MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

A Blaze of Feather - A Blaze of Feather (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: A Blaze Of Feather - A Blaze Of Feather - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

A Blaze Of Feather is een Britse band rond zanger-gitarist Mickey Smith. Deze Mickey Smith klust wat bij in de band van Ben Howard, die in 2011 doorbrak naar een groot publiek.

Op het titelloze debuut van A Blaze Of Feather doet Ben Howard wat terug voor de gitarist van zijn band en vervult hij de rol die in zijn band wordt ingevuld door Mickey Smith. Bovendien wordt de plaat uitgebracht op het label van Ben Howard.

Nu was de bijdrage van Ben Howard voor mij nog niet direct een reden om te gaan luisteren naar het debuut van A Blaze Of Feather, want zo’n groot fan ben ik niet van de Britse singer-songwriter (al vond ik zijn tweede plaat, het inmiddels al weer drie jaar oude I Forget Where We Were, verrassend sterk).

Toen de plaat uiteindelijk toch uit de speakers kwam, was ik echter heel snel om. De muziek van A Blaze Of Feather is op het eerste gehoor niet zo heel ver verwijderd van die van Ben Howard en doet wanneer de Brit zorg draagt voor de achtergrondvocalen zelfs aan zijn succesvolle platen denken, maar ik sla A Blaze Of Feather toch wat hoger aan.

Dat is deels de verdienste van Ben Howard die zorgt voor sfeervolle achtergrondvocalen en vooral voor hele mooie gitaarlijnen, maar dit keer staat toch vooral Mickey Smith in de spotlights. Hij maakt in deze spotlights indruk met stemmige vocalen, al even mooie gitaarlijnen en vooral met songs die bijzonder aangenaam voortkabbelen, maar die ook genadeloos de fantasie prikkelen.

A Blaze Of Feather verrast op haar debuut met buitengewoon sfeervolle en vaak wat dromerige klanken, maar kan ook uit de voeten in folky luisterliedjes of in songs die net wat steviger uitpakken. Het levert muziek op die soms aan de sprookjesachtige klanken van Sigur Rós doet denken, maar de muziek van A Blaze Of Feather heeft ook raakvlakken met de benevelende klanken van een band als The War On Drugs.

Het zijn twee uitersten, maar hier zit nog van alles tussen. In een aantal ingetogen songs roepen de gitaarklanken associaties op met de tot de essentie teruggebrachte muziek van J.J. Cale, maar A Blaze Of Feather kan ook flink uitpakken met een vol geluid waarin alles van Roxy Music, Pink Floyd en Radiohead samen komt.

Dat zijn een heleboel namen, maar hoe vaker ik de eerste plaat van A Blaze Of Feather hoor, hoe meer ik me verbaas over het bijzondere geluid dat de Britse band in elkaar heeft gesleuteld. Het is een vol en dromerig geluid dat makkelijk overtuigt, maar dat ook vol zit met wonderschone details, die vooral in de lange intro's en outro's alle ruimte krijgen.

Met name het gitaarwerk op de plaat is soms van een bijna onwerkelijke schoonheid, maar ook de andere muzikanten op de plaat dragen nadrukkelijk bij aan een geluid dat razend knap in elkaar steekt.

Zeker wanneer de schoonheid van alle details tot je door begint te dringen, begint het debuut van A Blaze Of Feather met duizelingwekkende snelheid te groeien. De 13 songs die alles bij elkaar net iets meer dan een uur duren, worden mooier en mooier en de muziek van A Blaze Of Feather wordt steeds indringender en bezwerender.

Halverwege het groeiproces is A Blaze Of Feather het niveau van de platen van Ben Howard al lang voorbij en de plaat blijft maar groeien. A Blaze Of Feather combineert op haar debuut bekende ingrediënten, maar schroeft de kwaliteit van al deze ingrediënten wat op en brouwt er vervolgens iets heel bijzonders van. Laten we hopen dat A Blaze Of Feather geen gelegenheidsband is, want deze titelloze eerste plaat smaakt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman

A Girl Called Eddy - Been Around (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: A Girl Called Eddy - Been Around - dekrentenuitdepop.blogspot.com

A Girl Called Eddy - Been Around
Bijna 16 jaar was het stil rond A Girl Called Eddy, maar opeens is Erin Moran terug met een tweede album dat net zo tijdloos, zwoel en verslavend klinkt als zijn voorganger

Voor het debuut van A Girl Called Eddy moeten we terug naar 2004. Het is een album dat goed werd ontvangen, niet alleen door de pers en muziekliefhebbers, maar ook door collega muzikanten. Desondanks was het na het album bijna 16 jaar stil. Uit het niets is er een nieuw album en het lijkt of de tijd heeft stil gestaan. A Girl Called Eddy maakt nog steeds tijdloze popmuziek. Zoete popmuziek met een vleugje Burt Bacharach, maar ook tijdloze 70s of 80s pop of pop die prima past in het heden. De songs zijn goed, het klinkt allemaal mooi en de stem van Erin Moran is nog altijd prachtig. Heerlijk album voor een zorgeloze avond.

In 2004 verscheen het titelloze debuutalbum van A Girl Called Eddy. Het alter ego van de uit Neptune, New Jersey, afkomstige Erin Moran werd zeer goed ontvangen en smaakte absoluut naar meer, maar desondanks werd het snel na het, samen met niemand minder dan Richard Hawley gemaakte, debuut snel stil rond de Amerikaanse singer-songwriter.

Erin Moran deed af en toe nog wel wat in de muziek, maar van A Girl Called Eddy werd de afgelopen 16 jaar niets vernomen. Vorig jaar dook Erin Moran op als lid van het duo The Last Detail, dat naar verluidt een geweldig debuut uitbracht op een Spaans label (en dat het een goed album is kan ik inmiddels bevestigen). Op datzelfde Spaanse label verscheen de afgelopen week, vrijwel uit het niets, een tweede album van A Girl Called Eddy.

Het wat cynisch getitelde Been Around opent met een stem die “girl where have you been?” verzucht, maar vervolgens is er direct weer het zwoele popgeluid waarmee A Girl Called Eddy bijna 16 jaar geleden zoveel indruk maakte. A Girl Called Eddy maakt nog steeds warmbloedige en wat barokke popmuziek, die uit het verre verleden flarden Burt Bacharach en Karen Carpenter bevat.

Erin Moran doet echter meer dan het laten herleven van zoete en barokke pop uit de jaren 50 en 60. Haar muziek is stevig beïnvloed door de grote singer-songwriters uit het ver verleden, met Carole King voorop, en is bovendien niet ver verwijderd van de jazzy pop van Everything But The Girl of de frisse pop van Prefab Sprout uit de jaren 80. Been Around sluit bovendien aan op de muziek van vrouwelijke singer-songwriters uit het heden, waarbij de naam van een jonge Feist en natuurlijk Rumer bij mij het meest frequent opduiken.

Voor de productie van Been Around deed Erin Moran een beroep op Daniel Tashian, die ook het prachtige Golden Hour van Kacey Musgraves produceerde. Waar deze Daniel Tashian het album van Kacey Musgraves voorzag van een eigentijds countrypop geluid, heeft hij de comeback van A Girl Called Eddy voorzien van een wat nostalgisch aandoend softpop geluid met een randje soul. De Amerikaanse producer heeft flink met de polijstkwast gestreken, maar het past prachtig bij de warme stem van Erin Moran, die verder gaat waar haar debuut bijna 16 jaar geleden ophield.

Been Around klinkt geweldig met volle piano en gitaarklanken, hier en daar wat strijkers, af en toe wat blazers en stemmige koortjes, maar het is de prachtige stem van Erin Moran die het geheel naar een hoger plan tilt. Erin Moran doet dit bovendien met haar songs, die stuk voor stuk tijdloos klinken, maar die ook allemaal net wat anders klinken. De ene keer barok, de andere keer jazzy, dan weer frisse pop of broeierige soul.

Het is jammer dat iedereen A Girl Called Eddy inmiddels vergeten is, want dit album verdient echt alle aandacht. Been Around slingert je heen en weer tussen genres en sleurt je bovendien van decennium naar decennium. Het ene moment zit je in de 60’s, het volgende moment vol in de 80’s en dan weer in het heden.

Op het eerste gehoor is het misschien wat gewoontjes en braafjes wat A Girl Called Eddy doet, maar er zijn volop momenten waarop dit album volstrekt onweerstaanbaar is, net overigens als het al lang weer vergeten debuut van Erin Moran van bijna 16 jaar geleden. Ik ben er blij mee. Erwin Zijleman

A Treehouse Wait - Interlude (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: A Treehouse Wait - Interlude - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

A Treehouse Wait is een project van de Zweedse singer-songwriter Jenny Wahlström.

Op Interlude opent deze Jenny Wahlström met een prachtige ingetogen folksong, die opvalt door een heel bijzonder stemgeluid en fraaie elektronische accenten in de grotendeels akoestische instrumentatie.

Dat smaakt voor mij naar veel en veel meer, maar A Treehouse Wait blijkt op Interlude van meerdere markten thuis, waardoor de hoop op meer intieme folksongs helaas snel vervliegt.

De prachtige openingstrack wordt gevolgd door meezing folk voor de festivalweides en spreekt me veel minder aan, waardoor Interlude bij mij steeds weer op 0 moet beginnen bij de start van de derde track.

Vanaf deze derde track kiest Jenny Wahlström veel vaker voor groots aandoende folk met zowel akoestische als elektronische accenten, maar blijft ze wat mij betreft wel vrij makkelijk aan de goede kant van de streep. De koortjes en refreinen zijn zo nu en dan misschien nog net wat over the top, maar de mooie volle instrumentatie en de opvallende stem van Jenny Wahlström compenseren hier vrij makkelijk voor.

De stem van de Zweedse singer-songwriter is een vat vol tegenstrijdigheden. Jenny Wahlström kan prachtig onderkoeld klinken, maar haar vocalen zijn ook emotievol en beschikken over een aangenaam rauw randje. De naam Edie Brickell is bij mij meerdere keren opgekomen, maar Jenny Wahlström raakt ook aan stokoude folkies en aan eigentijdse zangeressen in het elektronische segment.

Wat voor de zang op de plaat geldt, geldt ook voor de instrumentatie. Interlude weet steeds weer te verrassen door een combinatie van bijna verstilde klanken en juist zeer uitbundige accenten. Het doet in muzikaal opzicht wel wat denken aan Of Monsters & Men, maar de songs van A Treehouse Wait graven wat mij betreft een stuk dieper en zijn lang niet alleen maar gericht op het grote gebaar.

Het contrast tussen ingetogen folk en zeer uitbundige accenten, koortjes en refreinen strijkt bij mij nog steeds wat tegen de haren in, maar het voorziet de songs van A Treehouse Wait ook van betovering en mysterie. Eenmaal gewend aan het bijzondere geluid van de plaat en de al even bijzondere vocalen, overtuigt Interlude steeds makkelijker en blijkt het een plaat vol mooie geheimen. Het mag van mij de volgende keer best wat soberder, maar ook deze plaat heeft zeker wat. Erwin Zijleman

A.A. Williams - As the Moon Rests (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: A.A. Williams - As The Moon Rests - dekrentenuitdepop.blogspot.com

A.A. Williams - As The Moon Rests
A.A. Williams vervolgt haar weg met een album waarop ze wederom haar klassieke opleiding combineert met een liefde voor metal, wat een serie songs vol indrukwekkende spanningsbogen oplevert

De Britse muzikante A.A. Williams maakte op haar debuutalbum Forever Blue indruk met zwaar aangezette en vooral donkere klanken, die zowel invloeden uit de klassieke muziek als uit de metal verwerkten. Het werd gecombineerd met de geweldige stem van A.A. Williams, die een bijzonder eigen muzikaal universum wist te scheppen. Na een wat teleurstellend tussendoortje met covers, keert de muzikante uit Londen terug met As The Moon Rests. Het is een album waarop het geluid van Forever Blue is geperfectioneerd. As The Moon Rests is zwaarder aangezet dan het debuut, maar ook subtieler. Het is een album waarop de onderhuidse spanning regeert, maar ook de schoonheid makkelijk boven komt drijven.

De Britse singer-songwriter A.A. Williams debuteerde iets meer dan twee jaar geleden met een album waarop het etiket ‘death gospel’ was geplakt. Of die vlag de lading dekte durf ik nog steeds niet te zeggen, maar fascinerend was de muziek van A.A. Williams absoluut. A.A. Williams is een klassiek geschoold muzikante met als specialisaties piano en cello, maar op Forever Blue maakte ze ook geen geheim van haar liefde voor metal.

Het debuutalbum van de Britse muzikante viel op door een sfeervolle maar ook zeer donker gekleurde instrumentatie, waarin invloeden uit de klassieke muziek werden gecombineerd met gitaargeweld, maar het was uiteindelijk vooral de geweldige stem van A.A. Williams die Forever Blue naar grote hoogten tilde.

De Britse muzikante bracht vorig jaar een tijdens de corona lockdowns gemaakt album met uitsluitend covers uit, maar haar geweldige stem kon de alleen met piano ingekleurde versies van een aantal zeer bekende of zelfs uitgekauwde songs wat mij betreft niet redden. Op het deze week verschenen As The Moons Rests doet A.A. Williams gelukkig weer waar ze goed in is en ze doet dit wat mij betreft nog net wat beter dan op haar debuutalbum.

Ook op As The Moon Rests maakt A.A. Williams geen geheim van haar liefde voor metal. Het album is vrij stevig ingekleurd met hier en daar ronkende gitaren, maar deze krijgen fraai tegenwicht van de grootse en meeslepende en soms wat klassiek aandoende klanken die we ook kennen van het debuutalbum van A.A. Williams en waarvoor dit keer flink wat strijkers zijn ingezet. Het is ook deze keer muziek die het daglicht nauwelijks kan verdragen, maar de aardedonkere klanken contrasteren ook prachtig met de mooie en zeer krachtige stem van A.A. Williams.

De muzikante uit Londen lijkt geen gebruik meer te maken van het een paar jaar geleden bedachte etiket ‘death gospel’, maar wat is het dan wel? Persoonlijk lijkt het hokje gothrock me het meest passend voor As The Moon Rests, maar ook dit is een hokje waarin de muziek van A.A. Williams zeker niet precies past.

Het mooie van de instrumentatie op het album is dat het continu donker en dreigend klinkt, maar dat het nooit echt helemaal uitbarst. As The Moon Rests is als een overtrekkende onweersbui die wel wat rommelt, maar de bliksemschichten en donderklapen bewaart voor elders, wat muziek vol hoge spanningsbogen oplevert. Het is overigens een onweersbui die samen gaat met regenbogen, want de muziek van A.A. Williams kan, wanneer de gitaren even gas terug nemen, ook prachtig subtiel klinken.

De muziek is dit keer nog wat mooier en dynamischer dan op Forever Blue en ook de zang vind ik op het nieuwe album nog net wat indrukwekkender. De grootse en meeslepende klanken op het album doen het vooral goed wanneer de zon onder is en lijken bovendien gemaakt voor de donkere seizoenen, waardoor het album precies op tijd komt.

