Hier kun je zien welke berichten Lukas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Neil Finn & Friends - 7 Worlds Collide (2001)
Alternatieve titel: Live at the St. James

3,5
0
geplaatst: 16 augustus 2006, 23:10 uur
Mooie live-cd van ex-Crowded House zanger Neil Finn. Finn heeft een heel busje muziekvrienden opgetrommeld voor dit concert, waarvan behalve broer Tim ook Eddie Vedder (Pearl Jam), Johnny Marr (The Smiths) en Lisa Germano (Eels) prominent aanwezig zijn. Naast enkele Crowded House en Split Enz-nummers en veel solowerk ook vertolkingen van nummers van zijn gewaardeerde muziekvrienden, zoals There Is a Light That Never Goes Out en Parting Ways. Prachtig is toch vooral de afsluiter Don't Dream It's Over, waarbij ik het dan wel erg jammer vind dat dat met Weather With You het enige CH-nummer is dat vertegenwoordigd is op deze cd. Op Youtube staat ook Four Seasons In One Day van dit concert, en die zou zeker niet misstaan. Al met al 4*.
Nemo - Barbares (2009)

1,5
0
geplaatst: 31 januari 2009, 01:08 uur
Daar zaten ze dan met zijn vieren, de leden van de Franse band Nemo. Ze hadden een paar leuke plaatjes gemaakt, maar nu was het tijd voor het echte werk. Ze moesten en zouden nu eindelijk eens de aller-aller-allerbeste plaat ooit opnemen. Een symfonisch meesterwerk dat King Crimson, Jethro Tull en Yes moest doen verbleken. En dat in hun eigen taal. Het zou een hels karwei worden, maar ze waren er toe in staat, verdorie! Een serie lekker lange nummers op plaat slingeren en voilà! De wereld bestormen!
Maar waar te beginnen als je het beste album aller tijden wil gaan opnemen. Gitaar erbij dan. Een beetje spelen, een beetje proberen. Ah, kijk, een themaatje. Daar kunnen ze mee verder, de leden van Nemo. Het is nog maar het prille begin, want er moeten nog wel honderden themaatjes bij. Maar deze staat vast: die kunnen ze goed voor het laatste nummer gebruiken.
Want het laatste nummer, verdorie, dat moet wat worden. Een beetje progplaat heeft natuurlijk een sluitstuk van minstens twintig minuten dat de luisteraar van hot naar her slingert en aan het eind verrukt achterlaat. Zo moet de nieuwe Nemo ook gaan klinken. Maar dan beter, natuurlijk! Eerst maar eens al de energie op dat laatste nummer dus, maar da's flink bikkelen... Na het eerste themaatje volgen er gelukkig meer, en die zijn natuurlijk hard nodig voor het briljante sluitstuk.
Na weken ploeteren is er eindelijk genoeg materiaal om een suite van een kleine 26 minuten in elkaar te zetten. Da's nog niet zo makkelijk, want in welke volgorde plak je al die verschillende stukjes muziek aan elkaar?
Inmiddels begint de verveling toch een beetje toe te slaan, want zo eindeloze componeersessie gaat je ook als Franse progger niet in de koude kleren zitten. Gelukkig moet het op een échte progplaat vooral in het slotstuk gebeuren, dus de rest mag, vooruit, best een beetje minder zijn.
Dus wat doen ze, de onverlaten...? Een paar ideetjes die eigenlijk niet helemaal in het laatste nummer passen uitwerken tot hele heftige prognummers. Er gebeurt misschien niet al te veel in, maar dat valt met wat creativiteit en gitaargeweld wel op te lossen. Gewoon wat moeilijk doen, dan lijkt het toch nog wat. Misschien zelfs toch nog wel de beste plaat ooit.
Dan is het af. De echte progliefhebber zwijmelt weg bij de heftige instrumentale progstukken. Het laatste nummer wordt alom geroemd! Is al die energie toch niet voor niets geweest!
