MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

Katherine Priddy - These Frightening Machines (2026) 4,5

vandaag om 11:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Katherine Priddy - These Frightening Machines - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Katherine Priddy - These Frightening Machines
De Britse muzikante Katherine Priddy maakte met The Eternal Rocks Beneath en The Pendulum Swing al twee sensationeel goede albums, maar het deze week verschenen These Frightening Machines is nog wat mooier en indrukwekkender

Katherine Priddy is in een paar jaar tijd van een veelbelovende folkie uitgegroeid tot een van de meest aansprekende Britse singer-songwriters van het moment. Ze maakt nog altijd makkelijk indruk met haar wonderschone en veelzijdige stem, maar ook in muzikaal opzicht is het deze week verschenen These Frightening Machines een imponerend album. Katherine Priddy laat op haar derde album ook nog eens horen dat ze is gegroeid als songwriter en het is een songwriter die zich niet meer laat beperken door de kaders van de Britse folk. These Frightening Machines is absoluut een prachtig Brits folkalbum, maar het is door de grote variëteit aan stijlen ook veel meer dan dat.

Aan het begin van 2021 werd Katherine Priddy door een aantal aansprekende Britse muziektijdschriften geschaard onder de grote beloften van de Britse folk. We zijn inmiddels vijf jaar verder en ik kan alleen maar concluderen dat de Britse muzikante de belofte inmiddels meer dan waar heeft gemaakt.

Dat deed ze eigenlijk direct al in de zomer van 2021 met haar debuutalbum The Eternal Rocks Beneath, dat dankzij de prachtige stem van Katherine Priddy, maar ook door de muziek op het album uitgroeide tot een van de mooiste albums van dat jaar. The Eternal Rocks Beneath ademde Britse folk, maar Katherine Priddy zocht ook op fraaie wijze de grenzen van het genre op.

Dat deed ze op nog wat indrukwekkendere wijze op het aan het begin van 2024 verschenen The Pendulum Swing, dat was voorzien van een voller en veelzijdiger geluid. Op haar tweede album maakte de muzikante uit Birmingham nog wat meer indruk met haar prachtige stem en was ze de drie jaar eerder voorspelde belofte inmiddels ver voorbij.

Katherine Priddy werkte op haar eerste twee albums samen met producer Simon Weever, die twee bijzonder mooi klinkende albums afleverde. Voor haar deze week verschenen derde album heeft Katherine Priddy gekozen voor een producer van naam en faam. These Frightening Machines is immers geproduceerd door de vooral van PJ Harvey bekende Rob Ellis, die het geluid van Katherine Priddy nog wat verder optilt.

Op These Frightening Machines zet de Britse muzikante de lijn van The Pendulum Swing door. Invloeden uit de Britse folk spelen nog altijd een belangrijke rol op haar derde album, maar nog meer dan op haar vorige albums zoekt Katherine Priddy de grenzen van het genre op en begeeft ze zich ook met grote regelmaat buiten de grenzen van de Britse folk.

These Frightening Machines werd gemaakt met een flink aantal muzikanten, onder wie multi-instrumentalist Ben Cristophers, en klinkt nog wat mooier en veelzijdiger dan de vorige twee albums. In de openingstrack Matches hoor je een flirt met de spookachtige Keltische folk van een band als Lankum, maar de titeltrack die volgt is juist weer ontspannen en oorstrelend mooi.

Katherine Priddy probeerde zich op haar debuutalbum al te ontworstelen aan het strakke keurslijf van de Britse folk, maar heeft zichzelf hier inmiddels echt volledig van bevrijd, waardoor folk, pop, Amerikaanse rootsmuziek en tijdloze singer-songwriter muziek op fraaie wijze samen komen op het album.

Het was de stem van Katherine Priddy die uiteindelijk de meeste indruk maakte op haar eerste twee albums en die stem is alleen maar mooier en rijker geworden. Hier en daar hoor je nog een typische Britse folkie, met echo’s van grote folkzangeressen uit het verleden, maar de stem van de Britse muzikante kan op These Frightening Machines meerdere kanten op en klinkt nog rijker en warmer dan op haar vorige albums. Katherine Priddy is de dertig inmiddels gepasseerd en dat zorgt ook nog eens voor net wat meer doorleving in haar stem.

Na twee prachtige albums lag de lat al heel hoog voor Katherine Priddy, maar met These Frightening Machines weet ze me met een serie prachtige en fantasierijke songs toch weer te verrassen en behoort ze niet alleen tot het beste dat de Britse folk momenteel te bieden heeft, maar ook tot het beste dat de Britse popmuziek momenteel voor ons in petto heeft. Dit gaat een van de mooiste albums van 2026 worden, let maar op. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Heavenly - Highway to Heavenly (2026) 4,0

gisteren om 19:44 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Heavenly - Highway To Heavenly - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Heavenly - Highway To Heavenly
De Britse band Heavenly bracht meer dan 30 jaar geleden een aantal albums uit op een inmiddels bijna vergeten label, maar laat na afwezigheid van 30 jaar horen dat de erfenis van dat bijzondere label nog altijd springlevend is

Iedereen die Heavenly niet kent uit de jaren 90 zal enthousiast opveren bij de aanstekelijke en energieke klanken op Highway To Heavenly. Iedereen die Heavenly kent uit de jaren 90 zal nog wat enthousiaster opveren, want de Britse band is na lange afwezigheid terug. Dat Heavenly zo lang is weg geweest is overigens niet te horen, want op Highway To Heavenly lijkt de tijd te hebben stil gestaan. De gitaren jengelen nog net zo lekker en ook de koortjes zijn nog net zo onweerstaanbaar als destijds. Heavenly verstaat bovendien nog altijd de kunst van het schrijven van bijzonder aanstekelijke songs waarin de ruwe randjes en de scherpe kantjes niet zijn vergeten. Wat een aangename comeback.

Het Britse en inmiddels legendarische platenlabel Sarah Records bestond van 1987 tot en met 1995. Het label bestaat al meer dan 30 jaar niet meer, maar heeft nog altijd een cultstatus. Sarah Records is bovendien een synoniem geworden voor opvallend frisse en aanstekelijke Britse popmuziek.

De albums die werden uitgebracht via Sarah Records zijn tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor vele bands en ook het label zelf wordt vaak genoemd als inspiratiebron. Dat is op zich best bijzonder, want als je kijkt naar de catalogus van het label uit Brighton kom je geen hele grote namen tegen.

