Hier kun je zien welke berichten Zandkuiken als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Absynthe Minded - New Day (2005)

4,0
0
geplaatst: 27 januari 2008, 20:41 uur
Hoewel ik ook Acquired Taste en There Is Nothing in huis heb, is deze New Day vooralsnog de enige plaat van Absynthe Minded die ik écht ken. De My Heroics-factor speelt hierbij waarschijnlijk een grote rol, maar ook de rest van het album is niet te versmaden.
De tempowisselingen in sterke opener Mary's Hotel (Fire Sets In) zetten meteen de toon: de impulsiviteit van Acquired Taste is nog aanwezig, maar er is meer ruimte gekomen voor de melodie.
Met het wispelturige Fortune is één van m'n favorieten aan de beurt. Ook hier worden melancholische rustpunten afgewisseld met aanzwellende rockuitbarstingen.
To The Boredom Dying slowly kiest voluit voor rock en laat de zigeunerinvloeden even links liggen. Lekker nummer.
Dan volgt de hit My Heroics, Part One, een onverwoestbaar nummer dat 2,5 jaar na de eerste luisterbeurt nog steeds wondermooi is. Dit sobere lied is natuurlijk opgehangen aan een doodsimpel basloopje, maar de fenomenale stem van Bert Ostyn speelt eveneens een grote rol. Voor mij steekt deze weergaloze parel ook een pak uit boven de rest van de plaat, maar toch is er naast deze wereldsong nog genoeg fraais te vinden op New Day.
Het aanstekelijke Substitute bijvoorbeeld, waarin de swinginvloeden de dienst uitmaken.
Op naar het volgende prijsbeest, met het originele Singalong Song, dat ook tekstueel van hoog niveau is.
Met het prima Down Deep Inside is het nog steeds wachten op de eerste inzakker van deze CD.
One Way Or Another borduurt verder op de eclectische stijl, wat resulteert in een rijke song waarin scheuten pop worden vermengd met bohémienklanken.
Het dreigende I Don't Buy It ontpopt zich met de hulp van een orgel tot een episch nummer dat op magnifieke wijze naar een climax opbouwt.
Ook Wash houdt het torenhoge niveau vast en klinkt, ondanks de gedaanteverwisselingen, zeer melodieus.
I Like You When You're Sad is het zoveelste hoogtepunt en ook één van de populairste nummers van de Gentse groep.
Clock Is Ticking stamt waarschijnlijk nog af van het Acquired Taste-tijdperk, aangezien deze toch wat meer jazzinvloeden bevat. Klasse!
Het gemoedelijke Smoke Gets In Your Eyes doet me ook meteen denken aan de debuutplaat en ook deze keer pakt dit geweldig uit.
New Day dan, één van mijn favorieten sinds het begin. Net als Fortune is deze nu eens uitbundig, dan weer ingetogen. De viool van Renaud Ghilbert weet te ontroeren.
Het laidback Cascade is de vijftiende keer op rij raak, toch wel indrukwekkend hoor!
Afsluiten doet het heerlijke All It Is, dat na al die oorverwenners toch niet anders kon dan uitstekend voor de dag te komen.
Zestien nummers is natuurlijk wel wat veel, maar er staat wat mij betreft geen enkel minder nummer op deze New Day. Reken daar nog eens de vele hoogtepunten bij en de zeldzame schoonheid van My Heroics, en ik moet besluiten dat dit toch wel een bijzonder goede plaat is.
De tempowisselingen in sterke opener Mary's Hotel (Fire Sets In) zetten meteen de toon: de impulsiviteit van Acquired Taste is nog aanwezig, maar er is meer ruimte gekomen voor de melodie.
Met het wispelturige Fortune is één van m'n favorieten aan de beurt. Ook hier worden melancholische rustpunten afgewisseld met aanzwellende rockuitbarstingen.
To The Boredom Dying slowly kiest voluit voor rock en laat de zigeunerinvloeden even links liggen. Lekker nummer.
Dan volgt de hit My Heroics, Part One, een onverwoestbaar nummer dat 2,5 jaar na de eerste luisterbeurt nog steeds wondermooi is. Dit sobere lied is natuurlijk opgehangen aan een doodsimpel basloopje, maar de fenomenale stem van Bert Ostyn speelt eveneens een grote rol. Voor mij steekt deze weergaloze parel ook een pak uit boven de rest van de plaat, maar toch is er naast deze wereldsong nog genoeg fraais te vinden op New Day.
Het aanstekelijke Substitute bijvoorbeeld, waarin de swinginvloeden de dienst uitmaken.
Op naar het volgende prijsbeest, met het originele Singalong Song, dat ook tekstueel van hoog niveau is.
Met het prima Down Deep Inside is het nog steeds wachten op de eerste inzakker van deze CD.
One Way Or Another borduurt verder op de eclectische stijl, wat resulteert in een rijke song waarin scheuten pop worden vermengd met bohémienklanken.
Het dreigende I Don't Buy It ontpopt zich met de hulp van een orgel tot een episch nummer dat op magnifieke wijze naar een climax opbouwt.
Ook Wash houdt het torenhoge niveau vast en klinkt, ondanks de gedaanteverwisselingen, zeer melodieus.
I Like You When You're Sad is het zoveelste hoogtepunt en ook één van de populairste nummers van de Gentse groep.
Clock Is Ticking stamt waarschijnlijk nog af van het Acquired Taste-tijdperk, aangezien deze toch wat meer jazzinvloeden bevat. Klasse!
Het gemoedelijke Smoke Gets In Your Eyes doet me ook meteen denken aan de debuutplaat en ook deze keer pakt dit geweldig uit.
New Day dan, één van mijn favorieten sinds het begin. Net als Fortune is deze nu eens uitbundig, dan weer ingetogen. De viool van Renaud Ghilbert weet te ontroeren.
Het laidback Cascade is de vijftiende keer op rij raak, toch wel indrukwekkend hoor!
Afsluiten doet het heerlijke All It Is, dat na al die oorverwenners toch niet anders kon dan uitstekend voor de dag te komen.
Zestien nummers is natuurlijk wel wat veel, maar er staat wat mij betreft geen enkel minder nummer op deze New Day. Reken daar nog eens de vele hoogtepunten bij en de zeldzame schoonheid van My Heroics, en ik moet besluiten dat dit toch wel een bijzonder goede plaat is.
Absynthe Minded - There Is Nothing (2007)

3,0
0
geplaatst: 20 september 2008, 20:18 uur
Zeker geen slechte, deze There Is Nothing, dus je zal er je vingers niet aan verbranden KidChino8. Maar toch minder dan New Day naar mijn gevoel, en met Acquired Taste heeft ie nog maar weinig gemeen. Absynthe Minded heeft hier duidelijk gekozen voor een meer songgerichte aanpak, en eigenlijk zou die me beter moeten liggen, maar toch ontbeert There Is Nothing een beetje de magie van het vorige werk. De overstap naar pop houdt natuurlijk altijd het risico in dat de muziek wat "vervlakt" en dat is hier en daar toch een beetje het geval vind ik persoonlijk. Maar erg is dat allemaal niet want daar staan heel wat leuke songs tegenover. Zo is er de hier al vaak aangehaalde single Plane Song, die toont hoe het rockalbum van deze band over de gehele lijn had moeten klinken. Ook I Wanna Forget vind ik heel fijn, en is bizar genoeg m'n favoriet vanaf de eerste luisterbeurt. Velen zullen het hier niet met me eens zijn, maar ik kan er ook niet aan doen. De balkan-invloeden duiken hier en daar ook nog eens op, onder meer in het swingende A Great Height, ook al één van de klappers op deze plaat. Daarnaast zijn er nog een aantal rustpunten waarin Ostyn zijn wonderlijke vocalen tentoon kan spreiden, waarvan ik Attitude Gratitude, It's All Around You en I'll Be Alright het beste kan smaken.
Waar New Day bij mij echt de tijd gekregen heeft om langzaam te rijpen (ik was werkelijk verslaafd aan My Heroics, nog steeds mijn lievelingsnummer aller tijden), kan ik zeker niet zeggen dat There Is Nothing hier al grijs werd gedraaid. Voorlopig geldt ie vooral als heel degelijk, maar misschien dat deze muziek met de tijd ook steeds beter wordt. Ik hoop het alvast!
Waar New Day bij mij echt de tijd gekregen heeft om langzaam te rijpen (ik was werkelijk verslaafd aan My Heroics, nog steeds mijn lievelingsnummer aller tijden), kan ik zeker niet zeggen dat There Is Nothing hier al grijs werd gedraaid. Voorlopig geldt ie vooral als heel degelijk, maar misschien dat deze muziek met de tijd ook steeds beter wordt. Ik hoop het alvast!
Admiral Freebee - Admiral Freebee (2003)

