Hier kun je zien welke berichten Paalhaas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Talk Talk - Laughing Stock (1991)

4,5
0
geplaatst: 21 september 2006, 21:14 uur
Talk talk is één van de beste voorbeelden van een band met een schizofreen oeuvre. Het vroege en late werk verschilt haast als dag en nacht. Van synthpop naar een soort van trance-inducerende ambient rock. Het is me het overstapje wel. 
Laughing stock wordt vrijwel altijd in één adem genoemd met haar voorganger, Spirit of Eden. En niet ten onrechte, want de weg die op dat album wordt ingeslagen (Het wordt algemeen beschouwd als het eerste slocore-album), wordt hier verder gevolgd. Met enkele subtiele verschillen: sommige liedjes zijn nóg verder ontdaan van alle franje (Myrrhman, Taphead, Runeii), waardoor eigenlijk alleen het skelet van het nummer oveblijft. Gelukkig komt de daaruit voortvloeiende mysterieuze, haast spookachtige stemming de intensiteit alleen maar ten goede en past Hollis' stem, die bij een eerste luisterbeurt wat hol en vervelend in de oren kan klinken, verbazingwekkend goed bij dit concept.
Ascension Day bevat druk hi-hatwerk en barst een aantal keer uit in een flinke kakofonische gitaarramsessie, zo ook op het einde. Echter, in plaats van een rustige dood sterft het nummer bijzonder abrupt, waarna meteen de prachtige intro volgt van After the flood, een van de twee 10 minuten durende hoogtepunten van het album. Dit nummer is haast het tegenovergestelde van de eerder genoemde. Er gebeurt van alles: orgel, drums, gitaar, piano, percussie, van alles wordt uit de kast getrokken om een dikke deken van geluid om Hollis' breekbare bariton te wikkelen. Het nummer klinkt bij de vocale en instrumentale uitbarstingen haast apocalyptisch, alsof we op weg zijn naar het einde. Daarentegen gaat de storm langzaam liggen en gaat het nummer vloeiend over in de kale baslijnen van Taphead. New grass is het andere hoogtepunt. Het hele nummer wordt gedragen door een stoïcijns drumloopje dat nooit veranderd, alsmede door een hemelse steelgitaar, even onveranderlijk (op een enkel intermezzo na), waardoor het nummer een ongekend hypnotisch effect heeft. Pure schoonheid.
Lauging stock mag dan niet zo revolutionair zijn als Spirit of Eden, de uitwerking is van een even hoog niveau en de rauwe muzikale pracht bij tijd en wijle zelfs nóg tastbaarder. 4,5/5

Laughing stock wordt vrijwel altijd in één adem genoemd met haar voorganger, Spirit of Eden. En niet ten onrechte, want de weg die op dat album wordt ingeslagen (Het wordt algemeen beschouwd als het eerste slocore-album), wordt hier verder gevolgd. Met enkele subtiele verschillen: sommige liedjes zijn nóg verder ontdaan van alle franje (Myrrhman, Taphead, Runeii), waardoor eigenlijk alleen het skelet van het nummer oveblijft. Gelukkig komt de daaruit voortvloeiende mysterieuze, haast spookachtige stemming de intensiteit alleen maar ten goede en past Hollis' stem, die bij een eerste luisterbeurt wat hol en vervelend in de oren kan klinken, verbazingwekkend goed bij dit concept.
Ascension Day bevat druk hi-hatwerk en barst een aantal keer uit in een flinke kakofonische gitaarramsessie, zo ook op het einde. Echter, in plaats van een rustige dood sterft het nummer bijzonder abrupt, waarna meteen de prachtige intro volgt van After the flood, een van de twee 10 minuten durende hoogtepunten van het album. Dit nummer is haast het tegenovergestelde van de eerder genoemde. Er gebeurt van alles: orgel, drums, gitaar, piano, percussie, van alles wordt uit de kast getrokken om een dikke deken van geluid om Hollis' breekbare bariton te wikkelen. Het nummer klinkt bij de vocale en instrumentale uitbarstingen haast apocalyptisch, alsof we op weg zijn naar het einde. Daarentegen gaat de storm langzaam liggen en gaat het nummer vloeiend over in de kale baslijnen van Taphead. New grass is het andere hoogtepunt. Het hele nummer wordt gedragen door een stoïcijns drumloopje dat nooit veranderd, alsmede door een hemelse steelgitaar, even onveranderlijk (op een enkel intermezzo na), waardoor het nummer een ongekend hypnotisch effect heeft. Pure schoonheid.
Lauging stock mag dan niet zo revolutionair zijn als Spirit of Eden, de uitwerking is van een even hoog niveau en de rauwe muzikale pracht bij tijd en wijle zelfs nóg tastbaarder. 4,5/5
Technical Space Composer's Crew - Canaxis 5 (1969)
Alternatieve titel: Canaxis

4,0
0
geplaatst: 11 januari 2006, 13:36 uur
Dit album fuseert als eerste wereldmuziek en electronica. Czukay (bassist van Can) zou zo'n twintig later met dit thema verder experimenteren op zijn albums met David Sylvian.
Het derde nummer Mellow out is Czukay's eerste 'compositie' (1960), en is alleen als bonus op de CD-versie te vinden.
Het derde nummer Mellow out is Czukay's eerste 'compositie' (1960), en is alleen als bonus op de CD-versie te vinden.
Terry Riley - Persian Surgery Dervishes (1972)

4,5
0
geplaatst: 14 november 2012, 11:07 uur
Dit album verdient eigenlijk minstens net zoveel aandacht als "A Rainbow in Curved Air" als je 't mij vraagt. Twee stemmen is natuurlijk schandalig weinig... Vergeleken met Rainbow is dit wat duisterder, diepgravender en minder speels. Het volwassen broertje, zeg maar. Hij is wel twee keer zo lang, wat misschien wat te veel van het goede is voor sommigen. Draai hem in dat geval gewoon 'one CD at a time'.
The Birthday Party - The Bad Seed (1983)