The Field Mice zijn waarschijnlijk de bekendste band van het label, maar ook Heavenly timmerde in de eerste helft van de jaren 90 met enig succes aan de weg. Het is een band waarvan ik zowaar twee albums in mijn bezit blijk te hebben, maar dertig jaar na dato had ik geen actieve herinnering meer aan de muziek van de Britse band. De naam van de band deed bij mij dan ook niet direct een belletje rinkelen toen ik alweer enige tijd geleden het nieuwe album van Heavenly kreeg toegestuurd.

Heavenly ontstond aan het eind van de jaren 80 uit de restanten van de cultband Talulah Gosh en debuteerde in 1991 op Sarah Records. De ondergang van het label zorgde ook voor het einde van Heavenly, al verscheen er in 1996 nog een album op een ander label. Precies 30 jaar later is Heavenly echter terug met Highway To Heavenly.

De leden van de band zijn inmiddels van middelbare leeftijd, maar de jaren hebben geen vat gehad op de muzikale energie van de band. Highway To Heavenly is een album dat in de jaren 90 niet had misstaan in de catalogus van Sarah Records en dat is een knappe prestatie.

De Britse band maakt nog altijd frisse en aanstekelijke, maar soms ook voorzichtig stekelige popsongs. Het zijn popsongs die worden gedomineerd door de stemmen van de twee zangeressen van de band. Amelia Fletcher en Cathy Rogers beschikken over stemmen die het goed deden in de catalogus van Sarah Records, maar ook herinneren aan de heerlijk eigenwijze popmuziek die in de jaren 90 in Glasgow werd gemaakt.

De twee kunnen de songs van de band afzonderlijk dragen, maar ze tekenen ook voor heerlijk aanstekelijke maar ook eigenwijze koortjes. Het verleidt, ook na al die jaren, nog bijzonder makkelijk en dat doet niet alleen de zang op Highway To Heavenly. Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Heavenly een feest van herkenning en een bron van ultieme verleiding.

Centraal staan de heerlijk jengelende gitaren van Heavenly, die worden gecombineerd met al even lekker klinkende synths. Heavenly maakte in de jaren 90 de ultieme indiepop en dat doet de band na een afwezigheid van 30 jaar nog steeds. Het is indiepop die niet is te vergelijken met de indiepop van het moment, maar wat klinkt het nog altijd lekker.

Ik heb zoals gezegd geen herinnering meer aan de albums die Heavenly meer dan 30 jaar geleden maakte, maar voorlopig kan ik ook nog wel uit de voeten met Highway To Heavenly. Het is een album dat vooralsnog goede recensies krijgt. Dat verdient het album alleen al om nostalgische redenen, maar Heavenly heeft op haar comeback album ook meer dan genoeg te bieden. En zo is de magie van Sarah Records na al die jaren stiekem nog steeds springlevend. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Iron and Wine - Hen's Teeth (2026) 4,0

gisteren om 16:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Iron & Wine - Hen's Teeth - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Iron & Wine - Hen's Teeth
Sam Beam is met zijn band Iron & Wine goed voor een echt prachtig oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het bijzonder mooie en zeer sfeervolle Hen’s Teeth, dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70

Hen’s Teeth van Iron & Wine klinkt eigenlijk direct als een album van de Amerikaanse band, die inmiddels een ruime handvol fraaie albums op haar naam heeft staan. Toch klinkt het album ook wel anders dan de albums waarmee de band ooit opdook. Op Hen’s Teeth vallen vooral de vocale bijdragen van I’m With Her en Sam Beam’s dochter Arden op, maar de band klinkt ook in muzikaal opzicht anders dan in het verleden. Hen’s Teeth is voorzien van een redelijk sober, maar ook smaakvol en veelzijdig geluid. Het is een geluid dat herinnert aan de Laurel Canyon folk uit de jaren 70, maar Hen’s Teeth klinkt zeker niet gedateerd. Echt een heerlijk album om even mee weg te dromen naar zorgeloze tijden.

Ik heb in het verleden meerdere albums van Iron & Wine, het project van de Amerikaanse muzikant Sam Beam, besproken en in de periode voor het bestaan van de krenten uit de pop koesterde ik zelfs een aantal albums van de band. De laatste jaren was ik om onduidelijke redenen wat afgehaakt.

Heel veel heb ik niet gemist, want Iron & Wine was de afgelopen jaren niet overdreven productief. Eerlijk gezegd trok het nieuwe album van de band van Sam Beam in eerste instantie alleen mijn aandacht door het opduiken van het trio I’m With Her in twee songs, maar Hen’s Teeth wist me al snel aangenaam te verrassen.

Dat betekent niet dat het album in muzikaal opzicht heel verrassend is, want Sam Beam maakt op Hen’s Teeth het soort muziek dat we inmiddels al bijna 25 jaar kennen van Iron & Wine. Het is muziek die vaak wat nostalgisch aan doet en je vooral mee terug neemt naar de jaren 70. De muziek van Iron & Wine verwerkt nog altijd vooral invloeden uit de folk, maar schuwt ook invloeden uit de country en de jazz niet.

Ook Hen’s Teeth is weer een album waarbij het heerlijk relaxen is. De aangename jaren 70 vibe klinkt niet alleen heel lekker, maar heeft ook iets looms en zorgeloos. Precies wat we nodig hebben op het moment. Sam Beam en zijn medemuzikanten hebben de songs op het nieuwe album van Iron & Wine meestal ingetogen ingekleurd met vooral organische klanken. Het zijn klanken die de jaren 70 sfeer op het album nog wat verder versterken.

Hen’s Teeth werd overigens op hetzelfde moment opgenomen als de in 2024 verschenen voorganger Light Verse, die ik destijds heb laten liggen. Beide albums werden opgenomen in een studio in de Laurel Canyon bij Los Angeles. In die studio stond kennelijk ook een tijdmachine, want Hen’s Teeth had met een beetje fantasie ook tijdens de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk gemaakt kunnen zijn.

Dat ligt deels aan de muziek en de productie, maar ook aan de zang en de songs op het album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, maar de kracht van Iron & Wine zat in het verleden vaak in de zang en dat is dit keer niet anders. Sam Beam is een prima zanger met een stem die niet snel gaat vervelen en die ook makkelijk kan schakelen tussen verschillende klanken.

