Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van jorro.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Xandria - Kill the Sun (2003)
»
details
Wet Leg - Wet Leg (2022)
»
details
Van Houten - The Tallest Room (2024)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
»
details
Uriah Heep - ...Very 'Eavy ...Very 'Umble (1970)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
»
details
Tritop - Tritop 120 (2025)
»
details
Panopticon - Det Hjemsøkte Hjertet (2026)
»
details
Oasis - Definitely Maybe (1994)
»
details
Nattradio - The Longest Night (2025)
»
details
The Moody Blues - The Magnificent Moodies (1965)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 2,5 sterren
»
details
Kadavar - Rough Times (2017)
»
details
Junius - Sotera (2026)
»
details
Hibou - It Seems to Me (2025)
»
details
Genesis - Trespass (1970)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
»
details
Elbow - Asleep in the Back (2001)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren
»
details
The Walkabouts - See Beautiful Rattlesnake Gardens (1988)
Als je See Beautiful Rattlesnake Gardens van The Walkabouts beluisterd, valt meteen op dat dit een bijzonder sterk debuut is. Veel eerste albums klinken nog zoekend of onzeker, maar hier hoor je al een duidelijke richting. Het is geen album dat meteen knalt, maar eerder eentje dat rustig onder je huid kruipt.
De band wil direct een eigen geluid neerzetten en slaagt daar heel goed in. De muziek voelt dromerig, een beetje melancholisch en soms zelfs filmisch. Het is alsof je naar een lang verhaal luistert in plaats van naar losse nummers. Ook is dit album anders dan veel andere bands uit dezelfde tijd, zeker uit Seattle, waar muziek vaak harder en directer was.
️ Sfeer en geluid
De kracht van dit album zit voor mij echt in de sfeer. De gitaren klinken niet overdreven technisch, maar juist warm en ruimtelijk. Soms voelt het alsof de muziek een soort mist oproept: je ziet niet alles scherp, maar dat maakt het juist interessant.
Ik merk dat de nummers de tijd nemen. Er is geen haast. Dat kan traag aanvoelen, maar het zorgt er ook voor dat je echt in de muziek kunt verdwijnen. Het album voelt daardoor bijna als een soundtrack van een rustige, lege wereld. Alles blijft ook heel ingetogen. De band probeert nergens te veel indruk te maken. Daardoor klinkt het eerlijk en oprecht.
Zang en emotie
De zang van Carla Torgerson speelt een grote rol. Haar stem klinkt warm, een beetje breekbaar en heel menselijk. Ze zingt niet perfect, maar juist dat maakt het geloofwaardig. Daarnaast zorgt Chris Eckman voor afwisseling met zijn zang.
Wat ik ook prettig vind, is dat de zang nooit de muziek overheerst. Alles werkt samen. De stemmen passen bij de sfeer en versterken het gevoel van de nummers.
Nummers en hoogtepunten
Als ik naar de tracklist kijk, hoor ik dat vooral het begin van het album erg sterk is. “Jumping Off” opent mooi, met een prettige melodie en een gevoel van beweging. Daarna volgt “Breakneck Speed”, dat iets rommeliger is, maar wel energie toevoegt.
“The Wellspring” vind ik een van de mooiste momenten, vooral door de ingetogen sfeer en het gebruik van viool. Ook “John Reilly” springt eruit: een lichter, bijna vrolijk nummer met sterke zang.
Verderop hoor ik nummers zoals “This Rotten Tree” en “Laughingstock”, die wat vlotter zijn en zorgen voor variatie. “Glass Palace” valt op door een iets scherpere, bijna bitse sfeer.
In de tweede helft merk ik dat het album iets minder consistent wordt. Sommige nummers zijn wat minder opvallend, zoals “Mai Tai Time” of “Cyclone”. Toch blijven er mooie momenten, zoals “Who-Knows-What”, “Gather Round” en “Certain Gift”, die juist weer rust en diepte brengen.
Thema’s en betekenis
De teksten zijn vrij open. Ze vertellen geen duidelijke verhalen, maar geven vooral gevoelens en beelden. Het gaat over onderwerpen als onderweg zijn, ontsnappen aan het dagelijkse leven, eenzaamheid en zoeken naar betekenis
Bijvoorbeeld in “Jumping Off” hoor ik iemand die iets achter zich laat, terwijl “Glass Palace” juist gaat over afstand en kwetsbaarheid. Natuurbeelden zoals in “This Rotten Tree” geven een symbolische laag aan de muziek.
Stijl en identiteit
Wat dit album verder bijzonder maakt, is de mix van stijlen. Ik hoor invloeden van folk, country en indie rock, maar het voelt nooit rommelig. Alles vloeit natuurlijk in elkaar over. Het album klinktmede daardoor tijdloos. Dat vind ik meestal een goed teken.
