Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026
Sluice - Companion (2026) 3,5
31 maart, 20:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sluice - Companion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sluice - Companion
North Carolina is zo langzamerhand de hofleverancier van bands die lome en gruizige indierock combineren met Amerikaanse rootsmuziek en met Sluice heeft de Amerikaanse staat er weer een interessante band bij
Justin Morris trok volgens mij de afgelopen jaren niet zo heel veel aandacht met zijn muziek, maar op het derde album van zijn band Sluice pakt de Amerikaanse muzikant het wat ambitieuzer aan. Er werden wat leden toegevoegd aan de band, onder wie violiste Libby Rodenbough, en dat levert een uitstekend album op. Het is een album dat laveert tussen indierock en Amerikaanse rootsmuziek en dat zowel toegankelijk als experimenteel klinkt. Zo groot als een aantal vergelijkbare bands uit North Carolina zal Sluice niet worden, maar Companion is het beluisteren absoluut waard, zeker als je een zwak hebt voor deze vergelijkbare bands uit de zuidelijke Amerikaanse staat.
Vorige week las ik een artikel over het deze week verschenen derde album van de Amerikaanse band Sluice. Het artikel trok vooral of eigenlijk alleen mijn aandacht door de naam van Libby Rodenbough, die op dit album deel uitmaakt van de band uit Durham, North Carolina.
Ik ken Libby Rodenbough van de band Mipso en vooral van twee echt geweldige soloalbums, Spectacle of Love uit 2020 en Between the Blades uit 2023. Op het nieuwe album van Sluice speelt de Amerikaanse muzikante viool en voegt ze hier en daar achtergrondvocalen toe. Sluice was tot dusver vooral een project van de Amerikaanse muzikant Justin Morris, die voor het nieuwe album Companion niet alleen Libby Rodenbough rekruteerde als violiste, maar ook drummer Avery Sullivan en bassist Oliver Child-Lanning toevoegde aan zijn band.
Justin Morris speelt zelf nog altijd een centrale rol in de band, want hij tekende niet alleen voor de songs, maar nam ook onder andere de gitaren en de leadzang voor zijn rekening. Volgens de bandcamp-pagina van de band uit North Carolina werd Companion al aan het begin van 2024 opgenomen, waarbij nog een aantal extra muzikanten aanschoven. Ik ben blij dat Libby Rodenbough nu deel uitmaakt van Sluice, want anders had ik de muziek van de band waarschijnlijk over het hoofd gezien. Dat zou jammer zijn geweest, want ik vind het derde album van Sluice een erg interessant album.
In de openingstrack klinkt Sluice in eerste instantie als een indierockband uit de jaren ’90. Dat ligt deels aan de lekker stevige gitaren, maar ook de zang van Justin Morris heeft een jaren ’90 vibe. Dat indierock geluid maakt in de tweede track plaats voor een veel meer ingetogen folky geluid, dat fraai wordt opgetild door het vioolspel van Libby Rodenbough. Sluice schuift in deze track wat op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker niet de Amerikaanse rootsmuziek die in Nashville wordt gemaakt.
De muziek van Sluice klinkt soms net zo ruw als de eveneens uit North Carolina afkomstige bands Wednesday en Fust, maar de band schakelt makkelijk naar ingetogen folky tracks. Er zijn overigens allerlei verbanden met andere bands uit de muziekscene van North Carolina, die een duidelijke eigen sound heeft.
Companion kan lekker lui en dromerig klinken, maar de band rond Justin Morris zoekt in een aantal tracks ook het experiment. Zeker de wat toegankelijkere songs op het album hebben een bijzonder aangenaam geluid. Enerzijds door het heerlijke gitaarwerk en de klanken die je verwacht uit het zuiden van de Verenigde Staten, maar anderzijds ook zeker door de herkenbare en aansprekende stem van de voorman van de band.
Als de band vertrouwt op ‘field recordings’ en de songs met een kop en een staart wat uit het oog verliest, verslapt mijn aandacht eerlijk gezegd wat, maar de mooiste momenten op het derde album van Sluice zijn echt heel goed. Als bewonderaar van zowel het vioolspel als de stem van Libby Rodenbough had haar aandeel wat mij betreft groter mogen zijn, maar aan de andere kant moet je ook niet te veel toevoegen aan de bijzondere gitaarwolken op het album en de aansprekende zang van Justin Morris.
Paste gaf me nog een extra zetje in de rug door het album toe te voegen aan de lijst met albums die we in de gaten moeten houden deze week en de Amerikaanse muziekwebsite had het, zoals gewoonlijk, weer eens bij het juiste eind. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Courtney Barnett - Things Take Time, Take Time (2021) 3,5
30 maart, 16:07 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Courtney Barnett - Tell Me How You Really Feel (2018) 3,5
30 maart, 16:07 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Courtney Barnett - The Double EP: A Sea of Split Peas (2013) 5,0
30 maart, 16:07 uur
stem geplaatst
» details
Courtney Barnett - Creature of Habit (2026) 4,0
30 maart, 16:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Courtney Barnett - Creature of Habit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Courtney Barnett - Creature of Habit
De Australische muzikante Courtney Barnett heeft de tijd genomen voor haar vierde album Creature of Habit en in de woestijn bij Joshua Tree de inspiratie gevonden die op de vorige twee albums af en toe wat ontbrak
Het debuutalbum van Courtney Barnett schaar ik onder de beste albums van dit millennium, maar het niveau van dit album wist de Australische muzikante wat mij betreft niet vast te houden op haar tweede en derde album, die allebei wat minder ruw en opwindend klonken. We zijn inmiddels vijf jaar verder en Courtney Barnett keert terug met haar vierde album Creature of Habit. Het is een album waarop ze wat mij betreft weer op de goede weg is. Het klinkt niet zo indringend en urgent als haar debuutalbum, maar Creature of Habit bevat een aantal aansprekende songs, die zowel muzikaal als vocaal zeer fraai worden uitgevoerd. En ook Creature of Habit is vast weer een groeialbum.
In 2013 schreef ik op De Krenten uit de Pop voor het eerst over de muziek van de Australische muzikante Courtney Barnett. Ik schreef uiteindelijk zelfs drie keer over The Double EP: A Sea Of Split Peas, waarop tracks van de eerste EP’s van de muzikante uit Melbourne waren samengevoegd.
Ik zag The Double EP: A Sea Of Split Peas in 2013 en 2014 als het debuutalbum van Courtney Barnett, maar haar echte debuutalbum, Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit, verscheen pas in 2015. Op haar debuutalbum klonk de muziek van Courtney Barnett nog wat veelzijdiger dan op haar EP’s en met het album maakte ze de belofte van haar eerdere werk meer dan waar, al stelde ik in 2015 zelf dat ze die belofte al lang voorbij was en haar eerste meesterwerk had afgeleverd.
Zo enthousiast als ik was over de eerste EP’s en het debuutalbum van Courtney Barnett ben ik nooit meer geweest, want op een gegeven moment raak je gewend aan het niveau dat een muzikant haalt. Courtney Barnett maakte het me bovendien niet makkelijk met haar nieuwe muziek, want het veel toegankelijkere geluid op haar tweede album, het in 2018 verschenen Tell Me How You Really Feel, vond ik bij eerste beluistering wat gewoontjes en ook het wat meer ingetogen geluid op haar uit 2021 stammende derde album Things Take Time, Take Time sprak me in eerste instantie minder aan dan haar vroege werk.
Uiteindelijk draaide mijn mening wel wat bij, want ook op haar tweede en derde album wist Courtney Barnett een prima niveau te bereiken, maar het klonk niet meer zo ruw en geïnspireerd als haar debuutalbum. De Australische muzikante heeft lang gewacht met het uitbrengen van haar vierde album, maar deze week is er dan eindelijk Creature of Habit.
Na twee uiteindelijk toch net wat mindere albums verwachtte ik niet dat de Australische muzikante weer in de buurt zou komen van haar geweldige debuutalbum en dat doet ze ook niet. Ook Creature of Habit mist het ruwe en urgente van het debuutalbum van Courtney Barnett, die ik destijds vergeleek met Patti Smith en PJ Harvey. Dat waren vergelijkingen die destijds maar ten dele opgingen, maar het zijn namen die ik niet meer terug hoor bij beluistering van het nieuwe album.
Ook Creature of Habit klinkt weer wat minder stevig, wat toegankelijker en wat melodieuzer, zowel in de muziek als in de zang. Toch bevalt het nieuwe album van Courtney Barnett me wel en het bevalt me in ieder geval een stuk beter dan de twee voorgangers, al groeiden die uiteindelijk wel wat.
Aan het begin van het album is het even zoeken naar de echt goede songs, maar Creature of Habit bevat er uiteindelijk wel een respectabel aantal. Courtney Barnett heeft het Australische Melbourne verruild voor Los Angeles en werkte daar samen met topproducer John Congleton, die een album altijd net een beetje extra meegeeft.
Ook de sound op Creature of Habit heeft baat gehad bij de ervaren hand van John Congleton, die gelukkig nog wel wat ruwe kantjes heeft laten zitten, bijvoorbeeld in het lekker stevige One Thing At A Time, mijn favoriete track.
Het gitaarwerk van Courtney Barnett komt prachtig uit de speakers en ook het drumwerk van Warpaint-muzikante Stella Mozgawa mag er zijn. Zeker in de beste songs op het album overtuigt Courtney Barnett redelijk makkelijk, zeker als ze ook nog wat Californische zonnestralen toevoegt aan haar songs. Een geslaagde comeback wat mij betreft. Erwin Zijleman(reactie op ander bericht)
» details » naar bericht » reageer
Thin Lizzy - Jailbreak (1976) 4,5
29 maart, 21:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Thin Lizzy - Jailbreak (1976) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Thin Lizzy - Jailbreak (1976)
De Ierse band Thin Lizzy maakte tussen 1971 en 1983 een flinke stapel albums, waaronder het geweldige live-album Live and Dangerous, maar ook het uitstekende studioalbum Jailbreak, dat deze week 50 jaar oud is
Het is altijd leuk om na te gaan welke albums precies 10, 25 en 50 jaar geleden verschenen. Het geeft niet alleen een aardig inkijkje in de geschiedenis van de popmuziek, maar laat soms ook pijnlijk horen hoe beperkt houdbaar muziek kan zijn of hoe snel muziek weer vergeten is. De laatste week van maart had in 2016 niet veel bijzonders te bieden en ook in de laatste week van maart in 2001 verscheen er niet veel bijzonders. In de laatste week van maart in 1976 verscheen meer moois, zeker voor de liefhebbers van stevige rock. Naast 2112 van Rush, Presence van Led Zeppelin en Destroyer van Kiss verscheen ook Jailbreak van Thin Lizzy en dat is nog altijd een geweldig album.
Bijna op de dag af vijftig jaar geleden verscheen het album Jailbreak van de Ierse band Thin Lizzy. Het is een album dat ik zelf niet in de kast heb staan, want mijn liefde voor hardrock beperkte zich tot slechts een klein deel van mijn puberjaren en ik kwam Thin Lizzy pas laat op het spoor.
Ik heb maar één album van de band uit Dublin en dat is het live-album Live and Dangerous uit 1978. Dat vind ik overigens wel een fantastisch album en het is een album waarop ruim de helft van de tracklist van het twee jaar eerder verschenen Jailbreak is te vinden, waardoor het studioalbum uit 1976 wel voor een belangrijk deel bekend klinkt.
Jailbreak is het zesde album van Thin Lizzy en het is volgens velen het beste album van de band. Daar is wat voor te zeggen, want de eerste paar albums van de Ierse band zijn nog niet heel sterk en ook de albums die de band in haar nadagen maakte zijn qua niveau ver verwijderd van Jailbreak. Ik noemde hierboven mijn snel overgewaaide liefde voor hardrock, maar als ik naar Jailbreak luister hoor ik veel meer dan hardrock. Dat wist ik natuurlijk al lang, want ook Live and Dangerous laat veel meer horen dan hardrock.
Thin Lizzy werd in 1969 geformeerd door zanger en gitarist en bassist Phil Lynott, die zijn jeugdvrienden Brian Downey en Eric Bell rekruteerde als drummer en gitarist. Toen in 1976 Jailbreak verscheen was Eric Bell vervangen door gitaristen Scott Gorham en Brian Robertson, die met z’n tweeën enorm veel invloed hadden op het geluid van de Ierse band.
Thin Lizzy zou gedurende haar bestaan overigens flink wat gitaristen verslijten, waaronder een aantal snarenwonders, want ook Gary Moore, Snowy White en John Sykes maakten deel uit van de band. De bezetting met Scott Gorham en Brian Robertson is wat mij betreft de ultieme bezetting en het is de bezetting die schittert op Jailbreak.
Dat Thin Lizzy veel meer is dan hardrock hoor je onder andere in het gitaarspel op het album. Scott Gorham en Brian Robertson vullen elkaar steeds prachtig aan en zorgen voor een veelkleurig gitaargeluid dat varieert van behoorlijk zwaar aangezet tot fraai melodieus. Het is gitaarwerk dat deels aansluit bij de kaders van de hardrock, maar ook andere rockinvloeden hebben hun weg gevonden naar het gitaarspel van Scott Gorham en Brian Robertson.
Minstens even belangrijk voor het zo karakteristieke geluid van Thin Lizzy is de stem van Phil Lynott. De muzikant uit Dublin had veel meer soul in zijn stem dan de zangers van de grote en minder grote hardrockbands uit de jaren 70 en schittert op Jailbreak. De Ierse muzikant hield er ten tijde van Jailbreak al geen hele gezonde levensstijl op na, maar zijn stem is op het album nog niet erg aangetast door de drank en drugs die ervoor zouden zorgen dat Phil Lynott in 1986 op slechts 35-jarige leeftijd overleed.
Jailbreak is deze week zoals gezegd vijftig jaar oud en dat hoor je ook wel, maar het album heeft de tand des tijds tegelijkertijd ook redelijk goed doorstaan. Als ik luister naar hardrock albums uit de jaren 70 valt me vaak op hoe eenvoudig en eenvormig deze albums soms zijn, maar Jailbreak van Thin Lizzy staat zowel qua zang als qua muziek als een huis. Ik vind Live and Dangerous door de geweldige sfeer op dat album en de grotere selectie songs nog net wat beter, maar Jailbreak is absoluut een klassieker. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Charlotte Cornfield - Hurts Like Hell (2026) 4,5
29 maart, 10:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Charlotte Cornfield - Hurts Like Hell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Charlotte Cornfield - Hurts Like Hell
De naam Charlotte Cornfield zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de Canadese muzikante maakt inmiddels een aantal jaren mooie en onderscheidende albums en ook Hurts Like Hell is er weer een
Sinds mijn eerste kennismaking met de muziek van Charlotte Cornfield een jaar of vijf geleden vind ik haar alleen maar beter worden. Op haar samen met Josh Kaufman gemaakte vorige album schoof ze wat op richting Amerikaanse rootsmuziek en dat is ook het overheersende genre op haar nieuwe album Hurts Like Hell. Vergeleken met de meeste zangeressen in het genre klinkt de stem van Charlotte Cornfield wat ruwer, wat Hurts Like Hell voorziet van een herkenbaar eigen geluid. Het is een geluid dat zich dit keer ook in muzikaal opzicht nog wat genadelozer opdringt, waardoor Charlotte Cornfield de stijgende lijn binnen haar oeuvre wederom weet vast te houden.
De Canadese singer-songwriter Charlotte Cornfield bracht in 2008 haar eerste EP uit en leverde in 2011 haar debuutalbum af. In eerste instantie timmerde de in Toronto geboren muzikante alleen in eigen land aan de weg, maar haar derde album, het in 2019 verschenen The Shape of Your Name, werd breder opgepikt en leverde haar onder andere een zeer lovende recensie van de Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork op.
Ik ken de muziek van Charlotte Cornfield zelf pas sinds de release van haar vierde album, het in 2021 uitgebrachte Highs in the Minuses. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het album alweer vergeten was, maar maar toen ik voor het schrijven van deze recensie weer eens naar het album luisterde, was ik direct weer enthousiast over het met Arcade Fire producer Howard Bilerman gemaakte album.
Op Highs in the Minuses doet Charlotte Cornfield zowel in muzikaal als in vocaal opzicht denken aan Big Thief, maar laat ze ook horen dat ze intense en aansprekende songs kan schrijven. Opvolger Could Have Done Anything beviel me in 2023 nog wat beter. Op het vrijwel volledig samen met Josh Kaufman (The Hold Steady, Cassandra Jenkins, Bonny Light Horseman) gemaakte album schoof Charlotte Cornfield wat op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar het album klonk net als zijn voorganger niet alleen intiem maar ook ruw.
Charlotte Cornfield werd na de release van Could Have Done Anything moeder, maar pakt de draad na een aantal jaren weer op. Het deze week verschenen Hurts Like Hell is inmiddels al haar zesde album en het is wederom een zeer overtuigend album. De Canadese muzikante nam haar nieuwe album op in New York, waar ze de studio in dook met de vooral van Adrianne Lenker bekende producer Phil Weinrobe.
De vorige albums van de muzikante uit Toronto werden gemaakt met een zeer beperkt aantal muzikanten, maar voor het nieuwe album werd flink uitgepakt. Charlotte Cornfield laat zich op haar nieuwe album begeleiden door muzikanten uit een aantal bands en deed voor wat extra vocalen een beroep op Feist, Buck Meek, Christian Lee Hutson en Maia Friedman.
Toch is Hurts Like Hell niet zo heel ver verwijderd van de vorige albums van Charlotte Cornfield. Ook bij beluistering van het nieuwe album moest ik direct aan Big Thief denken. De stem van de Canadese muzikante lijkt soms sprekend op die van Adrianne Lenker en ook de wat ruwe Amerikaanse rootsmuziek op Hurts Like Hell met af en toe een uitbarsting en vaak een fraaie hoofdrol voor de pedal steel doet denken aan Big Thief.
Ondanks het grotere aantal muzikanten dat heeft meegewerkt aan het zesde album van Charlotte Cornfield klinkt haar muziek nog altijd intiem en redelijk sober. De balans slaat op Hurts Like Hell duidelijk door richting Amerikaanse rootsmuziek, maar door de karakteristieke stem van Charlotte Cornfield en de wat ruwe muziek op het album, is het allesbehalve een dertien in een dozijn Amerikaanse rootsalbum.
Ik moest bij de eerste kennismaking een paar jaar geleden nog best wennen aan haar stem, maar de zang op Hurts Like Hell vond ik eigenlijk direct bijzonder mooi. Charlotte Cornfield is nog altijd geen hele bekende naam binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar ze levert met haar nieuwe album het derde bovengemiddeld goede album op rij af. En van die albums vind ik Hurts Like Hell vooralsnog de beste. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Snail Mail - Ricochet (2026) 4,5
28 maart, 13:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Snail Mail - Ricochet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snail Mail - Ricochet
Na een droomdebuut en een nog veel beter tweede album had Lindsey Jordan de lat hoog gelegd voor haar alter ego Snail Mail, maar het deze week verschenen album Ricochet laat horen dat de rek er nog lang niet uit was
Lindsey Jordan’s Snail Mail rekende ik, zeker na het verschijnen van haar vorige album Valentine, tot het beste dat jonge vrouwelijke muzikanten met een voorliefde voor indie te bieden hadden. Dat dit terecht was laat Snail Mail horen op het deze week verschenen derde album Ricochet. Het is een album waarop Lindsey Jordan laat horen dat ze nog beter is gaan zingen en nog aansprekendere songs schrijft, maar het album valt vooral op door een mooi en rijk geluid dat zich niet langer op één genre laat vastpinnen. Lindsey Jordan is nog altijd pas 26 jaar oud, maar Ricochet laat een gelouterde muzikante horen, die garant staat voor albums van wereldklasse.
Alweer bijna acht jaar geleden verscheen Lush, het debuutalbum van Snail Mail. Het alter ego van de destijds pas 18 jaar oude Lindsey Jordan maakte op mij behoorlijk wat indruk. Lush van Snail Mail sloot aan bij de betere albums van vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop van dat moment, maar liet zich ook beïnvloeden door indierock uit de jaren 90 en koos bovendien een eigen weg.
De stem van Lindsey Jordan klonk op haar debuutalbum misschien nog wat iel en onvast, maar de muzikante uit Baltimore, Maryland, zong wel met veel gevoel. Ze liet bovendien horen dat ze prima gitaar kon spelen, iets wat ze overigens leerde van haar gitaarlerares en cultheld Mary Timony (Helium).
Het debuutalbum van Snail Mail liep over van de belofte en die kwam er helemaal uit op het aan het eind van 2021 verschenen Valentine, dat uiteindelijk de tweede plek wist te bereiken in mijn jaarlijstje. Op Valentine klonk de stem van Lindsey Jordan een stuk mooier en krachtiger en liet ze bovendien een veelzijdiger geluid horen dat varieerde van ingetogen indiefolk tot aanstekelijke indiepop en gruizige indierock.
Ook in haar teksten, waarin tienerdromen plaats hadden gemaakt voor de pijn van het volwassen worden, groef de Amerikaanse een stuk dieper, wat haar songs voorzag van flink wat emotionele lading. Op het door topproducer Brad Cook ook nog eens prachtig geproduceerde album viel alles op zijn plek en met het album schaarde Snail Mail zich wat mij betreft onder de smaakmakers binnen de indiepop en indierock.
Lindsey Jordan heeft inmiddels Greensboro, North Carolina, als thuisbasis en heeft de tijd genomen voor haar derde album. Ze is inmiddels 26 jaar oud en heeft de groeipijnen van het volwassen worden achter zich gelaten. In tekstueel opzicht kiest het album wat bredere thema’s, maar Lindsey Jordan schuwt ook persoonlijke thema’s als de angst voor de dood niet.
Ze maakte haar nieuwe album samen met de van de band Momma bekende Aron Kobayashi-Ritch, die het album mede produceerde. Ricochet is een logisch vervolg op het ruim vier jaar oude Valentine, maar laat ook horen dat Lindsey Jordan de afgelopen jaren in meerdere opzichten is gegroeid.
Op Valentine vond ik haar zang al zeer aansprekend, maar de zang op Ricochet is mooier en duidelijk beter dan op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Ook in muzikaal opzicht is Ricochet een beter album dan Valentine. Op haar vorige album schakelde Snail Mail tussen indiefolk, indiepop en indierock, maar op Ricochet zijn alle invloeden gecombineerd tot een fraai totaalgeluid.
Het is een vol geluid met afwisselend hoofdrollen voor gitaren en diverse synths, maar ook strijkers hebben een voorname rol gekregen in het bijzonder fraaie en zeer sfeervolle geluid op het album, dat ook alle ruimte biedt aan de stem van de Amerikaanse muzikante.
Lindsey Jordan heeft zich ook nog eens ontwikkeld als songwriter en ontworstelt zich op haar nieuwe album op knappe wijze aan de kaders van de indiepop en de indierock. Ricochet is meer een singer-songwriter album dan een indiepop of indierock album en het is een album van een hoog niveau.
Op basis van Valentine had ik grootse daden verwacht van Lindsey Jordan, maar de afgelopen jaren was het helaas behoorlijk stil. Met Ricochet voldoet Snail Mail echter volledig aan mijn bijzonder hooggespannen verwachtingen en levert ze voor mij een van de topalbums van 2026 af. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ellie O’Neill - Time of Fallow (2026)
28 maart, 00:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ellie O'Neill - Time of Fallow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ellie O'Neill - Time of Fallow
De Ierse singer-songwriter Ellie O’Neill maakte tijdens de coronapandemie een indringend en op het eerste gehoor behoorlijk sober folkalbum, dat echter zowel in muzikaal als in vocaal opzicht vol mooie verrassingen zit
Britse folkalbums hebben over het algemeen een uit duizenden herkenbaar geluid en hetzelfde geldt voor Ierse folkalbums. Time of Fallow van de Ierse singer-songwriter Ellie O’Neill klinkt niet als een typisch Brits folkalbum en is ook geen typisch Iers folkalbum. Het klinkt af en toe als een psychedelisch folkalbum uit een ver verleden, maar het tijdens de coronapandemie opgenomen album is ook een album van deze tijd. In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Ellie O’Neill interessanter dan het op het eerste gehoor lijkt, maar de meeste indruk maakt de Ierse singer-songwriter met haar stem. Het valt als singer-songwriter niet mee om op te vallen, maar Ellie O’Neill doet het.
Time of Fallow van de Ierse singer-songwriter Ellie O’Neill is een album dat me de afgelopen week niet direct opviel, maar toen ik eenmaal was begonnen met het aandachtig beluisteren van het album, was ik heel snel overtuigd van de kwaliteiten van de singer-songwriter uit het graafschap Meath.
Ellie O’Neill nam haar debuutalbum in slechts een aantal dagen op, maar het album klinkt in alle opzichten heel verzorgd, al hoor je ook charmante onvolkomenheden in de analoge opnames. Ellie O’Neill vertrouwt in de openingstrack van het album in eerste instantie op haar akoestische gitaar en haar stem, maar na een tijdje vallen bas en drums in en krijgt de Ierse muzikante ook in vocaal opzicht gezelschap.
Time of Fallow schakelt veel vaker tussen uiterst ingetogen klanken (soms ook van de piano) en een net wat voller klinkend geluid, wat haar songs spannend houdt. Ook als de Ierse muzikante zichzelf alleen met de akoestische gitaar begeleidt klinkt haar debuutalbum prachtig. Het gitaarspel klinkt warm en voller dan op de sobere Britse folkalbums die ik de laatste tijd ook regelmatig beluister en het is ook gevarieerder dan op deze albums.
