Hier kun je zien welke berichten Chronos85 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
T. Rex - Electric Warrior (1971)

4,5
0
geplaatst: 22 september 2011, 15:04 uur
Juist in de simpelheid van deze plaat schuilt haar grote klasse. In eerste instantie deed het me vrij weinig juist door het simpele karakter. De rootsy benadering vereiste bij mij enig geduld maar, dat geduld werd beloond. Langzamerhand groeiden de nummers ze en nu ben ik absoluut een liefhebber. Zowel voor het glamrockgenre als voor het hedendaagse folk en indiesegment moet Electric Warrior enorme invloed hebben gehad. De klagerige zang van Bolan moet zowel op een Johnny Rotten als een Devendra Banhart flinke invloed hebben gehad, om maar lukraak een tweetal namen te noemen.
Ik ben het eens met Herman dat Bowie met deze muziek niet vergeleken dient te worden. Bowie borduurt in deze periode, ondanks zijn Velvet Underground adoratie, verder op de Britse Jaren Zestigpoptraditie (denk aan het wat meer georchestreerde werk van The Who, The Kinks en The Beatles, maar ook en voegt daar een randje van dramatiek, mysterie en weltschmerz aan toe. Bolans eigen achtergrond is meer folkgeorienteerd en vanuit die basis laat hij zich meer inspireren door de tragere rock 'n roll (boogie) uit de jaren vijftig en bijbehorende thema- en dramatiek (je herkent bij tijd en wijle de Be-Bop-a-Lula-snik). De teksten zijn minder intellectualistisch dan die van Bowie, de albums hebben minder een conceptueel karakter en het imago wat Bolan hierbij voor zichzelf heeft gecreëerd is overduidelijk masculinair in tegenstelling tot dat van Bowie dat op z'n minst neigde naar het androgyne. Daarbij wilde Marc Bolan, inmiddels uit zijn anarchistische folkschulp gekomen, ongebreideld opgaan in de aandacht en weelde die het ster zijn met zich mee bracht (de lifestyle waar hij zich het meeste thuis bleek te voelen), een belangrijk kenmerk van de glamrock. Bowie was natuurlijk nog een stuk populairder dan Bolan maar voor hem was dat baroque en dramatische een houding en rol van dat moment en hij zou, vergelijkbaar met Bob Dylan, steeds weer van imago wisselen. Glamrock was behalve een muziekstijl ook een ideale manier van leven, twee voorwaarden die beiden opgingen voor Bolan.
Electric Warrior is imo als geheel nog geen glamplaat. Nummers als Mambo Sun en Life's a Gas maar ook Lean Woman Blues hebben meer een respectievelijk folk(rock) en bluesachtig karakter, ondanks de enigszins dramatische inslag. Bij Get It On (Bang a Gong) en Rip Off is het glamelement weer veel meer aanwezig. Live schijnen de nummers allemaal overgoten te zijn met een glamlaagje, met de nodige strakke outfits en orgastische gitaarsolo's van dien. Vanaf de opvolger van EW, The Slider, kan T. Rex wat mij betreft volledig een glamband genoemd worden.
Voor de liefhebbers, in de Uncut van deze maand staat een artikel gewijd aan T. Rex en in het bijzonder aan Electric Warrior. Een klein verzamelplaatje van jaren vijftig boogie-nummers, die invloed zouden hebben gehad op het wordingsproces van EW, is aan het blad toegevoegd. Best interessant!
