MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Far Caspian - Autofiction (2025) 4,0

31 juli 2025, 21:34 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Far Caspian - Autofiction - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Far Caspian - Autofiction
Met name de Amerikaanse muziekpers was de afgelopen week behoorlijk enthousiast over het nieuwe album van het wel degelijk Britse Far Caspian en daar valt echt helemaal niets maar dan ook echt niets op af te dingen

De Britse muzikant Joel Johnston twijfelde de afgelopen jaren erg over de toekomst van zijn band of project Far Caspian, waardoor het klein wonder is dat Autofiction is verschenen. Met dit kleine wonder mogen we heel blij zijn, want het nieuwe album van Far Caspian is een geweldig album. Het is een album dat verrast met elf ruwe diamanten waarin niet alleen hele mooie popsongs maar ook flink wat avontuur is verstopt. Joel Johnston vindt de inspiratie deels in de jaren 80 en 90, maar geeft een eigen draai aan de invloeden uit het verleden. Autofiction voelt daarom deels als een warm bad, maar prikkelt op hetzelfde moment ook de fantasie. De eerste recensies zijn bijzonder lovend en dat is volkomen terecht.

De naam Far Caspian, die deze week opdook in de lijst met nieuwe albums, kwam me echt op geen enkele manier bekend voor. Dat is best bijzonder, want maar net iets meer dan twee jaar geleden was ik behoorlijk enthousiast over The Last Remaining Light, het tweede album van de Britse muzikant Joel Johnston.

Ik schreef er destijds het volgende over op en het zijn woorden waar ik me nog steeds volledig in kan vinden: “The Last Remaining Light van Far Caspian is een album dat direct associaties oproept met de muziek van anderen, maar uiteindelijk houdt geen enkele vergelijking lang stand. Het project van de Britse multi-instrumentalist en producer Joel Johnston is opgebouwd uit meerdere lagen, die stuk voor stuk wat lo-fi klinken, maar samensmelten tot aansprekende songs met een eigenzinnig geluid. The Last Remaining Light valt op door bijzonder gitaarwerk, dat kan variëren van bijna minimalistisch tot behoorlijk stevig. Het levert fraaie contrasten op met de wat dromerige zang van de Britse muzikant, die met name door de Amerikaanse muziekpers wordt bewierookt, en terecht.”

De Amerikaanse muziekpers was de afgelopen week ook weer enthousiast over het nieuwe album van Far Caspian en er valt wederom niets op af te dingen. Ook Autofiction maakte Joel Johnston weer grotendeels alleen en de muzikant uit Leeds levert wederom knap werk af.

De Britse muzikant kampte de afgelopen jaren met lichamelijk en geestelijk ongemak en dat heeft allemaal een plekje gekregen op Autofiction. Het is een album waar ik grotendeels dezelfde woorden voor kan gebruiken als de woorden die ik heb besteed aan The Last Remaining Light iets meer dan twee jaar geleden. Ook Autofiction lijkt tegelijkertijd op van alles en op helemaal niets. Ik hoor flink wat invloeden uit de jaren 80 en 90, maar ken geen band die destijds precies zo klonk als Far Caspian.

Joel Johnston verwerkt uit de jaren 80 vooral invloeden uit de postpunk en de weemoedige pop, terwijl uit de jaren 90 invloeden uit de lo-fi en de indierock voorbij komen, met hier en daar ook nog een randje Elliott Smith. Ook Autofiction kan weer behoorlijk ruw en stevig klinken, maar de Britse muzikant verrast ook continu met heerlijk melodieuze en direct memorabele popsongs.

Het zijn popsongs die soms zo lekker in het gehoor liggen dat je niet weet hoe je het hebt van gelukzaligheid, maar de muziek van Far Caspian kan ook makkelijk ontsporen in gitaargeweld of experiment, wat de songs van de Britse muzikant naast onweerstaanbaar ook interessant maakt.

Autofiction was er overigens bijna niet gekomen, want na The Last Remaining Light overwoog Joel Johnston om verder te gaan als producer en het zelf maken van muziek achter zich te laten. Autofiction laat goed horen hoe talentvol de Brit is als producer, maar ook de songs op het nieuwe album van Far Caspian had ik niet graag gemist.

Het zijn songs met een fraai randje nostalgie uit de jaren 80 en 90, maar de songs van Joel Johnston zijn ook in het hier en nu van een bijzondere schoonheid. Het zijn ook nog eens songs die veel betere worden wanneer je ze wat vaker hoort en de tijd hebt genomen om alle verstopte geheimen en verrassingen in de songs van Far Caspian te ontdekken en te ontrafelen. Ik was de naam van het project van Joel Johnston zoals gezegd alweer vergeten, maar die ga ik vanaf nu zeker onthouden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Cory Hanson - I Love People (2025) 4,0

30 juli 2025, 20:32 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cory Hanson - I Love People - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Cory Hanson - I Love People
De Amerikaanse muzikant Cory Hanson blijft maar verrassen met soloalbums die iedere keer weer anders klinken en levert nu een album met tijdloos klinkende singer-songwriter muziek met een jaren 70 vibe af

Ik was ruim vier jaar geleden zeer gecharmeerd van Pale Horse Rider van Cory Hanson. Op dit album maakte de Amerikaanse muzikant countryrock die zo leek weggelopen uit de jaren 70 en dat klonk echt fantastisch. Na een wat steviger en complexer album (Western Cum) goot Cory Hanson het dit keer weer over een andere boeg. De muzikant uit Los Angeles vindt de inspiratie dit keer in de jaren 70 en vooral bij de grote singer-songwriters uit dit decennium, al is het werk van Frank Sinatra volgens Cory Hanson ook een belangrijke invloed. Het levert een album op dat weer totaal anders klinkt dan zijn voorgangers, maar wat mij betreft minstens net zo makkelijk vermaakt.

In het voorjaar van 2021 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse muzikant Cory Hanson. Zijn eerste soloalbum, The Unborn Capitalist From Limbo uit 2016, kende ik niet en ook het werk van zijn band Wand was mij eerlijk gezegd niet bekend, maar met zijn tweede soloalbum, Pale Horse Rider, maakte Cory Hanson op mij een onuitwisbare indruk.

Op het album vermaakte de Amerikaanse muzikant meedogenloos met countryrock die zo leek weggelopen uit de jaren 70. Het was countryrock met dromerige vocalen, heerlijk gitaarwerk en uiteraard een prominente rol voor de pedal steel, maar Cory Hanson verrijkte zijn countryrock ook nog eens met uitstapjes richting 60s psychedelica en 70s singer-songwriter muziek, waardoor het album van de eerste tot en met de laatste noot onweerstaanbaar klonk.

Pale Horse Rider werd in 2023 gevolgd door het album Western Cum. Het is een album dat af en toe herinnerde aan de terecht zo warm onthaalde voorganger, maar Cory Hanson koos op Western Cum ook met enige regelmaat voor veel steviger gitaarwerk, voor invloeden uit de rock en voor complex werk met een vleugje progrock. Het was absoluut even wennen, maar uiteindelijk vond ik ook Western Cum weer een indrukwekkend album.

Het is een album dat deze week wordt gevolgd door I Love People. Het is een album dat een stuk minder steviger opent dan Western Cum twee jaar geleden. Cory Hanson laat direct vanaf de eerste noten een loom en warm geluid horen, dat mij direct aansprak. Het is een geluid dat je direct mee terugneemt naar de jaren 70, waar ook Pale Horse Rider zo vaak uit kwam.

Invloeden uit de countryrock zijn nog altijd hoorbaar in de muziek van Cory Hanson, maar I Love People verwerkt vooral andere invloeden. Ik hoor zeker wat Westcoast pop en ook wat 70s softrock, maar de belangrijkste invloeden komen dit keer van de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en uit de Laurel Canyon folk uit deze periode, met hier en daar een hint naar The Great American Songbook.

Het klinkt allemaal opvallend warm en verzorgd met veel instrumenten, af en toe een heerlijke saxofoon en nog wat extra strijkers en blazers om het geluid op I Love People nog wat voller te laten klinken. Het nieuwe album van Cory Hanson laat zich hier en daar bijna beluisteren als een vergeten Harry Nilsson album, maar de meeste grote singer-songwriters uit de jaren 70 zouden zich niet hebben hoeven schamen voor een album als I Love People.

Cory Hanson had van mij best nog een paar albums als Pale Horse Rider mogen maken, maar het is knap hoe de Amerikaanse muzikant steeds weer andere wegen in weet te slaan. Het siert de muzikant uit Los Angeles bovendien. Ik vond het stevige materiaal op Western Cum uiteindelijk toch net wat minder dan de countryrock op Pale Horse Rider en ook het tijdloze singer-songwriter materiaal op I Love People bevalt me net wat beter.

Zeker wanneer de strijkers aanzwellen is het aan de zoete kant, maar Cory Hanson blijft wat mij betreft aan de goede kant van de streep en overtuigt mij meer dan Father John Misty, die op zijn laatste albums vergelijkbare muziek maakt. Voor liefhebbers van geweldig gitaarwerk is I Love People niet het meest logische album, maar voor fans van dromerige en wat weemoedige songs met een 70s vibe is I Love People elf songs lang smullen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Indigo De Souza - Precipice (2025) 3,5

29 juli 2025, 21:05 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Indigo de Souza - Precipice - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Indigo de Souza - Precipice
De Amerikaanse singer-songwriter Indigo de Souza maakte tot dusver vooral indierock met een randje lo-fi, maar op haar nieuwe album Precipice neemt ze de afslag richting pop, zonder haar eigenzinnigheid te verliezen

De vier albums die Indigo de Souza tot dusver heeft gemaakt zijn 100% consistent wanneer het gaat om de covert art (niet echt mijn smaak overigens), maar in muzikaal opzicht zit er wel wat verschil tussen de albums van de muzikante uit Asheville, North Carolina. Het deze week verschenen Precipice is vooralsnog de uitbijter in het genre van Indigo de Souza, want ze gaat dit keer voor pop. Dat betekent dat we minder gitaren en meer elektronica horen en dat de songs van de Amerikaanse muzikante wat toegankelijker klinken en wat minder rammelen. Het is absoluut even wennen, maar de kwaliteit komt wat mij betreft ook dit keer weer boven drijven.

De Amerikaanse muzikante Indigo de Souza maakte met I Love My Mom en Any Shape You Take twee albums met wat gruizige indierock en het zijn twee albums die wat mij betreft veel meer aandacht en waardering hadden verdiend dan ze uiteindelijk hebben gekregen. De wat rammelende songs van de muzikante uit North Carolina waren lekker eigenzinnig, maar je hoorde op haar eerste twee albums ook dat ze een goed gevoel heeft voor het schrijven van aansprekende songs en dat ze kan zingen.

Op haar eerste twee albums werkte Indigo de Souza samen met respectievelijk MJ Lenderman en Brad Cook en dat zijn niet de minsten. Op het net iets meer dan twee jaar geleden verschenen All Of This Will End hield Indigo de Souza vast aan de getekende en wat lugubere cover art, maar in muzikaal opzicht klonk haar derde album net wat anders. De muziek van de Amerikaanse muzikante rammelde nog altijd en klonk bij vlagen nog heerlijk gruizig, maar samen met wederom een aansprekende producer, dit keer Alex Farrar, sleutelde ze ook aan een net wat toegankelijker en voller indierock geluid.

Het is een geluid dat een groter publiek aan had kunnen of misschien wel aan had moeten spreken, maar ook All Of This Will End werd helaas niet overladen met superlatieven of aandacht. De muziekwereld is af en toe moeilijk te begrijpen. Deze week is het vierde album van Indigo de Souza verschenen en ook Precipice kan weer rekenen op mijn aandacht en sympathie.

Ook Precipice is weer voorzien van de inmiddels bekende covert art van de muzikante uit Asheville, North Carolina, maar in muzikaal opzicht kiest Indigo de Souza dit keer voor een duidelijk andere weg. Ze liet keer North Carolina achter zich en ging naar Los Angeles om daar te werken met producer Elliott Kozel. Het is voor mij een wat minder bekende naam en waar de producers waarmee Indigo de Souza op haar vorige albums werkten vooral verbonden zijn met indierock, is de naam van Elliott Kozel vooral gerelateerd aan popalbums.

Dat is te horen op Precipice, want op haar vierde album neemt Indigo de Souza nadrukkelijk de afslag richting pop. Gitaren hebben een flinke stap terug gedaan op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, terwijl elektronica flink aan terrein heeft gewonnen. Bij eerste beluistering van het album kon ik nauwelijks geloven dat het om een album van Indigo de Souza ging, maar het is toch echt zo.

In een aantal songs op Precipice slaat ze misschien wel erg ver door richting elektronische pop, maar gelukkig heeft Indigo de Souza haar eigenzinnigheid behouden en blijft ze songs maken die de fantasie prikkelen. Of de Amerikaanse muzikante met Precipice de sprong naar een groter publiek gaat maken durf ik te betwijfelen, want de critici zijn ernstig verdeeld over de nieuwe weg die Indigo de Souza is ingeslagen, terwijl liefhebbers van elektronische popmuziek haar songs waarschijnlijk te eigenzinnig zullen vinden.

Voor liefhebbers van de vorige drie albums van Indigo de Souza is het absoluut even wennen en zelf had ik in eerste instantie ook wel wat moeite met Precipice, maar net als op de vorige albums van de muzikante uit Nashville valt er bij herhaalde beluistering steeds meer op zijn plek en overtuigt ze met haar songs en zang. Van mij mag Indigo de Souza op haar volgende album weer opschuiven richting indierock, al vind ik het ook prima als ze me blijft verrassen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ryan Davis & the Roadhouse Band - New Threats from the Soul (2025) 4,0

28 juli 2025, 15:44 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ryan Davis & The Roadhouse Band - New Threats From The Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ryan Davis & The Roadhouse Band - New Threats From The Soul
Ryan Davis & The Roadhouse Band imponeren op New Threats From The Soul met zeven lange tracks, waarin ze niet alleen geweldige alt-country maken, maar ook iets bijzonders toevoegen aan alle alt-country die er al is

Bij eerste beluistering van New Threats From The Soul van de Amerikaanse muzikant Ryan Davis en zijn band The Roadhouse Band werd ik direct van mijn sokken geblazen door het volle en verrassende geluid. Het is een geluid dat zich beweegt binnen de kaders van de alt-country, maar op hetzelfde moment nadrukkelijk de grenzen opzoekt. In de lange tracks op het bijna een uur durende album gebeurt van alles en het is allemaal even mooi. Ryan Davis beschikt ook nog eens over een karakteristieke stem, die ook een stempel drukt op New Threats From The Soul. Ryan Davis & The Roadhouse band hebben een fantastisch alt-country album gemaakt en het wordt alleen maar beter en indrukwekkender.

Met name Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut geven deze maand hoog op over New Threats From The Soul, wat volgens mij het tweede album is van de Amerikaanse muzikant Ryan Davis en zijn band The Roadhouse Band. Na beluistering van het album kan ik me wel vinden in de lovende woorden van de Britse recensenten, want New Threats From The Soul is een zeer aansprekend en opvallend album.

Het is een album met een speelduur van maar liefst 57 minuten, maar in het kleine uur vervelen Ryan Davis en zijn band echt geen moment. Het tweede album van Ryan Davis & The Roadhouse Band bevat overigens slechts zeven tracks, wat betekent dat we worden getrakteerd op wat langer uitgesponnen songs en ook dat bevalt me wel.

De Amerikaanse band benut de tijd die het heeft in haar songs voor flink wat muzikaal vuurwerk en evenveel bijzondere wendingen, wat een spannend album oplevert. Dat is best bijzonder, want New Threats From The Soul is een album dat ik zelf in het hokje Americana of alt-country zou stoppen en dat zijn op zich geen genres waarin hele spannende muziek wordt gemaakt.

Binnen de Americana of de alt-country zit de muziek van Ryan Davis & The Roadhouse Band soms aan de traditionele kant, maar New Threats From The Soul klinkt door de bijzondere muziek ook anders dan andere albums in het genre en heeft hierdoor ook iets moderns.

Het doet me met grote regelmaat denken aan de muziek die de veel te vroeg overleden David Berman maakte met zijn bands Silver Jews en Purple Mountains. Dat heeft veel te maken met de zang van Ryan Davis, maar ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken. De muziek van Ryan Davis & The Roadhouse Band wordt ook wel omschreven als Americana noir en dat is een goede omschrijving want de muziek van de Amerikaanse band is vaak aan de donkere en melancholische kant.

Het album sprak me eigenlijk direct aan, want New Threats From The Soul heeft niet alleen iets bijzonders, maar straalt ook urgentie uit. Het album werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, die allemaal iets bijdragen aan het bijzondere geluid van Ryan Davis & The Roadhouse Band. Het levert een bont en veelkleurig, maar op een of andere manier ook consistent album op.

Natuurlijk is er geweldig snarenwerk te horen, inclusief de onmisbare pedal steel, maar ook de bijdragen van strijkers en blazers zijn bijzonder, net als de bijdragen van de in het genre wat atypische synths en de fluit, die de muziek op het album hier en daar een stevig psychedelisch tintje geeft.

Ryan Davis bepaalt met zijn stem voor een belangrijk deel het geluid New Threats From The Soul, maar ook de achtergrondzang van onder andere Catherine Irwin van Freakwater en de Canadese zangeres Myriam Gendron streelt keer op keer het oor. Met zeven lange songs is New Threats From The Soul een lange zit, maar ik onderga de bijna een uur durende luistertrip van Ryan Davis & The Roadhouse Band met steeds meer plezier, maar ook met steeds meer bewondering.

Ik hoor de afgelopen jaren niet heel veel goede alt-country albums meer en een alt-country album dat iets toevoegt aan alles dat er al is, is nog wat zeldzamer. New Threats From The Soul van Ryan Davis & The Roadhouse Band is een heel goed alt-country album en het is er een die, vooral met de veelkleurige instrumentatie, maar ook met de geweldige songs, de uitstapjes naar andere genres en de karakteristieke zang van Ryan Davis, iets toevoegt aan alles dat er al is in het genre. Zeer warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Todd Rundgren - Something / Anything? (1972)

27 juli 2025, 21:17 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Todd Rundgren - Something/Anything? (1973) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Todd Rundgren - Something/Anything? (1973)
Todd Rundgren heeft een enorme stapel albums op zijn naam staan, maar op het in 1972 verschenen dubbelalbum Something/Anything? bereikt de Amerikaanse muzikant volgens velen zijn creatieve piek

Something/Anything? van Todd Rundgren kocht ik ooit in de ramsj bij Allwave in Den Haag. Het album verdween al snel in de kast en dat is zonde, want Something/Anything? is een bijzonder album. Het is een album waarop Todd Rundgren anderhalf uur lang laat horen waartoe hij aan het begin van de jaren 70 in staat was. De Amerikaanse muzikant schuwt het experiment niet op het dubbelalbum, maar komt ook op de proppen met een aantal zeer memorabele popsongs met een vleugje blue-eyed soul. Tod Rundgren heeft inmiddels stapels albums op zijn naam staan, maar Something/Anything? blijft een van de hoogtepunten in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, zo niet het onbetwiste hoogtepunt.

Ik heb het de afgelopen jaren een paar keer geprobeerd met nieuwe albums van de Amerikaanse muzikant Todd Rundgren, maar hoorde op deze albums toch niet de muzikale genialiteit waarmee hij zo vaak vereenzelvigd wordt. Die hoor je wel wanneer je wat dieper in het oeuvre van Todd Rundgren duikt.

De Amerikaanse muzikant en producer (hij produceerde Bat Out Of Hell van Meat Loaf, Wave van Patti Smith en het debuutalbum van The New York Dolls, om maar eens drie legendarische albums te noemen) heeft sinds het eind van de jaren 60 een enorm oeuvre opgebouwd. Dat deed hij in eerste instantie met de band The Nazz, maar de Amerikaanse muzikant begon al snel aan een solocarrière, die hij combineerde met de progrock band Utopia.

Waar te beginnen in het omvangrijke oeuvre van Todd Rundgren? In de eigen platenkast heb ik drie albums van Utopia, die overigens nooit uitgroeiden tot mijn progrock favorieten, twee als matig bekend staande Todd Rundgren albums uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 en het dubbelalbum Something/Anything? uit 1972. Dat laatste album kocht ik ooit omdat het volgens OOR’s popencyclopedie, destijds een essentiële bron van informatie, het onbetwiste meesterwerk was van de Amerikaanse muzikant. Het was op dat moment toch niet echt mijn muziek, waardoor het album al snel in de kast verdween.

Something/Anything? is wel een mooi startpunt voor het verkennen van het werk van Todd Rundgren. Het album opent met I Saw The Light, dat destijds op single werd uitgebracht en ik nog ken uit mijn jeugd. Het is een typische jaren 70 singer-songwriter song, die laat horen dat Todd Rundgren de kunst van het schrijven van memorabele songs verstaat. Dat laat hij veel vaker horen op Something/Anything?, dat vijfentwintig songs en op een minuut na anderhalf uur muziek bevat.

Todd Rundgren was nog geen 25 toen hij Something/Anything? opnam en deed op het album vrijwel alles zelf. Dat is met alle digitale hulpmiddelen van tegenwoordig best te doen, maar aan het begin van de jaren 70 was het een enorme klus. Op zijn meesterwerk laat Todd Rundgren horen dat hij alle mogelijkheden van de studio van destijds heeft benut en in muzikaal opzicht alle kanten op kan.

Het album bevat een aantal zeer toegankelijke popsongs met vooral invloeden uit de singer-songwriter muziek van de vroege jaren 70 (denk aan Paul McCartney), maar ook invloeden uit de blue-eyed soul. Gezien de laatste invloeden is het niet zo gek dat Hall & Oates voor hun eerste albums aanklopten bij Todd Rundgren als producer. Het zijn songs met een duidelijke jaren 70 sound, maar het klinkt nog steeds lekker.

Something/Anything? is een album waarop Todd Rundgren alles uit de kast trekt. Soms is het wat meer soul met een vleugje Motown, soms is het bijna hardrock of powerpop, soms zijn het nagenoeg perfecte popsongs zoals de groten die maakten in de jaren 70, maar Todd Rundgren kan ook flink psychedelisch, elektronisch en experimenteel klinken in de anderhalf uur die Something/Anything? duurt.

