Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Wandelaar.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Chicago - The Very Best Of (1996)
Onberispelijke TV-CD van Arcade. Arcade en K-Tel brachten in de jaren '70 verzamelplaten uit, met 10 nummers per elpeekant. Dat was voor een goed geluid meestal een beetje teveel van het goede. Je moest dan voor een beetje luistergenot zowel bas- als volumeregelaar flink opschroeven.
In het CD-tijdperk was dit bezwaar opgeheven en kon er lekker tegen de 78 minuten geperst worden zonder kwaliteitsverlies. Sterker nog: Arcade belooft ons dat 'all tracks have been especially remastered for this album only'. Dat was waarschijnlijk nodig om volumeverschillen weg te poetsen. Mooi gedaan!
Gelukkig, en daar ben ik echt blij mee, gaat de selectie van nummers, tracks, songs, niet verder dan de grens van 1980, zoals bij zoveel bands een jaar met een omslagpunt. Het zijn de nummers met de warme hippe vibe zoals Wishing You Were Here en het sterke Feelin' Stronger Every Day die hier de sfeer bepalen, naast de onvermijdelijke twee hits aan het begin. 25 Or 6 to 4 wil ik aanvinken als mijn persoonlijke favoriet.
Leuk is dat van het eerste album I'm a Man is meegenomen, in de volle ruim 7 minuten speelduur nog wel. De band heette toen nog Chicago Transit Authority. De live-nummers 16 en 17 passen niet echt in de serie en laat ik buiten de beoordeling. Een heel aardig verzamelplaatje toch, waardoor je nieuwsgierigheid naar de serie albums, in romeinse cijfers genummerd, wordt geprikkeld. Een ijzersterke periode.
»
details
» naar bericht » reageer
Elton John - A Single Man (1978)
Elton moet hier zijn vaste schrijfmaatje Bernie Taupin missen en laat de teksten over aan songwriter Gary Osborne. Het album is best redelijk te noemen, maar is een stukje fletser dan we in de eerste helft van het decennium van hem gewend waren.
Meest intrigerend is het vrijwel instrumentale Song for Guy. Een ode aan een overleden jonge studiomedewerker, Guy Burchett, maar eigenlijk meer bedoeld als een nummer over de sterfelijkheid in het algemeen. Een bezinningsmoment.
Georgia is een goed nummer, met koor en pakkend refrein, evenals het wat disco-achtige Part Time Love.
Te langdradig met ruim 8 minuten is It Ain't Gonna Be Easy. Hier komt de zwakte van het album aan de oppervlakte: het oeverloze voortgaan van sommige nummers zonder een punt te scoren. De energie die we van Elton kenden op vorige albums lijkt wat verflauwd. De scherpere hoeken zijn afgerond. A Single Man was een lastige opgave voor de man.
Bij de bonustracks op de CD-versie komen we goede nummers tegen als I Cry at Night en Strangers.
»
details
» naar bericht » reageer
Elton John - 21 at 33 (1980)
'Don't you wanna play no more ...'
Weer gewoon leverbaar op CD, dankzij de productie in Tsjechië, is dit minder opvallende album van Elton John. De plaat kwam uit in mei 1980 en was al voor het grootste deel in augustus 1979 in Zuid-Frankrijk geschreven en opgenomen.
De titel wil zeggen: album 21 en 33 de leeftijd van de artiest. Wie echter goed kan tellen, komt niet verder dan 17 reguliere John-albums, wat op zichzelf ook al een opmerkelijke prestatie is.
John Tobler legt in het begeleidende boekwerkje uit hoe ook 'Greatest Hits’, het ‘Lady Samantha’ compilatiealbum met vroege opnames en een mini-album uit ‘79 werden meegerekend. Eerlijk gezegd kom ik dan op 20, maar misschien raak ik nu zelf de tel kwijt.
Uit deze optelling in de cryptisch anonieme titel kunnen we opmaken dat Elton John hier een ‘tussendoor’ album in elkaar draait, na een lastige periode. Lastig, omdat zijn vaste schrijfmaatje Bernie Taupin na het prachtige ‘Blue Moves’ in 1976 de samenwerking opzegde en hij op ‘A Single Man’ (dramatische titel) het moest stellen met Gary Osbourne als tekstschrijver. Niet verkeerd, maar onwennig. Echter, Taupin keerde terug en schreef hier weer mee aan drie nummers. Verder noemen we ook nog Gary Osbourne en Tom Robinson als tekstschrijvers. Het laatste nummer, Give Me the Love, schreef Elton samen met Judy Tzuke.
Het werd, afgezien van de wat rockende opener, Chasing the Crown, een overwegend rustig album. Ik proef nog helemaal de jaren zeventig. Een prettig geluid, geen digitale grappen nog hier en een uitstekende band met namen als Nigel Olson, Steve Lukather, David Patch, Peter Noone, Don Henley, Glenn Frey en Timothy B. Schmit. Jawel, een beetje Eagles hier, met name in White Lady White Powder.
Met new wave of disco heeft het album helemaal niets en het kabbelt fijn verder, waardoor je het gevaar loopt voortijdig je aandacht te verliezen, maar het zijn toch stuk voor stuk uitstekende songs. Genoemd is al Sartorial Eloquence en bescheiden hitsingle Little Jeannie natuurlijk, maar waar ik het in de tweede helft voorheen vond inzakken, valt me dat nu enorm mee. Zelfs Dear God, veelal als ‘draak’ weggezet, is voor mij als gelovig mens genietbaar.Take Me Back is echt country, heel aardig. Slotnummer Give Me the Love, ik zei het al met Judy Tzuke, zit geraffineerd in elkaar en heeft een mooie funky swing.
Samenvattend: gewoon ouderwets vakwerk op dit album. Elton John is zich aan het herpakken na de uitputtende zeventiger jaren en zijn dramatische ‘Victim of Love' van een jaar eerder. Ik doe er een hele punt bij!
»
details
» naar bericht » reageer
Elton John - The Diving Board (2013)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
»
details
Elton John - Blue Moves (1976)
Een album dat om de één of andere reden niet eerder in mijn collectie kwam, is deze dubbelaar van 49 jaar geleden. Langere tijd lastig verkrijgbaar, soms in ingekorte versie, maar er schijnt weer een stapeltje geperst te zijn in Tsjechië, waar de meeste ceedeetjes vandaag de dag vandaan komen.
Nu naar de inhoud. Een absoluut luisteravontuur, als ik het zo mag zeggen. Met spannende instrumentals en pianosongs om helemaal in op te gaan. Op een dubbelalbum heb je de ruimte om wat te proberen. Niet iedere track hoeft direct de roos te raken. Het gaat de breedte in. Een dergelijk avontuur was drie jaar eerder ook dubbelalbum Goodbye Yellow Brick Road.
Elton John maakte een enorme ontwikkeling door in de jaren zeventig, dat is algemeen bekend. Het tempo lag hoog. En hoeveel verder zijn we hier in ‘76 alweer aanbeland. Compositorisch, songmatig, en emotioneel in een volgende fase en, als ik zo vrij mag zijn, het werd hierna nergens beter dan op dít album. Dat klinkt dan weer een beetje wrang, want ik wil al het volgende niet zomaar afschrijven. Maar verschil moet er zijn. En hier maakt de pianorocker een opmerkelijk goed album met een ingehouden spanning die voortstuwt, waar gospel en klassieke elementen elkaar ontmoeten. Melancholische ballads, maar net zo goed swingend materiaal, zo goed en soepel gezongen en genres overstijgend. Elton John vliegt hier hoog.
Met de stem van de nog geen dertigjarige John is hier nog niets mis. Als ik bovenstaande zinnen lees, merk ik dat ik toch nog niet heel veel over de inhoud gezegd heb. Dat hoeft ook niet. Het is een album dat met aandacht beluisterd moet worden, herhaaldelijk, om steeds weer nieuwe dingen te ontdekken. En, niet geheel onbelangrijk, met een prachtig geluid, door producer Gus Dudgeon voor CD geoptimaliseerd met de beste techniek. Helder en gedetailleerd. Zo wil je het toch ook eigenlijk. Een hoogtepunt? Voor mij wel en een aangename verrassing. In ieder geval terecht een tweede dubbel studioalbum voor de man. Een album dat misschien altijd wel wat in de schaduw zal blijven, maar helemaal serieus genomen mag worden.
»
details
» naar bericht » reageer
Todd Rundgren - 2nd Wind (1991)
"If I want more love in the world, I must show more love to myself"
Dit derde en laatste Rundgren-album bij Warner heeft iets bijzonders. Het werd live opgenomen, in juli 1990, in het Palace of Fine Arts Theatre in San Francisco voor een muisstil publiek. Opnieuw dus een rechtstreeks opgenomen plaat. Dat hoor je er nergens aan af want de omstandigheden waren vrijwel dezelfde als in een goede studio. En klappen werd het publiek verboden. Opnieuw wordt Todd hier begeleid door zijn maten van de band Utopia en aanvullende artiesten.
Greg Calbi deed ook nu de mastering en ondanks zijn grote naam krijgt hij hiervoor een onvoldoende. Je moet veel moeite doen met de basregelaar een fijn geluid te creëren, zo blikkig is het algehele geluid van het album. Je zou toch wensen dat dit werk ooit nog eens helemaal overgedaan werd voor een remaster die ons het oorspronkelijke geluid terug geeft.
Artistiek heeft dit album verder echt wel wat te bieden. Drie nummers nam Rundgren hier op van zijn geflopte Broadway-musical project Up Against It. Het zijn nummers in de stijl van Kurt Weil, met spitsvondige, theatrale teksten.
Het openingsnummer Change Myself is zeer herkenbaar Rundgren. Een fijne popsong met ongedachte diepgang. Eigenlijk ademt het hele album die sfeer van beschouwing, filosofie en melancholie. Rundgren gaat voor diep in het openleggen van de menselijke ziel. Humanisme en religieus besef gaan hand in hand zonder dat het hier ontspoort. Laat ik het zo zeggen: we maken hier kennis met een meer droeve en wijze Rundgren, die de tijd van de studiograppen, experimenten en brute extase te boven lijkt te zijn gekomen. Een serieuze plaat dus en wellicht zijn laatste.