Wanneer Sara Watkins, Aoife O'Donovan en Sarah Jarosz van I’m With Her opduiken wordt de vocale kracht nog wat verder opgevoerd, maar ook de achtergrond vocalen van Arden Beam, de dochter van de voorman van Iron & Wine, mogen er zeker zijn. De combinaties van stemmen draagt nog wat bij aan de jaren 70 sfeer op het album, maar ook in het hier en nu klinkt het onweerstaanbaar lekker.

Ik heb bij het soort muziek dat Iron & Wine maakt vaak last van het feit dat het na een paar tracks of na een paar keer horen wat gezapig gaat klinken, maar bij beluistering van Hen’s Teeth heb ik daar nog geen last van, wat iets zegt over de kwaliteit van de songs, de muziek en de zang op het album.

Ik heb inmiddels ook voorganger Light Verse beluisterd en ook dat album is mooi, al vind ik het net wat meer ingetogen en naar binnen gekeerde Hen’s Teeth net wat mooier. Ik was wat uitgekeken op Iron & Wine, maar na beluistering van het echt uitstekende nieuwe album van Sam Beam ben ik weer helemaal bij de les. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Bill Callahan - My Days of 58 (2026)

afgelopen donderdag om 21:39 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bill Callahan - My Days Of 58 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bill Callahan - My Days Of 58
Bill Callahan heeft onder zijn eigen naam en als Smog inmiddels een enorme stapel albums uitgebracht, maar ook op het deze week verschenen My Days Of 58 klinkt de Amerikaanse muzikant weer verrassend geïnspireerd

Je moet houden van de donkere stem van Bill Callahan en zeker ook van zijn manier van zingen, want de Amerikaanse muzikant draagt zijn teksten soms meer voor dan dat hij ze zingt. Het album dreigt hierdoor wat voort te kabbelen, maar de muziek op My Days Of 58 doet veel. Bill Callahan laat zich begeleiden door een aantal uitstekende muzikanten, die zorgen voor een vol en spannend geluid met een hoofdrol voor gitaren en blazers. Bill Callahan mijmert af en toe wat over ouder worden, maar de Amerikaanse muzikant klinkt ondertussen ook zeer geïnspireerd. Ik heb niet altijd wat met de muziek van Bill Callahan, maar My Days Of 58 bevalt me verrassend goed, zeker op een kille en donkere avond.

Er zijn albums die het vooral op bepaalde delen van de dag goed doen en die zich in het ene seizoen makkelijker opdringen dan in het andere. Als ik My Days Of 58 van Bill Callahan moet scoren langs deze lat kom ik er vrij makkelijk op uit dat het een album is dat het goed doet als de zon onder is en vooral tot zijn recht komt in de koude en donkere seizoenen van het jaar.

We zitten momenteel wat op de grens van winter en lente, maar de avonden van het moment zijn nog even koud en donker genoeg voor de muziek van Bill Callahan. De Amerikaanse muzikant begon in 2007 met het uitbrengen van albums onder zijn eigen naam en heeft er inmiddels negen gemaakt. Het zijn albums die ik niet allemaal besproken heb, want ik ben niet altijd gek op de muziek die Bill Callahan onder zijn eigen naam maakt.

Bill Callahan had er overigens al een heel muzikaal leven op zitten toen hij in 2007 het eerste album onder zijn eigen naam uitbracht, want tussen 1990 en 2005 maakte hij elf albums onder de naam Smog, waaronder een aantal albums die inmiddels terecht zijn uitgeroepen tot klassieker.

Bill Callahan viert deze zomer zijn zestigste verjaardag, maar op My Days Of 58 staat hij nog even stil bij zijn 58e levensjaar. Het was voor de Amerikaanse muzikant kennelijk de leeftijd om na te denken over zijn eigen sterfelijkheid, wat af en toe sombere, maar ook zeker humoristische teksten oplevert.

Ik hou, zoals bekend, vooral van vrouwenstemmen, maar de donkere stem van Bill Callahan kan ik ook verrassend goed hebben. Verrassend goed omdat de muzikant, die tegenwoordig in Austin, Texas, bivakkeert, zijn teksten soms bijna voordraagt en daar ben ik meestal niet zo gek op.

Het soms bijna gesproken woord zorgt wel voor een bijzondere sfeer op My Days Of 58, dat af en toe aan Lou Reed, af en toe aan Leonard Cohen, maar vooral aan Bill Callahan doet denken. Als liefhebbers van vrouwenstemmen kom ik overigens wel enigszins aan mijn trekken, want zangeres Eve Searls staat Bill Callahan hier en daar bij.

In vocaal opzicht is My Days Of 58 een wat laidback album, maar in muzikaal opzicht gebeurt er van alles. Bill Callahan laat zich begeleiden door de band waarmee hij een aantal jaren geleden tourde, wat betekent dat gitarist Matt Kinsey, drummer Jim White en saxofonist Dustin Laurenzi van de partij zijn, maar er schoven ook nog wat andere muzikanten aan, die onder andere fraaie bijdragen van andere blazers, viool en pedal steel toevoegen aan het mooie geluid op het album.

Ik vind de zang van Bill Callahan altijd wat monotoon, niet op een vervelende manier overigens, maar de muziek op My Days Of 58 is behoorlijk opwindend. Er is vast goed over nagedacht, maar het album klinkt hier en daar ook als een jazzalbum waarop de muzikanten vrij mogen improviseren. Het levert geweldige blazerspartijen op, maar het mooist vind ik het gitaarwerk dat varieert van subtiel ondersteunend tot licht explosief.