Anderhalf uur is een lange zit en ik denk dat er bijna niemand is die alle songs op het album goed vindt, maar er valt absoluut veel te genieten op het album, dat pas echt tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Ik heb zelf vooral een zwak voor de tijdloze popsongs op het album, maar ook als Tod Rundgren andere kanten op gaat is Something/Anything? een fascinerend album, dat terecht onder de klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek wordt geschaard. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Cam - All Things Light (2025) 4,0

27 juli 2025, 15:05 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cam - All Things Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Cam - All Things Light
De Amerikaanse muzikante Cam speelde de afgelopen jaren een grote rol achter de schermen in Nashville, maar laat met haar derde soloalbum All Things Light horen dat ze ook met haar eigen albums flink wat indruk kan maken

In Nashville weten ze het al lang, Cameron Ochs, beter bekend als Cam, is een geweldige songwriter. Die geweldige songs schreef ze de afgelopen jaren vooral voor anderen, maar met het uitstekende All Things Light eist Cam haar eigen plekje in de spotlights op. Het derde album van Cam is geen countryalbum en ook geen countrypopalbum, maar een album waarop invloeden uit de country, folk en pop prachtig samenvloeien. In muzikaal en productioneel opzicht klinkt All Things Light verzorgd maar ook eigenzinnig en ook met haar zang weet Cam de juiste snaar te raken. Ik heb zomaar het idee dat Cam dit jaar een flinke sprong gaat maken. Het zou zeer verdiend zijn.

Toen ik tien jaar geleden Untamed, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Cam, besprak op de krenten uit de pop, was countrypop voor mij nog vooral een ‘guilty pleasure’. Desondanks was ik best onder de indruk van het album, dat liet horen dat Cam destijds bovengemiddeld goede songs schreef en beschikte over een stem die gemaakt is voor het genre.

De afgelopen jaren ben ik totaal anders over countrypop gaan denken en is het al lang geen ‘guilty pleasure’ meer. Countrypop albums doken de afgelopen jaren hoog op in mijn jaarlijstjes en nieuwe albums in het genre kunnen absoluut rekenen op mijn aandacht. En daarom was ik ook benieuwd naar het deze week verschenen All Things Light van Cam.

Het is het derde album van Cam, overigens het alter ego van Camaron Ochs, en volgt op het in 2020 verschenen The Otherside, dat verscheen voordat mijn zwak voor countrypop groeide en dat ik daarom niet heb beluisterd, maar Untamed zat kennelijk nog ergens in het geheugen.

Cam lijkt met drie albums in tien jaar tijd niet overdreven productief, maar ze is ook actief als songwriter, producer en achtergrondzangeres en speelde bijvoorbeeld een zeer voorname rol op Beyoncé’s ‘countryalbum’ Cowboy Carter, dat ik zelf nog altijd een heel matig album vind, en schreef bovendien songs voor Miley Cyrus. All Things Light valt me zeker niet tegen, want wat is het derde album van Cam een goed album.

Het is een album dat gezien het verleden van de muzikante uit Californië, makkelijk in het hokje countrypop zal worden geduwd en dat deed ik op voorhand ook zelf, maar ik vind het geen moment een typisch countrypop album. Cam verwerkt op haar nieuwe album absoluut invloeden uit de country en de pop, maar blijft ver verwijderd van het gangbare countrypop geluid uit Nashville en overstijgt wat mij betreft genres.

Dat hoor je zeker in de muziek op het album, die geen moment kiest voor de geijkte patronen. Het is knap hoe Cam invloeden uit de country, folk, pop en rock samen laat komen in een zeer smaakvol geluid. Het is een geluid dat in de basis subtiel is, maar dat ook verrassend vol kan klinken.

De folky gitaarlijnen op het album klinken bijzonder en geven de songs van Cam een intiem karakter, wat wordt versterkt wanneer de Amerikaanse muzikante vooral ingetogen zingt. Er zit echter veel dynamiek in de songs van Cam, die het hele palet van ingetogen folk en country tot en met vol klinkende pop bestrijkt.

De zang van de Amerikaanse muzikante klinkt mooier dan op het album dat ik tien jaar geleden besprak. Cam beschikte toen over een stem die leek gemaakt voor de countrypop die ze toen maakte, maar de zang op All Things Light is een stuk indrukwekkender en kan in meerdere genres uit de voeten. Het levert samen met een prachtige productie een album op dat op bijzondere wijze invloeden uit meerdere genres en invloeden uit verschillende tijden combineert.

Je hoort goed dat Cam heeft gewerkt met grote muzikanten, want All Things Light klinkt als een album van een gelouterde muzikante. Het is een muzikante die op haar nieuwe album niet alleen een knap geluid neerzet, maar het is ook een geluid dat afwijkt van alles dat er momenteel in Nashville wordt gemaakt. In de recensies die zijn verschenen van het album wordt zeer positief geschreven over het derde album van Cam en dat is volkomen terecht. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Rebecca Schiffman - Before the Future (2025) 4,5

27 juli 2025, 09:57 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rebecca Schiffman - Before The Future - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rebecca Schiffman - Before The Future
Rebecca Schiffman trekt nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar met het deze week verschenen Before The Future maakt de singer-songwriter uit Los Angeles eigenlijk in alle opzichten indruk

De Amerikaanse muzikante Rebecca Schiffman neemt de tijd voor haar albums, maar levert wel werk van zeer hoge kwaliteit af. Het is ook weer te horen op het uitstekende Before The Future, dat opvalt met sterke en zeer persoonlijke songs. Het zijn songs met een tijdloos karakter en hier en daar een jaren 70 vibe en het zijn songs die opvallen door de zeer fraaie inkleuring en de trefzekere productie. Rebecca Schiffman beschikt ook nog eens door een mooie en bijzondere stem, wat Before The Future nog wat verder optilt. Het levert een sterk album op dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre. Absoluut een aanrader dit album.

Het is best bijzonder dat ik nog nooit wat heb geschreven over de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Rebecca Schiffman, die deze week haar vierde album heeft uitgebracht. Ook de vorige drie albums van de muzikante, die New York onlangs heeft verruild voor Los Angeles, zijn immers zeer de moeite waard en het zijn albums die mij als liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters zeer zouden moeten aanspreken.

Nu trekt de Amerikaanse muzikante in Nederland tot dusver helaas weinig aandacht met haar muziek. Op het Nederlandse muziekforum MusicMeter is geen letter geschreven over Upside Down Lacrimosa (2003), To Be Good For A Day (2009) en Rebecca Schiffman (2016) en ook rond het deze week verschenen Before The Future is het vooralsnog angstvallig stil.

Het is gelukkig anders in het prachtige Britse muziektijdschrift Uncut, dat in het augustus nummer flink wat woorden besteed aan het nieuwe album van Rebecca Schiffman. Ik vertrouw over het algemeen op het oordeel van het gerenommeerde Britse muziektijdschrift en ook dit keer heeft Uncut het bij het juiste eind. Before The Future is immers direct vanaf de eerste noten prachtig en nu ik het album wat vaker heb beluisterd is het album van Rebecca Schiffman me zeer dierbaar geworden. Het is een album dat is te omschrijven als een folkalbum met invloeden uit de pop en rock, maar Before The Future klinkt ook als de tijdloze singer-songwriters die in de jaren 70 werden gemaakt.

Rebecca Schiffman heeft veel aandacht besteed aan de muziek op haar nieuwe album, waarvoor flink wat muzikanten werden ingeschakeld. Het zorgt voor een warm en lekker vol geluid, waarin van alles gebeurt en waarin vooral het prachtige gitaarwerk opvalt, al zijn ook de bijdragen van uiteenlopende synths niet te versmaden en is ook het baswerk fenomenaal. Ook de andere muzikanten op het album verdienen overigens een compliment, want het nieuwe album van Rebecca Schiffman overtuigt song na song met prachtige klanken en arrangementen.

Het is allemaal bijzonder knap geproduceerd en dat kan ook bijna niet anders, want gedurende de wat langere periode waarin het album werd opgenomen werkte Rebecca Schiffman samen met topkrachten als Sasami Ashworth, Luke Temple en Chris Cohen. In muzikaal opzicht heeft de Amerikaanse muzikante een hoogstaand album gemaakt, maar ik ben ook zeer onder de indruk van haar stem, die ook in de wat voller klinkende songs centraal staat.

Het is een stem die me af en toe wel wat aan Suzanne Vega doet denken, maar ik hoor ook flarden van vergeten Amerikaanse folkies uit de jaren 60. De stem van Rebecca Schiffman wordt alleen maar mooier wanneer koortjes worden ingezet en dat gebeurt met enige regelmaat. Het versterkt de 70s vibe die het album heeft, maar Before The Future is zeker geen retro album.

Ik heb het tot dusver vooral gehad over de vocale en muzikale kwaliteiten van Rebecca Schiffman, maar ze schrijft ook nog eens geweldige songs. Het zijn songs die je makkelijk betoveren, maar die ook de fantasie blijven prikkelen. Ik heb er door de ontdekking van Rebecca Schiffman opeens vier geweldige albums bij en van deze albums schat ik Before The Future het hoogst in. Zeer warm aanbevolen dus dit nieuwe album van deze zeer getalenteerde singer-songwriter uit Los Angeles. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Folk Bitch Trio - Now Would Be a Good Time (2025) 4,5

26 juli 2025, 10:44 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Folk Bitch Trio - Now Would Be A Good Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Folk Bitch Trio - Now Would Be A Good Time
Folk Bitch Trio is een drietal uit Australië dat op haar debuutalbum Now Would Be A Good Time verrast met fraai gitaarspel en mooie songs, maar imponeert met prachtige zang en werkelijk wonderschone harmonieën

Ik had tot deze week nog niet geluisterd naar de muziek van Folk Bitch Trio en was daarom niet voorbereid op de schoonheid van het debuutalbum van het Australische drietal. Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair verrassen met fraai en origineel ingekleurde folksongs, maar de betovering is compleet wanneer de drie beginnen te zingen. De solozang is al prachtig, maar wanneer de stemmen van de drie samenvloeien zijn de songs van Folk Bitch Trio van een unieke schoonheid. Folk Bitch Trio staat op Now Would Be A Good Time garant voor harmonieën van het allerhoogste niveau en wat komen ze keihard binnen. Wat een betoverend mooi album van down under.

Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair kennen elkaar van de middelbare school in het Australische Melbourne. Wanneer Heide Peverelle een zelfgeschreven song deelt, besluit het drietal om een “folk bitch trio” te beginnen. Het is de start van Folk Bitch Trio, dat deze week haar debuutalbum Now Would Be A Good Time heeft uitgebracht.

De naam van het Australische trio heeft mij wel enigszins op het verkeerde been gezet, want bij Folk Bitch Trio verwacht ik op een of andere manier toch wat ruwere muziek dan is te horen op het debuutalbum van de band. Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair verrassen op het eerste album van hun band echter met de mooiste koortjes en harmonieën die ik de afgelopen tijd heb gehoord en de lat lag hoog.

Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair namen hun debuutalbum op in het Nieuw-Zeelandse Auckland, waar ze de studio in doken met de Nieuw-Zeelandse producer Tom Healy, die onder andere albums van The Chills en The Veils en albums van zijn eigen band Tiny Ruins produceerde. Tom Healy koos ervoor om het eerste album van Folk Bitch Trio analoog op te nemen en dat pakt prachtig uit.

In de muziek van het Australische drietal staan gitaren centraal en deze zijn zowel akoestisch als elektrisch. De akoestische gitaren voorzien de songs van Folk Bitch Trio van een folky geluid, terwijl de elektrische gitaren de muziek van het drietal voorzien van wat gruizige accenten en een randje lo-fi.

De muziek op Now Would Be A Good Time is absoluut smaakvol, zeker wanneer fraaie elektrische gitaarakkoorden gecombineerd met atmosferische klanken in de ruimte zweven, maar op het debuutalbum van Folk Bitch Trio draait alles om de stemmen van Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair. Het zijn stemmen die individueel mooi en karakteristiek zijn, maar als de drie Australische muzikanten hun stemmen combineren gebeurt er iets bijzonders of zelfs magisch.

Het is in dat geval verleidelijk om de harmonieën elkaar in rap tempo te laten opvolgen, maar deze worden op Now Would Be A Good Time knap gedoseerd, wat de kracht van de gecombineerde stemmen alleen maar vergroot. Naast harmonieën tekenen Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair ook voor bijzonder mooie koortjes, die de op zich spaarzaam ingekleurde songs van Folk Bitch Trio op fraaie wijze versieren.

Now Would Be A Good Time is vanaf de eerste noten van het album betoverend mooi, maar het Australische drietal lijkt er in de harmonieën steeds weer een schepje bovenop te doen om in de slottrack een bijna onwaarschijnlijke schoonheid te bereiken. We zijn de afgelopen jaren absoluut verwend wanneer het gaat om folky songs met bijzonder mooie harmonieën, maar wat Folk Bitch Trio op haar debuutalbum laat horen is wat mij betreft next level.

Dat is deels de verdienste van de wat sobere gitaarklanken, die het effect van de stemmen van Heide Peverelle, Jeanie Pilkington en Gracie Sinclair nog wat versterken, maar de vocale prestaties van het drietal zijn ook ongekend. Op basis van de naam Folk Bitch Trio verwachte ik iets totaal anders dan de vocale pracht die is te horen op Now Would Be A Good Time en wat ben ik blij dat ik het album niet op basis van onjuiste veronderstellingen heb laten liggen.

In de zomer verschijnt er normaal gesproken niet zo heel veel bijzonders, maar het album van Folk Bitch Trio gaat over een maand of wat echt heel hoog eindigen in mijn jaarlijstje. Veel mooier dan Now Would Be A Good Time heb ik dit jaar immers nog niet gehoord. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Madeline Kenney - Kiss from the Balcony (2025) 3,5

25 juli 2025, 11:49 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Madeline Kenney - Kiss From The Balcony - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Madeline Kenney - Kiss From The Balcony
Voor licht verteerbare popsongs ben je bij de Amerikaanse muzikante Madeline Kenney aan het verkeerde adres, maar steek net wat meer tijd en energie in Kiss FromThe Balcony en je hoort hoe interessant haar songs zijn

Madeline Kenney uit Oakland, California, maakte de afgelopen jaren vier albums. Het zijn albums die allemaal net wat anders klinken, maar het zijn vooral albums met een eigenzinnig en avontuurlijk geluid. Dat geluid is ook weer te horen op het deze week verschenen Kiss From The Balcony. De songs van Madeline Kenney passen in het hokje indiepop, maar klinken anders dan de meeste andere indiepop van het moment. De songs van Madeline Kenney zijn volgestopt met bijzondere ingrediënten, die er voor zorgen dat de songs van de Amerikaanse muzikante lastig te doorgronden zijn, tot dat alles toch nog op zijn plek valt. Ook nummer vijf is weer een bijzonder album.

Van de Amerikaanse muzikante Madeline Kenney besprak ik tot dusver het eerste en vierde album en zag ik de tussenliggende albums over het hoofd. De twee albums die ik wel opmerkte zijn twee nogal verschillende albums, want waar de muzikante uit Oakland, California, op haar debuutalbum Night Night At The First Landing uit 2017 muziek met vooral invloeden uit de jaren 90 liet horen, was het in 2023 verschenen A New Reality Mind een eigentijdser klinkend album met een grotere rol voor elektronica en invloeden uit de indiepop.

Wat beide albums met elkaar gemeen hebben is dat de met veel textuur en detail ingekleurde songs van Madeline Kenney redelijk complexe songs zijn, die je bij voorkeur meerdere keren moet horen voor je ze op de juiste waarde kunt schatten. Het gaat ook weer op voor de songs op het deze week verschenen Kiss From The Balcony, het vijfde album van de muzikante die opgroeide in Seattle, Washington, maar inmiddels alweer een aantal jaren vanuit Californië opereert.

Madeline Kenney maakte haar nieuwe album samen met muzikanten Ben Sloan, die tekent voor de elektronica en de drums, en Stephen Patota, die het gitaarwerk voor zijn rekening neemt. Beide muzikanten zijn bekend van de band Why?, die ik alleen ken van nogal lastig te doorgronden albums. Kiss From The Balcony werd in slechts twee weken opgenomen, maar dat is niet ten koste gegaan van het geluid van Madeline Kenney, dat nog altijd opvalt door meerdere lagen, bijzondere klanken en veel details.

De muziek van de Amerikaanse muzikante is nooit hele makkelijke muziek geweest, maar op Kiss From The Balcony laat ze nog wat meer experiment toe in haar songs. De meeste songs op het album zijn te omschrijven als indiepop, maar Madeline Kenney kiest in dit genre duidelijk haar eigen weg. Het geluid op Kiss From The Balcony is soms loom en beeldend maar het is net zo makkelijk eclectisch en tegendraads.

Het is, zeker wanneer Madeline Kenney het experiment toelaat in haar songs, soms lastig om de popsong met een kop en een staart te herkennen op het album, maar net als bij de vorige albums van de Amerikaanse muzikante helpt het als je haar songs vaker hoort. Kiss From The Balcony bevat overigens ook een aantal wat toegankelijkere songs, al is toegankelijk in het geval van Madeline Kenney een relatief begrip.

Ik had zelf bij eerste beluistering best wat moeite met het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante en dit ondanks de soms fascinerende klankentapijten en de aansprekende zang. Bij eerste beluistering had ik last van een gebrek aan houvast door het wat experimentele geluid op het album, wat werd versterkt door de grote veelzijdigheid op het album, dat in een aantal verschillende settings werd opgenomen.

Inmiddels hoor ik echter vooral het knappe in de songs van Madeline Kenney, die nog meer dan op haar vorige albums haar eigen weg zoekt en vindt. Wanneer je je open stelt voor de songs op Kiss From The Balcony hoor je pas hoe goed ze zijn en hoeveel bijzonders er valt te ontdekken in de songs van de Amerikaanse muzikante. Met een album als Kiss From The Balcony gaat Madeline Kenney geen groot publiek aanspreken, maar als muziek best wat avontuurlijker mag is dit een album dat het beluisteren zeker waard is. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jess Ribeiro - Mixtape (2025) 3,5

24 juli 2025, 16:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jess Ribeiro - Mixtape - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jess Ribeiro - Mixtape
Iets meer dan een jaar na het geweldige Summer Of Love komt de Australische muzikante Jess Ribeiro op de proppen met Mixtape, dat nog een achttal songs toevoegt aan haar zo mooie en bijzondere oeuvre

Jess Ribeiro is een Australische muzikante die al een aantal jaren aan de weg timmerde toen ze vorig jaar haar album Summer Of Love uitbracht. Het is een album dat ook buiten Australië de aandacht trok en het is een album dat ik schaar onder de betere albums van 2024. Met Mixtape voegt Jess Ribeiro nog een aantal tracks toe aan het album van vorig jaar. Mixtape is misschien maar een tussendoortje, maar het is er wel een van een bijzonder hoge kwaliteit. Iedereen die Jess Ribeiro vorig jaar heeft gemist moet snel naar Summer Of Love gaan luisteren en vervolgens naar Mixtape. Iedereen die de Australische muzikante al kent krijgt er met Mixtape weer acht geweldige Jess Ribeiro songs bij.

Summer Of Love van Jess Ribeiro was voor mij een van de grote verrassingen van 2024. Op haar vierde album maakte de Australische muzikante wat mij betreft een onuitwisbare indruk met haar bijzondere songs en de even bijzondere muzikale en vocale inkleuring hiervan. Summer Of Love klonk anders dan alle andere albums die in 2024 zijn verschenen en werd bij herhaalde beluistering alleen maar beter. Goed vergelijkingsmateriaal wist ik eerlijk gezegd niet te bedenken, al noemde ik in mijn recensie van het album wel de naam van Fiona Apple, wat iets zegt over de eigenzinnigheid van het album van Jess Ribeiro.

Summer Of Love van Jess Ribeiro haalde uiteindelijk mijn jaarlijstje en zou als ik dit jaarlijstje nu opnieuw zou moeten maken waarschijnlijk de top 10 of in ieder geval de top 20 halen. De Australische muzikante keert deze week terug met het (mini-)album Mixtape. Het is een album dat acht songs en 22 minuten muziek toevoegt aan het oeuvre van Jess Ribeiro en dat gezien moet worden als een tussendoortje. Mixtape verzamelt immers een aantal B-kantjes en demo’s die Jess Ribeiro nog op de plank had liggen, maar die een nieuwe kans verdienden.

Ik laat dit soort tussendoortjes meestal liggen, maar na Summer Of Love heb ik ook deze nieuwe songs van Jess Ribeiro onmiddellijk omarmd. De songs op Mixtape komen uit de sessies die uiteindelijk hebben geleid tot Summer Of Love en de titeltrack van dat album komt in een nieuwe en sterk afwijkende versie voorbij. Mixtape is misschien een tussendoortje, naar het is wel een zeer aangenaam tussendoortje en het is er bovendien een die het talent van Jess Ribeiro nog eens onderstreept.

Het is knap hoe de Australische muzikante de titeltrack van haar vorig jaar verschenen album transformeert van een sobere ballad tot een uptempo song met een vol jaren 80 geluid en zo hebben alle tracks op Mixtape iets bijzonders te bieden. Jess Ribeiro liet vorig jaar horen dat ze van vele markten thuis is en dat doet ze ook op Mixtape, dat moeiteloos schakelt tussen psychedelica, 80s pop, lo-fi, diverse folk varianten en dromerige pop.

Jess Ribeiro vond de songs op Mixtape vorig jaar misschien nog niet goed genoeg voor Summer Of Love, maar wat mij betreft had geen van de songs op het nieuwe album misstaan op de terecht maar helaas slechts in kleine kring geprezen voorganger. In muzikaal opzicht verschiet Mixtape makkelijk van kleur, maar dat doet Jess Ribeiro ook in vocaal opzicht, net zoals ze dit deed op Summer Of Love. In iedere track klinkt de zang van de Australische muzikante weer net wat anders en het is altijd bijzonder mooi.

