Hier kun je zien welke berichten Zandkuiken als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Antlers - Burst Apart (2011)

4,0
0
geplaatst: 3 februari 2012, 22:13 uur
Ik kan me aansluiten bij de mensen die deze minder vinden dan Hospice, maar ‘m wel vaker draaien. Het pikdonkere debuut was immers geen plaat voor elk moment van de dag. Geen muziek waar ik altijd zin in had. Vaker niet dan wel eigenlijk. Maar een briljant meesterwerk, met een aantal verschroeiend mooie songs op.
Dat niveau wordt hier niet gehaald wat mij betreft. Maar het geheel klinkt wel een stuk lichter en ook hier zijn er uitstekende nummers te vinden. Een vrolijke Frans is Peter Silberman nog steeds niet, maar zijn zieleroerselen zijn in ieder geval al wat drááglijker geworden om naar te luisteren.
Buiten het weinig aan de ribben blijven klevend niemendalletje Tiptoe zal je hier eigenlijk geen mindere song tegenkomen, en het niveau is dan ook redelijk egaal. Toch steken er een paar nummers een beetje bovenuit. No Widows bijvoorbeeld, dat baadt in een broeierige sfeer en waarin Silberman ook vocaal serieus uitpakt. Wat een fenomenale stem toch, ook live enorm indrukwekkend. Verder vind ik het afsluitende drieluik Hounds - Corsicana - en vooral Putting The Dog To Sleep voortreffelijk.
Zo is Burst Apart dus een plaat geworden die het torenhoge niveau van Hospice niet weet te evenaren. Een plaat waar ik makkelijker afstand van hou, waar ik me minder in verlies, maar wel eentje die ik ook al eens tussen de soep en de patatten zou durven opzetten.
Ik zet in op een ruime 4*, maar daar zit wellicht nog wat speling op. Moet me nog eens terdege door de teksten wurmen, wat meestal ook wel gepaard gaat met een aantal openbaringen. Niettemin nu al 1 van de beste platen die 2011 heeft voortgebracht.
Dat niveau wordt hier niet gehaald wat mij betreft. Maar het geheel klinkt wel een stuk lichter en ook hier zijn er uitstekende nummers te vinden. Een vrolijke Frans is Peter Silberman nog steeds niet, maar zijn zieleroerselen zijn in ieder geval al wat drááglijker geworden om naar te luisteren.
Buiten het weinig aan de ribben blijven klevend niemendalletje Tiptoe zal je hier eigenlijk geen mindere song tegenkomen, en het niveau is dan ook redelijk egaal. Toch steken er een paar nummers een beetje bovenuit. No Widows bijvoorbeeld, dat baadt in een broeierige sfeer en waarin Silberman ook vocaal serieus uitpakt. Wat een fenomenale stem toch, ook live enorm indrukwekkend. Verder vind ik het afsluitende drieluik Hounds - Corsicana - en vooral Putting The Dog To Sleep voortreffelijk.
Zo is Burst Apart dus een plaat geworden die het torenhoge niveau van Hospice niet weet te evenaren. Een plaat waar ik makkelijker afstand van hou, waar ik me minder in verlies, maar wel eentje die ik ook al eens tussen de soep en de patatten zou durven opzetten.
Ik zet in op een ruime 4*, maar daar zit wellicht nog wat speling op. Moet me nog eens terdege door de teksten wurmen, wat meestal ook wel gepaard gaat met een aantal openbaringen. Niettemin nu al 1 van de beste platen die 2011 heeft voortgebracht.
The Antlers - Hospice (2009)

4,5
0
geplaatst: 27 november 2010, 22:40 uur
Hospice. Niet bepaald een dolkomisch schijfje. Peter Silberman zet de deuren van zijn stikdonkere hartkamer open voor publiek en die is te betreden op eigen risico. Maar de waaghalzen die om kunnen met zijn leed, zullen zien dat er in dit debuut ook veel schoonheid en (een beetje) troost huist.
Uit het dreigende klankentapijt van de proloog staat een fluisterende Silberman op om de luisteraar in Kettering al meteen bij de keel te grijpen met zijn melancholische stemgeluid. Geen traditionele song maar eerder muziek die op sfeer drijft. In de tweede helft van het nummer verdwijnt de ingetogen tristesse gaandeweg en lopen de emoties hoog op. Geschoeid op de postrockleest.
Ook het intense Atrophy wordt op eenzelfde manier opgebouwd. De gevoelige zang ruimt langzaam maar zeker plaats voor noise, een black-out van wanhoop. Als de storm gaat rusten, is er aan het eind nog even ruimte voor een breekbare slotrede.
Zowat in elk nummer valt op hoe achteloos The Antlers wondermooie melodieën uit hun mouw lijken te schudden. Neem nu zo'n Thirteen. Na twee minuten ambient krijg je slechts een klein minuutje zachte zang op het bord, toch genoeg om doodstil achter te blijven.
De duisternis wordt gelukkig al eens doorbroken door wat frivolere liedjes, muzikaal dan toch. The Bear klinkt bijvoorbeeld een pak speelser, hoewel de tekst weinig optimisme uitstraalt. Ook Two is rechtlijniger. Rondom een akoestische gitaar trekt zich laagje na laagje een wervelende song op gang die misschien wel geldt als het absolute hoogtepunt van Hospice.
Vlak voor de epiloog komt de zelfvergiffenis er dan toch. Het louterende Wake wentelt zich zachtjes rond je heen om je in de finale wakker te schudden ("Don't ever let anyone tell you you deserve that"). Bloedstollend mooi.
Uit het dreigende klankentapijt van de proloog staat een fluisterende Silberman op om de luisteraar in Kettering al meteen bij de keel te grijpen met zijn melancholische stemgeluid. Geen traditionele song maar eerder muziek die op sfeer drijft. In de tweede helft van het nummer verdwijnt de ingetogen tristesse gaandeweg en lopen de emoties hoog op. Geschoeid op de postrockleest.
Ook het intense Atrophy wordt op eenzelfde manier opgebouwd. De gevoelige zang ruimt langzaam maar zeker plaats voor noise, een black-out van wanhoop. Als de storm gaat rusten, is er aan het eind nog even ruimte voor een breekbare slotrede.
Zowat in elk nummer valt op hoe achteloos The Antlers wondermooie melodieën uit hun mouw lijken te schudden. Neem nu zo'n Thirteen. Na twee minuten ambient krijg je slechts een klein minuutje zachte zang op het bord, toch genoeg om doodstil achter te blijven.
De duisternis wordt gelukkig al eens doorbroken door wat frivolere liedjes, muzikaal dan toch. The Bear klinkt bijvoorbeeld een pak speelser, hoewel de tekst weinig optimisme uitstraalt. Ook Two is rechtlijniger. Rondom een akoestische gitaar trekt zich laagje na laagje een wervelende song op gang die misschien wel geldt als het absolute hoogtepunt van Hospice.
Vlak voor de epiloog komt de zelfvergiffenis er dan toch. Het louterende Wake wentelt zich zachtjes rond je heen om je in de finale wakker te schudden ("Don't ever let anyone tell you you deserve that"). Bloedstollend mooi.
The Bony King of Nowhere - Alas My Love (2009)

