MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Lukas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Captain Beefheart and His Magic Band - Trout Mask Replica (1969)

poster
1,5
Maartenn schreef:
(quote)


Kun je deze plaat dan helemaal in 1 ruk uitluisteren?

Ik denk dat ik hem maar een half uur aankan en dan moet ik hem wel afzetten om even tot bezinking te komen. Nog steeds kan ik niet op deze plaat stemmen..


Juist ja. Ik heb precies hetzelfde. Het is heel gek met deze plaat. Gek genoeg vind ik het niet eens zo naar of zo ontoegankelijk klinken allemaal, maar na een half uur ben ik het gewoon wel beugehoord. Ik luister hem nu weer eens en heb me voorgenomen om dan eindelijk maar eens het einde te gaan halen.
Natuurlijk is het een rare plaat, begrijp me goed, maar er is echt genoeg muziek die lastiger te vatten is, denk ik. Dit is gewoon de nog meer geflipte, experimentele, en bluesy voorvader van Tom Waits ten tijde van Rain Dogs. Hoewel ik dit best even kan aanhoren, denk ik dat de optelsom van 80 minuten deze geflipte herrie mij een beetje te gortig is. Ik gok dan ook niet dat er hier echt met veel sterren gestrooid gaat worden.
Ik denk dat ik nog even een weekje in de leer ga bij liefhebbers van deze muziek, want volgens mij snap ik het nog niet. Misschien ben ik hier gewoon nog niet aan toe en is deze muziek nog te moeilijk voor mij. Want zonder dit album boven de 4* slaag ik natuurlijk nooit voor de cursus 'muzieksnob worden voor dummies' ( )

Cardiacs - A Little Man and a House and the Whole World Window (1988)

poster
4,0
Ik heb besloten dat bovenstaande opmerking geen sarcasme bevatte. Dit stuitert werkelijk alle kanten op. Als me dit érgens aan doet denken, is het Mansun. Nog zo'n fusieplaat tussen prog en een ogenschijnlijk tegengesteld genre. Omdat Mansun mij niet zo heel erg kan boeien en eerder irritant wordt, was ik na het eerste nummer een beetje bang voor een soortgelijk effect. Ik krijg echter gaandeweg deze plaat steeds meer de neiging om door de kamer te gaan springen. Wat een strakke bak herrie zeg. Dit is duidelijk geen aanrader voor liefhebbers van softe troep. Zeer voorlopig prijsnummer bij eerste beluistering: R.E.S. Dikke 4* voor nu met kans op meer. De andere platen schijnen nog veel gekker te zijn. Ben toch wel benieuwd

Chumbawamba - Pictures of Starving Children Sell Records (1986)

poster
4,5
'I get knocked down, but I get up again.' Mede dankzij een voetbalspelletje liep de halve westerse wereld eind jaren negentig met dat zinnetje in zijn hoofd. Tubthumping van Chumbawamba - u kent het nog wel - was in 1997/98 nogal een hit. Een hit, ja. Op het label EMI zelfs.

Nee, dan zag de wereld er voor Chumbawamba in 1986 toch heel anders uit. Een hit? Gadverdamme, wat een vies woord. De band maakte toen namelijk nogal cynische anarchopunk waarin ze de maatschappij, de muziekwereld en wat dies meer zij zonder enige nuance op de hak namen. Een blik op de tracklist van hun debuutalbum Pictures of Starving Children Sell Records maakt dat al spoedig duidelijk. Daarop staan titels als British Colonialism and the BBC, More Whitewashing en Coca Colanisation. De teksten - of je je er nu in kunt vinden of niet - zijn zonder meer grappig. In How to Get Your Band on Television bijvoorbeeld:

Paul McCarney - Come on Down!
With crocodile tears to irrigate this ground
Make of Ethiopia a fertile paradise
Where everyone sings Beatles songs and buys shares in EMI


Dit ruim acht minuten durende openingsnummer is wat mij betreft meteen het hoogtepunt van de plaat. Na een lang intro (trompetje!) verandert het nummer plots van ritme en mag de zangeres eerst haar gal spuien. Na een korte break gaat het gas erop met een jengelorgeltje en een tot op het bot cynische zanger met een heerlijk vals brits accent. En boos dat-ie is...