Ook Time of Fallow kan goed worden omschreven als een folkalbum, maar het debuutalbum van Ellie O’Neill past niet zo goed in het hokje Britse folk. De muziek van de muzikante uit Meath klinkt aan de ene kant Iers, maar doet me ook wel wat denken aan de psychedelische Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70.
Dat heeft deels te maken met de muziek op Time of Fallow, die vaak best complex en soms ook wat psychedelisch kan klinken, maar het ligt vooral aan de zang van Ellie O’Neill. De Ierse singer-songwriter beschikt over een zeer expressief stemgeluid, dat ver is verwijderd van de stemmen van de vaak wat plechtig klinkende Britse folkzangeressen.
De stem van Ellie O’Neill is niet alleen expressief, maar ze zingt ook met veel precisie en met gevoel. Net als de gitaarakkoorden op het album zijn ook de zanglijnen complexer dan op het gemiddelde folkalbum, zeker als Ellie O’Neill flink wisselt met toonhoogte en kracht. Bovendien varieert ze er flink op los, met af en toe ook juist zachte en ingetogen zang, die weer een heel ander effect heeft.
Het maakt van Time of Fallow een album waar je de aandacht bij moet houden, maar Ellie O’Neill houdt die aandacht vervolgens makkelijk vast. Zeker als je het album vaker beluistert, hoor je hoe mooi de stem van de Ierse muzikante is en ook de muziek wint aan kracht wanneer je vaker naar Time of Fallow luistert. Dat heeft ook alles te maken met de songs op het album, die het intieme karakter van de muziek van Ellie O’Neill versterken.
Wat verder opvalt bij beluistering van het album is de bijzondere sfeer. Ellie O’Neill keerde tijdens de coronapandemie terug naar het huis waarin ze opgroeide en nam haar album ook op tijdens deze periode op. De wat beklemmende sfeer van deze tijd hoor je terug in de songs en de muziek op Time of Fallow. Het is een wat indringende sfeer, maar je hoort ook de leegte van de tijd tijdens de pandemie, die twee jaar lang veel onmogelijk maakte. In de teksten staat Ellie O’Neill ook uitvoerig stil bij haar queer identiteit, wat het persoonlijke karakter van haar songs nog wat versterkt. Het levert een mooi en intiem album op, dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Orielles - Only You Left (2026) 3,5
27 maart, 17:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Orielles - Only You Left - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Orielles - Only You Left
Van het vorige album van de band kon ik geen chocolade maken, maar op Only You Left klinkt de muziek van The Orielles een stuk toegankelijker, al is toegankelijk in het geval van de Britse band een zeer relatief begrip
Ik lees op het internet meerdere pogingen om de muziek van The Orielles te beschrijven, maar geen van allen is echt geslaagd. Ik doe in de onderstaande recensie zelf ook een poging, maar ook deze schept niet veel duidelijkheid. De muziek van The Orielles is muziek vol bijzondere contrasten en muziek vol invloeden. De zachte zang van Esmé Dee Hand-Halford contrasteert stevig met het gitaarspel van Henry Carlyle Wade, maar op een of andere manier werkt het. Met de vorige albums van de band kon ik niet zoveel, maar het nieuwe album van The Orielles is net wat minder ongrijpbaar. De schoonheid kwam voor mij niet direct aan de oppervlakte maar is er uiteindelijk wel.
Ik heb het in het verleden een paar keer geprobeerd met de muziek van The Orielles, maar zonder succes. Ik vond de muziek van de Britse band op een of andere manier wel intrigerend, maar tot dusver was het nooit mijn ding.
De Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com omschrijft de muziek van de band met een mooie oneliner: “Trio of '90s worshipers from Halifax, U.K., with dream pop and disco influences that come together to give their indie pop sound a twist”. Het is een oneliner die hoognodig geactualiseerd moet worden, want op het onlangs verschenen Only You Left klinkt de muziek van het drietal uit Halifax anders dan in het verleden.
Ook het vorige album van de band, het in 2022 verschenen Tableau, zou ik overigens zelf niet met de bovenstaande zin hebben beschreven, want dat was voor mij (en waarschijnlijk niet alleen voor mij) een compleet ongrijpbaar album. Ook op hun nieuwe album Only You Left maken The Orielles muziek waar ik in eerste instantie geen vat op kreeg, maar het geluid van de band klinkt wel een stuk toegankelijker dan in het verleden.
The Orielles bestaat uit de zussen en zangeressen Sidonie B en Esmé Dee Hand-Halford en gitarist Henry Carlyle Wade. De drie maken al muziek sinds hun tienerjaren en bouwen inmiddels al flink wat jaren aan een op zijn minst bijzonder oeuvre. Ook Only You Left is een bijzonder album, waarop de twee zussen Hand-Halford als ritmesectie fungeren, Esmé tekent voor de zang en Henry Carlyle Wade het gitaarwerk voor zijn rekening neemt.
De drie lijken soms wel los van elkaar muziek te maken, want het gitaarwerk is vaak te ruw en te stevig voor de zachte stem en ook bas en drums zitten lang niet altijd op hetzelfde spoor. Het was, in ieder geval voor mij, absoluut even wennen aan de muziek van The Orielles, maar nadat ik gewend was geraakt aan het geluid van het drietal hoorde ik de schoonheid van Only You Left.
De Britse band maakt muziek die niet past in één van de gangbare hokjes. Ik hoor absoluut flarden uit de dreampop, maar de muziek van The Orielles kan ook folky klinken. Zeker wanneer de gitaren breed uitwaaien doet de muziek van de band ook behoorlijk psychedelisch aan en wanneer de complexiteit van de songs toeneemt hoor ik ook flarden postrock en een beetje postpunk.
Door zich te beperken tot bas, drums en gitaar klinkt de muziek van The Orielles vaak behoorlijk elementair en bij vlagen minimalistisch, maar Henry Carlyle Wade kan ook hoge en gruizige gitaarmuren opbouwen of behoorlijk complexe akkoorden uit zijn gitaar toveren.
Het zorgt ervoor dat Only You Left anders klinkt dan alle andere albums van het moment. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het album meerdere keren opzij heb gelegd omdat ik onvoldoende structuur hoorde in de songs van de Britse band, maar de ene keer werd ik toch weer geraakt door het bijzondere gitaarspel van Henry Carlyle Wade en de andere keer door de mooie stem van Esmé Dee Hand-Halford, die ook jazzy kan zingen.
Only You Left kan wanneer er ook nog wat zonnestralen opduiken ook opeens klinken als een bitterzoete versie van Belle and Sebastian en zo heeft het nieuwe album van de band uit Halifax iedere keer weer een andere verrassing voor je in petto. Ik ben er lang niet altijd voor in de stemming, maar na een paar mislukte pogingen heeft The Orielles me dit keer wel overtuigd. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Pitou - P2 (2026) 4,0
27 maart, 17:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Pitou - P2 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pitou - P2
Pitou betovert je op haar nieuwe album P2 met intiem ingekleurde en echt prachtig gezongen folksongs, maar de Amsterdamse muzikante verwondert je ook met songs die de fantasie stevig prikkelen
Ik ben nog altijd hopeloos verliefd op de EP waarmee de Nederlandse muzikante Pitou tien jaar geleden debuteerde. Dat ligt vooral aan haar onweerstaanbaar mooie stem, maar ook haar songs hebben iets bijzonders. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor de songs op het deze week verschenen P2. Op haar tweede album laat Pitou een nog veelzijdiger geluid horen dan op haar debuutalbum en zorgt ze voor flinke contrasten. P2 is niet alleen een album van een van de beste zangeressen van het moment, maar ook een album van een eigenzinnige muzikante, die niet bang is om haar grenzen te verleggen. Ik moest af en toe flink wennen aan de bijzondere wendingen op P2, maar wat is het een mooi en bijzonder album.
De Nederlandse muzikante Pitou (Nicolaes) bracht bijna tien jaar geleden haar eerste EP uit. De zeven vooral sobere en intieme folksongs op de EP waren allemaal even mooi en lieten vooral een geweldige zangeres horen. Met de in 2018 verschenen EP I Fall Asleep So Fast bevestigde Pitou nog maar eens haar status als enorme belofte voor de toekomst en liet ze bovendien horen dat ze in muzikaal opzicht en als songwriter enorm was gegroeid.
Bijna op de dag af drie jaar geleden verscheen dan eindelijk het debuutalbum van Pitou en de Amsterdamse muzikante maakte de belofte van haar EP’s meer dan waar met het geweldige Big Tear. Ook op Big Tear hoor je een geweldige zangeres die voor kippenvel zorgt in de intieme folksongs, maar het album laat ook een eigenzinnige muzikante horen, die in haar songs continu de grenzen opzoekt en het experiment niet schuwt.
Pitou haalde met Big Tear overtuigend mijn jaarlijstje en toen ik het album vorige week weer eens beluisterde vond ik het eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Drie jaar na haar debuutalbum keert Pitou deze week terug met haar tweede album, P2 (leuk gevonden titel), waar ik met hooggespannen verwachtingen aan begon.
Voordat ik begon aan het album wist ik al dat de muziek van de Amsterdamse muzikante wel eens de bocht uit kan vliegen en dat doet het nieuwe album wat mij betreft direct in de openingstrack Too Good To Go, waar ik bij eerste beluistering vooral nerveus van werd of zelfs rode vlekken van kreeg. Inmiddels ben ik er wel aan gewend, maar het is zeker niet mijn favoriete track op het album.
In het prachtige Pirate dat volgt, hoorde ik wel weer direct de magie van Pitou. Ze beschikt wat mij betreft over een van de mooiste stemmen van het moment en dat hoor je toch het best in de folky songs van Pitou. Pirate begint als een redelijk sobere folksong, maar wordt steeds weer op andere manieren verrijkt tot een typische Pitou song.
Die versiersels laat Pitou juist achterwege in Morning Star, dat het vooral moet hebben van de echt prachtige zang. P2 schakelt continu tussen het soort songs dat we kennen van Pitou en songs waarin ze haar vleugels nog wat verder uitslaat. Ook in Fish is de zang fantastisch, maar ook de spannende muziek in de track en de bijzondere opbouw van de song trekken nadrukkelijk de aandacht.
Meer dan Big Tear schiet P2 echt alle kanten op en dat vond ik persoonlijk wel even wennen. Net als de openingstrack is ook To Do What een track waar ik in eerste instantie vooral wat onrustig van werd, maar het is ook een song die het album voorziet van een bijzondere dynamiek. Pitou laat zich op P2 niet beperken tot hetgeen dat iedereen van haar verwacht en dat siert haar.
Het ene moment betovert ze je met verstilde akoestische klanken en een echt prachtige stem, het volgende moment slaan de stoppen even door en hoor je een totaal andere muzikante die vooral vertrouwt op elektronica en expressieve zang. Het zorgt ervoor dat P2 nog veel meer dan Big Tear een album is dat tijd verdient.
Dankzij de folky songs op het album, en die zijn in de meerderheid, vind ik P2 al een geweldig album, maar P2 is ook veel meer dan een album met betoverend mooie folksongs. Toen ik de openingstrack vijf keer achter elkaar had beluisterd hoorde ik er opeens wel wat in en dat geldt ook voor de andere wat afwijkende tracks op het album, dat nog maar eens laat horen dat Pitou behoort tot het allerbeste dat de Nederlandse popmuziek momenteel te bieden heeft. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Naaz - The Sky Knows I Exist (2026) 4,5
26 maart, 10:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Naaz - The Sky Knows I Exist - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Naaz - The Sky Knows I Exist
Het in alle opzichten wonderschone debuutalbum van Naaz vierde eerder dit jaar alweer de derde verjaardag en krijgt deze week gezelschap van The Sky Knows I Exist, dat in alle opzichten een typisch Naaz-album is
Aan het eind van 2023 twijfelde ik geen moment over het album dat mijn jaarlijstje zou aanvoeren. Never Have I Ever van Naaz wist op dat moment al een jaar te betoveren en te ontroeren, hoe vaak ik ook naar het album luisterde. Sindsdien zag ik Naaz meerdere keren live, wat het verlangen naar haar tweede album aanwakkerde. Dat tweede album is deze week verschenen en wat is The Sky Knows I Exist een prachtig album. Het is een album waarop Naaz haar unieke geluid nog wat verder heeft doorontwikkeld. The Sky Knows I Exist klinkt direct als een Naaz album, maar wederom heeft ze haar grenzen verlegd en laat ze nog maar eens horen hoe groot en bijzonder haar talent is.
De Nederlands-Koerdische muzikante Naaz behoort wat mij betreft tot het allerbeste dat de Nederlandse popmuziek te bieden heeft. Dat was al zo toen ze in 2018 haar eerste EP Bits of Naaz uitbracht en dat was nog steeds zo toen ze in 2023 haar debuutalbum Never Have I Ever afleverde.
Voor de release van dat debuutalbum keerde Naaz de muziekwereld enkele jaren de rug toe na een aantal nare ervaringen, maar gelukkig kroop het bloed waar het niet gaan kon en maakte ze met Never Have I Ever een van de mooiste, een van de meest persoonlijke en een van de meest indringende albums van de afgelopen jaren.
Sinds haar terugkeer in de muziek doet Naaz alles zelf en dat kan alle kanten op. Ze organiseerde zelf haar comebackconcert in Carré, trad op met een aantal orkesten, kletste zichzelf het voorprogramma van Lana Del Rey in, begon aan een boek en kondigde onlangs aan dat ze met opera aan de slag gaat. Gelukkig is ze ook haar liefde voor indiepop niet verloren, wat de afgelopen jaren indrukwekkende concerten opleverde en deze week de release van haar tweede album The Sky Knows I Exist, dat de komende tijd ook op een aantal podia zal worden vertolkt.
Het vinyl van The Sky Knows I Exist werd gisteren keurig op de dag van de release afgeleverd en sindsdien ben ik in de ban van het tweede album van Naaz. Iedereen die de tegenwoordig in Amsterdam woonachtige muzikante volgt, kent al een aantal van de tien songs op The Sky Knows I Exist. Het zijn songs die laten horen dat Naaz de afgelopen jaren wat dichter tegen de indiepop aan is gekropen, maar het is wel indiepop die het unieke stempel van Naaz bevat.
De Nederlands-Koerdische muzikante vertolkte op Never Have I Ever twee songs in het Koerdisch en dit waren de afgelopen jaren indrukwekkende hoogtepunten tijdens haar concerten. Op The Sky Knows I Exist kiest Naaz volledig voor het Engels, maar haar songs blijven in alle opzichten onderscheidend.
Dat ligt voor een belangrijk deel aan de stem van Naaz en aan haar manier van zingen. Ook op The Sky Knows I Exist is de zang van Naaz weer mooi en bijzonder en bovendien verrassend divers. De zang op het album zit vol gevoel, maar durft ook te experimenteren. Het is zang die mij weer direct wist te raken, waardoor The Sky Knows I Exist makkelijk boven de andere albums van het moment uitstijgt.
Naaz staat bekend om haar zeer persoonlijke teksten en deze zijn ook weer te horen op haar nieuwe album, dat net als Never Have I Ever een intiem album is. Naaz durft niet alleen te experimenteren met haar stem, maar ook met de muziek op haar nieuwe album. Eerder gaf ik aan dat de Amsterdamse muzikante wat is opgeschoven richting indiepop, maar het is wel indiepop die overloopt van avontuur.
Ik vind het nog lastig of zelfs onmogelijk om The Sky Knows I Exist te vergelijken met Never Have I Ever, want het album dat in 2023 mijn jaarlijstje aanvoerde is me zo ongelooflijk dierbaar. Ook de eerste kennismaking met het tweede album van Naaz is me echter uitstekend bevallen.
De zowel door indiepop als indiefolk beïnvloede songs op het album zijn stuk voor stuk typische Naaz songs en het zijn songs met een bijzondere energie en een enorme intensiteit. Naaz heeft inmiddels een flinke groep fanatieke fans, maar een muzikante van haar niveau verdient een nog veel groter publiek. Ik keek met torenhoge verwachtingen uit naar dit album en Naaz heeft me wederom niet teleurgesteld. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Gladie - No Need to Be Lonely (2026)
25 maart, 19:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Gladie - No Need To Be Lonely - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gladie - No Need To Be Lonely
Bands die zich laten inspireren door indierock uit de jaren ’90 zijn er in overvloed, maar er zijn er niet veel zo goed als Gladie, dat op No Need To Be Lonely ook een zeer geslaagde eigen draai geeft aan de invloeden uit het verleden
Ruim drie jaar geleden moest ik er nog even in komen bij beluistering van het tweede album van de Amerikaanse band Gladie, maar het deze week verschenen derde album van de band kwam direct aan als de spreekwoordelijke mokerslag. No Need To Be Lonely is voorzien van een ruwe en punky energie die zich direct opdringt, maar de band uit Philadelphia maakt op haar derde album ook indruk met catchy songs, fantastisch gitaarwerk en de onweerstaanbaar lekkere stem van frontvrouw Augusta Koch. No Need To Be Lonely walst direct vanaf de eerste noten over je heen met de ene na de andere geweldige rocksong en na twaalf tracks wil je alleen maar nog veel meer.
Aan het eind van 2022 verscheen Don’t Know What You’re in Until You’re Out van de Amerikaanse band Gladie. Het leek me op het eerste gehoor het zoveelste album dat wat fantasieloos teruggreep op de indierock uit de jaren ’90. Ik was in de jaren ’90 echt gek op indierock en heb stapels albums in het genre, waardoor bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van het genre van goeden huize moeten komen.
Ik schatte het tweede album van Gladie in eerste instantie niet zo hoog in, maar daar moest ik snel op terugkomen. De band uit Philadelphia, Pennsylvania, liet op Don’t Know What You’re in Until You’re Out niet alleen lekker in het gehoor liggende en behoorlijk aanstekelijke songs horen, maar deed ook verder alles goed.
Het gitaarwerk op het album was mooi en veelkleurig en ook de rest van de band liet een aansprekend geluid horen. De ster van de band bleek echter frontvrouw Augusta Koch, die niet alleen fraai bijdroeg aan het veelzijdige gitaargeluid van de band, maar met haar opvallende stem het geluid van Gladie bovendien flink optilde.
Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen derde album van de band uit Philadelphia. Ook op No Need To Be Lonely maakt Gladie geen geheim van haar bewondering voor indierock uit de jaren ’90. Gladie knalt er meteen lekker in met stevig en af en toe ontsporend gitaarwerk en de stem van Augusta Koch.
De Amerikaanse muzikante heeft een lekker rauw randje op haar stembanden en zingt met veel dynamiek. Ze heeft een achtergrond in de punk (ze voerde in het verleden de band Cayetana aan) en dat hoor je wanneer ze haar teksten met veel venijn uitspuugt. Vergeleken met het vorige album van Gladie is Augusta Koch echter beter gaan zingen, waardoor ze ook in de wat minder stevige passages op het album makkelijk overtuigt.
De stem van Augusta Koch tilde het tweede album van de Amerikaanse band naar een hoger plan en slaagt daar ook op No Need To Be Lonely in. Ik heb altijd wel een zwak voor de wat meisjesachtige stemmen uit de ’90s indierock, maar ook de rauwe strot van Augusta Koch pakt me genadeloos in.
De zang is ook dit keer het sterkste wapen van Gladie, maar het gitaarwerk van de band volgt op de voet. No Need To Be Lonely staat vol met hoge en gruizige gitaarmuren, maar het gitaarwerk op het album kan ook op geweldige wijze uit de bocht vliegen of juist opvallen door een dienend karakter. Af en toe is er ruimte voor melodieuzere passages, die herinneren aan J. Mascis van Dinosaur Jr., een band die ook op andere terreinen een inspiratiebron is voor Gladie.
Met een stem als die van Augusta Koch en het fraaie gitaarwerk van de band kan er eigenlijk weinig meer mis gaan, maar Gladie is ook nog eens goed voor geweldige songs. De band uit Philadelphia gooit er in een kleine veertig minuten twaalf tracks tegenaan en ze zijn allemaal even lekker.
No Need To Be Lonely is ook nog eens geweldig geproduceerd door Jeff Rosenstock, die ik eigenlijk alleen van naam ken, maar die het nieuwe album van Gladie heeft voorzien van een vol en dynamisch geluid. No Need To Be Lonely knalt af en toe uit de speakers, maar Gladie durft op haar nieuwe album ook gas terug te nemen en weet ook dan te overtuigen. Wat een heerlijk album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Selah Sue & The Gallands - Movin' (2026) 4,0
25 maart, 15:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Selah Sue & The Gallands - Movinb' - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Selah Sue & The Gallands - Movinb'
Een min of meer toevallige samenwerking tussen het Belgische duo The Gallands en de eveneens Belgische Selah Sue levert een sterk album op, waarop Selah Sue eindelijk weer eens haar enorme talent laat horen
Ik luisterde eerder deze week weer eens naar het debuutalbum van de destijds nog piepjonge Selah Sue en wat is het nog altijd een geweldig album. Het niveau van haar debuutalbum heeft de Belgische muzikante helaas nooit meer weten te evenaren en op haar laatste album leek ook het vuur wat gedoofd, maar dit brandt gelukkig weer op het deze week verschenen Movin’. Samen met het duo The Gallands tekent Selah Sue voor een even lome als opwindende mix van soul, R&B en jazz. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar ik hoor ook weer het vuur in de stem van Selah Sue, die geweldig zingt. Selah Sue is door velen al lang afgeschreven, maar op Movin’ hoor je dat ze het nog steeds kan.
Het is bijna op de dag af vijftien jaar geleden dat het debuutalbum van de Belgische zangeres Selah Sue verscheen. Het alter ego van Sanne Putseys timmerde op dat moment al een jaar of drie aan de weg bij onze zuiderburen, maar voor mij kwam het debuutalbum van de destijds pas 21 jaar oude Selah Sue als een donderslag bij heldere hemel.
Het titelloze album uit 2011 was en is een fantastisch album, waarop Selah Sue niet alleen overtuigt als zangeres, maar ook laat horen dat ze in heel veel genres uit de voeten kan. Met een album van dit kaliber had Selah Sue wat mij betreft kunnen of zelfs wel moeten uitgroeien tot een wereldster, maar het liep anders.
De Belgische muzikante nam lang de tijd voor haar tweede album Reason, dat in het voorjaar van 2015 verscheen. Het album liet een wat meer mainstream en aanmerkelijk minder spannend geluid horen dan haar debuutalbum, maar wat mij betreft zat Selah Sue nog wel aan de goede kant van de streep.
Na haar tweede album nam de Belgische muzikante tijd voor het moederschap en worstelde ze met depressies, waardoor haar derde album pas in 2022 verscheen. Persona vond ik persoonlijk een enorme miskleun, die niets meer liet horen van de belofte van het debuutalbum.
Selah Sue overtuigde zelf nog wel met haar stem en teksten waarin ze persoonlijke thema’s niet uit de weg ging, maar in muzikaal opzicht klonk het album weinig inspirerend en nogal doorsnee. Selah Sue werkte op haar derde album bovendien samen met een aantal rappers die er niet veel van konden, wat het album flink onder de grens van de grauwe middelmaat trok.
Sanne Putseys wordt later dit voorjaar 37 jaar oud en liet op een vorig jaar verschenen live-album horen dat er nog altijd muziek zit in Selah Sue. Desondanks had ik geen hoge verwachtingen van een nieuw album, maar het deze week verschenen Movin’ is een zeer aangename verrassing.
Op Movin’ werkt Selah Sue samen met The Gallands, een Belgisch duo dat bestaat uit Stéphane Galland op drums en zijn zoon Elvin Galland op keys. Een als eenmalige bedoelde samenwerking tussen het duo en Selah Sue bleek naar meer te smaken en daarom is er nu een album met intro en tien tracks.
The Gallands doen op Movin’ hun eigen ding, maar voor Selah Sue is het een flinke stap buiten haar muzikale comfort zone. Natuurlijk was dit vijftien jaar geleden haar kracht, maar dat is lang geleden. Op Movin’ laat Selah Sue horen dat haar talent niet is verdwenen. De Belgische muzikante schittert als zangeres en weet me voor het eerst sinds haar debuutalbum weer echt te raken met haar stem.
Het is een stem die zich soepel beweegt door het lome en wat broeierige geluid van The Gallands, die de inspiratie vooral vinden in de jazz, soul en R&B, met hier en daar een snufje triphop. Het door keyboards gedomineerde geluid kleurt mooi bij de inmiddels wat doorleefder klinkende stem van Selah Sue, die samen met de stuwende drumpartijen zorgt voor dynamiek.
Het is heerlijke muziek voor een mooie zomeravond, maar het is ook een onvervalst koptelefoon-album dat zowel in muzikaal als vocaal opzicht veel te bieden heeft. Het siert Selah Sue dat ze een in commercieel opzicht minder interessante keuze durft te maken, maar Movin’ is ook een album waarmee de Belgische muzikante iedereen die is afgehaakt na haar tweede of zelfs na haar eerste album weer kan overtuigen van haar kwaliteiten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Richard Bolhuis - We Are Guided by the Same Stars (2026) 4,0
24 maart, 16:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Richard Bolhuis - We Are Guided by the Same Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Richard Bolhuis - We Are Guided by the Same Stars
De albums die de Groningse muzikant Richard Bolhuis maakte onder de naam House of Cosy Cushions zijn echt zeer de moeite waard en dat geldt ook weer voor het onder zijn eigen naam uitgebrachte We Are Guided by the Same Stars
Er verscheen de afgelopen tijd geen album dat mooier is verpakt dan We Are Guided by the Same Stars van Richard Bolhuis, die ook als kunstenaar aan de weg timmert. Ook in muzikaal opzicht valt er gelukkig meer dan genoeg te genieten op het eerste album dat de vanuit Groningen opererende muzikant onder zijn eigen naam heeft uitgebracht. Met zijn project House of Cosy Cushions maakte hij toegankelijke en minder toegankelijke muziek, maar We Are Guided by the Same Stars is over het algemeen een behoorlijk toegankelijk album, al is ‘toegankelijk’ in het geval van Richard Bolhuis een relatief begrip. Na een paar keer horen valt echter alles op zijn plek op dit bijzondere album.
