Hier kun je zien welke berichten Lukas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Wah! - Nah = Poo - The Art of Bluff (1981)

3,5
0
geplaatst: 28 januari 2012, 01:02 uur
Hmhmhm... eigenlijk een beetje zonde hoor. Ik ken maar weinig wavebands die zo'n krachtig geluid hebben, maar wat mij betreft zijn de songs gewoon net even niet sterk genoeg om een hoog cijfer te rechtvaardigen. De singles die ik van ze ken (Better Scream, Hey Disco Joe en Story of the Blues) zijn werkelijk subliem. Hier staan goede tracks op (opener, afsluiter...), maar dat niveau houdt de band niet overal vast. Toch een fijn plaatje wel, maar ik had op een 4.5* gehoopt en die zit er hier gewoon echt niet in...
Washington - A New Order Rising (2005)

4,0
0
geplaatst: 14 augustus 2006, 15:54 uur
En dan nu een mooie recentie voor het 'album van de dag' topic, omdat niemand daar zin in lijkt te hebben en het wel degelijk een leuk idee is.
Veel users op MusicMeter kennen heel veel onbekende bandjes waar ik zelf in de verste verte nooit bij in de buurt zou komen. Ik heb het al druk genoeg met mijn favorieten uit de bekendere bands halen, en zelfs daarvoor kom ik tijd tekort. Toch kruiste Washington al een tijd geleden ineens mijn pad. In de Velvet in Leiden hangen ze vaak minirecensietjes bij nieuwe cd's. Nu luister ik niet zo vaak cd's in de winkel, het duurt me daar te lang en ik doe dat op de een of andere manier liever thuis. Ergens begin 2005 hing daar zo'n recensietje van Washington, de muziek werd vergeleken met Creep van Radiohead. Ondanks dat ik dat niet echt een geweldig nummer vind, maakte het mij benieuwd genoeg om te luisteren.
Inmiddels ben ik anderhalf jaar en vele luisterbeurten verder. Washington is nog steeds een vrij onbekend Noors bandje, maar niet voor mij. De vergelijking met Creep van Radiohead gaat vrijwel volledig mank, maar ik ben erg blij dat ik er toch de tijd voor heb genomen om een half uurtje met een koptelefoon op mijn hoofd te staan. Het album draagt een bepaalde sfeer en rust uit, bijna bescheiden, wat het tot een intrigerend schijfje maakt.
Black Wine is een prachtige opener. Hoewel het nummer zich rustig naar zijn toch nog ingetogen climax sleept, is het nummer toch ergens iets zwaarmoediger en duisterder dan de rest van de cd. Hier is ook goed te horen dat Washington ergens iets progressiefs in zich herbergt.
Landslide is op single uitgebracht, maar wat mij betreft lang niet het beste nummer. Het kabbelt een beetje voort, maar past wel prima in het geheel.
Walking Man is nog steeds rustig, maar het meest up-tempo van alle nummers op deze plaat. Met name het orgeltje op het eind doet een beetje aan the Doors denken, heel in de verte heeft het nummer ook iets weg van 'The Crystal Ship'.
De nummers in het middengedeelte van het album zijn stuk voor stuk sterk, luisteren heerlijk weg en passen in het geheel, zonder heel erg op te vallen of eruit te springen. Dit klinkt een beetje alsof het naar achtergrondmuziek neigt, maar dat is niet wat ik bedoel. De nummers slepen zich in een ontspannen tempo voort, en het ietwat lome dat de plaat in zich heeft nodigt juist uit tot intens luisteren.
Hymn is wat mij betreft het absolute hoogtepunt. Prachtig intro, zeer sterke melodie en fantastische zang. Een van de beste nummers van de laatste jaren.
A Long Poem About the Acts of Heroes or Gods bestaat uit een instrumentaal gedeelte van vijf minuten. Een prachtige afsluiter, gedurfd ook voor een band die in sommige andere nummers behoorlijk op de zanger lijkt te leunen.
