Hier kun je zien welke berichten ArthurDZ als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Fleet Foxes - Crack-Up (2017)

4,0
1
geplaatst: 4 juli 2017, 21:15 uur
Aan het begin van dit decennium kon je simpelweg niet om de meerstemmige indiefolk van Fleet Foxes heen. En waarom zou je het ook anders gewild hebben? Zowel het debuut als opvolger Helplessness Blues waren prachtige back to nature-platen vol songs die schijnbaar rechtstreeks uit het middelpunt van de aarde waren komen opborrelen, zo achteloos oorspronkelijk klonk de hele boel. En nu, na een pauze van zes jaar - die bij zanger/bandleider Robin Pecknold ingevuld werd met een studie aan de Columbia University in New York en een hoop soul-searching - is album nummer 3 Crack-Up dan eindelijk onder ons. En het is de meest ambitieuze Fleet Foxes-plaat tot nu toe. Fasten your seatbelts, it’s gonna be a bumpy ride.
Het debuut klonk als een wandeling door de Zwitserse Alpen aan het begin van een mooie zomer. Helplessness Blues was zoals met een paar goede vrienden ingesneeuwd zitten op een adembenemende bergvlakte. En Crack-Up? Die klinkt zoals de hoes eruit ziet: avontuurlijk en grillig, een trektocht voor doorzetters die je evenwel met voldoening achterlaat op het einde van de rit. Wie verwacht om net zoals op de voorgangers als vanzelf de wereld van Fleet Foxes ingetrokken te worden, zal zich danig verslikken in Crack-Up: dit is echt zo’n plaat waar je even voor moet gaan zitten. Maar voor wie The Shrine/An Argument destijds een carrièrehoogtepunt vond, zal het waarschijnlijk de moeite waard blijken.
Want door de vlotte overgangen tussen de nummers en een strakke overkoepelende samenhang krijgt meer dan ooit het progressive rock-geïnspireerde deel van het bandgeluid de overhand, zonder dat de folk naar de achtergrond verdwijnt. Dat levert doorgaans prachtige nummers op, zoals de openingstrack ‘I Am All That I Need/Arroyo Seco/Thumbprint Sca’, Kept Woman en Fool’s Errand. Sommige liedjes, zoals bijvoorbeeld I Should See Memphis, blijven vooralsnog een beetje geforceerd aanvoelen, hoewel je nergens op de plaat de indruk krijgt dat de muze der inspiratie soms niet in de studio aanwezig was.
Ach, ook bij mij is de noot nog niet voor de volle honderd procent gekraakt. Fleet Foxes zijn in ieder geval niet meer zo geïnteresseerd in het onmiddellijk behagen van hun luisteraars. De tijd moet nog een beetje uitwijzen of deze benadering een verbetering is op hun vorige aanpak of niet. Voor nu geef ik hen met veel plezier het voordeel van de twijfel.
(Deze recensie verscheen eerder, in licht aangepaste versie, op www.cuttingedge.be/muziek)
Het debuut klonk als een wandeling door de Zwitserse Alpen aan het begin van een mooie zomer. Helplessness Blues was zoals met een paar goede vrienden ingesneeuwd zitten op een adembenemende bergvlakte. En Crack-Up? Die klinkt zoals de hoes eruit ziet: avontuurlijk en grillig, een trektocht voor doorzetters die je evenwel met voldoening achterlaat op het einde van de rit. Wie verwacht om net zoals op de voorgangers als vanzelf de wereld van Fleet Foxes ingetrokken te worden, zal zich danig verslikken in Crack-Up: dit is echt zo’n plaat waar je even voor moet gaan zitten. Maar voor wie The Shrine/An Argument destijds een carrièrehoogtepunt vond, zal het waarschijnlijk de moeite waard blijken.
Want door de vlotte overgangen tussen de nummers en een strakke overkoepelende samenhang krijgt meer dan ooit het progressive rock-geïnspireerde deel van het bandgeluid de overhand, zonder dat de folk naar de achtergrond verdwijnt. Dat levert doorgaans prachtige nummers op, zoals de openingstrack ‘I Am All That I Need/Arroyo Seco/Thumbprint Sca’, Kept Woman en Fool’s Errand. Sommige liedjes, zoals bijvoorbeeld I Should See Memphis, blijven vooralsnog een beetje geforceerd aanvoelen, hoewel je nergens op de plaat de indruk krijgt dat de muze der inspiratie soms niet in de studio aanwezig was.
Ach, ook bij mij is de noot nog niet voor de volle honderd procent gekraakt. Fleet Foxes zijn in ieder geval niet meer zo geïnteresseerd in het onmiddellijk behagen van hun luisteraars. De tijd moet nog een beetje uitwijzen of deze benadering een verbetering is op hun vorige aanpak of niet. Voor nu geef ik hen met veel plezier het voordeel van de twijfel.
(Deze recensie verscheen eerder, in licht aangepaste versie, op www.cuttingedge.be/muziek)
Foxygen - ...And Star Power (2014)