Ik ben het eens met Herman dat Bowie met deze muziek niet vergeleken dient te worden. Bowie borduurt in deze periode, ondanks zijn Velvet Underground adoratie, verder op de Britse Jaren Zestigpoptraditie (denk aan het wat meer georchestreerde werk van The Who, The Kinks en The Beatles, maar ook en voegt daar een randje van dramatiek, mysterie en weltschmerz aan toe. Bolans eigen achtergrond is meer folkgeorienteerd en vanuit die basis laat hij zich meer inspireren door de tragere rock 'n roll (boogie) uit de jaren vijftig en bijbehorende thema- en dramatiek (je herkent bij tijd en wijle de Be-Bop-a-Lula-snik). De teksten zijn minder intellectualistisch dan die van Bowie, de albums hebben minder een conceptueel karakter en het imago wat Bolan hierbij voor zichzelf heeft gecreëerd is overduidelijk masculinair in tegenstelling tot dat van Bowie dat op z'n minst neigde naar het androgyne. Daarbij wilde Marc Bolan, inmiddels uit zijn anarchistische folkschulp gekomen, ongebreideld opgaan in de aandacht en weelde die het ster zijn met zich mee bracht (de lifestyle waar hij zich het meeste thuis bleek te voelen), een belangrijk kenmerk van de glamrock. Bowie was natuurlijk nog een stuk populairder dan Bolan maar voor hem was dat baroque en dramatische een houding en rol van dat moment en hij zou, vergelijkbaar met Bob Dylan, steeds weer van imago wisselen. Glamrock was behalve een muziekstijl ook een ideale manier van leven, twee voorwaarden die beiden opgingen voor Bolan.
Electric Warrior is imo als geheel nog geen glamplaat. Nummers als Mambo Sun en Life's a Gas maar ook Lean Woman Blues hebben meer een respectievelijk folk(rock) en bluesachtig karakter, ondanks de enigszins dramatische inslag. Bij Get It On (Bang a Gong) en Rip Off is het glamelement weer veel meer aanwezig. Live schijnen de nummers allemaal overgoten te zijn met een glamlaagje, met de nodige strakke outfits en orgastische gitaarsolo's van dien. Vanaf de opvolger van EW, The Slider, kan T. Rex wat mij betreft volledig een glamband genoemd worden.
Voor de liefhebbers, in de Uncut van deze maand staat een artikel gewijd aan T. Rex en in het bijzonder aan Electric Warrior. Een klein verzamelplaatje van jaren vijftig boogie-nummers, die invloed zouden hebben gehad op het wordingsproces van EW, is aan het blad toegevoegd. Best interessant!
The Beatles - The Beatles (1968)
Alternatieve titel: The White Album

5,0
0
geplaatst: 23 februari 2012, 15:11 uur
The White Album is het album dat ik mee zou nemen als ik naar een onbewoond eiland zou vertrekken. Je raakt er namelijk niet op uitgeluisterd. Er staat zoveel variatie op waaronder variatie in thematiek: persoonlijke nummers als Yer Blues, Don't Pass Me By, Julia, I Will, Long, Long, Long, I'm So Tired en Revolution 1, nummers over andere (bestaande) personen (Sexy Sadie, Martha My Dear, Savoy Truffle, Dear Prudence), nummers over de samenleving/tijdgeest (Revolution 1, Piggies, Blackbird, Why Don't We Do It in the Road?), verhalende nummers (Bungalow Bill, Rocky Raccoon, Cry Baby Cry, Ob-la-di, ob-la-da), gelegenheidsnummers (Birthday, Good Night) en 'onzin'-nummers (Back In the USSR, Glass Onion, Everybody's Got Something To Hide, Happiness Is a Warm Gun, Helter Skelter). En dan heb ik het nog niet over de diversiteit in genres, zangstem, instrumenten, productie (vergelijk de productie van Helter Skelter eens met opvolger Long, Long, Long. Een wereld van verschil!) die door The Beatles op dit album worden gehanteerd.
Eigenlijk kan ik elk nummer op een bepaalde manier waarderen. Revolution No. 9 is natuurlijk weinig toegankelijk maar ook dat nummer hoort op één of andere manier bij het album. Ik weet, het is wel wat essentialistisch gedacht maar zo werkt.
Wel denk ik dat 'The White Album' typisch een album kan zijn waarbij het kwartje ineens valt. Bij mij was dit het geval. In eerste instantie was ik vooral gefocust op de best ofs, Abbey Road en een aantal oudere platen en deed deze plaat mij weinig. Op een gegeven moment zat ik bij mijn ouders aan tafel (ik moet een jaar of 15 geweest zijn) met deze plaat op de achtergrond. Ik geloof dat het Birthday was dat opstond en in eens was ik bekeerd.
