MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten jasper1991 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Avantasia - Moonglow (2019)

poster
3,5
Ik vind deze iets minder dan het sterke Moonglow. Het is een dun lijntje tussen clichématig oubollig zelfplagiaat en degelijke bombastische originele rock die subtiel afwisselt tussen AOR en powermetal. Het eerste nummer valt duidelijk aan de positieve kant van de medaille in de vorm van originele Meatloaf-Disneyrock. Je denkt haast dat Sammet definitief afstand heeft gedaan van de metal. Maar dan is daar het prima furieuze Book of Shallows, hoewel ik dat thrashende gedeelte met Petrozza iets te cheesy en misplaatst vind. Ook de Nightwish-achtige titelsong met de excuustruus Candice Night is in orde.

Dan wordt het minder. The Raven Child is aardig, maar wil te graag de grootste epic ooit zijn en kent duidelijk holle quasi-indrukwekkende elementen die zijn afgekeken van andere epics. Jorn kan ook af en toe een beetje vermoeiend worden met zijn overdaad aan ad-lips en dat zichzelf overschreeuwende. Kürsch vind ik wel een erg prettige zanger en leuke nouveauté voor Avantasia. En de kettingrookstem van Ronnie Atkins vind ik ook erg goed werken op het verder toch ietwat zoet-christelijke Avantasiageluid, en het nummer Starlight is ook gewoon een prima hitje. Alchemy vind ik dan weer een misbaksel. Wat een suffe compositie en een schandalig slechte riff. De drie minuten die eraan voorafgaan moeten het geheel natuurlijker wat verhalender en epischer maken, maar er gebeurt voor mijn gevoel simpelweg niets. Jammer, want ik vind Geoff Tate wel een spannende stem hebben; Seduction of Decay op het vorige album vond ik dan ook een stuk beter werken.

Dan komt er nog powermetal in de vorm van The Piper at the Gates of Dawn en Requiem for a Dream. Over de zangerkeuze niets te klagen hoor, maar de kwaliteit ligt domweg te laag. Ik vind de AOR-lijn die Sammet is ingegaan toch wat leuker, en zo is daar het prima Lavender, die het overigens prima op de EO-jongerendag zou doen denk ik zo. Maar in dat soort nummers hoor je een artiest die zijn eigen weg gaat en niet stijlvast aan de Helloween-adoratie blijft vasthouden.

Maniac had van mij niet zo gehoeven. Het origineel is sterk; ik snap eigenlijk niet zo waarom dit gecoverd moet worden, nota bene met de zanger van Mr. Big. Het laatste nummer kan ik even niet meer voor de geest halen, maar volgens mij bleef het dan ook niet zo hangen. Al met al dus jammer genoeg een lichte tegenvaller, maar ik richt me gewoon lekker op het sterke begin, Starlight en Lavender.

Ayreon - Ayreon Universe (2018)

Alternatieve titel: Best of Ayreon Live

poster
4,5
Dit is toch wel het spektakelstuk geworden dat Arjen en Ayreon verdient. Groots, groter, grootst. Een waardige cast, prachtig aangekleed met vooral gave achtergrondbeelden en het pak van Michael Mills en een retestrakke band met uitstekend geluid. Zowel de zware jongens als Dawn of a Million Souls en Star of Sirrah als de warme folk van bijvoorbeeld Valley of the Queens komen ijzersterk over. Als Arjen iets aanpakt, zo ook dit ambitieuze liveproject, doet hij het ook gelijk goed: wat een strakke uitvoeringen van de nummers. En toch was er ook ruimte voor een klein beetje show en spontaniteit, denk Michael Mills en Jeroen Goossens met de didgeridoo. Ik denk dat hij in Joost van den Broek een uitstekende compagnon heeft gevonden om de muziek zo fantastisch tot leven te brengen.

John Jaycee Cuijpers was een mooie verrassing. Ik kende de man niet, maar hij wist wel raad met Dawn of a Million Souls. Minder vond ik de keuze om Karevik Into the Black Hole te laten zingen, want zijn songfestivalstem past niet zo bij het ruige gedeelte van dat nummer. Een verder minpuntje waar ik nog naar moest zoeken was Hietala, die ik simpelweg niet zo goed vond overkomen. Op plaat vind ik hem op zijn tijd wel aan te horen. Eventueel jammer, maar toch ook wel begrijpelijk, was dat nummers veelal ingekort waren, maar het grote aantal nummers kwam wel het tempo en de energie ten goede. The Human Equation is er een beetje bekaaid vanaf gekomen met twee nummers, maar dat album hebben we natuurlijk wel weer in zijn geheel in het theater mogen bewonderen.

Ayreon - The Source (2017)

poster
4,5
Van te voren wist ik dat de zangcast van historische kwaliteit is. Als Arjen het compositiewerk voor zijn rekening neemt, kan er dus niet zoveel misgaan. En dat is ook niet veel gebeurd, zeker niet op cd 1.

The Source is voor Ayreon begrippen behoorlijk metal en snel. Het is begrijpelijk dat Arjen overwoog hier een Star One-project van te maken, maar de folkinvloeden en stijlwisselingen hinten duidelijk naar een Ayreon-album. Het verhaal past ook prima in het concept van The Ayreon Universe. Het is allemaal meer van hetzelfde qua technofobie en sci-fi, maar sterk uitgewerkt, waarbij ieder personage een duidelijke rol heeft in het verhaal: de chemicus bedenkt een drug die het ras het eeuwige leven bezorgt, de astronoom ontdekt een planeet, de biologe stelt vast dat de voorwaarden voor leven er ook goed zijn, de diplomaat houdt de neuzen dezelfde kant op en Sammet neemt iedereen mee in de starblade, die in detail wordt ontleed in mijn cd-boekje. Dat is op zichzelf wel leuk naast de vele nietszeggende afbeeldingen die het boekje naar mijn mening bevat.

