George Lewis is één van de grootste trombonisten in de jazzhistorie. Zijn
Chicago slow dance is werkelijk één van de meest unieke albums die ik ooit heb gehoord. Ik zou dit niet zomaar aan iedereen aanraden, dit is een hele vreemde jazzplaat: Eén lang nummer van 45 minuten (In tweeën gehakt vanwege LP-constricties natuurlijk), met veel insectachtige geluiden, organische, aritmische percussie, onheilspellende drones en alsmaar herhaalde korte stootjes van diverse blazers. Elke vorm van structuur ontbreekt, en het resultaat is dat het lijkt alsof je in één of ander moeras in de Afrikaanse regenwouden terecht bent gekomen, temidden van de vreemdste dieren en insecten. Maar het is midden in de nacht, je ziet geen steek voor ogen, dus je moet alles op de tast doen. Een behoorlijk eng plaatje dus, maar zeer de moeite waard voor de avontuurlijke luisteraar. 4/5
George Lewis: Trombone, electronica
Douglas Ewart: Fagot, tenorsaxofoon, fluit, basklarinet
JD Parran: Baritonsaxofoon, piccolo,
nagaswaram
Richard Teitelbaum: synthesizer
Het album is overigens opgenomen in '77, maar pas in '81 uitgebracht.