MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Paalhaas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Macintosh Plus - Floral Shoppe (2011)

Alternatieve titel: フローラルの専門店

poster
2,5
Zo, dit was toch wel een hele zit, waarbij de teentjes geregeld een beetje krom werden getrokken. Kosten noch moeite zijn hier gespaard om de meest wanstaltige 80s-tracks bijeen te rapen en door de mangel te halen. Ontroerend werd het voor mij persoonlijk helaas niet, en de vraag die toch een beetje onbeantwoord blijft is wat mevrouw hier eigenlijk heeft bereikt: een imposante kitsch-deconstructie of een overbodig setje dwaze remixen van loungesoul en liftmuziek? Ik neig naar het laatste...

Magma - Mekanïk Destruktïw Kommandöh (1973)

Alternatieve titel: M.D.K.

poster
4,5
Christian Vander's Magma waren de grondleggers van de Zeuhl-beweging. Zeuhl is een nogal moeilijk te omschrijven genre (de term betekent zoiets als Muziek van de Almachtige), maar je zou kunnen zeggen dat (meestal Franse) muziek die enigszins lijkt op Magma als Zeuhl te omschrijven is. MDK is en blijft waarschijnlijk Magma's magnum opus.

De muziek op MDK is werkelijk fascinerend, een soort science-fiction jazz-rock, met overheersend koorgezang dat vergelijkingen met Orff's Carmina Burana oproept. Toch gaan die maar deels op, want iedereen die het gehoord heeft weet: MDK is een unieke, eclectische rockopera (in de meest letterlijke zin van het woord ) zonder gelijken, één die leent van klassieke muziek (Orff, Stravinsky, Verdi) tot free jazz, van Zappa tot gospel.

Het album is, zoals het volledige Magma-oeuvre, geschreven in het Kobaïaans, een door Vander compleet zelfverzonnen taal (Vandaar ook de maffe songtitels). Het verhaal beschrijft het naderende einde van de wereld, zoals voorspeld door de profeet Nebëhr Gudahtt, vertolkt door basvocalist Klaus Basquiz. Om in leven te blijven, moeten de mensen hun leven op Aarde opgeven en verhuizen naar de planeet Kobaia. Aanvankelijk hebben de mensen geen oren naar dit verhaal maar langzamerhand komt er meer aanhang voor Gudahtt. Een nogal maf SF-verhaaltje natuurlijk, maar het zij ze vergeven als ze het op dergelijke wijze muzikaal weten te ondersteunen. Minpuntje aan het geheel is overigens de af en toe ronduit gênante sopraan van Stella Vander.

Op de CD-reissue van Seventh is trouwens ook nog de originele versie van MDK te vinden, 4 minuten korter, met minder oveheersend basspel (niet Mister Top maar JP Lembert speelt hier) en een langere intro inclusief krijsende saxofoon. Iedere fan zou eens op zoek moeten, want hoewel minder krachtig is ook deze versie interessant (Het wordt vaak de orchestrale versie genoemd omdat eigenlijk alleen Basquiz zingt, de rest van het koor is niet aanwezig).

Ik ga er een halfje bij doen, want minder dan 4,5/5 verdient dit ongelooflijke album absoluut niet. Wie weet komt de volle score nog eens.

Mainliner - Mainliner Sonic (1997)

poster
4,0
De immense distorsie van Mellow out leek al onovertroffen, hier doen de heren er nog een schepje bovenop. De MC5 lijken ineens amateurs als het op herrie aankomt. Weliswaar minder goed dan het debuut, maar nog altijd erg indrukwekkend (en gewoon supervet!). 4/5

Mainliner - Mellow Out (1996)

poster
4,5
O mijn God, wat is dit toch een meesterlijke, moddervette gitaarnoiseplaat! Geen wonder ook eigenlijk, als bassist Asahito Nanjo van High rise en gitarist Makoto Kawabata van Acid mothers temple de handen ineenslaan. Echt een onovertroffen trip met dikke tornado's van gitaarnoise/-feedback/-herrie. Acid-rock was nog nooit zo lomp en grof. 4,5/5 en dus stiekem beter dan alles wat ik van High rise en Acid mothers temple zelf heb gehoord.