Richard Bolhuis is een Brits-Nederlandse beeldend kunstenaar en muzikant, die de afgelopen jaren vooral de aandacht trok met de audiovisuele installaties waarmee hij exposeerde in een aantal toonaangevende musea in binnen- en buitenland. Ik ken hem zelf vooral als muzikant, want Richard Bolhuis maakte een aantal bijzondere albums met zijn Nederlands-Ierse project House of Cosy Cushions, waarvan ik de laatste drie besprak op De Krenten uit de Pop.
Het album Haunt Me Sweetly was in 2012 mijn eerste kennismaking met de muziek van House of Cosy Cushions en ik vind het nog altijd een prachtig album. De psychedelische klanken op het album deden me wel wat denken aan het vroege werk van Pink Floyd, maar ik noemde ook Low en Sparklehorse als relevant vergelijkingsmateriaal.
In mijn recensie van Spell uit 2014 noemde ik wederom Pink Floyd in haar jonge jaren, maar ook Genesis met Peter Gabriel in de gelederen en David Sylvian. Spell was echter nog meer dan Haunt Me Sweetly een lastig te doorgronden maar ook wonderschoon album, dat zich uiteindelijk lastig liet vergelijken met de muziek van anderen.
Ook het vooral met bijzondere soundscapes gevulde Underground Bliss uit 2018 is een album dat zeker bij eerste beluisteringen lastig te doorgronden was, maar dat me uiteindelijk dierbaar werd. Lange tijd hoorde ik na dit album niets meer van Richard Bolhuis, maar onlangs leverde de postbode het bijzonder fraai vormgegeven We Are Guided by the Same Stars af.
Het is het eerste album dat de Groningse muzikant onder zijn eigen naam heeft uitgebracht en het is net als de albums van House of Cosy Cushions een bijzonder album. Dat begint al bij de prachtige handgemaakte en gezeefdrukte hoes waarin het vinyl is te vinden, maar ook in muzikaal opzicht is We Are Guided by the Same Stars een mooi en bijzonder album.
Zeker vergeleken met het laatste album van House of Cosy Cushions is het nieuwe album van Richard Bolhuis een verrassend toegankelijk album. Veel songs op We Are Guided by the Same Stars hebben een folky basis en zijn voorzien van relatief sobere klanken. Richard Bolhuis kiest in deze songs voor stemmige en akoestische klanken van vooral de akoestische gitaar, die fraai worden gecombineerd met zijn stem.
Het is een stem die in meerdere tracks prachtig wordt ondersteund door de Ierse muzikante Carol Anne McGowan, die ook een aantal mooie soloalbums op haar naam heeft staan. Ook de folky songs op het album hebben een psychedelisch tintje, maar dit is duidelijker hoorbaar wanneer de songs opschuiven richting deels met elektronica ingekleurde soundscapes.
We Are Guided by the Same Stars is een album dat uitnodigt tot wegdromen, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen en dat mooier en interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. De naam Richard Bolhuis is helaas nog altijd relatief onbekend in muziekland, maar de Groningse kunstenaar en muzikant levert ook met zijn nieuwe album weer in kwalitatief opzicht hoogstaande muziek af.
Vergelijken met de muziek van anderen is ook dit keer lastig. Ik hoor nog met enige regelmaat flarden van Pink Floyd, maar net als op de albums van House of Cosy Cushions maakt Richard Bolhuis op We Are Guided by the Same Stars muziek die op zichzelf staat. Het levert wederom een fascinerend album op, dat absoluut de tijd moet krijgen om te groeien. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Leah Blevins - All Dressed Up (2026) 4,0
23 maart, 15:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Leah Blevins - All Dressed Up - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Leah Blevins - All Dressed Up
De Amerikaanse muzikante Leah Blevins heeft samen met topproducer Dan Auerbach een countryalbum gemaakt vol echo’s uit de jaren ’70, maar All Dressed Up klinkt ook absoluut fris en eigentijds
Het debuutalbum van Leah Blevins wist ik in 2021 niet op de juiste waarde te schatten, maar de muzikante uit Kentucky overtuigde me later alsnog van haar kwaliteiten. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker met haar deze week verschenen tweede album All Dressed Up, dat werd geproduceerd door niemand minder dan Dan Auerbach. De Amerikaanse producer zorgt vaak voor een jaren ’70 sfeer en dat doet hij ook op het tweede album van Leah Blevins, dat onder andere herinnert aan de albums van de grote countryzangeressen uit de jaren ’70. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar de voor countrymuziek gemaakte stem van Leah Blevins geeft het album een eigen smoel.
In de zomer van 2021 verscheen First Time Feeling van Leah Blevins. Toen ik het debuutalbum van de muzikante uit Sandy Hook, Kentucky, bijna vijf jaar geleden voor het eerst beluisterde, vond ik met name de zang net wat te veel van het goede, waardoor ik het album links liet liggen. Daar heb ik later spijt van gehad, want First Time Feeling van Leah Blevins is een album dat me uiteindelijk wel goed beviel en dat was ook zeker de verdienste van de bijzondere stem van de muzikante die werd geboren aan de voet van de Appalachen.
Ik kan mijn verkeerde inschatting van de kwaliteiten van Leah Blevins deze week rechtzetten, want bijna vijf jaar na haar in de Verenigde Staten goed ontvangen debuutalbum, is ook haar tweede album verschenen. De stem van Leah Blevins ken ik inmiddels en ik begrijp echt niet meer dat ik in het verleden niet onder de indruk was van haar zang. De muzikante uit Kentucky beschikt immers over een stem die gemaakt is voor countrymuziek.
Het is een stem met een ruw randje en het is een stem waarin de countrysnik al zit ingebakken. Daar was ik in het verleden kennelijk minder vatbaar voor, maar bij eerste beluistering van haar nieuwe album All Dressed Up had Leah Blevins me direct te pakken, net zoals bijvoorbeeld Sierra Ferrell dat kan. Vergeleken met haar debuutalbum is Leah Blevins ook beter gaan zingen, want de zang op haar tweede album is wat minder zwaar aangezet en klinkt hierdoor aangenamer.
Ik had in 2021 niet alleen de zang van Leah Blevins verkeerd ingeschat, want ik duwde haar debuutalbum ook wat te makkelijk in het hokje Nashville countrypop. Ook All Dressed Up bevat zeker invloeden uit de pop, maar het album klinkt anders dan het gemiddelde countrypop album dat momenteel wordt gemaakt in Nashville.
Leah Blevins nam haar nieuwe album wel op in de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek, maar deed dit met niemand minder dan Dan Auerbach. De voorman van The Black Keys heeft in zijn producties meestal een voorkeur voor muziek uit de jaren ’70 en zijn voorliefde voor muziek uit dit decennium is ook te horen op All Dressed Up van Leah Blevins.
Het album klinkt immers meer als een countryalbum uit de jaren 70 dan als een countrypop album van dit moment. Bij beluistering van All Dressed Up hoor je echo’s van de grote countryzangeressen uit de jaren 70 en zeker Dolly Parton heeft flink wat invloed gehad op het geluid van Leah Blevins, maar je hoort ook invloeden van countryzangeressen uit een verder verleden of invloeden uit de popmuziek van de jaren 70.
Ik ben zeker niet vies van de moderne countrypop uit Nashville, maar ook het wat authentiekere countrygeluid van de muzikante uit Kentucky spreekt me zeer aan. Dan Auerbach tekent voor een fraaie wat retro productie en nodigde bovendien een waslijst aan muzikanten uit, deels van naam en faam, die goed zijn voor een rijk, veelkleurig en ook gloedvol geluid, met alle instrumenten die je verwacht op een tijdloos klinkend countryalbum.
Het album overtuigde me in productioneel en muzikaal opzicht onmiddellijk, maar het is de stem van Leah Blevins die All Dressed Up voorziet van een onderscheidend geluid. Ze kan flink uithalen met haar countrysnik, maar ze kan ook prachtig ingetogen zingen. Ik zat vijf jaar geleden echt flink mis met mijn inschatting van de kwaliteiten en de potentie van Leah Blevins, maar op basis van haar tweede album voorspel ik haar alsnog een grote toekomst. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Elvis Presley - From Elvis in Memphis (1969) 5,0
22 maart, 19:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: From Elvis in Memphis (1969) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: From Elvis in Memphis (1969)
De carrière van Elvis Presley kende enorm hoge pieken en angstaanjagend diepe dalen, maar afschrijven kon je hem nooit, wat onder andere bleek in 1969, toen hij het in alle opzichten fantastische From Elvis in Memphis afleverde
Ik weet niet meer wie me ooit wees op From Elvis in Memphis, maar de dankbaarheid voor deze tip is nog altijd immens groot. Op het album uit 1969 hoor je Elvis Presley in grootse vorm en het is wat mij betreft zijn beste album. Voor dit album toog de legendarische muzikant naar Memphis, waar hij gezelschap kreeg van een flink aantal geweldige muzikanten. Op From Elvis in Memphis wordt Elvis Presley in muzikaal opzicht het diepe zuiden van de Verenigde Staten ingetrokken. Het is een album waarop soul domineert, maar het is wel soul zoals alleen Elvis die kan maken. Het album is in muzikaal opzicht groots, maar de ster op het album is Elvis, die laat horen waarom hij de eretitel ‘The King’ verdiende.
We hadden vroeger thuis een dubbel-LP van Elvis Presley. Het was een vaag verzamelalbum van het soort waar er heel veel van zijn, maar de twee LP’s boden een mooie dwarsdoorsnede van het werk van Elvis, die toen ik het album leerde kennen al in de nadagen van zijn carrière zat en spoedig zou overlijden.
Toen ik jaren later wat serieuzer in het werk van Elvis Presley dook, kwam ik al snel tot de conclusie dat het verzamelalbum dat we thuis hadden zo gek nog niet was. Ik kwam in de uitverkoopbakken wel eens een LP van Elvis tegen, maar die bleken vrijwel zonder uitzondering enorm tegen te vallen. Mijn mening over het oeuvre van Elvis Presley veranderde pas nadat ik zijn titelloze debuutalbum uit 1956 had gehoord. Er is echter één Elvis Presley album dat me bij eerste beluistering compleet van mijn sokken blies en dat nog steeds doet.
De carrière van Elvis Presley was halverwege de jaren ‘60 wat ingekakt. De albums die hij halverwege de jaren ‘60 maakte zijn echt van een bedroevend niveau, maar Elvis werkte aan een comeback. Een geweldig tv-optreden zette hem in 1968 weer op de kaart als rock ’n roll muzikant, maar de echte muzikale revanche kwam wat mij betreft in 1969, toen het album From Elvis in Memphis verscheen.
Ik ken inmiddels flink wat albums van de legendarische Amerikaanse muzikant, maar From Elvis in Memphis torent er wat mij betreft mijlenver bovenuit. In de voorgaande jaren was de filmstudio voor Elvis belangrijker dan de muziekstudio en dat hoorde je. Voor From Elvis in Memphis keerde de Amerikaanse muzikant terug naar Memphis, waar hij acht jaar later ook zijn laatste rustplaats zou vinden.
Elvis dook de studio in met producer Chips Moman, die een heel leger aan muzikanten rekruteerde. De meeste muzikanten op het album maakten deel uit van The Memphis Boys, de huisband van de American Sound Studios in Memphis en het waren vooral muzikanten die goed uit de voeten konden met soul. Dat hoor je op From Elvis in Memphis, dat een van de beste (blue-eyed) soulalbums is dat ik ken.
Elvis had niet altijd een goede neus voor het selecteren van de juiste songs voor zijn albums, maar de selectie die hij maakte voor From Elvis in Memphis is twaalf tracks (en op reissues nog wat extra tracks) raak. Dat het album zo goed is ligt deels aan de geweldige songs, maar wat mij betreft vooral aan de muziek en de zang op het album.
De muzikanten op From Elvis in Memphis nemen genoegen met een rol op de achtergrond, maar spelen ondertussen wel weergaloos. De orgels treden nooit op de voorgrond maar zijn er altijd, de gitaarakkoorden komen heel af en toe maar wel prachtig op de voorgrond en de ritmesectie doet wat een ritmesectie moet doen. Ook de achtergrondzangeressen zijn er steeds op het juiste moment en hetzelfde geldt voor de strijkers en de blazers.
Er zit verschrikkelijk veel energie in de mix van rock ’n roll, country en vooral soul, maar er is ook alle ruimte voor de stem van Elvis Presley. Er zijn momenteel niet veel zangers die klinken als Elvis en als ze er zijn zitten ze in de wat kitscherige genres, maar wat Elvis Presley met zijn stem laat horen op From Elvis in Memphis is groots. De uptempo songs zijn meeslepend, de ballads snijden door de ziel. Elvis wordt bijna vijftig jaar na zijn veel te vroege dood nog vooral geassocieerd met zijn hits, maar op From Elvis in Memphis hoor je hem in absolute topvorm. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Aubrie Sellers - Attachment Theory (2026) 4,0
22 maart, 10:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Aubrie Sellers - Attachment Theory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Aubrie Sellers - Attachment Theory
De uit Nashville, Tennessee, afkomstige Aubrie Sellers maakte op haar eerste twee albums door behoorlijk stevige gitaren gedomineerde countrymuziek, maar slaat op haar na een aantal jaren van stilte verschenen derde album nieuwe wegen in
Ik weet niet wat de Amerikaanse muzikante Aubrie Sellers de afgelopen vijf jaar heeft gedaan, maar ze heeft in ieder geval geen nieuwe muziek uitgebracht. Deze week verscheen wel een nieuw album van haar hand en Attachment Theory is een interessant album. Aubrie Sellers stond tot dusver te boek als countryzangeres, maar op haar nieuwe album spelen invloeden uit de countrymuziek nauwelijks een rol. Het door synths en gitaren gedomineerde geluid gaat wat meer richting rock, maar klinkt wel bijzonder. Het is bovendien een geluid dat prachtig kleurt bij de mooiste stem van de Amerikaanse muzikante, die een zeer overtuigend album heeft afgeleverd.
De Amerikaanse muzikante Aubrie Sellers is inmiddels een vaste gast op De Krenten uit de Pop. Ik besprak haar debuutalbum New City Blues uit 2016, opvolger Far From Home uit 2020 en het samen met Jade Jackson onder de naam Jackson+Sellers gemaakte Breaking Point uit 2021.
Met name op haar twee soloalbums greep Aubrie Sellers verrassend vaak naar behoorlijk stevige gitaren, waardoor ze een stuk pittiger klonk dan de meeste countrypop zangeressen uit Nashville en hier en daar zelfs het label ‘garage country’ kreeg opgeplakt. Ook het album met Jade Jackson was zeer aansprekend en liet wat mij betreft horen dat beide dames klaar waren voor grote volgende stappen in hun carrière.
Het is een voorspelling die de afgelopen jaren helaas niet is uitgekomen, want van Jade Jackson en Aubrie Sellers werd sinds hun inmiddels vijf jaar oude gezamenlijke album niets meer vernomen. Aubrie Sellers maakt deze week een einde aan de stilte met de release van haar derde album Attachment Theory.
Ik had wel weer zin in de door stevig gitaarwerk gedomineerde countrysongs van de muzikante uit Nashville, die overigens de dochter is van Lee Ann Womack. De stevige gitaren duiken direct in de openingstrack van Attachment Theory op, maar Subatomic is heel ver verwijderd van de muziek die Aubrie Sellers maakte op haar eerste twee albums.
De openingstrack van het derde album van Aubrie Sellers opent met wat zweverige en door elektronica gedomineerde klanken. Het deed me in combinatie met de heldere stem van Aubrie Sellers wel wat denken aan Kacey Musgraves en dat is voor mij altijd goed. Naarmate de track vordert nemen de gitaren het over en deze mogen nog wat meer ontsporen dan op de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante.
Dat het verder weinig met deze eerste twee albums te maken heeft ligt aan het feit dat Aubrie Sellers de country dit keer grotendeels achter zich heeft gelaten. Attachment Theory verwerkt vooral invloeden uit de pop en de rock, al ken ik geen pop- of rockalbums die zo klinken als het nieuwe album van Aubrie Sellers. De Amerikaanse muzikante noemt in een interview een aantal albums van Radiohead als belangrijke inspiratiebron. Dat hoor ik er nog niet direct in terug, maar ik vind het nieuwe geluid van Aubrie Sellers absoluut aansprekend.
Ondanks het feit dat Kacey Musgraves nog nooit de muziek heeft gemaakt die Aubrie Sellers laat horen op Attachment Theory heb ik met grote regelmaat Kacey Musgraves vibes bij beluistering van het album en dat vind ik een groot compliment voor het album. De muzikante uit Nashville heeft niet zo’n engelenstem als Kacey Musgraves, maar ze zingt op haar nieuwe album echt heel mooi.
Zeker wanneer atmosferische en beeldende klanken domineren zweeft de stem van Aubrie Sellers fraai door de ruimte. Wegdromen is dan niet ver weg, maar scheurende gitaren liggen altijd op de loer. En net als je het niet verwacht drijft ook weer een wolkje country over en hoor je met welke muziek Aubrie Sellers is opgegroeid.
Een gebroken hart inspireerde Aubrie Sellers tot haar nieuwe album en het resultaat mag er zijn. Met Attachment Theory vindt de muzikante uit Nashville zichzelf op bijzondere wijze opnieuw uit. Ik ben zeer gesteld op haar eerste twee albums, maar het derde album mag er ook zeker zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Olive Jones - For Mary (2026) 4,0
20 maart, 19:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Olive Jones - For Mary - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Olive Jones - For Mary
Er is momenteel geen gebrek aan goede Britse zangeressen, maar op basis van haar jazzy en soulvolle debuutalbum For Mary sla ik Olive Jones uit Londen net wat hoger aan dan de meeste van haar concurrenten
Ik kwam het debuutalbum van Olive Jones bij toeval tegen tussen de stapel albums van de afgelopen week, maar het bleek al snel de perfecte soundtrack bij het heerlijke lenteweer van het moment. De muziek van de Britse muzikante klinkt echt bijzonder lekker, zeker in combinatie met de warme lentezon. Omdat het zo lekker klonk bleef ik luisteren, om vervolgens te horen dat het ook met de kwaliteit van het album wel goed zit. Olive Jones is een getalenteerd gitariste, maar ze imponeert op For Mary vooral met haar mooie stem, die zowel soulvol als jazzy kan klinken.
“Wow, wat klinkt dit lekker” was mijn eerste gedachte toen het debuutalbum van de Britse muzikante Olive Jones door de speakers kwam. Het is een gedachte die aanhield bij beluistering van de rest van het album, maar waar ik de openingstrack van het album nog wat gewoontjes vond klinken, raakte ik bij beluistering van de rest van het album steeds meer onder de indruk van het debuutalbum van Olive Jones.
De muzikante uit Londen beschikt over meerdere talenten. Ze is om te beginnen een uitstekende zangeres. De stem van Olive Jones is warm, maar ook soulvol, jazzy en zwoel. Het is een stem die uitnodigt tot luieren in de zon en die het oor aangenaam streelt, maar de zang op For Mary, want zo heet het debuutalbum van Olive Jones, is ook van hoge kwaliteit.
Het is een stem die in de wat meer jazzy songs op het album erg lijkt op die van Norah Jones en dat vind ik een groot compliment. In de songs met meer invloeden uit de soul kruipt Olive Jones wat dichter tegen Olivia Dean aan en ook dat is vergelijkingsmateriaal waarmee je thuis kunt komen. Olive Jones zingt op haar debuutalbum met veel souplesse en precisie, maar ik hoor in haar stem ook de emotie die nodig is om de luisteraar te raken.
Ik was eigenlijk direct onder de indruk van de zang op het eerste album van Olive Jones, maar haar stem groeit ook nog even door wanneer je het album wat vaker beluistert, vooral omdat de Britse muzikante echt prachtig kan doseren, wat haar songs voorziet van rust en dynamiek.
Olive Jones is niet alleen een uitstekende zangeres, maar ook een getalenteerde gitariste. Zeker in de wat subtieler ingekleurde songs treden de fraaie gitaarakkoorden makkelijk op de voorgrond en dragen ze bij aan het eigen geluid van Olive Jones. De muziek op For Mary is vooral warm, verleidelijk, zomers en sfeervol, maar de fraaie gitaarakkoorden voorzien de muziek op het album van aangename scherpe randjes, al zijn het wel subtiele scherpe randjes.
Door de vergelijking met Norah Jones en Olivia Dean zal al duidelijk zijn dat Olive Jones zich vooral op het terrein van de jazz, soul en pop beweegt en daarmee hebben we inderdaad wel de belangrijkste ingrediënten van de songs op For Mary te pakken. Incidenteel hoor ik ook nog wel wat bluesy accenten, maar dat is niet de hoofdmoot op het album.
Veel songs op het album klinken lekker loom en aangenaam broeierig, maar Olive Jones varieert met het tempo van haar songs en varieert de inkleuring van haar songs ook behoorlijk. Dat is niet onbelangrijk, want zonder deze variatie zou For Mary de aandacht waarschijnlijk minder makkelijk vasthouden.
For Mary is ook nog eens een album waarop plaats is voor zowel invloeden uit het heden als het verleden. Soms klinkt het album als een vergeten soulalbum van een aantal decennia geleden, maar For Mary kan ook mee met de soulvolle en licht jazzy popalbums van het moment.
Zelf heb ik een voorkeur voor de wat meer ingetogen jazzy popsongs op het album, maar ook als Olive Jones het tempo wat opvoert houdt ze een voldoende hoog niveau vast. Ik volg de lijstjes met beloften voor de toekomst niet zo, maar vermoed dat Olive Jones hier, zeker in het Verenigd Koninkrijk, al een tijdje op staat. En als dat niet zo is, is het de hoogste tijd om haar toe te voegen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ora Cogan - Hard Hearted Woman (2026) 4,0
20 maart, 17:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ora Cogan - Hard Hearted Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ora Cogan - Hard Hearted Woman
Hard Hearted Woman is vreemd genoeg mijn eerste kennismaking met de muziek van de Canadese muzikante Ora Cogan, maar haar bijzondere en zwaar psychedelische songs smaken absoluut naar meer
Hard Hearted Woman van Ora Cogan is een album dat je tien songs lang vastgrijpt en benevelt. Het is een album dat door de psychedelische klanken wat ongrijpbaar blijft en dat geldt ook voor de zang van de Canadese muzikante. Het is een album dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen, maar als je het probeert zal psychedelica in ieder geval deel uit moeten maken van het label. Hard Hearted Woman is een album dat makkelijk verleidt, maar het is ook een album waarop je maar nieuwe dingen blijft horen. Ora Cogan timmert inmiddels al heel wat jaren aan de weg en is volgens mij vrij onbekend, maar verdient met haar nieuwe album absoluut een breder publiek.
Ik had tot voor kort een blinde vlek voor de muziek van de Canadese muzikante Ora Cogan. Van de op Vancouver Island woonachtige muzikante staan op de streamingdiensten maar liefst zes albums en op haar bandcamp-pagina staan er nog twee meer. Ora Cogan brengt inmiddels een kleine twintig jaar albums uit, maar ik had tot deze week nog nooit naar haar muziek geluisterd.
Dat weet ik echt zeker, want als ik wel naar haar albums had geluisterd waren deze zeker terecht gekomen op De Krenten uit de Pop. De Canadese muzikante heeft immers een aantal albums gemaakt die perfect in mijn muzikale straatje passen. Ora Cogan beschikt over een mooie en karakteristieke stem, schrijft songs die zich redelijk makkelijk opdringen maar niet voor de gemakkelijkste weg kiezen, maakt muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen en kleurt haar songs ook nog eens op mooie en avontuurlijke wijze in.
Met het deze week verschenen nieuwe album trok Ora Cogan wel direct mijn aandacht, waardoor ik er opeens acht hele mooie albums bij heb. Ik heb nog niet alle albums van de Canadese muzikante beluisterd, maar durf al wel te concluderen dat het deze week verschenen Hard Hearted Woman zeker niet onderdoet voor de vorige albums van Ora Cogan.
Ook op haar nieuwe album trekt ze direct de aandacht met haar mooie stem. Het is een bijzondere stem, die niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar zelf heb ik wel wat met de stem van Ora Cogan, die iets bezwerends heeft. Dat bezwerende heeft ook haar muziek, die in recensies vaak als ‘haunting’ wordt beschreven. Het is muziek die ook meestal wordt beschreven als folk, maar ik hoor ook veel invloeden uit de psychedelische muziek, waardoor ik er zelf psychedelische folk van zou maken. Door de invloeden uit de psychedelica heeft Hard Hearted Woman af en toe een typisch jaren 60-sfeertje, maar het album sluit ook aan bij de psychedelische folk van het moment.