3,5
0
geplaatst: 23 mei 2009, 16:24 uur
Mooi plaatje dat toch echte toppers mist om een persoonlijke favoriet te zijn. 't Is allemaal een beetje "wel aardig" en soms vind ik het een tikkeltje te dreinerig maar niettemin is Alas My Love een knap en sfeervol debuut.
Openen doet The Sunset, meteen één van de hoogtepunten, waarin de invloed van Thom Yorke op de vocalen van zanger Bram Vanparys duidelijk hoorbaar is. Ijle, melancholische klanken die een jazzy feel met zich meedragen.
Een andere hoogvlieger is Maria, een sober en ingetogen kleinood waar enerzijds tristesse maar ook veel warmte vanuit gaat. Vanparys lijkt ons bijna in sliep te wiegen met z'n fluisterende stem.
Indommelen zit er nochtans niet in want in onder meer Taxidream wordt de stemming iets vrolijker: geen dolenthousiaste taferelen, maar toch een licht-swingende song die wat aan de stadsgenoten van Absynthe Minded doet denken. Net als de rest van Alas My Love prima maar weinig memorabel.
Afsluiten doet de fraaie pianoballade My Invasions waarvan je bijna niet kan geloven dat de bende van Oxford het niet heeft gecomponeerd. Een dromerig, melancholisch slot dat je onderdompelt in een intimistische, sprookjesachtige sfeer.
Veel lyrische reacties over The Bony King Of Nowhere, maar meer dan een "prima album" is Alas My Love in mijn ogen niet.
Openen doet The Sunset, meteen één van de hoogtepunten, waarin de invloed van Thom Yorke op de vocalen van zanger Bram Vanparys duidelijk hoorbaar is. Ijle, melancholische klanken die een jazzy feel met zich meedragen.
Een andere hoogvlieger is Maria, een sober en ingetogen kleinood waar enerzijds tristesse maar ook veel warmte vanuit gaat. Vanparys lijkt ons bijna in sliep te wiegen met z'n fluisterende stem.
Indommelen zit er nochtans niet in want in onder meer Taxidream wordt de stemming iets vrolijker: geen dolenthousiaste taferelen, maar toch een licht-swingende song die wat aan de stadsgenoten van Absynthe Minded doet denken. Net als de rest van Alas My Love prima maar weinig memorabel.
Afsluiten doet de fraaie pianoballade My Invasions waarvan je bijna niet kan geloven dat de bende van Oxford het niet heeft gecomponeerd. Een dromerig, melancholisch slot dat je onderdompelt in een intimistische, sprookjesachtige sfeer.
Veel lyrische reacties over The Bony King Of Nowhere, maar meer dan een "prima album" is Alas My Love in mijn ogen niet.
The Hickey Underworld - The Hickey Underworld (2009)

4,0
0
geplaatst: 19 maart 2011, 13:19 uur
Onwaarschijnlijke splinterbom van een plaat, die vanaf de eerste seconde in je gezicht ontploft. Toch grossiert dit debuut ook in magistrale songs.
Het vreselijk sexy Blonde Fire bijvoorbeeld, voor mij misschien wel het absolute hoogtepunt hier. Een overrompelend groovy uppercut die gewoonweg niet kapot valt te spelen. Of wat gezegd van Sick Of Boys: 1 brok nijdigheid versmolten tot een verdomd catchy liedje. Ook als ze gas terugnemen, blijft The Hickey Underworld moeiteloos overeind. Luister maar eens naar het ook al onverwoestbare Future Words, nu reeds een Vlaamsche klassieker. Wat een strot heeft zanger Younes Faltakh overigens: één van de beste stemmen die de Belgische rock ooit heeft voortgebracht.
Verder allemaal prima nummers, die met hun agressieve karakter de ideale soundtrack zijn voor wie zich wil wagen aan a bit of the old ultra-violence. En voor al de rest die gewoon van goeie muziek houdt natuurlijk.
Het vreselijk sexy Blonde Fire bijvoorbeeld, voor mij misschien wel het absolute hoogtepunt hier. Een overrompelend groovy uppercut die gewoonweg niet kapot valt te spelen. Of wat gezegd van Sick Of Boys: 1 brok nijdigheid versmolten tot een verdomd catchy liedje. Ook als ze gas terugnemen, blijft The Hickey Underworld moeiteloos overeind. Luister maar eens naar het ook al onverwoestbare Future Words, nu reeds een Vlaamsche klassieker. Wat een strot heeft zanger Younes Faltakh overigens: één van de beste stemmen die de Belgische rock ooit heeft voortgebracht.
Verder allemaal prima nummers, die met hun agressieve karakter de ideale soundtrack zijn voor wie zich wil wagen aan a bit of the old ultra-violence. En voor al de rest die gewoon van goeie muziek houdt natuurlijk.
The Last Shadow Puppets - The Age of the Understatement (2008)