Ik ben lang niet altijd gek op dit soort zwaar aangezette en hier en daar zelfs wat pompeuze muziek, die normaal gesproken ook nog eens wordt gedomineerd door wat dramatische en theatrale zang. Dat laatste doet A.A. Williams gelukkig niet en bovendien voegt de Britse muzikante een aantal fraaie rustmomenten toe, waardoor As The Moon Rests ondanks de zwaar aangezette klanken en vocalen niet over the top klinkt. Prachtig album. Erwin Zijleman

A.A. Williams - Forever Blue (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: A.A. Williams - Forever Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

A.A. Williams - Forever Blue
A.A. Williams zette vorig jaar pas haar eerste stappen in de popmuziek, maar maakt nu al een onuitwisbare indruk met een debuut dat een aantal tegenpolen met elkaar weet te verbinden

Forever Blue is het debuut van een klassiek geschoold muzikante (cello en piano), maar het is ook het debuut van een muzikante die niet vies is van postrock of zelfs metal. Het komt allemaal samen in prachtig opgebouwde songs op haar debuutalbum. Het zijn songs die klassieke elementen combineren met exploderend gitaargeweld en die naar nog grotere hoogten worden getild door de werkelijk prachtige stem van de Britse muzikante. Forever Blue is een album vol dynamiek en vol tegenstellingen, maar het is ook een album van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Ik had een week geleden nog nooit van A.A. Williams gehoord, maar wat heeft ze een sterk debuut afgeleverd.

A.A. Williams dook vorig jaar voor het eerst op met muziek die ze zelf omschreef als “death gospel”. Dat is een etiket dat vorig jaar ook al werd geplakt op het fraaie A Broken Heart Is An Open Heart van de Zweedse singer-songwriter Louise Lemón en dat ooit eens werd bedacht door Adam Arcuragi en zijn band The Lupine Chorale Society. Het is een etiket waar ik me persoonlijk niets bij voor kan stellen, maar marketingtechnisch is het vast handig. A.A. Williams trok vorig jaar sowieso makkelijk de aandacht, want een klassiek geschoold pianist en cellist met een voorkeur voor metal valt op.

Deze week verscheen het debuut van de muzikante uit Londen, Forever Blue. Het is een debuut dat ik persoonlijk niet zou omschrijven als death gospel en ook metal is slechts incidenteel te horen op het debuut van A.A. Williams. Dat de Britse muzikante klassiek geschoold is hoor je wel onmiddellijk. Forever Blue opent met een stemmige track met een hoofdrol voor pianoklanken en flink wat strijkers, waaronder de cello van A.A. Williams. Het wordt gecombineerd met wat donker klinkende gitaren en vooral met de opvallend mooie stem van A.A. Williams.

De openingstrack van het debuut van de muzikante uit Londen laat niet alleen horen dat ze klassiek geschoold is, maar ook dat ze haar songs prachtig op kan bouwen en dat ze deze songs verrijkt met uiteenlopende invloeden. Het is een track die sfeervol en klassiek opent, maar die langzaam meer de kant van postrock op gaat. Waar invloeden uit de metal en gothrock geen dominante rol spelen op Forever Blue, keren invloeden uit de postrock wel met enige regelmaat terug, wat zorgt voor de nodige dynamiek op het album.

Je hoort het ook weer in de tweede track op het album, die in eerste instantie vrijwel volledig vertrouwt op de warme en donkere stem van A.A. Williams, maar die langzaam maar zeker steeds meer wordt opgetuigd. Wanneer de muzikante uit Londen haar zang wat meer aanzet schuift ze wat op richting Chelsea Wolfe en Emma Ruth Rundle, zonder de metal gitaren, maar hier en daar wel met voorzichtige en minder voorzichtige postrock explosies.

Het laten omslaan van ingetogen passages in flink wat gitaargeweld is een kunst die lang niet alle bands even goed beheersen, maar A.A. Williams is er een meester in. Luister maar eens naar Fearless dat prachtig ingetogen en sfeervol opent, maar eindigt met hoge gitaarmuren en toch nog wat metal in de zang van Cult of Luna’s Johannes Persson.

Wanneer de gitaarlijnen wat meer ingetogen zijn, doet het ook wel wat denken aan de songs waarmee Lera Lynn ooit opdook in de gitzwarte tv-serie True Detective. Zeker in de meer ingetogen songs valt goed op hoe mooi A.A. Williams zingt en hoe haar stem steeds prachtig samensmelt met zowel strijkers als gitaren. Forever Blue is het grootste deel van de tijd een donker album, maar het is zeker geen donker album van het deprimerende soort.

A.A. Williams is pas ongeveer een jaar bezig als popmuzikant, maar dat is echt geen moment te horen. Forever Blue is voorzien van een groots geluid, van geweldige zang en ook nog eens van songs die zowel intiem als meeslepend kunnen zijn. De hype rond haar persoon is me vorig jaar eerlijk gezegd ontgaan, maar wat ben ik blij dat ik haar debuutalbum wel direct heb opgepikt. Forever Blues is immers een groots debuut van een enorm talent. Erwin Zijleman

A.J. Croce - Just Like Medicine (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: A.J. Croce - Just Like Medicine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Adrian James (A.J.) Croce werd in 1971 geboren als zoon van singer-songwriter Jim Croce, die op dat moment net aan de weg begon te timmeren als beginnend muzikant.

Een week voor de tweede verjaardag van A.J. sloeg het noodlot toe voor vader Jim, die een paar maanden daarvoor eindelijk de erkenning had gekregen waar hij zo hard voor had gewerkt en aan de vooravond van het sterrendom stond (met zijn eerste single Bad, Bad Leroy Brown hoog in de hitlijsten).

Een vliegtuigongeluk maakte abrupt een einde aan het leven van Jim Croce, die de belofte van zijn zo geprezen debuut You Don't Mess Around With Jim uit 1972 helaas nooit waar zou kunnen maken.

Zoon A.J. heeft inmiddels een flink stapeltje platen op zijn naam staan en het zijn platen die soms aandacht trekken en zeer positief worden besproken en soms ook totaal worden genegeerd; niet alleen door de critici, maar ook door mijzelf. Zelf heb ik Adrian James Croce uit 2003 en Cantos uit 2006 in de kast staan en dat zijn platen die ik hoog heb zitten; zijn andere platen ken ik echter niet.

De twee genoemde platen worden wat mij betreft overtroffen door het deze week verschenen Just Like Medicine, dat A.J. Croce eindelijk maar eens op de kaart moet gaan zetten als het grote talent dat hij al zo lang is.

Op zijn negende (!) plaat werkt A.J. Croce samen met de gelouterde producer Dan Penn, die als geen ander weet hoe een tijdloze Memphis Soul plaat moet klinken. Dan Penn tekende niet alleen voor de productie van Just Like Medicine, maar haalde ook een aantal topmuzikanten naar de studio.

Just Like Medicine klinkt door het bijzonder trefzekere gitaarwerk van topkrachten als Colin Linden en Steve Cropper en de prachtige, uiteraard door Dan Penn gearrangeerde blazers fantastisch, maar het zijn de piano en de stem van A.J. Croce die op mij toch de meeste indruk maken. A.J. Croce voorziet de plaat van heerlijk swingend pianospel, dat de plaat voorziet van veel energie, en overtuigt met een rauwe en soulvolle strot.

Just Like Medicine laat goed horen in hoeveel genres A.J. Croce uit de voeten kan. Dan Penn heeft de nieuwe plaat van A.J. Croce zoals verwacht voorzien van flink wat soul, maar A.J. Croce sleept ook zo ongeveer de hele muzikale historie van New Orleans er bij en overtuigt met passie, emotie en doorleving. Just Like Medicine broeit, schuurt, verleidt en imponeert.

Als eerbetoon aan zijn veel te vroeg overleden vader vertolkt A.J. een niet eerder uitgebrachte song van Jim Croce, maar de songs van A.J. zijn stuk voor stuk beter. Het zijn bovendien songs die nog lang sterker worden en vol zitten met muzikale hoogstandjes en rauwe emotie.

Sinds het overtuigende Cantos uit 2006 was ik A.J. Croce zelf weer eens uit het oog verloren, maar door het uitstekende Just Like Medicine ben ik weer helemaal bij de les. Prachtplaat van een groot talent. Erwin Zijleman

AAPNOOTMIES - AAPNOOTMIES (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: AAPNOOTMIES - AAPNOOTMIES - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Achter de opvallende naam AAPNOOTMIES gaat de uit Den Haag afkomstige singer-songwriter Dinaira Scheffers schuil.

Deze Dinaira Scheffers sloot zich twee jaar lang thuis op om de eigenzinnige popliedjes voor haar debuut te schrijven en mocht vervolgens ontluiken tijdens de Grote Prijs van Nederland, waarin ze het uiteindelijk tot de finale schopte.

Een week of twee geleden verscheen haar titelloze debuut en dit is een plaat die me langzaam maar zeker verovert.

AAPNOOTMIES vertolkt haar popliedjes in het Nederlands en doet dit op een wijze die afwisselend aan Roosbeef en aan Eefje de Visser doet denken. De muziek van AAPNOOTMIES heeft het charmante en onbevangene van de muziek van Roosbeef en het dromerige en ongrijpbare van de muziek van Eefje de Visser. Als ik er nog meer vergelijkingsmateriaal bij probeer te slepen kom ik uit bij de avontuurlijke plaat van Rita Zipora, die ik misschien nog wel beter vind dan Roosbeef en Eefje de Visser.

Toch klinkt de muziek van Dinaira Scheffers flink anders dan de muziek van haar drie soortgenoten en dit is vooral de verdienste van de instrumentatie. De instrumentatie op het debuut van AAPNOOTMIES is vaak groots en meeslepend.

Het is een instrumentatie die af en toe aan Sigur Ros doet denken, maar AAPNOOTMIES is minder geneigd om zich in te houden en maakt bovendien muziek die veel warmer klinkt dan die van de IJslandse band.

De intieme popliedjes van Dinaira Scheffers gedijen opvallend goed in het af en toe flink uitpakkende klankentapijt. Dit heeft absoluut te maken met de wijze waarop de instrumentatie wordt ingezet. Wanneer Dinaira Scheffers zingt is het klankentapijt over het algemeen subtiel en intiem, om vervolgens uit te barsten wanneer de zang even naar de achtergrond verdwijnt.

De uitbarstingen op het debuut van AAPNOOTMIES lijken soms stevig geïnspireerd door de klassieke muziek, maar hebben ook altijd iets verrassends en eigenzinnigs. De warme en soepele stem van Dinaira Scheffers draait er soepel omheen en tilt dit debuut uiteindelijk naar grote hoogten.

Het is absoluut even wennen, maar eenmaal gewend is het debuut van AAPNOOTMIES een bijzondere prachtplaat, die me steeds dierbaarder wordt. Erwin Zijleman

Aaron Frazer - Introducing... (2021)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aaron Frazer - Introducing... - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aaron Frazer - Introducing...
Aaron Frazer speelt in de band van soulzanger Durand Jones, maar bewijst met zijn eerste soloalbum dat hij zelf ook uitstekend uit de voeten kan als soulzanger, misschien nog wel beter dan zijn baas

Luister naar Introducing... van Aaron Frazer en je gaat een aantal decennia terug in de tijd. De muzikant die we kennen als de drummer van Durand Jones heeft samen met producer Dan Auerbach een soulalbum gemaakt dat makkelijk 50 jaar oud kan zijn. De instrumentatie is bijzonder fraai en voor soul begrippen redelijk subtiel en Aaron Frazer herinnert met zijn falsetstem aan menig groot soulzanger. Omdat ook de songs stuk voor stuk goed zijn, overtuigt Introducing... makkelijk en laat het je dromen over betere of in ieder geval warmere tijden. Prima debuut dus, maar ik heb het idee dat Aaron Frazer nog veel beter kan.

Aaron Frazer verdiende zijn geld tot dusver vooral als drummer en achtergrondzanger in The Indications, de band van de retro-soulzanger Durand Jones. Dat Aaron Frazer zelf ook wel raad weet met soul uit vervlogen tijden, laat hij horen op zijn eerste soloalbum, dat deze week is verschenen.

Voor Introducing... koos Aaron Frazer een producer die wel uit de voeten kan met muziek uit het verre verleden, want niemand minder dan The Black Keys voorman Dan Auerbach nam plaats achter de knoppen. Dan Auerbach liet al eerder horen dat hij het soulgeluid uit de jaren 60 en 70 prachtig kan reproduceren en dat laat hij ook weer horen op Introducing... van Aaron Frazer.

Het is een ingetogen en zwoel soulgeluid, dat opvalt door subtiele bijdragen van de meeste instrumenten, hier en daar een voorname rol voor strijkers of blazers en de swingend en avontuurlijk spelende ritmesectie. Het is een soulgeluid dat me uitstekend bevalt en dat bij net wat aandachtigere beluistering ook opvalt door prachtige gitaarlijnen.

In muzikaal opzicht ben je onmiddellijk terug in de hoogtijdagen van de 60s en 70s soul en ook in vocaal opzicht had Introducing... niet misstaan tijdens deze hoogtijdagen. Aaron Frazer beschikt over een soulvolle falsetstem, die uitstekend past bij de fraaie soulklanken van zijn band, die ook niet bang zijn voor psychedelisch aandoende uitstapjes.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Curtis Mayfield, maar Aaron Frazer verwerkt ook nog flink wat andere invloeden uit de soulmuziek van weleer op zijn debuutalbum.

Het klinkt allemaal bijzonder lekker. Dan Auerbach heeft vakwerk geleverd met het tijdloze geluid op Introducing... en ook op de zang heb ik niets aan te merken, al gaan de falsetvocalen mij na een tijdje wel wat vervelen. Aaron Frazer had hier wat mij betreft wel wat in mogen variëren en laat af en toe horen dat hij dat ook kan. Bij de juiste dosering is de zang echter minstens net zo aantrekkelijk als het geluid van de muzikanten die Aaron Frazer omringen op zijn solodebuut.

Wat voor de instrumentatie en de zang geldt, geldt overigens ook voor de songs op het album. Aaron Frazer en Dan Auerbach weten niet alleen hoe soul uit het verleden moet klinken, maar hebben ook songs gekozen die destijds zeker in de smaak zouden zijn gevallen bij de grote soulzangers.

Introducing... is een heerlijk album voor bij de open haard op een gure winteravond. De zwoele klanken verwarmen de ruimte nog wat extra en doen uitzien naar betere tijden. Ik moet toegeven dat ik Introducing... na twee keer horen wat in vond zakken, maar sinds een beluistering met de koptelefoon, die de schoonheid van de productie volledig prijs gaf, is het solodebuut van Aaron Frazer toch weer volledig opgebloeid en een graag geziene gast in de cd-speler.