Ik zou geen zanger willen noemen die er met kop en schouders bovenuit steekt, maar Nils Rue valt me positief op: bij Pagan's Mind kan zijn stem op den duur wennen of zelfs vervelen, maar doordat hij geen hele nummers zingt, krijgen de momenten wanneer hij zijn intrede doet een krachtige impuls. Sowieso slim van Arjen om hem de rol van profeet te geven, omdat hij bij zijn band ook over dat soort onderwerpen (New Age, Erich von Däniken) zingt. De andere Noor, Michael Eriksen, heeft daarnaast ook een schitterende, ijle hoge stem. Kürsch zingt zoals gebruikelijk bijzonder en bijzonder fraai met zijn ruimtelijke stem en Allen haalt ook zijn niveau. De man zingt de sterren van de hemel met veel kracht en gevoel voor drama. Zaher Zorgati vind ik overbodig. In Deathcry of a Race is zijn zangstijl voor mijn gevoel puur voor het effect gebruikt, hetgeen ik artistiek niet zo kan waarderen. Voor die operapassage die hand in hand gaat met zijn moment geldt hetzelfde.

De eerste zes nummers zijn allemaal voltreffers. Het eerste nummer is spectaculair zonder te ontsporen en tegelijkertijd lekker rockend. Het bluesy gedeelte vind ik vooral fraai, waarbij ook de overgang naar het drama van Eriksen fraai is ingepast. In Sea of Machines is de hoofdrol voor Rue in het krachtige refrein, maar het nummer zit verder mooi in elkaar, met ook een fraaie bridge. Everybody Dies, het Mills-nummer, vond ik niks toen ik hem voor de eerste keer hoorde, maar vind ik nu een van de sterkhouders. Ik had om de een of andere reden moeite met het flitsende karakter ervan, maar dat is enorm bijgetrokken, op het 'follow me'-gedeelte na, wat ik een lelijke overgang vind. Star of Sirrah is misschien wel het beste nummer, waar ik de coupletten met Allen en Rue fraai vind en de gitaarsolo. Het nummer kent ook een fijne kadans met heerlijk riffwerk. All That Was is een meeslepend folknummer dat helemaal klopt om daarna in het lekker vlotte Run! Apocalypse! Run over te gaan. Het is een goed geschreven powermetalnummer dat door de onderbrekingen voor de vocale experimentjes van Mills ook een interessante kant heeft. Sammet en Rue zorgen voor een toprefrein.

Vanaf Condemned to Live daalt het niveau relatief, maar misschien komt dat meer omdat de eerste zes nummers zo onwaarschijnlijk goed waren. Planet Y is Alive! kent nog wel een gave thrashriff en The Source Will Flow is een prima ballad. Into the Ocean is ook een sterk nummer dat behoorlijk geïnspireerd lijkt te zijn op hardrock van een paar decennia terug. Vooral Allen klinkt aan het begin zeer als Dio.

Arjen heeft voor zijn topcast dus ook waardige nummers geschreven, met op de eerste cd zelfs briljante momenten. Het is ook nauwelijks te merken dat bijna iedereen vanuit huis zijn of haar stukken heeft opgenomen. Het album is steviger dan ooit en ik bespeur een ontwikkeling in de Ayreon-discografie van zacht naar hard. Een ‘mannelijk’ album noemde hij het zelf, ten opzichte van het ‘vrouwelijke’ project The Gentle Storm. Maar het maakt niet uit voor welke stijlkeuzes Arjen opteert. Alles is goud wat uit zijn muzikale brein komt, en anders een ander edelmetaal. Ik kan alleen maar zeggen dat ik hoop dat meneer Lucassen nog lang doorgaat met tweederangs sciencefictionverhalen op muziek te zetten.

Ayreon - The Theory of Everything (2013)

poster
4,5
Na vijf jaar en in die periode vele releases buiten Ayreon om van de hand van Arjen Lucassen is ditmaal zijn impactrijkste project terug. The Theory of Everything is de naam en deze is van ouderwetse Ayreon-kwaliteit wat mij betreft, om maar direct mijn visie erop te delen. Ik beleef het album alleen iets anders dan de meeste andere Ayreon-langspelers. Dit komt door de maar liefst 42 tracks waarin het album zich manifesteert. Op de vorige albums waren zonder uitzondering middellange tot lange nummers aanwezig, die traditie wordt hier gebroken. Hoewel Arjen zelf van vier epics spreekt, voelt het duidelijk voor mij als 42 stukken aan. Het album raast voorbij daar je van thema naar thema springt en de tempi wisselen sneller dan ooit. Toch bevat The Theory of Everything alles wat we van Ayreon gewend zijn: Stevige progmetal, jaren ’70-progrockelementen, keltische passages, bombast en vele keyboardsolo’s.

Na The Human Equation voor de tweede keer geen Science Fiction. Het is een verhaal dat het klassieke fenomeen van de dunne lijn tussen gek en genie betreft. Zanger Tommy Karevik (Kamelot, Seventh Wonder) is een wonderkind en zijn vader, vertolkt door Michael Mills van de niet zo bekende band Toehider, is wetenschapper. Het begint allemaal in een gymnasiumklas of iets dergelijks en het verhaal bestrijkt 11 jaar. In deze klas zit ook een andere bolleboos die de rivaal blijkt van Karevik. Marco Hietala neemt deze rol op zich. Het wonderkind lijkt iets van autisme te hebben en weet nauwelijks sociaal contact te maken en niemand kan zien wat er in hem omgaat. De gepassioneerde moeder van het wonderkind is Christina Scabbia van Lacuna Coil. Zij weet met de vader niet wat ze met het wonderkind aanmoet, John Wetton zal als Psychiater hier een rol in spelen. Dan is er nog een klasgenote die door het hele verhaal een bondgenote is van het wonderkind: Sara Squadrani van de obscure powermetalband Ancient Bards. De docent is ‘JB’ Christofferson van Grand Magus en Spiritual Beggars.

De lijst van zangers ervaar ik als minder indrukwekkend ten opzichte van de andere Ayreon-albums, maar de kwaliteit op vocaal gebied hoeft er echter voor mij niet onder te lijden. Zo is Hietala wat mij betreft perfect gekozen als ‘rivaal’ met zijn indringende stem en ietwat kwaadaardige cachet, zoals hij bij Nightwish altijd al voor iets extraas zorgde. Wat te denken echter van de twee relatief onbekenden; Mills en Squadrani. Squadrani heeft een bereik dat er niet om liegt, maar vooral een warm, frivool timbre. Mills heeft een ongelooflijk bereik en vormt hier en daar een mooie chemie met Karevik. Hoewel de band Seventh Wonder mij niet zo heeft, merk ik in deze setting hoe goed laatstgenoemde daadwerkelijk is. Een fraai geluid, een groot bereik en af en toe een bepaald soort lekkere ‘kreun’. Scabbia maakt misschien nog het minste indruk, hoewel technisch prima en relatief veel power. Als de rauwe, ietwat bluesy stem van Wetton inzet weet je dat de psychiater in het spel is. Geweldig hoe zijn stem openbreekt in The Diagnosis.