3,5
0
geplaatst: 6 mei 2008, 00:31 uur
Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik nu vind van deze The Age Of The Understatement. Positief ben ik zeker, maar toch laat ik de term "meesterwerk" nog in de schuif liggen. Voorlopig dan toch. Als liefhebber van de Poolapen en de stem van Alex Turner waren de verwachtingen hooggespannen en deze twee belhamels lossen ze moeiteloos in.
De vaak gelauwerde single The Age Of The Understatement viel me aanvankelijk toch wat tegen. Ondertussen heeft ie wel wat op me ingewerkt en vind ik 'm best te pruimen. Toch iets té veel bombast naar mijn smaak, maar goed, dat is natuurlijk ook wel een beetje het concept van deze plaat.
De apenmelodie in Standing Next To Me ligt me beter dan de opener en deze song bevat naar mijn bescheiden mening ook een betere bombastdosis. Het is nog steeds zwierig, maar de registers staan niet wagenwijd open.
Calm Like You en Separate And Ever Deadly trekken de stijgende lijn door en komen uitstekend voor de dag.
Het heerlijke The Chamber zou 'n rustig nummer van Arctic Monkeys kunnen zijn en bevalt me bijzonder goed. Een van de toppers van The Age Of The Understatement! De outro vind ik evenwel een tikkeltje overbodig.
Het gezwollen Only The Truth weet me nog niet helemaal te overtuigen, maar deze stiekemerd houdt nog wel enkele laagjes achter voor me, waardoor de groeimarge van dit nummer niet gering is.
Dan volgt het fé-no-mé-na-le My Mistakes Were Made For You. Die zang! Die tekst! Die melodie! Het absolute prijsbeest wat mij betreft.
Ook Black Plant weet me probleemloos in te pakken.
Vervolgens is het de buurt aan het lichtjes magistrale I Don't Like You Anymore, dat bij mij ook al herinneringen oproept aan dat andere groepje van de heer Turner. De tempowisselingen kwijten zich uitstekend van hun taak.
Ook In My Room, dat misschien iets teveel aan 007 doet denken, is een sterk lied dat aantoont dat de standaard op The Age Of The Understatement erg hoog is.
The Meeting Place en Time Has Come Again houden zich gedeisd en dat zorgt vooral in het slotnummer voor ontroering.
Met The Age Of The Understatement leveren deze twee spitsbroeders een sterk album af dat hopelijk nog wat kan groeien. Hoewel ik eigenlijk geen fanaat ben van uitbundige strijkerarrangementen weten The Last Shadow Puppets me toch mee te slepen. De teksten hebben nog niet al hun geheimen prijsgegeven, maar toch durf ik ze nu al onder de noemer Voortreffelijk te plaatsen. Ook het artwork is om duimen en vingers bij af te likken. Prachtige hoes!
De vaak gelauwerde single The Age Of The Understatement viel me aanvankelijk toch wat tegen. Ondertussen heeft ie wel wat op me ingewerkt en vind ik 'm best te pruimen. Toch iets té veel bombast naar mijn smaak, maar goed, dat is natuurlijk ook wel een beetje het concept van deze plaat.
De apenmelodie in Standing Next To Me ligt me beter dan de opener en deze song bevat naar mijn bescheiden mening ook een betere bombastdosis. Het is nog steeds zwierig, maar de registers staan niet wagenwijd open.
Calm Like You en Separate And Ever Deadly trekken de stijgende lijn door en komen uitstekend voor de dag.
Het heerlijke The Chamber zou 'n rustig nummer van Arctic Monkeys kunnen zijn en bevalt me bijzonder goed. Een van de toppers van The Age Of The Understatement! De outro vind ik evenwel een tikkeltje overbodig.
Het gezwollen Only The Truth weet me nog niet helemaal te overtuigen, maar deze stiekemerd houdt nog wel enkele laagjes achter voor me, waardoor de groeimarge van dit nummer niet gering is.
Dan volgt het fé-no-mé-na-le My Mistakes Were Made For You. Die zang! Die tekst! Die melodie! Het absolute prijsbeest wat mij betreft.
Ook Black Plant weet me probleemloos in te pakken.
Vervolgens is het de buurt aan het lichtjes magistrale I Don't Like You Anymore, dat bij mij ook al herinneringen oproept aan dat andere groepje van de heer Turner. De tempowisselingen kwijten zich uitstekend van hun taak.
Ook In My Room, dat misschien iets teveel aan 007 doet denken, is een sterk lied dat aantoont dat de standaard op The Age Of The Understatement erg hoog is.
The Meeting Place en Time Has Come Again houden zich gedeisd en dat zorgt vooral in het slotnummer voor ontroering.
Met The Age Of The Understatement leveren deze twee spitsbroeders een sterk album af dat hopelijk nog wat kan groeien. Hoewel ik eigenlijk geen fanaat ben van uitbundige strijkerarrangementen weten The Last Shadow Puppets me toch mee te slepen. De teksten hebben nog niet al hun geheimen prijsgegeven, maar toch durf ik ze nu al onder de noemer Voortreffelijk te plaatsen. Ook het artwork is om duimen en vingers bij af te likken. Prachtige hoes!
The Magic Numbers - The Magic Numbers (2005)

2,5
0
geplaatst: 11 september 2008, 22:58 uur
Mnee, op de één of andere manier krijgen ze me niet helemaal mee, de sympathieke The Magic Numbers-telgen. Op zich zijn al de "juiste" ingrediënten aanwezig opdat ik dit titelloze debuut gulzig naar binnen zou schrokken, maar na een paar happen schuif ik deze plaat van me weg. Ik denk wel dat deze band een album kan maken dat ik écht koester, of misschien hebben ze dat wel al gedaan onder de vorm Those The Brokes. Hoewel hun tweede worp algemeen genomen ietsje minder werd ontvangen (heb ik toch de indruk), is het misschien wel wat voor mij? Ik zal er in ieder geval eens van proeven in de nabije toekomst.
Hun manier van muziek maken ligt me dus duidelijk wel, en ook de zang (zowel van Stodart als van Gannon) vind ik heel mooi, in tegenstelling tot onder andere nen luc011190. Maar toch weten de liedjes hier aanwezig me niet echt te raken: het is zeker geen marteling om dit schijfje te beluisteren, maar echt gepassioneerd luisteren is het evenmin. Aanvankelijk dacht ik nog dat ik hier misschien op een groeiplaat was gebotst, maar ik ondervind eigenlijk maar weinig stijging in de luisterintensiteit. Sommigen zijn hier van mening dat dit debuut naar het einde toe wat inzakt, maar dat gevoel deel ik niet echt.
Tijdens hun meest melancholische momenten weten ze mij misschien nog wel het meest in te palmen. Zo is het voor mij smullen bij The Mule, I See You,You See Me en This Love. Voor de rest fijne songs, maar niks wonderbaarlijks naar mijn gevoel. En toch hebben deze olijkerds het in zich om op een dag met iets af te komen dat me wél compleet van m'n sokken blaast.
Hun manier van muziek maken ligt me dus duidelijk wel, en ook de zang (zowel van Stodart als van Gannon) vind ik heel mooi, in tegenstelling tot onder andere nen luc011190. Maar toch weten de liedjes hier aanwezig me niet echt te raken: het is zeker geen marteling om dit schijfje te beluisteren, maar echt gepassioneerd luisteren is het evenmin. Aanvankelijk dacht ik nog dat ik hier misschien op een groeiplaat was gebotst, maar ik ondervind eigenlijk maar weinig stijging in de luisterintensiteit. Sommigen zijn hier van mening dat dit debuut naar het einde toe wat inzakt, maar dat gevoel deel ik niet echt.
Tijdens hun meest melancholische momenten weten ze mij misschien nog wel het meest in te palmen. Zo is het voor mij smullen bij The Mule, I See You,You See Me en This Love. Voor de rest fijne songs, maar niks wonderbaarlijks naar mijn gevoel. En toch hebben deze olijkerds het in zich om op een dag met iets af te komen dat me wél compleet van m'n sokken blaast.
The National - Alligator (2005)

