Hier kun je zien welke berichten hoi123 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kae Tempest - The Book of Traps and Lessons (2019)

2,5
3
geplaatst: 23 juni 2019, 18:29 uur
Ik ben teleurgesteld. Het nieuwe album van Kate Tempest was vanaf het moment van aankondiging één van mijn meest geanticipeerde albums van het jaar: de Britse verhalenvertelster heeft met haar eloquente verwoordingen en beeldende rapstijl een plekje bemachtigd in mijn lijst van favoriete vrouwelijke rappers. Met de release van de eerste single werd ik nog niet getemperd in mijn enthousiasme. Firesmoke greep me namelijk vanaf het begin, voornamelijk omdat het erg fijn was om een Kate Tempest te horen die niet over fictionele karakters rapt maar die haar eigen emoties onder de loep neemt. De meer spoken word-stijl van dit nummer was opvallend, maar geen groot obstakel. Het blijkt echter een misleidend goed uitgekozen single: op de rest van het album wordt het pijnlijk duidelijk dat ze op haar best is als ze gepassioneerd flowt zoals op een Europe Is Lost of Whoops. Niet dat ze de passie kwijt is, hoor: ondanks het meer ingetogen geluid klinken de woorden oprecht en lijkt het echt alsof ze iedere zin spontaan bedenkt als de vorige is afgelopen. Nee, het probleem is hier toch echt de spoken word.
Vanwege het feit dat het merendeel in spoken word is ligt de focus namelijk op de beats en tekst. Met het eerstgenoemde zit het soms nog wel goed: naast de zalvende pianonoten van Firesmoke vallen ook de onheilspellende noten van de eerste helft van Three-Sides Coin en het fijn nostalgische kraakpianootje van I Trap You op. Desalniettemin hebben sommige nummers zoals Holy Elixer en Keep Moving Don’t Move, jammer genoeg ook twee van de langste nummers op het album, melodieus niet genoeg te bieden om voor de gehele speellengte te blijven boeien. Verder dreigt de melodieuze begeleiding van People’s Faces constant over de scheidslijn tussen melancholie en Kensington-achtige kitsch te struikelen.
Qua tekstuele thematiek schiet Tempest zich daarentegen jammer genoeg echt in de eigen voet. Taalgevoel heeft ze, dus toffe woordcombinaties en lekker flowende zinnen zijn nog steeds aanwezig. Het grootste probleem zit hem in een neiging die op het vorige album ook al aanwezig is, maar die ik mijn best deed niet op te merken: haar prekerigheid. Op dit album verliest Tempest zich echt in oppervlakkige maatschappelijke observeringen (social media = slecht, am I right?), en holle oproepen voor meer empathie. In Hold Your Own bereikt deze prekerigheid echt haar dieptepunt. Dit nummer klinkt meer alsof ik naar een door Banksy georganiseerde meditatiesessie aan het luisteren ben dan dat ik getroost word door Tempests maatschappijkritische therapie. Ik weet dat Instagramlikes geen maatstaf zijn voor persoonlijk succes, en ik ben er dus ook wat minder ontvankelijk voor als Tempest dat keer op keer weer in m’n oor tettert.
Let wel: ik geloof best dat Tempest oprecht is in haar politieke uitingen en we leven inderdaad in een vrij dystopische samenleving op veel vlakken. Ik heb dus nog steeds vertrouwen in haar oprechtheid, maar de one-liners waarmee ze hier komt zijn eerder ongemakkelijk dan inspirerend. Als er dan dus ook op het gebied van begeleiding en flow weinig overblijft ben ik dan erg geneigd om terug te gaan naar de over anderen vertellende Tempest. Best jammer, want het inkijkje in haar persoonlijke leven dat ze hier geeft is roerend.
Vanwege het feit dat het merendeel in spoken word is ligt de focus namelijk op de beats en tekst. Met het eerstgenoemde zit het soms nog wel goed: naast de zalvende pianonoten van Firesmoke vallen ook de onheilspellende noten van de eerste helft van Three-Sides Coin en het fijn nostalgische kraakpianootje van I Trap You op. Desalniettemin hebben sommige nummers zoals Holy Elixer en Keep Moving Don’t Move, jammer genoeg ook twee van de langste nummers op het album, melodieus niet genoeg te bieden om voor de gehele speellengte te blijven boeien. Verder dreigt de melodieuze begeleiding van People’s Faces constant over de scheidslijn tussen melancholie en Kensington-achtige kitsch te struikelen.
