Hier kun je zien welke berichten ArthurDZ als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Prince and the Revolution - Parade (1986)
Alternatieve titel: Under the Cherry Moon

5,0
4
geplaatst: 25 maart 2020, 15:41 uur
Vond ik zijn vorige album Around The World In A Day al ‘vakantie-achtig’, dan doet Prince er met Parade nog een dikke schep bovenop. Het Provence-sfeertje waar ons hoofdpersonage grote delen van de plaat in wikkelt, is te verklaren doordat Parade dienstdeed als de soundtrack van de tweede Prince-film Under The Cherry Moon, dat een Franse setting heeft. En zo blijft Prince verbazen. Amerikaanse artiesten kijken meestal pas naar het Europese vasteland als er weer getourd moet worden, dat ze inspiratie vinden in onze muzikale geschiedenis komt een stuk minder voor. Parade krijgt op deze manier alvast een persoonlijke, unieke sfeer mee.
Wat we er wel bij moeten vermelden, is dat het desondanks om een enigszins cliché Frans-sfeertje gaat, met veel plechtige strijkers, frivole arrangementen, en smachtende vrouwen die wachten om verleid te worden, het liefst door Prince zelf. Maar is dat erg? Hell no! Parade is een fantastische plaat. De rock-elementen van Purple Rain verdwijnen nog verder naar de achtergrond, de toetsen psychedelische pop van Around The World In A Day worden nog meer naar voor gehaald, en de funk staat droog en strak.
Het album schiet hoogst ongewoon uit de startblokken met vier korte, in elkaar overvloeiende nummers. Ik ga de plaat niet track voor track bespreken, maar haal dit even aan omdat de grootste kwaliteiten van Parade hier al helemaal aanwezig zijn: elk van deze vier nummer is weer anders dan het voorgaande, maar toch passen ze allemaal perfect bij elkaar, en blijven ze ondanks hun korte speelduur moeiteloos hangen. Dit gaat min of meer op voor de plaat als geheel: Parade is heel divers, maar ook heel homogeen qua feel, en kwalitatief gezien bovendien een fenomenale revanche na diens iets onevenwichtigere voorganger (vind ik dan hé
).
Eén van de mooiste een-tweetjes uit zijn oeuvre is wat mij betreft het duo Venus De Milo/Mountains. Het ene een prachtig instrumentaal stuk vol triestheid en de belofte van hoop op lange termijn, het andere een geweldige stamper met een perfecte groove en fenomenaal outro (bedankt Wendy & Lisa, jullie zijn schatten). Twee van mijn favoriete Prince-nummers ooit, voor mij het kloppend hart van Parade, uiteindelijk toch wel één van mijn favoriete Prince-platen ooit. Warner Brothers, waar blijft die deluxe edition?
Wat we er wel bij moeten vermelden, is dat het desondanks om een enigszins cliché Frans-sfeertje gaat, met veel plechtige strijkers, frivole arrangementen, en smachtende vrouwen die wachten om verleid te worden, het liefst door Prince zelf. Maar is dat erg? Hell no! Parade is een fantastische plaat. De rock-elementen van Purple Rain verdwijnen nog verder naar de achtergrond, de toetsen psychedelische pop van Around The World In A Day worden nog meer naar voor gehaald, en de funk staat droog en strak.
Het album schiet hoogst ongewoon uit de startblokken met vier korte, in elkaar overvloeiende nummers. Ik ga de plaat niet track voor track bespreken, maar haal dit even aan omdat de grootste kwaliteiten van Parade hier al helemaal aanwezig zijn: elk van deze vier nummer is weer anders dan het voorgaande, maar toch passen ze allemaal perfect bij elkaar, en blijven ze ondanks hun korte speelduur moeiteloos hangen. Dit gaat min of meer op voor de plaat als geheel: Parade is heel divers, maar ook heel homogeen qua feel, en kwalitatief gezien bovendien een fenomenale revanche na diens iets onevenwichtigere voorganger (vind ik dan hé
).Eén van de mooiste een-tweetjes uit zijn oeuvre is wat mij betreft het duo Venus De Milo/Mountains. Het ene een prachtig instrumentaal stuk vol triestheid en de belofte van hoop op lange termijn, het andere een geweldige stamper met een perfecte groove en fenomenaal outro (bedankt Wendy & Lisa, jullie zijn schatten). Twee van mijn favoriete Prince-nummers ooit, voor mij het kloppend hart van Parade, uiteindelijk toch wel één van mijn favoriete Prince-platen ooit. Warner Brothers, waar blijft die deluxe edition?