Onder anderen toetsenisten Rick Wakeman en Keith Emerson, Genesis-gitarist Steve Hackett en volksinstrumentalist Troy Donockley waren ook bereid een bijdrage te leveren. Iedereen doet waar hij of zij goed in is. Let eens op de Moog-solo’s van Emerson en Wakeman in combinatie met de synthesizersolo’s van Rudess. Troy Donockley voegt met zijn fluiten en pijpen ook zeker wat toe op het folkgebied, natuurlijk een element wat Lucassen altijd al op een adequate manier probeert te verwerken in zijn stijl. Ditmaal is er ook werk gemaakt van orkestratie door ene Siddharta Barnhoorn, die zich vrijwillig schijnt te hebben aangeboden bij Arjen.

Aan de buitenkant komt het album wat lastig, technisch over met aardig wat wetenschappelijke fenomenen als songtitels, maar dit betreft dan ook slechts de buitenkant. Ik vind het een heel toegankelijk en een meeslepend concept. Mocht je niet zo intensief naar de teksten luisteren, staat alles in het boekje uitgelegd. Een selectie van hoogtepunten is het keyboardgeweld in Progressive Waves, het mooi opgebouwde The Consultation gevolgd door Diagnosis, het up-tempo Collision voor de afwisseling en het koppel The Visitation en The Breakthrough waar de conceptuele climax van het album in feite plaatsvindt. Sorry voor aankomend cliché, maar eigenlijk is vooral het geheel is mij een waanzinnige beleving. Door de vele dynamische wisselingen en het concept dat je niet loslaat is een luisterbeurt van anderhalf uur ook voorbij voor je er erg in hebt.

Kortom na de sluiting van het Ayreon-verhaal in 01011001 weet Lucassen toch weer inspiratie te vinden om een album te schrijven dat ik van dezelfde torenhoge kwaliteit ervaar als Into the Electric Castle, The Human Equation en 01011001. Alles is nog meer geperfectioneerd dan voorheen, de mastering van het albumis dit keer voor de eerste keer niet door Arjen zelf gedaan. Misschien moet je wat wennen aan de vele kleine entiteiten waaruit voor de verandering dit Ayreon-album is opgebouwd, maar ik denk dat iedere Ayreon-liefhebber ten volle zal genieten van de vele hooks, verrassingen, bombast en het fraaie concept. Ouderwets vakmanschap van onze grote Hollandse progcomponist.

Ayreon - Transitus (2020)

poster
3,5
Heb hem ook ontvangen. En geluisterd. Tja, probeer het vuur maar brandende te blijven houden op album nummer 10 (exclusief side projects!). Het lijkt soms onvermijdelijk dat de verveling een beetje gaat toeslaan. Al op het vorige album werden eerder gebruikte zangers opnieuw ingezet. Op zich niet erg, maar vond de verzameling op The Source wel wat beter dan deze. The Source was relatief hard, deze wat meer proggy misschien. Beetje 'horror'-sfeertje, relatief bombastisch. Stripboekje erbij, tja, best grappig, mooie tekeningen. Voelt beetje geforceerd ofzo, alsof er een nieuwigheidje per se bij moet om het leuk te houden. Het album begint wel gaaf en heeft best zijn momenten. Paul Manzi vind ik geweldig. Cammy Gilbert zingt ook met veel gevoel. Dat van Mills met die stemmen over elkaar moet Arjen niet opnieuw willen doen vind ik. Wel leuke rol voor Simone Simons; alleen This Human Equation, op zich leuk nummer, heeft zo'n irritant bigbandcliché met 'nice'. Aan het einde was een nummer dat me deed denken aan Cassandra Complex van Star One. Zeker niet verkeerd al met al, met wat aardige nieuwigheden en voldoende catchy momenten.

Beyond Twilight - The Devil's Hall of Fame (2001)

poster
4,5
Na een hoop keren slikken is dit Metal album van de week een schot in de roos. Een Progressieve/Heavy metal band uit Denemarken. Alleszins geen hoogstaand metalland, maar af en toe laten ze van zich horen. Jorn Lande aan het front, dat is weliswaar een Noor en die was me al bekend van Masterplan en Avantasia.

Dit is een album waar weinig woorden voor zijn wat mij betreft. Jorn zingt zoals altijd degelijk, toch is het niet hij die het verschil maakt. Jorn is één van de ingrediënten van deze sterke formule. Het album is zeer spannend door veel inventieve composities, zeer veel gewaagde ideeën komen uit de verf.
Kritiekpunt is dat ik weleens terug moest denken aan eerdere passages. De keyboardlijnen hadden een aantal keer wat gemeen. Ook zijn zware ritmes veelal troef. De band had zich een enkele keer niet hoeven te schuwen het tempo er flink in te gooien.

De zes hoofdnummers zijn allemaal van niveau. De titelsong is zelfs subliem; bij bepaalde momenten wordt je geforceerd te stoppen met nadenken en kun je alleen maar genieten van het prachtige schouwspel. Je hoort prachtige wisselwerking tussen de leadzang en epische koren.

Uniek en verheffend is deze schijf, hij verdient dan ook absoluut meer luisteraars. Een rapportcijfer 8,7 krijgen ze van mij, dat maakt 4,5*. Mijn verwachtingen waren hoog en deze jongens hebben me bepaald niet teleurgesteld.

Helloween - Helloween (2021)

poster
4,0
De powermetalpompoenen zijn terug, en ditmaal zijn er ook twee oude teruggekeerd, en niet de minste ook: Kai Hansen en Michael Kiske. Zij verzorgen nu samen met de zanger van de laatste albums, Andreas Deris, de vocalen. Alledrie zijn het middelbare pompoenen van in de vijftig, maar rotten doen ze zeker niet. Qua zang is het album een waar genot, hoewel we van Hansen ook weer niet zo veel horen. De stemmen van Deris en Kiske vullen elkaar prachtig aan, de eerste laag, rauw en ongepolijst en de tweede hoog en rein.