Qua tekstuele thematiek schiet Tempest zich daarentegen jammer genoeg echt in de eigen voet. Taalgevoel heeft ze, dus toffe woordcombinaties en lekker flowende zinnen zijn nog steeds aanwezig. Het grootste probleem zit hem in een neiging die op het vorige album ook al aanwezig is, maar die ik mijn best deed niet op te merken: haar prekerigheid. Op dit album verliest Tempest zich echt in oppervlakkige maatschappelijke observeringen (social media = slecht, am I right?), en holle oproepen voor meer empathie. In Hold Your Own bereikt deze prekerigheid echt haar dieptepunt. Dit nummer klinkt meer alsof ik naar een door Banksy georganiseerde meditatiesessie aan het luisteren ben dan dat ik getroost word door Tempests maatschappijkritische therapie. Ik weet dat Instagramlikes geen maatstaf zijn voor persoonlijk succes, en ik ben er dus ook wat minder ontvankelijk voor als Tempest dat keer op keer weer in m’n oor tettert.
Let wel: ik geloof best dat Tempest oprecht is in haar politieke uitingen en we leven inderdaad in een vrij dystopische samenleving op veel vlakken. Ik heb dus nog steeds vertrouwen in haar oprechtheid, maar de one-liners waarmee ze hier komt zijn eerder ongemakkelijk dan inspirerend. Als er dan dus ook op het gebied van begeleiding en flow weinig overblijft ben ik dan erg geneigd om terug te gaan naar de over anderen vertellende Tempest. Best jammer, want het inkijkje in haar persoonlijke leven dat ze hier geeft is roerend.
Kanye West - Graduation (2007)

3,5
0
geplaatst: 21 mei 2011, 22:12 uur
Van alle knipperlichtrelatieplaten van de heer West is Graduation degene waar ik de beste en stabielste relatie mee heb, met prijsnummers als The Glory, Stronger of Flashing Lights.
Op latere albums maakt deze qua karakter onuitstaanbare rapper het veel te bont met zijn autotune-fetishen, flauwe gastartiesten en zeer flauwe refreintjes en op zijn voorgaande platen wisselt hij meesterwerken van nummers af met niet boeiende, flauwe sketches en oninteressante beats. Graduation haalt het beste uit beide kanten naar boven.
De beats bijvoorbeeld, zijn toch echt wel om van te houden. Bombastisch, soms misschien wat over de top en niet altijd even origineel, maar altijd zo verdomde lekker. Neem het eerbetoon aan Daft Punk in Stronger. Noem het een rip-off, maar het blijft een erg indrukwekkend nummer en de beat blijft een geweldige begeleiding voor de aardige flow van Kanye.
Want ook Kanye doet het niet slecht op Graduation. Met zijn bozige, gevatte flow kan hij mij in ieder geval goed boeien, in tegenstelling tot op zijn laatste. En al doen zijn soms wat afgezaagde teksten dat niet, hij zorgt er wel voor dat Graduation interessant en één van mijn meer geliefde commerciële hiphopplaten blijft.
Op latere albums maakt deze qua karakter onuitstaanbare rapper het veel te bont met zijn autotune-fetishen, flauwe gastartiesten en zeer flauwe refreintjes en op zijn voorgaande platen wisselt hij meesterwerken van nummers af met niet boeiende, flauwe sketches en oninteressante beats. Graduation haalt het beste uit beide kanten naar boven.
De beats bijvoorbeeld, zijn toch echt wel om van te houden. Bombastisch, soms misschien wat over de top en niet altijd even origineel, maar altijd zo verdomde lekker. Neem het eerbetoon aan Daft Punk in Stronger. Noem het een rip-off, maar het blijft een erg indrukwekkend nummer en de beat blijft een geweldige begeleiding voor de aardige flow van Kanye.
Want ook Kanye doet het niet slecht op Graduation. Met zijn bozige, gevatte flow kan hij mij in ieder geval goed boeien, in tegenstelling tot op zijn laatste. En al doen zijn soms wat afgezaagde teksten dat niet, hij zorgt er wel voor dat Graduation interessant en één van mijn meer geliefde commerciële hiphopplaten blijft.
