menu

Hier kun je zien welke berichten JoaMuse als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Adele - 21 (2011)

3,5
'Rolling in the Deep' is een fantastisch nummer, 'Rumour Has It' dendert voortgestuwd door stevige drumslagen als een trein, 'Turning Tables' en vooral 'Don't You Remember' zijn twee mooie ballads en het prachtig gezongen 'Set Fire to the Rain' was één van de betere singles van 2011. 'Someone Like You' is een mooie afsluiter met een naar de keel grijpend refrein. Daartussen zakt het album echter wat in, van nummer 6 tot 10 verslapt m'n aandacht. Die songs houden het niveau van de eerste helft van de plaat niet aan. Dat maakt van dit album niet DE klassieker waarvoor sommigen het verslijten, maar '21' is wel gewoon een heel goed album van een uitstekende zangeres.

Air Traffic - Fractured Life (2007)

4,0
Goed album, doet zoals gezegd inderdaad aan The Kooks denken. Ook invloeden van Muse en Coldplay zijn te horen. Je kan er veel groepen in horen eigenlijk. Anders gezegd, dit album is weinig origineel, maar dat hoeft ook niet. Er staan best wel een aantal hele goeie nummers op. 'No More Running Away' (leuke percussie, lijkt weliswaar sterk op 'There There' van Radiohead) is m'n favoriet, ook 'Time Goes By' en 'Shooting Star' steken erbovenuit voor mij.
Verder ook een paar nummers die je behoorlijk kan noemen, maar die ik toch niet echt goed vind. Vooral de tweede helft van het album vind ik wat minder.

Al bij al is dit wel een meer dan degelijk album, van een groep die in tegenstelling tot een gelijkaardige band als Keane de gitaren niet schuwt, maar toch kan je Air Traffic een softe groep noemen. Waar helemaal niets mis mee is trouwens, want Air Traffic weet je bij momenten echt wel te raken met deze plaat.

Alex the Astronaut - The Theory of Absolutely Nothing (2020)

4,0
De voorbije weken heb ik met plezier geluisterd naar dit toffe debuutalbum van Alex the Astronaut. In meerdere songs komen serieuze thema’s aan bod zoals een ongeplande zwangerschap (Lost), partnergeweld (I Like to Dance) en onzekerheid bij het volwassen worden (Split the Sky), maar nergens wordt het te zwaarwichtig. Alex the Astronaut weet er genoeg humor en luchtigheid in te stoppen om het leuk te houden. De korte lengte vind ik een pluspunt, zo is er geen plaats voor fillers. Elk liedje heeft wel z’n charme en z’n eigen verhaal. The Theory of Absolutely Nothing is een heel fijne, positieve plaat. Een streepje licht in een donker jaar. Dank je wel daarvoor Alex, I think you’re great!

Arcade Fire - Reflektor (2013)

4,0
Mja. Dat is kort samengevat het gevoel dat ik heb bij dit album. Het is niet slecht, maar voor Arcade Fire toch wat te weinig. Of net te veel. Te veel qua speelduur en qua arrangementen. Het lijkt alsof de band te veel tijd gestoken heeft in nummers aan te kleden, in plaats van echte songs te schrijven. Te veel fantasietjes in plaats van de essentie. Je hoort wel dat ze hard aan deze plaat gewerkt hebben en er zitten goede ideeën in, maar toch is er geen enkel nummer dat me van begin tot eind in z'n greep houdt. Dat is mijn indruk althans, het kan natuurlijk perfect zijn dat het plaatje voor anderen wel klopt.

Het album bevat zeker leuke stukken. Reflektor is een uitstekende single, en het heeft iets magisch wanneer Bowie inkomt. In Normal Person zit een impressionante riff, het bezwerende Porno is een bescheiden hoogtepunt, Afterlife is een leuke, dansbare single... Maar mijn enthousiasme blijft beperkt.

Ik mis het euforische van Rebellion (Lies), het opzwepende van Intervention, het ontroerende van The Suburbs... Het klinkt wel lekker hier en daar, maar ik word zelden overdonderd door dit album. Nochtans heeft Arcade Fire al een hoop nummers gemaakt waarmee ze mij wel overdonderen. En wellicht zal het Arcade Fire in de toekomst nog lukken nummers te maken die me diep raken, of waar ik euforisch van word. Maar Reflektor vind ik dus wat magertjes, de rijke arrangementen en lange albumlengte ten spijt. Magertjes naar Arcade Fire-normen wel te verstaan, want Arcade Fire is en blijft een geweldige band.