De bijzondere combinatie van de wat onderkoelde en laidback zang van Bill Callahan en de spannende en dynamische muziek maakt van My Days Of 58 een bijzonder album, dat mij niet alleen makkelijk wist te overtuigen, maar dat sindsdien ook goed was voor groeiend luisterplezier. En zo heeft Bill Callahan weer een album gemaakt dat ik erg goed vind en dat de aandacht makkelijk een uur lang vast houdt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lucy Kitchen - In the Low Light (2026) 4,5

afgelopen woensdag om 21:16 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucy Kitchen - In The Low Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lucy Kitchen - In The Low Light
Door persoonlijke omstandigheden was het jaren stil rond de Britse singer-songwriter Lucy Kitchen, maar met het deze week verschenen In The Low Light keert de talentvolle folkie op zeer indrukwekkende wijze terug

In The Low Light van Lucy Kitchen heeft niet veel tijd nodig om je te overtuigen van de kwaliteiten van de Britse muzikante Lucy Kitchen. Ze beschikt om te beginnen over een prachtige stem, die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel vertolkt. Het is een album dat bijzonder fraai is ingekleurd met vooral invloeden uit de Britse folk en af en toe een vleugje Amerikaanse rootsmuziek. En Lucy Kitchen schrijft ook nog eens songs die zich makkelijk opdringen, maar ook dieper graven dan de gemiddelde popsong. De Britse folk scene heeft momenteel meerdere grote talenten rondlopen en Lucy Kitchen is er dankzij In The Low Light absoluut een van.

De uit het Britse Southampton afkomstige singer-songwriter Lucy Kitchen bracht in 2014 haar debuutalbum Walking uit, dat in 2017 werd gevolgd door een tweede album, Sun To My Moon. Het zijn albums die ik nooit heb beluisterd en waarover ik volgens mij ook nooit iets gelezen hebben de in de Britse lijfbladen Mojo en Uncut.

De afgelopen jaren stonden voor Lucy Kitchen in het teken van de ziekte en uiteindelijk de dood van haar echtgenoot, maar negen jaar na haar vorige album keert de Britse singer-songwriter deze week gelukkig terug met haar derde album, dat wel direct mijn aandacht wist te trekken.

Dat doet In The Low Light eigenlijk direct met de stem van de Britse muzikante, die beschikt over een stem die gemaakt is voor Britse folk. Lucy Kitchen klinkt als de legendarische Britse folkies uit het verleden, maar sluit nog makkelijker aan bij de meest interessante Britse folkies van dit moment. Van deze folkies reken ik Kathryn Williams, Katherine Priddy en Josiene Clarke tot de smaakmakers en Lucy Kitchen misstaat met In The Low Light zeker niet in dat rijtje.

Het predicaat folkie verdient de Britse muzikante vooral met haar stem die helder en warm, maar ook wat pastoraal klinkt. Ik ben lang niet altijd gek op Britse folkzangeressen, maar net als de drie bovengenoemde zangeressen beschikt Lucy Kitchen over een stem waarvoor ik onmiddellijk smelt. De zang op In The Low Light is loepzuiver, maar waar ik de zang binnen de Britse folk wel eens wat steriel vind klinken, zit de zang van Lucy Kitchen vol gevoel.

Door de stem van de muzikante uit Southampton was ik eigenlijk direct gecharmeerd van In The Low Light, maar het album heeft meer te bieden. Ook in muzikaal opzicht is het een bijzonder mooi en ook zeer sfeervol album. Lucy Kitchen kan op de gitaar en de fluit uit de voeten en heeft in Tali Trow een zeer muzikale metgezel gevonden.

De twee tekenen samen voor de productie, terwijl Tali Trow ook nog gitaar, piano en de mellotron toevoegt aan het smaakvolle geluid op het album. Ik associeerde de mellotron lang met de symfonische rock uit de jaren 70 waaraan ik ooit verslingerd was, maar het instrument past ook uitstekend in muziek met invloeden uit de Britse folk.

Een aantal andere muzikanten voegt niet alleen bas en drums, maar ook strijkers, blazers en de pedal steel toe aan het geluid van Lucy Kitchen. Dat laatste instrument zorgt er voor dat In The Low Light af en toe flirt met Amerikaanse rootsmuziek, maar invloeden uit de Britse folk domineren op het album.

Ik ken de namen van de muzikanten die zijn te horen op het album niet, maar het zijn stuk voor stuk uitstekende muzikanten, die goed zijn voor een zeer smaakvol en sfeervol, maar ook voldoende gevarieerd geluid. Het is een geluid dat altijd in dienst staat van de stem van Lucy Kitchen, die een album lang indruk maakt.

Dat doet de Britse muzikante niet alleen met de echt betoverend mooie zang, maar ook met haar songs, die aan de ene kant klinken als traditionele Britse folksongs, maar ook aansluiten bij de meer eigentijds klinkende songs die worden gemaakt in het genre. Het zijn licht melancholische songs die makkelijk aanspreken, maar het zijn ook songs die voldoende te bieden hebben om ook na meerdere keren horen nog interessant te zijn. Ik ben al met al echt behoorlijk onder de indruk van In The Low Light van Lucy Kitchen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sally Seltmann - Art School Reverie (2026) 4,0

afgelopen woensdag om 11:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sally Seltmann - Art School Reverie - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sally Seltmann - Art School Reverie
De naam Sally Seltmann zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de Australische muzikante draait al heel wat jaren mee en heeft met het prachtige Art School Reverie een bijzonder klinkend album afgeleverd

Luister naar Art School Reverie van Sally Seltmann en je hoort muziek die soms verrassend bekend in de oren klinkt en op het andere moment totaal anders klinkt dan alle andere muziek van het moment. Sally Seltmann heeft haar nieuwe album voorzien van een bijzonder geluid dat wordt gedomineerd door wat ouderwets klinkende synths. Ze voorzien de songs van de Australische muzikante van een verrassend warm geluid en dat geluid kleurt prachtig bij de mooie stem van Sally Seltmann. De Australische muzikante beschikt over het vermogen om tijdloze songs te schrijven, maar het zijn ook bijzondere songs die je keer op keer nieuwsgierig maken.

Als ik kijk naar het stapeltje soloalbums dat Sally Seltmann inmiddels op haar naam heeft staan, komt alleen de cover van haar in 2010 verschenen debuutalbum Heart That’s Pounding me enigszins bekend voor. Aan de muziek op het album heb ik daarentegen echt geen enkele herinnering, maar het klinkt zeker niet onaangenaam.

Reden om me te verdiepen in het oeuvre van de Australische muzikante is het deze week verschenen Art School Reverie, dat me de afgelopen week door meerdere mensen werd getipt. Het is het vierde soloalbum van Sally Seltmann en zelfs haar vijfde als ik de soundtrack bij de tv-serie The Letdown, die ze maakte met haar van The Avalanches bekende echtgenoot Darren Seltmann, mee tel.