4,0
1
geplaatst: 16 september 2010, 21:59 uur
fatima schreef:
Mutiny kant B. Maar ook hier: nadagen.
Mutiny kant B. Maar ook hier: nadagen.
Deze kwam eerder uit, dus zou je het eerder kant A noemen dan. Later zijn ze dan wel op één schijfje heruitgebracht, maar het zijn in principe gewoon twee losse EP's. En bovendien is hier totaal geen sprake van "nadagen", dit is wat mij betreft misschien zelfs wel het hoogtepunt uit het oeuvre van The Birthday Party!
The Blasters - The Blasters (1981)

3,5
0
geplaatst: 19 februari 2011, 23:44 uur
Dielie schreef:
kent iemand deze plaat?
kent iemand deze plaat?
Ontzettend leuk fifties retroplaatje. Weet perfect die "grass-roots" sfeer te recreëren van de braafste periode in de Amerikaanse geschiedenis met aanstekelijke rockabilly, honkytonk, boogie en texmex. Live lijkt me dit een waar feest!
The Blue Nile - A Walk Across the Rooftops (1984)

4,0
0
geplaatst: 4 december 2009, 09:48 uur
Aangename verrassing dit. Je hoort duidelijk dat het uit de jaren '80 komt, maar toch (
) klinkt het stijlvol en verfijnd. De grootste invloed die ik hoor is Peter Gabriel, al komt dat misschien doordat Buchanans stem wel wat van die van Gabriel wegheeft. Vooral op de tweede helft van de cd is dat erg hoorbaar.
) klinkt het stijlvol en verfijnd. De grootste invloed die ik hoor is Peter Gabriel, al komt dat misschien doordat Buchanans stem wel wat van die van Gabriel wegheeft. Vooral op de tweede helft van de cd is dat erg hoorbaar.The Books - The Lemon of Pink (2003)

4,5
0
geplaatst: 7 september 2005, 12:34 uur
Deze knip- en plakmuziek (Wat dat betreft vergelijkbaar met Solex, maar toch met een zeer eigen geluid) wordt iedere luisterbeurt beter. Hartstikke verfrissend en origineel, en bovendien zijn veel nummers echt erg aanstekelijk. Het titelnummer, 'Tokyo', 'S is for evrysing' en 'There is no there' zijn voorlopig mijn favorieten. Ertussenin zitten korte nummertjes met veel samples, waaronder een stel Nederlandstalige (De helft van dit New Yorkse duo is Nederlands). Zeer de moeite waard!
Ik zit nu al voorzichtig naar een 4,5/5 te neigen. Voorlopig houd ik het op een dikke 4/5.
Ik zit nu al voorzichtig naar een 4,5/5 te neigen. Voorlopig houd ik het op een dikke 4/5.
The Corin Tucker Band - 1,000 Years (2010)

3,5
0
geplaatst: 10 januari 2011, 12:02 uur
Na wat jaartjes afwezigheid is dit het solodebuut van Corin Tucker, welbekend van Sleater-Kinney. De muziek is over het algemeen wat minder luid dan die band, en het klinkt allemaal behoorlijk goed. Verwacht alleen niks unieks of ambitieus, dit is gewoon een klein maar fijn plaatje en zo is het ook bedoeld volgens mij. Het fraaist zijn misschien wel de wat folkier nummers met strijkers zoals "It's always summer" en "Dragon". Rocken lukt haar echter ook nog prima in "Doubt" en de single "Riley", die trouwens vrij schaamteloos het riff van "So you wanna be a rock 'n roll star" van de Byrds steelt.
The December Sound - Silver Album (2007)

2,5
0
geplaatst: 9 juli 2008, 13:59 uur
This cult of noise-terrorists cloak themselves in MELTING GUITARS, DANGEROUS SONGWRITING, EVIL DRONES, HYPNOTIC BASSLINES, MANIACALLY DISTORTED BEATS, HEAVILY EFFECTED/DETACHED VOCALS & OTHER-WORDLY SOUND-SCAPES. It's dark and extreme, influenced by existentialism and avant-garde/radical/underground currents. The group has a reputation for unrelenting live shows that are a full-on assault of the senses,whilst achieving even greater depth on their debut album.
Aldus de Last.fm-beschrijving van The December Sound
De schrijver van dit stukje heeft ofwel de verkeerde plaat gehoord (Shit & Shine - Ladybird?), ofwel zijn leven gespendeerd met luisteren naar louter vrolijke popdeuntjes, want van deze beschrijving klopt dus werkelijk helemaal niks. Deze 'noise-terroristen' maken heel simpel behoorlijk tamme, conventionele psychedelische shoegaze, niks meer en niks minder. 'Dangerous songwriting' is op deze plaat niet te vinden, evenmin als 'evil drones', 'maniacally distorted beats' of 'avant-garde/radical/underground currents'. Laat me niet lachen zeg.
Totaal niks nieuws onder de zon en alleen voor de echte shoegaze-fanaten interessant, al durf ik zelfs daar vraagtekens bij te zetten.
Aldus de Last.fm-beschrijving van The December Sound
De schrijver van dit stukje heeft ofwel de verkeerde plaat gehoord (Shit & Shine - Ladybird?), ofwel zijn leven gespendeerd met luisteren naar louter vrolijke popdeuntjes, want van deze beschrijving klopt dus werkelijk helemaal niks. Deze 'noise-terroristen' maken heel simpel behoorlijk tamme, conventionele psychedelische shoegaze, niks meer en niks minder. 'Dangerous songwriting' is op deze plaat niet te vinden, evenmin als 'evil drones', 'maniacally distorted beats' of 'avant-garde/radical/underground currents'. Laat me niet lachen zeg.
Totaal niks nieuws onder de zon en alleen voor de echte shoegaze-fanaten interessant, al durf ik zelfs daar vraagtekens bij te zetten.The Decemberists - The King Is Dead (2011)

