MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Suicidopolis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Taku Iwasaki - Rurouni Kenshin Tsuioku Hen (1999)

poster
Ik herinner mij de eerste keer dat ik deze OAV's van Rurouni Kenshin zag nog als ware het gisteren. Het was F.A.C.T.S., anno 2000, deze OAV's maakten net hun intrede op de franstalige anime markt, en werden publiekelijk gescreened tijdens de beurs.

Het volk komt de zaal binnen, neemt plaats, keuvelt wat gezellig over de aanbiedingen en aankopen van de dag, u weet hoe dat gaat. De opgewekte en gezellige sfeer zat er best wel in, zeg maar. We gaan naar Kenshin zien. U weet wel, die jolige, dolende samouraï met z'n gekke maniertjes. Film begint. Nog geen minuut verder, en je kon een speld horen vallen. Film loopt af, volk verlaat de zaal. Er wordt niet meer zoveel gekeuveld, vooral veel naar de grond gestaard. Iedereen leek wel een baksteen in zijn maag te hebben. Depressief, voelde ik mij. Teneergeslagen, aan de grond genageld, verbijsterd. Er viel wel wat te verwerken, zoveel stond vast.

Nochtans, zo'n tedere ziel ben ik niet. Maar deze anime vormt een klasse apart. Dit is naar mijn bescheiden mening een mijlpaal in de geschiedenis van de anime. Een pracht van een compromisloos scenario, dat zwelgt in de donkerste donkerte, een feilloze artistieke executie wat de animatie betreft, en... een ongemeen uitmuntende parel van een soundtrack.

Taku Iwasaki mikt hier resoluut op je ingewanden, en die raakt hij met verve. Vrolijk word je hier niet van. Bewogen, daarentegen... Er durft al wel eens een synthesizer pad op te duiken ter sfeergewijze ondersteuning, maar het accent ligt toch vooral op de klassieke instrumenten, in het bijzonder strijkers, fluiten, en de nodige percussie om de zaken op te fokken wanneer nodig, en orchestrale arrangementen. En wat deze man hiermee weet aan te vangen valt amper in woorden te vatten. Europeanen verwijten Japanners graag dat, wanneer het op klassieke muziek aankomt, deze laatsten vaak de zaken technisch perfect weten uit te voeren, maar dat ze de nodige culturele voeling missen om er ook echt net dat, gevoel, in te leggen. Iwasaki veegt dit vooroordeel resoluut van de tafel, en serveert hier een huzarenstukje. De clichés van de flauwe, platte orchestrale soundtracks worden prachtig omzeild, om plaats te maken voor één ding: beklijvende muziek. Naar dit album luisteren voelt dan ook aan als een bergbeklimming, met Taku Iwasaki als persoonlijke gids. En net zoals je de Himalaya niet in een spurtje oploopt, geleidt hij je mooi, stapje per stapje, van het ene hoogtepunt naar het volgende, met op de nodige momenten een rustpauze om even op adem te komen. Want als deze man hoog gaat, dan gaat deze man hoog. Zeggen dat je in vervoering gebracht, is een behoorlijk understatement.

Je reinste waanzin. Oprecht. Puur. Bikkelhard. Dat mijn beleving van de bijhorende anime een grote invloed heeft op mijn beleving van deze score spreekt vanzelf, maar anderzijds is het ook grotendeels mijn beleving van deze score die verantwoordelijk is voor mijn beleving van de anime. M.a.w., dit is een prachtig voorbeeld van hoe het totaal meer kan zijn dan de som der delen. Hoedanook, anime fan of niet, aanschaffen deze handel!

Moest het overigens iemand kunnen interesseren, ik heb een transcriptie gemaakt van "Quiet Life (pf Solo Version)". Wie dit stuk ook eens wil spelen, mag mij altijd een PM sturen om naar de PDF te vragen!

Team Sleep - Team Sleep (2005)

poster
3,5
Wat mij betreft staan er een paar knallers op deze plaat, maar evengoed een paar missers die ze er voor mijn part beter hadden afgelaten.

