Hier kun je zien welke berichten pqt als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Apathy - Honkey Kong (2011)

3,0
0
geplaatst: 18 oktober 2011, 11:24 uur
Twee jaar na het middelmatige Wanna Snuggle? komt Apathy terug met Honkey Kong, een album dat een productionele 90s-vibe fuseert met brag & boastraps. Maar doordat de rapstijl al zo bekend is door bijna elk van de Army of the Pharaohs-projecten missen ze vaak iets distinctiefs. Hiernaast variëren de beats niet genoeg in samples en drumloops, waardoor ook dit album, net als Wanna Snuggle?, als middelmatig aandoet.
Maar goed, ook dit middelmatige album heeft zo zijn hoogtepunten. Zo wordt er door een minimalistisch bassloopje en nerveusmakend gitaargepingel op 1:52 AM een heerlijk dreigende sfeer neergezet, waar Apathy vanuit drie verschillende perspectieven over een schietpartij in het huis van zijn vriendin vertelt. Ook de energieke en vloeiende flow van Xzibit op The Recipe zorgt bij menig hiphopliefhebber voor watertandpraktijken, omdat X hier tien jaar terug in de tijd lijkt te gaan en net zo gretig rapt als toen. En dan nog de geweldige possecut Army of the Godz, waar veel leden uit de Army of the Pharaohs- en Demigodz-groepen Apathy bijstaan om de track lekker rauw te laten klinken.
Maar met deze opsomming van hoogtepunten zijn we ook alle goede momenten langsgegaan. Als het alleen op Apathy aankomt om een paar tracks lang te braggen en boasten slaat de verveling al gauw toe, doordat zijn stem loom is en zijn teksten niet bovengemiddeld zijn. Hiernaast zijn de beats ook niet altijd iets om over naar huis te schrijven doordat ze vaak repetitief zijn en per track niet genoeg afwisselen in samples en drumloops. En zelfs DJ Premier lijkt zich te verlagen tot dit niveau; op het door hem geproduceerde Stop What Ya Doin’ lijken zijn geprezen beatbakkervaardigheden hem in de steek gelaten te hebben, want hoewel het drumloopje en gitaarrifje van de track in het begin nog voor hoofdgeknik zorgen, beginnen deze bij gebrek aan variatie ook al gauw te vervelen.
Een doorsnee album met een paar leuke uitschieters dus. Op zich niks ernstigs, maar het lijkt alsof Apathy met Honkey Kong op de top van zijn kunnen is aanbeland, en dat is wel spijtig om te constateren. Met een flink arsenaal aan getalenteerde MC’s (Vinnie Paz, Celph Titled, Xzibit) en producers (DJ Premier, Evidence) waren de verwachtingen erg hoog, en dan is het jammer om te zien dat Apathy deze niet heeft kunnen inlossen. En omdat de rest van zijn oeuvre ook niet boven dit album uitsteekt, zal hij dat dus waarschijnlijk ook nooit doen.
Ook hier te lezen.
Maar goed, ook dit middelmatige album heeft zo zijn hoogtepunten. Zo wordt er door een minimalistisch bassloopje en nerveusmakend gitaargepingel op 1:52 AM een heerlijk dreigende sfeer neergezet, waar Apathy vanuit drie verschillende perspectieven over een schietpartij in het huis van zijn vriendin vertelt. Ook de energieke en vloeiende flow van Xzibit op The Recipe zorgt bij menig hiphopliefhebber voor watertandpraktijken, omdat X hier tien jaar terug in de tijd lijkt te gaan en net zo gretig rapt als toen. En dan nog de geweldige possecut Army of the Godz, waar veel leden uit de Army of the Pharaohs- en Demigodz-groepen Apathy bijstaan om de track lekker rauw te laten klinken.
Maar met deze opsomming van hoogtepunten zijn we ook alle goede momenten langsgegaan. Als het alleen op Apathy aankomt om een paar tracks lang te braggen en boasten slaat de verveling al gauw toe, doordat zijn stem loom is en zijn teksten niet bovengemiddeld zijn. Hiernaast zijn de beats ook niet altijd iets om over naar huis te schrijven doordat ze vaak repetitief zijn en per track niet genoeg afwisselen in samples en drumloops. En zelfs DJ Premier lijkt zich te verlagen tot dit niveau; op het door hem geproduceerde Stop What Ya Doin’ lijken zijn geprezen beatbakkervaardigheden hem in de steek gelaten te hebben, want hoewel het drumloopje en gitaarrifje van de track in het begin nog voor hoofdgeknik zorgen, beginnen deze bij gebrek aan variatie ook al gauw te vervelen.
Een doorsnee album met een paar leuke uitschieters dus. Op zich niks ernstigs, maar het lijkt alsof Apathy met Honkey Kong op de top van zijn kunnen is aanbeland, en dat is wel spijtig om te constateren. Met een flink arsenaal aan getalenteerde MC’s (Vinnie Paz, Celph Titled, Xzibit) en producers (DJ Premier, Evidence) waren de verwachtingen erg hoog, en dan is het jammer om te zien dat Apathy deze niet heeft kunnen inlossen. En omdat de rest van zijn oeuvre ook niet boven dit album uitsteekt, zal hij dat dus waarschijnlijk ook nooit doen.
Ook hier te lezen.
Blueprint - Adventures in Counter-Culture (2011)

2,0
0
geplaatst: 27 april 2011, 22:19 uur
In dit interview vertelt Slug, hoofdman van Rhymesayers, dat er bij zijn label niet per se naar talent wordt gezocht, maar dat het een grote familie is die toevallig ook muziek maakt. Dit klinkt misschien als een vredelievende gedachte, maar het kan wel als nadeel hebben dat de muziek zelf soms niet de grootste rol speelt. En dat levert uiteraard niet altijd een kwalitatief hoogstaand eindproduct op.
Dit laat Blueprint op Adventures in Counter-Culture blijken. Om positief te beginnen: de rapper zelf doet het helemaal niet zo slecht. Hij heeft een fijne, rustige stem en is tekstueel intrigerend. Wat het gemiddelde van de plaat echter drastisch omlaag haalt, zijn de producties. Zoals eerder gezegd doet de MC het niet slecht, maar de beats lijken hem totaal niet de ruimte te geven om zijn potentie te laten horen.
Dit komt doordat de producties veels te veel aanwezig zijn. Ze overstemmen Blueprint of ze lijden te veel af om nog naar de rapper zelf te luisteren. In de beats, die vooral door Blue zelf zijn verzorgd, wordt veel gebruikgemaakt van bliepjes, synthesizers en met de computer geconfigureerde stemsamples die door de oneindige herhalingen irritant aandoen. Dit is erg jammer, vooral als je ziet dat hij bij Rhymesayers zit, waardoor het wellicht mogelijk was geweest om Ant voor enkele producties te strikken. Iets wat vast een hele fijne combinatie zou zijn geweest, gezien de fijne laidback stem die de rapper laat horen.
Maar laten we ons geen hypothetische situaties voor ogen houden, want feit blijft dat Adventures in Counter-Culture rommelig klinkt. De producties, bomvol irritante samples, bliepjes en rinkeltjes, zijn te aanwezig om de vocalen voor ons verstaanbaar te maken. Het resulteert in een lang uur, wat het haast onmogelijk maakt om onafgebroken naar deze plaat te luisteren.
Ook hier te lezen.
Dit laat Blueprint op Adventures in Counter-Culture blijken. Om positief te beginnen: de rapper zelf doet het helemaal niet zo slecht. Hij heeft een fijne, rustige stem en is tekstueel intrigerend. Wat het gemiddelde van de plaat echter drastisch omlaag haalt, zijn de producties. Zoals eerder gezegd doet de MC het niet slecht, maar de beats lijken hem totaal niet de ruimte te geven om zijn potentie te laten horen.
Dit komt doordat de producties veels te veel aanwezig zijn. Ze overstemmen Blueprint of ze lijden te veel af om nog naar de rapper zelf te luisteren. In de beats, die vooral door Blue zelf zijn verzorgd, wordt veel gebruikgemaakt van bliepjes, synthesizers en met de computer geconfigureerde stemsamples die door de oneindige herhalingen irritant aandoen. Dit is erg jammer, vooral als je ziet dat hij bij Rhymesayers zit, waardoor het wellicht mogelijk was geweest om Ant voor enkele producties te strikken. Iets wat vast een hele fijne combinatie zou zijn geweest, gezien de fijne laidback stem die de rapper laat horen.
Maar laten we ons geen hypothetische situaties voor ogen houden, want feit blijft dat Adventures in Counter-Culture rommelig klinkt. De producties, bomvol irritante samples, bliepjes en rinkeltjes, zijn te aanwezig om de vocalen voor ons verstaanbaar te maken. Het resulteert in een lang uur, wat het haast onmogelijk maakt om onafgebroken naar deze plaat te luisteren.
Ook hier te lezen.
Brother Ali - The Bite Marked Heart (2012)

4,0
0
geplaatst: 27 februari 2012, 11:28 uur
Bij de European Rhymesayers Tour in de Melkweg te Amsterdam een paar maanden geleden praatte Brother Ali nog vol haat over de liefde. Je laat jezelf er volledig inslepen, en op je meest fragiele moment keert je partner je de rug toe, zo zei hij voorafgaand aan het nummer Walking Away. Nu lijkt hij zich er toch weer aan te hebben overgegeven. Zo erg zelfs dat hij op Valentijnsdag, volledig onverwacht, gratis een zeven tracks tellende EP uitbracht, met als titel: The Bite Marked Heart.
Lees hier de gehele recensie.
Lees hier de gehele recensie.
Canibus - Lyrical Law (2011)

2,0
0
geplaatst: 22 juli 2011, 19:28 uur
Het is bijna triest om te zien tot welk niveau Canibus zich heeft laten zakken na Rip the Jacker, waar zijn flow, teksten en producties (met behulp van Jedi Mind Tricks’ Stoupe) op hun best waren. Ook Canibus zelf lijkt deze daling in kwaliteit door te hebben, want op elk album dat hij na dit in 2003 uitgebrachte album heeft gemaakt lijkt hij tevergeefs terug te grijpen op de grimmige, rauwe en toch vloeiend en oprechte flow van het eerdergenoemde album. Dit resulteert echter in een hakkelig klinkende flow en een troebel geheel, waardoor het geheel nauwelijks nog oprecht klinkt.
Op Lyrical Law trekt hij deze lijn doodleuk door. Zo gebruikt Canibus de eerste track niet om zichzelf als rauwe MC te presenteren, maar om om de twee bonus-cd’s van dit album - en eveneens dit album zelf - op te hemelen en daarmee te adverteren. Als de man dan eindelijk wel aan het rappen toekomt, klinkt zijn flow door zijn constante boosheid geforceerd en probeert hij te veel woorden in één zin te proppen. En omdat hij voornamelijk rapt over zijn superioriteit ten opzichte van andere rappers lijkt elk nummer hierdoor een contradictie op zich
Gelukkig heeft Canibus genoeg gastartiesten opgetrommeld, waardoor het album toch nog van enige variatie wordt voorzien. Een verademing op het constante geschreeuw van Canibus zijn de verses van Chino XL (Cypher of Five Mics) en Royce da 5’9’’ (The Cypher of Bread and Butter), die beiden energiek en vloeiend rappen. Het is alleen jammer dat een ander deel van de gastartiesten (K-Rino, Born Sun) bijna even geforceerd rapt als de gastheer. Ze proberen erg boos te klinken, maar doordat ze te veel overacten lijkt het alsof er achter de raps geen gevoel zit. Hierdoor kan je je bij geen van deze rappers echt inleven
Ook productioneel worden er op Lyrical Law weinig potten gebroken. Hoewel er tussen de tracks zelf goed wordt afgewisseld tussen pianoloopjes, blazers en stemsamples blijft het in de tracks zelf vaak te eentonig. Er wordt nooit goed opgebouwd naar een climax, en als hier wel naar wordt opgebouwd is de climax zelf zoek (Bis & Sun Ruck & Rock). De beats kenmerken zich door de koude, grimmige sfeer die ze creëren, met een paar bombastische tracks als uitzondering.
Door deze eentonige producties en geforceerde raps kan Canibus weer een album toevoegen aan zijn oeuvre vol middelmatigheid. Het enige effect van een luisterbeurt van Lyrical Law is zin om Rip the Jacker nog eens op te zetten. Jammer, want Canibus heeft veel in zich, maar lijkt toch niet in staat om zijn tweede klassieker binnen te slepen. En zoals het er nu uit ziet zal die er waarschijnlijk ook nooit meer komen.
Ook hier te lezen.
Op Lyrical Law trekt hij deze lijn doodleuk door. Zo gebruikt Canibus de eerste track niet om zichzelf als rauwe MC te presenteren, maar om om de twee bonus-cd’s van dit album - en eveneens dit album zelf - op te hemelen en daarmee te adverteren. Als de man dan eindelijk wel aan het rappen toekomt, klinkt zijn flow door zijn constante boosheid geforceerd en probeert hij te veel woorden in één zin te proppen. En omdat hij voornamelijk rapt over zijn superioriteit ten opzichte van andere rappers lijkt elk nummer hierdoor een contradictie op zich
Gelukkig heeft Canibus genoeg gastartiesten opgetrommeld, waardoor het album toch nog van enige variatie wordt voorzien. Een verademing op het constante geschreeuw van Canibus zijn de verses van Chino XL (Cypher of Five Mics) en Royce da 5’9’’ (The Cypher of Bread and Butter), die beiden energiek en vloeiend rappen. Het is alleen jammer dat een ander deel van de gastartiesten (K-Rino, Born Sun) bijna even geforceerd rapt als de gastheer. Ze proberen erg boos te klinken, maar doordat ze te veel overacten lijkt het alsof er achter de raps geen gevoel zit. Hierdoor kan je je bij geen van deze rappers echt inleven
Ook productioneel worden er op Lyrical Law weinig potten gebroken. Hoewel er tussen de tracks zelf goed wordt afgewisseld tussen pianoloopjes, blazers en stemsamples blijft het in de tracks zelf vaak te eentonig. Er wordt nooit goed opgebouwd naar een climax, en als hier wel naar wordt opgebouwd is de climax zelf zoek (Bis & Sun Ruck & Rock). De beats kenmerken zich door de koude, grimmige sfeer die ze creëren, met een paar bombastische tracks als uitzondering.
Door deze eentonige producties en geforceerde raps kan Canibus weer een album toevoegen aan zijn oeuvre vol middelmatigheid. Het enige effect van een luisterbeurt van Lyrical Law is zin om Rip the Jacker nog eens op te zetten. Jammer, want Canibus heeft veel in zich, maar lijkt toch niet in staat om zijn tweede klassieker binnen te slepen. En zoals het er nu uit ziet zal die er waarschijnlijk ook nooit meer komen.
Ook hier te lezen.
CunninLynguists - Oneirology (2011)

