MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten guitarwally als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Arcade Fire - Funeral (2004)

poster
5,0
Funeral is een puzzel. Eentje met heel veel stukjes die soms heel erg op elkaar lijken. Toen ik deze plaat voor de eerste keer hoorde, kon ik er dus echt geen chocola van maken. Overal komen melodieën vandaan, opgejaagde strijkers, tempowisselingen en daarbovenop schreeuwt er een oude boer alsof hij kak in zn broek heeft. Te veel puzzelstukjes.

Maar hoe is ons geleerd om een puzzel te maken? Juist! Eerst de hoekstukjes en de zijstukjes. Alleen is dat bij een puzzel wat gemakkelijker, omdat die stukjes makkelijk te herkennen zijn. Bij deze plaat was het voor mij echter even zoeken. Ik had een uitgangspunt nodig, dat in (bijna) elk liedje naar voren komt. De gitaarriffjes vond ik te random en van het gekrijs van Win Butler werd ik ook al niet warm of koud. De eerste paar luisterbeurten waren voor mij dan ook lastig om door te komen.

Toch vond ik uiteindelijk mijn zijkanten en hoekpunten. Het ritme! In (bijna) elke nummer zit wel een heel steady beat, die meestal het hele nummer lang hetzelfde blijft. Langzaam maar zeker kreeg ik een kader, waarin ik Funeral moest gaan benaderen. De ronkende bas, die op veel plaatsen toch de drums volgt, verstevigd het kader, en weet het op sommige plaatsen al wat in te vullen. De wat eclectische gitaarpartijen vallen ook nu wat meer op zn plaats en uiteindelijk is zelfs de zang weet ik nu te vertalen tot emotie(!). Door de enorme hoeveelheid aan strijkers, en weet ik veel wat ze nog meer aan instrumenten op deze plaat hebben weten te wurmen, heb ik nu nog steeds wat puzzelstukjes over. Het leuke is dan nu juist om te proberen, en te meten, stukjes weg te halen, om weer andere voor terug te plaatsen, enzovoort. Eigenlijk wil ik nooit klaar zijn met deze puzzel.

Arctic Monkeys - Suck It and See (2011)

poster
4,5
Ik verlang altijd heel erg naar het nieuwe album van de Arctic Monkeys. Toch blijken de verlangens altijd een andere richting uit te gaan dan het album zelf. Alleen bij Whatever People Say was het liefde op het eerste gezicht, en het is waarschijnlijk nog steeds diezelfde liefde die ervoor zorgt dat ik de opvolgende albums niet meteen in een hoek smijt, als ze niet klonken als hun voorganger. Hoewel, eerlijk gezegd doe ik dat wel, alleen zorgt de liefde er voor dat ik de albums weer uit de hoek pak, en een nieuwe frisse kans geef (misschien wel 2!).

Om nog een beetje voor mezelf op te komen; album 2 en 3 hadden ook wel redenen om in de hoek te belanden. Toen ik hoopte op een 2de puberale Whatever People Say, werd ik geconfronteerd met het duistere en angstaanjagende My Favourite Worst Nightmare. Toen ik die eenmaal gewend was maakte het mij niet meer zo veel uit hoe de derde zou klinken, zolang het maar rock was. Een grote tweede teleurstelling onderging ik dus toen Humbug aan elkaar hing van de experimentele frutsels. Ik nam mij dus voor om dit keer dan maar helemaal geen verwachting te hebben voor de nieuwe Arctic Monkeys.

Toch lag ook Suck it and See na een aantal luisterbeurten in de hoek. Mijn grootste kritiek punt was dat het allemaal veel te dromerig klonk. Gloomy gitaargeluiden en een nette ritmesessie was niet iets dat mij de Arctic Monkeys hoorde, vond ik. Ze hadden hun brutaalheid verloren, eigenlijk datgene dat zo karakteristiek was aan hen.

Het was toch weer de oude en onsterfelijke liefde voor Whatever, waardoor Suck it and See zijn weg terug vond naar de CD-spelert. Ik ben toch niet gewend geraakt aan de sound. De reden dat ik deze plaat toch nog kan beoordelen met een ruime voldoende is, dat onder dat dromerige geluid eigenlijk best wel goede liedjes verborgen zitten.

Het meest awesome nummer van dit album is natuurlijk het 142 seconde durende Library Pictures. Het rockt wel zo hard dat het eigenlijk een beetje het vreemde eendje op dit album is op dit album (het had ook zo op My Favourite Worst Nightmare kunnen staan). De andere echte rocknummers doen mij echter een beetje tegenvallen. De nummers Brick By Brick en Don't Sit Down 'Cause I Moved Your Chair (waar we van tevoren al kennis mee mochten maken) vind ik gewoon hulpeloze nummers wat mij ertoe doet besluiten dat dit geen echte rockplaat is.

Maar dat is niet erg. De kracht van deze plaat ligt dan ook in de nummers zoals Black Treacle en Reckless Serenade (die laatste is eigenlijk een typisch AM nummer, maar is vanwege het irritante gitaargeluid niet als zodanig te herkennen). Het zijn lekkere popy nummers die rustig voortkabbelen en waarbij de schoonheid ook niet direct opvalt als je het als achtergrondmuziek gebruikt. Pas als je goed luistert kun je eigenlijk niet anders dan zeggen: “hm, ja, tja, eigenlijk is dat best wel een aardig nummer.”

