MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten ArthurDZ als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

BADBADNOTGOOD - IV (2016)

poster
4,0
Dat de Canadese jazzband BADBADNOTGOOD van vele markten thuis is, weten we sinds hun verleden jaar verschenen samenwerking met de hiphop-legend Ghostface Killah. Maar denk vooral niet dat we hier te maken hebben met een veredelde begeleidingsband. Ook op hun eigen platen geeft BBNG blijk van eindeloze fantasie en een hekel aan hokjesdenken. Case in point is IV, hun nieuwste boeboeleke.

Het slopen van alle comfortzones van de jazz zonder ze te verwerpen, de verkenning van de sonische mogelijkheden van zoveel mogelijk verschillende muziekgenres, en het hand in hand gaan van speels en spannend, dat is kort uitgelegd hoe BBNG IV klinkt. In een klein uurtje (maar het lijkt veel korter dan dat, altijd een goed teken), slaagt dit olijke viertal erin een gevoel van avontuur en onbeperkte mogelijkheden op te roepen, om zich daar vervolgens niks van aan te trekken en vrolijk verder mooie muziek te maken. De vanzelfsprekendheid waarmee BBNG negeert wat jazz is of zou moeten zijn, is simpelweg ontwapenend en maakt ze aangenaam toegankelijk voor iedereen behalve de allergrootste jazz-haters.

Mensen die Sour Soul tot het beste werk van 2015 vonden behoren, zullen misschien teleurgesteld zijn dat alleen Hyssop of Love (met raps van Mick Jenkins) duidelijk naar die plaat refereert. Veel hiphopinvloeden telt IV dus niet. Wat je wel op je bord krijgt: flirts met ambient (And That, Too), alternative rock (Lavender), en zelfs kamermuziek (Cashmere) en wiegeliedjes (Structure No. 3). Hoogtepunten van het album zijn Time Moves Slow en vooral In Your Eyes, met invloeden uit jaren ’50 pré rock ‘n’ roll-popballads, wat fantastisch goed uitpakt. Sowieso is het hele plaatje uitermate sfeervol, ook wanneer tijdens het titelnummer en Confession Pt. II de chaos-jazz weer opduikt. Nu heb ik alleen Speaking Gently en Chompy’s Paradise niet genoemd, maar geen paniek, ook dit zijn sterke nummers.

BADBADNOTGOOD IV is een album dat binnen de kortste keren klinkt alsof ie al jaren in je collectie zit, maar tegelijkertijd iets ongrijpbaars blijft hebben. Geloof dus vooral helemaal niks van de bandnaam.

(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)

Banks & Steelz - Anything but Words (2016)

poster
3,5
Elk jaar opnieuw kom je ze wel tegen: samenwerkingsalbums tussen artiesten waarvan je je op voorhand nooit had voorgesteld dat beide partijen soms gezellig samen de studio opzoeken. Verleden jaar verraste rapper Ghostface Killah door met de jazzmannen van BadBadNotGood het erg sterke Sour Soul uit te brengen. Dit jaar is het zijn Wu Tang-Clan collega RZA die samen met Paul Banks van Interpol het avontuur aangaat. Ook benieuwd naar het eindresultaat?

Hoe het zo ver is gekomen? Wel, blijkbaar waren de twee al enige tijd hartstochtelijke schaak-buddys (plot twist) voordat van het een het ander kwam en Paul Banks soms ook in RZA’s studio vocals voor een gezamenlijke demo stond op te nemen. Toen de platenfirma dit te weten kwam, werd aangedrongen op een volwaardig album, waar het olijke duo in 2013 aan begon en dit jaar eindelijk wist af te werken.

Het grappige is dat Interpol en Wu-Tang Clan best de nodige overeenkomsten hebben, als je het begrip ‘genre’ even niet meetelt. Beide groepen laten zich inspireren door dezelfde stad (New York City is de hometown van zowel Banks als Steelz), waarin de Clan vanuit de zwarte onderbuik spreekt, en Interpol vanuit de verloren lopende blanke middenklasse. Beide hebben ook een donker randje rond hun muziek zitten, en waar die er bij Interpol uitkomt aan de hand van wat dramatiek, daar is de Clan meer cartoony in de benadering.

