MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Shannon Wright - Reservoir of Love (2025) 4,0

31 december 2025, 16:29 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shannon Wright - Reservoir Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Shannon Wright - Reservoir Of Love
Shannon Wright is al zo’n 30 jaar een cultheld en het is er een die maar bijzondere albums blijft maken, want ook het na een stilte van zes jaar gemaakte Reservoir Of Love is er wat mij betreft weer een om in te lijsten

Het is een inmiddels vrij omvangrijk maar helaas ook redelijk onbekend oeuvre dat de Amerikaanse muzikante Shannon Wright op haar naam heeft staan. Het begon dertig jaar geleden met twee albums van haar band Crowsdell en inmiddels zijn er ook elf soloalbums. Alles dat Shannon Wright maakt is goed en dat geldt ook weer voor het eerder dit jaar verschenen Reservoir Of Love, dat helaas nauwelijks werd opgemerkt. Met de kwaliteit van het album heeft het niets te maken, want ook op haar nieuwe album maakt Shannon Wright weer indruk met songs die haar unieke stempel bevatten. Ik had het album zelf ook gemist, maar ook Reservoir Of Love is er weer een om te koesteren.

Ik kwam er nota bene via een jaarlijstje achter dat Shannon Wright het afgelopen jaar een nieuw album heeft uitgebracht. En dat terwijl ik haar inmiddels al zo’n 30 jaar volg en zo ongeveer alles dat ze heeft gemaakt koester. Dat begon in 1995 toen het debuutalbum van Shannon Wright’s band Crowsdell verscheen.

Het door Stephen Malkmus van Pavement geproduceerde Dreamette hoort wat mij betreft bij de beste albums uit de jaren 90 en als ik een lijstje met mijn favoriete albums aller tijden zou maken, zou ik het debuutalbum van Crowsdell ook zeker overwegen. Het is een album dat volgens mij in 1995 kon rekenen op positieve recensies, maar de muziek van Crowsdell werd snel vergeten, waardoor het in 1997 uitgebrachte Within The Curve Of An Arm helemaal niet werd opgemerkt.

Het zijn albums die tot op de dag van vandaag niet zijn te vinden op de streaming media platforms en dat is echt doodzonde. Na het uit elkaar vallen van Crowsdell begon Shannon Wright aan het eind van de jaren 90 aan een solocarrière. Het leverde tussen 1999 en 2019 tien albums op en ik vind ze echt allemaal goed.

Het zijn albums met songs die variëren van rock tot folk en van psychedelica tot pop en het zijn allemaal albums die opvallen door een wat donker karakter en de nodige eigenzinnigheid. Het zijn albums die in eerste instantie konden rekenen op de sympathie van de critici, zeker toen Shannon Wright werkte met producer Steve Albini, maar ook die zijn de Amerikaanse muzikante langzaam maar zeker vergeten.

Dat ik het dit jaar verschenen Reservoir Of Love niet tegen ben gekomen is dus niet zo gek. Het is bovendien een album dat is verschenen na een aantal jaren van afwezigheid, want het in 2019 verschenen Providence, dat ik overigens ook ontdekte via een jaarlijstje, was tot het begin van dit jaar het laatste wapenfeit van de muzikante die volgens mij momenteel Atlanta, Georgia, als thuisbasis heeft.

Ook het aan het begin van dit jaar verschenen Reservoir Of Love is weer uitgebracht op het kleine Franse label Vicious Circle, dat gelukkig nog steeds heil ziet in het uitbrengen van de muziek van Shannon Wright. En terecht, want Shannon Wright heeft veel te bieden.

De Amerikaanse muzikante deed op haar nieuwe album vrijwel alles zelf en vertrouwde alleen voor de drums en strijkers op Kevin Ratterman. Op Providence hoorden we zes jaar geleden alleen het pianospel en de stem van Shannon Wright, maar op haar meest recente album kiest ze weer wat vaker voor een meer gitaar georiënteerd geluid.

In de openingstrack en titeltrack hoor je de beproefde combinatie van gruizige gitaren en de karakteristieke stem van Shannon Wright. Het lijkt wat op de indierock die ze maakte op de albums die door Steve Albini werden geproduceerd, maar het is geen moment doorsnee indierock.

Shannon Wright is een meester in het creëren van fraaie spanningsbogen in haar songs en slaagt er ook dit keer weer in om een eigen draai te geven aan uiteenlopende invloeden uit het verleden. Ik was zeer gecharmeerd van het vorige album van de muzikante uit Georgia, maar op Reservoir Of Love hoor ik de Shannon Wright die ik het liefst hoor.

Ze maakt ook op haar nieuwe album weer muziek die bol staat van de klasse en het is ook muziek die een uniek eigen geluid laat horen. Het is soms ingetogen en sfeervol en soms wat ruwer en gruizig, maar het is ook altijd bijzonder. Shannon Wright maakte 30 jaar geleden een wereldalbum met haar band Crowsdell, maar ook 30 jaar later is alles dat ze maakt goed. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

School Fair - Bird the Kid (2025) 4,0

31 december 2025, 11:27 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: School Fair - bird the kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: School Fair - bird the kid
Praatzang is helaas weer helemaal terug de afgelopen jaren, maar op het fascinerende en bijzonder mooie debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band School Fair zit het me voor de afwisseling eens totaal niet in de weg

Er is het afgelopen jaar niet veel geschreven over het helemaal aan het begin van 2025 verschenen album van School Fair. Dat is bijzonder, want met bird the kid heeft de band een origineel klinkend en wat mij betreft hoogstaand album afgeleverd. Het is een album waarop poëtische praatzang wordt gecombineerd met een verrassend veelkleurig geluid, dat bol staat van de invloeden. De songs van School Fair schieten alle kanten op en zijn niet bang voor het experiment, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse band zijn ook melodieus en bedwelmend. Je zou verwachten dat bird the kid zeker in eigen land stevig zou zijn bewierookt, maar dat is vreemd genoeg niet het geval. Zeer ten onrechte.

Ik hou de Nieuw-Zeelandse muziekscene behoorlijk goed in de gaten via twee fantastische nieuwsbrieven, maar heb toch een geweldig album gemist het afgelopen jaar. Het gaat om bird the kid (geen hoofdletters) van de Nieuw-Zeelandse band School Fair. Dat ik het album heb gemist is niet zo gek want het album komt vreemd genoeg niet voor in de catalogus van Flying Out Records en Flying Nun Records, die normaal gesproken toch vrijwel het gehele Nieuw-Zeelandse muzieklandschap bestrijken.

Als het album wel aan bod was gekomen in de nieuwsbrieven uit Auckland die ik wekelijks uitpluis, was de kans absoluut aanwezig geweest dat ik niet had geluisterd naar het tweede album van de band uit Ōtepoti, ook bekend als Dunedin. Op bird the kid wordt immers weinig gezongen en veel gesproken en praatzang is normaal gesproken niet iets waar ik gek op ben.

Op het album van School Fair zit de praatzang me echter niet in de weg. Waar de praatzang bij de gemiddelde postpunk band behoorlijk opgefokt klinkt, komt de praatzang op het album van School Fair ontspannen of zelfs dromerig over. Bovendien wordt er ook wel degelijk gezongen op bird the kid, dat hier en daar ook nog is voorzien van een subtiele vrouwenstem, die zich ook vooral beperkt tot voordragen.

De gesproken teksten klinken voor de afwisseling ook nog eens niet boos, maar zijn fraai poëtisch, waardoor ik me er geen moment door heb laten afschrikken bij beluistering van het tweede album van School Fair. De band nam haar tweede album op in een studio, waardoor het album een stuk beter klinkt dan het wel erg ruw klinkende debuutalbum uit 2021.

De bijzondere zang voorziet bird the kid ook nog eens van onderscheidend vermogen, want ik ken geen andere albums die zo klinken als dit album. Dat heeft ook alles te maken met de muziek van School Fair, want die kan alle kanten op. Het album opent met een track waarin de gitaren even gruizig als rootsy klinken. Het doet wat denken aan de muziek die werd gemaakt binnen de stroming American Underground, maar in de tweede track op bird the kid hoor je toch ook weer invloeden uit de postpunk die ik associeer met gesproken zang.

Via een gitaarsong die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 komt School Fair in de vierde track met zeer subtiele klanken, die de song voorzien van een beeldend karakter. En zo weet de Nieuw-Zeelandse band song na song te verrassen met steeds weer een net wat ander geluid. Het is een geluid dat ook absoluut invloeden uit de postrock en de indierock bevat en het experiment zeker niet schuwt, maar de muziek van School Fair heeft ook iets rustgevends.

Ik vind de songs van de Nieuw-Zeelandse band het mooist wanneer wordt ingezet op dromerige en melodieuze klanken met prachtige wolken gitaren en een gruizige onderlaag en dat doet de band met grote regelmaat. Ik begrijp er eerlijk gezegd dan ook niets van dat mijn vaste tipgevers uit Auckland nooit iets hebben geschreven over het bijzondere album van School Fair, dat het vooralsnog moet doen met een cultstatus.

Dat moet wat mij betreft gaan veranderen, want de Nieuw-Zeelandse band klinkt niet alleen anders dan andere bands, maar weet ook nog eens een bijzonder hoog niveau aan te tikken op het bijzondere bird the kid. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Divorce - Drive to Goldenhammer (2025) 4,0

31 december 2025, 11:24 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Divorce - Drive To Goldenhammer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Divorce - Drive To Goldenhammer
Het debuutalbum van de Britse band Divorce is op een of andere manier compleet langs me heen gegaan eerder dit jaar, maar Drive To Goldenhammer is een album dat in alle opzichten veel te bieden heeft

De muziek van de Britse band Divorce is lastig in een hokje te duwen en dat maakt van Drive To Goldenhammer al een leuk album. Ik hoor vooral invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band sleept er nog veel meer bij. Divorce verdient ook nog eens complimenten voor de uitvoering, want het debuutalbum van de band klinkt fris en sprankelend. De zang van de frontvrouw en frontman van de band is uitstekend en in muzikaal opzicht gebeurt er steeds weer iets dat je niet verwacht. En omdat Divorce ook nog eens goed is voor lekker in het gehoor liggende maar ook verrassende songs is het niet zo gek dat de band door een deel van de Britse muziekpers is uitgeroepen tot grote belofte voor de toekomst.

Drive To Goldenhammer van Divorce kwam ik onlangs tegen in een persoonlijk jaarlijstje, waarin ik verder uitsluitend albums tegen kwam die ik ook hoog heb zitten, waardoor ik absoluut naar het album moest luisteren. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Divorce gehoord, maar het blijkt een band uit het Britse Nottingham die inmiddels een paar jaar bestaat.

Drive To Goldenhammer is het begin dit jaar verschenen debuutalbum van de band, die op Wikipedia een alt-country band wordt genoemd. Dat label zou ik zelf niet op de muziek van Divorce plakken, al verwerkt de Britse band wel wat invloeden uit de alt-country. Ik hoor zelf meer invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band uit Nottingham is ook niet vies van chamber pop en shoegaze om nog maar wat genres te noemen.

De Britse muziekpers vond het begin dit jaar allemaal prachtig, maar op een of andere manier heb ik het debuutalbum van Divorce niet opgepakt. Toen ik dat wel had gedaan vond ik Drive To Goldenhammer op het eerste gehoor wat aan de brave kant en ook het wat theatrale aspect van de muziek van de band trok me niet direct aan. Aan de andere kant intrigeerde het album me ook, want Divorce heeft voor haar debuutalbum een aantal geweldige songs geschreven.

Het zijn van die songs die je direct een goed gevoel geven en die verrassend makkelijk in het geheugen blijven hangen. De tegenstrijdige gevoelens die ik had bij eerste beluistering van het eerste album van Divorce hielden relatief lang aan, want ik heb Drive To Goldenhammer vaak weggelegd en er toch weer bij gepakt de afgelopen weken.

Ik had wel direct wat met de combinatie van de mannenstem en de vrouwenstem die zijn te horen op het album en ik had en heb ook wel wat met het volle geluid van Divorce, dat ook wel wat doet denken aan de muziek van The Last Dinner Party, zeker wanneer zangeres Tiger Cohen-Towell de belangrijkste leadvocalen voor haar rekening mee.

Tiger Cohen-Towell tekent samen met zanger Felix Mackenzie-Barrow voor de songs op het album en de songs van de twee zijn duidelijk verschillend en niet alleen vanwege de zang. Het zijn songs die je keer op keer weten te verrassen, want het kan bij Divorce echt alle kanten op.

Een bijna lieflijke folksong kan zomaar omslaan in een shoegaze song vol ruwe gitaaruitbarstingen en zo zijn er heel veel bijzondere wendingen te horen op Drive To Goldenhammer. Het zijn songs waarin mooie verhalen worden verteld, wat Divorce extra bonuspunten oplevert.

Zeker wanneer de muziek op het album wat steviger of theatraler klinkt blijft er niets meer over van mijn eerste ervaringen met het album, die nog werd gekenmerkt door een typering als braaf, maar ook de meer ingetogen songs op het album zou ik niet langer typeren als braaf.

Hoe vaker ik naar Drive To Goldenhammer luister, hoe meer ik gecharmeerd raak van het veelzijdige geluid van de Britse band en het vermogen van Tiger Cohen-Towell en Felix Mackenzie-Barrow om zeer aansprekende songs te schrijven. De Britse kwaliteitskrant riep de band uit tot belofte voor de toekomst en ook die aanprijzing heb ik gemist eerder dit jaar. Het is een aanprijzing waarin ik me inmiddels volledig kan vinden, want Divorce uit Nottingham heeft veel te bieden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sandy Denny - Sandy (1972) 4,5

28 december 2025, 20:02 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sandy Denny - Sandy (1972) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sandy Denny - Sandy (1972)
Het solowerk van de Britse zangeres Sandy Denny is vijf decennia na haar dood helaas wat vergeten, maar wat is het in 1972 verschenen Sandy een prachtig album en wat had Sandy Denny een fabelachtige stem

Sandy Denny werd slechts 31 jaar oud en was maar zo’n tien jaar actief in de muziek, maar in die tien jaar haalde ze de geschiedenisboeken met een van de mooiste stemmen uit de Britse (folk)rock. Ze is misschien wel het meest bekend als de zangeres van de Britse band The Fairport Convention, maar ook haar soloalbums mogen er zijn. Van deze soloalbums vind ik Sandy uit 1972 het meest indrukwekkend. Het is een album waarop de Britse zangeres meerdere genres verkent en zich heeft omringd met geweldige muzikanten. In alle songs zingt Sandy Denny de sterren van de hemel en laat ze nog maar eens horen dat ze niet voor niets wordt gerekend tot de mooiste stemmen uit de muziekgeschiedenis.

Ik noem Sandy Denny vaak als vergelijkingsmateriaal bij het bespreken van albums van jonge Britse folkies. Het is een oneerlijke vergelijking, want de stem van Sandy Denny moet worden gerekend tot de allermooiste stemmen uit de geschiedenis van de Britse folk en misschien is het zelfs wel de mooiste.

Het is een stem die ik overigens vooral ken van de albums van de Britse folkband The Fairport Convention en met name van het prachtige Liege And Lief uit 1969. Met haar soloalbums, die ze maakte na haar vertrek uit The Fairport Convention, was ik tot voor kort eigenlijk niet bekend. De Britse zangeres maakte uiteindelijk niet eens een handvol soloalbums, voordat ze in 1978 op slechts 31-jarige leeftijd overleed na een val van de trap.

Dat ik me nog niet eerder had verdiept in het oeuvre van Sandy Denny heeft alles te maken met het feit dat ik geen heel groot liefhebber ben van hele traditionele Britse folk en dat is het hokje waarin ik Sandy Denny op voorhand stopte. Dat dit niet helemaal terecht is, is te horen op het uit 1972 stammende Sandy, dat ik vooralsnog het beste soloalbum vind van de Britse muzikante.

Sandy, geproduceerd door haar latere echtgenoot Trevor Lucas, is een verrassend veelzijdig album, waarop Britse folk absoluut een rol van betekenis speelt, maar zeker niet de hoofdrol heeft gekregen. Het album werd opgenomen in Londen, maar Sandy klinkt in veel tracks verrassend Amerikaans.

Dat klinkt het album zeker wanneer invloeden uit de country een prominente rol spelen in de songs van Sandy Denny en dat is meer dan eens het geval. Ook wanneer de Britse muzikante opschuift richting folkrock klinkt haar muziek niet per se Brits en dat is ook niet het geval wanneer soulvolle blazers opduiken.

Sandy werd gemaakt met een aantal muzikanten van naam en faam, onder wie Richard en Linda Thompson, Sneaky Pete Kleinow en Allen Toussaint, maar er is maar één echte ster op het album en dat is Sandy Denny zelf. De stem van de Britse zangeres is op haar tweede soloalbum niet alleen verrassend veelzijdig maar vooral betoverend mooi.

Luister maar eens naar het grotendeels a capella gezongen Quiet Joys Of Brotherhood en je begrijpt wat ik bedoel. In een traditionele folksong klinkt de stem van Sandy Denny het meest bekend, want ze blijft toch in het geheugen gegrift als een Britse folkie, maar ook wanneer ze andere genres verkent vind ik de zang op Sandy van een bijzondere schoonheid.

Sandy is een album dat overduidelijk stamt uit de vroege jaren 70, want albums als dit album worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Het is een album dat flink wordt opgetild door de fantastische stem van Sandy Denny, maar ook in muzikaal opzicht vind ik het vooral door het gitaarspel van Richard Thompson en de pedal steel van Sneaky Pete Kleinow een interessant album en het is bovendien een album met zeer aansprekende songs.

Sandy Denny wordt nog altijd in één adem genoemd met Fairport Convention, maar ook haar solowerk verdient alle lof. In lijstjes met de beste vrouwelijke singer-songwriter albums uit de jaren 70 kom ik Sandy van Sandy Denny over het algemeen niet tegen, maar wat mij betreft hoort het album wel thuis in deze lijstjes. Het blijft doodzonde dat Sandy Denny slechts 31 jaar oud is geworden, maar haar muzikale erfenis is prachtig. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Florence + the Machine - Everybody Scream (2025) 4,0

28 december 2025, 09:51 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Florence + The Machine - Everybody Scream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Florence + The Machine - Everybody Scream
Ook op Everybody Scream zijn de muziek en de zang weer behoorlijk bombastisch en intens, maar Florence Welch neemt ook een enkele keer fraai gas terug op dit uitermate persoonlijke en behoorlijk donkere album

Het kan aardig stormen op de albums van de Britse band Florence + The Machine en daar moet je tegen kunnen. Ik was er vlak na de release van Everybody Scream niet voor in de stemming, maar langzaam maar zeker wist Florence Welch me toch weer te overtuigen. Veel tracks op het album komen aan als de spreekwoordelijke mokerslag, maar de Britse muzikante verrast dit keer ook met meer ingetogen songs, die vooral op het tweede deel van het album zijn te vinden. Ik vind de net wat meer ingetogen tracks persoonlijk aangenamer dan de meest bombastische tracks op Everybody Screams, al heeft het ook wel wat als Florence + The Machine vol op het orgel gaat.

Ik heb tot dusver bijna alle albums van Florence + The Machine positief besproken, maar met het twee maanden geleden verschenen Everybody Scream wilde het in eerste instantie niet echt lukken. Op een of andere manier vond ik zowel de muziek als de zang op het nieuwe album van de Britse muzikante te intens en te zwaar aangezet.

Dat is op zich bijzonder, want Florence Welch doet op Everybody Scream geen hele andere dingen op haar vorige albums en in muzikaal opzicht is het album zelfs minder bombastisch dan zijn voorgangers. Ik hou het er maar op dat het de afgelopen twee maanden niet het juiste moment was voor muziek van Florence + The Machine.

Dat is het inmiddels wel, want de afgelopen week ben ik toch gaan houden van het nieuwe album van de band van Florence Welch. Dat lukte in eerste instantie door het beluisteren van de Chamber Version van Everybody Scream, waarop vier songs op het album een chamber pop arrangement hebben gekregen.

Het is wat mij betreft in muzikaal opzicht een interessant experiment, dat laat horen dat de stem van Florence Welch ook in een veel minder bombastische muzikale setting makkelijk overeind blijft. De reguliere versies van de songs op het album zijn niet vies van het nodige bombast, maar het komt een stuk minder zwaar over dan bij mijn eerste kennismaking met het album.

Dat geldt ook voor de zang van de Britse muzikante, die nog altijd kan uithalen als een misthoorn, maar in tegenstelling tot twee maanden geleden vind ik de zang op Everybody Scream inmiddels mooi. De meeste songs op het nieuwe album van Florence + The Machine zijn behoorlijk bombastisch en theatraal, maar het zijn ook songs met een hele bijzondere sfeer.

De songs op Everybody Scream klinken voor het overgrote deel donker, duister of zelfs spookachtig. Het heeft wat van de psychedelica uit de late jaren 60 van bijvoorbeeld Jefferson Airplane, maar ik hoor ook nog steeds raakvlakken met de muziek van Siouxsie And The Banshees. Florence Welch en haar band hebben de invloeden uit het verre verleden het heden in gesleept en doen er wat betreft bombast en theater nog een schepje bovenop.

De donkere klanken en de wat duistere sfeer op het album passen perfect bij de stem van Florence Welch, die flink kan uithalen, maar ook best vaak meer ingetogen zingt, zoals bijvoorbeeld in het prachtige en verrassend subtiel ingekleurde Buckle. Het is nog altijd heftige muziek en een stem om soms bang van te worden, maar eenmaal gewend aan Everybody Scream vind ik het een indrukwekkend album.

Het is ook een zeer persoonlijk album, want Florence Welch ging door een aantal diepe dalen, wat flink wat melancholie heeft toegevoegd aan haar toch al niet erg zonnige geluid. Ook in productioneel opzicht is Everybody Scream een indrukwekkend album, wat ook haast niet anders kan met producers als Mark Bowen, Aaron Dessner, James Ford en Mitski in de credits.