It's the singer not the song, zeggen sommigen, maar een paar goede composities is toch altijd wel fijn. Gelukkig zijn Out for the Glory, Fear of the Fallen en Robot King prima powermetalnummers. Soms wordt het wat glammy of hardrockachtig, zoals op Mass Pollution, en dat is prettig voor de afwisseling. Best Time wordt jammer genoeg met elke luisterbeurt vervelender. De epische finale Skyfall is geheel in lijn met de respectievelijke afsluiters op de Keepers-albums, maar is hem voor mij jammer genoeg ook niet helemaal. Wist me niet mee te slepen en mist wat spanning. Refrein is ook niet helemaal lekker. Gelukkig is er ook nog het alleraardigste Angels.

De productie lijkt bewust wat sober gehouden. Op zich prima dat er niet continu zo'n synthtapijtje meeloopt zoals dat tegenwoordig vaak gaat, maar de bas lijkt wat te hard in verhouding te klinken. Verder doet dit album in vele opzichten denken aan de glorieuze begindagen van de Duitse powermetalgrootheid, vooral wanneer Kiske zingt en wordt ondersteund door de typische snelle polka en riffs van weleer. Hij zong toen nog niet geweldig vind ik, maar dat is later wel goed gekomen zoals ik al heb gemerkt op enkele Avantasia-albums en nu dus ook hoor op deze plaat. Echter, zoals hierboven al terecht opgemerkt, deze terechte self-titled is zeker geen pure nostalgische ode aan de begindagen van de band. Gewoon een puike plaat die geheel op zichzelf staat met zowel Deris als Kiske in goeden doen.

Keane - Strangeland (2012)

poster
4,0
Perfect Symmetry was een stijlbreuk die wisselvallig werd ontvangen, maar was wat mij betreft een topplaat. Hier gaat Keane back to basic en Strangeland is de vierde uitstekende plaat van de mannen geworden. Strangeland houdt stylistisch gesproken wat mij betreft het midden tussen de eerste twee platen.

Strangeland geeft een synthese van de bekende Keane-elementen: frisheid, luchtigheid en melancholie. Ik vind wel dat het geheel net iets te glad en zoet is. Keane heeft nog wel eens laten zien dat ze kunnen 'rocken' en dan denk ik aan een nummer als Is It Any Wonder.

De plaat is tegelijkertijd constant, maar hier en daar iets te overbekend. Het gros van de nummers draagt een fraai refrein en is er een ideale afwisseling van tempi en sfeer. Alleen Black Rain, Day Will Come en In Your Own Time zijn me echt iets te saai. Absolute hoogtepunt vind ik dus moeilijk te zeggen, maar ik nijg naar Neon River.

Ik kan het album bij wijze van spreken altijd opzetten, maar doordat er te veel op safe is gespeeld kom ik niet zoals bij de twee voorgangers tot 4,5 sterren.

Luca Turilli's Rhapsody - Prometheus, Symphonia Ignis Divinus (2015)

poster
4,5
Een degelijke opvolger, maar niet het spektakelstuk waarop ik hoopte. Door de albumtitel, die een overload van epiek is (en waarop overigens nog onterechte grammaticale kritiek was), en hoe Luca Turilli over het album sprak met de vette onderwerpen en het orkest, stijgden mijn verwachtingen exponentieel. Het is echter niet een absoluut topalbum geworden, maar wel een van een prima niveau. Ik had ook verwacht dat dit album afstand zou doen van de originele Rhapsody, maar de overeenkomsten zijn nog behoorlijk prominent aanwezig. Turilli is echter Turilli niet als hij niet een paar wereldnummers op het album schrijft.

Zo is er het vette Anahata met zijn geniale riff en in drie octaven door Alessandro Conti gezongen refrein; King Solomon and the 72 Names of God, die het van zo'n beetje alle Oriëntaals klinkende metalnummers wint. Het orkestrale intro vind ik moddervet en de whoa's die door respectievelijk een heren- en een dameskoor gebracht wordt, is een heerlijke hook. Dan is er de machtige Lord of the Rings-ode One Ring to Rule Them All. Het pre-refrein in volgens mij elventaal (maar in ieder geval een taal uit dat verhaal) werkt uitstekend en het instrumentale gedeelte met een operatische gitaarsolo en een keltische passage is grandioos.

Zo’n nummer als het laatstgenoemde zou zo op de eerste paar platen had kunnen staan en dat geldt ook voor een nummer als Yggdrasil. Ook dat nummer is echter van een prima kwaliteit, net als Rosenkreuz en Il Tempo degli Dei. Prima compacte nummers die melodieus soepel lopen. Het intro is net zo vet als op het vorige album en de pathetische en in samenwerking met een onbekende sopraan gezongen ballade Notturno is ook sterk en nog Italiaanser dan pesto met parmezaan en basilicum.

Een groot deel van het album is goed tot uitstekend, maar bij de mindere broeders blijft wat mij betreft ook de schade beperkt. Il Cigno Nero blijft niet helemaal hangen, maar weet ik vanaf luisterbeurt vier of vijf wel te waarderen; Prometheus heeft wel een geinige verstopte code in zich, maar is het melodieus niet helemaal en het vervolg van Michael en Lucifer is hoewel niet onaardig geen topepos doordat het melodieus wat moeilijk bij te houden is en ik wat meer instrumentaal geweld zou willen ten koste van Latijnse spreuken en dikke orkestlagen. Er zit wel een vet loopje in met een break aan het begin en de bridge (het gedeelte ‘You cannot fly’...’My Genesis’...’Your Nemesis’) vind ik erg spannend.

Het album is dus eigenlijk gewoon Rhapsody en een logische opvolger van Ascending to Infinity. Opvallend vaak wordt wel de doublebasspolka ingezet, waardoor de sfeer soms zelfs naar Helloween en Stratovarius gaat. Net als de voorganger doet Luca Turilli hier alleen afstand van de originele Rhapsody door de teksten, en er wordt dan iets meer elektronica geïncorporeerd in het geluid ten opzichte van de voorganger en al helemaal ten opzichte van Rhapsody (of Fire). Het orkest klinkt wel fenomenaler en rijker dan ooit; de intro’s op King Solomon en Anahata klinken hierdoor adembenemend. Verder is het album wat aan de conservatieve, maar zeker ook degelijke kant.