Kate Nash - Made of Bricks (2007)

3,5
0
geplaatst: 9 november 2010, 20:08 uur
Kate Nash heeft een redelijk geslaagd album afgeleverd met Made of Bricks.
Natuurlijk helpt het ook dat ze zelf haar nummers schrijft, iets dat zeldzaam is bij popartiesten van deze tijd, maar deze dame is toch wel andere koek dan de andere top40-meuk tegenwoordig.
Guitige en vrolijke nummers, meestal door Kate zelf op de piano begeleid, die worden gezongen met haar heerlijke, aparte stem en haar Cockney-accent. Ik word er erg blij van. En zeg eens héél eerlijk, wie wordt er niet intens gelukkig van een hyper en geflipt nummer als Mariëlla of een jazzy meezinger als Pumpkin Soup. Maar waar ik nog het meest respect voor heb is dat Kate Nash Mouthwash heeft geschreven.
Want wat is dat een nummer! Ook hier geen standaard couplet-refrein structuur maar een opbouw naar een echt, jaja, hemels mooie climax. Echt heel mooi. Bovendien zijn de teksten ook zeer goed. In ieder nummer is wel een goede one-liner te vinden en ze klinken tenminste nog geïnspireerd, ook iets zeldzaams voor moderne popmuziek.
Waarom dan ''slechts'' 3,5*? Tja, ten eerste bereiken de shit's, fuck's en dick's soms toch echt de irritatiegrens als ze weer eens zonder reden worden uitgeschreeuwd.
Ook irriteert haar stem, hoewel zeer fijn voor een viertal nummers, wel als het hele album beluisterd wordt. Sowieso is de variatie wat weinig op Made of Bricks en grenst het aan onmogelijk om dit album, zonder tekenen van verveling te krijgen, af te luisteren. Desondanks een heel erg fijn album van deze excentrieke dame.
Natuurlijk helpt het ook dat ze zelf haar nummers schrijft, iets dat zeldzaam is bij popartiesten van deze tijd, maar deze dame is toch wel andere koek dan de andere top40-meuk tegenwoordig.
Guitige en vrolijke nummers, meestal door Kate zelf op de piano begeleid, die worden gezongen met haar heerlijke, aparte stem en haar Cockney-accent. Ik word er erg blij van. En zeg eens héél eerlijk, wie wordt er niet intens gelukkig van een hyper en geflipt nummer als Mariëlla of een jazzy meezinger als Pumpkin Soup. Maar waar ik nog het meest respect voor heb is dat Kate Nash Mouthwash heeft geschreven.
Want wat is dat een nummer! Ook hier geen standaard couplet-refrein structuur maar een opbouw naar een echt, jaja, hemels mooie climax. Echt heel mooi. Bovendien zijn de teksten ook zeer goed. In ieder nummer is wel een goede one-liner te vinden en ze klinken tenminste nog geïnspireerd, ook iets zeldzaams voor moderne popmuziek.
Waarom dan ''slechts'' 3,5*? Tja, ten eerste bereiken de shit's, fuck's en dick's soms toch echt de irritatiegrens als ze weer eens zonder reden worden uitgeschreeuwd.
Ook irriteert haar stem, hoewel zeer fijn voor een viertal nummers, wel als het hele album beluisterd wordt. Sowieso is de variatie wat weinig op Made of Bricks en grenst het aan onmogelijk om dit album, zonder tekenen van verveling te krijgen, af te luisteren. Desondanks een heel erg fijn album van deze excentrieke dame.
Kathryn Joseph - From When I Wake the Want Is (2018)

3,5
1
geplaatst: 28 januari 2021, 13:55 uur
Sommige mensen kopen een motor als ze veertig worden, anderen releasen een debuutalbum waarmee ze meteen een prijs winnen voor Schotlands beste artiest. Kathryn Joseph behoort tot de tweede categorie (alhoewel, misschien ook wel tot de eerste, zou ik even aan haar moeten vragen): haar eerste album Bones You Have Thrown Me and Blood I've Spilled werd meteen gelauwerd door de Schotse pers vanwege zijn viscerale en cinematische kwaliteiten. Het desbetreffende album moet ik nog luisteren, maar op basis van deze opvolger kan ik me de lof goed voorstellen. Joseph heeft een unieke stem die rauw genoeg is om haar dramatische zangstijl menselijk te houden: vergelijkingen met Kate Bush en Joanna Newsom zijn volledig terecht, maar ik zou daar graag nog een Fiona Apple bij willen betrekken in termen van breekbaarheid en - ik zei het al - rauwheid.