Het zorgt voor een gevarieerd geluid dat bijzonder zwaar kan zijn aangezet, maar ook bijna klassiek kan klinken of juist verrassend ingetogen. Er komt een hoop op je af bij beluistering van Everybody Scream en bij eerste beluistering vond ik het te overweldigend, maar eenmaal gewend aan het bombast van Florence + The Machine valt er veel op zijn plek. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Kirsten Adamson - Dreamviewer (2025) 4,0

27 december 2025, 21:59 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kirsten Adamson - Dreamviewer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kirsten Adamson - Dreamviewer
De Schotse muzikante Kirsten Adamson kreeg de muzikale genen van haar vader, maar laat op haar nieuwe album Dreamviewer ook een voorliefde en een gave voor het maken van countrymuziek horen

Dreamviewer, het derde of zelfs vierde album van de Schotse muzikante Kirsten Adamson wordt vooralsnog nauwelijks opgemerkt. Dat is jammer, want het is echt een uitstekend album. Het is een album waarop Kirsten Adamson de Amerikaanse rootsmuziek en met name de countrymuziek omarmt, maar het is wel countrymuziek met een Britse twist en een Schotse tongval. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en verrassend tijdloos, maar het is vooral de zang van de Schotse muzikante die indruk maakt. Het zorgt er voor dat Dreamviewer zich wat mij betreft makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere singer-songwriter albums van het moment. Hopelijk krijgt het album daarom alsnog de erkenning die het zo verdient.

Dreamviewer van Kirsten Adamson verscheen een maand of drie geleden, maar heeft vooralsnog helaas slechts in zeer kleine kring aandacht gekregen. Ik kwam het album tegen in een recente editie van de Mojo of de Uncut en die recensie was positief genoeg om te luisteren naar het album. Daar heb ik zeker geen spijt van gekregen, want Dreamviewer is een mooi album, dat veel meer aandacht verdient dan het album tot dusver heeft gekregen.

Het blijkt al het derde album van de Schotse muzikante, die samen met ene Dave Burn ook nog een album maakte onder de naam The Marriage. Ik was de naam van Kirsten Adamson zelf nog niet eerder tegen gekomen, maar weet inmiddels dat ze de dochter is van de Schotse muzikant Stuart Adamson, die aan de basis van de Britse band The Skids en Big Country stond.

De Schotse muzikant zocht aan het eind van de jaren 90 zijn geluk in Nashville, waar hij de countrymuziek ontdekte, maar in 2001 op slechts 43-jarige leeftijd een einde maakte aan zijn leven. Kirsten Adamson bleef na het einde van het eerste huwelijk van haar ouders achter in het Verenigd Koninkrijk, maar bracht ook een aantal zomers in Nashville door.

De hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek heeft zeker invloed gehad op de muzikale keuzes die ze maakt op Dreamviewer. Ik ga niet zo ver om Dreamviewer een countryalbum te noemen, maar invloeden uit de countrymuziek spelen absoluut een rol op het nieuwe album van Kirsten Adamson.

De Schotse muzikante beschikt om te beginnen over een stem die het goed doet in countrymuziek en die haar songs een country vibe geeft. Door de invloeden uit de countrymuziek in de zang klinkt Dreamviewer eerder Amerikaans dan Brits, maar het is zeker geen typisch Amerikaans rootsalbum geworden.

De stem van Kirsten Adamson heeft een lichte country snik, maar ik vind het ook een mooie en warme stem en ik heb bovendien wel wat met de manier van zingen van de Schotse muzikante en haar Schotse tongval. Kirsten Adamson zingt met veel gevoel en af en toe veel expressie, maar ze zingt ook vaak redelijk ingehouden, wat van Dreamviewer een intiem klinkend album maakt.

Door de zang van Kirsten Adamson klinkt Dreamviewer geregeld als een countryalbum, maar ook de muziek op het album draagt hier aan bij, zeker wanneer de in het genre onmisbare pedal steel opduikt. Kirsten Adamson is haar Schotse wortels echter niet helemaal vergeten, want haar nieuwe album bevat ook invloeden uit de Britse folk, zeker wanneer strijkers opduiken.

Kirsten Adamson is als ik goed geïnformeerd ben inmiddels 40 jaar oud en dat hoor je. Dreamviewer klinkt een stuk doorleefder dan alle albums van hele jonge vrouwelijke singer-songwriters die dit jaar zijn verschenen en klinkt bovendien een stuk tijdlozer. De Schotse muzikante heeft geen poging gedaan om invloeden uit de indiepop, indiefolk of countrypop toe te voegen aan haar songs en heeft met Dreamviewer een album gemaakt dat inmiddels ook een aantal decennia oud zou kunnen zijn.

Het is zoals gezegd een album dat flink te klagen heeft over de aandacht die het heeft gekregen en dat is echt doodzonde. Het is immers een album dat me direct wist te overrompelen en dat wat mij betreft ook iets toevoegt aan alle albums die dit jaar in het genre zijn verschenen. Het maakt me nieuwsgierig naar het oudere werk van Kirsten Adamson en nodigt me ook uit om weer eens werk van haar vader uit de kast te trekken, maar voorlopig ben ik nog lang niet klaar met het buitengewoon fraaie Dreamviewer. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Trousdale - Growing Pains (2025) 4,0

26 december 2025, 20:22 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Trousdale - Growing Pains - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Trousdale - Growing Pains
Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea treden met Trousdale in de voetsporen van onder andere Wilson Phillips en betoveren met drie mooie stemmen en vooral met werkelijk prachtige harmonieën

Countrypop is me al snel wat te glad en dat geldt ook voor de countrypop die Trousdale maakt op haar tweede album. Het is countrypop met meer pop dan country en het is countrypop met invloeden uit de popmuziek zoals die in Los Angeles wordt gemaakt, maar Trousdale weet wat mij betreft toch te overtuigen. Dat doet het drietal met lekker in het gehoor liggende songs, maar vooral met de stemmen en met name de harmonieën van Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea, die herinneren aan de betoverend mooie Californische harmonieën uit het verleden.

Nog meer countrypop. Ik zie op de sociale media al een tijdje reclame voorbij komen voor een concert van de Amerikaanse band Trousdale in Utrecht volgend jaar. Volgens deze reclame zou Trousdale een ware countrypop sensatie zijn en dat triggerde bij mij in ieder geval iets van nieuwsgierigheid. Het is immers een genre dat ik volgens mij redelijk goed volg, maar het in 2023 verschenen debuutalbum van Trousdale heb ik gemist en hetzelfde geldt voor het afgelopen voorjaar verschenen Growing Pains.

Misschien heb ik mijn blik wat teveel op Nashville gericht, want Trousdale komt voor de afwisseling eens uit Los Angeles. Nu is countrypop uit Los Angeles meestal nog wat gepolijster dan de muziek die in Nashville in het genre wordt gemaakt, maar Growing Pains van Trousdale had mijn aandacht zeker verdiend het afgelopen voorjaar.

Trousdale is een trio dat bestaat uit Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea en dat twee klassiek geschoolde pianisten in de gelederen heeft. De drie vertolkten in eerste instantie vooral songs van anderen en trokken de aandacht met covers van onder andere ABBA, waarna ze doorbraken met een versie van Wouldn’t It Be Nice van The Beach Boys, wat in ieder geval getuigt van goede smaak.

Het debuutalbum van het drietal was in de Verenigde Staten volgens mij behoorlijk succesvol en ook over Growing Pains lees ik een aantal positieve recensies, al zijn het er niet zoveel als je bij een succesvolle countrypop act zou verwachten. Countrypop is het hokje waar ook ik het tweede album van Trousdale in zou stoppen, al maken Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea niet het soort countrypop dat in Nashville wordt gemaakt.

Ik hou over het algemeen van countrypop waarin de country het ruimschoots wint van de pop en dat is op Growing Pains van Trousdale niet het geval. Het trio uit Los Angeles verwerkt absoluut invloeden uit de country in haar muziek, maar het aandeel van invloeden uit de pop is groter.

Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea opereren zoals gezegd vanuit Los Angeles en dat hoor je, want invloeden uit de Californische popmuziek spelen een voorname rol op het album. Dat hoor je in het goede gevoel voor aansprekende popsongs, maar je hoort het vooral in de muzikale en de vocale arrangementen op het album.

In muzikaal opzicht vind ik Growing Pains wat aan de brave kant en ook de songs van Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea kleuren vooral binnen de lijntjes, maar de drie maken veel goed met hun stemmen. Trousdale beschikt over drie uitstekende zangeressen, die alle drie in staat zijn om een song net dat beetje op te tillen om op te vallen, maar de magie ontstaat wanneer de stemmen van de drie samenvloeien in prachtige harmonieën.

Het doet me meer dan eens denken aan de muziek die Wilson Phillips aan het begin van de jaren 90 maakte. Ook die muziek was enorm gepolijst of zelfs glad, maar de harmonieën van Wilson Phillips kon ik niet weerstaan en deden me keer op keer smelten. Wilson Phillips beschikte over de genen van Brian Wilson en John en Michelle Phillips, maar Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea komen absoluut in de buurt met uitstekende zang en betoverend mooie harmonieën. Alle reden dus om Growing Pains van Trousdale een kans te geven. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Georgia Knight - Beanpole (2025) 4,5

26 december 2025, 10:58 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Georgia Knight - Beanpole - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Georgia Knight - Beanpole
Georgia Knight heeft met Beanpole niet het makkelijkste album gemaakt, maar het is wel een interessant album dat de fantasie uitvoerig prikkelt en dat uiteindelijk flink wat memorabele songs blijkt te bevatten

Ik heb een zwak voor muziek die in Australië en Nieuw-Zeeland wordt gemaakt, want de muziek die aan de andere kant van de wereld wordt gemaakt klinkt vaak net wat anders. In het geval van Georgia Knight zelfs flink anders, want de muziek van de Australische muzikante is behoorlijk eigenzinnig. Haar debuutalbum Beanpole is ook nog eens behoorlijk divers, waardoor het in eerste instantie wat zoeken naar aanknopingspunten is, maar als je die eenmaal hebt gevonden wordt het debuutalbum van Georgia Knight steeds interessanter. Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het gaat wat mij betreft zeker op voor het fascinerende Beanpole.

Het waren de Nieuw-Zeelandse muziekmedia die me onlangs wezen op Beanpole van Georgia Knight. Dat is niet zo gek, want de Australische muzikante heeft niet alleen Melbourne maar ook het Nieuw-Zeelandse Lyttelton als uitvalsbasis, waardoor ze ook een streepje voor heeft bij de Nieuw-Zeelandse pers.

De informatie die ik bij het aanprijzen van het album mee kreeg was helaas zeer spaarzaam, maar op de bandcamp pagina van Georgia Knight kwam ik het volgende interessante citaat tegen. “Georgia Knight is an Australian singer, songwriter and musician. Primarily composing and performing her songs on an autoharp, she meanders through elements of folk, trip-hop, noise, synth soundscapes, dusty loops and samples, as songs bloom into a collage of pop music heavily entwined with the avant-garde”.

Het maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar de muziek op Beanpole, al vroeg ik me op voorhand ook zeker af of het album wel wat voor mij zou zijn. Ik kom de autoharp wel vaker tegen op vooral wat psychedelisch aandoende albums, maar echt gangbaar is het instrument niet, waardoor ik uitging van een bijzondere luisterervaring.

Op basis van de omschrijving van het debuutalbum van Georgia Knight was ik een beetje bang dat Beanpole niet veel meer zou zijn dan wat getokkel op de autoharp en zang, maar dat valt reuze mee. Beanpole bevat een beperkt aantal ingetogen songs waarin de autoharp en de stem van Georgia Knight domineren, maar er gebeurt altijd wel iets bijzonders in de songs van de Australische muzikante.

Dat kan zich beperkten tot wat achtergrondgeluiden (van een tv?) en wat percussie, maar Beanpole kan ook behoorlijk vol klinken met fraaie klankentapijten die de muziek van Georgia Knight opeens verrassend toegankelijk maken of met uitbundige ritmes die het album de kant van de triphop op duwen.

Zeker de wat toegankelijkere songs op het album dringen zich vrij makkelijk op, maar ze zorgen ook voor het geduld dat nodig is om de wat meer ingetogen en wat experimentelere songs op het album te kunnen waarderen. Overigens varieert Georgia Knight niet alleen flink tussen de songs, maar ook binnen de songs op Beanpole, waardoor je 35 minuten lang op het puntje van de stoel zit.

Zeker in de ingetogen songs hoor je dat Georgia Knight een uitstekende zangeres is. Ze beschikt over een mooi maar ook expressief stemgeluid en zingt bovendien met veel gevoel. De stem van de Australische muzikante kan op Beanpole alle kanten op, want net als ze je heeft betoverd met een uiterst ingetogen en gevoelige song, kan ze uitpakken met een uitbundigere en wat experimentelere song.

Het maakt van Beanpole een soms wat lastig te doorgronden, maar op hetzelfde moment ook zeer interessant album. Ik geef direct toe dat ik niet altijd in de stemming ben voor de muziek van Georgia Knight, maar op een of andere manier heeft het album ook een grote aantrekkingskracht op mij en maakt de muzikante uit Melbourne en Lyttelton me steeds weer nieuwsgierig naar alles dat komen gaat.

De verrassing blijft ook na meerdere keren horen, want Beanpole is anders dan de andere albums die dit jaar zijn verschenen en zet me ondanks de gewenning toch steeds weer op het verkeerde been. Ik heb dit jaar veel interessante muziek uit Nieuw-Zeeland ontdekt en er komt ook nog wat aan, maar het debuutalbum van Georgia Knight is echt heel bijzonder. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Brianna Kelly - Cloud of Nothingness (2025) 4,0

26 december 2025, 10:57 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Brianna Kelly - Cloud Of Nothingness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Brianna Kelly - Cloud Of Nothingness
De release van het eerste album van Brianna Kelly is ruim een maand geleden vrijwel geruisloos gepasseerd, maar wat heeft de Amerikaanse singer-songwriter een mooi, knap, gevarieerd en ook nog eens tijdloos album gemaakt

Het is puur toeval dat Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly op mijn pad is gekomen, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan het album. Het is een singer-songwriter album en daar zijn er het afgelopen jaar nogal wat van verschenen, maar het debuutalbum van Brianna Kelly is zeker geen dertien in een dozijn singer-songwriter album. Samen met haar medemuzikanten varieert de Amerikaanse muzikante er flink op los en ze maakt nog eens songs die zijn volgestopt met bijzondere ingrediënten. Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal prachtig, maar Brianna Kelly beschikt ook nog eens over een stem die je wilt koesteren. Echt veel te goed om onder te sneeuwen dit album.

Er gebeurt helaas nog niet zo heel veel op het platform Bluesky, dat het afgelopen jaar een veilige haven bood voor een ieder die niet meer uit de voeten kon met de berichten die op Elon Musk’s X werden gepromoot. Onlangs kreeg ik op het platform echter wel mijn eerste muziektip en het is wat mij betreft een hele mooie tip. Het gaat om Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly.

Het is het debuutalbum van een singer-songwriter uit Cincinnati, Ohio, die wat mij betreft een album heeft gemaakt dat anders klinkt dan het gemiddelde singer-songwriter album van het moment. Cloud Of Nothingness werd gemaakt met multi-instrumentalist en co-producer Stephen Patota en drummer Tom Buckley. Brianna Kelly tekende zelf ook voor een belangrijk deel van de productie van haar debuutalbum, schreef alle songs op het album, nam een deel van de instrumentatie voor haar rekening, verzorgde het artwork en was ook nog eens verantwoordelijk voor de zang.

Uiteindelijk werden nog wat strijkers toegevoegd aan een aantal songs op Cloud Of Nothingness, dat ondanks het ongetwijfeld beperkte budget echt prachtig klinkt. Zowel Brianna Kelly als Stephen Patota kunnen op flink wat instrumenten uit de voeten en dat heeft er voor gezorgd dat Cloud Of Nothingness niet alleen heel mooi en verzorgd klinkt, maar ook verrassend rijk en veelzijdig.

De muziek op het eerste album van Brianna Kelly is over het algemeen genomen warm en zeer sfeervol. Het geluid van de Amerikaanse muzikante is ook behoorlijk subtiel, want de vele instrumenten die op het album zijn te horen worden gedoseerd ingezet. Ik vind vooral het elektrische gitaarspel op het album bijzonder mooi, maar ook de bijdragen van strijkers voorzien de songs op het album van een bijzondere sfeer en hetzelfde geldt voor het pianospel.

Het debuutalbum van Brianna Kelly klinkt zoals gezegd anders dan de meeste andere singer-songwriters van het moment. Dat ligt deels aan de wat nostalgische sfeer in veel songs, die herinnert aan muziek uit de jaren 60 en 70, maar het knappe van Cloud Of Nothingness is dat het ook een album van deze tijd is.

Je hoort goed dat Brianna Kelly en haar medemuzikanten de tijd hebben genomen voor het opnemen van het album, want alles klinkt even mooi en trefzeker. Dat geldt niet alleen voor de muziek op het album, maar ook voor de songs van Brianna Kelly, die aan de ene kant complex zijn, maar aan de andere kant ook makkelijk in het gehoor liggen.

Het is knap hoe Brianna Kelly en haar medemuzikanten steeds weer bijzondere accenten weten toe te voegen aan de songs, waardoor het songs zijn die de ruimte verwarmen maar ook de fantasie prikkelen. Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is wat mij betreft de stem van Brianna Kelly. De Amerikaanse muzikante over een prettig en warm stemgeluid, maar ze zingt ook met veel precisie en variatie.

Cloud Of Nothingness is het debuutalbum van de muzikante uit Cincinnati, Ohio, maar het klinkt echt geen moment als een eerste album. Het is daarom extra jammer dat albums als het debuutalbum van Brianna Kelly maar moeten afwachten of iemand er aandacht aan besteed en meestal zal deze aandacht beperkt zijn. Dankzij een tip op Bluesky heb ik het album gelukkig ontdekt en ik weet zeker dat het nog vaak voorbij gaat komen in de weken en maanden die volgen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Maddie & Tae - Love & Light (2025) 3,5

26 december 2025, 10:52 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maddie & Tae - Love & Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Maddie & Tae - Love & Light
Maddie & Tae debuteerden tien jaar geleden en worden in de Verenigde Staten geschaard onder de smaakmakers binnen de countrypop en na het een paar keer geprobeerd te hebben met Love & Light begrijp ik waarom

Alles op de cover van het nieuwe album van Maddie & Tae ademt mainstream Nashville countrypop en dat doen ook de songs, de muziek en de stemmen van de twee, maar het is allemaal wel heel goed gemaakt en is ook weer niet zo gek ver verwijderd van de countrypop die ook buiten de Verenigde Staten wordt gewaardeerd. Ik vond het bij eerste beluistering wat aan de gladde kant, maar ik hoor inmiddels ook veel moois in de muziek van het tweetal dat in Nashville niet voor niets al zo’n tien jaar aan de weg timmert. Luister onbevooroordeeld naar Love & Light van Maddie & Tae en je hoort het ook, zeker als je een zwak hebt voor goed gemaakte countrypop.

Deze tweede kerstdag staat voor mij in het teken van de countrypop. Het is countrypop die in de Verenigde Staten eerder dit jaar behoorlijk positief is ontvangen, maar die ik bij eerste beluisteringen wat aan de gladde kant vond. Ik heb het album van Maddie & Tae, want dat is het eerste album dat ik vandaag bespreek, er toch nog eens bij gepakt omdat ik het album zie opduiken in meerdere Amerikaanse jaarlijstjes met een hart voor countrypop en tussen albums in het genre die me wel dierbaar zijn.

Love & Light is niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Maddie & Tae, want precies tien jaar geleden besprak ik hun album Start Here, dat destijds door de Britse kwaliteitskrant The Guardian werd geschaard onder de beste countryalbums van het betreffende jaar. Start Here was in 2015 het debuutalbum van Maddie Marlow en Taylor Dye en het is een album dat direct succesvol was in Nashville.

De prille twintigers van toen zijn inmiddels prille dertigers en volgens mij zijn Maddie & Tae in de Verenigde Staten al tien jaar behoorlijk succesvol. In Europa is het nog wat stiller rond de twee zangeressen en dat heeft alles te maken met het feit dat de countrypop van Maddie & Tae zich binnen de countrypop aan de meer gepolijste kant van het spectrum bevindt.

Je ziet het direct aan de cover van het album, die uitstekend past bij alle clichés uit de Nashville countrypop. Maddie & Tae kleuren ook op hun vierde album (het kerstalbum uit 2022 niet meegeteld) vooral binnen de lijntjes van de countrypop die in Nashville wordt gemaakt, maar dat doet iemand als Megan Moroney ook en die schaar ik desondanks onder mijn favoriete countryzangeressen van het moment.

Nu ik Love & Light inmiddels een paar keer heb beluisterd hoor ik toch ook veel moois op het album. Om van de muziek van Maddie & Tae te kunnen genieten moet je wel een flink zwak voor countrypop hebben, want de twee muzikanten uit Nashville maken 100% countrypop. In muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van Maddie Marlow en Taylor Dye vooral degelijk, maar de twee hebben zich er niet makkelijk van af gemaakt.

In een aantal songs op het album klinkt de countrypop van Maddie & Tae lekker stevig, maar Love & Light biedt voldoende variatie. Het is ook een album met prima songs, want tussen de zestien (!) songs op het album zitten de nodige songs die na één keer horen blijven hangen. Het zijn ook nog eens songs die zorgen voor een goed gevoel, want de muziek van Maddie & Tae heeft iets warms.

Het is af en toe niet eens zo heel ver verwijderd van de countrypop albums die ik eerder deze maand in mijn jaarlijstje heb gezet, waardoor ik inmiddels moet toegeven dat de Amerikaanse critici het eerder dit jaar bij het juiste eind hadden en ik niet. Maddie & Tae bieden ook nog een beetje extra, want ze zijn allebei voorzien van een stem waarmee je eigenlijk alleen countrymuziek kunt maken. Het zijn stemmen die erg op elkaar lijken, maar het zijn ook stemmen die elkaar prachtig aanvullen en versterken.

Wanneer je geen zwak hebt voor countrypop kun je met een brede boog om Love & Light heen lopen, maar als je net als ik wel een zwak hebt voor het genre, kan het nieuwe album van Maddie & Tae zomaar uitgroeien tot een ‘guilty pleasure’ en al snel tot veel meer dan dat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Haley Heynderickx & Max García Conover - What of Our Nature (2025) 4,0

25 december 2025, 11:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Haley Heynderickx en Max García Conover - What Of Our Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Haley Heynderickx en Max García Conover - What Of Our Nature
What Of Our Nature vond ik bij eerste beluistering echt veel te traditioneel en ook te sober, maar de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover wisten me uiteindelijk toch vrij makkelijk te overtuigen

Ik heb de soloalbums van de Amerikaanse muzikante Haley Heynderickx heel hoog zitten, maar over het album dat ze vorige maand uitbracht met Max García Conover was ik in eerste instantie minder enthousiast. Deels omdat ze de leadvocalen op het album moet delen, maar ook omdat het album wel erg klinkt als een folkalbum van heel lang geleden. Dat laatste is uiteindelijk de kracht van What Of Our Nature en ook de stem van Max García Conover bevalt me inmiddels wel wat beter, al blijf ik een voorkeur houden voor de echt prachtige stem van Haley Heynderickx, die wat mij betreft ook weer heel snel met een nieuwe soloalbum op de proppen mag komen.