Dus droomscenario: genoeg raakpunten om beide stijlen ietwat samenhangend bij elkaar te brengen, maar met de nodige accentverschuivingen om botsing en spanning aan het geheel toe te voegen. Voor het grootste stuk is dit ook gebeurd. Je kan deze plaat kort door de bocht samenvatten als ‘RZA doet een verse, Paul zingt het refrein, RZA doet opnieuw een verse waarop Paul het refrein weer zingt enzovoort’, maar toch is er ook een zekere x-factor aanwezig wat het geheel uitermate plezierig maakt. Sowieso is RZA een erg onderschatte rapper, die heel expressief om durft te gaan met zijn stem. Tegen collega-Clanleden als Raekwon en GZA legt hij het weliswaar af, toch blijft hij ook in grote dosissen, zoals hier, overeind. Als producer is hij natuurlijk onovertroffen, dus Anything But Words is op dat vlak alvast solid as a rock te noemen.

Over rock gesproken, Paul houdt zich goed staande in het geheel. Meer zelfs, hij voelt zich als een vis in het water. Opvallend vaak werd gekozen voor een rockbasis waar RZA en gastrappers (vooral Ghostface is goed op dreef) overheen rappen, dus dan komen de door Paul verzorgde refreinen extra lekker aan. Vooral Giant, Speedway Sonora en het titelnummer profiteren hiervan.

Dat Paul en RZA zo enthousiast waren over dit project is te horen, het plezier spat ervan af. Maar het leidt ook tot een groot, jammerlijk minpunt. Met zijn speelduur van bijna een uur is dit plaatje echt te lang (net als deze review eigenlijk, ha ha), bij de laatste pakweg drie nummers begint de vermoeidheid toch echt toe te slaan. Het is dus jammer dat de bijdrages van legends Method Man en Masta Killa zo lang op zich laat wachten. Tegen dat zij achter de mic mogen plaatsnemen, is de plaat al een beetje te lang doorgegaan.

Met nog een extra rondje kill my darlings had dit album dus nog een niveautje hoger gehaald. Toch is Anything But Words zeker een interessante en geslaagde samenwerking geworden. Om af en toe eens hard in zijn geheel te draaien maar de beste nummers aan je daily playlist toe te voegen!

(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)

Bat for Lashes - The Bride (2016)

poster
4,5
Natasha Khan – Bat For Lashes voor de vrienden – is productief bezig de laatste tijd. Haar Sexwitch-project van verleden jaar (waarin ze samen met de Britse rockband TOY oude psychedelica uit onder andere Iran en Thailand van tussen de mottenballen haalde) zit er nog maar net op, of ze staat alweer met een nieuwe plaat voor de deur. Met The Bride bezorgt ze ons alweer haar vierde album als Bat For Lashes, en vooruit, ik ga het nu al verklappen: dit is mogelijk het beste wat ze tot nu toe gedaan heeft. The Bride is een pure, heldere plaat, en soms zo intiem dat het net lijkt alsof Natasha ‘m zelf in je cd-speler heeft gelegd. Of zelf het Spotify-playlistje heeft gemaakt ofzo. Al blijf je beter een paar meter bij haar vandaan terwijl ze bezig is. Deze bruid heeft een sinister randje.

Bat For Lashes is niet alleen een bezige bij, ze is ook nogal van de conceptalbums. Zo was dualiteit de rode draad door Two Suns (2009), haar andere beste album tot nu toe, en op The Haunted Man (2012) leken alle songs over kwetsbaarheid te gaan. The Bride gaat nog een stapje verder, in de zin dat er nu ook een echte synopsis bij de plaat hoort. Op The Bride zingt Natasha immers door de mond van een bruid die de grootste pechdag ooit heeft door haar aanstaande echtgenoot in een auto-ongeluk te verliezen op de trouwdag zelf. De arme meid vlucht hierop Rachel uit Friends-gewijs weg van haar verleden. Niet naar een of andere hippe koffiebar, maar naar het buitenland: de bruid vertrekt alleen op haar huwelijksreis. Wat volgt is een studie over pijn, verdriet en de zoektocht naar jezelf.

