menu

Hier kun je zien welke berichten hoi123 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

A Place to Bury Strangers - Exploding Head (2009)

3,0
Toen ik dit album kocht had ik hoge verwachtingen, en die zijn voor een groot deel waargemaakt. Deze plaat kenmerkt zich door overdreven distortion bij de gitaren en galmende instrumenten, waardoor ik het gevoel heb dat ik in een gigantische fabriekshal ben waar een band op maximaal volume staat te spelen. Bij de eerste nummers, It Is Nothing en In Your Heart, bevalt deze formule geweldig. Heerlijk! Daarna komen ook redelijk goede nummers, zijnde Lost Feeling, Deadbeat en Keep Slipping Away. Weinig op aan te merken. Maar dan komen toch echt de mindere nummers. Hier gaat de keihardenoisefabriekshalformule (om het maar even kort samen te vatten ) echt vervelen, kan ik weinig onderscheid maken tussen de nummers en dwalen mijn gedachten af. Niet slecht, als ik ze afzonderlijk hoor zijn ze zelfs redelijk goed, maar hier vind ik ze toch oersaai klinken. Maar gelukkig is daar de afsluiter I Live My Life to Stand in the Shadow of Your Heart. Wat een fantastisch nummer! Eigenlijk is dit wel weer de bekende formule, maar dan zó knallend en met zó'n prachtige climax dat ik ze alles vergeef. Over het geheel een goed album, dus een 3,5*

edit: bedacht me dat ik een 3,5 eigenlijk nog te hoog vind voor een plaat met 4 matige nummers. 3,0*

Adult Jazz - Earrings Off! (2016)

3,5
Nou ja, de score laat het lijken alsof de heren van Adult Jazz ofwel hun akoestische gitaren uit de kast hebben gepakt om vijfentwintig minuten aan Duitse schlagers op te nemen, ofwel zichzelf in een studio hebben opgesloten om deze gehele tijdsduur vol te krijsen. Nu suggereert de laatste minuut van het titelnummer wel de waarschijnlijkheid van die tweede optie, maar als je even doorluistert kom je ook op deze opvolger genoeg interessante ideeën mee. Vooral op Ooh Ah Eh, dat zich kan meten met het beste werk van hun vrij geniale debuut, laten de meneren horen dat ze een ongekend talent hebben om ongestructureerde, aritmische en atonale muziek toch heel erg logisch te laten klinken. De "climax" van het nummer, die natuurlijk volledig typisch naar het midden van het nummer wordt verschoven, is ongelooflijk spannend, origineel en bovenal melodieus ongelooflijk interessant, zoals het deze band betaamt. Ook de tussendoortjes zijn verrassend genoeg het luisteren waard, vooral het treurige oergeluid dat (Cry for Home vormt.

Neemt niet weg dat het in tegenstelling tot het debuut hier allemaal bij vlagen allemaal redelijk, nou ja, kut klinkt. Alle mogelijke instrumenten en elektronica worden uit de kast getrokken, wat altijd interessant klinkt, maar soms wel gewoon ongelooflijk vervelend. De wiebelige geluidjes die de basis van het praktisch onluisterbare Eggshell vormen resulteren na een paar minuten in een soort audio-epilepsie en het titelnummer verliest zichzelf naar het einde toe dus ook compleet in stuurloze lelijkheid. Blijft over ongeveer zeventien minuten aan geflipte maar ongelooflijk leuke muzikale experimenten. En daar doen we het voor.

Amatorski - From Clay to Figures (2014)

2,0
Het is het soort slecht nieuws dat een grenzeloze koppigheid bij me oproept: van anderen te horen krijgen dat het nieuwe album van één van de beste nieuwe bands die je de afgelopen jaren hebt gehoord tegenvalt. Met tbc en Same Stars We Shared heeft Amatorski namelijk een tweetal platen uitgebracht dat zodanig uitblonk in alle facetten van sfeer en emotie verkennen dat de liedjes die erop staan nog minstens wekelijks net zo lang door m'n hoofd spoken totdat ik niets meer anders kan doen dan ze opzetten. Ondanks die grote variatie hoef ik dan toch niet m'n best te doen om te genieten van de constanten in de muziek van deze Vlamingen: het legendarisch fijne fluisterstemmetje van Eysermans, de inventieve drumritmes, de tedere zanglijnen en dan soms die nietsontziende uitbarstingen hebben mij sinds 2011 veranderd in een totale fanboy.

