Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Youth Lagoon - Rarely Do I Dream (2025) 3,5
28 februari 2025, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Youth Lagoon - Rarely Do I Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Youth Lagoon - Rarely Do I Dream
Na het prachtige vorige album van Youth Lagoon vond ik Rarely Do I Dream, zeker bij eerste beluistering, een wat taai album, maar na enige gewenning valt er gelukkig steeds meer op zijn plek
Youth Lagoon, het project van de Amerikaanse muzikant Trevor Powers, is met Rarely Do I Dream alweer toe aan het vijfde album. Ik was erg te spreken over Heaven Is A Junkyard uit 2023 en hoor de muziek op dit album voor een deel terug op het nieuwe album van Youth Lagoon. Rarely Do I Dream is echter ook veelkleuriger en bij vlagen een stuk ruwer dan zijn voorganger. Het is wederom een persoonlijk album, waarop Trevor Powers begint bij herinneringen aan zijn vroege jeugd om uiteindelijk toch weer in minder zorgeloze tijden terecht te komen. Het klinkt, mede door de zang, anders dan de meeste andere muziek van het moment, maar ook Rarely Do I Dream overtuigt weer.
Heaven Is A Junkyard was in de zomer van 2023 mijn eerste kennismaking met de muziek van Youth Lagoon. Het was al het vierde album van het alter ego van de Amerikaanse muzikant Trevor Powers en als ik de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com mag geloven zijn de albums die Youth Lagoon tussen 2011 en 2015 uitbracht (The Year Of Hibernation, Wondrous Bughouse en Savage Hills Ballroom) nog een stuk beter.
Bij eerste beluistering van Heaven Is A Junkyard was ik er overigens van overtuigd dat er een vrouwelijke singer-songwriter achter Youth Lagoon zat, maar dat bleek niet het geval. Heaven Is A Junkyard vind ik nog altijd een mooi en interessant album dat hier en daar dicht tegen de chamber pop aan kruipt, waardoor ik direct nieuwsgierig was toen ik de afgelopen week een nieuw album van Youth Lagoon op de releaselijsten zag staan.
Het vorige album van Youth Lagoon was niet alleen een mooi album, maar ook een zeer persoonlijk album, waarop Trevor Powers inzoomde op de gezondheidsproblemen die hij ondervond en op zijn leven in Idaho. Ook het deze week verschenen Rarely Do I Dream begint bij de persoon Trevor Powers. De Amerikaanse muzikant liet zich dit keer inspireren door een doos met videobanden die hij vond in de kelder van het huis van zijn ouders. Het zijn videobanden waarop de prille jeugd van de Amerikaanse muzikant is vastgelegd.
In de songs op Rarely Do I Dream combineert Trevor Powers fragmenten van deze videobanden met vaak wat donkere songs waarin de onschuld van zijn jeugd wordt geconfronteerd met de boze buitenwereld. In muzikaal opzicht klinkt Rarely Do I Dream toch weer net wat anders dan Heaven Is A Junkyard, waarop de piano centraal stond, maar in de meeste recensies worden de verschillen tussen beide albums wel wat overdreven.
Op het nieuwe album van Youth Lagoon is er een grotere rol voor synths en gitaren en verwerkt de muzikante uit Boise, Idaho, meer invloeden in zijn songs. De door gitaar gedomineerde songs klinken wat gruiziger, terwijl in de door synths gedomineerde songs het tempo wat omhoog gaat. Rarely Do I Dream bevat echter ook nog een aantal door piano gedomineerde songs die niet zo heel ver verwijderd zijn van de songs op het vorige album van de Amerikaanse muzikant.
Trevor Powers deed ook dit keer veel zelf, maar de productie van Rodaidh McDonald en het gitaarwerk van Erik Eastmans voegen zeker wat toe aan het geluid op het nieuwe album van Youth Lagoon. Het is een album dat ik misschien wel niet zo hebben opgepikt als ik bijna twee jaar geleden niet had geluisterd naar het vorige album van Youth Lagoon, maar gewend aan het soort muziek dat hij maakt en aan de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikant, had ik gelukkig genoeg geduld om het op het eerste gehoor wat minder overtuigende Rarely Do I Dream op me in te laten werken.
Ik vind Heaven Is A Junkyard nog altijd mooier dan het nieuwe album van de muzikant uit Idaho, maar ik ben inmiddels wel overtuigd van de kwaliteit van het nieuwe album en het aantal songs dat iets met me doet stijgt gestaag. Met name de Amerikaanse muziekpers is behoorlijk enthousiast over de muziek van Trevor Powers en ik begrijp dat inmiddels wel, ondanks het moeten wennen aan dit nieuwe album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Motorpsycho - Motorpsycho (2025) 4,0
28 februari 2025, 11:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Motorpsycho - Motorpsycho - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Motorpsycho - Motorpsycho
De Noorse band Motorpsycho weet van geen ophouden en gooit er nog maar eens een album tegenaan met een bijna anderhalf uur durende luistertrip met een bonte mix aan invloeden en een hang naar de jaren 70
Motorpsycho overtrof zichzelf wat mij betreft met de Gullvåg Trilogy, die drie geweldige albums opleverde. De laatste twee albums van de band uit Trondheim, die al enkele decennia mee gaat, vond ik wat minder, maar op het deze week verschenen titelloze album steekt Motorpsycho weer in een uitstekende vorm. Net als op de albums uit de trilogie verwerkt de Noorse band op haar nieuwe album invloeden uit onder andere de progrock, de hardrock, de psychedelica, de folk en de Krautrock in songs die soms zo weggelopen lijken uit de jaren 70 en die niet hadden misstaan op een aantal vroege albums van Yes. Het is stevige kost, maar wat valt er weer veel te genieten op het nieuwe album van Motorpsycho.
De Noorse band Motorpsycho heeft inmiddels meer dan dertig studioalbums op haar naam staan en het zijn albums die bijna zonder uitzondering van zeer hoge kwaliteit zijn. Het valt dan ook niet mee om de pieken in het oeuvre van de band uit Trondheim aan te wijzen, maar als het echt moet kom ik vooral uit bij de briljante Gullvåg Trilogy, die bestaat uit de albums The Tower (2017), The Crucible (2019) en The All Is One (2020). Het was goed voor drieënhalf uur fascinerende muziek, die mij deels deed denken aan de muziek die de band Yes in haar hoogtijdagen maakte, maar die ook onmiskenbaar klonk als Motorpsycho.
De geweldige trilogie werd gevolgd door twee uitstekende albums, Kingdom Of Oblivion (2021) en Ancient Astronauts (2022), die misschien niet zo indrukwekkend waren als de drie voorgangers, maar nog altijd veel te bieden hadden. Yay! (2023) en Neigh!! (2024) vielen mij vervolgens wat tegen, waardoor ik de albums niet eens besproken heb, maar bij Motorpsycho laat het volgende meesterwerk gelukkig nooit lang op zich wachten. Deze week keert de Noorse band, die in de basis is gereduceerd tot het duo Bent Sæther en Hans Magnus Ryan, terug met een titelloos album dat je bijna anderhalf uur lang aan de speakers gekluisterd houdt.
Het is een album met een behoorlijk aantal redelijk compacte tracks, maar er zijn ook dit keer langere tracks, met het ruim 21 minuten durende Neotzar (The Second Coming) als uitschieter. In muzikaal opzicht doet het me meer dan eens denken aan de geniale trilogie van een paar jaar geleden, al vind ik het niveau op het nieuwe album net wat minder consistent. Het nieuwe album van Motorpsycho laat echter ook met grote regelmaat de muziek horen die ik het liefst van de band hoor.
Het is de bonte mix van met name progrock, jazzrock, folk, bluesrock, psychedelica, hardrock en Krautrock en een stevige jaren 70 vibe die ook op een aantal recente albums uit het verleden was te horen en het is een mix die vol zit met muzikaal vuurwerk. Door de complexiteit, maar ook zeker door het gitaarwerk en de zang doet ook het nieuwe album van Motorpsycho me weer denken aan de muziek die de Britse band Yes in haar beste dagen maakte, maar de Noorse band verwerkt deels andere invloeden en voegt ook eigen ingrediënten toe aan haar muziek.
Voor de liefhebber van compacte en toegankelijke rocksongs is ook het nieuwe album van Motorpsycho weer zware kost, al bevat het album er wel een paar, maar ik had zelf geen enkele moeite met de bijna anderhalf uur durende luistertrip, waarin de band ook heerlijk kan jammen. Het is een luistertrip waarin geweldig en bij vlagen lekker stevig gitaarwerk domineert, maar ook de ritmesectie speelt fantastisch, terwijl de keyboards en met name de Mellotron de muziek van Motorpsycho voorzien van een extra randje prog.
Op het eerste gehoor schat ik het nieuwe album net wat minder hoog in dan The Tower, The Crucible en The All Is One, waarop de band uit Trondheim net wat meer experimenteerde dan op het nieuwe album en natuurlijk ook een idioot hoog niveau bereikte, maar vergeleken met de laatste twee albums vind ik het titelloze nieuwe album van de band weer een enorme stap vooruit.
Motorpsycho werd geformeerd in 1989, maar is ook ruim 35 jaar later nog een band die muziek maakt die er toe doet. Het is een razend knappe prestatie, die nog wat meer glans krijgt door het zoveelste uitstekende album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Saya Gray - SAYA (2025) 4,5
27 februari 2025, 14:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Saya Gray - SAYA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Saya Gray - SAYA
Saya Gray trok drie jaar geleden de aandacht met het zeer eigenzinnige 19 MASTERS, maar de hooggespannen verwachtingen die dat album opleverde worden met het deze week verschenen SAYA ruimschoots overtroffen
Het is dringen in de indiepop van het moment, maar met de Canadese muzikante Saya Gray heeft het genre er weer een talent bij waar we niet omheen kunnen. De muzikante uit Toronto maakte al indruk met de tot dusver uitgebrachte muziek, maar op SAYA heeft ze haar eigenzinnige popsongs geperfectioneerd. Het zijn popsongs die zich door van alles en nog wat hebben laten beïnvloeden en al deze invloeden worden gecombineerd in een eigenzinnig geluid. Het is een mooi geluid dat meer dan eens folky klinkt, maar een verrassende wending is bij Saya Gray nooit ver weg. Een voor een worden de bijzondere popsongs van Saya Gray je dierbaar en wordt SAYA een popklassieker in de dop.
Saya Gray wordt op de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com met één zin omschreven als “Canadian singer/bassist/multi-instrumentalist known for her cross-pollinated blend of psychedelic pop and alternative R&B”. Het is op zich een aardige omschrijving, maar het is er een die maar een klein deel van het verhaal van Saya Gray vertelt.
De Canadese muzikante, die naast Canadese ook Japanse wortels heeft, groeide op in een muzikaal gezin en schreef al op jonge leeftijd haar eerste songs. Het leverde in 2022 het album 19 MASTERS op. Het was een nogal ruw en fragmentarisch klinkend album met een collage van songs en flarden van songs, maar als je goed luisterde naar de eerste muzikale verrichtingen van Saya Gray hoorde je een album dat bol stond van de belofte.
Die belofte maakte ze vervolgens waar op twee uitstekende EP’s, maar de voorlopige kroon op haar werk is het deze week verschenen SAYA dat moet worden gezien als het echte debuutalbum van de Canadese muzikante. Op 19 MASTERS viel al op dat Saya Gray zich met haar songs geen moment in een hokje laat duwen en ook het deze week verschenen album bevat wat mij betreft behoorlijk ongrijpbare muziek.
Saya Gray maakt indiepop, maar het is indiepop die zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden. De songs van de muzikante uit Toronto klinken folky, maar door de pedal steel hoor je ook flarden country. Het past soms in het hokje indiepop, maar Saya Gray is ook niet vies van rock, van R&B, van soul, van pure pop en van wat eigenlijk niet.
Ik heb af en toe associaties met de geniale muziek van Naaz en af en toe ook wel met Billie Eilish, maar Saya Gray heeft ook een bijzondere eigen stijl. Op haar nieuwe album omringt ze haar stem vaak met fraai akoestisch gitaarspel, dat het folky karakter van haar muziek versterkt, maar het is folk die je nog niet eerder hebt gehoord.
De arrangementen en instrumentatie blijven je maar verrassen en klinken zowel aangenaam als razend spannend. Het zijn op zich kleine popliedjes die Saya Gray maakt, maar ze klinken allemaal even groots. Het is ook de verdienste van haar stem, die op zich past binnen de popmuziek van dit moment, maar die ook het unieke karakter van de muziek van Saya Gray versterkt.
Het is muziek die continu van kleur verschiet, want net als je denkt een eigenzinnig folkpop album te beluisteren, geeft de Canadese muzikante haar muziek een elektronische en wat broeierige R&B impuls en weer terug. Het is aan te bevelen om SAYA met de koptelefoon te beluisteren, want dan hoor je pas goed uit hoeveel lagen de muziek van Saya Gray bestaat en hoe knap het allemaal in elkaar zit.
Al die lagen zitten vol muzikale hoogstandjes, maar alles dat Saya Gray doet is functioneel en draagt bij aan haar unieke sound. Zeker de folky passages zijn oorstrelend mooi, maar eigenlijk is iedere richting die Saya Gray op gaat raak. SAYA bevat een aantal songs die je direct wilt koesteren en een aantal songs die wat meer tijd nodig hebben, maar waar ik 19 MASTERS nog wat teveel van alles en van wisselend niveau vond, is het nieuwe album van Saya Gray voor mij inmiddels een album zonder zwakke momenten.
Het is een album dat wanneer je het ontleedt vol staat met flarden uit muziekgeschiedenis, wat van SAYA een mooi zoekplaatje maakt, maar door de unieke songs die Saya Gray er van heeft gesmeed is SAYA wat mij betreft een van de leukste en meest originele popalbums van het moment. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sunny War - Armageddon in a Summer Dress (2025) 4,0
26 februari 2025, 16:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sunny War - Armageddon In A Summer Dress - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sunny War - Armageddon In A Summer Dress
De Amerikaanse muzikante Sunny War heeft inmiddels een imposant stapeltje albums op haar naam staan en op Armageddon In A Summer Dress lijkt haar muziek alleen maar veelzijdiger en aansprekender te worden
Sunny War maakt inmiddels al elf jaar albums en het zijn albums die een indrukwekkend groeipad laten horen. Het begon ooit met akoestische folk, waar steeds meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan werden toegevoegd. Op het deze week verschenen Armageddon In A Summer Dress voegt Sunny War nog wat invloeden toe aan haar al zo brede muzikale palet. Gebleven zijn de persoonlijke songs en de emotievolle zang, waardoor ook het nieuwe album van de muzikante uit Los Angeles weer een hoogstaand album is, dat hopelijk een nog breder publiek gaat aanspreken. Sunny War kreeg het in het leven niet voor niets, maar verdient met haar nieuwe album heel veel lof.
In eerste instantie was ik niet bekend met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Sunny War, maar het in 2021 verschenen Simple Syrup wist me makkelijk te overtuigen, waarna opvolger Anarchist Gospel uit 2023 me definitief over de streep trok. Inmiddels ben ik ook gecharmeerd van de eerdere albums van de muzikante uit Los Angeles, die ondanks een zwaar leven vol armoede en andere ellende een muzikale carrière van de grond kreeg.
Net als de twee genoemde albums zijn ook Worthless (2015), Red, White & Blue (2016), With The Sun (2018) en Shell Of A Girl (2019) albums waarop de Amerikaanse muzikante haar songs met hart en ziel vertolkt en in deze songs een breed palet aan invloeden binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt. Deze week keert het alter ego van Sydney Lyndella Ward terug met een nieuw album en ook Armageddon In A Summer Dress is een uitstekend album.
Sunny War werkte op haar vorige album samen met de van Alabama Shakes, Hurray For The Riff Raff, Benjamin Booker, The Deslondes en Margo Price bekende Andrija Tokic en deze samenwerking wordt gecontinueerd op het nieuwe album. Op Anarchist Gospel waren bovendien gastmuzikanten van naam en faam als Allison Russell en David Rawlings te horen en ook deze keer schuiven in de persoon van Valerie June, Tré Burt, Steve Ignorant, Kyshona Armstrong en John Doe bekende gastmuzikanten aan.
Ook op Armageddon In A Summer Dress is Sunny War weer van vele markten thuis en slaat ze ook nog wat nieuwe wegen in. De Amerikaanse muzikante citeert rijkelijk uit verschillende hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek, maar het nieuwe album laat ook een aantal wat stevigere en elektrisch ingekleurde tracks met invloeden uit de pop en rock horen, wat een stijlbreuk is met haar akoestische verleden. Ook akoestisch ingekleurde songs hebben overigens een plek gekregen op Armageddon In A Summer Dress.
Het maakt het geluid van Sunny War nog wat veelzijdiger dan het al was en het is een geluid dat mij zeer aanspreekt. Ondanks flirts met wat toegankelijker klinkende songs is ook Armageddon In A Summer Dress weer een puur en oorspronkelijk klinkend album, waarop Sunny War nog altijd een eigenzinnig geluid laat horen.
Die eigenzinnigheid zit deels in de uiteenlopende invloeden die worden verwerkt op het album, maar het zit vooral in de persoonlijke songs en teksten en het bijzondere stemgeluid van de Amerikaanse muzikante. Het is een stemgeluid dat wordt omgeven door de prachtige productie van Andrija Tokic, die het album heeft voorzien van een vol en warm geluid, waarin de zang van de muzikante uit Los Angeles alleen maar aansprekender is geworden.
Zeker met haar eerste albums bereikte Sunny War vooral een cultpubliek, maar het veelzijdige en prachtig klinkende Armageddon In A Summer Dress is wat mij betreft een album dat een breed publiek aan moet kunnen spreken. Het is een album dat nog altijd in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en zeker folk, blues en soul, maar het is ook een album dat liefhebbers van pop en rock zal weten te overtuigen. Het duurde bij mij even voor ik fan was van Sunny War, maar Armageddon In A Summer Dress maakt mijn liefde voor haar muziek nog wat groter. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Basia Bulat - Basia's Palace (2025) 3,5
26 februari 2025, 14:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Basia Bulat - Basia's Palace - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Basia Bulat - Basia's Palace
Basia’s Palace is het zevende album van de Canadese muzikante Basia Bulat en het is een album waarop de muzikante uit Montreal kiest voor een wat ander geluid, wat niet altijd geslaagd is, maar haar wel siert
Ik had me enorm verheugd op een nieuw album van Basia Bulat en had Basia's Palace zonder te beluisteren toegevoegd aan mijn selectie voor deze week. Zeker de openingstracks van Basia’s Palace waren voor mij echter wel schrikken. Het wat meer elektronische en pop georiënteerde geluid klinkt flink anders dan we van Basia Bulat gewend zijn. Naarmate het album vordert hoor je ook wel weer wat meer van de muziek die kennen van de Canadese muzikante, maar Basia’s Palace is absoluut een buitenbeentje in haar oeuvre. Het is een buitenbeentje dat uiteindelijk zeker wat te bieden heeft. Even wennen dus aan het nieuwe geluid van deze talentvolle muzikante uit Montreal.
Ik heb absoluut een zwak voor de albums van de Canadese muzikante Basia Bulat. De muzikante uit Montreal maakte tussen 2007 en 2020 vijf uitstekende en verrassend veelzijdige albums. Op het in 2022 uitgebrachte The Garden nam Basia Bulat een aantal songs van haar eerste vijf albums opnieuw op, waarbij ze flink profiteerde van de bijzonder mooie strijkersarrangementen van onder andere Owen Pallett.
Deze week verscheen het zevende album van Basia Bulat en bij beluistering van Basia’s Palace valt direct op dat de Canadese muzikante op haar nieuwe album heeft gekozen voor een wat lichtvoetiger en meer pop georiënteerd geluid. Basia Bulat maakte in 2022 een pas op de plaats en begon vervolgens in haar nieuwe huis muziek te maken. Ze omringde zich voor het eerst met elektronica en begon te experimenteren met voor haar nieuwe klanken en texturen.
De muziek van de Canadese muzikante bevatte in het verleden altijd flink wat invloeden uit de folk, maar op Basia’s Palace domineert de pop en zijn organische klanken voor een deel verruild voor elektronica. Ik moet eerlijk toegeven dat ik Basia’s Palace bij eerste beluistering echt enorm vond tegenvallen. Ik ben zeker niet vies van pop, maar de soulvolle pop op het nieuwe album van Basia Bulat kwam bij mij in eerste instantie totaal niet binnen.
Het klonk me allemaal wat te gewoontjes en te lichtvoetig, maar vanwege de mooie stem van Basia Bulat ben ik toch blijven luisteren. Gelukkig maar, want de songs op Basia’s Palace schuiven uiteindelijk wel wat op van pop naar soulpop en ook in muzikaal opzicht wordt het album snel interessanter, zeker wanneer de flirts met disco naarmate het album vordert plaats maken voor interessantere klanken.
Basia Bulat maakte haar nieuwe album samen met de van The Arcade Fire bekende producer Mark Lawson, met wie ze ook al eerder werkte, waarna topproducer Tucker Martine de mix voor zijn rekening nam. Basia’s Palace klinkt prachtig en dat hoor je vooral wanneer de Canadese muzikante op het tweede deel van het album wat gas terug neemt. Zeker in de wat minder lichtvoetige songs kruipt Basia Bulat weer tegen haar vertrouwde geluid aan en overtuigt ze weer makkelijk als zangeres.
Ik moest absoluut even wennen aan het nieuwe geluid van Basia Bulat, maar eenmaal gewend is Basia’s Palace een warm klinkend album vol songs die je een goed gevoel geven, een echt feelgood album dus. Dat is wel wat anders dan de vaak wat melancholische folkpop uit het verleden, maar aan het einde van het album sluipt de melancholie er stiekem toch weer wat in en blijkt dat ook Basia Bulat nieuwe stijl veel te bieden heeft.
Basia’s Palace is wel een wat tricky album, want zeker de eerste paar tracks kunnen de fans van het eerste uur makkelijk verjagen, maar zullen de Canadese muzikante ook niet direct scharen onder de grote popzangeressen van het moment. Fans van het eerste uur kunnen wat mij betreft het beste beginnen met de tweede helft van Basia’s Palace, die ik persoonlijk interessanter vind dan de eerste helft en die er bovendien voor zorgt dat deze eerste helft wat minder heftig overkomt dan wanneer je begint met de uptempo songs aan het begin van het album. Een wat wisselend oordeel al met al, maar uiteindelijk overtuigt Basia Bulat me net. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Limiñanas - Faded (2025) 4,0
25 februari 2025, 15:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Limiñanas - Faded - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Limiñanas - Faded
De hoogtijdagen van Serge Gainsbourg herleven op het nieuwe album van The Limiñanas, maar het Franse duo sleept er, samen met gastmuzikanten, ook de nodige andere invloeden bij, wat een bijzondere luistertrip oplevert
Het is voor mijn gevoel lang stil geweest rond Marie Limiñana en Lionel Limiñana, maar het duo uit Perpignan levert deze week met Faded eindelijk weer een regulier album van The Limiñanas af. Het is net als de vorige keer een album dat bol staat van de invloeden, al staat de (Franse) psychedelica uit de jaren 60 en 70 wat mij betreft ook dit keer centraal. Samen met flink was gastmuzikanten nemen Marie Limiñana en Lionel Limiñana je mee op een bedwelmende luistertrip die vooral nostalgisch klinkt, al zijn invloeden van recentere datum nooit ver weg. Het schiet meerdere kanten op, maar de songs van de twee zijn ook dit keer nauwelijks te weerstaan.
Het was voor mijn gevoel een eeuwigheid geleden dat ik had geluisterd naar nieuwe muziek van The Limiñanas en dat bleek ook wel te kloppen. Het Franse duo haalde in 2018 nog mijn jaarlijstje met het geweldige Shadow People, dat zwaar schatplichtig was aan het werk van Serge Gainsbourg, maar hierna hoorde ik niet veel meer van het duo uit het Franse Perpignan, al doken ze in 2019 nog wel op als onderdeel van de gelegenheidsband L'Épée.
Het deze week, na een stilte van zeven jaar, verschenen Faded wordt op meerdere plekken onthaald als de opvolger van Shadow People, maar op Spotify kwam ik tot mijn verbazing een flinke stapel in de tussentijd verschenen albums van The Limiñanas tegen. Het gaat deels om albums die het duo samen met anderen maakte en vooral om flink wat filmsoundtracks. Ik moet er nog naar gaan luisteren, maar voorlopig gaat mijn aandacht uit naar Faded, dat absoluut herinneringen oproept aan het zeven jaar oude Shadow People.
Ook op Faded maken Marie Limiñana en Lionel Limiñana geen geheim van hun bewondering voor het werk van Serge Gainsbourg. Het Franse duo laat zich stevig beïnvloeden door de Franse psychedelica uit de jaren 60 en 70, maar sleept er ook dit keer uiteenlopende andere invloeden bij.
Net als op Shadow People vertrouwen Marie Limiñana en Lionel Limiñana op hun nieuwe album stevig op een aantal gastmuzikanten en gastvocalisten. Het zijn voor mij wat minder bekende namen dan op het vorige album, maar dit keer duiken naast een aantal voor mij minder bekende Franse (?) muzikanten onder andere Jon Spencer, Bobby Gillespie en Pascal Comelade op.
Het Franse duo kan dit keer echter ook prima uit de voeten zonder een beroep te doen op anderen en tekent zelf ook voor bezwerende klanken, die zwaar nostalgisch maar op een of andere manier ook eigentijds klinken. De nostalgie komt van de Franse psychedelica, de Franse filmmuziek, de garagerock, een vleugje The Velvet Underground en invloeden uit de Krautrock, maar invloeden uit de new wave en de shoegaze voegen ook invloeden uit recentere datum toe aan het nieuwe album van The Limiñanas.
Door de goed gevulde gastenlijst heeft Faded een wat bont karakter, maar het album heeft ook wel degelijk een consistent geluid en het is een geluid dat zich stevig opdringt wanneer je vatbaar bent voor de nostalgische en psychedelische luistertrip van het duo uit Perpignan. Het klinkt vaak lekker ruw en gruizig, maar als in de slottrack een licht schurende maar ook honingzoete versie van Où Va La Chance van Françoise Hardy voorbij komt, hoor je dat ook dit een kunstje is dat het Franse duo uitstekend beheerst.
Shadow People vond ik ruim zeven jaar geleden een sensationeel goed en vernieuwend album, dat een hoge notering haalde in mijn jaarlijstje. Met Shadow People in het achterhoofd is Faded misschien wat minder vernieuwend en sensationeel, maar Marie Limiñana en Lionel Limiñana hebben wat mij betreft toch weer een prima album afgeleverd, dat echt bol staat van de invloeden, nog eens eer bewijst aan het enorme talent van Serge Gainsbourg en dat bovendien flink wat memorabele songs bevat, met voor mij de songs waarin zangeressen PENNY en Anna Jean opduiken als meest onweerstaanbare. Goed dat The Limiñanas terug zijn met een regulier album dus. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Pocket Knife Army - Midnight Masquerade (2025) 4,0
24 februari 2025, 20:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Pocket Knife Army - Midnight Masquerade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Pocket Knife Army - Midnight Masquerade
Desirée Coumans en Erwin Tuijl hebben de tijd genomen voor het derde album van hun project Pocket Knife Army, maar het onlangs verschenen Midnight Masquerade klinkt weer vertrouwd en erg goed
Een stilte van zeven jaar is lang, zeker in het muzikale landschap van het moment, maar gelukkig keert het Nederlandse duo Pocket Knife Army na lang wachten terug met haar derde album. Het is een album dat deels voortborduurt op de uitstekende eerste twee albums, maar Midnight Masquerade klink ook wat elektronischer en is af en toe wat meer gericht op dance. Op hetzelfde moment zijn de dynamiek en de variatie gebleven in het geluid van het Nederlandse duo, klinkt de elektronica weer geweldig en laat Desirée Coumans wederom horen dat ze een uitstekende zangeres is. Ik had in het verleden wel wat met Pocket Knife Army en dat is na beluistering van Midnight Masquerade niet veranderd.
Het Nederlandse duo Pocket Knife Army debuteerde aan het eind van 2015 zeer indrukwekkend met het opvallende This Time I'll Come Out Unharmed. Het tweetal bestaande uit Desirée Coumans en Erwin Tuijl fascineerde op dit album met muziek die verder ging waar Portishead ooit gestopt was. Organische klanken werden gecombineerd met een flinke bak elektronica en de krachtige stem van Desirée Coumans en leverden een album van hoog niveau op.
De songs van Pocket Knife Army waren op This Time I'll Come Out Unharmed aanstekelijk, maar het Nederlandse tweetal zette je ook continu op het verkeerde been met spannende klanken, waarbij met name de avontuurlijke en zeer eigentijds klinkende elektronica opviel. Het goed ontvangen debuutalbum van Pocket Knife Army werd in het voorjaar van 2018 gevolgd door het minstens even goede Forever Counting Sheep, waarop het geluid van het debuutalbum verder werd geperfectioneerd.
De afgelopen zeven jaar hoorde ik helaas niets meer van Pocket Knife Army. Het betekent niet dat Desirée Coumans en Erwin Tuijl stil hebben gezeten, want de twee organiseerden de afgelopen jaren naar verluidt extravagante nachtfeesten onder de naam Midnight Masquerade, onder andere in Utrecht en mijn eigen Leiden. Ik heb daar verder niets van mee gekregen, maar gelukkig heeft het Nederlandse duo ook weer muziek opgenomen en uitgebracht.
Het derde album van Pocket Knife Army, Midnight Masquerade, verscheen vorige week en laat horen hoe de muziek van Desirée Coumans en Erwin Tuijl zich de afgelopen zeven jaar heeft geëvolueerd. Het derde album van Pocket Knife Army ligt deels in het verlengde van de eerste twee albums van het duo, maar slaat ook andere wegen in. De meer organisch klinkende passages die op de eerste twee albums nog wel eens voorbij kwamen zijn dit keer minder prominent aanwezig.
Op Midnight Masquerade domineert de elektronica, maar dit betekent niet dat de muziek van Pocket Knife Army eenvormiger klinkt dan in het verleden. Het Nederlandse duo flirt in een aantal tracks wat opzichtiger met de dansvloer, maar Midnight Masquerade bevat ook flink wat meer ingehouden tracks. Het zijn tracks die verrassend soulvol klinken en die af en toe ook een jaren 70 of 80 vibe hebben, met een aantal bijna letterlijke citaten uit deze decennia, wat weer fraai contrasteert met de eigentijdse klanken in de muziek van Pocket Knife Army.
Ook op het derde album weten Desirée Coumans en Erwin Tuijl een balans te vinden tussen lekker in het gehoor liggende popsongs en songs die de fantasie prikkelen, waardoor je ook bij beluistering van Midnight Masquerade weer op het puntje van de stoel zit om maar niets te missen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal weer fantastisch, maar ook de zang van Desirée Coumans is weer uitstekend en tilt de songs van het tweetal nog wat verder op.
De eerste twee albums van Pocket Knife Army hadden wat mij betreft een veel groter publiek verdiend, zowel nationaal als internationaal, en ook Midnight Masquerade verdient meer aandacht dan Desirée Coumans en Erwin Tuijl tot dusver krijgen met hun nieuwe album. Ik was Pocket Knife Army zelf eerlijk ook uit het oog verloren door de lange stilte na het tweede album, maar nu Midnight Masquerade flink wat keren voorbij is gekomen ben ik wederom onder de indruk van de muziek van dit bijzondere tweetal. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cristina Vane - Hear My Call (2025) 4,0
24 februari 2025, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cristina Vane - Hear My Call - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cristina Vane - Hear My Call
De Italiaanse muzikante Cristina Vane verrast ook op haar derde album Hear My Call weer met fraai bluesy gitaarspel, maar kruipt ondanks haar Europese roots ook nog wat dichter tegen de traditionele Amerikaanse rootsmuziek aan
Ik was vier jaar geleden heel positief over het debuutalbum van de Italiaanse muzikante Cristina Vane en daar stond ik zeker niet alleen in. Haar tweede album heb ik een jaar later helaas gemist, maar met het deze week verschenen Hear My Call ben ik gelukkig weer helemaal bij de les. Ook op haar derde album verrast Cristina Vane met authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek en maakt ze indruk met fraai bluesy slide gitaarspel en bluegrass snarenwerk. Hear My Call is een authentiek klinkend album, maar het is ook een album dat net wat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Alle reden dus om deze Italiaanse muzikante vanaf nu nauwlettend in de gaten te houden.
De van oorsprong Italiaanse muzikante Cristina Vane had al een aantal EP’s op haar naam staan toen in 2021 haar debuutalbum Nowhere Sounds Lovely verscheen. Het is een debuutalbum dat uitvoerig werd geprezen en werd vergeleken met het werk van Bonnie Raitt. Die vergelijking was niet helemaal onzinnig, want door het bluesy slide gitaarspel van Cristina Vane deed haar debuutalbum inderdaad wel wat denken aan de muziek van de grootheid uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek.
Cristina Vane was na omzwervingen door de Verenigde Staten in Nashville, Tennessee, terecht gekomen en leek het daar met Nowhere Sounds Lovely helemaal te gaan maken. Of dat gebeurd is weet ik niet, maar feit is dat ik de net iets meer dan een jaar na het debuutalbum verschenen opvolger Make Myself Me Again helemaal heb gemist. Het derde album van de Italiaanse muzikante staat gelukkig al weken in een nieuwsbrief van een van de betere promotors van Amerikaanse rootsmuziek, zodat ik Hear My Call echt met geen mogelijkheid kon missen.
Dat is maar goed ook, want ook het derde album van Cristina Vane is van hoog niveau. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van Nowhere Sounds Lovely en Make Myself Me Again dat ik inmiddels ook heb beluisterd. Ook op Hear My Call trekt het bluesy gitaarspel van de muzikante uit Nashville, Tennessee, direct de aandacht. Het is gitaarspel waarmee Cristina Vane zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere Amerikaanse rootsmuziek die momenteel in de Amerikaanse muziekhoofdstad wordt gemaakt.
Na haar snel uitgebrachte tweede album heeft Cristina Vane de tijd genomen voor haar derde album en dat is een verstandig besluit geweest. Hear My Call klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht beter dan de eerste twee albums en ook de songs en de teksten van de Italiaanse muzikante hebben aan kracht gewonnen. Cristina Vane is een afgestudeerd literatuurwetenschapper en heeft in haar jonge leven veel gereisd, waardoor ze in haar teksten veel te vertellen heeft en alles mooi weet te verwoorden.
De meeste indruk maakt de Italiaanse muzikante echter in muzikaal opzicht en met haar stem. Cristina Vane deed veel zelf op haar nieuwe album en tekent voor een groot deel van het geweldige gitaarspel op het album. Bluesy slide gitaarspel hoor je tegenwoordig niet zo vaak meer, maar Hear My Call van Cristina Vane klinkt heerlijk. Het album bevat zowel ingetogen songs met invloeden uit de bluegrass als meer uptempo songs met een bluesy vibe en in alle gevallen is het gitaarspel prachtig.
De stem van Cristina Vane is voldoende ruw en krachtig om goed te passen bij het gitaarspel op het album en het is een stem die nog meer indruk maakt dan op het debuutalbum van vier jaar geleden, al is het maar omdat haar stem ook zacht en gevoelig kan klinken.
In muzikaal opzicht lijkt het af en toe wel wat op de laatste albums van Larkin Poe, al blijft Cristina Vane een stuk dichter bij de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de bluesmuziek in het bijzonder, al is ze dit keer ook zeker niet vies van bluegrass, een genre dat bij haar ook in goede handen is.
Molly Tuttle, Bronwyn Keith-Hines en Brenna MacMillan, drie andere grote talenten uit Nashville, zorgen hier en daar voor de achtergrondvocalen en maken het muzikale feestje dat Hear My Call van Cristina Vane is nog wat mooier. Mooi album! Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Neil Young + Crazy Horse - Ragged Glory (1990) 4,5
Alternatieve titel: Smell the Horse, 23 februari 2025, 19:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Neil Young & Crazy Horse - Ragged Glory (1990) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Neil Young & Crazy Horse - Ragged Glory (1990)
Neil Young bracht niet heel veel bijzonders uit in de jaren 80, maar revancheerde zich in 1989 nog net op tijd met Freedom, dat een jaar later werd gevolgd door wat mij betreft een van zijn allerbeste albums
Min of meer bij toeval kwam ik onlangs Ragged Glory van Neil Young en Crazy Horse weer eens tegen. Het is een album waar ik in 1990 zeer van gecharmeerd was, want ik hou erg van het stevigere gitaarwerk van de Canadese muzikant. Voor dit gitaarwerk ben je op Ragged Glory aan het juiste adres, want Neil Young en Crazy Horse spelen op dit album de pannen van het dak. Je hoort tegenwoordig niet veel lange gitaarsolo’s meer, maar op Ragged Glory volgen ze elkaar in rap tempo op, waardoor het album als een stoomwals over je heen dendert. Ik vond het in 1990 fantastisch, maar 35 jaar later heeft het album nog niets van zijn glans verloren. Voor mij een van de beste Neil Young albums.
In heel veel jaarlijstje uit 1989 kom ik Freedom van Neil Young in de hogere regionen tegen en het album voert zelfs een aantal lijstjes aan. Het is met afstand het beste album van Neil Young uit de jaren 80 en op een notering in de jaarlijstjes valt wat mij betreft niets af te dingen. Het is echter niet mijn favoriete Neil Young album uit deze periode, want dat is het album dat bijna precies een jaar na Freedom verscheen.
Ik was in 1989 gecharmeerd van Freedom vanwege het geweldige gitaarwerk van Neil Young, maar dat is nog veel prominenter aanwezig op het in 1990 verschenen Ragged Glory. Waar Neil Young op Freedom meerdere kanten op gaat, is het met zijn band Crazy Horse gemaakte Ragged Glory een stuk eenvormiger, maar het is wel het Neil Young geluid dat ik persoonlijk het allerliefst hoor.
Openingstrack Country Home zet direct de toon. Het is een track die stamt uit de jaren 70, maar destijds de albums van Neil Young & Crazy Horse niet wist te halen. Crazy Horse gitarist Frank "Poncho" Sampedro, bassist Billy Talbot, drummer Ralph Molina en natuurlijk Neil Young zelf draaien het gas zeven minuten volledig open met spetterend gitaarwerk en eindeloze solo’s vol vervorming. Het wordt gecombineerd met de uit duizenden herkenbare stem van Neil Young en de fraaie harmonieën van Crazy Horse.
Ik werd er in 1990 door verpletterd en Ragged Glory verplettert mij nog steeds. Het album borduurt voort op de muziek van Neil Young en Crazy Horse uit de jaren 70, maar klinkt nog net wat rauwer en gruiziger. De muziek op Ragged Glory heeft de energie van een live optreden en dat heeft alles te maken met de wijze waarop het album werd opgenomen. Neil Young en Crazy Horse speelden gedurende een aantal weken tweemaal per dag live een set met songs, die steeds van samenstelling veranderde. Uiteindelijk kwamen de beste versies van de songs terecht op het album dat dan ook uit de speakers knalt.
De meeste aandacht gaat uit naar het fantastische gitaarwerk, maar ook de solide basis van de ritmesectie draagt bij aan de muzikale stoomwals die Ragged Glory is. Ragged Glory verscheen in 1990 en dus ruim voor de hoogtijdagen van de gruizige indierock en de grunge, maar hetgeen dat Neil Young en Crazy Horse op het album laten horen klinkt meer dan eens als een blauwdruk voor de rockmuziek die later in de jaren 90 zou worden gemaakt.
Ragged Glory werd in 1990 niet zo geprezen als Freedom een jaar eerder, maar het album werd terecht goed ontvangen. Ik heb Ragged Glory destijds zelf grijs gedraaid en hoewel ik al decennia niet meer naar het album had geluisterd, bleek ik de geweldige gitaarsolo’s op het album nog noot voor noot te kennen.
De archieven van Neil Young zijn inmiddels berucht en ik moet eerlijk toegeven dat ik de releases uit deze archieven de laatste jaren niet echt meer volg. Hierdoor heb ik ook gemist dat er in 2018 nog een extra half uur van de Ragged Glory sessies werd ontdekt. Deze zijn uiteindelijk uitgebracht onder de naam Ragged Glory – Smell The Horse, dat anderhalf uur geweldige muziek bevat.
Neil Young hoopt later dit jaar zijn 80e verjaardag te vieren en heeft maar weer eens een tour aangekondigd. Zelf vind ik de oude baas inmiddels wat te fragiel en hou ik daarom voorlopig op het fantastische album dat hij alweer 35 jaar geleden maakte. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Naima Joris - Enjoy the Silence (2025) 4,5
23 februari 2025, 10:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Naima Joris - Enjoy The Silence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Naima Joris - Enjoy The Silence
De Belgische muzikante Naima Joris brengt na haar bijzondere debuutalbum uit 2022 nu een album uit met uitsluitend songs van anderen, waar ze op even unieke als imponerende wijze haar eigen songs van maakt
Het album Enjoy The Silence van Naima Joris krijgt hier en daar het label avant garde opgeplakt. De muziek van de Belgische muzikante is inderdaad niet alledaags, maar ontoegankelijk zou ik het album zeker niet willen noemen. Naima Joris vertolkt op haar nieuwe album songs van anderen en dat doet ze op prachtige wijze. Het zijn songs die in muzikaal opzicht uiterst sober maar ook bijzonder mooi worden vertolkt. De meeste magie komt echter van de fascinerende stem van de Belgische muzikante, die met haar unieke zang haar eigen songs maakt van de songs van anderen. Het levert een intiem en breekbaar album op dat mooier en mooier en indrukwekkender en indrukwekkender wordt.
De Belgische muzikante Naima Joris, dochter van de jazzmuzikant Chris Joris, maakte in 2021 diepe indruk met een titelloze EP waarop ze stil stond bij de dood van haar jongere zus, die de strijd tegen kanker verloor. Dat deed ze met bijna verstilde songs, die werden gedragen door haar fascinerende en opvallend emotievolle en doorleefde stem, maar die ook opvielen door bijzonder mooie en wat jazzy aandoende klanken.
Op het minialbum Tribute To Daniel Johnston uit 2022 eerde Naima Joris op minstens net zo indrukwekkende wijze het werk van Daniel Johnston, een van haar muzikale helden, en maakte ze haar eigen songs van de songs van de Amerikaanse cultheld die in 2019 overleed. In 2022 verscheen ook het debuutalbum van Naima Joris en While The Moon was nog wat indrukwekkender dan de twee EP’s.
While The Moon herinnerde aan het werk van een aantal grote blues- en jazzzangeressen uit een ver verleden, onder wie Nina Simone, maar was ook niet ver verwijderd van de debuutalbums van Lady Blackbird en landgenote Melanie de Biasio. Door het verstilde karakter en de zeer karakteristieke zang van Naima Joris was While The Moon geen makkelijk album, maar wanneer je eenmaal werd gegrepen door de songs van de Belgische zangeres hield haar debuutalbum je in een wurggreep.
In de zomer van 2023 bracht Naima Joris een verstilde en zeer fraaie versie van When Doves Cry van Prince uit en in 2024 volgden meer covers, waaronder een prachtige vertolking van Enjoy The Silence van Depeche Mode. Die laatste cover is de titeltrack van het tweede album van Naima Joris, dat deze week is verschenen.
Enjoy The Silence bevat uitsluitend songs van anderen, maar het zijn ook allemaal Naima Joris songs geworden. De Belgische muzikante maakte haar nieuwe album samen met muzikant Vitja Pauwels en samen tekenen ze voor prachtige klanken van met name piano en gitaren. De songs van anderen zijn door Naima Joris en Vitja Pauwels tot op het bot uitgekleed en vervolgens voorzien van sobere maar bijzonder sfeervolle en vaak bijna onwaarschijnlijk mooie klanken.
Het zijn klanken die prachtig kleuren bij de unieke stem van Naima Joris, die ook op Enjoy The Silence weer fascinerend mooi zingt. Haar versie van Enjoy The Silence is al een tijdje te beluisteren, maar ik kan er eindeloos naar blijven luisteren, want wat is de versie van Naima Joris mooi en trefzeker. Het is een versie die dwars door de ziel snijdt en dat is een typering die ook van toepassing is op de andere songs op het album.
Enjoy The Silence bevat songs van onder andere Tom Waits, Nick Drake, Moses Sumney, Billie Holiday, Gillian Welch en Radiohead en ze zijn allemaal even mooi en bijzonder. Het zijn versies die sterk afwijken van de originelen en allemaal zijn gemaakt met een vergelijkbaar recept. Ondanks de overeenkomsten tussen de songs, het lage tempo en de zeer stemmige klanken komen alle songs even hard binnen, wat de verdienste is van de unieke stem van de Belgische muzikante.
Enjoy The Silence van Naima Joris is zeker geen album voor alle momenten, want je moet in de stemming zijn voor het sobere en melancholische album en moet er bovendien met volledige aandacht naar kunnen luisteren, maar op het juiste moment is Enjoy The Silence van Naima Joris een album van een unieke schoonheid. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Heather Nova - Breath and Air (2025) 4,5
22 februari 2025, 11:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Heather Nova - Breath And Air - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Heather Nova - Breath And Air
Heather Nova maakte haar beste albums in de jaren 90, maar 31 jaar na haar meesterwerk Oyster komt ze op de proppen met het prachtige Breath And Air dat echt niet onder doet voor het album uit 1994
Een nieuw album van Heather Nova vind ik altijd interessant, maar ik had eerlijk gezegd geen hele hoge verwachtingen bij het verschijnen van Breath & Air. De Amerikaanse muzikante maakte de afgelopen jaren prima albums, maar het was lang niet zo goed als in de beste dagen van Heather Nova. Verwachtingen komen gelukkig niet altijd uit, want met Breath And Air heeft de Amerikaanse muzikante een wonderschoon album gemaakt. Breath And Air valt op door een fraaie productie en hele mooie klanken, door persoonlijke en aansprekende songs en zeker ook door de stem van Heather Nova, die echt prachtig zingt. Oyster blijft een meesterwerk, maar het nieuwe album van Heather Nova is minstens even goed.
Bij Heather Nova denk ik nog altijd direct aan haar album Oyster uit 1994. Het tweede album van de op Bermuda geboren singer-songwriter is voor mij een van de betere albums uit de jaren 90. Het is een album dat is verbonden met allerlei herinneringen, zo denk ik bij Walk This World en Throwing Fire At The Sun onmiddellijk aan een woeste taxirit door Vietnam, maar het is ook een album waarop Heather Nova ver boven zichzelf uit steeg.
Oyster is een album met geweldige songs en prachtige muziek, maar het is vooral een album waarop de stem van Heather Nova zorgde voor de ultieme verleiding en betovering. Oyster is het enige album van Heather Nova waar ik nog met enige regelmaat naar luister, want de Amerikaanse muzikante heeft ook flink wat mindere albums gemaakt.
De afgelopen jaren is Heather Nova echter weer in betere doen, al kwamen prima albums als Pearl en Other Shores wat mij betreft nog niet echt in de buurt van Oyster. Dat mag je misschien ook niet meer verwachten van een muzikante die inmiddels meer dan 30 jaar muziek maakt, maar het deze week verschenen Breath And Air vind ik echt een enorme verrassing. Het is een album dat ik direct bij eerste beluistering al schaarde onder de beste Heather Nova albums en nadat ik het album meerdere keren heb beluisterd ben ik nog veel positiever over Breath And Air.
Heather Nova nam haar nieuwe album op in het Zuid-Engelse Devon, waarbij ze samen werkte met producer Chris Bond, die vooral bekend is van zijn werk voor Ben Howard. De twee namen de tijd voor Breath And Air en dat hoor je, want wat klinkt het album prachtig. Heather Nova heeft met Breath And Air een redelijk ingetogen album gemaakt, maar de instrumentatie is lang niet altijd ingetogen.
Een deel van de songs klinkt akoestisch, terwijl een ander deel vertrouwt op synths. Het klinkt af en toe behoorlijk vol, maar de instrumentatie op het album is zeer smaakvol, zeker als ook nog eens prachtige cello klanken opduiken. Hoe mooi het allemaal in elkaar zit hoor je wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en je kunt verbazen over de vele prachtige details.
Ik vond met name de songs van Heather Nova tegenvallen op haar wat mindere album, maar de songs op Breath And Air zijn niet alleen mooi ingekleurd maar ook zeer aansprekend. Het zijn persoonlijke songs die niet onder doen voor de beste songs die Heather Nova in het verleden schreef en dat zegt wat.
Het mooiste heb ik nog niet eens genoemd, want dat is de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is nog altijd de engelachtige stem die in 1994 zoveel indruk maakte, maar de zang van Heather Nova klinkt ook rijper en doorleefder, waardoor ik de zang op Breath And Air misschien nog wel mooier vind dan op Oyster en de andere vroege albums. Alle onderdelen op het album zijn mooi, maar ze weten elkaar ook nog eens op indrukwekkende wijze te versterken. De muziek op het album zorgt voor een warme en intieme sfeer en het is een sfeer waarin de zang van Heather Nova uitstekend gedijt.
Als je mij een paar weken geleden had gevraagd of Heather Nova ooit nog eens het niveau van Oyster zou halen zou ik onmiddellijk nee hebben gezegd, maar hoe vaker ik naar Breath And Air luister hoe meer ik er van overtuigd raak dat Oyster wel eens overtroffen kan zijn door dit prachtige nieuwe album. Wat een aangename en wat mij betreft sensationele verrassing. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom (2025) 4,0
21 februari 2025, 16:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom
Met de stem van Amy Boon, de songwriting skills van Willy Vlautin en de muzikaliteit van de overige leden van The Delines kun je eigenlijk geen slecht album maken en dat heeft de band dan ook niet gedaan
Willy Vlautin zag The Delines in eerste instantie als een band naast Richmond Fontaine, maar inmiddels richt hij al zijn muzikale aandacht op de band met boegbeeld Amy Boone. Schrijver Willy Vlautin heeft ook voor Mr. Luck & Ms. Doom weer een serie uitstekende songs en fraaie teksten geschreven en deze worden als altijd prachtig vertolkt door Amy Boon, die alleen maar beter gaat zingen. De rest van de band zorgt voor prachtige klanken met vooral invloeden uit de country, soul en jazz. Het geluid van The Delines klinkt inmiddels vertrouwd, maar de band uit Portland, Oregon, klinkt ook op haar vijfde album warm en geïnspireerd. Een heerlijk album voor als de zon onder is.
De Amerikaanse muzikant Willy Vlautin stopte een jaar of negen geleden met zijn band Richmond Fontaine om meer tijd te hebben voor het schrijven van boeken. De afgelopen jaren timmert Willy Vlautin dan ook vooral en met heel veel succes aan de weg als schrijver, maar hij is de muziek gelukkig niet helemaal vergeten. Deze week verscheen immers het vijfde album van de band The Delines, de band die Willy Vlautin in 2013 formeerde.
De Amerikaanse muzikant had destijds maar één reden om een tweede band te formeren en dat was de stem van zangeres Amy Boone, die hem mateloos fascineerde en betoverde. Iedereen die de albums van The Delines kent weet dat dit een hele goede reden was om een extra band te starten en ook op het deze week verschenen Mr. Luck & Ms. Doom zingt Amy Boon weer de sterren van de hemel.
De Amerikaanse zangeres beschikt over een warm en soulvol geluid, maar ze kan ook uitstekend doseren en vertolkt de songs van The Delines bovendien met veel gevoel en precisie. Alleen door de zang van Amy Boone is Mr. Luck & Ms. Doom al een geweldig album, maar The Delines zijn meer dan hun boegbeeld. Willy Vlautin is niet alleen een geweldige schrijver, maar ook een uitstekende songwriter. De fraaie verhalen die hij vertelt zijn bovendien verpakt in lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs. Ik ben lang niet altijd van de teksten, maar de teksten van Willy Vlautin verdienen het om volledig uitgeplozen te worden.
Ook in muzikaal opzicht heeft de band uit Portland, Oregon, weer veel te bieden. De muziek van The Delines staat ook dit keer weer bol van de invloeden uit de country en de soul, maar Mr. Luck & Ms. Doom klinkt ook zeker jazzy. Dat de band bestaat uit geweldige muzikanten hoor je een album lang. De ritmesectie speelt prachtig subtiel, de gitaarlijnen zijn weergaloos, de synths en orgels zijn fraai ondersteunend en dan zijn er ook nog eens de blazers en strijkers die nog wat warmte toevoegen aan het sfeervolle geluid van The Delines.
Het is een geluid dat sowieso al niet over warmte heeft te klagen, want de weldadige stem van Amy Boone slaat zich song na song als een warme deken om je heen. Zeker in de meest ingetogen songs zingt de Amerikaanse muzikante echt weergaloos mooi, maar in deze tracks is ook in de muziek iedere noot raak. De criticus zal beweren dat The Delines vertrouwen op een inmiddels bekend recept en hier weinig aan toevoegen, maar ik vind het geluid op Mr. Luck & Ms. Doom weer net wat mooier en ook van de songs van Willy Vlautin krijg ik geen genoeg.
De stelling ‘meer van hetzelfde’ gaat wat mij betreft dan ook niet op en Mr. Luck & Ms. Doom kan wat mij betreft ook nog eens mee met het beste werk van de band. Het nieuwe album van The Delines is ook nog eens prachtig opgenomen, waardoor je ieder instrument afzonderlijk hoort en het af en toe bijna lijkt of Amy Boone bij je in de woonkamer staat te zingen.
Het meest recente boek van Willy Vlautin heb ik weer met veel plezier gelezen, maar ook de muzikale verrichtingen van de Amerikaanse schrijver en muzikant zijn nog altijd van een hoog niveau. Zeker zo lang de avonden donker zijn zorgt Mr. Luck & Ms. Doom van The Delines voor een nagenoeg perfecte soundtrack. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Cindy Lee - Diamond Jubilee (2024) 4,5
20 februari 2025, 15:48 uur
(reactie op ander bericht)
Heeft er een tijdje op gestaan, maar is inderdaad weer verdwenen.
Why was Diamond Jubilee removed from Spotify?
Unauthorized Uploads. The reason for the removal was quickly clarified. The uploads to Spotify were not official releases authorized by Superior Viaduct, Cindy Lee's label. They were likely unauthorized uploads that were taken down due to copyright infringement.
» details » naar bericht » reageer
Mereba - The Breeze Grew a Fire (2025) 4,0
20 februari 2025, 15:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Review: Mereba - The Breeze Grew A Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mereba - The Breeze Grew A Fire
De Amerikaanse muzikante Mereba heeft met The Breeze Grew A Fire een R&B album gemaakt dat aan de ene kant zwoel en verleidelijk klinkt, maar dat aan de andere kant bol staat van het muzikale avontuur
Iedere week verschijnen albums die in het hokje R&B passen. Het zijn albums die meestal redelijk netjes binnen de lijnen van het genre kleuren en die daarom wat mij betreft weinig toevoegen aan alles dat er al is. Mereba doet dat wel met haar tweede album The Breeze Grew A Fire, dat klinkt als een typisch R&B album, tot je er wat beter naar luistert. Mereba heeft een album gemaakt dat flink wat invloeden uit de R&B bevat, maar ze verwerkt ook invloeden uit andere genres en kiest bovendien voor muziek en vocalen die anders klinken dan gebruikelijk in het genre. Het levert een bijzonder lekker, maar ook een verrassend album op. Zo hoor ik R&B graag.
Ik ben zeer selectief wanneer het gaat om R&B, maar zo af en toe kom ik een album in het genre tegen dat ik heel erg goed vind. Het is best lang geleden dat ik een album van het kaliber van A Seat At The Table van Solange, om direct maar eens mijn favoriete R&B album te noemen, heb ontdekt, maar ik ben absoluut onder de indruk van het deze week verschenen The Breeze Grew A Fire van Mereba.
Mereba is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Marian Mereba, die zowel Afrikaans-Amerikaanse als Ethiopische wortels heeft. Ze maakt al een tijdje deel uit van de zwarte muziekscene van Atlanta en scoorde een paar jaar geleden stevig met haar debuutalbum The Jungle Is The Only Way Out, dat ik overigens niet heb opgemerkt.
Het met de recente branden in Los Angeles in het achterhoofd opvallend getitelde The Breeze Grew A Fire is een persoonlijk album dat is verschenen op het kleine en wat alternatieve Secret Canadian label. Het nieuwe album van past zeker in het hokje R&B, maar het is zeker geen 13 in een dozijn R&B album.
Vergeleken met de meeste R&B albums van het moment is de muziek wat minder zwaar aangezet en dat geldt zeker voor de beats. De meeste songs op The Breeze Grew A Fire klinken loom en behoorlijk ingetogen. Het voorziet de songs van Mereba van een aangenaam dromerig karakter, maar de songs van de Amerikaanse muzikante zijn ook zeker aanstekelijk.
Mereba heeft haar nieuwe album gemaakt met multi-instrumentalist en producer Sam Hoffman, die het album heeft voorzien van een dromerig en zwoel, maar ook mooi en interessant geluid met veel bijzonder klinkende elektronica en spannende ritmes. Het is een geluid dat deels aansluit bij wat in de R&B gangbaar is, maar de songs van Mereba bevatten ook flink wat invloeden uit de (neo-)soul. Hiernaast doen de songs van de Amerikaanse muzikante soms subtiel psychedelisch aan en gooit ze er ook wat Afrobeat tegenaan. Wanneer een Ethiopisch snareninstrument opduikt eert ze bovendien haar wortels met weer totaal andere klanken.
Het tempo op The Breeze Grew A Fire ligt vooral laag, wat het dromerige karakter van de muziek van Mereba versterkt. Het wordt gecombineerd met de mooie stem van Mereba, die kan klinken als een typische R&B zangeres, maar die ook andere kanten op kan met haar stem. Ik hou echt helemaal niet van rap, maar de wijze waarop Mereba een tussenweg vindt tussen zang, rap en gesproken woord vind ik wel aansprekend.
The Breeze Grew A Fire is een album dat het best lekker doet op de achtergrond, maar het nieuwe album van Mereba wordt echt veel beter wanneer je er diep in duikt en met volledige aandacht luistert naar alle bijzondere ingrediënten die de Amerikaanse muzikante in haar muziek heeft verstopt.
De combinatie van een aantal bekende R&B ingrediënten en het nodige muzikale avontuur leverde in het verleden al een stapeltje R&B albums op dat ik koester en ook The Breeze Grew A Fire van Mereba is zo’n album. Het is een rijk album waarop ik ook na meerdere keren horen nog nieuwe dingen ontdek, maar het is ook een zwoel en verleidelijk album dat alvast een voorproefje geeft op de zomer. Het levert terecht flink wat positieve recensies op, maar dit album verdient nog veel meer aandacht. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Adrian Crowley - Measure of Joy (2025) 4,0
19 februari 2025, 16:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Adrian Crowley - Measure Of Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Adrian Crowley - Measure Of Joy
De vanuit Ierland opererende muzikant Adrian Crowley heeft met Measure Of Joy een uiterst stemmig en zich langzaam voortslepend album gemaakt dat het uitstekend doet op de koude en donkere avonden van het moment
Ik luister niet heel vaak naar de muziek van Adrian Crowley, maar toen ik eenmaal was begonnen aan zijn nieuwe album Measure Of Joy liet het me niet meer los. Het door niemand minder dan John Parish geproduceerde album is donker maar sfeervol. Er is veel zorg besteed aan de arrangementen en de klankentapijten in de verschillende songs en ze passen keer op keer perfect bij de donkere stem van de Ierse muzikant, die zijn teksten soms bijna voordraagt maar blijft zingen. Measure Of Joy is een album dat een bepaalde sfeer oproept en het is een sfeer die perfect past bij het huidige seizoen en de toestand in de wereld. Het was even geleden dat ik naar een Adrian Crowley album had geluisterd, maar dit nieuwe album is echt prachtig.
De op Malta geboren maar in Ierland opgegroeide singer-songwriter Adrian Crowley maakt inmiddels meer dan vijfentwintig jaar albums. Mijn eerste kennismaking met zijn muziek stamt echter pas uit 2014, toen het prachtige Some Blue Morning verscheen, een album waar ik elf jaar geleden behoorlijk van onder de indruk was. Het was tot dusver het enige album dat ik van de Ierse muzikant heb besproken op de krenten uit de pop en ik kan me ook niet herinneren dat ik intensief heb geluisterd naar de twee albums die hij hierna uitbracht.
De naam van Adrian Crowley kwam op de krenten uit de pop alleen nog terug in de bespreking van het album van de Libanese singer-songwriter Nadine Khouri, die in een aantal tracks werd bijgestaan door de Ierse muzikant. Onlangs verscheen een nieuw album van Adrian Crowley en ook Measure Of Joy liet ik in eerste instantie liggen. Na het lezen van heel veel positieve recensies heb ik het album er echter toch weer bij gepakt en op een koude winteravond raakte ik alsnog onder de indruk van de buitengewoon stemmige muziek van Adrian Crowley.
Op Measure Of Joy werkt Adrian Crowley samen met de vooral van PJ Harvey bekende John Parish en ook de eerder genoemde Nadine Khouri is van de partij, zij het op subtiele wijze. Measure Of Joy kwam bij mij tot leven in de avond en dat is ook niet zo gek want het is een album voor de avond en de nacht. De muziek op het album is sfeervol, de arrangementen zijn klein en de klanken warm en donker.
Het past allemaal prachtig bij de donkere stem van Adrian Crowley, die nog wat extra sfeer, warmte en melancholie toevoegt aan de songs op het album. Measure Of Joy doet wel wat denken aan de muziek die Leonard Cohen aan het eind van zijn carrière maakte of wanneer de gesproken teksten domineren zeker ook aan Lou Reed, maar de stem van Adrian Crowley heeft ook een duidelijk eigen geluid en dat geldt ook voor zijn muziek.
Het is allemaal prachtig geproduceerd door de gelouterde John Parish, die precies weet hoe een sfeervol album als dit moet klinken. Zeker wanneer je de volumeknop niet al te ver open draait hoor je vooral de donkere stem van de Ierse muzikant, maar het is absoluut de moeite waard om met volledige aandacht te luisteren naar de muziek op het album.
De arrangementen op Measure Of Joy zijn subtiel en de muziek klinkt behoorlijk ingetogen, maar de arrangementen zijn echt heel erg mooi en hetzelfde geldt voor de bijdragen van uiteenlopende instrumenten, waaronder strijker en blazers maar ook synths. De muzikale pracht hoor je vooral wanneer je de koptelefoon op zet en alle details in de muziek van Adrian Crowley tot leven komen.
De muziek van de Ierse muzikant klinkt vooral stemmig, maar hier en daar ook verrassend zwoel en opgewekt of juist kil met sobere klanken van een drummachine. Persoonlijk vind ik de tracks met donkere en atmosferische klanken het mooist. Het zijn tracks die zich in een uiterst laag tempo voortslepen en waarin Adrian Crowley zijn teksten bijna voordraagt, maar hij blijft wat mij betreft zingen.
Measure Of Joy is de perfecte soundtrack voor de koude winteravonden van dit moment, maar het zou me niet eens verbazen als het album ook op een broeierige zomeravond wonderen gaat doen. De tijd zal het leren. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Gary Louris - Dark Country (2025) 4,0
19 februari 2025, 11:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Gary Louris - Dark Country - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gary Louris - Dark Country
The Jayhawks voorman Gary Louris heeft voor het op Valentijnsdag verschenen Dark Country een aantal songs over de liefde opgenomen die behoorlijk ingetogen en met heel veel gevoel worden vertolkt
Als voorman van de Amerikaanse band The Jayhawks hoort Gary Louris bij de grootheden binnen de Amerikaanse alt-country scene die aan het begin van de jaren 90 opbloeide. De band heeft inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam staan, waaronder een aantal klassiekers. Het solowerk van de Amerikaanse muzikant vond ik altijd net wat minder aansprekend, maar het deze week verschenen Dark Country valt me zeker niet tegen. Het is een album dat eerder klinkt als een folk- of countryalbum uit de jaren 70 dan als een alt-country album, maar door de zang van Gary Louris is het ook niet heel ver verwijderd van de muziek van The Jayhawks. Genieten dus.
Gary Louris kennen we als voorman van de Amerikaanse band The Jayhawks, die in de eerste helft van de jaren 90 met Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass twee onbetwiste alt-country klassiekers afleverde. In de band uit Minneapolis, Minnesota, draaide in eerste instantie alles om de dynamiek tussen Gary Louris en Mark Olson, maar sinds de tweede helft van de jaren 90 trekt Gary Louris de kar.
Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass zijn nog altijd de uitschieters in het oeuvre van The Jayhawks, maar de band timmert nog altijd met veel succes aan de weg en blijft een van de smaakmakers in het genre. XOXO, het laatste wapenfeit van de Amerikaanse band is inmiddels alweer vijf jaar oud, maar Gary Louris geeft deze week weer een levensteken af met zijn derde soloalbum (het album dat hij samen maakte met Mark Olson niet mee geteld).
Vagabonds uit 2008 en Jump For Joy vond ik allebei prima albums, al vind ik de albums van The Jayhawks over het algemeen beter. Dat was ook mijn eerste conclusie na eerste beluistering van het deze week verschenen Dark Country. Nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd moet ik mijn mening toch wat bijstellen, want Gary Louris heeft een mooi album gemaakt.
Ook Dark Country is weer een album dat onmiddellijk aan de muziek van The Jayhawks doet denken. Dat is ook niet zo gek, want Gary Louris bepaalt met zijn stem voor een belangrijk deel het geluid van de band uit Minneapolis. Ook in muzikaal opzicht is Dark Country geen lichtjaren verwijderd van de muziek van The Jayhawks, al klinkt een soloalbum van Gary Louris wel anders dan een album van zijn band.
Dark Country is een behoorlijk ingetogen album waarop we vooral gitaren, piano, mondharmonica en de stem van Gary Louris horen. Het op Valentijnsdag verschenen album is een ode aan de liefde en werd door de Amerikaanse muzikant thuis opgenomen. Het is een album dat door de sobere inkleuring nogal nostalgisch aan doet, maar de songs zijn aansprekend en de uitvoering is fraai.
Ik heb al sinds de beginjaren van The Jayhawks wat met de stem van Gary Louris en ook de zang op Dark Country is zeer aansprekend. De Amerikaanse muzikant heeft een karakteristieke stem en legt veel gevoel in zijn zang. Door de sobere setting hoor ik dit keer wat minder van de muziek van The Jayhawks, al zijn er wel raakvlakken met het meer ingetogen werk van de band, en klinkt Dark Country meer als de folk- en countryalbums uit de jaren 70 dan als de alt-country albums uit de jaren 90.
Ik moest er even aan wennen, maar zeker wat later op de avond dringen de nieuwe songs van Gary Louris zich genadeloos op. Dat ligt niet alleen aan de mooie zang op het album, maar zeker ook aan het prachtige gitaarwerk, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant elektrische gitaren gebruikt. Elf songs lang klinkt Dark Country behoorlijk consistent, maar in de laatste tracks gooit Gary Louris er nog wat synths tegenaan en klinkt zijn muziek toch opeens weer een stuk voller.
Dark Country is een album dat doet uitzien naar een nieuw Jayhawks album, maar meer dan de vorige soloalbums van Gary Louris is het ook een album dat zich makkelijk staande houdt naast de geweldige albums van de band uit Minneapolis. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Horsegirl - Phonetics On and On (2025) 4,5
18 februari 2025, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Horsegirl - Phonetics On And On - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Horsegirl - Phonetics On And On
De Amerikaanse band Horsegirl maakte bijna drie jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar fascinerende debuutalbum en herhaalt dit kunstje met het flink anders klinkende maar wederom fantastische tweede album
Er zijn niet heel veel muzikanten die net van de middelbare school een jaarlijstjesalbum maken. De Amerikaanse band Horsegirl deed het op fascinerende wijze. Dat Versions Of Modern Performance geen toevalstreffer was laat het drietal uit Chicago horen op het album nummer twee. Phonetics On And On klinkt een stuk subtieler dan het debuutalbum van Horsegirl, maar het niveau ligt ook dit keer hoog. Het album is ook nog eens prachtig geproduceerd door Cate Le Bon, die het niveau van Horsegirl nog wat verder heeft opgetild. Luister naar het tweede album van Horsegirl en je hoort een aangenaam album, luister nog wat beter en je hoort net als drie jaar geleden een meesterwerk.
De Amerikaanse band Horsegirl leverde in de zomer van 2022 een bijzonder en wat mij betreft sensationeel goed debuutalbum af. Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece hadden de middelbare school nog maar net achter zich gelaten toen Versions Of Modern Performance verscheen, maar ze lieten op het debuutalbum van Horsegirl horen dat ze bulkten van het talent.
Op het album verwerkten de drie invloeden uit de postpunk, noiserock en indierock in songs die afwisselend hopeloos aanstekelijk en ongeremd eigenzinnig waren. De Britse kwaliteitskrant The Guardian omschreef Versions Of Modern Performance als een masterclass indierock en daar kon ik me wel in vinden.
Het half uur muziek op het debuutalbum van Horsegirl is inmiddels al weer bijna drie jaar oud en dus is het geweldig nieuws dat de band uit Chicago, Illinois, deze week opduikt met haar tweede album. Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece verdeelden hun tijd de afgelopen jaren tussen hun vervolgopleiding en Horsegirl, waardoor het tweede album van de band wat langer op zich heeft laten wachten.
Phonetics On And On werd aan het begin van 2024 opgenomen op een moment dat hun thuisbasis Chicago te maken kreeg met extreem lage temperaturen, waardoor de studio maar lastig warm te krijgen was. Phonetics On And On stond mede hierdoor in slechts twee weken op de band, maar waar je zou verwachten dat Horsegirl alle remmen los zou gooien in de strijd tegen de kou, is het tweede album van de band verrassend ingetogen en subtiel.
Horsegirl werkte bij het opnemen van het tweede album samen met de uit Wales afkomstige muzikante en producer Cate Le Bon, die de afgelopen jaren niet alleen steeds indrukwekkendere albums heeft afgeleverd, maar ook steeds meer indruk maakte als producer voor onder andere Wilco, John Grant en Devendra Banhart. Ook voor Horsegirl heeft Cate Le Bon weer vakwerk afgeleverd, want waar Versions Of Modern Performance vooral elementair klonk, zit Phonetics On And On vol prachtige details.
De zang van Nora Cheng en Penelope Lowenstein zit in de mix wat meer op de voorgrond, waardoor deze zang beter tot zijn recht komt. De op bijzondere wijze tegen elkaar in draaiende gitaren klinken juist wat meer op de achtergrond en worden bovendien veel subtieler ingezet, hier en daar aangevuld met synths en strijkers. Het zorgt er voor dat Phonetics On And On een meer ingehouden album is dan zijn voorganger, maar wat gebeurt er veel op het album.
Horsegirl laat zich nog steeds beïnvloeden door postpunk en indierock, maar doet op haar tweede album, nog meer dan op Versions Of Modern Performance, haar eigen ding. Het debuutalbum van Horsegirl deed het vooral geweldig bij afspelen met flink volume en ook Phonetics On And On komt dan goed tot zijn recht, maar het is dankzij alle subtiele details ook een album voor de koptelefoon.
Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece zijn nog altijd piepjong, maar ze leveren ook met hun tweede album weer muziek af van een niveau dat de meeste bands niet gegeven is. Versions Of Modern Performance is me nog altijd zeer dierbaar, maar inmiddels vind ik het nieuwe album van Horsegirl nog net wat beter. Wederom een masterclass van hoog niveau van dit bijzondere trio uit Chicago dus. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Dead Gowns - It's Summer, I Love You, and I'm Surrounded by Snow (2025) 4,5
17 februari 2025, 16:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dead Gowns - It's Summer, I Love You, And I'm Surrounded By Snow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dead Gowns - It's Summer, I Love You, And I'm Surrounded By Snow
Het is dringen in de indierock van het moment, maar de Amerikaanse muzikante Genevieve Beaudoin heeft als Dead Gowns een album gemaakt waar liefhebbers van dit genre echt niet omheen kunnen
It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow had zomaar aan mijn aandacht kunnen ontsnappen, maar hiermee had ik dan wel een van de beste albums van deze week gemist. Dead Gowns, het alter ego van de uit Maine afkomstige muzikante Genevieve Beaudoin, heeft een album afgeleverd met invloeden uit de folk en de country, maar invloeden uit de indierock domineren op het album. Het gitaarwerk op It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow is van uitstekende kwaliteit, maar het is vooral de mooie en emotievolle stem van Genevieve Beaudoin die het debuutalbum van Dead Gowns zo mooi en indrukwekkend maakt. Wat een droomdebuut.
Het was de afgelopen week wederom de Amerikaanse muziekwebsite Paste die me een gouden tip opleverde. Dat deed de website zeker niet voor de eerste keer en zoals zo vaak betrof het een album dat door de meeste andere muziekwebsites helemaal niet werd opgemerkt. Ik was de naam Dead Gowns wel in een aantal releaselijsten tegengekomen, maar op basis van de naam verwachte ik eerder een metalband dan een vrouwelijke singer-songwriter.
Dead Gowns is echter wel degelijk het alter ego van een vrouwelijke singer-songwriter en om precies te zijn dat van de uit Portland, Maine, afkomstige Genevieve Beaudoin. De Amerikaanse muzikante nam haar debuutalbum met de bijzondere titel It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow tussen 2020 en 2023 op. Dat deed ze vooral in slaapkamers, gymzalen en kerken, want geld voor een professionele studio was er niet.
Met It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow laat Genevieve Beaudoin horen dat je tegenwoordig ook met bescheiden middelen een prima klinkend album kan maken, want ik heb niets aan te merken op het geluid op het debuutalbum van Dead Gowns. Het eerste album van de muzikante uit Maine opent met de akoestische gitaar en de stem van Genevieve Beaudoin, maar halverwege de track wordt de folk verruild voor de indierock en klinkt de muziek van Dead Gowns opeens een stuk voller en steviger.
It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow werd gemaakt met een aantal muzikanten, die met bijdragen van met name gitaar, bas en drums en af en toe de pedal steel, de songs van Dead Gowns meerdere kanten op duwen. Gemene deler op het album is de indierock en het is indierock die lekker stevig, maar ook voldoende melodieus klinkt.
Genevieve Beaudoin laat in de eerste noten van het album en in een aantal vooral ingetogen songs op It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow horen dat ze indruk kan maken als folkie, maar ook de wat steviger aangezette zang in de wat meer rock georiënteerde songs op het album spreekt zeer tot de verbeelding. De zang op het debuutalbum van Dead Gowns is uitstekend, maar het is door alle emotie die de Amerikaanse muzikante in haar stem stopt ook zang die iets met je doet.
It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow sluit aan op de indierock zoals die momenteel wordt gemaakt, maar door de grote dynamiek in de songs, door het zeer fraaie gitaarwerk, door al het gevoel dat Genevieve Beaudoin in haar songs stopt en zeker ook door het lage tempo en de vaak bijzondere sfeer op het album, klinkt het debuutalbum van Dead Gowns anders dan de meeste albums in het genre.
Ik werd eigenlijk direct geraakt door de prachtige stem van Genevieve Beaudoin en door de fraaie klanken op het album, maar na It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow een paar keer gehoord te hebben ben ik nog veel meer onder de indruk van de muziek van Dead Gowns en met name van de zang van de Amerikaanse muzikante.
Het album sneeuwde op de meeste muzieksites helaas volledig onder de afgelopen dagen, maar Paste wist It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow van Dead Gowns gelukkig op de juiste waarde te schatten. Gelukkig, want dit uitstekende en intense album had ik niet graag gemist. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Jesus and Mary Chain - Psychocandy (1985) 4,5
16 februari 2025, 18:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Jesus And Mary Chain - Psychocandy (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Jesus And Mary Chain - Psychocandy (1985)
In de jaren 80 vond ik Psychocandy van The Jesus And Mary Chain een heel erg heftig album met al die vervormde gitaren, maar 40 jaar later hoor ik vooral heerlijk melodieuze, wat dromerige en vooral aangename popsongs
Tussen alle donkere popmuziek van halverwege de jaren 80 deden de Schotse broers Jim en William Reid er nog een schepje bovenop. Op het debuutalbum van hun band The Jesus And Mary Chain waren de gitaren zo vervormd dat het destijds werd ervaren als herrie. Er kan veel veranderen in veertig jaar tijd, want we weten inmiddels dat gitaargeweld nog wel een stuk heftiger kan. The Jesus And Mary Chain borduurde voort op popmuziek uit de jaren 60 en gruizige garagerock uit diezelfde periode en inspireerde in de jaren 90 de nodige shoegaze, noiserock en indierock band. Psychocandy klinkt na al die jaren nog verrassend fris en een stuk minder heftig dan in mijn herinnering.
Vorige week besprak ik het nieuwe album van de Nederlandse band Rats on Rafts. Het is een album dat me onmiddellijk mee terug nam naar de jaren 80, dat ondanks al mijn goede herinneringen toch een wat troosteloos decennium was met bijpassende muziek. Ik luister vanwege de mooie herinneringen nog best vaak naar muziek uit de jaren 80, maar laat de donkerste muziek uit deze periode meestal liggen.
Het is mede daarom dat ik echt al heel lang niet meer had geluisterd naar Psychocandy, het debuutalbum van The Jesus And Mary Chain. De band rond de Schotse broers Jim en William Reid maakte in mijn herinnering zo ongeveer de donkerste muziek die in de jaren 80 voorbij kwam, maar bij de hernieuwde kennismaking met Pyschocandy vond ik dat eigenlijk reuze meevallen.
Openingstrack Just Like Honey is een mooie en melodieuze popsong met een hang naar de jaren 60 en aan de Beach Boys herinnerende refreinen. De gitaren klonken in 1985 misschien wel erg gruizig en vervormd, maar met de shoegaze en noiserock albums uit de jaren 90 in het achterhoofd valt het allemaal erg mee.
De gitaren van The Jesus And Mary Chain klinken op Psychocandy vaak wel een stuk gruiziger en meer vervormd dan in Just Like Honey, maar ik schrik er inmiddels niet meer van. De gruizige gitaarmuren van The Jesus And Mary Chain zouden in de jaren 90 een inspiratiebron vormen voor flink wat shoegaze en indierock bands, maar het gitaarwerk op het debuutalbum van The Jesus And Mary Chain is ook absoluut schatplichtig aan de garagerock die in de jaren 60 werd gemaakt.
De songs op Psychocandy hebben de sfeer die op zoveel donkere albums uit de jaren 80 is te horen, maar het debuutalbum van de band rond de broers Reid heeft de tand des tijds wat mij betreft verrassend goed doorstaan. Psychocandy staat vol met wat dromerige of zelfs zoete popsongs die meer een jaren 60 dan een jaren 80 vibe hebben. Wanneer het gitaarwerk ontspoort sleept The Jesus And Mary Chain je wel de jaren 80 in, maar de muziek van de Schotse band klinkt duidelijk anders dan die van de meeste andere jaren 80 bands.
Het gitaarwerk schiet hier en daar flink uit de bocht, maar de gitaarakkoorden op het album zijn ook verrassend mooi en melodieus. Dat geldt ook voor de zang op het album, die het wat dromerige effect van de muziek van The Jesus And Mary Chain versterkt. Dat dromerige effect wordt opgejaagd door de gitaaruitbarstingen op het album en zeker ook door het stuwende drumwerk van de vooral van Primal Scream bekende Bobby Gillespie.
Psychocandy werd uiteindelijk voor een appel en een ei opgenomen, maar ik vind het album verrassend mooi klinken, wat mogelijk de verdienste is aan de engineers die in de studio aan het werk waren, iconen Flood en Alan Moulder. Ik vond Psychocandy in 1985 teveel van het goede, vooral door het vervormde gitaarwerk, maar het is grappig hoe je veertig jaar later met totaal andere oren naar muziek kunt luisteren, waardoor ik het debuutalbum van The Jesus And Mary Chain eigenlijk vooral een heel melodieus album vind.
Na Psychocandy heb ik nauwelijks meer naar de muziek van de Schotse band, die vorig jaar nog een album uitbracht, geluisterd, maar misschien moet ik dat na de goede ervaring met het debuutalbum van The Jesus And Mary Chain toch nog maar eens gaan doen, om te beginnen bij Darklands uit 1987 en Honey's Dead uit 1992. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Lumineers - Automatic (2025) 4,5
16 februari 2025, 10:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Lumineers - Automatic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Lumineers - Automatic
Ik heb al jaren een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse band The Lumineers en ook met album nummer vijf, Automatic, stelt de band rond Wesley Schultz en Jeremiah Fraites me echt geen moment teleur
The Lumineers is in de Verenigde Staten echt een hele grote band, maar ook in Nederland beginnen we de muziek va de Amerikaanse band langzaam maar zeker op de juiste waarde te schatten. Dat doe ik zelf al sinds het tweede album van de band en vooral sinds het geweldige III, dat wat mij betreft een van de allerbeste albums van 2019 was. Ook met Automatic hebben Wesley Schultz en Jeremiah Fraites weer een uitstekend album afgeleverd. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, de songs zijn stuk voor stuk aansprekend en dan is er ook nog de geweldige stem van Wesley Schultz, die de songs van The Lumineers omtovert in pareltjes. III blijft onaantastbaar, maar Automatic komt dicht in de buurt.
Toen de Amerikaanse band The Lumineers in 2012 opdook met de single Hey Ho vond ik het eerlijk gezegd maar een flauw bandje, maar het titelloze debuutalbum van de band uit Denver, Colorado, bleek een stuk beter. Toch had ik op dat moment niet verwacht dat de band tot grootse dingen in staat zou zijn.
Dat bleek de band echter wel, want Cleopatra uit 2016 en met name III uit 2019, overigens allebei geproduceerd door Simone Felice, vond ik echt fantastische albums. III eindigde aan het eind van 2019 zelfs op de tweede plek van mijn jaarlijstje en het is een album dat ik nog altijd met enige regelmaat beluister.
Het in 2022 verschenen BRIGHTSIDE was niet zo goed als III, maar ik vond het nog altijd goed genoeg voor mijn jaarlijstje. Alle reden dus om erg nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de Amerikaanse band, die in de basis bestaat uit Wesley Schultz en Jeremiah Fraites. De twee worden ook dit keer bijgestaan door producers David Baron en Simone Felice, maar Automatic is zeker geen fantasieloos vervolg op de vorige albums van de Amerikaanse band.
Het album, dat overigens volgt op het prima live-album Live From Wrigley Field van vorig jaar, liet zich voor het opnameproces inspireren door de Beatles documentaire Get Back. Wesley Schultz, Jeremiah Fraites en de twee producers van de band propten de studio in Woodstock, New York, vol met instrumenten en gingen vol enthousiasme aan de slag. Dat hoor je, want Automatic is een album waar veel vaart en energie in zit.
Het klinkt vanaf de eerste noten onmiskenbaar als The Lumineers, maar ook Automatic voegt iets toe aan het fraaie oeuvre van de band. Centraal staat nog altijd de zo herkenbare stem van Wesley Schultz, die ook dit keer het geluid van de band voor een belangrijk deel bepaalt. De door piano gedragen songs klinken dit keer zowel ingetogen als behoorlijk uitbundig, wat bijdraagt aan de vaart die in het album zit.
Als ik Automatic vergelijk met het titelloze debuutalbum van dertien jaar geleden valt op hoezeer Wesley Schultz en Jeremiah Fraites gegroeid zijn. Automatic klinkt in vocaal opzicht nog aansprekender dan het debuutalbum, maar vooral in muzikaal opzicht is sprake van een muzikale aardverschuiving. De songs op Automatic zijn gevarieerd, bestaan uit vele lagen en verraden niet alleen een enorme muzikaliteit, maar ook het vermogen om zeer aansprekende songs te schrijven.
Heel af en toe hoor ik een vleugje Beatles in de songs op Automatic, maar de Amerikaanse band heeft toch vooral haar eigen geluid geperfectioneerd. Ik hou altijd wel van de wat meer ingetogen en wat intiemere songs van The Lumineers en die liefde wordt op Automatic uitvoerig bevredigd. Het album bevat flink wat door piano gedomineerde songs en het zijn songs waarin Wesley Schultz de sterren van de hemel zingt.
De band verkoopt inmiddels ook in Nederland de AFAS Live uit, maar met albums als III, Cleopatra en Automatic moet er nog veel meer mogelijk zijn. Sinds III is mijn liefde voor de muziek van The Lumineers onvoorwaardelijk en ook met Automatic, dat ik aansprekender vind dan BRIGHTSIDE, stelt de band uit Denver, Colorado, me geen moment teleur. Dat had ik dertien jaar geleden echt niet verwacht van het bandje van Hey Ho. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Marta Arpini - Tender Superpower (2025) 5,0
15 februari 2025, 11:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Marta Arpini - Tender Superpower - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Marta Arpini - Tender Superpower
De Italiaanse zangeres Marta Arpini is tot dusver vooral bekend als jazzzangeres, maar op Tender Superpower laat ze horen dat ze ook wanneer ze folky popsongs maakt tot ongekende hoogten kan stijgen
Ik word niet heel vaak verrast door een nieuw album zoals ik werd verrast door Tender Superpower van Marta Arpini. De Italiaanse zangeres, die in Amsterdam woont, beschikt over een stem die je eindeloos wilt koesteren en die behoort tot de mooiste stemmen die ik in tijden heb gehoord. Ook in muzikaal opzicht is het derde album van de Italiaanse zangeres van een bijzondere schoonheid. De folky popsongs van Marta Arpini klinken anders dan gebruikelijk in het genre, maar alles aan de songs op Tender Superpower is even mooi. Ik had nog nooit van Marta Arpini gehoord, maar ben echt diep onder indruk van haar in alle opzichten wonderschone nieuwe album.
Marta Arpini is een in Italië geboren zangeres, die na een muziekopleiding in Milaan uiteindelijk op het Amsterdamse conservatorium terecht kwam. Ze woont inmiddels een aantal jaren in Amsterdam en slaagde er na haar opleiding in om een voet aan de grond te krijgen in de Nederlandse jazzscene.
Zowel met haar debuutalbum Forest Light uit 2019 als opvolger I Am A Gem uit 2022 sleept de Italiaanse zangeres een prestigieuze Edison nominatie in de categorie jazz in de wacht. Die Edison haalde ze uiteindelijk niet binnen, maar haar naam was, zeker in jazzkringen, gevestigd.
Het jazzalbum Forest Light is wat verstopt op de streaming media platforms, maar is vooral een vocaal jazzalbum. I Am A Gem is een anders klinkend en bijzonder album, waarop Marta Arpini invloeden uit de jazz vermengt met invloeden uit de folk en de pop. Die laatste twee invloeden nemen een nog prominentere plek in op het deze week verschenen Tender Superpower.
Het is een album waarop de invloeden uit de jazz voor een belangrijk deel zijn verdwenen en Marta Arpini vooral kiest voor folky popsongs. Ik ben geen groot jazzliefhebber en had daarom zelf nog nooit van de Italiaanse zangeres gehoord, maar Tender Superpower had maar een kleine minuut nodig om een onuitwisbare indruk te maken.
Openingstrack Soft Calamity maakt die onuitwisbare indruk in meerdere opzichten. Wat direct opvalt is dat Marta Arpini beschikt over een bijzonder mooie stem. Het is een zijdezachte en zuivere stem, die mij onmiddellijk wist te betoveren en die alleen maar mooier lijkt te worden. Het is zo’n stem die de ruimte vult met warme klanken waarin je je eindeloos wilt onderdompelen.
De stem van de Italiaanse zangeres is op het hele album echt betoverend mooi, waardoor Tender Superpower qua zang de competitie met alle albums die de laatste tijd zijn verschenen makkelijk aan kan. Het album kan dat ook nog eens in muzikaal opzicht, want ook de muziek is prachtig.
Invloeden uit de jazz spelen op het nieuwe album van Marta Arpini een veel minder grote rol dan op de vorige albums, maar ze zijn zeker niet helemaal verdwenen. Zeker de blazers en de drums op het album klinken behoorlijk jazzy, maar worden gecombineerd met sprookjesachtige elektronica, die het warme karakter van de muziek van de Italiaanse zangeres nog wat verder versterkt.
Tender Superpower is in muzikaal opzicht een mooi en verzorgd album, maar de muziek op het album is ook absoluut spannend, zeker wanneer wat zweverige passages worden afgewisseld met muzikale hoogstandjes en klassiek aandoende passages. Maar ook als Marta Arpini kiest voor een ingetogen en sober ingekleurde folksong klinkt alles even mooi.
De songs op Tender Superpower hebben vooral een tijdloos karakter, maar het zijn ook songs waarin alles klopt en waarin heel veel te ontdekken valt. Er is eigenlijk maar één ding jammer aan het derde album van Marta Arpini en dat is dat er maar acht songs op het album staan. Na bijna een half uur muziek zit Tender Superpower er op en wil je vooral heel veel meer.
Marta Arpini heeft liefhebbers van jazz de afgelopen jaren al overtuigd van haar kwaliteiten, maar met haar derde album moeten ook liefhebbers van folky popsongs als een blok gaan vallen voor de muzikale charmes van de Italiaanse zangeres uit Amsterdam. Tender Superpower is een album dat nog niet op heel veel plekken opduikt, maar het is in alle opzichten een album van een ongekende schoonheid. Poets die Edison maar alvast op voor Marta Arpini. Het zou niet meer dan verdiend zijn. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Helen Ganya - Share Your Care (2025) 4,5
14 februari 2025, 16:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Helen Ganya - Share Your Care - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Helen Ganya - Share Your Care
Helen Ganya heeft Schotse en Thaise wortels en beiden komen terug op een fascinerend album waarop Aziatische klanken prachtig samenvloeien met Westerse klanken in songs die overlopen van avontuur
Helen Ganya maakt inmiddels al een aantal jaren bijzondere muziek. Met haar vorige album had ze al de aandacht van een breed publiek verdiend en dat geldt in nog veel sterkere mate voor haar nieuwe album, het deze week verschenen Share Your Care. Het is een album waarop de vanuit Brighton opererende muzikante eigenzinnige Westerse popmuziek maakt, maar het is ook een album waarop de Thaise wortels van Helen Ganya alle ruimte krijgen. Share Your Care klinkt daarom als geen enkel ander album van dit moment, maar de combinatie van hele verschillende klanken klinkt verrassend mooi. Het levert een avontuurlijk album op dat groeit en groeit.
Eind 2022 verscheen polish the machine, het tweede album van de vanuit het Britse Brighton opererende Helen Ganya. Het is een album dat ik destijds niet heb beluisterd en hetzelfde geldt voor het debuutalbum van de muzikante met Schotse en Thaise wortels, die ook een tijdje muziek maakte onder de naam Dog In The Snow.
Als ik polish the machine aan het eind van 2022 wel had opgepakt had het album ongetwijfeld mijn jaarlijstje gehaald, want het vorige album van Helen Ganya is niet alleen een heel goed album, maar ook een album dat anders klinkt dan alle andere albums van dat moment.
De muzikante uit Brighton dook vorige week op met een nieuw album en ook Share Your Care had ik zomaar kunnen missen, want heel veel aandacht heeft het album helaas niet gekregen. Dat is jammer, want ook het derde album van Helen Ganya is een heel goed en ook heel origineel klinkend album.
Het album opent met bijzondere klanken, want de al een tijdje in het Verenigd Koninkrijk woonachtige muzikante verloochent haar Thaise wortels zeker niet. Share Your Care werd opgenomen na de dood van de Thaise grootmoeder van Helen Ganya, die vervolgens op zoek ging naar haar wortels.
De muziek op Share Your Care werd deels opgenomen in een Boeddhistische tempel in Wimbledon met Thaise muzikanten, die een aantal bijzondere instrumenten meenamen. Het zorgt er voor dat de tracks op het nieuwe album van Helen Ganya deels zijn gevuld met hele bijzondere klanken, die zorgen voor een bijzondere Aziatische sfeer.
Het knappe van Share Your Care is dat deze klanken van Thaise instrumenten prachtig samenvloeien met de klanken uit de Westerse popmuziek die de andere kant van Helen Ganya laten horen. De soms best stevig aangezette klanken van gitaren en synths contrasteren behoorlijk met de wat zweverige Aziatische klanken op het album, maar op een of andere manier versterken de bijna tegengestelde klanken elkaar ook.
Ook de songs van Helen Ganya zitten vol tegenstrijdigheden. Aan de ene kant maakt de muzikante uit Brighton toegankelijke en wat folky aandoende songs, maar het zijn ook songs die overlopen van avontuur. De soms Westerse en soms Aziatische klanken passen prachtig bij de stem van Helen Ganya, die de veelzijdigheid van de muziek terug laat komen in haar stem.
De combinatie van muziek en zang is op zich al fascinerend, maar het wordt allemaal nog wat mooier en knapper door de songs van Helen Ganya. Het zijn songs waarin je maar nieuwe dingen blijft horen en het zijn bovendien songs die grenzeloos vernieuwen en tegelijkertijd ook vertrouwd in de oren klinken.
Bij beluistering van Share Your Care moet ik met grote regelmaat denken aan de muziek die Kate Bush een aantal decennia geleden maakte. Niet omdat de zang van Helen Ganya heel erg lijkt op die van Kate Bush en ook niet omdat Share Your Care in muzikaal opzicht aansluit bij de muziek van Kate Bush, maar wel omdat Helen Ganya steeds dingen doet die je niet verwacht, maar ook muziek maakt waarvan je eigenlijk direct onder de indruk bent en die bovendien direct aangenaam klinkt.
Helen Ganya heeft een album gemaakt dat je een ander muzikaal universum in sleept en het is een universum waarin het bijzonder goed toeven is. Echt een heel bijzonder album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lina Tullgren - Decide Which Way the Eyes Are Looking (2025) 4,0
14 februari 2025, 11:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lina Tullgren - Decide Which Way The Eyes Are Looking - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lina Tullgren - Decide Which Way The Eyes Are Looking
Helaas weinig aandacht voor Decide Which Way The Eyes Are Looking van Lina Tullgren de afgelopen week, maar de muzikant uit Los Angeles heeft echt een mooi en interessant indierock album afgeleverd
Lina Tullgren maakte al twee interessante soloalbums, maar zet een volgende stap op Decide Which Way The Eyes Are Looking, dat in alle opzichten een interessant album is. Het is een album dat net als zijn voorgangers in de basis bestaat uit elementair elektrisch gitaarspel en de mooie stem van de muzikant uit Los Angeles, maar dit keer zijn flink wat instrumenten toegevoegd, waaronder strijkers en blazers. Desondanks klinkt de muziek van Lina Tullgren behoorlijk subtiel. De Amerikaanse muzikant maakt indierock songs met een kop en een staart, maar het klinkt een stuk eigenzinniger dan gebruikelijk in het genre. Echt een bijzonder album. Ga dat horen.
Lina Tullgren is een Amerikaanse muzikant die zichzelf ziet als non-binair persoon. Dat zal momenteel niet meevallen in het door idiote decreten geregeerde land, maar hopelijk is de muziekscene van Los Angeles waarin Lina Tullgren opereert nog wat ruimdenkender dan andere delen van het land.
Ik kende Lina Tullgren tot voor kort alleen van het album dat werd gemaakt met collega muzikant Alec Toku Whiting. Unfamiliar Ceilings was in 2022 een behoorlijk onconventioneel album, waar ik eerlijk gezegd helemaal niets interessants in hoorde. Ik schreef het deze week verschenen Decide Which Way The Eyes Are Looking daarom ook zeker niet direct op voor een plekje op de krenten uit de pop, maar het derde soloalbum van Lina Tullgren is een interessant album.
Dat had ik kunnen weten als ik naar de eerste twee soloalbums van de Amerikaanse muzikant had geluisterd, want zowel Won uit 2017 als Free Cell uit 2019 zijn verrassend goede albums. Het zijn albums die de in Portsmouth, New Hampshire, geboren maar tegenwoordig dus vanuit het Californische Los Angeles opererende muzikant makkelijk overtreft met het deze week verschenen derde album.
Op Won en Free Cell liet Lina Tullgren wat ruwe indierock songs horen en die zijn ook weer te horen op Decide Which Way The Eyes Are Looking, al klinkt het nieuwe album wel wat verzorgder, voller en gevarieerder dan de twee voorgangers. Het is een album dat liefhebbers van wat avontuurlijker klinkende indierock zeker zal aanspreken.
Lina Tullgren haalde flink wat muzikale vrienden naar de huisstudio in Los Angeles en streefde tijdens de opnames niet naar perfectie. Het voorziet Decide Which Way The Eyes Are Looking van een wat lo-fi en experimenteel karakter, maar de muzikant uit Los Angeles laat op het album ook absoluut zeer aansprekende songs horen.
Net als op de eerste twee albums staan de elektrische gitaar en de stem van Lina Tullgren centraal in de songs. Het gitaarspel is elementair en past uitstekend bij de stem van de Amerikaanse muzikant. Waar Lina Tullgren het op de eerste twee albums voor een belangrijk deel liet bij gitaar en zang, zijn nu flink wat instrumenten toegevoegd aan de songs. Met name de bijdragen van strijkers en blazers vallen op, maar ondanks de veelheid aan instrumenten blijft de muziek van Lina Tullgren behoorlijk sober.
Het tempo in de muziek ligt vaak laag en ook de zang sleept zich vaak wat langzaam voort, wat de songs van de muzikant uit Los Angeles voorziet van een bijzondere sfeer. Het klinkt allemaal een stuk experimenteler dan de muziek van de smaakmakers van de indierock van het moment, maar de muziek van Lina Tullgren is hierdoor ook een stuk spannender.
Ik geef eerlijk toe dat ik het bij eerste beluistering nog wel wat doorbijten vond, maar bij herhaalde beluistering vond ik Decide Which Way The Eyes Are Looking eigenlijk steeds mooier. De muziek en de zang van Lina Tullgren zijn eigenzinnig en dat geldt ook voor de songs op het album, maar ontoegankelijk is het zeker niet. Sterker nog, als ik nu naar het album luister zou ik de songs van de Amerikaanse muzikant bijna als sprookjesachtig omschrijven. Het is een album voor een wat kleiner publiek, maar dat publiek gaat wel smullen van Decide Which Way The Eyes Are Looking. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sharon Van Etten & The Attachment Theory - Sharon Van Etten & The Attachment Theory (2025) 4,0
13 februari 2025, 17:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sharon Van Etten & The Attachment Theory - Sharon Van Etten & The Attachment Theory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sharon Van Etten & The Attachment Theory - Sharon Van Etten & The Attachment Theory
Sharon Van Etten heeft met The Attachment Theory een wat voller klinkend bandalbum gemaakt, dat opvalt door verrassend toegankelijke songs, die nog wel altijd het kwaliteitsstempel van de Amerikaanse muzikante dragen
Wanneer je het hele oeuvre van Sharon Van Etten beluistert hoor je dat de Amerikaanse muzikante een interessante ontwikkeling heeft doorgemaakt. Van haar folky debuutalbum, naar een door gitaren gedomineerd indierock geluid, naar een veelzijdiger en mede door synths ingekleurd geluid. Het komt allemaal samen op het samen met haar band The Attachment Theory gemaakte album. Het is een album met een wat steviger aangezet geluid en ook wat expressievere zang, maar het is ook een album met toegankelijke en in kwalitatief opzicht uitstekende songs, die meerdere kanten op kunnen. Het oeuvre van Sharon Van Etten is inmiddels ruim vijftien jaar interessant en ook dit nieuwe album draagt hier weer aan bij.
Sharon Van Etten begon ruim vijftien jaar geleden als pure folkie op haar debuutalbum Because I Was In Love. Wanneer je naar dit album luistert en vervolgens naar het deze week verschenen album van Sharon Van Etten & The Attachment Theory is het nauwelijks te geloven dat het om dezelfde muzikante gaat. Voor iedereen die de Amerikaanse muzikante de afgelopen vijftien jaar heeft gevolgd is het nieuwe album van Sharon Van Etten echter een logisch vervolg op het fraaie stapeltje albums dat ze na haar debuutalbum heeft gemaakt.
Na Because I Was In Love begon Sharon Van Etten immers te experimenteren met een wat voller en steviger geluid en werd haar stem ook een stuk expressiever. Het is het geluid dat is te horen op Epic uit 2010 en Tramp uit 2012, vooralsnog mijn favoriete albums van de muzikante uit New York. Op het in 2014 verschenen Are We There werd het geluid van Sharon Van Etten wat bezwerender, waarna op Remind Me Tomorrow uit 2019 en met name op We’ve Been Going About This All Wrong uit 2022 synths een veel prominentere plek kregen in het geluid van de Amerikaanse muzikante.
Met Sharon Van Etten & The Attachment Theory zet Sharon Van Etten een volgende stap. Het is een album dat moet worden gezien als een bandalbum, want waar Sharon Van Etten op haar vorige album zelf alle touwtjes in handen had, werd het nieuwe album gemaakt met haar band The Attachment Theory. Deze band bestaande uit Jorge Balbi (drums, machines), Devra Hoff (bas, zang) en Teeny Lieberson (synths, piano, gitaar, zang) bepaalt mede het geluid op het titelloze album van Sharon Van Etten en haar band, waardoor het album weer wat anders klinkt dan zijn voorgangers.
Dat roept hier en daar heftige reacties op, maar persoonlijk vind ik de verschillen met Remind Me Tomorrow en We’ve Been Going About This All Wrong wel meevallen. Het album trekt het geluid van deze albums, die een grotere rol voor synths lieten horen, wat mij betreft door, maar op Sharon Van Etten & The Attachment Theory is alles wel wat steviger aangezet.
Het album laat een wat hechter en ook wat steviger bandgeluid horen, waarin met name de synths een stuk dominanter zijn, maar ook de rol van de gitaren is zeker niet uitgespeeld. Het heeft wanneer de synths domineren af en toe een jaren 80 vibe en wanneer de gitaren de hoofdrol opeisen ook wel een jaren 90 sfeer, maar wanneer de elektronica wat moderner klinkt maken Sharon Van Etten & The Attachment Theory vooral muziek van deze tijd.
Het is in muzikaal opzicht allemaal net wat steviger aangezet en hetzelfde hoor je in de zang van Sharon Van Etten, die nog wat krachtiger en expressiever zingt. Dat valt niet overal in de smaak, maar ik vind de zang op het nieuwe album echt verrassend mooi. De muzikante uit New York speelt al een tijd samen met haar nieuwe band en dat hoor je op het album, want wat klinken Sharon Van Etten en haar medemuzikanten op het album goed ingespeeld en hecht.
Voor Sharon Van Etten begrippen klinken de songs op haar nieuwe bandalbum wat toegankelijker of zelfs aanstekelijker dan we van haar gewend zijn, maar de kwaliteit van de songs valt me zeker niet tegen. Het ligt allemaal lekker in het gehoor met hier en daar een aangenaam vleugje nostalgie, maar de nieuwe songs beschikken ook zeker over diepgang en avontuur. Al met al een zeer geslaagd experiment deze nieuwe zet van Sharon Van Etten. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Heartworms - Glutton for Punishment (2025) 4,0
12 februari 2025, 20:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Heartworms - Glutton For Punishment - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Heartworms - Glutton For Punishment
Met name de Britse muziekpers is deze week volkomen terecht razend enthousiast over het debuutalbum van Heartworms, dat een brug slaat tussen meerdere genres op een donker en intens album vol gevoel
Heartworms, het project van de Britse muzikante Jojo Orme, leverde de afgelopen drie jaar al een aantal geweldige tracks af, waardoor de verwachtingen met betrekking tot het debuutalbum op zijn minst hooggespannen waren. Jojo Orme maakt deze verwachtingen waar met Glutton For Punishment, want wat is het een indrukwekkend debuutalbum geworden. Vergeleken met de eerste singles is het wat minder postpunk en wat meer pop, maar het is wel donkere en dreigende pop met fraaie spanningsbogen en de nodige emotie. In muzikaal opzicht klinkt het redelijk bekend, maar de zang en de bijzondere teksten zorgen er voor dat Heartworms zich makkelijk staande houdt.
De Britse muzikante Jojo Orme had zeker geen makkelijke jeugd. Ze worstelde met het zeer strenge regime van haar ouders en werd gediscrimineerd vanwege haar Pakistaanse, Afghaanse, Chinese en Deense wortels. Ze vond troost in de muziek van onder andere Siouxsie & The Banshees, PJ Harvey en The Shins en liet op 14-jarige leeftijd het ouderlijk huis achter zich om haar dromen in de muziek na te kunnen jagen.
Ook in de muziek kreeg ze het zeker niet voor niets, maar met haar project Heartworms, waarvan de naam werd ontleend aan een album van The Shins, lijkt Jojo Orme nu haar plek te hebben gevonden. Deze week is het debuutalbum van Heartworms verschenen en Glutton For Punishment is wat mij betreft een indrukwekkend debuut. Dat is op zich geen verrassing want de singles en de EP die aan het album vooraf gingen lieten al horen dat Jojo Orme beschikt over het nodige talent.
Op Glutton For Punishment maakt Heartworms behoorlijk donkere muziek, waardoor het album wordt voorzien van etiketten als postpunk en gothrock. Dat zijn geen onzinnige labels, want ingrediënten uit deze genres hebben zeker hun weg gevonden naar het debuutalbum van het project van Jojo Orme, maar deze twee genres vertellen zeker niet het hele verhaal van het album.
Op het debuutalbum van Heartworms wordt gruizig en wat staccato gitaarwerk gecombineerd met stevig aangezette synths. De ritmesectie speelt strak en wordt extra ondersteund door beats en loops die de muziek van Heartworms een opzwepend karakter geven en die de songs hier en daar richting de dansvloer duwen.
In vrijwel alle tracks op het album wordt de spanning langzaam maar zeer zeker opgebouwd, wat eindigt in behoorlijk overweldigende muziek. De muziek van Heartworms klinkt af en toe wat industrieel, maar Jojo Orme heeft ook een aantal net wat minder zware tracks toegevoegd aan het debuutalbum van haar project, dat ook op kan schuiven richting pop.
In muzikaal opzicht klinkt het redelijk vertrouwd en misschien ook niet heel opzienbarend, maar er is ook nog de zang van Jojo Orme, die het debuutalbum van Heartworms wat mij betreft ruimschoots boven het maaiveld uit tilt. De jonge Britse muzikante zingt met veel gevoel en kan makkelijk variëren tussen lieflijke en gevoelige en gedreven en meer uitgesproken zang, wat veel dynamiek toevoegt aan de muziek van Heartworms. Hier en daar is het bijna gesproken woord, waar ik niet gek op ben, maar in het geval van Jojo Orme kan ik het hebben, al is het maar omdat ze altijd blijft zingen.
De Britse muzikante schrijft ook nog eens aansprekende songs en interessante teksten waarin haar fascinatie voor militaire geschiedenis met enige regelmaat naar boven komt. Glutton For Punishment blijft daarom bij mij steeds terug komen en het album wordt alleen maar beter.
Het is een album dat ook zeker profiteert van de productie van Dan Carey, die eerder de albums van onder andere Fontaines D.C., Wet Leg, Squid en Honeyglaze voorzag van een aansprekend geluid. Jojo Orme maakt op het debuutalbum van Heartworms geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar Glutton For Punishment heeft uiteindelijk een eigen karakter. Het levert een sterk debuutalbum op dat me sterkt in mijn overtuiging dat we nog veel van de Britse muzikante gaan horen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rats on Rafts - Deep Below (2025) 4,0
12 februari 2025, 11:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rats on Rafts - Deep Below - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rats on Rafts - Deep Below
De Rotterdamse band Rats on Rafts reproduceert op haar nieuwe album op prachtige wijze de postpunk en new wave uit de jaren 80 en heeft een album gemaakt dat in de jaren 80 zomaar mijn favoriete album had kunnen zijn
Laat Deep Below van de Nederlandse band Rats on Rafts uit de speakers komen en je waant je in de jaren 80. De muziek was in dit decennium vaak aan de donkere kant en dat is niet anders op Deep Below dat aardedonker is. Het album van de band uit Rotterdam is op hetzelfde moment beeldschoon. De ritmeselectie speelt prachtig, de gitaarlijnen zijn betoverend mooi, de synths klinken bedwelmend en dan is er ook nog de onderkoelde zang die het helemaal afmaakt. Rats on Rafts vangt prachtig de af en toe wat deprimerende sfeer uit de jaren 80, maar sluit je ogen en laat je meevoeren op de prachtige klanken en je bent helemaal terug in een tijd die stiekem toch ook wel mooi was.
Wanneer ik terug denk aan de jaren 80 komen bij mij vooral heel veel goede en mooie herinneringen naar boven. De jaren 80 waren echter ook in meerdere opzichten behoorlijk deprimerend en dat uitte zich onder andere in de muziek. Er werd nogal wat donkere postpunk en new wave gemaakt in het decennium, waarin de duisternis het vaak won van de zonnestralen.
Als ik terug denk aan de vele feestjes die ik had zie ik vooral in het zwart geklede mensen, bleke gelaten en wat deprimerende en donkere locaties. Het zijn beelden die direct weer helder op het netvlies staan wanneer ik Deep Below van Rats on Rafts beluister. De Nederlandse band heeft immers een album gemaakt dat het in de jaren 80 ongetwijfeld heel goed zou hebben gedaan en dat klinkt als de soundtrack die ik zou bedenken bij een documentaire over het decennium.
Rats on Rafts is een Nederlandse band die inmiddels twintig jaar bestaat. De band had tot voor kort drie studioalbums op haar naam staan, die allemaal een behoorlijk positieve score krijgen op het muziekplatform MusicMeter. Ik kan me niet herinneren dat ik zelf ooit heb geluisterd naar de muziek van de Rotterdamse band, maar dat heeft alles te maken met het feit dat ik zeer selectief ben wanneer het gaat om postpunk en new wave met een hang naar de jaren 80. Het valt immers niet mee om oude muzikale liefdes te overtreffen.
De afgelopen week werd ik echter toch nieuwsgierig naar het nieuwe album van Rats on Rafts, zeker het album ook de aandacht van de Amerikaanse muziekpers wist te halen. Daar valt niets op af te dingen, want waar de meeste postpunk bands van dit moment zich verliezen in irritante praatzang en monotone klanken, reproduceert Rats on Rafts op Deep Below de mix van postpunk en new wave die ik in de jaren 80 zo lief had.
De Rotterdamse band nam haar nieuwe album op met analoge apparatuur en slaagt er in om je in een paar seconden mee te slepen naar de jaren 80. Je hoort het in de donkere baslijnen en drumpartijen, je hoort het in het melodieuze gitaarwerk en je hoort het zeker in de synths, die in ieder geval bij mij direct goed zijn voor nostalgische gevoelens. Ook de wat onderkoelde zang van David Fagan en de hoeveelheid galm die is toegevoegd aan het geluid op Deep Below klinken als vintage jaren 80 muziek.
Ik hoor veel van The Cure en New Order, maar uiteindelijk komt een goed gevulde platenkast met mijn favoriete jaren 80 albums voorbij. Rats on Rafts blijft niet steken in de jaren 80, want wanneer de wolken net wat minder donker zijn, hoor ik ook invloeden uit de dreampop op het album, een volgende muzikale liefde van mij.
In deze donkere tijden zijn de met flink wat 80s doom gevulde klanken van Rats on Rafts misschien niet hetgeen waar je behoefte aan hebt, maar toen ik weer los kwam van alle mooie herinneringen uit de jaren 80, moest ik ook concluderen dat ik Deep Below een bijzonder mooi album vind. De songs op het album zitten vol mooie spanningsbogen, ondanks de donkere tinten is het album opvallend melodieus en zowel de muziek als de zang klinken echt prachtig.
Terecht dus dat ook de Amerikaanse muziekpers hoog opgeeft over de band uit Rotterdam. Voor iedereen die er bij was in de jaren 80 is Deep Below een zeer aangename verrassing, maar het is mooi dat ook een nieuwe generatie via Rats on Rafts kennis kan maken met de zo karakteristieke sound van het decennium. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
HORSEBATH - Another Farewell (2025)
11 februari 2025, 18:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: HORSEBATH - Another Farewell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: HORSEBATH - Another Farewell
Het muziekjaar 2025 is nog pril, maar met Another Farewell heeft de Canadese band HORSEBATH een rootsalbum gemaakt dat de lat hoog legt voor alles dat dit jaar nog gaat komen in het genre
Er werd al een tijdje reikhalzend uitgekeken naar het debuutalbum van de uit het Canadese Nova Scotia afkomstige band HORSEBATH en toen ik het album had beluisterd begreep ik waarom. Met Another Farewell heeft HORSEBATH een rootsalbum gemaakt waarvan ik, en met mij waarschijnlijk vele anderen, alleen maar zielsgelukkig kan worden. Het is een album dat zich niet laat vastpinnen op een genre of een moment in de tijd, wat een gevarieerd album oplevert. Het is een album dat in muzikaal en vocaal opzicht de nodige kwaliteit heeft te bieden en die kwaliteit hoor je ook terug in de songs. Het debuutalbum van HORSEBATH overtuigt bijzonder makkelijk, maar wordt vervolgens beter en beter.
Ik weet niet heel veel over de Canadese band HORSEBATH (alleen hoofdletters), maar met name in kringen van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek wordt er al een tijdje heel druk gedaan over het debuutalbum van de band, dat deze maand dan ook verrassend de EuroAmericana chart aanvoert. Dat debuutalbum is deze week verschenen en na beluistering begrijp ik de ophef rond Another Farewell wel.
HORSEBATH is een band uit het Canadese Nova Scotia, die zich inmiddels in Montreal heeft gevestigd, waar het debuutalbum van de band werd opgenomen. Another Farewell ontstond tijdens de vele kilometers die de band maakte tijdens het touren door het zeer uitgestrekte vaderland van de leden van de band.
Rootsmuziek uit Canada klinkt altijd net wat anders dan de rootsmuziek die in de Verenigde Staten wordt gemaakt en ook het debuutalbum van HORSEBATH klinkt anders dan de meeste andere albums die momenteel in het genre worden gemaakt, ook al vind de Canadese band de inspiratie vooral in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Bij beluistering van Another Farewell vallen een aantal dingen op. Het eerste dat opvalt is dat de Canadese band met haar muziek door de tijd reist. Een aantal songs op het album hebben een duidelijke jaren 60 of jaren 70 vibe, maar HORSEBATH kan ook verder terug gaan in de tijd of juist dichter naar het heden opschuiven.
Het tweede dat opvalt is dat de band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten. Another Farewell is een prachtig klinkend album, dat track na track het oor streelt met geweldige gitaar- en keyboard partijen. De band kan uit de voeten met wat traditioneler aandoende Americana, maar kan ook zo de ‘summer of love’ induiken met langgerekte psychedelische klanken.
Another Farewell is zo’n album dat vrijwel onmiddellijk zorgt voor een gevoel van rust en gelukzaligheid en dat is precies wat we nodig hebben op het moment. HORSEBATH was tot dusver vooral een live-band, maar de fraaie wijze waarop ze hun muziek op de plaat hebben gekregen dwingt respect af.
De muziek van HORSEBATH klinkt niet alleen mooi, maar is ook verrassend veelzijdig. De Canadese band stapt niet alleen met zevenmijlslaarzen door de tijd, maar laat zich ook niet beperken tot één genre, wat ook te maken heeft met het feit dat de Canadese band meerdere getalenteerde songwriters in de gelederen heeft.
Hiermee hebben we nog niet alle sterke punten van het debuutalbum van HORSEBATH gehad, want de band beschikt ook nog eens over meerdere goede zangers. Het zorgt voor variëteit in de leadzang, maar het biedt ook de mogelijkheid om fraaie harmonieën toe te voegen aan de songs en dat is een mogelijkheid die HORSEBATH niet onbenut laat.
Persoonlijk vind ik vooral de zich langzaam voortslepende songs met flarden countryrock en een beetje psychedelica van een enorme schoonheid. Het zijn beeldende songs die goed zijn voor mooie beelden en een fijn gevoel, maar het zijn ook songs waar ik naar kan blijven luisteren en die me vooralsnog alleen maar dierbaarder worden.
Liefhebbers van Amerikaanse (en Canadese) rootsmuziek zijn er inmiddels al wel uit dat Another Farewell van HORSEBATH een sensationeel goed album is, maar ook liefhebbers van andere soorten muziek zouden zomaar verleid kunnen worden door dit prachtige album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Guided by Voices - Universe Room (2025) 4,0
10 februari 2025, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Guided By Voices - Universe Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Guided By Voices - Universe Room
Guided By Voices deed het vorig jaar voor haar doen rustig aan met slechts één nieuw album, maar vroeg in 2025 ligt er alweer een nieuw album klaar van de Amerikaanse band en Universe Room is een hele mooie
Voor het werk van Guided By Voices moet je zo langzamerhand een hele plank reserveren in de platenkast en de afgelopen tien jaar deed de band rond Robert Pollard er nog een schepje bovenop met het ene na het andere album. Ze werden allemaal gemaakt met dezelfde bezetting en deze is ook weer te horen op Universe Room. Het nieuwe album van Guided By Voices klinkt daarom vertrouwd, maar net als op de vorige albums laat Guided By Voices ook weer wat nieuws of anders horen. Op Universe Room grijpt de band weer wat terug op de lo-fi waarmee het in de jaren 80 en 90 aan de weg timmerde, maar dan wel met een hi-fi attitude. Ik ben wederom onder de indruk.
De Amerikaanse band Guided By Voices bracht de afgelopen tien jaar met maar liefst achttien albums ongekend veel nieuwe muziek uit. Het zijn albums die allemaal zijn gemaakt met de wat mij betreft ultieme bezetting van de Amerikaanse band, bestaande uit voorman en zanger Robert Pollard, gitaristen Doug Gillard en Bobby Bare Jr. en de door Mark Shue en Kevin March gevormde ritmesectie. Ook producer Travis Harrison groeide de afgelopen jaren uit tot een vaste waarde en werd min of meer het zesde bandlid.
Guided By Voices maakte de afgelopen tien jaar niet alleen heel veel albums, maar ze waren ook allemaal goed tot heel erg goed. Door steeds net wat andere accenten te leggen voelden deze albums voor mij ook zeker niet aan als meer van hetzelfde. Vorig jaar deed de band uit Dayton, Ohio, het wat rustiger aan met slechts één album, het in de zomer verschenen Strut Of Kings. Dat album is inmiddels al weer ruim een half jaar oud, maar krijgt deze week een opvolger met Universe Room.
Met Universe Room voegt Guided By Voices weer 17 songs en een kleine 40 minuten muziek toe aan haar zo imposante oeuvre. Robert Pollard versleet in de inmiddels vijf decennia beslaande carrière van de band een heel legioen aan muzikanten, maar ook op Universe Room vertrouwt hij weer op de vaste kompanen van de afgelopen tien jaar, inclusief producer Travis Harrison. Het zorgt er voor dat ook Universe Room direct vanaf de eerste noten vertrouwt klinkt.
Ook het nieuwe album van Guided By Voices valt weer op door het uitstekende gitaarwerk van de twee topgitaristen van de band, door de strak spelende ritmesectie en natuurlijk door de uit duizenden herkenbare stem van Robert Pollard, die ook dit keer weer afwisselend doet denken aan een jonge Peter Gabriel en Michael Stipe, maar vooral klinkt als Robert Pollard. Opvallend ingrediënt op Universe Room zijn de hier en daar toegevoegde strijkers, die de songs een wat Beatlesque karakter kunnen geven.
Op de zeventien albums die aan Universe Room vooraf gingen schakelde Guided By Voices veelvuldig tussen redelijk rechttoe rechtaan indierock songs en songs waarin wat meer geëxperimenteerd werd en onder andere invloeden uit de folk en de progrock werden verwerkt. Universe Room sluit deels aan bij deze albums, maar op het nieuwe album van de Amerikaanse band hoor ik ook weer wat meer het lo-fi verleden van de band.
Dat blijkt ook al wel uit het feit dat er 17 songs in veertig minuten passen, maar ook binnen de tracks laat Guided By Voices zich niet beperken door de conventies van een popsong met een kop en een staart. Het maakt van Universe Room een interessant en spannend album, dat ondanks de idioot hoge productiviteit van de band toch weer iets toevoegt aan alles dat er al is.
Het is sowieso razend knap als een band meer dan veertig jaar muziek blijft maken die er toe doet, maar als dat ook nog eens gebeurt in de hoeveelheid die voor Guided By Voices inmiddels gewoon is, is wat mij betreft sprake van een prestatie van ongekende proporties. Zoals gezegd vond ik alle achttien albums die de band uit Dayton, Ohio, de afgelopen tien jaar heeft gemaakt goed of zelfs heel goed, maar Universe Room schaar ik van dit imposante stapeltje bij de toppers. Wat een band is dit toch. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
John Martyn - Grace & Danger (1980) 4,5
9 februari 2025, 19:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: John Martyn - Grace & Danger (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: John Martyn - Grace & Danger (1980)
De Britse muzikant John Martyn maakte zijn bekendste album aan het begin van de jaren 70, maar ook het in 1980 verschenen breakup album Grace & Danger is een album dat zeker niet mag worden onderschat
Persoonlijke misère levert vaak de mooiste muziek op. Het geldt ook voor de Britse muzikant John Martyn, die aan het eind van de jaren 70 zijn huwelijk zag stranden en alle ellende van de echtscheiding verwerkte op het prachtige Grace & Danger. Samen met een aantal uitstekende muzikanten, onder wie drummer Phil Collins, werd een geweldig klinkend album gemaakt met songs vol melancholie. In muzikaal opzicht klinkt het nog altijd uitstekend en ook in vocaal opzicht presteert John Martyn op Grace & Danger op de toppen van zijn kunnen. Grace & Danger heeft niet dezelfde status als Solid Air uit 1973, maar het album doet er in muzikaal en vocaal opzicht zeker niet voor onder.
De Britse muzikant John Martyn is lang niet zo bekend als een aantal van zijn generatiegenoten, maar moet absoluut worden gerekend tot de grootheden uit de Britse folk en folkrock. John Martyn werd geboren als Iain David McGeach en groeide op in het Schotse Glasgow. Hij zette al in zijn tienerjaren de eerste stappen in de muziek en debuteerde in 1967 op zijn negentiende, nadat hij een platencontract in de wacht had gesleept bij het legendarische Island label van Chris Blackwell.
Het eerste grote album van John Martyn verscheen in 1971 met Bless The Weather, maar de echte klapper kwam twee jaar later. Met Solid Air uit 1973 maakte John Martyn een album dat moet worden geschaard onder de klassiekers binnen de Britse folk. De Britse muzikant zou het niveau van dit album niet vaak meer benaderen, al maakte hij uiteindelijk tot de eerste jaren van het huidige millennium albums. Hierna begon een ongezond leven vol verslavingen zijn tol te eisen, waardoor de Britse muzikant in 2009 overleed op slechts 60-jarige leeftijd.
Solid Air is inderdaad een prachtig album, maar het is niet mijn favoriete album van John Martyn. Dat is immers het in 1980 uitgebrachte Grace & Danger, al duurde het vele jaren voor ik dit door had. In 1980 verzamelde ik alles dat ook maar iets met Genesis had te maken, waardoor ik ook Grace & Danger van John Martyn in huis haalde. Dat deed ik alleen omdat Genesis drummer Phil Collins op het album tekent voor het drumwerk. Met de muziek van John Martyn kon ik in 1980 maar heel weinig, maar zo’n twintig jaar later kwam het album bij mij wel opeens binnen.
Dat John Martyn juist Phil Collins vroeg voor het album heeft alles te maken met het feit dat beiden op dat moment hun huwelijk op de klippen zagen lopen en veel steun bij elkaar vonden. Grace & Danger van John Martyn is net als Face Value van Phil Collins een breakup-album, maar buiten de thematiek en het drumwerk hebben de albums niet zoveel met elkaar te maken.
Phil Collins tekende op Grace & Danger overigens niet alleen voor het drumwerk, maar ook voor de achtergrondzang, terwijl John Giblin het baswerk voor zijn rekening nam en Tommy Eyre de muziek op het album voorzag van de nodige keyboards. John Martyn nam zelf het gitaarwerk en de leadzang voor zijn rekening. De stem van de Britse muzikant klonk aan het einde van zijn carrière een stuk minder, maar op Grace & Danger is de zang echt prachtig. John Martyn beschikt op het album over een mooi, maar ook veelzijdig en zeer herkenbaar stemgeluid.
De combinatie van de hecht spelende band, met een belangrijke rol voor het uitstekende gitaarwerk van John Martyn, en de fraaie zang zorgt er voor dat Grace & Danger, dat door het label van de Britse muzikant een tijd werd tegengehouden omdat het te deprimerend zou zijn, ook 45 jaar na de release nog prachtig klinkt.
Op het album heeft John Martyn de Britse folk deels achter zich gelaten en verruild voor een mix van pop, rock en jazz, die nog niet al teveel werd bepaald door de muzikale koerswijzigingen uit de jaren 80. Ik ontdekte het album pas echt toen ik het al twintig jaar in huis had, maar sindsdien koester ik het wat mij betreft beste album van de inmiddels helaas wat vergeten Britse muzikant. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Nadia Reid - Enter Now Brightness (2025) 4,0
9 februari 2025, 11:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Nadia Reid - Enter Now Brightness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Nadia Reid - Enter Now Brightness
De Nieuw-Zeelandse muzikante Nadia Reid betovert ons inmiddels een kleine tien jaar met haar stem en laat ook op haar vierde album Enter Now Brightness weer horen dat ze behoort tot de betere (folk)zangeressen van het moment
Nadia Reid heeft sinds deze week vier albums op haar naam staan en ook Enter Now Brightness is weer een hele mooie. Het is een album waarop natuurlijk de prachtige stem van de inmiddels naar het Verenigd Koninkrijk uitgeweken muzikante centraal staat, maar Nadia Reid laat horen dat ze ook als songwriter is gegroeid. Enter Now Brightness bevat een aantal ingetogen songs, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante kan ook verrassend uitbundig klinken. Ik hoor haar persoonlijk het liefst als sober klinkende folkie, maar ook de veel voller ingekleurde songs op het vierde album van Nadia Reid overtuigen makkelijk. Heel veel albums maakt ze niet, maar ze zijn wel allemaal goed.
Aan het eind van 2015 ontdekte ik Listen To Formation, Look For The Signs, het aan het begin van dat jaar verschenen debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante Nadia Reid. Ik kwam het album op het spoor via de muziek van haar landgenote Aldous Harding, wiens titelloze debuutalbum me een jaar eerder van mijn sokken had geblazen, overigens ook vele maanden na de release.
Net als Aldous Harding op haar debuutalbum, liet Nadia Reid zich op Listen To Formation, Look For The Signs vooral beïnvloeden door folk uit de jaren 60, maar ook invloeden uit onder andere de country, de jazz en de rock vonden hun weg naar het album. Op haar debuutalbum verraste Nadia Reid met een soms subtiele, soms stevigere en altijd zeer smaakvolle instrumentatie, maar ze maakte de meeste indruk met haar stem, die niet alleen van een bijzondere schoonheid bleek, maar er bovendien in slaagde om de verhalen in haar songs op bijzondere wijze tot leven te wekken.
Nadia Reid neemt de tijd voor haar albums, maar na Preservation (2017) en Out Of My Province (2020) staat de teller met het deze week verschenen Enter Now Brightness toch al weer op vier albums. Nadia Reid maakte haar vorige album in de Verenigde Staten met producers Matthew E. White en Trey Pollard, maar Enter Now Brightness werd gemaakt in eigen land met producer Tom Healy, die ik vooral ken van zijn prachtige werk voor de Nieuw-Zeelandse band Tiny Ruins.
Enter Now Brightness werd tussen 2021 en 2023 opgenomen en ligt voor een deel in het verlengde van de andere albums van Nadia Reid. Ook op haar vierde album draait alles om de mooie en gevoelige stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante en die stem is wederom van een bijzondere schoonheid en misschien nog wel mooier dan op haar vorige albums. Het album volgt op een aantal ingrijpende gebeurtenissen in het leven van Nadia Reid. Ze werd niet alleen twee keer moeder, maar verruilde bovendien haar vaderland Nieuw-Zeeland voor het Britse Manchester.
In muzikaal opzicht laat Enter Now Brightness een net wat ander geluid horen. De songs van Nadia Reid zijn wat voller en wat warmer ingekleurd en verwerken naast invloeden uit de folk en de Americana ook invloeden uit de singer-songwriter pop uit de jaren 70. De muziek, die vooral wordt gemaakt met piano, gitaren en de pedal steel, is wat nadrukkelijker en een enkele keer heel nadrukkelijk aanwezig dan op de vorige albums, maar de stem van Nadia Reid staat centraal op Enter Now Brightness en krijgt alle gelegenheid om te schitteren.
En dat doet de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante tien songs lang. Het is een stem die er voor zorgt dat Nadia Reid al bij voorbaat een gewonnen wedstrijd speelt, maar ze maakt zich er zeker niet makkelijk van af op haar vierde album. De instrumentatie op het album is zeer verzorgd en de songs op het album hebben niet alleen een tijdloos karakter, maar het zijn ook songs die de aandacht bijzonder makkelijk vast houden.
Het was even geleden dat ik naar de muziek van Nadia Reid had geluisterd, maar Enter Now Brightness was direct het warme bad waarop ik had gehoopt. Dat het album vervolgens ook nog een aantal nieuwe stappen van Nadia Reid laat horen maakt Enter Now Brightness alleen maar interessanter. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Oklou - choke enough (2025) 4,5
8 februari 2025, 11:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Oklou - choke enough - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Oklou - choke enough
De Franse muzikante Oklou maakte een paar jaar geleden al eens een baanbrekend popalbum, maar doet er op het van de eerste tot en met de laatste noot fascinerende choke enough nog een flinke schep bovenop
Voor 2025 zijn al een aantal hele interessante popalbums aangekondigd, maar of ze zo goed zijn als het nieuwe album van Oklou is maar zeer de vraag. De Franse muzikante maakte al diepe indruk met haar vorige album Galore, maar het deze week verschenen choke enough is nog een stuk interessanter en indrukwekkender. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles in de bijzondere klankentapijten op het album en ook als je niet van de autotune houdt overtuigt de zang van Oklou makkelijk. De songs op het album zijn deels aanstekelijk, maar het zijn ook songs die de fantasie maar blijven prikkelen. Oklou heeft met choke enough een in alle opzichten opzienbarend popalbum gemaakt.
Oklou leverde in 2020 met Galore een werkelijk fantastisch popalbum af. Het is een popalbum dat deels klonk als de andere grote popalbums van dat moment, maar het debuutalbum van Oklou klonk een stuk avontuurlijker dan deze andere grote popalbums en gaf wat mij betreft bovendien een voorproefje op de popmuziek van de toekomst.
Galore ontleende een deel van zijn kracht aan de prachtige productie van de destijds zeer gewilde A.G. Cook en de Canadese muzikant Casey MQ, maar zette uiteindelijk vooral Oklou op de kaart als een van de grote beloften van de moderne popmuziek. Galore werd in 2020 best warm onthaald, maar had de ontvangst verdiend die Caroline Polachek drie jaar later zou krijgen met het eveneens geweldige Desire, I Want To Turn Into You, dat in meerdere opzichten aan Galore deed denken.
Deze week keert het alter ego van de Franse muzikante Marylou Mayniel terug met haar tweede album en gezien de kwaliteit van Galore waren de verwachting onrealistisch hooggespannen. Het zijn verwachtingen die Oklou meer dan waar maakt, want ook choke enough (geen hoofdletters) is echt een weergaloos popalbum, dat nog net wat meer indruk maakt dan zijn voorganger.
Ook op haar tweede album werkt Oklou samen met Casey MQ en ook topproducer A.G. Cook duikt weer op in een aantal tracks. Op choke enough gaat Oklou deels verder waar Galore in de herfst van 2020 ophield, maar het is ook een duidelijk ander album. Oklou heeft de tijd genomen voor haar tweede album en dat hoor je. De voor een belangrijk deel met behulp van elektronica gemaakte muziek op het album bestaat uit vele lagen en zit vol met bijzondere details. Het geluid wordt verder verrijkt door af en toe blazers in te zetten, wat verrassend goed combineert met de lagen elektronica.
Oklou houdt het tempo in een groot deel van de songs betrekkelijk laag en kiest dan voor ruimtelijke klankentapijten die niet volledig zijn ingekleurd, wat choke enough voorziet van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die een wat futuristisch karakter krijgt door de vele lagen vocalen die zijn toegevoegd aan de songs. Het zijn af en toe behoorlijk vervormde en door de autotune toegetakelde vocalen, maar Oklou laat ook op choke enough weer horen dat ze kan zingen.
Met Galore maakte de muzikante uit Parijs een album dat aansloot op de popmuziek van dat moment, maar wel wat avontuurlijker klonk. Op choke enough raakt Oklou wat verder verwijderd van de popmuziek van het moment. Het album klinkt met grote regelmaat behoorlijk experimenteel en is zijn tijd behoorlijk vooruit. Het doet soms aan de bijzondere muziek van yeule denken, maar het klinkt toch ook weer anders.
Ik hou lang niet altijd van popmuziek die wordt gedomineerd door zwaar aangezette elektronica, maar choke enough houdt me sinds de eerste beluistering in een wurggreep. Het tweede album van Oklou bevat dertien tracks, maar laat zich ook beluisteren als een lange en bijzonder fascinerende luistertrip van 35 minuten en 42 seconden. Het is een luistertrip die soms vervreemdend, soms sprookjesachtig mooi, soms bijzonder aanstekelijk en soms grenzeloos vernieuwend klinkt en meestal alles tegelijk.
Oklou heeft met choke een fascinerend en vernieuwend album afgeleverd, maar het is ook een popalbum met een hoofdletter P. Het moet toch raar lopen als Oklou met choke enough niet in de voetsporen gaat treden van Caroline Polachek en haar Desire, I Want To Turn Into You, maar in de popmuziek weet je het maar nooit. Ik weet het inmiddels wel: choke enough is een popalbum dat in 2025 niet zomaar overtroffen gaat worden. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Laura Cahen - De l'Autre Côté (2025) 4,5
7 februari 2025, 16:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Laura Cahen - De l'Autre Côté - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Laura Cahen - De l'Autre Côté
In de schaduw van de grote Franse zangeressen heeft Laura Cahen met De l'Autre Côté een album gemaakt dat de schoonheid en intimiteit van de Laurel Canyon folk verbindt met een fraai Frans tintje
In tegenstelling tot de meeste Franse zangeressen van het moment heeft Laura Cahen geen voorkeur voor zwaar aangezette elektronische popmuziek. De Franse muzikante maakt geen geheim van haar liefde voor folk en dan vooral de folk zoals deze in de jaren 60 en 70 in de Verenigde Staten werd gemaakt. Invloeden uit deze folk zijn duidelijk hoorbaar, maar Laura Cahen geeft absoluut een Frans tintje in de muziek. Dat hoor je natuurlijk in de teksten, maar ook de stem van de Franse muzikante en de bijzonder mooie maar ook avontuurlijke muziek op De l'Autre Côté voorzien het album van een geheel eigen karakter. Het levert een bijzonder mooi album op.
Vorige week besprak ik het uitstekende Franstalige album Journal d'un Loup-Garou van de Canadese muzikante Lou-Adriane Cassidy en de komende week ga ik ongetwijfeld stil staan bij het nieuwe Engelstalige album van de Française Oklou. In de tussentijd kwam ik ook De l'Autre Côté van de Franse muzikante Laura Cahen nog tegen. Het is zo te zien al haar vierde album, maar het is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen.
Laura Cahen verrast op De l'Autre Côté met bijzonder mooi ingekleurde popsongs en met een bijzondere maar zeer aangename stem. Op basis van de zang kan het nieuwe album van Laura Cahen bij vluchtige beluistering zomaar in het hokje Franse zuchtmeisjes worden geduwd, maar hiermee doe je haar muziek te kort. De zang van de Franse muzikante heeft een wat bedwelmend karakter, maar heeft niet het zwoele en lichtvoetige van de zuchtmeisjes (ook een vreselijke term trouwens).
Zeker als je vaker naar De l'Autre Côté luistert hoor je dat Laura Cahen zich flink heeft laten beïnvloeden door de folk zoals die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 in de Verenigde Staten heeft gemaakt. De l'Autre Côté bevat een aantal ingrediënten die ook een voorname rol speelden in de Laurel Canyon folk uit de genoemde periode, maar Laura Cahen geeft ook een duidelijk Frans tintje aan haar muziek en combineert de invloeden uit het verre verleden bovendien met invloeden van latere datum. Naast folkies uit de jaren 60 en 70 hoor ik daarom ook wel wat van een aantal albums van Beth Orton en van de betere Franse zangeressen van de afgelopen jaren.
De Franse muzikante heeft de songs op haar nieuwe album op het eerste gehoor betrekkelijk sober ingekleurd, maar als je De l'Autre Côté met de koptelefoon beluistert hoor je ook de talloze details in de muziek. Het is muziek die aan de ene kant authentiek en organisch klinkt, maar Laura Cahen voegt ook op zeer subtiele wijze elektronische impulsen toe aan haar songs en een keer gaat ze los met deze elektronica. De muziek op het album is echt prachtig en vult de ruimte met zeer sfeervolle en soms zelfs wat sprookjesachtige klanken.
Het combineert prachtig met de bijzondere stem van Laura Cahen. Het is een stem die bij eerste beluistering vooral bijzonder klinkt, maar als je eenmaal bent gevallen voor de vocale charmes van de Franse muzikante wordt de zang op De l'Autre Côté alleen maar mooier.
Heel veel aandacht heeft het album niet gekregen vooralsnog en dat is zonde, want de songs van Laura Cahen zijn zowel in muzikaal als in vocaal opzicht kunstwerkjes en het zijn ook nog eens songs die zijn volgestopt met bijzondere dingen. Het ene moment luister je naar een vergeten folkalbum van vele decennia geleden, het volgende moment naar een eigentijds klinkend Frans folkalbum, maar het grootste deel van de tijd beweegt De l'Autre Côté zich tussen deze twee uitersten in.
Ik heb de Franse popmuziek in 2024 maar in beperkte mate gevolgd en was pas bij de les toen het einde van het jaar bijna daar was. Dit jaar hou ik de Franse en Franstalige popmuziek veel beter in de gaten en dat heeft al meerdere hele mooie albums opgeleverd. De l'Autre Côté van Laura Cahen dringt zich van deze albums waarschijnlijk het minst op, maar het is uiteindelijk de mooiste van het stel. Echt een aanrader. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Lilly Hiatt - Forever (2025) 4,0
7 februari 2025, 11:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lilly Hiatt - Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Lilly Hiatt - Forever
De Amerikaanse singer-songwriter Lilly Hiatt zwalkt op haar albums wat tussen Amerikaanse rootsmuziek en met name door de jaren 90 geïnspireerde rockmuziek en kiest op Forever weer vooral voor het laatste
In de schaduw van haar vader John Hiatt heeft Lilly Hiatt inmiddels toch een aardig oeuvre opgebouwd. Forever is haar zesde album en het is een album waarop de Amerikaanse muzikante weer net wat andere wegen in slaat. In een beperkt aantal tracks hoor je nog de rootsmuzikante Lilly Hiatt, maar op Forever is ze toch een vooral een rockzangeres met een voorliefde voor 90s indierock. Het levert een album op waarop de gitaren hun gang mogen gaan en waarop ook de stem van Lilly Hiatt, dankzij wat vervorming, nog wat gruiziger klinkt dan we van haar gewend zijn. Ik vond het even wennen, maar inmiddels vind ik Forever een geweldig album.
Deze week verscheen alweer het zesde album van Lilly Hiatt, de dochter van de Amerikaanse singer-songwriter John Hiatt. Kinderen van beroemde muzikanten hebben over het algemeen niet makkelijk en ook Lilly Hiatt krijgt het tot dusver zeker niet voor niets. Het is ook niet zo gek, want probeer je als jonge Hiatt telg maar eens te ontworstelen aan het zeer omvangrijke en hoogstaande oeuvre van John Hiatt, toch een van de allergrootsten uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek.
Lilly Hiatt zong in haar jonge jaren af en toe eens mee op de albums van haar vader, maar debuteerde in de zomer van 2014 met het prachtige Let Down. Het debuutalbum van Lilly Hiatt was niet alleen een prachtig klinkend rootsalbum met een aantal aansprekende songs, maar liet ook een geweldige zangeres horen. Lilly Hiatt was pas dertig jaar oud toen ze haar debuutalbum uitbracht, maar klonk als zangeres verrassend doorleefd.
Sindsdien hinkt het oeuvre van de Amerikaanse muzikante wat op twee gedachten. Aan de ene kant maakt ze authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek, maar ze is ook zeker niet vies van radiovriendelijke rockmuziek met een 80s en 90s vibe, die zowel met gitaren als met synths is ingekleurd. Ik had in eerste instantie absoluut een voorkeur voor de kant van Lilly Hiatt die vooral Amerikaanse rootsmuziek maakt, al klinken de rocksongs van de Amerikaanse muzikante ook bijzonder lekker.
Mijn favoriete album van Lilly Hiatt is tot dusver Trinity Lane uit 2017, waarop Lilly Hiatt verschillende genres met elkaar vermengt en op indrukwekkende wijze haar worsteling met alcohol, een familiekwaal, bezingt. Het was een tijd geleden dat ik naar een album van Lilly Hiatt had geluisterd, want het in 2021 verschenen Lately heb ik in de herfst van dat jaar niet opgepakt.
Dat is jammer, want het is een album waarop Lilly Hiatt de Amerikaanse rootsmuziek weer wat steviger omarmt en vooral ingetogen songs laat horen. Die lijn had de muzikante uit Nashville, Tennessee, van mij best door mogen trekken, maar het in een zuurstok roze hoes gestoken Forever neemt weer wat meer afstand van de Amerikaanse rootsmuziek en laat zich weer vooral inspireren door rockmuziek uit de jaren 80 en vooral de jaren 90.
Ook Forever is weer een persoonlijk album. Lilly Hiatt vond de liefde van haar leven en koos voor het huisje, boompje, beestje bestaan waarnaar ze zo lang verlangd had, maar dat uiteindelijk ook zorgde voor een identiteitscrisis. Toch klinkt Forever vooral opgewekt en het is bovendien een album met zeer aansprekende songs.
Hier en daar duikt nog een vleugje roots op, zoals in het zeer fraaie Man, maar het nieuwe album van Lilly Hiatt klinkt vaak als een rockalbum dat het in de jaren 90 vast geweldig had gedaan. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal zeer toegankelijk en aanstekelijk, zeker als de gitaren lekker los gaan, maar ook in vocaal opzicht maakt Lilly Hiatt weer makkelijk indruk.
Om het gruizige effect van de songs op het album nog wat te versterken is ook de stem van Lilly Hiatt voorzien van wat vervorming en gruis. Dat klinkt op zich lekker, maar voor iemand met de zangkwaliteiten van Lilly Hiatt is het ook onnodig en soms een beetje zonde. Toch ben ik best te spreken over het stevig rockende Forever, dat vast gevolgd gaat worden door een rootsalbum waar ik ook alvast naar uit kijk. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Johnny Lloyd - Punchline (2025) 4,5
6 februari 2025, 15:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Johnny Lloyd - Punchline - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Johnny Lloyd - Punchline
In het lijstje met de namen van de grote songwriters van het moment komt de naam Johnny Lloyd waarschijnlijk niet al te vaak voor, maar de Britse muzikant hoort absoluut thuis in dit lijstje
Johnny Lloyd ontdekte ik een jaar of zes geleden min of meer bij toeval, maar vervolgens was de Britse muzikant wel goed voor drie jaarlijstjesalbums op rij. Sindsdien bracht hij een hoop materiaal uit in de vorm van ‘tussendoortjes’, maar op Punchline keert de briljante singer-songwriter Johnny Lloyd weer terug. Punchline klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar de Britse muzikant geeft ook zijn eigen draai aan alle invloeden uit het verleden en komt wederom op de proppen met songs die je eindeloos wilt koesteren. Johnny Lloyd was voor mij wat uit beeld de afgelopen jaren, maar met Punchline is hij gelukkig weer helemaal terug.
Ik probeerde het in 2019 heel vaak met Next Episode Starts In 15 Seconds, het officiële debuutalbum van de Britse muzikant Johnny Lloyd. Heel lang hoorde ik niet zo heel veel in de songs van Johnny Lloyd, tot ik ze opeens briljant vond en Next Episode Starts In 15 Seconds begon te koesteren.
De Britse muzikant speelde voordat hij begon aan een solocarrière in Britse bands als Tribes en Operahouse, maar trok uiteindelijk vooral de aandacht met zijn wat roekeloze levensstijl, zijn psychische problemen en zijn relatie met de Britse actrice Billie Piper. De persoonlijke songs op het debuutalbum van Johnny Lloyd deden wel wat denken aan Elliott Smith, al vond ik de voor een belangrijk deel akoestische songs op het album ook typisch Brits.
Johnny Lloyd haalde met zijn debuutalbum mijn jaarlijstje en herhaalde dit kunstje in 2020 en 2021 met de albums Cheap Medication en La La La, die nog beter en veelzijdiger waren dan het fantastische debuutalbum. Tussen de genoemde drie albums in maakte de Britse muzikant nog een handvol andere albums gevuld met onder andere ruwe demo’s en songs voor soundtracks van tv-series. Ook na La La La is nog heel veel muziek van Johnny Lloyd verschenen, maar omdat het vooral ging om EP’s en soundtracks zijn ze mij niet opgevallen.
Ik ga er nog zeker naar luisteren, maar voorlopig gaat al mijn aandacht uit naar het deze week verschenen Punchline, dat wordt gepresenteerd als de echte opvolger van La La La uit 2021. Johnny Lloyd poseerde op de cover van zijn debuutalbum nog met zijn destijds zwangere vriendin Billie Piper, maar vorig jaar liep hun relatie op de klippen. Het heeft wel wat sporen nagelaten op het nieuwe album van de Britse muzikant, maar Punchline is zeker niet alleen een breakup album.
Punchline opent verrassend opgewekt met blazers, maar het album bevat zeker niet alleen zonnestralen. Johnny Lloyd laat wel weer direct horen dat hij een geweldig songwriter is en dat houdt hij ook dit keer een album lang vol. De Britse muzikant laat zich ook op Punchline inspireren door een aantal decennia Britse en Amerikaanse popmuziek, waarbij ook dit keer Elliott Smith opduikt als vergelijkingsmateriaal, maar ook de nodige groten uit de Britse popmuziek voorbij komen.
Als ik Punchline vergelijk met het inmiddels zes jaar oude Next Episode Starts In 15 Seconds moet ik concluderen dat Johnny Lloyd in deze zes jaar reuzenstappen heeft gezet. Op zijn debuutalbum klonken zijn songs nog als ruwe diamanten, maar op het nieuwe album van de Britse muzikanten schitteren ze uitbundig. De groei hoor je ook terug in de muziek, die voller en veelzijdiger klinkt, en zeker ook in de zang, die een stuk minder lo-fi klinkt dan zes jaar geleden.
Johnny Lloyd is nog altijd behoorlijk onbekend, maar het grote publiek, dat hij al verdiende met Next Episode Starts In 15 Seconds, Cheap Medication en La La La moet er nu echt maar eens komen. Punchline is een tijdloos singer-songwriter album en het is een album dat vol staat met songs van een niveau dat maar weinigen gegeven is. Het is misschien gemaakt door een enfant terrible, maar dat zijn wel vaker de beste en meest interessante muzikanten. Punchline staat op lang niet alle releaselijsten deze week, maar het is echt een van de grote releases van de eerste week van de tweede maand van het jaar. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sophie van Hasselt - Care, Are You Free? (2025) 4,5
5 februari 2025, 15:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sophie van Hasselt - Care, Are You Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sophie van Hasselt - Care, Are You Free
De Nederlandse muzikante Sophie van Hasselt heeft met haar debuutalbum Care, Are You Free? een album afgeleverd dat mee kan met de beste indiefolk en indiepop albums van het moment, nationaal en internationaal
Ik had tot voor kort nog niet van Sophie van Hasselt gehoord, maar de Amsterdamse muzikante heeft me enorm verrast met haar debuutalbum Care, Are You Free?. Het is een album vol lekker in het gehoor liggende popsongs met songs een folky inslag, maar het zijn ook popliedjes vol bijzondere wendingen. Sophie van Hasselt heeft een veelkleurig album afgeleverd en het is een album dat je continu verrast met frisse maar ook eigenzinnige songs. Het sluit aan bij een aantal indiefolk en indiepop muzikanten van het moment, maar Sophie van Hasselt heeft ook een duidelijk eigen geluid. Wat een enorme aanwinst voor de Nederlandse popmuziek en wat een ijzersterk debuut.
Care, Are You Free? is het debuutalbum van de Nederlandse muzikante Sophie van Hasselt. Het is een album dat het deze week vooralsnog moet doen met bescheiden aandacht en dat is jammer. De muzikante uit Amsterdam heeft namelijk een uitstekend album afgeleverd.
Het is een album dat zich beweegt tussen de grenzen van de indiefolk en de indiepop van het moment en dat zijn genres waarin het de afgelopen jaren flink dringen is. Sophie van Hasselt heeft over concurrentie daarom niet te klagen, maar wat mij betreft houdt ze zich met haar debuutalbum vrij makkelijk staande.
Dat doet de Nederlandse muzikante in eerste instantie met haar stem. Het is een vaak wat zachte, maar ook zeer karakteristieke stem, die de songs op Care, Are You Free? voorziet van een herkenbaar eigen geluid. Ik denk dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de stem van Sophie van Hasselt en haar bijzondere manier van zingen, maar zelf vind ik de zang op haar debuutalbum echt heel aangenaam en onderscheidend.
De stem van de Amsterdamse muzikante geeft haar songs een folky karakter, maar de songs op Care, Are You Free? hebben ook het ruimtelijke en licht mysterieuze wat ook veel Scandinavische zangeressen hebben. Folk is een belangrijk bestanddeel van een aantal songs op het debuutalbum van Sophie van Hasselt, maar wanneer ze de akoestische klanken verruilt voor elektronica, verruilt Care, Are You Free? de indiefolk voor de indiepop, met hier en daar een knipoog naar de dansvloer.
Ook in de uptempo songs klinkt de zang van Sophie van Hasselt wat mij betreft aansprekend en ook in deze tracks behoudt ze haar unieke karakter. De songs van de Amsterdamse muzikante vallen niet alleen op door de diversiteit ervan, maar ook door het frisse en avontuurlijke karakter er van. De songs van Sophie van Hasselt liggen lekker in het gehoor, maar het zijn ook songs vol bijzondere accenten en wendingen, die je op zeer aangename wijze op het verkeerde been zetten.
Ik vind het niet eens zo makkelijk om de muziek van Sophie Hasselt te vergelijken met die van andere zangeressen in de genres waarin ze zich beweegt, maar Care, Are You Free? raakt in een aantal opzichten aan de muziek van Billie Eilish. In een aantal andere opzichten weer helemaal niet, wat het unieke karakter van de muziek van Sophie van Hasselt onderstreept.
Care, Are You Free? is het debuutalbum van de Nederlandse muzikante, maar de kwaliteit en het talent spatten er wat mij betreft van af. Sophie van Hasselt houdt haar songs over het algemeen vrij ingetogen, wat wordt versterkt door de vrij zachte en ingehouden zang, maar de songs op haar debuutalbum sprankelen, waardoor ik blijf luisteren naar Care, Are You Free?.
Beluister het album met de koptelefoon en je hoort nog veel meer fraaie details in de songs, in de instrumentatie en in de zang op het album. Het is dan ook niet overdreven om Sophie van Hasselt te scharen onder de grote talenten binnen de Nederlandse popmuziek van dit moment. Care, Are You Free? is bovendien een album dat ook over de potentie beschikt om internationaal potten te breken. Het maakt het extra jammer dat ik in de eerste week na de release nog maar heel weinig lees over dit in alle opzichten uitstekende album van eigen bodem. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sun Kil Moon - All the Artists (2025) 4,0
5 februari 2025, 12:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sun Kil Moon - All The Artists - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sun Kil Moon - All The Artists
De muziek van Sun Kil Moon begon na een tijdje wat voort te kabbelen, maar op het deze week verschenen All The Artists weet de zo herkenbare stijl van de band rond Mark Kozelek me toch weer te overtuigen
Mark Kozelek maakte geweldige albums met zijn band Red House Painters, maakte een aantal uitstekende soloalbums en heeft inmiddels ook al flink wat prima albums met zijn band Sun Kil Moon op zijn naam staan. Na het fantastische Benji uit 2014 zakte het wat in en werd het wat mij betreft meer van hetzelfde of juist iets totaal anders, maar All The Artists bevalt me toch wel weer. Mark Kozelek laat zich dit keer vooral begeleiden door de piano en lijkt bij vluchtige beluistering bijna achteloos zijn verhalen te vertellen, maar de songs van Sun Kil Moon komen uiteindelijk toch tot leven, al is het maar door de mooie verhalen. Het is het niet zo goed als het totaal anders klinkende Benji, maar ik ben er wel blij mee.
Met het album Benji uit 2014 haalde Sun Kil Moon nog met heel veel overtuiging mijn jaarlijstje, maar hierna ben ik de Amerikaanse band redelijk snel uit het oog verloren, al besprak ik nog wel de albums die in 2015 en 2016 verschenen.
De band rond singer-songwriter Mark Kozelek, die ook een aantal geweldige soloalbums maakte en in de jaren 90 bovendien prachtalbums maakte met zijn band Red House Painters, maakte op een gegeven moment wel heel erg veel albums en het waren albums die wat mij betreft minder aansprekend waren of niet meer zoveel toevoegden aan alles dat er al was, waaronder het geweldige debuutalbum Ghosts Of The Great Highway uit 2003.
Ook als ik AllMusic.com moet geloven heb ik de afgelopen jaren een aantal wat mindere albums gemist, maar toen deze week een nieuw album van de band opdook, was ik toch wel weer nieuwsgierig. All The Artists is als ik goed geteld heb al het dertiende album van Sun Kil Moon, waardoor Mark Kozelek inmiddels een behoorlijk omvangrijk oeuvre heeft opgebouwd.
Ondanks het feit dat ik de afgelopen tien jaar nauwelijks meer naar de muziek van Sun Kil Moon heb geluisterd, klonk All The Artists direct vertrouwd. Sun Kil Moon heeft altijd wat zwaarmoedige of op zijn minste weemoedige muziek gemaakt en dat is op het nieuwe album niet anders.
All The Artists opent met een door piano gedomineerde track, waarin Mark Kozelek terug kijkt op zijn jeugd en zijn leven tot dusver. Het is een track die ook Nick Cave niet zou misstaan, maar door de herkenbare stem van Mark Kozelek is het onmiskenbaar Sun Kil Moon. De openingstrack met alleen piano en zang en incidenteel wat achtergrondzang klinkt als een tijdloze singer-songwriter song, maar dan wel met de donkere ondertoon en de bijzondere twist die al het werk van Mark Kozelek kenmerken.
De muziek van de band klinkt op het eerste gehoor altijd wat saai, maar de songs dringen zich uiteindelijk toch op, iets dat herkenbaar is van een aantal van de vorige albums. Het recept van de openingstrack blijft ook op de rest van het album een beproefd recept.
Ook op de rest van All The Artists horen we vooral vrij stevig aangezet pianospel en de mooie stem van Mark Kozelek, die mijmert over persoonlijke beslommeringen. Hier en daar worden wat keyboards en gitaren toegevoegd en verder is er af en toe de bijzondere achtergrondzang, maar over het algemeen genomen is de muziek op All The Artists vooral sober.
Mark Kozelek kan prachtige songs schrijven over de pieken en dalen in het leven of de problemen in de wereld, maar ook de serveerster bij Starbucks kan zomaar het onderwerp van een song zijn, al wordt een en ander dan wel weer mooi geplaatst in de coronapandemie.
Sun Kil Moon is nog altijd een band, maar All The Artists klinkt meer als een soloalbum van Mark Kozelek. Het is wat mij betreft geen probleem, want ik vind All The Artists een aansprekend album. Het is een album dat in de openingstrack misschien nog klinkt als Nick Cave, maar uiteindelijk hoor ik meer van Ben Folds, enerzijds vanwege de instrumentatie, maar ook zeker vanwege de prima songs en de donkere humor in de teksten.
Ik liet zoals gezegd de meeste albums van Sun Kil Moon liggen de afgelopen jaren, maar All The Artists gaat hier de komende tijd nog veel vaker voorbij komen. Bijzondere muzikant toch deze Mark Kozelek. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird (2025) 4,0
5 februari 2025, 07:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird
Will Oldham toog voor het nieuwe album van zijn alter ego Bonnie "Prince" Billy naar Nashville, Tennessee, waar hij het verrassend lichtvoetige, maar ook bijzonder mooie en sfeervolle The Purple Bird opnam
Ik vond de muziek van de Amerikaanse muzikant Will Oldham in het verleden vaak behoorlijk donker en ook wel wat wisselend van kwaliteit. Het deze week verschenen The Purple Bird klinkt flink anders. De nieuwe songs van zijn alter ego Bonnie “Prince” Billy klinken verrassend opgewekt. Het zijn songs die werden opgenomen in Nashville met producer David Ferguson en die aansluiten bij de rijke traditie van de Amerikaanse muziekhoofdstad. De wat meer uptempo songs zorgen voor het goede gevoel, terwijl de meer ingetogen songs de schoonheid in de muziek van Will Oldham bloot leggen. Het schiet meerdere kanten op, maar dit album bevalt me wel.
De Amerikaanse muzikant Will Oldham is voor velen een cultheld, maar ik heb zelf lang niet altijd wat met zijn muziek. Het is heel veel muziek, want Will Oldham maakte muziek onder zijn eigen naam, onder de namen Palace Brothers, Palace Songs, Palace Music en Palace en natuurlijk onder de naam Bonnie “Prince” Billy. Onder die laatste naam maakt de Amerikaanse muzikant met afstand de meeste albums en het is inmiddels een enorme stapel.
Tussen al die albums zitten er een handvol die ook ik reken tot albums die ik niet graag zou hebben gemist, waaronder natuurlijk het geweldige debuutalbum I See A Darkness uit 1999, maar ook het in 2023 verschenen Keeping Secrets Will Destroy You. Het deze week verschenen The Purple Bird is de echte opvolger van dit album, waardoor ik er met meer nieuwsgierigheid naar uit keek dan gebruikelijk bij nieuwe muziek van Will Oldham.
Keeping Secrets Will Destroy You was een behoorlijk ingetogen album met zeer smaakvol ingekleurde songs, waarop de stem van Will Oldham prachtig combineerde met die van zangeres Dane Waters. Ik kom haar naam helaas niet tegen in de credits die horen bij The Purple Bird het ontbreken van de zangeres is niet het enige verschil tussen Keeping Secrets Will Destroy You en The Purple Bird.
Het nieuwe album van Bonnie “Prince” Billy werd opgenomen in Nashville, waar Will Oldham een beroep deed op de gelouterde producer David Ferguson, die in het verleden werkte met Johnny Cash en John Prine, de afgelopen jaren achter de knoppen zat bij onder andere Johnny Blue Skies, Sierra Ferrell, Brit Taylor en Sturgill Simpson en in het verleden ook al meerdere keren samenwerkte met Will Oldham.
David Ferguson drukt een stevig stempel op het album en sleept de muziek van Bonnie “Prince” Billy op The Purple Bird Nashville in, waarvoor hij de hulp inriep van een aantal topmuzikanten, onder wie bluegrass legende Tim O’Brien en zangeres Brit Taylor, die dit keer met enige regelmaat tekent voor de achtergrondvocalen die de stem van Will Oldham optillen.
Een aantal songs op het album is wat voller ingekleurd met strijkers en blazers, maar de meeste songs op het album laten een redelijk ingehouden maar zeer smaakvol geluid horen. The Purple Bird laat de muziek horen die al talloze decennia wordt gemaakt in Nashville en die vooral liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse countrymuziek zal aanspreken.
Ik ben zelf niet vies van wat modernere countrymuziek, maar Bonnie “Prince” Billy heeft op The Purple Bird veel te bieden. De inkleuring van de songs op het album is prachtig, de productie warm en sfeervol, de songs zijn stuk voor stuk bijzonder mooi en de zang van Will Oldham is net zo mooi als die op het vorige album en kruipt nog wat verder onder de huid wanneer Brit Taylor hem ondersteunt of de andere muzikanten tekenen voor fraaie harmonieën.
In het verleden vond ik de albums van Will Oldham vaak wat wisselvallig, maar The Purple Bird opent bijzonder mooi en houdt het hoge niveau vervolgens makkelijk vast, ook als het nog een stuk uitbundiger wordt. Bonnie “Prince” Billy maakte in het verleden vaak behoorlijk zwaarmoedige muziek, maar veel songs op The Purple Bird zijn verrassend lichtvoetig, waardoor het album 45 minuten zeer aangenaam vermaakt en op hetzelfde moment song na song een verrassend hoog niveau aantikt. En zo word ik toch steeds meer fan van Will Oldham. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Eddie Chacon - Lay Low (2025) 4,0
3 februari 2025, 16:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eddie Chacon - Lay Low - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eddie Chacon - Lay Low
Eddie Chacon moest lang teren op de ene wereldhit die hij aan het begin van de jaren 90 scoorde, maar met drie uitstekende soloalbums op rij krijgt de tweede jeugd van de Amerikaanse muzikant steeds meer glans
Ik had me tot dusver nog niet gewaagd aan de muziek van de Amerikaanse soulzanger Eddie Chacon. Ten onrechte, want de twee soloalbums die Eddie Chacon de afgelopen jaren maakte waren uitstekend en ook het deze week verschenen Lay Low mag er weer zijn. Op zijn derde soloalbum smeedt de Amerikaanse muzikant op fraaie wijze invloeden uit de soulmuziek uit het verleden en meer eigentijdse klanken aan elkaar. Het levert een sprankelend maar ook heerlijk zwoel en lui album op, dat nog wat verder wordt opgetild door de prima soulstem van Eddie Chacon. Lay Low krijgt net als zijn twee voorgangers uitstekende recensies en dat is volkomen terecht.
Eddie Chacon maakte aan het begin van de jaren 90 deel uit van het duo Charles & Eddie, dat in 1992 een wereldhit scoorde met Would I Lie To You? Het is zo’n oorwurm die bijna iedereen mee kan zingen, maar die mij destijds niet nieuwsgierig maakte naar de andere muziek van het Amerikaanse tweetal. Would I Lie To You? is volgens mij het enige serieuze wapenfeit van Charles & Eddie, die na hun wereldhit dan ook snel uit beeld verdwenen.
Charles Pettigrew verloor in 2001 de strijd tegen kanker en Eddie (Chacon) dook pas weer op in 2020, toen zijn eerste soloalbum verscheen. Dat album, Pleasure, Joy And Happiness, kreeg verrassend goede kritieken, maar vanwege de associaties met Charles & Eddie heb ik destijds niet de tijd genomen om naar het album te luisteren. Ik kan me ook niet herinneren dat ik in 2023 heb geluisterd naar zijn tweede album Sundown, dat op nog positievere recensies kon rekenen.
Deze week verscheen het derde album van Eddie Chacon en ook Lay Low is weer zeer warm onthaald. Hoogste tijd dus om Eddie Chacon de oorwurm die hij meer dan dertig jaar geleden maakte eindelijk te vergeven. Daar heb ik geen spijt van gehad, want Lay Low is inderdaad een uitstekend album. Het is een album dat uitnodigt tot luieren in de winterzon en wie wil dat nou niet.
Lay Low is een lekker loom en zwoel klinkend album met een wat vintage soulgeluid. Verwacht geen dampende soul met blazers, maar eerder de wat meer kosmische soul die in de jaren 60 en 70 onder andere door Curtis Mayfield en met enige regelmaat door Marvin Gaye werd gemaakt.
Eddie Chacon maakte zijn eerste twee albums met producer John Carroll Kirby, maar werkt op Lay Low met producer Nick Hakim, die ik alleen ken van Lianne La Havas en Nilüfer Yanya. Nick Hakim heeft de jaren 60 en 70 vibe in de muziek van Eddie Chacon versterkt, maar is er ook in geslaagd om van Lay Low een eigentijds klinkend soulalbum te maken.
Lay Low is in muzikaal opzicht een soulalbum met een aangenaam nostalgisch tintje, maar het is ook een sprankelend album, dat niet alleen nostalgische gevoelens oproept, maar ook de fantasie prikkelt. De warme en wat broeierige klanken en de speelse ritmes dringen zich makkelijk op en zorgen er voor dat de prille winterzon van het moment een stuk warmer aanvoelt dan hij in werkelijkheid is.
In muzikaal en productioneel opzicht spreek Lay Low wat mij betreft zeer tot de verbeelding, maar Eddie Chacon blijkt ook een prima soulzanger. De Amerikaanse muzikant beschikt over een soulstem die het uitstekend doet in het soort muziek die hij maakt op Lay Low en die wat mij betreft meer overtuigt dan de stemmen van de vele, vaak wat schreeuwerige, jonge soulzangeres van het moment.
Met acht songs en een kleine 29 minuten muziek vind ik het derde album van Eddie Chacon wat aan de korte kant, zeker omdat ik na die acht tracks nog lang niet klaar ben met de muziek en de stem van de Amerikaanse muzikant, maar dat is het enige smetje wat mij betreft.
Lay Low van Eddie Chacon bewijst nog maar eens dat resultaten uit het verleden niets zeggen over resultaten in de toekomst, want de Amerikaanse soulzanger laat op zijn derde soloalbum horen dat hij veel meer is dan een inmiddels vergeten one-hit-wonder uit de jaren 90. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rush - Moving Pictures (1981) 5,0
2 februari 2025, 20:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rush - Moving Pictures (1981) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rush - Moving Pictures (1981)
De Canadese band Rush heeft een flinke stapel uitstekende albums op haar naam staan, waarvan Moving Pictures uit 1981 door velen het hoogst wordt ingeschat en dat is misschien wel terecht
Toen in 1981 Moving Pictures van Rush verscheen was ik net begonnen met het luisteren naar andere muziek, waardoor ik het album tot voor kort veel minder goed kende dan met name 2112, Hemispheres en Permanent Waves. Tot voor kort, want geïnspireerd door een aantal lijstjes met de beste albums van 1981 heb ik Moving Pictures alsnog ontdekt. Rush heeft het jaren 70 albums van haar klassiekers uit de jaren 70 grondig gerenoveerd en klonk in 1981 een stuk frisser en moderner. Dat doet het album nog steeds, wat iets zegt over de kwaliteit van het album, waarop de drie Canadese muzikanten veertig minuten lang de pannen van het dak spelen. Weergaloos album.
Als tiener hield ik eerst van hardrock en later van progrock, destijds nog symfonische rock genoemd. Beide genres kwamen prachtig samen in de muziek van de Canadese band Rush. De eerste albums van de band vond ik al heel aardig, maar vanaf het vierde album, het in 1976 verschenen 2112, steeg Rush voor mij naar grote hoogten. 2112 werd gevolgd door een prima live-album, waarna de nagenoeg perfecte reeks A Farewell To Kings (1977), Hemispheres (1978) en Permanent Waves (1980) volgde.
Mijn muzieksmaak veranderde vervolgens langzaam maar zeker, maar tot halverwege de jaren 80 bleef ik de muziek van het Canadese drietal volgen. Ik luisterde echter vooral naar 2112, Hemispheres en Permanent Waves, waardoor Moving Pictures (1981), Signals (1982) en Grace Under Pressure (1984) er wat bekaaid van af kwamen. Met name Moving Pictures wordt door velen gezien als het beste album van Rush, waardoor ik mijn favoriete Rush albums een keer heb laten staan en me heb gericht op het album uit 1981.
Het is een album waarvan ik een aantal tracks ken uit de live setting, maar op het studioalbum klinken ze wat mij betreft nog veel beter. Rush klonk op de albums die in de jaren 70 verschenen als een band uit de jaren 70, maar op Moving Pictures omarmen Geddy Lee, Alex Lifeson en Neil Peart nog wat meer dan op Permanent Waves de jaren 80.
Ondanks de koerswijziging is ook Moving Pictures een typisch Rush album, met het geweldige gitaarwerk van Alex Lifeson, de baslijnen en keyboards van Geddy Lee, het fenomenale drumwerk van Neil Peart en natuurlijk ook nog de zo karakteristieke hoge stem van Geddy Lee. Ook op Moving Pictures, dat opent met Rush klassieker Tom Sawyer, verwerkt de Canadese band invloeden uit de hardrock en de progrock, maar de songs op Moving Pictures klinken ook wat moderner dan op de Rush albums die er aan vooraf gingen.
Het is deels de verdienste van de fris klinkende synths, maar het Canadese drietal verwerkt ook wat andere invloeden dan voorheen en speelt wat strakker. Het is gevangen in een weergaloze productie waarin je ieder detail hoort. In muzikaal opzicht verkeert de band op Moving Pictures in absolute topvorm. De baslijnen van Geddy Lee zijn fantastisch, het gitaarwerk van Alex Lifeson is veelkleurig en drummer Neil Peart speelt de pannen van het dak met zijn onnavolgbare drumwerk.
Het album opent met een aantal wat compactere songs, maar in het bijna elf minuten durende The Camera Eye schotelt Rush ons een epos voor zoals alleen de Canadese band die kan maken en in het verleden ook maakte. Dit keer wel voorzien van een jaren 80 sausje, want hoewel Moving Pictures in heel veel opzichten een typisch Rush album is, lijkt de band het nieuwe decennium te hebben aangegrepen om haar geluid grondig te moderniseren, wat je nog wat beter hoort in de slottrack Vital Signs. Het is een track die lijkt geïnspireerd door het werk van The Police, maar Rush gooit er de muzikale genialiteit tegenaan die we van de band kennen.
Moving Pictures was bij mij zoals gezegd een stuk minder bekend dan de albums die er aan vooraf gingen, maar ik begrijp inmiddels wel waarom velen juist dit album het beste album van Rush noemen. Het is een album dat volgende week de 44e verjaardag viert, maar vergeleken met de meeste andere albums van deze leeftijd klinkt het nog verrassend fris en urgent, wat iets zegt over de torenhoge kwaliteit van het album. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
The Yearlings - After All the Party Years (2025) 4,5
2 februari 2025, 14:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Yearlings - After All The Party Years - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Yearlings - After All The Party Years
De Utrechtse band The Yearlings behoort al een jaar of 25 tot de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek en laat ook op After All The Party Years weer horen dat het tot grootse dingen in staat is
Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met een stevige gitaarinjectie, die nog niet hebben geluisterd naar After All The Party Years van The Yearlings, lopen het risico een geweldig album te missen. De Utrechtse band maakte sinds de prille start van dit millennium slechts vier albums, maar ze zijn allemaal heel erg goed. Het vorige week verschenen vierde album is wat mij betreft de beste van het stel. De band kan nog altijd uitstekend uit de voeten met de inspiratie uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar is dit keer ook niet vies van een wat stevigere rockinjectie, wat fantastisch uitpakt. Ik heb een mooi rijtje alt-country klassiekers in de kast staan, maar dit album is echt niet minder.
Van de Nederlandse band The Yearlings besprak ik ruim zes jaar geleden het album Skywriting. Ik noemde het na een stilte van een kleine veertien jaar verschenen derde album van de band een rootsplaat met internationale allure en dat was het absoluut. De mix van countryrock, rootsrock en alt-country riep bij mij associaties op met onder andere The Byrds, Big Star, The Eagles, Crosby, Stills, Nash & Young en van iets recentere datum The Jayhawks en dat is nogal wat.
Het is wederom een tijdje stil geweest rond de Utrechtse band, maar met After All The Party Years verscheen vorige week eindelijk weer een nieuw album van The Yearlings, het vierde album in een kleine 25 jaar tijd. Heel productief is de Nederlandse band dus niet, maar met de kwaliteit van de eerste drie albums was niets mis en ook album nummer vier is weer een prachtalbum geworden.
The Yearlings hadden dit keer maar een kleine minuut nodig om me compleet omver te blazen. Na een kleine minuut ontsporen immers de gitaren op het album en maakt de Utrechtse band de mooiste Amerikaanse rootsmuziek met een rockimpuls die ik de laatste tijd heb gehoord. Ook op haar nieuwe album citeert de band weer uit de archieven van de countryrock uit de jaren 70 en de alt-country uit de jaren 90, maar ook het wat stevigere gitaarwerk wordt niet uit de weg gegaan, wat de band ook wat richting American Underground en de muziek van bijvoorbeeld R.E.M. duwt.
Openingstrack Medicine Ball klinkt als het soort Amerikaanse rootsmuziek en rockmuziek dat het in de jaren 90 heel goed deed op de Amerikaanse radiostations die je destijds tijdens een roadtrip opzocht, maar de songs van The Yearlings zijn een stuk memorabeler dan de meeste songs die je destijds op de radio hoorde.
Het is de verdienste van het geweldige gitaarwerk van de gitaristen van de band, maar ook de ritmesectie van de band speelt fantastisch, terwijl de bijdragen van de toetsen en orgels zeer functioneel zijn. After All The Party Years is een album waarvan je alleen maar ongelooflijk blij kunt worden, maar het is ook een heel erg goed album.
In iedere song tekent de band weer voor een net wat ander geluid. Het is over het algemeen een redelijk vol geluid met meerdere lagen gitaren, maar desondanks komt alles helder uit de speakers. Het is razend knap hoe de Utrechtse band schakelt tussen rootsmuziek en rockmuziek en het resultaat klinkt echt bijzonder lekker.
In muzikaal opzicht is After All The Party Years niet te versmaden en de songs zijn allemaal even aansprekend, maar de band heeft nog meer te bieden. The Yearlings kan beschikken over meerdere getalenteerde zangers, die hun stemmen ook prachtig combineren in harmonieën, die me meer dan eens aan The Jayhawks doen denken. De harmonieën van The Jayhawks waren voor mij het hoogtepunt van de eerste alt-country golf, maar hetgeen The Yearlings er ruim 30 jaar tegenover zet is zeker niet minder.
Zeker wanneer je After All The Party Years met wat steviger volume of met de koptelefoon beluistert komen de gitaren van alle kanten en als dan ook nog eens een pedal steel opduikt weet je echt niet meer waar je het moet zoeken. Iedereen die de vorige albums van The Yearlings kent, weet hoe goed de Nederlandse band is, maar op haar vierde album doet de band er ook nog eens een schepje bovenop. Hier moeten ze in de Verenigde Staten maar eens snel naar gaan luisteren, want zo goed als dit heb ik dit soort muziek al tijden niet meer gehoord. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Rumer - In Session with Redtenbacher's Funkestra (2025) 3,5
2 februari 2025, 14:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rumer - In Session with Redtenbacher's Funkestra - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rumer - In Session with Redtenbacher's Funkestra
De Britse zangeres Rumer doet op In Session geen echt nieuwe dingen, maar het album klinkt zeer aangenaam en wordt, net als de vorige albums van Rumer, opgetild door haar werkelijk prachtige stem
Met Seasons Of My Soul debuteerde Rumer in 2010 zeer veelbelovend en verrassend succesvol. Een klapper als haar debuutalbum is sindsdien wat mij betreft niet voorbij gekomen en ook In Session is er weer geen. Op hetzelfde moment is er niets mis met het nieuwe album van Rumer. De Britse zangeres laat zich begeleiden door een zeer competent spelende band, die de Rumer songs uit het verleden net wat anders inkleurt en zoals altijd zingt ze de sterren van de hemel in een prachtige productie. In Session voelt tegelijkertijd als een warm bad en als de warme deken die we in dit seizoen en met een rond warende griepgolf zo goed kunnen gebruiken met zijn allen. Lekker album dus, maar ik denk dat Rumer meer kan.
Mijn recensie van het debuutalbum van de Britse zangeres Rumer was tot eind 2023 met afstand de meest bezochte recensie op de krenten uit de pop en staat nog altijd in de top 10 met de recensies met de meeste bezoekers. Seasons Of My Soul werd aan het eind van 2010 de hemel in geprezen in alle Britse muziektijdschriften, maar was op dat moment nog niet verkrijgbaar in Nederland (het album verscheen in Nederland pas in februari).
Toen Rumer ook nog eens de show stal in Hootenanny, de oudejaarsshow van Jools Holland, begon haar naam ook in Nederland rond te zingen, wat vele duizenden bezoekers naar de krenten uit de pop bracht. De hype die eind 2010 rond Rumer los barste was op zich best bijzonder, want de in Pakistan geboren Britse muzikante maakte nogal zoete popmuziek, die zowel aan The Carpenters als aan Burt Bacharach deed denken.
De stem van Rumer bleek echter, net als die van Karen Carpenter, van een unieke schoonheid, waardoor ook ik me liet verleiden door Seasons Of My Soul, dat het zeker in de wintermaanden fantastisch deed. De carrière van de Britse muzikant heeft sinds het terecht zo geprezen debuutalbum helaas een wat grillig karakter en verloop.
Boys Don’t Cry uit 2012 en Into Colour uit 2014 borduurden voort op het debuutalbum van Rumer, maar waren wat minder verrassend en wat mij betreft ook niet zo goed als Seasons Of My Soul. Vervolgens ging de Britse zangeres op This Girl's In Love: A Bacharach & David Songbook uit 2016 aan de haal met de songs van Burt Bacharach en Hal David. Het was een logische keuze, maar ook een keuze die eerder al door flink wat andere zangeressen was gemaakt.
Nashville Tears uit 2020 met songs van countrymuzikant Hugh Prestwood was een stuk verrassender, maar hoewel Rumer het geluid op dit album voor een belangrijk deel bepaalde met haar prachtige stem begon ik zo langzamerhand wel weer te verlangen naar nieuwe songs van Rumer. Dit verlangen wordt helaas niet bevredigd met het deze week verschenen In Session. Het album bevat immers songs die wel al kennen van Rumer, zij het in net wat andere versies.
Op In Session werkt Rumer samen met de Britse band Redtenbacher’s Funkestra. Op basis van de naam van deze band had ik een flinke funkinjectie verwacht op het album, maar dat valt wat tegen. Ook op In Session laat Rumer zich vooral begeleiden door overigens bijzonder trefzekere soulvolle en jazzy klanken en het zijn klanken die vooral zoet en loom klinken met hier en daar een funky accentje.
Ook de versies van de Rumer songs op In Session doen daarom weer met grote regelmaat denken aan de muziek van The Carpenters, die tegenwoordig gelukkig wel op de juiste waarde worden geschat. In Session mag daarom best een tussendoortje worden genoemd, maar het is wel een tussendoortje met zang die het oor echt genadeloos streelt en ook in muzikaal opzicht heb ik er niets op aan te merken.
Laat In Session uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt met flink wat graden, waarna je ook nog eens wordt overvallen door een bijzonder aangenaam loom en dromerig gevoel. Met een stem als die van Rumer is het onmogelijk om een slecht album te maken, maar ik vind het nieuwe album van Rumer vooral een aangenaam album. Wel een bijzonder aangenaam album overigens. Helemaal goed dus, maar ik ben de volgende keer wel benieuwd of Rumer ons nog echt kan verrassen. Erwin Zijleman
» details » naar bericht » reageer
Sun Kil Moon - Universal Themes (2015) 4,0
1 februari 2025, 15:35 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Sun Kil Moon - Benji (2014) 4,5
1 februari 2025, 15:35 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