3,0
0
geplaatst: 28 maart 2011, 20:21 uur
Voor degene die de nieuwsgierigheid mist om op te zoeken wat de titel nou precies inhoudt: oneirologie betekent de leer van de dromen. Als je even een blik werpt op het eerdere werk van het drie man sterke CunninLynguists, zul je zien dat het thema ‘dromen’ al eerder de revue is gepasseerd. Vaak vergaarden juist de nummers die daar over gingen succes bij hun wereldwijde fanbase. Dit komt doordat Kno voor geweldig zweverige producties kon zorgen; bij nagenoeg elke productie werden de perfecte gitaarsnaren geraakt, werd het beste trompetgeluid gebruikt, en werden de drums en claps op een fijn volume gebracht.
Op het eerste gezicht is dit bij Oneirology niet anders. Het merendeel van de beats is dromerig en precies zo geproduceerd dat het goed in het gehoor ligt; vaak overheersen hemelse pianoklanken of jankende gitaren. Het is echter jammer dat het soms iets te gepolijst klinkt. Dit doet af aan de luisterervaring, omdat het soms zo glad klinkt dat het aan het irritante grenst. Zie bijvoorbeeld de tenenkrommend hoge stemsamples die vrijwel niets te melden hebben, erg op je zenuwen werken of simpelweg te dramatisch klinken om het geloofwaardig over te laten komen. Dit is bijvoorbeeld het geval op Hypnopomp of het begin van Get Ignorant. Gelukkig zijn er ook nog nummers die weer bewijzen dat Kno, productioneel gezien dan, een geweldenaar is. Zo is de interlude So As Not to Wake You door de mysterieuze samples fenomenaal, en weet Kno op Dreams een zeer mooie symfonie vol euforisch vioolgeschal neer te zetten.
Waar de schoen echter het meest wringt, is het vocale gedeelte van het project. Bleef Kno op eerdere albums op het gebied van rappen vaak op de achtergrond, of probeerde hij het soms wat verlegen uit, nu, met behulp van zijn versterkte zelfvertrouwen na zijn goed ontvangen eerste soloalbum Death Is Silent, staat de beste man veel vaker achter de microfoon. Jammer genoeg haalt dit wel de balans uit het project; vroeger had Kno alle tijd om Deacon the Villain en Natti prachtige producties voor te schotelen, maar nu hij wat vaker achter de microfoon kruipt lijkt het alsof hij niet genoeg oog voor zijn beats heeft gehad.
Omdat alle drie de heren nu eenderde van het rapgedeelte in handen hebben, begint Kno’s monotone stemgeluid ook zeer snel te vervelen en soms zelfs te irriteren. Het gemiddelde wordt wel wat opgekrikt door Deacon the Villain en Natti, omdat zij door hun overtuigingskracht en vitaliteit nog steeds dezelfde kwaliteit raps - die vaak over het dromen en de bijbehorende (angst-)gevoelens gaan - leveren als op eerdere albums. Zo beschrijft Deacon de mogelijkheden binnen een droom perfect op Stars Shine the Brightest (In the Darkest of Nights): ''Be a vine in the shade, a salmon in a stream//Try lookin’ for the stars when examining your dreams//Could go from street singers to pop figures//From block niggaz to a brotha that is followin’ stock tickers.''
Wat is het resultaat? Een plaat die niet het verwachte niveau bereikt. CunninLynguists was altijd een consistente groep, omdat elke plaat het niveau van het vorige album haalde, en vaak zelfs beter was. Oneirology is dit keer echter niet van hetzelfde kaliber als de vorige plaat (Dirty Acres). De beats zijn vaak te glad, en qua raps ligt de balans er uit. Toch blijken Deacon the Villain en Natti raptechnisch weer sterk en staan er ook nog gewoon ouderwets sterke Kno-beats op het album. Dromerig is de plaat zeker, maar of dat nou komt door rustige klanken en vocalen, of omdat je er door verveling bij in slaap valt - ik denk een mix tussen beide.
Ook te lezen op Hiphopleeft.
Op het eerste gezicht is dit bij Oneirology niet anders. Het merendeel van de beats is dromerig en precies zo geproduceerd dat het goed in het gehoor ligt; vaak overheersen hemelse pianoklanken of jankende gitaren. Het is echter jammer dat het soms iets te gepolijst klinkt. Dit doet af aan de luisterervaring, omdat het soms zo glad klinkt dat het aan het irritante grenst. Zie bijvoorbeeld de tenenkrommend hoge stemsamples die vrijwel niets te melden hebben, erg op je zenuwen werken of simpelweg te dramatisch klinken om het geloofwaardig over te laten komen. Dit is bijvoorbeeld het geval op Hypnopomp of het begin van Get Ignorant. Gelukkig zijn er ook nog nummers die weer bewijzen dat Kno, productioneel gezien dan, een geweldenaar is. Zo is de interlude So As Not to Wake You door de mysterieuze samples fenomenaal, en weet Kno op Dreams een zeer mooie symfonie vol euforisch vioolgeschal neer te zetten.
Waar de schoen echter het meest wringt, is het vocale gedeelte van het project. Bleef Kno op eerdere albums op het gebied van rappen vaak op de achtergrond, of probeerde hij het soms wat verlegen uit, nu, met behulp van zijn versterkte zelfvertrouwen na zijn goed ontvangen eerste soloalbum Death Is Silent, staat de beste man veel vaker achter de microfoon. Jammer genoeg haalt dit wel de balans uit het project; vroeger had Kno alle tijd om Deacon the Villain en Natti prachtige producties voor te schotelen, maar nu hij wat vaker achter de microfoon kruipt lijkt het alsof hij niet genoeg oog voor zijn beats heeft gehad.
Omdat alle drie de heren nu eenderde van het rapgedeelte in handen hebben, begint Kno’s monotone stemgeluid ook zeer snel te vervelen en soms zelfs te irriteren. Het gemiddelde wordt wel wat opgekrikt door Deacon the Villain en Natti, omdat zij door hun overtuigingskracht en vitaliteit nog steeds dezelfde kwaliteit raps - die vaak over het dromen en de bijbehorende (angst-)gevoelens gaan - leveren als op eerdere albums. Zo beschrijft Deacon de mogelijkheden binnen een droom perfect op Stars Shine the Brightest (In the Darkest of Nights): ''Be a vine in the shade, a salmon in a stream//Try lookin’ for the stars when examining your dreams//Could go from street singers to pop figures//From block niggaz to a brotha that is followin’ stock tickers.''
Wat is het resultaat? Een plaat die niet het verwachte niveau bereikt. CunninLynguists was altijd een consistente groep, omdat elke plaat het niveau van het vorige album haalde, en vaak zelfs beter was. Oneirology is dit keer echter niet van hetzelfde kaliber als de vorige plaat (Dirty Acres). De beats zijn vaak te glad, en qua raps ligt de balans er uit. Toch blijken Deacon the Villain en Natti raptechnisch weer sterk en staan er ook nog gewoon ouderwets sterke Kno-beats op het album. Dromerig is de plaat zeker, maar of dat nou komt door rustige klanken en vocalen, of omdat je er door verveling bij in slaap valt - ik denk een mix tussen beide.
Ook te lezen op Hiphopleeft.
Deacon the Villain & Sheisty Khrist - N.W.L. (2010)
Alternatieve titel: Niggaz with Latitude

3,5
0
geplaatst: 22 december 2010, 19:46 uur
Bracht de platenmaatschappij QN5 eerder dit jaar het gitzwarte, depressieve Death Is Silent van Kno uit, trakteren ze ons nu op een meer opgewekt album: Niggaz with Latitude van Deacon the Villain en Sheisty Khrist. Deacon en Kno kennen we al van de hiphopgroep CunninLynguists, maar Sheisty Khrist is nieuw binnen QN5. Op het eerdergenoemde Death Is Silent kwam hij al even langs, maar op dit album heeft hij een dermate grote rol dat het hier niet om het tweede soloalbum van Deacon gaat. Ach, kwalitatief is het er niet minder om.
Tekstueel zijn beide heren zeer getalenteerd. Natuurlijk was dit van Deacon al bekend, maar ook Sheisty geeft op NWL zijn visitekaartje af. Neem bijvoorbeeld Final Call. Dit ijzersterke nummer steekt zowel productioneel als tekstueel prachtig in elkaar. Zo rapt Sheisty “I drove a lincoln to a party then I started drinking//And after each bacardi drink I think I started sinking//Until my eyes were no longer blinking.” Flowtechnisch klinkt het heerlijk. Het nummer wordt ook zo goed opgebouwd: beginnend met een pianodeuntje, gevolgd door zang van Deacon the Villain (hij zingt vaker refreinen in op NWL) en victorieus trompetgeschal. Een rustig herhalend gitaardeuntje ondersteunt Sheisty Khrist, terwijl hij gretig zijn teksten ten gehore brengt, waarna een sfeervolle, jankende gitaar de beat overstemt.
Dit soort gitaarstukjes komt op NWL vaker langs. Het album heeft duidelijke punk/rockinvloeden. Dit maakt het geheel nogal wisselvallig; het ene moment is zo’n jankende gitaar de sfeerzetter van de track, het andere moment komen deze invloeden tot een dusdanig niveau dat het voor een fervent hiphopliefhebber teveel van het goede wordt. Dit laatste is het geval op Rip the Guts. Op het refrein begint Soul Akoben, leadzanger van rockband Crop Circle, te grungen: een schreeuwerige vorm van zingen, waarbij het geluid van achterin de keel wordt gehaald. Dit doet een luttele vijf seconde aanvoelen als twee minuten. Gelukkig is mijn computer uitgerust met een skipknop.
Ook beginnen Sheisty en Deacon halverwege het album een beetje te vervelen, vooral door gebrek aan variatie qua stemgeluid. Voor de nodige afwisseling is een contrastvol arsenaal aan gastartiesten opgetrommeld. Het was te verwachten dat CunninLynguists-maatjes Kno en Natti zouden langskomen, maar ook gitarist Willie Eames, de eerdergenoemde Soul Akoben en poëet Bianca Spriggs dragen hun steentje bij. De laatstgenoemde is te horen op de humoristische interlude Niggaz for Sale, waar ze elk mogelijk product verkoopt, maar dan het nigger-alternatief ervan. Zo zegt ze met een stem alsof ze op de lokale markt staat “Eat some nigger pie//Slurp some nigger soup!//Any kind of nigger you wanna wear, I’ve got it right here!” Een glimlach is gegarandeerd. Ook draagt ze op het eerdergenoemde Final Call wat bij. Met haar preekachtige stem komen haar poëtische teksten krachtig over, wat dit nummer nog mooier maakt.
Niggaz with Latitude kent erg hoge pieken (Final Call, Black Dog) en maar weinig diepe dalen. Het album is echter niet foutloos. Beide heren beginnen halverwege een beetje saai te worden omdat ze qua stemgeluid niet genoeg kunnen variëren. Gelukkig wordt dit aan het eind weer goedgemaakt door de hoge pieken. Productioneel gezien klinkt het erg gelikt en de uitgekozen gastartiesten zijn bijna allemaal een schot in de roos, met uitzondering van Soul Akoben. Ook zijn Deacon the Villain en Sheisty Khrist tekstueel overtuigend. Hopelijk verschijnt het eerstvolgende CunninLynguists-album zo spoedig mogelijk, ik heb er al weer zin in.
Ook hier te lezen.
Tekstueel zijn beide heren zeer getalenteerd. Natuurlijk was dit van Deacon al bekend, maar ook Sheisty geeft op NWL zijn visitekaartje af. Neem bijvoorbeeld Final Call. Dit ijzersterke nummer steekt zowel productioneel als tekstueel prachtig in elkaar. Zo rapt Sheisty “I drove a lincoln to a party then I started drinking//And after each bacardi drink I think I started sinking//Until my eyes were no longer blinking.” Flowtechnisch klinkt het heerlijk. Het nummer wordt ook zo goed opgebouwd: beginnend met een pianodeuntje, gevolgd door zang van Deacon the Villain (hij zingt vaker refreinen in op NWL) en victorieus trompetgeschal. Een rustig herhalend gitaardeuntje ondersteunt Sheisty Khrist, terwijl hij gretig zijn teksten ten gehore brengt, waarna een sfeervolle, jankende gitaar de beat overstemt.
Dit soort gitaarstukjes komt op NWL vaker langs. Het album heeft duidelijke punk/rockinvloeden. Dit maakt het geheel nogal wisselvallig; het ene moment is zo’n jankende gitaar de sfeerzetter van de track, het andere moment komen deze invloeden tot een dusdanig niveau dat het voor een fervent hiphopliefhebber teveel van het goede wordt. Dit laatste is het geval op Rip the Guts. Op het refrein begint Soul Akoben, leadzanger van rockband Crop Circle, te grungen: een schreeuwerige vorm van zingen, waarbij het geluid van achterin de keel wordt gehaald. Dit doet een luttele vijf seconde aanvoelen als twee minuten. Gelukkig is mijn computer uitgerust met een skipknop.
Ook beginnen Sheisty en Deacon halverwege het album een beetje te vervelen, vooral door gebrek aan variatie qua stemgeluid. Voor de nodige afwisseling is een contrastvol arsenaal aan gastartiesten opgetrommeld. Het was te verwachten dat CunninLynguists-maatjes Kno en Natti zouden langskomen, maar ook gitarist Willie Eames, de eerdergenoemde Soul Akoben en poëet Bianca Spriggs dragen hun steentje bij. De laatstgenoemde is te horen op de humoristische interlude Niggaz for Sale, waar ze elk mogelijk product verkoopt, maar dan het nigger-alternatief ervan. Zo zegt ze met een stem alsof ze op de lokale markt staat “Eat some nigger pie//Slurp some nigger soup!//Any kind of nigger you wanna wear, I’ve got it right here!” Een glimlach is gegarandeerd. Ook draagt ze op het eerdergenoemde Final Call wat bij. Met haar preekachtige stem komen haar poëtische teksten krachtig over, wat dit nummer nog mooier maakt.
Niggaz with Latitude kent erg hoge pieken (Final Call, Black Dog) en maar weinig diepe dalen. Het album is echter niet foutloos. Beide heren beginnen halverwege een beetje saai te worden omdat ze qua stemgeluid niet genoeg kunnen variëren. Gelukkig wordt dit aan het eind weer goedgemaakt door de hoge pieken. Productioneel gezien klinkt het erg gelikt en de uitgekozen gastartiesten zijn bijna allemaal een schot in de roos, met uitzondering van Soul Akoben. Ook zijn Deacon the Villain en Sheisty Khrist tekstueel overtuigend. Hopelijk verschijnt het eerstvolgende CunninLynguists-album zo spoedig mogelijk, ik heb er al weer zin in.
Ook hier te lezen.
DJ Quik - The Book of David (2011)

3,0
0
geplaatst: 9 mei 2011, 19:31 uur
DJ Quik gaat al een flinke tijd mee. Vaak zitten artiesten die al langer in het vak zitten na een tijdje weer krap bij kas, aangezien maar weinigen decennia achter elkaar op hetzelfde consistente niveau kunnen blijven, waardoor ze fans verliezen. Daardoor beginnen deze artiesten soms slappe aftreksels van eerdere hits te maken, om zo de grote massa te bereiken, en daarmee krijgt gelijk het commerciële gedeelte van de muziek de overhand.
Hoewel dit op The Book of David hopelijk niet het geval is, klinken sommige liedjes toch wel erg poppy of als jammerlijke pogingen tot het bereiken van de menigte. Zo zijn er vaak zangers met een zwoel stemgeluid te horen die niets tot weinig interessants hebben te melden. Er komt bijvoorbeeld op de tweede track, Do Today, een krampachtige outro van Jon B langs (“Party, party, party//Uh, like uncle Charlie”). Met wat tedere kreuntjes en geluidjes is het feest helemaal compleet.
Maar hoewel het album enerzijds erg pop-achtig en slap aandoet, staan er anderzijds ook nog heerlijke laidback nummers op de plaat. Voorbeeld van het eerste is Time Stands Still. Ondersteund door een rustig pingelende gitaar en slome drums rapt DJ Quik heel kalm, bijna pratend, over de mooie momenten die hij met zijn vriendin heeft meegemaakt. Gastartiest Dwele zorgt voor een lekker refrein, omdat ook hier weer de kalmte vanaf spat. Een heerlijk nummer om bij weg te dromen. En omdat op deze track het geld, feestjes en party-gehalte laag is klinkt alles veel oprechter en sterker in zijn geheel.
Of het nummer nou poppy of laidback is, de producties van DJ Quik accentueren het onderwerp en klinken goed. De G-Funk-pionier blijft dicht bij het soort producties dat hem jaren geleden respect verschafte. Vaak bestaan de beats uit rustige pianoriedeltjes of gitaarloopjes met niet al te overstemmende beats op de achtergrond. En met de synthesizer of trompet die er ook af en toe wordt bijgehaald kan worden gezegd dat het album zowel productioneel gezien, maar ook op het vocale gedeelte, vol variatie zit.
In één woord samengevat is The Book of David wisselvallig. Zo lekker als de muziek klinkt op het ene nummer, zo slap en inhoudsloos klinkt het op het volgende. De producties zijn wel allemaal van hetzelfde hoge niveau, maar dat kan zo weer worden ondergesneeuwd als de stemmen erbij komen. Hierdoor is de plaat in zijn geheel niet zo sterk. Maar de paar uitspringende nummers zijn zeker het beluisteren waard.
Ook hier te lezen.
Hoewel dit op The Book of David hopelijk niet het geval is, klinken sommige liedjes toch wel erg poppy of als jammerlijke pogingen tot het bereiken van de menigte. Zo zijn er vaak zangers met een zwoel stemgeluid te horen die niets tot weinig interessants hebben te melden. Er komt bijvoorbeeld op de tweede track, Do Today, een krampachtige outro van Jon B langs (“Party, party, party//Uh, like uncle Charlie”). Met wat tedere kreuntjes en geluidjes is het feest helemaal compleet.
Maar hoewel het album enerzijds erg pop-achtig en slap aandoet, staan er anderzijds ook nog heerlijke laidback nummers op de plaat. Voorbeeld van het eerste is Time Stands Still. Ondersteund door een rustig pingelende gitaar en slome drums rapt DJ Quik heel kalm, bijna pratend, over de mooie momenten die hij met zijn vriendin heeft meegemaakt. Gastartiest Dwele zorgt voor een lekker refrein, omdat ook hier weer de kalmte vanaf spat. Een heerlijk nummer om bij weg te dromen. En omdat op deze track het geld, feestjes en party-gehalte laag is klinkt alles veel oprechter en sterker in zijn geheel.
Of het nummer nou poppy of laidback is, de producties van DJ Quik accentueren het onderwerp en klinken goed. De G-Funk-pionier blijft dicht bij het soort producties dat hem jaren geleden respect verschafte. Vaak bestaan de beats uit rustige pianoriedeltjes of gitaarloopjes met niet al te overstemmende beats op de achtergrond. En met de synthesizer of trompet die er ook af en toe wordt bijgehaald kan worden gezegd dat het album zowel productioneel gezien, maar ook op het vocale gedeelte, vol variatie zit.
In één woord samengevat is The Book of David wisselvallig. Zo lekker als de muziek klinkt op het ene nummer, zo slap en inhoudsloos klinkt het op het volgende. De producties zijn wel allemaal van hetzelfde hoge niveau, maar dat kan zo weer worden ondergesneeuwd als de stemmen erbij komen. Hierdoor is de plaat in zijn geheel niet zo sterk. Maar de paar uitspringende nummers zijn zeker het beluisteren waard.
Ook hier te lezen.
Engel - #10 (2012)

2,5
0
geplaatst: 9 mei 2012, 16:58 uur
Iets minder dan een jaar geleden recenseerde ik nog Engel & Justs Statler & Waldorf. Een album dat me destijds aardig beviel, maar dat onderhand al een aardig stoflaagje begint te vangen. Nu brengt Engel zijn tiende album #10 uit en, met de ervaring van het eerdergenoemde album van Engel & Just in mijn achterhoofd, kan worden gezegd dat dit eveneens geen blijvertje zal zijn.
Lees hier de hele recensie.
Lees hier de hele recensie.
Engel & Just - Statler & Waldorf (2011)

3,5
0
geplaatst: 22 april 2011, 19:55 uur
“Het is Engel en Just//Engel als manager, en Just als één van de twee geërgerde rappertjes.” Hiermee beschrijft Just het duo op de begintrack Welkom. Als we even de albumtitel, Statler & Waldorf, erbij halen zul je zien dat er een sterke overeenkomst is met de twee ‘geërgerde rappertjes’. Statler & Waldorf is een duo dat deel uitmaakte van de Muppetshow. In hun sketches bekritiseerden ze vaak op ironische wijze de artiesten op de bühne; iets wat Engel en Just ook lijken te willen doen bij veel rappers binnen de Nederlandse hiphopscene.
Het is echter jammer dat dit op Statler & Waldorf nauwelijks gebeurt, op de titeltrack na althans. Want degene die nu, afgaande op de titel, zoekt naar een plaatje vol bekritisering van de huidige hiphopscene zal bedrogen uitkomen. Gelukkig is wat overblijft zeker niet onverdienstelijk. Zo staat het album bomvol sterke producties, van onder andere Dopaganda en Snelle Jelle. Heerlijk funky enerzijds, en even later droevig en minimalistisch anderzijds. Toch blijft het album op één lijn doorgaan en is er nergens sprake van plotselinge sfeerbreuk; op die manier word je vanzelf in de producties meegesleept. Iets waar de veelvuldig gebruikte, ouderwetse voicesamples ook zeker aan bijdragen.
En ook over het vocale gedeelte van de plaat kan complimenteus worden gesproken. Er wordt vaak lekker rustig gerapt, en de gastartiesten wisselen de twee rappers, wiens stemmen best op elkaar lijken, goed af. Er zit zelfs nog een verrassende samenwerking in met Sean Price, die met zijn gebruikelijke zelfpocherij een sterke indruk achterlaat. Daarnaast zijn Engel en Just erg consistent qua teksten, die allemaal overtuigend samenhangen met de sfeer van de beat. Waar de beat gaat, gaan de raps ook, wat een gevarieerd pakket aan persoonlijke, humoristische en rechtoe rechtaan nummers oplevert. Wat echter helaas wel een minpunt is, is de eentonigheid van het geluid van de MC's, die op den duur het tempo wat uit de cd haalt.
Gelukkig is het album qua gastartiesten, beats en tekstueel gezien erg sterk en is het gebrek aan rappende variatie ook niet dermate storend dat het album voortaan in de kast moet blijven staan. Sterker nog: Statler & Waldorf zal er nog regelmatig uit worden gehaald. Want of je nou zin hebt in swingende beats en opbeurende raps, of neerslachtige raps met minimalistische beats; bij beide gevallen kun je terecht bij Engel & Just, ofwel Statler & Waldorf.
Ook hier te lezen.
Wat zijn we toch weer snel bij HHL.
Het is echter jammer dat dit op Statler & Waldorf nauwelijks gebeurt, op de titeltrack na althans. Want degene die nu, afgaande op de titel, zoekt naar een plaatje vol bekritisering van de huidige hiphopscene zal bedrogen uitkomen. Gelukkig is wat overblijft zeker niet onverdienstelijk. Zo staat het album bomvol sterke producties, van onder andere Dopaganda en Snelle Jelle. Heerlijk funky enerzijds, en even later droevig en minimalistisch anderzijds. Toch blijft het album op één lijn doorgaan en is er nergens sprake van plotselinge sfeerbreuk; op die manier word je vanzelf in de producties meegesleept. Iets waar de veelvuldig gebruikte, ouderwetse voicesamples ook zeker aan bijdragen.
En ook over het vocale gedeelte van de plaat kan complimenteus worden gesproken. Er wordt vaak lekker rustig gerapt, en de gastartiesten wisselen de twee rappers, wiens stemmen best op elkaar lijken, goed af. Er zit zelfs nog een verrassende samenwerking in met Sean Price, die met zijn gebruikelijke zelfpocherij een sterke indruk achterlaat. Daarnaast zijn Engel en Just erg consistent qua teksten, die allemaal overtuigend samenhangen met de sfeer van de beat. Waar de beat gaat, gaan de raps ook, wat een gevarieerd pakket aan persoonlijke, humoristische en rechtoe rechtaan nummers oplevert. Wat echter helaas wel een minpunt is, is de eentonigheid van het geluid van de MC's, die op den duur het tempo wat uit de cd haalt.
Gelukkig is het album qua gastartiesten, beats en tekstueel gezien erg sterk en is het gebrek aan rappende variatie ook niet dermate storend dat het album voortaan in de kast moet blijven staan. Sterker nog: Statler & Waldorf zal er nog regelmatig uit worden gehaald. Want of je nou zin hebt in swingende beats en opbeurende raps, of neerslachtige raps met minimalistische beats; bij beide gevallen kun je terecht bij Engel & Just, ofwel Statler & Waldorf.
Ook hier te lezen.
Wat zijn we toch weer snel bij HHL.
Hopsin - Raw (2010)

4,0
0
geplaatst: 8 december 2010, 15:43 uur
De kans is groot dat je hem niet kent: Marcus Hopson, ofwel Hopsin, is een rapper uit Los Angeles (Californië). In 2007 tekende hij een contract bij Ruthless Records, de platenmaatschappij waaronder N.W.A. haar debuutalbum Straight Outta Compton uitbracht. Toen Hopsin de eerste singles van zijn debuutalbum Gazing in the Moonlight uitbracht, viel zijn alternatieve uiterlijk erg op. De doodshoofdenringen en speciale lenzen die hij in zijn video’s draagt belichamen zijn muziek echter van geen kant, want zijn muziek is verreweg van angstaanjagend. Toch geeft het de man iets unieks; veel hedendaagse rappers zouden niet durven worden gespot in de enigszins verontrustende gedaante die Hopsin aanneemt.
In 2009, twee jaar nadat hij zijn contract bij Ruthless Records had getekend, bracht hij Gazing in the Moonlight uit. Een project waar hij zijn hart en ziel in stopte, om vervolgens geen sprankje promotie van Ruthless te mogen ontvangen. Zo vertelt Hopsin op zijn online blog: “You can do whatever the fuck you want Tomica [toenmalige baas van Ruthless Records]! If I end up in jail, it would be a hell of alot better than the lifestyle you provided me with. At least I would get three meals a day.” Tot op heden heeft Ruthless, noch Tomica, een reactie op deze beschuldigingen gegeven. Dit is dan ook de reden van zijn vertrek bij Ruthless, waarna hij zijn eigen platenmaatschappij startte; Funk Volume. Via sociale netwerken als Twitter en Facebook hield hij zijn geringe aantal fans up-to-date over zijn volgende album, dat Raw (een woordspeling op de filmreeks Saw) zou gaan heten. Op de eerste single van het album (Kill Her) vertelt Hopsin hoe hij door Ruthless aan de kant werd gezet, en wat hij wil doen met Tomica, waarbij de tracktitel boekdelen spreekt. De moordfantasieën van Hopsin worden op sommige momenten zo verontrustend, dat haar naam wordt gecensureerd.
Nou is het niet zo dat het album alleen maar draait om het verbaal afmaken van zijn voormalige platenmaatschappij. Op elk nummer weet Hopsin weer te boeien met een ander onderwerp. En waar Gazing in the Moonlight relatief weinig serieuze nummers bevatte, vindt Hopsin hier een goede balans tussen de humoristische en emotievolle tracks, die zowel door de teksten als door de delivery enige vorm van sympathie voor hem creëren. Bijvoorbeeld op zijn eerbetoon aan zijn ex-vriendin, Heather Nicole. De gelijknamige track opent met een aandoenlijk huilerig klinkende Hopsin, ondersteund door een eveneens sentimenteel pianodeuntje. Naarmate de track vordert wordt de beat versterkt door drums en synthesizers, maar Hopsin blijft op een oprecht emotievol niveau.
Ook heeft Hopsin ervoor gekozen om, in tegenstelling tot zijn debuutalbum, op Raw wél gastartiesten te gebruiken. Zo heeft hij op drie nummers de hulp ingeschakeld van SwizZz, een goede vriend van Marcus. In 2009 hadden de heren al de handen ineengeslagen om samen het album Haywire te maken, dat ook onder Funk Volume is uitgebracht. En SwizZz heeft op Raw zeker een toevoegende waarde. Met zijn schelle stem en leuke teksten haalt hij het niveau van nummers als I Am Raw omhoog, Al zal voor sommige mensen zijn stemgeluid zijn tekstuele kunsten wat doen ondersneeuwen.
Dan wordt dit alles ook nog eens ondersteund door sterke beats, die allemaal door Hopsin zelf zijn geproduceerd. Het feit dat de producties tot stand zijn gekomen door het over het algemeen als amateuristisch bestempelde FruityLoops valt niet af te horen aan het eindresultaat; de beats klinken grotendeels erg professioneel. Piano- en vioolmelodieën komen veelvuldig aan bod, maar over het algemeen klinkt het allemaal erg Westcoast-achtig. Veel beats doen door de bass en gitaardeuntjes die vaak langskomen denken aan de producties op Dr. Dre’s 2001. Niet zo vreemd, aangezien Hopsins grootste inspiratiebron qua producties Dr. Dre is.
Tel dit allemaal bij elkaar op en je ziet dat Hopsin in één jaar toch een erg sterk album in elkaar heeft geknutseld. Een album waarvan de man alles zelf heeft geproduceerd, zelf heeft geschreven en alles zelf heeft gemasterd. Daarnaast regisseert hij ook al zijn video’s zelf, waar hij dan zelf ook nog eens de hoofdrol in moet spelen. Dit getuigt van een ongekende passie voor rap, en werkdrift, aan de kant van Marcus Hopson. Nu is het aan ons om deze inzet met een luisterend oor te belonen.
Ook hier te lezen.
In 2009, twee jaar nadat hij zijn contract bij Ruthless Records had getekend, bracht hij Gazing in the Moonlight uit. Een project waar hij zijn hart en ziel in stopte, om vervolgens geen sprankje promotie van Ruthless te mogen ontvangen. Zo vertelt Hopsin op zijn online blog: “You can do whatever the fuck you want Tomica [toenmalige baas van Ruthless Records]! If I end up in jail, it would be a hell of alot better than the lifestyle you provided me with. At least I would get three meals a day.” Tot op heden heeft Ruthless, noch Tomica, een reactie op deze beschuldigingen gegeven. Dit is dan ook de reden van zijn vertrek bij Ruthless, waarna hij zijn eigen platenmaatschappij startte; Funk Volume. Via sociale netwerken als Twitter en Facebook hield hij zijn geringe aantal fans up-to-date over zijn volgende album, dat Raw (een woordspeling op de filmreeks Saw) zou gaan heten. Op de eerste single van het album (Kill Her) vertelt Hopsin hoe hij door Ruthless aan de kant werd gezet, en wat hij wil doen met Tomica, waarbij de tracktitel boekdelen spreekt. De moordfantasieën van Hopsin worden op sommige momenten zo verontrustend, dat haar naam wordt gecensureerd.
Nou is het niet zo dat het album alleen maar draait om het verbaal afmaken van zijn voormalige platenmaatschappij. Op elk nummer weet Hopsin weer te boeien met een ander onderwerp. En waar Gazing in the Moonlight relatief weinig serieuze nummers bevatte, vindt Hopsin hier een goede balans tussen de humoristische en emotievolle tracks, die zowel door de teksten als door de delivery enige vorm van sympathie voor hem creëren. Bijvoorbeeld op zijn eerbetoon aan zijn ex-vriendin, Heather Nicole. De gelijknamige track opent met een aandoenlijk huilerig klinkende Hopsin, ondersteund door een eveneens sentimenteel pianodeuntje. Naarmate de track vordert wordt de beat versterkt door drums en synthesizers, maar Hopsin blijft op een oprecht emotievol niveau.
Ook heeft Hopsin ervoor gekozen om, in tegenstelling tot zijn debuutalbum, op Raw wél gastartiesten te gebruiken. Zo heeft hij op drie nummers de hulp ingeschakeld van SwizZz, een goede vriend van Marcus. In 2009 hadden de heren al de handen ineengeslagen om samen het album Haywire te maken, dat ook onder Funk Volume is uitgebracht. En SwizZz heeft op Raw zeker een toevoegende waarde. Met zijn schelle stem en leuke teksten haalt hij het niveau van nummers als I Am Raw omhoog, Al zal voor sommige mensen zijn stemgeluid zijn tekstuele kunsten wat doen ondersneeuwen.
Dan wordt dit alles ook nog eens ondersteund door sterke beats, die allemaal door Hopsin zelf zijn geproduceerd. Het feit dat de producties tot stand zijn gekomen door het over het algemeen als amateuristisch bestempelde FruityLoops valt niet af te horen aan het eindresultaat; de beats klinken grotendeels erg professioneel. Piano- en vioolmelodieën komen veelvuldig aan bod, maar over het algemeen klinkt het allemaal erg Westcoast-achtig. Veel beats doen door de bass en gitaardeuntjes die vaak langskomen denken aan de producties op Dr. Dre’s 2001. Niet zo vreemd, aangezien Hopsins grootste inspiratiebron qua producties Dr. Dre is.
Tel dit allemaal bij elkaar op en je ziet dat Hopsin in één jaar toch een erg sterk album in elkaar heeft geknutseld. Een album waarvan de man alles zelf heeft geproduceerd, zelf heeft geschreven en alles zelf heeft gemasterd. Daarnaast regisseert hij ook al zijn video’s zelf, waar hij dan zelf ook nog eens de hoofdrol in moet spelen. Dit getuigt van een ongekende passie voor rap, en werkdrift, aan de kant van Marcus Hopson. Nu is het aan ons om deze inzet met een luisterend oor te belonen.
Ook hier te lezen.
Hueston Independent Spit District - The Weakend (2010)

3,0
0
geplaatst: 20 december 2010, 19:54 uur
Hoewel Hueston Independent Spit District, zeven man groot, een relatief onbekende groep uit Texas is, heeft ze al drie albums uitgebracht. Genoeg ervaring en niet verdronken in faam: het zou een formule voor goede muziek moeten zijn. Toch is de groep niet constant genoeg om een groter publiek te kunnen overtuigen. Productioneel klinkt het op dit derde album allemaal erg gelikt, maar de vier MC’s slagen er niet in het hele album lang te boeien. Bescheiden als de groep is, is het album dan ook tot The Weakend gedoopt.
En dat is precies wanneer je het album moet beluisteren, in het weekend. De muziek brengt je in een extase van rust. Dit komt vooral doordat het album erg zomers klinkt, alhoewel het ook als buitenaards kan worden geïnterpreteerd. De groep zelf heeft, gezien de cover, voor buitenaards gekozen, maar ik kies zelf liever voor het eerste. Dit zomerse zorgt voor een leuk contrast met deze donkere winterdagen, waaruit zich een nostalgie naar de warmere jaargetijden vormt.
De producties die door King Midas, Soul One en E. Classics zijn gemaakt, zijn vooral hetgeen waardoor dit album heerlijk rustig kan worden genoemd. Ongemoeide fluitjes, pianodeuntjes en drums komen op bijna elk liedje wel langs, maar vervelen doet het nooit. Op sommige momenten laat de groep de productie onaangeroerd zijn gang gaan. In deze instrumentale stukjes kan je even wegdromen. Rustig voegen de vocalen zich weer in en ontwaak je uit je dromen.
De raps van S.A.V.V.I, EQuality, LdaVoice en Lenoge (ook wel Scottie Spitten) zijn ook van bovengemiddeld niveau, maar bereiken nergens een hoogtepunt. De vocalen halen het niveau van de producties niet. Dit komt vooral doordat er geen passie in de raps zit, en zodra de rappers proberen om dit wel erin te verwerken komt het geforceerd over. Daarnaast kan H.I.S.D. qua stemgeluid ironisch genoeg niet voor de nodige afwisseling zorgen. Betreurenswaardig, aangezien de producties zoveel potentie hadden.
Zwak is het album zeker niet, maar we kunnen het ook absoluut geen toppunt in de muzikale geschiedenis noemen. De hoogtepunten van het album liggen in de instrumentale stukjes middenin de tracks. Zorgwekkend, aangezien de groep vier MC’s bevat. Misschien zullen die nog groeien. Laat in dat geval dit album dan niet het eind zijn, zoals de titel suggereert (The Weakend), want er zit - vooral productioneel gezien - zeker potentie in deze groep.
Ook hier te lezen
En dat is precies wanneer je het album moet beluisteren, in het weekend. De muziek brengt je in een extase van rust. Dit komt vooral doordat het album erg zomers klinkt, alhoewel het ook als buitenaards kan worden geïnterpreteerd. De groep zelf heeft, gezien de cover, voor buitenaards gekozen, maar ik kies zelf liever voor het eerste. Dit zomerse zorgt voor een leuk contrast met deze donkere winterdagen, waaruit zich een nostalgie naar de warmere jaargetijden vormt.
De producties die door King Midas, Soul One en E. Classics zijn gemaakt, zijn vooral hetgeen waardoor dit album heerlijk rustig kan worden genoemd. Ongemoeide fluitjes, pianodeuntjes en drums komen op bijna elk liedje wel langs, maar vervelen doet het nooit. Op sommige momenten laat de groep de productie onaangeroerd zijn gang gaan. In deze instrumentale stukjes kan je even wegdromen. Rustig voegen de vocalen zich weer in en ontwaak je uit je dromen.
De raps van S.A.V.V.I, EQuality, LdaVoice en Lenoge (ook wel Scottie Spitten) zijn ook van bovengemiddeld niveau, maar bereiken nergens een hoogtepunt. De vocalen halen het niveau van de producties niet. Dit komt vooral doordat er geen passie in de raps zit, en zodra de rappers proberen om dit wel erin te verwerken komt het geforceerd over. Daarnaast kan H.I.S.D. qua stemgeluid ironisch genoeg niet voor de nodige afwisseling zorgen. Betreurenswaardig, aangezien de producties zoveel potentie hadden.
Zwak is het album zeker niet, maar we kunnen het ook absoluut geen toppunt in de muzikale geschiedenis noemen. De hoogtepunten van het album liggen in de instrumentale stukjes middenin de tracks. Zorgwekkend, aangezien de groep vier MC’s bevat. Misschien zullen die nog groeien. Laat in dat geval dit album dan niet het eind zijn, zoals de titel suggereert (The Weakend), want er zit - vooral productioneel gezien - zeker potentie in deze groep.
Ook hier te lezen
Ill Bill & Vinnie Paz - Heavy Metal Kings (2011)

3,5
0
geplaatst: 28 april 2011, 20:26 uur
Vinnie Paz is de laatste tijd een beetje aan het stuntelen. Het laatste Jedi Mind Tricks-album was niet van het verwachte niveau - evenals het laatste Army of the Pharaohs-album - en zijn eerste soloalbum dat in 2010 uitkwam was ook niet om over naar huis te schrijven. Nu, in 2011, heeft hij de handen ineengeslagen met Ill Bill voor Heavy Metal Kings. Aanleiding was de gelijknamige successingle die beide heren hadden gemaakt op het in 2006 uitgekomen Jedi Mind Tricks-album Servants in Heaven, Kings in Hell.
En om maar gelijk met de deur in huis te vallen: de plaat is een verademing ten opzichte van het recente werk van Vinnie Paz. De beats zijn tiptop in orde en Vinnie en Bill doen het ook niet onverdienstelijk. De teksten bestaan voornamelijk uit vergezochte complottheorieën en spierballenraps, maar dat wordt grotendeels ondergesneeuwd door de flow en de mooie verwoording van de duizend-en-één manieren om iemand om te brengen. Hoewel beide heren op de eerdergenoemde single raptechnisch aan elkaar waren gewaagd, doet Vinnie Paz het op dit album toch net iets beter dan Ill Bill. Dit komt vooral door de leuke quotables waarmee hij vaak een lach op het gezicht weet te toveren (“Fuck around with me, your family’s gonna need a florist//It’s no question who running rap, cause we the rawest”).
Hier komt nog bij dat de producties op Heavy Metal Kings, zoals eerder gezegd, sterk in elkaar zitten. De beats, onder andere verzorgd door C-Lance, Vherbal en ook Ill Bill zelf, bestaan vooral uit drukke violen, trompetten en stemsamples. Ook wordt af en toe de elektrische gitaar erbij gehaald om de verwachtingen van de albumnaam enigszins in te lossen. Dit resulteert in pompende beats die perfect aansluiten op de onderwerpen en flows van de twee MC’s.
Dus voor degene die wat stoom heeft af te blazen is Heavy Metal Kings een zeer goede luisteroptie. Vinnie Paz en Ill Bill zorgen, ondersteund door bombastische beats, voor rauwe raps en vervelen nauwelijks. Het enige minpunt van de plaat is de inhoud van de teksten. Maar als je eens enorm boos of druk bent, of als je gewoon even wat energie nodig hebt, let je daar niet meer op en ben je alleen maar bezig om je hoofd zo hard mogelijk op de schallende violen mee te laten bonken.
Ook hier te lezen.
En om maar gelijk met de deur in huis te vallen: de plaat is een verademing ten opzichte van het recente werk van Vinnie Paz. De beats zijn tiptop in orde en Vinnie en Bill doen het ook niet onverdienstelijk. De teksten bestaan voornamelijk uit vergezochte complottheorieën en spierballenraps, maar dat wordt grotendeels ondergesneeuwd door de flow en de mooie verwoording van de duizend-en-één manieren om iemand om te brengen. Hoewel beide heren op de eerdergenoemde single raptechnisch aan elkaar waren gewaagd, doet Vinnie Paz het op dit album toch net iets beter dan Ill Bill. Dit komt vooral door de leuke quotables waarmee hij vaak een lach op het gezicht weet te toveren (“Fuck around with me, your family’s gonna need a florist//It’s no question who running rap, cause we the rawest”).
Hier komt nog bij dat de producties op Heavy Metal Kings, zoals eerder gezegd, sterk in elkaar zitten. De beats, onder andere verzorgd door C-Lance, Vherbal en ook Ill Bill zelf, bestaan vooral uit drukke violen, trompetten en stemsamples. Ook wordt af en toe de elektrische gitaar erbij gehaald om de verwachtingen van de albumnaam enigszins in te lossen. Dit resulteert in pompende beats die perfect aansluiten op de onderwerpen en flows van de twee MC’s.
Dus voor degene die wat stoom heeft af te blazen is Heavy Metal Kings een zeer goede luisteroptie. Vinnie Paz en Ill Bill zorgen, ondersteund door bombastische beats, voor rauwe raps en vervelen nauwelijks. Het enige minpunt van de plaat is de inhoud van de teksten. Maar als je eens enorm boos of druk bent, of als je gewoon even wat energie nodig hebt, let je daar niet meer op en ben je alleen maar bezig om je hoofd zo hard mogelijk op de schallende violen mee te laten bonken.
Ook hier te lezen.
Kanye West - My Beautiful Dark Twisted Fantasy (2010)

4,5
0
geplaatst: 20 november 2010, 21:59 uur
Recensie die ik had geschreven om te oefenen met het schrijven van recensies
:
Onderhand weten we wel dat Kanye West een geboren musicus is. Toen hij in 2004 met The College Dropout kwam werd hij met open armen ontvangen in de mainstream hiphop wereld. De 2 daaropvolgende albums zouden niet veel slechter zijn, maar het in 2008 uitgebrachte 808s & Heartbreak werd iets slechter ontvangen onder critici. En nu, in 2010, komt Kanye terug met zijn gemuzikaliseerde donkere doch prachtige fantasieën.
Na het fiasco bij de MTV Music Awards in 2009 waar hij de bedankspeech van Taylor Swift onderbrak omdat hij vond dat Beyoncé de award voor Best Female Video had moeten winnen, zat Kanye West even in een diepe put, en terecht. Want hoewel de man altijd zijn eigen stijl heeft kunnen behouden brengt dit zowel positieve als negatieve bijwerkingen met zich mee. Toch zal deze depressieve periode mede oorzaak zijn voor de donkere sfeer die My Beautiful Dark Twisted Fantasy uitstraalt.
En niet alleen in de muziek, maar ook de album titel straalt geen positiviteit uit. Deze plotselinge verandering van albumtitel naar My Beautiful Dark Twisted Fantasy is welgeplaatst, want de melancholische beats die we onder andere op So Appalled horen zouden niet goed passen bij een album genaamd Good Ass Job, al maakt de voormalige benaming van het album zijn naam wel waar, want het is een erg goed album. Hoewel we nu niet hebben kunnen luisteren naar een (kijkend naar de voormalige albumtitel) ietwat positiever album, weet dit donkere album het voor menig mens ook zeer interessant te maken.
Productionele hoogstandjes zoals we niet anders gewend zijn bij Kanye West weten dit het beste te doen. En daar waar toch even een sterke MC of een goede zanger nodig is heeft Kanye nog zijn honderden connecties waar hij een appèl op kan doen. En blijkbaar hebben deze connecties niet allemaal een hiphop achtergrond en het zijn ook niet allemaal label maatjes. Zo komt John Legend ook even langs, al is dit natuurlijk niet zo vreemd want die heeft al vaker met Kanye samen gewerkt en heeft reeds zelfs een album met hiphop groep The Roots gemaakt.
Maar ook folkzanger Bon Iver verschijnt op het nummer Lost in the World, een van de vele experimenten van Kanye West. Want je kunt geen etiket plakken op de stijl die hij gebruikt binnen hiphop; het is altijd een verassing wat je voorgeschoteld krijgt bij Kanye. In tegenstelling tot het gebruik van autotune in zijn album 808s & Heartbreak pakt dit experiment helemaal niet verkeerd uit, best goed zelfs. Om nou te zeggen dat Bon Iver en Kanye West goed bij elkaar passen is 1 track niet genoeg, maar een goed begin is het zeker. Daarnaast weet Kanye West ook hier een daar een alleraardigste verse of refrein af te leveren, en dat zal ook wel moeten, want het blijft natuurlijk een soloalbum.
En na dit soloalbum komen we tot de conclusie dat het oeuvre dat de man in de laatste 6 jaar heeft opgebouwd logischerwijs kwantitatief maar vooral ook kwalitatief versterkt is. Laat Kanye West alsjeblieft nog even in zijn waarde zodat we over een jaar of twee misschien wel weer kunnen genieten van zo'n geweldig goed album.
:Onderhand weten we wel dat Kanye West een geboren musicus is. Toen hij in 2004 met The College Dropout kwam werd hij met open armen ontvangen in de mainstream hiphop wereld. De 2 daaropvolgende albums zouden niet veel slechter zijn, maar het in 2008 uitgebrachte 808s & Heartbreak werd iets slechter ontvangen onder critici. En nu, in 2010, komt Kanye terug met zijn gemuzikaliseerde donkere doch prachtige fantasieën.
Na het fiasco bij de MTV Music Awards in 2009 waar hij de bedankspeech van Taylor Swift onderbrak omdat hij vond dat Beyoncé de award voor Best Female Video had moeten winnen, zat Kanye West even in een diepe put, en terecht. Want hoewel de man altijd zijn eigen stijl heeft kunnen behouden brengt dit zowel positieve als negatieve bijwerkingen met zich mee. Toch zal deze depressieve periode mede oorzaak zijn voor de donkere sfeer die My Beautiful Dark Twisted Fantasy uitstraalt.
En niet alleen in de muziek, maar ook de album titel straalt geen positiviteit uit. Deze plotselinge verandering van albumtitel naar My Beautiful Dark Twisted Fantasy is welgeplaatst, want de melancholische beats die we onder andere op So Appalled horen zouden niet goed passen bij een album genaamd Good Ass Job, al maakt de voormalige benaming van het album zijn naam wel waar, want het is een erg goed album. Hoewel we nu niet hebben kunnen luisteren naar een (kijkend naar de voormalige albumtitel) ietwat positiever album, weet dit donkere album het voor menig mens ook zeer interessant te maken.
Productionele hoogstandjes zoals we niet anders gewend zijn bij Kanye West weten dit het beste te doen. En daar waar toch even een sterke MC of een goede zanger nodig is heeft Kanye nog zijn honderden connecties waar hij een appèl op kan doen. En blijkbaar hebben deze connecties niet allemaal een hiphop achtergrond en het zijn ook niet allemaal label maatjes. Zo komt John Legend ook even langs, al is dit natuurlijk niet zo vreemd want die heeft al vaker met Kanye samen gewerkt en heeft reeds zelfs een album met hiphop groep The Roots gemaakt.
Maar ook folkzanger Bon Iver verschijnt op het nummer Lost in the World, een van de vele experimenten van Kanye West. Want je kunt geen etiket plakken op de stijl die hij gebruikt binnen hiphop; het is altijd een verassing wat je voorgeschoteld krijgt bij Kanye. In tegenstelling tot het gebruik van autotune in zijn album 808s & Heartbreak pakt dit experiment helemaal niet verkeerd uit, best goed zelfs. Om nou te zeggen dat Bon Iver en Kanye West goed bij elkaar passen is 1 track niet genoeg, maar een goed begin is het zeker. Daarnaast weet Kanye West ook hier een daar een alleraardigste verse of refrein af te leveren, en dat zal ook wel moeten, want het blijft natuurlijk een soloalbum.
En na dit soloalbum komen we tot de conclusie dat het oeuvre dat de man in de laatste 6 jaar heeft opgebouwd logischerwijs kwantitatief maar vooral ook kwalitatief versterkt is. Laat Kanye West alsjeblieft nog even in zijn waarde zodat we over een jaar of twee misschien wel weer kunnen genieten van zo'n geweldig goed album.
Kendrick Lamar - Section.80 (2011)

4,0
0
geplaatst: 7 augustus 2011, 02:02 uur
Binnen de hiphop neemt een nieuwe lichting het over. De MC’s die rond de eeuwwisseling een eenzame top genoten (Dr. Dre en Xzibit) worden nu steeds meer naar de achtergrond verdreven door een groep jongere rappers die hard aan de weg aan het timmeren zijn. In 2011 is het de beurt aan talent Kendrick Lamar om zijn debuutalbum uit te brengen. Hoewel de rapper wel al wat mixtapes heeft uitgebracht, en, niet onbelangrijk, met Dr. Dre voor Detox heeft samengewerkt, wordt #Section80 gezien als zijn allereerste officiële album.
En het is een binnenkomer om trots op te zijn. Lamar speelt met de muziek en blijft niet binnen de lijnen van een regulier hiphopalbum; de intro’s en outro’s duren veelal langer dan op de meeste andere nummers, veel verschillende samples worden samengevoegd en de gastheer wisselt veel af in flow qua tempo, stemgeluid en zelfs accent (Hol’ Up). Toch irriteert dit alles niet en wordt het nergens chaotisch, omdat er tussen de muzikale lagen altijd een eenheid lijkt te zitten; een vergelijking met Kanye Wests My Beautiful Dark Twisted Fantasy is snel gemaakt.
Ook tekstueel staat Kendrick Lamar zijn mannetje. De teksten variëren van een verhaal over een meisje in een steeds verslechterende situatie, naar Lamars afkeer van make-up tot gewoonweg braggen en boasten. Maar wat het onderwerp ook is, de passie druipt van Lamars woorden af. Hierdoor klinkt zijn flow zo mogelijk nog beter en vloeiender, zoals goed op het begin van Poe Mans Dream is te horen: “I used to want to see the penitentiary//Way after elementary//Thought it was cool to look the judge in the face when he sentenced me.”
De producties op #Section80 bestaan voornamelijk uit blazers, pianoloopjes en nog wat ondefinieerbare geluidjes. En hoewel dit samengevoegd voor een rustig en overzichtelijk geheel zorgt, klinkt de muziek erg krachtig. Dit komt ook door de eveneens rustige stem van Kendrick, waardoor zijn vocalen in de producties worden opgeslokt en praktisch als een extra instrument dienen.
Hiernaast doen de gastartiesten het ook nog erg goed; ze hebben een meerwaarde op de betreffende nummers, maar overstemmen Lamar nergens en zorgen ervoor dat de aandacht volledig op hem blijft gericht. Vaak worden ze dan ook alleen voor een refreintje opgetrommeld (Ashtro Bot op Keisha’s Song, of Colin Monroe op No Make-Up), met als uitzondering de gastverses van ScHoolBoy Q en BJ the Chicago Kid. Maar ook zij zorgen moeiteloos voor een passievolle verse en halen het niveau van de tracks alleen nog maar omhoog. Tel dit allemaal bij elkaar op en je krijgt een debuut dat de nieuwe lichting binnen hiphop een prachtig visitekaartje geeft, en een album waar eerdergenoemde hiphopveteranen nog een puntje aan kunnen zuigen.
Ook hier te lezen.
En het is een binnenkomer om trots op te zijn. Lamar speelt met de muziek en blijft niet binnen de lijnen van een regulier hiphopalbum; de intro’s en outro’s duren veelal langer dan op de meeste andere nummers, veel verschillende samples worden samengevoegd en de gastheer wisselt veel af in flow qua tempo, stemgeluid en zelfs accent (Hol’ Up). Toch irriteert dit alles niet en wordt het nergens chaotisch, omdat er tussen de muzikale lagen altijd een eenheid lijkt te zitten; een vergelijking met Kanye Wests My Beautiful Dark Twisted Fantasy is snel gemaakt.
Ook tekstueel staat Kendrick Lamar zijn mannetje. De teksten variëren van een verhaal over een meisje in een steeds verslechterende situatie, naar Lamars afkeer van make-up tot gewoonweg braggen en boasten. Maar wat het onderwerp ook is, de passie druipt van Lamars woorden af. Hierdoor klinkt zijn flow zo mogelijk nog beter en vloeiender, zoals goed op het begin van Poe Mans Dream is te horen: “I used to want to see the penitentiary//Way after elementary//Thought it was cool to look the judge in the face when he sentenced me.”
De producties op #Section80 bestaan voornamelijk uit blazers, pianoloopjes en nog wat ondefinieerbare geluidjes. En hoewel dit samengevoegd voor een rustig en overzichtelijk geheel zorgt, klinkt de muziek erg krachtig. Dit komt ook door de eveneens rustige stem van Kendrick, waardoor zijn vocalen in de producties worden opgeslokt en praktisch als een extra instrument dienen.
Hiernaast doen de gastartiesten het ook nog erg goed; ze hebben een meerwaarde op de betreffende nummers, maar overstemmen Lamar nergens en zorgen ervoor dat de aandacht volledig op hem blijft gericht. Vaak worden ze dan ook alleen voor een refreintje opgetrommeld (Ashtro Bot op Keisha’s Song, of Colin Monroe op No Make-Up), met als uitzondering de gastverses van ScHoolBoy Q en BJ the Chicago Kid. Maar ook zij zorgen moeiteloos voor een passievolle verse en halen het niveau van de tracks alleen nog maar omhoog. Tel dit allemaal bij elkaar op en je krijgt een debuut dat de nieuwe lichting binnen hiphop een prachtig visitekaartje geeft, en een album waar eerdergenoemde hiphopveteranen nog een puntje aan kunnen zuigen.
Ook hier te lezen.
Kool G Rap - Riches, Royalty and Respect (2011)

2,5
0
geplaatst: 13 juni 2011, 21:44 uur
Mensen worden oud, en hoewel dit een natuurlijk proces is hebben sommigen moeite om zich aan hun leeftijd aan te passen. Zo was het in 1995 misschien nog stoer om Kool G Rap te horen rappen over het pooierzijn en hoeveel geld hij wel niet tot zijn beschikking had, nu klinkt het uit de mond van de streetrappionier veels te pocherig en ongeloofwaardig. Deze ongeloofwaardigheid wordt vooral veroorzaakt doordat hij met zijn leeftijd van 43 jaar en meerdere kinderen op zijn arm vast weinig tijd over heeft om nog voor zijn ‘bitches’ te zorgen.
En laat zijn nieuwste album, Riches, Royalty & Respect, nou net bomvol spierballenraps en tracks over vrouwen staan. Alleen de tracktitels zorgen al voor plaatsvervangende schaamte. Zo begint het album met Pimptro, wat wordt gevolgd door Your Chic Chose Me en even later weer door 70’s Gangsta. Gelukkig klinken de nummers na het zien van de tracktitels iets beter dan verwacht.
Het is alleen jammer dat dit bijna alleen maar komt doordat het merendeel van de producties lekker klinkt. Gitaren, violen, stemsamples en trompetten wisselen elkaar af zonder dat er sprake is van sfeerbreuk. De drums en claps zorgen voor automatisch meegeknik en overstemmen de gastheer nergens, waardoor de producties niet irriteren. De hard klinkende doch swingende beats zorgen voor een funky gedeelte enerzijds (Pillow Talk, In Too Deep), en een bombastisch gedeelte anderzijds (Sad, G On).
Maar zo lekker als de beats klinken, zo slap en futloos rapt Kool G Rap. Zijn onderwerpen beperken zich tot feestjes, vrouwen en de nodige borstklopperij. Deze gegevens hebben hem gebracht tot de erestatus die hij al een flinke tijd geniet, maar nu, vijftien jaar verder, is het toch beter als hij met iets nieuws komt: nu klinken deze spierballenraps erg uitgekauwd. Kool G klinkt alsof hij zelf ook merkt dat hij zich in een been there, done that-positie bevindt, want zijn stem klinkt uiterst verveeld en mist ook maar enige levenslustigheid.
Dit alles resulteert in een album dat productioneel gezien erg swingend is. Het is alleen jammer dat Kool G Rap de potentie van deze beats door zijn verveelde stem verre van benut heeft. De beats klinken funky, en voor de paar seconden tijd dat de intro’s van de nummers bezig zijn ben je je hoofd dan ook driftig aan het meeknikken, maar zodra G Rap zijn intrede doet kom je weer tot jezelf en besef je dat je toch eigenlijk iets meer had verwacht van een man met een status als de zijne.
Ook hier te lezen.
En laat zijn nieuwste album, Riches, Royalty & Respect, nou net bomvol spierballenraps en tracks over vrouwen staan. Alleen de tracktitels zorgen al voor plaatsvervangende schaamte. Zo begint het album met Pimptro, wat wordt gevolgd door Your Chic Chose Me en even later weer door 70’s Gangsta. Gelukkig klinken de nummers na het zien van de tracktitels iets beter dan verwacht.
Het is alleen jammer dat dit bijna alleen maar komt doordat het merendeel van de producties lekker klinkt. Gitaren, violen, stemsamples en trompetten wisselen elkaar af zonder dat er sprake is van sfeerbreuk. De drums en claps zorgen voor automatisch meegeknik en overstemmen de gastheer nergens, waardoor de producties niet irriteren. De hard klinkende doch swingende beats zorgen voor een funky gedeelte enerzijds (Pillow Talk, In Too Deep), en een bombastisch gedeelte anderzijds (Sad, G On).
Maar zo lekker als de beats klinken, zo slap en futloos rapt Kool G Rap. Zijn onderwerpen beperken zich tot feestjes, vrouwen en de nodige borstklopperij. Deze gegevens hebben hem gebracht tot de erestatus die hij al een flinke tijd geniet, maar nu, vijftien jaar verder, is het toch beter als hij met iets nieuws komt: nu klinken deze spierballenraps erg uitgekauwd. Kool G klinkt alsof hij zelf ook merkt dat hij zich in een been there, done that-positie bevindt, want zijn stem klinkt uiterst verveeld en mist ook maar enige levenslustigheid.
Dit alles resulteert in een album dat productioneel gezien erg swingend is. Het is alleen jammer dat Kool G Rap de potentie van deze beats door zijn verveelde stem verre van benut heeft. De beats klinken funky, en voor de paar seconden tijd dat de intro’s van de nummers bezig zijn ben je je hoofd dan ook driftig aan het meeknikken, maar zodra G Rap zijn intrede doet kom je weer tot jezelf en besef je dat je toch eigenlijk iets meer had verwacht van een man met een status als de zijne.
Ook hier te lezen.
MC Esoteric - Boston Pharaoh (2011)

3,0
0
geplaatst: 18 maart 2011, 20:23 uur
Esoteric is een bezige bij. Werd hij vijf maanden terug nog bijgestaan door 7L om hun duo-album uit te brengen, nu levert hij al weer een soloproduct af. Op deze plaat ontbreekt hem ook nog eens het voordeel van een topproducer aan zijn zijde. Dit is echter nauwelijks een probleem voor Eso; het merendeel van de beats is door hemzelf geproduceerd.
En omdat er weinig andere beatbakkers aan Boston Pharaoh meewerken zitten er bepaalde terugkerende factoren in het productionele gebied van het project. Zo wordt Esoteric voornamelijk ondersteund door harde drums, snares en claps. Ook zit in elke track wel een passende stemsample. Of dat nou uit een themesong van een televisieserie uit de jaren zestig, een klassiek hiphopnummer, of uit een oude B-film komt. Voorbeeld van het laatste is Here We Go Again. Esoteric en gastartiest Blacastan kijken op dit nummer vol nostalgie terug naar de jaren 90, en vergelijken die periode met het heden. Toch is de sfeer van het nummer beter te beschrijven als feelgood. Oorzaak is de productie. Een vrolijk fluitje en subtiel gitaardeuntje vormen de kern van de beat, en aan het eind wordt er een heerlijke sample uit de oude serie Fat Albert and the Cosby Kids ingegooid. Het is kortom een nummer dat door de goede productie en het zeer sterke samplegebruik representatief voor de rest van de plaat is.
Tekstueel doet Esoteric op Boston Pharaoh echter niet veel bovengemiddelds. Daarnaast is zijn hoge stemgeluid niet iets waar een uur lang met plezier naar kan worden geluisterd. Hij profileert zich op de plaat dan ook eerder als een vaardige producer dan als een sterke emcee. Maar omdat de plaat zoveel variatie kent kan hij, als het bij het braggen en boasten even niet lukt (Heavy), wel goed uit de verf komen met maatschappijkritische teksten. Zo kaart hij op To Catch a Predator Priest de pedofiele acties van de katholieke kerk aan. Een beetje clichématig is het wel, maar waar het onderwerp originaliteit mist, wordt dit door Esoterics overtuigingskracht gecompenseerd. Het is echter jammer dat niet elk nummer tekstueel, en soms ook productioneel gezien datzelfde niveau haalt. Dit trekt het gemiddelde van de plaat omlaag en maakt het geheel enigszins wisselvallig.
Hierdoor is Boston Pharaoh niet een plaat die na aanschaf snel weer uit de digitale kast zal worden gehaald; het contrast tussen de sterke en mindere nummers is te groot. Afgezonderd van een paar hoogtepunten begint het album snel te vervelen. Wel zijn veel van de producties zeker het beluisteren waard en komt Esoteric bij vlagen raptechnisch nog best sterk over. Misschien moet hij voor zijn volgende album iets langer de tijd nemen.
Ook hier te lezen.
En omdat er weinig andere beatbakkers aan Boston Pharaoh meewerken zitten er bepaalde terugkerende factoren in het productionele gebied van het project. Zo wordt Esoteric voornamelijk ondersteund door harde drums, snares en claps. Ook zit in elke track wel een passende stemsample. Of dat nou uit een themesong van een televisieserie uit de jaren zestig, een klassiek hiphopnummer, of uit een oude B-film komt. Voorbeeld van het laatste is Here We Go Again. Esoteric en gastartiest Blacastan kijken op dit nummer vol nostalgie terug naar de jaren 90, en vergelijken die periode met het heden. Toch is de sfeer van het nummer beter te beschrijven als feelgood. Oorzaak is de productie. Een vrolijk fluitje en subtiel gitaardeuntje vormen de kern van de beat, en aan het eind wordt er een heerlijke sample uit de oude serie Fat Albert and the Cosby Kids ingegooid. Het is kortom een nummer dat door de goede productie en het zeer sterke samplegebruik representatief voor de rest van de plaat is.
Tekstueel doet Esoteric op Boston Pharaoh echter niet veel bovengemiddelds. Daarnaast is zijn hoge stemgeluid niet iets waar een uur lang met plezier naar kan worden geluisterd. Hij profileert zich op de plaat dan ook eerder als een vaardige producer dan als een sterke emcee. Maar omdat de plaat zoveel variatie kent kan hij, als het bij het braggen en boasten even niet lukt (Heavy), wel goed uit de verf komen met maatschappijkritische teksten. Zo kaart hij op To Catch a Predator Priest de pedofiele acties van de katholieke kerk aan. Een beetje clichématig is het wel, maar waar het onderwerp originaliteit mist, wordt dit door Esoterics overtuigingskracht gecompenseerd. Het is echter jammer dat niet elk nummer tekstueel, en soms ook productioneel gezien datzelfde niveau haalt. Dit trekt het gemiddelde van de plaat omlaag en maakt het geheel enigszins wisselvallig.
Hierdoor is Boston Pharaoh niet een plaat die na aanschaf snel weer uit de digitale kast zal worden gehaald; het contrast tussen de sterke en mindere nummers is te groot. Afgezonderd van een paar hoogtepunten begint het album snel te vervelen. Wel zijn veel van de producties zeker het beluisteren waard en komt Esoteric bij vlagen raptechnisch nog best sterk over. Misschien moet hij voor zijn volgende album iets langer de tijd nemen.
Ook hier te lezen.
Per.Verz - De Geboorte van Kim Lee (2011)

4,0
0
geplaatst: 24 november 2011, 21:44 uur
Het duurde even, maar eindelijk is het er: de eerste plaat van Kim Lee Wong, ofwel Per.verz. Nadat hij zich een paar jaar in de scene heeft georiënteerd, een tiental tracks los op het internet gooide en eerder dit jaar ook een officiële mixtape uitbracht, was dit een logische volgende stap. Eigenlijk was De Geboorte van Kim Lee voor maart dit jaar gepland. Maar goed, om een goed product af te leveren moet je jezelf niet haasten. Dus nu, in november 2011, kan Per.verz zijn inmiddels flink gegroeide fanschare eindelijk vergenoegen met een erg sterke plaat.
Qua vocalen gaat Per.verz op dezelfde voet verder als op zijn eerdere projecten. Het gevoel dat hij in zijn teksten legt, gecombineerd met de multi-rijms en een heerlijk vloeiende flow blijft nog steeds verbazen. Dit komt doordat maar weinig andere rappers deze fusering zo goed weten te benutten. Een goed voorbeeld is de track Uit Huis. Op dit nummer rapt hij over zijn voortijdige verlating van het ouderlijk huis. Per.verz geeft zichzelf bloot in de track, en laat zien dat hijzelf eveneens doorheeft dat hij een lastig kind was vroeger. Al schreeuwend, en zelfs bijna huilend, weet hij je met zijn aangrijpende teksten volledig in het nummer mee te slepen op een manier die nog niet is geëvenaard in de Nederlandse hiphopscene (“Ik weet dat in het verleden je vertrouwen in me brak//Maar nu bij elke kleine fout van me snauw je me al af//Vind je het gek dat ik dan geen respect meer heb voor jullie ouderlijk gezag?”).
En ook als Per.verz niet de dramatische kant inslaat weet hij je aandacht erbij te houden. Zo gooit hij er om de zoveel tracks een nummer in dat meer met een korreltje zout moet worden genomen. Maar ook op deze nummers blijven de meerdere-lettergrepen-rijmen en vloeiende flows intact, terwijl hij met zijn teksten ook nog eens vaak een lach op je gezicht weet te toveren (“Spring ik onverwachts naakt in de bruidstaart//Shit ik ga zelfs uit mijn plaat bij een uitvaart” - Partypooper).
Ook op productioneel gebied wordt een hoog niveau gehaald. Waar Per.verz op eerdere nummers verschillende producers te hulp vroeg, wordt nu de hele productionele kant van de plaat gedragen door producer Dimmie Ut Laatste Woord. Verschillende muzikale lagen van synthesizers, gitaren, piano’s en andere instrumenten klinken op eigenlijk elk nummer, zonder dat het chaotisch wordt. De variatie in samples, instrumentatie en drums voorkomt eveneens dat het geheel onorigineel aandoet. Dimmie weet de gevoelens achter de tracks van het album goed te accentueren; op de momenten dat Per.verz nog relatief rustig rapt klinkt de beat eveneens nog enigszins kalm, maar zodra de gastheer volledig losgaat vormen de instrumentaties samen met de vocalen een explosief geheel.
Zo verandert er dus weinig aan de formule die Per.verz gebruikt om zijn muziek te maken. Maar waarom zou je die eigenlijk ook veranderen als de kwaliteit op deze manier gewaarborgd blijft, en het album zo dus een mooie eerste kennismaking kan worden voor nieuwer publiek. Het gevoel dat Per.verz in zijn tracks legt is ongeëvenaard en de teksten vloeien heerlijk zonder af te doen aan de onderwerpen van de nummers. Als de producties dan ook nog eens zo’n hoog niveau bereiken als op dit album kunnen we gerust concluderen dat Per.verz zich kan meten met de besten van Nederland.
Ook hier te lezen.
Qua vocalen gaat Per.verz op dezelfde voet verder als op zijn eerdere projecten. Het gevoel dat hij in zijn teksten legt, gecombineerd met de multi-rijms en een heerlijk vloeiende flow blijft nog steeds verbazen. Dit komt doordat maar weinig andere rappers deze fusering zo goed weten te benutten. Een goed voorbeeld is de track Uit Huis. Op dit nummer rapt hij over zijn voortijdige verlating van het ouderlijk huis. Per.verz geeft zichzelf bloot in de track, en laat zien dat hijzelf eveneens doorheeft dat hij een lastig kind was vroeger. Al schreeuwend, en zelfs bijna huilend, weet hij je met zijn aangrijpende teksten volledig in het nummer mee te slepen op een manier die nog niet is geëvenaard in de Nederlandse hiphopscene (“Ik weet dat in het verleden je vertrouwen in me brak//Maar nu bij elke kleine fout van me snauw je me al af//Vind je het gek dat ik dan geen respect meer heb voor jullie ouderlijk gezag?”).
En ook als Per.verz niet de dramatische kant inslaat weet hij je aandacht erbij te houden. Zo gooit hij er om de zoveel tracks een nummer in dat meer met een korreltje zout moet worden genomen. Maar ook op deze nummers blijven de meerdere-lettergrepen-rijmen en vloeiende flows intact, terwijl hij met zijn teksten ook nog eens vaak een lach op je gezicht weet te toveren (“Spring ik onverwachts naakt in de bruidstaart//Shit ik ga zelfs uit mijn plaat bij een uitvaart” - Partypooper).
Ook op productioneel gebied wordt een hoog niveau gehaald. Waar Per.verz op eerdere nummers verschillende producers te hulp vroeg, wordt nu de hele productionele kant van de plaat gedragen door producer Dimmie Ut Laatste Woord. Verschillende muzikale lagen van synthesizers, gitaren, piano’s en andere instrumenten klinken op eigenlijk elk nummer, zonder dat het chaotisch wordt. De variatie in samples, instrumentatie en drums voorkomt eveneens dat het geheel onorigineel aandoet. Dimmie weet de gevoelens achter de tracks van het album goed te accentueren; op de momenten dat Per.verz nog relatief rustig rapt klinkt de beat eveneens nog enigszins kalm, maar zodra de gastheer volledig losgaat vormen de instrumentaties samen met de vocalen een explosief geheel.
Zo verandert er dus weinig aan de formule die Per.verz gebruikt om zijn muziek te maken. Maar waarom zou je die eigenlijk ook veranderen als de kwaliteit op deze manier gewaarborgd blijft, en het album zo dus een mooie eerste kennismaking kan worden voor nieuwer publiek. Het gevoel dat Per.verz in zijn tracks legt is ongeëvenaard en de teksten vloeien heerlijk zonder af te doen aan de onderwerpen van de nummers. Als de producties dan ook nog eens zo’n hoog niveau bereiken als op dit album kunnen we gerust concluderen dat Per.verz zich kan meten met de besten van Nederland.
Ook hier te lezen.
Per.Verz - Uit de Schaduw (2011)

3,5
0
geplaatst: 16 februari 2011, 14:33 uur
In 2008 manifesteerde Per.verz zich al als een buitengewoon bekwame rapper binnen de Nederlandse hiphopscene. Via zijn site kon je een tiental tracks gratis downloaden die kwalitatief duidelijk boven het Nederlandse gemiddelde lag. Op gevoelige doch recht-voor-zijn-raap-nummers als Lotte en Ik Hou van Jou kwamen zijn ongekend complexe rijmschema’s, sterke terminologie en zijn overtuigende delivery op een natuurlijke manier tot uiting. Dit zorgde ervoor dat hij binnen Nederland meer bekendheid en aanzien verkreeg, maar die tracks vormden geen collectief geheel, gesierd met een cover en een releaseparty. Nu, in 2011, is dit wel het geval met zijn nieuwste mixtape: Uit de Schaduw.
Op deze mixtape gebruikt Per.verz de formule die hem eerder ook respect verschafte; nummers over persoonlijke problemen (niet alleen de zijne), afgewisseld met droge, humoristische tracks. De producties, verzorgd door onder anderen Dopaganda, Y’skid en Greenbiets, sluiten goed aan op deze onderwerpen; bombastische drums en bassen klinken in het brag & boast-nummer Dit Is, terwijl in rustigere nummers als Een Andere Jongen en Waarom de piano- en vioolklanken overheersen. Ook worden de beats voller naarmate Per.verz verder naar een climax opbouwt. Als er in het begin nog zachtjes wordt gerapt klinken de producties kaal met weinig lagen, maar als aan het eind van het nummer het gal op harde wijze wordt gespuwd, hebben de beats datzelfde kaliber, met meerdere lagen van harde drums en samples. Dit zorgt voor een krachtig resultaat door het euforische gevoel dat het met zich meebrengt.
Voorbeeld van het laatste is één van de hoogtepunten van de mixtape: Strijd in Mezelf met Fresku. Hoewel Per.verz begint met een clichématig refrein (“Ga ik het nog halen//Of zal ik nu weer falen?//Oooooh//God ik moet het maken//Toch voel ik zoveel strijd in mezelf”) is dat geenszins representatief voor de rest van het nummer. De sterke teksten over het rapperbestaan (“Eén van de beste, maar hoe zielig is die titel//Want je kent me van tv maar je ziet me in de Lidl”) en de dagelijkse problemen die daar bijkomen vloeien over de beat die, zoals in de vorige alinea al werd uitgelicht, steeds meer lagen kent naarmate beide heren harder beginnen te rappen.
Maar Fresku levert op deze mixtape niet als enige een goede bijdrage. Op het nummer Genieters van het Leven wordt Per.verz bijgestaan door Skenkie, om eigenlijk over helemaal niks te rappen. Het nummer wordt gekenmerkt door het leuke samenspel dat de mannen met elkaar hebben. Om de zoveel regels wordt er gewisseld van rapper, waarna ze elkaar in de maling nemen, coupletten vergeten en elkaars teksten afkraken. Dit resulteert in een aantal grappige momenten en hier heeft de droge, humoristische productie ook zeker een toevoegende waarde in; beginnend met een leuk pianostukje, waarna een herhalend basdeuntje de kern van de beat wordt.
Per.verz bewijst op Uit de Schaduw één van de beste tekstenschrijvers van Nederland te zijn. Doordat hij meerdere rijmklanken in een zin stopt, en zo ongeveer elk woord rijmt met één van de andere gebruikte lettergrepen, flowt hij heel soepel over de beats, zonder af te haken van de essentie van het nummer. De variëteit aan producers zorgt voor de nodige afwisseling op productioneel gebied, en ook de gastartiesten leveren een zeer verdienstelijk product af. Zo is het eerste officiële wapenfeit van Per.verz een sterke geworden. Toch haalt de mixtape niet het niveau van sommige nummers van zijn eerdere werk. Maar een lekker voorproefje voor het eerste volwaardige album dat in maart dit jaar zou uitkomen is het alleszins.
Bron: Hiphopleeft
Op deze mixtape gebruikt Per.verz de formule die hem eerder ook respect verschafte; nummers over persoonlijke problemen (niet alleen de zijne), afgewisseld met droge, humoristische tracks. De producties, verzorgd door onder anderen Dopaganda, Y’skid en Greenbiets, sluiten goed aan op deze onderwerpen; bombastische drums en bassen klinken in het brag & boast-nummer Dit Is, terwijl in rustigere nummers als Een Andere Jongen en Waarom de piano- en vioolklanken overheersen. Ook worden de beats voller naarmate Per.verz verder naar een climax opbouwt. Als er in het begin nog zachtjes wordt gerapt klinken de producties kaal met weinig lagen, maar als aan het eind van het nummer het gal op harde wijze wordt gespuwd, hebben de beats datzelfde kaliber, met meerdere lagen van harde drums en samples. Dit zorgt voor een krachtig resultaat door het euforische gevoel dat het met zich meebrengt.
Voorbeeld van het laatste is één van de hoogtepunten van de mixtape: Strijd in Mezelf met Fresku. Hoewel Per.verz begint met een clichématig refrein (“Ga ik het nog halen//Of zal ik nu weer falen?//Oooooh//God ik moet het maken//Toch voel ik zoveel strijd in mezelf”) is dat geenszins representatief voor de rest van het nummer. De sterke teksten over het rapperbestaan (“Eén van de beste, maar hoe zielig is die titel//Want je kent me van tv maar je ziet me in de Lidl”) en de dagelijkse problemen die daar bijkomen vloeien over de beat die, zoals in de vorige alinea al werd uitgelicht, steeds meer lagen kent naarmate beide heren harder beginnen te rappen.
Maar Fresku levert op deze mixtape niet als enige een goede bijdrage. Op het nummer Genieters van het Leven wordt Per.verz bijgestaan door Skenkie, om eigenlijk over helemaal niks te rappen. Het nummer wordt gekenmerkt door het leuke samenspel dat de mannen met elkaar hebben. Om de zoveel regels wordt er gewisseld van rapper, waarna ze elkaar in de maling nemen, coupletten vergeten en elkaars teksten afkraken. Dit resulteert in een aantal grappige momenten en hier heeft de droge, humoristische productie ook zeker een toevoegende waarde in; beginnend met een leuk pianostukje, waarna een herhalend basdeuntje de kern van de beat wordt.
Per.verz bewijst op Uit de Schaduw één van de beste tekstenschrijvers van Nederland te zijn. Doordat hij meerdere rijmklanken in een zin stopt, en zo ongeveer elk woord rijmt met één van de andere gebruikte lettergrepen, flowt hij heel soepel over de beats, zonder af te haken van de essentie van het nummer. De variëteit aan producers zorgt voor de nodige afwisseling op productioneel gebied, en ook de gastartiesten leveren een zeer verdienstelijk product af. Zo is het eerste officiële wapenfeit van Per.verz een sterke geworden. Toch haalt de mixtape niet het niveau van sommige nummers van zijn eerdere werk. Maar een lekker voorproefje voor het eerste volwaardige album dat in maart dit jaar zou uitkomen is het alleszins.
Bron: Hiphopleeft
Slaine - A World with No Skies 2.0 (2011)

3,5
0
geplaatst: 20 september 2011, 20:37 uur
Samen met Ill Bill en House of Pain liet Slaine bij de groep La Coka Nostra al zien dat zijn raps samengaan met een flinke dosis energie, agressiviteit en opschepperij. Op zijn nieuwste plaat, A World with No Skies 2.0, wijkt hij nauwelijks af van deze rapstijl. Over onheilspellende beats spuwt Slaine zijn gal, met een paar ietwat gevoeligere tracks tussendoor als uitzondering.
De bekende, en ook succesvolle formule dus. Doordat er om de zoveel tracks ook een nummer zonder spierballenraps voorbijkomt blijft het album interessant en wil je niet na een paar tracks al afhaken. Hierdoor krijgt Slaine ook de kans om met een vloeiende en energieke flow zoveel mogelijk agressie en misschien een vleugje depressie (“I close my eyes and see myself hanging in the basement//Dangling my legs, veins straining in my head”) kwijt te raken.
Dit alles doet hij over producties waar de melancholie vanaf spat. Met een flink arsenaal aan onheilspellende viool- en pianoloopjes, gitaarrifjes en bombastische drums staat Slaine niet alleen in zijn donkere wereldbeeld. De beats ondersteunen hem perfect en variëren genoeg tussen opbouw en instrumentatie, zonder de aandacht van de gastheer af te pakken.
Er zijn op A World With no Skies 2.0 dus niet veel smetjes te vinden. Het enige beklagenswaardige aan de plaat zijn de gezongen refreinen die vaak op de emotionelere tracks voorbijkomen. Omdat er een te groot contrast is tussen deze refreinen (gezongen door onder anderen Everlast, Cyrus Desheild en Son of Skam) en de raps van Slaine klinken ze nogal misplaatst. Vaak is dit al reden genoeg om deze tracks te skippen, wat jammer is, want Slaine laat door een enigszins geëmotioneerde intonatie op te zetten ook op deze nummers vaak een sterk staaltje raps horen.
Maar goed, op een zestien tracks tellende plaat zijn deze paar misstappen te vergeven. Het merendeel van de nummers klinkt erg energiek, al zullen de agressieve raps na een tijdje vast enigszins beginnen te vervelen. Hierom moet je het album niet constant op repeat hebben staan. De plaat is daarentegen wel zeer geschikt om te dienen als uitlaatklep in momenten van boosheid.
Ook hier te lezen.
De bekende, en ook succesvolle formule dus. Doordat er om de zoveel tracks ook een nummer zonder spierballenraps voorbijkomt blijft het album interessant en wil je niet na een paar tracks al afhaken. Hierdoor krijgt Slaine ook de kans om met een vloeiende en energieke flow zoveel mogelijk agressie en misschien een vleugje depressie (“I close my eyes and see myself hanging in the basement//Dangling my legs, veins straining in my head”) kwijt te raken.
Dit alles doet hij over producties waar de melancholie vanaf spat. Met een flink arsenaal aan onheilspellende viool- en pianoloopjes, gitaarrifjes en bombastische drums staat Slaine niet alleen in zijn donkere wereldbeeld. De beats ondersteunen hem perfect en variëren genoeg tussen opbouw en instrumentatie, zonder de aandacht van de gastheer af te pakken.
Er zijn op A World With no Skies 2.0 dus niet veel smetjes te vinden. Het enige beklagenswaardige aan de plaat zijn de gezongen refreinen die vaak op de emotionelere tracks voorbijkomen. Omdat er een te groot contrast is tussen deze refreinen (gezongen door onder anderen Everlast, Cyrus Desheild en Son of Skam) en de raps van Slaine klinken ze nogal misplaatst. Vaak is dit al reden genoeg om deze tracks te skippen, wat jammer is, want Slaine laat door een enigszins geëmotioneerde intonatie op te zetten ook op deze nummers vaak een sterk staaltje raps horen.
Maar goed, op een zestien tracks tellende plaat zijn deze paar misstappen te vergeven. Het merendeel van de nummers klinkt erg energiek, al zullen de agressieve raps na een tijdje vast enigszins beginnen te vervelen. Hierom moet je het album niet constant op repeat hebben staan. De plaat is daarentegen wel zeer geschikt om te dienen als uitlaatklep in momenten van boosheid.
Ook hier te lezen.
Zieke Zuiden (2011)

4,0
0
geplaatst: 25 december 2011, 13:25 uur
Toen de Amerikaanse hiphopscene rond 1990 in haar puberperiode zat, bestond er een flinke distinctie tussen de muziek van de verschillende leefgebieden. Westcoast, Eastcoast en The Dirty South hadden elk haar eigen manier van rappen en produceren. Hier in ons bescheiden hiphoplandje is het verschil nog niet zo goed te merken, maar toch zijn er flink wat provincies met ieder haar eigen rappers die hun woonplaats representeren; Rico en Sticks in Zwolle, Dret & Krulle in Amsterdam en Winne en U-Niq in Rotterdam. Ook zuidelijk Nederland heeft inmiddels een sterk legioen aan MC’s; Brabander Extince stond zelfs aan de wieg van hiphop in Nederland. Nu, in 2011, zijn de beste rappers uit het zuiden van Nederland bijeengebracht voor een album dat bol staat van zachte g’s en trots op de Nederlandse gedeeltes beneden de rivieren.
Lees verder op Hiphopleeft.
Lees verder op Hiphopleeft.