Het nieuwe album van Ora Cogan werd opgenomen in het Canadese Nanaimo in British Columbia, dat Ora Cogan zelf Twin Peaks-like noemt. Het is daarom een perfecte locatie voor haar muziek, want de muziek van Ora Cogan heeft niet alleen iets bezwerends, maar ook iets mysterieus of zelfs spookachtig.
De stem van Ora Cogan is vaak sfeerbepalend op Hard Hearted Woman, maar ook in muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het album. De muziek op het album is zowel beeldend als zweverig, maar ondertussen wordt er ook geweldig gespeeld op het album, dat vol staat met wolken gitaren, atmosferische synths en diepe bassen. Hard Hearted Woman ontworstelt zich hierdoor vrijwel continu aan het label folk, maar ik vind labels als dreampop nog net wat minder goed passen.
Ik vind het nieuwe album van Ora Cogan een echt koptelefoonalbum, want haar muziek bestaat uit veel lagen en deze vloeien op bijzondere wijze samen. Het woord luistertrip wordt makkelijk gebruikt, maar het in muzikaal opzicht fascinerende Hard Hearted Woman is er zeker een.
Het doet me af en toe wel wat denken aan Mazzy Star, een van mijn favoriete bands, maar de stem van Ora Cogan klinkt totaal anders dan die van Hope Sandoval en bovendien klonk Mazzy Star niet vaak zo donker en psychedelisch als Ora Cogan op haar nieuwe album. Wat ben ik blij dat ik haar muziek eindelijk heb ontdekt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Grace Givertz - Midnight Feature (2026) 4,0
19 maart, 20:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Grace Givertz - Midnight Feature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Grace Givertz - Midnight Feature
Ik had nog niet eerder kennis gemaakt met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Grace Givertz, maar alles dat de muzikante uit Boston laat horen op het deze week verschenen album Midnight Feature is even mooi en indrukwekkend
De meeste omschrijvingen die muzikanten voor zichzelf hebben bedacht op de diverse sociale media vind ik niet heel treffend, maar de wijze waarop de Amerikaanse muzikante Grace Givertz zichzelf typeert is wat mij betreft raak. “Grace Givertz is a Boston based indie folk singer songwriter. With a large voice packed into a tiny body, Grace pairs her witty and honest lyrics with various instruments to bring a refreshing sound to folk.” Het is een prima omschrijving van de muziek die is te horen op het deze week verschenen Midnight Feature. Het is een album dat me in alle opzichten heeft verrast. De muziek is echt prachtig, de songs van Grace Givertz zijn indringend en avontuurlijk en ze zingt ook nog eens met veel gevoel. Het levert een prachtig album op.
Midnight Feature van de Amerikaanse singer-songwriter Grace Givertz is verschenen in een week met echt heel veel interessante nieuwe albums. Het album van de nog vrij onbekende muzikante dreigt daarom wat tussen wal en schip te vallen en dat zou heel jammer zijn, want het is een uitstekend en wat mij betreft onderscheidend album. Ook bij mij stond Midnight Feature niet direct op de radar, maar langzaam maar zeker wist de muzikante uit Boston me te overtuigen met haar mooie en indringende muziek.
Grace Givertz bracht in 2019 haar debuutalbum Year Of The Horse uit en komt pas zeven jaar later met haar tweede album. De Amerikaanse muzikante kreeg in 2017 een ernstig ongeluk, waarvan het herstel meerdere jaren duurde en in die periode was gitaar spelen en zingen niet altijd mogelijk. Op Midnight Feature zit Grace Givertz nog deels in deze voor haar zware periode, wat donkere tinten toevoegt aan haar muziek en haar teksten, die ook gaan over relaties en het opereren als zwarte muzikante in de vooral witte folkscene van Boston.
De muzikante uit Boston, die nog wel altijd last heeft van chronische pijn, omschrijft haar muziek zelf als folk, maar ik vind Midnight Feature geen moment een doorsnee folkalbum. Bij een doorsnee folkalbum denk ik in eerste instantie aan vrij sobere klanken met een hoofdrol voor de akoestische gitaar. Dat is misschien een vrij stereotiep beeld, maar het is ook een beeld dat nog altijd vaak op gaat.
Ook de songs van Grace Givertz hebben soms genoeg aan relatief sobere klanken van de banjo en de gitaar van de Amerikaanse muzikante, maar Midnight Feature laat het grootste deel van de tijd een opvallend mooi en bijzonder geluid horen. De singer-songwriter uit Boston heeft zich op haar tweede album omringd met flink wat muzikanten, die samen goed zijn voor een geluid dat opvalt. Naar verluidt koos ze alleen voor muzikanten van kleur, muzikanten met een handicap of muzikanten uit de LHBTIQ+ gemeenschap, groepen waarvan ze zelf ook deel uitmaakt, een bijzonder detail.
Er komen uiteindelijk flink wat instrumenten voorbij op het album, maar deze worden niet allemaal tegelijk ingezet. In de meeste songs staat een van de instrumenten centraal en voegen de andere instrumenten subtiele versiersels toe. Ik vind met name de vioolbijdragen op het album heel mooi, maar in iedere song op het album valt wel weer een ander instrument op. Het levert een folky geluid op, maar Midnight Feature bevat ook zeker invloeden uit andere genres.
De muziek op het album is prachtig, maar ik vind de zang van Grace Givertz nog indrukwekkender. Ze beschikt om te beginnen over een hele bijzondere stem, die Midnight Feature voorziet van een duidelijk eigen geluid. Grace Givertz zingt bovendien met veel passie en emotie, waardoor haar stem echt binnenkomt. De impact van haar stem wordt nog wat groter door de persoonlijke teksten op het album.
Ik ben echt onder de indruk van de muziek en de zang op het album, maar ik ben ook onder de indruk van de songs van Grace Givertz. Het zijn songs die makkelijk onder de huid kruipen dankzij de emotionele lading, maar het zijn ook songs die de fantasie prikkelen, zeker wanneer ze zijn voorzien van een fraai beeldend geluid.
Helaas is Midnight Feature van Grace Givertz een beetje ondergesneeuwd in het releasegeweld van de afgelopen week, maar ik weet zeker dat dit album in brede kring op sympathie moet kunnen rekenen. Ga vooral eens luisteren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Morgan Nagler - I've Got Nothing to Lose, and I'm Losing It (2026) 4,5
18 maart, 20:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morgan Nagler - I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Morgan Nagler - I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It
Het is overvol binnen de indierock van het moment, maar met het geweldige I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It levert Morgan Nagler een debuutalbum af dat haar in één klap schaart onder de smaakmakers in het genre
Dat Morgan Nagler goede songs kan schrijven bewees de muzikante uit Los Angeles al eerder met de songs die ze voor anderen schreef, maar ook haar debuutalbum I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It staat er vol mee. Het is een album dat zowel uit de voeten kan met indierock als met indiefolk en indiepop en het is een album dat vol staat met direct aansprekende songs. Het knappe van het debuutalbum van Morgan Nagler is ook dat ze volledig zichzelf blijft en songs kan schrijven die op hetzelfde moment hopeloos aanstekelijk en volstrekt eigenzinnig zijn. Zomaar een van de grote indie-albums van het moment, wat een verrassing.
Ik had tot vorige week nog nooit van Morgan Nagler gehoord. Dat is ook niet zo gek, want het deze week verschenen I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is haar debuutalbum. Toch timmert de muzikante uit Los Angeles al heel wat jaren aan de weg. Dat ik heb gemist dat ze als kind in een groot aantal films en tv-series speelde, vergeef ik mezelf, maar ook de muzikale verdiensten van Morgan Nagler mogen er zeker zijn.
Zo speelde ze in een aantal mij onbekende bands, maar ze schreef ook mee aan songs van onder andere HAIM, Margo Price, Madi Diaz en Phoebe Bridgers. Het meeschrijven aan de track Kyoto van Phoebe Bridgers leverde haar zelfs een Grammy-nominatie op. Het zette haar bij mij nog niet op de kaart, maar met haar deze week verschenen solodebuut I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It heeft de Amerikaanse muzikante ervoor gezorgd dat ik haar naam niet meer ga vergeten.
Als je door bovengenoemde muzikanten wordt gevraagd om mee te schrijven aan hun songs kun je iets, dus het wekt geen verbazing dat het debuutalbum van Morgan Nagler direct vanaf de openingstrack de aandacht trekt met uitstekende songs. Met openingstrack Cradle The Pain levert ze een indierocksong af waarop heel wat collega’s in het genre, inclusief die van naam en faam, stikjaloers zullen zijn.
Het is een track met lekker stevig gitaarwerk, maar het is ook een track met een melodie die blijft hangen en een refrein dat je na één keer horen bijblijft. I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It bevat veel meer uitstekende tracks, want met de songwriting skills van Morgan Nagler zit het wel goed. Die skills kregen extra inspiratie door een liefdesbreuk, die nog wat emotionele lading heeft toegevoegd aan de songs.
De openingstrack van het album past uitstekend in het hokje indierock, maar in de tweede track laat de muzikante uit Los Angeles horen dat ze ook met folky songs uit de voeten kan, al kunnen gruizige gitaren op ieder moment opduiken. Het zorgt ervoor dat I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It gevarieerder klinkt dan de meeste andere indie-albums van het moment.
Morgan Nagler schrijft toegankelijke songs die makkelijk verleiden, maar het zijn ook eigenzinnige songs met scherpe kantjes en ruwe randjes. Die eigenzinnigheid hoor je ook in de zang op het album. De stem van Morgan Nagler is niet per se mooi, maar het is wel een stem die wat met je doet en een stem die eens anders klinkt dan al die fluisterzachte stemmen in het genre.
De combinatie van een bijzondere stem, een gevarieerde instrumentatie en ijzersterke songs zorgt ervoor dat ik I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It echt met geen mogelijkheid kan weerstaan. Het knappe van het album is dat alles klopt, maar tegelijkertijd ook ruw klinkt. Dat geldt ook voor de productie van Kyle Thomas (King Tuff), die fraai is, maar ook af en toe een heerlijk lo-fi sfeertje heeft.
Morgan Nagler nam als muzikante tot dusver genoegen met een plekje op de achtergrond, maar haar debuutalbum is in alle opzichten goed genoeg om een plekje in de spotlights af te kunnen dwingen. In een hele drukke week trok het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante onmiddellijk mijn aandacht, maar I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is vervolgens snel uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums van het moment. Wat heeft Morgan Nagler een prachtig visitekaartje afgegeven. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maz O'Connor - Love It Is a Killing Thing (2026) 4,0
18 maart, 13:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maz O'Connor - Love It Is A Killing Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maz O'Connor - Love It Is A Killing Thing
De Britse muzikante Maz O’Connor beschikt over het soort engelenstem waarmee je eigenlijk alleen maar traditionele Britse folk kunt maken en dat doet ze dan ook op het mooie Love It Is A Killing Thing
De muziek van Maz O’Connor kreeg tot dusver volgens mij niet heel veel aandacht, maar haar deze week verschenen nieuwe album Love It Is A Killing Thing wordt goed gepromoot. Het album werd me de afgelopen weken meerdere malen aangeprezen, waardoor ik nieuwsgierig was geworden naar de muziek van de Britse muzikante. Maz O’Connor maakt vrij traditionele Britse folk en dat is niet het genre van mijn eerste voorkeur, maar ik vind Love It Is A Killing Thing een prachtig album. De muziek is sober maar smaakvol, de songs zijn niet te zwaar en boven alles beschikt Maz O’Connor over een prachtige stem. Het levert een bijzonder mooi Brits folkalbum op.
Ik heb op de krenten uit de pop al heel vaak opgeschreven dat ik niet zo gek ben op traditionele Britse folk, maar inmiddels heb ik ook al flink wat albums positief gerecenseerd die absoluut thuis horen in dit hokje. Het kan zo zijn dat mijn smaak wat aan het veranderen is, want het afgelopen jaar besprak ik volgens mij meer Britse folkalbums dan in eerdere jaren.
Nu is het wel nog steeds zo dat ik een duidelijke voorkeur heb voor albums die zich op fraaie wijze weten te ontworstelen aan het strakke keurslijf van het genre, zoals Katherine Priddy eerder deze maand nog zo mooi deed. Maar zo af en toe glipt er ook een wat traditioneler klinkend folkalbum doorheen dat me weet te raken. Love It Is A Killing Thing van Maz O’Connor is zo’n album.
Ik had nog niet eerder van de Britse muzikante gehoord, terwijl ze inmiddels een respectabel stapeltje albums op haar naam heeft staan. Dat zal te maken met de muziek die ze maakt, want ook Love It Is A Killing Thing is weer een folkalbum dat herinnert aan de rijke tradities van de Britse folk.
Maz O’Connor beschikt over een stem die is gemaakt voor de Britse folk zoals we die kennen uit vervlogen tijden. Het is een mooie en heldere stem die direct associaties oproept met een aantal grote Britse folkzangeressen uit het verleden.
Nu vind ik Britse folkzangeressen die aan de traditionele kant van het genre opereren vaak wat plechtig of pastoraal klinken en dat vind ik niet altijd mooi. Ook de stem van Maz O’Connor gaat wel wat deze kant op, maar ik vind de stem van de Britse muzikante vooral heel mooi. Het is een stem die direct zorgt voor de bijzondere sfeer die Britse folk kenmerkt, maar Maz O’Connor zingt ook met veel precisie en met veel gevoel.
De muziek op het album is vaak aan de sobere kant, waardoor de zang alle aandacht opeist. Dat vraagt wat van de stem van Maz O’Connor, maar wat mij betreft weet ze een album lang makkelijk te overtuigen met haar stem, die af en toe ook nog eens flink de hoogte in kan.
Zoals de meeste wat traditionelere Britse folkalbums is ook Love It Is A Killing Thing vrij sober ingekleurd. Ik vind het geluid op het album echter wel heel sfeervol en de perfecte ondergrond voor de stem van Maz O’Connor. Het album is voorzien van een akoestisch geluid dat wordt gedomineerd of zelfs uitsluitend bepaald door gitaren, banjo en viool.
Het snarenwerk is prachtig en klinkt wat mij betreft voldoende vol en ook vol genoeg om andere instrumenten niet te missen. Love It Is A Killing Thing is bovendien voorzien van een fraaie productie waarin de individuele instrumenten goed tot zijn recht komen en de stem van Maz O’Connor alle ruimte krijgt. De Britse muzikante tekende zelf voor de productie van het album en heeft knap werk afgeleverd.
Qua muziek en zang past Love It Is A Killing Thing perfect binnen de kaders van de traditionele Britse folk en dat doet het album ook met de songs. Het nieuwe album van Maz O’Connor is met bijna 33 minuten aan de korte kant, maar die 33 minuten weet Maz O’Connor mijn aandacht makkelijk vast te houden, wat zeker niet alle traditionele Britse folkies lukt.
Ik was anderhalve week geleden zeer enthousiast over het nieuwe album van Katherine Priddy, dat de grenzen van de folk continu opzoekt, maar ook deze wat traditionelere variant van Maz O’Connor mag er zeker zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Janne Schra - Work Out (2026) 4,0
17 maart, 20:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Janne Schra - Work Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Janne Schra - Work Out
Bij een nieuw album van Janne Schra weet je nooit precies waar je aan toe bent en ook op het deze week verschenen Work Out klinkt de Nederlandse muzikante weer totaal anders en wat is het weer mooi
Het is bekend dat Janne Schra beschikt over een bijzonder mooie stem, maar op haar nieuwe album Work Out klinkt haar zang nog wat mooier dan in het verleden. Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Janne Schra een prachtig album. De Franse producer Albin de la Simone heeft de songs voorzien van een sfeervol geluid dat doet verlangen naar een plekje op een terras in de lentezon van Parijs. De mooie klanken passen verrassend goed bij de zeer persoonlijke teksten van Janne Schra, waarin ook wel wat wolken over drijven. Work Out is het mooist als je er zonder enige afleiding naar kunt luisteren en ieder mooi detail van dit fraaie album kunt horen.
Ik had niet zo heel veel, of eerlijk gezegd helemaal niets met het Nederlandstalige album van Janne Schra, maar over al haar andere albums was en ben ik zeer te spreken. Ik leerde de muziek van de Nederlandse singer-songwriter kennen nadat ze de uiteindelijk zeer succesvolle band Room Eleven had verlaten en haar nieuwe band Schradinova tegen de verwachting in niet erg succesvol bleek.
Dat laatste blijft lastig te begrijpen, want het in 2010 verschenen India Lima Oscar Victor Echo You is echt een uitstekend album en een album dat een veel beter lot had verdiend. Janne Schra begon in 2013 met het uitbrengen van albums onder haar eigen naam en dat heeft een divers stapeltje albums opgeleverd.
Het deze week verschenen Work Out is de opvolger van het alweer bijna drie jaar oude The Heart Is Asymmetrical, waarop Janne Schra de pop omarmde en koos voor flink wat elektronica in haar geluid. The Heart Is Asymmetrical klonk bij eerste beluistering misschien als een redelijk doorsnee popalbum, maar dat bleek het uiteindelijk niet. De mooie stem van Janne Schra tilde het album flink op, maar ook de smaakvolle wijze waarop invloeden uit onder andere de soul, funk en jazz waren verwerkt gaven het album een flinke kwaliteitsimpuls.
Op het deze week verschenen Work Out laat Janne Schra het popgeluid van haar vorige album weer wat achter zich en keert ze terug op vertrouwd terrein, al kun je je bij een veelzijdige muzikante als Janne Schra afvragen of ze een vertrouwd terrein heeft. Work Out is in ieder geval een stuk meer ingetogen dan The Heart Is Asymmetrical en ook het tempo ligt over het algemeen lager (er komt nog één uptempo track voorbij).
Waar The Heart Is Asymmetrical direct de aandacht trok (en niet per se direct in positieve zin) is Work Out, in ieder geval voor mij, een album dat zich wat minder snel opdringt. Het zorgt ervoor dat het album wat wisselende reacties oproept. Zelf kan ik me inmiddels overigens vinden in de uiterst positieve recensies van het album.
Vergeleken met het popgeluid van het vorige album heeft Janne Schra gekozen voor een wat duidelijker singer-songwriter geluid en het is nog altijd een geluid waarin plaats is voor uiteenlopende invloeden. Het is ook een geluid dat weer anders klinkt dan we van de Amsterdamse muzikante gewend waren en dat is deels de verdienste van de producer van het album.
De Franse producer Albin de la Simone, die eerder werkte met Vanessa Paradis en Feist, heeft het album voorzien van een mooi en sfeervol geluid. Het is een geluid dat het lome en dromerige heeft van Parijs in de lente, maar het is ook een stemmig geluid dat goed past bij de persoonlijke songs van Janne Schra, die op Work Out haar leven van een afstandje bekijkt.
Het doet het allemaal bijzonder aangenaam op de achtergrond, maar Work Out verdient het ook om met volledige aandacht beluisterd te worden. De songs zijn stuk voor stuk knap, de teksten zijn mooi en bijzonder, de muziek op het album streelt continu het oor en Janne Schra zingt op haar nieuwe album echt prachtig.
Ik reken haar al een aantal jaren tot de beste zangeressen die ons land rijk is, maar op Work Out is de zang nog wat mooier. De stem van Janne Schra gedijt uitstekend in het fraaie geluid van producer Albin de la Simone, die het ultieme geluid heeft gevonden voor de stem van de Nederlandse muzikante. Neem er even de tijd voor en je ervaart de pure klasse van dit album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tenderness - True (2026) 4,0
16 maart, 15:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tenderness - True - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tenderness - True
De coronapandemie inspireerde de Britse muzikante Katy Beth Young tot het schrijven van een aantal persoonlijke songs, die nu zijn terechtgekomen op True, het prachtige debuutalbum van haar soloproject Tenderness
Katy Beth Young maakte samen met Rosa Slade een aantal albums onder de naam Peggy Sue, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. De Britse muzikante schreef in haar eentje een aantal songs en deze songs zijn te horen op het deze week onder de naam Tenderness uitgebrachte album True. Het zijn songs met veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar de songs van Katy Beth Young hebben ook een Brits en soms wat steviger geluid. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig en dat geldt ook voor de stem van Katy Beth Young, die de wat melancholische songs op True met veel gevoel vertolkt. Het levert een bijzonder mooi album op, dat het op de nog even donkere avonden van het moment echt prachtig doet.
Er zijn deze week veel meer interessante albums verschenen dan ik in een week kan bespreken op de krenten uit de pop, maar over True van Tenderness heb ik geen moment getwijfeld. Het album had me echt binnen een minuut te pakken met zeer sfeervolle klanken en een bijzonder mooie stem.
Vervolgens kon ik op zoek naar informatie over Tenderness, want het is een naam die ik nog niet eerder had gehoord. Tenderness blijkt het alter ego van de Britse muzikante Katy Beth Young. Ook dat is een naam die niet direct een belletje deed rinkelen, maar de onderzoeker, schrijver en muzikante uit Londen maakte met haar band Peggy Sue een album dat ik zestien jaar geleden besprak op de krenten uit de pop.
Peggy Sue maakte uiteindelijk vier albums, maar na het positief besproken debuutalbum verloor ik de band helaas uit het oog. Ik ben blij dat ik de muziek van Katy Beth Young nu weer heb opgepikt, want True van Tenderness is een bijzonder mooi album, dat me steeds dierbaarder wordt.
Het is een album waarvoor het zaadje werd geplant tijdens de coronapandemie, die het leven van muzikanten tussen 2020 en 2022 moeilijk maakte. Katy Beth Young zat in haar appartement in Londen en begon met het schrijven van songs. De een paar jaar geleden al opgenomen ruwe demo’s werden uiteindelijk uitgewerkt tot de songs die zijn terechtgekomen op True.
True heeft deze week concurrentie van stapels andere albums en moet het vooralsnog stellen zonder al te veel aandacht. In de ene recensie die ik van het album ben tegengekomen wordt het een Americana album genoemd. Dat vind ik persoonlijk niet helemaal passen, maar ik heb geen goed alternatief.
Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben inderdaad hun weg gevonden naar het eerste album van Tenderness, maar Katy Beth Young heeft er allerlei invloeden aan toegevoegd, variërend van Britse folk tot indierock. Het zorgt ervoor dat True een onderscheidend geluid heeft en dat is in het enorme aanbod van het moment winst.
Katy Beth Young begon een paar jaar geleden met vrij ruwe demo’s, maar heeft uiteindelijk flink wat muzikanten ingeschakeld voor het debuutalbum van haar project. Gitaren spelen een voorname rol op het album en het zijn de soms wat ruwe gitaarakkoorden die meestal een prominente plek hebben gekregen in de mix, maar op de achtergrond zijn veel instrumenten toegevoegd, waaronder strijkers, synths en een pedal steel.
Het levert een geluid op dat een groot deel van de tijd vooral Amerikaans klinkt, maar in de ruwe randjes die de Britse muzikante heeft toegevoegd aan haar geluid klinken ook wel wat Britse invloeden door. Ik vind de muziek op True echt heel mooi, maar de stem van Katy Beth Young is nog wat mooier. Het is een krachtige stem, maar de muzikante uit Londen zingt ook met veel precisie en gevoel.
Dat gevoel heeft een oorsprong, want Katy Beth Young kreeg naast de coronapandemie nog wat meer ellende te verwerken de afgelopen jaren, wat heeft gezorgd voor flink wat melancholie in de songs. Die melancholie wordt nog wat zwaarder aangezet wanneer een compleet koor wordt ingeschakeld, maar ook als de muziek ingetogen is en alles van de stem van Katy Beth Young moet komen grijpt ze je makkelijk bij de strot.
Een album moet in deze drukke releaseweken een beetje geluk hebben om op te vallen en dat heeft True in de eerste dagen na de release nog niet, maar wat ben ik blij met dit ontroerend mooie en ook ijzersterke album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Townes Van Zandt - Townes Van Zandt (1969) 4,0
15 maart, 19:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Townes Van Zandt - Townes Van Zandt (1969) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Townes Van Zandt - Townes Van Zandt (1969)
Townes Van Zandt is al bijna 30 jaar niet meer onder ons en maakte zijn beste albums meer dan 50 jaar geleden, maar het zijn uitstekende albums die veel invloed hebben gehad op talloze singer-songwriters en er nog steeds toe doen
De naam Townes Van Zandt ken ik al heel lang, maar ik luisterde pas enige tijd geleden naar zijn muziek. De Amerikaanse muzikant, die veel te jong overleed, maakte aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 zijn beste albums, waaronder zijn titelloze derde album uit 1969 en dat vind ik persoonlijk zijn beste. Het is een typisch jaren 60 folk- en singer-songwriter album, maar de wijze waarop Townes Van Zandt zijn songs vol mooie verhalen vertelt dwingt nog altijd respect af. De inkleuring van de songs was lange tijd voer voor discussie, maar het net wat vollere geluid zorgt ervoor dat het album uit 1969 de tand des tijds net wat makkelijker kan doorstaan. Een onbetwiste klassieker.
Ik begon eigenlijk pas in de jaren 90 serieus naar albums van singer-songwriters te luisteren en had in eerste instantie een voorkeur voor de grote namen uit de Britse popmuziek. Later kwam daar een beperkt aantal Amerikaanse grootheden bij, onder wie Bob Dylan, die me lang bezig hield met een enorme stapel albums.
Aan de muziek van Townes Van Zandt was ik tot voor kort eerlijk gezegd nooit echt toegekomen. Ik ken zijn songs vooral van de vertolkingen van anderen, waaronder bijvoorbeeld Steve Earle, die een album vol met songs van Townes Van Zandt opnam (Townes uit 2009).