Bij de knallers vermelden wij graag: Ataraxia, Ever, Princeton Review, Blvd. Nights, Our Ride To The Rectory, Elizabeth en Live From The Stage.

Bij de missers: Your Skull Is Red, Delorian, Tomb Of Liega, King Diamond en Paris Arm.

De overige nummers zweven daar zo ergens tussenin.

Het valt me op dat het vooral de, vaak interlude-achtige, nummers die door Team Sleep zelf geproduced zijn geweest (3,6,10,14, en ook Ataraxia, maar die vind ik dus wèl goed) zijn die mij veruit het minste doen. De nummers die door Terry Date zijn geproduced (Tomb Of Liega en King Diamond) doen mij ook maar bitter weinig. Het is vooral het overige, door Greg Wells en Ross Robinson geproducete (of hoe vervoeg je dat ww?), werk dat mij iets doet.

Het valt ook wel enigzins te merken dat dit "maar" een nevenproject is. De productie is verre van slecht, maar duidelijk ook niet zo afgelikt als pakweg Deftones' "Saturday Night Wrist" album. Toegegeven, die laatste blinkt op dat vlak ook echt wel uit. Echter lijkt het mij wel dat de heren zich hebben geamuseerd met het maken van dit album. Er springt zo'n zeker gevoel van... err... alsof het er allemaal niet zo nauw op aan komt, en ze zich dus ook iets meer vrijheid kunnen permitteren. Het gaat er allemaal wat meer relaxed aan toe, zeg maar.

Blvd. Nights had overigens evengoed op eerder vernoemde "Saturday Night Wrist" kunnen staan, lijkt mij.

Al bij al verre van slecht, maar ook wel enigzins wisselvallig, album, met hoge pieken en diepe dalen. Maar voor de belachelijke prijs die ik er voor betaald heb (nog geen 3€) hoor je mij zeker niet klagen!

PS: ik vraag me overigens af of ze het expres hebben gedaan om het nummer "Elizabeth" te laten volgen door "Staring At The Queen"...

The Back Horn - Ikiru Sainou (2003)

poster
Dit, dit noem ik nu eens een leuk album zie. En "leuk" is nu hoegenaamd niet bepaald een woord dat je me snel zal zien bovenhalen om een album te beschrijven, maar hier lijkt het mij om één of andere reden wèl gepast.

Ook dit is weer zo'n album dat ik uit de soldenbakken meegegrabbeld heb, en dat om God mag weten welke reden. Het is Japans, het draagt een foto van een kerel (de zanger als ik me niet vergis) met een gigantische steak, en op de achterkant staat een (eveneens Z/W) foto van dezelfde kerel, waarop je van zijn gezicht enkel de onderste helft van zijn wijd opengespreide mond ziet... alsook het gebid vol metalen vullingen dat dat zicht prijsgeeft. Dit alles in combinatie met het zachte prijskaartje was blijkbaar alles dat nodig was om deze jongen te overtuigen het er op te wagen. Het feit dat ik sowieso een boon heb voor Japan zal er ook wel voor iets tussengezeten hebben.

Maar dus, de inhoud... Aan wat mag U zich hier verwachten? Aan no-nonsense, über-gepolijste, gladde rock, overgoten met een heerlijk J-Pop klanksausje. Wat ik met dat laatste bedoel? Niet zozeer dat je je hier moet verwachten aan geflipte meiden, foute beats en dito synthesizer lijntjes, maar wel dat het geheel iets speels met zich meedraagt, het soort speels dat je van J-Pop zou verwachten. De gladde rock durft dan ook al wel eens vervangen te worden door iets dat veel meer naar de gladde pop neigt. Zoals ik al zei, ik vind dit dus een leuk album, en dat is grotendeels te wijten aan dat speelse. Of de jongens die deze groep vormen het ook zo bedoeld hadden... ik heb er geen idee van, en het zal me worst wezen. Ik vind het leutig, punt. (Stoere muziek maken is me dan ook nooit echt voorgekomen als één van de sterke punten van de Japanners.) Het zou goed kunnen dat de zanger meermaals in m'n gezicht ligt te schreeuwen dat ik maar een doordeweekse, gemiddelde oetlul van een sukkel ben en dat ik beter zou sterven, ik zou het eerlijk gezegd niet weten, want zo goed is mijn Japans simpelweg niet... Bijgevolg ervaar ik zijn geschreeuw eerder als aangenaam, ontspannend vertier.