Chumbawamba maakt hier geen punkrock zoals in 1977 gewoon was: het is vooral de tegen-attitude van de band die het labeltje punk met zich meebrengt. Muzikaal is het zelfs een behoorlijk gevarieerde plaat. Vaak poppy, met de tempowisselingen en wendingen van een postpunkband en een zangeres die op een of andere manier vaak bijna als een folkdiva. Het laatste nummer Invasion is dan wel weer voor een deel pure punk, maar dan wel met twee minuten pop in het midden.

Het klinkt allemaal vrij onmogelijk te combineren, maar Pictures of Starving Children Sell Records is boven alles gewoon een leuke, coherente plaat. En een stuk interessanter dan die hit uit 1997, wat mij betreft.

Zie ook: http://herontdekmuziek.blogspot.com

Cocteau Twins - Victorialand (1986)

poster
4,5
Hemels. Al je in een woord het gevoel dat Victorialand oproept wil omschrijven, komt dat toch wel erg dicht in de buurt. Dit is nu typisch muziek die je in een andere wereld doet belanden. Vanaf de eerste galmende gitaarklanken van Lazy Calm tot de laatste noot van The Thinner the Air is dit album adembenemend. Ik haalde in bovenstaand bericht al even Hans Heintz aan: hij heeft wat mij betreft groot gelijk. Hoe goed ook, Victorialand degradeert voorganger Treasure wat mij betreft tot een leuke verzameling huppelliedjes over de door Orbit al vaak aangehaalde elfjes en kabouters.

Die elfjes en kabouters zijn hier ook wel weer alom aanwezig (ik kan niet ontkennen dat dit erg naar eftelingmuziek neigt), maar ze lijken hier geheel en al in een vreemde, onaardse context gezet. Gitaar en vocalen zijn nog een paar dimensies... tja... noem het ijler. Treasure een prachtige plaat, daar niet van, maar dit is een enorm coherent stukje onaardse sereniteit. Dat maakt Victorialand dan ook typisch zo'n plaatje wat je - heel cliché, ik geef toe - niet luistert, maar ondergaat. Je zakt er geheel in weg, maar dan wel zonder dat ie ongemerkt voorbijglijdt. Als ie afgelopen is, volgt zelfs een soort van schrikreactie vanwege de plotseling ingevallen stilte.

Opener Lazy Calm begint afgezien van de karakteristieke galmgitaar betrekkelijk jazzy. De eerste helft van de opener is een beetje aftasten. Waar zijn we in hemelsnaam beland? Wat is hier allemaal? Wat komen we tegen? Na ruim twee minuten klinkt uit de verte een geluid: er is hier iets van leven. Een klein minuutje later maakt het ineens geluid: dit moet een soort muze zijn, die haar onaardse creaties ten gehore brengt. Het is al meteen duidelijk dat het geluid van Victorialand aan de ene kant typisch in de jaren tachtig past, maar anderzijds iets compleet tijdloos heeft .Qua sfeer hangt het erg naar onze IJslandse muziekvrienden van Sigur Ròs en Múm. Ook de haast middeleeuwse klanken van pakweg Dead Can Dance zijn al in het eerste nummer vertegenwoordigd.

Fluffy Tufts biedt opnieuw geen uitsluitsel over waar je als luisteraar van dit album in hemelsnaam terechtgekomen bent. Een Lionkingachtige uithaal galmt door de ijle luchten waarin we ons denken te bevinden. En wat voor taal spreken ze hier nu? De zang van Elizabeth Frazer biedt in elk geval weinig uitsluitsel. Spoedig zweven we verder Throughout the Dark Months of April & May. Op de plek waar we ons bevinden (nog steeds geen idee waar...) zijn dat in elk geval geen lentemaanden. De opnieuw serene zang vervult eerder van een melancholisch gevoel. Gelukkig is het niet al triestheid wat de klok slaat hier. Met een positieve kreet verlaten we dit gebied van deze nieuwe wereld.