Prince and the Revolution - Purple Rain (1984)

5,0
7
geplaatst: 18 februari 2020, 21:50 uur
Tijdens het lezen van mijn vorige Prince-recensies zal het jullie vast niet ontgaan zijn dat ik tussen alle loftuitingen door ook altijd wel wat te sakkeren had. Nummer X duurt te lang, beslissing Y had hij niet moeten nemen, enzovoort. Spoiler alert: niks van dit alles op Purple Rain. Dit is namelijk één van de meest perfecte platen die ik ken.
Hier wil ik toch wel eventjes persoonlijk worden: ik werd Prince-fan in 2006, in de periode dat ik thuis lag te herstellen van een vrij zware rugoperatie. Dat was uiteraard behoorlijk irritant, maar ook niet allemaal kommer en kwel: ik kon namelijk de hele dag tv kijken, joepie! Tussen 11 en 12 uur ’s middags was er op TMF (herinnert u zich deze nog?) een programma dat Essential 80s & 90s heette en - what’s in a name – dus een uur lang alleen maar oude videoclips draaide. Ik was pas 13 dus dit was een geweldig hulpmiddel om me bekend te krijgen met die ‘oude muziek’, waar ik in die tijd een fascinatie voor ontwikkelde. David Bowie, Simple Minds en Michael Jackson zijn slechts enkele van de grote namen die ik op deze manier ontdekte, maar Prince was degene die de grootste indruk maakte.
When Doves Cry, zo’n nummer had ik nog niet eerder gehoord. En eigenlijk nog steeds niet hoor. Zo vlot en catchy, zo emotioneel, ik kan nog steeds niet omschrijven wat dit nummer zo goed maakt, maar soms is muziek magie, en When Doves Cry had en heeft gewoon een magisch effect op mij sinds die dag. De wereld ging plots van zwart-wit naar kleur, mijn persoonlijke The Wizard Of Oz-momentje. Of zou dit zijn wat liefde is? Ik ging het vrijwel meteen bij elk nummer op deze plaat voelen.
Want snel daarna volgde uiteraard het hele album, zo uit mijn hoofd één van de eerste pakweg tien studioplaten die ik beluisterde, en 14 jaar later komt deze nog steeds met grote regelmaat langs hier. Ik ken Purple Rain ondertussen dus als mijn broekzak, eigenlijk zou hij de status ‘kapotgedraaid’ bij mij moeten wel bereikt moeten hebben, maar nee hoor, niks daarvan: nog steeds smelt ik bij de preacher-intro van Let’s Go Crazy, wentel ik me dolgraag in de sierlijkheid van Take Me With U, huil ik mee met The Beautiful Ones (BABY BABY BABY BABY I WANT U) en het titelnummer (HONEY I KNOW I KNOW I KNOW TIMES ARE CHANGING)… enfin, ik kan het hele album wel afgaan, maar wat ik echt wil zeggen is: wat een magistrale flow heeft deze plaat! Elk nummer is helemaal anders en toont een ander facet van het talent van deze grote kleine man, en toch vloeit alles zo geweldig in elkaar over, en dat op zo'n hoog compositorisch niveau. Prince laat het zo vanzelfsprekend lijken, maar dat is het allerminst. Is dit een alien uit een muzikaal Utopia waar alle stijlen hun evolutionaire eindpunt hebben bereikt, die nu op aarde een best of hiervan uitbrengt? Nee hoor, dit is gewoon Prince maar, één van de meest getalenteerd performers die ooit op aarde muziek heeft gemaakt. Hebben wij even geluk.