Ik ben dit jaar echt geen enkel interessant kerstalbum tegengekomen, al moet ik wel toegeven dat ik er ook niet echt naar heb gezocht. Mijn kerstmuziek bestaat dit jaar uit folk en country en voor vandaag heb ik een album uitgezocht dat ik in eerste instantie eigenlijk wat te traditioneel vond, maar dat me langzaam maar zeker heeft veroverd. Het gaat om What Of Our Nature van Haley Heynderickx en Max García Conover.

Het is een album dat op voorhand kon rekenen op mijn warme sympathie, want ik was zeer gecharmeerd van de albums die Haley Heynderickx de afgelopen jaren uitbracht. Op I Need To Start A Garden uit 2018 en Seed Of A Seed uit 2024 maakte de Amerikaanse singer-songwriter vooral indruk met haar stem, die de songs op haar albums mijlenver optilde.

Het zijn albums met folksongs die vaak lijken weggelopen uit de jaren 60 en 70 en zowel herinneren aan de Laurel Canyon folk als aan de psychedelische folk die op hetzelfde moment in de Verenigde Staten werd gemaakt. Ook op het samen met Max García Conover gemaakte What Of Our Nature maakt Haley Heynderickx folk die ook vele decennia geleden had kunnen zijn gemaakt.

Verschil met de soloalbums van de Amerikaanse muzikante is dat op What Of Our Nature ook haar mannelijke medemuzikant de zang voor zijn rekening neemt en het aandeel van Max García Conover is behoorlijk groot. Ik heb absoluut een voorkeur voor vrouwenstemmen en veer dan ook vooral op wanneer Haley Heynderickx plaats neemt achter de microfoon, maar met de zang van Max García Conover is niet veel mis.

De Amerikaanse muzikant beschikt net als Haley Heynderickx over een stem die gemaakt is voor traditioneel klinkende folk en de stemmen van de twee passen ook nog eens goed bij elkaar. Op What Of Our Nature vertolken de twee songs die zijn geïnspireerd door het leven en het werk van folklegende Woody Guthrie. Het zijn songs die zomaar van de hand van de Amerikaanse folkmuzikant zouden kunnen zijn, want als je mij zou hebben verteld dat What Of Our Nature zestig jaar geleden was gemaakt had ik het zeker geloofd. Zeker Max García Conover herinnert aan folkies uit vervlogen tijden, maar ook Haley Heynderickx zou niet hebben misstaan in de folkscene van de jaren 60.

What Of Our Nature is een album zonder enige opsmuk. Akoestische gitaar en twee stemmen, veel meer is het niet. Ik moest er wel wat aan wennen, maar zeker de songs die worden gezongen door Haley Heynderickx wisten me relatief snel te overtuigen, al is het niet altijd het juiste moment voor de Spartaans klinkende folksongs op het album.

What Of Our Nature is wat mij betreft geen album dat je kunt beoordelen na één keer beluisteren. Ik vond er bij de eerste keer luisteren niet veel aan, maar ontdekte pas bij herhaalde beluistering de ruwe schoonheid van de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover.

De songs waarin eerstgenoemde de leadzang voor haar rekening neemt komen bij mij nog altijd harder binnen dan de songs van haar mannelijke metgezel, al waardeer ik de stem en de zang van Max García Conover inmiddels veel meer dan bij eerste beluisteringen van het album. Een kerstalbum is What Of Our Nature zeker niet, maar op een of andere manier vind ik het album goed passen vandaag en ook na vandaag gaat het album nog geregeld terug komen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Annie DiRusso - Super Pedestrian (2025) 4,0

23 december 2025, 15:55 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Annie DiRusso - Super Pedestrian
Het was weer dringen in de (indie)pop en (indie)rock het afgelopen jaar, maar het aanstekelijke Super Pedestrian van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso zou ik uiteindelijk toch niet laten liggen

Ik denk niet dat ik eerder dit jaar heb geluisterd naar het debuutalbum van Anni DiRusso uit Nashville, maar haar debuutalbum is wat mij betreft goed genoeg voor een plekje op de krenten uit de pop. Anni DiRusso beschikt om te beginnen over een prima stem en ze schrijft ook nog eens prima songs. Het zijn lekker in het gehoor liggende songs die passen in de huidige tijd, maar het zijn ook songs die zich hebben laten beïnvloeden door de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt. Dat zijn invloeden die je momenteel veel vaker hoort, maar na een paar keer horen vind ik de songs van Anni DiRusso er zeker uit springen en volgens mij kan ze nog veel beter.

Super Pedestrian is het eerder dit jaar verschenen debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Annie DiRusso. Het is een album dat met name in de Verenigde Staten goed is ontvangen, maar in Nederland heb ik er niet veel over gelezen. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com in het hokje Social Media Pop wordt gestopt. Dat is een hokje dat ik nog niet eerder ben tegengekomen, maar ik kan me goed voorstellen dat de songs van Annie DiRusso het goed doen op de sociale media platforms.

Zelfs vind ik Super Pedestrian overigens prima passen in de hokjes indiepop en indierock, die ik net wat respectvoller vind klinken dan het door Allmusic.com verzonnen label. De Amerikaanse muzikante weet beide hokjes overigens goed te combineren, want ze maakt op haar debuutalbum bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs met een subtiel ruw randje.

Ik ben momenteel de jaarlijstjes met popalbums aan het uitpluizen en hierin kwam ik Super Pedestrian van Annie DiRusso ook een paar keer tegen. Eerlijk gezegd vind ik de oogst aan popalbums dit jaar wat tegenvallen, want ik heb nogal wat popalbums beluisterd die ik weinig onderscheidend en ook niet overdreven aanstekelijk vond. Ik was ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van Super Pedestrian, maar uiteindelijk vind ik dit toch een album dat de grauwe middelmaat makkelijk ontstijgt.

Dat dankt Anni DiRusso aan een serie bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en aan een prima stem, die makkelijk overeind blijft in de vaak wat stevige songs op haar debuutalbum. Het is een debuutalbum dat deels aansluit bij de alternatieve pop- en rockmuziek van het moment, maar Anni DiRusso is ook zeker schatplichtig aan de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands die door vrouwen werden aangevoerd. Super Pedestrian neemt je makkelijk mee terug naar een aantal albums van persoonlijke favorieten uit de jaren 90, variërend van Veruca Salt tot Liz Phair in haar wilde jaren.

Annie DiRusso werd geboren in New York, maar woont en werkt tegenwoordig in Nashville. Buiten een duet met Ruston Kelly hoor ik nog niet veel Nashville in haar geluid, maar dat maakt het misschien wel makkelijker om zich te onderscheiden in de Amerikaanse muziekhoofdstad. Het duet met Ruston Kelly laat overigens wel horen dat Annie DiRusso beschikt over het nodige singer-songwriter talent, want ook wanneer de gruizige gitaren in de koffer blijven maakt ze makkelijk indruk met haar muziek.

Er waren het afgelopen jaar ongetwijfeld momenten waarop ik Super Pedestrian van Annie DiRusso zou hebben laten liggen vanwege het overweldigende aanbod aan meer onderscheidende albums, maar nu ik wat vaker heb geluisterd naar het debuutalbum van de muzikante uit Nashville ben ik een stuk positiever over het album.

Zeker de tracks met voorzichtige invloeden uit de punk waaien bij mij redelijk snel over, maar als Annie DiRusso wat gas terugneemt heeft ze me keer op keer te pakken. Als ik luister naar Super Pedestrian denk ik dat de Amerikaanse muzikante nog veel beter kan en denk ik dat het verstandig is om haar in de gaten te gaan houden, maar ook dit debuutalbum verdient wat mij betreft een hele ruime voldoende. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

All Seeing Dolls - Parallel (2025) 4,5

22 december 2025, 17:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: All Seeing Dolls - Parallel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: All Seeing Dolls - Parallel
De Schotse muzikante Allison Dot en de Amerikaanse muzikant Anton Newcombe zochten de samenwerking tijdens de coronapandemie, wat begin dit jaar het bijzonder interessante debuutalbum van All Seeing Dolls opleverde

Anton Newcombe en Dot Allison draaien allebei al een tijdje mee in de muziek, maar desondanks kreeg hun samenwerking onder de naam All Seeing Dolls begin dit jaar niet veel aandacht. Dat is niet alleen opmerkelijk, maar ook jammer, want Parallel is een mooi en interessant album. Het is een album dat flink psychedelisch klinkt en zich langzaam voortsleept, maar het is ook een album dat betovert met de mooie stem van Dot Allison, die de samenwerking van Anton Newcombe met Tess Parks even doet vergeten. Iedereen die Parallel van All Seeing Dolls heeft laten liggen mist een fascinerende luistertrip die mooier en mooier wordt.

Parallel van All Seeing Dolls verscheen aan het begin van dit jaar, maar is me toen niet opgevallen. Dat was waarschijnlijk zo gebleven als het album me vorige week niet was getipt door een medewerker van een lokale platenzaak, want het album is nu niet bepaald overladen met aandacht. Dat is jammer want Parallel is niet alleen een uitstekend album, maar bovendien een album dat volgens mij een breed publiek moet kunnen aanspreken.

Het is ook nog eens een album waarop twee redelijk bekende muzikanten de krachten bundelen, want zowel Dot Allison als Anton Newcombe lieten al eerder van zich horen. Laatstgenoemde is al sinds het begin van de jaren 90 de drijvende kracht achter de Amerikaanse band The Brian Jonestown Massacre, maar ik ken Anton Newcombe vooral van de albums die hij maakte met de Amerikaanse zangeres Tess Parks en dat zijn albums die stuk voor stuk mijn jaarlijstjes hebben gehaald.

Ook de Schotse muzikante Dot Allison is geen onbekende, want ook zij draait al sinds de jaren 90 mee. Eerst als lid van de band One Dove en sinds het eind van de jaren 90 als solomuzikante, wat inmiddels een handvol wat onderschatte maar echt bijzonder mooie albums heeft opgeleverd.

Tess Parks leverde vorig jaar een fraai album zonder Anton Newcombe af, maar de Amerikaanse muzikant heeft in de persoon van Dot Allison wederom een interessante muzikale metgezel gevonden. Parallel van All Seeing Dolls raakt slechts in beperkte mate aan de muziek die Anton Newcombe samen met Tess Parks maakte. Ook de muziek die hij maakt met Dot Allison klinkt wat psychedelisch of zelfs zweverig, maar wel minder gruizig.

De basis voor Parallel werd gelegd tijdens de coronapandemie en dat hoor je. De muziek van All Seeing Dolls klinkt leeg en wat melancholisch, maar het is vooral muziek die eindeloos de tijd lijkt te hebben. De negen songs op het eerste album van All Seeing Dolls slepen zich langzaam voort en klinken weids. Dat weidse karakter wordt versterkt door de bijzondere stem van Dit Allison. Het is een stem die hier en daar spookachtig wordt genoemd, maar ik vind zelf bezwerend beter passen bij de wat onderkoelde maar bijzonder mooie stem van de Schotse muzikante.

De corona lockdowns hebben inmiddels vooral een negatieve lading al hadden de zeeën van tijd ook wel iets positiefs. Je hebt deze tijd ook nodig om echt te kunnen genieten van het debuutalbum van All Seeing Dolls. Het is geen album waarbij je makkelijk andere dingen doet en bovendien hoor je de schoonheid van zowel de muziek als de zang op het album duidelijker wanneer je je volledig overgeeft aan de muziek van Dot Allison en Anton Newcombe. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Mazzy Star, maar het is wel Mazzy Star met nog wat extra valium en Mazzy Star met onderkoelde in plaats van zwoele vocalen.

Het blijft bijzonder dat er zo weinig aandacht is besteed aan het debuutalbum van All Seeing Dolls en het is ook bijzonder dat ik het album op basis van de recensies in onder andere Mojo en Uncut, die wel bij de les waren en die ik toch nauwgezet volg, niet heb opgepikt, maar gelukkig kwam het album alsnog voorbij. Net als de samenwerking tussen Anton Newcombe en Tess Parks, smaakt ook de samenwerking tussen de Amerikaanse muzikant en Dot Allison naar veel meer. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Bob Dylan - Desire (1976) 4,5

21 december 2025, 21:11 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bob Dylan - Desire (1976) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bob Dylan - Desire (1976)
Blood On The Tracks wordt terecht gezien als het beste album dat Bob Dylan gedurende de jaren 70 maakte, maar het in 1976 verschenen Desire vind ik persoonlijk niet zo heel veel minder

Ik leerde Desire van Bob Dylan pas kennen nadat ik de stapel geweldige albums die hij in de jaren 60 maakte had leren kennen, maar ik was direct gecharmeerd van het album dat een wat voller en elektrischer geluid laat horen dan de meeste Dylan albums uit de jaren 60. Desire vind ik ook een wat atypisch album in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, wat alles te maken heeft met het geweldige vioolspel van Scarlet Rivera, die door puur toeval bij Dylan in de studio was beland. Desire is een album met vooral lange tracks, die Bob Dylan alle kans bieden om zijn kunsten als verhalenverteller te etaleren. Het stapeltje met de beste Bob Dylans albums is een flinke stapel, maar Desire hoort er wat mij betreft zeker bij.

Begin november zag ik Bob Dylan in de AFAS Live. Het is een concert dat met gemengde gevoelens werd ontvangen, maar mijn oordeel was positief. De setlist van de huidige tour is zo ongeveer in beton gegoten, dus ik wist wat ik kon verwachten en dat viel me niet tegen. Het betekent ook dat ik voor het oudere werk van Bob Dylan vertrouw op zijn inmiddels immense oeuvre en niet op zijn optredens.

Ik las van de week een mooi artikel op de Amerikaanse muziekwebsite Paste over de albums die Bob Dylan maakte nadat hij aan het eind van de jaren 70 het geloof had omarmd. Ik heb de albums nog eens beluisterd en ben inmiddels iets positiever over Slow Train Coming, maar met de opvolgers heb ik veel minder. Dylan was in de jaren 80 sowieso de weg behoorlijk kwijt en maakte pas aan het eind van de jaren 90 weer een album dat in de schaduw mocht staan van zijn klassiekers.

In de jaren 70 leverde de Amerikaanse muzikant met Blood On The Tracks wat mij betreft zijn meesterwerk af, maar ik heb ook altijd wel wat gehad met de opvolger van dat album (het album met The Band niet meegerekend). Het in 1976 verschenen Desire is in meerdere opzichten de tegenpool van het een jaar eerder verschenen Blood On The Tracks.

Blood On The Tracks is een uiterst ingetogen, uitsluitend akoestisch en behoorlijk consistent album. Desire klinkt een stuk uitbundiger en elektrischer en is bovendien een veelkleurig en hier en daar wat wispelturig album. Blood On The Tracks wordt door velen beschouwd als een zeer persoonlijk breakup album, iets wat Bob Dylan zelf overigens altijd heeft ontkend, maar op Desire is hij weer vooral een verhalenverteller.

Desire kwam er overigens niet zonder slag of stoot. Bob Dylan was in de zomer van 1975 de studio ingedoken met een flinke groep muzikanten, onder wie stergitarist Eric Clapton, maar de sessies verliepen, mede door het grote aantal muzikanten, chaotisch. In de herfst probeerde de Amerikaanse muzikant het daarom opnieuw met een kleinere groep muzikanten, onder wie violiste Scarlet Rivera, die hij op straat tegen het lijf was gelopen, en Emmylou Harris, die op Desire tekent voor de achtergrondvocalen.

Er was op Desire verder een belangrijke rol weggelegd voor producer Don DeVito en voor songwriter Jacques Levy, die meeschreef aan de meeste songs op het album. Desire opent met het geweldige en ruim acht minuten durende Hurricane, waarin de viool van Scarlet Rivera de show steelt, maar Dylan ook geweldig zingt. Hurricane is niet eens de langste track op Desire, want Joey is met ruim 11 minuten nog langer.

Desire is sowieso een album met vooral lange tracks, want van de negen tracks op het ruim 56 minuten durende album zijn er zes langer dan vijf minuten. Op Desire experimenteert Bob Dylan met het volle geluid waarmee hij ook zijn Rolling Thunder Revue tour vulde en dat levert een dynamisch en energiek geluid op.

Desire is door de uit duizenden herkenbare zang van de Amerikaanse muzikant een typisch Bob Dylan album, maar door de grote rol voor de viool van Scarlet Rivera, die het hele album de hoofdrol opeist, en de tweede stem van Emmylou Harris, die de stem van Dylan meerdere keren fraai ondersteunt, is het ook een bijzonder klinkend album, dat een unieke plek heeft in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, zeker omdat Dylan ook nog eens goed bij stem is op Desire en fraai mondharmonica speelt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Serebii - Dime (2025) 4,0

21 december 2025, 10:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Serebii - Dime - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Serebii - Dime
De Nieuw-Zeelandse muziekscene is er een vol bijzondere verrassingen, wat ook weer blijkt bij beluistering van het heerlijk lome en dromerige maar ook bijzonder interessante Dime van Serebii

Ik volg de popmuziek uit Nieuw-Zeeland behoorlijk goed, maar mijn tipgevers van Flying Out en Flying Nun waren in het begin van het jaar kennelijk niet enthousiast genoeg over de muziek die Callum Joshua Mower maakt onder de naam Serebii. De muzikant uit Auckland kreeg de erkenning wel in een aantal jaarlijstjes en dat begrijp ik wel. Met Dime heeft Serebii immers een heel aangenaam maar ook interessant album gedaan. Het is een album waar ik niet direct een label op kan plakken, maar het is een album dat het uitstekend doet op koude winteravonden. Dime slaat zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen, maar blijkt vervolgens in alle opzichten een uitstekend album.

Serebii is een project van de Nieuw-Zeelandse muzikant Callum Joshua Mower, die in de eerste maanden van het jaar met Dime het derde album van zijn project afleverde. Het is een album dat opdook in een aantal jaarlijstjes die ik de afgelopen week tegen kwam en het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat het Nieuw-Zeelandse jaarlijstjes waren.

Op basis van de omschrijvingen in deze jaarlijstjes had ik echt nog geen idee hoe de muziek van Serebii klinkt, maar op basis van de omschrijvingen klonk het wel aangenaam. Inmiddels weet ik dat Dime een album is dat het met name wat later op de avond uitstekend doet en het is een album dat me absoluut dierbaar is geworden.

Ik vind het nog steeds lastig om de muziek van Serebii te omschrijven, want het album past niet goed in een van de gangbare hokjes. Ik ben niet de enige die het lastig vindt om de muziek van Callum Joshua Mower goed te omschrijven, want ook in de recensies die ik tot dusver heb gelezen worstelt de schrijver met de labels die op Dime kunnen worden geplakt.

In een aantal gevallen worden deze labels angstvallig vermeden, maar er is ook een criticus die het niet in een hokje kunnen duwen van het album uitvoerig benoemt. Ik ga maar niet proberen om Dime van Serebii in een hokje te duwen, maar kan de muziek van de singer-songwriter uit Auckland wel beschrijven.

Dime is naar verluidt het eerste album van Callum Joshua Mower waarop hij zelf zingt. In het verleden vertrouwde hij vooral op zangeressen, die ook nog wel opduiken op Dime, maar de Nieuw-Zeelandse muzikant zingt dit keer vooral zelf. Dat is geen onverstandig besluit, want Callum Joshua Mower beschikt over een aangename stem, die zijn songs voorziet van een aangenaam laidback geluid, dat vaak loom en dromerig klinkt.

In een aantal tracks duikt een zangeres op en ook die beschikken over stemmen die rust brengen. Dat brengen van rust doet de muzikant uit Auckland ook met de muziek op Dime. De muziek van Serebii is over het algemeen net zo laidback als de zang op het album. Het is muziek die over het algemeen dromerig en organisch klinkt, maar Callum Joshua Mower kan ook opeens elektronica tevoorschijn halen.

Wanneer de muziek op Dime vooral ingetogen en akoestisch is, klinken de popsongs van Serebii voorzichtig jazzy, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse muzikant hebben ook iets eigenzinnigs. Het klinkt op het eerste gehoor door de wat dromerige klanken vooral aangenaam, maar de muziek van Serebii bestaat uit een aantal lagen die met veel gevoel en precisie zijn ingespeeld.

Hier en daar klinkt het onweerstaanbaar zwoel en zomers en zo af en toe hoor ik zelfs een Zuid-Amerikaanse vibe, maar de songs van de muzikant uit Auckland kunnen ook wat onderkoelder en atmosferischer klinken. Ik krijg het niet in een hokje gepropt, maar het is ook nog eens muziek van een soort waar ik niet heel vaak of eigenlijk nooit naar luister.

Desondanks was ik direct gecharmeerd van de muziek van Serebii en was het eigenlijk meteen muziek waar ik naar wilde blijven luisteren. Een van de tracks op Dime spreekt me niet aan, maar de andere negen tracks op het album voorzien met name de avond van een zeer aangenaam rustpunt. In Nieuw-Zeeland weten ze de muziek van Serebii inmiddels op de juiste waarde te schatten, maar Dime kan volgens mij ook hier wonderen verrichten, zeker op koude en donkere avonden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Cleo Reed - Cuntry (2025) 4,5

20 december 2025, 10:16 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cleo Reed - Cuntry - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Cleo Reed - Cuntry
Op Cuntry vermengt de Amerikaanse muzikant Cleo Reed op fascinerende wijze uiteenlopende invloeden, waaronder country en soul, folk en R&B en hiphop en jazz, wat een sensationeel goed album oplevert

Ik heb afgelopen zomer niet heel veel gelezen over het debuutalbum van Cleo Reed, maar wat is Cuntry een indrukwekkend album. De muzikant uit New York krijgt vaak het etiket R&B opgeplakt, maar R&B is slechts een van de vele invloeden die zijn te horen op Cuntry. In vocaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, zeker wanneer fraaie gospelkoortjes worden ingezet, maar in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Cleo Reed minstens even indrukwekkend. Een album als Cuntry had afgelopen zomer moeten worden overladen met superlatieven, maar het bleef angstvallig stil en ook in de jaarlijstje ontbreekt het album. Het is echt doodzonde. Cuntry van Cleo Reed is echt een geweldig album.

Toen Beyoncé vorig jaar haar countryalbum Cowboy Carter uitbracht verschenen er nogal wat verhalen in de media waarin de Amerikaanse superster een pionier werd genoemd. Ook een aantal muziekjournalisten van naam en faam sloegen de plank volkomen mis met hun bewering dat Beyoncé iets deed dat nog niet eerder was gedaan.