Ik ben een tijdje geleden dan eindelijk serieus gaan luisteren naar de muziek van de singer-songwriter, die in 1997 op slechts 52-jarige leeftijd overleed aan een hartaanval. Ik ken nog altijd slechts een aantal albums van de Amerikaanse legende, die tussen 1968 en 1997 een flinke stapel albums uitbracht. Mijn favoriete Townes Van Zandt album is vooralsnog zijn titelloze album uit 1969.
Het was destijds het derde album van de Texaanse muzikant, die zijn thuisbasis Houston pas in de tweede helft van de jaren 70 zou verruilen voor Nashville, Tennessee. Het titelloze album uit 1969 werd gemaakt tijdens een zeer productieve periode, waarin Townes Van Zandt in een paar jaar tijd een handvol uitstekende albums zou maken.
Het titelloze album van Townes Van Zandt is een singer-songwriter album van een soort dat tegenwoordig niet of nauwelijks meer wordt gemaakt. Het is een album waarop de verhalen minstens even belangrijk zijn als de songs, de muziek en de zang. Townes Van Zandt vertelt op zijn derde album mooie verhalen en heeft ze verpakt in het soort folk- en countrysongs dat destijds gemeengoed was.
In de basis draait alles om de stem van de Amerikaanse muzikant en om het akoestische gitaarspel op het album. Het is fraai en zowel akoestisch als elektrisch ‘fingerpicking’ gitaarspel, dat het album ondanks de eenvoud voorziet van een mooi en ruimtelijk geluid. Townes Van Zandt vond het sobere geluid zelf ook voldoende, maar de producer van het album heeft hier en daar nog wat accenten toegevoegd.
Ik vind de subtiele accenten van onder andere viool, mondharmonica en percussie persoonlijk mooi en functioneel, maar hierover zijn de meningen verdeeld. Het album uit 1969 klinkt misschien wat anders dan andere folkalbums uit die tijd, maar met de blik van nu is het een nog altijd behoorlijk sober klinkend album.
Het is een album waarop de stem van Townes Van Zandt centraal staat en het is een stem die ik al bij eerste beluistering van zijn albums behoorlijk indrukwekkend vond. Het is een stem die de mooie verhalen op het album op even indrukwekkende als indringende wijze voordraagt en het is een stem die de aandacht een album lang weet op te eisen.
Ook de kwaliteit van de songs op het album is hoog en het is dan ook niet zo gek dat meerdere songs op het album zijn uitgegroeid tot Townes Van Zandt klassiekers. Natuurlijk klinkt een inmiddels ruim 55 jaar oud album enigszins gedateerd, maar het is een album waar ik de laatste tijd graag naar luister en dat op zich weinig van zijn kracht heeft verloren.
Townes Van Zandt was voor mij nog niet eens zo heel lang geleden alleen bekend als een cultheld en als inspiratiebron voor vele singer-songwriters, maar inmiddels is het ook voor mij een groot muzikant, die niet voor niets tot de allergrootsten wordt gerekend. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cut Worms - Transmitter (2026) 4,0
15 maart, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cut Worms - Transmitter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cut Worms - Transmitter
De muziek van Cut Worms bleef in het verleden vaak in de jaren 50 en 60 steken, maar samen met producer Jeff Tweedy schuift Max Clarke op zijn vierde album Transmitter flink op richting muziek uit de jaren 70
De muzikale en vooral vocale erfenis van Don en Phil Everly is de afgelopen jaren in goede handen. Ook Max Clarke, de man achter Cut Worms, droeg op zijn eerste albums een steentje bij, maar op het deze week verschenen album Transmitter zijn de invloeden uit de hoogtijdagen van The Everly Brothers naar de achtergrond verdwenen. De Amerikaanse muzikant nam het nieuwe album van Cut Worms op in de studio van Jeff Tweedy in Chicago en de voorman van Wilco schoof vervolgens zelf aan als producer. Veel songs op Transmitter ademen muziek uit de jaren 60 en vooral de jaren 70, maar het klinkt nergens als oubollige retro. Wederom een knap album van Cut Worms.
Cut Worms is een project van de Amerikaanse muzikant Max Clarke, die in 2018 voor het eerst van zich liet horen met het album Hollow Ground. Het is een album dat zich vooral liet inspireren door muziek uit de jaren 50 en 60 en dat klonk als een album dat op de dag van de release ook al zestig jaar oud had kunnen zijn.
Cut Worms werd in 2018 en in de jaren die volgden op dezelfde hoop gegooid als de albums van onder andere The Cactus Blossoms, The Brother Brothers, Jamestown Revival en The Milk Carton Kids. Dat zijn allemaal duo’s die geen geheim maakten van hun bewondering voor de legendarische stemmen en harmonieën van The Everly Brothers en ook in de muziek van Cut Worms hoorde je de inspiratie van Don en Phil Everly, ook al is Max Clarke maar in zijn uppie.
Op het debuutalbum van Cut Worms lag het zwaartepunt nog op invloeden uit de jaren 50, maar op Nobody Lives Here Anymore uit 2020 en het titelloze album uit 2023 schoof Max Clarke voorzichtig op in de tijd, overigens zonder voorbij de jaren 70 te geraken. Met Transmitter is deze week het vierde album van Cut Worms verschenen en ook het nieuwe album van Max Clarke ademt nostalgie.
In de afgelopen jaren is de muziek van Cut Worms echter wel flink veranderd. Ik hoor de jaren 50 niet meer terug op Transmitter en ook de echo’s van de muziek van The Everly Brothers zijn verdwenen. Transmitter klinkt veel vaker als een album uit de jaren 70, al past de nieuwe muziek van Cut Worms ook prima in de huidige tijd.
Max Clarke tourde in 2024 met Cut Worms als support act van Wilco en hij heeft kennelijk indruk gemaakt op Wilco-voorman Jeff Tweedy. Na de tour doken de twee de studio van Jeff Tweedy in Chicago in en dat heeft geleid tot Transmitter. Het is een album dat in de week van de release op zeer positieve recensies kan rekenen en daar kan ik me wel in vinden.
Jeff Tweedy heeft het album samen met Max Clarke voorzien van een aangenaam geluid, waarin de gitaren domineren en waarin een jaren 70 vibe nooit ver weg is. Het is een geluid waarin af en toe wel iets van Wilco is te horen, maar Transmitter ligt ook in het verlengde van het vorige album van Cut Worms.
Dat laatste ligt voor een belangrijk deel aan de stem van Max Clarke, die ook op het vierde album van Cut Worms weer makkelijk overtuigt met zijn karakteristieke stem. Het is een stem die al wat nostalgie toevoegt aan zijn songs en het is een stem die door Jeff Tweedy is gecombineerd met een perfect passend geluid, dat fraai schakelt tussen de jaren 60 en 70 en ook nog een vleugje alt-country uit de jaren 90 toevoegt.
Ik was al zeer gecharmeerd van de vorige albums van Cut Worms, maar vergeleken met deze albums is Max Clarke gegroeid als songwriter. Bovendien heeft de muzikant uit Brooklyn, New York, een wat duidelijker eigen geluid, dat niet meer vergelijkbaar is met het geluid van het bovengenoemde vergelijkingsmateriaal uit het verleden.
Ik weet zeker dat Transmitter het in de lentezon van een aantal dagen geleden nog beter had gedaan, want het lijkt me een heerlijk album voor aangename lentedagen en warme zomeravonden. Daar hoeven we niet op te wachten, want met de muziek van Cut Worms door de speakers stijgt de gevoelstemperatuur alvast met een paar graden. Transmitter is het beste album van Cut Worms tot dusver en dat zegt wat. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Romy Liz Rose - I Am June (2026) 4,5
14 maart, 11:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Romy Liz Rose - I Am June - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Romy Liz Rose - I Am June
Romy Liz Rose liet de afgelopen maanden al van zich horen met twee indrukwekkende EP’s, maar met haar debuutalbum I Am June schaart ze zich definitief onder de beste vrouwelijke singer-songwriters van het moment
Luister alleen naar de prachtige openingstrack The Remedy en je bent waarschijnlijk al verkocht. De pedal steel zorgt voor ruimtelijke en wonderschone klanken en ook de stem van Romy Liz Rose pakt je direct in. De lat ligt met de openingstrack direct hoog, maar de Rotterdamse muzikante houdt het hoge niveau op de rest van het album makkelijk vast. I Am June overtuigt niet alleen met de muziek en de zang, maar overstijgt ook op knappe wijze genres en maakt bovendien indruk met mooie maar ook zeer persoonlijke songs. Er verschijnen momenteel nogal wat albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar I Am June kan met de beste albums mee, nationaal en internationaal.
We hebben in Nederland momenteel absoluut geen gebrek aan talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriters. Het is daarom flink dringen in het genre, maar voor een supertalent is altijd plek. Dat Romy Liz Rose een supertalent is liet ze al horen op de EP’s die ze het afgelopen half jaar uitbracht. Dat haar deze week verschenen debuutalbum I Am June een prachtig album is geworden is daarom geen verrassing. Een deel van de songs op het album is immers al bekend van deze EP’s, maar toch weet Romy Liz Rose me te verrassen met haar debuutalbum.
Er lopen niet alleen in Nederland veel getalenteerde jonge vrouwelijke singer-songwriters rond, maar ook internationaal is de concurrentie al jaren enorm groot. Probeer dan nog maar eens te komen met een geluid dat anders klinkt, maar het is Romy Liz Rose wat mij betreft gelukt.
Het alter ego van de uit Zwanenburg afkomstige maar inmiddels Rotterdamse singer-songwriter Romy Laarhoven begint met ingrediënten uit de inmiddels beproefde recepten van de indiepop en indiefolk van het moment. Ze zingt zacht maar ook met veel gevoel, ze kiest voor een vol en warm geluid en ze schrijft persoonlijke songs die niet vies zijn van flink wat melancholie door een liefdesbreuk en waarin het volwassen worden centraal staat.
Dat klinkt als een typisch ‘coming of age’ of breakup indiepop album en ook het etiket ‘sad girl pop’ zal snel uit de kast worden getrokken. En toch is I Am June geen moment een standaard indiefolk of indiepop album. Romy Liz Rose maakt op haar debuutalbum een aantal opvallende keuzes die het album ver boven de middelmaat doen uitstijgen.
Wat direct opvalt bij beluistering van I Am June is de grote rol voor de pedal steel. Het is een instrument dat niet mag ontbreken op een goed countryalbum, maar dat is I Am June niet. De pedal steel voorziet de songs van Romy Liz Rose niet alleen van zeer sfeervolle klanken, maar laat ook nog wat extra wolken melancholie overdrijven op het album.
De pedal steel staat centraal op het debuutalbum van de Rotterdamse muzikante, maar ook de overige inkleuring van haar songs is prachtig. De songs op I Am June zijn voorzien van een verzorgd en aangenaam warm geluid, dat zich steeds weer als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. Het is een geluid dat mij direct wist te betoveren, maar het is ook een geluid dat op hele knappe wijze bruggen slaat tussen aan de ene kant de indiepop en aan de andere kant de indiefolk en Amerikaanse rootsmuziek.
Door de prachtige muziek op I Am June werd ik direct gegrepen door het eerste album van Romy Liz Rose, maar haar stem maakt de verleiding van het album nog wat groter en intenser. De zang op het album doet af en toe denken aan Phoebe Bridgers in haar mooiste songs, maar Romy Liz Rose leunt wat meer tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, wat gevoel en doorleving toevoegt aan haar stem, die ik schaar onder de mooiste stemmen van het moment. Het is een stem die in de overigens wonderschone productie prachtig meebeweegt met de ruimtelijke klanken van de pedal steel.
De songs op I Am June waren zoals gezegd al deels bekend, maar ook de resterende songs op het album zijn van hoge kwaliteit en onderstrepen het grote talent van Romy Liz Rose. In Nederland mogen we ontzettend trots zijn op een singer-songwriter met de allure van de Rotterdamse muzikante, maar ook internationaal kan I Am June zich meten met het beste dat momenteel voorhanden is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
waterbaby - Memory Be a Blade (2026) 4,0
13 maart, 19:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: waterbaby - Memory Be A Blade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: waterbaby - Memory Be A Blade
waterbaby is het alter ego van de Zweedse muzikante Kendra Egerbladh, die met haar debuutalbum Memory Be A Blade een album heeft gemaakt dat veel spannender en interessanter is dan het op het eerste gehoor lijkt
Er verschenen de afgelopen week echt heel veel nieuwe albums, waarvan er vast flink wat tussen wal en schip vallen. Dat mag niet gebeuren met Memory Be A Blade van de Zweedse muzikante waterbaby. Het is een album dat direct aangenaam klinkt, maar het is ook een album vol groeipotentie. Die zit hem in de bijzondere inkleuring van de songs op het album en in de soepele wijze waarop waterbaby schakelt tussen genres, maar ook de stem van de Zweedse muzikante draagt bij aan het hoge niveau van het album. Het is een album dat bijna niet in een hokje is te duwen, wat de songs van waterbaby nog wat mooier en indrukwekkender maakt. Mis het niet!
De muziek van waterbaby werd in het verleden meestal ingedeeld in het hokje bedroom pop. Dat is een genre waar ik af en toe wel een zwak voor heb, maar de uiterst ingetogen en wat lome popliedjes in het genre vervelen me meestal ook vrij snel. Zelf ken ik de muziek van waterbaby overigens pas heel kort, want ik luister eigenlijk alleen naar albums en het deze week verschenen Memory Be A Blade is het eerste album van de Zweedse muzikante.
Achter waterbaby gaat de in Stockholm geboren en getogen Kendra Egerbladh schuil. Op haar debuutalbum hoor je nog wel dat ze een verleden heeft in de bedroom pop, maar ze is het genre inmiddels op alle terreinen ontgroeid. De songs op Memory Be A Blade hebben nog wel het lome tempo en het intieme karakter van de meeste songs in het hokje bedroom pop, maar het zijn ook songs die overlopen van spanning en dat is niet iets dat ik associeer met het genre.
Ik kende de naam waterbaby zoals gezegd niet en er was wat geluk en toeval voor nodig om de Zweedse muzikante te ontdekken, maar sindsdien intrigeert haar debuutalbum me hopeloos. Het is een album waar ik maar één ding op heb aan te merken en dat is dat het met nog net geen 26 minuten aan de korte kant is.
In die kleine 26 minuten komen acht songs voorbij en het zijn songs waarin alles bij elkaar genomen meer gebeurt dan op een album van de dubbele lengte. Kendra Egerbladh houdt het tempo op het eerste album van waterbaby zoals gezegd laag, maar binnen een beperkte bandbreedte varieert ze er flink op los.
Subtiele verschillen in ritme hebben verrassend veel effect en hetzelfde geldt voor de subtiele variatie in de instrumentatie op het album. Het is een album dat ik uiteindelijk zelf niet zou voorzien van het etiket bedroom pop, maar het is niet evident welk etiket het dan wel zou moeten zijn. De muziek op Memory Be A Blade is soms jazzy, neigt soms naar R&B, maar bevat ook ingetogen folky passages. Misschien volstaat pop, maar dat is weer een wat saai label voor een enerverend album als het debuutalbum van waterbaby.
Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat het debuutalbum van de muzikante uit Stockholm zo enerverend maakt. Het zal hem deels zitten in de muziek op het album. Het is muziek die soms genoeg heeft aan een paar subtiele gitaarakkoorden en donkere pianoklanken, maar Memory Be A Blade leunt ook op flink wat strijkers en blazers en heeft bovendien een belangrijke rol weggelegd voor percussie.
De muziek op het debuutalbum van waterbaby klinkt vaak op een of andere manier bekend in de oren, maar zoekt ook nadrukkelijk het avontuur. De instrumentatie op het album verschiet vaak van kleur en schakelt hiermee dan direct over naar een ander genre. Het levert bijzondere wendingen op in de songs, die me mede hierdoor steeds dierbaarder worden.
Dat worden ze ook door de stem van Kendra Egerbladh, die vaak zacht zingt, maar ook beschikt over een imposante soulstem. Memory Be A Blade klinkt soms als een toegankelijk popalbum, maar is ook een vat vol tegenstrijdigheden dat iedere keer als ik er naar luister nog net wat meer intrigeert. Het debuutalbum van waterbaby is deze week een wat anonieme release, maar dit is echt een bijzonder album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Brit Taylor - Land of the Forgotten (2026) 4,0
13 maart, 16:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brit Taylor - Land Of The Forgotten - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Brit Taylor - Land Of The Forgotten
De Amerikaanse muzikante Brit Taylor leek zich met haar debuutalbum te scharen onder de smaakmakers binnen de countrypop, maar ook op haar nieuwe album kiest ze weer vooral voor een wat traditioneler klinkend geluid
Als je een stem hebt als die van Brit Taylor kun je eigenlijk alleen maar countrymuziek maken. Dat doet de muzikante uit Nashville dan ook en ze doet het bovendien heel goed. Op haar derde album Land Of The Forgotten lijkt ze definitief te kiezen voor een wat traditioneler geluid met zowel invloeden uit de country als de bluegrass, maar de songs van Brit Taylor klinken ook fris en aanstekelijk en schuiven af en toe wat op richting een moderner geluid. Het is een geluid dat in alle songs is volgestopt met fraaie bijdragen van een heel arsenaal aan snareninstrumenten, waardoor Land Of The Forgotten het waarschijnlijk uitstekend gaat doen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.
Brit Taylor leverde net iets meer dan vijf jaar geleden met Real Me een prachtig debuutalbum af. De Amerikaanse muzikante had haar leven net goed op de rails toen haar huwelijk op de klippen liep en ze financieel aan de grond kwam te zitten. Ze werd opgeraapt door Black Keys voorman Dan Auerbach met wie ze een aantal van de songs schreef die op Real Me terecht kwamen. Real Me was wat mij betreft een van de betere countrypop albums van 2021 en de concurrentie in het genre was dat jaar stevig.
Twee jaar na haar debuutalbum keerde Brit Taylor terug met Kentucky Blue en ook dat was een uitstekend album. Vergeleken met haar debuutalbum koos de Amerikaanse voor een flink traditioneler geluid met vooral invloeden uit de country en de bluegrass, maar de songs op het album klonken ook fris en toegankelijk. Ook het door David Ferguson en Sturgill Simpson prachtig geproduceerde Kentucky Blue kon in 2023 mee met de beste rootsalbums van het jaar, al was de doelgroep net wat anders dan twee jaar eerder.
Brit Taylor bracht in 2024 nog een nieuwe versie van Kentucky Blue uit (Kentucky Bluegrassed), waarop ze de songs van het album een extra bluegrass injectie gaf, maar het deze week verschenen Land Of The Forgotten is wat mij betreft het officiële derde album van de Amerikaanse muzikante.
In de openingstrack Broke No More lijkt de muzikante uit Nashville te kiezen voor een nog wat traditioneler geluid dan op Kentucky Blue. Ze groeide op aan de voet van de Appalachen en laat in de openingstrack van Land Of The Forgotten horen dat ze de invloeden uit haar jeugd niet vergeten is.
Het derde album van Brit Taylor is in veel songs een album dat het geluid van haar vorige album doortrekt, maar af en toe sijpelt er ook wel wat door van haar debuutalbum, dat de countrypop wat steviger omarmde. Na de producers van naam en faam van Kentucky Blue koos Brit Taylor dit keer voor de samenwerking met haar (nieuwe) echtgenoot Adam Chaffin, die het album trefzeker produceerde.
Het eerste deel van het nieuwe album zal zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van wat traditionelere country en bluegrass, maar naarmate het album vordert winnen de wat modernere invloeden met enige regelmaat aan terrein in de songs van Brit Taylor. Modern is niet helemaal het goede woord, want het album blijft verwijderd bij de countrypop van het moment en sluit incidenteel eerder aan bij de countrypop uit de jaren 90.
De titeltrack van het album is een track waarvoor Fleetwood Mac zich in de jaren 70 niet zou hebben geschaamd, al houdt Brit Taylor wel vast aan het instrumentarium dat is verbonden met de Amerikaanse rootsmuziek. De muziek op Land Of The Forgotten wordt gedomineerd door snareninstrumenten, waarvan er flink wat worden ingezet op het album (gitaren, dobro, mandoline, viool, pedal steel, banjo).
Het levert een smaakvol en ook warm geluid op, waarin de prima muzikanten die zijn te horen op het album de kans krijgen om te schitteren. Dat doet Brit Taylor ook zelf, want ze beschikt over de perfecte stem voor het maken van country, bluegrass en countrypop. Ik vond haar stem nog net wat indrukwekkender op het met melancholie overladen Real Me, maar ook op Land Of The Forgotten zingt de Amerikaanse muzikante prachtig en ik gun haar uiteraard het levensgeluk. Al met al het derde uitstekende album van de in Nederland helaas nog wat onbekende Brit Taylor. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Hater - Mosquito (2026) 4,0
12 maart, 16:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hater - Mosquito - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hater - Mosquito
De Zweedse band Hater wist de lat op haar tweede album Sincere nog net wat hoger te leggen dan op haar debuutalbum Siesta en slaagt er ook op haar derde album Mosquito weer in om groei te laten horen
Toen ik de muziek van Hater een paar jaar geleden voor het eerst hoorde, had ik associaties met een aantal van mijn favoriete bands uit de jaren 80 en 90. Die associaties had ik ook bij beluistering van het tweede album van de band en ook bij beluistering van het deze week verschenen Mosquito hoor ik invloeden van bands uit het verleden. Het zijn grappig genoeg wel steeds andere bands en als ik de drie albums van Hater met elkaar vergelijk hoor ik wel een steeds iets duidelijker eigen geluid. Het is een geluid dat op Mosquito nog wat mooier klinkt dan op de vorige twee albums en dat geldt ook voor de songs van de band en voor de geweldige zang van frontvrouw Caroline Landahl. De beste van Hater tot dusver.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Hater stamt uit 2018, toen het officiële debuutalbum van de Zweedse band verscheen. Siesta werd op de bandcamp pagina van de band op buitengewoon fraaie wijze aangeprezen: “Siesta is the perfect soundtrack for that summer romance and the inevitable break up. Heartbreak has never sounded so sweet!”.
Het maakte me direct nieuwsgierig naar het album en die nieuwsgierigheid werd alleen maar groter toen ik op AllMusic.com het volgende las over de stem van de frontvrouw van de band: “The band has a singer who can go beyond bittersweet and into real sadness when the need arises”.
Na dit soort aanprijzingen kan een album eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar Siesta van Hater beviel me uitstekend. De stem van zangeres Caroline Landahl bleek inderdaad prachtig, maar ik was nog meer gecharmeerd van de muziek van de band uit Malmö, die ik in 2018 afwisselend vergeleek met die van persoonlijke favorieten als The Cocteau Twins, Lush, The Sundays en Belle And Sebastian.
Het melancholische Siesta is een prachtig album maar het vier jaar later uitgebrachte Sincere vond ik nog net wat beter. Op haar tweede album koos Hater voor een steviger geluid met invloeden uit de postpunk, de dreampop en de shoegaze. In muzikaal opzicht klonk het album beter dan zijn voorganger en ook de stem van Caroline Landahl maakte meer indruk.
Sincere was voor mij dan ook een onbetwist jaarlijstjesalbum, wat de lat hoog legt voor het derde album van de Zweedse band. De band uit Malmö heeft wederom de tijd genomen voor haar album, want ook dit keer zijn vier jaren verstreken sinds de vorige release.
Hater heeft na de release van Sincere drie jaar rust genomen en dook na die drie jaar met frisse energie de studio in. Mosquito klinkt direct vanaf de eerste noten onmiskenbaar als Hater, al is het maar door de stem van Caroline Landahl, maar er is met name in muzikaal opzicht wel weer het een en ander veranderd.
Vergeleken met Sincere klinkt Mosquito weer wat minder stevig, al zijn de inspiratiebronnen qua genres niet zo gek veel anders. Waar het geluid op Sincere bij vlagen aardig was dicht geplamuurd klinkt de muziek op Mosquito wat ruimtelijker. Het biedt Caroline Landahl de mogelijkheid om te schitteren met haar stem en dat doet ze.
Ik vind de muziek op het derde album van de Zweedse band niet alleen mooier maar ook interessanter, waardoor Mosquito voldoet aan mijn misschien wel wat te hooggespannen verwachtingen. Zeker het gitaarwerk op het album is prachtig, al blijft de zang toch het meest bijdragen aan het onderscheidend vermogen van de Zweedse band.
Hater blijft een rockband, maar de band uit Malmö heeft ook wat popinvloeden toegevoegd aan haar geluid, wat een serie heerlijk melodieuze songs oplevert. Het zijn songs die vrijwel onmiddellijk duidelijk maken hoe zeer ik Hater de afgelopen vier jaar heb gemist.
Fun fact is dat Allmusic.com het nieuwe album vergelijkt met het werk van ons eigen Bettie Serveert en dat is geen onzinnige vergelijking, al kan Mosquito niet een op een worden vergeleken met een album van Bettie Serveert. Na vier jaar stilte is Hater helaas wat uit beeld geraakt, maar Mosquito is absoluut goed genoeg om de band weer in de spotlights te plaatsen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Arima Ederra - A Rush to Nowhere (2026) 4,0
12 maart, 07:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Arima Ederra - A Rush To Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Arima Ederra - A Rush To Nowhere
De Amerikaans-Ethiopische muzikante Arima Ederra maakt muziek die (te) makkelijk in het hokje R&B zal worden geduwd, maar A Rush To Nowhere is echt in geen enkel opzicht een standaard of doorsnee R&B-album
Er zijn albums die bijna schreeuwen om beluistering met de koptelefoon en A Rush To Nowhere van Arima Ederra is zo’n album. Bij oppervlakkige beluistering hoor je lome beats en verleidelijke vocalen, maar de muzikante uit Los Angeles heeft veel meer te bieden. Ze heeft een album gemaakt dat in muzikaal opzicht blijft verrassen en betoveren en ook de stem van Arima Ederra wordt alleen maar mooier als je hem vaker hoort. Haar een paar jaar geleden verschenen debuutalbum was al interessant, maar A Rush To Nowhere is nog veel beter. Pak de koptelefoon erbij en je blijft je verbazen over alle muzikale wendingen op het album, dat me na een paar keer horen zeer dierbaar is.