Productiegewijs klinkt alles, zoals eerder aangehaald, zo gepolijst als de blinkende chrome van de gemiddelde Harley-liefhebber. Alles klinkt zo clean en doorschijnend als wat, en ook al zijn de gitaren dan niet zodanig gefilterd dat ze zeker geen pijn aan de oortjes zullen doen, de al té scherpe randjes zijn er toch maar afgehaald en vervangen, zoals ik ook al eerder zei, door een zeker J-Pop-flair dragend iets. In plaats van als een bulldozer te beuken, sprankelt het eerder allemaal zeg maar.

Met de opbouw van de nummers zit het ook wel snor. Ten eerste mogen de nummers op zich er wel wezen, en ten tweede bouwt het album gedurende de eerste nummers een zeker stuwend momentum, een zekere drive op dat goed wordt aangehouden tot op het einde, waar het dan weer allemaal wat zeemzoeter mag met die laatste "Mirai".

Terloops mag ook opgemerkt worden dat we hier te maken hebben met een stel puike muzikanten. Het geheel klinkt dan ook als dat, een geheel, iets dat je de mannen nog live, in deze vorm, zou zien brengen, eerder dan een constructie van allemaal individueel opgenomen pistes. Of het ook zo opgenomen is geweest, in een live setting, geen idee, maar ook dat zal we wederom worst wezen.

Samengevat: een leutig, zonnig, fris album met een ietwat steviger randje eraan, en veel zon en sprankelende cocktail kleurtjes en geurtjes, waar je je geen seconde bij hoeft te vervelen. Zowaar, een ontspannend album waar je goed gezind van wordt, en zo heb ik er maar bitter weinig in m'n collectie!

The Cure - Bloodflowers (2000)

poster
4,5
Jaaaaaa, ik ga hier toch wel effe nog wat keet komen schoppen vooraleer m'n bedje te vervoegen, vrees ik zo.

Dit, beste mensen, dit... dit is een heerlijke plaat. Neen, niet saai, neen, niet mat, neen, niet plat. Ja, teder, ja, contemplerend ( of hoe je dat ook zegt in de Nederlandsche taal ), ja, rijp.

U neme deze CD, u steke deze in uw CD speler, en u drukke op de knop "Play"; die met dat naar rechts wijzende driehoekje, inderdaad. Vervolgens verplaatst u uw hand naar de volume controlerende entiteit op uw versterker, om aldus vervolgens deze laatste een stevige boost te geven, ongeacht het niveau waarop deze al ingesteld stond. Dan, tot slot, begeeft u zich op de Sweet Spot van uw installatie, om aldaar comfortabel het volgende uurtje van uw leven te spenderen. Het spreekt voor zich dat u de hele tijd uw ogen gesloten houdt, en bij voorkeur zo lang mogelijk uw adem inhoudt. Een uur zou ideaal zijn, maar forceer u zeker niet...

U zal merken dat een zacht, kalm opzwellend en terloops dikker en gevulder wordend geluidtapijtje zich, al vliegend door uw huiskamer, begeeft richting uwer trommelvliezen. Het fluistert, het streelt, het neemt een klein penseeltje en een uitgebreid kleurenpallet om vervolgens de wondermooiste taferelen op uw gehoororgaan te schilderen. Dames en Heren, u ervaart momenteel de geneugdes die het nummer "Out Of This World" u procureren. DIt is één van de mooiste Cure nummers ooit. Dit is één van de mooiste teksten ooit. Dit is mooi, punt. EVANSHEWSON, u vroeg gedenkwaardige songs? Nummer 1 op deze CD is er al één, en nog niet van het kleinste formaat. Het nummer duurt tegen de 7 minuten, en toch is dat nog steeds veel te kort. Maar zoals het nummer zelf zegt: "We always have to go back to real lives.".