Blue - All Rise (2001)

3,5
Blue is een aantal jaar mijn favoriete groep geweest. En All Rise mijn favoriete nummer. Die tijd is nu al lang vervlogen, maar stiekem kan ik nog erg genieten van de muziek van deze Britten. Ik heb recentelijk dit album nog eens een aantal keer beluisterd, voor het eerst in tien jaar of zo. Uit nostalgie en nieuwsgierigheid. Opvallend was dat ik buiten de hits de meeste nummers niet herkende. Misschien omdat ik de cd vroeger weinig in z’n geheel beluisterde en gewoon bepaalde nummers opzette, ik weet het niet meer. Dat die andere songs niet zo memorabel zijn, is ook een mogelijke reden.

Bij de intro van All Rise veer ik steeds weer op, conform de titel van het nummer. Mijn favoriete nummer is het al lang niet meer, maar zeker nog wel het beste boysbandnummer dat ik ken. Too Close en Fly By zijn ook goede singles, met een leuk en meezingbaar refrein. Ik ontdekte onlangs pas dat Too Close een cover is.

Een andere favoriet is If You Come Back, een hele mooie ballad met gevoel gezongen. Echte emotie overbrengen is moeilijk voor een boysband. De nummers zijn vaak geschreven door andere songwriters en er wordt door meerdere mensen tegelijk gezongen, waardoor het nooit echt intiem en persoonlijk wordt. Maar met If You Come Back en het sobere Best In Me weet Blue toch een gevoelige snaar te raken. De andere nummers zijn wat minder goed, maar nog aanvaardbaar. Van Long Time druipt de meligheid wel af, maar ach, het is en blijft een boysband dus dat kan gebeuren.

Dat op deze cd enkele hele leuke nummers op staan, het niveau nooit echt bedroevend wordt én de factor jeugdsentiment maken dat ik hier een mooie 3,5* voor over heb!

Editors - The Weight of Your Love (2013)

4,0
Ik vind The Weight of Your Love een zeer degelijke plaat, maar wel wat flauwer dan de eerste twee van Editors (de derde ken ik nog niet). 'Sugar' en 'A Ton of Love' zijn de hoogtepunten. Volgens sommigen neigt 'A Ton of Love' (of zelfs het hele album) te veel naar stadionrock, maar daar is in mijn ogen niets mis mee. Stadionrock is niet per definitie slechte muziek, toch ?

Het fel bekritiseerde 'What Is This Thing Called Love' vind ik best een mooi nummer. Het is wel even wennen aan de hoge zang van Tom Smith, maar echt storend vind ik zijn falsetstem niet. Ook al hoor ik hem liever lager zingen, 'What Is This Thing Called Love' is een ballad die er mag zijn.

Voor de rest hoor ik niet echt uitschieters. De uptempo nummers hebben niet de intensiteit van het betere werk van hun vorige albums, vooral de snedige riffs van Urbanowicz worden gemist. De tragere songs hebben dan weer niet de emotionele kracht van bv. 'No Sound But the Wind'. Desondanks vind ik deze plaat aangenaam om naar te luisteren. The Weight of Your Love is misschien geen meesterwerk, maar zal ook niet de ondergang van Editors inluiden. Live vond ik ze trouwens erg overtuigend, van mij mag Editors nog vele jaren doorgaan.

Haerts - Haerts (2014)

3,5
Het is wellicht geen originele mening, maar de al langer bekende singles Wings en All the Days vind ik de hoogtepunten van dit album. Prachtige nummers vol melancholie. No One Needs to Know heb ik ook als favoriet aangevinkt. Dankzij de vlotte strofes en het catchy refrein is dit het luchtigste nummer op ‘Haerts’ en net daarom onderscheidt het zich. Een pareltje om te koesteren.

Hoewel niet alle nummers weten te overtuigen, heeft Haerts geen onaardig debuut gemaakt. Wie van dromerige indiepop en synthpop houdt en graag ontroerd wordt, zal ‘Haerts’ zeker kunnen waarderen. Variatie in tempo en sfeervolle arrangementen zorgen ervoor dat deze plaat niet te eentonig wordt. Ook de mooie stem van zangeres Nini Fabi is een pluspunt. Door hun emotionele nummers kunnen we Haerts misschien wel als het minder stoere zusje van Haim beschouwen.

Hooverphonic - The Night Before (2010)

4,0
Of het nu komt doordat ze een nieuwe zangeres hebben of niet, Hooverphonic heeft op dit album weinig risico's heeft genomen. Alex Callier besloot op veilig te spelen, en het publiek rustig te laten wennen aan de stem van nieuwe zangeres Noémie Wolfs. Daar is niets mis mee, zolang het maar goede songs oplevert. Maar helaas, op dit album hoor ik geen enkel nummer dat het niveau haalt van Hooverphonic-klassiekers als 'Eden','Sometimes' en 'Mad About You'. Deze plaat haalt zeker een meer dan behoorlijk niveau, maar blijft over het algemeen wat op de vlakte, zonder dieptepunten of uitschieters. 'Norwegian Stars' is wel een hoogtepunt, het is mij dan ook een compleet raadsel waarom dat nummer niet op single is uitgebracht en hier op Musicmeter amper 2 voorkeursstemmen heeft. Ook 'Sunday Afternoon' en de singles 'Anger Never Dies', 'The Night Before' en 'One Two Three' zijn hele goede nummers. Voor de rest klinkt het wel oké, maar ook niet veel meer dan dat. De intro van 'How Can You Sleep' doet me heel erg denken aan 'No Surprises' van Radiohead, maar het plagiaat noemen zou overdreven zijn.