Ik denk dat mijn oorspronkelijke afkeer vooral te maken had met het feit dat de liedjes van de middenperiode (maar ook die van Abbey Road) met meer perfectie en vaak rijkelijker zijn geproduceerd, zeg maar gerust gelikter. Dit laatste ermoedelijk voor een deel te maken heeft met het feit dat George Martin niet bij het gehele productieproces van The White Album betrokken was (hij was ook tegen het concept van een dubbelalbum). Uiteindelijk was hij de hoofdverantwoordelijk, hij speelt verder piano op Rocky Raccoon, maar waar op andere platen zijn visie centraal stond, waren het nu de afzonderlijke Beatles die bepaalden hoe hun nummers moesten klinken op de plaat. Ook staan er op The White Album geen singles. Net als met Sgt. Pepper om geen nummers van deze plaat als single uit te brengen. Maar waar bij Sgt. Pepper er een rij met potentiële 'hits' aanwezig was (op Within You and Without You, A Day in the Life en Sgt. Pepper Reprise na elk nummer...), ontbraken deze voor een groot deel op The White Album. Ob-la-di, ob-la-da maakte denk ik de grootste kans aangezien Back in the USSR en Revolution waarschijnlijk als te controversieel werden gezien. De rest van de plaat was qua sound zo anders dan het vorige werk dat het een te grote stijlbreuk zou betekenen. Dat is één van de redenen dat Hey Jude buiten het album is gelaten, en wel als single is gekozen.
The White Album beschouw ik door zijn veelzijdigheid en idiotie als een soort beste verzameling b-kantjes ooit en daarmee bedoel ik iets positiefs aangezien ik een liefhebber van b-kantjes ben en zeker die van The Beatles. Mensen die The Beatles als een band van pakkende anthematische singles en dito albums zien moeten The White Album als een heel ander verhaal zien, een vreemde eend in de bijt, maar wel eentje om te omarmen.
Eigenlijk kan ik elk nummer op een bepaalde manier waarderen. Revolution No. 9 is natuurlijk weinig toegankelijk maar ook dat nummer hoort op één of andere manier bij het album. Ik weet, het is wel wat essentialistisch gedacht maar zo werkt.
Wel denk ik dat 'The White Album' typisch een album kan zijn waarbij het kwartje ineens valt. Bij mij was dit het geval. In eerste instantie was ik vooral gefocust op de best ofs, Abbey Road en een aantal oudere platen en deed deze plaat mij weinig. Op een gegeven moment zat ik bij mijn ouders aan tafel (ik moet een jaar of 15 geweest zijn) met deze plaat op de achtergrond. Ik geloof dat het Birthday was dat opstond en in eens was ik bekeerd.
Ik denk dat mijn oorspronkelijke afkeer vooral te maken had met het feit dat de liedjes van de middenperiode (maar ook die van Abbey Road) met meer perfectie en vaak rijkelijker zijn geproduceerd, zeg maar gerust gelikter. Dit laatste ermoedelijk voor een deel te maken heeft met het feit dat George Martin niet bij het gehele productieproces van The White Album betrokken was (hij was ook tegen het concept van een dubbelalbum). Uiteindelijk was hij de hoofdverantwoordelijk, hij speelt verder piano op Rocky Raccoon, maar waar op andere platen zijn visie centraal stond, waren het nu de afzonderlijke Beatles die bepaalden hoe hun nummers moesten klinken op de plaat. Ook staan er op The White Album geen singles. Net als met Sgt. Pepper om geen nummers van deze plaat als single uit te brengen. Maar waar bij Sgt. Pepper er een rij met potentiële 'hits' aanwezig was (op Within You and Without You, A Day in the Life en Sgt. Pepper Reprise na elk nummer...), ontbraken deze voor een groot deel op The White Album. Ob-la-di, ob-la-da maakte denk ik de grootste kans aangezien Back in the USSR en Revolution waarschijnlijk als te controversieel werden gezien. De rest van de plaat was qua sound zo anders dan het vorige werk dat het een te grote stijlbreuk zou betekenen. Dat is één van de redenen dat Hey Jude buiten het album is gelaten, en wel als single is gekozen.
