Hier kun je zien welke berichten verm1973 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ed Sheeran - Autumn Variations (2023)

2,5
1
geplaatst: 1 oktober 2023, 17:07 uur
De lijst met bands en artiesten die in 2023 twee of meer albums hebben uitgebracht begint opvallend lang te worden. Onder andere Guided By Voices, The National, Rival Sons, The Coral en Robbie Williams prijken op deze lijst. Ed Sheeran is de volgende grote naam die zich bij deze namen voegt, 148 dagen nadat – (Substract) uitkwam brengt hij opvolger Autumn Variations uit. Ook voor deze plaat heeft hij de hulp ingeroepen van Aaron Dessner (The National). Hiermee toont Sheeran opvallende gelijkenis met Taylor Swift die een paar jaar geleden in een tijdsbestek van 140 dagen ook twee albums (Folklore en Evermore) maakte met diezelfde Aaron Dessner.
Inspiratie voor Autumn Variations vond Sheeran bij componist Edward Elgar die in 1898 de Enigma Variations componeerde. Elgar componeerde veertien stukken en dus bevat Autumn Variations van Sheeran ook veertien liedjes. Het album begint met Magical; een liefdeslied in openhaard-sfeer dat qua stijl doet denken aan de muziek van The Paper Kites en Bon Iver. Dan volgt een ode aan Engeland in het lied England. De schoonheid van de natuur, de rust van een kustplaats en de mogelijkheid van een frisse start op een nieuwe dag. Het beschrijft een gevoel van verwondering en waardering voor het Engelse landschap en de sereniteit die er heerst. Het is een beetje Ed Sheerans moderne versie van Land Of Hope And Glory, dat niet toevalligerwijs gecomponeerd is door Edward Elgar. Dat Sheeran nog midden in het proces van rouwverwerking zit als gevolg van een aantal ingrijpende gebeurtenissen, blijkt uit het lied Plastic Bag. ‘My friend died, it’s been years, still grievin’/
And I thought time would be somehow healin‘ laat oprecht verdriet en pijn van Sheeran horen. Maar hij doet ook wat hij op – (Substract) deed: rauwe emoties in tekst delen, maar deze vervolgens afzwakken met tegeltjeswijsheden en afdekken met een uptempo, vrolijk klinkende productie. Het lied Blue is weer een kenmerkende Sheeran-song: akoestische gitaar en alle ruimte voor zijn herkenbare stemgeluid, al lijkt die stem door het gebruik van overdub wel heel erg op die van… Bon Iver!
Pas bij track zeven lijkt Autumn Variations los te komen als het tempo wordt opgekrikt, de sfeer lichter wordt en Sheeran meer opgewekt en overtuigend zingt zoals hij bijvoorbeeld deed op albums X (Multiply) en ÷ (Divide). Schijn bedriegt, want ook hier zijn het tempo, de sfeer en de opgewektheid cosmetisch van aard. De tekst is namelijk bitterzoet en laat iemand aan het woord die zoekt naar existentialisme en authenticiteit: ‘I can’t help myself but cry every time that I realise maybe I’ll never find my smile/ But who’s to blame? Well, that’s on me’. De muzikale teflon waarachter de échte Ed Sheeran gevoelsmatig schuilgaat op Autumn Variations, wordt bij het lied Spring gelukkig terzijde geschoven. Dan horen we Sheeran, zingend vanuit het nu. Vanuit een bijna transcendente gemoedstoestand horen we hem zoeken naar verbinding met zijn persoonlijke verlangens, waarden en doelen. Spring is het beste dat Autumn Variations te bieden heeft. Als laatste van de veertien liedjes is Head > Heels aan de beurt en is het even schrikken als het drumintro je mee terugneemt in de tijd naar Chris de Burgh’s Lady In Red. Het outro van Head > Heels lijkt dan weer vrij veel op het outro van Labi Siffres (Something Inside) So Strong. Hierdoor eindigt Autumn Variations in een wat ongemakkelijke sfeer, omdat het herinnert aan het recente verleden waarin Sheeran werd beschuldigd van plagiaat.
Autumn Variations is het muzikale bewijs van een volgende stap in Sheerans proces van rouwverwerking. Langzaam schuift hij, als we het model van Elisabeth Kübler-Ross ter hand nemen, richting aanvaarding en zingeving. Dat is goed voor hem, maar leidt niet per se tot een goed album. Het concept van veertien variaties op het thema herfst komt in het geheel niet uit de verf. Bij te veel liedjes is de uitvoering gereserveerd en voorzien van opsmuk en, op een enkele uitzondering na, bevatten de songs te weinig haakjes om te beklijven. Wat tot slot ook niet helpt zijn de talrijke momenten waarop Sheeran een soort Bon Ivertje speelt. Zowel op muzikaal, stijltechnisch en productioneel gebied. Vergelijk voor de grap eens de albumhoezen van Autumn Variations en 22, A Million van Bon Iver met elkaar en vel zelf een oordeel…
Ed Sheeran - Autumn Variations - nieuweplaat.nl
Inspiratie voor Autumn Variations vond Sheeran bij componist Edward Elgar die in 1898 de Enigma Variations componeerde. Elgar componeerde veertien stukken en dus bevat Autumn Variations van Sheeran ook veertien liedjes. Het album begint met Magical; een liefdeslied in openhaard-sfeer dat qua stijl doet denken aan de muziek van The Paper Kites en Bon Iver. Dan volgt een ode aan Engeland in het lied England. De schoonheid van de natuur, de rust van een kustplaats en de mogelijkheid van een frisse start op een nieuwe dag. Het beschrijft een gevoel van verwondering en waardering voor het Engelse landschap en de sereniteit die er heerst. Het is een beetje Ed Sheerans moderne versie van Land Of Hope And Glory, dat niet toevalligerwijs gecomponeerd is door Edward Elgar. Dat Sheeran nog midden in het proces van rouwverwerking zit als gevolg van een aantal ingrijpende gebeurtenissen, blijkt uit het lied Plastic Bag. ‘My friend died, it’s been years, still grievin’/
And I thought time would be somehow healin‘ laat oprecht verdriet en pijn van Sheeran horen. Maar hij doet ook wat hij op – (Substract) deed: rauwe emoties in tekst delen, maar deze vervolgens afzwakken met tegeltjeswijsheden en afdekken met een uptempo, vrolijk klinkende productie. Het lied Blue is weer een kenmerkende Sheeran-song: akoestische gitaar en alle ruimte voor zijn herkenbare stemgeluid, al lijkt die stem door het gebruik van overdub wel heel erg op die van… Bon Iver!
