Hier kun je zien welke berichten Zandkuiken als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Wilco - A Ghost Is Born (2004)

3,0
0
geplaatst: 22 juli 2008, 20:44 uur
Op de één of andere manier is het nooit wat geworden tussen mij en A Ghost Is Born. Ja, af en toe eens een nummertje ervan door de boxen laten galmen, maar in z’n totaliteit zweeft ie nimmer door de kamer. Toch eens onderzoeken hoe dat komt, en nog eens de plaat van A tot Z beluisteren.
Opener At Least That’s What You Said begint erg veelbelovend: heerlijk zacht getokkel op ’n gitaartje van elektrische aard, even later in samenspel met ingetogen pianostrelingen en dan pats! die wonderschone stem van Tweedy erbovenop. Na twee minuutjes is het wel weer mooi geweest besluiten de Wilco-mannen en zit het spel op de wagen: even lijkt de repetitieve pianodreun serieus te gaan tegenstaan, maar een zware gitaar redt de meubelen ... Totdat ook die niet lijkt te weten wanneer te stoppen, iets waar Wilco zich mijn inziens wel ‘ns vaker aan misgrijpt. Wat té wijd uitgesponnen, en ’n soberder benadering had deze aardige song gedenkwaardiger kunnen maken.
Hell Is Chrome mag zich één van m’n Wilco-favorieten noemen (je zou eens moeten weten hoe blij ie daarmee is, echt door het dolle heen toen ik het ‘m zei): Tweedy’s zang, jawadde! Gaat door merg en been. Ook het percussioneel gebruik van de gitaar (waar blijf ik het toch halen he) is iets waardoor ik me altijd makkelijk laat inpakken. De gitaarsolo hier aanwezig mag er wezen, waarbij de gitarist eindelijk eens niet voor de grootspraak kiest.
Nog voor er iets gebeurt in Spiders (Kidsmoke) is reeds anderhalve minuut verstreken, maar de nonchalante wijze waarop Jeff vervolgens zijn teksten debiteert is best boeiend. Doorgaans ben ik niet echt ’n uitgesproken liefhebber van songs die afklokken na meer dan zeven minuten, laat staan na meer dan tien zoals we er hier eentje aan onze rekker hebben. Pak nu zo’n nummer als Dondante van MMJ of Gimme The Heat van dEUS, ja ... dán. Als de spanning op meesterlijke wijze wordt opgebouwd om vervolgens te ontploffen dat je er drie dagen later nog slecht te been van bent. Maar Spiders gaat al behoorlijk op de zenuwen werken nog voor hij halfweg is. En dan is de stap “skippen die handel” vlug gezet, dat weet het kleinste kind. Lange tijd heb ik dus zelfs geloofd dat dit lied gewoon ’n gemeen plagerijtje was van de band. Als ie de negen minuten nadert, bekruipt mij de neiging om die gitaar uit die man z’n handen te gaan sleuren, tegen de stenen te kletsen en ‘m vervolgens nog even een ontstemde “Nou is het mooi geweest he treiteraartje” toe te blaffen. Mij persoonlijk is echt niet duidelijk waarom ze deze rataplan niet gewoon in het repetitiehok hebben achtergelaten, maar bon hier op Musicmeter heeft ie ook z’n fans, dus heeft Spiders ook recht van bestaan zeker?
Muzzle Of Bees is ’n lieflijk liedje dat er echter niet in slaagt mij te vervoeren zoals vele melancholische pareltjes van deze groep dat wel kunnen. Het akoestische gepingel dat de eerst helft van Muzzle Of Bees kleurt bevalt me beter dan die eindeloze solo’s, maar het hele zootje is gewoon veel en veel te vrijblijvend. Waar dit een fijn tussendoortje had kunnen zijn, blijft dit weer een minuut of twee te lang doorgaan, waardoor mijn aandacht wat aan het slabakken gaat. Deze song bloedt als het ware dood, om zich dan de laatste minuut nog eens tegen beter weten in op gang te trekken.
Een paar sterke momenten, wat nietszeggende passages en een knoert van een misser (wat mij betreft dan toch he): dit kan dus nog alle kanten op. Misschien keert Hummingbird wel het tij? Enigszins aangezien dit een mooi scheutje pop is dat weliswaar niet aardverschuivend is maar wel ’n aangename en melodische wind doet waaien doorheen A Ghost Is Born. Vrij vrolijk deuntje dat me doet opleven. Opnieuw wordt de percussie mee verzorgd door een gitaar en op het einde ontwaar ik zelfs een balkan-sfeertje.