Mijn allerlaatste conclusie? Ik ben stiekem de hemel dankbaar dat ik NIET naar Lowlands ga. Waarom? Het beste nummer deze CD hebben ze heel stiekem geplaatst aan het eind en heet That's Where You're Wrong. Nu is dit nummer goed omdat het een een bepaald karakter heeft wat heel dramatisch en afsluitend klinkt. En stel je nu eens voor dat AM de afsluiter is van de dag (of van het festival) en je hebt een heel gezellige dag (of festival) achter de rug met je beste vrienden. Vervolgens eindig je met de Arctic Monkeys die (heel misschien) wel als laatste nummer That's Where You're Wrong spelen. Vanwege het dramatische karakter zou ik dan nooit meer deze plaat kunnen draaien zonder aan Lowlands te denken en hoeveel beter daar alles was in vergelijking met nu. Ik zou ontzettende heimwee krijgen en deze plaat dus niet meer kunnen draaien. Ik moet kiezen tussen Suck it and See of het festival. Weet je wat? Suck it. Ik ga voor de plaat.

Coldplay - LeftRightLeftRightLeft (2009)

Alternatieve titel: Left Right Left Right Left

poster
5,0
Dit is een live album. De liedjes kennen we allemaal al, en het enige wat er anders is, is dat de zanger ons soms toeroept. Als ik dit album hoor, sta ik weer in het koude gras in het goffertpark. Voor mij staan twee mensen waar ik niet over heen kan kijken, maar als ik op mijn tenen ga staan, zie ik nog net voor 1 seconde Chris Martin. Toch beleef ik de waanzinnigste en vetste show ooit en ben nog dagen compleet overdonderd door het gevoel dat ik zoiets heb meegemaakt. Het enige wat ik kon zeggen tegen mijn ouders, na de vraag hoe het was: 'wow'.

Ik beoordeel dit album dus niet op het aantal foutjes, de hier en daar magere zang en de rommeligheid. Ik beoordeel dit album op het meemaken van dit album. Ik beoordeel dit album op koude en pijnlijke voeten, na 5 uur wachten in de kou. Ik beoordeel dit album op kramp in mijn nek van het naar boven kijken.

Ik geef dit album de 5 felste en eerlijkst-verdiende sterren die ik ooit op deze site zou kunnen geven.

Coldplay - Mylo Xyloto (2011)

poster
4,0
Ik ben bang dat deze review een beetje onderop alle negatieve comments raakt, maar ik heb het beloofd. Hierbij:

We moesten er een aantal jaar op wachten, maar begin dit jaar was het dan zo ver. Het nieuwe album van Radiohead kwam uit! Omdat vele muziekliefhebbers helemaal kapot gingen van de zenuwen besloot ik ook maar eens een luisterpoging te wagen. En het was verschrikkelijk. Iemand was op een synthesizer in slaap gevallen en na een half uur hadden ze de band afgezet. Maar toen ik mijn mening uitte tegenover mijn vrienden, zei er een: “Ja, maar wat wilde je dan? Een nieuwe OK Computer? Nog een In Rainbows?”

En hetzelfde wil ik zeggen tegen diegene die dit album afkraken. Ja, misschien wilde ik ook wel een nieuwe Parachutes of nog een A Rush Of Blood To The Head, maar dat is het duidelijk niet geworden. Dat is dan geen reden om dit album slecht te vinden, we moeten er immers nog eerst achter komen waarom Coldplay in hemelsnaam met zo'n album aankomt.

Om die vraag te beantwoorden wil ik eerst terug naar de jaren zestig en ons voornamelijk richten op de producer Phil Spector. Deze wist met minimale instrumenten een zeer vol geluid te creëren en als er dan ook nog strijkers tot zijn beschikking waren, kon hij helemaal los. Alleen duurden zijn nummers nooit langer dan 4 minuten en door het vaste stramien kun je een nummer van Phil Spector altijd zeer goed herkennen.

Een soort zelfde trend zie ik tegenwoordig terug komen in de muziek. Veel mensen hebben geen tijd meer om zelf muziek aan te zetten of om er zelfs maar over na te denken. Als artiest wordt je daarom gedwongen om een nummer te maken dat zó simpel en zó pakkend is, dat wanneer het 1 keer op de radio komt, het al gelijk meegezongen kan worden of op zijn minst blijft plakken. Het probleem dat hierbij ontstaat, is dat de nummers totaal geen diepgang meer hebben, en dus al na 2 keer luisteren beginnen te irriteren. De producers van tegenwoordig hebben dat probleem opgelost door de oude Phil Spector-truc toe te passen. Door het nummer te laten dragen op 1 saai, maar duidelijk ritme en er vervolgens enorm veel strijkers overheen te gooien, klinkt het net alsof het nummer nog wat inhoudt. Een trend die mij bijna doet braken.

Terug naar Coldplay. Wat veel mensen (correct) hebben opgemerkt, is dat het bandje wat eerst van die mooie breekbare liedjes maakte, nu ook over is gegaan op de Phil Spector-truc. De echte muziekliefhebbers herkennen de trend, doen dit album af als commercieel, geven het een laag cijfer en gaan over tot de orde van de dag. Ik niet. Ik neem niet genoegen met zo'n antwoord. Ik wil de reden weten waarom Coldplay op deze trend is overgegaan!

Maar ver hoef ik niet te zoeken. Als ik het gemiddelde 3FM nummer naast dit album leg, valt het mij toch zeker op dat (hoewel de stijl dus gelijke trekken vertoond) het nummer van Coldplay toch echt van hogere kwaliteit is. Ik concludeer hieruit dat ze dus niet totaal zijn afgezwakt en dat het nog steeds dezelfde band is als van de mooie breekbare liedjes van Parachutes.

Ik denk dat wij daarom enorm blij mogen zijn. De meeste dingen die wij als muziekliefhebber beluisteren zijn van zulke kwaliteit dat het niet altijd even simpel is, en daarom maar door een kleinere groep wordt leuk gevonden. Zoiets noemen wij underground. Coldplay is ook een band die oorspronkelijk uit de underground komt en nu aan het oppervlak is gekomen. Wat ik dus merk, is dat Coldplay toch nog een deel van de undergroundsound heeft weten te behouden. Deze undergroundsound komt dus ook onbewust terecht bij de mensen waarbij muziek een haast geen rol meer speelt. Coldplay is bezig zichzelf op te offeren om 'het volk' een culturele opvoeding te geven.