Nightwish - Human. :||: Nature. (2020)

Alternatieve titel: HVMAN. :||: NATVRE.

poster
3,5
Nightwish neemt de afgelopen 13 jaar telkens de tijd voor zijn albums, maar geeft ons dan wel gelijk ongeveer 80 minuten luisterplezier. In de pre-cd-tijd kun je dat gerust een dubbel-lp noemen. Dat legitimeert de vier-vijf jaar telkens dan ook. Ik moet alleen dan gelijk eerlijk zeggen dat ik de halfuur durende tweede cd niet helemaal serieus kan nemen. Dit soort muziek is voor mijn gevoel, vrij naar Hans Teeuwen, door anderen veel eerder, veel vaker en veel beter gedaan. Ja, ik hoor wel dat er aandacht aan is besteed en ik zeg niet dat ik het zelf ook zo even zou kunnen bedenken, maar hiervoor luister ik niet Nightwish. Bedenk hiervoor een zijprojectje zou ik zeggen, en laat Nightwish als Nightwish klinken: symfonische metal dus. Let wel: op het vorige album was er The Eyes of Sharbat Gula, dat nummertje vind ik best aardig als uitstapje te midden van de rest, en was kwalitatief denk ik geslaagd, maar 30 minuten vind ik te veel van het goede.

Blijft over Human, en deze cd vind ik er best mee door kunnen. Een betere opening dan ‘Music’ had ik me niet kunnen wensen: prachtig hoe het mysterieuze begin overgaat in bombastisch strijkwerk dat abrupt maar uiterst subtiel wordt doorbroken met een prachtige en fraai gezongen coupletmelodie. Die lijkt ook weer moeiteloos over te gaan in een evenzo prettige refreinmelodie. Wat wil een mens nog meer. Het andere hoogtepunt is ‘Pan’ dat vol gave hooks zit en een krachtig refrein heeft. Doet al met al wat filmisch aan. Sowieso lijkt de Hans Zimmer-inspiratie weer een beetje teruggekeerd ten opzichte van het toch meer rechttoe rechtaan Endless Forms Most Beautiful. Ook prima is ‘Noise’: snel, herkenbaar en degelijk. Er is hier ook weer de tijd genomen voor een meeslepende symfonische bridge. Al met al een prima verzorgd nummer met een spannende break voor het refrein. ‘Shoemaker’ komt met een lekker ontregelend ritme en weet heel fraai en episch te eindigen, zeker niet alleen door Floors hemelse operazang. De 50 minuten van Human voelen ondanks de niet al te gewaagde liedjesstructuren divers en avontuurlijk aan. Net als bij het vorige album weet Holopainen de nummers leuk en effectief aan te kleden, waardoor de mindere nummers overeind worden gehouden. Die mindere tracks vind ik vooral op de tweede helft van Human, hoewel het met ‘Endlessness’ met de slepende themamelodie acceptabel eindigt. How's the Heart heeft dan weer een zeikerig refreintje. Na een positieve eerste indruk bij ‘Harvest’ begint dit nummer me jammer genoeg dan weer steeds meer te vervelen.

Al met al ben ik over de eerste cd zeker niet ontevreden als ik bedenk hoeveel nummers er ook nou echt bovenuit schoten op de vorige Nightwish-schijven. ‘Music’ en ‘Pan’ geven blijk van het maximum van Holopainens kunnen en ook met ‘Noise’, ‘Shoemaker’, ‘Tribal’ en ‘Endlessness’ is het Nightwish-oeuvre heel aardig uitgebreid. Floor doet haar werk uiteraard prima met haar krachtige borststem en en enkele machtige uithalen zoals in een variatie op het refrein van 'How's the Heart'. Ze lijkt echter net als op het vorige album niet helemaal tot uiting te komen als je zag wat ze allemaal in haar mars heeft bij het tv-programma Beste Zangers. Een positief aspect is ook dat de lijn van Endless Forms Most Beautiful wordt doorgezet in de zin dat het weer een album is dat ergens over gaat en dat de teksten mooi en origineel zijn. Het experiment van cd 2 vind ik niet geslaagd jammer genoeg, dus als beoordeling houd ik het bij een ruime voldoende.

Nightwish - Imaginaerum (2011)

poster
4,0
In tegenstelling tot Dark Passion Play zijn de nummers op Imaginaerum rakender en compositorisch beter afgewerkt. Wat niet wil zeggen dat het album gebrek aan avontuur kent.
Ik was het die altijd zat te roepen dat door het gebrek aan spel Nightwish voor mij nooit een topband zal worden. Ook hier een overdaad aan - inderdaad - kitscherige orkest-arrangementen, maar potverdorie toch even een verzameling memorabele songs. Ik wordt meermalen bij de haren meegesleept en dan zie je door ieder manco toch graag heen.

Een groot gedeelte van een nummer als Scaretale wordt voor mij nog wel verpest door de blije polka, verder namelijk een uitstekend nummer waar Olzon op haar best is. Ik vind het toch ook wel een beetje ergerlijk dat zij het in Turn Loose the Mermaids tientallen keren over een 'riever' ipv 'river' heeft. Dat is dan ook wel het enige wat dat betreft.
Ik sluit me bij james_cameron aan als ik zeg dat met de folkoristische inslagen wat meer gedoseerd had kunnen worden. Verder hoor ik ook op dit album te weinig metal en teveel orkest, maar het typeert wel weer de Nightwish sound.

Scaretale is een hoogtepunt, maar ik hoor even graag de meezingers Storytime en Last Ride of the Day of het spannende Ghost River. Turn Loose the Mermaids is - ondanks the 'riever
' - duidelijk de beste van de ingetogenere, waar ik Slow, Love, Slow net te cheesy vind - alhoewel zo'n nummer wel het avontuur symbolissert van Imaginaerum. In Song of Myself hoor ik zes waanzinnige minuten, maar er had iets bezuinigd mogen worden op het spoken word.