4,0
0
geplaatst: 27 januari 2008, 16:55 uur
Bijzonder sterke debuutplaat van één van mijn favoriete inheemse artiesten.
Het begint al meteen fantastisch met het heerlijke Get Out Of Town, dat zich aanvankelijk uitgeeft voor een ingetogen pareltje, maar onverhoeds omslaat in een woeste tirade. Deze tempoversnelling zal niet iedereen even goed bevallen, maar ik vind de opener al meteen één van de hoogtepunten.
Rags 'N' Run, één van de bekendere nummers van de heer Van Laere, is misschien wel het mooiste lied van de man van Brasschaat. In tegenstelling tot anderen hier heb ik het wel heel erg begrepen op de stem van de zanger, die in Rags 'n Run beter klinkt dan ooit.
Met Rebound Love en Ever Present wordt het gaspedaal ingedrukt en het resultaat is niets minder dan indrukwekkend.
There's A Road (Noorderlaan) laat opnieuw de rustigere kant van Van Laere aan het woord. Sublieme song!
Het uitgelaten I Got Love is plezant, maar ben ik alweer vergeten nog voor het volgende nummer begonnen is.
Dat volgende nummer is het Dylaneske Mediterranean Sea, dat zijn plaatsje op dit album zeker verdient.
Het avontuurlijke Admiral For President doet me dan weer denken aan die andere grote held van deze artiest: Tom Waits. De criticasters die Admiral Freebee een gebrek aan originaliteit verwijten kunnen na dit nummer inbinden.
Serenity Now! (fijne titel trouwens) is een melancholisch liedje waarbij ik opnieuw ontroerd word door Toms stem.
Het lichtvoetige Einstein Brain is ondertussen al een Belgische klassieker geworden en toont dat de introverte Van Laere over een stevige dosis humor beschikt. Bijzonder catchy!
Alibies, met opnieuw Nathalie Delcroix, bewijst eens te meer dat het niveau van Freebees rustigere nummers angstaanjagend hoog is. In rockmodus klinkt hij me soms iets te "vlak", maar de langzame liederen weten me steevast te ontroeren.
De frivole afsluiter Bad Year For Rock 'N' Roll doet me wat denken aan Divebomb Djingle op Worst Case Scenario van dEUS. Een gepast slot van een voortreffelijk debuut.
Het begint al meteen fantastisch met het heerlijke Get Out Of Town, dat zich aanvankelijk uitgeeft voor een ingetogen pareltje, maar onverhoeds omslaat in een woeste tirade. Deze tempoversnelling zal niet iedereen even goed bevallen, maar ik vind de opener al meteen één van de hoogtepunten.
Rags 'N' Run, één van de bekendere nummers van de heer Van Laere, is misschien wel het mooiste lied van de man van Brasschaat. In tegenstelling tot anderen hier heb ik het wel heel erg begrepen op de stem van de zanger, die in Rags 'n Run beter klinkt dan ooit.
Met Rebound Love en Ever Present wordt het gaspedaal ingedrukt en het resultaat is niets minder dan indrukwekkend.
There's A Road (Noorderlaan) laat opnieuw de rustigere kant van Van Laere aan het woord. Sublieme song!
Het uitgelaten I Got Love is plezant, maar ben ik alweer vergeten nog voor het volgende nummer begonnen is.
Dat volgende nummer is het Dylaneske Mediterranean Sea, dat zijn plaatsje op dit album zeker verdient.
Het avontuurlijke Admiral For President doet me dan weer denken aan die andere grote held van deze artiest: Tom Waits. De criticasters die Admiral Freebee een gebrek aan originaliteit verwijten kunnen na dit nummer inbinden.
Serenity Now! (fijne titel trouwens) is een melancholisch liedje waarbij ik opnieuw ontroerd word door Toms stem.
Het lichtvoetige Einstein Brain is ondertussen al een Belgische klassieker geworden en toont dat de introverte Van Laere over een stevige dosis humor beschikt. Bijzonder catchy!
Alibies, met opnieuw Nathalie Delcroix, bewijst eens te meer dat het niveau van Freebees rustigere nummers angstaanjagend hoog is. In rockmodus klinkt hij me soms iets te "vlak", maar de langzame liederen weten me steevast te ontroeren.
De frivole afsluiter Bad Year For Rock 'N' Roll doet me wat denken aan Divebomb Djingle op Worst Case Scenario van dEUS. Een gepast slot van een voortreffelijk debuut.
Admiral Freebee - Songs (2005)

4,0
0
geplaatst: 20 juni 2008, 15:44 uur
Wat mij betreft kan deze Songs zich moeiteloos meten met Van Laeres debuutinspanning. De rockende nummers zijn iets scherper dan op Admiral Freebee, getuige daarvan onder andere het ziedende The Worst Is Yet To Come en waanzinnig catchy deuntjes als Lucky One en Oh Darkness. De rustige liedjes op hun beurt weten als vanouds te ontroeren en bewijzen 's mans talent als songschrijver. Recipe For Disaster, Boy You Never Found, Carry On, Afterglow, Framing The Agony en Baby's Chest: bloedmooie pareltjes die van Freebee één van mijn meest gekoesterde inheemse artiesten maken.
Admiral Freebee - Wild Dreams of New Beginnings (2006)

