Hier kun je zien welke berichten hoi123 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Shining - Blackjazz (2010)

1,5
0
geplaatst: 5 september 2010, 11:57 uur
Ik kreeg dit album aangeraden door Don Cappuccino, en aangezien hij me al eerder goede tips had gegeven, vertrouwde ik er bijna blind op dat dit het album van het jaar zou worden. Het openingsnummer had ik al beluisterd via Youtube en die vond ik wel oké, maar wel enigszins herrie.
Maar nu ik deze plaat meerdere keren heb beluisterd, kan ik er gewoon niet omheen. Dit vind ik gewoon echt lelijk.
De openingstrack vind ik nog altijd wel oké, maar de rest!
De opnamekwaliteit is (expres?) erg slecht, de teksten zijn belabberd, de drums rammen maar door zonder enige opbouw, het doet gewoon pijn aan mijn oren.
Het toppunt van slechtheid vind ik nog 21th Century Schizoid Man. Heiligsschennis.
De eerder genoemde adrenalinestoot krijg ik ook niet, ik word er alleen maar erg chagrijnig van.
Een krappe 1,5*.
Maar nu ik deze plaat meerdere keren heb beluisterd, kan ik er gewoon niet omheen. Dit vind ik gewoon echt lelijk.
De openingstrack vind ik nog altijd wel oké, maar de rest!
De opnamekwaliteit is (expres?) erg slecht, de teksten zijn belabberd, de drums rammen maar door zonder enige opbouw, het doet gewoon pijn aan mijn oren.
Het toppunt van slechtheid vind ik nog 21th Century Schizoid Man. Heiligsschennis.
De eerder genoemde adrenalinestoot krijg ik ook niet, ik word er alleen maar erg chagrijnig van.
Een krappe 1,5*.
Skullcrusher - Quiet the Room (2022)

3,5
2
geplaatst: 14 november 2022, 21:54 uur
Een duidelijke 3.5-sterrenplaat, deze. Laten we beginnen met de aardige dingen: de productie op deze plaat is echt om van te smullen - wat wil je ook, met de producer van het laatste Big Thief-album, als ik het hierboven lees. Zelfs onder de liedjes die in principe maar uit enkele instrumenten bestaan, blinkt Quiet The Room uit in zijn variatie in geluid. Vergelijk het holle Sticker bijvoorbeeld maar eens met de Radical Face-achtige afsluiter, of met het heldere It's Like A Secret. Zowel qua mixing, stemgeluid en songwriting houdt Skullcrusher een beetje het midden tussen een Grouper en een Phoebe Bridgers wat mij betreft. Op sommige momenten pakt dit uit tot werkelijk bloedmooie liedjes. Zo ben ik bij de eerste luisterbeurt stapelverliefd geworden op Pass Through Me: hoe simpel ook misschien, op het moment dat Ballentine de titel begint te zingen en de violen haar vergezellen ben ik niks anders dan kippenvel. Ook het openingsnummer is van een tristesse die me waarschijnlijk nog wel langer bij gaat blijven, en het intermezzo Outside, Playing slaagt precies in het oproepen van bitterzoete nostalgie naar m'n kindertijd, wat een doel van het album leek te zijn. Oh ja, Whatever Fits Together, met zijn indringende zanglijn, moet ook zeker niet vergeten worden.
Nu naar de redenen waarom het niet een hoger cijfer is: de songwriting komt ook overeen met dat van Phoebe Bridgers in de kwaliteit ervan. Natuurlijk hoeven liedjes niet superingewikkeld te zijn om te overtuigen, dat laat de andere invloed die ik noem al zien. Maar simpele folkliedjes moeten wél een memorabele melodie hebben om te overtuigen, en dat lijkt Skullcrusher soms onder al de galm en andere productietrucjes te vergeten. It's Like A Secret, Lullaby in February, Window Somewhere en het titelnummer zijn ondanks hun mooie aankleding toch net wat te gezichtsloos op melodieus vlak om te overtuigen. Hetzelfde geldt voor alle intermezzo's buiten het eerdergenoemde: prachtig vormgegeven, maar ik krijg bijna het gevoel dat hoe zwakker het liedje, hoe meer moeite is gestoken in productietrucjes qua verhulling. In het kort een plaat die ik ongetwijfeld de komende tijd nog op ga zetten wanneer ik in een kalme bui wil komen, maar waarvan ik in de lange termijn alleen zal teruggrijpen naar de eerdergenoemde hoogtepunten.