Vervolgens komen we aan bij Whales Tails. Het lijkt alsof deze muze ons met haar vrolijke gezang tracht te verleiden. Dan geldt toch: nooit met vreemden meegaan, en al helemaal niet op plekken die je nooit kent, want een beetje gemeen haalt ze vervolgens uit met een Kate Bushachtig refreintje. Vervolgens kan men zich laten meevoeren door het prachtige Oomingmak. Dat klinkt als een soort leuk rijmspelletje zoals ze dat in deze andere wereld trachten te doen. Zakdoekje leggen, zoiets. Het lijkt wel alsof we nog steeds lichter worden, alsmaar omhoog blijven zweven.

Dat klopt ook wel, want het volgende hoogtepunt heet niet voor niets Little Spacey. Een van de meest magnifieke tracks, vind ik. Anderen zullen dit helemaal het toppunt van eftelingmuziek vinden. Het zal ongetwijfeld iets met een pretpark te maken hebben, maar dan wel een met een hele hoop heliumballonnen. Carnaval Festival valt er in elk geval volledig bij in het niet. Nog enigszins opgelaten van het feestelijke Little Spacey ontwaren we een blijkbaar in deze wereld voorkomend vreemd wezen. Het heeft Feet Like Fins. Het beweegt zich aanvankelijk statig voort over een bed van rollende gitaargalmflarden. Even later laat het wezen zien ook over wat scherpere kantjes te beschikken. Maar het blijft mooi natuurlijk, en hoog en ijl. Maar waar t nou allemaal over gaat op deze plek? Het blijft een raadsel...

Sneeuw ligt er in elk geval wel, getuige How to Bring a Blush to the Snow. Dat doen ze dus met opnieuw prachtig middeleeuws aandoend gezang, dat van verschillende kanten door de wondere witte wereld aan lijkt te komen zweven door een woud van in dit geval soms wat Zuideuropees aandoende gitaren. Sneeuw en Zuideuropees aandoende gitaren, juist ja. We worden er opnieuw niet veel wijzer van. Het hoogste punt (en het hoogtepunt) bereiken we echter pas met The Thinner the Air. Een blazersachtig orgeltje zorgt net als toen we net op deze hoogtes belandden voor een enigszins jazzy sfeertje. Om dat te doorbreken heeft muze Elizabeth haar meest fantastische stukje zang nog even bewaard. We zweven dan ook zo hoog dat we in het oneindige lijken te verdwijnen.

Als je geluk hebt, volgt er dan nog een Massive Attack mix van het laatste nummer om je enigszins te laten afkicken, anders val je helemaal met een harde klap terug op aarde. Een beetje leeg en licht in je hoofd nog, maar nog steeds zonder enig idee wat een wondere wereld dit was. Het was er in elk geval prachtig, misschien wel hemels. Wellicht zelfs dé hemel? Wie zal het zeggen... Dit album kent geen tijd en ruimte, dus hoe lang de reis geduurd heeft, kan men alleen van de cd-speler aflezen. 32.51 minuten dus... klinkt kort, achteraf. Maar zogezegd, stickertjes als te kort of lang genoeg passen hier niet. De dimensie tijd speelt hier geen rol.

Kort samengevat is dit een plaat waar je van moet houden. Rare sprookjesmuziek: ik snap die reactie wel. Ik denk echter dat naast liefhebbers van jaren '80 gothic à la Dead Can Dance ook de wat zweverige postrock/electrofan hier wel mee uit de voeten kan. Hoe dan ook: een onvergetelijke trip langs hemelse elfjes en kabouters

Comets on Fire - Avatar (2006)

poster
3,0
Interessante plaat. Varieert voor mij van psychedelische herrie tot prachtige nummers. Klinkt af en toe wat jazzy, maar slaat vooral terug op psychedelische rock. Tot de topcategorie behoort zeker Lucifer's Memory, het absolute hoogtepunt en een van de beste nummers die ik dit jaar gehoord heb. Ook de twee laatste tracks zijn behoorlijk de moeite waard. Verder verzandt het mij af en toe wat te veel in lange gitaarstukken met veel achtergrondruis, die voor mij neigt naar de term herrie. Al met al 3* met een extra halfje voor Lucifer's Memory. 3.5* dus.