4,0
0
geplaatst: 18 juni 2011, 19:17 uur
Een beetje wispelturiger dan het latere werk en voor mij daarom misschien ook wat spannender. Vooral High Violet klinkt mij soms iets te 'egaal'. Alsof ze op cruise control voortdurend dezelfde snelheid blijven aanhouden (maar er staan natuurlijk ook fantastische songs op).
Hier lijkt er meer ruimte voor geschreeuw en avontuur, zoals in woeste afsluiter Mr. November of ander prijsbeestje Friend Of Mine. Ook als ze gas terugnemen, imponeren de mannen van The National. The Geese Of Beverly Road en Daughters Of The Soho Riots behoort zeker tot hun betere songs. Ook opener Secret Meeting is hier één van mijn favorieten.
Sterk album van de New Yorkers, hoewel ze wel weer op geruime afstand van de volle pot blijven...
4* voor Alligator.
Hier lijkt er meer ruimte voor geschreeuw en avontuur, zoals in woeste afsluiter Mr. November of ander prijsbeestje Friend Of Mine. Ook als ze gas terugnemen, imponeren de mannen van The National. The Geese Of Beverly Road en Daughters Of The Soho Riots behoort zeker tot hun betere songs. Ook opener Secret Meeting is hier één van mijn favorieten.
Sterk album van de New Yorkers, hoewel ze wel weer op geruime afstand van de volle pot blijven...
4* voor Alligator.
The National - Boxer (2007)

4,0
0
geplaatst: 27 mei 2008, 22:30 uur
Bijzonder mooi album, deze Boxer. Maar een onvervalst meesterwerk herken ik er vooralsnog niet in. Deze plaat heeft nochtans alles in huis om door mij te worden geadoreerd: het is melancholisch maar toch blijft het bijzonder spannend, geen vanzelfsprekende combinatie. Twaalf nummers lang weet The National me te boeien, maar sommige songs weten me jammer genoeg maar tot op bepaalde hoogte te raken. Daar staan dan wel enkele onvervalste juweeltjes tegenover.
Zo wordt Boxer geopend door de sublieme compositie Fake Empire, niet toevallig al vaak aangehaald als favoriete lied.
Van hetzelfde niveau is het verrukkelijke Mistaken For Strangers, dat deze schijf op koers houdt om door mij als klassieker te worden versleten.
Brainy zet de sfeer van de twee vorige songs gelukkig verder, maar is net als Squalor Victoria niet meer van het buitenaardse niveau van de openers. Toch laten het warmhartige geluid en de hemelse bariton van Matt Berninger ook hier de nodige kippenvelmomenten achter.
Green Gloves, dat tijdens de eerste luisterbeurten nog zo overtuigde, begint wat van zijn pluimen te verliezen. Mijn hart slaat er niet meer van over, maar slecht is het natuurlijk allemaal niet.
De opwinding die ik net nog miste, slaat snoeihard terug tijdens het adembenemende Slow Show. "You know I dreamed about you for 29 years before I saw you" vertrouwt Berninger ons toe, en telkens weer word ik meegesleurd in een roes die het midden houdt tussen een soort van verstilde euforie en mistroostigheid. Hoewel ik weet dat het eraan komt, word ik toch steeds opnieuw koud gepakt: het tweede deel van Slow Show is van 'n zeldzame schoonheid.
Apartment Story, Start A War en Guest Room zorgen ervoor dat Boxer over een stevige basis beschikt, zodat de pronkstukken van de gepaste steun worden voorzien. Prima nummers, maar ze schudden m'n wereld niet door elkaar.
Racing Like A Pro en Ada zijn sober en vooral die eerstgenoemde weet mij te ontroeren. Maar volgens enkele users heeft Ada dan ook het meeste tijd nodig om te groeien.
Net voor ik mijn 3,5 aan deze plaat wil verbinden, komt daar dan nog Gospel zijn neusje aan het venster steken. Dit wondermooie kleinood komt nog 'n laatste keer bewijzen dat Boxer toch wel 'n erg bijzonder luisterstuk is. Goedgeefs voeg ik er dan ook nog 'n halfje aan toe.
Zo wordt Boxer geopend door de sublieme compositie Fake Empire, niet toevallig al vaak aangehaald als favoriete lied.
Van hetzelfde niveau is het verrukkelijke Mistaken For Strangers, dat deze schijf op koers houdt om door mij als klassieker te worden versleten.
Brainy zet de sfeer van de twee vorige songs gelukkig verder, maar is net als Squalor Victoria niet meer van het buitenaardse niveau van de openers. Toch laten het warmhartige geluid en de hemelse bariton van Matt Berninger ook hier de nodige kippenvelmomenten achter.
Green Gloves, dat tijdens de eerste luisterbeurten nog zo overtuigde, begint wat van zijn pluimen te verliezen. Mijn hart slaat er niet meer van over, maar slecht is het natuurlijk allemaal niet.
De opwinding die ik net nog miste, slaat snoeihard terug tijdens het adembenemende Slow Show. "You know I dreamed about you for 29 years before I saw you" vertrouwt Berninger ons toe, en telkens weer word ik meegesleurd in een roes die het midden houdt tussen een soort van verstilde euforie en mistroostigheid. Hoewel ik weet dat het eraan komt, word ik toch steeds opnieuw koud gepakt: het tweede deel van Slow Show is van 'n zeldzame schoonheid.
Apartment Story, Start A War en Guest Room zorgen ervoor dat Boxer over een stevige basis beschikt, zodat de pronkstukken van de gepaste steun worden voorzien. Prima nummers, maar ze schudden m'n wereld niet door elkaar.
Racing Like A Pro en Ada zijn sober en vooral die eerstgenoemde weet mij te ontroeren. Maar volgens enkele users heeft Ada dan ook het meeste tijd nodig om te groeien.
Net voor ik mijn 3,5 aan deze plaat wil verbinden, komt daar dan nog Gospel zijn neusje aan het venster steken. Dit wondermooie kleinood komt nog 'n laatste keer bewijzen dat Boxer toch wel 'n erg bijzonder luisterstuk is. Goedgeefs voeg ik er dan ook nog 'n halfje aan toe.
The National - The Virginia EP (2008)