Nu naar de redenen waarom het niet een hoger cijfer is: de songwriting komt ook overeen met dat van Phoebe Bridgers in de kwaliteit ervan. Natuurlijk hoeven liedjes niet superingewikkeld te zijn om te overtuigen, dat laat de andere invloed die ik noem al zien. Maar simpele folkliedjes moeten wél een memorabele melodie hebben om te overtuigen, en dat lijkt Skullcrusher soms onder al de galm en andere productietrucjes te vergeten. It's Like A Secret, Lullaby in February, Window Somewhere en het titelnummer zijn ondanks hun mooie aankleding toch net wat te gezichtsloos op melodieus vlak om te overtuigen. Hetzelfde geldt voor alle intermezzo's buiten het eerdergenoemde: prachtig vormgegeven, maar ik krijg bijna het gevoel dat hoe zwakker het liedje, hoe meer moeite is gestoken in productietrucjes qua verhulling. In het kort een plaat die ik ongetwijfeld de komende tijd nog op ga zetten wanneer ik in een kalme bui wil komen, maar waarvan ik in de lange termijn alleen zal teruggrijpen naar de eerdergenoemde hoogtepunten.
Slint - Spiderland (1991)

5,0
0
geplaatst: 23 juni 2010, 19:05 uur
Mijn vorige twee berichten waren ietwat overdonderd; nu ben ik wat bekoeld, hoewel ik dit album nog steeds even goed vind, en kan ik eindelijk een waardige recensie neerpennen. In deze plaat zit een overheersend concept; dit ga ik hier niet uitgebreid bespreken, want dat moet je zelf ontdekken. Maar het verhaal dat in de plaat zit is volgens mij, het klinkt vast belachelijk, een boottripje dat gruwelijk uit de hand loopt, beginnend met ruzies, maar bij het derde nummer zijn er vage aanwijzingen naar moord. Deze plaat brengt gruwelijk sterke beelden in mijn hoofd, heel knap.
Het begint allemaal bij Breadcrumb Trail. Een soort opwarmertje, toch begin ik me hier al enigzins onbehaaglijk te voelen. McMahan laat hier zijn fantastische schreeuwkunsten zien, want men kan veel van hem zeggen, maar hij heeft zeker emotie in zijn stem.
Maar dan slaat de duisternis toe in het verstikkende Nosferatu Man. McMahan gaat fluisteren, alleen een poging om zijn stem te laten klinken in het refrein is niet gefluisterd. Maar wat een héérlijke gitaarpartijen, wat een meeslepend nummer! Prachtig!
Nosferatu Man duister? Nee joh, nu komt Don, Aman nog. Een passagier die zijn medereizigers heeft vermoord. Spijt. Het hele nummer is gefluisterd. Maar er komt een soort miniclimaxje, dat eigenlijk niks voorstelt, maar in dit nummer toch keihard en magistraal klinkt. En dan wordt het weer rustig. En, luister goed, aan het eind van het nummer hoor je heel zacht gehuil. Dit is echt een hemeltergend mooi nummer.
Maar alles kan beter. Washer is het bewijs. Een hartverscheurend verslag van een man die zijn vermoorde vrouw (?) verliest. Ook het enige goed verstaanbare nummer qua tekst. En wat zit er een prachtige opbouw in dit nummer! Maar de climax is nauwelijks te beschrijven. Jankende gitaren, voor hoogstens 20 seconden. Dan zijn ze weer weg. De gitaren vervallen weer in het prachtige intro. Het op één na mooiste nummer van deze plaat.