3,0
0
geplaatst: 21 juli 2008, 00:06 uur
Deze Wild Dreams Of New Beginnings was toch wel 'n lichte teleurstelling na de twee pareltjes die de marinier eerder op de mensheid losliet. Van Laeres derde plaat heet zachter te zijn, en die aanpak zou me nochtans moeten liggen. Het probleem is echter 'n beetje het songmateriaal, dat voor mij persoonlijk minder sterk is.
Opener Faithful To The Night is een fijn nummer, ideaal om je te vergezellen tijdens lange ritten op nog langere wegen. En toch, en toch ... Deze single heeft niet de eeuwigheidswaarde waarover de toppers van 's mans vorige worpen wel beschikken.
I'd Much Rather Go Out With The Boys komt scherper voor de dag, en is toch op z'n minst een bescheiden meezinger, die jammer genoeg gebukt gaat onder het juk van een minder sterk refrein. Toch opnieuw een prima nummer, maar niet onvergetelijk.
Intiemer van aard is Trying To Get Away, op zich wel weer 'n mooi liedje. Maar waar de Brasschatenaar in het verleden mij altijd heel erg stil kreeg met z'n melancholischere deuntjes, laat dit nummer me eigenlijk volledig koud. Mocht Freebee het op 'n concert inzetten, het zou bij mij alleszins geen kreetjes van herkenning teweegbrengen.
Evenmin magistraal vind ik All Through The Night en Perfect Town. Laatstgenoemde is opnieuw een ballade die maar wat aan de vlakte lijkt rond te banjeren, zonder me van m'n sokken te blazen. Uiteraard wordt hier nog 'n aanvaardbaar niveau gehaald, maar deze artiest slaagde er in het verleden net wél in om volledig in te pakken, vandaar dat ik vrij kritisch klink.
Nobody Knows You is er daarentegen wel eentje dat me sinds de release van Wild Dreams Of New Beginnings serieus is bijgebleven. Hier weet de Antwerpse Neil Young wél de juiste snaar te raken bij mij. Verstilling is dan ook m'n deel. De tweede stem is eveneens 'n voltreffer te noemen. Net nog niet de klasse van een Rags 'N' Run, maar bij-zon-der mooi.
Wild Dreams Of New Beginnings, zeg maar gerust het titelnummer, is ook vrij intimistisch van aard. Maar opnieuw blijft Van Laeres motor sputteren in derde versnelling. Is dit zwak? Gaat dit op de zenuwen werken? Uiteraard niet, maar het is opnieuw geen song waar ik naar moét luisteren. Waar ik naar smacht. Waar ik me koortsachtig naartoe rep.
Devil In The Details is dat bijna wel: het potentieel is aanwezig, maar toch is het ietwat vrijblijvend. Niettemin één van de betere luisterstukjes op dit schijfje.
Tijdens Living For The Weekend is de toon 'n pak lichtzinniger. Nog niet de kolder van Einstein Brain, maar toch 'n vrolijk deuntje. Hoewel het niet de meezing-factor heeft van Oh Darkness, is het hier meebrullen geblazen.
In Blue Eyes, dat de aangrijpende slottandem op gang blaast, begeleidt de zanger zichzelf enkel met een piano en het resultaat weet me wel te ontroeren.
Ook de toetsen in de bloedmooie afsluiter Coming Of The Knight doen het 'm voor mij: dit slotnummer steekt wat mij betreft Nobody Knows You naar de kroon als absolute hoogtepunt.
De uitbarstingen van Admiral Freebee leverden in het verleden wel eens 'n gênant moment op, maar zonder weerhaakjes wordt het allemaal wat zoutloos. Als dan het materiaal zelf geen hoge toppen scheert, wordt dat des te makkelijker blootgelegd. Toch is Wild Dreams Of New Beginnings een sterke plaat waarop de onmetelijke klasse van Tom Van Laere met vlagen bijzonder goed te horen is. Hoewel ik vrij negatief klink, overvalt me nergens de drang om dit heerschap de mond te snoeren. Zelfs in mindere doen weet deze klasbak mij te boeien.
Opener Faithful To The Night is een fijn nummer, ideaal om je te vergezellen tijdens lange ritten op nog langere wegen. En toch, en toch ... Deze single heeft niet de eeuwigheidswaarde waarover de toppers van 's mans vorige worpen wel beschikken.
I'd Much Rather Go Out With The Boys komt scherper voor de dag, en is toch op z'n minst een bescheiden meezinger, die jammer genoeg gebukt gaat onder het juk van een minder sterk refrein. Toch opnieuw een prima nummer, maar niet onvergetelijk.
Intiemer van aard is Trying To Get Away, op zich wel weer 'n mooi liedje. Maar waar de Brasschatenaar in het verleden mij altijd heel erg stil kreeg met z'n melancholischere deuntjes, laat dit nummer me eigenlijk volledig koud. Mocht Freebee het op 'n concert inzetten, het zou bij mij alleszins geen kreetjes van herkenning teweegbrengen.
Evenmin magistraal vind ik All Through The Night en Perfect Town. Laatstgenoemde is opnieuw een ballade die maar wat aan de vlakte lijkt rond te banjeren, zonder me van m'n sokken te blazen. Uiteraard wordt hier nog 'n aanvaardbaar niveau gehaald, maar deze artiest slaagde er in het verleden net wél in om volledig in te pakken, vandaar dat ik vrij kritisch klink.
Nobody Knows You is er daarentegen wel eentje dat me sinds de release van Wild Dreams Of New Beginnings serieus is bijgebleven. Hier weet de Antwerpse Neil Young wél de juiste snaar te raken bij mij. Verstilling is dan ook m'n deel. De tweede stem is eveneens 'n voltreffer te noemen. Net nog niet de klasse van een Rags 'N' Run, maar bij-zon-der mooi.
Wild Dreams Of New Beginnings, zeg maar gerust het titelnummer, is ook vrij intimistisch van aard. Maar opnieuw blijft Van Laeres motor sputteren in derde versnelling. Is dit zwak? Gaat dit op de zenuwen werken? Uiteraard niet, maar het is opnieuw geen song waar ik naar moét luisteren. Waar ik naar smacht. Waar ik me koortsachtig naartoe rep.
Devil In The Details is dat bijna wel: het potentieel is aanwezig, maar toch is het ietwat vrijblijvend. Niettemin één van de betere luisterstukjes op dit schijfje.
Tijdens Living For The Weekend is de toon 'n pak lichtzinniger. Nog niet de kolder van Einstein Brain, maar toch 'n vrolijk deuntje. Hoewel het niet de meezing-factor heeft van Oh Darkness, is het hier meebrullen geblazen.
In Blue Eyes, dat de aangrijpende slottandem op gang blaast, begeleidt de zanger zichzelf enkel met een piano en het resultaat weet me wel te ontroeren.
Ook de toetsen in de bloedmooie afsluiter Coming Of The Knight doen het 'm voor mij: dit slotnummer steekt wat mij betreft Nobody Knows You naar de kroon als absolute hoogtepunt.
De uitbarstingen van Admiral Freebee leverden in het verleden wel eens 'n gênant moment op, maar zonder weerhaakjes wordt het allemaal wat zoutloos. Als dan het materiaal zelf geen hoge toppen scheert, wordt dat des te makkelijker blootgelegd. Toch is Wild Dreams Of New Beginnings een sterke plaat waarop de onmetelijke klasse van Tom Van Laere met vlagen bijzonder goed te horen is. Hoewel ik vrij negatief klink, overvalt me nergens de drang om dit heerschap de mond te snoeren. Zelfs in mindere doen weet deze klasbak mij te boeien.
Antony and the Johnsons - Antony and the Johnsons (2000)

4,0
0
geplaatst: 19 september 2008, 21:42 uur
Wel Zigstar, ik ben eigenlijk ook niet zo'n geweldige aanhanger van theatrale muziek, maar voor Antonio y Los Johnsons val ik telkens als een steen! Dit weergaloze debuut moet het wel nog net (het scheelt echt niks, een haar zo lang als dat van Antony op de hoesfoto) afleggen tegen I Am A Bird Now. Vooral ook omdat ik zijn succesalbum uit 2005 nog beter ken: telkens ik voor m'n platenkast stond, greep ik intuïtief naar I Am A Bird Now (je zou voor minder, wat een parel!). Maar deze Antony & The Johnsons moet er qua materiaal eigenlijk bijna niet voor onderdoen, maar ja ... mijn emotionele band ermee is toch nog ietsje minder.
Antony's stemgeluid is voor mij een acquired taste geweest (hoe meer muziek ik er van leer kennen, hoe minder aanpassing nodig blijkt) en zo'n song als Hitler In My Heart vond ik bij een eerste luisterbeurt behoorlijk krankjorum. 't Is dus echt wel een plaat die je tijd moet geven, denk ik, maar je krijgt er dan ook héél veel voor terug.
Negen toppers, maar als ik er een paar moet uitnemen, scoort het populaire Cripple And The Starfish ook bij mij bijzonder goed. De anale seks-connotatie waarmee Michael1992 op de proppen kwam is nieuw voor mij
, maar sowieso steekt ie er vooral muzikaal bovenuit. Tekstueel vind ik dan weer het hartbrekende (raakt me echt zeer diep) Rapture erg bijzonder, alsook The Atrocities ("God visits all lost souls/To survey the damage"). Een andere favoriet is het aan Fistful Of Love verwante Deeper Than Love waarin de tempoverschuiving een bijzonder geslaagde zet mag genoemd worden.
Dit debuut vergelijken met I Am A Bird Now is keihard want die laatste geldt voor mij als één van de allermooiste platen die ik in huis heb, maar toch houdt Antony & The Johnsons zich goed staande en geldt hij als een speciaal en uniek album dat me vanuit de platenkast immer toefonkelt.
Antony's stemgeluid is voor mij een acquired taste geweest (hoe meer muziek ik er van leer kennen, hoe minder aanpassing nodig blijkt) en zo'n song als Hitler In My Heart vond ik bij een eerste luisterbeurt behoorlijk krankjorum. 't Is dus echt wel een plaat die je tijd moet geven, denk ik, maar je krijgt er dan ook héél veel voor terug.
Negen toppers, maar als ik er een paar moet uitnemen, scoort het populaire Cripple And The Starfish ook bij mij bijzonder goed. De anale seks-connotatie waarmee Michael1992 op de proppen kwam is nieuw voor mij
, maar sowieso steekt ie er vooral muzikaal bovenuit. Tekstueel vind ik dan weer het hartbrekende (raakt me echt zeer diep) Rapture erg bijzonder, alsook The Atrocities ("God visits all lost souls/To survey the damage"). Een andere favoriet is het aan Fistful Of Love verwante Deeper Than Love waarin de tempoverschuiving een bijzonder geslaagde zet mag genoemd worden.Dit debuut vergelijken met I Am A Bird Now is keihard want die laatste geldt voor mij als één van de allermooiste platen die ik in huis heb, maar toch houdt Antony & The Johnsons zich goed staande en geldt hij als een speciaal en uniek album dat me vanuit de platenkast immer toefonkelt.
Antony and the Johnsons - I Am a Bird Now (2005)

