Ergens onderweg moeten de heren van Editors de scherpte en de fraaie composities uit de dagen van The Back Room en An End Has a Start zijn kwijtgeraakt. Ook de opvolgers In This Light and on This Evening en The Weight of Your Love staan nog altijd fier overeind in de kast. En vandaag, verloren uit oog, oor en hart, ben ik weer eens dapper aan Surface, Echo & Sound begonnen. Oude liefde roest immers niet. Toch? Welnu, Surface, Echo & Sound kabbelt net iets vriendelijker voorbij dan de albums uit 2015, 2018 en 2022, maar echt ‘potten breken’ doen ze hier al jaren niet meer.
Night Tail laat een mix van coldwave en post-punk horen die als een donkere wolk om je hoofd blijft hangen. De synths hebben een mistig, film-noir-achtig karakter en er zit een soort duistere romantiek in Fates Explained. Het voelt alsof je door een griezelverhaal wandelt dat je langzaam opslokt als je even niet oplet. Nee, somber is het niet. Het is onrustig op een elegante manier.
Normal Es Anormal, zo zou ik de muziek van Night Tail ook kunnen omschrijven. Alledaags klinkt het in ieder geval niet. Ik vind het wel wat hebben. Ben benieuwd naar de opvolger.
Soft Kill is getransformeerd van een stoere postpunkformatie naar de zoveelste shoegaze-achtige droompopband. De leuke, dansbare liedjes uit het Heresy- en Savior-tijdperk lijken nu ook definitief met de noorderzon te zijn vertrokken. Ik ben ook dat leuke gitaargeluid kwijt. Of ze hebben dat ding verzopen in loodzwaar elektronicageweld. Kan ook. En de zanger klinkt alsof hij verdoofd onder een dik dekbed ligt te prevelen. Running Down the Dub is nog wel aardig, maar bij I Kept You Here is de band mij alweer kwijt.
Het meest interessante aan Crocodiles en Heaven Up Here is dat de albums aanvoelen als twee verschillende wezens. Het is dezelfde band, dezelfde nervositeit, maar de muziek heeft op deze schijf een totaal andere sfeer meegekregen.
Op Heaven Up Here duikt dit illustere gezelschap uit Liverpool namelijk rechtstandig de diepte in. De basgitaar lijkt lager afgesteld en het geluid heeft nu geheimzinnige laagjes meegekregen. En Ian McCulloch zingt alsof zojuist zijn favoriete knuffelkonijn is gestolen.
Ook de productie van dit album klinkt eerder als een proces dat zich heeft afgespeeld in de kerkers van Chillingham Castle dan in de legendarische Rockfield Studios. Het gehuil van het jongetje Blue Boy – wiens naam werd ontleend aan de restanten van zijn blauwe kleding – torent ijzingwekkend boven de gesmoorde kreten van de talloze gemartelde gevangenen uit. Je hoort het donkere vocht letterlijk uit de eeuwenoude muren sijpelen. En de meeste liedjes nodigen nog amper uit tot hoekige vreugdedansjes. Tenzij je jezelf wilt verliezen in een zwierige wals tussen benevelde oud-bewoners zoals de overspelige kasteelheer Lord Ford Grey met de bijnaam 'De Romantische Schurk' en de sadistische John Sage alias 'De Beul van Chillingham'.
Tip: Je kunt zelfs overnachten in het kasteel en vergeet dan vooral niet Echo en de grammofoon mee te nemen. Succes!
Verder maakt het niet zo heel veel uit. Want dit is kwalitatief hoogstaand in allerlei opzichten en de voorkeur voor een album hangt bij mij toch meestal af van het tijdstip en de locatie. Crocodiles is prima voor op de dansvloer in het weekend – doordeweeks mag ook – en Heaven Up Here is meer voor de late uurtjes met je neus in een spannend boek.