Damien Rice - O (2002)

poster
4,5
Rock and Blues. Dat is zo ongeveer waar ik uit besta. Toch gaat een man daar uit eindelijk om vervelen en zoekt mogelijkheden om zijn horizon te verbreden. Mijn dronken buurman zei daarom twee jaar geleden dat ik maar een keer Damien Rice moest gaan beluisteren. Hij dwong mij om met zijn nieuwe stereo wat voorproefklanken te laten horen en ik vond het verschrikkelijk. Een half jaar geleden was ik eindelijk volwassen en vond het daarom nodig om deze artiest nog eens te proberen. En!? Verslavend! Geniaal!

Delicate: Ah, heerlijk. Moet ik meer zeggen? Paar simpele akkoordjes en iemand die met een accent zingt over ons, lekker alleen wij en niemand anders. Heel kinds, heel spannend. Hij durft bijvoorbeeld niet luidt te spreken wanneer hij fluistert: “We might make love”. We dromen vijf minuten lang tot meneer Rice opeens zijn stem verheft om zijn frustratie te uiten wat niet echt overkomt maar juist past in een dromerige climax. Samenvattend: Ah, heerlijk.

Volcano: Plots worden we overvallen door strijkers. Wat is dit? Terwijl Damien weder een verhaal ophangt over liefde of zoiets onbelangrijks verbaas ik mij de voor mij nieuwe soort productie. Ik moet toch besluiten dat het nummer wel redelijk goed grooved, dus we accepteren het. Ook worden we nog lekker getrakteerd op het gehijg van een vrouwelijke zangeres, wat nooit weg is. Vooral het einde van dit nummer is enigszins verslavend op een ondefinieerbare wijze.

The Blower's Daughter: Ah, heerlijk. Ik denk wel het beste nummer van het album. Vooral de manier waarop ie zingt dat hij verslaafd is aan het kijken naar vrouwen voelt heel oprecht. De strijkers passen hier wel goed en zijn (zowaar!) een aanvulling. Beetje rare dynamiek, maar ook iets dat op een rare manier 'klopt'. Alleen het stukje van Lisa is een beetje een mislukte “stoplap” om naar een hogere toonsoort te kunnen gaan zodat Rice beter kan hijgen.

Cannonbal: Een heerlijke overgang naar dit nummer. Gelijk worden we omringd door een fijn gitaarrifje waarop weer mooi overheen gehijgd kan worden. “There's still a bit of your taste, in my mouth.” Beetje creepy, toch heel mooi. Toch benauwd de productie hier mij een beetje. Het lijken een stuk of 3, 4 acoustische gitaren allemaal een net ander riffje te spelen, waar ik genialiteit moeilijk van kan inzien.

Older Chests: Elke keer als dit nummer begint is het net alsof ik wakker wordt, het klinkt opeens fris en helemaal klaar om te gaan. Toch is dit wel het punt op het album waarop ik genoeg krijg van de acoustische gitaren en vooral van de strijkers. En vooral in dit nummer passen de strijkers en echt voor geen meter bij. Ze zorgen ervoor dat dit hele album een beetje droog gevoel krijgt, en naar meel gaat smaken. Ik krijg hier echt behoefte aan een lekker sappige piano die wat noten speelt of wat akkoorden neerlegt.

Amie: Heerlijk nummer dit. Ik ga hier geen kritiek geven aan de strijkers (want die zijn hier nog redelijk aan te horen) maar aan de irritante geluidseffecten. Nutteloos en verkrachten hier het gevoel van het nummer. Oh, en dat eind duurt echt 3x te kort!!

Cheers Darlin': Ah, heerlijk! Nog een nummer met 'het-beste-nummer-van-het-album' potentie. Rustig begin met het vreselijke ongeloof. Waarom trouwt ze met haar? Weet ze wel wat ze me aandoet? Hoe kan ze dit zo gemakkelijk vergeten? Het was zo speciaal wat wij hadden! Het was ongeëvenaard. Die ene zomer, die ene nacht. Hoe kan ze dan zomaar daar staan, met die glimlach, als wij.. Als wij... Ben ik nog wel wat tot haar? Wat betekende die nacht nu voor jou? Lag het aan mij? “I should have kissed you, when we were running in the rain.” “I should have kissed you, when we were alone.” Dronken, doodongelukkig, schreeuwend en suïcidaal zwalkend over straat om het lege huis te vinden waar je vandaan kwam.
Oh, en ik krijg elke keer een zieke aandrang om te roken bij de zin: “You gave me three cigarettes to smoke my tears away.” Is dat erg raar?

Cold Water: Krijg ik eindelijk mijn zin en gebruiken ze een piano, is het een kutnummer. Het begint met wat redelijk potentie, maar het lijkt alsof Damien echt geen zin meer had om het nummer fatsoenlijk af te sluiten.

I Remember: Ah, heerlijk. Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Lisa zit in haar appartement en denkt over de tijden dat hij nog wel eens langs kwamen. Vage herinneren over door de regen heen met de taxi, op weg naar een dampende kroeg waar hij speelde. Zij had de hele avond achterin gezeten en naar hem gekeken, hoe hij met finesse en gevoel maar toch met kracht zijn gitaar zat te bespelen. Zij was na het optreden direct weggegaan, omdat ze hem niet aan durfde te spreken. Nu zit ze hier in dit appartement, nog steeds dampend van eeuwige regen, erop te wachten, erop te hopen dat hij nog eens langs komt.
Damien zit in de kroeg waar hij heeft gespeeld die avond. Iedereen is al weg, en de barman vraagt of hij nog een laatste drankje moet. Hij kijkt naar achter, waar zij die hele avond zat, waar hij de hele avond naar gekeken heeft, en voor gespeeld heeft. Weet ze dan niet, dat het allemaal voor haar was? Waarom ontliep ze mij? Wat wil ze nu? Hij weet het niet meer. Nog een borrel. Nog meer frustratie.