De acht songs op Mixtape waren me direct bij eerste beluistering van het album dierbaar en net als de songs op Summer Of Love zijn het songs die je alleen maar dierbaarder worden wanneer je ze vaker hoort. Ik heb Mixtape zelf hierboven ook al meerdere keren een tussendoortje genoemd, maar hiermee doe ik het album echt tekort. Als Jess Ribeiro nog een paar songs had toegevoegd had ze een waardig opvolger gemaakt van Summer Of Love.

Ik zie Mixtape gezien de korte speelduur voorlopig maar even als een aanvulling op of een companion bij het geweldige album uit 2024 en het is een aanvulling die het album nog wat indrukwekkender maakt. Hopelijk wint Mixtape wat nieuwe zieltjes voor de unieke muziek van Jess Ribeiro, ze verdient het. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jade Bird - Who Wants to Talk About Love (2025) 4,0

24 juli 2025, 15:55 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jade Bird - Who Wants To Talk About Love? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jade Bird - Who Wants To Talk About Love?
De Britse singer-songwriter Jade Bird laat ook op haar derde album weer horen dat ze een zeer getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres is en voegt dit keer ook nog wat extra melancholie toe aan haar songs

We hebben het eerder gezien bij jonge vrouwelijke singer-songwriter, na ‘coming of age’ albums komt op een gegeven moment het breakup album. De Britse muzikante Jade Bird is toe aan haar breakup album en Who Wants To Talk About Love? is een indrukwekkend album geworden. Jade Bird woont al een tijdje in de VS en klinkt nog altijd meer Amerikaans dan Brits. Ze vermengt op fraaie wijze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop en rock, schrijft songs die vermaken of iets met je doen en overtuigt op haar derde album nog net wat meer als zangeres. Het talent spat er weer van af op Who Wants To Talk About Love? en het klinkt ook nog eens bijzonder lekker.

Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Britse singer-songwriter Jade Bird. Het begon in 2017 met de EP Something American, waarop de destijds 19-jarige muzikante geen geheim maakte van haar liefde voor Amerikaanse rootsmuziek en liet horen dat ze beschikt over een bijzonder mooie en emotievolle stem.

Jade Bird koos vervolgens Amerikaanse producers voor haar eerste twee albums, wat gezien haar zwak voor Amerikaanse rootsmuziek niet zo gek is. Haar titelloze debuutalbum uit 2019 maakte ze met Simone Felice, die Jade Bird naar zijn studio in de Catskill Mountains haalde. Ook op haar debuutalbum maakte de jonge Britse muzikante indruk met haar stem die zowel lieflijk als rauw kon klinken.

Voor haar tweede album Different Kinds Of Light uit 2021 trok Jade Bird naar Nashville, waar ze werkte met de zeer gewilde producer Dave Cobb. Het album liet ondanks het Nashville stempel wat meer invloeden uit de pop en rock horen en zette Jade Bird wat mij betreft definitief op de kaart als groot talent.

We zijn inmiddels vier jaar verder en het is tijd voor een nieuw album van de Britse muzikante. Jade Bird is inmiddels 27, is via Austin in Los Angeles terecht gekomen en heeft kennis gemaakt met de donkere kanten van relaties in het algemeen en liefdesrelaties in het bijzonder. Who Wants To Talk About Love? komt na het op de klippen lopen van haar relatie en de breuk met haar vader en moet daarom worden gezien als een breakup album.

Op haar derde album werkt Jade Bird met meerdere producers, maar de meeste tracks zijn geproduceerd door de Amerikaanse producer Andrew Wells, wiens cv vooral met popalbums is gevuld. Who Wants To Talk About Love? ligt in muzikaal opzicht in het verlengde van het vorige album van Jade Bird. De Britse singer-songwriter verwerkt nog altijd invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs, maar is ook niet vies van pop en rock.

Het levert ook dit keer een aantal lekker in het gehoor liggende en aansprekende songs op. Het zijn songs waarin melancholie en weemoed een grotere rol spelen, want de liefdesbreuk heeft zijn sporen nagelaten in de nieuwe songs van Jade Bird. Je hoort het ook in haar stem, die nog wat meer emotie laat horen dan in het verleden en hierdoor nog meer aanspreekt.

Ik noemde Jade Bird op basis van haar tweede album vier jaar geleden al een groot talent en dat talent komt nog wat nadrukkelijker aan de oppervlakte op Who Wants To Talk About Love?, dat ik nog hoger inschat dan zijn voorgangers. Dat talent hoor ik in de wat mij betreft bijzonder mooie en interessante stem van Jade Bird, maar ook in haar songs, die zich makkelijk in het geheugen nestelen, maar ook opvallen door hun veelzijdigheid.

Met name de wat meer ingetogen en melancholische songs op Who Wants To Talk About Love? zijn bijzonder mooi, maar ook als Jade Bird kiest voor wat steviger en uitbundiger klinkende songs overtuigt ze bijzonder makkelijk. Er zijn momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters die strijden om een plekje in de spotlights, maar Jade Bird verdient dit plekje wat mij betreft absoluut. De Britse muzikante is immers een betere songwriter dan haar meeste concurrenten en maakt ook als zangeres meer indruk op haar in alle opzichten uitstekende derde album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Forth Wanderers - The Longer This Goes On (2025) 4,0

22 juli 2025, 19:51 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Forth Wanderers - The Longer This Goes On - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Forth Wanderers - The Longer This Goes On
Forth Wanderers is een band uit New Jersey, die in het voorjaar van 2018 een geweldige gitaarplaat afleverde en dat kunstje nu, ruim zeven jaar later, herhaalt met het uitstekende The Longer This Goes On

The Longer This Goes On van Forth Wanderers werd me voor de afwisseling eens niet getipt door Pitchfork of Paste, maar door OOR. Het Nederlandse muziektijdschrift noemt het nieuwe album van de Amerikaanse band een van de fijnste gitaarplaten die je dit jaar gaat horen en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen. Het is zo’n leuke gitaarplaat omdat de band uit New Jersey zich breed laat beïnvloeden en hierdoor steeds weer net wat anders klinkt. Het gitaarwerk sprankelt en overtuigt tien tracks lang en dat doet ook de stem van frontvrouw Ava Trilling die nog wat extra bonuspunten binnen haalt voor haar band. Het levert een bijzonder lekker album op, dat vooralsnog alleen maar beter wordt.

De Amerikaanse band Forth Wanderers bracht in 2018 haar officiële debuutalbum uit op het aansprekende Sub Pop label. De band uit Montclair, New Jersey, maakte op haar titelloze debuutalbum flink wat indruk en haalde meerdere zeer positieve recensies binnen, maar tot een echte doorbraak kwam het helaas niet.

Dat had alles te maken met de mentale gezondheidsproblemen waar zangeres en frontvrouw Ava Trilling mee te maken kreeg. Deze zouden er uiteindelijk voor zorgen dat de carrière van Forth Wanderers tot stilstand kwam voor hij goed en wel begonnen was. Ik heb het debuutalbum van Forth Wanderers er vorige week, nadat de eerste recensies van het nieuwe album van de Amerikaanse band opdoken, nog eens bij gepakt en ik kan alleen maar concluderen dat het een heerlijke gitaarplaat is.

Dat is ook precies hetgeen dat tot dusver wordt opgeschreven over het deze week verschenen The Longer This Goes On. Na een stilte van drie jaar besloot Ava Trilling in 2021 dat ze weer muziek wilde gaan maken en dat heeft vier jaar later geleid tot een gloednieuw album van de band uit New Jersey. Met The Longer This Goes On herhaalt de geschiedenis zich in ieder geval voor een deel, want ook het nieuwe album van Forth Wanderers is inderdaad een geweldige gitaarplaat.

Het is een gitaarplaat die past in het hokje indierock, maar de band laat horen dat het binnen dit genre meerdere kanten op kan. Zo opent The Longer This Goes On met een zwaar aangezette rocksong, maar is de track die volgt juist verrassend lichtvoetig, met hier en daar een uitbarsting, waarna de band zich juist weer richting dreampop beweegt. En zo kan het op het nieuwe album van Forth Wanderers meerdere kanten op. In een aantal songs grijpt de band terug op indierock uit het verleden, maar ook de indierock van het moment heeft een plekje gevonden op The Longer This Goes On.

Wanneer ik het nieuwe album van Forth Wanderers probeer te ontleden, kom ik tot drie constanten op het nieuwe album. In alle songs op het album is het gitaarwerk bijzonder lekker. Het is gitaarwerk dat varieert van zeer melodieus, tot rammelend, tot gruizig of zelfs stevig, en het is bovendien gitaarwerk dat ook binnen de songs makkelijk van kleur kan verschieten. Het maakt van The Longer This Goes On een 100% gitaarplaat, maar het is ook een gitaarplaat met een serie hele goede songs.

Verder komt de ene na de andere memorabele popsong voorbij op een album dat zich af en toe laat beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast die zich zeker niet beperkt tot indierock, want ook invloeden uit andere genres hebben hun weg gevonden naar het zeer veelzijdige album.

Het gitaarwerk en de songs maken van The Longer This Goes On al een heel goed album, maar ook zangeres Ava Trilling levert een geweldige prestatie en draagt nog wat verder bij aan de veelzijdigheid van het nieuwe album van Forth Wanderers. Ze beschikt over een zeer aangenaam stemgeluid, maar het is ook een stem die makkelijk overeind blijft tussen het gitaargeweld of de in ieder geval dominante gitaarakkoorden.

Net als in 2018 heeft Forth Wanderers een album afgeleverd waarmee het zomaar hoge ogen kan gaan gooien. Laten we hopen dat de band dit keer overeind blijft, al is dit volgens de band zelf helaas hoogst onzeker. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jessie Murph - Sex Hysteria (2025) 4,0

21 juli 2025, 16:39 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jessie Murph - Sex Hysteria - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jessie Murph - Sex Hysteria
Jessie Murph is pas twintig jaar oud, maar beschikt over een doorleefde soulstem die af en toe aan Amy Winehouse doet denken en uitstekend past bij het verrassend veelzijdige geluid op haar nieuwe album Sex Hysteria

Jessie Murph is in de Verenigde Staten behoorlijk controversieel vanwege haar expliciete teksten en video’s, maar ze is ook absoluut zeer getalenteerd. Vorig jaar bracht ze met That Ain't No Man That's The Devil een veelbelovend debuutalbum uit en dat wordt deze week alweer gevolgd door Sex Hysteria, waarop de jonge Amerikaanse muzikante een aantal volgende stappen zet. Sex Hysteria is in muzikaal opzicht verrassend veelzijdig, maar het is de stem van de pas twintig jaar oude Jessie Murph die de meeste indruk maakt. Het is een stem die af en toe wel wat aan Amy Winehouse doet denken, maar die ook andere kanten op kan op het op zijn minst veelbelovende Sex Hysteria.

De naam Jessie Murph hoorde ik een paar dagen geleden voor het eerst, waarna ik haar naam een paar uur later zag opduiken in de lijsten met nieuwe albums. Frequente bezoekers van platforms als TikTok kennen Jessie Murph waarschijnlijk al veel langer, want de jonge Amerikaanse muzikante is op deze platforms inmiddels al enkele jaren een ster.

Jessie Murph is pas twintig, maar maakt inmiddels al enkele jaren muziek. Ze werd geboren in Clarksville, Tennessee, niet zo heel ver van Nashville, maar groeide op in Huntsville, Alabama. Ze had op jonge leeftijd een zwak voor country, maar kwam uiteindelijk in aanraking met allerlei genres, die ze allemaal probeerde te verwerken in haar muziek.

In de herfst van 2024 verscheen het debuutalbum van Jessie Murph, dat ik alleen vanwege de geweldige titel That Ain't No Man That's The Devil al had moeten beluisteren. Het is een album dat ik inmiddels wel heb beluisterd en het verbaast me dat ik er vorig jaar niet veel meer over heb gelezen, want het is in meerdere opzichten een interessant album.

Op haar debuutalbum maakt de destijds nog wat jongere Jessie Murph immers behoorlijk wat indruk. Dat doet ze allereerst met haar opvallend soulvolle maar ook opvallend rauwe stem. Het is een stem die meer dan eens associaties oproept met die van Amy Winehouse, maar het is wel Amy Winehouse die Londen heet verruild voor Nashville.

That Ain't No Man That's The Devil is een album vol belofte dat niet alleen indruk maakt met de indrukwekkende strot van Jessie Murph, maar dat er ook in slaagt om een brug te slaan tussen nogal uiteenlopende genres, variërend van country tot hip-hop en van soul tot pop.

Jessie Murph heeft niet veel tijd genomen voor haar tweede album, want nog geen jaar na That Ain't No Man That's The Devil is Sex Hysteria verschenen. Op de cover van het album is de jonge Amerikaanse muzikante te zien met een heus suikerspin kapsel, waardoor de associaties met Amy Winehouse nog wat sterker worden.

Jessie Murph heeft zich voor haar tweede album omringd met flink wat producers en songwriters, maar ze heeft zelf ook actief meegeschreven aan de songs op haar album, die vaak een autobiografisch karakter hebben en duidelijk maken dat haar jeugd niet makkelijk was. De persoonlijke teksten winnen aan kracht door de heerlijke zuidelijke tongval van Jessie Murph en haar, zeker voor haar leeftijd, opvallend doorleefd klinkende stem.

De zang op Seks Hysteria is beter dan die op That Ain't No Man That's The Devil en hetzelfde geldt voor de songs. Het zijn songs waarin invloeden uit de soul, pop, country, R&B en hip-hop samenvloeien. Een deel van de producers grijpt me net wat te veel naar de elektronica, inclusief de autotune die Jessie Murph echt niet nodig heeft, maar tussen de vijftien songs op het album zitten er flink wat die ruimschoots boven de middelmaat uit stijgen en dat geldt zeker voor de songs met een nostalgisch tintje en dat zijn er nogal wat.

Jessie Murph maakt muziek die lang niet altijd aansluit op mijn muzieksmaak, maar ik hoor absoluut het talent en de belofte op Sex Hysteria. Zeker wanneer echo’s van Amy Winehouse opduiken hoop ik dat het met Jessie Murph een stuk beter gaat aflopen dan met de Britse zangeres. In dat geval zouden we nog wel eens heel veel plezier kunnen gaan hebben van de Amerikaanse muzikante, die op haar twintigste al behoorlijk wat indruk maakt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Morphine - Cure for Pain (1993) 4,5

20 juli 2025, 19:40 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Morphine - Cure For Pain (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Morphine - Cure For Pain (1993)
De Amerikaanse band Morphine timmerde in de jaren 90 stevig aan de weg met een uniek eigen geluid, dat onder andere is te horen op Cure For Pain uit 1993, vooralsnog mijn favoriete album van de band rond Mark Sandman

Net toen de band Morphine zich aan de cultstatus begon te ontworstelen sloeg het noodlot toe. Met de dood van haar voorman kwam een einde aan het bestaan de Amerikaanse band, die gedurende de jaren 90 in groeiende kring indruk maakte met een uniek eigen geluid. Het is een geluid met flink wat invloeden uit de blues, maar dan wel blues zonder gitaren, want Morphine had genoeg aan bas, drums en saxofoon. Het werd gecombineerd met de donkere stem van Mark Sandman, die het al zo bijzondere geluid van zijn band nog wat verder optilde. Cure For Pain uit 1993 wordt gezien als het beste album van de band en vooralsnog kan ik mij daar zeker in vinden.

De Amerikaanse band Morphine werd in 1989 opgericht in Cambridge, Massachusetts, door bassist en zanger Mark Sandman en saxofonist Dana Colley. Met het toevoegen van een drummer was de band compleet. Gedurende de jaren 90 trok Morphine steeds meer aandacht en werd een stevige live-reputatie opgebouwd.

Ondanks zeer positieve recensies heb ik in de jaren 90 nooit naar de muziek van Morphine geluisterd. Dat klinkt nu misschien gek, maar in het tijdperk voor de komst van de streaming media diensten was het niet zo makkelijk om naar nieuwe muziek te luisteren. Ik ben Morphine op een of andere manier nooit tegen gekomen en mijn interesse voor de muziek van de Amerikaanse band werd kennelijk niet genoeg aangewakkerd door de recensies van de handvol albums die de band gedurende de jaren 90 maakte.

Morphine bouwde zoals gezegd een stevige live-reputatie op, maar het podium werd de band ook noodlottig. Mark Sandman kreeg in 1999 tijdens een concert van zijn band in Italië een hartaanval en overleefde het niet, waarmee een einde kwam aan het bestaan van Morphine, dat de cultstatus helaas nooit echt was ontstegen.

Ik kwam de naam van de band onlangs tegen in een lijstje met miskende albums uit de jaren 90 en zo maakte ik alsnog kennis met de muziek van Morphine. Ik denk niet dat ik de albums van de Amerikaanse band in de jaren 90 had kunnen waarderen, want het zat destijds wat ver buiten mijn comfort zone, maar drie decennia later kan ik zeker wat met de muziek van Morphine.

Van de albums die ik inmiddels heb beluisterd, vind ik het in 1993 uitgebrachte Cure For Pain vooralsnog de beste. Het is een album dat begint met ingetogen saxofoonspel, maar Morphine laat al snel haar ware gezicht zien. Cure For Pain is een behoorlijk ruw bluesalbum, maar het is een bluesalbum met een volstrekt eigen geluid. Het is een bluesalbum zonder gitaren, want Morphine had op Cure For Pain in de basis genoeg aan het stuwende drumwerk van Billy Conway en het unieke baswerk van Mark Sandman, die genoeg had aan een bas met slechts twee snaren.

De ruwe basis wordt gecombineerd met de soms ruwe maar altijd intense zang van Mark Sandman, waarna de saxofoons van Dana Colley voor de versiersels mogen zorgen. De muziek van Morphine klinkt door het geweldige saxofoonspel jazzy, maar invloeden uit de blues en de rock ’n roll spelen een minstens even belangrijke rol in de muziek van de Amerikaanse band.

De critici waren in 1993 razend enthousiast over Cure For Pain en dat begrijp ik inmiddels volledig, want wat heeft Morphine een unieke sound en wat zijn de songs van de band sterk. Het zijn songs met een intensiteit om bang van te worden, maar het zijn ook songs waarin geweldig wordt gemusiceerd. De geweldige muziek op het album past perfect bij de stem van Mark Sandman die fantastisch zingt.

Ik ken eigenlijk geen andere bands die klinken als Morphine en ben in korte tijd behoorlijk gehecht geraakt aan het geweldige Cure For Pain. Natuurlijk vind ik het jammer dat ik Morphine niet in de jaren 90 heb opgepikt en op het podium heb kunnen zien, maar gelukkig heb ik de muziek ban de band dankzij een wat obscuur lijstje op het Internet wel alsnog ontdekt. Iedereen die Morphine niet kent kan ik alleen maar adviseren om eens te luisteren naar de muziek van de band, bijvoorbeeld naar het uitstekende Cure For Pain uit 1993. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Poor Creature - All Smiles Tonight (2025) 4,5

20 juli 2025, 10:38 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Poor Creature - All Smiles Tonight - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Poor Creature - All Smiles Tonight
Poor Creature lijkt een gelegenheidsband, maar met het door John ‘Spud’ Murphy geproduceerde All Smiles Tonight leveren leden van Landless en Lankum een bijzonder mooi en zeer interessant album af

De naam Poor Creature zingt al even rond en ik begrijp inmiddels waarom. Ruth Clinton, Cormac MacDiarmada en John Dermody hebben hun eigen band even achter zich gelaten en hebben de krachten verenigd op All Smiles Tonight. Het is een album waarop de gelegenheidsband invloeden uit de Ierse folk verwerkt, maar ook invloeden uit de psychedelica spelen een voorname rol op het album waarop bijzonder mooie zang, bezwerende synths en indringende ritmes op bijzondere wijze worden gecombineerd. Het is allemaal prachtig geproduceerd door John ‘Spud’ Murphy, die inmiddels een prachtig stapeltje albums op zijn naam heeft staan.

De naam Poor Creature heb ik al een tijdje op een lijstje staan, want Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut waren erg vroeg met hun recensies van het debuutalbum van de Britse band. Misschien is gelegenheidsband overigens meer op zijn plaats, want zangeres Ruth Clinton maakt ook deel uit van de band Landless, terwijl Cormac MacDiarmada een van de vaste leden van Lankum is en John Dermody deze Britse band op het podium bijstaat als drummer.

Gelegenheidsband of niet, op basis van de zeer positieve recensies in de gerenommeerde Britse muziektijdschriften was me wel duidelijk dat het debuutalbum van Poor Creature een album is om naar uit te kijken. All Smiles Tonight is deze week verschenen en is inderdaad een bijzonder mooi en fascinerend album geworden.

Het is een album dat is geproduceerd door John ‘Spud’ Murphy, die de afgelopen jaren ook fantastische albums van onder andere Anna B Savage, Goat Girl, ØXN en Lankum produceerde. Met name door de albums van Lankum en ØXN wordt de Britse producer vooral geassocieerd met spookachtige folk. Die spookachtige folk had ik gezien de samenstelling van de band ook verwacht van Poor Creature, maar met alleen dit label doe je de muziek van de Britse band ook wel wat tekort.

Ruth Clinton maakt zoals gezegd deel uit van de band Landless, die eerder dit jaar haar tweede album uitbracht. Op dat album werd absoluut prachtig gezongen, maar de vooral vocale en erg traditionele folk bleek al snel niet mijn ding. Het debuutalbum van Poor Creature is zeker wel mijn ding en dat wordt eigenlijk al direct duidelijk in de openingstrack.

Het is een donkere track, waarin de engelachtige zang van Ruth Clinton wordt gecombineerd met duistere en wat psychedelisch aandoende synths en bezwerende ritmes. Het is een track die absoluut elementen uit de Ierse folk bevat, maar het is ook een track die klinkt of de Britse band Cocteau Twins zich heeft laten inspireren door duistere Britse folk en hier, bijgestaan door John ‘Spud’ Murphy, een eigen draai aan geeft.