Toen bleek dat het album uitkwam en de vele ambitie die van de band afstraalde, was ik behoed voor een absolute flop. Storytime lokte me toch tot een luisterbeurt en ik ben beloond voor mijn moeite. Mijn favoriet van Nightwish door de krachtige en gevarieerde composities. Indrukwekkend hoe ze me van de 75 minuten toch minimaal zestig minuten geboeid kunnen houden. Dark Passion Play was dacht ik de nekslag van Nightwish, maar ook met Olzon zit er meer dan toekomst in Nightwish!

Opeth - Heritage (2011)

poster
3,5
Ik kom uiteindelijk toch uit op een zeventje. Een aantal mooie momenten, maar toch ook een hoop aan te merken.

Het openingsnummer bijvoorbeeld start zeer sterk, maar in plaats van dit uit te bouwen moeten ze weer per se na een paar minuten zo'n nodeloze ommezwaai maken. Het is tekenend voor Opeth en ook juist dat wat Opeth iets eigens geeft, maar het mag van mij weleens wat compacter. Ik hoor ook in Famine een toffe gitaarriff gecombineerd met de panfluit, maar het past totaal niet in het geheel. Allemaal erg zonde.

Verder ook een hoop leuke ideeën zoals de polka in slither, het klinkt mij ontzettend fris in de oren. Ook bepaalde keyboardlijnen waren raak wat mij betreft, bijvoorbeeld in Nepenthe.
Ik ben aan de andere kant niet zo weg van de extreem ingetogen momenten. Af en toe wordt er opgebouwd naar iets krachtigs, maar meestal duurt het me iets te lang.

Doordat de snoeiharde passages achterwege gelaten worden, houd je een dromerig geluid over en krijgt dit album een samenhangend karakter. Dat ervaar ik als zeer positief. De jaren '70 is al veel genoemd en ik vind het zelf ook erg jazzy aandoen. Wat dat betreft verdient Axenrot een geweldige pluim, hij steelt de show wat mij betreft en geeft dit album de speelse touch die het nodig heeft.

Voor mij een van de betere albums van Opeth. Ik ben onder de indruk van de veelzijdigheid die ze hier weer weten op te brengen, maar ondanks alle vernieuwing blijft Opeth heel duidelijk Opeth. Opeth zit barstensvol inspiratie, maar ze moeten oppassen niet te gezocht te gaan klinken; het zal wel tot in de eeuwigheid zo blijven.

Power Quest - Blood Alliance (2011)

poster
4,0
Na het fantastische 'Master of Illusion' die een stijlbreuk was in het oeuvre van Power Quest is er nu 'Blood Alliance'. Op 'Blood Alliance' grijpt Power Quest weer terug naar de oude traditionele powermetal-stijl zoals op de albums 'Neverworld' en 'Magic Never Dies'.
Ik vind het jammer dat de lijn van Master of Illusion niet is doorgezet, waar ze een unieke sound hebben gevonden door symfonische rock te mixen met powermetal en progressieve elementen. Ditmaal bieden deze Britse heren degelijke, snelle powermetal die doet denken aan Dragonforce. Dat is ook niet zo gek aangezien toetsenist Steve Williams daar ooit zat.

Bij dit album was ik vooral benieuwd naar de nieuwe (zwarte!) zanger: Chitral "Chity" Somapala. Somapala is technisch beter dan zijn Italiaanse voorganger; hij heeft geen accent en hij zingt gewoon strakker. Toch vind ik zijn stemgeluid iets 'saaier' dan zijn voorganger, hij zingt keurig middelhoog wat hem een beetje grijzemuizerig over doet komen. Somapala is vooral anders dan zijn voorganger, maar ik weet niet of ik hem beter vind.

Op deze schijf staan dus lekkere nummers zoals gezegd, waar ik de nummers met een beetje experiment het meest interessant vind. Dan hebben we het vooral over de nummers: 'Crunching the Numbers' en de titelsong. Ook de nummers twee tot en met vijf luisteren prima weg, dus het songmateriaal is dik in orde.

Kortom; de vernieuwing in 'Master of Illusion' wordt niet doorgezet en in tegenstelling krijgen we standaard powermetal voor de kiezen. Ik houd van powermetal dus hier vind ik niets mis mee, heb je echter een hekel aan het genre is dit niets voor jou. Dit album verdient een ruime voldoende voor de degelijke nummers wat mij betreft.

Rhapsody of Fire - From Chaos to Eternity (2011)

poster
4,5
Daar is na ruim een jaartje weer een nieuwe Rhapsody! Een van mijn favoriete bands. Rhapsody (of Fire) blijft op de een of andere manier in hun circa 15 jarig bestaan mooie albums schrijven. Ze veranderen nooit al te veel aan hun eigenzinnige sound, maar ze leggen zoveel dynamiek en spannende passages in hun albums dat het blijft boeien. Zo ook deze dus.

Lione zingt weer als een nachtegaal, de barokesque gitaar- en keyboardpassages zijn weer volop aanwezig en er is nooit een gebrek aan overdreven epische strijdlust tussen goed en kwaad in de teksten. Ook de refreinen springen er weer fantastisch uit op vrijwel elk nummer!

Een jaar geleden kwam 'The Frozen Tears of Angels' uit. Het hoogtepunt op dat album was 'Reign of Terror', op dit album sluit 'Aeons of Raging Darkness' daar op aan door zijn screams en duistere bedoening. Jammer dat op dit album geen spetterende akoestische Folksong staat zoals ze kunnen, hier valt het wat tegen met 'Anima Perduta'. Hier staat dan wel weer de machtige epic 'Heroes of the Waterfalls' Kingdom' op, zeker een van de mooiere langere nummers die ze hebben geschreven, met dus zo'n fantastisch refrein!
Ik geef het hoogtepunt echter aan de snelle openers te weten de titelsong en 'Tempesta Di Fuoco'.

Kortom, deze Triëstenaren (Italië) stellen weer niet teleur met deze dijk van een plaat. Hun magische formule lijkt nooit vertrouwd te raken!

Gloria!

Sonata Arctica - Stones Grow Her Name (2012)

poster
3,5
The Days of Grays met een vleugje Reckoning Night en een topping van Unia? Progpower? Melodic rock? Metallica ontdekt koren en keyboards? Symfonische prog/thrash?

