Hier kun je zien welke berichten Zandkuiken als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Sigur Rós - ( ) (2002)

4,0
0
geplaatst: 17 september 2008, 17:35 uur
Sigur Rós maakte al prachtige muziek, nu ook voor mij.
Naast deze ( ) heb ik ook Ágætis Byrjun en Takk... al een hele poos in huis, maar eigenlijk hebben de Sigur Rós-platen hier nooit de speeltijd gekregen die ze verdienden. Het was wel mooie muziek maar ik had ook veel bezwaren: net als de meeste tegenstanders leefde bij mij het gevoel dat de nummers soms wat teveel onderling inwisselbaar waren. En hoewel ook de vocalen van Jónsi van in het begin wel geapprecieerd werden, ontwaarde ik wat al te veel een geluid dat klonk als het Engelstalige "You sigh alone". Dat draagde er allemaal een beetje toe bij dat een bepaalde barrière maar moeilijk doorbroken werd: er waren momenten van pure pracht, maar echte passie voor deze band bleef uit. De songs zijn qua opbouw, lengte en "tekst" weinig traditioneel en dus was het lastig om deze muziek een plaats te geven, om er als het ware vat op te krijgen.
De film Heima ben ik nog gaan bekijken, maar Hvarf / Heim was dan de eerste plaat van de groep die ik bewust aan me voorbij liet gaan aangezien hun andere albums meer stof vergaarden dan me lief was. Ook de release van hun laatste worp, Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust, wakkerde mijn vuur niet echt aan.
Waar blijft de plotse ommekeer? Wel, enkele dagen terug kreeg ik een roeping (en in het geval van Sigur Rós is dat niet overdreven) waarbij de muziekgoden me influisterden ( ) nog eens uit de kast te plukken. Terwijl AB en Takk... nog iets meer kansen hebben gekregen, heb ik dit schijfje om de één of andere reden bijna compleet genegeerd. Het is misschien geen slecht idee, dacht ik als eenvoudige sterfeling, om hem eens op mijn draagbare muziekspeler te zetten zodat de band mijn oren kan aanvallen door de koptelefoon. En waar verschillende elementen aanvankelijk samenspanden tegen een liefdesverhouding met de Ijslanders, pasten de puzzelstukjes deze keer perfect in elkaar. Misschien ligt het aan ( ) zelf, of misschien hebben de vele luisterbeurten met koptelefoon ervoor gezorgd, maar dit album heeft me compleet platgewalst. Deze is donkerder en zwaarder dan AB en Takk... lees ik wel eens en misschien is dat de reden. Ik ga in ieder geval ook de andere Sigur Rós-werkjes binnenkort nog eens grondig verkennen om uitsluitsel te vinden. De koptelefoon-zet was duidelijk ook geen vergissing: waar ik deze groep altijd door gewone boxen liet weerklinken, heb ik deze keer hun volle geluid tot mij laten komen.
En wat een magische sound it is! Untitled 8 (Popplagið) en Untitled 4 (Njósnavélin) zijn hier de populairste songs en sprongen ook bij mij het meeste in het oog. Laatstgenoemde ken ik al wat langer, maar vooral Popplagið heeft me on-waarschijn-lijk verrast. De aardverschuiving die de climax is wordt hier vaak aangehaald als absolute hoogtepunt, maar ook de daaraan voorafgaande minuten zijn van een onaardse schoonheid: lang geleden dat ik een stuk muziek nog zo intens heb beleefd. Die zang maakt ongelooflijk veel in me los, nog maar zelden meegemaakt.
De kwaliteit van de overige nummers is ook al van angstaanjagend hoog niveau. In het loodzware Untitled 6 (E-bow) voel je de apocalyps zo naderen: de spanning wordt onhoudbaar traag opgebouwd, en telkens de kracht toenneemt, denk je 'nu gaat het gebeuren!', maar néén het mes wordt er alleen nog iets zwaarder opgelegd. Birgisson lijkt je toe te zingen vanuit een ijle, mistige hoogte waarbij je angstig op zoek gaat naar een houvast.