De combinatie van ijle, zweverige maar ook bezwerende klanken past perfect bij de wat serene zang van Ruth Clinton, die echt prachtig zingt. Het wordt fraai gecombineerd in het volgende productionele hoogstandje van John ‘Spud’ Murphy, die er in slaagt om een aan de ene kant wonderschone en aan de andere kant bijna beangstigende sfeer te creëren. Poor Creature zoekt de inspiratie zeker niet uitsluitend in de traditionele Ierse folk, maar verkent ook de traditionele Amerikaanse rootsmuziek, wat ook bijzonder mooie en indringende songs oplevert.

Centraal in het geluid van Poor Creature staat meestal de heldere en bijzonder mooie stem van Ruth Clinton, die af en toe wordt bijgestaan door Cormac MacDiarmada, die ook een enkele keer de lead neemt, wat de muziek van Poor Creature wat mij betreft direct minder onderscheidend maakt. Met name Ruth Clinton tekent voor zang die je meevoert langs bijzondere en al dan niet surrealistische landschappen.

De muziek is soms subtiel, maar wordt ook af en toe zwaarder aangezet, wat het donkere en bezwerende karakter van de muziek van Poor Creature verder versterkt. Het is vooralsnog de vraag of het debuutalbum van Poor Creature een eenmalig tussendoortje is of dat we meer gaan horen van de band. Ik hoop het laatste, want met All Smiles Tonight voegt de gelegenheidsband weer een nieuwe dimensie toe aan de fascinerende Ierse folk van het moment. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Billie Marten - Dog Eared (2025) 4,5

19 juli 2025, 11:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Billie Marten - Dog Eared - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Billie Marten - Dog Eared
Het is knap hoe de Britse muzikante Billie Marten steeds weer net wat andere wegen in slaat, maar ook steeds beter wordt, wat goed is te horen op het aangename maar ook spannend klinkende Dog Eared

Billie Marten staat later dit jaar in de Melkweg en verkoopt die nog niet zomaar uit, maar de jonge Britse singer-songwriter moet wel degelijk worden gezien als een van de grootste talenten binnen de folky pop van het moment. Op haar nieuwe album Dog Eared kiest ze voor een geluid dat zich direct opdringt, maar het is ook een geluid dat de fantasie prikkelt en dat veel diepgang verraadt. De Britse muzikante beschikt ook nog eens over een bijzonder mooie stem, die op haar 26e nog een stuk mooier en rijper klinkt dan op haar 17e. De lat lag hoog na het vorige album van Billie Marten, maar met Dog Eared gaat ze er wat mij betreft toch weer overheen. Jaarlijstjeswaardig wat mij betreft.

Billie Marten, het alter ego van de Britse muzikante Sophie Tweddle, is nog altijd pas 26 jaar oud, maar is met het deze week verschenen Dog Eared toch alweer toe aan haar vijfde album. De Britse muzikante debuteerde in 1996 op haar zeventiende met het uitstekende Writing Of Blues And Yellows dat ik pas een paar jaar later op de juiste waarde wist te schatten.

Het is net als het tweede album van Billie Marten, het in 2019 uitgebrachte Feeding Seahorses By Hand, een album met vooral ingetogen folksongs. Het zijn folksongs die opvallen door een goed gevoel voor tijdloze popsongs en een voorkeur voor het toevoegen van subtiele toevoegingen, die er voor zorgen dat ook het tweede album van Billie Marten geen moment een standaard folkalbum is. Op haar eerste twee albums liet de Britse singer-songwriter bovendien horen dat ze beschikt over een bijzonder mooie stem, die ouder klinkt dan Billie Marten was op het moment dat ze haar eerste twee albums opnam.

Ik viel zelf pas voor de muziek van Billie Marten toen in 2021 haar derde album Flora Fauna verscheen. Het is een album dat wat voller en avontuurlijker is ingekleurd dan zijn twee voorgangers en de muziek van Billie Marten van folk naar het hokje indiepop sleept. Flora And Fauna is bovendien een album waarop de stem van de Britse muzikante volwassen is geworden, iets wat overigens ook geldt voor de songs op het album. Flora Fauna werd iets meer dan twee jaar geleden overtroffen door Drop Cherries, dat weer wat meer ingetogen en akoestischer klinkt dan Flora Fauna en dat niet alleen opvalt door prachtige orkestraties, maar ook door wonderschone zang.

Op basis van de vorige albums begon ik met zeer hooggespannen verwachtingen aan Dog Eared, zoals gezegd alweer het vijfde album van Billie Marten. Het is een album dat toch weer anders klinkt dan Drop Cherries en de drie albums die hier aan vooraf gingen. Het nieuwe album van Billie Marten klinkt weer wat voller en avontuurlijke dan de zo sfeervolle voorganger, maar het is wederom een album dat direct indruk maakt.

Billie Marten kiest dit keer voor een wat zonniger en lomer geluid en dat is precies wat we op het moment nodig hebben. Het is een fris klinkend geluid, maar Dog Eared klinkt af en toe ook als een album dat al een aantal decennia oud is. De nieuwe songs van Billie Marten zijn folky, jazzy en poppy en vallen niet alleen op door zonnige klanken maar ook door de soepele stem van de Britse muzikante, die met nog wat meer overtuiging is gaan zingen.

Billie Marten liet haar vaderland dit keer achter zich en nam haar nieuwe album op in New York, waar producer Philip Weinrobe, vooral bekend Adrianne Lenker en Tomberlin, aanschoof. Dog Eared werd opgenomen met flink wat muzikanten, onder wie muzikanten van naam en faam, die het album hebben voorzien van een loom en wat broeierig maar ook gevarieerd en fantasierijk geluid met een vleugje jazz en een snufje Latin.

Het is een geluid waarin de stem van Billie Marten uitstekend gedijt en nog wat mooier klinkt dan op haar vorige albums, waardoor ik Dog Eared echt met geen mogelijkheid kan weerstaan. Het levert een album op dat zich kan meten met de beste albums van het moment en dat af en toe wel wat heeft van het 70s geluid van Clairo, wat mij betreft een van de grootste talenten binnen de indiepop van het moment. Ook Billie Marten hoort wat mij betreft tot deze talenten, zeker na aflevering van het sublieme Dog Eared. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Wildmans - Longtime Friend (2025) 4,0

18 juli 2025, 17:03 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Wildmans - Longtime Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Wildmans - Longtime Friend
De muziek van The Wildmans was tot dusver behoorlijk traditioneel, maar op Longtime Friend laten Aila en Elisha Wildman een moderner geluid horen, dat opvalt door prachtig snarenwerk en hele mooie zang

De vorige albums van The Wildmans spraken me slechts bij vlagen aan, maar het deze week verschenen Longtime Friend bevalt me stukken beter. Waar het op de eerste twee albums van het tweetal uit Virginia vooral draaide om het muzikale vuurwerk op de viool en de mandoline, laat het derde album van The Wildmans een voller geluid horen, dat bovendien invloeden uit meerdere genres verwerkt. Het gaat op Longtime Friend ook meer om de songs en in deze songs trekt vooral de stem van Aila Wildman de aandacht. Ze kan niet alleen uitstekend overweg op de viool, maar beschikt ook over een mooie stem, die is gemaakt voor het over het algemeen wat traditioneler klinkende werk van The Wildmans.

The Wildmans is een duo uit Floyd, Virginia, dat bestaat uit broer en zus Aila en Elisha Wildman. Ik ken het duo van hun vorige twee albums, die ik op zich wel interessant vond, maar ook een stuk te traditioneel naar mijn smaak. Het zijn albums waarop Aila en Elisha vooral in de archieven van de bluegrass en de Appalachen folk doken.

Dat betekent dat het snarenwerk razendsnel was en hier en daar zelfs verbijsterend snel, maar ik was ook zeker onder de indruk van de stem van Aila Wildman, al speelde zang op het grotendeels instrumentale debuutalbum van The Wildman slechts een zeer bescheiden rol.

Aila en Elisha Wildman groeiden op aan de voet van de Appalachen en kennen hun klassiekers. Ze zijn bovendien allebei geschoolde muzikanten die wonderen kunnen verrichten met de viool (Aila) en de mandoline (Elisha). Aan muzikaal vuurwerk derhalve geen gebrek op de eerste twee albums van The Wildmans, maar ik werd uiteindelijk toch vooral onrustig van het jachtige snarenwerk en het wel erg traditionele geluid, al bevatte met name het tweede album van het duo ook een aantal prachtige songs.

Het deze week verschenen derde album van The Wildmans bevalt me een stuk beter. Aila en Elisha Wildman laten zich ook op Longtime Friend beïnvloeden door oude bluegrass en Appalachen folk, maar het album klinkt een stuk eigentijdser en kleurt ook buiten de lijntjes van de genoemde genres.

Aila en Elisha Wildman maken nog steeds geen geheim van hun vaardigheden op respectievelijk de viool en de mandoline, maar de muziek staat op Longtime Friend in dienst van de songs en van de stemmen van de twee, waarbij Aila meestal het voortouw neemt en Elisha de harmonieën compleet maakt.

Vergeleken met de blinkende countrypop uit Nashville klinkt de muziek van The Wildmans nog steeds behoorlijk traditioneel, maar de twee bestrijken dit keer een veel breder palet binnen de Americana en voegen invloeden uit met name de country en hier en daar de gospel toe. In muzikaal opzicht is het nog steeds indrukwekkend, want wat kunnen Aila en Elisha Wildman spelen, maar gelukkig worden er niet de hele tijd snelheidsrecords gebroken en blijft het echte muzikale spierballenvertoon uit.

Zeker in de songs waarin de instrumenten een stapje terug doen maakt met name Aila Wildman indruk met haar stem en laten broer en zus Wildman horen dat ze songs kunnen schrijven die ook een wat minder traditioneel georiënteerd rootspubliek aan kunnen spreken.

The Wildmans maken natuurlijk niet alleen muziek voor mij, maar als het aan mij ligt kiest het duo uit Virginia op haar volgende album voor een nog wat minder traditioneel geluid. Als ik dan toch mag kiezen mag het van mij ook net wat minder braaf, want ik heb het idee dat Aila en Elisha Wildman met een net wat ruwer geluid nog wat meer indruk kunnen maken.

Het neemt niet weg dat Longtime Friend een erg mooi album is, dat zeker met de mooiste songs op het album een behoorlijk hoog niveau aantikt. Vergeleken met de eerste twee albums hoor ik op album nummer drie, dat overigens is verschenen na een stilte van vijf jaar, echt enorm veel groei, waardoor ik nu al benieuwd ben naar de volgende muzikale verrichtingen van The Wildmans. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Allo Darlin' - Bright Nights (2025) 4,0

18 juli 2025, 12:49 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Allo Darlin' - Bright Nights - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Allo Darlin' - Bright Nights
Na elf jaar afwezigheid keert de Britse band Allo Darlin’ terug met een nieuw album en Bright Nights blijkt een erg sterk album met lekker in het gehoor liggende maar ook razend knappe songs, die doen uitzien naar meer

De naam Allo Darlin’ deed bij mij geen belletje rinkelen, waardoor ik het deze week verschenen Bright Nights bij toeval heb opgepikt. Het is een hele aangename toevalstreffer, want het vierde album van de Britse band staat vol met songs die ik eindeloos wil koesteren. Het zijn songs die me herinneren aan de hoogtijdagen van 10,000 Maniacs, met hier en daar nog wat associaties naar hele leuke Britse bands. Het zijn songs die het goed doen in het huidige seizoen, maar Bright Nights is uiteindelijk een album voor alle seizoenen. De naam Allo Darlin’ zei me echt helemaal niets en ook het nieuwe album krijgt vooralsnog niet veel aandacht, maar wat is dit een leuke band.

De Britse band Allo Darlin’ maakte tussen 2010 en 2014 naar verluidt drie zeer goed ontvangen albums. Ik heb er niets van mee gekregen en dat is best bijzonder, want in recensies van de eerste drie albums van Allo Darlin’ wordt de band vergeleken met onder andere Belle And Sebastian en Camera Obscura en dat zijn bands die ik heel hoog heb zitten.

Ik moet nog luisteren naar de eerste drie albums van Allo Darlin’, want de afgelopen week ging mijn aandacht uit naar het deze week verschenen vierde album van de band uit Londen. Allo Darlin’ is na een stilte van elf jaar terug met een nieuw album en gelukkig heeft in ieder geval de Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com dit opgemerkt en lovende woorden getypt over het album. Dankzij de woorden van de Amerikaanse website had ik het idee dat de muziek van Allo Darlin’ wel eens in mijn straatje zou kunnen passen en dat blijkt te kloppen.

Op Bright Nights maakt de Britse band zonnig klinkende, maar ook goed in elkaar zittende indiepop. Ik begrijp de associaties met Britse bands als Camera Obscura en Belle And Sebastian, maar het zijn niet de eerste namen die bij mij op komen wanneer ik luister naar Bright Nights. De eerste naam die bij mij op komt bij beluistering van Bright Nights is die van 10,000 Maniacs.

Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zit Allo Darlin’ dicht tegen de roemruchte Amerikaanse band aan, waarbij ik meer raakvlakken hoor met de 10,000 Maniacs samenstelling waarin Natalie Merchant was vervangen door Mary Ramsey. Allo Darlin’ klinkt op Bright Nights wat mij betreft sowieso meer Amerikaans dan Brits, al verloochent de band uit Londen haar afkomst zeker niet.

Net als 10,000 Maniacs slaagt Allo Darlin’ er in om lekker in het gehoor liggende en zonnig klinkende songs te schrijven, maar het zijn ook songs waarin van alles gebeurt. De muziek op het album klinkt warm en verzorgd, maar met name het gitaarwerk op Bright Nights neemt flink de ruimte en kan zowel gevoelig als voorzichtig gruizig klinken.

Door de steeds net wat anders klinkende instrumentatie is Bright Nights een lekker gevarieerd klinkend album, met makkelijk in het gehoor liggende maar ook interessante songs als basis. Een andere constante is de stem van zangeres Elizabeth Morris, die even makkelijk overtuigt. Het is een stem die zich makkelijk opdringt en die net zo aangenaam klinkt als de muziek op het album, maar het is ook een stem die iets eigenzinnigs heeft, waardoor het album van Allo Darlin’ niet alleen onderscheidend is, maar bovendien de aandacht makkelijk vast houdt.

Je hoort bij beluistering van Bright Nights goed dat Allo Darlin’ al even meedraait, want eigenlijk klopt alles op het vierde album van de Britse band. Het is een album dat vooralsnog slechts door een enkeling is opgemerkt en dat is jammer. Bright Nights is immers niet alleen een heerlijke soundtrack voor de zomerdagen van het moment en alle zomerdagen die er nog aan komen, maar het is bovendien een album dat in alle opzichten kwaliteit ademt.

Met name de gitaarakkoorden op het album kunnen je alleen maar zielsgelukkig maken en ook de stem van Elizabeth Morris weet song na songs de juiste snaar te raken. Bright Nights is mijn eerste kennismaking met de Britse band, maar dit smaakt naar veel meer. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Gwenno - Utopia (2025) 4,0

17 juli 2025, 21:11 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Gwenno - Utopia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Gwenno - Utopia
De vorige drie albums van Gwenno waren door het gebruik van het Welsh en het Cornish door mysterie omgeven, maar ook als de muzikante uit Wales in het Engels zingt is haar bijzondere muziek verre van alledaags

Ik had niet zo heel veel met de muziek van The Pipettes en ook de eerste twee soloalbums van Gwenno wist ik niet op de juiste waarde te schatten, maar sinds de release van Tresor in 2022 weet ik beter. Tresor vond ik een jaarlijstjesalbum en met terugwerkende kracht geldt dat wat mij betreft ook voor de eerste twee albums van de muzikante uit Wales. Het deze week verschenen Utopia klinkt weer net wat anders en door het gebruik van het Engels ook wel wat gewoner, maar gewoon is in het geval van Gwenno een relatief begrip. Ook Utopia is weer een sterk album en het is net als zijn voorgangers een album dat alleen maar beter wordt. Bijzondere muzikante deze Gwenno.

Gwenno (Saunders) maakte ooit, samen met onder andere Rose Elinor Dougall, deel uit van de Britse band The Pipettes, die op bijzondere wijze voortborduurde op de girl pop van Phil Spector. De band was korte tijd behoorlijk succesvol, maar uiteindelijk bleek de retro-pop van The Pipettes niet heel lang houdbaar.

Gwenno begon vervolgens aan een solocarrière, die ik in eerste instantie niet op de juiste waarde wist te schatten. Haar debuutalbum Y Dydd Olaf uit 2014 en opvolger Le Kov uit 2018 waren door het gebruik van het Welsh en het Cornish misschien niet heel toegankelijk, maar als ik nu luister naar de prachtige songs op deze albums kan ik alleen maar concluderen dat ik er flink naast zat bij mijn oorspronkelijke beoordeling van de muziek van Gwenno.

Het kwartje viel wel in 2022 toen het derde album van Gwenno verscheen. Het album was wat minder elektronisch en nog wat sprookjesachtiger ingekleurd dan zijn voorgangers, waarna het gebruik van voor bijna iedereen onverstaanbare talen de magie van het album nog wat verder wist te vergroten. Ik was in de zomer van 2022 bijzonder onder de indruk van Tresor en dat was ik ook nog toen ik een maand of vijf later mijn jaarlijstje samenstelde.

De lat lag dus hoog voor het vierde album van de muzikante uit Cardiff, maar Utopia heeft me zeker niet teleurgesteld. Het wederom samen met producer Rhys Edwards gemaakte Utopia begint waar het prachtige Tresor net iets meer dan drie jaar geleden ophield, maar Gwenno weet ook met haar vierde album weer te verrassen.

Dat doet ze bijvoorbeeld door het merendeel van de tracks in het Engels te zingen. Het maakt haar songs een stuk toegankelijker, maar het gaat ook ten koste van het mysterieuze dat werd toegevoegd door het gebruik van het Welsh en het Cornish. Ook in muzikaal opzicht klinkt Utopia wat minder avontuurlijk dan zijn voorgangers. De elektronische klankentapijten van de eerste twee albums en de sprookjesachtige klanken van album nummer drie hebben plaats gemaakt voor een wat organischer en toegankelijker klinkend geluid.

Het is een geluid dat bijna klinkt als klassiek singer-songwriter materiaal wanneer de piano en warme organische klanken domineren, maar het kan op Utopia meerdere kanten op. Ondanks het feit dat Gwenno op haar nieuwe album kiest voor het Engels en voor een wat conventioneler geluid is Utopia wat mij betreft nog steeds een spannend album, dat net wat anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment.

Het gebruik van het Engels heeft ook voordelen, want ik hoor nu eigenlijk veel beter hoe mooi Gwenno zingt. En ook het net wat minder avontuurlijke geluid van Gwenno kan nog altijd experimentelere of benevelende paden in slaan. Utopia is bovendien een album dat steeds beter wordt. Wanneer je wat vaker naar het album luistert valt op hoe goed de songs zijn, hoeveel klanken en invloeden er zijn verstopt in deze songs en hoe mooi Gwenno zingt.

Ik liet haar eerste albums liggen omdat ik niet kon wennen aan het Welsh en het Cornish, maar vreemd genoeg vind ik de songs op Utopia die zich niet bedienen van het Engels het spannendst. Ook als Gwenno in het Engels zingt weet ze echter een behoorlijk hoog niveau te bereiken en raakt ze hier en daar aan het werk van haar landgenote Cate Le Bon. En dat zegt wat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Madeline Edwards - Fruit (2025) 4,0

16 juli 2025, 19:48 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Madeline Edwards - FRUIT - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Madeline Edwards - FRUIT
Ik was de naam Madeline Edwards nog niet eerder tegen gekomen, maar met haar tweede album FRUIT maakt de muzikante uit Nashville flink wat indruk met persoonlijke songs en een echt geweldige stem

FRUIT van Madeline Edwards werd me aangeprezen als countrypop. Nu hoor ik af en toe wel een vleugje country en pop op het album, maar een countrypop album zou ik het zeker niet noemen. Madeline Edwards heeft immers ook heel veel soul in haar stem en klinkt bovendien aangenaam jazzy. Ze kreeg de afgelopen jaren de nodige dalen in haar leven te verwerken en dat hoor je in de persoonlijke songs op FRUIT. Het zijn songs die met veel gevoel worden vertolkt, maar die ook verrassend veel invloeden laten horen. Er is vooralsnog niet veel aandacht voor het tweede album van de muzikante uit Nashville, maar dit uitstekende album had ik zelf niet graag gemist. Echt een groot talent deze Madeline Edwards.

FRUIT, het tweede album van de Amerikaanse muzikante Madeline Edwards, opent met een bijzonder voicemail bericht, waaraan subtiele en stemmige pianoklanken zijn toegevoegd. Het is een bericht waarin de jongere broer van Madeline Edwards zijn bewondering uit voor het in 2022 verschenen Crashlanded, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante.

Het is een bericht dat inmiddels de nodige lading heeft gekregen, want de broer van Madeline Edwards maakte in 2023 een einde aan zijn leven. Voor iedereen die het levensverhaal van de muzikante die opgroeide in Houston, Texas, niet kent is de openingstrack van haar tweede album er een die vooral vragen oproept, maar die uiteindelijk ook respect afdwingt.

Na de openingstrack laat Madeline Edwards vooral horen dat ze bulkt van het talent. Ik kan me niet herinneren dat ik in 2022 heb geluisterd naar Crashlanded, maar ik zou het waarschijnlijk een album vol belofte hebben genoemd. Op het deze week verschenen FRUIT is Madeline Edwards de belofte wat mij betreft ver voorbij, want wat is het een goed album.

De Amerikaanse muzikante is om te beginnen een fantastische zangeres. De muziek van Madeline Edwards wordt door de Amerikaanse muziekpers vooral country genoemd, maar ze is zeker geen typische countryzangeres. De stem van Madeline Edwards is een stem vol soul, maar ze kan ook jazzy klinken.

Het is een stem die door de jazzy accenten bij meer dan eens associaties oproept met de stem van Norah Jones, al heeft Madeline Edwards wel wat meer soul in haar stem. Het is een stem die stevig uit kan halen, maar die ook zeer ingetogen kan klinken en dan misschien nog wel mooier is. De zang op FRUIT is echt prachtig en tilt de songs op het album flink op.