Arima Ederra debuteerde in 2022 met het album An Orange Colored Day. De Amerikaanse muzikante met Ethiopische wortels kreeg destijds vooral het label R&B opgeplakt, maar haar debuutalbum was in geen enkel opzicht een standaard R&B album. Ik vond An Orange Colored Day een interessant album, maar vond het uiteindelijk net niet bijzonder of goed genoeg voor een recensie.
Toen ik het album deze week beluisterde, dacht ik daar overigens anders over, want An Orange Colored Day is een eigenzinnig album waar de muzikaliteit van af spat. Arima Ederra heeft het zo bijzondere geluid van haar debuutalbum geperfectioneerd op haar deze week verschenen tweede album A Rush To Nowhere.
Het is een album dat ik zeker had verwacht in de lijstjes met aanbevelingen van muziekwebsites als Pitchfork en Paste, maar die maakten in deze overvolle releaseweek andere keuzes. Zelf schaar ik het tweede album van de muzikante uit Los Angeles wel onder de beste albums van deze week.
Er is nog niet heel veel aandacht voor het nieuwe album van Arima Ederra, maar ook A Rush To Nowhere wordt hier en daar te makkelijk in het hokje R&B geduwd. Nog meer dan op haar debuutalbum verwerkt de Amerikaanse muzikante op haar tweede album echter zeer uiteenlopende invloeden.
Invloeden van de R&B maken hier zeker deel van uit, maar ook invloeden uit de soul, jazz, folk en pop hebben hun weg gevonden naar de muziek van Arima Ederra en hier blijft het niet bij. Het is muziek die vanaf de eerste noten van het album de fantasie prikkelt, want er gebeurt echt van alles op A Rush To Nowhere.
Het doet me qua geluid af en toe wel wat denken aan het briljante album van Mk.gee, die het geluid van Prince uit de jaren 80 het heden in haalde. Ook het album van Arima Ederra heeft soms een Prince vibe, al is het een vibe die het genie uit Minneapolis zelf niet meer heeft kunnen bedenken.
A Rush To Nowhere heeft een lekker loom en broeierig geluid, maar het is ook een geluid waarin van alles gebeurt. De ene keer komen de bijzondere accenten van bijzondere ritmes, de andere keer van bijzondere synths, maar er is altijd wel iets dat de aandacht trekt. Op hetzelfde moment is de muziek op het album bijzonder toegankelijk.
Arima Ederra deed voor haar tweede album een beroep op topproducers Teo Halm, Caleb Laven en Solomonphonic. Dat zijn producers die ik in mijn muzikale bubbel niet vaak tegenkom, maar ze hebben van A Rush To Nowhere een prachtig klinkend album gemaakt.
In muzikaal opzicht is het smullen, al is het maar omdat Arima Ederra niet alleen makkelijk schakelt tussen genres, maar ook makkelijk door de tijd beweegt, maar ik ben ook zeer gecharmeerd van de stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is een stem die zich uitstekend leent voor de wat meer pop en R&B georiënteerde songs op het album, maar het is ook een stem die behoorlijk eigenzinnig kan klinken.
Het zorgt ervoor dat A Rush To Nowhere zich niet alleen in muzikaal opzicht makkelijk weet te onderscheiden, maar dat ook in vocaal opzicht doet. Het zit allemaal net wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar mede hierdoor intrigeert de muziek van Arima Ederra me continu. Wat zou het zonde zijn als dit bijzondere album in een week met net wat teveel nieuwe albums tussen wal en schip valt, want dit is een album dat echt iets toevoegt aan alles dat er al is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Valerie and the rain - Your Name (2026) 4,5
11 maart, 18:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Valerie and the rain - Your Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Valerie and the rain - Your Name
Your Name van Valerie and the rain is een folkalbum van een soort die je tegenwoordig niet al te vaak meer tegenkomt, maar het sobere en tegelijkertijd zeer smaakvolle album is misschien wel precies wat we op het moment nodig hebben
Valerie Van Roey is een Belgische muzikante die een opleiding op het Antwerpse conservatorium heeft doorlopen en dat hoor je. Your Name van Valerie and the rain laat een geschoolde zangeres en muzikante horen. Ook de medemuzikanten op het album hebben hun sporen in de muziek verdiend, wat fraaie klanken oplevert. Het in een paar dagen in Zuid Frankrijk opgenomen Your Name herinnert aan folkalbums uit vervlogen tijden, maar bevat ook het unieke stempel van Valerie Van Roey, die persoonlijke ervaringen en veel gevoel in haar songs heeft gestopt. Your Name drong zich bij mij langzaam op, maar het is inmiddels een album dat ik heel hoog heb zitten.
Valerie and the rain is een project van de op het conservatorium van Antwerpen geschoolde muzikante Valerie Van Roey. Het debuutalbum van de Belgische muzikante is deze week verschenen en het is een bijzonder mooi en fascinerend album geworden. Het duurde bij mij even voor ik dat door had, want Your Name is een album dat pas goed tot zijn recht komt wanneer je er echt met volledige aandacht naar luistert.
Valerie Van Roey heeft zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een uiterst subtiel, maar ook zeer uitgesproken album gemaakt. Dat klinkt als een tegenstelling, maar dat is het niet. De muziek van Valerie and the rain heeft in de basis genoeg aan subtiel akoestisch gitaarspel, maar de muzikanten die Valerie Van Roey omringen hebben allerlei bijzondere accenten toegevoegd aan het ingetogen gitaarspel op het album.
Het zijn accenten die subtiele wendingen toevoegen aan het geluid van de Belgische muzikante, maar het zijn wendingen die stevig bijdragen aan de bijzondere sfeer op het album. Ook de stem van Valerie Van Roey is een belangrijk deel van de tijd vooral ingetogen of zelfs sober te noemen. De muzikante uit Antwerpen zingt geen noot teveel, maar ook in de zang zijn zeer trefzekere accenten aangebracht. Het kan hierbij gaan om kleine of opvallende stembuigingen, vaak geïnspireerd door Perzische muziek, of juist momenten van stilte, maar net als de wendingen in de muziek hebben ook de wendingen in de stem van Valerie Van Roey een maximaal effect.
Zeker als ik Your Name met de koptelefoon beluister kan ik alleen maar ademloos luisteren naar alle muzikale en vocale schoonheid die is opgenomen in de songs van Valerie and the rain. Het zijn songs die zijn ontdaan van opsmuk, vervolgens zijn teruggebracht tot de ruwe essentie en hierna weer subtiel zijn versierd.
Your Name is een album van een soort dat momenteel nauwelijks wordt gemaakt. De muziek van Valerie and the rain herinnert aan de muziek die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt, maar ik heb misschien nog wel meer associaties met de muziek van de psychedelische folkies die in dezelfde periode vanuit San Francisco opereerden, als Linda Perhacs en Judee Sill. Daarnaast hoor ik ook wel wat van Britse folkies uit deze periode als Vashti Bunyan.
De flarden uit het verleden komen met name van het akoestische gitaarspel, van de stem van Valerie Van Roey en van de sobere folksongs, maar ik hoor zeker niet alleen maar nostalgie op Your Name. Ik moest in deze tijd van vooral rijk ingekleurde en vol geproduceerde albums absoluut even wennen aan de muziek van Valerie and the rain, maar als Your Name je eenmaal te pakken heeft laat het album je niet meer los.
Je hoort in alles dat Valerie Van Roey een geschoolde zangeres en muzikante is en dat geldt ook voor de andere muzikanten op het album, maar naast muzikaliteit hoor je ook veel gevoel op het album van Valerie and the rain. Een deel van de songs op het album werd geïnspireerd door reizen en ontmoetingen, die een persoonlijk tintje hebben toegevoegd aan Your Name.
Het zal vast niet meevallen om een album als Your Name in de muziek van het moment onder de aandacht te brengen, maar iedereen die de tijd neemt voor het album zal langzaam maar zeer zeker worden betoverd door het bijzondere muzikale universum van Valerie and the rain. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Scout Gillett - Tough Touch (2026) 4,0
11 maart, 18:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Scout Gillett - Tough Touch - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Scout Gillett - Tough Touch
Het zat Scout Gillett in persoonlijk opzicht niet erg mee de afgelopen jaren, maar het inspireerde haar in 2022 tot een bijzonder debuutalbum en nu tot het totaal anders klinkende maar wederom indrukwekkende Tough Touch
Tussen de enorme stapel nieuwe albums van deze week viel Tough Touch van Scout Gillett me niet direct op, maar het is een interessant album. Vergeleken met haar in 2022 verschenen debuutalbum klinkt het tweede album van de Amerikaanse wat minder ruw. Tough Touch klinkt af en toe als een radiovriendelijk rockalbum, maar kan ook aangenaam zweverig klinken. Scout Gillett’s debuutalbum was een zeer eigenzinnig album en die eigenzinnigheid heeft de muzikante uit Los Angeles behouden. Ook op Tough Touch doet Scout Gillett haar eigen ding en klinkt ze anders dan haar collega muzikanten. Het valt niet mee om aandacht te trekken met haar muziek, maar deze aandacht verdient ze absoluut.
Er verschijnt tegenwoordig zoveel nieuwe muziek dat het bijna ondoenlijk is om de namen van alle interessante nieuwkomers te onthouden. Toen de naam Scout Gillett opdook in de releaselijsten van deze week kwam me dat op geen enkele manier bekend voor, al verwarde ik haar even met Scout Niblett.
Dat ik haar naam was vergeten is best bijzonder, want wat was ik in aan het eind van 2022 enthousiast over haar debuutalbum no roof no floor. Het was destijds zeker geen alledaags album, want Scout Gillett combineerde op haar debuutalbum invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met vrij rauwe rock en deed dit in zeer persoonlijke songs met vaak behoorlijk ruwe zang.
Ik noemde PJ Harvey als vergelijkingsmateriaal, maar echt treffend was dit niet, wat iets zegt over het unieke geluid op het debuutalbum van Scout Gillett. Genoeg redenen om de Amerikaanse muzikante te blijven volgen en dat is met meer geluk dan wijsheid gelukt. Ik besloot immers om toch even te luisteren naar het nieuwe album van de alweer door mij vergeten muzikante en was vervolgens snel overtuigd.
Scout Gillett is via de nodige omzwervingen, de laatste jaren had ze het platteland van Missouri, Kansas City en New York als thuisbasis, terecht gekomen in het zonovergoten Los Angeles. Haar tweede album Tough Touch nam ze echter niet in L.A., maar in Austin, Texas, op.
Door de oogharen bekeken ligt het tweede album van Scout Gillett in het verlengde van haar ruim drie jaar oude debuutalbum. Ook Tough Touch verwerkt immers zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de rockmuziek en ook op het tweede album trekt de Amerikaanse muzikante de aandacht met haar stem.
Het betekent niet dat Tough Touch ook hetzelfde klinkt als het destijds helaas wat ondergesneeuwde no roof no floor. Op haar nieuwe album klinkt Scout Gillett in veel songs zelfs totaal anders dan op haar debuutalbum. Dat vond ik bij eerste beluistering jammer, maar hier moest ik op terugkomen.
Tough Touch is geproduceerd door Stuart Sikes, die vooral bekend is van de albums die hij produceerde voor Loretta Lynn, The White Stripes en Cat Power. De producer uit Austin heeft het tweede album van Scout Gillett voorzien van een wat gepolijster en ook wat meer mainstream rockgeluid, al is er nog altijd ruimte voor ruwere uitstapjes.
Het ligt, mede dankzij het geweldige gitaarwerk, allemaal bijzonder lekker in het gehoor, maar het nieuwe geluid van Scout Gillett is soms wat lastig te plaatsen in de huidige tijd. Tough Touch klinkt soms als de radiovriendelijke Amerikaanse rockalbums van een aantal decennia geleden en ook de juist wat meer ingetogen songs herinneren eerder aan muziek uit het verleden dan aan muziek uit het heden. Toch is het ook zeker geen retro album, want daarvoor klinkt de muziek van Scout Gillett te eigenwijs.
Niet alleen het geluid op Tough Touch is anders dan op het debuutalbum, want ook de zang klinkt totaal anders. Scout Gillett klonk ruw op haar debuutalbum, maar zingt op haar tweede album prachtig, al haalt ze heel af en toe gelukkig ook nog net wat ruwer uit met haar stem.
Tough Touch had in de jaren 90 niet misstaan als soundtrack bij de tv-serie Twin Peaks van David Lynch, maar is ook een album dat Scout Gillett in het hier en nu op de kaart zet als eigenzinnig talent. En ook dit keer overtuigt ze met zeer persoonlijke songs, waarin ze zichzelf kwetsbaar op durft te stellen. Ik vind het nog altijd een groot talent deze Scout Gillett en ga haar nu niet meer vergeten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Em Beihold - Tales of a Failed Shapeshifter (2026) 4,0
11 maart, 13:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Em Beihold - Tales Of A Failed Shapeshifter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Em Beihold - Tales Of A Failed Shapeshifter
De uit Los Angeles afkomstige Em Beihold zou zomaar de volgende grote popster kunnen zijn, zeker nu ze met Tales Of A Failed Shapeshifter een eigenzinnig maar ook onweerstaanbaar aanstekelijk debuutalbum heeft afgeleverd
De naam Em Beihold schijnt al even rond te zingen en op TikTok goed te zijn voor de nodige berichten die viraal zijn gegaan, maar buiten deze bubbel is de Amerikaanse muzikante nog vrij onbekend. Dat gaat heel snel veranderen, want met Tales Of A Failed Shapeshifter heeft Em Beihold een album afgeleverd dat wel eens in brede kring potten kan gaan breken. Het is een album met een aansprekend geluid en catchy songs, maar de songs van de jonge Amerikaanse muzikante hebben ook iets eigenzinnigs. Ik zit wel eens goed met mijn voorspellingen en ik zit er ook wel eens naast, maar Em Beihold kan alleen maar heel erg groot gaan worden dit jaar. In mei in Paradiso Tolhuistuin, de volgende keer minstens de AFAS Live.
Em Beihold schijnt op TikTok inmiddels een miljoenenpubliek te hebben, maar ik had haar naam en het is een naam die echt meteen opvalt nog niet eerder gehoord. De Amerikaanse muzikante (volledige naam: Emily Mahin “Em” Beihold) bracht negen jaar geleden het minialbum Infrared uit en dat werd bijna vier jaar geleden gevolgd door een tweede minialbum. Dat tweede minialbum, Egg In The Backseat, leverde haar met Numb Little Bug volgens de berichten een wereldhit op.
De twee minialbums, allebei gevuld met 19 minuten muziek, krijgen deze week gezelschap van het debuutalbum van Em Beihold. Ook Tales Of A Failed Shapeshifter is met bijna 29 minuten muziek aan de korte kant, maar de muzikante uit Los Angeles met zowel Amerikaanse als Iraanse wortels, heeft met haar debuutalbum wel indruk op me gemaakt.
Het is dringen binnen de popmuziek van het moment, maar net als August Ponthier een paar weken geleden beschikt Em Beihold wat mij betreft over de potentie om uit te groeien tot een grote popster. Om uit te groeien tot een grote popster moet je tegenwoordig beschikken over de juiste looks en de juiste producers, maar ook geluk speelt een grote rol.
Em Beihold beschikt over de looks, heeft voor haar debuutalbum een blik succesvolle producers weten te strikken en lijkt het geluk aan haar zijde te hebben met veel exposure op de sociale media. Hiernaast helpt een flinke dosis eigenzinnigheid en met name die eigenzinnigheid ontbreekt bij een deel van de grote popsterren van het moment. Het is de eigenzinnigheid die ik wel hoor bij onder andere Billie Eilish, Olivia Rodrigo, Chappell Roan en recent nog bij August Ponthier en ik hoor het ook op Tales Of A Failed Shapeshifter van Em Beihold.
Natuurlijk wil iedere jonge popzangeres wereldberoemd worden, maar het succes van Numb Little Bug had ook minder positieve effecten op het mentale welzijn van de jonge Amerikaanse muzikante. Em Beihold heeft er een aantal aansprekende songs over geschreven en deze zijn terecht gekomen op Tales Of A Failed Shapeshifter. Het voorziet de songs van Em Beihold van een persoonlijk karakter, waardoor ze zich weet te onderscheiden van een deel van de concurrentie.
De songs van Em Beihold zijn niet alleen persoonlijk, maar ook zeer aanstekelijk. Het zijn het soort popsongs die direct aangenaam maar ook bekend klinken en die ook nog eens makkelijk blijven hangen. Songs als Brutus en Hot Goblin zijn voor mij wereldhits in de dop en het album bevat weer nagenoeg perfecte popsongs.
De muzikante uit Los Angeles blijft in de meeste tracks op haar debuutalbum redelijk dicht bij de mainstream popmuziek zoals die momenteel in de Verenigde Staten wordt gemaakt, maar Em Beihold heeft absoluut een eigen geluid. Het is een geluid dat makkelijk schakelt tussen pure en vaak dansbare pop en meer op singer-songwriter muziek gestoelde songs of juist wat theatraler klinkende songs. I
Ik had toen ik Tales Of A Failed Shapeshifter voor het eerst beluisterde een beetje hetzelfde gevoel dat ik ook had toen ik het debuutalbum van Chappell Roan voor het eerst hoorde, al sla ik die qua eigenzinnigheid en qua songwriting skills nog wat hoger aan. Niet alles op het debuutalbum van Em Beihold is even goed, maar Tales Of A Failed Shapeshifter laat wat mij betreft genoeg kwaliteit horen om de jonge Amerikaanse muzikante een mooie toekomst te voorspellen in de popmuziek. En die blinkende toekomst kan er wel eens heel snel zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Eurythmics - Revenge (1986) 4,0
8 maart, 19:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eurythmics - Revenge (1986) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eurythmics - Revenge (1986)
Annie Lennox en Dave Stewart leverde in de jaren 80 de ene na de andere hit af, waarin vaak de synths centraal stonden, maar op Revenge uit 1986 laat het duo horen dat het ook uitstekend uit de voeten kan met rock en soul
Als je mij aan het eind van de jaren 80 had gevraagd wat ik het beste album van het Britse duo Eurythmics vond, weet ik 100% zeker dat ik niet Revenge zou hebben genoemd. Ik vond het album uit 1986 destijds een van de minste albums van Annie Lennox en Dave Stewart. Eurythmics was op haar eerdere albums de tijd vaak ver vooruit met inventieve elektronische popmuziek en singles die steeds weer grenzen wisten te verleggen, maar Revenge klonk met invloeden uit de rock en soul wat doorsnee. Veertig jaar later denk ik er totaal anders over en bevalt Revenge me verrassend goed. Het album staat vol goede songs, Annie Lennox zingt geweldig en het album bevat een aangename energie. Een totaal andere ervaring dan veertig jaar geleden dus.
Ik was in de jaren 80 zeer gecharmeerd van de muziek van het Britse duo Eurythmics, maar het is ook misschien wel het beste voorbeeld van een jaren 80 band, waar ik sinds het einde van het betreffende decennium vrijwel nooit meer naar heb geluisterd. Dat lag ook wel een beetje aan het duo zelf, want de carrière van Eurythmics ging gedurende de jaren 80 al als een nachtkaars uit met twee zwakke albums.
Het begon allemaal aan het begin van de jaren 80, toen Annie Lennox en Dave Stewart als duo overbleven na het uit elkaar vallen van hun band The Tourists, die een aantal jaren met zeer beperkt succes aan de weg had getimmerd in de tweede helft van de jaren 70. Dat succes kwam vrijwel onmiddellijk voor Eurythmics, dat gedurende de jaren 80 een flink aantal hele grote hits scoorde en een handvol uitstekende albums uitbracht.
Ik kan niet goed uitleggen waarom ik na de jaren 80 eigenlijk nooit meer naar de muziek van Eurythmics heb geluisterd. Het duo beschikte in de persoon van Annie Lennox over een uitstekende zangeres en Dave Stewart wist het geluid van het duo steeds weer een net wat andere kant op te bewegen. Op een of andere manier heeft het de tand des tijds niet heel goed doorstaan, al kan ik de vinger niet precies op de zere plek leggen.
Ik heb de albums die het duo tussen 1981 en 1987 maakte onlangs weer eens beluisterd en ik was eigenlijk het meest gecharmeerd van het album Revenge uit 1986. Het is een album dat zeker niet bekend staat als een van de betere albums van Eurythmics en door menigeen wordt het, samen met Savage uit 1987, zelfs beschouwd als een van de zwakke broeders in het oeuvre van het duo.
Ik was in 1986 zelf ook niet heel gek op Revenge, waarop Annie Lennox en Dave Stewart afstapten van hun tot op dat moment door synthesizers gedomineerde geluid. Op Revenge is een belangrijke rol weggelegd voor gitaren en die stonden in de jaren 80 toch vaak op het tweede plan. Veertig jaar later kijk ik er anders tegenaan en vind ik Revenge een fris en energiek klinkend album.
Het is een album dat geweldig opent met drie uitstekende singles, Missionary Man, Thorn in My Side en When Tomorrow Comes. Het zijn songs waarin de gitaren inderdaad belangrijker zijn dan op de eerdere albums van Eurythmics, maar met de oren van nu wordt mijn eerste aandacht getrokken door het drumwerk. Voor Revenge wisten Annie Lennox en Dave Stewart niemand minder dan Clem Burke te strikken.
De drummer van Blondie is wat mij betreft een van de meest onderschatte drummers aller tijden en ook op Revenge van Eurythmics speelt hij fantastisch. Dat geldt ook voor saxofonist Jimmy Zavala die op het album is te horen en die in Missionary Man tekent voor de scheurende mondharmonica.
In het vroege werk van Eurythmics mis ik vier decennia later vaak de pit, maar die is zeker aanwezig op Revenge. Ik vond het zoetsappige Miracle Of Love destijds overigens een draak van een song, maar ook de vierde single van Revenge heeft de tand des tijds verrassend goed doorstaan.
Annie Lennox en Dave Stewart verruilen, in ieder geval op een deel van Revenge, de synthpop voor rock en soul. Dat werd destijds zeker niet door iedereen gewaardeerd, maar het klinkt veertig jaar later verassend lekker. Grappig hoe de tijd een oeuvre van een band toch weer anders kan rangschikken. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Isabel Rumble - Hold Everything Lightly (2025) 4,5
8 maart, 13:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Isabel Rumble - Hold Everything Lightly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Isabel Rumble - Hold Everything Lightly
Het gezegde “wat je van ver haalt is lekkerder” is zeker van toepassing op Hold Everything Lightly van de Australische muzikante Isabel Rumble, want wat is dit een mooi en sfeervol en knap gemaakt rootsalbum
De Australische muzikante Isabel Rumble is nog niet heel bekend, maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van haar muziek. Met die kwaliteit heeft ze mij echt enorm verrast, want haar een paar maanden geleden verschenen tweede album Hold Everything Lightly is in alle opzichten een hoogstaand album. Het is een album waarop sfeervolle en smaakvolle rootsmuziek is te horen en die rootsmuziek wordt naar een hoger plan getild door de prachtige stem van Isabel Rumble. En omdat het ook met de songwriting skills van de Australische muzikante wel goed zit, is Hold Everything Lightly een album dat binnen de (Amerikaanse) rootsmuziek met de allerbeste albums mee kan.
Een paar dagen geleden vond ik Hold Everything Lightly van Isabel Rumble op de deurmat. Het in eigen beheer uitgebrachte album verscheen een maand of vijf geleden en heeft er dus even over gedaan om mij te bereiken. Het pakketje waar het album in zat kwam uit Zweden, maar de oorsprong van Hold Everything Lightly ligt veel verder weg. Isabel Rumble is immers een Australische singer-songwriter en woont ook nog eens in het diepe zuiden van het continent.
Hold Everything Lightly is het tweede album van de Australische muzikante, die in 2023 debuteerde met het album Bird Be Brave. Ik krijg echt heel veel nieuwe albums die in het hokje (Amerikaanse) rootsmuziek passen en dat is ook het hokje waarin het nieuwe album van Isabel Rumble thuis hoort. Het is een genre waarin de concurrentie momenteel moordend is, maar Hold Everything Lightly had nauwelijks tijd nodig om me te overtuigen van de kwaliteiten van Isabel Rumble en is een rootsalbum dat ik sinds de eerste kennismaking koester.
De Australische muzikante heeft met haar in eigen beheer uitgebrachte tweede album een verpletterend mooi album afgeleverd. Australië heeft een rijke traditie wanneer het gaat om het maken van kwalitatief hoogstaande rootsmuziek en Hold Everything Lightly past uitstekend in deze traditie.
Bij beluistering van het album vallen een aantal dingen op. Isabel Rumble beschikt om te beginnen over een hele mooie stem. Het is een zachte stem, maar het is ook een stem met heel veel gevoel. Isabel Rumble zingt in de meeste tracks op haar nieuwe album in een vrij laag tempo en dat vergroot de zeggingskracht van haar zang. De Australische muzikante zingt niet alleen mooi en met veel gevoel, maar ze beschikt ook over een karakteristiek stemgeluid.