Het tweede album van Echo & the Bunnymen bevalt mij op dit moment wel iets minder dan Crocodiles, maar dat kan morgen weer compleet anders zijn. De favorieten zijn wél zonder enige twijfel Over the Wall, All My Colours en Turquoise Days. Daarom laat ik de waardering staan zoals die nu is.
Crocodiles werd vaak omschreven als een album waarmee de band meteen haar eigen territorium claimde. Nou, dat klopt helemaal. Deze plaat was mijn eerste kennismaking met een formatie die later een andere legendarische postpunkband op het Korova-label flink in de weg zou zitten.
The Sound werd echter mijn absolute lieveling en de Konijnenmannen konden het sindsdien wel schudden. Nou ja, niet echt natuurlijk. Daarvoor was hun muziek te goed. Maar waar is waar: Ian was knapper om te zien en dat is beter voor de portemonnee. Althans, in de hebberige oogjes van Korova.
Hoe dan ook, de critici in de muziekbladen beoordeelden het geluid toen al als volledig volgroeid. Maar dat moest nog maar blijken; de geschiedenis leert ons inmiddels wel wat anders. Veel indrukwekkender was echter het talent van de jonge Bunnymen om memorabele songs te schrijven. Wat Crocodiles na al die jaren ook nog steeds zo goed maakt, is de ruimtelijkheid binnen de compacte songs: een strak gespannen boog vol korte, felle ontladingen. Vooral Rescue laat dat perfect horen. Dit is een popsong die klinkt alsof iemand op het punt staat te verdrinken, maar tegelijkertijd een feestje aankondigt. Of misschien nog wranger: McCulloch zong ijskoud over de dood, terwijl wij vrolijk stonden te springen op de dansvloer. Geen wollige pretenties of verhullende franjes hier.
Oftewel: hoe gezellig wil je het hebben? Daarom een halfje erbij!
Golden Apes - The Sun Came Up Tremendously (2026) 4,0
29 september, 10:44 uur
De vergelijking met The Sisters of Mercy wordt vaak gemaakt zodra er een baritonstem opduikt, maar bij Golden Apes klopt die reflex eigenlijk maar half. Zanger Peer Lebrecht bezit een stem die inderdaad een specifieke sfeer oproept, al mist de muziek de gotische zwaarte. De kenmerkende inktzwarte dramatiek is hier namelijk volledig afwezig. Golden Apes draagt weliswaar de esthetiek van het genre uit, maar niet de inmiddels kleurloze alledaagsheid. Lebrecht fungeert hierbij als de spil: zijn zang geeft de muziek weliswaar een duister randje, maar zijn bandleden behoeden hem voor de clichés.
Op het twaalfde studioalbum The Sun Came Up Tremendously resulteert dit in een geluid waarin de duisternis bijna lichtvoetig aanvoelt. De songs zijn helder opgebouwd, met volop ruimte voor melodie en detail. Hoewel de melancholie intens is, wordt het nergens topzwaar. De band kiest hiermee duidelijk voor een meer open benadering. De gitaren bewegen vrij, de keyboards ondersteunen zonder te overheersen en de ritmesectie is stijlvol. En in plaats van een zware fundering te leggen, krijgt de basgitaar een melodieuze rol toebedeeld. Het is een elegante draai die maar weinig bands zo overtuigend weten te maken.
De transformatie naar een verfijndere sound is diep geworteld in hun thuisbasis: de formatie opereert al sinds het einde van de jaren ’90 vanuit Berlijn. De evolutie en de underground-geschiedenis van deze stad klinken subtiel door in de muziek en dit alles is met veel zorg vormgegeven door producer Thommy Hein van de bekende Thommy Hein Tonstudios. Als gastmuzikant voegde hij bovendien extra gitaarpartijen toe om het geluid meer stevigheid en diepgang te geven
Golden Apes bewijst met dit nieuwe album een formatie te zijn die precies weet waar haar kracht ligt, waardoor de band al decennialang een eigen koers vaart. Dat beschouwende karakter zie je ook terug in hun groepsnaam, die rechtstreeks geïnspireerd is door een passage uit het filosofische meesterwerk Also sprach Zarathustra van Friedrich Nietzsche. Peer klinkt dan ook eerder als een observant van de nacht, dan als iemand die er volledig in verdrinkt.