De uitstekende zang is echter zeker niet het enige dat opvalt bij beluistering van het tweede album van de muzikante uit Houston, want ook in muzikaal opzicht is FRUIT een uitstekend album. Het is een album waarop invloeden uit de country(pop) een wat mij betreft kleine rol spelen, maar ik hoor veel meer invloeden uit de soul en de pop en hier en daar ook nog vleugjes jazz en gospel.

Het is allemaal verpakt in een mooi en warm geluid, dat zowel ingetogen als uitbundig kan klinken en waarin gitaren een voorname rol spelen. Het is een geluid waarin de krachtige stem van Madeline Edwards uiteraard alle ruimte krijgt en dat is een zeer verstandig besluit.

De Amerikaanse muzikante ging na de dood van haar broer door diepe dalen en verloor ook nog eens haar platencontract, maar met FRUIT slaat ze keihard terug. FRUIT is een album dat in vocaal opzicht imponeert, dat een verrassend veelzijdig geluid laat horen en dat ook nog eens indruk maakt met zeer persoonlijke songs die met veel gevoel worden vertolkt.

FRUIT is pas het tweede album van Madeline Edwards, maar alles op dit album ademt kwaliteit. Voor een album in het hokje country zit er waarschijnlijk net wat te weinig country in de songs op FRUIT, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de bredere zin van het woord vinden op het tweede album van Madeline Edwards echt heel veel moois.

Zelf was ik na één keer horen verkocht en sindsdien is alles wat is te horen op FRUIT wat mij betreft alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Een debuutalbum is FRUIT niet, maar ik schaar Madeline Edwards absoluut onder de meest veelbelovende nieuwkomers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Ik denk dat we nog veel van haar gaan horen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mike Polizze - Around Sound (2025) 4,0

16 juli 2025, 13:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mike Polizze - Around Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mike Polizze - Around Sound
Mike Polizze heeft een verleden in de indierock, grunge en powerpop, maar maakt solo hele andere muziek, die ook op het deze week verschenen Around Sound weer van een opvallend hoog niveau blijkt

Vijf jaar geleden kreeg de Amerikaanse muzikant Mike Polizze een aantal jubelrecensies. Ik was zelf ook heel positief over zijn eerste soloalbum Long Lost Solace Find, maar het album deed volgens mij niet heel veel. Ook het deze week verschenen Around Sound staat niet heel prominent in de spotlights, maar de muzikant uit Philadelphia heeft wederom vakwerk afgeleverd. Centraal op Around Sound staat het geweldige gitaarwerk van Mike Polizze, die ook alle andere instrumenten heeft bespeeld. Het geeft zijn songs soms een licht psychedelische jaren 70 vibe, maar Around Sound kan meerdere kanten op en blijkt steeds knapper in elkaar te steken.

De Amerikaanse muzikant Mike Polizze formeerde in 2009 de band Purling Hiss. De band uit Philadelphia kwam tussen 2009 en 2023 tot een aardig stapeltje albums, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit naar de muziek van de band had geluisterd. Dat heb ik inmiddels wel gedaan en de albums van Purling Hiss hebben zeker hun momenten, al kwam de band misschien wel wat laat met hun stevig door 90s indierock en 90s grunge geïnspireerde muziek.

Reden om naar de muziek van Purling Hiss te luisteren was het deze week verschenen soloalbum van Mike Polizze, dat me werd aangeraden door een aantal aansprekende Amerikaanse muziekwebsites. Het is een aanbeveling waar ik me inmiddels volledig in kan vinden, want Around Sound van Mike Polizze is een interessant album vol groeipotentie.

Het blijkt overigens niet mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikant, want in de zomer van 2020 besprak ik zijn eerste soloalbum. Long Lost Solace Find werd destijds de hemel in geprezen door het Britse muziektijdschrift Uncut en het gerenommeerde tijdschrift had het wat mij betreft bij het juiste eind. Mike Polizze maakte het eerste album onder zijn eigen naam met collega muzikant Kurt Vile en leverde een bescheiden en hierdoor vrijwel volledig over het hoofd gezien meesterwerk af.

Long Lost Solace Find klonk deels retro en deels eigentijds, maakte makkelijk indruk met aansprekende songs en prima zang en liet ook nog eens weergaloos gitaarwerk horen. Dat deels elektrische en deels akoestische gitaarwerk speelt ook weer een hoofdrol op het deze week verschenen Around Sound.

Mike Polizze deed ook voor zijn tweede soloalbum een beroep op de van The War On Drugs bekende geluidstechnicus Jeff Zeigler, waardoor ook Around Sound fantastisch klinkt. Maatje Kurt Vile had dit keer geen tijd voor een bijdrage, maar beveelt het album wel nadrukkelijk aan op de bandcamp pagina van Mike Polizze.

En terecht, want de muzikant uit Philadelphia levert dit keer in zijn eentje knap werk. Dat hoor je in eerste instantie vooral in het gitaarwerk dat van een bijzonder hoog niveau is, maar ook de rest van de instrumentatie is dik in orde en hetzelfde geldt voor de zang van Mike Polizze.

De Amerikaanse muzikant maakt nog altijd muziek die met één been in het verleden en met één been in het heden staat. De songs op Around Sound klinken soms voorzichtig psychedelisch, hebben vaak een jaren 70 gevoel, maar zijn ook vrijwel altijd tijdloos. Door het knappe fingerpicking gitaarwerk hebben de songs op Around Sound iets bezwerends en dat effect wordt sterker wanneer je het hele album achter elkaar beluistert.

Omdat Mike Polizze alle instrumenten zelf heeft bespeeld heeft het album iets sobers, maar luister net wat beter en je hoort dat alle subtiele accenten fraai samenvloeien tot een smaakvol geluid. Het is een geluid waaraan lang is gesleuteld, want Mike Polizze nam de songs voor zijn nieuwe album gedurende een periode van twee jaar op. Dat hoor je ook wel, want hoe vaker je naar Around Sound luistert, hoe meer knappe details je opvallen in de songs van de muzikant uit Philadelphia.

Around Sound is het tweede knappe soloalbum van Mike Polizze, die inmiddels bekend is bij de Amerikaanse en de Britse muziekmedia, maar in Nederland nog wel een zetje in de rug kan gebruiken. Doe je voordeel met dit bescheiden zetje, je krijgt er een mooi en bijzonder album voor terug. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Wet Leg - moisturizer (2025) 4,0

15 juli 2025, 16:05 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wet Leg - moisturizer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Wet Leg - moisturizer
Wet Leg wist in 2022 te verrassen met een debuutalbum dat vol met onweerstaanbaar lekkere songs bleek te staan en verrast nu nog meer met moisturizer, waarop de Britse band eigenlijk alles nog net wat beter doet

Het lijkt allemaal zo eenvoudig, maar ondertussen was het razend knap hoe Rhian Teasdale en Hester Chambers op het debuutalbum van Wet Leg het ene na het andere aanstekelijke popliedje uit de hoge hoed wisten te toveren. Het is een kunst die de Britse band nog niet is verleerd, want ook moisturizer is een album dat vol staat met songs die je humeur een geweldige boost geven. Het knappe van het tweede album van Wet Leg is dat Rhian Teasdale, Hester Chambers en hun drie nieuwe bandgenoten eigenlijk alles nog een stuk beter doen dan op het debuutalbum, maar de ruwe charme van de eigenzinnige songs op dit album hebben weten te behouden.

Time flies. Tot mijn grote verbazing is het titelloze debuutalbum van het Britse duo Wet Leg alweer meer dan drie jaar oud. Het lijkt veel minder lang geleden, maar het album verscheen echt in het voorjaar van 2022. Ik was iets meer dan drie jaar geleden enorm op mijn hoede, want er werd een enorme hype gecreëerd rond het eerste album van Rhian Teasdale en Hester Chambers.

Uiteindelijk kon ik echter alleen maar concluderen dat die hype voor een belangrijk deel volkomen terecht was. Wet Leg toverde op haar debuutalbum het ene na het andere onweerstaanbare popliedje uit de hoge hoed. Het waren popliedjes die zich door van alles en nog wat hadden laten beïnvloeden en waar in muzikaal en vocaal opzicht wel wat aan schortte, maar ik kon ze echt met geen mogelijkheid weerstaan.

Deze week keert Wet Leg terug met een nieuw album en ik zal alvast verklappen dat de geschiedenis zich herhaalt. Rhian Teasdale en Hester Chambers hebben de muzikanten met wie ze de afgelopen jaren op het podium stonden toegevoegd aan Wet Leg, waardoor we nu met een heuse band te maken hebben. Het is een band die nog altijd flink de aandacht weet te trekken en dat geldt zeker voor boegbeeld Rhian Teasdale, die de afgelopen jaren een ware metamorfose heeft ondergaan.

Er is het een en ander veranderd rond Wet Leg, maar gelukkig is niet alles veranderd. Zo staat Wet Leg nog altijd garant voor geweldige popsongs waarvan je direct heel vrolijk wordt en die al snel lastig te weerstaan blijken. Het klinkt allemaal direct als Wet Leg, maar dat betekent niet dat moisturizer een kopie is van het debuutalbum van de band die ooit werd opgericht op The Isle Of Wight.

Het debuutalbum van Rhian Teasdale en Hester Chambers rammelde behoorlijk en deed dat in muzikaal opzicht, maar zeker ook in vocaal opzicht. De niet echt geweldige zang gaf de muziek van Wet Leg echter ook iets charmants en dat gold ook voor de rammelende instrumentatie. Direct bij eerste beluistering van moisturizer valt op dat Rhian Teasdale echt veel beter is gaan zingen, zonder het zo herkenbare geluid van Wet Leg te verliezen. Ook in muzikaal opzicht klinkt moisturizer een stuk beter dan zijn voorganger, maar de songs van Wet Leg houden iets ruws.

Wet Leg klinkt in het huidige poplandschap fris en eigentijds, maar de nieuwe songs van de band verwerken ook flink wat invloeden uit de jaren 90, met een voorliefde voor indierock. Vergeleken met het debuutalbum hebben gitaren flink aan terrein gewonnen op moisturizer, maar het nieuwe album van de Britse band is net zo goed een popalbum als een rockalbum.

Op het debuutalbum klonken de teksten van Rhian Teasdale en Hester Chambers nog heerlijk opstandig en af en toe puberaal, maar Rhian Teasdale is gevallen voor de liefde en maakt van haar hart geen moordkuil en kan vervelende mannen nog altijd meedogenloos fileren.

Wet Leg was in het voorjaar van 2022 een enorme hype, maar het debuutalbum van het Britse tweetal bleek uiteindelijk ook in artistiek opzicht interessant. De band rond boegbeeld Rhian Teasdale wordt nog altijd makkelijk gehyped, maar heeft met moisturizer een album afgeleverd dat zich laat beluisteren als een sterk verbeterde versie van het debuutalbum. Ik was nog altijd op mijn hoede, maar moisturizer blijkt al snel een album waarvan je alleen maar heel veel kunt houden, minstens een hele zomer lang, maar waarschijnlijk veel langer. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tami Neilson - Neon Cowgirl (2025) 4,0

14 juli 2025, 15:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tami Neilson - Neon Cowgirl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tami Neilson - Neon Cowgirl
Ook op haar nieuwe album laat Tami Neilson weer horen dat ze behoort tot de beste soulzangeressen van het moment, maar op Neon Cowgirl schaart ze zich bovendien onder de beste countryzangeressen

Neon Cowgirl, het nieuwe album van de Nieuw-Zeelandse muzikante Tami Neilson, bevat een aantal bekende ingrediënten. De band speelt geweldig, de muzikale invloeden komen vooral uit een ver verleden en Tami Neilson is een geweldige zangeres, die je ook dit keer van je sokken blaast met haar krachtige stem. Het is een stem die dit keer ook wat meer ingetogen kan klinken en hierdoor alleen maar aan impact wint. Neon Cowgirl bevat wat meer invloeden uit de countrymuziek en ook deze invloeden passen perfect bij de weergaloze stem van Tami Neilson, die nog maar eens laat horen dat ze behoort tot de allerbesten binnen de (Amerikaanse) rootsmuziek van het moment.

De in het Canadese Toronto geboren, maar al geruime tijd in Nieuw-Zeeland woonachtige Tami Neilson, ontdekte ik een kleine tien jaar geleden toen haar album Don’t Be Afraid verscheen. Het was mijn eerste kennismaking met haar zeer indrukwekkende stemgeluid en haar vooral door invloeden uit de jaren 50 en 60 gedomineerde muziek.

Sinds het weergaloze Don’t Be Afraid, dat ik te laat ontdekte voor een recensie op de krenten uit de pop, ben ik fan van Tami Neilson, die sindsdien alleen maar beter is geworden. Op Sassafrass! uit 2018, Chickaboom! uit 2020 en Kingmaker uit 2022 was de mix van country, blues, rock ’n roll en heel veel soul nog wat onweerstaanbaarder en de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante nog wat imposanter.

Vorig jaar verscheen in de vorm van Neilson Sings Nelson nog een bijzonder tussendoortje. Op het in de studio van Willie Nelson in Texas opgenomen mini-album vertolkte Tami Neilson, samen met haar broers, een aantal songs van de legendarische countrymuzikant en dat deed ze met veel passie. Zeker de moeite waard, maar het deze week verschenen echte nieuwe album van Tami Neilson sla ik toch hoger aan.

Neon Cowgirl werd weer opgenomen in haar vaste thuisbasis in Nieuw-Zeeland, maar net als op haar vorige albums vindt Tami Neilson haar muzikale inspiratie vooral in de Verenigde Staten en dan bij voorkeur in het diepe zuiden van de VS en als het even kan aan de oevers van de MIssissippi.

Neon Cowgirl opent met een song die wat afwijkt van de songs die de Nieuw-Zeelandse muzikante op haar vorige albums liet horen. Tami Neilson zingt in de openingstrack van haar nieuwe album met wat meer country dan soul en heeft zich bovendien omringd met heel veel strijkers. Het klinkt misschien net wat anders dan we van haar gewend zijn, maar Tami Neilson vindt de inspiratie nog altijd vooral in het verre verleden en zingt zoals altijd de veters uit je schoenen.

Foolish Heart is een song die waarschijnlijk prachtig zou zijn vertolkt door Roy Orbison, wat zeker ook geldt voor de slottrack, maar ook Tami Neilson kan er uitstekend mee overweg. De Nieuw-Zeelandse muzikante had van mij best een album vol met dit soort songs mogen maken, maar Neon Cowgirl kiest ook voor het vertrouwde recept.

Tami Neilson doet er dan in vocaal opzicht een schepje bovenop, terwijl haar band de pannen van het dak speelt. Wanneer de strijkers aanzwellen krijgen we vooral de crooner Tami Neilson te horen, maar ook het wat ruwere werk met veel soul en rock ’n roll is bij haar nog altijd in uitstekende handen. Tami Neilson steelt zelf de show op haar nieuwe album, maar ook de gastbijdragen van Neil Finn, Ashley McBryde, Grace Bowers en Shelly Fairchild, The Secret Sisters en JD McPherson mogen niet onvermeld blijven.

Door de hier en daar stevige inzet van strijkers klinkt Neon Cowgirl uiteindelijk toch net wat anders dan de vorige albums van Tami Neilson en het nieuwe geluid is zeker niet minder indrukwekkend. De zang op het album is van een ontzettend hoog niveau en is af en toe van een kracht om bang van te worden. In muzikaal opzicht valt niet alleen de grotere rol voor strijkers op, maar ook de net wat grotere rol voor invloeden uit de country en country-noir in plaats van invloeden uit de soul, al blijft Tami Neilson ook een geweldige soulzangeres.

Je moet wel van een beetje nostalgie houden, want ook Neon Cowgirl staat weer met minstens één been in de jaren 50 en 60, maar als je er van houdt is ook het nieuwe album van Tami Neilson weer een hoogstaande luistertrip, gemaakt door een fantastische zangeres en een stel geweldige muzikanten. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sister. - Two Birds (2025) 4,0

13 juli 2025, 21:07 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sister. - Two Birds - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sister. - Two Birds
Sister. is een band uit Brooklyn, New York, rond zangeressen Ceci Sturman en Hannah Pruzinsky, die niet alleen overtuigen met hun stemmen, maar ook met uitstekende songs die binnen de indie een breed terrein bestrijken

Wanneer de Amerikaanse muziekwebsite Paste een album toevoegt aan haar favoriete albums van de week betekent dat nog niet onmiddellijk dat het een album is dat mij aanspreekt, maar als het gaat om een genre waarmee ik uit de voeten kan is de kans wel heel groot. Sister. maakt vooral indiefolk met hier en daar wat indierock en daar kan ik wel wat mee. Het is dringen in deze genres, maar de band rond Ceci Sturman en Hannah Pruzinsky weet op te vallen met aansprekende songs en bijzonder mooie zang. Het levert een album op dat zomaar kan uitgroeien tot een van mijn favoriete albums van het moment en dat absoluut doet uitzien naar meer werk van deze band.

Ik ben Two Birds van Sister. (met een .) de afgelopen week in geen enkele releaselijst tegen gekomen, maar de Amerikaanse website Paste heeft het album wel toegevoegd aan de lijst met de beste albums van de afgelopen week. Daar ben ik blij mee, want ik heb Paste niet alleen hoog zitten als tipgever, maar heb met Two Birds van Sister. bovendien een album in handen dat precies in mijn muzikale straatje past.

Sister. is een trio uit Brooklyn, New York, dat bestaat uit Ceci Sturman, Hannah Pruzinsky en James Chrisman. De eerste twee trekken in het beschikbare beeldmateriaal en op de cover van het album de meeste aandacht, maar laatstgenoemde produceerde het naar nu blijkt al tweede album van het Amerikaanse drietal en deed dat knap. Hannah Pruzinsky ken ik overigens ook als h. pruz, die vorig jaar met No Glory een bijzonder mooi maar inmiddels ook vergeten debuutalbum afleverde.

Hopelijk is Sister. succesvoller dan h. pruz, want Two Birds is absoluut een album dat de aandacht verdient. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de stemmen van Ceci Sturman en Hannah Pruzinsky, die de songs van Sister. voorzien van magie. Het zijn twee betrekkelijk zachte stemmen, maar het zijn ook stemmen die elkaar op fraaie wijze versterken. Het zijn bovendien stemmen die perfect passen bij het soort muziek dat Sister. maakt.

Paste vergelijkt de muziek van Sister. vanwege de stemmen van Ceci Sturman en Hannah Pruzinsky met Adrianne Lenker en Lucy Dacus. Daar is op zich wat voor te zeggen, maar je doet er de echt bijzonder mooie zang op Two Birds ook wel wat mee te kort. Het nieuwe album van Sister. verdient het etiket indie, maar binnen de indie van het moment kan het drietal uit Brooklyn meerdere kanten op.

De sober ingekleurde songs op het album passen in het hokje indiefolk, maar Sister. kan ook uit de voeten met indiepop en kiest incidenteel ook nog eens voor gruizige indierock. Door de prachtig bij elkaar klinkende stemmen van Ceci Sturman en Hannah Pruzinsky doen de songs van Sister. af en toe denken aan Boygenius, maar verder dan wat vluchtige associaties gaat het niet.

De twee zangeressen van de band trekken absoluut de meeste aandacht, maar Two Birds is ook een fraai ingekleurd en mooi geproduceerd album. Door het schakelen tussen ingetogen folky songs en net wat stevigere songs, of passages in songs want de muziek van de band kan ook in een song ontsporen, is Two Birds een gevarieerd album, dat zich makkelijk opdringt.

Het is een album dat het verdient om met de koptelefoon te worden beluisterd, want dan hoor je goed dat de muziek op het album veel subtieler en rijker is dan je bij oppervlakkige beluistering hoort en ook de stemmen van Ceci Sturman en Hannah Pruzinsky en hun harmonieën komen bij beluistering met de koptelefoon nog beter tot zijn recht.

Ik noemde de muziek van Sister. hierboven al muziek die precies in mijn muzikale straatje past en dat gevoel is alleen maar sterker geworden sinds ik het album vaker heb gehoord. Er zijn momenteel nogal wat albums met fluisterzachte vrouwenstemmen, waardoor verzadiging nadrukkelijk op de loer ligt, maar Two Birds van Sister. is een album dat ik zeker niet zou laten liggen, iets dat ook zeker geldt voor het vorig jaar verschenen album van h. pruz. Het album van Sister. is bovendien de zoveelste gouden tip van Paste, dat een goed oor heeft voor de parels in dit genre. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sly & The Family Stone - There's a Riot Goin' On (1971) 4,0

13 juli 2025, 19:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sly & The Family Stone - There's A Riot Goin' On (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sly & The Family Stone - There's A Riot Goin' On (1971)
Sly & The Family Stone was maar een paar jaar succesvol, maar leverde in deze periode wel een aantal geweldige albums af, waaronder het uitstekende en zeer invloedrijke There's A Riot Goin' On uit 1971

De Amerikaanse muzikant Sylvester Stewart, beter bekend als Sly Stone, overleed vorige maand. Het is een naam die voor velen onbekend is, want de hoogtijdagen van Sly en zijn band The Family Stone waren aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 en beslaan slechts een handvol albums. Het zijn albums die goed maar vooral heel invloedrijk zijn, want velen hebben zich laten beïnvloeden door de muziek van Sly & The Family Stone, onder wie zeker Prince. Het is allemaal goed te horen op There's A Riot Goin' On, een van de beste albums van de Amerikaanse band en wat mij betreft de beste. Sly Stone is niet meer, maar zijn muzikale erfenis mag niet worden vergeten.

De dood van Sly Stone vorige maand werd helaas wat overschaduwd door de dood van Brian Wilson twee dagen later. Hij is misschien ook niet zo bekend als de man achter de meesterwerken van The Beach Boys, maar ook Sly Stone moet worden gerekend tot de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek en bovendien als een muzikant die enorm veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de popmuziek.

Sly Stone was de artiestenaam van de Amerikaanse muzikant Sylvester Stewart, die al op jonge leeftijd zijn eerste stappen in de muziek zette. Het succes kwam toen hij zichzelf Sly Stone ging noemen en zijn band The Family Stone formeerde. Het debuut van Sly & The Family Stone verscheen in 1967 en deed nog niet veel. Het debuutalbum van de band klonk ook als een vrij standaard soulalbum en daar waren er destijds heel veel van.