3,5
0
geplaatst: 30 januari 2011, 17:38 uur
Een stuk beter dan het rommelige en ongeïnspireerde The hazards of love. Gewoon een rechtlijnige, poppy folkrockplaat met prettig wegluisterende, capabel geschreven nummers zoals we weten dat Meloy dat kan. Gewoon erg lekker!
The Doors - Strange Days (1967)

4,5
1
geplaatst: 6 oktober 2006, 15:18 uur
Door het succes van de single Light my fire zagen de Doors kans om nog in hetzelfde jaar een vervolg op te nemen voor hun debuut. Strange days was het resultaat, een album dat grotendeels de opzet van dat debuut kopieerde. De meeste nummers op het album waren dan ook al in dezelfde periode geschreven als die van het debuut, alleen lijkt het erop dat de beste van het stel al waren opgeëist. Je zou dus kunnen spreken van een slap aftreksel, maar in het geval van Strange days zijn dergelijke kwalificaties uit den boze. Hoewel niet zo perfect als The doors, is ook dit album weer vergeven van diezelfde ongrijpbare magie die de Doors tot één de grootste cultbands ooit heeft gemaakt.
Prachtige nummers te over: de titeltrack, met de beroemde beginregel: "Strange days have found us, strange days have tracked us down". Manzarek is weer ouderwets op dreef in dit nummer, alsook in Love me two times, een werkelijk onweerstaanbaar liedje met een briljante orgelsolo. Dan hebben we natuurlijk nog het onheilspellende You're lost little girl, als wilde de zanger het meisje in kwestie nóg banger maken. People are strange en My eyes have seen you zijn de laatste twee meesterwerkjes op het album. Unhappy girl en I can't see your face in my mind zijn erg fijne liedjes maar weten het hoge niveau niet vast te houden.
Eén van de minste momenten op het album is het begin van Moonlight drive, met zijn koddige orgelloopje, waardoor de geweldige spanning die was gecreëerd in het voorafgaande (briljante) Horse latitudes, een demonische invocatie met angstaanjagend dissonant pianospel en een steeds bezetener schreeuwende Morrison (hier werkelijk in zijn favoriete rol als sjamaan),volledig teniet wordt gedaan.
Het klapstuk is When the music's over, de lange afsluiter (en daarmee parallel aan The end op het eerste album). Een briljant orgeldeuntje begint deze lange rit door Morrison's psyche, met zijn typische, metafysische teksten ("Cancel my subscription to the ressurection", "Before I sink into the big sleep, I want to hear the scream of the butterfly"). Heel geduldig en toegewijd wordt Morrison door zijn band begeleid naar de onvermijdelijke climax. Het nummer culmineert met de onsterfelijke tekst: "We want the world and we want it.... Now... Now?.... NOW!!!"
Strange days heeft trouwens ook een fantastische hoes, een prachtige voorstelling van een groepje circusartiesten op straat, die erg mooi aansluit bij de albumtitel.
Jammergenoeg heeft dit geweldige album (ook in mijn beleving) altijd in de schaduw moeten staan van het debuut. Toch is het iedere keer weer een blij weerzien. 4,5/5
Prachtige nummers te over: de titeltrack, met de beroemde beginregel: "Strange days have found us, strange days have tracked us down". Manzarek is weer ouderwets op dreef in dit nummer, alsook in Love me two times, een werkelijk onweerstaanbaar liedje met een briljante orgelsolo. Dan hebben we natuurlijk nog het onheilspellende You're lost little girl, als wilde de zanger het meisje in kwestie nóg banger maken. People are strange en My eyes have seen you zijn de laatste twee meesterwerkjes op het album. Unhappy girl en I can't see your face in my mind zijn erg fijne liedjes maar weten het hoge niveau niet vast te houden.
Eén van de minste momenten op het album is het begin van Moonlight drive, met zijn koddige orgelloopje, waardoor de geweldige spanning die was gecreëerd in het voorafgaande (briljante) Horse latitudes, een demonische invocatie met angstaanjagend dissonant pianospel en een steeds bezetener schreeuwende Morrison (hier werkelijk in zijn favoriete rol als sjamaan),volledig teniet wordt gedaan.
Het klapstuk is When the music's over, de lange afsluiter (en daarmee parallel aan The end op het eerste album). Een briljant orgeldeuntje begint deze lange rit door Morrison's psyche, met zijn typische, metafysische teksten ("Cancel my subscription to the ressurection", "Before I sink into the big sleep, I want to hear the scream of the butterfly"). Heel geduldig en toegewijd wordt Morrison door zijn band begeleid naar de onvermijdelijke climax. Het nummer culmineert met de onsterfelijke tekst: "We want the world and we want it.... Now... Now?.... NOW!!!"
Strange days heeft trouwens ook een fantastische hoes, een prachtige voorstelling van een groepje circusartiesten op straat, die erg mooi aansluit bij de albumtitel.
Jammergenoeg heeft dit geweldige album (ook in mijn beleving) altijd in de schaduw moeten staan van het debuut. Toch is het iedere keer weer een blij weerzien. 4,5/5
The Fantastic Plastic Machine - The Fantastic Plastic Machine (1997)