Een leuk concept, maar zoals meestal met dit soort albums maakt het er de liedjes niet per se interessanter op. Da’s ook niet nodig, want het niveau ligt zoals reeds verklapt toch al pittig hoog. The Bride is een beetje de folkplaat van Bat For Lashes. De muzikale ondersteuning mag dan grotendeels elektronisch zijn, door die elektronica voornamelijk spaarzaam en smaakvol in te zetten, en verder een grote nadruk te leggen op de hogere regionen van Natasha’s stem, klinkt ze hier soms als een moderne Sandy Denny (enorm compliment, want mijn favoriete zangeres ooit). Vergelijk bijvoorbeeld het uitmuntende albumhoogtepunt In God’s House eens met Genesis Hall of Who Knows Where The Time Goes van Fairport Convention. Andere muzikale omlijsting, maar dezelfde pastorale sfeer en oorstrelende zang.

Begrijp me niet verkeerd. Saai is deze plaat absoluut niet. Steeds weer wordt het serene sfeertje subtiel doorprikt teneinde de zaken scherp te houden. Van de spookachtige achtergrondzang en windgeluiden in Joe’s Dream tot de ijzige voordracht van Window’s Peak, de onderstroom aan spanning, alsof de bruid diep vanbinnen ook een mysterieuze toverheks is (daar is het thema ‘dualiteit’ weer!), geeft aan elk liedje een extra dimensie.

Dus ja, wauw. Hebben we hier te maken met een moderne klassieker? Ik zou durven zeggen van wel. Met dit album plaats Bat For Lashes zich voor altijd tussen de allergrootsten.

(Dit bericht komt van mijn muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!)

Beach House - Thank Your Lucky Stars (2015)

poster
4,0
Lang geleden was het heel normaal voor bands om twee albums per jaar uit te brengen. Hell, je was tot de vroege jaren ’60 een grote luierik als je niet met drie platen, vier losse singles en een kerstalbum per jaar op de proppen kwam. Maar zoals Koen destijds al terecht opmerkte, de tijden veranderen wel, en dus kan er tegenwoordig al eens een jaar of drie tussen albums A en B zitten. Misschien niet eens zo’n slechte zaak, want zij die het nog eens op de oude manier proberen, doen dat daarna terecht nooit meer. Bij Guns N’ Roses ging het nog wel (Use Your Illusion I en II) maar Bruce Springsteen had van Human Touch en Lucky Town beter één goed album gemaakt in plaats van twee middelmatige, en herinneren jullie je nog die keer dat Green Day drie albums in hetzelfde jaar wilde uitbrengen? Juist ja…

Maar ik dwaal af. Beach House dus! Amper twee maanden na het al niet misse Depression Cherry kletst de dreampopgroep er nog een tweede album achteraan. Beetje verdacht allemaal. Ging het om restjes, was er zelfoverschatting in het spel, waar zit het addertje onder het gras? Nou, die is er helemaal niet, thank our lucky stars. Blijkt dat de opnames van Depression Cherry al begin dit jaar werden afgerond, en er dus nog genoeg tijd was om meteen aan een mooie opvolger te beginnen. En dat is Thank Our Lucky Stars zeker geworden.

Opvallend genoeg ligt de sound van deze plaat niet echt in het verlengde van haar zusterrelease Depression Cherry. Thank Your Lucky Stars is meer Bloom-esque geworden, wat betekent dat de hartverwarmende kilte van die plaat een herintroductie maakt in het Beach House-geluid. Een stap terug? Nee hoor, daarvoor is de kwaliteit van Thank Your Lucky Stars te groot. Majorette is een van de nummers die je het snelst de wereld van dit bandje intrekt, The Traveller is zo zweverig en ongrijpbaar als een mooie droom (maar in tegenstelling tot het binnenste van je hoofd, heeft je muziekinstallatie wél een replay-knop), en All Your Yeahs is al onze yeahs waard.

Wat je mening ook mag zijn over Depression Cherry, ook Thank Your Lucky Stars is je aandacht waard, zeker als Bloom je volle goedkeuring had. Luisteren naar Beach House is namelijk opnieuw vanuit een luie stoel naast een warm haardvuur in een gezellig huis naar de sneeuwstorm buiten kijken.

(Dit bericht komt van mijn gloednieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!

Black Country, New Road - Ants from Up There (2022)

poster
5,0
Nou, hier is hij dan, zoals beloofd. Geschreven voor, en eerst verschenen op Cutting Edge

We waren verleden jaar omstreeks deze tijd al erg te spreken over ‘For the first time’ het debuut van de bijzondere, lachend-alle-clichés-omzeilende Britse rockband Black Country, New Road. En hou jullie nu maar goed vast aan de takken van de bomen, want ‘Ants from up there’ is zowaar even indrukwekkend. If not more so. Tegelijkertijd luidt de plaat het einde van een tijdperk in.