In Untitled 7 (Dauðalagið) voel je dan de nasleep van die razende storm: langzaam word je wakker en ga je langs het puin op zoek naar wie de furie ook overleefd heeft. En als het groggy gevoel dat je aan E-bow hebt overgehouden je lichaam langzaam verlaat, gaan de emoties opnieuw door je heen sidderen. Ook hier komt er een verschroeiend einde aan te pas.
Het zwaarmoedige karakter van de tweede helft van de plaat strookt niet met de zachte schoonheid van het eerste deel, die mij ook bijzonder kan bekoren. Het is melancholisch, zeker, maar ook lichter en "draaglijker". Favorieten van het eerste luik zijn Untitled 2 (Fyrsta) en Untitled 4 (Njósnavélin), maar eigenlijk vind ik ze allen aan elkaar gewaagd.
De laatste dagen heb ik echt geleefd met ( ) en hij verplicht me dan ook om m'n top-10 even door elkaar te schudden want ik kan hem zijn plaatsje erin niet langer onthouden.
Naast deze ( ) heb ik ook Ágætis Byrjun en Takk... al een hele poos in huis, maar eigenlijk hebben de Sigur Rós-platen hier nooit de speeltijd gekregen die ze verdienden. Het was wel mooie muziek maar ik had ook veel bezwaren: net als de meeste tegenstanders leefde bij mij het gevoel dat de nummers soms wat teveel onderling inwisselbaar waren. En hoewel ook de vocalen van Jónsi van in het begin wel geapprecieerd werden, ontwaarde ik wat al te veel een geluid dat klonk als het Engelstalige "You sigh alone". Dat draagde er allemaal een beetje toe bij dat een bepaalde barrière maar moeilijk doorbroken werd: er waren momenten van pure pracht, maar echte passie voor deze band bleef uit. De songs zijn qua opbouw, lengte en "tekst" weinig traditioneel en dus was het lastig om deze muziek een plaats te geven, om er als het ware vat op te krijgen.
De film Heima ben ik nog gaan bekijken, maar Hvarf / Heim was dan de eerste plaat van de groep die ik bewust aan me voorbij liet gaan aangezien hun andere albums meer stof vergaarden dan me lief was. Ook de release van hun laatste worp, Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust, wakkerde mijn vuur niet echt aan.
Waar blijft de plotse ommekeer? Wel, enkele dagen terug kreeg ik een roeping (en in het geval van Sigur Rós is dat niet overdreven) waarbij de muziekgoden me influisterden ( ) nog eens uit de kast te plukken. Terwijl AB en Takk... nog iets meer kansen hebben gekregen, heb ik dit schijfje om de één of andere reden bijna compleet genegeerd. Het is misschien geen slecht idee, dacht ik als eenvoudige sterfeling, om hem eens op mijn draagbare muziekspeler te zetten zodat de band mijn oren kan aanvallen door de koptelefoon. En waar verschillende elementen aanvankelijk samenspanden tegen een liefdesverhouding met de Ijslanders, pasten de puzzelstukjes deze keer perfect in elkaar. Misschien ligt het aan ( ) zelf, of misschien hebben de vele luisterbeurten met koptelefoon ervoor gezorgd, maar dit album heeft me compleet platgewalst. Deze is donkerder en zwaarder dan AB en Takk... lees ik wel eens en misschien is dat de reden. Ik ga in ieder geval ook de andere Sigur Rós-werkjes binnenkort nog eens grondig verkennen om uitsluitsel te vinden. De koptelefoon-zet was duidelijk ook geen vergissing: waar ik deze groep altijd door gewone boxen liet weerklinken, heb ik deze keer hun volle geluid tot mij laten komen.
En wat een magische sound it is! Untitled 8 (Popplagið) en Untitled 4 (Njósnavélin) zijn hier de populairste songs en sprongen ook bij mij het meeste in het oog. Laatstgenoemde ken ik al wat langer, maar vooral Popplagið heeft me on-waarschijn-lijk verrast. De aardverschuiving die de climax is wordt hier vaak aangehaald als absolute hoogtepunt, maar ook de daaraan voorafgaande minuten zijn van een onaardse schoonheid: lang geleden dat ik een stuk muziek nog zo intens heb beleefd. Die zang maakt ongelooflijk veel in me los, nog maar zelden meegemaakt.
