Het is volgens mij alweer tien jaar geleden dat Radiohead nog eens een fatsoenlijk album afleverde en toch weten ze ook nu nog in een oogwenk 30 pagina's vol te krijgen. Dat dwingt zowel respect als verwondering af, want ook The king of limbs is weer een behoorlijk halfbakken album geworden. Ik krijg van deze vreemde collectie sterk de indruk dat ze (eigenlijk al sinds OK Computer) weliswaar proberen om experimenteel en vernieuwend te klinken (m.a.w. hun status waar te maken), maar geen flauw idee hebben hoe dat nu eigenlijk in zijn werk gaat. Het resultaat is nu al drie albums lang hetzelfde: een setje onwaarschijnlijke creaties die noch uit esthetisch noch uit creatief oogpunt weten te beklijven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het meest recht-toe-recht-aan nummer van het stel ("Little by little") het beste uit de verf komt.
Erg jammer dat hier nog geen stemmen zijn gevallen. Een zeer geslaagde, trance-geörienteerde variant van Built to spill's psychedelische pseudojams. De nadruk komt dus meer op de sfeer te liggen, er wordt meer tijd genomen om de muziek te laten inwerken. Ik denk dat best veel users hier dit een erg aangename ontdekking zouden vinden. 4/5
Chaotisch, naargeestig, rumoerig, meedogenloos, rommelig, gemeen, loeihard, duivels, lawaaierig, pijlsnel en ronduit slordig gespeeld. Neem alleen al het glorieus opgefokte Allbacks of het demonische Snake farm. Zonder twijfel één van de lekkerste, hardste en indrukwekkendste garagerock-platen die ik ken!
En lieve help, dat is het dan ook! Sowieso verandert vrijwel alles waar Cline tegenwoordig met z'n fikken aan zit in iets boeiends. Over het CV van saxofoonkwartet Rova hoeven we het natuurlijk niet eens te hebben, die gasten zijn met een carrière die ruim drie decennia overspant één van de langst actieve grote namen binnen de avant-jazz. Afijn, over het album: wat meteen opvalt is hoe dit vooral niet klinkt als een trio plus een kwartet, maar gewoon als een geölied septet. Dynamiek verandert dramatisch zowel tussen als binnen de nummers. Het wonderschone "Cesar Chavez" (een herbewerking van een bestaand nummer van drummer Scott Amendola) is een heerlijk ingehouden, stemmige opener; het geweldige, aan Albert Ayler opgedragen "Whose to know" betreedt binnen 25 minuten zowat alle paden die je binnen jazz kunt vinden; en afsluiter "The buried quilt" varieert van ijle piepknarsmuziek tot de wildste freejazz. Zeven topmuzikanten (bovendien vrijwel allemaal begenadigde componisten) die echt een dijk van een plaat neerzetten. Betere nieuwe jazz heb ik in recente tijden niet vaak gehoord.
Vergeten meesterwerk. Lang uitgesponnen nummers die af en toe aan Tim Buckley doen denken, maar toch een wat folkier inslag hebben. Goede composities, goede uitvoering: gewoon een pareltje! 4/5
Echt zo'n vergeten plaatje dat best veel mensen hier aan zou kunnen spreken: lekker onbevangen rock 'n roll van de frontman van de Flamin' Groovies en zijn nieuwe groepje handlangers. De bluesinvloeden van de Groovies zijn grotendeels ingewisseld voor de genres die de zeitgeist van 1979 het best weergeven: punk en new wave . Maar het album heeft twee gezichten want naar het einde toe neemt fifties-nostalgie het over met beatmuziek, rockabilly en zelfs een Elvis-cover. Al met al erg de moeite waard!
Schitterende impressionistische piano-ambient met warme tapeloops, subtiele field recordings en hypnotische gitaardrones. Doet in sommige nummers denken aan een kruising tussen Brian Eno (ten tijde van Music for airports) en Harold Budd. Helaas is-ie vrijwel onvindbaar, maar toch een flinke aanrader voor liefhebbers van bovenstaande termen/namen.