MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van erwinz. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Olivia Dean - The Art of Loving (2025) 4,0

30 september 2025, 18:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Olivia Dean - The Art Of Loving - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Olivia Dean - The Art Of Loving
De Britse muzikante Olivia Dean is in nauwelijks twee jaar tijd uitgegroeid tot een ware wereldster en laat op het echt in alle opzichten werkelijk prachtige The Art Of Loving horen dat dit volkomen terecht is

Dat Olivia Dean kan zingen liet ze al horen op haar ruim twee jaar geleden verschenen debuutalbum Messy, maar de zang op het deze week verschenen The Art Of Loving is nog klassen beter. Vergeleken met de meeste andere jonge soulzangeressen van het moment zingt de Britse muzikante vooral ingetogen en zonder allerlei overbodige versiersels, maar wat komt haar stem binnen. De zang op The Art Of Loving tilt het album echt mijlenver op, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is het een hoogstaand album, dat ook nog eens vol staat met buitengewoon lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs. Dat Olivia Dean heel groot aan het worden is hoeft niemand meer te verbazen.

Doorbreken in de muziek is soms een lang en frustrerend proces. Olivia Dean had de prestigieuze BRIT school nog maar net verlaten toen het succes haar in 2017 toe leek te lachen, maar het zou vervolgens nog zes jaar duren voor haar debuutalbum Messy verscheen.

Doorbreken in de muziek kan soms ook razendsnel gaan, want nadat het debuutalbum van Olivia Dean in de zomer van 2023 was verschenen ging het heel hard voor de Britse muzikante, mede dankzij een aantal hits op TikTok. Vorig jaar gaf ze nog op indrukwekkende wijze haar visitekaartje af in een bomvol Paradiso en ook de twee concerten die ze volgend jaar geeft in de Ziggo Dome waren in een vloek en een zucht uitverkocht.

Ik begrijp het wel, want Messy was een zeer aantrekkelijk debuutalbum met een aangename mix van jazz, pop en soul. Op basis van haar debuutalbum werd Olivia Dean door de internationale muziekpers geschaard onder de grote beloften van de Britse popmuziek, maar ik vond zelf dat de jonge Britse muzikante de belofte al voorbij was.

Alle reden dus om met hooggespannen verwachtingen uit te kijken naar het tweede album van Olivia Dean, dat deze week is verschenen. Ik kreeg The Art Of Loving een tijd geleden al toegestuurd en ben in de afgelopen weken intens van het album gaan houden. Het tweede album van Olivia Dean vind ik nog een stuk beter dan haar debuutalbum en maakt eigenlijk op alle fronten indruk.

Ook op The Art Of Loving vermengt Olivia Dean invloeden uit de soul, jazz, R&B en pop, maar waar ik Messy een album van deze tijd vind, heeft het tweede album van de Britse muzikante ook een aangename jaren 70 vibe. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog net wat warmer, verzorgder en rijker en ook de productie van het album spreekt zeer tot de verbeelding. Voor The Art Of Loving werd een flink blik producers en muzikanten open getrokken, wat meestal geen recept is voor een consistent klinkend album, maar het nieuwe album van Olivia Dean is dat wel.

Ook als songwriter heeft de Britse muzikante flinke stappen gezet, want het niveau van de songs op The Art Of Loving is hoger en constanter dan op Messy, dat bij vlagen wat wisselvallig was. Voor het schrijven van de songs schakelde Olivia Dean een aantal gerenommeerde songwriters in, die haar songs net dat beetje extra geven dat nodig is om te imponeren.

The Art Of Loving is een lekker zwoel en loom album, dat op zich prima past in het hokje neo-soul, maar zich ook in omliggende genres beweegt. Het is een album dat het heerlijk doet op de achtergrond, maar beluister het ook eens met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon.

Dan immers hoor je hoe geweldig Olivia Dean zingt op haar tweede album. De zang op Messy was al uitstekend, maar de stem van Olivia Dean klinkt op The Art Of Loving nog veel mooier. Het is een stem vol warmte en soul, maar waar de meeste jonge soulzangeressen van het moment zich met grote regelmaat laten verleiden tot vocale krachtpatserij of acrobatiek, blijft Olivia Dean prachtig ingetogen zingen.

Echt iedere noot is mooi op The Art Of Loving, maar de stem van de Britse muzikante weet je ook te raken en klinkt song na song oprecht. Iedereen die na Messy nog twijfelde over de kwaliteiten van Olivia Dean moet maar eens snel naar The Art Of Loving gaan luisteren. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Cords - The Cords (2025) 4,5

29 september 2025, 15:31 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Cords - The Cords - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Cords - The Cords
Eva en Grace Tedeschi zijn twee piepjonge Schotse zussen, die als The Cords een heerlijk of zelfs onweerstaanbaar debuutalbum hebben afgeleverd, dat een flinke dosis zonnestralen en ruwe energie over je uit stort

Eva en Grace Tedeschi zijn de middelbare school nog maar net ontgroeid, maar leveren als The Cords een album af dat de nodige opzien zou moeten baren. De Schotse zussen groeiden op in de jaren 10 en 20, maar citeren op hun debuutalbum vooral uit de muziek die in de vorige eeuw werd gemaakt. Invloeden komen in eerste instantie uit de jaren 90, maar ook invloeden uit eerdere decennia spelen een rol op het album. Jengelende gitaren en heerlijke koortjes staan centraal in de songs van The Cords, die meestal genoeg hebben aan twee minuten. Ik werd er direct bij eerste beluistering heel erg vrolijk van en sindsdien is het debuutalbum van de Schotse zussen alleen maar beter en aanstekelijker geworden.

Je hebt van die albums waarvan je direct bij eerste beluistering zielsgelukkig wordt en die ook na meerdere keren horen nog altijd een flinke dosis positieve energie over je uit storten. Het titelloze debuutalbum van The Cords is zo’n album. Ik was binnen een minuut overtuigd van de kwaliteiten van het album en sindsdien is het een album waar ik maar geen genoeg van kan krijgen en dat goed is voor een steeds bredere glimlach.

The Cords is een duo dat wordt gevormd door de zussen Eva en Grace Tedeschi, die opgroeiden in het Schotse Inverkip, maar inmiddels Glasgow als thuisbasis hebben. De Schotse zussen zijn nog onder de twintig, maar verwerken op het debuutalbum van The Cords invloeden die van ver voor hun geboortejaren stammen.

Het zijn invloeden uit de janglepop die in de jaren 90 werd gemaakt, maar The Cords maken ook het soort muziek dat het in dezelfde periode goed deed op het roemruchte label Sara Records. Uit de jaren 90 komt ook nog een vleugje dreampop voorbij, maar Eva en Grace zijn ook niet vies van 70s punk, 60s garagerock en ik hoor ook nog wel wat van de Phil Spector girlpop uit de jaren 50.

Het zijn invloeden die zijn gegoten in popsongs die gemiddeld genoeg hebben aan twee minuten. Het zijn popsongs waarin heerlijk gitaarwerk en de stemmen van de Schotse zussen de hoofdrol spelen en het strakke drumwerk alles aan elkaar smeedt. The Cords hebben in veel van hun songs een voorliefde voor heerlijk jengelende gitaren, maar het gitaarwerk op het debuutalbum van Eva en Grace Tedeschi kan ook steviger en gruiziger klinken. Zeker de songs waarin de gitaren jengelen als in de hoogtijdagen van de jangle pop zijn onweerstaanbaar lekker en sleuren je terug de zomer in, maar het debuutalbum van The Cords heeft zeker baat bij de variatie die is aangebracht in het gitaarwerk.

De Schotse zussen proppen dertien songs in een half uurtje en de meeste songs worden er in een razend tempo doorheen gejaagd. Net als het wat eenvormig dreigt te worden gaat het tempo wat omlaag en zeker op de tweede helft van het album kruipt de muziek van The Cords ook wat dichter tegen een band als Lush aan, wat ik altijd goed nieuws vind.

Het gitaarwerk op het album is niet het enige dat het gevoel van gelukzaligheid veroorzaakt dat zich bij beluistering van het debuutalbum van The Cords meester van mij maakt. Ook de stemmen van Eva en Grace Tedeschi maken op het debuutalbum van hun band behoorlijk wat indruk. De twee kunnen heerlijk onderkoeld zingen, maar zijn ook verantwoordelijk voor geweldige koortjes en heerlijke harmonieën.

Zowel het gitaarwerk als de zang is goed voor ultieme verleiding, maar de songs van The Cords rammelen ook bijzonder aangenaam. Het voorziet de songs van de Schotse zussen van nog wat extra charme. Ik vond het album van Eva en Grace Tedeschi in eerste instantie vooral charmant, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter ik het vind.

Het debuutalbum is gezien de leeftijd van de twee echt een razend knap album, maar de muziek van The Cords is inmiddels ook niet voor niets omarmd door de crème de la crème van de Schotse popmuziek. Het debuutalbum van The Cords verschijnt in een week met echt heel veel nieuwe albums, maar dit album mag zeker niet ondersneeuwen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Robert Plant - Saving Grace (2025) 4,5

28 september 2025, 19:22 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robert Plant with Suzi Dian - Saving Grace - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Robert Plant with Suzi Dian - Saving Grace
Voormalig Led Zeppelin zanger Robert Plant slaat als solomuzikant steeds weer andere wegen in en maakt ook met het deze week verschenen en echt opvallend mooie Saving Grace weer behoorlijk wat indruk

Toen Led Zeppelin in 1980 uit elkaar viel werd vooral veel verwacht van de solocarrière van gitarist Jimmy Page, maar die van zanger Robert Plant bleek echter een stuk succesvoller. Het oeuvre van Robert Plant is inmiddels flink uitgedijd en het is een oeuvre dat wat betreft genres een zeer breed terrein bestrijkt. De Britse muzikant heeft zich voor zijn nieuwe album omringd met een aantal geweldige muzikanten en zangeres Suzi Dian. Het was de afgelopen maanden al op het podium te zien, maar de muzikale en vocale hoogstandjes zijn nu ook te horen op Saving Grace, dat nog een fantastisch album toevoegt aan het bijzondere oeuvre van de voormalige Led Zeppelin zanger.

In 1980 overleed Led Zeppelin drummer John Bonham en viel direct het doek voor een van de meest legendarische rockbands aller tijden. Het is inmiddels 45 jaar geleden en in die 45 jaar heeft met name zanger Robert Plant laten horen dat er leven is na Led Zeppelin. De solocarrière van Robert Plant duurt inmiddels een stuk langer dan die van zijn voormalige band en het is een carrière die absoluut opvallend en indrukwekkend mag worden genoemd.

De Britse zanger maakte eerst een aantal albums die naadloos aansloten bij de rockmuziek die in de jaren 80 werd gemaakt, ging vervolgens samen met Led Zeppelin gitarist Jimmy Page op zoek naar de wortels van Led Zeppelin in de folk en de blues, werkte hierna zeer succesvol samen met bluegrass zangeres Alison Krauss om tenslotte weer een aantal interessante soloalbums te maken. In de tussentijd waren er ook nog een aantal andere interessante projecten, waarvan het uitstapje met The Honeydrippers het bekendst is.

Eerder dit jaar was Robert Plant samen met zangeres Suzi Dian en een aantal geweldige andere muzikanten te zien op de podia in Europa en deze week is een nieuw album van de Britse muzikant verschenen. De naam van Robert Plant staat het grootst vermeld op de cover van Saving Grace, maar ook de naam van Suzi Dian heeft terecht een plekje gekregen.

Iedereen die Robert Plant eerder dit jaar op het podium aan het werk zag, weet wat je ongeveer kunt verwachten op Saving Grace, al zijn de op het podium gespeelde versies van Led Zeppelin songs achterwege gelaten. Het nieuwe album van Robert Plant bevat wel een aantal folk- en bluessongs en traditionals en songs van onder andere Low, The Low Anthem en Sarah Siskind.

Ook op zijn nieuwe album maakt Robert Plant geen geheim van zijn liefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek en Britse folk. Het is een liefde die op fraaie wijze wordt geuit met een geweldig spelende band, waarin met name de snarenwonders opvallen. In muzikaal opzicht is Saving Grace niet alleen een mooi, maar ook een spannend album.

De muzikanten op het album laten zich enerzijds beïnvloeden door traditionele folk, blues en gospel, maar voorzien de muziek op Saving Grace ook van een wat mystiek en bezwerend karakter. Het snarenwerk op het album is om je vingers bij af te likken, maar het is ook muziek vol bijzondere wendingen en fraaie spanningsbogen.

Robert Plant is inmiddels een totaal andere zanger dan hij was bij Led Zeppelin, wat gezien de vele decennia die zijn verstreken ook niet zo gek is, maar de Britse muzikant is nog verrassend goed bij stem. Hij heeft bovendien in Suzi Dian de perfecte metgezel gevonden. Net als de stem van Alison Krauss past ook de stem van Suzi Dian uitstekend bij die van Robert Plant, waardoor er naast muzikaal vuurwerk ook flink wat vocaal vuurwerk is te horen op Saving Grace.

Het komt samen in een opvallende selectie songs, die uit verschillende genres komen. Het maakt niet zoveel uit voor het geluid op Saving Grace, want Robert Plant, Suzi Dian en de uitstekende andere muzikanten die zijn te horen op het album, maken hun eigen songs van de songs op Saving Grace. De zeer realistisch uitziende aankondiging van een afscheidstournee van Led Zeppelin in 2026 bleek helaas nepnieuws, maar het nieuwe album van Robert Plant maakt veel goed. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Kathryn Williams - Mystery Park (2025) 4,0

28 september 2025, 11:17 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kathryn Williams - Mystery Park - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kathryn Williams - Mystery Park
De Britse singer-songwriter Kathryn Williams staat al meer dan 25 jaar garant voor kwaliteit en doet dat ook op haar nieuwe album Mystery Park, dat in muzikaal opzicht af en toe herinnert aan haar meesterwerk Little Black Numbers

Een nieuw album van Kathryn Williams is wat mij betreft altijd iets om naar uit te kijken. Ik keek dan ook al een tijdje uit naar Mystery Park, dat deze week is verschenen. Het is een album dat aan de ene kant volledig voldoet aan de verwachtingen en het uit duizenden herkenbare Kathryn Williams geluid laat horen, maar de Britse muzikante weet ook altijd te verrassen. Dat doet ze bijvoorbeeld met songs die zijn voorzien van wat vollere arrangementen, maar Mystery Park bevat ook een aantal songs die weer wat dichter tegen de songs op haar voorlopige meesterwerk Little Black Numbers aan zitten. Het levert wederom een album van hoge kwaliteit op, precies wat je verwacht van Kathryn Williams.

Het is dit jaar, toch wel enigszins tot mijn verbazing, alweer 25 jaar geleden dat Little Black Numbers, het tweede album van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams, verscheen. Little Black Numbers was me direct bij eerste beluistering zeer dierbaar en dat is in de afgelopen 25 jaar niet veranderd. Integendeel zelfs, want ik schaar het inmiddels onder mijn favoriete albums aller tijden.

Little Black Numbers is daarom vanzelfsprekend nog altijd mijn favoriete Kathryn Williams album, maar ook de stapel albums die Kathryn Williams sindsdien heeft uitgebracht is van zeer hoge kwaliteit, met Old Low Light uit 2002, Hypoxia uit 2015 en Night Drives uit 2020 als persoonlijke favorieten. Vorig jaar leverde Kathryn Williams samen met de Schotse muzikant Withered Hand (aka Dan Willson) nog een prima album af, maar met Mystery Park verschijnt deze week een volgend soloalbum van de Britse muzikante, die werd geboren in Liverpool, maar inmiddels Newcastle als thuisbasis heeft.

Mystery Park is volgens de bandcamp pagina van de Britse muzikante al haar vijftiende album en het is wederom een hele mooie. Kathryn Williams noemt Mystery Park zelf haar meest persoonlijke album tot dusver, maar het is ook een album waarop ze intensief samenwerkt met andere muzikanten en songwriters. Hieronder muzikanten en songwriters van naam en faam als Leo Abrahams, Neill MacColl, Beth Neilsen Chapman, Polly Paulusma, Ed Harcourt en Paul Weller, die allemaal bijdragen aan de hoge kwaliteit van de songs en de muziek op het album.

Een aantal tracks op Mystery Park herinnert in meerdere opzichten aan Little Black Numbers, dat ook voor Kathryn Williams zelf nog altijd een ijkpunt is. De echo’s uit het verleden, die overigens ook van het hierboven genoemde Old Low Light komen, hoor je vooral in de spaarzaam ingekleurde songs met vooral invloeden uit de Britse folk. Kathryn Williams is altijd een folkie geweest en Mystery Park verandert daar niets aan.

Het album is echter zeker niet steken bij het terecht zo bewierookte Little Black Numbers en de directe opvolgers, maar bevat ook een aantal wat voller en anders ingekleurde songs. De arrangementen en de muziek op het album zijn echt prachtig en ook op de productie van Leo Abrahams heb ik niets aan te merken, want muziek en zang zijn echt prachtig in balans.

Net als de vorige albums ontleent echter ook Mystery Park de meeste kracht aan de zo herkenbare stem van Kathryn Williams. Het is een stem die 25 jaar geleden betoverde op Little Black Numbers en dat doet de zachte en heldere stem van de Britse muzikante nog steeds. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Kathryn Williams kiest voor de wat soberdere klanken die we kennen van haar vroege albums of juist voor een wat voller klinkend geluid, want in beide gevallen is de stem van Kathryn Williams echt bijzonder mooi.

Het komt allemaal samen in een serie persoonlijke songs, die de Britse muzikante deels schreef met anderen. Het zijn, net als de songs die we inmiddels kennen van Kathryn Williams, songs die lekker in het gehoor liggen, maar die bijzonder knap in elkaar zitten. Ik ben inmiddels al 25 jaar fan van Kathryn Williams en ze heeft me nog nooit teleurgesteld. Dat doet ze ook weer niet met het echt bijzonder mooie Mystery Park. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Amanda Shires - Nobody's Girl (2025) 4,5

27 september 2025, 11:11 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amada Shires - Nobody's Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Amada Shires - Nobody's Girl
Er zijn al heel wat bijzonder indrukwekkende breakup albums verschenen binnen de countrymuziek, maar met Nobody’s Girl voegt Amanda Shires er nog een hele indringende en hartverscheurend mooie aan toe

Dat het huwelijk van Amanda Shires en Jason Isbell de nodige scheurtjes had afgelopen was al te horen op haar vorige album, maar op Nobody’s Girl verwerkt de Amerikaanse muzikante het definitieve einde van haar huwelijk, dat breed werd uitgemeten in de Amerikaanse media. Amanda Shires heeft met Nobody’s Girl een klassiek countryalbum gemaakt, dat zich van de eerste tot en met de laatste noot laat beluisteren als een breakup album. De zeer persoonlijke songs op het album zijn stemmig ingekleurd met vaak een belangrijke rol voor piano en strijkers, maar de stem van Amanda Shires speelt de hoofdrol op een album vol melancholie, maar ook een album van een bijzondere schoonheid en intimiteit.

De Amerikaanse muzikante Amanda Shires is al vanaf haar vijftiende actief in de muziek en heeft inmiddels een prachtig cv opgebouwd. Ze heeft een stapeltje prima soloalbums op haar naam staan, maakt samen met Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby deel uit van de supergroep The Highwomen, is als violiste te horen op talloze rootsalbums en was lange tijd een vaste waarde in The 400 Unit, de band van Jason Isbell, met wie ze tussen 2013 en 2023 ook getrouwd was.

Ik heb zelf al heel lang een zwak voor de soloalbums van Amanda Shires en koester met name My Piece of Land uit 2016, To The Sunset uit 2018 en Take It Like A Man uit 2022. Het zijn albums die deze week worden overtroffen door Nobody’s Girl, dat om te janken zo mooi is. Er vloeien ook heel wat tranen op het album zelf, want het nieuwe album van Amanda Shires is een album waarop de muzikante uit Nashville, Tennessee, het einde van haar huwelijk met Jason Isbell een plek probeert te geven.

Nobody’s Girl is een echt breakup album en ook nog eens een country breakup album en dat zijn wat mij betreft de allermooiste. Er bleef Amanda Shires weinig bespaard de afgelopen jaren, want ze moest niet alleen afscheid nemen van haar huwelijk, maar ook van haar vader en grootmoeder. Het is dan ook niet zo gek dat Nobody’s Girl een album vol weemoed en melancholie is.

Het zijn verdrietige omstandigheden, maar ze passen prachtig bij de stem van Amanda Shires, die zingt met heel veel emotie in haar stem en met een indringende snik. Ik vond haar altijd al een geweldige zangeres, maar op Nobody’s Girl komt haar stem, mede door alle persoonlijke misère, nog wat harder binnen.

Het melancholische karakter van het album wordt nog wat versterkt door de keuze voor een hele stemmige instrumentatie in een groot deel van de songs. Met name de pure countrysongs op het album worden gedragen door piano en strijkers en af en toe huilt de pedal steel mee. Met name in de wat meer ingetogen songs op het album maakt Amanda Shires diepe indruk op haar nieuwe album, dat meer dan eens dwars door de ziel snijdt.

Om stoom af te blazen komt af en toe een net wat steviger aangezette countryrock songs voorbij. Ook deze klinken uitstekend, maar met name de songs waar je de weemoed in bakken af kunt scheppen zijn adembenemend mooi en worden alleen maar indrukwekkender naarmate je ze vaker hoort.

Haar voormalige echtgenoot Jason Isbell stond op het eerder dit jaar op het eveneens fraaie Foxes In The Snow ook een enkele keer stil bij het einde van zijn huwelijk, maar bezong ook alweer de liefde. Foxes In The Snow werd daarom geen breakup album genoemd, maar Nobody’s Girl van Amanda Shires is er absoluut een van het klassieke soort.

Het is een album dat bij vlagen klinkt als een klassiek countryalbum uit de jaren 70, maar producer Lawrence Rothman, die in 2022 ook Take It Like A Man zo fraai produceerde, heeft het album ook voorzien van een eigentijds geluid. Het is een album dat in twee sessies werd opgenomen in Nashville en Los Angeles met verschillende muzikanten en dat hoor je, maar de hartverscheurend mooie zang van Amanda Shires maakt moeiteloos een eenheid van dit indrukwekkende album. Ik had Amanda Shires vanwege al het moois dat ze eerder maakte al heel hoog zitten, maar met Nobody’s Girl legt ze de lat nog wat hoger. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

John Calvin Abney - Transparent Towns (2025) 4,0

26 september 2025, 16:19 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: John Calvin Abney - Transparant Towns - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: John Calvin Abney - Transparant Towns
De zomer lijkt nu echt plaats te gaan maken voor de herfst, maar laat Transparant Towns van de Amerikaanse muzikant John Calvin Abney uit de speakers komen en de warme en lome zomeravonden zijn direct weer terug

Tourist was drie jaar geleden het zesde album van John Calvin Abney, maar mijn eerste kennismaking met de muzikant uit Tulsa. Het was een kennismaking die naar veel meer smaakte, wat de stevig door 70s countryrock beïnvloede muziek van John Calvin Abney klonk onweerstaanbaar lekker. Dat geldt ook weer voor het deze week verschenen zevende album van de Amerikaanse muzikant. Het is een album dat in het verlengde ligt van Tourist, maar de muziek en de zang zijn nog wat mooier en de songs nog wat aansprekender. Zeer warm aanbevolen dus.

Ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek gaat mijn persoonlijke voorkeur absoluut uit naar vrouwenstemmen, maar ik kon in de zomer van 2022 echt niet om Tourist van John Calvin Abney heen. Ik noemde het album in mijn recensie op deze site een soundtrack voor te warme zomerdagen en dat is een omschrijving waar ik me nog steeds in kan vinden. De combinatie van 70s singer-songwriter muziek en countryrock uit dezelfde periode nodigde immers uit tot luieren in de zon of deed in ieder geval verlangen naar luieren in de zon.

