MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten hoi123 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

James Blackshaw - Sunshrine (2005)

poster
4,0
American Primitivism is een genre dat gekenmerkt wordt door veelal instrumentale nummers met complexe tokkelpatronen, en door het feit dat ik er nog nooit van had gehoord totdat ik in dit topic tegelijkertijd twee tips binnen het genre opgediend kreeg. Tokkelwerk en ik zijn in principe een match made in heaven: urenlang een bepaald tokkeltje uitvogelend bedacht ik me eens dat tokkelpatronen me altijd doen denken aan Arabisch weefwerk, waarin het aanhoudend herhalen van één kleur voor complexe patronen zorgt die grenzeloos veel mooier zijn dan de som der delen. Nou goed, als we deze vergelijking aanhouden is Sunshrine wel een wandtapijt dat is gemaakt door de meest ambachtelijke der wevers, want de patronen die Blackshaw hier uit zijn twaalfsnarige gitaar tovert zijn dermate ingewikkeld dat je er een algoritme op los zou moeten laten om ze compleet te begrijpen.

Het album begint met twee minuten aan serene windgongen, een geluid waar ik geen genoeg kan krijgen sinds Adrianne Lenkers Instrumentals, en volgt dit aanvankelijk op met wat even sereen neergelegde akkoorden. Al snel barst het echter los in furieus getokkelde variaties op één akkoord (volgens mij letterlijk majeur-mineur-majeur-mineur, en dat vier minuten lang - en ook nog eens interessant!). Daarna schudt Blackshaw Indiaas aandoende melodieën uit zijn mouw, voegen zich een accordeon en xylofoon bij het gezelschap, om te ontaarden in een Indiaas tokkelinferno die na wederom wat windgongs in een heuse drone transformeert. Het meditatieve dat toegedicht wordt aan dit genre herken ik dus niet helemaal - het is best wel fucking intens eigenlijk!

Gelukkig dat het ook gewoon heel erg mooi is. Ik heb regelmatig kippenvel gekregen van hoe Blackshaw vlak voor de dertiende minuut overschakelt van een furieus kolkende virtuoze notenstroom naar een veel tragere, klaaglijk klinkende melodie, die dan bijna onopgemerkt overgaat naar een majeur, waar precies dán de xylofoon invalt.. Het getuigt allemaal van een groot talent van het combineren van virtuositeit met emotie, en dat is even onmisbaar als bewonderingswaardig in het virtuoze "genre". Bovendien ben ik erg onder de indruk van hoe Blackshaw met relatief weinig muzikale middelen het muziekstuk weet op te delen in stukken met variërende emotionele intensiteit. Als ik dan toch een reden moet bedenken voor waarom ik nog geen James Blackshaw-poster op mijn slaapkamer heb opgehangen, is het echter dat wat denk ik de climax van het nummer zou moeten vormen, namelijk het luidste gedeelte vlak voordat de windgongs voor de tweede keer de overhand nemen, eigenlijk het minst grijpende deel van het nummer is. Blackshaw trekt hier alles uit de kast, maar op melodisch vlak beklijft er net wat te weinig om het als een echte ontlading te laten voelen. Bovendien is het erop volgende Skylark Herald's Dawn aardig, maar een beetje alsof je na een achtgangenmenu in een sterrenrestaurant nog even een broodje hagelslag eet. Het feit dat ik op dit punt in m'n verhaal pas besef dat ik het moest noemen zegt wat dat betreft genoeg.

Desalniettemin een nogal memorabele plaat, die ik waarschijnlijk normaal gesproken niet zo snel had ontdekt ware het niet voor niels94. Bedankt, Niels!

Jay Electronica - Act I: Eternal Sunshine (The Pledge) (2007)

poster
3,5
Jay Electronica was als ik het zo op het internet lees een rapper met een minimale output van mythische status, tot hij dit jaar na dertien jaar eindelijk zijn debuutalbum dropte. Dat album schijnt dan ook weer een teleurstelling van mythische status te zijn. Nou goed, op basis van deze eerste mixtape - of dit nummer, eigenlijk - kan ik volledig begrijpen waar de verwachtingen op gebaseerd waren.

De gehele mixtape is één grote ode aan de film, lijkt me, doorspekt met referenties naar grote klassiekers. De beats zijn bovendien volledig gebaseerd op de score van Eternal Sunshine of the Spotless Mind, een film waarvan ik eigenlijk was vergeten hoe mooi de score ervan was. Het begint allemaal met het herkenbare melancholische pianomelodietje, waarover Jay Electronica een goede vriend en zijn toenmalige geliefde Erykah Badu heeft overgehaald om een kleine zes minuten spreekwoordelijke veren in zijn reet te steken. Een vreemd begin zou je kunnen zeggen, en dat zeg ik ook, maar ik kan niet ontkennen dat het werkt: het vervult je met een bepaald soort geluk om mensen zo liefdevol over iemand te horen praten, en de stem van Badu is natuurlijk altijd prachtig in zijn warmte.

