Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Wandelaar.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Dire Straits - Dire Straits (1978)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
»
details
Joe Cocker - Across from Midnight (1998)
Een album uit een lange reeks jaren tachtig en negentig-albums van de zanger. Het ene album valt beter uit dan het andere. Rode draad is het meer dan minder sterk vertolken van andermans werk. Zijn kracht ligt ongetwijfeld in het op een hoger plan brengen van het origineel. Door zijn karakterstem en intonatie. Daarbij is de studioband steeds van hoge kwaliteit.
Probleem op dit album is wel de anonimiteit. Een nummer als What Do I Tell My Heart? is wel extreem inwisselbaar na het fraaie N'Oubliez Jamais . Ik vraag me daarbij af in hoeverre Cocker de vrije hand heeft gehad in de repertoirekeuze. Af en toe denk ik dat hij ook wel geëxploiteerd werd door de platenmaatschappij dan wel tot een compromis werd aangezet.
Titelnummer Across from Midnight is dan weer van grotere klasse en met een fijne 'blues-groove', meer de stijl die past bij de zanger. Ook fijn is The Last One to Know, een wat rauwer randje hier en een nummer met kop en staart, al is het refreintje wat mager. Helemaal in het blauw gestoken is het overbekende Need Your Love So Bad, voor het eerst opgenomen door Little Willie John in 1955, hier uitstekend vertolkt. De blues paste Cocker als een versleten regenjas. Hij woonde erin, maar kon er maar weinig van kwijt op zijn reguliere albums. Maar hier dan toch een voltreffer!
»
details
» naar bericht » reageer
Don Henley - Cass County (2015)
»
details
Boudewijn de Groot - Grootste Hits (1974)
»
details
Chris de Burgh - Flying Colours (1988)
Ooit dit album in bezit gehad en via de kringloop opnieuw in de verzameling opgenomen. Absoluut smetteloos exemplaar.
En tot mijn verbazing - en wat een slimme zet van de platenmaatschappij! - staat er een extra nummer op; The Lady in Red, de successingle uit 1986, van het album Into the Light. Precies een nummer dat even nodig was om het album een zetje te geven. Want, werden er van Into the Light nog 8 miljoen copies verkocht (elpee en CD), met dit album kwam de sympathieke zanger niet verder dan 950.000 plaatjes, waarvan het grootste deel in Duitsland over de toonbank ging.
Dat weten we dan ook weer. Verdiend of niet, het was een stapje terug. Opgenomen in de Powerplay Studios in Zürich Zwitserland en met producer Paul Hardiman aan de knoppen was er toch wel flink geïnvesteerd.
Er staat, met de oren van nu toch wel meer aardigs op dan ik me kon herinneren. Carry Me (like a fire in your heart), A Night on the River en Missing You zijn toch heel aardig. Leuk zelfs is Don't Look Back. Dan is er ook nog Just a Word Away, met een mooie tekst. Wat statig is het Paaslied The Risen Lord, waarmee de Burgh zijn geloof uitdraagt. Een mooi nummer.
De voorheen storende synthesizers zijn er nog wel maar kleuren beter met de klankbeleving die ik nu heb. En de gitaarsolo's vallen me nu zelfs op. Vreemd dat dit door de jaren heen kan veranderen - het ligt ongetwijfeld aan mij! - maar mogelijk klinkt deze Duitse persing gewoon ook een stukje beter.
Slotnummer The Last Time I Cried is een tikje bombastisch, maar zeker een goede song. Als ik het goed heb, past dit ook in het Paasverhaal en is de uitroep van Jezus aan het kruis: 'Eli Eli Lama, oh Lord, you have forsaken me'. Een dramatisch nummer, dat wellicht op dit popalbum een beetje uit de toon valt na de serie liefdesliedjes. De Burgh werd hier, voor mijn idee, een beetje geprest een compromis te zoeken.
»
details
» naar bericht » reageer
The Christians - The Christians (1987)
Op een tripje naar Londen, najaar 1987, dit album, dat net uit was, op CD gekocht. In die tijd één van de ongeveer tien schijfjes in mijn bescheiden verzameling. Een klein rijtje nog op de grote platenkast.
Een veelgeprezen debuut van de broers Gary en Russell Christian, aangevuld met bandlid en multi-instrumentalist Henry (Christian) Priestman.
Twee 'Christians' en een 'Priestman', dat moet wel iets met religie te maken hebben, kan de eerste indruk geweest zijn. Het was een naamkwestie. Dat neemt niet weg dat de teksten toch wat levensbeschouwelijke inhoud meedragen. En in de titels ook een christelijk idioom gebruiken. Het gaat eigenlijk in iedere song over maatschappelijk onrecht, achterstelling, racisme en werkloosheid. De teksten lopen hier niet omheen en proberen hoop te bieden als antwoord op de woede. Er zullen betere tijden volgen. Steden als Liverpool waren in de jaren '80 in verval en de werkloosheid was groot. De groep was dus terdege 'maatschappelijk geëngageerd.'
Fraaie soulsongs, hier en daar nog een beetje zoekend naar eigen stijl, maar zeker goed gezongen en geproduceerd. Naar de mode van die tijd niet zonder uitbundig gebruik van sequencer en sampler, maar toch wel met echte gitaar en drums.
Beste momenten beleef ik bij Forgotten Town, Born Again, Hooverville en One in a Million. Bij ... and That's Why moet ik even denken aan Culture Club. Zoals gezegd, een eigen geluid moest zich nog ontwikkelen. Veel tijd kreeg de band hier niet voor, Na opvolger Colour (1990) was het eigenlijk alweer gedaan met deze jongens uit Liverpool. Na het derde album werd het stil.
Maar de verrassing is misschien wel dat de band in 2025, in de UK, onder leiding nu van Gary Christian als enig oorspronkelijk bandlid, nog steeds optreedt. Het zal niet verbazen dat nummers van dit debuutalbum op de setlist nog steeds een belangrijke plaats innemen.
PS. Gary Christian wordt donderdag a.s. 70 jaar.
»
details
» naar bericht » reageer
Fleetwood Mac - Greatest Hits (1988)
»
details
The Beach Boys - Wild Honey (1967)
Dit dertiende album van The Beach Boys verscheen precies drie maanden na Smiley Smile, een album dat eigenlijk maar een verkorte proefdruk was van het eigenlijke Smile-project, waarvan de meeste onderdelen op de plank bleven liggen tot de release in 2011. En ook deze dertiende van de Boys scoorde flink onder de maat in verkoopaantallen. Dit was kennelijk niet waar de fans op zaten te wachten. Wat ging er verkeerd?
Vooral Carl Wilson liep al een paar jaar rond met de wens iets te doen met soul en R&B. En op dit album kwam de soulkant van de band tot leven. En het moet gezegd: als soulzanger zingt Carl de voering uit zijn keel. Een talent. Maar in een jaar waarin psychedelische rock opgang maakte, viel dit juist nu niet in de smaak. Wat moest men toch met een cover van Stevie Wonder's I Was Made to Love Her ?
Opvallend aan het album is de huiselijkheid waarin de meeste tracks werden opgenomen. Letterlijk in de huiskamerstudio van Brian Wilson. Het maakte dat er een sfeer meekwam van intimiteit, maar misschien ook wel kneuterigheid, na jaren van grote producties met orkest in dure studio's.
Dat huiselijke betreft ook de naam van het album die refereert naar de pot wilde honing die in de keuken van Brian werd aangetroffen. Gezellig.
De single Darlin' die op dezelfde dag als het album,18 december, uit kwam, heeft een andere klank en is rijker geproduceerd. Een echte hitsingleproductie. Maar zoals gezegd, het korte album Wild Honey kon weinig potten breken en dat de platenmaatschappij daar genoegen mee nam gaf wel aan dat Capitol nog steeds vertrouwen had in de merknaam van de band. Die artistieke vrijheid konden ze dan ook ten volle benutten op het volgende album: Friends.
»
details
» naar bericht » reageer
The Beach Boys - Sunflower (1970)
Op 8 mei 1970 kwam Let it Be van de Beatles uit, op 31 augustus in dat jaar verscheen Sunflower. Waar de twee bands in de jaren zestig nog met elkaar in competitie waren, zo moest Smile! het antwoord zijn op Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, is er hier van tweestrijd geen sprake meer. The Beach Boys waren inmiddels, zoals de hoesfoto laat zien, een hippe clan met aanhang geworden, een family, een commune, ongetwijfeld onder invloed van spirituele gedachten en middelen, die in die tijd in de mode waren.
We stappen hier de zeventiger jaren in. De harmonie centraal, songs over klein geluk en klein verdriet, de invloed van de singer-songwriter. Het is love, brothers&sisters, happiness. Heel duidelijk in It's About Time. En dan het prachtige, met violen overgoten Tears in The Morning. Als ik dan toch even met Let it Be mag vergelijken, dan denk ik aan 'The Long and Winding Road'. De introspectie, de sfeer van heimwee, verloren liefde. Sentiment? ik denk ook wel de omslag van een cultuur, de ontdekking van de melancholie. Zo herinner ik me de hang naar oma's spulletjes van de rommelmarkt uit die tijd. Iedereen wilde een schommelstoel en een petroleumstel. Er hing nostalgie in de lucht en geen revolutie. Het gevoel kwam centraal te staan.
Fraaie liedjes, zoals ook op Friends (zomer 1968). Deidre. Wat een schatje. Past hier goed in.
En dan: All I Wanna Do : een bovenaards nummer, met prachtige delay effecten, en Forever met de schorre stem van Dennis. Brian, toch al veel met bovenaardse zaken bezig, zei hierover:
" 'Forever' has to be the most harmonically beautiful thing I've ever heard. It's a rock and roll prayer."
At My Window: een ontmoeting met een vogeltje bij het raam - hoe klein mensen er uitzien vanuit de lucht. The Beach Boys waren erg begaan met de natuur. Zo ook in Cool, Cool Water, een 'soundscape' van meditatie en natuurgeluiden. Surfplank en mooie Californische meisjes worden hier allang niet meer bezongen. De Boys zijn zich spiritueel aan het herontdekken, voor het moment althans...
'Kokomo' was nog ver weg.
»
details
» naar bericht » reageer
Jeff Lynne's ELO - Wembley or Bust (2017)
Hoewel het concert beslist een visueel aantrekkelijk spektakel is, heb ik destijds toch gekozen voor de 2CD-variant en ga puur voor het geluid dat de 16bit/44,1kHz compact disc te bieden heeft.
En dat is geluidstechnisch niet gering. Het klinkt allemaal heel smakelijk. Jeff Lynne, die ook voor zijn feestje was uitgenodigd, moet versteld gestaan hebben hoe deze muzikanten hier live een heel oorspronkelijk ELO geluid reproduceren. Bijna eng hoe dicht het de originele albumversies nadert.
Heel af en toe komt leadzanger Jeff wat schuchter over, merk je een kleine hapering bij de inzetten, maar dat zal niemand in het tjokvolle stadion gemerkt hebben. Een prachtig concert en een heel representatieve setlist. Natuurlijk, de onvermijdelijke Mr.Blue Sky, maar toch ook Rockaria, een erg fraaie Showdown, 10538 Overture en Roll over Beethoven. Ook leuk: Handle With Care van de broertjes Wilbury.
Een perfect geluid, een 69 jarige in hun midden die er doorgaans echt niet van houdt in het zonnetje gezet te worden. Een 'tribute', een terugblik die doet vermoeden dat we hier met elkaar afscheid namen van een tijdperk. Een uniek moment dus.
»
details
» naar bericht » reageer
Electric Light Orchestra - Live (2013)
»
details
Jeff Lynne - Long Wave (2012)
Het eerste album na ruim tien jaar 'radiostilte' rond Jeff Lynne en wat er nog over was van zijn Electric Light Orchestra. Na Zoom (2001) en de hopeloos geflopte en voortijdig afgebroken tour die daarop volgde, trok Lynne zich terug in zijn Bungalow Studio, Los Angeles, CA.
Vermoedelijk een tijdje stilgezeten, ondergedoken, met de nodige privéproblemen, maar uiteindelijk toch weer een platencontract getekend voor een serie albums, waarvan dit retro-heimwee-album het eerste was. Uit duizend herkenbaar is de productie met de met dekens gevulde drumkit, de gedubbelde vocalen en de gitaarloopjes. De toetsen en cello-strijkjes, zo prominent op menig ELO-album, bescheiden op de achtergrond. Al vanaf Zoom was Jeff Lynne meer op gitaar gericht en zet deze lijn voort in de productie van dit album.
Het zijn 'favorites' van de voormalig orkestleider die hier met vakmanschap worden gecoverd. Radioliedjes uit de tijd dat hij als jonge knaap in Birmingham woonde en zelf een radiootje bouwde om naar muziek te luisteren. Een verzameling rockers en standards uit de wereld van de 'lichte muziek' in de vijftiger en begin zestiger jaren. De Beatles liepen nog in korte broek.
Deze songs zaten, zo wil het verhaal, al heel lang in het hoofd van Jeff en moesten er nu maar eens uit. Dat hij op dat moment kennelijk geen eigen vers materiaal kon bedenken, kwam misschien wel gelegen. Zo knutselde hij in zijn thuisstudio dit album spoor na spoor in elkaar.
Het is productioneel heel aardig gedaan. Jeff Lynne was er nog en kon dat met dit signaal bewijzen aan de wereld.
Birmingham, zoals al eerder genoemd, lag dicht bij de sterke zender in Droitwich van het BBC Light Programme, op 1500 meter Long Wave. Vandaar de titel. En het toeval wil dat de BBC voor dat Light Programme ook een eigen orkest had: The BBC Light Orchestra. Daar waren er meer van: BBC Midland Light Orchestra en BBC North Ireland Light Orchestra.
Voldoende hints nu om de inspiratiebron van jonge Jeff te raden.
Maar na dit korte schijfje zou spoedig meer volgen. Het vormde de start voor een vervolgserie albums in 2013: een remake van de grootste ELO-hits en de heruitgave van Armchair Theatre, Zoom, de CD-versie van Live 2001 en in 2015 zelfs een, weliswaar ook weer kort, maar toch nieuw studioalbum.
Zo stond Lynne toch weer in de belangstelling, al was hij de bandnaam kwijt en moest verder als Jeff Lynne's ELO. Het alles zelf doen, inspelen, zingen en produceren moet een aardig tijdverdrijf geweest zijn. In zekere zin de beste garantie voor een goed resultaat. Alleen, de keerzijde was duidelijk: de creativiteit, ontstaan onder tijdsdruk en in de interactie met band en studiotechnici, ontbrak. Het werd hier 100% Jeff. En dat is veel: alle instrumenten, alle stemmen, alle knoppen zelf in de hand. Jeff Lynne, een genie, maar ook een man die het contact met de wereld buiten de bungalow een beetje was kwijtgeraakt.
Wat Long Wave betreft: goed gedaan, maar er is niet één nummer bij waar ik echt warm van word. ik mis de glans van weleer, de jaren zeventig. Maar dat zegt natuurlijk ook wat over mij.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Another Self Portrait (1969-1971) (2013)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
»
details
Bob Dylan - The Real... (2012)
Leuk de bovenstaande besprekingen (1,2) na ruim 10 jaar nog eens door te lezen.
Dit kleine boxje The Real ... Bob Dylan is nog steeds voor een leuk prijsje, ergens rond de 9 euro, te koop en biedt een prachtig overzicht van de jaren '60, '70 en '80. Ergens rond 1989 eindigt de verzameling, dus we missen nummers van Time Out of Mind, Love and Theft en Modern Times, om een paar belangrijke latere albums te noemen. Maar geen nood. Daarvoor kunnen we prima terecht bij Bob Dylan - Tell Tale Signs (2008).
Het aardige van deze set is dat er ook 'outtakes' op staan zoals Blind Willie McTell. Erg fraai is een andere outtake; de snelle versie van Dignity.
Geen verzameling 'greatest hits' dus, en voor Nederlandse begrippen zou Dylan's grootste hit dan het instrumentale Wigwam moeten zijn, van Self Portrait (1970), dat tot nummer 3 in de Top 40 kwam. Representatief?
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Infidels (1983)
Een verjaardagscadeau in december 1983 toen ik eenentwintig werd. Na drie gospelalbums deed Bob Dylan eigenlijk al helemaal niet meer mee in de wereld van de rocksterren. Maar nu ineens lag er weer een prachtige plaat op mijn draaitafel en een hoesfoto waaraan geen slijtage was af te lezen. Tweeënveertig jaar is toch echt geen leeftijd om met pensioen te gaan.
Infidels is wel een ingewikkelde titel. Na zijn gospelperiode nu weer ongelovig geworden? Zo kun je het uitleggen. Maar inhoudelijk is het een album vol met Bijbelse verwijzingen. Infidels zijn 'de anderen' die niet zo denken als jij. Er zit de notie van onbetrouwbaarheid in. Eigenlijk gewoon een scheldwoord. Dylan staat niet langer in het geloof als getuige maar op de begane grond, waarop neergekeken wordt door vrome gelovigen. Zo werden ook de Joden genoemd. Hij voegt zich in die schare 'ongelovigen'. Misschien is het zicht op die plek beter op wat waar is.
Ongetwijfeld heeft de kritiek vanuit fundamentalistisch christelijke hoek in de VS op de bekering van Dylan hiermee te maken gehad. Hij voldeed niet aan hun regels.
Het album gaat over onrecht, mensen die in de maatschappij buiten de boot vallen, is heel duidelijk over politici en hypocrisie. Is hier en daar snoeihard. De protestzanger is na 15 jaar terug:
"Steal an little and they throw you in jail, steal a lot and they make you a king". Hoe actueel, vandaag de dag.
Het geluid is wel degelijk van de jaren '80. De productie, deels door Knopfler, laat wat te wensen over. Strak en met net een beetje teveel galmende reverb. Hoe het veel beter had kunnen klinken ontdekten we in de serie alternatieve opnames op Bob Dylan - Springtime in New York (2021).
Er werd wat geschrapt. Bekendste outtake is wel het prachtige Blind Willie McTell. Het kwam niet op het album, evenals Foot of Pride.
Tenslotte: de bijdragen van gitarist Mark Knopfler storen me in het geheel niet. Zijn spel komt prachtig tot z'n recht in Sweetheart Like You, I and I en vooral Jokerman. Een prachtnummer.
Helemaal warm word ik van Don't Fall Apart on Me Tonight.
Bob Dylan was er nog in de jaren '80, al moesten we even wachten tot 1989 om weer zo'n voltreffer tegen te komen.
»
details
» naar bericht » reageer
Herman van Veen - Andere Namen (2002)
Herman van Veen is voor mij vooral cabaretier. Dat betekent dan dat de tekst centraal staat. De woordkunst, muzikaal begeleid. Dat is een wat ondankbare taak voor de toch uitstekende groep muzikanten. Nummer voor nummer:
Andere namen: sterke tekst, stevige moderne muzikale begeleiding.
Boem Boem, Dit is 'Opzij' (maak haast, maak haast, maak haast) twee punt nul: tekst en muziek gejaagd.
Maria : een dromerig klein liefdeslied.
Tango voor November: instrumentaal, nu dus wel volop ruimte voor band/orkest. Met de viool in de hoofdrol.
In Mijn Gedachten : De gevoelige snaar. Een lied van heimwee, een herinnerde liefde.
Robin Hood : Een lied over de dood.
Veel te Veel : in brand gestoken huizen, de haat, de beelden, het is teveel. Leer de lessen van de dood.
Voor een Knaak : Een vrolijk lied. Dat hadden we even nodig. Ik hoor een beetje 'Hilversum 3'.
Ja, Dan : Parijs of Wenen, Amsterdam, zeg me waar ik jou vanavond vinden kan. Dat rijmt net niet en is ook verder geen heel sterk lied. Een vuller.
Voor Marie-Louise : ik zal je strelen door je haar. Een levenslied.
Waar ligt Jeruzalem? : Waar het gezin dat sjabbes viert in Bonn of Nottingham zijn kippensoep in vrede eet, daar ligt Jeruzalem. Om er veelbetekenend aan toe te voegen: Maar niet, maar niet in Israël.
Ik Weet Niet Hoe Ze Heet : Mooie tekst, dichterlijk, een universeel liefdeslied.
Nog Eén : Pfff, hier word ik een beetje moe van, dertig keer 'nog een ...'. Nog een keer? nee, niet meer!
We Komen En We Gaan : Een ouderwets huppelliedje van van Veen. Het soort vrolijkheid waar ik geen antenne voor heb. Ik heb dit eerder gehoord.
'Ik heb dit eerder gehoord', is wel een goede samenvatting van dit album. Het is heel herkenbaar van Veen.
Even rekenen: opgenomen in 2001, Herman was toen 56 jaar. Misschien wel zijn beste plaat van dit millennium. Het terugblikken slaat toe. Van Veen, in maart a.s. 80 jaar, hoeft niet meer zo heel nodig.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Shadow Kingdom (2023)
Het mondkapjesalbum van de oude meester. Zoals hierboven al meermalen genoemd, is Dylan opvallend goed bij stem. Naar mijn idee geen toeval, maar bewust zijn 'goede stem' opgezet bij deze opnames. Kon hij op sommige voorgaande albums alleen nog maar wat rochelen en raspen, hier horen we hem gewoon weer zingen zoals ooit op Nashville Skyline. Het hoort bij de act, zullen we maar denken.
Puike akoestische vertolkingen, weinig elektrische versterking, en dat verhoogt de intimiteit van deze opnames nog maar eens. What Was It You Wanted van Oh Mercy klinkt hier heel bijzonder. Een hoogtepunt. Bluesrocker Watching the River Flow is hier ook erg sterk en hier en daar wordt de man toch verleid tot een beetje grommen. Sierra's Theme sluit het album instrumentaal af. De sessie zit er op. Je ziet Bob tevreden glimlachen, een goed glas 'Heaven's Door' in de hand. En, misschien denkt hij nu: zó kan ik nog wel eens een plaatje opnemen.
»
details
» naar bericht » reageer
Folkways: A Vision Shared (1988)
Een volkomen terecht eerbetoon aan Huddie Ledbetter (1885-1949) en Woody Guthrie (1912-1967). Twee muzikanten die elkaars liefde voor muziek en politiek bewustzijn deelden. Bindende factor was het Folkways platenlabel, opgericht door Moses Asch. Dit platenlabel gaf vanaf de jaren '40 stem aan de 'American folk music revival'. Een prachtige verzameling folksongs, met een sociaal hart. Erg fijn klinken hier Bob Dylan, Bruce Springsteen, John Mellencamp, Taj Mahal, Sweet Honey in the Rock en Emmylou Harris. Al deze artiesten blijven dicht bij het sobere originele folk of gospelgeluid. Meer pop brengt Little Richard en Brian Wilson interpreteert Goodnight Irene in een onvervalst Beach Boys-jasje. Ontroerend is de afsluiter This Land is Your Land, met Pete Seeger. Een strijdlied voor gelijke rechten in dat vrije Amerika, een indringende song, met de boodschap voor de handige zakenman-politicus die denkt wel even de dienst uit te kunnen maken: "This land was made for you and me". Dat je het maar even weet!
»
details
» naar bericht » reageer
Rod Stewart - Every Picture Tells a Story (1971)
Er is al veel over geschreven, door kenners, luisteraars en een enkele hardcore fan, en ik moet geloven dat dit een prima album is. Dat kan ik alleen maar bevestigen. Dit album klopt gewoon helemaal. Dit is Stewart's 'Yellow Brick Road': een creatief overtuigende plaat. Daarom ook geen probleem de volle score toe te kennen.
»
details
» naar bericht » reageer
The Beatles - Let It Be (1970)
»
details
Fleetwood Mac - Mirage (1982)
Onlangs ben ik begonnen de hiaten in mijn verzameling aan te vullen met gemiste kansen. Dat wil zeggen: platen die ik, terecht of niet, over het hoofd zag. En daar hoort ook het hoofdstukje Fleetwood Mac bij. Je koopt soms platen wel of niet vanuit een vaag vooroordeel en als zo vaak met vooroordelen, kloppen die meestal niet.
Mirage heb ik dan nu in huis als 2016-remaster en die draait meerdere rondjes. Een aangename verrassing.
Love in Store is een sterke opener, helemaal niet ver verwijderd van het Rumours-repertoire. Voor zover het nodig is daarmee steeds een vergelijking te trekken.
Can’t Go Back is lichtvoetig, That’s Alright laat Stevie Nicks in volle glorie haar kwaliteiten met ons delen. Buckingham’s Book of Love is heel aardig en loopt uit op een prachtige gitaarsolo.
Single Gypsy behoort tot de meest gedraaide radioplaatjes uit die tijd. Moeilijk daar dan nog doorheen te luisteren.
McVie sluit de eerste albumkant af met Only for You. Niet een heel sterke bijdrage.
Ook Empire State is niet heel gedenkwaardig, behalve het gitaarspel, waardoor ik geneigd ben snel door te gaan naar het wat betere Straight Back, een nummer van Stevie Nicks. Dit bevalt me wel.
Opnieuw een hitsingle: Hold Me: een uitstekend nummer, met de typische FM-drive. Het stond 10 weken in de Nederlandse Top 40 met een wat teleurstellende hoogste notering op plaats 20.
Oh Diana, een wat opzichtige rock&roll pastiche in de stijl van Roy Orbison. Het mag, maar smaken verschillen.
Eyes of the World is aardig, vooral het gitaarwerk, maar Lindsey Buckingham lijkt toch wel een beetje inspiratie-problemen te hebben hier.
Wish You Were Here is dan weer een fraaie ballad als afsluiter.
Helemaal niet verkeerd is mijn indruk. Met de sterkste troeven in de eerste helft. Vergelijkingen houden geen stand en iedere periode heeft zijn eigen charmes en problemen. Neem je het album puur voor wat het is, dan kunnen we zeggen dat Fleetwood Mac hier best mee voor de dag kon komen. Een gebalanceerd geluid, opgenomen in Château d'Hérouville, het 'Honky Château', waar Elton John zijn beste platen opnam begin jaren zeventig. Een gedenkwaardige plek.
»
details
» naar bericht » reageer
Fleetwood Mac - Rumours (1977)
»
details
Gerard Cox - 't Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer (1988)
Wat is een kringloopwinkel toch een mooi ding, want daar kwam ik een puntgaaf exemplaar tegen van dit verzamelalbum, min of meer een compilatie van zijn albums Vrijblijvend (1972) en 't Voordeel van de twijfel (1975). Beide succesalbums kwamen uit bij CBS.
Kwalitatief prachtig opgenomen nummers met arrangementen en orkest van Rogier van Otterloo en Dick Bakker. De meeste liedjes zijn door Cox vertaald, behalve: 1948, een nummer van Gilbert O'Sullivan in de vertaling van Kees van Kooten en Wim de Bie. En verder: Romeo en Julia en Wat jammer dat alles altijd overgaat, twee liedjes van Jules de Corte, en: Bejaardenhuis, vertaald door Michel van der Plas. Schitterend!
Als ik dat allemaal beluister, bekruipt me een gevoel van thuiskomen in de jaren zeventig, de tijd waarin ik opgroeide. Ik denk aan die scene in de TV-serie Q en Q waarin de jongens in de kelderkast van Bennebroek zitten opgesloten en overmoedig luid beginnen te zingen: 't Is Weer Voorbij die Mooie Zomer! Dat was dé hit van '74 die je op straat hoorde.
Die hit werd Gerard Cox door geëngageerd (links) cabaretesk Nederland in die dagen niet in dank afgenomen. Het is ook niet helemaal representatief voor het talent van de man. Vertaler/vertolker Cox is gewoon een hele goede zanger met het hart op de juiste plaats en met buitengewoon goed taalgevoel. Ik denk aan Wim, een vertaling van Don McLean's Vincent. Of Droeve Lisa van Cat Stevens. Dat is prachtig gedaan. Drie keer slikken doe ik bij Aznavour's Voor mijn dochtertje.
Nee, niet alleen maar jeugdsentiment, want dat blijkt maar al te vaak een troebele bron van emotie. De meeste nummers hebben de tand des tijds glansrijk doorstaan, zoals men dat zegt. Nog steeds mooi en goed. En … ik vraag me af - en nu wordt ik toch even weemoedig - of er nog artiesten van dit formaat bestaan in Rotterdam en omstreken.
»
details
» naar bericht » reageer
Charles Aznavour - She: The Best of Charles Aznavour (1996)
Niet iedereen is het gegeven de Franse taal tot in de puntjes te beheersen. Persoonlijk ben ik na het tweede jaar middelbare school afgehaakt. Charles Aznavour was zo vriendelijk - en zakelijk natuurlijk - om een serie van zijn beste chansons als 'songs' te vertolken. En dat doet hij in een prachtig Engels met rollende Franse tongue. Nu begrijpen we een beetje waarover hij zingt. Aznavour, die nu 100 geweest zou zijn, in 2018 overleden, was een groot chansonnier. Zowel schrijver als vertolker, met een machtige stem en enorm repertoire. Veel van deze nummers zijn aan de zoete kant met veel violen en jazzy plukbas. Natuurlijk zijn She, Yesterday When I Was Young en The Old Fashioned Way ook in Nederland heel bekend geworden. She kent vele covers, waaronder die van Elvis Costello en Jeff Lynne.
Bijzonder mooi is For My Daughter, in het Nederlands ook gezongen door Gerard Cox. Brok in de keel voor wie vader is van een dochter.
Aznavour, geboren in Parijs, terwijl zijn ouders op de vlucht waren uit Armenië, op doorreis naar de Verenigde Staten. Door problemen met het visum bleven ze in Parijs waar Charles opgroeide in Quartier Latin en ontdekt werd door Edith Piaf. Een bijzonder verhaal.
»
details
» naar bericht » reageer
James Taylor - American Standard (2020)
Opnieuw beluisterd, vijf jaar later. Ik blijf toch op drie sterren. Het is nergens onder de maat, muzikaal in orde, goed opgenomen, maar een beetje peper en zout wordt wel gemist. En dat nog wel op het Fantasy-label. Taylor zal 71 geweest zijn bij deze opnames en is nog prima bij stem, pakt ook de hoge noten probleemloos, voor zover zijn bereik dat toelaat. De jazzy folky begeleiding, dat is het eigenlijk. Een late night sfeer, gedempte lichten, een vriendenkring rond een gedekte tafel en dan deze muziek. Op de achtergrond wel te verstaan.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Fragments: Time Out of Mind Sessions (1996-1997) (2023)
De 2CD versie was voor mij voldoende. Daar waar ik flinke moeite had met de productie van Daniel Lanois op Time Out Of Mind (1997) is deze release voor mij een uitkomst. Het experiment in geluidskunst, de flarden geluid die langs de randen omhoog klimmen als spookbeelden van gesmoorde zielen. Alles goed en wel: daar zat ik destijds niet op te wachten.
Het doet het me goed dat het ook anders kan klinken in deze frisse en kraakheldere mix. Geluidstechnisch aan de top en indringend. En nu helemaal content met de wat late maar juiste waardering. Een uitstekend album en een comeback van een artiest die een jaar of zeven in een creatieve pauze verzeild was geraakt, fraaie coveralbums daargelaten. Alleen daarom al een opzienbarend album. Deze móest er komen. Het heilig vuur was terug.
Natuurlijk hoorde er ook weer een tweede schijfje bij met 'alternate takes'. Dat is leuk, maar niet noodzakelijk. Om nog maar niet te spreken van de vele live-opnames op nog eens drie schijfjes in de 'superdeluxe edition'. Je moet er maar zin in hebben.
»
details
» naar bericht » reageer
Eagles - On the Border (1974)
Dit album van de band ken ik het beste omdat ik het al in 1975 op cassettebandje had opgenomen en helemaal tot kreukels draaide. Midnight Flyer, My Man, Ol '55 kan ik dromen. De ballads, zeg maar. Wat een emotie, vooral in dat laatstgenoemde nummer. Ik houd het met moeite droog. Heerlijk sentiment. En dan natuurlijk The Best of My Love. Als tiener zwijmelde ik hierop. Dat betekent dat ik de steviger rocknummers, met uitzondering van de titeltrack, wat sneller doorspoelde. Daar krijg je kreukelige bandjes van, dat weet ik.
Want tussen al die harmonie werd het duidelijk dat Eagles ook wel wat steviger konden rocken en dat betekende zo langzamerhand een koerswijziging.
»
details
» naar bericht » reageer
Alan Parsons - From the New World (2022)
Eigenlijk bevinden we ons met dit album qua sfeer en thematiek, afgezien van de techniek, geheel terug in de jaren waarin The Alan Parsons Project prachtige albums maakte als The Turn of a Friendly Card (1980) en Eye in the Sky (1982). Daarbij moet opgemerkt worden dat het geluid nu wel een stuk organischer is geworden, minder strak en ook wel een beetje minder spannend misschien. Logisch ook wel, niet alleen de maestro zelf is een stukje ouder inmiddels, ook de schare vaste volgers, tieners en twintigers in de jaren '80, zit inmiddels pijp rokend in de schommelstoel van de kleinkinderen te genieten. Geen brute verrassingen dus.
Er valt toch wel van alles te ontdekken op dit album. Het Nieuwe Wereld-thema van DvoÅ™ák mag dan wat opzichtig zijn, dan toch wel erg mooi verwerkt in Goin' Home. Tja, eigenlijk een perfect lied voor een uitvaart. Troostvol en gedragen.
De passie voor Phil Spector's Wall of Sound, al eens eerder toegepast op Don't Answer Me, komt goed uit de verf in de afsluitende cover van Be My Baby.
Productioneel een plaat om je vingers bij af te likken. Het album opent met een flashback naar de albums van weleer en veel is hier herkenbaar gekopieerd. Het mag en is heel aardig.
Best geslaagde songs: Uroboros, Don't Fade Now, Obstacles en You Are the Light. Halos is een poging tot iets nieuws, maar valt tegen.
Echo's uit een rijk verleden, duidelijk zijn de verwijzingen voor de kenners. Dat betekent ook wel dat er niets nieuws meer gebeurt. Als dat een teleurstelling is, kun je ook volstaan met die tien prachtige albums van The Project uit de periode 1976-1987. Meer kunnen we niet van Parsons zonder Woolfson verwachten lijkt me.
»
details
» naar bericht » reageer
Carpenters - The Singles 1969-1973 (1973)
Er is al verrassend veel geschreven bij dit album!
Een teken dat het een veelverkochte elpee geweest is, en sommigen deze wellicht aantroffen in de platenkast van ouders of grootouders. Het mag. Volgens Discogs in liefst 333 versies geproduceerd. En hier voor me ligt de CD, geproduceerd in Australië in 1990. Het gaat om geremasterde opnames, al hoor je daar niks van gelukkig, en wat opvalt is de keurige elpeelengte van nog geen 42 minuten.
De samenstellers hebben verschillende nummers mooi in elkaar over laten lopen.
De Carpenters, broer en zus, keurige Amerikaanse artiesten, zo op het eerste gezicht. Maar wat een tragiek achter de schermen. Broer aan de pillen en een persoonlijkheidsstoornis, Karen, ach ja die arme Karen, ging ten onder aan de prestatiedruk en anorexia. Ze zingt zo prachtig over liefde die ze nooit zelf heeft ervaren. Wat een stem, wat een talent! Maar tranen schieten me in de ogen. Het echte leven is niet altijd zo lief.
Tenslotte nog even iets naar aanleiding van de discussie hierboven over de ademhalingstechniek van Karen. Ze zong in werkelijkheid vrij zacht in de studio. De microfoon at ze bijna op, en als je goed luistert hoor je soms een spatje mondvocht klinken. Zo dichtbij zong ze in. Ik ken geen live-platen van de Carpenters. Voor een grote zaal zal ze anders geklonken hebben, denk ik. Maar de studio was haar plek.
»
details
» naar bericht » reageer
Neil Diamond - The Best Of (2008)
Een verzamelaar van Neil Diamond hoor je, als je eenmaal in een bepaalde leeftijdscategorie bent aanbeland, in huis te hebben. Foutloze melodietjes van weleer, zoals Sweet Caroline, en andere meer of minder succesvolle nummers komen langs en geven een goede indruk van de zanger en het decor van eind jaren zestig / begin jaren zeventig, zijn beste periode. Drank en drugs waren ook toen al binnen handbereik maar hadden nog niet de catastrofale uitwerking gehad. Een heel algemeen probleem bij artiesten uit die periode die ineens halverwege de jaren zeventig de draad kwijt raakten. Heel veel later zou de man ook artistiek weer meetellen met een album als Home Before Dark (2008) onder de sturende hand van Rick Rubin.