Stilistisch kun je niet uitgesproken raken over langspeler nummer 7 van onze vrienden uit Kemi (Finland) kan ik alvast zeggen. Het lijkt me alleszins zinniger om te letten op de kwaliteit van Stones Grow Her Name. Er is geen reden om dit album van te voren af te schrijven op basis van de richting die Sonata Arctica heeft uitgezet vanaf Unia. Het enige wat ik zou kunnen zeggen is: beluister. Wat voor mij zeker is, is dat Stones Grow Her Name in het geheel iets is wat Sonata Arctica nog niet heeft gedaan. Hoelang houden ze het nog vol?

De titel doet vreemd aan en gaat niet over stenen, maar over pitten in een vrucht oftewel ‘stones’. Daar kun je niet omheen als je de cover bekijkt met de dame die een appel als hoofd heeft. Daar word in ieder geval ik nog niet echt veel wijzer van; ‘pitten groeien haar naam’… wadde? Is dat poëzie? Het trekt mij terdege de aandacht, maar verder blijf ik me afvragen of die pitten nou groeien of haar naam. De teksten van de nummers zijn dan ook pathetisch en er is een overdaad aan beeldspraak. Het is in het algemeen wel wat we van Sonata Arctica gewend zijn. Cliché’s worden ook deze keer vakkundig omzeild.

Dat is allemaal tot daar aan toe. Stones Grow Her Name is een veelzijdig, licht doch voor Sonata Arctica begrippen stevig en tevens opvallend metalalbum geworden. De productie is (lekker) vet, de ritmes zijn uiterst divers, Tony zingt theatraal de nummers aan elkaar en de koorondersteuning is in grote mate daar, Elias speelt stevige riffs tot melodieuze solo’s en Henrik is iets minder aanwezig ten opzichte van The Days of Grays alhoewel hij op de achtergrond de band veelal trouw begeleidt met een sfeervolle synth.

Het openingsnummer is een basaal melodisch rocknummer, maar geeft in ieder geval mij een energieboost van jewelste. De eerste klanken zijn een gitaartje en een effectje en dan: kaboem – het melodietje wat niet genoeg herhaald kan worden. In het refrein komt daar nog eens een goedlopende zangmelodie overheen. Shitload of Money gaat enigszins door in die rock-lijn, maar heeft een ironisch sfeertje en bepaalde hairmetal associaties zouden hier hun intrede kunnen doen. Persoonlijk vind ik het net even iets minder, doordat het net een grijpend melodietje mist of iets wat het verschil maakt en bovendien trekt het ietwat jolige cachet me ook niet zo. Dat laatste is iets wat je vaker kunt verwachten op SGHN, het sfeertje is af en toe een beetje losbandig.

Je krijgt de neiging al je conclusies te gaan trekken in de trant van hardrock. Zeker als je ook al de single I Have a Right hebt gehoord. Een nummer wat catchy probeert te zijn, maar waar ik op de een of andere manier toch een beetje zenuwachtig van wordt – vooral van het refrein. Als singlekeuze had ik Only the Broken Hearts verkozen boven deze. Verder is er het behoorlijke Alone in Heaven en The Day en de helft van het album is dan toch wel samen te vatten als rechtoe-rechtaan melodische hardrock/metal.

In de vorm van Losing My Insanity krijgt SGHN een lichte verwijzing naar powermetal met progressieve elementen. Het nummer is een cover van een Finse popzanger. Wanneer die informatie ontbeert, zou het gegeven eigenlijk nauwelijks opvallen. Ik vind het een melodieus nummer waar vooral de keyboardsolo’s goed geplaatst zijn. Geen hoogtepunt, maar Sonata Arctica maakt er een onderhoudende song van. Cinderblox is misschien het enige echt powermetal-nummer op het album. Het wordt wel op een vreemde manier gecombineerd met Amerikaanse country die me persoonlijk een beetje tegenstaat. Het is het meest treffende voorbeeld van het losbandige karakter dat het album heeft. In het geheel kan ik het nummer toch waarderen door het behoorlijke refrein. Toch zie ik de band liever ernstiger te werk gaan zonder afbreuk te doen aan een stukje luchtigheid.

Alone in Heaven is een soort semi-ballad, maar ligt toch tegen rock aan. De echt (beoogd) geruststellende ballad heet Don’t Be Mean. Kakko heeft mij bewezen dat hij uiterst sterke en eigenzinnige (semi)ballads weet te schrijven. Replica, Last Drop Falls, Shamandalie en In the Dark zijn voor mij voorbeelden van huzarenstukjes in het oeuvre van de Finnen. Don’t be Mean doet misschien verplicht aan, hoe gemeend en puur hij ook bedoeld zal zijn. Het is de enige ballad op het album en het lijkt als een pauzetje bedoeld te zijn voor we aan de twee Wildfire-epossen gaan aanvangen. Het nummer is wat mij betreft niet slecht te noemen; de aandacht ligt een beetje op de boodschap in de tekst en de sfeerzetting is gewoon mooi. Ach, eigenlijk hoort een dergelijk nummer ook gewoon thuis op iedere langspeler van de Finnen.

Wildfire II begint net als Cinderblox met banjo’s en violen en dan ga ik toch even billenknijpen of we niet weer een corny stamper a la Cinderblox krijgen. Als we vervolgen met bombastische klappen op de snare en een proggy vervolg te maken krijgen, is dat gevoel snel weg. Uiteindelijk kan ik het nummer na meerdere beluisteringen toch als mijn favoriet bestempelen. Het refrein komt erg intens tot me, met name door de emotionele zang van Kakko. Datzelfde refrein is duidelijk geïnspireerd op Wildfire van Reckoning Night. Toch is de sfeer net even anders door de afwezigheid van double-bass. Ook het ingetogen einde van het nummer zie ik als een fraaie afwerking.

Wildfire III is vooral retestevig met veel tempowisselingen, het klinkt soms futuristisch en kent hier en daar dissonantie. Het is het duidelijkste progmetal-wapenfeit op SGHN. Ik vind het een wisselvallig nummer en het legt het af tegen Wildfire II. Vooral het refrein vind ik een beetje storend. Het eindigt met een robotstem die nietszeggend zal zijn zonder nader in te gaan op de teksten. Ik sluit echter niet uit dat er volk is dat weg zal lopen met de song. Wildfire III is samen met Somewhere Close to You – mooiste songtitel naar mijn mening – de krachtpatser op het album. Laatstgenoemde is een hoogtepunt met vette riffs die soms nijgen naar thrash en een bevrijdend refrein die toch een bepaalde melancholie draagt. Vooral dit nummer doet sterk denken aan Unia. Het is mijn minst favoriete schijf van de band, maar een nummer als laatstgenoemde heeft toch het beste van complexiteit en power voor mij.