Manitoba - Up in Flames (2003)

poster
4,5
De laatste tijd ben ik nogal wat van Dan Snaith aan het beluisteren. Dit omdat zijn nieuwe album Andorra mij zeer beviel. Daarom heb ik ook zijn andere plaatjes nog eens gedraaid, deze zojuist zelfs 3 keer achtereen, lekker onderuit op de bank. En wat ik hoorde beviel mij wederom zeer. Dit doet wat mij betreft absoluut niet onder voor Andorra. Dit is zelfs het album waar het retro-geluid van de Caribou-albums zijn oorsprong vindt. Pareltjes als I've lived on a dirt road all my life en Kid you'll move mountains gebieden mij ook hier een halfje te verhogen. En kan ik die cd misschien van je overnemen, aERo?

Maria Schneider Orchestra - Data Lords (2020)

poster
4,5
Meesterlijke, adembenemende dubbelaar. Ondanks de niet geringe speelduur ging deze direct op repeat na de eerste luisterbeurt. Schneider lijkt alleen maar beter te worden als componist en haar 18-koppige orkest doet de composities eer aan. Spannend en creatief, maar bij Schneider gaat dat niet ten koste van de toegankelijkheid: bij tijd en wijle is deze muziek gewoon bloedmooi.

Mark Lanegan Band - Blues Funeral (2012)

poster
2,0
Met het oog op het concert in de Effenaar nog eens beluisterd, maar dat heeft mijn enthousiasme alleen nog maar meer getemperd. Ik heb serieus moeite om drie tracks te vinden die een geel sterretje verdienen. Heel eerlijk vind ik het gewoon een dramatisch ongeïnspireerd K.U.T.-album. Een lauwe, kabbelende stroom Lanegan-herkauwsels met duffe zang (nooit klonk Lanegan zo anemisch), synths en drummachine (!?). Dit voegt werkelijk niets toe aan zijn oeuvre (hij hakt eerder in op zijn eigen voetstuk) en ik sta dan ook perplex van de positieve consensus hier.

Mark McGuire - Off in the Distance (2008)

poster
3,5
Fraaie hypnotiserende gitaar-soundscapes van dit Emeralds-lid. In 2008 op cassette uitgekomen, dit jaar heruitgegeven op LP. Jammer alleen van de slechte geluidskwaliteit (veel ruis en laag frequentiedomein), die het toch echt een halfje omlaag haalt voor mij.

Mark-Almond - Mark-Almond (1971)

poster
4,0
Flinke verrassing dit, in positieve zin. Was zojuist wat van de Bluesbreakers aan het luisteren en ik dacht meteen dit projectje eens uit te proberen en dat bevalt uitstekend. Kwaliteitsmuziek inderdaad, met een zeer ontspannen sfeer. Bijzonder aangename smeltkroes van folk, jazz en easy-listening.

Matt Ulery - By a Little Light (2012)

poster
4,0
Indrukwekkende plaat. Dit zit eigenlijk dichter tegen kamermuziek aan dan tegen jazz. Ulery betoont zich een begaafd componist met veelzijdige nummers, boeiende arrangementen en fris contrapunt; alles komt zeer weldoordacht en welluidend over. Een verfijnd en bovendien zeer toegankelijk album. Enige kanttekening: ik weet niet of ik de zang (die na drie kwartier aan instrumentale nummers ineens de kop opduikt) wel kan waarderen. Misschien had Ulery het beter puur instrumentaal kunnen houden. Ik hou het nog even in het midden.