4,0
0
geplaatst: 24 maart 2011, 15:19 uur
Tomoyuki Tanaka is het brein achter The Fantastic Plastic Machine, een project waarop hij naar hartelust zijn wilde muzikale fantasieën botviert. Tanaka is een bedreven producer, dat is meteen te horen aan de hoge sampledichtheid die nergens 'overdone' klinkt. De muziek op dit album is een soort fris/fruitige, bijna orkestrale loungemuziek met allerlei toeters en bellen en leuke voicesamples. Het geheel is behoorlijk onweerstaanbaar.
Check voor een eerste indruk het filmpje van "Dear Mr Salesman" dat ik heb toegevoegd.
Check voor een eerste indruk het filmpje van "Dear Mr Salesman" dat ik heb toegevoegd.
The Feelies - Crazy Rhythms (1980)

4,5
1
geplaatst: 25 september 2006, 15:01 uur
Het debuut van de Feelies is een unieke plaat die in een geheel eigen dimensie lijkt te zitten, een eind weg van de rest uit de new wave. De hoes is een klassieker op zich. Wat een legendarisch stelletje nerds! Is hier sprake van opzet?
Met opener The boy with the perpetual nervousness is het meteen raak. Een aanstekelijk, alsmaar herhaald gitaarrif wordt door drummer/uitblinker Anton Fier voortgestuwd tot epische proporties, als was hij machinist op een stoomlocomotief. Ik moet bij veel nummers terugdenken aan de 'motorik beat' van Neu's Klaus Dinger, maar dan flink aangedikt (Forces at work).
Fa ce la is een heerlijk, kort, vrolijk liedje waarin de rasnerds steeds in koor fa fa fa fa fa ce la! zingen. Nogal cheesy, zou je zeggen, maar bij de Feelies werkt het om onverklaarbare redenen gewoon.
Naast Fier is ook gitaarduo (en tevens songwriterduo) Mercer/Million flink op stoom hier. Vrijwel alle nummers zijn winnaars, van het hypnotische Moscow nights tot het semi-akoestische Original love, van de intrigerende structuren van Loveless love tot het kostelijke Raised eyebrows en de afsluitende 'acid jam' van de titeltrack).
Op het album staan overigens ook twee covers, uitgerekend van de Beatles en de Stones.
Van de Beatles wordt Everybody's got something to hide... (uitstekende keus) onder handen genomen en in een nog explosiever jasje gestoken. Van de Stones is Paint it black de gelukkige, die een soortgelijke behandeling ontvangt.
Het Stones-nummer is trouwens een bonustrack die niet op de eerste vinylversie aanwezig was. Sterker nog, het nummer is pas in 1990 door de band opgenomen, waardoor je ook duidelijk verschil kunt horen in Mercer's stem.
De meeste tracks bevatten naast een soort van duivelse "Sturm und Drang" (Fier) en hypnotische, repetitieve patronen, verrassend catchy deuntjes (Mercer/Million). Een intrigerende combinatie. Dikke 4/5
Met opener The boy with the perpetual nervousness is het meteen raak. Een aanstekelijk, alsmaar herhaald gitaarrif wordt door drummer/uitblinker Anton Fier voortgestuwd tot epische proporties, als was hij machinist op een stoomlocomotief. Ik moet bij veel nummers terugdenken aan de 'motorik beat' van Neu's Klaus Dinger, maar dan flink aangedikt (Forces at work).
Fa ce la is een heerlijk, kort, vrolijk liedje waarin de rasnerds steeds in koor fa fa fa fa fa ce la! zingen. Nogal cheesy, zou je zeggen, maar bij de Feelies werkt het om onverklaarbare redenen gewoon.
Naast Fier is ook gitaarduo (en tevens songwriterduo) Mercer/Million flink op stoom hier. Vrijwel alle nummers zijn winnaars, van het hypnotische Moscow nights tot het semi-akoestische Original love, van de intrigerende structuren van Loveless love tot het kostelijke Raised eyebrows en de afsluitende 'acid jam' van de titeltrack).
Op het album staan overigens ook twee covers, uitgerekend van de Beatles en de Stones.
Van de Beatles wordt Everybody's got something to hide... (uitstekende keus) onder handen genomen en in een nog explosiever jasje gestoken. Van de Stones is Paint it black de gelukkige, die een soortgelijke behandeling ontvangt. Het Stones-nummer is trouwens een bonustrack die niet op de eerste vinylversie aanwezig was. Sterker nog, het nummer is pas in 1990 door de band opgenomen, waardoor je ook duidelijk verschil kunt horen in Mercer's stem.

De meeste tracks bevatten naast een soort van duivelse "Sturm und Drang" (Fier) en hypnotische, repetitieve patronen, verrassend catchy deuntjes (Mercer/Million). Een intrigerende combinatie. Dikke 4/5
The Flesh Eaters - A Minute to Pray, a Second to Die (1981)

4,0
0
geplaatst: 13 oktober 2010, 15:56 uur
De sax in "Cyrano DeBerger's Back" doet wel heel erg veel denken aan "Tenth avenue freeze-out" van Bruce Springsteen, maar dat neemt niet weg dat dit een heerlijke mix is van cowpunk, psychobilly en garagerock, van een onverwacht melodieus kantje voorzien door de toevoeging saxofoon en (sic) marimba. Uitschieters zijn "Satan's Stomp", "See You in the Boneyard" en het 7 minuten lange "Divine Horseman".
The For Carnation - Fight Songs (1995)