PS: Dan nog even over de bonustracks: HOLY SHIT, met deze restjes kan je zelfs de mensen van de Michelingids nog gelukkig maken. Niet dat Purple Rain een dubbelalbum had moeten worden, daar is het album zoals gezegd in zijn oorspronkelijke staat al te ‘af’ voor, maar had hij dit een paar maanden later als een aparte plaat uitgebracht, dan had ik ‘m ook minstens 4.5* gegeven. Zeker Our Destiny/Roadhouse Garden en Love And Sex vind ik geweldig, en ook b-kantjes 17 Days en Erotic City behoren tot mijn absolute Prince-favorieten. Verder wil ik nog even kwijt dat ik de 7” van Purple Rain één van de grootste muziekverkrachtingen ooit vind, maar de gewraakte 7” van Let’s Go Crazy verrassend tof, met dat door elkaar lopende intro. De lange versie van I Would Die 4 U is dan weer wel magistraal, maar niet beter dan de perfecte popsong-albumversie natuurlijk.
PPS: Oh ja, er kwam ook nog een film uit samen met dit plaatje. Leuk om eens gezien te hebben, maar je kan duidelijk zien voor welk medium Prince geboren is, en voor welk medium niet.
Hier wil ik toch wel eventjes persoonlijk worden: ik werd Prince-fan in 2006, in de periode dat ik thuis lag te herstellen van een vrij zware rugoperatie. Dat was uiteraard behoorlijk irritant, maar ook niet allemaal kommer en kwel: ik kon namelijk de hele dag tv kijken, joepie! Tussen 11 en 12 uur ’s middags was er op TMF (herinnert u zich deze nog?) een programma dat Essential 80s & 90s heette en - what’s in a name – dus een uur lang alleen maar oude videoclips draaide. Ik was pas 13 dus dit was een geweldig hulpmiddel om me bekend te krijgen met die ‘oude muziek’, waar ik in die tijd een fascinatie voor ontwikkelde. David Bowie, Simple Minds en Michael Jackson zijn slechts enkele van de grote namen die ik op deze manier ontdekte, maar Prince was degene die de grootste indruk maakte.
When Doves Cry, zo’n nummer had ik nog niet eerder gehoord. En eigenlijk nog steeds niet hoor. Zo vlot en catchy, zo emotioneel, ik kan nog steeds niet omschrijven wat dit nummer zo goed maakt, maar soms is muziek magie, en When Doves Cry had en heeft gewoon een magisch effect op mij sinds die dag. De wereld ging plots van zwart-wit naar kleur, mijn persoonlijke The Wizard Of Oz-momentje. Of zou dit zijn wat liefde is? Ik ging het vrijwel meteen bij elk nummer op deze plaat voelen.
Want snel daarna volgde uiteraard het hele album, zo uit mijn hoofd één van de eerste pakweg tien studioplaten die ik beluisterde, en 14 jaar later komt deze nog steeds met grote regelmaat langs hier. Ik ken Purple Rain ondertussen dus als mijn broekzak, eigenlijk zou hij de status ‘kapotgedraaid’ bij mij moeten wel bereikt moeten hebben, maar nee hoor, niks daarvan: nog steeds smelt ik bij de preacher-intro van Let’s Go Crazy, wentel ik me dolgraag in de sierlijkheid van Take Me With U, huil ik mee met The Beautiful Ones (BABY BABY BABY BABY I WANT U) en het titelnummer (HONEY I KNOW I KNOW I KNOW TIMES ARE CHANGING)… enfin, ik kan het hele album wel afgaan, maar wat ik echt wil zeggen is: wat een magistrale flow heeft deze plaat! Elk nummer is helemaal anders en toont een ander facet van het talent van deze grote kleine man, en toch vloeit alles zo geweldig in elkaar over, en dat op zo'n hoog compositorisch niveau. Prince laat het zo vanzelfsprekend lijken, maar dat is het allerminst. Is dit een alien uit een muzikaal Utopia waar alle stijlen hun evolutionaire eindpunt hebben bereikt, die nu op aarde een best of hiervan uitbrengt? Nee hoor, dit is gewoon Prince maar, één van de meest getalenteerd performers die ooit op aarde muziek heeft gemaakt. Hebben wij even geluk.