Nu komt het instrumentale For Dinner.. een opbouw naar Good Morning Captain. Bij de eerste luisterbeurten klinkt dit saai, ook nu vind ik dit het zwakste nummer van de plaat, maar nog steeds een geweldig nummer. Ook knap hoe hier 30 seconden lang dezelfde toon wordt gespeeld, maar toch niet gaat vervelen.
Maar dan, het slotnummer van de plaat. Good Morning, Captain. Dit is het mooiste nummer dat ik ken. Een duister intro dat gespeeld lijkt te zijn in een donker huis, langs een groot meer. McMahan fluistert weer, maar nu is het verstaanbaar. Wat een emotie kan hij in zijn stem stoppen! Maar dan komt er een kleine uitbarsting. Dan is hij weer weg. Maar nu komt hij terug, in zo'n groots, prachtig, meeslepend dat dit, zoals hierboven is gezegd, eigenlijk tussen spoilertags besproken moet worden. En weet je wat, ik doe het gewoon.
McMahan fluistert, kan niet boven het lawaai uitkomen. Maar toch hoor je hem emotioneel (in de goede zin van het woord) fluisteren:
I make it up to you.
Dan iets harder, nog een keer iets harder, en nu komt het.
McMahan verheft een oerschreeuw, een keihard I MISS YOU!!
Gemeender kan zang niet zijn, sterker kan mijn beeld van wat er gebeurt niet zijn, dit is een film zonder beeld. Nu komen de instrumenten, die prachtig aansluiten op de zang. Deze maken een einde aan dit nummer en laten je gebroken achter. Dit is verreweg het mooiste nummer dat ik ken.
Dit album staat op nummer 1 in mijn top 10, en is daar niet vanaf te rammen. Waarschijnlijk komt deze hele recensie als overdreven over, maar dat moet dan maar.
Spiderland

Het begint allemaal bij Breadcrumb Trail. Een soort opwarmertje, toch begin ik me hier al enigzins onbehaaglijk te voelen. McMahan laat hier zijn fantastische schreeuwkunsten zien, want men kan veel van hem zeggen, maar hij heeft zeker emotie in zijn stem.
Maar dan slaat de duisternis toe in het verstikkende Nosferatu Man. McMahan gaat fluisteren, alleen een poging om zijn stem te laten klinken in het refrein is niet gefluisterd. Maar wat een héérlijke gitaarpartijen, wat een meeslepend nummer! Prachtig!
Nosferatu Man duister? Nee joh, nu komt Don, Aman nog. Een passagier die zijn medereizigers heeft vermoord. Spijt. Het hele nummer is gefluisterd. Maar er komt een soort miniclimaxje, dat eigenlijk niks voorstelt, maar in dit nummer toch keihard en magistraal klinkt. En dan wordt het weer rustig. En, luister goed, aan het eind van het nummer hoor je heel zacht gehuil. Dit is echt een hemeltergend mooi nummer.
Maar alles kan beter. Washer is het bewijs. Een hartverscheurend verslag van een man die zijn vermoorde vrouw (?) verliest. Ook het enige goed verstaanbare nummer qua tekst. En wat zit er een prachtige opbouw in dit nummer! Maar de climax is nauwelijks te beschrijven. Jankende gitaren, voor hoogstens 20 seconden. Dan zijn ze weer weg. De gitaren vervallen weer in het prachtige intro. Het op één na mooiste nummer van deze plaat.
Nu komt het instrumentale For Dinner.. een opbouw naar Good Morning Captain. Bij de eerste luisterbeurten klinkt dit saai, ook nu vind ik dit het zwakste nummer van de plaat, maar nog steeds een geweldig nummer. Ook knap hoe hier 30 seconden lang dezelfde toon wordt gespeeld, maar toch niet gaat vervelen.
