MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Paalhaas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Adrian Crowley - A Strange Kind (1999)

poster
4,0
Wat een schitterend album blijkt dit te zijn. Ik zal wel half hebben zitten slapen toen ik dit voor het eerst hoorde, want een 3,5/5 is duidelijk niet genoeg voor deze oase van subtiele pracht. Crowley's nummers zijn veelal somber en melancholisch. De zoveelste imitator van Nick Drake dus? In principe wel natuurlijk, maar Crowley heeft duidelijk wat te vertellen, en de fraaie arrangementen en exotische invloeden geven het geheel een ongrijpbare, bovennatuurlijke kwaliteit die blijft boeien. Nummers als Capricorn, Slow fuse en het instrumentale Trilogy zijn gewoonweg briljant. Dit is een bijzonder volwassen debuut van een Ier die volledig ten onrechte in de schaduw moet staan van zijn landgenoot Damien Rice.

Albert Ayler Trio - Spiritual Unity (1965)

poster
4,5
Hoe kort zijn carrière ook was (Hij pleegde in 1970 zelfmoord), Albert Ayler kan met recht worden beschouwd als één van de grootste, meest radicale protagonisten van de free jazz-beweging. Zijn stijl op de tenorsaxofoon (vooral zijn moddervette vibrato, maar ook zijn imitaties van diverse vocale geluiden) is misschien wel de meest herkenbare in het volledige jazzcanon. Anti-virtuoos, maar (in zekere zin juist daardoor) erg intens en vol zeggingskracht.

Ayler begon zijn carrière eind jaren '50 in diverse R&B-bands, maar ontwikkelde na verloop van tijd zijn eigen, unieke stijl, o.a. tijdens zijn verblijf in Europa met Cecil Taylor in 1962. 1964 was een uitermate productief en artistiek vruchtbaar jaar voor Ayler. Dit was alweer zijn vijfde release dat jaar, en er zouden er nog drie volgen, waaronder zijn meesterwerk New York eye and ear control.

Spiritual unity is opgenomen door zijn beroemde trio met bassist Gary Peacock en drummer Sunny Murray, wellicht de eerste samenwerking die zijn muzikale visie volledig tot bloei liet komen. Zeker, zijn Spirits/Witches & devils was een indrukwekkend statement, maar hier lijken de stukjes allemaal beter in elkaar te vallen. Peacock's volle, vloeiende baslijnen en Murray's spontane drumwerk (dat misschien wel meer op de cymbalen dan op de drums is geijkt) vullen Ayler's wilde uitspattingen perfect aan.

De titel is veelzeggend: Ayler lijkt hier zijn zoektocht naar spirituele eenheid met zijn spelers te hebben voltooid. De muziek op deze plaat ('The wizard', 'Spirits' en de twee variaties op 'Ghosts', waarschijnlijk zijn bekendste nummer) is heftig, intens en geïnspireerd. Dit is muziek geschreven met gevoel, niet met noten, zoals hij zelf eens zei. Hoe kort dit album ook is (Het haalt de 30 minuten niet eens), zijn primitieve intensiteit en indrukwekkende originaliteit maken het tot één van de absolute mijlpalen van niet alleen free jazz, maar van jazz tout court.

Alice Coltrane - Turiya Sings (1982)

poster
2,0
Door de lovende kritiek hierboven ben ik maar eens op zoek gegaan, maar ik kan hier bar weinig mee. Het komt op mij nogal duf en eentonig over. 9 x (Kazige synths + gaapverwekkende zang/recitatie) = Turiya sings. Misschien ben ik gewoon niet 'zen' genoeg, haha. Nee, geef mij maar gewoon haar geweldige jazzplaten van de vroege jaren '70.

Alvin Lucier - Music on a Long Thin Wire (1980)

poster
1,5
Finaal ongenietbaar. Er gebeurt nagenoeg niets. Vijf kwartier lang. Minimalistische avantgarde op zijn extreemst/puurst.

In his own words (1992): "Music on a Long Thin Wire is constructed as follows: the wire is extended across a large room, clamped to tables at both ends. The ends of the wire are connected to the loudspeaker terminals of a power amplifier placed under one of the tables. A sine wave oscillator is connected to the amplifier. A magnet straddles the wire at one end. Wooden bridges are inserted under the wire at both ends to which contact microphones are imbedded, routed to the stereo sound system. The microphones pick up the vibrations that the wire imparts to the bridges and are sent through the playback system. By varying the frequency and loudness of the oscillator, a rich variety of slides, frequency shifts, audible beats and other sonic phenomena may be produced."

However, Lucier admits a long thin wire is only used to impress, a short thin wire would have worked as well if not better, and he discovered that the best way to produce variation in the sonic phenomena was to pick a setting and leave the setup alone. He praised David Rosenboom for his ability to pick interesting settings.


bron: Wikipedia

Van die "rich variety of slides, frequency shifts, audible beats and other sonic phenomena" heb ik weinig gemerkt.

American Music Club - Engine (1987)

poster
4,0
Bij dezen wil ik DRINGEND aandacht vragen voor het fenomeen dat American Music Club heet. Deze band krijgt op één of andere manier maar niet de erkenning die het verdient (en al helemaal niet op MusicMeter). Dit is gewoon ont-zet-tend mooie singer/songwritermuziek die eigenlijk niets onderdoet voor Red house painters, met Mark Eitzel in de Mark Kozelek-rol. Engine, hun tweede album, is hun eerste meesterwerk. Luister alleen maar naar de eerste 3 nummers en oordeel zelf. California, het album dat hierna zou komen, vind ik zelfs nog beter. Sterker nog, het is één van mijn favoriete albums ooit. Als je houdt van intieme, persoonlijke, maar toch soms lekker rockende en eigenwijze singer/songwritermuziek met fraaie teksten, doe jezelf dan een plezier en probeer het eens uit. Succes gegarandeerd! 4/5

Amon Tobin - Out from Out Where (2002)

poster
4,0
Out from out where, Tobin's 5e album (Adventures in foam meegeteld), is een bijzonder stijlvol en creatief album, mijn favoriet na Bricolage. Ook hier weet de beste man weer een keur aan muziekstijlen naadloos aaneen te mixen én vrijwel de volledige rit te blijven boeien.

Back from space is een ijzersterke opener, met vette breakbeats, zeer geslaagde synths en een heel arsenaal aan sfeervolle geluidseffecten en instrumentarium (Al valt dat laatste over vrijwel ieder nummer te zeggen).
Verbal is een erg geinig nummertje waarin de chaotische, verknipte rap deel begint uit de maken van het ritme.

Chronic tronic is een magnifieke 'Wall of beats', met zeer fijne melodielijnen eronder. Searchers is alwéér een hoogtepunt. Onheilspellende strijkers op de achtergrond en enge geluideffectjes zorgen voor een prachtig, luguber sfeertje.

Hey Blondie is haast ambient jazz te noemen. Een aardig, sfeervol intermezzo, maar zeker geen hoogvlieger op dit album. Rosies is een soort van marsmuziek voor de 21e eeuw. Veel bombast en onophoudelijke, superzware beats. Erg cool.

Cosmo retro intro outro vind ik het minste nummer op het album. Geen memorabele melodie en ook geen memorabel ritme. Snel vergeten, want daar is Triple science, een killer van een track met beats als uit een machinegeweer afgevuurd. Goed herpakt.

El wraith en Proper hoodigde mixen op intrigerende wijze exotische (Japans, Indisch, Chinees) elementen in Tobin's gemuteerde jungle-muziek, en Mighty micro people, dat een een heerlijk rustige, melancholische gitaarsample bevat, alsmede wat elektronisch gefakete vocalen, sluit het album uitstekend af.

Tobin's nummers zijn bijzonder divers van sfeer: vrolijk, duister, catchy, chaotisch, speels, eng, serieus, exotisch. Vaak zelfs binnen hetzelfde nummer. Out from out where is stijlvol, creatief en zit simpelweg boordevol goede nummers. Dikke 4/5.

Andrew Bird - Break It Yourself (2012)

poster
4,0
Paalhaas schreef:
Beste Bird-album sinds Eggs?

Sterker nog, beste Bird-album 'period'?!? De stille pracht van liedjes als Sifters gaat geheel aan je voorbij als je niet oplet. Het album heeft iets slaperigs over zich en dus kan e.e.a. wel eens aan je aandacht ontschieten bij beluistering, zeker als je nog andere dingen aan het doen bent ondertussen. Vele winnaars komen langs: Desperation breeds, Danse Caribe, Near death experience experience, Orpheo looks back, Sifters en natuurlijk het lange Hole in the ocean floor. Hiertussen vinden we cement van A-klasse en een verrukkelijk dromerige coda die nergens beter zou passen dan achteraan dit rijtje. Bird stijgt alwéér een treetje in mijn achting!

Andrew Bird - Outside Problems (2023)

poster
4,0
Net zoals ik Useless creatures prefereer boven Noble beast, lijkt ook hier de instrumentale wederhelft het voor mij te winnen van het originele album. Erg blij dat Bird er weer voor heeft gekozen om een hele fijne instrumentale herinterpretatie uit te geven. Zonder zang en, niet te vergeten, drums heb ik het idee dat Bird beter tot zijn recht komt als componist en arrangeur. De muziek wordt wat minder speels en wat serieuzer, je kunt het denk ik met recht kamermuziek noemen. Meer focus op de schoonheid van de muziek en de clown in Bird blijft meer op de achtergrond.

Anthony Braxton - For Alto (1971)

poster
4,0
Braxtons stijl is er één die kil, berekenend en verstandelijk is. Hij was altijd meer een avantgardist dan een jazzmuzikant. Wat fascinerend is, is dat hij voornoemde eigenschappen, die in feite lijnrecht tegenover emotie staan, combineerde met een ongelofelijke intensiteit. Deze tegenstrijdige aspecten maken zijn muziek behoorlijk ondoorgrondelijk. Niet verwonderlijk dus dat appreciatie van Braxtons muziek niet voor heel veel mensen is weggelegd. Ik kan zelf trouwens ook niet zeggen dat ik er helemaal wild van ben, zeker in porties van 80 minuten. Maar dit is zonder meer een uniek en belangrijk document uit de avantgarde-jazz.

Arcanta - Arcanta (1996)

poster
4,0
Hoogst spirituele, gothische muziek die Dead can dance haast op popmuziek doet lijken. Arcanta is het project van Thomas-Carlyle Ayres en mixt Gregoriaanse koorzang en religieuze mantra's met oude instrumenten en duistere electronica. Het resultaat is fascinerend.

Atomic 61 - Tinnitus in Extremis (1994)

poster
4,0
Heerlijke, rijkelijk onderbelichte noiserockplaat met zang die doet denken aan Unsane en Jesus lizard, en muziek die doet denken aan een kruising tussen Jimi Hendrix, Melvins en Kyuss.