MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten MDV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Charlie Mingus - Blues & Roots (1960)

poster
MDV
Zo langzamerhand heb ik met pijn in mijn hart moeten veronderstellen dat ik geen man van goede keuzes ben. Deze hele vakantie is de zoveelste verkeerde beslissing die ik in mijn leven heb gemaakt. Alleen naar Amerika, mensen ontmoeten, de wereld ontdekken, volwassen worden. Dat was het plan.

Maar nee hoor. Veel mensen heb ik hier nog niet ontmoet. De meesten gaven me gezichten die ‘wat moet je?’ schreeuwden of onderhielden me over hun liefde voor sleutelen aan motoren. Ik heb er geen spijt van dat ik die man een luisterend oor heb gegeven, de duur van zijn verhaal maakte mij wel duidelijk dat hij een eenzame man was, hij had het vast nodig. Maar toch, maak ik mezelf gelukkig met het ongeboeid luisteren naar verhalen over motortechniek, maak ik die man gelukkig door uit beleefdheid naar hem te luisteren? Ik denk het niet.

Ik klink niet echt enthousiast, en dat spijt me. Ik hou de moed er echt in jongens, maar er gebeuren hier gewoon dingen met me waar ik moedeloos van word. Gisteravond bijvoorbeeld, toen overkwam het me weer, dat gevoel. Dat gevoel dat ik krijg als alle binding met mijn omgeving verdwenen lijkt, dat gevoel dat een rode draad door mijn leven vormt.
Ik zat gisteravond in een muzikaal café. Ik ging daar heen met de overtuiging dat ik daar zielsverwanten tegen zou komen, ik kwam bedrogen uit. De mensen die er kwamen, kwamen er iedere donderdagavond. Ik was een vreemdeling die hun gevoel voor humor niet begreep en lang niet zo veel dronk als zij.

Het meest indrukwekkend was nog wel de muziek die er gespeeld werd. Jazz, en niet zomaar jazz, dit was hardcore jazz. Misschien lag het aan de drank, maar dit was niet allen jazz voor mijn oren, maar voor al mijn zintuigen. Ik ging helemaal op in de muziek, maar helaas kan ik niet zeggen dat ik daar veel van genoot. De musici toeterden, tokkelden en drumden alle kanten op. Ik geloof niet dat ze dezelfde maat ook maar één keer hebben herhaald. Ik kon het moeilijk volgen. De muziek klonk als een ruimte vol met mensen die allemaal verschillende gesprekken voeren, alle gesprekken zijn te horen, maar niet één gesprek is te volgen omdat er simpelweg te veel geluid om je heen is. Goed, ik zat in een café, dus eigenlijk was dat ook zo. Het zal wel de drank geweest zijn, zo helder weet ik het ook niet meer.

Wat ik me nog wel goed kan herinneren was de manier waarop de contrabassist me aankeek. Ik durf te wedden dat hij door had dat ik zijn muziek niet aan kon, ik durf te wedden dat hij zich door mij teleurgesteld voelde, zoals zoveel mensen. Ik kreeg geen prettig gevoel van die man en zijn muziek, maar ik kon het ook niet helpen dat ik me schuldig voor hem begon te voelen. Zo’n getalenteerde kerel die speelt in kroegen waar men zich naar de vergetelheid zuipt en totaal geen oor voor muziek heeft. Ik was de enige die luisterde, en ik kon de muziek niet hebben.

Nee, het was geen prettige ervaring. Maar wel een ervaring die me bij zal blijven. Is het ongeluk dat ik nu voel de zware bevalling van iets moois? Wie weet. Ik heb nu in ieder geval genoeg geschreven. Ik ga nu weer de stad in, op zoek naar een nieuwe ervaring.

ChthoniC - Bú-Tik (2013)

Alternatieve titel: 武徳

poster
5,0
MDV
Bú-Tik, oftewel 武徳 (wǔ dé) van Chthonic is een meesterwerk. De muziek is bruut, de instrumentatie is geweldig, en de teksten gaan echt ergens over. Met deze plaat hebben de heren en dame van Chthonic bewezen dat zij de positie van Dir en grey als beste metalband van Azië overgenomen hebben.

De muziek van Chthonic is een combinatie van zowel traditionele als hedendaage Taiwanese volksmuziek en het soort moderne metal dat Arch Enemy, Children of bodom, Cradle of filth en Dimmu Borgir spelen. Wat de teksten betreft bestaan er twee versies van deze plaat, eentje in het Engels en eentje in het Taiwanees Hokkien. Opmerkelijk genoeg zijn beide talen op beide versies van Bú-Tik te horen.

Om te begrijpen waar Bú-Tik over gaat is enige kennis van de Taiwanese geschiedenis nodig. Voor wie die niet heeft: in 1895 werd Taiwan door het Chinese keizerrijk onder de dynastie van de Qing met een strik eromheen cadeau gedaan aan Japan bij het vredesverdrag van Shimonoseki. Hierop volgden 50 jaar Japanse kolonisatie, een tijd die discriminatie en een politiestaat met zich meebrachten, maar ook orde en economische ontwikkeling. Vele Taiwanezen vochten al dan niet vrijwillig mee in het Japanse leger in de Tweede Wereldoorlog. Na de Japanse overgave werd Taiwan, zoals op de conferentie van Caïro besloten was, ‘herenigd’ met de Republiek China onder leiding van de Chinese Nationalistische Partij oftewel Guomindang. Voor de Taiwanezen was dit eerder een nieuwe kolonisatie dan een bevrijding. Zij werden door de Chinezen geweerd uit het bestuur van hun eigen land.

De Guomindang was niet minder gewelddadig en discriminerend dan de Japanners, wel armoediger en minder competent. Op 28 Februari 1947 leidde dit tot een grootschalige opstand die eindigde in een bloedbad waarin duizenden doden vielen. De noodtoestand en dictatuur zouden tot 1991 voortduren, lang nadat die partij de macht over het Chinese vasteland in 1949 verloor aan Mao Zedong. De meeste nummers op Bú-Tik bezingen Taiwanezen die zich tegen de dictatuur van de Guomindang en andere buitenlandse overheersers hebben verzet. Bijvoorbeeld Defenders of Bú-Tik Palace, een nummer dat na een minuut of 5 van ijzersterk gitaar- en keyboardspel afgesloten wordt met een opsomming van namen van slachtoffers van het bloedbad van 28 Februari.

Tijdens het componeren van de nummers van Bú-Tik is Chthonic, in tegenstelling tot bij eerdere albums, begonnen met het componeren van de folkmelodieën in plaats van de metal. Dit is goed te horen op Between Silence and Death waarin de metalinstrumentatie mooi in dienst staat van de fluit en de erhu. Het beste nummer van Bú-Tik is waarschijnlijk Next Republic, en dan vooral vanwege het goede gitaarspel. Het is volkomen terecht dat gitarist Jesse Liu een Golden Music Award heeft gewonnen voor zijn spel op deze plaat. Chthonic won ook de prijs voor beste band en Bú-Tik won de prijs voor het beste rockalbum. Volkomen terecht. Dit is, zoals Pantera al aangaf, een weergaloze plaat.

ChthoniC - Takasago Army (2011)

poster
4,5
MDV
Chthonic is een metalband uit Taiwan. In de muziekpers worden ze meestal aangeduid als een melodische black metal band. Zelf spreken ze liever van extreme metal of oosterse metal. Waar hun muziek op neer komt is harde metal met grunts, screams en onbescheiden gebruik van het dubbele baspedaal, verrijkt met traditionele Taiwanese elementen. De band is politiek geëngageerd en is fanatiek voorstander van Taiwanese onafhankelijkheid. Provocerend gedrag bij het uitdragen van deze boodschap wordt niet geschuwd, zo stak bandleider Freddy de vlag van de Kwomintang in de fik en noemde hij de Chinese overheid de grootste vijand van de moderne wereld. Vanwege dergelijke fratsen en de beladen teksten van de band is Chthonic niet welkom in de volksrepubliek China. Takagaso Army is een conceptalbum met teksten over een historisch onderwerp, namelijk de Taiwanese soldaten die in de tweede wereldoorlog in het Japanse leger meevochten. Deze soldaten waren gewild vanwege hun vermogen om het uit te houden in oerwouden. Een van hen, Attun Palalin, bleef doorvechten toen de oorlog al voorbij was en hield het uit tot 1974.

Er zijn twee versies van dit album. Een Engelse en een Taiwanese. Omdat de Engelstalige zang van Freddy erg onnatuurlijk klinkt, is de Taiwanese versie van Takasago Army een stuk beter. Het album begint met het sfeervolle en dreigende The Island, een goede instrumental en een sterke intro. Legacy of the Seediq is een pakkend een snoeihard nummer, dat toch nog melodisch genoeg is om luisteraars die meer in metal zoeken dan hersenloos geram aan te spreken. Nummer 3, Takao, is echter het beste nummer van het album en een ultieme versmelting van Taiwanese volksmuziek en metal van de 21e eeuw. Het nodigt uit tot headbangen en meebrullen en blijft in het hoofd hangen, een beter uithangbord voor dit album kan ik me moeilijk voorstellen. Luister vooral naar de fluit! Knap hoe die helemaal niet vloekt met de achtergrondherrie.

Een gevaar van dit album is dat alle nummers min of meer dezelfde stijl hebben, zoiets wordt gauw saai. Gelukkig zijn er op de juiste plekken rustpuntjes als Root Regeneration aangebracht. Het enige echte minpuntje dat ik op Takasago Army aan kan wijzen is dat een stukje van het nummer Kaoru wel heel erg lijkt op iets van Slipknot, geen act waar je als truie metalband me geassocieerd wil worden. De echte black metal liefhebber zal dit album wellicht afkraken omdat het te melodisch en te modern is. Jammer voor hen, want dit is een prachtig album en een mooie manier om aandacht te schenken aan een vergeten hoofdstuk uit de Tweede Wereldoorlog.

Cockney Rejects - Greatest Hits Vol. II (1980)

poster
4,0
MDV
Oi! Oi! Oi!

Curved Air - Second Album (1971)

poster
2,5
MDV
Een paar maanden geleden kreeg ik dit album aangewezen in het 'ga jij dat eens reviewen' topic, aanvankelijk had ik geen idee wat ik er mee moest en uiteindelijk vergat ik het. Ik heb 'm toch maar weer beluisterd, het is wat lullig om te beloven dat je een recensie gaat schrijven en dit vervolgens niet doen.

Nummer 1, Young Mother klinkt me een beetje in de oren als 'ABBA doet moeilijk'. Vrij saaie popzangpartijen worden afgewisseld met progressieve tripperij. Ik weet niet zeker of ik het nou goed of slecht vind, maar dat de boodschap niet helemaal aankomt zoals de bedoeling is, lijkt me duidelijk. De drie nummers die volgen hebben meer van het poppige, maar minder moeilijkdoenerij. Back Street Luv, Jumbo en You Know zijn prettige nummers om naar te luisteren. Het ‘The Queen’s English’ van de zangeres klinkt alleen een beetje aan de saaie kant. Puppets is ook niet echt spannend. Everdance en Bright Summer’s Day vind ik persoonlijk de beste nummers van de plaat, omdat de zangeres eindelijk eens een (klein) beetje pit erin gooit. De instrumentatie is voor de verandering ook echt goed, en niet alleen onduidelijk. Piece of Mind is helaas een veel te lang, en veel te onsamenhanged potje ‘kijk eens wat ik kan’ waar ik niet goed van word, jammer.

Ik denk dat ik eruit ben, alles afwegende vind ik dit geen goed album. Veel te zweverig zonder doel, en te saai. Helaas.