Daarna begint het echt: het titelnummer is één van de mooiste hiphopnummers die ik in de afgelopen tijd heb ontdekt. Het laat zien hoe belangrijk het selecteren van een goede sample eigenlijk is binnen dit genre: het krakerige gitaartje en de vioolarrangementen van componist Jon Brion is om te janken zo mooi. Alleen de beat al vervult me met een soort bitterzoet levensgeluk, en daarom is het ook zo mooi dat Jay Electronica een relatief bescheiden rol neemt in het begeleiden ervan. Dat wil niet zeggen dat zijn teksten of flow niet indrukwekkend zijn, eerder het tegendeel: hij schakelt moeiteloos tussen mijmeringen over religie, materialisme en liefde met een taalkundige behendigheid alsof de Engelse taal voor hem uitgevonden lijkt te zijn. Hij geeft echter ook ruimte aan de muziek, in plaats van die te proberen te beheersen, en zijn ingetogen stem werkt bovendien erg kalmerend.

De twee fragmenten erna hebben dan wel niet dezelfde emotionele impact, maar de overpeinzingen blijven, met een poëtische waarde waar je u tegen zegt. De redelijk unieke kijk die Jay Electronica op het genre heeft wordt hier nog wat duidelijker: na tien minuten blijkt dat de percussie die tot dan toe miste ook niet meer terug zal komen, en even later bevestigt het symfonische intermezzo op de vijftien minuten durende mixtape dat we hier te maken hebben met een duidelijke visie op het genre. Dit blijkt verder wanneer Electronica even later rechtstreeks door een ufo-signalement heen rapt, wat muzikaal een erg tof moment is, al brengt het me inhoudelijk wel op een probleem dat ik ervaar bij zijn muziek. Inderdaad, hij is buitengewoon eloquent in het verpakken van zijn gedachten, maar deze gedachten strekken zich ook uit tot ufo-complottheorieën en - naar mijn mening nog wat vervelender - Banksy-achtige observaties waarin iedereen te slapend is om de echte waarheid te zien, behalve natuurlijk Jay Electronica die zich als echte intellectueel natuurlijk wel bezig houdt met de serieuze zaken. Dit doet helaas enigszins aan de sympathie die ik voel voor dit project, maar als ik dan weer hoor hoe naadloos deze gedachtenspinsels zich vermengen met de prachtig berustende pianomelodie in de laatste minuut, zou ik het hem bijna vergeven.

Joanna Newsom - The Milk-Eyed Mender (2004)

poster
5,0
Dit album staat al een paar maanden op nummer 2 in m'n top-10. En voorlopig gaat hij daar ook niet afkomen. En waarom? Dat kan ik niet eens goed uitleggen.
Maar ik zal het proberen.

Toen ik dit voor de eerste keer hoorde, geloofde ik niet dat iemand dit ook maar goed zou kunnen vinden. Dit werd één van mijn MuMemislukkingen, dacht ik. Alleen Sprout and the Bean draaide ik soms, dat nummer had een hele grote aantrekkingskracht op me. Na één maand waarin ik dit prachtige nummer non-stop gedraaid had, bedacht ik me dat er nog veel meer nummers op deze plaat stonden. Ik probeerde Cassiopeia, en hop. Meteen werd ik betoverd door dit album, tot op de dag van vandaag.

Wat dit album zo mooi maakt, is ten eerste de hemelse stem van Joanna. Inderdaad, die uithalen zijn om aan te wennen, maar vooral bij de ingetogen stukken is haar stem de mooiste die ik ken. Ten tweede zijn de teksten ook prachtig; ieder nummer heeft een steengoede tekst, die gecombineert met de stem van Joanna echt ontroert. Maar wat dit album zo goed maakt, is dat het mij totaal tot rust brengt. Als ik dit album luister, krijg ik een heerlijk, rustig gevoel, dat waarschijnlijk komt door de ingetogenheid van The Milk-Eyed Mender. Een soort van drug.

Want dit is nog een groot pluspunt; dit album is zo ingetogen als wat. Joanna's engelenstem wordt alleen begeleid door een harp, soms een piano of klavecimbel. Dat maakt dit album niet te groots, bombastisch, maar gewoon prachtig ingetogen. Ook brengt Joanna zeker afwisseling in haar nummers; Bridges and Balloons klinkt enigszins somber, terwijl Three Little Babes en Inflammatory Writ ronduit vrolijk klinken. En het mooie is dat ik hoor dat Joanna haar teksten echt meent.