Het stak dus ook wel een beetje in mijn hart toen ik hierboven twee "smaakgenoten" kritiek zag neerpennen, maar het gevolg was eigenlijk alleen maar dat ik meer m'n best ging doen. Met Warszawa als solide beginpunt waar ik altijd naar kon teruggrijpen (wat mij betreft één van de beste nummers van deze band - kom ik zo nog op terug), heb ik verbeten doorgeluisterd en als ik zou zeggen dat dat geen resultaat heeft gehad, zou ik liegen. Opener Hudson bijvoorbeeld kenschetst meteen het sprankelende sfeertje dat Amatorski op het hele album heeft geprobeerd neer te zetten en slaagt daar nog meer dan redelijk in, maar dat valt bij de eerste luisterbeurt niet meteen te horen: het ritme van de zanglijn heeft iets ongrijpbaars en die intelligente percussie die op tbc al te horen was maakt het nummer niet zo easy listening als je van een single zou verwachten.

Meteen daarna gaat het echter al fout: de twee hierop volgende nummers laten ook nog wel merken dat er een sfeertje moet zijn, maar de instrumentatie is te steriel, te zouteloos gehouden om er echt geboeid door te worden. Tuurlijk, er zijn mooie piano-effectjes om de esthetici onder ons tevreden te houden en ongetwijfeld is er muzikaal op zich ook niks "fouts" aan te benoemen, maar het gevoel dat Eysermans en co met duidelijke weerzin wat willekeurige akkoordjes zitten in te drukken omdat het moet (wat ongetwijfeld niet echt zo is) is indringend genoeg om nergens ook maar in de buurt van geraakt te worden. Luister maar naar het gezapige samenspel tussen drums en synthesizers in Wild Birds, dan weet u misschien waar ik het over heb.

Zei ik gezapig? Dat brengt me op m'n volgende punt. Dat lieflijke fluisterstemmetje van Eysermans waar ik het over had is weg, verdwenen, zonder enige vorm van waarschuwing of misschien een afscheidsbriefje. Alsof een dierbaar familielid je heeft verlaten. Wat ervoor in de plaats is gekomen is een stem die ongetwijfeld het resultaat is van een paar professionele zangworkshops, want ze kan er verder mee de hoogte en laagte in dan ooit, maar in die uithalen heeft zij, Inne Eysermans, het meisje dat in je oor fluisterde zoals iedere moeder dat zou moeten kunnen plots - excuses - hetzelfde niveau van chagrijnige zeurderigheid als een kleuterjuf waar niet naar geluisterd wordt, als er al een emotie in te bekennen is. Voor zover dat sprankelende sfeertje dus nog over is na de opener, wordt dat restje vakkundig om zeep geholpen door haar ontevreden kreten, die mij meer terug doen verlangen naar het verleden dan een album als The Suburbs van Arcade Fire voor elkaar kan krijgen - maar dan op de slechte manier. Vooral op She Became A Ballerina, dat nummer met die mooie titel, dat nummer dat toch wel geslaagd móest zijn (maar nee hoor - wat mij betreft het dieptepunt van het album en mede vanwege de totaal stuurloze opbouw de enige echte draak van Amatorski), worden die luide uithalen zó naar, zó het tegenovergestelde van hoe ze haar stem moet gebruiken, dat ik niet veel anders kan doen dan met pruillipjes naar het volgende nummer skippen.