Het album Beyond the Illusion kiest voor de dromerige kant van de 'Japan-school'. Waar het Fjieri-werk meer funky en groovy is, kiest Stefano Panunzi op dit album voor sfeer. Het zweeft op de grens tussen artrock en ambient met subtiele jazzinvloeden. Wat ik hier mis, zijn de filmische, donkere experimenten, het venijnige gitaarspel en het schurende geluid van Caravaggio. Ook het duistere karakter van dat album spreekt mij meer aan dan dit weliswaar mooie, maar verder minder spectaculaire werkstuk uit 2021. Beyond the Illusion fungeert prima als wonderschone achtergrondmuziek tijdens schrijf- en ontwerpwerkzaamheden; het nieuwe album Caravaggio eist daarentegen de volledige aandacht op.
De directe opvolger van Beyond the Illusion, Pages From The Sea uit 2023, ontbreekt vooralsnog op deze site.
Ja hoor, ik ben weer een volledige discografie aan het doorspitten naar aanleiding van de op één na verrassendste ontdekking van het jaar 2026. Wat Stefano Panunzi hier voor elkaar krijgt is weliswaar niet zo spannend als op zijn nieuwe werkstuk Caravaggio, maar deze easy listening funky-progrockmuziek klinkt zeker niet verkeerd op de vroege avond.
Trivia:
Bandlid Nicola Lori speelt op Words Are All We Have de fretless basgitaar als eerbetoon aan Mick Karn (ex-Japan), die overigens op het debuut Endless (2009) nog op enkele nummers meespeelde.
Ik heb nu de geremasterde 'Reloaded'-versie uit 2024 voor me. Deze uitgave heeft een nieuw hoesontwerp, een gewijzigde trackvolgorde en een totale speelduur van 1 uur en 4 minuten gekregen. In vergelijking met het origineel uit 2015 is er één gloednieuwe track toegevoegd als opener (A Sense Of Lost), waardoor de rest van de nummers is opgeschoven. Zo is de voormalige openingstrack Oriental Dream helemaal naar achteren verplaatst en heeft het nummer waarop Gavin Harrison meedrumt (In the Morning) nu als titel In The Blue Morning.
Dat de totale speelduur ondanks de bonus-track vrijwel gelijk is gebleven aan het origineel, komt simpelweg doordat de nummers in de nieuwe mix strakker zijn gestroomlijnd en de lange stiltes tussen de tracks zijn weggehaald.
Het nieuwe album van de Italiaanse toetsenist en componist Stefano Panunzi draagt de achternaam van de legendarische kunstschilder Michelangelo Merisi da Caravaggio. En zodoende is Caravaggio sinds mei 2026 ook de titel van een bijzonder ambitieuze plaat. Een dubbelalbum zelfs.
De meester-schilder Caravaggio staat wereldwijd bekend om zijn revolutionaire gebruik van het ‘chiaroscuro’ oftewel ‘clair-obscur’: het intense, dramatische contrast tussen licht en donker. Panunzi heeft die unieke stijl vertaald naar een monumentaal muziekstuk van maar liefst vierentwintig nummers. En dat alleen al is een studie waard.
Maar het album blinkt niet alleen uit in lengte of ambitie; het zit juist vol subtiliteit. De gitaarpartijen variëren van dromerig tot vlijmscherp, met het bijna abstracte spel van David Torn als prachtig voorbeeld. En de fretloze baslijnen hadden zo van Mick Karn afkomstig kunnen zijn, terwijl de blazers van Theo Travis en Luca Calabrese het geheel voorzien van een zwoele, jazzy sfeer. De zangpartijen van onder meer Maria Peters en Tim Bowness smelten daarentegen naadloos samen met de sfeervolle soundscapes die Panunzi uit zijn toetsen tovert. Verder valt het fraaie drumwerk in de geest van Gavin Harrison op, met als resultaat een boeiende mix van artrock, ambient, fusion, progressieve rock en een vleugje post-rock. Was Gavin in het verleden trouwens ook niet een van die vele beroemde gastmuzikanten?