Ik geef toe dat ik "Watching Me Fall" ook wel vaak durf te skippen. Niet omdat ik dit een slecht nummer vind, maar... ik weet niet goed... Het staat daar met z'n meer dan 11 minuten precies niet helemaal op z'n plaats, zo vroeg op de tracklist. Bovendien heeft dit nummer ook het minste te vertellen. Een beetje ironisch dat ze dit dan ook het langste rekken. Het duurde overigens een aantal jaar eer ik door had dat de tekst bij dit nummer een scene beschrijft uit de film "American Psycho". Eigenlijk is dit porno, no joke, alleen verdoken onder dubbelzinnig- en wazigheden.

Maakt niet uit, we belanden aan bij "Where The Birds Always Sing". Wederom, een pareltje van een tekst, zo fragiel, zulk een opeenvolging van zorgvuldig gewikt en gewogen woorden. En dan de muziek erbij... Die achtergrondgeluidjes! Dat wandtapijt dat geschilderd wordt! Orbit, hoe kan je zeggen dat dit matig geschreven ende gecomponeerd is man?! DIT... IS... PRACHTIG! En de hele CD blijft dit ook, tot en met de laatste seconde van "Bloodflowers", de titeltrack. Het enige iets mindere nummer dat we onderweg nog tegenkomen is "39". Wederom, goede tekst, maar de compositie ligt me iets minder. "Iets minder" wil zeggen dat het nog steeds geweldig goed is, alleen... "iets minder". Luisteren we daarentegen nog eens naar een nummer als "There Is No If...", dan krijgen we spontaan weer natte oogjes. Al kan dat ook wegens persoonljike associaties zijn... Desalniettemin is dit gewoon een typisch fout aflopend liefdesnummer, wederom erg mooi geschreven, zoals alleen Zijne Hoogheid Robert Smith dat kan.

Dat de productie wat aan de matte, fletse kant wordt bevonden kan ik begrijpen, maar niet beamen. Als ik moet kiezen tussen de sound van deze Bloodflowers, of die van zijn opvolger, dan moet ik daar niet lang over twijfelen! Neen hoor, geef mij dit maar, waar Robert's s'en weer lekker van links naar rechts worden ge-double-delayed, met een feedback van om en bij de 95%. En wederom een stevige overdosis reverb, en een flanger die zodanig op en neer wiebeld dat je het gevoel hebt op een schommel te zitten. Heerlijk. Bovendien wordt Simon's wondermooie bas hier lekker op de voorgrond geplaatst, daar waar ie op "The Cure" ergens onder het tapijt wordt geveegd. Kijk, om effe off-topic te gaan, ik kan dat dus maar niet snappen hé. "The Cure", geproduced door Ross Robinson, de man die Fieldy's bas op Korn's 2 eerste CD's zo lekker luid zette, en dan Simon wegmoffelen? Dat vergeef ik hem nooit... Soit, de sound van Bloodflowers dus... Alles klinkt hier lekker als een dikke koek; zelfs de drums verzuipen in het atmosfeer-orgasme. Ik ben het er volstrekt mee eens dat dit absoluut, in de verste verte niet, geen productie hoogstandje is, maar flets of mat kan ik het ook niet noemen. Deze plaat klinkt zoals ze wouden dat ie klinkt: zoals ik al eerder zie; contemplerend. Alleen vind ik dat woord zo vreselijk raar klinken, en kan ik maar niet op een deftiger Nederlands woord komen. Iemand?

Ik zou nog een tijdje kunnen doorgaan, maar ik vermoed dat u, waarde lezer die het zover heeft volgehouden, al wel begrepen heeft dat mijn hartje wel eens een beat durft te skippen bij het beluisteren van dit album.