Voordat m'n teleurstelling m'n ratio echter gaat overnemen: soms bewijzen deze damesheren naast Hudson dat ze het wel kunnen, zoals op de afsluiter Unknown. Deze grijpt misschien nog een beetje terug naar de elementen van tbc met zijn statige (en zeer aangename) trompetten, maar is ook een meer dan geslaagde worp: de samenzang heeft hier wél dat lieflijke, dat emotievolle dat bijna op het hele album gemist wordt en de elektronische toevoegingen geven het nummer ruimschoots een eigen gezicht. Overduidelijk het hoogtepunt blijft alleen wel het eerdergenoemde Warszawa, zoals ik al eerder zei: Amatorski bereikt hier een bewonderenswaardig niveau door een zwaar onderkoeld begin te combineren met een warme, lieflijke climax. Alsof je van het koude bad in de jacuzzi springt, zeg maar. Knapper nog is dat ze dit niveau van fijnheid in tegenstelling tot bij Unknown compleet hebben weten te bereiken zonder terug te grijpen op tbc: de enige gemeenschappelijke factoren die dit nummer deelt met het oudere werk is een fantastische opbouw en een hoge mate van originaliteit. De sprankelende (!) gitaarpartij die de climax begeleidt, de elektronische, chaotische percussie in het tweede couplet en zelfs de ook nu veranderde, maar hier veel minder klagerige stem van Eysermans bewijzen dat een nieuwe richting inslaan op zich totaal geen slecht idee was.

Op de rest van het album blijft het gevoel van zouteloze plichtmatigheid jammer genoeg eigenlijk wel nog overheersen, net zolang tot het de sprankeling van Hudson compleet heeft vervangen. Lelijk, afschuwelijk of gênant wordt het nergens (behalve dus bij She Became A Ballerina), dus tot écht furieus gal spuwen kan ik mezelf dan niet verlagen. Het luistert weg, maar als we het glorieuze debuut en de voorgaande EP erbij halen valt dit album te vergelijken met een verrookte, grijzende vrouw van in de veertig die er zelf ook allemaal niet echt zin meer in heeft. Nu al.

Amatorski - tbc (2011)

4,0
Wat kan stilte toch pijnlijk vernietigend zijn, soms.

TBC van deze vier zuiderburen is een speciale plaat. Het weet perfect zijn balans te vinden tussen drie ronduit tegenstrijdige vlakken. De tedere, gruizige warmte bijvoorbeeld. De stem van mevrouw Inne Eysermans is er een die alle krochten van je hoofd binnendringt en, als een sirene, je totaal laat opgaan in de hypnotiserende, liefdevolle en lo-fi omgeving die TBC soms is. De blazers en de eigenzinnige percussie van drummer Claeys ondersteunen haar warme stem en de tekst (Will you marry me/Will you marry me/Will you marry me/Tonight) maakt finaal het gehele hoofd leeg. Het op het eerste gezicht wat saai aandoende, maar bij latere beluisteringen ronduit endorfine-infuus 22 Februar, is er zo een; voorgenoemde factoren worden afgewisseld met rustig gitaargesnerp en de heerlijke bas, die als het ware rond alle andere instrumenten draait.

Dan hebben we nog de verschrikkelijk (mooie,) ijzige kilte. Met als sleutelwoorden afstandelijk, leeg en kaal creëert de elektronica een misschien al iets vaker gedaan, maar oh zo mooi sfeertje. De zang van Eysermans is misschien nog wel van haar, maar krijgt een totaal andere dimensie (Björk-achtig bijna, waar ze in de knusse warmte vergeleken zou kunnen worden met verschillende soulzangeressen. U begrijpt het verschil waarschijnlijk wel). De warme piano en de kille maar toch persoonlijke stem van Eysermans, zoals inde magistrale net-niet-opener Soldier, maken het allemaal nog enigszins draaglijk, al laten deze en eigenlijk ook de andere instrumenten het ook wel eens afweten; opener of intro Fading bestaat uit een bijna verontrustend muziekdoosdeuntje en is door zijn minimaliteit ongeveer het summum van dit sfeertje.

En ook natuurlijk de geflipte, verbeten jamsessies zoals in 8 November. Natuurlijk de chaos zelve, maar toch enigszins tussen de lijntjes (Het einde van Peaceful is verbeten, maar gecontroleerd en zelfs ritmisch) en ook zo sfeervol, dat het toch nog ongelooflijk bevredigend - al zou ik niet naar het stuk zelf doorspoelen, context is altijd belangrijk - om naar te luisteren wordt. Alles wordt hier uit de kast getrokken en daardoor is het resultaat ook nóg beter.