5,0
1
geplaatst: 31 december 2014, 10:26 uur
…And Star Power is schaamteloos te lang, schaamteloos rommelig en schaamteloos weird. Toch verdienen de mannen van Foxygen een medaille voor dit intrigerende, zich traag aan de luisteraar ontvouwende indierockmeesterwerk. In een genre dat zichzelf zo langzamerhand lachwekkend serieus begint te nemen, hebben zij de ramen weer even opengezet voor wat welgekomen frisse lucht.
Op dit knotsgekke album wisselt Foxygen eersteklas poppareltjes zoals ‘How Can You Really’ (beste nummer van het jaar voor mij) en ‘Cosmic Vibrations’ af met oorwurmen van het meer bevreemdende soort, zoals de duiveluitdrijvingspolka van ‘666’ en het disfunctionele kermisband-riedeltje ‘Wally’s Farm’. Gooi er nog een paar expres zo onluisterbaar mogelijke feedbackexperimenten tussen en je hebt een album als een zakje Smekkies In Alle Smaken. Het duurt even, maar wanneer dit album je beet heeft, laat het niet meer los. Dit is nu eens wat ze in het Engels ‘a satisfying record’ noemen.
Op dit knotsgekke album wisselt Foxygen eersteklas poppareltjes zoals ‘How Can You Really’ (beste nummer van het jaar voor mij) en ‘Cosmic Vibrations’ af met oorwurmen van het meer bevreemdende soort, zoals de duiveluitdrijvingspolka van ‘666’ en het disfunctionele kermisband-riedeltje ‘Wally’s Farm’. Gooi er nog een paar expres zo onluisterbaar mogelijke feedbackexperimenten tussen en je hebt een album als een zakje Smekkies In Alle Smaken. Het duurt even, maar wanneer dit album je beet heeft, laat het niet meer los. Dit is nu eens wat ze in het Engels ‘a satisfying record’ noemen.
Foxygen - Hang (2017)

4,0
2
geplaatst: 30 januari 2017, 18:25 uur
In 2014 bracht de Amerikaanse indieband Foxygen hun derde plaat uit, het fenomenale dubbelalbum …And Star Power. Het was een artistieke overwinning van bijna anderhalf uur: popsongs waar de magie van afspatte, gecombineerd met tegendraadse lawaaiexperimenten die het indiepubliek durfden uitdagen zoals ze al eventjes niet meer waren uitgedaagd. Dit alles overgoten met een trademark retrorock-sausje waarbij invloeden van zo’n beetje elke jaren zeventig-grootheid ondersteboven en binnenstebuiten werden gekeerd. Alles wat zanger Sam France en multi-instrumentalist Jonathan Rado in zich hadden, leek in …And Star Power te gaan. Sindsdien is de grote vraag: wat nu? Hoe volg je in godsnaam zo’n type plaat op?
Hang, dat zijn naam deelt met het laatste nummer van …And Star Power (een merkwaardig bevredigend gegeven), had met andere woorden gemakkelijk kunnen aanvoelen als een flinke stap terug. Niets is minder waar: hoewel de plaat maar krap een half uur duurt, wordt geen seconde verspild. Qua geluid, energie en ambities is Hang even grootst opgezet als altijd, het hoeft deze keer gewoon minder lang te duren.
De excentrieke geesten van Foxygen staan ondertussen opnieuw guitig lachend aan hun postmoderne mangel, waar deze keer (opnieuw) naar hartenlust Elton John-pianoriedeltjes, Steely Dan-zonnigheid en Mick Jagger-snauwen in verdwijnen. Het goedje dat er aan de andere kant uit komt, wordt als verf gebruikt om popartschilderijen te maken van David Bowie die de hoofdrol speelt in Jesus Christ Superstar en Lou Reed die Las Vegas op stelten zet.
Musical- en showtune-elementen zijn namelijk helemaal nieuw deze keer en stuwen het dikke knipoog-gehalte van Foxygen aldus naar nog grotere hoogten. Al is de productie op Hang een stuk voller en minder chaotisch dan voorheen, de band durft ook in deze setting lekker over the top te gaan van zodra de songs het ook maar enigszins toelaten. Meer dan waarschijnlijk gevolg: ook als luisteraar zit je met een dikke glimlach te luisteren.
Hou je dus van de popcultuur van de jaren zeventig en tongue in cheeck dramatiek? Beluister dan zeker Hang eens. This band could be your life…
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt! Deze recensie verscheen eerst op cuttingedge.be)
Hang, dat zijn naam deelt met het laatste nummer van …And Star Power (een merkwaardig bevredigend gegeven), had met andere woorden gemakkelijk kunnen aanvoelen als een flinke stap terug. Niets is minder waar: hoewel de plaat maar krap een half uur duurt, wordt geen seconde verspild. Qua geluid, energie en ambities is Hang even grootst opgezet als altijd, het hoeft deze keer gewoon minder lang te duren.
De excentrieke geesten van Foxygen staan ondertussen opnieuw guitig lachend aan hun postmoderne mangel, waar deze keer (opnieuw) naar hartenlust Elton John-pianoriedeltjes, Steely Dan-zonnigheid en Mick Jagger-snauwen in verdwijnen. Het goedje dat er aan de andere kant uit komt, wordt als verf gebruikt om popartschilderijen te maken van David Bowie die de hoofdrol speelt in Jesus Christ Superstar en Lou Reed die Las Vegas op stelten zet.
Musical- en showtune-elementen zijn namelijk helemaal nieuw deze keer en stuwen het dikke knipoog-gehalte van Foxygen aldus naar nog grotere hoogten. Al is de productie op Hang een stuk voller en minder chaotisch dan voorheen, de band durft ook in deze setting lekker over the top te gaan van zodra de songs het ook maar enigszins toelaten. Meer dan waarschijnlijk gevolg: ook als luisteraar zit je met een dikke glimlach te luisteren.
Hou je dus van de popcultuur van de jaren zeventig en tongue in cheeck dramatiek? Beluister dan zeker Hang eens. This band could be your life…
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt! Deze recensie verscheen eerst op cuttingedge.be)