Noémie Wolfs manifesteert zich op dit album als een voortreffelijke zangeres, maar kan toch net niet tippen aan haar voorgangster Geike Arnaert (wat absoluut geen schande is). Wolfs' stembereik is minder groot, maar ze kan wel gewoon heel mooi zingen.

Al bij al nog wel een goed album, maar volgende keer mag het wat meer zijn.

Kasabian - Velociraptor! (2011)

4,0
Kasabian laat op dit album meerdere gezichten zien. Je kan er verschillende invloeden in horen. Ik moet tijdens het beluisteren van dit album onder meer denken aan The Beatles (La Fee Verte), Kaiser Chiefs (Velociraptor!), The Chemical Brothers (Switchblade Smiles) en Red Hot Chili Peppers (zo hier en daar).

Het album begint goed met Let's Roll Just Like We Used To, een song waarin vooral de trompetten en de slepende zang opvallen. Het daaropvolgende Days Are Forgotten is een sterke rocksong, met dynamische strofes en lange noten in het refrein. Het weemoedige Goodbye Kiss is een heel mooi nummer en m'n persoonlijke favoriet van het album. In La Fee Verte wordt naar Lucy in the Sky with Diamonds van The Beatles gerefereerd. Velociraptor! is vrij kort maar erg energiek. Een echt springnummer om helemaal los op te gaan. In het veel rustigere Acid Turkisch Bath vallen de strijkers op. Tot en met Man of Simple Pleasures klinkt het allemaal prima en twijfel ik tussen 4* en 4,5*. De laatste twee nummers maken de keuze makkelijk. Switchblade Smiles is een mislukt electronica-experiment en Neon Noon vind ik tamelijk slaapverwekkend, dus vier sterren lijken me wel voldoende.

Maar om met een positieve noot af te sluiten: Kasabian zet hier een album neer dat eigenzinnig en een tikje experimenteel is, maar ook toegankelijk en zelfs erg catchy op bepaalde momenten. Velociraptor! is een sterke en veelzijdige plaat waar ik met veel plezier naar luister.

Linkin Park - Living Things (2012)

3,5
Nog geen twee jaar na A Thousand Suns verschijnt Living Things, de vijfde van Linkin Park. Wat zou het worden ? Back to their roots, of verdergaan op de meer elektronische weg die ze op A Thousand Suns ingeslagen zijn ? Het is iets tussenin geworden. Een gelijkspel tussen gitaren en elektronica, zeg maar. Er zijn weer meer gitaren te horen dan op het vorige album, maar in een meer begeleidende rol dan op de eerste platen. Er wordt ook weer wat meer gerapt door Mike Shinoda en Chester Bennington schreeuwt in een paar nummers (‘Lost in the Echo’, ‘Lies Greed Misery’ en ‘Victimized’), maar hun nu-metal tijd lijkt toch definitief voorbij.

Het album start sterk met ‘Lost in the Echo’ en ‘In My Remains’, twee goede rocksongs doorspekt met elektronica die meteen de toon zetten voor de rest van het album. ‘Lost in the Echo’ doet door rap van Shinoda en wat geschreeuw van Chester het meest denken aan het Hybrid Theory/Meteora-tijdperk. Als derde nummer volgt de explosieve single ‘Burn It Down’, m’n favoriet op het album. Tot en met het korte maar krachtige ‘Victimized’ houdt Living Things een meer dan behoorlijk niveau aan, maar dan zakt het album wat in. Die “whoa-oh-oh’s” in ‘Roads Untraveled’ bijvoorbeeld zijn wel erg flauw. De songs die daarop volgen vallen ook nogal licht uit. Wat opvalt is dat Linkin Park de intro’s en interludes die op A Thousand Suns nog talrijk aanwezig waren hier achterwege gelaten heeft. Op het instrumentale ‘Tinfoil’ na dan, wat niet slecht klinkt maar wat mij betreft toch nogal overbodig is.