⭐ Eindoordeel
Als ik alles bij elkaar neem, zie ik See Beautiful Rattlesnake Gardens als een sterk en sfeervol debuut. Het is geen perfecte plaat, maar juist de kleine imperfecties maken het interessant. De grootste kracht zit in de dromerige sfeer, de eerlijke zang en de samenhang van het geheel
»
details
» naar bericht » reageer
Robber Robber - Two Wheels Move the Soul (2026)
Dit album is niet uit een groot plan ontstaan maar uit omstandigheden waar niemand op zit te wachten. Dat is het bijzondere verhaal achter Two Wheels Move the Soul van de Amerikaanse band Robber Robber. De groep uit Burlington, Vermont werkte aan nieuw materiaal toen een brand hun woongebouw trof. Hun appartement bleef grotendeels gespaard, maar het gebouw werd uiteindelijk onbewoonbaar verklaard. Ineens waren vaste gewoontes, vertrouwde kamers en dagelijkse zekerheden verdwenen. Dat gegeven hangt als een onzichtbare schaduw boven dit album.
Toch klinkt Two Wheels Move the Soul niet als een zwaar of deprimerend verslag van een ramp. Robber Robber kiest niet voor een rechtlijnig verhaal. De band verwerkt gevoelens van onzekerheid, onrust en verandering in muziek die voortdurend beweegt. Alsof niemand lang stil kan blijven staan. Misschien verklaart dat ook de titel van het album. Twee wielen blijven draaien, en het leven draait mee.
Robber Robber bestaat rond zangeres en gitariste Nina Cates, die samen met drummer Zack James de creatieve kern vormt. Op hun tweede album bouwen ze verder op het geluid van hun debuut Wild Guess, maar alles klinkt een stuk avontuurlijker. Postpunk, indie rock, noise rock en zelfs ritmes die soms aan elektronische muziek doen denken lopen door elkaar heen. De muziek voelt regelmatig alsof verschillende ideeën tegelijk door dezelfde deur proberen te komen. Toch blijft het geheel opvallend samenhangend.
De openingstrack The Sound It Made zet direct de toon. Drums schieten alle kanten op, de bas duwt stevig vooruit en de gitaren lijken soms tegen de maat in te werken. Het klinkt onrustig, maar niet chaotisch. Eerder als iemand die haast heeft, maar toch precies weet waar hij naartoe wil. Veel nummers op het album hebben die eigenschap. Ze wankelen zonder om te vallen.
Wat opvalt is het contrast tussen de muziek en de zang. Terwijl de instrumenten regelmatig botsen, schuren en stuiteren, blijft Nina Cates vaak opvallend rustig zingen. Haar stem zweeft bijna los van alle drukte eronder. Dat geeft de nummers een merkwaardige spanning. Alsof iemand midden in een storm rustig een boodschappenlijstje voorleest.
Tijdens het luisteren krijg ik soms het beeld van een groep muzikanten die een rommelige werkplaats binnenloopt. Overal liggen losse onderdelen. Een gitaarlijn hier, een vreemd ritme daar, een melodie die uit een andere kamer lijkt te komen. Toch weten ze aan het einde van de dag iets in elkaar te zetten dat rijdt. Misschien niet altijd soepel, maar wel met karakter.
Nummers als Pieces, Avalanche Sound Effect en Watch for Infection laten horen hoe graag de band speelt met contrasten. Rustige passages worden plotseling opgeschud door uitbarstingen van gitaargeweld. Elders lijken melodieën juist uit de herrie omhoog te kruipen. Het album vraagt daardoor soms aandacht van de luisteraar. Dit is geen plaat die zich meteen volledig prijsgeeft.
Toch zit er ook iets warms in de muziek. Verschillende recensenten merkten op dat Robber Robber erin slaagt om harde geluiden verrassend troostrijk te laten klinken. Waar veel noise-rockalbums vooral agressief overkomen, voelt Two Wheels Move the Soul vaak menselijk en kwetsbaar. Alsof achter alle vervormde gitaren gewoon vier mensen staan die proberen hun weg te vinden.
Dat gevoel wordt waarschijnlijk versterkt door de manier waarop het album tot stand kwam. Tijdens een periode van onzekerheid bleek de studio een soort tijdelijk thuis. Terwijl woonadressen veranderden en het dagelijks leven op losse schroeven stond, bleef muziek maken een vaste waarde. Die gedachte hoor je terug in vrijwel elke minuut van deze plaat.
Two Wheels Move the Soul is daardoor meer dan een verzameling liedjes. Het is ook een momentopname van een band die midden in een moeilijke periode niet stil bleef staan. De muziek is soms grillig, soms eigenzinnig en af en toe ronduit vreemd, maar bijna altijd levendig. Het album laat horen dat onrust niet alleen verlammend hoeft te zijn. Soms zorgt het juist voor beweging.
En misschien is dat uiteindelijk de kern van deze plaat. Niet de brand, niet de tegenslag en ook niet de chaos. Het gaat om wat daarna gebeurt. Om blijven rijden wanneer de weg plotseling anders loopt dan gepland. Twee wielen die blijven draaien, ook als niemand precies weet waar de volgende bocht naartoe leidt.
