Het leven kan meedogenloos zijn, en ons plots zonder genade de duisternis in sleuren. Dat weet Nick Cave maar al te goed.
Eerst jarenlang erin slagend om als een levende dode op het randje van de afgrond te blijven bivakkeren (alleen Keith Richards stond nog een stapje dichter bij de richel) en steeds te overleven.
Vervolgens ver weg van de heroïne een nieuwe rol als gelukkige huisvader vindend.
Maar uiteindelijk je zoon moeten verliezen bij diens eerste ontmoeting met diezelfde afgrond waar jij jarenlang steeds op het nippertje aan ontsnapte.
Het is bijna té tragisch.
Skeleton Tree is een rauw, blauw, bloedend hart. Een pijnlijke maar fascinerende plaat waarop je zonder pardon gedwongen wordt om recht in Nick Cave’s doorweekte ogen te kijken.
Skeleton Tree is na Bowies Blackstar de tweede plaat van het jaar waarin een legendarische performer met de dood worstelt. Hier stoppen de gelijkenissen echter. Want op Blackstar worstelt David Bowie met zijn eigen dood, en op het einde van de plaat heb je het gevoel dat het hem gelukt is, dat hij erin geslaagd is zijn carrière af te sluiten op een hoogtepunt, en dat de cirkel van zijn leven rond is. Niets van dit alles op Skeleton Tree. Want Nick Cave is niet dood. Hij leeft nog, maar voor de rest van zijn dagen zonder zijn zoon. Daar is niks moois aan. Er is geen acceptatie mogelijk. Blackstar is een plaat waarvan iedere artiest mag hopen dat ie ooit in staat is met zo’n werk een carrière af te sluiten. Een Skeleton Tree moeten maken wens je zelfs je minst favoriete muzikant niet toe.
Al heeft het, toegeven, tot iets heel moois en speciaals geleid. De feel van het album is loodzwaar, maar staat desondanks vol nummers die in hun gitzwarte breekbaarheid gewoon ontzettend mooi zijn. Dit is de eerste plaat van Nick en zijn Bad Seeds waarop de liedjes pas beginnen nadat de doden gevallen zijn, en op de achtergeblevenen gefocust wordt. Waar de teksten normaal tot in de puntjes verzorgd worden al waren het fragmenten uit de wereldliteratuur, daar wordt er op Skeleton Tree voornamelijk rechtstreeks vanuit de onderbuik gezongen. Het levert een setje songs op waar je hart gewoon van breekt. ‘I need you, I need you, just breathe I need you’, je moet wel van steen zijn om hier niet op zijn minst een beetje verdrietig van te worden. Ook de gastvocalen van de Deense Else Torp op Distant Sky zijn hartverscheurend, net als het treurige orgeltje Rings Of Saturn en nog een duizendtal andere kleine en grote dingetjes doorheen de plaat. Sowieso is het soms alsof Nick geprobeerd heeft de luisteraar even leeg en verslagen achter te laten als hij zich zelf voelt.
Als dat zo is, dan is het hem gelukt. Skeleton Tree is de wrangste, minst gezellige plaat in het oeuvre van Nick en de Seeds, en dat wil na albums als The Firstborn Is Dead en Murder Ballads wel wat zeggen. Het is gelukkig ook een van zijn mooiste werkstukken geworden, al zal dit voor altijd het album blijven dat hij eigenlijk niet had mogen maken. Maar ja, dat stomme noodlot ook…
(Dit bericht komt van mijn muziekblog
The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de
facebook-pagina liken. Bedankt!)