4,5
0
geplaatst: 18 juni 2008, 15:19 uur
Ook bij mij was het zeker geen liefde op het eerste gezicht met deze I Am A Bird Now. Toen ik de eerste keer in contact kwam met de wel erg bijzondere stem van de zanger, legde ik 'm al na enkele noten het zwijgen op: té excentriek. Mijn denkbeeld veranderde niet toen ik die grote androgyne loebas wat later zag optreden op BBC. Waarom keerde dit album toch overal terug in eindejaarslijstjes van gerespecteerde muziekkenners?
Toen ik wat later wat om deuntjes verlegen zat, probeerde ik het nog eens, je weet maar nooit. En inderdaad, deze keer pakte de mayonnaise. Toch een beetje. Voornamelijk What Can I Do? kon me bekoren, met de vocalen van Rufus Wainwright nota bene.
Talloze luisterbeurten later kan ik me nauwelijks nog inbeelden dat de grenzeloze dramatiek van I Am A Bird Now aan me ontsnapte. Ik herinner me een uitspraak van Tom Van Laere (alias Admiral Freebee) waarin hij stelt dat de muziek van Antony & The Johnsons best wel mooi is, maar hij na 5 minuten genoeg heeft van die overdreven pathos. Ik hoorde de breekbaarheid dus echt niet in het begin; het stopte voor mij bij die bizarre stem.
Anno 2008 is dit album één van de meest beluisterde van mijn hele platencollectie, een album waar ik altijd naar kan teruggrijpen. Hoewel ie dezer dagen niet zo heel vaak meer door mijn boxen klinkt, heb ik in het verleden eindeloos mijn toevlucht gezocht bij I Am A Bird Now als ik weer eens besluiteloos naar mijn CD's zat te staren. Momenteel staat mijn persoonlijke top-10 niet ingevuld, maar dit schijfje zou een certitude zijn, en dat zie ik nog niet vlug veranderen.
De eerste seconden van Hope There's Someone, na al die tijd misschien wel mijn allergrootste favoriet, zijn al meteen aardverschuivend mooi. Ik kan best wel begrijpen dat dit iemand te sentimenteel is, maar voor mij is het dat helemaal niet. No way! Deze pianoballade zwelt stelselmatig aan, maar wordt nergens kitscherig. Toch weet vooral het kale begin mij van m'n sokken te blazen.
My Lady Story herbergt naar mijn gevoel minder eenzaamheid, en is minder sober dan de opener. De pianostrelingen zorgen ook hier voor ontroering, niet in het minst op het moment dat het refrein wordt achtergelaten om een nieuwe strofe op gang te brengen. Die paar toetsen zijn magnifiek.
For Today I Am A Boy is vinniger en Antony klinkt hier ook strijdlustiger dan ooit. Zijn lieflijke falsetto heeft toch even plaats geruimd voor een scherper stemgeluid. En hoewel deze song geen persoonlijke favoriet is, tilt dit nummer I Am A Bird Now naar een hoger plan. Het zorgt voor een soort van levendigheid.
Man Is The Baby, dat je in het middenstuk even in slaap lijkt te wiegen, wordt toch opnieuw op gang getrokken en de climax laat opnieuw koude rillingen achter.
You Are My Sister dan, eentje dat ik geweldig koester, is breekbaarder dan 'n zandkoekje, maar vind ik nergens mierzoet. De bijdrage van Boy George kan ik hebben, maar toch ben ik altijd blij als ik Antony het hoor overnemen van hem.
Het eerder aangehaalde What Can I Do is nog steeds 'n magnifieke compostie en heeft me naar het oeuvre van Rufus Wainwright geleid, hoewel ik daar nog maar mijn eerste verkennende stapjes zet.
Ook Fistfull Of Love is één van de ongenaakbare toppers: het moment waarop 'Straight through my heart, it's out of love' weerklinkt vind ik niets minder dan héérlijk. Minder ingetogen, en dus trekt deze niet echt de kaart van de ontroering. Eerder voel ik een soort van euforie als ik naar Fistfull Of Love luister.
Na de mysterieuze intro van Spiralling wacht ik op 'n soort van griezelige, Lynchiaanse ervaring, maar gelukkig besluit Antony er gewoon een mooi nummer uit te persen. Het is voor mij niet het meest onvergetelijke van deze schijf, maar gewoon 'n ontroerend luisterstukje dat de fenomenale standaard hoog houdt.
Het bevreemdende Free At Last is misschien maar een schetsje, maar wat voor eentje! Telkens opnieuw word ik zachtjes ondergedompeld in een geluksroes, met als apotheose de zinsnede 'Ladies and gentlemen, Antony & The Johnsons'. Vooral de manier waarop 'Johnsons' is uitgesproken vind ik hartverscheurend. Er gaat zoiets hulpeloos van uit. Erg raar dat Free At Last zo'n gevoel bij me kan opwekken.
En wat gezegd van Berd Gehrl: nog één keer, nog een allerlaatste keer, zo verschrikkelijk aangrijpend als een afscheid snijdt Antony's falsetto recht door m'n ziel. Een nummer dat misschien nóg emotioneler is dan Hope There's Someone. Wát een afsluiter.
I Am A Bird Now is het soort album dat ik nooit moe raak, en hopelijk ook nooit moe zal worden. Naast het genot dat ik uit dit album haal, heeft Antony me ook warm gemaakt voor muziek waarbij de gitaren eens niet de dienst uitmaken.
Enige minpuntje misschien: als je het boekje uit de CD haalt, wil ie er met de beste wil van de wereld niet meer in. Een geval van androgyne humor misschien?
Toen ik wat later wat om deuntjes verlegen zat, probeerde ik het nog eens, je weet maar nooit. En inderdaad, deze keer pakte de mayonnaise. Toch een beetje. Voornamelijk What Can I Do? kon me bekoren, met de vocalen van Rufus Wainwright nota bene.
Talloze luisterbeurten later kan ik me nauwelijks nog inbeelden dat de grenzeloze dramatiek van I Am A Bird Now aan me ontsnapte. Ik herinner me een uitspraak van Tom Van Laere (alias Admiral Freebee) waarin hij stelt dat de muziek van Antony & The Johnsons best wel mooi is, maar hij na 5 minuten genoeg heeft van die overdreven pathos. Ik hoorde de breekbaarheid dus echt niet in het begin; het stopte voor mij bij die bizarre stem.
Anno 2008 is dit album één van de meest beluisterde van mijn hele platencollectie, een album waar ik altijd naar kan teruggrijpen. Hoewel ie dezer dagen niet zo heel vaak meer door mijn boxen klinkt, heb ik in het verleden eindeloos mijn toevlucht gezocht bij I Am A Bird Now als ik weer eens besluiteloos naar mijn CD's zat te staren. Momenteel staat mijn persoonlijke top-10 niet ingevuld, maar dit schijfje zou een certitude zijn, en dat zie ik nog niet vlug veranderen.
De eerste seconden van Hope There's Someone, na al die tijd misschien wel mijn allergrootste favoriet, zijn al meteen aardverschuivend mooi. Ik kan best wel begrijpen dat dit iemand te sentimenteel is, maar voor mij is het dat helemaal niet. No way! Deze pianoballade zwelt stelselmatig aan, maar wordt nergens kitscherig. Toch weet vooral het kale begin mij van m'n sokken te blazen.
My Lady Story herbergt naar mijn gevoel minder eenzaamheid, en is minder sober dan de opener. De pianostrelingen zorgen ook hier voor ontroering, niet in het minst op het moment dat het refrein wordt achtergelaten om een nieuwe strofe op gang te brengen. Die paar toetsen zijn magnifiek.
For Today I Am A Boy is vinniger en Antony klinkt hier ook strijdlustiger dan ooit. Zijn lieflijke falsetto heeft toch even plaats geruimd voor een scherper stemgeluid. En hoewel deze song geen persoonlijke favoriet is, tilt dit nummer I Am A Bird Now naar een hoger plan. Het zorgt voor een soort van levendigheid.
Man Is The Baby, dat je in het middenstuk even in slaap lijkt te wiegen, wordt toch opnieuw op gang getrokken en de climax laat opnieuw koude rillingen achter.
You Are My Sister dan, eentje dat ik geweldig koester, is breekbaarder dan 'n zandkoekje, maar vind ik nergens mierzoet. De bijdrage van Boy George kan ik hebben, maar toch ben ik altijd blij als ik Antony het hoor overnemen van hem.
Het eerder aangehaalde What Can I Do is nog steeds 'n magnifieke compostie en heeft me naar het oeuvre van Rufus Wainwright geleid, hoewel ik daar nog maar mijn eerste verkennende stapjes zet.
Ook Fistfull Of Love is één van de ongenaakbare toppers: het moment waarop 'Straight through my heart, it's out of love' weerklinkt vind ik niets minder dan héérlijk. Minder ingetogen, en dus trekt deze niet echt de kaart van de ontroering. Eerder voel ik een soort van euforie als ik naar Fistfull Of Love luister.
Na de mysterieuze intro van Spiralling wacht ik op 'n soort van griezelige, Lynchiaanse ervaring, maar gelukkig besluit Antony er gewoon een mooi nummer uit te persen. Het is voor mij niet het meest onvergetelijke van deze schijf, maar gewoon 'n ontroerend luisterstukje dat de fenomenale standaard hoog houdt.
Het bevreemdende Free At Last is misschien maar een schetsje, maar wat voor eentje! Telkens opnieuw word ik zachtjes ondergedompeld in een geluksroes, met als apotheose de zinsnede 'Ladies and gentlemen, Antony & The Johnsons'. Vooral de manier waarop 'Johnsons' is uitgesproken vind ik hartverscheurend. Er gaat zoiets hulpeloos van uit. Erg raar dat Free At Last zo'n gevoel bij me kan opwekken.
En wat gezegd van Berd Gehrl: nog één keer, nog een allerlaatste keer, zo verschrikkelijk aangrijpend als een afscheid snijdt Antony's falsetto recht door m'n ziel. Een nummer dat misschien nóg emotioneler is dan Hope There's Someone. Wát een afsluiter.
I Am A Bird Now is het soort album dat ik nooit moe raak, en hopelijk ook nooit moe zal worden. Naast het genot dat ik uit dit album haal, heeft Antony me ook warm gemaakt voor muziek waarbij de gitaren eens niet de dienst uitmaken.
Enige minpuntje misschien: als je het boekje uit de CD haalt, wil ie er met de beste wil van de wereld niet meer in. Een geval van androgyne humor misschien?
Antony and the Johnsons - The Lake (2004)