Jazeker!
Met een speelduur van ruim 2,5 uur is dit album wel een behoorlijk lange zit. De minder interessante instrumentale nummers zijn in huize Alicia dan toch vaak de skipmomenten van de toekomst. Maar verder… wie het geduld kan opbrengen en een goede koptelefoon opzet, zal merken dat ook deze Caravaggio langzaam maar zeker zijn schoonheid prijsgeeft.
Mijn Genesis-voorkeuren liggen nog altijd heel veilig in de jaren zeventig, een tijdperk waarin Peter Gabriel rondliep alsof hij net uit een prehistorisch moeras was gekropen. Daarna heb ik de band Genesis met Phil Collins in de hoofdrol (grotendeels) keurig links laten liggen. Op Mama na dan. Daar kon je niet omheen. Dat gemene lachje… heerlijk. Alsof Phil je keihard uitlacht terwijl je gezellig probeert mee te blèren.
En eigenlijk is het album Genesis best aardig om eens in z’n geheel te beluisteren. Het heeft genoeg fijne momenten om je aandacht vast te houden zonder dat je er een studie van hoeft te maken. Het is gewoon weer zo'n plaat die je zonder schuldgevoel opzet terwijl je de afwas doet of de vloer boent. Illegal Alien en Just a Job to Do klinken daarentegen wel een beetje alsof de band in een ontzettend melige bui en zonder al te veel succes verplicht werd iets op te nemen. ‘Job done!’, zou ik zeggen. Echt verschrikkelijk!
Nee, Genesis is geen meesterwerk, maar ook geen ramp. Het is een album dat je opzet als je iets zoekt dat niet al te veel moeite doet.
Ook dit nieuwe album Our Love Will Live Forever overtuigt door de gevleugelde energie van dit sympathieke viertal uit Vancouver. De muziek is strak, ritmisch, de liedjes zijn leuk en toch ook een beetje weemoedig. Het is echter wel het soort droefheid die je niet stil laat staan, maar je juist laat dansen omdat je anders uit elkaar zou vallen. Tegelijkertijd zit er iets filmisch in deze plaat; het album lijkt te zeggen: dingen verdwijnen, maar sommige blijven. Hoe dan ook.
Dat filmische, gelaagde geluid is niet zo gek als je bedenkt dat frontman Jason Corbett de plaat helemaal zelf heeft geproduceerd in zijn eigen Jacknife Sound-studio, terwijl toetsenist Shannon Hemmett met haar achtergrond als grafisch ontwerper de visuele stijl van de band bewaakt.
En vervolgens ben ik natuurlijk ontzettend blij dat het derde album van Actors het levenslicht ziet. Het op tijd verschijnen van Our Love Will Live Forever leek toch even aan een zijden draadje te hangen omdat Jason zo ziek was. Hij belandde zelfs met spoed op de hartbewaking in het ziekenhuis. Die angstaanjagende confrontatie met zijn eigen sterfelijkheid gaf de albumtitel uiteindelijk een dubbele lading: het is een weerspiegeling van de keuze om - ondanks alles - positief te blijven. Ik hoop dan ook dat hij er weer snel bovenop komt, want naast deze flinke tegenslag liep hij vlak voor de tour ook nog eens een hardnekkige rugblessure op, waardoor hij noodgedwongen zittend moest optreden.
Kort en bondig: de hernieuwde energie van Our Love Will Live Forever nodigt je hierbij uit om vooral te blijven bewegen.