En ik? Ik vind het een gedrocht. Ik geloof werkelijk dat het zo gegaan is als hierboven geschreven. Resultaat: een dertien-in-een-dozijn progconceptplaatje. Onder progfans staat-ie hoog aangeschreven, maar ik geloof dat ik die mensen écht niet begrijp. Want ik hou best van een portie progressieve rock, maar dit beklijft dus van geen kant. Veel te bedachte standaard alles-op-het-kijk-ons-laatste-nummer-eens-episch-zijn rock. Leuk voor de fans, maar de beste plaat ooit is voor Nemo nog ver weg. Die zal er ook nooit komen, dus doen ze er goed aan de volgende keer wat minder hooi op de vork te nemen.
Maar waar te beginnen als je het beste album aller tijden wil gaan opnemen. Gitaar erbij dan. Een beetje spelen, een beetje proberen. Ah, kijk, een themaatje. Daar kunnen ze mee verder, de leden van Nemo. Het is nog maar het prille begin, want er moeten nog wel honderden themaatjes bij. Maar deze staat vast: die kunnen ze goed voor het laatste nummer gebruiken.
Want het laatste nummer, verdorie, dat moet wat worden. Een beetje progplaat heeft natuurlijk een sluitstuk van minstens twintig minuten dat de luisteraar van hot naar her slingert en aan het eind verrukt achterlaat. Zo moet de nieuwe Nemo ook gaan klinken. Maar dan beter, natuurlijk! Eerst maar eens al de energie op dat laatste nummer dus, maar da's flink bikkelen... Na het eerste themaatje volgen er gelukkig meer, en die zijn natuurlijk hard nodig voor het briljante sluitstuk.
Na weken ploeteren is er eindelijk genoeg materiaal om een suite van een kleine 26 minuten in elkaar te zetten. Da's nog niet zo makkelijk, want in welke volgorde plak je al die verschillende stukjes muziek aan elkaar?
Inmiddels begint de verveling toch een beetje toe te slaan, want zo eindeloze componeersessie gaat je ook als Franse progger niet in de koude kleren zitten. Gelukkig moet het op een échte progplaat vooral in het slotstuk gebeuren, dus de rest mag, vooruit, best een beetje minder zijn.
Dus wat doen ze, de onverlaten...? Een paar ideetjes die eigenlijk niet helemaal in het laatste nummer passen uitwerken tot hele heftige prognummers. Er gebeurt misschien niet al te veel in, maar dat valt met wat creativiteit en gitaargeweld wel op te lossen. Gewoon wat moeilijk doen, dan lijkt het toch nog wat. Misschien zelfs toch nog wel de beste plaat ooit.
Dan is het af. De echte progliefhebber zwijmelt weg bij de heftige instrumentale progstukken. Het laatste nummer wordt alom geroemd! Is al die energie toch niet voor niets geweest!
En ik? Ik vind het een gedrocht. Ik geloof werkelijk dat het zo gegaan is als hierboven geschreven. Resultaat: een dertien-in-een-dozijn progconceptplaatje. Onder progfans staat-ie hoog aangeschreven, maar ik geloof dat ik die mensen écht niet begrijp. Want ik hou best van een portie progressieve rock, maar dit beklijft dus van geen kant. Veel te bedachte standaard alles-op-het-kijk-ons-laatste-nummer-eens-episch-zijn rock. Leuk voor de fans, maar de beste plaat ooit is voor Nemo nog ver weg. Die zal er ook nooit komen, dus doen ze er goed aan de volgende keer wat minder hooi op de vork te nemen.