Op het een jaar later verschenen Dance To The Music begon het geluid van Sly & The Family Stone vorm te krijgen. De soul van het debuutalbum werd verrijkt met funk, rock en psychedelica en klonk opeens een stuk opwindender en orgineler. Het is een lijn die werd doorgetrokken op de albums Life uit 1968 en Stand! uit 1969, die Sly Stone en zijn band op de kaart wisten te zetten als een van de meest opwindende bands van dat moment.

De Texaanse muzikant maakte zelf indruk, maar wist ook een aantal uitstekende muzikanten om zich heen te verzamelen, onder wie bassist Larry Graham en later ook topdrummer Andy Newmark. Het talent van Sly & The Family Stone kwam na de genoemde albums nog één keer samen op het in 1971 verschenen en politiek gekleurde There's A Riot Goin' On.

Mede door het drugsgebruik van Sly Stone ging het hierna snel bergafwaarts. De albums werden een stuk minder goed en het grote publiek verruilde de psychedelische funk van de band voor de op dat moment razend populaire disco. Het zou nooit meer goed komen met de Amerikaanse muzikant, die vorige maand op 82-jarige leeftijd overleed. De muzikale erfenis van Sly & The Family Stone werd in de jaren 80 echter opgepikt door Prince, die gretig gebruik maakte van de blauwdruk die Sly Stone aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 uitdacht.

Hoeveel invloed Sly Stone heeft gehad op Prince hoor je goed wanneer je naar There's A Riot Goin' On uit 1971 luistert. De mix van soul, psychedelica, rock en funk, de politieke maar ook seksueel getinte teksten en de diversiteit in zowel de zang als de muziek zijn ingrediënten die je ook op de beste albums van Prince hoort. Stampende funk en jankende gitaren gaan ook bij Sly & The Family Stone hand in hand en zo zijn er nog wel meer overeenkomsten te horen tussen het werk van Sly Stone en dat van Prince.

Persoonlijk vind ik het beste van Prince echt veel beter dan het beste van Sly & The Family Stone, maar There's A Riot Goin' On is absoluut een memorabel album. Het is een album dat zeker opvalt door de zeer politieke teksten, die passen in het tijdsbeeld van de vroege jaren 70, maar het is ook een album met een meedogenloze funkinjectie waarin vooral de bassen en de gitaren opvallen. Ik mis af en toe wat de songs met een kop en een staart, maar het album bevat ook een serie geweldige songs, waarin Sly Stone laat horen dat hij ook een uitstekend zanger was. Prince deed er een decennium later nadrukkelijk zijn voordeel mee, maar de grote Sly Stone mogen we ook niet vergeten. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Noah Cyrus - I Want My Loved Ones to Go with Me (2025) 4,0

12 juli 2025, 11:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Noah Cyrus - I Want My Loved Ones To Go With Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Noah Cyrus - I Want My Loved Ones To Go With Me
Noah Cyrus zal altijd worden vergeleken met haar oudere en beroemdere zus Miley, maar met het eigenzinnige I Want My Loved Ones To Go With Me laat de jongere Cyrus telg horen dat ook zij bulkt van het talent

Ik was bijna drie jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van Noah Cyrus, maar het deze week verschenen I Want My Loved Ones To Go With Me is nog veel beter. Natuurlijk staat Noah Cyrus in de schaduw van haar zus, maar op haar tweede album kiest ze nog wat nadrukkelijker haar eigen weg. Noah Cyrus blijft ver weg van de aanstekelijke pop, maar kiest voor veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en een vleugje indie. Het levert een bijzonder klinkend album op, dat indruk maakt met een bijzondere sfeer, indringende songs en de mooie stem van Noah Cyrus, die is gegroeid als zangeres. Noah Cyrus gaat haar eigen weg en het is een prachtige weg.

Ik was ruim een maand geleden niet echt ondersteboven van het nieuwe album van Miley Cyrus. Van de grote popsterren van het moment is Miley Cyrus zeker een van de betere zangeressen en misschien zelfs wel de beste, maar de songs op Something Beautiful waren wat mij betreft te weinig onderscheidend, iets wat naar mijn mening ook gold voor de songs op het vorige album van de Amerikaanse superster.

Bij Miley Cyrus heb ik altijd het idee dat ze veel beter kan als ze haar eigen dingen zou kunnen of mogen doen. Wat dat betreft heeft haar jongere zus Noah Cyrus het een stuk makkelijker, al is het vast niet eenvoudig om als zus van een grote popster je weg te vinden in de muziek. Daar slaagde Noah Cyrus in de herfst van 2022 overigens heel aardig in, want met The Hardest Part leverde de jongere Cyrus telg een bijzonder mooi debuutalbum af. Het is een album dat uiteindelijk mijn jaarlijstje haalde, wat zus Miley in mijn jaarlijstjes nooit is gelukt.

In tegenstelling tot haar beroemde zus koos Noah Cyrus op haar debuutalbum niet voor grootse pop, maar voor Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje indie. Noah Cyrus had op haar debuutalbum niet de vocale power van haar zus, maar maakte absoluut indruk met mooie en vooral ingetogen vocalen, die haar songs voorzagen van een bijzondere en vaak wat donkere sfeer.

Noah Cyrus keert deze week terug met I Want My Loved Ones To Go With Me, eigenlijk volledig met hoofdletters geschreven, maar dat is wel erg schreeuwerig. Het is een album waarop Noah Cyrus verder gaat waar haar debuutalbum bijna drie jaar geleden ophield, want ook op haar nieuwe album omarmt de Amerikaanse muzikante vooral de Amerikaanse rootsmuziek.

Dat doet ze op I Want My Loved Ones To Go With Me in veel gevallen met verrassend ingetogen songs. Het zijn songs die laten horen dat Noah Cyrus zich als zangeres flink heeft ontwikkeld, want de zang op haar tweede album klinkt een stuk zelfverzekerder en krachtiger dan die op het debuutalbum.

Noah Cyrus wordt op I Want My Loved Ones To Go With Me onder andere bijgestaan door Bill Callahan, Fleet Foxes, Ella Langley en Blake Shelton en schuift hier en daar nog wat verder op richting de countrymuziek die ze thuis heeft meegekregen. Net als haar debuutalbum is I Want My Loved Ones To Go With Me echter geen puur rootsalbum, want Noah Cyrus heeft haar songs ook dit keer met enige regelmaat een indie vibe meegegeven.

In een Amerikaanse recensie wordt de muziek van de Amerikaanse muzikante geplaatst tussen Emmylou Harris en Mazzy Star. Daar kan ik me niet direct in vinden, maar dat Noah Cyrus zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de alternatieve pop en rock van het moment verwerkt onderschrijf ik zeker. Noah Cyrus is zeker niet de enige die dit doet, maar I Want My Loved Ones To Go With Me laat wat mij betreft een bijzonder geluid horen.

Waar ik bij beluistering van het laatste album van Miley Cyrus vooral hoorde dat ze kan zingen en vakkundig gemaakte popsongs kan produceren, wist zus Noah me direct bij eerste beluistering te raken met haar songs, die zowel uiterst ingetogen als behoorlijk uitbundig kunnen klinken, maar altijd iets puurs hebben. De wat donkere klanken op het album versterken de impact van haar songs nog wat meer.

Ik weet zeker dat Noah Cyrus ook met haar nieuwe album qua populariteit weer flink gaat achterblijven bij haar beroemde zus, maar in artistiek opzicht geeft ze haar met I Want My Loved Ones To Go With Me op indrukwekkende wijze het nakijken. Noah Cyrus heeft wat mij betreft wederom een jaarlijstjesalbum gemaakt en dat is knap. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Eiko Ishibashi - Antigone (2025) 3,5

11 juli 2025, 16:08 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eiko Ishibashi - Antigone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Eiko Ishibashi - Antigone
De Japanse muzikante Eiko Ishibashi maakt op Antigone mooie en bijzondere muziek, die zich heeft laten beïnvloeden door meerdere genres en die zowel door de muziek als de zang anders klinkt dan ik gewend ben

Ik heb lang getwijfeld over Antigone van Eiko Ishibashi, want de muzikante uit Tokyo maakt muziek die me keer op keer op het verkeerde been zet. Dat betekent niet dat Eiko Ishibashi moeilijke muziek maakt, want de muziek op Antigone is het grootste deel van de tijd heel aangenaam en toegankelijk. Het is muziek die zich niet heel makkelijk laat omschrijven, want de Japanse muzikante verwerkt uiteenlopende invloeden en smeedt al deze invloeden samen in een bijzonder geluid. Ik vond het wel even wennen, maar eenmaal gewend aan de mooie klanken en de bijzondere zang is Antigone van Eiko Ishibashi een album dat de fantasie uitvoerig prikkelt.

Ik doe, zeker nu het aantal interessante albums door de zomerstop wat begint af te nemen, regelmatig een greep uit de flinke stapel albums die de afgelopen maanden is blijven liggen. Een album dat hierbij met enige regelmaat terugkeert is Antigone van Eiko Ishibashi. Het is een album dat begin dit jaar zeer warm is onthaald door de critici, maar het is ook een album dat zich voor een belangrijk deel buiten mijn muzikale comfort zone beweegt, waardoor ik het al een paar keer heb teruggelegd op de stapel.

Het bewegen buiten mijn muzikale comfort zone begint al met de teksten in het Japans, maar ook in muzikaal en vocaal opzicht wijkt Antigone flink af van de albums waar ik normaal gesproken naar luister. Het betekent zeker niet dat het meest recente album van de Japanse muzikante Eiko Ishibashi een ontoegankelijk of lastig te doorgronden album is, want dat is het zeker niet.

Zo beschikt de muzikante uit Tokyo over een hele mooie stem, die misschien anders klinkt dan de stemmen uit de Europese en Amerikaanse popmuziek, maar toch makkelijk overtuigt, zeker wanneer je gewend bent aan de soms wat hoge klanken. Ook de muziek op Antigone is bijzonder mooi. Het is muziek die zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden, waardoor Antigone ook in muzikaal opzicht duidelijk andere klinkt dan muziek die in Europa of de VS wordt gemaakt.

Dat betekent overigens niet dat Eiko Ishibashi veel invloeden uit de Japanse muziek verwerkt op haar meest recente album, want dat valt reuze mee. Op Antigone spelen invloeden uit de jazz een belangrijke rol, maar ik hoor ook invloeden uit de ambient en hiernaast spelen zowel invloeden uit de avant garde als de pop een voorname rol op het album, dat ook neoklassieke elementen bevat en ook wel wat aan filmmuziek doet denken. Het levert een warm en bij vlagen zeer toegankelijk geluid op, maar het is ook een geluid dat de fantasie prikkelt en een geluid dat op een of andere manier duidelijk anders klinkt dan dat op de meeste andere albums van het moment.

Eiko Ishibashi, die overigens al een flinke stapel albums op haar naam heeft staan, werkt op Antigone samen met de zeer eigenzinnige Amerikaanse muzikant Jim O’Rourke, wiens albums ik over het algemeen overigens laat liggen. Ik heb verder niet zo heel veel informatie over het album, maar zo te horen wordt de Japanse muzikante bijgestaan door een aantal muzikanten uit de jazzscene.

Antigone bevat vooral wat lome jazzy klanken, met een hoofdrol voor stemmige blazers, en blijft gelukkig ver weg van de zenuwachtige jazz waar ik maar lastig tegen kan. Organische klanken worden op bijzondere wijze gecombineerd met elektronica, wat het eigen karakter van de muziek van Eiko Ishibashi verder versterkt. Antigone is een album dat zich als een warme deken om je heen slaat en het is wat mij betreft een album dat het vooral aan de randen van de dag erg goed doet.

De zeer verzorgd klinkende muziek op het album en de rustgevende vocalen van Eiko Ishibashi voorzien het album van een bijzondere sfeer, die uitnodigt tot ontspannen of zelfs wegdromen. Zak echter niet te ver weg, want Antigone is ook een album vol bijzonder mooie details, die het verdienen om uitgeplozen te worden. Het duurde even voor het kwartje viel, maar inmiddels ben ik volledig overtuigd van de kwaliteit van Antigone. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Yaya Bey - Do It Afraid (2025) 4,0

11 juli 2025, 13:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Yaya Bey - do it afraid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Yaya Bey - do it afraid
Yaya Bey is binnen de R&B uitgegroeid tot een van de lievelingen van de critici en ook op het deze week verschenen do it afraid laat de muzikante uit Brooklyn, New York, weer horen dat dit volkomen terecht is

Toen ik do it afraid van Yaya Bey vorige maand beluisterde hoorde ik niet zoveel in het album en vond ik het een stuk minder dan het album dat ik eind 2022 zo indrukwekkend vond. Het heeft waarschijnlijk niet zo heel veel met het album te maken en meer met de vraag of ik in de stemming ben voor een R&B album of niet. Toen ik dat wel was beviel het nieuwe album van Yaya Bey me opeens een stuk beter. De Amerikaanse muzikante maakt zeker geen dertien in een dozijn R&B maar verwerkt uiteenlopende invloeden in haar songs. Ze is bovendien een uitstekende zangeres die ver weg blijft van de vocale trucjes die zo vaak zijn te horen in het genre.

Ik heb een bijzondere relatie met het genre R&B. Het is een genre waar ik meestal niet zo heel veel van moet hebben en soms zelfs helemaal niets, maar zo af en toe duiken er ook R&B albums op die ik goed genoeg vind voor mijn jaarlijstje, met A Seat At The Table van Solange als “all time favourite” en de albums van Cleo Sol hier vlak achteraan.

Ook Remember Your North Star van Yaya Bey is een R&B album dat best in mijn jaarlijstje had kunnen opduiken, maar ik haalde het album aan het eind van 2022 uit het jaarlijstje van Pitchfork. Ik vind het nog altijd een fantastisch album, dat op bijzondere wijze invloeden uit de R&B, neo-soul, jazz, hiphop en een vleugje reggae combineert.

Het is tot dusver ook het enige album dat ik van de New Yorkse muzikante heb opgepikt, want voor Remember Your North Star kende ik Yaya Bey niet en het in 2024 verschenen Tenfold sprak me minder aan dan zijn voorganger. Het is een album dat ik uiteindelijk wel op de juiste waarde heb weten te schatten en hetzelfde geldt eigenlijk voor het vorige maand verschenen do it afraid.

Het is een album dat een paar weken geleden warm werd onthaald door de critici, maar zelf was ik zeker niet overtuigd door het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Het nieuwe album van Yaya Bey opent met een track waarin ze rapt in plaats van zingt en dan sta je bij mij al met 3-0 achter. Dat zegt niets over de kwaliteit van het nieuwe album van de muzikante uit New York en alles over mijn smaak, want van rap blijf ik rode vlekken krijgen.

Het was voor mij reden om do it afraid even opzij te leggen, maar ik had beter de eerste track even over kunnen slaan, want rap speelt buiten de openingstrack slechts een zeer bescheiden rol op het album. Vanaf de tweede track is er de zwoele R&B die ook centraal stond op het ook door mij geroemde Remember Your North Star.

Het is lome en zwoele en ook wat broeierige R&B die anders klinkt dan de mainstream R&B, zeker wanneer de instrumentatie een stuk subtieler is dan gebruikelijk in de R&B, de ritmes behoorlijk ingetogen klinken, er flink wat organische instrumenten worden ingezet en Yaya Bey echt prachtig zingt. Het klinkt allemaal zwoel en verleidelijk, maar Yaya Bey gooit er hier en daar behoorlijk expliciete teksten tegenaan en laat zich ook dit keer niet in het keurslijf van de R&B persen.

Ook op do it afraid verwerkt de muzikante uit New York niet alleen invloeden uit de R&B, maar stopt ze ook een flinke dosis soul in haar muziek en zijn er ook dit keer uitstapjes richting hiphop, jazz en incidenteel wat reggae. Zeker nu de temperaturen weer wat oplopen komt de zwoele R&B van Yaya Bey uitstekend tot zijn recht, want het album is gemaakt voor een zweterige zomerdag.

Met Remember The North Star wist Yaya Bey me aan het eind van 2022 vrijwel direct te overtuigen. Dat lukt met opvolger Tenfold niet en ook do it afraid had bij mij iets meer tijd nodig om te landen. 2025 is voor mij vooralsnog geen jaar waarin R&B albums het goed doen, maar do it afraid is echt veel beter dan ik bij eerste beluistering kon vermoeden. Ik heb geen idee of Yaya Bey inmiddels wordt geschaard onder de groten binnen de R&B, want daarvoor ken ik het genre te slecht, maar met albums als Remember Your North Star en do it afraid hoort ze zeker thuis in deze groep. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Min Taka - I Think We Should Just Move in Together (2025) 4,5

11 juli 2025, 13:10 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Min Taka - I Think We Should Just Move In Together - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Min Taka - I Think We Should Just Move In Together
De Turkse muzikante Min Taka imponeert met de deze week verschenen EP I Think We Should Just Move In Together en laat horen dat ze hier en daar niet voor niets een nieuwe popsensatie wordt genoemd

I Think We Should Just Move In Together van de Turkse muzikante Min Taka duurt nog geen twintig minuten, maar maakt zes songs en ruim 19 minuten lang indruk. De Turkse muzikante, die al een tijdje vanuit Rotterdam opereert, past met haar muziek binnen het hokje indiepop, maar verkent binnen dit hokje nadrukkelijk de grenzen. In een aantal tracks schuift ze wat op richting door elektronica gedomineerde muziek met hints naar de dansvloer, maar de EP bevat ook een aantal zwoele en zomerse tracks en tracks waarmee ze zich onder de smaakmakers van de indiepop schaart. I Think We Should Just Move In Together is mijn eerste kennismaking met Min Taka, maar dit smaakt echt naar veel en veel meer.

EP’s laat ik meestal links liggen vanwege het enorme aanbod aan volwaardige albums, maar zo af en toe kom ik een EP tegen waar ik echt niet omheen kan. Het overkwam me deze week met I Think We Should Just Move In Together van Min Taka. Het is een naam die ik nog niet eerder was tegen gekomen, maar na beluistering van de deze week verschenen EP durf ik Min Taka best een grote belofte voor de toekomst te noemen en deze belofte maakt ze al voor een belangrijk deel waar op I Think We Should Just Move In Together.

Min Taka is een project van de in Istanbul geboren Yasemin Koyuncu, die op haar achttiende naar Nederland kwam om te studeren aan het prestigieuze CODARTS en sindsdien Rotterdam als thuisbasis heeft. Ik had de naam Min Taka zoals gezegd nog niet eerder gehoord, maar dat ligt vooral aan mij, want de naam van het project van de Turkse muzikante zingt inmiddels al een jaar of twee nadrukkelijk rond.

Twee jaar geleden bracht ze al een EP (Partiyi Durdurun!) uit met in het Turks gezongen songs, die hier en daar terecht werd geprezen. Het is een EP die ik inmiddels heb beluisterd en die ook al laat horen dat Min Taka een groot talent is. Door het Turks klinkt het misschien net wat minder toegankelijk dan Engelstalige popmuziek, maar net als Naaz, die af en toe in het Koerdisch zingt, weet Min Taka de taalkloof makkelijk te overbruggen met prachtige songs die zich makkelijk opdringen.

Het Turks voegt zelfs iets bijzonders toe aan de songs op de twee jaar geleden verschenen EP, maar met I Think We Should Just Move In Together vergroot Min Taka wat mij betreft haar kans op succes. Op haar nieuwe EP kiest de Rotterdamse muzikante alleen voor het Engels en dan wordt toch net wat makkelijker opgepikt. Op I Think We Should Just Move In Together laat de Turkse muzikante bovendien horen dat ze verder gegroeid is.

Op het Internet wordt Min Taka hier en daar al een nieuwe popsensatie genoemd en daar is wat voor te zeggen. Op haar nieuwe EP laat de Rotterdamse muzikante immers niet alleen horen dat ze interessante songs schrijft, maar het zijn ook verrassend veelzijdige songs. I Think We Should Just Move In Together is een EP met zes tracks een kleine twintig minuten muziek, maar in die twintig minuten laat Min Taka goed horen hoe getalenteerd ze is.

De muziek van de Turkse muzikante past in het hokje indiepop, maar flirt ook met de dansvloer en subtiel met indierock. De songs op I Think We Should Just Move In Together hebben soms een zwoel en zomers en licht exotisch tintje, maar kunnen ook killer en elektronischer klinken. De EP van Min Taka duurt misschien maar twintig minuten, maar in die twintig minuten gebeurt er echt van alles en komt de ene na de andere memorabele song voorbij.

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal aanstekelijk maar ook spannend, maar de Rotterdamse muzikante maakt ook indruk met haar zang en met haar knap opgebouwde songs, waarin hier en daar samples zijn verwerkt. Het loopt allemaal over van de belofte, maar met deze EP is Min Taka de belofte ook al deels voorbij. Hoogste tijd dat de Pitchfork’s van deze wereld lucht krijgen van de muziek van Min Taka, want I Think We Should Just Move In Together verdient ook buiten Nederland alle aandacht. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

BC Camplight - A Sober Conversation (2025) 4,5

10 juli 2025, 18:17 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: BC Camplight - A Sober Conversation - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: BC Camplight - A Sober Conversation
BC Camplight heeft met A Sober Conversation alweer zijn zevende album afgeleverd en het is een fascinerend album met stevig aangezette arrangementen en flink wat echo’s uit de singer-songwriter muziek uit de jaren 70

BC Camplight kwam er tot dusver nog niet aan te pas op de krenten uit de pop, maar A Sober Conversation is een album waar ik niet omheen kan. Brian Christinzio, de man achter BC Camplight, heeft een aantal verslavingen achter zich gelaten en een zeer geïnspireerd album afgeleverd. Het is een album waarop invloeden uit de jaren 70 een voorname rol spelen, maar de Amerikaanse muzikant geeft een bijzondere eigen draai aan deze invloeden en heeft een album gemaakt dat steeds weer weet te verrassen, te verbazen en te imponeren. De muziek is soms bijna pompeus, maar A Sober Conversation is ook een album met mooie en intieme popliedjes die steeds wat indrukwekkender worden. Prachtalbum!

Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van BC Camplight en dat is best bijzonder. Het alter ego van Brian Christinzio maakt immers al twintig jaar albums die ik bij eerste beluistering vrijwel zonder uitzondering zeker interessant vond. Ik heb maar één album van de Amerikaanse muzikant in de kast staan, maar Blink Of A Nihilist uit 2007 stamt uit de periode voor de geboorte van de krenten uit de pop.

Sindsdien heb ik echt alle albums van BC Camplight beluisterd en het zijn stuk voor stuk albums die ik serieus heb overwogen voor een recensie. Het gold vorige week ook voor het meest recente album van de muzikant, die sinds een aantal jaren uit het Britse Manchester opereert. A Sober Conversation werd uiteindelijk verslagen door albums van vrouwelijke muzikanten, want mijn voorliefde voor vrouwenstemmen is vaak doorslaggevend.

In een wat rustigere muziekweek heb ik A Sober Conversation alsnog een kans gegeven en daar ben ik blij mee, want wat is het een sterk album. Het is een album dat met name in de Britse muziekmedia geweldige recensies krijgt en inmiddels kan ik me volledig vinden in de vele loftuitingen.

Prijsnummer op A Sober Conversation is wat mij betreft het duet met The Last Dinner Party zangeres Abigail Morris (Two Legged Dog), maar ook als er geen vrouwenstem is te horen op het album van BC Camplight of alleen op de achtergond opduiken stijgt A Sober Conversation naar grote hoogten.

Brian Christinzio verruilde een aantal jaren geleden de Verenigde Staten voor het Verenigd Koninkrijk en dat is te horen op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant. A Sober Conversation klinkt wat mij betreft vooral Brits en doet een ruime greep uit alle inspiratie die de Britse popmuziek inmiddels te bieden heeft.

Het is moeilijk om precies aan te geven waardoor BC Camplight zich heeft laten inspireren op A Sober Conversation, want het album springt met zevenmijlslaarzen door de tijd. In een aantal songs hoor je duidelijke invloeden uit de 70s singer-songwriter muziek, waarbij overigens ook de grote Amerikaanse singer-songwriters uit het decennium niet worden vergeten, maar ook echo’s uit de Britpop van de jaren 90 zijn hoorbaar.

Wanneer invloeden uit de jaren70 domineren valt de muziek van BC Camplight op door weelderige arrangementen, mooie klanken, bombastisch pianospel en vocalen met veel gevoel. De arrangementen zijn af en toe zwaar aangezet en schuiven op richting pompeus, maar de songs van BC Camplight blijven op een of andere manier ook intiem. In de songs waarin invloeden uit wat recentere tijden opduiken zijn de arrangementen nog wat spannender, maar ondanks wat meer dynamiek en wat scherpe randjes blijven de songs van BC Camplight opvallend warm en melodieus.

Ik kan me inmiddels niet meer voorstellen dat ik dit album in eerste instantie liet liggen, want wanneer je eenmaal gewend bent aan het fascinerende geluid en de bijzonder aangename popsongs op A Sober Conversation is het een album om hopeloos verliefd op te worden.

Het is ook nog eens een album vol diepgang, want Brian Christinzio ging de afgelopen jaren door eigen doen door diepe dalen en heeft deze een plek gegeven in de teksten van zijn nieuwe songs. Ik ben inmiddels diep onder de indruk van A Sober Conversation en het album wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Smut - Tomorrow Comes Crashing (2025) 4,0

8 juli 2025, 21:32 uur

stem geplaatst

» details  

Stereolab - Instant Holograms on Metal Film (2025) 4,0

7 juli 2025, 17:37 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Stereolab - Instant Holograms On Metal Film - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Stereolab - Instant Holograms On Metal Film
Ik ben nooit een groot Stereolab fan geweest, maar misschien moet ik het alsnog worden, want hoe vaker ik naar Instant Holograms On Metal Film, het nieuwe album van de band, luister, hoe fascinerender het wordt

Het is heel lang stil geweest rond de Britse band Stereolab, maar een week of zes geleden was er eindelijk een nieuw album van de band, die al sinds de vroege jaren 90 bestaat. Op Instant Holograms On Metal Film lijkt het af en toe of de tijd heeft stil gestaan, maar Stereolab voegt ook wel degelijk nieuwe ingrediënten toe aan haar songs. Het zijn songs die over het algemeen lekker in het gehoor liggen, maar desondanks zijn volgestopt met verrassende wendingen en invloeden uit meerdere genres. Ik noem Stereolab in mijn recensies meer dan eens als vergelijkingsmateriaal, maar Instant Holograms On Metal Film laat nog maar eens horen dat het echt een unieke band is.

De Britse band Stereolab wordt op de krenten uit de pop meerdere keren aangedragen als relevant vergelijkingsmateriaal, maar van de albums van de band besprak ik tot dusver alleen een uit 2018 stammende en uit drie delen bestaande verzamelaar (Switched On), die later nog met twee delen werd uitgebreid).

Dat ik nog geen reguliere albums van de band heb besproken is overigens niet zo vreemd, want gedurende het bestaan van de krenten uit de pop verscheen alleen het in 2010 uitgebrachte Not Music, dat zeker niet tot de beste albums van de band wordt gerekend. Ik ben overigens nooit een groot Stereolab fan geweest, want ook van de stapel albums die de band tussen 1992 en 2008 maakte staat er bijna niets in mijn platenkast.

Stereolab keerde eind mei terug met haar eerste reguliere album in vijftien jaar tijd en Instant Holograms On Metal Film kreeg vrijwel zonder uitzondering zeer positieve recensies. Ik vond het zelf zeker geen slecht album, maar in de betreffende week was de concurrentie moordend en Stereolab viel uiteindelijk buiten de boot.

Ik pik het album nu echter toch nog op en niet alleen omdat de oogst aan nieuwe albums deze week wat tegenvalt. Gestimuleerd door al die positieve recensies heb ik Instant Holograms On Metal Film de laatste tijd meer dan eens beluisterd en hoe vaker ik naar het comeback album van Stereolab luister, hoe mooier en interessanter het wordt.

Stereolab leek de dood van zangeres Mary Hansen in 2002 lange tijd niet te boven te komen, maar op Instant Holograms On Metal Film klinkt de band zeer geïnspireerd. Het klinkt allemaal redelijk bekend, want veel ingrediënten uit het vintage Stereolab zijn ook op het nieuwe album, dat overigens bijna een uur duurt, weer te horen.

De Britse band verwerkt invloeden uit de elektronische popmuziek met invloeden uit de Krautrock en de jazz en voegt er wat exotische invloeden aan toe. Dit alles wordt gecombineerd in voorzichtig zonnig klinkende popliedjes, die ook wel wat doen denken aan Franse filmmuziek uit de jaren 70, zeker wanneer zangeres Laetitia Sadier de vocalen voor haar rekening neemt.

Het knappe van de songs van Stereolab op Instant Holograms On Metal Film is dat de band aan de ene kant zoet, lichtvoetig en nostalgisch klinkt, maar op hetzelfde moment allerlei bijzondere wendingen en accenten heeft toegevoegd aan haar muziek die ook iets futuristisch heeft. Zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je hoe knap het allemaal in elkaar zit en hoeveel bijzonders Stereolab in haar songs heeft verstopt.

In het verleden wisselden perioden waarin de muziek van de Britse band iets met me deed en momenten waarop het allemaal wat voortkabbelde elkaar af en dat heb ik ook wel wat bij beluistering van Instant Holograms On Metal Film. Het ligt er voor mij maar net aan met hoeveel aandacht ik naar de songs op het album luister. Ergens op de achtergrond kabbelt het bijzonder aangenaam maar niet heel bijzonder voort, maar wanneer ik veel aandachtiger luister naar Instant Holograms On Metal Film komt het album tot leven.

Dat komt het album ook wanneer je het vaker hoort, want een album van Stereolab moet je vaker horen om het volledig te laten landen. Instant Holograms On Metal Film is inmiddels een week of zes uit, maar ik hoor eigenlijk nu pas wat een bijzonder het album het is. Goed dat Stereolab terug is dus. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

ROSÉ - rosie (2024) 4,0

6 juli 2025, 19:58 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: ROSÉ - rosie (2024) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: ROSÉ - rosie (2024)
Ik heb het debuutalbum van ROSÉ in december niet opgemerkt of ging er van uit dat het niets voor mij was, maar de K-pop ster heeft een verrassend sterk album afgeleverd, dat niet misstaat tussen de grote popalbums

Liefhebbers van popalbums hebben de laatste tijd niets te klagen, want nogal wat grote popsterren doken het afgelopen jaar op met een nieuw album. Ik hou het genre best goed in de gaten, maar rosie van ROSÉ is me niet opgevallen. Mogelijk door de onhandige releasedatum in december en mogelijk om dat ik niets heb met K-pop. ROSÉ is een van de grote sterren uit het genre en bewijst met haar eind vorig jaar verschenen debuutalbum rosie dat ze niet alleen binnen de K-pop tot grootse daden in staat moet worden geacht. Het debuutalbum van de K-pop ster laat een veelzijdig geluid horen, staat vol met aansprekende songs en laat horen dat ROSÉ geweldig kan zingen. Het sterrendom lonkt wat mij betreft, ook buiten de K-pop.

Ik heb absoluut een zwak voor pop en daar schaam ik mij zeker niet voor. Pop mag van mij ook best aan de gladde kant zijn en ook als er in productioneel en vocaal opzicht hoorbaar flink gesleuteld is aan een popalbum haak ik niet direct af. Toch is het niet zo dat alle grote popalbums van het moment mij goed bevallen, want de meeste popalbums laat ik uiteindelijk liggen.

Het deze week bejubelde nieuwe album van Kesha heb ik snel weer opzij gelegd en ook het vorig jaar zo uitvoerig geprezen album van Charli XCX is bij mij eerlijk gezegd nooit echt geland en dit ondanks het feit dat ik het album talloze keren heb beluisterd, zeker toen brat eind vorig jaar talloze jaarlijstjes aanvoerde.

Ik heb vorig jaar heel veel popalbums besproken, maar in december verscheen er nog een die bij mij tussen wal en schip is gevallen. Het is een album dat ik een paar weken geleden pas heb ontdekt en dat me bij iedere keer horen weer net wat beter bevalt. Het gaat om het album rosie van ROSÉ, dat overigens flink wat aandacht heeft gekregen, ook van muziekmedia die ik normaal gesproken raadpleeg.

ROSÉ is het alter ego van de in het Nieuw-Zeelandse Auckland geboren Roseanne Park. Ik had echt nog nooit van haar gehoord en dat heeft alles te maken met een flinke blinde vlek. ROSÉ is immers een van de grootste sterren uit de K-pop, die de afgelopen jaren ongelooflijke aantallen fans aan zich heeft weten te binden.

Samen met Jisoo, Jennie en Lisa vormde ze de razend populaire Koreaanse band BlackPink, die in het genre de nodige records heeft gebroken. Het is me allemaal ontgaan en dat geldt dus ook voor het eind vorig jaar verschenen eerste soloalbum van ROSÉ. Het is jammer want rosie is echt een prima album, als je van pop met een hoofdletter P houdt tenminste.

Het is een album waar flink wat geld is gestoken, wat gezien de status van ROSÉ als een van de grote sterren uit de K-pop ook niet zo gek is. Voor rosie werd een enorm blik met producers open getrokken, van wie ik de meeste overigens niet ken. Meestal ben ik niet zo gek op albums waarop iedere producer zijn of haar kunstje wil doen, maar rosie van ROSÉ klinkt verrassend consistent.

Ik ben niet heel bekend met K-pop en het debuutalbum van ROSÉ gaat daar niets aan veranderen, want het alter ego van Roseanne Park blijft op het album redelijk verwijderd van de K-pop en kiest voor Amerikaans klinkende popmuziek. Luister naar rosie en je hoort echo’s van flink wat grote popalbums uit het recente verleden. Je hoort het in de zwaar aangezette ballads, waarvan er flink wat zijn te vinden op het album, maar je hoort het ook in de songs die zijn voorzien van een zwoele R&B injectie.

Hier blijft het niet bij, want ROSÉ blijkt op haar debuutalbum verrassend veelzijdig en laat horen dat ze ook uit de voeten kan met meer ingetogen of juist wat stevigere songs. Het klinkt in muzikaal en productioneel allemaal zeer verzorgd en bijzonder aangenaam en ook met de songs van de K-pop ster is niets mis. ROSÉ blijkt ook nog eens een prima zangeres, die flink kan uithalen in de zwaar aangezette ballads, maar ook makkelijk overeind blijft in de meer ingetogen tracks.

Ik heb pop liever net wat meer indie of eigenzinniger dan hetgeen ROSÉ laat horen op haar debuutalbum, maar als ik dit album vergelijk met een aantal recent verschenen grote popalbums, gaat mijn voorkeur duidelijk uit naar het uitstekende rosie. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Laura Stevenson - Late Great (2025) 4,0

6 juli 2025, 10:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Laura Stevenson - Late Great - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Laura Stevenson - Late Great
De Amerikaanse singer-songwriter Laura Stevenson heeft al een aantal prima albums op haar naam staan en laat ook op het deze week verschenen en echt uitstekende Late Great weer horen dat ze van meerdere markten thuis is

Ik kom tot dusver slechts een handjevol recensies tegen van het vorige week verschenen nieuwe album van Laura Stevenson en dat is echt te weinig voor een singer-songwriter van haar niveau. De vorige albums van de muzikante uit New York waren erg goed en ook Late Great valt zeker niet tegen. Veelzijdigheid blijft een sterk wapen van Laura Stevenson, die ook op haar nieuwe album weer meerdere kanten op kan, al domineren dit keer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De songs, de muziek, de productie en de zang ademen allemaal kwaliteit, waardoor ook Late Great weer een erg sterk album is. Nu alleen nog wat meer aandacht voor de muziek van Laura Stevenson.

De Amerikaanse singer-songwriter Laura Stevenson debuteerde zo’n vijftien jaar geleden met het album A Record. Het onder de naam Laura Stevenson & The Cans uitgebrachte album viel me niet op en dat geldt ook voor het een jaar later verschenen Sit Resist. In 2013 bracht de muzikante uit New York haar eerste soloalbum uit en Wheel viel me zeker wel op, al was er wel een tip van een lezer van de krenten uit de pop voor nodig.

Op Wheel laat Laura Stevenson horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan. Het album bevat een aantal zeer ingetogen en folky tracks, maar de Amerikaanse muzikante is op haar debuutalbum ook zeker niet vies van pop en kan bovendien stevig uitpakken in een aantal songs met flink wat rockinvloeden, die wat mij betreft klinken alsof Neil Youngs’s Crazy Horse is aangeschoven in de studio. Het combineert allemaal opvallend mooi met de stem van Laura Stevenson, die net als de muziek alle kanten op kan.

Ik was in 2013 dan ook heel positief over het solodebuut van de singer-songwriter uit New York, maar vergat vervolgens haar in 2015 verschenen tweede soloalbum (Cocksure). Sindsdien ben ik gelukkig wel bij de les, want ik was zeer enthousiast over het in 2019 verschenen The Big Freeze, dat in muzikaal opzicht in het verlengde ligt van Wheel, en ook het in de zomer van 2021 verschenen titelloze album beviel me uitstekend. Het laatstgenoemde album staat stil bij een aantal pieken en dalen in het leven van Laura Stevenson, die wederom laat horen dat ze niet kijkt op een genre meer of minder.

De muzikante uit New York keert deze week terug met haar vijfde soloalbum en ook Late Great is een uitstekend album. Het is wederom een zeer persoonlijk album, want er gebeurde van alles in het leven van de Amerikaanse muzikante. Ze werd moeder, zag haar relatie op de klippen lopen, vond een nieuwe liefde en keerde terug naar de collegebanken en dat deels in de voor muzikanten zo zwarte periode van de coronapandemie.

Het heeft allemaal invloed gehad op de songs op Late Great, dat nog wat persoonlijker is dan haar vorige albums. Op haar titelloze album profiteerde Laura Stevenson van de kwaliteiten van topproducer John Angello, die onder andere werkte met Dinosaur Jr., Waxahatchee, Drive-By Truckers, Madrugada en The Dream Syndicate, om maar een paar namen te noemen, en die ook op Late Great weer vakwerk levert.

Laura Stevenson had in het verleden geen zin om te kiezen tussen folk, rock en indiepop en dat doet ze ook weer niet op haar nieuwe album, dat indruk maakt met veelzijdige songs, waaraan in een aantal tracks ook nog een vleugje country is toegevoegd. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben het dit keer overigens wel duidelijk gewonnen van invloeden uit de pop en rock en persoonlijk vind ik dit een verstandige keuze, al is het maar omdat het in alle genres momenteel erg druk is.

De productie van John Angello klinkt lekker vol en dat geldt ook voor de muziek, waaraan onder andere wordt bijgedragen door Jeff Rosenstock, die ook op de vorige albums was te horen. Ook op Late Great schakelt Laura Stevenson weer makkelijk tussen ingetogen en uitbundiger ingekleurde songs en in alle songs maakt ze, en wat mij betreft nog meer dan in het verleden, indruk met haar stem. De muzikante uit New York is nog altijd niet heel bekend, maar verdient haar plekje in de spotlights absoluut. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Reds, Pinks & Purples - The Past Is a Garden I Never Fed (2025) 4,5

5 juli 2025, 10:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Reds, Pinks & Purples - The Past Is A Garden I Never Fed - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Reds, Pinks & Purples - The Past Is A Garden I Never Fed
Je weet zo langzamerhand waar je aan toe bent bij een nieuw album van de Amerikaanse band The Reds, Pinks & Purples, maar ook op The Past Is A Garden I Never Fed benadert Glenn Donaldson keer op keer de perfectie

Het is ongelooflijk hoe productief de Amerikaanse muzikant Glenn Donaldson is. In een paar jaar tijd staat er een aardig rijtje The Reds, Pinks & Purples in de platenkast en dat is nog maar het topje van de ijsberg. De muzikant uit San Francisco had nog wat singles over en die zijn terecht gekomen op het deze week verschenen The Past Is A Garden I Never Fed. Het is een album vol bitterzoete popsongs vol nostalgie, maar Glenn Donaldson is zeker niet blijven steken in de jaren 80 of 90. The Reds, Pinks & Purples zou in de jaren 80 ongetwijfeld een van mijn lievelingsbands zijn geweest, maar dat is de band in het heden ook, want ook The Past Is A Garden I Never Fed is weer betoverend mooi en echt onweerstaanbaar lekker.

The World Doesn’t Need Another Band zingt de Amerikaanse muzikant Glenn Donaldson in de openingstrack van het nieuwe album van zijn band The Reds, Pinks & Purples. Ik denk het eerlijk gezegd ook wel eens wanneer ik wekelijks een imposant stapeltje nieuwe albums beluister, maar het gaat zeker niet op voor de band van Glenn Donaldson, wat die is zo langzamerhand behoorlijk onmisbaar.

De muzikant uit San Francisco dook een jaar of vijf geleden op met zijn band en voor mij was het liefde op het eerste gehoor. Laat de muziek van The Reds, Pinks & Purples uit de speakers komen en een tijdmachine flitst je in een paar seconden terug naar de jaren 80 en af en toe naar de vroege jaren 90 en dat zijn decennia waarin heel veel mooie muziek werd gemaakt.

Mijn eerste kennismaking met de muziek van The Reds, Pinks & Purples smaakte vooral naar veel meer en hiervoor ben je bij Glenn Donaldson gelukkig aan het juiste adres. De Amerikaanse muzikant bracht de afgelopen vijf jaar niet alleen het ene na het andere prachtige album uit, maar schreef in totaal zo’n 200 songs, waarvan een aantal als losse track werd uitgebracht. Een aantal van deze tracks zijn nu verzameld op het deze week verschenen The Past Is A Garden I Never Fed, dat weer veertien 24-karaat popsongs toevoegt aan het geweldige oeuvre van The Reds, Pinks & Purples.

Dat Glenn Donaldson alleen maar geweldige songs schrijft is maar een van de vele zekerheden die je hebt wanneer een nieuw album van The Reds, Pinks & Purples verschijnt. De cover van het album is weer veelkleurig, de inspiratie komt vooral uit de jaren 80 en 90 en zowel de zang als het gitaarwerk van Glenn Donaldson bedwelmen weer meedogenloos.

In al mijn besprekingen van de albums van de Amerikaanse band noem ik een imposant rijtje namen van bands uit met name de jaren 80, maar ik hou het er deze keer maar op dat The Reds, Pinks & Purples muziek maakt die het beste van een groot aantal van mijn persoonlijke favorieten uit de jaren 80 en vroege jaren 90 combineert. Het zijn vooral favorieten die zich destijds toelegden op het schrijven van nagenoeg perfecte en vooral bitterzoete popsongs.

De jaren 80 waren deels bijzonder donker gekleurd en dat hoorde je in de muziek uit het decennium, maar ik had ook een geweldige tijd en die hoorde ik terug in de wat dromerige en melodieuze songs van bands waarvan ik de namen dit keer dus eens niet ga noemen. Ik ga ze niet noemen omdat ik Glenn Donaldson hiermee tekort doe. De muzikant uit San Francisco heeft immers alleen de afgelopen vijf jaar al een aantal direct memorabele songs geschreven waarvan de meeste bands uit de jaren 80 en 90 alleen maar kunnen dromen.

Het zijn songs die worden gedragen door de bijzonder aangename stem van Glenn Donaldson en de onweerstaanbaar lekkere gitaarakkoorden, die ook zeker zijn beïnvloed door de janglepop, maar ook in de rest van de muziek klopt echt alles. Het klinkt allemaal direct bekend, maar The Reds, Pinks & Purples heeft toch ook weer flink wat songs toegevoegd die ik echt niet had willen missen.