Pas bij track zeven lijkt Autumn Variations los te komen als het tempo wordt opgekrikt, de sfeer lichter wordt en Sheeran meer opgewekt en overtuigend zingt zoals hij bijvoorbeeld deed op albums X (Multiply) en ÷ (Divide). Schijn bedriegt, want ook hier zijn het tempo, de sfeer en de opgewektheid cosmetisch van aard. De tekst is namelijk bitterzoet en laat iemand aan het woord die zoekt naar existentialisme en authenticiteit: ‘I can’t help myself but cry every time that I realise maybe I’ll never find my smile/ But who’s to blame? Well, that’s on me’. De muzikale teflon waarachter de échte Ed Sheeran gevoelsmatig schuilgaat op Autumn Variations, wordt bij het lied Spring gelukkig terzijde geschoven. Dan horen we Sheeran, zingend vanuit het nu. Vanuit een bijna transcendente gemoedstoestand horen we hem zoeken naar verbinding met zijn persoonlijke verlangens, waarden en doelen. Spring is het beste dat Autumn Variations te bieden heeft. Als laatste van de veertien liedjes is Head > Heels aan de beurt en is het even schrikken als het drumintro je mee terugneemt in de tijd naar Chris de Burgh’s Lady In Red. Het outro van Head > Heels lijkt dan weer vrij veel op het outro van Labi Siffres (Something Inside) So Strong. Hierdoor eindigt Autumn Variations in een wat ongemakkelijke sfeer, omdat het herinnert aan het recente verleden waarin Sheeran werd beschuldigd van plagiaat.
Autumn Variations is het muzikale bewijs van een volgende stap in Sheerans proces van rouwverwerking. Langzaam schuift hij, als we het model van Elisabeth Kübler-Ross ter hand nemen, richting aanvaarding en zingeving. Dat is goed voor hem, maar leidt niet per se tot een goed album. Het concept van veertien variaties op het thema herfst komt in het geheel niet uit de verf. Bij te veel liedjes is de uitvoering gereserveerd en voorzien van opsmuk en, op een enkele uitzondering na, bevatten de songs te weinig haakjes om te beklijven. Wat tot slot ook niet helpt zijn de talrijke momenten waarop Sheeran een soort Bon Ivertje speelt. Zowel op muzikaal, stijltechnisch en productioneel gebied. Vergelijk voor de grap eens de albumhoezen van Autumn Variations en 22, A Million van Bon Iver met elkaar en vel zelf een oordeel…
Ed Sheeran - Autumn Variations - nieuweplaat.nl
Ed Sheeran - Play (2025)

2,5
0
geplaatst: 12 september 2025, 10:59 uur
Recensie | Ed Sheeran - Play | Nieuweplaat.nl
Na een vijftal albums met wiskundige symbolen trapt de Britse singer-songwriter Ed Sheeran af voor een nieuwe reeks van vijf symbool-albums. Te beginnen met Play waarna de reeks vervolgd zal worden met Pause, Fast Forward, Rewind, en Stop. Over Play zei Sheeran dat het album “een achtbaan van emoties [is] waarin plezier en licht na een donkere periode centraal staan.” Onbevangen, creatief, luchtig. Althans, zo omschrijft Sheeran het. Soms raakt marketingtaal de werkelijkheid. Vaak ook niet, zoals in dit geval.
Op zijn best is Play een album met dertien liedjes die in meerderheid een goedkoop afgietsel zijn van eerder werk van Sheeran. Zo horen we Sheeran al rappend het album openen in het lied Opening, maar niet voordat hij eerst anderhalve minuut zijn kopstem dusdanig hoog aanzet dat je er vleermuizen mee uit de spouwmuren zou kunnen verwijderen. Over zijn rapkunsten zijn de meningen altijd al verdeeld geweest en die discussie zal er met dit werk nieuwe voeding krijgen. Ook op A Little More rapt Sheeran in de coupletten, maar pakt beter uit door de Jason Mraz-achtige zomerklanken van dit nummer.
Een van zijn grote hits is Photograph (X, 2014); een ode aan de kracht van herinneringen en beelden om liefde te bewaren. Logisch muzikaal verlengstuk hiervan is Camera. Maar in tegenstelling tot Photograph heeft hij nu genoeg aan het moment zelf: ‘I don't need a camera to capture this moment/I'll remember how you look tonight for all my life.’ Noem het persoonlijke groei. Iets dat niet blijkt uit Old Phone, dat meer een soort plastische beschrijving van gebeurtenissen is, zoals hij dat eerder deed op Castle On The Hill (÷, 2017). Persoonlijke ontboezemingen als ‘I feel an overwhelming sadness/Of all the friends I do not have left/Seeing how my family has fracturеd’ laten een gekwetste Sheeran horen. Op papier wel te verstaan, want de opbeurende muzikale omlijsting trekt helaas de angel uit het lied. Als je dan toch afgietsels aan het maken bent, kan een Thinking Out Loud (X, 2014) 2.0 niet ontbreken. The Vow is doelbewust gemaakt om te fungeren als openingsdans op bruiloften. En door dit effectbejag schiet het zijn doel helaas voorbij, alle goede bedoelingen te spijt.