Tourist bleek al het zesde album van de Amerikaanse muzikant en inmiddels weet ik dat Tourist zeker niet zijn enige interessante album is. All reden dus om uit te kijken naar een nieuw album van John Calvin Abney, dat deze week, na een stilte van net iets meer dan drie jaar is verschenen.

Tourist werd gemaakt tijdens de coronapandemie, maar ook het opnemen van Transparant Towns vond plaats in een lastige periode. John Calvin Abney onderging in 2023 een operatie aan zijn stembanden, waardoor hij de tijd moest nemen voor het maken van zijn nieuwe album. Het is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit, want net als Tourist drie jaar geleden is ook Transparant Towns een album dat zich bij mij onmiddellijk opdrong.

In muzikaal opzicht is er niet zo gek veel veranderd. Ook op zijn nieuwe album maakt de muzikant uit Tulsa, Oklahoma, geen geheim van zijn liefde voor de countryrock en singer-songwriter muziek uit de jaren 70, al klinkt het zevende album van John Calvin Abney ook zeker eigentijds. Net als op Tourist doet de muziek van John Calvin Abney op Transparant Towns heel af en toe denken aan Elliott Smith, maar dan wel Elliott Smith die de zonnige kant van het leven ziet.

Er is nog veel meer te horen in de muziek van John Calvin Abney, want in een aantal songs hoor je ook wat Beatlesque ingrediënten of duikt een liefde voor de genialiteit van Brian Wilson op. Het is daarom raadzaam om Transparant Towns met de nodige aandacht te beluisteren, maar net als zijn voorganger is het ook een heerlijk album om bij weg te dromen en nog even te mijmeren over het einde van de zomer.

John Calvin Abney produceerde zijn nieuwe album zelf, maar hij reserveerde in de studio wel wat ruimte voor bijdragen van prima muzikanten, die onder andere viool, orgel en pedal steel toevoegen aan de muziek op het album. Het zorgt voor een mooi warm geluid, waaraan in twee tracks ook nog vocale bijdragen van John Moreland en Lydia Loveless worden toegevoegd.

Net als zijn voorganger drong Transparant Towns zich zoals gezegd genadeloos op, maar nog meer dan Tourist is het nieuwe album van John Calvin Abney een album dat nog flink lang door groeit. Ik koester nog altijd de vrouwenstemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar wat ben ik ook gecharmeerd van de zang van John Calvin Abney, die anders klinkt dan de meeste andere zangers in de genres waarin hij opereert.

Net als de muziek draagt ook de zang nadrukkelijk bij aan de pure klasse van Transparant Towns, dat ook nog eens tien songs bevat waarvan je alleen maar kunt houden. Het zal zo langzamerhand wel duidelijk zijn dat liefhebbers van singer-songwriters met een liefde voor rootsmuziek dit album maar beter niet kunnen laten liggen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Sarah McLachlan - Better Broken (2025) 4,5

26 september 2025, 16:10 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sarah McLachlan - Better Broken - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Sarah McLachlan - Better Broken
Een succesvolle comeback van Sarah McLachlan leek me op voorhand een lastige missie, maar met het echt prachtige Better Broken brengt de Canadese muzikante een in alle opzichten ijzersterk en ook wonderschoon album uit

Sarah McLachlan was aan het eind van de jaren 90 een van de meest succesvolle vrouwelijke muzikanten. Die status dankte ze aan een aantal geweldige albums, maar ook aan haar initiatieven om vrouwelijke muzikanten op de kaart te zetten. Helaas ging de carrière van de Canadese muzikante aan het begin van dit millennium als een nachtkaars uit. De albums die ze maakte waren weinig succesvol en vielen ook in muzikaal opzicht tegen, maar met Better Broken is er toch nog de misschien wel niet meer verwachte glorieuze comeback van Sarah McLachlan. Better Broken klinkt, mede door de prachtige zang, direct vertrouwd, maar borduurt zeker niet fantasieloos voort op het verleden.

De Canadese singer-songwriter Sarah McLachlan debuteerde in 1988 met het vooral in Canada zeer goed ontvangen Touch. De rest van de wereld leerde haar kennen in de jaren 90, waarin ze uitgroeide tot een van de meest succesvolle vrouwelijke muzikanten. Ze werd een van de vaandeldragers van deze vrouwelijke muzikanten door het organiseren van Lilith Fair, een rondreizend muziekfestival met alleen vrouwelijke muzikanten op het programma.

Met Solace uit 1991, Fumbling Towards Ecstasy uit 1993 en Surfacing uit 1997 maakte Sarah McLachlan bovendien drie geweldige albums, die terecht in brede kring werden geprezen en omarmd. Na Lilith Fair nam Sarah McLachlan even de tijd voor zichzelf, maar dit had geen positief effect op haar carrière. Het in 2003 verschenen Afterglow was nog redelijk succesvol, maar kan in kwalitatief opzicht wat mij betreft niet tippen aan de hierboven genoemde albums.

Na Afterglow verdween Sarah McLachlan voor mij volledig uit beeld, al maakte ze nog wel een aantal albums. Sinds het kerstalbum uit 2016 was het echter helemaal stil rond de ooit zo succesvolle Canadese muzikante. Tot deze week dan, want met het deze week verschenen Better Broken keert Sarah McLachlan terug.

Ik geef eerlijk toe dat ik echt hele lage verwachtingen had van het album, dat ik dan ook zo ongeveer als laatste beluisterde bij de keuze van mijn krenten uit de pop voor deze week. Better Broken heeft me echter zeer aangenaam verrast en kan zomaar uitgroeien tot een favoriet album voor in de kleine uurtjes, zeker de komende herfst en winter.

Ik had de afgelopen 25 jaar nauwelijks geluisterd naar de muziek van Sarah McLachlan en de afgelopen 15 jaar echt helemaal niet, maar Better Broken klinkt direct vanaf de eerste noten vertrouwd. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de zeer herkenbare en karakteristieke stem van de Canadese muzikante, maar ook de muziek op Better Broken neemt je direct mee terug naar de jaren 90 in het algemeen en de pieken in de carrière van Sarah McLachlan in het bijzonder.

Allmusic.com omschrijft het treffend door het album te typeren als “a warm hug from a cherished friend”. Toch is Better Broken zeker geen overbodige herhalingsoefening, want het album voegt wat mij betreft iets toe aan het oeuvre van Sarah McLachlan. Ik vind haar albums uit de jaren 90 echt prachtig, maar ze zijn ook wel wat steriel. Op Better Broken hoor ik meer gevoel en doorleving in de stem van Sarah McLachlan, waardoor het album me misschien nog wel meer raakt dan de perfectie van bijvoorbeeld Fumbling Towards Ecstasy of Surfacing. Better Broken is bovendien een album dat niet is blijven steken in de jaren 90, maar met twee benen in het nu staat.

De stem van Sarah McLachlan is goed voor de meeste betovering op het album, want wat zingt ze mooi, maar Better Broken maakt eigenlijk op alle terreinen indruk. De productie van Tony Berg en Will Maclellan (beiden bekend van boygenius) is feilloos en bijdragen van topmuzikanten als Greg Leisz, Wendy Melvoin en Matt Chamberlain zorgen er voor dat het ook in muzikaal opzicht smullen is.

En dan zijn er ook nog eens de songs op Better Broken. Aan de songs schortte het misschien nog wel het meest op de albums die Sarah McLachlan na haar creatieve piek maakte, maar de songs op haar nieuwe album zijn prachtig. Wat een glorieuze comeback van deze grootheid uit de jaren 90. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Joan Shelley - Real Warmth (2025) 4,0

25 september 2025, 18:03 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joan Shelley - Real Warmth - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Joan Shelley - Real Warmth
De Amerikaanse muzikante Joan Shelley bouwt gestaag aan een fraai oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het zeer sfeervolle en smaakvolle Real Warmth, dat je wederom mee terug neemt naar de folk uit de jaren 60 en 70

Het duurde even voor ik overtuigd raakte van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante Joan Shelley, maar eenmaal overtuigd koester ik haar albums. Ook het deze week verschenen Real Warmth is weer een prachtig album met muziek die van een kille herfstavond een warme zomeravond maakt en een stem die je doet smelten. Joan Shelley is zeker niet de enige die zich laat beïnvloeden door folk uit de jaren 60 en 70, maar er zijn er maar weinig die de invloeden uit het verleden zo mooi laten herleven. Real Warmth is een album met een serie aansprekende songs en met prachtige muziek, waarna de al even mooie stem van Joan Shelley de kers op de taart is.

Ik volg de Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley al sinds haar tweede album Electric Ursa uit 2014. Ik vond het een uitstekend album, maar het viel bij mij op een of andere manier tussen wal en schip en dat gold ook voor de eveneens uitstekende opvolger Over And Even uit 2015 en haar nog betere titelloze album uit 2017. De ommekeer kwam met het in 2019 uitgebrachte Like The River Loves The Sea dat ik echt betoverend mooi vond. Dat gold ook voor het in 2022 verschenen The Spur, dat met overtuiging mijn jaarlijstje haalde.

Op al haar albums maakt Joan Shelley muziek die zich stevig heeft laten beïnvloeden door de muziek die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt, maar ook de wat meer psychedelische en alternatieve Amerikaanse folk uit deze periode heeft zeker zijn sporen nagelaten op haar muziek.

Joan Shelley is helaas nog wat minder bekend dan de kwaliteit van haar albums rechtvaardigt, maar dat is het lot van muzikanten die niet het geluk hebben te worden omarmd door het TikTok publiek. Joan Shelley weet ondanks haar beperkte bekendheid wel goed aangeschreven producers en muzikanten aan zich te binden. Zo werkte ze in het verleden met Jeff Tweedy en James Elkington, terwijl ze ook gitarist (en echtgenoot) Nathan Salsburg meestal aan haar zijde weet.

Real Warmth, het nieuwe album van Joan Shelley, is geproduceerd door Ben Whiteley, die deel uit maakt van de Canadese band The Weather Station. Joan Shelley koos voor Like The River Loves The Sea voor een studio op IJsland en nam The Spur op in Kentucky. Haar nieuwe album werd opgenomen in het Canadese Toronto, maar alle albums van de Amerikaanse muzikante hebben een vergelijkbaar geluid.

Het is een geluid dat ook op Real Warmth weer is beïnvloed door Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70, al hoor ik ook wel wat invloeden uit de Britse folk uit deze periode. Mede door de inzet van uitstekende muzikanten als Nathan Salsburg, Ben Whiteley, Karen Ng, Doug Paisley en Tamara Lindeman klinkt ook Real Warmth weer prachtig, zeker als echt bijzonder fraaie klanken van een saxofoon worden toegevoegd of wanneer het album met een breed uitwaaiende pedal steel wordt voorzien van een subtiele country vibe.

Real Warmth ademt dankzij de warme en wat broeierige klanken de sfeer van een lome zomeravond en dat voelt zeer aangenaam, zeker nu de temperaturen hier wat beginnen te dalen. De warme sfeer van het album wordt versterkt door de bijzonder mooie zang van Joan Shelley. Ook op haar nieuwe album zingt de Amerikaanse muzikante weer prachtig ingehouden, maar echt iedere noot is raak op Real Warmth. De stem van Joan Shelley is niet alleen mooi, maar zit ook vol gevoel en doorleving, wat de kracht van haar songs verder vergroot.

Ik begrijp op zich wel dat Joan Shelley geen muziek maakt die een jong publiek op TikTok gaat aanspreken, maar ik hoop dat haar nieuwe album weer in net wat bredere kring wordt opgepakt. Het duurde bij mij even voor ik viel voor de muzikale charmes van de Amerikaanse muzikante, maar met Real Warmth levert ze voor de derde keer op rij een album af dat het uitstekend gaat doen op kille herfstavonden en koude winteravonden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Keren Ann - Paris Amour (2025) 4,0

24 september 2025, 17:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Keren Ann - Paris Amour - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Keren Ann - Paris Amour
Keren Ann heeft inmiddels een flink oeuvre op haar naam staan, maar is nog altijd relatief onbekend, wat gezien de kwaliteit van haar albums, waaronder het deze week verschenen Paris Amour, zeer onterecht is

Ik had de muziek van Keren Ann niet meer zo op het netvlies als een jaar of twintig geleden, toen ze aan de lopende band geweldige albums afleverde. Na een wat mindere periode en twee Engelstalige albums omarmde Keren Ann een paar jaar geleden de Franse taal weer en dat doet ze ook op Paris Amour, dat zich kan meten met haar beste albums. Paris Amour ademt de sfeer van het Parijs uit de jaren 70, maar het is ook een typisch Keren Ann album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal zeer sfeervol, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar het is ook dit keer vooral de stem van Keren Ann die de aandacht trekt en het is een stem die alleen maar mooier wordt.

Keren Ann (Zeidel) werd geboren in Israël, heeft een Nederlands-Javaanse moeder en een Israëlisch-Russische vader, woonde een tijd lang in Nederland, maar kwam uiteindelijk terecht in Parijs. Daar liep ze de Franse muzikant Benjamin Biolay tegen het lijf, die haar introduceerde in de Franse muziekscene.

Ik vond en vind de eerste vijf albums van Keren Ann echt geweldig. La Biographie de Luka Philipsen (2000), La Disparition (2002), Not Going Anywhere (2003), Nolita (2004) en Keren Ann (2007) zijn stuk voor stuk uitstekende albums, waarmee Karen Ann zich schaarde onder het beste dat de Franse popmuziek in het eerste decennium van dit millennium te bieden had, maar waarmee ze ook meedeed met de beste Engelstalige vrouwelijke singer-songwriters van dat moment.

Na het titelloze album uit 2007 vestigde Keren Ann zich in New York en maakte ze twee volledig Engelstalige albums die in Nederland niet veel aandacht kregen en ik daarom over het hoofd heb gezien. Keren Ann debuteerde daarom pas op de krenten uit de pop met het in 2019 verschenen en weer volledig Franstalige Bleue, dat liet horen dat ze het maken van uitstekende albums nog niet was verleerd.

Het in 2022 verschenen en samen met Quatuor Debussy gemaakte album heb ik gemist, maar deze week werd ik blij verrast met Paris Amour, het negende soloalbum van Keren Ann. Het is net als zijn voorganger een volledig Franstalig album en dat vind ik persoonlijk goed nieuws. Ik kan niet zo goed uitleggen waarom dat zo is, maar op een of andere manier vind ik de muziek van Keren Ann onderscheidender wanneer ze in het Frans zingt.

Paris Amour laat zich beluisteren als een ode aan wat mij betreft de mooiste Europese hoofdstad en is bovendien een ode aan de Franse popmuziek. Keren Ann flirtte in het verleden geregeld met pop en singer-songwriter pop, maar Paris Amour kruipt weer wat dichter tegen het Franse chanson aan. Het is een genre dat Keren Ann op het lijf is geschreven, zeker nu haar stem wat doorleefder klinkt dan op haar vroege albums.

Paris Amour is een rijk georkestreerd album met flink wat strijkers en flink wat Parijse grandeur en dat is een setting waarin Keren Ann floreert. De muziek op het album is echt prachtig en hetzelfde geldt voor de meeslepende songs op het album, maar het is de zang van Keren Ann die je bedwelmt en betovert en dat misschien nog wel meer doet dan op haar eerste albums.

Het nieuwe album van de muzikante uit Parijs klinkt in veel van de songs als een album dat je mee terugneemt naar het Parijs van de jaren 70. Het is een album dat in de jaren 70 zomaar door de grote Serge Gainsbourg zou kunnen zijn geproduceerd en dat vind ik het grootste compliment dat je een Franse zangeres kunt maken.

Ik hou niet altijd van dit soort rijk georkestreerde albums, maar de vaak uitbundig ingekleurde songs op Paris Amour klinken prachtig. Het zijn lekker in het gehoor liggende songs met oorstrelend mooie melodieën en soms een licht psychedelisch sfeertje dat ook al herinnert aan de albums van Serge Gainsbourg, waarvan ik er steeds meer ontdek.

Er zitten de laatste jaren helaas lange pauzes tussen de albums van Keren Ann, maar ook Paris Amour was het wachten weer meer dan waard. Zaz zette de Franse muziek de afgelopen week weer even in de spotlights en Zaho de Sagazan doet dat volgende week weer, maar ook het nieuwe album van Keren Ann hoort hierin thuis. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Kristina Train - County Line (2025) 4,0

24 september 2025, 13:31 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Kristina Train - County Line - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Kristina Train - County Line
Toen dertien jaar geleden Dark Black van Kristina Train verscheen was ik er 100% zeker van dat ze heel groot zou gaan worden en dat denk ik eerlijk gezegd ook weer bij beluistering van het deze week verschenen County line

Er is momenteel zeker geen gebrek aan goede countryzangeressen, maar hele goede countryzangeressen kunnen er altijd nog wel bij. Kristina Train is zo’n hele goede countryzangeres. Dat is op zich geen nieuws, maar ik hoorde nog niet eerder zo veel country op een album van de Amerikaanse muzikante, die via de nodige omzwervingen in Nashville is terecht gekomen. County Line werd gemaakt met een aantal topkrachten en dat hoor je, maar de ster van het album is Kristina Train zelf, want wat zingt ze mooi op haar nieuwe album. Ze trok ooit behoorlijk wat aandacht met het prachtige Dark Black, maar ook County Line is weer een topalbum.

Bij Kristina Train denk ik onmiddellijk aan haar prachtige album Dark Black uit 2012. De Amerikaanse muzikante, die via New York en Georgia in Londen was terecht gekomen, maakte met dit album diepe indruk en leek klaar voor een prachtige carrière in de muziek.

Ik schreef er destijds het volgende over en daar sta ik nog steeds achter: “Dark Black klinkt niet alleen als de perfecte mix van Dusty Springfield en Aretha Franklin, maar ook als een uitstekend alternatief voor Adele en haar collega Duffy. Dark Black heeft hiernaast wel iets van de jazzy pop van Norah Jones, is niet zo heel ver verwijderd van de retro soulpop van Rumer en heeft tenslotte het onderkoelde van Lana Del Rey en het warmbloedige van Sade. Het zijn stuk voor stuk namen die de kassa laten rinkelen, waardoor de grote doorbraak van Kristina Train alleen maar een kwestie van tijd kan zijn”.

Die verdiende doorbraak kwam er echter niet, waardoor na het veelbelovende debuutalbum van Kristina Train (Spilt Milk uit 2009) ook haar tweede album snel werd vergeten. Ik dacht eigenlijk dat ik na Dark Black nooit meer iets had vernomen van de Amerikaanse muzikante, maar in 2021 verscheen Rayon City, waar ik een positief verhaal over schreef. De inmiddels naar Nashville uitgeweken muzikante liet op haar derde album een geluid met vooral invloeden uit de soul en de pop horen en maakte wederom indruk als zangeres.

Het in 2022 uitgebrachte Body Pressure heb ik echt niet opgemerkt, maar deze week keert Kristina Train terug met haar vijfde album County Line. De Amerikaanse muzikante heeft nog altijd Nashville, Tennessee, als thuisbasis en dat hoor je dit keer beter dan op haar vorige albums. Ook County Line bevat de invloeden uit de soul die waren te horen op Dark Black en Rayon City, maar invloeden uit de countrymuziek zijn dit keer veel duidelijker hoorbaar en domineren.

County Line werd overigens niet opgenomen in Nashville, maar in Los Angeles, waar een aantal gelouterde muzikanten aanschoof. Het levert een zowel in productioneel als muzikaal opzicht prachtig album op met hier en daar filmische arrangementen. County Line klinkt als een tijdloos countryalbum en dat klinkt echt heerlijk, al is het maar vanwege het geweldige snarenwerk.

Centraal staat ook dit keer de stem van Kristina Train, die sinds het prachtige Dark Black alleen maar mooier is geworden. Het is een stem vol country en soul en een stem vol melancholie, al komen er dit keer zeker niet alleen maar donkere wolken voorbij in de songs van Kristina Train. Het album bevat een aantal eigen songs en een aantal covers, waarvan haar overigens zeer geslaagde bewerking van Believe van Cher de meest opvallende is. In alle songs is goed te horen dat Kristina Train beschikt over een stem die alles wat ze aanraakt in goud kan veranderen en dat is zeldzaam.

Er wordt de Amerikaanse muzikante inmiddels dan ook al meer dan 15 jaar een geweldige toekomst in de muziek voorspeld en dat is volkomen terecht. Na het wederom uitstekende County Line moet het er maar eens van komen, want Kristina Train heeft alles dat een popster of een countryster moet hebben. Dark Black blijft er voor mij toch net wat bovenuit steken in het oeuvre van Kristina Train, maar het fraaie County Line komt in flink wat van de songs op het album behoorlijk dicht in de buurt. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Joanne Robertson - Blurrr (2025) 4,0

23 september 2025, 16:49 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joanne Robertson - Blurr - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Joanne Robertson - Blurr
Blurr van Joanne Robertson is waarschijnlijk een album dat je moet ontdekken en waarvan je moet leren houden, maar als dat eenmaal gelukt is zou de liefde voor het album zomaar onvoorwaardelijk kunnen zijn

Joanne Robertson heeft al meerdere albums op haar naam staan en het zijn albums waarop het experiment niet wordt geschuwd. Dat doet ze ook zeker niet op haar nieuwe album Blurr, maar toch is het nieuwe album van de Britse muzikante zeker geen heel ontoegankelijk album. Het is misschien even wennen aan de wat minimalistische muziek, aan de bijzondere stem van Joanne Robertson en aan de geïmproviseerde songs, maar eenmaal gewend aan het bijzondere karakter van de songs op Blurr wordt het album steeds mooier, intenser en indringender. Ik ben vast niet altijd in de stemming voor de bijzondere muziek van Joanne Robertson, maar zo op zijn tijd is het echt prachtig.

De Britse muzikante Joanne Robertson heeft al meerdere albums op haar naam staan, waarvan ze er een aantal maakte met de eveneens Britse muzikant Dean Blunt. De meeste van deze albums komen me op geen enkele manier bekend voor, al heb ik vorig jaar mogelijk wel geluisterd naar het samen met Dean Blunt gemaakte album Backstage Raver, waarvan ik de cover meen te herkennen.

Het heeft in ieder geval geen indruk gemaakt, want haar naam deed bij mij geen belletje rinkelen eerder deze week. Joanne Robertson dook deze week op met haar nieuwe album Blurr, dat in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk kan rekenen op zeer positieve recensies. Daar kan ik me inmiddels volledig in vinden, want Blurr is een prachtig album, al duurde het wel even voor ik dat door had.

Op de bandcamp pagina van Joanne Robertson is nauwelijks informatie te vinden over het album. “Blurrr was written in between painting sessions and also whilst raising a child” is alles dat Joanne Robertson wil delen over haar nieuwe album. Het past op zich wel bij het album, want Joanne Robertson maakt muziek waar je het beste zonder al te veel voorkennis aan moet beginnen om er uiteindelijk het meest van te kunnen genieten.

Op Blurr is niet veel meer te horen dan de akoestische gitaar, af en toe een cello en de stem van Joanne Robertson, die zeker bij eerste beluistering maar wat lijkt te improviseren (en dat naar verluidt ook doet). Ik vond het bij eerste beluistering eerlijk gezegd wel erg minimalistisch klinken en miste bovendien de structuur in de songs van de muzikante uit Glasgow.

Op basis van de bovenstaande beschrijving van de muziek zou ik Blurr waarschijnlijk links hebben laten liggen, maar omdat ik zonder voorkennis begon aan het album kon ik er onbevooroordeeld naar luisteren. Natuurlijk heb ik moeten wennen aan het album, al hoorde ik ook bij eerste beluistering al wel wat in het minimalistische gitaarspel van de Britse muzikante en haar bijzondere zang.

Inmiddels ben ik een paar keer luisteren verder en is er veel op zijn plaats gevallen. Het gitaarspel van Joanne Robertson voorziet het album wat mij betreft inmiddels van voldoende structuur en biedt bovendien de perfecte basis voor haar stem. De zang op Blurr doet me af en toe wel wat denken aan de zang van Hope Sandoval bij Mazzy Star, al heeft Joanne Robertson de warme slaapkamer in de stem van Hope Sandoval verruild voor een kille en donkere kelder.

Het doet qua sfeer af en toe ook wel wat denken aan de muziek van Grouper, maar Joanne Robertson heeft ook absoluut een eigen geluid. Iedereen die me van te voren had verteld dat ik zou kunnen genieten van een song van zeven minuten met alleen wat geïmproviseerd akoestisch gitaarspel en wat onderkoeld klinkende zang, had ik waarschijnlijk voor gek verklaard, maar Friendly van Joanne Robertson is zo’n song en ik vind hem prachtig.

Blurr is het mooist wanneer je het album op een kille herfstavond beluisterd en bij voorkeur in het donker en zonder verdere afleiding. Juist in deze setting komen de gitaarakkoorden en de intense zang van de Britse muzikante het best tot zijn recht en valt definitief alles op zijn plek. Lang niet iedereen zal gecharmeerd zijn van dit album, maar het kan ook zomaar een album zijn dat je nog maanden in een wurggreep houdt en dat je eindeloos wilt koesteren. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Wednesday - Bleeds (2025) 4,5

22 september 2025, 18:07 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wednesday - Bleeds - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Wednesday - Bleeds
Wednesday leverde in het voorjaar van 2023 met Rat Saw God een jaarlijstjesalbum af, maar laat op het afwisselend met gruizige indierock en Amerikaanse rootsmuziek gevulde Bleeds horen dat het nog veel beter kan

Toen ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van de Amerikaanse band Wednesday lag de vergelijking met Big Thief er wel erg dik bovenop, maar aan die vergelijking heeft de band uit Asheville, North Carolina, zich inmiddels wel ontworsteld. Wednesday is ook niet zomaar een band, want het beschikt, in ieder geval op het nieuwe album nog, in de persoon van MJ Lenderman over een geweldige gitarist en heeft met Karly Hartzman een zeer getalenteerd boegbeeld. De band kan ook nog eens uit de voeten met zowel rauwe indierock als doorleefde Amerikaanse rootsmuziek en in beide genres excelleert de band uit North Carolina op haar geweldige nieuwe album.

De Amerikaanse band Wednesday bracht aan het begin van 2020 haar debuutalbum I Was Trying To Describe You To Someone uit. De releasedatum viel zo ongeveer samen met de start van de coronapandemie, waardoor we aan het begin van 2020 wel iets anders aan ons hoofd hadden dan luisteren naar gruizige gitaarbands en er ook niets kwam van de promotie van het album.

Wednesday revancheerde zich in de zomer van 2021, toen het coronavirus even in een dipje zat, knap met het uitstekende Twin Plagues, dat ik schaar onder de beste gitaaralbums van het betreffende jaar. Iedereen die nog twijfelde aan de kwaliteiten van de band werd in 2023 over de streep getrokken door het geweldige Rat Saw God, dat volkomen terecht heel wat jaarlijstjes haalde, inclusief dat van mij.

Met haar mix van rauwe indierock en invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek wordt de band uit Asheville, North Carolina, vaak vergeleken met Big Thief. Daar is wel wat voor te zeggen, maar met een album van het niveau van Rat Saw God zette Wednesday zich wat mij betreft op de kaart als een van de betere rockbands van het moment.

Dat dankt de band zeker aan het gitaarspel van MJ Lenderman en aan de productionele vaardigheden van producer Alex Farrar, maar in de band draait het vooral om zangeres Karly Hartzman, die verantwoordelijk is voor de meeste songs en de teksten en die met haar stem bovendien voor een belangrijk deel van het geluid van Wednesday bepaalt.

MJ Lenderman timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg met zijn eigen muziek en heeft de band naar verluidt inmiddels (in ieder geval op het podium) verlaten, maar op het deze week verschenen Bleeds is hij gelukkig nog gewoon te horen. Ook producer Alex Farrar is weer van de partij, waardoor het vierde album van Wednesday voor een belangrijk deel een feest van herkenning is.

Ook op Bleeds vertrouwt de band weer op lekker ruw, gruizig en stevig gitaarwerk, dat werkelijk uit de speakers knalt en dat laat horen dat MJ Lenderman zeker niet minder wordt als gitarist. Ook de zang van Karly Hartzman wordt alleen maar beter. De Amerikaanse muzikante zingt af en toe wat onvast, ze wordt ook niet voor niets veelvuldig vergeleken met Big Thief’s Adrianne Lenker, maar de zang is echt stukken beter dan op het debuutalbum van de band, zowel als ze ingetogen zingt als wanneer ze de longen uit haar lijf schreeuwt.

Wednesday komt uit Asheville, North Carolina, en dat is een plek waarin Amerikaanse rootsmuziek het altijd goed doet. Dat hoor je ook in de muziek van Wednesday, die hier en daar flink uitslaat richting gruizige indierock, maar die ook absoluut invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bevat en bovendien soms volledig opschuift richting folk en country.

Bleeds klinkt in muzikaal opzicht voor een belangrijk deel bekend en dat geldt ook voor de zang op het album, maar het klinkt allemaal net wat beter. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor de songs op het album. Wednesday was op Rat Saw God al heel erg goed, maar is op Bleeds nog veel beter. Iedere song op het album is raak, waarbij het niet uitmaakt of de band kiest voor rauwe indierock of meer ingetogen rootsmuziek.

Direct vanaf de eerste noten grijpen Karly Hartzman en de andere leden van de band je bij de strot en ze laten pas los wanneer het album er na 12 songs en 36 minuten en 49 seconden op zit. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker, maar Bleeds kan het nog wel eens beter gaan doen dan zijn al zo uitvoerig geprezen voorganger. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973) 4,0

21 september 2025, 20:10 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Buckingham Nicks - Buckingham Nicks (1973)
Het debuutalbum van Buckingham Nicks flopte in 1973 volledig, maar het Californische duo kon aan de slag bij een wat uitgebluste Britse bluesband met een indrukwekkende wederopstanding als resultaat

Er is ontzettend veel muziek te vinden op de streaming media platforms, maar er ontbreken ook wel wat albums. Tot voor kort ontbrak een album dat in 1973 nauwelijks werd verkocht, maar dat uiteindelijk de popmuziek zou veranderen. Lindsey Buckingham en Stevie Nicks probeerden het aan het begin van de jaren 70 als het duo Buckingham Nicks, maar hun platencontract werd ontbonden toen hun debuutalbum nauwelijks werd verkocht. Door het album konden de twee wel toetreden tot een band die zou uitgroeien tot een van de grootste bands aller tijden en dat deed met de muziek die in een net wat ruwere vorm als was te horen op het nu dan eindelijk verkrijgbare album van Buckingham Nicks.

Het is een album met een prachtig verhaal, een album dat een enorme invloed zou hebben op de ontwikkeling van de popmuziek en ook nog eens een uitstekend album, maar toch was het tot vorige week een album dat niet was te vinden op de streaming platforms en evenmin fysiek verkrijgbaar was. Het is een album dat in Nederland zelfs nooit op cd is uitgebracht en dat alleen met heel veel geluk was te vinden in de tweedehands vinyl bakken (waarin iemand het album een paar jaar geleden voor mij vond).

Ik heb het over het titelloze debuutalbum van Buckingham Nicks, het project van Lindsey Buckingham en Stevie Nicks. Het album verscheen in 1973 en deed het minder goed dan de platenmaatschappij had verwacht, waarna het duo werd gedumpt. Iemand die het album wel hoorde was Fleetwood Mac voorman Mick Fleetwood, die op zoek was naar een nieuwe gitarist voor de Britse bluesband.

Mick Fleetwood hoorde wel wat in het gitaarwerk op het album van Buckingham Nicks en benaderde Lindsey Buckingham voor de vacature. De Amerikaanse muzikant had er, mede door het zwaar tegenvallende succes van Buckingham Nicks, wel oren naar, maar ging alleen akkoord als zijn geliefde en muzikale partner Stevie Nicks ook mocht toetreden tot Fleetwood Mac.

De rest is geschiedenis. Fleetwood Mac veranderde met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham aan bord van een bluesband tot een van de grootste popbands aller tijden. De band maakte in 1975 een nieuwe start met een titelloos album, waarop met name Stevie Nicks haar stempel drukte en maakte vervolgens met het in 1977 verschenen Rumours een van de best verkochte en meest invloedrijke albums aller tijden.

Het zijn albums die bijna iedereen kent, maar het debuutalbum van Buckingham Nicks bleef onbekend, zeker bij een ieder die er na 1973 naar op zoek ging. Gelukkig is het album nu eindelijk beschikbaar op cd en LP en is het bovendien op de streaming platforms te vinden.

Het is een album dat direct vanaf de openingstrack Crying In The Night bekend in de oren klinkt, want Lindsey Buckingham en Stevie Nicks maken op hun album de muziek die Fleetwood Mac vanaf 1975 zou maken en die uiteindelijk zou terecht komen op de onbetwiste klassieker Rumours.

Je hoort het in de zang van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham en in hun harmonieën, je hoort het in het zo karakteristieke gitaarspel van Lindsey Buckingham en je hoort het in een groot deel van de songs, die ook best op het titelloze album van Fleetwood Mac uit 1975 hadden kunnen staan.

Het album van Buckingham Nicks is op zijn minst een voorstudie van Rumours, maar ik vind het zelf niet overdreven om te stellen dat het een blauwdruk is van een van de meest succesvolle albums aller tijden. Zeker in de beste songs op het album benaderen Lindsey Buckingham en Stevie Nicks de perfectie van hun latere band, maar in de wat minder aanstekelijke songs is er in ieder geval het geweldige gitaarwerk van Lindsey Buckingham, dat Mick Fleetwood in 1973 wist te betoveren.

De Britse muzikant kon toen niet vermoeden wat hij in huis zou halen met Lindsey Buckingham en zeker ook met Stevie Nicks, die hem wat werd opgedrongen. We zullen nooit weten wat er van Buckingham Nicks zou zijn geworden zonder het aanbod van Mick Fleetwood, maar wat zou het zonde zijn geweest als we Rumours zouden hebben gemist. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Zaz - Sains et Saufs (2025) 4,5

21 september 2025, 10:09 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Zaz - Sains et Saufs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Zaz - Sains et Saufs
Zaz heeft de afgelopen 15 jaar een fraai stapeltje uitstekende albums afgeleverd en voegt er met het net wat meer ingetogen en wat meer tegen het Franse chanson aanleunende Sains et Saufs weer een hele mooie aan toe

Het is jammer dat de behoorlijk uitgebreide wereldtour van Zaz haar niet naar Nederland brengt, maar gelukkig is er deze week wel een nieuw album. Op haar zesde studioalbum neemt de Franse muzikante weer wat meer afstand van de blinkende pop op het vorige album en laat ze zich weer wat meer beïnvloeden door het Franse chanson, overigens zonder zich in het strakke keurslijf van het genre te laten persen. De wat meer ingetogen klanken bieden nog wat meer ruimte aan de stem van Zaz en die stem imponeert veertien songs lang. Het is een stem met een uit duizenden herkenbaar geluid en bovendien een stem waarin kracht, emotie en precisie prachtig samen komen. Prachtig album weer.

In de zomer van 2010 kocht ik in een Zuid-Franse hypermarché het debuutalbum van de Franse zangeres Zaz. Het was een blinde aankoop die al snel een gouden greep bleek. Op haar titelloze eerste album verwerkte Zaz op fraaie wijze nogal diverse invloeden. De Franse muzikante begon op haar debuutalbum bij het Franse chanson en verrijkte dit vervolgens met invloeden uit onder andere de jazz, gipsy, Latin en Afrikaanse muziek. Het leverde in muzikaal opzicht een zomers en sprankelend album op, maar Zaz maakte vooral indruk met haar krachtige stem, die de songs op het album nog flink wat verder optilde.

Direct in de zomer van 2010 was me al duidelijk dat Zaz heel groot zou gaan worden en dit kwam ook uit met geweldige albums als Recto Verso (2013), Paris (2014), Effet Miroir (2018) en Isa (2021), waarop de muzikante uit Tours steeds weer een net wat anders invalshoek koos en langzaam maar zeker ook steeds wat meer Franse pop verwerkte in haar songs.

Het laatste album van Zaz, overigens het alter ego van Isabelle Geffroy, is alweer bijna vier jaar oud en dus was het zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een nieuw album van de Franse muzikante, die er momenteel stevig op los tourt, maar Nederland helaas links laat liggen. Haar nieuwe album verschijnt hier gelukkig wel en ligt vanaf deze week in de winkel.

Zaz werd het afgelopen jaar wat betreft internationale aandacht en lof voorbij gestreefd door Zaho de Sagazan, maar laat op Sains et Saufs horen dat ze nog altijd garant staat voor geweldige albums. Op de vorige albums van Zaz speelden invloeden uit de gipsy muziek en de Franse pop een voorname rol, maar op haar nieuwe album kruipt ze weer wat dichter tegen het Franse chanson aan.

Het is wel een moderne variant van het Franse chanson, want in muzikaal opzicht klinkt Sains et Saufs fris en eigentijds. De wat meer ingetogen klanken en het wat lagere tempo zorgen er voor dat de stem van Zaz centraal staat in de songs op het album. Het bevalt me eerlijk gezegd wel. Het is zeker niet zo dat de stem van Zaz ondersneeuwde op de wat voller klinkende albums, maar de zang op Sains et Saufs is direct vanaf de openingstrack bijzonder indrukwekkend.

Zaz zingt met veel kracht, maar ook met veel passie en emotie, waardoor haar nieuwe album mij direct wist te grijpen. Zaz heeft wat betreft aandacht misschien een stapje terug moeten doen, maar ze is nog steeds een van de beste zangeressen die Frankrijk rijk is en misschien wel de beste.

Het knappe van Sains et Saufs is dat het album direct vanaf de eerste noten klinkt als Zaz, maar desondanks toch weer duidelijk anders klinkt dan zijn voorgangers. Het nieuwe album van de Franse muzikante eert van al haar albums misschien wel het meest het pure Franse chanson, maar Zaz is zeker niet blijven steken in het verleden en steekt het Franse chanson in een net wat moderner jasje, zonder de intimiteit en de intensiteit van het genre te verliezen.

Ik heb het meest met de meer ingetogen songs op het album, maar ook als Sains et Saufs wat voller klinkt of toch weer even jazzy of gipsy klinkt, imponeert Zaz als zangeres. Ook ik ben het afgelopen jaar vooral onder de indruk van de fascinerende muziek van Zaho de Sagazan, maar ze krijgt de komende tijd flinke concurrentie van Zaz, die met haar nieuwe album laat horen dat ook zij nog altijd behoort tot de absolute top van de Franse popmuziek. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lera Lynn - Comic Book Cowboy (2025) 5,0

20 september 2025, 10:39 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lera Lynn - Comic Book Cowboy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lera Lynn - Comic Book Cowboy
Lera Lynn maakte wat mij betreft de mooiste albums van 2020 en 2022 en doet met het bijna uit het niets verschenen en wederom bijzonder mooie Comic Book Cowboy wederom een gooi naar de top van mijn jaarlijstje

In de meeste releaselijsten kwam ik het album niet tegen, maar Spotify wees me zomaar op een gloednieuw album van Lera Lynn. Het is een album dat moet opboksen tegen de geweldige albums On My Own en Something More Than Love, maar Comic Book Cowboy kan de vergelijking aan. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante is sober maar zeer warm en smaakvol ingekleurd en biedt alle ruimte aan de stem van Lera Lynn. Ze liet op haar vorige albums al horen dat ze beschikt over een van de mooiste stemmen van het moment en ook op Comic Book Cowboy is de zang weer prachtig en misschien nog wel mooier dan op de vorige albums. Mijn liefde voor Lera Lynn is nog wat gegroeid met het volgende prachtalbum.

Mijn eerste kennismaking met Lera Lynn stamt uit 2015, toen de Amerikaanse muzikante figureerde in het tweede seizoen van de aardedonkere HBO serie True Detective. Met het woord figureren doe ik haar overigens flink tekort, want in haar rol als nachtclub zangeres vertolkte ze een aantal indringende en echt wonderschone songs, geproduceerd door niemand minder dan T-Bone Burnett.

The Only Thing Worth Fighting For, A Church In Ruins en vooral het hemeltergend mooie My Least Favorite Life maakten me nieuwsgierig naar de twee albums die Lera Lynn op dat moment al had uitgebracht (Have You Met Lera Lynn? uit 2011 en The Avenues uit 2014) en ze bleken allebei prachtig. Het gold ook voor het in 2016 verschenen Resistor, dat de top 15 van mijn jaarlijstje haalde.

Na het prima tussendoortje Lera Plays Well With Others uit 2018 deed de Amerikaanse singer-songwriter er nog een schepje bovenop, want On My Own en Something More Than Love bereikten respectievelijk in 2020 en 2022 de eerste plek in mijn jaarlijstje. Sindsdien stond veel in het teken van het moederschap, maar bijna uit het niets verschijnt deze week een nieuw album van Lera Lynn.

Comic Book Cowboy volgt op de eerder dit jaar verschenen EP True Sessions waarop de songs van de True Detective soundtrack nog eens voorbij kwamen. Ik heb niet veel informatie over het nieuwe album, want ondanks de enorm hoge kwaliteit van haar vorige albums behoort Comic Book Cowboy niet tot de releases die worden uitgelicht deze week.

Wat ik weet is dat Lera Lynn het album voor een belangrijk deel maakte met haar partner Todd Lombardo, dat Spencer Cullum de pedal steel bespeelt en dat in de teksten het moederschap een belangrijke rol speelt. Het nieuwe album van Lera Lynn opent met een track met veel gesproken woord en een bijzonder ritme, maar wanneer de muzikante uit Nashville, Tennessee, zingt herken je direct haar zo herkenbare en karakteristieke geluid.

Het is een geluid dat veelvuldig terugkeert op Comic Book Cowboy, dat in muzikaal opzicht in het verlengde van voorganger Something More Than Love ligt. De Amerikaanse muzikante combineert ook op haar nieuwe album invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop en doet dat op bijzondere wijze. Lera Lynn klinkt ook op Comic Book Cowboy weer anders dan al haar collega’s.

Dat ligt deels aan de wat mij betreft bijzondere en ook bijzonder mooie inkleuring van haar songs, maar het is vooral de stem van Lera Lynn die van Comic Book Cowboy zo’n geweldig album maakt. Net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves beschikt Lera Lynn over een uniek klinkende stem en het is een stem die sinds haar rol in True Detective alleen maar mooier is geworden.

Dat geldt overigens ook voor haar songs, die op Comic Book Cowboy weer net wat anders klinken dan op haar vorige albums, maar stuk voor stuk dat zwoele en tijdloze hebben dat de songs van Lera Lynn nu al een paar albums kenmerkt en dat in ieder geval op mij een genadeloos verleidend effect heeft.

Comic Book Cowboy kwam ook voor mij uit de lucht vallen, waardoor ik het album nog niet zo vaak heb beluisterd als ik zou willen voor een goed oordeel. Aan de andere kant weet ik na mijn eerste beluisteringen van het album al wel dat Comic Book Cowboy het uitstekend gaat doen in mijn jaarlijstje over een paar maanden. Ik ben inmiddels al zo’n tien jaar een enorm fan van Lera Lynn en ze wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lera Lynn - True Sessions (2025) 4,5

19 september 2025, 20:45 uur

stem geplaatst

» details  

Léna Bartels - The Brightest Silver Fish (2025) 4,5

19 september 2025, 17:22 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Léna Bartels - The Brightest Silver Fish - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Léna Bartels - The Brightest Silver Fish
De Amerikaanse muzikante Léna Bartels heeft met The Brightest Silver Fish een album gemaakt dat enerzijds aansluit bij de indiepop en indierock van het moment, maar anderzijds ook volop de grenzen opzoekt

De promotor van Léna Bartels heeft mij in ieder geval weten te vinden, want ik word al een aantal weken warm gemaakt voor het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Dat is ook gelukt, want ik ben inmiddels zeer gecharmeerd van The Brightest Silver Fish. Het is een album dat soms doet denken aan de muziek van de smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment, maar Léna Bartels is gelukkig ook lekker eigenzinnig. Het levert een album vol bijzondere contrasten op, maar The Brightest Silver Fish is ook een album met aansprekende muziek, prima zang en een serie uitstekende songs. Het is dringen in het genre, maar Léna Bartels verdient absoluut een kans.

De naam Léna Bartels klinkt behoorlijk Nederlands of Vlaams, maar het is een muzikante uit Portland, Oregon, die sinds kort Brooklyn, New York als thuisbasis heeft. Naar haar wortels zal ik nog eens verder onderzoek doen, maar voorlopig gaat al mijn aandacht uit naar haar debuutalbum The Brightest Silver Fish, dat deze week is verschenen.

Mensen met een ‘grote vissen fobie’ kunnen maar beter niet naar de cover van het album kijken, maar de muziek op dit debuutalbum is zeker de moeite waard. Léna Bartels leverde een jaar of drie geleden al eens een mini-album af, maar dat ben ik nooit tegen gekomen. Over haar deze week verschenen debuutalbum heb ik talloze mails ontvangen, dus met de promotie van het album lijkt het wel goed te zitten, al lees ik nog maar weinig over The Brightest Silver Fish.

Ik ben blij dat ik het album heb ontvangen, want ik had eigenlijk direct wat met het debuutalbum van Léna Bartels en het album wordt voorlopig alleen maar beter. Het is een album dat kan worden omschreven als indierock en indiepop en dat zijn genres waarin momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters actief zijn.

Léna Bartels heeft zich voor haar debuutalbum laten inspireren door een aantal van de vrouwelijke singer-songwriters die haar voor gingen, waardoor een aantal songs op The Brightest Silver Fish direct vertrouwd klinken. De combinatie van zachte zang en gruizige gitaren is inmiddels bekend en ook Léna Bartels verwerkt niet alleen invloeden uit de indierock van het moment, maar grijpt ook terug op de indierock uit de jaren 90.

Ook in de wat meer naar indiepop neigende songs hoor ik wel iets bekends en duiken namen als Phoebe Bridgers, Lucy Dacus en Julien Baker op als vergelijkingsmateriaal. Léna Bartels schrijft ook nog eens persoonlijke teksten over zaken die vrouwen van haar generatie bezig houden, wat het gevoel van herkenning verder vergroot.

Op basis van het bovenstaande zou je kunnen concluderen dat The Brightest Silver Fish meer van hetzelfde is, maar dat is zeker niet het geval. De Amerikaanse muzikante zoekt in het gitaarwerk wat nadrukkelijker de grenzen op, durft in haar songs wat meer te experimenteren en verwerkt bovendien veel meer invloeden op haar debuutalbum, waardoor de indiepop en indierock van het moment ook zomaar verruild kan worden voor singer-songwriter muziek van veel langer geleden.

Het zorgt voor een lekker veelzijdig album, maar The Brightest Silver Fish is ook eigenzinniger dan het gemiddelde album in het genre. Het is een album dat bovendien mooier en interessanter wordt naarmate je het vaker hoort. In eerste instantie hoorde ik vooral de ruwere kant van de muziek van Léna Bartels, maar haar debuutalbum bevat naast ruwe en eclectische ook wonderschone passages.

Het zorgt er voor dat ik steeds meer gehecht raak aan dit debuutalbum, dat wat mij betreft absoluut iets toevoegt aan alles dat er al is. Het is dan ook doodzonde dat er tot dusver maar heel weinig aandacht is voor The Brightest Silver Fish van Léna Bartels. Misschien wordt haar naam in de Verenigde Staten als ingewikkeld ervaren, maar het is een naam die hier makkelijk moet kunnen landen en dat geldt wat mij betreft ook voor het uitstekende debuutalbum van Léna Bartels. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tekla Waterfield & Jeff Fielder - Mother Mind (2025) 4,0

19 september 2025, 17:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tekla Waterfield & Jeff Fielder - Mother Mind - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tekla Waterfield & Jeff Fielder - Mother Mind
Het uit Seattle, Washington, afkomstige duo Tekla Waterfield en Jeff Fielder maakten een paar jaar geleden een bijzonder aangenaam maar ook knap rootsalbum en herhalen dit kunstje op het eveneens bijzonder mooie Mother Mind

Het is druk binnen de Amerikaanse rootsmuziek en probeer dan maar eens op te vallen. Tekla Waterfield en Jeff Fielder slagen daar wat mij betreft in met het bijzonder mooie Mother Mind, dat de aandacht trekt met smaakvolle klanken en geweldige zang. Helemaal als een verrassing komt dat niet, want de twee maakten ook een paar jaar geleden al indruk met een uitstekend album. Mother Mind klinkt niet alleen heel erg lekker, maar bevat ook een serie aansprekende songs en het zijn songs die echt prachtig worden vertolkt. Het zijn songs die binnen de Amerikaanse rootsmuziek in meerdere hokjes passen, maar uiteindelijk overstijgt het album op fraaie wijze deze hokjes.

Tekla Waterfield en Jeff Fielder maakten alweer bijna vijf jaar geleden het album Trouble In Time. Het is een heerlijk laidback rootsalbum en het is bovendien een rootsalbum met bijzonder mooi gitaarwerk van Jeff Fielder en minstens even mooie zang van Tekla Waterfield. Het is een album dat ik min of meer bij toeval ontdekte, maar dat ik in 2021 echt heel vaak heb beluisterd en dat echt nooit ging vervelen.

Het is een album dat niet is overladen met heel veel aandacht en superlatieven, maar die had het album wat mij betreft wel verdiend. Een tijd geleden stuurde Tekla Waterfield me haar nieuwe album op. Het is een album dat net als zijn voorganger kwaliteit ademt en het is wederom een album dat ze maakte met haar echtgenoot Jeff Fielder.

Ik heb het album toen ik het net binnen had vaak heb beluisterd, maar het was inmiddels alweer op de stapel beland, waardoor ik het album vorige week, in de week van de release, niet op mijn lijstje had staan. Gelukkig kwam ik het album deze week weer tegen en ben ik nog redelijk op tijd met mijn recensie van Mother Mind.

Het is een album dat opent met de stem van Tekla Waterfield, die het in de eerste track moet doen zonder instrumenten. Het laat direct maar even horen hoe mooi de stem van de muzikante uit Seattle, Washington, is, maar dat hoor je ook in de tracks waarin wel de nodige instrumenten zijn te horen.

Jeff Fielder neemt een flink deel van deze instrumenten voor zijn rekening en net als op Trouble In Time valt ook op Mother Mind weer vooral zijn gitaarwerk op. In de tweede track van het album klinkt een wat steviger geluid en zingt ook Tekla Waterfield wat krachtiger en ook dat kan ze.

De zang op Mother Mind is een album lang van een hoog niveau, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Tekla Waterfield meer ingetogen of wat expressiever zingt. De mooie stem van de Amerikaanse muzikante wordt hier en daar ondersteund door prima achtergrondvocalisten, terwijl het uitstekende gitaarwerk van Jeff Fielder af en toe wordt begeleid door fraaie vioolklanken.

Het klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht weer bijzonder mooi en net als op het vorige album zijn ook de klanken op Mother Mind lekker laidback. De Amerikaanse muzikanten hebben zich laten beïnvloeden door meerdere subgenres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en vermengen vooral folk, country en een beetje soul. De twee voegen ook nog wel wat andere invloeden toe, waardoor het niet eens zo makkelijk is om Mother Mind precies in een hokje is te duwen. Dat hoeft ook niet, want het veelzijdige rootsgeluid met een vleugje pop op het album spreekt waarschijnlijk een breed publiek aan.

Trouble In Mind was helemaal aan het begin van 2021 een album dat zich als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat en ook Mother Mind is zo’n album. Aan een warme deken hebben we tijdens de korte opleiding van de zomer misschien nog niet zo’n behoefte, maar ik verheug me nu al op herfst- en winteravonden met dit album, dat niet alleen een aansprekend geluid en geweldige zang laat horen, maar dat ook nog eens vol staat met songs die je eigenlijk onmiddellijk wilt koesteren.

Ik heb een beetje hulp nodig gehad van Tekla Waterfield zelf om dit album niet te missen en daar ben ik haar heel dankbaar voor. En nu maar hopen op veel meer aandacht voor de fraaie muziek van het duo uit Seattle. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Feu! Chatterton - Labyrinthe (2025) 4,0

18 september 2025, 21:04 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Feu! Chatterton - Labyrinthe - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Feu! Chatterton - Labyrinthe
De Franse band Feu! Chatterton imponeerde ruim drie jaar geleden met het fantastische Palais D’argile en maakt ook weer indruk met het wat toegankelijkere maar nog altijd fascinerende en wonderschone Labyrinthe

Ik maakte drie jaar geleden bij toeval kennis met de muziek van de Franse band Feu! Chatterton, maar was diep onder de indruk van hun derde album Palais D’argile, dat in de jaren die volgden alleen maar beter werd. De band uit Parijs keert deze week terug met Labyrinthe dat deels in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar ook nieuwe wegen in slaat. Het nieuwe album klinkt net wat toegankelijker dan zijn voorganger, maar beluister het album met de koptelefoon en je wordt wederom getrakteerd op fascinerende muziek, die fraai samensmelt met de uitstekende zang op het album. Feu! Chatterton is in Nederland nog niet heel bekend, maar levert wederom een geweldig album af.

Ondanks mijn beperkte kennis van het Frans gaat mijn liefde voor de Franse popmuziek inmiddels al heel wat jaren of eigenlijk decennia mee. Het is een liefde die zich vrijwel uitsluitend richt op zangeressen, waarbij het me niet zoveel uitmaakt of het gaat om zwoele Franse zuchtmeisjes met een zwak voor lichtvoetige pop of om wat serieuzere en melancholischere zangeressen met een voorliefde voor het traditionele Franse chanson.

De mannelijke Franse eer werd tot een paar jaar geleden vooral gered door Serge Gainsbourg, die natuurlijk ook niet vies was van zangeressen op zijn albums. In het voorjaar van 2021 maakte ik echter kennis met de muziek van de Franse band Feu! Chatterton, De band uit Parijs leverde met Palais D'argile een fascinerend album af. Het is een album waar ik in 2021 al behoorlijk enthousiast over was, maar dat ik pas een jaar later echt op de juiste waarde begon te schatten.

Het is een album dat ik op deze site als volgt omschreef: “Invloeden uit het Franse chanson vermengen met elektronische popmuziek, jazz, synthpop, psychedelische rock en de indierock van een band als Radiohead. Je moet het maar durven en je moet het maar kunnen. De Franse band Feu! Chatterton durft en kan het en levert met Palais D'argile een album af dat 70 minuten lang hopeloos intrigeert en indruk maakt. De muziek van de band uit Parijs verschiet makkelijker van kleur dan een kameleon, maar op een of andere manier klinkt alles logisch en doordacht. Palais D'argile is mijn eerste kennismaking met de muziek van Feu! Chatterton, maar het smaakt naar veel en veel meer.”

Palais D'argile bleek het derde album van de Franse band en de voorgangers bleken al even intrigerend. Sinds de release van het album in het voorjaar van 2021 verschenen een live-album en een filmsoundtrack, maar met Labyrinthe verscheen deze week de echte opvolger van Palais D'argile, dat terecht ook ver buiten de Franse landsgrenzen werd opgepikt.

In mijn liefde voor de Franse muziek draaide het afgelopen anderhalf jaar eigenlijk alles om Zaho de Sagazan, maar ze krijgt de komende tijd weer wat concurrentie met albums van Zaz, Keren Ann en natuurlijk Feu! Chatterton. Ook met Labyrinthe heeft de band uit Parijs weer een fraai album opgeleverd.

Het is een album dat deels voortborduurt op het fenomenale Palais D’argile, maar dat toch ook weer net wat anders klinkt. Ook op haar nieuwe album verwerkt de band uit Parijs uiteenlopende invloeden, maar het doet het wel wat subtieler dan op het vorige album, dat je als luisteraar alle kanten op slingerde.

Vergeleken met Palais D’Argile klinkt Labyrinthe een stuk toegankelijker. Een aantal songs neigt wat naar synthpop (met een vleugje Kraftwerk en Zaho) en een aantal tracks klinkt als Franse pop met een vleugje prog, maar stiekem heeft Feu! Chatterton veel meer invloeden verwerkt in haar muziek. Het experiment wordt misschien wat minder vaak en wat minder intens gezocht op Labyrinthe, maar Feu! Chatterton maakt zeker geen dertien in een dozijn popsongs.

Er gebeurt weer van alles in de songs van de band uit Parijs en er is echt heel veel moois te horen in de muziek op het album, zeker wanneer de elektronica wat meer ruimte krijgt, maar luister ook zeker naar de geweldig spelende ritmesectie en vergeet ook het gitaarwerk en de saxofoon niet. In muzikaal opzicht is het wat minder eclectisch dan op het vorige album, maar dit biedt wat meer ruimte aan de stem van Arthur Teboul, die het geluid van Feu! Chatterton vervolmaakt. Prachtig album weer. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Mitch Rowland - Whistling Pie (2025)

17 september 2025, 20:27 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mitch Rowland - Whistling Pie - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mitch Rowland - Whistling Pie
Mitch Rowland is een muzikale kompaan van wereldster Harry Styles, maar ook op zijn tweede album laat de Amerikaanse muzikant weer horen dat hij ook zelf in staat is om uitstekende en onderscheidende albums te maken

Luister naar Whistling Pie van Mitch Rowland en je denkt in eerste instantie dat je luistert naar nog niet eerder uitgebrachte muziek van Elliott Smith. Luister wat beter en je hoort dat de muziek van Mitch Rowland net wat lichtvoetiger en zonniger is. Het klinkt flink anders dan de muziek die bij zijn werkgever Harry Styles maakt, maar de songs van Mitch Rowland beschikken absoluut over de potentie om een breder publiek aan te spreken. Het klinkt ook op het tweede album van de muzikant uit Ohio weer bijzonder lekker, maar Whistling Pie is ook in muzikaal en artistiek opzicht zeker interessant en laat horen dat er voor Mitch Rowland ook leven is na of naast Harry Styles.

De Amerikaanse muzikant Mitch Rowland is vooral bekend vanwege zijn bijdragen aan zowel de albums als de concerten van Harry Styles, maar ik was ook zeker gecharmeerd van zijn eerste soloalbum, dat in de herfst van 2023 verscheen. Ik omschreef Come June destijds als een rustgevend album met lome en folky songs vol invloeden uit het verre en net wat minder verre verleden.

De invloeden uit het verre verleden kwamen vooral uit de Laurel Canyon folk, die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 werd gemaakt in de heuvels rond Los Angeles, terwijl ik uit een wat minder ver verleden vooral invloeden van Elliott Smith hoorde. Dankzij de link met Harry Styles kreeg het debuutalbum van Mitch Rowland best wat aandacht, maar de hoge kwaliteit van zijn album bleef wat mij betreft wat onderbelicht.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik de naam van de Amerikaanse muzikant na twee jaar alweer vergeten was en ook Come June heb ik na mijn lovende woorden twee jaar geleden niet al te vaak meer beluisterd. Ik heb het album er vorige week weer eens bij gepakt en merkte dat de muziek van Mitch Rowland het uitstekend deed bij de op dat moment nog enigszins aanwezige zomer.

Die zomer is op het moment wat verder weg, maar ook het deze week verschenen nieuwe album van Mitch Rowland mag er weer zijn. In tegenstelling tot twee jaar geleden is Harry Styles op het moment niet al te actief, waardoor Whistling Pie wat minder aandacht krijgt dan zijn voorganger. Dat is jammer want ook op zijn tweede soloalbum laat Mitch Rowland horen dat hij een uitstekend gitarist en een zeer getalenteerd singer-songwriter is.

Ook bij beluistering van het tweede album van de Amerikaanse muzikant had ik onmiddellijk associaties met de muziek van Elliott Smith en ik zal niet de enige zijn. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de fluisterzachte zang van Mitch Rowland, maar ook de muziek en de sfeer in zijn songs doen meer dan eens denken aan de songs van Elliott Smith, al waren de teksten van de in 2003 overleden muzikant wel een stuk donkerder dan die van Mitch Rowland.

Net als zijn voorganger is ook Whistling Pie een album dat het uitstekend doet wanneer de zon schijnt. Het album komt midden in de net uitgebroken herfst dan ook op een enigszins ongelukkig tijdstip, maar dat gold op zich ook voor het debuutalbum van Mitch Rowland, dat het desondanks prima deed. Het geldt vast ook weer voor het tweede album van de muzikant uit Ohio, want het weer lijkt toch wat op te klaren wanneer ik Whistling Pie door de speakers laat komen.

Ook dit keer maakt Mitch Rowland lome en dromerige muziek, die uitnodigt tot luieren en wegdromen. Het maakt van Whistling Pie een bijzonder aangenaam album, maar het is ook een album dat uitnodigt tot beter luisteren, want in muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en Mitch Rowland is een prima zanger. De Amerikaanse muzikant maakt bovendien muziek die verschillende invloeden en invloeden uit verschillende tijden aan elkaar smeedt.

Ook het tweede album van Mitch Rowland is weer geen album waarmee hij zijn werkgever Harry Styles naar de kroon gaat steken, maar het is wel een album dat best in wat bredere kring mag worden opgepakt. De zonnestralen van het album gaan hier in ieder geval nog wel met enige regelmaat voorbij komen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Dar Williams - Hummingbird Highway (2025) 4,0

17 september 2025, 11:32 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dar Williams - Hummingbird Highway - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dar Williams - Hummingbird Highway
Dar Williams debuteerde meer dan dertig jaar geleden en heeft een carrière die helaas niet altijd over rozen ging, maar haar albums zijn eigenlijk altijd goed, wat ook weer geldt voor Hummingbird Highway

Dar Williams zat na haar vorige album, het overigens in alle opzichten uitstekende I'll Meet You Here, weer eens zonder platencontract, maar gelukkig heeft ze onderdak gevonden bij het label van Ani Difranco, dat met Dar Williams een gelouterde en getalenteerde singer-songwriter in huis heeft gehaald. Ook op Hummingbird Highway laat de Amerikaanse muzikante weer horen wat ze kan. Het geluid van Dar Williams is in de ruim dertig jaar dat ze albums maakt niet eens zo heel veel veranderd, maar dat geldt ook voor de kwaliteit van haar muziek. Hummingbird Highway is daarom een feest van herkenning, maar het zijn ook weer tien extra Dar Williams songs om te koesteren.

Ergens halverwege de jaren 90 werd mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters aangewakkerd en begon ik een muzikale ontdekkingsreis die me vooral langs muzikanten met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek leidde. Dar Williams werd een van mijn persoonlijke favorieten en dat dankte ze aan de albums The Honesty Room (1993), Mortal City (1996) en End Of The Summer (1997), die ik tot op de dag van vandaag koester. In muzikaal opzicht waren de albums van de Amerikaanse muzikante niet eens zo heel bijzonder, maar Dar Williams beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid, schrijft aansprekende songs en ook nog eens scherpe en geestige teksten.

Ook nadat ik Dar Williams eenmaal had ontdekt bleef de muzikante uit Boston en later Northampton, Massachusetts, uitstekende albums maken, waarvan de verzamelaar Many Great Companions uit 2010 en In The Time Of Gods uit 2012 ook op deze site werden besproken. Vervolgens raakte Dar Williams haar platencontract kwijt en verloor ik haar uit het oog. Toen ze in 2021 eindelijk terugkeerde met het uitstekende I'll Meet You Here bleek ik slechts één album te hebben gemist (het in 2015 verschenen en ook uitstekende Enmerald).

I'll Meet You Here was niet alleen een uitstekend album, maar deed bovendien niet onder voor de albums waarmee ik Dar Williams ooit leerde kennen en dat was best bijzonder na zoveel jaren in de muziek. Het is weer een tijdje stil geweest rond de volgens haar bandcamp pagina inmiddels naar New York uitgeweken muzikante, maar deze week keert ze terug met Hummingbird Highway, inmiddels haar elfde studioalbum (naast een verzamelaar en een live-album).

Na haar zeer geslaagde vorige album moest Dar Williams helaas opnieuw op zoek naar een nieuw platencontract, maar gelukkig heeft ze onderdak gevonden bij het sympathieke Righteous Babe label van Ani DiFranco. Of Hummingbird Highway veel geld in het laatje gaat brengen bij het label waag ik te betwijfelen, maar in artistiek opzicht mag Righteous Babe best blij zijn met Dar Williams.

Ik ken de Amerikaanse muzikante inmiddels dus al een jaar of 30, maar Dar Williams maakt het soort muziek waar ik nooit genoeg van krijg. Heel veel nieuws onder de zon is er overigens niet. De meeste songs op Hummingbird Highway zijn typische Dar Williams songs. Het zijn tijdloze en lekker in het gehoor liggende songs met vooral invloeden uit de folk.

Het zijn songs die sober maar smaakvol zijn ingekleurd en die direct bekend klinken door de uit duizenden herkenbare stem van Dar Williams. Ook de songs en de teksten dragen het zo herkenbare signatuur van de Amerikaanse muzikante en een enkel uitstapje richting een wat jazzier geluid verandert daar niets aan.

Net als de vorige albums van Dar Williams is ook Hummingbird Highway misschien weer een album zonder hele grote verrassingen, maar wel een album van een hele degelijke en opvallend constante kwaliteit en dat is voor een muzikante die inmiddels veertig jaar actief is in de muziek (ze debuteerde in 1985 op het verzamelalbum Boston Women’s Voice met de track You’re Aging Well, die acht jaar later op haar debuutalbum zou terecht komen) absoluut een knappe prestatie. Van mij mag ze nog flink wat albums maken. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ruston Kelly - Pale, Through the Window (2025) 4,0

16 september 2025, 20:38 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ruston Kelly - Pale, Through The Window - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ruston Kelly - Pale, Through The Window
Ruston Kelly leverde twee jaar geleden met The Weakness een jaarlijstjesalbum af en vervolgt zijn weg met Pale, Through The Window, dat in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn uitstekende voorganger ligt

In 2000 liep het kersverse huwelijk van Kacey Musgraves en Ruston Kelly op de klippen, wat beiden inspireerde tot een breakup album. Dat van Kacey Musgraves is zeker niet haar beste, maar Ruston Kelly overtrof zichzelf met The Weakness. Het is een album dat zeker ingrediënten uit de Amerikaanse rootsmuziek bevat, maar dat ook opzichtig flirt met pop en rock. Dat levert meestal draken van albums op, maar The Weakness was een zeer overtuigend album en dat geldt ook voor opvolger Pale, Through The Window, dat in tekstueel opzicht een andere richting kiest, maar dat in muzikaal en vocaal opzicht uit hetzelfde vaatje tapt als The Weakness twee jaar geleden.

Ik had tot het voorjaar van 2023 volgens mij nog nooit naar de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Ruston Kelly geluisterd. Ik kende hem eigenlijk alleen als de echtgenoot en later voormalige echtgenoot van Kacey Musgraves en ging er om onduidelijke redenen van uit dat hij het soort oubollige countrymuziek maakt waar ik niet gek op ben. Het in het voorjaar van 2023 verschenen The Weakness vond ik echter een enorme verrassing en uiteindelijk vond ik het album zelfs goed genoeg voor mijn jaarlijstje.

Op The Weakness werkte Ruston Kelly samen met producer Nate Mercereau, die vooral popalbums en (neo-)soulalbums op zijn naam heeft staan. Het leverde een album op dat in de basis nog wel een Amerikaans rootsalbum was, maar dat niet klonk als een rootsalbum. Op een of andere manier klonk The Weakness ook niet als een pop en rock album, waardoor ik uiteindelijk tot de conclusie kwam dat Ruston Kelly de Amerikaanse rootsmuziek op The Weakness grondig had gemoderniseerd.

The Weakness was bovendien een indringend breakup album dat duidelijk maakte dat het einde van het huwelijk met Kacey Musgraves niet alleen bij haar diepe wonden had geslagen. Ondanks mijn grote liefde voor de muziek van Kacey Musgraves vond ik haar breakup album (Star-crossed) minder dan dat van haar voormalige echtgenoot en dat zegt wat over de kwaliteit van The Weakness.

Ruston Kelly kreeg na het album te maken met een writer’s block en andere persoonlijke dalen, maar hij vond uiteindelijk God (de ontmoeting omschreef hij als “a mushroom trip without the mushrooms”) en een nieuwe liefde (de ontmoeting is niet nader omschreven) en nam bovendien afstand van de fles. Het zijn ingrediënten die ook van het deze week verschenen Pale, Through The Window een zeer persoonlijk album maken.

Ruston Kelly werkt op zijn nieuwe album samen met muzikant, studiotechnicus en producer Jarrad Kritzstein, met wie hij al eerder samenwerkte. Het levert een album op dat in muzikaal opzicht in het verlengde ligt van The Weakness. Ook Pale, Through The Window is een album dat een groot deel van de tijd niet klinkt als een rootsalbum, maar meer als een pop en rock album.

In de meeste songs zijn de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek vooral subtiel, maar er staan ook wel een aantal songs op het album die dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan kruipen en die ik persoonlijk het mooist en indrukwekkendst vind. Ik denk dat ik albums als Pale, Through The Window vaak wat te glad zal vinden, maar net als The Weakness wist ook het nieuwe album van de muzikant uit Nashville me direct te overtuigen.

Dat ligt deels aan de lekker in het gehoor liggende stem van Ruston Kelly, die voldoende Amerikaanse rootsmuziek in zijn stem heeft om niet te klinken als de vaak wat aanstelligere mannenstemmen in de wat melancholische pop en rock van het moment. De Amerikaanse muzikant heeft bovendien ook voor Pale, Through The Window weer een serie persoonlijke en aansprekende songs geschreven. Ook in muzikaal en productioneel opzicht vind ik het nieuwe album van Ruston Kelly een bijzonder aangenaam album, dat ook nog wel even door kan groeien. Ruston Kelly is in Nederland behoorlijk onbekend, maar het is zeker een interessante muzikant. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

King Princess - Girl Violence (2025) 4,0

15 september 2025, 17:00 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: King Princess - Girl Violence - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: King Princess - Girl Violence
King Princess trok naar verluidt al flink de aandacht met haar eerste twee albums, maar op Girl Violence klinkt ze een stuk volwassener en levert ze een popalbum af dat flink opvalt binnen het enorme aanbod van het moment

Iedere week verschijnt een flink stapeltje albums dat past in het hokje (indie)pop. Om nog op te vallen zal een album er flink uit moeten springen en dat doet het nieuwe album van King Princess. Op Girl Violence laat Mikaela Straus niet alleen horen dat ze kan zingen, maar de muzikante uit New York heeft ook een serie aansprekende en persoonlijke songs geschreven. Het zijn songs die lekker veelzijdig klinken, want in muzikaal opzicht kan Girl Violence meerdere kanten op, variërend van pure pop tot indierock en van ingetogen ballads tot lome pop met een R&B twist. King Princess zette al flinke stappen op haar tweede album, maar voegt er een reuzenstap aan toe.

Girl Violence van King Princess krijgt deze week redelijk wat aandacht en op basis van de eerste recensies was ik zeker nieuwsgierig naar het album. Ik ging er in eerste instantie van uit dat King Princess een nieuwkomer is, want volgens mij was ik haar naam nog niet eerder tegen gekomen. Girl Violence blijkt echter al het derde album van het alter ego van de uit Brooklyn, New York, afkomstige Mikaela Straus.

King Princess debuteerde in 2019 behoorlijk succesvol met het album Cheap Queen. Het is een album dat ik in 2019 waarschijnlijk nog wat teveel pop vond, maar inmiddels kan ik wel wat met het debuutalbum van King Princess en dat geldt ook voor de net wat stevigere opvolger Hold On Baby uit 2022. Ik vind het best bijzonder dat ik beide albums niet eens heb beluisterd, want Hold On Baby had zeker niet misstaan tussen de popalbums die ik in 2022 wel oppikte.

Dat geldt in nog sterkere mate voor het deze week verschenen Girl Violence, dat goed aansluit op een aantal recente popalbums die ik goed vind. Ik vind het derde album van King Princess nog een stuk beter dan de eerste twee albums, wat het een mooi moment maakt om in te stappen bij de Amerikaanse muzikante.

Wat in eerste instantie opvalt bij beluistering van het album is dat de songs van Mikaela Straus aan de korte kant zijn. Het album opent met de titelsong die maar net iets meer dan twee minuten duurt. Girl Violence bevat maar liefst acht tracks die de drie minuten grens niet passeren. De overige vijf tracks komen hooguit een paar seconden boven de drie minuten grens uit, waardoor King Princess slechts een kleine 35 minuten nodig heeft voor dertien tracks. Het zit me niet in de weg, want ik vind de songs van de Amerikaanse muzikante wel af.

Er zijn meer dingen die opvallen bij beluistering van Girl Violence. Zo laat Mikaela Straus direct in de openingstrack horen dat ze kan zingen en dat ze beschikt over een stem die afwijkt van alle fluisterstemmen in de indiepop van het moment. Het is een stem die absoluut soulvol is en het is dan ook niet zo gek dat King Princess meer dan eens invloeden uit de R&B verwerkt in haar songs.

Het zijn songs die zijn voorzien van een mooi en gevarieerd geluid. King Princess kan uit de voeten met het vooral met elektronica ingekleurde geluid dat de popmuziek van het moment domineert, maar in een track als I Feel Pretty gooit ze er ook stevige gitaren tegenaan. De Amerikaanse muzikante is verder ook niet vies van behoorlijk ingetogen en stemmige klanken, waardoor haar derde album een aantal kanten op kan.

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt Girl Violence een stuk volwassener dan de eerste twee album van King Princess. Hier blijft het niet bij, want ook de songs van Mikaela Straus zijn beter en hetzelfde geldt voor haar teksten, die wat minder vreemd zijn en inzoomen op de worstelingen met onder andere haar seksualiteit die ze bij het volwassen worden tegen kwam. Ook de zang op het derde album van King Princess is een stuk beter, want de stem van Mikaela Straus is op Girl Violence eigenlijk altijd mooi.

Als ik de muziek van King Princess vergelijk met de grote popzangeressen van het moment kom ik vooral bij Billie Eilish uit, maar van treffend vergelijkingsmateriaal is zeker geen sprake. Het aanbod is momenteel enorm in dit genre, maar Girl Violence van King Princess verdient absoluut de aandacht. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ann Peebles - I Can't Stand the Rain (1974) 4,5

14 september 2025, 19:26 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ann Peebles - I Can't Stand The Rain (1974) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ann Peebles - I Can't Stand The Rain (1974)
Ann Peebles maakte met name in de eerste helft van de jaren 70 een aantal uitstekende soulalbums, waarvan I Can’t Stand The Rain uit 1974 de bekendste en wat mij betreft ook de beste is

De single I Can’t Stand The Rain is de afgelopen decennia door menigeen vertolkt, maar de originele versie komt van het gelijknamige album van de Amerikaanse soulzangeres Ann Peebles. Het is een album dat werd opgenomen in Memphis, Tennessee, de bakermat van de zuidelijke soul, met niemand minder dan Willie Mitchell achter de knoppen. Ann Peebles zou snel in de vergetelheid raken, maar op I Can’t Stand The Rain is ze in topvorm. Het soulgeluid op het album klinkt bijzonder aangenaam en de songs zijn uitstekend, maar het is vooral de geweldige soulstem van Ann Peebles die indruk maakt. Niet het bekendste soulalbum uit de jaren 70, wel een hele goede.

Ik heb inmiddels al redelijk lang een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen, maar dat is zeker niet altijd zo geweest. Toen ik ooit begon aan het ontdekken van de klassiekers uit de soulmuziek kwam Aretha Franklin wel voorbij, maar verder ging mijn aandacht toch vooral uit naar de grote soulzangers uit de jaren 60 en 70.

Niet zo lang geleden kwam ik een lijstje tegen met albums van grote soulzangeressen uit deze periode en op dit lijstje stond onder andere I Can’t Stand The Rain van Ann Peebles. Het is misschien niet het beste soulalbum uit de jaren 60 en 70 en mogelijk niet eens het beste album van Ann Peebles (dat is volgens velen Straight From The Heart uit 1972), maar sinds ik I Can’t Stand The Rain heb ontdekt, ben ik zeer verknocht aan het album uit 1974.

Dat ben ik vooral omdat Ann Peebles een geweldige zangeres is. Het is een zangeres met uiteraard heel veel soul in haar stem, maar Ann Peebles vertrouwt in tegenstelling tot veel van haar tijdgenoten niet alleen op kracht. De Amerikaanse zangeres kan enorm uithalen met haar krachtige strot, maar ook prachtig ingetogen zingen zonder de soul in haar stem te verliezen.

I Can’t Stand The Rain ontleent een flink deel van zijn kracht aan de zang van Ann Peebles, maar het album heeft veel meer te bieden. Zo bevat het album flink wat songs die je ook van anderen kent, waaronder de titeltrack, maar ook songs als (You Keep Me) Hanging On (niet de gelijknamige Motown song van The Supremes) en I'm Gonna Tear Your Playhouse Down, waardoor het album direct bekend in de oren klinkt.

De titeltrack is overigens van de hand van Ann Peebles zelf, al werd ze wel een handje geholpen door de fameuze songwriter en echtgenoot Don Bryant, die meeschreef aan meer songs op het album. De kwaliteit van de songs, voor een deel van de hand van anderen, is een album lang bijzonder hoog, wat extra bijdraagt aan de kracht van I Can’t Stand The Rain.

Het album werd ook nog eens geproduceerd door de legendarische Willie Mitchell, die tekent voor een warm en ook sfeervol soulgeluid, met een voorname rol voor strijkers en blazers, maar ook heerlijke orgelpartijen en gitaarakkoorden en een swingend spelende ritmesectie. Het in Memphis, Tennessee, opgenomen album klinkt zoals een soulalbum uit de jaren 70 moet klinken, al zou de geluidskwaliteit nog wel wat opgepoetst kunnen worden.

Ann Peebles bracht de meeste van haar albums in de jaren 70 uit, maar het succes van I Can’t Stand The Rain zou ze nooit meer benaderen. Het is dankzij de liefde van Jools Holland voor dit soort soulmuziek dat Ann Peebles nog wel eens opduikt, maar een zangeres die een album kan maken als I Can’t Stand The Rain had wel wat meer respect verdiend en had een respectabel stapeltje geweldige soulalbums moeten maken.

Zelf kende ik Ann Peebles tot voor kort ook niet, maar ik kan echt geen genoeg krijgen van haar album uit 1974, dat ik zelf nog net wat hoger inschat dan de drie voorgangers, die ik inmiddels ook ken. Ik ben vast niet de enige die de collectie soul uit de jaren 60 en 70 vooral vulde met de albums van de erkende grote soulzangers uit deze periode, maar er waren ook geweldige soulzangeressen die uitstekende albums afleverden. I Can’t Stand The Rain van Ann Peebles behoort absoluut tot deze albums. Wat een stem, wat een geluid, wat een songs. Heerlijk. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Robin Kester - Dark Sky Reserve (2025) 4,5

14 september 2025, 11:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robin Kester - Dark Sky Reserve - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Robin Kester - Dark Sky Reserve
Met Honeycomb Shades leverde Robin Kester in 2023 een prachtig album met internationale allure af, maar met het deze week verschenen Dark Sky Reserve laat de Nederlandse muzikante horen dat de lat nog veel hoger kan

Direct bij eerste beluistering van het nieuwe album van Robin Kester weet je dat je naar een heel bijzonder album aan het luisteren bent. De Nederlandse muzikante heeft ook haar nieuwe album weer voorzien van een geluid dat bestaat uit vele lagen waarin van alles gebeurt. Ook als Dark Sky Reserve voor de zoveelste keer voorbij komt word je nog verrast door al het moois en bijzonders dat voorbij komt. De avontuurlijke instrumentatie van het album wordt gecombineerd met de bijzonder mooie stem van Robin Kester en alles komt samen in aansprekende popsongs, die lekker in het gehoor liggen, maar je ook steeds weer weten te verbazen. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker, en niet alleen in Nederland.

Het is indrukwekkend hoeveel groei de Nederlandse muzikante Robin Kester in slechts een paar jaar tijd heeft laten horen. Het mini-album This Is Not A Democracy was precies vijf jaar geleden mijn eerste kennismaking met haar muziek en het was er een die veel indruk maakte.

Op het mini-album maakt Robin Kester fantasievol ingekleurde en vooral dromerige popsongs, waarin ze een flink aantal invloeden verwerkt en die opvallen door haar bijzonder mooie stem. Ik vergeleek This Is Not A Democracy met het werk van Kate Bush en dat is vergelijkingsmateriaal dat ik maar zeer zelden noem.

Het mini-album werd aan het begin van 2023 gevolgd door het officiële debuutalbum van de Rotterdamse muzikante en Honeycomb Shades bleek nog een stuk beter dan zijn voorganger uit 2020. Ook Honeycomb Shades maakte Robin Kester samen met Marien Dorleijn, bekend van de band Moss, en met zijn tweeën voorzagen ze het album van een prachtig geluid.

Het is een gelaagd geluid waarin zowel organische als elektronische klanken een rol spelen en waarin zowel invloeden uit de jaren 80 en 90 als invloeden uit het heden zijn te horen. Het past wederom prachtig bij de zang van Robin Kester, die nog wat meer indruk maakt als zangeres.

Na de uitstekende EP Patch van vorig jaar is deze week het uitstekende tweede volwaardige album van de Nederlandse muzikante verschenen. Dark Sky Reserve laat direct vanaf de openingstrack het inmiddels bekende Robin Kester geluid horen, maar het klinkt allemaal weer net wat mooier en beter en toch ook net wat anders dan op haar vorige album.

Voor de productie deed Robin Kester dit keer een beroep op de Britse producer Ali Chant, die eerder werkte met onder andere King Hannah, PJ Harvey, Katy J Pearson en Aldous Harding. Dark Sky Reserve ligt deels in het verlengde van Honeycomb Shades en This Is Not A Democracy. Ook op het nieuwe album worden organische en elektronische klanken op fraaie wijze gecombineerd en ook dit keer hoor je op zijn minst flarden uit de popmuziek van de jaren 80 en 90.

Ook de stem van Robin Kester is inmiddels bekend, al vind ik de zang op Dark Sky Reserve weer net wat mooier en indringender. Het geluid is nog altijd dromerig, maar ook wat directer en ook voorzien van net wat andere accenten, waaronder bijdragen van blazers, strijkers en echt heerlijke basloopjes. Het klinkt nog altijd onmiskenbaar als Robin Kester, maar de Rotterdamse muzikant heeft haar muziek ook verder verrijkt met invloeden uit de jaren 70 en hier en daar wat Franse pop, waaronder zeker de muziek van Air.

De concurrentie in het genre waarin Robin Kester opereert is momenteel moordend, maar Dark Sky Reserve klinkt echt anders dan de meeste andere albums van het moment. De muziek van Robin Kester was altijd al rijk en gelaagd, maar op haar nieuwe album duiken nog veel meer mooie verrassingen op en ook de haar stem is zeker onderscheidend.

Dark Sky Reserve had van mij veel langer mogen duren dan ruim een half uur, maar in het ruime half uur dat het album duurt zit je op het puntje van je stoel. Het is dan ook niet zo gek dat Robin Kester met haar nieuwe album ook internationaal opduikt in lijstjes met nieuwe albums, maar het is nog even wachten op een jubelrecensie van bijvoorbeeld Pitchfork, dat toch ook alleen maar concluderen dat Robin Kester een prachtalbum heeft afgeleverd. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Carson McHone - Pentimento (2025)

13 september 2025, 09:59 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Carson McHone - Pentimento - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Carson McHone - Pentimento
De Amerikaanse muzikante Carson McHone betoverde op haar vorige albums met haar prachtige stem en dompelt deze op haar nieuwe album Pentimento onder in een bijzonder geluid vol invloeden uit de jaren 60 en 70

Ik luister nog geregeld naar Carousel, het album waarmee Carson McHone in 2019 de aandacht trok en dat moet worden geschaard onder de mooiste rootsalbums van de laatste jaren. Op haar nieuwe album laat Carson McHone horen dat haar stem alleen maar mooier en intenser is geworden, maar Pentimento is niet alleen in vocaal opzicht een bijzonder album. Samen met een handvol muzikanten, onder wie haar partner Daniel Romano, werd vrijwel in een live-setting een bijzonder klinkend album gemaakt. De liefde voor muziek uit de jaren 60 en 70 van Daniel Romano klinkt nadrukkelijk door op een album dat af en toe klinkt als een vergeten klassieker van weleer, maar het past prachtig bij de uitzonderlijke stem van Carson McHone.

Carson McHone zag ik eerder dit jaar, samen met haar partner Daniel Romano, in de Leidse Qbus (check de goed gevulde agenda van dit bijzondere rootspodium). Dat optreden was oké, maar wat mij betreft niet heel indrukwekkend. De songs van de Amerikaanse singer-songwriter werden wat eenvormig door de wat stevig aangezette gitaren van de twee, waardoor ik de schoonheid van haar songs, die ik wel hoorde op haar albums, niet meer hoorde.

Carson McHone sprak tijdens haar optreden over een nieuw album en dat album kwam ik een week of twee geleden in het Britse muziektijdschrift Uncut, dat Pentimento uitriep tot album van de maand en er maar liefst vier pagina’s over vulde. Alle reden dus om met hooggespannen verwachtingen te gaan luisteren naar het album van de muzikante, die de Verenigde Staten inmiddels heeft verruild voor Canada, de thuisbasis van haar partner Daniel Romano.

Dat Uncut een album van een toch vrij onbekende muzikante tot album van de maand bombardeert vind ik best opvallend, al komt Carson McHone zeker niet uit de lucht vallen. Met Carousel maakte ze in 2019 een van de mooiste rootsalbums van het betreffende jaar en ook het door Daniel Romano wat voller ingekleurde Still Life uit 2022 was een bijzonder mooi album (haar debuutalbum Goodluck Man uit 2015 ken ik niet en is verdwenen op Spotify).

Het zijn albums waarop Carson McHone laat horen dat ze beschikt over een geweldige stem, die rijker en doorleefder klinkt dan haar leeftijd rechtvaardigt. Het deze week verschenen Pentimento bevat maar liefst zestien tracks, maar hieronder een aantal hele korte intermezzo’s. Die intermezzo’s vind ik persoonlijk wat overbodig, maar er blijft gelukkig genoeg moois over op het vierde album van Carson McHone.

Ook bij beluistering van Pentimento valt direct op hoe mooi de stem van de van oorsprong Texaanse muzikante is. Het is een zuivere stem, maar het is ook een stem met een duidelijk eigen geluid en een stem die veel gevoel laat horen. Het is de zang die van Pentimento een bovengemiddeld goed album maakt, maar er valt veel meer te genieten op het derde album van Carson McHone.

Haar partner Daniel Romano had al de nodige invloed op haar vorige album Still Life en die invloed is nog wat groter geworden op Pentimento. Op haar debuutalbum sloot Carson McHone nog aan bij de rootsmuziek uit Nashville en Austin, maar op haar nieuwe album laat ze in flink wat songs een flink ander geluid horen. Zeker de wat voller klinkende songs nemen je mee terug naar de jaren 60 en 70 en vermengen Amerikaanse rootsmuziek met een wat psychedelisch sfeertje.

Het klinkt absoluut lekker, zeker wanneer fraaie koortjes opduiken en wanneer de gitaren los gaan, en het past ook verrassend goed bij de stem van Carson McHone, die normaal gesproken baat heeft bij een intiemere setting. De naar Canada uitgeweken muzikante is ook haar Amerikaanse wortels zeker niet vergeten, wat je hoort wanneer in muzikaal opzicht gas wordt teruggenomen en alles aankomt op haar stem.

Zeker de wat meer ingetogen songs zijn van een bijzondere intimiteit en schoonheid, maar ook het wat vollere geluid met flarden 60s en 70s bevalt me uitstekend. Het levert een rootsalbum op dat anders klinkt dan de rootsalbums die momenteel in Nashville en Austin worden gemaakt, maar dat liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek nog altijd aan zal spreken. Ik was wat verbaasd over alle aandacht en lof van Uncut, maar het Britse tijdschrift heeft het weer goed gehoord. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Tyler Childers - Snipe Hunter (2025) 4,0

12 september 2025, 14:39 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tyler Childers - Snipe Hunter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tyler Childers - Snipe Hunter
Mijn liefde voor de muziek van Tyler Childers raakte wat bekoeld na zijn geweldige albums Purgatory en Country Squire, maar inmiddels ben ik er achter dat ook het onlangs verschenen Snipe Hunter een uitstekend album is

De Amerikaanse muzikant Tyler Childers schaarde zich in 2017 in een keer onder de smaakmakers van de countrymuziek. Die status bevestigde hij twee jaar later, maar vervolgens maakte de muzikant uit Kentucky wat ongelukkige keuzes. Tyler Childers revancheerde zich twee jaar geleden al met een prima album en doet er een schepje bovenop met zijn nieuwe album Snipe Hunter. Het is een album waar het plezier en de inspiratie van af spatten. In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het gedegen maar af en toe ook uitzonderlijk en de zang van Tyler Childers doet direct wat met je. Ik vind het nog niet zo goed als de albums uit 2017 en 2019, maar het komt zeker in de buurt.

Ik schreef aan het begin van 2017 hele lovende woorden over het in de Verenigde Staten al in 2017 verschenen Purgatory van Tyler Childers. De Amerikaanse muzikant maakte op zijn officiële en door niemand minder dan Sturgill Simpson geproduceerde debuutalbum oorspronkelijke countrymuziek. Het was misschien voor mij misschien net wat te traditioneel en bovendien heb ik een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen, maar op Purgatory werd met zoveel smaak en gevoel gemusiceerd en met zoveel passie gezongen, dat de songs van Tyler Childers er in gingen als koek.

Dat was niet anders toen in 2020 Country Squire verscheen, dat wederom werd geproduceerd door Sturgill Simpson en dat nog wat mooier en indrukwekkender was. Vervolgens ging het mis tussen Tyler Childers en mij. Ik kwam echt niet door de wel erg traditionele albums Long Violent History (2020) en Can I Take My Hounds To Heaven? (2022) heen en ook het twee jaar geleden verschenen Rustin' In The Rain deed me heel weinig, ondanks het feit dat dit album weer wel werd geprezen door de critici.

Ik ging er daarom van uit dat ik het onlangs verschenen Snipe Hunter best kon laten liggen, maar dit leverde me meerdere reacties op van lezers van deze site, die beweerden dat het nieuwe album van Tyler Childers toch echt behoort tot de beste Amerikaanse rootsalbums van 2025 en misschien zelfs wel het beste album is dat dit jaar in het genre is verschenen. Maar het laatste ben ik het persoonlijk niet eens, maar dat Snipe Hunter een uitstekend album is en een album dat ik zeker niet had moeten lagen liggen kan ik inmiddels wel beamen.

Ook op Snipe Hunter maakt de Amerikaanse muzikant weer wat traditioneel aandoende countrymuziek, maar waar de vorige albums van Tyler Childers me niet wisten raken, hoor ik op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant weer het aanstekelijke spelplezier en de tomeloze passie die van Purgatory en Country Squire geweldige albums maakten.

Dat ook Snipe Hunter weer behoorlijk traditioneel klinkt heeft alles te maken met de instrumenten die zijn ingezet. In de songs op het nieuwe album van Tyler Childers staan de banjo, viool, mandoline en de staande bas centraal, wat een traditioneel maar ook energiek geluid oplevert. Het past allemaal prachtig bij de voor traditionele countrymuziek gemaakte stem van de muzikant uit Kentucky, die ook op zijn nieuwe album met veel emotie en expressie zingt.

Ook Snipe Hunter doet weer denken aan de muziek van nieuwe countryhelden als voormalig producer Sturgill Simpson, Chris Stapleton, Brent Cobb en Corb Lund. Tyler Childers wist overigens ook dit keer een producer van naam en faam te strikken, want niemand minder dan levende legende Rick Rubin coproduceerde het album.

Het grappige van Snipe Hunter is trouwens dat het album bij eerste beluisteringen klinkt als een behoorlijk traditioneel countryalbum, maar naarmate je het album vaker hoort valt veel meer op hoe Tyler Childers in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht echt wel de grenzen opzoekt en er hier en daar op bijzondere wijze overheen gaat. Het is vast deels de verdienste van meesterproducer Rick Rubin, maar het talent van Tyler Childers onderschat ik inmiddels ook niet meer. Ik ben blij dat ik mijn tipgevers serieus heb genomen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Emma Swift - The Resurrection Game (2025) 4,0

12 september 2025, 14:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Emma Swift - The Resurrection Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Emma Swift - The Resurrection Game
Het is niet veel muzikanten gegeven om een onuitwisbare indruk te maken met een serie Bob Dylan covers, maar Emma Swift deed het en laat op The Resurrection Game horen dat dit zeker geen toevalstreffer was

De Australische maar in Nashville woonachtige muzikante Emma Swift bracht na een geslaagd mini-album een album met alleen Bob Dylan covers uit. Dat was nogal gewaagd, maar het pakte geweldig uit met het in alle opzichten uitstekende Blonde On The Tracks. Het heeft nogal wat druk gelegd op het toch altijd al lastige tweede album, maar daar is niets van te merken op The Resurrection Game. Het is een album dat wederom indruk maakt met prachtige klanken en de nog mooiere stem van Emma Swift, maar het samen met flink wat topkrachten uit Nashville gemaakte album laat ook horen dat de Australische muzikante een prima songwriter is. Heerlijk album, zeker nu de herfst er aan komt.

Het is alweer vijf jaar geleden dat de Australische muzikante Emma Swift imponeerde met haar debuutalbum Blonde On The Tracks. Het was een opvallend debuutalbum, want welke muzikant kiest er voor om alleen maar songs van Bob Dylan op een eerste album te zetten. Emma Swift deed het en ze deed het op indrukwekkende wijze.

De Australische muzikante deed een niet al te voor de hand liggende greep uit het oeuvre van de Amerikaans legende, waarbij zowel stokoud als gloednieuw werk van Bob Dylan aan bod kwam. Blonde On The Tracks was verder zeer smaakvol ingekleurd, maar het was vooral de mooie en trefzekere stem van Emma Swift die zeer tot de verbeelding sprak. Wat Blonde On The Tracks nog wat knapper maakte is dat de Australische muzikante niet probeerde te klinken als de oude meester en een eigen draai gaf aan zijn werk.

Van Blonde On The Tracks verscheen ook nog een luxe versie die liet horen dat Emma Swift ook live indruk maakt, maar al met al is het best lang stil geweest rond de muzikante die Australië al een tijd geleden heeft verruild voor Nashville, Tennessee, waar ze samenwoont met de Britse muzikant Robyn Hitchcock, die we kennen van The Soft Boys, maar inmiddels ook van een omvangrijk oeuvre als solomuzikant.

Het lange wachten op de opvolger van Blonde On The Tracks wordt deze week beloond met de release van The Resurrection Game, waarop Emma Swift haar eigen werk laat horen. Het op Isle of Wight en in Nashville opgenomen album bevat een aantal zeer persoonlijke songs over pieken en dalen in het leven, wat de songs nog wat meer lading geeft dan haar fraaie vertolking van Bob Dylan songs.

Emma Swift maakte vijf jaar geleden indruk met smaakvolle klanken en een prachtige stem en dat zijn ook twee belangrijke ingrediënten van de songs op The Resurrection Game. Het album is voorzien van een stemmige en sfeervolle orkestratie met de nodige strijkers, maar ook de pedal steel van virtuoos Spencer Cullum, en dat is een geluid waarin de stem van Emma Swift nog wat mooier klinkt dan in het rootsgeluid van Blonde On The Tracks.

Het is een stem die niet alleen opvalt door schoonheid, maar ook door gevoel en precisie. Dat kennen we nog van Blonde On The Tracks, maar Emma Swift legt in haar eigen, zeer persoonlijke en vaak behoorlijk melancholische songs nog net wat meer emotie. Het is direct vanaf de eerste klanken betoverend mooi, want zowel de strijkers als de zang komen heerlijk binnen en kleuren prachtig bij de herfst die langzaam maar zeker zijn intrede doet in Nederland.

De inkleuring van de songs op The Resurrection Game is soms sober en stemmig, maar ook als de muziek net wat voller klinkt is de stem van Emma Swift betoverend mooi. Na Blonde On The Tracks wisten we al het een en ander van de zangeres Emma Swift en voor haar goede gevoel voor fraai ingekleurde songs, maar na beluistering van The Resurrection Game weten we ook dat de Australische muzikante een uitstekend songwriter is.

De vakkundige productie van Jordan Lehning, waaraan een Daniel Lanois sfeer is toegevoegd, en de smaakvolle bijdragen van meerdere topmuzikanten uit Nashville voorzien The Resurrection Game van extra glans. Natuurlijk lag de lat enorm hoog na het jaarlijstjes album Blonde On The Tracks, maar het nieuwe album van Emma Swift kan de idioot hoge verwachtingen absoluut aan. Indrukwekkend. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ivy - Traces of You (2025)

11 september 2025, 21:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ivy - Traces Of You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ivy - Traces Of You
De afgelopen 14 jaar was het stil rond de New Yorkse band Ivy en na de dood van hun voorman was de verwachting dat het stil zou blijven, maar met Traces Of You verschijnt toch nog een nieuw en zeer aangenaam album

De Amerikaanse band Ivy timmerde vooral in de jaren 90 aan de weg. Ik heb daar destijds niets van meegekregen, maar ben absoluut gecharmeerd van de inmiddels ontdekte albums van de band uit New York. Ondanks de dood van voorman Adam Schlesinger in 2020, keert Ivy deze week, na een lange periode van stilte, terug met een nieuw album. Traces Of You bevat oude opnames, die met een aantal bevriende muzikanten zijn opgepoetst. Het album klinkt echter zeker niet als een portie opgewarmde restjes, want Traces Of You is een fris en zonnig album dat de zomer nog even voort laat duren. Ik ontdekt Ivy een jaar of 30 te laat, maar ben er toch blij mee.

Volgens mij volg ik de ontwikkelingen in de popmuziek al een aantal decennia behoorlijk goed, maar ik had tot deze week echt nog nooit van de Amerikaanse band Ivy gehoord. Het is een band die volgens AllMusic.com is beïnvloed door Everything But The Girl, Prefab Sprout, Astrud Gilberto, Aztec Camera, New Order en The Smiths en dat vind ik op zijn minst een interessant rijtje namen. De Amerikaanse muziekwebsite stopt Ivy vervolgens in hetzelfde hokje als Stereolab, The Cardigans en Broadcast en dat zijn allemaal bands die ik heb gevolgd en kan waarderen.

Het is daarom best bijzonder dat ik nog nooit van Ivy had gehoord. Het is ook nog eens geen band die op één of twee albums is blijven steken, want het trio uit New York maakte tussen 1995 en 2011 maar liefst zes albums, waarvan met name Apartment Life uit 1997 is overladen met superlatieven. Ik heb de afgelopen dagen wat door het oeuvre van Ivy gewandeld en kan alleen maar concluderen dat de Amerikaanse band muziek maakt die absoluut in mijn straatje past, wat het nog bijzonderder maakt dat ik pas bij de terugkeer van Ivy na een afwezigheid van veertien jaar voor het eerst kennis maak met de muziek van de band.

Het deze week verschenen Traces Of You bevalt me ook nog eens erg goed. Nu hoor ik eerlijk gezegd niet zo heel veel van de door AllMusic.com aangedragen inspiratiebronnen, maar het vergelijkingsmateriaal is redelijk accuraat. Dat Ivy terugkeert met een nieuw album is trouwens best bijzonder, want de grote man achter de band, Adam Schlesinger, ook voorman van Fountains Of Wayne, overleed in het voorjaar van 2020 na besmet te zijn geraakt met het op dat moment nog nieuwe en gevaarlijke COVID-19 virus.

De sessies die de basis vormen voor het nieuwe album van Ivy stammen uit de periode 1995-2012 en werden nog opgenomen met Adam Schlesinger en uiteindelijk afgemaakt met bevriende muzikanten. Ik ga er van uit dat Traces Of You echt het laatste wapenfeit van de New Yorkse band zal zijn, maar het is een afscheid in stijl.

Op het album maakt de band muziek die doet verlangen naar een Indian summer. Het is deels met strijkers en deels met elektronica ingekleurde indiepop, die verder wordt aangevuld met de zoete vocalen van Dominique Durand. Ik moet bij beluistering van het album vooral denken aan Stereolab, maar het heeft ook wel wat van de perfecte popsongs van Rilo Kiley, tijdgenoten van Ivy die ik in de jaren 90 wel heb omarmd.

De muziek van Ivy klinkt niet alleen aangenaam, maar zit ook knap in elkaar en is bijzonder mooi en fantasierijk ingekleurd met hier en daar een heel subtiel laagje bossanova. Adam Schlesinger was naar verluidt een groot fan van Prefab Sprout en Go-Betweens en deelt met deze bands de gave om lekkere maar ook interessante popsongs te schrijven. Ook de stem van Dominique Durand is van het zeer aangename soort en bovendien van het soort waar je lang naar kunt luisteren, waardoor ik steeds weer terugkeer naar Traces Of You.

Door de dood van Adam Schlesinger maakt Ivy misschien een beetje een kansloze comeback, maar het album is een mooi eerbetoon aan de veel te jong overleden muzikant en mogelijk de start van een nieuw avontuur onder een andere naam. Ik heb de carrière van Ivy helaas vrijwel volledig gemist, maar met dit fraaie slotakkoord haak ik toch nog aan. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lucrecia Dalt - A Danger to Ourselves (2025) 4,0

10 september 2025, 17:11 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lucrecia Dalt - A Danger To Ourselves - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lucrecia Dalt - A Danger To Ourselves
Lucrecia Dalt heeft inmiddels al flink wat albums op haar naam staan en trekt steeds meer aandacht met haar muziek, wat ook zeker zal gaan lukken met het bijzondere maar ook mooie en toegankelijke A Danger To Ourselves

Ik leerde de muziek van de Colombiaanse muzikante een kleine drie jaar geleden kennen en ¡Ay! was een intrigerende kennismaking. De vanuit Berlijn werkende muzikante verwerkte op dit album nogal wat invloeden en omarmde het experiment, maar toch was het zeker geen overdreven moeilijk album. Op het deze week verschenen A Danger To Ourselves klinkt de muziek van Lucrecia Dalt nog wat toegankelijker, maar dat betekent niet dat ze opeens aanstekelijke popdeuntjes maakt. Ook op A Danger To Ourselves maakt Lucrecia Dalt bijzondere muziek met uiteenlopende invloeden en een opvallende inkleuring. Ze heeft het allemaal prachtig geproduceerd, samen met David Sylvian. De definitieve doorbraak van de Colombiaanse muzikante zou niet meer dan terecht zijn.

De Spaanstalige muziek doet het goed deze week, want naast het buitengewoon fascinerende album van Titanic, verscheen ook nog een album van Lucrecia Dalt. Vorig jaar vond ik een album van Titanic’s Mabe Fratti in de jaarlijstjes en eind 2022 gebeurde hetzelfde met ¡Ay! van Lucrecia Dalt.

Net als de uit Guatemala afkomstige Mabe Fratti maakt de in Colombia geboren Lucrecia Dalt intrigerende muziek. Het is muziek waarin uiteenlopende invloeden worden verwerkt en het experiment zeker niet uit de weg wordt gegaan. Het deze week verschenen A Danger To Ourselves is de opvolger van het in 2022 zo geprezen ¡Ay! en is wederom een zeer interessant album.

Op haar vorige album begon de al een tijdje vanuit Berlijn opererende muzikante met de muziek uit Midden- en Zuid-Amerika waarmee ze opgroeide, maar ze sleepte er vervolgens invloeden uit meerdere genres bij. Ik noemde onder andere ambient, avant-garde, jazz, pop en elektronica, maar dat was slechts het topje van de ijsberg.

Dat klinkt misschien niet heel toegankelijk, maar ondanks de bijzondere mix van invloeden en de liefde voor experiment drong het album zich vrij makkelijk op. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen A Danger To Ourselves, dat in een wat griezelige hoes is gestoken, maar verder alleen maar tot de verbeelding spreekt.

Vergeleken met ¡Ay! klinkt het nieuwe album van de Colombiaanse muzikante nog wat toegankelijker. Lucrecia Dalt verloor de lekker in het gehoor liggende popsong op haar vorige album soms flink uit het oog, maar op A Danger To Ourselves blijft deze popsong altijd in zicht. Het betekent zeker niet dat Lucrecia Dalt het experiment volledig heeft los gelaten, want ook op haar nieuwe album maakt ze eigenzinnige muziek, die invloeden uit verschillende genres verwerkt, waarbij invloeden uit de pop en de jazz wat mij betreft de hoofdrol spelen.

Op A Danger To Ourselves worden Engels en Spaans afgewisseld en hetzelfde geldt voor gezongen en meer gesproken teksten. Het duale karakter van de muziek van Lucrecia Dalt hoor je verder terug in de muziek, waarin akoestische instrumenten en elektronica elkaar afwisselen of in elkaar vloeien. Het zijn vaak bijzondere en soms wat vervreemdende klanken, die door nadrukkelijk aanwezige percussie bij elkaar worden gehouden. Het past allemaal goed bij de mooie en expressieve stem van Lucrecia Dalt, die zich zowel in het Spaans als in het Engels goed weet te redden.

De Colombiaanse muzikante produceerde haar nieuwe album samen met niemand minder dan David Sylvian. De stem van de Britse muzikant is ook te horen in de openingstrack van het album, dat verder bijdragen kent van onder andere Juana Molina. David Sylvian tekent incidenteel ook voor het gitaarwerk en heeft samen met Lucrecia Dalt een knap geproduceerd album afgeleverd, dat varieert van enigszins ruw en direct tot smaakvol en beeldend.

Met haar vorige album kon de muzikante uit Berlijn al rekenen op de steun van de critici, die ook weer erg enthousiast zijn over A Danger To Ourselves, maar het veel toegankelijkere geluid op het nieuwe album moet ook een breder publiek aan kunnen spreken. Het vorige album van Lucrecia Dalt was voor mij een album waarvoor ik in de stemming moest zijn, maar haar nieuwe album is er wat mij betreft een die eigenlijk altijd goed tot zijn recht komt, maar die stiekem ook de fantasie blijft prikkelen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Titanic - Hagen (2025) 4,5

10 september 2025, 13:33 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Titanic - HAGEN - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Titanic - HAGEN
Mabe Fratti fascineerde vorig jaar met een album dat verrassend veel jaarlijstjes wist te halen, maar verbaast nog wat meer als onderdeel van het duo Titanic, dat muziek maakt die de grond onder je voeten laat verdwijnen

Laat HAGEN van Titanic uit de speakers komen en je valt van de ene verbazing in de andere. De cello en de gitaren van het duo klinken af en toe als de gitaren op een deathmetal album ondersteund door percussie die klinkt als mitrailleur salvo's, maar de twee tekenen ook voor stemmige klanken. Ook met haar stem kan het alle kanten op, al is de zang op HAGEN wel bijna altijd intens en imponerend. Het zijn maar twee ingrediënten van een album dat je ook op talloze andere manieren betovert en verwondert. HAGEN is een album dat zijn gelijke niet kent en het is een album waar je waarschijnlijk wel even aan moet wennen, tot echt alles op zijn plek valt. Mabe Fratti zorgde vorig jaar voor een daverende verrassing en doet dat dit jaar opnieuw.

In 2023 verscheen Vidrio, het debuutalbum van Titanic. Ik heb destijds niet naar het album geluisterd en als ik dat wel had gedaan had ik waarschijnlijk snel geconcludeerd dat het album wel erg ver buiten mijn muzikale comfort zone lag. Als het deze week verschenen HAGEN in 2023 was verschenen was ik waarschijnlijk tot precies dezelfde conclusie gekomen, maar vorig jaar maakte ik kennis met de muziek van de uit Guatemala afkomstige muzikante Mabe Fratti.

Deze Mabe Fratti leverde met Sentir Que No Sabes een bijzonder intrigerend, maar ook bijzonder mooi album af, dat mijn fantasie tot op de dag van vandaag prikkelt. Mabe Fratti maakt ook deel uit van Titanic, dat ze vormt met de Mexicaanse muzikant Héctor Tosta, die ook muziek maakt onder de naam Il La Católica.

Allmusic.com heeft het nieuwe album van Titanic nog niet ontdekt, maar heeft grote moeite om het debuutalbum van Titanic te omschrijven en wie kan zich iets voorstellen bij een mix van jazz, chamber pop en avant garde? Ik begin er niet eens aan om het tweede album van Titanic in te delen in hokjes, want HAGEN laat zich niet zomaar definiëren.

Mabe Fratti en Héctor Tosta maken geen geheim van hun afkomst en verwerken zeker invloeden uit de muziek uit Midden-Amerika in hun songs, die zijn voorzien van Spaanstalige teksten. Vergeleken met het debuutalbum van Titanic kiezen de twee op HAGEN voor minder chamber pop, maar voor een aanmerkelijk heftiger en intenser geluid.

Het is een geluid waarin de cello van Mabe Fratti een belangrijke rol speelt. Verwacht geen stemmige cello klanken, want de muzikante uit Guatemala bespeelt haar instrument zo af en toe alsof de duivel haar op de hielen zit. Zeker de meest heftige cello uitbarstingen op HAGEN reduceren de gemiddelde gitarist van een metalband tot een schooljongen. De rest van het gitaarwerk sluit hier makkelijk op aan en voegt een randje prog toe aan het geluid van Titanic.

Het is zeker niet het enige bijzondere ingrediënt in de muziek van Titanic, want HAGEN valt ook op door bijzondere en al even heftige ritmes en complexe composities die soms jazzy klinken, maar soms ook volstrekt onnavolgbaar zijn. In de meer ingetogen passages klinkt Mabe Fratti als een Mexicaanse folkzangeres, maar ze kan ook klinken als een temperamentvolle versie van Kate Bush of als een gothrock zangeres.

Zeker bij eerste beluistering van HAGEN vond ik de muziek van Titanic veel te heftig en zeker wanneer de percussie, de gitaren en de cello los gingen duizelde het me vrijwel continu, maar net als bij beluistering van het soloalbum van Mabe Fratti vorig jaar vond ik HAGEN ook direct hopeloos intrigerend. Het album wordt alleen maar intrigerender wanneer je enigszins gewend bent geraakt aan al het muzikale geweld en ook oor begint te krijgen voor alle andere bijzondere accenten die zijn toegevoegd aan het geluid van het duo, waaronder sprookjesachtige elektronica. Wanneer in muzikaal opzicht alles op zijn plek valt krijg je ook nog wat meer bewondering voor de zang van Mabe Fratti, die echt alles uit de kast trekt op HAGEN.

Aan het begin van deze recensie gaf ik aan dat de muziek van Titanic in eerste instantie te ver buiten mijn muzikale comfort zone viel, maar ik vraag me af voor wie dat niet zo is. Titanic heeft met HAGEN een album afgeleverd dat totaal anders klinkt dan alle andere albums van het moment. Neem er de tijd voor en er ontvouwt zich een waar meesterwerk. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Suede - Antidepressants (2025) 4,0

9 september 2025, 20:20 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Suede - Antidepressants - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Suede - Antidepressants
De tweede jeugd van Suede duurt voort met een wat donker en behoorlijk stevig album, maar wat zijn de songs op Antidepressants weer goed en aanstekelijk en wat zijn de leden van de band nog altijd in topvorm

Sinds haar terugkeer in 2013 heeft de Britse band Suede geen slecht album meer gemaakt. Het is inmiddels een aardig stapeltje albums, waarmee de band een stuk productiever is dan de andere grote spelers uit de 90s Britpop. Suede is bovendien zeker geen ‘one-trick-pony’. De band nam een paar jaar geleden nog flink gas terug met een beeldend geluid, maar levert nu een lekker stevig album met hier en daar de nodige invloeden uit de postpunk af. Het klinkt allemaal lekker energiek met de zo herkenbare zang van Brett Anderson en het heerlijke gitaarspel van Richard Soakes, maar de songs van Suede zijn dit keer ook verrassend aanstekelijk. Suede draait al heel lang mee, maar verslapt nog altijd niet.

2025 is het jaar van de terugkeer van Pulp en Oasis, terwijl 2023 werd gezien als het jaar van de terugkeer van Blur. Ook de vierde grote band uit de Britpop van de jaren 90 is een aantal jaren afwezig geweest, tussen 2003 en 2010 om precies te zijn, maar de tweede jeugd van Suede, die begon in 2013 met het album Bloodsports, houdt inmiddels al een jaar of twaalf aan.

Suede leverde met haar eerste drie albums, Suede uit 1993, Dog Man Star uit 1994 en Coming Up uit 1997, drie onbetwiste Britpop klassiekers af, maar zakte hierna wat weg met twee zwakkere albums. Sinds Bloodsports uit 2013 staat de Britse band echter weer garant voor uitstekende albums en met name Night Toughts uit 2016 en Autofiction uit 2022 doen wat mij betreft niet onder voor het beste werk van de band.

Suede experimenteerde op een aantal van haar recentere albums met een wat meer ingetogen en beeldend geluid, maar op Autofiction keerde de band drie jaar geleden terug naar een wat ruwer geluid, dat af en toe herinnerde aan de eerste albums, maar ook wat opschoof richting rock en dat is de band kennelijk goed bevallen.

Het is immers een lijn die wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Antidepressants, dat vooral wat stevigere uptempo song bevat naast twee ballads. Antidepressants is net als voorganger Autofiction gestoken in een sombere zwart-wit hoes en dat past wat mij betreft wel bij de muziek van de band, die dit keer aan de donkere kant is.

Autofiction werd in 2022 door Brett Anderson een punkalbum genoemd en de Britse zanger speekt in het geval van Antidepressants over een postpunk album. Waar ik de punk op Autofiction niet echt hoorde, hoor ik absoluut de postpunk op Antidepressant. Allereerst omdat het een behoorlijk donker album is, maar ook in de zwaar aangezette bas- en drumpartijen en in het gitaarwerk van Richard Oakes klinken invloeden uit de postpunk door.

Aan de andere kant vind ik het ook een typisch Suede album en die werden in het verleden toch vooral onder de Britpop of onder de glam geschaard. Laten we het er maar op houden dat het label niet zo belangrijk is, het gaat immers om de muziek. Suede klonk na haar eerste drie albums wat uitgeblust, maar weet inmiddels al twaalf jaar de goede vorm vast te houden.

Wat hierbij helpt is dat Brett Anderson nog altijd een uitstekende zanger is en bovendien een zanger met een karakteristiek en gepassioneerd eigen geluid. Ook gitarist Richard Oakes is op Antidepressant weer in topvorm, zodat niemand het zo langzamerhand meer over Bernard Butler, de oorspronkelijke gitarist van de band, hoeft te hebben. Suede vertrouwt ook dit keer op de diensten van producer Ed Buller, wat verder bijdraagt aan de vertrouwde ingrediënten in het geluid van Suede.

De band grijpt op haar nieuwe album absoluut terug op het eigen werk, en dan met name op de eerste drie albums en misschien nog wel meer op voorganger Autofiction, maar heeft ook goed geluisterd naar de postpunkbands uit de jaren 80, met Joy Division, Siouxsie & The Banshees en The Cure voorop, maar songs als Dancing With The Europeans en Sweet Kid hadden met een beetje fantasie ook van The Cult kunnen zijn.

Het levert een donker, stevig en soms bijna bombastisch album op, maar de Britse band is er ook weer in geslaagd om een serie zeer aansprekende en vaak energieke en aanstekelijke songs te schrijven. Het zorgt ervoor dat ook Antidepressants weer een album is dat niet onder doet voor de beste albums van Suede en dat is knap voor een band die inmiddels meer dan 35 jaar bestaat. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures of Captain Curt (2025) 4,0

8 september 2025, 17:05 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Curtis Harding - Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt
De Amerikaanse soulzanger Curtis Harding heeft de lat hoog gelegd met zijn vorige album, maar levert ook met Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt weer een fraai georkestreerd album met grootse zang af

Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt is alweer het vierde album van de Amerikaanse soulzanger Curtis Harding, die op zijn debuutalbum nog vooral leunde op zijn soulstem, maar op de twee albums die volgden ook profiteerde van een zeer fraaie productie. De Amerikaanse muzikant produceerde het deze week verschenen Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt zelf, maar het album klinkt net zo goed als zijn voorgangers. Curtis Harding kan overweg met invloeden uit de neo-soul van het moment, maar dompelt zich ook graag onder in de soulmuziek uit de jaren 60 en 70. Het klinkt allemaal geweldig, mede door de heerlijke soulstem van de muzikant uit Atlanta, Georgia.

Curtis Harding werd in de Verenigde Staten in 2014 warm onthaald als een zeer talentvolle soulzanger, maar in Europa moesten we in eerste instantie niet zoveel hebben van een volgende grote soulzanger in de dop. Uiteindelijk was er ook in Europa geen houden aan en vielen we ook hier voor de soepele soulstem van de Amerikaanse muzikant.

Het was de stem van Curtis Harding die van Soul Power een prima album maakte, maar in muzikaal opzicht schoot het wat mij betreft nog wat teveel kanten op. Op het met producer Danger Mouse gemaakte Face Your Fear uit 2017 viel echter alles op zijn plek. Curtis Harding schakelde op zijn tweede album makkelijk tussen vintage soul uit de jaren 60 en 70 en neo-soul van recentere datum. Het album klonk in muzikaal opzicht interessanter dan de andere vintage soul en neo-soul albums van dat moment en iedereen die op basis van het debuutalbum nog twijfelde over de vocale prestaties van Curtis Harding werd door Face Your Fear alsnog overtuigd.

De Amerikaanse muzikant koos voor zijn derde album toch wel wat opvallend voor Sam Cohen als producer, maar met If Words Were Flowers bevestigde Curtis Harding zijn status en maakte hij wat mij betreft het beste soulalbum van 2021. Dat laatste was overigens mede de verdienste van de fraaie productie van Sam Cohen, die invloeden uit een aantal decennia soul op fraaie wijze aan elkaar wist te smeden.

Deze week is een nieuw album verschenen van Curtis Harding, die inmiddels ook bekend staat als een nogal onaangename podiumpersoonlijkheid. Dat laatste heb ik zelf nog niet ervaren, waardoor ik toch weer met hoge verwachtingen begon aan Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt.

Op zijn vierde album gaat Curtis Harding grotendeels verder waar zijn vorige albums ophielden. Ook Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt klinkt afwisselend als een soulalbum uit een ver verleden of een neo-soul album uit het heden. De balans slaat ook dit keer door naar de soulmuziek uit het verleden, wat alles te maken heeft met het rijk georkestreerde soulgeluid, dat herinnert aan legendarische albums van onder andere Marvin Gaye en naamgenoot Curtis Mayfield.

De muzikant uit Atlanta, Georgia, had dit keer geen behoefte aan een producer en nam de productie van zijn vierde album zelf voor zijn rekening. Dat leek me op voorhand een riskante of zelfs overmoedige stap, maar het pakt verrassend goed uit. Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt klinkt net als zijn voorgangers bijzonder aangenaam met een geluid vol echo’s uit het verleden, maar ook voldoende invloeden uit het heden.

Het warme en soms kosmische soulgeluid op het album, dat werd georkestreerd door ene Steve Hackman, biedt een fraaie basis voor de stem van Curtis Harding en die klinkt ook op Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt weer prachtig. De Amerikaanse muzikant laat ook op zijn vierde albums weer horen dat hij moet worden gerekend tot de beste soulzangers van dit moment en het is gelukkig een soulzanger die niet verliefd is op eindeloze stembuigingen.

Ik ben er nog niet uit of ik Departures & Arrivals: Adventures Of Captain Curt beter vind dan voorganger If Words Were Flowers, dat in alle opzichten de weg heeft geplaveid voor het nieuwe album, maar het is absoluut een uitstekend album en zeker een van de betere soulalbums van 2025. Later dit jaar staat Curtis Harding in TivoliVredenburg, voor wie het aandurft. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Jeffrey Halford and the Healers - Kerosene (1998) 4,0

7 september 2025, 19:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeffrey Halford & The Healers - Kerosene (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jeffrey Halford & The Healers - Kerosene (1998)
De Amerikaanse muzikant Jeffrey Halford en zijn band The Healers leverden de afgelopen elf jaar vier prima albums af, maar ook het in 1998 verschenen en vervolgens helaas wat vergeten Kerosene mag er zeker zijn

De prijzen van concerten rijzen af en toe de pan uit, maar Jeffrey Healers & The Healers kun je de komende weken op de Nederlandse en Belgische podia zien voor nog geen twee tientjes. Dat is een koopje, waardoor er geld overblijft voor de uitstekende albums van de Texaanse muzikant en zijn geweldige band. Het debuutalbum van Jeffrey Halford & The Healers. Kerosene uit 1998, is onlangs voor het eerst op vinyl verschenen en laat goed horen wat je de komende maand op het podium kunt verwachten. Kerosene valt op door geweldig gitaarwerk, uitstekende zang, aansprekende songs en een mooie mix van invloeden. Het klinkt 25 jaar na de release nog net zo lekker als toen.

Jeffrey Halford en zijn band The Healers lieten voor het eerst van zich horen in 1998 toen hun debuutalbum Kerosene verscheen. Het is een album dat het volgens mij goed deed onder liefhebbers van Americana, bluesrock en rootsrock, maar ook liefhebbers van andere soorten rockmuziek konden goed uit de voeten met het uitstekende debuutalbum van Jeffrey Halford & The Healers. Het in een beperkte oplage uitgebrachte Kerosene groeide naar verluidt al snel uit tot een collectors item, maar het werd hierna ook snel stil rond de van oorsprong Texaanse muzikant en zijn Californische band.

In 2001 verscheen nog wel een album (Hunkpapa), maar hierna doken Jeffrey Halford en zijn band pas weer op in 2014 toen het album Rainmaker verscheen. Het is een album dat op websites met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek kon rekenen op zeer lovende recensies, maar zelf liet ik me op het verkeerde been zetten door de cover van het album, die in ieder geval voor mij suggereerde dat het om een album met stokoude rock ’n roll ging.

Ik pikte wel de volgende twee albums van Jeffrey Halford & The Healers op en was zeer te spreken over Lo Fi Dreams uit 2017 en West Towards South uit 2019. Beide albums vielen op door aansprekende songs, maar vooral door geweldig gitaarwerk en de bluesy en soulvolle stem van Jeffrey Halford, die ik met Robert Cray vergeleek. Waarom ik het in 2022 verschenen Soul Crusade niet heb besproken weet ik eerlijk gezegd niet. Ik heb het album destijds zeker ontvangen en toen ik er deze week nog eens naar luisterde kon ik alleen maar concluderen dat het Soul Crusade zeker niet minder is dan zijn twee voorgangers.

Ik had twee redenen om weer eens te luisteren naar de muziek van Jeffrey Halford en zijn band. Allereerst zijn Jeffrey Halford & The Healers de komende maand te zien op de Nederlandse en Belgische podia en doen ze zelfs mijn geliefde Leiden aan (check voor de data: https://jeffreyhalford.com/shows). Hiernaast verscheen Kerosene een tijdje geleden voor het eerst op vinyl.

Het is een album dat inmiddels ruim 25 jaar oud is, maar de songs van Jeffrey Halford en zijn band klinken nog net zo energiek als op de dag van de release. Objectief gezien zijn de latere albums van de band misschien nog net wat beter dan Kerosene, maar een debuutalbum blijft toch iets bijzonders. Met Kerosene is ook echt helemaal niets mis.

Jeffrey Halford is een prima zanger, die zowel in wat stevigere als wat meer ingetogen tracks makkelijk indruk maakt met zijn soulvolle stem. Zijn bluesy gitaarwerk staat bovendien als een huis en wordt zeer trefzeker ondersteund door een solide spelende band, die met veel energie, maar ook met veel souplesse en klasse speelt. Ook de songs op Kerosene spreken makkelijk tot de verbeelding en dat geldt ook voor de mix van rootsrock, bluesrock en Americana op het album.

Het duurde lang voordat Jeffrey Halford & The Healers de draad weer op konden pakken na Kerosene, maar aan de kwaliteit van het debuutalbum lag dat zeker niet. Ga de Californische band zeker voor een prikkie zien op de intieme podia de komende maand, maar ook het vinyl van Kerosene zou ik zeker niet laten liggen en dat geldt ook voor de laatste drie albums van deze geweldige band. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Lanie Gardner - Faded Polaroids (2025) 4,0

7 september 2025, 10:36 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lanie Gardner - Faded Polaroids - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lanie Gardner - Faded Polaroids
Na haar verrassend sterke debuutalbum A Songwriter’s Diary laat de Amerikaanse muzikante Lanie Gardner op haar deze week verschenen tweede album Faded Polaroids horen dat ze nog beter en veelzijdiger kan

Ik begon in de herfst van 2024 met hele lage verwachtingen aan het debuutalbum van Lanie Gardner, die ik alleen kende van een vreselijke Fleetwood Mac cover, maar haar debuutalbum bleek een verrassend goed countrypopalbum. Ik vond A Songwriter’s Diary uiteindelijk zelfs jaarlijstjeswaardig. Het is nog altijd dringen binnen de countrypop, maar ook het tweede album van Lanie Gardner valt in positieve zin op. De Amerikaanse muzikante heeft een flinke stapel aansprekende songs geschreven en heeft deze voorzien van een geluid waarin ruimte is voor invloeden uit de country, pop en rock. De mooie stem van Lanie Gardner maakt het ook dit keer helemaal af.

In de herfst van 2024 verscheen het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Lanie Gardner. Ze was op dat moment vooral bekend van een door David Guetta tot goedkope danstrack getransformeerde versie van Fleetwood Mac’s Dreams, waarin haar stem echt het enige lichtpuntje was. Haar debuutalbum A Songwriter’s Diary bleek echter een verrassend sterk album, dat het uiteindelijk schopte tot mijn jaarlijstje.

Op haar debuutalbum maakte Lanie Gardner lekker in het gehoor liggende countrypop, maar het was wel countrypop met een voldoende dosis pure country en een niet al te dik laagje pop. Ik vergeleek het met de meer country getinte songs van Kacey Musgraves en veel mooier dan dat ken ik het niet in het genre.

Lanie Gardner keert deze week alweer terug met haar tweede album en laat horen dat A Songwriter’s Diary geen toevalstreffer was. Ook op Faded Polaroids maakt de muzikante, die opgroeide aan de voet van de Appalachen in North Carolina maar op jonge leeftijd neerstreek in Nashville, Tennessee, het soort countrypop dat momenteel populair is in de Amerikaanse country hoofdstad.

De eigenzinnige Lanie Gardner heeft zich echter zeker niet volledig in het strakke keurslijf van de Nashville countrypop laten persen. Veel songs op het album bevatten wat stevigere uitstapjes, die laten horen dat Lanie Gardner niet alleen een zwak heeft voor country en pop, maar ook voor rock. De Amerikaanse muzikante flirt hiernaast met Laurel Canyon singer-songwriter pop en laat hier en daar horen dat haar liefde voor Fleetwood Mac verder rijkt dan Dreams.

De muzikante uit Nashville schreef samen met een aantal gerenommeerde songwriters uit Music City en nog geen jaar na haar debuutalbum maar liefst 18 songs voor haar nieuwe album, dat ruim 50 minuten muziek bevat. Op haar debuutalbum hoorde ik af en toe iets van Kacey Musgraves, maar Faded Polaroids zit dichter bij de albums van Megan Moroney, een andere persoonlijke favoriet uit de countrypop van het moment.

Zeker wanneer de songs wat steviger klinken heeft het tweede album van Lanie Gardner bovendien raakvlakken met de albums waarmee Gretchen Wilson en Miranda Lambert ooit opdoken. Ook Morgan Wade en Carly Pearce, overigens ook persoonlijke favorieten, dragen zeker relevant vergelijkingsmateriaal aan.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal aangenaam en wat mij betreft nergens te glad, maar het sterkste wapen van Lanie Gardner is ook dit keer haar stem, die zich soepel beweegt door de mix van country, pop en rock. Ik kom wekelijks meerdere albums tegen die in dezelfde vijver vissen als Lanie Gardner, maar net als op haar debuutalbum heeft de Amerikaanse muzikante genoeg in huis om zich te onderscheiden van de moordende concurrentie.

Het was ook dit keer de stem van Lanie Gardner die me over de streep trok, maar Faded Polaroids trekt ook steeds nadrukkelijker mijn aandacht met een serie hele goede songs, met persoonlijk teksten die een inkijkje geven in de persoon Lanie Gardner en met een lekker veelzijdig geluid dat door de subtiele invloeden uit de rock en de hoorbare liefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek altijd oprecht klinkt. Met Faded Polaroids maakt Lanie Gardner de belofte van haar debuutalbum A Songwriter’s Diary dan ook makkelijk waar. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Big Thief - Double Infinity (2025) 4,5

6 september 2025, 11:12 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Big Thief - Double Infinity - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Big Thief - Double Infinity
Bij Big Thief wist je zo langzamerhand wel wat je moest verwachten van een nieuw album, maar deze verwachtingen komen niet uit bij beluistering van Double Infinity, dat in meerdere opzichten flink anders klinkt

Big Thief werd aan het begin van 2022 definitief een grote band dankzij het prachtige Dragon New Warm Mountain I Believe In You, maar eigenlijk was de Amerikaanse band al een grote band sinds haar debuutalbum. Dat Big Thief echt een hele grote band is laat het horen op het deze week verschenen Double Infinity. Big Thief slaat op haar zesde album immers nieuwe wegen in en kiest voor een complexer en zweveriger geluid dan we van de band kennen. In muzikaal opzicht zijn flinke stappen gezet en ook de zang van Adrianne Lenker is wat mij betreft beter, maar ondanks alle vernieuwing is Double Infinity ook een typisch Big Thief album. Wat mij betreft het zesde prachtalbum van de Amerikaanse band.

Net iets meer dan negen jaar geleden schreef ik voor het eerst een recensie over een album van de band Big Thief. Masterpiece, het in 2016 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse band, was misschien geen onbetwist meesterwerk, maar liet al wel horen dat Big Thief heel groot zou kunnen gaan worden, wat vervolgens ook gebeurde.

Ik luister de afgelopen jaren vooral naar de latere albums van de band uit Brooklyn, New York, maar toen ik Masterpiece de afgelopen week weer eens beluisterde was ik behoorlijk onder de indruk van het eerste album van Big Thief. Het debuutalbum van Big Thief laat eigenlijk al horen waar de band op Capacity (2017), U.F.O.F. (2019), Two Hands (2019) en Dragon New Warm Mountain I Believe in You (2022) naar toe zou gaan, al slaat Big Thief ook op ieder album weer nieuwe wegen in.

Deze week is het nieuwe album van Big Thief verschenen en bij beluistering van Double Infinity hoor ik voor het eerst nauwelijks meer iets van Masterpiece. Door het vertrek van bassist Max Oleartchik is Big Thief gereduceerd tot een trio, maar Adrianne Lenker, Buck Meek en James Krivchenia krijgen op Double Infinity gezelschap van een flink aantal gastmuzikanten, van wie er een aantal uit de jazzscene komen. Verder is er een rol weggelegd voor new age muzikant Laraaji, die nog wat zweverigheid toevoegt aan de band.

Het heeft flink wat invloed gehad op het geluid van de band, want Double Infinity is een complexer album dan de vorige albums van Big Thief. Het is bovendien een wat psychedelischer of zelfs zweveriger album, al verwerkte de band op het album U.F.O.F uit 2019 ook al flink wat invloeden uit de psychedelica.

In muzikaal opzicht heeft Big Thief stappen gezet, wat er wordt knap gemusiceerd op het nieuwe album. De gastmuzikanten geven de band vooral in ritmisch opzicht een impuls, maar Double Infinity laat ook een geluid horen dat bestaat uit meerdere lagen, waardoor het ruwe karakter van de vorige albums heeft plaatsgemaakt voor een complexer en voller geluid. Het is allemaal weer fraai vastgelegd door producer Dom Monks, met wie de band ook op de vorige albums werkte.

In muzikaal opzicht heeft Big Thief stappen gezet, zeker wanneer de band lijkt te improviseren en de tijd neemt voor experiment, maar ook in vocaal opzicht heeft de band zich ontwikkeld. De soms wat onvaste zang van Adrianne Lenker gaf de songs in het verleden wel iets charmants, maar de wat verzorgdere en wat mij betreft ook mooiere zang op Double Infinity heeft ook wel wat en wordt nog verder opgetild door fraaie achtergrondvocalen van Hannah Cohen, June McDoom en Alena Spanger.

Double Infinity klinkt niet alleen in muzikaal en vocaal opzicht duidelijk anders dan zijn voorgangers, maar laat in een groot deel van de songs ook nauwelijks meer invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek horen, een typische Big Thief tracks als Los Angeles uitgezonderd. Ondanks het feit dat er heel veel anders is op het zesde album van de band uit New York klinkt Double Infinity op een of andere manier toch onmiskenbaar als Big Thief en dat is knap.

Het is misschien even wennen aan het nieuwe geluid van de band, maar ik vond Double Infinity eigenlijk direct prachtig en het album wordt zeker niet minder wanneer je het vaker hoort en ook de teksten van Adrianne Lenker steeds meer binnen komen. En is vernieuwing niet precies wat je van een grote band verwacht? Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Caroline Spence - Heart Go Wild (2025) 4,0

5 september 2025, 15:41 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caroline Spence - Heart Go Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Caroline Spence - Heart Go Wild
Caroline Spence trekt helaas nog weinig aandacht met haar nieuwe album Heart Go Wild, maar het is een uitstekend album, dat zowel liefhebbers van country als liefhebbers van countrypop zeer zal aanspreken

De Amerikaanse muzikante Caroline Spence heeft al een aantal prima albums op haar naam staan, maar met het deze week verschenen Heart Go Wild zet ze wat mij betreft een flinke stap. De muzikante uit Nashville werd tot dusver vooral geschaard onder de wat traditioneler ingestelde muzikanten binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar haar nieuwe album klinkt verrassend lichtvoetig. Het verwerken van wat meer invloeden uit de countrypop levert een bijzonder lekker in het gehoor liggend album op, maar het randje pop is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de songs op het album. Nu nog flink wat aandacht voor dit album, want dat verdient Caroline Spence absoluut.

In mijn recensie van het album van Mint Condition van Caroline Spence schreef ik in het voorjaar van 2019 onder andere dat het niet meevalt om op te vallen binnen het enorme aanbod aan nieuwe Amerikaanse rootsmuziek. Dat aanbod was in 2019 inderdaad behoorlijk groot en dat is ruim zes jaar later niet anders. Caroline Spence viel me in 2019 vooral op met haar stem, maar Mint Condition liet ook een fraai en veelzijdig countrygeluid horen.

Het was tot voor kort de enige keer dat de muziek van Caroline Spence me was opgevallen, want de drie albums die vooraf gingen aan Mint Condition heb ik helemaal niet opgemerkt, terwijl ik het in 2022 verschenen True North waarschijnlijk wel heb beluisterd, maar uiteindelijk viel het album toch tussen wal en schip, wat overigens niet terecht was.

Deze week verscheen een nieuw album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, en ik ben echt als een blok gevallen voor Heart Go Wild. Op haar nieuwe album schuift Caroline Spence wat op van country naar countrypop, maar Heart Go Wild is zeker geen doorsnee countrypop album. De Amerikaanse muzikante is er in geslaagd om het beste van twee werelden te verenigen en maakt nu Amerikaanse rootsmuziek met de charme van pop of pop met gevoel en eerbied voor de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek.

Direct vanaf de openingstrack valt op dat Heart Go Wild is voorzien van een zeer smaakvol geluid. Het is zeker geen typisch rootsgeluid, maar zeker wanneer de gitaren domineren bevat de muziek van Caroline Spence voldoende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek om liefhebbers van het genre aan te spreken. In de tracks waarin de piano een dominante rol speelt schuift de muziek wat op richting tijdloze singer-songwriter muziek en hier en daar is er ook nog een uitstapje richting rock.

Dat ik Heart Go Wild toch ook een countrypop album noem heeft vooral te maken met de songs op het album en met de stem van Caroline Spence. De songs op het nieuwe album van de muzikante uit Nashville zijn stuk voor stuk behoorlijk toegankelijk, liggen bijzonder lekker in het gehoor en zijn zonder uitzondering voorzien van aangename melodieën en aanstekelijke refreinen. Ik noemde de stem van Caroline Spence in mijn bespreking van Mint Condition een stem die is gemaakt voor countrymuziek. Dat is het nog steeds, maar het is een stem die het ook geweldig doet in countrysongs met een flinke dosis pop.

De combinatie van het warme en smaakvolle geluid, de zich bijzonder makkelijk opdringende songs en de zeer aangename stem van Caroline Spence werkt perfect en levert wat mij betreft een album op dat ver boven het maaiveld uit steekt. Het verbaast me dan ook en het is bovendien doodzonde dat er vooralsnog heel weinig is geschreven over het nieuwe album van Caroline Spence, wat de uitspraak aan het begin van deze recensie nog eens bevestigt.

Zelfs was ik eigenlijk direct gecharmeerd van het licht vernieuwde geluid van de Amerikaanse muzikante, maar Heart Go Wild is ook een album dat beter wordt naarmate je het vaker hoort, wat alles te maken heeft met de songwriting skills en de zang van Caroline Spence, die misschien niet behoort tot de bekendste muzikanten uit Nashville, maar wel tot de betere, zeker met een album als Heart Go Wild op zak. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Blood Orange - Essex Honey (2025)

5 september 2025, 12:45 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Blood Orange - Essex Honey - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Blood Orange - Essex Honey
De muziek van Blood Orange was tot dusver wat langs me heen gegaan, maar de Britse muzikant Devonté Hynes heeft met Essex Honey een fascinerend album gemaakt met een bonte mix aan invloeden en geweldige songs

Essex Honey is al het zesde album van de Britse muzikant Devonté Hynes, die ooit deel uitmaakte van de band Test Icicles, maar inmiddels al weer heel wat jaren muziek maakt onder de naam Blood Orange. Het is muziek waar nogal wat en flink uiteenlopende labeltjes op worden geplakt, maar met het in een hokje stoppen van Essex Honey doe je het album flink te kort. Samen met flink wat gastmuzikanten heeft Devonté Hynes een album gemaakt waarop je maar nieuwe dingen blijft horen, maar dat ook vol staat met memorabele songs. Ik moet er nog veel vaker naar luisteren om het album volledig te doorgronden, maar begrijp wel waarom Essex Honey hier en daar een bescheiden meesterwerk wordt genoemd.

De albums van Blood Orange kunnen inmiddels al een kleine vijftien jaar rekenen op zeer positieve recensies. Ik heb zeker niet alle albums van het project van de Britse muzikant Devonté Hynes, geboren als David Joseph Michael Hynes, beluisterd, maar ik heb er zeker een aantal voorbij horen komen sinds het debuutalbum uit 2011.

Veel meer dan vluchtig beluisteren heb ik niet gedaan vrees ik, waarna ik al snel concludeerde dat de muziek van Blood Orange niets voor mij was. Dat gold ook al voor de muziek van Test Icicles, de vorige band van de Britse muzikant en als je een oordeel hebt hou je daar helaas makkelijk aan vast.

Ook het deze week verschenen Essex Honey had ik weer makkelijk opzij gelegd, maar het album bleef op een of andere manier aan me trekken. Dat heeft deels te maken met de wederom zeer positieve recensies, maar ook de gastenlijst trok nadrukkelijk mijn aandacht. Op de gastenlijst van Essex Honey prijken onder andere de namen van Caroline Polachek, Durutti Column, Lorde, Mustafa, Tirzah en Mabe Frati en dat is een lijstje namen dat je niet vaak op ziet duiken op één album.

Essex Honey is al het zesde album van Blood Orange en volgt op een periode van stilte van zeven jaar, waarin Devonté Hynes onder andere de aandacht trok met remixes. Dat doet hij op Essex Honey weer met zijn eigen muziek en nu ik het album meerdere keren heb beluisterd kan ik alleen maar concluderen dat de Britse muzikant dit op zeer indrukwekkende wijze doet.

Op basis van de vluchtige beluistering van de vorige albums had ik Blood Orange ingedeeld in het hokje R&B, maar dat is slechts een van de vele gezichten van het project. Bij beluistering van Essex Honey trekt een bont palet aan stijlen voorbij. Ik hoor inderdaad invloeden uit de R&B, maar het album bevat ook flarden jazz en triphop. Hiernaast doen de beeldende klanken van Blood Orange hier en daar aan filmmuziek of neoklassieke muziek denken, maar Devonté Hynes flirt ook met elektronische popmuziek, indierock en Britse new wave.

Vaak worden al deze invloeden gecombineerd in popsongs die makkelijk verleiden, maar die ook vol bijzondere details zitten. In veel tracks hoor je lome en R&B achtige beats, maar deze worden omgeven door ritmes uit de jazz en de triphop. De soulvolle vocalen duwen Essex Honey wat verder in de richting van de R&B, maar het klinkt geen moment als de meeste andere R&B albums die ik ken. Door elektronica en de bijdragen van onder andere Lorde en Caroline Polachek schuiven de songs van Blood Orange af en toe richting pop, maar de muziek van de Britse muzikant kan ook jazzy en soulvol klinken, met hier en daar een vleugje psychedelica.

Het zal duidelijk zijn dat Essex Honey een album is dat niet is te voorzien van één etiket en dat wordt alleen maar duidelijker wanneer je het album vaker hoort en de verschillende invloeden steeds meer samenvloeien. De enorme talenten van Devonté Hynes worden inmiddels al geruime tijd erkend en ik kan alleen maar toegeven dat ik heb zitten slapen de afgelopen vijftien jaar. Essex Honey is een album dat Prince had kunnen maken wanneer hij nog net wat verder buiten zijn muzikale comfort zone was gekropen en het was zeker niet het minste album van de Amerikaanse muzikant geweest. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van Essex Honey. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

The Beths - Straight Line Was a Lie (2025) 4,5

4 september 2025, 21:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Beths - Straight Line Was A Lie - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Beths - Straight Line Was A Lie
De Nieuw-Zeelandse band The Beths gooit er op Straight Line Was A Lie nog een serie geweldige popsongs tegenaan en het zijn popsongs die meedogenloos vermaken, maar ook in artistiek opzicht zeer interessant zijn

Wekelijks krijg ik via een geliefde Nieuw-Zeelandse muziekwinkel de hoogtepunten uit de Nieuw-Zeelandse muziekscene voorgeschoteld. Zo kwam ik ook ooit op het spoor van The Beths, maar inmiddels is de band uit Auckland ook ver buiten de eigen landsgrenzen bekend. En terecht, want de eerste drie albums van de band waren geweldig en ook het deze week verschenen Straight Line Was A Lie spreekt weer zeer tot de verbeelding. De band doet dit met aanstekelijke gitaarsongs, maar op het nieuwe album neemt de band ook met enige regelmaat gas terug, wat heerlijk klinkt, zeker in combinatie met de uitstekende stem van Elizabeth Stokes. Met een nieuw album van The Beths kan de Nieuw-Zeelandse zomer beginnen en wij genieten hier stiekem mee.

De echte zomer zit er hier zo langzamerhand wel op, maar in Nieuw-Zeeland breekt nu de lente aan en is de zomer in aantocht. Hoogste tijd dus voor wat zonnige en zomerse albums vanaf de andere kant van de wereld. Voor dit soort albums ben je de afgelopen jaren absoluut aan het juiste adres bij de Nieuw-Zeelandse band The Beths.

De band uit Auckland maakte met Future Me Hates Me (2018), Jump Rope Gazers (2020) en Expert In A Dying Field (2022) drie geweldige albums, die gelukkig ook buiten de Nieuw-Zeelandse landsgrenzen flink wat aandacht hebben gekregen. Het zijn albums met afwisselend zonnige, wat meer ingetogen of voorzichtig stekelige of gruizige songs, waarin heerlijke gitaarakkoorden en de bijzonder aangename stem van frontvrouw Elizabeth Stokes de belangrijkste ingrediënten zijn.

Het zijn albums die ik in eerste instantie omschreef als een mix van Throwing Muses, The Bangles, Belly, Juliana Hatfield, Magnapop, The Sundays, The Cardigans en wat eigenzinnige Schotse bands, maar uiteindelijk noemde ik vooral Rilo Kiley en ons eigen Bettie Serveert als relevant vergelijkingsmateriaal. Je hoort het allemaal ook weer terug op het deze week verschenen Straight Line Was A Lie, maar na drie uitstekende albums is de Nieuw-Zeelandse band op haar vierde album vooral zichzelf.

De muziek van The Beths klinkt op Straight Line Was A Lie direct vertrouwd. In de openingstrack en titeltrack vermaakt de band onmiddellijk met zonnige gitaarlijnen, de onweerstaanbare stem van Elizabeth Stokes en heerlijke koortjes met een vleugje Westcoast pop. De band uit Auckland combineert op prachtige wijze gruizige gitaarmuurtjes met aanstekelijke refreinen en subtiele wendingen, wat direct een memorabele popsong oplevert.

Straight Line Was A Lie staat vol met dit soort popsongs en net als op de vorige albums van The Beths is het geluid van de band verrassend veelzijdig. Na de uitbundige openingstrack vervolgt de band haar weg met een ingetogen folkpop songs met echt prachtige zang van Elizabeth Stokes en stiekem toch ook weer een gitaarsolo.

De muziek van The Beths rammelde nog flink op het debuutalbum, maar klinkt op Straight Line Was A Lie echt prachtig. Het album werd geproduceerd door de gitarist van de band en hij heeft vakwerk afgeleverd met een zowel spontaan als vakkundig klinkend geluid, dat niet onder doet voor dat van een producer van naam en faam.

Het blijft knap hoe de muziek van The Beths het ene moment bijna zoet en lieflijk kan klinken, maar er het volgende moment toch weer een ruwe en stekelige popsong tegenaan gooit. Ik ben inmiddels zeer verknocht aan de wat meer ingetogen songs op het album, maar ook de uptempo songs op het album zijn niet te weerstaan, zeker als de band er bijna Beach Boys achtige intermezzo’s tegenaan gooit.

Helemaal aan het begin van deze recensie sprak ik het verlangen naar (na)zomerse albums uit en dit verlangen wordt volledig vervuld door The Beths. Zeker wanneer de gitaarakkoorden vol zonnestralen zitten laat Straight Line Was A Lie de gevoelstemperatuur stijgen en krijgt je humeur direct een positieve boost.

De Nieuw-Zeelandse band is dankzij haar vorige albums inmiddels een vaste waarde in mijn jaarlijstje en dat gaat dit jaar zeker niet veranderen, want ik sla Straight Line Was A Lie nog wat hoger aan dan de vorige albums, al is het maar omdat de zang van Elizabeth Stokes op het nieuwe album nog wat mooier is en de diversiteit van de songs nog wat verder is toegenomen. Wat een geweldige band is dit toch. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Heir of the Cursed - Heir of the Cursed (2025) 4,5

3 september 2025, 17:17 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Heir Of The Cursed - Heir Of The Cursed - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Heir Of The Cursed - Heir Of The Cursed
Deze week verscheen het debuutalbum van Heir Of The Cursed, een project van Beldina Odenyo, dat je ruim een uur lang op indringende wijze bij de strot grijpt, maar dat helaas ook de zwanenzang van deze bijzondere muzikante blijkt

Er is tot dusver weinig aandacht besteed aan het titelloze debuutalbum van Heir of The Cursed, terwijl het een album van een bijzondere of zelfs unieke schoonheid is. Het is helaas het eerste maar direct ook het laatste album van Heir Of The Cursed, want Beldina Odenyo, de vrouw achter het project, maakte een einde aan haar leven voor ze haar eerste album kon maken. Het album is er gelukkig toch gekomen en het is een uniek album. Het is een aardedonker album, maar het is ook een album met prachtige muziek en minstens even indrukwekkende zang. Het is een album dat je niet kunt beluisteren zonder een brok in de keel, maar hoe vaker ik de muziek van Heir Of The Cursed hoor, hoe mooier en indrukwekkender het wordt.

Er gebeurt helaas nog niet al te veel op het social media platform Bluesky, dat een alternatief biedt voor Elon Musk’s steeds extremer wordende platform X, maar eerder deze week kreeg ik op het nieuwe platform voor het eerst een hele mooie muziektip. Het betreft het debuutalbum van Heir Of The Cursed, een project van Beldina Odenyo, die werd geboren in Kenia, maar opgroeide in Schotland.

Het is een debuutalbum waar een heel triest verhaal aan vast zit, want Beldina Odenyo maakte in 2021 een einde aan haar leven. Ze deed dit toen ze op het punt van doorbreken stond, want haar bijzondere muziek begon in het Verenigd Koninkrijk rond de tijd van haar zelfverkozen dood net flink de aandacht te trekken, onder andere na een optreden waar iedereen stil van werd.

Haar zus heeft zich de afgelopen jaren ontfermd over de muzikale erfenis van Beldina Odenyo, waardoor afgelopen week, op wat de vijfendertigste van de Keniaans-Schotse muzikante had moeten zijn, toch nog een debuutalbum van Heir Of The Cursed verscheen.

Het is een debuutalbum dat is gemaakt op basis van de thuisopnamen die Beldina Odenyo heeft nagelaten. Of het debuutalbum van Heir Of The Cursed klinkt zoals Beldina Odenyo dat voor ogen had weten we dus niet, maar het is een bijzonder en wat mij betreft erg mooi album geworden.

Bij een op basis van demo’s gemaakt album verwacht je in een muzikaal opzicht wat eenvoudiger album, maar dat is het debuutalbum van Heir Of The Cursed zeker niet. De songs op het album zijn bijzonder mooi ingekleurd met vooral zeer karakteristiek gitaarwerk, dat de muziek van Heir Of The Cursed een geheel eigen karakter geeft. De muziek op het album is behoorlijk sober, maar kaal klinkt het zeker niet.

Het debuutalbum van Heir Of The Cursed is in muzikaal opzicht lastig te duiden. In de muziek hoor ik vooral invloeden uit de folk en de jazz, maar de songs van Beldina Odenyo hebben een behoorlijk eigenzinnig of zelfs uniek geluid. Het is een geluid dat vaak behoorlijk donker of bijna beklemmend klinkt en door de repeterende elementen in het gitaarwerk en de soms behoorlijk lange songs heeft de muziek op het album ook zeker iets bezwerends.

Het bijzondere gitaarspel is bijna alles dat Beldina Odenyo nodig heeft voor haar songs, waaraan incidenteel percussie en wat toetsen zijn toegevoegd. Het wat ruimtelijke en elementaire maar o zo trefzekere gitaarspel vormt de perfecte basis voor de stem van de Keniaans-Schotse muzikante.

De stem van Beldina Odenyo is minstens net zo bijzonder als de muziek op haar debuutalbum. Het is een mooie maar ook zeer expressieve en emotievolle stem, die het wat donkere of beklemmende karakter van de songs van Heir of The Cursed verder versterkt. Ook in de stem van Beldina Odenyo hoor je invloeden uit de folk en de jazz, maar haar stem heeft ook het unieke en intense dat bijvoorbeeld ook de stem van Sinéad O’Connor had.

Hier en daar duiken wat Afrikaanse invloeden op in de muziek, maar heel prominent zijn ze niet. Naast de muziek en de zang zijn ook de teksten op het debuutalbum van Heir Of The Cursed behoorlijk donker. Het ontheemd opgroeien in een Schots dorp heeft Beldina Odenyo getekend en er waren wel meer demonen op haar pad. Het voorziet haar al zo bijzondere songs van nog wat meer lading. Het is doodzonde dat het eerste album van Heir Of The Cursed ook direct de laatste is, maar gelukkig is dit album er gekomen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Modern Nature - The Heat Warps (2025) 4,0

3 september 2025, 16:43 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Modern Nature - The Heat Warps - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Modern Nature - The Heat Warps
De muziek van de Britse band Modern Nature werd er de afgelopen jaren niet makkelijker op, maar op The Heat Warps slaat de band uit Cambridge een wat toegankelijkere weg in, met een bijzonder mooi album als resultaat

No Fixed Point In Space van de Britse band Modern Nature kon twee jaar geleden rekenen op positieve woorden van de critici, maar het was ook een lastig te doorgronden album, waarvan, in ieder geval bij mij, uiteindelijk maar weinig bleef hangen. Dat de band op haar nieuwe album The Heat Warps kiest voor een veel toegankelijker geluid is wat mij betreft dan ook goed nieuws. De muziek van Modern Nature klinkt op het nieuwe album bijzonder aangenaam, maar de band heeft haar eigenzinnigheid en muzikaliteit zeker behouden. Het levert een album op vol prachtige momenten, maar het is ook een album met songs die zich dit keer wel makkelijk in het geheugen nestelen.

Op een of andere manier wordt de naam van de band Modern Nature niet in mijn geheugen opgeslagen. De band uit het Britse Cambridge bracht deze week met The Heat Warps haar vijfde album uit, maar er ging bij mij niet direct een belletje rinkelen toen ik de naam van de band zag in de releaselijsten.

Dat is best opmerkelijk, want How To Live, het debuutalbum van Modern Nature, haalde in 2019 met overtuiging mijn jaarlijstje en nadat ik de twee volgende albums van de Britse band had gemist, was ik in 2023 ook weer heel enthousiast over No Fixed Point In Space, het vierde album van Modern Nature.

Dat ik de naam van de band steeds vergeet staat niet helemaal los van de muziek op de tot dusver verschenen albums, want Modern Nature maakt op haar eerste vier albums muziek die zich niet direct opdringt en die ook na talloze keren horen nog nieuwe dingen laat horen.

Het is muziek die niet zo heel makkelijk te omschrijven is, wat ook wel is te merken aan mijn recensie van het debuutalbum van de band, waarin ik How To Live omschreef als een mix van folk, jazz, indierock, psychedelica en progrock, de songs van de band afwisselend beeldend en experimenteel noemde en ik Modern Nature omschreef als een kruising tussen bands uit de Britse Canterbury scene uit de jaren 70 en Radiohead.

No Fixed Point In Space was twee jaar geleden een nog wat lastiger te doorgronden album, want waar Modern Nature op haar debuutalbum nog wel enigszins in de buurt bleef van popsongs met een kop en een staart, liet de band deze popsongs helemaal los op haar behoorlijk experimentele vierde album. Het is muziek die af en toe raakvlakken heeft met de muziek die Talk Talk maakte in haar nadagen, wat een bij vlagen mooi en bijzonder album opleverde, maar ook wel wat zware kost.

No Fixed Point In Space lag bij Modern Nature zelf kennelijk ook wat zwaar op de maag, want het deze week verschenen The Heat Warps klink direct vanaf de eerste noten een stuk toegankelijker dan zijn voorganger. De band is door de komst van gitariste en zangeres Tara Cunningham van een trio een kwartet geworden en klinkt deels als een andere band.

Waar Modern Nature op haar vorige album wel erg nadrukkelijk aan het navelstaren was, verrast de band uit Cambridge op haar nieuwe album met frisse popsongs, die zich een stuk makkelijker opdringen dan de songs uit het verleden. Ondanks de flinke koerswijziging heeft Modern Nature echter ook een aantal van haar sterke punten uit het verleden behouden.

Ook de songs op The Heat Warps zijn niet zomaar in een hokje te duwen en zijn spannend genoeg om de fantasie te blijven prikkelen. De mix van invloeden is niet eens zo heel verschillend van die op het debuutalbum, met af en toe een vleugje countryrock als bonus, maar toch horen we een nieuwe versie van Modern Nature.

De vorige versie van de band vond ik absoluut interessant en bij vlagen zelfs fascinerend, maar op een of andere manier beklijfde het toch niet echt. The Heat Warps kan daarentegen wel eens een hele trouwe metgezel worden tijdens wandelingen in de nazomer, herfst en winter. Het is waarschijnlijk een metgezel die niet snel gaat vervelen, want ondanks de wat toegankelijkere songs heeft Modern Nature ook op The Heat Warps weer heel veel moois en bijzonders verstopt in haar muziek. Ik heb zomaar het idee dat ik de naam van de band nu wel ga onthouden. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Ron Sexsmith - Hangover Terrace (2025) 4,5

2 september 2025, 17:14 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ron Sexsmith - Hangover Terrace - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ron Sexsmith - Hangover Terrace
Na dertig jaar is het misschien bijna gewoon dat Ron Sexsmith een album vol geweldige popsongs aflevert, maar het niveau dat de Canadese muzikant ook op zijn nieuwe album weer aantikt is geen moment gewoon

Er zijn inmiddels dertig jaren verstreken sinds de release van het officiële debuutalbum van Ron Sexsmith. In die dertig jaar is de Canadese muzikant door de critici, door zijn collega’s en door zijn fans bewierookt als groot songwriter en daar valt niets op af te dingen. De laatste albums van Ron Sexsmith hebben misschien net wat minder lof geoogst dan zijn vroegere albums, maar ik vind ze zeker niet minder goed. Ook het deze week verschenen Hangover Terrace is weer een sterk album. Ron Sexsmith staat ook dit keer weer garant voor tijdloze popsongs die je direct wilt koesteren. Het zijn popsongs met een hang naar het verleden, maar de songs van Ron Sexsmith klinken ook altijd fris en urgent.

Het in 1991 en in eerste instantie alleen op cassette uitgebrachte debuutalbum van de Canadese muzikant Ron Sexsmith trok zeker niet in brede kring de aandacht, maar leverde hem wel een platencontract op. Het resulteerde in 1995 in een titelloos album, dat door de critici vrijwel unaniem zeer uitvoerig werd geprezen. Sindsdien staat Ron Sexsmith bekend als een groot songwriter en dat is zeker niet overdreven.

Het is bovendien volkomen terecht, want vanaf zijn officiële debuutalbum laat Ron Sexsmith horen dat hij het schrijven van songs tot in de perfectie beheerst. Het zijn songs die hij ook nog eens op zeer fraaie wijze kan vertolken, waardoor het beluisteren van een Ron Sexsmith album inmiddels al dertig jaar een zeer aangename ervaring is en hij meerdere prachtplaten op zijn naam heeft staan.

Het zijn niet alleen de critici die Ron Sexsmith hoog hebben zitten, want ook collega songwriters zijn fan en het gaat hierbij zeker niet om de minsten. Onder andere Paul McCartney, Elton John en Elvis Costello hebben in het verleden aangegeven fan te zijn en ze zijn zeker niet de enigen die het werk van Ron Sexsmith op de juiste waarde weten te schatten.

Het oeuvre van Ron Sexsmith is inmiddels omvangrijk te noemen en hoewel hij niet meer zo productief is als in zijn jongere jaren kunnen we nog altijd om de twee a drie jaar rekenen op een nieuw album. Ik merk dat de critici de laatste jaren wat zuiniger zijn met het bewieroken van de albums van Ron Sexsmith en ook het deze week verschenen Hangover Terrace wordt weliswaar positief beoordeeld, maar moet het doen zonder de superlatieven van weleer.

Dat is ook wel logisch, want op een gegeven moment raak je gewend aan het hoge niveau van de albums van de Canadese muzikant, die bovendien voortborduurt op een inmiddels beproefd recept. Aan de andere kant vind ik juist de laatste paar albums van Ron Sexsmith weer erg sterk en beter dan een aantal albums die hij na zijn eerste gloriejaren maakte.

Ook het in een wat koddige hoes gestoken Hangover Terrace is van af de eerste noten een feest van herkenning. Ron Sexsmith heeft weer een aantal tijdloze popsongs geschreven en het zijn popsongs die je onmiddellijk een goed gevoel geven. De songs van de Canadese muzikant hebben altijd een hang naar de jaren 70 gehad en dat is op zijn nieuwe album, volgens mij zijn vijftiende, niet anders.

De Canadese muzikant nam zijn nieuwe album op in Londen, waar een aantal gastmuzikanten aanschoven, onder wie Ed Harcourt en Pretenders gitarist Robbie McIntosh. Het maakt voor het geluid van Ron Sexsmith niet zo gek veel uit, want ook Hangover Terrace is weer een vintage Ron Sexsmith album.

Dat het nieuwe album in Londen werd opgenomen is niet voor niets, want de Canadese muzikant sluit met zijn tijdloze songs misschien nog wel het meest aan bij de songs van grote Britse songwriters als Paul McCartney en Ray Davies. Hangover Terrace bevat misschien geen grote verrassingen, maar voegt wel weer veertien klassieke Ron Sexsmith songs toe aan een prachtig oeuvre.

Het schrijven van direct memorabele popsongs lijkt ook bij beluistering van dit album weer zo eenvoudig, maar songs als de songs op Hangover Terrace zijn echt alleen gegeven aan de allergrootste songwriters. Niet iedereen zal Ron Sexsmith toevoegen aan het lijstje met de grootste songwriters, maar de Canadese muzikant bewijst inmiddels al dertig jaar lang keer op keer dat hij zeker op dit lijstje thuis hoort. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer  

Anna Tivel - Animal Poem (2025) 4,0

1 september 2025, 17:15 uur

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Anna Tivel - Animal Poem - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Anna Tivel - Animal Poem
De Amerikaanse singer-songwriter Anna Tivel maakt inmiddels al meer dan tien jaar bijzonder mooie albums en ook met het in een live-setting opgenomen Animal Poem maakt ze weer indruk met fantasierijke songs en haar prachtige stem

Sinds ik de muziek van Anna Tivel voor het eerst hoorde ben ik fan van de muzikante uit Portland, Oregon. De albums van Anna Tivel zijn vaak folky, maar ze maakt ook veelvuldig uitstapjes richting pop en soms jazz. Door de live-setting klinkt Animal Poem net wat ruwer en steviger dan de echte studioalbums van de Amerikaanse muzikante en dat past verrassend goed bij de prachtige stem van Anna Tivel, die ook op Animal Poem weer met heel veel gevoel zingt. De concurrentie in het genre is misschien moordend, maar zowel met haar songs en haar teksten als met de muziek en haar zang steekt Anna Tivel er ook met haar nieuwe album weer flink bovenuit.

Ik ben inmiddels alweer heel wat jaren zeer gesteld op de albums van de Amerikaanse singer-songwriter Anna Tivel. Dat begon met haar derde album Small Believer, dat in 2017 de hoogste regionen van mijn jaarlijstje haalde, waarna ik ook haar eerste twee albums ontdekte.

Small Believer zal voor altijd een bijzonder plekje in mijn hart houden, maar het in 2019 verschenen The Question was misschien nog wel indrukwekkender. Alle albums van Anna Tivel vind ik overigens bovengemiddeld goed en dat waren er tot deze week acht, een album met herbewerkingen van oude songs en een live-album meegerekend.

Het deze week verschenen Animal Poem is het zevende reguliere album van de muzikante uit Portland, Oregon, en het negende in totaal. Het is doodzonde dat de muziek van Anna Tivel nog altijd slechts in kleine kring op de juiste waarde wordt geschat, want ook Animal Poem is weer een geweldig album en bovendien een album van een niveau waaraan maar weinig singer-songwriters van het moment kunnen tippen.

Anna Tivel nam haar nieuwe album live op met een aantal bevriende muzikanten en met co-producer Sam Weber. Het live opnemen van songs gaat misschien ten koste van de perfectie, maar het zorgt op Animal Poem wel voor een bijna voelbare intimiteit en een bijzondere energie.

De muziek van Anna Tivel is vaak folky en heeft ook vaak een jaren 70 vibe en dat geldt ook voor een aantal songs op haar nieuwe album. Wanneer de muziek redelijk sober is draait alles om de stem van Anna Tivel en die is ook op Animal Poem weer prachtig. De Amerikaanse muzikante beschikt niet alleen over een van de mooiste stemmen in het genre, maar legt ook heel veel gevoel in haar stem.

Uiterst ingetogen folksongs als Hough Ave, 1966 zijn bij mij goed voor kippenvel, want wat zingt Anna Tivel mooi in songs als deze. Haar medemuzikanten hoeven zich echter niet altijd in te houden, want Animal Poem bevat ook een aantal wat voller en steviger ingekleurde songs, die wat meer neigen naar folkrock, al blijft de muziek van Anna Tivel altijd redelijk ingetogen. Onder andere in de openingstrack Holy Equation is ook een saxofoon te horen, wat het album de kant op duwt van jazz, een volgend genre dat bij Anna Tivel in uitstekende handen is.

De songs op Animal Poem zijn misschien live opgenomen, maar er is heel veel aandacht besteed aan de inkleuring van de songs, die song na song opvalt door bijzondere wendingen, als in het fantastische Airplane To Nowhere, dat de prachtige stem van Anna Tivel combineert met een ruwer geluid. Met name het gitaarwerk op het album klinkt vaak wat ruwer en dat past verrassend goed bij de zang van Anna Tivel.

Het is knap hoe de Amerikaanse muzikante in een live-setting met zoveel precisie zingt en hoewel haar stem op al haar albums prachtig klinkt, komt het bij beluistering van Animal Poem allemaal nog wat mooier uit de speakers, iets wat ook geldt voor de muziek op het album. En zo heeft Anna Tivel ook met Animal Poem weer een album gemaakt dat in alle opzichten opvalt.

De songs zijn eigenzinnig maar liggen ook lekker in het gehoor, de teksten vertellen bijzondere verhalen en dan zijn er ook nog eens de keer op keer prachtige en zeker ook avontuurlijke klanken en de betoverend mooie stem van Anna Tivel. Al met al wederom een singer-songwriter album van een zeer hoog niveau. Ga dat horen. Erwin Zijleman

» details   » naar bericht  » reageer