Hier kun je zien welke berichten verm1973 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Manic Street Preachers - Critical Thinking (2025)

3,0
1
geplaatst: 12 februari 2025, 20:10 uur
Recensie | Manic Street Preachers - Critical Thinking | Nieuweplaat.nl
In een tijd waarin politieke tegenstellingen en maatschappelijke onvrede volop aanwezig zijn, heeft Manic Street Preachers – met hun lange geschiedenis van uitgesproken, linksgeoriënteerde en maatschappijkritische boodschappen – een ideale voedingsbodem voorhanden om een nieuw album te vullen. Door hun gevestigde reputatie als band die het niet schuwt om moeilijke of controversiële onderwerpen aan te snijden en door hun grote schare trouwe fans, zorgt de aankondiging van hun nieuwste album – Critical Thinking – voor hooggespannen verwachtingen. Je kunt het met een beetje goede wil in een formule uitdrukken: momentum x reputatie = hoge verwachting.
Titeltrack en tevens albumopener Critical Thinking begint in ieder geval opvallend goed. Op een beat en diepe basklanken die iets militaristisch hebben, wordt denkbeeldig de zeepkist beklommen en een kritisch pleidooi gehouden over het gif in de huidige samenleving en je eigen rol daarin. Ergens ver weg doet het denken aan War van Edwin Starr uit 1970. De tweede track op dit vijftiende studioalbum van de Preachers doet dat zeker niet. Decline & Fall is vrij gladde (lees: overgeproduceerde) melodieuze britpop, waarin toch ook wat quasi-foute glamrock in doorklinkt. “Preachers on autopilot” doen de verwachtingen weinig goed helaas.
Opvallend is dat in meerdere songteksten gebruik wordt gemaakt van vergelijkbare beeldspraken rondom schilderkunst en beeldende kunst. Ze worden ingezet om de broze relatie tussen schoonheid en destructie te verkennen of, anders verwoord, om onze emoties en percepties eens kritisch tegen het daglicht te houden. Dat klinkt vrij hoogdravend. En dat is het ook, want de Manic Street Preachers lijkt een meer belerende toon aan te slaan in hun teksten. Voor de een zal dat verfrissend en to-the-point overkomen, anderen zullen op Critical Thinking de meer beschouwende en open-voor-interpretatie teksten van vorige albums missen.
Manic Street Preachers blijft vervolgens nog even in het kunstenaarsgilde hangen. ‘It’s so easy to hate, it takes guts to be kind’ is te horen in het lied Dear Stephen. Het lied is een soort open brief gericht aan Morrissey (zanger van The Smiths) waar de drie bandleden van Preachers al jarenlang groot fan van zijn. Precies om die reden is het jammer dat Dear Stephen klinkt als een bedenkelijke nabootsing van het origineel. Wel zorgt het gitaarspel ervoor dat je de muziek van Johnny Marr er weer eens bij wil pakken. Toch mooi meegenomen. Ook een goedbedoelde ballade als My Brave Friend komt onvoldoende uit de verf. Er zijn momenten in de refreinen dat de Preachers het oor te luister heeft gelegd bij vertolkers van de palingsound. Althans, dat gevoel bekruipt je. Toch zijn er ook lichtpuntjes te beluisteren op Critical Thinking, zoals de track Deleted Scenes waarop de stem James Dean Bradfield actueel en messcherp klinkt. Het zijn dit soort liedjes die wél de zeggings- en overtuigingskracht hebben van weleer hebben, maar die slechts sporadisch te beluisteren zijn op deze plaat. Het merendeel gaat, ondanks de goede bedoelingen die echt wel te vinden zijn, verloren in vluchtigheid waardoor de hooggespannen verwachtingen slechts ten dele worden ingelost.
De eerste zin van albumafsluiter OneManMilitia vat het aardig samen: ‘I don’t know what I am for, but I know what I am against.’ We weten niet precies wat we mét dit album hebben, maar we weten haarfijn wat we tégen dit album hebben. Maar of dit nu het niveau van kritisch denken is dat de Preachers met de albumtitel beoogden… We wagen het te betwijfelen.
In een tijd waarin politieke tegenstellingen en maatschappelijke onvrede volop aanwezig zijn, heeft Manic Street Preachers – met hun lange geschiedenis van uitgesproken, linksgeoriënteerde en maatschappijkritische boodschappen – een ideale voedingsbodem voorhanden om een nieuw album te vullen. Door hun gevestigde reputatie als band die het niet schuwt om moeilijke of controversiële onderwerpen aan te snijden en door hun grote schare trouwe fans, zorgt de aankondiging van hun nieuwste album – Critical Thinking – voor hooggespannen verwachtingen. Je kunt het met een beetje goede wil in een formule uitdrukken: momentum x reputatie = hoge verwachting.
Titeltrack en tevens albumopener Critical Thinking begint in ieder geval opvallend goed. Op een beat en diepe basklanken die iets militaristisch hebben, wordt denkbeeldig de zeepkist beklommen en een kritisch pleidooi gehouden over het gif in de huidige samenleving en je eigen rol daarin. Ergens ver weg doet het denken aan War van Edwin Starr uit 1970. De tweede track op dit vijftiende studioalbum van de Preachers doet dat zeker niet. Decline & Fall is vrij gladde (lees: overgeproduceerde) melodieuze britpop, waarin toch ook wat quasi-foute glamrock in doorklinkt. “Preachers on autopilot” doen de verwachtingen weinig goed helaas.
Opvallend is dat in meerdere songteksten gebruik wordt gemaakt van vergelijkbare beeldspraken rondom schilderkunst en beeldende kunst. Ze worden ingezet om de broze relatie tussen schoonheid en destructie te verkennen of, anders verwoord, om onze emoties en percepties eens kritisch tegen het daglicht te houden. Dat klinkt vrij hoogdravend. En dat is het ook, want de Manic Street Preachers lijkt een meer belerende toon aan te slaan in hun teksten. Voor de een zal dat verfrissend en to-the-point overkomen, anderen zullen op Critical Thinking de meer beschouwende en open-voor-interpretatie teksten van vorige albums missen.
Manic Street Preachers blijft vervolgens nog even in het kunstenaarsgilde hangen. ‘It’s so easy to hate, it takes guts to be kind’ is te horen in het lied Dear Stephen. Het lied is een soort open brief gericht aan Morrissey (zanger van The Smiths) waar de drie bandleden van Preachers al jarenlang groot fan van zijn. Precies om die reden is het jammer dat Dear Stephen klinkt als een bedenkelijke nabootsing van het origineel. Wel zorgt het gitaarspel ervoor dat je de muziek van Johnny Marr er weer eens bij wil pakken. Toch mooi meegenomen. Ook een goedbedoelde ballade als My Brave Friend komt onvoldoende uit de verf. Er zijn momenten in de refreinen dat de Preachers het oor te luister heeft gelegd bij vertolkers van de palingsound. Althans, dat gevoel bekruipt je. Toch zijn er ook lichtpuntjes te beluisteren op Critical Thinking, zoals de track Deleted Scenes waarop de stem James Dean Bradfield actueel en messcherp klinkt. Het zijn dit soort liedjes die wél de zeggings- en overtuigingskracht hebben van weleer hebben, maar die slechts sporadisch te beluisteren zijn op deze plaat. Het merendeel gaat, ondanks de goede bedoelingen die echt wel te vinden zijn, verloren in vluchtigheid waardoor de hooggespannen verwachtingen slechts ten dele worden ingelost.