4,0
0
geplaatst: 6 december 2005, 14:43 uur
The for carnation is opgericht door Brian McMahan, die we voornamelijk kennen als de gitarist van de legendarische cultband Slint. De band maakt uitermate subtiele muziek, en is daarin te spiegelen aan Gastr del sol, de band van ex-Squirrel bait-maatje David Grubbs. Bij The for carnation is de muziek echter vaak nóg ingetogener en terughoudender. Hoogtepunt van deze eerste, kwartierlange EP van de band is de opener Grace beneath the pines, een prachtig, lang en spaarzaam nummer dat klinkt alsof het is opgenomen door een eenzame jongen met gitaar in het hoekje van een lege kamer. Af en toe lijkt het tot leven te komen, om dan weer terug te vallen in dezelfde tengere gitaarakkoorden die eerder de stilte aflossen dan andersom.
We worden ineens bruut verstoord uit deze dromerige sfeer door het korte How I beat the devil, dat anderhalve minuut lang in flink tempo en met flink versterkte gitaren erin hakt. Ik snap niet waarom ze dit nummer ooit hebben opgenomen, want het heeft niks met The for carnation te maken.
Het laatste nummer Get and stay get march is wel weer een prima, sfeervol nummer dat in een trage mars voortkabbelt.
The for carnation heeft een uniek geluid, en weet op haar eigen, subtiele wijze erg effectief emoties over te brengen, voor zover ze worden toegelaten door het tomeloze geduld en de intelligentie waarmee de nummers zijn gesmeed en uitgevoerd. 4/5
We worden ineens bruut verstoord uit deze dromerige sfeer door het korte How I beat the devil, dat anderhalve minuut lang in flink tempo en met flink versterkte gitaren erin hakt. Ik snap niet waarom ze dit nummer ooit hebben opgenomen, want het heeft niks met The for carnation te maken.
Het laatste nummer Get and stay get march is wel weer een prima, sfeervol nummer dat in een trage mars voortkabbelt.
The for carnation heeft een uniek geluid, en weet op haar eigen, subtiele wijze erg effectief emoties over te brengen, voor zover ze worden toegelaten door het tomeloze geduld en de intelligentie waarmee de nummers zijn gesmeed en uitgevoerd. 4/5
The For Carnation - Marshmallows (1996)

4,0
0
geplaatst: 6 december 2005, 15:06 uur
'Marshmallows' is hier als regulier album aangeduid, maar officieel is het net als 'Fight songs' een EP. De twee zijn overigens later samengevoegd op 'Promised works'.
'Marshmallows' bevat zes complexe nummers die in zekere zin verder gaan waar 'Fight songs' ophield.
On the swing is de fraaie, dromerige opener, die wordt gevolgd door I wear the gold, een nummer dat door drummer John Herndon (bekend van Tortoise) feilloos wordt voortgestuwd met een niet aflatende roffel. Een onheilspellende gitaarriff doorkruist het gehele nummer en het geheel is on-TFC-achtig gedreven. Desondanks is het één van de beste nummers.
Imyr, marshmallow is een kort intermezzo (2 minuten), dat de weg opent voor Winter lair, een van de donkerste composities uit hun oeuvre, en wellicht het hoogtepunt van hun troosteloze en sombere dramatiek.
Salo is exemplarisch voor het geduld en de doelbewustheid van de band: tergend langzaam komt het nummer op gang, om uiteindelijk na een voorzichtig crescendo weer tot bedaren te komen. Afsluiter Preparing to receive you herhaalt 9 minuten lang hetzelfde patroon, zonder enige variatie, zonder enige opbouw, zonder enige afbouw.
'Marshmallows' weet de stijl van FC door de langere speelduur wellicht nog beter tot uiting te brengen, en wellicht ten overvloede: wat een subtiliteit leggen McMahan en co ook hier weer aan de dag. 4/5
'Marshmallows' bevat zes complexe nummers die in zekere zin verder gaan waar 'Fight songs' ophield.
On the swing is de fraaie, dromerige opener, die wordt gevolgd door I wear the gold, een nummer dat door drummer John Herndon (bekend van Tortoise) feilloos wordt voortgestuwd met een niet aflatende roffel. Een onheilspellende gitaarriff doorkruist het gehele nummer en het geheel is on-TFC-achtig gedreven. Desondanks is het één van de beste nummers.
Imyr, marshmallow is een kort intermezzo (2 minuten), dat de weg opent voor Winter lair, een van de donkerste composities uit hun oeuvre, en wellicht het hoogtepunt van hun troosteloze en sombere dramatiek.
Salo is exemplarisch voor het geduld en de doelbewustheid van de band: tergend langzaam komt het nummer op gang, om uiteindelijk na een voorzichtig crescendo weer tot bedaren te komen. Afsluiter Preparing to receive you herhaalt 9 minuten lang hetzelfde patroon, zonder enige variatie, zonder enige opbouw, zonder enige afbouw.
'Marshmallows' weet de stijl van FC door de langere speelduur wellicht nog beter tot uiting te brengen, en wellicht ten overvloede: wat een subtiliteit leggen McMahan en co ook hier weer aan de dag. 4/5
The For Carnation - The For Carnation (2000)

4,5
0
geplaatst: 6 december 2005, 15:22 uur
TFC's eerste echte reguliere album kwam pas 5 jaar na hun eerste EP uit en bevat zes vrij lange nummers (6-10 minuten). Emp. man's blues opent het bal, en meteen valt op dat de instrumentatie wat is uitgebreid: we horen strijkers en de voorheen wat minder benutte keyboards schitteren op de achergrond met zeer welkome effecten. Toch zijn de nummers, voor zover mogelijk, nog gelatener dan op de EP's. Uitzondering is wellicht A tribute to dat de levendigste ritmesectie herbergt.
Being held is de abstractste track, een drone die zijn eigen ritme verzorgt. Snoother doet het meest aan Tortoise denken en komt tevens het dichtst in de buurt van een echt lied.
De hoogtepunten zijn de laatste 2 nummers, Tales, dat met duistere keyboardeffecten en dwingende drums een enge spanning weet op te bouwen. Moonbeams bevat daarentegen een prachtige melodie die het hele nummer beheerst. Werkelijk de perfecte afsluiter voor dit album.
Ondanks de overwegende traagheid vervelen de nummers zelden. Tuurlijk, dit is vast niet voor iedereen weggelegd, maar mij weet het in ieder geval mateloos te boeien. McMahan is een groot artiest en ik hoop nog veel albums van hem te kunnen verwachten. 4/5
Being held is de abstractste track, een drone die zijn eigen ritme verzorgt. Snoother doet het meest aan Tortoise denken en komt tevens het dichtst in de buurt van een echt lied.
De hoogtepunten zijn de laatste 2 nummers, Tales, dat met duistere keyboardeffecten en dwingende drums een enge spanning weet op te bouwen. Moonbeams bevat daarentegen een prachtige melodie die het hele nummer beheerst. Werkelijk de perfecte afsluiter voor dit album.
Ondanks de overwegende traagheid vervelen de nummers zelden. Tuurlijk, dit is vast niet voor iedereen weggelegd, maar mij weet het in ieder geval mateloos te boeien. McMahan is een groot artiest en ik hoop nog veel albums van hem te kunnen verwachten. 4/5
The Gibson Bros. - Dedicated Fool (1989)