Deze drie factoren worden perfect afgewisseld en bij de laatste woorden van zo ongeveer de tederste twee minuten ooit op plaat gezet, ben ik dan ook keer op keer weer overtuigd dat de zes minuten stilte die volgt het uitzitten waard zijn. Keer op keer word ik dan weer teleurgesteld; de hidden track komt eigenlijk niet in de buurt van het niveau dat hiervoor steeds gehaald wordt, als ik hem überhaupt haal; zes minuten totale stilte is toch wat te veel voor mijn aandachtsspan en wordt alleen uitgehouden als ik deze plaat totaal op de achtergrond draai, maar eigenlijk lukt dat zelden.

Verschrikkelijk zonde dus; zonder deze negen nutteloze minuten had deze plaat zeker tegen de maximale score aan zitten schurken. Nu moet TBC het doen met een bescheiden 4,5 ster en bijna ongetwijfeld de eerste plek op mijn jaarlijstje.

Arcade Fire - Funeral (2004)

4,5
Met een origineel pianoloopje worden we verwelkomd in de wereld van Funeral.
Verschillende verhalen die apart van elkaar worden verteld.
Stuk voor stuk prachtig en aangrijpend.

Neighbourhood #1 (Tunnels) is de verboden liefde zoals Romeo en Juliet die hadden.
Meteen word je al gegrepen door deze eigenzinnige groep, meteen word je diep in de wereld van Funeral gezogen.
Een ongelooflijk mooi liefdesliedje, met de kenmerkende valse zang van Butler en het uitgebreide scala aan instrumenten.
Ik ken weinig nummers die zo mooi naar een hoogtepunt opbouwen als deze.

Neighbourhood #2 (Laïka) is een bizarre nagedachtenis aan de broer van Butler. Onsamenhangend en gestoord van ellende.
Butler en Chassagne schreeuwen de longen uit hun lijf. Als ze maar gehoord worden.
Dit nummer is van begin tot eind kippenvel. Door de gevarieerde instrumentatie, door het op een bizarre manier catchy refreintje, door de oude sfeer die het oproept, maar vooral door de zang. Vals, maar gevoeliger dan dit is zang niet te vinden.

Une Année Sans Lumiere komt, met zijn lieve gitaartokkeltje.
Berustend en gevoelig. Een jaar zonder licht. Begint ingetogen en aangrijpend, maar maakt halverwege het nummer een totale omslag, waardoor het bijna dansbaar wordt.
Het gevoel van ellende is nog steeds gebleven, maar toch begint een hoopvol gevoel op te komen.

Neighbourhood #3 (Power Out) is totale chaos.
Geen enkel nummer is zó vurig en gepassioneerd.
Er wordt geschreeuwd en gegild, maakt niet uit of het vals is. De krachtige gitaarriff zet er kracht bij. Chassagne probeert ook nog gehoord te worden.
Chaos en paniek heerst, in het nummer én in de bezongen wereld van Funeral.
Het licht in het hart van de mens is uit, zo preekt deze groep.

Neighbourhood #4 (7 Kettles) blijft ingetogen.
Alleen violen, een repetitief gitaarmelodietje, subtiele trommels en een paar fluitketels.
Dankzij het doortstuwende drumritme is het ook onmogelijk om niet mee te tikken.
Een verhaal van een man die vervreemd raakt van de mens.
Ligt het aan hem of aan de rest van de mensen?

Crown Of Love is een meeslepende, duistere wals met geweldige percussie.
Een extreem passioneel, bijna obsessief liefdesliedje dat maar blijft pompen.
Steeds meer instrumenten zetten kracht bij aan de stem van Butler, tot er weer een ongelooflijk mooie omslag komt en het nummer passend afsluit.
En wat klinkt de stem van Chassagne toch mooi.

Wake Up is bombast op zijn mooist.
Ongeveer ieder bestaand instrument wordt hier bespeeld, en toch klinkt het nergens overdreven. Integendeel. Dit is namelijk bijna te mooi om te beschrijven.
Een verhaal van een man die geen gevoel meer heeft. Te veel meegemaakt.
Ongelooflijk groots en theatraal, dit nummer omvat de hele wereld.

Haïti is het beste rustpuntje dat je kan bedenken.
Dit nummer kan niet slecht gevonden worden. Maar commercieel of glad? Zeker niet.
Wel catchy, ontspannend en rustig. Chassagne zingt de sterren van de hemel.
Een meer dan nodig rustpunt tussen al deze ellende.