De eerste zin van albumafsluiter OneManMilitia vat het aardig samen: ‘I don’t know what I am for, but I know what I am against.’ We weten niet precies wat we mét dit album hebben, maar we weten haarfijn wat we tégen dit album hebben. Maar of dit nu het niveau van kritisch denken is dat de Preachers met de albumtitel beoogden… We wagen het te betwijfelen.
Marcus King - Mood Swings (2024)

2,5
1
geplaatst: 5 april 2024, 20:58 uur
Zoals Formule 1-coureur Max Verstappen opgroeide in de paddock tussen motoren en bandenwarmers terwijl zijn vader aan het racen was, zo groeide de Amerikaanse zanger en gitarist Marcus King op tussen barkrukken en whiskeyglazen terwijl zijn vader bluesgitaar speelde op het podium. Verstappen heeft zich ontwikkeld tot een van de beste coureurs aller tijden. Die status heeft King niet in zijn metier. Zijn nieuwste album Mood Swings biedt wel aanknopingspunten om te vermoeden dat dit op termijn anders wordt.
Mood Swings is Kings derde album als soloartiest. Bij de albumpresentatie liet hij optekenen dat hij aan de hand van de legendarische topproducer Rick Rubin zijn eigen geluid heeft gevonden. Dat geluid bestaat uit een ongebruikelijke combinatie van soul, blues, southern rock en jazz. Het meest kenmerkende aan King is zijn stem met een opvallende warmte, diepte en een natuurlijke schorheid, die een gevoel van doorleefde levenservaring overbrengt. Daarbij heeft hij ook nog eens een indrukwekkende controle over die stem, waardoor hij moeiteloos nuance en expressie kan toevoegen aan zijn liedjes. Albumopener en titeltrack Mood Swings is daar direct het fonetische bewijs van.
Hoewel, voordat King zijn stem laat gelden is er een kort en belangrijk fragment te horen uit de documentaire The faces of depression: a phenomenological approach to the depression syndrome (Robert Anderson, H.E. Lehmann, 1959). King zelf heeft een verleden met mentale gezondheidsproblemen, wat onder andere leidde tot het gebruik van verdovende middelen. ‘Veel mensen hebben redenen om niet over hun geestelijke gezondheid te praten. Ik probeer het stigma te doorbreken door mijn songteksten’, aldus King In een interview met Glide Magazine. Titeltrack Mood Swings windt daar inderdaad geen doekjes om. Het lied gaat over deze innerlijke strijd en hoe waardevol het is om je veilig en geaccepteerd te voelen bij je geliefde, ondanks emotionele ups en downs.
In schril contrast met deze eerste van elf tracks, is het tweede lied doordrenkt met misère. In F*ck My Life Up Again vindt King zichzelf geluk en vrede onwaardig en streeft naar pijn en vernietiging. Een ongemakkelijke song door het schrijnende gevoel dat je bekruipt bij het luisteren. Even verderop op Mood Swings wordt de klank van de liedjes lichter van toon. Er is ruimte voor progressieve jazz-invloeden, her en der klinkt een beetje Prince-funk, maar thematisch blijft King uit dezelfde vijver vissen.
Absoluut hoogtepunt van dit driekwartier durende album is Hero. Mavin Gaye-waardige soul, gezongen met een stem die het midden houdt tussen Amos Lee, Chris Stapleton en Josh Teskey (The Teskey Brothers). Hero is een lied waar je heerlijk in kunt kruipen als in je oude, versleten en veel te grote lievelingstrui terwijl buiten de regen tegen de ramen slaat.
Hoe ervaren hij ook mag zijn, toch maakt producent Rubin meerdere vreemde (lees: storende) keuzes die King als muzikant niet ten goede komen. De gitaarsolo’s in Delilah en Inglewood Motel (Halestorm) bijvoorbeeld zijn voorzien van een soort overdub met aangedikte distortion en voelen onnatuurlijk. In het lied This Far Gone gebeurt iets soortgelijks, maar dan met de bassdrum en refreinzang. Even vreemd is het lied Bipolar Love. Het is niet zozeer de tekst over hoe liefde soms verandert en vervaagt en de relatie wordt gekenmerkt door onvoorspelbaarheid en tegenstrijdige gevoelens. Nee, het zijn de overmatige hoeveelheid strijkers met als uitsmijter ook nog een xylofoon tussendoor die Bipolar Love een onsmakelijke suikerspinzoetheid meegeven. Na een shot gospel (dat kon er ook nog wel bij) in Me Or Tennessee, sluit Mood Swings af met het nummer Cadillac; een track waar je verder weinig aan mist als je deze overslaat.
Zoals Marcus King al eerder aangaf, heeft hij op Mood Swings zijn eigen geluid gevonden. Op twee van de drie elementen die daarvoor zorgen heeft hij het gelijk aan zijn zijde. Zowel op het gebied van zang als tekstbenadering laat King het beste van zichzelf horen. Waar het op spaak loopt is het derde element: de productie. Dat King zich in vele stijlen thuis voelt, voorziet producent Rubin van een palet aan mogelijkheden waar hij vrijelijk mee speelt. Met als gevolg dat het talent van King op deze manier verwordt tot een devil in disguise. Als King daar meer sturing en focus op aanbrengt, leidt dat enerzijds tot een meer congruent album en zorgt dat anderzijds voor verdieping in plaats van verbreding van zijn metier. Mood Swings is daarmee vooral een uithangbord van Kings talent. Nu nog het passend vehikel erbij vinden, zoals Max Verstappen vond in zijn RB19.
Marcus King - Mood Swings - nieuweplaat.nl
Mood Swings is Kings derde album als soloartiest. Bij de albumpresentatie liet hij optekenen dat hij aan de hand van de legendarische topproducer Rick Rubin zijn eigen geluid heeft gevonden. Dat geluid bestaat uit een ongebruikelijke combinatie van soul, blues, southern rock en jazz. Het meest kenmerkende aan King is zijn stem met een opvallende warmte, diepte en een natuurlijke schorheid, die een gevoel van doorleefde levenservaring overbrengt. Daarbij heeft hij ook nog eens een indrukwekkende controle over die stem, waardoor hij moeiteloos nuance en expressie kan toevoegen aan zijn liedjes. Albumopener en titeltrack Mood Swings is daar direct het fonetische bewijs van.