Op From When I Wake the Want Is, een titel waarvan ik de zinsbouwkundige structuur nog steeds niet helemaal heb kunnen ontrafelen, begeleidt deze begiftigde zangeres zichzelf altijd op de piano, en komt er soms een band om de hoek kijken. De composities zijn zonder uitzondering donker, klaaglijk en plechtig, en bij vlagen ongelooflijk goed. Een voorbeeld hiervan is het tergend mooie titelnummer: het type liedje waarvan je het motief één keer hoort, om er vervolgens in de week erna iedere avond mee in slaap te vallen en iedere ochtend mee op te staan. Joseph bouwt kundig de spanning op door veelvuldig zangnoten te gebruiken die nét onder of boven degene die je zou willen liggen, waardoor de ontlading des te prachtiger wordt wanneer de rest van de instrumenten eindelijk invallen om het simpele pianomotiefje te vergezellen.
Want simpel, dat is het pianospel wel. Dat hoeft in zichzelf geen minpunt te betekenen, zo bewijst Joseph ook op We Have Been Loved By Our Mothers, een relatief ingetogen galmliedje dat meteen klinkt alsof je het al jaren kent. Ook Mouths Full Of Blood, dat eveneens gekenmerkt wordt door een simpele, dramatische pianomelodie die grotendeels hetzelfde blijft voor het hele nummer lang, is nog steeds treffend, a) omdat het simpelweg een goede simpele dramatische pianomelodie is, en b) vanwege Joseph's ongelooflijk aangrijpende begeesterde zang, júist in de stille momenten. Meteen na dit erg sterke tweeluik begint het echter te kantelen in de plaat. De wat mindere songwriting in de twee nummers voor de afsluiter onthullen andere kleine zwaktes in Joseph's muziek, namelijk dat we voor de afgelopen tien nummers wel echt naar tien keer dezelfde formule hebben geluisterd, en dat de nogal scheutige inzet van drama zich niet beperkt tot alleen haar muziek ("And I have seen the bird of sorrow/And I have looked it in the eye/But you were broken long before/My love took your heart and bled it dry"). Op het vrij potsierlijke Weight culmineren al deze minpunten in een soort AURORA-achtige uitspatting, inclusief strijdkoortjes, terwijl Joseph wederom wat lines over het bloed in haar hart over de luisteraar uitstrooit.
Het is dan ook maar goed dat op afsluiter ^^ Joseph laat zien dat ze wel degelijk een erg getalenteerde muzikante is wanneer ze al deze franje laat varen. Ze doet het album uitgeleide met een stemmige, ingetogen ballade die niet zou misstaan op een vroeg Perfume Genius album - en dat is een groot compliment. Zo blijf ik toch achter met een gevoel van tevredenheid, en nieuwsgierigheid naar wat deze dame in de toekomst nog gaat brengen. Recensiecliché, maar het mag want we zitten toch op een amateurrecensiesite: het zit in haar, dat meesterwerk.
Op From When I Wake the Want Is, een titel waarvan ik de zinsbouwkundige structuur nog steeds niet helemaal heb kunnen ontrafelen, begeleidt deze begiftigde zangeres zichzelf altijd op de piano, en komt er soms een band om de hoek kijken. De composities zijn zonder uitzondering donker, klaaglijk en plechtig, en bij vlagen ongelooflijk goed. Een voorbeeld hiervan is het tergend mooie titelnummer: het type liedje waarvan je het motief één keer hoort, om er vervolgens in de week erna iedere avond mee in slaap te vallen en iedere ochtend mee op te staan. Joseph bouwt kundig de spanning op door veelvuldig zangnoten te gebruiken die nét onder of boven degene die je zou willen liggen, waardoor de ontlading des te prachtiger wordt wanneer de rest van de instrumenten eindelijk invallen om het simpele pianomotiefje te vergezellen.