Ook Handshake Drugs gaat op diezelfde zorgeloze manier van start, maar dan lijkt het finaal mis te gaan. Opnieuw blijft men maar op die gitaar rammelen met de hoop er iets beter uit te laten komen dan de vreselijke onzin die er de vorige twee minuten uitkwam. Nee, A Ghost Is Born in z’n totaliteit beluisteren is echt geen cadeau voor mij. De mooie liederen er hier uit distilleren, en daar m’n genot uithalen lijkt de boodschap.
En alsof Tweedy en z’n makkers beseffen dat ze me aan het verliezen zijn, persen ze er zo’n aantal knapperds uit. Het zachte Wishful Thinking bijvoorbeeld, dat zo op het prettiger Sky Blue Sky had gekund. Nog steeds niet het meesterlijke niveau dat op Yankee Hotel Foxtrot werd gehaald, maar ik voél toch al iets, iets anders dan ongeduld tot ze uitgesoleerd zijn. Dat begin doet trouwens wel wat denken aan hun magnum opus uit 2002: spacy effecten, en dan die mooie melodie die langzaam maar zeker vorm krijgt.
I’m A Wheel doet me denken aan nog ouder werk van deze bende: waarom precies, niemand die het weet... Het is bijzonder recht-voor-de-raap en beschikt over ’n leuk refrein. Af en toe bekruipt me even de angst “dit gaat toch niet blijven duren he”, iets wat ik al zo gewoon ben bij A Ghost Is Born. Gelukkig wringt I’m A Wheel zichzelf de nek niet om en besluit het nog voor de drie minuten gerond zijn.
Ook overtuigen doen het relaxte Company In My Back en het beatleske Theologians, beide vintage Wilco wat mij betreft.
Dan zie ik vanuit m’n ooghoek: Less Than You Think 15.00. Het zal toch niet waar zijn he?? Toch geen tweede Spiders (Kidsmoke)? En neen, dat is het niet: waar het nummer nog onschuldig begint, pleegt de reverb plots een coup. Eerlijk gezegd een beetje een opluchting. Waar ik in de toekomst nog wel zal proberen om Spiders te doorgronden, kan ik hier meteen doorspoelen naar The Late Greats. Die afsluiter is namelijk opnieuw een aardige popsong die mij niet meteen rillingen bezorgd, maar mis is ie toch ook niet.
Misschien moet ik gewoon wat vaker proberen deze A Ghost Is Born van de eerste tot de laatste seconde uit te zitten. Want natúúrlijk is Wilco een band die z’n schoonheid niet meteen blootgeeft. En natuurlijk moet je er tijd en energie insteken, daarom vind ik het ook zo’n goede band. Maar dat is anderzijds ook wat het probleem: zo kan je in alles dat je niet bevalt luisterbeurten blijven steken totdat het je maar eens zou moeten bekoren. Een strontplaat of miskoop is dit zeker niet, maar een moeilijke bevalling wel een beetje.
Opener At Least That’s What You Said begint erg veelbelovend: heerlijk zacht getokkel op ’n gitaartje van elektrische aard, even later in samenspel met ingetogen pianostrelingen en dan pats! die wonderschone stem van Tweedy erbovenop. Na twee minuutjes is het wel weer mooi geweest besluiten de Wilco-mannen en zit het spel op de wagen: even lijkt de repetitieve pianodreun serieus te gaan tegenstaan, maar een zware gitaar redt de meubelen ... Totdat ook die niet lijkt te weten wanneer te stoppen, iets waar Wilco zich mijn inziens wel ‘ns vaker aan misgrijpt. Wat té wijd uitgesponnen, en ’n soberder benadering had deze aardige song gedenkwaardiger kunnen maken.
Hell Is Chrome mag zich één van m’n Wilco-favorieten noemen (je zou eens moeten weten hoe blij ie daarmee is, echt door het dolle heen toen ik het ‘m zei): Tweedy’s zang, jawadde! Gaat door merg en been. Ook het percussioneel gebruik van de gitaar (waar blijf ik het toch halen he) is iets waardoor ik me altijd makkelijk laat inpakken. De gitaarsolo hier aanwezig mag er wezen, waarbij de gitarist eindelijk eens niet voor de grootspraak kiest.