Over het algemeen is dit wel een meer dan degelijk album, maar ik mis toch wat. Een echt memorabele song staat er bijvoorbeeld niet op. Ik hoor niks dat kan concurreren met Linkin Park-toppers als ‘In The End’, ‘Crawling’, ‘Faint’ en ‘Numb’. Er wordt hier en daar wel wat geschreeuwd zoals in de goeie ouwe tijd, maar dat doet me eigenlijk weinig. Sommige nummers gaan gewoon langs me heen. Vergeleken met hun vorige albums mis ik hier vooral goede melodieën denk ik. Ook de agressie en energie die in de eerste twee albums zat, mankeer ik hier. Living Things vind ik dus het minst sterke album van Linkin Park, maar is nog wel goed voor een verdienstelijke 3,5*.

Linkin Park - Minutes to Midnight (2007)

4,5
Laat ik het album eens nummer per nummer beoordelen:

1. Wake
Korte instrumentale intro, klinkt nogal shoegaze-achtig. Geen slecht begin. 3,5*

2. Given Up
Eén van de stevigste nummers op dit album. Heeft een sterk refrein. Opvallend: in de bridge een scream van 17 seconden van Chester. 4*

3. Leave Out All the Rest
Traag, redelijk rustig nummer, maar best wel beklijvend. Mooie, zelfkritische tekst ook, over iemand die fouten heeft gemaakt maar na zijn dood als een goed persoon herinnerd wil worden. Eén van mijn favorieten. 4,5*

4. Bleed It Out
Samen met 'Given Up' het nummer dat het best aansluit bij de vorige twee albums. Rap van Mike Shinoda en in het refrein en de bridge mag Chester Bennington zich uitleven. Goed nummer, maar toch iets minder als de toppers op 'Hybrid Theory' en 'Meteora'. 4*

5. Shadow of the Day
Vroeger absoluut één mijn favoriete songs. Ondertussen heb ik betere muziek leren kennen, maar ik vind 'Shadow Of The Day' nog steeds heel goed. Blijkbaar laat dit nummer velen koud, maar ik word steeds weer geraakt door deze song. Vooral het refrein is erg mooi. Ook als de gitaren erbij komen na het tweede refrein blijft het boeien. Een erg sterke ballad. 4,5*

6. What I've Done
Doet wat aan U2 denken, gewoon een heel goed rocknummer. 4,5*

7. Hands Held High
Song die het vooral moet hebben van z'n tekst. Ik ben geen fan van rappen en het 'Amen'-koortje is niet zo geslaagd dus muzikaal gezien vind ik het geen topsong. Maar de sterke tekst (over de oorlog in Irak) houdt het nummer recht. 3,5*

8. No More Sorrow
Stevig nummer waar Chester nog eens mag schreeuwen. Ik hou wel van de drums hier. Heel goed nummer. 4*

9. Valentine's Day
Een nummer dat weinigen kan boeien maar mij bevalt het wel. In het begin kabbelt het gewoon rustig voort, maar klinkt het zeker niet slecht. Aan het eind barst het nummer dan echt los. Ik snap niet dat velen dit nummer zo slecht vinden. 4*

10. In Between
Vrij minimalistische song, op zich niets mis mee al ben ik persoonlijk geen fan van minimalistische nummers. Slecht is het niet, maar 'In Between' is gewoon wat te saai om echt te kunnen bekoren. 3*

11. In Pieces
Geen geweldig nummer en weinig origineel, maar wel gewoon goed. 3,5*

12. The Little Things Give You Away
Het langste nummer op dit album en tevens het langste nummer dat Linkin Park ooit schreef denk ik. Het nummer heeft iets episch, al doe ik het daarmee misschien te veel eer aan. Maar dit is toch wel een erg sterk nummer hoor. Na een rustige opbouw volgt een geweldige gitaarsolo gevolgd door “Ooh's” van Chester. Ook Mike Shinoda en de bassist komen meezingen wat een mooie samenzang geeft, waarbij ze alledrie een andere zin zingen. Knap gedaan. 4,5*


Conclusie: Linkin Park sloeg met deze derde plaat een andere richting in en dat deden ze goed. 'Minutes to Midnight' is een heel regelmatig album geworden, zonder hele zwakke nummers en zonder echte uitschieters. De agressiviteit die hen kenmerkte op hun twee vorige albums is hier minder aanwezig, wat jammer is, want daar moet een groep van Linkin Park het toch wel voor een groot deel van hebben. Tekstueel zijn ze er wel op vooruit gegaan. De teksten zijn minder puberaal en gaan over thema's als de oorlog in Irak en de orkaan Katrina (meerbepaald de laksheid van de Amerikaanse regering bij de hulpverlening aan de slachtoffers van de ramp). Geslaagd album dus, Linkin Park is duidelijk volwassener geworden. Het is alleen spijtig dat ze daarmee hun agressie kwijtgespeeld zijn.

