Close to the edge wordt algemeen beschouwd als Yes’ pièce de résistance. Zo ook door mij. In drie lange suites wordt hun symfonische art-rock tot nieuwe hoogten getild. Vooral het titelnummer getuigt van bijzondere inspiratie, compositioneel genie en geweldig spel.
Yes herbergde misschien wel de meest getalenteerde, virtuoze groep muzikanten uit de hele progrockscene, en dat wil heel wat zeggen. Vooral Rick Wakeman op keyboards en Bill Bruford op drums behoren tot de crème de la crème in hun stiel. Deze instrumentale expertise leidt op dit album gelukkig niet tot een grote ‘kijk ons eens briljant spelen’-show, iets wat later in hun carrière nog wel eens wilde gebeuren. Tuurlijk, ze spelen wel briljant, maar hier zijn ook de composities meer dan in orde.
Het titelnummer is een epische, bijna 19 minuten durende melodische fantasie die gotische, psychedelische, folk-, jazz- en a cappella-elementen incorporeert. Een bonte mix waar regelmatig de vonken van af vliegen, zoals in de intro op lichtsnelheid of de spetterende finale, voorafgegaan door een geweldige, zwaarwichtige pijporgelsolo. De muzikanten gooien al hun vakmanschap in de strijd. Het nummer eindigt op rustieke wijze, met geluiden van kwetterende vogeltjes en kabbelend water.
Het tweede nummer is
And I and you, evenals
Close to the edge opgedeeld in vier delen. Ook dit is een schitterend nummer. Het nummer is erg vrolijk en levenslustig van stemming en bevat wederom enkele schitterende melodieën. En ook hier is het stuk constant aan het evalueren, vervalt nooit in herhaling. Na deze 2 nummers kan het album al niet meer stuk, al zet je er nog 10 vervelende Hollandse hits achteraan.
Siberian kathru is een beetje de vreemde eend in de bijt. Het is veel minder ingenieus en veel meer recht-toe-recht-aan (zeker in het begin), en duidelijk het minste nummer, maar het mag er nog steeds best wezen.
Close to the edge is een tijdloos meesterwerk, en één van de hoogtepunten uit de prog-wereld. 4,5/5