Ik ga niet al deze nummers beschrijven, dan verval ik waarschijnlijk in herhaling. Maar ik moet toch even zeggen dat Cassiopeia één van de mooiste nummers is die ik ken. Joanna's stem is zo krachtig als wat, en de harp past gewoon zo goed bij dit nummer en dit album in het algemeen, eigenlijk zijn hier niet echt woorden voor. Je moet deze parel gewoon zelf ontdekken.

Een tip voor mensen die niet in dit album kunnen komen; Luister Sprout and the Bean en This Side of the Blue, dit zijn redelijk toegankelijke nummers. Als je eenmaal deze nummers liefhebt, ben je klaar voor nog een heel album vol pareltjes van deze kinderlijke engel.

Juana Molina - Un Día (2008)

poster
4,5
Ik heb geen idee of het volgende bij jullie enigszins herkenbaar is, maar bij Un Día neem ik een merkwaardig fenomeen op in mijn omgeving.

Bij een aantal vrienden en familieleden heb ik nu een bepaalde status ontvangen waarbij de nummers die ik opzet niet altijd gewaardeerd, maar wel gedoogd worden. Ik doe zo veel mogelijk mijn best om deze klasse te mogen behouden en daarom kies ik meestal uiteraard de minder drukke, warme en redelijk vrolijke popliedjes uit. Met nummers zoals Quien (Suite) en Vive Solo, waar deze 50(!!)-jarige mevrouw met behulp van een sampler prachtige, kleurrijke composities uitspant die heerlijk in het gehoor liggen - dacht ik - gokte ik dan ook wel bij iedere laten-luisterbeurt dat het wel zou bevallen. Maar nee.

Familieleden keken me verschrikt aan en vrienden begonnen gewoon te lachen bij het horen van de nummers van deze dame, iets wat ik toch niet echt verwacht had. Hoe ik dit nou goed kan vinden, alles wordt de hele tijd herhaald (volgens hen ook 2 minuten later, wanneer in mijn oren het nummer een totale wenteling heeft genomen), die vrouw lijkt wel alsof ze een peuter staat toe te zingen (de klik-en klakgeluidjes die Molina maakt zijn voor mij één van de grootste sfeermakers van het hele album) en die melodiëen zijn blijkbaar ook nog eens ronduit lelijk (als ik harmonieuze muziek zou moeten opnoemen, zou dit toch wel één van mijn eerste keuzes zijn). Blijkbaar heb ik de afgelopen jaren precies naar de geschikte (of juist niet) muziek geluisterd om bij iedere beluistering weer met een warm gevoel achterover te kunnen leunen en te genieten van de volledig unieke sfeer die voortgebracht worden met vaak alleen een stem, een gitaar en een sampler.

Nu heb ik mij niet bepaald verdiept in moderne Argentijnse muziek, maar toch ben ik ervan overtuigd dat er maar weinig artiesten zijn met zo'n fantastisch gevoel voor het creëren van liedjes die zo soepel via je oren je lichaam binnenglijden en je fantasie op hol doen slaan, met zo'n apart scala aan instrumenten. En dan ook nog met genoeg variatie. Neem nou als voorbeeld No Llama, dat begint met een zoet Hollywoodmelodietje, dat binnen een halve minuut uitmondt in hypnotiserende tonen uit de mond van Molina (ik stel me haar overigens totaal niet als een blonde mevrouw van 50 voor, maar dat terzijde), dat dan op zijn beurt weer in een wat onheilspellende gitaarpartij overgaat, dat dan weer met zang wordt uitgebreid en eindigt in een kolkende massa van heerlijk gefluit, getokkel, gezang en gepiep.

En zo heeft ieder nummer weer zijn eigen stempel: van een feestelijke, Latino-achtige vibe in opener en titelnummer Un Día tot een nachtclubberig gevoeltje bij afsluiter Dar (Que Difficil), herhaling is nu precies het woord dat het minst geschikt is voor dit album. Nu wil dat niet zeggen dat ieder nummer een meesterwerkje is, slechts dat bijna ieder nummer dat is. Want ondanks het feit dat qua originaliteit Lo Dejamos misschien nog wel het hoogste prijkt van het hele album, wordt Molina's gekir hier voor een groot deel slechts door een minimale, niet bijster spannende beat ondersteund en breekt dat zo een beetje de hypnose die de rest van de nummers wel veroorzaken. Naast dat skipnummer is Un Día echter een fantastisch album, dat als je een beetje tegen het experiment kan, heerlijk wegluistert en voor een wagonlading sfeer in een doorsnee woensdagmiddag zorgt. Grote aanrader.