Wat mij betreft gaan vergelijkingen hierboven met Saybia en Coldplay geheel mank. De muziek is trager, kaler en een stuk minder 'stadionrockachtig'. Misschien zijn vergelijkingen ook wel helemaal niet nodig, Washington weet een overtuigend eigen geluid neer te zetten. Live is het allemaal wel wat meer aangezet en bombastischer, zodat eerdergenoemde referenties wel weer begrijpelijk zijn. Al met al een dikke 4,5, en een plaats maar net buiten de toptien.
Veel users op MusicMeter kennen heel veel onbekende bandjes waar ik zelf in de verste verte nooit bij in de buurt zou komen. Ik heb het al druk genoeg met mijn favorieten uit de bekendere bands halen, en zelfs daarvoor kom ik tijd tekort. Toch kruiste Washington al een tijd geleden ineens mijn pad. In de Velvet in Leiden hangen ze vaak minirecensietjes bij nieuwe cd's. Nu luister ik niet zo vaak cd's in de winkel, het duurt me daar te lang en ik doe dat op de een of andere manier liever thuis. Ergens begin 2005 hing daar zo'n recensietje van Washington, de muziek werd vergeleken met Creep van Radiohead. Ondanks dat ik dat niet echt een geweldig nummer vind, maakte het mij benieuwd genoeg om te luisteren.
Inmiddels ben ik anderhalf jaar en vele luisterbeurten verder. Washington is nog steeds een vrij onbekend Noors bandje, maar niet voor mij. De vergelijking met Creep van Radiohead gaat vrijwel volledig mank, maar ik ben erg blij dat ik er toch de tijd voor heb genomen om een half uurtje met een koptelefoon op mijn hoofd te staan. Het album draagt een bepaalde sfeer en rust uit, bijna bescheiden, wat het tot een intrigerend schijfje maakt.
Black Wine is een prachtige opener. Hoewel het nummer zich rustig naar zijn toch nog ingetogen climax sleept, is het nummer toch ergens iets zwaarmoediger en duisterder dan de rest van de cd. Hier is ook goed te horen dat Washington ergens iets progressiefs in zich herbergt.
Landslide is op single uitgebracht, maar wat mij betreft lang niet het beste nummer. Het kabbelt een beetje voort, maar past wel prima in het geheel.
Walking Man is nog steeds rustig, maar het meest up-tempo van alle nummers op deze plaat. Met name het orgeltje op het eind doet een beetje aan the Doors denken, heel in de verte heeft het nummer ook iets weg van 'The Crystal Ship'.
De nummers in het middengedeelte van het album zijn stuk voor stuk sterk, luisteren heerlijk weg en passen in het geheel, zonder heel erg op te vallen of eruit te springen. Dit klinkt een beetje alsof het naar achtergrondmuziek neigt, maar dat is niet wat ik bedoel. De nummers slepen zich in een ontspannen tempo voort, en het ietwat lome dat de plaat in zich heeft nodigt juist uit tot intens luisteren.
Hymn is wat mij betreft het absolute hoogtepunt. Prachtig intro, zeer sterke melodie en fantastische zang. Een van de beste nummers van de laatste jaren.
A Long Poem About the Acts of Heroes or Gods bestaat uit een instrumentaal gedeelte van vijf minuten. Een prachtige afsluiter, gedurfd ook voor een band die in sommige andere nummers behoorlijk op de zanger lijkt te leunen.
Wat mij betreft gaan vergelijkingen hierboven met Saybia en Coldplay geheel mank. De muziek is trager, kaler en een stuk minder 'stadionrockachtig'. Misschien zijn vergelijkingen ook wel helemaal niet nodig, Washington weet een overtuigend eigen geluid neer te zetten. Live is het allemaal wel wat meer aangezet en bombastischer, zodat eerdergenoemde referenties wel weer begrijpelijk zijn. Al met al een dikke 4,5, en een plaats maar net buiten de toptien.
Wire - 154 (1979)

4,5
0
geplaatst: 5 juni 2010, 00:21 uur
Vroeger lustte ik geen paprikachips. Althans, dat dacht ik. Tot het moment dat ik bij mijn lievelingstante een zogenaamd smikkelbakje kreeg, waarbij ik geen acht sloeg op de poederachtige substantie die de aardappelschijfjes omgaf. Wat schetste mijn verbazing: paprikachips! Ik proefde ze voor het eerst en lustte ze dus toch. Ondanks mijn hardnekkige vooroordeel.