Country en soul werden echter vele decennia geleden al vermengd door zwarte muzikanten en ook in het recente verleden waren er de nodige zwarte muzikanten die invloeden uit de country verwerkten in hun muziek. Dat deden ze bovendien een stuk beter dan Beyoncé, want persoonlijk vond en vind ik Cowboy Carter maar een slap album.

In een jaarlijstje kwam ik vorige week een album tegen dat in alle opzichten klassen beter is dan Cowboy Carter, maar dat het helaas moest doen met een fractie van de aandacht die het album van Beyoncé kreeg. Het gaat om Cuntry van Cleo Reed. Het is het tweede album van de muzikant uit New York, die in 2023 debuteerde met het mini-album Root Cause en zichzelf ziet als noin-binair persoon en queer.

Het is een mini-album dat nog wel enigszins in het hokje R&B past, maar Cleo Reed, overigens het alter ego van Ella Moore, zoekt al wel de grenzen van het genre op. Dat gebeurt nog een stuk nadrukkelijker op het afgelopen zomer verschenen Cuntry, dat wat mij betreft in alle jaarlijstjes had moeten staan, maar dat helaas niet veel of zelfs verbijsterend weinig aandacht kreeg.

Cuntry opent direct imponerend met het ruim acht minuten durende Salt N' Lime, waarin Cleo Reed me direct bij de strot grijpt. Het is een track waarin de Amerikaanse muzikant in eerste indruk maakt met een stem die zwoel en soulvol, maar ook karakteristiek klinkt, maar in muzikaal opzicht is de openingstrack van Cuntry misschien nog wel indrukwekkender.

Het is een track met invloeden uit de R&B en de soul, maar stiekem sleept Cleo Reed er nog een breed palet aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bij. Het klinkt direct bijzonder, maar het klinkt ook bijzonder lekker, want de muziek van de muzikant uit New York heeft een aangename flow, zeker als aan het eind van de track het tempo nog wat wordt opgevoerd met drumwerk met invloeden uit de jazz en de hiphop.

Na de indrukwekkende eerste track verslapt Cleo Reed niet, want Cuntry is een album dat indruk blijft maken. Het ene moment betovert de Amerikaanse muzikant met een soulvolle strot en fraaie a capella gospel koortjes, maar ook wanneer folk en rap prachtig samenvloeien of als Cleo Reed toch kiest voor broeierige R&B zit je op het puntje van de stoel.

Als Beyoncé vorig jaar een album als Cuntry zou hebben gemaakt had ik iets begrepen van alle superlatieven, maar Cowboy Carter mag niet eens in de schaduw staan van het weergaloze debuutalbum van Cleo Reed, die je track na track weet te verrassen met weer net wat andere wendingen en muzikale impulsen.

Na de lange openingstrack volgen ook flink wat korte songs waarin de spanningsbogen minder hoog zijn, maar er altijd wel iets gebeurt dat je raakt. Cuntry wordt helaas nog vaak in het hokje R&B geduwd, maar voor een R&B album is de muziek op het album echt veel te subtiel en divers en ook qua zang blijft Cleo Reed flink uit de buurt van de gemiddelde R&B zangeres. 48 minuten en 5 seconden houdt Cleo Reed je in een wurggreep. Wat een indrukwekkend album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Crushed - No Scope (2025) 3,5

19 december 2025, 15:00 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: crushed - no scope - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: crushed - no scope
Het debuutalbum van het Amerikaanse duo crushed kreeg in de Verenigde Staten over het algemeen goede recensies en daar is wat voor te zeggen, want no scope is een knapper album dan je bij eerste beluistering door hebt

Ook no scope van crushed is weer een album dat ik heb ontdekt via een aantal Amerikaanse jaarlijstjes. Het duo dat bestaat uit Bre Morell en Shaun Durkan viel me een paar maanden geleden niet zo op. Het debuutalbum van crushed klonk in eerste instantie wat mainstream en weinig onderscheidend, maar inmiddels begrijp ik beter waarom de Amerikaanse muziekmedia best enthousiast zijn over het album. Bre Morell en Shaun Durkan combineren op het album lekker in het gehoor liggende songs met een geluid dat zich door meerdere genres heeft laten beïnvloeden en dat veel leuker en interessanter wordt wanneer je het wat vaker hebt gehoord.

crushed is een Amerikaans duo dat bestaat uit zangeres Bre Morell en zanger, multi-instrumentalist en producer Shaun Durkan. Het tweetal uit Los Angeles debuteerde vorig jaar met een mini-album en bracht in september met no scope haar officiële debuutalbum uit. Het is een album dat door de Amerikaanse muziekwebsite Paste wordt geschaard onder de beste debuutalbums van het afgelopen jaar en Paste is niet de enige die hoog opgeeft over de muzikale verrichtingen van Bre Morell en Shaun Durkan.

Ik heb een paar maanden geleden hooguit vluchtig geluisterd naar no scope, maar het album maakte toen geen onuitwisbare indruk. Inmiddels ben ik een stuk positiever over het album, dat veel interessanter is dan ik bij oppervlakkige beluistering hoorde. Op het eerste gehoor vond ik de muziek van crushed weinig onderscheidend en wat vlak klinken, maar beide observaties hielden geen stand toen ik wat dieper in het album dook.

Het debuutalbum van Bre Morell en Shaun Durkan is om te beginnen knap geproduceerd. Producer Jorge Elbrecht, die vorige maand ook indruk maakte met het geluid op het nieuwe album van Hatchie, heeft no scope voorzien van een geluid dat uit meerdere lagen bestaat. Op het eerste gehoor klinkt het bekend en hierdoor misschien weinig onderscheidend, maar wanneer je het geluid op het album ontleedt, hoor ik wel iets bijzonders.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van Bre Morell en de ondersteunende vocalen van Shaun Durkan. Ook de zang op no scope vond ik bij eerste beluistering een paar maanden geleden niet heel bijzonder, maar met name de stem van Bre Morell heeft wat en vind ik alleen maar mooier worden.

Het is een wat eentonig verhaal, maar ook de muziek en de songs op no scope vond ik in september weinig opzienbarend. Ook daar ben ik op terug gekomen, want de muziek van Bre Morell en Shaun Durkan is niet zo heel makkelijk in een hokje te duwen. Het tweetal uit Los Angeles wordt vaak in het hokje dreampop en door het verleden van de twee ook wel in het hokje shoegaze geduwd, maar dat is wat mij betreft te kort door de bocht.

De songs van het duo laten ook zeker invloeden uit de triphop horen en ook invloeden uit de indiepop zijn nooit ver weg. Het klinkt op een of andere manier direct bekend, maar dat zegt ook wat over de kwaliteit van de songs van crushed. Inmiddels vind ik echt alle onderdelen van no scope goed en interessant en de productie, de muziek, de zang en de songs weten elkaar ook nog eens te versterken.

Zeker als je het album wat laat voortkabbelen op de achtergrond verdwijnt de energie op een gegeven moment, maar bij beluistering met wat meer aandacht houdt crushed de aandacht makkelijk vast. Zeker de makkelijk in het gehoor liggende songs beschikken volgens mij over de potentie om een breed publiek aan te spreken, maar ik vind de songs van crushed persoonlijk interessanter wanneer het Amerikaanse tweetal wat eigenzinniger klinkt, wat gelukkig vaak het geval is.

Het debuutalbum van crushed heeft in Nederland volgens mij heel weinig aandacht gekregen, maar no scope is een album dat ook hier in de smaak moet kunnen vallen. Ik ben zelf blij dat ik het album nog een tweede kans heb gegeven. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Leith Ross - I Can See the Future (2025) 4,0

18 december 2025, 15:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Leith Ross - I Can See The Future - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Leith Ross - I Can See The Future
De Canadese muzikant Leith Ross heeft met I Can See The Future een album gemaakt dat in eerste instantie misschien niet direct opvalt, maar dat mooier en zeker ook bijzonderder wordt naarmate je het vaker hoort

Probeer in de overvolle release maand september maar eens op te vallen met een album. Het lukte Leith Ross bij mij niet, maar gelukkig kreeg I Can See The Future door een jaarlijstje een tweede kans. Leith Ross maakte in het verleden vooral ingetogen folk, maar I Can See The Future laat een veelzijdiger geluid horen, dat ook uit de voeten kan met indiepop. De songs van de Canadese muzikant smeken er om meerdere keren gehoord te worden, want dan pas hoor je dat Leith Ross een verassend eigenzinnig geluid heeft. Het is een geluid dat de intieme en persoonlijke songs van de muzikant uit Winnipeg nog net wat verder optilt. Echt veel te mooi om te laten liggen dit album.

Wat verschenen er het afgelopen jaar ontzettend veel albums van met name jonge (vrouwelijke) singer-songwriters. Het is een genre dat me aan het hart ligt, maar het aanbod was af en toe zo groot dat ik op basis van hele vluchtige beluistering mijn oordeel moest bepalen.

Dat ging niet altijd goed, want ik hoorde in september bij snelle beluistering te weinig bijzonders op I Can See The Future van Leith Ross, waarna ik het album opzij legde. Gelukkig dook het album op in een enkel jaarlijstje, waarna ik het volgens mij derde album van Leith Ross toch nog een kans heb gegeven. Daar ben ik blij mee, want bij de hernieuwde kennismaking met I Can See The Future van Leith Ross hoorde ik meer dan voldoende bijzonders om het album tot krent uit de pop te bestempelen.

Leith Ross is overigens een singer-songwriter uit het Canadese Winnipeg, die zichzelf ziet als non-binair persoon en queer. Identiteit speelt een belangrijke rol in de teksten van de Canadese muzikant, die hiermee aansluit bij nogal wat andere dit jaar verschenen albums.

Ook in muzikaal opzicht sluit I Can See The Future aan bij andere dit jaar verschenen albums, maar als je het album als geheel beluistert, hoor je dat Leith Ross iets bijzonders doet. Het nieuwe album van de Canadese muzikant bevat een aantal songs met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de folk, maar I Can See The Future vindt ook aansluiting bij de indiepop van het moment en bevat ook een aantal popsongs die het zouden verdienen om grote hits te worden.

Het makkelijk schakelen tussen verschillende genres is niet het enige knappe op I Can See The Future. Leith Ross slaagt er immers bovendien in om lekker in het gehoor liggende popsongs af te wisselen met zeer intieme songs en schuwt bovendien het experiment niet. Wat op het eerste gehoor weinig bijzonder klonk een paar maanden geleden, blijkt inmiddels heel bijzonder.

Leith Ross slaat op I Can See The Future steeds weer bijzondere wegen in en kan het ene moment als Phoebe Bridgers en het volgende moment als een folkie klinken om vervolgens een geheel eigen geluid op te zoeken in een track als Stay, die met een beetje fantasie ook door Prince gemaakt zou kunnen zijn.

Het ene moment zoekt Leith Ross een sober en intiem geluid, maar niet veel later klinkt de muziek van de Canadese muzikant juist uitbundig en hitgevoelig. I Can See The Future is een album dat het verdient om vaker te worden beluisterd, want ik vind het album bij iedere nieuwe luisterbeurt interessanter en kan me inmiddels niet meer voorstellen dat ik het album een paar maanden geleden niet goed genoeg vond voor een plekje op de krenten uit de pop.

Ik heb inmiddels ook naar de vorige twee albums van de muzikant uit Winnipeg geluisterd en dat zijn albums waarop ingetogen folky songs een belangrijkere rol spelen dan op I Can See The Future. Ook het nieuwe album van Leith Ross bevat een aantal meer ingetogen songs. Het zijn de songs die me zeker in eerste instantie het meest dierbaar waren, maar uiteindelijk maakt de veelzijdigheid een bijzonder album van I Can See The Future.

Het nieuwe album van Leith Ross is uiteindelijk een album waarover je vooral niet te snel moet oordelen. Dan kom je immers waarschijnlijk uit bij mijn eerste oordeel van drie maanden geleden en daarmee doe je het talent van Leith Ross echt geen recht. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tristen - Unpopular Music (2025) 4,0

17 december 2025, 17:04 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tristen - Unpopular Music - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tristen - Unpopular Music
Bij het doorspitten van stapels jaarlijstjes kwam ik precies één keer Unpopular Music van Tristen tegen en wat is het een mooi en lekker album met hier en daar bijzonder aangename Kacey Musgraves vibes

Direct bij de eerste keer horen wist ik dat ik Unpopular Music van Tristen ga koesteren de komende tijd en sindsdien is het album alleen maar beter geworden. Jaarlijstjeswaardig wat mij betreft, maar mijn lijstje stond helaas al online toen ik het album ontdekte. Tristen maakt warme en tijdloze popmuziek waarin uiteenlopende invloeden zijn verwerkt. Door de muziek, de sfeer en de stem van Tristen doet Unpopular Music af en toe denken aan Kacey Musgraves, maar Tristen heeft absoluut een eigen geluid en het is een geluid waarvan ik nog heel vaak ga genieten de komende tijd. De Amerikaanse muzikante draait al lang mee, maar verdient met haar nieuwe album alle aandacht en lof.

Het overkomt me echt ieder jaar dat ik een paar dagen na het publiceren van mijn jaarlijstje nog een album tegenkom dat absoluut in dit jaarlijstje thuis had gehoord. Het was dit jaar niet anders, want slechts één dag na de publicatie van mijn lijstje over 2025 kwam ik Unpopular Music van Tristen tegen in een lijstje met vergeten popalbums van het afgelopen jaar.

Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van Tristen, die tot mijn verbazing al een ruime handvol albums op haar naam heeft staan en inmiddels al zo’n 20 jaar muziek uitbrengt. Ik ken vooralsnog alleen het vorige maand verschenen Unpopular Music en vind het echt een bijzonder lekker, maar ook erg mooi album dat naar veel meer smaakt.

Bij eerste beluistering van het album kwam er direct één naam opzetten en dat is de naam van Kacey Musgraves. Vooral in muzikaal opzicht heeft het nieuwe album van Tristen wel iets van de muziek van Kacey Musgraves, maar ook de stemmen van de twee hebben iets met elkaar gemeen, zonder dat het me in de weg zit.

Tristen is overigens de artiestennaam van de Amerikaanse muzikante Tristen Gaspadarek, die inmiddels al flink wat jaren Nashville, Tennessee, als thuisbasis heeft. Op haar nieuwe album Unpopular Music maakt ze muziek die deels aansluit bij de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt, maar op hetzelfde moment zijn de invloeden uit de countrymuziek behoorlijk subtiel in de muziek van Tristen en hoor je muziek die misschien nog wel het best is te omschrijven als tijdloze popmuziek met meestal een vleugje en soms een flinke vleug Amerikaanse rootsmuziek.

Het is muziek die zoals gezegd wel wat doet denken aan de muziek van Kacey Musgraves en dan met name de muziek die ze maakte op haar crossover albums Golden Hour en Deeper Well. Ook Tristen maakt muziek die even lichtvoetig als warm klinkt en het is muziek die zich, in ieder geval bij mij, direct genadeloos opdrong.

Vergeleken met Kacey Musgraves kiest Tristen voor een nog wat breder palet, waarin ook ruimte is voor janglepop, Beatlesque songs en invloeden uit de new wave. De Amerikaanse muzikante is naar eigen zeggen zeer bedreven in het maken van ‘unpopular music’, maar de songs op haar nieuwe album hebben alles dat nodig is om bij een veel breder publiek in de smaak te vallen.

De songs van Tristen liggen niet alleen lekker in het gehoor, maar zitten ook vernuftig in elkaar en zijn zeer gevarieerd ingekleurd. Het maakt van Unpopular Music een heerlijk album, dat nog wat aan kracht wint door de stem van Tristen. Ze beschikt misschien niet over een engelenstem met de allure van die van Kacey Musgraves, maar de zang op Unpopular Music is mooi en heeft wel het bijzondere effect dat ook de stem van Kacey Musgraves op me heeft.

Ik noemde de songs van Tristen eerder tijdloos en dat is wat mij betreft een van de sterke punten van Unpopular Music. Het nieuwe album van de muzikante uit Nashville sluit zoals gezegd soms aan op de countrypop van het moment, maar ik hoor ook veel invloeden uit de jaren 70 in de muziek van Tristen.

Ik begrijp inmiddels waarom Unpopular Music van Tristen in ieder geval één jaarlijstje wordt genoemd, maar ik begrijp niet waarom het album zo weinig aandacht heeft gekregen vorige maand. Alles op het nieuwe album van Tristen ademt wat mij betreft kwaliteit en wat is het een heerlijke album om je mee op te sluiten op een koude en donkere avond. Kacey Musgraves bracht het afgelopen jaar geen album uit, maar Unpopular Music van Tristen komt het dichtst bij haar zo karakteristieke sound. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Erika de Casier - Lifetime (2025) 4,0

17 december 2025, 12:18 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Erika de Casier - Lifetime - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Erika de Casier - Lifetime
Ik begreep in eerste instantie niet zo heel veel van alle zeer lovende woorden voor Lifetime van Erika de Casier, maar inmiddels hoor ik wat zo goed is aan het stevig door muziek uit de jaren 90 beïnvloede album

Lifetime is het vierde album van de Deense muzikante Erika de Casier en ook het vierde album dat een aantal respectabele critici goed genoeg vinden voor hun jaarlijstje. De muzikante uit Kopenhagen duikt dit keer ook op in een aantal prestigieuze jaarlijstjes en ik begrijp inmiddels waarom. Wanneer je wat tijd steekt in het album verandert Lifetime van een aangenaam in een aansprekend album. De Deense muzikante heeft lome en dromerige, maar ook avontuurlijke klankentapijten in elkaar gesleuteld en deze combineren fraai met haar al even lome en dromerige stem. Het heeft een hoog jaren 90 gehalte, maar Erika de Casier maakt ook muziek van deze tijd. Knap album.

De Deense muzikante Erika de Casier had de afgelopen jaren de volledige steun van de critici, die haar albums stuk voor stuk stevig bewierookten. Ik heb zelf ook best vaak geluisterd naar haar muziek, zeker toen ze een contract had getekend bij het zeer aansprekende 4AD label en de recensies nog wat positiever werden.

Op een of andere manier raakte ik echter niet overtuigd van de kwaliteiten van de muzikante uit Kopenhagen. Bij beluistering van haar vorige drie albums was ik in eerste instantie enthousiast over de lekker lome sfeer, de wat broeierige klanken en de absoluut aangename stem van Erika de Casier, maar veel meer dan aangenaam vond ik het uiteindelijk niet.

Dat was ook mijn conclusie nadat ik het meerdere malen had geprobeerd met het afgelopen voorjaar verschenen Lifetime. Het is een album dat heel vaak op mijn lijstje heeft gestaan het afgelopen jaar, maar er telkens van af viel als er keuzes moesten worden gemaakt.

Het vierde album van Erika de Casier kwam een paar weken geleden weer op mijn lijstje terecht, want flink wat critici vinden het album goed genoeg voor hun jaarlijstjes. Ik heb het daarom toch weer geprobeerd met de muziek van de Deense muzikante, die haar nieuwe album zelf produceerde. Mijn ervaring was in eerste instantie hetzelfde. Bij eerste beluistering vond ik Lifetime bijzonder lekker klinken, maar op een gegeven moment verdween de muziek ook wel wat naar de achtergrond, om vervolgens wat anoniem voort te kabbelen.

Ik heb het album vervolgens niet teruggelegd op de stapel, maar ben er juist wat dieper in gedoken. Juist bij beluistering met de koptelefoon en met volledige aandacht komt de muziek van Erika de Casier pas echt tot leven. De Deense muzikante laat zich op Lifetime vooral inspireren door muziek uit de jaren 90, zonder direct aan te haken bij een bepaalde inspiratiebron.

De wat ijle synths, de wat broeierige maar ook onderkoelde sfeer, de wat naar de achtergrond gemixte maar ook verleidelijke vocalen en de wat triphop achtige ritmes herinneren onmiddellijk aan muziek uit de jaren 90 en manoeuvreren zich ergens tussen de belangrijke triphop albums en de grote popalbums uit dit decennium.

Het is allemaal knap gemaakt, want zowel in muzikaal als in vocaal opzicht doet Erika de Casier mooie dingen. Zeker bij de eerste beluisteringen van het album klinkt de stem van de muzikante uit Kopenhagen wat anoniem, maar nu ik gewend ben aan het album vind ik de zang op Lifetime mooier en mooier. En dat geldt ook voor de muziek op het album, die zorgt voor een aangename flow.

Erika de Casier schrijft bovendien prima songs, die ook beter worden wanneer je ze vaker hoort. Ik begrijp inmiddels dan ook wel waarom de critici zo enthousiast zijn over de muziek van de Deense muzikante. Het is muziek die niet helemaal in mijn straatje past en waarvoor ik in de stemming moet zijn, maar als ik dat ben hoor ik steeds meer de schoonheid van de songs, de muziek en de stem van Erika de Casier.

4AD heeft zo te zien alweer afscheid genomen van Erika de Casier, maar gezien het niveau van en alle positieve aandacht voor het album kan het Britse label hier wel eens spijt van gaan krijgen, zeker als muziekliefhebbers voor wie Lifetime wat buiten de comfort zone ligt ook gaan vallen voor de vele charmes van dit album, net als bij mij is gebeurd. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Rocket - R Is for Rocket (2025) 3,5

16 december 2025, 22:15 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rocket - R Is For Rocket - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rocket - R Is For Rocket
De Amerikaanse band Rocket kon met name in de Verenigde Staten rekenen op verrassend positieve recensies voor haar debuutalbum R Is For Rocket en daar kan ik me na een paar keer horen eigenlijk wel in vinden

Rocket is een band uit Los Angeles, die bestaat uit een aantal jeugdvrienden. Op het debuutalbum van de band maken deze jeugdvrienden geen geheim van hun muzikale helden, die vooral uit de jaren 90 lijken te komen. R Is For Rocket klinkt hierdoor op een of andere manier bekend in de oren, maar Rocket doet absoluut meer dan het reproduceren van de muziek van de muzikale helden van de band. R Is For Rocket is een gevarieerd en knap gemaakt album, dat misschien geen muzikale aardverschuiving gaat veroorzaken, maar dat zich wel makkelijk opdringt en dan stiekem steeds wat beter wordt. Het debuut van Rocket is vooral in de VS opgepikt, maar verdiend ook hier aandacht.

R Is For Rocket is het debuutalbum van de Amerikaanse band Rocket. Het is een album dat opduikt in flink wat lijstjes met de memorabele debuutalbums van 2025 en door deze lijstjes trok het album ook mijn aandacht. Door de omschrijvingen van het album dacht ik eigenlijk te maken hebben met nogal mainstream rockmuziek, maar dat is een etiket dat wat mij betreft niet helemaal past op de muziek van Rocket.