Counting Crows - Hard Candy (2002)

poster
3,5
Ik vind dit album eigenlijk heerlijk wegluisteren. Ik moet zeggen dat ik het niet onprettig vind dat die enorme pathos een beetje weg is op dit album. Big Yellow Taxi heb ik inmiddels wel gehoord, American Girls vind ik itt anderen helemaal niet slecht. Goodnight L.A. en de vertolking van You Ain't Going Nowhere bevallen mij het best. Ook Good Time, Miami en Carriage mogen er wezen.

Crowded House - Temple of Low Men (1988)

poster
3,5
Deze plaat is naar mijn mening inderdaad een stuk consistenter dan Woodface. Weinig echte uitschieters, maar een verzameling degelijke, goede liedjes. Niets van het niveau van Four Seasons in One Day en Fall at Your Feet, maar ook geen dieptepunten. In het oeuvre van Crowded House slechts overtroffen door het magnifieke Together Alone, waarop haast het hele album van het niveau van eerder genoemde prachtsongs is. Favorieten op deze plaat: I Feel Posessed, Mansion in the Slums en vooral Sister Madly.

Crowded House - Together Alone (1993)

poster
4,5
Veel mensen denken bij Crowded House toch eerder aan de hit Don't Dream It's Over en het album Woodface dan aan deze laatste plaat. Als je dan toch wat over Together Alone hoort, is het vaak iets in de trant van 'dat ie wat minder toegankelijk is dan zijn voorganger'. Mensen, laat me niet lachen, Crowded House maakte helemaal geen minder toegankelijke platen. Zouden ze ook helemaal niet aan moeten zijn begonnen. Wat meneer Finn goed kan is hele ongecompliceerde rechttoerechtaan popliedjes schrijven met, vooral in de coupletten, een haast niet te evenaren melodielijn. En dat is wat Crowded House op deze plaat tot in perfectie uitvoert.

Als ik naar Woodface luister, ik draai hem niet vaak, maar heb 'm gisteren voor de gelegenheid weer eens opgezet, valt me op dat Crowded House daar veel minder sterke composities aan de dag legt. Fall at Your Feet en met name Four Seasons in One Day (blijft mijn favoriete nummer van ze) zijn prachtig, een nummer als There Goes God mag er ook best zijn, maar Chocolate Cake en de laatste zes nummers zijn wat mij betreft maar weinig bijzonder. Gevolg is dus dat Woodface voor mij nogal inzakt. Together Alone vind ik dan op alle fronten beter, en (ieder zijn smaak natuurlijk, ik val niemand aan...) ik kan me eigenlijk bijna niet voorstellen dat anderen Woodface beter vinden.

Want hier begint begint Crowded House wel meteen goed. Kare Kare is een degelijk popnummer. Geen absolute topper, maar het zet prima de toon voor de rest van de plaat. Ontoegankelijk geenszins, wel wat dromeriger dan dat men misschien van Crowded House gewend is. Want dat is wel een duidelijk verschil met de rest van het oeuvre, als je het mij vraagt. Het album ademt veel meer sfeer uit dan bijvoorbeeld Woodface. Aan het eind van Kare Kare valt voor het eerst wat wereldmuziekachtig getrommel te horen. Wat dat betreft heeft Finn wellicht geluisterd naar de Talking Heads. Ook hier werkt die combinatie tussen pop/rock en trommels wonderwel.

Het wat stevigere In My Command staat ook als een huis. Het refrein is misschien een beetje kazig, maar het biedt goed tegenwicht tegen de wat meer doorrockende coupletten. De doorgaans zo beschaafde Finn bedient zich halverwege het nummer zelfs van een piepklein beetje geschreeuw. Nails in My Feet is wat mij betreft het eerste grote hoogtepunt op Together Alone. Melodisch gezien een van de beste nummers van de Nieuw-Zeelanders. Memorabel is vooral de kleine onvolkomenheid in Neils stem aan het begin van het tweede couplet ('circle round in a strange hypnotic state').