The White Album beschouw ik door zijn veelzijdigheid en idiotie als een soort beste verzameling b-kantjes ooit en daarmee bedoel ik iets positiefs aangezien ik een liefhebber van b-kantjes ben en zeker die van The Beatles. Mensen die The Beatles als een band van pakkende anthematische singles en dito albums zien moeten The White Album als een heel ander verhaal zien, een vreemde eend in de bijt, maar wel eentje om te omarmen.
The Dead Weather - Horehound (2009)

3,0
0
geplaatst: 3 augustus 2009, 15:33 uur
Ik merk ook dat ik in het begin een stuk enthousiaster was over dit album dan na een tiental luisterbeurten. Er is niets mis met jam-bands (zoals Cream, Allman Brothers en recenter Queens of the Stoneage) alleen voorwaarden zijn dan wel dat het drumwerk gevarieerd is en de gitarist bovengemiddeld.
Helaas gaan beide voorwaarden bij the Dead Weather niet op. Jack White drumt beter dan zuster/ex-vrouw maar kan zich absoluut niet meten met Ginger Baker of Dave Grohl maar ook niet met Patrick Keeler (van the Raconteurs). Ook het gitaarwerk is niet al te spannend. Dean Fertita is technisch bekwaamd maar doet niks spannends (zoals Jack White zelf wel doet). Het is meer een type sessiemuzikant of een tweede gitarist (zoals hij bij QOTSA is).
Ook het zangwerk van Allison Mosshart is geen lange houdbaarheidsdatum beschoren. Het is eigengereit maar heeft ook iets geforceerds. Ze kan in tegenstelling tot Jack White geen gevarieerd geluid laten horen. Haar stem lijkt gemaakt voor rap-garagerock muziek zoals ze dat met the Kills laat horen. Deze beperking strookt met de ambitieuze agenda van White.
Het is dan misschien niet vreemd dat ik I Cut Like A Buffalo het beste nummer vindt. Het is zowel geschreven als gezongen door White. Voor het eerst durft hij zich te wagen aan het reggae-genre en naar mijn idee, met succes. Hier zou ik wel iets meer van willen horen in de toekomst...
Verder is de opener erg sfeervol. Het doet misschien iets teveel Led Zepperig aan maar daar stoor ik me niet aan. Ten slotte steken alleen de singles iets boven de middelmaat uit.
Volgende keer, Jack: gewoon weer zelf zingen of helemaal solo. Stiekem hoop ik ooit nog eens op een collaboratie met een andere frontman. Er waren een tijd terug geruchten over een samenwerking met Thom Yorke maar daar heb ik de laatste maanden niks meer over vernomen. Ook Josh Homme lijkt me een aardige droomkandidaat alleen weet ik niet of dit dan zal uitlopen op 'a fight of two devils'...
3*
Helaas gaan beide voorwaarden bij the Dead Weather niet op. Jack White drumt beter dan zuster/ex-vrouw maar kan zich absoluut niet meten met Ginger Baker of Dave Grohl maar ook niet met Patrick Keeler (van the Raconteurs). Ook het gitaarwerk is niet al te spannend. Dean Fertita is technisch bekwaamd maar doet niks spannends (zoals Jack White zelf wel doet). Het is meer een type sessiemuzikant of een tweede gitarist (zoals hij bij QOTSA is).
Ook het zangwerk van Allison Mosshart is geen lange houdbaarheidsdatum beschoren. Het is eigengereit maar heeft ook iets geforceerds. Ze kan in tegenstelling tot Jack White geen gevarieerd geluid laten horen. Haar stem lijkt gemaakt voor rap-garagerock muziek zoals ze dat met the Kills laat horen. Deze beperking strookt met de ambitieuze agenda van White.
Het is dan misschien niet vreemd dat ik I Cut Like A Buffalo het beste nummer vindt. Het is zowel geschreven als gezongen door White. Voor het eerst durft hij zich te wagen aan het reggae-genre en naar mijn idee, met succes. Hier zou ik wel iets meer van willen horen in de toekomst...
Verder is de opener erg sfeervol. Het doet misschien iets teveel Led Zepperig aan maar daar stoor ik me niet aan. Ten slotte steken alleen de singles iets boven de middelmaat uit.