Nick Cave & The Bad Seeds - The Good Son (1990)

4,5
0
geplaatst: 28 maart 2007, 12:23 uur
Voor mij is dit dan weer de beste Cave. Zo goed zelfs, dat ie zich inmiddels een plekje hoog in mijn top 10 heeft verschaft. Voor mij zit de kracht van The Good Son in het plechtige van de ballads, dat wordt afgewisseld door een ouderwetse Cavetrip op zijn tijd. Zo hoor ik Cave persoonlijk het liefst. Zijn beste nummers zijn voor mij die bloedstollende ballads. Je zou dan zeggen dat ik eens bij de latere albums mijn licht moet opsteken, maar die vind ik dan toch vaak weer te veel van het broodnodige peper en zout ontdaan. De kracht van The Good Son ligt misschien wel niet in de nummers die ik op zichzelf als de beste zou noemen (Foi Na Cruz, The Ship Song, The Weeping Song, Lament) maar in de afwisseling met The Hammer Song en The Witness Song.
Resultaat is een zeer uitgebalanceerde productie, waarin wat mij betreft alle sterke punten van Cave goed naar voren komen. Veel nummers zouden niet eens misstaan op Sky Radio, maar Cave weet het toch allemaal uitermate boeiend te brengen. Het wordt nergens te braaf, in tegenstelling tot op het latere werk. 5* dus.
Resultaat is een zeer uitgebalanceerde productie, waarin wat mij betreft alle sterke punten van Cave goed naar voren komen. Veel nummers zouden niet eens misstaan op Sky Radio, maar Cave weet het toch allemaal uitermate boeiend te brengen. Het wordt nergens te braaf, in tegenstelling tot op het latere werk. 5* dus.
Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971)

4,0
0
geplaatst: 18 maart 2009, 23:40 uur
Without You is eh... nou... nogal op het randje vind ik. Met name in de refreinen verderop in het nummer gaat het wat mij betreft toch net over de top. Verder is dit sowieso een puike, afwissende plaat. Gotta Get Up is een leuk popliedje, Coconut heeft een lekker spannend ritme en is wat mij betreft het hoogtepunt hier. 4* kan ik er wel aan kwijt, en dat is eerder ondanks dan dankzij Without You...
Nits - Urk (1989)

4,5
0
geplaatst: 5 februari 2009, 23:18 uur
Je hebt van die bands die even prachtig als onmiskenbaar een eigen eilandje in de pophistorie hebben gecreëerd. De Cocteau Twins, The Waterboys, Low... allemaal muziekgezelschappen die welhaast zo'n eigen, uniek geluid hebben dat ze een eigen genre hebben uitgevonden. We hebben in eigen land ook een groep die in dat rijtje thuishoort. Wie de Nits op deze plaat aan het werk hoort, kan dat alleen maar bevestigen.
Nergens komt de combinatie van klassieke popsongs, rijke arrangementen en artistieke teksten die in Engels geschreven zijn, maar toch enórm Nederlands klinken zo goed uit de verf als op deze live-compilatie. Liveplaten inferieur aan 'echte' albums zegt u? 't Blijft toch een verzamelaar? Niet als je op een plaat zo'n warme en intieme sfeer weet te scheppen als deze nationale helden (want dat zijn 't) hier doen.
Alles aan deze plaat klopt. Urk (kan het Nederlandser?) is namelijk niet zomaar een live-hitoverzicht. Bijna elk nummer heeft een meerwaarde ten opzichte van de albumversie. Daar komt nog eens bij dat Nits (zo heten ze vanaf deze plaat, het lidwoord 'the' is vanaf hier verleden tijd) durven te kiezen voor weinig vanzelfsprekende albumtracks, die desalniettemin geweldig uit de verf komen.
Neem bijvoorbeeld nummers als The Swimmer en Mountain Jan. Prima albumtracks op In the Dutch Mountains, maar, eerlijk is eerlijk, ook niet meer dan dat. De prachtige orchestratie en de speelse variatie in ritme en speeltempo maken het tot twee absolute live-hoogtepunten. Orgeltjes, triangeltjes, intieme momenten, gekte, een verkapte Talking Headsimitatie die toch nog in een Nitsjasje gegoten is (Slip of the Tongue)... het kan niet op.