Nog voor er iets gebeurt in Spiders (Kidsmoke) is reeds anderhalve minuut verstreken, maar de nonchalante wijze waarop Jeff vervolgens zijn teksten debiteert is best boeiend. Doorgaans ben ik niet echt ’n uitgesproken liefhebber van songs die afklokken na meer dan zeven minuten, laat staan na meer dan tien zoals we er hier eentje aan onze rekker hebben. Pak nu zo’n nummer als Dondante van MMJ of Gimme The Heat van dEUS, ja ... dán. Als de spanning op meesterlijke wijze wordt opgebouwd om vervolgens te ontploffen dat je er drie dagen later nog slecht te been van bent. Maar Spiders gaat al behoorlijk op de zenuwen werken nog voor hij halfweg is. En dan is de stap “skippen die handel” vlug gezet, dat weet het kleinste kind. Lange tijd heb ik dus zelfs geloofd dat dit lied gewoon ’n gemeen plagerijtje was van de band. Als ie de negen minuten nadert, bekruipt mij de neiging om die gitaar uit die man z’n handen te gaan sleuren, tegen de stenen te kletsen en ‘m vervolgens nog even een ontstemde “Nou is het mooi geweest he treiteraartje” toe te blaffen. Mij persoonlijk is echt niet duidelijk waarom ze deze rataplan niet gewoon in het repetitiehok hebben achtergelaten, maar bon hier op Musicmeter heeft ie ook z’n fans, dus heeft Spiders ook recht van bestaan zeker?
Muzzle Of Bees is ’n lieflijk liedje dat er echter niet in slaagt mij te vervoeren zoals vele melancholische pareltjes van deze groep dat wel kunnen. Het akoestische gepingel dat de eerst helft van Muzzle Of Bees kleurt bevalt me beter dan die eindeloze solo’s, maar het hele zootje is gewoon veel en veel te vrijblijvend. Waar dit een fijn tussendoortje had kunnen zijn, blijft dit weer een minuut of twee te lang doorgaan, waardoor mijn aandacht wat aan het slabakken gaat. Deze song bloedt als het ware dood, om zich dan de laatste minuut nog eens tegen beter weten in op gang te trekken.
Een paar sterke momenten, wat nietszeggende passages en een knoert van een misser (wat mij betreft dan toch he): dit kan dus nog alle kanten op. Misschien keert Hummingbird wel het tij? Enigszins aangezien dit een mooi scheutje pop is dat weliswaar niet aardverschuivend is maar wel ’n aangename en melodische wind doet waaien doorheen A Ghost Is Born. Vrij vrolijk deuntje dat me doet opleven. Opnieuw wordt de percussie mee verzorgd door een gitaar en op het einde ontwaar ik zelfs een balkan-sfeertje.
Ook Handshake Drugs gaat op diezelfde zorgeloze manier van start, maar dan lijkt het finaal mis te gaan. Opnieuw blijft men maar op die gitaar rammelen met de hoop er iets beter uit te laten komen dan de vreselijke onzin die er de vorige twee minuten uitkwam. Nee, A Ghost Is Born in z’n totaliteit beluisteren is echt geen cadeau voor mij. De mooie liederen er hier uit distilleren, en daar m’n genot uithalen lijkt de boodschap.
En alsof Tweedy en z’n makkers beseffen dat ze me aan het verliezen zijn, persen ze er zo’n aantal knapperds uit. Het zachte Wishful Thinking bijvoorbeeld, dat zo op het prettiger Sky Blue Sky had gekund. Nog steeds niet het meesterlijke niveau dat op Yankee Hotel Foxtrot werd gehaald, maar ik voél toch al iets, iets anders dan ongeduld tot ze uitgesoleerd zijn. Dat begin doet trouwens wel wat denken aan hun magnum opus uit 2002: spacy effecten, en dan die mooie melodie die langzaam maar zeker vorm krijgt.
