Hier kun je zien welke berichten ArthurDZ als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Patti Smith - Horses (1975)

5,0
0
geplaatst: 24 oktober 2015, 11:48 uur
Volgende week dinsdag komt Patti Smith weer eens op bezoek in ons Belgenland. Dan is ze te zien in de Ancienne Belgique, waar ze haar debuutalbum Horses integraal zal brengen. Ook veertig jaar na uitgave blijft die prachtplaat tot de verbeelding spreken, en quite rightly so. Weinig albums zijn zo dynamisch, zo wild, zo associatief. Zo vrij. Zo intens.
And suddenly…Johnny…gets the feeling…he’s being surrounded by…Horses! Horses! Horses! Horses!
Het muzikale DNA van zowel Horses als Patti zelf loopt door voorlaatste nummer Land als een wilde maar subtiele onderstroom. De dochter uit een groot middenklassegezin is wild van Bob Dylan, The Beatles en Chuck Berry, en fantaseert tegelijkertijd dat ze de muze is van grote Franse negentiende-eeuwse dichters als Paul Verlaine en Arthur Rimbaud. Middenklassedochter ontvlucht de buitenwijken voor het New York van eind jaren ’60, wordt kunstenares, slaapt in het beroemde Chelsea Hotel, ontmoet Jimi Hendrix, wordt dichteres, wordt zangeres, brengt in ’75 Horses uit, blijft kunstenares. Zo gaat het in Land ook van ‘go Johnny go’ naar ‘go Rimbaud’, worden de paarden eerst opgevoerd als metaforen voor de grootstad als grote verslinder, om vervolgens teder beschreven te worden als ‘arabian stallions’. Eerst vraagt ze plompweg of we de Twist kunnen dansen, vervolgens begint ze te dichten als een volleerd symboliste. Haar teksten plaatsen hoge en lage cultuur naast en door elkaar, houden je op het puntje van je stoel en worden op zo’n manier gezongen dat je niet anders kan dan er iets (positiefs) bij voelen.
Ook al moest Patti zelfs in de wilde jaren ’60 niks van drugs weten, toch is dit eigenlijk een behoorlijk trippy plaat. De teksten van koningin Smith zijn vaak zo associatief dat je ze gewoon als mini-films in je hoofd kan afspelen, en muzikaal is Horses soms zodanig opzwepend dat er als vanzelf een rush komt.
Dip in to the sea…to the sea of possibilities. It started hardening in my hand, and I felt the arrows of desire…
Maar er sluimeren nog meer schimmen door Horses. Er zijn ook Gloria en Kimberly, twee volmaakte portretten van imperfecte vrouwen. De eerste is vrij, vuil en rebels, een wees in de postmoderne wereld. ‘Jesus died for somebody’s sins but not mine’ vertelt haar al even rebelse vriend(in), en Gloria knikt. Kimberly dan, (inclusief heerlijke orgelmelodie) is het eeuwig misbegrepen jongere zusje. De hele familie had het te druk met hun eigen levens om te merken dat ook zij ouder is geworden. Proberen losbreken uit het verwachtingspatroon, experimenteren met van alles en nog wat, zo is Kimberly tegenwoordig. Ze is wakker maar haar ogen dromen nog altijd. Misschien heeft ze toch nood aan wat bescherming zo nu en dan.
Er is Redondo Beach, waar het water warm is, en de cocktails lekker fris, maar waar desondanks altijd wel seksuele agressie in de lucht hangt. Er is Birdland, een droomwereld opgebouwd rond de jazzplaten waar Patti’s moeder zo dol op was. Er is de bluesey schreeuw om innerlijke rust in Break It Up. Elegie ten slotte, is de oorverdovende stilte na de storm, wakker worden uit een koortsige droom over duizenden galopperende paarden. Je doet je ogen open en ziet Patti aan je bedstee zitten. Ze heeft de hele nacht je hand vastgehouden. En ze zal je nooit meer loslaten als je dat niet wil.
Horses wordt vaak gelabeld als de eerste grote punkplaat, en Patti als de eerste punkzangeres. Mag ik het hier mee oneens zijn? Punk, hoe heerlijk het genre ook is en hoe veel het ook betekend heeft voor rockmuziek in het algemeen, is altijd wat kort door de bocht gebleven, tweedimensionaal op zijn best. Dat terwijl Patti Smith op Horses het vizier van de luisteraar juist bijna hardhandig probeert open te breken. Ze was mijn inziens de hele punkscene lichtjaren voor, maar dat deed ze subtiel. Net zo subtiel in beeld als de paardvormige speld op het jasje dat ze op de hoes draagt.
(Dit bericht komt van mijn gloednieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!
And suddenly…Johnny…gets the feeling…he’s being surrounded by…Horses! Horses! Horses! Horses!
Het muzikale DNA van zowel Horses als Patti zelf loopt door voorlaatste nummer Land als een wilde maar subtiele onderstroom. De dochter uit een groot middenklassegezin is wild van Bob Dylan, The Beatles en Chuck Berry, en fantaseert tegelijkertijd dat ze de muze is van grote Franse negentiende-eeuwse dichters als Paul Verlaine en Arthur Rimbaud. Middenklassedochter ontvlucht de buitenwijken voor het New York van eind jaren ’60, wordt kunstenares, slaapt in het beroemde Chelsea Hotel, ontmoet Jimi Hendrix, wordt dichteres, wordt zangeres, brengt in ’75 Horses uit, blijft kunstenares. Zo gaat het in Land ook van ‘go Johnny go’ naar ‘go Rimbaud’, worden de paarden eerst opgevoerd als metaforen voor de grootstad als grote verslinder, om vervolgens teder beschreven te worden als ‘arabian stallions’. Eerst vraagt ze plompweg of we de Twist kunnen dansen, vervolgens begint ze te dichten als een volleerd symboliste. Haar teksten plaatsen hoge en lage cultuur naast en door elkaar, houden je op het puntje van je stoel en worden op zo’n manier gezongen dat je niet anders kan dan er iets (positiefs) bij voelen.
Ook al moest Patti zelfs in de wilde jaren ’60 niks van drugs weten, toch is dit eigenlijk een behoorlijk trippy plaat. De teksten van koningin Smith zijn vaak zo associatief dat je ze gewoon als mini-films in je hoofd kan afspelen, en muzikaal is Horses soms zodanig opzwepend dat er als vanzelf een rush komt.
Dip in to the sea…to the sea of possibilities. It started hardening in my hand, and I felt the arrows of desire…
Maar er sluimeren nog meer schimmen door Horses. Er zijn ook Gloria en Kimberly, twee volmaakte portretten van imperfecte vrouwen. De eerste is vrij, vuil en rebels, een wees in de postmoderne wereld. ‘Jesus died for somebody’s sins but not mine’ vertelt haar al even rebelse vriend(in), en Gloria knikt. Kimberly dan, (inclusief heerlijke orgelmelodie) is het eeuwig misbegrepen jongere zusje. De hele familie had het te druk met hun eigen levens om te merken dat ook zij ouder is geworden. Proberen losbreken uit het verwachtingspatroon, experimenteren met van alles en nog wat, zo is Kimberly tegenwoordig. Ze is wakker maar haar ogen dromen nog altijd. Misschien heeft ze toch nood aan wat bescherming zo nu en dan.
Er is Redondo Beach, waar het water warm is, en de cocktails lekker fris, maar waar desondanks altijd wel seksuele agressie in de lucht hangt. Er is Birdland, een droomwereld opgebouwd rond de jazzplaten waar Patti’s moeder zo dol op was. Er is de bluesey schreeuw om innerlijke rust in Break It Up. Elegie ten slotte, is de oorverdovende stilte na de storm, wakker worden uit een koortsige droom over duizenden galopperende paarden. Je doet je ogen open en ziet Patti aan je bedstee zitten. Ze heeft de hele nacht je hand vastgehouden. En ze zal je nooit meer loslaten als je dat niet wil.
Horses wordt vaak gelabeld als de eerste grote punkplaat, en Patti als de eerste punkzangeres. Mag ik het hier mee oneens zijn? Punk, hoe heerlijk het genre ook is en hoe veel het ook betekend heeft voor rockmuziek in het algemeen, is altijd wat kort door de bocht gebleven, tweedimensionaal op zijn best. Dat terwijl Patti Smith op Horses het vizier van de luisteraar juist bijna hardhandig probeert open te breken. Ze was mijn inziens de hele punkscene lichtjaren voor, maar dat deed ze subtiel. Net zo subtiel in beeld als de paardvormige speld op het jasje dat ze op de hoes draagt.
(Dit bericht komt van mijn gloednieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!
Pink Floyd - The Division Bell (1994)

3,0
0
geplaatst: 22 augustus 2012, 21:28 uur
De Arthur-Recensies deel 13: keeps talking...
The Division Bell is het laatste album van Pink Floyd, en de tweede zonder Roger Waters, de zanger/bassist/tekstschrijver onder wiens leiding Pink Floyd uitgroeide tot dé ultieme knuffelband van de progressieve rock, en zelfs jaren ’70-muziek in het algemeen. In die laatste categorie kan eigenlijk alleen ABBA zich qua populariteit meten met de Britse proggers.
Ik heb eigenlijk gemengdere gevoelens over Pink Floyd dan je op het eerste gezicht zou denken als je mijn scores bij hun albums ziet. Langs de ene kant vind ik het mooie, sfeervolle en bij vlagen geniale muziek… maar langs de andere kant hangt er ook iets gedateerd om de band. De kwaliteit is hoog, maar er hangt stof aan al hun platen. Misschien omdat het al bijna 40 jaar lang een echte dweep-band is. “vind je die band goed? Luister dan maar eens naar Pink Floyd, dat is pas echte muziek” . Zoiets dus…...
Maar goed, we hadden het dus over The Division Bell…
Waar ik voorganger en eveneens Waterloze album A Momentary Lapse Of Reason, alsook liveplaat Delicate Sound Of Thunder (mijn kennismaking met de band!), erg goed kan hebben, vind ik deze toch een heel stuk minder geslaagd. Dit is gewoon het ergst mogelijke laatste Pink Floyd-album: nooit klonk de band meer op automatische piloot dan hier, nooit was het songmateriaal zo middelmatig, en nooit klonk de groep zo als Dire Straits op hun saaist als op dit album. De band Pink Floyd gaat hier als een nachtkaars uit, en dat is jammer.
Ik bedoel, het is niet dat de band hier slecht presteert, want technisch is het allemaal weer dik in orde. Maar het heilige vuur is er gewoon uit. Dit is zo’n plaat waarbij je pas echt beseft hoe belangrijk dat spreekwoordelijke vuur eigenlijk is. Het is wachten op Keep Talking tot er weer een écht goede song langskomt, en dan krijgen we er nog eentje: High Hopes. Maar dan is het album ten einde en blijf je toch licht teleurgesteld achter.
The Division Bell is het laatste album van Pink Floyd, en de tweede zonder Roger Waters, de zanger/bassist/tekstschrijver onder wiens leiding Pink Floyd uitgroeide tot dé ultieme knuffelband van de progressieve rock, en zelfs jaren ’70-muziek in het algemeen. In die laatste categorie kan eigenlijk alleen ABBA zich qua populariteit meten met de Britse proggers.
Ik heb eigenlijk gemengdere gevoelens over Pink Floyd dan je op het eerste gezicht zou denken als je mijn scores bij hun albums ziet. Langs de ene kant vind ik het mooie, sfeervolle en bij vlagen geniale muziek… maar langs de andere kant hangt er ook iets gedateerd om de band. De kwaliteit is hoog, maar er hangt stof aan al hun platen. Misschien omdat het al bijna 40 jaar lang een echte dweep-band is. “vind je die band goed? Luister dan maar eens naar Pink Floyd, dat is pas echte muziek” . Zoiets dus…...
Maar goed, we hadden het dus over The Division Bell…
Waar ik voorganger en eveneens Waterloze album A Momentary Lapse Of Reason, alsook liveplaat Delicate Sound Of Thunder (mijn kennismaking met de band!), erg goed kan hebben, vind ik deze toch een heel stuk minder geslaagd. Dit is gewoon het ergst mogelijke laatste Pink Floyd-album: nooit klonk de band meer op automatische piloot dan hier, nooit was het songmateriaal zo middelmatig, en nooit klonk de groep zo als Dire Straits op hun saaist als op dit album. De band Pink Floyd gaat hier als een nachtkaars uit, en dat is jammer.
Ik bedoel, het is niet dat de band hier slecht presteert, want technisch is het allemaal weer dik in orde. Maar het heilige vuur is er gewoon uit. Dit is zo’n plaat waarbij je pas echt beseft hoe belangrijk dat spreekwoordelijke vuur eigenlijk is. Het is wachten op Keep Talking tot er weer een écht goede song langskomt, en dan krijgen we er nog eentje: High Hopes. Maar dan is het album ten einde en blijf je toch licht teleurgesteld achter.
Pixies - Indie Cindy (2014)

3,5
0
geplaatst: 19 april 2014, 16:53 uur
De nieuwe Pixies-plaat heeft zijn dramatische entree alvast niet gemist. Niet alleen is Indie Cindy hun eerste album in 23 jaar, de plaat werd bovendien opgenomen zonder legendarisch Pixies-lid Kim Deal, en als klap op de vuurpijl waren op drie na alle nummers al een aantal maanden bekend en verkrijgbaar. Je zou voor minder de muziek links laten liggen en mee op de barricades moord en brand schreeuwen. Alhoewel dat in het geval van Indie Cindy niet echt eerlijk is…
De band moet tegenwoordig dus niet alleen opboksen tegen haar eigen legendarische status (de muziek uit hun hoogtijdagen heeft de hele rockscene beïnvloed, van Nirvana tot Weezer), een snelcursus ‘omgaan met kritiek’ lijkt stilaan ook een noodzaak. Die kritiek is in ieder geval niet onterecht. Sinds vorige zomer heeft de band namelijk een single en twee ep’s met nieuw materiaal uitgebracht. Deze worden nu verzameld op Indie Cindy, samen met drie nieuwe nummers die op hetzelfde moment apart zullen worden uitgebracht als de derde ep. Muzikale bloedarmoede gecombineerd met zakkenklopperij dus, en al helemaal erg wordt het als je weet dat de ep’s door de meeste recensenten keihard werden neergesabeld. De combinatie van dit alles zorgt er in ieder geval voor dat er nu al een vies grafgeurtje rond deze cd hangt.
Het is natuurlijk niet eerlijk om de band af te rekenen op haar zakelijke keuzes of rijke muzikale verleden. Zo vreselijk slecht als links en rechts wordt beweerd is dit album in ieder geval niet. Zanger, frontman en liedjessmid Black Francis is een rasartiest, die verleert echt niet opeens hoe je een goed nummer schrijft. Wel is de magie van vroeger weg, de magie die ervoor zorgde dat platen als Surfer Rosa en Doolittle zo’n invloedrijke meesterwerken zijn geworden. De band is ouder geworden, en ergens onderweg hun x-factor kwijtgeraakt.
En toch en toch en toch, Indie Cindy telt genoeg sterke momenten om een luistersessie te rechtvaardigen. Greens And Blues en Another Toe In The Ocean zijn heerlijk relaxte Bossanova-achtige nummers, Ring The Bells is in één woord schattig, het licht elektronische Bagboy een bezwerende oorwurm, Magdalena 318 is ook dik in orde, en het titelnummer knuffelrock-met-een-hoek-af. Helaas bevinden zich op dit album ook wat richtingloze niemendalletjes (Silver Snail, Jaime Bravo) en irritante schreeuwnummers (What Goes Boom, Blue Eyed Hexe). Maar ach, ook de zon schijnt niet altijd.
Conclusie is dus zoals eerder gezegd: geen slecht, maar wel een ietwat overbodig album. Want dit mag dan een vrij degelijke collectie liedjes zijn, er is geen mens die deze zal verkiezen boven bijvoorbeeld Doolittle. In dat opzicht is de band gewoon het slachtoffer van haar eigen vroegere successen. Maar dat is nu eenmaal de vloek van legendarische bands die na jaren weer met nieuw materiaal komen.
De band moet tegenwoordig dus niet alleen opboksen tegen haar eigen legendarische status (de muziek uit hun hoogtijdagen heeft de hele rockscene beïnvloed, van Nirvana tot Weezer), een snelcursus ‘omgaan met kritiek’ lijkt stilaan ook een noodzaak. Die kritiek is in ieder geval niet onterecht. Sinds vorige zomer heeft de band namelijk een single en twee ep’s met nieuw materiaal uitgebracht. Deze worden nu verzameld op Indie Cindy, samen met drie nieuwe nummers die op hetzelfde moment apart zullen worden uitgebracht als de derde ep. Muzikale bloedarmoede gecombineerd met zakkenklopperij dus, en al helemaal erg wordt het als je weet dat de ep’s door de meeste recensenten keihard werden neergesabeld. De combinatie van dit alles zorgt er in ieder geval voor dat er nu al een vies grafgeurtje rond deze cd hangt.
Het is natuurlijk niet eerlijk om de band af te rekenen op haar zakelijke keuzes of rijke muzikale verleden. Zo vreselijk slecht als links en rechts wordt beweerd is dit album in ieder geval niet. Zanger, frontman en liedjessmid Black Francis is een rasartiest, die verleert echt niet opeens hoe je een goed nummer schrijft. Wel is de magie van vroeger weg, de magie die ervoor zorgde dat platen als Surfer Rosa en Doolittle zo’n invloedrijke meesterwerken zijn geworden. De band is ouder geworden, en ergens onderweg hun x-factor kwijtgeraakt.
En toch en toch en toch, Indie Cindy telt genoeg sterke momenten om een luistersessie te rechtvaardigen. Greens And Blues en Another Toe In The Ocean zijn heerlijk relaxte Bossanova-achtige nummers, Ring The Bells is in één woord schattig, het licht elektronische Bagboy een bezwerende oorwurm, Magdalena 318 is ook dik in orde, en het titelnummer knuffelrock-met-een-hoek-af. Helaas bevinden zich op dit album ook wat richtingloze niemendalletjes (Silver Snail, Jaime Bravo) en irritante schreeuwnummers (What Goes Boom, Blue Eyed Hexe). Maar ach, ook de zon schijnt niet altijd.
Conclusie is dus zoals eerder gezegd: geen slecht, maar wel een ietwat overbodig album. Want dit mag dan een vrij degelijke collectie liedjes zijn, er is geen mens die deze zal verkiezen boven bijvoorbeeld Doolittle. In dat opzicht is de band gewoon het slachtoffer van haar eigen vroegere successen. Maar dat is nu eenmaal de vloek van legendarische bands die na jaren weer met nieuw materiaal komen.
PJ Harvey - The Hope Six Demolition Project (2016)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2016, 18:32 uur
Voor we eraan beginnen, moet ik eerst nog iets persoonlijks kwijt: tot voor kort heeft PJ Harvey me nooit echt weten te bekoren met haar muziek. Op enkele losse nummers als Dress en Let England Shake uitgezonderd, was ze voor mij meer als een overbuurvrouw waar je altijd vriendelijk naar knikt, maar nooit mee wil praten. Tot ik plots heel toevallig The Community Of Hope voorbij hoorde komen, een single van PJ’s nieuwste plaat The Hope Six Demolition Project. En verdorie, opeens werd mijn interesse wel gewekt. Of hoe die voorheen anonieme overbuurvrouw eigenlijk best interessant blijkt te zijn.
Waar Polly Jeans vorige album Let England Shake een echte geschiedenisboekenplaat was, waarin volop parallellen getrokken werden tussen de Eerste Wereldoorlog en onze huidige maatschappij, daar staat deze nieuwste telg volledig in het hier en nu. The Hope Six Demolition Project is (net als haar poëziebundel The Hollow Of The Hand) geïnspireerd door enkele reizen door Afghanistan, Kosovo en Washington DC die PJ maakte met fotograaf/filmmaker Seamus Murphy.
Hierdoor zijn vooral de teksten erg interessant geworden. We horen hoe een bevoorrechte westerse vrouw verslagen en aan de grond genageld de miserie om haar heen beschrijft. Ze ziet Kosovaarse huizen die twintig jaar na het einde van de oorlog nog altijd niet zijn heropgebouwd, en het uit wanhoop voortvloeiend alcoholisme bij de ooit zo trotse originele bewoners van het Amerikaanse continent. Ze probeert een broodmager bedelend kind nog tegemoet te komen in diens smeekbede om dollars, maar haar taxi vlamt bruut weg voordat ze hiertoe de kans krijgt. Een in tranen uitbarstend figuurtje wordt steeds kleiner en kleiner in de achteruitkijkspiegel. Dit album kreeg vaak de kritiek dat de lyrics alleen de problemen beschrijven maar geen oplossingen bieden. Dat is eigenlijk erg raar, want hoe moet je de wereld overtuigen van je ideeën als je het zelf ook allemaal niet meer weet? Heeft Bob Dylan eigenlijk ooit een constructief plan voor het bereiken van wereldvrede uiteengezet op één van zijn platen? Dat murwe, dat door doffe ellende gevloerde, maakt alles net extra krachtig. ‘OK now this is just drug town/just zombies/but that’s just life’. De situatie is wrang, dus verwoord je het maar wrang.
Het feestelijke sfeertje bereikt trouwens een hoogtepunt in het over ontwikkelingshulp handelende A Line In The Sand: ‘What we did?/Why we did?/I make no excuse/We got things wrong/But I believe/We also did some good’. Als onze maatschappij zelfs faalt als het goede bedoelingen heeft, wie kan dan van PJ nog antwoorden verwachten?
Woordenschat alleen maakt The Hope Six Demolition Project nog geen fantastische plaat natuurlijk. Hoewel de songteksten het interessantste zijn op dit album, is ook de muzikale omlijsting meer dan top. Zo zit onder het immens treurige Near the Memorials to Vietnam and Lincoln een soort wrange parodie op een hoopvol deuntje, als om te zeggen ‘ja Lincoln en de Vietnamoorlog, allemaal goed en wel hoor, maar waarom krijgen ze nog steeds meer aandacht dan heel wat acutere problemen?’. De parabel van de taxi en het bedelende kind uit Dollar Dollar krijgt dan weer extra lading mee door met slepende instrumentatie en field recordings de moedeloosheid voelbaar te maken. En zo krijgt elke song op deze plaat wat het nodig heeft.
Dus ja, PJ maakt opnieuw een fantastische plaat. En deze keer heb ik dat gelukkig ook door.
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
Waar Polly Jeans vorige album Let England Shake een echte geschiedenisboekenplaat was, waarin volop parallellen getrokken werden tussen de Eerste Wereldoorlog en onze huidige maatschappij, daar staat deze nieuwste telg volledig in het hier en nu. The Hope Six Demolition Project is (net als haar poëziebundel The Hollow Of The Hand) geïnspireerd door enkele reizen door Afghanistan, Kosovo en Washington DC die PJ maakte met fotograaf/filmmaker Seamus Murphy.
Hierdoor zijn vooral de teksten erg interessant geworden. We horen hoe een bevoorrechte westerse vrouw verslagen en aan de grond genageld de miserie om haar heen beschrijft. Ze ziet Kosovaarse huizen die twintig jaar na het einde van de oorlog nog altijd niet zijn heropgebouwd, en het uit wanhoop voortvloeiend alcoholisme bij de ooit zo trotse originele bewoners van het Amerikaanse continent. Ze probeert een broodmager bedelend kind nog tegemoet te komen in diens smeekbede om dollars, maar haar taxi vlamt bruut weg voordat ze hiertoe de kans krijgt. Een in tranen uitbarstend figuurtje wordt steeds kleiner en kleiner in de achteruitkijkspiegel. Dit album kreeg vaak de kritiek dat de lyrics alleen de problemen beschrijven maar geen oplossingen bieden. Dat is eigenlijk erg raar, want hoe moet je de wereld overtuigen van je ideeën als je het zelf ook allemaal niet meer weet? Heeft Bob Dylan eigenlijk ooit een constructief plan voor het bereiken van wereldvrede uiteengezet op één van zijn platen? Dat murwe, dat door doffe ellende gevloerde, maakt alles net extra krachtig. ‘OK now this is just drug town/just zombies/but that’s just life’. De situatie is wrang, dus verwoord je het maar wrang.
Het feestelijke sfeertje bereikt trouwens een hoogtepunt in het over ontwikkelingshulp handelende A Line In The Sand: ‘What we did?/Why we did?/I make no excuse/We got things wrong/But I believe/We also did some good’. Als onze maatschappij zelfs faalt als het goede bedoelingen heeft, wie kan dan van PJ nog antwoorden verwachten?
Woordenschat alleen maakt The Hope Six Demolition Project nog geen fantastische plaat natuurlijk. Hoewel de songteksten het interessantste zijn op dit album, is ook de muzikale omlijsting meer dan top. Zo zit onder het immens treurige Near the Memorials to Vietnam and Lincoln een soort wrange parodie op een hoopvol deuntje, als om te zeggen ‘ja Lincoln en de Vietnamoorlog, allemaal goed en wel hoor, maar waarom krijgen ze nog steeds meer aandacht dan heel wat acutere problemen?’. De parabel van de taxi en het bedelende kind uit Dollar Dollar krijgt dan weer extra lading mee door met slepende instrumentatie en field recordings de moedeloosheid voelbaar te maken. En zo krijgt elke song op deze plaat wat het nodig heeft.
Dus ja, PJ maakt opnieuw een fantastische plaat. En deze keer heb ik dat gelukkig ook door.
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
Prince - 1999 (1982)

4,5
6
geplaatst: 2 februari 2020, 17:09 uur
En zo zijn we aanbeland bij 1999, de plaat waarmee Prince eindelijk de atmosfeer inschoot. Alleen de stratosfeer moest er nu nog aan geloven, maar daar zou de volgende plaat vast wel iets aan veranderen… 
Wat ik vooral zo knap vind aan 1999 is de futuristische neonverlichte grootstad by night-sfeer waarin Prince ons meteen in weet onder te dompelen. Hij sloot zich opnieuw in de studio op met een groot budget, maar waar dit pas vier jaar eerder nog leidde tot het zwakke, overgeproduceerde For You, leidt dit nu tot een plaat vol fantastische liedjes.
Prince had op Controversy geleerd hoe je lange liedjes kan schrijven die toch blijven boeien, en gelukkig maar, want een dubbelaar vol nummers die te lang duren is ongeveer net zo bevorderlijk voor de geest als een verplicht college van drie uur moeten volgen over het minst interessante hoofdstuk van je minst favoriete schoolvak, gegeven door de saaiste leraar in je faculteit, of zo.
In een nieuwe aflevering van ‘Arthur bespreekt alle Prince-platen en verkondigt af en toe een mening die je als echte Prince-fan niet luidop behoort te zeggen, dan wel op een muziekforum neer te typen’, moet me van het hart dat ik alleen Let’s Pretend We’re Married en DMSR echt te lang vind duren. Automatic ergens ook wel, maar dat is voor 3/4de van de speelduur zo’n feest geweest dat ik het oogluikend toesta. Maar vooral DMSR is voor mij niet per se een inzak-, als wel een aansleepmomentje. Fijne groove, dat zeker, maar na een minuut of 3-4 vol slogangescandeer zonder veel variatie slaat bij mij de verveling wel een beetje toe en dan zijn we nog niet in de helft. Zo, dat is eruit, hopelijk kunnen we het vanaf hier nog steeds gezellig hebben me z’n allen.
(En ja, ik ben me bewust van het feit dat ik steeds over tijdsduur loop te sakkeren in recensies die onderhand zo lang worden dat je een dag vrij moet opnemen om genoeg tijd te hebben om ze helemaal te lezen. Mijn oprechte excuses hiervoor
)
Maar goed, voor de rest kan de loftrompet wel bovengehaald worden voor dit plaatje hoor, want wat een nummers (is Little Red Corvette het popnummer met de beste opbouw van het hele decennium? Voor mij is het zeker een kanshebber)! Wat een niveau! Wat een sound! Prince vindt hier in zijn eentje het type 80s electro-funk/post-disco uit waar artiesten als Freddie Jackson en Alexander O’Neal de rest van het decennium in gelaveerd hebben zonder ook maar één nummer voort te brengen dat nog maar 1/10de van de kwaliteit van pakweg een Lady Cab Driver bezit (met voor mij misschien alleen het fenomenale Just Be Good To Me van The SOS Band als uitzondering). Want 1999 is dan wel heel elektronisch, klinisch of afstandelijk wordt het (bijna) nergens. Daar zijn de composities te goed voor, en de persoonlijkheid van Prince te aanstekelijk en alomtegenwoordig.
Eigenlijk doet Prince hier net hetzelfde als wat Kanye West jaren later twee keer flikte met eerst The College Dropout, en daarna 808s & Heartbreaks: een nieuw, modern blauwdruk voor een genre uitvinden waar iedereen meteen opspringt, behalve de uitvinder in kwestie, omdat die ondertussen alweer een stadium verder is in zijn muzikale ontwikkeling. Uiteraard kunnen alleen de allergrootsten dat. Prince bewijst hier voor eens en voor altijd dat hij zo’n allergrootste is. En spoedig zou blijken dat het zelfs nog beter kon!
Om af te ronden nog even heel kort over de bonusschijfjes van de 2019 remaster. Ik beluisterde ze vandaag voor het eerst, dus veel kan ik er niet over kwijt, behalve dat ik bij het beluisteren van disc 1 zoiets had van ‘mwah, best mooi, maar niks waar ik meteen weke knieën van krijg’ om vervolgens bij disc 2 compleet van mijn sokken te worden geblazen. Nog iemand met deze ervaring? Dat Moonbeam Levels prachtig was wist ik al, maar ook met nummers als No Call U, Purple Music en Do Yourself A Favour had ik meteen een klik. Het andere dat ik over de remaster kwijt wil: kunnen we vanaf hier stoppen met het toevoegen van al die overbodige 7”-verminkingen, heren van de platenmaatschappij? Voegt echt niks toe.

Wat ik vooral zo knap vind aan 1999 is de futuristische neonverlichte grootstad by night-sfeer waarin Prince ons meteen in weet onder te dompelen. Hij sloot zich opnieuw in de studio op met een groot budget, maar waar dit pas vier jaar eerder nog leidde tot het zwakke, overgeproduceerde For You, leidt dit nu tot een plaat vol fantastische liedjes.
Prince had op Controversy geleerd hoe je lange liedjes kan schrijven die toch blijven boeien, en gelukkig maar, want een dubbelaar vol nummers die te lang duren is ongeveer net zo bevorderlijk voor de geest als een verplicht college van drie uur moeten volgen over het minst interessante hoofdstuk van je minst favoriete schoolvak, gegeven door de saaiste leraar in je faculteit, of zo.
In een nieuwe aflevering van ‘Arthur bespreekt alle Prince-platen en verkondigt af en toe een mening die je als echte Prince-fan niet luidop behoort te zeggen, dan wel op een muziekforum neer te typen’, moet me van het hart dat ik alleen Let’s Pretend We’re Married en DMSR echt te lang vind duren. Automatic ergens ook wel, maar dat is voor 3/4de van de speelduur zo’n feest geweest dat ik het oogluikend toesta. Maar vooral DMSR is voor mij niet per se een inzak-, als wel een aansleepmomentje. Fijne groove, dat zeker, maar na een minuut of 3-4 vol slogangescandeer zonder veel variatie slaat bij mij de verveling wel een beetje toe en dan zijn we nog niet in de helft. Zo, dat is eruit, hopelijk kunnen we het vanaf hier nog steeds gezellig hebben me z’n allen.
(En ja, ik ben me bewust van het feit dat ik steeds over tijdsduur loop te sakkeren in recensies die onderhand zo lang worden dat je een dag vrij moet opnemen om genoeg tijd te hebben om ze helemaal te lezen. Mijn oprechte excuses hiervoor
) Maar goed, voor de rest kan de loftrompet wel bovengehaald worden voor dit plaatje hoor, want wat een nummers (is Little Red Corvette het popnummer met de beste opbouw van het hele decennium? Voor mij is het zeker een kanshebber)! Wat een niveau! Wat een sound! Prince vindt hier in zijn eentje het type 80s electro-funk/post-disco uit waar artiesten als Freddie Jackson en Alexander O’Neal de rest van het decennium in gelaveerd hebben zonder ook maar één nummer voort te brengen dat nog maar 1/10de van de kwaliteit van pakweg een Lady Cab Driver bezit (met voor mij misschien alleen het fenomenale Just Be Good To Me van The SOS Band als uitzondering). Want 1999 is dan wel heel elektronisch, klinisch of afstandelijk wordt het (bijna) nergens. Daar zijn de composities te goed voor, en de persoonlijkheid van Prince te aanstekelijk en alomtegenwoordig.
Eigenlijk doet Prince hier net hetzelfde als wat Kanye West jaren later twee keer flikte met eerst The College Dropout, en daarna 808s & Heartbreaks: een nieuw, modern blauwdruk voor een genre uitvinden waar iedereen meteen opspringt, behalve de uitvinder in kwestie, omdat die ondertussen alweer een stadium verder is in zijn muzikale ontwikkeling. Uiteraard kunnen alleen de allergrootsten dat. Prince bewijst hier voor eens en voor altijd dat hij zo’n allergrootste is. En spoedig zou blijken dat het zelfs nog beter kon!
Om af te ronden nog even heel kort over de bonusschijfjes van de 2019 remaster. Ik beluisterde ze vandaag voor het eerst, dus veel kan ik er niet over kwijt, behalve dat ik bij het beluisteren van disc 1 zoiets had van ‘mwah, best mooi, maar niks waar ik meteen weke knieën van krijg’ om vervolgens bij disc 2 compleet van mijn sokken te worden geblazen. Nog iemand met deze ervaring? Dat Moonbeam Levels prachtig was wist ik al, maar ook met nummers als No Call U, Purple Music en Do Yourself A Favour had ik meteen een klik. Het andere dat ik over de remaster kwijt wil: kunnen we vanaf hier stoppen met het toevoegen van al die overbodige 7”-verminkingen, heren van de platenmaatschappij? Voegt echt niks toe.
Prince - Batman (1989)

3,5
2
geplaatst: 24 april 2020, 16:10 uur
Prince en film waren in de jaren ’80 een aantal jaar getrouwd, of toch op zijn minst innig met elkaar verstrengeld geraakt.
Het was een relatie met ups en downs: ze beleefden samen grote hoogten (Purple Rain film & soundtrack, Parade) maar trotseerden ook diepe dalen (Under The Cherry Moon). Anno 1989 was de filmindustrie een uit de kluiten gewassen monster dat zich lekker vet had kunnen mesten na de uitvinding van de moderne popcorn-blockbuster een jaar of tien eerder, en Prince een wereldster wiens laatste plaat in Amerika de top 10 had gemist, wat de mannen-in-pakken bij zijn platenmaatschappij Warner Bros. nogal nerveus maakte. Nu was Warner natuurlijk ook een van de grootste motion picture-giganten ter wereld, dus de oplossing lag voor de hand: een film! Deze keer niet eentje door en met Prince, nee, his royal badness zou zich deze keer ten dienste stellen van een ‘surefire blockbuster’ en alleen één van de twee soundtracks verzorgen van de nieuwe Batman-film (als je het mij vraagt een gemiste kans, een film met Prince als Batman en Jerome van The Time als Robin, en misschien was George Clinton wel te porren geweest om The Penguin te spelen ofzo, komaan, hoe goed klinkt dat).
Batman The Soundtrack dus. Prince had enorm veel zin in het project, hij bewaarde immers mooie jeugdherinneringen aan de televisieserie uit de jaren ’60 met Adam West in de campy hoofdrol. Naar verluidt was de thematune van dat programma zelfs het eerste liedje dat hij op piano leerde spelen.
Al luisterend naar dit album kan ik het idee niet van me afschudden dat Prince in de studio toch vooral de cartoony Adam West-versie van Batman uit zijn kindertijd in het achterhoofd had, in plaats van de meer gekartelde vertolking van Michael Keaton. Tegelijkertijd heeft dit album ook een donkere sound die waarschijnlijk wel goed bij de film paste (denk ik, ook deze Prince-related film heb ik nog niet gezien), en ook bij het muzieklandschap van die tijd: pop was toch iets scherper en harder geworden als je het vergelijkt met het begin van het decennium. Deze Two Face-achtige dualiteit introduceert een schizofrene spanning in de plaat die ik wel apprecieer, en ik zou hem dan ook dolgraag 4 sterren of meer geven, maar…
… als ik eerlijk ben, vind ik zo’n 40% van dit album niet bepaald tot zijn meest boeiende, sprankelendste werk behoren. Dan heb ik het in het bijzonder over het middenstuk van de plaat, van Vicki Waiting t.e.m. Lemon Crush, liedjes waar ik niet veel over kan zeggen omdat ze maar niet in mijn systeem geraken. En dan is er ook nog The Arms Of Orion, die zit wel in mijn systeem maar zou ik er het liefst keihard weer uit kneiteren: het is een soort Can You Feel The Love Tonight avant la lettre door Prince en Sheena Easton, maar dan mierzoet op het irritante af, in plaats van op het aandoenlijke. Als parodie op de glazuurverpulverende (maar meestal wel mooie) Disneyballads van weleer zou het werken, maar op deze plaat is het helaas bittere ernst. Chronologisch gezien is het van For You geleden dat een Prince-nummer me nog zo de keel heeft uitgehangen.
Ok, genoeg gebitcht zo, want uiteraard valt er ook genoeg te genieten op Batman. The Future is een heerlijke opener, spannend en mysterieus, en Partyman is wat het belooft: een feest. Maar het indrukwekkendste nummer hier is voor mij sowieso de afsluiter Batdance. Een medley van ideeën, stijlen, citaten uit de film en stukjes uit andere nummers van de soundtrack, dat When Doves Cry-gewijs op het laatste moment nog aan de plaat werd toegevoegd. Opnieuw een goudklompje wat mij betreft. Batdance heeft alles in zich om een warrige, in sneltempo in elkaar zakkende plumpudding te zijn, maar in plaats daarvan is het een strakke, funky, fijne, catchy dancepoprockparel geworden, zowel de zweterige delen als het zwoele middenstuk zijn fantastisch. Als er zoiets bestaat als popstmoderne popmuziek, dan is Batdance daar zeker een mooie afgevaardigde van.
Uiteindelijk werden zowel de film als de soundtrack geweldige hits, en Prince kon weer een paar jaar langer mee in de ogen van corporate America. De soundtrack is nogal onevenwichtig in mijn oren, maar desondanks staan er hier een paar niet te missen songs in de aanbieding. Prince eindigt zijn topdecennium dan wel niet met een topplaat, hij is en blijft de topper van de eighties.
Het was een relatie met ups en downs: ze beleefden samen grote hoogten (Purple Rain film & soundtrack, Parade) maar trotseerden ook diepe dalen (Under The Cherry Moon). Anno 1989 was de filmindustrie een uit de kluiten gewassen monster dat zich lekker vet had kunnen mesten na de uitvinding van de moderne popcorn-blockbuster een jaar of tien eerder, en Prince een wereldster wiens laatste plaat in Amerika de top 10 had gemist, wat de mannen-in-pakken bij zijn platenmaatschappij Warner Bros. nogal nerveus maakte. Nu was Warner natuurlijk ook een van de grootste motion picture-giganten ter wereld, dus de oplossing lag voor de hand: een film! Deze keer niet eentje door en met Prince, nee, his royal badness zou zich deze keer ten dienste stellen van een ‘surefire blockbuster’ en alleen één van de twee soundtracks verzorgen van de nieuwe Batman-film (als je het mij vraagt een gemiste kans, een film met Prince als Batman en Jerome van The Time als Robin, en misschien was George Clinton wel te porren geweest om The Penguin te spelen ofzo, komaan, hoe goed klinkt dat).
Batman The Soundtrack dus. Prince had enorm veel zin in het project, hij bewaarde immers mooie jeugdherinneringen aan de televisieserie uit de jaren ’60 met Adam West in de campy hoofdrol. Naar verluidt was de thematune van dat programma zelfs het eerste liedje dat hij op piano leerde spelen.
Al luisterend naar dit album kan ik het idee niet van me afschudden dat Prince in de studio toch vooral de cartoony Adam West-versie van Batman uit zijn kindertijd in het achterhoofd had, in plaats van de meer gekartelde vertolking van Michael Keaton. Tegelijkertijd heeft dit album ook een donkere sound die waarschijnlijk wel goed bij de film paste (denk ik, ook deze Prince-related film heb ik nog niet gezien), en ook bij het muzieklandschap van die tijd: pop was toch iets scherper en harder geworden als je het vergelijkt met het begin van het decennium. Deze Two Face-achtige dualiteit introduceert een schizofrene spanning in de plaat die ik wel apprecieer, en ik zou hem dan ook dolgraag 4 sterren of meer geven, maar…
… als ik eerlijk ben, vind ik zo’n 40% van dit album niet bepaald tot zijn meest boeiende, sprankelendste werk behoren. Dan heb ik het in het bijzonder over het middenstuk van de plaat, van Vicki Waiting t.e.m. Lemon Crush, liedjes waar ik niet veel over kan zeggen omdat ze maar niet in mijn systeem geraken. En dan is er ook nog The Arms Of Orion, die zit wel in mijn systeem maar zou ik er het liefst keihard weer uit kneiteren: het is een soort Can You Feel The Love Tonight avant la lettre door Prince en Sheena Easton, maar dan mierzoet op het irritante af, in plaats van op het aandoenlijke. Als parodie op de glazuurverpulverende (maar meestal wel mooie) Disneyballads van weleer zou het werken, maar op deze plaat is het helaas bittere ernst. Chronologisch gezien is het van For You geleden dat een Prince-nummer me nog zo de keel heeft uitgehangen.
Ok, genoeg gebitcht zo, want uiteraard valt er ook genoeg te genieten op Batman. The Future is een heerlijke opener, spannend en mysterieus, en Partyman is wat het belooft: een feest. Maar het indrukwekkendste nummer hier is voor mij sowieso de afsluiter Batdance. Een medley van ideeën, stijlen, citaten uit de film en stukjes uit andere nummers van de soundtrack, dat When Doves Cry-gewijs op het laatste moment nog aan de plaat werd toegevoegd. Opnieuw een goudklompje wat mij betreft. Batdance heeft alles in zich om een warrige, in sneltempo in elkaar zakkende plumpudding te zijn, maar in plaats daarvan is het een strakke, funky, fijne, catchy dancepoprockparel geworden, zowel de zweterige delen als het zwoele middenstuk zijn fantastisch. Als er zoiets bestaat als popstmoderne popmuziek, dan is Batdance daar zeker een mooie afgevaardigde van.
Uiteindelijk werden zowel de film als de soundtrack geweldige hits, en Prince kon weer een paar jaar langer mee in de ogen van corporate America. De soundtrack is nogal onevenwichtig in mijn oren, maar desondanks staan er hier een paar niet te missen songs in de aanbieding. Prince eindigt zijn topdecennium dan wel niet met een topplaat, hij is en blijft de topper van de eighties.
Prince - Chaos and Disorder (1996)

3,5
2
geplaatst: 22 juli 2020, 14:37 uur
Krap twee jaar na Come alweer het tweede album dat Prince nogal stiefmoederlijk de wereld instuurde, louter om sneller van zijn contract met Warner verlost te zijn. Of ja, eigenlijk is ‘doodgeboren’ nog de beste omschrijving voor deze release: behalve in Engeland kwamen er geen singles uit, en Prince weigerde ook nog eens om promo te doen. En weg was het kind, samen met het badwater.
Maar Prince is toevallig wel een popgenie natuurlijk, dus wat hij zelf ziet als ‘minder materiaal’, is nog steeds beter dan het beste van wat sommige mindere goden weten te presteren. Zelf vind ik dit album in ieder geval voortreffelijk uit de startblokken schieten met de eerste vier nummers. Ik heb er zelfs een beetje een Purple Rain light-gevoel bij: zo vlamt het titelnummer in de beste Baby I’m A Star-traditie, en dartelt Dinner With Delores door de speakers als een jaren ’90-Take Me With U.
Daarna wordt het allemaal helaas wat wisselvalliger (en door het volledige gebrek aan cohesie wordt dit niet verdoezeld), en vinden we naast nog een verborgen pareltje als Dig U Better Dead (heerlijk refrein) bijvoorbeeld ook drek als I Rock Therefore I Am, een wat mij betreft weinig geslaagde hutsepot van rock, hiphop en funk dat zo overvol zit dat het niet weet in welke richting eerst te rollen. Maar goed, da’s ook meteen het enige nummer hier dat voor mij echt door de ondergrens heen zakt.
Ik heb over deze plaat minder te melden dan gebruikelijk: het is gewoon een tof, ietwat wisselvallig plaatje, maar door de korte speelduur en de ongedwongen sfeer overheersen de positieve punten. Niet opzienbarend, maar gewoon leuk, en misschien zelfs een tikkeltje onderschat. Ach, het is natuurlijk wel logisch dat je deze niet vaak opzet als je ook naar pakweg Parade kan luisteren. Overkomt mij ook telkens.
Maar Prince is toevallig wel een popgenie natuurlijk, dus wat hij zelf ziet als ‘minder materiaal’, is nog steeds beter dan het beste van wat sommige mindere goden weten te presteren. Zelf vind ik dit album in ieder geval voortreffelijk uit de startblokken schieten met de eerste vier nummers. Ik heb er zelfs een beetje een Purple Rain light-gevoel bij: zo vlamt het titelnummer in de beste Baby I’m A Star-traditie, en dartelt Dinner With Delores door de speakers als een jaren ’90-Take Me With U.
Daarna wordt het allemaal helaas wat wisselvalliger (en door het volledige gebrek aan cohesie wordt dit niet verdoezeld), en vinden we naast nog een verborgen pareltje als Dig U Better Dead (heerlijk refrein) bijvoorbeeld ook drek als I Rock Therefore I Am, een wat mij betreft weinig geslaagde hutsepot van rock, hiphop en funk dat zo overvol zit dat het niet weet in welke richting eerst te rollen. Maar goed, da’s ook meteen het enige nummer hier dat voor mij echt door de ondergrens heen zakt.
Ik heb over deze plaat minder te melden dan gebruikelijk: het is gewoon een tof, ietwat wisselvallig plaatje, maar door de korte speelduur en de ongedwongen sfeer overheersen de positieve punten. Niet opzienbarend, maar gewoon leuk, en misschien zelfs een tikkeltje onderschat. Ach, het is natuurlijk wel logisch dat je deze niet vaak opzet als je ook naar pakweg Parade kan luisteren. Overkomt mij ook telkens.
Prince - Come (1994)

4,0
4
geplaatst: 10 juni 2020, 15:01 uur
Een vraagje: als giga-hit The Most Beautiful Girl In The World al was uitgebracht toen Come in de winkels kwam te liggen, en The Gold Experience (waar deze hit voor bedoeld was) terzelfder tijd met Come aan Warner Bros. werd afgeleverd, waarom kwam het a-commerciële Come dan toch eerst uit, terwijl de Gouden Ervaring eerst een jaar op de bank moest zittenblijven? Houdt geen steek toch?
Dat ik deze vraag zelfs moet stellen, geeft wel aan dat Prince in moeilijk vaarwater verkeerde ten tijde van Come (en dat de platenindustrie een behoorlijk vreemde business is). Zelfs fans die het reilen en zeilen van hun held niet zo in de gaten hielden, zal het wel opgevallen zijn dat Prince hier zijn eigen dood aankondigt op de hoes (ik was er graag bij geweest toen het artwork gepresenteerd werd aan Warner), en dat hij even voordien ook zijn naam had gewijzigd in een onuitspreekbaar symbool (ik was er graag bij geweest toen de marketingafdeling van Warner die memo kreeg), om over het 'slave'-debacle maar te zwijgen.
Ja, Prince had ruzie met zijn platenmaatschappij, en zo stappen we met Come de 'rebellerende puber'-periode van zijn loopbaan in. Come werd bij uitgave in ieder geval stiefmoederlijk behandeld door het genie uit Minneapolis: hij noemde het ‘oud materiaal’ (de meeste nummers waren nochtans pas een jaar eerder opgenomen) en gaf de impressie dat ie de plaat alleen maar uitbracht om sneller van zijn contract verlost te zijn.
Door alle drama, alsook het gebrek aan grote hits, is het gemakkelijk om deze over te slaan als Prince-fan: Come heeft nog meer de schijn tegen dan Graffiti Bridge, en dat wil wat zeggen. Zeer jammer vind ik zelf, want wat mij betreft hebben we hier gewoon te maken met een ijzersterk setje songs. Zeker de eerste helft van de plaat flowt gewoon heerlijk en gaat van het ene hoogtepunt naar het andere. Een gebrek aan een commerciële instelling bij een artiest kan toch vaak wonderen doen voor de kwaliteit van de muziek.
Het hypnotiserende titelnummer (lang, maar niet storend lang), het mysterieuze Space, het rondstuiterende Loose, Tony M die die studio blijkbaar niet meer binnen mocht (Prince rapt hem in het uitstekende Race hoogstpersoonlijk de vuilnisbak in)... er zijn gewoon zoveel dingen aan deze plaat die erg in de smaak vallen bij mij. Afluister Orgasm zorgt er dan weer voor dat ik Come in ieder geval nooit zal opleggen als mijn moeder op bezoek is.
Om een lang verhaal kort te maken: ik vind dit gewoon zijn beste sinds Lovesexy. Of toch in ieder geval zijn meest consistente.
Oh ja, terwijl ik informatie over deze plaat bij elkaar aan het surfen was, kwam ik erachter dat Letitgo blijkbaar expliciet handelt over zijn ruzie met Warner (Fourteen years and tears I've longed to sing my song/But a horse couldn't drag your ass to put me on/But now I've got an army and we're three million strong/This song will ring in your ears when we are gone), en net dit nummer werd als enige als commerciële single uitgebracht. Opnieuw: ik was er graag bij geweest op de marketingafdeling van Warner.
Dat ik deze vraag zelfs moet stellen, geeft wel aan dat Prince in moeilijk vaarwater verkeerde ten tijde van Come (en dat de platenindustrie een behoorlijk vreemde business is). Zelfs fans die het reilen en zeilen van hun held niet zo in de gaten hielden, zal het wel opgevallen zijn dat Prince hier zijn eigen dood aankondigt op de hoes (ik was er graag bij geweest toen het artwork gepresenteerd werd aan Warner), en dat hij even voordien ook zijn naam had gewijzigd in een onuitspreekbaar symbool (ik was er graag bij geweest toen de marketingafdeling van Warner die memo kreeg), om over het 'slave'-debacle maar te zwijgen.
Ja, Prince had ruzie met zijn platenmaatschappij, en zo stappen we met Come de 'rebellerende puber'-periode van zijn loopbaan in. Come werd bij uitgave in ieder geval stiefmoederlijk behandeld door het genie uit Minneapolis: hij noemde het ‘oud materiaal’ (de meeste nummers waren nochtans pas een jaar eerder opgenomen) en gaf de impressie dat ie de plaat alleen maar uitbracht om sneller van zijn contract verlost te zijn.
Door alle drama, alsook het gebrek aan grote hits, is het gemakkelijk om deze over te slaan als Prince-fan: Come heeft nog meer de schijn tegen dan Graffiti Bridge, en dat wil wat zeggen. Zeer jammer vind ik zelf, want wat mij betreft hebben we hier gewoon te maken met een ijzersterk setje songs. Zeker de eerste helft van de plaat flowt gewoon heerlijk en gaat van het ene hoogtepunt naar het andere. Een gebrek aan een commerciële instelling bij een artiest kan toch vaak wonderen doen voor de kwaliteit van de muziek.
Het hypnotiserende titelnummer (lang, maar niet storend lang), het mysterieuze Space, het rondstuiterende Loose, Tony M die die studio blijkbaar niet meer binnen mocht (Prince rapt hem in het uitstekende Race hoogstpersoonlijk de vuilnisbak in)... er zijn gewoon zoveel dingen aan deze plaat die erg in de smaak vallen bij mij. Afluister Orgasm zorgt er dan weer voor dat ik Come in ieder geval nooit zal opleggen als mijn moeder op bezoek is.
Om een lang verhaal kort te maken: ik vind dit gewoon zijn beste sinds Lovesexy. Of toch in ieder geval zijn meest consistente.
Oh ja, terwijl ik informatie over deze plaat bij elkaar aan het surfen was, kwam ik erachter dat Letitgo blijkbaar expliciet handelt over zijn ruzie met Warner (Fourteen years and tears I've longed to sing my song/But a horse couldn't drag your ass to put me on/But now I've got an army and we're three million strong/This song will ring in your ears when we are gone), en net dit nummer werd als enige als commerciële single uitgebracht. Opnieuw: ik was er graag bij geweest op de marketingafdeling van Warner.
Prince - Controversy (1981)

3,5
4
geplaatst: 23 januari 2020, 22:48 uur
Oké, echt een belachelijk lange recensie dit. Bij voorbaat mijn excuses 
Controversy dus. We horen een Prince die steeds zelfverzekerder wordt, en die steeds meer zijn eigen stijl vindt. Controversy is de eerste plaat waarop onze held de Prince-mangel in gebruik neemt, die nog decennialang trouw dienst zou draaien: pop, R&B, funk, synthpop, dance en rock verdwijnen erin en komen er aan de andere kant weer uit als één geheel.
Want vooral op de eerste twee platen kon je echt nog de scheidingslijnen tussen de verschillende door Prince gehanteerde genres waarnemen. Eerst krijgen we de discostamper, daarna volgt de hardrocker, dan door met een gevoelige R&B-ballade, enzovoort. Niet dat Prince op Controversy plots zware gitaren laat binnenvallen halverwege dancenummers of pianoballades afsluit met sirtaki-outro’s, Bohemian Rhapsody bestond immers al en aan een Rood is hij nooit begonnen (zie je Marco, zo moet dat: gewoon negeren). Wel is het vanaf Controversy plots veel moeilijker om aan te geven waar Prince het ene genre laat eindigen en het andere doet beginnen. Van nu af aan deden die hokjes er gewoon niet meer zo toe. Zijn attitude tegenover alle mogelijke soorten muziek werd vanaf hier: if anybody asks you, you belong to Prince.
Het resulteert in een plaat die ik voor de ene helft geweldig vind. En de andere helft… tja, die doet me eerlijk gezegd niet zoveel. *Ongemakkelijke stilte*
Het titelnummer valt uiteraard aan de goede kant van de streep. Wat een beest van een track blijft dat toch, een cool, dampend, spetterend, catchy achtbaanritje. Het was op dit moment zijn langste nummer geloof ik, en ook zijn eerste lange nummer (+5 minuten) dat de volledige speelduur boeit. Meesterwerk.
Controversy is zijn status als langste Prince-song tot dan toe twee nummers later al kwijt aan Do Me Baby trouwens. Een geile slow zoals alleen Prince ze kan maken, maar ondanks het gekreun en gekwijl blijft het liedje boeien. Ergens op het einde, wanneer Prince vocaal en muzikaal plots wat gas terugneemt, meen ik in de verte zelfs al wat Purple Rain waar te nemen. Tussen die twee vinden we het prima Sexuality (heerlijk speels), en daarna nog het geweldige Private Joy (wat een levenslust!).
Dan volgt de tweede helft van de plaat, en verslapt mijn aandacht.
Ronnie Talk To Russia heeft een mooie titel en een boodschap die vast behoorlijk aankwam in die tijd, maar bij mij gaat het van ene oor in, andere oor uit. Ik zweer het jullie, ik heb de plaat net nog opgelegd en ik ben nu alweer compleet vergeten hoe dit liedje gaat. Let’s Work heb ik ook nooit zo bijzonder gevonden, een ietwat mechanisch dansmuziekje dat me nogal gedateerd overkomt en ik nooit in mijn hart heb kunnen sluiten. Ook Annie Christian (geef mij maar Anna Stesia) en Jack U Off beklijven niet voldoende, zonder dat ze me echt tegenstaan overigens. Geen van deze vier vind ik stinkerds, maar in mijn Prince top 100 zal je ze niet aantreffen.
Aldus is Controversy een album waar ik gemengde gevoelens over heb. Langs de ene kant ben ik onder de indruk van de manier waarop Prince hier zijn eigen niche in de popmuziek (-en cultuur) gevonden heeft, en vind ik de eerste helft van de plaat fenomenaal. Langs de andere kant heb je die tweede helft waar ik maar niet inkom. Voor mij is dit dus helaas typisch zo’n plaat die op een bepaald moment de pedalen wat verliest. Zijn minste sinds For You vind ik, desondanks kan ik hier onmogelijk lager gaan dan 3.5*.

Controversy dus. We horen een Prince die steeds zelfverzekerder wordt, en die steeds meer zijn eigen stijl vindt. Controversy is de eerste plaat waarop onze held de Prince-mangel in gebruik neemt, die nog decennialang trouw dienst zou draaien: pop, R&B, funk, synthpop, dance en rock verdwijnen erin en komen er aan de andere kant weer uit als één geheel.
Want vooral op de eerste twee platen kon je echt nog de scheidingslijnen tussen de verschillende door Prince gehanteerde genres waarnemen. Eerst krijgen we de discostamper, daarna volgt de hardrocker, dan door met een gevoelige R&B-ballade, enzovoort. Niet dat Prince op Controversy plots zware gitaren laat binnenvallen halverwege dancenummers of pianoballades afsluit met sirtaki-outro’s, Bohemian Rhapsody bestond immers al en aan een Rood is hij nooit begonnen (zie je Marco, zo moet dat: gewoon negeren). Wel is het vanaf Controversy plots veel moeilijker om aan te geven waar Prince het ene genre laat eindigen en het andere doet beginnen. Van nu af aan deden die hokjes er gewoon niet meer zo toe. Zijn attitude tegenover alle mogelijke soorten muziek werd vanaf hier: if anybody asks you, you belong to Prince.
Het resulteert in een plaat die ik voor de ene helft geweldig vind. En de andere helft… tja, die doet me eerlijk gezegd niet zoveel. *Ongemakkelijke stilte*
Het titelnummer valt uiteraard aan de goede kant van de streep. Wat een beest van een track blijft dat toch, een cool, dampend, spetterend, catchy achtbaanritje. Het was op dit moment zijn langste nummer geloof ik, en ook zijn eerste lange nummer (+5 minuten) dat de volledige speelduur boeit. Meesterwerk.
Controversy is zijn status als langste Prince-song tot dan toe twee nummers later al kwijt aan Do Me Baby trouwens. Een geile slow zoals alleen Prince ze kan maken, maar ondanks het gekreun en gekwijl blijft het liedje boeien. Ergens op het einde, wanneer Prince vocaal en muzikaal plots wat gas terugneemt, meen ik in de verte zelfs al wat Purple Rain waar te nemen. Tussen die twee vinden we het prima Sexuality (heerlijk speels), en daarna nog het geweldige Private Joy (wat een levenslust!).
Dan volgt de tweede helft van de plaat, en verslapt mijn aandacht.
Ronnie Talk To Russia heeft een mooie titel en een boodschap die vast behoorlijk aankwam in die tijd, maar bij mij gaat het van ene oor in, andere oor uit. Ik zweer het jullie, ik heb de plaat net nog opgelegd en ik ben nu alweer compleet vergeten hoe dit liedje gaat. Let’s Work heb ik ook nooit zo bijzonder gevonden, een ietwat mechanisch dansmuziekje dat me nogal gedateerd overkomt en ik nooit in mijn hart heb kunnen sluiten. Ook Annie Christian (geef mij maar Anna Stesia) en Jack U Off beklijven niet voldoende, zonder dat ze me echt tegenstaan overigens. Geen van deze vier vind ik stinkerds, maar in mijn Prince top 100 zal je ze niet aantreffen.
Aldus is Controversy een album waar ik gemengde gevoelens over heb. Langs de ene kant ben ik onder de indruk van de manier waarop Prince hier zijn eigen niche in de popmuziek (-en cultuur) gevonden heeft, en vind ik de eerste helft van de plaat fenomenaal. Langs de andere kant heb je die tweede helft waar ik maar niet inkom. Voor mij is dit dus helaas typisch zo’n plaat die op een bepaald moment de pedalen wat verliest. Zijn minste sinds For You vind ik, desondanks kan ik hier onmogelijk lager gaan dan 3.5*.
Prince - Crystal Ball (1998)

4,0
3
geplaatst: 12 september 2020, 18:58 uur
In 1998 zette Prince de deuren van zijn fameuze kluis op een kiertje en bracht Crystal Ball uit, drie schijfjes vol outtakes, vernoemd naar misschien wel de meest mythische outtake van het hele stel. Voor de trouwe fans moet het geweest zijn alsof de Heilige Graal plots te koop werd aangeboden aan alle pelgrims met een internetverbinding.
De reden waarom Crystal Ball op mij een minder grote aantrekkingskracht uitoefent, is omdat ik in 1998 helemaal geen trouwe Prince-fan was. Sterker nog, ik had toen nog nooit van de beste man gehoord. Als Samson & Gert in die tijd nou een monumentale boxset hadden uitgebracht ja, dan was ik waarschijnlijk één en al oor geweest, maar verder was ik toen vooral druk bezig met buiten spelen en aan de hand van de prentjes proberen afleiden waar mijn stripverhalen nou eigenlijk over gingen. Had je me toen mijn mening over Prince gevraagd, dan had ik vast geantwoord dat ik het lekkere koeken vond, vooral die met bruine chocolade in het midden.
Prince-fan werd ik pas jaren later, in de periode 2006-2007. Toen was ik vooral druk met het ontdekken van zijn meesterwerken uit de gloriejaren en zijn op dat moment recente comebackplaten. Tegen de tijd dat ik die allemaal goed kende en klaar was om me op minder voor de hand liggend werk zoals outtakes te storten, had Prince al zijn muziek van het internet gehaald en werd dit plots erg lastig, of eigenlijk onmogelijk (ik ben altijd een beetje bang geweest van vage torrent-sites). Ik heb dus nooit kennisgemaakt met deze liedjes via bootlegs die ik slechts met veel moeite wist te bemachtigen, en heb ook niet jarenlang moeten luisteren naar piepende en krakende opnames vooraleer ze hier plots in top-notch geluidskwaliteit beschikbaar werden. Kort gezegd, ik heb stomweg nooit een band met deze liedjes opgebouwd.
Niet dat dat per se hoeft natuurlijk, en toen een tijdje terug ook zijn post-1992 albums op Spotify terechtkwamen, heb ik een paar van de bekendere nummers uit deze box meteen beluisterd, maar pas nu ik in mijn recensie-reis bij Crystal Ball ben beland, ben ik er eens echt voor gaan zitten. Hierbij mijn, al dan niet eerste, indrukken:
1. Dit is echt oneindig veel leuker om naar te luisteren dan het eveneens driedubbele Emancipation.
2. Het titelnummer is inderdaad echt een 1000 karaats-diamant, een soort ruimtereis door zijn universum in één nummer gevat. Het funkt en rockt, en blijft evolueren: op een bepaald moment wordt het net een James Bond-thema, net zo goed glibbert er even verderop plots een Egyptische vibe de song binnen. En het blijft allemaal nog voldoende coherent aanvoelen ook. Veruit het beste nummer van de set.
3. Maar uiteraard is hier nog veel meer de moeite waard. Liedjes die er voor mij ook meteen positief uitsprongen waren Dream Factory, Acknowledge Me, 2morrow, Da Bang, Calhoun Square, Poom Poom, She Gave Her Angels… Ik had op voorhand vooral hoge verwachtingen van de 80s-nummers, dat er tussen het jaren ’90-materiaal ook zoveel geweldigs zou zitten had ik eerlijk gezegd niet zien aankomen.
4. Niet dat er op deze cd’s louter fantastische nummers staan, maar echte stinkerds heb ik ook niet kunnen ontdekken, iets wat op zijn laatste paar reguliere studioplaten wel anders was. Cloreen Baconskin duurt me bijvoorbeeld veel te lang maar die groove is gewoon echt lekker, Moviestar moest ik ook even mijn wenkbrauwen bij fronsen maar uiteindelijk werkt het nummer wel, op een hiphopplaat uit die tijd zou het een komische skit van enkele seconden geweest zijn, Prince maakte er gewoon een heel nummer van, ook prima.
Dus ja, zoals jullie lezen ben ik redelijk enthousiast over deze plaat. Mijn enige punt van kritiek maak ik met de outtakes van de recente remasters van 1999 en Purple Rain in het achterhoofd: want hoeveel beter had deze set niet kunnen zijn met krakers als Do Yourself A Favour, Our Destiny/Roadhouse Garden en Moonbeam Levels in de plaats van de iets minder sprankelende nummers die er nu wel op staan? En je gaat me niet vertellen dat er van pakweg Lovesexy geen interessante outtakes te delen zijn, terwijl er nu wel enkele remixen van minder essentiële songs op staan (Get Loose, P. Control...). Met de kennis van nu (en toen zullen genoeg van die nummers ook al bekend geweest zijn bij de die-hards) dus een ietwat gemankeerde release, maar kijken we naar de nummers zelf dan is dit gewoon een meer dan geslaagde verzamelaar te noemen!
De reden waarom Crystal Ball op mij een minder grote aantrekkingskracht uitoefent, is omdat ik in 1998 helemaal geen trouwe Prince-fan was. Sterker nog, ik had toen nog nooit van de beste man gehoord. Als Samson & Gert in die tijd nou een monumentale boxset hadden uitgebracht ja, dan was ik waarschijnlijk één en al oor geweest, maar verder was ik toen vooral druk bezig met buiten spelen en aan de hand van de prentjes proberen afleiden waar mijn stripverhalen nou eigenlijk over gingen. Had je me toen mijn mening over Prince gevraagd, dan had ik vast geantwoord dat ik het lekkere koeken vond, vooral die met bruine chocolade in het midden.
Prince-fan werd ik pas jaren later, in de periode 2006-2007. Toen was ik vooral druk met het ontdekken van zijn meesterwerken uit de gloriejaren en zijn op dat moment recente comebackplaten. Tegen de tijd dat ik die allemaal goed kende en klaar was om me op minder voor de hand liggend werk zoals outtakes te storten, had Prince al zijn muziek van het internet gehaald en werd dit plots erg lastig, of eigenlijk onmogelijk (ik ben altijd een beetje bang geweest van vage torrent-sites). Ik heb dus nooit kennisgemaakt met deze liedjes via bootlegs die ik slechts met veel moeite wist te bemachtigen, en heb ook niet jarenlang moeten luisteren naar piepende en krakende opnames vooraleer ze hier plots in top-notch geluidskwaliteit beschikbaar werden. Kort gezegd, ik heb stomweg nooit een band met deze liedjes opgebouwd.
Niet dat dat per se hoeft natuurlijk, en toen een tijdje terug ook zijn post-1992 albums op Spotify terechtkwamen, heb ik een paar van de bekendere nummers uit deze box meteen beluisterd, maar pas nu ik in mijn recensie-reis bij Crystal Ball ben beland, ben ik er eens echt voor gaan zitten. Hierbij mijn, al dan niet eerste, indrukken:
1. Dit is echt oneindig veel leuker om naar te luisteren dan het eveneens driedubbele Emancipation.
2. Het titelnummer is inderdaad echt een 1000 karaats-diamant, een soort ruimtereis door zijn universum in één nummer gevat. Het funkt en rockt, en blijft evolueren: op een bepaald moment wordt het net een James Bond-thema, net zo goed glibbert er even verderop plots een Egyptische vibe de song binnen. En het blijft allemaal nog voldoende coherent aanvoelen ook. Veruit het beste nummer van de set.
3. Maar uiteraard is hier nog veel meer de moeite waard. Liedjes die er voor mij ook meteen positief uitsprongen waren Dream Factory, Acknowledge Me, 2morrow, Da Bang, Calhoun Square, Poom Poom, She Gave Her Angels… Ik had op voorhand vooral hoge verwachtingen van de 80s-nummers, dat er tussen het jaren ’90-materiaal ook zoveel geweldigs zou zitten had ik eerlijk gezegd niet zien aankomen.
4. Niet dat er op deze cd’s louter fantastische nummers staan, maar echte stinkerds heb ik ook niet kunnen ontdekken, iets wat op zijn laatste paar reguliere studioplaten wel anders was. Cloreen Baconskin duurt me bijvoorbeeld veel te lang maar die groove is gewoon echt lekker, Moviestar moest ik ook even mijn wenkbrauwen bij fronsen maar uiteindelijk werkt het nummer wel, op een hiphopplaat uit die tijd zou het een komische skit van enkele seconden geweest zijn, Prince maakte er gewoon een heel nummer van, ook prima.
Dus ja, zoals jullie lezen ben ik redelijk enthousiast over deze plaat. Mijn enige punt van kritiek maak ik met de outtakes van de recente remasters van 1999 en Purple Rain in het achterhoofd: want hoeveel beter had deze set niet kunnen zijn met krakers als Do Yourself A Favour, Our Destiny/Roadhouse Garden en Moonbeam Levels in de plaats van de iets minder sprankelende nummers die er nu wel op staan? En je gaat me niet vertellen dat er van pakweg Lovesexy geen interessante outtakes te delen zijn, terwijl er nu wel enkele remixen van minder essentiële songs op staan (Get Loose, P. Control...). Met de kennis van nu (en toen zullen genoeg van die nummers ook al bekend geweest zijn bij de die-hards) dus een ietwat gemankeerde release, maar kijken we naar de nummers zelf dan is dit gewoon een meer dan geslaagde verzamelaar te noemen!
Prince - Dirty Mind (1980)