Eskimo: Eigenlijk een heel doorsnee “O” nummer. Het heeft het gehijg, de acoutische gitaren en de strijkers. Het nummer doet mij daarom niet zo heel veel, maar is daarom zeker niet onaardig.

Dan komt er nog een heel erg slecht nummer waarvan ik maar doe alsof ik het niet gehoord heb om dit album zijn welverdiende 4,5 ster te behouden. Het sluit af met een alternatieve versie van Silent Night. Ik ben zo lui, dat ik nog nooit hier goed op de tekst het gelet, maar het is muzikaal een fijne afsluiter, mede vanwege de geweldige stem van mevrouw Hinnigan.

Het eindoordeel is dat ik van al die droge strijkers echt ontzettende dorst heb gekregen en nu even een dikke bluesy piano solo nodig heb, om dit weg te krijgen. Is het dan zo slecht? Nee, integendeel! De nummers zijn op zichzelf echt geniaal, alleen omdat het hele album sterk dezelfde sound heeft, is het soms wat lastig om je aandacht erbij te houden.

Elbow - Build a Rocket Boys! (2011)

poster
4,5
Dan is het 2011 en al vroeg in het jaar worden wij getrakteerd op een nieuw album van Elbow. Als goed muziek criticus pakken wij de plaat van 3 jaar geleden erbij (The Seldom Seen Kid) en na een paar luisterbeurten komen wij tot de conclusie dat Elbow er toch op achteruit is gegaan. Build A Rocket Boys! blijven we toch nog een paar weken beluisteren eer hij de platenkast in gaat. Heel misschien zullen we dit album over een paar jaar weer uit de kast trekken en afstoffen om tevreden vast te stellen dat onze conclusie nog steeds geldt, en we dit album dus correct hebben beoordeeld.

Ja. Of niet. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit het allereerste album van Elbow is dat ik heb beluisterd. Maar eigenlijk is het erger. Op een vroege lenteavond verveelde ik mij en zocht ik in de rotatielijst naar een leuk album. Dat album met die rare eend op de hoes stond al enige tijd op nummer 1 en omdat ik toch niks beters te doen had, wilde ik me er wel aan wagen. De meeste mensen die kritiek op dit album hadden op MuMe, hadden nou ook niet een goede muzieksmaak en vanwege de hoes dacht ik echter dat dit springerige en nonchalante poprock/rock n roll zou zijn (ducks rock, you know...).

Oh. Oeps. Tijdens het beluisteren van de The Birds heb ik serieus de volle acht minuten gewacht op de climax waarna het tempo zou gaan verdriedubbelen. Toen Lippy Kids vervolgens in werd gezet kreeg ik door dat mijn hoes-indruk toch de verkeerde was. Heb het maar uitgeluisterd maar vond er niet zo veel aan (nee, duh, als je rock n roll verwacht en je krijgt Elbow...).

Maar ja, ik had in die tijd echt weinig te doen denk ik, want ik heb dit album toch nog een aantal keer opgezet en man man man. Die climax tijdens The Birds, wanneer hij zingt “Looking back is for the birds” waarbij die laatste twee woorden weer het begin moeten aanduiden. Die tekst van Lippy Kids, je ziet hem al bij het raam terugdenken aan vroeger en aan de liefdes van toen als hij zingt “You were like a freshly painted angel, walking on walls.” Die pedal-bass (een aangehouden bastoon terwijl de akkoorden wel veranderen) tijdens het refrein van Neat Little Rows. Die droefenis bij Jesus Is A Rochdale Girl als hij realiseert wat de reden is waarom zijn vrienden nog langs komen “Got a house that you can smoke in, so all my friends found me.” En ik zie die Guy Garvey altijd voor me als hij The Night Will Always Win begint met “I'll throw this to the wind” aan kust zingend tegen de krachtige windstoten.

Dus? Beste album van 2011? Nou, nummers als The River en de reprise zijn wel goed voor plaspauzes. Ook worden alle nummers een beetje eentonig als je het te vaak luistert. En live was Lippy Kids (dat nummer dat hier wordt gezien als het beste van de plaat) echt enorm saai. Tijdens dat concert (pinkpop 2011, voor degene die dat wilde weten) kon ik ook mijn vrienden er haast niet van overtuigen dat dit toch wel een van de beste bands van de afgelopen 10 jaar is. Maar het belangrijkste is dat dit album mij daarvan wel kon overtuigen. Dus dit album krijgt bij mij geen stoffig plaatsje in de kast als “de mindere op volger van The Seldom Seen Kid”. Nee, dit is de magnifieke manier waarop ik een van de beste bands van de afgelopen 10 jaar heb ontdekt, Elbow.

Elbow - The Seldom Seen Kid (2008)

poster
4,5
Er zijn soms van die albums die mij niet los willen laten. Hoewel ik al ze al lang beoordeelt heb, er al helemaal klaar mee ben en al compleet gek ben van iets nieuws. Op de meest random momenten popt er een liedje op in mijn hoofd, en vraag ik mij af of ik niet iets gemist heb, of ik de 50 minuten veel briljanter had kunnen interpreteren. Dit hoeven niet eens albums te zijn die ik heel erg goed vind, en ik probeer nog steeds een connectie tussen deze platen te vinden. Tot nu toe zonder resultaat.

The Seldom Seen Kid van Elbow is dus een plaat die mij in mijn slaap nog niet eens met rust laat. Met 3,5 ster (omgerekend dus een 7 voor een rapportcijfer) zou ik liever ook wel door willen met iets anders, maar ik heb geen keus. Tijdens een saaie les/college tik ik het ritme van The Bones Of You, tijdens een autoritje zweer ik dat de banden One Day Like This zingen en tijdens een etentje begon ik al bijna mee te zingen toen ik dacht dat mijn tafelgast Grounds For Divorce inzette. Heb ik dit album verkeerd beoordeeld en probeert het universum mij te zeggen dat ik het opnieuw moet proberen?

Nu geloof ik daar naar natuurlijk geen snars van, maar als ik dit album opnieuw moet beluisteren, zodat het album mij stopt met stalken, doe ik het met liefde. Om er zelfs helemaal vanaf te zijn zal ik een recensie schrijven, zodat ik zeker weet dat nu wel helemaal klaar ben met deze plaat.

Waarom krijgt dit album dan maar een 7 van mij? Als ik het album opzet ben ik het al gelijk oneens met mezelf. De eerste 4/5 nummers zijn namelijk echt van hoge kwaliteit. Meestal ben ik muziek gewend die het goed doet met avonden en eenzame momenten maar dit is juist muziek voor de vroege ochtenden. Je schoenen zijn nat van het ochtenddauw, de vroege zon probeert je hulpeloos te verwarmen en je bent voornamelijk bezig met het afvragen hoe je je voelt na die lading alcohol van gisteravond. Op wat vogels en vroege mensen met hoofden van 100 kilo na is het bijna stil. Je snakt naar koffie. Vervolgens glimlach je maar wat en hoewel je eigenlijk niet rookt, steek je maar een sigaret op terwijl je zingt: “Straight to my head like the first cigarette of the day”.

Ik weet niet precies wat er toen met Elbow gebeurde. Ik denk dat toen de kater toesloeg en ze het proces van liedjes schrijven hebben afgeraffeld. Weather To Fly, Some Riot en vooral The Loneliness of a Tower Crane Driver vind ik niet zozeer lelijk, maar wel ontzettend saai. Geen spannende arrangementen en geen huppelende melodielijn die benieuwd is naar de rest van de dag, zoals ik van de eerdere nummers gewend ben. Tussendoor komt nog wel One Day Like This langs, die weer een kater in zijn volle glorie beschrijft. Tevens dankzij de mooie zin “If you think I wink I did” en het mooie refrein blijft dit toch wel dé favoriet van dit album.

Nu wil ik er toch vanaf zijn! Een lelijk album is dit zeker niet, maar er zijn momenten geweest wanneer ik erover nadacht om een straatverbod aan te vragen. Laat mij met rust! Alhoewel... Er zullen altijd momenten zijn dat je wakker wordt met een droge mond en je aan de tandpasta in je gezicht merkt dat je gister je mond niet kon vinden. De weinige zonnestralen die je kamer binnenkomen lijken wel laserstralen en het geluid van je eigen ademhalen klinkt als het opstijgen van een straaljager. Je snakt naar koffie. Wat is er op dat moment fijner dan te denken “Blinking in the morning sun Shaking off the heavy one Heavy like a loaded gun” en (hoewel je eigenlijk niet rookt) tevreden een sigaret op te steken..?

Interpol - Turn On the Bright Lights (2002)

poster
4,0
Wat een dag. De hele dag heeft de zon zich niet laten en vervolgens begint het ook nog eens te regenen. Ik heb anderhalf uur voor niks naar nergens gereisd en nu blaas ik weer mijn eigen aftocht naar een stad waar ik ook niks te zoeken heb. En dan nog eens die snijdende wind!

In de trein volg ik de regendruppels die zich gezamenlijk over de lengte van de lege coupe bewegen. Het is 's middags, maar de lucht wordt alleen maar grijzer. Zelfs de intercity waar ik inzit heeft zich verschuilt achter een traag rijdende stoptrein. De conducteur, de mensen die bij de spoorwegovergang zie wachten en ik, we hebben allen deze hulpeloze dag al opgegeven. We willen dat iemand weer gewoon het grote licht aandoet.

Zodra ik Interpol opzet, gebeurt er iets raars. De voorbijtrekkende wereld wordt nog 3 tinten grijzer, mijn medepassagiers kijken nog onvriendelijker en de trein heeft 10 minuten extra vertraging. Maar het boeit mij allemaal des te minder. Ik hoop ten zeerste dat ik mijn aansluiting mis. Dat ik gedoemd ben om te wachten op dat moedeloze station. Dat de kou zich de weg vindt onder mijn jas. Dat de ijzige regen traag mijn nek in rolt. Dat de wind mij de tranen uit de ogen slaat.

Aangekomen op station Amersfoort zie ik mijn trein net wegrijden. Volgende komt pas over halfuur. En oh ja, ook die heeft weer de nodige vertraging.

Oh, wat een verrukkelijke, hulpeloze, grijze dag.

Jeff Buckley - Grace (1994)

poster
5,0
De albums die boven deze staan in mijn persoonlijke top tien hebben allemaal iets extra. Een verhaal, een grote plaats in de muziekgeschiedenis of ze doen mij gewoon denken aan betere tijden. Dit album heeft echter niets van het bovenstaande en ben ik gewoon uit nieuwsgierigheid gaan luisteren omdat ie zo hoog stond in de top 250 en ik er eigenlijk nog nooit van gehoord had. Vervolgens werd ik zo intens van mijn stoel geblazen dat het nu nog steeds pijn doet. Muzikaal gezien vind ik dit daarom misschien wel het beste album ooit gemaakt en zo heb ik besloten om eens een review te gaan schrijven.

Mojo Pin: Ik lig in mijn bed en luister voordat ik ga slapen nog even een vers gedownload album. Met wat rare effecten wordt het eerste nummer ingeleid en de eerste klanken slaat me al frontaal op mijn bek. I'm lying in my bed, the blanket is warm. Vervolgens wordt ik meegesleept op een tour met een mij onbekend doel en de stem van Jeff Buckley als gids, die hier duidelijk eerder is geweest. Er zijn vele verleidingen maar ik probeer zo goed als het kan mijn gids te volgen, die opeens stopt, zich omdraait en begint te schreeuwen dat hij verdwaald is en dat er geen weg terug meer is. De bas en drums nemen het over en het mondt uit in schreeuwende doodsstrijd tussen Jeff en zijn band die uiteindelijk eindigt in de stille dood van beide.

Grace: Nog niet helemaal bijgekomen van het vorige nummer staat Jeff alweer klaar om verder te gaan. Het begint vrolijk met een gezellig gitaarriffje, maar al gauw slaat dat weer om in een diepe worsteling met zichzelf. In plaats van om vergeving te vragen, tekent Jeff zichzelf uit en probeert alle problemen daarop af te wenden. Uiteindelijk is het Jeff zelf die het hardst schreeuwt om zijn eigen vernietiging. Een schreeuw die bijna naadloos over gaat in een schreeuw om zijn pijn.

Last Goodbye: Jeff moet nu gedag zeggen. Afscheid voor altijd. Bang voor zijn eigen tranen heeft hij een band meegenomen die hem door dit zware moment moet helpen. Het lijkt te lukken. Heel rustig en kalm weet Jeff ons de kern mee te delen: This is our last goodbye. Vlak voor het eerste refrein moet hij wel een beetje slikken, maar dan schijnt het weer goed te gaan. Wederom kalm en rustig kussen wij onze goede vriend en nemen aan dat het definitief is. Met nog 1 minuut op de klok trekt Jeff het dan toch niet meer. Hij kijkt op en smeekt ons om te blijven, het moet goed kunnen komen. Tevergeefs zoekt hij nog naar goede argumenten maar het is al te laat. We moeten gaan, het volgende nummer wacht.

Lilac Wine: Een rustpunt tussen de rustige nummers. We kunnen hier even onze ogen droog maken terwijl Jeff ons vertelt dat hij iemand mist, en zich daarom verdooft door te veel drank. Niet zo gepassioneerd want hij weet dat hij toch niet terug kan, en heeft dat al aangenomen.

So Real: We vinden Jeff in een donkere bedompte kelder waar hij zonder shirt zijn gitaar bespeelt als laatste redmiddel. Hij weet het namelijk niet meer, vooruit of achteruit is geen optie meer terwijl hij langzaam wordt weggetrokken in zijn eigen duisternis. Door de zware druk op zijn borst wordt hij gek en rent rond door de kelder wat niks helpt en het ingesloten gevoel juist vergroot. Met elke zenuw geprikkeld zakt hij langzaam op de bank en heel zacht komt het over zijn lippen: I love you.

Hallelujah: Jaja, die kennen we wel. In elke film gebruikt en wordt daarbij elke anderhalf jaar verkracht door een meisje met piano of gitaar wat wordt gekocht door mensen die niet weten dat het een cover is. Staat toch op het album, dus we worstelen er ons wel voor deze keer even doorheen.
Een zucht. Met enigszins verplichte kalmte en een afgeragte telecaster speelt Jeff het nummer en lijkt echt(!) te weten wat hij zingt. Geen lofzang, zoals mij altijd vertelt is, nee, nee. It's not somebody who has seen the light, it's a cold and it's a broken hallelujah. De laatste zucht van een intiem orgasme. Toch is het te saai om al die verzen achter elkaar op te zeggen en dus krijgen we een break. Ik luister die break nu voor de 10000ste keer en toch springen er weer(!) tranen in mijn ogen. Misschien niet geniaal, maar zo onbeschrijfelijk mooi, dat ik er geen woorden aan ga vuil maken.

Lover, You Should've Come Over: Het op een na beste nummer aller tijden. Ja? Nee, je hebt gelijk, te weinig eer. Ik schaam mij niet als ik zeg dit gewoon het mooiste nummer is ooit door een mens geschreven. Angstaanjagende geluiden vullen de eerste pakweg 50 seconden en daarom voelt het bevrijdend wanneer de gitaar invalt, en een orgel en een basdrum met zicht mee brengt. De offbeat akkoordwisseling raakt mij erg diep terwijl je ook nog je aandacht moet richten op de beeldende tekst. Na coupletten krijgen we een opwarmertje en met kracht begint het refrein. Alles doet mee in een raar akkoordenschema en na een wedstrijd van wie het eerst boven is en beneden gekomen loodst de stem ons in rustig water. De volgende twee coupletten beginnen en eindigen in complete waanzin. Geschreeuw, gekrijs, verlangen, je had moeten komen, je moet komen, je kan nog komen, maar je komt niet. Je komt nooit meer.

Corpus Christi Carol: Ik wist nooit goed wat ik hier mee aan moest, omdat ik niet goed de bedoeling snapte. Het deed me denken aan hoe de hemel wordt geschetst in een slechte film. Tot ik opeens verzeilt raakte bij een concert van Jeff Beck. Die had een nieuw album uitgebracht en natuurlijk had ik dat niet beluisterd. Na veel getrek aan snaren en tremelo's stapt hij opeens naar voren en begint heel rustig wat noten voort te brengen. Opeens herkende ik het; CCC! Op het hoogte punt van het nummer speelt Jeff Beck alleen nog maar harmonics en wisselt van toon met zijn tremelo-arm. Ik hoor in zijn noten heel ver weg de stem van Jeff Buckley en ik weet niet waarom maar er kwamen tranen in mijn ogen. De twee mooiste geluiden ter wereld werden verenigd in dat ene nummer wat eigenlijk heel tragisch maar ook heel passend is. Jeff and Jeff.

Eternal Life: Tja, Jeff Buckley wil hier te klinken als een machtige onsterfelijke god maar we weten allemaal dat zijn oneindige leven wel erg kort was. Het rockt wel aardig, maar ik mis hier die volle overgave en de emotionaliteit van de voorgaande nummers. Hij lijkt dit echt leuk te vinden en speelt niet meer uit lijden en verdriet. Leuk voor hem, beetje jammer voor ons.

Dream Brother: Een reis, een trip. Waterpijp. Te veel. Te intens. Ga weg, slapen. Droom. Droom, maar kom nooit terug.

John Mayer - Where the Light Is (2008)

Alternatieve titel: Live in Los Angeles

poster
5,0
Ben nooit fan geweest van moderne muziek, ik luisterde meer naar oude nummers uit de sixties of de ruige rock uit de seventies. Toch werd ik gedwongen om naar John Mayer te luisteren, door de zangeres uit mijn band, die nog graag een nummer van hem wilde spelen. Ik kreeg wat youtube filmpjes toe geslingerd en omdat ik niemand wilde kwetsen zei ik maar dat het niet vreselijk was. Direct de volgende dag werd deze DVD in mijn handen gedrukt met het advies om het goed te beoordelen. Thuis gekomen heb ik het maar opgezet.
Ik ging zitten. Mijn mond zakte open en is voor 2 uur niet meer dicht geweest. Ik weet het zelf niet meer, maar volgens mijn moeder heb ik tijdens Gravity gehuild.
Nog nooit heb ik iemand zo gitaar zien/horen spelen. Goed. Onmogelijk. Mooi. Onbeschrijfelijke schoonheid. De twee uur zijn geen lange zit, maar een vluchtig moment van ultiem geluk.
Vanaf dat moment ben ik diehard fan van deze halfgod en heb tot een jaar na het bezichtigen iedereen lastig gevallen met youtube filmpjes van dit concert.
GENIETEN!

Neutral Milk Hotel - In the Aeroplane over the Sea (1998)

poster
5,0
Mijn eerste reactie op deze plaat was dat dit echt ontzettend lelijk is. Jeff Magnum doet erg zijn best om letterlijk elke noot zo vals mogelijk uit te kramen, er wordt geramd op de elektrische en acoustische gitaar alsof ze stuk moeten en de blaaspartijen lijken totaal random en er niet bij te passen. Na een tweede keer beluisteren merkte ik wel op dat het allemaal bijna expres lijkt te zijn gedaan. Het titelnummer bijvoorbeeld, begint erg normaal en de zanger doet een poging om zuiver te zingen. Na twee coupletten merken de bandleden dat het een mooi nummer dreigt te worden, dus worden gelijk de blazers ingeschakeld om het naar een niveau van onnavolgbare chaos te brengen. Toch wordt dit nummer door veel mensen bewierookt, oftewel, ik mis iets (neem ik aan).

Hulpeloos zocht ik mijn redding maar in de teksten van dit album. Hoewel het gekrijs niet doet vermoeden dat er enige emotie in die teksten zit, maar schijn bedriegt. Het leuke is dat bij dit album bij mij de teksten juist zijn gaan groeien i.p.v. de muziek. Na hevige studie van de teksten en de muziek in ogenschouw nemend, heb ik nu een redelijk mooi verhaal gevonden die ik in deze recensie zal delen. Bedenk wel, dit is mijn eigen interpretatie van de teksten en ik hoop dat jullie kunnen begrijpen dat deze niet 100% sluit met wat er precies gezongen wordt. Ik zal proberen dit album in twee delen op te delen met een scheidingslijn die zowel tekstueel als muzikaal wel te vinden is, maar niet helemaal opgaat.

Het album begint met de drie delen van The King Of Carrot Flowers. Deze worden allemaal bezongen vanuit het oogpunt van een jongen in de Tweede Wereldoorlog (net zoals de rest van het album, met hier en daar wat uitzonderingen). Deze jongen probeert een bepaald meisje het hof te maken. (ik las op internet dat dit Anne Frank kan zijn. Ben ik het niet helemaal mee eens, maar ik begrijp dat het desbetreffende meisje is geïnspireerd door mevrouw Frank) Het meisje heeft nog al een problematische en uitzichtloze thuissituatie (zeer mooi beschreven), maar de jongen is noch daarmee noch met de toekomst bezig; hij wil gewoon dat meisje. En dat lukt hem ook, en aan het meisje te horen (Jesus Christ, I love you!) doet hij niet slecht (aannemend dat ze het niet faked).
In In The Aeroplane Over The Sea is ook goed te horen dat onze hoofdpersoon wel blij en tevreden is met het meisje, maar nog niet goed wil nadenken over toekomst (But for now we are young, let us lay in the sun). Verder past dit nummer niet helemaal bij mijn verhaal, dus ik ga snel verder met Two-headed Boy. Je merkt dat onze jongen toch veel begint te voelen voor het meisje. Vooral in het refrein wordt op een ontzettende mooie wijze beschreven dat het intieme samen zijn, de enige manier is om alle problemen en gruwelijkheden te vergeten. Maar dat maakt hem bang. Het is dan ook bijna onvermijdelijk dat hij het laatste couplet begint met: There's no reason to grieve, en vervolgens haar verlaat. In het volgende nummer, The Fool, wordt dan ook beschuldigend met veel toeters de aftocht geblazen, naar het veilige huis waar een oorlog kan worden overleefd.

Vervolgens begint dat het tweede gedeelte. De eerste zin geeft ook gelijk weer waar het hier om gaat. The only girl I've ever loved. Oftewel, verleden tijd. Ja, we spreken hier weer met onze mannelijke hoofdpersoon die een aantal jaar na de oorlog terugkijkt op zijn kortstondige relatie. Wat er verder met haar is gebeurd weet hij niet precies alleen dat ze is omgekomen in een concentratiekamp; de rest moet hij zelf invullen (komen we zo op). Het enige dat wel direct opvalt is de sfeer. De muziek klinkt vrolijk en er wordt zelfs gezongen dat alles maar een plaats moet worden gegeven, en er doorgegaan moet worden. Onze hoofdpersoon is nu waarschijnlijk al getrouwd, heeft kinderen en denkt alleen nog aan het meisje terug als een korte plezierige herinnering. Maar er blijven toch nog dingen onvertelt, de dingen die door de hoofdpersoon maar zelf moeten bedacht. Had ze na hem nog iemand anders, of niet (Communist Daughter). Had ze nog herinneringen aan hem, bijvoorbeeld in het kamp (Oh, Comely bruut mooie tekst, overigens).
Toch wordt het wel afgesloten met Ghost, vrolijke muziek en een tekst waaruit toch wel blijkt dat hij er vrede mee heeft. Er wordt niet meer gesproken over lijden, nee, er is geen angst meer en melk en heilig water vallen uit de lucht. Eeuwig zal zij dan een plekje in zijn hart hebben, zodat zij alsnog eeuwig leeft.

En zo wordt dit album vredig en rustig afgesloten met een onbenoemd en instrumentaal nummer. Iedereen kan met een warm gevoel naar huis en verder een rustig leven leiden. Maar terwijl de tonen nog aan het wegsterven zijn is er nog 1 liedje dat gezongen moet worden. De blazers zijn al weg; eenzaam zingt degene die niet wordt gehoord, een discussie met zichzelf. Jij bent helemaal niet vredig en rustig. Jij kan jezelf wel schieten dat je die avond bent weggelopen. Je mist haar nog steeds, iedere dag. Je bent gebroken. Two-headed boy, she is all you could need.

En daarom moet alles zo lelijk. Die enorme verslagenheid wordt geuit in geram en gerag, omdat het verhaal voor de hoofdpersoon snijdt in zijn hart als hij het vertelt. Na dit album stuk of 10 beluisterd te hebben blijft dit gewoon ontzettende herrie. Het valt te doen, omdat ik nu weet waar de zanger doorheen moet. Ik hoor zijn verhaal en probeer hem te troosten, maar het mag niet baten. Elke keer jankt de zanger dat laatste couplet eruit. En elke keer staat hij dan weer op om die lege wereld dan maar tegemoet te gaan. Zo leeg. Zonder haar.

Phil Spector - A Christmas Gift for You (1963)

Alternatieve titel: Phil Spector's Christmas Album

poster
5,0
Toen ik klein was, werd er bij ons niet veel verschillende muziek gedraaid. Af en toe The Beatles, maar vooral Doug Sahm (vooral na zijn dood in 1999) werd veelvuldig opgezet. En alleen door mijn vader; de Made In Japan CD van mijn moeder werd onder geen enkele omstandigheid gedoogd en kon alleen stiekem gedraaid worden wanneer mijn vader een vergadering moest bijwonen.

Midden in december werd de eentonigheid steevast onderbroken door de volgende eentonigheid. Meestal was ik al vergeten dat het bestond, maar op het moment dat mijn vader de kerstboom had neergezet en mijn moeder er lampjes in hing, klommen de oplopende basnoten van de piano al naar het feest van White Christmas. Mijn moeder vluchtte omdat ze het al te vaak gehoord had. Mijn twee oudere zussen vluchtten omdat ze op die leeftijd waren waarop ze zich tegen mijn vader gingen afzetten. Zo eindigde ik samen met mijn vader, luisterend naar Phil Spector terwijl we de laatste lampjes in de boom hingen. 'Hoor je dat?', riep mijn vader soms, wijzend naar het plafond alsof het daar vandaan moest komen. 'Ja pappa.', antwoordde ik dan, hoewel ik geen idee had dat er iets te horen viel. 'Die man was geniaal', berichtte mijn vader dan terug, maar hij leek het niet meer helemaal tegen mij te hebben.

Nu ben ik echter oud en wijs (lees: 19 jaar en gezakt voor zijn middelbare schooldiploma) en nog steeds wordt in dit huis de kerst-CD opgezet. Mijn moeder is immuun geworden voor de herhaling. Mijn zussen zijn al het huis uit. Mijn vader krijgt niet meer van die pretoogjes als hij Darlene Love hoort zingen, het is niet zozeer de muziek, maar juist de traditie waar hij verslaafd aan is geraakt.

Ik weet nog steeds niet wat ik moest horen in het wollige geluid van Phil Spector. Ik zal misschien wel nooit het effect begrijpen waardoor mijn vader alles om zich heen kon vergeten. Wat hoor ik wel? Vreemde drumpartijen die de ene dag niks en de andere dag alles met het nummer te maken hebben. Een basgitarist die het nummer doorwandelt alsof hij een weddenschap heeft om elk vakje van het instrument te gebruiken. Ik hoor blaaspartijen die onder strak regime staan, maar waarvan elk foutje foutje expres wordt versterkt. Pianopartijen die proberen te beschrijven met hoeveel kerstlichtjes de weg naar de hemel wel niet geplaveid is. Ik hoor stemmen die doodvermoeid zijn, die niet meer verder willen, die de volgende take eigenlijk niet aan kunnen.
Dit alles wordt vervolgens in een ruimte gedrukt waar het zich met elkaar mengt, waar het elkaar uitdooft en op sommige plekken elkaar versterkt. Datgene wat er vervolgens uit wordt geworpen is dan “The Wall Of Sound.”

Met eerste kerstdag komen mijn zussen thuis voor het kerstdiner. De plastic kerstboom is intussen al weggegooid, maar we ruziën nog steeds liefdevol over de lampjes. Mijn moeder zal proberen een stuk vlees te braden wat ook dit jaar weer zal mislukken. Mijn vader zal daarbij aardappels bakken waarvan de kwaliteit nog steeds uitmuntend is. Ergens tussen het derde wijntje en het aanbranden van het vlees in, zal mijn vader dan met een verwarde blik de keuken uitlopen. Na wat gerommel schallen er 3 oplopende basnoten van een piano door de ruimte. “I'm Dreaming Of A White Christmas.” We kijken allemaal toe hoe mijn vader met grote pretogen de keuken binnenloopt. Mijn moeder en mijn zussen zullen geërgerd beginnen te vragen of hij het nog steeds niet zat is.

Ik. Ik ben thuis.

Ik wens jullie allemaal een fijne kerst 2011!