Art School Reverie is een album met negen songs en ruim een half uur muziek. Dat is wat aan de korte kant, maar de muzikante uit Sydney heeft wel negen hele mooie songs geschreven. Ik heb verder alleen kort naar haar debuutalbum geluisterd, maar vergeleken met haar eerste soloalbum heeft Sally Seltmann op haar nieuwe album flinke stappen gezet.

Op Art School Reverie staat de Australische muzikante stil bij de tijd die ze in de jaren 90 op de kunstacademie doorbracht en die haar vormde. Sally Seltmann draait dus al even mee en ik blijk haar ook al veel langer te kennen. Een jaar of twintig geleden maakte ze immers muziek onder de naam New Buffalo en ik was destijds zeer gecharmeerd van The Last Beautiful Day en Somewhere, Anywhere, de twee albums die Sally Seltmann onder deze naam maakte.

Hier blijft het niet bij, want ze maakte ook nog twee albums met Seeker Lover Keeper, het trio dat ze vormde met Holly Throsby en Sarah Blasko. Ze schreef bovendien met 1234 een van de bekendste songs van Feist. Sally Seltmann is inmiddels een zeer ervaren muzikante en dat hoor je op Art School Reverie.

Het is een album dat is te typeren als een singer-songwriter album en het is wat mij betreft een singer-songwriter album met een geheel eigen sound. Het bijzondere geluid op het album wordt volgens de credits gecreëerd door Sally Seltmann en Judy Seltmann terwijl Daren Seltmann tekende voor de productie.

Het is een geluid dat wordt gedomineerd door keyboards, met hier en daar wat gitaren en percussie, en het is een opvallend geluid. In veel tracks op het album heeft Sally Seltmann genoeg aan relatief eenvoudige keyboard akkoorden, maar hier en daar voegt ze ook lagen toe aan haar geluid. Dat lijken af en toe strijkers en blazers, maar omdat deze ontbreken in de credits ga ik er van uit dat die ook met synths zijn gecreëerd.

De hele mooie stem van de Australische muzikante draait fraai om alle klanken heen en maakt het geluid op Art School Reverie compleet. Het bijzondere van het nieuwe album van Sally Seltmann is dat het een deel van de tijd klinkt als een wat nostalgisch singer-songwriter album, maar minstens net zo vaak ver verwijderd is van gangbare albums in het genre.

Het zorgt er voor dat de avontuurlijk ingekleurde songs van de Australische muzikante de fantasie makkelijk prikkelen, maar op hetzelfde moment ook makkelijk vermaken. Art School Reverie is tot dusver helaas nog nauwelijks opgemerkt, maar het is een album dat niet alleen kwaliteit ademt, maar ook nog eens anders klinkt. Echt veel te mooi om tussen wal en schip te vallen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Maria BC - Marathon (2026) 4,0

afgelopen dinsdag om 16:46 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maria BC - Marathon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Maria BC - Marathon
De Amerikaanse muzikant Maria BC maakte met Hyaline en Spike Field al twee bijzonder mooie albums, maar het deze week verschenen Marathon is dankzij betere songs nog net wat mooier en indrukwekkender

Luister met volledige aandacht naar de muziek van Maria BC en er gaat een wereld voor je open. De muziek op het album is subtiel, maar ook voorzien van heel veel fraaie details. De stem van Maria BC is zacht, maar ook de zang op Marathon is veel mooier bij beluistering met volledige aandacht. Maria BC maakte al indruk met Hyaline en Spike Field, maar op Marathon ligt de nadruk wat meer op de songs, die aan kracht hebben gewonnen. Gebleven zijn de beeldende, bezwerende en vaak donkere klankentapijten die ook van Marathon weer een bijzondere luistertrip maken. Het is absoluut even wennen aan de muziek van Maria BC, maar wat is het weer mooi.

In 2022 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van Maria BC en was ik enorm onder de indruk van de muziek van de Amerikaanse muzikant, die zichzelf ziet als non-binair persoon. Ik prees Hyaline aan met de volgende woorden en dat moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het album: “Hyaline is een album dat echt alle aandacht verdient. In eerste instantie door de klassiek geschoolde stem van Maria BC, die het beste van Liz Harris (Grouper), Elizabeth Fraser (Cocteau Twins) en Kate Bush verenigt, maar ook door de even mooie als spannende klanken op het album en de prachtig opgebouwde songs, die hun geheimen maar langzaam prijs geven. Hyaline is een filmisch album dat de fantasie maximaal prikkelt en dat je meeneemt naar surrealistische landschappen. Neem er de tijd voor, maar vervolgens is het echt betoverend mooi”.

Het zijn woorden die ook van toepassing zijn op het in 2023 verschenen tweede album van Maria BC, want Spike Field lag in het verlengde van het debuutalbum en was minstens even mooi. De Amerikaanse muzikant heeft wat meer tijd genomen voor het derde album, dat deze week is verschenen. Veel veranderd is er niet, want Marathon ligt in het verlengde van Hyaline en Spike Field.

Ook op Marathon schakelt Maria BC makkelijk tussen aardedonkere en sprookjesachtig mooie klanken. Het album opent met de titeltrack die wordt gedomineerd door gruizige gitaarmuren en wolken, maar er is ook de prachtige stem, die op de vorige twee albums al zoveel indruk maakte.

Liz Harris, Elizabeth Fraser en Kate Bush noemde ik een paar jaar geleden als vergelijkingsmateriaal, maar dit keer hoor ik ook zeker Beth Gibbons (Portishead) en dan met name in de sober klinkende songs op het album. Ook in muzikaal opzicht doet het album me af en toe wel wat aan Portishead denken, zeker wanneer de muziek wat bezwerender en experimenteler is.

Marathon opent behoorlijk heftig, maar Maria BC kiest al snel voor een wat meer ingetogen en subtieler klinkend geluid. Het is een geluid dat over de hele linie behoorlijk donker blijft en niet heel goed past bij de uitbundig schijnende zon, maar zodra de zon onder is komt Marathon fraai tot leven.

Met name in de songs die het moeten doen met spaarzame en vaak repeterende gitaarakkoorden draait alles om de stem van Maria BC en die stem is ook op Marathon weer prachtig. Het is een vooral zachte stem, maar het is ook een stem vol diepte en detail.