Menomena - Under an Hour (2005)

Alternatieve titel: Music for Modern Dance

poster
4,0
De 'Parental advisory - explicit lyrics'-sticker prijkt behoorlijk pontificaal op de hoes van dit album. Op zich niks vreemds, ware het niet dat het hier een instrumentaal plaatje betreft.
En oeioei, wat een geinig plaatje is het. Hele fijne en avontuurlijke instrumentale suites die wel met avantgarde flirten, maar het nooit echt worden. Daardoor blijft dit gewoon een heerlijk wegluisterend album, het kleine uur uit de titel is zo voorbij. Waarom in hemelsnaam heeft dit album maar 2 stemmen en Friend and foe liefst 36?! Hoe het ook zij, ik start hier (voorzichtig) op een 3,5/5, maar dat zie ik nog wel omhoog gaan.

Mercury Rev - Yerself Is Steam (1991)

poster
5,0
Met gefronste wenkbrauwen moet ik vaak toezien op een nogal vreemd verschijnsel onder muziekliefhebbers: dat mensen bij het uitpluizen van een nog onbekende band het liefst beginnen met het nieuwste werk. Een onverstandige aanpak: in de meeste gevallen heeft de band zijn beste werk al lang afgeleverd, zeker wanneer de band al meer dan 10 jaar bezig is. Hierdoor laat de nietsvermoedende luisteraar, na een tegenvallende luisterbeurt van het nieuwe product, de band vaak links liggen. En dit terwijl er wellicht zoveel moois te ontdekken valt in het verdere oeuvre van zo'n band. Ook is een chronologische aanpak veel beter om een goed en onverknipt beeld te krijgen van de muzikale ontwikkeling van een band.

Mercury Rev is bij uitstek zo'n band waarvan op MusicMeter naar mijn zin veel te veel nadruk ligt op hun latere albums. Middelmatige albums als All is dream en The secret migration hebben allebei minstens 2x zoveel stemmen als dit geweldige debuut. Goed, genoeg gezeurd nu, ik zal eens met die recensie beginnen.

Yerself is steam (Spreek het eens hardop uit) is moeilijk in woorden te vangen. De nummers variëren nogal: van de psychedelische folkrock van Chasing a bee tot de heftige gitaarrock van Syringe mouth, van de verknipte ambient pop van Black and blue tot de narcoleptische groepsjam van Very sleepy rivers.

Ondanks deze veelzijdigheid is de samenhang groot: alle nummers zijn zwaar psychedelisch, heerlijk ongeremd en zijn bijzonder rijk qua textuur, met veel excentrieke, maar bijzonder toepasselijke geluidseffecten. En zo voelt deze smakelijke smeltpot, deze glorieuze geitenbrij aan als één lang ritje in de achtbaan die ons langs bijna alle provincies van muziekland brengt: lieflijke popmelodieën worden afgewisseld met sfeervolle drones, spaced-out geluidseffecten met heftige feedback en noise, en wilde crescendo's met dromerige folkrock.

De drie langste nummers zijn de beste: Sweet odyssee of a cancer cell t' th' center of yer heart is een intense maalstroom van geluiden, die naar het einde toe in een geweldige stroomversnelling raakt, ontketende drums en gitaren stuwen de kankercel als het ware richting zijn einddoel.

Frittering wisselt al dit geweld af met heerlijk rustige akoestische gitaarklanken (de melodie is echt geweldig), maar ook dit nummer wordt na verloop van tijd verzwolgen door een subtiel en gedoseerd crescendo van elektrisch geweld.

Very sleepy rivers, zeer toepasselijk getiteld, sluit het album in stijl af met slaapverwekkende basklanken (2 noten in 12 minuten), ultrapsychedelische gitaargeluiden en manische zang, dit alles tot ongekend hypnotisch effect.

Yerself is steam is een psychedelisch meesterwerk van eenzame klasse en met gemak Mercury Rev's beste album. Niets anders dan 5/5 volstaat.