3,5
0
geplaatst: 26 augustus 2008, 22:52 uur
Ook bij mij overheerste na een eerste luisterbeurt een beetje de teleurstelling. In tegenstelling tot velen vond ik het sterke Boxer (de andere The National-albums ken ik nog niet zo goed) eigenlijk al meteen goed, en "groeide" ie niet meer enorm verder. Dat was dan bij The Virginia EP toch eventjes anders: ik heb 'm een aantal keer aan de kant moeten leggen om het dan wat later 'ns opnieuw te proberen.
Maar de typische The National-sfeer is ook hier aanwezig en dat resulteert in een erg sterk begin met de mooie, al veelvuldige aangehaalde opener, het eveneens ingetogen Santa Clara en het wel heel Boxereske Blank State.
Tall Saint vind ik vooralsnog niet wereldschokkend, maar toch zou ook die zich wat mij betreft goed staande kunnen houden tussen de nummers op Boxer. Het dendert misschien maar wat door zonder dat dé prachtige passage uit de doeken wordt gedaan, maar ook hun gevierde worp uit 2007 bevat, vind ik, toch wel enkele minder onvergetelijke stukjes.
De cover Without Permission heeft iets, maar benut naar mijn gevoel z'n volle potentieel niet. De elementen die me diep zouden moeten raken lijken wel aanwezig te zijn, maar ie blijft maar wat tegen de oppervlakte aanbotsen zonder door te kunnen dringen.
Niet zo bij Forever After Days: blijkbaar ook een demo, maar wat zou ik hiervan graag eens een final cut horen. Bijzonder mooi refrein waarover ik hier, maar ook elders, nog geen lofbetuigingen heb opgevangen. Hoor ik weer dingen die er niet zijn? Miljaaaaarde, is het weer zover?!
Rest Of Years is het eerste nummer dat ik vrij saai vind en ook de demo van Slow Show lijkt me minder geslaagd. Mooie zaak dat ze hier nog wat aan verder hebben gesleuteld.
Opnieuw ingetogen is het melancholische (Dat is deze band natuurlijk wel altijd in zekere mate) Lucky You, dat ze van mijn part ook op Boxer hadden mogen zwieren.
Afsluiten wordt op deze EP live gedaan, met een Springsteen-cover en twee van mijn ab-so-lu-te The National-favorieten: About Today en Fake Empire.
De bijbehorende "documentaire" A Skin, A Night zullen sommigen wellicht het etiket "arty-farty" opkleven, maar ik kon het wel smaken. Meer impressies dan echt een docu en veel wijzer over Berninger en co ben ik niet geworden, maar toch 'n leuk extraatje.
Maar de typische The National-sfeer is ook hier aanwezig en dat resulteert in een erg sterk begin met de mooie, al veelvuldige aangehaalde opener, het eveneens ingetogen Santa Clara en het wel heel Boxereske Blank State.
Tall Saint vind ik vooralsnog niet wereldschokkend, maar toch zou ook die zich wat mij betreft goed staande kunnen houden tussen de nummers op Boxer. Het dendert misschien maar wat door zonder dat dé prachtige passage uit de doeken wordt gedaan, maar ook hun gevierde worp uit 2007 bevat, vind ik, toch wel enkele minder onvergetelijke stukjes.
De cover Without Permission heeft iets, maar benut naar mijn gevoel z'n volle potentieel niet. De elementen die me diep zouden moeten raken lijken wel aanwezig te zijn, maar ie blijft maar wat tegen de oppervlakte aanbotsen zonder door te kunnen dringen.
Niet zo bij Forever After Days: blijkbaar ook een demo, maar wat zou ik hiervan graag eens een final cut horen. Bijzonder mooi refrein waarover ik hier, maar ook elders, nog geen lofbetuigingen heb opgevangen. Hoor ik weer dingen die er niet zijn? Miljaaaaarde, is het weer zover?!
Rest Of Years is het eerste nummer dat ik vrij saai vind en ook de demo van Slow Show lijkt me minder geslaagd. Mooie zaak dat ze hier nog wat aan verder hebben gesleuteld.
Opnieuw ingetogen is het melancholische (Dat is deze band natuurlijk wel altijd in zekere mate) Lucky You, dat ze van mijn part ook op Boxer hadden mogen zwieren.
Afsluiten wordt op deze EP live gedaan, met een Springsteen-cover en twee van mijn ab-so-lu-te The National-favorieten: About Today en Fake Empire.
De bijbehorende "documentaire" A Skin, A Night zullen sommigen wellicht het etiket "arty-farty" opkleven, maar ik kon het wel smaken. Meer impressies dan echt een docu en veel wijzer over Berninger en co ben ik niet geworden, maar toch 'n leuk extraatje.
The Raconteurs - Broken Boy Soldiers (2006)

2,5
0
geplaatst: 2 juni 2008, 20:21 uur
Over The Raconteurs hoor je wel 'ns dat ze wat té gretig graaien uit de popgeschiedenis, en dat het "allemaal weinig toevoegt". Persoonlijk stoort hun recycleergedrag me niet echt want deze jongens slagen er wonderwel in om hun popmelodieën te voorzien van 'n fris elan. Ze geven het natuurlijk zelf al aan in Together: 'I'm adding something new to the mixture'.
Wereldhit Steady As She Goes zou ik nu niet meteen een onverwoestbare status toedichten, maar het is wel 'n lekker, onbezonnen popliedje.
Ook Hands valt onder die categorie van leuke nummers, zonder dat er verslavingrisico's aan verbonden zijn.
Broken Boy Soldier, voorlopig mijn absolute favoriet, gaat enkele klassen hoger spelen. Een ontketende Jack White doet met zijn woeste tirade mijn hart voor 'n eerste keer écht overslaan.
Ook het ietwat dromerige Intimate Secretary laat 'n sterke indruk na. Enkel jammer van die waanzinnig ridicule tekst: I've got a rabbit, it likes to hop/I've got a girl and she likes to shop (Hé, dat kan je toch niet maken joh!). Tekstueel heb ik deze Broken Boy Soldiers nog niet echt onder de loep genomen, maar toch heb ik de indruk dat ze nooit echt loskomen van de platgetreden paden. Maar goed, dat hoort wel ergens bij het lichtzinnige karakter van dit album.
Het eerder aangehaalde Together blijft veilig weg van elke vorm van vernieuwing, maar is bijzonder mooi. Het is reeds eerder gedaan, maar toch is dit nummer voor mij één van de hoogtepunten.
Level, dat gelukkig al afklokt nog voor de 2,5 minuten zijn gerond, dreigt me nu en dan op de zenuwen te gaan werken en zal in de toekomst wel eens onverbiddelijk geskipt worden.
Hetzelfde schrijnende lot lijkt Store Bought Bones beschoren, een nummer dat in bepaalde kringen uren aan 'n stuk wordt gedraaid om gevangenen mee te folteren.
Yellow Sun, dat bij mij herinneringen oproept aan Wilco, weet deze mindere periode niet helemaal om te buigen, maar redt de meubelen toch enigzins.
Geef me dan maar het prima Call It A Day, dat er vooralsnog in slaagt om niet dreinerig over te komen, ondanks zijn repetitieve karakter.
De broeierige start van Blue Veins is heerlijk, maar al snel verzandt deze afsluiter in 'n stuurloos schip dat deze wisselvallige plaat de ijsberg inloodst.
Tijdens de beste momenten is het genieten van de mooie popmelodieën die The Raconteurs aaneenrijgen. Jammer genoeg bevat hun eerste worp ook enkele songs die me niet kunnen overtuigen.
Wereldhit Steady As She Goes zou ik nu niet meteen een onverwoestbare status toedichten, maar het is wel 'n lekker, onbezonnen popliedje.
Ook Hands valt onder die categorie van leuke nummers, zonder dat er verslavingrisico's aan verbonden zijn.
Broken Boy Soldier, voorlopig mijn absolute favoriet, gaat enkele klassen hoger spelen. Een ontketende Jack White doet met zijn woeste tirade mijn hart voor 'n eerste keer écht overslaan.
Ook het ietwat dromerige Intimate Secretary laat 'n sterke indruk na. Enkel jammer van die waanzinnig ridicule tekst: I've got a rabbit, it likes to hop/I've got a girl and she likes to shop (Hé, dat kan je toch niet maken joh!). Tekstueel heb ik deze Broken Boy Soldiers nog niet echt onder de loep genomen, maar toch heb ik de indruk dat ze nooit echt loskomen van de platgetreden paden. Maar goed, dat hoort wel ergens bij het lichtzinnige karakter van dit album.
Het eerder aangehaalde Together blijft veilig weg van elke vorm van vernieuwing, maar is bijzonder mooi. Het is reeds eerder gedaan, maar toch is dit nummer voor mij één van de hoogtepunten.
Level, dat gelukkig al afklokt nog voor de 2,5 minuten zijn gerond, dreigt me nu en dan op de zenuwen te gaan werken en zal in de toekomst wel eens onverbiddelijk geskipt worden.
Hetzelfde schrijnende lot lijkt Store Bought Bones beschoren, een nummer dat in bepaalde kringen uren aan 'n stuk wordt gedraaid om gevangenen mee te folteren.
Yellow Sun, dat bij mij herinneringen oproept aan Wilco, weet deze mindere periode niet helemaal om te buigen, maar redt de meubelen toch enigzins.
Geef me dan maar het prima Call It A Day, dat er vooralsnog in slaagt om niet dreinerig over te komen, ondanks zijn repetitieve karakter.
De broeierige start van Blue Veins is heerlijk, maar al snel verzandt deze afsluiter in 'n stuurloos schip dat deze wisselvallige plaat de ijsberg inloodst.
Tijdens de beste momenten is het genieten van de mooie popmelodieën die The Raconteurs aaneenrijgen. Jammer genoeg bevat hun eerste worp ook enkele songs die me niet kunnen overtuigen.
The Strokes - Is This It (2001)