WAARDERING: 7
»
details
» naar bericht » reageer
Coral Grief - Air Between Us (2025)
»
details
Deep Purple - The Book of Taliesyn (1969)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren
»
details
The City Gates - Chimera (2026)
»
details
A Perfect Circle - Eat the Elephant (2018)
»
details
The Afghan Whigs - Soft Control (2026)
»
details
Dead Can Dance - Garden of the Arcane Delights (1984)
»
details
Simple Minds - Empires and Dance (1980)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
»
details
The Feelies - Rewind (2025)
»
details
Cocteau Twins - Lullabies (1982)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
»
details
Blueneck - Moonlighting (2026)
»
details
Yes - Yes (1969)
Als ik luister naar het debuutalbum van Yes uit 1969, hoor ik vooral een frisse en energieke start van een band die duidelijk veel in huis heeft. Dit album voelt voor mij als een begin vol ideeën en ambitie. Het is misschien nog niet het volledig uitgewerkte geluid waar Yes later bekend om werd, maar juist dat maakt het interessant. Ik hoor hier een groep muzikanten die aan het ontdekken is wat ze kunnen, en dat geeft het album een levendige en spontane sfeer.
Wat mij meteen opvalt, is hoe sterk de invloeden uit de jaren zestig aanwezig zijn. Ik hoor elementen van pop, psychedelische rock en zelfs een beetje jazz en rhythm & blues. In plaats van dat als een zwakte te zien, vind ik dat juist een kracht. Het geeft het album een warme en toegankelijke basis. Tegelijk hoor ik al kleine tekenen van wat later progressive rock zou worden. Het voelt een beetje als een brug tussen twee muziekwerelden: het oude en het nieuwe.
De bandleden laten hier al goed horen wat ze kunnen. Vooral de zang van Jon Anderson springt eruit. Zijn stem klinkt licht, hoog en dromerig, en zorgt meteen voor een herkenbaar geluid. Ik vind dat hij de muziek iets zwevends geeft, waardoor het album een eigen sfeer krijgt. Daarnaast valt de bas van Chris Squire mij echt op. Zijn spel is niet alleen ondersteunend, maar juist heel melodisch en actief. Dat geeft de nummers extra diepte.
Als ik naar de liedjes luister, merk ik dat er veel energie in zit. Nummers zoals “Beyond and Before” en “Survival” hebben een sterke drive en laten horen dat de band al bezig is met experimenteren. Ik hoor daar meer variatie en dynamiek dan je misschien zou verwachten van een debuut. Die nummers geven mij het gevoel dat Yes al voorzichtig richting een complexere stijl beweegt.
Wat ik ook positief vind, is dat het album niet vastzit aan één stijl. Het varieert tussen verschillende soorten nummers, van energiek en experimenteel tot rustiger en melodieuzer. Voor mij zorgt dat juist voor afwisseling. Het maakt het album interessant om van begin tot eind te luisteren, omdat ik steeds iets anders hoor.
De covers op het album (I See You (Byrds) en Every Little Thing (Beatles)) vind ik ook een leuke toevoeging. In plaats van simpelweg bestaande nummers na te spelen, geeft de band er een eigen draai aan. Dat laat zien dat ze creatief omgaan met muziek en niet bang zijn om iets bekends anders te maken. Voor mij draagt dat bij aan het gevoel dat dit album draait om ontdekken en experimenteren.
Wat ik verder waardeer, is de frisse en soms bijna rauwe energie van de muziek. Het klinkt niet overdreven gepolijst, en dat geeft het juist karakter. Ik heb het idee dat ik naar een band luister die echt samen speelt en plezier heeft in wat ze doen. Dat hoor ik terug in de dynamiek en de kleine details in de nummers.
Natuurlijk is het album nog niet perfect. Het voelt soms een beetje als een verzameling ideeën in plaats van één geheel. Maar ik zie dat niet als een probleem. Voor mij hoort dat juist bij een debuut. Het laat zien dat de band nog aan het groeien is en verschillende richtingen verkent. Dat maakt het album juist levendig en menselijk.
Als ik dit album beluister met de kennis van wat Yes later zou maken, vind ik het extra interessant. Ik hoor hier de basis van hun latere geluid: de bijzondere zang, het melodische spel en de drang om te experimenteren. Dat maakt het voor mij meer dan alleen een eerste plaat; het is echt het begin van iets groters.
Mijn conclusie is dat Yes (1969) een sterk en veelbelovend debuut is. Het is energiek, afwisselend en vol ideeën. Ik hoor een band met talent en lef, die nog niet alles heeft uitgewerkt, maar wel duidelijk laat zien wat er mogelijk is. Voor mij is dit album vooral waardevol omdat het laat horen waar Yes vandaan komt én hoe hun unieke stijl langzaam begint te ontstaan.
»
details
» naar bericht » reageer
Spoon - Telephono (1996)
»
details