MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Supernormal als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Eric Boeren 4tet - Song for Tracy the Turtle (2010)

Alternatieve titel: Live in Brugge 2004

poster
3,5
Leuke ontdekking. Gisteren dit Nederlandse kwartet live gezien op het Brand! Festival in Nona, Mechelen. Muziek geschreven en gespeeld volgens de composities van het Ornette Coleman kwartet. Vooral Michael Moore is een aanwinst. Zalig hoe kalm hij zijn swingende lijnen blaast en de nodige rusten laat hier en daar. Getuigt van pure kunde en muzikaliteit. Han Benink was gisteren echter te dominant; te overstemmend qua dynamiek en volume. De muziek miste daardoor zijn doel en kwam eerder clownesk over. Daar heeft deze plaat geen last van, met Paul Lovens aan de kit, die de kunst van de balans en de spaarzaamheid duidelijk beter beheerst.

Eric Dolphy - At the Five Spot Vol. 1 (1961)

poster
4,5
De muziek van multi-instrumentalist Eric Dolphy is altijd een harde noot om te kraken. Hij blaast (ongeacht zijn instrument) altijd een noot te hoog of te laag waar elk Westers persoon de typische & zuivere tonale klank verwacht. Vandaar ook dat de man in die tijd behoorlijk omstreden was bij de minder progressieve criticasters. Heb eens ergens gelezen dat de Amerikaan zich enorm liet inspireren door de natuur zoals bijvoorbeeld vogelzang-geluiden. Ik kan me voorstellen dat het atonaal spelen op zich al een enorme vrijheid met zich mee brengt tijdens het improviseren doordat je nergens de dwang voelt om consonant te klinken.

Alleen al dat maakte Dolphy's muziek zo karakteristiek. Hij was een muzikant die voortdurend de klankmogelijkheden van zijn instrument aftastte: luister bijvoorbeeld in 'Fire Waltz' vanaf 4:45 min. Dat knikkende blaasgeluid dat als een jankende kat blijft door snauwen. Van dat soort stukken krijg ik kippenvel op men armen en blijft me steeds fascineren na verscheidene luisterbeurten. Het zit misschien niet altijd lekker maar hoe meer je ernaar luistert, hoe meer je er verslaafd aan wordt. Dat is precies hetzelfde met het hele basisthema van dat eerste nummer dat behoorlijk verwrongen klinkt. Net als het openingsnummer 'Hat and Beard' van zijn klassieker Out To Lunch is het geluid van mijlenver herkenbaar al is het de eerste keer een bittere pil om door te slikken.

Zelfs een romantisch/ bluesey thema als in 'The Prophet' is geen hapklare brok door de mystiek die het thema niet rooskleurig laat uitslaan. De invloed van Mingus's harmonieën (met wie Dolphy hiervoor samenspeelde) kan men hierin terug horen. Vooral Little geeft een zekere warmte maar is niet de meest uitdagende van het hele gezelschap (vergeleken met het tweede deel van deze sessie althans waar die een geweldige prestatie neerzet). Het is vooral in dat laatste nummer dat de Mal Waldron schittert. Blackwell houdt zich redelijk gedeinsd maar geeft niettemin kleur aan de achtergrond.

Eric Dolphy - Here and There (1966)

poster
3,5
Wie de 'At The Five Spot' albums luisterde, zal zich aan dat geweldige samenspel herinneren bij het horen van de twee eerste nummers van dit album. Dat is niet vreemd aangezien die uit die set zijn geplukt - en we dus diezelfde line-up (met Booker Little, Mal Waldron, Richard Davis en Ed Blackwell) te horen krijgen. De heerlijke, ophitsende percussie in de hi-hats doet de goed geoliede machine van muzikanten op hoge snelheid draaien in "Status Seeking". Dit nummer, geschreven door Waldorn laat een prachtig thema horen in de opening en het slot. Dolphy is op het eerste nummer te horen op alt sax. Hij klinkt ook hier bijzonder inventief, zeker ten aanzien van het hoge tempo en ook Booker Little (wat een geniale trompettist eigenlijk!) laat prachtige dingen horen. Ach, en dan heb ik Waldron nog niet vermeld. Allemaal interessante factoren in de muziek, da's wat muziek goed maakt.

"God Bless the Child", een nummer van Billy Holliday, wordt vertegenwoordigd door Dolphy op basklarinet. Hier is hij solo te horen met liefdevolle frases. Schitterend nummer.

Enige jammere vind ik dat het meer een allegaartje is dan een echt 100% consistent album. De verschillende muzikanten die in de nummers opduiken hebben daar natuurlijk een belangrijk aandeel in. "G.W." is een typisch Dolphy nummer, met dat gure geluid dat hij uit zijn sax trekt. Als hij dat fladderende geluid van die fluit maar achterwege had gelaten in nummers als "Don't Blame Me (Take Two)" en "April Fool", had ik me hier héél enthousiast over uitgelaten.

Eric Dolphy - Iron Man (1968)

poster
3,5
Daar kan nog niet over oordelen aangezien ik nog niet alles van hem heb gehoord. Maar ik constateer wel dat dit best een avontuurlijke plaat is voor zijn tijd. Hier doorbreekt Dolphy alvast de wetten van de standaardbezetting: door er minder conventionele instrumenten bij te halen. Op het titelnummer scheurt Dolphy heerlijk op alt en is Bobby Hutcherson te horen op de vibrafoon waar normaal een piano zou voorkomen. Hoe langer hoe meer begin ik fan te worden van dat instrument! Een andere boeiende figuur op het toneel is de trompettist Woody Shaw die hier een stevig potje mee komt blazen. Een hardbop nummer dat best goed swingt.

In 'Mandrake' springen er meer blazers op de trein (waaronder Sonny Simmons en Clifford Jordan) die allen wat fluctueren in de registers waardoor er weer een heerlijk dissonant spektakel ontstaat. Het valt hier bijzonder op dat je met een stel steengoede muzikanten te doen hebt. Het ingetogen duet 'Come Sunday' (Duke Ellington stuk) met Dolphy op basklarinet in conversatie met Richard Davis op contrabas is een prachtig rustpunt in het center van dit album. Wat me weerhoudt van een hoge score is het 'Ode to C.P.' waarin de fluit de hoofdrol speelt: een instrument dat me totaal niet weet te "pakken". Dat buitenwegen gelaten kan ik hier erg van genieten.

Eric Dolphy Quintet featuring Freddie Hubbard - Outward Bound (1960)

poster
3,0
Aan dit album van vroeg uit zijn carrière, merk je dat hij zijn kenmerkende stijl nog aan het ontwikkelen is. Hier neemt hij trompettist Freddie Hubbard (die zich hoe langer hoe minder zou laten inzetten als sideman - hij staat hier overigens als op de cover!) onder de arm en wat opvalt is dat de sound daardoor redelijk gelijk loopt met het Miles Davis Quintet. Vergeleken met het slotnummer van album 'Iron Man' is de fluitsolo in "Glad To Be Unhappy" dan weer wél genietbaar. Misschien komt het dankzij het romantische en lyrische stijltje waar het zo goed bij aansluit.

Hier is dus vooral een traditionele Dolphy te horen. Daar is niets mis mee, maar het is nu ook niet om te zeggen hoogst origineel of boeiend. 'Outward Bound' klinkt als een goede huiswijn op een doordeweeks avondje. Wellicht vooral te appreciëren door mensen die van een traditionele Dolphy houden.