I’m A Wheel doet me denken aan nog ouder werk van deze bende: waarom precies, niemand die het weet... Het is bijzonder recht-voor-de-raap en beschikt over ’n leuk refrein. Af en toe bekruipt me even de angst “dit gaat toch niet blijven duren he”, iets wat ik al zo gewoon ben bij A Ghost Is Born. Gelukkig wringt I’m A Wheel zichzelf de nek niet om en besluit het nog voor de drie minuten gerond zijn.
Ook overtuigen doen het relaxte Company In My Back en het beatleske Theologians, beide vintage Wilco wat mij betreft.
Dan zie ik vanuit m’n ooghoek: Less Than You Think 15.00. Het zal toch niet waar zijn he?? Toch geen tweede Spiders (Kidsmoke)? En neen, dat is het niet: waar het nummer nog onschuldig begint, pleegt de reverb plots een coup. Eerlijk gezegd een beetje een opluchting. Waar ik in de toekomst nog wel zal proberen om Spiders te doorgronden, kan ik hier meteen doorspoelen naar The Late Greats. Die afsluiter is namelijk opnieuw een aardige popsong die mij niet meteen rillingen bezorgd, maar mis is ie toch ook niet.
Misschien moet ik gewoon wat vaker proberen deze A Ghost Is Born van de eerste tot de laatste seconde uit te zitten. Want natúúrlijk is Wilco een band die z’n schoonheid niet meteen blootgeeft. En natuurlijk moet je er tijd en energie insteken, daarom vind ik het ook zo’n goede band. Maar dat is anderzijds ook wat het probleem: zo kan je in alles dat je niet bevalt luisterbeurten blijven steken totdat het je maar eens zou moeten bekoren. Een strontplaat of miskoop is dit zeker niet, maar een moeilijke bevalling wel een beetje.
Wilco - Sky Blue Sky (2007)

4,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 00:25 uur
Ik heb de special edition in huis, maar echt onvergetelijk kan die niet zijn want van de bijbehorende DVD is me maar bitter weinig bijgebleven. Nee, dan liever de sterke documentaire I Am Trying To Break Your Heart over de totstandkoming van Wilco's ongenaakbare meesterwerk Yankee Hotel Foxtrot. Zó goed is deze Sky Blue Sky wat mij betreft niet, maar toch neemt ie 'n bijzondere plaats in binnen het oeuvre van deze groep. De weerhaakjes klauwen zich, zoals al vaak aangehaald, minder vaak in je vast in vergelijking met YHF en A Ghost Is Born. Op het eerste gehoor lijkt Sky Blue Sky maar wat suf vooruit te slenteren, als één of andere luie leeuw die een schaduwplekje zoekt om te ontsnappen aan de verzengende hitte van de brousse, of waar die loebassen zich ook mogen ophouden. Maar, en dat is toch wel de kracht van Wilco, de schoonheid komt alweer zachtjes bovendrijven. Twaalf luisterliedjes lang is het genieten van de rechtlijnige aanpak waarvoor Tweedy en de zijnen hebben gekozen. Daarbij haal ik me overigens nog vaagweg Jeffs uitleg op de DVD voor de geest dat Sky Blue Sky vooral in 'n heel erg positieve sfeer in elkaar is geknutseld. En dat valt eraan te horen!
In opener Either Way is die ingetogen, schijnbaar zorgeloze toon al prominent aanwezig. Voor sommigen zal het allemaal wat té middelmatig klinken, maar ik hoor Wilco graag bezig op die manier. Tweedy's fabelachtig mooie stem moet zelfs nog niet te veel moeite doen om me al meteen te enthousiasmeren.
You Are My Face tapt uit hetzelfde vaatje, al waaien de americana-invloeden hier iets harder doorheen de gelederen. De gitaarsolo's die het werk van deze band opluisteren gaan me soms wat de keel uithangen, maar hier pakt het nog mooi uit.
Één van de nummers die me hier het meest bijblijft, is het melancholische Impossible Germany waarbij Wilco's winnende instrumentencombinatie aanwezig is: een uitgebalanceerde mix waarbij ook de toetsen een vooraanstaande rol spelen, met een elektrische gitaar waarop wel gesoleerd wordt, zonder dat je het gevoel hebt dat het oneindig blijft doorgaan. Zes minuten zouden op A Ghost Is Born waarschijnlijk twaalf minuten geworden zijn.
