Hier kun je zien welke berichten ArthurDZ als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Radical Face - The Family Tree: The Leaves (2016)
Alternatieve titel: The Leaves

4,0
0
geplaatst: 31 maart 2016, 18:40 uur
Ben Cooper aka Radical Face straalt al vanaf debuutalbum Ghost uit 2007 als een voorzichtig aangenaam lentezonnetje over het indiefolk-landschap. Hij is subtieler en rustiger dan zijn meeste genregenoten, en zijn liedjes lijken zich eerder in een groenheuvelig droomlandschap af te spelen dan in de echte wereld. Nu is er dan eindelijk The Leaves, het langverwachte derde en laatste deel van zijn Family Tree-project. Mogen we ons verwachten aan een finale à la The Return Of The King, of wordt het toch eerder Rambo III?
The Family Tree is een trilogie van platen over de fictieve 19de-eeuwse familie Northcote, die Cooper in staat stelt om de familiekronieken van de Cooper-clan te verweven met zijn eigen fantasie en tot sterke en volle liedjes te kanaliseren. De verhaallijnen zijn talrijk en non-lineair, en eerlijk gezegd nogal warrig. Zo is eerste single ‘The Road To Nowhere’ een vervolg op ‘The Gilded Hand’ van het vorige album, niet op ‘Third Family Portrait’, dat het nummer voorafgaat op The Leaves zelf. ‘Third Family Portrait’ is namelijk het vervolg op ‘West’ van het restjesalbum The Bastards, dat dan weer zijn oorsprong vindt in ‘Black Eyes’ van het eerste Family Tree-album The Roots. Nee, simpel is het allemaal niet.
Gelukkig hoef je je van geen enkele verhaallijn wat aan te trekken als je dat niet per se wil. Uiteindelijk staat elk nummer op muzikaal vlak volledig op zichzelf, en zit de lol van het luisteren hem vooral hierin. Want voor de derde keer op rij zitten alle songs weer subliem in elkaar. Het pastorale sfeertje van de voorgangers wordt doorgetrokken en soms nog extra dik aangezet, zonder dat de plaat er ouderwets door gaat klinken. Eerder buitentijds, met dank aan de toch vrij swingende ritmesectie en een subtiel gebruik van elektronica op enkele tracks. Nu was dat op de voorgangers van deze plaat ook al zo, maar van verveelde deja-vu’s is wat mij betreft geen sprake hier: er zit nog genoeg water in dat putje. Al zou het Cooper zeker sieren indien hij voor de volgende plaat zijn kleurenpalet wat update nu de Family Tree-serie erop zit…
Als Radical Face ergens in uitblinkt, dan is het wel in het vinden van schoonheid in melancholie. Ook op The Leaves is de stemming treurig, al sluimeren er ook steeds hints naar liefde, aanvaarding en innerlijke rust door de plaat. The Leaves is hierin niet anders dan in zijn twee aanraders van voorgangers, en dus is The Family Tree-cyclus misschien wel de finale bevestiging van het talent Ben Cooper. Het is niet moeilijk om je een nummer als ‘The Road To Nowhere’ in te beelden met een explosiever refrein of een gekwelde banjosolo aan het einde, maar het nummer heeft dat soort typische fratsen niet nodig om effectief te zijn. Sterker nog, het album staat vol met nummers die waarschijnlijk niet meer te verbeteren zijn al zou je het proberen, en als dat geen goed teken is, dan weet ik het ook niet meer.
Oh ja, zij die benieuwd zijn naar de familie Northcote, moeten zeker eens Radical Face - radicalface.com checken voor meer info. Geen dank!