PS: Dan nog even over de bonustracks: HOLY SHIT, met deze restjes kan je zelfs de mensen van de Michelingids nog gelukkig maken. Niet dat Purple Rain een dubbelalbum had moeten worden, daar is het album zoals gezegd in zijn oorspronkelijke staat al te ‘af’ voor, maar had hij dit een paar maanden later als een aparte plaat uitgebracht, dan had ik ‘m ook minstens 4.5* gegeven. Zeker Our Destiny/Roadhouse Garden en Love And Sex vind ik geweldig, en ook b-kantjes 17 Days en Erotic City behoren tot mijn absolute Prince-favorieten. Verder wil ik nog even kwijt dat ik de 7” van Purple Rain één van de grootste muziekverkrachtingen ooit vind, maar de gewraakte 7” van Let’s Go Crazy verrassend tof, met dat door elkaar lopende intro. De lange versie van I Would Die 4 U is dan weer wel magistraal, maar niet beter dan de perfecte popsong-albumversie natuurlijk.
PPS: Oh ja, er kwam ook nog een film uit samen met dit plaatje. Leuk om eens gezien te hebben, maar je kan duidelijk zien voor welk medium Prince geboren is, en voor welk medium niet.
Public Enemy - It Takes a Nation of Millions to Hold Us Back (1988)

5,0
1
geplaatst: 8 november 2015, 18:25 uur
Old school hiphop staat sinds de succesvolle filmrelease van Straight Outta Compton weer volop in de belangstelling. Dr. Dre, Eazy-E, Ice Cube, The D.O.C., Snoop Dogg, 2Pac en de andere boyz in da hood verdienen het inderdaad allemaal om (her)ontdekt te worden, maar weet je wat ik jammer vind? Dat tijdgenoten Public Enemy zo doodgezwegen worden in de bovengenoemde film. Nou waren ze wel niet van de West Coast zoals Dre en z’n crew, maar toch, er waren twee albums die in 1988 zorgden voor de definitieve volwassenwording van hiphop. Straight Outta Compton, en Public Enemy’s It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back.
BASS! How low can you go? Death row? What a brother know! Met deze woorden schopt Chuck D. de klassieker van z’n groepje pas echt op gang, na de opwarmer Countdown To Armageddon. Bring The Noise is een uitstekende blauwdruk voor de rest van de plaat: super energiek, met harde politieke teksten, honderd samples per minuut, de bij-de-lurven-grijpende stem en flow van Chuck D., en Flavor ‘heeeeeeeeeeeey boyyyyyyy’ Flav die de intense sfeer wat verlicht. En soms nog extra verzwaard.
Don’t Believe The Hype, Louder Than A Bomb, Night Of The Living Baseheads, Black Steel In The Hour Of Chaos, het album raast, briest en brult bijna een uur lang ongenadig hard de boxen uit. Zet deze plaat alsjeblieft niet op als je gewoon even nood hebt aan een leuk achtergrondmuziekje. Ben je niet mee in de opgefokte, radicale sfeer, dan kan dit albumpje wel eens danig op je zenuwen werken.
Maar ben je in een ‘wat zou ik nu graag met iets gooien’-bui, aan het einde van een slechte dag of gewoon in een willekeurige vlaag van rusteloosheid, dan is er geen betere kameraad denkbaar. Dit is ook gewoon boze muziek. Chuck D is boos. Op de white man, op zijn drugsverslaafde broeders, op het systeem, op alles behalve zijn collectie James Brown-platen. Hij maakt van It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back een versterkte burcht waar hij vanop de hoogste toren zijn gedacht naar beneden schreeuwt. De muren trillen constant op de manische beats van de Bomb Squad, de mannen verantwoordelijk voor de productie van de plaat. Flavor Flav schittert dan weer in zijn rol als portier, hij is de goedlachse link tussen Chuck en het publiek, die echter ook stevig zijn tanden kan laten zien indien nodig (zijn solo-spot op Don’t Believe The Hype, bijvoorbeeld). Elk groepslid is een volgende schakel in het totaalgeluid van deze klassieker. Bruut, militant, take no prisoners, burn all bridges.
Waar N.W.A. met Straight Outta Compton de gangsters op de hiphopkaart zette, daar gaf Public Enemy met It Takes A Nation de politieke kant van het genre een finale duw in de goede richting. Een voor een groot publiek moeilijker te behappen richting, maar eentje die ook veel moois heeft opgeleverd, getuigen latere klassiekers als The Infamous (Mobb Deep), Things Fall Apart (The Roots) en recent nog Kendrick Lamar’s To Pimp A Butterfly.
(Dit bericht komt van mijn nieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!