Muse - Absolution (2003)

5,0
Muse bracht Absolution uit twee jaar na hun meesterwerk Origin of Symmetry. Het niveau van dat in alle opzichten grootse album weet het Britse drietal hier zomaar eventjes te evenaren, en qua bombast doen ze er zelfs nog een schepje bovenop. Zo begint 'Apocalypse Please' met een dreunende piano waarna onheilsprofeet Matthew Bellamy met zoveel overtuiging het einde van de wereld aankondigt dat je het nog zou geloven ook. Even bekomen kunnen we niet, want 'Time Is Running Out' is een bom van een nummer met een dreigende baslijn die meteen het vuur aan de lont steekt. Tel daarbij gitaren die voor dynamiek zorgen en een onweerstaanbaar refrein, en je hebt een fenomenaal nummer.

'Sing for Absolution' begint rustig met een hemelse piano-intro, maar in het refrein bloeit het nummer helemaal open. En als op het einde de gitaren erbij komen en Bellamy ook vocaal alle registers open trekt, is de kenmerkende bombast van Muse daar weer. Bombastisch is ook 'Stockholm Syndrome', een van de zwaarste nummers die Muse ooit maakte. Gitaren, piano, theatrale zang, drama, nog meer drama… Alles waar Muse voor staat zit hier wel in. 'Falling Away With You' start dan weer erg dromerig, maar de uithalen van Bellamy verhinderen dat je in slaap zou vallen. In 'Hysteria' zijn het vooral de instrumenten die de show stelen. Zo is er de bekroonde baslijn van Chris Wolstenholme en vooral Bellamy’s gitaarsolo na het tweede refrein vind ik magistraal.

'Blackout' is een zweverig nummer dat onder meer door strijkers mooi wordt ingekleurd. Zo mooi dat je er stil van wordt. Live een kippenvelmoment. 'Butterflies and Hurricanes' is een orkaan van een song die alles omver blaast. Wanneer de storm halverwege het nummer gaat liggen, krijgen we een door klassieke muziek geïnspireerd pianostuk te horen. Het klinkt niet eens ongepast. Muse doet gewoon waar het zin in heeft. 'The Small Print' is erg agressief en past misschien niet helemaal bij Bellamy’s stem, al brengt hij het er nog goed vanaf. 'Endlessly' is vrij ingetogen en kent een meer elektronische begeleiding. Bellamy klinkt hier op z’n gevoeligst. Het gejaagde 'Thoughts of a Dying Atheist' maakt alleen al met z’n titel indruk. De angst voor de dood komt hier terug. Afsluiter 'Ruled by Secrecy' is een heel sfeervol nummer dat langzaam wordt opgebouwd. Na drie minuten volgt een indrukwekkende uitbarsting met een verwoestende piano. Daarmee zitten we aan het eind van een album dat eigenlijk alleen maar hoogtepunten bevat.

Muse zoekt op deze plaat de grenzen van de bombast op, maar ten gepaste tijde wordt er gas teruggenomen. Muse rockt op Absolution bij momenten met volle kracht, maar laat je nu en dan ook heerlijk wegdromen. Die afwisseling zorgt ervoor dat het album niet verdrinkt in z’n bombast. Ik kan niet anders dan besluiten dat Muse twee jaar na hun meesterwerk gewoon een nieuw meesterwerk uitbracht.

Muse - Drones (2015)

4,5
Het zevende studioalbum van Muse begint zeer goed met een aantal sterke singles, zoals het knap opgebouwde Dead Inside en het machtige Psycho met die geweldige riff. Mercy is typisch Muse. Weliswaar Muse in een minder creatieve bui, maar het is nog wel een goed nummer. Dan volgen een aantal nummers waarin de band zich helemaal kan laten gaan en je gewoon een rockgroep van hoog niveau bezig hoort. Reapers, The Handler en Defector zijn energieke en sterke nummers die bol staan van riffs en solo’s.

Daarna begint het wel bergaf te gaan. Revolt kent een refrein dat het midden houdt tussen onweerstaanbaar catchy en vreselijk irritant. Aftermath is best mooi, al komt het ‘heen en weer zwaaien met een aansteker’-gevoel (of eerder smartphones anno 2015) misschien iets te nadrukkelijk naar boven. The Globalist vind ik niet echt geslaagd. In 10 minuten weet het nummer nooit echt mijn aandacht te trekken. Het slotnummer is een experiment waarbij je je afvraagt waar het voor nodig was. Een sterk begin en matig naar het einde toe, iets wat ik ook van The 2nd Law vind. Maar dat Muse nog altijd goede muziek kan maken, dat hebben ze met deze plaat wel bewezen.