5,0
0
geplaatst: 26 november 2010, 21:25 uur
Genânte bekentenis in aantocht! Diep beschaamd moet ik toegeven dat The Strokes nu pas mijn pad hebben gekruist. Anno 2010! Maar da's nog niet het ergste...
Want néé, Is This It fungeerde niet als soundtrack bij een nachtelijke tocht door de stad. Beschutting zoekend tegen de kou in een lederen jasje. Sigaret in de ene hand, blikje bier in het andere. Redelijk aangeschoten de weg proberen terugvinden van een feestje naar de thuisbasis. Om op de iPod dan ineens een in de vergetelheid geraakte song te ontdekken van deze jongens. Daarvoor lijkt hun muziek nochtans wél gemaakt.
Neen, in plaats daarvan heeft deze plaat zich aan mij geopenbaard ... terwijl ik aan het fietsen was op de rollen. Wát? Fietsen op de rollen? Hoe compleet oncool kan een activiteit zijn?! Onbeschrijfelijke KNEUS!
De setting mag dan al niet ideaal geweest zijn, de sfeer van dit debuut heeft me wel degelijk te pakken gekregen. De hits Someday en Last Nite klonken een paar jaar geleden al best lekker, maar écht een kans had ik Julian Casablancas en de zijnen nog niet gegeven.
Tot nu dus. En ook de 10 andere songs zijn één voor één rock & roll. Het klinkt nochtans verveeld. Het klinkt arrogant. Het klinkt fucking opwindend! Die Woooow in The Modern Age bijvoorbeeld, héérlijk. Geweldige stem, die Casablancas. Een andere favoriet is Trying Your Luck, met opnieuw die schreeuwerige vocalen die boven het rusteloze gitaarspel proberen uit te komen. En dan Someday, lijkt ondertussen wel al onverwoestbaar!
Erg aanstekelijke boel. 4,5*
Want néé, Is This It fungeerde niet als soundtrack bij een nachtelijke tocht door de stad. Beschutting zoekend tegen de kou in een lederen jasje. Sigaret in de ene hand, blikje bier in het andere. Redelijk aangeschoten de weg proberen terugvinden van een feestje naar de thuisbasis. Om op de iPod dan ineens een in de vergetelheid geraakte song te ontdekken van deze jongens. Daarvoor lijkt hun muziek nochtans wél gemaakt.
Neen, in plaats daarvan heeft deze plaat zich aan mij geopenbaard ... terwijl ik aan het fietsen was op de rollen. Wát? Fietsen op de rollen? Hoe compleet oncool kan een activiteit zijn?! Onbeschrijfelijke KNEUS!
De setting mag dan al niet ideaal geweest zijn, de sfeer van dit debuut heeft me wel degelijk te pakken gekregen. De hits Someday en Last Nite klonken een paar jaar geleden al best lekker, maar écht een kans had ik Julian Casablancas en de zijnen nog niet gegeven.
Tot nu dus. En ook de 10 andere songs zijn één voor één rock & roll. Het klinkt nochtans verveeld. Het klinkt arrogant. Het klinkt fucking opwindend! Die Woooow in The Modern Age bijvoorbeeld, héérlijk. Geweldige stem, die Casablancas. Een andere favoriet is Trying Your Luck, met opnieuw die schreeuwerige vocalen die boven het rusteloze gitaarspel proberen uit te komen. En dan Someday, lijkt ondertussen wel al onverwoestbaar!
Erg aanstekelijke boel. 4,5*
The Velvet Underground - The Velvet Underground (1969)