BASS! How low can you go? Death row? What a brother know! Met deze woorden schopt Chuck D. de klassieker van z’n groepje pas echt op gang, na de opwarmer Countdown To Armageddon. Bring The Noise is een uitstekende blauwdruk voor de rest van de plaat: super energiek, met harde politieke teksten, honderd samples per minuut, de bij-de-lurven-grijpende stem en flow van Chuck D., en Flavor ‘heeeeeeeeeeeey boyyyyyyy’ Flav die de intense sfeer wat verlicht. En soms nog extra verzwaard.
Don’t Believe The Hype, Louder Than A Bomb, Night Of The Living Baseheads, Black Steel In The Hour Of Chaos, het album raast, briest en brult bijna een uur lang ongenadig hard de boxen uit. Zet deze plaat alsjeblieft niet op als je gewoon even nood hebt aan een leuk achtergrondmuziekje. Ben je niet mee in de opgefokte, radicale sfeer, dan kan dit albumpje wel eens danig op je zenuwen werken.
Maar ben je in een ‘wat zou ik nu graag met iets gooien’-bui, aan het einde van een slechte dag of gewoon in een willekeurige vlaag van rusteloosheid, dan is er geen betere kameraad denkbaar. Dit is ook gewoon boze muziek. Chuck D is boos. Op de white man, op zijn drugsverslaafde broeders, op het systeem, op alles behalve zijn collectie James Brown-platen. Hij maakt van It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back een versterkte burcht waar hij vanop de hoogste toren zijn gedacht naar beneden schreeuwt. De muren trillen constant op de manische beats van de Bomb Squad, de mannen verantwoordelijk voor de productie van de plaat. Flavor Flav schittert dan weer in zijn rol als portier, hij is de goedlachse link tussen Chuck en het publiek, die echter ook stevig zijn tanden kan laten zien indien nodig (zijn solo-spot op Don’t Believe The Hype, bijvoorbeeld). Elk groepslid is een volgende schakel in het totaalgeluid van deze klassieker. Bruut, militant, take no prisoners, burn all bridges.
Waar N.W.A. met Straight Outta Compton de gangsters op de hiphopkaart zette, daar gaf Public Enemy met It Takes A Nation de politieke kant van het genre een finale duw in de goede richting. Een voor een groot publiek moeilijker te behappen richting, maar eentje die ook veel moois heeft opgeleverd, getuigen latere klassiekers als The Infamous (Mobb Deep), Things Fall Apart (The Roots) en recent nog Kendrick Lamar’s To Pimp A Butterfly.
(Dit bericht komt van mijn nieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!
Pulp - Different Class (1995)
Alternatieve titel: Common People

5,0
4
geplaatst: 1 november 2015, 19:28 uur
Eerder deze maand werd de Oasis-klassieker (What’s The Story) Morning Glory twintig jaar oud, terwijl Blur’s Parklife al in april 2014 twintig kaarsjes mocht uitblazen. Deze week is ook Different Class van Pulp verjaard, als laatste van de drie grote britpopklassiekers. Het album heeft zich iets minder sterk in het collectieve geheugen weten te nestelen omwille van het ontbreken van een Wonderwall- of Girls And Boys-achtige wereldhit, maar is je aandacht net zo goed waard. Dit is een album dat niet alleen de hele britpopstroming samenbalde, maar ook onvatbaar voor de tand des tijds verder nagalmt, zelfs twee decennia later.
Even alles in de tijdsgeest plaatsen: britpop was een stroming binnen alternative rock die midden jaren ’90 vooral in Groot-Brittannië razend populair was, met onder andere Blur, Oasis en Supergrass als bekende namen. De muziek was positief, speels en ultra-Brits, als reactie op de grunge-stroming van een paar jaar eerder. Het was voor het eerst dat de Britse alternatieve muziekscene zoveel aandacht kreeg van het grote publiek, en de outsider cool die in de jaren ’80 met bands als The Smiths rond alternative rock was ontstaan, werd geadopteerd door de hele natie. Grenzen vervaagden, werelden kwamen samen. Alternatief werd mainstream.