Volgende keer, Jack: gewoon weer zelf zingen of helemaal solo. Stiekem hoop ik ooit nog eens op een collaboratie met een andere frontman. Er waren een tijd terug geruchten over een samenwerking met Thom Yorke maar daar heb ik de laatste maanden niks meer over vernomen. Ook Josh Homme lijkt me een aardige droomkandidaat alleen weet ik niet of dit dan zal uitlopen op 'a fight of two devils'...
3*
The Libertines - Time for Heroes (2007)
Alternatieve titel: The Best Of

2,0
0
geplaatst: 7 mei 2009, 12:08 uur
2 reguliere albums, 3 EPtjes en daarna een verzamelalbum. Duidelijk een staaltje van commercieel uitmelken van de koe die the Libertines heet. Nu al een legendarische band, maar er is geen zekerheid of er nooit meer een herstart/reünie komt. Dit zijn twee redenen om dit album niet te kopen. Daarnaast vind ik de samenstelling niet bijster sterk. Het is al eerder gezegd, maar waar is The good old days! Ook mis ik nummers als The man that would be king, Music when the lights go out en Horrorshow. Als introductie zou ik dit verzameldingetje niet aanraden: gewoon beginnen met UtB...
The National - Alligator (2005)

5,0
0
geplaatst: 6 november 2010, 22:30 uur
Alligator is voor mij persoonlijk een 'it grows on you'-geval geworden. Een paar jaar geleden had ik nog niet zoveel op met dit album maar het is de laatste maanden gegroeid en gegroeid. Elk nummer heeft me inmiddels meer dan eens gegrepen en vandaar heb ik mijn stem verhoogd van 4 naar 5*.
Oh ja, Karen is het nummer dat ik in't bijzonder even wil noemen. Het heeft een effect op mij, dat maar weinig nummers weten te bereiken, en dan heb ik het niet alleen over The National-nummers...
Oh ja, Karen is het nummer dat ik in't bijzonder even wil noemen. Het heeft een effect op mij, dat maar weinig nummers weten te bereiken, en dan heb ik het niet alleen over The National-nummers...
The White Stripes - Conquest (2008)

5,0
0
geplaatst: 14 december 2010, 14:00 uur
Waarom wordt er zo weinig op dit EPtje gestemd? Fantastische nummers, die bij het beste hoort wat The White Stripes gemaakt hebben (zowel tekstueel als instrumentaal).
It's My Fault for Being Famous is een midtempo countryrocker en deed mij in de verte denken aan
Bron-Y-Aur Stomp van Led Zeppelin. Fijne slide-gitar van niemand minder dan Beck Hansen
Cash Grab Complications on the Matter is een demo-achtig lofi nummer met fijne experimentele piano van wederom Beck.
Honey, We Can't Afford to Look This Cheap heeft een bijtende tekst, die het ideaal, les belles images van The American Dream doorprikt.
Verder staat er het heerlijke Conquest op, afkomstig van de plaat Icky Thump, en een acoustische Mariachi versie van het nummer dat ook zeker niet geskipt dient te worden.
It's My Fault for Being Famous is een midtempo countryrocker en deed mij in de verte denken aan
Bron-Y-Aur Stomp van Led Zeppelin. Fijne slide-gitar van niemand minder dan Beck Hansen
Cash Grab Complications on the Matter is een demo-achtig lofi nummer met fijne experimentele piano van wederom Beck.
Honey, We Can't Afford to Look This Cheap heeft een bijtende tekst, die het ideaal, les belles images van The American Dream doorprikt.
Verder staat er het heerlijke Conquest op, afkomstig van de plaat Icky Thump, en een acoustische Mariachi versie van het nummer dat ook zeker niet geskipt dient te worden.
The Who - The Who Sell Out (1967)

5,0
0
geplaatst: 22 februari 2012, 18:34 uur
Ik kende deze plaat al jaren omdat mijn vader hem in zijn lpkast had maar ik begin pas sindskort de waarde ervan in te zien. Armenia City In the Sky was het favoriete nummer van mijn vader maar wat mij betreft is dat slechts één van de vele hoogtepunten. Mary Anne with the Shaky Hand natuurlijk, maar ook breekbare nummers als Tattoo en I Can't Reach You zijn prachtig.