Ik viel direct bij de eerste noten als een blok voor de stem van Isabel Rumble en sindsdien is de zang op Hold Everything Lightly alleen maar mooier geworden. Het is een stem die de songs op het album voorziet van een intiem karakter, maar ik word ook helemaal zen van de zang van Isabel Rumble.
De zang op het album is echt prachtig en bij mij goed voor kippenvel, maar de muziek op het album is minstens even mooi. Net als de zang is ook de muziek op het tweede album van Isabel Rumble vooral ingetogen. De Australische muzikante vertrouwt volledig op organische klanken en zet deze spaarzaam in.
Wanneer ze genoeg heeft aan de akoestische gitaar hebben haar songs een folky karakter, maar wanneer de pedal steel opduikt hoor ik ook invloeden uit de country. De muziek op het album is redelijk sober, maar ook verrassend warm en sfeervol. Het is muziek die een fraaie basis biedt voor de echt prachtige stem van Isabel Rumble, die echt alle ruimte krijgt in het subtiele geluid.
Hold Everything Lightly is een album dat het vooral goed doet in de koudere en donkere seizoenen, waardoor ik het heel jammer vind dat ik het album niet een paar maanden geleden heb ontdekt, maar ik heb de muziek van Isabel Rumble zo hoog zitten, dat ik er van uit ga dat ik ook de lente en de zomer makkelijk door kom met dit prachtige album, dat ook wanneer het gaat om de songs een bijzonder hoog niveau laat horen.
Het is een album dat ik zonder een Zweedse promotor nooit zou hebben ontdekt en wat ben ik blij met dit weergaloze album. Ik had een week geleden nog nooit van Isabel Rumble gehoord, maar het is een naam die ik vanaf nu echt niet meer ga vergeten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Katherine Priddy - These Frightening Machines (2026) 4,5
7 maart, 11:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Katherine Priddy - These Frightening Machines - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Katherine Priddy - These Frightening Machines
De Britse muzikante Katherine Priddy maakte met The Eternal Rocks Beneath en The Pendulum Swing al twee sensationeel goede albums, maar het deze week verschenen These Frightening Machines is nog wat mooier en indrukwekkender
Katherine Priddy is in een paar jaar tijd van een veelbelovende folkie uitgegroeid tot een van de meest aansprekende Britse singer-songwriters van het moment. Ze maakt nog altijd makkelijk indruk met haar wonderschone en veelzijdige stem, maar ook in muzikaal opzicht is het deze week verschenen These Frightening Machines een imponerend album. Katherine Priddy laat op haar derde album ook nog eens horen dat ze is gegroeid als songwriter en het is een songwriter die zich niet meer laat beperken door de kaders van de Britse folk. These Frightening Machines is absoluut een prachtig Brits folkalbum, maar het is door de grote variëteit aan stijlen ook veel meer dan dat.
Aan het begin van 2021 werd Katherine Priddy door een aantal aansprekende Britse muziektijdschriften geschaard onder de grote beloften van de Britse folk. We zijn inmiddels vijf jaar verder en ik kan alleen maar concluderen dat de Britse muzikante de belofte inmiddels meer dan waar heeft gemaakt.
Dat deed ze eigenlijk direct al in de zomer van 2021 met haar debuutalbum The Eternal Rocks Beneath, dat dankzij de prachtige stem van Katherine Priddy, maar ook door de muziek op het album uitgroeide tot een van de mooiste albums van dat jaar. The Eternal Rocks Beneath ademde Britse folk, maar Katherine Priddy zocht ook op fraaie wijze de grenzen van het genre op.
Dat deed ze op nog wat indrukwekkendere wijze op het aan het begin van 2024 verschenen The Pendulum Swing, dat was voorzien van een voller en veelzijdiger geluid. Op haar tweede album maakte de muzikante uit Birmingham nog wat meer indruk met haar prachtige stem en was ze de drie jaar eerder voorspelde belofte inmiddels ver voorbij.
Katherine Priddy werkte op haar eerste twee albums samen met producer Simon Weever, die twee bijzonder mooi klinkende albums afleverde. Voor haar deze week verschenen derde album heeft Katherine Priddy gekozen voor een producer van naam en faam. These Frightening Machines is immers geproduceerd door de vooral van PJ Harvey bekende Rob Ellis, die het geluid van Katherine Priddy nog wat verder optilt.
Op These Frightening Machines zet de Britse muzikante de lijn van The Pendulum Swing door. Invloeden uit de Britse folk spelen nog altijd een belangrijke rol op haar derde album, maar nog meer dan op haar vorige albums zoekt Katherine Priddy de grenzen van het genre op en begeeft ze zich ook met grote regelmaat buiten de grenzen van de Britse folk.
These Frightening Machines werd gemaakt met een flink aantal muzikanten, onder wie multi-instrumentalist Ben Cristophers, en klinkt nog wat mooier en veelzijdiger dan de vorige twee albums. In de openingstrack Matches hoor je een flirt met de spookachtige Keltische folk van een band als Lankum, maar de titeltrack die volgt is juist weer ontspannen en oorstrelend mooi.
Katherine Priddy probeerde zich op haar debuutalbum al te ontworstelen aan het strakke keurslijf van de Britse folk, maar heeft zichzelf hier inmiddels echt volledig van bevrijd, waardoor folk, pop, Amerikaanse rootsmuziek en tijdloze singer-songwriter muziek op fraaie wijze samen komen op het album.
Het was de stem van Katherine Priddy die uiteindelijk de meeste indruk maakte op haar eerste twee albums en die stem is alleen maar mooier en rijker geworden. Hier en daar hoor je nog een typische Britse folkie, met echo’s van grote folkzangeressen uit het verleden, maar de stem van de Britse muzikante kan op These Frightening Machines meerdere kanten op en klinkt nog rijker en warmer dan op haar vorige albums. Katherine Priddy is de dertig inmiddels gepasseerd en dat zorgt ook nog eens voor net wat meer doorleving in haar stem.
Na twee prachtige albums lag de lat al heel hoog voor Katherine Priddy, maar met These Frightening Machines weet ze me met een serie prachtige en fantasierijke songs toch weer te verrassen en behoort ze niet alleen tot het beste dat de Britse folk momenteel te bieden heeft, maar ook tot het beste dat de Britse popmuziek momenteel voor ons in petto heeft. Dit gaat een van de mooiste albums van 2026 worden, let maar op. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Heavenly - Highway to Heavenly (2026) 4,0
6 maart, 19:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Heavenly - Highway To Heavenly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Heavenly - Highway To Heavenly
De Britse band Heavenly bracht meer dan 30 jaar geleden een aantal albums uit op een inmiddels bijna vergeten label, maar laat na afwezigheid van 30 jaar horen dat de erfenis van dat bijzondere label nog altijd springlevend is
Iedereen die Heavenly niet kent uit de jaren 90 zal enthousiast opveren bij de aanstekelijke en energieke klanken op Highway To Heavenly. Iedereen die Heavenly kent uit de jaren 90 zal nog wat enthousiaster opveren, want de Britse band is na lange afwezigheid terug. Dat Heavenly zo lang is weg geweest is overigens niet te horen, want op Highway To Heavenly lijkt de tijd te hebben stil gestaan. De gitaren jengelen nog net zo lekker en ook de koortjes zijn nog net zo onweerstaanbaar als destijds. Heavenly verstaat bovendien nog altijd de kunst van het schrijven van bijzonder aanstekelijke songs waarin de ruwe randjes en de scherpe kantjes niet zijn vergeten. Wat een aangename comeback.
Het Britse en inmiddels legendarische platenlabel Sarah Records bestond van 1987 tot en met 1995. Het label bestaat al meer dan 30 jaar niet meer, maar heeft nog altijd een cultstatus. Sarah Records is bovendien een synoniem geworden voor opvallend frisse en aanstekelijke Britse popmuziek.
De albums die werden uitgebracht via Sarah Records zijn tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor vele bands en ook het label zelf wordt vaak genoemd als inspiratiebron. Dat is op zich best bijzonder, want als je kijkt naar de catalogus van het label uit Brighton kom je geen hele grote namen tegen.
The Field Mice zijn waarschijnlijk de bekendste band van het label, maar ook Heavenly timmerde in de eerste helft van de jaren 90 met enig succes aan de weg. Het is een band waarvan ik zowaar twee albums in mijn bezit blijk te hebben, maar dertig jaar na dato had ik geen actieve herinnering meer aan de muziek van de Britse band. De naam van de band deed bij mij dan ook niet direct een belletje rinkelen toen ik alweer enige tijd geleden het nieuwe album van Heavenly kreeg toegestuurd.
Heavenly ontstond aan het eind van de jaren 80 uit de restanten van de cultband Talulah Gosh en debuteerde in 1991 op Sarah Records. De ondergang van het label zorgde ook voor het einde van Heavenly, al verscheen er in 1996 nog een album op een ander label. Precies 30 jaar later is Heavenly echter terug met Highway To Heavenly.
De leden van de band zijn inmiddels van middelbare leeftijd, maar de jaren hebben geen vat gehad op de muzikale energie van de band. Highway To Heavenly is een album dat in de jaren 90 niet had misstaan in de catalogus van Sarah Records en dat is een knappe prestatie.
De Britse band maakt nog altijd frisse en aanstekelijke, maar soms ook voorzichtig stekelige popsongs. Het zijn popsongs die worden gedomineerd door de stemmen van de twee zangeressen van de band. Amelia Fletcher en Cathy Rogers beschikken over stemmen die het goed deden in de catalogus van Sarah Records, maar ook herinneren aan de heerlijk eigenwijze popmuziek die in de jaren 90 in Glasgow werd gemaakt.
De twee kunnen de songs van de band afzonderlijk dragen, maar ze tekenen ook voor heerlijk aanstekelijke maar ook eigenwijze koortjes. Het verleidt, ook na al die jaren, nog bijzonder makkelijk en dat doet niet alleen de zang op Highway To Heavenly. Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Heavenly een feest van herkenning en een bron van ultieme verleiding.
Centraal staan de heerlijk jengelende gitaren van Heavenly, die worden gecombineerd met al even lekker klinkende synths. Heavenly maakte in de jaren 90 de ultieme indiepop en dat doet de band na een afwezigheid van 30 jaar nog steeds. Het is indiepop die niet is te vergelijken met de indiepop van het moment, maar wat klinkt het nog altijd lekker.
Ik heb zoals gezegd geen herinnering meer aan de albums die Heavenly meer dan 30 jaar geleden maakte, maar voorlopig kan ik ook nog wel uit de voeten met Highway To Heavenly. Het is een album dat vooralsnog goede recensies krijgt. Dat verdient het album alleen al om nostalgische redenen, maar Heavenly heeft op haar comeback album ook meer dan genoeg te bieden. En zo is de magie van Sarah Records na al die jaren stiekem nog steeds springlevend. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Iron and Wine - Hen's Teeth (2026) 4,0
6 maart, 16:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Iron & Wine - Hen's Teeth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Iron & Wine - Hen's Teeth
Sam Beam is met zijn band Iron & Wine goed voor een echt prachtig oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het bijzonder mooie en zeer sfeervolle Hen’s Teeth, dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70
Hen’s Teeth van Iron & Wine klinkt eigenlijk direct als een album van de Amerikaanse band, die inmiddels een ruime handvol fraaie albums op haar naam heeft staan. Toch klinkt het album ook wel anders dan de albums waarmee de band ooit opdook. Op Hen’s Teeth vallen vooral de vocale bijdragen van I’m With Her en Sam Beam’s dochter Arden op, maar de band klinkt ook in muzikaal opzicht anders dan in het verleden. Hen’s Teeth is voorzien van een redelijk sober, maar ook smaakvol en veelzijdig geluid. Het is een geluid dat herinnert aan de Laurel Canyon folk uit de jaren 70, maar Hen’s Teeth klinkt zeker niet gedateerd. Echt een heerlijk album om even mee weg te dromen naar zorgeloze tijden.
Ik heb in het verleden meerdere albums van Iron & Wine, het project van de Amerikaanse muzikant Sam Beam, besproken en in de periode voor het bestaan van de krenten uit de pop koesterde ik zelfs een aantal albums van de band. De laatste jaren was ik om onduidelijke redenen wat afgehaakt.
Heel veel heb ik niet gemist, want Iron & Wine was de afgelopen jaren niet overdreven productief. Eerlijk gezegd trok het nieuwe album van de band van Sam Beam in eerste instantie alleen mijn aandacht door het opduiken van het trio I’m With Her in twee songs, maar Hen’s Teeth wist me al snel aangenaam te verrassen.
Dat betekent niet dat het album in muzikaal opzicht heel verrassend is, want Sam Beam maakt op Hen’s Teeth het soort muziek dat we inmiddels al bijna 25 jaar kennen van Iron & Wine. Het is muziek die vaak wat nostalgisch aan doet en je vooral mee terug neemt naar de jaren 70. De muziek van Iron & Wine verwerkt nog altijd vooral invloeden uit de folk, maar schuwt ook invloeden uit de country en de jazz niet.
Ook Hen’s Teeth is weer een album waarbij het heerlijk relaxen is. De aangename jaren 70 vibe klinkt niet alleen heel lekker, maar heeft ook iets looms en zorgeloos. Precies wat we nodig hebben op het moment. Sam Beam en zijn medemuzikanten hebben de songs op het nieuwe album van Iron & Wine meestal ingetogen ingekleurd met vooral organische klanken. Het zijn klanken die de jaren 70 sfeer op het album nog wat verder versterken.
Hen’s Teeth werd overigens op hetzelfde moment opgenomen als de in 2024 verschenen voorganger Light Verse, die ik destijds heb laten liggen. Beide albums werden opgenomen in een studio in de Laurel Canyon bij Los Angeles. In die studio stond kennelijk ook een tijdmachine, want Hen’s Teeth had met een beetje fantasie ook tijdens de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk gemaakt kunnen zijn.
Dat ligt deels aan de muziek en de productie, maar ook aan de zang en de songs op het album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, maar de kracht van Iron & Wine zat in het verleden vaak in de zang en dat is dit keer niet anders. Sam Beam is een prima zanger met een stem die niet snel gaat vervelen en die ook makkelijk kan schakelen tussen verschillende klanken.
Wanneer Sara Watkins, Aoife O'Donovan en Sarah Jarosz van I’m With Her opduiken wordt de vocale kracht nog wat verder opgevoerd, maar ook de achtergrond vocalen van Arden Beam, de dochter van de voorman van Iron & Wine, mogen er zeker zijn. De combinaties van stemmen draagt nog wat bij aan de jaren 70 sfeer op het album, maar ook in het hier en nu klinkt het onweerstaanbaar lekker.
Ik heb bij het soort muziek dat Iron & Wine maakt vaak last van het feit dat het na een paar tracks of na een paar keer horen wat gezapig gaat klinken, maar bij beluistering van Hen’s Teeth heb ik daar nog geen last van, wat iets zegt over de kwaliteit van de songs, de muziek en de zang op het album.
Ik heb inmiddels ook voorganger Light Verse beluisterd en ook dat album is mooi, al vind ik het net wat meer ingetogen en naar binnen gekeerde Hen’s Teeth net wat mooier. Ik was wat uitgekeken op Iron & Wine, maar na beluistering van het echt uitstekende nieuwe album van Sam Beam ben ik weer helemaal bij de les. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Bill Callahan - My Days of 58 (2026)
5 maart, 21:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bill Callahan - My Days Of 58 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bill Callahan - My Days Of 58
Bill Callahan heeft onder zijn eigen naam en als Smog inmiddels een enorme stapel albums uitgebracht, maar ook op het deze week verschenen My Days Of 58 klinkt de Amerikaanse muzikant weer verrassend geïnspireerd
Je moet houden van de donkere stem van Bill Callahan en zeker ook van zijn manier van zingen, want de Amerikaanse muzikant draagt zijn teksten soms meer voor dan dat hij ze zingt. Het album dreigt hierdoor wat voort te kabbelen, maar de muziek op My Days Of 58 doet veel. Bill Callahan laat zich begeleiden door een aantal uitstekende muzikanten, die zorgen voor een vol en spannend geluid met een hoofdrol voor gitaren en blazers. Bill Callahan mijmert af en toe wat over ouder worden, maar de Amerikaanse muzikant klinkt ondertussen ook zeer geïnspireerd. Ik heb niet altijd wat met de muziek van Bill Callahan, maar My Days Of 58 bevalt me verrassend goed, zeker op een kille en donkere avond.
Er zijn albums die het vooral op bepaalde delen van de dag goed doen en die zich in het ene seizoen makkelijker opdringen dan in het andere. Als ik My Days Of 58 van Bill Callahan moet scoren langs deze lat kom ik er vrij makkelijk op uit dat het een album is dat het goed doet als de zon onder is en vooral tot zijn recht komt in de koude en donkere seizoenen van het jaar.
We zitten momenteel wat op de grens van winter en lente, maar de avonden van het moment zijn nog even koud en donker genoeg voor de muziek van Bill Callahan. De Amerikaanse muzikant begon in 2007 met het uitbrengen van albums onder zijn eigen naam en heeft er inmiddels negen gemaakt. Het zijn albums die ik niet allemaal besproken heb, want ik ben niet altijd gek op de muziek die Bill Callahan onder zijn eigen naam maakt.
Bill Callahan had er overigens al een heel muzikaal leven op zitten toen hij in 2007 het eerste album onder zijn eigen naam uitbracht, want tussen 1990 en 2005 maakte hij elf albums onder de naam Smog, waaronder een aantal albums die inmiddels terecht zijn uitgeroepen tot klassieker.
Bill Callahan viert deze zomer zijn zestigste verjaardag, maar op My Days Of 58 staat hij nog even stil bij zijn 58e levensjaar. Het was voor de Amerikaanse muzikant kennelijk de leeftijd om na te denken over zijn eigen sterfelijkheid, wat af en toe sombere, maar ook zeker humoristische teksten oplevert.
Ik hou, zoals bekend, vooral van vrouwenstemmen, maar de donkere stem van Bill Callahan kan ik ook verrassend goed hebben. Verrassend goed omdat de muzikant, die tegenwoordig in Austin, Texas, bivakkeert, zijn teksten soms bijna voordraagt en daar ben ik meestal niet zo gek op.
Het soms bijna gesproken woord zorgt wel voor een bijzondere sfeer op My Days Of 58, dat af en toe aan Lou Reed, af en toe aan Leonard Cohen, maar vooral aan Bill Callahan doet denken. Als liefhebbers van vrouwenstemmen kom ik overigens wel enigszins aan mijn trekken, want zangeres Eve Searls staat Bill Callahan hier en daar bij.
In vocaal opzicht is My Days Of 58 een wat laidback album, maar in muzikaal opzicht gebeurt er van alles. Bill Callahan laat zich begeleiden door de band waarmee hij een aantal jaren geleden tourde, wat betekent dat gitarist Matt Kinsey, drummer Jim White en saxofonist Dustin Laurenzi van de partij zijn, maar er schoven ook nog wat andere muzikanten aan, die onder andere fraaie bijdragen van andere blazers, viool en pedal steel toevoegen aan het mooie geluid op het album.
Ik vind de zang van Bill Callahan altijd wat monotoon, niet op een vervelende manier overigens, maar de muziek op My Days Of 58 is behoorlijk opwindend. Er is vast goed over nagedacht, maar het album klinkt hier en daar ook als een jazzalbum waarop de muzikanten vrij mogen improviseren. Het levert geweldige blazerspartijen op, maar het mooist vind ik het gitaarwerk dat varieert van subtiel ondersteunend tot licht explosief.
De bijzondere combinatie van de wat onderkoelde en laidback zang van Bill Callahan en de spannende en dynamische muziek maakt van My Days Of 58 een bijzonder album, dat mij niet alleen makkelijk wist te overtuigen, maar dat sindsdien ook goed was voor groeiend luisterplezier. En zo heeft Bill Callahan weer een album gemaakt dat ik erg goed vind en dat de aandacht makkelijk een uur lang vast houdt. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lucy Kitchen - In the Low Light (2026) 4,5
4 maart, 21:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Kitchen - In The Low Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lucy Kitchen - In The Low Light
Door persoonlijke omstandigheden was het jaren stil rond de Britse singer-songwriter Lucy Kitchen, maar met het deze week verschenen In The Low Light keert de talentvolle folkie op zeer indrukwekkende wijze terug
In The Low Light van Lucy Kitchen heeft niet veel tijd nodig om je te overtuigen van de kwaliteiten van de Britse muzikante Lucy Kitchen. Ze beschikt om te beginnen over een prachtige stem, die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel vertolkt. Het is een album dat bijzonder fraai is ingekleurd met vooral invloeden uit de Britse folk en af en toe een vleugje Amerikaanse rootsmuziek. En Lucy Kitchen schrijft ook nog eens songs die zich makkelijk opdringen, maar ook dieper graven dan de gemiddelde popsong. De Britse folk scene heeft momenteel meerdere grote talenten rondlopen en Lucy Kitchen is er dankzij In The Low Light absoluut een van.
De uit het Britse Southampton afkomstige singer-songwriter Lucy Kitchen bracht in 2014 haar debuutalbum Walking uit, dat in 2017 werd gevolgd door een tweede album, Sun To My Moon. Het zijn albums die ik nooit heb beluisterd en waarover ik volgens mij ook nooit iets gelezen hebben de in de Britse lijfbladen Mojo en Uncut.
De afgelopen jaren stonden voor Lucy Kitchen in het teken van de ziekte en uiteindelijk de dood van haar echtgenoot, maar negen jaar na haar vorige album keert de Britse singer-songwriter deze week gelukkig terug met haar derde album, dat wel direct mijn aandacht wist te trekken.
Dat doet In The Low Light eigenlijk direct met de stem van de Britse muzikante, die beschikt over een stem die gemaakt is voor Britse folk. Lucy Kitchen klinkt als de legendarische Britse folkies uit het verleden, maar sluit nog makkelijker aan bij de meest interessante Britse folkies van dit moment. Van deze folkies reken ik Kathryn Williams, Katherine Priddy en Josiene Clarke tot de smaakmakers en Lucy Kitchen misstaat met In The Low Light zeker niet in dat rijtje.
Het predicaat folkie verdient de Britse muzikante vooral met haar stem die helder en warm, maar ook wat pastoraal klinkt. Ik ben lang niet altijd gek op Britse folkzangeressen, maar net als de drie bovengenoemde zangeressen beschikt Lucy Kitchen over een stem waarvoor ik onmiddellijk smelt. De zang op In The Low Light is loepzuiver, maar waar ik de zang binnen de Britse folk wel eens wat steriel vind klinken, zit de zang van Lucy Kitchen vol gevoel.
Door de stem van de muzikante uit Southampton was ik eigenlijk direct gecharmeerd van In The Low Light, maar het album heeft meer te bieden. Ook in muzikaal opzicht is het een bijzonder mooi en ook zeer sfeervol album. Lucy Kitchen kan op de gitaar en de fluit uit de voeten en heeft in Tali Trow een zeer muzikale metgezel gevonden.
De twee tekenen samen voor de productie, terwijl Tali Trow ook nog gitaar, piano en de mellotron toevoegt aan het smaakvolle geluid op het album. Ik associeerde de mellotron lang met de symfonische rock uit de jaren 70 waaraan ik ooit verslingerd was, maar het instrument past ook uitstekend in muziek met invloeden uit de Britse folk.
Een aantal andere muzikanten voegt niet alleen bas en drums, maar ook strijkers, blazers en de pedal steel toe aan het geluid van Lucy Kitchen. Dat laatste instrument zorgt er voor dat In The Low Light af en toe flirt met Amerikaanse rootsmuziek, maar invloeden uit de Britse folk domineren op het album.
Ik ken de namen van de muzikanten die zijn te horen op het album niet, maar het zijn stuk voor stuk uitstekende muzikanten, die goed zijn voor een zeer smaakvol en sfeervol, maar ook voldoende gevarieerd geluid. Het is een geluid dat altijd in dienst staat van de stem van Lucy Kitchen, die een album lang indruk maakt.
Dat doet de Britse muzikante niet alleen met de echt betoverend mooie zang, maar ook met haar songs, die aan de ene kant klinken als traditionele Britse folksongs, maar ook aansluiten bij de meer eigentijds klinkende songs die worden gemaakt in het genre. Het zijn licht melancholische songs die makkelijk aanspreken, maar het zijn ook songs die voldoende te bieden hebben om ook na meerdere keren horen nog interessant te zijn. Ik ben al met al echt behoorlijk onder de indruk van In The Low Light van Lucy Kitchen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sally Seltmann - Art School Reverie (2026) 4,0
4 maart, 11:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sally Seltmann - Art School Reverie - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sally Seltmann - Art School Reverie
De naam Sally Seltmann zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de Australische muzikante draait al heel wat jaren mee en heeft met het prachtige Art School Reverie een bijzonder klinkend album afgeleverd
Luister naar Art School Reverie van Sally Seltmann en je hoort muziek die soms verrassend bekend in de oren klinkt en op het andere moment totaal anders klinkt dan alle andere muziek van het moment. Sally Seltmann heeft haar nieuwe album voorzien van een bijzonder geluid dat wordt gedomineerd door wat ouderwets klinkende synths. Ze voorzien de songs van de Australische muzikante van een verrassend warm geluid en dat geluid kleurt prachtig bij de mooie stem van Sally Seltmann. De Australische muzikante beschikt over het vermogen om tijdloze songs te schrijven, maar het zijn ook bijzondere songs die je keer op keer nieuwsgierig maken.