Te midden van al die nieuwe glamour bleef Pulp echter de ultieme outsiderband, met hun goedkope instrumenten en lelijke hemden. Waar de broertjes Gallagher aan de Azurenkust op dure jachten gingen feesten met Johnny Depp en Kate Moss, daar deed Pulp-frontman Jarvis Cocker je via zijn teksten nog het liefste geloven dat hij de hele zomer lang voornamelijk aan de toog had doorgebracht, televisiekijkend met de barman en voortdurend blauwtjes oplopend bij iedere langsdartelende ijskoningin.
Pulp was verfrissend anders in die tijd. Het was muziek voor mensen die zich niet altijd amuseren op feestjes, voor mensen die meer door het leven strompelen dan wandelen. Muziek voor zij met slechts een vork in een wereld van soep. De band werd al eind jaren ’70 opgericht, maar pas in het britpoptijdperk leken Jarvis en zijn bandleden eindelijk op de juiste plaats op het juiste moment te zijn. Ze waren altijd cynisch en onglamoureus gebleven, maar hun genre was in de mode. Opeens had Pulp een publiek.
In 1994 bracht de band al het uitstekende His ‘N’ Hers uit, maar pas op Different Class van een jaar later wordt de succesformule geperfectioneerd. En hoe. Geen mens heeft ooit het archetype van de eeuwige underdog beter vormgegeven dan Jarvis Cocker op Different Class. Hij wisselt af tussen cynisch, arrogant, en voorzichtig romantisch, en brengt het altijd met evenveel flair en zwarte humor. De mix is nagenoeg perfect. Tien nummers lang draait alles om onvervulde verlangens, seksuele frustraties en pijnlijke sociale situaties. Disco 2000 bijvoorbeeld, is verliefd zijn op het buurmeisje dat je al op je derde heeft gefriendzoned (‘when I came ‘round to call, you didn’t notice me at all’). Pencil Skirt is gefrustreerd raken omdat je minnares haar man maar niet wil verlaten. Underwear is de plotse vlaag van woede die je kan voelen als je denkt aan alle mannen die er wél probleemloos in slagen vrouwen uit te kleden. Sorted For E’s And Wizz is een hilarische parodie op je hedonistische medemens, en ga zo maar door. Alleen tijdens Something Changed en iets mindere mate Bar Italia is er eventjes tijd om verliefd handjes vast te houden met een of andere leuke meid. En zelfs dan geraak je maar moeilijk uit je eigen hoofd weg. Eens een twijfelaar, altijd een twijfelaar.
Niet dat je voor deze plaat een liefde voor het meevolgen van songteksten moet hebben, al helpt het eerlijk gezegd wel. Toch mag ook de kracht van de muzikale omlijsting niet onderschat worden. Heerlijk cheesy synthesizerrifjes, uit volle borst meezingbare refreinen, enthousiast doorrazende ritmesecties, je kan dit album ook gewoon luisteren zonder woede om de boze buitenwereld. Nummers als Common People, Disco 2000 en Mis-Shapes barsten uit hun voegen van hitpotentie (en dat zijn ze ook alle drie geworden, in Engeland althans), terwijl I Spy en F.E.E.L.I.N.G. C.A.L.L.E.D. L.O.V.E. vooral door de ontzettend spannende instrumentatie memorabele albumhoogtepunten zijn.
Heel Different Class is doordrenkt van een ‘het leven is lastig, maar we geven niet op’-sfeertje, zowel tekstueel als muzikaal, wat eigenlijk een ongelooflijk verfrissende en unieke kapstok is om een albumthema aan op te hangen. In deze voor jonge mensen moeilijke tijden misschien meer dan ooit. Zie daar de reden waarom dit album in mijn ogen nog geen spatje verouderd is na twintig jaar.
Different Class is het type album waar ik zonder veel moeite een klein essay over zou kunnen schrijven, dus wie tot hier geraakt is, proficiat, jullie hebben bij deze recht op een gratis koekje!
(Dit bericht komt van mijn nieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!
Even alles in de tijdsgeest plaatsen: britpop was een stroming binnen alternative rock die midden jaren ’90 vooral in Groot-Brittannië razend populair was, met onder andere Blur, Oasis en Supergrass als bekende namen. De muziek was positief, speels en ultra-Brits, als reactie op de grunge-stroming van een paar jaar eerder. Het was voor het eerst dat de Britse alternatieve muziekscene zoveel aandacht kreeg van het grote publiek, en de outsider cool die in de jaren ’80 met bands als The Smiths rond alternative rock was ontstaan, werd geadopteerd door de hele natie. Grenzen vervaagden, werelden kwamen samen. Alternatief werd mainstream.