4,0
0
geplaatst: 1 september 2008, 20:40 uur
Bijzonder hoog gemiddelde, maar toch een pak minder reacties dan bij het debuut of White Light/White Heat. Nochtans vind ik deze The Velvet Underground evengoed schitterend, waarbij hun zo typische, ietwat sleazy geluid iets minder prominent aanwezig is. Maar wat een nummers, wat een fenomenale songs sieren deze plaat!
Een vrij sterk begin met het trage, erg melancholische Candy Says: een zacht en romig liedje dat genoeg venijn bevat om te beklijven. Misschien niet opwindend genoeg voor de fans die White Light/White Heat als favoriete VU-album aanduiden, maar ik kan het wel hebben.
Nog sterker vind ik What Goes On, waardoor wel weer een zweem van nonchalance waait. Het geluid van de elektrische gitaren die tegen mekaar aanschurken zorgt ervoor dat je geteleporteerd wordt naar een groezelige wijk in het New York van de jaren zestig waar het aangenaam toeven is, hoewel je weet dat de dreiging immer om de hoek loert.
Some Kind Of Love is eveneens heerlijk, met opnieuw die ongedwongen vocalen. Op hun coolst en zo hoor ik deze band graag bezig.
Pale Blue Eyes zal net als de opener voor sommigen wat te zacht en lieflijk klinken, maar persoonlijk vind ik het een parel: mooie zang, die ijle gitaarsound op de achtergrond en -als sucker voor blauwe ogen- natuurlijk ook de tekst.
Ook Jesus is een soort van luisterliedje VU-style, maar vind ik minder krachtig. Nog steeds erg mooi en lang houdbaar, maar ik vind het zeker geen sleutelnummer binnen dit album.
Beginning To See The Light daarentegen is hier mijn grote favoriet, opzwepend én ontroerend. Telkens er gas wordt teruggenomen, gaan de haren op m'n armen rechtop staan. Wat een sfeervolle klasbak!
Het begin van I'm Set Free doet denken aan The Velvet Underground & Nico, maar heeft niet de envergure van de toppers van die plaat. Het is ongetwijfeld een prima nummer, maar het doet me gewoon niet zo heel veel. Om één of andere reden sleept het me niet volledig mee.
That's The Story Of My Life is eveneens een fijn, lichtzinnig (muzikaal dan toch) deuntje dat bij mij nooit in m'n hoofd zal spelen als ik denk aan dit album. Net als I'm Set Free heeft deze voor mij dus ietsje minder draagwijdte dan de eerste zes.
In The Murder Mystery leidt de experimenteerdrift tot een interessante song die ik noodzakelijk vind voor dit schijfje. Het zorgt voor de licht-bevreemdende toets die ik zo graag ervaar als ik naar The Velvet Underground luister.
Afsluiten doet het liever-dan-lieve slaapliedje After Hours, ondanks alles één van mijn lievelingen hier.
Met dit fantastische songmateriaal is deze wat mij betreft dus ei zo na even goed als de mythische bananen-plaat.
Een vrij sterk begin met het trage, erg melancholische Candy Says: een zacht en romig liedje dat genoeg venijn bevat om te beklijven. Misschien niet opwindend genoeg voor de fans die White Light/White Heat als favoriete VU-album aanduiden, maar ik kan het wel hebben.
Nog sterker vind ik What Goes On, waardoor wel weer een zweem van nonchalance waait. Het geluid van de elektrische gitaren die tegen mekaar aanschurken zorgt ervoor dat je geteleporteerd wordt naar een groezelige wijk in het New York van de jaren zestig waar het aangenaam toeven is, hoewel je weet dat de dreiging immer om de hoek loert.
Some Kind Of Love is eveneens heerlijk, met opnieuw die ongedwongen vocalen. Op hun coolst en zo hoor ik deze band graag bezig.
Pale Blue Eyes zal net als de opener voor sommigen wat te zacht en lieflijk klinken, maar persoonlijk vind ik het een parel: mooie zang, die ijle gitaarsound op de achtergrond en -als sucker voor blauwe ogen- natuurlijk ook de tekst.
Ook Jesus is een soort van luisterliedje VU-style, maar vind ik minder krachtig. Nog steeds erg mooi en lang houdbaar, maar ik vind het zeker geen sleutelnummer binnen dit album.
Beginning To See The Light daarentegen is hier mijn grote favoriet, opzwepend én ontroerend. Telkens er gas wordt teruggenomen, gaan de haren op m'n armen rechtop staan. Wat een sfeervolle klasbak!
Het begin van I'm Set Free doet denken aan The Velvet Underground & Nico, maar heeft niet de envergure van de toppers van die plaat. Het is ongetwijfeld een prima nummer, maar het doet me gewoon niet zo heel veel. Om één of andere reden sleept het me niet volledig mee.
That's The Story Of My Life is eveneens een fijn, lichtzinnig (muzikaal dan toch) deuntje dat bij mij nooit in m'n hoofd zal spelen als ik denk aan dit album. Net als I'm Set Free heeft deze voor mij dus ietsje minder draagwijdte dan de eerste zes.
In The Murder Mystery leidt de experimenteerdrift tot een interessante song die ik noodzakelijk vind voor dit schijfje. Het zorgt voor de licht-bevreemdende toets die ik zo graag ervaar als ik naar The Velvet Underground luister.
Afsluiten doet het liever-dan-lieve slaapliedje After Hours, ondanks alles één van mijn lievelingen hier.
Met dit fantastische songmateriaal is deze wat mij betreft dus ei zo na even goed als de mythische bananen-plaat.
The Velvet Underground - The Velvet Underground & Nico (1967)

4,5
0
geplaatst: 30 januari 2008, 20:54 uur
De bananenplaat wordt vaak genoemd als meest invloedrijke plaat aller tijden, maar is voor mij boven alles een grandioos album dat vier decennia na de releasedatum nog steeds waanzinnig fris klinkt. Mijn favoriete bands koppelen chaos aan melodie waardoor veelzijdige muziek ontstaat die bij elke luisterbeurt wel beter lijkt te worden. Ik denk hierbij aan dEUS, Pixies, Captain Beefheart, Tom Waits en natuurlijk The Velvet Underground. Deze The Velvet Underground & Nico is wat mij betreft hét hoogtepunt van Lou Reed en zijn kompanen: een pak opwindender dan The Velvet Underground, zonder dat het experiment de bovenhand neemt zoals op White Light/White Heat. Hoewel ik niet kapot ben van de stem van Reed, en ook Nico's vocalen me niet eindeloos ontroeren, is dit album pure magie. Nummers als Venus In Furs, Run Run Run en Heroin staan garant voor een onwaarschijnlijk intense luisterervaring en kunnen werkelijk niet kapot gedraaid worden. Ook de andere songs weten me telkens weer opnieuw mee te slepen en ik kan hier met de beste wil van de wereld geen enkele inzakker op bespeuren. Met voorlopig een 33ste stek in de top 250 zou ik zelfs durven stellen dat dit album op deze site lichtjes ondergewaardeerd wordt (onwaarschijnlijke waaghals die ik ben).
Tim Vanhamel - Welcome to the Blue House (2008)

