Hier kun je zien welke berichten HammerHead als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Wat mij betreft is dit juist het meest intense werk wat ik Edwards tot nu toe heb horen voortbrengen. In een traag en meeslepend tempo lijkt hij op deze plaat letterlijk bezig met bidden en het bezweren van het kwade, op z'n knieën door het stof voor de Almachtige.
Het éne nummer komt nog krachtiger over dan het andere. Al worstelend, mediterend, prevelend en prijzend wordt je meegenomen naar de verschillende hoeken van Edwards' geest.
Zoals al vaker gememoreerd: "je hoort dat ie het meent", en die oprechtheid weet hier zeer treffend toe te slaan.
Dit zorgt voor een groot aantal kippenvelmomenten: de vrij stevige gitaarstukken op Sparrow Falls en Down in Yon Forest, het donkere strijkwerk op Oil on Panel, de fragiele pianoklanken op Into the Piano en telkens weer het bezwerende stemgeluid Dave Eugene. Stuk voor stuk pareltjes voor de oren.
Er is toch een klein minpuntje, wat eigenlijk voor al het werk van Woven Hand geldt. Het is teveel een éénmans visie die op deze albums voorbij komt drijven. Bij een band als Sixteen Horsepower waren er toch meer mensen die hun licht over een plaat lieten schijnen en dientengevolge hadden die releases toch net wat meer variatie in zich. In dit geval zou dat waarschijnlijk ten koste van de intensiteit zijn gegaan, dus dat vergeef ik 'm graag.
Een indrukwekkend album dit. Veel dreiging, slechts kleine sprankjes hoop, typisch Dave Eugene Edwards. De muzikale focus ligt in tegenstelling tot het voorgaande Woven Hand werk veel meer op het gitaarwerk. Daarmee is dit meteen ook een veel hardere en zwaardere plaat dan al z'n voorgangers.
De vreemde eend in de bijt is de uitvoering van de evergreen Quiet Nights of Quiet Stars. Deze valt nogal uit de toon bij de rest van het album, hoewel het zeker goed gedaan is.