Twee 'covers' treffen we aan op dit album. Mr. Bojangles en He Aint Heavy, He's My Brother.
Eigen compositie Solitary Man is in de live-versie, later heel verdienstelijk gecoverd door Johnny Cash.
Ook mooi: Brother Love's Traveling Salvation Show. Was 1969 zijn beste jaar? Ik denk het wel ja.
Echt mooi is ook Cold Water Morning.
Desondanks, een zekere routine kom ik tegen bij deze artiest, die ontegenzeggelijk een mooie stem heeft. Maar té vaak hoor ik een bepaalde kreun, een barst, een gespeelde emotie. Dat had die man niet nodig misschien. Daarmee zat hij zichzelf in de weg, als ik zo vrij mag zijn dit te analyseren. Producer Rick Rubin wist de meer pure elementen beter naar boven te halen. Ach ja, de platenindustrie was in zijn succesjaren ook echt snoeihard. Een handelsmerk had je nu eenmaal nodig. En hij timmerde flink aan de weg. Nu 84 jaar en door ziekte afscheid genomen van het podium. We herinneren ons het liefst de beste stukken uit zijn lange carrière. En veel daarvan staat hier mooi op een rijtje.
»
details
» naar bericht » reageer
Gilbert O'Sullivan - Gilbert O'Sullivan (2018)
Dit album nog eens goed beluisterd. En wat een verrassend goede plaat is dit toch! Ja, ik ben enthousiast over deze jeugdheld van mij. Nothing Rhymed vond ik al zo'n mooi nummer. Ik zat toen in de derde klas lagere school. Het was 1971. De singer-songwriter liet van zich horen.
O'Sullivan is een liedjesschrijver die er in geslaagd is koers te houden met zijn eigen stijl. Melancholie, nostalgie en prachtige verhalende liedjes met verrassende akkoorden. Dat was op zijn debuutalbum Himself (1971) al zo, en het wonderlijke is dat de man op dit album, 71 inmiddels, vrijwel geen slijtage vertoont. De songs zitten goed in elkaar en de stem is direct herkenbaar en nauwelijks minder soepel dan vier decennia eerder.
Prachtig opgenomen ook, terughoudend en sober geproduceerd met een fijne warme klank. Hier en daar arrangementen van het Royal Philharmonic Orchestra en we horen de piano van Gilbert zelf in de hoofdrol. Opmerkelijk goed album. Melodieus en prachtige teksten. Deze man kon gewoon zichzelf blijven en komt daar goed mee weg!
Vooruit, ik ga naar de 5 sterren. Zeker verdiend.
»
details
» naar bericht » reageer
Focus - 12 (2024)
De schreeuwend gekleurde hoes lijkt nogal extreem, maar wanneer je het artwork van Roger Dean op de kartonnen digipack beter bekijkt, blijkt dat toch wel prachtig in elkaar te passen. Dean, bekend van zijn Yes-hoezen uit de zeventiger jaren, is een artiest, dat valt niet te ontkennen.
Ook vitaal en op leeftijd zijn Thijs van Leer (76) en drummer Pierre van der Linden (78). Ze vormen de oude kern van de band en worden door de wat jongere Menno Gootjes (gitaar, piano, synths) en Udo Pannekeet (bas, synths, programming) bijgestaan. En die combinatie van jong en wat minder jong doet het al jaren geweldig goed. Niet nodig nog te vermelden dat Focus nog steeds 'on tour' is, met name in het Verenigd Koninkrijk, waar de belangstelling groot is. In 2024 toerde de band door de Verenigde Staten en verscheen daar op maar liefst 21 podia.
Na het fraaie X dat in 2012 uitkwam (zo zou je een album nu niet meer noemen!), een tussen-album met oud Focusmateriaal in 2014 en nummer 11 in 2018, was dit toch wel een aangename verrassing voor me. Het zat en zit er nog in: een twaalfde album. De redelijk consequente doortelling van albums vanaf de reünie in 2002 met Focus 8.
Nu ben ik een fan en Focus kan bij mij weinig kwaad doen. De composities van Thijs van Leer kennen een grondige muzikaaltechnische onderbouw. Er zit Bach in, er zijn jazzelementen, het is zeker ook rock, in de hoek die we 'prog' kunnen noemen en tenslotte is het heel originele en direct herkenbare muziek. Er zitten verrassende wendingen in de composities en van Leer zoekt graag de hoeken van het toetsenbord op met flinke intervallen.
Er staan op 12 ook nummers van Udo Pannekeet (All Aboard ) en Menno Gootjes (Born to be You). Niet onverdienstelijk. Dat kan ook gezegd worden van de improvisatiesessie Meta Indefinita.
Vuurwerk vinden we vooral in het openingsnummer Fjord Focus, een beetje melige maar aardige titel. Een krachtige compositie en gitarist Menno Gootjes soleert hier de sterren van de hemel: geweldig!
Focus 12 was al eens gedaan, dus werd hier Focus 13 het basisstuk van het album, in de traditie van alle voorgaande albums. Een fraai afwisselend stuk.
Ik ga niet het hele album bespreken, op straffe van een zuur commentaar, dus laat ik het aan de luisteraar verder zelf over. In ieder geval gaat hierna het tempo wat omlaag en komen we ingetogen pianostukken en sferische momenten tegen en duidelijk klassiek getoonzette nummers als het prachtige Nura, dat ineens overgaat in een hogere versnelling en in rocksfeer beland.
Een virtuoos pianostuk is Bowie, waarin ik zeker geen verwijzing hoor naar David met dezelfde achternaam. Het is geschreven voor Bowie, dochter van Udo en dus lid van de FocusFamily.
Toch is Bowie wel even aanwezig in het volgende stuk: Positano. Ik hoor hier 'Golden Years' even langskomen. Een prachtig contrastrijk nummer.
Gaia is tenslotte een echt van Leer-stuk: klassiek en subtiel emotioneel, met na anderhalve minuut een aardige twist en oplopend in energie. De enige tegenvaller is de wat te vroeg ingezette fade-out waarmee de plaat eindigt.
Geen klacht van mij dat dit album 40 minuten duurt. Dat is nog altijd de beste speelduur voor een album dat goed in elkaar zit en blijft boeien.
Samengevat: een plaat met groot vakmanschap gemaakt en met een verdere verdieping van het originele Focus-geluid. Herkenbaar, artistiek geslaagd en één van onze beste exportproducten. De stemknop kan dan ook met een gerust hart naar de 5.
»
details
» naar bericht » reageer
Electric Light Orchestra - Secret Messages (1983)
Hoewel de tracklist hierboven anders suggereert, staat ook Rock 'N' Roll Is King op het originele album, zoals uitgebracht in 1983, en sloot hiermee af. No Way Out echter, komen we voor het eerst tegen als bonustrack op de CD-versie van 2001en hoort dus niet op het originele album.
De recente dubbelelpee, die dichter bij de oorspronkelijke bedoeling voor het album zou moeten staan, zorgt voor die verwarring en wordt hierboven kennelijk als leidraad beschouwd. Maar ook de 2001-CD smokkelt met de tracklist door Time After Time toe te voegen tussen Take Me On and On en Four Little Diamonds. Wat is dan nog oorspronkelijk, is de vraag. Laten we het houden op de release in '83 zelf en niet de bedoeling die Jeff mogelijk toen al had met een verlengde versie. Tot zover de verborgen boodschappen achter de diverse releases. Voor wie het nog volgen kan … en wil.
Dit album werd in de Hilversumse Wisseloord Studios opgenomen, in die jaren een akoestisch en technisch ideale werkomgeving. En hoewel de electronica dit album domineert, aansluitend op voorganger Time, is er meer open, ruimtelijk geluid te horen. Mik Kaminski wordt opnieuw ingehuurd voor een vioolsolo. De productietechniek met meerdere lagen geluid domineert het album en zo af en toe snak je wel even naar een meer akoestische naturelversie van een nummer. Zoiets ervaar ik bijvoorbeeld bij Bluebird dat wel wat puurder mag. Ouderwets ELO met koortjes, gitaarsolo en strijkers wordt teruggevonden in een nummer als Train of Gold. Toch ook wel helemaal bij de tijd met de heersende klinische invloeden.
Rock 'N' Roll Is King lijkt als nostalgisch klinkende rocker tot slot de zaak te moeten rechttrekken, maar is een redelijk armzalig nummer ondanks de terugverwijzing naar 'Roll Over Beethoven.' Dan is retrorocker Four LIttle Diamonds een stuk snediger, vooral dankzij de grappige tekst. Erg fraai zijn Stranger en opener Secret Messages. Die twee behoren tot de topcollectie.
The Electric Light Orchestra beleefde hier in Holland niet de beste momenten. Binnen de band heerste een verzakelijkte sfeer wat resulteerde in het ontslag van bassist Kelly Groucutt direct na de opnames, met de nodige rechtszaken als gevolg. Vervolgalbum Balance of Power, dat een jaar later al werd opgenomen, liet de verdere ontbinding van de band zien. In feite eindigde ELO al hier in '83.
»
details
» naar bericht » reageer
Procol Harum - Live at the Union Chapel (2004)
Dit album bevat de registratie van het concert op 12 december 2003 in de Londense Union Chapel.
Procol Harum had er op dat moment een tour opzitten die startte in London en leidde door Europa, Japan, de VS en terug naar London. Hier zijn de mannen helemaal op elkaar ingespeeld.
Prachtig album, met daarbij de DVD van hetzelfde concert maar dan met de volle speelduur van ruim 2 uur. De CD is een geslaagde compilatie. Veel nummers zijn lang uitgesponnen en creatief bewerkt waarbij vooral gitarist Geoff Whitehorn tot ongekende hoogte opklimt. Gedragen en robuust als altijd is het stemgeluid van Gary Brooker, helemaal in zijn element hier op het podium.
Procol Harum is vooral een live-band. Binnen deze intieme ruimte, in interactie met het publiek, komen de composities pas echt tot leven en gebeurt er wat.
Sterk klinken de nummers van het indertijd pas uitgebrachte nieuwe album The Well's on Fire.
Vermeld moet worden dat organist Matthew Fisher hier nog deel uitmaakt van de bezetting.
Prachtige Britrock, ik kan hier eindeloos van genieten. De humor, de muzikaliteit en ook nog eens uitstekend opgenomen!
»
details
» naar bericht » reageer
Chet Atkins & Mark Knopfler - Neck and Neck (1990)
Met dit album heb je niks - of álles. Als ik de beoordelingen lees, dan is er nauwelijks een middenweg. Je vindt het een slaapverwekkende toestand, of je bent blij verrast door zoveel vakmanschap.
Chet Atkins (1924-2001) kunnen we niet wegpoetsen als zomaar iemand. Opgegroeid in country-hoofdstad Nashville Tennessee was hij al jong een gitarist en producer van naam, die platen opnam met o.a Perry Como, Elvis Presley en Jim Reeves.
Terecht zien we de man zittend op de foto, terwijl jongeman Knopfler ernaast mag staan. Neck aan Neck, de twee gitaarhalzen zijn aan elkaar gewaagd. Er spreekt veel wederzijds respect uit deze niet alledaagse samenwerking. En ze hebben er plezier in, dat hoor je er ook echt wel aan af. Er moet even niks, gewoon genieten van het samen musiceren. Geen druk om een hit te scoren of iets te doen waar ze geen zin in hebben. En met die gedachte ontstond dit heerlijk tijdloze (ouderwetse, dat mag ook) plaatje van 38 minuten. En heel goed opgenomen trouwens: klank, dynamiek, rust en ruimte van de hoogste klasse.
Heerlijk luisteren naar zoveel muzikaliteit. Voor de twee gitaarhelden geen duel, maar een prettige samenwerking. Voor de gelegenheid. Dat kon in 1990. Een jaar waarin zo’n beetje de wereldvrede uitbrak en er genoeglijk achterover geleund kon worden. Schommelstoelklanken? Vooruit, dat mag. Heel spannend is het allemaal niet, maar wel een prima worp. En dat in hetzelfde jaar uitgebracht als dat ándere bijzondere album: The Notting Hillbillies - Missing... Presumed Having a Good Time (1990)
»
details
» naar bericht » reageer
The Beach Boys - Sounds of Summer (2003)
»
details
Electric Light Orchestra - Out of the Blue (1977)
De single Mr. Blue Sky beleefde eerder dit jaar zijn 40-jarig verjaardagsfeestje (de slingers hangen er nog) en we zien deze aandacht dit jaar terug in de Top 2000. Een stijging naar plaats 51. Voorwaar, niet slecht. Aan liefhebber en voormalig user Deranged draag ik deze review op.
'Plaat voor ruige mannen die even af willen koelen.' zo noemde hij het album destijds. Nou, dat was wat overdreven. Maar wanneer was je ruig in 1977? Zeker, de punk begon los te barsten maar was nog vooral een randverschijnsel. Intussen stoomden de BeeGees de wereld klaar voor de discorevolutie. En dan had je nog de verstokte langharigen, met hun Led Zeppelin en de puberventjes die Queen aanhingen. Ergens daar tussenin bungelde ikzelf. Veertien, vijftien jaar. Een slungelig ventje dus. En ik vond de muziek van ELO prachtig. Tijd voor een bespreking.
A New World Record, de plaat uit 1976, was goed gevallen. Heel goed zelfs. ELO scoorde hiermee hoog in de VS en eindelijk ook thuis in het Verenigd Koninkrijk. Bloedstollende cellorock met gloeiend warme melodieën. Een duidelijke link met de klassieke wereld, thematisch zo duidelijk door de romantiek beïnvloed. Een wereldplaat dus.
En dan, ruim een jaar later, dit Out of the Blue. Een album dat de lijn wil doortrekken en, heel slim, in populaire sciencefiction stijl gevatte hoes. Toch wilde het met dat doortrekken niet zo vlotten aanvankelijk. Jeff Lynne kon geen letter op papier krijgen toen hij zich in mei '77 in een chalet in de Alpen terugtrok voor inspiratie. Het was er grijs en nat. Maar toen na dagen regen de zon doorbrak, hervond hij zijn inspiratie en schreef in drie weken tijd het hele album bij elkaar. Zo gaat dat in legendes. Het is altijd wat mooier dan in werkelijkheid.
Het waren gouden jaren voor de platenindustrie en er kon best een dubbelalbum vanaf. Vinyl genoeg. En zo ontstonden de vier prachtige plaatkanten met ruim 70 minuten speelduur totaal.
Klapstuk is het alweer klassiek aandoende Concerto for a Rainy Day, een spektakel van regen, bliksem en die helder blauwe lucht op het eind. Zo thematisch als deze plaatkant is het elders niet en het album verrast verder vooral in degelijkheid en variatie van stijlen.
Wat minder romantiek en bezieling, zou ik toch willen zeggen, dan op voorgaande platen, maar zeker niet met minder vakmanschap opgenomen. Misschien toch een tikje scheve verhouding kwantiteit/kwaliteit of gebrek aan samenhang. Behalve een vuller als The Whale (leuk om te horen wat de synth in die tijd kon doen) vinden we een Amerikaans thema in Across the Border en Wild West Hero, de vrolijke kakafonie van de Jungle en liefdesdrama in It's Over en Sweet is the Night. En de link tussen die nummers is niet erg duidelijk.
Het mindere gevoel van samenhang bij Out of the Blue zorgt er voor dat mijn lichte voorkeur blijft uitgaan naar voorganger A New World Record. Al ben ik ook blijvend gecharmeerd van veel nummers op deze dubbelaar. Met als persoonlijke uitschieter Summer and Lightning . ELO was hier goed bezig en wellicht was de creatieve top hier al bereikt. Met een paar nummers minder was dit slagschip misschien nét wat wendbaarder geweest. Echt, een enkele schijf met het hele weerdrama in meer uitgesponnen stijl had ook best gekund. Maar zo is het niet gegaan. Ik heb er vrede mee.
Laten we het album intussen niet vergeten als die Mr.Blue Sky weer eens langs komt.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Rough and Rowdy Ways (2020)
Een plechtig moment bijna, anderhalf jaar geleden. Terwijl de hele wereld in de eerste Corona-golf was ondergedompeld (ik beloof dat ik het hierover niet meer zal hebben) verscheen er na de single-voorloper Murder Most Foul een heel nieuw album van de toen 79-jarige artiest. En daar waren we na Tempest (2012) en een reeks kennelijk makkelijk volgespeelde coverplaten wel weer eens aan toe. Eigen werk spreekt toch meer aan, ook al kan de man ook prima albums maken met traditionals en covers. Op de één of ander manier weet hij het allemaal naar zijn hand te zetten. Bob Dylan heeft, terecht of niet, een soort levende-legende-status die met weinigen te vergelijken is. De Nobelprijs deed daar nog een schepje bovenop. Nu is ook Dylan maar een gewoon mens en niet zo heel verzot op interviews en nieuwsgierige blikken in zijn privéleven, en ook dát versterkt de mythologie. Er valt genoeg te speculeren.
Zo was ook dit album er ineens, alsof het uit de lucht kwam vallen. En omdat ik al zoveel van de man kende, ga je na een paar minuten al meteen denken: waar ken ik dat van, waar lijkt het op, is het beter of slechter dan Tempest en ... doet zijn rafelige stem het nog een beetje.
Zeker, Dylan klinkt als een oude man, maar na die constatering valt het verder toch eigenlijk erg mee. Want hij pakt de noten nog best en is prima verstaanbaar. En daarbij is hij zo wijs om zijn composities aan te passen aan zijn mogelijkheden. Het tempo is laag, er klinkt bedachtzaamheid, de paar lekkere bluesrockers vliegen niet uit de bocht en Dylan kan het prima bijhouden. Verstilling, overpeinzing, rust. En misschien nu toch écht de laatste studioplaat met nieuw eigen werk. Maar bij een artiest als Bob, die zijn kaarten zorgvuldig tegen de borst houdt, kan ik er zomaar helemaal naast zitten. Je kunt je zijn dood gewoonweg niet voorstellen.
Erg sterk vind ik: I Contain Multitudes, My Own Version of You en Key West (Philosopher Pirate). Het schommelstoelerige I've Made Up My Mind to Give Myself to You duurt me te lang en eigenlijk zou ook Crossing the Rubicon van mij wat meer tempo mogen hebben. Maar zoals gezegd: Dylan neemt de tijd en haast om zijn venijnige teksten rond te slingeren, dat heeft hij al jaren niet meer.
Dat drukt de waardering voor mij met een half puntje. Nee, was het echt prut geweest, dan kreeg dit album gewoon een onvoldoende. Maar wellicht hebben we te maken met zijn beste album na Modern Times (2006). Wel zeker eigenlijk.
»
details
» naar bericht » reageer
Earth & Fire - Earth & Fire (1995)
Deze naamloze verzamelaar verscheen onder licentie van Red Bullet Productions op het onbekende Azza label. Ongetwijfeld als budget-CD op de markt gebracht. Het karige hoesje informeert ons maar heel miniem over de inhoud. Inmiddels zijn CD's van Earth&Fire zelfs tweedehands bepaald niet meer 'budget' geprijsd en betaal je er zeker tweemaal de nieuwprijs voor.
Gelukkig vond ik voor een euro een puntgaaf exemplaar in een kringloopwinkel
Het is een singles-collectie en wat opvalt is dat de geluidskwaliteit echt top is.
De nummers 2,3,4,6 en 8 had ik nog niet eerder in deze kwaliteit.
Het overige materiaal is duidelijk uit de nadagen. Met melige deuntjes als Tell Me Why, Love Is An Ocean en Dream. De toch al vaak zwakke teksten van de band worden hier verder naar beneden gehaald door nietszeggende huppelmelodietjes, waaronder ik ook Weekend reken.
Fire of Love , tweede single van de langspeler Reality Fills Fantasy (1979) vind ik dan nog best aardig.
Het kan dus qua samenstelling allemaal een stuk beter voor de liefhebbers, maar je moet niet ontevreden zijn met een dergelijke aankoop en dat ben ik dan ook niet. Grappenmakers verkopen verzamel CD's van de band voor meer dan 60 euro momenteel. Een kwestie van vraag en aanbod. En het aanbod is schaars. Nieuwe verzamelboxen zijn dan ook welkom. Misschien vervallen er een paar rechten binnenkort en kunnen we betaalbare re-releases tegemoet zien. Wie weet.
»
details
» naar bericht » reageer
Van Morrison - Avalon Sunset (1989)
Meest uitgesproken gospelachtige album van Van.
Whenever God Shines His Light, in duet met Cliff Richard (geen kwaad woord over deze man) en When Will I Ever Learn to Live in God? zijn het meest uitgesproken in die richting. Contacting My Angel kun je als meer algemeen spiritueel opvatten.
En spiritualiteit in de bredere zin van het woord is er verder genoeg op dit album: de poëzie van Coney Island en de fraaie lovesong Have I Told You Lately . Toch dreigt het album hier en daar te verzinken in iets te flauwe nummers en zoete violen, zoals in I'm Tired Joey Boy en Orangefield.
These Are the Days vind ik dan wel weer een heel gedenkwaardige afsluiter.
Persoonlijk vind ik Van Morrison vaak een weinig sympathieke mopperende brombeer, maar hier doet hij echt zijn best het zijn fans naar de zin te maken. Toch ook best bijzonder dat er in deze blanke Belfaster van huis uit zoveel soul en blues zit. Groot talent, maar hij mag toch wel eens een keer glimlachen potdorie.
»
details
» naar bericht » reageer
Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)
Opvallend debuut. Tracy schreef de songs in haar studentenjaren '82-'87. Toen ze een platencontract kreeg bij Elektra had ze meteen genoeg materiaal op de plank liggen voor dit album waarmee ze doorbrak.
Tracy Chapman heeft een pure doorleefde stem met een emotioneel randje. Ze was nog maar 23 toen ze de plaat opnam, zingt over volwassen onderwerpen en klinkt eigenlijk wat ouder en wijzer dan haar leeftijd.
Haar grote hit is natuurlijk Fast Car, maar ik hoor liever nummers als For My Lover, If Not Now of het fraai rockende Talkin' 'Bout a Revolution. Baby Can I Hold You is een prachtig klein gebroken-liefdesliedje. Met een paar woorden en regels zegt ze veel.
Mooi album, dat ze op haar volgende albums kwalitatief wel evenaarde, maar niet wist te overtreffen. De verrassing zat bij haar toch echt in het begin.
»
details
» naar bericht » reageer
Toto - Past to Present 1977-1990 (1990)
Met weglating van de vier nummers met zanger Jean-Michel Byron een heel aardige 'best of'.
Ik denk zo dat de schrijvers hierboven die mening ook zijn toegedaan. Dat drukt de waardering.
Voordeel van deze CD uit 1990 is dat de race om het hardste volume hier nog niet is ingezet. De tracks klinken nog prettig dynamisch. Vooral in Nederland zeer goed verkocht. Nummer 1 op de albumlijst en best verkochte album ooit van Toto.
Hold the Line is voor mij de favoriet. Verder mogen Africa, 99 en Pamela er ook zijn.
»
details
» naar bericht » reageer
Tom Petty - Wildflowers (1994)
Nog eens goed beluisterd, dit Lynne-loze, eerste Warner-album van Petty. Tom Petty is voor mij een sympathieke rocker, new waver, die uit vaatjes tapt waar ik belangstelling voor heb. Het is wat van The Byrds, Bob Dylan, Neil Young en Elvis Costello. En van zichzelf natuurlijk. Petty heeft het imago van de eeuwig verongelijkte puber. Verliezer op het schoolplein, afgewezen door de meisjes en daaruit destilleert hij een wrang soort, toch wel leuke humor. Op dit album doet hij echt zijn best een stapje verder te gaan. Puurder, meer vanuit zichzelf. Tikje zwaar zelfs, Deels gelukt, mijns inziens.
Het gelukte is samen te vatten met de volgende nummers: Time to move on, You wreck me, It' s good to be a king, Hard on me, To find a friend, Crawling back to You en Wake up time.
Allemaal prachtige songs, helder en indringend opgenomen.
Only a broken heart en Honey Bee zijn dan weer een beetje jammer. Titelsong Wildflowers is wel aardig, maar geen geniaal nummer. Een vol uur speelduur was in de mode in 1994, maar leidde niet direct ook tot betere platen. Het had kernachtiger gekund met pakweg 40 minuten.
Petty gaat dit jaar touren met dit album als setlist. Daarbij komt het album opnieuw uit, met een pak bonustracks waarmee we op een echt dubbelCDalbum komen. Zo moet het ooit bedoeld zijn. Maar nogmaals, het kan ook te veel worden.
»
details
» naar bericht » reageer
Tom Parker - The Commandments (1990)
Een bijzonder project en een zijstapje voor Tom Parker met deze Nederlandse vocalisten. Een beetje flets en het ontbreekt wat aan contrast omdat de zoete ballades overheersen. Toch wel aardig. Rob de Nijs zingt hier Engelstalig en brengt het er goed vanaf, ook al ontbreekt ook bij hem nodige kruiding in het resultaat. Kayak-man Edward Reekers doet het goed en zijn gedragen stijl past eigenlijk best in de opzet van het album. Anita Meyer brengt het meeste temperament in haar vertolkingen.
Hoewel het thema bijbels-religieus is, valt op hoe de geboden waarnaar gerefereerd wordt in menselijke liefdesliedjes zijn verpakt. God en gebod worden slechts zijdelings belicht. En zo heel bereikbaar gemaakt voor een groot publiek. Menig gospelkoor heeft liederen van dit album op het repertoire gehad en de galm van een kerkzaal combineert inderdaad wel met deze nummers.
De scherpte wordt wat gemist en geheel in lijn met Parker's New London Chorale is de omlijsting verzorgd maar weinig spannend. Misschien mag dat ook wel. Parker is de man van de gulden middenweg. Wil niemand kwetsen en is de degelijkheid zelve. Mag ik het dan een beetje saai vinden soms?
»
details
» naar bericht » reageer
Todd Rundgren - Something / Anything? (1972)
Terecht kan dit album gerekend worden tot de klassiekers in de Rockgeschiedenis en we vinden het album dan ook op een redelijke plaats 173 van Rolling Stone's definitive list of the 500 greatest albums of all time.
Rundgren had het ambitieuze plan opgevat, na teleurstellende ervaringen met sessiemuzikanten, om een plaat op te nemen met het multi-tracking systeem, waarbij hij alle zang en instrumenten, spoor na spoor, zelf wilde uitvoeren.
Opgenomen in de herfst van 1971 bevat dit dubbelalbum eigenlijk twee albums in één hoes.
De plaatkanten 1 t/m 3 werden op band gezet in Los Angeles. Ruim voldoende materiaal voor één album.
Een aardbeving deed hem besluiten hier niet verder op te nemen en naar New York uit te wijken om aanvullend live-materiaal op te nemen. Die live-sessies, nam hij met een band op in New York en in de Bearsville-studio in Woodstock. Uiteindelijk ruim voldoende opnames voor een dubbelalbum.
Om het materiaal te ordenen bedacht Rundgren voor de vier plaatkanten de volgende titels:
1: A Bouquet of Ear-catching Melodies
2: The Cerebral Side
3: The Kid Gets Heavy
4: Baby Needs a New Pair of Snakeskin Boots (A Pop Operetta)
Begint kant 1 nog als een regulier popalbum, daarna neemt de ontregeling toe. The Night the Carousel Burned Down, prachtige song waarin het muzikaal helemaal misloopt met de draaimolen; het bizarre Song of the Viking; het “heavy” Black Maria op kant 3 en tenslotte de pseudo live-operette op kant 4.
Je wordt als luisteraar zelden helemaal serieus genomen, zoals in de studiotest aan het begin van kant 2. De onderonsjes op kant 4 moeten ons laten geloven dat het even uit de losse pols werd ingespeeld. Niets is minder waar. Het verhaaltje is melig, maar indrukwekkend vind ik hier het nummer Dust in the Wind, van Mark Klingman (overleden in 2011).
Rundgren heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij bij zijn onstuitbare creativiteit en werkvermogen hulp kreeg van een geestprikkelend goedje als Ritalin. Slapen was dan niet nodig. Het kenmerkt ook wel het manische van zijn werk in het algemeen. Was die invloed er niet geweest, dan had Rundgren wellicht een mooie loopbaan gehad als hulpje van Carole King of James Taylor om er een paar te noemen. Al snel voelde hij de behoefte zich van zijn romantische liedjesschrijverij te ontdoen en verder het progressieve pad te kiezen. Een nummer als Marlene paste nog wel op een voorgaand album als The Ballad of Todd Rundgren (1971), maar eigenlijk was de man hier al het stadium van de schoolromantiek voorbij.
De Wizard moest verder, de studio in, op ontdekkingstocht.
»
details
» naar bericht » reageer
Todd Rundgren - Nearly Human (1989)
"If our love could not withstand this jealousy, we'd remember the day we threw away our eternity"
Tweede album (na A Cappella,1985) van Todd Rundgren op het Warner label. Rundgren's fascinatie voor het live inspelen van een album wordt hier beproefd. Rundgren was inmiddels een nieuwe fase ingegaan. Zijn band Utopia had hij opgeheven en muzikaal liet hij zich hier verleiden tot een flinke scheut 'blue eyed soul'. Productioneel is dit album het omgekeerde van Hermit of Mink Hollow (1978) waarop hij ieder instrument spoor na spoor inspeelt en de zang laag voor laag overdubt. Een waar soloproject waarvoor hij de deur niet uit hoefde.
Totaal anders is de benadering hier. De tracks zijn live ingezongen en gespeeld zonder overdubs. En dat betekent ook hier volledige concentratie, maar zonder herkansing. In plaats van alles zelf te doen heeft Rundgren hier de beschikking over een duizelingwekkende rij artiesten in de studio. Om er maar een paar van de ruim 75 (!) medewerkenden te noemen: Brent Bourgeois, Clarence Clemons, Roger Powell, Prairie Prince, Kasim Sulton, Larry Tagg, Narada Michael Walden, Vince Welnick, John Wilcox en Bobby Womack.
In het koor zong een zekere Michele Gray, die later Rundgren's vrouw zou worden.
Maar bij al dit imposante moet allereerst gezegd worden dat het geluidstechnisch een matige beleving is. Wat zo vol en warm had kunnen klinken werd door een fout in de mix&mastering voor een belangrijk deel om zeep geholpen. En dat is een drama zoals we wel vaker hebben meegemaakt op Rundgren's albums.
Tekstueel staan er prachtige dingen op dit album. The Waiting Game, Parallel Lines en Fidelity zijn buitengewoon diep rakend van inhoud. Bijtend scherp is Unloved Children, heel aardig de Costello-cover Two Little Hitlers. Opener The Want of a Nail met Bobby Womack is best goed als binnenkomer maar afsluiter I Love My Life heeft van alles teveel, ontspoort en zorgt ervoor dat je het album liefst voor het einde al afzet.
Er zijn dus best wel gemengde gevoelens waar te nemen bij dit album. In zekere zin een comeback van de multi-getalenteerde artiest. Veel emotie en diepte maar ook veel geschreeuw en druktemakerij. En dan die belabberde geluidsregistratie terwijl zowat half Hollywood in je dure studio staat te zingen.
Zucht. Waarom toch? De opvolger Second Wind (1991) werd volgens hetzelfde live-concept opgenomen maar met meer discipline. Integraal interessante albums heeft de man, in mijn ogen, vervolgens niet meer gemaakt. De tragiek van te veel talent en te weinig richting.
»
details
» naar bericht » reageer
Todd Rundgren - A Wizard / A True Star (1973)
Op onderdelen zitten er hele melige stukjes tussen, maar de kracht zit in het geheel. En dan is het een werkstuk dat overloopt van de inspiratie en klopt het als een bus. Inspiratie; de geest werd wat geprikkeld door Ritalin (en wie weet wat nog meer? ), en de diagnose ADD zit er niet heel ver naast, denk ik, al blijft de focus steeds scherp. Maar, samen met Something/Anything? van een jaar eerder, het onbetwiste hoogtepunt in de discografie van de man. Vanwege die eenheid ook het beste af te luisteen in één luisterbeurt. Daarbij valt vanwege de speelduur van 56 minuten de te krap geperste vinylversie af en gaan we voor de CD.
In mijn geval is dat de in de UK geproduceerde versie op het Castle-label uit 1987 (CLACD134). Beter gaat het niet worden. HiFi klinkt het niet, want de productie bestaat uit vele overdubs op een 8-sporen recorder, die tegen deze wijdse spielerij niet helemaal opgewassen blijkt en hier en daar in de vervorming terecht komt. Remasteren helpt dan ook niet meer, dus is deze kale CD-versie nog steeds de beste.
Todd Rundgren was de man van de grote ideeën, persoonlijk tot op het bot en origineel in alles. Niet altijd kwam hij met zijn experimenten aan de goede kant terecht van wat we geslaagd kunnen noemen. Maar hij probeerde het in ieder geval, zocht de maximale creatieve vrijheid. Op dit album integraal geslaagd, dus een terechte volle score. Vandaag de dag ondenkbaar dat een artiest zich zo mag uitleven op kosten van de baas. We zijn een stukje vrijheid kwijtgeraakt. Zo voel ik dat. Op 2 maart vijftig jaar geworden. Mooi jaar, 1973. Nee, ik weet het, het is nu allemaal veel beter geregeld, maar toch ...
»
details
» naar bericht » reageer
Thijs van Leer / Rogier van Otterloo / Louis van Dijk - Musica per la Notte di Natale (1976)
»
details
Thijs van Leer - Parce Que (2021)
Geheel Franstalig ingezongen album van Thijs van Leer met teksten van zijn levensgezellin Anne-Lies Lommen. Kleindochter en vriendin Fransje Mulder zingen en ook Thijs zelf is vocaal te horen. De fluit staat uiteraard centraal en we horen enkele melodieën langskomen die van Leer al eens eerder gebruikt heeft in zijn Focus/Introspection-jaren. Heel fijn gearrangeerd en ongetwijfeld 'hip' om Frans te gaan, want ik heb het idee dat het chanson weer een beetje in de lift zit. Voor zover ik kan beoordelen onberispelijke uitspraak van de Franstalige teksten.
Mooi en sfeervol, goed opgenomen ook, maar toch ook wel een beetje een opgaaf om het hele album te draaien. Het doet me niet zo heel veel. Ik ben bij deze man toch meer van de instrumentale muziek gaan houden en dan zit de zang wat in de weg. Maar er zullen zeker liefhebbers zijn, al weet ik niet of deze uitgave zijn weg naar de consument heeft weten te vinden. Geen uithangborden en TV-optredens nog gezien en in de platenzaak weten ze van niets. Voor de echte verzamelaar dus.
»
details
» naar bericht » reageer
Thijs van Leer - Introspection 92 (1992)
De Introspection-elpees waren in de jaren zeventig alleen al in Nederland goed voor meer dan een miljoen verkochte exemplaren. De warme broodjes gingen vooral over de toonbank na langdurige airplay tijdens de gijzelingsdrama's, toen de radio 'aangepaste muziek' liet horen.
Twintig jaar na dat fameuze eerste Introspection, probeert van Leer het hier nog een keer. Orkestleider/arrangeur Rogier van Otterloo overleed in 1988 en de fijne arrangementen van zijn hand worden nu wel een beetje gemist. Dick Bakker is nu de orkestleider en het Metropole Orkest is vervangen door het London Symphony Orchestra. Een stapje terug en de spanning wordt wat gemist. Louis van Dijk aan de piano maakt dan wel wat goed, maar speelt hier een bescheiden rol op de achtergrond.
Tja, ook hier weer de nodige variaties op klassieke thema's van o.a Bach, Händel en Mozart. Goed uit de verf komen de zelfgeschreven nummers: Introspection 5 en Rondo '92. Verder komen we een Ennio Morricone Collage tegen, die voor zichzelf spreekt, en Old and Wise van Woolfson/Parsons als afsluitend populair thema.
Ik mis hier toch wel wat ik in de eerste serie Introspection-platen wél vond. En blijkbaar was ik niet de enige. Dit Introspection 92 haalde het bij lange na niet in verkoopcijfers en dat bleek toch wel de reden dat Columbia geen brood meer zag in een vervolg op dit dure project. De jaren hierna legde van Leer zich toe op low-budget CD-producties, opgenomen in de eenvoudige kerkstudio van Veenendaal, zonder orkest.