3,5
0
geplaatst: 24 augustus 2010, 23:18 uur
Heerlijke, slordige rockabilly-plaat uit de Homestead-stal. Een met de nodige zelfspot geserveerde hommage aan de groten van de blues.
The Honeymoon Killers - Hung Far Low (1991)

4,5
0
geplaatst: 16 augustus 2006, 15:49 uur
Een heerlijke, vuige garage/punk/voodoobilly/blues-plaat van deze onderbelichte 80's-band van Jerry Teel en Lisa Wells. Op deze, hun laatste album, worden ze geholpen door niemand minder dan Jon Spencer en zijn trouwe drummer Russel Simins. Uit deze samenwerking zou ook Teel's participatie op de eerste 2 Boss Hog-albums voortvloeien.
Voor een idee over het geluid van deze muziek: denk aan de Stooges in de mixer met the Cramps en Pussy Galore, versterkt met een vleugje nitroglycerine. I like it! 4,5/5
P.S.: Alle beschikbare mp3-versies zijn verkeerd getiteld. De 3e track moet zijn Vanna White (Goddess of Love)/You Can't Do That waardoor alle volgende titels een nummertje opschuiven en er plaats komt voor nummer 10 Something's Wrong. 't Is maar dat je 't weet.
Voor een idee over het geluid van deze muziek: denk aan de Stooges in de mixer met the Cramps en Pussy Galore, versterkt met een vleugje nitroglycerine. I like it! 4,5/5
P.S.: Alle beschikbare mp3-versies zijn verkeerd getiteld. De 3e track moet zijn Vanna White (Goddess of Love)/You Can't Do That waardoor alle volgende titels een nummertje opschuiven en er plaats komt voor nummer 10 Something's Wrong. 't Is maar dat je 't weet.

The Irresistible Force - Flying High (1992)

3,5
0
geplaatst: 24 januari 2006, 16:04 uur
Inderdaad een sterk album. Eén van de eerste ambient house-platen ook. Ik vind alleen de voice-overs vaak storend. Vooral die irritante kerel die de eerste 2 minuten van het eerste nummer volzevert. Maar verder een puik album dus. 3,75/5
The Jazz Composer's Orchestra - The Jazz Composer's Orchestra (1968)