De band uit Los Angeles beschikt om te beginnen over een zangeres, wat de band natuurlijk niet onderscheidt van alle rockbands van het moment, maar het voorziet de muziek van Rocket wat mij betreft wel van een geluid dat anders klinkt dan het gemiddelde rockgeluid. De band heeft er bovendien voor gekozen om alles in eigen hand te houden, wat er voor zorgt dat Rocket precies doet waar het zelf zin in heeft en zich niet in een keurslijf laat persen.

Gitarist Desi Scaglione heeft het debuutalbum van zijn band vakkundig geproduceerd en heeft R Is For Rocket voorzien van een mooie en dynamische productie, wat knap is. In het geluid van Rocket spelen gitaren een belangrijke rol, maar de ruimte die is open gelaten wordt fraai gevuld met synths, terwijl ook de ritmesectie het geluid van Rocket op degelijke maar ook fantasierijke wijze vult. Het gitaarwerk is ook nog eens verrassend veelzijdig, waardoor het geluid van de Amerikaanse band zeker niet eenvormig klinkt. Met bassiste en zangeres Alithea Tuttle beschikt Rocket ook nog eens over een aansprekend boegbeeld en een prima zangeres.

De leden van Rocket zijn jeugdvrienden en hebben waarschijnlijk samen heel veel van hun favoriete albums beluisterd. Een aantal van deze albums klinkt door op het debuutalbum van de band uit Los Angeles. Wanneer je luistert naar R Is For Rocket wordt snel duidelijk dat The Smashing Pumpkins zeker behoren tot de favoriete bands van de leden van Rocket.

Invloeden van de band rond Billy Corgan zijn vooral te horen in het gitaarwerk op het debuutalbum van Rocket, maar ook de dynamiek in de songs en de soms wat bombastische spanningsbogen herinneren aan het werk van The Smashing Pumpkins. De stem van Alithea Tuttle klinkt wel wat aangenamer dan die van Billy Corgan en ook de songs van Rocket zijn wat toegankelijker dan die van The Smashing Pumpkins.

Rocket heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door indierock uit de jaren 90 en vooral de indierock die werd gemaakt door bands met een zangeres, maar hier blijft het niet bij. Ook invloeden uit de shoegaze hebben immers hun weg gevonden naar R Is For Rocket, dat ook verrassend makkelijk aansluiting vindt bij de indierock van het moment.

Ik luister eigenlijk nauwelijks naar dit soort rockmuziek, maar het debuutalbum van Rocket wist mijn aandacht eigenlijk direct vast te houden en doet dit nog steeds. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van dit soort rockmuziek het album van Rocket wat minder interessant vinden, want echt iets nieuws doet de band niet, maar ik heb wel wat met dit album.

Het is een album dat ook wel wat heeft van de wat mij betreft beste rockband uit de jaren 90, Sunny Day Real Estate, en dat is een compliment dat ik maar zelden uit. En zeker als Rocket zich wat verder buiten de gebaande paden beweegt hoor je dat de band uit Los Angeles nog wel even door kan groeien ook. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

John Lennon - Imagine (1971) 4,5

15 december 2025, 19:55 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: John Lennon - Imagine (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: John Lennon - Imagine (1971)
John Lennon had het einde van The Beatles nog lang niet verwerkt toen hij in 1971 zijn tweede soloalbum Imagine afleverde, wat inmiddels in de boeken staat als zijn meest toegankelijke en beste soloalbum

Imagine is misschien niet het bestverkochte John Lennon album, dat is het vlak voor zijn dood verschenen Double Fantasy, maar het is wel zijn meest succesvolle soloalbum en wat mij betreft ook zijn beste. Het is een behoorlijk toegankelijk album met een aantal ballads en een aantal wat uitbundiger klinkende songs, maar het is ook een zeer persoonlijk album met indringende teksten. Het einde van The Beatles was nog vers in 1971 en dat hoor je op het album, waarop John Lennon ook laat horen dat hij zich in muzikaal opzicht nog altijd ontwikkelde. Ik heb door de loop van de geschiedenis altijd meer met McCartney dan met Lennon gehad, maar Imagine is een mooi en indrukwekkend album.

Ik was tot voor kort echt nauwelijks bekend met het solowerk van John Lennon. Dat lijkt bijzonder, maar de Britse muzikant was al niet meer onder ons toen ik begon aan het ontdekken van het oeuvre van The Beatles, waardoor het logisch was om me hierna in eerste instantie te richten op het solowerk van de andere voormalige Beatles. Hierbij richtte ik me met name op het werk van Paul McCartney, dat ik wel volledig ken en koester.

Mijn eerste serieuze kennismaking met de muziek die John Lennon na het uit elkaar vallen van The Beatles maakte, is het samen met Yoko Ono gemaakte en wat mij betreft uitstekende Double Fantasy, dat door het noodlot dat hem trof helaas ook zijn zwanenzang werd. Vervolgens kwam ik niet veel verder dan een verzamelaar, maar de afgelopen maanden ben ik alsnog wat dieper in het oeuvre van de Britse muzikant gedoken.

Het oeuvre van John Lennon is door zijn vroege dood, deze maand alweer 45 jaar geleden, helaas beperkt van omvang en ik vind ook niet al zijn albums even goed. Als ik mijn favoriete John Lennon album moet kiezen twijfel ik tussen het wat experimentele Plastic Ono Band uit 1970 of voor het wat toegankelijkere Imagine uit 1971 (en ook Double Fantasy doet vanwege de herinneringen mee).

Imagine is natuurlijk vooral bekend van de inmiddels behoorlijk doodgedraaide maar nog steeds mooie en bijzondere titeltrack, maar het album heeft meer te bieden en wordt over het algemeen beschouwd als het beste soloalbum van John Lennon Daar kan ik me wel in vinden.

Het is een album met een aantal ballads en een aantal net wat stevigere songs en het is een album dat vergeleken met Plastic Ono Band wat toegankelijker klinkt, maar beide albums zijn behoorlijk heftige albums. Dat zijn ze zeker in tekstueel opzicht, want John Lennon ging na het uit elkaar vallen van The Beatles door diepe dalen en dat hoor je op Imagine.

De Britse muzikant maakt van zijn hart geen moordkuil en zingt over de therapie die hem verder moest helpen (How?, Oh My Love) en over de ontstane vete tussen Paul McCartney en hem (How Do You Sleep?), maar in de titeltrack fantaseert hij ook over wereldvrede en dat thema keert terug in I Don't Wanna Be A Soldier Mama).

Het album bevat met Imagine, Jealous Guy en Oh My Love een aantal piano ballads die goed aansluiten bij de singer-songwriter muziek van de vroege jaren 70, maar met Crippled Inside, It’s So Hard, I Don’t Wanna Be A Soldier Mama en How Do You Sleep? bevat het album ook een aantal stevigere tracks met invloeden uit de blues en een Beatlesque tintje. Gimme Some Truth is nog wat steviger en schuurt tegen de glamrock van de vroege jaren 70 aan, terwijl ik slottrack Oh Yoko nog altijd wat koddig vind.

Imagine werd geproduceerd door John Lennon, Yoko Ono (die echt een microfoonverbod had moeten krijgen) en Phil Spector, die slechts ten dele zijn stempel op het album kon drukken. Lennon zou later zeggen dat hij niet meer achter het wat commerciële geluid van Imagine stond, maar ik vind het geluid op het album mooi. Ook over goede muzikanten had John Lennon niet te klagen, want onder andere George Harrison, Nicky Hopkins, Klaus Voormann en drummers Alan White en Jim Keltner zijn te horen op het album, waaraan ook nog strijkers zijn toegevoegd.

Het blijft doodzonde dat John Lennon maar een beperkt aantal albums heeft kunnen maken. Wie weet wat voor bijzonders hij de afgelopen 45 jaar nog had afgeleverd, we zullen het nooit weten helaas. De paar albums die hij heeft gemaakt zijn het ontdekken echter zeker waard, met Imagine voorop. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Emmy d'Arc - Braving Fears (2025) 5,0

15 december 2025, 19:54 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Juliana Hatfield - Lightning Might Strike (2025) 4,0

15 december 2025, 19:51 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike
Juliana Hatfield brak door in de jaren 90, maar gaat naarmate de jaren vorderen steeds betere albums maken, wat ook weer op gaat voor het deze week verschenen en echt uitstekende Lightning Might Strike

Concurrentie heeft Juliana Hatfield deze week niet, want bijna niemand brengt twee weken voor het eind van het jaar een nieuw album uit. Het is goed nieuws voor de fans van de Amerikaanse muzikante en dat is een groep waar ik mezelf zeker toe reken. Juliana Hatfield had ooit het patent op gruizige indierock, maar ze verwerkt inmiddels wat meer invloeden uit de pop. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, zeker als de Amerikaanse muzikante ook nog harmonieën toevoegt, maar wat zijn de songs van Juliana Hatfield op Lightning Might Strike ook goed. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels een imposante stapel albums op haar naam staan en dit nieuwe album hoort absoluut bij de betere albums.

Ik had eerlijk gezegd geen interessante nieuwe releases meer verwacht nu het einde van het jaar snel nadert, maar een album van de Amerikaanse muzikante Juliana Hatfield is altijd iets om naar uit te kijken. Mijn eerste kennismaking met Juliana Hatfield stamt uit de late jaren 80, toen ze de band Blake Babies aanvoerde, maar mijn liefde voor haar muziek werd pas echt groot toen ze in de jaren 90 soloalbums ging maken.

Juliana Hatfield was in de jaren 90 niet de enige muzikante die stevige gitaren combineerde met bijna lieflijke zang, maar ze behoort wat mij betreft tot het allerbeste dat de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 heeft voortgebracht. Objectief maakte ze haar beste albums overigens in het huidige millennium, met In Exile Deo (2004), Made In China (2005) en het onder de naam The Juliana Hatfield Three gemaakte Whatever, My Love (2015) als persoonlijke favorieten.

Niet alles dat de Amerikaanse muzikante de afgelopen 25 jaar heeft uitgebracht was raak, zo heb ik wat minder met de albums die ze uitbracht met songs van Olivia Newton-John, The Police en E.L.O, maar albums met eigen en nogal politiek getinte songs als Weird uit 2019 en Blood (tot mijn grote verbazing niet besproken op de krenten uit de pop) uit 2021 waren juist erg sterk en moeten ook worden gerekend tot haar beste werk.

Heel veel jonge vrouwelijke muzikanten uit de indierock van het moment hebben zich stevig laten beïnvloeden door de muziek die Juliana Hatfield met name in de jaren 90 maakte, maar zelf is ze de afgelopen jaren wat opgeschoven in de richting van een meer pop en rock georiënteerd geluid dat eerder aansluit bij muziek uit een verder verleden dan bij de indierock van het moment.

De muzikante uit Massachusetts, die haar voormalige thuisbasis Boston inmiddels heeft verruild voor een plekje op het platteland, werkte twee jaar aan het deze week verschenen Lightning Might Strike, waarbij ze werd geholpen door een bassist en een drummer, die van afstand hun bijdragen aanleverden. De rest deed Juliana Hatfield zelf, inclusief de harmonieën.

Lightning Might Strike is getekend door de ziekte en het overlijden van dierbaren van Juliana Hatfield en is een album met het (nood)lot als centraal thema. In tekstueel opzicht is Lightning Might Strike (de broer van haar moeder werd op jonge leeftijd door de bliksem getroffen) een wat somber album, maar de songs van Juliana Hatfield klinken meestal behoorlijk opgewekt en dat is dit keer niet anders.

Zeker op haar vroege albums klonk de stem van de Amerikaanse muzikante nog erg meisjesachtig, maar de zang op Lightning Might Strike is echt uitstekend en heeft nog altijd het uit duizenden herkenbare geluid van Juliana Hatfield. Hier en daar hoor je nog flink wat flarden van de muziek die Juliana Hatfield in de jaren 90 maakte, maar Lightning Might Strike klinkt wat minder gruizig en sluit bovendien wat meer aan bij de popmuziek die vanaf de jaren 70 wordt gemaakt.

De muzikante uit Massachusetts liet op al haar recente albums horen dat ze een gelouterde en uitstekende songwriter is en ook op haar nieuwe album schudt ze de ene na de andere memorabele popsong uit de mouw. Ik gaf eerder al aan dat Juliana Hatfield in het huidige millennium haar beste albums heeft afgeleverd en Lightning Might Strike past qua niveau prima bij haar andere recente albums. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lily Talmers - It Is Cyclical, Missing You (2025)

12 december 2025, 19:19 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lily Talmers - It Is Cyclical, Missing You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lily Talmers - It Is Cyclical, Missing You
Lily Talmers maakt inmiddels al een aantal jaren albums en het zijn albums die wat tijd vragen van de luisteraar, maar uiteindelijk van hoge kwaliteit blijken, wat ook geldt voor het dit jaar verschenen It Is Cyclical, Missing You

De naam Lily Talmers deed niet direct een belletje rinkelen toen Spotify me It Is Cyclical, Missing You tipte, maar haar albums zagen er bekend uit. Ik heb in het verleden zeker geluisterd naar de albums van de Amerikaanse muzikante, maar ik kon niet zo goed uit de voeten met haar stem. Die weerhield me er in eerste instantie ook van om wat dieper in haar meest recente album te duiken, maar ik ben blij dat ik dat wel heb gedaan. Lily Talmers beschikt over een stem waaraan je even moet wennen, maar uiteindelijk ademt alles op It Is Cyclical, Missing You kwaliteit. En de stem is inderdaad slechts wennen, want inmiddels draagt ook deze voor mij bij aan de kwaliteit van het album.

De Amerikaanse singer-songwriter Lily Talmers had al drie albums en een mini-album op haar naam staan en voegde hier helemaal aan het begin van dit jaar nog een album aan toe. Ik heb de meeste albums van de muzikante uit Ann Arbor, Michigan, beluisterd, maar kwam er nooit goed uit wat ik nu precies vind van haar muziek.

Lily Talmers heeft absoluut veel te bieden. Ze schrijft aansprekende songs met vooral invloeden uit de folk en het zijn bijna altijd zeer persoonlijke en intieme songs die met veel gevoel worden vertolkt. Het zijn songs die sober maar zeer smaakvol zijn ingekleurd en die ondanks het sobere karakter veel moois laten horen.

Tot zover klinkt het allemaal zeer positief, maar Lily Talmers beschikt over een stem waarvan je moet houden en zingt op een manier die je moet aanspreken. Ik had, zeker in het verleden, associaties met de zang van Joni Mitchell, die ik lang niet altijd mooi vind, waardoor ik de albums van de Amerikaanse muzikante uiteindelijk liet liggen.

Ik heb het begin dit jaar verschenen album van Lily Talmers om dezelfde reden ook laten liggen, maar vorige week kwam It Is Cyclical, Missing You toch nog eens voorbij en dit keer raakte de Amerikaanse muzikante me wel met haar zang. Lily Talmers beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en varieert flink met de toonhoogte, wat ik niet altijd mooi vind.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de zang van Adrianne Lenker van Big Thief en dat is zang die ik langzaam maar zeker steeds meer ben gaan waarderen. Dat heeft ook vast geholpen bij het leren waarderen van de zang van Lily Talmers, die overigens wel minder onvast klinkt dan de zangeres van Big Thief.

De bijzondere zang van de muzikante uit Michigan zorgt er misschien voor dat haar songs zich niet heel makkelijk opdringen, maar de stem van Lily Talmers zorgt wel voor een duidelijk eigen geluid en het is een geluid waar het gevoel en de emotie van af spatten. Dat past uitstekend bij de songs op het album, die ook wat melancholisch of zelfs wat weemoedig van aard zijn.

Het klinkt af en toe behoorlijk heftig of minstens zwaar aangezet en dat effect wordt versterkt door de muziek op het album. Het is muziek die over het algemeen genomen ingetogen en folky is, maar zeker wanneer strijkers worden ingezet, wordt de nodige dramatiek toegevoegd aan het geluid op It Is Cyclical, Missing You.

Het is een verrassend veelzijdig geluid, want op subtiele wijze verkent Lily Talmers verschillende uithoeken van de folk, variërend van wat psychedelische folk uit de jaren 60 tot de folkrock georiënteerde songs van Adrianne Lenker en haar band.

Ik ben er inmiddels ook achter dat je even moet wennen aan de songs op It Is Cyclical, Missing You. Nu ik vaker heb geluisterd naar het album zit de stem van Lily Talmers me minder in de weg en ik vind de zang op haar nieuwe album nu zelfs mooi. Ze is bovendien een getalenteerd songwriter en slaagt er in om een geluid te creëren dat anders klinkt dan alles dat er al is en dat is knap in dit overvolle genre.

Het is dan ook jammer dat er relatief weinig aandacht is voor de albums van de singer-songwriter uit Ann Arbor, want ook haar vorige albums steken in kwalitatief opzicht absoluut boven het maaiveld uit. Mijn advies: neem even de tijd voor de muziek van Lily Talmers. Uiteindelijk gaat ze je overtuigen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lera Lynn - Comic Book Cowboy (2025) 5,0

11 december 2025, 21:59 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women) (2025) 5,0

11 december 2025, 21:59 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Marta Arpini - Tender Superpower (2025) 5,0

11 december 2025, 21:59 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Lorde - Virgin (2025) 5,0

11 december 2025, 21:58 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Audrey Hobert - Who's the Clown? (2025) 4,5

11 december 2025, 21:11 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Hatchie - Liquorice (2025) 3,5

11 december 2025, 20:19 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hatchie - Liquorice - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Hatchie - Liquorice
De Australische muzikante Hatchie leek op haar vorige album nog vooral te kiezen voor de pop, maar slaat op haar nieuwe album Liquorice weer net wat andere wegen in met een fraai album als resultaat

Er zijn popzangeressen die me met iedere nieuwe song moeiteloos inpakken, maar er zijn er ook waarvoor ik veel meer tijd nodig heb. Hatchie valt in de laatste categorie. De Australische muzikante maakte twee prima albums die me op een of andere manier maar niet wisten te overtuigen en met Liquorice leek hetzelfde te gebeuren. Gelukkig draaide het op het juiste moment om, want het derde album van de Australische muzikante is echt een uitstekend album. Het is een album met een mix van invloeden uit de jaren 80 en 90 en invloeden uit het heden en het is een album vol aansprekende songs. Het duurde even voor ik het door had, maar Hatchie kan absoluut wat.

Het was de afgelopen vier weken steeds hetzelfde album dat als allerlaatste afviel voor een plekje op de krenten uit de pop. Het gaat om Liquorice van de Australische popster Hatchie, dat deze week dan alsnog mijn selectie haalde en zeker niet met de hakken over de sloot. Het was niet de eerste keer dat ik lang twijfelde over de muziek van de Australische muzikante, want ruim drie jaar geleden twijfelde ik ook al weken over Giving The World Away, het tweede album van Hatchie.

Op dat album twijfelde Hatchie misschien net wat teveel tussen pop en dreampop met een vleugje shoegaze, al was er niet veel aan te merken op de productie van de van Olivia Rodrigo en Chappell Roan bekende Daniel Nigro en Jorge Elbrecht, die onder andere werkte met Caroline Polachek, Japanese Breakfast en Sky Ferreira. Ook de songs en de zang van Hatchie waren op Giving The World Away overigens dik in orde.

Ik begrijp wel nog steeds waarom ik twijfelde over het vorige album van Hatchie, overigens het alter ego van Harriette Pilbeam, maar ik begrijp niet zo goed waarom haar nieuwe album de afgelopen weken steeds buiten de boot viel. Ook op Liquorice verwerkt de muzikante uit Melbourne invloeden uit de pop en invloeden uit de dreampop en shoegaze, maar het nieuwe album van Hatchie hinkt wat mij betreft niet op twee gedachten en is in muzikaal opzicht een stuk interessanter dan het vorige album.

De Australische muzikante koos dit keer voor Melina Duterte, beter bekend onder de naam Jay Som, als producer. Het zorgt er voor dat invloeden uit de pop wat aan terrein hebben verloren, maar Liquorice klinkt ook zeker niet als een doorsnee dreampop album.

Het overigens door Alex Farrar (Wednesday) gemixte album sluit hier en daar aan bij de indiepop en indierock van het moment, maar ik hoor ook flarden uit de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt en het album heeft af en toe ook een bijzondere jaren 80 vibe, waarin onder andere invloeden van Cocteau Twins zijn te horen.

Hatchie probeerde met haar vorige album nog aansluiting te vinden bij de grote popsterren van dat moment, maar kiest op Liquorice voor een andere en wat eigenzinnigere weg. Op hetzelfde moment maakt Hatchie ook op haar nieuwe album lekker in het gehoor liggende popsongs, die een breed publiek moeten kunnen aanspreken.

Ik probeer nog steeds te achterhalen waarom ik in eerste instantie toch wat twijfelde over het album, maar kom daar niet goed achter. Het heerlijk volle geluid op het album spreekt me absoluut aan, zeker wanneer het lekker galmt, en ook de invloeden die Hatchie verwerkt passen goed in mijn muzikale straatje. De muzikante uit Melbourne is bovendien een prima zangeres en heeft in Jay Som een interessante muzikale metgezel gevonden.

Het album slaat ook nog eens op fraaie wijze een brug tussen enerzijds muziek uit de jaren 80 en 90 en anderzijds muziek uit het heden. Het is hierdoor misschien wat minder makkelijk om de muziek van Hatchie te plaatsen, maar voor liefhebbers van alle genoemde genres is Liquorice een aangename en interessante cocktail, die maar moeilijk is te weerstaan. En het is ook nog eens een album dat steeds beter wordt, waardoor mijn oorspronkelijke twijfel echt als sneeuw voor de zon is verdwenen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lotte Kestner - Covers Vol. 3 (2025) 4,0

10 december 2025, 19:44 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lotte Kestner - Covers Vol. 3 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lotte Kestner - Covers Vol. 3
Lotte Kestner, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Anna-Lynne Williams, heeft de afgelopen jaren een voorkeur voor het vertolken van songs van anderen en dat doet ze ook op het derde deel van Covers weer prachtig

Albums met uitsluitend covers, ik ben er meestal niet gek op en ook als ik ze wel mooi vind luister ik er maar zelden naar. Momenteel ben ik echter behoorlijk in de ban van het nieuwe album van Lotte Kestner. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels drie albums met uitsluitend songs van anderen afgeleverd en de derde is nog wat mooier en indrukwekkender dat zijn twee voorgangers. Het vertolken van songs van anderen leidt vaak tot versies die me uiteindelijk minder dierbaar zijn dan de originelen, maar Lotte Kestner slaagt er in om eigen songs te maken van de songs van anderen. Het zijn versies om te koesteren en dat is een waanzinnig knappe prestatie.