»
details
» naar bericht » reageer
Thijs van Leer - Introspection 4 (1979)
In de zomer van 1979 verscheen dit vierde deel in de serie Introspection. Fluitist Thijs van Leer en orkestleider Rogier van Otterloo bepaalden, met de zangstem van Letty de Jong, het geluid van deze serie. Een mix van barok en eigen composities van orkestleider van Otterloo en Focus-voorman van Leer. Na het eerste deel in 1972 werden de albums een groot verkoopsucces. Het veelvuldig draaien van de stemmige muziek op de radio tijdens de treinkapingen van 1975 en 1977 deed onbedoeld een Thijs van Leer-effect ontstaan.
Maar in die zomer van 1979 lieten de verkoopcijfers voor het nieuwste album zien dat de belangstelling flink gedaald was. En eigenlijk best begrijpelijk. Want, we herkenden inmiddels de formule en een bepaalde verzadiging begon op te treden. Daarnaast vind ik het altijd interessant om een album te zien in de context van de tijd. Het kabbelende van de midden jaren zeventig was nu wel voorbij. Maatschappelijk groeide de onrust; er was een revolutie in Iran, hypotheken werden onbetaalbaar, Thatcher kwam aan de macht en de economische realiteit bleek harder dan we eerder droomden. In muzikaal opzicht was er de opkomst van de New Wave, de Nederpop, Disco en Ska die de gevestigde orde deed opschudden. Een tijd van polarisatie, reactie en tegenreactie.
Van vernieuwing is er op dit album nog niets te merken. Dat is geen diskwalificatie, want misschien kan ik wel zeggen dat dit vierde deel qua uitvoering een hoogtepunt is in de serie. Uitmuntend opgenomen in de Dureco-studio met producers Ruud Jacobs en John Vis. De barokstukken, van Corelli, Händel, Telemann, Scarlatti en Bach natuurlijk, klinken méér klassiek dan op voorgaande delen en daarnaast zijn de eigen composities heel aardig. Ik noem dan vooral Rondeau des enfants en le Tango van van Leer. Afsluiter Song for Eva is een nummer voor de film Exit 7 die dat jaar al in de bioscoop te zien was. De film, met Peter Faber in de hoofdrol, gaat over een man die in een midlifecrisis belandt en met zijn vriendin in een vliegtuig stapt dat gekaapt wordt. Een vergezocht script, maar de muziek is zeker heel aardig te noemen, want die is van van Leer.
Spijtig, een mooi album, met nauwelijks nog belangstellenden. In 1994 heeft Columbia voor het eerst een CD-versie geproduceerd en geprobeerd aan de man te brengen. Pas in 2011 kwam de prachtig gerestaureerde uitgave op BGO-records die ik in bezit heb. Inmiddels zie ik dat ook deze niet meer in de handel is. Een beetje teleurstellend dat Nederlandse producties van dit niveau in de geschiedenis dreigen te verzinken en dat geldt zeker ook voor het werk van Rogier van Otterloo en Louis van Dijk.
Dat Thijs van Leer hierna ook zelf het spoor wat bijster raakte, zien we in het vervolg van zijn discografie. Na het nog goede Reflections in 1981, noteren we later in dat decennium nog twee met synthesizer beladen albums, tegen wil en dank, zo lijkt het. Pas in 1992 was er weer ruimte voor een nieuw Introspection-album. De rust was weergekeerd. Van Otterloo, overleden in 1988, maakte het niet meer mee.
»
details
» naar bericht » reageer
Thijs van Leer - Introspection 3 (1977)
»
details
Thijs van Leer - Introspection 2 (1975)
De beste release, qua geluidskwaliteit, is ongetwijfeld de BGO-remaster uit 2003. Maar die heb ik niet in huis. Gelukkig helpt de lokale kringloopwinkel me zo nu en dan aan verzamelwerkjes, zoals Het beste van Thijs van Leer uit 1993 van Sony Music Special Products. Het hoesje laat te wensen over en bevat een paar storende spelfouten, maar het geluid klopt wel. Met de zes nummers op de CBS -compilatie uit 1985 erbij kan ik nu het hele album beluisteren.
Mild Wild Rose en Carmen Elysium zijn heel aardige eigen composities van Thijs. Topkwaliteit, net als de legendarische voorganger.
En wat de kringloopschijfjes betreft: even door het afwassopje halen en ze staan nog eens 30 jaar te glimmen in de kast tot ze opnieuw gerecycled kunnen worden, en dan voorgoed, vrees ik.
»
details
» naar bericht » reageer
Thijs van Leer - Introspection (1972)
Typisch Nederlands product en ook heel typerend voor de sfeer in de eerste helft van de jaren zeventig.
Op initiatief van Willem Duys arrangeerde producer Ruud Jacobs (broer van Pim) voor CBS deze samenwerking tussen orkestleider Rogier van Otterloo en fluitist Thijs. De Introspection-albums bleken bijzonder succesvol en verkochten vele malen beter dan de platen van Focus, de band waar van Leer in speelde. Alleen in Nederland al werden bijna 3 miljoen platen verkocht van de serie. Het ongekende succes leverde Thijs van Leer nauwelijks wat op. De contracten waren zo geregeld dat arrangeur/orkestleider van Otterloo het grootste deel van de winst opstreek.
Maar de eer gaat naar van Leer. Buitengewoon fraaie uitvoeringen van eigen werk en klassiek (Fauré en Bach). Dit smaakte naar meer en dat kwam er ook met drie vervolgdelen die kwalitatief niets onderdoen voor dit eerste album. Introspectie, zelfreflectie had voor Thijs van Leer wel een spirituele betekenis, denk ik. Een echte muzikant die de muziek vanuit zijn hart laat komen. En een vakman.
Bonuspunten voor de non-verbale (dabbe dabbeda) zang van Letty de Jong (1936-2008).
»
details
» naar bericht » reageer
The Who - Then and Now (2004)
»
details
The Traveling Wilburys - Traveling Wilburys, Vol. 3 (1990)
»
details
The Traveling Wilburys - Traveling Wilburys, Vol. 1 (1988)
»
details
The Notting Hillbillies - Missing... Presumed Having a Good Time (1990)
Mark Knopfler moet na het succesvolle maar topzware Brothers in Arms de behoefte gevoeld hebben zich over te geven aan ongecompliceerd speelplezier. Met een paar oude vrienden, met name Steve Phillips en Brendan Croker, vormde hij dit bandje en speelde al vanaf 1986 in diverse clubs. Pas in 1990 resulteerde deze samenwerking in een plaat. En eigenlijk was het hobbyproject daarmee voltooid, want een vervolg kwam er niet.
Speelplezier en liefde voor americana, traditionele country-blues, was de voornaamste drijfveer voor het gezelschap en dat hoor je er helemaal aan af. Op aanstekelijke wijze weten de mannen nieuw leven te blazen in de traditionals.
Knopfler weet zich goed te voegen in het geheel en levert bescheiden één eigen nummer af dat hij van zijn stem voorziet. Daarmee is Your Own Sweet Way toch ook wel meteen één van de hoogtepunten van het album.
Fijne tijdloze plaat zonder al te veel pretenties, licht en luchtig, maar goed op smaak gebracht.
»
details
» naar bericht » reageer
The New London Chorale - The Young Messiah (1979)
»
details
The New London Chorale - The Young Matthew Passion (1986)
»
details
The New Basement Tapes - Lost on the River (2014)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
»
details
The Moody Blues - This Is The Moody Blues (1974)
»
details
The Moody Blues - The Very Best Of (1996)
Ik denk dat dit de best verkochte verzamelaar is van The Moody Blues. Vergeleken met Gold (2005) is het geluid op dit album een stukje frisser. Leuk is dat als opener voor Go Now uit 1965 gekozen is, toen de band zich nog in een voorstadium bevond als r&b coverbandje. Het nummer is vervormd opgenomen en dat moet je maar voor lief nemen.
Na de komst van John Lodge en vooral Justin Hayward in 1966 ontwikkelde de band zich tot het symfo-fenomeen dat vooral in de jaren '67 tot '72 artistieke hoogtepunten beleefde. Daarbij moeten we vooral de rol van de mellotron niet vergeten, bespeeld door Mike Pinder.
Na die jaren sloeg de wisselvalligheid toe en werd er incidenteel nog een aardige plaat gemaakt. De band is officieel nooit opgeheven en bestaat dus nog.
Het is een aardige, maar ook wel tekort schietende verzamelaar waarmee de ontwikkeling tot in de jaren '80 kan worden gevolgd.
Goed gekozen zijn de twee solowerkjes van Lodge en Hayward: Blue Guitar en Forever Autumn. Geen Moody Blues, maar wel toepasselijk in de historische lijn van de band.
»
details
» naar bericht » reageer
The Korgis - ...By Appointment (2015)
In 1980 was ik 17 jaar en het nummer Everybody's Got to Learn Sometime deed toch wel wat met mijn adolescente ziel. De sfeer van eenzaamheid, het simpele naakte synthesizer-thema door het hele lied, de ongetwijfeld aangrijpende tekst (daar lette ik eigenlijk nog nauwelijks op) en het unieke van dit geluid, deed me de oren spitsen.
In 1980 was synth-pop hot. Ik denk aan dit heel speciale genre, het smalle paadje, dat bewandeld werd door acts als New Musik, Buggles en dit: The Korgis. Het waren een beetje rare gasten, komend van een andere planeet. Songs verpakt in een soort strakke koelheid, gecombineerd met zwaar emotionele melodieën. Tja, het hád wat.
Er zat toch echt wel meer in dan die ene song. Dit album is een beetje een vreemde verzameling, maar zeer onderhoudend. Oorspronkelijke opnames en meer recente remakes en eigenlijk heb je de kern van dit creatieve duo, Andy Davis en James Warren, op dit album wel te pakken. Afgesloten met dat heerlijk afwijkende hondendansje: Rover's Return.
Favoriet is het wat weekmakende maar toch prachtige: All the Love in the World.
»
details
» naar bericht » reageer
The Hollies - Romany (1972)
Hoewel ik niet altijd een groot liefhebber ben van The Hollies, wil ik graag een uitzondering maken voor Romany.
De band had op dat moment een probleem met leadzanger Allan Clarke en Mikael Rickfors stapte in zijn schoenen. Geen gemakkelijke taak! Maar Rickfors heeft een prachtige stem, valt niet te betrappen op een Zweeds accent, heeft een vleug soul in zijn stem en geeft de band hier een meer Amerikaans progressief geluid mee.
Dat blijkt voluit in Touch, een song met verwijzing naar Crosby, Stills & Nash. De twaalfsnarige gitaar is prominent aanwezig in Magic Woman Touch, vooral in Nederland een aardige singlehit. Terry Sylvester zingt het prachtige verhalende Lizzy and The Rainman. In Down River komt zanger Rickfors volledig tot zijn recht. Een stem als een klok.
Opnieuw duidelijk een verwijzing naar CSN, met prachtig gitaarwerk in Delaware Taggett and The Outlaw Boys. Sylvester zingt in de vertolking van een nummer van Judee Sill: Jesus was a Crossmaker. Uitermate goed neergezet. Titelnummer Romany lijkt weer gemaakt voor zanger Mikael Rickfors, een prachtig reflectief nummer met meerdere tekstuele lagen.
De laatste twee nummers brengen het tempo weer op hoger plan en we herkennen de typische Hollies- gitaarsound in Courage of Your Convictions. Een prettige rocker, evenals de opener van het album.
Een uitstekend album in een periode dat het wat leek te kwakkelen met de band. Een pareltje in hun discografie.
Vijf sterren dan nu? Jazeker!
»
details
» naar bericht » reageer
The Greatest Singer-Songwriter Classics (2015)
»
details
The Focus Family Album (2017)
In afwachting van de komst van een nieuw studio-album kwam in september 2017 dit dubbelalbum uit met restmateriaal en alternatieve versies van nummers van zowel Focus X (2012) als ruwe schetsen van Focus 11, de langverwachte opvolger, die pas begin 2019 in distributie kwam.
Niet onlogisch om dit album 10,5 te noemen, want daar ergens bevindt de band zich hier, maar het is geen album van Focus alleen, want behalve bandwerk vinden we ook solo-stukken en diverse samenstellingen van bandleden.
Nieuwkomer Udo Pannekeet, die bassist Bobby Jacobs opvolgde, is hier al van de partij met eigen werk. En dat geeft Focus een energieke impuls. Hobbyband Swung, voortgekomen uit opwarmsessies zonder van Leer, brengt ook een paar stukken in en zo ontstaat een wat rommelig maar bont en levendig geheel van Focus-gerelateerd materiaal. Rariteiten soms, interessante interpretaties, opgenomen op diverse plekken in de wereld. En het klinkt naturel en goed. Er zijn een paar vocale nummers en Ivan Lins en Jo de Roeck zijn opnieuw van de partij. De zang van Thijs van Leer is dan toch een beetje minder geslaagd.
Ook nu weer is het artwork in handen van Roger Dean, die zo bekend werd met zijn hoezen voor Yes.
Ik vind het een prachtige dubbelaar. Dat ik hier het eerste bericht schrijf, zegt wel dat het clubje Focusvolgers hier op MuMe niet al te groot is. Bovendien staat dit album niet in de lijst van Focusalbums en je moet er dus even naar zoeken. Maar ook ik heb even gewacht met aanschaf, vanwege het aangekondigde studio-album XI. En nu dan toch voor de bijl gegaan.
Laten we even teruggaan in de geschiedenis. Focus heette de band die in 1970 met hoofdzakelijk instrumentale progressieve rock (en wat gejodel) furore maakte. Dat ging een jaar of vijf goed, tot er een breuk kwam tussen Thijs van Leer en Jan Akkerman. De band maakte nog een paar platen en stopte in '78. Een reünie rond de millenniumwisseling gaf de aanzet tot een nieuw studio-album en sindsdien is Focus niet meer weggeweest, met opvallend veel succes op de podia in Verenigd Koninkrijk en Zuid-Amerika. Die vijf 'gouden jaren', de eerste helft jaren '70, zijn inmiddels in tijdsduur ruim ingehaald door 18 jaar Focus 'nieuwe stijl', waarin toch ook nog steeds veel oud-Focus te herkennen valt, zeker na terugkeer in 2006 van drummer Pierre van der Linden.
Fijne band, met een vitaal en aantrekkelijk eigen geluid. Focus wil graag als progband bekend staan en dat klopt ook wel, maar de verbinding met de jazz is minstens zo groot. Ook J.S. Bach komt zo nu en dan langs en die dwarsverbindingen zorgen nog steeds voor verrassingen. Ook al is er een herhaaldelijk terugvallen op oud werk te constateren in talloze variaties. Het mag, de historie hoeft niet vergeten te worden. Pierre en Thijs zijn de jongsten niet meer. Hoe gaat het zonder die twee in de toekomst, vraag je je af. Maar ik denk dat de vitaliteit van dit eigen geluid sterk genoeg is voor een voortzetting de komende decennia, wat mij betreft. En waarom niet?
»
details
» naar bericht » reageer
The Electric Light Orchestra - The Electric Light Orchestra (1971)
Dit is een merkwaardig album. Begonnen als experiment van de drie kernleden van The Move: Roy Wood, Jeff Lynne en Bev Bevan, ontstond dit eerste album van The Electric Light Orchestra. Duidelijk is dat de heren zich hier op klassiek terrein wagen, met cello, viool en pathetische teksten. Een verkleedpartijtje: op de hoes zien we de drie uitgedost in achttiende eeuwse kostuums met driekantige steek hoeden. Klaar voor het theater.
Gekweld klinkt het in een song als The Battle Of Marston Moor en de cello, meermalen overgedubd, heeft hier een dreigende toon. Het is als filmmuziek bij een historische veldslag. Lichamen worden aan stukken gereten, verwarring alom, zoals ook in Manhattan Rumble. Raadselachtig eindigt Queen Of The Hours met de regels:
Dawn is the death wish night has passed away, it left the sacred flower, opened up the grave and bowed its life unto the Queen of Hours.
Het is tekenend voor de hele sfeer op dit album: het fascinerende diep ronkende en krassende geluid van de cello, met de bezwerende zang van Wood roept geesten op en laat geluiden van eeuwen geleden herleven. Zoiets moet Roy Wood voor ogen gehad hebben. Maar het is allemaal fantasierijk kinderspel. Een uitstapje naar het spookhuis.
Muzikaal wordt het echter zeker interessant in de instrumental First Movement van Roy Wood, waarmee je zo je radioshow kunt beginnen. De songs 10538 Overture, met zang van Wood en Mr. Radio, met stem van Jeff, bewijzen het prille schrijverstalent van Lynne, al moet hij als zanger er nog wel wat inkomen. Roy Wood is hier ongetwijfeld de beste zanger en kan als creatieve gangmaker niet onderschat worden. Hij was het die speciaal voor dit album cello leerde spelen.
Het lijkt allemaal weinig op de latere vervolgalbums van ELO. Wood stapte na dit album uit de band, drummer Bevan bleef bij Lynne, met versterking van toetsenist Richard Tandy en bassist D'Albuguergue.
Op de vervolgalbums ELO II en On The Third Day is de experimentele klassieke cellostijl nog wel duidelijk herkenbaar, maar Lynne ontdoet zich langzamerhand van de violisten, gaat voor pop en groeit als componist, producer, multi-instrumentalist en zanger. Inmiddels ook duidelijk de leider van de band. Knieval voor de commercie? Ik val er niet hard over. Dit eerste album was een uniek moment in de tijd. Niet zó gedenkwaardig om bij te blijven stilstaan. Toch wel erg leuk.
Het album verscheen alleen op het EMI Harvest label en is, voor zover ik weet, niet meer nieuw verkrijgbaar. Op de CD (2003) staat nog een stukje video, een promotiefilmpje voor 10538 Overture.
»
details
» naar bericht » reageer
The Electric Light Orchestra - ELO 2 (1973)
De tweede van ELO had ik nog niet op CD, maar daarin is nu verandering gekomen. Inmiddels heb ik hier de EMI-versie uit 2003, met bonustracks. Het groen-gele Harvest-label was in die begin jaren '70 de proeftuin van EMI om progressieve acts voor het voetlicht te krijgen. Flink werd geïnvesteerd in bands als Deep Purple, Pink Floyd, Barclay James Harvest (!) en dus ook ELO. De vernieuwingsdrift in de rockwereld kreeg de wind mee en legde de genoemde acts geen windeieren.
Dit tweede album vind ik ook wel het meest progressieve album van de band. Na vertrek van Roy Wood nu geheel onder artistieke leiding van de zich snel ontwikkelende Jeff Lynne. Prachtige stukken, waarvoor best de tijd wordt uitgetrokken. Geen strakke productie nog en hier en daar is het wat rommelig of zou je willen dat er wat gesnoeid werd. Maar het kón toch maar, die ruimte voor het experiment. En mooi dat een machtige Britse platenmaatschappij als EMI, met statige merknamen als His Master's Voice, er zo'n hip label op nahield.
Absoluut hoogtepunt op dit ELO 2 is het emotioneel diepgaande Kuiama, dat ook best 11 minuten duren mag. Eigenlijk tref ik helemaal geen echt zwakke broeders onder de 5 oorspronkelijke tracks. Zelfs de bizar barokke versie van Roll Over Beethoven kan ik helemaal meemaken. Voor mij destijds de eerste kennismaking met deze band, die vanaf de jaren '70 diep in mijn erfelijk materiaal is gekropen.
»
details
» naar bericht » reageer
The Beach Boys - Today! (1965)
»
details
The Beach Boys - The Smile Sessions (2011)
Wat zou ik na de duizelingwekkende beschrijving van King of Dust nog toe kunnen voegen om dit album te beschrijven? Toch nog een paar opmerkingen waag ik er aan.
Om te beginnen: Smile is geen album en is dat nooit geweest of geworden. Ook deze Smile Sessions zijn niet meer dan een benadering van wat een album had kunnen zijn. Waarom zo vaag allemaal?
De opnamesessies tussen februari 1966 en mei 1967 hadden moeten leiden tot een verpletterende opvolger van Pet Sounds, het album waarmee een duidelijke artistieke stap voorwaarts werd gezet. Brian Wilson voelde zich, terecht of niet, in die periode in een concurrentiestrijd verwikkeld met The Beatles. Niet zo bijzonder want veel Amerikaanse artiesten schrokken zich een hoedje van het succes van 'The British Invasion', de doorbraak van Engelse bands in de Amerikaanse hitparade. Daar hadden ze zo snel geen passend antwoord op. Ook Brian Wilson worstelde met dat probleem en had er nog wel een paar problemen bij. Allereerst zijn eigen geestelijke labiliteit maar zeker ook de spanning die zijn experimentele koers opriep binnen de band. Zeker een man als Mike Love sputterde tegen. Na de vrolijke surfsongs kwam Brian met wonderlijke harmonieën en nog vreemdere teksten van Van Dyke Parks op de proppen. En daar kon niemand, behalve Brian zelf, nog chocola van maken.
En zo doken de Boys na jaren van overzichtelijke plaatopnames, hits scoren en optredens, in het diepe bad van de onbeperkte mogelijkheden. Brian had zijn muziek gemystificeerd. Hij hoorde stemmen in zijn hoofd, wonderlijke klanken, hemelse muziek. Rechtstreeks van God, zoals hij dat zelf zag. Met een beetje kennis van de psychiatrie begrijpen we wel waar Brian in verzeild was geraakt. Een emotioneel kwetsbare man, maar tegelijk met overtuigingskracht. Het lukte hem toch maar de band mee te krijgen in zijn wereld. Psychose kan besmettelijk zijn. Brian was de leider, ondanks alles.
Wonderlijk, dat is de wereld van deze opnamesessies. Als een sekte bij elkaar, in Brian's huiskamer, alwaar hij een tent liet neerzetten en zand op de vloer stortte. Een ruime voorraad marihuana zou voor de nodige geestverruiming moeten zorgen. Toch zijn de onderwerpen die langs komen in de songs verre van zweverig te noemen. Stevig verankerd in de Amerikaanse musicaltraditie wordt de historie op uiterst aardse en bijna triomfantelijke wijze langsgelopen en verklankt. Een loflied op Amerika, de jeugd en de deugd van de natie. Van Dyke Parks is een kunstenaar van het zonnige soort met een afkeer van cynisme en negativiteit. Good Vibrations. Toch nog een antwoord op de Britse somberheid. Dat positivisme staat vrijwel loodrecht op de wijze waarop tijdens de opnames inspiratie werd verkregen. Een hippe entourage, een onmatig gebruik van prikkelende rookwaar en het ontbreken van de moed tot een eindproduct te komen. Van Dyke Parks besloot zich terug te trekken uit het project toen hij ontdekte welke spanning zijn aanwezigheid in de band opriep. De opnames stopten in lente '67 en de tapes kwamen op de plank te liggen. Zo ontstond deze lappendeken van 'losse eindjes' die lang in de archieven lag te verstoffen of in fragmenten op eerdere albums terechtkwam.
Is het wat geworden op deze versie van 2011? Ja, het is een wonderlijk verhaal. Prachtig is het geluid van deze opgepoetste monobanden. Een geweldige luisterervaring.
De weg kwijt geraakt en daardoor van de crisis in een sprookjeswereld terechtgekomen. Het overkwam The Beach Boys. The Beatles keken ernaar. Later zou Paul McCartney de genialiteit van Brian Wilson ten volle erkennen. Nee, concurrenten waren het niet. Wegbereiders misschien, maar dan zeg ik ook meteen maar dat ik geen plaat ken die op vruchtbare wijze op dit pad verder is gegaan. Smile bestaat niet. Bijna waren ze er, maar het kwam niet verder dan deze reconstructie van een luchtkasteel, 44 jaar later. Het bleef Brian's unieke speeltje, in zijn zandbak gebakken.
"The music, the fun, the friends - all made us smile. That was the goal of what we were doing. To make the world smile. Because smile could save our soul." (Brian Wilson)
»
details
» naar bericht » reageer
The Beach Boys - Surf's Up (1971)
Surf's Up verscheen precies een jaar na Sunflower (1970). Intussen was er wel wat veranderd. Brian Wilson, de creatief leider van de band, had zich verder teruggetrokken van het productiewerk en daardoor kwam er ruimte voor de andere leden. We vinden daarom bijdragen van Mike Love en Al Jardine, Carl Wilson en Jack Rieley, het betoverende Disney Girls (1957) is van Bruce Johnston, de wonderlijke tekst van titelnummer Surf's Up is van Van Dyke Parks, één van de meest experimentele popdichters en muziekproducers uit die tijd (en misschien wel van alle tijden).
Het album is, en dat is geen geheim, een bundeling van restmateriaal, afgekeurde songs en experimenten.
Maar, dat zegt helemaal niets over de kwaliteit, al zijn er sterke fluctuaties aan te wijzen. Uit de schoenendoos die hier wordt omgekieperd komt fantastisch songmateriaal tevoorschijn, in de meest pure vorm.
Als geheel, dus rode draad, kunnen we stellen dat dit album meer dan al het voorgaande werk milieubewuste en maatschappijkritische teksten levert. Het voortbestaan in vrede van onze planeet ging de broeders aan het hart.
Don't Go Near the Water gaat verder waar Sunflower met Cool, Cool Water eindigde. De contrasten zijn verder sterk. Na het zoete en lieflijke Disney Girls (1957) volgt het het rauwe Student Demonstration Time, met de ongemakkelijk overgemoduleerde gitaren.
Meer in de overgevoelige geest van Brian zijn dan vervolgens het ijzingwekkende Feel Flows, en A Day In The Life Of A Tree, waarin de boom zijn verhaal vertelt, over zijn leven in een vervuilde wereld. Tot op het merg (boomsap) gaat het hier.
'Till I Die is ook met de dood bezig uiteraard:
I'm a cork on the ocean
Floating over the raging sea
How deep is the ocean?
I'm a rock in a landslide
Rolling over the mountainside
How deep is the valley?
I'm a leaf on a windy day
Pretty soon I'll be blown away
How long will the wind blow?
Om dan te concluderen:
These things I'll be until I die.
Ik ken weinig songs die je zo meevoeren naar de eeuwigheid, de relativiteit van heel het leven.
En dan het onbegrijpelijke, meer passend in de sfeer van Pet Sounds en Smile! : Surf's Up.
De prachtige productie met orkest en dreigende hoorns, de zang van Carl, Brian en Al, de nauwelijks te bevatten poëzie.
The Beach Boys maakten hier hun meest diepgaande werk. Fragmentarisch, onsamenhangend, onaf misschien, zoals het hele Smile-project niet verder kwam dan de ruwe schetsen van een kathedraal. Er had meer in gezeten. Maar een prachtig document werd het, geen conceptabum.
»
details
» naar bericht » reageer
The Beach Boys - Summer Days (And Summer Nights!!) (1965)
»
details
The Beach Boys - Pet Sounds (1966)
Monumentale plaat, al zou je dat op kant 1 niet direct zeggen. De jongens-meisjes-thematiek gaat hier onverdroten verder, zoals op voorgaande albums, al is de surfplank inmiddels veilig opgeborgen. Vooral op kant 2 begint het te dagen dat er hier iets heel anders gaande is. Vinkjes zet ik dan ook op die tweede helft bij God Only Knows, I Know There's an Answer en I Just Wasn't Made for these Times.
Dit is andere koek. De geestelijke crisis die zich bij Brian Wilson op 23 december 1964 aandiende en waardoor hij zich, met al die muziek in zijn hoofd, in de studio terugtrok, wierp zijn vruchten af. Dat klinkt vreemd, want Brian was niet helemaal gezond, maar zonder dat isolement kon die stap niet gezet worden. Laten met elkaar afspreken dat de popmuziek hier pas echt een grote sprong voorwaarts maakte. Een weg terug was er niet.
»
details
» naar bericht » reageer
The Beach Boys - Friends (1968)
»
details
The Beach Boys - 20/20 (1969)
Komende maand zal ook dít album van The Beach Boys de vijftig jaar-grens passeren. En daarmee voel ik weer eens de afstand in tijd en ruimte tot die periode. Een stap in een andere wereld. Een andere tijd die nu zo definitief geschiedenis geworden is en waarmee het contact verbrokkelt, tenzij je er je best voor doet je te verplaatsen, terug in de tijd. “Herinnert u zich deze nog?” echode de jingle van Radio Veronica al in 1972 bij het draaien van Do It Again of Break Away. Toen al hit-historie, nu wordt het graven in een grijzer verleden. Geen radiozender die ze nog draait.
20/20 was een contractuele verplichting tegenover Capitol. En de band die door Brian’s afwezigheid vanwege psychiatrische behandeling al een paar jaar naar richting zocht, had geen duidelijk plan voor dit album. Achteraf kon Brian Wilson het in zijn linernotes wel mooi verklaren en er een positieve draai aan geven als hij schrijft: “The key word for this album is refinement. I was still growin' musically and we as a group wanted to sound more subtle and tighter”. Maar dat kon niet verhullen dat 20/20 niet veel meer bevat dan een samenraapsel van singles, covers en overgebleven tracks. Maar dan toch niet de minste!
Do it Again is een dijk van een single, geen hele grote hit, maar in alles een visitekaartje voor The Beach Boys. Typerend is de krachtige snaredrum in de opening van het nummer.
I Can Hear Music werd geproduceerd door Carl Wilson die hier duidelijk het stokje van Brian overnam. Een cover van The Ronettes.
Bluebird over the Mountain is opnieuw een cover en Mike neemt hier de leadvocal voor zijn rekening. Bruce Johnston maakt hier zijn debuut als producer.
Be With Me is een breekbaar en emotioneel lied van Dennis Wilson. Een donker randje ook wel. Dennis was niet veel minder dan broer Brian in psychische problemen.
Een rauwe testosteronrocker vinden we in All I want do do. Geen best nummer eigenlijk.
Bruce Johnston componeerde en produceerde de instrumental The Nearest Faraway Place die ons meteen weer terugbrengt in die wonderlijke sprookjesachtige sfeer van Pet Sounds.
Tijd voor weer een cover: de folk traditional Cotton Fields en hoewel kort is dit een heel goede versie, gezongen door Al Jardine.
Heel fraai is het nog kortere maar intrigerende I Went to Sleep, een nummer van Brian en Carl.
Time to get Alone gaat min of meer verder in deze sfeer. Onaards sprookjesachtig en prachtige harmoniezang. Een hoogtepunt!
Never Learn not to Love heeft een erg donkere onprettige herkomst. Het werd geschreven door de maniakale moordenaar Charles Manson en verkocht voor een motorfiets aan Dennis Wilson die de titel en een paar tekstregels veranderde. Ondanks de deal was Manson hier niet blij mee en stuurde een kogel naar Dennis, die nu wel begreep dat de vriendschap voorbij moest zijn.
Our Prayer, een woordloze zangpartij die klinkt als een inzingoefening van een knapenkoor in een middeleeuwse kathedraal was bedoeld als opening van Smile, het album dat maar niet van de grond kwam. Ook Cabin Essence, op tekst van Van Dyke Parks is een stukje van de Smile puzzle.
Artistiek één van de meest hoogstaande nummers van Brian.
De bonustracks, verschenen op de hdcd remaster van 2001 doen we er ook nog even bij:
Break Away is een prachtige single met hemelse vocalen. Vader Murry Wilson zou ook nog iets hebben bijgedragen aan het nummer. In de hitlijtsen flopte de plaat echter volledig. Op de b-kant vinden we een nummer van Dennis: Celebrate the News en we proeven de psychedelische invloed waar Dennis aan bloot stond.
We're Together Again : mooi simpel en puur BB-liedje.
In minder dan een minuut brengt Brian een ode aan Burt Bacharach in Walk on By. Het past mij als wandelaar deze geregeld te draaien natuurlijk. Te kort om van een nummer te spreken, meer een momentje in de studio.
En dan die nostalgische medley tot slot. Mooi hoor, maar o wat naïef braaf klinken ze hier. De folksongs worden hier deskundig van een BB-etiket voorzien en tijdloos gemaakt.
Vijftig jaar verder zijn we nu. Sommige songs lijken voor de eeuwigheid bestemd, andere kunnen we best vergeten. Het was niet allemaal meesterlijke harmonie in de geschiedenis van deze band. Hier en daar vervaagt de glans en de persoonlijke problemen van met name Brian en Dennis hebben wel iets van een schaduw geworpen over het werk. Het maakt het des te wonderlijker dat je zoveel moois aantreft. Tegen de druk in. Bewondering maar ook iets van trieste weemoed beheerst mijn stemming. Dit is geen vrolijke boyband. Maar ze raakten soms wel tot aan de hemel.
»
details
» naar bericht » reageer
The Beach Boys - 20 Great Love Songs (2000)
»
details
The Beach Boys - 1967 (2017)
Een pot honing op de plank in Brian's keuken inspireerde de band tot het maken van het album Wild Honey, zo gaat het verhaal. En zo huiselijk gaat het er ook aan toe op dit grotendeels thuis bij Brian opgenomen album. Met amper 24 minuten is het niets te lang. De plaat werd destijds matig ontvangen en slechts een paar maanden uitgebracht na Smiley Smile: het album met de brokstukken van wat een groots album had kunnen zijn: Smile.
De Beach Boys zaten midden in een experimentele periode. Op zoek naar richting en inspiratie. Opmerkelijk zijn de soulinvloeden op de plaat, met I Was Made to Love Her als opvallende coverkeuze. Here Comes the Night kent ook dat stampende Motown-geluid. Daarnaast vallen de bijna kinderlijk naieve songs op, zoals Brian's I'd Love Just Once to See You .
Een speels en oprecht album, dat nauwelijks werd verkocht en waar misschien weinig fans op zaten te wachten. Het werd het laatste mono-album van de band. Nu, in 2017, pas voor het eerst in stereo uitgebracht.
Let the bees make honey
Let the poor find money
Take away their sorrows
Give them sunshine tomorrow
Dat zingen the boys in het nummer Let the Wind Blow en het verklaart de subtitel van dit album 1967 - Sunshine Tomorrow.
In het jaar na het mislukte Smile-project begon een opmerkelijk creatieve periode. Niet de hits maar de vocale harmonie en de innerlijke groei stond voorop. Wild Honey (1967); Friends (1968), 20/20 (1969); Wildflower (1970) en Surf's Up (1971) kun je wel zien als resultaat van dit creatieve proces dat met het Smile-project werd ingezet. Kinderlijk naief en onbevangen en al lang niet meer de band met de grote surfhits. Intiem, rommelig soms, alsof je het meebeleeft in de huiskamer van dit muzikale gezin.
1967 - Sunshine Tomorrow heeft dat intieme van meekijken in het leven van de boys. Je hoort hoe nummers ontstaan in oefensessies, hoe de vocalen elkaar zoeken in harmonie. Backingtracks, demoversies, het is misschien niet voor iedereen even interessant. Als liefhebber kan ik er wel wat mee. Het laat de band een stuk dichterbij komen, kwetsbaar, menselijk, benaderbaar. Er moest ook gewoon hard gewerkt worden in de studio en lang niet alles lukte ook.
Ook bij de live-registraties heb je niet het idee dat het allemaal vanzelf ging. Een beetje ruw en onbeholpen af en toe. De opnametechniek laat hier steken vallen. Het maakt wel duidelijk waarom het live-album Lei’d in Hawaii nooit werd uitgebracht.
Mooiste track is misschien wel het vervreemdende intrumentale Fall Breaks and Back to Winter of anders de curieuse Beatles cover With a Little Help from My Friends .
Eigenlijk teveel om op te noemen. 1967 is Wild Honey met een eindeloze reeks bonustracks. Prachtig.
»
details
» naar bericht » reageer
The Band - Greatest Hits (2000)
»
details
The Alan Parsons Project - The Turn of a Friendly Card (1980)
»
details
The Alan Parsons Project - The Essential (2007)
Natuurlijk heeft een verzamelalbum zo z'n beperkingen. Helemaal ideaal is het nooit en de samenhang die we op de conceptalbums zo duidelijk ervaren, moeten we hier missen. Daarom is 5 sterren misschien net teveel eer. Goed is in elk geval dat ook het eerste album, Tales of Mystery and Imagination - Edgar Allan Poe (1976) is meegenomen met de eerste drie tracks. Dat eerste album verscheen bij Mercury, de vervolgalbums op het Arista-label en dat gaf bij eerdere verzamelaars wel eens problemen.