Black & White Boy is een nummer waar je makkelijk voorbij luistert. Dat is toch wel een valkuil bij Crowded House, om alleen maar van ballad naar ballad te luisteren en de rest als noodzakelijk kwaad te zien. Want ook hier weer een lekkere gitaarpartij (mooi loopje!). Fingers of Love opent prachtig, sober (electrisch) gitaartje en een wat galmende zangopname. Het nummer kabbelt lekker door, enige minpuntje is dat het refreintje niet veel om het lijf heeft en het daardoor een beetje te cliché dreigt te worden af en toe.

Pineapple Head staat in het teken van een van de meest aanstekelijke gitaarriffjes uit de popgeschiedenis. Hier staat of valt het nummer bij, want heel veel bijzonders zit er eigenlijk ook weer niet omheen. Niet dat dat voor mij ook maar enigszins problematisch is overigens, want de kracht van Crowded House zit m tenslotte in de eenvoud. Locked out is een van de bekendere track van de plaat en schudt ons even wakker, want voor Crowded Housebegrippen rockt dit best heftig. Leuk nummer dan ook, beetje rock-n'-roll. Ondanks dat wat mij betreft niet echt een van de absolute hoogtepunten.

Locked out loopt prachtig over in Private Universe, door velen genoemd als beste nummer van deze plaat en misschien ook wel van het hele oeuvre van de band. En ja, ook ik word toch altijd weer stil als ik het hoor. De flirt met wereldmuziek krijgt hier erg duidelijk vorm. Hoewel geen persoonlijke favoriet, is het misschien wel de beste compositie die Finn gebrouwen heeft. Het nummer kabbelt rustig naar een prachtig trommeltjesuitro. Aan Walking on the Spot wordt nogal eens voorbij gegaan, maar ik vind het persoonlijk met Nails in My Feet het mooiste nummer van de plaat. Harmonica en piano leggen een prachtige basis waarover Neil weer een hemels coupletje mag zingen. Melodielijn van het couplet zou zo van Forever Changes van Love kunnen zijn getrokken. Het refrein is ook hier net weer iets minder, het zwaartepunt van de CH-ballad ligt dan ook in de coupletten.

Distant Sun is zowat het ideale popliedje. Leuk, vrolijk, nu wel met een sterk en pakkend refrein. Het is dan ook een van de bekendere Crowded Housenummers, en niet ten onrechte. Ook Catherine Wheels mag er zijn. Let hier op het fluitachtige geluid dat af en toe in de achtergrondinstrumentatie terugkomt. Ook hier weer een ijzersterke coupletmelodie, om maar weer eens in herhaling te vallen. Als tegen de drie minuten een heel simpel gitaartje toch weer even een andere wending aan het nummer geeft, kan je toch ook hier weer niet anders dan een dikke pluim uitdelen aan onze Neil.

Skin Feeling is op zichzelf het minste nummer van het album. Het is allemaal net niet pakkend genoeg, juist de couplet zijn wat monotoon en saaiig. Toch staat het nummer wel in dienst van het album: na Catherine Wheels mag de luisteraar wel weer even wat stevigers horen. Refrein is hier trouwens wel aardig: 'It's the truth my child'... Ook hier komt overigens weer wat Afrikaans getrommel naar voren richting het einde. Die trommelinslag bereikt op het titelnummer Together Alone zijn hoogtepunt. De afsluiter lijkt zelfs rechtstreeks uit The Lion King te zijn getrokken. Sterke song weer, lekker dromerig, waarin Simba en zijn vriendinnetje (ben haar naam even kwijt) ergens op een rots figureren. Hemelse afsluiter dus.