5,0
1
geplaatst: 23 november 2007, 16:20 uur
In 1964 verhuisde Michael Mantler van zijn vaderland Oostenrijk naar New York. Daar aangekomen richtte hij de Jazz Composer's Orchestra Association (JCOA) op om composities voor jazzorkest te promoten. Samen met Carla Bley vormde hij tevens het Jazz Composer's Orchestra, een all-star jazzorkest vol grote namen. In april 1965 kwam het debuut Communication uit (Op het Nederlandse Fontana-label). In juni 1968 volgde het tweede, titelloze album (al wordt het album op diverse internetpagina's Communications genoemd, waarschijnlijk omdat 5 van de 6 tracks deze naam dragen, maar in feite incorrect). Het album bevatte 5 'free form' composities voor orkest met solist. Drie jaar later zou dit orkest trouwens nog verantwoordelijk zijn voor een ander hoogtepunt van de avant-garde jazz: Carla Bley's Escalator over the hill.
De muziek op dit album is, in één woord, overdonderend. De solisten spelen allemaal op de top van hun kunnen, en de composities van de pas 25-jarige Mantler, die veel ruimte laten voor improvisatie maar de soms haast exploderende dynamiek van de nummers toch meesterlijk in toom houden, bieden een ideale fundering waarop de muzikanten hun inspiratie kunnen botvieren. De intensiteit van deze muziek is bij tijd en wijle echt zenuwslopend. De fenomenale opener Communications #8 en het korte Preview zijn hiervan geweldige voorbeelden, maar de spanning bereikt pas echt zijn hoogtepunt als Cecil Taylor in het laatste nummer, Communications #11, achter de piano plaatsneemt. Ik verval niet graag in superlatieven, maar hier kan ik het toch even niet laten: deze man zet in dit 34 minuten tellende nummer de meest formidabele muzikale prestatie neer die ik ooit hoorde. Pianospelen krijgt hier een nieuwe betekenis. Mijn mond valt iedere keer weer wijd open.
The jazz composer's orchestra bevat muziek met joekels van kloten, maar zeer zeker ook met hersens en, last but not least, een ziel. Veel meer heb ik er niet over te zeggen: dit moet worden beluisterd om te worden begrepen (of in ieder geval geloofd). Hieronder heb ik een overzichtje met wat info over de muzikanten van dienst in elkaar gedraaid, mocht het u interesseren.
SOLISTEN:
Don Cherry (cornet, #1)
Gato Barbieri (tenorsaxofoon, #1)
Larry Coryell (gitaar, #2)
Roswell Rudd (trombone, #3)
Pharoah Sanders (tenorsaxofoon, #4)
Cecil Taylor (piano, #5-6)
ORKEST:
7 saxofoons:
2 sopranen (Al Gibbons, Steve Lacy (#1), Steve Marcus (#2-6))
2 alten (Bob Donovan, Gene Hull (#1), Frank Wess (#2-4), Jimmy Lyons (#5-6))
2 tenoren (Lew Tabackin, George Barrow (#1-4), Gato Barbieri (#5-6))
1 bariton (Charles Davis)
7 overige blaasinstrumenten:
2 bugels (Lloyd Michels, Randy Brecker (#1), Stephen Furtado (#2-6))
2 hoorns (Bob Northern, Julius Watkins)
2 trombones (Jimmy Knepper, Jack Jeffers (bas))
1 tuba (Howard Johnson)
1 piano (Carla Bley)
5 contrabassen (Charlie Haden, Reggie Workman, Ron Carter (#1-4), Kent Carter (#1), Richard Davis (#1), Steve Swallow (#2-4), Eddie Gomez (#2-4), Bob Cunningham (#5-6), Reggie Johnson (#5-6), Alan Silva (#5-6))
1 drumstel (Andrew Cyrille (#1,5-6), Beaver Harris (#2-4))
Compositie, dirigentie, productie en coördinatie door Michael Mantler
Opgenomen op 24 januari (#1), 8 mei (#2-4) en 20-21 juni (#5-6) 1968, RCA Victor Studio B, New York
Alle partituren zijn online verkrijgbaar, mocht u met een paar vrinden eens een poging willen wagen.
De muziek op dit album is, in één woord, overdonderend. De solisten spelen allemaal op de top van hun kunnen, en de composities van de pas 25-jarige Mantler, die veel ruimte laten voor improvisatie maar de soms haast exploderende dynamiek van de nummers toch meesterlijk in toom houden, bieden een ideale fundering waarop de muzikanten hun inspiratie kunnen botvieren. De intensiteit van deze muziek is bij tijd en wijle echt zenuwslopend. De fenomenale opener Communications #8 en het korte Preview zijn hiervan geweldige voorbeelden, maar de spanning bereikt pas echt zijn hoogtepunt als Cecil Taylor in het laatste nummer, Communications #11, achter de piano plaatsneemt. Ik verval niet graag in superlatieven, maar hier kan ik het toch even niet laten: deze man zet in dit 34 minuten tellende nummer de meest formidabele muzikale prestatie neer die ik ooit hoorde. Pianospelen krijgt hier een nieuwe betekenis. Mijn mond valt iedere keer weer wijd open.
The jazz composer's orchestra bevat muziek met joekels van kloten, maar zeer zeker ook met hersens en, last but not least, een ziel. Veel meer heb ik er niet over te zeggen: dit moet worden beluisterd om te worden begrepen (of in ieder geval geloofd). Hieronder heb ik een overzichtje met wat info over de muzikanten van dienst in elkaar gedraaid, mocht het u interesseren.
SOLISTEN:
Don Cherry (cornet, #1)
Gato Barbieri (tenorsaxofoon, #1)
Larry Coryell (gitaar, #2)
Roswell Rudd (trombone, #3)
Pharoah Sanders (tenorsaxofoon, #4)
Cecil Taylor (piano, #5-6)
ORKEST:
7 saxofoons:
2 sopranen (Al Gibbons, Steve Lacy (#1), Steve Marcus (#2-6))
2 alten (Bob Donovan, Gene Hull (#1), Frank Wess (#2-4), Jimmy Lyons (#5-6))
2 tenoren (Lew Tabackin, George Barrow (#1-4), Gato Barbieri (#5-6))
1 bariton (Charles Davis)
7 overige blaasinstrumenten:
2 bugels (Lloyd Michels, Randy Brecker (#1), Stephen Furtado (#2-6))
2 hoorns (Bob Northern, Julius Watkins)
2 trombones (Jimmy Knepper, Jack Jeffers (bas))
1 tuba (Howard Johnson)
1 piano (Carla Bley)
5 contrabassen (Charlie Haden, Reggie Workman, Ron Carter (#1-4), Kent Carter (#1), Richard Davis (#1), Steve Swallow (#2-4), Eddie Gomez (#2-4), Bob Cunningham (#5-6), Reggie Johnson (#5-6), Alan Silva (#5-6))
1 drumstel (Andrew Cyrille (#1,5-6), Beaver Harris (#2-4))
Compositie, dirigentie, productie en coördinatie door Michael Mantler
Opgenomen op 24 januari (#1), 8 mei (#2-4) en 20-21 juni (#5-6) 1968, RCA Victor Studio B, New York
Alle partituren zijn online verkrijgbaar, mocht u met een paar vrinden eens een poging willen wagen.

The Magnetic Fields - The Charm of the Highway Strip (1994)

4,5
0
geplaatst: 12 april 2006, 16:51 uur
Waarom ben ik de enige die hierop heeft gestemd??? Dit is namelijk een perfect popmeesterwerkje van 33 minuten.
Merritt betoont zich een ware meester van zowel heerlijke melodieën als excentrieke arrangementen. Echt een must voor liefhebbers van eigenwijze popmuziek. Alle 10 goed!
Merritt betoont zich een ware meester van zowel heerlijke melodieën als excentrieke arrangementen. Echt een must voor liefhebbers van eigenwijze popmuziek. Alle 10 goed!