Maar dan, het slotnummer van de plaat. Good Morning, Captain. Dit is het mooiste nummer dat ik ken. Een duister intro dat gespeeld lijkt te zijn in een donker huis, langs een groot meer. McMahan fluistert weer, maar nu is het verstaanbaar. Wat een emotie kan hij in zijn stem stoppen! Maar dan komt er een kleine uitbarsting. Dan is hij weer weg. Maar nu komt hij terug, in zo'n groots, prachtig, meeslepend dat dit, zoals hierboven is gezegd, eigenlijk tussen spoilertags besproken moet worden. En weet je wat, ik doe het gewoon.

McMahan fluistert, kan niet boven het lawaai uitkomen. Maar toch hoor je hem emotioneel (in de goede zin van het woord) fluisteren:
I make it up to you.
Dan iets harder, nog een keer iets harder, en nu komt het.
McMahan verheft een oerschreeuw, een keihard I MISS YOU!!
Gemeender kan zang niet zijn, sterker kan mijn beeld van wat er gebeurt niet zijn, dit is een film zonder beeld. Nu komen de instrumenten, die prachtig aansluiten op de zang. Deze maken een einde aan dit nummer en laten je gebroken achter. Dit is verreweg het mooiste nummer dat ik ken.
Dit album staat op nummer 1 in mijn top 10, en is daar niet vanaf te rammen. Waarschijnlijk komt deze hele recensie als overdreven over, maar dat moet dan maar.

Spiderland

Sufjan Stevens - Illinois (2005)
Alternatieve titel: Sufjan Stevens Invites You To: Come on Feel the Illinoise

4,5
0
geplaatst: 28 juni 2011, 19:55 uur
Tja, met welke passende samenvatting moet ik nou beginnen? Gelaagd, kleurrijk meesterwerk? Achtbaan van liefde, geluk, depressie, euforie, somberheid en nog tientallen andere emoties?
Illinois bestaat uit zóveel lagen, teksten, melodieën, gevoelens, verhalen, plaatsen en stemmen, dat deze wervelende achtbaan van voorgenoemde zaken in een paar lullige alineaatjes eigenlijk nauwelijks te beschrijven valt.
Laat ik beginnen met zeggen dat deze achtbaan één achtbaan is. Dat wil zeggen; als u Illinois ergens in het midden opzet en daar ook weer eindigt, zult u niet de gemoedstoestand in u opgewekt krijgen die geboren muzikant Stevens juist zo intens laat beleven.
Natuurlijk, zo een groter-dan-het-leven-nummer als The Black Hawk War of Chicago staat ook garant voor een korte tijd gevuld met euforie en een klein, ingehouden nummer als Casmir Pulaski Day of John Wayne Gacy Jr. zorgt ook los afgespeeld voor gevoelens die onder uw huid kruipen en een blijvende invloed hebben op uw gemoedstoestand.
Maar het soms hypnotiserende, dan weer opzwepende, dan weer sussende effect dat Illinois op u heeft blijft uit.
Hoe bereikt de heer Sufjan Stevens deze onbeschrijflijke, heerlijke gemoedstoestand toch?
Laten we beginnen met iets dat u waarschijnlijk al bij de eerste blik op deze pagina ziet; de titels zijn op zijn minst apart te noemen. Deze vallen allemaal onder het verhalend, lovend of juist cynisch aspect van deze plaat en beelden in sommige gevallen ook de steeds verschillende sfeer van het nummer uit.
Steeds verschillend ja, want zoals hiervoor al gezegd is Illinois geen eenheidsworst. De variatie is oneindig; na het extreem bombastische The Black Hawk War, dat ons meteen op een ongelooflijke wijze kennis laat maken met ieder instrument dat de band bezit, komt Come On! Feel the Illinois! klinkend als een instappertje, een ultiem intro, om ons na twee nummers eindelijk écht in te pakken (ziet u nou wat ik bedoelde met de titels!). Het meteen daaropvolgende stuk muziek, het ijzingwekkende en erg klein gehouden John Wayne Gacy Jr., bewijst definitief dat Illinois op eenzame hoogte staat op het gebied van afwisseling.