Want simpel, dat is het pianospel wel. Dat hoeft in zichzelf geen minpunt te betekenen, zo bewijst Joseph ook op We Have Been Loved By Our Mothers, een relatief ingetogen galmliedje dat meteen klinkt alsof je het al jaren kent. Ook Mouths Full Of Blood, dat eveneens gekenmerkt wordt door een simpele, dramatische pianomelodie die grotendeels hetzelfde blijft voor het hele nummer lang, is nog steeds treffend, a) omdat het simpelweg een goede simpele dramatische pianomelodie is, en b) vanwege Joseph's ongelooflijk aangrijpende begeesterde zang, júist in de stille momenten. Meteen na dit erg sterke tweeluik begint het echter te kantelen in de plaat. De wat mindere songwriting in de twee nummers voor de afsluiter onthullen andere kleine zwaktes in Joseph's muziek, namelijk dat we voor de afgelopen tien nummers wel echt naar tien keer dezelfde formule hebben geluisterd, en dat de nogal scheutige inzet van drama zich niet beperkt tot alleen haar muziek ("And I have seen the bird of sorrow/And I have looked it in the eye/But you were broken long before/My love took your heart and bled it dry"). Op het vrij potsierlijke Weight culmineren al deze minpunten in een soort AURORA-achtige uitspatting, inclusief strijdkoortjes, terwijl Joseph wederom wat lines over het bloed in haar hart over de luisteraar uitstrooit.
Het is dan ook maar goed dat op afsluiter ^^ Joseph laat zien dat ze wel degelijk een erg getalenteerde muzikante is wanneer ze al deze franje laat varen. Ze doet het album uitgeleide met een stemmige, ingetogen ballade die niet zou misstaan op een vroeg Perfume Genius album - en dat is een groot compliment. Zo blijf ik toch achter met een gevoel van tevredenheid, en nieuwsgierigheid naar wat deze dame in de toekomst nog gaat brengen. Recensiecliché, maar het mag want we zitten toch op een amateurrecensiesite: het zit in haar, dat meesterwerk.
King Crimson - In the Court of the Crimson King (1969)
Alternatieve titel: An Observation by King Crimson

4,0
0
geplaatst: 13 december 2010, 20:22 uur
Wat zou een eigenaar van dit album die Moonchild kan waarderen toch een gelukkig man zijn.
Want zonder dit vreselijke middengefrutsel zou deze plaat zó meesterlijk zijn. Dichtbij perfectie.
21th Century Schizoid Man streelt ons niet, leidt ons niet rustig en zachtjes de wereld van de doodsangstige man op de voorkant in. Nee, we worden bewusteloos geslagen met een ijzeren gitaarriff en ruw ontvoerd naar een stinkende, vervuilde fabriek waar we al opgewacht worden.
Drums klinken alsof ze worden bespeeld op plastic dozen van de Aldi en de opnamekwaliteit is ook niet om over naar huis te schrijven. Minpunten? Niet echt. Draagt bij aan het geschifte maar daarom ook zo mooie sfeertje van dit nummer.
Het is al gezegd; Waar de opener een smerige, gruizige rocker uit de vervuilde achterbuurten is, is
I Talk to the Wind een sprookjesbos, met enkele open vlakten waar dieren aan het spelen zijn.
Wel een beetje kitsch ja, maar dat vergeef ik King Crimson.
Opvallend minder blikkerige drums en opvallend rustgevend sfeertje.
Dromerig liggen onze gidsen in het gras en bijna gehypnotiseerd hebben we zin om achter te blijven en heerlijk uit te rusten. Niet doen, er staat nog veel moois te wachten.
Epitaph is een episch meesterwerk en ook de reden dat we niet moesten stoppen bij de voorganger.
Het nummer begint in een, hoewel al enigszins onheilspellend, rustig en vrolijk bos waar de voorganger eindigde. Later mondt dit echter uit in een bombastische en indrukwekkende climax in een geflipt, psychedelisch landschap waar niets is wat het lijkt. Wat drugs wel niet met je kan doen.
Robert Fripp laat hier zijn indrukwekkende zangkunsten zien en zingt angstig en paranoïde, schreeuwrt om gehoord te kunnen worden. Verwijzing naar de hoes?
Het begin van Moonchild is een roestig liefdesliedje dat zich in een nachtelijk weiland af lijkt te spelen.
Geïnteresseerd luisteren we, om daarna in de daaropvolgende negeneneenhalf minuten (!) aardig teleurgesteld te worden door Fripp en co. Niks indrukwekkends, moois of sfeervols aan.
Gewoon, in deze periode ongeveer verplicht, saai geëxperimenteer waar echt geen touw aan vast te knopen valt.