Een andere voltreffer is het héérlijk onbekommerde Sky Blue Sky, dat vergelijkbaar is met Either Way. 'I survived, that's good enough for now' stelt Tweedy ons gerust.
Side With The Seeds is hier voor velen blijkbaar een hoogtepunt, maar mij valt deze toch wat tegen. Ik kan m'n vinger niet meteen op de wonde leggen, maar hij smaakt gewoon wat flauwtjes. De alom gelauwerde gitaarpartij in dit nummer vind ik overigens helemaal niet zo glorieus.
Shake It Off begint niet slecht, maar glijdt helaas af in repetitief gezeik. Je zou de indruk kunnen krijgen dat ik vooral melancholie wil horen van Wilco, wat misschien ook wel een beetje zo is. In rockmodus leggen deze jongens wat mij betreft namelijk minder inventiviteit aan de dag, waarbij allerlei schrikbeelden opdoemen van rednecks die in hun plaatselijke saloon staan te musiceren met een buitensporige portie zelfvoldoening.
Dan liever het zachte Please Be Patient With Me, misschien ook 'n traditioneel liedje, maar dan toch eentje dat barst van bekoorlijkheid.
Van Hate It Here krijg ik het daarentegen warm noch koud. Het is geen slechte song en ik zal het niet overslaan, maar daar blijft het bij.
Leave Me (Like You Found Me) is weer 'n ingetogen popnummer dat goed voorzien is van prachtige melodieën.
Walken is iets minder meeslepend, maar weet ik toch best te pruimen. Het is snediger, maar mist toch scherpte om 'n weldadige indruk achter te laten. Iets wat eigenlijk ook opgaat voor Walken.
On And On is dan weer een juweeltje dat het wisselvallige karakter van Sky Blue Sky extra in de verf zet. Er valt veel fraais te rapen, maar het is niet overal even meesterlijk, vind ik.
Zo blijft Yankee Hotel Foxtrot de enige plaat van deze band waarbij ik écht van de eerste tot de laatste seconde geniet met volle teugen. Desalniettemin is Sky Blue Sky 'n bescheiden pareltje, de ideale soundtrack voor 'n luie zondagochtend.
In opener Either Way is die ingetogen, schijnbaar zorgeloze toon al prominent aanwezig. Voor sommigen zal het allemaal wat té middelmatig klinken, maar ik hoor Wilco graag bezig op die manier. Tweedy's fabelachtig mooie stem moet zelfs nog niet te veel moeite doen om me al meteen te enthousiasmeren.
You Are My Face tapt uit hetzelfde vaatje, al waaien de americana-invloeden hier iets harder doorheen de gelederen. De gitaarsolo's die het werk van deze band opluisteren gaan me soms wat de keel uithangen, maar hier pakt het nog mooi uit.
Één van de nummers die me hier het meest bijblijft, is het melancholische Impossible Germany waarbij Wilco's winnende instrumentencombinatie aanwezig is: een uitgebalanceerde mix waarbij ook de toetsen een vooraanstaande rol spelen, met een elektrische gitaar waarop wel gesoleerd wordt, zonder dat je het gevoel hebt dat het oneindig blijft doorgaan. Zes minuten zouden op A Ghost Is Born waarschijnlijk twaalf minuten geworden zijn.
Een andere voltreffer is het héérlijk onbekommerde Sky Blue Sky, dat vergelijkbaar is met Either Way. 'I survived, that's good enough for now' stelt Tweedy ons gerust.
Side With The Seeds is hier voor velen blijkbaar een hoogtepunt, maar mij valt deze toch wat tegen. Ik kan m'n vinger niet meteen op de wonde leggen, maar hij smaakt gewoon wat flauwtjes. De alom gelauwerde gitaarpartij in dit nummer vind ik overigens helemaal niet zo glorieus.
Shake It Off begint niet slecht, maar glijdt helaas af in repetitief gezeik. Je zou de indruk kunnen krijgen dat ik vooral melancholie wil horen van Wilco, wat misschien ook wel een beetje zo is. In rockmodus leggen deze jongens wat mij betreft namelijk minder inventiviteit aan de dag, waarbij allerlei schrikbeelden opdoemen van rednecks die in hun plaatselijke saloon staan te musiceren met een buitensporige portie zelfvoldoening.