En ja, ook In the Dutch Mountains staat er op. Prachtige uitvoering. Maar een absoluut hoogtepunt? Welnee. Luister dan eens naar de veel betere live-versie van Adieu Sweet Bahnhof. En vraag je af wat Henk Hofstede nu roept na het tweede couplet. Gewoon 'to be back' of stiekem toch 'doe je mee'. Het zal het eerste wel zijn, vermoedelijk.
Ander hoogtepunt is het ontroerende Home Before Dark, dat de kippenvelmeter elke keer weer flink doet uitslaan bij de uithaal 'better late then never/here come the sunny days'. Ook Shadow of a Doubt is op deze plaat met wat extra getingel nog beter dan het prachtige korte popliedje dat het op het album Omsk al is.
Sowieso valt me op dat de tweede cd me in de loop der tijden nog meer is gaan bevallen dan de eerste. CD1 bevat meer hits, CD2 vergt wat meer luisterbeurten, maar is bezielender, voller van emotie. Maar hoe het ook zij, beide schijfjes mogen in geen enkele Nederlandse platenkast ontbreken, om nog maar eens een vreselijk cliché op te lepelen.
En nu ik dat zo schrijf... ook de Belgen, Britten, Roemenen, Hongaren, Japanners en Argentijnen doen er goed aan hier eens naar te luisteren. Want muziek maken? Dat kunnen er maar weinig beter dan onze eigen Nits! Om hen ben ík nu trots op Nederland. Zou Rita 'm eigen hebben, deze plaat? Vast niet, die goede smaak dicht ik haar niet toe
Nergens komt de combinatie van klassieke popsongs, rijke arrangementen en artistieke teksten die in Engels geschreven zijn, maar toch enórm Nederlands klinken zo goed uit de verf als op deze live-compilatie. Liveplaten inferieur aan 'echte' albums zegt u? 't Blijft toch een verzamelaar? Niet als je op een plaat zo'n warme en intieme sfeer weet te scheppen als deze nationale helden (want dat zijn 't) hier doen.
Alles aan deze plaat klopt. Urk (kan het Nederlandser?) is namelijk niet zomaar een live-hitoverzicht. Bijna elk nummer heeft een meerwaarde ten opzichte van de albumversie. Daar komt nog eens bij dat Nits (zo heten ze vanaf deze plaat, het lidwoord 'the' is vanaf hier verleden tijd) durven te kiezen voor weinig vanzelfsprekende albumtracks, die desalniettemin geweldig uit de verf komen.
Neem bijvoorbeeld nummers als The Swimmer en Mountain Jan. Prima albumtracks op In the Dutch Mountains, maar, eerlijk is eerlijk, ook niet meer dan dat. De prachtige orchestratie en de speelse variatie in ritme en speeltempo maken het tot twee absolute live-hoogtepunten. Orgeltjes, triangeltjes, intieme momenten, gekte, een verkapte Talking Headsimitatie die toch nog in een Nitsjasje gegoten is (Slip of the Tongue)... het kan niet op.
En ja, ook In the Dutch Mountains staat er op. Prachtige uitvoering. Maar een absoluut hoogtepunt? Welnee. Luister dan eens naar de veel betere live-versie van Adieu Sweet Bahnhof. En vraag je af wat Henk Hofstede nu roept na het tweede couplet. Gewoon 'to be back' of stiekem toch 'doe je mee'. Het zal het eerste wel zijn, vermoedelijk.
Ander hoogtepunt is het ontroerende Home Before Dark, dat de kippenvelmeter elke keer weer flink doet uitslaan bij de uithaal 'better late then never/here come the sunny days'. Ook Shadow of a Doubt is op deze plaat met wat extra getingel nog beter dan het prachtige korte popliedje dat het op het album Omsk al is.