De grootste verrassing is misschien wel het bonusgedeelte want één voor één zijn dat parels (uitgezonderd het overbodige Hall of the Mountain King). Favoriet al daar is denk ik Melancholia. Wauw, wat een heerlijk dreigend nummer met oriëntaalse inslag is dat met heerlijk subtiel gitaarspel van Pete Townshend. Maar ook Girl's Eyes is mooi en geeft maar weer eens het voordeel van 4 goede zangers binnen een band aan. De variatie die je ermee in je muziek kunt aanbrengen is zeer prettig en mist nog wel eens in de albums van bands van tegenwoordig.
De grootste verrassing is misschien wel het bonusgedeelte want één voor één zijn dat parels (uitgezonderd het overbodige Hall of the Mountain King). Favoriet al daar is denk ik Melancholia. Wauw, wat een heerlijk dreigend nummer met oriëntaalse inslag is dat met heerlijk subtiel gitaarspel van Pete Townshend. Maar ook Girl's Eyes is mooi en geeft maar weer eens het voordeel van 4 goede zangers binnen een band aan. De variatie die je ermee in je muziek kunt aanbrengen is zeer prettig en mist nog wel eens in de albums van bands van tegenwoordig.
Them Crooked Vultures - Them Crooked Vultures (2009)

4,0
0
geplaatst: 14 november 2009, 13:01 uur
Ik denk dat Them Crooked Vultures in het algemeen te lijden heeft aan een te hoog verwachtingspatroon. Drie artiesten, uit bands die inmiddels al door drie verschillende generaties worden bewonderd, gaan samen een album opnemen. Met deze veronderstellingen kan het eigenlijk alleen maar tegenvallen.
Ik heb me geprobeerd te wapenen tegen deze eventuele teleurstelling en dat is best aardig gelukt. TCV brengt weinig vernieuwing binnen de rockmuziek, en ook écht grote nummers als Go With The Flow of No One Knows staan niet op dit album, (alhoewel Dead End Friends). Neen, het is gewoon pakkende rockmuziek, technisch van een heel hoog niveau en het klinkt alsof deze band al een jaar of twintig bezig is, zo sterk op elkaar ingespeeld!
Zoals anderen al hebben gezegd krijgen we veel stonerrock voorgeschoteld. Behalve Stonerrock is ook de echo van Led Zeppelin terug te horen op TCV. Het gebruik van toetseninstrumenten, huilende gitaren en soms een psychedelisch sfeertje herinneren aan deze grote band. Eigenlijk mist voor de stonerrock een tweede gitarist, maar live hebben ze met Alain Johannes een perfecte aanvulling. Ik vermeldde het al: ze zouden het 'supergroup-gehalte' nog kunnen versterken door een tweede gitarist erbij te nemen, maar ik verwacht niet dat dit gaat gebeuren.
Daarbij zijn we ook gekomen bij het grootste kritiekpunt op deze band. Het feit dat ze slechts met z'n drieën zijn zorgt voor vaak hetzelfde soort geluid. Het komt te veilig over. Hier komen we meteen ook op een volgende veronderstelling. Het idee dat er veel afwisseling moet zijn door toedoen van verschillende 'guests'. Op vorige QOTSA-albums kwam een legioen aan artiesten voorbij: Mark Lanegan, Julian Casablancas, Chris Goss, Alain Johannes, Billy Gibbons, Dave Catching. Deze 'guests' zijn nu niet aanwezig echter eentonigheid vind ik zeker niet de klok slaan op TCV. Vooral de veelzijdigheid van JPJ komt dit album erg ten goede. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het toetsengedeelte op Scumbag Blues, het creepy sfeertje op Interlude with Ludes (hoezo geen vernieuwing?!), het orgel op Caligulove, de synths op Gunman, de piano op Spinning in Daffodils. Ook de gitaargedeeltes van Homme verschillen per keer. De ene keer zijn ze uitgestrekt en snerpend, de andere keer harmonieus en swingend (op Bandoliers). Wat te denken van de heerlijke slide-gutar opening met het oosters-getinte geluid en het terugkeren van dit thema op Reptiles. De bijdragen van Dave Grohl aan dit album behoeven weinig verduidelijking. Luister bijvoorbeeld naar zijn percussie op Interlude with Ludes!