3,5
0
geplaatst: 23 september 2008, 21:32 uur
The Lake is inderdaad fragiele pracht zoals we dat van Antony gewoon zijn: vreemd dat ze niet het vernuft hadden om deze op I Am A Bird Now te gooien. Bij Secretly Canadian lopen klaarblijkelijk een aantal figuren rond die er maar wat naar slaan als een blinde naar een ei.
Fistful (op mijn exemplaar van I Am A Bird Now staat overigens FistfuLL, wat zou daar de bedoeling van mogen wezen?) Of Love behoort ook al tot het betere werk van deze artiest, maar kende ik ondertussen reeds van op de langspeler. Maar zoals sxesven heeft uitgelegd, was er dus blijkbaar eerst de The Lake-EP. Het maakt het er voor mij wel niet makkelijker op om hier een beoordeling uit te delen want naast de eerste track schiet er dan enkel het oerdegelijke The Horror Has Gone over als "nieuwe" song. De kans dat ik deze nog op de koop kan tikken is ook zo goed als onbestaande zeker?
Fistful (op mijn exemplaar van I Am A Bird Now staat overigens FistfuLL, wat zou daar de bedoeling van mogen wezen?) Of Love behoort ook al tot het betere werk van deze artiest, maar kende ik ondertussen reeds van op de langspeler. Maar zoals sxesven heeft uitgelegd, was er dus blijkbaar eerst de The Lake-EP. Het maakt het er voor mij wel niet makkelijker op om hier een beoordeling uit te delen want naast de eerste track schiet er dan enkel het oerdegelijke The Horror Has Gone over als "nieuwe" song. De kans dat ik deze nog op de koop kan tikken is ook zo goed als onbestaande zeker?
Arcade Fire - Funeral (2004)

5,0
0
geplaatst: 28 augustus 2008, 16:31 uur
Altijd al geweten dat het tussen mij en Arcade Fire wat ging worden, maar dan moest ik ze wel de kans geven om me middels een fiks aantal luisterbeurten te overtuigen. En dat heb ik nu éindelijk gedaan (er was hiervoor wel altijd andere muziek te ontdekken dat ik wel heel erg lang heb gewacht om me te laten veroveren door Funeral). Deze meeslepende plaat is hier al ruimschoots bewierookt en ook ik ben enthousiast, maar toch heb ik (nog?) niet het stadium bereikt dat ik het album onder de noemer "onmiskenbaar meesterk" zet. Voorlopig vind ik het een bijzonder goede plaat die ik vooral heel graag in z'n geheel beluister. Het theatrale karakter van dit debuut zweept me op, maar weet me ook te ontroeren: deze dualiteit is nog het duidelijkst aanwezig in Wake Up, samen met Haiti voor mij nog net iets beter dan de andere nummers. Ook tekstueel vind ik deze band heel overtuigend, waardoor het wel bijzonder aangenaam meeschreeuwen is geblazen natuurlijk.
Arcade Fire - Neon Bible (2007)

5,0
0
geplaatst: 9 november 2008, 14:27 uur
Deze kan zich voor mij zonder moeite meten met hun heerlijke debuut Funeral, maar toch lijkt Arcade Fire 'n beetje een 4*-band te gaan worden. Begrijp me niet verkeerd, ik ga 'n heel end mee met deze bende, maar échte verliefdheid is er nog niet van gekomen. Soms wel 'ns meer dan gezonde bewondering voor afzonderlijke nummers, maar de albums als geheel breng ik nog niet onder bij mijn absolute lievelingen. En nochtans zal ik Arcade Fire waarschijnlijk wel noemen als je me vraagt naar m'n favoriete bands.
Opnieuw is de sound opzwepend en ontroerend tegelijk, maar het warme gevoel in de buik dat velen vol ervaren, is er bij mij maar met vlagen bij. Neon Bible is geen radicale breuk met Funeral, maar toch worden er voorzichtig nieuwe paden bewandeld: zo is het zachte titelnummer best verrassend in al z'n eenvoud en springt ie er al vlug uit.
Maar dit lieve liedje is nog niet voorbij of het euforische kerkorgel staat al voor de deur in Intervention, een behoorlijk indrukwekkende song die qua opzwependheid met gemak wordt bijgebeend door de fenomenale krakers (Antichrist Television Blues) en No Cars Go: liedjes die tonen tot wat deze band in bloedvorm in staat is en je compleet uitgeteld achterlaten. Bij-zon-dere klasse!
Ook de rustpunten mogen er wezen: het opvallend ingetogen gehouden Windowsill en de waanzinnig broeierige slow burner My Body Is A Cage behoren tot m'n favorieten.
Bij momenten voel ik al de opwinding van een 4,5*- of 5*-plaat en misschien dat de muziek van Arcade Fire wel verder blijft groeien. Mocht dat toch niet het geval zijn, heb ik met Funeral en Neon Bible sowieso twee ijzersterke albums in huis waar ik eigenlijk opvallend vaak zin in heb. En die je best zo luid mogelijk door de boxen laat knallen.
Opnieuw is de sound opzwepend en ontroerend tegelijk, maar het warme gevoel in de buik dat velen vol ervaren, is er bij mij maar met vlagen bij. Neon Bible is geen radicale breuk met Funeral, maar toch worden er voorzichtig nieuwe paden bewandeld: zo is het zachte titelnummer best verrassend in al z'n eenvoud en springt ie er al vlug uit.
Maar dit lieve liedje is nog niet voorbij of het euforische kerkorgel staat al voor de deur in Intervention, een behoorlijk indrukwekkende song die qua opzwependheid met gemak wordt bijgebeend door de fenomenale krakers (Antichrist Television Blues) en No Cars Go: liedjes die tonen tot wat deze band in bloedvorm in staat is en je compleet uitgeteld achterlaten. Bij-zon-dere klasse!
Ook de rustpunten mogen er wezen: het opvallend ingetogen gehouden Windowsill en de waanzinnig broeierige slow burner My Body Is A Cage behoren tot m'n favorieten.
Bij momenten voel ik al de opwinding van een 4,5*- of 5*-plaat en misschien dat de muziek van Arcade Fire wel verder blijft groeien. Mocht dat toch niet het geval zijn, heb ik met Funeral en Neon Bible sowieso twee ijzersterke albums in huis waar ik eigenlijk opvallend vaak zin in heb. En die je best zo luid mogelijk door de boxen laat knallen.
Arcade Fire - The Suburbs (2010)