Als ik kijk naar het stapeltje soloalbums dat Sally Seltmann inmiddels op haar naam heeft staan, komt alleen de cover van haar in 2010 verschenen debuutalbum Heart That’s Pounding me enigszins bekend voor. Aan de muziek op het album heb ik daarentegen echt geen enkele herinnering, maar het klinkt zeker niet onaangenaam.
Reden om me te verdiepen in het oeuvre van de Australische muzikante is het deze week verschenen Art School Reverie, dat me de afgelopen week door meerdere mensen werd getipt. Het is het vierde soloalbum van Sally Seltmann en zelfs haar vijfde als ik de soundtrack bij de tv-serie The Letdown, die ze maakte met haar van The Avalanches bekende echtgenoot Darren Seltmann, mee tel.
Art School Reverie is een album met negen songs en ruim een half uur muziek. Dat is wat aan de korte kant, maar de muzikante uit Sydney heeft wel negen hele mooie songs geschreven. Ik heb verder alleen kort naar haar debuutalbum geluisterd, maar vergeleken met haar eerste soloalbum heeft Sally Seltmann op haar nieuwe album flinke stappen gezet.
Op Art School Reverie staat de Australische muzikante stil bij de tijd die ze in de jaren 90 op de kunstacademie doorbracht en die haar vormde. Sally Seltmann draait dus al even mee en ik blijk haar ook al veel langer te kennen. Een jaar of twintig geleden maakte ze immers muziek onder de naam New Buffalo en ik was destijds zeer gecharmeerd van The Last Beautiful Day en Somewhere, Anywhere, de twee albums die Sally Seltmann onder deze naam maakte.
Hier blijft het niet bij, want ze maakte ook nog twee albums met Seeker Lover Keeper, het trio dat ze vormde met Holly Throsby en Sarah Blasko. Ze schreef bovendien met 1234 een van de bekendste songs van Feist. Sally Seltmann is inmiddels een zeer ervaren muzikante en dat hoor je op Art School Reverie.
Het is een album dat is te typeren als een singer-songwriter album en het is wat mij betreft een singer-songwriter album met een geheel eigen sound. Het bijzondere geluid op het album wordt volgens de credits gecreëerd door Sally Seltmann en Judy Seltmann terwijl Daren Seltmann tekende voor de productie.
Het is een geluid dat wordt gedomineerd door keyboards, met hier en daar wat gitaren en percussie, en het is een opvallend geluid. In veel tracks op het album heeft Sally Seltmann genoeg aan relatief eenvoudige keyboard akkoorden, maar hier en daar voegt ze ook lagen toe aan haar geluid. Dat lijken af en toe strijkers en blazers, maar omdat deze ontbreken in de credits ga ik er van uit dat die ook met synths zijn gecreëerd.
De hele mooie stem van de Australische muzikante draait fraai om alle klanken heen en maakt het geluid op Art School Reverie compleet. Het bijzondere van het nieuwe album van Sally Seltmann is dat het een deel van de tijd klinkt als een wat nostalgisch singer-songwriter album, maar minstens net zo vaak ver verwijderd is van gangbare albums in het genre.
Het zorgt er voor dat de avontuurlijk ingekleurde songs van de Australische muzikante de fantasie makkelijk prikkelen, maar op hetzelfde moment ook makkelijk vermaken. Art School Reverie is tot dusver helaas nog nauwelijks opgemerkt, maar het is een album dat niet alleen kwaliteit ademt, maar ook nog eens anders klinkt. Echt veel te mooi om tussen wal en schip te vallen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Maria BC - Marathon (2026) 4,0
3 maart, 16:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maria BC - Marathon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maria BC - Marathon
De Amerikaanse muzikant Maria BC maakte met Hyaline en Spike Field al twee bijzonder mooie albums, maar het deze week verschenen Marathon is dankzij betere songs nog net wat mooier en indrukwekkender
Luister met volledige aandacht naar de muziek van Maria BC en er gaat een wereld voor je open. De muziek op het album is subtiel, maar ook voorzien van heel veel fraaie details. De stem van Maria BC is zacht, maar ook de zang op Marathon is veel mooier bij beluistering met volledige aandacht. Maria BC maakte al indruk met Hyaline en Spike Field, maar op Marathon ligt de nadruk wat meer op de songs, die aan kracht hebben gewonnen. Gebleven zijn de beeldende, bezwerende en vaak donkere klankentapijten die ook van Marathon weer een bijzondere luistertrip maken. Het is absoluut even wennen aan de muziek van Maria BC, maar wat is het weer mooi.
In 2022 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Maria BC en was ik enorm onder de indruk van de muziek van de Amerikaanse muzikant, die zichzelf ziet als non-binair persoon. Ik prees Hyaline aan met de volgende woorden en dat moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het album: “Hyaline is een album dat echt alle aandacht verdient. In eerste instantie door de klassiek geschoolde stem van Maria BC, die het beste van Liz Harris (Grouper), Elizabeth Fraser (Cocteau Twins) en Kate Bush verenigt, maar ook door de even mooie als spannende klanken op het album en de prachtig opgebouwde songs, die hun geheimen maar langzaam prijs geven. Hyaline is een filmisch album dat de fantasie maximaal prikkelt en dat je meeneemt naar surrealistische landschappen. Neem er de tijd voor, maar vervolgens is het echt betoverend mooi”.
Het zijn woorden die ook van toepassing zijn op het in 2023 verschenen tweede album van Maria BC, want Spike Field lag in het verlengde van het debuutalbum en was minstens even mooi. De Amerikaanse muzikant heeft wat meer tijd genomen voor het derde album, dat deze week is verschenen. Veel veranderd is er niet, want Marathon ligt in het verlengde van Hyaline en Spike Field.
Ook op Marathon schakelt Maria BC makkelijk tussen aardedonkere en sprookjesachtig mooie klanken. Het album opent met de titeltrack die wordt gedomineerd door gruizige gitaarmuren en wolken, maar er is ook de prachtige stem, die op de vorige twee albums al zoveel indruk maakte.
Liz Harris, Elizabeth Fraser en Kate Bush noemde ik een paar jaar geleden als vergelijkingsmateriaal, maar dit keer hoor ik ook zeker Beth Gibbons (Portishead) en dan met name in de sober klinkende songs op het album. Ook in muzikaal opzicht doet het album me af en toe wel wat aan Portishead denken, zeker wanneer de muziek wat bezwerender en experimenteler is.
Marathon opent behoorlijk heftig, maar Maria BC kiest al snel voor een wat meer ingetogen en subtieler klinkend geluid. Het is een geluid dat over de hele linie behoorlijk donker blijft en niet heel goed past bij de uitbundig schijnende zon, maar zodra de zon onder is komt Marathon fraai tot leven.
Met name in de songs die het moeten doen met spaarzame en vaak repeterende gitaarakkoorden draait alles om de stem van Maria BC en die stem is ook op Marathon weer prachtig. Het is een vooral zachte stem, maar het is ook een stem vol diepte en detail.
Hyaline en Spike Field zijn albums die het best tot zijn recht komen bij beluistering met de koptelefoon en dat geldt ook weer voor Marathon. Dan immers hoor je hoe subtiel maar ook hoe smaakvol de muziek op het album is en hoor je bovendien de schoonheid van de stem van de muzikant uit Oakland.
Marathon ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van de vorige twee albums van Maria BC, maar ik vind de wat ruwe productie van het nieuwe album nog net wat mooier en ik vind de songs zelfs een stuk beter. Ik heb net wat minder met de korte intermezzo’s, die de bijzondere sfeer van het album wat doorbreken, maar ze zitten me ook niet in de weg.
Je moet absoluut in de stemming zijn voor de muziek van Maria BC want het is niet alleen donker, maar ook lang niet altijd even makkelijk, maar als je in de stemming bent voor de bijzondere muziek van Maria BC is Marathon een fascinerend album dat steeds weer nieuwe dingen laat horen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rosie Carney - Bare (2019) 5,0
2 maart, 15:40 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Rosie Carney - The Bends (2020) 4,5
2 maart, 15:40 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Rosie Carney - i wanna feel happy (2022) 4,0
2 maart, 15:40 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here (2026) 4,0
2 maart, 15:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here
De Britse singer-songwriter Rosie Carney bouwt inmiddels een jaar of zeven aan een indrukwekkend oeuvre, dat begon met uiterst sobere folksongs en is geëvolueerd in een groots klinkend popgeluid
Rosie Carney beschikt over een werkelijk prachtige stem, die van haar debuutalbum Bare een album van een bijna onwerkelijke schoonheid en intimiteit maakte. Op haar vorige album koos de Britse muzikante voor een wat voller geluid en die lijn wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Doomsday...Don't Leave Me Here. De uiterst sobere klanken van Bare hebben plaatsgemaakt voor een even groots als atmosferisch klinkend popgeluid. Dat is even wennen, maar de songs op het album zijn interessant en de stem van Rosie Carney is ook op haar vierde album weer prachtig. De muziek van Rosie Carney blijft vooralsnog wat onderbelicht, maar verdient absoluut een plekje in de spotlights.
Ik ben tot dusver zeer gecharmeerd van de albums van Rosie Carney, die deze week haar vierde album heeft uitgebracht. De Britse singer-songwriter kreeg al op haar zestiende een platencontract, maar dat werd ontbonden voor ze haar eerste album had uitgebracht. Dat album kwam er uiteindelijk toch, want helemaal aan het begin van 2019 debuteerde Rosie Carney, inmiddels 21 jaar oud, met het werkelijk wonderschone Bare.
Het is een album dat aan het eind van dat jaar, tot mijn verrassing of zelfs verbijstering, niet opdook in mijn jaarlijstje, maar met de kennis van nu vind ik het debuutalbum van Rosie Carney een van de allermooiste albums van het betreffende jaar. Bare is een zeer persoonlijk album met vooral intieme en sober ingekleurde folksongs en het zijn songs waarin de indrukwekkende stem van Rosie Carney centraal staat.
De Britse muzikante was zoals gezegd pas 21 jaar oud toen haar debuutalbum verscheen, maar het is een album dat dwars door de ziel snijdt en op hetzelfde moment betovert met wonderschone songs. Bare werd eind 2020 gevolgd door Rosie Carney’s integrale vertolking van Radiohead’s The Bends. Op voorhand een kansloze missie, maar het pakte prachtig uit.
Op het in het voorjaar van 2022 verschenen i wanna feel happy omringde de Britse muzikante, die overigens in Ierland opgroeide, zich in een aantal tracks met elektronica of met wat stevigere gitaren. Rosie Carney had het wat vollere geluid op haar derde album met haar geweldige stem absoluut niet nodig, maar ook i wanna feel happy wist me makkelijk te overtuigen en onderstreepte wat mij betreft haar grote talent.
Deze week is album vier verschenen en ook Doomsday...Don't Leave Me Here is weer een sterk album. Als ik heel eerlijk ben zou ik het liefst een sober en intiem folkalbum hebben gekregen, maar net als i wanna feel happy is ook het vierde album van de muzikante uit Londen behoorlijk vol ingekleurd.
Doomsday...Don't Leave Me Here klinkt nog wat voller dan het vorige album van de Britse muzikante en schuift ook wat meer op richting pop. Dat is voor iemand die het debuutalbum van Rosie Carney of haar vertolking van The Bends koestert niet direct goed nieuws, maar Doomsday...Don't Leave Me Here is een album dat veel te bieden heeft.
Het behoorlijk volle geluid op het album is zeer smaakvol en is ook spannender dan je bij vluchtige eerste beluistering ervaart. Het is een geluid vol dynamiek en flinke spanningsbogen en het is een geluid dat Rosie Carney de kant van de groots aangezette en wat theatrale pop op duwt. Dat is af en toe jammer, maar ook op Doomsday...Don't Leave Me Here maakt de Britse muzikante makkelijk indruk met haar stem, die optimaal gebruik maakt van de spanningsbogen in de songs.
Het derde en vierde album van Rosie Carney laten zich nauwelijks vergelijken met de eerste twee albums, maar de eerste drie albums vond ik geweldig en ook album nummer vier overtuigde me onmiddellijk. Het is een album met een bijzonder fraaie en wat atmosferische productie en ondanks het grootse geluid is er alle ruimte voor de fascinerende stem van Rosie Carney. Ik zet binnenkort ook het betoverend mooie Bare weer eens op, maar ook op Doomsday...Don't Leave Me Here heeft Rosie Carney veel te bieden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
runo plum - patching (2025) 4,5
1 maart, 19:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: runo plum - patching (2025) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: runo plum - patching (2025)
De Amerikaanse muzikante runo plum bleef eind vorig jaar helaas wat onder de radar met haar debuutalbum patching, dat ik zelf achteraf bezien schaar onder de betere of zelfs de beste albums van het afgelopen jaar
Je hebt van die album waar je meteen bij eerste beluistering verliefd op bent en patching van runo plum is wat mij betreft zo’n album. Het album verscheen een paar maanden geleden en kwam vorige week door puur toeval op mijn weg. Het album is zo goed door de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook de muziek op patching, die zowel kan opschuiven richting indiefolk als indierock, spreekt zeer tot de verbeelding. De muzikante uit Minneapolis schrijft ook nog eens zeer aansprekende songs, die aan de ene kant overlopen van melancholie, maar op hetzelfde moment van een betoverende schoonheid en een bedwelmende intimiteit zijn. Wat een prachtig album!
Op zondagavond bespreek ik op de krenten pop persoonlijke favorieten of vergeten albums uit een ver verleden. Ook vandaag bespreek ik een persoonlijke favoriet en bovendien een helaas alweer vergeten album, maar voor de afwisseling betreft het dit keer een album van recente datum. Van zeer recente datum zelfs, want patching van runo plum (twee keer geen hoofdletters) verscheen medio november, net iets meer dan drie maanden geleden.
Het is een album dat ik zelf pas vorige week heb ontdekt en direct bij eerste beluistering was ik ondersteboven van patching. Ik wist in eerste instantie bijna niets over runo plum, buiten het feit dat ze uit Minneapolis, Minnesota, komt, een stad die vorige maand het nieuws domineerde. Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse singer-songwriter is net wat meer informatie te vinden.
De muziek van runo plum, het is volgens mij haar echte naam, dook op toen ze tijdens de coronapandemie muziek maakte vanuit haar slaapkamer en beschikbaar maakte via het Internet. Volgens diezelfde bandcamp pagina ging de muzikante uit Minneapolis door diepe dalen na een onverwachte liefdesbreuk, die haar wereld op zijn kop zette.
De afgelopen jaren uit het leven van runo plum zijn goed terug te horen op haar debuutalbum patching. Je hoort goed dat de Amerikaanse muzikante ooit is begonnen met het maken van bedroom pop, want haar songs klinken nog altijd intiem, wat wordt versterkt door haar vooral zachte stem. Ook de dalen in haar persoonlijke leven hebben sporen nagelaten op patching, dat een groot deel van de tijd een nogal melancholisch klinkend album is.
Op patching werkt runo plum samen met een beperkt aantal muzikanten en de mij onbekende producer Lutalo Jones, met wie ze het album produceerde. Het album is voorzien van een behoorlijk sober geluid, dat voornamelijk bestaat uit gitaar, bas en drums en op de achtergrond soms wat keyboards.
De muziek op patching klinkt vaak ingetogen, wat de songs van runo plum een folky karakter geeft, maar ze flirt hier en daar ook voorzichtig met invloeden uit de indierock en levert een album af dat met enige fantasie zowel in het hokje indiefolk als in het hokje indierock past. De muziek op patching is vooral sober, maar ik vind de inkleuring van het album ook mooi, zeker ook wanneer heel subtiel wordt gespeeld.
De muziek op het debuutalbum van runo plum past bovendien echt heel goed bij haar stem. Ik heb hierboven al verklapt dat de muzikante uit Minneapolis vooral zacht zingt en fluisterzacht is misschien nog wel een betere omschrijving. Hiermee begeeft runo plum zich in een druk speelveld, maar ik vind haar stem echt uitzonderlijk mooi. Het is een stem waar je de melancholie in bakken af kunt scheppen, maar het is ook een stem die de songs op patching voorziet van een opvallend intiem karakter.
Het kabbelt allemaal zeer aangenaam voort op de late avond, maar de ware kracht van het debuutalbum van runo plum ontdek je pas wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en de muziek en de zang prachtig samensmelten. Ik begrijp er echt niets van dat het debuutalbum van runo plum in november zo weinig aandacht kreeg, maar wat ben ik blij dat ik het album, dat in 2025 hoog in mijn jaarlijstje had moeten staan, alsnog heb ontdekt. Ik zou zeker eens luisteren. Grote kans dat je, net als ik, genadeloos voor de bijl gaat. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Annabelle Dinda - Some Things Never Leave (2026) 4,0
1 maart, 14:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annabelle Dinda - Some Things Never Leave - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annabelle Dinda - Some Things Never Leave
Some Things Never Leave van Annabelle Dinda trok eerder dit jaar niet heel veel aandacht, maar het is een mooi en bijzonder album dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment
Ik kwam bij toeval op het spoor van de Amerikaanse muzikante Annabelle Dinda, maar haar nieuwe album, het blijkt overigens al haar vierde, is een album dat ik niet graag had gemist. Het is een album dat makkelijk schakelt tussen tijdloze singer-songwriter muziek en eigentijdse indiefolk en het is een album dat wat meer lo-fi klinkt dan vergelijkbare albums. In muzikaal opzicht klinkt Some Things Never Leave vrij basic, waardoor de stem van Annabelle Dinda alle aandacht krijgt. De muzikante uit New York beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en zingt met veel gevoel, waardoor de songs op haar nieuwe album makkelijk de aandacht trekken en zich vervolgens snel opdringen.
Er zijn flink wat met name Amerikaanse websites die op basis van de waardering van zowel critici als muziekliefhebbers lijsten maken met de best beoordeelde albums van het moment. De website Album of the Year houdt ook een lijstje bij met de beste singer-songwriter albums van het moment. Op het lijstje van AOTY kwam ik flink wat albums tegen die ik de afgelopen weken heb besproken, maar ik zag ook een aantal nieuwe namen.
Een aantal door AOTY genoemde albums konden mij niet bekoren, maar Some Things Never Leave van Annabelle Dinda sprak me wel direct aan. Het is een naam die ik nog niet eerder had gehoord, waardoor ik uitging van een debuutalbum, maar de muzikante uit New York blijkt al vier albums op haar naam te hebben staan. De eerste drie moet ik nog eens beluisteren, maar voorlopig gaat alle aandacht uit naar Some Things Never Leave.
Het is een album dat moet concurreren met stapels hele goede singer-songwriter albums, want over het aanbod heb ik in de eerste weken van 2026 echt niets te klagen. Bij een aanbod van deze omvang moet een album er wel echt uit springen om de aandacht te trekken en vervolgens ook vast te houden, maar dat doet het album van Annabelle Dinda wat mij betreft.
Het is een album dat hier en daar een indiefolk album wordt genoemd, maar op andere plekken een indierock of indiepop album. Voor beide is wat te zeggen, maar ik zou zelf ook zeker het etiket lo-fi op het album plakken, dat overigens ook kan klinken als een tijdloos singer-songwriter album.
De muziek van Annabelle Dinda klinkt immers ruwer en rommeliger dan het gemiddelde indiepop album en steviger dan de meeste albums in het hokje indiefolk. Ook aan het etiket lo-fi kleven wel wat nadelen, want ik associeer het genre ook met half afgemaakte songs en extreem korte songs, maar beiden vind je niet op het vierde album van Annabelle Dinda.
De muzikante uit New York kiest voor een wat ruw geluid, maar ze heeft wel degelijk aandacht besteed aan de inkleuring van haar songs, bijvoorbeeld door het toevoegen van fraaie bijdragen van de viool. Op hetzelfde moment is Some Things Never Leave ook voorzien van een geluid zonder opsmuk. Het is een geluid dat charmant rammelt en dat past wel bij de stem van Annabelle Dinda.
Haar zang is soms wat rommelig, maar de karakteristieke stem van de Amerikaanse muzikante maakt van Some Things Never Leave wel een bijzonder album. Het is een album met meer gevoel en expressie dan het gemiddelde wat voortkabbelende indiefolk album en het is een album met iets scherpere randjes en ruwere kantjes dan het gemiddelde indiepop album.
Heel af en toe doet het me denken aan de debuutalbums van Tori Amos en Alanis Morissette, maar dan zonder de hysterie van de eerste en zonder de blinkende popsongs en fraaie productie van de tweede. Het betekent niet dat Annabelle Dinda niet af en toe de grenzen opzoekt met haar stem en het betekent ook zeker niet dat de songs van de muzikante uit New York niet af zijn.
Some Things Never Leave van Annabelle Dinda is een album dat af en toe wat kan schuren, maar het is ook een album dat relatief makkelijk overtuigt, zeker als je van wat minder gepolijste producties houdt. Voor mij is het vooral een album dat me weet te raken en dat is een groot goed. Het nieuwe album van Annabelle Dinda komt op de website Album of the Year tot een verrassend hoge gemiddelde score en daar valt wat mij betreft echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Jackie West - Silent Century (2026) 4,0
1 maart, 10:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jackie West - Silent Century
Jackie West maakte twee jaar geleden op haar debuutalbum diepe indruk met een mooie stem en wat nostalgische klanken en beiden sleept ze nu het heden in op het bijzondere en nog altijd uniek klinkende Silent Century
Het debuutalbum van Jackie West had twee jaar geleden een beter lot verdiend, want het bleef bij een aantal zeer positieve recensies. Die positieve recensies verdient de Amerikaanse muzikante ook voor haar tweede album. Ook op Silent Century zingt Jackie West echt prachtig en ook nog eens met veel gevoel. Het kleurde twee jaar geleden prachtig bij een geluid vol invloeden uit een heel ver verleden, maar ook in het wat moderner klinkende geluid op het tweede album van Jackie West klinkt haar stem prachtig. Silent Century is een album dat je even de tijd moet gunnen, maar zodra alles op zijn plek valt is ook het tweede album van Jackie West echt wonderschoon.
Bijna twee jaar geleden besprak ik Close To The Mystery, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Jackie West. Het is een album dat kon rekenen op een aantal geweldige recensies, waarin Jackie West onder andere werd vergeleken met Peggy Lee, Mazzy Star, Cowboy Junkies en Lana Del Rey. In mijn recensie gaf ik aan dat ik deze namen soms allemaal tegelijk hoorde maar minstens net zo vaak geen van allen, waarmee ik uiteindelijk vooral wilde aangeven dat Jackie West op haar debuutalbum een bijzonder eigen geluid liet horen.
Het is een geluid dat op Close To The Mystery bestond uit vaak wat nostalgisch aandoende maar ook bijzonder mooie en trefzekere klanken, waarvoor onder andere multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sarah Pedinotti tekenden. Minstens even belangrijk was de mooie maar eveneens wat nostalgisch aandoende stem van de muzikante uit Brooklyn, New York.
Het debuutalbum van Jackie West deed ondanks een aantal zeer positieve recensies helaas niet veel, maar deze week krijgt de Amerikaanse muzikante een nieuwe kans met haar tweede album Silent Century. Het album werd volgens de bandcamp pagina van Jackie West in slechts een week opgenomen, maar Silent Century klinkt net als zijn voorganger zeer verzorgd.
Jackie West maakte haar nieuwe album met een handvol muzikanten, maar het zijn zeker niet de minsten. Naast de van Adeline Hotel bekende Dan Knishkowy en Katie von Scheicher duiken ook Nico Osborne, Sean Mullins en Nate Mendelsohn op en dat zijn allemaal namen die ik al vaker ben tegengekomen.
Silent Century is zeker niet mijlenver verwijderd van Close To The Mystery, maar Jackie West kiest op haar tweede album wel voor een iets andere weg. Op haar debuutalbum klonk de muziek van de muzikante uit Brooklyn, New York, met grot regelmaat zeer nostalgisch en hierbij dacht ik eerder aan de jaren 50 en 60 dan aan wat dichterbij gelegen decennia.
Ook op haar tweede album is Jackie West niet vies van nostalgie, maar invloeden uit een ver verleden zijn veel minder prominent aanwezig en zijn vervangen door licht psychedelische klanken. Het geluid op Silent Century schuift hier en daar ook op richting wat stevigere klanken, maar ook als de muziek van Jackie West zwoel en verleidelijk klinkt heeft het album vooral een eigentijds geluid, met vaak een hoofdrol voor fraai gitaarspel.
Het is net als op het debuutalbum een zeer smaakvol geluid en het is wederom een geluid waarin veel mooie en bijzondere accenten zijn verstopt. Het geluid van de New Yorkse muzikante klinkt op Silent Century niet alleen wat eigentijdser, maar het is ook wat spannender. Wat is gebleven is de mooie stem van Jackie West, die ook op haar tweede album met veel precisie zingt. Het is een stem die niet direct lijkt op die van andere zangeressen, wat verder bijdraagt aan het eigen geluid van Jackie West.
Door het wat eigentijdsere geluid op haar tweede album kruipt Jackie West wat dichter tegen andere wat alternatieve singer-songwriters van het moment aan, maar echt heel duidelijk vergelijkingsmateriaal blijft wat mij betreft uit. Het is hierdoor misschien even wennen aan het karakteristieke geluid van Jackie West en haar bijzondere stem, maar inmiddels vind ik Silent Century al indrukwekkender dan Close To The Mystery en de rek is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