Behalve deze afwisseling kent dit album een aardige mix van uitgestrekte jam-nummers en catchy nummers van 3-4-5 minuten. Ik denk dat de uitgestrektheid van sommige nummers, als bijvoorbeeld WOTFBYTAYGU mensen afschrikt. Zowel Led Zep (In My Time Of Dying, Lemon Song, Achilles Last Stand) als QOTSA (heb je even) hadden/hebben een sterke voorkeur voor uitgesponnen epische nummers en die voorkeur ziet men bij TCV duidelijk terug: in Elephants, WOTFBYTAYGU en Spinning in Daffodils.
WOTFBYTAYGU is mijn favoriete van de drie. De opbouw van het nummer is majestueus, met zo'n koortje waar je in andere contexten een hekel aan hebt, maar waar je bij TCV juist van kan genieten. Rond 3:35 wordt de jam ingezet. Heerlijk loom, een combinatie van The Lemon Song en Burn the Witch. Het tempo wordt subtiel opgeschroefd en beland in Led Zep-achtige huilgitaren. Ik kan hier erg van genieten maar ik kan me voorstellen dat mensen die geen Led Zep, Deep Purple of prog-rock roots hebben hier niet tegen kunnen.
Ik denk dat je dit album gewoon als debuut moet zien van een nieuwe band. Lekker ongecompliceerd, soms catchy en kort, soms lang jammend. In elk geval kan je van het stel zeggen dat het met enorm veel plezier en saamhorigheid gemaakt is, dat is ook wat waard! Ondanks alle vooroordelen vind ik het geen slecht album. Nummers blijven in mijn hoofd zitten. Solo's doen mijn hart harder kloppen en het speelplezier van het trio wordt ook op mij overgebracht...
4* met een halfje uitloopmogelijkheid...
Ik heb me geprobeerd te wapenen tegen deze eventuele teleurstelling en dat is best aardig gelukt. TCV brengt weinig vernieuwing binnen de rockmuziek, en ook écht grote nummers als Go With The Flow of No One Knows staan niet op dit album, (alhoewel Dead End Friends). Neen, het is gewoon pakkende rockmuziek, technisch van een heel hoog niveau en het klinkt alsof deze band al een jaar of twintig bezig is, zo sterk op elkaar ingespeeld!
Zoals anderen al hebben gezegd krijgen we veel stonerrock voorgeschoteld. Behalve Stonerrock is ook de echo van Led Zeppelin terug te horen op TCV. Het gebruik van toetseninstrumenten, huilende gitaren en soms een psychedelisch sfeertje herinneren aan deze grote band. Eigenlijk mist voor de stonerrock een tweede gitarist, maar live hebben ze met Alain Johannes een perfecte aanvulling. Ik vermeldde het al: ze zouden het 'supergroup-gehalte' nog kunnen versterken door een tweede gitarist erbij te nemen, maar ik verwacht niet dat dit gaat gebeuren.
Daarbij zijn we ook gekomen bij het grootste kritiekpunt op deze band. Het feit dat ze slechts met z'n drieën zijn zorgt voor vaak hetzelfde soort geluid. Het komt te veilig over. Hier komen we meteen ook op een volgende veronderstelling. Het idee dat er veel afwisseling moet zijn door toedoen van verschillende 'guests'. Op vorige QOTSA-albums kwam een legioen aan artiesten voorbij: Mark Lanegan, Julian Casablancas, Chris Goss, Alain Johannes, Billy Gibbons, Dave Catching. Deze 'guests' zijn nu niet aanwezig echter eentonigheid vind ik zeker niet de klok slaan op TCV. Vooral de veelzijdigheid van JPJ komt dit album erg ten goede. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het toetsengedeelte op Scumbag Blues, het creepy sfeertje op Interlude with Ludes (hoezo geen vernieuwing?!), het orgel op Caligulove, de synths op Gunman, de piano op Spinning in Daffodils. Ook de gitaargedeeltes van Homme verschillen per keer. De ene keer zijn ze uitgestrekt en snerpend, de andere keer harmonieus en swingend (op Bandoliers). Wat te denken van de heerlijke slide-gutar opening met het oosters-getinte geluid en het terugkeren van dit thema op Reptiles. De bijdragen van Dave Grohl aan dit album behoeven weinig verduidelijking. Luister bijvoorbeeld naar zijn percussie op Interlude with Ludes!