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
The Family Tree is een trilogie van platen over de fictieve 19de-eeuwse familie Northcote, die Cooper in staat stelt om de familiekronieken van de Cooper-clan te verweven met zijn eigen fantasie en tot sterke en volle liedjes te kanaliseren. De verhaallijnen zijn talrijk en non-lineair, en eerlijk gezegd nogal warrig. Zo is eerste single ‘The Road To Nowhere’ een vervolg op ‘The Gilded Hand’ van het vorige album, niet op ‘Third Family Portrait’, dat het nummer voorafgaat op The Leaves zelf. ‘Third Family Portrait’ is namelijk het vervolg op ‘West’ van het restjesalbum The Bastards, dat dan weer zijn oorsprong vindt in ‘Black Eyes’ van het eerste Family Tree-album The Roots. Nee, simpel is het allemaal niet.
Gelukkig hoef je je van geen enkele verhaallijn wat aan te trekken als je dat niet per se wil. Uiteindelijk staat elk nummer op muzikaal vlak volledig op zichzelf, en zit de lol van het luisteren hem vooral hierin. Want voor de derde keer op rij zitten alle songs weer subliem in elkaar. Het pastorale sfeertje van de voorgangers wordt doorgetrokken en soms nog extra dik aangezet, zonder dat de plaat er ouderwets door gaat klinken. Eerder buitentijds, met dank aan de toch vrij swingende ritmesectie en een subtiel gebruik van elektronica op enkele tracks. Nu was dat op de voorgangers van deze plaat ook al zo, maar van verveelde deja-vu’s is wat mij betreft geen sprake hier: er zit nog genoeg water in dat putje. Al zou het Cooper zeker sieren indien hij voor de volgende plaat zijn kleurenpalet wat update nu de Family Tree-serie erop zit…
Als Radical Face ergens in uitblinkt, dan is het wel in het vinden van schoonheid in melancholie. Ook op The Leaves is de stemming treurig, al sluimeren er ook steeds hints naar liefde, aanvaarding en innerlijke rust door de plaat. The Leaves is hierin niet anders dan in zijn twee aanraders van voorgangers, en dus is The Family Tree-cyclus misschien wel de finale bevestiging van het talent Ben Cooper. Het is niet moeilijk om je een nummer als ‘The Road To Nowhere’ in te beelden met een explosiever refrein of een gekwelde banjosolo aan het einde, maar het nummer heeft dat soort typische fratsen niet nodig om effectief te zijn. Sterker nog, het album staat vol met nummers die waarschijnlijk niet meer te verbeteren zijn al zou je het proberen, en als dat geen goed teken is, dan weet ik het ook niet meer.
Oh ja, zij die benieuwd zijn naar de familie Northcote, moeten zeker eens Radical Face - radicalface.com checken voor meer info. Geen dank!
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
Radiohead - A Moon Shaped Pool (2016)

4,0
0
geplaatst: 13 mei 2016, 19:25 uur
De nieuwe Radiohead, daar is ie dan eindelijk. Vijf jaar na het nogal polariserende The King Of Limbs, brengen de fanatiekst gekoesterde indie darlings ooit weer eens een plaatje uit waar liefhebbers aller landen massaal voor op de knieën gaan, zo zwaar onder de indruk van de sonische kwaliteiten van het werkje dat sommigen onder hen zelfs spontaan in coma belanden. A Moon Shaped Pool heeft zijn blijde intrede gemaakt, maar is dit echt nog maar eens een meesterwerk? Of wordt het tijd dat we onze roze hype-brilletjes eens afzetten met z’n allen?
Tja, dames en heren. Het zou voor de variatie waarschijnlijk leuk geweest zijn als ten minste één recensent deze plaat compleet met de grond gelijk had gemaakt, in plaats van het zonder pardon de sterren in de prijzen. Iemand die bruut de feestelijke stemming verstoort door ons toe te schreeuwen dat dit gewoon neuzelmuziek om bij de bingoën is, en dat Thom Yorke hier nog het meeste klinkt als een treurig slingeraapje met astma in plaats van als een zanger. Maar helaas, zij die in deze hosanna-chaos op zoek zijn naar een boze tegenstem, zijn hier niet aan het juiste adres. Ook ik vind dit een wondermooie plaat.
Radiohead had altijd al iets stads, iets kosmopolitisch. Albums als OK Computer en Kid A hebben een gevoel van postmoderne eenzaamheid en verval in zich. Het was muziek over de grootstad als machine en het weggecijferde individu dat alleen telt in het grote geheel, en de gevolgen hiervan op persoonlijk vlak. We zijn allemaal paranoïde androïden in een wereld van valse plastieken bomen en wankele kaarthuisjes, zingen ze ons toe. Op elkaar gepakte sardientjes in een tinnen doos. Kortom, een bende creeps. En wie weet, misschien is dat de reden waarom een in de grond vreemde band als Radiohead toch wereldwijd zoveel gevoelige snaren weet te raken. Omdat het gevoel dat ze overbrengen met hun muziek net iets dieper gaat dan gemiddeld.
De insteek van A Moon Shaped Pool was om oude en nieuwe technologie door en naast elkaar te gebruiken, en dat heeft geresulteerd in het ontstaan van een soort folk ambient dat vrij uniek is voor Radioheads doen. Het album voelt hierdoor pastoraler aan dan eerder werk. Nog steeds dreigend, maar op een andere manier, eerder Twin Peaks-onheilspellend dan American Psycho-benauwend. Het knappe aan deze plaat is dat de band dan wel lichtjes van werkwijze is veranderd, maar dat ze nog steeds probleemloos hetzelfde unheimische Radiohead-gevoel weten over te brengen.
De hamvraag is echter: kan deze plaat zich meten met zijn voorgangers in zo’n kwalitatief sterk oeuvre? Ik vind van wel. Deze collectie songs past perfect in elkaar en flowt heerlijk door, ook al verandert er weinig in tempo en klankkleur. De stem van Thom Yorke wordt in deze hypnotiserende atmosfeer ook uitstekend ingezet, meer als een zich rond de muziek kronkelend extra instrument dan als aparte aandachtstrekker. Het knapste van al is echter dat het toch niet moeilijk is om aparte hoogtepunten te vinden in dit uniforme geheel. Burn The Witch, Daydreaming, Identikit, The Numbers, na een aantal luisterbeurten komen ze vanzelf bovendrijven zonder allesoverheersend te worden. Met andere woorden, A Moon Shaped Pool toont nog maar eens het vakmanschap van Radiohead, maar dan bekeken vanuit een andere hoek.
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
Tja, dames en heren. Het zou voor de variatie waarschijnlijk leuk geweest zijn als ten minste één recensent deze plaat compleet met de grond gelijk had gemaakt, in plaats van het zonder pardon de sterren in de prijzen. Iemand die bruut de feestelijke stemming verstoort door ons toe te schreeuwen dat dit gewoon neuzelmuziek om bij de bingoën is, en dat Thom Yorke hier nog het meeste klinkt als een treurig slingeraapje met astma in plaats van als een zanger. Maar helaas, zij die in deze hosanna-chaos op zoek zijn naar een boze tegenstem, zijn hier niet aan het juiste adres. Ook ik vind dit een wondermooie plaat.
Radiohead had altijd al iets stads, iets kosmopolitisch. Albums als OK Computer en Kid A hebben een gevoel van postmoderne eenzaamheid en verval in zich. Het was muziek over de grootstad als machine en het weggecijferde individu dat alleen telt in het grote geheel, en de gevolgen hiervan op persoonlijk vlak. We zijn allemaal paranoïde androïden in een wereld van valse plastieken bomen en wankele kaarthuisjes, zingen ze ons toe. Op elkaar gepakte sardientjes in een tinnen doos. Kortom, een bende creeps. En wie weet, misschien is dat de reden waarom een in de grond vreemde band als Radiohead toch wereldwijd zoveel gevoelige snaren weet te raken. Omdat het gevoel dat ze overbrengen met hun muziek net iets dieper gaat dan gemiddeld.
De insteek van A Moon Shaped Pool was om oude en nieuwe technologie door en naast elkaar te gebruiken, en dat heeft geresulteerd in het ontstaan van een soort folk ambient dat vrij uniek is voor Radioheads doen. Het album voelt hierdoor pastoraler aan dan eerder werk. Nog steeds dreigend, maar op een andere manier, eerder Twin Peaks-onheilspellend dan American Psycho-benauwend. Het knappe aan deze plaat is dat de band dan wel lichtjes van werkwijze is veranderd, maar dat ze nog steeds probleemloos hetzelfde unheimische Radiohead-gevoel weten over te brengen.
De hamvraag is echter: kan deze plaat zich meten met zijn voorgangers in zo’n kwalitatief sterk oeuvre? Ik vind van wel. Deze collectie songs past perfect in elkaar en flowt heerlijk door, ook al verandert er weinig in tempo en klankkleur. De stem van Thom Yorke wordt in deze hypnotiserende atmosfeer ook uitstekend ingezet, meer als een zich rond de muziek kronkelend extra instrument dan als aparte aandachtstrekker. Het knapste van al is echter dat het toch niet moeilijk is om aparte hoogtepunten te vinden in dit uniforme geheel. Burn The Witch, Daydreaming, Identikit, The Numbers, na een aantal luisterbeurten komen ze vanzelf bovendrijven zonder allesoverheersend te worden. Met andere woorden, A Moon Shaped Pool toont nog maar eens het vakmanschap van Radiohead, maar dan bekeken vanuit een andere hoek.
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
Rolling Stones - Let It Bleed (1969)

4,5
0
geplaatst: 8 augustus 2012, 22:12 uur
De Arthur-Recensies deel 12: Arthur de fan
Heb ik jullie ooit al verteld over mijn liefde voor Gimme Shelter?
Nee?
Wel, dan doe ik het nu. Gimme Shelter staat voor mij aan de wereldtop van muziek, samen met There Is A Light That Never Goes Out van The Smiths.
En waarom?
Wat dat nummer in me los maakt, is eigenlijk best wel moeilijk onder woorden te brengen. Ik heb altijd al een serieuze overschot aan fantasie gehad en sommige songs geven mij door tekst of sfeer aanzet tot het afspelen van een heuse minifilm in mijn hoofd. Het klinkt enorm gek, maar zo gaat het nu eenmaal bij mij. Dat zijn trouwens vaak mijn favoriete nummers, de songs die een hele wereld kunnen oproepen.
En dat doet Gimme Shelter dus ook. Eerst heb je dat vredige begin, met die oehh’s en dat schattige gitaarriedeltje van Keith, en dan vallen de drums in en begint er een soort oorlog, terwijl predikant Mick pleit voor een wereld vol liefde. Dan ontploft plots een bom en zet gastvocalist Merry Cleyton met haar stem het beste moment van de muziekgeschiedenis in. Alsof ze alle slachtoffers van al het kwaad in de wereld vertegenwoordigd, schreeuwt ze het namens hen uit tegen die boze buitenwereld. “Rape, murder, is just a shot away, it’s just a shot away.” Haar stem breekt twee keer. Ik heb nog heel lang kippenvel.
Met zo’n gigantisch hoogtepunt als openingsnummer zou je voor minder vrezen voor de rest van het album. Maar dat valt op deze Let It Bleed reuze mee. Een hele hoop nummers gedrenkt in een Amerikaans Country-en Bluessausje, heel erg Rolling Stones maar tegelijkertijd ook weer niet. Vooral het geweldig opbouwende Midnight Rambler en het knotsgekke Monkey Man zijn meesterwerken. Ook de Robert Johnson-cover Love In Vain mag ik graag horen. Live With Me is het eigenlijk het enige nummer op dit album dat (zwaar) onderdoet voor de rest. Echt ene-oor-in-andere-oor-uitmuziek.
Net zoals het openingsnummer valt de afsluiter qua sfeer een beetje uit de toon in vergelijking met de overige songs op dit album, en toch ook weer niet, want You Can’t Always Get What You Want is niet alleen een waarheid als een koe, het is ook een zeer geslaagd gospeluitstapje en één van de beste afsluiters van een Rolling Stones-plaat ooit. De stemmen van gouwe ouwe Mick en het koortje gastzangeressen veroorzaken bijna iedere luisterbeurt kippenvel, zeker op de uitbarsting aan het einde.
Ik denk dat jullie nu wel doorhebben wat ik vind van deze plaat. Ik vind deze plaat geweldig.
Heb ik jullie ooit al verteld over mijn liefde voor Gimme Shelter?
Nee?
Wel, dan doe ik het nu. Gimme Shelter staat voor mij aan de wereldtop van muziek, samen met There Is A Light That Never Goes Out van The Smiths.
En waarom?
Wat dat nummer in me los maakt, is eigenlijk best wel moeilijk onder woorden te brengen. Ik heb altijd al een serieuze overschot aan fantasie gehad en sommige songs geven mij door tekst of sfeer aanzet tot het afspelen van een heuse minifilm in mijn hoofd. Het klinkt enorm gek, maar zo gaat het nu eenmaal bij mij. Dat zijn trouwens vaak mijn favoriete nummers, de songs die een hele wereld kunnen oproepen.
En dat doet Gimme Shelter dus ook. Eerst heb je dat vredige begin, met die oehh’s en dat schattige gitaarriedeltje van Keith, en dan vallen de drums in en begint er een soort oorlog, terwijl predikant Mick pleit voor een wereld vol liefde. Dan ontploft plots een bom en zet gastvocalist Merry Cleyton met haar stem het beste moment van de muziekgeschiedenis in. Alsof ze alle slachtoffers van al het kwaad in de wereld vertegenwoordigd, schreeuwt ze het namens hen uit tegen die boze buitenwereld. “Rape, murder, is just a shot away, it’s just a shot away.” Haar stem breekt twee keer. Ik heb nog heel lang kippenvel.
Met zo’n gigantisch hoogtepunt als openingsnummer zou je voor minder vrezen voor de rest van het album. Maar dat valt op deze Let It Bleed reuze mee. Een hele hoop nummers gedrenkt in een Amerikaans Country-en Bluessausje, heel erg Rolling Stones maar tegelijkertijd ook weer niet. Vooral het geweldig opbouwende Midnight Rambler en het knotsgekke Monkey Man zijn meesterwerken. Ook de Robert Johnson-cover Love In Vain mag ik graag horen. Live With Me is het eigenlijk het enige nummer op dit album dat (zwaar) onderdoet voor de rest. Echt ene-oor-in-andere-oor-uitmuziek.
Net zoals het openingsnummer valt de afsluiter qua sfeer een beetje uit de toon in vergelijking met de overige songs op dit album, en toch ook weer niet, want You Can’t Always Get What You Want is niet alleen een waarheid als een koe, het is ook een zeer geslaagd gospeluitstapje en één van de beste afsluiters van een Rolling Stones-plaat ooit. De stemmen van gouwe ouwe Mick en het koortje gastzangeressen veroorzaken bijna iedere luisterbeurt kippenvel, zeker op de uitbarsting aan het einde.
Ik denk dat jullie nu wel doorhebben wat ik vind van deze plaat. Ik vind deze plaat geweldig.
Run the Jewels - Run the Jewels 3 (2016)
Alternatieve titel: RTJ3

4,0
1
geplaatst: 4 januari 2017, 19:26 uur
In deze onzekere tijden is onlangs toch één iets voor altijd duidelijk geworden: EL-P en Killer Mike, samen Run The Jewels, gebruiken releasedata alleen nog om hun billetjes mee af te vegen. Derde gezamenlijke plaat Run The Jewels 3 wordt namelijk nu al gratis aangeboden op de site van het illustere duo, en dat maar liefst drie weken te vroeg. In 2014 werd hun vorige album op een gelijkaardige manier aan de man gebracht. No more heroes? Not quite!