Muse - The Resistance (2009)

4,5
Het was ergens halverwege 2010 toen ik op tv, namelijk op TMF, de clip van 'Resistance' van Muse zag. Nu is TMF niet bepaald de beste manier om goede muziek te ontdekken, maar van dit nummer was ik meteen onder de indruk. Even later kwam de clip van 'Uprising' regelmatig op tv, en hoewel ik eerst wat teleurgesteld was omdat ik het me weinig deed, begon ik dat nummer na een tijd ook erg goed te vinden. Toen begon ik me af te vragen of ik met Muse misschien wel een potentiële favoriete groep had ontdekt. Ik had 'Starlight' wel op mijn Ipod staan, maar voor de rest wist ik niet echt wie of wat Muse was. Ik was toen echt een muziekanalfabeet eigenlijk. Op dat moment waren Linkin Park en Green Day zowat de meest alternatieve groepen die ik kende. Bovendien was het al zo'n twee jaar geleden dat ik een cd had gekocht. Maar 'Resistance' en 'Uprising' hadden me overtuigd, ik ging het album The Resistance kopen. Zo gezegd, zo gedaan, en bij de eerste luisterbeurt was het nog even wennen aan de tempowisselingen en rariteiten op dit album, maar gaandeweg begon ik het hele album steeds meer te waarderen.

'Uprising' is een ijzersterke opener. Een beetje anders dan we van hen gewoon zijn, maar toch duidelijk Muse. Het nummer gaat over protest tegen de machthebbenden, en klinkt dan ook zeer opzwepend en strijdlustig. Het grootse en meezingbare refrein maken van dit nummer toch weer een Muse-klassieker. Ook 'Resistance' is een fantastisch nummer. Simpel maar heerlijk pianostukje, typisch Muse. Het refrein is geweldig en uitnodigend om mee te brullen. De tekst gaat over een verboden liefde, een relatie die niet door iedereen goedgekeurd wordt (bv. tussen mensen van hetzelfde geslacht, van een verschillende religie, Romeo en Julia...). Net als 'Uprising' zal dit nummer nog vaak op hun setlist staan. 'Undisclosed Desires' is dan weer iets totaal anders dan we van Muse gewend zijn. Het is het eerste nummer waar Bellamy gitaar noch piano speelt. Wel hanteert hij hier een keytar. Dit nummer klinkt erg R&B-achtig. Bellamy haalt hier nooit echt uit met z'n stem. Dat is hier ook helemaal niet nodig, 'Undisclosed Desires' is een uitstekende song met bovendien een erg mooie tekst. Daarmee hebben we de drie singles, en wat mij betreft ook de drie beste nummers van het album, gehad.

We gaan verder met 'United States of Eurasia', een nummer dat meer als Queen klinkt dan Queen zelf ooit geklonken heeft. Alle drama en bombast nog aan toe ! Bij die “Eurasia -sia ! -sia !” wist ik eerst niet wat ik ervan moest vinden. Gewoon niet al te serieus nemen en enthousiast meeroepen lijkt me de beste optie. Als we uitgezongen zijn en een stukje Chopin achter de rug hebben, volgt 'Guiding Light', een song die door velen niet erg gewaardeerd wordt. Oké, het is verre van het beste wat de heren van Muse al gemaakt hebben, maar het is nog wel een heel goed nummer vind ik. Het nummer bevat een gitaarsolo waarbij je denkt dat Brian May erbij stond en goedkeurend knikte. Of hem gewoon zelf inspeelde. 'Unnatural Selection' is het langste en het stevigste nummer dat op de cd staat. De riffs zijn niet echt bijzonder maar dat belet niet dat dit wederom een erg sterke song is. Ook 'MK Ultra' is een heel goed nummer, maar verre van m'n favoriet op The Resistance. Wat meer zegt over de kwaliteit van dit album dan over 'MK Ultra'. 'I Belong To You (+Mon Cœur S'ouvre À Ta Voix)' is het vrolijkst klinkende nummer op deze plaat. Na twee minuten begint Bellamy in het Frans te zingen. Lach inhouden is moeilijk. Maar ach, het klinkt nog wel leuk. Gewoon niet al te serieus nemen en volledig in opgaan is hier weer de boodschap.

Dan zijn we aanbeland bij de driedelige Exogenesis-symfonie. Matthew Bellamy en co gaan op reis door het heelal, want de mensheid is op zoek naar een nieuwe planeet om zich op te vestigen. Gaan jullie mee ? Ik alvast wel ! Muzikaal zit het goed in mekaar, het klinkt weer erg bombastisch met gitaren, drums, strijkers en piano en al. Muse heeft dan ook een volledig symfonisch concert ingeschakeld om deze Exogenesis-symfonie een groots geluid mee te geven. Ik laat me maar al te graag meeslepen door deze mix van klassieke muziek en symfonische rock. Het derde deel van de symfonie vind ik het beste, vanwege de erg knappe opbouw.

En daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit fantastische album. Een uiterst belangrijk album voor mij, want het heeft er mee voor gezorgd dat ik mij veel meer in muziek ben gaan interesseren.
The Resistance is een prachtige ode aan drama en bombast. Tot zover mijn ode aan The Resistance.

Rise Against - The Sufferer and the Witness (2006)

3,0
Dertien in een dozijn kan je deze muziek noemen. Origineel is het dus niet, maar dat neemt niet weg dat er een aantal goeie nummers op dit album staan. In de eerste plaats 'Ready to Fall'. Ook 'Prayer of the Refugee' en 'The Good Left Undone' bevallen me nog wel, maar voor de rest blinkt deze plaat toch vooral uit in middelmatigheid. 'Roadside' valt me nog op, omdat het een traag en rustig nummer is waarbij ook een zangeres komt meezingen. Klinkt best aardig, maar of het nu echt een goed nummer is ? Hm, neen. In de andere songs bespeur ik weinig boeiende riffs of melodieën.

Kortom: The Sufferer and the Witness is een album waarvan ik een paar nummers wel eens graag hoor, maar als ik dit hele album in één keer afspeel, gaat het toch gauw vervelen.

Shining - Blackjazz (2010)

2,5
Een hele belevenis dit album, dat is wel het minste dat je kan zeggen. Dat dit album niet licht verteerbaar is, is een understatement. Als niet-metalfan is het moeilijk om hiervan te houden, maar dit album bevat wel een aantal leuke stukken vind ik. De eerste 2 nummers (ook de meest toegankelijke) vind ik wel redelijk goed. Ook de 'Hysteria'-achtige bass-riffs in Exit Sun (Part 1) kunnen me (als Muse-fan ) wel bekoren. Of de cover '21st Century Schizoid Man' (het begin toch). Maar even vaak als stukken die ik graag hoor, zijn er stukken die ik helemaal niet goed vind. Soms in hetzelfde nummer. Dan denk je even 'oh ja, dit is best wel goed', waarop het nummer in een chaos ontaardt waarbij ik een gevoel krijg van 'help, wat is dit voor iets'. Nogal wisselvallig dus, al zullen sommige echte metalfans de hele plaat wel kunnen waarderen.

Dat de heren van Shining talent hebben, maken ze met dit album wel duidelijk. Toegankelijk is het absoluut niet, Blackjazz is dus maar voor een klein publiek weggelegd. Maar wie van dit soort experimentele muziek houdt, kan aan dit album heel veel plezier beleven.

Susanne Sundfør - Ten Love Songs (2015)

4,5
Zeer goed album van deze Noorse nachtegaal! Susanne Sundfør kan fantastisch zingen, de songs zijn soms heerlijk poppy en de elektronische arrangementen mogen er ook zijn. Mijn favoriete nummers zijn Accelarate, Fade Away, Kamikaze, Delirious en Slowly. Ook Darlings en Memorial zijn mooi, al blijf ik bij het eerste nummer wat op m'n honger zitten en is de andere een wat te lange zit.

The Joy Formidable - The Big Roar (2011)

4,5
The Big Roar. De Grote Brul. Veel treffender kan een albumtitel niet zijn. The Joy Formidable brengt bombastische gitaarrock met shoegaze-invloeden, maar ook met een hoog popgehalte om de geluidsmuren die ze regelmatig optrekken wat verteerbaarder te maken. De band beschikt met Ritzy Bryan over een uitstekende zangeres die haar strot hier meermaals serieus opentrekt. Oh ja, daarnaast verzorgt ze ook nog het gitaarwerk.

Het begint nog aarzelend in de openingstrack met wat vreemde geluiden, maar dan wordt er stevig ingevlogen. 'The Everchanging Spectrum of a Lie' is zoals zijn titel verraadt een groots nummer en klokt na meeslepende vocals van Ritzy Bryan en een hoop gitaarlawaai af op bijna acht minuten. Even op adem komen ? Niks van, het tweede nummer is ook een stevige en houdt de vaart erin. 'The Magnifying Glass' blijft echter niet echt hangen en durf ik weleens te skippen. 'I Don't Want to See You Like This' is wat trager maar ook een stuk beter dan z'n voorganger. Als het nummer langzaam is uitgestorven, krijgen we de magnifieke baslijn van 'Austere' te horen. Na een dikke minuut barst het helemaal los om niet meer te stoppen. Een supernummer ! Ook 'A Heavy Abavus' knalt er lekker tegenaan.