Behalve deze afwisseling kent dit album een aardige mix van uitgestrekte jam-nummers en catchy nummers van 3-4-5 minuten. Ik denk dat de uitgestrektheid van sommige nummers, als bijvoorbeeld WOTFBYTAYGU mensen afschrikt. Zowel Led Zep (In My Time Of Dying, Lemon Song, Achilles Last Stand) als QOTSA (heb je even) hadden/hebben een sterke voorkeur voor uitgesponnen epische nummers en die voorkeur ziet men bij TCV duidelijk terug: in Elephants, WOTFBYTAYGU en Spinning in Daffodils.
WOTFBYTAYGU is mijn favoriete van de drie. De opbouw van het nummer is majestueus, met zo'n koortje waar je in andere contexten een hekel aan hebt, maar waar je bij TCV juist van kan genieten. Rond 3:35 wordt de jam ingezet. Heerlijk loom, een combinatie van The Lemon Song en Burn the Witch. Het tempo wordt subtiel opgeschroefd en beland in Led Zep-achtige huilgitaren. Ik kan hier erg van genieten maar ik kan me voorstellen dat mensen die geen Led Zep, Deep Purple of prog-rock roots hebben hier niet tegen kunnen.
Ik denk dat je dit album gewoon als debuut moet zien van een nieuwe band. Lekker ongecompliceerd, soms catchy en kort, soms lang jammend. In elk geval kan je van het stel zeggen dat het met enorm veel plezier en saamhorigheid gemaakt is, dat is ook wat waard! Ondanks alle vooroordelen vind ik het geen slecht album. Nummers blijven in mijn hoofd zitten. Solo's doen mijn hart harder kloppen en het speelplezier van het trio wordt ook op mij overgebracht...
4* met een halfje uitloopmogelijkheid...
Tobias Jesso Jr. - Goon (2015)

0
geplaatst: 26 mei 2015, 22:34 uur
Een hoop positieve associaties maar dit doet me toch vooral aan Emitt Rhodes (niet geheel toevallig ook uit Californië) denken. Het instrumentale is meer seventies maar vooral de klankkleur van zijn stem lijkt er behoorlijk op. Aan Jesso is niks vernieuwends behalve dat sinds de jaren negentig, met de huidige technologie, er weinig overtuigende 'simpele' pianopop is gemaakt zoals Tobias Jesso jr. op Goon laat horen.. Ambachtelijk gebakken nummers af en toe afgewerkt met een laagje glazuur. Nummers die in je hoofd gaan zitten en er moeilijk uit gaan (dat is positief bedoeld). Mijn favoriet is het McCartney-esque The Wait. Het cliché 'kort maar krachtig' wordt met deze song een goede dienst bewezen.
Ik ben benieuwd wat deze jongen verder te bieden heeft. Ik hoop niet dat hij de emotionele 'beste-sing-and-song-writer-van-Nederland'-kant opgaat (als dat een kant is) maar dat hij eens een babbeltje met Sufjan of Robin Pecknold (van Fleet Foxes) gaat maken. Oh ja, hij moet natuurlijk vooral zichzelf blijven...
Ik ben benieuwd wat deze jongen verder te bieden heeft. Ik hoop niet dat hij de emotionele 'beste-sing-and-song-writer-van-Nederland'-kant opgaat (als dat een kant is) maar dat hij eens een babbeltje met Sufjan of Robin Pecknold (van Fleet Foxes) gaat maken. Oh ja, hij moet natuurlijk vooral zichzelf blijven...