Of we de muzikant uit Brooklyn, New York, nog terug gaan zien in de band van Durand Jones is nog maar de vraag. Persoonlijk vind ik Introducing... net wat verleidelijker, avontuurlijker en smaakvoller dan de muziek van zijn voormalige broodheer en ik hoor nog flink wat potentie.

Met zijn falsetstem zou Aaron Frazer immers ook het album kunnen maken dat Prince helaas niet meer kan maken. Introducing... biedt hier en daar al een voorproefje op zo’n album en het smaakt absoluut naar meer. Erwin Zijleman

Aaron Lee Tasjan - Karma for Cheap (2018)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aaron Lee Tasjan - Karma For Cheap - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aaron Lee Tasjan leek het een jaar of 12 geleden helemaal te gaan maken met zijn band Semi Precious Weapons en was hiernaast een veelgevraagd sessiemuzikant. Toen het niet lukte met zijn band en ook een eerste soloplaat niet al te veel aandacht kreeg, leek de Amerikaanse muzikant echter te zijn veroordeeld tot een plekje net buiten de spotlights.

Aaron Lee Tasjan vocht echter terug, veranderde zijn koers en leverde twee jaar geleden met Silver Tears een hele knappe en goed ontvangen plaat af.

Silver Tears klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het was een platenkast die op bijzonder smaakvolle was gevuld met muziek uit de jaren 70.

Aaron Lee Tasjan toverde op Silver Tears de ene na de andere prachtsong uit de hoge hoed en deed hierbij afwisselend denken aan smaakmakers als Harry Nilsson, Randy Newman, Roy Orbison, Paul McCartney en Jeff Lynne. Hiermee waren we er nog niet, want de muzikant uit Nashville, Tennessee, ging ook nog aan de haal met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en leverde bovendien zo nu en dan een aangename portie swamp-rock af.

Silver Tears werd bijna twee jaar geleden terecht overladen met superlatieven en heeft de lat hoog gelegd voor de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant. Ook bij beluistering van Karma For Cheap heb ik direct associaties met de omgevallen platenkast uit de jaren 70, maar deze platenkast is vergeleken met de vorige plaat nog wat beter gevuld.

Het bovenstaande rijtje namen krijgt dit keer gezelschap van onder andere Tom Petty, Lou Reed, David Bowie en John Lennon, maar Aaron Lee Tasjan heeft dit keer ook een wat duidelijker eigen geluid. Karma For Cheap klinkt nog een stuk beter dan de vorige plaat en uiteraard drukt gitarist Aaron Lee Tasjan vooral met zijn gitaren een stevig stempel op zijn nieuwe plaat.

Ook de rest van de instrumentatie is echter dik in orde. Karma For Cheap staat vol muziek waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden, maar stiekem is er ook heel veel moois verstopt in het gloedvolle geluid op de plaat. Ook in vocaal opzicht is het weer dik in orde. Aaron Lee Tasjan is voorzien van een zeer aansprekend stemgeluid. Het is een stemgeluid dat herinnert aan meerdere groten, maar dat ook een bijzondere eigen kleur heeft en werkelijk alle kanten op kan.

Met een geweldige instrumentatie en uitstekende zang heb je nog geen goede plaat, want hiervoor heb je op zijn minst goede songs nodig. Karma For Cheap staat vol met hele goede, nee geweldige songs. Aaron Lee Tasjan heeft een aantal instant klassiekers geschreven en het zijn ook nog eens instant klassiekers die nog heel lang beter worden.

Het zorgt er voor dat de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant een ultieme feel-good plaat is, maar het is ook een plaat die steeds meer respect en bewondering afdwingt. Iedereen met enige liefde voor muziek uit de jaren 70 zal onmiddellijk vallen voor de geweldige songs van Aaron Lee Tasjan, maar Karma For Cheap is ook een prima startpunt voor het ontdekken van al het moois uit misschien wel het meest waardevolle decennium uit de geschiedenis van de popmuziek. Ik zat de plaat nog maar eens op en wat is het onweerstaanbaar lekker. Wereldplaat. Erwin Zijleman

Aaron Lee Tasjan - Silver Tears (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aaron Lee Tasjan - Silver Tears - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het cv van de Amerikaanse muzikant Aaron Lee Tasjan lijkt op het eerste gezicht behoorlijk indrukwekkend. Er zijn er immers niet veel die kunnen zeggen dat ze als gitarist bij bands als New York Dolls en Drivin' n' Cryin' op de loonlijst hebben gestaan.

Enige relativering is echter wel op zijn plaats, want de in 1986 geboren muzikant stond uiteraard niet tijdens de meest relevante dagen van de genoemde bands met ze op de planken.

Binnenkort heeft Aaron Lee Tasjan de grote namen van weleer niet meer nodig op zijn cv, want met zijn tweede plaat heeft de in Columbus, Ohio, geboren en getogen, maar tegenwoordig vanuit Nashville opererende singer-songwriter een waar kunststukje afgeleverd.

Silver Tears is een plaat die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Bij eerste beluistering hoorde ik direct de invloeden van met name Harry Nilsson, Randy Newman en af en toe Roy Orbison (of Chris Isaak), maar hoe vaker je de tweede plaat van Aaron Lee Tasjan hoort, hoe meer namen opduiken.

Zo bevat Silver Tears een aantal songs waarvoor Paul McCartney zich in de jaren 70 niet geschaamd zou hebben, maar schuift Aaron Lee Tasjan ook meerdere keren op richting de Amerikaanse rootsmuziek of imponeert hij met een bedwelmend staaltje swamp-rock.

Nu zijn er veel meer platen die de mosterd uit vervlogen tijden halen, maar er zijn er niet veel die vol met volstrekt tijdloze popsongs staan, waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Silver Tears is wel zo’n plaat. Aaron Lee Tasjan strooit op zijn tweede plaat met bijzonder aangename popliedjes en het knappe is dat ze allemaal anders klinken.

Naast alle bovengenoemde namen komt ook Jeff Lynne meerdere keren voorbij als vergelijkingsmateriaal, maar Aaron Lee Tasjan heeft New York een paar jaar geleden niet voor niets verruild voor Nashville en kan uiteraard ook uit de voeten met invloeden uit de country. Het grappige is dat in iedere recensie die ik lees weer andere namen opduiken en onzinnig is de opgeworpen vergelijking maar zelden.

Silver Tears is zoals gezegd een plaat om heel erg vrolijk van te worden, maar als je je voor de afwisseling eens niet laat meevoeren door alle onweerstaanbare songs en kritisch naar de songs op de plaat luistert, hoor je dat in de songs van Aaron Lee Tasjan ook nog eens alles klopt en dat de Amerikaanse muzikant niet alleen kan vermaken, maar ook kan ontroeren of inspireren.

En zo is Silver Tears niet alleen een fraai eerbetoon aan de muzikale helden van Aaron Lee Tasjan, maar is het ook een fraaie illustratie van zijn eigen kunnen. Met Silver Tears heeft hij alvast een plaat gemaakt die hoge ogen zou moeten kunnen gooien, maar dat deze muzikant de komende jaren met nog veel meer moois op de proppen gaat komen lijkt me zeker. Erwin Zijleman

Aaron Lee Tasjan - Tasjan! Tasjan! Tasjan! (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aaron Lee Tasjan - Tasjan! Tasjan! Tasjan! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aaron Lee Tasjan - Tasjan! Tasjan! Tasjan!
De Amerikaanse muzikant Aaron Lee Tasjan overtuigde al eerder, maar strooide nog niet zo driftig met tijdloze en meestal volstrekt onweerstaanbare popliedjes als op zijn nieuwe album

Ik heb een zwak voor de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikant Aaron Lee Tasjan, maar het deze week verschenen Tasjan! Tasjan! Tasjan! is nog een stuk beter. De muzikant neemt je een aantal decennia mee terug in de tijd en eert dit keer alleen de allergrootste helden. Aaron Lee Tasjan doet dit met songs die je onmiddellijk bekend in de oren klinken, maar het zijn ook songs die alleen maar leuker en onweerstaanbaarder worden. Van McCartney tot de Traveling Wilburys tot 80s pop met een randje elektronica. Aaron Lee Tasjan beheerst het op zijn derde soloalbum allemaal en neemt je mee terug naar een tijd waarin het leven nog zorgeloos was.

Enige liefde voor retro is absoluut een voorwaarde om te kunnen houden van de muziek van de Amerikaanse muzikant Aaron Lee Tasjan, maar als deze liefde er is, valt er ook op zijn nieuwe album Tasjan! Tasjan! Tasjan! weer veel te genieten.

Aaron Lee Tasjan verdiende ooit zijn geld als gitarist en dook zelfs even op bij The New York Dolls, maar sinds een jaar of vijf timmert hij aan de weg als solomuzikant. Tasjan! Tasjan! Tasjan! is zijn derde soloalbum na Silver Tears uit 2016 en Karma For Cheap uit 2018 en laat net als zijn voorgangers tijdloze popmuziek horen.

Ook Tasjan! Tasjan! Tasjan! slingert je direct vanaf de eerste noten een aantal decennia terug in de tijd, maar op zijn derde album legt Aaron Lee Tasjan net wat andere accenten. In de openingstrack kruipt de muzikant uit Nashville in de huid van Roy Orbison, terwijl in tracks twee en drie George Harrison en Tom Petty lijken te worden geëerd.

Met deze drie muzikanten hebben we meteen drievijfde van The Traveling Wilburys te pakken en de muziek van deze roemruchte gelegenheidsband is zeker relevant vergelijkingsmateriaal voor het derde album van Aaron Lee Tasjan.

Wanneer ook nog eens Electric Light Orchestra achtige koortjes worden toegevoegd duikt ook Traveling Wilburys lid Jeff Lynne nog eens op als vergelijkingsmateriaal en ook de productie van het album lijkt geïnspireerd door het werk van deze Jeff Lynne.

Aaron Lee Tasjan beperkt zich zeker niet tot het werk van de eind jaren 80 samengebrachte grootheden, want in het fraaie Another Lonely Day springt de Amerikaanse muzikant van George Harrison naar Paul McCartney en komt ook Harry Nilsson binnen bereik. En zo laat Tasjan! Tasjan! Tasjan! steeds weer wat andere invloeden horen, al blijft Tom Petty in vrijwel alle songs opduiken als inspiratiebron.

Aaron Lee Tasjan is zeker niet de enige muzikant die zich laat beïnvloeden door uiteenlopende grootheden uit het verleden, maar dat biedt nog geen garantie op een goed album. De muzikant uit Nashville heeft dat goede album wel gemaakt. Tasjan! Tasjan! Tasjan! laat het ene na de andere geweldige popsong uit de speakers komen.

Het zijn stuk voor stuk popsongs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en ze zitten ook allemaal nog eens heel goed in elkaar. De instrumentatie is even smaakvol als gevarieerd. De ene keer uiterst ingetogen, de volgende keer behoorlijk uitbundig, maar altijd trefzeker. Hetzelfde geldt voor de zang van de Amerikaanse muzikant, die meerdere kanten op kan met zijn stem en dat ook doet.

Tasjan! Tasjan! Tasjan! klinkt als de verzamel cassettebandjes die je in de jaren 80 maakte voor vrienden. Een cassettebandje vol popliedjes die je wilt koesteren, qua genres niet te eenvormig, maar ook wel enigszins consistent.

Aaron Lee Tasjan schotelt je 37 minuten lang onweerstaanbaar lekkere popliedjes voor. Het zijn popliedjes die je al jaren lijkt te kennen en het zijn popliedjes die na een keer horen voorgoed in je hoofd zitten. Dat kan er bij herhaalde beluistering wel eens voor zorgen dat je het wel weet, maar Tasjan! Tasjan! Tasjan! blijft leuk.

Enige voorliefde voor retro is zoals gezegd vereist, maar liefhebbers van retro hebben het de laatste tijd toch niet veel beter gehoord dan op het derde album van Aaron Lee Tasjan. Erwin Zijleman

Aaron Neville - Apache (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aaron Neville - Apache - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Dat Aaron Neville een groot soulzanger is staat wat mij betreft niet ter discussie. Toch vallen zijn soloplaten me vaak tegen.

Deze soloplaten maakt de zanger uit New Orleans sinds het begin van de jaren 90, toen de samen met zijn broers geformeerde band The Neville Brothers op een wat lager pitje kwam te staan.

Waar de platen van The Neville Brothers in muzikaal opzicht geregeld flink wat indruk wisten te maken (Flyo On The Bayou uit 1981 en Yellow Moon uit 1989 zijn klassiekers), klonken de soloplaten van Aaron me vaak wat te glad en gezapig en dan is een fenomenale soulstem niet genoeg om een plaat te redden.

Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van het recent verschenen Apache, maar op deze plaat valt alles eens de goede kant op.

Aaron Neville koos in het verleden vaak voor het vertolken van songs van anderen, maar de inmiddels 75 jaar oude zanger kiest op Apache voor songs van eigen hand (in een aantal gevallen bijgestaan door producers Eric Krasno en Dave Gutter).

Deze producers hebben Apache voorzien van een heerlijk traditioneel aandoend soulgeluid. Het is een soulgeluid dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 en 70, maar met name in de ritmes hoor ik ook wel wat van de avontuurlijke muziek van The Neville Brothers.

In muzikaal opzicht is het smullen geblazen. Het volle soulgeluid met flink wat blazers klinkt als een klok en voert de temperatuur flink op. Het is bovendien een geluid dat perfect past bij de bijzondere stem van Aaron Neville. Het inspireert de soulzanger op leeftijd tot geweldige vocalen.

Aaron Neville kan al decennia mee met de beste soulzangers, maar de Amerikaan heeft ook een uniek geluid. De hoge en emotievolle zang van Aaron Neville is op Apache uiterst trefzeker en tilt alle songs op de plaat naar een hoger plan.

En zo is Apache niet alleen een heerlijke soulplaat voor broeierige zomeravonden, maar is het ook een indrukwekkend statement van een soulzanger die door velen al lang was afgeschreven. Er zijn momenteel volop jonge soulzangers, maar in vocaal opzicht is Aaron Neville ze allemaal de baas. Bovendien geloof ik ieder woord dat Aaron Neville zingt en ook dat is op de meeste soulplaten van het moment wel anders. Verrassend goede en uiteindelijk bijzonder indrukwekkende plaat van deze ouwe rot. Erwin Zijleman

ABBA - Live at Wembley Arena (2014)

Alternatieve titel: The Complete ABBA Concert from November 10th 1979

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: ABBA - Live At Wembley Arena - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een stokoude liveplaat van ABBA? Het is niet direct iets waar ik lang naar uit heb gekeken, het is zelfs niet iets waar ik ook maar enigszins benieuwd naar was.

De nagenoeg perfecte popmuziek van ABBA is voor mijn gevoel immers nauw verbonden met het eindeloos sleutelen in de studio en niet met de weerbarstigheid van het podium. Dat had de band zelf ook wel door, want live-optredens zijn in de geschiedenis van ABBA redelijk schaars.

Waarom heb ik dan toch naar Live At Wembley Arena geluisterd? Pure nieuwsgierigheid.

In eerste instantie leken mijn lage verwachtingen uit te komen. ABBA begint op 10 november 1979 na een pompeus en wat kitscherig intro rommelig aan haar set in de Londense Wembley Arena. Wanneer de band eenmaal warm is gedraaid valt er echter veel te genieten op deze oude live-opnamen. Opvallend veel te genieten zelfs.

ABBA laat in 1979 niets aan het toeval over. Agnetha Fältskog, Björn Ulvaeus, Benny Andersson en Anni-Frid Lyngstad hebben zich in de fameuze Wembley Arena omringd met een grote band en een flink aantal backing vocalisten.

In de bijna twee uur durende set komen uiteraard een groot aantal hits voorbij, maar ook de nodige album-tracks die de gemiddelde muziekliefhebber waarschijnlijk niet eens zal kennen.

In de hoogtijdagen van de disco speelt de band lekker funky en dat past prima bij de live verrassend goed uit de verf komende vocalen van Agnetha en Frida. Hoewel de muziek van ABBA een groot deel van haar kracht ontleend aan de prachtige wijze waarop de muziek van ABBA in meerdere lagen werd opgenomen, blijven de songs van de Zweedse band ook overeind in de soms wat rommelige live setting.

Het klinkt allemaal een stuk minder perfect dan ik van ABBA gewend was en op een gegeven moment begon dit me te bevallen. ABBA klinkt op deze live-plaat warmer en menselijker dan we van de band gewend zijn. Voor het eerst hoor je de kleine foutjes van de muzikanten en hier en daar een net wat minder zuivere noot van de twee zangeressen.

In de rug gesteund door flink wat backing vocalisten zetten Agnetha en Frida overigens een topprestatie neer, want het feit dat ze de vocalen van de platen (die vaak uit heel veel lagen bestaan) weten te benaderen is een prestatie van formaat, zeker wanneer het de meerstemmige vocalen betreft.

ABBA moet zoals gezegd even warm draaien op de winteravond in 1979, maar wanneer dat eenmaal gebeurd is groeit het niveau van het optreden snel. Natuurlijk hoor je dat er sinds 1979 heel veel is veranderd in de popmuziek, maar wat wordt er met veel plezier muziek gemaakt en wat speelt het op dat moment al onder enorme druk opererende ABBA lekker losjes. Niet iedereen zal er voor uit durven komen, maar ik maak er geen geheim van: ABBA Live At Wembley Arena is een verrassend sterke live-plaat die de live prestaties van de mega popsterren van het moment (en dan bedoel ik de Miley Cyrussen en de Lady Gaga's) reduceert tot gepruts in de marge. Erwin Zijleman

Abbey - Red Wine & Cigarettes (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Abbey - Red Wine & Cigarettes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Abbey - Red Wine & Cigarettes
De Nederlandse actrice Abbey Hoes laat als Abbey horen dat ze ook als muzikante uitstekend uit de voeten kan, met het bijzonder aangenaam klinkende rootsalbum Red Wine & Cigarettes als resultaat

Laat Red Wine & Cigarettes uit de speakers komen en de ruimte wordt gevuld met warme en aangename klanken, die zich vooral hebben laten beïnvloeden door de Amerikaanse countrymuziek. Het zijn smaakvolle klanken die zich nergens teveel opdringen en alle ruimte geven aan de even aangename als mooie stem van Abbey, die haar songs ook nog eens vol gevoel vertolkt. En omdat het debuut van Abbey ook nog eens vol staat met aansprekende songs, heeft de Nederlandse muzikante een debuutalbum in handen waarmee ze de internationale concurrentie aan kan. Een zeer aangename verrassing al met al.

Vandaag domineert de Amerikaanse rootsmuziek van eigen bodem op de krenten uit de pop. Vanmiddag aandacht voor het debuut van NinaLynn, dat deze week is verschenen, maar eerst aandacht voor het een paar maanden geleden al verschenen debuut van Abbey. Achter deze Abbey gaat de Nederlandse actrice Abbey Hoes schuil.

Ik kende haar zelf eerlijk gezegd niet van haar films (en dat zijn er inmiddels flink wat), maar alleen maar van een berichtje in de lokale pers over een gewonde roofvogel die ze heeft gered. Sinds een week ken ik haar echter ook van haar debuutalbum Red Wine & Cigarettes. Het is de perfecte titel voor een album in het countrysegment en dat is ook precies het hokje waarin het debuutalbum van Abbey thuis hoort.

Ik heb wel wat vooroordelen over actrices die zo nodig moeten zingen, maar bij beluistering van Red Wine & Cigarettes verdwenen deze vooroordelen als sneeuw voor de zon. Abbey beschikt immers over een prachtige stem en slaagt er bovendien in om haar songs met veel gevoel te vertolken. Alleen door de zang was ik binnen een paar minuten overtuigd van de kwaliteit van het debuutalbum van Abbey en het is ook nog eens zang die alleen maar mooier wordt.

De zachte en warme stem van Abbey Hoes maakt van Red Wine & Cigarettes een mooi en intiem album dat zich met name in de avonduren genadeloos opdringt. Het is een stem die alle ruimte krijgt in de betrekkelijk sobere instrumentatie op het album en dat is een wijs besluit.

Ook met deze instrumentatie is overigens niets mis. Abbey heeft zoals gezegd gekozen voor een betrekkelijk sobere instrumentatie, maar het is ook een zeer smaakvolle instrumentatie, die slechts een enkele keer wat voller wordt ingekleurd. Red Wine & Cigarettes heeft zich stevig laten beïnvloeden door de Amerikaanse countrymuziek en kiest voornamelijk voor akoestisch ingekleurde ballads.

Red Wine & Cigarettes klinkt wat minder traditioneel dan de country uit Nashville, Tennessee, en minder rauw dan de Amerikaanse rootsmuziek uit Austin, Texas. Wanneer er ook nog een randje zonnige pop opduikt, kom je terecht bij de countrymuziek zoals die in Los Angeles wordt gemaakt en dat is ook precies waar het album is opgenomen.

Red Wine & Cigarettes werd geproduceerd door de Amerikaanse producer Rich Jacques, die nog geen heel imposant CV heeft, maar wel een Grammy verdiende met zijn productie van het laatste album van Lisa Loeb. Ook met Red Wine & Cigarettes heeft deze Rich Jacques vakwerk afgeleverd, want het album is niet alleen voorzien van een zeer smaakvol geluid, maar het is ook een geluid dat zich fraai om de mooie stem van Abbey Hoes vlijt en dat bovendien de ruime aangenaam verwarmt.

Abbey beschikt niet alleen over een hele aangename stem, maar de Nederlandse muzikante toont zich op Red Wine & Cigarettes ook een getalenteerd songwriter. De songs op haar debuut doen niet onder voor die van haar Amerikaanse soortgenoten die momenteel aan de weg timmeren en laten een groot deel van deze soortgenoten achter zich.

Red Wine & Cigarettes van Abbey is hier een tijd op de stapel blijven liggen helaas, maar is inmiddels een graag geziene gast in de cd speler en verricht, met name in de avonduren, wonderen. Sterk album. Erwin Zijleman

ABC - The Lexicon of Love (1982)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: ABC - The Lexicon Of Love (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

ABC - The Lexicon Of Love (1982)
ABC wist haar debuutalbum The Lexicon Of Love uit 1982 nooit te overtreffen en ook veertig jaar later valt het album nog altijd op door een geweldige productie, uitstekende zang en een serie prima songs

Ik heb de afgelopen vijfentwintig jaar nooit bedacht om weer eens een album van ABC uit de kast te trekken, maar bij de hernieuwde kennismaking met het debuutalbum van de Britse band ben ik toch wel onder de indruk. The Lexicon Of Love is een typisch jaren 80 album, maar ik ken er heel wat die de tand des tijds minder goed hebben doorstaan. ABC put op haar jaren 80 album overigens ook flink uit de archieven van de jaren 70 en met name uit die van de artrock en de disco. Het wordt allemaal de jaren 80 ingetrokken door de sublieme productie van Trevor Horn, die zijn tijd jaren vooruit was. Het debuut van ABC is ook nog eens een album vol memorabele songs en de band heeft een geweldige zanger. Veel te mooi om te vergeten dit album.

De Britse band ABC is, toch wel enigszins tot mijn verrassing, uiteindelijk nog gekomen tot negen albums, met The Lexicon Of Love II als voorlopige zwanenzang. Ik denk dat ik zelf nog tot vier albums van de band ben gekomen, maar voor mij is er eigenlijk maar één ABC album, The Lexicon Of Love uit 1982.

Het is een album dat ik in de maanden na de release links liet liggen, maar na een verpletterend nachtconcert in het Utrechts Vredenburg, ergens aan het begin van 1983, heb ik het album toch aangeschaft en daar heb ik geen moment spijt van gehad. The Lexicon Of Love is met afstand het beste album van ABC en hoewel ik me voor kan stellen dat het album met de oren van nu enigszins gedateerd klinkt, vind ik persoonlijk dat het debuut van ABC de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.

ABC kreeg in 1982 het kersverse label New Romantic opgeplakt en dat past ook wel bij de muziek op het album, al is de muziek van ABC op The Lexicon Of Love deels oude wijn in nieuwe zakken. De Britse band heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de latere albums van Roxy Music, heeft goed geluisterd naar de disco en funk van Chic, heeft zich laten inspireren door de albums van genregenoten Japan en liet zich bovendien stevig beïnvloeden door producer Trevor Horn, die aan het begin van de jaren 80 uitgroeide tot een van de meest gewilde en meest vernieuwende producers.

The Lexicon Of Love is absoluut een album met uitstekende songs, waarover later meer, maar het is ook een productioneel hoogstandje. Producer Trevor Horn heeft de door disco en new wave beïnvloede muziek van ABC voorzien van een prachtig blinkend randje, waarin naast blazers en strijkers flink wat moderne keyboards, inclusief de op dat moment fonkelnieuwe Fairlight, zijn te horen, waarvoor de Britse producer de muzikanten achter The Art Of Noise inschakelde. De organische klanken op het album vloeien fraai samen met de elektronica, waardoor The Lexicon Of Love zowel organisch als elektronisch klinkt.

In muzikaal opzicht klinkt The Lexicon Of Love nog altijd bijzonder lekker. De springerige bassen, de funky gitaren, de soulvolle blazers, de zwierige strijkers en de batterij moderne elektronica zijn goed voor een typisch jaren 80 geluid, maar het gaat er bij mij nog altijd in als koek en ondertussen zit het allemaal ook knap in elkaar.

De vaak grootste en meeslepende klanken kleuren weer fraai bij de stem van Martin Fry, die zich op het debuutalbum van ABC laat gelden als een groot zanger. Zeker wanneer de hoeveelheid drama toeneemt en de strijkers aanzwellen zingt de Brit met veel gevoel en overtuiging en staat hij ver boven de meeste andere zangers van dat moment, zeker in het genre waarin ABC opereerde.

The Lexicon Of Love is ook nog eens een albums vol geweldige songs, die na al die jaren nog noot voor noot in mijn hoofd zaten. De songs op het album zijn aanstekelijk en memorabel, maar ook behoorlijk veelzijdig. Het knappe van The Lexicon Of Love is dat alle songs op een of andere manier een eenheid vormen, wat wordt versterkt door terugkerende elementen en hier en daar een momentje voor de strijkers.

Ik denk dat ik minstens 25 jaar niet meer naar het album had geluisterd, maar de laatste weken komt The Lexicon Of Love van ABC weer met enige regelmaat voorbij en kan ik alleen maar concluderen dat de zwoele verleiding van de band uit 1982 ook veertig jaar na dato nog steeds uitstekend werkt. Erwin Zijleman

Abigail Lapell - Anniversary (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Abigail Lapell - Anniversary - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Abigail Lapell - Anniversary
Abigail Lapell kiest op haar nieuwe album Anniversary voor een ander geluid dan op het zo stevig bewierookte Stolen Time, wat even wennen is, maar ook dit keer komt de kwaliteit makkelijk boven drijven

Luister naar Anniversary van de Canadese muzikante Abigail Lapell en je hoort in eerste instantie een bijzondere stem, die wel wat aan die van Natalie Merchant doet denken. Het is een stem die betoverde op haar vorige album Stolen Time en ook op Anniversary is de zang prachtig. Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Abigail Lapell een bijzonder album. Het in een oude kerk opgenomen album klinkt wat ruwer en bij vlagen ook wat psychedelischer dan het vorige album, maar ook dit keer trekt de stem van de Canadese muzikante je over de streep, waarna de rest snel volgt. Stolen Time kreeg hier verrassend veel aandacht en dat is precies wat ook Anniversary verdient.

Direct bij de eerste noten van het in het voorjaar van 2022 verschenen Stolen Time van de Canadese singer-songwriter Abigail Lapell moest ik aan Natalie Merchant denken en dat moet ik nog steeds als ik luister naar het album, dat uiteindelijk de top 20 van mijn jaarlijstje over 2022 haalde. Abigail Lapell timmerde op dat moment al een tijdje aan de weg in haar vaderland en sleepte de nodige folkprijzen in de wacht. Met Stolen Time trok de muzikante uit Toronto ook hier de aandacht en dat was volkomen terecht.

Het album viel niet alleen op door de mooie en karakteristieke stem van Abigail Lapell, maar ook door de fraaie klanken op het album en door de opvallende productie van de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman, die het album net wat voller liet klinken dan het gemiddelde folkalbum. Eind vorig jaar verscheen het tussendoortje Lullabies, waarop Abigail Lapell slaapliedjes uit diverse landen vertolkte, maar deze week verscheen met Anniversary de echte opvolger van het terecht geprezen Stolen Time.

Op Anniversary neemt Abigail Lapell nog wat meer afstand van de pure folk, want vergeleken met Stolen Time klinkt het nieuwe album van de Canadese singer-songwriter nog net wat voller. Anniversary is een ambitieus klinkend album dat werd opgenomen in een oude Canadese kerk. Voor het album werkte Abigail Lapell samen met de eveneens Canadese muzikant Tony Dekker, die we kennen van de eveneens uit Toronto afkomstige band Great Lake Swimmers.

Tony Dekker trommelde voor een aantal tracks op het album zijn complete band op, maar Anniversary bevat ook een aantal meer ingetogen songs. Het zijn voornamelijk stemmig ingekleurde songs, die passen bij de thematiek op het album. Abigail Lapell staat op haar nieuwe album stil bij het voortschrijden van de tijd en doet dit afwisselend opgewekt en met de nodige melancholie.

Zeker de wat rijker georkestreerde songs op het album klinken behoorlijk vol en dramatisch, maar Abigail Lapell kan haar songs ook klein houden en toch weer aansluiten bij de ingetogen folk en country. In muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album flink anders dan zijn voorganger, maar de stem van de Canadese maakt niet alleen nog steeds makkelijk indruk, maar doet bovendien nog altijd denken aan die van Natalie Merchant, wat mij betreft een van de mooiste en meest bijzondere stemmen van de afgelopen decennia.

De stem van Abigail Lapell wordt hier en daar fraai ondersteund door die van Tony Dekker, maar ook zonder hulp trekt de singer-songwriter uit Toronto de songs makkelijk en met veel souplesse naar zich toe. De opnames in een oude kerk hebben het geluid op Anniversary voorzien van flink wat galm en vaak een wat ruw en hier en daar zelfs psychedelisch geluid en daar moest ik zeker even aan wennen, maar de persoonlijke en prachtig gezongen songs op het album overtuigen toch weer makkelijk.

Zeker na een paar keer horen valt er veel op zijn plek op Anniversary, dat niet alleen laat horen dat Abigail Lapell beschikt over een aparte maar ook bijzonder mooie stem, maar dat ook bewijst dat de Canadese muzikante durft te experimenteren met een geluid dat anders klinkt dan gebruikelijk in de genres waarin ze zich beweegt. Stolen Time vond ik uiteindelijk een van de mooiste album van 2022 en ook Anniversary gaat nog wel even door groeien de komende maanden. Erwin Zijleman

Abigail Lapell - Stolen Time (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Abigail Lapell - Stolen Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Abigail Lapell - Stolen Time
Zeker bij eerste beluistering moest ik vooral aan Natalie Merchant denken, maar Stolen Time van Abigail Lapell blijkt al snel een wonderschoon en bijzonder folkalbum dat met de besten in het genre mee kan

Abigail Lapell sleepte in Canada al de nodige folkprijzen in de wacht, maar met het prachtige Stolen Time moet ook de rest van de wereld kennis gaan maken met haar bijzondere muziek. De muzikante beschikt over een bijzondere stem, die de songs op haar nieuwe album voorziet van gevoel en doorleving. Stolen Time bevat een aantal sober ingekleurde folksongs, maar ook een aantal wat voller klinkende songs, die Abigail Lapell een eigen geluid geven. Het is een geluid dat zich steeds nadrukkelijker opdringt en dat ook steeds meer indruk maakt. De Canadese muzikante imponeert uiteindelijk met tijdloos klinkende songs maar ook met een karakteristiek eigen stempel.

Je hebt soms van die albums waarbij je er ook na uren luisteren nog steeds niet achter bent waar het ook alweer op lijkt, maar er zijn ook albums die dit binnen enkele seconden prijs geven. Stolen Time van Abigail Lapell had hier precies 12 seconden voor nodig, want als de Canadese muzikante begint te zingen weet ik het direct: Nathalie Merchant.

Het is een stem die we de afgelopen jaren echt veel te weinig hebben gehoord en het is bovendien een hele bijzondere en een hele mooie stem. Het feit dat de stem van Abigail Lapell sprekend lijkt op die van de voormalig 10,000 Maniacs zangeres zit me dan ook geen moment in de weg.

De mate waarin de stem van de Canadese muzikante lijkt op die van haar beroemde Amerikaanse collega verschilt overigens per track. In de openingstrack van Stolen Time is het bijna of ik Natalie Merchant hoor zingen, maar in de tweede track is het niet meer dan een flinke vleug Natalie Merchant. In de meeste tracks is de gelijkenis op zijn minst treffend.

Ook in muzikaal opzicht zitten de songs van Abigail Lapell af en toe dicht tegen die van Natalie Merchant aan, maar wijken ze net zo makkelijk flink af en doen me minstens even vaak denken aan Gillian Welch. Genoeg nu over de vergelijking met Natalie Merchant, want Stolen Time is ook zonder deze vergelijking een heel interessant album.

Het is een album met vooral redelijk ingetogen songs met invloeden uit de folk en de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar het album is soms net wat rijker ingekleurd en geproduceerd. Voor de productie van het album tekende de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman, die er voor heeft gezorgd dat Stolen Time anders klinkt dan het gemiddelde album in het genre.

Abigail Lapell heeft in een aantal songs genoeg aan een door piano gedomineerde instrumentatie en haar stem en met name in deze tracks vind ik de zang op het album betoverend mooi. Het zijn behoorlijk intieme songs die smaakvol zijn gearrangeerd en die met heel veel gevoel en emotie worden vertolkt.

Howard Bilerman kiest zo nu en dan voor een wat voller geluid door strijkers en blazers toe te voegen, maar de muziek van Abigail Lapell blijft zeer smaakvol en betrekkelijk ingetogen. Stolen Time blijft bovendien een folkalbum, al is het geen moment een doorsnee folkalbum. De muzikante uit Toronto sleepte de afgelopen jaren in eigen land een aantal folkprijzen in de wacht en afgaande op de kwaliteit van Stolen Time valt daar niets op af te dingen.

Het is overigens al het vierde album van Abigail Lapell, maar na ook de andere albums beluisterd te hebben durf ik wel te concluderen dat het nieuwe album van de muzikante uit Toronto haar beste album tot dusver is. Stolen Time is een prachtig ingekleurd en geproduceerd album vol sterke songs, dat uiteindelijk vooral wordt gedragen door de mooie en bijzondere stem van Abigail Lapell, die flink wat indruk maakt met haar zang en voordracht.

Stolen Time is bovendien een album dat zich steeds nadrukkelijker weet te onderscheiden van de concurrentie. Bij eerste beluistering vond ik het buiten de mooie en ook herkenbare stem wat gewoontjes, maar dat is een predicaat dat inmiddels al lang niet meer van toepassing is op het nieuwe album van Abigail Lapell, dat ik eerder zou karakteriseren als wonderschoon en eigenzinnig. Ik kende de Canadese muzikante nog niet, maar ga haar vanaf nu zeker in de gaten houden. Erwin Zijleman

Acantha Lang - Beautiful Dreams (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Acantha Lang - Beautiful Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Acantha Lang - Beautiful Dreams
De meeste soulzangeressen van dit moment combineren invloeden uit de soul van weleer met een flinke dosis R&B en pop, maar Acantha Lang kiest op haar debuutalbum voor een prachtig vintage soulgeluid

Beautiful Dreams, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Acantha Lang, krijgt nog niet heel veel aandacht, maar het is echt een uitstekend soulalbum. Het is een soulalbum dat de inspiratie vooral vindt in het verre verleden en dan met name in de hoogtijdagen van de soul zoals die aan het eind van de jaren 60 in het zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt. Acantha Lang heeft haar debuutalbum voorzien van een authentiek en organisch klinkend soulgeluid en ze klinkt ook nog eens als een grote soulzangeres van lang geleden. De meeste soulalbums van dit moment worden gedomineerd door invloeden uit omliggende genres, maar dit authentieke soulalbum is echt veel beter.

Ik noem zo nu en dan mijn tipgevers bij het bespreken van relatief onbekende nieuwe albums en dat zijn meestal Amerikaanse muziekwebsites als Pitchfork en Paste of Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut. De tip om eens te luisteren naar Beautiful Dreams van Acantha Lang kreeg ik echter van het Nederlandse muziektijdschrift OOR, dat zich gelukkig nog steeds weet te handhaven. OOR noemt het debuutalbum van Acantha Lang de meest volwassen, complete en pure soulplaat in lange tijd. Dat is nogal een bewering, maar ik kan hem niet direct weerleggen.

Beautiful Dreams van Acantha Lang klinkt inderdaad anders dan de meeste andere soulalbums van dit moment en sluit meer aan bij de soulmuziek uit het verleden dan bij die uit het heden. Acantha Lang werd geboren in New Orleans, Louisiana, maar verruilde deze muzikale smeltkroes een paar jaar geleden voor New York, waar ze in Harlem haar eerste stappen in de muziek zette. Inmiddels is ze verhuisd naar het Britse Londen, van waaruit ze de wereld probeert te veroveren. Dat is een opmerkelijke keuze, die vooralsnog ook niet lijkt te werken, maar het doet niets af aan de kwaliteit van haar debuutalbum.

Acantha Lang heeft haar thuisbasis momenteel dan misschien in Europa, maar in muzikaal opzicht verblijft ze nog altijd in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Ik kan helaas maar heel weinig informatie vinden over Beautiful Dreams van Acantha Lang en weet dan ook niet wie het album produceerde en welke muzikanten op het album zijn te horen. Het album zou zomaar in Londen kunnen zijn gemaakt, maar Beautiful Dreams klinkt alsof het aan het eind van de jaren 60 werd opgenomen in de Stax Record studio in Memphis, Tennessee, of in de Muscle Shoals Sound Studio in Alabama.

Het debuutalbum van Acantha Lang klinkt als een soulalbum uit vervlogen tijden, maar Beautiful Dreams klinkt geen moment gedateerd. Het album is voorzien van een gloedvol en organisch geluid waarin soulvolle en soms funky gitaarlijnen worden gecombineerd met een broeierig orgel, een subtiel spelende ritmesectie en hier en daar blazers. Het is een geluid dat de gevoelstemperatuur onmiddellijk een paar graden doet stijgen en dat zo aangenaam klinkt dat Acantha Lang vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd speelt.

De Amerikaanse muzikante citeert nadrukkelijk uit de archieven van de roemruchte Amerikaanse soul labels, maar voegt ook invloeden uit de blues en de funk toe aan haar muziek. In muzikaal opzicht klinkt Beautiful Dreams bijzonder lekker en ook de tijdloze songs spreken stuk voor stuk tot de verbeelding. Het is echter de zang op het debuutalbum van Acantha Lang die de meeste indruk maakt.

De Amerikaanse muzikante beschikt over een soepele en warme soulstem, die een album lang herinnert aan de groten in het genre. Het is een stem met ongelooflijk veel power, maar in tegenstelling tot de meeste jonge soulzangeressen van het moment beheerst Acantha Lang de kunst van het doseren, wat haar zang zoveel aangenamer maakt dan die van al die schreeuwerige soulzangeressen van het moment.

Beautiful Dreams is keer op keer een feestje, maar dit is ook een ontzettend knap gemaakt album, dat inderdaad best de meest volwassen, complete en pure soulplaat in lange tijd mag worden genoemd. Dat heeft OOR echt heel goed gehoord. Nu de rest van de liefhebbers van dit soort soulmuziek nog. Erwin Zijleman

Ada Lea - One Hand on the Steering Wheel the Other Sewing a Garden (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ada Lea - one hand on the steering wheel the other sewing a garden - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ada Lea - one hand on the steering wheel the other sewing a garden
De Canadese muzikante Ada Lea valt op met de lange titel van haar nieuwe album, maar uiteindelijk vooral met een serie uitstekende songs die vol zitten met aangename verrassingen

Alexandra Levy debuteerde twee jaar geleden zeer verdienstelijk als Ada Lea met een album dat zich makkelijk opdrong, maar echt indruk maakte door heel veel muzikaal avontuur. Het is eigenlijk niet anders met one hand on the steering wheel the other sewing a garden, al is het tweede album van de Canadese muzikante nog een stuk beter. Ada Lea nam haar nieuwe album op in Los Angeles, maar het is een fraai eerbetoon aan haar thuisbasis Montreal. Net als op haar debuut kan het in muzikaal opzicht alle kanten op, maar het album klinkt ook consistent. Het debuut van Ada Lea was charmant, maar met album nummer twee zet ze een reuzenstap en kan ze met de allerbesten mee.

De Canadese muzikante Ada Lea baart tussen de nieuwe releases van deze week in ieder geval opzien met de titel van haar album, one hand on the steering wheel the other sewing a garden (geen hoofdletters). Ook zonder de lange titel was het album me overigens wel opgevallen, want ik heb net iets meer dan twee jaar geleden erg genoten van haar debuutalbum what we say in private (ook geen hoofdletters).

Op dit debuutalbum toverde de muzikante het ene na het andere memorabele popliedje met invloeden uit de indierock, indiepop, lo-fi, folk, rock en nog veel meer uit de hoge hoed. Het knappe van het debuut van Ada Lea was dat ze je ook keer op keer op het verkeerde been zette met haar op het eerste gehoor toegankelijke songs.

Het deze week verschenen one hand on the steering wheel the other sewing a garden, vanaf nu in deze recensie one hand …, maakt net zo makkelijk indruk als het debuut van het alter ego van Alexandra Levy en is ook net zo fascinerend.

Openingstrack damn (Ada Lea houdt niet van hoofdletters) is een even aanstekelijk als interessant popliedje, met een mooi en zwierig gitaarloopje, een aantrekkelijk refrein, aansprekende zang en heel veel tekst. Het is een popliedje waarmee Ada Lea aansluiting vindt bij de smaakmakers in het genre, al laat de Canadese muzikante zich niet zomaar in een hokje duwen.

Op one hand … werkt de muzikante uit Montreal samen met producer Marshall Vore, die eerder werkte met Phoebe Bridgers. Het is niet de enige link met Phoebe Bridgers, want de gitaarlijnen op het album komen deels van haar gitarist van het eerste uur Harrison Whitford. Het zorgt er voor dat one hand … hier en daar doet denken aan de muziek van Phoebe Bridgers, al heeft Ada Lea absoluut een eigen geluid, dat ook mijlenver verwijderd kan zijn van de muziek van de Amerikaanse muzikante.

Ada Lea bespeelde overigens een groot deel van de instrumenten zelf toen ze de demo’s voor het album opnam in het Canadese Banff, waarna het album werd afgemaakt in Los Angeles. Ondanks de uitstapjes buiten de eigen thuisbasis Montreal is one hand … een album dat zich uitsluitend in de Canadese stad afspeelt en inzoomt op plekken die belangrijk zijn voor Ada Lea.

Net als het debuutalbum van Ada Lea is ook one hand … een album dat zich direct makkelijk opdringt met aantrekkelijke songs en een eigenzinnig geluid, maar dat ook vol aangename verrassingen zit. Die zitten deels in de zeer gevarieerde instrumentatie, maar ook in de stem van Ada Lea en in de structuren van haar songs, die variëren van sober tot uitbundig

Ada Lea laat zich met haar nieuwe album niet in een hokje duwen, maar verwerkt uiteenlopende invloeden in haar songs, die wel stuk voor stuk klinken als Ada Lea songs. Op het debuutalbum was het charmant, maar ook wel wat wispelturig, maar op one hand … slaagt Ada Lea er in om een hoog niveau vast te houden.

Het tweede album van de Canadese muzikante is een album dat past in deze tijd met alle bijzondere twists, maar als je goed luistert duiken er keer op keer flarden uit de rijke muziekgeschiedenis op, waarbij net als op het debuut een vleugje postpunk en wat van Bowie uit zijn Berlijnse periode niet worden vergeten.

Het zorgt er voor dat one hand …. Van Ada Lea niet alleen steeds aangenamer, maar ook steeds interessanter wordt. In het genre zijn alleen dit jaar al stapels albums verschenen, maar het tweede album van Ada Lea is er absoluut een om te koesteren en schaart de Canadese muzikante onder de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman

Ada Lea - What We Say in Private (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ada Lea - what we say in private - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ada Lea - what we say in private
Bijzonder knap album van Ada Lea, die niet alleen meedogenloos verleidt, maar je ook constant op het verkeerde been zet

Nog maar een jonge vrouwelijke singer-songwriter die voet aan de grond probeert te krijgen in het indie-segment, maar de Canadese Ada Lea is een hele goede. what we say in private heeft de charme van een lo-fi gitaaralbum, maar steekt in muzikaal opzicht bijzonder knap in elkaar. Ada Lea sleept er op haar debuut van alles bij, maar haar songs zijn stuk voor stuk van een opvallend hoog niveau. Het debuut van Ada Lea blijft hierdoor maar verbazen, tot je op het moment komt dat je what we say in private niet meer wilt missen. De concurrentie in het genre is momenteel moordend, maar Ada Lea is haart concurrenten met gemak de baas.

Aan jonge en eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters hebben we op het moment absoluut geen gebrek. Ook Ada Lea (echte naam: Alexandra Levy) probeert een graantje mee te pikken van het succes van al haar soortgenoten in het indie-segment.

Het debuut van de singer-songwriter uit het Canadese Montreal schaart zich ergens tussen aan de ene kant Courtney Barnett en Sharon Van Etten en aan de andere kant Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar ook Julia Jacklin en Marika Hackman kunnen worden aangedragen als relevant vergelijkingsmateriaal en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Het zijn vrouwelijke singer-songwriters die ik allemaal hoog heb zitten en het is dus niet zo gek dat het debuut van Ada Lea me zeer bevalt. Op what we say in private laat Ada Lea horen dat ze uitstekend uit de voeten kan in licht gruizige en voorzichtige rammelende gitaarsongs, maar de Canadese muzikante verrast ook met songs waarin ze haar muziek klein en ingetogen houdt en de gitaarlijnen van een bijzondere schoonheid zijn. In muzikaal opzicht steekt het allemaal lekker eigenzinnig in elkaar, wat fraai past bij de aangename en vaak fluisterzachte stem van Ada Lea.

Vergeleken met alle genoemde soortgenoten graaft de singer-songwriter uit Montreal net wat dieper. what we say in private bevat een aantal lekker in het gehoor liggende songs, maar ook een aantal songs waarin Ada Lea experimenteert met complexere songstructuren (met eenmaal zelfs een vleugje progrock) en verrassende accenten in de instrumentatie.

Het zit allemaal knap in elkaar, maar het mag op hetzelfde moment lekker rammelen, wat het debuut van Ada Lea voorziet van charmante lo-fi accenten. Zeker wanneer de Canadese kiest voor betrekkelijk rauwe songs hoor ik wel wat van PJ Harvey, maar ook het door Pitchfork aangedragen vergelijkingsmateriaal (Wilco, Angel Olsen) is in muzikaal en vocaal opzicht trefzeker.

Hoe vaker ik what we say in private beluister, hoe meer ik onder de indruk raak van de bijzonder fraaie instrumentatie, van de knappe songs en van de mooie zang van Ada Lea. Het zijn songs waarin steeds andere invloeden opduiken. Van indie-rock tot noiserock, van post-punk tot folk, van verstild tot rauw, van uitbundig tot introspectief. Ada Lea zet je keer op keer op het verkeerde been, maar overtuigt 10 songs en 37 minuten lang met een even aangename als fascinerende ratjetoe.

Het is het stranden van een relatie die Ada Lea inspireerde tot de songs op haar debuut en als zo vaak was persoonlijk leed een uitstekende voedingsbodem voor goede muziek. De muzikante uit Montreal heeft misschien geen heel gelukkig moment gekozen voor de release van haar debuut en zit bovendien in een werkelijk overvolle vijver, maar het razendknappe en zich stevig onderscheidende what we say in private zou ik er zeker uitvissen. what we say in private steekt niet alleen flink boven het maaiveld uit, maar durf ik na vele luisterbeurten zelfs jaarlijstjeswaardig te noemen. Erwin Zijleman

Ada Lea - when i paint my masterpiece (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ada Lea - when i paint my masterpiece - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ada Lea - when i paint my masterpiece
De Canadese singer-songwriter Ada Lea leverde de afgelopen jaren al twee geweldige maar helaas zwaar onderschatte albums af en voegt er deze week met het wederom uitstekende when i paint my masterpiece nog een aan toe

Bij Ada Lea weet je tot dusver niet waar je aan toe bent. Haar tweede album one hand on the steering wheel the other sewing a garden klonk anders dan haar debuutalbum what we say in private en ook het deze week verschenen derde album when i paint my masterpiece klinkt weer anders dan zijn voorgangers. Ada Lea kiest dit keer voor wat minder pop en rock en voor wat meer folk, maar ze schrijft nog altijd lekker eigenwijze popsongs, die zich makkelijk weten te onderscheiden van de grauwe middelmaat. Een album van Ada Lea moet je altijd een paar keer horen voor het kwartje valt, maar hierna is ook de verleiding van when i paint my masterpiece weer meedogenloos.

Het deze week verschenen when i paint my masterpiece is alweer het derde album van de Canadese singer-songwriter Ada Lea. Ik was in 2019 zeer te spreken over haar debuutalbum what we say in private en was twee jaar later nog wat meer onder de indruk van haar tweede album one hand on the steering wheel the other sewing a garden, dat zelfs de top 25 van mijn jaarlijstje haalde.

Dat Ada Lea niet van hoofdletters houdt zal inmiddels duidelijk zijn, maar verder kan het bij de muzikante uit het Canadese Montreal alle kanten op. Haar debuutalbum what we say in private omschreef ik als een album dat je constant op het verkeerde been zet. Het is een album dat vooral werd omschreven als lo-fi indiepop en indierock, maar daarmee doe je knappe album van Ada Lea echt tekort.

Het tweede album van de Canadese muzikante omschreef ik als een album vol verrassingen, maar ik noemde one hand on the steering wheel the other sewing a garden ook een album dat af en toe deed denken aan de albums van Phoebe Bridgers, maar het volgende moment totaal niet.

Naar aanleiding van de release van het derde album heb ik beide albums nog eens beluisterd en ik was direct weer onder de indruk van de zang, het gitaarwerk en de songs van Ada Lea. Dat was ik ook bij beluistering van haar nieuwe album, waarop het alter ego van Alexandra Levy wederom weet te verrassen met een toch weer flink ander geluid.

De al dan niet lo-fi indiepop en indierock van de eerste twee albums is op when i paint my masterpiece verruild voor een meer folky geluid. Ada Lea werkt op haar derde album samen met producer Luke Temple en met muzikanten uit haar vaste band. De 16 songs op when i paint my masterpiece werden live opgenomen, waarbij niet werd gestreefd naar perfectie.

Ada Lea kiest op haar nieuwe album zoals gezegd voor een meer folky geluid, maar binnen dit stempel kan het nog altijd meerdere kanten op. Zo opent when i paint my masterpiece met uiterst ingetogen akoestische folksongs, waarin er niet veel meer is te horen dan een akoestische gitaar en de stem van Ada Lea. De Canadese muzikante zingt in deze folksongs anders dan op haar vorige albums. De zang is wat expressiever, terwijl de instrumentatie juist wat gas terugneemt.

Wanneer de songs net wat voller zijn ingekleurd past het label folkrock op de songs van Ada Lea, maar je hoort ook nog met grote regelmaat elementen uit de indierock in haar songs. Ik moest er met het briljante one hand on the steering wheel the other sewing a garden nog in het geheugen wel even aan wennen, maar ook dit keer had Ada Lea me vrij snel te pakken met haar songs.

Door het live opnemen van de songs en het accepteren van een schoonheidsfoutje hier en daar klinkt ook when i paint my masterpiece weer wat lo-fi, maar het is wel lo-fi in combinatie met geweldige popsongs met een vleugje Bob Dylan. Zeker de wat toegankelijkere songs op het album beschikken wat mij betreft over de potentie om een groter publiek aan te spreken dan Ada Lea tot dusver aan zich weet te binden, maar gelukkig heeft de muzikante uit Montreal ook haar eigenzinnigheid en veelzijdigheid behouden.

Nu struikel je tegenwoordig bijna over eigenzinnige vrouwelijke muzikanten in het indie segment, maar Ada Lea heeft iets bijzonders. Ik moest bij de eerste keer horen zoals gezegd wennen aan when i paint my masterpiece, maar het album wordt me, net als zijn voorgangers, echt steeds dierbaarder. Het blijft een bijzondere muzikante deze Ada Lea. Erwin Zijleman

Adam Cohen - We Go Home (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adam Cohen - We Go Home - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij Adam Cohen hoeven we het deze keer eens niet te hebben over de moeizame muzikale carrière van kinderen van beroemde muzikanten. De zoon van Leonard Cohen worstelde heel lang met zijn muzikale identiteit, maar vond de juiste toon op zijn vorige plaat, het in 2011 verschenen Like A Man.

Op Like A Man vocht Adam Cohen voor de afwisseling eens niet tegen de muzikale erfenis van zijn vader, maar omarmde hij deze muzikale erfenis. Het leverde een prachtige plaat op die Adam Cohen eindelijk op de kaart zette als de veelbelovende singer-songwriter die hij al zo lang wilde zijn.

Drie jaar na Like A Man verschijnt We Go Home en ook op deze nieuwe plaat verloochent Adam Cohen zijn afkomst niet. Nog meer dan op Like A Man eert Adam Cohen de levende legende die zijn vader is. Dat blijkt al uit de locaties die Adam Cohen koos voor de opname van zijn vierde studioplaat. De jonge Cohen telg toog voor We Go Home niet alleen naar zijn ouderlijk huis in Montreal, maar ook naar het Griekse eiland Hydra, waarop Leonard Cohen zo lang rust en liefde zocht.

Ook in muzikaal opzicht laat We Go Home volop raakvlakken met de muziek van Leonard Cohen horen. Zeker de meer ingetogen songs zouden zo van de oude meester kunnen zijn, maar ook de wat rijker ingekleurde songs doen vanwege de buitengewoon warme en stemmige instrumentatie en het bijzondere gebruik van vrouwenstemmen meer dan eens denken aan de latere platen van Leonard Cohen.

Adam Cohen is bovendien net als zijn vader een woordkunstenaar, die niet alleen prachtige teksten schrijft maar deze ook op intense en indringende wijze weet te vertolken, waarbij Adam niet alleen raakt aan zijn vader, maar ook aan Randy Newman.

Toch zijn er ook verschillen tussen de twee generaties Cohen. Heel af en toe klinkt Adam als de jonge versie van zijn vader, maar over het algemeen genomen laat We Go Home in vocaal opzicht een duidelijk eigen geluid horen. Het siert Adam Cohen dat hij zich niet langer lijkt te schamen voor het rijke oeuvre van zijn vader, maar het siert hem ook dat hij zich niet alleen laat inspireren door zijn vader, maar ook op zoek is gegaan naar een duidelijk eigen geluid; een geluid dat hij heeft gevonden op We Go Home.

We Go Home is vergeleken met zijn voorganger een behoorlijk ingetogen plaat, al is er ook ruimte voor wat meer uitbundige songs. Ook bij beluistering van We Go Home ontsnap je natuurlijk niet aan de vergelijking met het werk van Leonard Cohen, waardoor Adam Cohen met een 2-0 achterstand aan de wedstrijd begint. Op zijn nieuwe plaat slaagt Adam Cohen er echter in om de vergelijking met zijn vader langzaam maar zeker te laten vervagen, waarna een buitengewoon knappe, warmbloedige en intense singer-songwriter plaat over blijft.

Tegen zijn vader moet Adam Cohen het waarschijnlijk nog steeds afleggen (maar dat weten we over een paar dagen, wanneer de nieuwe plaat van de oude meester verschijnt), maar de concurrentie met de meeste van zijn soort- en tijdgenoten kan Adam Cohen met gemak aan. We Go Home is een bijzonder knappe en betoverende plaat en waarschijnlijk groeit hij nog wel even door ook. Ik durf het best een prestatie van formaat te noemen. Erwin Zijleman

Addie Brik - That Dog Don't Hurt (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Addie Brik - That Dog Don't Hurt - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Addie Brik - That Dog Don't Hurt
De naam Addie Brik deed bij mij geen belletje rinkelen, maar de van oorsprong Amerikaanse muzikante verrast met een unieke stem, avontuurlijke klanken, complexe songs en een vleugje Kate Bush

Buiten een recensie in een van de toonaangevende Britse muziektijdschriften heeft That Dog Don’t Hurt van Addie Brik nog niet veel aandacht gekregen. Het is het trieste lot van albums die zijn verschenen tijdens de ‘winterstop’, maar Addie Brik heeft een interessant album gemaakt. That Dog Don’t Hurt bevat zeven lange tracks en het zijn tracks die alle kanten op kunnen. De muziek van Addie Brik past soms in de hokjes pop en rock, maar kan ook meer folky klinken. Alledaags is de muziek van de van oorsprong Amerikaanse muzikante echter nooit. De songs zitten vol muzikale, tekstuele en compositorische verrassingen en dan is er ook nog eens de bijzondere stem van Addie Brik. Het is wennen, maar dit album wordt steeds interessanter.

That Dog Don’t Hurt van de van oorsprong Amerikaanse muzikante Addie Brik heeft tot dusver nog niet veel aandacht gekregen, wat een logisch gevolg is van het aan het eind van het jaar uitbrengen van een album (het dook pas op 21 december op de streaming media diensten op). Het is ook nog eens een album dat je een paar keer moet horen voor je het op de juiste waarde kunt schatten, wat de kans op succes nog wat verder heeft verkleind.

Ik moet toegeven dat ik nog nooit van Addie Brik had gehoord, maar de oorspronkelijk uit Savannah, Georgia, afkomstige muzikante heeft al een handvol albums op haar naam staan. In een vorig leven timmerde ze aan de weg als schrijver en dichter en had ze een tijdje de legendarische Allen Ginsberg als mentor, maar uiteindelijk koos ze voor de muziek. Addie Brik verruilde de Verenigde Staten aan het eind van de jaren 90 voor het Verenigd Koninkrijk en vestigde zich een paar jaar geleden in Schotland.

That Dog Won’t Hurt werd gemaakt in een periode waarin de coronapandemie de muziekwereld stil legde en is een ambitieus album. Na haar vestiging in het Verenigd Koninkrijk stortte Addie Brik zich in eerste instantie op de triphop, waarvan op haar nieuwe album hooguit nog wat echo’s zijn te horen. That Dog Won’t Hurt werd gemaakt met een aantal Schotse muzikanten, onder wie behoorlijk bekende muzikanten als Jim Prime (Deacon Blue), Robbie MacIntosh (The Pretenders, Paul McCartney) Jim McDermott (Simple Minds, The Silencers) en Michael Timothy (Massive Attack) en werd deels in Spanje en deels in Schotland opgenomen.

Bij beluistering van het album valt één naam niet te onderdrukken en dat is de naam van Kate Bush. De stem van Addie Brik doet af en toe denken aan die van de Britse muzikante, zeker wanneer ze de wat lagere regionen opzoekt, maar heeft ook een wat pastorale en theatrale kant. Zeker bij eerste beluistering was ik lang niet altijd gecharmeerd van de zang op That Dog Don’t Hurt, maar na enige gewenning wist de Amerikaanse muzikante me wel te overtuigen met haar stem, al bevat het album ook nog wel wat passages die ik in vocaal opzicht minder kan waarderen.

De vergelijking met Kate Bush is niet alleen ingegeven door de stem van Addie Brik. That Dog Don’t Hurt bevat slechts zeven songs waarvoor het album ruim 36 minuten nodig heeft. De vrij lange songs op het album zijn lastig te beschrijven en bestrijken meerdere stijlen. Een aantal songs op het album heeft een folky karakter, maar Addie Brik sleept er vervolgens van alles bij en komt ook veelvuldig terecht in het territorium van de pop en rock.

De meeste songs op het album zijn uiteindelijk groots en meeslepend en aan de theatrale kant, zeker als ook nog een kinderkoor wordt ingezet. Het zwaar aangezette karakter van de songs op het album is af en toe wel even wennen, zeker als de zang ook nog eens doorslaat richting het theatrale, maar de songs op That Dog Don’t Hurt roepen ook meer dan eens herinneringen op aan de muziek die Kate Bush maakte en dat is vergelijkingsmateriaal dat wat mij betreft niet vaak genoeg kan terugkeren. Addie Brik is ook nog eens een zeer ervaren en creatief songwriter, die ook schreef voor anderen, en heeft haar songs bovendien voorzien van poëtische teksten. Opvallend album. Erwin Zijleman

Addison Rae - Addison (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Addison Rae - Addison - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Addison Rae - Addison
Of Addison Rae echt “the next big thing” is zal de tijd moeten leren, maar dat de jonge TikTok ster een aantrekkelijk en aanstekelijk popalbum heeft afgeleverd is na beluistering van Addison absoluut zeker

Ik heb een enorm zwak voor de betere indiepop van het moment, maar kan over het algemeen minder met pop zonder indie. Voor mij was de zomer van 2024 dan ook geen “Brat summer” en ik denk ook niet dat de zomer van 2025 een “Addison summer” gaat worden. Toch vind ik Addison, het debuutalbum van de Amerikaanse popzangeres Addison Rae best een lekker album. Het is een album vol wat broeierige popsongs die je onmiddellijk een goed gevoel geven. Addison Rae deed een paar jaar geleden dansjes op TikTok, maar heeft nu een album gemaakt met een aantal hele dikke hits. Het is allemaal zeer vakkundig geproduceerd, waardoor alles nog wat lekkerder klinkt. Ik ben stiekem toch om.

Ik hoorde de naam Addison Rae een week of twee geleden voor het eerst, toen Lorde haar een van de allergrootste en meest talentvolle popsterren van het moment noemde. Nu heb ik Lorde hoog zitten, dus toen ik deze week het debuutalbum van Addison Rae in de lijst met nieuwe albums zag staan was ik direct alert.

Ik werd nog wat alerter toen ik zag dat de alternatieve Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork een 8.0 over had voor het album, wat een zeer hoge score is op het over het algemeen kritische platform. Er moest dus haast wel iets bijzonders aan de hand zijn, maar bij eerste beluistering hoorde ik het eerlijk gezegd niet.

Addison Rae maakt lekker in het gehoor liggende popmuziek met uitstapjes naar de dansvloer en een zwoele R&B vibe. Het is popmuziek met een hoofdletter P en het is popmuziek die niet veel op heeft met de indiepop van het moment. Het klinkt absoluut lekker, maar het is niet echt mijn ding, althans dat vond ik bij eerste beluistering.

Nu had ik vorig jaar echt precies hetzelfde met BRAT van Charli xcx. Het is een album waar wat mij betreft overdreven druk over is gedaan en dat tot mijn verbazing flink wat aansprekende jaarlijstjes aanvoerde in december. Ik vind BRAT inmiddels wel een stuk leuker dan een jaar geleden, maar ik hoor toch liever pop met wat meer indie invloeden.

Terug naar Addison Rae. Ik had haar naam tot voor kort nog nooit gehoord en dat kan alleen wanneer je niets hebt met TikTok, waarop de Amerikaanse muzikante bijna 90 miljoen volgers heeft. Ik zeg muzikante, maar toen Addison Rae zes jaar geleden een sensatie werd op het Chinese social media platform plaatste ze vooral dansfilmpjes. Ze mag inmiddels niet alleen Lorde tot haar fans rekenen, maar ook Lana del Rey en de al eerder genoemde Charli xcx, die de carrière van Addison Rae vorig jaar een flinke boost gaf.

Ik hoor het allemaal voor het eerst en hoorde in eerste instantie vooral zeer aanstekelijke popliedjes. Singles als Headphones On, High Fashion, Fame Is A Gun en Diet Pepsi (de perfecte follow-up op Sabrina Carpenter’s Espresso) zijn van die popliedjes die je na één keer horen niet meer uit je hoofd krijgt. Het zijn het soort popliedjes die in het verleden werden gemaakt door de sterren van dat moment (van Madonna tot en met Britney Spears), maar Addison Rae heeft ook goed geluisterd naar de grote popsterren van het moment.

Of de jonge Amerikaanse muzikante echt kan zingen durf ik nog niet te zeggen, maar op haar debuutalbum Addison klinkt het allemaal heel behoorlijk. Mede dankzij de gelukkig subtiele inzet van de autotune. Voor albums als Addison wordt over het algemeen een flink blik aansprekende producers aangetrokken, maar Addison Rae vertrouwt voor alle songs op het album op de producers Elvira Anderfjärd en Luka Kloser.

Het zorgt voor een consistent klinkend album en dat werkt uiteindelijk positief voor Addison Rae, die je meekrijgt in een aangename flowe en vibe. Elvira Anderfjärd en Luka Kloser komen trouwens uit de stal van de Zweedse producer Max Martin, die als geen ander weet hoe goede popsongs moeten klinken.

Addison Rae legt het voor mij absoluut af tegen de grote sterren uit de indiepop van het moment, maar op een of andere manier vind ik Addison een best lekker album, zeker nu er zomerse temperaturen in aantocht zijn. Erwin Zijleman

Adele - 30 (2021)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adele - 30 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Adele - 30
Adele maakt op de eerste helft van haar nieuwe album 30 maar weinig indruk, maar stijgt tot grote hoogten op de spannendere en intensere tweede helft, waarin haar stem keer op keer zorgt voor kippenvel
Ik had geen hoge verwachtingen van 30 en deze leken uit te komen toen ik de eerste helft van het album had beluisterd en eigenlijk pas één echt goede song had gehoord. Adele werkt op de eerste helft van het album vooral met oudgediende Greg Kurstin en die voegt niets nieuws toe aan het geluid van Adele. Op de tweede helft van het album ontworstelt Adele zich op fascinerende wijze aan de wat zouteloze pop van de eerste tracks en laat ze horen wat ze ook kan. Zeker aan de hand van producer Inflo (Sault) bloeit Adele op en vuurt ze weer recht op het hart gerichte pijlen af met haar fascinerende stem. 30 scoort al met al een dikke voldoende, maar een prachtalbum lag absoluut binnen bereik.

De Britse zangeres Adele (Atkins) debuteerde in 2008, op haar negentiende, bijzonder knap met het uitstekende 19, waarmee ze zich schaarde onder de betere jonge zangeressen met soul van dat moment. Met 19 plantte de Britse zangeres de zaadjes voor wereldfaam en die kwam met het drie jaar later verschenen 21, dat wat opschoof richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en dat, nog meer dan 19, liet horen dat Adele een exceptioneel zangeres is.

Het wereldwijde succes duwde Adele helaas ook wat in de richting van de mainstream pop, die wat mij betreft teveel domineerde op het 2015 verschenen 25. De afgelopen zes jaar was het in muzikaal opzicht vooral stil rond Adele, maar deze week keert ze terug met 30. Het nieuwe album van Adele volgt op een periode waarin een einde kwam aan haar huwelijk en het is dan ook niet zo gek dat dit sporen heeft nagelaten op het nieuwe album van de Britse zangeres, dat echter zeker niet alleen een breakup album is.

Ik was eerlijk gezegd wel wat uitgekeken op de muziek van Adele en had hele lage verwachtingen rond haar nieuwe album. 30 wordt vooralsnog echter uitvoerig de hemel in geprezen en verrassend vaak het beste album van Adele tot dusver genoemd. Ik vind het zelf, ook na meerdere keren horen, een heel lastig album en zeker niet beter dan het frisse 19.

Natuurlijk laat ook 30 weer horen dat Adele een geweldige zangeres is, maar ik vind 30 toch wat wisselvalliger dan ik teruglees in de meeste recensies die tot dusver zijn verschenen. 30 opent bijzonder met Strangers By Nature dat niet had misstaan in de originele versie van The Wizard Of Oz uit 1939.

Het is wat zoetsappig, maar het is ook een frisse start van het album, dat vervolgt met de single die aan het album voorafging, Easy On Me. Het is een typische Adele song, waarin haar geweldige stem vooral wordt ondersteund door piano. Een echte Adele track, maar wel een van het betere soort.

My Little Love is een wat lome en zoete soultrack, die op zich wel potentie heeft, maar een draak van een song wordt door de dialogen met haar zoontje en het gesnotter van Adele zelf aan het eind. Niet doorheen te komen wat mij betreft en bijna reden om het album uit het raam te smijten, waarna het meer uptempo en met een snufje reggae versierde Cry Your Heart Out gelukkig weer iets beter is, maar ook niet heel opzienbarend.

Hetzelfde geldt voor Oh My God, dat een modern popgeluid met flink wat R&B laat horen. Het is de vierde track op rij die is geproduceerd door oudgediende Greg Kurstin, die er wat mij betreft toch onvoldoende in slaagt om de muziek van Adele te vernieuwen. Can I Get It, dat werd geproduceerd, door Max Martin en Shellback, is niet veel beter en hooguit een aardig niemendalletje, waardoor Adele na zes tracks blijft steken op één echt goede song, een magere score voor een album dat dan op de helft is.

De tweede helft van 30 is gelukkig een stuk beter. I Drink Wine is een pianoballad van het soort dat Elton John zo vaak maakte in de jaren 70 en het is een track waarin Adele niet alleen geweldig zingt, maar ook overtuigt met emotie. Ook het jazzy All Night Parking, dat ook Amy Winehouse niet zou hebben misstaan, overtuigt met wat meer avontuur en wederom geweldige zang.

In de laatste vier tracks op het album tekent drie keer de van het project Sault bekende producer Inflo voor de productie en stijgt 30 alsnog tot grote hoogten in een aantal langere tracks, die laten horen dat Adele zich wel degelijk kan vernieuwen.In het door de akoestische gitaar gedragen Woman Like Me zingt Adele wederom de sterren van de hemel en dat doet ze ook in de pianoballad Hold On, die langzaam maar zeker transformeert in een zwoele en rijk georkestreerde soulsong.

Tobias Jesso Jr. produceerde de jazzy pianoballad To Be Loved, waarin Adele nog maar eens laat horen waartoe ze in vocaal opzicht in staat is, met uithalen die uit haar tenen komen, waarna Inflo het album fraai mag afsluiten met een zwierige track die in muzikaal opzicht aansluit bij de openingstrack, maar waarin de kosmische soul het overneemt in de grootse apotheose.

Door de tweede helft van het album is 30 uiteindelijk toch nog van een redelijk niveau, maar het had veel beter gekund. Ik weet wel wie ik zou benaderen voor de productie van 33, 35 of 40, want de klassieker die ze volgens velen heeft gemaakt met 30, hebben we wat mij betreft nog tegoed. Erwin Zijleman

Adia Victoria - A Southern Gothic (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adia Victoria - A Southern Gothic - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Adia Victoria - A Southern Gothic
Adia Victoria debuteerde een jaar of vijf geleden opvallend, maar zet enorme stappen op het zeer fraaie A Southern Gothic, dat op bijzondere wijze genres aan elkaar smeedt in een bijzonder geluid

A Southern Gothic van Adia Victoria is een conceptalbum over het zuiden van de Verenigde Staten vanuit het perspectief van de Amerikaanse muzikante. Het is een album vol bijzondere verhalen en het zijn verhalen die op prachtige, maar ook bijzondere wijze zijn ingekleurd. Adia Victoria bestrijkt binnen de muziek uit het zuiden van de VS een breed palet en slaat een brug tussen rootsmuziek uit het verleden en muziek uit het heden. A Southern Gothic rijgt op bijzondere wijze genres aan elkaar en Adia Victoria maakt dit keer veel indruk als zangeres. Het levert een bijzonder klinkend album op, dat absoluut de aandacht verdient van een breed publiek.

De naam Adia Victoria, die opduikt in de releaselijsten van deze week, deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, tot ik er achter kwam dat ik in 2016 haar debuutalbum Beyond The Bloodhounds met zeer lovende woorden besprak op deze BLOG. Ik ben de Amerikaanse muzikante hierna kennelijk snel vergeten, want haar in 2019 verschenen tweede album Silences heb ik niet opgemerkt en ook haar debuut had ik sinds 2016 niet meer beluisterd.

Beyond The Bloodhounds heb ik er nog eens bij gepakt en is het best te omschrijven als een intrigerend vat vol tegenstrijdigheden. Op het deze week verschenen derde album van Adia Victoria klinkt haar muziek een stuk consistenter dan op het veelkleurige debuut, maar ook A Southern Gothic laat zich niet zomaar in een hokje duwen.

A Southern Gothic is een conceptalbum over het leven in de zuidelijke staten van de Verenigde Staten. Adia Victoria vertelt persoonlijke verhalen over het leven in het diepe zuiden van de Verenigde Staten en vertelt deze verhalen voor de afwisseling eens niet vanuit het perspectief van de witte man, maar vanuit het perspectief van de zwarte vrouw.

Adia Victoria groeide zelf op in een zeer gelovige gemeenschap in South Carolina, maar opereert tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee. In muzikaal opzicht beperkt Adia Victoria zich dit keer voornamelijk tot de muziek die in het zuiden van de VS wordt gemaakt, waarbij het nog wel alle kanten op kan en waarbij uitstapjes buiten de gebaande paden niet worden geschuwd.

In een aantal tracks op het album domineren folk, heel veel blues, soul en gospel, maar A Southern Gothic bevat ook jazzy tracks en kan ook opschuiven richting hiphop of pop. Het knappe is dat de Amerikaanse muzikante al deze invloeden combineert in het instrumentarium waarin de banjo prachtig samenvloeit met moderne elektronica.

De muziek van de Amerikaanse muzikante sleept zich vaak in een wat lager tempo voort en voelt zo warm en broeierig aan als je verwacht van een album uit het zuiden van de Verenigde Staten. Het voorziet het album van een bijzondere sfeer, die authentiek maar ook eigentijds aanvoelt.

A Southern Gothic bevat eenmalige gastbijdragen van Margo Price, Jason Isbell en Matt Berninger, die van mij buiten het gitaarspel van Jason Isbell niet hadden gehoeven, maar ook niet heel erg in de weg zitten. Voor de productie van het album werkte de Amerikaanse muzikante samen met Mason Hickman, maar ook T-Bone Burnett deed als 'executive producer' een duit in het zakje en dat hoor je.

Zeker in de wat meer roots georiënteerd tracks op het album waan je je aan de oevers van de Mississippi, maar ook de songs met andere invloeden passen uitstekend op het album. Vergeleken met haar debuutalbum klinkt het album wat minder ruw en explosief, maar de kwaliteit van de instrumentatie is een stuk constanter, terwijl Adia Victoria flinke groei laat horen als zangeres en als songschrijver.

Ik twijfelde een paar jaar geleden nog wel wat over haar debuutalbum, maar A Southern Gothic is een groots album. Het is een album dat steeds weer andere wegen in slaat, maar geen moment klinkt als een allegaartje. Het is een album dat zich hier en daar heeft laten beïnvloeden door stokoude Amerikaanse rootsmuziek, maar een aantal andere songs op het album kan alleen maar zijn gemaakt in deze tijd. Het levert een album op dat direct overtuigt, maar dat ook hopeloos intrigeert en blijft intrigeren. Erwin Zijleman

Adia Victoria - Beyond the Bloodhounds (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adia Victoria - Beyond The Bloodhounds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Beyond The Bloodhounds van Adia Victoria werd me een tijdje geleden al eens aangeraden door een van de lezers van deze BLOG, maar destijds verdween de plaat helaas op de stapel.

Daar is de plaat nu gelukkig af en dat is maar goed ook, want het debuut van Adia Victoria is er absoluut een die aandacht verdient.

Dat maakt de muzikante uit South Carolina direct duidelijk in de nog geen minuut durende openingstrack, waarin ze je met uitsluitend haar indringende vocalen bij de strot grijpt.

In de tracks die volgen blijkt de tegenwoordig in Nashville woonachtige Adia Victoria een muzikante met vele gezichten. Beyond The Bloodhounds bevat onder andere invloeden uit de gospel, blues, garagerock, punk, swamprock, jazz, folk en country en verwerkt al deze invloeden op eigenzinnige wijze.

Het debuut van Adia Victoria werd geproduceerd door Roger Moutenot, die eerder werkte met onder andere Josh Rouse, Lambchop, Sleater-Kinney, maar vooral bekend is van zijn werk voor Yo La Tengo. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat Adia Victoria ver verwijderd blijft van de muziek die Nashville op de kaart heeft gezet, maar het is niet zo makkelijk of zelfs onmogelijk om haar in een ander hokje te duwen.

Beyond The Bloodhounds is soms rauw, agressief en direct, maar is net zo makkelijk lieflijk en zweverig. Het ene moment leunt Adia Victoria zwaar op de Amerikaanse rootsmuziek uit het diep Zuiden van de Verenigde Staten, maar het volgende muziek maakt ze muziek die op subtiele wijze tegen de dreampop of indie-rock aanschurkt.

Beyond The Bloodhounds is in emotioneel opzicht een beladen plaat. Adia Victoria groeide op in een streng gelovige gemeente in South Carolina, waarin het contrast tussen blank en zwart groot was. Het heeft zijn sporen nagelaten op haar jeugd en haar eerste volwassen jaren. Die sporen zingt Adia Victoria op Beyond The Bloodhounds op indrukwekkende wijze van zich af.

Ze doet dit met songs vol passie en emotie en met een stem die niet zo goed past in de hokjes waarin de Amerikaanse muzikante zich beweegt. Adia Victoria kan teruggrijpen op de rauwe emotie en snik van Patsy Cline, maar doet in vocaal opzicht ook denken aan Kristin Hersh en soms ook aan een jonge Sinéad O’Connor.

Beyond The Bloodhounds is hierdoor een vat vol tegenstrijdigheden. Een donker, broeierig en emotioneel geladen vat vol tegenstrijdigheden, dat lieflijk kan voortkabbelen, maar ook genadeloos kan ontsporen. Desondanks is het niet lastig om de plaat onmiddellijk te omarmen. Zelf werd ik bij de eerste keer horen gegrepen door het fascinerende debuut van Adia Victoria en sindsdien is de plaat alleen maar beter geworden. Een indrukwekkend en bijzonder debuut van een dame die zomaar heel groot kan worden (maar helaas net zo makkelijk in de anonimiteit kan verdwijnen). Erwin Zijleman

Admiral Drowsy - Industrial Consistency (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Admiral Drowsy - Industrial Consistency - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Admiral Drowsy - Industrial Consistency
De Nieuw-Zeelandse muzikant Luke Redfern Scott maakt als Admiral Drowsy hele bijzondere muziek, die zich nauwelijks laat vangen in hokjes en woorden en garant staat voor een fascinerende luisterervaring

De Nieuw-Zeelandse muziekscene is er een die zich deels onafhankelijk ontwikkeld van de muziekscenes aan de andere kant van de wereld. Dat levert zo nu en dan albums op die totaal anders klinken dan albums uit Europa of de VS. Industrial Consistency van Admiral Drowsy is zo’n album. De muzikant uit Lyttelton laat zich deels beïnvloeden door Britse folk, maar voorziet zijn songs vervolgens van fascinerende klanken. Het zijn over het algemeen donkere en dreigende klanken, wat het album voorziet van een hele bijzondere sfeer. Het is absoluut even wennen aan dit album, maar eenmaal gewend wordt Industrial Consistency echt mooier en mooier.

De uitstekende nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records leverde me ook deze week weer een uitstekende tip op. De meeste muziek uit Nieuw-Zeeland die ik tegen kom in deze nieuwsbrief overtuigt me vrijwel onmiddellijk, maar dat was deze week anders. Industrial Consistency van Admiral Drowsy is immers zeker geen makkelijk album en het is bovendien een album dat in een aantal tracks behoorlijk zwaar op de maag ligt. Het tweede album van de muzikant uit het Nieuw-Zeelandse Lyttelton intrigeerde me echter wel onmiddellijk en na wat doorbijten vind ik het inmiddels een uitstekend album.

Admiral Drowsy is het alter ego van muzikant Luke Redfern Scott, die in 2021 debuteerde met het album The Gutter Boy Spectates. Dat album is me destijds niet opgevallen in de nieuwsbrief van Flying Out Records, maar over Industrial Consistency schrijft de muziekwinkel uit Auckland het volgende: “Industrial Consistency adds new colours to the Admiral Drowsy palette, with the label teasing layers of analog synthesisers, down tuned guitars and also touching on long form soundscapes and drones". Keep your fidelity low, and your heads high, and tune into the sounds drifting up from the harbours and hills of Lyttelton.” Het maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar de muziek van Admiral Drowsy en die nieuwsgierigheid werd beloond.

Luke Redfern Scott heeft besloten om een flink hoge drempel op te werpen, want Industrial Consistency opent zwaar en donker. In de korte openingstrack worden duistere klanken gecombineerd met de karakteristieke stem van de muzikant uit Lyttelton, die heel in de verte iets heeft van Peter Gabriel. Na de openingstrack die doet uitzien naar meer, trakteert Admiral Drowsy ons echter ruim acht minuten lang op aardedonkere klanken en drones en uiteindelijk ontspoort de postrock achtige en bij vlagen jazzy track volledig met scheurende saxofoons. Absoluut intrigerend, maar nog zo’n track en ik was afgehaakt.

Vanaf dat moment wordt Industrial Consistency echter prachtig. Admiral Drowsy gaat verder met een folky track die wordt verrijkt met fraaie soundscapes en de bijzondere stem van Luke Redfern Scott, waarna ook nog eens bijzondere elektronische impulsen opduiken. De zang is hier en daar wat theatraal, maar dat past uitstekend bij de bijzondere inkleuring van de song. Vanaf dat moment volgen de memorabele songs elkaar in rap tempo op.

Steeds weer verrast Admiral Drowsy met bijzondere klanken, complexe songstructuren en de soms wat hoge zang. Heel af en toe heb ik associaties met Gavin Friday, maar over het algemeen genomen maakt Admiral Drowsy muziek met een duidelijk eigen geluid. Het is donker, dreigend en hier en daar wat theatraal, maar wanneer je eenmaal de schoonheid hebt ontdekt in de muziek van Luke Redfern Scott, die zich in vrijwel alle tracks laat beïnvloeden door Britse folk, laat dit album je maar moeilijk los.

De niet erg toegankelijke tweede track had misschien beter gepast aan het einde van het album, maar verder heb ik niets aan te merken op dit album dat duidelijk anders klinkt dan de meeste andere albums die momenteel worden gemaakt, iets dat je wel vaker hoort op albums die aan het andere eind van de wereld worden gemaakt. Het is zeker niet de makkelijkste tip die ik de laatste jaren van Flying Out Records heb gekregen, maar het is wel een hele bijzondere. Erwin Zijleman

Admiral Freebee - Wake Up and Dream (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Admiral Freebee - Wake Up And Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Antwerpen afkomstige muzikant Tom van Laere is inmiddels een kleine 15 jaar Admiral Freebee, wat tussen 2003 en 2014 vijf geweldige platen opleverde.

Plaat nummer zes is er inmiddels ook en wederom heeft Admiral Freebee een uitstekende plaat afgeleverd.

De muziek van het aan Jack Kerouac’s On The Road ontleende alter ego van Tom van Laere is altijd geinspireerd geweest door popmuziek uit de jaren 70 en kwam op het in 2014 verschenen The Great Scam vooral bij The Rolling Stones uit.

Ook op Wake Up And Dream hoor ik af en toe nog wel wat van The Rolling Stones, maar het is toch ook een duidelijk andere plaat geworden dan zijn voorganger.

Admiral Freebee schuift op zijn nieuwe plaat weer wat op richting de popmuziek uit de jaren 70 en kiest voor lekker in het gehoor liggende songs, die soms worden opgestuwd door blazers of stevigere gitaren (bijvoorbeeld in de ode aan Pixies en Kim Basinger), maar ook loom en ingetogen kunnen zijn of kunnen worden voorzien van een stevige bootsimpuls.

Verder hoor ik voor het eerst ook veel van de eerste platen van Roxy Music, zeker wanneer de saxofoon mag aanzwellen en de gitaren lekker tegendraads zijn.

Wake Up And Dream klinkt net als al zijn voorgangers als een omgevallen platenkast, maar Admiral Freebee slaagt er ook dit keer weer in om zijn muziek te voorzien van een duidelijk eigen geluid.

Op zijn nieuwe plaat heeft Admiral Freebee het schrijven van tijdloze popliedjes nog wat verder geperfectioneerd. Wake Up And Dream slaat zich direct bij eerste beluistering als een warme deken om je heen, maar laat ook genoeg nieuwe dingen horen om met volledige aandacht naar de plaat te luisteren.

De plaat is voorzien van een verrassend veelzijdige instrumentatie, waarna de aangename stem van Tom van Laere en de aanstekelijke melodieën en refreinen de rest doen.

Als liefhebber van de muziek van Admiral Freebee kost het absoluut geen moeite om van Wake Up And Dream te houden, maar dit zal niet anders zijn als je het werk van de Vlaamse muzikant niet kent, maar wel wakker gemaakt mag worden voor tijdloze popmuziek met een hang naar de jaren 70. Prima plaat weer van deze bijzonder talentvolle Antwerpse muzikant. Erwin Zijleman

Adna - Closure (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Adna - Closure - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Zweedse singer-songwriter Adna (Kadic) betoverde precies twee jaar geleden met het prachtige Run, Lucifer.

Op deze in Berlijn opgenomen plaat combineerde Adna de donkere en stemmige klanken van de Zweedse winter met de felle lichten en het avontuur van het mondaine Berlijn.

Run, Lucifer viel op door een bijzonder mooie en veelzijdige instrumentatie, een bijzondere stem en hele goede songs.

Op haar nieuwe plaat Closure gaat Adna verder waar Run, Lucifer twee jaar geleden ophield, maar laat Adna ook horen dat ze gegroeid is.

Ook Closure valt op door een instrumentatie die constant de balans zoekt tussen stemmige, donkere en atmosferische klanken en een veel uitbundiger en soms wat meer pop georiënteerd geluid.

Adna kiest over het algemeen voor een intieme basis van gitaren of piano en kleurt haar geluid vervolgens subtiel in met flink wat elektronica en percussie. Met name door de bijzonder fraaie gitaarlijnen doet Closure me meer dan eens denken aan de muziek van The Xx, maar de muziek van Adna bevat zowel ingehouden spanning als flinke uitbarstingen.

Het is muziek die lastig in een hokje is te duwen. De muziek van de jonge Zweedse singer-songwriter is vaak ingetogen en atmosferisch, maar Adna flirt zo nu en dan ook met groots klinkende pop. Closure klinkt hierdoor af en toe verrassend aanstekelijk en doet dan wat denken aan de muziek van Birdy, maar Adna schuurt ook nog altijd tegen de aardedonkere muziek van de helaas wat uit beeld geraakte Soap & Skin aan, zeker wanneer melancholische pianoklanken de toon zetten.

In muzikaal opzicht is het smullen, maar de meeste indruk maakt ook dit keer de stem van Adna. Het is een stem die alle kanten op kan en zich hierdoor lastig laat vergelijken. De Zweedse is nog een twintiger, maar vertolkt haar songs met opvallend veel emotie en doorleving, wat Closure een bijzondere lading geeft.

Net als voorganger Run, Lucifer is ook Closure een plaat die je wat vaker moet horen. Ook dit keer was ik bij eerste beluistering vooral afgeleid door mijn onvermogen om de muziek van Adna in een hokje te duwen, maar eenmaal gewend aan de bijzondere songs op Closure, groeit de plaat, net als zijn voorganger, snel naar grote hoogten.

Waar Run, Lucifer nog wel wat schoonheidsfoutjes bevatte, klopt op Closure vrijwel alles. Het is prachtig hoe de instrumentatie een unieke sfeer weet te creëren en zowel betovert als benevelt. Het is een sfeer die af en toe wat unheimisch aanvoelt, maar Closure is minstens net zo vaak wonderschoon. Ook de stem van Adna sorteert uiteenlopende effecten, maar kippenvel is bijna nooit ver weg.

En zo heeft Adna een plaat gemaakt die aan de ene kant makkelijk heel groot kan worden, maar die aan de andere kant ook in de smaak zal vallen bij muziekliefhebbers die liever wat meer scherpe kantjes en avontuur horen in muziek.

Ik vond Run, Lucifer twee jaar geleden prachtig, maar Closure is nog veel beter en is wat mij betreft een ongelooflijk knappe plaat van deze jonge Zweedse singer-songwriter. Erwin Zijleman