4,5
4
geplaatst: 18 januari 2020, 22:42 uur
Grappig eigenlijk hoe de platen van Prince in dit vroege stadion van zijn carrière beter worden naarmate het opnamebudget daalt. Dirty Mind is naar verluidt niet veel meer dan een licht opgepoetste demo, waarvan het meeste nog in één en dezelfde nacht is opgenomen ook, en het is zijn meest hoekige, rauwe, vlotte, avontuurlijke, kortom, beste album tot nu toe geworden.
Dirty Mind vliegt fantastisch uit de startblokken met de eerste drie nummers, stuk voor stuk grote Prince-favorieten van me. Van bij deze drie liedjes wordt het al duidelijk dat Prince op muzikaal vlak voornamelijk voor dansende benen gaat, en op tekstueel vlak voor rode oortjes. Niet dat zijn eerste twee platen geen ondeugende momenten hadden (we herinneren ons allemaal nog leuzes als ‘I want you soft and wet’) maar hier gaan plots alle remmen los: bezoekjes aan hoeren, vrije seks, incest, het komt op Dirty Mind allemaal langs.
Dit alles maakt Dirty Mind een uiterst merkwaardige opvolger van het titelloze album van een jaar eerder. Dat was nog een echte ‘ik wil een grote ster worden’-plaat, waar Prince erg zijn best deed om te tonen wat hij allemaal in huis had. I Wanna Be Your Lover was zelfs speciaal geschreven als hitsingle.
Daar sta je dan, aan de rand van de roem, en dan breng je als opvolger van die plaat een snel in elkaar gebokste demo uit, grotendeels voorzien van teksten waar je op de radio niet gauw mee wegkomt. Wat is hier gaande? Wat we hier horen, moest er blijkbaar uit op dit moment in zijn leven. Onlogische carrièremove, maar eigenlijk is het gewoon ontzettend slim. Op zijn eerste twee albums hoorde je het talent wel al, maar je zag nog een artiest zonder niche, en zonder uitgesproken persoonlijkheid (en wil je een grote ster worden, dan is dat wat je in overvloed moet hebben: persoonlijkheid). Op dit album maakt hij hier voor altijd komaf mee. Na Dirty Mind had Prince zijn vlag geplant, zijn imago uitgekozen, zijn naam en reputatie gevestigd. Dirty Mind is een ‘career defining record’ van hoog niveau... en nog had Prince het plafond niet bereikt.
Waarom geef ik deze dan geen 5 sterren? Toegeven, hij schuurt er dicht tegenaan (om maar in het jargon van de plaat te blijven), maar met Gotta Broken Heart Again heb ik eigenlijk niet zoveel, en Head vind ik - en hier ga ik even vloeken in de Prince-kerk - net iets te lang doorgaan (kan goede head te lang duren? Nou, hier alvast wel). Verder niks dan lof voor dit pareltje.
Dirty Mind vliegt fantastisch uit de startblokken met de eerste drie nummers, stuk voor stuk grote Prince-favorieten van me. Van bij deze drie liedjes wordt het al duidelijk dat Prince op muzikaal vlak voornamelijk voor dansende benen gaat, en op tekstueel vlak voor rode oortjes. Niet dat zijn eerste twee platen geen ondeugende momenten hadden (we herinneren ons allemaal nog leuzes als ‘I want you soft and wet’) maar hier gaan plots alle remmen los: bezoekjes aan hoeren, vrije seks, incest, het komt op Dirty Mind allemaal langs.
Dit alles maakt Dirty Mind een uiterst merkwaardige opvolger van het titelloze album van een jaar eerder. Dat was nog een echte ‘ik wil een grote ster worden’-plaat, waar Prince erg zijn best deed om te tonen wat hij allemaal in huis had. I Wanna Be Your Lover was zelfs speciaal geschreven als hitsingle.
Daar sta je dan, aan de rand van de roem, en dan breng je als opvolger van die plaat een snel in elkaar gebokste demo uit, grotendeels voorzien van teksten waar je op de radio niet gauw mee wegkomt. Wat is hier gaande? Wat we hier horen, moest er blijkbaar uit op dit moment in zijn leven. Onlogische carrièremove, maar eigenlijk is het gewoon ontzettend slim. Op zijn eerste twee albums hoorde je het talent wel al, maar je zag nog een artiest zonder niche, en zonder uitgesproken persoonlijkheid (en wil je een grote ster worden, dan is dat wat je in overvloed moet hebben: persoonlijkheid). Op dit album maakt hij hier voor altijd komaf mee. Na Dirty Mind had Prince zijn vlag geplant, zijn imago uitgekozen, zijn naam en reputatie gevestigd. Dirty Mind is een ‘career defining record’ van hoog niveau... en nog had Prince het plafond niet bereikt.
Waarom geef ik deze dan geen 5 sterren? Toegeven, hij schuurt er dicht tegenaan (om maar in het jargon van de plaat te blijven), maar met Gotta Broken Heart Again heb ik eigenlijk niet zoveel, en Head vind ik - en hier ga ik even vloeken in de Prince-kerk - net iets te lang doorgaan (kan goede head te lang duren? Nou, hier alvast wel). Verder niks dan lof voor dit pareltje.
Prince - Emancipation (1996)

2,5
3
geplaatst: 2 augustus 2020, 14:25 uur
Tja, Emancipation… Prince is eindelijk van zijn contract met Warner af, staat op het punt een gezin te beginnen, en is hierdoor zo door het dolle heen dat hij net een oma wordt die zodanig blij is dat haar kleinkinderen eens komen eten, dat ze prompt drie keer meer dan nodig voorziet.
Ik heb op zich niet echt een probleem met lange albums. Sandinista van The Clash, ook een driedubbelaar (wel nog steeds 40 minuten korter dan deze Odyssee), is zelfs één van mijn favoriete platen ever. Heus niet elk nummer op Sandinista is een meesterwerk, maar zelfs de mindere stukken temperen mijn luisterplezier niet, omdat de sfeer zo ongedwongen en fun blijft, en omdat de plaat blijft verrassen, ook al is niet elke bokkensprong even goed gelukt.
Daar waar Sandinista slaagt, faalt Emancipation grandioos: Prince vergeet om het voor zijn luisteraars interessant te houden.
Ik bedoel, Sign ‘O’ The Times was ook lang, maar op dat album werd je nog als een bal in een flipperkast kriskras doorheen het ganse Prince-universum gestuiterd: geen enkel nummer leek op wat je net daarvoor gehoord had. Op Emancipation gebeurt het daarentegen heel vaak dat meerdere nummers die op elkaar lijken vlak achter elkaar zijn gezet. Dat de plaat hoe langer hoe meer van die slome, mierzoete low budget romcom-R&B op je afvuurt, maakt dit echt een heel vervelende CD om in één ruk uit te zitten, ook omdat outro’s vaak onnodig lang gerekt worden (waarschijnlijk om elke schijf exact 1 uur speellengte te geven). Nee, ik ben geen fan.
Nochtans, net van een veelzijdige, weirde muzikant als Prince zou ik op voorhand wel durven hopen dat een ellenlange driedubbelaar kans op slagen heeft. Niet dus, dit is een echte ‘zoek maar lekker zelf naar je krenten in de pap’-plaat. Dit zijn overigens de mijne:
1. Jam of the Year
2. Somebody’s Somebody
3. Get Yo Groove On
4. Betcha by Golly Wow
5. Mr. Happy
6. In This Bed Eye Scream
7. Soul Sanctuary
8. Dreamin’ About U
9. The Holy River
10. The Love We Make
De eindbalans: 10 van de 36 nummers die ik oprecht erg goed vind, en 26 anderen die me gestolen kunnen worden. Da’s niet best. Maar over het algemeen rocken de (schaarse) rockers gewoon niet genoeg, en sprankelen de popnummers niet weinig. De R&B-songs meanderen en zwijmelen dan weer te veel (en zijn te oververtegenwoordigd), de hiphopperts zijn dan weer te gezichtsloos, en de elektronische nummers zijn met twee en staan vlak na elkaar, wat hun geringe effect (ik vind zowel The Human Body als Face Down behoorlijk slecht) helemaal teniet doet. Emancipation is voor mij een bloedeloze kolos die nog best ok uit de startblokken schiet, maar al snel bezwijkt onder haar eigen gewicht.
Ik heb op zich niet echt een probleem met lange albums. Sandinista van The Clash, ook een driedubbelaar (wel nog steeds 40 minuten korter dan deze Odyssee), is zelfs één van mijn favoriete platen ever. Heus niet elk nummer op Sandinista is een meesterwerk, maar zelfs de mindere stukken temperen mijn luisterplezier niet, omdat de sfeer zo ongedwongen en fun blijft, en omdat de plaat blijft verrassen, ook al is niet elke bokkensprong even goed gelukt.
Daar waar Sandinista slaagt, faalt Emancipation grandioos: Prince vergeet om het voor zijn luisteraars interessant te houden.
Ik bedoel, Sign ‘O’ The Times was ook lang, maar op dat album werd je nog als een bal in een flipperkast kriskras doorheen het ganse Prince-universum gestuiterd: geen enkel nummer leek op wat je net daarvoor gehoord had. Op Emancipation gebeurt het daarentegen heel vaak dat meerdere nummers die op elkaar lijken vlak achter elkaar zijn gezet. Dat de plaat hoe langer hoe meer van die slome, mierzoete low budget romcom-R&B op je afvuurt, maakt dit echt een heel vervelende CD om in één ruk uit te zitten, ook omdat outro’s vaak onnodig lang gerekt worden (waarschijnlijk om elke schijf exact 1 uur speellengte te geven). Nee, ik ben geen fan.
Nochtans, net van een veelzijdige, weirde muzikant als Prince zou ik op voorhand wel durven hopen dat een ellenlange driedubbelaar kans op slagen heeft. Niet dus, dit is een echte ‘zoek maar lekker zelf naar je krenten in de pap’-plaat. Dit zijn overigens de mijne:
1. Jam of the Year
2. Somebody’s Somebody
3. Get Yo Groove On
4. Betcha by Golly Wow
5. Mr. Happy
6. In This Bed Eye Scream
7. Soul Sanctuary
8. Dreamin’ About U
9. The Holy River
10. The Love We Make
De eindbalans: 10 van de 36 nummers die ik oprecht erg goed vind, en 26 anderen die me gestolen kunnen worden. Da’s niet best. Maar over het algemeen rocken de (schaarse) rockers gewoon niet genoeg, en sprankelen de popnummers niet weinig. De R&B-songs meanderen en zwijmelen dan weer te veel (en zijn te oververtegenwoordigd), de hiphopperts zijn dan weer te gezichtsloos, en de elektronische nummers zijn met twee en staan vlak na elkaar, wat hun geringe effect (ik vind zowel The Human Body als Face Down behoorlijk slecht) helemaal teniet doet. Emancipation is voor mij een bloedeloze kolos die nog best ok uit de startblokken schiet, maar al snel bezwijkt onder haar eigen gewicht.
Prince - For You (1978)

2,0
4
geplaatst: 17 januari 2020, 18:47 uur
Ik heb het idee opgevat om in de komende periode eens alle Prince-platen in chronologische volgorde voorbij te laten komen, iets wat ik nooit eerder gedaan heb (sowieso is er hier en daar nog een plaat over die ik nog niet ken, op deze manier hoop ik dit eindelijk eens weg te werken). Ik ga niet proberen om bij elke plaat een lange recensie te schrijven, ik vrees dat ik me er dan mijn tanden toch teveel stuk op zou bijten (dus respect voor lennon, Funky Bookie en aERodynamIC dat het hen wel gelukt is, jongens, bij deze weten jullie ook dat ik mijn eigen soort-van poging doe) maar een berichtje schrijven bij elke plaat (dan eens wat langer, dan weer wat korter) moet toch lukken
For You dan: een plaat die ik denk ik maar één keer volledig gehoord heb, toen Prince zijn muziek nog ongestraft op Youtube liet zwerven, al een heuuuul lange tijd geleden dus. Ik luister er vandaag dus met nieuwe oren naar, want alleen Soft And Wet stond me nog bij (maar die staat dan ook op The Hits/The B-Sides en dat album heb ik stukgedraaid als jonge tiener, dus vandaar). Dat blijft een leuk nummer, maar niet meer dan dat. Het talent is duidelijk hoorbaar aanwezig, maar het komt er nog onvoldoende uit. Prince moest nog een beetje loskomen, zeg maar.
Dat laatste geldt eigenlijk voor dit hele debuut, waarvan Soft And Wet nog het beste nummer is ook, en met voorsprong. Ontzettend knap hoe Prince dit als 20-jarig snotneusje in elkaar heeft gebokst terwijl hij zich niks aantrok van de man die eigenlijk was ingehuurd om de productie te doen, maar een sterk album levert het mijn inziens niet op. Heel For You is gedrapeerd met zo’n satijnen glossy jaren ’70 Hollywoodsoul/disco-kleedje waarvan alleen Michael Jackson’s Off The Wall voor mij de tand des tijds goed doorstaan heeft, een heel album in deze stijl is dus niet aan mij besteed. In het begin gaat het nog, mede omdat ik In Love en Just As Long As We’re Together ook best ok vind, maar deze sound gaat me hoe langer hoe meer irriteren, tot het op So Blue bijna niet meer uit te houden is. I’m Yours is ook helemaal niet zo’n goed nummer, maar het brengt op de valreep tenminste nog wat pit de plaat in zodat het toch niet helemaal op een sisser eindigt. Uiteindelijk vind ik de ontstaansgeschiedenis nog het leukste aan dit album.
Sowieso is Prince hier nog te weinig onderscheidend, een fout die hij gelukkig snel zou afleveren.
Dus om samen te vatten: platen maken kon onze held al meteen… nu moest hij alleen nog goede platen leren maken. Maar ach, je moet ergens beginnen.
Zo, plens ik er toch nog zo’n lang verhaal uit. Toch een blauw sterretje erbij dan maar
For You dan: een plaat die ik denk ik maar één keer volledig gehoord heb, toen Prince zijn muziek nog ongestraft op Youtube liet zwerven, al een heuuuul lange tijd geleden dus. Ik luister er vandaag dus met nieuwe oren naar, want alleen Soft And Wet stond me nog bij (maar die staat dan ook op The Hits/The B-Sides en dat album heb ik stukgedraaid als jonge tiener, dus vandaar). Dat blijft een leuk nummer, maar niet meer dan dat. Het talent is duidelijk hoorbaar aanwezig, maar het komt er nog onvoldoende uit. Prince moest nog een beetje loskomen, zeg maar.
Dat laatste geldt eigenlijk voor dit hele debuut, waarvan Soft And Wet nog het beste nummer is ook, en met voorsprong. Ontzettend knap hoe Prince dit als 20-jarig snotneusje in elkaar heeft gebokst terwijl hij zich niks aantrok van de man die eigenlijk was ingehuurd om de productie te doen, maar een sterk album levert het mijn inziens niet op. Heel For You is gedrapeerd met zo’n satijnen glossy jaren ’70 Hollywoodsoul/disco-kleedje waarvan alleen Michael Jackson’s Off The Wall voor mij de tand des tijds goed doorstaan heeft, een heel album in deze stijl is dus niet aan mij besteed. In het begin gaat het nog, mede omdat ik In Love en Just As Long As We’re Together ook best ok vind, maar deze sound gaat me hoe langer hoe meer irriteren, tot het op So Blue bijna niet meer uit te houden is. I’m Yours is ook helemaal niet zo’n goed nummer, maar het brengt op de valreep tenminste nog wat pit de plaat in zodat het toch niet helemaal op een sisser eindigt. Uiteindelijk vind ik de ontstaansgeschiedenis nog het leukste aan dit album.
Sowieso is Prince hier nog te weinig onderscheidend, een fout die hij gelukkig snel zou afleveren.
Dus om samen te vatten: platen maken kon onze held al meteen… nu moest hij alleen nog goede platen leren maken. Maar ach, je moet ergens beginnen.
Zo, plens ik er toch nog zo’n lang verhaal uit. Toch een blauw sterretje erbij dan maar

Prince - Graffiti Bridge (1990)

4,0
3
geplaatst: 29 april 2020, 17:27 uur
Graffiti Bridge: alweer een soundtrack van een film die ik niet gezien heb, en die me verder door iedereen afgeraden wordt. Maar in tegenstelling tot de Purple Rain OST en Parade, wordt bij Graffiti Bridge ook de soundtrack niet erg op handen gedragen. Voorheen ook niet door mij trouwens: ik had deze plaat op 2.5* staan. Voor ik aan deze recensie begon had ik al het idee dat dat waarschijnlijk niet helemaal klopte (de laatste luistersessie dateerde al van lang geleden), en dat gevoel bleek juist.
Ik snap het ergens wel hoor, het gebrek aan liefde voor deze plaat. Het was Prince’s vierde soundtrack en derde dubbelaar, en sowieso had de man natuurlijk al een bijzonder straffe reputatie opgebouwd. Zo goed als Purple Rain en Parade is Graffiti Bridge natuurlijk niet. En ook in een rijtje naast 1999 en Sign ‘O’ The Times verbleekt deze nogal. Maar ook als je niet gaat vergelijken heeft het album de schijn tegen: Graffiti Bridge afdoen als een combinatie van restjesmateriaal en middelmatige, door derden ingezongen liedjes is verrassend simpel. Het enige wat je nodig hebt, is een beetje slechte wil.
Zo interpreteer ik mijn eigen lage score tenminste. Weet hebben van de reputatie van deze plaat als mindere god, hem een paar vluchtige luisterbeurten gunnen met dit in het achterhoofd, je vooroordelen voor jezelf bevestigen, en dan hop, terug naar Purple Rain. Tijd voor een rechtzetting, denk ik zo.
Middelmatige, door derden ingezongen liedjes? Nou nee, van zodra je gewend bent aan het idee van een Prince die bijna om het andere nummer de teugels in meer of mindere mate uit handen geeft (toegeven, het vergt inderdaad gewenning), blijkt het allemaal goed mee te vallen. Het scheelt dat alle liedjes geschreven en geproduceerd zijn door de beste man zelf, dus qua sound passen ze uitstekend bij de rest. Die sound is, net als op Batman een jaar eerder, zeer eigentijds: de house-invloeden van de voorganger zijn weg, en in de plaats komen new jack swing-vibes (in die tijd super hip). Niet mijn favoriete muziekhype, maar hier werkt het wel, net als op Michael Jackson’s Dangerous van een jaar later trouwens.
The Time komt na Prince het vaakst aan bod, en op het vervelende Release It en het middelmatige The Latest Fashion na vind ik hun bijdrages eigenlijk uitstekend. Vooral op Love Machine (met de mij volslagen onbekende Elisa Fiorillo als zangeres) kan je wel het stickertje ‘verborgen parel’ plakken me dunkt. Levende legende George Clinton komt ook eventjes om de hoek funken op We Can Funk en dat doet hij goed, het is één van de hoogtepunten van de plaat (check ook grootvader We Can Fuck op de Purple Rain bonus-cd’s, die is nog beter). De toen 14-jarige Tevin Campbell - die zichzelf in die tijd waarschijnlijk voorstelde met ‘hoi, ik ben Tevin, men wil van mij graag een nieuwe, hopelijk minder vreemde Michael Jackson voor de nineties maken en ik doe braaf wat ze vragen’, aan zijn zangstijl te horen - verzorgt dan weer de vocals op Round And Round. En het moet gezegd, dat doet hij goed, hoewel de compositie verder geen hoogvlieger is. Melody Cool is in de grond ook geen topnummer, maar zet er een charismatische grand dame als Mavis Staples op en je krijgt toch iets bijzonders. So far, so good.
En dan is er voor de overige 3/4de van de plaat natuurlijk Prince zelf nog, die in de studio opnieuw de tijd van zijn leven leek te hebben als je hem zo bezig hoort. Hij schreef naar verluidt slechts drie volledig nieuwe nummers voor Graffiti Bridge, de singles Thieves In The Temple (prachtig) en New Power Generation (mwah) en het eerder vermelde Round And Round. De rest zijn herbewerkingen van materiaal straight outta de kluizen. Een hoop van de antipathie rond deze release zal er vast mee te maken hebben dat deze nummers door bootlegs in andere versies al vertrouwd waren geworden bij de die-hards, vermoed ik. Daar heb ik niet zo’n last van, ik hoor dan ook vooral een bont allegaartje aan liedjes waar de fun vaak vanaf spat. De opener, The Question Of U, Elephants & Flowers, Still Would Stand All Time… de overgrote meerderheid zijn gewoon allemaal mooie songs. Een enorme uitschieter naar boven à la When Doves Cry of Mountains staat er misschien niet op, maar een onderhoudende plaat is het wel.
En zo komen we bij mijn nieuwe eindconclusie: Graffiti Bridge is het grootste allegaartje dat Prince tot dan toe had uitgebracht, maar dat losse, in combinatie met de vrolijke sfeer en de variatie, maken het uiteindelijk best de moeite waard. Van mij krijgt ie een mooie 4*
Ik snap het ergens wel hoor, het gebrek aan liefde voor deze plaat. Het was Prince’s vierde soundtrack en derde dubbelaar, en sowieso had de man natuurlijk al een bijzonder straffe reputatie opgebouwd. Zo goed als Purple Rain en Parade is Graffiti Bridge natuurlijk niet. En ook in een rijtje naast 1999 en Sign ‘O’ The Times verbleekt deze nogal. Maar ook als je niet gaat vergelijken heeft het album de schijn tegen: Graffiti Bridge afdoen als een combinatie van restjesmateriaal en middelmatige, door derden ingezongen liedjes is verrassend simpel. Het enige wat je nodig hebt, is een beetje slechte wil.
Zo interpreteer ik mijn eigen lage score tenminste. Weet hebben van de reputatie van deze plaat als mindere god, hem een paar vluchtige luisterbeurten gunnen met dit in het achterhoofd, je vooroordelen voor jezelf bevestigen, en dan hop, terug naar Purple Rain. Tijd voor een rechtzetting, denk ik zo.
Middelmatige, door derden ingezongen liedjes? Nou nee, van zodra je gewend bent aan het idee van een Prince die bijna om het andere nummer de teugels in meer of mindere mate uit handen geeft (toegeven, het vergt inderdaad gewenning), blijkt het allemaal goed mee te vallen. Het scheelt dat alle liedjes geschreven en geproduceerd zijn door de beste man zelf, dus qua sound passen ze uitstekend bij de rest. Die sound is, net als op Batman een jaar eerder, zeer eigentijds: de house-invloeden van de voorganger zijn weg, en in de plaats komen new jack swing-vibes (in die tijd super hip). Niet mijn favoriete muziekhype, maar hier werkt het wel, net als op Michael Jackson’s Dangerous van een jaar later trouwens.
The Time komt na Prince het vaakst aan bod, en op het vervelende Release It en het middelmatige The Latest Fashion na vind ik hun bijdrages eigenlijk uitstekend. Vooral op Love Machine (met de mij volslagen onbekende Elisa Fiorillo als zangeres) kan je wel het stickertje ‘verborgen parel’ plakken me dunkt. Levende legende George Clinton komt ook eventjes om de hoek funken op We Can Funk en dat doet hij goed, het is één van de hoogtepunten van de plaat (check ook grootvader We Can Fuck op de Purple Rain bonus-cd’s, die is nog beter). De toen 14-jarige Tevin Campbell - die zichzelf in die tijd waarschijnlijk voorstelde met ‘hoi, ik ben Tevin, men wil van mij graag een nieuwe, hopelijk minder vreemde Michael Jackson voor de nineties maken en ik doe braaf wat ze vragen’, aan zijn zangstijl te horen - verzorgt dan weer de vocals op Round And Round. En het moet gezegd, dat doet hij goed, hoewel de compositie verder geen hoogvlieger is. Melody Cool is in de grond ook geen topnummer, maar zet er een charismatische grand dame als Mavis Staples op en je krijgt toch iets bijzonders. So far, so good.
En dan is er voor de overige 3/4de van de plaat natuurlijk Prince zelf nog, die in de studio opnieuw de tijd van zijn leven leek te hebben als je hem zo bezig hoort. Hij schreef naar verluidt slechts drie volledig nieuwe nummers voor Graffiti Bridge, de singles Thieves In The Temple (prachtig) en New Power Generation (mwah) en het eerder vermelde Round And Round. De rest zijn herbewerkingen van materiaal straight outta de kluizen. Een hoop van de antipathie rond deze release zal er vast mee te maken hebben dat deze nummers door bootlegs in andere versies al vertrouwd waren geworden bij de die-hards, vermoed ik. Daar heb ik niet zo’n last van, ik hoor dan ook vooral een bont allegaartje aan liedjes waar de fun vaak vanaf spat. De opener, The Question Of U, Elephants & Flowers, Still Would Stand All Time… de overgrote meerderheid zijn gewoon allemaal mooie songs. Een enorme uitschieter naar boven à la When Doves Cry of Mountains staat er misschien niet op, maar een onderhoudende plaat is het wel.
En zo komen we bij mijn nieuwe eindconclusie: Graffiti Bridge is het grootste allegaartje dat Prince tot dan toe had uitgebracht, maar dat losse, in combinatie met de vrolijke sfeer en de variatie, maken het uiteindelijk best de moeite waard. Van mij krijgt ie een mooie 4*
Prince - Lovesexy (1988)

4,5
4
geplaatst: 13 april 2020, 15:32 uur
Love is God, God is love, girls and boys love God above
Lovesexy: de ideale Paasmaandag-plaat!
In november ’87 cancelde Prince The Black Album, voornamelijk omdat deze plaat te duister en negatief zou zijn. In december ’87 ging hij opnieuw de studio in om een positievere ‘vervangplaat’ op te nemen. Eind januari ’88 was Lovesexy klaar. Wat een tempo!
Zoals we uit bovenstaande quote (uit het nummer Anna Stesia) af kunnen leiden, zat Prince tijdens het maken van Lovesexy nog heel erg in de reli-sferen die hem ertoe gebracht hadden The Black Album in de vuilnisbak te gooien. Verwijzingen naar God, religie en het roepen van “nee Satan, niet doen” zijn schering en inslag op deze plaat. Dit stoort absoluut niet, want het DNA van Lovesexy bestaat voor en nog groter deel uit PURE ONVERSNEDEN FUN (IN HOOFDLETTERS).
Als ik deze plaat opleg wordt de wereld gewoon eventjes een betere plek. Waarschijnlijk ter compensatie voor de donderwolk die de gecancelde voorganger was, krijgen we hier een helderblauwe hemel voorgeschoteld, en zoveel zon dat zelf God himself bijna zichtbaar lijkt te worden. Het niveau van de songwriting ligt ook opnieuw erg hoog, en dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat het je als luisteraar erg makkelijk wordt gemaakt om je mee te laten slepen in de naïeve, maar pure positiviteit van Lovesexy. “Alles is goed in de wereld, en wat nog niet goed is, zal het spoedig worden, als je maar gelooft”. Zoals ik al zei, naïef, maar wel mooi. Je zou willen dat het waar was. When 2 R In Love, die eigenlijk voor The Black Album was voorzien, komt in deze setting veel beter tot zijn recht.
Maar mijn twee grootste favorieten hier, sowieso in mijn Prince top 20 dan wel top 10 te vinden, zijn het zijdezachte Anna Steisa (inderdaad, van die vreemde, maar ook weer zalvende quote) en I Wish U Heaven, het ultieme ‘when they go low, we go high’-anthem over vergeving en innerlijke rust. Maar eigenlijk staat de hele plaat vol parels, alleen met de opener (ik kom altijd pas echt in Lovesexy bij het tweede nummer, de heerlijke hit Alphabet St. (waar een rap van Cat Glover mee de show steelt, da’s wel heel snel nadat je alle rappers doodwenste op Dead On It hoor Prince, jij heerlijke hypocriet)) en ook met het titelnummer heb ik net iets minder.
Volgens de oude geschriften loopt de glorieperiode van Prince van 1999 tot en met deze Lovesexy. En hoewel het waar is dat hij in de periode ’82-’88 zijn grootste triomfen scoorde, valt er ook hierna nog voldoende te genieten. Laat dus maar komen die ‘mindere jaren’!
Lovesexy: de ideale Paasmaandag-plaat!
In november ’87 cancelde Prince The Black Album, voornamelijk omdat deze plaat te duister en negatief zou zijn. In december ’87 ging hij opnieuw de studio in om een positievere ‘vervangplaat’ op te nemen. Eind januari ’88 was Lovesexy klaar. Wat een tempo!
Zoals we uit bovenstaande quote (uit het nummer Anna Stesia) af kunnen leiden, zat Prince tijdens het maken van Lovesexy nog heel erg in de reli-sferen die hem ertoe gebracht hadden The Black Album in de vuilnisbak te gooien. Verwijzingen naar God, religie en het roepen van “nee Satan, niet doen” zijn schering en inslag op deze plaat. Dit stoort absoluut niet, want het DNA van Lovesexy bestaat voor en nog groter deel uit PURE ONVERSNEDEN FUN (IN HOOFDLETTERS).
Als ik deze plaat opleg wordt de wereld gewoon eventjes een betere plek. Waarschijnlijk ter compensatie voor de donderwolk die de gecancelde voorganger was, krijgen we hier een helderblauwe hemel voorgeschoteld, en zoveel zon dat zelf God himself bijna zichtbaar lijkt te worden. Het niveau van de songwriting ligt ook opnieuw erg hoog, en dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat het je als luisteraar erg makkelijk wordt gemaakt om je mee te laten slepen in de naïeve, maar pure positiviteit van Lovesexy. “Alles is goed in de wereld, en wat nog niet goed is, zal het spoedig worden, als je maar gelooft”. Zoals ik al zei, naïef, maar wel mooi. Je zou willen dat het waar was. When 2 R In Love, die eigenlijk voor The Black Album was voorzien, komt in deze setting veel beter tot zijn recht.
Maar mijn twee grootste favorieten hier, sowieso in mijn Prince top 20 dan wel top 10 te vinden, zijn het zijdezachte Anna Steisa (inderdaad, van die vreemde, maar ook weer zalvende quote) en I Wish U Heaven, het ultieme ‘when they go low, we go high’-anthem over vergeving en innerlijke rust. Maar eigenlijk staat de hele plaat vol parels, alleen met de opener (ik kom altijd pas echt in Lovesexy bij het tweede nummer, de heerlijke hit Alphabet St. (waar een rap van Cat Glover mee de show steelt, da’s wel heel snel nadat je alle rappers doodwenste op Dead On It hoor Prince, jij heerlijke hypocriet)) en ook met het titelnummer heb ik net iets minder.
Volgens de oude geschriften loopt de glorieperiode van Prince van 1999 tot en met deze Lovesexy. En hoewel het waar is dat hij in de periode ’82-’88 zijn grootste triomfen scoorde, valt er ook hierna nog voldoende te genieten. Laat dus maar komen die ‘mindere jaren’!

Prince - Musicology (2004)

3,5
1
geplaatst: 1 september 2022, 11:46 uur
Ik werd fan van Prince rond 2006. 3121 was net uit, de andere grote recente Prince-release was deze. En hoewel ik parallel met zijn classics uit de jaren ’80 ook 3121 en verdorie zelfs Planet Earth mee grijsdraaide, is Musicology voor mij altijd een wat in het Prince-aanbod verdronken release geweest. Deze deed me gewoon van in het begin net iets minder, de 3,5* staat hier dan ook al sinds het prille begin van mijn Musicmeter-lidmaatschap.
De twee openingsnummer zijn nochtans zijn beste songs sinds The Rainbow Children. Musicology klapt heerlijk uit de boxen en ook Illusion, Coma, Pimp & Circumstance behoort voor mij tot zijn beste post-90’s-Werk (die ‘youuuuu’s, damn, om je vingers bij af te likken). A Million Days heeft ook iets meeslepends, die gierende gitaar op de achtergrond is gewoon wauw. Life ‘O’ The Party voel ik vooral vocaal, muzikaal is het me net iets te lomp, al zijn de blazers op het einde dan wel weer heerlijk.
So far so good, nietwaar? Maar dan gaat het album plots vol in slowjam-modus, en raakt Prince me nogal kwijt. Als rustpunt tussen twee anderssoortige nummers kan ik het best aan hoor, dat R&B-geglij, dus Call My Name ontspringt nog net de dans van mijn toorn. Maar What Do U Want Me 2 Do?, The Marrying Kind, If Eye Was the Man in Ur Life, On the Couch en Dear Mr. Man na elkaar op een album is teveel van het goede voor mij, sorry
Gelukkig staan op de tweede helft van de plaat ook twee nummers die ik wel voel, en ervoor zorgen dat Musicology bij mij alsnog aan de goede kant van de streep eindigt. Ten eerste is daar Cinnamon Girl (moedige beslissing om de toch grotendeels vredelievende Arabische gemeenschap in de US een hart onder de riem te steken zo vlak na 9/11, en het is nog eens een vlotte rocker ook), en ook afsluiter Reflection vind ik best mooi, zodat ik op de valreep nog even opnieuw helemaal het album wordt ingetrokken.
Voor mij een album met twee gezichten dus, deze Musicology. Maar uiteindelijk winnen de positieve punten het van de negatieve. En als commerciële comeback sowieso wel zo’n honderd keer geslaagder dan zijn vorige poging Rave Un2 The Joy Fantastic. Mijn matige score stamt dan ook voornamelijk uit het feit dat zijn R&B-glijballade-kant mijn minst favoriete Prince-kant is, en die hier vooral op de tweede helft center stage krijgt. Maar een fijne hernieuwde kennismaking was het zeker!
De twee openingsnummer zijn nochtans zijn beste songs sinds The Rainbow Children. Musicology klapt heerlijk uit de boxen en ook Illusion, Coma, Pimp & Circumstance behoort voor mij tot zijn beste post-90’s-Werk (die ‘youuuuu’s, damn, om je vingers bij af te likken). A Million Days heeft ook iets meeslepends, die gierende gitaar op de achtergrond is gewoon wauw. Life ‘O’ The Party voel ik vooral vocaal, muzikaal is het me net iets te lomp, al zijn de blazers op het einde dan wel weer heerlijk.
So far so good, nietwaar? Maar dan gaat het album plots vol in slowjam-modus, en raakt Prince me nogal kwijt. Als rustpunt tussen twee anderssoortige nummers kan ik het best aan hoor, dat R&B-geglij, dus Call My Name ontspringt nog net de dans van mijn toorn. Maar What Do U Want Me 2 Do?, The Marrying Kind, If Eye Was the Man in Ur Life, On the Couch en Dear Mr. Man na elkaar op een album is teveel van het goede voor mij, sorry

Gelukkig staan op de tweede helft van de plaat ook twee nummers die ik wel voel, en ervoor zorgen dat Musicology bij mij alsnog aan de goede kant van de streep eindigt. Ten eerste is daar Cinnamon Girl (moedige beslissing om de toch grotendeels vredelievende Arabische gemeenschap in de US een hart onder de riem te steken zo vlak na 9/11, en het is nog eens een vlotte rocker ook), en ook afsluiter Reflection vind ik best mooi, zodat ik op de valreep nog even opnieuw helemaal het album wordt ingetrokken.
Voor mij een album met twee gezichten dus, deze Musicology. Maar uiteindelijk winnen de positieve punten het van de negatieve. En als commerciële comeback sowieso wel zo’n honderd keer geslaagder dan zijn vorige poging Rave Un2 The Joy Fantastic. Mijn matige score stamt dan ook voornamelijk uit het feit dat zijn R&B-glijballade-kant mijn minst favoriete Prince-kant is, en die hier vooral op de tweede helft center stage krijgt. Maar een fijne hernieuwde kennismaking was het zeker!
Prince - N.E.W.S. (2003)

2,0
1
geplaatst: 15 maart 2022, 12:12 uur
Prince – N.E.W.S.
…zzz…
Prince – N.E.W.S.
Sorry, daar dommelde ik even in bij mijn eerste poging deze plaat te recenseren. Naar N.E.W.S. van Prince luisteren doet zo’n dingen met een mens.
Nee alle gekheid op een stokje, het muzikantenschap op deze plaat is vast helemaal top, Prince is zelf natuurlijk een klasbak maar hij laat zich hier ook omringen door de nodige toppers (vooral Eric Leeds op sax), maar dat doet niet af aan het feit dat ik mijn aandacht hier gewoon echt niet bij weet te houden.
Ik wil zelfs nog verder gaan: om actief te luisteren naar deze plaat, moet ik me concentreren op dezelfde manier zoals ik dat vroeger moest doen bij het maken van mijn huiswerk. Het lukt misschien maximum een paar aaneengesloten minuutjes, daarna ga ik onherroepelijk dagdromen, social media checken, proberen een zo hoog mogelijke toren te bouwen met al het schrijfgerief in mijn pennenzak… geen goed teken.
Uitzonderingen: wanneer het geheel wat dreigender wordt op East, het chille begin van West met die eenzame gitaarsolo, de chille outro van West met die eenzame saxsolo… en dat is het eigenlijk zowat.
Maar zelfs die spaarzame uitzonderingen zijn niet bepaald carrièrehoogtepunten waar ik met alle geweld om de zoveel tijd naar terug wil keren. Ze zijn gewoon iets minder middelmatig dan de rest van het gebodene. N.E.W.S. doet heel klinisch aan, alsof de aanwezige muzikanten geen chemie delen. Nu weet ik natuurlijk dat dit niet zo is, dat ik hier niet van kan genieten ligt dus aan de te cleane productie en de weinig sprankelende composities.
Misschien adequate achtergrondmuziek bij het lezen of de zondagse thee, maar daar luister ik Prince natuurlijk niet voor. By far zijn meest saaie plaat voor mij, de jazzy antithese van het swingende, interessante The Rainbow Children. Een slaapverwekkende, voortkabbelende yin van een spannende, regenboogkleurige yang. Tja, alles moet in balans blijven, zullen we maar zeggen.
…zzz…
Prince – N.E.W.S.
Sorry, daar dommelde ik even in bij mijn eerste poging deze plaat te recenseren. Naar N.E.W.S. van Prince luisteren doet zo’n dingen met een mens.
Nee alle gekheid op een stokje, het muzikantenschap op deze plaat is vast helemaal top, Prince is zelf natuurlijk een klasbak maar hij laat zich hier ook omringen door de nodige toppers (vooral Eric Leeds op sax), maar dat doet niet af aan het feit dat ik mijn aandacht hier gewoon echt niet bij weet te houden.
Ik wil zelfs nog verder gaan: om actief te luisteren naar deze plaat, moet ik me concentreren op dezelfde manier zoals ik dat vroeger moest doen bij het maken van mijn huiswerk. Het lukt misschien maximum een paar aaneengesloten minuutjes, daarna ga ik onherroepelijk dagdromen, social media checken, proberen een zo hoog mogelijke toren te bouwen met al het schrijfgerief in mijn pennenzak… geen goed teken.
Uitzonderingen: wanneer het geheel wat dreigender wordt op East, het chille begin van West met die eenzame gitaarsolo, de chille outro van West met die eenzame saxsolo… en dat is het eigenlijk zowat.
Maar zelfs die spaarzame uitzonderingen zijn niet bepaald carrièrehoogtepunten waar ik met alle geweld om de zoveel tijd naar terug wil keren. Ze zijn gewoon iets minder middelmatig dan de rest van het gebodene. N.E.W.S. doet heel klinisch aan, alsof de aanwezige muzikanten geen chemie delen. Nu weet ik natuurlijk dat dit niet zo is, dat ik hier niet van kan genieten ligt dus aan de te cleane productie en de weinig sprankelende composities.
Misschien adequate achtergrondmuziek bij het lezen of de zondagse thee, maar daar luister ik Prince natuurlijk niet voor. By far zijn meest saaie plaat voor mij, de jazzy antithese van het swingende, interessante The Rainbow Children. Een slaapverwekkende, voortkabbelende yin van een spannende, regenboogkleurige yang. Tja, alles moet in balans blijven, zullen we maar zeggen.
Prince - One Nite Alone... (2002)

3,5
1
geplaatst: 27 februari 2022, 19:07 uur
Ik vond dit een moeilijke om in te komen, eerlijk gezegd. Prince achter de piano had zeker live vaak iets magisch, maar toch ging ik vrij sceptisch dit project in. Want wat ik één van Prince's absolute sterktes vind (op zijn beste platen toch), is dat alle nummers zo divers van karakter zijn maar tegelijkertijd toch zo uniform en coherent bij elkaar passen. Dat zou wat verloren gaan met tien trage, zuchtende pianonummers na elkaar, vermoedde ik.
En dat is ook zo natuurlijk. Maar zoals jullie aan mijn score kunnen zien: ik ben alsnog de waarde van dit plaatje gaan inzien, zonder dat het meteen tot een van mijn favorieten is uitgegroeid. Want eigenlijk zijn bijna alle liedjes op dit album gewoon prima. Zeker het titelnummer, Here On Earth en Avalanche hebben mij verrast, en ook zijn Joni Mitchell-cover A Case Of You vind ik erg tof gedaan. Het is dus erg jammer dat de vaart er gegarandeerd af en toe uitgaat, met al die stemmige pianoliedjes zo na elkaar geprogrammeerd. Bijna zonde dat Prince de beste liedjes van One Nite Alone niet gebruikt heeft op een langer, diverser album waar deze misschien beter tot hun recht hadden kunnen komen!
Maar dat was de bedoeling van dit project dan ook helemaal niet natuurlijk. Wat wel de bedoeling was: een onderhoudend album creëeren met gewoon Prince en een piano als actoren. En dat is wat mij betreft redelijk goed gelukt.
En dat is ook zo natuurlijk. Maar zoals jullie aan mijn score kunnen zien: ik ben alsnog de waarde van dit plaatje gaan inzien, zonder dat het meteen tot een van mijn favorieten is uitgegroeid. Want eigenlijk zijn bijna alle liedjes op dit album gewoon prima. Zeker het titelnummer, Here On Earth en Avalanche hebben mij verrast, en ook zijn Joni Mitchell-cover A Case Of You vind ik erg tof gedaan. Het is dus erg jammer dat de vaart er gegarandeerd af en toe uitgaat, met al die stemmige pianoliedjes zo na elkaar geprogrammeerd. Bijna zonde dat Prince de beste liedjes van One Nite Alone niet gebruikt heeft op een langer, diverser album waar deze misschien beter tot hun recht hadden kunnen komen!
Maar dat was de bedoeling van dit project dan ook helemaal niet natuurlijk. Wat wel de bedoeling was: een onderhoudend album creëeren met gewoon Prince en een piano als actoren. En dat is wat mij betreft redelijk goed gelukt.
Prince - Prince (1979)

4,0
8
geplaatst: 18 januari 2020, 14:56 uur
Al meteen een grote stap voorwaarts in vergelijking met het debuut. De glazuren productie van For You is gelukkig nergens meer te bekennen, en dat levert een plaat op die veel rauwer en ‘echter’ klinkt dan zijn voorganger. De budgetrestricties die Warner onze held had opgelegd na het te dure en te slechtverkopende For You bleken zo uiteindelijk meer zegen dan vloek te zijn. Er was geen geld meer om eindeloos te pielen en schaven aan de nummers. Het grote budget had op For You geleid tot een Prince die (waarschijnlijk deels uit onzekerheid) zodanig lang bleef doorgaan met het oppoetsen van zijn liedjes, totdat ze uiteindelijk blinkend en levenloos waren geworden als muzikale stukken sierfruit. In deze valstrik kon hij godzijdank geen tweede keer trappen: vanaf nu moesten de composities immers op eigen benen kunnen staan.
En gelukkig is het songmateriaal ook gewoon van een veel hoger niveau: Prince maakte razendsnel vorderingen en komt op dit album met zijn eerste overtuigende rock ‘n’ rollers (Why You Wanna Treat Me So Bad, nog altijd mijn absolute favoriet van deze plaat, en Bambi), de eerste verstilde soulballads die gewoon oprecht mooi zijn in plaats van irritant (When We’re Dancing Close And Slow, With You) en zijn eerste dartelende pop-R&B hybride (I Feel For You). Dat hij aftrapt met I Wanna Be Your Lover, een discostamper die zo’n tien keer beter is dan de hit (en beste nummer) van de vorige plaat, spreekt boekdelen.
Eigenlijk tel ik hier maar één nummer dat ik niet goed kan uitstaan en dat Still Waiting, omdat ik er zo'n For You-flashback van krijg. Ander klein kritiekpuntje: sommige nummers gaan net iets te lang door. Geef mij bijvoorbeeld maar de vlotte singleversie van I Wanna Be Your Lover, die lange jam-outro hoeft van mij niet (is het eigenlijk nog wel een jam als jijzelf alle instrumenten bespeelt?), en hier en daar hebben ook andere liedjes er in meer of mindere mate last van.
Verder niks dan lof voor Prince: als je een magere 2*-plaat amper een jaar later al opvolgt met een dikke 4*-plaat, dan doe je iets goed. En het zou in het komende decennium alleen nog maar beter worden.
En gelukkig is het songmateriaal ook gewoon van een veel hoger niveau: Prince maakte razendsnel vorderingen en komt op dit album met zijn eerste overtuigende rock ‘n’ rollers (Why You Wanna Treat Me So Bad, nog altijd mijn absolute favoriet van deze plaat, en Bambi), de eerste verstilde soulballads die gewoon oprecht mooi zijn in plaats van irritant (When We’re Dancing Close And Slow, With You) en zijn eerste dartelende pop-R&B hybride (I Feel For You). Dat hij aftrapt met I Wanna Be Your Lover, een discostamper die zo’n tien keer beter is dan de hit (en beste nummer) van de vorige plaat, spreekt boekdelen.
Eigenlijk tel ik hier maar één nummer dat ik niet goed kan uitstaan en dat Still Waiting, omdat ik er zo'n For You-flashback van krijg. Ander klein kritiekpuntje: sommige nummers gaan net iets te lang door. Geef mij bijvoorbeeld maar de vlotte singleversie van I Wanna Be Your Lover, die lange jam-outro hoeft van mij niet (is het eigenlijk nog wel een jam als jijzelf alle instrumenten bespeelt?), en hier en daar hebben ook andere liedjes er in meer of mindere mate last van.
Verder niks dan lof voor Prince: als je een magere 2*-plaat amper een jaar later al opvolgt met een dikke 4*-plaat, dan doe je iets goed. En het zou in het komende decennium alleen nog maar beter worden.
Prince - Rave Un2 the Joy Fantastic (1999)

2,5
1
geplaatst: 3 januari 2022, 12:23 uur
En plots lag mijn recensie-odyssee doorheen het oeuvre van Prince meer dan een jaar stil. Nooit heb ik mijn queeste als opgegeven beschouwd, puur voor musicmeter recenseren paste gewoon eventjes niet meer zo gemakkelijk in mijn agenda. Nu nog altijd niet helemaal, maar goede voornemens enzo, en een quarantaine naar aanleiding van de grote C (ieder nadeel heeft zijn voordeel, zullen we maar zeggen
)
De stilte langs mijn kant had dus weinig te maken met de belabberde reputatie van Rave Un2 The Joy Fantastic. Al is die natuurlijk moeilijk te negeren. Want tja...
Echt veel heb ik hier niet eens over te zeggen, behalve dit dit waarschijnlijk één van zijn meest generieke albums is. Eén van zijn minste, ook. Heel saaie, gladgestreken, oppervlakkige r&b en pop, met vaak veel herhaling binnen de nummers om te maskeren dat de melodieën op zichzelf absoluut niet pakkend genoeg zijn. In de nummers met gastartiesten (het zijn er opvallend veel) kleuren net zij de nummers. Op deze manier wordt relevant blijven natuurlijk moeilijk.
Maar kijk, geen enkel Prince-album is zonder zijn al dan niet verborgen parels, zelfs deze niet. En dan heb ik het niet over The Greatest Romance Ever Sold (kan er maar nipt mee door in mijn boekje), maar over So Far So Pleased en Every Day Is A Winding Road (eindelijk wat vuur! Maar het zegt veel dat een cover tot de betere nummers op een Prince-plaat behoort) en vreemd genoeg ook het wat achteraan verstopte Strange But True, met dat leuke terugkerende melodietje. Maar op de keper beschouwd toch echt geen selectie songs om echt trots op te zijn, beste Prince!
Het album (ik typte nog net niet ‘snoozefest’. Oeps, nu dus wel
) duurt ook veel te lang, maar zelfs van tracks schrappen tot je een album van een half uur overhoudt met alleen de beste nummers, zou mijn sterrengemiddelde niet gek veel zijn opgeknapt, wellicht zou dan een zéér krappe 3,5* het hoogst haalbare geweest zijn.
Nee, eentje om snel te vergeten deze. Prince bracht in de jaren ’90 nog meer dan genoeg kwaliteit uit, maar hij eindigt het decennium met een van zijn grootste sissers.
En de hoes? Die is nog eens extra vreselijk!
) De stilte langs mijn kant had dus weinig te maken met de belabberde reputatie van Rave Un2 The Joy Fantastic. Al is die natuurlijk moeilijk te negeren. Want tja...
Echt veel heb ik hier niet eens over te zeggen, behalve dit dit waarschijnlijk één van zijn meest generieke albums is. Eén van zijn minste, ook. Heel saaie, gladgestreken, oppervlakkige r&b en pop, met vaak veel herhaling binnen de nummers om te maskeren dat de melodieën op zichzelf absoluut niet pakkend genoeg zijn. In de nummers met gastartiesten (het zijn er opvallend veel) kleuren net zij de nummers. Op deze manier wordt relevant blijven natuurlijk moeilijk.
Maar kijk, geen enkel Prince-album is zonder zijn al dan niet verborgen parels, zelfs deze niet. En dan heb ik het niet over The Greatest Romance Ever Sold (kan er maar nipt mee door in mijn boekje), maar over So Far So Pleased en Every Day Is A Winding Road (eindelijk wat vuur! Maar het zegt veel dat een cover tot de betere nummers op een Prince-plaat behoort) en vreemd genoeg ook het wat achteraan verstopte Strange But True, met dat leuke terugkerende melodietje. Maar op de keper beschouwd toch echt geen selectie songs om echt trots op te zijn, beste Prince!
Het album (ik typte nog net niet ‘snoozefest’. Oeps, nu dus wel
) duurt ook veel te lang, maar zelfs van tracks schrappen tot je een album van een half uur overhoudt met alleen de beste nummers, zou mijn sterrengemiddelde niet gek veel zijn opgeknapt, wellicht zou dan een zéér krappe 3,5* het hoogst haalbare geweest zijn. Nee, eentje om snel te vergeten deze. Prince bracht in de jaren ’90 nog meer dan genoeg kwaliteit uit, maar hij eindigt het decennium met een van zijn grootste sissers.
En de hoes? Die is nog eens extra vreselijk!

Prince - Sign 'O' the Times (1987)
Alternatieve titel: Sign “☮” the Times

5,0
8
geplaatst: 28 maart 2020, 16:47 uur
Had Prince anno 1987 eigenlijk nog iets te bewijzen aan de wereld? Het antwoord is nee, en toch kregen we dat jaar Sign ‘O’ The Times van hem. Een instant 5-sterren-plekje-in-de-top-250-plaat van een artiest waarvan iedereen het wel begrepen zou hebben als een vierde of vijfde meesterwerk in bijna evenzoveel jaar tijd er niet meer had ingezeten.
De ontstaansgeschiedenis van deze plaat zal bij de meesten onder jullie wel bekend zijn: Prince en backing band The Revolution werken aan het Dream Factory-project, wat een groot aantal nummers oplevert, terwijl Prince in zijn eentje (en gewapend met een Fairlight synthesizer en een stemvervormer) als de androgyne Camille nog meer liedjes in elkaar draait. The Revolution wordt ontbonden, Prince neemt materiaal van beide projecten mee, maakt nog wat nieuw spul ook - want waarom zou je slapen als je ook nieuwe liedjes kan maken - en dit alles leidt tot de driedubbelaar Crystal Ball. De spelbrekers van de platenmaatschappij dwingen Prince echter om alles op twee schijfjes te laten passen en voila, Sign ‘O’ The Times is het resultaat.
Met als logisch gevolg dat dit album, nog meer dan voorgaande releases, een ratjetoe aan stijlen, sferen en emoties is geworden. Het pessimisme van de titeltrack wordt opgevolgd met de levenslust van Play In The Sunshine, de lust van Hot Thing gaat over in de monogamie van Forever In My Life, het vrome The Cross (mét rockend outro) volgt na de op en top-pop van I Could Never Take The Place Of Your Man, en ga zo maar door. Opvallend: op kwalitatief vlak maakt het materiaal dan weer amper bokkensprongen. Bijna elk nummer is van een hoog niveau, iets wat je van heel wat andere ‘laten we onze veelzijdigheid tonen’-dubbelaars niet kan zeggen (ik kijk naar jou, The White Album).
Is Sign ‘O’ The Times het magnum opus van Prince? Ik kan er een heel eind in meegaan. Het is een tour de force van bijna anderhalf uur dat nergens langdradig aanvoelt, vol nummers waarin steeds weer zoveel gebeurt dat het moeilijk wordt om erop uitgeluisterd te geraken, en het geheel klinkt bovendien iets rauwer en minder gepolijst dan we tot dan toe van Prince gewend waren. Zelf vind ik Purple Rain nog net iets beter, omdat die me nog net wat dieper raakt, maar Sign O The Times is een goede tweede. Met deze plaat zou Prince zijn status als één van de meest briljante wezens in de popmuziek voor altijd veiligstellen.
De ontstaansgeschiedenis van deze plaat zal bij de meesten onder jullie wel bekend zijn: Prince en backing band The Revolution werken aan het Dream Factory-project, wat een groot aantal nummers oplevert, terwijl Prince in zijn eentje (en gewapend met een Fairlight synthesizer en een stemvervormer) als de androgyne Camille nog meer liedjes in elkaar draait. The Revolution wordt ontbonden, Prince neemt materiaal van beide projecten mee, maakt nog wat nieuw spul ook - want waarom zou je slapen als je ook nieuwe liedjes kan maken - en dit alles leidt tot de driedubbelaar Crystal Ball. De spelbrekers van de platenmaatschappij dwingen Prince echter om alles op twee schijfjes te laten passen en voila, Sign ‘O’ The Times is het resultaat.
Met als logisch gevolg dat dit album, nog meer dan voorgaande releases, een ratjetoe aan stijlen, sferen en emoties is geworden. Het pessimisme van de titeltrack wordt opgevolgd met de levenslust van Play In The Sunshine, de lust van Hot Thing gaat over in de monogamie van Forever In My Life, het vrome The Cross (mét rockend outro) volgt na de op en top-pop van I Could Never Take The Place Of Your Man, en ga zo maar door. Opvallend: op kwalitatief vlak maakt het materiaal dan weer amper bokkensprongen. Bijna elk nummer is van een hoog niveau, iets wat je van heel wat andere ‘laten we onze veelzijdigheid tonen’-dubbelaars niet kan zeggen (ik kijk naar jou, The White Album).
Is Sign ‘O’ The Times het magnum opus van Prince? Ik kan er een heel eind in meegaan. Het is een tour de force van bijna anderhalf uur dat nergens langdradig aanvoelt, vol nummers waarin steeds weer zoveel gebeurt dat het moeilijk wordt om erop uitgeluisterd te geraken, en het geheel klinkt bovendien iets rauwer en minder gepolijst dan we tot dan toe van Prince gewend waren. Zelf vind ik Purple Rain nog net iets beter, omdat die me nog net wat dieper raakt, maar Sign O The Times is een goede tweede. Met deze plaat zou Prince zijn status als één van de meest briljante wezens in de popmuziek voor altijd veiligstellen.
Prince - The Black Album (1987)

3,5
3
geplaatst: 4 april 2020, 13:11 uur
En zo belanden we bij de eerste Prince-plaat die ik voor deze recensiereis nog nooit beluisterd had. Vreemd, denken jullie wellicht, dit is toch dé grootste cultclassic uit het oeuvre van His Royal Badness, en jullie hebben gelijk. Wellicht ligt het aan het gebrek aan hits, en het feit dat Prince zich op deze plaat naar verluidt door hiphop liet inspireren. Toen ik aan mijn Prince-ontdekkingstocht begon, moest ik niks van dat genre hebben, waarschijnlijk sloeg ik hem daarom over.
Het verhaal achter deze plaat ken ik uiteraard wel, en om eerlijk te zijn, ik heb het altijd maar een vage, underwhelming historie gevonden. Prince die een plaat maakt speciaal om zijn oorspronkelijke Afro-Amerikaanse funk/R&B-achterban te pleasen, maar een maand voor uitgave plots de hele release in de prullenbak knikkert, omdat hij tot de conclusie komt dat het album kwaadaardig is, dat hij het gemaakt had in een donkere periode in zijn leven waarin één of andere boze geest genaamd Spooky Electric invloed op hem had, en dat hij niet wilde dat The Black Album de plaat zou worden waarmee mensen hem het meeste zouden associëren mocht hij plots komen te overlijden. Cocaine is one hell of a drug, denk ik dan terwijl ik met mijn ogen rol. Of in dit geval, als we de geruchten mogen geloven tenminste, XTC.
Aldus zijn er twee dingen aan de plaat die me al tegenstonden nog voordat ik op de play-knop had gedrukt: dat er hier blijkbaar gecaterd wordt naar een specifieke doelgroep bij wie Prince wat cachet verloren had, en de schijnbaar negatieve toon van de meeste nummers. Ik vind geen van deze twee elementen bij Prince passen.
Ok goed, tot zover de lange intro, maar wat vind ik nou écht van de plaat? Zoals jullie aan mijn beoordeling kunnen zien, valt het me allemaal best mee. Kort door de bocht is dit een album vol Housequakes, en dat was één van de beste nummers van SOTT dus echt slecht kan het sowieso al niet meer worden hier. Er wordt dan ook volop met beats gestrooid en die zijn zonder uitzondering cool, catchy en, zeker als je het vergelijkt met wat er in 1987 verder nog werd gemaakt, verrassend vooruitstrevend. Prince had best een mooie tweede carrière als hiphopproducer kunnen opstarten zo lijkt het, ware het niet dat hij ten tijde van The Black Album blijkbaar geen al te hoge pet op had van het genre. “And the only good rapper is one that's dead”, verkondigt hij in Dead On It.
Het zijn dit soort vreemde, enigszins kinderachtig negatieve opmerkingen die er voor zorgen dat The Black Album wel nooit tot mijn favoriete Prince-platen zal behoren. Ik heb toch liever de speelse, grappige positivo-Prince in de speler. Een andere uitschieter naar beneden vind ik het irritant drukke 2 Nigs United 4 West Compton, één van zijn minste songs sinds For You.
Verder wordt het nergens echt slecht, ook Dead On It is los van het reactionaire-maar-waarom-eigenlijk-toontje best ok. Cindy C is een heerlijk popliedje, Le Grind een lekkere stamper (maar ook hier wordt het me naar het einde toe wat té druk, maar kan ook liggen aan de kwaliteit van het full album-youtubefilmpje natuurlijk) en Bob George heeft de vetste beat van de plaat (over negatieve teksten gesproken, maar hier stoort het me niet omdat er met personages gewerkt wordt). Superfunkycalifragisexy en Rockhard in a Funky Place doen me net iets minder maar storen ook niet, When 2 R in Love is prachtig maar vind ik op Lovesexy véél beter passen, en zo heb ik denk ik de hele plaat besproken.
De eindconclusie: interessant album om (eindelijk) eens gehoord te hebben. Eentje met pieken en dalen, maar de pieken zijn dermate goed dat ik The Black Album op zijn tijd waarschijnlijk wel nog de nodige luisterbeurten zal gunnen. En wie weet, misschien word ik op termijn dan ook wat milder richting de dalen.
Het verhaal achter deze plaat ken ik uiteraard wel, en om eerlijk te zijn, ik heb het altijd maar een vage, underwhelming historie gevonden. Prince die een plaat maakt speciaal om zijn oorspronkelijke Afro-Amerikaanse funk/R&B-achterban te pleasen, maar een maand voor uitgave plots de hele release in de prullenbak knikkert, omdat hij tot de conclusie komt dat het album kwaadaardig is, dat hij het gemaakt had in een donkere periode in zijn leven waarin één of andere boze geest genaamd Spooky Electric invloed op hem had, en dat hij niet wilde dat The Black Album de plaat zou worden waarmee mensen hem het meeste zouden associëren mocht hij plots komen te overlijden. Cocaine is one hell of a drug, denk ik dan terwijl ik met mijn ogen rol. Of in dit geval, als we de geruchten mogen geloven tenminste, XTC.
Aldus zijn er twee dingen aan de plaat die me al tegenstonden nog voordat ik op de play-knop had gedrukt: dat er hier blijkbaar gecaterd wordt naar een specifieke doelgroep bij wie Prince wat cachet verloren had, en de schijnbaar negatieve toon van de meeste nummers. Ik vind geen van deze twee elementen bij Prince passen.
Ok goed, tot zover de lange intro, maar wat vind ik nou écht van de plaat? Zoals jullie aan mijn beoordeling kunnen zien, valt het me allemaal best mee. Kort door de bocht is dit een album vol Housequakes, en dat was één van de beste nummers van SOTT dus echt slecht kan het sowieso al niet meer worden hier. Er wordt dan ook volop met beats gestrooid en die zijn zonder uitzondering cool, catchy en, zeker als je het vergelijkt met wat er in 1987 verder nog werd gemaakt, verrassend vooruitstrevend. Prince had best een mooie tweede carrière als hiphopproducer kunnen opstarten zo lijkt het, ware het niet dat hij ten tijde van The Black Album blijkbaar geen al te hoge pet op had van het genre. “And the only good rapper is one that's dead”, verkondigt hij in Dead On It.
Het zijn dit soort vreemde, enigszins kinderachtig negatieve opmerkingen die er voor zorgen dat The Black Album wel nooit tot mijn favoriete Prince-platen zal behoren. Ik heb toch liever de speelse, grappige positivo-Prince in de speler. Een andere uitschieter naar beneden vind ik het irritant drukke 2 Nigs United 4 West Compton, één van zijn minste songs sinds For You.
Verder wordt het nergens echt slecht, ook Dead On It is los van het reactionaire-maar-waarom-eigenlijk-toontje best ok. Cindy C is een heerlijk popliedje, Le Grind een lekkere stamper (maar ook hier wordt het me naar het einde toe wat té druk, maar kan ook liggen aan de kwaliteit van het full album-youtubefilmpje natuurlijk) en Bob George heeft de vetste beat van de plaat (over negatieve teksten gesproken, maar hier stoort het me niet omdat er met personages gewerkt wordt). Superfunkycalifragisexy en Rockhard in a Funky Place doen me net iets minder maar storen ook niet, When 2 R in Love is prachtig maar vind ik op Lovesexy véél beter passen, en zo heb ik denk ik de hele plaat besproken.
De eindconclusie: interessant album om (eindelijk) eens gehoord te hebben. Eentje met pieken en dalen, maar de pieken zijn dermate goed dat ik The Black Album op zijn tijd waarschijnlijk wel nog de nodige luisterbeurten zal gunnen. En wie weet, misschien word ik op termijn dan ook wat milder richting de dalen.
Prince - The Gold Experience (1995)

4,0
2
geplaatst: 10 juli 2020, 15:54 uur
Good morning ladies and gentlemen
Boys and motherfucking girls
This is your captain with no name speaking
And I'm here to rock your world
Ah, The Gold Experience. Het conceptalbum over iemand die naar de nieuwe Prince-plaat probeert te luisteren, maar de hele tijd
Hello, welcome to The Dawn, playground for the New Power Generation…
Door een van de pot gerukte koele vrouwenstem onderbroken wordt. Tevens is dit zijn eerste album als symbool, en de thuis van zijn laatste giga-wereldhit. Derhalve toch een soort van mijlpaal in zijn discografie, me dunkt. Maar hoe zit het met de kwaliteit van de plaat?
The Gold Experience is Prince op zijn meest toegankelijk, en in dat opzicht de opvolger van Diamonds & Pearls van vier jaar eerder (alleen is deze veel meer pop/rock dan pop/R&B, en wat mij betreft qua songmateriaal ook een stuk beter). Het lijkt me logisch dat Prince op dit punt weer eens een regelrecht hitalbum op de wereld wilde loslaten, om zo te bewijzen dat hij het ook na diens controversiële naamsverandering nog in zich had.
Dat lukte redelijk, en dat mogen we wel vrijwel geheel op naam schrijven van The Most Beautiful Girl In The World: in veel landen werd het zelfs zijn grootste hitsucces sinds de hoogtijdagen van Purple Rain, al kon en kan het op weinig liefde rekenen bij de meeste fans. Zelf ben ik na al die jaren nog steeds in dubio over het nummer: op sommige momenten vind ik het een slijmerig rotding, op andere dagen meandert het langs me heen zonder indruk te maken, en soms raakt het me plots weer wel vol in de borst. Dit zijn overigens ook de drie verschillende reacties die ik kan hebben tijdens het eten van een bijzonder zoete taart, dus in dat opzicht klopt het wel.
Verder ben ik van mening dat er op het bittere maar flinterdunne Billy Jack Bitch na geen slecht nummer op de plaat staat, al is de kwaliteit ook weer niet zo torenhoog dat ik de volle 65 minuten geconcentreerd en ademloos zit te luisteren. Een The Gold Experience van rond de 45 minuten zonder Billy Jack Bitch, de interludes en enkele nummers die, hoewel meer dan oké, ook best weg te laten zijn (ik denk nu meteen aan We March en 319) zou mijn stemgemiddelde wel een stukje hoger kunnen hebben doen uitslaan. Maar goed, Emancipation zit er ook nog aan te komen, dus ik bewaar mijn tracklistreductie-denkoefeningen maar beter voor dat epos.
De absolute hoogtepunten op The Gold Experience zijn voor mij Endorphinmachine, Shy maar vooral Dolphin, misschien wel mijn favoriete jaren ’90-nummer van Prince. Dat refrein alleen al, ongelooflijk! Waarom dit niet op single mocht, geen flauw idee. Het singlekopend publiek moest het in de plaats behalve met TMBGITW doen met Eye Hate U en Gold, waarvan ik die eerste vrij vet vind (maar veel minder hitgevoelig), en die laatste me best kan bekoren zonder dat ik echt mee kan gaan in de hosanna-sferen die het nummer bij sommige andere mensen oproept. Prima epische rocksong in de stijl van Purple Rain hoor, maar naar mijn gevoel minder naturel en meer ‘opgedrongen’ qua emotionele zeggingskracht dan diens grote voorbeeld. Maar goed, dat is mijn probleem.
Het valt me op dit punt in mijn marathon op dat Prince in de eerste helft van de jaren ’90 een zeer constant niveau haalde: op uitschuiver naar beneden Diamonds & Pearls na alleen maar puike viersterrenplaten wat mij betreft. Geen absolute meesterwerken meer zoals in het vorige decennium, maar desondanks nog steeds artistiek meetellend. Benieuwd hoe lang dat nog gaat duren. Zucht.
Verder nog iets? Oh ja, het moet me van het hart: Prince wordt een steeds betere rapper!
Boys and motherfucking girls
This is your captain with no name speaking
And I'm here to rock your world
Ah, The Gold Experience. Het conceptalbum over iemand die naar de nieuwe Prince-plaat probeert te luisteren, maar de hele tijd
Hello, welcome to The Dawn, playground for the New Power Generation…
Door een van de pot gerukte koele vrouwenstem onderbroken wordt. Tevens is dit zijn eerste album als symbool, en de thuis van zijn laatste giga-wereldhit. Derhalve toch een soort van mijlpaal in zijn discografie, me dunkt. Maar hoe zit het met de kwaliteit van de plaat?
The Gold Experience is Prince op zijn meest toegankelijk, en in dat opzicht de opvolger van Diamonds & Pearls van vier jaar eerder (alleen is deze veel meer pop/rock dan pop/R&B, en wat mij betreft qua songmateriaal ook een stuk beter). Het lijkt me logisch dat Prince op dit punt weer eens een regelrecht hitalbum op de wereld wilde loslaten, om zo te bewijzen dat hij het ook na diens controversiële naamsverandering nog in zich had.
Dat lukte redelijk, en dat mogen we wel vrijwel geheel op naam schrijven van The Most Beautiful Girl In The World: in veel landen werd het zelfs zijn grootste hitsucces sinds de hoogtijdagen van Purple Rain, al kon en kan het op weinig liefde rekenen bij de meeste fans. Zelf ben ik na al die jaren nog steeds in dubio over het nummer: op sommige momenten vind ik het een slijmerig rotding, op andere dagen meandert het langs me heen zonder indruk te maken, en soms raakt het me plots weer wel vol in de borst. Dit zijn overigens ook de drie verschillende reacties die ik kan hebben tijdens het eten van een bijzonder zoete taart, dus in dat opzicht klopt het wel.
Verder ben ik van mening dat er op het bittere maar flinterdunne Billy Jack Bitch na geen slecht nummer op de plaat staat, al is de kwaliteit ook weer niet zo torenhoog dat ik de volle 65 minuten geconcentreerd en ademloos zit te luisteren. Een The Gold Experience van rond de 45 minuten zonder Billy Jack Bitch, de interludes en enkele nummers die, hoewel meer dan oké, ook best weg te laten zijn (ik denk nu meteen aan We March en 319) zou mijn stemgemiddelde wel een stukje hoger kunnen hebben doen uitslaan. Maar goed, Emancipation zit er ook nog aan te komen, dus ik bewaar mijn tracklistreductie-denkoefeningen maar beter voor dat epos.
De absolute hoogtepunten op The Gold Experience zijn voor mij Endorphinmachine, Shy maar vooral Dolphin, misschien wel mijn favoriete jaren ’90-nummer van Prince. Dat refrein alleen al, ongelooflijk! Waarom dit niet op single mocht, geen flauw idee. Het singlekopend publiek moest het in de plaats behalve met TMBGITW doen met Eye Hate U en Gold, waarvan ik die eerste vrij vet vind (maar veel minder hitgevoelig), en die laatste me best kan bekoren zonder dat ik echt mee kan gaan in de hosanna-sferen die het nummer bij sommige andere mensen oproept. Prima epische rocksong in de stijl van Purple Rain hoor, maar naar mijn gevoel minder naturel en meer ‘opgedrongen’ qua emotionele zeggingskracht dan diens grote voorbeeld. Maar goed, dat is mijn probleem.
Het valt me op dit punt in mijn marathon op dat Prince in de eerste helft van de jaren ’90 een zeer constant niveau haalde: op uitschuiver naar beneden Diamonds & Pearls na alleen maar puike viersterrenplaten wat mij betreft. Geen absolute meesterwerken meer zoals in het vorige decennium, maar desondanks nog steeds artistiek meetellend. Benieuwd hoe lang dat nog gaat duren. Zucht.
Verder nog iets? Oh ja, het moet me van het hart: Prince wordt een steeds betere rapper!
Prince - The Rainbow Children (2001)

4,0
4
geplaatst: 21 januari 2022, 16:12 uur
Op de artiestenpagina van Prince is dit een verfrissend viersterrren-stemgemiddelde in een zee van middelmatig gequoteerde albums. Op Musicmeter geldt The Rainbow Children duidelijk als een oase van kwaliteit in de woestijn die dit deel van Prince’s carrière kennelijk was geworden volgens de goegemeente. Let wel, ikzelf tel met Emancipation en Rave Un2 The Joy Fantastic slechts twee post-glorieperiode-albums die ik echt minder vind. Maar dat de hoge toppen van de jaren ’80 al even niet meer gehaald waren, zal zelfs de meest verstokte fan moeten toegeven. En toen kwam daar plots The Rainbow Children.
Nieuw millennium, oude naam (oef!) maar nieuwe inspiratie: Prince was lid geworden van de Jehova’s Getuigen en met deze born again-energie kreeg hij opnieuw vleugels in de studio. Over de standpunten van dit clubje zal ik mij uiteraard niet uitlaten, en het speelt hier sowieso in mijn voordeel dat ik Prince echt niet om de teksten luister (dat terwijl ik over het algemeen wel een tekstenman ben, maar Prince laat een mens nu eenmaal vooral voelen met zijn muziek), dus ik kan echt genieten van deze plaat, van deze herwonnen focus.
Waar voorganger Rave nog echt aanvoelde als een trendvolger-album, daar musiceren Prince en zijn band op The Rainbow Children juist alsof ze compleet los van de tijd staan. Door de versmeltingen van jazz met funk en de vaak moddervette grooves hoor ik hier sterk de vroege jaren ’70 in terug, maar bovenal doet deze plaat me denken aan de hoogtijdagen van de maestro zelf uit de jaren ‘80. Ik hoor dezelfde sterke melodieën, dezelfde subtiele maar effectieve details in de muziek en productie, ik word weer als vanouds verrast door de geen-enkel-ander-mens-zou-dit-zo-doen-maar-Prince-wel-en-het-werkt-wendingen* die de plaat vaak neemt, kortom, dit album voelt weer aan als Prince op de top van zijn kunnen. Het titelnummer, Digital Garden, Everywhere, 1+1+1=3… heerlijk! *cheff’s kiss*
Ben ik ook de enige die het wel grappig vind dat die diepe vertelstem die hier te pas en te onpas opduikt, dezelfde is als aan het begin van 1999? Moet in beide gevallen god himself voorstellen vermoed ik, ik vind het alvast een leuker effect dan die welcome to the dawn-vrouw die The Gold Experience nog aan elkaar trachtte te praten. En nee, ook hier luister ik niet naar de tekst. Sorry Prince!
The Rainbow Children schuurt hoe langer hoe meer tegen de 4,5* aan bij mij. Ooit komt ie er wel, vermoed ik. Voor mij in ieder geval zijn beste sinds Lovesexy, toevallig genoeg zijn vorige reli-plaat.
… en zo was het toneel plots reeds voorzichtig gezet voor zijn commerciële wederopstanding vanaf Musicology. Die platen heb ik al jàren niet meer gehoord, dus ik ben benieuwd hoe ik er nu tegenover zal staan. Maar voor het zover is eerst nog enkele plaatjes luisteren die ik zelfs helemaal nog niet ken. Spannend!
*alleen bij Wedding Feast blijf ik toch echt mijn wenkbrauwen fronsen, gelukkig duurt dit uit-het-niets-komende, misplaatste Disneyesque musicalintermezzo niet te lang.
Nieuw millennium, oude naam (oef!) maar nieuwe inspiratie: Prince was lid geworden van de Jehova’s Getuigen en met deze born again-energie kreeg hij opnieuw vleugels in de studio. Over de standpunten van dit clubje zal ik mij uiteraard niet uitlaten, en het speelt hier sowieso in mijn voordeel dat ik Prince echt niet om de teksten luister (dat terwijl ik over het algemeen wel een tekstenman ben, maar Prince laat een mens nu eenmaal vooral voelen met zijn muziek), dus ik kan echt genieten van deze plaat, van deze herwonnen focus.
Waar voorganger Rave nog echt aanvoelde als een trendvolger-album, daar musiceren Prince en zijn band op The Rainbow Children juist alsof ze compleet los van de tijd staan. Door de versmeltingen van jazz met funk en de vaak moddervette grooves hoor ik hier sterk de vroege jaren ’70 in terug, maar bovenal doet deze plaat me denken aan de hoogtijdagen van de maestro zelf uit de jaren ‘80. Ik hoor dezelfde sterke melodieën, dezelfde subtiele maar effectieve details in de muziek en productie, ik word weer als vanouds verrast door de geen-enkel-ander-mens-zou-dit-zo-doen-maar-Prince-wel-en-het-werkt-wendingen* die de plaat vaak neemt, kortom, dit album voelt weer aan als Prince op de top van zijn kunnen. Het titelnummer, Digital Garden, Everywhere, 1+1+1=3… heerlijk! *cheff’s kiss*
Ben ik ook de enige die het wel grappig vind dat die diepe vertelstem die hier te pas en te onpas opduikt, dezelfde is als aan het begin van 1999? Moet in beide gevallen god himself voorstellen vermoed ik, ik vind het alvast een leuker effect dan die welcome to the dawn-vrouw die The Gold Experience nog aan elkaar trachtte te praten. En nee, ook hier luister ik niet naar de tekst. Sorry Prince!
The Rainbow Children schuurt hoe langer hoe meer tegen de 4,5* aan bij mij. Ooit komt ie er wel, vermoed ik. Voor mij in ieder geval zijn beste sinds Lovesexy, toevallig genoeg zijn vorige reli-plaat.
… en zo was het toneel plots reeds voorzichtig gezet voor zijn commerciële wederopstanding vanaf Musicology. Die platen heb ik al jàren niet meer gehoord, dus ik ben benieuwd hoe ik er nu tegenover zal staan. Maar voor het zover is eerst nog enkele plaatjes luisteren die ik zelfs helemaal nog niet ken. Spannend!
*alleen bij Wedding Feast blijf ik toch echt mijn wenkbrauwen fronsen, gelukkig duurt dit uit-het-niets-komende, misplaatste Disneyesque musicalintermezzo niet te lang.
Prince - The Truth (1998)

3,0
1
geplaatst: 1 oktober 2020, 12:01 uur
The Truth: een akoestisch extraatje dat aan sommige versies van de Crystal Ball boxset werd toegevoegd. En een wat genegeerde release ook, aan het lage aantal stemmen en berichten hier te zien. Ik heb deze nu een paar keer gedraaid en ik moet zeggen, ik kan me best vinden in dat algehele sfeertje van desinteresse.
Ik was op voorhand een beetje bang dat het ontiegelijk saai zou uitpakken, ik had een beeld voor ogen van een Prince die met slechts een akoestische gitaar als gezelschap in een schommelstoel bij de haard zelfgeschreven folkliedjes zou gaan vertolken, maar de grote kleine man heeft de zaken hier gelukkig beter aangepakt dan ik op basis van mijn op niets gebaseerde vooroordelen had verwacht. Op The Truth draait dan wel alles rond de akoestische gitaar, er zijn ook heel veel percussie-elementen en productie-foefjes aan te pas gekomen om het geheel wat levendiger te maken (je merkt hierin wel extra hard het oog voor detail op dat Prince altijd wel had).
The Truth is dus zeker geen bloedeloze, voortkabbelende plaat, maar wel enigszins een oppervlakkige: het blijft allemaal heel erg licht, heel erg aan de oppervlakte, terwijl de beste akoestische platen hun beperkte klankpalet juist gebruiken om de luisteraar mee de diepte in te sleuren. Ik noteer met Don’t Play Me en Welcome 2 The Dawn twee liedjes die wel in mijn ‘verborgen Prince-pareltjes’-playlist kunnen, de rest nodigt niet echt uit tot verdere beluistering. Zeker geen slechte plaat, maar als deze in de kluis was blijven liggen had vast niemand ‘m gemist.
Ik was op voorhand een beetje bang dat het ontiegelijk saai zou uitpakken, ik had een beeld voor ogen van een Prince die met slechts een akoestische gitaar als gezelschap in een schommelstoel bij de haard zelfgeschreven folkliedjes zou gaan vertolken, maar de grote kleine man heeft de zaken hier gelukkig beter aangepakt dan ik op basis van mijn op niets gebaseerde vooroordelen had verwacht. Op The Truth draait dan wel alles rond de akoestische gitaar, er zijn ook heel veel percussie-elementen en productie-foefjes aan te pas gekomen om het geheel wat levendiger te maken (je merkt hierin wel extra hard het oog voor detail op dat Prince altijd wel had).
The Truth is dus zeker geen bloedeloze, voortkabbelende plaat, maar wel enigszins een oppervlakkige: het blijft allemaal heel erg licht, heel erg aan de oppervlakte, terwijl de beste akoestische platen hun beperkte klankpalet juist gebruiken om de luisteraar mee de diepte in te sleuren. Ik noteer met Don’t Play Me en Welcome 2 The Dawn twee liedjes die wel in mijn ‘verborgen Prince-pareltjes’-playlist kunnen, de rest nodigt niet echt uit tot verdere beluistering. Zeker geen slechte plaat, maar als deze in de kluis was blijven liggen had vast niemand ‘m gemist.
Prince - The Vault ... Old Friends 4 Sale (1999)

3,5
1
geplaatst: 2 november 2020, 11:25 uur
In het kielzog van Crystal Ball verscheen ook nog Old Friends 4 Sale, een verzameling oude nummers die Prince desondanks voor uitgave klaarstoomde, wederom om sneller van zijn contract met Warner af te komen. Onze held dropte de plaat al in 1996 bij Warner, waar het drie jaar op de plank bleef liggen alvorens het werd uitgebracht vlak voor Prince’s debuutalbum bij zijn nieuwe platenmaatschappij Arista. En de award voor beste ex-werkgever gaat NIET naar…
Wat kan ik hier verder over zeggen? Op Old Friends 4 Sale kiest Prince wederom voor de luchtige toer, zoals op Chaos And Disorder, The Truth en Emancipation (grondeels toch) ook al het geval was. Maar waar die vorige albums respectievelijk luchtig poppy, luchtig folky en luchtig, eh, R&B-y klonken, kiest Prince hier voor luchtig jazzy.
Ach, uiteindelijk is het allemaal één pot nat: ook op Old Friends 4 Sale zet Prince de trend verder die hij nu al een paar albums opgaat: de nodige pareltjes droppen (hier zijn dat It’s About That Walk, She Spoke 2 Me en Old Friends 4 Sale, stuk voor stuk magnifiek), om daartussen wat mindere goden te plaatsen die desondanks wel gewoon prettig wegluisteren.
Een aangenaam album dus, maar niet één die ik snel nog eens zou opzetten om aandachtig tot mij te nemen. Deze vederlichte jazzy popplaat zal het ten huize ArthurDZ voornamelijk goed doen op de achtergrond met volk over de vloer, vermoed ik. Van zodra het weer mag van mijn overheid natuurlijk
Wat kan ik hier verder over zeggen? Op Old Friends 4 Sale kiest Prince wederom voor de luchtige toer, zoals op Chaos And Disorder, The Truth en Emancipation (grondeels toch) ook al het geval was. Maar waar die vorige albums respectievelijk luchtig poppy, luchtig folky en luchtig, eh, R&B-y klonken, kiest Prince hier voor luchtig jazzy.
Ach, uiteindelijk is het allemaal één pot nat: ook op Old Friends 4 Sale zet Prince de trend verder die hij nu al een paar albums opgaat: de nodige pareltjes droppen (hier zijn dat It’s About That Walk, She Spoke 2 Me en Old Friends 4 Sale, stuk voor stuk magnifiek), om daartussen wat mindere goden te plaatsen die desondanks wel gewoon prettig wegluisteren.
Een aangenaam album dus, maar niet één die ik snel nog eens zou opzetten om aandachtig tot mij te nemen. Deze vederlichte jazzy popplaat zal het ten huize ArthurDZ voornamelijk goed doen op de achtergrond met volk over de vloer, vermoed ik. Van zodra het weer mag van mijn overheid natuurlijk

Prince - Xpectation (2003)
Alternatieve titel: The NPG Music Club Presents New Directions in Music from Prince

3,0
1
geplaatst: 12 mei 2022, 11:30 uur
Zo zeg, ik had kunnen zweren dat deze na N.E.W.S. komt in de Prince-chronologie, maar blijkbaar zat dat al die tijd verkeerd in mijn hoofd, net zoals ik meende dat The Chocolate Invasion en The Slaughterhouse voor Musicology uitkwamen in plaats van er (nipt) na. Blame Musicmeter dan, ik zie dat het hier verkeerd staat op zijn artiestenpagina. Och ja, dan maar een klein beetje valsspelen, en Xpectation bespreken na N.E.W.S.
In 2003 was Prince wel echt van de instrumentale platen uitbrengen, of niet dan? Ik was wat huiverig naar een nieuw vocal-loos uitstapje na het dodelijk saaie N.E.W.S., maar gelukkig kan ik deze Xpectation een stuk beter hebben. Het is nog altijd verre van een carrièrehoogtepunt, maar het is wel net allemaal wat vlotter en sprankelender. Ik hoor meer leven, meer variatie. Zo’n dartelend nummer als Xemplify vind ik gewoon heel lekker bijvoorbeeld, veegt alles wat ik op N.E.W.S. gehoord heb op een hoopje voor de afvalbak.
Dat de plaat zich hoe langer hoe meer wentelt in een soort cliché cocktailavondjazz-sfeertje (op hier en daar wat obligaat gefreak na) stoort me ook niet zo. Dat licht campy kantje gaat Prince vaak gewoon erg goed af, zo ook in deze gedaante. Bij het beluisteren van Xpectation voel ik me vaak net alsof ik in een chic restaurant zit te dineren en dat is echt een unicum in sfeerzetting door een muziekalbum voor mij, dus die overwinning mag deze plaat alvast opschrijven.
Maar laten we ook niet al te gek doen. Dit is zeker geen meesterwerk, Prince kan absoluut beter, en ik schat de kans dat ik deze nog vaker dan vijf keer in mijn leven ga opleggen niet al te hoog in (tenzij ik ooit uitbater van een chic restaurant wordt, dan sleur ik 'm elke avond door de boxen). Maar het is geen straf om te luisteren, en dat wil na N.E.W.S. ook wel wat zeggen.
In 2003 was Prince wel echt van de instrumentale platen uitbrengen, of niet dan? Ik was wat huiverig naar een nieuw vocal-loos uitstapje na het dodelijk saaie N.E.W.S., maar gelukkig kan ik deze Xpectation een stuk beter hebben. Het is nog altijd verre van een carrièrehoogtepunt, maar het is wel net allemaal wat vlotter en sprankelender. Ik hoor meer leven, meer variatie. Zo’n dartelend nummer als Xemplify vind ik gewoon heel lekker bijvoorbeeld, veegt alles wat ik op N.E.W.S. gehoord heb op een hoopje voor de afvalbak.
Dat de plaat zich hoe langer hoe meer wentelt in een soort cliché cocktailavondjazz-sfeertje (op hier en daar wat obligaat gefreak na) stoort me ook niet zo. Dat licht campy kantje gaat Prince vaak gewoon erg goed af, zo ook in deze gedaante. Bij het beluisteren van Xpectation voel ik me vaak net alsof ik in een chic restaurant zit te dineren en dat is echt een unicum in sfeerzetting door een muziekalbum voor mij, dus die overwinning mag deze plaat alvast opschrijven.
Maar laten we ook niet al te gek doen. Dit is zeker geen meesterwerk, Prince kan absoluut beter, en ik schat de kans dat ik deze nog vaker dan vijf keer in mijn leven ga opleggen niet al te hoog in (tenzij ik ooit uitbater van een chic restaurant wordt, dan sleur ik 'm elke avond door de boxen). Maar het is geen straf om te luisteren, en dat wil na N.E.W.S. ook wel wat zeggen.
Prince & The New Power Generation - Diamonds and Pearls (1991)

3,0
2
geplaatst: 14 mei 2020, 16:24 uur
Een jaar terug heb ik een aantal dozen oude OORs overgekocht van mede-user divart (divart mocht je meelezen, nogmaals bedankt!). Toevallig genoeg ben ik nu net bezig in een nummer uit september 1991, waarin Tom Engelshoven een eerste impressie mag geven van de dan op stapel staande 13de Prince-plaat Diamonds & Pearls. Tom vindt het objectief een goed album, maar het doet hem allemaal niet meer zo veel, en hij betreurt het dat het mystieke aspect van Prince’s persona en muziek aan het verdwijnen is. “Al is het genie nog zo snel, de tijdsgeest achterhaalt hem wel”, besluit hij.
Ik kan er een heel eind in meegaan. Voor mij persoonlijk wordt het aanzien van deze plaat bepaald door een combinatie van twee dingen: 1. Prince werd vanaf Batman inderdaad steeds meer trendvolger dan -setter. En 2. Diamonds & Pearls lijkt me een plaat waarmee Prince opnieuw flink hoopte te scoren na het Graffiti Bridge-debacle van een jaar eerder. Punt 1 valt extra hard op dankzij punt 2, en vice-versa.
Op zich geen probleem - ik zou de laatste zijn om Prince zijn boterham en plekje in de spotlights niet te gunnen - maar het is gewoon jammer dat het met het niveau van de nummers alle kanten op zwalpt. Op de beste momenten doet Prince zijn Prince-ding en komen er als vanouds fabelachtige pareltjes (en diamanten) uit zijn hoge hoed rollen, op andere momenten zie je hem stoeien met rap-intermezzo’s en new jack swing-structuren omdat, tja, dat is waar de kids in 1991 liever naar luisterden dan naar de funk van weleer. De carrièreman neemt het dan over van de artiest, en het hoofd primeert op het hart. Op die manier maak je geen perfecte albums, denk ik. Of toch zeker Prince niet.
En zo blijven we over met een curieuze mengeling van een aantal schitterende carrièrehoogtepunten, een hoop hippe maar middelmatige albumvullers, en een paar regelrechte gedrochten.
Dat deze plaat de 3* nog haalt bij mij, is eigenlijk puur te danken aan het titelnummer en Cream, twee van de beste nummers uit zijn hele carrière wat mij betreft. Diamonds & Pearls is de ultieme zwijmelballade, tot in de kleinste details zodanig perfect uitgevoerd dat het een zeldzaam kunstwerkje in zijn genre wordt. Cream is dan weer de ultieme sierlijke, verleidelijke popsong. Het klinkt zo effortless, maar Prince heeft dertien jaar moeten zwoegen in popland om zoiets te kunnen maken.
Dan heb je ook nog Thunder, met die heerlijke sitarpartij, de mooie ballade Money Don’t Matter 2night, en het zweterige, smerige Get Off (de enige geslaagde group effort van de plaat) als sterke tracks. En vooruit, het waggelende Strollin’ gaat er bij mij ook best goed in.
Als Diamonds & Pearls alleen uit nummers van dit kaliber had bestaan -met dank aan Prince het popgenie - dan was er niks aan de hand geweest. Helaas zijn er ook een hoop mindere elementen aanwezig - met dank aan Prince de wankelende popgod die zijn plek aan de top niet wil verliezen: saaie nummers die te lang doorgaan, Tony M (op zich een aardig idee om voor de variatie een rapper toe te voegen, alleen jammer dat de keuze op Tony viel, al tijdens zijn eerste verse op het album is hij al niet leuk meer), en nummers waarin Prince nergens te bekennen lijkt en zijn New Power Generation het vuile werk laat doen.
Push is op dat vlak het ergste: een pijnlijke aaneenschakeling van matige clichés uit de new jack swing en golden age of hiphop, aaneen gezongen en -gerapt door een groep mensen die vast hun merites hadden (op Tony na) maar hier overkomen als een groep b-spelers. Dit nummer is zo erg dat het hierop volgende Insatiable uit pure armoede even aanvoelt als een nieuw meesterwerk, maar nee hoor, dat is er een uit de ‘matige song die te lang doorgaat’-categorie. Het album gaat voor mij sowieso als een nachtkaars uit, want ook de afsluiter heeft iets pijnlijk middelmatig en irrelevant vind ik.
Samenvattend: Diamonds & Pearls klikt flashy, hip en gelikt, maar het songmateriaal is zo onevenwichtig dat de hoogtepunten maar met veel moeite de schade goedmaken van de mindere broeders. Eigenlijk vind ik die Tom Engelshoven nog best positief. Een (zeer nipte) 3* van mijnentwege.
Ik kan er een heel eind in meegaan. Voor mij persoonlijk wordt het aanzien van deze plaat bepaald door een combinatie van twee dingen: 1. Prince werd vanaf Batman inderdaad steeds meer trendvolger dan -setter. En 2. Diamonds & Pearls lijkt me een plaat waarmee Prince opnieuw flink hoopte te scoren na het Graffiti Bridge-debacle van een jaar eerder. Punt 1 valt extra hard op dankzij punt 2, en vice-versa.
Op zich geen probleem - ik zou de laatste zijn om Prince zijn boterham en plekje in de spotlights niet te gunnen - maar het is gewoon jammer dat het met het niveau van de nummers alle kanten op zwalpt. Op de beste momenten doet Prince zijn Prince-ding en komen er als vanouds fabelachtige pareltjes (en diamanten) uit zijn hoge hoed rollen, op andere momenten zie je hem stoeien met rap-intermezzo’s en new jack swing-structuren omdat, tja, dat is waar de kids in 1991 liever naar luisterden dan naar de funk van weleer. De carrièreman neemt het dan over van de artiest, en het hoofd primeert op het hart. Op die manier maak je geen perfecte albums, denk ik. Of toch zeker Prince niet.
En zo blijven we over met een curieuze mengeling van een aantal schitterende carrièrehoogtepunten, een hoop hippe maar middelmatige albumvullers, en een paar regelrechte gedrochten.
Dat deze plaat de 3* nog haalt bij mij, is eigenlijk puur te danken aan het titelnummer en Cream, twee van de beste nummers uit zijn hele carrière wat mij betreft. Diamonds & Pearls is de ultieme zwijmelballade, tot in de kleinste details zodanig perfect uitgevoerd dat het een zeldzaam kunstwerkje in zijn genre wordt. Cream is dan weer de ultieme sierlijke, verleidelijke popsong. Het klinkt zo effortless, maar Prince heeft dertien jaar moeten zwoegen in popland om zoiets te kunnen maken.
Dan heb je ook nog Thunder, met die heerlijke sitarpartij, de mooie ballade Money Don’t Matter 2night, en het zweterige, smerige Get Off (de enige geslaagde group effort van de plaat) als sterke tracks. En vooruit, het waggelende Strollin’ gaat er bij mij ook best goed in.
Als Diamonds & Pearls alleen uit nummers van dit kaliber had bestaan -met dank aan Prince het popgenie - dan was er niks aan de hand geweest. Helaas zijn er ook een hoop mindere elementen aanwezig - met dank aan Prince de wankelende popgod die zijn plek aan de top niet wil verliezen: saaie nummers die te lang doorgaan, Tony M (op zich een aardig idee om voor de variatie een rapper toe te voegen, alleen jammer dat de keuze op Tony viel, al tijdens zijn eerste verse op het album is hij al niet leuk meer), en nummers waarin Prince nergens te bekennen lijkt en zijn New Power Generation het vuile werk laat doen.
Push is op dat vlak het ergste: een pijnlijke aaneenschakeling van matige clichés uit de new jack swing en golden age of hiphop, aaneen gezongen en -gerapt door een groep mensen die vast hun merites hadden (op Tony na) maar hier overkomen als een groep b-spelers. Dit nummer is zo erg dat het hierop volgende Insatiable uit pure armoede even aanvoelt als een nieuw meesterwerk, maar nee hoor, dat is er een uit de ‘matige song die te lang doorgaat’-categorie. Het album gaat voor mij sowieso als een nachtkaars uit, want ook de afsluiter heeft iets pijnlijk middelmatig en irrelevant vind ik.
Samenvattend: Diamonds & Pearls klikt flashy, hip en gelikt, maar het songmateriaal is zo onevenwichtig dat de hoogtepunten maar met veel moeite de schade goedmaken van de mindere broeders. Eigenlijk vind ik die Tom Engelshoven nog best positief. Een (zeer nipte) 3* van mijnentwege.
Prince and The New Power Generation - O(+> (1992)
Alternatieve titel: The Love Symbol Album

4,0
2
geplaatst: 1 juni 2020, 16:55 uur
Ook dit titelloze album, dat door de fans dan maar de naam Love Symbol meekreeg, kende ik voorheen nog niet. Op de drie hits na dan, en die vond ik lange tijd stuk voor stuk vrij matig, vandaar.
En van openingssong My Name Is Prince ben ik nog steeds geen fan: een volgepropt indroductienummer van een man die op dat moment al tien jaar wereldberoemd is (?), en die de gelegenheid niet eens aangrijpt om iets substantieels of nieuws over zichzelf te vertellen. ‘My name is Prince/and I am funky’. Nee, echt? En dan moet Tony M(ag ik je vragen om alsjeblieft te stoppen met rappen) nog komen.
(Ok, Tony doet het op deze dan wel iets beter dan op Diamonds And Pearls, het is niet alsof je bij de volgende Prince-platen zoiets had van ‘goh ik mis die Tony toch wel een beetje’, of wel soms? Matige rapper)
De twee andere singles vind ik tegenwoordig wel top: zowel het gortdroge Sexy MF als de prettige popsong 7 bewijzen nog maar eens dat je op de meeste Prince-platen wel de nodige leuke nummers kan aantreffen.
Maar wat vond ik van de rest van het album, die met de kennis van achteraf toch een beetje aanvoelt als de toegangspoort naar zijn ‘wilderness years,’ vol a-commerciële carrièremoves en grote omwentelingen in ’s mans privéleven?
Nou, zoals jullie vast al aan mijn sterrenrating gezien hebben, kan ik deze best smaken. Love Symbol is een conceptplaat met zo’n vaag en onnozel concept dat alle referenties ernaar gemakkelijk te negeren vallen, en je overblijft met een album waarop alles weer wat eigenzinniger en meer des Prince aanvoelt in vergelijking met de vrij gladgestreken bedoening die Diamonds & Pearls bij vlagen was. Net zoals op de klassieke Prince-albums uit de jaren ’80 schiet het geluid alle kanten uit zonder dat het opvalt, zijn de popnummers lekker aanstekelijk, de funknummers lekker naturel, en de melige nummers net aandoenlijk genoeg om effectief te zijn (en geen ergernis op te wekken).
Of toch op het leeuwendeel van de plaat. Ik ken deze nog niet goed genoeg om gedetailleerd te gaan nitpicken, maar dat het allemaal net een tandje minder is dan in de gloriejaren staat natuurlijk buiten kijf.
Is dat erg? Zeker niet! Dus geen idee wie Victor precies is, wat hij opgeofferd heeft, en waarom dat belangrijk is, maar Love Symbol is gewoon weer de zoveelste puike Prince-plaat. En dat is uiteindelijk wat echt telt.
En van openingssong My Name Is Prince ben ik nog steeds geen fan: een volgepropt indroductienummer van een man die op dat moment al tien jaar wereldberoemd is (?), en die de gelegenheid niet eens aangrijpt om iets substantieels of nieuws over zichzelf te vertellen. ‘My name is Prince/and I am funky’. Nee, echt? En dan moet Tony M(ag ik je vragen om alsjeblieft te stoppen met rappen) nog komen.
(Ok, Tony doet het op deze dan wel iets beter dan op Diamonds And Pearls, het is niet alsof je bij de volgende Prince-platen zoiets had van ‘goh ik mis die Tony toch wel een beetje’, of wel soms? Matige rapper)
De twee andere singles vind ik tegenwoordig wel top: zowel het gortdroge Sexy MF als de prettige popsong 7 bewijzen nog maar eens dat je op de meeste Prince-platen wel de nodige leuke nummers kan aantreffen.
Maar wat vond ik van de rest van het album, die met de kennis van achteraf toch een beetje aanvoelt als de toegangspoort naar zijn ‘wilderness years,’ vol a-commerciële carrièremoves en grote omwentelingen in ’s mans privéleven?
Nou, zoals jullie vast al aan mijn sterrenrating gezien hebben, kan ik deze best smaken. Love Symbol is een conceptplaat met zo’n vaag en onnozel concept dat alle referenties ernaar gemakkelijk te negeren vallen, en je overblijft met een album waarop alles weer wat eigenzinniger en meer des Prince aanvoelt in vergelijking met de vrij gladgestreken bedoening die Diamonds & Pearls bij vlagen was. Net zoals op de klassieke Prince-albums uit de jaren ’80 schiet het geluid alle kanten uit zonder dat het opvalt, zijn de popnummers lekker aanstekelijk, de funknummers lekker naturel, en de melige nummers net aandoenlijk genoeg om effectief te zijn (en geen ergernis op te wekken).
Of toch op het leeuwendeel van de plaat. Ik ken deze nog niet goed genoeg om gedetailleerd te gaan nitpicken, maar dat het allemaal net een tandje minder is dan in de gloriejaren staat natuurlijk buiten kijf.
Is dat erg? Zeker niet! Dus geen idee wie Victor precies is, wat hij opgeofferd heeft, en waarom dat belangrijk is, maar Love Symbol is gewoon weer de zoveelste puike Prince-plaat. En dat is uiteindelijk wat echt telt.
Prince and the Revolution - Around the World in a Day (1985)

4,0
4
geplaatst: 1 maart 2020, 12:07 uur
Uit de gouden periode 1980-1988 is deze Around The World In A Day mijn op één na minst beluisterde Prince-plaat, na Controversy. En van deze acht scoort ook alleen Controversy lager qua sterrenaantal trouwens. Zie ik deze eendagswereldreis dan als een eiland van matigheid in een zee van genialiteit? Zeker niet. Deze plaat pakt me gewoon veel minder in dan zijn drie opvolgers, twee voorgangers en Dirty Mind, ik bemerk tijdens het luisteren altijd een soort afstand tussen mezelf en deze liedjes.
Het fenomeen zal jullie vast wel bekend zijn, alleen dan misschien niet in verhouding tot deze plaat, die toch wel als een Prince-klassieker geldt.
Vanwaar dan mijn eigen terughoudendheid? Aan de sound van het album ligt het alvast niet, want die bevalt me wel. ATWIAD klinkt zonnig en zomers, en dan bedoel ik niet het ‘vamos a la playa’-type zomers, maar het zomers van lange, zorgeloze vakanties, van een huisje huren ergens vlak buiten het dorp, van aangename wandelingen door velden vol woeste bloemen terwijl je de hand vasthoudt van een leuk meisje met een roze beret, waar je zelfs jaren later nog weleens aan terugdenkt. Kortom, Prince schildert hier met fellere kleuren, en met minder paars.
Sowieso vind ik het altijd wel tof wanneer artiesten niet te strak vasthouden aan hun successound, maar deze zien als iets dat constant beweegt, reageert, evolueert, in plaats van als iets dat je in een museumdisplay moet bewaren tot het einde der tijden. En dat is natuurlijk Prince ten voeten uit.
Nee, ik denk dat het stomweg aan de liedjes zelf ligt. Als je mij zou vragen om alle nummers die Prince ooit gemaakt heeft te rangschikken van best naar minst, dan zouden bijvoorbeeld bijna alle liedjes van Purple Rain wel hoger staan dan die van ATWIAD, denk ik. Prince sloot zich vrijwel meteen na het beëindigen van de Purple Rain-tour alweer op in zijn studio om aan een opvolger te werken. De aard van het werkverslaafde beestje natuurlijk, maar misschien was dat zelfs voor een genie op de top van zijn kunnen iets te snel?
Mijn drie absolute topfavorieten hier zijn de titeltrack (prachtige melodieën), Raspberry Beret (perfecte popsong) en America (lekker fel, komt precies op het goede moment in de tracklist). De rest van de plaat bestaat voor mijn gevoel uit mooie liedjes, die helaas net niet mooi genoeg zijn om van dit album een Purple Rain-achtige monoliet te maken. Absoluut knap gemaakt, maar ze missen net die edge, die ongrijpbare x-factor die geweldige platen wel hebben, maar goede platen niet, hoe goed ze ook zijn.
En zo is ATWIAD voor mij een album dat ik absoluut kan waarderen en waar ik graag naar luister, maar niet vaak naar teruggrijp.
Ik ben een lastige klant, ik weet het.
Het fenomeen zal jullie vast wel bekend zijn, alleen dan misschien niet in verhouding tot deze plaat, die toch wel als een Prince-klassieker geldt.
Vanwaar dan mijn eigen terughoudendheid? Aan de sound van het album ligt het alvast niet, want die bevalt me wel. ATWIAD klinkt zonnig en zomers, en dan bedoel ik niet het ‘vamos a la playa’-type zomers, maar het zomers van lange, zorgeloze vakanties, van een huisje huren ergens vlak buiten het dorp, van aangename wandelingen door velden vol woeste bloemen terwijl je de hand vasthoudt van een leuk meisje met een roze beret, waar je zelfs jaren later nog weleens aan terugdenkt. Kortom, Prince schildert hier met fellere kleuren, en met minder paars.
Sowieso vind ik het altijd wel tof wanneer artiesten niet te strak vasthouden aan hun successound, maar deze zien als iets dat constant beweegt, reageert, evolueert, in plaats van als iets dat je in een museumdisplay moet bewaren tot het einde der tijden. En dat is natuurlijk Prince ten voeten uit.
Nee, ik denk dat het stomweg aan de liedjes zelf ligt. Als je mij zou vragen om alle nummers die Prince ooit gemaakt heeft te rangschikken van best naar minst, dan zouden bijvoorbeeld bijna alle liedjes van Purple Rain wel hoger staan dan die van ATWIAD, denk ik. Prince sloot zich vrijwel meteen na het beëindigen van de Purple Rain-tour alweer op in zijn studio om aan een opvolger te werken. De aard van het werkverslaafde beestje natuurlijk, maar misschien was dat zelfs voor een genie op de top van zijn kunnen iets te snel?
Mijn drie absolute topfavorieten hier zijn de titeltrack (prachtige melodieën), Raspberry Beret (perfecte popsong) en America (lekker fel, komt precies op het goede moment in de tracklist). De rest van de plaat bestaat voor mijn gevoel uit mooie liedjes, die helaas net niet mooi genoeg zijn om van dit album een Purple Rain-achtige monoliet te maken. Absoluut knap gemaakt, maar ze missen net die edge, die ongrijpbare x-factor die geweldige platen wel hebben, maar goede platen niet, hoe goed ze ook zijn.
En zo is ATWIAD voor mij een album dat ik absoluut kan waarderen en waar ik graag naar luister, maar niet vaak naar teruggrijp.
Ik ben een lastige klant, ik weet het.