Meredith Monk - Dolmen Music (1981)

poster
4,5
Meredith Monk is (samen met Diamanda Gálas) toonaangevend geweest als het gaat om 'stembandexperimenten'. De eerste 4 nummers zijn nog met instrumentale begeleiding, maar de klapper, het slotstuk, bestaat vrijwel geheel uit zang (9 personen) en bevat alleen wat cello-begeleiding in het middenstuk. Echt een uniek nummer en het is geweldig hoe muzikaal het geheel klinkt. Vooral de climax is erg indrukwekkend. Verplichte kost voor avontuurlijke luisteraars die nieuwe dingen willen ontdekken, al zal het waarschijnlijk lang niet iedereen bevallen. Sommige zang hier kan als erg irritant worden ervaren, daarvan getuigt blabla's stem.

Merzbow - Sha Mo 3000 (2004)

poster
3,5
Of er is zojuist een noise-kwartje gevallen bij me, of dit is gewoon een veel muzikaler noise-album dan de andere Merzbow-albums die ik hoorde (ik geef toe, het zijn er slechts een paar van de 450+). Ik neig naar het laatste, hier zit zo veel meer variatie en ontwikkeling in. Ik ben niet vies van minimalisme maar bij noise merk ik dat ik het met wat variatie ook meteen een stuk beter vind. Niet vewacht dat ik een Merzbow-album echt goed zou kunnen vinden.

Mew - Frengers (2003)

Alternatieve titel: Not Quite Friends But Not Quite Strangers

poster
2,0
Nou, het spijt me verschrikkelijk, maar dit is een beetje een koude douche na alle lovende reacties. Het enige wat me een beetje kan boeien is de adequate ritmesectie die nummers als 'Snow brigade' nog interessant maken. Verder is dit nogal triviale power-pop die volledig steunt op leuke melodietjes. De ballads zijn helemaal slaapverwekkend. En de lange afsluiter 'Comforting sounds' is een schoolvoorbeeld van 'over the top' bombastische toeters-en-bellenmuziek. De zang is bovendien ondermaats en ook nog eens vervelend hoog. Nee, ik kan helaas niet delen in de euforie rond dit album. 2/5

Mike Johnson - What Would You Do (2002)

poster
3,5
Na het coveralbum 'I feel alright' is dit weer een album met origineel materiaal, dat de draad van 'Year of Mondays' weer oppakt. Het is doortrokken van dezelfde sombere, bedrukte stemming, wederom perfect ondersteund door zijn prachtige, diepe, doorleefde stem.
Het album kent geen echte uitschieters, maar is over de breedte erg sterk. Deze haalt het niet bij 'Year of Mondays', maar komt zeker dicht in de buurt. 3,5/5

Mike Johnson - Year of Mondays (1996)

poster
4,0
Fraai, meestal ingetogen solo-album van de bassist van Dinosaur Jr. (die ook al de vaste bassist is op de solo-albums van Screaming trees-zanger Mark Lanegan). Where am I? is een wonderschoon nummer dat zich statig voortbeweegt en terugvalt op een fantastisch, spaarzaam maar uiterst effectief arrangement. One way out is de single, zo ongeveer het enige up-tempo nummer. De rest is allemaal erg rustig en doet bij tijd en wijle aan Leonard Cohen denken. De krenten in de pap zijn Eclipse en Overdrive, twee lang uitgesponnen nummers die de compositionele kwaliteiten van Johnson aan het licht brengen. Wat bovendien vanaf het eerste nummer opvalt, is de prachtige bariton van deze man. Erg de moeite waard voor liefhebbers van introspectieve singer-songwriters (Cohen, Drake, etc.). 4/5

Mike Oldfield - Tubular Bells (1973)

poster
4,0
Tubular bells is (zoals zoveel albums die ik de laatste tijd heb gereviewd) een mijlpaal in de rockgeschiedenis. Aan deze mijlpaal lag een revolutionair concept ten grondslag, opgevat door het toen pas 19-jarige (!!) Engelse wonderkind Mike Oldfield: het opnemen van een lange instrumentale compositie die een volledig album vulde, volledig gecomponeerd, gespeeld (Op 28 verschillende instrumenten!) en gearrangeerd (Het nummer bevat 80 verschillende tracks!) door hemzelf. Zoiets was nog nooit vertoond, maar Oldfield was vastberaden en slaagde met verve. Tubular bells is een geweldig vernuftig, vindingrijk album waarin een keur aan genres de revue passeren: van folk tot klassiek, van rock & roll tot minimalisme, van psychedelica tot new age (avant la lettre).

Het eerste deel begint met de piano, al snel vergezeld door een orgel, die de (vooral dankzij het gebruik in de film The exorcist) overbekende themamelodie inzet. Al snel komen er steeds meer instrumenten bij, maar altijd geleidelijk zodat geen enkel geluid ongemerkt voorbijgaat en de luisteraar voldoende tijd heeft om alle ontwikkelingen goed in zich op te nemen. Deze instrumentale overdaad leidt tot oorstrelende momenten door het hele stuk heen. Oldfield past om de haverklap tempowisselingen en andere instrumenten toe zodat het geheel de volle 25 minuten blijft boeien. In de laatste 5 minuten komt Vivian Stanshall, bekend als de frontman van de Bonzo Dog Doo Dah Band, als een soort ceremoniemeester de instrumenten introduceren die deelnemen aan de grote finale.

Het tweede deel begint een stuk minder overdadig, en is in de eerste 8 minuten eigenlijk gewoon een akoestisch folknummer, waarna de elektrische gitaar ten tonele verschijnt, die met behulp van een hoop percussie na 12 minuten tot een climax komt. Vervolgens komt de finale waarin de “Piltdown man” zijn opwachting maakt, Oldfield die zingt als een neanderthaler. Niet bijster geslaagd als je het mij vraagt, maar goed. Na 16:30 minuten volgt een fraaie, rustige outro, die anderhalve minuut voor het einde plaats maakt voor een heerlijk kolderieke coda met gitaar en fluit. Het nummer springt wel iets te veel van de hak op de tak (4 fases die niet bijster goed op elkaar aansluiten), en mist ook de epiek van het eerste deel.

Tubular bells is een revolutionair album dat desondanks erg toegankelijk is, en daarom gelukkig ook de erkenning heeft ontvangen die het verdient. Oldfield zou de magie van dit debuut nooit meer herhalen. 4,5/5

Mingus - The Black Saint and the Sinner Lady (1963)

poster
5,0
"I feel no need to explain any further the music herewith other than to say throw all other records of mine away...”
Charles Mingus

Met deze opmerking maakt Charlie zich er natuurlijk met een jantje-van-leiden vanaf, want dat bespaart hem nogal wat moeite. ”The music herewith” is namelijk dusdanig origineel en baanbrekend dat het nou niet bepaald eenvoudig in een hokje te plaatsen is. Toch wil ik graag een poging wagen.

The black saint and the sinner lady was, na Coltrane’s A love supreme, het tweede jazzalbum dat ik leerde kennen. Geen slechte start, want juist deze twee albums zijn altijd mijn favorieten gebleven, ook na het beluisteren honderden andere. Net als A love supreme is The black saint and the sinner lady een volstrekt uniek jazzopus, een compositioneel meesterwerk met zeer rijke orkestratie (een stuk rijker zelfs dan A love supreme, dat zijn magie meer dankt aan Coltrane’s grenzeloze spirituele inspiratie), een suite in zes delen (3 tracks en 3 modes), even minutieus voorbereid als spontaan uitgevoerd.

Beter dan een suite is misschien de term ballet, tenminste als we kijken naar de track-/modetitels (Solo dancer, Duet solo dancers, Group dancers, etc.). In gedachten zie je de instrumenten al dartel en elegant over de dansvloer huppen.
De titels zijn steeds vergezeld van lange ondertitels, die een verhaal lijken te vertellen over strijd, pijn, liefde, geluk en vrijheid: " Saint and sinner join in merriment on battle front", "Of love, pain, and passioned revolt, then farewell, my beloved, 'til it's Freedom Day" ".