Met dit materiaal heeft Sonata Arctica wellicht heel zijn verleden gecomprimeerd in dit album kun je zeggen, of ze hebben juist alle mazen ingevuld die ontbraken op de vorige zes. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die het werk met zijn mix van genres als nietszeggend zullen ervaren, maar ik denk dat Sonata Arctica toch een pakket van degelijke en diverse songs heeft gecomponeerd. Ik vind de kwaliteit in die veelzijdigheid zitten en Sonata Arctica doet weinig aan afgezaagde trucs of handreikingen naar een bepaald publiek - alleen de ballad Don’t Be Mean kan daarvoor doorgaan. Het album is interessant, leuk, bij vlagen spannend en ik kan er een goede score aan koppelen, maar de échte energie en spontaniteit van de eerste vier platen hecht ik nog altijd de voorkeur aan - zo eerlijk moet ik zijn. Voor de volgende keer wens ik een iets meer sober album en ik hoop toch stiekem dat die meer richting powermetal zal wenden. Dat laatste is persoonlijk en Sonata Arctica blijft voor mij een gedegen machine die metal en melodie van kwaliteit weet te produceren. Duimen omhoog hoor!

Sonata Arctica - The Days of Grays (2009)

poster
4,0
sonata arctica is eindelijk terug en na de inzinking met unia staat dit album weer als een huis.

niet alles is goed. as if the world wasn't ending is een tikkie saai, en is het enige zwakke nummer op het album en verder zijn de nummers niet altijd helemaal goed uitgewerkt.
the dead skin is een goed voorbeeld waar het nummer hoopvol begint en dan opeens een hele rare schreeuwerige bridge ter plaatse komt.

uiteraard is er moois genoeg; het intro is mooi en the last amazing grays is een ware topper die het reckoning night gevoel evenaarde bij mij. in deathaura mis ik een beetje houvast, de muziek springt van de hak op de tak maar er zitten mooie riffs en tempowisselingen in en het begin is prachtig met de vrouwenstem. zeroes, the dead skin en juliet mogen er ook wezen.

snelheid heeft het album eigenlijk alleen in flag in the ground maar dat geeft niet. in ecliptica t/m reckoning night heeft sonata arctica genoeg bewezen dat ze ook goede tot prachtige mid-tempoérs/ballads kunnen maken.
sonata arctica heeft het voor elkaar gekregen zich te vernieuwen en in tegenstelling tot unia het kwaliteitsverlies beperkt te houden dus dit wordt een vier/vier-en-een-halfje.

Sonata Arctica - The Ninth Hour (2016)

poster
4,0
Het negende sterke album van onze Finse melodieuze metalaars, wat mij betreft. De magie van Silence t/m Reckoning Night is een beetje terug te horen hier en daar. Vooral het keyboardgeluid klinkt fijn over heel het album.

In met name de eerste twee nummers wordt melodie, melancholie en furie op unieke wijze verheven. Fairytale heeft met dat aanhoudende, snelle ritme ook sterk het gevoel te pakken van de goede oude Sonata Arctica en kent daarbovenop een prima melodie en interessante tekst. Het beste nummer is echter de opvolger van White Pearl, Black Oceans, dat meeslepend opgebouwd en gevoelig in zijn bombast is en niet onderdoet voor zijn voorganger.

De nummers die een beetje achterblijven zijn het rommelige Til Death's Done Us Apart, dat op de verkeerde manier experimenteel is, en Fly, Navigate, Communicate, dat wat van de agressie van Wildfire probeert te incorporeren, maar een beetje nergens naartoe gaat.

Het snelletje Rise a Night kan ermee door, hoewel die het niet haalt bij My Selene, Abandoned, Pleased, Brainwashed, Exploited en San Sebastian. De ballads zijn beide ook prima, vooral We Are What We Are, dat goed opbouwt en de fraaie Ierse whistle heeft. Among the Shooting Stars is wat trager en vind ik vooral een fraaie versie van het matige Zeroes.

Zo hebben we dus wat terugflitsen naar de eerste albums, maar ook een klein beetje The Days of Grays in het numer Zeroes en Unia in het nummer Til Death's Done Us Apart. De enige naam die je de negen albums van Sonata Arctica allemaal kunt toekennen, is melodieuze metal. Dit genre hebben ze al acht keer met verve laten horen en de negende keer vormt verre van een negatieve uitzondering. Uiteindelijk vind ik dit album misschien wel het beste sinds Reckoning Night.

Thy Majestie - Jeanne d'Arc (2005)

poster
4,0
Een zeer ondergewaardeerde band binnen een ondergewaardeerd genre op MusicMeter. Hier en daar wordt er weliswaar een cliché van stal gehaald, maar wat zit me dit goed in elkaar.

Waar hebben we het over? Een oud waargebeurd verhaal in de vorm gegoten van symfonische powermetal, afkomstig uit Italië. Het verhaal is misschien wel bekend: Jeanne D'arc die Frankrijk bevrijdt van de Engelsen en hierdoor een grote volksheld wordt. Later wordt zij gevangen genomen door Bourgondiërs en komt zij op de brandstapel terecht. Mij maakt het niet heel erg uit eerlijk gezegd, maar het album voelt wel heel erg als een samenhangend verhaal aan alsmede zeer episch.

Vanaf minuut een tot zestig wordt er waanzinnige kwaliteit geboden. Prachtige refreinen met mooie koren en fabelachtige zang en schitterende melodieën worden gepresenteerd in combinatie met een hoop power en tempo. Liefhebbers van 'zuidelijke' powermetal als Rhapsody, Angra en Dark Moor moeten hier absoluut wat mee kunnen.

Wie de opvolger 'Dawn' kent, weet dat deze band ook in een wat progressievere stijl schitterende songs weet te componeren. Beiden vind ik ze goed voor 4,5 sterren. Het mooiste nummer vind ik 'The Chosen' met de prachtige strijkers-riff en machtige refrein en kort daarna '...For Orleans' en 'Siege of Paris'.