Mooi vind ik vooral: Change Myself, Who's Sorry Now, If I Have to Be Alone en Kindness.
Muzikaal interessanter maar moeilijk zijn: Who's Sorry Now en Second Wind .
Al met al net een stukje beter dan voorganger Nearly Human, al vind ik de algemene opinie dan niet aan mijn zij. Jammer dus nogmaals van de slecht te verteren geluidskwaliteit. Toch nog 4 sterren.
»
details
» naar bericht » reageer
Todd Rundgren - A Cappella (1985)
"I have an ideal I think is real, But I just can't find it, I believe that one day, I'll melt away into that lost horizon"
Na zijn breuk met thuisbasis Bearsville, vond Rundgren voor drie albums onderdak bij het grote label Warner Bros. Dat bood hem volledige creatieve vrijheid en dit album was de eerste worp voor dit label.
Een kleurrijke hoes, een gemaskerde Rundgren met het enige instrument dat hij voor dit album nodig had: de microfoon om zijn stem te registreren. De digitale sample-techniek stond begin jaren '80 nog in de kinderschoenen maar Rundgren zag hierin direct de mogelijkheid iets te doen wat nog niemand eerder gedaan had. Niet alleen de zang met samples opnemen, maar ook alle geluiden: drums, percussie en andere instrumenten met zijn stem nabootsen en met samples aan elkaar plakken.
Een precisieklus, een monnikenwerk, die de volledige concentratie eiste. Maar ondanks de ingewikkelde techniek staat ook de inspiratie bij het liedjesschrijven hier op scherp.
Naast klankexperimenten zoals het oosterse Miracle in the Bazaar vinden we juweeltjes van songwriting als Blue Orpheus, Pretending to Care en Honest Work. Kleine kindertjes wordt de stuipen op het lijf gejaagd met het verhaaltje over Lockjaw. Op ouderwets Rundgreniaanse wijze gaat het 'over the top' in soulnummers als Something to Fall Back On en de cover Mighty Love die het vooral van hysterie moet hebben in het slotkoortje.
Gedurfd en artistiek geslaagd album, dat mogelijk bij velen de wenkbrauwen heeft doen fronsen. Begrijpelijk, want echt lekker luistert het niet weg, daar moet ik eerlijk in zijn. Maar, laat het genie hier maar zijn ding doen.
»
details
» naar bericht » reageer
Todd Rundgren - The Ever Popular Tortured Artist Effect (1982)
In 1982 kwam het tot een breuk tussen Rundgren’s band Utopia en huislabel Bearsville Records. De relatie was flink verstoord, maar Rundgren had nog een contractuele verplichting liggen als soloartiest een album af te leveren aan Bearsville. Ontevreden over de geringe moeite die het label had gedaan voor de promotie van zijn geesteskind Healing, een jaar eerder, kunnen we de titel van dit album moeiteloos verklaren uit zijn frustratie.
Oké, jullie willen een makkelijk album, nou dan krijg je het ook. Zoiets moet de getergde artiest gedacht hebben. Terwijl Rundgren intussen volop experimenteerde met electronica nam hij tussen de bedrijven door een serie songs op voor dit album. En nu eens geen spirituele zoektochten of introspectieve klaagzangen, maar gewoon een popalbum met pret.
There Goes Your Baybay, Emperor of the Highway en Bang the Drum All Day passen moeiteloos in die categorie. Lichtgewicht tot smakeloos. Bij Emperor zet hij weer eens zijn bekakte Gilbert & Sullivan- stemmetje op, waar hij als kind al zo van hield. (vergelijk Lord Chancellor's Nightmare Song op Todd (1974)).
Tin Soldier is een aardige kopie van het origineel, in de stijl waarmee hij ooit op Faithful (1976) een plaatkant vol maakte.
Hoewel gedomineerd door LynnDrum (een nieuwe vinding op dat moment) en synthesizer staan de eerste drie nummers nog wel in de traditie van Hermit of Mink Hollow (1978). Het zijn de sterkere songs op het album. Drive is ronduit lelijk gezongen en is niet alleen een 'torture’ voor de artiest maar ook voor de luisteraar. In slottrack Chant worden we getrakteerd op een soort electrobeat-disco maar is het spirituele element wel weer te vinden.
Todd Rundgren hield uitverkoop en gaf dit zijn fans nog mee voordat hij de deur bij Bearsville definitief dichtgooide. En waarachtig, in plaats van kritiek kreeg hij lof voor dit werkje. Lovend was Rolling Stone en Allmusic waardeert de plaat nu met 4 sterren. Begrijpelijk? Zonder het een meesterwerk te noemen, is het wel een toegankelijke plaat geworden. Zoiets draai je nog wel eens voor de aardigheid en het gaat niet te diep. Ook wel weer een verademing na jaren van zweverigheid. Maar artistiek kon het beslist beter …
PS: Officieel kwam het album uit op 30 december 1982
»
details
» naar bericht » reageer