De Amerikaanse muzikante Anna-Lynne Williams maakt sinds het uit elkaar vallen van haar vorige band Trespassers William muziek onder de naam Lotte Kestner en dat doet ze inmiddels al geruime tijd. De muzikante uit Seattle heeft een aantal prachtige albums op haar naam staan, waarvan ik met name The Bluebird Of Happiness uit 2013 en Off White uit 2017 koester.

Dat laatste album is ook meteen haar laatste min of meer reguliere album, maar dat betekent niet dat Anna-Lynne Williams de afgelopen jaren stil heeft gezeten. Er verscheen de afgelopen jaren een imposant stapeltje albums, maar het waren allemaal albums die bij andere muzikanten als ‘tussendoortjes’ zouden worden beschouwd.

Zo werd het werk van Trespassers William deels opnieuw uitgevonden en verscheen een album met verloren songs. Het was allebei prachtig, maar nog wat indrukwekkender vind ik de albums met songs van anderen die de afgelopen jaren zijn verschenen. Afgelopen week verscheen Covers Vol. 3, nadat in 2020 Covers Vol. 2 was verschenen en in 2015 Covers. Dat laatste album kwam ik pas tegen toen in 2017 Off White verscheen, maar het tweede deel in de serie heb ik gemist.

Nu moet ik wel direct zeggen dat ik over het algemeen genomen geen groot fan ben van albums met uitsluitend songs van anderen. Zeker als het gaat om relatief bekende songs zijn de originele versies in de meeste gevallen beter of zijn ze me in ieder geval dierbaarder dan de nieuwe interpretaties. Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van Covers Vol. 3, maar wat is het een prachtig album.

Lotte Kestner vertolkt op het album een aantal van haar favoriete songs en het kan alle kanten op. Ze vertolkt songs uit de alternatieve hoek van onder andere Elliott Smith, Beirut, Cigarettes After Sex en Damien Jurado, maar is ook niet vies van songs van grote namen als Kate Bush, The Hollies, Simon & Garfunkel, Radiohead en The Weeknd.

Van songs als Wuthering Heights van Kate Bush, The First Time Ever I Saw Your Face van Roberta Flack en The Air That I Breathe van The Hollies kun je inmiddels misschien maar beter afblijven, maar het is knap hoe Lotte Kestner haar eigen songs maakt van songs die onlosmakelijk zijn verbonden met de vertolkers van het origineel.

De Amerikaanse muzikante doet dit in de meeste gevallen door de songs terug te brengen tot de essentie en vervolgens te voorzien van sobere maar zeer smaakvolle arrangementen en klanken. Het zorgt er al voor dat het origineel in de meeste gevallen ver weg is en dat wordt nog wat meer benadrukt door de zang, die echt bijzonder mooi is. Anna-Lynne Williams zingt met heel veel gevoel, waardoor de songs op Covers Vol. 3 nog meer haar eigen songs worden.

Na Covers Vol. 3 heb ik ook de vorige twee delen er nog eens bij gepakt en ook die zijn zeer de moeite waard. Het is knap hoe uitgekauwde songs als onder andere Dreams van Fleetwood Mac, Enjoy The Silence van Depeche Mode en Dancing In The Dark van Bruce Springsteen wonderschone Lotte Kestner songs worden. En geweldig hoe ze een songs als Eyes Without A Face van Billy Idol omtovert tot de fraaie folksong die er in zit en dat is maar een van talloze voorbeelden.

Natuurlijk zou ik graag weer eens nieuwe muziek van Lotte Kestner horen, maar het vertolken van songs van anderen is ook een kunst en het is een kunst die de Amerikaanse muzikante echt tot in de perfectie beheerst. Ook Covers Vol. 4 kan daarom bij voorbaat op mijn warme sympathie rekenen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Smerz - Big City Life (2025) 4,5

9 december 2025, 17:59 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Smerz - Big city life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Smerz - Big city life
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork maakt dit jaar hele bijzondere keuzes in haar jaarlijstje, maar met het eigenzinnige popalbum van het Noorse duo Smerz heeft de eigenzinnige website het bij het juiste eind

Big city life van Smerz deed het afgelopen voorjaar volgens mij niet heel veel in Nederland, maar met name in de Verenigde Staten kon het Noorse duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt rekenen op positieve recensies. Pitchfork was haar recensie nog niet vergeten en riep het album van Smerz vorige week uit tot het popalbum van 2025. Ik hoorde het in eerste instantie niet, maar als je de tijd neemt voor de muziek van het tweetal uit Oslo valt er veel op zijn plek. Smerz maakt eigenzinnige en soms bijna minimalistische popmuziek, maar de songs van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt hebben ook iets aanstekelijks. Ik had tot deze week nog nooit van Smerz gehoord, maar ik heb wel wat met dit album.

Het is december en dus worden we momenteel overspoeld door een vloedgolf aan jaarlijstjes. Er zijn altijd een paar jaarlijstjes waar ik met speciale belangstelling naar uitkijk en het jaarlijstje van Pitchfork is er een van. De Amerikaanse muziekwebsite heeft er dit jaar een bijzonder lijstje van gemaakt met een top 10 waarin maar liefst zeven albums staan die ik niet ken, wat enigszins oncomfortabel voelt, maar ook de fantasie prikkelt.

Pitchfork heeft ook een lijst gemaakt met uitsluitend popalbums, maar ook hierin kom ik nogal wat onbekende albums tegen. Het is ook een wat wonderlijke lijst, want de rangorde in de lijst met popalbums is niet consistent met de lijst waarin alle genres zijn vertegenwoordigd. Het zorgt voor een, in ieder geval voor mij, hele bijzondere nummer één, want Pitchfork kiest het voor mij totaal onbekende Big city life van Smerz als beste popalbum van 2025.

Pitchfork opent haar aanprijzing van het album met de volgende zin: “Possibility, aspiration, fantasy: These are the currencies of pop music, and Smerz are making their own mint.” Hierna volgen nog een aantal alinea’s tekst waar ik geen touw aan vast kan knopen, maar dat Smerz geen dertien in een dozijn popmuziek maakt was me vervolgens wel duidelijk.

Smerz is een Noors duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt. De twee schreven de songs op Big city life en tekenden ook voor de uitvoering en de productie. Het is zo ongeveer alle info die is te vinden op de bandcamp pagina van het tweetal uit Oslo, dat naar verluidt een groot deel van de tijd in Kopenhagen doorbrengt.

Big city life doet het goed op een aantal eigenzinnige muziekwebsites, waaronder die van Pitchfork, maar heeft verder niet heel veel aandacht gekregen. Het is dan ook geen album dat in één adem kan en zal worden genoemd met de grote popalbums van 2025. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt maken niet de makkelijkste muziek en maken bovendien muziek die constant van kleur verandert, waardoor de muziek van Smerz weinig houvast biedt.

Het album opent met minimalistische elektronica en de wat onderkoelde zang van de twee, waarna een piano wordt toegevoegd. In de tweede track wordt een bijzonder ritme en wat ruis op de achtergrond gecombineerd met zang en wederom klinkt het wat minimalistisch. Toch begrijp ik wel dat Pitchfork het album van Smerz als pop bestempeld, want de songs van het Noorse tweetal klinken misschien bijzonder, maar zijn zeker niet ontoegankelijk.

Ik moest absoluut wennen aan de songs van Smerz, die deels met elektronica en deels met organische instrumenten zijn ingekleurd, maar eenmaal gewend aan de bijzondere klanken, de bijzondere songstructuren en de zang van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt begon ik te horen wat Pitchfork hoort in Big city life.

Het is knap hoe het tweetal met beperkte middelen maximaal effect weet te sorteren en het is minstens even knap hoe ritmes, elektronica piano een geheel vormen en prachtig samenvloeien met de zang. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt gaan met dit album niet de wereld veroveren, maar liefhebbers van popmuziek die anders klinkt dan de mainstream popmuziek van het moment vinden veel van hun gading op dit bijzondere album.

Luister net een keer meer dan je eigenlijk van plan bent en alles valt op zijn plek, waarna de bijzondere songs van Smerz opeens hopeloos verslavend kunnen zijn. Dat heeft Pitchfork toch weer knap gehoord, zoals zo vaak. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Dove Ellis - Blizzard (2025) 4,5

9 december 2025, 07:26 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dove Ellis - Blizzard - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dove Ellis - Blizzard
Blizzard van de Ierse muzikant Dove Ellis staat door een wat onhandig getimede release nog in geen enkel jaarlijstje, maar daar hoort het in muzikaal maar vooral in vocaal opzicht opzienbarende album zeker in thuis

Zonder een bijzonder lovende recensie van The Guardian zou het debuutalbum van de Ierse muzikant Dove Ellis waarschijnlijk aan mijn aandacht zijn ontsnapt. Voor nu dan, want Blizzard moet bedolven gaan worden onder de jubelrecensies. Dove Ellis maakt op zijn debuutalbum muziek die varieert van ingetogen folk tot rock en het is muziek die fraai is ingekleurd met invloeden die met zevenmijlslaarzen door de tijd stappen. Het album wordt vervolgens mijlenver opgetild door de opzienbarende stem van de Ierse muzikant. Het is een stem die allerlei associaties oproept en al deze associaties vervolgens combineert in een geluid dat je compleet van je sokken blaast.

Ik was de naam Dove Ellis nog niet eerder tegen gekomen, maar er doken de afgelopen dagen een aantal bijzonder positieve recensies op van zijn debuutalbum Blizzard. In deze recensies wordt de muziek van de Ierse muzikant onder andere vergeleken met die van Tim Buckley, Jeff Buckley, Nick Drake, Van Morrison, Thom Yorke en Rufus Wainwright. Het maakte me absoluut nieuwsgierig naar het eerste album van Dove Ellis en die nieuwsgierigheid werd verder aangewakkerd door een vijfsterren recensie van de Britse kwaliteitskrant The Guardian, die Blizzard een glorieus debuut noemt.

Ik had niet veel tijd nodig om tot dezelfde conclusie te komen als de Britse krant, want Blizzard van Dove Ellis is in meerdere opzichten een fascinerend album. Zeker wanneer je het album voor het eerst hoort gaat alle aandacht uit naar de unieke stem van de Ierse singer-songwriter. De stem van Dove Ellis doet in eerste instantie vooral denken aan die van Jeff Buckley, maar ook Tim Buckley, Rufus Wainwright en Thom Yorke zijn nooit ver weg.

De stem van de Ierse muzikant treedt nadrukkelijk op de voorgrond en voorziet zijn songs van het nodige drama. Het zorgt voor een sfeer die af en toe wel wat doet denken aan die op Jeff Buckley’s meesterwerk Grace, maar Dove Ellis heeft ook een duidelijk eigen geluid. In een aantal van de wat zwaarder aangezette koortjes heb ik voorzichtige associaties met Queen, maar de wat meer ingetogen songs hebben ook wel wat van Nick Drake, wat iets zegt over de veelzijdigheid van de zang.

Ik vind de zang van Dove Ellis hier en daar op het randje, zeker wanneer ik naar mijn smaak net wat teveel pathos en bombast hoor, maar de Ierse muzikant beschikt absoluut over een geweldige stem, die het grootste deel van de 34 minuten die Blizzard bijzonder makkelijk overtuigt.

Het is de zang die het eerst in het oor springt bij beluistering van het debuutalbum van Dove Ellis, maar ook in muzikaal opzicht heeft de Ierse muzikant een bijzonder intrigerend album afgeleverd. Blizzard grijpt in flink wat songs terug op invloeden uit de jaren 70, maar slaat ook makkelijk een brug naar de jaren 90, waarbij hij makkelijk schakelt tussen Jeff Buckley, Radiohead en Rufus Wainwright.

Dove Ellis kan overweg met ingetogen folk, maar gaat ook moeiteloos aan de haal met invloeden uit de Keltische muziek (wat de vergelijking met Van Morrison oplevert), tijdloze singer-songwriter muziek of indierock. Blizzard is voorzien van een redelijk vol geluid, waarin de nodige instrumenten voorbij komen. Het is een geluid dat is voorzien van veel bijzondere wendingen en steeds weer iets nieuws laat horen.

Het is een geluid dat vaak tijdloos klinkt, tot de waanzinnige stem van Dove Ellis zijn debuutalbum voorziet van een unieke handtekening. Het levert wat mij betreft terecht een aantal jubelrecensies, maar het is ook nog veel te stil rond een album dat inderdaad en glorieus debuutalbum moet worden genoemd.

De timing van Blizzard is natuurlijk zeer ongelukkig. De jaarlijstjes domineren momenteel de muziekmedia, waardoor er weinig aandacht is voor nieuwe albums. Hopelijk wordt het debuutalbum van Dove Ellis de komende maanden nog wel opgepikt, want Blizzard zou de start kunnen zijn van een prachtige carrière, wanneer deze niet al in de knop wordt gebroken. Ik heb mijn jaarlijstje gelukkig nog niet gemaakt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Melody's Echo Chamber - Unclouded (2025) 4,0

8 december 2025, 20:10 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Melody's Echo Chamber - Unclouded - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Melody's Echo Chamber - Unclouded
De Franse band Melody’s Echo Chamber overtuigt ook op haar nieuwe album Unclouded weer met psychedelische klanken die herinneren aan de muziek die Serge Gainsbourg in een inmiddels ver verleden maakte

Iedere keer als ik luister naar Unclouded van Melody’s Echo Chamber ben ik even vergeten dat het buiten guur en donker is. De band rond boegbeeld Melody Prochet maakte op haar vorige albums al zoete en verleidelijke muziek, maar doet er op Unclouded nog een schepje bovenop. De heerlijke gitaarloopjes die we kennen van de band worden gecombineerd met zweverige elektronica, stemmige strijkers en een stevige aangezette ritmesectie, die de muziek van de band voorziet van jazzy impulsen. Hier boven op komt de buitengewoon verleidelijke stem van Melody Prochet, wiens stem de muziek van Melody’s Echo Chamber voorziet van een onweerstaanbaar lekkere zweverigheid.

Melody’s Echo Chamber ontstond in 2012 nadat de Franse muzikante Melody Prochet met haar band Bee’s Garden in het voorprogramma had gestaan van de Australische band Tame Impala. Tame Impala voorman Kevin Parket ontfermde zich over de Franse muzikante en had een flinke vinger in de pap op het in 2012 verschenen titelloze debuutalbum van Melody’s Echo Chamber. Sindsdien heb ik wel wat met de muziek van de Franse band, die deze week met Unclouded haar vierde album heeft uitgebracht (het vorig jaar verschenen Unfolded tel ik vanwege de speelduur van slechts 20 minuten niet mee als album).

De Franse band maakte op haar debuutalbum muziek die was te omschrijven als psychedelische dreampop, met onder andere Lush en Beach House als vergelijkingsmateriaal. Het tweede album liet door een ongeval van Melody Prochet lang op zich wachten, maar het in 2018 verschenen Bon Voyage overtrof wat mij betreft het debuutalbum met een spannend en veelkleurig geluid.

Op het in 2022 verschenen Emotional Eternal klonk Melody’s Echo Chamber weer net wat anders en liet het zich ondanks de grotendeels Engelstalige songs duidelijker beïnvloeden door de Franse popmuziek uit het verleden, met het fantastische oeuvre van Serge Gainsbourg voorop.

De band uit Parijs voegt met Unclouded nog een half uur prachtige muziek toe aan haar oeuvre en het is wederom muziek die net wat anders klinkt dan we van de band gewend zijn. Ik vind een album van een half uur persoonlijk aan de korte kant, maar het is tegenwoordig zeker geen uitzondering meer en bovendien is Unclouded wel een half uur bijzonder mooi.

In de openingstrack The House That Doesn’t Exist hoor je direct weer de invloeden van Serge Gainsbourg, die op het vorige album ook al opdoken. Ik denk dat de Franse grootheid het nieuwe album van Melody’s Echo Chamber zeker had kunnen waarderen en Melody Prochet graag als muze had gehad.

Als ik het nieuwe album van Melody’s Echo Chamber vergelijk met de drie vorige albums hoor ik absoluut raakvlakken, maar Unclouded klinkt wel wat zoeter en verleidelijker dan zijn voorgangers. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat minder ruw, wat je vooral hoort in de gitaarlijnen, en zijn hier en daar strijkers toegevoegd.

De muziek van de Franse band is nog altijd psychedelisch en af en toe hoor ik ook wel wat invloeden uit de dreampop, maar de muziek op Unclouded is ook eigenzinnig. Wat vooral opvalt zijn de wat springerige en stevig aangezette ritmes in een deel van de songs. Het geeft de songs van Melody’s Echo Chamber een jazzy touch, die ook weer herinnert aan de muziek die Serge Gainsbourg in de jaren 60 en 70 maakte.

In de muziek wordt al flink met stroop gesmeerd met fraaie gitaarloopjes en sfeervolle strijkers, maar Melody Prochet doet er nog een schepje bovenop met werkelijk honingzoete zang. Het had net wat zoeter en verleidelijker geklonken wanneer ze alleen in het Frans had gezongen, maar goed. Het neigt nu af en toe al naar net wat te zoete klanken, maar wat doet het ook lekker op de donkere en grauwe dagen van het moment. Op de achtergrond kabbelt Unclouded bijzonder aangenaam voort, maar het is ook een album dat tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Wat is dit toch een leuke band. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Xan Tyler & Dusty Stray - Home (2025) 4,0

Alternatieve titel: 2025, 8 december 2025, 07:22 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home
De Amerikaanse muzikant Jonathan Brown maakt al heel wat jaren uitstekende albums onder de naam Dusty Stray en werkt op het nieuwe album Home samen met Xan Tyler, wat een sober maar mooi album oplevert

Ik moet iedere keer weer gewezen worden op nieuwe muziek van de in Amsterdam wonende Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, maar de albums die hij maakt onder de naam Dusty Stray stellen me nooit teleur. Op het vorige maand verschenen Home werkt Jonathan Brown als Dusty Stray samen met de Schotse muzikante Xan Tyler en dat levert een fraai album op. Het is een sober of zelfs Spartaans klinkend album, waarop naast de stemmen van de twee vooral een akoestische gitaar is te horen. Home klinkt hierdoor als een folkalbum en het is een folkalbum van het intieme en spaarzaam ingekleurde soort. Er zijn niet veel muzikanten die een album als Home durven te maken, maar Dusty Stray en Xan Tyler doen het op zeer geslaagde wijze.

Dusty Stray is inmiddels al heel wat jaren een vaste gast op de krenten uit de pop. Het project van de Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, die overigens al vele jaren in Amsterdam woont, maakte de afgelopen zestien jaar zes uitstekende albums, met Estranged uit 2018 en Fire Place uit 2023 als mijn favoriete albums, maar de andere albums van Dusty Stray doen er nauwelijks voor onder.

De muziek van Dusty Stray is over het algemeen folky en vaak wat melancholisch van aard, maar Jonathan Brown voorziet zijn songs ook altijd van fraaie arrangementen, die ik in mijn recensie van zijn vorige album omschreef als afwisselend Dylanesque en Beatlesque. De albums van Dusty Stray worden helaas nog altijd niet in brede kring opgemerkt, maar als ze worden opgepikt krijgt de Amerikaanse muzikant lovende recensies en terecht.

Omdat de muziek van Dusty Stray ook na zes albums nog relatief onbekend is, zie ik nieuwe albums makkelijk over het hoofd, maar gelukkig houdt Jonathan Brown me sinds jaar en dag op de hoogte van zijn muzikale verrichtingen. Niet zo lang geleden kwam hij weer op de lijn vanwege de release van het zevende album van Dusty Stray. Home verscheen een maand geleden en is een album dat weer iets moois toevoegt aan het fraaie oeuvre van de Amerikaanse muzikant.

Het is overigens geen album van Dusty Stray alleen, want de van oorsprong Texaanse muzikant maakte zijn nieuwe album samen met de Schotse muzikante Xan Tyler, die ook met haar naam op de cover staat. Jonathan Brown en Xan Tyler begonnen met het gezamenlijk muziek maken tijdens de coronapandemie, toen ze elkaar muziek stuurden en dit combineerden tot songs.

Home ligt door de samenwerking met Xan Tyler maar deels in het verlengde van de vorige albums van Dusty Stray. Dat hoor je natuurlijk in de zang, waarin de stemmen van de twee muzikanten worden gecombineerd. De stemmen van Xan Tyler en Jonathan Brown passen prachtig bij elkaar en weten elkaar te versterken.

Veel meer dan hun stem hebben de twee niet nodig, want Home is uiterst spaarzaam ingekleurd met het grootste deel van de tijd alleen een akoestische gitaar. Ik hou zelf wel van een wat voller geluid en een uit meerdere lagen bestaande productie, maar ik ben desondanks zeer gecharmeerd van het album van Xan Tyler en Dusty Stray.

Het is niet zo eenvoudig om met slechts een akoestische gitaar en twee stemmen indruk te maken, maar de Schotse muzikante en de Amerikaanse muzikant doen het. Ondanks het sobere en pure karakter van de songs op Home is het album bovendien zeker niet eenvormig en het is ook absoluut geen album dat je na één keer beluisteren wel gehoord hebt.

Jonathan Brown vermaakte op het vorige album van Dusty Stray nog met mooie arrangementen, maar heeft de songs op Home samen met zijn Schotse metgezel teruggebracht tot de essentie. Het levert een puur en intiem album op, dat misschien niet heel makkelijk de aandacht trekt, maar dat absoluut de moeite waard is.

Ik ben heel benieuwd hoe de stemmen van de twee het doen in wat voller gekleurde songs, zoals die op het vorige album van Dusty Stray, maar dit sobere uitstapje misstaat absoluut niet in het oeuvre van Dusty Stray en het is een oeuvre dat zo langzamerhand wel wat meer bekendheid verdient. Misschien handig om als nieuwkomer eerst naar de vorige twee albums te luisteren, maar vergeet Home vervolgens zeker niet. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Robert Wyatt - Rock Bottom (1974) 4,5

7 december 2025, 20:27 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robert Wyatt - Rock Bottom (1974) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Robert Wyatt - Rock Bottom (1974)
De Britse muzikant en voormalig Soft Machine drummer Robert Wyatt kwam in 1973 in een rolstoel terecht na een ongeval, maar zat niet bij de pakken neer en maakte het lastig te doorgronden maar ook mooie Rock Bottom

Toen ik Rock Bottom heel lang geleden voor de eerste keer hoorde kon ik er echt niets mee. Dat is heel lang zo gebleven, maar uiteindelijk is het kwartje toch nog gevallen. Robert Wyatt maakte het album na een zwaar ongeval, dat op Rock Bottom deels wordt verwerkt. Het album bevat invloeden uit de Canterbury scene, progrock, jazzrock, psychedelica en avant-garde en verwerkt al deze invloeden in een bijzonder geluid dat soms ontroerend mooi is, maar ook behoorlijk experimenteel kan zijn. Het tweede soloalbum van Robert Wyatt is zeker geen makkelijk album, maar neem er de tijd voor en de bijzondere schoonheid komt langzaam maar zeker aan de oppervlakte.