Sowieso valt me op dat de tweede cd me in de loop der tijden nog meer is gaan bevallen dan de eerste. CD1 bevat meer hits, CD2 vergt wat meer luisterbeurten, maar is bezielender, voller van emotie. Maar hoe het ook zij, beide schijfjes mogen in geen enkele Nederlandse platenkast ontbreken, om nog maar eens een vreselijk cliché op te lepelen.
En nu ik dat zo schrijf... ook de Belgen, Britten, Roemenen, Hongaren, Japanners en Argentijnen doen er goed aan hier eens naar te luisteren. Want muziek maken? Dat kunnen er maar weinig beter dan onze eigen Nits! Om hen ben ík nu trots op Nederland. Zou Rita 'm eigen hebben, deze plaat? Vast niet, die goede smaak dicht ik haar niet toe

Noir Désir - Des Visages, des Figures (2001)

4,5
0
geplaatst: 27 november 2006, 18:09 uur
Vijf jaar geleden, je scheef poep - bij wijze van spreken - nog met een lange oe. Ik vond Le Vent Nous Portera ongeveer het mooiste nummer ooit gemaakt. Ik kocht het singletje, las bij een proefwerk Frans nog eens een leuk verhaal over hoe de zanger van Noir Désir zijn vriendin had omgebracht, ging verder met mijn leven en vergat dit album eens serieus te luisteren.
Ik wist niet wat ik miste. Nu wel. Vandaag heb ik deze plaat eindelijk eens geluisterd. Het moest er een keer van komen. En wat een magistraal stukje muziek is dit zeg! Met open mond heb ik bijna de hele middag naar Noir Désir geluisterd. Van de interviews die ik nog moest uitwerken en het stageplan dat ik nog moet schrijven is voorlopig nog maar weinig gekomen. Maar ik heb een excuus!
Nog nooit gaf ik een plaat 5* bij de eerste beoordeling, maar bij anderhalve luisterbeurt prijkte de volle mep al achter de naam van Des Visages, Des Figures. En meteen maar hoog binnen in de top 10. Het mag dan een impulsieve daad zijn, het zou mij verbazen als ik er spijt van krijg. Dit grijpt je bij de strot, en ik denk dat ik hier nooit op uitgekeken raak. En dat gevoel heb ik nog niet eerder gehad.
Wat dit album zo goed maakt, ik weet het ook niet helemaal. Het eerste wat me opvalt is dat dit absoluut niet in een hokje te stoppen is. Le Vent Nous Portera, mij al bekend, is een vrij rustgevend, bijna folky nummer. Deze plaat leidt echter door oneindig veel muzieklandschappen en klankpaletten. Nu eens doet het erg folky aan, dan zit het weer ergens richting postrock en bij Son Style 1 komt er ineens een lading punk de boxen uit denderen. Ook Franse chansons lijken een inspiratiebron te vormen. Violen, (soms zelfs ruig scheurende) gitaren, klarinetten, (Afrikaanse) trommels, potten, pannen, belletjes, windvlagen, brommers, regengekletter, onweder... het komt allemaal langs.
Hoogtepunten zijn moeilijk te noemen, zeker vanwege het schizofrene karakter van de plaat. Maar wat opvalt is dat het uiteindelijk toch een coherent geheel is. Je wordt van de ene emotie in de andere geslingerd, maar het geluid blijft heel herkenbaar. Referenties kan ik er moeilijk bij geven. Des Armes doet wat aan de late Talk Talk denken, af en toe schiet 'Dark Noontide' van Six Organs of Admittance een beetje voorbij (meer ken ik niet van SOoA, maar met name de folk-met-geluidsbedjes-ertussen komt af en toe terug hier). Lost lijkt wel een knipoog naar al te pathetische rockbandjes.