Dan liever het zachte Please Be Patient With Me, misschien ook 'n traditioneel liedje, maar dan toch eentje dat barst van bekoorlijkheid.
Van Hate It Here krijg ik het daarentegen warm noch koud. Het is geen slechte song en ik zal het niet overslaan, maar daar blijft het bij.
Leave Me (Like You Found Me) is weer 'n ingetogen popnummer dat goed voorzien is van prachtige melodieën.
Walken is iets minder meeslepend, maar weet ik toch best te pruimen. Het is snediger, maar mist toch scherpte om 'n weldadige indruk achter te laten. Iets wat eigenlijk ook opgaat voor Walken.
On And On is dan weer een juweeltje dat het wisselvallige karakter van Sky Blue Sky extra in de verf zet. Er valt veel fraais te rapen, maar het is niet overal even meesterlijk, vind ik.
Zo blijft Yankee Hotel Foxtrot de enige plaat van deze band waarbij ik écht van de eerste tot de laatste seconde geniet met volle teugen. Desalniettemin is Sky Blue Sky 'n bescheiden pareltje, de ideale soundtrack voor 'n luie zondagochtend.
Wilco - Yankee Hotel Foxtrot (2002)

5,0
0
geplaatst: 18 augustus 2008, 15:08 uur
De laatste tijd staat Yankee Hotel Foxtrot weer in heavy rotation bij mij. De schoonheid van deze onverwoestbare plaat vertoont na al die luisterbeurten nog geen enkel barstje, wel integendeel: 't groeipareltje hecht zich steeds dieper vast in m'n ziel om almaar dichter te kruipen in mijn virtuele top-10. YHF wemelt van de persoonlijke Wilco-lievelingen en die worden op hun beurt dan nog 'ns aangevuld door uitstekende nummers die mijn belangstelling hoog houden. Het songmateriaal zelf is uiteraard van grote klasse, maar wordt dankzij de hemelse sfeerschepping pas écht naar ongekende hoogten getild.
Spacy effecten in overvloed in opener I Am Trying To Break Your Heart die langzaam op zoek gaat naar z'n essentie. De zang is hier al melancholisch maar vooral bloedmooi en slaat me al meteen uit m'n lood. Ok, ie klokt pas af na een minuut of zeven, maar toch heb je nooit het gevoel dat de song te lang gaat duren, hoewel het ontregelende klankentapijt aan het eind niet ieders kopje thee zal zijn.
Kamera is een popliedje dat er ongetwijfeld mag wezen, maar dendert iets te doelloos voort waardoor het in mijn ogen geen volbloed klassieker is.
Radio Cure had ik aangevinkt staan als één van m'n drie favoriete tracks, maar wordt dezer dagen op de huid gezeten door de twee afsluitende nummers. Het begin is sober en wordt gedreven door bijna (ik zeg wel bijnà!) zagerige vocalen om rustig maar onafwendbaar open te bloeien tot een onvergetelijke prachtsong: 'Distance has no way of making love understandable' weerklinkt en dwingt bijna tot introspectie. Hoewel ik nog steeds lichte euforie voel als Radio Cure wordt ingezet, neemt hij binnen het album niet meer dezelfde plaats in voor mij als vroeger. Wat ook de kracht van dit schijfje bewijst: de favorieten wisselen bijna dagelijks.
War On War is terug iets meer up-tempo en viel me vroeger eigenlijk niet echt op. Toch charmeert dit stukje feel-good me meer en meer. 't Is toch een vreemd tafereel: je luistert voor de zoveelste keer naar één van je favoriete platen, denkende dat je wel weet wat elk puzzelstukje ervan voor je betekent, maar plots slaagt een nummer er toch in om je compleet te verrassen en met je aan de haal te gaan.
Jesus, etc. is lange tijd het hoogtepunt geweest van mijn luistertrip, en dat hoeft niet te verbazen. Die sensationele melodie is gewoon makkelijk om van te houden, laten we daar niet flauw over doen. Maar door geweldig overvloedig te beluisteren, bekruipt me meestal het gevoel "Ok, en nu passeert de klassieker", zowat zoals met Instant Street op The Ideal Crash. Doordat ik het al zó vaak heb beluisterd, ontstaat er een soort van gewenning en vaak "hoor" ik die klassieker dan ook minder intens.