Dodelijk vermoeid en verveeld komen we aan bij het titelnummer. Godzijdank.
Wat een ongelooflijk nummer. Meteen worden we weer door onze gidsen weggevoerd, nu naar een eeuwenoude sekte waar we de eer hebben een bevreemdende ceremonie mee te mogen maken.
Vanaf het, na de eerste luisterbeurt nooit meer uit je hoofd te halen, prachtige en woordloze refrein tot het einde waar alle energie die onze gidsen nog hebben wordt uitgeperst, dit nummer is meesterlijk.
De aangename stem van Fripp met zijn herkenbare, statige accent draagt nog eens een steentje bij.
En het einde met de kermisorgel laat zien dat experimenteren ook goed uit kan pakken.
Het valt niet te ontkennen dat King Crimson met dit album vele bands heeft geïnspireerd.
Dit jaar nog met de sample van Kanye West's Power, King Crimson zal waarschijnlijk niet meer uit de muziekgeschiedenis te slaan zijn. Gelukkig maar.
Want zonder dit vreselijke middengefrutsel zou deze plaat zó meesterlijk zijn. Dichtbij perfectie.
21th Century Schizoid Man streelt ons niet, leidt ons niet rustig en zachtjes de wereld van de doodsangstige man op de voorkant in. Nee, we worden bewusteloos geslagen met een ijzeren gitaarriff en ruw ontvoerd naar een stinkende, vervuilde fabriek waar we al opgewacht worden.
Drums klinken alsof ze worden bespeeld op plastic dozen van de Aldi en de opnamekwaliteit is ook niet om over naar huis te schrijven. Minpunten? Niet echt. Draagt bij aan het geschifte maar daarom ook zo mooie sfeertje van dit nummer.
Het is al gezegd; Waar de opener een smerige, gruizige rocker uit de vervuilde achterbuurten is, is
I Talk to the Wind een sprookjesbos, met enkele open vlakten waar dieren aan het spelen zijn.
Wel een beetje kitsch ja, maar dat vergeef ik King Crimson.
Opvallend minder blikkerige drums en opvallend rustgevend sfeertje.
Dromerig liggen onze gidsen in het gras en bijna gehypnotiseerd hebben we zin om achter te blijven en heerlijk uit te rusten. Niet doen, er staat nog veel moois te wachten.
Epitaph is een episch meesterwerk en ook de reden dat we niet moesten stoppen bij de voorganger.
Het nummer begint in een, hoewel al enigszins onheilspellend, rustig en vrolijk bos waar de voorganger eindigde. Later mondt dit echter uit in een bombastische en indrukwekkende climax in een geflipt, psychedelisch landschap waar niets is wat het lijkt. Wat drugs wel niet met je kan doen.
Robert Fripp laat hier zijn indrukwekkende zangkunsten zien en zingt angstig en paranoïde, schreeuwrt om gehoord te kunnen worden. Verwijzing naar de hoes?
Het begin van Moonchild is een roestig liefdesliedje dat zich in een nachtelijk weiland af lijkt te spelen.
Geïnteresseerd luisteren we, om daarna in de daaropvolgende negeneneenhalf minuten (!) aardig teleurgesteld te worden door Fripp en co. Niks indrukwekkends, moois of sfeervols aan.
Gewoon, in deze periode ongeveer verplicht, saai geëxperimenteer waar echt geen touw aan vast te knopen valt.
Dodelijk vermoeid en verveeld komen we aan bij het titelnummer. Godzijdank.
Wat een ongelooflijk nummer. Meteen worden we weer door onze gidsen weggevoerd, nu naar een eeuwenoude sekte waar we de eer hebben een bevreemdende ceremonie mee te mogen maken.
Vanaf het, na de eerste luisterbeurt nooit meer uit je hoofd te halen, prachtige en woordloze refrein tot het einde waar alle energie die onze gidsen nog hebben wordt uitgeperst, dit nummer is meesterlijk.
De aangename stem van Fripp met zijn herkenbare, statige accent draagt nog eens een steentje bij.
En het einde met de kermisorgel laat zien dat experimenteren ook goed uit kan pakken.
Het valt niet te ontkennen dat King Crimson met dit album vele bands heeft geïnspireerd.
Dit jaar nog met de sample van Kanye West's Power, King Crimson zal waarschijnlijk niet meer uit de muziekgeschiedenis te slaan zijn. Gelukkig maar.