De seizoensfinale van Black Country, New Road seizoen 1

De oh zo kenmerkende zang en teksten van Isaac Wood hoor je op ‘Ants from up there’ namelijk voor het laatst op een Black Country, New Road-album, normaal gezien. Eerder deze week maakte de gitarist bekend dat hij ermee ophoudt: zijn mentale gezondheid leed te ernstig onder het muzikantenbestaan. Zo wordt ‘Ants from up there’ plots een onbedoeld afscheid voor deze periode, waarin de band razendsnel een plekje wist op te eisen tussen de moderne klassieken. Dit met een geheel eigen mix van van alles en nog wat, van post-punk en art-rock tot traditionele Joodse muziek en Arcade Fire.

Ondanks de torenhoge kwaliteit van de voorganger wordt niet veel moeite gedaan om vast te klampen aan die sound. Black Country, New Road klinkt nog steeds helemaal als zichzelf, maar het bandgeluid heeft een merkbare evolutie doorgemaakt. Waar ‘For the first time’ je kop nog pakte en keihard tegen de muur sloeg, daar is ‘Ants from up there’ een stuk subtieler, cryptischer en, durven we het woord in de mond nemen, volwassener.

In the aeroplane over the new road

‘Ants from up there’ is dus veel minder in your face, minder een album waarbij je bij luisterbeurt 1 al enthousiast door de kamer stuitert. Maar het songmateriaal, oh damn, het songmateriaal. Perfect opgebouwd, met een emotionele en vaak aandoenlijke vocal delivery, teksten die per luisterbeurt alleen maar positiever in het oor springen… hier valt opnieuw heel wat te genieten.

Moet je zeker eens geluisterd hebben: live-klassiekers ‘Snow globes’ en ‘Basketball shoes’. Deze werden nog van het debuut gelaten maar vinden hier, ongetwijfeld tot opluchting van de fans die erbij waren, nog net op tijd hun thuis. Op gezette tijden komt zelfs ‘In the aeroplane over the sea’ van die andere volstrekt unieke rockband Neutral Milk Hotel als referentie naar boven. Met name ‘Chaos space marine’ en ‘Mark’s theme’ hebben diezelfde intense ‘fin de siècle’-melancholie over zich. Black Country, New Road kent zijn klassiekers.

Bedankt voor alles, Isaac Wood!

Ook al luisteren wij al een maand naar deze plaat (ah, de voordelen van een muziekjournalistiek bestaan) toch willen wij niet beweren dat wij deze plaat al helemaal doorgrond hebben. Mede doordat bepaalde thema’s en symbolen doorheen meerdere liedjes blijven terugkomen. Geloof het of niet, maar dat is een goed teken. Weinig zo tragisch als een geweldig album waar je toch vrijwel meteen op uitgeluisterd raakt. Dat lijkt hier niet snel te gaan gebeuren.

Dit is een meesterlijke plaat die niet meteen al zijn kaarten op tafel gooit, maar doorheen meerdere luisterbeurten interessant blijft. Een zinderende finale voor Black Country, New Road deel 1. Laten we hopen dat er nog velen mogen volgen, en dat ze allemaal ook maar een greintje van de kwaliteit en intensiteit hebben van ‘Ants from up there’. In dat geval mogen we allemaal al meer dan tevreden zijn.

Black Country, New Road - For the First Time (2021)

poster
4,5
Ik ga hier geen gewoonte van maken, maar net op deze albumpagina wil ik toch graag mijn duit in het zakje doen Daarom hieronder integraal mijn recensie voor Cutting Edge, waar nog veel meer mooie recensies staan trouwens

------------

Black Country, New Road - For The First Time

‘Och, gooi er gewoon een berg vreemde elektronische geluiden over’ lijkt soms het enige antwoord op de vraag hoe je in het rockgenre nog echt uniek uit de hoek kan komen. Gelukkig heb je ook bands die met dat advies simpelweg hun broek afvegen. Het Britse Black Country, New Road is zo’n band. ‘For the first time’ is het resultaat.

‘Is Black Country, New Road ’s werelds eerste post-alles-band?’ vroegen wij ons in onze vooruitblik naar 2021 nog af. Dat naar aanleiding van vooruitgestuurde nummers als ‘Sunglasses’ en ‘Science fair’. Merkwaardige mixen van postrock, postpunk en jazzrock, en zanger Isaac Wood die boze teksten declameert met de intensiteit van de boze, verwarde man op de omgekeerde bierbak in het park die de regering haat. Slint is nooit ver weg, maar verder vielen deze nummers met weinig te vergelijken. Volgende halte: torenhoge verwachtingen.

Doctoraat in spanningsbogen

Opener ‘Instrumental’ zet de juiste toon door je op het verkeerde been te zetten. Het nummer klinkt eerder als de soundtrack voor een wild straatgevecht in een of andere Marokkaanse soek dan op een Black Country, New Road-nummer zoals hierboven beschreven. Maar het klinkt spannend. Zelfs een beetje gevaarlijk. Maar bovenal is het eens iets compleet anders.

En zo begint een wilde rit van veertig minuten vol onverwachte wendingen, meesterlijk opgezette spanningsbogen en quotable tekstflarden vol referenties naar de popcultuur (‘Leave Kanye out of this!!!’). In bijna elk nummer wordt de impressie gewekt dat er ieder moment iets goddelijks kan losbarsten, en vaak is dat ook precies wat er gebeurt. Door de korte speelduur is ‘For the first time’ ook typisch zo’n album waarbij je na het wegsterven van de laatste noten meteen terug wilt voor een nieuw ritje in de achtbaan.

It’s black country out there!

Black Country, New Road liet zich al in 2019 opmerken met vroege versies van ‘Sunglasses’ en ‘Athens, France’, maar door een of andere pandemie (jullie toevallig iets van gemerkt?) heeft het tot nu geduurd voor dit album op ons losgelaten kon worden. Ondertussen waren bijna alle nummers op ‘For the first time’ al in een of andere versie bekend. Samen met de constatering dat de oude versie van sleutelsong ‘Sunglasses’ misschien nog net iets dieper sneed, kan dit album paradoxaal gezien toch wel aanvoelen als een teleurstelling voor zij die er vroeg bij waren. Pas kunnen afstappen na bijna twee jaar op de hype-trein, daar doet natuurlijk geen enkele band zijn voordeel mee.

Maar dit geheel terzijde. Black Country, New Road heeft met dit album iets heel bijzonders met ons gedeeld. Een rockplaat die briest, schuurt en nieuwe wegen opzoekt zoals niet vaak meer wordt gedaan. Dertig jaar geleden schreef het Amerikaanse blad Rolling Stone dat ‘Nevermind’ van Nirvana hun geloof in de rock-’n-roll herstelde. Doet ‘For the first time’ nu hetzelfde bij ons? Moeilijk te zeggen, maar het bewijst in ieder geval wel dat er ook in de jaren ’20 nog genoeg te bereiken valt in dit aloude genre. En dat is zeker iets waard.

black midi - Cavalcade (2021)

poster
4,0
Wordt er niet gehapt, aerobag en Don Cappuccino? Vooruit, hap dan! Misschien toch maar even mijn recensie posten.

Black Midi verzet de bakens op ‘Cavalcade’

Er is veel veranderd sinds het Britse Black Midi in 2019 als een roedel jonge, onstuimige honden enthousiast de hele buurt wakker blaften op hun uitstekende debuut ‘Schlagenheim’. Hun spannende, vooruitstrevende mix van post-punk met vleugjes Slint en Frank Zappa gaf het ingedutte (of was het nu comateuze?) rockgenre in ieder geval een flinke schop onder de kont. En het werkte aanstekelijk: bands als Squid, Dry Cleaning en Black Country, New Road doen sindsdien enthousiast hun eigen ding met de blauwdruk van Black Midi.

Een heleboel mensen waren dus erg tevreden met ‘Schlagenheim’, maar… Black Midi zelf niet. De band gaf zelfs aan hun tweede plaat uitgekiender te willen uitwerken dan het van improvisaties aan elkaar hangende debuut. Als dat maar goed gaat!

Bevredigende chaos

Hoe blijf je de getalenteerde concurrentie een stap voor? Door niet in je comfortzone te blijven gaarkoken maar zelf de bakens te verzetten, natuurlijk! ‘Cavalcade’ klinkt inderdaad net wat minder spontaan dan het debuut, maar dat wil niet zeggen dat Black Midi aan kracht of spelplezier heeft ingeboet. De lijnen zijn dan wel scherper uitgezet, maar daartussenin zit er nog steeds een heerlijke gekte, een bevredigende chaos. ‘John L’ bijvoorbeeld, die na enkele seconden al helemaal stilvalt, dit plagerig net iets langer dan je op voorhand had gedacht volhoudt, om er daarna twee keer zo hard weer in te vliegen. Nee, ze zijn het zeker nog niet verleerd. Mogen we Fugazi ook nog even toevoegen aan de lange lijst bands waarmee Black Midi al vergeleken is op het wereldwijde web?

Tegelijkertijd is er op ‘Cavalcade’ ook meer plaats voor het dromerige kantje van Black Midi, dat op het debuut nog een b-rol speelde. Songs als ‘Marlene Dietrich’ en ‘Diamond stuff’ zijn prachtige rustpuntjes die in al hun beheerste gelaagdheid één klap tonen hoeveel Black Midi werkelijk in hun mars hebben.

“Kom, laten we de luisteraar eens flink uitdagen”

‘Cavalcade’ luistert op haar beste momenten als een spannende progrock-plaat uit de vroege jaren ’70, voordat het genre later in dat decennium een pronkerige parodie op zichzelf werd (laten we hopen dat het met Black Midi anders verloopt!). Dezelfde uitgekiendheid, hetzelfde gevoel voor avontuur en ‘laten we de luisteraar eens even flink uitdagen’-spirit die elkaar niet in de weg zitten, maar juist versterken. De mindere momenten komen wanneer deze elementen niet helemaal meshen, wat zeker naar het einde toe wel een paar keer gebeurt. Dan gaat ‘Cavalcade’ plots toch wat omslachtig en pompeus klinken. Met name afsluiter ‘Ascending forth’ heeft hier last van. Werkpuntje wat ons betreft.

Geen perfecte plaat dus, maar wel een zéér straffe. ‘Cavalcade’ verlegt grenzen, zowel van Black Midi zelf als van de stroming die ze mee uit de grond hebben gestampt. We zijn nu al razend benieuwd hoe deze hyper-getalenteerde band zich verder evolueert, het zou zomaar kunnen dat er nog een vijfsterrenplaat inzit.

(geschreven voor, en eerst verschenen op, Cutting Edge)

Blur - The Great Escape (1995)

poster
4,0
Damon Albarn heeft ooit eens gezegd dat hij slechts twee slechte Blur-albums heeft gemaakt. Het debuut, dat volgens hem gewoon slecht is, en deze The Great Escape, die hij rommelig vind.

Nu moet ik hem wel half gelijk geven. Muzikaal gaat het hier soms alle kanten uit, en dat komt de plaat niet altijd ten goede. Ook staan er hier een aantal duidelijke vullers op. Maar tekstueel is dit een pareltje op hetzelfde niveau als Parklife. Alle figuren die de revue passeren in de nummers willen of zouden moeten ontsnappen uit hun saaie kleinburgerlijke leven. Zoals de hoofdfiguur in He Thought Of Cars, die wel wil ontsnappen maar niet weet hoe. En de figuren in Stereotypes, die uit hun kleinburgerlijk leventje willen ontsnappen door zo af en toe iets geks te doen. De figuur in Charmless Man, waarvan iedereen dolgraag zou willen ontsnappen. En Ernald Sane, is dat niet gewoon Damon Albarn, verward na het plotselinge succes van Parklife, zich afvragend hoe zijn leven zou zijn zonder Blur? Ernald Sane is een anagram van Damon Albarn...

Hoewel het de voorganger nergens overtreft, is dit een fijne plaat geworden die het einde betekende van Blur's Britpopdagen. Het volgende album was eerder Low-Fi. Samen met het uitbrengen van Oasis's klinisch klinkende Be Here Now en de (r)evolutie die Radiohead met OK Computer ontketende, was dit het einde van Britpop.

Bombay Bicycle Club - So Long, See You Tomorrow (2014)

poster
4,5
Bombay Bicycle Club is zonder twijfel één van de meest in het oog springende bands van de laatste jaren. Het kwartet debuteerde in 2009 met het prachtig getitelde I Had The Blues But I Shook Them Loose, een springerige indieplaat zoals ze die alleen op de Britse eilanden kunnen maken. Sindsdien zijn de mannen echter niet meer te betrappen geweest op het hebben van een signature sound. Flaws (2010) was akoestisch en introspectief van aard, en A Different Kind Of Fix (2011) combineerde op een uitermate geslaagde manier het beste van zijn twee voorgangers. Wat heeft de fietsenclub op het vierde album voor ons in petto?

In ieder geval alweer een ommezwaai qua sound. Het enige wat So Long, See You Tomorrow nog gemeen heeft met het cultklassieke debuut is de opvallende karakterstem van Jack Steadman , de heldere popinslag en het vrolijke gevoel dat je krijgt na afloop van een tijdje luisteren, alsof elk Bombay Bicycle Club-nummer ook een luchtverfrissertje voor de ziel is. Zijn er deze keer bijgekomen: een hele hoop exotische geluidssamples (Vampire Weekend is nog nooit zo dichtbij geweest) en de engelenstemmen van de Britse zangeressen Lucy Rose en Rae Morris, die Steadman op de meeste nummers vocaal bijstaan. Dit werkt zo goed dat je je eigenlijk kan afvragen waarom de band nu pas met de beide dames is gaan samenwerken. Permanent lidmaatschap moet hen op zijn minst aangeboden worden, vind ik.

Teruggrijpen naar het geluid waarmee de band bekend is geworden is Bombay Bicycle Club alvast niet van plan, en dat is misschien iets waar je je moet overzetten als fan (alhoewel, de liefhebbers zouden het ondertussen al gewend moeten zijn). De mooie tijden van Always Like This en de strijdkreet ‘I am ready to owe you anything’ komen dan waarschijnlijk wel nooit meer terug, maar als we daarvoor een album als So Long, See You Tomorrow in de plaats krijgen, een album dat het ene na het andere pareltje tussen onze oren knoopt zonder dat er een zwak of zelfs maar middelmatig nummer tussen zit, dan zouden we eigenlijk niet mogen klagen. 2014 heeft met ‘So Long, See You Tomorrow’ zijn eerste topalbum beet, en met Luna de eerste klassieke popsingle. Zo snel mogelijk luisteren is de boodschap!

Bonnie 'Prince' Billy - I See a Darkness (1999)

poster
3,5
De Arthur-Recensies, deel 2:

Ik vond dit een zeer lastig album om te becijferen, laat staan bespreken. Zelfs na alle luisterbeurten van de voorbije dagen kost het me nog steeds moeite om duidelijk te beschrijven wat ik van deze plaat vind.

Laat ik het zo zeggen: kippenvelopwekkende pracht en praal wordt op deze ‘I See A Darkness’ afgewisseld met nummers of stukken van nummers waar ik niet warm of koud van word. Onder die eerste categorie schaar ik het titelnummer, Another Day Full Of Dread en vooral A Minor Place. Nummers waarbij alles op zijn plaats valt: heerlijk sereen sfeertje, prachtig gezongen en mooie teksten. Ook Dead To Everyone, Nomadic Revery en Madeleine-Mary mag ik graag horen.

Dat is de helft van het album. De andere helft bestaat uit nummers van de tweede categorie. Ze zijn niet slecht, maar kabbelen maar wat voort en in het slechtste geval verslapt mijn aandacht volledig. Zo vergeet ik constant hoe Song For The New Bleed precies gaat, dat nummer grijpt me langs geen kanten.

User Gajarigon zei in zijn bespreking van dit album al dat de stemming van de luisteraar veel invloed heeft op wat je er uiteindelijk van vind. Ik geef hem hierin gelijk. De volgende keer dat ik in een depressieve bui ben ga ik deze nog eens draaien, misschien valt alles dan wel op z’n plek. Voor nu geef ik ‘I See A Darkness’ een 3.5*

Broken Social Scene - You Forgot It in People (2002)

poster
4,5
De Arthur-Recensies deel 24:

Broken Social Scene. De naam alleen al heeft iets magisch. Muziek gemaakt door de outsiders van de stad. Terwijl de rest van jong Toronto aan het feesten is, zitten enkele leden van het collectief in een opnamestudiootje samen muziek te maken. Iedereen is ook wel met zijn eigen projecten bezig, maar toch helpt iedereen elkaar. Niemand is gierig met ideeën. Er is toch creativiteit genoeg. Muzikanten lopen af en aan, blijven even, beïnvloeden elkaar, en gaan dan weer hun eigen weg. Een gezonde manier van werken waarvan dit pareltje het resultaat is.

Want dat van die overschot aan creativiteit is helemaal niet gelogen, en dat van dat pareltje evenmin. We gaan van de ambient van opener Capture The Flag naar de kamerpop van afsluiter Pitter Patter Goes My Heart, en passeren onderweg onder andere de electrorock van Almost Crimes, het zomerse Pacific Theme, het kinderliedje-met-een-hoek-af Anthems For A Seventeen Year Old Girl, en folknummer I’m Still Your Fag, en dat zonder ook maar ergens vreemd of geforceerd aan te voelen. Sterker nog, de plaat klinkt nog als één geheel ook, wat een knappe prestatie genoemd mag worden. Ook buiten de albumcontext blijven de nummers overigens prima overeind.

Maar echt, dit album is een feest om te luisteren. Elk nummer is weer helemaal anders dan het voorgaande, terwijl het niveau constant hoog blijft en het jeugdig enthousiasme van de leden bijna hoorbaar is. You Forgot It In People (prachtige titel inderdaad) bezit als gevolg daarvan een soort charme, die ervoor zorgt dat deze cd nog heel vaak met veel liefde door mij zal worden afgespeeld. Alweer een leuke ontdekking!

Bruce Springsteen - Born to Run (1975)

poster
5,0
Born to run was Springsteen’s laatste kans om het te maken in de rockmuziek.. Zijn twee vorige albums waren geen verkoopsuccessen geweest. Het was zijn laatste kans om het te maken. En met dit album heeft hij het echt gemaakt. Maar dat was 30 jaar geleden. Is dit album nu nog steeds een mijlpaal in de muziekindustrie, of is het al lang en breed voorbijgestreefd? Ik zal het je zeggen.

The tracklist:

1.Thunder road: dit is mijn favoriete nummer van het album. Het gaat over twee geliefden die weg willen uit hun geboortestad. De jongen is vol vuur en enthousiast, maar het meisje heeft twijfels. De teksten zijn meesterlijk, de muziek schitterend en het is mooi en sfeervol geproduceerd. Een echt meesterwerk.

2.Tenth avenue freeze out: een nummer over het ontstaan van de E street band, de vaste achtergrondband van Bruce. Het is waarschijnlijk het meest up tempo nummer van het album. Het werd ook uitgebracht als single, helaas zonder succes.

3.Night: een kort maar mooi nummer over, wel, de nacht. De saxofoon in het nummer is hemels(de sax word trouwens veel gebruikt op dit album). Het is wel het minst goeie nummer van het album, maar dat betekend natuurlijk niet dat het slecht is, integendeel.

4.Backstreets: 1 van de hooghtepunten van het album. Het nummer gaat over 2 vrienden(geliefden?) die zich in de backstreets verstoppen voor de slechte kant van de mens, tot ze er zelf mee geconfronteerd worden. Het pianostuk aan het begin is een klassieker.

5.Born to run: het bekendste nummer van het album, en terecht, want dit is een echte klassieker. Het is een van zijn meest bekende en meest gewaardeerde composities. Zo gewaardeerd dat het werd vooruitgeschoven als het volkslied van New jearsy! Grappig detail is dat het nummer eigenlijk gaat over het verlaten van new yearsy(vandaar de tekst).

6.She’s the one: een ondergewaardeerd nummer op het album. Hoewel het bloedmooi is en zeker 1 van de beste van het album is, word het door niet veel mensen opgemerkt. Of misschien ligt het gewoon aan ondergetekende, wie weet.

7.Meeting across the river: een mooie pianoballad die gaat over een arme kerel die criminele klussen wil doen om aan geld te geraken. Zijn beste(en enige) vriend probeert hem om te praten.

8.Jungleland: het laatste nummer van het album. Het duurt bijna tien minuten, maar het is het zeker waard om het helemaal te beluisteren, want muzikaal gezien valt er helemaal niks op aan te merken. Vooral de saxsolo is klassiek, en soms huil ik bij de intro

Conclusie: dit is een echte klassieker, nog steeds, na 33 jaar. Alles zit perfect in elkaar en klopt gewoon. Een aanrader voor de rockfans.