Een vloeiende overgang naar de grote hit van Funeral. Rebellion (Lies).
Bekend geworden met zijn baslijntje dat niet uit het hoofd te slaan is.
Maar ook met zijn doorstuwende pianopartijen en drums, het catchy zanglijntje en de prachtige tekst. Een gejaagd nummer die pleit voor de liefde. Nodig in deze tijden.

De mooiste dingen komen bijna altijd aan het eind. Zo ook hier.
Want wat is In The Back Seat toch ongelooflijk, hemeltergend mooi.
Die vrouw waarvan men nooit wist waarom ze zweeg, doet haar verhaal.
Haar verongelukte familie achtervolgt haar, in haar dromen en overdag.
Wát een aangrijpende zang van Chassagne, wát een instrumentatie, wát een climax! Perfectie, perfectie en perfectie.

Alleen al voor de afsluiter verdient dit dramatische album van deze groep alternatievelingen uit Montréal 5 sterren. Laat nou ook nog eens ieder nummer tot in de puntjes perfect zijn, dan is een top-10 plek wel zo rechtvaardig. Arcade Fire is het bewijs dat goede muziek nu, in het tijdperk van de Mohombi's, Rihanna's en Akon's ook nog bestaat.

Arcade Fire - Reflektor (2013)

3,5
Het is gebeurd: alles is bezonken, ieder nummer op de nieuwe Arcade Fire heeft zijn eigen plekje gekregen in mijn hoofd en de opgetrokken wenkbrauwen (vanwege de veranderingen in stijl althans) komen niet meer terug. Zodra dit album van ondertussen toch wel ongeveer mijn favoriete band ooit beschikbaar was heb ik 'm meteen binnengehaald en het was wennen, genieten, maar achteraf ook enigszins teleurgesteld achterblijven.

Let wel: teleurgesteld betekent niet dat dit een middelmatige plaat is - kijk maar wat het sterretje boven m'n berichtje zegt. Luister maar naar zo'n liedje als Here Comes the Night Time, waar sprookjesachtige synthesizers, een kreunend basgeluid, exotische trommels en verbeten zang van oude vertrouwde Butler voorbij komen en waar al mijn genietsensoren in m'n hersenen van op hol slaan. En het blijft niet bij één hoogtepunt: wat mij betreft wordt ook het naar mijn mening schromelijk ondergewaardeerde Flashbulb Eyes, met zijn tekst die het midden houdt tussen mysterieus en theatraal, zijn radicale echo en zijn goddelijk geniale gitaarriffje ingelijst in de Hall of Fame van de moderne muziek. En ja, ook single Afterlife doet vanaf de eerste tonen wat met mijn stemming (met één groot minpunt - scroll naar beneden voor verdere info) en zelfs vuller Here Comes the Night Time Part II zou ik niet overbodig willen noemen.

Het is bewonderenswaardig hoe Arcade Fire weigert om na de koerswisseling van 90 graden op The Suburbs in dezelfde richting door te bewegen. Natuurlijk, al die elektronica kwam niet uit de lucht vallen als je even naar Sprawl II op de voorganger luistert, maar zo dominant, zo duister als ze hier zijn: ik had het voor het horen van topsingle Reflektor niet gedacht en zal personen die beweren van wel ook ernstig sceptisch aanstaren. Het is bewonderenswaardig hoe Arcade Fire, hoe recht voor z'n raap ze op deze nieuwkomer ook kunnen zijn, toch nog hun oude mysterieuze ondertoon kunnen houden. Het is bewonderenswaardig hoe perfect de samenzang tussen Butler en Chassagne klinkt - alsof ze niet alleen in het echie, maar ook op plaat elkaars foutjes aanvullen. Het is bewonderenswaardig hoe waanzinnig catchy ze sommige liedjes (iedereen die niet eens mentaal losgaat in het heerlijke refrein van You Already Know moet vast een grijs leven leiden) kunnen maken zonder de diepgang uit het oog te verliezen. Maar toch: ik ben een beetje teleurgesteld.