Te midden van al die nieuwe glamour bleef Pulp echter de ultieme outsiderband, met hun goedkope instrumenten en lelijke hemden. Waar de broertjes Gallagher aan de Azurenkust op dure jachten gingen feesten met Johnny Depp en Kate Moss, daar deed Pulp-frontman Jarvis Cocker je via zijn teksten nog het liefste geloven dat hij de hele zomer lang voornamelijk aan de toog had doorgebracht, televisiekijkend met de barman en voortdurend blauwtjes oplopend bij iedere langsdartelende ijskoningin.
Pulp was verfrissend anders in die tijd. Het was muziek voor mensen die zich niet altijd amuseren op feestjes, voor mensen die meer door het leven strompelen dan wandelen. Muziek voor zij met slechts een vork in een wereld van soep. De band werd al eind jaren ’70 opgericht, maar pas in het britpoptijdperk leken Jarvis en zijn bandleden eindelijk op de juiste plaats op het juiste moment te zijn. Ze waren altijd cynisch en onglamoureus gebleven, maar hun genre was in de mode. Opeens had Pulp een publiek.
In 1994 bracht de band al het uitstekende His ‘N’ Hers uit, maar pas op Different Class van een jaar later wordt de succesformule geperfectioneerd. En hoe. Geen mens heeft ooit het archetype van de eeuwige underdog beter vormgegeven dan Jarvis Cocker op Different Class. Hij wisselt af tussen cynisch, arrogant, en voorzichtig romantisch, en brengt het altijd met evenveel flair en zwarte humor. De mix is nagenoeg perfect. Tien nummers lang draait alles om onvervulde verlangens, seksuele frustraties en pijnlijke sociale situaties. Disco 2000 bijvoorbeeld, is verliefd zijn op het buurmeisje dat je al op je derde heeft gefriendzoned (‘when I came ‘round to call, you didn’t notice me at all’). Pencil Skirt is gefrustreerd raken omdat je minnares haar man maar niet wil verlaten. Underwear is de plotse vlaag van woede die je kan voelen als je denkt aan alle mannen die er wél probleemloos in slagen vrouwen uit te kleden. Sorted For E’s And Wizz is een hilarische parodie op je hedonistische medemens, en ga zo maar door. Alleen tijdens Something Changed en iets mindere mate Bar Italia is er eventjes tijd om verliefd handjes vast te houden met een of andere leuke meid. En zelfs dan geraak je maar moeilijk uit je eigen hoofd weg. Eens een twijfelaar, altijd een twijfelaar.
Niet dat je voor deze plaat een liefde voor het meevolgen van songteksten moet hebben, al helpt het eerlijk gezegd wel. Toch mag ook de kracht van de muzikale omlijsting niet onderschat worden. Heerlijk cheesy synthesizerrifjes, uit volle borst meezingbare refreinen, enthousiast doorrazende ritmesecties, je kan dit album ook gewoon luisteren zonder woede om de boze buitenwereld. Nummers als Common People, Disco 2000 en Mis-Shapes barsten uit hun voegen van hitpotentie (en dat zijn ze ook alle drie geworden, in Engeland althans), terwijl I Spy en F.E.E.L.I.N.G. C.A.L.L.E.D. L.O.V.E. vooral door de ontzettend spannende instrumentatie memorabele albumhoogtepunten zijn.
Heel Different Class is doordrenkt van een ‘het leven is lastig, maar we geven niet op’-sfeertje, zowel tekstueel als muzikaal, wat eigenlijk een ongelooflijk verfrissende en unieke kapstok is om een albumthema aan op te hangen. In deze voor jonge mensen moeilijke tijden misschien meer dan ooit. Zie daar de reden waarom dit album in mijn ogen nog geen spatje verouderd is na twintig jaar.
Different Class is het type album waar ik zonder veel moeite een klein essay over zou kunnen schrijven, dus wie tot hier geraakt is, proficiat, jullie hebben bij deze recht op een gratis koekje!
(Dit bericht komt van mijn nieuwe muziekblog The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de facebook-pagina liken. Bedankt!
