zingt ze geweldig. Natuurlijk past alles keurig binnen de kaders van de mainstream popmuziek van het moment, maar in dit genre hoor ik vooral minder goede zangeressen dan Ariana Grande.

In veel recensies van petal wordt wat gemopperd over de teksten, die voorzichtig afgeven op voormalige geliefden en opdringerige fans en media, maar die teksten hoor ik ook bij popzangeressen die wel stevig bewierookt worden door de critici. In deze recensies lees ik veel te weinig over de productie van het album, want die vind ik echt geweldig.

Ariana Grande werkt al lang samen met Ilya Salmanzadeh, die ook petal produceerde, overigens samen met Ariana Grande zelf. Ilya Salmanzadeh begon ooit als assistent van de Zweedse producer Max Martin, waar ik geen fan van ben, maar op petal laat hij horen dat hij zijn voormalige leermeester inmiddels voorbij is gestreefd wanneer het gaat om originaliteit en kwaliteit.

Het nieuwe album van Ariana Grande klinkt werkelijk perfect, maar ik vind het geluid op petal ook spannend. Er is een flinke bak elektronica ingezet voor het album, maar de songs op het album zijn nergens heel zwaar aangezet, wat van petal een aangenaam licht en bij vlagen zelfs laidback album maakt. De met heel veel elektronica volgestopte popalbums van het moment klinken vaak hetzelfde, maar petal klinkt anders en spannender.

Veel songs bevatten een organische onderlaag, die vervolgens is verrijkt met een dun laagje spannende elektronica, wat weer wordt gecombineerd met vaak wel net wat steviger aangezette, maar ook spannende ritmes. Met petal weet Ariana Grande mij makkelijk twaalf songs lang te boeien, mede omdat ze haar popsongs ook heeft voorzien van een flinke R&B injectie, die zorgt voor een wat authentieker geluid dan op de meeste mainstream popalbums van het moment. Ik had niet verwacht dat ik het ooit op zou schrijven, maar ik vind het nieuwe album van Ariana Grande echt een goed album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer