Hier kun je zien welke berichten ArthurDZ als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Daft Punk - Discovery (2001)

3,5
0
geplaatst: 1 oktober 2012, 09:37 uur
De Arthur-Recensies deel 15: iets over vooroordelen
Oke, nog even op voorhand: ik ken geen ene male moer van dancemuziek, dus dit wordt het soort recensie waar je informatief gezien niet veel aan hebt, maar die alleen, hopelijk, leuk is om te lezen.
Want ja, ik en dance, het is een moeilijke combinatie. Natuurlijk zijn er in het genre genoeg dingen die me weten te raken, al moet ik er meteen bijzeggen dat het meer niet dan wel gebeurt. En dan heb ik het hier over losse nummers, niet eens over volledige albums, die vaak nog meer dan een uur duren ook. Dus heb ik, vergeef mij, best wel een tijdje getreuzeld voor ik me aan dit album heb gewaagd. Ook omdat ik dus absoluut niet gecharmeerd ben van de bekendste nummers op dit album. One More Time is, in tegenstelling tot Around The World, wél vervelend repetitief, en Harder Better Faster Stronger vind ik zelfs nog irritanter. Daar staat tegenover dat ik Aerodynamic wel altijd een sterk nummer heb gevonden. Maar dat zou wel het enige nummer op dit album worden, dacht ik.
Nu ben ik echter sterk geweest en heb ik dit album een aantal maal beluisterd. En ik moet zeggen, hij bevalt me een stuk beter dan ik van tevoren voorspeld had. Dit is dan ook meer dan dance, er staan ook wat minder dansbare nummers op waar vooral sfeer belangrijk is. Natuurlijk bevalt niet alles van dit album me even goed. Ik noemde al twee nummers die ik niet kon hebben, en ook nummers als Nightvision en Too Long (te lang!) vind ik maar niks.
Daar tegenover staan ook een aantal die mij wel kunnen bekoren. Ik noemde al Aerodynamic, maar ook Digital Love en vooral Verdis Quo zijn geweldig. Het levert een ‘mixed bag’ van een plaat op, waar er misschien net iets meer leuke dan mindere nummers op staan.
Oke, nog even op voorhand: ik ken geen ene male moer van dancemuziek, dus dit wordt het soort recensie waar je informatief gezien niet veel aan hebt, maar die alleen, hopelijk, leuk is om te lezen.
Want ja, ik en dance, het is een moeilijke combinatie. Natuurlijk zijn er in het genre genoeg dingen die me weten te raken, al moet ik er meteen bijzeggen dat het meer niet dan wel gebeurt. En dan heb ik het hier over losse nummers, niet eens over volledige albums, die vaak nog meer dan een uur duren ook. Dus heb ik, vergeef mij, best wel een tijdje getreuzeld voor ik me aan dit album heb gewaagd. Ook omdat ik dus absoluut niet gecharmeerd ben van de bekendste nummers op dit album. One More Time is, in tegenstelling tot Around The World, wél vervelend repetitief, en Harder Better Faster Stronger vind ik zelfs nog irritanter. Daar staat tegenover dat ik Aerodynamic wel altijd een sterk nummer heb gevonden. Maar dat zou wel het enige nummer op dit album worden, dacht ik.
Nu ben ik echter sterk geweest en heb ik dit album een aantal maal beluisterd. En ik moet zeggen, hij bevalt me een stuk beter dan ik van tevoren voorspeld had. Dit is dan ook meer dan dance, er staan ook wat minder dansbare nummers op waar vooral sfeer belangrijk is. Natuurlijk bevalt niet alles van dit album me even goed. Ik noemde al twee nummers die ik niet kon hebben, en ook nummers als Nightvision en Too Long (te lang!) vind ik maar niks.
Daar tegenover staan ook een aantal die mij wel kunnen bekoren. Ik noemde al Aerodynamic, maar ook Digital Love en vooral Verdis Quo zijn geweldig. Het levert een ‘mixed bag’ van een plaat op, waar er misschien net iets meer leuke dan mindere nummers op staan.
David Bowie - ★ (2016)
Alternatieve titel: Blackstar

4,5
0
geplaatst: 16 januari 2016, 10:09 uur
Hoe hebben we het in vredesnaam niet zien aankomen? Achteraf gezien blijkt David Bowie’s laatste album Blackstar helemaal vol te staan met verwijzingen naar zijn naderende einde en bruut afgebroken carrière. Je kan er werkelijk niet meer naast kijken sinds deze maandag 11 januari. Opnieuw blijkt maar weer eens dat de mensheid nooit helemaal oplet. Of hoe David onze perceptie van een album in nog geen drie dagen tijd helemaal heeft omgegooid. David was een ‘tot de laatste snik’-type. And he certainly got the last laugh.
‘Something happened on the day he died’ zingt David in het openings-en titelnummer Blackstar. Dat is zeker gebeurd. De meesterschaker Bowie is niet alleen aan zet maar ook aan het woord. Het zijn z’n allerlaatste. Hij weet dat the day of execution nadert. Hij zoekt de randjes op van zijn stemgebruik terwijl een muzikale zon constant gaatjes probeert te prikken in de gitzwarte onweerslucht/jazzy backingtrack. Blackstar is een beest van een nummer, dat mooi illustreert hoe overbodig die comfort zones eigenlijk zijn. ‘fear is in your head, only in your head’, zong hij al in 1971 op Fill Your Heart. Hij is het altijd blijven doen.
‘Tis A Pitty She Was A Whore. Heeft David het hier over zijn eigen kanker? Analyse leidt onvermijdelijk tot overanalyse. Hoe dan ook, heerlijk overstuurde sax in dit nummer. Hij kon tot op het einde nog steeds rocken, op zijn eigen manier.
Lazarus lijkt het meeste te gaan over een nakende dood. Geen wonder dat er nog op de valreep van zijn leven een bloedstollend mooie videoclip bij is gemaakt. Een sinister nummer, als een verlaten gang in een ziekenhuis waar het gewoon te stil is. Achteraf besef je pas waarom. Een nummer over geboorte, dood en wedergeboorte, waarin David Bowie het superster-equivalent van de Bijblese figuur Lazarus wordt, die door Jezus uit de dood wordt gewekt. ‘Look up here, I'm in heaven/I've got scars that can't be seen/I've got drama, can't be stolen/Everybody knows me now’. Door zijn muziek leeft hij verder na zijn dood. Subtiel lijkt dit dus ook een dankwoord richting ons, de fans, te zijn.
Het al eerder bekende Sue (Or in a Season of Crime) krijgt een geheel nieuwe betekenis in de context van Blackstar. ‘Sue, The clinic called/The x-ray's fine’. David kan niet altijd kalm en dapper gebleven zijn in de winter van zijn leven. Af en toe moet hij de waanzin in de ogen gekeken hebben. Misschien wel de minst sterke compositie op het album, maar toch voelt dit nummer aan als een essentieel onderdeel van deze plaat.
Maandag 11 januari leefde zo’n beetje de hele muziekminnende wereld in een staat van verslagenheid en postume Bowiemanie. ‘where the fuck did Monday go?’ vraagt de man zelf sardonisch in Girl Loves Me. Misschien wel het allerengste nummer van heel Blackstar, niet alleen door de lyrics maar ook door het marsritme en één onheilspellende viool.
Dollar Days heeft weer dat ‘wandelen door verlate, regenachtige straten’-gevoel. Wandelen door een Bowie-loze wereld. In Dollar Days kijkt hij terug op zijn eigen carrière. ‘I’m dying to/Push their backs against the grain/And fool them all again and again’. Hij heeft zeker genoeg dollars verdiend in zijn leven. Toch lijkt dit nummer ook een afscheid richting het land van de pond te zijn. ‘If I'll never see the English evergreens I’m running to' David stierf in New York, een oceaan verwijderd van zijn geboorteplaats Engeland.
Afsluiten doet David met I Can’t Give Everything Away, waarin hij ons definitief uitzwaait. ‘I know something is very wrong’. Misschien is Blackstar wel de grootste truc die hij ons ooit gelapt heeft. De mondharmonica hier komt rechtstreeks uit het zevende nummer van zijn Low-album uit 1977. Bowie has begun A New Career In Town.
En zo is Blackstar één van de grootste mindfucks uit de moderne muziekgeschiedenis geworden. Een album dat een gigantisch succesvolle carrière in schoonheid afsluit. Zo zou het eigenlijk altijd moeten zijn, maar zoiets lukt alleen de allergrootsten. Rust in vrede, David!
(Dit bericht komt van mijn gloednieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
‘Something happened on the day he died’ zingt David in het openings-en titelnummer Blackstar. Dat is zeker gebeurd. De meesterschaker Bowie is niet alleen aan zet maar ook aan het woord. Het zijn z’n allerlaatste. Hij weet dat the day of execution nadert. Hij zoekt de randjes op van zijn stemgebruik terwijl een muzikale zon constant gaatjes probeert te prikken in de gitzwarte onweerslucht/jazzy backingtrack. Blackstar is een beest van een nummer, dat mooi illustreert hoe overbodig die comfort zones eigenlijk zijn. ‘fear is in your head, only in your head’, zong hij al in 1971 op Fill Your Heart. Hij is het altijd blijven doen.
‘Tis A Pitty She Was A Whore. Heeft David het hier over zijn eigen kanker? Analyse leidt onvermijdelijk tot overanalyse. Hoe dan ook, heerlijk overstuurde sax in dit nummer. Hij kon tot op het einde nog steeds rocken, op zijn eigen manier.
Lazarus lijkt het meeste te gaan over een nakende dood. Geen wonder dat er nog op de valreep van zijn leven een bloedstollend mooie videoclip bij is gemaakt. Een sinister nummer, als een verlaten gang in een ziekenhuis waar het gewoon te stil is. Achteraf besef je pas waarom. Een nummer over geboorte, dood en wedergeboorte, waarin David Bowie het superster-equivalent van de Bijblese figuur Lazarus wordt, die door Jezus uit de dood wordt gewekt. ‘Look up here, I'm in heaven/I've got scars that can't be seen/I've got drama, can't be stolen/Everybody knows me now’. Door zijn muziek leeft hij verder na zijn dood. Subtiel lijkt dit dus ook een dankwoord richting ons, de fans, te zijn.
Het al eerder bekende Sue (Or in a Season of Crime) krijgt een geheel nieuwe betekenis in de context van Blackstar. ‘Sue, The clinic called/The x-ray's fine’. David kan niet altijd kalm en dapper gebleven zijn in de winter van zijn leven. Af en toe moet hij de waanzin in de ogen gekeken hebben. Misschien wel de minst sterke compositie op het album, maar toch voelt dit nummer aan als een essentieel onderdeel van deze plaat.
Maandag 11 januari leefde zo’n beetje de hele muziekminnende wereld in een staat van verslagenheid en postume Bowiemanie. ‘where the fuck did Monday go?’ vraagt de man zelf sardonisch in Girl Loves Me. Misschien wel het allerengste nummer van heel Blackstar, niet alleen door de lyrics maar ook door het marsritme en één onheilspellende viool.
Dollar Days heeft weer dat ‘wandelen door verlate, regenachtige straten’-gevoel. Wandelen door een Bowie-loze wereld. In Dollar Days kijkt hij terug op zijn eigen carrière. ‘I’m dying to/Push their backs against the grain/And fool them all again and again’. Hij heeft zeker genoeg dollars verdiend in zijn leven. Toch lijkt dit nummer ook een afscheid richting het land van de pond te zijn. ‘If I'll never see the English evergreens I’m running to' David stierf in New York, een oceaan verwijderd van zijn geboorteplaats Engeland.
Afsluiten doet David met I Can’t Give Everything Away, waarin hij ons definitief uitzwaait. ‘I know something is very wrong’. Misschien is Blackstar wel de grootste truc die hij ons ooit gelapt heeft. De mondharmonica hier komt rechtstreeks uit het zevende nummer van zijn Low-album uit 1977. Bowie has begun A New Career In Town.
En zo is Blackstar één van de grootste mindfucks uit de moderne muziekgeschiedenis geworden. Een album dat een gigantisch succesvolle carrière in schoonheid afsluit. Zo zou het eigenlijk altijd moeten zijn, maar zoiets lukt alleen de allergrootsten. Rust in vrede, David!
(Dit bericht komt van mijn gloednieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
DIIV - Is the Is Are (2016)

4,0
0
geplaatst: 8 februari 2016, 18:35 uur
Zachary Cole Smith en zijn DIIV (je mag gelukkig gewoon ‘Dive’ zeggen) verschenen in 2012 op het toneel, en het dreampop-genre had plots zijn eigen Rolling Stones. Op debuutalbum Oshin rijgde de band de dromerige melodieën en in geluid verdrinkende vocals aan elkaar met gitaargeweld en een rebelse attitude, beiden zeldzaam in het dreampop-wereldje. Oshin belandde veelvuldig tussen mijn twee oren en DIIV ging in de categorie ‘Heel Bijzondere Band’. En nu is er dan eindelijk de opvolger Is The Is Are, die maar liefst een uur duurt. Gaan we weer wat beleven of kwam hoogmoed voor de val?
Het is best makkelijk om je te verslikken in Is The Is Are, en dan heb ik het niet alleen over de albumtitel. Dit werkje bezit immers meer gitaarmuren dan de hele Hard Rock Café-keten samen, en bovendien wordt er niet zoveel afgewisseld qua instrumentarium. Het duo gitaar-synthesizer heerst, en de zang zit er net als op Oshin nog steeds pal tussen gemixt voor een extra dromerig effect. Natuurlijk, sommige liedjes klinken wat melancholischer dan andere, sommige zijn wat bozer of juist wat unheimischer, maar in essentie blijft het allemaal erg dreamrock ‘n’ roll. Saai hoeft dit nergens te worden, want net zoals op Oshin is ook op deze plaat ‘sfeer’ het sleutelwoord.
Benader dit album dus meer als luistertrip dan als pure liedjesplaat. Laat de sound over je heen golven en zet je brein op een iets lager volume, zodat de muziek meteen op je gevoel kan inwerken. Probeer de tijd uit het oog te verliezen. Is The Is Are wil een warm bad na een lange dag zijn, en elk nummer is gemaakt om bij te dragen aan dit concept. Hoogtepunten zijn er genoeg, tussen de draaikolkerige opener Out Of Mind en zinderend finale-tweeluik Dust/Waste Of Breath zijn onder meer Under The Sun, Dopamine, Blue Boredom (Sky’s Song), Take Your Time en Loose Ends mooie lucide dromen over water en lucht. Is The Is Are vraagt wel wat van je als luisteraar, maar geeft in ruil heel wat terug.
Niet bang zijn. Ogen dichtdoen, adem inhouden, en duiken (DIIVen?) maar.
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
Het is best makkelijk om je te verslikken in Is The Is Are, en dan heb ik het niet alleen over de albumtitel. Dit werkje bezit immers meer gitaarmuren dan de hele Hard Rock Café-keten samen, en bovendien wordt er niet zoveel afgewisseld qua instrumentarium. Het duo gitaar-synthesizer heerst, en de zang zit er net als op Oshin nog steeds pal tussen gemixt voor een extra dromerig effect. Natuurlijk, sommige liedjes klinken wat melancholischer dan andere, sommige zijn wat bozer of juist wat unheimischer, maar in essentie blijft het allemaal erg dreamrock ‘n’ roll. Saai hoeft dit nergens te worden, want net zoals op Oshin is ook op deze plaat ‘sfeer’ het sleutelwoord.
Benader dit album dus meer als luistertrip dan als pure liedjesplaat. Laat de sound over je heen golven en zet je brein op een iets lager volume, zodat de muziek meteen op je gevoel kan inwerken. Probeer de tijd uit het oog te verliezen. Is The Is Are wil een warm bad na een lange dag zijn, en elk nummer is gemaakt om bij te dragen aan dit concept. Hoogtepunten zijn er genoeg, tussen de draaikolkerige opener Out Of Mind en zinderend finale-tweeluik Dust/Waste Of Breath zijn onder meer Under The Sun, Dopamine, Blue Boredom (Sky’s Song), Take Your Time en Loose Ends mooie lucide dromen over water en lucht. Is The Is Are vraagt wel wat van je als luisteraar, maar geeft in ruil heel wat terug.
Niet bang zijn. Ogen dichtdoen, adem inhouden, en duiken (DIIVen?) maar.
(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)
Dire Straits - Dire Straits (1978)

4,0
0
geplaatst: 1 maart 2012, 10:22 uur
De Arthur-recensies, deel 1:
Soms, in een filosofische bui, denk ik wel eens na over Dire Straits, en waarom die band zo gehaat wordt. Er is denk ik buiten Toto geen band die zo gehaat wordt als Dire Straits. En waarom? Omdat ze voetbalstadia konden uitverkopen? Omdat het muziek is waar je moeder ook graag naar luistert? Omdat Mark een beetje murmelt in plaats van zingt? Omdat de band eigenlijk doorheen de jaren altijd ongeveer hetzelfde is blijven klinken? Omdat het geluid eerder relaxed dan spannend klinkt? Ik heb geen idee, en deze punten van kritiek zijn eigenlijk geen van allen negatief. Althans, toch in mijn ogen (oren?).