Hyaline en Spike Field zijn albums die het best tot zijn recht komen bij beluistering met de koptelefoon en dat geldt ook weer voor Marathon. Dan immers hoor je hoe subtiel maar ook hoe smaakvol de muziek op het album is en hoor je bovendien de schoonheid van de stem van de muzikant uit Oakland.

Marathon ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van de vorige twee albums van Maria BC, maar ik vind de wat ruwe productie van het nieuwe album nog net wat mooier en ik vind de songs zelfs een stuk beter. Ik heb net wat minder met de korte intermezzo’s, die de bijzondere sfeer van het album wat doorbreken, maar ze zitten me ook niet in de weg.

Je moet absoluut in de stemming zijn voor de muziek van Maria BC want het is niet alleen donker, maar ook lang niet altijd even makkelijk, maar als je in de stemming bent voor de bijzondere muziek van Maria BC is Marathon een fascinerend album dat steeds weer nieuwe dingen laat horen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Rosie Carney - Bare (2019) 5,0

afgelopen maandag om 15:40 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Rosie Carney - The Bends (2020) 4,5

afgelopen maandag om 15:40 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Rosie Carney - i wanna feel happy (2022) 4,0

afgelopen maandag om 15:40 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here (2026) 4,0

afgelopen maandag om 15:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rosie Carney - Doomsday...Don't Leave Me Here
De Britse singer-songwriter Rosie Carney bouwt inmiddels een jaar of zeven aan een indrukwekkend oeuvre, dat begon met uiterst sobere folksongs en is geëvolueerd in een groots klinkend popgeluid

Rosie Carney beschikt over een werkelijk prachtige stem, die van haar debuutalbum Bare een album van een bijna onwerkelijke schoonheid en intimiteit maakte. Op haar vorige album koos de Britse muzikante voor een wat voller geluid en die lijn wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Doomsday...Don't Leave Me Here. De uiterst sobere klanken van Bare hebben plaatsgemaakt voor een even groots als atmosferisch klinkend popgeluid. Dat is even wennen, maar de songs op het album zijn interessant en de stem van Rosie Carney is ook op haar vierde album weer prachtig. De muziek van Rosie Carney blijft vooralsnog wat onderbelicht, maar verdient absoluut een plekje in de spotlights.

Ik ben tot dusver zeer gecharmeerd van de albums van Rosie Carney, die deze week haar vierde album heeft uitgebracht. De Britse singer-songwriter kreeg al op haar zestiende een platencontract, maar dat werd ontbonden voor ze haar eerste album had uitgebracht. Dat album kwam er uiteindelijk toch, want helemaal aan het begin van 2019 debuteerde Rosie Carney, inmiddels 21 jaar oud, met het werkelijk wonderschone Bare.

Het is een album dat aan het eind van dat jaar, tot mijn verrassing of zelfs verbijstering, niet opdook in mijn jaarlijstje, maar met de kennis van nu vind ik het debuutalbum van Rosie Carney een van de allermooiste albums van het betreffende jaar. Bare is een zeer persoonlijk album met vooral intieme en sober ingekleurde folksongs en het zijn songs waarin de indrukwekkende stem van Rosie Carney centraal staat.

De Britse muzikante was zoals gezegd pas 21 jaar oud toen haar debuutalbum verscheen, maar het is een album dat dwars door de ziel snijdt en op hetzelfde moment betovert met wonderschone songs. Bare werd eind 2020 gevolgd door Rosie Carney’s integrale vertolking van Radiohead’s The Bends. Op voorhand een kansloze missie, maar het pakte prachtig uit.

Op het in het voorjaar van 2022 verschenen i wanna feel happy omringde de Britse muzikante, die overigens in Ierland opgroeide, zich in een aantal tracks met elektronica of met wat stevigere gitaren. Rosie Carney had het wat vollere geluid op haar derde album met haar geweldige stem absoluut niet nodig, maar ook i wanna feel happy wist me makkelijk te overtuigen en onderstreepte wat mij betreft haar grote talent.

Deze week is album vier verschenen en ook Doomsday...Don't Leave Me Here is weer een sterk album. Als ik heel eerlijk ben zou ik het liefst een sober en intiem folkalbum hebben gekregen, maar net als i wanna feel happy is ook het vierde album van de muzikante uit Londen behoorlijk vol ingekleurd.

Doomsday...Don't Leave Me Here klinkt nog wat voller dan het vorige album van de Britse muzikante en schuift ook wat meer op richting pop. Dat is voor iemand die het debuutalbum van Rosie Carney of haar vertolking van The Bends koestert niet direct goed nieuws, maar Doomsday...Don't Leave Me Here is een album dat veel te bieden heeft.

Het behoorlijk volle geluid op het album is zeer smaakvol en is ook spannender dan je bij vluchtige eerste beluistering ervaart. Het is een geluid vol dynamiek en flinke spanningsbogen en het is een geluid dat Rosie Carney de kant van de groots aangezette en wat theatrale pop op duwt. Dat is af en toe jammer, maar ook op Doomsday...Don't Leave Me Here maakt de Britse muzikante makkelijk indruk met haar stem, die optimaal gebruik maakt van de spanningsbogen in de songs.

Het derde en vierde album van Rosie Carney laten zich nauwelijks vergelijken met de eerste twee albums, maar de eerste drie albums vond ik geweldig en ook album nummer vier overtuigde me onmiddellijk. Het is een album met een bijzonder fraaie en wat atmosferische productie en ondanks het grootse geluid is er alle ruimte voor de fascinerende stem van Rosie Carney. Ik zet binnenkort ook het betoverend mooie Bare weer eens op, maar ook op Doomsday...Don't Leave Me Here heeft Rosie Carney veel te bieden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

runo plum - patching (2025) 4,5

afgelopen zondag om 19:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: runo plum - patching (2025) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: runo plum - patching (2025)
De Amerikaanse muzikante runo plum bleef eind vorig jaar helaas wat onder de radar met haar debuutalbum patching, dat ik zelf achteraf bezien schaar onder de betere of zelfs de beste albums van het afgelopen jaar

Je hebt van die album waar je meteen bij eerste beluistering verliefd op bent en patching van runo plum is wat mij betreft zo’n album. Het album verscheen een paar maanden geleden en kwam vorige week door puur toeval op mijn weg. Het album is zo goed door de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook de muziek op patching, die zowel kan opschuiven richting indiefolk als indierock, spreekt zeer tot de verbeelding. De muzikante uit Minneapolis schrijft ook nog eens zeer aansprekende songs, die aan de ene kant overlopen van melancholie, maar op hetzelfde moment van een betoverende schoonheid en een bedwelmende intimiteit zijn. Wat een prachtig album!