The Necks - Drive By (2003)

4,5
0
geplaatst: 28 maart 2008, 00:24 uur
Alweer een meesterwerkje van de hand van dit Australische trio. Drive by is met gemak de meest groovy plaat van de Necks en hij weet me door die extra ritmische drive moeiteloos een uur lang te boeien. Fascinerend hoe de heren bijna iedere keer wel weer met een nieuw en fris idee weten te komen voor hun minimalistische jamsessies: van de gestroomlijnde, coole, jazzy ambient (Sex) tot de supersnelle hi-hats op Hanging gardens, van de cryptische ambient op Aether tot de niet aflatende groove van dit juweeltje.
Nu ik vandaag weer een hoop van hun werk aan het herbeluisteren ben, kom ik andermaal tot de conclusie: dit is gewoon een absolute wereldband. Zijn jazz, minimalisme en de combinatie piano-bas-drums je ding, dan kan het met deze heren niet meer fout!
Nu ik vandaag weer een hoop van hun werk aan het herbeluisteren ben, kom ik andermaal tot de conclusie: dit is gewoon een absolute wereldband. Zijn jazz, minimalisme en de combinatie piano-bas-drums je ding, dan kan het met deze heren niet meer fout!
The Necks - Hanging Gardens (1999)

4,0
0
geplaatst: 9 augustus 2006, 20:26 uur
Dit piano-bas-drums-trio maakt vrijwel alleen maar platen met 1 nummer, meestal een uur lang. Ook voor deze plaat gaat die vlieger op. Dit is hun levendigste werk met flitsende hi-hats. En Abrahams op piano steelt wederom de show. Top!
The Psychic Paramount - Gamelan into the Mink Supernatural (2005)

3,5
0
geplaatst: 20 april 2011, 10:30 uur
Fijn plaatje inderdaad. Borduurt redelijk voort op waar Laddio Bolocko mee was opgehouden, nl. een explosieve mix van hardcore, acid-rock en free-jazz. Alleen is het free-jazz element hier wat meer naar de achtergrond verwezen (saxofonist Marcus De Grazia doet dan ook niet meer mee) en is er meer plek voor 'atmosferische stukken' zoals Tim ze noemt. Drummer Jeff Conaway betoont zich een waardige opvolger van Blake Fleming (naast Laddio Bolocko ook van Dazzling Killmen), wat geen sinecure is trouwens, en de gitaar van St Ivany schuurt er weer vrolijk op los. Kan (nog) niet tippen aan de glorieuze rammelende betonmolen die het debuut van LB is, maar zeer de moeite waard. Uitschieters zijn "Echoh Air" en de titeltrack.
The Replacements - Let It Be (1984)

4,5
0
geplaatst: 16 augustus 2006, 15:32 uur
De Replacements waren denk ik dé band die de zeitgeist van de jaren '80 bij de lurven had en de gevoelens van de jeugd het best wist te verwoorden en verpakken in een muzikaal pakketje. Hun anti-virtuoze spel, brakke zang, ongecompliceerde liedjes en populistische teksten sloegen aan bij de jeugd destijds.
Let it be is denk ik hun eerste echte superplaat, vrijwel allemaal uitstekende nummers (eigenlijk vallen alleen Tommy gets his tonsils out en Gary's got a boner een beetje uit de toon). De toppers zijn We're coming out, Androgynous, Unsatisfied, Sixteen blue en Answering machine. Een mooie 4/5 voor Paul Westerberg & co.
Let it be is denk ik hun eerste echte superplaat, vrijwel allemaal uitstekende nummers (eigenlijk vallen alleen Tommy gets his tonsils out en Gary's got a boner een beetje uit de toon). De toppers zijn We're coming out, Androgynous, Unsatisfied, Sixteen blue en Answering machine. Een mooie 4/5 voor Paul Westerberg & co.
The The - Soul Mining (1983)

4,0
1
geplaatst: 1 april 2011, 20:00 uur
Eén van de betere platen uit de vroege jaren '80. Keurige productie, smaakvolle arrangementen. Je hoort wel dat het een kind van zijn tijd is, maar gedateerd klinkt het niet. En met een afsluiter als "Giant" (had zo op een album van LCD Soundsystem gekund) kan ik hier toch wel een 4/5 aan kwijt!
The Veils - Nux Vomica (2006)

2,5
0
geplaatst: 19 oktober 2006, 12:49 uur
Prettig in het gehoor liggende popmuziek. Een stel niemendalletjes (A birthday present, One night on earth), en een stel (soms bijzonder ongegeneerde) imitaties (Grant Lee Buffalo (ook de stem komt erg overeen) in Not yet en Calliope!, David Gray in Under the folding branches en afsluiter House where we all live, late Mark Lanegan in Jesus for the jugular (cf. Wedding dress) en Nick Cave in de titeltrack). De laatste twee zijn de meest geslaagde, en geven het album toch nog de scherpe randjes die het zo hard nodig heeft. Het klinkt allemaal heel leuk, maar eigenlijk is het allemaal gewoon een tamelijk ovebodige herhalingsoefening. 2,5/5
These Immortal Souls - Get Lost (Don't Lie) (1987)

3,5
0
geplaatst: 14 oktober 2010, 08:53 uur
Muzikaal dik in orde, helaas is Howard één van de slechtste zangers van het Zuidelijk halfrond. Hij kan noch een scheur opentrekken, noch toonvast of zuiver zingen, waardoor hij soms overkomt als een zanikende zwakbegaafde. Het is dan ook aan de muziek te danken dat ik hier toch op een ruime voldoende uitkom.
This Heat - This Heat (1979)

4,0
0
geplaatst: 30 juni 2006, 12:57 uur
Dat ik hier nog niet op gestemd had, zeg. Meesterlijke plaat. Neem het fantastische Horizontal hold, dat er echt überlomp in komt hakken na die eerste 50 seconden bijna-stilte. Of het hypnotiserende Fall of Saigon, misschien wel het prijsnummer van dit baanbrekende album. Dikke 4/5.