'Whirring' is veruit het bekendste nummer van The Joy Formidable en is inmiddels uitgegroeid tot een kleine cultklassieker. Na tweeënhalve minuut volgt een indrukwekkende outro. Of neen, dan begint het nummer pas echt ! De band gaat heftig te keer met gitaren, drums en basdrum en geeft de song een machtige finale. 'Buoy' is een knap opgebouwd nummer waar stoere Ritzy ook haar gevoelige kant laat horen. '(Maruyama)' is een niemendalletje. We zullen het maar beschouwen als een welgekomen rustpunt op deze drukke plaat.

In het agressieve 'Cradle' gaat het er weer wild aan toe. 'Llaw = Wall' is door de bassist van de band gezongen en begint wat saai, maar groeit naar een mooie climax toe. In het punky 'Chapter 2' wordt het gaspedaal verder ingedrukt. Afsluiter 'The Greatest Light is the Greatest Shade' wordt getint door een simpele maar aanstekelijke synthesizermelodie en rockt weer als de beesten.

The Joy Formidable zet hier een dijk van een debuutplaat neer. Het Welshe drietal kan een hoop lawaai maken, maar mede door hun gevoel voor melodie is The Big Roar veel meer dan een hoop herrie. Dit is niet minder dan een geweldig album. En als u daar toch nog niet van overtuigd bent, zet dan volgende keer de volumeknop wat hoger.

The Last Internationale - We Will Reign (2014)

4,0
Geweldige gitaarplaat vol energieke nummers. Doet wat denken aan The Kills en Blood Red Shoes, maar dan met een betere zangeres. Delila Paz heeft een krachtige stem en zingt zeer overtuigend. The Last Internationale brengt hier vooral stoere gitaarrock, maar in een door orgel gekleurd Devil’s Dust klinkt de band ook best emotioneel. The Last Internationale is een groep die wel wat te zeggen heeft. Ze schrijven maatschappijkritische teksten en tijdens optredens pleiten ze wel eens voor de vrijlating van politiek gevangene Leonard Peltier. Beste nummers vind ik We Will Reign, Wanted Man en Battleground, maar de niveauverschillen tussen de nummers op dit album zijn klein. Royal Blood mag dan wel de nieuwe rocksensatie zijn, maar van deze band gaan we ook nog horen!

The Naked and Famous - Passive Me, Aggressive You (2010)

Alternatieve titel: Passive Me • Aggressive You

4,0
The Naked and Famous is een talentvolle band met een grote toekomst voor zich, dat bewijzen ze met dit eerste studioalbum. Op 'Passive Me, Aggressive You' tonen ze zich een erg veelzijdige groep. Het album is een meer dan geslaagde combinatie van indie, rock, shoegaze en electropop/synthpop. Hoewel niet alle nummers top zijn verveelt het album nooit, met dank aan de diversiteit. The Naked and Famous klinkt zowel jong en verfrissend, als volwassen en beredeneerd. Het ene moment uitbundig, en dan weer rustig. Alisa Xayalith is de leadzangeres van de groep, maar met Thom Powers heeft The Naked and Famous ook een zanger van het mannelijke geslacht. Hun stemmen passen goed bij elkaar, als ze samenzingen klinkt dat vaak prachtig.

De catchy single 'Young Blood' is het topnummer van de plaat. Het is gewoon een heel erg aanstekelijk up-tempo nummer, met een hele mooie brug ook. Het gelijkaardige 'Punching In A Dream', dat erg MGMT-achtig start, is ook een uitstekende song, net als de andere twee singles 'All Of This' en 'Girls Like You'. Dat laatste nummer begint traag met vocals van Thom Powers, maar komt dan helemaal op gang en evolueert naar een wondermooie climax, waarbij ook Alisa Xayalith komt meezingen. Eén van de absolute hoogtepunten van het album.
Verder is ook het wat meer ingetogen 'Eyes' een heel goed nummer, net als 'No Way', dat afwisselt tussen rustige zang van Alisa en stevige rock. De rest van het album is iets minder, maar haalt zeker nog een behoorlijk niveau. Geen enkele song is er echt te veel aan.

Conclusie: The Naked and Famous levert met deze 'Passive Me, Aggressive You' een stevig visitekaartje af. Ze laten op dit album horen dat ze een veelzijdige band zijn en weten verschillende genres te combineren. Ze staan op de rand van de doorbraak, en aangezien ze enkele uitstekende en redelijk toegankelijke nummers hebben, kunnen ze een relatief groot publiek bereiken. Het zal er ook vanaf hangen hoe goed ze live zijn. Songs als 'Young Blood' en 'Punching In A Dream' zijn gemaakt om op festivals te spelen voor een grote massa. De volgende festivalzomer zal dan ook heel belangrijk zijn voor de toekomst van de groep. Als ze hun kans krijgen op enkele grote festivals en niet teleurstellen, zou The Naked and Famous wel eens kunnen uitgroeien tot een publiekslieveling. In elk geval, een groep om in de gaten te houden !