Nee, creatief is nu niet het kernwoord waarmee Play is samen te vatten. Hoe zit het dan met (Sheerans eigen woorden) onbevangen en luchtig? Dat laatste is terug te horen in de tracks die afgemixt zijn in India als Sapphire en Symmetry en van ‘kleur’ zijn voorzien met Arabische, Perzische en Hindoestaanse muziekinvloeden. Niet dat deze tracks hiermee luchtig worden, maar ze ademen wel meer sfeer en kwaliteit. En onbevangen? We nemen het voor lief aan, maar voelen het nergens terug in de dertien tracks.
Play luistert meer als een mixtape dan als een album. Het klinkt als een samenraapsel van left-overs uit het oeuvre van Sheeran zonder enige samenhang, aangevuld met wat Indiase smaakmakers als kardemom en koriander. Hoewel het mede door deze ingrediënten een aantal aardige liedjes kent, doet Play over het geheel beluisterd de albumtitel geen recht aan.
Na een vijftal albums met wiskundige symbolen trapt de Britse singer-songwriter Ed Sheeran af voor een nieuwe reeks van vijf symbool-albums. Te beginnen met Play waarna de reeks vervolgd zal worden met Pause, Fast Forward, Rewind, en Stop. Over Play zei Sheeran dat het album “een achtbaan van emoties [is] waarin plezier en licht na een donkere periode centraal staan.” Onbevangen, creatief, luchtig. Althans, zo omschrijft Sheeran het. Soms raakt marketingtaal de werkelijkheid. Vaak ook niet, zoals in dit geval.
Op zijn best is Play een album met dertien liedjes die in meerderheid een goedkoop afgietsel zijn van eerder werk van Sheeran. Zo horen we Sheeran al rappend het album openen in het lied Opening, maar niet voordat hij eerst anderhalve minuut zijn kopstem dusdanig hoog aanzet dat je er vleermuizen mee uit de spouwmuren zou kunnen verwijderen. Over zijn rapkunsten zijn de meningen altijd al verdeeld geweest en die discussie zal er met dit werk nieuwe voeding krijgen. Ook op A Little More rapt Sheeran in de coupletten, maar pakt beter uit door de Jason Mraz-achtige zomerklanken van dit nummer.
Een van zijn grote hits is Photograph (X, 2014); een ode aan de kracht van herinneringen en beelden om liefde te bewaren. Logisch muzikaal verlengstuk hiervan is Camera. Maar in tegenstelling tot Photograph heeft hij nu genoeg aan het moment zelf: ‘I don't need a camera to capture this moment/I'll remember how you look tonight for all my life.’ Noem het persoonlijke groei. Iets dat niet blijkt uit Old Phone, dat meer een soort plastische beschrijving van gebeurtenissen is, zoals hij dat eerder deed op Castle On The Hill (÷, 2017). Persoonlijke ontboezemingen als ‘I feel an overwhelming sadness/Of all the friends I do not have left/Seeing how my family has fracturеd’ laten een gekwetste Sheeran horen. Op papier wel te verstaan, want de opbeurende muzikale omlijsting trekt helaas de angel uit het lied. Als je dan toch afgietsels aan het maken bent, kan een Thinking Out Loud (X, 2014) 2.0 niet ontbreken. The Vow is doelbewust gemaakt om te fungeren als openingsdans op bruiloften. En door dit effectbejag schiet het zijn doel helaas voorbij, alle goede bedoelingen te spijt.
Nee, creatief is nu niet het kernwoord waarmee Play is samen te vatten. Hoe zit het dan met (Sheerans eigen woorden) onbevangen en luchtig? Dat laatste is terug te horen in de tracks die afgemixt zijn in India als Sapphire en Symmetry en van ‘kleur’ zijn voorzien met Arabische, Perzische en Hindoestaanse muziekinvloeden. Niet dat deze tracks hiermee luchtig worden, maar ze ademen wel meer sfeer en kwaliteit. En onbevangen? We nemen het voor lief aan, maar voelen het nergens terug in de dertien tracks.
Play luistert meer als een mixtape dan als een album. Het klinkt als een samenraapsel van left-overs uit het oeuvre van Sheeran zonder enige samenhang, aangevuld met wat Indiase smaakmakers als kardemom en koriander. Hoewel het mede door deze ingrediënten een aantal aardige liedjes kent, doet Play over het geheel beluisterd de albumtitel geen recht aan.
Elephant - Shooting for the Moon (2023)

3,5
0
geplaatst: 15 september 2023, 20:09 uur
Iets meer dan een jaar na het verschijnen van debuutplaat Big Thing van de Rotterdamse indieband Elephant, ziet opvolger Shooting For The Moon het daglicht. En op dit tweede album doet Elephant waar het goed in was op de eerste plaat nog eens dunnetjes over. De authentieke popliedjes brengen wederom het gevoel van melancholie, de dromerige zangpartijen brengen de fantasie wederom in vervoering en de fraai klinkende zangpartijen zijn van internationale kwaliteit. Toch heeft deze plaat – net als zijn voorganger – één nadeel…
De opener op Shooting For The Moon is weggelegd voor het lied Post-Punk, waarin op engelachtige toon wordt gezongen ‘I hate your post-punk pretensions, your fake English accent.’ Om daarna meteen te vervallen in spijt als eerlijk wordt uitgesproken dat hier eigenlijk sprake is van jaloezie. Dat hoeft overigens op geen enkele manier, want het lied is prachtig. Niet alleen het arrangement en de zang, maar ook zeker de heerlijke langzaam voortslepende gitaarsolo.
The Morning is een zomerzwoel gezongen duet met de in Ethiopië geboren Belgische singer-songwriter Meskerem Mees. Er zijn in de muziekgeschiedenis vele pogingen gedaan om de term ‘Indian Summer’ in muziek te vatten. The Morning is een fijne, knus klinkende, geslaagde poging om dat te bereiken, inclusief Hall & Oates-achtig baslijntje. April is ook al zo’n zoete wegdromer, zij het meer uptempo. ‘Words like cinnamon, dressed in black/ I look at you, I will sit at the bed’; probeer dan maar eens niet weg te dromen naar de momenten van intiem geluk en verbinding.
Het album sluit af met het lied Moonlight, waarin ondefinieerbare achtergrondgeluiden klinken alsof iemand iets zoekt op een bureau vol papier en paparassen. Vreemd, anders en toch geheel passend in de sfeer van Shooting For The Moon. Of nou, hele plaat. Na iets meer dan dertig minuten is de lp al afgelopen. Welgeteld anderhalve minuut langer dan debuutplaat Big Thing. Na iets meer dan dertig minuten is de lp al afgelopen. Er komen regelmatig ep's die langer je oren bespelen. Krap dertig minuten is toch wel érg mager. Ter illustratie: de tweede lp van Laufey die vorige week verscheen kent een lengte van achtenveertig minuten. Elephant had met de kwaliteit die de band binnenboord heeft, moeiteloos een lied of drie á vier aan kunnen toevoegen aan Shooting For The Moon.
Los van deze kritiek op de kwantiteit, is er met de kwaliteit verdraait weinig mis. Op Shooting For The Moon klinkt Elephant volwassener dan op haar voorganger. Dat de productie van de tien songs in handen was van Pablo van de Poel (DeWolff) zal daar zeker aan bijgedragen hebben. De groei die Elephant laat horen op Shooting For The Moon leidt naar een route waarmee het zich op termijn mag meten aan stijlgenoten als Iron&Wine, Fleet Foxes en The Tallest Man On Earth.
Over de titel van de plaat tot slot: klinkt lekker hoor ‘shooting for the moon’, maar aangezien het de laatste tijd wat druk begint te worden op de maan, luidt ons advies aan Elephant om vooral te blijven foerageren naar inspiratie in hun thuisbasis; de rijke Rotterdamse klei. Dat heeft de band tot nu toe twee prima platen opgeleverd en het moet gek lopen willen daar niet vele opvolgers achteraan komen.
Elephant - Shooting For The Moon - nieuweplaat.nl
De opener op Shooting For The Moon is weggelegd voor het lied Post-Punk, waarin op engelachtige toon wordt gezongen ‘I hate your post-punk pretensions, your fake English accent.’ Om daarna meteen te vervallen in spijt als eerlijk wordt uitgesproken dat hier eigenlijk sprake is van jaloezie. Dat hoeft overigens op geen enkele manier, want het lied is prachtig. Niet alleen het arrangement en de zang, maar ook zeker de heerlijke langzaam voortslepende gitaarsolo.
The Morning is een zomerzwoel gezongen duet met de in Ethiopië geboren Belgische singer-songwriter Meskerem Mees. Er zijn in de muziekgeschiedenis vele pogingen gedaan om de term ‘Indian Summer’ in muziek te vatten. The Morning is een fijne, knus klinkende, geslaagde poging om dat te bereiken, inclusief Hall & Oates-achtig baslijntje. April is ook al zo’n zoete wegdromer, zij het meer uptempo. ‘Words like cinnamon, dressed in black/ I look at you, I will sit at the bed’; probeer dan maar eens niet weg te dromen naar de momenten van intiem geluk en verbinding.
Het album sluit af met het lied Moonlight, waarin ondefinieerbare achtergrondgeluiden klinken alsof iemand iets zoekt op een bureau vol papier en paparassen. Vreemd, anders en toch geheel passend in de sfeer van Shooting For The Moon. Of nou, hele plaat. Na iets meer dan dertig minuten is de lp al afgelopen. Welgeteld anderhalve minuut langer dan debuutplaat Big Thing. Na iets meer dan dertig minuten is de lp al afgelopen. Er komen regelmatig ep's die langer je oren bespelen. Krap dertig minuten is toch wel érg mager. Ter illustratie: de tweede lp van Laufey die vorige week verscheen kent een lengte van achtenveertig minuten. Elephant had met de kwaliteit die de band binnenboord heeft, moeiteloos een lied of drie á vier aan kunnen toevoegen aan Shooting For The Moon.
Los van deze kritiek op de kwantiteit, is er met de kwaliteit verdraait weinig mis. Op Shooting For The Moon klinkt Elephant volwassener dan op haar voorganger. Dat de productie van de tien songs in handen was van Pablo van de Poel (DeWolff) zal daar zeker aan bijgedragen hebben. De groei die Elephant laat horen op Shooting For The Moon leidt naar een route waarmee het zich op termijn mag meten aan stijlgenoten als Iron&Wine, Fleet Foxes en The Tallest Man On Earth.
Over de titel van de plaat tot slot: klinkt lekker hoor ‘shooting for the moon’, maar aangezien het de laatste tijd wat druk begint te worden op de maan, luidt ons advies aan Elephant om vooral te blijven foerageren naar inspiratie in hun thuisbasis; de rijke Rotterdamse klei. Dat heeft de band tot nu toe twee prima platen opgeleverd en het moet gek lopen willen daar niet vele opvolgers achteraan komen.
Elephant - Shooting For The Moon - nieuweplaat.nl
Elton John & Brandi Carlile - Who Believes in Angels? (2025)

3,5
3
geplaatst: 4 april 2025, 12:59 uur
Recensie | Elton John & Brandi Carlile - Who Believes In Angels? | Nieuweplaat.nl
Als je de leeftijd van tachtig bijna aantikt zijn er momenten waarin je zogezegd de balans opmaakt. Toen Elton John de afgelopen tijd geconfronteerd werd met gezondheidsproblemen, was dat de tone-of-voice waarmee hij de pers te woord stond. Totdat goede vriendin Brandi Carlile met het lumineuze idee kwam om samen een heel nieuw album te gaan maken in slechts twintig dagen tijd. Het resulteerde in de lp Who Believes In Angels?. Zijn drieëndertigste, haar achtste.
De eerste luisterbeurt van deze driekwartier durende langspeler staat in het teken van verbazing en verrassing. Bijvoorbeeld bij The Rose Of Laura Nyro. De eerste paar minuten ben je geneigd drie keer te checken of je de juiste lp wel hebt opgezet. The War Of The Worlds van Jeff Wayne, een gitaarsolo van Slash (Guns N’ Roses) en Beatles-achtige pianoklanken, ze passeren allen de revue in de paar openingsminuten. Maar als John en Carlile invallen hoor je direct het Elton-signatuur dat hem in de jaren zeventig en tachtig kenmerkte, maar al een album of vijf niet meer te horen was.
De twee halen iets in elkaar naar boven, zoveel is duidelijk als John als vanouds boogiewoogie uit de piano laat klinken in Little Richard’s Bible. Het plezier spat er werkelijk vanaf. Iets dat niet als vanzelf kwam. In de eerste week van schrijven en opnemen was John een brok chagrijn als gevolg van uitputting (zijn afscheidstournee was net afgerond) en de eerder genoemde gezondheidsproblemen. De omslag kwam bij het opbeurende lied Swing For The Fences. Swing For The Fences is een uitdrukking afkomstig uit het honkbal en betekent zoveel als een speler die de bal zo hard mogelijk slaat in de hoop een homerun te scoren. In dit aanstekelijke nummer wordt het in figuurlijke zin toegepast als een anthem voor jonge LGBTQ+-personen om vooral zichzelf te zijn: voluit gaan, risico’s durven nemen en groot durven dromen.
Het oeuvre van Brandi Carlile is in Nederland in kleinere kring bekend. Naar nu blijkt is dat onterecht, want Carlile is een uitstekende zangeres, zoals ze laat horen op haar solobijdrage You Without Me. Mooie, ingetogen productie met dromerige melodielijnen en dito tekst. ‘But when I met you face-to-face, none of it was true/So who am I if I’m not you?’ Aanleiding genoeg om de komende tijd haar zeven studioalbums eens goed te gaan beluisteren. In het lied The River Man horen we een Elton John die klinkt uit de tijd van zijn lp Don’t Shoot Me I’m Only the Piano Player uit 1972, met daarop de hit Crocodile Rock. The River Man laat dusdanig veel gelijkenis horen, dat je moeite moet doen het bekende ‘Laa, la-la-la-la-laa’ uit Crocodile Rock te onderdrukken.
Who Believes In Angels? sluit af met een solobijdrage van Elton John. Op When This Old World Is Done With Me reflecteert John op zijn leven en naderende dood. ‘When I close my eyes/Release me like an ocean wave/Return me to the tide.’ Wanneer John terugkijkt naar alle mooie, lelijke, liefdevolle en droevige herinneringen en deze in kleine abstracte bewoordingen bezingt, past slechts stilte en bewondering. Het is klein, intiem en berustend. Iets dat Who Believes In Angels? – zo valt op na meerdere luisterbeurten – vaker had kunnen gebruiken. Het merendeel van de tien songs zijn prima tot uitstekend, maar met net te veel bombast. Het klinkt op momenten wat overgeproduceerd. Minder is soms meer en dat principe had een aantal tracks goed gedaan. Hierdoor neigt deze plaat meer naar de kant te hangen van Carlile met bijdrage van John, dan andersom. En daar is in deze vorm en met deze kwaliteit verder weinig mis mee. Zeker niet als het Carlile hiermee meer naamsbekendheid op Europese bodem oplevert. En als je je bijna tachtigjarige stokje dan toch moet overdragen, dan maar op deze verrassende en aangename manier.
Als je de leeftijd van tachtig bijna aantikt zijn er momenten waarin je zogezegd de balans opmaakt. Toen Elton John de afgelopen tijd geconfronteerd werd met gezondheidsproblemen, was dat de tone-of-voice waarmee hij de pers te woord stond. Totdat goede vriendin Brandi Carlile met het lumineuze idee kwam om samen een heel nieuw album te gaan maken in slechts twintig dagen tijd. Het resulteerde in de lp Who Believes In Angels?. Zijn drieëndertigste, haar achtste.
De eerste luisterbeurt van deze driekwartier durende langspeler staat in het teken van verbazing en verrassing. Bijvoorbeeld bij The Rose Of Laura Nyro. De eerste paar minuten ben je geneigd drie keer te checken of je de juiste lp wel hebt opgezet. The War Of The Worlds van Jeff Wayne, een gitaarsolo van Slash (Guns N’ Roses) en Beatles-achtige pianoklanken, ze passeren allen de revue in de paar openingsminuten. Maar als John en Carlile invallen hoor je direct het Elton-signatuur dat hem in de jaren zeventig en tachtig kenmerkte, maar al een album of vijf niet meer te horen was.
De twee halen iets in elkaar naar boven, zoveel is duidelijk als John als vanouds boogiewoogie uit de piano laat klinken in Little Richard’s Bible. Het plezier spat er werkelijk vanaf. Iets dat niet als vanzelf kwam. In de eerste week van schrijven en opnemen was John een brok chagrijn als gevolg van uitputting (zijn afscheidstournee was net afgerond) en de eerder genoemde gezondheidsproblemen. De omslag kwam bij het opbeurende lied Swing For The Fences. Swing For The Fences is een uitdrukking afkomstig uit het honkbal en betekent zoveel als een speler die de bal zo hard mogelijk slaat in de hoop een homerun te scoren. In dit aanstekelijke nummer wordt het in figuurlijke zin toegepast als een anthem voor jonge LGBTQ+-personen om vooral zichzelf te zijn: voluit gaan, risico’s durven nemen en groot durven dromen.
Het oeuvre van Brandi Carlile is in Nederland in kleinere kring bekend. Naar nu blijkt is dat onterecht, want Carlile is een uitstekende zangeres, zoals ze laat horen op haar solobijdrage You Without Me. Mooie, ingetogen productie met dromerige melodielijnen en dito tekst. ‘But when I met you face-to-face, none of it was true/So who am I if I’m not you?’ Aanleiding genoeg om de komende tijd haar zeven studioalbums eens goed te gaan beluisteren. In het lied The River Man horen we een Elton John die klinkt uit de tijd van zijn lp Don’t Shoot Me I’m Only the Piano Player uit 1972, met daarop de hit Crocodile Rock. The River Man laat dusdanig veel gelijkenis horen, dat je moeite moet doen het bekende ‘Laa, la-la-la-la-laa’ uit Crocodile Rock te onderdrukken.
Who Believes In Angels? sluit af met een solobijdrage van Elton John. Op When This Old World Is Done With Me reflecteert John op zijn leven en naderende dood. ‘When I close my eyes/Release me like an ocean wave/Return me to the tide.’ Wanneer John terugkijkt naar alle mooie, lelijke, liefdevolle en droevige herinneringen en deze in kleine abstracte bewoordingen bezingt, past slechts stilte en bewondering. Het is klein, intiem en berustend. Iets dat Who Believes In Angels? – zo valt op na meerdere luisterbeurten – vaker had kunnen gebruiken. Het merendeel van de tien songs zijn prima tot uitstekend, maar met net te veel bombast. Het klinkt op momenten wat overgeproduceerd. Minder is soms meer en dat principe had een aantal tracks goed gedaan. Hierdoor neigt deze plaat meer naar de kant te hangen van Carlile met bijdrage van John, dan andersom. En daar is in deze vorm en met deze kwaliteit verder weinig mis mee. Zeker niet als het Carlile hiermee meer naamsbekendheid op Europese bodem oplevert. En als je je bijna tachtigjarige stokje dan toch moet overdragen, dan maar op deze verrassende en aangename manier.
Esther Rose - Safe to Run (2023)

3,5
0
geplaatst: 21 april 2023, 12:45 uur
De uit New Orleans afkomstige countryzangeres Esther Rose bracht in de afgelopen zes jaar drie lp’s uit. De eerste twee, This Time Last Night uit 2017 en You Made It This Far uit 2019, voltrokken zich in betrekkelijke anonimiteit, netjes binnen de lijntjes van de Mississippi-delta countryregels. Maar op haar derde plaat, How Many Times uit 2021, permitteerde Rose zich de vrijheid om de ongeschreven wetten van de countrymuziek te overtreden. Het resulteerde in – met name Amerika – lovende recensies. Haar vierde album Safe To Run zal minstens eenzelfde lot ten deel vallen met hopelijk een groter bereik dan het Amerikaanse continent, want Safe To Run is een prima album dat het verdient om ook op Europese bodem gehoord te worden.
Na het succes van How Many Times pakte Rose haar spullen en verliet de kleurrijke waterwereld van New Orleans voor de gortdroge eentonige woestijntinten van Santa Fé. Daar nam ze twee jaar de tijd om zich enkel te richten op het schrijfproces. Safe To Run opent chronologisch bij haar vertrek in het nummer Stay, waarin gespeelde nonchalance Rose’s twijfel blootlegt: ‘I saw the mountain peaks white, green, gray/ And purple sunsets spreading down from Santa Fe/ Well I’m ok my baby if you’re alright.’ Even later is het de beurt aan het catchy nummer Chet Baker. Een vervaarlijk eenvoudig lied dat gaat over het hebben van empathie voor de jongere, onbezonnen versie van jezelf. Weinigen is het gegeven om met een set onschuldige woorden zoveel betekenis en diepgang te creëren. Rose slaagt daarin opvallend goed.
Elk van de elf liedjes klinkt persoonlijker, doorleefder en Rose blijkt in staat om levendig gedetailleerde emotionele scènes in enkele glasheldere muzikale penceelstrepen neer te zetten. Zo ook in titelstuk Safe To Run: ‘Flying down the highway in a borrowed car/ I don’t know who I am and I don’t know where you are.’ Alle zwaarte, zoetheid, zelfontdekking en vertwijfeling op dit punt van haar reis komen in datzelfde lied aan de oppervlakte: ‘Let the angels find me I don’t care/ If the whiskey drowns me in the poisoned air.’
Je bent als luisteraar getuige van een jonge vrouw die tegen zichzelf ten strijde trekt, tegen de vertwijfeling die het gevolg zijn van haar eigen keuzes en die gelukkig komt bovendrijven. Hierdoor komt de rest van Safe To Run in een rustiger maar zowel muzikaal als tekstueel boeiend blijvend vaarwater. Zoals het afsluitende lied Arm’s Length, waarin Rose de zin van zonden bezingt in vilein scherpe bewoordingen: ‘Come on Jesus, don’t you die for me/ You take yourself so seriously.’ Weinig gracieuze, maar veelbetekenende woorden die symbool staan voor de ontwikkeling die Esther Rose heeft doorgemaakt de afgelopen jaren.
Naar nu blijkt is de verhuizing naar Santa Fé als opmaat voor de totstandkoming van Safe To Run een geniale zet geweest. Mede daardoor ademt deze plaat de aanlokkelijke sfeer van nostalgie, onbegrensde mogelijkheden en de altijd meereizende zorgen en onzekerheid. Het stemgeluid van Esther Rose maakt het geheel compleet. Een vleugje Patsy Cline, een snufje van een jonge Sheryl Crow en her en der een snik á la Tammy Wynette. Tweeënveertig minuten lang heerlijke coming-of-age country-folk. Esther Rose: een naam om te onthouden!
Esther Rose - Safe To Run - nieuweplaat.nl
Na het succes van How Many Times pakte Rose haar spullen en verliet de kleurrijke waterwereld van New Orleans voor de gortdroge eentonige woestijntinten van Santa Fé. Daar nam ze twee jaar de tijd om zich enkel te richten op het schrijfproces. Safe To Run opent chronologisch bij haar vertrek in het nummer Stay, waarin gespeelde nonchalance Rose’s twijfel blootlegt: ‘I saw the mountain peaks white, green, gray/ And purple sunsets spreading down from Santa Fe/ Well I’m ok my baby if you’re alright.’ Even later is het de beurt aan het catchy nummer Chet Baker. Een vervaarlijk eenvoudig lied dat gaat over het hebben van empathie voor de jongere, onbezonnen versie van jezelf. Weinigen is het gegeven om met een set onschuldige woorden zoveel betekenis en diepgang te creëren. Rose slaagt daarin opvallend goed.
Elk van de elf liedjes klinkt persoonlijker, doorleefder en Rose blijkt in staat om levendig gedetailleerde emotionele scènes in enkele glasheldere muzikale penceelstrepen neer te zetten. Zo ook in titelstuk Safe To Run: ‘Flying down the highway in a borrowed car/ I don’t know who I am and I don’t know where you are.’ Alle zwaarte, zoetheid, zelfontdekking en vertwijfeling op dit punt van haar reis komen in datzelfde lied aan de oppervlakte: ‘Let the angels find me I don’t care/ If the whiskey drowns me in the poisoned air.’
Je bent als luisteraar getuige van een jonge vrouw die tegen zichzelf ten strijde trekt, tegen de vertwijfeling die het gevolg zijn van haar eigen keuzes en die gelukkig komt bovendrijven. Hierdoor komt de rest van Safe To Run in een rustiger maar zowel muzikaal als tekstueel boeiend blijvend vaarwater. Zoals het afsluitende lied Arm’s Length, waarin Rose de zin van zonden bezingt in vilein scherpe bewoordingen: ‘Come on Jesus, don’t you die for me/ You take yourself so seriously.’ Weinig gracieuze, maar veelbetekenende woorden die symbool staan voor de ontwikkeling die Esther Rose heeft doorgemaakt de afgelopen jaren.
Naar nu blijkt is de verhuizing naar Santa Fé als opmaat voor de totstandkoming van Safe To Run een geniale zet geweest. Mede daardoor ademt deze plaat de aanlokkelijke sfeer van nostalgie, onbegrensde mogelijkheden en de altijd meereizende zorgen en onzekerheid. Het stemgeluid van Esther Rose maakt het geheel compleet. Een vleugje Patsy Cline, een snufje van een jonge Sheryl Crow en her en der een snik á la Tammy Wynette. Tweeënveertig minuten lang heerlijke coming-of-age country-folk. Esther Rose: een naam om te onthouden!
Esther Rose - Safe To Run - nieuweplaat.nl
Everything but the Girl - Fuse (2023)

2,5
0
geplaatst: 21 april 2023, 12:47 uur
In 1982 werd de band Everything But The Girl opgericht. De naam van de band is afkomstig van een slogan van een meubelwinkel die in de jaren zeventig en tachtig reclame maakte met de slogan ‘For your bedroom needs, we sell everything but the girl’. De twee leden van Everything But The Girl, Tracey Thorn en Ben Watt, vonden deze zin typerend voor de achterblijvende vrouwenemancipatie in het verenigd koninkrijk. De slogan als bandnaam gebruiken gaf de twee de gelegenheid om genderongelijkheid en seksisme onder de aandacht te brengen. Boeiend verhaal? Niet echt, maar het is het meest interessante verhaal dat er te vertellen is over deze band. Over zijn nieuwe album Fuse – het eerste album in 24 jaar tijd – is al even weinig interessants te melden.
De eerste single en tevens albumopener Nothing Left To Lose is een van de weinige uptempo nummers op dit tien tracks tellende album. Vanuit muzikaal perspectief best een aangename track in de categorie luie-zomeravond-lounge, hoewel de tekst nogal dystopisch aandoet: ‘Kiss me while the world decays/Kiss me while the music plays.’ Om vervolgens het lied tekstueel af te ronden met ‘What is left to lose?/Nothing left to lose.’
Fuse vervolgt met het nummer Run A Red Light. Dit lied lijkt precies het tegenovergestelde te doen van het eerste lied. Nu is het juist de tekst over het gevoel van onbezorgdheid en vrijheid van een nacht in het hier en nu als een uitlaatklep voor stress en druk van het dagelijks leven, die positief is. De muziek daarentegen is traag en bedrukt, maar als dit lied overgaat in Caution To The Wind ontstaat een verleidelijk aangename, licht erotiserende clubsfeer.
Maar daarna verzwakt de sfeer van Fuse en zakt deze langzaam weg in een moeras van, naar alle waarschijnlijkheid, goede bedoelingen. Zo wordt de zang van Tracey Thorn op een aantal tracks die volgen volstrekt overbodig voorzien van rare effecten op ogenschijnlijk willekeurige momenten. Een soort auto-tune 2.0, maar dan nog irritanter. Op de resterende liedjes zijn Thorn en Watt vooral met zichzelf bezig: zelfreflectie, spijt, gemiste kansen en herinneringen aan diegenen die ze onderweg verloren. Bijvoorbeeld het nummer Lost, waarin Thorn terugkijkt op het overlijden van haar moeder. ‘I lost my mind last week/I lost my place/I lost my bags’, zingt Thorn op dit ambient-klinkende lied. In een gelijksoortige sfeer eindigt Fuse met het nummer Karaoke en vraagt de zangeres zich af welk doel haar kunst nu eigenlijk dient. De meeste luisteraars zullen deze vraag aan zich voorbij laten gaan, al was het maar omdat ze nog bezig zijn met de vraag of er met Fuse überhaupt sprake is van kunst, want hoewel Everything But The Girl in het Verenigd Koninkrijk tot op de dag van vandaag kan leunen op veel lof en aanzien, moet ze het op het muzikale wereldtoneel vooral hebben van hun enige hit uit 1995: Missing. En dan nog niet eens de redelijk gezapige albumversie, nee, er moest een remixversie van de Amerikaanse dj Todd Terry aan te pas komen om dit nummer wereldwijd de top 10 in te slingeren.
Het succes van weleer van Eveything But The Girl zal door geen enkele van de tien tracks op Fuse worden geëvenaard, tenzij er een dj mee aan de slag gaat om er licht verteerbare remixes van te maken. Fuse brengt eenvoudigweg te weinig onderscheidend vermogen met zich mee om boven het maaiveld van goedbedoelde synth-popliedjes uit te stijgen en dat is na een radiostilte van 24 jaar toch wel teleurstellend.
Everything But The Girl - Fuse - nieuweplaat.nl
De eerste single en tevens albumopener Nothing Left To Lose is een van de weinige uptempo nummers op dit tien tracks tellende album. Vanuit muzikaal perspectief best een aangename track in de categorie luie-zomeravond-lounge, hoewel de tekst nogal dystopisch aandoet: ‘Kiss me while the world decays/Kiss me while the music plays.’ Om vervolgens het lied tekstueel af te ronden met ‘What is left to lose?/Nothing left to lose.’
Fuse vervolgt met het nummer Run A Red Light. Dit lied lijkt precies het tegenovergestelde te doen van het eerste lied. Nu is het juist de tekst over het gevoel van onbezorgdheid en vrijheid van een nacht in het hier en nu als een uitlaatklep voor stress en druk van het dagelijks leven, die positief is. De muziek daarentegen is traag en bedrukt, maar als dit lied overgaat in Caution To The Wind ontstaat een verleidelijk aangename, licht erotiserende clubsfeer.
Maar daarna verzwakt de sfeer van Fuse en zakt deze langzaam weg in een moeras van, naar alle waarschijnlijkheid, goede bedoelingen. Zo wordt de zang van Tracey Thorn op een aantal tracks die volgen volstrekt overbodig voorzien van rare effecten op ogenschijnlijk willekeurige momenten. Een soort auto-tune 2.0, maar dan nog irritanter. Op de resterende liedjes zijn Thorn en Watt vooral met zichzelf bezig: zelfreflectie, spijt, gemiste kansen en herinneringen aan diegenen die ze onderweg verloren. Bijvoorbeeld het nummer Lost, waarin Thorn terugkijkt op het overlijden van haar moeder. ‘I lost my mind last week/I lost my place/I lost my bags’, zingt Thorn op dit ambient-klinkende lied. In een gelijksoortige sfeer eindigt Fuse met het nummer Karaoke en vraagt de zangeres zich af welk doel haar kunst nu eigenlijk dient. De meeste luisteraars zullen deze vraag aan zich voorbij laten gaan, al was het maar omdat ze nog bezig zijn met de vraag of er met Fuse überhaupt sprake is van kunst, want hoewel Everything But The Girl in het Verenigd Koninkrijk tot op de dag van vandaag kan leunen op veel lof en aanzien, moet ze het op het muzikale wereldtoneel vooral hebben van hun enige hit uit 1995: Missing. En dan nog niet eens de redelijk gezapige albumversie, nee, er moest een remixversie van de Amerikaanse dj Todd Terry aan te pas komen om dit nummer wereldwijd de top 10 in te slingeren.
Het succes van weleer van Eveything But The Girl zal door geen enkele van de tien tracks op Fuse worden geëvenaard, tenzij er een dj mee aan de slag gaat om er licht verteerbare remixes van te maken. Fuse brengt eenvoudigweg te weinig onderscheidend vermogen met zich mee om boven het maaiveld van goedbedoelde synth-popliedjes uit te stijgen en dat is na een radiostilte van 24 jaar toch wel teleurstellend.
Everything But The Girl - Fuse - nieuweplaat.nl