4,5
0
geplaatst: 12 november 2010, 19:48 uur
Arcade Fire, een groepje waar ik niet zomaar meteen mijn hart aan heb verpand. Af en toe eens toenadering gezocht, quasi nonchalant en met een cool die men bijna niet voor mogelijk houdt. Moet je niet proberen bij de eigenzinnige Canadezen, die op dat moment al met dat koekje bezig zijn. En het mag er gerust eentje van eigen deeg zijn. Tevergeefs. Want hoeveel tijd en energie hun koppige debuut ook heeft gevraagd, zwichten zou ik toch. Die donkere, winterse sfeer, daar voel ik me namelijk wel in thuis. Funeral is geen plaat, het is de soundtrack bij de film waarin de band me onderdompelt. Ik zie mezelf daar altijd kruipen in die "tunnel, from my window to yours".
Hun opvolger Neon Bible voelt minder aan als 1 verhaal, maar vind ik puur qua songs nog sterker. Op knallers als Intervention, (Antichrist Television Blues) en No Cars Go kan je me nog geregeld de vreemdste bewegingen zien doen. Om nog maar te zwijgen van mijn ontwapenend knullige pogingen om mee te janken met de treurige parels Ocean Of Noise, Windowsill, My Body Is A Cage en Neon Bible. Ik heb gewoon van die stembanden die onder geen énkele omstandigheid Win Butler zouden mogen imiteren.
En dan The Suburbs... Liefde op het eerste zicht? Toch een beetje. Want al vrijwel meteen liet ik me inpakken als de eerste de beste sukkel. Door het heerlijke Modern Man bijvoorbeeld, een strakke popsong hors catégorie, waarin Butlers stem warmer klinkt dan ooit. Of door opener The Suburbs, een liedje zo lichtvoetig dat ik bijna zou vergeten hoe goed het ineen zit. In datzelfde niets-aan-de-hand sfeertje baadt Wasted Hours. Klinkt allemaal poepsimpel, maar het is muziek die ik per luisterbeurt toch wat steviger tegen me aandruk.
Is de derde van Arcade Fire ook geschikt om mee weg te glijden in een melancholische roes? Nou en of! Zo volstaat een minuutje van Suburban War om me te verliezen in een nostalgisch gevoel dat uren later nog in de kleren zit. Een bloedmooie slow burner die voor mij behoort tot het beste dat deze band al heeft voortgebracht. Ook het door een piano voortgestuwde refrein van Deep Blue zorgt voor momenten van droevige schoonheid.
Zestien nummers is wel veel, en dus zit er al eens iets tussen dat minder weet te imponeren. Zo ben ik bijvoorbeeld (vooralsnog) niet weggeblazen door de ietwat banale rocker Month Of May. Gelukkig zitten we hier nog altijd naar Arcade Fire te luisteren, en houden ze zelfs de mindere momenten boeiend.
Misschien wel dé release van het jaar en weer zo'n plaat die me de hele speelduur lang in een bepaalde sfeer weet te brengen. Net als Funeral en Neon Bible 4,5*, hoewel ik die laatste nog net iets hoger inschat.
Hun opvolger Neon Bible voelt minder aan als 1 verhaal, maar vind ik puur qua songs nog sterker. Op knallers als Intervention, (Antichrist Television Blues) en No Cars Go kan je me nog geregeld de vreemdste bewegingen zien doen. Om nog maar te zwijgen van mijn ontwapenend knullige pogingen om mee te janken met de treurige parels Ocean Of Noise, Windowsill, My Body Is A Cage en Neon Bible. Ik heb gewoon van die stembanden die onder geen énkele omstandigheid Win Butler zouden mogen imiteren.
En dan The Suburbs... Liefde op het eerste zicht? Toch een beetje. Want al vrijwel meteen liet ik me inpakken als de eerste de beste sukkel. Door het heerlijke Modern Man bijvoorbeeld, een strakke popsong hors catégorie, waarin Butlers stem warmer klinkt dan ooit. Of door opener The Suburbs, een liedje zo lichtvoetig dat ik bijna zou vergeten hoe goed het ineen zit. In datzelfde niets-aan-de-hand sfeertje baadt Wasted Hours. Klinkt allemaal poepsimpel, maar het is muziek die ik per luisterbeurt toch wat steviger tegen me aandruk.
Is de derde van Arcade Fire ook geschikt om mee weg te glijden in een melancholische roes? Nou en of! Zo volstaat een minuutje van Suburban War om me te verliezen in een nostalgisch gevoel dat uren later nog in de kleren zit. Een bloedmooie slow burner die voor mij behoort tot het beste dat deze band al heeft voortgebracht. Ook het door een piano voortgestuwde refrein van Deep Blue zorgt voor momenten van droevige schoonheid.
Zestien nummers is wel veel, en dus zit er al eens iets tussen dat minder weet te imponeren. Zo ben ik bijvoorbeeld (vooralsnog) niet weggeblazen door de ietwat banale rocker Month Of May. Gelukkig zitten we hier nog altijd naar Arcade Fire te luisteren, en houden ze zelfs de mindere momenten boeiend.
Misschien wel dé release van het jaar en weer zo'n plaat die me de hele speelduur lang in een bepaalde sfeer weet te brengen. Net als Funeral en Neon Bible 4,5*, hoewel ik die laatste nog net iets hoger inschat.
Arctic Monkeys - Favourite Worst Nightmare (2007)

5,0
0
geplaatst: 27 september 2008, 18:08 uur
Eindelijk ook mijn volle vijf aan verbonden en enkele banken vooruit in mijn top 10. Deze band is één van de meest geruchtmakende van het moment waarbij ze enerzijds overladen worden met lof en awards terwijl anderen dan weer opvallend vaak het woord "overgewaardeerd" in de mond nemen als ze het over Arctic Monkeys hebben. Die laatste groep wordt toch aangeraden om dit edelsteentje nog eens vanonder het stof te halen. Viriel is hier het ordewoord hoewel de songs opmerkelijk melodie-gericht blijven. De aanstekelijke nummers die Turner en z'n maats uit hun mouw schudden zijn vaak opgebouwd volgens het "loud-quiet-loud"-principe waar Pixies al mee scoorden waarbij furieuze tempoversnellingen worden afgewisseld met zachtere passages. De razernij rammelt wat minder dan op het debuut en ook de liedjes zelf lijken een subtielere opbouw te genieten. Daarom vind ik Favourite Worst Nightmare dan ook nog een pàk beter dan Whatever People Say I Am, That's What I'm Not. Ook de (licht galmende) zang van Turner is hier meesterlijk, om nog maar van 's mans heerlijke teksten te zwijgen.
Al vanaf opener Brianstrom hangt er elektriciteit in de lucht: de band knalt uit de startblokken, alsof ze op de hielen worden gezeten door de horden groupies die ze aan hun debuut hebben overgehouden. Meteen valt het heerlijke gedrum op terwijl er voortdurend geschakeld en hernomen wordt, met als resultaat een sterke single die evenwel niet tot de crème de la crème van het materiaal behoort.
Nog sterker vind ik het relaxter en zomernamiddagse Teddy Picker, vergezeld van een tekstuele sneer richting het celeb-bestaan. Nog steeds erg hoekig en kwiek, maar minder de beeldenstorm van het eerste nummer.
Groovier is D Is For Dangerous waarin Turner schippert tussen uitzinnig en onderkoeld. Net als nog wel wat andere nummers op dit album wordt de kaap van de drie minuten niet gerond en dus is de melodieënstroom die op je afkomt soms nogal kortstondig, maar op een goede manier. Geen tijd te verliezen denken de Monkeys, snel de luisteraar inpakken.
Opnieuw funky riffs in Balaclava (leuke titel overigens) dat heen en weer stuitert als een springbal op een trampoline, bijna oncontroleerbaar, maar toch is de structuur uitgekiend en zijn de vele laagjes perfect op elkaar afgestemd.
Onversneden pop vinden we terug in Fluorescent Adolescent: een magistrale, superdansbare song waarin de teksten op grandioze wijze onder de muziek zijn geplakt. Turners flow is bij wijlen onnavolgbaar en ook de meer melodische stukken scheren hoge toppen. Een van de hoogtepunten maar toch staat ie hier niet aangevinkt als favoriet, hoe goed moet de rest dan wel niet zijn??
Only Ones Who Know neemt gas terug en daarom wordt ie wel eens geskipt, terwijl het een verdomd mooi liedje is. Heel sfeervol en eigenlijk zou ik op de volgende plaat wel wat meer rustpunten willen horen want dat kan deze groep evengoed. Er ruist een retro-briesje doorheen Only Ones Who Know dat ik gaarne mag.
Eerste aangevinkte favoriet is Do Me A Favour dat zo rond het middaguur langzaam ontwaakt. De alcohol zit nog wat in het lichaam van de vorige avond en de haren ruiken nog naar sigarettenrook. Maar beetje bij beetje schieten de zaken in actie en telkens wordt er een tandje bijgestoken. Totdat Alex vanuit het niets de aarde van onder m'n voeten maait en hemeltergend mooi, op het randje van het zoetsappige "She walked away ..." inzet. My kind of song!
This House Is A Circus is dan weer meer recht-voor-de-raap en is wat opvliegender. Er wordt geen rekening meer gehouden met onze gevoelens en de band is genadeloos. Zeker een topper, maar het is het gelijkaardige If You Were There, Beware waarbij ik m'n tweede bolletje aanklik. Een kluwen van gitaarerupties en dan -pats- on est parti: die eerste zin klinkt zo ongelooflijk lekker - "If you were there, beware, the serpent soul pinchers" - wat hou ik van dat stukje!
Dan volgt The Bad Thing, in mijn optiek de minste van de hele plaat. Het begint ongelooflijk flauw en hoewel er beterschap volgt, kan de schade in de korte tijdspanne (2.23) niet meer helemaal worden goedgemaakt. Maar echt slecht is het uiteraard allemaal niet, gewoon opvallend minder na al dat fraais.
En dat ie wat fletser is, wordt nog duidelijker als Favourite Worst Nightmare besloten wordt door wederom twee parels. Eerst is het de beurt aan het aan Do Me A Favour verwante Old Yellow Bricks, dat in de toekomst het favoriete track-vinkje kan stelen van If You Were There, Beware. Eens te meer loopt de song over van de (weergaloze) melodieën, waarbij ik m'n knie vanuit m'n ooghoek zie meetappen met de aanstekelijke drums. Ik probeer 'm te bedaren, maar dat blijkt onmogelijk te zijn. Ik zal hem dan verder maar niet storen.
Het absolute orgelpunt moet dan nog komen: 505. Galmend orgeltje, enter: Turners prachtige vocalen. Gitaartje aaien, ritmesectie sluit bij. Wát een nummer.
Het grenzeloze enthousiasme over het debuut van Arctic Monkeys vind ik zonder twijfel overdreven, maar met hun tweede album hebben ze me wél volledig ingepalmd. Favourite Worst Nightmare is een schijfje waar ik altijd zin in heb, en dat zijn de beste, niet waar?
Al vanaf opener Brianstrom hangt er elektriciteit in de lucht: de band knalt uit de startblokken, alsof ze op de hielen worden gezeten door de horden groupies die ze aan hun debuut hebben overgehouden. Meteen valt het heerlijke gedrum op terwijl er voortdurend geschakeld en hernomen wordt, met als resultaat een sterke single die evenwel niet tot de crème de la crème van het materiaal behoort.
Nog sterker vind ik het relaxter en zomernamiddagse Teddy Picker, vergezeld van een tekstuele sneer richting het celeb-bestaan. Nog steeds erg hoekig en kwiek, maar minder de beeldenstorm van het eerste nummer.
Groovier is D Is For Dangerous waarin Turner schippert tussen uitzinnig en onderkoeld. Net als nog wel wat andere nummers op dit album wordt de kaap van de drie minuten niet gerond en dus is de melodieënstroom die op je afkomt soms nogal kortstondig, maar op een goede manier. Geen tijd te verliezen denken de Monkeys, snel de luisteraar inpakken.
Opnieuw funky riffs in Balaclava (leuke titel overigens) dat heen en weer stuitert als een springbal op een trampoline, bijna oncontroleerbaar, maar toch is de structuur uitgekiend en zijn de vele laagjes perfect op elkaar afgestemd.
Onversneden pop vinden we terug in Fluorescent Adolescent: een magistrale, superdansbare song waarin de teksten op grandioze wijze onder de muziek zijn geplakt. Turners flow is bij wijlen onnavolgbaar en ook de meer melodische stukken scheren hoge toppen. Een van de hoogtepunten maar toch staat ie hier niet aangevinkt als favoriet, hoe goed moet de rest dan wel niet zijn??
Only Ones Who Know neemt gas terug en daarom wordt ie wel eens geskipt, terwijl het een verdomd mooi liedje is. Heel sfeervol en eigenlijk zou ik op de volgende plaat wel wat meer rustpunten willen horen want dat kan deze groep evengoed. Er ruist een retro-briesje doorheen Only Ones Who Know dat ik gaarne mag.
Eerste aangevinkte favoriet is Do Me A Favour dat zo rond het middaguur langzaam ontwaakt. De alcohol zit nog wat in het lichaam van de vorige avond en de haren ruiken nog naar sigarettenrook. Maar beetje bij beetje schieten de zaken in actie en telkens wordt er een tandje bijgestoken. Totdat Alex vanuit het niets de aarde van onder m'n voeten maait en hemeltergend mooi, op het randje van het zoetsappige "She walked away ..." inzet. My kind of song!
This House Is A Circus is dan weer meer recht-voor-de-raap en is wat opvliegender. Er wordt geen rekening meer gehouden met onze gevoelens en de band is genadeloos. Zeker een topper, maar het is het gelijkaardige If You Were There, Beware waarbij ik m'n tweede bolletje aanklik. Een kluwen van gitaarerupties en dan -pats- on est parti: die eerste zin klinkt zo ongelooflijk lekker - "If you were there, beware, the serpent soul pinchers" - wat hou ik van dat stukje!
Dan volgt The Bad Thing, in mijn optiek de minste van de hele plaat. Het begint ongelooflijk flauw en hoewel er beterschap volgt, kan de schade in de korte tijdspanne (2.23) niet meer helemaal worden goedgemaakt. Maar echt slecht is het uiteraard allemaal niet, gewoon opvallend minder na al dat fraais.
En dat ie wat fletser is, wordt nog duidelijker als Favourite Worst Nightmare besloten wordt door wederom twee parels. Eerst is het de beurt aan het aan Do Me A Favour verwante Old Yellow Bricks, dat in de toekomst het favoriete track-vinkje kan stelen van If You Were There, Beware. Eens te meer loopt de song over van de (weergaloze) melodieën, waarbij ik m'n knie vanuit m'n ooghoek zie meetappen met de aanstekelijke drums. Ik probeer 'm te bedaren, maar dat blijkt onmogelijk te zijn. Ik zal hem dan verder maar niet storen.
Het absolute orgelpunt moet dan nog komen: 505. Galmend orgeltje, enter: Turners prachtige vocalen. Gitaartje aaien, ritmesectie sluit bij. Wát een nummer.
Het grenzeloze enthousiasme over het debuut van Arctic Monkeys vind ik zonder twijfel overdreven, maar met hun tweede album hebben ze me wél volledig ingepalmd. Favourite Worst Nightmare is een schijfje waar ik altijd zin in heb, en dat zijn de beste, niet waar?
Arctic Monkeys - Humbug (2009)

4,0
0
geplaatst: 18 juni 2011, 18:51 uur
De straatschoffies zijn veranderd in romantici en het resultaat is bijgevolg minder opwindend dan de briljante eerste 2 platen. Toch weten de Monkeys mij ook te charmeren met hun veelgelaagde songs die duidelijk de groovy stoner-invloeden van Homme met zich meedragen. Een echte kraker als Fake Tales Of San Francisco zal je hier niet vinden, maar toch staan er op Humbug niks dan prima nummers.
Sterke plaat, maar geef mij toch maar de opgefokte jongens van de beginjaren. 4*
Sterke plaat, maar geef mij toch maar de opgefokte jongens van de beginjaren. 4*
Arctic Monkeys - Whatever People Say I Am, That's What I'm Not (2006)

4,5
0
geplaatst: 24 oktober 2008, 20:28 uur
Hmmm, dit debuut ging er bij mij tot voor kort toch 'n pak moeilijker in dan hun fenomenale "tweede", maar hoe meer ik Whatever People Say I Am luister, hoe beter ik de charme ervan inzie. Iets onbesuisder maar toch ook lekker veelgelaagd en bol van de topmelodieën moet deze niet te veel meer onderdoen voor Favourite Worst Nightmare. Vol jeugdige fun ook, zonder dat het oppervlakkig of banaal wordt. Jammer genoeg vind ik dat een darteler Alex Turner vocaal minder weet te beklijven dan op de tweede Monkeysplaat.
Maar de sound die deze groep van mindere goden onderscheidt valt hier ook al in vol ornaat te bewonderen. In zo'n nummer als Red Light Indicates Doors Are Secured hoor je deze band toch zoals je ze fookin' wilt horen: groovy, wispelturig en bijna constant gejaagd als een bevertje dat de laatste hand legt aan z'n dam.
Ook de eerste drie songs geven dit album de droomstart die het verdient: het is nooit zomaar als een razende idioot in alle richtingen lawaai zitten maken, neenee, deze band verliest nergens de pedaaltjes. Telkens als Turner er even de pees op legt, wordt de uithaal op gepaste wijze binnen het geheel gepuzzeld.
Een ander moment van pure magie vinden we terug in Perhaps Vampires Is A Bit Strong But...: de muziek lijkt stil te vallen, maar dan roept Alex, alsof ie in z'n repetitiekot staat te hannessen, "All you people are vampires" en scheuren ze er weer vandoor.
Diezelfde wispelturigheid is waarneembaar in het razend populaire When The Sun Goes Down, dat gevolgd wordt door het naar mijn gevoel nog betere From The Ritz To The Rubble, een akelig intense song die tegelijkertijd verdomd catchy blijft.
Voor ontroering is het hier inderdaad zoeken naar een parel als 505, maar het aan Only Ones Who Know verwante Riot Van is toch ook geen mis rustpuntje, met opnieuw die retrofeel die 't hem doet.
Je hoort duidelijk dat Arctic Monkeys hier nog jonger en speelser zijn, en de evolutie de ze hebben doorgemaakt om tot Favourite Worst Nightmare te komen is indrukwekkend. Ik hoop dan ook dat ze die ontwikkeling verder zetten en met het derde album hun definitieve meesterwerk op de mensheid loslaten. Tot dan blijft het genieten van Whatever People Say I Am, That's What I'm Not.
Maar de sound die deze groep van mindere goden onderscheidt valt hier ook al in vol ornaat te bewonderen. In zo'n nummer als Red Light Indicates Doors Are Secured hoor je deze band toch zoals je ze fookin' wilt horen: groovy, wispelturig en bijna constant gejaagd als een bevertje dat de laatste hand legt aan z'n dam.
Ook de eerste drie songs geven dit album de droomstart die het verdient: het is nooit zomaar als een razende idioot in alle richtingen lawaai zitten maken, neenee, deze band verliest nergens de pedaaltjes. Telkens als Turner er even de pees op legt, wordt de uithaal op gepaste wijze binnen het geheel gepuzzeld.
Een ander moment van pure magie vinden we terug in Perhaps Vampires Is A Bit Strong But...: de muziek lijkt stil te vallen, maar dan roept Alex, alsof ie in z'n repetitiekot staat te hannessen, "All you people are vampires" en scheuren ze er weer vandoor.
Diezelfde wispelturigheid is waarneembaar in het razend populaire When The Sun Goes Down, dat gevolgd wordt door het naar mijn gevoel nog betere From The Ritz To The Rubble, een akelig intense song die tegelijkertijd verdomd catchy blijft.
Voor ontroering is het hier inderdaad zoeken naar een parel als 505, maar het aan Only Ones Who Know verwante Riot Van is toch ook geen mis rustpuntje, met opnieuw die retrofeel die 't hem doet.
Je hoort duidelijk dat Arctic Monkeys hier nog jonger en speelser zijn, en de evolutie de ze hebben doorgemaakt om tot Favourite Worst Nightmare te komen is indrukwekkend. Ik hoop dan ook dat ze die ontwikkeling verder zetten en met het derde album hun definitieve meesterwerk op de mensheid loslaten. Tot dan blijft het genieten van Whatever People Say I Am, That's What I'm Not.
Arno - Live in Brussels (2005)