Ook valt het kleine randje kitsch om de muziek van meneer Stevens wel te merken; vrouwelijke achtergrondkoortjes, de sowieso al redelijk gladde stem van hem zelf en wel heel erg theatraal aandoende uitbarstingen. Erg? Niet echt. Want zelfs bij de zoetsappigste stukken (het koortje aan het begin van The Man of Metropolis... bijvoorbeeld), spat de emotie, passie en liefde ervanaf met rijzende armharen -positief- als gevolg.
Maar het ultieme kippenvel moet toch wel bereikt worden in het meesterwerk, het nummer dat echt uitsteekt. Casimir Pulaski Day. Sufjan zingt, zoals we onderhand gewend zijn, erg nonchalant en ook het repetitieve gitaartokkeltje klinkt oh zo niets-aan-de-hand, maar kijk naar de tekst en dan ontdekt u niet alleen dat het een verbluffend goede tekst is, ook ontdekt u de kleine trillingen in Sufjan's eerst zo gladde stem, de droefgeestigheid in de eerst zo vrolijke trompet en de genialiteit in het eerst zo eenvoudige tokkeltje.
En zijn er ook minpunten? Oké dan, de afsluiter blijft misschien iets te weinig bij, al moet ik er toch weer bij vermelden dat het ongekend lekker klinkt. En misschien had de speelduur een paar minuutjes korter gekund. Maar wat er dan geschrapt had moeten worden? Ik heb geen idee.
Conclusie: Een sprankelend, kleurrijk en totaal overdonderend één-en-een-kwart-uurtje.
Toch maar even in mijn top-10 zetten, deze.
Illinois bestaat uit zóveel lagen, teksten, melodieën, gevoelens, verhalen, plaatsen en stemmen, dat deze wervelende achtbaan van voorgenoemde zaken in een paar lullige alineaatjes eigenlijk nauwelijks te beschrijven valt.
Laat ik beginnen met zeggen dat deze achtbaan één achtbaan is. Dat wil zeggen; als u Illinois ergens in het midden opzet en daar ook weer eindigt, zult u niet de gemoedstoestand in u opgewekt krijgen die geboren muzikant Stevens juist zo intens laat beleven.
Natuurlijk, zo een groter-dan-het-leven-nummer als The Black Hawk War of Chicago staat ook garant voor een korte tijd gevuld met euforie en een klein, ingehouden nummer als Casmir Pulaski Day of John Wayne Gacy Jr. zorgt ook los afgespeeld voor gevoelens die onder uw huid kruipen en een blijvende invloed hebben op uw gemoedstoestand.
Maar het soms hypnotiserende, dan weer opzwepende, dan weer sussende effect dat Illinois op u heeft blijft uit.
Hoe bereikt de heer Sufjan Stevens deze onbeschrijflijke, heerlijke gemoedstoestand toch?
Laten we beginnen met iets dat u waarschijnlijk al bij de eerste blik op deze pagina ziet; de titels zijn op zijn minst apart te noemen. Deze vallen allemaal onder het verhalend, lovend of juist cynisch aspect van deze plaat en beelden in sommige gevallen ook de steeds verschillende sfeer van het nummer uit.
Steeds verschillend ja, want zoals hiervoor al gezegd is Illinois geen eenheidsworst. De variatie is oneindig; na het extreem bombastische The Black Hawk War, dat ons meteen op een ongelooflijke wijze kennis laat maken met ieder instrument dat de band bezit, komt Come On! Feel the Illinois! klinkend als een instappertje, een ultiem intro, om ons na twee nummers eindelijk écht in te pakken (ziet u nou wat ik bedoelde met de titels!). Het meteen daaropvolgende stuk muziek, het ijzingwekkende en erg klein gehouden John Wayne Gacy Jr., bewijst definitief dat Illinois op eenzame hoogte staat op het gebied van afwisseling.