De kwaliteit van de overige nummers is ook al van angstaanjagend hoog niveau. In het loodzware Untitled 6 (E-bow) voel je de apocalyps zo naderen: de spanning wordt onhoudbaar traag opgebouwd, en telkens de kracht toenneemt, denk je 'nu gaat het gebeuren!', maar néén het mes wordt er alleen nog iets zwaarder opgelegd. Birgisson lijkt je toe te zingen vanuit een ijle, mistige hoogte waarbij je angstig op zoek gaat naar een houvast.
In Untitled 7 (Dauðalagið) voel je dan de nasleep van die razende storm: langzaam word je wakker en ga je langs het puin op zoek naar wie de furie ook overleefd heeft. En als het groggy gevoel dat je aan E-bow hebt overgehouden je lichaam langzaam verlaat, gaan de emoties opnieuw door je heen sidderen. Ook hier komt er een verschroeiend einde aan te pas.
Het zwaarmoedige karakter van de tweede helft van de plaat strookt niet met de zachte schoonheid van het eerste deel, die mij ook bijzonder kan bekoren. Het is melancholisch, zeker, maar ook lichter en "draaglijker". Favorieten van het eerste luik zijn Untitled 2 (Fyrsta) en Untitled 4 (Njósnavélin), maar eigenlijk vind ik ze allen aan elkaar gewaagd.
De laatste dagen heb ik echt geleefd met ( ) en hij verplicht me dan ook om m'n top-10 even door elkaar te schudden want ik kan hem zijn plaatsje erin niet langer onthouden.
Spinvis - Spinvis (2002)

4,0
0
geplaatst: 20 juni 2008, 15:31 uur
Zowat de enige Nederlandse artiest van wie ik een album in huis heb, deze Spinvis. Niet dat onze Noorderburen maar wat lopen te klooien, maar ik volg het gewoon allemaal niet zo. Toen Luc de Vos, die destijds toch 'n bescheiden held van me was, zijn adoratie voor Spinvis openbaar maakte, ging ik op ontdekkingstocht. Even op schattenjacht in Batavierenland. En deze debuutplaat mag er inderdaad wezen!
Opener Bagagedrager breng ik altijd in verband met een prachtige scene uit de film Mar Adentro: het personage van Javier Bardem dat eindelijk bevrijd over de bergen en de zee zweeft. Dát soort hemelse gevoel roept deze song bij me op. Hoewel ik de uitvoering op Nieuwegein aan Zee nog heerlijker vind, mag de studioversie ook magnifiek worden genoemd. Tekstueel etaleert de Jong al meteen zijn eindeloze klasse met zijn volstrekt unieke parafrasering.
Of wat te denken van het dromerige, bijna slome Voor Ik Vergeet, met die verrukelijke pa-pa-pa's. De perfecte soundtrack voor luie zondagen waarover een waas van genegenheid sluimert.
Herfst en Nieuwegein, met de heerlijke zinsnede 'Vanaf hier is alles wat het lijkt', is een andere favoriet die baadt in dezelfde melancholische sfeer die ook in het mooie De Talen Van Mijn Tong te vinden is.
Ook de rest van deze Spinvis weet ik bijzonder te smaken, waarbij eigenlijk geen minder lied te ontwaren is.
Opener Bagagedrager breng ik altijd in verband met een prachtige scene uit de film Mar Adentro: het personage van Javier Bardem dat eindelijk bevrijd over de bergen en de zee zweeft. Dát soort hemelse gevoel roept deze song bij me op. Hoewel ik de uitvoering op Nieuwegein aan Zee nog heerlijker vind, mag de studioversie ook magnifiek worden genoemd. Tekstueel etaleert de Jong al meteen zijn eindeloze klasse met zijn volstrekt unieke parafrasering.
Of wat te denken van het dromerige, bijna slome Voor Ik Vergeet, met die verrukelijke pa-pa-pa's. De perfecte soundtrack voor luie zondagen waarover een waas van genegenheid sluimert.
Herfst en Nieuwegein, met de heerlijke zinsnede 'Vanaf hier is alles wat het lijkt', is een andere favoriet die baadt in dezelfde melancholische sfeer die ook in het mooie De Talen Van Mijn Tong te vinden is.
Ook de rest van deze Spinvis weet ik bijzonder te smaken, waarbij eigenlijk geen minder lied te ontwaren is.