Een dikke 4,5* krijgt ie van mij. Die laatste halve krijg ik er ook niet aan kwijt; even goed als "Faith", "Disintegration","Pornography" en dergelijke, kan ik hem ook niet bevinden. Maar deze CD heeft wel een eigen sfeertje, bouwt een eigen wereldje op. Het kabbelt allemaal rustig voort, ongehaast, maar niet saai, niet leeg, en zeker niet ongeïnspireerd.

The Cure - Paris (1993)

Alternatieve titel: Live at le Zenith 1992

poster
4,5
Is me dit een moker van een live plaat, of is me dit een moker van een live plaat dames en heren? Deze versies van "One Hundred Years" en "The Figurhead" zijn absolute über topklasse ( en oooh wat klinken ze VET hier! ), en wat een fijne geneugde om wat van de minder gespeelde "17 Seconds" nummers hier live vereeuwigd te zien. Aanschaffen die handel!

The Cure - Quadpus (1986)

Alternatieve titel: Half an Octopuss

poster
4,0
4* voor deze Quadpus. "New Day" heb ik bijna kapot gespeeld op mijn exemplaar. Blij dat ik die daarna op CD heb kunnen kopen! "A Man Inside My Mouth" is prettig gestoord, en ook wel een beetje gortig...

De A-kant is zeer aangenaam, maar brengt niets nieuws onder de zon.

The Cure - Songs of a Lost World (2024)

poster
Voor de gelegenheid eindelijk eens de naald op mijn LP speler vervangen, en meteen ook maar een kleine upgrade gedaan, en dan de 2LP versie in 96/24 opgenomen. (Kwestie van niet altijd overal mijn platenspeler naartoe te moeten nemen, quoi.) Leuk om beide versies naast elkaar te leggen, en uiteraard, ja, dat is een groot verschil.

Verder mag je van de productie zeggen wat je wil, in welke versie dan ook (vinyl, CD, Hi-Res), tegenover de-plaat-die-niet-genoemd-mag-worden uit 2008 is het sowieso een meesterwerk. Blij dat we dat achter ons kunnen laten.

Wat de muziek zelf betreft, die is met voorsprong het beste wat ze sinds Bloodflowers hebben voortgebracht. (Alhoewel The Cure bij mij is blijven groeien met de jaren; het uitgebrachte album is niet zo fantastisch als geheel, maar de sessies, incl. de B-sides, hebben geweldige nummers voortgebracht. Als je ze wat herarrangeert krijgt je echt een geweldige plaat.) Maar sinds Disintegration, really? Dat gaat toch wat te ver voor deze jongen. Wat dat betreft irriteer ik mij een beetje aan de "relentless doom & gloom" uitspraken, zowel van Smith zelf als de verzamelde muziekpers, mbt. deze plaat. Als je het mij vraagt: the pop is strong with this one. Overigens ook niks mis mee.

Muzikaal vind ik het een vette kluif, met eindelijk nog eens geweldige, rasechte Cure gitaarsolo's (die solo op A Fragile Thing is de meest Cure-klinkende gitaarlijn sinds Bloodflowers, en zo zijn er nog wel een paar). Maar sinds diezelfde Bloodflowers is Nonkel Bob een paar ietwat lastige gewoontes beginnen ontwikkelen op tekstueel vlak. Sinds 2000 is hij clean, misschien heeft het daarmee te maken, maar vroeger waren zijn teksten toch abstracter en dromeriger. Sinds The Cure is het veel van "my world/your world", "she dreams a boy/he loves a girl", dat soort dingen. Het is echt opvallend hoe vaak sommige woordcombinaties en rijmen terugkomen. Het mysterie is toch wat weg, als je het mij vraagt.