Een belachelijke gedachtekronkel van een vijfjarige? Misschien. Ik had zo mijn gebruiksaanwijzing vroeger. Een dinosaurustic, een bimbamklokkenfobie... Gelukkig is het allemaal redelijk bijgetrokken in de loop der jaren. Hoewel...
De volstrekt belachelijke neiging om iets af te wijzen voordat ik het goed en wel heb ervaren, zit er nog steeds een beetje in. Want ik moet hier dan maar bekennen: lang dacht ik dat Wire een soort van minimalistische, ontoegankelijke hardcorepunkband was. En lang dacht ik dat ik minimalistische, ontoegankelijke hardcorepunk toch nooit zou kunnen waarderen. Dus liet ik Wire links liggen. Tot eind vorig jaar, want zelfs softetroepliefhebbers krijgen eens een punkfase. Met een paar verzamelaars binnen handbereik - punk is toch vaak niet echt een albumding - stuitte ik op Mannequin. Een tintelfris popliedje eigenlijk, verpakt in de attitude van 1977.
Deze 154 kende ik toen al even. I Should Have Known Better verbaasde me bij eerste beluistering wel: dit leek meer op de jaren-80-gothic dan op de hardcorepunk waar ik Wire voor had aangezien. De rest van de plaat beklijfde nog niet, gek genoeg. Daar had ik toch Mannequin voor nodig. Want - misschien door mijn punkfase - viel het Wirekwartje wel bij Pink Flag. Uitgerekend de plaat die dicht in de buurt kwam van mijn oude vooroordeel, begon me te intrigeren. De korte no-nonsensnummers brachten spanning, maar tussen neus en lippen door bleek Wire af en toe erg poppy.
En zo keerde ik terug bij 154, die langzaam groeide. En groeide. En groeide. Ten opzichte van Pink Flag is Wire hier weliswaar geen 180, maar toch zeker wel een graad of 90 gedraaid. De minimalistische punk heeft plaatsgemaakt voor een geladen postpunkgeluid. Maar opvallend genoeg: de poppy kant is gebleven, evenals de onvermijdelijke 1977-roots. Dit alles resulteert in een smeltkroes van al het goede dat de punkgolf teweeg heeft gebracht.
Neem de eerdergenoemde opener I Should Have Known Better. Dat galmt als een gothische kathedraal, of beter: als bijvoorbeeld The Chameleons. Als een van de eersten (Joy Division klinkt op Unknown Pleasures (1979) nog dof, maar galmt op Closer (1980) vrolijk (ahum...) mee) zet Wire de toon voor de gothic. Om nog maar te zwijgen over het loodzware A Touching Display, dat al voorzichtig refereert aan de industrial. Dat geldt al helemaal voor Let's Panic Later, waarin bands als Psychic TV en Coil bijna één op één terug te horen zijn.
Ook de wat meer theatrale, met wat glamrock doorspekte sound van tijdgenoot Magazine komt meermaals langs, evenals de dwarse dissonante akkoordenpop van XTC. De punkroots klinken nog prominent door Two People in a Room. En zullen we afsluiter Small Electric Piece dan maar als ambient wegschrijven?
Welnu, een bonte stoet klanken dus, maar toch vooral onmiskenbaar Wire. Hoogtepunten zijn zo talrijk dat ze bijna niet zijn aan te wijzen, maar mijn honger naar pakkende pop maakt The 15th tot een persoonlijke favoriet. Let u daarbij vooral op de magistrale synthesizerwaves die in het tweede coupletje opdoemen en ondanks hun eenvoud de compositie nog even tot grotere hoogte tillen. Ook On Returning, gevoelsmatig het zusternummer van The 15th, verdient het even apart genoemd te worden. Wat gaat dat nummer in de refreinen heerlijk absurd de hoogte in!
Het maakt Wire tot een heus muzikaal smikkelbakje van je lievelingstante. Maar dan beter: want paprikachips zijn weliswaar toch best lekker, ze zijn inmiddels wel voorbijgestreefd door smaken als thai sweet chili en zongedroogde tomaat. Dat zal Wire dan weer niet zo snel overkomen...
Een belachelijke gedachtekronkel van een vijfjarige? Misschien. Ik had zo mijn gebruiksaanwijzing vroeger. Een dinosaurustic, een bimbamklokkenfobie... Gelukkig is het allemaal redelijk bijgetrokken in de loop der jaren. Hoewel...
De volstrekt belachelijke neiging om iets af te wijzen voordat ik het goed en wel heb ervaren, zit er nog steeds een beetje in. Want ik moet hier dan maar bekennen: lang dacht ik dat Wire een soort van minimalistische, ontoegankelijke hardcorepunkband was. En lang dacht ik dat ik minimalistische, ontoegankelijke hardcorepunk toch nooit zou kunnen waarderen. Dus liet ik Wire links liggen. Tot eind vorig jaar, want zelfs softetroepliefhebbers krijgen eens een punkfase. Met een paar verzamelaars binnen handbereik - punk is toch vaak niet echt een albumding - stuitte ik op Mannequin. Een tintelfris popliedje eigenlijk, verpakt in de attitude van 1977.
Deze 154 kende ik toen al even. I Should Have Known Better verbaasde me bij eerste beluistering wel: dit leek meer op de jaren-80-gothic dan op de hardcorepunk waar ik Wire voor had aangezien. De rest van de plaat beklijfde nog niet, gek genoeg. Daar had ik toch Mannequin voor nodig. Want - misschien door mijn punkfase - viel het Wirekwartje wel bij Pink Flag. Uitgerekend de plaat die dicht in de buurt kwam van mijn oude vooroordeel, begon me te intrigeren. De korte no-nonsensnummers brachten spanning, maar tussen neus en lippen door bleek Wire af en toe erg poppy.
En zo keerde ik terug bij 154, die langzaam groeide. En groeide. En groeide. Ten opzichte van Pink Flag is Wire hier weliswaar geen 180, maar toch zeker wel een graad of 90 gedraaid. De minimalistische punk heeft plaatsgemaakt voor een geladen postpunkgeluid. Maar opvallend genoeg: de poppy kant is gebleven, evenals de onvermijdelijke 1977-roots. Dit alles resulteert in een smeltkroes van al het goede dat de punkgolf teweeg heeft gebracht.
Neem de eerdergenoemde opener I Should Have Known Better. Dat galmt als een gothische kathedraal, of beter: als bijvoorbeeld The Chameleons. Als een van de eersten (Joy Division klinkt op Unknown Pleasures (1979) nog dof, maar galmt op Closer (1980) vrolijk (ahum...) mee) zet Wire de toon voor de gothic. Om nog maar te zwijgen over het loodzware A Touching Display, dat al voorzichtig refereert aan de industrial. Dat geldt al helemaal voor Let's Panic Later, waarin bands als Psychic TV en Coil bijna één op één terug te horen zijn.
Ook de wat meer theatrale, met wat glamrock doorspekte sound van tijdgenoot Magazine komt meermaals langs, evenals de dwarse dissonante akkoordenpop van XTC. De punkroots klinken nog prominent door Two People in a Room. En zullen we afsluiter Small Electric Piece dan maar als ambient wegschrijven?
Welnu, een bonte stoet klanken dus, maar toch vooral onmiskenbaar Wire. Hoogtepunten zijn zo talrijk dat ze bijna niet zijn aan te wijzen, maar mijn honger naar pakkende pop maakt The 15th tot een persoonlijke favoriet. Let u daarbij vooral op de magistrale synthesizerwaves die in het tweede coupletje opdoemen en ondanks hun eenvoud de compositie nog even tot grotere hoogte tillen. Ook On Returning, gevoelsmatig het zusternummer van The 15th, verdient het even apart genoemd te worden. Wat gaat dat nummer in de refreinen heerlijk absurd de hoogte in!
Het maakt Wire tot een heus muzikaal smikkelbakje van je lievelingstante. Maar dan beter: want paprikachips zijn weliswaar toch best lekker, ze zijn inmiddels wel voorbijgestreefd door smaken als thai sweet chili en zongedroogde tomaat. Dat zal Wire dan weer niet zo snel overkomen...