Hoewel, voordat King zijn stem laat gelden is er een kort en belangrijk fragment te horen uit de documentaire The faces of depression: a phenomenological approach to the depression syndrome (Robert Anderson, H.E. Lehmann, 1959). King zelf heeft een verleden met mentale gezondheidsproblemen, wat onder andere leidde tot het gebruik van verdovende middelen. ‘Veel mensen hebben redenen om niet over hun geestelijke gezondheid te praten. Ik probeer het stigma te doorbreken door mijn songteksten’, aldus King In een interview met Glide Magazine. Titeltrack Mood Swings windt daar inderdaad geen doekjes om. Het lied gaat over deze innerlijke strijd en hoe waardevol het is om je veilig en geaccepteerd te voelen bij je geliefde, ondanks emotionele ups en downs.
In schril contrast met deze eerste van elf tracks, is het tweede lied doordrenkt met misère. In F*ck My Life Up Again vindt King zichzelf geluk en vrede onwaardig en streeft naar pijn en vernietiging. Een ongemakkelijke song door het schrijnende gevoel dat je bekruipt bij het luisteren. Even verderop op Mood Swings wordt de klank van de liedjes lichter van toon. Er is ruimte voor progressieve jazz-invloeden, her en der klinkt een beetje Prince-funk, maar thematisch blijft King uit dezelfde vijver vissen.
Absoluut hoogtepunt van dit driekwartier durende album is Hero. Mavin Gaye-waardige soul, gezongen met een stem die het midden houdt tussen Amos Lee, Chris Stapleton en Josh Teskey (The Teskey Brothers). Hero is een lied waar je heerlijk in kunt kruipen als in je oude, versleten en veel te grote lievelingstrui terwijl buiten de regen tegen de ramen slaat.
Hoe ervaren hij ook mag zijn, toch maakt producent Rubin meerdere vreemde (lees: storende) keuzes die King als muzikant niet ten goede komen. De gitaarsolo’s in Delilah en Inglewood Motel (Halestorm) bijvoorbeeld zijn voorzien van een soort overdub met aangedikte distortion en voelen onnatuurlijk. In het lied This Far Gone gebeurt iets soortgelijks, maar dan met de bassdrum en refreinzang. Even vreemd is het lied Bipolar Love. Het is niet zozeer de tekst over hoe liefde soms verandert en vervaagt en de relatie wordt gekenmerkt door onvoorspelbaarheid en tegenstrijdige gevoelens. Nee, het zijn de overmatige hoeveelheid strijkers met als uitsmijter ook nog een xylofoon tussendoor die Bipolar Love een onsmakelijke suikerspinzoetheid meegeven. Na een shot gospel (dat kon er ook nog wel bij) in Me Or Tennessee, sluit Mood Swings af met het nummer Cadillac; een track waar je verder weinig aan mist als je deze overslaat.
Zoals Marcus King al eerder aangaf, heeft hij op Mood Swings zijn eigen geluid gevonden. Op twee van de drie elementen die daarvoor zorgen heeft hij het gelijk aan zijn zijde. Zowel op het gebied van zang als tekstbenadering laat King het beste van zichzelf horen. Waar het op spaak loopt is het derde element: de productie. Dat King zich in vele stijlen thuis voelt, voorziet producent Rubin van een palet aan mogelijkheden waar hij vrijelijk mee speelt. Met als gevolg dat het talent van King op deze manier verwordt tot een devil in disguise. Als King daar meer sturing en focus op aanbrengt, leidt dat enerzijds tot een meer congruent album en zorgt dat anderzijds voor verdieping in plaats van verbreding van zijn metier. Mood Swings is daarmee vooral een uithangbord van Kings talent. Nu nog het passend vehikel erbij vinden, zoals Max Verstappen vond in zijn RB19.
Marcus King - Mood Swings - nieuweplaat.nl
Maroon 5 - Love Is Like (2025)

2,0
0
geplaatst: 15 augustus 2025, 15:12 uur
Recensie | Maroon 5 - Love Is Like | Nieuweplaat.nl
De trend van liedjes korter houden dan drie minuten die zich al enige tijd voordoet in de popmuziek, is ook Maroon 5 ten deel gevallen. Andere bands in de muziekgeschiedenis hebben aangetoond dat dit heel goed kan uitpakken. Neem bijvoorbeeld het twee minuten en twintig seconden durende Blackbird van The Beatles uit 1968. Nu zullen we die track niet als meetlat gebruiken om alle liedjes op het nieuwste album Love Is Like van Maroon 5 aan te meten, want dan zouden ze stuk voor stuk door de hoeven zakken. Maar welke kwaliteitsmeetlat je ook gebruikt, er blijven teleurstellend weinig tracks op Love Is Like overeind staan. Hideaway als openingstrack doet dat wel. Een zorgeloos palmboom-poplied volgens Maroon 5-basisreceptuur. ‘We could just hide away/You and me, we can find a way/Take this permanent holiday’. Rijmschema AAA; weinig creatief, maar in dit lied sorteert het het gewenste effect, dus doel bereikt.
Titelsong Love Is Like maakt gebruik van een sample van het nummer Silly, Wasn’t I van Valerie Simpson (dezelfde sample gebruikte 50 Cent in zijn track Best Friend). De bijdrage van Lil Wayne op Love Is Like is slim geproduceerd en de ietwat gedateerde sound maakt dat dit lied makkelijk in het gehoor ligt. Hierdoor heeft deze track een hoge ‘playability’ voor radiostations. Maar daar blijft het dan ook wel zo’n beetje bij voor wat betreft de hoogtepunten op deze plaat, want wat daarna nog volgt heeft een veel te hoog dertien-in-een-dozijn-gehalte. Zelfde thematiek, zelfde songstructuur, zelfde voortkabbelende tempo. I Like It bijvoorbeeld (in samenwerking met Sexyy Red) leunt sterk op een sample van The Festivals (Take Your Time) en ademt doelbewust dezelfde sfeer als Levitating van Dua Lipa. Aardig geprobeerd, maar al luisterende bekruipt je toch een gevoel van gebrek aan creatief intellect met een vleugje gemakzuchtig meeliften op het succes van een ander. Maroon 5 onwaardig en daar verandert een lied als California, een onhandig eenvoudige ballade waar je als Golden State niet mee geassocieerd wil worden, ook niets meer aan.
Dat slechts één lied de drie minuten haalt op Love Is Like kan drie redenen hebben. Ten eerste kan het een artistieke keuze zijn om zodoende een compacte luisterervaring te creëren, waarbij alles strak is geproduceerd en niets overbodig is. Dit argument kan al na de eerste luisterervaring van dit negende studioalbum van Maroon 5 overboord, hoewel de productie op zichzelf niet verkeerd is, wel eenzijdig. Ten tweede kan het – met oog op de kracht van sociale media - een marketing- en streamingstrategie zijn: korte tracks die gericht zijn op zoveel mogelijk herhaling (lees: inkomsten). Vanuit commercieel oogpunt slim, maar voelt creatief nogal mager. En dat brengt ons bij de derde – meest voor de hand liggende – reden: de band heeft simpelweg weinig te melden en blijft veilig binnen de grenzen van het ‘merk’ Maroon 5.
Met name redenen twee en drie zorgen ervoor dat totale lengte van Love Is Like uitkomt op een beschamende zevenentwintig minuten. Minstens de helft van deze speelduur betreft songs die dusdanig formulematig klinken, dat ze even vluchtig zijn als aceton. Na het minstens zo teleurstellende album Jordi uit 2021 lijkt Love Is Like helaas af te stevenen op een nieuw dieptepunt in het oeuvre van Maroon 5.
De trend van liedjes korter houden dan drie minuten die zich al enige tijd voordoet in de popmuziek, is ook Maroon 5 ten deel gevallen. Andere bands in de muziekgeschiedenis hebben aangetoond dat dit heel goed kan uitpakken. Neem bijvoorbeeld het twee minuten en twintig seconden durende Blackbird van The Beatles uit 1968. Nu zullen we die track niet als meetlat gebruiken om alle liedjes op het nieuwste album Love Is Like van Maroon 5 aan te meten, want dan zouden ze stuk voor stuk door de hoeven zakken. Maar welke kwaliteitsmeetlat je ook gebruikt, er blijven teleurstellend weinig tracks op Love Is Like overeind staan. Hideaway als openingstrack doet dat wel. Een zorgeloos palmboom-poplied volgens Maroon 5-basisreceptuur. ‘We could just hide away/You and me, we can find a way/Take this permanent holiday’. Rijmschema AAA; weinig creatief, maar in dit lied sorteert het het gewenste effect, dus doel bereikt.
Titelsong Love Is Like maakt gebruik van een sample van het nummer Silly, Wasn’t I van Valerie Simpson (dezelfde sample gebruikte 50 Cent in zijn track Best Friend). De bijdrage van Lil Wayne op Love Is Like is slim geproduceerd en de ietwat gedateerde sound maakt dat dit lied makkelijk in het gehoor ligt. Hierdoor heeft deze track een hoge ‘playability’ voor radiostations. Maar daar blijft het dan ook wel zo’n beetje bij voor wat betreft de hoogtepunten op deze plaat, want wat daarna nog volgt heeft een veel te hoog dertien-in-een-dozijn-gehalte. Zelfde thematiek, zelfde songstructuur, zelfde voortkabbelende tempo. I Like It bijvoorbeeld (in samenwerking met Sexyy Red) leunt sterk op een sample van The Festivals (Take Your Time) en ademt doelbewust dezelfde sfeer als Levitating van Dua Lipa. Aardig geprobeerd, maar al luisterende bekruipt je toch een gevoel van gebrek aan creatief intellect met een vleugje gemakzuchtig meeliften op het succes van een ander. Maroon 5 onwaardig en daar verandert een lied als California, een onhandig eenvoudige ballade waar je als Golden State niet mee geassocieerd wil worden, ook niets meer aan.
Dat slechts één lied de drie minuten haalt op Love Is Like kan drie redenen hebben. Ten eerste kan het een artistieke keuze zijn om zodoende een compacte luisterervaring te creëren, waarbij alles strak is geproduceerd en niets overbodig is. Dit argument kan al na de eerste luisterervaring van dit negende studioalbum van Maroon 5 overboord, hoewel de productie op zichzelf niet verkeerd is, wel eenzijdig. Ten tweede kan het – met oog op de kracht van sociale media - een marketing- en streamingstrategie zijn: korte tracks die gericht zijn op zoveel mogelijk herhaling (lees: inkomsten). Vanuit commercieel oogpunt slim, maar voelt creatief nogal mager. En dat brengt ons bij de derde – meest voor de hand liggende – reden: de band heeft simpelweg weinig te melden en blijft veilig binnen de grenzen van het ‘merk’ Maroon 5.
Met name redenen twee en drie zorgen ervoor dat totale lengte van Love Is Like uitkomt op een beschamende zevenentwintig minuten. Minstens de helft van deze speelduur betreft songs die dusdanig formulematig klinken, dat ze even vluchtig zijn als aceton. Na het minstens zo teleurstellende album Jordi uit 2021 lijkt Love Is Like helaas af te stevenen op een nieuw dieptepunt in het oeuvre van Maroon 5.
Mat Kearney - Mat Kearney (2024)

3,0
0
geplaatst: 16 mei 2024, 21:57 uur
De naam Mat Kearney zal bij slechts een enkeling een belletje doen rinkelen. In Nederland, of eigenlijk op het hele Europese vasteland, zullen zijn songs Breathe In Breathe Out en All I Need bij een aantal oplettende luisteraars (en kijkers) bekend in het gehoor klinken zonder daar meteen de naam Mat Kearney aan te koppelen. Deze liedjes zijn namelijk meerdere keren te horen geweest in de medische dramaserie Grey’s Anatomy. Eigenlijk is dat een jammerlijk gegeven, want Kearney is een prima singer-songwriter die sfeervolle, melodieuze en toegankelijke liedjes blijkt te maken getuige zijn – inmiddels achtste – eponieme studioalbum Mat Kearney.
De eerste klanken van Headlights Home, waarmee de plaat opent, klinken als een aangename mix van John Mayer en Young Gun Silver Fox; dromerige yacht rock waar je het mariene briesje er alleen nog maar zelf hoeft bij hoeft te denken. Kearney bevestigt dat we hiermee op de juiste koers geraakt zijn in het daaropvolgende Palisades: ‘I dreamed about Pacific nights and the way the wind would move your hair’. Licht, leuk en het lekkerst als de volumeknop net iets hoger gedraaid wordt.
Maar Kearney heeft meerdere aantrekkelijke vaatjes om uit te tappen. Zo toont hij zich in het lied Real One een ware vertolker van het ‘half-spoken, half-sung’-genre zoals we dat kennen van Sam Hunts hit Take Your Time uit 2014. Vervolgens blijkt Kearney ook nog eens – wanneer de muziek een iets serieuzer karakter krijgt in Good Thing Going On – qua stemgeluid sterke overeenkomst te hebben met Chris Martin (Coldplay). Als klap op de vuurpijl krijg je als luisteraar ook nog een dosis Jack Johnson cadeau in de track My Two Hands.
En daar ligt meteen het probleem van Kearney op tafel: hij klinkt als vele anderen die hem voorgingen, waardoor het – hoe aangenaam zijn muziek ook klinkt – nooit onderscheidend genoeg is om op te vallen. Sterker nog, als je niet al te aandachtig luistert dan denk je te maken te hebben met een verzamelalbum van voornoemde artiesten.
Het tweede, iets meer verborgen probleem van Kearney zijn z’n onvoorstelbaar kneuterig brave songteksten. De naïeve onschuld druipt er vanaf als een druppeltje melk aan de kin van een pasgeboren lammetje. Het liedje Dandalion (paardenbloem) is typerend: ‘You’re my dandelion/Born to fly over horizons/Carry me away in the summer wind.’ Allemaal goed bedoeld waarschijnlijk en allemaal prima gezongen, gespeeld en geproduceerd, maar zelfs in Volendam zijn de palingen niet zo glad als deze twaalf liedjes op Mat Kearney.
Zo kabbelt Mat Kearney nog een paar liedjes allervriendelijkst door en laat de plaat in het afsluitende Daydream horen dat de Amerikaan wel degelijk over de kwaliteiten beschikt om een beeldend lied te schrijven dat de luisteraar meeneemt naar zijn wereld. De verwijzing naar de band Journey is daarbij bijzonder origineel en goed gevonden. De van Paul Simon vakkundig gekopieerde song- en akkoordenstructuur nemen we dan maar op de koop toe.
Na twaalf tracks en zo’n veertig minuten later is de slotsom dat Mat Kearney als album drie dingen is: licht verteerbaar zomers, weinig persoonlijk edoch smaakvol, aantrekkelijk onschuldig. Ideaal bij een barbecue-avond met vrienden en/of familie, want met deze achtertuinpop van Mat Kearney is een geslaagde avond zo goed als gegarandeerd.
Recensie | Mat Kearney - Mat Kearney | Nieuweplaat.nl
De eerste klanken van Headlights Home, waarmee de plaat opent, klinken als een aangename mix van John Mayer en Young Gun Silver Fox; dromerige yacht rock waar je het mariene briesje er alleen nog maar zelf hoeft bij hoeft te denken. Kearney bevestigt dat we hiermee op de juiste koers geraakt zijn in het daaropvolgende Palisades: ‘I dreamed about Pacific nights and the way the wind would move your hair’. Licht, leuk en het lekkerst als de volumeknop net iets hoger gedraaid wordt.
Maar Kearney heeft meerdere aantrekkelijke vaatjes om uit te tappen. Zo toont hij zich in het lied Real One een ware vertolker van het ‘half-spoken, half-sung’-genre zoals we dat kennen van Sam Hunts hit Take Your Time uit 2014. Vervolgens blijkt Kearney ook nog eens – wanneer de muziek een iets serieuzer karakter krijgt in Good Thing Going On – qua stemgeluid sterke overeenkomst te hebben met Chris Martin (Coldplay). Als klap op de vuurpijl krijg je als luisteraar ook nog een dosis Jack Johnson cadeau in de track My Two Hands.
En daar ligt meteen het probleem van Kearney op tafel: hij klinkt als vele anderen die hem voorgingen, waardoor het – hoe aangenaam zijn muziek ook klinkt – nooit onderscheidend genoeg is om op te vallen. Sterker nog, als je niet al te aandachtig luistert dan denk je te maken te hebben met een verzamelalbum van voornoemde artiesten.
Het tweede, iets meer verborgen probleem van Kearney zijn z’n onvoorstelbaar kneuterig brave songteksten. De naïeve onschuld druipt er vanaf als een druppeltje melk aan de kin van een pasgeboren lammetje. Het liedje Dandalion (paardenbloem) is typerend: ‘You’re my dandelion/Born to fly over horizons/Carry me away in the summer wind.’ Allemaal goed bedoeld waarschijnlijk en allemaal prima gezongen, gespeeld en geproduceerd, maar zelfs in Volendam zijn de palingen niet zo glad als deze twaalf liedjes op Mat Kearney.
Zo kabbelt Mat Kearney nog een paar liedjes allervriendelijkst door en laat de plaat in het afsluitende Daydream horen dat de Amerikaan wel degelijk over de kwaliteiten beschikt om een beeldend lied te schrijven dat de luisteraar meeneemt naar zijn wereld. De verwijzing naar de band Journey is daarbij bijzonder origineel en goed gevonden. De van Paul Simon vakkundig gekopieerde song- en akkoordenstructuur nemen we dan maar op de koop toe.
Na twaalf tracks en zo’n veertig minuten later is de slotsom dat Mat Kearney als album drie dingen is: licht verteerbaar zomers, weinig persoonlijk edoch smaakvol, aantrekkelijk onschuldig. Ideaal bij een barbecue-avond met vrienden en/of familie, want met deze achtertuinpop van Mat Kearney is een geslaagde avond zo goed als gegarandeerd.
Recensie | Mat Kearney - Mat Kearney | Nieuweplaat.nl
Maurice van Hoek - Changing Lanes (2023)

3,0
0
geplaatst: 25 mei 2023, 22:14 uur
Al jaren wordt de Nederlandse singer-songwriter Maurice van Hoek gezien als een groot talent. Op het snijvlak van country en americana is de spoeling van eigen bodem dun, maar de onmiskenbare kwaliteit van Van Hoek maakt dit ruimschoots goed. Nadat zijn debuutalbum Live Forevermore uit 2016 in betrekkelijke anonimiteit verscheen, kon zijn tweede plaat Traveling Man uit 2018 rekenen op meer bijval. Van Hoek is inmiddels toe aan zijn derde langspeelplaat, Changing Lanes. En die titel is beter gekozen dan Van Hoek zelf waarschijnlijk kon vermoeden.
Old Enough To Know Better is de song waarmee het album begint. Een opvallend goede en verrassende keuze. Kalm, introspectief en zwanger van nostalgie. Vervolgens horen we met titeltrack Changing Lanes een heel andere kant van Van Hoek. ‘The road’s getting clear and I’m shifting gear/ Got my signal turned on/ I’m changing lanes, it’s time for a change.’ Vooruit kijken, de wijde wereld in, schepen achter je verbranden. Dat werk. En zo overtuigend gebracht dat je direct bij hem zou instappen, mocht hij je een plaats aanbieden op de bijrijdersstoel. Call You Mine kent in het refrein een dromerig mooi akkoordenschema dat doet denken aan James Taylor. Jammer dat het breekbare gitaarspel en de mooie stem van Van Hoek tegen het eind worden onderbroken door een vioolpartij.
Sweet Morning Dew wordt honingzoet oprecht ten gehore gebracht, maar klinkt wel een beetje oubollig. De (wederom) aanzwellende vioolpartijen maken dat het geheel net teveel klinkt als John Denver in de jaren zeventig. Een meer eigentijds geluid is niet verboden in country en americana. De eerste klanken van het lied May I Have This Dance lijken wel verdacht veel op Ol’ 55 van Tom Waits. Break Down And Call is een alle-remmen-los-lied dat niet zou misstaan in het oeuvre van Jackson Browne. Het lied moet het overigens niet hebben van de tekst. Die is namelijk niet bijster origineel en hangt van de clichés aan elkaar vast. Daarover later meer. Anything At All zorgt voor een ‘Tequila Sunrise’-momentje a la Eagles. De meerstemmigheid in dit lied is uitstekend verzorgd en komt gelukkig vaker terug. Fijne vocale momenten waar kippenvel op de loer ligt. Met Dancing In The Rain eindigt Changing Lanes meer in het huidige tijdperk. Deze afsluiter is toch wel een van de sterkere songs, mede doordat Van Hoek een meer eigen geluid laat horen.
De twaalf liedjes op Changing Lanes liggen stuk voor stuk makkelijk in het gehoor. Dat is deels te danken aan het mooie stemgeluid van Van Hoek dat uitstekend past bij deze stijl. Maar toch is dit ook het gevolg van het gegeven dat veel liedjes op gehoor vrij eenvoudig associëren met werk van bekende stijlgenoten uit de jaren zestig en zeventig als Gram Parsons, Townes van Zandt en de eerder genoemde James Taylor en Eagles.
Changing Lanes luistert weliswaar aangenaam, maar de verandering van rijbaan leidt niet direct naar een opzienbarend of verbluffend album. Twee obstakels zijn daar debet aan. De eerste is de kwaliteit van de songteksten en songtitels. Beide zijn nogal algemeen, of als je het positief wil benaderen: universeel. Titels als It Takes Two To Tango werden bijvoorbeeld al in 1952 door Louis Armstrong gebruikt en van liedjes met de titel Empty Without You bestaan er nog honderden. Daarnaast gebruikt Van Hoek cliché-zinnen die al zo ontelbaar vaak gebruikt zijn dat ze haast nietszeggend zijn geworden. Het doet overigens niets af aan de eerlijkheid waarmee ze gezongen worden. Mogelijk is Van Hoek het Engels onvoldoende machtig om taalkundig op een meer creatieve laag uit te komen die veel meer raakt aan de kern van zijn emoties.
Het tweede obstakel is de productie, want daar schort wel het een en ander aan. Zo wordt de eerder genoemde aanzwellende viool te vaak toegepast en is de opnamekwaliteit van de zang nogal wisselend. Weinig consistent werk helaas. Van Hoek verdient beter geëquipeerd te worden. Al met al is Changing Lanes dus een wat ambivalent album geworden, maar Maurice van Hoek heeft met Changing Lanes zeker wél de goede afslag genomen die hopelijk het begin is van meer. Nu nog wat koerswijzigingen doorvoeren in het schrijvers- en productieteam zodat het label ‘talent’ plaats kan maken voor ‘gevestigd artiest’.
Maurice van Hoek – Changing Lanes - nieuweplaat.nl
Old Enough To Know Better is de song waarmee het album begint. Een opvallend goede en verrassende keuze. Kalm, introspectief en zwanger van nostalgie. Vervolgens horen we met titeltrack Changing Lanes een heel andere kant van Van Hoek. ‘The road’s getting clear and I’m shifting gear/ Got my signal turned on/ I’m changing lanes, it’s time for a change.’ Vooruit kijken, de wijde wereld in, schepen achter je verbranden. Dat werk. En zo overtuigend gebracht dat je direct bij hem zou instappen, mocht hij je een plaats aanbieden op de bijrijdersstoel. Call You Mine kent in het refrein een dromerig mooi akkoordenschema dat doet denken aan James Taylor. Jammer dat het breekbare gitaarspel en de mooie stem van Van Hoek tegen het eind worden onderbroken door een vioolpartij.
Sweet Morning Dew wordt honingzoet oprecht ten gehore gebracht, maar klinkt wel een beetje oubollig. De (wederom) aanzwellende vioolpartijen maken dat het geheel net teveel klinkt als John Denver in de jaren zeventig. Een meer eigentijds geluid is niet verboden in country en americana. De eerste klanken van het lied May I Have This Dance lijken wel verdacht veel op Ol’ 55 van Tom Waits. Break Down And Call is een alle-remmen-los-lied dat niet zou misstaan in het oeuvre van Jackson Browne. Het lied moet het overigens niet hebben van de tekst. Die is namelijk niet bijster origineel en hangt van de clichés aan elkaar vast. Daarover later meer. Anything At All zorgt voor een ‘Tequila Sunrise’-momentje a la Eagles. De meerstemmigheid in dit lied is uitstekend verzorgd en komt gelukkig vaker terug. Fijne vocale momenten waar kippenvel op de loer ligt. Met Dancing In The Rain eindigt Changing Lanes meer in het huidige tijdperk. Deze afsluiter is toch wel een van de sterkere songs, mede doordat Van Hoek een meer eigen geluid laat horen.
De twaalf liedjes op Changing Lanes liggen stuk voor stuk makkelijk in het gehoor. Dat is deels te danken aan het mooie stemgeluid van Van Hoek dat uitstekend past bij deze stijl. Maar toch is dit ook het gevolg van het gegeven dat veel liedjes op gehoor vrij eenvoudig associëren met werk van bekende stijlgenoten uit de jaren zestig en zeventig als Gram Parsons, Townes van Zandt en de eerder genoemde James Taylor en Eagles.
Changing Lanes luistert weliswaar aangenaam, maar de verandering van rijbaan leidt niet direct naar een opzienbarend of verbluffend album. Twee obstakels zijn daar debet aan. De eerste is de kwaliteit van de songteksten en songtitels. Beide zijn nogal algemeen, of als je het positief wil benaderen: universeel. Titels als It Takes Two To Tango werden bijvoorbeeld al in 1952 door Louis Armstrong gebruikt en van liedjes met de titel Empty Without You bestaan er nog honderden. Daarnaast gebruikt Van Hoek cliché-zinnen die al zo ontelbaar vaak gebruikt zijn dat ze haast nietszeggend zijn geworden. Het doet overigens niets af aan de eerlijkheid waarmee ze gezongen worden. Mogelijk is Van Hoek het Engels onvoldoende machtig om taalkundig op een meer creatieve laag uit te komen die veel meer raakt aan de kern van zijn emoties.
Het tweede obstakel is de productie, want daar schort wel het een en ander aan. Zo wordt de eerder genoemde aanzwellende viool te vaak toegepast en is de opnamekwaliteit van de zang nogal wisselend. Weinig consistent werk helaas. Van Hoek verdient beter geëquipeerd te worden. Al met al is Changing Lanes dus een wat ambivalent album geworden, maar Maurice van Hoek heeft met Changing Lanes zeker wél de goede afslag genomen die hopelijk het begin is van meer. Nu nog wat koerswijzigingen doorvoeren in het schrijvers- en productieteam zodat het label ‘talent’ plaats kan maken voor ‘gevestigd artiest’.
Maurice van Hoek – Changing Lanes - nieuweplaat.nl
MEAU - 22 (2023)

3,5
1
geplaatst: 12 mei 2023, 08:48 uur
De carrière van de Nederlandse singer-songwriter MEAU kwam eind 2021 in een stroomversnelling toen haar single Dat Heb Jij Gedaan het licht zag. Anderhalf jaar later en 66 miljoen streams op Spotify verder, is het nu al veilig te stellen dat dit lied een vaste waarde geworden is van de Nederlandstalige muziek. Sinds Dat Heb Jij Gedaan zijn er nog tien singles verschenen, maar het grote wachten was natuurlijk op haar eerste volledige langspeelplaat. Eén dag voor haar 23e verjaardag presenteert MEAU haar debuutalbum 22.
Het eerste dat opvalt aan de dertien songs op 22 is dat een meerderheid reeds als single is verschenen, maar dat niet alle tot nu toe uitgebrachte singles op de plaat staan. Zo zijn de samenwerkingen met Paul de Munnik en Bente niet te horen. Evenmin zijn haar cover van Boudewijn de Groots Avond en Tegen De Klippen Op, uit de gelijknamige documentaire over de strijd van Sterre van Wijlen tegen botkanker, te horen. De samenwerking met Racoon in het lied Dans M’n Ogen Dicht staat dan weer wél op 22. Er liggen vast goede redenen ten grondslag aan deze keuzes, maar vooralsnog blijft het gissen.
22 trapt af met een minuut durend intro. ‘Ben ook niet heilig dus hou soms wijs m’n mond en richt me op de mooie dingen die ik vond/soms zoek ik naar een middel dat mij verdoofd, maar heb toch altijd in het beste hier geloofd’, zingt MEAU onder andere. De emoties schieten als een schot hagel alle kanten op in die ene minuut, maar ontpoppen zich gelukkig naar inzicht. Titeltrack 22 is een aantrekkelijk en aanstekelijk lied dat in de verte doet denken aan New Light van John Mayer. Het is vooral het licht hese stemgeluid van MEAU dat opvalt en aangenaam verrast. 22 zou zomaar eens kunnen uitgroeien tot een zwoele zomerhit.
Opvallend is dat MEAU het best tot haar recht komt in de meer uptempotracks, zoals 22 en het lied Blijven Rijden (dat veel gelijkenis vertoont met het nummer The Walls Are Way Too Thin van Holly Humberstone). Zonder in de transactionele analyses te willen verzanden, lijkt het dat MEAU in de uptempotracks een meer zelfverzekerde, assertieve en onafhankelijke houding en woordkeuze hanteert. In de langzamere tracks verwoord ze zichzelf meer als angstig, teleurgesteld en zwaarmoedig. Het lied Terug In M’n Armen onderschrijft dat nogmaals.
Op Als Jij Maar Bij Me Bent zingt MEAU: ‘Maar nu zit ik te bekijken, te beseffen hoe het went/ Hoe het juist zo fijn kan zijn met weinig, als jij maar bij me bent.’ Het zijn de spaarzame momenten van berusting. Juist dan ben je als luisteraar blij dat MEAU in staat blijkt het gewicht van emoties die op haar ranke schouders rust naast zich neer te leggen. 22 is namelijk een zeer persoonlijk en invoelbaar album dat luistert als een dromerig dagboek. Maar omdat MEAU een manier van tekstschrijven heeft die weinig tot geen gebruik maakt van beelden of beeldvorming, is het de emotie die overblijft. En die emotie – hoe oprecht en eerlijk die ook is – is wat eenzijdig belicht, waardoor 22 als geheel wat zwaar op het gemoed drukt. Het is niet negatief bedoeld, maar meer een uiting van interesse naar welke emoties er nog meer schuil gaan achter de persoon MEAU.
Wat wel een punt van kritiek is, is het gebruik van te veel op elkaar lijkende gitaarintro’s. Er zijn minstens zes liedjes te horen die in eerste aanzet nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn als gevolg van gelijksoortige gitaartokkeltjes. Jammer, maar gelukkig is er nog het lied Nieuw Begin, waarmee het album na veertig minuten afsluit in de meest pure vorm denkbaar. Vier elementen in overtuigend samenspel: stem, gitaar, tekst en emotie. De mooiste zin van het album is bewaard voor dit slotakkoord: ‘Dat alles is veranderd maar ik hoop dat jij hier blijft en dat er een mooi jaar weer voor zich schrijft.’ Het is MEAU meer dan gegund en horen het resultaat graag binnenkort tegemoet.
Recensie | MEAU - 22 | Nieuweplaat.nl
Het eerste dat opvalt aan de dertien songs op 22 is dat een meerderheid reeds als single is verschenen, maar dat niet alle tot nu toe uitgebrachte singles op de plaat staan. Zo zijn de samenwerkingen met Paul de Munnik en Bente niet te horen. Evenmin zijn haar cover van Boudewijn de Groots Avond en Tegen De Klippen Op, uit de gelijknamige documentaire over de strijd van Sterre van Wijlen tegen botkanker, te horen. De samenwerking met Racoon in het lied Dans M’n Ogen Dicht staat dan weer wél op 22. Er liggen vast goede redenen ten grondslag aan deze keuzes, maar vooralsnog blijft het gissen.
22 trapt af met een minuut durend intro. ‘Ben ook niet heilig dus hou soms wijs m’n mond en richt me op de mooie dingen die ik vond/soms zoek ik naar een middel dat mij verdoofd, maar heb toch altijd in het beste hier geloofd’, zingt MEAU onder andere. De emoties schieten als een schot hagel alle kanten op in die ene minuut, maar ontpoppen zich gelukkig naar inzicht. Titeltrack 22 is een aantrekkelijk en aanstekelijk lied dat in de verte doet denken aan New Light van John Mayer. Het is vooral het licht hese stemgeluid van MEAU dat opvalt en aangenaam verrast. 22 zou zomaar eens kunnen uitgroeien tot een zwoele zomerhit.
Opvallend is dat MEAU het best tot haar recht komt in de meer uptempotracks, zoals 22 en het lied Blijven Rijden (dat veel gelijkenis vertoont met het nummer The Walls Are Way Too Thin van Holly Humberstone). Zonder in de transactionele analyses te willen verzanden, lijkt het dat MEAU in de uptempotracks een meer zelfverzekerde, assertieve en onafhankelijke houding en woordkeuze hanteert. In de langzamere tracks verwoord ze zichzelf meer als angstig, teleurgesteld en zwaarmoedig. Het lied Terug In M’n Armen onderschrijft dat nogmaals.
Op Als Jij Maar Bij Me Bent zingt MEAU: ‘Maar nu zit ik te bekijken, te beseffen hoe het went/ Hoe het juist zo fijn kan zijn met weinig, als jij maar bij me bent.’ Het zijn de spaarzame momenten van berusting. Juist dan ben je als luisteraar blij dat MEAU in staat blijkt het gewicht van emoties die op haar ranke schouders rust naast zich neer te leggen. 22 is namelijk een zeer persoonlijk en invoelbaar album dat luistert als een dromerig dagboek. Maar omdat MEAU een manier van tekstschrijven heeft die weinig tot geen gebruik maakt van beelden of beeldvorming, is het de emotie die overblijft. En die emotie – hoe oprecht en eerlijk die ook is – is wat eenzijdig belicht, waardoor 22 als geheel wat zwaar op het gemoed drukt. Het is niet negatief bedoeld, maar meer een uiting van interesse naar welke emoties er nog meer schuil gaan achter de persoon MEAU.
Wat wel een punt van kritiek is, is het gebruik van te veel op elkaar lijkende gitaarintro’s. Er zijn minstens zes liedjes te horen die in eerste aanzet nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn als gevolg van gelijksoortige gitaartokkeltjes. Jammer, maar gelukkig is er nog het lied Nieuw Begin, waarmee het album na veertig minuten afsluit in de meest pure vorm denkbaar. Vier elementen in overtuigend samenspel: stem, gitaar, tekst en emotie. De mooiste zin van het album is bewaard voor dit slotakkoord: ‘Dat alles is veranderd maar ik hoop dat jij hier blijft en dat er een mooi jaar weer voor zich schrijft.’ Het is MEAU meer dan gegund en horen het resultaat graag binnenkort tegemoet.
Recensie | MEAU - 22 | Nieuweplaat.nl
MGMT - Loss of Life (2024)

3,0
0
geplaatst: 24 februari 2024, 13:30 uur
Het is voor de Amerikaanse band MGMT een zegen dat succes en kwaliteit in de muziekindustrie niet enkel worden gemeten op basis van hits. Hun hoogste (en tevens enige) notering ooit in de ‘Billboard Hot 100’ is namelijk plek 91. In Europa viel de psychedelische indiepop van het duo in ontvankelijker aarde met in Nederland een redelijk solide plek in de Top 2000 van NPO Radio 2 met het lied Kids (2008). Het succes van MGMT schuilt hem dus niet in de individuele songs, maar in de invalshoek waarmee ze popmuziek benadert bij het maken van een nieuw album. Zo ook op Loss Of Life, hun vijfde album in achttien jaar tijd. Niet een al te hoog moyenne dus, maar gelukkig zegt ook dát niets over kwaliteit.
Loss Of Life begint mysterieus met een gedicht. Onterecht claimt MGMT dit op hun site als eigen werk, want dit gedicht stamt reeds uit de dertiende eeuw en is sinds jaar en dag onderdeel van de Welshe literatuur en poëzie. Laten we houden op een omissie. Het daaropvolgende Mother Nature begint simpelweg mooi, heeft een mooie crescendo opbouw en ontvouwt zich als een krachtige Oasis-track. Dancing In Babylon is een duet met Christine and the Queens. En daarmee is het enige leuke aan dit lied meteen benoemd, want het is een draak van een duet. De eerste drie minuten klinken als een goedkope musical-versie van de jaren ’80-film Top Gun om vervolgens te transformeren in een vreemde dance-track à la Pet Shop Boys. Pas bij de derde track wordt Loss Of Life spannender, gelaagder.
People In The Streets lijkt te gaan over de tegenstelling tussen wat het innerlijke zelf wil geloven en de mogelijkheid dat deze wil is gebaseerd op leugens en angst. Daar waar MGMT zich op vorige platen tekstueel wat frivool en speels liet kennen, laat het nu een meer volwassen en weldoordacht vocabulaire horen. ‘Nothing to declare/ Not in the bags under my eyes’ uit het nummer Nothing To Declare laat daarbij het beste uit beide werelden horen: goede woordspeling, maar een waar wel degelijk een volwassen gedachtegang onder schuilgaat. Bij dit lied maakt MGMT overigens ook nog een boeiend muzikaal uitstapje dat bijna folk-achtig klinkt. Toch zijn er ook wel wat planken misgeslagen, zoals de wijze waarop de verstoorde zangpartij is opgenomen in het lied I Wish I Was Joking. Of de waslijst aan instrumenten en genrewisselingen die in het slotnummer en titelstuk Loss Of Life voorbij komen. Hier is de zang onder handen genomen door een producer die een keer Pink Floyd-je wilde spelen. Jammer.
Wat na drie kwartier, naast een aantal prettige momenten, het meest beklijft is het gevoel dat Loss Of Life te vroeg het daglicht heeft gezien. Alsof het nog net niet rijp genoeg is, alsof de fase van het finale afmixen is overgeslagen. Daardoor is Loss Of Life, ondanks een aantal goede songs, een album dat op afstand blijft en weinig doet. En dat is een vreemde ontwikkeling. Was het bij eerdere albums zo dat MGMT het moest hebben van de samenhang in het geheel, moet ze het nu juist hebben van een paar losse momenten die niet echt binding hebben met de rest van de plaat. Wie weet verklaart dat de albumtitel Loss Of Life wel, want wie kan immers bij het verlies van een dierbare het geheel overzien? Niemand; ieder voor zich blijft achter met een paar fijne, losse momenten. Kwaliteit boven kwantiteit.
MGMT - Loss Of Life - nieuweplaat.nl
Loss Of Life begint mysterieus met een gedicht. Onterecht claimt MGMT dit op hun site als eigen werk, want dit gedicht stamt reeds uit de dertiende eeuw en is sinds jaar en dag onderdeel van de Welshe literatuur en poëzie. Laten we houden op een omissie. Het daaropvolgende Mother Nature begint simpelweg mooi, heeft een mooie crescendo opbouw en ontvouwt zich als een krachtige Oasis-track. Dancing In Babylon is een duet met Christine and the Queens. En daarmee is het enige leuke aan dit lied meteen benoemd, want het is een draak van een duet. De eerste drie minuten klinken als een goedkope musical-versie van de jaren ’80-film Top Gun om vervolgens te transformeren in een vreemde dance-track à la Pet Shop Boys. Pas bij de derde track wordt Loss Of Life spannender, gelaagder.
People In The Streets lijkt te gaan over de tegenstelling tussen wat het innerlijke zelf wil geloven en de mogelijkheid dat deze wil is gebaseerd op leugens en angst. Daar waar MGMT zich op vorige platen tekstueel wat frivool en speels liet kennen, laat het nu een meer volwassen en weldoordacht vocabulaire horen. ‘Nothing to declare/ Not in the bags under my eyes’ uit het nummer Nothing To Declare laat daarbij het beste uit beide werelden horen: goede woordspeling, maar een waar wel degelijk een volwassen gedachtegang onder schuilgaat. Bij dit lied maakt MGMT overigens ook nog een boeiend muzikaal uitstapje dat bijna folk-achtig klinkt. Toch zijn er ook wel wat planken misgeslagen, zoals de wijze waarop de verstoorde zangpartij is opgenomen in het lied I Wish I Was Joking. Of de waslijst aan instrumenten en genrewisselingen die in het slotnummer en titelstuk Loss Of Life voorbij komen. Hier is de zang onder handen genomen door een producer die een keer Pink Floyd-je wilde spelen. Jammer.
Wat na drie kwartier, naast een aantal prettige momenten, het meest beklijft is het gevoel dat Loss Of Life te vroeg het daglicht heeft gezien. Alsof het nog net niet rijp genoeg is, alsof de fase van het finale afmixen is overgeslagen. Daardoor is Loss Of Life, ondanks een aantal goede songs, een album dat op afstand blijft en weinig doet. En dat is een vreemde ontwikkeling. Was het bij eerdere albums zo dat MGMT het moest hebben van de samenhang in het geheel, moet ze het nu juist hebben van een paar losse momenten die niet echt binding hebben met de rest van de plaat. Wie weet verklaart dat de albumtitel Loss Of Life wel, want wie kan immers bij het verlies van een dierbare het geheel overzien? Niemand; ieder voor zich blijft achter met een paar fijne, losse momenten. Kwaliteit boven kwantiteit.
MGMT - Loss Of Life - nieuweplaat.nl