Green Carnation - A Dark Poem, Part III: The Messiah Complex (2026) 4,5
4 september, 20:16 uur
A Dark Poem, Part III: The Messiah Complex is het moment waarop de Noorse metalband Green Carnation de sluizen openzet. De thema's keren terug, maar dit keer met een bijzonder theatrale intensiteit. Je hoort een band die terugblikt op het Dark Poem-universum. De gitaren zijn iets scherper, terwijl de ritmes en de toetsen de dramatiek staande houden. Dan sluit Green Carnation het album geheel onverwacht af met een stuk muziek dat voelt als een deur die langzaam dichtvalt.
Green Carnation, het Kristiansand Symphony Orchestra en het Opera Choir vlochten de drie albums: A Dark Poem Part I: The Shores of Melancholia, A Dark Poem Part II: S anguis, en A Dark Poem, Part III: The Messiah Complex samen tot een epiloog die zowel overdonderend als bizar aanvoelt. Als een soort goddelijke voetnoot. Briljant? Ja, absoluut. Want na alle prog‑labyrinten en elektrische stormen eindigt de trilogie omdat de held van het verhaal haar masker afdoet met de woorden:
“Dit was het verhaal. Nu moet zij rusten.”
Het slotstuk voelt, na de 'progrock en nog maar weinig metal', voor sommigen misschien aan als ‘een vreemde eend in de bijt’. Orchestral Suite, een epos van bijna 17 minuten, is echter geheel door de band zelf geschreven. Green Carnation liet hierbij de uitvoering wel volledig over aan het orkest en het koor van Kristiansand.
The New World opent als een landkaart die reiziger Meiburg ooit achterliet: de randen verkreukeld, de kleuren verbleekt door zon en zeewater. Het is een kaart die niet aanwijst waar de weg je brengt, maar uitlegt waarom je verder moet gaan.
Na The Great Awakening was al duidelijk dat Jonathan Meiburg en zijn gezelschap een nieuwe fase waren ingegaan. Nu heeft Meiburg wel vaker geschreven over de natuur, het klimaat en de menselijke kwetsbaarheid. Maar hier reist hij juist door een binnenwereld, en ik herken dat. Want ik reis graag door kunstwerken die beloven dat het leven groter is dan de dag die voor mij ligt. Bovendien is muziek natuurlijk ook een uitgelezen plek waar je naartoe kunt gaan om er even te verblijven, en The New World is daar perfect voor. Het is een album dat zich graag laat ontdekken door iemand die het liefst zelf op pad is. En sommige albums maken het leven nu eenmaal mooier, omdat ze je herinneren aan wat je onderweg bent kwijtgeraakt.
Maar je luistert vooral naar dat typische Shearwater‑geluid waarop melancholie is omgeslagen in iets groters dan de band zelf. De liedjes op The New World zijn geen losse fragmenten; ze vormen een route. Van stad naar woestijn, van herinnering naar toekomst en van dreiging naar hoop. Je hoort echo’s van verre streken, geluiden van vogels die boven onbekende kusten cirkelen, het zachte suizen van de noordwestenwind, en de muzikale geest van Talk Talk, Peter Gabriel en The Blue Nile is nooit ver weg. Het neemt je mee naar het licht onder het wateroppervlak van de nachtelijke ijszee, gedragen door tijdloze stemmen en uitheemse instrumenten. Meiburg nam de muziek op met orkesten en instrumentalisten verspreid over drie continenten. Zijn eigen omschrijving, “a globe-spanning adventure for your ears”, is dan ook geen loze kreet.
Kijk! The New World is weer zo’n album dat je oppakt als je even stilvalt en fluistert: de wereld beweegt. Nu jij nog!
Nabrander:
The New World is voor mij een van de grootste verrassingen van het jaar. Na deze ontdekking ben ik natuurlijk meteen het complete oeuvre van de band ingedoken. Waar de zangpartijen van Jonathan Meiburg mij op eerder werk regelmatig de gordijnen injagen, steken de albums The Great Awakening en The New World er met kop en schouders bovenuit. Nu klopt alles, en de zang is hierop gelukkig geen uitzondering meer.