Ashes Of American Flags is ook al een poosje één van m'n drie favorieten en is vintage Wilco. Zo doet de compositie meteen denken aan het eveneens erg mooie Via Chicago. Een song die zich vaak opnieuw op gang trekt, maar je op het einde toch naar meer doet verlangen.
Weer een karrenvracht aan geluidjes bij het begin van het leuke Heavy Metal Drummer, één van de hardere nummers op Yankee Hotel Foxtrot, hoewel dat hier bijzonder relatief is. Nostalgie, maar dan zonder dat het zwaarmoedig wordt.
In hetzelfde straatje vind je I'm The Man Who Loves You, dat doet denken aan eerder werk van deze band. Wat meer country-invloeden, hoewel er ook een sax te horen valt. Niet onvergetelijk en momenteel voor mij de minste, maar je weet hoe dat kan lopen...
Het gelukzalige (althans, dat gevoel roept het bij mij op) Pot Kettle Black doet 'n beetje hetzelfde als War On War en weet me nog te verrassen. Ook wat refererend aan het oudere werk, maar dan op een andere manier. Een topper in wording.
Het slot is 'n pak introverter en de eerste noten die Tweedy in Poor Places ten berde brengt zijn meteen verschroeiend. De ijle sound op de achtergrond is magistraal en als die plots omschakelt naar kristalhelder, wordt z'n slagkracht nog groter. Een aantal structuurwendingen verder zit je nog steeds met open mond te genieten. De vervreemding op het einde zou ik 'n andere plaat niet vlug vergeven, maar hier past het wonderwel.
Je beneveld achter laten doet het opper-melancholische maar bijzonder hoopvolle Reservations, een nummer dat de zekerheid waarmee ik de drie favoriete tracks net nog wilde aanduiden aan diggelen slaat.
Spacy effecten in overvloed in opener I Am Trying To Break Your Heart die langzaam op zoek gaat naar z'n essentie. De zang is hier al melancholisch maar vooral bloedmooi en slaat me al meteen uit m'n lood. Ok, ie klokt pas af na een minuut of zeven, maar toch heb je nooit het gevoel dat de song te lang gaat duren, hoewel het ontregelende klankentapijt aan het eind niet ieders kopje thee zal zijn.
Kamera is een popliedje dat er ongetwijfeld mag wezen, maar dendert iets te doelloos voort waardoor het in mijn ogen geen volbloed klassieker is.
Radio Cure had ik aangevinkt staan als één van m'n drie favoriete tracks, maar wordt dezer dagen op de huid gezeten door de twee afsluitende nummers. Het begin is sober en wordt gedreven door bijna (ik zeg wel bijnà!) zagerige vocalen om rustig maar onafwendbaar open te bloeien tot een onvergetelijke prachtsong: 'Distance has no way of making love understandable' weerklinkt en dwingt bijna tot introspectie. Hoewel ik nog steeds lichte euforie voel als Radio Cure wordt ingezet, neemt hij binnen het album niet meer dezelfde plaats in voor mij als vroeger. Wat ook de kracht van dit schijfje bewijst: de favorieten wisselen bijna dagelijks.
War On War is terug iets meer up-tempo en viel me vroeger eigenlijk niet echt op. Toch charmeert dit stukje feel-good me meer en meer. 't Is toch een vreemd tafereel: je luistert voor de zoveelste keer naar één van je favoriete platen, denkende dat je wel weet wat elk puzzelstukje ervan voor je betekent, maar plots slaagt een nummer er toch in om je compleet te verrassen en met je aan de haal te gaan.
Jesus, etc. is lange tijd het hoogtepunt geweest van mijn luistertrip, en dat hoeft niet te verbazen. Die sensationele melodie is gewoon makkelijk om van te houden, laten we daar niet flauw over doen. Maar door geweldig overvloedig te beluisteren, bekruipt me meestal het gevoel "Ok, en nu passeert de klassieker", zowat zoals met Instant Street op The Ideal Crash. Doordat ik het al zó vaak heb beluisterd, ontstaat er een soort van gewenning en vaak "hoor" ik die klassieker dan ook minder intens.
Ashes Of American Flags is ook al een poosje één van m'n drie favorieten en is vintage Wilco. Zo doet de compositie meteen denken aan het eveneens erg mooie Via Chicago. Een song die zich vaak opnieuw op gang trekt, maar je op het einde toch naar meer doet verlangen.