We gaan mooi chronologisch door de tien jaren van het Project. Buitenbeentje is No Answers Only Questions, een nummer dat we alleen bij de bonustracks op de CD-heruitgave van Vulture Culture (1985) eerder tegenkwamen: een prachtige 'kale' gitaarsong. Zo kon het dus ook.
The Alan Parsons Project bracht in die tien jaar, 1976-1986, een bijna klassiek stuk Britse kwaliteitspop voort. De meewerkende artiesten werden zorgvuldig voor ieder conceptalbum geselecteerd en ook productioneel werd weinig aan het toeval overgelaten. Daarmee is het hele nette muziek geworden, waarbij je wel eens het gevoel bekruipt dat het een beetje steriel en gepolijst dreigt te worden. Vooral bij de laatste albums is die technocratische inslag wel duidelijk merkbaar. Daarmee doe ik niets af aan de kwaliteit van de songs en de vaak verrassend goede teksten. De handtekening van Eric Woolfson (1945-2009) is onmiskenbaar. Uit de latere soloplaten van Alan Parsons blijkt duidelijk hoezeer we deze inspirator moeten missen, naast de productionele kunde van de heer Parsons zelf. Daardoor was juist deze periode zo uniek. Het effect van 1+1=3.
Goede selectie op dit dubbelalbum met ruim tweeënhalf uur luisterplezier. Mijn favorieten: To One in Paradise, Some Other Time, The Eagle Will Rise Again, Nothing Left to Lose, Silence and I, Ammonia Avenue, Let's Talk About Me, No Answers Only Questions en het wonderschone La Sagrada Familia.
»
details
» naar bericht » reageer
The Alan Parsons Project - Tales of Mystery and Imagination - Edgar Allan Poe (1976)
(reactie op ander bericht)
Dat kan gebeuren. Het is, denk ik, het minst direct toegankelijke album van The Alan Parsons Project en het 'Project' bestond toen nog uit niets anders dan dit verhaal rond Edgar Alan Poe. Een bijzonder concept.
De songs afzonderlijk zijn niet het sterkste punt. Het is zeker geen verzameling goede liedjes. Eigenlijk zit de kracht in de spanningsopbouw van het hele album waarin je meegenomen wordt. Er loopt een lange lijn van emotionele opbouw door het hele album heen. Met de rare kronkels van deze vreemde negentiende eeuwse auteur. In één woord: suspense. En dat op de grens van het krankzinnige. Voor wie zich beroepsmatig bezighoudt met psychiatrie, zoal ik doe, een interessant palet van geestelijke stemmingen en psychose. Dit was Poe ten voeten uit. Een gevecht tegen zijn demonen.
Geen bezwaar tegen de introducties door Orson Welles op de 1987 CD editie van het album. Het geeft het woord 'suspense' extra betekenis.
Je hebt gelijk: de betere songs zouden op latere albums voorkomen. Als concept vind ik dit toch wel meer dan geslaagd.
»
details
» naar bericht » reageer
The Alan Parsons Project - Pyramid (1978)
»
details
The Alan Parsons Project - I Robot (1977)
Het tweede album van The Alan Parsons Project was het eerste resultaat van het nieuwe contract dat Parsons en Woolfson tekenden bij Arista. Na het klassiek orkestrale en soms beklemmende Tales of Mystery and Imagination, bleek er belangstelling genoeg voor een vervolgproject.
En er werd hier opnieuw hoog ingezet. Na de psychopathologische verwikkelingen uit de nalatenschap van Edgar Allan Poe, werd nu de focus gelegd op een thema uit het werk van Isaac Asimov: kunstmatige intelligentie. Wat als de wereld in de greep raakt van de robots, als de machine die de mens bouwde de dienst gaat uitmaken op aarde. Een al even beklemmend SF-thema.
Ondanks de fantasierijke verpakking, zit er iets van een moraal in het verhaal van Asimov. Wat de mens zelf geschapen heeft kan zijn eigen ondergang betekenen. In het slotnummer Genesis Chapter 1verse 32 wordt gerefereerd naar die menselijke scheppingsdaad als iets noodlottigs.
Zonder heel boodschapperig te willen zijn, is dit onderwerp op uitstekende wijze verwerkt in het album. Indringend, tekstueel raak, maar voor die tijd zeker heel modern uitgewerkt met funky discoritmes en futuristische synthesizers. We herkennen in The Voice de basis van 'Papa was a Rolling Stone' van The Temptations.
Erg knap is het dialogische wisselkarakter van het album. Stevige nummers met heftige gevoelens worden afgewisseld door gevoelige stukken met zelfreflectie en emotie. Zo staat Breakdown als een huis tussen Some Other Time en Don't Let it Show. Je bent dan op de helft van het album en draait om naar kant 2. Daar brengt The Voice je weer in een heel andere sfeer. De spanning stijgt en je denkt een stuk berusting gevonden te hebben in Day After Day, maar rolt dan verder in een spannende Total Eclipse. Het idee van conceptalbum is hier volmaakt uitgewerkt: verhaal, verwoording, verbeelding. Alle verdere vervolgplaten van The Project hebben een thema, maar weinig hebben de lijn van het verhaal zo vastgehouden als hier op I Robot.
Andrew Powell was op dit album opnieuw de man die de inbreng van het orkest maximaal benutte met zijn arrangementen. Parsons en Woolfson zien we hier gezamenlijk optrekken als componisten, maar inmiddels weten we wel dat vooral Eric Woolfson de creatieve kracht was achter de meeste songs en Parsons de instrumentale kleur gaf. In de band de kernploeg van Pilot: Paton, Tosh en Bairnson, die in vaste dienst kwamen bij producer Parsons. Verder de stemmen van o.a. Allan Clarke en Steve Harley. Geen kleintjes dus die hier hun medewerking verlenen.
The Alan Parsons Project bewees geen eenmalig samenwerkingsverband te zijn. Zonder afhankelijk te hoeven zijn van single-successen konden de heren jaar na jaar hun conceptalbums blijven maken voor Arista. Een zekere druk zullen ze daarbij wel gevoeld hebben en vooral in de jaren '80 vertaalde zich dat naar meer profileren voor de grote Amerikaanse markt. Maar zeker ook in de Duitstalige landen, Scandinavië en Nederland ontstond een trouwe aanhang. Die fans moesten het helemaal hebben van de fraai verzorgde albumreleases. Concerten waren er immers niet. Onvoorstelbaar voor nu.
»
details
» naar bericht » reageer
The Alan Parsons Project - Gaudi (1987)
»
details
The Alan Parsons Project - Eve (1979)
»
details
Supertramp - The Very Best Of (1989)
»
details
Supertramp - Some Things Never Change (1997)
Vijfentwintig jaar na uitbrengen en na jaren verstoffen in het CD-rekje, toch weer eens in de speler geschoven, in afwachting van aangename verrassingen. Opmerkelijk dat de band onder leiding van Davies, tien jaar na Free as a Bird (1987) nog in leven bleek. Of gereanimeerd, kunnen we beter zeggen, want eigenlijk was het in 1988 toch wel gedaan met de groep.
Oudgediende Dougie Thomson had inmiddels zijn basgitaar ingeruild voor een baan bij een muziekuitgeverij en deed niet meer mee. Nieuw zijn hier Mark Hart en een handvol studiomuzikanten. De oude kern wordt gevormd door drummer Bob Siebenberg, blazer John Helliwell en natuurlijk oprichter Rick Davies.
Hoe zat het met het bestaansrecht van de band? Natuurlijk, Davies had alle recht om onder de bandnaam verder te gaan en een nieuw hoofdstuk toe te voegen. En behalve het uitbrengen van een studio-album was de band op 1 mei dat jaar in Ahoy Rotterdam begonnen aan een omvangrijke wereldtournee, de eerste sinds 9 jaar podiumstilte. Een herleving, nieuwe glans, een nieuwe kans om oude en nieuwe fans warm te krijgen. Het had zo mooi kunnen zijn! En Rick Davies was met zijn 53 jaar dan niet piepjong meer, maar toch nog niet van plan met pensioen te gaan.
Maar, zoals het nog steeds wel met de waterkraan gaat als je die opendraait: het frisse water komt na even doorstromen vanzelf, zo was het niet gesteld met de inspiratie in dat merkwaardig ongrijpbare beroep van liedjesschrijver van een superband. Zal de man wanhoop gekend hebben of dacht hij wérkelijk dat er prachtige dingen uit zijn pen rolden? In een song als You Win, I Lose, wat tot de best genietbare songs van het album behoort, komen we een duidelijk voorbeeld tegen van het soort rijmelarij waar Davies patent op heeft:
"You win, I lose
I beg, you choose
You're so cool and I'm confused
I'm me and you're you
You're so loose and I'm uptight
You're day, I'm night"
En dan kan de zanger niet wachten op de dag dat de rollen zijn omgedraaid:
"I can't wait for the day
when I win, You lose
You beg and I choose
You're in the shade, I'm on parade"
En zo gaat het eigenlijk het hele album door in teksten waarin de ik-figuur zijn liefde en trouw moet bewijzen tegenover een 'you' die over hem heenloopt en niet ziet staan. Kortom: The Blues.
"Sooner or later it's gonna get better
Sooner or later I'm gonna get over her."
Het is een drama van begin tot eind en naar lichtpuntjes moet gezocht worden. De blues dus en hier en daar rammelt een bluespianootje zoals in Help Me Down That Road . Muzikaal is het allemaal prima uitgevoerd, het tempo ligt laag, dus niemand van de bandleden hoeft zich te verslikken en de productie is mooi organisch en mist het duidelijke jaren '80 stempel van de voorganger.
En dan toch ... de composities. Het is te mager om echt te boeien. Het typisch Engelse theekransje, dat zelfs op de maan doorgang moet vinden beeldt een traditie uit die onverwoestbaar is. Dat is ongeveer wat de hoes wil zeggen. De Supertramp-traditie, laten we zeggen: de creatieve hoogtijdagen 1974-1979, vormde een zekere garantie dat je ieder album in dat decennium blind kon aanschaffen. Er was wat te ontdekken, je liet je verrassen. En ook met "...Famous Last Words..." (1982) en Brother Where You Bound (1985) kon je je nog prima vermaken.
Dat vanzelfsprekende was nu verleden tijd. Niet alleen door het vertrek van Roger Hodgson in '83, want Rick en Roger konden elkaar creatief aardig tegenwicht bieden, maar er zijn nu eenmaal processen die je niet kunt sturen, zelfs niet met de beste musici en in de duurste studio. Het is de richtingloosheid die het geheel de das omdoet. Vanaf de eerste noot proef je dat het nergens heen gaat of echt spannend gaat worden.
De enige eervolle vermelding gaat naar Mark Hart die zijn best doet er een stuk elan in te brengen. Op de opvolger Slow Motion (2002), tevens de definitief laatste plaat onder de bandnaam, is het helemaal duidelijk: hier gaat niets meer vanuit. Alleen live op het podium horen we nu en dan nog een band die er zin in heeft, met een zaal vol fans die toch eigenlijk komt voor het oude werk. Dat is de kracht van behaalde resultaten uit het verleden. En dat verleden mag er zijn.
Een duister geheim in de muziekgeschiedenis. Inspiratie heeft een momentum. Het komt niet op bestelling. Wat sommige andere bands wel lukte: een herleving in de aanloop naar het nieuwe millennium, zat er hier niet in. Sommige albums hadden beter niet uitgebracht kunnen worden. En het zou zomaar kunnen dat dit er één van is.
»
details
» naar bericht » reageer
Supertramp - Slow Motion (2002)
De laatste drie albums van Rick Davies' Supertramp vallen in de categorie 'problematisch'. Weinig geliefd, weinig verkocht. Zo zeer zelfs dat Universal er inmiddels geen moeite meer voor doet de voorraad aan te vullen. Op=op. Zo ook met dit album, Slow Motion uit april 2002. Het album deed opmerkelijk weinig in de verkoopcijfers. In thuisland GB haalde het de albumlijsten niet eens, in Nederland werd plaats 83 als hoogste positie bereikt en in de VS was het album alleen via de website van de band te bestellen. In Frankrijk en Zwitserland haalde het album toch nog voorzichtig de Top 10. Merktrouw, zullen we het maar noemen. Het is toch wel Supertramp.
Maar goed, ik ben als wandelend luisteraar toch meer geïnteresseerd in de inhoud dan in de sales, dus die wil ik dan ook graag nog eens langslopen. Opmerkelijk is natuurlijk dat Davies de band bij elkaar wist te houden. John Helliwell, Bob Siebenberg als oudgedienden en Mark Hart, die inmiddels hier al 15 jaar bij de band meeloopt, gitarist Carl Verheyen en bassist Cliff Hugo, die ook op het vorige album al Dougie Thomson verving. Er was dus wel sprake van enige continuïteit. Maar was er ook groei?
Als we het moeten samenvatten wat dit album kenmerkt, dan is het: trage jazzblues. Met progressieve rock heeft het vrijwel niets meer. De eerste vier nummers zijn nog wel als popsong te herkennen en zouden naadloos op de twee voorgangers gepast hebben. Slow, relaxt, jazzy, anoniem en inwisselbaar.
Pure Jazz vinden we vooral in Tenth Avenue Breakdown, dat met 9 minuten echt veel te lang duurt.
De Blues met name in A Sting in the Tail en Dead Man's Blues, dat met dik 8 minuten ergerlijk langdradig wordt.
Opvallend buitenbeentje op het album is de aardige countryrocksong Goldrush, dat Davies begin jaren '70 schreef met mede-oprichter Richard Palmer-James, die al in '72 de band verliet en tekstschrijver werd voor King Crimson. Met drie minuten prettig compact maar wat een anachronisme! Het hoort hier natuurlijk niet tussen.
Zag ik eerder nog wat meer licht aan het eind van de Supertramp-tunnel, dan moet ik nu constateren dat er weer een half sterretje af moet. Dit is in niets geslaagder of onderhoudender dan Some Things Never Change (1997) of Free as a Bird (1987). Dik onvoldoende? Nou dat ook weer niet, want Davies heeft best een goede stem en voordracht en de muzikanten komen uit de A-categorie. Aan blazer Helliwell en drummer Siebenberg ligt het niet. Maar het klinkt allemaal zo hopeloos vrijblijvend en mist iedere urgentie die je toch van een Supertramp-plaat mag verwachten. Daarbij mis ik op dit album de inbreng van Mark Hart, die als bandlid en medeproducer zijn best doet zo weinig mogelijk op te vallen. Juist hij had hier het verschil kunnen maken, dacht ik.
De laatste. Dat is nu wel zeker. Het plaatje had ik al een paar jaar niet meer gedraaid. Kan nu weer helemaal rechts in het rijtje Supertramp, terug in de kast. Over weer een paar jaar nog eens proberen. Wie weet wat me toch nog ontgaan is.
»
details
» naar bericht » reageer
Supertramp - Free as a Bird (1987)
Rick Davies krijgt weinig handen op elkaar voor zijn 1987-project Free as a Bird. Allmusic kan er niet meer van maken dan anderhalve ster en voegt er aan toe: ' a colorless and tuneless collection of prog rock ...'.
Da's niet best. Ook ik heb er heel wat jaren over gedaan om deze vreemde vogel aan mijn Supertramp CD-collectie toe te voegen. Het bange vermoeden hier flink teleurgesteld te gaan worden, deed me besluiten te wachten tot het schijfje ooit nog eens in de koopjesbak zou verschijnen. En dat gebeurde.
Terecht werd hierboven al opgemerkt dat Davies op het verkeerde paard had gewed. Hij dacht verder te moeten met de Cannonball van de voorganger en vergat dat juist het titelnummer Brother Where You Bound het meeste te bieden had om creatief op voort te borduren. Hoe kon hij zo de verkeerde weg inslaan?
Allereerst: de tijd zat niet mee voor progressief klassieke rock. Lange gitaarsolo's werden weggejoeld, dat was voorbij. Je moest vernieuwen of je kon het schudden. Zo ongeveer was op dat moment de sfeer. Het moest een beetje meer swingen, maatschappijkritiek werd vervangen door iets met plezier maken en neoliberaal don't worry, be happy roepen. Liefdesliedjes dus en niet te zwaar. Je moest nu eenmaal met je tijd meegaan. Desnoods kon je nog als AOR /Arenarocker met powerballads voor de dag komen om je rockjasje te redden.
Makkelijk hier nu cynisch over te doen. Maar 1987 was zeker geen makkelijk jaar voor de progressieve rock.
Dus wat deed Davies dan ook: danspasjes inbrengen op zijn nieuwe album. Strak, stevig verpakt in synth en drumcomputer, machinaal en steriel. Daarop kon je wel dansen, maar swingen ho maar. Op en neer tikkend met de voetjes, vinger knippend op de vierkante decimeter, klinkt het als een stationair draaiende motor, zonder vooruitgang of acceleratie. Eindeloos herhalende refreintjes en wat jazzy getoeter van sax en trompet. Zo kun je best 5 minuten volmaken. Misrekening, want Davies had best kaas gegeten van de blues, maar veel te weinig soul in de genen om hier dansbeweging in te krijgen. En dat wreekt zich in de pure verveling die je voelt opkomen. Niet vooruit te branden die klinische tapdance.
In de tang van de tijd dus, dit album. En dus ook: gebrek aan ruggengraat. Achteraf had het veel beter gekund. Maar ook erger! Want na de uptempo opener kom ik toch ook een paar heel aardige songs tegen die ik graag nog eens in de repeat gooi:
Not the Moment is goed, het bijna sprankelende, in duet met Mark Hart gezongen, Where I Stand en Thing for You, een nummer met een mooie spanningsboog. Titelsong Free as a Bird is aardig, maar meer ook niet. Slotnummer An Awful Thing to Waste ontpopt zich als een verschrikkelijke 'Cannonball deel zoveel', maar ik word tegen het einde verrast door een prachtige gitaarsolo. Dus toch.
De rest van het album is minder memorabel en het kost je moeite, ook na drie keer afspelen, je er een regel of melodie van te herinneren. Anoniem vermaak. Goed gemusiceerd, maar hoe saai soms.
Voor de geluidsfanaten: de versie van 2002 is uitstekend geremasterd door Greg Calbi and Jay Messina van de Sterling Sound studio in New York. Klinkt echt heel goed. En dat mag voor sommigen dan tenslotte een schrale troost zijn.
Rick's Supertramp was na de split-up in zwaar weer terecht gekomen en had de grootste moeite koers te houden. Interessant te bedenken hoe het zou zijn gegaan als Roger Hodgson nog meegedaan had. Gezien zijn weinig succesvolle vervolg als solo-artiest, moeten we vrezen dat ook mét Hodgson Supertramp het glibberige slingerpad gekozen had. En waarschijnlijk niet eens veel beter dan dit resultaat
»
details
» naar bericht » reageer
Supertramp - Even in the Quietest Moments... (1977)
Een zwaarmoedig album, opgenomen hoog in de bergen van Colorado in de fameuze Caribou Ranch Studios. De hoesfoto van de vleugel in de sneeuw is zonder fotoshoppen op lokatie gemaakt.
In 1977 leefden we nog maar 32 jaar na de Tweede Wereldoorlog. Een vergelijkbare sprong in de tijd als van van nu naar de val van de Muur in 1989. Momenten die nog redelijk vers zijn in mijn herinnering. Die Trabantjes met huilende DDR-bewoners die ineens naar West konden doorrijden.
Fool's Overture gaat over de lessen die door Engeland geleerd zouden zijn van de Tweede Wereldoorlog. Winston Churchill wordt zelfs sprekend opgevoerd met zijn beroemde onverzettelijke uitspraak "we shall never surrender". Een imposant nummer van bijna 11 minuten, dat eerbiedig wordt uitgedraaid in de Top 2000. Dit jaar komt het nummer, met een redelijk stabiele notering en dus vaste aanhang uit op plaats 71.
Imposant nummer nog steeds, wel wat topzwaar door thematiek en de zware, bijna klassieke muziek. Even de lessen van WOII behandelen in een nummer, ook al duurt dat langer dan 10 minuten, het is ook wel een tikje pretentieus. Vooral als het dan ook nog de spirituele kant opgaat. Fijn, dank u jongemannen. Dat hadden we even nodig. Meer Hodgson dan Davies hoor ik hier.
Ik blijf het een prachtig nummer vinden, maar zoek er liever niets diepers in. Een eeuwige bewoner van de Hollandse Oudejaarslijst op Radio 2. Mét poedersuiker. Volgend jaar weer.
»
details
» naar bericht » reageer
Supertramp - Crisis? What Crisis? (1975)
Draai ik nog steeds regelmatig en veer even op bij :
Sister Moonshine, A Soapbox Opera, Another Man's Woman en Lady.
Beetje luchtiger dan de zwaarmoedige voorganger en fraai gezongen door Rick en Roger.
»
details
» naar bericht » reageer
Supertramp - Breakfast in America (1979)
Het had niet veel gescheeld of de titel van dit album was Hello Stranger geworden: een verzameling songs in dialoogvorm tussen Davies en Hodgson, zo gaat het verhaal.
Hoewel Davies dit graag verder had uitgewerkt, stelde Roger Hodgson voor het album wat luchtiger van toon te maken en de grappige titel Breakfast in America mee te geven. En zo gebeurde het.
Breakfast is, meer nog dan de voorgaande albums, hét Wurlitzer piano-album. Daarmee werd het kenmerkende geluid van Supertramp versterkt. De electrische piano werkte nu als een direct herkenbare 'signature' van de band.
En, hoe beklemmend somber de sfeer was op voorgaande platen, zo bijna blijmoedig was de toon in sommige nummers hier. Opgewekt moet het ook gegaan zijn in de samenwerking tussen de twee voormannen Davies en Hodgson, veroordeeld tot elkaar als tegenpolen, maar hier, volgens ooggetuigen, opvallend coöperatief.
Nu is dat allemaal relatief. Ook in The Logical Song, gaat het over een kind dat niet begrepen wordt en zichzelf niet begrijpt: “Please tell me who I am”, in de stijl van Crime of the Century. En bitter-scherp is ook de tekst van Child of Vision, het prachtig hypnotiserende slotstuk van het album.
Verder wordt er een verhaaltje verteld. Een reisje Amerika. Een verhaal ook over weggaan, vervreemding en de moeizame weg naar huis vinden: Take The Long Way Home. Hoezo vrolijk? Relatief dus.
In de nummers van Davies merken we toch nog wel dat hij in de richting werkt van de relationele dialoog, zoals hij met dit album voor ogen had: Goodbye Stranger, Oh Darling en Casual Conversations gaan duidelijk in die richting. Intussen gaat Hodgson verder op de spirituele lijn van Even In The Quietest Moments (1977) met Lord Is It Mine en de kwetsbare kinderziel van het al genoemde The Logical Song en Child of Vision.
Drama en nuchterheid. Hemels en aards. Het klikte niet, maar paste wel uitstekend in elkaar. Het schrijversduo werkte dan wel langs elkaar heen, maar vond elkaar in het resultaat. En dat in een wonderlijk geslaagde vorm.
Het album werd opgenomen in The Village Recorder in Los Angeles. Een bijzondere locatie, vinden sommigen. In de voormalige vrijmetselaarstempel zouden geheime krachten werkzaam geweest zijn. En dan komen we op het hoesontwerp met serveerster Kate Murtagh. Als levend vrijheidsbeeld staat ze voor haar ontbijttafel, opgemaakt als de skyline van New York, waarop de Twin Towers door een glas juice (als mix ook wel 'fireball' genoemd) worden geaccentueerd. De letters U P van de bandnaam zijn deels afgedekt door de torens. In spiegelbeeld lezen we met een beetje goede wil: 9 11. Geheime krachten of stom toeval? Bestaat voorkennis?
Hoe we dit ook verder willen begrijpen, er waren wel degelijk verwoestende krachten onder de oppervlakte bezig: de snelle verwijdering tussen de hoofdrolspelers Rick en Roger. Hier nog zo goed samen, maar spoedig daarna in conflict. Op de één of andere manier kwam het niet meer goed tussen die twee. Het pathetische en moeizaam tot stand gekomen …Famous Last Words… bewees drie jaar later dat er iets definitief was veranderd. Een onvermijdelijk en grimmig afscheid volgde van twee helften die elkaar op Breakfast nog zo perfect leken aan te vullen.
Breakfast in America bleek een uiterst succesvol album. Met de nodige hitgevoeligheid geschreven voor publiek aan beide zijden van de grote plas, zonder 'on-supertramps' oppervlakkig te worden. En schitterend geproduceerd. Eind deze maand 40 jaar oud maar liefst en ik draai 'm zeker nog een paar keer de komende weken. Een super deluxe remaster hebben we in 2010 al gehad en die hoeft niet beter. Het blijft een topstuk in mijn collectie: 5 sterren!
»
details
» naar bericht » reageer
Supertramp - "...Famous Last Words..." (1982)
Supertramp raakt hier uitgeblust. Maar het vakmanschap is er nog steeds. Het album draagt het productionele stempel van voorganger Breakfast in America maar blijft daar qua composities een stukje onder. Daarmee is nog niet alles verloren : Crazy, Know Who You Are, My Kind of Lady, C'est le Bon en het droevig wegstervende Don't Leave Me Now zijn zeker het beluisteren waard. En dat is nog heel wat.
»
details
» naar bericht » reageer
Steven Curtis Chapman - More to This Life (1989)
»
details
Steve Hackett - Selling England by the Pound & Spectral Mornings (2020)
Bijna zeker beschouw ik Spectral Mornings (1979) als het beste album van Steve Hackett en Selling England by the Pound (1973) als vrijwel onbetwist hoogtepunt in de discografie van Genesis.
Daarmee zeg ik helemaal niets teveel, denk ik, en sluit ik aan bij het warm kloppende hart van een grote schare Genesis-liefhebbers.
Fraai is dat het hier live wordt neergezet met de opnametechniek waar in die jaren alleen maar van gedroomd kon worden. Daarbij, het live-effect van deze registraties, de interactie op het podium en met het publiek, wat soms een storende factor kan zijn, werkt hier wonderwel goed en versterkt de uitvoering.
Het is geen droge herhalingsoefening, maar een doorwrocht stuk opnieuw beleven van deze muzikale hoogtepunten met de solerende gitaar in het middelpunt. Dit is progrock van de bovenste plank.
Nu weten de fans dit allemaal natuurlijk al lang, maar ik wil er alleen nog maar even een streep onder zetten. De beleving van beide albums op deze dubbelaar doen zeker niet onder voor het origineel, al mis je af en toe een beetje de vocalen van destijds.
Hackett heeft met zijn band de afgelopen jaren een enorme productie gekend van live-podiumregistraties en recent ook enkele studioalbums. Steve Hackett is een bijzonder energieke artiest die nu, als zeventiger, de tijd van zijn leven lijkt te hebben. En technisch is blijven groeien door de jaren.
Daarmee kunnen we hem feliciteren: mooi om nog zo productief en creatief te zijn, maar voor mij is het niet nodig de stroom aan releases allemaal tegen elkaar af te zetten in minnen en plussen. De bijgeleverde DVD heb ik nog niet eens opgezet. Heel eerlijk gezegd heb ik daar ook niet zo'n behoefte aan. De audio-CD's zijn al indringend genoeg. En dat de goede man er voor zijn leeftijd nog zo goed uitziet, dat wil ik best aannemen.
»
details
» naar bericht » reageer
Solution - Solution (1971)
»
details
Solution - Divergence (1972)
»
details
Simon and Garfunkel - The Concert in Central Park (1982)
Naast de Best Of ... kun je ook deze van Paul en Art niet missen. 19 september 1981; gedenkwaardig en bijna heilig moment voor een generatie die met deze muziek opgroeide. Prachtig vastgelegd.
»
details
» naar bericht » reageer
Simon and Garfunkel - Bridge over Troubled Water (1970)
»
details
Simon & Garfunkel - The Best Of (1999)
»
details
Simon & Garfunkel - Sounds of Silence (1966)
»
details
Roy Orbison - Mystery Girl (1989)
'The Big O' stond ineens weer volop in de belangstelling door zijn deelname aan de ‘grote jongens-band' The Travelling Wilburys, als broertje Lefty schouder aan schouder met Tom Petty, George Harrison, Bob Dylan en Jeff Lynne. Een zeer succesvolle rentree.
Dat hij nog meer in het vat had, bleek uit dit album onder eigen naam, dat in januari 1989 van de CD-persen kwam rollen. Postuum, want de man met de zonnebril ging in december ‘88 van ons heen. De schaduw van zijn dood, maar ook de glans van zijn eeuwige roem is daarmee verbonden aan deze schijf. Natuurlijk is het een prachtplaat. Ook nu nog klinkt het als een klok. De rijke productie en de kwetsbare emotionele stem van Roy. Het moet een hele lieve man geweest zijn. Dat kan niet anders, want een krachtpatser was hij niet.
Een nummer als A Love So Beautiful gaat me door merg en been. Met de typische Lynne-productie wordt het maximale effect bereikt in dit zwaar romantische verloren-liefdesliedje.
Erg mooi zijn ook Californa Blue en She’s a Mystery to Me, met Bono aan de knoppen.
Opener You Got It is het meest van alle een Wilbury-nummer dat naadloos op de groeps-plaat van de mannen had gepast. Een lekker ongecompliceerde deun, met raffinement in elkaar gezet.
Prachtig laat T. Bone Burnett de oude glans van eind jaren vijftig herleven in The Comedians.
Eigenlijk kom ik geen missers tegen en geniet ik van het contrast, hoewel in de eerste helft duidelijk het meeste kruit wordt verschoten. Maar daar hebben we de shuffle-knop voor tenslotte.
»
details
» naar bericht » reageer
Rod Stewart - Another Country (2015)
»
details
Rob Hoeke Rhythm & Blues Group - Rob Hoeke (1988)
Rob Hoeke was, tot aan zijn dood in '99, een plaatsgenoot van me en ik heb hem een paar keer in een lokale oefenruimte horen spelen. Meest bekend om zijn 'boogie woogie', een afro-amerikaanse pianostijl uit eind negentiende/begin twintigste eeuw. Het heeft zijn wortels in de blues en ragtime. Grote namen: Jerry Lee Lewis, Albert Ammons, Jack Dupree, Cow Cow Davenport en Fats Domino. Rob Hoeke rammelde het met groot gemak uit zijn handen. Verder horen we invloeden van The Animals.
Dit stukje encyclopedische info heb ik even opgezocht natuurlijk. Hier heb ik mijn exemplaar van de verzamelaar Rob Hoeke van de Rob Hoeke Rhythm & Blues Group. In 1988 op CD gezet, vermoedelijk eerder op elpee. Deze titel klopt niet helemaal, want de nummers 2,4,8 en 14 komen van dit album van Rob Hoeke & Boogie Woogie Quartet uit 1964, de band waarmee Rob van 1959 tot 1965 optrad en dit debuutalbum opnam bij Phonogram.
Frisse oer-rock van Haarlemse bodem, want behalve de honkietonk-blues maakte de band later in de jaren '60 een paar flinke nederbiethits zoals Drinking On My Bed (nr. 11 in 1968), Down South (nr. 8 in 1970), Margio (nr. 15 in 1966), en When People Talk.
Kan niet gemist worden als we het over de nederpopgeschiedenis hebben.
»
details
» naar bericht » reageer
Rick van der Linden & Rein van den Broek - Cum Laude (1988)
Een plaat die ik met de nodige mildheid beluister is dit tweede Cum Laude van toetsenist Rick van der Linden en Rein van den Broek. Ook oud-Ekseption slagwerker Peter de Leeuwe is van de partij en we kunnen dus wel spreken van een reünie van de band, ware het niet dat ook Tom Parker (bekend van Apollo 100 en The New London Chorale) een aantal nummers inbrengt. Watermusic, Annabel, Mozart en Caminante zijn van zijn hand of bewerkt en gearrangeerd, de overige nummers werden onder leiding van Rick en Rein in de Wisseloord Studio's opgenomen.
Ook in 1980 werd een album opgenomen onder naam Cum Laude, met religieuze nummers en dat klonk meer devoot en ingetogen, mede door de vocalen van Balloon. Op dit album is de sfeer nog wel gewijd, een beetje plechtstatig met nadrukkelijk orgelspel en trompet, maar is het bewerken van klassieke stukken, in de beste Ekseption-traditie weer voortgezet. De nummers van eigen hand sluiten hier naadloos bij aan. Vlotte boogie-woogie en razendsnel toetsenwerk en improvisatie, zoals in de jonge jaren, ontbreekt nu echter volledig.
Het mooiste werkje is wat mij betreft het eenvoudige After Rain waarin Rein van den Broek soleert. Ook slotnummer Candlelight valt op. Gary Brooker schreef het thema. Het openingsnummer Interlude bouwt mooi op en bevat een stuk orgelspel van Rick op het orgel van de Ned. Hervormde Kerk in Blaricum.
Tom Parker zet met Caminante beslist een mooi stukje neer.
Ik weet niet precies hoeveel lof ik voor dit album kan opbrengen. Het vuurwerk van pakweg 20 jaar eerder bij het eerste Ekseption-album is ingeruild voor een veilig knappend haardvuurtje: behaaglijk en warm, maar muzikaal zeker verantwoord en vakkundig ingespeeld. Anno nu zal het voor jonge oren vast erg suf klinken. Voor mijzelf kan ik het geluid van dit album niet losmaken van de herinnering aan de muzikanten en hun verhaal. Rein en Rick hebben bij mij een streepje voor.
Er zit veel tragiek in de geschiedenis van de band Ekseption. Na de betrekkelijk korte succesperiode lukte het niet meer met de soloprojecten en de herstart van de band in de jaren '70 en '80. Ook dít album kunnen we rekenen tot de categorie 'opnieuw geprobeerd', maar helaas niet succesvol gebleken. De naam van Tom Parker op de hoes kon dit project ook niet helpen aan een internationale doorbraak.
En dan is er natuurlijk de tragiek van de veel te vroeg overleden bandleden: Tim Griek (1988), Huib van Kampen (2003), Cor Dekker (2005), Rick van der Linden (2006), Peter de Leeuwe (2014) en Rein van den Broek (2015).
Petje af voor deze mannen, ze kenden succes en tegenslag. Laten we ze niet vergeten.
»
details
» naar bericht » reageer
Rick van der Linden & Rein van den Broek - Cum Laude (1980)
Mooi album. Religieus inderdaad en daar hadden de katholieke jongens Rick en Rein toch wel wat mee, en na hun 'wildere jaren' in toenemende mate. Naast klassiek ook een bewerking van I Don't Know How to Love Him uit de musical Jesus Christ Superstar.
Opvallend op dit album is de vocale ondersteuning, die het sacrale gehalte verder omhoog brengt. Zangeres is Getty Kaspers, bekend geworden met Teach-Inn, waarmee ze in 1975 het Eurovisie Songfestival won met het liedje Ding-a-dong, dat vreemd ver afstaat van wat we hier horen.
Er zit veel tragiek in de levens van de Ekseption-bandleden en zeker ook in dat van Getty. Er moet daar boven een hemels bandje in de maak zijn waar we hier alvast een klein voorproefje van krijgen. Het ontroert me, al ligt het sentiment op de loer. Statig en met gevoel uitgevoerd is het allemaal. Ondenkbaar eigenlijk dat zoiets vandaag de dag nog uitgebracht zou worden.
Verder heb ik hier een CD-uitgave met 11 tracks van dit album, in een wat andere volgorde ook, maar het hoesje brengt me niet veel verder, want kloppen doet het niet. Maar misschien is dat het ergste ook niet. Het plaatje zat als onverwachte bonus in het doosje van The Lost Live Concert Tapes, met Live In Germany (1993) van Ekseption. Het doosje verscheen in 2009. En hoewel er op deze uitgave wel wat is aan te merken: het is mooi gedenkmateriaal.
»
details
» naar bericht » reageer
Randy Newman - Lonely at the Top (1987)
»
details
Randy Newman - Born Again (1979)
»
details
Procol Harum - The Well's on Fire (2003)
»
details
Procol Harum - Still There'll Be More (2018)
Sinds de dood van Gary Brooker, op 19 februari dit jaar, ben ik alle albums van de band opnieuw langsgegaan om voor mezelf tot een soort slotsom te komen. Eerder al had ik deze verzamelaar aangeschaft, vooral vanwege het geluid en de hiaten in mijn verzameling.