Ik ben een beetje teleurgesteld omdat de beste band ter wereld hier de scheurtjes in hun teksten niet kan verbergen - meestal zijn de teksten interessant, maar vaker op de voorganger, waar ze soms het enige kleine struikelblokje waren, heeft Butler niet heel veel boeiends of moois te zeggen. Het refrein van Afterlife is natuurlijk het meest in het oog springende voorbeeld, maar het voor de rest wel redelijk enerverende Porno is tekstueel nou niet bepaald opwindend te noemen. Ik ben in mindere mate ook een beetje teleurgesteld dat zo'n vernieuwende, interessante band als Arcade Fire, die tegen alle clichés aan zou moeten trappen (oké, meestal doen ze het nog steeds wel) valt voor de "hopsakee, 6 minuten oninteressant gefrutsel aan het eind van de plaat'-truc. Maar dat is allemaal relatief tegenover mijn grootste teleurstelling: Arcade Fire heeft het voor het eerst in de tien jaar dat ze in deze formatie op de aarde rondlopen voor elkaar gekregen om twee ronduit matige liedjes te schrijven. En dan ook nog eens in een tweeluik.

Toegegeven, Awful Sound is niet middle of the road. Ook al roept het twee keer weerklinkende refrein in de verte associaties op met de Toppers (en weer die matige tekst), het ritme is nog wel vermakelijk en de pieptonen vlak voor dit refreintje zijn in ieder geval niet standaard - wel hinderlijk. Grootste struikelblok van dit liedje is gewoon dat het niet zo boeiend is. Met 3 minuten hadden ze even veel of meer kunnen zeggen en misschien ook nog even dat infantiele drumloopje voor het refrein weg kunnen knippen. It's Never Over daarintegen overschrijdt voor het eerst sinds deze band bestaat de grens tussen kunst en kitsch in het intro, heeft voor het eerst echt storende elektronica en weer zo'n vervelend refreintje - nu vanwege het nerveuze gemompel van de anders zo fantastische Butler. Zelfs de meer dan aardige coupletten in de eerste minuten weten de wrange smaak van het pielerige refrein en de te repetitieve laatste minuten niet weg te spoelen.

Klinkt te negatief voor 4 sterren hè? Weet ik. Ik geef ze zo'n hoge beoordeling niet omdat het (nog steeds) mijn favoriete band is en ik die liedjes negeer. Ik geef ze zo'n hoge beoordeling omdat ik, hoewel ik het misschien niet genoeg heb benadrukt, het grootste deel van de andere liedjes nog steeds onverminderd geniaal, prachtig en overdonderend vind. Ik leer er ooit wel mee leven, het beruchte tweeluik en de teksten, vooral als ik ze nog een keer live ga zien. Een AF-plaat die niet (bijna) perfect is ben ik nu echter nog niet gewend van deze band en dat is een beetje jammer, maar als ik weer even naar de andere kant van de kamer word gegooid door zo'n nummer als Normal Person wil ik het wel even verdringen.

Arcade Fire - The Suburbs (2010)

4,0
Arcade Fire maakt een nieuw album, zo heb ik gehoord, en dat, tezamen met het feit dat de zon weer begint te schijnen en The Suburbs een geweldige bijkomstigheid bij dit weertje is (daarover later nog meer), heeft me weer geprikkeld om het album weer eens in zijn geheel op te zetten. En nog een keer. En nog wat keren, totdat ik de vertrouwde drang kreeg om mijn mening lekker te ventileren - en het feit dat dit al 24 keer gedaan is maakt dan helemaal niets uit, toch?

Het is wel ongeveer een universeel verschijnsel dat Funeral- en Neon Bible-liefhebbers bij eerste luisterbeurt van The Suburbs minstens twee wenkbrauwen optrekken door de luchtige piano's, ingehouden nummers en niet zo heel erg aanwezige violen op dit album. En zo ook ik: voor mensen die kwijlend naar de groter dan grootse bombast en de gepassioneerde uithalen van Butler hebben geluisterd, is schrikken nog een understatement als we plotseling synthesizers (?!!) horen in Sprawl II en is teleurgesteld nog zwak uitgedrukt als we horen hoe Wasted Hours eigenlijk maar een tevreden ratelend nummertje lijkt.