Toen ik deze band leerde kennen, had ik niet de indruk dat ik met een band te maken had die je zo makkelijk kon haten. Wij hadden Brothers In Arms op cd, maar het duurde een hele tijd voor ik die eens probeerde. Toen deze dan uiteindelijk toch in mijn speler belandde, is Brothers In Arms een tijdlang mijn favoriete cd geweest en Dire Straits een tijdlang één van mijn favoriete bands. Dit debuutalbum was de tweede die ik beluisterde.
Van de opener was ik toen en nu nog altijd niet onder de indruk. Aardig nummer, maar het gaat nogal langs me heen. Het feest begint vanaf track 2, het geweldige Water Of Love. Dat hoge niveau weten Mark en zijn sessiemuzikanten (want eigenlijk waren ze dat wel) de hele plaat vast te houden. En ze overtreffen dat niveau zelfs nog op drie momenten: op het overbekende maar niet stuk te krijgen Sultans Of Swing, op het eveneens fantastische Setting Me Up en op het voor mij ultieme Dire Straits-nummer Southbound Again (was dat ook maar op single uitgebracht, dan was deze nu misschien net zo bekend als Sultans!). Eigenlijk de drie nummers op het album met het meeste drive in, maar dat betekend niet dat ik niet van de heerlijke rustpunten als Wild West End kan genieten.
In de periode dat ik Dire Straits leerde kennen zat in mijn klas een zeer mooi meisje. En wat meer was, ze was nog in rockmuziek geïnteresseerd ook. Wat een prachtvrouw, eigenlijk. Hoe dan ook, toen ik haar dan eindelijk aan durfde spreken en het onderwerp op muziek uitkwam, vroeg ik haar of ze die geweldig goede band Dire Straits misschien kende. Ze fronste de wenkbrauwen, het gesprek viel stil en enkel door te vermelden dat ik Nirvana en Smashing Pumpkins ook erg goed vond, kon ik mijn geloofwaardigheid redden. Het was mijn eerste ervaring met het Dire Straits-hatende deel van de bevolking. Dat snapte ik toen niet, en nu eigenlijk nog steeds niet.
Soms, in een filosofische bui, denk ik wel eens na over Dire Straits, en waarom die band zo gehaat wordt. Er is denk ik buiten Toto geen band die zo gehaat wordt als Dire Straits. En waarom? Omdat ze voetbalstadia konden uitverkopen? Omdat het muziek is waar je moeder ook graag naar luistert? Omdat Mark een beetje murmelt in plaats van zingt? Omdat de band eigenlijk doorheen de jaren altijd ongeveer hetzelfde is blijven klinken? Omdat het geluid eerder relaxed dan spannend klinkt? Ik heb geen idee, en deze punten van kritiek zijn eigenlijk geen van allen negatief. Althans, toch in mijn ogen (oren?).
Toen ik deze band leerde kennen, had ik niet de indruk dat ik met een band te maken had die je zo makkelijk kon haten. Wij hadden Brothers In Arms op cd, maar het duurde een hele tijd voor ik die eens probeerde. Toen deze dan uiteindelijk toch in mijn speler belandde, is Brothers In Arms een tijdlang mijn favoriete cd geweest en Dire Straits een tijdlang één van mijn favoriete bands. Dit debuutalbum was de tweede die ik beluisterde.
Van de opener was ik toen en nu nog altijd niet onder de indruk. Aardig nummer, maar het gaat nogal langs me heen. Het feest begint vanaf track 2, het geweldige Water Of Love. Dat hoge niveau weten Mark en zijn sessiemuzikanten (want eigenlijk waren ze dat wel) de hele plaat vast te houden. En ze overtreffen dat niveau zelfs nog op drie momenten: op het overbekende maar niet stuk te krijgen Sultans Of Swing, op het eveneens fantastische Setting Me Up en op het voor mij ultieme Dire Straits-nummer Southbound Again (was dat ook maar op single uitgebracht, dan was deze nu misschien net zo bekend als Sultans!). Eigenlijk de drie nummers op het album met het meeste drive in, maar dat betekend niet dat ik niet van de heerlijke rustpunten als Wild West End kan genieten.
In de periode dat ik Dire Straits leerde kennen zat in mijn klas een zeer mooi meisje. En wat meer was, ze was nog in rockmuziek geïnteresseerd ook. Wat een prachtvrouw, eigenlijk. Hoe dan ook, toen ik haar dan eindelijk aan durfde spreken en het onderwerp op muziek uitkwam, vroeg ik haar of ze die geweldig goede band Dire Straits misschien kende. Ze fronste de wenkbrauwen, het gesprek viel stil en enkel door te vermelden dat ik Nirvana en Smashing Pumpkins ook erg goed vond, kon ik mijn geloofwaardigheid redden. Het was mijn eerste ervaring met het Dire Straits-hatende deel van de bevolking. Dat snapte ik toen niet, en nu eigenlijk nog steeds niet.
Dragons - Here Are the Roses (2007)

2,5
0
geplaatst: 1 februari 2014, 21:36 uur
De Arthur-Recensies deel 30:
In tegenstelling tot wat de publieke opinie ons al jarenlang wil doen laten geloven, was de jaren ’80 een geweldig muziekdecennium. Hiphop en elektronische muziek kwamen op, artiesten als Prince en Michael Jackson maakten de ene klassieke popsingle na de andere, en ook rock bleef zich verder ontwikkelen (R.E.M., Sonic Youth,…). De postpunkscène in Engeland zorgde ook voor een hoop mooie en boeiende muziek, dankzij artiesten als The Cure en Echo & The Bunnymen. Ruim twintig jaar later besloot de band Dragons om een album te maken in exact die stijl, zonder er zelf ook maar iets aan toe te voegen.
Duistere vocalen, diepe bas, atmosferische productie; deze en vele andere postpunk/new wave-clichés worden zonder pardon uit de kast gehaald op Here Are The Roses. Dat is op zich niet het probleem, want dat doen bands als Editors en Interpol nu eenmaal ook, maar bij Dragons pakt het allemaal een stuk minder uit omdat ze het zo fantasieloos toepassen. Heel goed luisteren naar Joy Division en dat dan krampachtig proberen nadoen op je eigen plaat, zo komt Dragons hier over vind ik. Dat zou nog allemaal niet eens zo erg geweest zijn als ze er tenminste hun eigen draai aan hadden gegeven, zoals andere retrobands als Foxygen doen. Dat dat net niét gebeurt, is wat mij betreft het allergrootste gemis op deze plaat. Anders gezegd, het is niet het gebrek aan originaliteit dat me stoort (want originele muziek is niet automatisch gelijk aan goede muziek en vice versa), maar het gebrek aan fantasie. Storend wordt het nergens, maar tegelijkertijd ontstijgt de muziek op Here Are The Roses nooit de middelmaat.
In tegenstelling tot wat de publieke opinie ons al jarenlang wil doen laten geloven, was de jaren ’80 een geweldig muziekdecennium. Hiphop en elektronische muziek kwamen op, artiesten als Prince en Michael Jackson maakten de ene klassieke popsingle na de andere, en ook rock bleef zich verder ontwikkelen (R.E.M., Sonic Youth,…). De postpunkscène in Engeland zorgde ook voor een hoop mooie en boeiende muziek, dankzij artiesten als The Cure en Echo & The Bunnymen. Ruim twintig jaar later besloot de band Dragons om een album te maken in exact die stijl, zonder er zelf ook maar iets aan toe te voegen.
Duistere vocalen, diepe bas, atmosferische productie; deze en vele andere postpunk/new wave-clichés worden zonder pardon uit de kast gehaald op Here Are The Roses. Dat is op zich niet het probleem, want dat doen bands als Editors en Interpol nu eenmaal ook, maar bij Dragons pakt het allemaal een stuk minder uit omdat ze het zo fantasieloos toepassen. Heel goed luisteren naar Joy Division en dat dan krampachtig proberen nadoen op je eigen plaat, zo komt Dragons hier over vind ik. Dat zou nog allemaal niet eens zo erg geweest zijn als ze er tenminste hun eigen draai aan hadden gegeven, zoals andere retrobands als Foxygen doen. Dat dat net niét gebeurt, is wat mij betreft het allergrootste gemis op deze plaat. Anders gezegd, het is niet het gebrek aan originaliteit dat me stoort (want originele muziek is niet automatisch gelijk aan goede muziek en vice versa), maar het gebrek aan fantasie. Storend wordt het nergens, maar tegelijkertijd ontstijgt de muziek op Here Are The Roses nooit de middelmaat.