Weer een karrenvracht aan geluidjes bij het begin van het leuke Heavy Metal Drummer, één van de hardere nummers op Yankee Hotel Foxtrot, hoewel dat hier bijzonder relatief is. Nostalgie, maar dan zonder dat het zwaarmoedig wordt.
In hetzelfde straatje vind je I'm The Man Who Loves You, dat doet denken aan eerder werk van deze band. Wat meer country-invloeden, hoewel er ook een sax te horen valt. Niet onvergetelijk en momenteel voor mij de minste, maar je weet hoe dat kan lopen...
Het gelukzalige (althans, dat gevoel roept het bij mij op) Pot Kettle Black doet 'n beetje hetzelfde als War On War en weet me nog te verrassen. Ook wat refererend aan het oudere werk, maar dan op een andere manier. Een topper in wording.
Het slot is 'n pak introverter en de eerste noten die Tweedy in Poor Places ten berde brengt zijn meteen verschroeiend. De ijle sound op de achtergrond is magistraal en als die plots omschakelt naar kristalhelder, wordt z'n slagkracht nog groter. Een aantal structuurwendingen verder zit je nog steeds met open mond te genieten. De vervreemding op het einde zou ik 'n andere plaat niet vlug vergeven, maar hier past het wonderwel.
Je beneveld achter laten doet het opper-melancholische maar bijzonder hoopvolle Reservations, een nummer dat de zekerheid waarmee ik de drie favoriete tracks net nog wilde aanduiden aan diggelen slaat.
Willard Grant Conspiracy - Pilgrim Road (2008)

3,0
0
geplaatst: 25 december 2008, 16:13 uur
De eerste keer dat ik me aan Willard Grant Conspiracy waag en dit mooie, so(m)bere schijfje bevalt me meteen prima. Toch zijn de composities net niet bijzonder genoeg om van een persoonlijke favoriet te spreken, te meer omdat het soms iets te veel gaat slepen.
Pilgrim Road begint in ieder geval uitstekend met het pure geluid van Lost Hours: rondom de piano komen allerlei instrumenten hun kopje aan het venster steken, dit alles opgeluisterd door de louterende vocalen.
Dan volgt meteen het majestueuze hoogtepunt The Great Deceiver waarin Robert Fisher aan de grond onder je voeten komt knagen, waarna die nog meer afbrokkelt eens Iona MacDonald zich in de debatten mengt. Helemaal wegzakken doe je als ook een koortje de klaagzang kracht komt bijzetten.
Vervolgens wordt het allemaal wat te somber en eentonig om mij te kunnen beklijven, tot het dartele begin van Painter Blue voor de deur staat, waarna Willard Grant Conspiracy weer een beetje wegzinkt, hoewel het best mooi blijft.
Ik heb de indruk dat deze plaat met voorlopig slechts 8 stemmen z'n publiek hier nog niet heeft gevonden, hoewel er zeker mensen zullen zijn die hier iets mee kunnen. Fans van een ingetogen Nick Cave of Tindersticks verbranden hier hun pootjes niet aan.
Pilgrim Road begint in ieder geval uitstekend met het pure geluid van Lost Hours: rondom de piano komen allerlei instrumenten hun kopje aan het venster steken, dit alles opgeluisterd door de louterende vocalen.
Dan volgt meteen het majestueuze hoogtepunt The Great Deceiver waarin Robert Fisher aan de grond onder je voeten komt knagen, waarna die nog meer afbrokkelt eens Iona MacDonald zich in de debatten mengt. Helemaal wegzakken doe je als ook een koortje de klaagzang kracht komt bijzetten.
Vervolgens wordt het allemaal wat te somber en eentonig om mij te kunnen beklijven, tot het dartele begin van Painter Blue voor de deur staat, waarna Willard Grant Conspiracy weer een beetje wegzinkt, hoewel het best mooi blijft.
Ik heb de indruk dat deze plaat met voorlopig slechts 8 stemmen z'n publiek hier nog niet heeft gevonden, hoewel er zeker mensen zullen zijn die hier iets mee kunnen. Fans van een ingetogen Nick Cave of Tindersticks verbranden hier hun pootjes niet aan.