Al deze thema’s komen in de muziek ook zeer duidelijk terug. De verschillende instrumenten lijken wel een stuk van Shakespeare op te voeren: nu eens zijn de trompetten in een hevig strijd verwikkeld tegen de logge tuba, dan weer smeedt de piano een duivels plan om de fluit een hak te zetten. We horen saxofonen die het uitschreeuwen van pijn, trompetten die hun laatste adem uitblazen, en de flamencogitaar die het met de trombone aan de stok krijgt... En de bas zag dat het goed was.

Deze vergelijking met toneel is te wijten/danken aan Mingus’ compositietechniek. Het werk is geschreven voor een orkest van 2 trompetten, trombone, tuba, fluit, baritonsaxofoon, gitaar, altsaxofoon, piano, bas en drums. In zijn composities lijkt Mingus steeds twee groepen instrumenten tegen elkaar uit te spelen om een maximaal tonaal contrast te bereiken. Ondertussen past hij om de haverklap tempowisselingen toe om de stemming alsmaar te veranderen. Hieruit vloeit hoogst emotionele muziek voort, die je bij wijze van spreken iedere luisterbeurt weer op het puntje van je stoel vastnagelt. Never a dull moment. Tenzij je je muziek het liefst zo onuitdagend, saai en oninspirerend mogelijk voorgeschoteld krijgt natuurlijk.

The black saint and the sinner lady is een visionair kunstwerk zoals er maar een zeer beperkt aantal gemaakt zijn in de 20e eeuw. En koesteren zal ik het. 5/5

Minutemen - Double Nickels on the Dime (1984)

poster
5,0
dudehere schreef:

1 van de beste albums ooit gemaakt

Nou en of, helemaal mee eens. Man, wat een monumentaal werkje. De Minutemen zijn echt één van de origineelste en creatiefste punkbands die ik ken, en dit is hun piece de resistance. Ondanks dat ze er lustig op los experimenteren en er echt een geitebrij van muziekstijlen van maken, is dit album toch verbazingwekkend aanstekelijk gebleven. Als je kijkt naar aantal nummers, creativiteit, beleving en plezier, zou je dit de Trout mask replica van de punkgeneratie kunnen noemen.
Hoog in mijn lijstje en een dikke 5/5!

Minutemen - The Punch Line (1981)

poster
3,5
Op hun ‘full length’ debuut (een EP van 7 nummers in 6:42 daargelaten) doen de Minutemen hun naam eer aan. Slechts 2 van de 18 tracks passeren de 1-minuut-grens. Met precies 15 minuten is dit dan ook het kortste album dat ik ken. Reeds hier is hun typerende avontuurlijke jazz-funk-rock-geluid hoorbaar. De nummers vliegen voorbij, om de minuut wordt je weer bestookt met een nieuw, zeer energiek, maar vaak ook bijzonder excentriek en rommelig liedje. Het is het unieke geluid van één van de creatiefste bands die de hardcorescene ooit heeft opgeleverd. Later, op hun meesterwerk Double nickels on the dime zou hun compositionele genie pas echt tot bloei komen, maar hier is al goed merkbaar dat we te maken hebben met een band die enig is in zijn soort. De bas van Mike Watt is het opvallendste instrument hier, die zich constant in de vreemdste bochten wringt, en Boon’s dissonante gitaargeluid vult dat uitstekend aan. Het is haast onmogelijk favorieten aan te wijzen vanwege de ultrakorte duur. Dit is dan ook een schoolvoorbeeld van een album dat als geheel moet worden beluisterd. Saai wordt dat in ieder geval geen moment van die 15 minuten. 3,5/5

Mooie hoes trouwens.