Ik ga nu niet zeggen dat The Suburbs me op dezelfde manier grijpt als zijn voorgangers, want dan zou ik mezelf niet begrijpen. Dit (nu nog) nieuwste product van Butler en zijn vriendjes en vriendinnetjes heeft simpelweg gewoon niet de snijdende emotie (nee, echt) die Funeral in overvloed en Neon Bible in iets minder overvloed heeft. Het titelnummer en opener bijvoorbeeld is namelijk echt heel erg goed en fijn als je met een willekeurig drankje loom in de zon ligt en geniet van hoe alles om je heen in de lente en zomer allemaal veel meer kleur heeft. En zo ook een groot deel van de andere liedjes die we hier te horen krijgen.

Wel ga ik zeggen dat The Suburbs qua emotie misschien nog wel knapper in elkaar zit dan Funeral en Neon Bible. The Suburbs is een album waarbij je bij iedere luisterbeurt helemaal zelf mag bepalen of het een trieste luisterbeurt of een vrolijke luisterbeurt wordt. Onder al die vrolijkheid zit namelijk een grenzeloos melancholische nostalgie verborgen, die vooral opduikt als men naar de tekst luistert. In ieder nummer komen wel een of meerdere passages voorbij hetzelfde thema beschrijven (And my old friends, I can remember when/You cut your hair/We never saw you again/Now the cities we live in/could be distant stars. Mooi.) Het leven is kleurloos en als je kijkt hoe je oude omgeving nu is, vraag je je af of dat niet altijd zo is geweest. Dat werk.

Natuurlijk zijn sommige liedjes qua sfeer wat minder dubbelop: zo is Deep Blue met zijn verwrongen groove op het einde Arcade Fire op zijn snijdendst, We Used to Wait een soort uitbarsting van alle nostalgie verzameld op het hele album en ook Suburban War een stukje onverhulde grootse melancholie zoals we van deze band kennen. Maar juist vanwege die afwisseling aan geluiden krijgt men aan het einde van deze ruim een uur durende plaat niet genoeg van de geluiden die Arcade Fire maakt. En dat is knap.

Maar ik zou de kritische zeikschuit die ik ben niet zijn als ik niet ook in dit album weer wat mindere punten kon vinden. City With No Children zou een iets lager stadiumniveau mogen hebben. Meneer Butler zingt iets te klagerig in Sprawl (Flatland). Tekstueel is het qua zinsopbouw soms wel heel erg eenvoudig (You say: can we still be friends? Liever niet). Maar goed, dit zijn natuurlijk wel weer details waar ik zelf niet eens altijd last van heb, vooral niet als het geluisterd wordt in vrolijke zomermodus. Helemaal perfect kan ik dit album dus zeker niet noemen, maar als ik aan mezelf merk hoe erg ik op kan gaan in de uithalen van oude vertrouwde Chassagne in Sprawl II (ja synthesizers, ik heb jullie geaccepteerd), zou ik graag anders geloven.

AURORA - Infections of a Different Kind (Step 1) (2018)

2,5
Dit Noorse meisje (even oud als ik godverdomme, waar gaat het heen met mijn ambities) kende ik al vaagjes van Running with the Wolves, een nummer dat ik veelvuldig tegen was gekomen tijdens het festivalseizoen een paar jaar geleden. Dat was op zich een aardig nummer, maar heeft nooit echt uitgenodigd om haar verdere oeuvre te verkennen. Wat me zeker wel uitnodigde (naast de tip van stoepkrijt in dit topic) waren de verschillende reacties bij de albumpagina en andere hoekjes van het internet die haar muziek vergeleken met die van mijn favoriete popster Björk. Vanaf de eerste luisterbeurt kan ik die reacties eigenlijk alleen maar beamen: op papier zijn er inderdaad meerdere overeenkomsten tussen Infections of a Different Kind en bijvoorbeeld Vespertine, mijn favoriete album van mijn favoriete popster. En toch kan ik niet zo veel met deze muziek.