4,5
0
geplaatst: 27 januari 2008, 22:47 uur
Onwaarschijnlijk energieke live-plaat van deze Belgische grootheid, met als geheim wapen het rauwe gitaargeluid van Geoffrey Burton (in bepaalde kringen ook wel gekend als de schoonzoon van Kamagurka). Het woeste Ratata opent de debatten en deed de AB meer dan waarschijnlijk daveren op haar grondvesten.
De dierlijke blues van You Got To Move doen de temperatuur nog wat meer stijgen. De grote held van Hintjens, Captain Beefheart, is nooit ver weg in deze loeiharde brok hartstocht.
De voet gaat van het gaspedaal in het overbekende Les Yeux De Ma Mère, ondertussen misschien wel al wat te vaak door de boxen gegalmd. Toch blijft dit een tijdloze klassieker die nog weet te ontroeren.
Het kolkende Il Est Tombé Du Ciel is één van mijn persoonlijke favorieten: het withete gitaarspel van Burton in combinatie met de ruwe stem van Arno zorgt voor vuurwerk. De uitzinnige finale is werkelijk fenomenaal.
Lola, Etc. is een volgend hoogtepunt dat op z'n eentje bewijst dat de matige interesse voor deze plaat op de site onterecht is. Delicieus!
Opnieuw is daar dat barbaarse gitaargeluid om het loeiharde Meet The Freaks in te luiden. Arno live is nog steeds onaantastbaar!
Nummer zeven dan, 40 Ans, en het valt me op dat deze Live In Brussels toch echt wel van een ongekend niveau is. Opnieuw een favoriet van me, de zoveelste ... 40 Ans bewijst dat een rasperige stem evengoed hartverscheurend kan klinken.
Het bruisende With You klinkt dreigend en zou als de perfecte soundtrack kunnen dienen voor een nachtelijke rit door een onheilspellend Brussels landschap. Brandend en intens!
En telkens een volgend nummer zich aandient, lijkt het niveau nog te worden opgetrokken. La Vie Est Une Partouze, misschien wel de allerbeste song, houdt de broeierige sfeer in stand. De zweetdruppels die je overhoudt aan With You transformeren echter in een beklemmende hitte. Sloom en opgewonden tegelijkertijd.
Mother's Little Helper baadt in een gelijkaardige sfeer, maar toch dreigt de stemming om te slaan in nostalgie.
Met Chic Et Pas Cher lijkt de druk eindelijk een beetje van de ketel te gaan, maar dat is maar een illusie. Opnieuw une chanson hors catégorie.
Vervolgens dient het groovy Françoise zich aan: twaalf nummers ver en je weet nog steeds niet wat je aan het meemaken bent.
Het lallende zeemansgezwets in Bathroom Singer (althans zo klinkt het) toont de onverbetelijke deugeniet in de Oostendse zanger.
Nu is de tijd rijp voor een duo T.C. Matic-klassiekers. Het bijzonder pittige Bye Bye Till The Next Time (W-A-T een titel) is al langer één van mijn favorieten en wordt hier op indrukwekkende manier gebracht. Ook Oh La La La! wordt tot ver buiten de landsgrenzen op kreten van herkenning onthaald. Dit is volledig uit je dak gaan.
Na die waanzinnige trip volgt Vide, geschreven door Stef Kamiel Carlens van Zita Swoon. Deze melancholische afsluiter is bloedmooi, maar niet gespeend van tragiek. Je weet namelijk dat het einde nabij is, en nu pas voel je dat de intensiteit die hele tijd door je lichaam heeft gezinderd.
De dierlijke blues van You Got To Move doen de temperatuur nog wat meer stijgen. De grote held van Hintjens, Captain Beefheart, is nooit ver weg in deze loeiharde brok hartstocht.
De voet gaat van het gaspedaal in het overbekende Les Yeux De Ma Mère, ondertussen misschien wel al wat te vaak door de boxen gegalmd. Toch blijft dit een tijdloze klassieker die nog weet te ontroeren.
Het kolkende Il Est Tombé Du Ciel is één van mijn persoonlijke favorieten: het withete gitaarspel van Burton in combinatie met de ruwe stem van Arno zorgt voor vuurwerk. De uitzinnige finale is werkelijk fenomenaal.
Lola, Etc. is een volgend hoogtepunt dat op z'n eentje bewijst dat de matige interesse voor deze plaat op de site onterecht is. Delicieus!
Opnieuw is daar dat barbaarse gitaargeluid om het loeiharde Meet The Freaks in te luiden. Arno live is nog steeds onaantastbaar!
Nummer zeven dan, 40 Ans, en het valt me op dat deze Live In Brussels toch echt wel van een ongekend niveau is. Opnieuw een favoriet van me, de zoveelste ... 40 Ans bewijst dat een rasperige stem evengoed hartverscheurend kan klinken.
Het bruisende With You klinkt dreigend en zou als de perfecte soundtrack kunnen dienen voor een nachtelijke rit door een onheilspellend Brussels landschap. Brandend en intens!
En telkens een volgend nummer zich aandient, lijkt het niveau nog te worden opgetrokken. La Vie Est Une Partouze, misschien wel de allerbeste song, houdt de broeierige sfeer in stand. De zweetdruppels die je overhoudt aan With You transformeren echter in een beklemmende hitte. Sloom en opgewonden tegelijkertijd.
Mother's Little Helper baadt in een gelijkaardige sfeer, maar toch dreigt de stemming om te slaan in nostalgie.
Met Chic Et Pas Cher lijkt de druk eindelijk een beetje van de ketel te gaan, maar dat is maar een illusie. Opnieuw une chanson hors catégorie.
Vervolgens dient het groovy Françoise zich aan: twaalf nummers ver en je weet nog steeds niet wat je aan het meemaken bent.
Het lallende zeemansgezwets in Bathroom Singer (althans zo klinkt het) toont de onverbetelijke deugeniet in de Oostendse zanger.
Nu is de tijd rijp voor een duo T.C. Matic-klassiekers. Het bijzonder pittige Bye Bye Till The Next Time (W-A-T een titel) is al langer één van mijn favorieten en wordt hier op indrukwekkende manier gebracht. Ook Oh La La La! wordt tot ver buiten de landsgrenzen op kreten van herkenning onthaald. Dit is volledig uit je dak gaan.
Na die waanzinnige trip volgt Vide, geschreven door Stef Kamiel Carlens van Zita Swoon. Deze melancholische afsluiter is bloedmooi, maar niet gespeend van tragiek. Je weet namelijk dat het einde nabij is, en nu pas voel je dat de intensiteit die hele tijd door je lichaam heeft gezinderd.