Het Frans maakt Des Visages, Des Figures helemaal af. Het geeft het herfstige karakter nog wat extra cachet. Ik kan me niet voorstellen dat dit ooit minder wordt of gaat vervelen. En ik denk eigenlijk dat ie volgende week op 1 staat. Tot dan mag ie nog heel even symbolisch onder Crowded House blijven. Waarom weet ik eigenlijk ook niet.
6*
Ik wist niet wat ik miste. Nu wel. Vandaag heb ik deze plaat eindelijk eens geluisterd. Het moest er een keer van komen. En wat een magistraal stukje muziek is dit zeg! Met open mond heb ik bijna de hele middag naar Noir Désir geluisterd. Van de interviews die ik nog moest uitwerken en het stageplan dat ik nog moet schrijven is voorlopig nog maar weinig gekomen. Maar ik heb een excuus!
Nog nooit gaf ik een plaat 5* bij de eerste beoordeling, maar bij anderhalve luisterbeurt prijkte de volle mep al achter de naam van Des Visages, Des Figures. En meteen maar hoog binnen in de top 10. Het mag dan een impulsieve daad zijn, het zou mij verbazen als ik er spijt van krijg. Dit grijpt je bij de strot, en ik denk dat ik hier nooit op uitgekeken raak. En dat gevoel heb ik nog niet eerder gehad.
Wat dit album zo goed maakt, ik weet het ook niet helemaal. Het eerste wat me opvalt is dat dit absoluut niet in een hokje te stoppen is. Le Vent Nous Portera, mij al bekend, is een vrij rustgevend, bijna folky nummer. Deze plaat leidt echter door oneindig veel muzieklandschappen en klankpaletten. Nu eens doet het erg folky aan, dan zit het weer ergens richting postrock en bij Son Style 1 komt er ineens een lading punk de boxen uit denderen. Ook Franse chansons lijken een inspiratiebron te vormen. Violen, (soms zelfs ruig scheurende) gitaren, klarinetten, (Afrikaanse) trommels, potten, pannen, belletjes, windvlagen, brommers, regengekletter, onweder... het komt allemaal langs.
Hoogtepunten zijn moeilijk te noemen, zeker vanwege het schizofrene karakter van de plaat. Maar wat opvalt is dat het uiteindelijk toch een coherent geheel is. Je wordt van de ene emotie in de andere geslingerd, maar het geluid blijft heel herkenbaar. Referenties kan ik er moeilijk bij geven. Des Armes doet wat aan de late Talk Talk denken, af en toe schiet 'Dark Noontide' van Six Organs of Admittance een beetje voorbij (meer ken ik niet van SOoA, maar met name de folk-met-geluidsbedjes-ertussen komt af en toe terug hier). Lost lijkt wel een knipoog naar al te pathetische rockbandjes.
Het Frans maakt Des Visages, Des Figures helemaal af. Het geeft het herfstige karakter nog wat extra cachet. Ik kan me niet voorstellen dat dit ooit minder wordt of gaat vervelen. En ik denk eigenlijk dat ie volgende week op 1 staat. Tot dan mag ie nog heel even symbolisch onder Crowded House blijven. Waarom weet ik eigenlijk ook niet.
6*
NoMeansNo - Sex Mad (1986)
Alternatieve titel: Sex Mad / You Kill Me

4,5
0
geplaatst: 4 december 2012, 00:55 uur
Waarom staat na bijna negen jaar MuMe nog niet één bericht? Ik stuitte laatst op het zalige en ultra-agressieve Dad, een fijne track uit de schreeuw-je-ouders-naar-de-teringpunktraditie van Descendents en consorten. Dit heeft muzikaal echter een stuk meer te bieden: bij tijd en wijle klinkt dit zo gortdroog als Shellac. Vooral de eerste helft van dit album is ronduit monumentaal. Als ik de beoordelingen bekijk, is dit niet eens het beste dat NoMeansNo te bieden heeft. Mocht dat kloppen, dan staat me nog een hoop moois te wachten, want het is lang geleden dat ik nog eens direct 4.5* heb uitgedeeld.