4,0
0
geplaatst: 7 mei 2008, 17:06 uur
Na het onaantastbare Vantage Point is deze eerste soloworp van Tipover Vanhamel voor mij toch wel dé plaat van het jaar. Waar Welcome To The Blue House aanvankelijk wat zoutloos leek, nestelden de songs zich luisterbeurt per luisterbeurt steeds dieper vast in mijn ziel. Net als elk goed album geeft deze zijn schoonheid slechts met mondjesmaat bloot, het ene nummer nog trager dan het andere. Millionaire is 'n sterke band, maar ik moet wel in de juiste bui zijn voor hun platen. Van Welcome To The Blue House daarentegen, kan ik op elk moment van de dag genieten. Het is melancholisch, zeker, maar toch wordt het nergens dreinerig en rockt het hier en daar nog behoorlijk! Ook Vanhamels ontwapenend eerlijke teksten kunnen me erg bekoren. Een deel van de charme zit uiteraard in het feit dat Tim vooral 'n coole rocker is, die zich nu ook eens van z'n kwetsbare kant laat zien en het leed van zich afzingt.
Blue House begint al meteen fantastisch met het prachtige Until I Find You, voor mij een van dé nummers van het jaar. Ik heb deze single al zó vaak gedraaid dat ik 'm nu best even links laat liggen, maar ik zou dit toch bijna onder de categorie Onverwoestbaar durven te classificeren. Until I Find You klinkt inderdaad misschien nogal traditioneel, als iets dat wel al 'ns eerder werd gedaan, maar wat is het zo verschrikkelijk mooi!
Ook Living The Way You Should en Red River zijn absoluut top, hoewel het lang geduurd heeft voor ik tot deze conclusie kwam. Deze groeipareltjes zijn bijzonder rijkgevulde nummers die er geen twijfel meer over laten bestaan: er staat gewoon geen mindere song op dit album.
Dan volgt Sometimes I Wanna Run, een favoriet van in den beginne. Vanaf de eerste noot knalt deze edelsteen uit de startblokken om je na meer dan zes minuten total loss achter te laten. Track 4 sleurt je mee in een intense, avontuurlijke trip waarbij de ijle zang je in een ietwat benevelde sfeer onderdompelt. De zang vind ik op dit album overigens absoluut top, hoewel Vanhamels onvaste stem live nog iets aandoenlijker klinkt.
Ook Tell Me, met opnieuw die dromerige stem, is een meesterlijke popsong die mij doet hopen dat het niet bij die ene solo-inspanning blijft.
It's Not The Drug leunt wat dichter aan bij Millionaire, en de stofzuigersound mag er wezen. Sterk lied!
Which Of Us dan, dat van 'n angstaanjagend hoog niveau is, is misschien wel het absolute orgelpunt. Als de ex-evil superstar na die fabelachtige intro "I'm sure 'bout nothing else but loneliness" reciteert, ben je toch even van je melk. Tekstueel snijdt Which Of Us me werkelijk de adem af.
Het smekende, oppermelancholische Take Me Home weet dat er net een storm is gepasseerd, maar blijft moei-te-loos overeind.
Ook het bezwerende Saviour is droefgeestig, maar klinkt tegelijkertijd erg melodisch. De erg confronterende tekst komt nergens melig over, wat toch wel 'n huzarenstukje is.
Like A Fire, mét prachtige zang, is iets lichtvoetiger, en één van mijn zoveelste favorieten. De popparels volgen elkaar hier in sneltempo op.
Wat kan ik dan nog vertellen over A Return To Love en Garden Of Weeds? Ook hier word ik heel diep geraakt door twee wederom bloedmooie nummers, nog gevolgd door de woeste tirade die de ghost track is. Wat kan de liefde je volledig kapot maken...
Met dit bijzonder persoonlijke album bewijst Tim Vanhamel dat hartzeer, hoe cru dit ook klinkt, misschien wel de beste inspiratie is voor kunst. Net als The Ideal Crash van dEUS is Welcome To The Blue House een liefdesplaat geworden waarin vooral de pijn wordt bezongen. Een top tien-plaats dringt zich op.
Blue House begint al meteen fantastisch met het prachtige Until I Find You, voor mij een van dé nummers van het jaar. Ik heb deze single al zó vaak gedraaid dat ik 'm nu best even links laat liggen, maar ik zou dit toch bijna onder de categorie Onverwoestbaar durven te classificeren. Until I Find You klinkt inderdaad misschien nogal traditioneel, als iets dat wel al 'ns eerder werd gedaan, maar wat is het zo verschrikkelijk mooi!
Ook Living The Way You Should en Red River zijn absoluut top, hoewel het lang geduurd heeft voor ik tot deze conclusie kwam. Deze groeipareltjes zijn bijzonder rijkgevulde nummers die er geen twijfel meer over laten bestaan: er staat gewoon geen mindere song op dit album.
Dan volgt Sometimes I Wanna Run, een favoriet van in den beginne. Vanaf de eerste noot knalt deze edelsteen uit de startblokken om je na meer dan zes minuten total loss achter te laten. Track 4 sleurt je mee in een intense, avontuurlijke trip waarbij de ijle zang je in een ietwat benevelde sfeer onderdompelt. De zang vind ik op dit album overigens absoluut top, hoewel Vanhamels onvaste stem live nog iets aandoenlijker klinkt.
Ook Tell Me, met opnieuw die dromerige stem, is een meesterlijke popsong die mij doet hopen dat het niet bij die ene solo-inspanning blijft.
It's Not The Drug leunt wat dichter aan bij Millionaire, en de stofzuigersound mag er wezen. Sterk lied!
Which Of Us dan, dat van 'n angstaanjagend hoog niveau is, is misschien wel het absolute orgelpunt. Als de ex-evil superstar na die fabelachtige intro "I'm sure 'bout nothing else but loneliness" reciteert, ben je toch even van je melk. Tekstueel snijdt Which Of Us me werkelijk de adem af.
Het smekende, oppermelancholische Take Me Home weet dat er net een storm is gepasseerd, maar blijft moei-te-loos overeind.
Ook het bezwerende Saviour is droefgeestig, maar klinkt tegelijkertijd erg melodisch. De erg confronterende tekst komt nergens melig over, wat toch wel 'n huzarenstukje is.
Like A Fire, mét prachtige zang, is iets lichtvoetiger, en één van mijn zoveelste favorieten. De popparels volgen elkaar hier in sneltempo op.
Wat kan ik dan nog vertellen over A Return To Love en Garden Of Weeds? Ook hier word ik heel diep geraakt door twee wederom bloedmooie nummers, nog gevolgd door de woeste tirade die de ghost track is. Wat kan de liefde je volledig kapot maken...
Met dit bijzonder persoonlijke album bewijst Tim Vanhamel dat hartzeer, hoe cru dit ook klinkt, misschien wel de beste inspiratie is voor kunst. Net als The Ideal Crash van dEUS is Welcome To The Blue House een liefdesplaat geworden waarin vooral de pijn wordt bezongen. Een top tien-plaats dringt zich op.
Tom Barman & Guy Van Nueten - Live (2003)

4,0
0
geplaatst: 20 september 2008, 18:33 uur
wcs schreef:
Dankzij deze cd heb ik toch maar mooi chet baker en nick drake ontdekt
Dankzij deze cd heb ik toch maar mooi chet baker en nick drake ontdekt
Vind ik ook dé grote meerwaarde van dit album! Tom Barman was voor mij sowieso al een bron om nieuwe muziek door te gaan ontdekken, of het nu was door covers te brengen met dEUS of zijn muzikale helden te noemen in interviews. De covers die hij gekozen heeft voor deze plaat met Guy Van Nueten getuigen weer van 's mans geweldige smaak. Joni Mitchell, Nick Drake, J.J. Cale: wat past het allemaal perfect binnen dit concept. De gestripte dEUS-songs zijn natuurlijk niet kapot te krijgen, maar écht beter dan het origineel vind ik ze niet. Hoeft ook niet natuurlijk, het is altijd leuk om deze parels eens akoestisch te horen.