Procol Harum is een karakterband. Ze durfden een eigen weg te gaan. Tekstschrijver Keith Reid ging moeilijke en duistere onderwerpen niet uit de weg. En op modegrillen waren ze moeilijk te betrappen. In de basis was er wel steeds een verbinding met klassieke muziek, zonder de symfonische (mellotron) weg in te slaan zoals The Moody Blues. Het bleef allemaal aards, stevig, wat somber soms, en in stijl variërend van lieflijke pianosongs tot snoeiharde bluesrock.
De Esoteric-uitgave is heel goed verzorgd en klinkt uitstekend. Dat zal ook wel gezegd kunnen worden van de serie heruitgaven van alle albums die in in hetzelfde jaar verscheen op dit label. Maar gezien het toch wel pittige prijskaartje had ik dat er net niet voor over.
Nu heeft Procol Harum over de gehele breedte van hun discografie niet altijd bijster sterke albums afgeleverd. Ninth (1975) en Prodigal Stranger (1991) bijvoorbeeld bevatten wel een paar aardige nummers, maar zijn de integrale albums echt nodig in je collectie? Ik dacht het niet. Als je al een volledig album in huis wilt halen, dan is Grand Hotel (1973) zeker geen slechte keus.
De singles A Whiter Shade of Pale en Homburg, die de band steevast op ieder concert speelde, staan er natuurlijk terecht op aan het begin van deze compilatie. En ook van het laatste album Novum (2017) zijn twee nummers meegenomen.
Nummer 13 en 14 komen van Live in Concert with the Edmonton Symphony Orchestra (1972) en zijn bijzonder fraai en overdonderend uitgevoerd.
Favorieten zijn verder: Repent Walpurgis, Whaling Stories, A Salty Dog, Simple Sister, Broken Barricades, Look to Your Soul/ Grande Finale, Grand Hotel, Pandora's Box, Something Magic, An Old English Dream en The Only One.
»
details
» naar bericht » reageer
Procol Harum - Novum (2017)
Gary Brooker’s Procol Harum is een band met meer verleden dan toekomst. Daarmee zeg ik bij het uitkomen van dit nieuwe album Novum helemaal niets te veel.
Al vanaf 1961 speelde Brooker met gitarist Robin Trower in The Paramounts. Opgeheven in 1966 ontmoette Brooker tekstdichter Keith Reid en vormde begin ’67 een nieuwe band: Procol Harum.
Naam van de band werd bedacht door de manager en doorgebeld naar Brooker. Die verstond het niet helemaal goed en spelde het daarop naar het broddellatijn Procol Harum, dat eigenlijk procul harun had moeten zijn, want dat betekent: ‘ver voorbij deze dingen.’ Tot zover de legende.
Niet minder legendarisch was het succes van de eerste single die op 12 mei 1967 uitkwam: A Whiter Shade of Pale. Absoluut uniek op dat moment door de mengvorm van klassiek en rock. Zoiets bestond nog niet en zette een trend. Net even eerder dan Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en Nights in White Satin, later dat jaar.
Nadeel van zo’n standbeeld bij het begin van je bandleven, is dat alles daarna steeds met die ene monsterhit vergeleken moet worden. Zowel qua bezetting als artistiek verliepen de jaren wisselvallig tot het opheffen van de band in 1977. Hoogtepunten: Shine on Brightly (1968) en Grand Hotel (1973).
Er volgde 14 jaar afwezigheid tot de heroprichting in 1991. Een matig comeback-album maar een jarenlange reeks van succesvolle concerten volgde. Maar liefst 12 jaar duurde het voordat The Well’s on Fire verscheen. Een sterk album waaraan ook Matthew Fisher en Keith Reid nog meewerkten.
En dan nu opnieuw na 14 jaren afwezigheid in de platenstudio, een nieuw product: Novum. Vijftig jaar na de start en tijd voor een feestje. Natuurlijk, heel veel progressie is er niet. Het staat in de beste traditie van de band: Opgenomen met een live-geluid, puur en muzikaal technisch dik in orde.
Maar ondanks de traditie is er artistiek wat te beleven. Wat soberder, met minder invloed van prog en symfo en meer naar de kern van de songs. Er zijn volop nieuwe ideeën, de composities zijn sterk en echt vulmateriaal kom ik, ondanks de speelduur van 56 minuten, niet tegen. Fraaie, geslaagde songs en gelukkig weinig ‘oudemannenpraat.’
En dan die stem natuurlijk. Gary Brooker is echt onvervangbaar. Hij is er nog - helemaal. Kan ook zomaar de laatste plaat zijn van de band. Misschien moet je het zo zien: Procol Harum baande de weg in 1967 en sluit dat tijdperk nu ook weer af. Nog eens 14 jaar wachten op een vervolg? Je moet ook van ophouden weten.
Nummers die op dit moment de meeste indruk maken: I Told on You, Image of the Beast, Sunday Morning, Last Chance Motel en Can’t Say That.
Vier of vijf sterren? Dat ga ik de komende tijd beslissen.
»
details
» naar bericht » reageer
Procol Harum - Inside / Outside (2014)
Uitstekende selectie van Procol Harum's beste werk vanaf Broken Barricades (1971).
In het hart van I N S I D E (de eerste CD met studiowerk) vinden we zes nummers van Grand Hotel (1973) en vijf van de bijna net zo rake opvolger Exotic Birds and Fruit (1974). Daar ligt ook wel het artistieke zwaartepunt van de band in de jaren '70, tot het in 1977 tot een einde kwam. Brooker maakte een paar soloalbums en was te vinden op albums van Eric Clapton, George Harrison en Alan Parsons Project. Voorlopig leek het gedaan met Procol Harum.
Voorlopig, want er volgde een wederopstanding begin jaren '90 met een album en een reeks live-optredens, met als gedenkwaardig vervolg het uitstekende album The Well's on Fire (2003) en Procol Harum in Concert with the Danish National Concert Orchestra and Choir , opgenomen in Denemarken in augustus 2006.
Bij alle wisselingen in de bezetting bleef er toch steeds een band rondom Brooker bestaan. Gitarist Robin Trower en Hammond-orgelbespeler Matthew Fisher bleken vervangbaar en Gary Brooker zette de traditie onvermoeibaar voort met zijn zeer markante stem en persoonlijkheid.
Op het tweede schijfje: O U T S I D E horen we waartoe de band op het podium in staat is. Van het dynamische In Concert with the Edmonton Symphony Orchestra (1972) tot meer recent opgenomen optredens uit 2012. Shine on Brightly en The King of Hearts werden in 1992 opgenomen in Vredenburg, Utrecht. Procol Harum is in staat live een extra dimensie toe te voegen, zeker in combinatie met orkest.
Vijftig jaar geleden was Procol Harum al grensverleggend met het symfonische A Whiter Shade of Pale. Rock, met één been in de klassieke wereld van J.S. Bach. Een visitekaartje waar de band ook wel eens last van gehad zal hebben. Er is meer, véél meer dan die ene hit die in ons collectieve geheugen gegrift staat.
Fantastische band die gaat voor diepgang en kwaliteit. De teksten van Keith Reid zijn aards en onaards tegelijk, openen werelden van verbeelding en zijn vaak politiek scherp en diepzinnig. Brooker is zanger, musicus en vertolker van een bijzondere klasse. Inmiddels niet zo jong meer; gegroefd gezicht, spierwit haar, maar bijzonder is dat je zijn stem direct herkent en dat die zo weinig is veranderd in die 50 jaar.
Op 21 april een nieuw album: Novum. Ik ben benieuwd. Deze dubbelaar gebruik ik alvast als opwarmer!
»
details
» naar bericht » reageer
Procol Harum - In Concert (2009)
»
details
Phil Keaggy - Prime Cuts (1987)
»
details
Phil Collins - Hello, I Must Be Going! (1982)
Dezelfde score als voor Face Value (1981). Sterk geproduceerd album met geïnspireerde songs. Daar waar Genesis met Abacab een jaar eerder de trouwe fans teleurstelde (misschien nog wat zwak uitgedrukt, moet ik de 'Groenoordhallen' nog noemen?), maakt deze soloplaat vreemd genoeg weer wat goed. Want, we vinden fijne Genesis-waardige nummers als: I Don't Care Anymore, Do You Know, Do You Care? ,Thru These Walls, Don't Let Him Steal Your Heart Away en Why Can't It Wait 'Til Morning. Het is niet alles EW&F-trompetgeschal, en daar waar het wel toeslaat, zoals in It Don't Matter to Me is het heel functioneel in zo'n uptempo song. Niet verkeerd.
Een voltreffer dit album, waarbij ik You Can't Hurry Love dan maar even in de categorie 'bedrijsongevalletjes' parkeer.
»
details
» naar bericht » reageer
Phil Collins - Face Value (1981)
Eerste en voor mij nog steeds beste solowerk van Collins. De trompetters zijn al prominent aanwezig maar hier past het allemaal nog heel goed in het geheel. Na de wat logge en bombastische opener geniet ik vooral van het subtiele (Sade-achtige) This Must Be Love, het nog veel mooiere The Roof Is Leaking, het krachtige I Missed Again, en dan komen we in de categorie kippenvel/emotie: You Know What I Mean, het prachtige I'm Not Moving, het late-avond-glaasje-wijn broeierige If Leaving Me Is Easy om dan toch nog helemaal op de neus te gaan met de Beatles-cover Tomorrow Never Knows, maar die draai ik niet helemaal uit. Intussen skip ik nog even terug naar nummer 8. Wat een pracht!
»
details
» naar bericht » reageer
Paul Simon - So Beautiful or So What (2011)
»
details
Paul Simon - Greatest Hits, Etc. (1977)
In de tweede helft van de jaren '70 zat het Paul Simon niet mee. Na drie succesvolle albums kon hij in '77 niet meer de inspiratie opbrengen voor een volledig nieuw album. En daarom bracht CBS dan maar dit verzamelalbum uit.
Het aardige is dan toch wel dat het twee nieuwe nummers bevat: Slip Slidin' Away en Stranded in a Limousine die je op andere albums niet aantreft en waarmee het tweede deel van de titel "Etc." duidelijk wordt. De live-versie van Duncan is trouwens nog een goede reden om dit album in ere te houden. Want die is onovertroffen.
Behalve het melige Have a Good Time, is het van voor naar achter een erg fijn album. Nee, nog geen afro-ritmes hier. Ik mis ze niet.
»
details
» naar bericht » reageer
Neil Diamond - Home Before Dark (2008)
Een ruwe diamant, dit album. De woordspeling zal niemand ontgaan, hoop ik. Neil Diamond was vooral een man die vanaf midden jaren '70 zijn liedjes verpakte in zoete violen en ze een emotionele snik meegaf die steeds verder van zijn authenticiteit begon af te wijken. Het zij hem allemaal vergeven. Ook in huize Diamond moest er brood op de plank. Maar hoe lang wordt het je gegeven 'op je retour' te zijn?
Gelukkig slaagde hij er in onder de strenge maar rechtvaardige leiding van Rick Rubin een ommekeer te maken. Terug naar de wortels, hoe cliché ook dát mag zijn. Wat me met Cash lukte, kan ik ook met Diamond, moet Rubin gedacht hebben. Misschien had hij ook Dylan nog wel onder handen willen nemen, maar wellicht was die toch een maatje te groot voor de Columbia-stalknecht. Zo ontstond Twelve Songs. En nu verder, nog puurder met Home Before Dark.
Rubin, in plaats van producer beter reducer genoemd, kleedde de songs uit en hield ze kaal tegen het licht. Viel Diamond door de mand? Nee, maar hij ging wel met de billen bloot. Het onderste uit de ziel en niets minder. En de barst in zijn stem had meer te maken met uiterste inspanning dan met vals sentiment. Dit kostte hem moeite. Maar dan heb je ook wat.
Kaal en puur, zo moeten we geloven. Of zal er stiekem toch nog met hightech wat geprutst zijn om het zo te krijgen? Nee, laat ik de illusie niet verbreken. Neil Diamond maakte hier zijn meest authentieke plaat. Oef, maar makkelijk ging het niet! Of Diamond het zelf ook allemaal zo leuk vond, dat weten we niet. Hierna werd hij weer gewoon de gelikte showman, als ik het goed heb. Ach ja, macht der gewoonte.
Beste nummer is het schitterende titelnummer dat de crooner hier voor het laatst bewaarde.
»
details
» naar bericht » reageer
Neil Diamond - Dreams (2010)
Het was een langgekoesterde droom om dit album met beste songs uit het rocktijdperk op te nemen, aldus de zanger in de hoestekst. En misschien had de man ook wel even een adempauze nodig na een intensieve periode van twee zelfgeschreven albums, opgenomen onder leiding van Rick Rubin. De hoesfoto verraadt dan ook wel een wat andere attitude. En laten we dan inderdaad aannemen dat Neil hier zijn droomplaat opnam, dan moet er slechts van het hart, dat we met Yesterday en Hallelujah twee overbodige vertolkingen tegenkomen. De schade blijft daarmee beperkt, want verder is het een fraai, sober, zonder overbodige instrumentatie opgenomen album geworden met liedjes waar de zanger echt wat mee kan. Verrassend klinkt zijn uitvoering van de Monkees-hit I'm a Believer, uit 1966, nu zonder beat en als luisterlied verpakt. Diamond was de auteur van het liedje, destijds als artiest nog onbekend.
Ain't No Sunshine, Midnight Train To Georgia, Love Song, A Song For You en Don't Forget Me zijn goed gedoseerd en eigen gemaakt. Niet slecht dus. Maar nodig? Ik weet niet of de versies op dit album ons lang gaan heugen, maar voor Capitol/Universal toch voldoende reden het album in 2014 opnieuw uit te brengen na de labelwissel van de zanger. Smaakvol hoesje, keurige plaat. En mijn conclusie wordt dan: gewoon goed.
»
details
» naar bericht » reageer
Michael W. Smith - I 2 (EYE) (1988)
»
details
Michael Card - The Way of Wisdom (1990)
»
details
Michael Card - The Beginning (1989)
»
details
Michael Card - Present Reality (1988)
»
details
Mark Knopfler - Tracker (2015)
»
details
Margriet Eshuijs - Sometimes (1991)
Mooi album om de late uurtjes genoeglijk mee door te komen. Een 'Black Pearl' moeten we hier missen want grote uitschieters tref ik op het album niet aan, al staat daar tegenover dat de kwaliteit constant is.
Hier en daar worden een paar blazers ingezet om je niet te ver naar dromenland te voeren, maar Margriet laat zich niet verleiden tot krachtig rockende vocalen. En dat is misschien wel een beetje jammer, want behalve gevoel heeft ze ook veel power in haar stem. De meeste songs zijn geschreven door partner Maarten Peters en Eshuijs schreef er ook een paar zelf.
Eigenlijk helemaal niks mis mee, maar wat aan de veilige kant. Puur Nederlands product, geheel in Noord-Holland opgenomen en bij de Zaandamse heb ik als streekbewoner natuurlijk wel een beetje een 'ze is van ons-gevoel'.
En verder grote namen als: producer Martin Duiser, gitarist Lex Bolderdijk, bassist Jan Hollestelle en drummer Ton op 't Hof, toetsenist Hans Jansen en backing vocals van o.a. Lisa Boray en Julia Loko.
Mooiste nummer vind ik het laatste: Here's Where I Belong.
Nee, het is allemaal dik in orde, maar het kón wat spannender.
»
details
» naar bericht » reageer
Margaret Becker - Immigrant's Daughter (1989)
»
details
Louis van Dyke / Rogier van Otterloo - Telepathy (1973)
»
details
Lindisfarne - Fog on the Tyne (1971)
Lindisfarne is vooral in de regio Newcastle nog steeds ongekend populair. In de kerstperiode treedt de band ieder jaar nog op in een uitverkochte Newcastle City Hall. De bloeiperiode duurde maar kort. Na het debuutalbum kan dit Fog on the Tyne gerekend worden tot het beste werk van de band. Later in de jaren zeventig verdween de band in de anonimiteit.
Columbia's huisproducer Bob Johnston, bekend van zijn werk voor o.a. The Byrds en Bob Dylan, verleende zijn medewerking aan dit album als onafhankelijk producer. Toch wel bijzonder. Er werd hoog ingezet op de band. Er was een hang naar folky rockgroepen, in het voetspoor van o.a. Fairport Convention. En Lindisfarne werd in 1971 gezien als veelbelovende band. Al snel bereikte het album de eerste plaats in de Britse verkooplijsten. Een prestatie en leuk meegenomen voor Bob Johnston die door werkgever Columbia, thuis in de VS, matig betaald werd.
Dit tweede album is niet in alle opzichten overtuigend. De zangharmonie bereikt niet het niveau van bands als CSN, het blijft wat rond de middelmaat hangen. Soms herinnert het geluid aan The Band. Duidelijk is de regionale Noord-Engelse sfeer die je proeft in dialect en Keltisch geluid. Het is vooral die kleur die charme geeft aan de band.
Mooi plaatje toch wel. Meegenomen van een tripje Newcastle en een betere souvenir van de wat grijze havenstad is er niet. In de lokale muziekwinkel stonden de CD's van de band, naast die van Sting, prominent vooraan in de rekken uitgestald. Ze zijn er trots op. En dat mag.
Track 11 en 12 zijn bonusnummers, toegevoegd op de remaster van 2004.
»
details
» naar bericht » reageer
Leonard Cohen - The Best Of (1975)
»
details
Leonard Cohen - Thanks for the Dance (2019)
»
details
Laurens van Rooyen - Rêverie (1980)
»
details
Larry Carlton - On Solid Ground (1989)
»
details
Kayak - The Last Encore (1976)
Vreemde gedachte dat Pim Koopman (1953-2009), die op dit album zo'n prominente rol had als componist, net zo oud is geworden als ik op dit moment ben: 56 jaar jong. Een bourgondische hartelijke man en musicus in hart en nieren. Maar ook: onrustig en gedreven. Hij leed regelmatig aan paniekaanvallen en kneep er dan even tussenuit. Bij Kayak vanaf het eerste uur en na dit album verliet hij de band om bij de reünie in 2000 weer aan te sluiten. Voor EMI werd hij een producer van formaat, ontdekker van o.a. Maywood, en later: stemacteur.
Deze Pim dus leverde voor The Last Encore maar liefst 6 van de 12 songs. Koopman kon tegenwicht bieden aan Ton Scherpenzeel, die het druk had met trouwen en een huisje bouwen. Hij had een bijzonder goed gevoel voor liedjes schrijven en kon een 3 minutensong maken met kop en staart, die je de hele dag door het hoofd bleef zingen. Do You Care is zeker zo'n song met singlepotentie. Maar ook langere, meer uitgesponnen rocknummers, met dramatische diepgang zoals: Still My Heart Cries for You en Evocation. Het korte slotnummer Well Done droeg Koopman op aan zijn moeder. Ze overleed onverwacht toen Pim amper 20 jaar oud was.
The Last Encore is nog volop een progressief rockalbum. Hierna zouden jaren volgen met een meer popgericht geluid. Mogelijk heeft Pim wel eens spijt gehad van zijn vertrek in 1976. Hier nog maar 23 jaar. Meer dan wie ook had hij het in zich pop en rock op aantrekkelijke wijze te verenigen. Een groot producer in de dop.
Het album heeft een bijzondere sfeer. Zwaar, wat gedragen en klassiek tijdloos en mogelijk koos Scherpenzeel er daarom voor een luchtige toon aan te slaan met het kolderieke Love Me Tonight / Get on Board als intermezzo. Een beetje geforceerd, achteraf. Waren de voorgaande albums sterk beïnvloed door het sferische mellotron geluid van de progressieve rock in die beginjaren, nu was de productie wat minder dicht gesmeerd en namen vooral piano en studio-orkest een opvallende plaats in. De goede opname maakt dit album ook voor de audiofiele luisteraar een belevenis.
Het album werd opgenomen in Brussel, met technicus Alan Ward in mei, juni en juli 1976. Het moet een soort vakantie geweest zijn voor de bandleden. In het luxe hotel werden regelmatig kussengevechten gehouden en ging het er ontspannen aan toe. Bij de labelwissel van EMI naar Phonogram werden kosten noch moeite gespaard om de band een succesvol vervolg te geven. Een succes werd dit album echter niet. Maar Phonogram zou geen spijt krijgen. Hierna zouden Starlight Dancer (1977) en vooral Phantom of the Night (1978) het heel goed doen bij het platen kopend publiek.
»
details
» naar bericht » reageer
Kayak - Starlight Dancer (1977)
»
details
Kayak - See See the Sun (1973)
»
details
Kayak - Royal Bed Bouncer (1975)
»
details
Kayak - Periscope Life (1980)
Uitgebracht op 1 maart 1980, opgenomen in september en oktober 1979 en nu dus eigenlijk al 40 jaar oud.
Periscope Life had de grote doorbraak naar de VS kunnen en moeten betekenen. Dat werd het toch niet.
Als opvolger van het succesvolle Phantom of the Night kon dit album net wat minder potten breken.
Mooi is het statige thema van de film 'Spetters': Lost Blue of Chartres. Ook het op klassieke leest geschoeide Anne is prachtig.
Neemt niet weg dat er nummers op de lijst staan die voor Kayak-begrippen wel erg lichtvoetig zijn. Ik noem dan: Stop That Song (met de leuke toetertjes), het huppelende The Sight en One Way Or Another, waarvan je het refrein een kilometer tevoren al voelt aankomen.
Mooi melancholisch zijn wel: If You Really Need Me Now en Sad to Say Farewell. Het is repertoire waar zanger Edward Reekers wat mee kon. Nee, erg progressief klonk het allemaal niet meer op dit album.
Melodieuze popmuziek. Beetje Abba en BZN? Oei, dat klinkt niet aardig. Het volgende album zou dat probleem helemaal oplossen. Of tenminste voor de helft.
»
details
» naar bericht » reageer
Kayak - Out of This World (2021)
Dit jaar draait Kayak 50 jaar mee in de nederrockscene en valt het doek voor de band. Ton Scherpenzeel, het laatste lid van de originele bezetting, zet er een punt achter. In 2000 kwam Kayak verrassend terug na 18 jaar afwezigheid met het fraaie album Close to the Fire en een succesvolle periode volgde. Daarna het drama van het plotseling overlijden van Pim Koopman in 2009 en het al even onverwachte uiteenspatten van de band in 2015 tijdens de Cleopatra-tour.
Maar Ton Scherpenzeel vormde een nieuwe band om zich heen en bewees over veerkracht en inspiratie te beschikken met album nummer 17. Toen volgde de hartaanval bij Ton en de corona-ellende. Hoeveel tegenslag kun je hebben. Zonder theateroptredens is het toch wel erg lastig. Maar de stille periode gaf kennelijk ruimte om aan een nieuw album te werken. Corona-proof op anderhalve meter en in diverse studio's ingespeeld, met zowaar een echte strijkerssectie.
Kennelijk lag er nog wat op de plank dat uitgewerkt kon worden. En het lijkt er een beetje op dat selecteren ook nu weer een lastige klus was. Uiteindelijk gaat het album over de 70 minuten speelduur en is het een bonte verzameling van ideeën geworden. Die variatie maakt de plaat ook een beetje lastig te hanteren.
Verrast word ik vooral door de fraaie miniatuurtjes, zoals ik ook Waiting zou willen noemen, niet door de epische progrockstukken, die me teveel barok zijn en gezwollen in muzikale lijntjes en ook tekstueel 'over the top'.
Mooi zijn voor mij vooral het instrumentale Kaja, de aardige single Mystery en de meer poppy nummers As the Crow Flies, The Way She Said Goodbye, en de fraaie 'naakte' song One by One.
Ik besef dat je een heel andere keuze kunt maken van favorieten op dit album en daarmee is het duidelijk dat Kayak ook hier weer voor de sandwich-formule gekozen heeft. Zoals ook bij voorgaande 'gewone' albums probeert de band op tenminste twee publieksgroepen te mikken. Een sterke popsong met een goede melodie, daarin blinkt Ton Scherpenzeel vooral uit, vind ik. De meer ingewikkelde prog-werkjes komen me wat gekunsteld over. Ik maak het niet helemaal mee om het zo te zeggen. Zo heeft de opener Out of this World net een beetje teveel van alles en klinkt irritant bombastisch. Zo ook A Writer's Tale, dat me niet echt boeien kan. Overladen met symboliek en drama is het nu en dan. Zwaar in levensbeschouwing en zelden om opgewekt van te raken. Dat is Kayak altijd wel geweest en daarmee is dit ook wel weer een herkenbare Kayakplaat.
Niet de sterkste uit 50 jaar, maar als dit de laatste is: zeker memorabel.
»
details
» naar bericht » reageer
Kayak - Night Vision (2001)
»
details
Kayak - Merlin (1981)
»
details
Kayak - Kayak (1974)
Niet te lang dit album en je verveelt je geen moment. Een bundeling van alle creatieve krachten. Inmiddels mijn favoriete album van de band en terecht gekomen in mijn album Top 10.
»
details
» naar bericht » reageer
Kayak - Eyewitness (1981)
Who's Fooling Who? Een vraag die je je wel kunt stellen bij dit album. Opgenomen in de Wisseloord Studio's met de bedoeling een live klinkend album uit te brengen. Het publiek, dat joelt, klapt en “we want more” scandeert, zag geen band staan op een podium, maar luisterde naar de tape die in de studio voor de 200 genodigden werd afgedraaid.
Die tape, zonder publiek, had Ton Scherpenzeel nog wel ergens liggen toen Pseudonym er in de jaren '90 een CD van wilde uitbrengen. De publieksversie leek jarenlang 'onvindbaar', door schaamte te goed weggestopt waarschijnlijk. Universal wist echter nog wel waar het bandje lag, want bracht in 2013 alsnog deze versie met goedkoop gejoel op de markt. Voorzien van de originele hoes, die hierboven terecht staat afgebeeld, mooi of niet.
Er wordt best gedreven gespeeld en gezongen hier. Er zit pit in en Reekers klinkt zelfverzekerd. Nog eenmaal gooit Kayak zijn meest bekende nummers in de arena om daarna, onder luid applaus, het veld te ruimen. Maar, het ligt er net een beetje te dik bovenop. Het publiek kwam niet écht voor Kayak. En de mix wringt. Er is geen levende interactie. Het had zoveel beter gekund, dit afscheid.
Even leek het erop, amper een jaar eerder, dat Kayak de smaak weer goed te pakken had. Na het wat dubieuze Amerika-avontuur van Periscope Life. Op de A-kant van Merlin hoorden we een Kayak in topvorm. Het begin van een nieuw progressief leven, zo leek het. Toch gestopt. Op het juiste moment?
Ik denk dat je niet moet onderschatten wat de voorgaande acht jaren gedaan hadden met de band.
Kayak heeft het zich nooit echt gemakkelijk gemaakt. Probeerde zichzelf te overtreffen en tegelijk de platenmaatschappij tevreden te stellen. Belangrijk breekpunt moet ook wel geweest zijn de vertroebelde relatie met manager Frits Hirschland; een bizarre figuur in platenland. Dat maakte het er niet leuker op.
Nee, dit kan geen hoogtepunt genoemd worden in de geschiedenis van deze ambitieuze band. Lyrics mag nog net geen 2 minuten duren en de band lijkt wel een beetje haast te hebben. Snel deze klus geklaard en dan grote vakantie. Best begrijpelijk.
»
details
» naar bericht » reageer
Kayak - Close to the Fire (2000)
Close To The Fire was het tiende album van Kayak en kwam uit op 21 juni 2000. Dat was niet minder dan achttien jaar na het wat merkwaardige semi-live opgenomen Eyewitness. De koek was op destijds. Het boterde niet met de platenmaatschappij en manager Frits Hirschland en misschien was iedereen ook wel gewoon moe na jaren van volle concertagenda's en de koppeling van de bandnaam aan die ene grote hit: Ruthless Queen.
Bandleden gingen intussen hun eigen weg: Max Werner en Edward Reekers maakten solo-albums en bandmotor Ton Scherpenzeel richtte zich op Europe, een weinig succesvol vervolgbandje, speelde bij Camel en Earth & Fire, maakte een soloplaat, een paar kerkorgelplaten met Klaas-Jan Mulder en werd muzikaal begeleider van Youp.
Helemaal onverwacht kwam dit album toch niet. In 1994 verscheen Royal Bed Bouncer op CD en werd er later een TV-special van gemaakt in de NCRV-serie Classic Albums. Al in 1995 vormden Ton Scherpenzeel en Pim Koopman weer een band, die nog even geen Kayak mocht heten, en werden de eerste pennenstreken voor dit album op papier gezet. Toen Syb van der Ploeg van de Kast in ‘99 de band uitnodigde voor een optreden in de reeks 'Vrienden van Amstel Live' bleek het animo groot genoeg om de band een doorstart te geven.
Grote platenmaatschappijen zagen er echter, in tegenstelling tot de eerste periode in de jaren '70, weinig in en het project werd met plak- en knipwerk thuis en met hulp van vrienden in elkaar gezet. Het Friese Pro Acts, huislabel en theaterbureau van de Kast, zorgde voor het op de markt brengen van de CD.
Een geslaagde reünie en een leuk hobbyproject, zo moeten we het zien. Hoe ver de ambities gingen richting toekomst was nog heel onzeker.
Max Werner, de karakteristieke zanger en drummer van de band vanaf het eerste album, was hier ook weer van de partij, maar alleen om de vocalen in te zingen. Een tournee zag hij niet zitten, en gezondheidsproblemen werden hier genoemd, maar ik denk eerder dat er een verschil was in verwachtingen. Bert Heerink, een professional, zou hem spoedig vervangen.
Ik denk zo dat niet alle bandleden op dat moment door hadden dat de leuke reünie zoveel naar boven zou halen en dat er een vervolg aan gegeven ging worden. Een band die te weinig bood om van te leven, maar te groot was om vrijblijvend af en toe bij binnen te stappen. Zo bleef de band verder ook wat slingeren tussen hobby en professioneel project, in wisselende samenstellingen.
Het snel volgende Night Vision, uit 2001, is misschien daarom ook wel wat onevenwichtig. De band zocht richting. En omdat met CD's maken geen droog brood meer te verdienen viel, ging Kayak stap voor stap in de richting van een podium-act, die niet alleen een programma bracht met 'greatest hits', zoals je van een reünieband kunt verwachten, maar de grotere verhalen en theaterbeleving niet schuwde: Merlin, Nostradamus, Cleopatra. De tijd dat EMI Harvest zomaar een paar ton op tafel legde om in de beste studio's aan de slag te gaan was definitief voorbij. Zelf ondernemen en zelf produceren werd het uitgangspunt. En steeds duidelijker werd Ton Scherpenzeel de onbetwiste leider van het project Kayak 2.0. Zeker nadat Pim Koopman in 2009 onverwacht overleed.
Mooi album is dit geworden. Gestoken in dezelfde romantische sprookjesrock waar Kayak altijd zo goed in was. Beetje serieus ook wel, met hier en daar een rake kritische tekst. Natuurlijk mocht Syb van der Ploeg Ruthless Queen inzingen. Dat had hij wel verdiend. Maar ach, wat was die man verkouden. Hij haalt het eind van het lied dan ook met moeite.
De charme van deze plaat is het gevoel dat de reünie opriep. Veertigers waren ze nu. Een tweede jeugd en toch die glans van vroeger. De verwachtingen die werden gewekt. Er zat dus nog meer in het vat.
De beste plaat toch wel sinds die reünie.
Twintig jaar wordt er nu al doorgestart. Tja, het kan natuurlijk...
»
details
» naar bericht » reageer
Kayak - Anywhere but Here (2011)
»
details
Kajem - Kajem 3 (1989)
»
details
Justin Hayward - Spirits of the Western Sky (2013)
»
details
Joni Mitchell - Blue (1971)
»
details
Johnny Cash - The Best Of (1988)
»
details
Johnny Cash - Easy Rider (2020)
Er moet een tijd geweest zijn dat je er niet over piekerde een album van Cash te kopen uit zijn Mercury-periode. Na bijna 30 jaar Columbia zat de 'man in het zwart' ineens zonder contract: afgeserveerd. Toegegeven, het ging niet zo heel goed meer met de platenverkoop. Mercury ontfermde zich over de countryheld en dat bleef zo tot 1991. Nu is er een complete box uitgekomen van die periode, maar misschien is dat toch een beetje te veel van het goede. Deze 1 CD/2 LP Easy Rider is wel precies genoeg.
Hoe beluisteren we nu die periode 1986-1991? Allereerst is het materiaal prachtig geremasterd en klinkt het als nieuw. En dan valt bovendien op hoe Cash als midden vijftiger nog springlevend is, ook al is er iets van de glans uit eerdere decennia verdwenen. Cash is hier toch nog volop een entertainer en goed bij stem. Dat kan ik, met alle respect, niet zeggen van zijn latere werk in de serie American Recordings. Columbia kreeg hem terug, Rick Rubin deed bijzondere dingen met Cash tot aan zijn dood. Ik respecteer het, maar luister er niet graag naar.
Bijzonder op dit album zijn de eerste twee nummers met Roy Orbison, Jerry Lee Lewis en Carl Perkins. Geslaagde opnames van het album Class of '55: Memphis Rock & Roll Homecoming (1986) en nu dus voor het eerst in prima audio. The Big Light werd geschreven door Elvis Costello,The Wanderer is met U2, waarmee duidelijk wordt dat we ons echt in de jaren tachtig bevinden.
Niet alles kan ik thuisbrengen, zoals ook hierboven genoemd. Dat vraagt om nader onderzoek.
De discografie van Cash is vrijwel onuitputtelijk en ook voor zijn verzamelaars kun je wel een aparte wand in je huiskamer inrichten. Niet normaal, zoveel is er al uitgebracht. Het wordt dus een beetje kersen-pikken als je met deze artiest aan de slag wilt. De bekende Columbia-verzamelaars heb ik al en nu dus deze erbij met de jaren die we eerder wel mochten vergeten. Onterecht zoals blijkt. Ik vind het mooi en dus 4 sterren waardig.
»
details
» naar bericht » reageer
Johnny Cash - American III: Solitary Man (2000)
Fantastisch album inderdaad. De man met de doorgaans rotsvaste bariton heeft hier hoorbaar moeite op toon te blijven. En dat heeft iets aandoenlijks, onbedoeld, maar is zeer doeltreffend. Alsof hij, tegen het einde van zijn leven, aan de hand van Rick Rubin, nog even helemaal binnenstebuiten gekeerd moet worden. Alles eruit wat er in zit. Het Uur der Waarheid.
Het onvaste element geeft de indruk dat Cash hier heel zijn hart en emotie in legt. En die gevoelsoverdracht, de brok in de keel, doet wel wat met de luisteraar en ook met mij. Het is de vraag of dat directe ook de intentie van Cash zelf was, of dat we hier een man horen met een zwakke gezondheid, die het eigenlijk niet meer zo kan als vroeger. En dan is het geen keuze geweest. Hij kon niet anders. Maar deed het dan toch maar wel.
Meer dan uitstekende vertolkingen hier. Solitary Man is briljant. The Mercy Seat is niet minder dan aangrijpend. Wat een verhaal, wat is verteller Cash hier op z'n best! Diepzwart en stralend wit tegelijk.
»
details
» naar bericht » reageer
Johnny Cash - American II: Unchained (1996)
De laatste weken ben ik, om welke reden weet ik niet precies, weer eens flink in het werk van Johnny Cash gedoken. Ik was er aan toe kennelijk en heb mijn collectie uitgebreid van 2 verzamelaars naar 9 albums nu.
En best mogelijk dat er nog geen einde gekomen is aan mijn ontdekkingstocht.
Laat ik wat concreter worden: de Sun-jaren (jaren '50, begin jaren '60) zijn aardig, maar boeien me niet zo. Er wordt teveel uit hetzelfde vaatje getapt. De twee gevangenis-live-platen uit '68 en '69 behoren tot het beste wat Cash ooit opnam, samen met het werk uit diezelfde tijd met Bob Dylan. Een herboren Cash, tijdelijk van de drugs af en dolgelukkig met June Carter.
En dan de American Recordings. Een opmerkelijke periode. Het eerste, vrij kale deel wordt alom geprezen en is mooi vanwege de pure eenvoud. Maar dan dit tweede: Unchained. Hier gaan mijn meeste punten naartoe. Tom Petty & The Heartbreakers komen langs en wat een prachtige samenwerking horen we hier. Dit is smullen van begin tot eind. En heel moeilijk favorieten aan te vinken.
Het begint meteen al goed met Rowboat en de toon is gezet. Een prachtige smartlap over een dronkelap die één dag te laat thuis komt om zijn moeder bij leven te zien, we vinden het inThe Kneeling Drunkard's Plea. Snelle rockers en rustpunten daartussen, het vormt een mooi afwisselend geheel. En Cash heeft hoorbaar plezier in de studio. Dit is met liefde gemaakt. Niet zo donker als de vervolgdelen inderdaad. Dat lijkt me geen nadeel. De dood is nog niet in zicht hier.
Een heerlijke plaat. De titeltrack is indrukwekkend en I've Been Everywhere is zo'n vrolijk dol slotnummer, zoals past bij de man die, hoewel in zwart, ook best van een geintje hield.
»
details
» naar bericht » reageer
John Denver - Greatest Hits Volume 2 (1977)
»
details
Joe Cocker - The Best Of (1992)
»
details
Joe Cocker - No Ordinary World (1999)
Precies 20 jaar geleden kwam dit album uit in Europa, een jaar later in de VS met 14 tracks.
De waardering, met nog geen drie sterren op MuMe, houdt niet over. Zelf hang er ik toch wel met overtuiging een extra ster aan, want dit is beslist één van de betere albums van Joe. Na zijn tweede start in 1982 bij Island Records met Sheffield Steel, volgde door de jaren '80 en '90 bij Capitol en EMI/Parlophone een reeks onderhoudende platen, met vergelijkbaar recept. Een repertoire van covers, een enkele zelfgeschreven song: materiaal waar de man met de rafelige stem wat mee kon doorgaans. Daar zaten wel een paar missers tussen, maar op de meeste albums vond je toch ook steeds drie of vier voltreffers. Die stem deed en doet wat met je. De man zong met overgave, alsof hij iedere regel uit zijn tenen moest halen. Zijn bijzondere bewegingen op het podium versterkten die indruk. Een aimabel mens ook zeker. En een constante factor als artiest door de jaren heen.
Dit album biedt veel: Cohen's First We Take Manhattan treft doel: erg goede vertolking. Mooi en melancholisch is ook Different Roads. While You See a Chance van Steve Winwood blijft wat achter bij het origineel. Goed klinkt wat mij betreft ook de titelsong. Where Would I Be Now is prachtig dramatisch, evenals Naked Without You. De rest noem ik niet, want niet alles is even indrukwekkend. Er zit ook wel wat vulmateriaal tussen, minder bezield en ingekleurd met ritmebox en geprogrammeerde synths.
Da's niet heel storend, op de meeste tracks is het bandgeluid best in orde. Goed gedoseerd zijn de dameskoortjes die contrasteren met de ruwe stem van Joe.
Fijn plaatje om weer eens te draaien. Zou leuk zijn als er nog eens een meer audiofiele remaster zou uitkomen, want het geluid kan beter. Dan meteen maar de hele serie Cocker-albums door de remastermolen graag. We zullen zien.
»
details
» naar bericht » reageer
Joe Cocker - Night Calls (1991)
Het laatste Cocker-album waarop gitarist Phil Grande meespeelt. En hóe! Want juist zijn heerlijke gitaargeluid geeft dit album het stevige geluid dat nodig is. Cocker rockt hier fijn. En inderdaad is dit wel het laatste album waar het nog zo voluit knalt.
Ik let nu speciaal op de gitaarkwaliteiten, zoals in opener Love Is Alive, There's a Storm Coming, Five Women en Not Too Young to die of a Broken Heart. En dan is de bijdrage van Grande opmerkelijk. Titelsong Night Calls, moet het helemaal hebben van de productie door Jeff Lynne en hierop speelt gitarist Mike Campbell (ook geen kleintje: Tom Petty and the Heartbreakers en Fleetwood Mac o.a.) wel hoorbaar, maar geheel in lijn met Lynne's productie, niet meer dan functioneel gemaakt: ondergeschikt aan het klankplaatje dat natuurlijk best op ELO lijkt, maar niet als rockband mag klinken.
Phil Grande (1958-2019) is niet meer onder ons, evenals Cocker zelf natuurlijk (overleden 22 december 2014). Het maakt me wat weemoedig. Ik heb vrijwel alles van deze man en ga dat de komende tijd nog maar eens rustig afluisteren. Wat ik van Joe zou willen zeggen: hij maakte van zijn beperking zijn kracht. En bleef een bescheiden man. Geweldige artiest, zonder poeha.
Wat dít album betreft: de geluidskwaliteit is fenomenaal. En dat kun je niet van alle Cocker-CD's zeggen die hierna uitkwamen.
»
details
» naar bericht » reageer
Joe Cocker - Have a Little Faith (1994)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren
»
details
Jim Croce - The Definitive Croce (2015)
»
details
Jeff Wayne - The War of the Worlds (1978)
»
details
Jeff Lynne's ELO - Alone in the Universe (2015)
Dit album alweer een hele tijd niet meer aangeraakt - en dat kon geen kwaad - en nu dan weer eens een frisse draai gegeven. Mijn stem die wiebelde rond de 3,5 viel nu vanwege de afronding van mijn stemmen naar de bovenkant uit. Prettig halfuurtje toch weer.
De nummers staan toch echt wel overeind. Ik reken dit album als staand in de traditie van Zoom, Armchair Theatre en zeker ook The Traveling Wilburys, een periode waarin Lynne de meer rechttoe gitaarrock omhelsde als zijn muzikaal thuis. Simpele liedjes. Diepgang en pretentieuze moeilijkdoenerij kunnen we missen. Wat blijft is het bijna eng perfecte vakmanschap van de man die hier echt álle touwtjes in handen heeft. Hij schrijft, hij zingt, hij speelt, hij produceert en daar valt geen speld tussen te krijgen.
Rockin' Jeff mag zich best ELO noemen, maar is dat tijdperk allang ontstegen. Wat blijft is de glans van heimwee en melancholie. Deze man heeft een verleden, dat hoor je er wel aan af.
»
details
» naar bericht » reageer
Jeff Lynne - Armchair Theatre (1990)
Na ELO ging Lynne solo, 42 jaar oud en een aantal rijke ervaringen verder; zijn Electric Light Orchestra eindigde feitelijk al direct na Secret Messages in 1983, toen een deel van de band opstapte. Als driemanschap werd dan nog Balance of Power geproduceerd, dat in 1986 uitkwam. Hierop kon Lynne zich uitleven op de synthesizer- en sampletechniek van die dagen.
Productiewerk kwam er volop: voor Brian Wilson, Randy Newman, Tom Petty, George Harrison, Roy Orbison en samen in supergroep The Traveling Wilburys.
En dan in 1990 dit soloproject: compacte popsongs, gitaarrock, rock&roll, niet ver van de Wilbury-sound en opvallend minder electronische bliepjes en piepjes, zoals op de platen in de jaren '80. Jeff's liefde voor akoestiek, weliswaar van zijn kleine studio, kwam nu tot z'n recht. Opgenomen in '89 en '90 in Engeland en afgemixt in L.A., de nieuwe thuisbasis van de zanger.
Het is een album met energieke gitaarrockers en twee 'evergreens' uit grootmoeders tijd: September Song en Stormy Weather. Een heel album vol met vergelijkbaar materiaal kwam in 2012 uit onder de titel Long Wave.
Het album markeert een nieuwe richting van Lynne, na het vastgelopen Orchestra. Frisse gitaarsongs, fraaie koortjes maar een cello wordt niet meer gehoord. Stuk voor stuk gedegen popsongs die na herhaald draaien goed blijven hangen. Lynne, hier vooral als producer, was toch als songwriter nog niet afgeschreven. Wie dit afzet tegen een Out of the Blue, moet beseffen dat dit echt andere koek is. Een moedige stap om uit de impasse te komen. Appels en peren zien er niet alleen anders uit, ze smaken ook verschillend.
Favoritieten op dit album: Lift me Up, Don't Say Goodbye, What Would It take en Blown Away.
Fraai is de eco-song aan het eind: Save Me Now. Actueler dan ooit en tekenend voor Lynne, die niet altijd de diepte ingaat, maar hier bewijst een hart voor de wereld te hebben.
»
details
» naar bericht » reageer
Jan Akkerman & Thijs van Leer - Focus (1985)
De 'missing link' in het Focus-verhaal is ongetwijfeld dit album uit 1985. Akkerman en van Leer durfden het na tien jaar 'ieder zijns weegs' wel aan een periode samen door te brengen in de studio. Onder leiding van producer Ruud Jacobs werd in Studio Spitsbergen in Zuidbroek, Groningen een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan het verhaal van de band. Een losse bladzijde, zo bleek later, want na het eenmalige concert in Vredenburg hielden beide kopstukken het weer voor gezien. Een eenmalig project, dat logischerwijs wel Focus mocht heten, maar het toch niet helemaal was.
Het was 1985 en dus moest het onvermijdelijke gebeuren: een jaren '80 productie. Zowel Thijs als Jan hadden gezorgd voor een paar nieuwe nummers, improvisaties en een gerestylede versie van Le Tango, dat we in meer klassieke vorm al kenden van Introspection IV. Maar overduidelijk willen de heren laten merken dat ze met hun tijd mee zijn gegaan. Geforceerd soms.
Heel aardig en bijzonder dat het Nederlandse label Music On CD er moeite voor deed de CD nog eens uit de mottenballen te halen, want heel lang is deze CD-versie niet in de handel geweest.
Blikvanger is de XL-versie van Beethoven's Revenge (Bach-One-Turbo-Overdrive) dat bijna 19 minuten mag duren. Een prachtige compositie van Jan Akkerman, met een drive en beat die weliswaar uit een blikje komt, maar waarin hij alle ruimte heeft zijn gitaar te laten soleren. Het gaat op en neer van rock naar funk en jazz en eigenlijk, uitgezonderd de blikken drums dan, op een heel aantrekkelijke manier. En dan denk ik: waarom was drummer Pierre van der Linden hier niet bij?!
Thijs van Leer kan zichzelf goed kwijt in Russian Roulette en het ruim 16 minuten durende Who's Calling?
Aantrekkelijke korte nummers zijn King Kong en Ole Judy. We horen hier beslist geen uitgeblust stel muzikanten, die met een schnabbel als deze, op de automatische piloot gaan. Iets van de oude chemie vonkt op en afgezien van een paar schoonheidsfoutjes op productioneel vlak, hebben we hier een heel aardig album in handen.
Jammer dat het hierna gedaan was. Pas in 2002 was Focus terug in de studio en kwam er een vervolg onder deze bandnaam. Zónder Akkerman en dat blijft één van de meest tragische breukverhalen uit de Nederlandse popgeschiedenis.
»
details
» naar bericht » reageer
James Taylor - One Man Band (2007)
James Taylor klinkt heel relaxt, hier in zijn woonplaats Pittsfield, Massachusetts. Exacte locatie is het oude Colonial Theatre, ternauwernood van de slopershamer gered en Taylor voelt zich hier helemaal thuis. Natuurlijk kan hij ook zo ontspannen zijn omdat hij zijn repertoire kent als zijn broekzak en gewoon een goede vakman is. Zijn perfectionisme hoor je er niet aan af. Het gaat er losjes aan toe, steeds in contact met zijn publiek en met een aardig grapje tussendoor. Een rasentertainer.
Dat het wat sober is met gitaar en piano is niet storend. Veel nummers zijn ook zonder band indringend genoeg. Maar we moeten vooral de bijdrage van The Tanglewood Festival Chorus niet vergeten, de grap met de drumcomputer en met name pianist Larry Goldings, die Taylor zijn One Man Band noemt in het voorwoord van het tekstboekje.
Een genoeglijke 78 minuten, heel geschikt voor de feestdagen bijvoorbeeld.
»
details
» naar bericht » reageer
James Taylor - Never Die Young (1988)
»
details
James Taylor - In the Pocket (1976)
»
details
James Taylor - Gorilla (1975)
Als ik nou toch nog eens probeer aan dit album een paar woorden te wijden, dan denk ik aan: geraffinineerd, gebalanceerd, persoonlijk, gevoelig, ontroerend, grappig, verrassend, ontspannend, vertederend, diepgaand, welluidend.
Wat er niet bij me opkomt is, wat de man wel verweten wordt, namelijk: gemakzuchtig binnen de lijntjes blijven en onopvallend meedeinen op de muzikale invloeden van zijn tijd zonder zijn nek uit te hoeven steken. Zijn sterrendom ontlopende saaiheid zelfs, die toch maar een leuke carrière opleverde.
Humm, niet dat het allemaal volledig onwaar is, maar eigenlijk doet dat er zo heel weinig toe. Je wilt toch gewoon een fijne plaat. En dat is het. Een beetje folk, een beetje funk en soul, een vleugje easy listening, een beetje rock. En daarmee had de man een recept in handen dat hij tot op zijn laatste album uit 2015 wist toe te passen. Een artiest die zichzelf bleef en die hier op Gorilla een ijkpunt bereikt. Meet al zijn andere platen maar af aan deze en je begrijpt het.
»
details
» naar bericht » reageer
James Taylor - Before This World (2015)
»
details
Herman van Veen - In Vogelvlucht (1987)
»
details
Herman van Veen - Iets van een Clown (1981)
»
details
Hans Dorrestijn - Onvergeeflijke Melodieën (1999)
Hans Dorrestijn, 'de onbetwiste meester van de bittere droefenis' heeft op deze CD zijn beste liedjes op een rijtje gezet. Vanaf zijn eerste elpee Bofkont (1974) tot Na regen komt Dorrestijn (1993). Hier staan ze niet chronologisch maar door elkaar, wat een bont portret oplevert.
Met wie is hij te vergelijken? Tja, ik denk toch wel aan iemand als Randy Newman, als dat vergelijk opgaat. De zwarte humor van Dorrestijn gaat regelmatig over de grens van het leuke en dreigt soms melig te worden. Gelukkig is hij dan zelf de eerste die dat toe zal geven. Dorrestijn is een anti-held.
Geweldig is Dorrestijn's Huwelijkslied met de zin: 'Zelfs Christus aan het kruis had het beter dan ik thuis.' Humor om jezelf uit de depressie te zingen.
Ook prachtig is De Nijlpaardblues, de klassieke componistenparade in Joepie Joepie. Serieus in Het buigen. De telefoon is een mooi lied, letterlijk zwarte humor in De Kerkhofganger. Wie een hond heeft begrijpt af en toe heel goed: Nooit Nooit Nooit Neem Ik een Hond.
De lelijkheid is een lied van de elpee Mooi van lelijkheid uit '79. Pieleman is denk ik wel het meest bekende liedje van Dorrestijn en niet onduidelijk waarom. Moederdag is hilarisch, alles gaat hier mis.
De laatste drie liedjes zijn van de eerste elpee Bofkont en we horen hier een jonge beginnende artiest. Prachtige liedjes, live-opgenomen, waar de man het best tot zijn recht komt: in de zaal met een publiek dat hem omarmt.
»
details
» naar bericht » reageer
Graham Gouldman - Love and Work (2012)
»
details
Gary Brooker - Echoes in the Night (1985)
»
details
Freudiana - Freudiana (1990)
Na Gaudi (1987) was het met de jaarlijkse releases van The Alan Parsons Project, waaraan we gewend geraakt waren, gedaan. Waarschijnlijk rommelde het al wat langer tussen de twee voormannen Eric Woolfson en Alan Parsons. Woolfson wilde iets met een theaterproject doen. Parsons, die zich vooral in de studio in zijn element voelde, zag daar niet veel in. Commerciële motieven speelden ongetwijfeld ook een rol. In de jaren ‘80 had The Project een succesformule gekend en hoewel op thema’s gestoeld, gingen de albums, inhoudelijk niet heel diep, maar verkochten als warme broodjes. Woolfson wilde meer. Maar theater is ook een risico. Hoge kosten die niet terugverdiend worden als een productie flopt. Creatief op hoog niveau, bijna bezeten van zijn onderwerp, ontwierp hij dit Freudiana-project. Alan Parsons twijfelde, maar wilde zich nog wel als producer aan dit album verbinden en zorgde voor een knappe typische Parsons-instrumental: Beyond the Pleasure Principle.
Muzikaal bouwt dit album toch wel in grote lijnen op de bekende APP albums voort. Bewijs te meer dat Eric Woolfson voor de meeste ingrediënten zorgde. Daarmee niets afdoend aan het herkenbare productiewerk van heer Parsons. Die twee samen, dat werkte toch jarenlang heel goed.
De lengte van 75 minuten (tweemaal zoveel als een gemiddeld APP-album) is wel even wennen. Er wordt een verhaal verteld in meerdere lagen en stijlen. Als het een beetje de musical-kant opgaat (met name de nummers met The Flying Pickets) vind ik dat prima, maar het past niet helemaal bij de meer rock-gerichte nummers. Contrasten die wat incasseringsvermogen vragen van de luie luisteraar. Zo’n luie plaatjesdraaier ben ik misschien zelf ook wel. Een selectie, ingekort tot 45 minuten, had ik ook prima gevonden. Foei, dat neem ik terug. Op het puntje van de stoel dus! En dan hoor je ook een geweldig stuk kwaliteit langskomen. Alweer uitroepteken: !
Eric Woolfson heeft een wat lijzige, onderkoelde stem en een heel album met deze zanger zou geen juiste beslissing geweest zijn. Daarom ben ik blij met o.a. Leo Sayer, Kiki Dee, Graham Dye, Eric Stewart en John Miles. Ook bij de APP-albums geen onbekende medewerkers.
Een prachtige productie. En waar Parsons al bang voor was: verkopen deed het niet echt. Maar wat een eeuwig standbeeld voor deze grote Schot Eric Woolfson. Zijn meesterwerk.
»
details
» naar bericht » reageer
Freek & De Jonges - Koffers (2017)
Verrassend fraai vertaald en vertolkt deze ‘covers’, zoals in Chuck Berry’s Come On:
'Kom op, De tijd heelt alle wonden, Kom op, Spijt komt na de zonde, Kom op, Moslim, heiden, christen, Neem je lot in eigen handen, Kom op, laat je niet kisten'
Nog mooier zijn: Schietgebed, Schilderswijk, Wonderlijk fruit en Wachten op een wonder.
Fijne plaat, goed gemusiceerd, woorden net niet te lollig om het gewicht ervan te ontkrachten.
Freek in topvorm als tekstdichter én performer.
Het is precies zoals Constant Meijers in zijn introductie in het tekstboekje schrijft: Alle 13 Goed!
»
details
» naar bericht » reageer
Frans Halsema - Springlevend (2009)
Een prachtige en behoorlijk complete verzameling werk van deze al in 1984 overleden zanger-cabaretier.
Uitgegeven in samenwerking met Beeld en Geluid, het omroeparchief in Hliversum. Want de tweede CD is geheel gevuld met nog niet eerder uitgebracht materiaal uit de archieven.
De combinatie van cabaret en zingen betekent dat de teksten op de voorgrond staan en met onberispelijke voordracht worden gezongen, met orkest als achtergrond. Rauwe randjes missen we dan ook.
Bekendste nummer is Voor Haar. Nog steeds een indrukwekkend liefdeslied.
Heel mooi vind ik Zondagmiddag Buitenveldert, met die typische wederopbouwsfeer van de jaren '60 en het gevoelige Kees. Eigenlijk moet dat natuurlijk heten: Verdomme Kees.
Verdomme Frans, alweer veertig jaar dood. Ik hou toch van je teksten en stem, zo verjaard als het mag zijn nu. Mensen zoals jij zijn nu wel heel zeldzaam geworden.
»
details
» naar bericht » reageer
Focus - X (2012)
Zes jaar na het album Focus 9 / New Skin bleek de band nog volop in leven met als bewijs het uitbrengen van dit tiende album, doorgeteld vanaf de jaren '70, met de titel X. Een vitaal klinkende band: de levendige drums van Pierre van der Linden, de capriolen van Thijs op Hammond en fluit en het creatief sterke gitaarspel van Menno Gootjes.
Ook op dit album meerdere 'nieuwe jasjes' van eerder uitgebracht materiaal. Victoria werd als single bekend door Liesbeth List in 1970, een compositie van Thijs van Leer met tekst van Lennaert Nijgh. Hier uit de mottenballen gehaald en instrumentaal vorm gegeven.
Net als op de voorganger hebben de meeste nummers een eerder leven gekend, het meest bekend: Birds Come Fly Over (Le Tango) van Introspection 4.
Hoewel Focus best uit de voeten kan met de reputatie van instrumentale rockband, wordt er op X daarbij wat gezongen en poëzie verwoord. De stem van v. Leer is wat gezakt door de jaren en geeft statuur aan de klassieke teksten. Het jodelen kan hij inmiddels beter laten.
Met 10 nummers en ruim 50 minuten is het album compleet en we kunnen niet meer verwachten van een album met deze titel. Daardoor missen we het prachtige 'Song for Eva', dat door de lengte moest afvallen en pas in 2017 meekwam op de dubbelaar met restmateriaal 'The Focus Family Album'.
Uitsmijter Crossroads is geweldig. De swingende ritmesectie, Menno's trefzekere gitaarwerk, de stuwende fluit en sonore stem van Thijs. Best te begrijpen dat de band het met dit repertoire goed doet in Brazilië.
»
details
» naar bericht » reageer
Focus - Hocus Pocus (1994)
Focus is een band die ik al jong in mijn hart gesloten heb. Op mijn elfde kocht ik het live-album At the Rainbow (1973), kort na mijn Ekseption-elpee, en ik herinner me dat ik daarmee bij leeftijdgenoten weinig herkenning opriep. In die tijd waren het de singletjes van The Osmonds, Slade en Mud die op partijtjes op de pickup gelegd werden. Dit was andere koek. Maar ik vond het prachtig. Het legendarische live-album, niet geheel vlekkeloos opgenomen in het Londense Rainbow Theatre, draaide ik graag, al kreeg ik vaak een knoop in mijn maag van de emotionele wendingen op dat album. Focus raakte mijn gevoel. Het ging een stapje verder dan wat popmuziek normaal gesproken met je doet.
Focus heb ik altijd als een buitenbeentje gezien in de Nederlandse popgeschiedenis. Begaafdheid, stijl, eigenzinnigheid en iets dat onmiddellijk herkenbaar is als Focus. Fluit, gitaar, Hammond, waanzinnig drumwerk van Pierre en origineel Nederlands. Maar vooral: het grotendeels instrumentale repertoire. Geen jazz, geen blues, geen rock & roll, maar net even anders. De muziek vertelt het verhaal. Teksten zouden de aandacht alleen maar afleiden.
Van gitarist Jan Akkerman weet ik het niet zo precies, erg mededeelzaam is hij nooit geweest, maar van Thijs van Leer weet ik dat Focus een bepaald idee over muziek had. Muziek als therapeutische werking. Verbinding met de ziel. Het losmaken en verwerken van gevoelens. En dat is dan ook wel wat de band steeds heeft gedaan, met regelmatig die brok in de keel als gevolg. Heel weinig commercieel, want behalve Hocus Pocus vlogen de singletjes internationaal niet bepaald over de toonbank. Je zou maar zo'n goede naam hebben als band en zo weinig platen verkopen.
Natuurlijk, ook hier kwam de veelbesproken split up en die hakte er flink in. Akkerman en van Leer konden niet best door één deur. Kwestie van karakters en botsende ambities. Ik denk ook dat van Leer, mede door het grote succes van zijn Introspection-albums, zich ging gedragen als leider en Akkerman te weinig ruimte gunde. In die dagen was democratie een heilig begrip. Het kwetste diep, tot op de dag van vandaag.
En dan deze mooie verzamelaar. Het is een prachtig overzicht, al mis je natuurlijk wel de langere nummers als Hamburger Concerto en Answers? Questions! Questions? Answers! Maar daarvoor kun je beter de integrale albums opsnorren, die tegenwoordig allemaal in dat leuke betaalbare boxje zijn verpakt.
Focus bestaat nog steeds en is zeer regelmatig op de podia te vinden, vooral in Engeland, waar zich de meeste fans bevinden. Hoewel een oer-nederlandse band, bleef de erkenning in eigen land toch aan de zuinige kant. Vanwege de controverse Akkerman - van Leer, waarbij Akkerman in '75 de band verliet, bestaat er nog steeds een soort stammenstrijd tussen de oude Focusfans, die de nieuwe band van van Leer niet kunnen verdragen en liefhebbers van Thijs, die blij zijn met het tweede Focus-leven met drummer Pierre van der Linden terug aan boord. Met deze verzamelaar, die chronologisch stopt in 1975, kunnen beide partijen tevreden zijn, lijkt me.
»
details
» naar bericht » reageer
Focus - Golden Oldies (2014)
Terecht staat dit album niet ingedeeld bij de verzamelaars. Want hoewel titel en tracklist iets anders doen vermoeden, is dit album geheel nieuw ingespeeld. Een verzameling gouden nummers, dat wel, maar voor de helft is de band vernieuwd en de jaren zijn eroverheen gegaan wat ruimte geeft aan een andere interpretatie van dit bekende repertoire.
Niet alles is 'goud van oud', want Aya-Yuppie-Hippie-Yee en Neurotika zijn relatief nieuwe nummers van na de heroprichting in de jaren '00.
Nog maar weer eens Hocus Pocus en House of the King ? Kan dat nog wat toevoegen? De nieuwe Focus bevindt zich wel op glad ijs en vergelijkingen zijn vlug gemaakt. Toch kan ik er niet onderuit dat de opnames bijzonder fris en dynamisch klinken. En dat geldt zeker ook voor het speelse gitaarwerk van Menno Gootjes, die hier flink los kan gaan. De band draait als een geoliede machine, goed op elkaar ingespeeld.
Mooi album, dat weergeeft waar de band anno 2014 staat. Een springlevende podiumact die hier in de kleine Wedgeview studio het beste geeft. Misschien, en dat wil ik niet onderschatten, speelt mee dat er royalties te verdienen zijn met het opnieuw uitbrengen van het oudere werk. En dat is geen schande, want het resultaat mag er zijn!
»
details
» naar bericht » reageer
Focus - Focus 9 / New Skin (2006)
Het stemgemiddelde geeft aan dat er gemengde gevoelens bestaan over de kwaliteiten van dit album.
Bij het verjassen van oud materiaal kun je wel eens achter je oren krabben: waar zijn de nieuwe stukken, Thijs? Die zijn er ook wel bij natuurlijk, maar inderdaad, hergebruik van eerdere thema's verklaart volledig de ondertitel: New Skin.
Hoe erg is dat dan wel? Focus komt niet uit het niets. De lijntjes met het verleden radicaal doorknippen zou wellicht tot nog grotere ongelukken geleid hebben. Een verlies aan identiteit. En eigenlijk heb ik er geen problemen mee. Ik wil ook wel graag dat het klinkt als de Focus die ik al lang ken.
Op dit album is drummer Pierre van der Linden terug van (lang) weggeweest. Bobby Jacobs op bas doet het weer prima en de nieuwe gitarist is hier de jonge Niels van der Steenhoven. Een geweldige aanwinst.
Zijn nummer Niels' Skin, waarin hij zo prachtig tegen de ritmesectie in speelt is van hoog niveau.
Ook in Sylvia's Stepson - Ubutuba speelt deze Niels de hoofdrol en brengt het er goed vanaf.
Eén verrassend vocaal nummer: Just Like Eddy, een mooie bluesballad, gezongen door Jo de Roeck, die schandalig vergeten wordt te vermelden op het hoesje. Goed gezongen!
En verder het nodige kolderieke materiaal, een beetje gekkigheid, zoals in de European Rap (Sody)
en Aya-Yuppie-Hippie-Yee met vocaal gebral van fluitist van Leer.
Ik vind dit inmiddels één van de best opgenomen albums van Focus. Gevarieerd en gedreven. De lengte van een dubbelelpee kan wel eens een momentje opleveren dat het even inzakt. Ode to Venus, erg mooi, maar een duidelijk 'late night' gevoel daarbij. Dat geldt ook voor slottrack It Takes 2 2 Tango, een mooie compositie, maar een beetje meer vuurwerk om mee af te sluiten had best gemogen. Even wisselen met Curtain Call had dit probleem opgelost. Bij Pim, denken we aan Pim Jacobs en niet die andere.
Erg fijn album, dat de vervallende krachten van de tijd kan doorstaan en bij mij alleen maar voor luisterplezier zorgt en door de jaren heen is gegroeid.
»
details
» naar bericht » reageer
Focus - Focus 8 (2002)
»
details
Focus - Best of Vol. 2 (2011)
»
details
Eric Clapton - 461 Ocean Boulevard (1974)
»
details
Elvis Costello with Burt Bacharach - Painted from Memory (1998)
Opmerkelijke samenwerking van de grote Bacharach met de iets kleinere Costello (sorry, maar het is niet anders).
Bacharach is een groot songwriter en samen met Costello komt de gelaagdheid nog beter tot zijn recht. De songs werden samen geschreven, maar ik vind dat Costello's aandeel meer aansluit bij Bacharach dan andersom. Dat moet ook de bedoeling geweest zijn. Een eerbetoon aan de oude meester, een streep zetten onder de heel bijzondere traditie van deze songs: emotioneel overtuigend, met veel gevoel gezongen en opvallend fraai gearrangeerd.
Dit zijn beslist geen slaperige jazzdeuntjes voor rond middernacht. De voordracht komt uit de tenen. De spanning blijft erin van begin tot eind. Een geslaagde samenwerking en ook wel begrijpelijk dat het bij deze ene worp moest blijven. Zoiets herhaal je niet.
Inmiddels alweer 23 jaar oud, dit eenzame monument. En ik vind het mooi.
»
details
» naar bericht » reageer
Elton John - The Big Picture (1997)
Een redelijk album van Elton John en schrijfmaatje Bernie Taupin. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en professioneel, met mooie stukjes orkest en koortjes, maar echte uitschieters ontbreken. Daardoor is het een beetje anoniem en kabbelt het voort zonder dat je opveert.
Natuurlijk kan dat ook aan mij liggen. Ik ga dit werk dan ook niet vergelijken met de meer vlammende platen uit de eerste helft van de jaren '70, want dan blijkt dat de jaren '90 voor deze artiest anders verliepen dan zijn geïnspireerde beginperiode.
Een gearriveerde artiest, dat mag zo zijn en eigenlijk ook normaal dat hij hier in rustiger vaarwater terecht kwam in het bloeitijdperk van de CD.
Heel aardig zijn: If the River Can Bend, The Big Picture en Recover Your Soul, maar eigenlijk geldt dat voor de overige nummers ook: heel aardig en goed beluisterbaar. Spannend wordt het hier niet.
»
details
» naar bericht » reageer
Elton John - Songs from the West Coast (2001)
»
details
Elton John - Peachtree Road (2004)
»
details
Elton John - Madman Across the Water (1971)
Zeer gedreven album waarin Taupin als tekstschrijver zijn 'Amerikaanse droom' kon uitleven, en dat met de nodige kritische observaties. Elton John komt geïnspireerd over en zit als het ware op het puntje van zijn pianokruk. Tiny Dancer is naar mijn mening het beste dat de man ooit zong, de titeltrack maakt ook indruk en zeker het fragiele slotnummer Goodbye waarmee het album een flinke brok emotie achterlaat.
De productie is groots, vooral dankzij de orkestarrangementen van Paul Buckmaster. Aardig nog te vermelden is dat Rick Wakeman het Hammond-orgel bespeelde op drie nummers.
Het album haalde geen topposities in de hitlijsten en bleef daardoor vaak wat in de schaduw staan van Honkey Château en Goodbye Yellow Brick Road bijvoorbeeld.
Fraai album, maar erg vrolijk wordt je er niet van. Voor de gelegenheid dus.
»
details
» naar bericht » reageer
Elton John - Goodbye Yellow Brick Road (1973)
»
details
Elton John - Elton John (1970)
»
details
Elly & Rikkert - Koorddanser (1991)
»
details
Elly & Rikkert - Jarenlang (1988)
Na jaren vast contract bij EMI maakte het duo een uitstapje naar het kleine label Horizon van Disky BV.
Opmerkelijk 'gewoon' album van het hippe duo, dat zo rond 1976 de overstap maakte naar het christelijk geloof. Hun hele repertoire werd in de jaren daarna bepaald door getuigen van dat geloof. Ondanks de optredens bij de EO bleven ze toch ook eigenzinnig hun eigen weg gaan. Tot een kerk traden ze niet toe en ook voor de EO waren ze niet eenvoudig te vangen.
Wellicht groeide de nieuwe achterban met hen mee en vonden ze de vrijheid terug wat maatschappijkritischer voor de dag te komen. En dichterlijker, maar dan in observaties van het dagelijks leven. Portretten van mensen en hun gevoelens. Daarmee ruilden ze een stukje mystiek verlangen, dat hun eerdere albums zo kenmerkte, in voor meer nuchterheid. 'Het hart op de tong'.
Dit album werd in Volendam opgenomen in de studio van Arnold Mühren en ze worden terzijde gestaan door o.a. Hans Vermeulen en zijn zanggroep met Dianne Marchal, Ruth Jacott en Jody Pijper.
Het zijn mooie kleine liedjes over het algemeen, al spreken niet alle teksten me aan, waarin hier en daar verwezen wordt naar Boven, maar niet zo expliciet als pakweg tien jaar eerder.
Rozen Uit het Asfalt rockt lekker en Tot de Cirkel Sluit is een vertaling van Joni Mitchell's The Circle Game.
Een aardig album, bij hun terugkeer naar EMI maakten ze het meer akoestische Koorddanser (1991) dat ik een stukje beter vind.
Bijzonder stel. Inmiddels bezig met een afscheidstournee, die op 21 juni dit jaar gaat eindigen in Amsterdam.
»
details
» naar bericht » reageer
Elly & Rikkert - Elly & Rikkerts Eigen Keuze (1990)
»
details
Electric Light Orchestra - Zoom (2001)
Tijd om hier weer eens op terug te blikken. In huis: de originele CD, tweemaal zelfs, en de remaster-heruitgave op het Frontier-label uit 2013, met de twee wat ongepaste bonustracks.
Die laatste klinkt een fractie frisser en voller, al moet je voor de verschillen diep in de speaker kruipen.
Een beetje gruizig klinkt het toch wel. Alsof de analoge VU-meters een stukje in het rood uitsloegen bij de mix. Nu denk ik dat niets toevallig gebeurt op de albums van ELO en zó en niet anders moet het dus wel bedoeld zijn door Jeff. Ook niet toevallig is de lengte van de nummers, allemaal rond de behapbare drieënhalve minuut. Een nieuwe benadering van songs.
Het album was matig succesvol, maar dat is hierboven al beschreven, dus direct door naar de nummers:
Alright komt zwaar ronkend binnen, met dat heerlijke gitaarwerk. En hoewel de essentie van de tekst positief is, hoor je het leed eraan af. Het leven is geen lolletje, doorvechten dus.
Moment in Paradise : geweldig nummer, het verbaast me zeer dat dit geen hitsingle werd.
State of Mind : een rocker rechttoe rechtaan. Een beetje simpel.
Just for Love : beatlesque. Mooi dus.
Stranger on a Quiet Street : hier ben ik ook enthousiast over. Heerlijke rocker, in lijn met de krachtige opener Alright.
In My Own Town ; zoiets was al eens gedaan op Secret Messages (1983): nostalgische blues.
Je kunt niet zeggen dat het allemaal hetzelfde is op dit album, zoals Easy Money bewijst.
It Really Doesn't Matter zit geraffineerd in elkaar, maar maakt niet heel veel indruk.
Een beetje When I Was a Boy (2015) horen we hier alvast in Ordinary Dream, met nostalgische ELO-strijkjes.
Zwelgen in nostalgie in A Long Time Gone: een prachtsong. Wat zit het ook hier weer gedegen in elkaar!
Nu mijn favoriet: Melting in the Sun . Dit vraagt om luid afspelen, dus als je buren niet thuis zijn.
Koortjes, gitaren, en heerlijk sentiment. Lynne zet hier zijn beste stem op.
Dan nog twee ouderwetse rockers om het af te leren: All She Wanted en Lonesome Lullaby. Hoor ik Tom Petty? Ja, die invloed is er wel degelijk. En dan is de plaat ten einde. Tenminste, de originele versie.
De toegevoegde tracks One Day en Turn to Stone in de live versie mogen er wel zijn, maar hebben met het concept van Zoom niets te maken. Al is de laatste track ook in 2001 opgenomen bij de Zoom-tour.
Tja, die tour. Daar zullen we het maar niet meer over hebben. Dit was toch echt de laatste échte ELO, al was het meer dan duidelijk een soloproject geworden van Jeff Lynne. De inspiratie, hier op Zoom nog volop voorradig, bleek het grote probleem op de meer of minder glorieuze comeback albums van Jeff Lynne's ELO: Alone in the Universe (2015) en From Out of Nowhere (2019).
Het originele Zoom is tweedehands nog wel voor een pittig bedrag te krijgen, maar beter is dan voor een redelijker prijs de box original album classics aan te schaffen met naast Zoom, Armchair Theatre, Long Wave, Mr. Blue Sky en Live. In kartonnen hoesjes weliswaar, maar daar is overheen te komen.
»
details
» naar bericht » reageer
Electric Light Orchestra - Time (1981)
Wat is tijd als je een reis kunt maken naar de toekomst? Vooruitkijken en terugblikken worden dan relatieve begrippen. Spelen met de tijd is vooral interessant als je de toekomst in kunt gaan. En dat is de gedachte waar dit album mee speelt.
Een man maakt een tijdreis van 1981 naar 2095 en ziet hoe het daar toegaat in die toekomende eeuw. Het kan toch niet waar zijn. Is het een droom? Dan misschien toch ook een bange, want erg blij wordt de man niet van de kille strakke technologie. Zal hij ooit wat kunnen voelen voor de perfecte computervrouw? En hoe eenzaam zul je daar dan zijn? Ben je nog een mens van vlees en bloed? Nee, dan toch maar weer liever terug naar die vertrouwde jaren '80 van de vorige eeuw …
Heel veel dieper gaat het verhaal niet. Proloog en epiloog geven kop en staart aan dit Sci-Fi drama. Instrumentaal kan de band niet veel verder springen dan de polsstok anno 1981 lang is. Synthesizers, stemvervormers, piepjes en bliepjes geven een klank van ruimte en toekomst in een soort 'Wondere Wereld' van Chriet Titulaer. Moderner kon het niet. Goed beschouwd niet veel anders dan inspelen op de heersende synthpop mode die al aan de gang was. Opnieuw had Lynne zijn oren goed openstaan voor ontwikkelingen in de popmuziek. 'Another Heart Breaks' had ook best van OMD kunnen zijn. De desolate sfeer had Lynne goed te pakken.
Uiteindelijk, en daarin onderscheidt het album zich van vele bands in die jaren, loopt het conceptverhaaltje goed af met het optimistische Hold On Tight. Hou vast aan je dromen! De toekomst is geen doemscenario.
Nee, echt veel dieper hoeven we niet te zoeken naar betekenis en duiding. Het was gewoon een mooi en slim thema. En knap uitgewerkt. Na het lastige Xanadu, een half album in feite, stond ELO nu weer voor een gedurfd conceptueel geluid. Time deelde een stevige dreun uit aan iedereen die het Electric Light Orchestra al had afgeschreven.
De bonustracks op de remaster van 2001, die goed klinkt trouwens, voegen best een paar goede songs toe, maar verzwakken het idee van themaplaat met kop en staart. Na Epilogue is het gewoon klaar.
»
details
» naar bericht » reageer
Electric Light Orchestra - On the Third Day (1973)
»
details
Electric Light Orchestra - Mr. Blue Sky (2012)
»
details
Electric Light Orchestra - Face the Music (1975)
»
details
Electric Light Orchestra - Discovery (1979)
Terug naar mijn 'core-business' op deze site: The Electric Light Orchestra.
In mei is het 40 jaar geleden dat dit album verscheen, als opvolger van Out of the Blue (1977). Het muzikale landschap was in die twee jaar ingrijpend veranderd. Niet iedereen was aan de Punk, want die invloed bleef redelijk beperkt en stond te ver af van wat het publiek aantrekkelijk vond. Pas in de doorontwikkeling naar New Wave volgde de massa. Er was een andere rage aan de gang: de Disco !
Al een paar jaar bestond er een vorm van dansbare muziek, funky soul, met duidelijke vierkwarts beat en 'de disco' werd de gangbare aanduiding voor het soort uitgaansgelegenheid waar je wat kon dansen en een mixje drinken. Spiegelbol aan het plafond, dresscode: de wijde glitterblouse. Wie is er niet geweest. Maar in 1979 ging de disco volledig los.
Natuurlijk was ook Jeff Lynne dat niet ontgaan en de ELO-voorman bleek verstandig genoeg om niet een tijdloos Out of the Blue II uit te brengen. Met de titel en een paar songs liet hij speels merken wel degelijk contact te houden met de tijd. Maar is dit dan het gevreesde disco album van ELO?
Ik beluister nu het video-album. Ja, ook dat was hip, nog jaren voor MTV de beeldbuis veroverde, was dit hele album al van een videoclip voorzien. Maar wat me opvalt, meer dan destijds, dat er nog zoveel beatlesque invloed te horen is: Need Her Love, The Diary of Horace Wimp, met die prachtige tekst en het melodieuze On the Run. Duidelijk is nu ook de creatieve inbreng van toetsenist Richard Tandy.
Wil je heel graag toch de disco erin horen, dan is Last Train to London het nummer dat het genre op z'n best parodieert met direct daarna openingstrack Shine a Little Love als tweede verdachte. Wishing is wat onopvallend en schuurt aan tegen soft soul. Hierop kan 'geschuifeld' worden.
In het slotnummer gaat het van dik hout zaagt men planken: Don't Bring Me Down. Op bijna geen album kan Lynne de verleiding weerstaan een rechttoe rechtaan R&R-nummer neer te zetten. Niks disco maar desalniettemin het grote succes van het album. Erg fijn en gebalanceerd is Confusion, een prachtige popsong, beetje pathetisch gezongen en wat knoopt Tandy er toch een mooi outro aan. Meesterlijk.
Helemaal niet zo erg dus allemaal, dit Discovery, een plaat waar ik in die tijd met de nodige scepsis op reageerde. ELO nu ook al aan de disco? Verre van dat, zou ik nu zeggen. Wel is de positie van de band verschoven richting de pakkende popsong. Het commerciële motief werd openlijker aan de dag gelegd.
Opnieuw een stijlbreuk, op weg naar de toekomst, waarin violen werden afgeserveerd en electronica de dienst ging uitmaken. In vrijwel niets herkennen we hier nog het geluid van de 'Harvest-jaren' van de band, 1971-1973. Het ging erg snel. De creatieve talenten draaiden overuren. Uitputtend, zoals later zou blijken. Midden jaren tachtig doofde dan ook het lampje. Voorlopig althans ...
»
details
» naar bericht » reageer
Electric Light Orchestra - Balance of Power (1986)
ELO in de nadagen. Jeff Lynne speelt hier met de electronica en dat zorgt voor een futuristisch, maar inmiddels ook wel sterk gedateerd geluid. Desondanks zijn er enkele sterke songs te noemen. Getting to the Point, Sorrow About to Fall en Without Someone laten me niet koud. De remaster van 2007 voegt interessante bonustracks toe.
»
details
» naar bericht » reageer
Electric Light Orchestra - A New World Record (1976)
»
details
Ekseption - The Universal Masters Collection (2003)
»
details
Ekseption - Ekseption 5 (1972)
Het moet wel een stukje liefde zijn voor deze Haarlemse buitengewone band, dat ik dit album al een tijdje met 5 sterren waardeer en in mijn Top 10 op een prominente plek wil hebben. Ja, liefde toch wel voor dat bijzondere geluid: klassiek met jazz en rock gemengd tot een energiek popgeluid.
Je moet maar durven dat te maken én je moet het maar kunnen verdragen. Want, dat de schoen wel eens wringt bij Ekseption, dat wil ik ook niet ontkennen. Toetsenist Rick van der Linden was toch wel een beetje de maniak van de band, die graag net een stapje verder ging dan goede smaak en luistergenot toeliet. Barok, nét een beetje teveel van alles soms. Maar geweldig is de energie die de band onder zijn leiding liet stromen.
ik kan me zo voorstellen dat het voor jongere luisteraars (50 min) vreemd gedateerd kan klinken. Hoempapa, onrustig springerig, het schettert je speaker uit. Nee, zeker geen muziek voor de achtergrond of voor een lekker relaxt sfeertje. Laat staan dat het geschikt is om op te dansen. Het vraagt wel om naar te luisteren. Ook in die zin is het klassiek: je moet er een beetje moeite voor doen.
Klassiek dus; ik tel op dit album twee stukken van J.S. Bach, opener en finale van Beethoven en A la Turka van W.A. Mozart. Vier stukken zijn door van der Linden zelf gecomponeerd en For Example / For Sure leende hij deels van Keith Emerson. De klassieke stukken zijn voor puristen gewelddadige vervormingen van hoe hun geliefde componisten in ere werden gehouden en op een voetstuk gezet. Ekseption was een stukje rebellie tegen de gezapigheid van de klassieke muziekcultuur in die jaren: de o zo strikte scheiding tussen 'serieuze' muziek en 'pop'. Nu niets meer om je druk over te maken. Een knap stukje muziek met leenelementen, een geslaagde mix. Toen was dat nieuw.
Meesterlijk, en dat kan niet genoeg gezegd worden, is het toetsenwerk van Rick van der Linden. Maar zeker niet minder is de kwaliteit van trompettist Rein van den Broek, de twee onvervangbare kernleden van de band. En deze twee konden elkaar echt tot het uiterste dwingen. Was het altijd gezellig in de band? Nee, zeker niet. Er werd geknokt, Rick was een perfectionist en geen gemakkelijk mens. Maar inmiddels hadden ze dan toch maar vier succesvolle albums op hun naam staan. Werken onder hoogspanning.
Bij dit vijfde album aangekomen bereikte Ekseption een hoogtepunt. Tegelijk is dit dan ook het begin van het einde gebleken. De positie van van der Linden stond ter discussie. Direct na het opnemen van het volgende album 'Trinity' (1973) werd Rick door de overige bandleden gevraagd te vertrekken. Democratie heette zoiets in die dagen. Op dat moment het creatieve einde voor de band. Later is dat op persoonlijk vlak nog wel goedgekomen en ze hebben af en toe nog een aardig album opgenomen, maar van succes zoals in die hoogtijdagen was geen sprake meer.
Roem is een vluchtig iets en de Haarlemse band heeft er even van mogen proeven. Verdrietig dat de bandleden zo vroeg overleden. De herinnering blijft en hun vijf opmerkelijke albums.
»
details
» naar bericht » reageer
Ekseption - 00.04 (1971)
»
details
Eagles - The Long Run (1979)
In 1979 kocht ik de single met de dubbel a-kant als ik het me goed herinner: The Long Run en Heartache Tonight. Geen echt beste nummers. Maar in het jaar van de disco toch nog een beetje glans naast 'Another Brick in the Wall'. De seventies waren nog net niet voorbij. En Eagles deden hun best de tijd te verstaan en een beetje mee te huppelen in het ritme van het jaar. Helemaal van harte klinkt dit laatste reguliere album niet. Maar liefst drie jaar na Hotel California. Het moet een zware bevalling geweest zijn. Een tikje vermoeid klinkt het. Zwart is de hoes. De titel zegt genoeg. Toch staan er echt grote parels op.
En daar komen ze: In the City, geweldig gitaarrocknummer. En het rustig bedachtzame I Can't Tell You Why en The Sad Café. Over die laatste twee geen kwaad woord. De rest van het album ... ik begrijp het niet, kan er niet bij, laten we het daar maar op houden.
En zo verliep mijn avondje sixpack CD-box Eagles. Erg genoeglijk. Zeker, met een kop thee. De koek is op. Maar de plaatjes ga ik de komende tijd weer vaker draaien. Dat is zeker.
»
details
» naar bericht » reageer
Eagles - One of These Nights (1975)
Nu een spannend moment. Was Eagles in 1975 nog dezelfde band? De introductie van Joe Walsh moest het ruige gehalte van de mannen uit het wilde westen omhoog stuwen. En met succes. Een stoere plaat met meer gitaarrock en minder country. Binnenkomer One of These Nights leek dit te bewijzen. Toch ook weer niet helemaal. Want een nummer als Hollywood Waltz was weer helemaal old-school emotionele countryrock. Dat zijn toch wel de nummers waar ik van ondersteboven ga. Heerlijk. Na het mysterieuze en bijna klassiek orkestrale Journey of the Sorcerer - een waar studioproject, gaan we op kant 2 verder met het all-time favoriete Lyin' Eyes. Een kanjer, eenvoudig, rechttoe rechtaan uit het hart en de hitparade in. Het verveelt niet. Trage, gearriveerde loomheid - we zullen het op het volgende album volop ontmoeten - vinden we in Take It to the Limit. Studioviolen vinden we ook in het minst geslaagde nummer: I Wish You Peace. Het is een beetje Let it Grow van Eric Clapton, maar dan in suikerzoete versie. Eagles op z'n popst. De plaat gaat als een nachtkaars uit.
»
details
» naar bericht » reageer
Eagles - Long Road Out of Eden (2007)
Dat het album te lang is en dus best een director’s cut had kunnen gebruiken voor een beter resultaat, wordt hierboven al meermalen genoemd. Het is een klacht bij veel dubbelalbums. Ik weet niet of dat het probleem is. Wanneer anderhalf uur luisteren je zwaar valt, is er iets anders aan de hand. Dat probleem heb ik niet.
Je moet er dus even de tijd voor nemen. Het eerste plaatje heeft een vrij softe boyband-achtige sfeer. I Don't Want to Hear Any More is prachtig, maar ja, een beetje voor meisjes toch. Het is net niet het venijnige randje dat we kennen van de band van zo’n 30 jaar eerder. Mooie liedjes, zeker, goed gezongen, uitstekend opgenomen, en weinig bands kunnen tippen aan dit niveau. Maar is het Eagles?
Tja, mooie liedjes zijn best aan mij besteed, daar niet van …. plaatje 2 dan maar.
Dan is daar vanuit de stilte van de woestijn die prachtige broeierige lange titeltrack. Was het één schijfje geworden, dan had deze er absoluut op gestaan. Henley neemt hier weer de lead en dat was echt nodig. Ik hoor een gitaar soleren, erg fraai. Hotel California? Vooruit, zoiets is ‘t wel. Maar dan beter.
I Dreamed There Was No War. Mooi Glenn. Blijf dromen daarboven, dat is harder nodig dan ooit.
Nu gaat het tempo wat omhoog. Yes! Somebody. Dat was hier hard nodig. Drumstokjes erbij op
Frail Grasp on the Big Picture. Opnieuw een sterk nummer in de beste Eagles-traditie.
Last Good Time in Town vraagt wat meer draaibeurten om te bevatten. Maar ik hoor opnieuw fraai gitaarwerk en een strak ritme. Heel anders weer is het klein en teder gehouden I Love to Watch a Woman Dance. Na het stevige Business as Usual gaat het bedachtzamer naar het einde om tot slot het calypso-achtige It’s You World Now, een song van Glenn Frey in te zetten.
Een laatste groet van deze Eagles. Hun definitief laatste album. Of beter: twee albums in één, waarbij de opmerking dat het tweede schijfje me aanmerkelijk beter bevalt.
»
details
» naar bericht » reageer
Eagles - Hell Freezes Over (1994)
»
details
Eagles - Eagles Live (1980)
Vorige week heb ik vluchtig de zes studio-albums van Eagles, uit het zwarte sixpack CD-boxje, langs laten komen, besproken en ben daarmee weer terug beland in een oude muzikale liefde uit de jaren ‘70. Zeker, ik luisterde Supertramp, Procol Harum, Steely Dan, Genesis, Focus en Bob Dylan, maar ook deze door-en-door Amerikaanse band met het typische geluid van de westcoast, ook al kwam geen van de bandleden oorspronkelijk uit California. Een stel getalenteerde muzikanten, dat elkaar vond in de de smeltkroes van L.A. en de countryrock omarmden.
Dat weet natuurlijk iedereen al en het is allemaal geschiedenis. Dat het geen sprookje was weten we dankzij de niets verhullende documentaires. Maar, om nu weer de 45 jaar oude vetes uit de kast te halen en daarover te treuren, dat gaat me te ver. De tijd heelt niet alle, maar toch wel een paar wonden.
De studioplaten waren niet mis. Een constant hoog niveau en een heel herkenbaar eigen Eagles-geluid. Over het laatste product uit die reeks, The Long Run (1979) kun je verschillend denken en ook ik kan dat album maar voor de helft echt waarderen, maar met het glas halfvol, heb je toch nog genoeg over, is mijn redenering.
En dan, in 1980, als slotakkoord van die roerige jaren ‘70, dit live-dubbelalbum. Hoe gezellig het was in de kleedkamers, hoef ik niet te weten, maar merk wel op dat er hier een prachtig stuk samenwerking te horen is. Laat ik het gerust harmonie noemen. Met nét iets meer beleving en emotie dan op de keurig ingespeelde studioplaten, komt de essentie van het repertoire nog sterker naar voren. Het is genieten, zelfs met de wetenschap dat er wat gerommeld moet zijn met de opnames en het publiek hier en daar een tikje onnatuurlijk erin gemixt is. Laten we zeggen dat live de basis was en dat die opnames in de studio rechtgetrokken zijn tot een klinkend resultaat.
Er zijn twee series concerten gebruikt. De oudste serie is uit 1976 en daarvan vinden we New Kid in Town, Wasted Time, Take it to the Limit, Doolin Dalton (Reprise II) en Desperado op deze dubbelaar. Dit zal de Hotel California-tour geweest zijn. De rest van de opnames is uit de Long Run-tour van zomer 1980. Life’s been Good is het snijdend kritische commentaar van Joe Walsh op de muziekindustrie, te vinden op de soundtrack FM en op But Seriously, Folks …, zijn soloplaat uit 1978. Een sterke song en stevig neergezet.
Vaak is opgemerkt dat Eagles Live wat meer rock laat horen en wat minder sentimentele country-ballads. Dat is maar gedeeltelijk waar en vooral op de tweede schijf tel ik toch overwegend langzame harmonie-zang-nummers met als oppeppers All Night Long en Life in the Fast Lane. Het klinkt niet geforceerd, want het zijn de twee bekende gezichten van de band, die dan toch weer optimaal samenkomen in slotnummer Take it Easy met Glenn Frey.
Ik kan dus best, na 44 jaar, erg genieten van deze Eagles Live. Oké, er is dus wat gemanipuleerd, zoals ook Supertramp’s Paris een gedeeltelijk studioproject was. Maar kennelijk was het nodig om dit tot een live-klinkend album te maken. Vandaag de dag is manipulatie aan de orde van de dag en heel wat kwalijker dan we hier voorbij horen komen. Een album kan nooit een rechtstreekse concertregistratie zijn en heeft bewerking nodig om het thuis ook een beetje leuk uit de speakers te laten komen.
Een sterk album, minder clean dan de reguliere studioplaten en een fraaie samenvatting van wat de mannen tot aan hun afscheid in petto hadden. Ondanks de spanningen, toch heel professioneel en muzikaal dik in orde.
Voor wie de kaarten al in huis heeft: veel plezier in Gelredome, 13 juni a.s. Het is de investering vast waard.
»
details
» naar bericht » reageer
Eagles - Eagles (1972)
Met de 'sixpack box' in huis, met alle reguliere albums uit de jaren ‘70 in een zwart doosje, ga ik er nog eens goed voor zitten en dompel me onder in dat heerlijke countryrock-geluid van de band zonder lidwoord: Eagles. Vanaf een paar elpees en de rest op cassettebandjes luisterde ik zo eind jaren zeventig naar deze oer amerikaanse band. Altijd had ik al meer met de Amerikaanse dan met de Engelse muziek. Moest ik kiezen tussen Beatles en Beach Boys, dan koos ik, soms tegen beter weten in, voor de laatste. Niet beter, maar warmer, emotioneler, rechtstreekser dan die aardige maar minder lekkere Merseysound. Meer uit het hart, minder in het hoofd.
Nu de sprong naar de geweldige vondst uit die jaren: Eagles: countryrock. Het genre was al ontwikkeld door Buffalo Springfield, The Byrds en The Flying Burrito Brothers. Wat de Eagles (ook ik kan het niet laten en gebruik het lidwoord) deden was de vertaling naar een nieuwe generatie, een album kopend publiek, met uitstekende eenvoudig klinkende songs. Niet overdadig met fiddle en steelguitar in de countryhoek gezet, maar wel met de kenmerkende harmoniezang. Een geweldige zanggroep. En op dit eerste album doen alle bandleden nog een duit in het zakje. Er heerste nog een soort democratie. Het was groepswerk. Het sterrendom was de centrale bandleden nog niet naar het hoofd gestegen.
Een puike plaat dus, dit debuut. Mag ik even helemaal los gaan bij Earlybird ? Geweldig!.
»
details
» naar bericht » reageer
Eagles - Desperado (1973)
Tweede album en we horen in de eerste song al meteen de stem van Don Henley op de voorgrond. Laat ik zeggen: het western-rock&roll gehalte op dit album is overal aanwezig en we maken een trip door het wilde westen met de cowboys. Dat is aardig en onderscheidend ten opzichte van het meer ingetogen debuut. De contrasten zijn hier groot en niet alles is even geslaagd. Daar staan dan wel kapitale monumenten als Desperado en Tequila Sunrise tegenover. Een gewaagde plaat. De groep was bezig een eigen geluid te ontwikkelen en de strijd om de richting begon voelbaar te worden Ook nu nog een echte groepsplaat en geen conceptwerk. Bitter Creek is een prachtsong, die wel dicht in de buurt komt van de harmonie van CSN&Y.
Eagles is hard op weg een band van formaat te worden.
»
details
» naar bericht » reageer
Dylan, Cash and the Nashville Cats: A New Music City (2015)
Topverzamelaar. Zeer te genieten voor wie niet vies is van een beetje goede country.
»
details
» naar bericht » reageer
Drs. P - De Veerpont (1999)
»
details
Dire Straits - On Every Street (1991)
De laatste onder de bandnaam en een beter album dan de PhilipsCD-promotieplaat Brothers in Arms uit '85. Calling Elvis sla ik snel over en kom dan bij de prachtige titeltrack On Every Street. Vervolgens, doordacht, een om en om van wat meer tempo en rustige kleine gitaarsongs. Op momenten hoor je dan toch ook iets van de eenvoudige countrystyle van The Notting Hillbillies voorbijkomen. Een eenmalig project van een jaar eerder, waarop ook Guy Fletcher meedeed.
On Every Street was het langverwachte album na kaskraker Brothers ... en kon eigenlijk alleen daarom al alleen maar tegenvallen bij de fans. In commercieel opzicht. Meer een soloalbum ook van Knopfler en zo zou hij nog een lange reeks fraaie albums maken. Met de succesjaren van Dire Straits was het wel gedaan inmiddels.
We horen een fraaie mix van rock&roll, blues, folk/country en iets typisch Schots vermoedelijk. Heerlijk zwaarmoedig. J.J.Cale ook. Mooi volwassen album. Calling Elvis en Heavy Fuel en ook rampestamper The Bug hadden van mij niet gehoeven. Maar dan blijft er genoeg over om te genieten. Een album mag ook best 45 minuten duren. Dat was men in 1991 even vergeten.
»
details
» naar bericht » reageer
Dire Straits - Making Movies (1980)
De hoes ... het is maar een hoes natuurlijk en de diepere betekenis ontgaat ook mij. Opvallen doet hij wel. Dan maar verder over de muziek. Ik vond en vind dit muzikaal het sterkste album van de band. En dan heb ik het vooral over Tunnel of Love, Romeo and Juliet en mijn favoriet Expresso Love.
Daarmee is vooral de start van het album ijzersterk. David Knopfler verliet tijdens de opnames in augustus 1980 de band na verhitte discussies met broer Mark, zo weten we nu. Waarschijnlijk zal de broedertwist iets met macht en muzikale koers te maken gehad hebben, er kan immers maar één kapitein zijn op een schip. De kwaliteit van dit album is er niet minder om. Gloedvolle, gepassioneerde songs, schitterend gitaarwerk, een lekker stevig rockgeluid. Dan laat ik Les Boys even buiten beschouwing, maar dat hoef ik niet uit te leggen, denk ik.
Dire Straits is met dit derde album ver gekomen in songwriting en bandgeluid. Samen met Love over Gold (1982), een album dat veel meer op filmmuziek lijkt, de beste albums van de band naar mijn mening.
»
details
» naar bericht » reageer
Dire Straits - Love Over Gold (1982)
»
details
Dire Straits - Communiqué (1979)
Tweede album van de band in basisbezetting, met hier nog David Knopfler van de partij voordat hij vertrok om grote broer Mark de leiding te laten overnemen. Bob Dylan zou Mark datzelfde jaar uitnodigen te spelen op zijn eerste gospelalbum Slow Train Coming. En het moet gezegd worden dat er muzikaal best overeenkomsten te vinden zijn tussen Mark en Bob.
Once upon a Time in the West is een fraaie opener, maar daarmee hebben we nog niet meteen het beste gehad. Where Do You Think You're Going? doet daarvoor niet onder. Zeker, dylanesker kan bijna niet. De titeltrack vind ik een beetje grijs bluesachtig. Singlesucces Lady Writer blijft een fijn nummer. Singlehanded Sailor een prachtig voorbeeld van hoe heer Knopfler zijn gitaargeluid heeft ontwikkeld: zijn handelsmerk. Met Follow me Home kabbelt het aangenaam naar het eind. Hier weer meer J.J. Cale.
In 1979 was ik 16 of 17 jaar en moest je eigenlijk wel positie kiezen in muziekland. New Wave, disco, rockgiganten Pink Floyd, Supertramp, Fleetwood Mac en dan had je nog dat aardige bandje Dire Straits.
Vernieuwend nee, maar zeker welkom.
Prima vervolg op het debuutalbum en veelbelovend. Brothers in Arms was hier nog ver weg, ik mag wel verklappen dat ik het bij dat album een beetje mis vond gaan. Voor nu geen klachten: zeker 4 sterren waard. Vooruit: halfje erbij
»
details
» naar bericht » reageer
Dire Straits - Brothers in Arms (1985)
Dit is een uitvoerig beschreven en becommentarieerd album en ik wil er wat over schrijven, in de wetenschap dat alles al een keer gezegd is.
In 1985 dit album snel gekocht, nog gewoon op vinyl, hoewel ik datzelfde jaar mijn eerste CD-speler in huis haalde: de Philips CD150. Ik noem de naam al van de electronica-gigant, toen nog gevestigd in het Zuiden des Lands. Want label Vertigo hoorde bij PhonoGram en dat was volledig in handen gekomen van die bekende lampenfabriek. Ik zal het kort houden: Dit album Brothers In Arms moest het platen kopende volk overhalen toch ook zo'n apparaat in huis te halen. Want, wow! wat klonk dat goed zeg ...
Nu ga ik me even richten op de inhoud van het gebodene. Vers in het geheugen lag immers nog het overdonderende Love over Gold(1982) en het werd na een grootse wereldtournee tijd voor een studio-opvolger. Dire Straits was een gevestigde band geworden.
Daar gaan we; De eerste drie nummers sla ik over, want dat zijn geen albumnummers maar hitsingles, die destijds van een 'forthcoming album' werden 'getrokken' zoals dat heette: duidelijk bedoeld als radiosingle voor de airplay.
Dan komen we bij Your Latest Trick: een fijn nummer, met mooi meanderende sax en interessante tekst. Waarom Why Worry uitgerekt moest worden naar 8 minuten, begrijp ik nog steeds niet. De magie van het slaperige getingel ontgaat me. Oorlogssong Ride Across the River boeit me dan weer wel. Er zit een mooie opbouw en spanning in. (En hoe actueel!) Country/folksong The Man's Too Strong is prachtig. Ook veldslagen en misdaad hier. Zwart en vol dynamiek.
One World is een song die goed past in het rijtje van de eerste drie en verveelt me snel. Tenslotte het hoofdgerecht: de titelsong. Brothers in Arms heeft eigenlijk wel overeenkomsten met Fool's Overture; de zwaar aangezette oorlogsthematiek; het sacrale, eerbiedige, emotionele. Hier durf je niet doorheen te praten. Best zwaar dus.
Ik zie de begeleidende beelden al als ik het journaal aanzet. Prachtige melodie. Al hoor ik er steeds Bird of Paradise van Snowy White in, dat je er bijna 1 op 1 overheen kunt leggen. Gitaar en Hammondorgel stuwen de song tot een emotioneel hoogtepunt, dat best lang mag duren, maar helaas al een minuut voor het einde in de fade-out gaat.
Een, voor mij, wat topzwaar en onevenwichtig album. Misschien hinkend op twee gedachten. Als puur concept-album over de Falklandoorlog en oorlog in het algemeen had er meer ingezeten. En eerlijk gezegd, begon de Dire Straits -moeheid toe te slaan. Bij mij althans. Even genoeg weer. Een ervaringsfeit, geen eindoordeel.
»
details
» naar bericht » reageer
De Kast - Met Andere Ogen (2001)
»
details
David Gates - Never Let Her Go (1975)
»
details
David Gates - Goodbye Girl (1978)
»
details
David Gates - First (1973)
Prachtig album van deze Bread-voorman. Onvergetelijk is de Suite: Clouds, Rain. Zijn meesterwerk, beslist. Maar ook goed is bijvoorbeeld het gospelnummer Do You Believe He's Comin' en het relaxte, in Zuid-Amerikaanse saus gegoten, Lorilee.
»
details
» naar bericht » reageer
David Gates - Falling in Love Again (1980)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren
»
details
Dan Fogelberg & Tim Weisberg - Twin Sons of Different Mothers (1978)
In augustus 1978 uitgebracht album van zanger-liedjesschrijver Dan Fogelberg met fluitist Tim Weisberg.
Weisberg, die ruim een jaar eerder ook al meespeelde op Nether Lands, krijgt hier een prominente instrumentale rol. Een album dat door Dan Fogelberg als experimental in nature werd beschreven.
Nieuwe muzikale paden worden betreden, belooft de hoestekst ons, maar als je het nu terugluistert zijn het eigenlijk vooral veilige en vertrouwde klanken. Een beetje jazz, een beetje samba, orkestraal vuurwerk, fijne pianoklanken en strijkers, rockgitaren en een paar goede popsongs. Het fluitwerk doet wel een beetje denken aan Thijs van Leer in zijn meest frivole dagen en misschien is dat het wel dat me in dit plaatje aantrok. Het heeft een klassieke klankkleur.
De productie is echter wel sterk tijdgebonden. Voordat hierover discussie ontstaat, bedoel ik slechts dat het geboortejaar 1978 wel duidelijk hoorbaar is in de manier waarop arrangementen en opname werden vormgegeven. Dat geldt natuurlijk ook voor de hoes. De baardmannetjes (Weisberg was 8 jaar ouder dan Fogelberg) kunnen inderdaad doorgaan voor halfbroers, maar in gladgeschoren toestand vervalt de gelijkenis zonder twijfel.
Fogelberg toverde weer een paar fraaie melancholische composities voor onze oren. Eigenlijk best een fijne plaat, al is het weinig wereldschokkend. Waarom zou dat ook moeten?! Veertig jaar later het beluisteren en opnieuw uitbrengen zeker waard.
»
details
» naar bericht » reageer
Dan Fogelberg - Nether Lands (1977)
»
details
Dan Fogelberg - Greatest Hits (1982)
Dit is niet de best denkbare verzamelaar van Fogelberg. Veel 'grote hits' heeft hij niet gehad, wel een paar uit de categorie 'zwijmelpop' en daarom helt de keuze wat over naar de zoete kant van zijn materiaal. Ik mis met name songs van zijn oudere werk t/m Netherlands. We moeten het doen met Part of the Plan uit 1974 en verder vooral enkele singles en tracks van The Innocent Age (1981). Niet verwonderlijk, dit album kwam een jaar voor deze verzamelaar uit. Veel liever had ik werk van Captured Angel (1975) of Nether Lands (1977) terug gezien op dit album. Wellicht een rechtenkwestie. Wat de CD dan toch interessant maakt is de geweldige geluidskwaliteit. In 1982 werd nog onbewerkt de master op het schijfje gezet, met behoud van de originele dynamiek, wat een diep en rustig geluidsbeeld oplevert.
Die 'plus' maakt het toch wel weer een beetje goed.
»
details
» naar bericht » reageer
Dan Fogelberg - Captured Angel (1975)
»
details
Cliff Richard - Rise Up (2018)
»
details
Cliff Richard - Now You See Me... ...Now You Don't (1982)
»
details
Christopher Cross - Christopher Cross (1979)
Met de nodige voorzichtigheid heb ik dit album afgelopen week meegenomen op mijn dagelijkse autoritten 'voor de zaak' en zo weer meermalen beluisterd. Het exemplaar dat ik bezit is namelijk een 'target-CD', uit 1983 en de goudkleurige schijf in het zware (nog onbeschadigde) doosje zet geluidstechnisch nog altijd de standaard voor het beste CD geluid dat je kunt wensen. Ook om die reden ben ik aardig verknocht geraakt aan het plaatje dat al ruim 30 jaar in m'n kast staat.
Nu is dat allemaal weinig interessant als het album, zoals sommigen tot velen vinden, een saaie bedoening is. Slap zwijmelend geneuzel van een zanger met een te hoge stem die in soft rock doet. Daar aangekomen komt opnieuw een stukje verweer in mij naar boven. Soft rock, oké, daar valt mee te leven en het klopt vrij aardig. Al luisterend ben ik nog steeds best onder de indruk van de kwaliteiten. Niet alleen de productie door Michael Omartian is buitengewoon goed, ook de songs zitten goed in elkaar.
De single Sailing, in Nederland een hitje in voorjaar 1981 (!) sla ik gemakshalve toch maar even over. Dat nummer ken ik te goed en is nauwelijks representatief voor de rest van de plaat.
Trouwens, volgens dutchcharts staat het hele album pas in april '81 genoteerd op de albumlijst. Ben benieuwd of iemand zich dat kan herinneren. Waarom zo laat? Ook ik kocht het album pas na opvolger Another Page in 1983.
Kwaliteit. Eén van de eerste op 3M Digital Recording System opgenomen albums. Een indrukwekkende rij aan zangers waaronder: Don Henley, Nicolette Larson, Michael McDonald, J.D Souther en Stormie Omartian. Absolute ster is gitarist Larry Carlton. Wat een heerlijke loopjes zet hij hier neer in veel nummers!
En dan de zanger. Hij heeft wel wat, maar is tegelijk beperkt. Waarom precies Cross werd verkozen voor dit peperdure project van Warner, is me niet helemaal duidelijk. Hij is een songwriter en een goeie, maar zijn stem zal niet iedereen aanspreken. In het videotijdperk dat spoedig volgde had de corpulente man het niet makkelijk. Geen jeugdheld, maar 'adult contemporary music', voor volwassenen dus.
Het is soft rock, vooruit. Maar daar zit dan ook geraffineerd wat jazz en soul doorheen gevlochten. Zo echt Amerikaans als het maar kan. Een standaardalbum voor mij. Het prachtige Minstrel Gigolo aan het eind begint tam, maar loopt naar het einde op in emotie. En dan merk je toch ook dat hier iemand staat te zingen met heel zijn hart. Ik vind het prachtig. Met 38 minuten te kort in de beleving. Na track 9 wacht je op nog een nummer. Ook dat is raffinement, de smaak naar meer. Knap stukje werk van de muziekindustrie met een verdiende Grammy Award Album of the Year 1981.
Ben ik nu te positief?
»
details
» naar bericht » reageer
Christopher Cross - Back of My Mind (1988)
»
details
Chris Rea - New Light Through Old Windows (1988)
Dit album heb ik destijds gekocht als vervanger van of aanvulling op de langspeelplaten Shamrock Diaries en Whatever Happened to Benny Santini. Die elpees bezit ik inmiddels niet meer, maar deze CD vond ik onlangs terug en draai ‘m nu regelmatig.
Het luistert prima weg, de versies op deze verzamelaar zijn wat meer ingekleurd, met percussie en gitaarwerk en wat me vooral opvalt is hoe dicht Rea aanschuurt tegen Mark Knopfler’s Dire Straits.
Fraaie sentimentele rockers met een stem die doorleefd klinkt en melancholie uitstraalt. Niet alles bevalt me, maar ik wil toch graag het volumeknopje wat hoger draaien bij nummers als: Ace of Hearts, Windy Town, waarbij ik steeds aan Den Helder moet denken, en het prachtige Steel River.
Mooi, maar de hele CD achterelkaar draaien, dat is toch wel een opgaaf. Aan prachtig gitaarwerk geen gebrek, maar de stem van Rea vermoeit wel enigszins.
»
details
» naar bericht » reageer
Chris Rea - Dancing with Strangers (1987)
Onovertroffen: Windy Town, Curse of the Traveller en ook: Loving You Again (Motown-sound - jazeker!).
De instrumentale stukken Josie's Tune, Donahue’s Broken Wheel en Danielle’s Breakfast (op mijn CD nummer 13 en14) zijn eigenlijk onder de maat en lijken bij het verlaten van de studio nog even met de achtergebleven sessiemuzikanten ingespeeld. Het overige is aardig, ik denk vooral aan het klein maar fijne September Blue. Een album met een paar zwakkere plekken, dat desondanks nog regelmatig in de CD-lade geschoven wordt ter beluistering. Een handeling, jongelui, die we nog kennen uit een grijs verleden, toen we nog kleine plaatjes kochten voor veel te veel geld.
»
details
» naar bericht » reageer
Chris Rea - Auberge (1991)
Een album dat meerdere keren draaien nodig heeft om erin te komen. Wat wel meteen opvalt is de uitstekende open/transparante productie. Natuurlijk is de gruizige rokersstem van Rea overal direct herkenbaar. En in contrast met de vaak gevoelige melodieën zorgt dat voor een intieme sfeer.
Een artiest die je zonder meer in het rijtje kunt neerzetten met Eric Clapton, Mark Knopfler en Joe Cocker. De vergelijking gaat mank natuurlijk, want Rea heeft genoeg eigen stijl, maar wie bovengenoemde artiesten waardeert, komt ook al gauw bij Chris Rea uit.
Met Gone Fishing begint het album goed op gang te komen. Mooie tekst! Erg goed is Set Me Free, dat uitpakt van klein naar groot. Maar ook het wat simpel voortkabbelende Sing a Song of Love to Me is fijn. Looking for the Summer is duidelijk 'knopfleriaans' en had moeiteloos gepast op Communiqué van Dire Straits.
Het slotnummer The Mention of Your Name raakt me. Emotioneel. Betekenisvol.
Een goed album dat zeker 4 sterren waardering verdient en zoals gezegd meer draaibeurten nodig heeft.
PS. Het originele schilderij van Alan Fearnley, de raceauto hier op de hoes, zag ik een paar maanden geleden nog in het Louwman Museum in Den Haag.
»
details
» naar bericht » reageer
Chris de Burgh - Home (2012)
In de jaren ‘80 brak deze Ierse troubadour, na een reeks interessante maar slecht verkochte albums, door met zijn single The Lady in Red en werd een grote ster, vooral in zijn thuisland en de Duitstalige landen. Romantiek, een wat clichématig gebruik van woorden over liefde, trouw en hoop voor de toekomst, het raakte toch wel heel wat mensen in het hart. De voorspelbaarheid van zijn albums nam helaas nu wel toe en maakte hem toch ook tot een wat fletse en gearriveerde figuur.
Op dit album, thuis opgenomen, bladert de man nog eens door zijn catalogus en brengt een reeks opmerkelijke, maar niet direct zijn meest bekende, songs bij elkaar. Verstandig dat hij The Lady in Red onberoerd liet, want dat kenden we nu echt wel. Nee, dit zijn prima songs, die een tweede kans horen te krijgen. De Burgh nam ze akoestisch en sober op en zijn stem klinkt beter en directer dan in jaren, met een doorleefde klank. Behalve de uptempo opener, is het een rustige plaat: fraaie luisterliedjes die goed tot hun recht komen in deze setting.
Een bijzonder goed album, en zoals hierboven terecht opgemerkt: een groeiplaat.
»
details
» naar bericht » reageer
Carpenters - Their Greatest Hits (1990)
»
details
Carpenters - Interpretations (1995)
»
details
Carpenters - A Kind of Hush (1976)
»
details
Buggles - The Age of Plastic (1980)
Samen met bands als New Music vormde dit rond 1980 een klasse apart. Hip, nieuw, creatief en tegelijk met een klank vol heimwee. De kille megafoon-stem was geleend van Flash and the Pan, denk ik. Heel functioneel hier waar het gaat over vervreemding in de robotmaatschappij. We konden er toen nog om lachen, nu inmiddels realiteit aan het worden. Mensen zijn nummers, anoniem en o zo eenzaam in de plastic robotwereld met alleen maar schermpjes. Herkenbaar?
Fantastisch geproduceerd album met prachtig gevonden intro's en outro's.
»
details
» naar bericht » reageer
Bruce Hornsby and The Range - The Way It Is (1986)
»
details
Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes (1975)
Huisvlijt van de eerste orde. Tekstje schrijven, beetje jammen en dan direct opnemen op dat bandrecordertje daar in de hoek van de basement. Niks meer aan doen. Dat was het idee, in 1967, een plaat maken was niet echt de bedoeling. Later, in 1975, mixte en schaafde Robbie Robertson met technicus Rob Fraboni de opnames wat bij en werd het als dubbelalbum uitgebracht bij Columbia. Het is een Dylanalbum, maar zeker niet minder een hoogtepunt voor The Band. En een bron van eindeloze discussie voor de fanaten.
De nieuwe versie uit 2014 met beter geluid, naar men zegt, heb ik aan me voorbij laten gaan. Je moet niet verder sleutelen aan de geschiedenis. Met deze versie blijf ik gelukkig.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan / The Band - Before the Flood (1974)
Tijdens het korte uitstapje naar Asylum Records maakte Dylan, kort na zijn studioplaat Planet Waves een reeks concerten waarvan dit album verslag doet. Dylan durft het weer aan, samen met The Band, het podium te betreden na zo’n zeven jaar thuis gezeten te hebben. En het resultaat is niet gering. Recensent Robert Christgau schreef: "Without qualification, this is the craziest and strongest rock and roll ever recorded. All analogous live albums fall flat."
Zo is het wel een beetje: je wordt hier van je stoel geblazen.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - World Gone Wrong (1993)
»
details
Bob Dylan - Under the Red Sky (1990)
»
details
Bob Dylan - Travelin' Thru (2019)
»
details
Bob Dylan - Time Out of Mind (1997)
»
details
Bob Dylan - The Bootleg Series, Vols. 1-3 (1991)
Het is niet te doen dit blok historie in drie delen adequaat te beschrijven. Zelfs niet in een reeks superlatieven, waaraan ik me in recensies (van albums waar ik gelukkig mee ben) nogal eens bezondig.
Met het bijbehorende boekwerkje wordt je ingewijd in de eigenaardigheden van iedere track. Het is alsof je een museumzaal betreedt en links en rechts de bordjes leest en op de knopjes drukt voor het geluidsfragment. Interessant.
De ondertitel belooft ons de periode 1961 t/m 1991 te bestrijken. Dat is mooi 30 jaar en Dylan had een feestje te vieren in dat jaar, maar klopt niet met de inhoud, want de laatst geselecteerde track werd opgenomen op 23 maart 1989. De outtakes van Under the Red Sky (1990) bewaarde Columbia voor later.
De opnames op deze uitgave zijn niet een klasse minder goed dan het materiaal op de reguliere Dylan-albums. Sterker nog: je komt een stukje dichterbij de man áchter al die albums. De demo's, outtakes en liveopnames, bijna achteloos opgenomen vaak, geven een eerlijke blik op de geschiedenis van die eerste achtentwintig jaar Bob Dylan. Van ruw en rommelig tot overgeproduceerd, begrijp je bij meerdere tracks best dat het zo niet op een album terecht kwam. Wel goed, niet perfect. Maar Dylan klinkt wel steeds gedreven.
De eerste anderhalve CD staan in het teken van de eerste vier akoestische jaren: Dylan de folksinger, in het voetspoor van Woody Guthrie. Daarmee is die beginperiode rijk belicht. Bij If You Gotta Go, Go Now stappen we ineens in het elektrische tijdperk. Dan lopen we op de tweede helft van CD2 snel door de jaren zeventig naar de afvaltracks van Shot of Love ('81) en Infidels ('83) op CD3. De late gospeljaren, zullen we het noemen, krijgen hier een prominente plaats. Met Series of Dreams, een afvaller van Oh Mercy uit 1989, in een productie van Daniel Lanois, eindigt de reeks.
Laten we het praktisch bekijken. Je draait niet wekelijks het hele albumrepertoire van Bob Dylan. Ook ik niet. Maar met deze driebox in de hand en daarbij het vervolg vanaf 1989 op Bootleg Series Volume 8: Tell Tale Signs (2008), bestrijk je de geschiedenis van de artiest, bezien vanaf de achterkant. Of tenminste vanuit een andere invalshoek. En die is minstens even interessant en laat ons regelmatig verbazen.
Mijn selectie:
Ramblin' Gamblin' Willie; Farewell Angelina; It Takes a Lot to Laugh, It Takes a Train to Cry;
If Not for You (met George Harrison); Idiot Wind; Golden Loom (met Emmylou Harris);
Every Grain of Sand; Lord Protect My Child en Blind Willie McTell (met Mark Knopfler)
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Tempest (2012)
Er zijn albums die je niet elke week beluistert en waarbij je gevoelsmatig een bepaalde reserve hebt, een zekere moeite moet doen, je ertoe moet zetten. En, je raadt het al, Tempest ís zo'n album.
In 2012 keek ik met gespannen verwachting uit naar het album. Na drie jaar was Dylan weer in een studio gesignaleerd. Wat zou het nu weer zijn. Het fenomeen had weer eens toegeslagen. Tien gloednieuwe songs in 68 minuten. Zou het misschien zijn laatste zijn?
Natuurlijk, zijn stem, die was al een tijdje naar z'n grootje en daar klinkt het ook wel naar. Of dat de hele waarheid is over die stem, weet je bij Dylan nooit zeker. Kan ook best zijn dat hij speelt met de versleten klank, zich maskeert achter een soort tijdloze oudheid. De man die alles al gedaan en bedacht heeft, hele generaties voor zich won en van zich vervreemdde, de spreekbuis en de dromenvanger van 'the sixties', de lichtbrenger en de klaagzanger, spreekt hier opnieuw zijn orakel uit. En iedereen springt bovenop zijn teksten en begint te analyseren. Wat bedoelt Dylan hier nu toch mee!?
Laat ik het nuchter bekijken. Geheimzinnigheid hoort bij de act van Dylan. Natuurlijk laat hij ook hier niet het achterste van zijn tong zien. Hij kijkt wel uit. Geen zielenknijperij, geen emotionele rollercoasters. We gaan hem echt niet beter leren kennen nu. Dylan draagt zijn masker. En speelt er mee. Daarom: ik laat de tekst met rust. Het is, goed beschouwd, verpakkingsmateriaal. Interessant genoeg misschien voor het Nobel comité, maar een boodschap of een diepere laag hoef je er niet in te zoeken. De boodschap, als die er al is, is alleen bestemd voor dhr. Robert Allen Zimmerman zelf.
Wat dan wel? Om te beginnen: de sfeer. Hier wordt een sfeertekening gemaakt en met grote precisie. Het genre dat de troubadour hier hanteert is dat van de countryblues. Met popmuziek heeft dat niets te maken. Het is de klank en de wereld van de verliezers in de harde Amerikaanse samenleving. De onderstroom. Zwervers, misdadigers, moordenaars en pechvogels horen daarbij. De mensen voor wie hun wereld in rook opging. Daarbij sluit Dylan zich aan. Als je zo graag een statement wilt, nou dan heb je er één.
Verder niet analyseren dus. De country wordt vooral hoorbaar door bandlid Donnie Herron, die de steel guitar, de banjo, de mandoline en de viool hanteert. Dan heb je Nashville niet meer nodig.
Verder Tony Garnier, sinds het begin van de Never Ending Tour Dylan's vaste basplukker, Davis Hidalgo, gitarist, violist en accordeonist van Los Lobos, huisgitarist Stu Kimball en drummer George G. Receli, voorwaar een zeer capabel bandje. De blues beweegt zich niet steeds netjes in 'twelve bars' maar zit ingebakken in het idioom van dit album.
Tempest, een wervelwind of een storm in een glas water. Zoals de Titanic niet zonk door harde wind en hoge golven maar door een onverwachte dreiging vanonder de zeespiegel, veroorloof ik me de beeldspraak door te trekken naar dit album en kom dan uit bij wat er zich onder de oppervlakte afspeelt. En dat is giswerk, dat geef ik toe. Dylan schudt de tijd van zich af en zoekt de eeuwigheid. Dat is de onderstroom. Zoals hij op de navolgende albums zijn profetische mond gesloten houdt, is het alsof er hier nog een paar schoten gelost moeten worden. Bloed stroomt er. Moord, verraad, onrecht, pijn maar ook verzoening, zoals met John Lennon. Titelnummer Tempest is idioot lang natuurlijk. Ik zie hem grijnzen vanonder zijn hoed. Zoek de zeven verborgen wijsheden, beste Dylanvreters. Maar ach, ze zijn er niet. Het is maar een plaatje. Een beeld, een schilderijtje. Zijn laatste echte? Zou best eens kunnen. Je weet het nooit met Bob Dylan.
Nee, echt juichen deed ik niet, toen ik in september 2012 ongeduldig de downloadversie afspeelde. Wist ik veel dat ik er een decennium over zou doen dit album een beetje te gaan begrijpen ...
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Tell Tale Signs (2008)
De jaren 1989 (Oh Mercy ) tot 2006 (Modern Times ) kun je best beschouwen als een bloeiperiode van Bob Dylan. Niet te vergelijken met zijn stormachtige periode in de jaren '60 en zijn comeback midden jaren '70. In zekere zin had hij zijn tijd gehad. Toch vinden we juist in dit tijdperk interessant materiaal; rauwer en dieper gravend in zijn americana-wortels dan ooit tevoren. Dylan (her)vond zichzelf. Rijper en bedachtzamer.
Tell Tale Signs vertelt het verhaal van dat proces met een machtige worp aan materiaal. Dylan in de schijnwerpers kan soms flink tegenvallen, maar in de schaduw, bijvoorbeeld in Most of the Time, zónder de productie van Lanois voel je de warme gloed dichterbij komen. Prachtige versies van songs waarbij je je verbaasd afvraagt: waarom koos hij déze niet voor zijn reguliere albums?! Ja, waarom. Niemand zal het weten. Ook Dylan zelf niet, vrees ik. Intussen hebben we hier het beste deel uit de Bootleg-reeks in handen. Prachtig!
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Springtime in New York (2021)
Nummer 16. Eerlijk gezegd had ik hier niet meer op gerekend. Het beslaat overgebleven werk en opnames uit de eerste helft van de jaren '80. En dan hebben we het over de albumperiode van Shot of Love, Infidels en Empire Burlesque. Dat laatste album had steeds wel een verdachte klank. Dylan had dit album meer met een popsaus overgoten dan goed voor hem was. Vergelijkingen met zijn beste werk uit de jaren '60 en '70 waren snel getrokken en het vonnis geveld. Het zou tot Oh Mercy (1989) duren voordat Dylan artistiek weer helemaal mocht meetellen. (Wat kunnen die fans toch streng zijn).
Op mijn bureau ligt nu de 2-CD versie van Springtime in New York. En wat een schot in de roos is deze prachtige set. Uitstekend geluid en ik verbaas me vooral over de prachtige versies van de Infidels-opnames. Waarom, o waarom deze niet voor het album gekozen destijds. Ik snap het niet. Het beste werd ook nu weer voor het laatst bewaard. Mooi voor mij, want trouw kocht ik in de jaren '80 de albums, maar helemaal tevreden was ik destijds niet. Het was nog niet af in mijn beleving. Nu vallen de kwartjes.
Buitengewoon goed: Angelina, Jokerman, Blind Willie McTell [Take5], I and I, Someone’s Got A Hold Of My Heart, New Danville Girl en Dark Eyes.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Slow Train Coming (1979)
Het album waarmee Dylan bewees een herboren christen geworden te zijn. Radicaal en wat ongenuanceerd worden de ongelovigen de oren gewassen. Hier en daar is dat drammerige ook te horen in de composities. Precious Angel, met de prachtige bijdrage van Mark Knopfler op gitaar en anthem When He Returns zijn echter helemaal goed.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Shot of Love (1981)
Wat minder uitgesproken een gospelalbum, maar Dylan gebruikte nog volop bijbelse elementen in zijn nummers zoals in het dreigend onrustige The Groom's Still Waiting at the Altar. In the Summertime en Every Grain of Sand zijn meer ingetogen en meditatief. Het album klinkt wat ruw geproduceerd als in een live-setting en dat bevalt hier goed.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Saved (1980)
Er was niet zoveel mis met de bekeerde periode van Dylan. Hij zong beter, was een stuk vriendelijker naar zijn publiek en maakte best aardige nummers.
Saved, Covenant Woman en Pressing On bijvoorbeeld, helemaal niet verkeerd.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Oh Mercy (1989)
»
details
Bob Dylan - New Morning (1970)
»
details
Bob Dylan - Nashville Skyline (1969)
Een album waar niet iedere rechtgeaarde Dylan-liefhebber meteen voor in de houding springt. Alleen al vanwege de lengte van minder dan een half uur. Waar de meeste Dylan-albums uit de jaren '60 al snel boven de 45 minuten aantikken, valt de plaat op als een schijnbaar tussendoortje. Kennelijk moest Bob Dylan even een country-plaatje maken.
Toch was de connectie met Nashville geen incident want ook succesalbum Blonde On Blonde (1966) en John Wesley Harding (1967) werden in de country-hoofdstad ingespeeld. Voor producer Bob Johnston geen onbekend terrein en feitelijk is voor Dylan de sprong van folk naar country meer gradueel dan een omslag naar een nieuw genre. Americana kunnen we het nu noemen en daarin komt veel samen.
Opvallend is Girl from the North Country, samen met Johnny Cash, die nauwelijks introductie nodig heeft. Ik zie het zo dat Cash toch wel de grote man was in die jaren en Dylan hem ook zo zag, vereerd om met hem te kunnen opnemen. Er is meer van deze Dylan-Cash opnames te vinden op Bob Dylan - Travelin' Thru (2019) - MusicMeter.nl en ook op die opnames valt op hoe bijna eerbiedig die twee met elkaar musiceren.
Dat respect kwam echter van twee kanten en ik citeer hier de liner-notes die Cash bij het album noteerde:
"Of Bob Dylan"
There are those who do not imitate,
Who cannot imitate
But then there are those who emulate
At times, to expand further the light
Of an original glow.
Knowing that to imitate the living
Is mockery
And to imitate the dead
Is robbery
There are those
Who are beings complete unto themselves
Whole, undaunted,-a source
As leaves of grass, as stars
As mountains, alike, alike, alike,
Yet unalike
Each is complete and contained
And as each unalike star shines
Each ray of light is forever gone
To leave way for a new ray
And a new ray, as from a fountain
Complete unto itself, full, flowing
So are some souls like stars
And their words, works and songs
Like strong, quick flashes of light
From a brilliant, erupting cone.
So where are your mountains
To match some men?
This man can rhyme the tick of time
The edge of pain, the what of sane
And comprehend the good in men, the bad in men
Can feel the hate of fight, the love of right
And the creep of blight at the speed of light
The pain of dawn, the gone of gone
The end of friend, the end of end
By math of trend
What grip to hold what he is told
How long to hold, how strong to hold
How much to hold of what is told.
And Know
The yield of rend; the break of bend
The scar of mend
I'm proud to say that I know it,
Here-in is a hell of a poet.
And lots of other things
And lots of other things.
-- Johnny Cash
Ik kan dit moeilijk inkorten, want er wordt nogal wat gezegd. Er moet een diepe herkenning of vriendschap tussen die twee geweest zijn.
In het instrumentale Nashville Skyline Rag horen we met welke geweldige muzikanten er gewerkt werd. Sterke overtuigende nummers verder als I Threw It All Away, Lay Lady Lay en Tonight I'll Be Staying Here with You . En wat te denken dan van Peggy Day? Het is een frivole Dylan, prachtige steelguitar erbij en de man die ooit als protest-zanger naam maakte, gaat hier voor de simpele liefdesrijmpjes. Geen gekwelde gevoelens worden hier besproken deze keer.
Ja, zo mag Bob Dylan ook zijn. Op de opvolger Self Portrait (1970) maakte de artiest het nog een stukje bonter met een dubbelalbum vol covers, ongetwijfeld hiermee een grote schare 'volgelingen' van zich afschuddend. Zoiets zou hij tien jaar later met zijn bekeringsplaat Slow Train Coming (1979) nog eens presteren. Als artiest deed hij wat hij wilde doen. En waarom dan geen country-album?
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - Modern Times (2006)
»
details
Bob Dylan - Love and Theft (2001)
»
details
Bob Dylan - Good as I Been to You (1992)
Beste coveralbum van Dylan. Prachtig sober in eigen garagestudio opgenomen.
»
details
» naar bericht » reageer
Bob Dylan - At Budokan (1979)
»
details
Bob Dylan - 1970 (2021)
Columbia is er toch weer in geslaagd de laatste roestige blikken met opnametapes van lente en zomer 1970 open te krijgen en de inhoud aan de wereld mede te delen. (De geromantiseerde versie van het verhaal). Eerst in heel beperkte oplage, eigenlijk puur als juridische constructie om de rechten op het materiaal te behouden en, toen er toch wel grote belangstelling voor bleek te zijn, vanaf februari wereldwijd voor de handel.
Terecht is dit dan ook niet deel zoveel in de Bootleg Series, want dat is net teveel eer. Bovendien hadden we al Bob Dylan - Another Self Portrait (1969-1971) (2013). Het zal niet verbazen dat het materiaal op '1970' hier naadloos op aansluit en je kunt ze in je platenkast het best naast elkaar zetten.
Nu heb ik al heel lang een voorliefde voor het album Bob Dylan - New Morning (1970). Niet het meest spannende werk van Dylan, maar ik luister er graag naar. Een fijn album dat past in de introspectieve sfeer van 1970: nostalgie in plaats van protest, de singer-songwriter die achter zijn piano over heel gewone dagelijkse dingen zingt.
De rebel, protestzanger, spreekbuis van een generatie, wereldverbeteraar, die profetisch orakelende Bob was verzeild geraakt in de knusse en veilige sfeer van het gezinsleven. Huisvader Bob had vroeger in de jaren '60 wel zijn wilde tijd gehad, o jee ja. Maar optreden deed hij al een paar jaar niet meer, behalve dat familie-uitstapje naar het eiland Wight dan. Liever speelde hij met de kinderen, las wat in de bijbel en speelde op zijn gitaar. En ook de drugs had hij niet nodig. Hij zag er goed uit en zijn stem klonk beter dan ooit. Niets leek de idylle te verstoren.
En die sfeer haalde misschien niet het meest bevlogen werk naar boven, maar wel het best beluisterbare. Bob Dylan was een liedjeszanger zonder pretenties geworden. En met net zoveel plezier zong hij liedjes van anderen als hij daar zin in had. Zijn stem had niets meer van dat gekwelde uit voorgaande jaren. Ontspannen en speels. En zo ging hij de studio in. Niet om iets groots neer te zetten, maar om fijn muziek te maken. En dat proef je zo overduidelijk op deze opnames. Zo ontspannen is hij ook in de sessies met George Harrison. Het eindresultaat lijkt hier van weinig belang, het mooie moment des te meer.
De focus op dit verzamelwerk ligt op de nummers Sign on the Window, Went to See the Gypsy en If Not for You: de kern van New Morning. Anders, maar zeker niet slechter dan de definitieve albumversies. Nodig om al deze outtakes in bezit te hebben? Nou nee. Bedenk wel dat dit album alleen nu in fysieke vorm wordt uitgebracht, 'zolang de voorraad strekt'. Streamen is niet mogelijk.
Ach, het is niet wereldschokkend, maar allemaal wel bijzonder aardig en het klinkt zo heel veel beter dan de overgeproduceerde platgeslagen rotzooi die de popindustrie in overvloed heeft voortgebracht. Eenvoudig, een verademing.
»
details
» naar bericht » reageer
Billy Joel - Piano Man (1973)
Natuurlijk valt niet te ontkennen dat de jonge Joel goed zijn oren gebruikte bij het draaien van Elton John's Tumbleweed Connection. Maar het hing gewoon ook wel in de lucht dit geluid. Directe persoonlijke pianosongs. Recht uit het hart - recht in het hart. Ik hoor ook wel wat van Carole King en Let it Be van The Beatles. Hoe origineel kun je eigenlijk zijn. Maar waarin Billy Joel echt uitblinkt is zijn breed uitgesponnen pianospel en daar laat hij de meest prachtige melodieën overheen rollen. Soms beetje zoekende naar vorm en inhoud, maar de gedrevenheid spat er van af. Een groot muzikant.
De jonge Joel had het een tijdje niet gemakkelijk als artiest. Lag overhoop met zijn platenbaas Family Productions waar hij een levenslang wurgcontract tekende. Om dit te omzeilen ging Joel incognito als barpianist aan het werk om intussen over te kunnen stappen naar Columbia. Family bleef de rechten eisen. In die tijd was het ploeteren. Piano Man is dan ook het eerste echt serieuze album. En het begin van een tienjarige reeks van negen topalbums.
Nu heb ik de 2-CD versie van het album (uitgave op zwarte vinyllook CD's en met een fantastisch geluid) en die tweede schijf bevat een een live-optreden in de Sigma Sound radiostudio op 15 april 1972, dus anderhalf jaar voor de release van dit album. Compleet met de radio-aankondigingen. En mocht je een kreukelige bootleg verwachten: het geluid van deze opnames is zelfs nog beter.
Maar goed: het originele album is waar het om gaat. Liefhebbers van traag railverkeer kennen natuurlijk de titeltrack al. Travelin' Prayer, The Ballad of Billy the Kid en anti-drugssong Captain Jack zijn ook zeker niet mis. Ja toch wel een beetje de Amerikaanse Elton John. Maar zijn eigenheid kwam in de volgende jaren steeds sterker aan bod, tot ik hem halverwege de jaren '80 niet meer zo kon meemaken.
Piano Man is een registratie van een jonge veelbelovende artiest. Geen 'million seller' nog. Succes en de schaduwkanten daarvan zou de zanger in latere jaren leren kennen.
»
details
» naar bericht » reageer
Art Garfunkel - The Art Garfunkel Album (1984)
»
details
Andy Pratt - Perfect Therapy (1986)
»
details
Andy Pratt - Not Just for Dancing (1985)
»
details
Andrew Gold - Whirlwind (1980)
Op 31 december 1979 kwam dit album uit en we kunnen dus nu wel veilig stellen dat het 40 jaar oud is.
Andrew Gold had grote naam gemaakt in de jaren ‘70 met hits als Lonely Boy en Thank You for Being a Friend. Niet direct materiaal dat hem op de kaart zette als rockartiest, wel als liedjessmid en zanger, ergens in de buurt van Billy Joel, Barry Manilow en Elton John. Met dit verschil dat de man vooral bekwaam was als multi-instrumentalist en producer. Naast zijn solowerk vooral te vinden op albums van anderen, waaronder Linda Ronstadt.
Om zijn koers te verleggen richting de moderne tijd maakte hij dit album waarop hij al grommend en gitaar-gestuwd probeert de rocker uit te hangen. Een misvatting. Het klinkt geforceerd ondanks de paar aardige composities die hij op dit album levert. Het rockkostuum paste de man, die was opgegroeid met musical, Bacharach en Beatles bepaald niet.
Het album werd desondanks goed ontvangen, maar zijn contract bij Asylum/Warner werd niet verlengd. Gold raakte wat aan lager wal, zoals hijzelf toegaf en dronk teveel. In diezelfde tijd werd hij gevraagd lid te worden van 10CC, wat door contractuele verplichtingen en vliegangst niet gerealiseerd werd Wel leverde hij een paar niet onaardige bijdragen aan Ten Out of Ten (1981).
Een paar jaar later zou hij echter met Graham Gouldman de band Wax vormen waarmee hij een paar flinke hits maakte in echte 80’s synth-stijl. Duidelijk een geslaagd verdienmodel, al duurde dit succes maar kort.
»
details
» naar bericht » reageer
Andrew Gold - What's Wrong with This Picture? (1976)
»
details
Andrew Gold - Andrew Gold (1975)
»
details
Amy Grant - The Collection (1986)
»
details
Amy Grant - Lead Me On (1988)
»
details
America - History (1975)
Na hun debuutalbum uit 1971 maakten de heren een reeks albums die allemaal beginnen met de letter H en dit verzamelalbum vormt in die serie geen uitzondering. Hierna zouden nog Hideaway en Harbor volgen, waarover later meer. History is vooral een Hit-story, want het zijn inderdaad allemaal singlesuccessen die de Top 20 haalden.
Omdat de band inmiddels ex-Beatles producer George Martin in huis had gehaald bemoeide hij zich ook met dit verzamelalbum en bewerkte de oudere nummers en voegde hier en daar wat toe zoals de fiddle in
Don't Cross the River. Het aardige is dat deze vernieuwde versies bekender zijn gaan klinken dan de originele. Deze verzamelaar was een enorm verkoopsucces.
Wat was America voor een band? Het was een lekker klinkende radiovriendelijke band, in de eerste jaren vooral countryrockend, later meer softrockend en dus steeds meer pop. Vaak weggezet als de zoete versie van Crosby, Stills, Nash & Young en om die reden flink afgebrand door critici. Ook de inhoudelijk vlakke teksten konden op kritiek rekenen. Het publiek trok zich er echter weinig van aan, al was het met de grote hits ná deze verzamelaar wel gedaan. De twee hierop volgende albums die nog bij Warner werden uitgebracht konden weinig meer doen. Dan Peek verliet in 1977 de band en het platencontract bij Warner werd niet verlengd.
Mooi document, stuk voor stuk fijne nummers.
»
details
» naar bericht » reageer
America - Harbor (1977)
Harbor is het laatste H-album bij Warner en ook het laatste waarbij Dan Peek nog van de partij is. Werd voorganger Hideaway nog in het sneeuwlandschap van de Rocky Mountains opgenomen, nu werd als opnamelokatie voor Hawaii gekozen. De titel verwijst naar Pearl Harbor.
Ondanks de zon heeft het album een wat donkere, zwaarmoedige klank. Een zwanenzang. Sergeant Darkness en God of the Sun zijn prachtig. Met Slow Down wordt eenmalig een funky pad betreden.
Political Poachers is een nummer met een scherpe politieke lading, dat we van de band nog niet zo gewend waren. Larry Carlton speelt in dit nummer de sitar.
Are You There herinnert met zijn staccato-ritme aan Tin Man.
Een heel aardig album, dit laatste in voltallige bezetting. Muzikaal dichter bij David Gates en Bread dan bij CSN&Y waarmee de band (onterecht) vaak vergeleken werd.
De productie van George Martin is werkelijk subliem: hij legde er al zijn kunde in. De remaster van 2014 klinkt ook nog eens buitengewoon fraai.
Met 33 minuten is het aan de korte kant. Niet al te veel exemplaren gingen er over de toonbank.
Beckley en Bunnell gingen verder als duo. Pas in 1982 zouden ze weer succes hebben met de single You Can Do Magic.
»
details
» naar bericht » reageer
Alan Parsons - The Secret (2019)
Vandaag de standaard-editie in huis gekregen en daarmee laat ik de surroundsound 5.1 dvd aan me voorbij gaan. Niks erg, want de CD klinkt al bovengemiddeld goed. De tekst in het boekje verklaart ook een beetje waarom: splinternieuwe studio met Pro Tools op een analoge console en een hardwerkende technicus. Parsons heeft zijn opnamewerk altijd wel vanuit de technisch perfecte invalshoek bekeken. En ook deze mag er zijn.
En hoe zit het dan met de artistieke waarde? De eerste vrijgegeven singles deden mijn verwachtingen lichtelijk temperen. Eerlijk is eerlijk, ik twijfelde wel even. Een beetje al te zoet en voorspelbaar die slotballade. Maar daar aangekomen heb je inmiddels al wel een fijn afwisselend en zelfs redelijk avontuurlijk album achter de kiezen. Avontuurlijk, jazeker, met zo’n opmerkelijke instrumentale opener. Je zou toch warempel de schim van E.A. Poe ontwaren tussen die prachtige klanken. Magie, mysterie en melodie. Die drie horen toch echt wel bij Alan Parsons, met of zonder Project.
Natuurlijk, ik blijf Eric Woolfson missen. Maar wat Parsons hier neerzet kan niet onopgemerkt blijven. Bij de tijd gebracht, maar tegelijk met de naklank van een rijk muzikaal verleden. Beatlesque songs, fijne rockrandjes met geraffineerd gitaarwerk en dan weer meer symfonisch met die prachtige orkestpartijen.
Mooi album. Potdorie, hij flikt het toch maar weer, na zoveel jaar. Ouderwets genieten.
Doelgroep bereikt! (Ik ben 56 jaar
)
»
details
» naar bericht » reageer
Al Stewart - The Best Of (1996)
»
details
Adrian Snell - The Passion (1980)
»
details
10cc - The Original Soundtrack (1975)
Art-rock in optima forma. Gedurfde experimenten met een goede afloop. Bijzonder knap is het eindeloos overdubte I’m Not in Love.
»
details
» naar bericht » reageer
10cc - How Dare You! (1976)
»
details
America - Hideaway (1976)
Na het uiterst succesvolle verzamelalbum History (1975) volgden nog twee albums voor de band bij Warner, nog steeds met een titel beginnend met de letter H.
Producer George Martin nam de drie bandleden in de winter van 1976 mee naar de Caribou Ranch Studios, bij het dorpje Nederland in Colorado om dit album op te nemen..
Martin maakte er een rijke productie van, vol met strijkers en blazers, zoals duidelijk te horen is in Watership Down. Het instrumentale titelnummer, dat uit twee delen bestaat, is eveneens van vol orkest voorzien. Daar staat dan een nummer als Lovely Night tegenover, dat in reggae-stijl is gevat.
Fraaie songs vinden we in Today’s the Day van Dan Peek en Bunnell’s Amber Cascades. Maar voor het overige is het een weinig opwindend album. Een zekere matheid en gemakzucht lijkt te zijn toegeslagen. Het klinkt voortreffelijk, maar behalve die paar aardige songs krijg je de indruk dat er speeltijd volgemaakt moet worden. Het vuur van die eerste jaren werd ingeruild voor een behaaglijk kampvuurtje.
Veel bands kampten in die jaren met dat probleem. Als ik het goed zie, dan was de druk van het creatief presteren en intensief touren te zwaar. Getalenteerde artiesten, die rond 1970-73 creatief kwamen bovendrijven en kansen kregen van platenmaatschappijen voelden nu de druk om de investering voor hun maatschappij dubbel terug te verdienen. Wie kon dat volhouden?
Nog iets om te noteren. De Verenigde Staten van Amerika vierden in 1976 hun 200-jarig bestaan. Gezien hun bandnaam was het makkelijk geweest hier publicitair iets mee te doen. Maar de band besloot op geen enkele manier hiernaar te verwijzen. Geen patriotisme, geen vlaggetje op de hoes, niets van dat alles. Dat sierde ook deze bescheiden jongens.
Ondanks alles, een prettig feelgood album. How I Love The Seventies!
»
details
» naar bericht » reageer
10cc - Ten Out of 10 (1981)
Mooi geproduceerd album met het fraaie Don’t Turn me Away van Eric Stewart. In de VS werd een aparte versie van het album uitgebracht met medewerking van Andrew Gold. Gold werd gevraagd deel uit te maken van de band, maar contractuele verplichtingen en vliegangst weerhielden hem daarvan. Van de nummers met Gold zijn vooral We've Heard It All Before en The Power of Love de moeite waard. Opvallend is het teruggrijpen op reggae-ritmes, een erfenis van single-succes Dreadlock Holiday (1978).
Erg succesvol was dit in twee versies uitgebrachte album niet.
»
details
» naar bericht » reageer
10cc - Live and Let Live (1977)
Sterk live-album van de nieuwe band rondom Stewart en Gouldman, na vertrek van Godley en Creme. Nieuwe drummer/pianist Paul Burgess krijgt hier versterking van drummer Stuart Tosh en gitarist Rick Fenn maakt hier zijn debuut. Zowel Fenn als Burgess maken tot op de dag van vandaag deel uit van de band. Hoogtepunt op dit album: Feel the Benefit, een nummer van de nieuwe studioplaat Deceptive Bends (1977) dat hier krachtig wordt neergezet.
»
details
» naar bericht » reageer