Op dat vlak heb ik een haat/liefde relatie met Endsong. Ook hier weer, muzikaal niks mis mee, en zeker live kwam deze lekker binnen. Maar op plaat heb ik het moeilijk met die eerste vers. Bob staat buiten naar de maan te kijken (huppa, "boy"-count +1) en vraagt zich af waar zijn dromen heen zijn. Dat tot daar aan toe, maar de manier waarop dat dan in drama gewikkeld wordt geeft mij zo'n irritant gevoel van: "serieus Bob, is dat waar je wakker van ligt, na 40 jaren majestueuze carriere waarin je alles bereikt hebt dat je ooit wou bereiken?" Schiet mij neer, maar mijn mening is: ze hebben dit nummer al zeker 2 keer eerder gemaakt, met name als het briljante "End" ("I think I've reached that point/Where giving up and going on/Are both the same dead end to me/Are both the same old song"; leg de volledige tekst naast "Endsong", en je ziet wat ik bedoel met mijn vorige paragraaf) en "39" ("Now the fire is almost dead/And there's nothing left to burn/I've finished everything, yeah"), en beiden waren een pak beter. Nah, I've said it.

Bob, je bent nog steeds een fucking eigenwijze held, laat daar geen twijfel over bestaan. Dus, wat denk je? Nog 1 keertje een paar dikke champignons door je ochtend omelet draaien met je ganzenveer en notebook erbij?

The Cure - The Cure (2004)

poster
Heb persoonlijk vreselijk last van een "noch vlees, noch vis" gevoel, telkens ik deze CD beluister...

Ten eerste ben ik niet bepaald te vinden voor de oerkale Ross-Robinsoniaanse ( applausje voor mezelf voor dat schitterende neologisme ) productie, die mijns inziens niet bijster goed bij The Cure past ( sorry, maar die enkele gefilterde mono delay op RS' stem die in elk nummer weer terugkomt werkt soms echt op m'n zenuwen, en dat voor iemand die in z'n muzikale omgeving gekend staat als een reverb- en delay-abuser ). Ik krijg het een beetje op m'n heupen van dat ultra agressieve gepan ( gedistorte gitaar uiterst links, akoestische uiterst rechts, en de balans... tja... die is er niet, dus hangen we maar wat met onze kop naar links te buigen ), zéér kale en agressieve klank, en vooral een gigantische leegte wat lage frequenties betreft. Simon's baswerk is toch wel één van de kenmerken van The Cure, en die komt hier absoluut niet tot zijn recht. En ongetwijfeld ga ik hier naar m'n kop geslingerd krijgen dat ik overdreven lig te vitten, maar sorry, dit is weer zo'n typische CD die gemasterd is om zo luid mogelijk te klinken, wat het geheel alles behalve ten goede komt. Af en toe is de klank zodanig hard gepushed, dat je gekraak hoort, en RS' stem begint te distorten. Schandalig, naar mijn bescheiden mening. Toegegeven dat het nog niet zo erg is als op Depeche Mode's "Playing The Angel", maar we komen in de buurt. Enfin, conclusie: ik houd niet van de klank van deze CD. Bloodflowers klonk een pak beter.

En dan de nummers... Mja... Zoals ik al zei: noch vlees, noch vis. Het begint me daar niet slecht met die Lost en Labyrinth. Eerder aan de repetitieve kant, maar het werkt wel voor mij, en geeft het gevoel dat het betere werk nog moet komen, maar dat ze hun functie als warmmakertjes wel goed vervullen. Dan komt Before Three, wat ik persoonlijk een zeer genietbaar Cure-pop lied vind. T.E.O.T.W. vind ik eigenlijk maar wat aan de magere kant voor The Cure, te gemakkelijk... Anniversary, Us Or Them en Alt.end vind ik alle drie zéér geslaagde nummers, allen met hun eigen karakter, maar toch alle 3 volop The Cure. Het sterkste deel van die album... En dan... Sorry maar... het volgende triootje, I.D.K.W.G.O. + Taking Off + Never, wat moet me dat voorstellen? In die eerste zit RS altijd maar datzelfde zinnetje terug te herhalen, er gebeurt amper iets in de muziek, en het klinkt vreselijk geforceerd en ongemeend, die 2de vind ik maar behoorlijk plat ( en de B-kant van de single is pakken beter dan de A-kant ), en die laatste... die is gewoon slecht. Het refrein kan er nog door met dat lekkere stijgente melodietje, maar over het algemeen is dat nummer nu niet bepaald sterk te noemen. The Promise vind ik een nummer dat klinkt alsof ze zichzelf geforceerd hebben om het toch maar over die 10 minuten streep te trekken, wat ik spijtig vind, want hadden ze dit wat korter gemaakt zou het ongetwijfeld beter overkomen. Live was dit anders wel een knaller! En dat laatste nummer, da's dan weer topklasse, en een mooie afsluiter....

Jaaa... deze CD stelt me niet teleur, maar kan me ook niet helemaal overtuigen. Dat het nieuwe platencontract met Geffen er voor iets tussenzit, daar ben ik zeker van ( dat dit op verschillende vlakken invloed heeft gehad op het finale product bedoel ik dan ). Ik heb de indruk dat alle opties nog open staan voor de nieuwe van The Cure, maar deze nieuwe moet duidelijk gaan stellen of The Cure nog volop in actie en in topform is, of ofdat het er stiekem eigenlijk wat mee gedaan is, en de volgende platen eerder contractuele verplichting zijn, eerder dan echt oprecht Cure werk... Als grooooot Cure-fan doet het me pijn aan het hart het zo te moeten zeggen, maar ik vrees dat dit wel de waarheid is.

3,5*.

The Cure - The Top (1984)

poster
5,0
Ik vind dit persoonlijk één van The Cure's beste platen. Er hangt hier een bepaald sfeertje dat niet terug te vinden is op hun overige oeuvre, ongetwijfeld grotendeels te wijten aan het feit dat Zijne Majesteit R.S. dit speeltje grotendeels eigenhandig ineen heeft gestoken. Nummers als "Birdmad Girl" ( "I should feel like a polar bear, it's impossible." wat een zin man! ), "The Top" ( "Every day I lie here, and know that it's true,
all I really want is you", fenomenaal... niet in het minst omwille van de manier waarop hij het zingt ), "Dressing Up"... en ik zal hier maar stoppen voor ik gewoon de hele tracklisting afga, zijn stuk voor stuk pareltjes met prachtige teksten en heerlijke muzikale inkledingen. De wat minder voor de hand liggende instrumenten/klank keuzes geven het geheel een heerlijk intiem, sprookjesachtige, dagboeksfeer die zeer gretig door m'n oortjes verteerd wordt. Af en toe krijg ik spontaan het gevoel samen met R.S. in de studio te liggen, terwijl de Maestro enkele melodietjes of zanglijntjes neerlegd. In één woord: Briliant met een grote B!

The Young Gods - Only Heaven (1995)

poster
4,5
Heb deze zonet nog eens te voer gegeven aan m'n installatie, en dat deze laatste zich dit liet smaken, dat kan ik je wel verzekeren! Ze liep er meer dan op één manier warm van...

Na een stevige draai naar rechts aan de volume knop te hebben gegeven, duurde het me daar niet lang of de continue lage frequenties rolden als schokgolven over de vloer, het hele krakkegeval, m'n bureaustoeltje incluis, al masserend vibrerend. Op zo'n momenten durft een man al wel eens stiekem te wensen dat hij van het andere geslacht was... Fenomenale klank heeft ie, deze CD! Stevig, krachtig, kordaat, karaktervol, afgelikt, afwisselend aggressief of comforterend al naargelang de nood van het nummer/moment, en het hele door het menselijke gehoor waarneembare spectrum passeert uitgebreid de revue, zonder dat het ooit als een aanslag op je tedere trommelvliezen overkomt, terwijl je anderszijds angstig het moment afwacht dat de oerkrachtige bassen dan toch maar beslissen je woofers naar je kop te smijten. Zéér mooi allemaal!

En dan de nummers... Lèkkeuuur! Het virtuele stroboscoop geweld bezorgde me zowaar bijna een epilepsie aanval, zo hard kan dit monster beuken. Heerlijk ook, hoe de nummers opbouwen, en je langzaam maar zeker vervoeren naar één of andere parallelle dimensie, waar bloedmooie, vriendelijke engeltjes je gratis Trappist van het vat aanbieden terwijl je rustig half hallucinerend wat gravitatieloos ligt rond te vliegen in die gigantische lege ruimte ( op al die sterren en planeten na vanzelfsprekend ); en dat allemaal à volonté dan nog! Wat een stem ook, verdorie! Past perfect bij de sfeer van de muziek, om niet te zeggen dat ze er grotendeels zelf voor verantwoordelijk is. Heerlijk... Echt een trip... Er hangt zoiets geweldig verboden aan vast, zoiets van "ik weet dat dit moreel onaanvaardbaar is, en toch kan ik mezelf niet beletten er van te genieten", zoiets stiekems, verdoken, anoniems, zo'n guilty pleasure gevoel. Eigenlijk is er maar één woord om deze plaat te omschrijven: geil.

Vraag me niet wat het is, maar iets belet me om toch die laatste halve ster aan dit album te schenken. Misschien het gevoel dat, ondanks het monumentale geweldigheidsniveau van deze CD, de groep nog niet helemaal aan het einde van z'n psychotische aanvallen is; alsof ze nog wat geschifter gaan worden met de jaren, en dàn de ultième zieke trip plaat gaan afleveren, die zodanig wacko gaat zijn dat ze hem officieel zullen verbieden wegens "hallucinogeen middel". Of misschien is het gewoon dat guilty pleasure gevoel wel... Eén ding staat alleszins vast, ik moet me dringend meer van deze Young Gods in huis halen!

Trespassers William - Having (2006)

poster
Rustig voortkabbelend album, dat het grotendeels moet hebben van de lichtjes feërieke, intimistische sfeer. Een beetje alsof je op een grauwe, grijze zaterdagnamiddag als deze ergens ver weg van de bewoonde wereld, op een boerderijtje afgelegen diep in één of ander gebergte, al mijmerend solitair in je wiegstoel ligt te genieten van een hete kop thee (met een scheut korte drank naar keuze). Dat mijmeren lijkt dan vooral te gaan over één onderwerp, met name het einde van een relatie. Zowat alle teksten op dit schijfje gaan hierover, en telkens weer lijkt Mevrouw de Zangeres met haar fluelen stem te bezingen hoe zij gebroken en nog steeds verliefd achterblijft, terwijl haar wederhelft er geen zin meer in heeft. Het moet gezegd, zij weet dit telkens weer bijzonder mooi te formuleren.

Productie gewijs tekenen wij vooral het ietwat bizarre contrast op tussen de zacht strelende akoestische riedeltjes, en de mastodont van een oversturing die soms de kop op steekt en alles uit zijn voegen doet kraken. Eerst dacht ik nog dat dit misschien een productiefout was, maar toen ik mezelf er van vergewiste dat de producer van dienst ene zekere Dave Fridmann van o.a. Mogwai faam, en de mastering engineer van dienst Greg Calbi blijken te zijn, neem ik aan dat het hier wel degelijk een artistieke keuze betreft. We praten hier dan ook niet over een metal-achtige distortion, maar eerder het soort van kraken dat je hoort als één of andere transistor in je versterker het aan het aflaten is. Bij nader inzien is het dan ook deze ietwat eigenzinnige productie die de sfeer en charme van dit album dicteert, en de nummers het niveau van "simpelweg maar wat nummers" doet overstijgen, hiermee ook prachtig de val van de aanslepende saaiheid die bij dit soort ietwat lege nummers om de hoek loert omzeilend.

Hoogtepunt van de plaat is wat mij betreft "My Hands Up", een nummer waar overigens die net aangehaalde krakende oversturing in al zijn glorie benut wordt. Er wordt 7 nummers lang erg mooi opgebouwd naar dit nummer toe, om vervolgens nog 3 nummers rustig uit te bollen. Ofte nog: ook qua opbouw zit het allemaal erg goed.

Warmpjes aanbevolen voor zij die op zoek zijn naar, of houden van, rustige, ingetogen, melancholische, beschouwende muziek met een hoog "herfst gevoel" gehalte. Je thee zal er alleen maar beter van gaan smaken.