Het eindresultaat staat prominent op 1 in mijn top 10. Zoals ik al eerder bij deze plaat schreef, ik ben naarstig op zoek naar concurrenten die dit hoog uit mijn toplijst weg kunnen stoten, maar al luister ik heus veel nieuwe dingen uit veel ingewikkelder en voor sommigen superieure genres, de kracht van dertien popliedjes valt niet te overschatten. En daar kan dus nog niets tegenop voorlopig. Het zal vast mijn wansmaak zijn

Crowded House - Woodface (1991)

poster
3,5
Ik schrok ervan dat ik blijkbaar nog niets bij dit album heb gespamd. Ik ben zo iemand die het nodig vind om zo nu en dan zijn muzieksmaak in een allertijdenlijstje te vatten. Zeker gezien de vele topics in die richting op deze site niets om mij voor te schamen dus
Zo een keer in de paar maanden komt al jarenlang die behoefte bij me op. Dat gaat niet regelmatig en ik houd het ook niet keurig bij, er is niet eens een vast aantal voor. Ik zou ze wel eens willen opzoeken, als ik ze bewaard zou hebben, want mijn muzieksmaak heeft nogal wat veranderingen ondergaan in die tijd.
Ik kan mij herinneren dat ik ooit Still Loving You van the Scorpions op 1 had staan, of Cold as Ice van Foreigner of zelfs Always van Bon Jovi . Ook Russians van Sting en Brothers in Arms van de Dire Straits vielen die eer ooit te beurt.
Waar ik nu heen wil is dat er eigenlijk maar een nummer is wat ik al drie jaar lang altijd bij de beste twintig heb staan in dat soort lijstjes, en eigenlijk steeds net even hoger. 'Four Seasons In One Day' van Crowded House. Ooit omgeven door Bon Jovi, Foreigner, The Scorpions, nu omringd door pakweg Pulp, Pink Floyd en The Smiths. Mocht ik binnenkort weer de neiging krijgen zo'n lijstje in elkaar te draaien, dan komt ie zelfs op nummer 1, waar toch al een tijdje 'The Turn of a Friendly Card' van Alan Parsons Project stond.
Waarom weet ik ook niet precies, het nummer heeft een magisch soort eenvoud over zich. Coupletje, refreintje, prachtig orgelovergangetje, bridge, nog een refreintje. Melodieus ijzersterk en dan de prachtige stem van Neil (en Tim) Finn. Ik heb het inmiddels helemaal grijsgedraaid en het nummer wordt alleen maar sterker.
Ooit zal Crowded House wel weer verdrongen worden van die eerste plaats in zo'n lijstje van mij, want lijstjes zijn er om te veranderen. Maar ik denk niet dat dit nummer mij ooit gaat vervelen. En dat gebeurt niet vaak.

Current 93 - Thunder Perfect Mind (1992)

poster
4,5
En zo zijn er meer op deze plaat

Laatst heb ik deze - enigszins op de groei weliswaar - in mijn top 10 gezet. Stiekem wordt deze plaat namelijk bij elke luisterbeurt steeds een beetje beter. Wie van griezelige, bezeten doomfolk houdt, zit bij deze plaat meer dan goed. Het is broeierig, spannend en vooral hemeltergend mooi. De soms lieflijke folkmelodieen worden nu en dan overstemd door het bezeten maar toch breekbaar gekrijs van de zanger. Dat resulteert soms in prachtige liedjes (A Song for Douglas After He's Dead ), maar ook in epische stukken als Hitler as Kalki. Driewerf hulde voor deze plaat dus, want wat ik tot nu toe verder gehoord heb van Current 93 vind ik eerlijk gezegd stukken minder. Hier dus: 5*

Current 93 & HÖH - Island (1991)

poster
3,5
Hoewel de zwaar aangezette synths deze plaat in een heel ander kader plaatsen, klinkt dit toch vooral heel erg Current 93. De eerste twee nummers - of eigenlijk met name het magistrale tweede - zorgen voor een veelbelovend begin. Daarna verzandt de plaat voor mij wat te veel in het standaard spoken-word-fluisterriedeltje over moeilijke, onheilspellende geluidscollages. Dat is natuurlijk ook wel datgene waarmee ze berucht zijn geworden, maar ik hoor liever het wat folkiër Thunder Perfect Mind, waarin ze dat pad wat vaker verlaten. Hier is de balans tussen praten en zingen wat mij betreft af en toe een beetje zoek. The Dream of a Shadow of Smoke is echter een goede reden om deze toch binnen handbereik te houden, want o-o-o wat doet die druppelsynth goed werk op de achtergrond.