Missing Foundation - 1933 (1988)

Alternatieve titel: Your House Is Mine

poster
4,0
Dit blijft toch wel één de meest gitzwarte, compromisloze en angstaanjagende albums die ik ken. Denk aan vroege Swans gekruist met Pop group (minus de funk), Throbbing gristle & Chrome. Alles klinkt lelijk, duister, smerig en gemeen. Zanger Pete Missing is meestentijds niet te onderscheiden van een hondsdol beest (de "lekkere binnenkomer" Kingsland 61 is hiervan waarschijnlijk het beste voorbeeld). Heel af en toe komt er iets voorbij dat lijkt op muziek, normaal gesproken in de vorm van "gitaarriffs ad infinitum", zoals in de geschifte blues van Jameels Turmooil of Martyr of the city.

Moby Grape - Grape Jam (1968)

poster
4,0
Ik snap echt niet waarom hier zo'n laag gemiddelde staat! Wat mij betreft beter dan het debuut, al maak ik daar weinig vrienden mee geloof ik. De diverse soorten broodbeleg op dit plaatje zijn echt om je vingers bij af te likken, vooral de zwartebessenjam en de marmelade!

Mono - Walking Cloud and Deep Red Sky, Flag Fluttered and the Sun Shined (2004)

poster
3,5
Een instrumentale postrock-plaat die gebruik maakt van golvende dynamica, oftewel steeds weer aanzwellende en afzwakkende geluidsmuren van gitaar. Dat hebben we eerder gehoord, o.a. bij Mogwai en Explosions in the sky, en ook Yume Bitsu is ook een duidelijke inspiratiebron. Een al te avontuurlijke plaat is het niet echt, maar een goeie is het wel. Het niveau is vrij consistent, met slechts een enkele matige track, A thousand paper cranes, en naast de 'echte' tracks enkele korte interludes die aardig uit de verf komen.
De uitschieters zijn zoals zo vaak de langere nummers: 16.12, Halcyon en bovenal Lost snow, een kwartier durend epos dat zich in de eerste 10 minuten tot een donderende climax toewerkt alvorens met een melancholische gitaaroutro van 5 minuten tot een einde te komen.
Fans van Mogwai en Explosions in the sky moeten hier echt eens naar luisteren. En ik ben in een gekke bui, ik zal hier een voorzichtige 4/5 aan toekennen.

Morphine - Good (1992)

poster
5,0
Maar liefst één bericht bij mijn op 4 na favoriete album. Dit vraagt om een reactie, ook al ben ik nu aan de beschonken kant. Sax, bas en drums. Wat een interessante combinatie, dacht ik toen ik voor het eerst aan deze lui begon. En wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Good is het eerste en meteen het beste nummer. Enter Mr Sandman. En de rest doet er nauwelijks voor onder. Een onbegrijpelijk voorbeeld van een plaat met enkel sterke nummers, is dit album werkelijk een tijdloos stukje geschiedenis. De blues wordt op dit album hergedefinieerd volgens de maatstaven van onze tijd en de blues kan er daardoor weer een aantal jaren tegenaan, zonder zich zorgen te hoeven maken over een gedateerd geluid. Verdere favorieten in een briljant rijtje zijn (als ik dan toch moet kiezen) The saddest day, Claire, You speak my language, You look like rain, Do not go quietly unto your grave, The only one, The other side, I know you (part I). Ik tel nu dat ik 9 favorieten noem op een plaat met 13 nummers, ik hoop dat jullie interesse is gewekt... 5/5

Movietone - Day and Night (1997)

poster
4,0
Wat een fraai, sfeervol en wonderlijk ingetogen postrockplaatje is dit toch. Kate Wright's stem past erg goed bij dit geluid, en de toevoeging van piano, strijkers en klarinet aan het gebruikelijke instrumentarium is erg welkom. Halfje d'rbij, want ik luister hier toch wel erg graag naar.

Moving Targets - Burning in Water (1986)

poster
4,0
Ken Chambers' Moving Targets zijn de vergeten meesters van de punkpop/popcore. Deze muziek vormt de directe link tussen Hüsker Dü en Pegboy (of evt. Green Day/Offspring, als die naam je niks zegt). Kan moeilijk fout gaan dus, en dat doet 't ook niet!