Ook valt het kleine randje kitsch om de muziek van meneer Stevens wel te merken; vrouwelijke achtergrondkoortjes, de sowieso al redelijk gladde stem van hem zelf en wel heel erg theatraal aandoende uitbarstingen. Erg? Niet echt. Want zelfs bij de zoetsappigste stukken (het koortje aan het begin van The Man of Metropolis... bijvoorbeeld), spat de emotie, passie en liefde ervanaf met rijzende armharen -positief- als gevolg.
Maar het ultieme kippenvel moet toch wel bereikt worden in het meesterwerk, het nummer dat echt uitsteekt. Casimir Pulaski Day. Sufjan zingt, zoals we onderhand gewend zijn, erg nonchalant en ook het repetitieve gitaartokkeltje klinkt oh zo niets-aan-de-hand, maar kijk naar de tekst en dan ontdekt u niet alleen dat het een verbluffend goede tekst is, ook ontdekt u de kleine trillingen in Sufjan's eerst zo gladde stem, de droefgeestigheid in de eerst zo vrolijke trompet en de genialiteit in het eerst zo eenvoudige tokkeltje.
En zijn er ook minpunten? Oké dan, de afsluiter blijft misschien iets te weinig bij, al moet ik er toch weer bij vermelden dat het ongekend lekker klinkt. En misschien had de speelduur een paar minuutjes korter gekund. Maar wat er dan geschrapt had moeten worden? Ik heb geen idee.
Conclusie: Een sprankelend, kleurrijk en totaal overdonderend één-en-een-kwart-uurtje.
Toch maar even in mijn top-10 zetten, deze.
Sun Kil Moon - Benji (2014)

2,0
0
geplaatst: 22 mei 2015, 21:49 uur
Ja, ik heb Benji (Mooie albumtitel vind ik dat. Ik weet niet waarom.) nog even een keer doorgeluisterd en ik moet toch echt concluderen dat dit een wereld van verschil is met April, zowel qua muzikale omlijsting als qua teksten als qua kwaliteit. April betekent voor mij 74 minuten aan onderdompeling in hemelse melodieën, prachtige teksten en eindeloze welmoed - Kozelek kan immers gitaarlijntjes repeteren als geen ander. Hier is er daarintegen echt iets aan de hand met de muziek. Geen enkel gitaarlijntje komt ook maar in de buurt van de pracht die Kozelek eerder uit z'n gitaar wist te krijgen, zijn melancholische mompelstem heeft een opdringerige knauw meegekregen en, worst of all, de teksten zijn echt buitengewoon slecht bij tijd en wijle.
Let wel: dit vind ik niet omdat ze direct zijn (want deze directheid pakt sporadisch juist goed uit), dit vind ik omdat ze vaak nogal cliché en zoetsappig zijn, zie bijvoorbeeld de levenslessen van Kozeleks vader in I Love My Dad waar ik het een paar berichten geleden al over had - zet er een andere muzikale omlijsting onder en je kan zo in Spangas. Nog een probleem waar je mee te maken krijgt als je je teksten zo direct mogelijk probeert te maken, is dat je dan soms moeilijker kan verhullen dat je een ongelooflijke lul bent. De neerbuigende manier waarop Kozelek naar zijn oom kijkt druipt er vanaf in Truck Driver (en dan is Kozelek er blijkbaar ook nog één die z'n akoestische gitaartje meeneemt naar begrafenissen om mensen te vermaken) en in Pray for Newtown, sowieso een titel waar alleen de allervervelendste countryzangers zich aan mogen wagen, maakt Kozelek zich meerdere keren schuldig aan schaamteloze zelfbevlekking in de vorm van "Called a few of my friends round here, but no one much really cared, But I did, because I've got a lot of friends there". Voeg daaraan toe de nogal ongemakkelijke rijmpjes die Kozelek in ieder nummer minstens vijf keer tevoorschijn haalt (laat je teksten dan gewoon niet rijmen) en de ronduit genante tekst van Dogs ("Mary Anne was my first fuck / She slide down between my legs and oh my god she could suck" - hoe stom wil je seks beschrijven?) en ik begin me serieus af te vragen of Kozelek een grapje met ons uithaalt.