Laat ik de overeenkomsten uitleggen met een omschrijving die voor allebei de albums passend zou zijn: AURORA/Björk maakt gebruik van een redelijk wijd scala van instrumenten, zoals een harp, strijkers en al dan niet bewerkte achtergrondkoortjes. Dit betekent echter niet dat ze voor een puur klassieke aanpak gaat - nee, de instrumenten zijn in feite verweven met de elektronische begeleiding. Hierdoor wordt een organisch geheel gecreëerd, dat een sterk winterse, noordelijke sfeer uitstraalt, versterkt door de vele tekstuele verwijzingen naar de natuur.

Goed, ik zou een zwaar inconsequent mens zijn als ik al deze elementen in de ene artiest wel kon waarderen en in de andere niet. Dat is gelukkig ook niet zo: ik vind het oprecht tof hoe in een nummer als Forgotten Love bijna onmerkbaar even een harp om de hoek komt kijken in het laatste pre-chorus, om vervolgens weer te verdwijnen. Het toont een eigenwijs oog voor nuance dat ik altijd erg kan waarderen in popmuziek. Mijn probleem met dit album ligt uiteindelijk jammer genoeg gewoon in de verdere esthetische keuzes die worden gemaakt. Naast alle bovenstaande elementen wordt de muziek van AURORA namelijk gekenmerkt door een bepaald soort bombast waar ik helaas een beetje de rillingen van krijg. Het is het type noordelijke sfeerschepping (Vooral Zweedse/Finse/Noorse, minder vaak Deense/IJslandse, om de een of andere reden) die ik ook vaak tegenkom in progressieve rock en metal, wat precies de reden is dat die genres me normaal gesproken tegenstaan. Ze spreekt in de taal van veldslagen, wolven en donderstormen, of, in de woorden van AURORA: "The sea waves are my evening gown/And the sun on my head is my crown/I made this queendom on my own/And all the mountains are my throne".

De nét foute bombast blijft echter niet beperkt tot de teksten. De muzikale overeenkomsten die ik net heb opgesomd vormen ongeveer de helft van de esthetische keuzes die hier worden gemaakt; de andere helft bestaat uit meermaals overgedubte zanglijnen, krijgslustige trommels, duidelijke contrasten tussen luid en zacht, héél, héél veel galm, en het type melodie waar je een Vikingleger dan wel festivalweide mee kan opzwepen. Het meest jammere hieraan vind ik het feit dat de ingetogen momenten in feite een soort valse belofte zijn. Immers, hoe klein deze Noorse dame het ook houdt aan het begin van de meeste nummers, je weet gewoon dat ze binnen enkele minuten begeleid door een leger van trommels, fluiten, synthesizers en gongs de donder zal uitroepen over de ijzige harten van de vijand van het vuur van de liefde. Of zo.

Het is dan ook niet gek dat de nummers waarin ze zich het meest weet in te houden tot mijn favorieten behoren. It Happened Quiet is voor het grootste deel van het nummer oprecht ingetogen en beperkt de bombast hoogstens tot een tiental mannelijke koorstemmen. Het daaropvolgende Churchyard zondigt misschien wel weer een beetje qua kitscherige invulling, maar de meerstemmige zanglijn in het refrein is dermate pakkend en vooral cool dat het eigenlijk ook wel weer een beetje past. Dat brengt me op mijn andere punt over waarom de hier gemaakte muzikale keuzes voor mij zo jammer zijn: als deze liedjes in een andere vorm waren gegoten had ik er waarschijnlijk echt best wat mee gekund. Een refrein als dat van All Is Soft Inside is gewoon mooi gevonden, en heb ik nog best wel eens in mijn hoofd gehad als ik het album niet luisterde. Dat maakt het extra zonde dat het zo verdrinkt onder de strijdkreten, -drums en -koortjes van AURORA.

Al met al is dit album inderdaad erg vergelijkbaar met Björk. Het zijn twee noordelijke zusjes, de één overduidelijk onderhand wat ouder dan de andere. De oudste heeft gekozen voor een vorm van zichzelf presenteren waar ik al zo'n tien jaar verliefd op ben. De jongste is duidelijk van een andere generatie, en heeft een jurk van ijsberenvacht en een kroon van hertentanden aangetrokken waar ik persoonlijk wat ongemakkelijk van word. Maar goed, ik ben natuurlijk de laatste die bepaalt wat AURORA moet dragen.