Hier en daar klinkt het net wat gruiziger, soms juist net wat meer ingetogen, maar alles dat Glenn Donaldson aanraakt op The Past Is A Garden I Never Fed verandert weer in goud. The World Doesn’t Need Another Band zingt Glenn Donaldson in de openingstrack en hij heeft in ieder geval even gelijk, want ik ben nog lang niet klaar met het wederom geweldige album van zijn band. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Daisy the Great - The Rubber Teeth Talk (2025) 3,5

4 juli 2025, 17:00 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Daisy The Great - The Rubber Teeth Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Daisy The Great - The Rubber Teeth Talk
Daisy The Great lijkt op het eerste gehoor wel erg voort te borduren op de indierock uit de jaren 90, maar de songs van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker zijn vaak voorzien van een bijzondere twist en wat zingen ze mooi

Daisy The Great is zeker niet de eerste band die de inspiratie voor een deel in de jaren 90 vindt en dan vooral bij de door vrouwen aangevoerde indierock uit dit decennium. Het zijn invloeden die absoluut hoorbaar zijn op The Rubber Teeth Talk, maar Daisy The Great is zeker niet blijven steken in de jaren 90. Het duwt de songs van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker meerdere kanten op en ondertussen strooien de dames ook nog eens met prachtige harmonieën. Het duurde even voor ik door had dat Daisy The Great echt wel iets bijzonders te bieden heeft, maar sindsdien vind ik The Rubber Teeth Talk bij iedere keer horen weer net wat leuker en interessanter.

Ik heb in het verleden al wel eens geluisterd naar de muziek van Daisy The Great, maar tot een recensie kwam het dusver nog niet. Ik ging er bij eerste beluistering van het deze week verschenen The Rubber Teeth Talk van uit dat het nieuwe album van het duo uit New York hier niets aan zou gaan veranderen, maar ik ben langzaam maar zeker toch gevallen voor de charmes van het nieuwe album van Daisy The Great.

Dat ik de afgelopen jaren geen aandacht heb besteed aan de muziek van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker, want dat zijn de twee leden van Daisy The Great, heeft niet eens zo heel veel te maken met hun muzikale en vocale kwaliteiten, want ze deden op hun vorige albums ook al heel veel goed. Dat doen Kelley Nicole Dugan en Mina Walker ook op het deze week verschenen The Rubber Teeth Talk, dat ook bij eerste beluistering al een aantal sterke punten liet horen.

Zo beschikken de twee muzikanten uit New York allebei over een mooie stem, maar The Rubber Teeth Talk wordt pas echt indrukwekkend wanneer Kelley Nicole Dugan en Mina Walker fraaie harmonieën door de speakers laten komen. Het zijn harmonieën die op de vorige albums van Daisy The Great al mooi waren, maar die nog wat mooier zijn op het nieuwe album van Daisy The Great.

Het duo uit New York spreekt ook in muzikaal opzicht makkelijk tot de verbeelding en ook met de songs van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker is helemaal niets mis. Wat me in het verleden tegen hield is dat het allemaal wel erg bekend in de oren klinkt. Negatiever gesteld zou ik ook kunnen zeggen dat Daisy The Great in het verleden niet veel toevoegde aan alles dat er al is.

Dat gevoel had ik eerlijk gezegd ook bij de beluistering van de openingstrack van het deze week verschenen The Rubber Teeth Talk. Het is een track die bijzonder lekker klinkt en die opvalt door de echt prachtige zang van de twee leden van Daisy The Great, maar het is ook een track die je direct mee terug neemt naar de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 van bijvoorbeeld Juliana Hatfield of Belly.

Het klinkt vrij onweerstaanbaar voor liefhebbers van het genre, maar blijf zeker nog even luisteren als je geen behoefte meer hebt aan 90s indierock. Daisy The Great kan immers ook uit de voeten in andere genres en schakelt vrij makkelijk over naar andere invloeden. In eerste instantie komen deze ook nog uit de jaren 90, maar het duo uit New York schakelt vrij makkelijk over naar de indiepop van dit moment en geeft hier en daar een behoorlijk theatrale twist aan haar songs.

Je hoort het bijvoorbeeld in het fascinerende Lady Exhausted, waarin Kelley Nicole Dugan en Mina Walker opeens een volstrekt eigen geluid hebben. Het is me eerlijk gezegd wat te pompeus, maar ik heb ook wel weer respect voor dit uitstapje buiten de gebaande paden. Door de subtiele en minder subtiele uitstapjes buiten de gebaande paden slaagt Daisy The Great zich er wat mij betreft immers in om zich te onderscheiden van al die bandjes die fantasieloos voortborduren op de indierock uit de jaren 90.

Hierdoor vind ik The Rubber Teeth Talk een steeds leuker album. Het is een album dat vervolgens ook nog eens steeds beter wordt en dit met name door de echt hele mooie zang. Het duurde even voor ik het door had, maar Daisy The Great ontstijgt de grauwe middelmaat met speels gemak. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Duo Ruut - Ilmateade (2025) 4,0

4 juli 2025, 13:39 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Duo Ruut - Ilmateade - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Duo Ruut - Ilmateade
Duo Ruut is een tweetal uit Estland dat met Ilmateade een album heeft gemaakt dat deze week stevig is bewierookt door de Britse kwaliteitskrant The Guardian en daar valt echt helemaal niets op af te dingen

Zo ongeveer de enige recensie die van het tweede album van Duo Ruut is verschenen maakte me nieuwsgierig naar dit ‘folkalbum’ dat totaal anders klinkt dan de andere folkalbums die ik ken. Dat heeft alles te maken met de teksten in het Ests, maar ook in alle andere opzichten klinkt Ilmateade anders dan andere folkalbums. Het is hierdoor misschien even wennen aan Ilmateade, maar de schoonheid van de muziek van Duo Ruut dringt zich makkelijk op. Ondanks de eenvoud van de muziek van het Estse duo valt er van alles te ontdekken op Ilmateade, dat mysterieus maar ook bezwerend klinkt. Hoogste tijd dus dat de fascinerende muziek van Duo Ruut in bredere kring wordt opgepikt.

Met afstand het meest bijzondere album dat ik deze week heb beluisterd is het album Ilmateade van Duo Ruut. Het is een album dat afgelopen week uitvoerig werd geprezen door de Britse kwaliteitskrant The Guardian, die bekend staat om het open staan voor muziek die zich buiten de kaders van de westerse popmuziek begeeft. Dat doet Duo Ruut zeker, want ik ken geen enkel album dat lijkt op Ilmateade.

Duo Ruut is een duo dat bestaat uit twee muzikanten uit Estland en voor zover ik weet zijn dit de eerste muzikanten die ik ken uit de Baltische staat. Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi maken op hun tweede album (in 2019 verscheen hun debuutalbum) vooral gebruik van hun stemmen en van een traditioneel instrument uit Estland (kannel) dat lijkt op een citer, maar ook bijzondere ritmes spelen af en toe een voorname rol op het album.

The Guardian heeft Ilmateade van Duo Ruut uitgeroepen tot het folkalbum van de maand, wat Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi afgelopen weekend een plekje opleverde op het geweldige Britse Glastonbury festival. Er is inderdaad wel wat voor te zeggen om Ilmateade in het hokje folk te duwen, maar Duo Ruut heeft zeker geen alledaags folkalbum gemaakt.

Dat ligt in eerste instantie aan het feit dat Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi in het Ests zingen, wat de songs van het tweetal een wat mysterieus karakter geeft. Dat mysterieuze karakter wordt versterkt door de bijzondere klanken van het snareninstrument dat centraal staat in de muziek van Duo Ruut. Hier blijft het niet bij, want ook de manier van zingen wijkt af van de zang op Britse of Amerikaanse folkalbums en ook de songstructuren op Ilmateade hebben iets bijzonders.

Ik luister niet vaak naar muziek die zich duidelijk buiten de gebaande paden van de Westerse popmuziek begeeft, maar ik was eigenlijk direct onder de indruk van het album van Duo Ruut. De stemmen van Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi zijn bijzonder mooi en passen echt prachtig bij elkaar, zeker wanneer ze elkaar versterken in bijzondere harmonieën. De zang is door het gebruik van het Ests misschien niet heel toegankelijk, maar het deed wel direct wat met me.

Dat krijgt Duo Ruut ook voor elkaar met de muziek op het album. Ilmateade is in muzikaal opzicht meestal een heel sober album, met soms maar enkele akkoorden van het bijzondere Estse snareninstrument, maar in combinatie met de stemmen klinkt het zeker niet kaal. De combinatie van de bijzondere zang, de fascinerende klanken en de niet alledaagse songstructuren zorgen voor een bezwerend geluid. Het is een geluid dat zich ondanks alle bijzondere ingrediënten makkelijk opdringt, want zoals The Guardian terecht concludeert is de muziek van Duo Ruut van een bijzondere schoonheid.

De Britse kwaliteitskrant komt wel vaker op de proppen met albums waar verder echt niemand aandacht aan besteed en dat is met Ilmateade van Duo Ruut vooralsnog niet anders, maar dit is echt een album dat het verdient om uit te groeien tot een van de meest fascinerende cultalbums van 2025. Het is een album dat overigens ook bij de liefhebbers van uiteenlopende folkvarianten zeker in de smaak moet kunnen vallen. Ik vond het bij eerste beluistering vooral fascinerend, maar ik raak steeds meer gehecht aan de bijzondere klanken van Duo Ruut. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tom Adams - After the Rain (2025) 4,0

3 juli 2025, 16:06 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tom Adams - After The Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tom Adams - After The Rain
Tom Adams is een Britse folkie die inmiddels al heel wat jaren aan de weg timmert en ook al flink wat albums heeft afgeleverd, maar nu met After The Rain een zeer sfeervol en echt prachtig klinkend album heeft gemaakt

Ik was eigenlijk direct onder de indruk van After The Rain van de Britse singer-songwriter Tom Adams. Het is een album dat ik waarschijnlijk nooit zou hebben ontdekt als het me niet getipt was, maar ik ben blij met dit album. Tom Adams maakt op After The Rain rijkelijks versierde folksongs, maar alle versiering van onder andere strijkers is wat mij betreft altijd functioneel. De Britse muzikant beschikt over een mooie stem en schrijft aansprekende songs, maar het zijn de echt bijzonder mooie klanken die After The Rain flink verder optillen. Tom Adams heeft een beeldend en bijna rustgevend album gemaakt, maar het is ook een album waarop verschrikkelijk veel valt te ontdekken.

After The Rain van de Britse singer-songwriter Tom Adams werd me een paar weken geleden getipt op het interessante Nederlandse muziekplatform MusicMeter.nl, wat voor mij wel vaker een inspiratiebron is voor mooie nieuwe muziek. Ik ben normaal gesproken niet zo gek op mannelijke folkies, want dat is de categorie waarin dit album wordt ingedeeld, maar in het geval van Tom Adams moet ik mijn tipgever gelijk geven. After The Rain van Tom Adams is inderdaad een heel mooi en zeer sfeervol album, dat zich in mijn geval steeds nadrukkelijk opdringt.

Ik was de naam Tom (eigenlijk Tammy) Adams volgens mij nog niet eerder tegengekomen, maar After The Rain is volgens MusicMeter al het vijfde album van de Britse muzikant. Op Spotify en bandcamp zie ik nog veel meer albums van de muzikant uit Cornwall, die inmiddels al een kleine twintig jaar muziek uitbrengt. Ik ga het allemaal nog wel eens ontdekken, maar voorlopig beperk ik me nog even tot After The Rain, dat vorige maand is verschenen en waar ik nog lang niet klaar mee ben.

Het is een album dat de Britse muzikant grotendeels in zijn uppie maakte, want alleen voor de strijkers die zijn te horen op het album deed Tom Adams een beroep op ene Matt Kelly, een naam die ik wel vaker ben tegengekomen. Op de bandcamp pagina van Tom Adams is verder helaas niet zo heel veel info over het album te vinden, maar wel iets over de thematiek. “After The Rain is a reflection on the passing of time and the changing seasons”. De tijd mag van mij persoonlijk wel wat minder snel gaan, maar een wisseling van de seizoenen kan op het moment wat mij betreft niet snel genoeg komen, maar dat is mijn mening.

Terug naar de muziek. Ik noemde Tom Adams hierboven al een folkie en daarmee doe ik hem zeker recht. In de muziek van de muzikant uit Cornwall klinken invloeden uit de Britse folk nadrukkelijk door. Nu vind ik Britse folk vaak wel wat plechtstatig, maar dat etiket zou ik niet snel op After The Rain plakken. Het album klinkt naast folky ook lichtvoetig en bovendien sprookjesachtig mooi.

Wanneer de Britse muzikant zich beperkt tot zijn akoestische gitaar en zijn stem klinkt hij als veel andere folkies, maar Tom Adams beperkt zich vrijwel nooit tot zijn akoestische gitaar en zijn stem. De muziek op After The Rain wordt met grote regelmaat verrijkt met subtiele pianoakkoorden, atmosferische synths, incidenteel percussie en vooral met de weldadig ingezette strijkers. Het levert zoals gezegd sprookjesachtige klanken op, maar de muziek op After The Rain is ook ruimtelijk en beeldend.

Folkpuristen zullen waarschijnlijk beweren dat al die versiersels de pure folksong wat in de weg zitten, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van de mooie klanken op After The Rain, die met name op de rustigere momenten van de dag wonderen verrichten. Ook met de stem van de Britse muzikant is niets mis. Tom Adams kan uitstekend uit de voeten in de folky songs op zijn albums en beschikt over een warme stem met een flink bereik.

After The Rain van Tom Adams is niet het soort album dat ik er als eerste uit pik wanneer ik een stapel nieuwe albums in handen krijg, maar ik vind het album steeds mooier en sfeervoller worden en begrijp inmiddels volledig waarom het mij getipt werd op MusicMeter. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Durand Jones & The Indications - Flowers (2025) 4,0

2 juli 2025, 16:26 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Durand Jones & The Indications - Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Durand Jones & The Indications - Flowers
Bij de extreem zomerse temperaturen van het moment komt Flowers van Durand Jones & The Indications uitstekend tot zijn recht, maar het is ook een knap gemaakt album vol warme en zoete verleidingen

Ik heb op een of andere manier niet zo heel veel met de neo-soul zangers die het afgelopen decennium aan de weg timmeren. Het geldt ook voor Durand Jones, terwijl ik nog geen moment heb getwijfeld aan zijn muzikaliteit, aan de kwaliteit van zijn band en aan zijn kwaliteiten als soulzanger. De band van de Amerikaanse muzikant heeft met Aaron Frazer nog een geweldige soulzanger in de gelederen en ook in muzikaal opzicht weten de leden van de band van wanten. Het deed me tot dusver onvoldoende, maar op Flowers valt alles op zijn plek. Het klinkt misschien wat glad allemaal, maar zo op zijn tijd doet de lome en zwoele soul op het album wonderen.

Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van de Amerikaanse soulzanger Durand Jones. De enige keer dat zijn naam genoemd wordt op deze site is in mijn recensie van het uitstekende debuutalbum van Aaron Frazer, die destijds in de band van Durand Jones speelde. Het betekent overigens niet dat ik de albums die Durand Jones de afgelopen tien jaar, al dan niet met zijn band The Indications, heeft uitgebracht slecht vind, maar bij het beluisteren van vintage soulalbums ligt de lat voor mij altijd net wat hoger.

Ik ken immers mijn soulklassiekers uit de jaren 60 en 70 en die worden nu eenmaal niet zo heel snel benaderd door jonge soulzangers van dit moment. Het zorgde er voor dat ik vrijwel alle albums van Durand Jones de afgelopen jaren met plezier heb beluisterd, maar vervolgens toch weer een soulklassieker uit het verleden uit de kast heb getrokken. Ik ging er van uit dat het niet anders zou gaan met het deze week verschenen nieuwe album van Durand Jones & The Indications, maar Flowers heeft iets, al wist ik niet direct wat.

Durand Jones maakte de afgelopen jaren een soloalbum en ook de andere leden van zijn band, onder wie nog altijd de eerder genoemde Aaron Frazer, deden andere dingen. Het heeft gezorgd voor nieuwe energie, die is geland in de samenwerking van de leden van de band, die ook een stuk gelijkwaardiger zijn dan in het verleden. Zo neemt drummer Aaron Frazer meerdere keren de leadvocalen voor zijn rekening, terwijl gitarist Blake Rhein tekent voor de productie van het album.

De muziek van Durand Jones & The Indications klonk op het debuutalbum van de band nog lekker ruw, maar op Flowers ben je aan het verkeerde adres voor de wat ruwere of rauwere soulmuziek. Flowers klinkt vanaf de eerste noten zwoel en broeierig met lome ritmes, warme klanken, fraaie falset vocalen en een zweverige dwarsfluit voor een vleugje psychedelica.

Het is ook direct vanaf de eerste noten aan de gladde kant of zelfs meer dan dat, want zowel in muzikaal, productioneel als vocaal opzicht wordt er stevig met stroop gesmeerd en zijn alle ruwe randjes en scherpe kantjes zorgvuldig weg gevijld. Een album als Flowers zou ik normaal gesproken echt veel te zoet en gepolijst vinden, maar als de thermometer opeens temperaturen boven de dertig graden aangeeft verleidt het nieuwe album van Durand Jones & The Indications opeens meedogenloos, zeker als de ritmes nog wat lomer worden en ook subtiel spelende blazers worden toegevoegd aan het geluid.

Het past in het hokje neo-soul en het heeft ook wel wat van de zwoele R&B van het moment, maar ik hoor toch ook heel veel echo’s van soulmuziek die in het verleden werd gemaakt. Het zijn geen echo’s van de soulalbums die ik tot mijn favorieten reken, maar het klinkt allemaal erg lekker.

Flowers is een album dat in muzikaal opzicht knap in elkaar zit, dat is voorzien van een zeer trefzekere productie en waarop ook nog eens twee geweldige soulzangers zijn te horen. Of ik ook nog van dit album ga genieten wanneer de temperatuur weer tot normalere waarden is gedaald zal de tijd leren, maar voorlopig heb ik wel wat met deze warme en lome portie soul, die ook na een paar keer horen nog vol zwoele verleiding zit. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ashley Campbell - Goodnight Nashville (2025) 4,0

1 juli 2025, 15:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ashley Campbell - Goodnight Nashville - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ashley Campbell - Goodnight Nashville
De Amerikaanse muzikante Ashley Campbell maakte al twee albums, maar met haar derde album Goodnight Nashville maakt de dochter van countrylegende Glenn Campbell flink wat indruk met een bijzonder geluid

Heel af en toe hoor ik wat van Kacey Musgraves op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Ashley Campbell en dat klinkt echt bijzonder aangenaam. De muziek op Goodnight Nashville heeft vaak een wat nostalgisch tintje, maar kan ook zeker eigentijds klinken. Ashley Campbell groeide op met traditionele countrymuziek en dat hoor je, maar ook subtiele invloeden uit de countrypop zijn hoorbaar op een album dat in muzikaal opzicht makkelijk overtuigt. Dat doet Ashley Campbell wat mij betreft ook met haar stem en met haar songs. Ik had nog niet eerder van haar gehoord, maar Goodnight Nashville is een erg sterk album dat absoluut naar meer smaakt.

Ashley Campbell kreeg de countrymuziek thuis met de paplepel ingegoten, want ze is de dochter van countrylegende Glenn Campbell, die in 2017 overleed. Dat kinderen van beroemde muzikanten het meestal niet voor niets krijgen blijkt maar weer eens, want Ashley Campbell is een zeer getalenteerd bespeler van de banjo, die een jaar of vijftien geleden al stevig aan de weg timmerde. Daar stopt het verhaal dat de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com over haar getypt heeft ook direct en sindsdien probeert Ashley Campbell, die ook werk vond als actrice, een voet tussen de deur te krijgen in Nashville.

Dat is haar een paar jaar geleden kennelijk gelukt, want ik zie op Spotify inmiddels drie albums van de Amerikaanse muzikante. De eerste twee albums van Ashley Campbell zijn me echt volledig ontgaan, terwijl ik een aantal volledig op countrymuziek gerichte Amerikaanse muziekwebsites op de voet volg, maar het deze week verschenen Goodnight Nashville trok niet alleen mijn aandacht, maar beviel me bij eerste beluistering ook nog eens uitstekend.

Het is een album waar ik helaas maar weinig informatie over kan vinden, maar gelukkig spreekt de muziek van Ashley Campbell voor zichzelf. Ik heb de afgelopen jaren een zwak ontwikkeld voor countrypop, maar dat is niet direct het hokje waar ik Goodnight Nashville van Ashley Campbell in zou duwen. De muzikante uit Nashville maakt op haar derde album muziek die dichter tegen de country van weleer dan tegen de countrypop van het moment aan schuurt, al heeft het album zeker zijn poppy momenten. H

et album opent met heel veel strijkers en de mooie stem van Ashley Campbell, die niet beschikt over het soort stem dat gangbaar is in het genre. Af en toe doet de zang op Goodnight Nashville me erg aan Kacey Musgraves denken, zeker als het album ook in muzikaal opzicht wat opschuift richting net wat meer pop. Nu ben ik gek op Kacey Musgraves, dus de associaties met haar muziek zijn voor mij alleen maar een pre. Er zit wel net wat meer country in de stem van Ashley Campbell en dat hoor je ook in de muziek.

Ik heb geen idee hoe bekend de jonge Campbell telg inmiddels in de Verenigde Staten is, maar als je luistert naar Goodnight Nashville is al snel duidelijk dat Ashley Campbell in Music City kon beschikken over uitstekende muzikanten. Dat is ze overigens zelf ook, maar op haar nieuwe album horen we ook een prima zangeres met een karakteristiek stemgeluid.

De songs op Goodnight Nashville zijn over het algemeen ingetogen en hebben in de meeste gevallen een wat lager tempo. Het zijn songs die meestal een wat nostalgisch karakter hebben, maar het zijn ook songs die wat afwijken van de andere country en countrypop die momenteel in Nashville wordt gemaakt.

Ik hoopte bij eerste beluistering van het album eerlijk gezegd vurig op een nieuwe countrypop verrassing, maar Goodnight Nashville zal het waarschijnlijk vooral goed doen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die de tradities van het genre prefereren boven de pop. Zelf ben ik niet vies van countrypop, maar de wat oorspronkelijker klinkende muziek van Ashley Campbell heeft me vrij makkelijk overtuigd.

Ik heb haar eerste twee albums inmiddels ook beluisterd en daar twijfel ik nog wat over, maar op Goodnight Nashville laat Ashley Campbell horen dat ze van haar vader de juiste muziekgenen heeft meegekregen. Ik ga haar vanaf nu zeker in de gaten houden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer