MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Supernormal als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Peter Brötzmann / Hamid Drake / William Parker - Never Too Late But Always Too Early (2003)

poster
3,5
Overweldigende plaat die ik al ruime tijd in mijn bezit heb, maar nooit was door geraakt. Zal wel te maken gehad hebben met de zware kalibers die op deze plaat te horen zijn. Bij Brötzmann zit er weer flink wat vlam in de pijp, wat in vrijwel elk nummer terugkomt. Hij kent van geen ophouden en raast als een maniak. Maar als hij wat gas terug neemt en de ritmesectie wat meningsvrijheid gunt, bloeit alles open.

Daar is 'Never Too Late But Always Too Early, Part 3' een prachtig voorbeeld van. Hamid Drake deelt hier de lakens uit en neemt de Wuppertaler op sleeptouw die na rake klappen van de eerste even door kan blazen. Allemaal op de voet gevolgd door William Parker die ook hier een erg mooie prestatie neerzet. Zoiets is muziek maken en staat naar mijn mening in fel contrast met wat het trio brengt in 'Never Run But Go, Part 3' of 'Never Too Late But Always Too Early, Part 2'. Dat blijven scheuren en die Parker die zich koppig vast blijft houden aan traag brommende lijnen gaat na een tijdje toch best vervelen.

Conclusie, alles klinkt als redelijk instant gemaakt. Soms zitten de drie elkaar dicht op de huid en worden er kansen gegeven aan elkaar - maar er zitten evengoed momenten tussen waarin de drie tevergeefs naast elkaar liggen te rommelen. Album werd overigens opgedragen aan de Duits bassist Peter Kowald die enkele maanden eerder ter ziele ging. Liever kort en 100% goed, deze is - een gevoel dat ik wel vaker bij Brötzmann heb - weer te excessief. Always too much.

Peter Brötzmann / Peeter Uuskyla - Born Broke (2008)

poster
4,0
Als er één jazzmuzikant is die zijn stijl nooit verloochend heeft, is het Peter Brötzmann wel. Er zit wel degelijk vooruitgang in zijn muziek, maar je zal hem - ondanks zijn gigantische catalogus aan werken - nooit op onbezonnenheid of stijlexcursies kunnen betrappen. Het laatste concert dat ik zag van deze Duitser was twee jaar geleden denk ik, met Fred Van Hove, die donderdag helaas overleden is. Een prachtig concert was dat, van twee dijken van artiesten die Europa op de kaart zetten van de freejazz. Om die twee oudjes op het podium te zien staan, beide duidelijk genietend, en nog steeds met de nodige Balls in hun spel, dat was een uitzonderlijke ervaring.

Voor mij zijn Brötzmann platen erop of eronder. Bij dit album met Peeter Uuskyla merk je vanaf het eerste nummer dat dit juist zit. In duo, met percussie, komt Brötzmann zijn saxofoon nog beter tot uiting, doordat het instrumentarium zo rudimentair is. De Zweedse drummer begrijpt dit zeer goed, en mept een geweldig tribaal ritme op zijn floor tom, aangevuld met accenten op de kleinere toms. Er ontstaat open ruimte en spanning waarin de oerkreten van Brötzmann, met hun bluesey ondertoon zeer goed tot hun recht komen. Als je dit luid afspeelt in je woonkamer klinkt dit zo geweldig diep, alsof het uit de aardkorst naar boven komt. Het is vooral in dit soort nummers met trage tempi dat er extra mogelijkheden ontstaan voor interactie in zijn archetypische speelstijl. En daar is er hier duidelijk geen gebrek aan. Warm aanbevolen!

Phill Niblock - Touch Five (2013)

poster
4,5
Een grootstad als New York heeft voor de reizende muziekliefhebber enorm veel te bieden: grote concertzalen maar evenzeer verdoken plekjes waar gerenommeerde artiesten voor een klein prijsje het beste van zichzelf geven. De Experimental Intermedia stichting van Phill Niblock is daar een mooi voorbeeld van. In zijn loft in SoHo houdt hij geregeld elektro-akoestische concerten met gastartiesten. Op die avonden wordt het ruime, industriële pand een klankkast waar geluidsgolven hevig door de ruimte circuleren. Een overweldigende ervaring is het, maar wie Niblock live wil zien hoeft zeker niet de halve wereld af te reizen. De Amerikaan heeft immers een raamgalerie in Gent van waaruit hij zijn Europese tours uitstippelt. Wie er zich nog gemakkelijker wil vanaf maken, haalt gewoonweg een cd als ‘Touch Five’ in huis en speelt die op hoog volume af.

De geluidsdragers van Niblock zijn net als zijn concerten een fysieke belevenis. Zijn vijfde werk voor het label Touch blijkt echter minder een uithoudingsoefening, vergeleken met zijn vorige album ‘Touch Strings’. Massieve dronecomposities verteren die drie kwartier tot een uur duren is toch wat teveel van het goede. ‘Touch Five’ laat een evenwichtiger dubbelaar horen waarop verschillende facetten van het oeuvre van deze artiest te horen zijn. Zo is de tweede cd volledig gewijd aan uitvoeringen van een Niblock compositie door drie gitaarkwartetten. Het eerste schijfje is gemaakt volgens de gebruikelijke ‘Phill Niblock’-manier. Dat gaat zo in zijn werk: Niblock maakt opnames van tonen van een akoestisch instrument (gespeeld door een musicus), nadien bewerkt hij de klanken en bouwt er een compositie mee op zijn laptop. Door klanken met kleine toonhoogteverschillen als lagen op elkaar te stapelen, ontstaat een dense compositie die zich als een wolk rond de luisteraar vormt.

Opener ‘Feedcorn Ear’ is het laatste deel van de cello trilogie waarvoor de drone-expert samenwerkte met de Belgische cellist Arne Deforce. De sublieme opnamekwaliteit brengt de luisteraar tot vlak bij de snaren en klankkast van het instrument. Alle elementen die het langzame en uitgerokken karakter van de klanken verstoren - zoals de aanslag op de snaar bijvoorbeeld - zijn uit de opnames gefilterd waardoor er slechts reine klanklandschappen overblijven. De motor van het stuk zit hier duidelijk in de laagste snaar, die als een diepe basklank in de sokkel van de compositie blijft ronken. Hoe meer het stuk vordert, hoe meer de geluidslagen vol microtonen zich opstapelen. Desondanks klinkt het strijkstuk behoorlijk open en ruimtelijk. Bovenop de zware onderbouw komt namelijk een sediment van hoge tonen aangewaaid die het dak van het stuk helemaal opentrekken.

Het tweede nummer ‘A Cage of Stars’, componeerde Niblock ter ere van een evenement dat de 100ste verjaardag van John Cage vierde. Voor dit stuk werkte hij samen met Rhodri Davies, een harpist die in het verleden reeds stukken opgelegd kreeg door vermaarde componisten als Yasunao Tone, Christian Wolff en Eliane Radigue. Met strijkstok en E-bow (een klein apparaatje dat een magnetisch veld creëert en hierdoor snaren laat trillen) verkent de muzikant een specifiek tonaal spectrum van de elektrische harp. Het bereik hiervan is beduidend klein, vergeleken met het vorige stuk. Dat levert een vrij minimalistisch resultaat op met geraffineerde nuancewijzigingen die mooie harmonieën ten gehore brengen.

Op het tweede schijfje van deze verzorgde cd-uitgave is Niblock uitsluitend te horen als componist. De uitvoering van het werk 'Two Lips' gebeurde door drie gitaarkwartetten wat resulteert in drie verschillende uitkomsten. Elke muzikant krijgt in zijn partituur andere toonhoogtes voorgeschreven. In de 23 minuten durende sessie speelt ieder gitarist zijn instrument met E-bow en verschuift dan heel geleidelijk de toonhoogte door de snaar te lossen of aan te draaien. Door met kleine intervallen te werken ontstaat een prachtige geluidsmassa met natuurlijke ritmes en een complexe harmonie, vol boventonen.

De verschillen tussen de drie stukken zijn aanzienlijk hoewel ze telkens dreigend klinken. De uitvoering van het Belgische ZWERM gitaarkwartet klinkt vooral subtiel en zit vol textuur. Minder voorzichtig en wellicht de zwaarste voorstelling is die van het Amerikaanse DITHER kwartet. In dit middendeel gaan de gitaren voluit zoemen met een psychedelisch tafereel tot gevolg. Het speciaal gevormde ensemble COH DA steekt de klankvervormingen dan weer onder een wazige, gedempte laag. Deze versie klinkt constanter en rustiger. Het systematisch veranderen van de tonen heeft een flinke invloed op de dynamiek van de stukken. Soms lijkt de muziek op te stijgen om daarna weer als een projectiel terug neer te storten.

Wie van een nieuwe Niblock-release baanbrekende muziek verwacht komt altijd bedrogen uit. Deze multimedia-artiest is de 80 al voorbij en heeft meer dan de helft van zijn leven gewijd aan dit soort akoestische dronemuziek. Toch is er op ‘Touch Five’ sprake van een duidelijke meerwaarde aan zijn discografie. Zowel in sfeer, instrumentarium als techniek zit enorm veel afwisseling waardoor deze dubbel-cd overkomt als een omvangrijke wereld in dit nichegenre. Een eenvoudig opstapje is het niet, maar soms moet een mens gewoon het lef hebben om voluit naar dit soort topwerken grijpen en overdonderd worden door de akoestische rijkdom. Welkom tot het Niblock-universum.

Phill Niblock - Touch Strings (2009)

poster
3,5
Best wel een cheesy hoes voor een fotograaf! Zeker in tegenstelling tot zijn andere werken. Momenteel ben ik me wat aan het verdiepen in de muziek/denkbeeld van deze artiest. Dit werk is weer uiterst minimaal.

Het eerste deel is één lange drone waarin Niblock opnames van gitaar en bas verwerkt maar deze zijn in de verste verte niet te herkennen. Zijn werkwijze is uitzonderlijk subtiel: alle storende elementen die niet in de muziek thuishoren, worden eruit gefilterd waardoor het bijzonder rein klinkt. De geluidsmassa is constant in beweging, al zal menig luisteraar die hier niet de nodige aandacht aan geeft al snel gaan geeuwen. Dit is muziek die je met je stereo dient af te spelen op hoog volume om echt te verzuipen in de klankbundels. Tonen gaan resoneren en als neveneffect overslaan in hoge tonen die als een natuurlijk wezen lijken te ademen. In dit nummer (van maar liefst een uur !) zijn ook ruwere elementen aanwezig (wellicht van de gitaar) waardoor er ook wat meer textuur in het klankbeeld komt.

Veel zwaarder geladen is 'Poure', waar cellist Arne Deforce te horen is. Hier speelt Niblock met veel hoge strijktonen in wisselende octaven die op elkaar gestapeld worden, waardoor je echt een wall of sound krijgt die recht op je afkomt. In bepaalde stukken, vooral naar het einde toe, lijkt er niet meer gestreken te worden en hoor je slechts de galm van het instrument. Zulke muziek doet me denken aan het prachtige album ‘Voxorgachitectronumputer’ van Charlemagne Palestine en Joachim Montessuis – waar de akoestische ruimte rond het instrument (in dit geval orgel & elektronica) een essentiële rol vervult.

Deel drie is tenslotte opnieuw een erg zware brok om de tanden in te zetten. Hier is The Nelly Boyd Ensemble te horen met een verzameling van instrumenten waaronder cello, piano, akoestische basgitaar en viool. Het klinkt opnieuw als een geluidsbundel met veel verschuivingen. Soms heb ik meer de indruk dat ik naar een speciaal Oosters blaasinstrument (didgeridoo-achtig) aan het luisteren ben dan naar verschillende bronnen – wat het een coole ervaring maakt.

Conclusie: veel mooie stukken, maar ik vind ze een beetje te langdradig. Phill Niblock had hetzelfde kunnen doen in drie stukken van om en bij de dertig minuten (zoals hij doet in de meeste van zijn werken). Ik mis hier af en toe wat variatie binnen hetzelfde kader. Het gevolg is daardoor helaas dat deze dubbel cd niet over zijn volle lengte blijft boeien.

Powerhouse Sound - Oslo / Chicago: Breaks (2007)

poster
3,0
Jazzrock plaat met ook wat uitstapjes naar dub onder andere. De riffjes van de bas/drum/gitaar effenen het pad voor Vandermark om zijn saxsolo's op los te laten. Het knettert echter niet genoeg om effect te hebben. De saxofonist vervalt vaak in dezelfde klanken en technieken, net als de begeleiding die wat flets overkomt. Het geheel mist gewoon peper. Er is beter/uitdagender werk te vinden in dit genre.

In dit soort albums mag de productie ook niet onderschat worden. Als het strak geproduceerd wordt, kan het des te venijniger uit de boksen komen. Dan denk ik meteen aan het album 'We Know Not What We Do' van Amok Amor (met Peter Evans) dat ik onlangs hoorde. Dat knalt écht hard! Hier was dat ongetwijfeld ook de bedoeling, maar niet het geval.