Aangezien ik hier op het punt in m'n verhaal aankom waar ik de goede punten moet noemen: I Can't Live Without My Mother's Love is, hoewel enigszins pathetisch, een oprecht klinkende ode aan, je raadt het nooit, z'n moeder. Daarnaast biedt het nummer de enige gitaarlijn die de moeite waard is van het album. Jim Wise is de andere uitschieter, waarin Kozelek voor het eerst op Benji wél een indringend beeld weet te schetsen met zijn teksten en waarin hij bovendien een prachtig bitterzoete pianobegeleiding heeft geregeld. De overige 49 minuten van Benji zorgen bij mij jammer genoeg niet voor iets anders dan onverschilligheid en bijna vaker nog, als Mark weer eens een oninteressante zanglijn of nutteloze tekstregel erin gooit, ergernis. Hopen dat hij met z'n komende album beter z'n best doet.
Let wel: dit vind ik niet omdat ze direct zijn (want deze directheid pakt sporadisch juist goed uit), dit vind ik omdat ze vaak nogal cliché en zoetsappig zijn, zie bijvoorbeeld de levenslessen van Kozeleks vader in I Love My Dad waar ik het een paar berichten geleden al over had - zet er een andere muzikale omlijsting onder en je kan zo in Spangas. Nog een probleem waar je mee te maken krijgt als je je teksten zo direct mogelijk probeert te maken, is dat je dan soms moeilijker kan verhullen dat je een ongelooflijke lul bent. De neerbuigende manier waarop Kozelek naar zijn oom kijkt druipt er vanaf in Truck Driver (en dan is Kozelek er blijkbaar ook nog één die z'n akoestische gitaartje meeneemt naar begrafenissen om mensen te vermaken) en in Pray for Newtown, sowieso een titel waar alleen de allervervelendste countryzangers zich aan mogen wagen, maakt Kozelek zich meerdere keren schuldig aan schaamteloze zelfbevlekking in de vorm van "Called a few of my friends round here, but no one much really cared, But I did, because I've got a lot of friends there". Voeg daaraan toe de nogal ongemakkelijke rijmpjes die Kozelek in ieder nummer minstens vijf keer tevoorschijn haalt (laat je teksten dan gewoon niet rijmen) en de ronduit genante tekst van Dogs ("Mary Anne was my first fuck / She slide down between my legs and oh my god she could suck" - hoe stom wil je seks beschrijven?) en ik begin me serieus af te vragen of Kozelek een grapje met ons uithaalt.
Aangezien ik hier op het punt in m'n verhaal aankom waar ik de goede punten moet noemen: I Can't Live Without My Mother's Love is, hoewel enigszins pathetisch, een oprecht klinkende ode aan, je raadt het nooit, z'n moeder. Daarnaast biedt het nummer de enige gitaarlijn die de moeite waard is van het album. Jim Wise is de andere uitschieter, waarin Kozelek voor het eerst op Benji wél een indringend beeld weet te schetsen met zijn teksten en waarin hij bovendien een prachtig bitterzoete pianobegeleiding heeft geregeld. De overige 49 minuten van Benji zorgen bij mij jammer genoeg niet voor iets anders dan onverschilligheid en bijna vaker nog, als Mark weer eens een oninteressante zanglijn of nutteloze tekstregel erin gooit, ergernis. Hopen dat hij met z'n komende album beter z'n best doet.