Er is een tijd geweest dat ik gek was op progrock, of symfonische rock zoals het toen werd genoemd. Het is een jeugdliefde, of jeugdzonde, waar ik veel tijd in heb gestoken, want toen ik alle grote albums in het genre had beluisterd, ging ik op zoek naar albums die raakten aan het genre. Dat deed ik in het pre-Internet tijdperk allemaal met behulp van OOR’s popencyclopedie en een Brits boekwerk waarvan ik de naam ben vergeten.

Een van de albums die ik op deze manier ontdekte was Rock Bottom van de Britse muzikant Robert Wyatt. Het is een album dat ik naar verluidt blind kon kopen en dat deed ik dan ook. Het album verdween echter al snel in de kast, want ik kon er ondanks een aantal pogingen geen chocola van maken. Ik kwam het album een paar weken geleden weer tegen in een lijstje met de beste albums van 1974 en was nieuwsgierig of ik nu wel uit de voeten zou kunnen met het meesterwerk van Robert Wyatt.

Robert Wyatt werd overigens bekend als drummer van de Britse band Soft Machine, maar begon aan het begin van de jaren 70 aan een solocarrière. Na de release van zijn eerste soloalbum viel hij tijdens een feestje uit een raam en sindsdien zit de Britse muzikant in een rolstoel. Drummen zat er niet echt meer in, maar dat hij nog steeds bijzondere muziek kon maken, liet hij horen op Rock Bottom.

Ik kon er inmiddels heel wat jaren geleden zoals gezegd echt niet mee uit de voeten, maar inmiddels hoor ik de schoonheid van het album, al gaat dat nog altijd niet vanzelf. Rock Bottom bevat zes lange tracks en werd geproduceerd door Pink Floyd drummer Nick Mason. Robert Wyatt haalde ook een aantal muzikale vrienden naar de Britse studio’s waar het album werd opgenomen, onder wie Richard Sinclair, Mike Oldfield en Fred Frith.

Als ik nu luister naar Rock Bottom hoor ik waarom het album halverwege de jaren 70 werd gelinkt aan symfonische rock, want hier en daar hoor je duidelijke overeenkomsten met de wat complexere progrock. Het is zeker niet het enige genre dat ik hoor op het album. Rock Bottom werd misschien nog wel steviger beïnvloed door muziek uit de Canterbury scene en bevat bovendien invloeden uit de psychedelica, de avant-garde en de jazzrock, zeker wanneer blazers worden toegevoegd.

Rock Bottom is bij vlagen een wonderschoon album met betoverend mooie klanken en bezwerende zang van Robert Wyatt. Het doet dan af en toe wel wat denken aan de muziek die Peter Gabriel maakte op zijn eerste soloalbum, maar Rock Bottom heeft ook een andere kant. De lange tracks op het album bieden ook flink wat ruimte aan het experiment en aan lange passages waarin het vooral om de textuur gaat en de standaard popsong heel ver uit het oog is verloren.

Ik vond het in eerste instantie oneerbiedig gezegd vooral een hoop gepiel, maar Rock Bottom komt beter tot zijn recht wanneer je de aandacht volledig op het album richt en de muziek van Robert Wyatt met enig geduld beluistert. Ik begrijp inmiddels volledig waarom ik lang geleden niets kon met het album, maar ik begrijp inmiddels ook waarom het album in 1974 kon rekenen op zeer positieve recensies en nog altijd wordt gezien als een meesterwerk of in ieder geval als een cultalbum. Het is bovendien een album dat meer dan 50 jaar na de release door de critici nog steeds hoog zou worden gewaardeerd, als het nu zou worden uitgebracht, wat op zijn minst bijzonder is. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Alexandra Alden - When Is It Too Late? (2025) 4,0

7 december 2025, 12:52 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alexandra Alden - when is it too late? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alexandra Alden - when is it too late?
De muziek van de Maltese singer-songwriter Alexandra Alden is helaas nog altijd een goed bewaard geheim, maar haar nieuwe en echt prachtige album when is it too late? moet daar verandering in gaan brengen

Vier jaar geleden maakte ik kennis met de muziek van Alexandra Alden en het was liefde op het eerste gehoor. De Maltese maar destijds in Nederland woonachtige muzikante verraste met tijdloos klinkende songs met vooral invloeden uit de folk en imponeerde met haar bijzonder mooie stem. Het zijn ingrediënten die terugkeren op haar nieuwe album when is it too late?, dat minstens net zo mooi is als voorganger Leads To Love. De songs van Alexandra Alden klinken nog altijd tijdloos, maar ook absoluut eigentijds. De songs zijn sterk, de muziek prachtig, maar zodra Alexandra gaat zingen ben je definitief verkocht. Het is een nog wat anonieme release helaas, maar ach wat is het weer mooi.

Alexandra Alden werd geboren op Malta, maar studeerde een paar jaar geleden in Rotterdam aan het prestigieuze CODARTS. Ze debuteerde in 2018 met het album Wild Honey, maar ik maakte kennis met haar muziek toen ze in 2021 het met Nederlandse muzikanten gemaakte Leads To Love uitbracht. Het is een album dat volgens mij niet heel veel deed, maar het blijft een fantastisch album vol tijdloze popsongs.

Het zijn popsongs die zich absoluut hebben laten beïnvloeden door de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar Leads To Love bevat ook invloeden uit de jaren 80, zeker wanneer de songs op het album wat steviger klinken. Met de uitstekende songs en de fraaie inkleuring heeft Leads To Love al veel om van te houden, maar de meeste indruk maakt de waanzinnig mooie en zeer karakteristieke stem van de Maltese muzikante.

Leads To Love dook eind 2021 dan ook volkomen terecht op in mijn jaarlijstje en sindsdien heb ik nog vaak genoten van een album dat niet alleen zorgt voor totale ontspanning, maar ook voor heel veel muzikaal genot. Ik weet eigenlijk niet of Alexandra Alden nog steeds in Rotterdam woont en heb ook niet heel veel informatie over haar vorige week verschenen nieuwe album, maar gelukkig spreekt de muziek ook dit keer voor zich.

Het derde album van Alexandra Alden luistert naar de titel when is it too late? en het is net als zijn voorganger een album dat veel te bieden heeft. Misschien niet in kwantitatief opzicht, want het album bevat helaas slechts acht tracks en net iets meer dan een half uur muziek, maar in kwalitatief opzicht blinkt Alexandra opnieuw uit.

Openingstrack stone fruit (de Maltese muzikante houdt kennelijk niet van hoofdletters) is direct van een betoverende schoonheid. Het is in eerste instantie een betrekkelijk sober maar zeer smaakvol ingekleurde song met vooral invloeden uit de folk, maar de muziek klinkt naarmate de track vordert steeds wat voller.

Alexandra Alden slaagt er direct in om de aandacht te trekken met haar muziek, maar natuurlijk is er ook de stem die vier jaar geleden zoveel indruk maakte. Ook de zang op when is it too late? is weer bijzonder mooi en wist mij in ieder geval onmiddellijk te verleiden. Alexandra Alden zingt zacht, maar ook met veel expressie. Haar zuivere stem klinkt geschoold en is dat ook, maar de zang op het derde album van Alexandra Alden klinkt ook puur en oprecht.

De Maltese muzikante beschikt over een stem die er uit springt, maar ook haar songs zijn van hoog niveau. Het zijn, net als op het vorige album, songs die vaak herinneren aan singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar Alexandra geeft ook een eigen draai aan haar songs. Het zijn songs die mij heel makkelijk wisten te veroveren, want wat klinkt when is it too late? lekker, maar de songs van Alexandra Alden zijn ook knap in elkaar zittende pareltjes, die prachtig zijn ingekleurd door getalenteerde muzikanten.

Het album duurt misschien maar iets meer dan een half uur, maar blijft maar verrassen met prachtige muziek, fraaie vondsten en de wonderschone stem van de Maltese muzikante. Ik was meteen zeer gesteld op de nieuwe songs van Alexandra Alden, maar haar songs zijn ook songs die alleen maar beter worden wanneer je ze vaker hoort. Ze is eind januari te zien op een drietal kleine Nederlandse podia, maar een prachtalbum als when is it too late? verdient echt een veel groter podium. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mavis Staples - Sad and Beautiful World (2025) 4,5

6 december 2025, 11:58 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World
Van de grote soulzangeressen uit het verleden zijn er inmiddels niet veel meer over, maar de inmiddels 86 jaar oude Mavis Staples heeft met Sad And Beautiful World een album voor de jaarlijstjes gemaakt

Mavis Staples stond al op haar tiende op het podium en is inmiddels dus al meer dan 75 jaar actief in de muziek. Het heeft een flinke stapel albums opgeleverd met The Staples Singers en als solomuzikant en het is een stapel die de afgelopen vijftien jaar is aangevuld met veel moois. Het vorige maand verschenen Sad And Beautiful World is misschien wel het mooiste recente album van de Amerikaanse zangeres. Dat is ook niet zo gek met een geweldige producer, een waslijst aan topmuzikanten en een prachtige selectie songs, maar Mavis Staples moest alles nog wel even inzingen. Dat doet de soulzangeres op leeftijd op prachtige wijze. Voor de uithalen ben je bij Mavis Staples inmiddels aan het verkeerde adres, maar wat heeft ze nog veel soul.

Mavis Staples vierde afgelopen zomer haar 86e verjaardag, maar gooide er vorige maand toch nog maar een album tegenaan. Sad And Beautiful World is de opvolger van het inmiddels zes jaar oude We Get By, dat ik destijds erg mooi vond. Mavis Staples, die vele decennia geleden al aan de weg timmerde met The Staple Singers, was toen ze haar vorige album uitbracht pas 79, maar inmiddels gaan de jaren tellen voor de Amerikaanse zangeres.

Ik heb Sad And Beautiful World vorige maand wel beluisterd, maar het album pakte me of een of andere manier niet. Ik vraag me echt af wat er met mijn oren aan de hand was of dat ik wel het goede album heb beluisterd, want toen ik Sad And Beautiful World naar aanleiding van de notering in meerdere jaarlijstjes deze week nogmaals beluisterde vond ik het album direct verpletterend mooi.

Mavis Staples is inmiddels misschien 86 jaar, maar haar stem is nog altijd prachtig. Natuurlijk heeft ze niet meer de power die ze in haar jonge jaren had, maar haar stem klinkt zeker niet versleten. Waar de meeste tachtigers piepen en kraken en hun teksten meer voordragen dan zingen, zingt Mavis Staples nog altijd fantastisch. Haar stem klinkt fraai doorleefd, maar er zit ook nog altijd veel soul in de stem van de Amerikaanse zangeres.

Meer dan de sterren van hemel zingen hoeft ze op haar nieuwe album niet, want al het andere is op Sad And Beautiful World in goede handen van topkrachten. Mavis Staples heeft een serie geweldige songs geselecteerd voor haar nieuwe album, waaronder songs van oude helden als Tom Waits, Leonard Cohen, Curtis Mayfield, maar ook helden van recentere datum als Gillian Welch, Kevin Morby en Allison Russell.

De meest opvallende track is wat mij betreft het titelnummer van het album, dat werd geschreven door Mark Linkous, de vijftien jaar geleden overleden voorman van Sparklehorse. Mavis Staples maakt er een indringende soulsong van en dat doet ze met alle songs op het album. De stem van de Amerikaanse muzikante is inmiddels behoorlijk laag geworden, maar raakt keer op keer een gevoelige snaar.

Met de zang van Mavis Staples zit het wel goed op het album en hetzelfde geldt voor de songs, maar ook in productioneel en muzikaal opzicht is Sad And Beautiful World een geweldig album. De productie van meesterproducer Brad Cook klinkt tijdloos, maar klinkt ook warm en past bovendien perfect bij de soulstem van Mavis Staples. Het laat nog maar eens horen dat hij een van de meest talentvolle producers van het moment is.

Ik denk dat er geen muzikant is die zou weigeren om op een door Brad Cook geproduceerd album van Mavis Staples te spelen en dat verklaart de zeer indrukkende lijst muzikanten die is te horen op het album. Met muzikanten als Buddy Guy, Derek Trucks, MJ Lenderman en Spencer Tweedy en gastvocalisten als Tré Burt, Sam Beam, Patterson Hood, Nathaniel Rateliff, Kara Jackson en Bonnie Raitt kan een album alleen maar fantastisch klinken en dat doet Sad And Beautiful World dan ook.

Mavis Staples heeft in de nadagen van haar carrière een serie uitstekende albums gemaakt en Sad And Beautiful World zou zomaar de mooiste van het stel kunnen zijn. Gezien het niveau van het album hoop ik dat het niet het laatste album van Mavis Staples is, want de meeste jonge soulzangeressen van het moment verbleken bij hetgeen dat Mavis Staples op haar 86e laat horen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Maria Rodés - Lo Que Me Pasa (2025) 4,0

5 december 2025, 14:05 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa
ROSALÍA trekt momenteel wereldwijd de aandacht met haar album LUX, maar er wordt meer mooie en interessante muziek gemaakt in Spanje, zoals het zeer aangename, maar ook absoluut interessante Lo Que Me Pasa van Maria Rodés

Lo Que Me Pasa van Maria Rodés zou ik normaal gesproken nooit hebben beluisterd, maar het album werd me vanuit drie verschillende hoeken aangeraden. Ik was direct vatbaar voor de warme sfeer op het album en voor de zeer toegankelijke songs van de Spaanse muzikante, maar Maria Rodés heeft veel meer te bieden dan zonnige of zoete verleiding. Lo Que Me Pasa is een veelzijdig album met veel invloeden uit de Spaanse muziek, maar ook invloeden van buiten de Spaanse landsgrenzen hebben hun weg gevonden naar het album. De songs van Maria Rodés zijn toegankelijk, maar ook interessant. De zeer aangename stem van de Spaanse muzikante doet de rest.

Ik heb de afgelopen weken heel vaak naar de recent verschenen albums van ROSALÍA en Juana Molina geluisterd en dat zorgt er voor dat de algoritmes van de verschillende muziekdiensten en muziekwebsites me opeens opvallend veel Spaanstalige albums aanraden.

Nu bevinden de albums van ROSALÍA en Juana Molina zich al enigszins buiten mijn muzikale comfort zone en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de andere Spaanstalige albums die me de laatste tijd worden geadviseerd. Dat geldt op zich ook wel voor Lo Que Me Pasa van Maria Rodés, maar op een of andere manier ben ik verslingerd geraakt aan dit album.

Maria Rodés komt net als ROSALÍA uit Barcelona. Ze heeft al een stapeltje albums op haar naam staan en maakte voor ze begon aan haar solocarrière deel uit van een Spaanse folkband. Maria Rodés is dus zeker geen nieuwkomer, maar ik kan niet goed inschatten hoe populair ze in Spanje is, al weet ik zeker dat ze nog niet dezelfde status heeft als haar stadgenote ROSALÍA, die momenteel de hele wereld aan haar voeten heeft liggen.

Dat ligt voor Maria Rodés waarschijnlijk nog niet direct binnen bereik, maar dat de Spaanse muzikante ook buiten de landsgrenzen aandacht verdient is wat mij betreft zeker. Lo Que Me Pasa van Maria Rodés is immers een interessant en ook nog eens zeer aangenaam album.

Dat aangename zit hem in het warme karakter van de songs van de Spaanse muzikante. Laat Lo Que Me Pasa uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt met minstens enkele graden en in de meeste gevallen tot zomerse temperaturen. Vitamine D moet momenteel vooral uit een potje komen, maar volgens mij helpt het album van Maria Rodés ook. De Spaanse taal zorgt al voor extra zonnestralen, maat ook de vaak wat broeierige muziek op het album draagt bij aan de warmte en het gelukzalige gevoel dat Lo Que Me Pasa uitstraalt.

Een album uit Barcelona ontsnapt momenteel niet aan de vergelijking met ROSALÍA, maar Maria Rodés heeft zeker geen LUX gemaakt. In een van de tracks op haar nieuwe album zet ze wat meer strijkers en klassiek aandoende arrangementen in en is het laatste album van ROSALÍA in de buurt, maar over het algemeen genomen is Lo Que Me Pasa een popalbum.

Het is echter zeker geen doorsnee Spaans popalbum, want Maria Rodés laat op haar nieuwe album flink wat variatie horen. In een aantal songs schuurt ze dicht tegen de wat traditionelere Spaanse muziek aan, maar andere songs hebben een meer folky karakter of flirten met elektronische popmuziek en een vleugje R&B. Op het eind van het album gooit de muzikante uit Barcelona er ook nog een flinke dosis invloeden uit de Braziliaanse muziek bij, wat Lo Que Me Pasa nog wat veelzijdiger maakt.

Het nieuwe album van Maria Rodés klinkt veertien songs lang bijzonder aangenaam, maar er valt ook veel bijzonders te ontdekken in haar songs. Onder de zonnestralen zitten vaak bijzondere arrangementen en fraaie accenten verstopt en dan is er ook nog eens de vaak wat zachte maar ook warm klinkende stem van Maria Rodés, die de verleiding van haar nieuwe album compleet maakt. Ook de komende weken krijg ik vast handige algoritmes langs die me Spaanstalige muziek aanraden, maar een album van het hoge niveau van Lo Que Me Pasa van Maria Rodés verwacht ik niet. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Iona Zajac - Bang (2025) 4,5

4 december 2025, 21:23 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Iona Zajac - Bang - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Iona Zajac - Bang
De Schotse muzikante Iona Zajac speelde eerder met The Pogues, maar levert nu met Bang een buitengewoon indrukwekkend, indringend en bloedstollend mooi visitekaartje als solomuzikante af

Bang van Iona Zajac zou ik zonder een tip van Spotify waarschijnlijk nooit hebben ontdekt, maar het is in zeer korte tijd uitgegroeid tot een album dat ik wil koesteren en de rek is er nog lang niet uit. Bang is een overwegend donker klinkend album, maar het is een album vol dynamiek. De muziek van de Schotse muzikante kan hier en daar uitbarsten, maar ze is ook niet bang voor zeer ingetogen folk. Het past allemaal prachtig bij haar stem, die niet alleen mooi en bijzonder is, maar ook over heel veel zeggingskracht beschikt. Het voorziet de songs op Bang van een bijzondere sfeer en lading, die alleen maar bijzonderder wordt wanneer je het album vaker hoort. Wat een droomdebuut.

Eerder deze week werd ik zeer aangenaam verrast door een aantal bijzonder trefzekere tips van de tot op dat moment teleurstellende algoritmes van Spotify. Het zorgde ervoor dat ik mijn selectie voor deze week heb omgegooid en ook de komende week komen nog een aantal van de tips van Spotify voorbij.

Eerder deze week besprak ik het werkelijk prachtige This Might Effect You van het Britse St. Catherine’s Child en vandaag is het de beurt aan Bang, het debuutalbum van Iona Zajac, dat minstens net zo mooi en bijzonder is. Iona Zajac is een Schotse muzikante, die in het verleden op het podium stond met The Pogues, maar met Bang haar eigen plek in de Spotlights opeist.

Het debuutalbum van de muzikante uit Glasgow intrigeert vanaf de eerste noten. De openingstrack Bowls opent met een langzame maar diepe percussie, waarna de stem van Iona Zajac invalt. Het is een mooie en ook wat donkere stem, die mede opvalt door de bijzondere zanglijnen. Langzaam maar zeker worden gitaren en synths toegevoegd en doet de Schotse muzikante er steeds een schepje bovenop in haar zang, wat een bezwerende track met een heftig slot oplevert.

Bang heeft gedurende elf tracks een bijzonder geluid en houdt je een kleine drie kwartier aan de speakers gekluisterd. In muzikaal opzicht klinkt Bang vaak wat donker en dat wordt versterkt door de stem van Iona Zajac. Het doet me af en toe wel wat denken aan PJ Harvey, maar deze vergelijking gaat zeker niet altijd op.

Bang is het debuutalbum van de Schotse muzikante, maar het album klinkt niet als een debuutalbum. Iona Zajac laat op Bang een eigenzinnig geluid horen en het is een geluid dat in alle opzichten kwaliteit ademt. De muziek op het album heeft vaak iets beklemmends, maar de vaak subtiele maar ook af en toen uitbarstende klanken op het album zijn ook bijzonder mooi en laten wat mij betreft een zeer onderscheidend geluid horen.

Het is een geluid dat prachtig past bij de stem van Iona Zajac, die zowel ingetogen als wat expressiever kan zingen en de bijzondere sfeer van de muziek op het album versterkt. De intense zang van de muzikante uit Glasgow voorziet haar songs van een bijzondere lading en die wordt nog wat versterkt door de persoonlijke teksten, die hier en daar dwars door de ziel snijden.

Bang is door de vaak wat donkere klanken en de intense zang af en toe best een heftig album, totdat Iona Zajac op de proppen komt met een uiterst ingetogen folky song en vervolgens nog wat meer indruk maakt met haar stem. Door de grote verschillen in de muziek en de zang is Bang een album vol dynamiek en een album met hier en daar flinke spanningsbogen, maar het debuutalbum van Iona Zajac is ook bloedstollend mooi en angstaanjagend intiem.

Ik heb het album een week of twee geleden niet opgemerkt in de releaselijsten, maar een deel van de Britse muziekpers vond het album wel en strooit terecht met superlatieven voor een album dat als een mokerslag aan komt. Ik was altijd wat sceptisch over de tips van Spotify, maar met Bang van Iona Zajac heeft het een album getipt dat zonder enige twijfel in mijn jaarlijstje gaat terecht komen over iets meer dan twee weken. En ik weet zeker dat ik dit groeialbum dan nog wat mooier en indrukwekkender zal vinden dan nu al het geval is. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Agnesz Anna - Agnesz Anna (2025) 4,0

4 december 2025, 15:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Agnesz Anna - Agnesz Anna - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Agnesz Anna - Agnesz Anna
De Nederlandse muzikante Agnesz Anna maakte tien jaar geleden indruk met een eigenzinnige EP en dat doet ze op nog veel overtuigendere wijze met een nieuw album, dat flink anders klinkt dan alle andere muziek van het moment

Als Agnesz Anna haar nieuwe album niet persoonlijk had gepromoot naar aanleiding van een recensie die ik tien jaar geleden schreef, was ik haar vorige maand verschenen titelloze album waarschijnlijk nooit tegen gekomen. Ik ben blij dat ik het album wel heb ontdekt, want ik word echt heel vrolijk van de nieuwe muziek van Agnesz Anna. Dat word ik omdat haar muziek duidelijk anders klinkt dan de andere popmuziek van dit moment. Ik word het ook omdat de songs van de Rotterdamse muzikante bijzonder lekker klinken en dan hebben ze ook nog eens een zeer aangename jaren 70 vibe. De muziek van Agnesz Anna laat zich niet zomaar in een hokje duwen, maar als je er vatbaar voor bent laat dit album je voorlopig niet meer los.

Net iets meer dan tien jaar geleden besprak ik de EP Cruel World van de Nederlandse muzikante Agnesz Anna. Ook destijds liet ik EP’s standaard links liggen, maar Agnesz Anna liet wat mij betreft een bijzonder eigen geluid horen dat een recensie rechtvaardigde. Hoe bijzonder dat geluid was bleek ook wel uit mijn recensie, waarin ik achtereenvolgens Throwing Muses en Belly, Joni Mitchell en PJ Harvey aandroeg als vergelijkingsmateriaal.

Dat is een bijzonder rijtje namen met muzikanten die heel weinig of zelfs niets gemeen hebben, maar ik hoorde ze kennelijk allemaal terug op Cruel World van Agnesz Anna. Ik heb de EP eerder deze week nog eens beluisterd, maar eerlijk gezegd hoorde ik niets meer van de namen die ik tien jaar geleden noemde. Ik vind Cruel World nog altijd wel een hele bijzondere EP, met een geluid dat afwijkt van andere muziek die destijds werd gemaakt.

Ik ben ook onder de indruk van het album dat Agnesz Anna vorige maand heeft uitgebracht en ook op dit album maakt ze muziek die anders klinkt dan de meeste andere muziek van het moment. Ik ga dit keer geen poging doen om relevant vergelijkingsmateriaal aan te dragen, want dat is ook bij beluistering van het nieuwe en titelloze album van Agnesz Anna een bijna onmogelijke opgave.

Als ik naar relevant vergelijkingsmateriaal zou zoeken zou ik dat waarschijnlijk doen in de jaren 70, want de nieuwe songs van de Rotterdamse muzikante herinneren me op een of andere manier aan de muziek die ik als kind hoorde, zonder dat de songs van Agnesz Anna ergens op lijken. (al heb ik heel af en toe een echt hele subtiele associaties met de beste songs van de bijzondere Schotse band Middle Of The Road).

Als ik het album in een hokje moet duwen, kom ik absoluut uit bij pop, maar ik hoor eigenlijk geen raakvlakken met de popmuziek van dit moment. Dat zit hem deels in de muziek, waarin gitaren domineren en moderne elektronica geen rol van betekenis speelt. Het gitaarwerk duwt de songs van Agnesz Anna wat de kant van de rock op en soms duiken er opeens meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op, maar het blijft wat mij betreft uiteindelijk toch pure pop, wat ik overigens een aanbeveling vind.

Zeker door het gitaarwerk, dat sons ook bluesy klinkt, krijg ik jaren 70 vibes bij beluistering van het titelloze album van Agnesz Anna, maar het zit hem zeker niet alleen in de muziek. Ook de zang van de Rotterdamse muzikante en zeker de heerlijke koortjes herinneren aan muziek uit een ver verleden, zeker als ook nog een wolkje psychedelica overdrijft.

Als je mij van tevoren zou hebben verteld dat het nieuwe album van Agnesz Anna een vergeten album uit de jaren 70 was, zou ik het zeker hebben geloofd. Het is een compliment voor Agnesz Anna en haar muzikale metgezel Tim van Elten, die naar verluidt lang hebben gesleuteld aan de nieuwe songs van de Nederlandse muzikante en dat is te horen.

Het levert een album op dat wat lastig is te plaatsen in het heden en niet aansluit op de meeste popmuziek van het moment, maar ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van het bijzondere geluid op het album, van de originele songs van Agnesz Anna en zeker ook van haar aangename stem, die het bijzondere geluid op haar nieuwe album nog wat unieker maakt.

De Rotterdamse muzikante maakt haar nieuwe muziek in eerste instantie uitsluitend beschikbaar via bandcamp, wat een sympathiek platform is, maar niet de reikwijdte heeft van de grote streaming media platforms. Het maakt de kans dat dit album in brede kring wordt opgepikt nog wat kleiner, maar iedereen die het album wel gaat ontdekken gaat er vast heel vrolijk van worden, net als ik. En luister nog wat vaker en je hoort ook nog eens hoe goed het allemaal in elkaar zit. Klasse. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater (2025) 4,0

4 december 2025, 15:32 uur

Recensie op de krenten uit de pop;
De krenten uit de pop: Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater
Gemma Laurence maakte drie jaar geleden een slechts in kleine kring opgepikt maar verbluffend mooi album en dat kunstje herhaalt ze met het nog minder breed opgemerkte maar prachtige We Were Bodies Underwater

We Were Bodies Underwater van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence is een album met meerdere gezichten. Een groot deel van de tijd is het een sober folkalbum met zelfs wat invloeden uit de Appalachen folk, maar de muzikante uit Brooklyn, New York, kan razendsnel naar het heden springen. Sober folky snarenwerk van de banjo wordt moeiteloos afgewisseld met een jankende pedal steel of met een gitaarsolo die je normaal alleen in rockmuziek hoort. Het maakt allemaal niet uit voor de intensiteit en schoonheid waarmee Gemma Laurence haar persoonlijke songs vertolkt. 99 van de 100 keer zou ik dit album hebben gemist, maar die ene keer gooit Gemma Laurence wederom hoge ogen.

Deze week bladerde ik weer eens door mijn jaarlijstjes van de afgelopen jaren. Ik kwam veel bekende namen tegen, waaronder een aantal namen die ook dit jaar zullen opduiken in mijn jaarlijstje, maar ik kwam ook namen tegen die ik eerlijk gezegd al lang weer was vergeten. De meest opvallende naam in dit rijtje is de naam van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence.

De muzikante uit Brooklyn, New York, bereikte in 2022 de top drie van mijn jaarlijstje met haar tweede album Lavender en moest alleen Ethel Cain en Lera Lynn voor zich dulden. Ik was benieuwd of de Amerikaanse muzikante sinds 2022 nog van zich had laten horen en tot mijn verbazing en vreugde vond ik het deze zomer verschenen We Were Bodies Underwater.

Voor ik in ga op dit album ga ik eerst even terug naar de november 2022, toen Lavender verscheen. Op haar tweede album imponeert Gemma Laurence met zeer persoonlijke songs die vaak beginnen als akoestische folksongs, maar zich langzaam maar zeker ontworstelen aan het strakke keurslijf van de folk. De songs van de Amerikaanse muzikante lopen op Lavender over van zeggingskracht en imponeren door de emotievolle zang van Gemma Laurence.

Ik heb na het opstellen van mijn jaarlijstje in 2022 veel te weinig geluisterd naar Lavender, maar toen ik het album deze week weer eens beluisterde vond ik het direct weer prachtig. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het eerder dit jaar verschenen derde album van Gemma Laurence. We Were Bodies Underwater is net als Lavender aan de korte kant met dit keer net iets meer dan een half uur muziek, maar het is wel net iets meer dan een half uur bijzonder mooi.

Heel veel veranderd is er niet. De songs van Gemma Laurence bestaan nog altijd voor een deel uit ingrediënten die herinneren aan traditioneel aandoende folk uit het verleden, zeker wanneer de banjo haar geluid bepaalt, maar hiernaast bevatten de songs van de Amerikaanse muzikante ook invloeden uit totaal andere genres, waardoor We Were Bodies Underwater razendsnel kan schakelen tussen sobere folk en vrij stevige rock, inclusief een gitaarsolo waarvoor menig hardrock gitarist zich niet zou hebben geschaamd.

Het combineren van uiteenlopende invloeden deed Gemma Laurence ook al op Lavender, maar de uitersten liggen op haar nieuwe album nog wat verder uit elkaar. Het is knap hoe Gemma Laurence een brug slaat tussen folk uit het verleden en indiefolk uit het heden en van hieruit en soms met een beetje country de connectie zoekt en vindt met indiepop en indierock. We Were Bodies Under Water is soms een puur rootsalbum, maar soms ook helemaal niet en dat is bijzonder.

Wat is gebleven is de gevoelige zang van de Amerikaanse muzikante, die ook dit keer de persoonlijke thema’s niet schuwt en af en toe tekent voor behoorlijk donkere teksten. We Were Bodies Underwater sluit hiermee goed aan op een aantal andere indie albums van jonge vrouwelijke muzikanten die het leven niet alleen door een roze bril bekijken en hun ziel graag bloot leggen.

Lavender pakte me na een paar keer horen volledig in en groeide binnen een maand uit tot een van mijn favoriete albums van het jaar en ook het nieuwe album van Gemma Laurence is hard op weg om uit te groeien tot een persoonlijke favoriet en de rek is er nog lang niet uit. Het is puur toeval dat ik het album alsnog heb ontdekt, maar wat ben ik er blij mee. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

St. Catherine's Child - This Might Affect You (2025) 4,5

2 december 2025, 16:50 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You
Zonder een toevallig opgemerkte tip van Spotify had ik This Might Affect You van de Britse band St. Catherine’s Child waarschijnlijk nooit ontdekt en was ik een intiem en werkelijk wonderschoon album misgelopen

Het debuutalbum van de Britse band St. Catherine’s Child verscheen in de zomer. Dat is misschien niet de beste tijd voor de release van een debuutalbum, maar je verwacht dat de grote Britse muziektijdschriften en muziekwebsites blijven opletten. Dat hebben ze maar in beperkte mate gedaan, waardoor This Might Affect You niet de aandacht heeft gekregen die het album zo verdient. De band rond zangeres Ilana Zsigmond heeft een donker en melancholisch, maar ook bijzonder mooi album gemaakt met invloeden uit de Britse folk, Amerikaanse rootsmuziek en de pop. Het klinkt allemaal prachtig en dan is er ook nog eens de geweldige stem van Ilana Zsigmond, die keer op keer goed is voor kippenvel.

Ik was tot dusver nog niet zo onder de indruk van de algoritmes van Spotify, dat me in de meeste gevallen albums tipt die ik al eerder op het platform heb beluisterd of komt met albums waar ik echt niets aan vind. De algoritmes hebben kennelijk een update gehad, want vorige week kwam Spotify in één keer met een ruime handvol tips die eigenlijk allemaal raak waren.

Het zijn stuk voor stuk albums die ik niet eerder ben tegen gekomen, terwijl ik wekelijks toch een aardig stapeltje releaselijsten doorneem. De meeste albums die Spotify me tipte verschenen deze maand, maar er zat ook een album tussen dat net wat ouder is en dus prima past op de zondagavond van de krenten uit de pop. Heel oud is het album overigens niet, want This Might Affect You van St. Catherine’s Child verscheen afgelopen zomer.

St. Catherine’s Child is een band uit het Britse Liverpool en is gevormd rond zangeres en boegbeeld Ilana Zsigmond. Het is echt verbazingwekkend dat ik eerder dit jaar niets over het album heb gelezen, want dit is nu echt zo’n album dat ik normaal gesproken zou ontdekken via Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut., die over het algemeen een zwak hebben voor albums als This Might Affect You van St. Catherine’s Child.

De Britse band verwerkt op haar debuutalbum zowel invloeden uit de Britse folk als de Amerikaanse rootsmuziek en verwerkt alle invloeden in een wat donker en beeldend geluid. Dat This Might Affect You een wat donker album is, is niet zo gek, want het album staat in het teken van het overlijden van de vader van Ilana Zsigmond.

De eerste helft van het album staat stil bij het ziekteproces en het overlijden van haar vader, terwijl op het tweede deel van het album plaats is voor verdriet en rouw. Het zorgt voor flink wat melancholie in de teksten, maar in muzikaal opzicht klinkt het debuutalbum van St. Catherine’s Child niet altijd donker.

Een aantal songs op het album blijven dicht bij de kaders van de Britse folk en de Amerikaanse rootsmuziek, maar This Might Affect You bevat ook een aantal meer pop georiënteerd songs, waarin de donkere teksten worden gecombineerd met lekker in het gehoor liggende invloeden uit de pop, wat zorgt voor een bijzonder contrast. Het album schuift een enkele keer ook nog op richting rock, wat het album nog wat veelzijdiger maakt.

Ik had nog niet eerder van Ilana Zsigmond gehoord en ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album ken ik niet, maar This Might Affect You klinkt eigenlijk geen moment als een debuutalbum. Ilana Zsigmond schrijft zeer aansprekende songs en het zijn songs die zijn voorzien van zeer smaakvolle klanken, die vooral van gitaren en synths komen.

Door de verschillende invloeden schiet de muziek meerdere kanten op, maar het debuutalbum van St. Catherine’s Child heeft vaak een jaren 70 vibe. Het klinkt bijzonder aangenaam, maar in combinatie met de aansprekende songs en de indringende teksten is This Might Affect You al snel veel meer dan aangenaam.

Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is de stem van Ilana Zsigmond. De Britse muzikant zingt, mede door de zeer persoonlijke teksten, met heel veel emotie, maar de zang op het debuutalbum van St. Catherine’s Child is ook heel mooi en ook de zang op This Might Affect You maakt het moeilijk te geloven dat het gaat om een debuutalbum. Doodzonde dus als dit wonderschone en intieme album onopgemerkt zou passeren. Wat mij betreft jaarlijstjesmateriaal. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tulpa - Monster of the Week (2025) 4,0

1 december 2025, 20:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tulpa - Monster Of The Week - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tulpa - Monster Of The Week
Het deze week verschenen debuutalbum van de Britse band Tulpa krijgt nog niet heel veel aandacht, maar de frisse indiepop songs met een beetje postpunk op Monster Of The Week verdienen deze aandacht absoluut

Tulpa is een band uit het Britse Leeds die het wel eens ver kan gaan schoppen, als gerechtigheid bestaat tenminste. De band vermengt een aantal bekend klinkende invloeden uit met name de postpunk en de indierock, maar maakt er, mede door de zang van frontvrouw Josie Kirk, frisse indiepop songs van. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de Britse band durft ook buiten de lijntjes te kleuren met gevarieerd gitaarwerk en hier en daar het nodige experiment. Monster Of The Week is zeker geen perfect debuutalbum, maar de beste songs op het album zijn echt heel goed en smaken naar veel meer. Het debuutalbum van Tulpa verschijnt misschien niet op het handigste moment, maar dit leuke album mag echt niet ondersneeuwen.

Monster Of The Week is het debuutalbum van de Britse band Tulpa. Het is een band die wordt aangeprezen met het feit dat drie leden van de band een verleden hebben in de Britse postpunk bands Mush en Drahla. Dat zijn namen die mij eerlijk gezegd helemaal niets zeggen, maar ik ben over het algemeen ook niet zo gek op postpunk en zeker niet op postpunk uit het heden.

De band uit Leeds heeft voor haar debuutalbum een beroep gedaan op producer Jamie Lockhart, die ook vooral postpunk albums heeft geproduceerd. Met twee gitaristen, een drummer en een producer met flink wat ervaring in de postpunk, kan het debuutalbum van Tulpa eigenlijk ook alleen maar een postpunk album zijn, maar de Britse band beschikt over een geheim wapen dat het album toch een net wat andere kant op duwt.

Dat geheime wapen is zangeres en bassiste Josie Kirk, die het geluid van Tulpa een frisse popinjectie geeft. Het betekent niet dat Monster Of The Week zich niet heeft laten beïnvloeden door postpunk. Zeker het gitaarwerk op het album duwt de muziek van de band uit Leeds de kant van de postpunk op en ook het drumwerk is beïnvloed door de muziek die de drummer van de band in het verleden maakte.

Josie Kirk is zelf ook niet vies van een postpunk achtig basloopje met een vleugje New Order hier en daar, maar ze voorziet het geluid van Tulpa vooral van zonnestralen. Monster Of The Week staat vol met frisse popsongs met naast invloeden uit de postpunk ook invloeden uit de indiepop en de indierock. Het zijn heerlijke melodieuze popsongs die profiteren van de enigszins onderkoelde maar ook fris klinkende zang van Josie Kirk.

Het doet wel wat denken aan de indierock bands met een vrouwelijk boegbeeld uit de jaren 90 als Throwing Muses en Belly, maar ik hoor af en toe ook zeker wat van een band als The Sundays, zeker als de gitaristen van de band tekenen voor bijzonder lekkere en melodieuze gitaarlijnen. Tulpa komt uit Leeds, maar het debuutalbum van de band doet me ook denken aan een aantal bandjes die in de jaren 90 Glasgow als thuisbasis hadden.

Monster Of The Week klonk eigenlijk direct bij eerste beluistering vertrouwd, maar de combinatie van invloeden op het debuutalbum van Tulpa is best bijzonder, waardoor de Britse band een album heeft gemaakt dat er voor mij uit springt deze week. Het is vooral de verdienste van Josie Kirk, want op het moment dat ze de leadzang in twee tracks aan een van de mannelijke leden van de band laat, is de magie in ieder geval voor mij direct helemaal weg.

Verstandig dus als de mannelijke leden van de band zich beperken tot strakke drums en afwisselend jengelend en gruizig gitaarwerk en de frontvrouw van de band laten schitteren met een stem die de soms wat ruwe songs van de band voorziet van zonnestralen en plezier.

Zeker in de eerste tracks van het album vermaakt Tulpa bijzonder makkelijk, maar ook als de band wat later op het album kiest voor net wat minder licht verteerbare songs en invloeden uit de psychedelica toevoegt aan haar muziek, overtuigt de band uit Leeds me bijzonder makkelijk.

Het debuutalbum van Tulpa is het soort album dat Pitchfork wekelijks oppakt, maar de Amerikaanse muzieksite doet deze week een weinig aansprekende greep uit het aanbod. En ook Paste geeft niet thuis helaas. Ik pik zelf Monster Of The Week van Tulpa er wel uit, want wat is dit een leuk album. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Loupe - Oh, to Be Home (2025) 4,5

1 december 2025, 15:19 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Loupe - Oh, To Be Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Loupe - Oh, To Be Home
De Amsterdamse band Loupe debuteerde in de zomer van 2023 prachtig met het album Do You Ever Wonder What Comes Next? en overtreft dat album met het wat mij betreft nog veel betere Oh, To Be Home

Lana Kooper, Annemarie van den Born en Abel van der Waals beschikken over de nodige veerkracht, want het zat ze de afgelopen jaren niet mee met hun bands Dakota en Loupe. Met de komst van zangeres Nina Ouattara ziet de toekomst van Loupe er gelukkig toch nog prachtig uit, want met Oh, To Be Home heeft de Amsterdamse band een uitstekend album afgeleverd. Het is een album vol frisse indiepop songs, maar het zijn ook songs die razend knap in elkaar zitten en je blijven verrassen. Het debuutalbum van Loupe was al heel erg goed, maar het tweede album van Loupe is nog een stuk beter en schaart het viertal onder het beste dat de Nederlandse popmuziek momenteel te bieden heeft.

Soms zit het mee en soms zit het tegen, maar voor drie van de Nederlandse band Loupe zat het de afgelopen jaren wel heel vaak tegen. Ze maakten deel uit van de Amsterdamse band Dakota, die in 2019 aan de vooravond van een nationale en mogelijk internationale doorbraak stond, maar door het vertrek van de zangeres vanwege gezondheidsproblemen, noodgedwongen moest stoppen voor het echt geweldige en achteraf bezien profetisch getitelde debuutalbum Here's The 101 On How To Disappear goed en wel was verschenen.

De overgebleven leden van de band gingen na een periode van bezinning en met een nieuwe zangeres verder als Loupe, maar de geschiedenis herhaalde zich. Ook Loupe leverde met het in 2023 verschenen Do You Ever Wonder What Comes Next? een geweldig debuutalbum af, maar het album was nog niet uit of de nieuwe zangeres van de band stopte er mee, waarmee de albumtitel wederom treffend bleek.

Bassiste Lana Kooper, drumster Annemarie van den Born en gitariste Abel van der Waals vonden in de persoon van Nina Ouattara dit keer snel een nieuwe zangeres en sindsdien is de bezetting van Loupe gelukkig constant gebleven. In tegenstelling tot Dakota kon Loupe daarom wel beginnen aan een tweede album en dat is deze week verschenen.

Loupe werd na de release van Do You Ever Wonder What Comes Next? al geschaard onder de leukste Nederlandse bands van het moment en die status bevestigd de Amsterdamse band met het deze week verschenen Oh, To Be Home, dat ik persoonlijk nog een stuk beter vind dan het debuutalbum.

Het tweede album van Loupe werd op bijzondere wijze opgenomen. Nadat de band een serie nieuwe songs had geschreven werden deze live en in één take opgenomen in de Amsterdamse Tolhuistuin, in bijzijn van publiek. Oh, To Be Home klinkt niet als een livealbum, al heeft Loupe wel de energie van een liveoptreden weten te vangen op haar tweede album.

Oh, To Be Home is een album dat in het teken staat van de zoektocht van zangeres Nina Ouattara naar haar identiteit, die deels in Ivoorkust, deels in België en deels in Amsterdam vorm kreeg. De nieuwe zangeres van de band is een aanwinst voor Loupe, want ze beschikt niet alleen over een mooie en bijzondere stem, maar zingt ook met veel expressie.

Wat vergeleken met het debuutalbum van Dakota en het eerste album van Loupe niet is veranderd is dat de Amsterdamse band bijzonder lekker klinkende popsongs maakt, maar het zijn ook nog altijd popsongs met een dubbele bodem. De band bestaat uit een aantal geweldige muzikanten, die niet vies zijn van catchy popsongs, maar deze ook vol stoppen met bijzonder mooie muziek en avontuurlijke accenten.

Veel songs op het nieuwe album van Loupe sluiten aan bij de indiepop en indierock van het moment, maar ik hoor ook met enige regelmaat invloeden uit de 80s new wave. Nog knapper is hoe Loupe Afrikaanse ritmes en gitaarloopjes verwerkt in haar songs, zonder dat deze echt Afrikaans klinken.

Oh, To Be Home is een album om uit te pluizen, wanneer je pas goed hoort hoe geweldig de baslijnen en het drumwerk zijn, hoe ruimtelijk de gitaarlijnen en hoe mooi de zang en de koortjes. Lagen synths tillen het bijzondere eigen geluid van Loupe nog wat verder op. Oh, To Be Home is een geweldig album en als ik één band dat gun is het Loupe wel. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer