MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten verm1973 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Kacey Musgraves - Middle of Nowhere (2026)

poster
2,5
geplaatst:
Recensie | Kacey Musgraves - Middle Of Nowhere | Nieuweplaat.nl

Country is de laatste tien à vijftien jaar opgesplitst in grofweg twee richtingen. De ene richting is meer traditioneel en rootsy (bijvoorbeeld Chris Stapleton), de andere richting is meer popcountry-geluid, waarvan Kacey Musgraves een van de vaandeldragers is. Of beter: opnieuw is. Haar vorige album (Deeper Well, 2024) had een meer folkgeluid, maar op haar nieuwste plaat Middle Of Nowhere is het als ‘vanouds’ driekwartier popcountry in al haar clichés.

Die zijn een aantal tracks lang nog wel te verhapstukken, maar allengs begint het nogal op de zenuwen te werken, met name het overvloedig gebruik van de steelgitaar. Het album opent met het titelstuk: Middle Of Nowhere. Dat is meteen ook het meest originele stuk dat we op de plaat tegenkomen. Verrassend is het driekwartsmaat refrein tegenover de vierkwartmaat coupletten. Tel daarbij op een melodielijn (vooral in de eerste aanzetten van de coupletten) die wat wegheeft van Somethin’ Stupid van Frank en Nancy Sinatra, en je hebt een prima song te pakken.

Dry Spell is het meest komische nummer van de in totaal dertien liedjes. Het zijn de subtiele edoch platte taalgrappen die allemaal verwijzen naar een (te) lange periode van seksuele droogte: ‘I’m so lonely, lonely with a capital H/If you know what I mean.’ Ja Musgraves, zelfs in steenkoolengels ben je heel goed te begrijpen.

Maar wanneer we bij de derde track aankomen beginnen de wielen van dit album uit het karrenspoor te lopen. Back On The Wagon is een optelsom van country-clichés: old-school countryrijm (hunny, money, funny), het er aan de haren bijgesleepte ‘the fourth of July’, de ’geleende’ overslaande stem van Dolly Parton en de almaar doorjengelende steelgitaar. Minstens zo versleten klinkt Abilene: een druilerig lied over de 115.000 inwoners tellende stad Abilene in Texas. Een van die inwoners is een jonge vrouw die op een dag sigaretten gaat kopen om vervolgens de bus te pakken om nooit meer terug te keren (‘nothing good ever happens anyway in Abilene’). Pluspunt van dit lied is de afwezigheid van de steelgitaar. Nadeel is dat er een banjo voor in de plaats komt.

Middle Of Nowhere leeft gelukkig nog wel even op door de klanken van Loneliest Girl. Met name het sfeerrijke arrangement dat klinkt als een combinatie van Fleetwood Mac en John Mayer (probeer je in te beelden dat hij het is die de solo speelt op de steelgitaar zo rond minuut drie), klinkt overtuigend en aantrekkelijk.

Wat volgt zijn een aantal weinig verheffende samenwerkingen, waarvan die met Miranda Lambert tot de meest bedenkelijke mag worden gerekend. Ongemakkelijk cabaretesk met tenenkrommende teksten. Musgraves kennende zal dit ironisch bedoeld zijn, maar heeft in dit geval als bijeffect dat je de artiesten nauwelijks serieus kunt nemen als die zichzelf niet serieus neemt.

Aan het einde wordt er nog een verwoede poging gedaan om met enkel een klassieke Spaanse gitaar een moment van zelfreflectie te creëren. Het werkt! …totdat na zo’n twee minuten die verdraaide steelgitaar de boel weer eens komt vergallen.

Als je een countryalbum op zijn merites moest recenseren op basis van de hoeveelheid countryclichés en gebruik van steelgitaren, dan hadden we met Middle Of Nowhere te maken met een van de beste countryplaten aller tijden. Maar luisteren we breder en diepgrondiger, dan klinken de tracks op Middle Of Nowhere toch vooral als een wat tegenvallend ‘Gen-Z-country’-album.

Kaiser Chiefs - Kaiser Chiefs' Easy Eighth Album (2024)

poster
2,0
Op een verloren, druilerige namiddag besluiten de leden van de Britse band Kaiser Chiefs hun studio eens op te gaan ruimen. Tijdens het opruimen stuit de band op een tiental tapes waarvan het bestaan allang vergeten was. De tapes worden afgestoft, een beetje opgeleukt en op plaat gezet. Een dergelijk scenario moet ten grondslag hebben gelegen aan de ontstaansgeschiedenis van Kaiser Chiefs’ achtste studioalbum met de bedenkelijke titel Kaiser Chiefs’ Easy Eighth Album, want bijna de hele plaat ademt inspiratieloze nietszeggendheid.

De openingstrack Feeling Alright is in die zin goed gekozen dat dit lied meteen het niveau aangeeft dat verwacht mag worden van de overige negen tracks. Alsof het een demo-opname betreft voor een lied waarvan de muziek wél af was, maar er nog geen songtekst was. Wat zanger Ricky Wilson zingt klinkt namelijk nogal geïmproviseerd en oppervlakkig: ‘Feeling alright/ I’m yours tonight’, dat werk.

Hoogtepunten van Kaiser Chiefs’ Easy Eighth Album zijn Beautiful Girl en Reasons To Stay Alive. Bij de laatstgenoemde zijn de bas-, gitaar- en drumpartijen lekker bombastisch opgenomen, passend bij de tekst die gaat over het idee dat liefde en relaties steeds sterker worden beïnvloed door externe factoren zoals rijkdom, macht en de (sociale) media. Beautiful Girl is onmiskenbaar Kaiser Chiefs. Het gitaargeluid van de (rode) Gibson ES-333 bespeeld door Andrew White is de handtekening van de band geworden. In combinatie met een melodieus refrein en uptempo-drum zal dit lied tot de vaste setlist van Kaiser Chiefs gaan behoren.

Wat resteert zijn zeven tracks die tezamen een vreemd ratjetoe aan stijlen vormen. Dieptepunt is How 2 Dance, waarin Nile Rogers is opgetrommeld om een funky gitaarriff te verzorgen. Die had nog wat liggen uit zijn tijd met INXS begin jaren tachtig wat hem nog wel bruikbaar leek. Met als gevolg dat Kaiser Chiefs klinkt als Justin Timberlake met een luchtweginfectie. Het nummer Noel Groove doet dan juist weer aan Oasis denken, kortom: op de twee genoemde uitzonderingen na klinkt Kaiser Chiefs nergens als zichzelf.

Nee, met Kaiser Chiefs’ Easy Eighth Album maakt de band die zoveel wereldsucces had met songs als Everyday I Love You Less and Less, I Predict a Riot en natuurlijk Ruby, zich er wel heel makkelijk van af. Wat dat betreft is de albumtitel in ieder geval trefzeker gekozen. Voor de rest heeft het weinig om het lijf en kan dit studioalbum zich op geen moment meten met haar zeven voorgangers. Vaak is er kritiek op albums die korter duren dan een half uur, maar soms is het ook een zegen. Zo ook in dit geval, want Kaiser Chiefs’ Easy Eighth Album ontbeert richting, scherpte, focus en creativiteit. Een album om des keizers baard zeg maar. Of des Kaiser’s baard in dit geval…

Kaiser Chiefs - Kaiser Chiefs' Easy Eighth Album - nieuweplaat.nl

Kelly Finnigan - A Lover Was Born (2024)

poster
3,0
Recensie | Kelly Finnigan - A Lover Was Born | Nieuweplaat.nl

"De 40-jarige zanger en multi-instrumentalist (Kelly Finnigan, red.) is voorzien van in whisky gedoopte stembanden die qua klankkleur doen denken aan Curtis Mayfield, Michael Kiwanuka en Marvin Gaye”, schreven we in 2022 over de lp Sage Motel van de Amerikaanse band Monophonics. Finnigan trad in 2010 toe tot deze band en werd al snel gebombardeerd tot leadzanger. Het belemmerde hem in 2019 niet tot het uitbrengen van een soloplaat getiteld The Tales People Tell. Nu vijf jaar later is het tijd voor een opvolger: A Lover Was Born.

Een album dat in beginsel even soepel naar binnen glijdt als een glas rode wijn bij de openhaard aan het eind van een ideale herfstdag. Zoveel is duidelijk bij de eerste tonen van Prove My Love. Zwoele retrosoul met een baslijntje dat flirt met Tonight Is The Night van Betty Wright. Prove My Love ademt een vintage gevoel, waardoor de stem van Finnigan qua sound meer neigt naar Ray LaMontagne.

Eerste single van A Lover Was Born is Be Your Own Shelter en tapt voornamelijk uit hetzelfde vaatje als Prove My Love en blijft ruimschoots binnen de lijntjes van het soulgenre. Als vervolgens His Love Ain’t Real instart begint zich een patroon af te tekenen: het klinkt allemaal gelikt en verzorgd, maar ook een tikje saai. Een beetje als rode wijn zonder bouquet. Prima te drinken, maar er mist een bepaalde prikkeling van de zintuigen. Hierdoor daalt gaandeweg de avond je waardering en aandacht voor het product.

Datzelfde gebeurt zo halverwege A Lover Was Born. Daar waar Finnigan muzikaal dus een traditionele benadering kiest, is het de vraag of er wellicht meer spanning en diepgang te horen is in de lyrieken. Op vorige platen heeft hij blijk gegeven van een goed schrijversmetier, maar of dat ook op A Lover Is Born het geval is blijft onduidelijk. Finnigan is namelijk minstens voor de helft van wat hij zingt niet te verstaan. Deels omdat hij de neiging heeft binnensmonds te zingen en deels omdat hij zichzelf (te) vaak met veel krachtsvertoon overschreeuwt. Het overbrengen van emotie lijkt hem van groter belang dan het overbrengen van het verhaal van een lied.

Twee hierop volgende tracks, Let Me Count The Reason en Chosen Few, zijn doordrenkt met Motown-invloeden. Een van de onderscheidende kenmerken van de Motown-stijl is de fijne balans tussen emotionele lading en verhalende teksten. Veel Motown-klassiekers wisten die combinatie te omarmen. Finnigan lukt dat met deze twee songs niet. Hij lijkt veel te rusten op de kwaliteit van zijn onmiskenbaar geweldige stem. Maar dat heeft als gevolg dat deze songs, oneerbiedig gezegd, wat gemakzuchtig in het gehoor liggen.

Het enige wat nog opvalt, als je eigenlijk al een lied of drie geleden de aandacht verloren bent, is dat Finnigan in het afsluitende Count Me Out opeens klinkt als Mick Hucknall van Simply Red. Voor de rest is dit wederom zo’n ene-oor-in-andere-oor-uit-lied waar het album er (te) veel van kent.

Zowel het vorige soloalbum The Tales People Tell (2019) als A Lover Was Born zijn beiden sterk geënt op klassieke soul, waarbij Kelly Finnigan een warme, intieme sound creëert. Het is cleaner geproduceerd dan het werk dat hij maakt met Monophonics dat meer de elementen van funk en psychedelische rock benut en daardoor donkerder, meer experimenteel klinkt. Beide kanten van Finnigan hebben zo hun charme en aantrekkingskracht, al komt dat op A Lover Was Born wat minder expressief naar voren. Wel beschouwd is A Lover Was Born het muzikale equivalent van een huiswijn. Niets mis mee, veilige keuze, maar verwacht er niet door van de toren geblazen te worden.