Op zondagavond bespreek ik op de krenten pop persoonlijke favorieten of vergeten albums uit een ver verleden. Ook vandaag bespreek ik een persoonlijke favoriet en bovendien een helaas alweer vergeten album, maar voor de afwisseling betreft het dit keer een album van recente datum. Van zeer recente datum zelfs, want patching van runo plum (twee keer geen hoofdletters) verscheen medio november, net iets meer dan drie maanden geleden.

Het is een album dat ik zelf pas vorige week heb ontdekt en direct bij eerste beluistering was ik ondersteboven van patching. Ik wist in eerste instantie bijna niets over runo plum, buiten het feit dat ze uit Minneapolis, Minnesota, komt, een stad die vorige maand het nieuws domineerde. Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse singer-songwriter is net wat meer informatie te vinden.

De muziek van runo plum, het is volgens mij haar echte naam, dook op toen ze tijdens de coronapandemie muziek maakte vanuit haar slaapkamer en beschikbaar maakte via het Internet. Volgens diezelfde bandcamp pagina ging de muzikante uit Minneapolis door diepe dalen na een onverwachte liefdesbreuk, die haar wereld op zijn kop zette.

De afgelopen jaren uit het leven van runo plum zijn goed terug te horen op haar debuutalbum patching. Je hoort goed dat de Amerikaanse muzikante ooit is begonnen met het maken van bedroom pop, want haar songs klinken nog altijd intiem, wat wordt versterkt door haar vooral zachte stem. Ook de dalen in haar persoonlijke leven hebben sporen nagelaten op patching, dat een groot deel van de tijd een nogal melancholisch klinkend album is.

Op patching werkt runo plum samen met een beperkt aantal muzikanten en de mij onbekende producer Lutalo Jones, met wie ze het album produceerde. Het album is voorzien van een behoorlijk sober geluid, dat voornamelijk bestaat uit gitaar, bas en drums en op de achtergrond soms wat keyboards.

De muziek op patching klinkt vaak ingetogen, wat de songs van runo plum een folky karakter geeft, maar ze flirt hier en daar ook voorzichtig met invloeden uit de indierock en levert een album af dat met enige fantasie zowel in het hokje indiefolk als in het hokje indierock past. De muziek op patching is vooral sober, maar ik vind de inkleuring van het album ook mooi, zeker ook wanneer heel subtiel wordt gespeeld.

De muziek op het debuutalbum van runo plum past bovendien echt heel goed bij haar stem. Ik heb hierboven al verklapt dat de muzikante uit Minneapolis vooral zacht zingt en fluisterzacht is misschien nog wel een betere omschrijving. Hiermee begeeft runo plum zich in een druk speelveld, maar ik vind haar stem echt uitzonderlijk mooi. Het is een stem waar je de melancholie in bakken af kunt scheppen, maar het is ook een stem die de songs op patching voorziet van een opvallend intiem karakter.

Het kabbelt allemaal zeer aangenaam voort op de late avond, maar de ware kracht van het debuutalbum van runo plum ontdek je pas wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en de muziek en de zang prachtig samensmelten. Ik begrijp er echt niets van dat het debuutalbum van runo plum in november zo weinig aandacht kreeg, maar wat ben ik blij dat ik het album, dat in 2025 hoog in mijn jaarlijstje had moeten staan, alsnog heb ontdekt. Ik zou zeker eens luisteren. Grote kans dat je, net als ik, genadeloos voor de bijl gaat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Annabelle Dinda - Some Things Never Leave (2026) 4,0

afgelopen zondag om 14:11 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annabelle Dinda - Some Things Never Leave - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Annabelle Dinda - Some Things Never Leave
Some Things Never Leave van Annabelle Dinda trok eerder dit jaar niet heel veel aandacht, maar het is een mooi en bijzonder album dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment

Ik kwam bij toeval op het spoor van de Amerikaanse muzikante Annabelle Dinda, maar haar nieuwe album, het blijkt overigens al haar vierde, is een album dat ik niet graag had gemist. Het is een album dat makkelijk schakelt tussen tijdloze singer-songwriter muziek en eigentijdse indiefolk en het is een album dat wat meer lo-fi klinkt dan vergelijkbare albums. In muzikaal opzicht klinkt Some Things Never Leave vrij basic, waardoor de stem van Annabelle Dinda alle aandacht krijgt. De muzikante uit New York beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en zingt met veel gevoel, waardoor de songs op haar nieuwe album makkelijk de aandacht trekken en zich vervolgens snel opdringen.

Er zijn flink wat met name Amerikaanse websites die op basis van de waardering van zowel critici als muziekliefhebbers lijsten maken met de best beoordeelde albums van het moment. De website Album of the Year houdt ook een lijstje bij met de beste singer-songwriter albums van het moment. Op het lijstje van AOTY kwam ik flink wat albums tegen die ik de afgelopen weken heb besproken, maar ik zag ook een aantal nieuwe namen.

Een aantal door AOTY genoemde albums konden mij niet bekoren, maar Some Things Never Leave van Annabelle Dinda sprak me wel direct aan. Het is een naam die ik nog niet eerder had gehoord, waardoor ik uitging van een debuutalbum, maar de muzikante uit New York blijkt al vier albums op haar naam te hebben staan. De eerste drie moet ik nog eens beluisteren, maar voorlopig gaat alle aandacht uit naar Some Things Never Leave.

Het is een album dat moet concurreren met stapels hele goede singer-songwriter albums, want over het aanbod heb ik in de eerste weken van 2026 echt niets te klagen. Bij een aanbod van deze omvang moet een album er wel echt uit springen om de aandacht te trekken en vervolgens ook vast te houden, maar dat doet het album van Annabelle Dinda wat mij betreft.

Het is een album dat hier en daar een indiefolk album wordt genoemd, maar op andere plekken een indierock of indiepop album. Voor beide is wat te zeggen, maar ik zou zelf ook zeker het etiket lo-fi op het album plakken, dat overigens ook kan klinken als een tijdloos singer-songwriter album.

De muziek van Annabelle Dinda klinkt immers ruwer en rommeliger dan het gemiddelde indiepop album en steviger dan de meeste albums in het hokje indiefolk. Ook aan het etiket lo-fi kleven wel wat nadelen, want ik associeer het genre ook met half afgemaakte songs en extreem korte songs, maar beiden vind je niet op het vierde album van Annabelle Dinda.

De muzikante uit New York kiest voor een wat ruw geluid, maar ze heeft wel degelijk aandacht besteed aan de inkleuring van haar songs, bijvoorbeeld door het toevoegen van fraaie bijdragen van de viool. Op hetzelfde moment is Some Things Never Leave ook voorzien van een geluid zonder opsmuk. Het is een geluid dat charmant rammelt en dat past wel bij de stem van Annabelle Dinda.

Haar zang is soms wat rommelig, maar de karakteristieke stem van de Amerikaanse muzikante maakt van Some Things Never Leave wel een bijzonder album. Het is een album met meer gevoel en expressie dan het gemiddelde wat voortkabbelende indiefolk album en het is een album met iets scherpere randjes en ruwere kantjes dan het gemiddelde indiepop album.

Heel af en toe doet het me denken aan de debuutalbums van Tori Amos en Alanis Morissette, maar dan zonder de hysterie van de eerste en zonder de blinkende popsongs en fraaie productie van de tweede. Het betekent niet dat Annabelle Dinda niet af en toe de grenzen opzoekt met haar stem en het betekent ook zeker niet dat de songs van de muzikante uit New York niet af zijn.

Some Things Never Leave van Annabelle Dinda is een album dat af en toe wat kan schuren, maar het is ook een album dat relatief makkelijk overtuigt, zeker als je van wat minder gepolijste producties houdt. Voor mij is het vooral een album dat me weet te raken en dat is een groot goed. Het nieuwe album van Annabelle Dinda komt op de website Album of the Year tot een verrassend hoge gemiddelde score en daar valt wat mij betreft echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jackie West - Silent Century (2026) 4,0

afgelopen zondag om 10:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jackie West - Silent Century
Jackie West maakte twee jaar geleden op haar debuutalbum diepe indruk met een mooie stem en wat nostalgische klanken en beiden sleept ze nu het heden in op het bijzondere en nog altijd uniek klinkende Silent Century

Het debuutalbum van Jackie West had twee jaar geleden een beter lot verdiend, want het bleef bij een aantal zeer positieve recensies. Die positieve recensies verdient de Amerikaanse muzikante ook voor haar tweede album. Ook op Silent Century zingt Jackie West echt prachtig en ook nog eens met veel gevoel. Het kleurde twee jaar geleden prachtig bij een geluid vol invloeden uit een heel ver verleden, maar ook in het wat moderner klinkende geluid op het tweede album van Jackie West klinkt haar stem prachtig. Silent Century is een album dat je even de tijd moet gunnen, maar zodra alles op zijn plek valt is ook het tweede album van Jackie West echt wonderschoon.

Bijna twee jaar geleden besprak ik Close To The Mystery, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Jackie West. Het is een album dat kon rekenen op een aantal geweldige recensies, waarin Jackie West onder andere werd vergeleken met Peggy Lee, Mazzy Star, Cowboy Junkies en Lana Del Rey. In mijn recensie gaf ik aan dat ik deze namen soms allemaal tegelijk hoorde maar minstens net zo vaak geen van allen, waarmee ik uiteindelijk vooral wilde aangeven dat Jackie West op haar debuutalbum een bijzonder eigen geluid liet horen.

Het is een geluid dat op Close To The Mystery bestond uit vaak wat nostalgisch aandoende maar ook bijzonder mooie en trefzekere klanken, waarvoor onder andere multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sarah Pedinotti tekenden. Minstens even belangrijk was de mooie maar eveneens wat nostalgisch aandoende stem van de muzikante uit Brooklyn, New York.

Het debuutalbum van Jackie West deed ondanks een aantal zeer positieve recensies helaas niet veel, maar deze week krijgt de Amerikaanse muzikante een nieuwe kans met haar tweede album Silent Century. Het album werd volgens de bandcamp pagina van Jackie West in slechts een week opgenomen, maar Silent Century klinkt net als zijn voorganger zeer verzorgd.

Jackie West maakte haar nieuwe album met een handvol muzikanten, maar het zijn zeker niet de minsten. Naast de van Adeline Hotel bekende Dan Knishkowy en Katie von Scheicher duiken ook Nico Osborne, Sean Mullins en Nate Mendelsohn op en dat zijn allemaal namen die ik al vaker ben tegengekomen.

Silent Century is zeker niet mijlenver verwijderd van Close To The Mystery, maar Jackie West kiest op haar tweede album wel voor een iets andere weg. Op haar debuutalbum klonk de muziek van de muzikante uit Brooklyn, New York, met grot regelmaat zeer nostalgisch en hierbij dacht ik eerder aan de jaren 50 en 60 dan aan wat dichterbij gelegen decennia.

Ook op haar tweede album is Jackie West niet vies van nostalgie, maar invloeden uit een ver verleden zijn veel minder prominent aanwezig en zijn vervangen door licht psychedelische klanken. Het geluid op Silent Century schuift hier en daar ook op richting wat stevigere klanken, maar ook als de muziek van Jackie West zwoel en verleidelijk klinkt heeft het album vooral een eigentijds geluid, met vaak een hoofdrol voor fraai gitaarspel.

Het is net als op het debuutalbum een zeer smaakvol geluid en het is wederom een geluid waarin veel mooie en bijzondere accenten zijn verstopt. Het geluid van de New Yorkse muzikante klinkt op Silent Century niet alleen wat eigentijdser, maar het is ook wat spannender. Wat is gebleven is de mooie stem van Jackie West, die ook op haar tweede album met veel precisie zingt. Het is een stem die niet direct lijkt op die van andere zangeressen, wat verder bijdraagt aan het eigen geluid van Jackie West.

Door het wat eigentijdsere geluid op haar tweede album kruipt Jackie West wat dichter tegen andere wat alternatieve singer-songwriters van het moment aan, maar echt heel duidelijk vergelijkingsmateriaal blijft wat mij betreft uit. Het is hierdoor misschien even wennen aan het karakteristieke geluid van Jackie West en haar bijzondere stem, maar inmiddels vind ik Silent Century al indrukwekkender dan Close To The Mystery en de rek is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer