Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Frankie Cosmos - Different Talking (2025) 4,5
30 juni 2025, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Frankie Cosmos - Different Talking - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Frankie Cosmos - Different Talking
Frankie Cosmos begon ooit als soloproject van de New Yorkse muzikante Greta Kline, maar is inmiddels uitgegroeid tot een band, die met het uitstekende Different Talking een ware indiepop parel heeft afgeleverd
Het is een mooi stapeltje albums dat de Amerikaanse band Frankie Cosmos inmiddels op haar naam heeft staan en de groei is er nog lang niet uit. De band uit New York doet op het deze week verschenen Different Talking alles zelf en dat is niet ten koste gegaan van de kwaliteit. Integendeel zelfs, want de mix van 90s indierock en dreampop en indiepop van het moment klonk nog nooit zo mooi en overtuigend als op Different Talking, het vijfde album van de New Yorkse band. De critici weten al een aantal jaren dat Frankie Cosmos moet worden gerekend tot de smaakmakers van de indiepop en dat is nog veel beter te horen op het in alle opzichten uitstekende Different Talking.
De Amerikaanse muzikante Greta Kline kan al sinds haar in 2016 onder de naam Frankie Cosmos uitgebrachte debuutalbum Next Thing rekenen op zeer lovende woorden van de critici, maar desondanks wordt ze binnen de indiepop van het moment nog altijd gerekend tot de subtop. In tegenstelling tot een aantal collega’s in het genre heeft ze overstap naar de grote zalen nog niet gemaakt en ook het deze week verschenen Different Talking is zeker niet het album waar het drukst over wordt gedaan deze week.
Ik heb tot dusver alle albums van de New Yorkse muzikante zeer positief besproken, maar alleen Next Thing haalde mijn jaarlijstje, dus misschien onderschat ik Frankie Cosmos zelf ook wel wat. Frankie Cosmos begon ooit als een soloproject van Greta Kline, maar is inmiddels een echte band, die deze week met Different Talking alweer het vijfde album aflevert.
Greta Kline, overigens de dochter van de bekende acteurs Kevin Kline en Phoebe Cates, begon ooit met intieme ‘bedroom pop’, maar laat samen met de andere bandleden horen dat Frankie Cosmos zich de afgelopen jaren enorm heeft ontwikkeld. Different Talking is misschien niet het album dat deze week de meeste aandacht trekt, maar het is een album dat een nog wat hoger niveau aantikt dan de vorige albums van de New Yorkse band en dat zegt wat.
Frankie Cosmos bestaat naast zangeres en gitarist Greta Kline uit bassist Alex Bailey, drummer Hugo Stanley en de zeer getalenteerde toetsenist en zangeres Katie von Schleicher, die ook als solomuzikante prima albums maakte. Het viertal besloot om het nieuwe album zonder hulp van anderen te maken, wat heeft geresulteerd in een hecht bandgeluid, dat ook opvallend mooi geproduceerd is door de band.
Frankie Cosmos propt maar liefst zeventien songs in een kleine veertig minuten, maar Different Talking is zeker geen lo-fi album geworden. De songs op het album klinken allemaal even verzorgd en variëren van dromerige indiepop tot wat stekelige indierock. In de wat stevigere songs hoor ik flarden van de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 en zeker ook uit de dreampop uit deze periode, maar het nieuwe album van Frankie Cosmos sluit ook aan bij de lome indiepop van het moment, met de zwoele en dromerige 70s pop van Clairo als belangrijkste vergelijkingsmateriaal.
Het doet het echt fantastisch bij de tropische temperaturen van het moment, maar de nieuwe songs van Frankie Cosmos hebben meer te bieden dan zoete verleiding. Ondanks het hoge DIY-gehalte klinkt het album echt prachtig en dat geldt zowel voor de muziek als de zang op het album. Ik vond de stem van Greta Kline altijd al mooi, maar op Different Talking zingt ze nog net wat mooier.
Ik heb zoals gezegd altijd een zwak gehad voor de albums van Frankie Cosmos, maar Different Talking steekt er wat mij betreft bovenuit en dat is knap. De songs van Frankie Cosmos weten zich wat mij betreft ook te onderscheiden van de meeste andere indiepop en indierock die op het moment gemaakt wordt, want de New Yorkse band klinkt toch net wat eigenzinniger en ruwer dan de collega muzikanten, die vooral vanuit Los Angeles opereren. Net als Clairo, wat mij betreft goed voor een van de allerbeste concerten van 2025 tot dusver, moet Frankie Cosmos maar eens snel worden toegevoegd aan de erkende smaakmakers van de indiepop van het moment. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Bruce Springsteen - Tracks II (2025) 4,0
Alternatieve titel: The Lost Albums, 29 juni 2025, 10:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bruce Springsteen - Tracks II: The Lost Albums - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bruce Springsteen - Tracks II: The Lost Albums
Met Tracks II: The Lost Albums hebben we er zomaar zeven Bruce Springsteen albums bij en het zijn albums waarop veel moois valt te ontdekken en we af en toe ook een nog minder bekende kant van de Amerikaanse muzikant horen
Tracks II: The Lost Albums is met ruim vijf uur muziek een lange zit, maar het is het waard. Dat geldt wat mij betreft het meest voor de nieuwe albums uit de jaren 90, want in dat decennium was de reguliere productie van Springsteen karig en deels van matige kwaliteit, maar ook het nieuwe werk uit de jaren 80 en het huidige millennium mag er zijn. Tracks II laat zich niet beluisteren als een serie restjes, maar herschrijft deels de geschiedenis met nieuwe albums, die tot voor kort nog een ontbrekende schakel waren in het oeuvre van Bruce Springsteen. Hier en daar komt een potentiële Springsteen klassieker voorbij, maar de toch al zo talentvolle muzikant blijkt ook nog net wat veelzijdiger en getalenteerder dan we al wisten.
“Lost albums” zijn dat meestal niet voor niets. Van de talloze albums die de afgelopen decennia toch nog van de plank zijn gekomen, vallen de meeste gewoon vies tegen. Dat dit niet geldt voor Tracks II: The Lost Albums van Bruce Springsteen hadden we kunnen weten, want in 1988 verscheen het eerste deel van Tracks. Het eerste deel van Tracks bestond weliswaar niet uit complete albums, maar de ruime selectie restmateriaal in deze box-set was van een bijzonder hoog niveau en bevatte een flink aantal Springsteen songs die ik niet graag had gemist.
En nu is er dus Tracks II, dat helaas voor een wel heel stevige prijs in de winkel ligt, maar gelukkig ook via de streaming media diensten is te beluisteren, al mis je dan de fraaie verpakking en een mooi boekwerk met achtergrondinformatie. Er is al veel geschreven over Tracks II en er zal de komende weken nog veel meer geschreven worden over de lijvige box-set met maar liefst zeven niet eerder verschenen albums. Het komt neer op ruim tachtig songs en ruim vijf uur nieuwe muziek en dat is veel. Heel veel. Veel verder dan een voorlopig oordeel kom ik nu dan ook nog niet.
Het is materiaal dat werd opgenomen tussen 1983 en 2018, een periode waarin Springsteen zowel als muzikant als privé hoge pieken en diepe dalen kende. Ik was op voorhand het meest benieuwd naar de vergeten albums uit de jaren 90. In dit decennium leverde Springsteen na de voor hem glorieus verlopen jaren 80 immers maar drie albums af. Human Touch (1992) en Lucky Town (1992) vind ik persoonlijk de twee zwakste Springsteen albums en ook de tour die volgde op deze albums was verre van overtuigend. The Ghost Of Tom Joad (1995) is wel een Springsteen klassieker, maar tot voor kort dus ook het enige serieuze wapenfeit van de Amerikaanse muzikant uit de jaren 90, naast de geweldige single Streets Of Philadelphia.
Tracks II voegt drie albums die werden opgenomen in de jaren 90 toe aan Springsteen's oeuvre en het zijn wat mij betreft de opvallendste albums in de box-set. Voor we de jaren 90 in gaan zijn we echter nog in 1983 toen LA Garage Sessions ’83 werd opgenomen. Het is het album dat werd gemaakt tussen het indringende Nebraska uit 1982 en het grootse Born In The U.S.A. uit 1984 en zo laat het album zich ook beluisteren. Het is een album met een aantal hele sterkte tracks, maar over de hele linie vind ik LA Garage Sessions niet onmisbaar, vooral omdat het een Springsteen laat horen die we al kennen.
Het is anders op het eerste album uit de jaren 90 dat in de box is te vinden. Streets Of Philadelphia Sessions werd opgenomen nadat Springsteen de titeltrack had bijgedragen voor de soundtrack van de film Streets Of Philadelphia en het album ligt in het verlengde van deze track, die overigens zelf ontbreekt helaas. Springsteen maakt op Streets Of Philadelphia Sessions intensief gebruik van bijzondere ritmes en drum loops, kiest vooral voor melodieus gitaarwerk, zingt met veel gevoel en zet heel veel synths in, die er voor zorgen dat Streets Of Philadelphia Sessions anders klinkt dan de albums die in de jaren 90 wel verschenen. Het album is voor mij het eerste hoogtepunt in de box-set en vooral omdat het echt iets toevoegt aan het oeuvre van de Amerikaanse muzikant en omdat het veel beter is dan de albums van zijn hand die wel verschenen in het eerste deel van de jaren 90.
Na Streets of Philadelphia Sessions springen we naar 2005 toen Springsteen, Faithless, een nooit verschenen soundtrack bij een film die evenmin verscheen, maakte. De opnames volgden op de zeer indrukwekkende Devils & Dust solotour en laten een sfeervol en beeldend geluid horen, dat het inderdaad uitstekend zou hebben gedaan bij een film. Op het album laat Springsteen zich vooral beïnvloeden door Amerikaanse rootsmuziek (net als op Devils & Dust trouwens) met de koortjes van enkele leden van de E-Street Band als opvallend detail. Het levert een mooi en sfeervol album op.
Met Somewhere North Of Nashville keren we weer terug naar de jaren 90 met opnames die stammen uit dezelfde tijd als The Ghost Of Tom Joad. In muzikaal opzicht is het andere koek, want het is een puur country(rock) album. Het had halverwege de jaren 90 zeker een release verdient, want het klinkt anders dan de andere albums van de Amerikaanse muzikant uit deze periode, maar net als het eerste album in de box vind ik het niet echt onmisbaar, zeker omdat er in dit genre al zo veel gemaakt is.
Snel door dus naar album vijf, Inyo, dat ook uit de jaren 90 komt. Het is een akoestisch album dat ergens tussen The Ghost Of Tom Joad en Devils & Dust in zit. Het voegt misschien geen heel geen nieuw geluid toe aan het bestaande oeuvre, maar de songs op het album zijn wel intiem en zeer sfeervol, zeker wanneer fraaie klankentapijten achter de akoestische gitaar worden geplaatst. Inyo had zeker niet misstaan tussen de albums die in de jaren 90 wel werden uitgebracht.
We zijn vervolgens beland bij album zes, Twilight Hours, waarop Bruce Springsteen de crooner in zichzelf ontdekt en zich omringt met Burt Bacharach achtige arrangementen en klanken. Het album werd in dezelfde periode opgenomen als het in 2019 verschenen Western Stars, waarop ook een opvallend rijk georkestreerd geluid was te horen, maar haalt het niveau van dat album wat mij betreft niet, vooral omdat dat album meer Springsteen was dan Twilight Hours. Het is mooi, maar persoonlijk hoor ik Springsteen liever anders.
Blijft alleen album nummer zeven nog over, Perfect World. Het is weer wat meer een verzameling restjes dan een compleet album dat op de plank lag en het is een album waarop we vooral rijk ingekleurde rocksongs horen of juist wat meer ingetogen songs met het karakteristieke Springsteen geluid. Hier en daar komt een potentiële Springsteen klassieker voorbij, maar echt iets nieuws hoor ik niet, wat niet betekent dat het niet goed is, want er komen een aantal geweldige songs voorbij.
Na ruim vijf uur muziek kom ik tot meerdere conclusies. De eerste conclusie is dat het niveau op Tracks II: The Lost Albums, net als op het eerste deel van Tracks uit 1988, hoog ligt. De meeste songs die voorbij komen hadden niet misstaan op de albums die wel verschenen in de periode waarin de songs werden opgenomen, waardoor ik geen moment het idee heb ik dat ik naar een verzameling restjes aan het luisteren ben. Integendeel zelfs, want een flink aantal songs in de box-set zou ik graag inruilen voor tracks die de reguliere albums wel hebben gehaald.
Met de kwaliteit van Tracks II is dus helemaal niets mis, maar echt heel veel nieuws hoor ik ook niet. Streets Of Philadelphia Sessions laat wel iets nieuws horen en dit vind ik dan ook het meest opvallende album in de lijvige box-set. Ook de filmsoundtrack Faithless en het countryalbum Somewhere North of Nashville voegen wat mij betreft iets toe aan het oeuvre van Springsteen, maar ik vind de toevoeging minder substantieel dan in het geval van Streets Of Philadelphia Sessions. Aan Bruce Springsteen als crooner moet ik nog even wennen, maar hij doet het absoluut verdienstelijk. Iniyo is misschien niet hele vernieuwend, maar dit is een album waar ik enorm gehecht aan begin te raken.
Om terug te komen op de zin waarmee ik deze recensies begon: “Lost albums” zijn dat meestal niet voor niets. Het ligt in het geval van Bruce Springsteen toch weer net wat anders. Voorlopig genoeg te luisteren dus, maar Springsteen heeft ook alweer een nieuw album aangekondigd en over een jaar of wat verschijnt ook nog Tracks III, dat wel weer zal bestaan uit een verzameling songs die gedurende de jaren zijn blijven liggen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lorde - Virgin (2025) 5,0
28 juni 2025, 10:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lorde - Virgin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lorde - Virgin
Lorde leverde in 2021 met Solar Power een interessant maar ook net wat minder overtuigend album af, maar revancheert zich razend knap met Virgin, dat vooralsnog met afstand het beste popalbum van 2025 is
De Nieuw-Zeelandse muzikante Lorde is nog altijd pas 28 jaar oud, maar levert deze week met Virgin al haar vierde album af, bijna 12 jaar na het verschijnen van haar debuutalbum. Met Melodrama maakte ze in 2017 een van mijn favoriete popalbums aller tijden, maar dat niveau haalde ze niet op haar vorige album. Het is een niveau dat wel weer wordt gehaald op het deze week verschenen Virgin. Het is een album met de zo herkenbare stem van Lorde en haar al even herkenbare eigenzinnige popsongs. Virgin is ook in productioneel en muzikaal opzicht een hoogstaand album en het is een album dat vooralsnog alleen maar interessanter wordt. Wat een indrukwekkende zet weer van de Nieuw-Zeelandse popster.
Ella Marija Lani Yelich-O'Connor was pas 16 jaar oud toen ze in 2013 haar debuutalbum Pure Heroine uitbracht onder de naam Lorde. De Nieuw-Zeelandse muzikante maakte direct indruk met een aantal geweldige en zeer aanstekelijke popsongs, maar het waren ook popsongs met een duidelijk eigen geluid.
Ik vond Pure Heroine vooral een album met een aantal geweldige singles, maar met het in 2017 verschenen en door geweldenaar Jack Antonoff geproduceerde Melodrama leverde Lorde wat mij betreft een nagenoeg perfect popalbum af. Het is een popalbum dat ik schaar onder de beste popalbums van dit millennium en er verschenen er de afgelopen vijfentwintig jaar nogal wat. Het vervolgens in 2021 verschenen Solar Power was zeker geen slecht album, maar het wat meer ingetogen album was, zeker achteraf bezien, lang niet zo goed als Melodrama en dit ondanks een aantal geweldige muzikanten en wederom Jack Antonoff achter de knoppen.
Sinds de aankondiging van Virgin, het vierde album van Lorde, ging het in eerste instantie alleen maar over de zogenaamd gewaagde of zelfs ongepaste cover van het album, maar ik zie nog steeds niet wat er gewaagd of ongepast is aan een röntgenfoto (de binnenhoes hadden we toen nog niet gezien, maar kom op, het is 2025). Sinds deze week kunnen we het gelukkig over de nieuwe songs van Lorde hebben en die zijn echt geweldig. Of Virgin uiteindelijk Melodrama gaat overtreffen durf ik nog niet te zeggen, maar het vierde album van Lorde komt in ieder geval akelig dicht in de buurt van het album uit 2017 en groeit nog wel even door.
Voor de productie deed Lorde dit keer een beroep op drie producers, onder wie Jim-E Stack, die nog niet de status heeft van Jack Antonoff, maar wel een van de producers was van het briljante Desire, I Want To Turn Into You van Caroline Polachek, en Daniel Nigro, de man achter Chappel Roan en Olivia Rodrigo en ook betrokken bij het genoemde album van Caroline Polachek. Ze tekenen voor een productioneel hoogstandje.
Vergeleken met Solar Power schuift Virgin weer wat op richting elektronisch ingekleurde en soms zwaar aangezette popsongs. Toch blijft Virgin ver weg van de wat eendimensionale popalbums van het moment. Net als bijvoorbeeld Billie Eilish, met wie Lorde bijna de achternaam deelt, schakelt Lorde makkelijk tussen met veel elektronica ingekleurde en uptempo songs en wat subtieler klinkende songs waarin gas wordt teruggenomen.
Net als Billie Eilish slaagt Lorde er bovendien in om een uit duizenden herkenbaar geluid te creëren. Dat doet de Nieuw-Zeelandse muzikante met haar stem, maar ook met haar songs, die zonder uitzondering aanstekelijk zijn, maar ook overlopen van avontuur en verrassing. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis en slaagt Lorde er in om iedere track weer net wat anders en vaak ook verrassend ruw te klinken, maar ook de karakteristieke zang van Lorde is fantastisch op Virgin en hetzelfde geldt voor haar persoonlijke teksten.
We wisten natuurlijk al dat Lorde in staat is om een kwalitatief hoogstaand popalbum te maken, want dat deed ze op hele jonge leeftijd al eens met Melodrama. Toch ging ik er op voorhand niet van uit dat de Nieuw-Zeelandse muzikante het nog een keer zou flikken, maar na Virgin meerdere keren gehoord te hebben kan ik alleen maar concluderen dat Lorde voorlopig met afstand het beste popalbum van 2025 heeft gemaakt en ik denk eerlijk gezegd niet dat iemand hier in dit genre nog overheen gaat dit jaar. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Jess Kerber - From Way Down Here (2025) 4,5
27 juni 2025, 16:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jess Kerber - From Way Down Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jess Kerber - From Way Down Here
Helaas heeft bijna niemand het door, maar de Amerikaanse muzikante Jess Kerber heeft met het deze week verschenen From Way Down Here echt een wonderschoon debuutalbum afgeleverd, dat je moet horen
Jess Kerber uit Nashville, Tennessee, genoot haar opleiding aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston en ze kent bovendien haar klassiekers. Het is allebei te horen op haar debuutalbum From Way Down Here dat in alle opzichten kwaliteit ademt en af en toe flarden uit het verleden laat horen. Jess Kerber geeft een aantal van haar songs echter ook een bijzondere twist mee, wat van haar debuutalbum een onderscheidend album maakt. Dat onderscheidende karakter wordt nog wat versterkt door de bijzonder smaakvolle muziek op het album en zeker ook door de prachtige stem van Jess Kerber, die wat mij betreft een zeer memorabel debuutalbum heeft afgeleverd.
De muziekindustrie draait in Nashville, Tennessee, nog altijd op volle toeren, waardoor er iedere week kan worden gekozen uit meerdere prima albums. Ik beperkt me over het algemeen tot albums van vrouwelijke singer-songwriters, maar ook dan is er nog meer dan genoeg te kiezen. Probeer dus maar eens op te vallen in het enorme aanbod van het moment en dat lukt veel uitstekende muzikanten helaas niet.
Ook het vorige week verschenen debuutalbum van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige Jess Kerber stond tot dusver nog niet heel nadrukkelijk in de spotlights en dat is wat mij betreft jammer. De Amerikaanse muzikante, die overigens werd geboren in Louisiana, weet zich in de openingstrack van From Way Down Here te onderscheiden met een mooie en karakteristieke stem en doet dat in een aantal tracks die volgen ook nog met de inkleuring van haar songs.
Laat ik bij de stem van Jess Kerber beginnen. Het is een mooie en warme stem, maar het is ook een stem met een ruw en emotioneel randje, die er voor zorgt dat haar debuutalbum direct de aandacht trekt. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen in Nashville en het is een stem die mij echt heel goed bevalt. Het is bovendien een stem die niet direct lijkt op de stemmen die ik al ken, waardoor From Way Down Here direct mijn aandacht trok.
Dat blijft Jess Kerber een album lang doen met haar stem, die soms flink expressief klinkt, maar die ook meer ingehouden kan klinken. De stem van de Amerikaanse muzikante wordt in de openingstrack van haar debuutalbum begeleidt door mooie klanken, die de track deels richting country en deels richting folk sturen. Jess Kerber had wat mij betreft nog negen van dit soort tracks op haar debuutalbum mogen zetten, maar dat heeft ze niet gedaan.
De openingstrack van From Way Down Here past op zich prima in Nashville, maar in de tweede track op het album slaat de Amerikaanse muzikante een andere weg in. Het is een track die in eerste instantie neigt naar folktronica of in ieder geval folkpop, maar het is ook een track die langzaam maar zeker wordt voorzien van een steeds net wat spannender indie geluid. Het klinkt opeens totaal anders dan de andere muziek die momenteel in de Amerikaanse muziekhoofdstad wordt gemaakt en dat siert Jess Kerber.
Door de eerste twee tracks op het album was ik eigenlijk al verkocht, maar de muzikante uit Nashville houdt het hoge niveau makkelijk een heel album vast. Ze blijft meestal wat dichter bij de folk en country die we kennen uit haar thuisbasis, maar door de bijzondere stem en de zeer smaakvolle klanken is From Way Down Here toch een wat atypisch album in het genre, zeker wanneer Jess Kerber plotseling toch weer buiten de lijntjes kleurt.
Het is een album dat ik direct bij eerste beluistering prachtig vond, maar hoe vaker ik naar het debuutalbum van Jess Kerber luister hoe meer ik onder de indruk raak van haar songs, van de bijzonder smaakvolle instrumentatie en van haar emotievolle en bijzondere zang.
Jess Kerber verdient alle lof voor dit fraaie debuutalbum, maar ook Will Orchard verdient krediet, want hij tekende voor een groot deel van de instrumentatie en de productie van het album, dat af en toe ook wel wat heeft van albums die in de jaren 70 werden gemaakt in het genre. Echt een aanrader dit debuutalbum dat helaas wat tussen wal en schip dreigt te vallen. Dat mag wat mij betreft niet gebeuren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
U.S. Girls - Scratch It (2025) 4,0
26 juni 2025, 20:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: U.S. Girls - Scratch It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: U.S. Girls - Scratch It
Voor Scratch It vertrok Meg Remy, de vrouw achter U.S. Girls, naar Nashville om een album op te nemen met veel meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, zonder het unieke U.S. Girls geluid te verliezen
Ik heb tot dusver lang niet alle albums van US. Girls opgepikt, maar als ik dat doe en de tijd neem voor het album ben ik over het algemeen zeer te spreken over de muziek van het project van Meg Remy uit Toronto. Ik moest heel even wennen aan het deze week verschenen Scratch It, maar raak steeds meer gehecht aan dit album. Het is een album dat werd opgenomen in Nashville en niet in Toronto, de thuisbasis van Meg Remy, en dat hoor je. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten spelen een voorname rol op het album, maar het blijft toch ook onmiskenbaar U.S. Girl, dat werkt aan een fascinerend oeuvre.
U.S. Girls, het project van de Amerikaanse maar tegenwoordig in het Canadese Toronto woonachtige muzikante Meg Remy, strooit naar mijn gevoel met albums. Dat valt op zich wel mee, want na 17 jaar staat de teller als ik goed tel op negen studioalbums en een live-album, wat ver weg blijft van bands die meerdere albums per jaar uitbrengen, want die zijn er ook.
Op een of andere manier associeer ik U.S. Girls echter toch met veel of zelfs net wat teveel. Het zal dus niet aan het aantal albums liggen, maar aan iets anders. Ik had het gevoel ook weer bij beluistering van het deze week verschenen Scratch It. De songs van de Amerikaanse muzikante zijn voorzien van een behoorlijk vol geluid, Meg Remy heeft flink wat tekst en springt ook nog eens makkelijk van genre naar genre. Er gebeurt dus van alles en dat kan wel eens teveel zijn.
Wanneer ik terugkijk op mijn persoonlijke relatie met de muziek van U.S. Girls kan ik concluderen dat ik een enkele keer wel heel enthousiast was over de albums van het project van Meg Remy, maar dat ik verreweg de meeste albums heb laten liggen. Ik denk wel dat ik vrijwel alle albums van U.S. Girls heb beluisterd, zeker omdat de muziek van Meg Remy vrijwel altijd kan rekenen op zeer positieve recensies, met name in de Amerikaanse muziekmedia.
Ik weet nu ook waar het mis gaat, want bij eerste beluistering van Scratch It was ik wederom niet zo heel enthousiast. Ik hoor de kwaliteit die afdruipt van de songs van de Amerikaanse muzikante en ik hoor ook de kwaliteit in de muziek en de zang, maar op een of andere manier vind ik het zo overweldigend dat het niet blijft hangen. De oplossing is eenvoudig. Luister een paar keer naar de muziek van U.S. Girls en alles valt op zijn plek.
Ook Scratch It is weer een album dat rijk is ingekleurd, waarna de stem van Meg Remy alle open ruimte opvult, maar de muziek van U.S. Girls kan ook wel degelijk subtiel zijn. Het verhaal achter het nieuwe album van U.S. Girls is mooi. Meg Remy werd uitgenodigd voor een festival in het zuiden van de Verenigde Staten, ver weg van haar thuisbasis Toronto, maar had eigenlijk geen band. Ze benaderde Dillon Watson, een bevriende muzikant uit Nashville, die snel een band samenstelde.
Over het festival weet ik niet zo veel, maar in Nashville, Tennessee, nam Meg Remy samen met Dillon Watson en de door hem gerekruteerde muzikanten in slechts een paar dage Scratch It op. Dat het album snel werd opgenomen hoor je in het af en toe wat ruwe geluid, al klinkt het zeker niet als een lo-fi album.
De muziek van U.S. Girls kon in het verleden alle kanten op, al zat er altijd flink wat pop in de songs van Meg Remy. Scratch It werd zoals gezegd opgenomen in Nashville met muzikanten die vooral thuis zijn in de Amerikaanse rootsmuziek en dat is te horen. Het album ademt de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten en bevat een heerlijke dosis soul uit deze contreien.
Het past verrassend goed bij de stem van Meg Remy die naarmate het album vordert steeds beter gaat zingen. Het opent allemaal misschien wat vol, maar ook in muzikaal opzicht wordt Scratch It steeds subtieler. De Amerikaanse muziekcritici zijn wederom lyrisch en hoe vaker ik naar Scratch It luister, hoe beter ik dat begrijp. Ik vind het vaak even doorbijten bij U.S. Girls, maar de beloning is dit keer zeker de moeite waard. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ganavya - Nilam (2025) 4,0
26 juni 2025, 11:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ganavya - Nilam - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ganavya - Nilam
Ganavya is een geschoolde muzikante uit India, die de afgelopen jaren flink wat aandacht trok met haar jazzalbums, maar op het vorige maand verschenen Nilam ook haar Indiase culturele wortels verkent
Via een artikel over haar vorige album, het wereldwijd bejubelde Daughter Of A Temple, kwam ik uit bij het nieuwe album van Ganavya. Het is een album waarin ik flink moest wennen omdat zowel de invloeden uit de Indiase muziek als de invloeden uit de ambient die op het album te horen zijn buiten mijn muzikale comfort zone liggen. Dat ligt ook de zang op het album, maar eenmaal gewend aan Nilam vind ik het bijzonder en zeer sfeervol album. Het is een album dat een bijna serene sfeer creëert, maar in de muziek van Ganavya, die op Nilam samenwerkt met Nils Frahm, valt veel moois te ontdekken, als je maar opent staat voor de bijzondere muzikale wereld van de Indiase muzikante.
Ik las pas een mooi verhaal over het album Daughter Of A Temple van Ganavya. Het maakte me nieuwsgierig naar het album, maar het was me uiteindelijk toch net wat te jazzy en te experimenteel. Ik kwam vervolgens wel haar album Nilam tegen, dat vorige maand is verschenen en dat veel minder aandacht heeft gekregen dan het in opvallend brede kring geprezen Daughter Of A Temple, dat zelfs flink wat jaarlijstjes haalde.
Ganavya werd geboren in New York, maar groeide op de Indiase provincie Tamil Nadu, waar ze uitgebreid kennis maakte met de Tamil cultuur, die zich uitstrekt over een deel van het zuiden van India en het er onder gelegen Sri Lanka. Het is de muziek uit de Tamil cultuur die centraal staat op het ruim dertig minuten durende Nilam. Het werpt waarschijnlijk een wat hogere drempel op dan de jazzalbums die Ganavya maakt, maar als je even de tijd neemt voor het album valt er veel moois te ontdekken op Nilam.
Ganavya beperkt zich op haar nieuwste album overigens zeker niet met de muziek waarmee ze opgroeide in Tamil Nadu, maar verwerkt ook invloeden uit de jazz die ze de afgelopen jaren maakte, zij het op bescheiden wijze. Nilam klinkt misschien voor een belangrijk deel als een album dat in het zuiden van India werd gemaakt, maar dat is niet het geval. Voor de productie van Nilam deed Ganavya ook een beroep op Nils Frahm, die haar naar zijn studio in Berlijn haalde.
Nils Frahm coproduceerde Nilam, maar droeg ook bij aan de muziek en dat hoor je in de vaak wat atmosferische en ambient achtige klanken op het album. Het zijn klanken die opvallend mooi blenden met de zang van Ganavya, die wel dicht bij de muziek uit de Tamil cultuur blijft.
Ik deed ooit een stage op Sri Lanka en sta sindsdien meer open voor de muziek zoals die in de Tamil cultuur wordt gemaakt, maar het is geen muziek waar ik met grote regelmaat naar luister. Ook Nilam is geen album dat ik met hele grote regelmaat zal beluisteren, maar ik ben toch aangenaam verrast door het album. Door de taal en de zang is het geen heel toegankelijk album, maar op een of andere manier dringt Nilam zich toch makkelijk op.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de muziek, die aan de ene kant misschien wat zweverig en mysterieus klinkt, maar die ook beeldend, rustgevend en bezwerend is. Het doet vanwege de onderliggende muziek uit Azië wel wat in het verlengde van de wonderschone muziek van Arooj Aftab, al moeten we invloeden uit Pakistan en India niet te makkelijk op één hoop gooien.
Net als de muziek van Arooj Aftab klinkt het album van Ganavya als muziek uit een andere wereld en het is muziek die de fantasie stevig prikkelt. Het is muziek die pas echt tot leven komt wanneer je Nilam beluistert met de koptelefoon of in ieder geval met volledige aandacht. Dan hoor je hoe mooi en gedetailleerd de muziek is en hoe trefzeker de zang van Ganavya.
Door het effect dat Nilam op me heeft ben ik ook weer gaan luisteren naar de meer jazz georiënteerde albums van Ganavya en ook die beginnen me steeds beter te bevallen, al is het muziek die nog wat verder buiten mijn comfort zone ligt dan het prachtige Nilam, dat me echter langzaam maar zeker steeds dierbaarder wordt, zeker wanneer ik er wat later op de avond naar luister. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Little Mazarn - Mustang Island (2025) 4,5
25 juni 2025, 17:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Little Mazarn - Mustang Island - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Little Mazarn - Mustang Island
De Texaanse band Little Mazarn maakte drie jaar geleden al een geweldig album, maar het deze week verschenen Mustang Island is nog een stuk beter en verrast met een fascinerende combinatie van stijlen
Bij vluchtige beluistering lijkt Little Mazarn misschien de zoveelste band die zich laat inspireren door de Appalachen folk uit vervlogen tijden, maar de band uit Austin, Texas, is zeker niet blijven steken in het verleden. Invloeden uit oude folk worden immers op subtiele en soms net wat minder subtiele wijze gecombineerd met invloeden uit het heden. In muzikaal opzicht is Mustang Island een spannend album, wat een wonderschoon album wordt door de prachtige stem van Lindsey Verrill. Het is misschien even wennen aan het bijzondere geluid van Little Mazarn, maar als de Texaanse band je eenmaal te pakken heeft wordt hun nieuwe album alleen maar indrukwekkender.
De naam Little Mazarn kwam me bij het bestuderen van de lijsten met de nieuwe albums van deze week wel enigszins bekend voor, maar ook niet meer dan dat. Het archief van de krenten uit de pop bood gelukkig uitkomst, want in de herfst van 2022 besprak ik Texas River Song, het tweede album van wat toen nog een duo uit Texas was.
Ik was er destijds behoorlijk positief over en dat begreep ik direct toen ik het album vorige week weer beluisterde, want Texas River Song van Little Mazarn is een bijzonder album. Het is een album dat begint bij de Appalachen folk uit het begin van de vorige eeuw en hier ook een tijdje blijft steken, maar Lindsey Verrill en Jeff Johnston slepen de folk van weleer op Texas River Song ook op subtiele wijze het heden in door allerlei subtiele accenten toe te voegen aan hun songs.
Toen ik Texas River Song vorige week beluisterde was ik nog veel meer onder de indruk van het album dan bijna drie jaar geleden en was ik erg benieuwd naar het nieuwe album van de band uit Austin, Texas. Ik ben inmiddels aardig in de ban van Mustang Island, want op haar derde album heeft Little Mazarn het geluid van haar vorige album geperfectioneerd.
Ook op Mustang Island beginnen Lindsey Verrill en Jeff Johnston, die volgens hun bandcamp pagina inmiddels Carolina Chauffe hebben toegevoegd als vast bandlid, bij de folk die lang geleden werd gemaakt in de Appalachen, toch redelijk ver verwijderd van Texas. Maar waar de band op het vorige album nog een tijd bleef hangen in de Appalachen folk van weleer, schuift het drietal nu vrij snel op richting het heden.
Het levert fascinerende muziek op die zowel traditioneel als modern klinkt. Dat hoor je het best in de titeltrack die alle kanten op schiet en je van een spaghetti western meeneemt naar iets dat in de jaren 80 in het hokje new wave had gepast. In muzikaal opzicht klinkt Mustang Island een stuk voller dan Texas River Song.
Op het vorige album waren de accenten die de songs van de band buiten de kaders van de folk sleepten nog behoorlijk subtiel, maar op Mustang Island zijn de synths en andere toegevoegde instrumenten soms een stuk zwaarder aangezet, al kan Little Mazarn ook uit de voeten met rustgevende en ambient achtige klanken. Het zijn klanken die een eigen karakter krijgen door de zingende zaag van Jeff Johnston, die de muziek op het album iets magisch geeft.
Nog veel meer magie komt er van de prachtige stem van Lindsey Verrill, die nog een stuk mooier zingt dan op het vorige album en hier en daar fraai wordt ondersteund (ik vermoed door Caroline Chauffe, maar de credits die ik kan vinden zijn helaas wat onduidelijk). Het tilt het nieuwe album van Little Mazarn nog een flink stuk verder op wat mij betreft.
Mustang Island is een album dat heerlijk rustig voortkabbelt met mooie folky songs en prachtige zang, maar luister net wat beter en je hoort muziek vol bijzondere details. Heel af en toe doet het me wat aan The Handsome Family denken, maar meer dan een vluchtige associatie is het niet.
Texas River Song kreeg drie jaar geleden niet heel veel aandacht en dat is vooralsnog niet anders voor het nieuwe album, maar ik zou iedereen met een hart voor bijzondere Amerikaanse rootsmuziek adviseren om hier eens naar te luisteren. Little Mazarn slaagt er op Mustang Island in om een bijzonder eigen geluid te creëren en het is een in alle opzichten prachtig geluid. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
James McMurtry - The Black Dog and The Wandering Boy (2025) 4,0
24 juni 2025, 20:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: James McMurtry - The Black Dog And The Wandering Boy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: James McMurtry - The Black Dog And The Wandering Boy
De Texaanse muzikant James McMurtry maakt al sinds de late jaren 80 albums, maar lijkt alleen maar beter te worden, zoals is te horen op het deze week verschenen en echt prachtige The Black Dog And The Wandering Boy
Ik ontdekte James McMurtry twintig jaar geleden, toen de Amerikaanse muzikant al heel wat jaren meedraaide, maar sindsdien ben ik fan. De albums van de muzikant uit Austin lijken alleen maar beter te worden, want in 2021 leverde James McMurtry met The Horses And The Hounds zijn beste album tot dusver af. De goede vorm van dat album heeft hij behouden op het deze week verschenen The Black Dog And The Wandering Boy, Het is een typisch James McMurtry album dat in eerste instantie misschien vooral degelijk klinkt, maar waarop de Texaanse muzikant weer een hoog niveau aantikt met uitstekende songs waarin hij wederom prachtige verhalen vertelt. Topalbum van een topmuzikant.
De Amerikaanse muzikant James McMurtry, zoon van de zeer succesvolle en in 2021 overleden schrijver Larry McMurtry, bracht zijn debuutalbum uit aan het eind van de jaren 80, maakte vervolgens vier albums in de jaren 90 en drie albums in het eerste decennium van het huidige millennium. Heel actief is de Amerikaanse muzikant dus niet en het is er de afgelopen twee decennia zeker niet beter op geworden.
Ik ken James McMurtry zelf overigens pas sinds het in 2005 uitgebrachte Childish Things, dat ik net als het in 2008 verschenen Just Us Kids nog altijd een uitstekend album vind. De afgelopen vijftien jaar is de Texaanse muzikant nog een stuk minder productief, maar dat is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit. Complicated Game uit 2015 en The Horses And The Hounds uit 2021 vind ik persoonlijk de twee beste albums van James McMurtry, waardoor ik met hele hoge verwachtingen begon aan zijn deze week verschenen nieuwe album.
Ook The Black Dog And The Wandering Boy heeft me weer niet teleurgesteld en laat horen dat James McMurtry nog altijd behoort tot de betere singer-songwriters binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Ook The Black Dog And The Wandering Boy blinkt weer uit door de geweldige teksten van de Texaanse muzikant. James McMurtry vertelt ook op zijn nieuwe album weer mooie en indringende verhalen die soms heel persoonlijk zijn maar soms ook meer politiek getint zijn.
Het zijn verhalen zoals ook Bruce Springsteen die kan vertellen, maar denk ook aan een ons inmiddels ontvallen grootheid als John Prine. Het zijn verhalen die worden verteld door een inmiddels fraai doorleefd klinkende stem, die de verhalen voorziet van gevoel en urgentie.
James McMurtry werkte in een ver verleden al eens met producer Don Dixon, die terugkeert op The Black Dog And The Wandering Boy. De legendarische muzikant en producer drukt niet nadrukkelijk zijn stempel op het album, maar het klinkt allemaal prima. Veel meer heeft James McMurtry ook niet nodig en persoonlijk vind ik de zang en de muziek van de Amerikaanse muzikant het best tot zijn recht komen in een niet al te geproduceerd geluid.
James McMurtry werkt al langere tijd met een aantal prima muzikanten en ook The Black Dog And The Wandering Boy klinkt weer hecht en geïnspireerd. De muzikant uit Austin schuwt het wat stevigere werk niet, maar kan ook op fraaie wijze gas terug nemen. In het geluid op The Black Dog And The Wandering Boy domineren de gitaren, maar ook de fraaie achtergrondzang van oudgediende Betty Soo en het fraaie banjospel, waarvoor in een van de tracks Sarah Jarosz opduikt, spreken zeer tot de verbeelding.
James McMurtry heeft ook voor The Black Dog And The Wandering Boy weer een aantal fantastische songs geschreven, maar hij kan ook goed uit de voeten met het werk van anderen, wat hij laat horen in de songs van Jon Dee Graham en Kris Kristofferson, die ook een plekje hebben gekregen op het album.
Ik vind het altijd lastig om uit te leggen wat nu zo goed is aan de albums van James McMurtry, want op het eerste gehoor klinkt het misschien vooral degelijk. Het goede zit hem misschien niet per se in de verschillende ingrediënten (al zijn de teksten echt geweldig), maar in de som van de verschillende delen. Het is een som die steeds wat hoger uitvalt, want net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikant is ook The Black Dog And The Wandering Boy een echt groeialbum. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Resa Saffa Park - Silver Bead Eyes (2025) 4,0
23 juni 2025, 20:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Resa Saffa Park - Silver Bead Eyes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Resa Saffa Park - Silver Bead Eyes
De Noorse muzikante Theresa Frostad Eggesbø bracht eerder dit jaar onder de naam Resa Saffa Park het prachtige Silver Bead Eyes uit en dat is een album dat me echt in alle opzichten zeer aangenaam heeft verrast
Luister naar Silver Bead Eyes, het eerder dit jaar verschenen album van Resa Saffa Park, en een aantal dingen vallen op. Het is een album dat subtiel en wat jazzy maar ook zeer smaakvol is ingekleurd en dat verandert van ingetogen naar beeldend wanneer de strijkers aanzwellen. Het is een album met songs die makkelijk blijven hangen, maar die ook diepgang laten horen. Het zijn songs die het laat op de avond uitstekend doen, maar ook de rest van de dag dringen ze zich steeds meer op. En Silver Bead Eyes is een album van een uitstekende zangeres, die niet alleen beschikt over een hele mooie stem, maar ook over een stem die meerdere kanten op kan. Wat een verrassing dit album.
De meeste albums die ik op zondagavond bespreek zijn vele decennia oud en meestal gaat het om albums die ik echt noot voor noot ken. Het is goed om zo af en toe ook stil te staan bij vergeten albums uit een veel recenter verleden, want door het grote aanbod aan nieuwe muziek vallen er momenteel met enige regelmaat prachtige albums tussen wal en schip. Silver Bead Eyes van Resa Saffa Park kwam ik bij toeval op het spoor en is zo’n album.
Tussen de kattenfilmpjes op Instagram kwam ik een filmpje tegen waarop deze Resa Saffa Park het vinyl van haar in februari verschenen album uitpakt. Toen ik het album vervolgens opzocht op Spotify was ik direct aangenaam verrast door het niveau van Silver Bead Eyes, dat tot mijn verbazing al het derde album van Resa Saffa Park is, al kunnen Spaces uit 2022 en Madness. Let Me In! uit 2023 gezien hun speelduur ook best worden gezien als EP’s of mini-albums. Silver Bead Eyes is met dertien tracks en bijna veertig minuten in ieder geval wel een volwaardig album en ik vind het een heel mooi album.
Resa Saffa Park is de opvallende artiestennaam van de Noorse actrice Theresa Frostad Eggesbø, die werd geboren in Dubai en voor de start van haar carrière aan het Liverpool Institute for Performing Arts studeerde. Resa Saffa Park heeft momenteel weer Oslo als thuisbasis, maar schreef de songs op Silver Bead Eyes naar eigen zeggen in Florence, Oslo, London en Wenen. Een echte wereldburger dus, maar in Nederland is de Noorse muzikante vooralsnog helaas volslagen onbekend.
Albums van actrices die gaan zingen zijn meestal niet heel geslaagd, maar het album van Resa Saffa Park is een uitzondering. De Noorse muzikante beschikt over een hele mooie stem en het is bovendien een stem die meerdere kanten op kan. In de wat meer ingetogen passages en zeker in de wat donker getinte passages in de songs op Silver Bead Eyes hoor ik flink wat van Lana Del Rey in de stem van Resa Saffa Park, maar de muzikante uit Oslo kan ook meer uitgesproken en ook wat soulvoller of jazzier klinken.
Ik heb helaas maar heel weinig informatie over het album, maar weet dat het album is geproduceerd door Bård Berg en dat muzikanten Eirik Grove er Daragh Wearen tekenen voor een groot deel van de muziek op het album, buiten de strijkers, waarvoor het Turkse Istanbul String Quartet werd ingeschakeld. Het zijn allemaal namen die me niets zeggen, maar Silver Bead Eyes is echt een prachtig klinkend album.
De muziek op het album is subtiel, maar ook zeer sfeervol. De basis klinkt jazzy en folky, maar je hoort ook een vleugje soul en wanneer de strijkers aanzwellen krijgt de muziek op Silver Bead Eyes ook een beeldend of zelfs filmisch karakter. Ik heb meer dan eens associaties met Lana Del Rey, maar een enkele keer komt ook Fiona Apple voorbij en zo kan ik nog wel wat namen noemen. Het zijn allemaal namen van persoonlijke favorieten, waarom het niet zo gek ik dat het album van Resa Saffa Park me zo goed bevalt.
Het is grappig hoe je soms door puur toeval interessante nieuwe muziek tegen kunt komen, maar het overkomt me maar zelden dat ik door toeval een album van het kaliber van Silver Bead Eyes van Resa Saffa Park tegen kom. Ik ga de Noorse muzikante vanaf nu nauwlettend in de gaten houden en koester haar prachtige album steeds wat meer. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
S.G. Goodman - Planting by the Signs (2025) 4,5
23 juni 2025, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: S.G. Goodman - Planting By The Signs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: S.G. Goodman - Planting By The Signs
De Amerikaanse muzikante S.G. Goodman deed werkelijk alles goed op haar vorige twee albums, maar op het prachtig klinkende Planting By The Signs doet de muzikante uit Kentucky alles nog net wat beter
Na de eerste keer horen was ik diep onder de indruk van het deze week verschenen derde album van de Amerikaanse muzikante S.G. Goodman, maar Planting By The Signs is sindsdien alleen maar beter geworden. Dat de muzikante uit Kentucky een geweldige zangeres is wisten we al, maar de zang op haar nieuwe album kinkt nog wat beter. In muzikaal opzicht zet ze nog wat grotere stappen, want het album is aan de ene kant geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar begeeft zich aan de andere kant ook regelmatig buiten de grenzen van het genre. Ik wist al dat S.G. Goodman heel goed is, maar toch ben ik zeer aangenaam verrast door dit geweldige album.
S.G. Goodman maakte in 2017 een album (Kudzu) met haar band The Savage Radley, maar trok pas echt de aandacht met het onder haar eigen naam uitgebrachte Old Time Feeling uit 2020. Het debuutalbum van de muzikante uit Murray, Kentucky, is zo’n rootsalbum waarop echt alles klopt.
Haar band zorgt voor een ruimtelijk en gloedvol rootsgeluid vol gitaren dat zowel ingetogen kan klinken als kan rocken, de productie van My Morning Jacket voorman Jim James is feilloos, de persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante herinneren aan het beste dat binnen de country en countryrock uit de jaren 70 werd gemaakt en S.G. Goodman beschikt boven alles over een geweldige of zelfs weergaloze stem, die vanaf de eerste noten van Old Time Feeling dwars door de ziel snijdt. Het is een lekker rauwe en emotievolle stem die echt fantastisch klinkt in combinatie met het heerlijke gitaarwerk, dat volgens S.G. Goodman is geïnspireerd door het werk van Link Wray.
De op het platteland van Kentucky opgegroeide muzikante, die haar eerste stapjes in de muziek zette in het lokale kerkkoor, liet op het drie jaar geleden Teeth Marks horen dat haar geweldige debuutalbum geen toevalstreffer was. Het door Drew Vandenberg (Faye Webster, Stella Donnelly) geproduceerde album klinkt nog wat mooier en veelzijdiger dan het debuutalbum en laat wederom horen dat S.G. Goodman een fantastische zangeres is.
Zowel Old Time Feeling als Teeth Marks klinken zowel authentiek als eigentijds en dat is een knappe combinatie. Het is een combinatie die ook weer is te horen op het deze week verschenen Planting By The Signs, het derde album van S.G. Goodman. Ook op haar derde album imponeert de muzikante uit Kentucky in eerste instantie met haar stem, die ruw en doorleefd klinkt, maar ook ingehouden en gevoelig.
In muzikaal opzicht klinkt Planting By The Signs net wat anders dan zijn twee voorgangers. Ook het derde album van S.G. Goodman heeft zich absoluut laten inspireren door de country(rock) uit het verre verleden en de alt-country van iets recentere datum, maar de Amerikaanse muzikante slaat ook op bijzondere wijze een brug naar de rockmuziek van dit moment.
Voor de productie deed S.G. Goodman wederom een beroep op Drew Vandenberg, maar ook de op het oude nest teruggekeerde Matthew Rowan levert een bijdrage aan de fraaie productie van het album en is bovendien verantwoordelijk voor het fantastische gitaarwerk op het album. In productioneel opzicht doet het af en toe wel wat denken aan de producties van Daniel Lanois en dat is een groot compliment voor Planting By The Signs.
Het klinkt allemaal fantastisch, zeker in combinatie met de uitstekende stem van S.G. Goodman, maar de songs op het nieuwe album, die soms flink worden opgerekt, zijn ook spannend en laten nog lang nieuwe dingen horen. Het album werd opgenomen in Alabama en ademt deels de spooky en broeierige sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar S.G. Goodman beperkt zich zeker niet tot de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor ik Planting By The Signs nog wat interessanter vind dan haar vorige twee albums.
S.G. Goodman maakte al twee fantastische albums, maar haar derde album is nog een stuk beter en zou zomaar uit kunnen groeien tot een van de beste albums van 2025. Ik schrijf het album alvast op. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kelsey Waldon - Every Ghost (2025) 4,5
22 juni 2025, 10:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kelsey Waldon - Every Ghost - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kelsey Waldon - Every Ghost
Kelsey Waldon brak 6 zes jaar geleden, mede door de steun van haar mentor John Prine, definitief door en bevestigt haar status als een van de betere countrymuzikanten van het moment met het uitstekende Every Ghost
Kelsey Waldon lijkt alleen maar beter te worden. Na haar doorbraakalbum White Noise/White Lines volgde het nog betere No Regular Dog en na het door mij onterecht als tussendoortje geziene There’s Always A Song zet de muzikante uit Nashville, Tennessee, volgende stappen op het deze week verschenen Every Ghost. Kelsey Waldon maakt eerder traditionele countrymuziek dan eigentijdse countrypop, maar het is wel traditionele countrymuziek van het tijdloze soort. De bands is op dreef, de productie is mooi, de songs zijn goed en Kelsey Waldon laat ook op Every Ghost weer horen dat ze behoort tot de betere zangeressen in het genre. Liefhebbers van country weten genoeg.
De Amerikaanse singer-songwriter Kelsey Waldon had al een aantal albums in eigen beheer uitgebracht, toen ze onderdak vond bij het platenlabel van John Prine, die zich als mentor had ontfermd over de muzikante uit Nashville, Tennessee. Het leverde in 2019 het uitstekende White Noise/White Lines op, dat terecht werd geschaard onder de betere Amerikaanse rootsalbums van het betreffende jaar.
Kelsey Waldon groeide op in Monkey’ Eyebrow, Kentucky, en kreeg daar de traditionele folk- en countrymuziek met de paplepel ingegoten. Het was te horen op haar doorbraakalbum White Noise/White Lines, dat zeer in de smaak viel bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek, maar dat zeker niet was blijven steken in het verleden.
Het album werd in 2022 gevolgd door het wat mij betreft nog betere No Regular Dog. Het album, dat uiteraard een eerbetoon aan haar in 2020 overleden mentor bevat, was voor de afwisseling niet opgenomen in Nashville maar in Los Angeles en werd geproduceerd door Shooter Jennings, die Kelsey Waldon wat verder in de richting van de traditionele Amerikaanse countrymuziek duwde.
Het in 2024 verschenen mini-album There’s Always A Song liet ik liggen vanwege het enorme aanbod aan volwaardige albums, maar het deze week verschenen Every Ghost was geen moment een twijfelgeval. Kelsey Waldon produceerde haar nieuwe album samen met de ervaren studiotechnicus Justin Francis, die laat horen dat hij ook als producer tot mooie dingen in staat is.
Kelsey Waldon maakte op haar vorige albums geen geheim van de countrymuziek waarmee ze opgroeide op het platteland van Kentucky en deze invloeden omarmt ze ook weer op Every Ghost. Het album blijft ver verwijderd van de gepolijste countrypop uit Nashville en laat een oorspronkelijk rootsgeluid horen.
De Amerikaanse muzikante heeft zich omringd met een aantal uitstekende muzikanten, die weten hoe een wat traditioneler aandoend countryalbum moet klinken. De songs op Every Ghost zijn volgestopt met gitaren en uiteraard is er een belangrijke rol weggelegd voor de pedal steel en de viool, twee essentiële ingrediënten van een authentiek klinkend countryalbum.
Voor zo’n album is nog een ander ingrediënt nodig en dat is een stem die is gemaakt voor de countrymuziek zoals die vele decennia geleden al werd gemaakt. Kelsey Waldon beschikt over zo’n stem en laat ook op Every Ghost weer horen dat John Prine haar niet voor niets uitkoos voor de zo schaarse plekken bij zijn platenlabel. De stem van Kelsey Waldon heeft op haar nieuwe album nog wat aan kracht en souplesse gewonnen en overtuigt nog wat makkelijker dan in het verleden.
Dat doet de Amerikaanse niet alleen met haar stem, maar ook met haar songs en haar intense en zijn persoonlijke teksten. Het zijn songs die aan de ene kant recht doen aan de rijke tradities van de Amerikaanse countrymuziek, maar die aan de andere kant zeker niet gedateerd klinken. Kelsey Waldon zal niet direct omarmd worden door de liefhebbers van de momenteel, ook in Nederland, razend populaire countrypop, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en countrypop in het bijzonder zullen smullen van dit album. Ik denk dat John Prine daarboven tevreden toekijkt, want zijn pupil wordt steeds beter. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
HAIM - I quit (2025) 4,0
21 juni 2025, 11:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: HAIM - I quit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: HAIM - I quit
HAIM duikt deze week op met haar vierde album en ook op I quit laten Alana, Danielle en Este Haim weer horen dat ze een goed gevoel hebben voor lekker in het gehoor liggende maar zeker ook knap in elkaar zittende popsongs
We zijn in Nederland nog niet zo heel enthousiast over de muziek van HAIM, maar dat zegt niets over de kwaliteit van de albums van de Amerikaanse zussen Haim. Zelf ben ik inmiddels al een jaar of twaalf fan van Alana, Danielle en Este Haim, die wat mij betreft al drie uitstekende albums op hun naam hadden staan. Ook met I quit leveren de zussen weer vakwerk af. HAIM verstaat de kunst van het schrijven van buitengewoon lekker in het gehoor liggende popsongs, die aansluiten bij popmuziek uit het verleden, maar het zijn ook in kwalitatief opzicht hoogstaande popsongs. Het zijn songs die verder worden opgetild door de prima zang van Danielle Haim. Vakwerk wat mij betreft.
HAIM, de band rond de Amerikaanse zussen Alana, Danielle en Este Haim heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album. Het vorige album van het drietal, Women in Music Pt. III, verscheen in de zomer van 2020 en is inmiddels dus vijf jaar oud. Het is een album dat nogal wisselend werd ontvangen, maar ik vond en vind Women in Music Pt. III het beste album van de drie albums die HAIM tussen 2013 en 2020 uitbracht.
Ik was overigens ook zeer te spreken over Days Are Gone, het debuutalbum van HAIM uit 2013 en opvolger Something To Tell You uit 2017. Het zijn albums die door de alternatieve muziekplatforms wel heel makkelijk in het hokje mainstream werden geduwd, maar daarmee doe je de sprankelende en ook knappe popliedjes van de zussen Haim wat mij betreft flink tekort. Het zijn popliedjes waarin de drie zussen geen geheim maken van hun liefde voor tijdloze popmuziek uit de jaren 70 en 80, maar de songs van Haim klinken ook altijd fris en eigentijds.
Alana, Danielle en Este Haim deden de afgelopen jaren naast touren vooral andere dingen en Danielle zag ook haar relatie nog eens op de klippen lopen. Het inspireerde het drietal om een album lang stil te staan bij de klassieke breakup song, waarvan I quit er maar liefst vijftien bevat.
HAIM werkt voor het eerst niet samen met producer Ariel Rechtshaid, ook wel logisch want dat is inmiddels de ex van Danielle Haim. De leadzangeres van HAIM nam daarom dit keer de productie van het album deels zelf voor haar rekening, bijgestaan door producer Rostam Batmanglij, die ook bij het vorige album al van de partij was, en co-producer Buddy Ross.
Ook met I quit heeft HAIM wat mij betreft weer een geweldig popalbum afgeleverd. Danielle Haim is een uitstekende zangeres, terwijl haar zussen er steeds weer in slagen om haar stem prachtig te ondersteunen. De productie van I quit klinkt prachtig en tijdloos en de songs van het Amerikaanse drietal zijn allemaal goed.
Haim was ook in het verleden niet vies van het verkennen van verschillende genres, maar doet dit nog wat fanatieker op hun vierde album. Ook op I quit laat Haim zich in haar popsongs beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek, maar de variëteit is op het nieuwe album nog net wat groter, mede omdat HAIM de inspiratie dit keer ook nog nadrukkelijk in de jaren 90 zoekt en vindt.
Er zijn voorzichtige uitstapjes richting rock, maar er is ook ruimte voor flirts met R&B en dansbare pop en hier en daar hoor ik ook nog een vleugje psychedelica en wat samples van onder andere George Michael en U2. Ook de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn gelukkig niet verdwenen uit de muziek van HAIM. Het is de kant van de band die ik het liefst hoor, zeker als er ook nog een vleugje jaren 70 opduikt in de songs.
I quit is het meest veelzijdige album van HAIM tot dusver, maar de vijftien songs op het album klinken ook als een eenheid en dat is knap. De stem van Danielle Haim blijft voor mij het sterkste wapen van het Amerikaanse drietal, maar ook de bijzondere ritmes en de zeer fraaie achtergrondvocalen mogen niet onvermeld blijven. Je moet absoluut iets met pop hebben om te houden van de songs van HAIM op I quit, maar als je van pop houdt hoor je het momenteel niet vaak beter dan op het nieuwe album van Alana, Danielle en Este Haim, dat ik nu al nog wat beter vind dan voorganger Women in Music Pt. III. Mijn liefde voor HAIM blijft vooralsnog onvoorwaardelijk. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Snowapple - Utopia (2025) 4,0
21 juni 2025, 09:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Snowapple - Utopia - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snowapple - Utopia
Het Amsterdamse collectief Snowapple staat garant voor indrukwekkende en uitvoerig geprezen theaterproducties, maar levert met Utopia een album af dat ook zonder het visuele aspect makkelijk indruk maakt
Bij Snowapple dacht ik tot voor kort aan drie mooie vrouwenstemmen, prachtige harmonieën en vooral invloeden uit de Britse folk en de Amerikaanse rootsmuziek. Dat heeft alles te maken met het debuutalbum van de Amsterdamse band, dat in 2013 verscheen. Snowapple heeft inmiddels zes albums op haar naam staan en laat horen dat er sinds het debuutalbum veel is veranderd. Utopia is imposant totaaltheater, maar ook als je alleen luistert naar de muziek kom je oren tekort. De muziek van het Amsterdamse collectief laat zich niet in een hokje duwen en schiet alle kanten op, maar ondanks het etiket avant-garde is de muziek van Snowapple ook verrassend toegankelijk.
Iets meer dan twaalf jaar geleden besprak ik het titelloze debuutalbum van de Nederlandse band Snowapple. De band bestond destijds uit drie zangeressen, die stuk voor stuk prachtig konden zingen, maar elkaars stemmen ook fraai wisten te versterken in bijzonder mooie harmonieën. De prachtige stemmen op het debuutalbum van Snowapple werden gecombineerd met zeer smaakvolle muziek, waarvoor flink wat akoestische instrumenten werden ingezet, die er voor zorgden dat Snowapple zowel terug kon grijpen op oude Britse folk als op klassiek aandoende muziek of Amerikaanse rootsmuziek.
Het debuutalbum van Snowapple smaakte wat mij betreft naar veel meer, maar op een of andere manier ben ik de band na het debuutalbum helemaal uit het oog verloren. Dat veranderde een aantal weken geleden toen ik het deze week verschenen nieuwe album Utopia kreeg toegestuurd. Het is een album dat laat horen dat Snowapple zich sinds het debuutalbum in meerdere richtingen heeft ontwikkeld.
Sinds het debuutalbum uit 2013 verschenen overigens nog vier albums, die mij om onduidelijke redenen allemaal zijn ontgaan en waar deze week dus nog een vijfde album aan wordt toegevoegd. Utopia bevat ruim een uur muziek en is veel meer dan een serie songs. Snowapple wordt momenteel ook wel Snowapple Collective genoemd en is inmiddels een collectief dat bestaat uit muzikanten, dansers en kunstenaars. Ik ben de naam Snowapple na het debuutalbum misschien nooit meer tegengekomen, maar met haar indrukwekkende totaaltheater sleepte het collectief meerdere prestigieuze prijzen in de wacht.
Ik heb onlangs ook weer eens geluisterd naar het debuutalbum uit 2013, maar dat lijkt echt in geen enkel opzicht op Utopia. De muziek van Snowapple is inmiddels een stuk elektronischer en experimenteler en beweegt zich in andere genres dan op het debuutalbum. De zang is deels vervangen door het gesproken woord, maar hier en daar hoor je ook nog harmonieën, al klinken ze flink anders dan op het debuutalbum.
Utopia komt waarschijnlijk het best tot zijn recht wanneer je het ziet met alle visuele hoogstandjes die het Amsterdamse collectief toevoegt aan haar muziek, maar ook zonder de visuele component blijft Utopia makkelijk overeind. De muziek van Snowapple is bij vlagen behoorlijk experimenteel, maar op hetzelfde moment wonderschoon.
Het is muziek waarin van alles wordt gecombineerd. Donkere elektronica wordt gecombineerd met stemmige strijkers en dreigende ritmes vloeien prachtig samen met mooie stemmen. Ook qua genres is de muziek van Snowapple een bonte lappendeken, die hier en daar in het hokje avant-garde wordt geduwd, maar dat is een vlag die de lading maar ten dele dekt.
Utopia is bij vlagen ver verwijderd van popsongs met een kop en een staart, maar Snowapple omarmt deze popsongs ook met grote regelmaat en klinkt dan opeens verrassend toegankelijk, overigens zonder zich te beperken tot de gebaande paden of zich te houden aan geldende conventies.
Ik ga de albums die Snowapple tussen haar debuutalbum en Utopia uitbracht ook snel eens beluisteren, maar voorlopig kan ik nog wel even vooruit met het fascinerende nieuwe album, dat laat horen dat het Amsterdamse collectief volkomen terecht wordt geprezen in binnenland en buitenland. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Common Holly - Anything Glass (2025) 4,0
20 juni 2025, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Common Holly - Anything Glass - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Common Holly - Anything Glass
Voor het vorige album van Common Holly moeten we bijna zes jaar terug in de tijd, maar de Canadese muzikante is gelukkig terug met een nieuw album dat al snel net zo mooi en spannend blijkt als zijn voorganger
Probeer nog maar eens op te vallen binnen het overvolle aanbod aan indie. Common Holly deed het bijna zes jaar geleden met het intrigerende When I Say To You Black Lightning en doet het deze week opnieuw met Anything Glass. Het nieuwe album van het project van de Canadese muzikante Brigitte Naggar staat vol met intieme popliedjes met een vleugje folk. De inkleuring van de songs is mooi en subtiel, maar af en toe laat de muzikante uit Montreal haar eigenzinnige kant zien. Dat doet ze ook met haar stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen in het genre en de songs van Common Holly een bijzonder eigen karakter geven. Het levert een album op dat het verdient om gehoord te worden.
Anything Glass is het derde album van Common Holly, een project van de Canadese muzikante Brigitte Naggar. Het debuutalbum van Common Holly, het in 2016 verschenen Playing House vond ik niet heel bijzonder, maar met het in de herfst van 2019 uitgebrachte When I Say To You Black Lightning wist de muzikante uit Montreal me zeer te verrassen. Ik beschreef When I Say To You Black Lightning destijds als een vat vol tegenstrijdigheden en zo ervaar ik het album nog steeds bleek toen ik er eerder deze week weer eens naar luisterde.
De muziek van Common Holly schoot op het maar net een half uur durende album alle kanten op en was niet zomaar te vangen in een genre, al is het etiket indiepop misschien net breed genoeg, al zijn ook indiefolk en indierock nooit heel ver weg. In muzikaal opzicht was When I Say To You Black Lightning een fascinerend album met de fluisterzachte en wat lieflijke stem van Brigitte Naggar als perfecte extra ingrediënt.
We zijn inmiddels bijna zes jaar verder, waardoor Common Holly ondanks de zo opvallende voorganger helaas weer min of meer opnieuw moet beginnen, ook bij mij. Ze doet dit met Anything Glass, dat wederom niet veel meer dan een half uur muziek bevat. Het is muziek die in de openingstrack een stuk grijpbaarder klinkt dan de muziek die Common Holly maakte op When I Say To You Black Lightning, maar de songs van de Canadese muzikante klinken nog altijd bijzonder.
De openingstrack van het album, overigens het eerste album dat Brigitte Naggar opnam in een echte studio, bevat fraaie aardse en organische klanken en klinkt redelijk conventioneel, tot de stem van Brigitte Naggar wordt toegevoegd. De Canadese muzikante fluistert zoals zoveel zangeressen in de (indie)pop van het moment, maar de stem van Brigitte Naggar klinkt toch net wat anders en voorziet de songs van Common Holly van een onderscheidend geluid.
De openingstrack van Anything Glass klinkt loom en dromerig maar heeft toch ook iets stekeligs en dat is iets wat je in veel tracks op het album terug hoort. In muzikaal opzicht is het nieuwe album van Common Holly vooral een ingetogen of zelfs breekbaar klinkend album. De meeste songs op het album zijn voorzien van betrekkelijk sobere maar ook sprookjesachtige klanken, waardoor de stem van de Canadese singer-songwriter alle ruimte krijgt.
Ook in de muziek gebeurt er echter ook dit keer van alles, want ook de songs op het nieuwe album van Common Holly zijn niet vies van verrassende wendingen. De ene keer wordt de instrumentatie op het album nog wat soberder, maar de songs op Anything Glass bevatten ook jazzy uitstapjes, kunnen voorzien van ruimtelijke en beeldende klanken of er kan toch weer opeens een gruizige gitaar opduiken.
Anything Glass is hierdoor al snel net zo’n vat vol tegenstrijdigheden als When I Say To You Black Lightning, maar Common Holly maakt op haar nieuwe album ook mooie en intieme luisterliedjes zonder stekeligheden. Het verleidt allemaal misschien niet zo makkelijk als de indiepop van de groten in het genre, maar neem de tijd voor het nieuwe album van Common Holly en je hoort steeds meer moois in de bijzondere songs van de Canadese muzikante, die met Anything Glass een album heeft afgeleverd dat in brede kring de aandacht verdient. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Annahstasia - Tether (2025) 4,0
19 juni 2025, 19:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annahstasia - Tether - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Annahstasia - Tether
Annahstasia beschikt over een bijzondere stem, waaraan je misschien even moet wennen, maar eenmaal gewend blijkt het prachtig ingekleurde Tether zowel in muzikaal als vocaal opzicht een buitengewoon fascinerend album
De van oorsprong Nigeriaanse muzikante Annahstasia (Enuke) heeft de tijd genomen voor haar debuutalbum en levert deze week met Tether een heel bijzonder album af. Het is een album met invloeden uit de folk, jazz en soul, dat in geen van deze hokjes precies past. De muziek op het album is subtiel, maar zit vol fraaie details. Hetzelfde geldt voor de bijzondere stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is een stem waaraan ik even moest wennen, maar die ik inmiddels bijzonder mooi vind. Het is een stem vol gevoel, die net als de muziek op het album meerdere kanten op kan. Tether wordt momenteel stevig bewierookt en dat is echt volkomen terecht.
Nieuwsgierig geworden door een aantal hele positieve recensies begon ik aan de beluistering van Tether van Annahstasia. Al na een paar noten wist ik dat ik energie en tijd zou moeten steken in het album, want Annahstasia Enuke beschikt over een bijzondere stem en het is een stem waar je van moet houden.
Dat deed ik in eerste instantie niet, want de stem van de muzikante uit Los Angeles, California, die overigens Nigeriaanse wortels heeft, is niet het soort stem waar ik normaal gesproken voor val. Het is een doorleefde en wat ruwe stem, die niet goed past bij de leeftijd van Annahstasia (30) en die bij mij in eerste instantie wat tegen de haren in streek. Toch wel enigszins tot mijn verbazing duurde dat maar heel even, want na twee of drie tracks was ik gewend aan de bijzondere stem van Annahstasia Enuke en na Tether een paar keer gehoord te hebben vind ik het album echt prachtig.
Voor het album werd een beroep gedaan op meerdere producer, maar het debuutalbum van Annahstasia is voorzien van een behoorlijk sober geluid. De muzikante uit Los Angeles heeft in veel songs op het album genoeg aan een akoestische gitaar en wat pianoakkoorden, maar in een aantal andere tracks worden subtiele maar bijzonder mooie en trefzekere accenten van onder andere blazers toegevoegd.
Annahstasia wordt in een aantal recensies de grote belofte van de folk genoemd en daar is wat voor te zeggen wanneer ze kiest voor behoorlijk sober ingekleurde songs. Op hetzelfde moment is de stem van de Nigeriaanse muzikante geen stem die je makkelijk associeert met folk en ook de muziek klinkt lang niet altijd folky, zeker niet wanneer de klanken wat voller en atmosferischer worden.
Bij de stem van Annahstasia moet ik vooral denken aan een aantal grote jazz- en soulzangeressen, zonder direct namen te kunnen noemen, en dat zijn andere genres die hoorbaar zijn op Tether. Ik zou het debuutalbum van Annahstasia geen folkalbum noemen, maar ook niet direct een jazzalbum of een soulalbum. Laat ik het er maar op houden dat de muziek van Annahstasia een uniek karakter heeft.
Dat hoor je in de muziek en vooral in de zang, die soms in meerdere lagen zijn opgenomen, maar je hoort het ook zeker in de songs, die behoorlijk complex zijn, zeker wanneer Annahstasia kiest voor wat langere tracks. De Nigeriaanse muzikante kreeg al op haar zeventiende een platencontract en heeft lang gewerkt aan de songs op haar debuutalbum. Dat hoor je, want bij beluistering van Tether vallen continu mooie details op.
De muziek zit vol met dit soort details, maar je hoort het bijzondere vooral in de stem van Annahstasia. Het is een stem die alle kanten op kan en zowel zacht kan fluisteren als krachtig kan uithalen. Het is een wat ruwe stem, maar de zang van Annahstasia is bij vlagen ook alleen maar heel mooi. De Nigeriaanse muzikante zingt met veel souplesse en precisie, maar stopt ook heel veel gevoel in haar stem.
Heel even dacht ik dat het niets voor mij was, maar eenmaal gewend aan de zang is Tether in razend tempo gegroeid. Het blijft lastig om Tether in het juiste hokje te duwen, maar dat Annahstasia een grote belofte is voor de toekomst is ook wat mij betreft zeker. Neem vooral de tijd om even te wennen en door te bijten, je krijgt er een echt prachtig album voor terug. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Jazmine Mary - I Want to Rock and Roll (2025) 4,0
19 juni 2025, 13:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jazmine Mary - I Want To Rock And Roll - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jazmine Mary - I Want To Rock And Roll
Laat je niet misleiden door de titel en de cover, want ook op I Want To Rock And Roll maakt Jazmine Mary vooral ingetogen en bijzonder mooie muziek met vooral invloeden uit de folk, maar ook voldoende eigenzinnigheid
Jazmine Mary werd me een jaar of vier geleden getipt en ik was direct overtuigd van de kwaliteiten van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante met Australische wortels. De muziek van Jazmine Mary is folky met hier en daar wat jazzy accenten, maar heeft een bijzonder eigen geluid. Dat is deels de verdienste van de avontuurlijke songs en de zeer smaakvolle instrumentatie, maar het is wat mij betreft de stem van Jazmine Mary die de meeste aandacht trekt. Het is een bijzondere stem, maar ook een stem die zich makkelijk opdringt en die alleen maar mooier wordt naarmate je er vaker naar luistert. Ook het derde album van deze bijzondere muzikante is weer een enorme aanrader.
De Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out wees me net iets meer dan vier jaar geleden op het officiële debuutalbum van de van oorsprong Australische muzikante Jazmine Mary. Op The Licking Of A Tangerine imponeerde het alter ego van Jazmine Rose Phillips met songs die ze zelf in het hokje ‘dreamfolk’ duwde.
Op The Licking Of A Tangerine liet Jazmine Mary horen dat ze een lekker eigenzinnige muzikante is die ook nog eens beschikt over een bijzonder stemgeluid. De muziek van Jazmine Mary, die inmiddels al enige tijd Tamaki Makaurau (Auckland) als thuisbasis heeft, klonk daarom anders dan andere albums van dat moment, maar de mix van folk en pop, met veel akoestische gitaren, maar hier en daar ook jazzy blazers, was zeker niet ontoegankelijk.
Jazmine Mary wist het niveau van The Licking Of A Tangerine makkelijk te evenaren op het twee jaar geleden verschenen DOG, dat deels in het verlengde lag van zijn voorganger. Ook DOG was een zeer sfeervol ingekleurd album, met een wat grotere rol voor piano en strijkers, en het was bovendien een album waarop Jazmine Mary haar teksten in een aantal songs meer voordroeg dan zong. Daar ben ik normaal gesproken niet zo gek op, maar de stem van de muzikante uit Nieuw-Zeeland deed het ook in de bijna gesproken teksten prachtig.
We zijn inmiddels weer twee jaar verder en Jazmine Mary is terug met haar derde album. Net als The Licking Of A Tangerine is het deze week verschenen I Want To Rock And Roll met ruim een half uur muziek een vrij kort album, maar de muzikante uit Auckland heeft ook dit keer veel te bieden.
Op basis van de titel van het album en de afbeelding op de cover, die Jazmine Mary laat zien als een wat verlopen rockchick, verwachte ik heel even een grote koerswijziging op het nieuwe album van Jazmine Mary, maar I Want To Rock And Roll ligt gelukkig in het verlengde van haar vorige twee albums. De elektrische gitaren zijn in de koffer gebleven, want ook dit keer kiest Jazmine Mary vooral voor stemmige en ingetogen klanken. De muziek op het album is weer bijzonder subtiel, met incidenteel bijzondere accenten van blazers, maar vaak folky klanken.
Ook op I Want To Rock And Roll is de zang van Jazmine Mary weer sfeerbepalend. Het tempo in de zang is over het algemeen laag, maar op het nieuwe album zingt Jazmine Mary vooral en daar ben ik blij mee. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een bijzondere stem en die is de afgelopen jaren alleen maar mooier geworden. Het is een stem die de songs op I Want To Rock And Roll voorziet van een bijzonder karakter en dat bijzondere karakter wordt versterkt door de avontuurlijke klanken op het album, dat toch weer net wat anders klinkt dan zijn twee voorgangers.
I Want To Rock And Roll bevat helaas maar net iets meer dan een half uur muziek, maar het niveau ligt in dit half uur wel bijzonder hoog. De songs van Jazmine Mary zitten knap in elkaar en klinken duidelijk anders dan de muziek van haar collega singer-songwriters. I Want To Rock And Roll van Jazmine Mary laat horen dat het niveau binnen de Nieuw-Zeelandse muziekscene nog altijd bijzonder hoog ligt, maar ook binnen het stapeltje uitstekende Nieuw-Zeelandse albums dat dit jaar voorbij is gekomen kan het nieuwe album van Jazmine Mary met de besten mee. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sorry Girls - Dreamwalker (2025) 4,0
18 juni 2025, 11:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sorry Girls - Dreamwalker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sorry Girls - Dreamwalker
Het Canadese duo Sorry Girls vermengt op Dreamwalker op fraaie wijze invloeden uit de jaren 70, 80 en het heden en overtuigt met verzorgde maar ook aangenaam warm klinkende popsongs vol zonnestralen
Dreamwalker van Sorry Girls is zo’n album dat eigenlijk direct bekend in de oren klinkt en ook direct aangenaam klinkt. Dat het album van het Canadese duo bekend klinkt heeft zeker te maken met de echo’s uit de jaren 70 en 80 die door klinken op het album. Dreamwalker klinkt direct aangenaam door de mooie klanken op het album en de al even mooie zang van Heather Foster Kirkpatrick. Bij dit soort albums moet je vervolgens maar afwachten of het ook na een paar keer horen nog steeds leuk is en ook dat zit goed bij Sorry Girls. Het duo uit Montreal schrijft immers ook nog eens prima songs, die op knappe wijze een brug slaan tussen invloeden uit het verleden en het heden.
Uit nostalgische overwegingen grijp ik op Spotify met enige regelmaat naar playlists waarin de jaren 80 centraal staan. Ik heb een duidelijke voorkeur voor het alternatievere werk uit het decennium, maar ben ook niet vies van playlists waarin vooral songs voorbij komen die zich ergens op het snijvlak van verantwoorde en juist wat cheesy 80s pop bevinden. Op dit soort playlists zouden een aantal songs die zijn te vinden op Dreamwalker van Sorry Girls in muzikaal opzicht niet misstaan, maar Dreamwalker is een gloednieuw album.
Het is het derde album van Sorry Girls, dat een duo uit Montreal is. De vorige twee albums van Heather Foster Kirkpatrick en Dylan Konrad ken ik niet, maar Dreamwalker ging er een paar dagen geleden in als koek en dat is sindsdien niet meer veranderd. Dat heeft zeker te maken met de zomerse temperaturen van het moment, want Sorry Girls maakt muziek die uitstekend gedijt in het huidige seizoen.
Op Dreamwalker laat Sorry Girls vooral melodieuze en lekker in het gehoor liggende popsongs horen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal zeer verzorgd. Het is hier en daar misschien wel erg gepolijst, maar het Canadese duo blijft wat mij betreft een album lang aan de goede kant van de streep. Ondanks het gebruik van veel synths heeft het nieuwe album van Sorry Girls een warm geluid. Door de synths herinnert de muziek van het duo uit Montreal aan veel muziek die in de jaren 80 werd gemaakt, maar Dreamwalker bevat ook uitstapjes naar de jaren 70.
Wanneer ik zoek naar vergelijkingsmateriaal uit de jaren 80 kom ik vooral bij Cock Robin uit. Dat tweetal was goed voor veel vocaal vuurwerk en laat zich in dat opzicht niet goed vergelijken met Sorry Girls, maar in muzikaal opzicht hoor ik flink wat raakvlakken. Een zoektocht naar vergelijkingsmateriaal uit de jaren 70 brengt me in eerste instantie bij het Fleetwood Mac van de tweede helft van het decennium. Het zijn invloeden die je veel vaker hoort op het moment, en eigenlijk al sinds de late jaren 70, maar door de invloeden uit de jaren 80 klinkt Sorry Girls toch weer net anders dan de bands die zich vooral door de gouden jaren van Fleetwood Mac hebben laten beïnvloeden.
In muzikaal opzicht klinkt Dreamwalker zoals gezegd aangenaam, warm en verzorgd en dat geldt eigenlijk ook voor de zang van Heather Foster Kirkpatrick. De Canadese muzikante beschikt over een zeer aangename stem, die misschien niet heel uitgesproken is, maar er wel voor zorgt dat de songs van Sorry Girls nog wat aangenamer klinken. Het is bovendien een stem die lang aan kracht wint, waardoor ik Dreamwalker steeds mooier vind.
Dreamwalker zorgt door de muziek en de zang eigenlijk al direct voor een goed gevoel en dat gevoel wordt nog wat aangenamer door de prima songs van het tweetal uit Montreal. Heather Foster Kirkpatrick en Dylan Konrad hebben zich absoluut laten beïnvloeden door muziek van een aantal decennia geleden, maar Dreamwalker is zeker geen album met alleen maar retro. De songs van Sorry Girls hebben een nostalgisch tintje, maar staan ook zeker in het heden.
Het album viel de afgelopen week helaas wat tussen wal en schip en heeft nog niet heel veel aandacht gekregen van de muziekpers, maar Dreamwalker van Sorry Girls is wat mij betreft een album dat de mooie zomerdagen van het moment kan voorzien van een hele aangename en goed gemaakte soundtrack, die vervolgens meer seizoenen mee kan. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sea Lemon - Diving for a Prize (2025) 4,0
17 juni 2025, 20:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sea Lemon - Diving For A Prize - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sea Lemon - Diving For A Prize
Sea Lemon, een project van de Amerikaanse muzikante Natalie Lew, maakt op Diving For A Prize geen geheim van alle inspiratie uit het verleden, maar levert desondanks een album af dat maar moeilijk is te weerstaan
Ik heb een enorm zwak voor dreampop uit de jaren 90 en kan ook prima overweg met bands uit het heden die zich laten inspireren door de muzikale helden uit het verleden. Verzadiging ligt hier echter wel op de loer, zeker wanneer dreampop uit het verleden in alle opzichten beter is. Ik begon daarom met enige reserves aan het debuutalbum van Sea Lemon, maar wat heeft de band rond de Amerikaanse muzikante Natalie Lew een heerlijk album gemaakt. Het is een album vol referenties naar de dreampop uit de jaren 90, maar Sea Lemon doet op haar debuutalbum echt alles goed en geeft ook een eigenzinnige draai aan al die prachtige invloeden uit het verleden.
Diving For A Prize van Sea Lemon komt deze week misschien niet in aanmerking voor de originaliteitsprijs, maar ik kan het album echt met geen mogelijkheid weerstaan. Het is ook nog eens een album dat alleen maar beter wordt, waardoor ik maar blijf luisteren naar het eerste album van Sea Lemon.
Sea Lemon is een project van de Amerikaanse muzikante Natalie Lew, die momenteel Seattle, Washington, als thuisbasis heeft. Ze maakte Diving For A Prize samen met producer en muzikant Andy Park, die ik vooral ken van Noah Gundersen en Death Cab For Cutie.
Het in de studio van Andy Park gemaakte debuutalbum van Sea Lemon maakt zeker geen geheim van de belangrijkste inspiratiebronnen. Wanneer de eerste noten van het album uit de speakers komen ben je onmiddellijk terug in de jaren 90 en om precies te zijn in de hoogtijdagen van de shoegaze en met name de dreampop.
Het debuutalbum van het project van Natalie Lew bevat alle ingrediënten die albums in de genoemde genres zo aangenaam maakten. Dat betekent dat wonderschone en zeer melodieuze gitaarakkoorden de ruimte prachtig vullen, dat hier en daar subtiele gitaarmuren worden opgebouwd, dat atmosferische en wat kille synths zorgen voor een dun laagje nevel en dat bas en drums tekenen voor een zeer solide basis.
Het betekent bovendien dat de zang dromerig en verleidelijk klinkt, maar op hetzelfde moment ook wat onderkoeld. Het is een inmiddels bekend recept, dat sinds de jaren 90 op talloze albums is gebruikt, maar ik hoor het niet vaak zo mooi als op Diving For A Prize van Sea Lemon.
Het debuutalbum van Sea Lemon is een album dat continu herinneringen oproept aan de bands die ik in de jaren 90 hoog had zitten, maar het project van Natalie Lew laat zich uiteindelijk toch niet één op één vergelijken met de kroonjuwelen van de dreampop en dat is knap.
Natalie Lew schreef niet alleen de songs op het album en tekende voor een deel van de muziek, maar ze bepaalt met haar stem ook voor een belangrijk deel het geluid van Sea Lemon. Het is een zachte en dromerige stem die gemaakt is voor dreampop, maar hoe vaker ik naar Diving For A Prize luister, hoe mooier ik de zang op het album vind.
Ook in muzikaal opzicht maakt Sea Lemon makkelijk indruk, want alles klinkt even mooi, waarbij vooral de gitaarlijnen een compliment verdienen. Natuurlijk blijven Natalie Lew en Andy Park dicht bij het inmiddels bekende recept van de dreampop, maar ze hebben de receptuur wel op subtiele wijze gemoderniseerd, waardoor Diving For A Prize frisser en net wat eigenzinniger klinkt dan andere recent verschenen dreampop albums. De songs van de muzikante uit Seattle klinken door alle bekende ingrediënten onmiddellijk vertrouwd, maar Natalie Lew durft ook buiten de lijntjes van de dreampop en de shoegaze te kleuren, al doet ze dat op subtiele wijze.
Door mijn enorme zwak voor dreampop speelde de Amerikaanse muzikante bij mij vrijwel direct een gewonnen wedstrijd en dat zal bij veel liefhebbers van het genre niet anders zijn. Ook een ieder die denkt dat er alleen in de jaren 90 goede dreampop werd gemaakt of juist helemaal niet bekend is met het genre kan ik zeker aanraden om eens naar Diving For A Prize van Sea Lemon te luisteren, bij voorkeur op de lome momenten van de dag. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Chloe Foy - Complete Fool (2025) 4,0
16 juni 2025, 17:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Chloe Foy - Complete Fool - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Chloe Foy - Complete Fool
Na haar zeer fraaie debuutalbum Where Shall We Begin maakt de Britse singer-songwriter Chloe Foy ook op haar tweede album Complete Fool weer indruk met haar eigenzinnige variant van Britse folk
Where Shall We Begin, het debuutalbum van Chloe Foy, kreeg vier jaar geleden minder aandacht dan het album verdiende. Ook Complete Fool, het deze week verschenen tweede album van de Britse muzikante staat nog niet in de schijnwerpers, maar dat moet echt gaan veranderen. Ook het tweede album van Chloe Foy ademt immers kwaliteit. Dat hoor je in de knappe productie van het album en in de mooie en veelzijdige muziek, maar je hoort het vooral in de bijzondere songs op Complete Fool en in de echt prachtige stem van Chloe Foy. De Britse muzikante maakt met haar mix van folk en een beetje pop muziek in een genre waarin de concurrentie moordend is, maar Chloe Foy is echt heel goed.
Bij de naam Chloe Foy moest ik diep graven in het geheugen. Dat is ook niet zo gek, want haar debuutalbum Where Shall We Begin is deze maand precies vier jaar oud en dat is in de muziek best lang, zeker met het enorme aanbod van de afgelopen jaren. Sindsdien heb ik niet zo veel meer gehoord van de Britse muzikante, waardoor ik haar naam eerlijk gezegd bijna vergeten was. Gelukkig zat haar naam nog wel ergens in het geheugen, want ik was vier jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van de muzikante uit het Britse Gloucestershire en had haar nieuwe album daarom niet graag gemist.
Op haar debuutalbum begon Chloe Foy bij de Britse folk uit het verleden, maar gaf ze ook een eigen draai aan de invloeden uit dit genre. Where Shall We Begin was het debuutalbum van de Britse muzikante, maar het klonk door de hoge kwaliteit van de songs, de muziek en de zang wat mij betreft geen moment als een debuutalbum.
Ik heb Where Shall We Begin er voor de release van Complete Fool nog eens bij gepakt en begon daarom met best hoge verwachtingen aan het nieuwe album van Chloe Foy. Het is een album dat eigenlijk vrijwel onmiddellijk laat horen dat de Britse muzikante deze hoge verwachtingen makkelijk aan kan. Ook op haar tweede album maakt Chloe Foy muziek die is te karakteriseren als Britse folk, maar ze laat zich zeker niet in het strakke keurslijf van het genre persen.
Het debuutalbum werd getekend door de dood van haar vader, wat zorgde voor nogal melancholische songs. Op Complete Fool klinkt de muziek van Chloe Foy wat opgewekter, zonder dat dit ten koste is gegaan van de intensiteit van haar songs. Net als op haar debuutalbum valt bij beluistering van Complete Fool op dat Chloe Foy een getalenteerd songwriter is. Haar songs klinken direct aangenaam, maar het zijn ook songs waarin van alles gebeurt, waardoor het album nog lang aan kracht wint.
Net als het debuutalbum klinkt ook het tweede album van de Britse muzikante in muzikaal opzicht bijzonder mooi. Chloe Foy kiest op Complete Fool voor een wat voller geluid, met hier en daar flink wat strijkers, maar ze varieert ook flink met de klanken op het album, waardoor Complete Fool nog wat diverser klinkt dan zijn voorganger. Het is een geluid dat bestaat uit meerdere lagen, die de muziek voorzien van veel diepte en detail. Het is allemaal fraai geproduceerd door Harry Fausing Smith, met wie Chloe Foy intensief samenwerkt op het album.
De songs en de muziek op Complete Fool zijn prachtig, maar de stem van de Britse muzikante vind ik nog net wat mooier. Chloe Foy beschikt over een heldere stem, die het goed doet in de folky songs op het album, maar ze zingt ook met veel precisie en veel gevoel, waardoor de zang op het album in alle tracks raak is.
De Britse muzikante heeft tien nieuwe songs geschreven, die samen goed zijn voor ruim een half uur muziek. Van mij had Complete Fool best wat langer mogen duren, al is het maar omdat het album geen zwak moment kent. Een aantal Britse muzieksites met een voorkeur voor Britse folk en Amerikaanse rootsmuziek is inmiddels zeer enthousiast over het tweede album van Chloe Foy, maar net als haar debuutalbum verdient ook het bijzonder mooie Complete Fool veel meer aandacht. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Beach Boys - Pet Sounds (1966) 5,0
15 juni 2025, 20:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Beach Boys - Pet Sounds (1966) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Beach Boys - Pet Sounds (1966)
De vorige week overleden Amerikaanse muzikant Brian Wilson heeft ons veel mooie muziek nagelaten, maar op het volgend jaar alweer 60 jaar oude Pet Sounds van The Beach Boys hoor je hem op zijn allerbest
Hoeveel popsongs zijn er van het kaliber van God Only Knows, dat je ook bij de duizendste keer horen nog weet te ontroeren? Het is een song die afkomstig is van het album Pet Sounds van The Beach Boys, dat gezien wordt als het meesterwerk van Brian Wilson. Daar valt niets op af te dingen want Pet Sounds was en is een sensationeel album en zal dat ook altijd blijven. Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van de songs, maar ook de arrangementen en orkestraties en de prachtige zang en harmonieën op het album hebben bijgedragen aan de mythische status die het album zo langzamerhand heeft. Brian Wilson is niet meer, maar zijn muziek zal altijd voortleven.
Afgelopen week overleed Brian Wilson op 82-jarige leeftijd. De Amerikaanse songwriter en muzikant had al langer een broze gezondheid, maar desondanks kwam het nieuws van zijn overlijden hard aan. Brian Wilson moet immers worden gerekend tot de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek. Zijn leven als popmuzikant speelde zich grotendeels buiten de schijnwerpers af, maar zonder Brian Wilson had de popmuziek van nu er ongetwijfeld anders uit gezien.
Bij Brian Wilson denk je aan The Beach Boys en bij The Beach Boys denk ik aan Pet Sounds, maar de Amerikaanse muzikant heeft meer moois op zijn naam staan. Het verloren album SMiLE bijvoorbeeld, dat hij onder zijn eigen naam uitbracht, maar ook albums van The Beach Boys als Wild Honey, Friends, Sunflower en zeker ook Surf’s Up zijn albums die een plekje verdienen in de eregalerij van de popmuziek, al kregen ze niet allemaal de waardering die ze verdienden.
Toen Brian Wilson te maken kreeg met mentale problemen was het gedaan met The Beach Boys en het zou ook even duren voor hij als solomuzikant weer boven kwam drijven, maar in de jaren dat Brian Wilson actief was in de popmuziek leverde hij een bijdrage die niet vergeten mag worden. Ik wilde voor de afwisseling eens niet stil staan bij Pet Sounds, maar het is voor mij toch met afstand het beste dat Brian Wilson heeft gemaakt, waardoor ik toch weer bij dit album uit kom.
Pet Sounds verscheen in 1966. The Beach Boys timmerden op dat moment al een aantal jaren aan de weg met songs die in eerste instantie vooral over surfen en meisjes gingen, maar in de loop der jaren aan diepgang hadden gewonnen. The Beach Boys waren groot in de Verenigde Staten, maar Brian Wilson keek ook naar het Verenigd Koninkrijk, waar ook een interessant bandje aan de weg timmerde.
Dat bandje zou in 1967 met Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band een sensationeel album afleveren, maar The Beach Boys deden dit al een jaar eerder met Pet Sounds. Het is een album dat vergeleken met de meeste andere muziek van dat moment een aantal reuzenstappen zette. Pet Sounds is in productioneel en muzikaal opzicht een fascinerend album en ook de songs op het album zijn van een bijzonder hoog niveau.
Brian Wilson voorzag Pet Sounds van een geluid dat nog steeds uniek klinkt en dat heel veel invloed zou hebben, onder andere op het eerder genoemde Britse bandje. Het geluid op Pet Sounds valt op door de bijzondere en vaak stevig aangezette orkestraties, het gebruik van zeer uiteenlopende klanken en zeker ook de fantastisch klinkende stemmen, koortjes en harmonieën.
Maar het album bevat ook een serie geweldige songs. Het zijn zeer melodieuze songs en vaak ook complex in elkaar stekende songs, maar het album bevat met God Only Knows ook een op het eerste gehoor misschien betrekkelijk eenvoudige popsong, die echter wel uitgeroeide tot een van de mooiste popsongs aller tijden en iedere keer weer goed is voor kippenvel.
Als ik nu naar Pet Sounds luister vind ik de rijke orkestraties, de complexe arrangementen en de bijzonder mooie zang nog altijd bijzonder indrukwekkend of zelfs overweldigend, maar hoe moet dat in 1966 zijn geweest, toen het album zorgde voor een muzikale aardverschuiving, voor iedereen die het destijds horen wilde natuurlijk. Pet Sounds is zeker niet het enige mooie dat de vorige week overleden Brain Wilson ons heeft nagelaten, maar is wel het meest indrukwekkende bewijs van zijn genialiteit. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Van Morrison - Remembering Now (2025) 4,0
15 juni 2025, 12:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Van Morrison - Remembering Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Van Morrison - Remembering Now
Van Morrison is niet meer zo goed als in de jaren 60 en 70 en je weet inmiddels wat je van hem kunt verwachten, maar desondanks is het deze week verschenen Remembering Now een album dat in positieve zin weet te verrassen
Ik had Van Morrison een paar jaar geleden afgeschreven vanwege zijn merkwaardige gedachtenkronkels en wat mindere albums, maar met Remembering Now heeft hij me toch weer verrast. De Noord-Ierse muzikant wordt deze zomer 80 jaar oud, maar op zijn 47e album is hij nog verrassend goed bij stem. Bijgestaan door een flink aantal gelouterde muzikanten zet hij het typische Van Morrison geluid neer en dat is dit keer gegoten in een serie aansprekende songs. Echt nieuwe dingen hoor ik niet op Remembering Now, maar het is wel een album dat kwaliteit ademt en dat laat horen dat Van Morrison op hoge leeftijd nog steeds prima albums kan afleveren.
Natuurlijk maakte Van Morrison zijn beste albums in de jaren 60 en 70. Albums als Astral Weeks, Moondance, Tupelo Honey, Saint Dominic's Preview, Veedon Fleece en Into The Music zijn inmiddels volkomen terecht tot klassiekers uitgegroeide albums waarop de Noord-Ierse muzikant op de toppen van zijn kunnen presteert.
In de jaren 80 waren er nog wat uitschieters maar ook niet meer dan dat en in de jaren 90 was het aantal lichtpuntjes wat mij betreft nog wat kleiner, maar in de afgelopen vijfentwintig jaar was Van Morrison meerdere keren goed voor hele respectabele albums, die misschien niet zo goed waren als de bovengenoemde klassiekers, maar in het aanbod van dat moment prima mee konden.
Ik was nooit gecharmeerd van de persoon Van Morrison, maar toen hij tijdens de coronapandemie ook nog eens complottheorieën omarmde en zich manifesteerde als heuse wappie ging ik er van uit dat het boek zo langzamerhand wel gesloten kon worden. Van Morrison revancheerde zich de afgelopen twee jaar echter met albums die niet zo goed aansloten bij mijn muzikale smaak maar wel kwaliteit lieten horen en gooit er nu weer een regulier album tegenaan.
De Noord-Ierse muzikant heeft inmiddels een kleine vijftig (de officiële teller staat op 47) albums op zijn naam staan en hoopt over iets meer dan twee maanden zijn tachtigste verjaardag te vieren, maar het deze week verschenen Remembering Now laat horen dat hij nog altijd prima albums kan maken. Ik ga Remembering Now niet vergelijken met de eerder genoemde klassiekers, want dat zou niet eerlijk zijn, maar als ik het album vergelijk met de andere deze week verschenen albums schaar ik het absoluut onder de betere albums van deze week.
Remembering Now is direct vanaf de eerste noten een typisch Van Morrison album. Dat heeft alles te maken met zijn uit duizenden herkenbare stem, die na al die jaren in de muziek nog verrassend goed klinkt. Hier en daar hoor je wel wat slijtage op de inmiddels bijna 80 jaar oude stembanden, maar Van Morrison zingt nog altijd met veel passie en soul en veegt de vloer aan met een hele generatie nieuwe ‘soulzangers’.
Ook in muzikaal opzicht tapt Van Morrison op zijn nieuwe album niet uit een ander vaatje. Ook Remembering Now bevat weer de inmiddels bekende mix van rhythm & blues, soul en invloeden uit de Keltische muziek. Remembering Now is voorzien van een lekker vol geluid, dat is volgestopt met geweldig gitaarwerk, stuwende orgels, de nodige strijkers en flink wat blazers, af en toe verrijkt met de saxofoon van de oude meester zelf.
Op het aantal muzikanten is zeker niet bezuinigd en dat heeft de oude meester ook niet op de achtergrondvocalisten, die zijn stem fraai ondersteunen. Het is een geluid dat herinnert aan de vroege albums van Van Morrison en aan een album als Avalon Sunset uit 1989, een van de meest succesvolle albums uit het tweede deel van de carrière van de muzikant die werd geboren in Belfast.
Bijna zeventig minuten is veel muziek en meestal teveel, maar Remembering Now houdt de aandacht verrassend makkelijk vast met de mooie arrangementen, de geweldige muzikanten en de soulvolle strot van Van Morrison, die wat van het pad was de afgelopen jaren, maar gelukkig weer helemaal terug is. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Nadah El Shazly - Laini Tani (2025) 4,5
14 juni 2025, 10:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nadah El Shazly - Laini Tani - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Nadah El Shazly - Laini Tani
Nadah El Shazly integreert op haar album Laini Tani op fascinerende en echt bijzonder mooie wijze twee totaal verschillende muzikale werelden en creëert een nieuw geluid dat afwisselend intrigeert en betovert
Het nieuwe album van de van oorsprong Egyptische muzikante Nadah El Shazly kon de afgelopen week rekenen op vrijwel uitsluitend zeer lovende recensies. Dat is best bijzonder, want ze maakt muziek waar je best even aan moet wennen. Het is muziek die zich heeft laten beïnvloeden door de muziek waarmee Nadah El Shazly in Cairo opgroeide, maar ook de eigenzinnige muziekscene van haar huidige woonplaats Montreal drukt een stempel op dit bijzondere album. Laini Tani klinkt hierdoor anders dan alle andere albums van het moment, maar weet al snel de juiste snaar te raken.
Het vorige week verschenen Laini Tani van de van oorsprong Egyptische muzikante Nadah El Shazly heb ik in eerste instantie heel vluchtig beluisterd, om vervolgens al snel te concluderen dat haar muziek net wat te ver buiten mijn muzikale comfort zone lag. Die conclusie heb ik helaas wat te snel getrokken, want aangemoedigd door flink wat hele lovende recensies heb ik het opnieuw geprobeerd met het album en ben ik alsnog gevallen voor de bijzondere muziek van Nadah El Shazly.
De in het Egyptische Cairo geboren muzikante woont en werkt inmiddels al een aantal jaren vanuit het Canadese Montreal, maar is haar Egyptische wortels zeker niet vergeten. Nadah El Shazly heeft al een aantal albums op haar naam staan, waaronder een filmsoundtrack en een album dat ze samen maakte met Elvin Brandhi, maar Laini Tani is mijn eerste kennismaking met haar bijzondere muziek.
Het is muziek die deels is geworteld in de experimentele muziekscene van Montreal, maar Nadah El Shazly dompelt je ook flink onder in de Egyptische muziek waarmee ze opgroeide. Het levert een fascinerend album op, dat in eerste instantie misschien weinig houvast biedt, maar dat al snel verandert in een hele bijzondere luistertrip, die van alles met je doet.
De Egyptische wortels van Nadah El Shazly hoor je vooral in de zang, maar ook in de muziek duiken hier en daar accenten op die je niet hoort in de popmuziek die in Europa of de Verenigde Staten wordt gemaakt. In veel songs op het album maakt Nadah El Shazly muziek die zich vooral in een laag tempo voortsleept. Het is een tempo dat wordt aangeven door wat lome en orientaals aandoende ritmes, die de muziek een bijzondere impuls geven.
De songs van de Egyptische muzikante worden verder gevuld met organische klanken, waaronder een harp, maar Nadah El Shazly grijpt ook met enige regelmaat naar bijzondere elektronica. Zeker wanneer de elektronica domineert kan Laini Tani behoorlijk experimenteel of zelfs vervreemdend klinken, maar het album klinkt net zo makkelijk zonnig en zorgeloos of juist stemmig en beeldend.
Ik moet toegeven dat ik een zwaar experimentele track als Enti Fi Neama maar moeilijk trek, maar wanneer Nadah El Shazly de krochten van de underground scene van Montreal weer even verruild voor een bazaar in Cairo ben ik direct weer bij de les. Het is knap hoe de Egyptische muzikante je continu heen en weer slingert tussen avontuurlijke elektronica en muziek uit het land waarin ze geboren werd met hier en daar nog een vleugje neoklassiek.
Laini Tani is door het experiment en het continue schakelen tussen twee totaal verschillende werelden zeker geen makkelijk te doorgronden album, al heb ik zelf ervaren dat het album zich bij de tweede keer horen al veel makkelijker opdringt. Laini Tani van Nadah El Shazly doet me af en toe wel wat denken aan de muziek die Arooj Aftab maakt, al gebruikt de Pakistaanse muzikante voor een belangrijk deel andere ingrediënten als Nadah El Shazly en laten de twee zich beïnvloeden door verschillende genres. Wat de muziek van Arooj Aftab en Nadah El Shazly gemeen hebben is het wat mysterieuze en zeker ook bezwerende karakter.
De zeer lovende recensies die de afgelopen week zijn verschenen over Laini Tani van Nadah El Shazly hebben we niet alleen aangezet tot het met volledige aandacht beluisteren van het album, maar ik begrijp ze inmiddels ook helemaal. Wat een mooi en fascinerend album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Phoebe Rings - Aseurai (2025) 4,0
13 juni 2025, 17:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Phoebe Rings - Aseurai - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Phoebe Rings - Aseurai
Phoebe Rings uit het Nieuw-Zeelandse Auckland strooit op haar debuutalbum Aseurai driftig met zonnestralen en heeft de bijzonder aangenaam en verleidelijke klinkende stem van Crystal Choi als kers op de taart
Op een mooie zomerdag als vandaag heb ik geen behoefte aan zware en donkere klanken maar aan lichtvoetige muziek met flink wat zonnestralen en als het even kan wat zwoele en broeierige accenten. Je bent hiervoor aan het juiste adres bij de Nieuw-Zeelandse band Phoebe Rings, die een uitstekend moment heeft uitgekozen voor de release van haar debuutalbum Aseurai. De band kan uitstekend uit de voeten met zonnige en wat jazzy klanken, maar schuwt ook een vleugje 80s kitsch niet. Het combineert allemaal prachtig met de geschoolde maar ook bijzonder aangename stem van frontvrouw Crystal Choi, die de muziek van haar band flink verder optilt.
Tips over interessante albums uit Nieuw-Zeeland krijg ik meestal uit het land zelf, maar Aseurai van de Nieuw-Zeelandse band Phoebe Rings kon ook in de rest van de wereld op veel aandacht en hele goede recensies rekenen, waardoor deze tip uit alle windstreken op me af kwam. Phoebe Rings is een band uit het Nieuw-Zeelandse Auckland en is geformeerd rond zangeres en songwriter Crystal Choi. De oorspronkelijk uit Zuid-Korea afkomstige singer-songwriter is geschoold als jazzmuzikante en dat hoor je op Aseurai.
De titel Aseurai komt overigens uit het Koreaans en wordt nogal uiteenlopend vertaald, maar ik hou het op “around you in the atmosphere, hard to reach, fading away”. Het zijn woorden die zeker niet allemaal van toepassing zijn op de muziek, die de Nieuw-Zeelandse band maakt op haar eerste album. Sterker nog, de muziek van Phoebe Rings klinkt aards, verleidt makkelijk en blijft lekker hangen.
Wat direct opvalt bij beluistering van Aseurai is dat Crystal Choi beschikt over een bijzonder aangename stem. De zang op het debuutalbum van de band uit Auckland is zwoel en verleidelijk maar ook warm en dromerig. Je hoort goed dat Crystal Choi is opgeleid als jazzzangeres, want haar zang klinkt zeker jazzy. De stem van de Zuid-Koreaanse muzikante doet het geweldig op een warme zomerdag als vandaag, want de zang op Aseurai nodigt uit tot luieren of in ieder geval tot alles even in een lagere versnelling doen.
De muziek van Phoebe Rings klinkt ook jazzy, zeker in de gitaarakkoorden, maar de band flirt ook met dreampop, zonder direct te raken aan de grote voorbeelden in het genre, en is ook niet vies van een vleugje disco. Naar verluidt is de muziek van de band uit Auckland ook stevig geïnspireerd door Japanse en Zuid-Koreaanse popmuziek, maar ik ben onvoldoende thuis in deze genres om dit te kunnen beamen.
In een aantal recensies wordt Beach House genoemd als referentie, maar dat hoor ik eerlijk gezegd niet. Af en toe hoor ik wat van de eerste jaren van The Cardigans of van Belle And Sebastian, maar echt goed vergelijkingsmateriaal vind ik ook dat niet. Ondanks het feit dat ik niet direct bruikbaar vergelijkingsmateriaal kan aandragen is Aseurai van Phoebe Rings wel een album dat eigenlijk onmiddellijk bekend in de oren klinkt. Dat doet het ook wanneer een van de mannelijke bandleden de zang voor zijn rekening neemt (wat van mij niet nodig was geweest), dus het bekende zit vooral in de muziek denk ik.
Het is muziek die hier en daar ook een jaren 80 vibe heeft, met name door de wat cheesy synths, maar ook hier is het lastig om de vinger er goed op te leggen. Het klinkt allemaal aangenaam maar ook wat glad, maar op een of andere manier zit dat laatste me bij beluistering van dit album niet in de weg.
De zomerse temperaturen van het moment zullen hierbij ongetwijfeld een rol spelen, maar het debuutalbum van Phoebe Rings zit ook gewoon goed in elkaar. De songs op het album dringen zich stuk voor stuk makkelijk op, in muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en klinkt het bovendien onweerstaanbaar lekker en zeker de zang van Crystal Choi beschikt over flink wat verleidingskracht. Niet zo gek dus dat het album ook buiten Nieuw-Zeeland goed is ontvangen. Wanneer de zomer aanhoudt zou ik zeker eens luisteren naar deze zeer aangename soundtrack. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ambre Ciel - still, there is the sea (2025) 4,5
13 juni 2025, 13:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ambre Ciel - still, there is the sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ambre Ciel - still, there is the sea
De Canadese muzikante Ambre Ciel debuteert deze week met het prachtige still, there is the sea, waarop betoverend mooie en beeldende klanken samenvloeien met haar misschien nog wel mooiere stem
Het deze week verschenen still, there is the sea is het debuutalbum van de Canadese muzikante Ambre Ciel. Het is wat mij betreft een bijzonder album. De neoklassieke klanken die op het album zijn te horen hoor ik wel vaker, maar de arrangementen van Ambre Ciel zijn wel heel mooi en worden bovendien gecombineerd met invloeden uit de ambient en de new age. Het debuutalbum van Ambre Ciel wordt nog bijzonderder wanneer ze haar stem toevoegt aan de beeldende muziek. Ze beschikt over een bijzonder mooie stem, die warmte, gevoel en structuur toevoegt aan de songs op still, there is the sea. Ambre Ciel imponeert direct, maar dit fraaie debuut wordt alleen maar mooier en indrukwekkender.
Een paar weken geleden hoorde ik een preview van het album still, there is the sea van Ambre Ciel. Dit voorproefje maakte me echt heel nieuwsgierig naar het debuutalbum van de Canadese muzikante en dat album is deze week verschenen. Het is een album met acht songs en net iets meer dan een half uur muziek en in dat half uur maakt Ambre Ciel wat mij betreft diepe indruk.
Het debuutalbum van de muzikante uit Montreal opent echt prachtig. In eerste instantie zijn er de neoklassiek aandoende klanken die direct zorgen voor een bijzondere sfeer, waarna de waanzinnige stem van Ambre Ciel invalt. Het is een stem om onmiddellijk verliefd op te worden, maar de zang van de Canadese muzikante wordt vervolgens alleen maar mooier en intenser.
Dat geldt overigens ook voor de muziek in de openingstrack van still, there is the sea. De strijkers zwellen flink aan en ook de pianoakkoorden worden steeds wat steviger aangezet, maar de stem van Ambre Ciel blijft centraal staan. Het is een bijzonder mooie en subtiele stem die echt prachtig door de ruimte zweeft, maar het is ook een stem met een uiterst subtiel ruw randje, die zorgt voor flink wat gevoel in de zang van Ambre Ciel, die overigens ook violiste en pianiste is.
De vijf minuten durende openingstrack van still, there is the sea is in alle opzichten imponerend. De zang en de muziek zijn echt wonderschoon, maar het is ook een track waarin de spanning prachtig wordt opgebouwd. Het zijn ingrediënten die terugkeren in vrijwel alle songs op het album, maar Ambre Ciel legt steeds net wat andere accenten.
In de tweede track worden de klassiek aandoende strijkerspartijen gecombineerd met klanken die ik meer associeer met ambient of new age en bovendien zingt Ambre Ciel in deze tweede track in het Frans, wat zorgt voor een duidelijk andere sfeer. Het effect is hetzelfde want ook in de tweede track wordt je meegesleept door de breed uitwaaiende klanken en de prachtige strijkersarrangementen en imponeert Ambre Ciel met haar bijna onwaarschijnlijk mooie stem.
Ik probeer het regelmatig met albums die in het hokje neoklassiek worden geduwd en dat zijn er tegenwoordig heel wat. Het zijn albums die ik in eerste instantie vaak heel mooi vind, maar uiteindelijk houden deze albums mijn aandacht meestal niet vast. Ambre Ciel doet dat wel en dat doet ze door haar stem toe te voegen aan de klassiek aandoende en beeldende klanken. Klankentapijten worden hierdoor songs en daar val ik makkelijker voor.
Ook als de zang een tijd op zich laat wachten of helemaal niet komt houdt de Canadese muzikante me aan de speakers gekluisterd, want wat wordt er mooi en sfeervol gespeeld op still, there is the sea. De labels neoklassiek, ambient en new age kwamen al voorbij, maar het debuutalbum van Ambre Ciel bevat zo nu en dan ook passages die goed in het hokje filmmuziek passen en die bijna vanzelf fraaie beelden op het netvlies toveren.
Bij eerste beluistering maakte still, there is the sea al een verpletterende indruk, maar hoe vaker ik naar het debuutalbum van Ambre Ciel luister, hoe meer ik word betoverd door de prachtige klanken, de fraaie spanningsbogen en de bijzonder mooie zang. Het debuutalbum van de muzikante uit Montreal doet het misschien nog wel het best wanneer de zon onder is. Daar moeten we op het moment wat langer op wachten, maar het is het wachten meer dan waard. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Suzie Ungerleider - Among the Evergreens (2025) 3,5
12 juni 2025, 15:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Suzie Ungerleider - Among The Evergreens - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Suzie Ungerleider - Among The Evergreens
Suzie Ungerleider was bijna twintig jaar bekend onder de naam Oh Susanna, maar maakt tegenwoordig muziek onder haar eigen naam en ook dat levert met Among The Evergreens mooie muziek op
Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde van Amerikaanse rootsmuziek hebben momenteel niets te klagen, want het aanbod is enorm. Probeer als vrouwelijke singer-songwriter dan maar eens op te vallen. Suzie Ungerleider deed het in het verleden succesvol onder de naam Oh Susanna, maar is heel wat anoniemer onder haar eigen naam. Ten onrechte, want ze maakt nog steeds prima albums. Among The Evergreens is smaakvol ingekleurd, bevat een serie prima songs en dan is er ook nog de karakteristieke stem van de muzikante uit Vancouver, die net dat beetje extra te bieden heeft dat nodig is om op te vallen in dit overvolle genre.
De in de Verenigde Staten geboren maar in Canada opgegroeide muzikante Suzie Ungerleider maakte in het verleden muziek onder de naam Oh Susanna. Dat leverde tussen 1999 en 2017 zeven albums op. Ik heb ze niet allemaal in mijn bezit, maar met name Sleepy Little Sailor uit 2001 en Short Stories uit 2007 vond ik prima albums. Het in 2014 verschenen Namedropper is het laatste album van Oh Susanna dat ik ken, waarna ik Suzie Ungerleider uit het oog ben verloren.
In 2017 verscheen onder de naam Oh Susanna nog het album A Girl In Teen City, maar hierna begon Suzie Ungerleider met het maken van muziek onder haar eigen naam. Op zich een bijzonder besluit, want de zorgvuldig opgebouwde reputatie als Oh Susanna was in één keer weg en Suzie Ungerleider is, in ieder geval voor mij, een naam die niet echt blijft hangen.
De Canadese muzikante bracht in 2021 het album My Name Is Suzie Ungerleider uit en dat is een album dat mij nooit is opgevallen. Het deze week verschenen Among The Evergreens viel waarschijnlijk alleen op vanwege een wat kleiner aantal nieuwe albums en mijn speciale aandacht voor vrouwelijke singer-songwriters.
De hernieuwde kennismaking met Suzie Ungerleider is me goed bevallen, want Among The Evergreens is een mooi album. Het is een album dat op zich niet heel veel afwijkt van de albums die Suzie Ungerleider maakte als Oh Susanna, want ook onder haar eigen naam maakt ze singer-songwriter muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.
Het is muziek zonder opsmuk, want het gaat om de songs en om de stem van Suzie Ungerleider. Het betekent niet dat Among The Evergreens in muzikaal opzicht geen aansprekend album is, want de tien songs op het album, die samen goed zijn voor een kleine 35 minuten muziek, klinken stuk voor stuk lekker. De songs van Suzie Ungerleider zijn de ene keer ingetogen en folky en de andere keer wat voller ingekleurd met meer invloeden uit de country en fraaie bijdragen van de pedal steel.
Het klinkt allemaal behoorlijk authentiek, maar de songs van de muzikante uit Vancouver ademen ook kwaliteit. Dat is deels de verdienste van de fraaie klanken, maar het zit hem vooral in de kwaliteit van de songs en nog net wat meer in de stem van Suzie Ungerleider. De Canadese muzikante beschikt over een bijzondere stem. Het is een stem die niet per se mooi is en ook zeker niet door iedereen mooi gevonden zal worden, maar het is wel een stem die wat met je doet.
Zelf ben ik zeer gecharmeerd van het karakteristieke stemgeluid van Suzie Ungerleider, dat zowel een rauw als een emotievol randje bevat. Het voorziet haar songs van veel gevoel en hierdoor ook van urgentie. Among The Evergreens is een album van een soort waarvan ik er echt al heel veel heb en er normaal gesproken ook niet veel meer van bij wil hebben, maar met name door de zang van Suzie Ungerleider is dit nu weer eens een album dat ik niet wil missen.
Eenmaal gegrepen door de zang op Among The Evergreens raakte ik ook steeds meer onder de indruk van de songs en de muziek op het album. Suzie Ungerleider had er wat mij betreft verstandig aan gedaan om muziek te blijven maken als Oh Susanna, maar na mijn ontdekking van dit fraaie album zal ik ook haar nieuwe naam blijven onthouden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Hailey Whitters - Corn Queen (2025) 4,0
12 juni 2025, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hailey Whiters - Corn Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Hailey Whiters - Corn Queen
Corn Queen is alweer het vierde album van de Amerikaanse muzikante Hailey Whitters, die in Nederland nog niet heel bekend is, maar wederom laat horen dat ze binnen de countrypop van het moment met de besten mee kan
Hailey Whitters maakte met haar tweede album The Dream en met name met haar derde album Raised in ieder geval op mij een hele goede indruk. Op beide albums liet ze horen dat ze een uitstekende zangeres is en ook de songs op de albums waren zeer aansprekend. Hailey Whitters liet bovendien een geluid horen dat zich zowel liet beïnvloeden door country uit het verleden als door countrypop van het moment. Dit doet ze allemaal ook weer op haar nieuwe album Corn Queen dat ik in alle opzichten nog net wat aansprekender vind. Hailey Whitters is nog niet heel erg bekend, maar gezien de kwaliteit van haar albums moet dat zeker gaan veranderen. Corn Queen is een van de betere albums in het genre op het moment.
Black Sheep, het bijna tien jaar geleden verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Hailey Whitters, maakte op mij niet direct een onuitwisbare indruk binnen het enorme aanbod van dat moment, maar ik was wel zeer gecharmeerd van de twee albums die de muzikante uit Nashville, Tennessee, hierna maakte. In mijn recensie van het in 2020 verschenen The Dream noemde ik Hailey Whitters een grote belofte voor de toekomst, terwijl ik in mijn recensie van het in 2022 uitgebrachte Raised concludeerde dat de Amerikaanse muzikante de belofte inmiddels ver voorbij was.
Op haar vorige twee albums liet Hailey Whitters horen dat ze een uitstekend songwriter is en bovendien beschikt over een stem die het heel goed doet in de countrymuziek die ze maakt. Zowel The Dream als Raised werden vooral countrypop albums genoemd, maar het waren allebei wel albums waarin de muzikante uit Nashville meer invloeden uit de country dan invloeden uit de pop verwerkte.
Het is het soort countrypop waar mijn voorkeur naar uit gaat, waardoor de albums van Hailey Whitters mij makkelijk wisten te overtuigen. Vergeleken met mijn favoriete zangeressen in het genre klonken de songs van Hailey Whitters misschien nog net wat traditioneler, maar het waren ook bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer aansprekende songs.
Zeker na het geweldige Raised waren mijn verwachtingen met betrekking tot het nieuwe album van Hailey Whitters hooggespannen en Corn Queen valt me zeker niet tegen. Op haar vierde album gaat de muzikante uit Nashville, Tennessee, verder waar Raised ruim drie jaar geleden ophield, maar de Amerikaanse muzikante zet ook weer stappen.
Ook Corn Queen staat vol met aansprekende en toegankelijke songs. Het zijn songs die in het hokje countrypop passen, maar Hailey Whitters klinkt net wat anders dan de meeste andere countrypop zangeressen van dit moment. Ze woont en werkt inmiddels al een tijdje in Nashville, maar ze is haar wortels op het platteland van het middenwesten van de Verenigde Staten niet vergeten (de titel van het nieuwe album refereert naar haar wortels in Iowa).
Het duwt haar muziek wat in de richting van de traditionelere countrymuziek van weleer, maar Corn Queen is zeker niet in het verleden blijven steken en sluit ook zeker aan bij de countrypop van het moment, met Megan Moroney als mijn persoonlijke favoriet. Het album doet me overigens ook wel wat denken aan de country(pop) zoals die aan het begin van dit millennium werd gemaakt door onder andere Miranda Lambert, al klonken haar songs over het algemeen net wat steviger.
Hailey Whitters laat op haar nieuwe album niets aan het toeval over. Ze werkt samen met een aantal ervaren songwriters uit Nashville, heeft aansprekende gasten al Molly Tuttle en Charles Wesley Godwin naar de studio gehaald en werkt bovendien samen met prima muzikanten en producer en echtgenoot Jake Gear.
Hailey Whitters is ook met haar nieuwe album uit de greep van de dominante countrypop in Nashville gebleven en dat siert haar. Het zorgt er bovendien voor dat Corn Queen net wat anders klinkt dan al die andere countrypop albums die momenteel worden gemaakt in de Amerikaanse muziekhoofdstad en dat spreekt wat mij betreft in het voordeel van Hailey Whitters. Met Corn Queen bevestigt Hailey Whitters wat mij betreft dan ook haar status als een van de smaakmakers binnen de countrypop van het moment. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Perfume Genius - Glory (2025) 4,5
11 juni 2025, 20:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Perfume Genius - Glory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Perfume Genius - Glory
De Amerikaanse muzikant Perfume Genius heeft met Glory een album gemaakt dat heel hoog wordt gewaardeerd door de verzamelde critici en ik kan alleen maar constateren dat daar niets op valt af te dingen
Mike Hadreas, beter bekend als Perfume Genius, vertrouwde voor zijn nieuwe album Glory op een aantal topmuzikanten en op een producer die garant staat voor vakwerk. Dat is te horen, want zowel in muzikaal als in productioneel opzicht klinkt Glory fantastisch. Ook de zang van Mike Hadreas spreekt me op Glory meer aan dan in het verleden, waardoor ik alle superlatieven in de recensies van het album begrijp. Het is een album dat tijdloos kan klinken, maar Perfume Genius schuwt ook het avontuur niet. Het is een album dat door de nostalgie makkelijk verleidt, maar het is ook een album dat de fantasie prikkelt. Ik had Glory even laten liggen, maar wat is dit een goed album.
Bij een nieuw album van Perfume Genius veer ik over het algemeen niet direct enthousiast op. Het zal te maken hebben met mijn duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen, maar ik heb ook altijd het idee dat het alter ego van de Amerikaanse muzikant Mike Hadreas muziek maakt die mij niet in het bijzonder aanspreekt. Dat blijkt een misvatting, maar daarover later meer.
Perfume Genius bracht eind maart het album Glory uit en het is een album dat ik in eerste instantie liet liggen, al denk ik wel dat ik er naar geluisterd heb. Het is een album dat ik vorige week weer tegen kwam toen ik rondkeek op de website metacritic.com, dat oordelen van met name Amerikaanse critici bundelt tot een totaalscore. Toch wel enigszins tot mijn verbazing voerde Glory van Perfume Genius de lijst met recent verschenen albums aan met een score van maar liefst 90 (van de 100) punten. Het was voor mij reden om het album nog eens goed te beluisteren.
Het was zeker niet de eerste keer dat ik een album van de Amerikaanse muzikant alsnog oppikte, want van de vorige zes albums van Perfume Genius besprak ik er uiteindelijk drie, wat mijn idee dat zijn muziek me niet aanspreekt onderuit haalt. Het is een idee dat ook niet houdbaar bleek voor het eerder dit jaar verschenen Glory, want ook dit vind ik inmiddels een prachtig album.
Mijn vooroordeel ten opzichte van de muziek van Perfume Genius is waarschijnlijk dat de Amerikaanse muzikant wat theatrale muziek maakt en in zijn zang wel erg veel drama en pathos verstopt. Het is een vooroordeel dat in ieder geval niet op gaat voor de songs op Glory, want de songs op het album zijn een groot deel van de tijd behoorlijk subtiel, terwijl de zang vooral ingetogen is.
Glory klinkt een flink deel van de tijd als een volstrekt tijdloos singer-songwriter album en als een album van een singer-songwriter die met heel veel gevoel zingt. Een song als Me & Angel had ook in de jaren 70 gemaakt kunnen zijn en zo bevat het album er meer, maar Glory bevat ook een aantal songs die overduidelijk uit het heden komen. Ik heb zelf wel wat met de tijdloos klinkende songs, waarin ik de stem van Mike Hadreas echt heel erg mooi vind, maar ook de met wat meer elektronica ingekleurde songs en wat spannendere songs zijn echt prachtig.
Ook in muzikaal opzicht heeft Glory me zeer aangenaam verrast de afgelopen week. Je hoort goed dat er een aantal geweldige muzikanten zijn te horen op het album, luister bijvoorbeeld maar eens naar het werkelijk weergaloze drumwerk van levende legende Jim Keltner.
In productioneel opzicht is Glory eveneen een hoogstaand album, wat ook bijna niet anders kan met een producer van het kaliber van Blake Mills achter de knoppen. De Amerikaanse producer en muzikant werkte eerder met Perfume Genius en maakte dit jaar al prachtalbums met Japanese Breakfast en Lucy Dacus, die ook opvielen door een schitterende productie.
Ook de muziek op en de productie van Glory is bijzonder mooi. Het soms wat nostalgisch aandoende geluid zit vol muzikale verleiding en betovering en past echt prachtig bij de stem van Mike Hadreas, die echt indruk maakt als zanger. Maar Glory is ook een album met een aantal avontuurlijke songs waarin er echt van alles gebeurt in de muziek en de zang. De verzamelde Amerikaanse critici zijn diep onder de indruk en dat begrijp ik inmiddels volkomen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Addison Rae - Addison (2025) 4,0
10 juni 2025, 19:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Addison Rae - Addison - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Addison Rae - Addison
Of Addison Rae echt “the next big thing” is zal de tijd moeten leren, maar dat de jonge TikTok ster een aantrekkelijk en aanstekelijk popalbum heeft afgeleverd is na beluistering van Addison absoluut zeker
Ik heb een enorm zwak voor de betere indiepop van het moment, maar kan over het algemeen minder met pop zonder indie. Voor mij was de zomer van 2024 dan ook geen “Brat summer” en ik denk ook niet dat de zomer van 2025 een “Addison summer” gaat worden. Toch vind ik Addison, het debuutalbum van de Amerikaanse popzangeres Addison Rae best een lekker album. Het is een album vol wat broeierige popsongs die je onmiddellijk een goed gevoel geven. Addison Rae deed een paar jaar geleden dansjes op TikTok, maar heeft nu een album gemaakt met een aantal hele dikke hits. Het is allemaal zeer vakkundig geproduceerd, waardoor alles nog wat lekkerder klinkt. Ik ben stiekem toch om.
Ik hoorde de naam Addison Rae een week of twee geleden voor het eerst, toen Lorde haar een van de allergrootste en meest talentvolle popsterren van het moment noemde. Nu heb ik Lorde hoog zitten, dus toen ik deze week het debuutalbum van Addison Rae in de lijst met nieuwe albums zag staan was ik direct alert.
Ik werd nog wat alerter toen ik zag dat de alternatieve Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork een 8.0 over had voor het album, wat een zeer hoge score is op het over het algemeen kritische platform. Er moest dus haast wel iets bijzonders aan de hand zijn, maar bij eerste beluistering hoorde ik het eerlijk gezegd niet.
Addison Rae maakt lekker in het gehoor liggende popmuziek met uitstapjes naar de dansvloer en een zwoele R&B vibe. Het is popmuziek met een hoofdletter P en het is popmuziek die niet veel op heeft met de indiepop van het moment. Het klinkt absoluut lekker, maar het is niet echt mijn ding, althans dat vond ik bij eerste beluistering.
Nu had ik vorig jaar echt precies hetzelfde met BRAT van Charli xcx. Het is een album waar wat mij betreft overdreven druk over is gedaan en dat tot mijn verbazing flink wat aansprekende jaarlijstjes aanvoerde in december. Ik vind BRAT inmiddels wel een stuk leuker dan een jaar geleden, maar ik hoor toch liever pop met wat meer indie invloeden.
Terug naar Addison Rae. Ik had haar naam tot voor kort nog nooit gehoord en dat kan alleen wanneer je niets hebt met TikTok, waarop de Amerikaanse muzikante bijna 90 miljoen volgers heeft. Ik zeg muzikante, maar toen Addison Rae zes jaar geleden een sensatie werd op het Chinese social media platform plaatste ze vooral dansfilmpjes. Ze mag inmiddels niet alleen Lorde tot haar fans rekenen, maar ook Lana del Rey en de al eerder genoemde Charli xcx, die de carrière van Addison Rae vorig jaar een flinke boost gaf.
Ik hoor het allemaal voor het eerst en hoorde in eerste instantie vooral zeer aanstekelijke popliedjes. Singles als Headphones On, High Fashion, Fame Is A Gun en Diet Pepsi (de perfecte follow-up op Sabrina Carpenter’s Espresso) zijn van die popliedjes die je na één keer horen niet meer uit je hoofd krijgt. Het zijn het soort popliedjes die in het verleden werden gemaakt door de sterren van dat moment (van Madonna tot en met Britney Spears), maar Addison Rae heeft ook goed geluisterd naar de grote popsterren van het moment.
Of de jonge Amerikaanse muzikante echt kan zingen durf ik nog niet te zeggen, maar op haar debuutalbum Addison klinkt het allemaal heel behoorlijk. Mede dankzij de gelukkig subtiele inzet van de autotune. Voor albums als Addison wordt over het algemeen een flink blik aansprekende producers aangetrokken, maar Addison Rae vertrouwt voor alle songs op het album op de producers Elvira Anderfjärd en Luka Kloser.
Het zorgt voor een consistent klinkend album en dat werkt uiteindelijk positief voor Addison Rae, die je meekrijgt in een aangename flowe en vibe. Elvira Anderfjärd en Luka Kloser komen trouwens uit de stal van de Zweedse producer Max Martin, die als geen ander weet hoe goede popsongs moeten klinken.
Addison Rae legt het voor mij absoluut af tegen de grote sterren uit de indiepop van het moment, maar op een of andere manier vind ik Addison een best lekker album, zeker nu er zomerse temperaturen in aantocht zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Alan Sparhawk - With Trampled by Turtles (2025) 4,0
9 juni 2025, 20:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alan Sparhawk - With Trampled By Turtles - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Alan Sparhawk - With Trampled By Turtles
Voormalig Low voorman Alan Sparhawk overtuigde me vorig jaar totaal niet, maar raakt op het samen met de Amerikaanse rootsband Trampled By Turtles gemaakte nieuwe album weer wel de juiste snaar
Alan Sparhawk heeft de dood van zijn vrouw Mimi Parker nog lang niet verwerkt. Je hoort het in de vaak zeer melancholische songs op zijn nieuwe album. Die melancholie hoorde je ook op het vorig jaar verschenen soloalbum van de Amerikaanse muzikant, maar dat album stond me door de elektronica en de vervormde zang vooral tegen. Voor zijn nieuwe album koos Alan Sparhawk voor de samenwerking met stadgenoten Trampled By Turtles en dat is een combinatie die wat mij betreft wel werkt. Het is ver verwijderd van de muziek die Alan Sparhawk in het verleden met Low maakte, maar de rootsklanken passen prachtig bij de emotievolle vocalen en indringende songs op het album.
Low, de band rond het echtpaar Mimi Parker en Alan Sparhawk, maakte tussen 1994 en 2015 een flinke stapel geweldige albums, met wat mij betreft Things We Lost In The Fire uit 2001 als onbetwist hoogtepunt. De twee muzikanten uit Duluth, Minnesota, ook de geboortegrond van Bob Dylan, maakten muziek die afwisselend als slowcore en sadcore werd omschreven, maar Low verwerkte veel meer invloeden en creëerde een geheel eigen sound.
Dat deed de band ook op het in 2018 uitgebrachte Double Negative, waar ik in eerste instantie echt helemaal niets in hoorde, maar toen ik eenmaal gewend was aan de zwaar vervormde elektronica hoorde ik ook de schoonheid van het album. Het geluid van Double Negative werd doorgetrokken op het in 2021 verschenen HEY WHAT, wat helaas de zwanenzang van Low bleek. Een jaar na het verschijnen van het album overleed Mimi Parker en bleef Alan Sparhawk alleen achter.
De Amerikaanse muzikant dook vorig jaar op met White Roses, My God, wat ik, ondanks mijn enorme respect voor Alan Sparhawk, echt een draak van een album vond. Alan Sparhawk omringde zich op het album met wat mij betreft weinig aansprekende elektronica, maar deed nog veel gekkere dingen met zijn stem, die flink werd toegetakeld door nog wat extra elektronica, waaronder de vocoder.
Ik kon er echt niet naar luisteren en had daarom heel weinig vertrouwen in het deze week verschenen nieuwe album van Alan Sparhawk. De muzikant uit Duluth heeft de elektronica dit keer gelukkig achter slot en grendel gelaten en takelt ook zijn stem niet meer toe. Voor de muziek op zijn nieuwe album heeft Alan Sparhawk een beroep gedaan op stadgenoten Trampled By Turtles.
Het is een rootsband met een voorliefde voor bluegrass en het is een band die een respectabel aantal albums heeft uitgebracht. Ik ken Trampled By Turtles zelf vooral van het in 2022 verschenen Alpenglow, dat ook tot mijn eigen verbazing de top 5 van mijn jaarlijstje haalde en dat ik schaar onder de beste rootsalbums van de afgelopen jaren.
Ook op Alan Sparhawk With Trampled By Turtles maakt de Amerikaanse band indruk met prachtige klanken met invloeden uit de folk, de country en de bluegrass, maar er is ook ruimte voor experiment, zoals in het indringende Screaming Song. Het is muziek die je niet direct verwacht bij Alan Sparhawk, maar het past wat mij betreft een stuk beter dan het elektronische geluid op het vorig jaar verschenen soloalbum.
Hoogtepunt is wat mij betreft het prachtige Not Broken, waarin een met veel emotie zingende Alan Sparhawk wordt bijgestaan door zijn dochter Hollis, die qua stem lijkt op Mimi Parker, maar ook als de leden van Trampled By Turtles de Amerikaanse muzikant vocaal bijstaan komt de zang van Alan Sparhawk flink binnen.
Het overlijden van Mimi Parker heeft ook op dit album weer zijn sporen nagelaten, waardoor het een wat donker en melancholisch album is geworden. Het is in het oeuvre van Alan Sparhawk een atypisch album, maar dat geldt voor vrijwel alle albums die de muzikant uit Minnesota sinds 2018 heeft gemaakt.
Alan Sparhawk With Trampled By Turtles laat wat mij betreft horen dat er muziek zit in de solocarrière van de voormalig voorman van Low, maar doet ook zeer uitzien naar een nieuw album van Trampled By Turtles, dat ik eerlijk gezegd tot nog grootsere daden in staat acht. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kali Uchis - Sincerely, (2025) 4,5
Alternatieve titel: Sincerely: P.S., 9 juni 2025, 20:35 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Cleo Sol - Heaven (2023) 4,5
9 juni 2025, 20:35 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Bob Seger & The Silver Bullet Band - Stranger in Town (1978) 4,0
8 juni 2025, 21:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bob Seger And The Silver Bullet Band - Stranger In Town (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bob Seger And The Silver Bullet Band - Stranger In Town (1978)
De Amerikaanse muzikant Bob Seger kreeg in 2004 een plekje in de Rock and Roll Hall of Fame, wat hij onder andere te danken heeft aan het in 1978 verschenen Stranger In Town, een van zijn beste en meest succesvolle albums
Ik heb een heel lijstje bands en muzikanten die ik schaar onder de categorie “Bruce Springsteen volgelingen”. Het is een categorie die ik meestal af doe als minder interessant en dat is niet altijd terecht. Dat Bob Seger deel uit maakt van deze categorie is sowieso onterecht, want de Amerikaanse muzikant was in de jaren 70 in eerste instantie groter dan Bruce Springsteen en maakte een aantal uitstekende albums, die vooral in de Verenigde Staten op de juiste waarde werden geschat. Stranger in Town uit 1978 is zo’n album en het is een album dat me echt veel beter bevalt dan ik had verwacht. Bruce Springsteen werd terecht een wereldster, maar Bob Seger kan ook absoluut wat.
Van de week kwam de naam Bob Seger voorbij en dat was voor mij een mooie gelegenheid om eens in het werk van de Amerikaanse muzikant te duiken. Bob Seger is al vele decennia een grootheid in de Verenigde Staten, maar moet het in Europa doen met een behoorlijk bescheiden status. We kennen de muzikant uit Detroit, Michigan, hooguit van twee bescheiden hits uit de jaren 70, maar niet als een van de grootste rockmuzikanten uit dit decennium.
Toen ik de muziek van Bob Seger ergens in de jaren 80 leerde kennen had ik al een aantal albums van Bruce Springsteen in mijn bezit, waardoor ik Bob Seger en zijn Silver Bullet Band zag als volgelingen van Bruce Springsteen en zijn E-Street band. Zo zag ik trouwens ook Southside Johnny & The Ashbury Jukes, die feitelijk een belangrijke inspiratiebron waren voor Bruce Springsteen, maar ook Bob Seger is een paar jaar ouder dan Bruce Springsteen en zette ook een paar jaar eerder zijn eerste stappen in de muziek.
Bob Seger vierde vorige maand zijn tachtigste verjaardag, heeft de afgelopen jaren niet al te veel meer van zich laten horen en voor zijn laatste echt memorabele album moeten we nog wat verder terug in de tijd. Zijn beste muziek maakte de Amerikaanse muzikant in de jaren 70 en na beluistering van een aantal van zijn albums uit dit decennium ben ik uitgekomen bij Stranger In Town uit 1978. Het is het album van Still The Same, dat ook in Nederland een bescheiden hit was.
Als ik kijk naar de jaarlijstjes uit 1978 scoort Stranger In Town uitstekend in de Amerikaanse jaarlijstjes, terwijl het album in Europa genoegen moest nemen met een bescheiden plek. In alle jaarlijsten scoorde Bob Seger lager dan Bruce Springsteen’s Darkness On The Edge Of Town en ook Hearts Of Stone van Southside Johnny & The Asbury Jukes scoort in de meeste lijstjes beter dan het album van Bob Seger.
Ik denk niet dat ik ooit naar Stranger In Town had geluisterd, maar vind het een prima album. Zeker in de wat meer uptempo songs met een lekker vol bandgeluid zit de muziek van Bob Seger dicht tegen die van Bruce Springsteen uit dezelfde periode aan, maar de Amerikaanse muzikant schuift ook meer op richting Amerikaanse rootsmuziek, zoals in de al genoemde single Still The Same.
Bob Seger komt ook op de proppen met een wat kitscherige ballad als We’ve Got Tonight, die ik vooral ken in de uitvoering van Kenny Rogers en Sheena Easton, maar kan, zeker wanneer hij The Silver Bullet Band verruilt voor de Muscle Shoals Rhythm Section ook uit de voeten met een flinke portie soul. Bob Seger schuift hier en daar ook nog wat verder op in de richting van de rock ’n roll waarmee hij opgroeide, wat van Stranger In Town een lekker veelzijdig album maakt.
Het is een album waar er uiteindelijk toch nog zo’n 7 miljoen van werden verkocht, wat een schijntje is vergeleken met de 43 miljoen van het een jaar eerder verschenen Bat Out Of Hell van Meat Loaf, dat deels dezelfde inspiratiebronnen heeft, maar Stranger In Town was wel net wat succesvoller dan Darkness On The Edge Of Town van Bruce Springsteen, zeker in de Verenigde Staten.
Het album klonk en klinkt misschien net wat te Amerikaans voor de Europese oren, maar Stranger In Town is voor mij zeker reden om het werk van Bob Seger nog wat verder te verkennen de komende tijd. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Mary Chapin Carpenter - Personal History (2025) 4,5
8 juni 2025, 11:27 uur
Recensie op de krenten uit d pop:
De krenten uit de pop: Review: Mary Chapin Carpenter - Personal History - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mary Chapin Carpenter - Personal History
Mary Chapin Carpenter is misschien net wat minder bekend dan de allergrootsten in het genre, maar in kwalitatief opzicht doet ze er zeker niet voor onder, wat ook weer is te horen op het zeer fraaie Personal History
Het is knap hoe Mary Chapin Carpenter de afgelopen vijftien jaar aan de lopende band uitstekende albums maakt. Het zijn albums die niet onder doen voor het beste dat in het genre wordt gemaakt en dat is knap voor een muzikante die al ruim veertig jaar muziek maakt. Het deze week verschenen Personal History heeft net wat langer op zich laten wachten, maar het is wederom een album van een bijzonder hoog niveau. Mary Chapin Carpenter beschikt over een hele mooie stem vol emotie, ze schrijft aansprekende songs, heeft een stel prima muzikanten om zich heen verzameld en wist ook dit keer een topproducer te strikken. Het levert een volgend prachtalbum op.
De Amerikaanse singer-songwriter Mary Chapin Carpenter dook aan het begin van de jaren 80 op in de folk scene van Washington D.C. en bracht in 1987 haar debuutalbum Hometown Girl uit. Het succes kwam in de jaren 90, maar ik ontdekte de muziek van Mary Chapin Carpenter pas in 2001, toen haar album Time* Sex* Love* verscheen. Mijn liefde voor haar muziek groeide overigens vooral de afgelopen vijftien jaar, waarin een aantal geweldige albums zijn verschenen.
Ashes And Roses uit 2012, Songs From The Movie uit 2014, The Things That We Are Made Of uit 2016, Sometimes Just The Sky uit 2018 en The Dirt And The Stars uit 2020 zijn stuk voor stuk hoogstaande singer-songwriter albums, waarop Mary Chapin Carpenter indruk maakt als zangeres en als songwriter en waarop haar stem steeds mooier en doorleefder klinkt. Het zijn ook albums die profiteerden van het werk van topproducers als Dave Cobb en Ethan Johns.
Tussen 2012 en 2020 kon je de klok zo ongeveer gelijk zetten op een nieuw album van Mary Chapin Carpenter, maar de afgelopen vijf jaar was het behoorlijk stil rond de muzikante uit Princeton, New Jersey. Aan het begin van het jaar verscheen wel het album Looking For The Thread, een samenwerkingsverband tussen Mary Chapin Carpenter, Julie Fowlis en Karine Polwart. Het is een album dat ik uiteindelijk liet liggen, maar dat meer had verdiend.
Ik kan het deze week goed maken, want met Personal History brengt Mary Chapin Carpenter dan eindelijk weer eens een nieuw soloalbum uit. De Amerikaanse muzikante staat de afgelopen vijftien jaar garant voor geweldige albums en ook Personal History is er weer een. Een aantal van de vorige albums werden opgenomen in de Real World Studios van Peter Gabriel in het Britse Bath en dat is ook de plek waar Personal History werd opgenomen.
Het is een album dat grotendeels in het verlengde ligt van de vorige albums van Mary Chapin Carpenter. De Amerikaanse muzikante deed ook dit keer een beroep op een producer van naam en faam, want zo mogen we Josh Kaufman (Cassandra Jenkins, The Hold Steady, Anaïs Mitchell, Bonny Light Horseman) inmiddels wel noemen.
Josh Kaufman heeft Personal History voorzien van een mooi geluid, maar heeft de karakteristieke sound van Mary Chapin Carpenter intact gelaten. De instrumentatie is ook dit keer zeer smaakvol, maar staat volledig in dienst van de stem van Mary Chapin Carpenter. Het is een stem die prachtig rijpt en die de afgelopen vijftien jaar alleen maar mooier is geworden.
De Amerikaanse muzikante schrijft bovendien aansprekende en tijdloze songs. Ook Personal History is hierdoor weer een singer-songwriter album dat past in de inmiddels rijke traditie van het genre. Zowel de songs, de muziek als de zang op het nieuwe album van Mary Chapin Carpenter ademen kwaliteit, maar de Amerikaanse muzikante weet me ook dit keer te raken met haar persoonlijke songs en haar bijzondere stem.
Het is wederom de zang die de meeste aandacht trekt, maar luister ook zeker goed naar de muziek op het album en bijvoorbeeld naar het subtiele maar hoogstaande gitaarspel op het album. En vervolgens is er veel meer moois te ontdekken. Mary Chapin Carpenter maakt inmiddels ruim veertig jaar albums, maar ze lijkt alleen maar beter te worden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Pulp - More. (2025) 4,5
7 juni 2025, 10:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Pulp - More - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pulp - More
Pulp wordt geschaard onder de grootste bands van de Britpop uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker laat dertig jaar later op het werkelijk uitstekende More horen dat Pulp er nog steeds toe doet
Different Class, het bekendste en meest succesvolle album van de Britse band Pulp, is inmiddels dertig jaar oud. Er zijn niet veel bands die dertig jaar na een creatieve piek op de proppen komen met een album dat niet onder doet voor hun beste werk, maar Pulp flikt het. More begint bij het Pulp geluid uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker doet zeker niet of de tijd heeft stil gestaan. More is een album met een aantal catchy songs, maar het is ook een album vol weemoed en een album met een aantal intieme songs, die laat horen dat Pulp ook een andere kant heeft. Ik had er niet zo heel veel van verwacht, maar More is echt een prachtig album van een hele grote band.
Ik las een paar jaar geleden een boek over Britpop waarin werd gesproken over “The Big Four” van het genre, dat halverwege de jaren 90 tot bloei kwam. Als ik kijk naar mijn eigen Britpop favorieten van destijds zou ik ook zeker Travis en The Auteurs noemen, maar ik kan me er wel in vinden dat Oasis, Blur, Suede en Pulp achteraf bezien de belangrijkste exponenten van het overigens behoorlijk diverse genre worden genoemd.
Van deze vier bands had ik het minst met Pulp. Ik had wel wat met het in 1995 verschenen Different Class, overigens al het vierde album van de band die al aan het begin van de jaren 80 actief was, en dan vooral vanwege geweldige singles als Common People en Disco 2000. Maar over het algemeen genomen schatte ik Pulp lager in dan de andere grote Britpop bands en dan mijn favorieten in het genre.
Ik was vervolgens veel minder enthousiast over This Is Hardcore uit 1998 en We Love Life uit 2001, de twee albums die de band na Different Class afleverde. Ook de muziek die voorman Jarvis Cocker sindsdien maakte sprak mij over het algemeen onvoldoende aan om er nog vaker naar te luisteren. De opwinding die ontstond toen de band twee jaar geleden aankondigde om weer te gaan touren ging dan ook aan mij voorbij en ook het deze week verschenen nieuwe album van de Britse band schaarde ik in eerste instantie niet onder mijn luisterprioriteiten voor deze week, al maakten een aantal zeer lovende recensies me wel nieuwsgierig.
Deze lovende recensies zijn wat mij betreft volkomen terecht, want toen ik eenmaal was begonnen met het luisteren naar More kon ik niet meer stoppen. Met More heeft Pulp wat mij betreft een album gemaakt dat niet onder doet voor de beste Britpop albums aller tijden, al doe je het album met alleen het etiket Britpop ook flink tekort.
Het is een album dat deels naadloos aansluit op de muziek die de band 30 jaar geleden maakte, maar de leden van de band zijn ook dertig jaar ouder en nemen de nodige bagage mee naar het nieuwe album. In de wat meer uptempo tracks klinkt Pulp nog net zo aanstekelijk als in de eerder genoemde singles, maar More biedt ook ruimte aan meer introspectieve songs.
In beide soorten songs valt op dat More echt prachtig klinkt. Pulp deed voor More een beroep op producer James Ford , die onlangs werkte met Black Country, New Road, Jessie Ware, The Last Dinner Party en Fontaines D.C., maar die we ook kennen van Arctic Monkeys en The Last Shadow Puppets. James Ford heeft More voorzien van een prachtig geluid dat aan de ene kant niet heel veel afwijkt van het vintage Pulp geluid uit de jaren 90, maar dat aan de andere kant ook is volgestopt met onder andere strijkers, wat me af en toe doet denken aan het solodebuut van Gavin Friday, een van mijn favoriete albums aller tijden.
Jarvis Cocker heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor Serge Gainsbourg en zijn liefde voor de grote crooners uit het verleden en die invloeden hoor je nog wat duidelijker op More, waarop de Britse zanger zich ook kwetsbaar opstelt, wat de songs van Pulp voorziet van diepte en wat de stem van Jarvis Cocker alleen maar mooier maakt.
Ik vind More nu al een stuk interessanter dan de albums die Pulp in de jaren 90 maakte en dat is een razend knappe prestatie van een band die meer dan veertig jaar geleden werd opgericht. En ik heb het idee dan More nog wel een tijdje door groeit. Oasis staat volgende maand weer op het podium in het Verenigd Koninkrijk, maar de wederopstanding van Pulp op More vind ik bij voorbaat al een stuk indrukwekkender. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Shura - I Got Too Sad for My Friends (2025) 4,0
6 juni 2025, 18:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shura - I Got Too Sad For My Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Shura - I Got Too Sad For My Friends
Ik was nog niet heel erg onder de indruk van de muziek van de Britse muzikante Shura, maar op het deze week verschenen I Got Too Sad For My Friends zet ze een reuzenstap met een zeer smaakvol en interessant geluid
Het nieuwe album van Shura werd de afgelopen week hier en daar nog voorzien van het label synthpop, waardoor ik er van uit ging dat ik I Got Too Sad For My Friends best kon laten liggen. De Britse muzikante maakte op haar debuutalbum misschien synthpop, maar dat album is inmiddels negen jaar oud. Op haar nieuwe album maakt Shura muziek die flink wat invloeden laat horen. De muziek is mooi en sfeervol, de zang van Shura is veel mooier dan in het verleden en de songs op I Got Too Sad For My Friends zijn stuk voor stuk interessant en laten bovendien een fris geluid horen. Ik had geen hoge verwachtingen van het album, maar Shura heeft me enorm verrast.
I Got Too Sad For My Friends is het derde album van de Britse muzikante Shura. Het alter ego van Aleksandra Denton debuteerde in 2016 met Nothing’s Real. Het is een album dat ik nog wel even heb omarmd als ‘guilty pleasure’, maar uiteindelijk vond ik de mix van synthpop en pure pop met een vleugje dance toch te weinig om het lijf hebben om het album langer vast te houden.
Ik heb mede daarom in 2019 niet geluisterd naar het tweede album van Shura, maar toen ik van de week alsnog naar het album luisterde kon ik eigenlijk alleen maar concluderen dat ik niet veel heb gemist aan forevher, dat wat glad klinkende popmuziek bevat. Shura werkte in 2019 vanuit de Verenigde Staten en schoof wat op richting mainstream met af en toe een flinke rol voor de irritante autotune.
Ik ging alsnog luisteren naar het vorige album van de Britse muzikante omdat ik zeer te spreken ben over het deze week verschenen I Got Too Sad For My Friends. Het is een album dat is verschenen na een lange periode van stilte en het is een album dat flink anders klinkt dan zijn twee voorgangers. I Got Too Sad For My Friends bevat gastbijdragen van Cassandra Jenkins, Becca Mancari en Helado Negro en dat zijn geen muzikanten die je verwacht op een dertien in een dozijn popalbum, want zo durf ik de vorige twee albums van Shura best te noemen.
Op I Got Too Sad For My Friends is eigenlijk alles anders. De weinig avontuurlijke muziek van de vorige twee albums is vervangen door een heel smaakvol en vooral organisch klinkend geluid. Het is een wat dromerig geluid waarin veel aandacht is besteed aan klanken en arrangementen. Het is ook een behoorlijk subtiel geluid, waarin desondanks flink wat instrumenten opduiken en waarin af en toe een jaren 70 vibe opduikt.
Het is een geluid dat complexer klinkt dan de muziek die Shura op haar vorige twee albums liet horen en het is een geluid dat best lastig te omschrijven is. Ik hoor folk, ik hoor pop en ik hoor soul, maar ik hoor ook wat invloeden uit de jazz of toch weer uit de elektronische muziek, die I Got Too Sad For My Friends dan weer wat richting de jaren 80 trekken. Hier blijft het niet bij, want wanneer fraaie blazers worden ingezet hoor ik ook nog een beetje chamber pop.
Niet alleen in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Shura een ander album dan zijn voorganger, want ook de zang op het album klinkt flink anders dan die op de vorige twee albums van de Britse muzikante. Shura zingt op haar nieuwe album zachter en meer ingehouden en dat past uitstekend bij de sfeervolle maar ook avontuurlijke klanken op het album.
Ik omschreef het debuutalbum van Shura hierboven als een album dat uiteindelijk weinig om het lijf had. I Got Too Sad For My Friends is daarentegen een album dat steeds meer om het lijf heeft. Iedere keer als ik naar het album luister hoor ik weer nieuwe dingen, terwijl de inmiddels bekende dingen die ik hoor steeds mooier en aangenamer worden.
Er zat flink wat tijd tussen het tweede en derde album van Shura en in deze periode heeft de Britse muzikante zichzelf volledig opnieuw uitgevonden. Met I Got Too Sad For My Friends schaart Shura zich zomaar onder de smaakmakers binnen de indiepop van het moment en dat is wat mij betreft echt een enorme verrassing. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Grace Potter - Medicine (2025) 4,0
6 juni 2025, 17:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Grace Potter - Medicine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Grace Potter - Medicine
Grace Potter maakte in 2008 een album met de legendarische T-Bone Burnett, dat om onbegrijpelijke redenen op de plank terecht kwam, maar gelukkig is het prachtige en zeer soulvolle Medicine nu alsnog verschenen
Ik vind tot dusver lang niet alles dat de Amerikaanse muzikante Grace Potter maakt mooi, maar met Daylight maakte ze in ieder geval één album dat ik hoog heb zitten. Daar komt deze week met Medicine nog een album bij. Het is een album dat al 17 jaar oud is, maar de platenmaatschappij van Grace Potter zag destijds niets in dit ingetogen en soulvolle album dat werd geproduceerd door niemand minder dan T-Bone Burnett. Gelukkig is het album nu alsnog verschenen, want wat mij betreft is Medicine het beste dat Grace Potter tot dusver heeft gemaakt. Het album klinkt prachtig, bevat sterke songs en Grace Potter is een soulzangeres van wereldklasse.
Grace Potter maakte een handvol albums met haar band The Nocturnals, maar ik ontdekte haar pas toen in 2015 met Midnight het eerste album onder haar eigen naam verscheen. Ik kreeg Midnight in het vizier dankzij een aantal zeer positieve recensies, die bij mij zorgden voor hele hoge verwachtingen. Het album viel me echter erg tegen. Ja, ik hoorde absoluut dat Grace Potter beschikt over een mooie en hele krachtige stem, maar in muzikaal opzicht was er niet veel nieuws te horen op het album en ook de songs op het album spraken me onvoldoende aan.
Hoe anders was het in 2019 toen het album Daylight verscheen. Op dit album maakte de soulvolle strot van Grace Potter veel meer indruk, zeker ook wanneer ze zich bij liet staan door het Amerikaanse duo Lucius. Ook de instrumentatie op Daylight was veel mooier dan die op Midnight. Het door pop gedomineerde geluid van het debuutalbum was vervangen door een veel authentieker soulgeluid, dat ook nog eens was te horen in songs die wel bleven hangen.
Ondanks mijn hoge waardering voor Daylight heb ik de albums Mother Road uit 2023 en het met akoestische versies van Mother Road gevulde Grace Potter’s Road Trip uit 2024 gemist. Kennelijk blijft de naam van Grace Potter bij mij niet zo goed hangen, want ook het deze week verschenen Medicine kwam in eerste instantie niet voor op mijn lijstje voor deze week. Ik ben blij dat het album hier uiteindelijk wel op is terecht gekomen, want Medicine gaat verder waar Daylight bijna zes geleden ophield.
Een echt nieuw album is Medicine overigens niet. Grace Potter dook in 2008 de studio in met niemand minder dan topproducer T-Bone Burnett, die ook topmuzikanten als Dennis Crouch, Marc Ribot en Jim Keltner naar de studio haalde. Het leverde een behoorlijk ingetogen soulalbum op waar de platenmaatschappij van Grace Potter niets in zag, waarna het album op de plank terecht kwam.
De platenmaatschappij vond het naar verluidt allemaal te soft en zoetsappig en duwde de Amerikaanse singer-songwriter in de richting van een steviger geluid. Grace Potter was een rockchick en dat beeld mocht niet aangetast worden. Een aantal songs op het album werden voorzien van een wat steviger geluid, maar gelukkig bewaarde Grace Potter ook de originele tapes.
Als ik luister naar Medicine begrijp ik echt helemaal niets van het oordeel van de platenmaatschappij van Grace Potter en moet ik ze zelfs een stel prutsers noemen, want op het originele album uit 2008 klopt eigenlijk alles. Topproducer T-Bone Burnett tekent voor een authentiek en wat broeierig soulgeluid en heeft een aantal fantastische muzikanten naar de studio gehaald. De muziek op het album klinkt fantastisch en Grace Potter heeft een aantal tijdloze songs geschreven, maar het is de stem van de Amerikaanse muzikante die de meeste aandacht trekt.
Grace Potter is een geweldige zangeres die goed uit de voeten kan in een wat steviger geluid, maar in het net wat subtielere geluid op Medicine is haar zang nog veel mooier. Grace Potter kan op Medicine geweldig doseren wat de zang voorziet van veel dynamiek. Af en toe zet ze flink aan, maar ze zingt vooral met veel gevoel en dat komt direct binnen. Medicine lag helaas 17 jaar volkomen ten onrechte op de plank, maar gelukkig is dit uitstekende en waanzinnig mooi geproduceerde album alsnog verschenen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kathryn Joseph - We Were Made Prey (2025) 4,5
5 juni 2025, 17:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Joseph - WE WERE MADE PREY. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kathryn Joseph - WE WERE MADE PREY.
De Schotse muzikante Kathryn Joseph maakte de afgelopen jaren drie aardedonkere maar ook wonderschone albums en ook het van elektronische impulsen voorziene WE WERE MADE PREY. is weer van een bijzondere schoonheid
Ik ontdekte de muziek van Kathryn Joseph een paar jaar geleden bij toeval, maar sindsdien ben ik fan van de muzikante uit Glasgow. Ik moest wel even wennen aan de donkere sfeer op haar albums en aan haar niet alledaagse stem, maar eenmaal gewend domineerde de schoonheid en intensiteit van haar songs. Na drie redelijk vergelijkbare albums hoor ik op WE WERE MADE PREY. een net wat ander geluid. Het klinkt allemaal wat toegankelijker, al is dat een relatief begrip, en elektronica heeft wat aan terrein gewonnen. Ik was zeer gecharmeerd van het geluid op de vorige drie albums, maar WE WERE MADE PREY. klinkt nog net wat indringender en overtuigender. Hoogste tijd dat Kathryn Joseph bij meer mensen op de radar komt.
Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled, het eerste album van de Schotse muzikante Kathryn Joseph haalde ik in de eerste dagen van 2016 uit een wat obscuur lijstje met de beste albums van 2015. Dat de muziek van Kathryn Joseph niet veel meer aandacht had gekregen begreep ik in eerste instantie wel, want na mijn eerste beluistering omschreef ik Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled in mijn hoofd uitsluitend met termen als aardedonker, gitzwart en deprimerend.
De muziek van Kathryn Joseph verdiende op hetzelfde moment wat meer tijd en kreeg die in de rustige eerste dagen van 2016 ook. Het hielp, want ik hoorde al snel de schoonheid in de muziek en de songs van de Schotse muzikante. Ik moest nog wel lang wennen aan haar stem, die zeker niet makkelijk is maar wel heel karakteristiek. Ik noemde in mijn recensie Karen Dalton, Joanna Newsom en Joni Mitchell als ijkpunten en dan weet je het wel.
Kathryn Joseph vervolgde haar weg in 2018 met From When I Wake The Want Is, dat zeker niet onder deed voor haar debuutalbum. Het was wederom een album met mooie klanken van vooral de piano, met een hele bijzondere stem en met songs die het daglicht maar moeilijk konden verdragen maar ook bijzonder mooi waren en afwisselend associaties opriepen met Kate Bush, Tori Amos en Grouper.
Dat zijn namen die ook op kwamen bij beluistering van het in 2022 verschenen for you who are the wronged, al was dat album wel net wat toegankelijker dan zijn twee voorgangers. Het was wederom een album dat niet veel aandacht kreeg maar bijzonder mooi was.
Kathryn Joseph keert deze week terug met WE WERE MADE PREY. (de kleine letters zijn deze keer vervangen door hoofdletters) en het is wederom een fascinerend mooi album. Het is net als zijn voorgangers een album dat behoorlijk donker en hier en daar bijna duister klinkt, maar er is ook wel wat veranderd.
Als ik de zang op WE WERE MADE PREY. vergelijk met de zang op de vorige albums vind ik de stem van de muzikante uit Glasgow nog altijd niet makkelijk, maar het strijkt bij mij geen moment meer tegen de haren in. Ook in muzikaal opzicht slaat Kathryn Joseph net wat andere wegen in. Op WE WERE MADE PREY. is wat meer ruimte ingeruimd voor elektronica, wat het donkere karakter van haar muziek versterkt.
Het is nog altijd redelijk sobere muziek, maar in combinatie met de indringende zang van Kathryn Joseph is de impact maximaal. Ik had wel wat met de stemmige pianoklanken op haar vorige albums, die overigens zeker niet verdwenen zijn, maar de elektronische impulsen geven de songs van Kathryn Joseph een bijzondere sfeer en kracht. Het doet me af en toe wel wat aan Portishead denken, maar op hetzelfde moment is WE WERE MADE PREY. niet heel ver verwijderd van zijn voorgangers.
Ik denk wel dat Kathryn Joseph met haar nieuwe geluid wat makkelijker de aandacht kan trekken van een net wat groter publiek en dat verdient de Schotse muzikante absoluut. Iedereen die het leven uitsluitend door een roze bril wil bekijken zal ook WE WERE MADE PREY. weer wat zwaarmoedig vinden, maar als je hier tegen kunt is ook het vierde album van Kathryn Joseph weer een bijzonder en echt opvallend mooi en intens album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Tobacco City - Horses (2025) 4,0
5 juni 2025, 12:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tobacco City - Horses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tobacco City - Horses
Horses van het Amerikaanse tweetal Tobacco City wordt vergeleken met de muziek van het onvolprezen Amerikaanse duo The Handsome Family, wat de lat hoog legt, maar niet te hoog voor Lexi Goddard en Chris Coleslaw
Horses van Tobacco City kreeg drie maanden geleden flink wat positieve recensies, maar op een of andere manier heb ik het album genegeerd en ik was niet de enige. Dat is jammer, want het duo uit Chicago heeft een leuk album afgeleverd. Het is een album dat in het hokje 70s country(rock) past, maar dat net als de albums van bijvoorbeeld The Handsome Family iets toevoegt aan dit genre. Horses van Tobacco City klinkt in muzikaal opzicht erg lekker en ook de songs op het album spreken zeer tot de verbeelding. Misschien nog wel aansprekender zijn de stemmen van Lexi Goddard en Chris Coleslaw, die Horses een interessant en aansprekend eigen gezicht geven.
Horses van Tobacco City verscheen drie maanden geleden en is me toen eerlijk gezegd niet opvallen. Ik werd pas benieuwd naar het tweede album van de band uit Chicago, Illinois, toen ik een zeer positieve recensie van het album las in het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut, dat Horses schaarde onder de beste Americana albums van de maand.
Uncut vergeleek de muziek van het duo dat bestaat uit Lexi Goddard en Chris Coleslaw onder andere met de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris en met de muziek van The Handsome Family, dat in eerste instantie ook Chicago als thuisbasis had. Het suggereert dat Tobacco City zowel kan aansluiten bij de countryrock zoals die in de vroege jaren 70 werd gemaakt als bij de alternatieve country die aan het begin van de jaren 90 opdook en dat is knap.
Bij eerste beluistering van Horses hoorde ik vooral veel van de vroege albums van The Handsome Family en dat zijn albums die me heel dierbaar zijn. Nu waren Brett en Rennie Sparks niet vies van flink wat nostalgie in hun songs, waardoor de country van de twee regelmatig invloeden uit de jaren 60 en 70 liet horen, maar de twee gaven ook een bijzondere en vaak wat donkere en humoristische draai aan de invloeden uit het verleden.
Dat hoor ik allebei ook in de songs van Lexi Goddard en Chris Coleslaw, waardoor de associaties met de countryrock uit de jaren 70 en de alt-country van twee decennia later allebei niet zo gek zijn. Ik begrijp wel dat juist Uncut enthousiast is over het tweede album van Tobacco City, want het tijdschrift is al veel langer uiterst positief over countryalbums met een hang naar het verleden.
Ik hou zelf over het algemeen meer van wat moderner klinkende countryvarianten en heb de afgelopen twee jaar vooral een zwak voor countrypop, maar de songs op Horses hebben iets bijzonders. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal mooi en authentiek met lekker veel gitaren en uiteraard een hoofdrol voor de pedal steel. Het zorgt voor fraaie en beeldende muziek, die vooral in de zich wat langzamer voortslepende songs een bezwerende uitwerking heeft.
In muzikaal opzicht klinkt Horses door de invloeden uit het verleden direct bekend in de oren, waardoor het tweede album van Tobacco City zich makkelijk opdringt. In vocaal opzicht vind ik de songs van het Amerikaanse duo onderscheidender. Ik hoor niet direct de gouden keeltjes van Emmylou Harris en Gram Parsons, maar Lexi Goddard en Chris Coleslaw beschikken absoluut over mooie stemmen.
Het zijn, net als de stemmen van Brent en Rennie Sparks van The Handsome Family, stemmen die de songs van Tobacco City een duidelijk eigen gezicht geven. Het zijn karakteristieke stemmen die los van elkaar prima klinken, maar die ook uitstekend bij elkaar passen.
Ik was eigenlijk onmiddellijk gecharmeerd van Horses, maar vond het steeds interessanter worden naarmate het album vorderde. Ik vind Horses ook mooier en fascinerender worden naarmate ik het album vaker hoor. De muziek van Lexi Goddard en Chris Coleslaw lijkt af en toe weggelopen uit een ver verleden, maar het is ook muziek met zo af en toe een eigenzinnige twist. Ik word niet alleen steeds meer gegrepen door de gloedvolle klanken op het album, want ook de zang van Lexi Goddard en Chris Coleslaw vind ik steeds mooier worden. En de rek is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Amy Millan - I Went to Find You (2025) 4,0
4 juni 2025, 20:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amy Millan - I Went To Find You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Amy Millan - I Went To Find You
De Canadese muzikante Amy Millan maakte de afgelopen zestien jaar geen soloalbum, maar levert met I Went To Find You een fraai album af, dat opvalt door weldadige arrangementen en haar bijzonder mooie stem
Amy Millan ken ik vooral van de Canadese band Stars, maar ze heeft meer interessants op haar CV staan en maakte in 2006 en 2009 ook al eens twee prima soloalbums. Haar nieuwe album maakte ze met de componist, muzikant en producer Jay McCarrol en dat levert niet alleen een intiem en persoonlijk maar ook een rijkelijk versierd album op. De arrangementen en orkestraties zijn af en toe weldadig, maar de mooie stem van de Canadese muzikante sneeuwt nooit onder en voegt nog wat schoonheid toe aan de songs op I Went To Find You. Het is een album dat makkelijk verleidt, maar het is ook een album waarop veel valt te ontdekken. Interessante muzikante deze Amy Millan.
Amy Millan maakte in 2006, ruim voor de geboorte van de krenten uit de pop, met Honey From The Tombs een uitstekend soloalbum. Het werd in 2009 gevolgd door Masters Of The Burial, dat minstens net zo mooi is, maar dat ik tot voor kort nooit had gehoord. Deze week is met I Went To Find You het derde soloalbum van Amy Millan verschenen.
De Canadese muzikante is met haar soloalbums misschien niet heel productief, maar ze was hiernaast te horen op talloze albums van vooral Canadese muzikanten en maakt bovendien deel uit van de Canadese band Stars, die tussen 2001 een 2022 negen prima albums maakte, en was af en toe lid van het even eens Canadese muzikantencollectief Broken Social Scene.
Ik ben vooral gek op de albums van Stars en dat zijn albums die bijzonder aangenaam klinken. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van Amy Millan, die beschikt over een hele mooie en prettige stem. Het is een stem die uiteraard ook centraal staat op haar soloalbums en ook op I Went To Find You spreekt de zang van de Canadese muzikante wat mij betreft het meest tot de verbeelding.
I Went To Find You is met negen songs en net iets meer dan een half uur muziek aan de korte kant, maar Amy Millan is wel goed voor een heerlijk half uurtje. Ze beschikt over een zachte maar ook verleidelijke stem, die is gemaakt voor lome popsongs. Het zijn popsongs die door de stem van Amy Millan wat zoet klinken, maar de Canadese muzikante is ook goed voor bitterzoete songs.
I Went To Find You is een album dat uitnodigt tot luieren en dat op een of andere manier zorgt voor ontspanning. Ondertussen is het raadzaam om te blijven luisteren naar de songs van Amy Millan, want de muzikante uit Montreal heeft veel moois verstopt in haar songs.
Van dat moois valt haar stem het meest op, al is het maar omdat de zang centraal staat in de mix. Vergeet echter zeker niet te luisteren naar de muziek op het album, want ook deze is bijzonder mooi. De muziek versterkt het dromerige karakter van de songs van Amy Millan, maar de instrumentatie op I Went To Find You is ook verrassend veelzijdig en is hier en daar volgestopt met fraaie klanken.
Zeker wanneer Amy Millan kiest voor rijke orkestraties en flink wat strijkers en blazers maar ook synths toevoegt aan haar songs is de muziek op I Went To Find You bijna bombastisch, maar het album bevat ook een aantal meer ingetogen songs. Het zijn songs die zich door de verzorgde klanken en de mooie stem van Amy Millan makkelijk opdringen en direct bij eerste beluistering bekend klinken, maar de arrangementen en de instrumentatie zijn op hetzelfde moment avontuurlijk en van een bijzondere schoonheid.
Amy Millan maakte haar nieuwe album samen met componist Jay McCarrol, die zich hier en daar flink heeft mogen uitleven. Ik heb over het algemeen een voorkeur voor wat minder vol ingekleurde albums, maar I Went To Find You van Amy Millan heeft iets bijzonders. Zeker wanneer ze wat zwoeler zingt klinken haar songs heerlijk soulvol, met af en toe een jaren 80 vibe en ook als wel heel stevig wordt uitgepakt met instrumenten klinken de songs van Amy Millan licht en vaak ook verrassend tijdloos. I Went To Find You is een album dat ik makkelijk te vol en clean kan vinden, maar als ik in de stemming ben voor de muziek van Amy Millan is het een heerlijk album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
yeule - Evangelic Girl Is a Gun (2025) 4,5
3 juni 2025, 16:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: yeule - Evangelic Girl Is A Gun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: yeule - Evangelic Girl Is A Gun
De vorige twee albums van yeule stonden vol met muziek die je nog nooit eerder had gehoord, waardoor het deze week verschenen Evangelic Girl Is A Gun misschien wat gewoontjes klinkt, maar er valt weer genoeg te ontdekken
Met de vorige twee albums haalde yeule mijn jaarlijstje en in beide lijstjes wat het een wat vreemde eend in de bijt. De albums van de muzikant uit Singapore bevonden zich, zeker op het eerste gehoor, ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar er viel ook heel veel moois te ontdekken in de bijzondere muzikale universum van yeule. Op het deze week verschenen Evangelic Girl Is A Gun klinkt het allemaal wat minder futuristisch. Veel songs op het album klinken zelfs als redelijk conventionele popsongs, tot ze toch weer andere kanten op schieten. De vorige twee albums van yeule blijven unieke albums, maar ook Evangelic Girl Is A Gun mag er zeker zijn.
Ik omschreef de muziek van de uit Singapore afkomstige muzikant yeule, die zichzelf omschrijft als een non-binaire cyborg, in mijn recensies van twee eerder verschenen albums als muziek van de toekomst en ik was zeker niet de enige die de muziek van yeule futuristisch vond klinken.
Het tweede album van yeule, Glitch Princess uit 2022, was een vat vol tegenstrijdigheden. Het album klonk zweverig maar ook verrassend aards, bombastisch maar ook subtiel, kil en afstandelijk maar ook intiem en warm, experimenteel maar ook toegankelijk en zo kan ik nog wel even doorgaan. De muziek van yeule klonk totaal anders dan de andere muziek van dat moment en ook anders dan de muziek uit het verleden. Het zijn omschrijvingen die ook op gingen voor het in 2023 verschenen softscars, dat minstens net zo ongrijpbaar maar ook net zo fascinerend klonk als Glitch Princess.
Het alter ego van de uit Singapore afkomstige maar tegenwoordig vanuit Londen en Los Angeles opererende Nat Ćmiel, die werd geboren als Natasha Yelin Chang, komt deze week weer met een nieuw album op de proppen, Evangelic Girl Is A Gun. Bij muziek van de toekomst denk ik tegenwoordig helaas vooral aan door AI gegenereerde meuk, die alles wat eerder gemaakt is combineert in fantasieloze muzak. Voor de muziek van yeule moet ik daarom maar iets anders verzinnen, al is het maar omdat het geluid van de muzikant uit Singapore inmiddels op zijn minst enigszins bekend klinkt.
Enigszins bekend, want yeule borduurt op Evangelic Girl Is A Gun deels voort op het geluid van de vorige albums, maar slaat ook weer net wat andere wegen in. Het nieuwe album van yeule klinkt flink consistenter en zeker ook toegankelijker dan de vorige twee albums en dat is niet alleen omdat ik inmiddels gewend ben aan de muziek van yeule.
Evangelic Girl Is A Gun flirt veel nadrukkelijker met mainstream pop dan Glitch Princess en softscars en klinkt hier en daar als een album waarvoor ook de grote popsterren van het moment zich niet zouden schamen. Dat is aan de ene kant jammer, al is enig houvast op zijn tijd ook wel prettig. Het is bovendien zeker niet zo dat yeule opeens dertien in een dozijn popsongs maakt.
De songs op Evangelic Girl Is A Gun kunnen nog steeds alle kanten op en kiezen net zo makkelijk voor aanstekelijke melodieën en catchy refreinen als voor ruwe passages en het nodige experiment. Ook op het nieuwe album laat yeule zich beïnvloeden door uiteenlopende genres binnen de pop en de rock, waarbij zowel wordt aangesloten bij de ‘coming of age’ pop van het moment als bij de wat deprimerende rockmuziek uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want yeule sleept er nog veel meer bij op Evangelic Girl Is A Gun.
Waar de muzikant uit Singapore op de vorige albums een eigen muzikale universum creëerde, is het nieuwe album ook niet zo heel ver verwijderd van Saya Gray’s briljante SAYA, al hoor ik ook heel veel verschillen tussen de twee albums. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van muziek die ver verwijderd blijft van de toegankelijke popsong het nieuwe album van yeule een lichte tegenvaller vinden, maar als liefhebber van zowel de toegankelijke popsong als de popsong waarin het avontuur domineert kan ik wel wat met Evangelic Girl Is A Gun. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende stap van yeule, want het blijft een fascinerende muzikant. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Watchhouse - Rituals (2025) 4,0
2 juni 2025, 17:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Watchhouse - Rituals - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Watchhouse - Rituals
Mandolin Orange werd een paar jaar geleden Watchhouse, maar ook onder de nieuwe naam staan Emily Frantz en Andrew Marlin garant voor kwaliteit, waardoor ook Rituals weer een topalbum is
Ik heb inmiddels een aantal jaren een zwak voor de muziek van Emily Frantz en Andrew Marlin die mij betoverden met de laatste twee albums van Mandolin Orange en vervolgens indruk maakten met het eerste album van Watchhouse, dat deze week een vervolg krijgt met Rituals. De twee doen tegenwoordig minder met invloeden uit de bluegrass, maar maken mooi verzorgde Amerikaanse rootsmuziek met een randje pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, waarna de stemmen van Andrew Marlin en vooral die van Emily Frantz de kers op de taart zijn. De muziek van Mandolin Orange was misschien net wat meer uitgesproken, maar Rituals mag er zeker zijn.
Het verhaal van de Amerikaanse muzikanten Emily Frantz en Andrew Marlin is een bijzonder verhaal. Het duo en echtpaar uit Chapel Hill, North Carolina, formeerde in 2009 het duo Mandolin Orange, dat ik in 2016 ontdekte. Het duo had toen al een aantal albums op haar naam staan, maar na beluistering van het echt prachtige Blindfaller viel ook ik voor de muzikale charmes van Mandolin Orange.
Emily Frantz en Andrew Marlin bleken op dit album verrassend veelzijdig. Blindfaller bevatte een aantal bluegrass songs, maar ook songs met meer invloeden uit de country en bovendien een aantal songs met een klein randje pop. Blindfaller was in muzikaal opzicht een zeer smaakvol album, maar ik was vooral onder de indruk van de zang en dan vooral van de stem van Emily Frantz.
Ik was niet de enige die onder de indruk was van Blindfaller, want de populariteit van Mandolin Orange groeide, zeker nadat het tweetal in 2019 met Tides Of A Teardrop een minstens even mooi album afleverde. Het is een behoorlijk ingetogen en zich langzaam voortslepend album, dat zich wat minder snel opdrong dan voorganger Blindfaller, maar het was ook een groeiplaat die bij iedere keer horen nog wat mooier bleek.
Ik voorspelde Mandolin Orange in 2019 dan ook een grote toekomst, maar hoorde vervolgens niets meer van de band. In 2019 ontdekte ik bij toeval dat Emily Frantz en Andrew Marlin inmiddels muziek maakten onder de naam Watchhouse. Ik vond het een bijzondere move, zeker omdat de naam Mandoline Orange vanaf 2016 juist wat meer rond begon te zingen. De muziek van Watchhouse verschilde bovendien niet zo veel van de muziek van Mandolin Orange, al had topproducer Josh Kaufman het titelloze debuutalbum van Watchhouse wel voorzien van een net wat moderner klinkend geluid en van een bijzondere sfeer.
Ik vond het eerste album van Watchhouse uiteindelijk niet minder dan de laatste twee albums van Mandolin Orange, waardoor ik erg benieuwd was naar het nieuwe album van het duo uit North-Carolina. Na het debuutalbum verschenen nog een album met sobere en akoestische versies van de songs van het debuutalbum en een live-album, maar het deze week verschenen Rituals is het echte tweede album van Watchhouse.
Emily Franz en Andrew Marlin kozen dit keer de van The Dead Tongues bekende Ryan Gustafson als co-producer, maar echt heel veel veranderd is er niet. Vergeleken met de albums van Mandolin Orange zijn invloeden uit de bluegrass bijna helemaal verdwenen, waardoor de nadruk ligt op met name folk, country en een beetje pop. Het klinkt net als op het debuutalbum misschien niet heel spannend, maar wel warm en zeer sfeervol.
De instrumentatie is smaakvol en doeltreffend, maar de meeste magie op het album komt van de stemmen van Andrew Marlin en Emily Franz die prachtig bij elkaar passen. Als liefhebber van vrouwenstemmen had ik liever een wat grotere rol voor Emily Franz gehoord, maar ook Andrew Marlin beschikt over een mooie stem, die de songs van Watchhouse voorziet van een wat loom en tijdloos geluid.
Het klinkt allemaal net wat minder oorspronkelijk dan op de albums van Mandolin Orange, maar bij liefhebbers van authentieke Amerikaanse rootsmuziek met een fris tintje zal Rituals zeker in de smaak vallen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Kate Bush - Lionheart (1978) 4,5
1 juni 2025, 20:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kate Bush - Lionheart (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Kate Bush - Lionheart (1978)
Kate Bush bracht slechts negen maanden na haar debuutalbum The Kick Inside haar tweede album Lionheart uit, dat maar matig enthousiast werd ontvangen, maar het is echt een uitstekend album
Het verhaal achter Lionheart van Kate Bush blijft een bijzonder verhaal. De Britse muzikante debuteerde aan het begin van 1978 met het album The Kick Inside en het werd een groot succes. Om dit succes te gelde te maken wilde haar platenmaatschappij snel een tweede album en dat album werd Lionheart. Het album verscheen slechts negen maanden na The Kick Inside en voerde een strijd die het niet kon winnen. De critici moesten niet veel hebben van het album en ook in commercieel opzicht voldeed het album niet aan de verwachtingen. Zegt het iets over de kwaliteit van Lionheart? Nee, wat mij betreft niet. Lionheart is een uitstekend album dat misschien wat meer tijd maar ook een veel beter lot had verdiend.
De albums van Kate Bush worden over het algemeen beschreven met flink wat superlatieven, maar de Britse muzikante maakte ook twee albums waarover de critici een stuk minder enthousiast waren. Het geldt voor het in 1993 verschenen The Red Shoes, het laatste album voor de comeback met Aerial in 2005, maar ook Lionheart, het tweede album van Kate Bush, wordt gezien als een van de zwakkere albums in haar oeuvre.
Ik begrijp op zich wel dat The Red Shoes minder hoog wordt ingeschat dan de meeste andere albums van de Britse muzikante. Het album klonk na een aantal wat spannendere albums behoorlijk conventioneel en niet alle songs zijn even sterk. Een slecht album vind ik het zeker niet, maar het is voor mij wel een album van momenten. Lionheart wordt hier en daar het zwakste album van Kate Bush genoemd, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens.
Kate Bush brak helemaal aan het begin van 1978 door met de sensationele single Wuthering Heights en leverde een maand later haar debuutalbum The Kick Inside af. Het is een album met een selectie van de songs die de Britse muzikante vanaf haar vijftiende had geschreven. The Kick Inside liet, vooral door de bijzondere stem van Kate Bush, een volkomen nieuw geluid horen, dat terecht werd bejubeld door de critici en werd omarmd door een groot publiek.
Aan het eind van de jaren 70 werd het geld nog verdiend met albums en niet met concerten. Daarom besloot Kate Bush, mede door druk van haar platenmaatschappij, om voor haar eerste en lange tijd ook enige tour in het voorjaar van 1979 nog snel een tweede album op te nemen. Lionheart verscheen precies negen maanden na The Kick Inside en dat was ook voor die tijd erg snel.
De Britse muzikante had flink wat songs in voorraad en schreef ook snel wat nieuwe songs, maar Lionheart mistte een song van het kaliber van Wuthering Heights. Lionheart lag in muzikaal opzicht wel in het verlengde van The Kick Inside en sloot hier ook in vocaal opzicht op aan, waardoor het album werd gezien als meer van hetzelfde, maar dan minder goed en interessant.
Ik ontdekte Lionheart pas veel en veel later, maar had wel direct een flink zwak voor het album. Lionheart was natuurlijk niet zo’n sensationele verrassing als The Kick Inside, maar iedereen die beweert dat het album is gevuld met wat overbodige restjes van het debuutalbum heeft niet goed geluisterd naar Lionheart.
Ook Lionheart staat vol met hele sterke songs, die misschien wat minder hoog pieken dan de songs op The Kick Inside, maar als je een album kunt openen met Symphony In Blue, In Search Of Peter Pan en Wow ben je een hele grote. In muzikaal opzicht vind ik Lionheart, mede dankzij het randje prog, een zeer aansprekend album, waarop echt heel veel te ontdekken valt. En ook over de zang op Lionheart ben ik zeer te spreken. Ik vind de zang op het tweede album van Kate Bush vaak zelfs mooier dan de zang op haart debuutalbum, waarop ik de stem van Kate Bush scheller vind klinken.
Natuurlijk werd Lionheart veel te snel na The Kick Inside uitgebracht, waardoor het album alleen maar tegen kon vallen, maar luister onbevooroordeeld en zonder deze context naar Lionheart en je hoort een hoogstaand album van een unieke muzikante, die tijdens het opnemen van Lionheart pas net twintig jaar oud was. Lionheart staat nog steeds in de boeken als relatief zwak album, maar verdient wat mij betreft een herwaardering. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
There's a Tuesday - Blush (2025) 4,5
1 juni 2025, 11:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: There's A Tuesday - Blush - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: There's A Tuesday - Blush
Nieuw-Zeeland heeft een stevige reputatie wanneer het gaat om nagenoeg perfecte en zonnige popsongs en voegt met het debuutalbum van There’s A Tuesday uit Christchurch een volgende prachtplaat toe
Zonder de wekelijkse nieuwsbrief van Flying Out zou ik het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band There’s A Tuesday nooit hebben ontdekt en wat is het weer een geweldige tip van de muziekwinkel uit Auckland. There’s A Tuesday maakt op Blush indiepop, indierock en indiefolk en vindt de balans tussen sprankelende pop en intieme folk. In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal waanzinnig lekker en ook de songs van de band zijn uitstekend, maar het is vooral de stem van Minnie Robberds die goed is voor de ultieme verleiding en het kippenvel. Het levert een album op dat doet uitzien naar een geweldige zomer, maar ook goed is voor alle andere seizoenen.
De wekelijkse nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out had slechts drie korte zinnetjes over voor het vorige maand al verschenen debuutalbum van de band There’s A Tuesday, maar het was voor mij genoeg om te gaan luisteren naar Blush. Mijn conclusie was al snel dat Flying Out best wat superlatieven en uitroeptekens toe had mogen voegen aan de aanprijzing van het album, want There’s A Tuesday heeft wat mij betreft een geweldig debuutalbum afgeleverd.
Het is een album dat een zomerse zaterdag voorziet van nog net wat meer glans, maar het is ook een album dat veel langer mee gaat dan slechts één zomerdag in mei. Flying Out is in de uitgebreidere beschrijving van het album nog wat enthousiaster over het eerste album van There’s A Tuesday, maar de rest van de Nieuw-Zeelandse muziekpers doet er nog een schepje bovenop.
Blush wordt onder andere “wildly impressive” genoemd en iedereen is het er over eens dat There’s A Tuesday een enorme aanwinst is voor de muziekscene van Aotearoa (Nieuw-Zeeland). Ik kan me hier volledig in vinden, want ik ben echt diep onder de indruk van de muziek van de band uit Ōtautahi (Christchurch).
There’s A Tuesday doet op Blush eigenlijk alles goed. De Nieuw-Zeelandse band heeft elf zeer aansprekende songs geschreven en het zijn songs die je een goed gevoel geven, maar die je ook raken. There’s A Tuesday maakt op Blush vooral indiepop, indierock en indiefolk en kan in alle drie de genres uitstekend uit de voeten.
De ingetogen en wat folky klinkende songs moeten het hebben van de emotie, maar het album bevat ook een aantal zeer melodieuze en wat meer uptempo songs, die het humeur een geweldige boost geven. De wat aanstekelijker klinkende songs strooien flink met zonnestralen en overtuigen makkelijk, maar ook de wat meer introspectieve songs dringen zich heel snel op.
Het album werd geproduceerd door de mij onbekende Will McGillivray. Het is een producer met een nog niet heel omvangrijk CV, maar met Blush van There’s A Tuesday levert hij fraai werk af. De zang komt echt prachtig door de speakers, terwijl de muziek op het album continu warm en ruimtelijk klinkt. Het is muziek die op het eerste gehoor vooral aangenaam klinkt, maar ook vol zit met subtiele maar zeer waardevolle details.
Ik ben nog niet toe gekomen aan de zang, maar het is vooral de stem van zangeres Minnie Robberds, die van Blush zo’n imponerend debuutalbum maken. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die in iedere song weer net iets anders kan klinken en die veel gevoel bevat.
Blush van There’s A Tuesday doet me bij vlagen denken aan het debuutalbum van boygenius, waarbij Minnie Robberds afwisselend Phoebe Bridgers, Julien Baker en Lucy Dacus is. Blush heeft ook wel wat van de allerbeste momenten van K’s Choice, maar de muziek van de band uit Christchurch heeft ook de lastig te definiëren maar absoluut aanwezige Nieuw-Zeelandse touch.
Blush opent fantastisch, maar elf songs later is duidelijk dat There’s A Tuesday het hoge niveau een album lang vasthoudt. Er komt de laatste tijd echt heel veel uitstekende rootsmuziek uit Nieuw-Zeeland, maar There’s A Tuesday laat horen dat het land ook nog altijd een voedingsbodem is voor perfecte popsongs. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Squirrel Flower - Live at Top Note Theatre (2025) 4,0
1 juni 2025, 11:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Squirrel Flower - Live At Top Note Theatre - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Squirrel Flower - Live At Top Note Theatre
Squirrel Flower heeft al een aantal uitstekende albums op haar naam staan en maakt nu indruk met een live album waarop ze alleen met haar elektrische gitaar en haar stem op indringende wijze haar songs vertolkt
De Amerikaanse muzikante Ella Williams maakte de afgelopen jaren een aantal uitstekende albums onder de naam Squirrel Flowers. Het zijn albums die nog wel wat breder opgepikt hadden mogen worden, maar die terecht konden rekenen op zeer positieve recensies. Dat Ella Williams ook op het podium indruk kan maken is te horen op het deze week verschenen live-album Live At Top Note Theatre. Om haar tienjarig jubileum in de muziek te vieren stond Squirrel Flower in Chicago op het podium voor een indrukwekkend concert. De Amerikaanse muzikante nam alleen haar elektrische gitaar mee, wat zorgt voor een sober maar zeer trefzeker geluid. Het wordt nog wat indrukwekkender door de geweldige stem van Ella Williams.
Toen ik jong was ging er voor mij echt niets boven een live-album en bij voorkeur een dubbel live-album. Het waren de albums waarop de rockbands die ik destijds adoreerde wat mij betreft op hun best waren. Een live-album was een aantal decennia geleden ook iets magisch, want je kreeg niet vaak de kans om jouw muzikale helden live te zien, maar een live-album bracht deze ervaring nog enigszins dichtbij.
Het live-album heeft de magie van destijds grotendeels verloren. Op YouTube kun je van al je favoriete muzikanten eindeloos live-opnamen bekijken, dus waarom zou je je nog wagen aan een live-album. Bovendien klinken veel live-albums van het moment als veredelde studioalbums, die weinig tot niets toevoegen aan de studioalbums. Ik bespreek dan ook vrijwel nooit live-albums, maar maak deze week een uitzondering voor Live At Top Note Theatre van Squirrel Flower.
Squirrel Flower is het alter ego van de uit Boston, Massachusetts, afkomstige Ella Williams, die inmiddels al een tijdje Chicago, Illinois, als thuisbasis heeft. De Amerikaanse muzikante is nog niet heel bekend, maar ze brengt inmiddels al zo’n tien jaar muziek uit. Haar debuutalbum uit 2015 heb ik destijds gemist, maar ik ontdekte Squirrel Flower via de in 2018 verschenen EP Contact Sports en was vervolgens zeer te spreken over I Was Born Swimming (2020), Planet (i) (2021) en Tomorrow's Fire (2023).
Het zijn albums waarop Squirrel Flower indruk maakt met een hele mooie en krachtige stem en waarop ze deze stem soms omringt met folky gitaren, maar veel vaker met gruizige en behoorlijk stevig klinkende gitaren. Om tien jaar in de muziek te vieren trad Squirrel Flower begin dit jaar op in de legendarische concertzaal Metro in Chicago. Het is een niet al te grote zaal met een bijzondere sfeer, die goed past bij de muziek die Squirrel Flower maakt.
De Amerikaanse muzikante staat vaak met een band op het podium, maar eerder dit jaar koos ze voor een solo optreden. Op Live At Top Note Theatre staat Ella Williams er, buiten twee gastoptredens van Sofia Jensen (Free Range) en Alynda Segarra (Hurray For The Riff Raff) helemaal alleen voor en moeten we het doen met haar elektrische gitaar en haar stem.
Squirrel Flower kiest op haar live-album voor behoorlijk ruw elektrisch gitaarwerk en combineert dit met zeer emotievolle vocalen. Het levert bijzonder intieme maar ook behoorlijk heftige muziek op. Met name de zang op het album is zeer intens en eist nadrukkelijk de aandacht op. De wolken elektrische gitaren op de achtergrond ondersteunen de zang en dragen bij aan de wat unheimische of in ieder geval donkere sfeer op het album.
Live At Top Note Theatre bevat een dwarsdoorsnede van het werk van Squirrel Flower en ook nog twee nieuwe songs. Door de sobere instrumentatie en de intense zang klinken de songs op het album totaal anders dan de originele versies, wat het live-album voorziet van meerwaarde.
Het is ongelooflijk knap wat Ella Williams in haar eentje neerzet, maar de songs op Live At Top Note Theatre zijn ook bijzonder mooi. De zang is heftig maar komt ook keihard binnen en hetzelfde geldt voor het gitaarwerk op het album. De songs op Live At Top Note Theatre klinken misschien flink anders dan op de studioalbums, maar je hoort nog steeds de hoge kwaliteit. Live At Top Note Theatre is een gedurfd en opvallend mooi album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen (2025) 4,0
1 juni 2025, 10:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ashland Craft - Dive Bar Beauty Queen
De Amerikaanse muzikante Ashland Craft debuteerde bijna vier jaar geleden zeer verdienstelijk met Travelin’ Kind en laat op het deze week verschenen Dive Bar Beauty Queen horen dat dit zeker geen toevalstreffer was
Het is dringen binnen de country(pop) scene van Nashville, waarin de ene na de andere talentvolle countrymuzikant opduikt. Ashland Craft had de pech dat ze haar debuutalbum uitbracht tijdens de coronapandemie, niet de gelukkigste tijd voor een debuut in de muziek. De revanche komt met Dive Bar Beauty Queen, dat de belofte van haar uitstekende debuutalbum meer dan waar maakt. Ashland Craft maakt ook op haar tweede album country met een dun laagje pop. Het is country met lekker veel gitaren en het is country die is verpakt in geweldige songs. De wat ruwe en voor country gemaakte stem van Ashland Craft doet de rest op dit uitstekende album.
Ashland Craft deed op haar eenentwintigste mee aan het dertiende seizoen van de Amerikaanse versie van The Voice en schopte het uiteindelijk tot de top 10. Net als in Nederland is het succesvol meedoen aan een talentenjacht ook in de Verenigde Staten zeker geen garantie op succes, maar Ashland Craft trok met haar optredens de aandacht van de platenbazen in Nashville.
Ze kreeg een platencontract, verhuisde naar de Amerikaanse muziekhoofdstad en bracht in 2021, zeven jaar na haar deelname aan The Voice, haar debuutalbum Travelin’ Kind uit. Het is een album dat me in de herfst van 2021 in positieve zin opviel en waarover ik een lovende recensie schreef. Op Travelin’ Kind laat Ashland Craft een typisch Nashville countrygeluid horen, maar het is geluk niet de gepolijste maar de ruwe variant van dit geluid.
Ashland Craft koos in de The Voice niet voor niets voor het vertolken van een song van de geweldige Gretchen Wilson en omringde zich op haar debuutalbum met lekker veel en bij vlagen stevig klinkende gitaren, die perfect passen bij haar wat rauwe stem. Toen ik van de week nog eens luisterde naar Travelin’ Kind moest ik direct denken aan Megan Moroney, een van mijn favoriete countryzangeressen van het moment en in 2021 nog niet begonnen aan haar carrière in de muziek.
Megan Moroney heeft inmiddels twee fantastische albums op haar naam staan en sinds deze week staat Ashland Craft op hetzelfde aantal. Ik was Ashland Craft eerlijk gezegd helemaal vergeten, maar na de herontdekking van haar debuutalbum eerder deze week, begon ik met behoorlijk hoge verwachtingen aan de beluistering van Dive Bar Beauty Queen.
Ook op haar tweede album vertrouwt de muzikante uit Nashville op een aantal gelouterde muzikanten uit de Nashville countryscene en werkt ze bovendien samen met een aantal ervaren songwriters uit de stad. Net als zijn voorganger klinkt Dive Bar Beauty Queen als een typisch Nashville countryalbum. Het is een album dat hier en daar wat ingrediënten uit de countrypop bevat, maar net als Travelin’ Kind is ook Dive Bar Beauty Queen dat veel dichter tegen de wat traditioneler klinkende country dan tegen de countrypop aan zit.
Ashland Craft omringt zich ook dit keer met lekker veel gitaren wat een lekker stevig en soms wat ruw geluid oplevert. Megan Moroney is zeker relevant vergelijkingsmateriaal, maar ook de vroege albums van Gretchen Wilson en Miranda Lambert zijn niet heel ver weg. Het klinkt allemaal misschien net wat steviger dan de countrypop die momenteel zo populair is, maar Ashland Craft en de gelouterde songwriters die haar bij hebben gestaan hebben wel 24 karaat countrypop songs geschreven.
Ashland Craft onderscheidt zich met haar net wat authentieker en ook net wat ruwer klinkende geluid van de bulk van de albums in het genre en dat doet ze nog net wat meer met haar stem. De Amerikaanse muzikante heeft een stem die gemaakt is voor de muziek die ze maakt, maar ze zingt ook met heel veel gevoel en voorziet haar songs van het authentieke dat ontbreekt in de gladdere countrypop die in Nashville wordt gemaakt.
Er wordt de afgelopen jaren heel veel goede country(pop) gemaakt in Nashville, maar een aantal zangeressen steekt er wat mij betreft net uit. Ashland Craft is er, zeker na het uitstekende Dive Bar Beauty Queen, een van. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