En hoe mooier de plaat, hoe mooier het gebaar natuurlijk. Run The Jewels 3 heeft op dat vlak grote schoenen te vullen na diens verpletterende voorganger uit 2014, en doet een meer dan dappere poging hiertoe. Vooral op de eerste helft van het album staan een aantal tracks die tot het allerbeste horen wat deze groep tot nu toe heeft uitgebracht. Nummers als Talk To Me, Call Tickeron en Stay Gold zijn typische RTJ-bangers: de beats zijn hard maar inventief, de raps vlammend maar ook erg speels. Sowieso is de wisselwerking tussen de knokkel-krakende Killer Mike en de meer snerende EL-P weer helemaal perfect. De Jagger/Richards van de hiphop.
Run The Jewels 3 duurt wel een stuk langer dan de twee voorgangers, wat jammer is aangezien de plaat vanaf 2100 plots een stuk wisselvalliger wordt. Alleen Everybody Stay Calm en Report to the Shareholders / Kill Your Masters (met een nieuwe gastrol voor Zack de la Rocha) komen dan nog even hard binnen als de krakers aan het begin. Het duo had zich dus beter aan een extra rondje kill your darlings gewaagd, al blijven zelfs de minder interessante nummers met dank aan het prima rapwerk nog best overeind.
Het is ook dankzij deze ijzersterke symbiose dat het RTJ-huisje fris blijft ruiken, want voor de derde keer op rij heeft het duo weinig veranderd aan de basisformule. If it ain’t broke, don’t fix it, maar hoelang kan Run The Jewels nog verder zonder dat stilstand tot achteruitgang gaat leiden? Het is dus vooral over de opvolger dat ik me een beetje zorgen maken. Run The Jewels 3 is, hoewel iets te lang, een dikke aanrader. Downloaden maar!
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt! Deze recensie verscheen eerst op cuttingedge.be)
En hoe mooier de plaat, hoe mooier het gebaar natuurlijk. Run The Jewels 3 heeft op dat vlak grote schoenen te vullen na diens verpletterende voorganger uit 2014, en doet een meer dan dappere poging hiertoe. Vooral op de eerste helft van het album staan een aantal tracks die tot het allerbeste horen wat deze groep tot nu toe heeft uitgebracht. Nummers als Talk To Me, Call Tickeron en Stay Gold zijn typische RTJ-bangers: de beats zijn hard maar inventief, de raps vlammend maar ook erg speels. Sowieso is de wisselwerking tussen de knokkel-krakende Killer Mike en de meer snerende EL-P weer helemaal perfect. De Jagger/Richards van de hiphop.
Run The Jewels 3 duurt wel een stuk langer dan de twee voorgangers, wat jammer is aangezien de plaat vanaf 2100 plots een stuk wisselvalliger wordt. Alleen Everybody Stay Calm en Report to the Shareholders / Kill Your Masters (met een nieuwe gastrol voor Zack de la Rocha) komen dan nog even hard binnen als de krakers aan het begin. Het duo had zich dus beter aan een extra rondje kill your darlings gewaagd, al blijven zelfs de minder interessante nummers met dank aan het prima rapwerk nog best overeind.
Het is ook dankzij deze ijzersterke symbiose dat het RTJ-huisje fris blijft ruiken, want voor de derde keer op rij heeft het duo weinig veranderd aan de basisformule. If it ain’t broke, don’t fix it, maar hoelang kan Run The Jewels nog verder zonder dat stilstand tot achteruitgang gaat leiden? Het is dus vooral over de opvolger dat ik me een beetje zorgen maken. Run The Jewels 3 is, hoewel iets te lang, een dikke aanrader. Downloaden maar!
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt! Deze recensie verscheen eerst op cuttingedge.be)
